Tools en richtlijnen voor het meten van sociale mediageletterdheid:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tools en richtlijnen voor het meten van sociale mediageletterdheid:"

Transcriptie

1 Tools en richtlijnen voor het meten van sociale mediageletterdheid: Jongeren en de opvoedingsstijlen van hun ouders Syntheserapport Juli 2013 Auteurs Elke Boudry Hadewijch Vanwynsberghe Pieter Verdegem Onderzoeksgroep en universiteit iminds-mict-ugent

2 EMSOC User Empowerment in a Social Media Culture T + 32 (0) E W Twitter #emsocnews Powered by IWT

3 Table of contents 1. Inleiding De sociale mediacultuur en sociale mediageletterdheid De thuiscontext als plaats voor de ontwikkeling van sociale mediageletterdheid Tools om sociale mediageletterdheid te meten Dataverzameling Ontwikkeling en implementatie van het meetinstrument Beknopte resultatenbeschrijving Tips & Tricks Conclusie

4 1. Inleiding Heel wat onderzoek focust op de mogelijkheden en bedreigingen van sociale media voor jongeren (Livingstone, 2008; O'Keeffe & Clarke- Pearson, 2011). Minder aandacht gaat uit naar hoe jongeren daadwerkelijk omgaan met deze media en hun ontwikkeling van sociale mediageletterdheid. In het kader van het IWT SBO- project EMSOC werd de afgelopen jaren onderzoek verricht naar hoe jongeren de voordelen verbonden aan sociale media maximaliseren en hoe ze de nadelen minimaliseren. Om deze beslissingen op een zelfstandige en betrouwbare manier te kunnen nemen, moeten zij beschikken over de nodige vaardigheden en competenties. Dit zijn aspecten die vallen onder wat wij sociale mediageletterdheid noemen (Vanwynsberghe & Verdegem, forthcoming). Dit syntheserapport integreert bevindingen en vaststellingen uit de gevoerde onderzoeken gericht op het sociale mediagebruik van jongeren. Het geeft een overzicht van de onderzoeksmethoden die we hanteren om sociale mediageletterdheid van jongeren beter te kunnen meten en begrijpen. Daarnaast gaat dit rapport in op de rol die opvoedingsstijlen van ouders speelt in de ontwikkeling van sociale mediageletterdheid van hun kinderen. 4

5 2. De sociale mediacultuur en sociale mediageletterdheid Sociale media bieden jongeren heel wat nieuwe mogelijkheden om te communiceren, te leren, informatie uit te wisselen en relaties te onderhouden. Terzelfdertijd, brengen deze mogelijkheden ook een aantal risico s met zich mee zoals nieuwe vormen van pestgedrag, ongepast gebruik van content, toenemende commercieel gebruik van persoonlijke informatie en een gebrek aan online privacy bewustzijn (Livingstone & Helsper, 2007b; O'Keeffe & Clarke- Pearson, 2011). De samenleving staat voor de uitdaging om ervoor te zorgen dat jongeren over voldoende competenties beschikken om de voordelen verbonden aan hun sociaal mediagebruik te maximaliseren en de nadelen ervan te minimaliseren. Deze competenties vatten we samen onder de noemer sociale mediageletterdheid (Vanwynsberghe & Verdegem, forthcoming). Voor een definitie van het concept sociale mediageletterheid vallen we terug op het werk van Sonia Livingstone. Livingstone (2004b, p. 18) definieert mediageletterdheid als the ability to access, analyse, evaluate and create messages across a variety of contexts. Deze conceptualisering omvat een combinatie van zowel praktische en cognitieve competenties. Toegepast op sociale media kunnen de praktische competenties gezien worden als het gebruik van de technologie op sociale media of zogenaamde knoppenkennis. Hierbij gaat het om enerzijds de basis, of eenvoudige functionele competenties, zoals inloggen, klikken op een link of scrollen doorheen een tekst op verschillende sociale media platformen. Anderzijds omvatten praktische competenties ook de vaardigheden om interactieve en creatieve applicaties te gebruiken op sociale mediaplatformen. Hierbij gaat het om een meer geavanceerd gebruik, zoals het uitwisselen en creëren van zelf gemaakte content, zoals teksten, afbeeldingen en video s. Toch is het is belangrijk om sociale mediageletterdheid niet te beperken tot praktische competenties. Opdat gebruikers van sociale media op een bewuste en kritische manier met sociale media zouden kunnen omgaan, moeten ze over de nodige cognitieve competenties beschikken (Potter, 2004; Share, Jolls, & Thoman, 2004). Deze cognitieve competenties zijn nodig om kritisch te kunnen analyseren en evalueren in welke context, met welke motieven en doelstellingen bepaalde content op sociale media gemaakt werd. In navolging van de definitie van Livingstone (2004b), definiëren we sociale mediageletterdheid als the practical, cognitive & affective competences needed to access, analyze, evaluate and create social media content across a variety of contexts. (Vanwynsberghe & Verdegem, forthcoming) Deze praktische, cognitieve en affectieve competenties zijn afhankelijk van de activiteiten die mensen uitvoeren op sociale media, bijvoorbeeld het zoeken en delen van informatie, communiceren met anderen en het creëren van inhoud (Vanwynsberghe & Verdegem, forthcoming). Maar sociale mediageletterdheid bevat ook het kunnen omgaan met de mogelijke negatieve gevolgen van sociaal mediagebruik, bijvoorbeeld het ongelimiteerd delen van (soms erg) persoonlijke informatie en het 5

6 commercieel gebruik ervan. Zo speelt sociale mediageletterdheid een belangrijke rol in het kritisch omgaan met welke persoonlijke informatie al dan niet gedeeld kan worden via sociale media, in die zin dat mensen over de nodige praktische competenties moeten beschikken om te weten waar en hoe ze de privacy instellingen moeten aanpassen, maar ook moet men cognitief in staat zijn om na te denken en te begrijpen welke informatie men nu aan wie kan of mag vrijgeven. Sociale mediageletterheid vormt dus een prominente factor in de bescherming tegen onnodige surveillance (Park, 2011). Onderzoek wijst er op dat deze praktische en cognitieve competenties om op een effectieve en efficiënte manier om te gaan met sociale media, ongelijk verdeeld zijn bij jongeren (Correa, 2010; Correa, Hinsley, & de Zúñiga, 2009; Livingstone & Helsper, 2007a). Dit is een van de redenen waarom het interessant is om de context waarin jongeren sociale media gebruiken en leren gebruiken, te onderzoeken. 6

7 3. De thuiscontext als plaats voor de ontwikkeling van sociale mediageletterdheid Aangezien de private sfeer van het huishouden de plaats bij uitstek is waar het gebruik van sociale media door jongeren geïnitieerd wordt, focussen we op hoe ouders hun kinderen ondersteunen (of net tegenwerken) in hun ontwikkeling van sociale mediageletterdheid. In de wetenschappelijke literatuur wordt inzake opvoedingsstijlen doorgaans gefocust op het internetgebruik van jongeren in het algemeen, waarbij twee dimensies van parental mediation strategieën (Bvb. Lee & Chae, 2007; Livingstone & Helsper, 2008; Lwin, Stanaland, & Miyazaki, 2008; Shin, Huh, & Faber, 2012), namelijk controle en warmte, de basis vormen van vier opvoedingsstijlen voor internetgebruik (Valcke, Bonte, De Wever, & Rots, 2010). Uit ons onderzoek blijkt dat ouders kunnen opgedeeld worden in vier opvoedingsstijlen inzake hun interventie in het gebruik van nieuwe en sociale media van hun kinderen, wat een empirische validatie betekent van de vier opvoedingsstijlen voor internetgebruik. De eerste opvoedingsstijl of de permissieve opvoedingsstijl (PP) heeft betrekking op ouders die geen expliciete regels vooropstellen, maar ervoor kiezen om te communiceren over wat zij en hun kinderen willen. De tweede laissez-faire opvoedingsstijl (LF) omvat ouders die niet ingrijpen in het sociaal mediagedrag van hun kinderen, of hoogstens in zeer beperkte mate. De derde stijl of autoritatieve opvoedingsstijl (AVP) beschrijft ouders die zowel wel duidelijke regels vooropstellen, maar toch ook open staan voor discussie over het gebruik van sociale media. De vierde of autoritaire opvoedingsstijl (ANP) omvat ouders die heel wat regels opstellen inzake het gebruik van sociale media en absolute gehoorzaamheid van hun kinderen nastreven. We stellen vast dat onderzoek naar de rol van ouders vooral gericht is op internetgebruik van kinderen. Een specifieke focus op sociale media ontbreekt. Nochtans zijn er aanzienlijke verschillen tussen het Web 1.0 (het traditionele internet) en sociale media (vaak onder een noemer geplaatst met Web 2.0 ), waaronder de toegenomen actieve rol van gebruikers in het selecteren, creëren en becommentariëren en delen van inhouden (Kaplan & Haenlein, 2010). Bijgevolg verwachten we dat ouders anders aankijken naar de risico s die hun kinderen lopen door hun sociaal mediagebruik zoals een gebrek aan privacy bewustzijn, maar ook online pesten en de verspreiding van ongewenste content. Steeds meer kunnen ouders sociale media ook gebruiken om toegang te verkrijgen tot persoonlijke informatie van hun kinderen, maar ook over hun gedrag op sociale media platformen. Daarbij komt nog dat veel ouders weinig of geen ervaring hebben met sociale media, wat een barrière kan vormen wanneer ze regels of afspraken willen maken met hun kinderen. Kortom, ouders staan voor nieuwe uitdagingen wanneer ze willen tussenkomen in het gebruik van sociale media door hun kinderen (Facer, Furlong, Furlong, & Sutherland, 2003; Livingstone & Helsper, 2008). 7

8 Tot dusver is het onderzoek naar de rol van ouders in het gebruik van sociale media door hun kinderen en de ontwikkeling van hun sociale mediageletterdheid een vrij onontgonnen gebied. Binnen het EMSOC- project was het dan ook onze bedoeling om meer inzicht te krijgen in de ouderschapsstijlen die ouders hanteren wanneer het gaat om het sociale mediagedrag van hun kinderen. We onderzochten hoe en waarom regels en afspraken binnen de gezinscontext tot stand kwamen en gingen na welke onderhandelingsstrategieën ouders gebruiken om de ontwikkeling van sociale mediageletterdheid van hun kinderen te controleren of te ondersteunen. 8

9 4. Tools om sociale mediageletterdheid te meten Naast de uitwerking van het concept sociale mediageletterdheid gaan we op zoek naar nieuwe manieren om sociale mediageletterdheid te meten. We proberen diverse factoren, waaronder bijvoorbeeld de opvoedingsstijlen van ouders, die iemands niveau van sociale mediageletterdheid kunnen beïnvloeden, in kaart te brengen. Om het niveau van sociale mediageletterdheid bij jongeren en de rol van ouders daarin te kunnen onderzoeken, kozen we ervoor om ons te focussen op één sociaal mediaplatform, nl. Facebook. De reden hiervoor is dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, is om alle sociale mediaplatformen en gerelateerde geletterdheden in kaart te brengen in één onderzoek. Daarenboven is Facebook ook de meest populaire sociale netwerksite. Zo bereikte Facebook in oktober 2012 de mijlpaal van een miljard gebruikers wereldwijd. Daarnaast werd er ook al veel onderzoek gedaan naar identiteitsvorming bij jongeren op en via Facebook (e.g. McLaughlin & Vitak, 2011) en de rol van Facebook in de ontwikkeling van hun sociaal kapitaal (e.g. Ellison, Steinfield, & Lampe, 2011; Vitak & Ellison, 2012). In ons onderzoek focussen we op een ander belangrijk onderwerp - dat tot nu toe grotendeels genegeerd werd - namelijk de rol van ouders in de ontwikkeling van sociale mediageletterdheid bij jongeren. Sociale mediageletterdheid ligt vervat in de impliciete, complexe en subtiele gedachtegang van mensen, wat bijgevolg heel moeilijk te meten is (Livingstone, 2004a). De zaken die mensen niet altijd bewust doen, kunnen bij het meten ervan leiden tot een verhoogde of verkeerde zelfinschatting van het eigen kennen en kunnen. Bijvoorbeeld, hoe kan je mensen vragen of ze zich zorgen maken over het feit dat Facebook bijvoorbeeld hun persoonlijke informatie doorverkoopt aan bedrijven, als ze zelfs niet eens bewust zijn dat dit gebeurt? Bepaalde vormen van kennis kunnen getest worden zoal bij de traditionele examenmethode in het formeel onderwijs, maar problematisch is dat deze meting niet ingaat op bewustzijn of het alledaags gebruik. Voor dit onderzoek maakten we gebruik van een multi- methodische benadering. Het doel van multi- methodisch onderzoek is om de nadelen van bepaalde methoden in vergelijking met andere te vermijden of te compenseren (Livingstone, Van Couvering, & Thumin, 2008). Met enquêtes kan je makkelijk op grote schaal mensen hun eigen percepties of inschattingen van hun niveau van sociale mediageletterdheid meten (Hargittai & Shafer, 2006; Kuhlemeier & Hemker, 2007). Maar zelfs met een goed onderzoeksdesign en manieren om de impact van sociale wenselijkheid bij het antwoorden zoveel mogelijk te reduceren, blijven enquêtes een zelfrapportering van attitudes en praktijken. Enquêtes geven bijgevolg geen diepgaand inzicht in de voorwaarden tot toegang en het werkelijke gebruik van sociale media in het dagdagelijks leven (Merrit, Smith, & Renzo, 2005). Onze vooropgestelde doelstelling heeft dus kwalitatieve methoden, zoals interviews, nodig ter aanvulling. Interviews hebben het vermogen om onderwerpen meer in de diepte te bestuderen, om 9

10 bevindingen te contextualiseren, om ambivalenties en onzekerheden te onderzoeken en om als controle voor de kwantitatieve methode te dienen (Livingstone et al., 2008). Interviews zijn echter heel tijdrovend en intensief, waardoor slechts een beperkt aantal mensen kunnen bevraagd worden. De gehanteerde multi- methodische benadering waarin we survey- onderzoek combineerden met persoonlijke interviews, maakt het dus mogelijk om over Vlaamse jongeren uitspraken te doen over hun sociale mediageletterdheid en de opvoedingsstijlen die ze ervaren, maar bovendien ook dieper in te gaan de ontwikkeling van deze sociale mediageletterdheid in het alledaags leven en de rol van ouders daarin. 10

11 5. Dataverzameling De dataverzameling voor dit onderzoek werd uitgevoerd in twee fasen. De eerste, kwantitatieve, fase bestaat uit een grootschalige online bevraging in 12 Vlaamse middelbare scholen. Deze scholen lieten hun leerlingen de vragenlijst invullen in de klas. In totaal namen 1319 Vlaamse jongeren (MLeeftijd = 15,03; SDLeeftijd = 2,01; 49% vrouw en 51% man) deel aan de online vragenlijst. Na de data- cleaning, werd er een wegingsprocedure toegepast voor graad, opleiding en geslacht. Dit zorgt ervoor dat we betrouwbare uitspraken kunnen doen over alle Vlaamse jongeren. Anderzijds voerden we ook een kwalitatieve fase uit, dit om betere inzichten te krijgen over het hoe en waarom van wat de jongeren precies in de vragenlijst hebben ingevuld. We maakten gebruik van face- to- face interviews. Daarvoor werden er 27 jongeren gerekruteerd uit de respondenten die ook de vragenlijst hebben ingevuld. Deze werden doelgericht geselecteerd aan de hand van het ervaren van een specifieke opvoedingsstijl van de ouders inzake hun sociaal mediagebruik. Deze interviews werden opgenomen om vervolgens te transcriberen en erna te analyseren met behulp van NVivo

12 6. Ontwikkeling en implementatie van het meetinstrument In dit onderdeel beschrijven we de tools en de manier waarop we de sociale mediageletterdheid van jongeren en de opvoedingsstijlen die hun ouders hanteren, in kaart brengen. We gaan dieper in op de gebruikte methoden en indicatoren. Daarna volgt een beknopte resultaatsbeschrijving. 1. Het meten van sociale mediageletterdheid Het meten van praktische en cognitieve competenties Twee vaak gebruikte methoden in onderzoek naar digitale vaardigheden zijn de zelfinschattingsmeting (Hargittai, 2005) en de frequentiemeting (van Deursen, 2010). De zelfinschattingsmethode in deze studie gaat na hoe goed de respondenten zichzelf inschatten bij het uitvoeren van bepaalde activiteiten op sociale media. Bijvoorbeeld: afbeeldingen uploaden, een status update aanpassen en privacy- instellingen instellen. Respondenten antwoorden op basis van een 5- puntenschaal (1 = kan ik helemaal niet, tot: 5 = kan ik heel goed). Deze zelfinschattingsvraag hebben we aangevuld met de kennismethode. De kennismethode is een andere gangbare methode naast de zelfinschatting en frequentiemeting - om mediageletterdheid te meten (Hargittai & Shafer, 2006). Kennis slaat op het bewustzijn dat bepaalde zaken bestaan, inzake sociale media slaat dit bijvoorbeeld op: Is men bewust dat er op Facebook een knop bestaat om foto s te verbergen op de tijdslijn? Bij de zelfinschattingvraag hebben we de kennismeting toegevoegd door volgende antwoordmogelijkheid te voorzien: 0 = ken ik niet, nog nooit van gehoord. Dit om de respondenten die geen idee hebben wat een bepaalde activiteit is, de kans te geven een correct antwoord te laten invullen. Het is heel goed mogelijk dat wanneer iemand niet weet wat bijvoorbeeld een status update is, gewoon invult dat hij/zij deze activiteit niet kan terwijl hij/zij de activiteit eigenlijk gewoonweg niet kent. Tegelijkertijd brengen we ook de frequentie waarmee jongeren de hierboven aangehaalde sociale media activiteiten uitvoeren, mee in rekening. De antwoordmogelijkheden hier zijn 1 (=nooit), 2 (= minder dan maandelijks), 3 (= maandelijks), 4 (=wekelijks), 5 (= dagelijks). We combineren de zelfinschattingsmethode met de kennismethode en frequentiemethode om een verkeerde inschatting van de competenties te vermijden. Het kan bijvoorbeeld heel goed zijn dat iemand een bepaalde activiteit, zoals het veranderen van de privacy instellingen, redelijk vaak doet maar daar toch niet heel goed in is. Wanneer we deze persoon enkel zouden bevragen aan de hand van de zelfinschattingsmethode zou deze persoon een heel lage score krijgen, terwijl hij/zij via de frequentiemethode dan weer een hoge score zou krijgen. De combinatie van deze methoden kunnen elkaar op deze manier compenseren. Bovendien is deze bevraging ook handig ter controle van fouten: stel dat een persoon bij de zelfinschatting aangeeft de toepassing niet te kennen, uit bijvoorbeeld verstrooidheid of gemakzucht, en bij de volgende vraag aangeeft dat men het dagelijks doet, dan weten we dat er iets niet juist is. 12

13 Per activiteit maken we een nieuwe variabele aan door de antwoordmogelijkheden van de zelfinschattingsmeting en frequentiemeting met elkaar te vermenigvuldigen. Hoe lager de zelfinschatting én de frequentie van bepaalde activiteiten, hoe lager de competenties. Hoe hoger de zelfinschatting én de frequentie van bepaalde activiteiten, hoe hoger de competenties. Vervolgens hebben we een factoranalyse uitgevoerd. Dit resulteerde in twee factoren, deze kunnen gelabeld worden als praktische en cognitieve competenties. De praktische competenties bestaan uit negen items (α = 0,94), waaronder afbeeldingen uploaden, een status update uitvoeren, reacties schrijven, privé- berichten sturen, chatten, een groep of pagina aanmaken, privacy- instellingen aanpassen, vrienden uitnodigingen voor een evenement en een link posten. De cognitieve competenties bestaan uit vier items (α = 0,91), namelijk nagaan of een bericht op sociale media klopt, uitzoeken wie de auteur is van een bepaald bericht, nadenken over wie het doelpubliek is van een bepaald bericht op sociale media en nadenken over de context waarin een bericht op sociale media is gemaakt. De scores van deze reeds vermenigvuldigde items werden opgeteld, waarbij een hogere score wijst op hogere competenties. Slechts 24% van de jongeren hebben geavanceerde praktische competenties en 71% geavanceerde cognitieve competenties. Geavanceerd betekent in deze context dat zij 4 of meer gescoord hebben op zowel de zelfinschattings- als frequentie- items. Het relatief lage percentage jongeren met geavanceerde praktische competenties heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de grote hoeveelheid complexe sociale media activiteiten die hierin zitten. Het hoge aantal jongeren met geavanceerde cognitieve competenties zou kunnen te wijten zijn aan sociale wenselijkheid Het meten van attitudes Het meten van attitudes gebeurt op basis van twee items gebaseerd op het werk van Bauwens, Pauwels, Lobet- Maris, Poullet & Walrave (2009). Deze items waren: ik ben bezorgd over wat Facebook doet met mijn persoonlijke informatie en ik vind het idee dat mensen mijn persoonlijke informatie op Facebook kunnen zien niet leuk. De antwoorden op deze vraag werden gemeten aan de hand van een vijfpunts likertschaal gaande van 1 (helemaal niet akkoord) tot 5 (helemaal akkoord). Om deze variabele attitudes verder te kunnen gebruiken in de analyses werden de scores van deze twee items opgeteld. Hoe hoger de waarde, hoe negatieve ten opzichte van de vrijgave van persoonlijk informatie op Facebook. Jongeren hun gemiddelde privacy attitude is 4,16 (SDattitudes: 0,86) op Het meten van bescherming van persoonlijke informatie op sociale media De bescherming van persoonlijke data wordt bevraagd op basis van een lijst met 12 items gaande van naam, voornaam, thuisadres, gsm- nummer, foto s, geboortedatum, mailadres, relatiestatus, geslacht, links, filmpjes tot de locatie waar je bent. We vragen aan de jongeren om per item aan te geven of en met wie (staat er niet op, alleen met zichzelf, vrienden, vrienden van vrienden, iedereen) ze deze informatie delen op hun Facebook profiel. 13

14 Een factoranalyse wijst op twee factoren die we kunnen onderscheiden. Een eerste factor profielinformatie (α = 0,83) bestaat uit geslacht, leeftijd, relatiestatus, links, foto s en video s. De tweede factor contactinformatie (α = 0,67) wordt samengesteld uit de items: thuisadres, gsm- nummers, e- mail en de locatie waar je je momenteel bevindt. Per factor worden de scores opgeteld, dus hoe hoger de waarde, hoe meer iemand geneigd om bepaalde informatie met een breed publiek te delen. 2. Het meten van opvoedingsstijlen Om een zicht te krijgen op de opvoedingsstijlen die ouders hanteren met betrekking tot het sociale media gebruik van hun kinderen bevragen we jongeren in welke mate hun ouders hen regels opleggen om een zicht te krijgen op de controle- en warmtestrategieën die ouders hanteren. Krijgen ze regels opgelegd over hoelang ze Facebook mogen gebruiken, de plaats waar ze Facebook mogen gebruiken, op welke toestellen en welke inhouden ze mogen bekijken of plaatsen op Facebook? Mogelijke antwoorden zijn hier ja/nee. We vragen ook aan de jongeren hoe vaak ze met hun ouders communiceren over hun Facebook- gebruik. Hiervoor maken we gebruik van een 5- punten schaal gaande van maandelijks of minder tot meermaals per dag. Op basis van een latente klassenanalyse (LCA) op zowel de variabelen die polsen naar warmte en controlestrategieën kunnen we 4 clusters onderscheiden (L2( 1317) = 14,94, p =1). De eerste cluster bestaat uit jongeren wiens ouders een permissieve opvoedingsstijl hanteren (Mleeftijd = 15,51, SD = 2,03). De tweede cluster zijn jongeren van wie de ouders gekenmerkt worden door een laissez- faire opvoedingsstijl (Mleeftijd = 15,13, SD = 2,04). De derde clusters zijn jongeren met autoritatieve ouders (Mleeftijd = 14,38, SD = 1,83). De vierde cluster bestaat uit jongeren met ouders met een authoritaire opvoedingsstijl (Mage = 14,24, SD = 1,65). Het overgrote merendeel van de jongeren ervaart een permissieve ouderschapsstijl inzake hun sociaal mediagebruik (37,40%). Ook een groot aantal jongeren ervaart de laissez- faire (35,40%) en autoritatieve (17,30%) opvoedingstijl. De ouderschapsstijl die door de jongeren het minst wordt ervaren inzake hun sociaal mediagebruik is de autoritaire ouderschapsstijl (9,80%). 3. Uitdieping van de vaststellingen door een aanvullende kwalitatieve bevraging via interviews Het doel van de kwalitatieve bevraging via face- to- face interviews is na gaan hoe jongeren sociale media (Facebook in het bijzonder) gebruiken in hun dagelijks leven. Daarnaast proberen we ook inzicht te krijgen in hoe ouders hun kinderen ondersteunen (of net tegenwerken) in het leren omgaan met deze sociale media. Dit gaat zowel over hoe ze met de technologie omgaan, als hoe ze media- inhouden begrijpen en analyseren. We bestuderen zo ook de sociale en ruimtelijke context waarin dit gebeurt. 14

15 We gebruiken de vaststellingen uit de online bevraging bij de jongeren (het niveau van sociale mediageletterdheid en de opvoedingsstijl die ze ervaren) als basis voor het interview. We gaan bijvoorbeeld dieper in op hoe (expliciete, maar ook ongeschreven) regels en afspraken er binnen het gezin ontstaan over het gebruik van Facebook. We gaan ook na of de jongeren soms problemen ondervinden wanneer ze Facebook gebruiken en of ze in dat geval hulp krijgen van ouders of andere familieleden. Een dergelijke kwalitatieve bevraging laat ons ook toe om een beter begrip te krijgen van de context, aard en mate van Facebook- gebruik binnen de thuiscontext. 15

16 7. Beknopte resultatenbeschrijving 1. Dominantie van de permissieve opvoedingsstijl Onze resultaten tonen aan dat ouders verschillende strategieën en stijlen gebruiken om te interveniëren in hoe jongeren Facebook gebruiken, gaande van relatief open, non- directionele strategieën tot de meer restrictieve of controlerende strategieën. In deze studie konden we vier verschillende opvoedingsstijlen onderscheiden. De permissieve en laissez- faire opvoedingsstijlen worden gekenmerkt door weinig controle en restricties en gaan zich bijgevolg meer focussen op het laten ontdekken van de voordelen verbonden aan het gebruik van Facebook. De autoritatieve en autoritaire ouderschapsstijl daarentegen gaan gebruik maken van veel controlestrategieën en restricties. Deze laatste stijlen focussen dus meer op het beschermen tegen de nadelen verbonden aan het gebruik van Facebook. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste ouders, volgens hun kinderen, de permissieve ouderschapsstijl hanteren wanneer ze ingrijpen in het Facebook gebruik van jongeren. Dit in tegenstelling tot de populariteit van de autoritatieve ouderschapsstijl bij het interveniëren in jongeren hun internetgebruik (Rosen, Cheever, & Carrier, 2008; Valcke et al., 2010). Deze inconsistentie heeft volgens ons grotendeels te maken met het verschil in kenmerken tussen web 1.0 en web 2.0 (sociale media). Bovendien zijn heel wat ouders, volgens hun kinderen, nog niet helemaal mee met wat Facebook nu net is en wat je er kan op doen. Ouders hebben dus een gebrek aan of minder expertise inzake Facebook in vergelijking met de jongeren zelf, waardoor het voor hen moeilijker is om echt regels te gaan opstellen. Een andere verklaring voor het verschil in de dominante ouderschapsstijl voor internet- en Facebook gebruik is dat jongeren de regels die de ouders opstellen inzake Facebook misschien niet zien als echte regels, wat een gevolg kan zijn van de moeilijke afdwingbaarheid of het niet willen aanvaarden van deze regels. 2. Parental mediation als een barrière voor jongeren hun ontwikkeling van sociale mediageletterdheid In tegenstelling tot wat beleidsmakers en ouders hopen is het niet makkelijk om met één strategie of stijl de voordelen verbonden aan Facebook voor de jongeren te maximaliseren en de nadelen te minimaliseren. In lijn met ander onderzoek (Fleming, Greentree, Cocotti- Muller, Elias, & Morrison, 2006; Lwin et al., 2008) vinden we terug dat de strategieën waarbij ouders actief betrokken zijn bij het gebruik van Facebook door hun kinderen, door bijvoorbeeld te communiceren over wat er gebeurt op Facebook, vriend te zijn met hun kinderen op Facebook of advies te geven over wat ze beter wel of niet zouden doen, positief gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van sociale mediageletterdheid van de jongeren. We merken namelijk op dat de permissieve en autoritatieve ouderschapsstijl respectievelijk gerelateerd zijn aan hogere praktische en cognitieve sociale media competenties. Het opleggen van regels alleen (autoritaire ouders) of niets doen (laissez- faire 16

17 ouders) is niet voldoende om jongeren te begeleiden en te interveniëren in hun gebruik van Facebook. Het is echter zo dat jongeren beide, zowel praktische als cognitieve, competenties nodig hebben om de voordelen verbonden aan Facebook te maximaliseren en de nadelen te minimaliseren. Er moet dus gestreefd worden naar een combinatie van beide, permissieve en autoritatieve, ouderschapsstijlen om jongeren voldoende te begeleiden in hun ontwikkeling van sociale mediageletterdheid. 3. Jongeren hun sociale mediageletterdheid als een barrière voor parental mediation Het merendeel van de ouders uit het onderzoek beseffen dat ze moeten ingrijpen om hun kinderen te begeleiden in hun gebruik van Facebook, maar tegelijk staan ze voor een aantal barrières. Zoals eerder aangehaald merken de jongeren op dat hun ouders zelf niet goed of zelfs helemaal niet met Facebook overweg kunnen, wat een grote barrière is om de jongeren te kunnen begeleiden bij hun gebruik van Facebook. Maar toch gaan nog heel wat ouders regels opleggen, zoals bijvoorbeeld dat hun kinderen Facebook in een publieke ruimte in huis moeten gebruiken, maar de jongeren vinden wel een manier om die regels te omzeilen door dan bijvoorbeeld met hun smartphone op Facebook te gaan in hun kamer. De helft van de ondervraagde jongeren geeft ook aan dat hun ouders vriend willen worden op Facebook, maar dit vinden ze zelf niet leuk. De jongeren gaan daarom hun eigen sociale mediageletterdheid tegen hun ouders gebruiken door bijvoorbeeld de privacy instellingen zo aan te passen dat ze hun ouders niet alles kunnen zien wat ze doen op Facebook, hun ouders te blokkeren of voorzichtig te zijn met wat op hun Facebook- profiel komt. Het (proberen) omzeilen van de regels die ouders instellen is normaal bij adolescenten, omdat doing forbidden things, or not following the rules exactly, is a way of showing that you are grown up (Pasquier, 2001, p. 173). Dit laatste is iets waar ouders zich bewust moeten van zijn. 17

18 8. Tips & Tricks Om de voordelen verbonden aan het sociaal mediagebruik te maximaliseren en de nadelen te minimaliseren, moet je voldoende bewust en competent zijn om deze voor- en nadelen te herkennen en ermee te kunnen omgaan. Zeker niet alle jongeren beschikken over deze competenties. Ouders, leerkrachten en begeleiders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de sociale mediageletterdheid van jongeren. Op basis van de vaststellingen uit dit onderzoek, formuleren we een aantal tips & tricks voor ouders, leerkrachten en begeleiders van jongeren: Sociale media zijn vaak onlosmakelijk verbonden met het leven van de jongeren. Probeer daarom op de hoogte te blijven van de belangrijkste ontwikkelingen op sociale media. Jongeren hebben doorgaans goeie praktische vaardigheden, maar missen soms nog de nodige kritische ingesteldheid. Stimuleer jongeren om op een kritische manier na te denken over hoe sociale media werken en over wat zij en wat andere op sociale media doen. Waarschuw waar nodig. Wissel op een open en constructieve manier met de jongere van gedachten over hun ervaringen met sociale media. Geef jongeren voldoende vrijheid om de nodige competenties te ontwikkelen. Wees je ervan bewust dat het opleggen van regels soms het omgekeerde effect heeft. Jongeren zijn inventief in het zoeken naar manier om de regels te ontlopen. Onbekend is onbemind. Experimenteer zelf met de mogelijkheden van sociale media, desnoods onder een fictieve naam. Laat jongeren u helpen en advies geven in het opzetten van een account en het gebruik van sociale media, dat geeft u inzicht in de manier waarop zij sociale media gebruiken. 18

19 9. Conclusie In dit syntheserapport gingen we in op de onderzoeksmethode die we hanteren om een beter zicht te krijgen op de sociale mediageletterdheid van jongeren. We bespraken de uitdagingen op vlak van het meten van sociale mediageletterdheid en gingen dieper in op de multi- methodische benadering die we gebruiken. Ook gingen we in op één van de factoren die een invloed uitoefent op de sociale mediageletterdheid van jongeren, namelijk de opvoedingsstijl die hun ouders hanteren. Eén van de beperkingen van dit onderzoek is dat we geen zicht kregen op de vraag of de opvoedingsstijl van de ouders aan de basis ligt of eerder het gevolg is van het mediagedrag van hun kinderen. We weten niet of jongeren een hoger niveau van praktische en kritische competenties ontwikkelen als gevolg van warme of controle strategieën die hun ouders hanteren of dat ouders zich aanpassing aan de competenties die ze waarnemen bij hun kinderen. Ook is het wat voorbarig om te stellen dat een permissieve of autoritatieve opvoedingsstijl de sociale mediageletterdheidniveau bij kinderen verhoogt. Zo is het mogelijk dat er andere niet onderzochte factoren het verband tussen opvoedingsstijl en sociale mediageletterdheid bij kinderen beïnvloeden. Mogelijke factoren hier zijn: de rol van leeftijdsgenoten, persoonskenmerken van de jongere of gezinsdynamiek. Toekomstig onderzoek kan deze verhouding verder uitdiepen. In een volgend syntheserapport gaan we dieper in op de tools en richtlijnen voor onderzoek dat zich richt op de mediageletterdheid van werknemers en leerkrachten. 19

20 10. Referenties Bauwens, J., Pauwels, C., Lobet- Maris, C., Poullet, Y., & Walrave, M. (2009). Cyberteens, cyberrisks, cybertools - Tieners en ICT, risico's en opportuniteiten. Cyberteens, cyberrisks, cybertools - Les teenagers et les TIC, risques et opportunités. Ghent: Academia Press. Correa, T. (2010). The participation divide among "online experts": Experience, skills and psychological factors as predictors of college students' web content creation. Journal of Computer- Mediated Communication, 16(1), Correa, T., Hinsley, A. W., & de Zúñiga, H. G. (2009). Who interacts on the Web?: The intersection of users' personality and social media use. Computers in Human Behavior, 26(2), Ellison, N. B., Steinfield, C., & Lampe, C. (2011). Connection strategies: Social capital implications of Facebook- enabled communication practices. New Media & Society, 13(6), Facer, K., Furlong, J., Furlong, R., & Sutherland, R. (2003). Screenplay: Children and computing in the home. London: Routledge. Fleming, M. J., Greentree, S., Cocotti- Muller, D., Elias, K., & Morrison, S. (2006). Safety in cyberspace: Adolescents' safety and exposure online. Youth and Society, 38(2), Hargittai, E. (2005). Survey measures of web- oriented digital literacy. Social Science Computer Review, 23(3), Hargittai, E., & Shafer, S. (2006). Differences in actual and perceived online skills: The role of gender. Social Science Quarterly, 87(2), Kaplan, A. M., & Haenlein, M. (2010). Users of the world, unite! The challenges and opportunities of social media. Business Horizons, 53(1), Kuhlemeier, H., & Hemker, B. (2007). The impact of computer use at home on students' Internet skills. Computer & Education, 49(2), Lee, S., & Chae, Y. (2007). Children's Internet use in family context: Influence on family relationships and parental mediation. CyberPsychology & Behavior, 10(5), Livingstone, S. (2004a). Media literacy and the challenge of new information and communication technologies. Commmunication Review, 7(1), Livingstone, S. (2004b). What is media literacy? Intermedia, 32(3), Livingstone, S. (2008). Taking risky opportunities in youthful content creation: Teenagers' use of social networking sites for intimacy, privacy and self- expression. New Media and Society, 10(3),

21 Livingstone, S., & Helsper, E. J. (2007a). Gradations in digital inclusion: Children, young people and the digital divide. New Media and Society, 9(4), Livingstone, S., & Helsper, E. J. (2007b). Taking risks when communicating on the Internet: The role of offline social- psychological factors in young people's vulnerability to online risks. Information, Communication & Society, 10(5), Livingstone, S., & Helsper, E. J. (2008). Parental mediation and children's Internet use. journal of broadcasting & electronic media, 52(4), Livingstone, S., Van Couvering, E., & Thumin, N. (2008). Converging traditions of research on media and information literacies: Disciplinary, critical, and methodological issues. In J. Coiro, M. Knobel, C. Lankshear & D. J. Leu (Eds.), Handbook of research on new literacies (pp ). New York, USA: Routledge. Lwin, M. O., Stanaland, A. J. S., & Miyazaki, A. D. (2008). Protecting children's privacy online: How parental mediation strategies affect website safeguard effectiveness. Journal of Retailing, 84(2), McLaughlin, C., & Vitak, J. (2011). Norm evolution and violation on Facebook. New Media & Society, 14(2), Merrit, K., Smith, K. D., & Renzo, J. C. D. (2005). An investigation on self- reported computer literacy: Is it reliable? Issues in Information Systems, 6(1), O'Keeffe, G. S., & Clarke- Pearson, K. (2011). The impact of social media on children, adolescents, and families. Pediatrics, 127(4), Park, Y. J. (2011). Digital literacy and privacy behavior online. Communication Research, 40(2), Potter, J. W. (2004). Theory of media literacy: A cognitive approach. Thousand Oaks, CA: Sage. Rosen, L. D., Cheever, N. A., & Carrier, J. M. (2008). The association of parenting style and child age with parental limit setting and adolescent MySpace behavior. Journal of Applied Developmental psychology, 29(6), Share, J., Jolls, T., & Thoman, E. (2004). Five key questions that can change the world. Santa Monica, CA: Center for Media Literacy. Shin, W., Huh, J., & Faber, R. (2012). Tweens' online privacy risks and the role of parental mediation. journal of broadcasting & electronic media, 56(4), Valcke, M., Bonte, S., De Wever, B., & Rots, I. (2010). Internet parenting styles and the impact on Internet use of primary school children. Computers & Education, 55(2), van Deursen, A. (2010). Internet skills. Vital assets in an information society. University of Twente, Enschede. 21

22 Vanwynsberghe, H., & Verdegem, P. (forthcoming). Integrating social media in education: Social media literacy as cultural capital CLCWeb: Comparative literature and culture, 15(3), Article X. Vitak, J., & Ellison, N. B. (2012). There's a network out there you might as well tap': Exploring the benefits of and barriers to exchanging informational and support- based resources on Facebook. New Media & Society, 15(2),

Prof. dr. Pieter Verdegem (MICT)! Het meten van sociale mediawijsheid RT @EMSOC meet #(sociale)mediawijsheid2.0!

Prof. dr. Pieter Verdegem (MICT)! Het meten van sociale mediawijsheid RT @EMSOC meet #(sociale)mediawijsheid2.0! Prof. dr. Pieter Verdegem (MICT)! Het meten van sociale mediawijsheid RT @EMSOC meet #(sociale)mediawijsheid2.0! (Sociale) Mediawijsheid?!!Mediawijsheid: altijd al belangrijk onderwerp geweest!in media-

Nadere informatie

Effectief opvoeden online. Liesbeth De Ridder (EXPOO) Hadewijch Vanwynsberghe (Mediawijs.be)

Effectief opvoeden online. Liesbeth De Ridder (EXPOO) Hadewijch Vanwynsberghe (Mediawijs.be) Effectief opvoeden online Liesbeth De Ridder (EXPOO) Hadewijch Vanwynsberghe (Mediawijs.be) Inloggen op Socrative http://www.socrative.com/ Code: Hadewijch Wat is media opvoeding volgens u? Wat is mediaopvoeding?

Nadere informatie

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent

Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen. Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Profielen van mediageletterdheid. Een exploratie van de digitale vaardigheden van burgers SEIZOEN in Vlaanderen 2011-2012 Steve Paulussen IBBT-MICT, UGent Doel van de studie 3 hoofdvragen: 1. Hoe staat

Nadere informatie

Mediaopvoeding & (online) risico s en kansen voor jongeren. Natascha Notten 30 mei 2015 SWR, Leusden

Mediaopvoeding & (online) risico s en kansen voor jongeren. Natascha Notten 30 mei 2015 SWR, Leusden Mediaopvoeding & (online) risico s en kansen voor jongeren Natascha Notten 30 mei 2015 SWR, Leusden Mediaopvoeding, risico s en kansen Mediaopvoeding kan kansen bieden, maar ook een belemmering vormen

Nadere informatie

Net Children Go Mobile

Net Children Go Mobile Rapport België 1 Inhoudsopgave 2 3 Lijst van tabellen 4 Lijst van figuren 5 6 7 1. Inleiding 1.1. Context 8 1.3. Onderzoekskader en methode 1.2. Net Children Go Mobile 9 2. Toegang en gebruik Tabel 1:

Nadere informatie

Naar een mediawijs competentieprofiel voor begeleiders van openbare computerruimtes 14/11/13 1

Naar een mediawijs competentieprofiel voor begeleiders van openbare computerruimtes 14/11/13 1 Naar een mediawijs competentieprofiel voor begeleiders van openbare computerruimtes 14/11/13 1 Kennismaking 14/11/13 2 Mediawijsheid in relatie tot andere begrippen Mediageletterdheid en mediawijsheid

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F.

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F. Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding Relation between Cyberbullying and Parenting D.J.A. Steggink Eerste begeleider: Dr. F. Dehue Tweede begeleider: Drs. I. Stevelmans April, 2011 Faculteit Psychologie

Nadere informatie

Dr. Amber Walraven 190ste plenaire SWR-conferentie Leusden, 29-30 mei 2015

Dr. Amber Walraven 190ste plenaire SWR-conferentie Leusden, 29-30 mei 2015 Jongeren en ict, niet altijd even vanzelfsprekend. Dr. Amber Walraven 190ste plenaire SWR-conferentie Leusden, 29-30 mei 2015 Veel gehoorde geluiden Veel gehoorde geluiden Kanttekening: Jongeren minder

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Sportclubs en Sociale Media

Sportclubs en Sociale Media Sportclubs en Sociale Media Wilko de Graaf DSO, 7 november 2013 Sportclubs en Sociale Media Mike Muller en Wilko de Graaf Kenniskring Sport, Management en Ondernemen Domein Bewegen, Sport en Voeding Hogeschool

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

EU Kids Online onderzoek Gelijkenissen en verschillen tussen jongens en meisjes in online activiteiten en digitale vaardigheden

EU Kids Online onderzoek Gelijkenissen en verschillen tussen jongens en meisjes in online activiteiten en digitale vaardigheden EU Kids Online onderzoek Gelijkenissen en verschillen tussen jongens en meisjes in online activiteiten en digitale vaardigheden Sofie Vandoninck Studiedag Kids Online 8 februari 2012, Leuven Jongens en

Nadere informatie

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 7 ... Facebook, sociaal zijn op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 7 ... Facebook, sociaal zijn op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is Les 7... Facebook, sociaal zijn op het internet Deze iconen tonen aan voor wie het document is Leerkrachten WebExperts Senioren Leerlingen Achtergrondinformatie Achtergrondinformatie voor de leerkracht

Nadere informatie

Jongeren, Sociale Netwerk Sites & Privacy

Jongeren, Sociale Netwerk Sites & Privacy Jongeren, Sociale Netwerk Sites & Privacy Faculteit Politieke & Sociale Wetenschappen Departement Communicatiewetenschappen - MIOS Prof. dr. Michel Walrave www.ua.ac.be/mios michel.walrave@ua.ac.be Sociale

Nadere informatie

De rol van de sociale media in alcoholgebruik bij jongeren

De rol van de sociale media in alcoholgebruik bij jongeren De rol van de sociale media in alcoholgebruik bij jongeren Prof. Dr. Kathleen Beullens School for Mass Communication Research, KU Leuven Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) Vlaamse jongens en meisjes

Nadere informatie

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Consultant Education Sick Pupils Educational Service Centre University Medical Centre The Netherlands

Nadere informatie

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar

Nadere informatie

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties Grace Ghafoer Memory strategies, learning styles and memory achievement Eerste begeleider: dr. W. Waterink Tweede begeleider: dr. S. van Hooren

Nadere informatie

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 (SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 Psychologische Inflexibiliteit bij Kinderen: Invloed op de Relatie tussen en de Samenhang met Gepest worden en (Sociale) Angst Psychological

Nadere informatie

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen Informatiekaart 08 leren vernieuwen Mediawijsheid Mediawijsheid is actueel in het onderwijs. Kinderen worden geconfronteerd met steeds meer verschillende media; naast de krant en de televisie worden kinderen

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Het doen van literatuuronderzoek

Het doen van literatuuronderzoek Het doen van literatuuronderzoek Workshop Miniconferentie Kritisch denken in de wetenschap Saskia Brand-Gruwel Iwan Wopereis Invoegen Afbeelding homepage Boekenweek 2011 Pagina 2 Wat dan wel? Wat dan wel?

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren

VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren VELOV-leergemeenschap Digitaal Leren Welke richting slaan we in met de lerarenopleiding? Hoe is het om in 2020 in de lerarenopleiding te studeren? Hoe ziet de leraar van de toekomst eruit? Zijn mobiele

Nadere informatie

Social media workshop

Social media workshop Social media workshop Doel van vandaag: Een introductie, wat is social media. Verdieping binnen een Facebook fanpage. Wat is Social Media Social media zijn communicatiekanalen op internet waarop informatie,

Nadere informatie

Nieuwe media. Ander onderwijs?

Nieuwe media. Ander onderwijs? Nieuwe media. Ander onderwijs? Joke Voogt Typ hier de footer 1 Wij streven ernaar dat over vijf tot tien jaar alle leerlingen voor hun toekomstig beroep, voor het deelnemen aan het maatschappelijk leven

Nadere informatie

Published in: Onderwijs Research Dagen 2013 (ORD2013), mei 2013, Brussel, Belgie

Published in: Onderwijs Research Dagen 2013 (ORD2013), mei 2013, Brussel, Belgie Samenwerkend leren van leerkrachten : leeropbrengsten gerelateerd aan activiteiten en foci van samenwerking Doppenberg, J.J.; den Brok, P.J.; Bakx, A.W.E.A. Published in: Onderwijs Research Dagen 2013

Nadere informatie

TH-SCI Sales Capability Indicator. Best Peter Sales Representative

TH-SCI Sales Capability Indicator. Best Peter Sales Representative Best Peter Sales Representative TH-SCI Sales Capability Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 03-09-2013 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 24-07-2013. OVER DE SALES

Nadere informatie

SYRISCHE ASIELMIGRANTEN IN NEDERLAND EN HET GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA BIJ MIGRATIEBESLUITVORMING

SYRISCHE ASIELMIGRANTEN IN NEDERLAND EN HET GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA BIJ MIGRATIEBESLUITVORMING SYRISCHE ASIELMIGRANTEN IN NEDERLAND EN HET GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA BIJ MIGRATIEBESLUITVORMING Rianne Dekker Hanna Vonk Jeanine Klaver Godfried Engbersen Erasmus Universiteit Rotterdam Regioplan Juli

Nadere informatie

ONTWIKKEL JE ONDERNEMERSCHAP!

ONTWIKKEL JE ONDERNEMERSCHAP! TUTORIAL ONTWIKKEL JE ONDERNEMERSCHAP! Op het Entrepreneur Platform is alle kennis en hulp aanwezig om je ondernemerschap verder te kunnen ontwikkelen. Naast de digitale coach Hugo (die jou online kan

Nadere informatie

Social media checklist

Social media checklist Social media checklist In 15 minuten klaar om klanten te benaderen Sociale media audit? Elk bedrijf weet wel dat ze iets met sociale media moeten doen en hebben daarom ook (toen ze wat tijd over hadden)

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Facts and Figures: Sociale contacten

Facts and Figures: Sociale contacten Facts and Figures: Sociale contacten Het nut van sociale contacten Sociale contacten zijn een belangrijke voorspeller voor welbevinden (e.g. Fleche, Smith & Sorsa, 2011; Kapteyn, Smith & Van Soet, 2010),

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit Onderzoek naar het Effect van de Aanwezigheid van een Hond op het Alledaags Functioneren van een Kind met Autisme M.I. Willems Open Universiteit Naam student: Marijke Willems Postcode en Woonplaats: 6691

Nadere informatie

Social Mediaprotocol

Social Mediaprotocol Social Mediaprotocol Versie: februari 2014 Voorgenomen besluit : maart 2014 Behandeld in MR : juni 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Social media... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Inzet social media op het

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

Internet toegang van Nederlandse burgers. Dr. Alexander van Deursen

Internet toegang van Nederlandse burgers. Dr. Alexander van Deursen Internet toegang van Nederlandse burgers Dr. Alexander van Deursen Hoe komt gebruik tot stand? GEBRUIK VAARDIGHEDEN - Operationeel - Formeel - Informatie - Strategisch FYSIEKE TOEGANG MOTIVATIE Motivatie

Nadere informatie

Bedrijfspagina op Facebook. Hoe maak je een bedrijfspagina op Facebook?

Bedrijfspagina op Facebook. Hoe maak je een bedrijfspagina op Facebook? Bedrijfspagina op Facebook Hoe maak je een bedrijfspagina op Facebook? Inleiding In deze whitepaper lees je hoe je een bedrijfspagina aanmaakt op Facebook. Stap voor stap laten we je zien wat je moet doen.

Nadere informatie

Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven

Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven Veilig online: negatieve ervaringen bij 9-16 jarigen Risicofactoren, zelfbescherming en invloed van sociale context (6 oktober 2011) Sofie Vandoninck, K.U.Leuven EU Kids Online: achtergrond en theoretisch

Nadere informatie

Betekenis van vaderschap

Betekenis van vaderschap Betekenis van vaderschap Conferentie vader-empowerment G.O.Helberg Kinder-en Jeugdpsychiater Materiaal ontleed aan onderzoek: Prof. dr. Louis Tavecchio Afdeling POWL, Universiteit van Amsterdam Een paar

Nadere informatie

Programma Open dag Tilburg University Zaterdag 8 oktober 2016 Toelichting en overzicht

Programma Open dag Tilburg University Zaterdag 8 oktober 2016 Toelichting en overzicht Programma Open dag Tilburg University Zaterdag 8 oktober 2016 Toelichting en overzicht Toelichting programmaonderdelen Informatiesessie Kennismakingscollege Minicollege Campus Tour Sports Center Tour Q&A

Nadere informatie

Programmaoverzicht Bachelor Open dag

Programmaoverzicht Bachelor Open dag Programmaoverzicht Bachelor Open dag 11 2017 Ronde en tijd Openingsronde 09.00-09.30 uur Sessies en activiteiten Waarom Tilburg University? Informatiesessie met de rector magnificus en een student van

Nadere informatie

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children 1 Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working mothers with spouse and young children Verschil in stress en stressreactiviteit tussen hoogopgeleide thuisblijf-

Nadere informatie

Jongeren & Social Media !"#$"#%$!"& Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S PROGRAMMA

Jongeren & Social Media !#$#%$!& Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S PROGRAMMA Social Media stress JONGEREN & SOCIAL MEDIA KANSEN & RISICO S MICHIEL STADHOUDERS 12 MAART 2013 Social Media stress Nieuwe rage? PROGRAMMA JONGEREN & SOCIAL MEDIA SOCIAL MEDIA: WAT & HOE? RISICO S & KANSEN

Nadere informatie

GEDRAGSREGELS SOCIALE MEDIA

GEDRAGSREGELS SOCIALE MEDIA GEDRAGSREGELS SOCIALE MEDIA Algemeen 1. Sociale media zoals Twitter, Facebook, YouTube en LinkedIn bieden de mogelijkheid om te laten zien dat je trots bent op je school en kunnen een bijdrage leveren

Nadere informatie

Wifi is wijs jong! #indebanvanverbinding

Wifi is wijs jong! #indebanvanverbinding Wifi is wijs jong! #indebanvanverbinding Omgaan met online risico s. Op zoek naar coping-strategieën en preventieve maatregelen voor kwetsbare jongeren Sofie VANDONINCK Onderzoeker aan het Instituut voor

Nadere informatie

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014 OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014 Managementrapportage Scholengemeenschap Veluwezoom wil periodiek meten hoe de tevredenheid is onder haar belangrijkste doelgroepen: leerlingen, ouders, leerkrachten en

Nadere informatie

Stefan Lamberigts Solution Advisor Data Platform. Michiel Coox Solution Advisor Productivity

Stefan Lamberigts Solution Advisor Data Platform. Michiel Coox Solution Advisor Productivity Stefan Lamberigts Solution Advisor Data Platform Michiel Coox Solution Advisor Productivity Uitdagingen en Vragen Doelstelling Burgers en medewerkers willen toegang tot betere informatie, tools, apps

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Resultaten Gezondheidszorg

Resultaten Gezondheidszorg Resultaten Gezondheidszorg Conclusies Onbekendheid social media in de gezondheidszorg is groot; treffend is een quote van een zorggebruiker die stelt dat als je als patiënt nog niet of nauwelijks met een

Nadere informatie

Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters

Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters Lea Maes, PhD Universiteit Gent Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidkunde Health literacy health literacy represents

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen IP/8/899 Brussel, 9 december 8 EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen Vanaf januari 9 zal de EU een nieuw programma voor een veiliger

Nadere informatie

Module 5 Onderwijstechnologie

Module 5 Onderwijstechnologie Module 5 Onderwijstechnologie Onderwijstechnologie Het schoolbord.! Bedenk voor jezelf een lijst van minstens vijf voordelen van bordgebruik in de klas: 1.. 2.. 3.. 4.. 5.. Hodgins (1957) in zijn hoofdstuk

Nadere informatie

Schoolbeleid en ontwikkeling

Schoolbeleid en ontwikkeling Schoolbeleid en ontwikkeling V. Maakt gedeeld leiderschap een verschil voor de betrokkenheid van leerkrachten? Een studie in het secundair onderwijs 1 Krachtlijnen Een schooldirecteur wordt genoodzaakt

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Adviesrapport BOZ. Diagnose: BOZ. Deel beter.

Adviesrapport BOZ. Diagnose: BOZ. Deel beter. Adviesrapport BOZ Diagnose: BOZ. Deel beter. Inhoud Samenvatting p 2 Inleiding p 3 Methode p 4 Resultaten p 5 Aanbevelingen p 9 Conclusie p 12 1 Samenvatting Jongeren met een chronische ziekte hebben veelal

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD 1 Opvoedstijl en Externaliserend Probleemgedrag en de Mediërende Rol van het Zelfbeeld bij Dak- en Thuisloze Jongeren in Utrecht Parenting Style and Externalizing Problem Behaviour and the Mediational

Nadere informatie

Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag

Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag a. Reactie discuttant (Erika Frans) De resultaten van Sexpert zijn gelijklopend met eerder onderzoek: o Meer vrouwen dan mannen zijn het slachtoffer

Nadere informatie

Evidence-Based Nursing. Bart Geurden, RN, MScN

Evidence-Based Nursing. Bart Geurden, RN, MScN Evidence-Based Nursing Bart Geurden, RN, MScN Trends in Verpleegkunde Jaren 1980: Systematisch werken Focus op proces Jaren 1990: Verpleegkundige diagnostiek Focus op taal Aandacht verschuift van proces

Nadere informatie

Feedback middels formatief toetsen

Feedback middels formatief toetsen Feedback middels formatief toetsen Studiedag Mbo Taalacademie Kim Schildkamp Contact: k.schildkamp@utwente.nl Formatief toetsen en feedback Waar denkt u aan bij de termen formatief toetsen en feedback?

Nadere informatie

Mediawijsheid protocol Basisschool Op t Hof

Mediawijsheid protocol Basisschool Op t Hof Mediawijsheid protocol Basisschool Op t Hof Helga Bongers & Kim van Dooijeweert Tricht, 2013 'Mediawijsheid is niet gewoon belangrijk. Het is absoluut cruciaal. Mediawijsheid bepaalt of kinderen een instrument

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing

Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing Kim Schildkamp, Bernard Veldkamp, Maaike Heitink, Fabienne van der Kleij, Anne Dijkstra, Inge Hoogland, Wilma Kippers Het gebruik van toetsresultaten Review

Nadere informatie

Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit

Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit De Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit bestaat 1 jaar. In dat jaar verschenen 20 edities van onze nieuwsbrief. Tijd om eens te zien wat we kunnen verbeteren aan het

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

EU Kids Online onderzoek internetgebruik en -vaardigheden, en online risico s bij 9- tot 16-jarigen

EU Kids Online onderzoek internetgebruik en -vaardigheden, en online risico s bij 9- tot 16-jarigen EU Kids Online onderzoek internetgebruik en -vaardigheden, en online risico s bij 9- tot 16-jarigen Leen d Haenens & Sofie Vandoninck Studiedag Kids Online 8 februari 2012, Leuven Overzicht Achtergrond

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Een onderzoek naar de invloed van cognitieve stijl, ziekte-inzicht, motivatie, IQ, opleiding,

Nadere informatie

Social Media zijn Highly. Erik Hekman Mechelen, Mei 2010. Accessible Media

Social Media zijn Highly. Erik Hekman Mechelen, Mei 2010. Accessible Media Social Media zijn Highly Erik Hekman Mechelen, Mei 2010 Accessible Media KERN VAN DEZE SESSIE Hoe bereik je gebruikersgroepen doormiddel van social media? wat zijn de eigenschappen / mogelijkheden? hoe

Nadere informatie

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland 18 december 2012 Social Media Onderzoek MKB Nederland 1. Inleiding Er wordt al jaren veel gesproken en geschreven over social media. Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook op tv en het internet.

Nadere informatie

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving Relationships between Attachment and Well-being among the Elderly: The mediational Roles of Mindfulness

Nadere informatie

Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming

Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming Differences between Immigrant and Native Young Student Mothers

Nadere informatie

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 Dankbaarheid in Relatie tot Intrinsieke Levensdoelen: Het mediërende Effect van Psychologische Basisbehoeften Karin Nijssen Open Universiteit

Nadere informatie

Masterproeven 2012-2013 Wireless & Cable Research Group (WiCa)

Masterproeven 2012-2013 Wireless & Cable Research Group (WiCa) Masterproeven 2012-2013 Wireless & Cable Research Group (WiCa) Aanbevelingssystemen Vakgroep Informatietechnologie Onderzoeksgroep WiCa WiCa Wireless 13 onderzoekers Cable 3 onderzoekers Fysische laag

Nadere informatie

Invloed van digitaal op ons business model

Invloed van digitaal op ons business model Invloed van digitaal op ons business model Waarom Social media? Wat vinden onze doelgroepen? Wat kun je zelf/wat mag je zelf Wat en hoe kun je online vinden en wat doe je ermee? NVFG Ronald Pastor 22 januari

Nadere informatie

Summary 215. Samenvatting

Summary 215. Samenvatting Summary 215 216 217 Productontwikkeling wordt in steeds vaker georganiseerd in de vorm van consortia. Het organiseren van productontwikkeling in consortia is iets wat uitdagingen met zich meebrengt omdat

Nadere informatie

Handleiding Office 365 IN EEN NOTENDOP ALLES OVER OFFICE 365 CARLO KONIJN CHI COMPUTERS HEERHUGOWAARD

Handleiding Office 365 IN EEN NOTENDOP ALLES OVER OFFICE 365 CARLO KONIJN CHI COMPUTERS HEERHUGOWAARD 2014 Handleiding Office 365 IN EEN NOTENDOP ALLES OVER OFFICE 365 CARLO KONIJN CHI COMPUTERS HEERHUGOWAARD Inhoud Inleiding... 2 Aanmelden bij office 365 via het portaal.... 2 Het portaal en gebruikers:...

Nadere informatie

o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl

o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl o Theo Glaudemans Business Refresher theo.glaudemans@limebizz.nl o Rens Eijgermans Business Refresher rens.eijgermans@limebizz.nl o Heb je vragen of geef je mening en reactie op deze presentatie via

Nadere informatie

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven Onderzoek werkstress, herstel en cultuur De rol van vrijetijdsbesteding 6 februari 2015 Technische Universiteit Eindhoven Human Performance Management Group ir. P.J.R. van Gool prof. dr. E. Demerouti /hpm

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Sociale Media voor beginners. starten met sociale netwerken

Sociale Media voor beginners. starten met sociale netwerken Sociale Media voor beginners starten met sociale netwerken Voorstelling Welke sociale media kennen jullie? Programma 1 - Algemeen: Nik 2 - Facebook voor jou en je vereniging: Laurien 3 - Twitter voor jou

Nadere informatie

Voorbij het personenalarmsysteem De ontwikkeling van nieuwe ICT-toepassingen voor chronische zorg. Pieter Duysburgh iminds SMIT, VUB

Voorbij het personenalarmsysteem De ontwikkeling van nieuwe ICT-toepassingen voor chronische zorg. Pieter Duysburgh iminds SMIT, VUB Voorbij het personenalarmsysteem De ontwikkeling van nieuwe ICT-toepassingen voor chronische zorg Pieter Duysburgh iminds SMIT, VUB Voorbij het PAS? Voorbij het PAS? Geen referentiepersoon Prijs Verlies

Nadere informatie

THEMA-AVOND SOCIAL MEDIA

THEMA-AVOND SOCIAL MEDIA THEMA-AVOND SOCIAL MEDIA ICHTHUSLYCEUM Michiel Stadhouders - YoungWorks Nieuwe technologie? INHOUD 1. Jongeren & Social media 2. Social media gebruik 3. Belangrijke thema s 4. Social media & ouders: praktische

Nadere informatie

Overzicht. Wat zijn social media? Voorbeelden van social media. Social media in de ICT-lessen. De gevaren van social media.

Overzicht. Wat zijn social media? Voorbeelden van social media. Social media in de ICT-lessen. De gevaren van social media. Overzicht Wat zijn social media? Voorbeelden van social media. Social media in de ICT-lessen. De gevaren van social media. Mindreader Wat zijn social media? Social media is een verzamelbegrip voor online

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

Mediaopvoeding. workshop 2015. Mediaopvoeding

Mediaopvoeding. workshop 2015. Mediaopvoeding Mediaopvoeding workshop 2015 Mediaopvoeding Contents Wat is mediaopvoeding?... 2 De jeugd van tegenwoordig... 3 Kinderen overzien niet alle gevaren van de media... 3 Opvoedingsstijlen... 4 Opvoedingscompetenties...

Nadere informatie