Nieuwe ontwikkelingen op het vlak van screening en diagnose van borstkanker Luc Steyaert

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nieuwe ontwikkelingen op het vlak van screening en diagnose van borstkanker Luc Steyaert"

Transcriptie

1 VOL 15 NR 7 15 SEPTEMBER - 15 oktober 2010 Maandelijks - Verschijnt niet in januari, juli en augustus - Afgiftekantoor: Charleroi X - P Verantwoordelijke uitgever: V. Leclercq Varenslaan 6, 1950 Kraainem GUN_15_7_N_2010 EBCOG 2010: Sessie Hot topics in breast cancer Nieuwe ontwikkelingen op het vlak van screening en diagnose van borstkanker Luc Steyaert Consensus van de Belgian Menopause Society in verband met therapie en strategieën na de menopauze Goed om te weten Endometriose anno 2010, stand van zaken Ivo Brosens, Stephan Gordts, Patrick Puttemans Officieel tijdschrift Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VVOG Koninklijke Belgische Vereniging voor Gynaecologie en Verloskunde ISSN

2

3 Gunaïkeia gunaikeia 10 nummers per jaar (speciale edities inbegrepen) Gunaïkeia is het officiële tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie en is uitsluitend bestemd voor Gynaecologen en Obstetrici Voorstel tot wijzigingen in de criteria voor opleiding en erkenning van geneesheerspecialist in de Gynaecologie en Verloskunde Marc Dhont In samenwerking met de Koninklijke Belgische Vereniging voor Gynaecologie en Verloskunde Hoofdredacteur Luc De Baene Adjunct-hoofdredacteurs Geert Page Philippe Vantrappen Redactieraad Frédéric Amant Ivo Brosens Luc De Catte Petra De Sutter Philippe De Sutter Herman Depypere Roland Devlieger Marc Dhont Gilbert Donders Walter Foulon Piet Hinoul Yves Jacquemyn Patrick Neven Hetty Sonnemans Dirk Timmerman Ingrid Witters De uitgever kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van de artikels, die onder de verantwoordelijkheid van de auteurs vallen. Vanwege de snelle evolutie van de medische wetenschap, is het aan te bevelen de diagnostische richtlijnen en therapeutische aanbevelingen extern te verifiëren. GV175N_2010 De opleiding en erkenning van geneesheren-specialisten alsmede de erkenning van stagemeesters en stageplaatsen is een federale materie waarvoor de Federale Overheidsdienst (FOD) voor Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu bevoegd is. De criteria waaraan opleiding en erkenning moeten voldoen zijn bij wet vastgelegd. De basiswetgeving hierover dateert echter van In alle specialismen en niet het minst in de gynaecologie en verloskunde zijn er sindsdien veel veranderingen opgetreden zowel wat betreft de inhoudelijke als de technologische aspecten. Ons vakgebied is zo omvangrijk geworden dat zich geleidelijk subspecialismen hebben ontwikkeld. Ook in de opleiding zijn er een aantal belangrijke veranderingen gekomen. De Europese norm die de werktijden regelt, is sinds kort ook in België van toepassing. Al deze redenen hebben de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en Huisartsen aangezet om een advies tot wijziging van de wetgeving aangaande de opleiding en erkenning van geneesheren-specialisten te vragen aan de erkenningscommissies. Omdat het hier een federale materie betreft, moet hierover een consensus bestaan tussen de Nederlandstalige en Franstalige erkenningscommissies. Vertegenwoordigers van de Nederlandstalige en Franstalige erkenningscommissies hebben dit jaar een gemeenschappelijk voorstel gedaan. Of en wanneer deze voorstellen in een nieuwe wettekst zullen uitmonden is niet bekend. Toch lijkt het mij nuttig om de belangrijkste wijzigingen die hierin zouden moeten worden opgenomen in het kort toe te lichten. - Duur van de opleiding van 5 naar 6 jaar: door de inhoudelijke en technologische vooruitgang is de praktijk van de gynaecologie-verloskunde enorm in complexiteit toegenomen. Twee voorbeelden hiervan zijn de toenemende plaats die endoscopische ingrepen innemen in het diagnostische en therapeutische arsenaal behalve de open chirurgie die de gynaecoloog moet blijven beheersen zoals vroeger moet de kandidaat-specialist zich ook bekwamen in de endoscopische technieken en de vooruitgang in de beeldvorming en de genetica waardoor een kwaliteitsvolle opvolging van de zwangere vrouw meer competenties vereist dan vroeger. Iedereen is het erover eens dat bedsite teaching en voldoende blootstelling aan de klinische praktijk het zwaartepunt moeten blijven van de opleiding. De gelegenheid tot klinische ervaring wordt verminderd door de recente beperking van de werktijden volgens de Europese normen. Een strikte naleving hiervan betekent dat de tijd voor klinische ervaring met minstens een vierde wordt verminderd. Door de recent ingevoerde academisering van de opleiding wordt ook een gedeelte van de klinische opleidingstijd ingeruild voor theoretisch onderricht. Indien de studies geneeskunde op zes jaar worden gebracht zal de totale opleidingsduur tot geneesheer-specialist in de praktijk echter niet veranderen. - Opleidingsplaatsen: de opleiding verloopt gedurende minstens twee jaar in een Belgisch universitair ziekenhuis en minstens gedurende twee jaar in een Belgisch of niet-belgisch nietuniversitair ziekenhuis met een erkende stagedienst voor gynaecologie en verloskunde. - Buitenlandse stage: een stage in een buitenlands ziekenhuis verdient aanbeveling en bedraagt in de regel een jaar. De erkenning van buitenlandse ziekenhuizen als stagedienst gebeurt door de erkenningscommmissie. Een tweede jaar stage in een buitenlands ziekenhuis kan uitzonderlijk GUNAIKEIA VOL 15 Nr

4 worden toegestaan mits voorafgaande toestemming van de erkenningscommissie die de motivatie moet beoordelen. - Structuur van de opleiding: de eerste twee jaar van de opleiding zullen hoofdzakelijk bestaan uit het verwerven van theoretische kennis van de anatomie, fysiologie en pathofysiologie met betrekking tot de menselijke voortplanting en de zwangerschap en de klinische kennis van de diagnostiek en behandeling van gynaecologische en verloskundige aandoeningen. Een gedetailleerde lijst van de leerstof wordt opgesteld door het college van universitaire stagemeesters en wordt bij het begin van de opleiding kenbaar gemaakt aan de kandidaat-specialist. Tevens zal de kandidaat onder begeleiding deelnemen aan de patiëntenzorg bestaande uit pre- en postnatale zorg, gynaecologische raadpleging, verloskundige activiteiten en gynaecologische ingrepen. Indien na vijf jaar de kandidaat een volwaardige opleiding in de gynaecologie en verloskunde heeft doorlopen kan hij/zij zich tijdens het zesde jaar bekwamen in een specifiek aspect van het vakgebied. - Evaluatie van de kandidaat: na twee jaar opleiding zal de theoretische kennis en het klinisch redenerend vermogen van de kandidaat-specialist worden getoetst volgens modaliteiten die worden bepaald door de universitaire stagemeesters. Wanneer deze evaluatie negatief is, wordt de opleiding van de kandidaat de facto stopgezet. - Alternatieve stages: tot maximum 1 jaar opleiding in een ander specialisme dat nauw aanleunt bij gynaecologie en verloskunde (bv. neonatologie, pediatrie, urologie, chirurgie, anesthesie, pathologie, radiotherapie, medische oncologie ) is toegelaten maar niet verplicht. - Wetenschappelijke activiteiten: de kandidaat-specialist moet blijk geven van wetenschappelijke interesse door minstens één mededeling te doen op een nationaal of internationaal congres of de reflectie op een portfolio van casuïstiek met bijhorende wetenschappelijk toelichting dat mondeling wordt verdedigd, én een wetenschappelijk artikel als eerste auteur of tweede auteur in een internationaal peer-reviewed tijdschrift of als eerste auteur in een hiertoe erkend nationaal tijdschrift. - Stageverslag: de kandidaat-specialist zal in zijn/haar stageboek de lijst bijhouden van de activiteiten. Het omvat onder meer een overzicht van de dagdagelijkse activiteiten, de wachtdiensten, de verloskundige en heelkundige ingrepen, de diagnostische verrichtingen, onder meer de gynaecologische en verloskundige echografieën. Hij/zij zal eveneens de cursussen, congressen of ieder ander middel die hem/haar toegelaten hebben de kennis en vaardigheden voorzien in de eindtermen van de algemene gynaecoloog te verwerven, vermelden en de documenten ter staving hiervan bijhouden. (De volledige lijst van vereisten kan worden geraadpleegd op de website van de VVOG). Sinds 2007 werd voor de Vlaamse assistenten het klassieke stageboekje vervangen door een elektronisch stageboekje dat online moet worden ingevuld. Praktische informatie hierover vindt men op de website van de VVOG. Conclusie De drie belangrijkste wijzigingen in de opleiding zijn de verlenging van de opleidingsduur, de mogelijkheid tot (begin van) subspecialisatie tijdens het zesde opleidingsjaar en de evenwichtige verdeling van de opleidingstijd tussen universitaire en perifere ziekenhuizen. Marc Dhont Professor emeritus UGent Voorzitter erkenningscommissie Gynaecologie en Verloskunde 210 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

5

6

7 Gunaïkeia gunaikeia Oplage: 2000 exemplaren Publicatiedirecteur Pierre-Emmanuel Dumortier Vaste medewerkers Erik Briers Alex Van Nieuwenhove Productie Nathalie Denys Coördinatie Stéphanie Hérion Publiciteit Laurence Girasa Sales Manager Catherine Motte 02/ Medical Director Dominique-Jean Bouilliez Verantwoordelijke uitgever Dokter V Leclercq Jaarlijks abonnement 120 Alle rechten voorbehouden, inclusief vertalingen, zelfs gedeeltelijk. Verschijnt eveneens in het Frans. Editoriaal Voorstel tot wijzigingen in de criteria voor opleiding en erkenning van geneesheerspecialist in de Gynaecologie en Verloskunde Marc Dhont (Professor emeritus UGent; Voorzitter erkenningscommissie Gynaecologie en Verloskunde) EBCOG 2010: Sessie Hot topics in breast cancer Nieuwe ontwikkelingen op het vlak van screening en diagnose van borstkanker Luc Steyaert (AZ St-Jan, Brugge) Vergadering van de Belgian Menopause Society, Brussel, maart 2010 Imaging in the postmenopausal woman Verslag van Elke Van den Abbeele (GSO VUB) Mededeling van de Belgian Menopause Society Herman Depypere (Voorzitter van de BMS) 10th ECCEO/IOF World Congress on Osteoporosis, Florence, 5-8 mei 2010 ECCEO: selectie uit plenary sessions & meet-the-experts Dominique-Jean Bouilliez korte berichten Bijeenkomst GGOLFB/ONCO-GF Oncologische behandelingen bij vrouwen ouder dan 70, Doornik, mei 2010 Postoperatieve follow-up en terugkeer naar huis van bejaarde patiënten Christophe Dumont (Grand Hôpital de Charleroi) Consensus van de Belgian Menopause Society in verband met therapie en strategieën na de menopauze Zwangerschap en immuungemedieerde aandoeningen Alex Van Nieuwenhove Het mooiste beeld Een gezonde 92-jarige dame met acuut vaginaal bloedverlies Katleen Aerts, Johan Van Wiemeersch (GZA Sint-Augustinus, Wilrijk) Agenda Copyright Goed om te weten Endometriose anno 2010, stand van zaken Ivo Brosens, Stephan Gordts, Patrick Puttemans (Leuvens Instituut voor Fertiliteit en Embryologie, Leuven) 227 Varenslaan Kraainem - 02/ GUNAIKEIA VOL 15 Nr

8 Luc Steyaert EBCOG 2010 EBCOG 2010: Sessie Hot topics in breast cancer Nieuwe ontwikkelingen op het vlak van screening en diagnose van borstkanker Luc Steyaert Dienst Radiologie, AZ St-Jan, Brugge Keywords: EBCOG congress 2010 Antwerp Belgium Screening: hoewel het misschien lijkt alsof er een verschil is tussen screening en diagnose met behulp van mammografie, is er technisch geen enkel verschil in de technische vereisten en de manier waarop de mammograaf wordt gebruikt. De voorbije jaren zijn de diagnostische beeldvormingstechnieken enorm geëvolueerd. Een CT-scan wordt in principe niet gebruikt om een borstonderzoek uit te voeren. Maar vaak worden borstletsels of gezwollen lymfeklieren ontdekt op een gewone CT van de borst; de voornaamste redenen waarom soms per toeval borstletsels worden gevonden, zijn de verbeteringen op het vlak van snelheid en ruimtelijke en contrastresolutie. De belangrijkste beeldvormingstechnieken voor borstonderzoek zijn uiteraard mammografie, echografie en MRI. Dankzij hun hoge sensibiliteit en specificiteit kan met dez e technieken borstkanker in een vroeg stadium worden opgespoord. G1354N_2010 Mammografie Sinds enkele jaren is digitale mammografie de norm. Er bestaan verschillende systemen; CR of computer radiografie bestaat uit een cassettegebaseerd systeem met een fosforbeeldplaat. Dit lijkt een voorbijgaand en zelfs al voorbijgestreefd systeem omdat het meer manipulaties (cassettes) impliceert en vooral omdat het dezelfde of zelfs een hogere dosis dan een standaard screenfilmmammografie (SFM) vereist om een goed beeld te verkrijgen met een aanvaardbare signaal-ruisverhouding. DR of directe radiografie met behulp van solid-state detectorsystemen met hoge resolutie, is nu de standaard. Deze systemen zijn snel, vereisen minder manipulaties en Figuur 1: Computer Aided Detection. geven een betere beeldkwaliteit dan SFM bij een aanzienlijk lagere dosis (met een goed systeem kan makkelijk een dosisreductie tot 50% worden gerealiseerd). Er bestaan verschillende technische oplossingen, elk met hun eigen voor- en nadelen (cesium-iodide scintillatorsystemen, detectoren op basis van selenium en foton-telsystemen). In grootschalige studies is aangetoond dat de kankerdetectiegraad van een digitale mammografie hoger is dan die van SFM, zeker bij patiënten met dicht borstweefsel. Digitale mammografie creëert ook mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen. CAD of Computer Aided Detection is een softwareapplicatie die de digitale beelden analyseert en zoekt naar zones met microcalcificatie en afwijkende densiteit, de 2 belangrijkste kenmerken van borstkanker. Het is een grote hulp voor radiologen (Figuur 1). Studies hebben uitgewezen dat de detectie van microcalcificatiehaarden bijna 100% bedraagt; zones met een afwijkende densiteit zijn minder makkelijk te detecteren en worden te vaak aangewezen, maar het voordeel is dat het de aandacht vestigt op zones die men anders over het hoofd ziet. Het gebrek aan specificiteit is dus geen echt nadeel maar eerder een hulp bij het interpreteren van de mammogrammen. Het kan worden beschouwd als een elektronische tweede lezer. Uit studies is gebleken dat een digitale mammografie, gecombineerd met CAD, een betrouwbaarder resultaat geeft dan 2 onafhankelijke lezers. 212 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

9 Figuur 2: Color (power) Doppler showing vascularisation of a malignant tumor. Figuur 3: Invasive ductal adenocarcinoma: bigger on elastography than in B-mode (desmoplastic reaction area), more rigid than surrounding glandular tissue. Tomosynthese is een techniek waarbij meerdere, gereconstrueerde borstplakjes worden gedistilleerd uit een reeks (meestal 15-20) lage-dosis digitale beelden van de borst, die zijn genomen vanuit verschillende hoeken. Op basis van deze gegevens, die worden verzameld in slechts één haal van een paar seconden, worden de beelden van de borst gereconstrueerd per 1mm. De lezer kan de borstplakjes mm per mm doorlopen dit is vergelijkbaar met de lezing van CT-beelden. Het belangrijkste voordeel is dat superposities in 2D, die valse beelden kunnen creëren of bepaalde zones met een afwijkende densiteit kunnen maskeren, worden uitgeschakeld. Ook de afbakening van de contouren van een laesie, toch een belangrijk diagnostisch criterium, is verbeterd. De techniek zit nog in de validatiefase en de eerste resultaten zijn veelbelovend. De sensibiliteit en specificiteit zijn verbeterd, het aantal bijkomende radiologische onderzoeken (recall rate) is lager. In de meeste studies wordt een standaard mammografie echter gecombineerd met een tomosynthese, waardoor de totale dosis per patiënt toch weer hoger is (2 of 3 keer zo hoog). Dat is dan ook het belangrijkste nadeel van de techniek en ook de reden waarom hij nog niet officieel is ingevoerd. Ideaal zou 1 reeks tomo-beelden zijn, in dezelfde dosis als een standaard mammogram, die de standaardbeelden vervangt, met een betere sensibiliteit en specificiteit. Maar voorlopig is deze doelstelling nog niet gerealiseerd. Spectrale beeldvorming of mammografie met verhoogd contrast zijn twee recente technieken die momenteel worden onderzocht. Met digitale detectoren is het mogelijk om verschillende energieniveaus van Rö-fotonen te detecteren, omdat ze een breder sensibiliteitsbereik hebben. Jodiumhoudende contrastmiddelen (die momenteel worden gebruikt bij röntgen en CT) hebben een K-schil bindingsenergie van 33,2 KeV; dit betekent dat de verzwakkende kenmerken van de Rö-fotonen duidelijk toenemen boven 33 KeV. Dit wil zeggen dat contrastverhoging van een laesie goed kan worden gedetecteerd, met behulp van 2 beelden met lage en hoge KeV (onder en boven 33KeV), en beeldsubtractie. Op deze manier kunnen zones met een sterke contrastverhoging, zoals maligne tumoren, goed zichtbaar worden gemaakt. Deze techniek zou wel eens belangrijk kunnen blijken om tumoruitbreiding en multifocaliteit in beeld te brengen. De eerste resultaten wijzen GUNAIKEIA VOL 15 Nr

10 uit dat de prestaties vergelijkbaar zijn met die van MRI, en dit met een veel eenvoudigere techniek (IV-injectie van jodium en een reeks mammografische beelden). Ondanks deze technische verbeteringen, geeft mammografie nog steeds problemen op het vlak van sensibiliteit en specificiteit, vooral omwille van de vrij geringe weefselcontrastresolutie. Echografie Echografie bezit een betere weefselcontrastresolutie dan mammografie; het is overigens bewezen dat een combinatie van mammografie en echografie de kankerdetectiegraad significant verhoogt, vooral bij vrouwen met dicht borstweefsel. Echografie is de eerste keuze voor jongere patiënten en voor patiënten met een voelbaar letsel. Deze techniek wordt het meest gebruikt als leidraad voor operaties. Echografie wordt ook steeds meer gebruikt voor onderzoek van de lymfeklieren in de oksels. High-end multichannel digitale systemen en de ontwikkeling van keramische omvormers met hoge frequentie, hebben de beeldkwaliteit sterk verbeterd. Frequenties boven 10MHz zijn nu de norm en in borstweefsel wordt tot 18MHz gebruikt. Op deze manier wordt de ruimtelijke resolutie verbeterd en kunnen fijne, gedetailleerde, bijna anatomische microcalcificaties, letselcontouren en ductale structuren in beeld worden gebracht Matrix probes, waarbij wordt gebruikgemaakt van meerdere rijen kristallen, geven een fijnere ultrasone straalbundel. Daardoor is het contrast beter en treedt er minder partieel volume-effect op door de schijfdikte. Harmonische beeldvorming, die moeilijker te realiseren is met hogere frequenties, is zeker een van de belangrijkste verbeteringen van de voorbije jaren. Samengestelde spatiale en frequentietechnieken verhogen eveneens de beeldresolutie en verminderen artefacten en beeldruis. Color Doppler-technieken zijn tegenwoordig zeer gevoelig; ze kunnen worden gebruikt om de vascularisatie van borstlaesies te onderzoeken (Figuur 2). Maligne tumoren zijn doorgaans meer gevasculariseerd dan benigne tumoren en hebben meestal een hogere resistance flow dan goedaardige gezwellen. Elastografie is de meest recente echografische ontwikkeling. Met deze techniek is het mogelijk om het verschil in weefselelasticiteit of -stijfheid te meten; bij palpatie zijn kwaadaardige gezwellen meestal harder dan goedaardige. Bovendien lijken ze groter als gevolg van stromale reactie. Deze verschillen kunnen met behulp van elastografie worden gevisualiseerd. Elastografie lijkt de specificiteit van uitgebreide laesies te verhogen en maakt een biopsie soms overbodig (Figuur 3). Elastografische gegevens kunnen worden verkregen met behulp van Doppler-weefselinformatie of via pixelper-pixel correlatie. Een meer recente techniek meet de (transversale) afschuivingsgolven, die in verhouding staan tot de weefselelasticiteit. Hiervoor zijn hoge rasterfrequenties van meer dan beelden per seconde vereist. Het is de enige techniek waarmee de elasticiteit in kpa kan worden uitgedrukt. Kwaadaardige tumoren hebben significant hogere waarden dan goedaardige gezwellen. Beeldvorming op basis van magnetische resonantie MRI is een waardevol hulpmiddel geworden om borstweefsel te visualiseren. Het voornaamste voordeel is de hoge gevoeligheid voor de detectie van kwaadaardige gezwellen. Het grootste probleem is het gebrek aan specificiteit. De voornaamste indicaties zijn: preoperatieve evaluatie van de omvang van de tumor en multifocaliteit, en de screening van jonge hoogrisicopatiënten; ook postoperatieve evaluatie van littekenweefsel versus recurrentie is een goede indicatie. Op technisch vlak is de beeldkwaliteit er de voorbije jaren sterk op vooruitgegaan. De hogere veldsterkte zorgt voor een betere signaal-ruisverhouding. Scanners van 1,5T en zelfs 3T zijn ondertussen standaard. Een nog grotere verbetering werd gerealiseerd met de ontwikkeling van multitransmittechnieken, gevoeligere spoelen met meer elementen, en betere sequenties en algoritmen, zoals bewegingscorrectieprogramma s. Ook 3D-beeldvorming is ondertussen standaard. Daardoor ligt de gevoeligheid hoger en is het nu mogelijk om in veel gevallen ook DCIS te visualiseren. De verhoogde ruimtelijke resolutie geeft een betere afbakening van de contouren, wat resulteert in meer specifieke laesiekenmerken. Voor MRI worden ook CAD-systemen ontwikkeld; dankzij de algoritmen kunnen zones met afwijkende beeldversterking gemakkelijker worden gedetecteerd. Interventionele technieken Beeldgestuurde biopsietechnieken zijn tegenwoordig standaard. Operatieve open biopsieën lijken stilaan tot het verleden te behoren door het gebruik van zeer nauwkeurige, minimaal invasieve technieken en kunnen virtueel worden beschouwd als wanpraktijken. Geen enkele patiënt met een maligne gezwel zou nog mogen worden geopereerd zonder een histologische diagnose. Steeds meer wordt staging van de lymfeklieren in de oksels uitgevoerd met echografie en gestuurde naaldaspiratie of biopsie. Dat helpt bij de selectie van patiënten voor een schildwachtklierprocedure. 214 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

11 Figuur 4: MRI guided Mammotome biopsy. Hook wire localisation (het onder beeldvorming plaatsen van een lokalisatiedraad) wordt steeds meer gebruikt omwille van het toenemende aantal niet-palpabele tumoren. Fijnenaaldbiopsie (FNA), dikkenaaldbiopsie (microbiopsie) en de meer recente vacuümgeassisteerde dikkenaaldbiopsie (macrobiopsie) worden gebruikt onder echografische, stereotactische mammografische of MRI-beeldvorming. FNA wordt nog zelden gebruikt voor de diagnose van vaste tumoren; steeds meer wordt microbiopsie toegepast, omdat deze techniek meer histologisch materiaal oplevert en een betere en meer betrouwbare diagnose. FNA is nog steeds zinvol voor staging van lymfeklieren, waar celmateriaal gemakkelijker kan worden verzameld. Vacuümbiopsie is voorbehouden voor complexere gezwellen, microcalcificaties, zeer kleine verdachte laesies of laesies die alleen zichtbaar zijn op MRI. De mogelijkheid om meer materiaal te verzamelen, geeft een betrouwbaardere diagnose en voorkomt onderschatting van borderlinelaesies. FNA en dikkenaaldbiopsie worden enkel onder echografische beeldvorming gebruikt; onder stereotactische of MRI-beeldvorming wordt enkel vacuümbiopsie toegepast omdat door de aard van de afwijkingen (zones met microcalcificaties of het versterken van zones die niet zichtbaar zijn met andere technieken) grotere weefselstalen vereist zijn. Er bestaan twee soorten systemen voor vacuümbiopsie: op zichzelf staande systemen (bijv. Vacora, Spirotome), die beschikken over een beperkt vacuüm en waarmee slechts 1 biopsie per keer kan worden genomen voor elke biopsie moet dus een nieuwe naald worden ingebracht. De krachtigere single insertion -systemen (Mammotome, SenoRX en Suros) zijn veel sneller omdat er zoveel stalen kunnen worden genomen als men wil zonder dat de naald moet worden verwijderd. Bovendien produceren ze een krachtigere en constante aspiratie (Figuur 4). Biopsietechnieken zijn in principe diagnostische procedures, maar met de meest recente single insertion vacuümsystemen kunnen ook goedaardige gezwellen, zoals papillomen of fibroadenomen, worden verwijderd. Samenvattend kunnen we stellen dat er enorme technische vooruitgang is geboekt in de verschillende diagnostische beeldvormingstechnieken; deze verbeteringen verhogen de sensibiliteit en specificiteit van borstonderzoeken. Dankzij minimaal invasieve diagnostische biopsietechnieken kunnen we beschikken over een zeer betrouwbaar diagnostisch beeld van vrijwel elke gevisualiseerde afwijking. Operatieve open biopsieën zouden wel eens volledig tot het verleden kunnen behoren. De meest recente vacuüm technieken hebben zelfs therapeutisch potentieel voor bepaalde soorten gezwellen. GUNAIKEIA VOL 15 Nr

12 Vergadering van de Belgian Menopause Society, Brussel, maart 2010 Imaging in the post-menopausal woman Verslag van Elke Van den Abbeele (GSO VUB) Elke Van den Abbeele Op 13 maart organiseerde de Belgian Menopause Society een congres over de beeldvorming bij postmenopauzale vrouwen. G1288N_2010 Het nut van pelvische echografische screening bij postmenopauzale vrouwen Thierry Van den Bosch (UZ Leuven) Voor het screenen van een ziekte, moet die ziekte een hoge incidentie hebben, een hoge morbiditeit/mortaliteit en een behandelbare precursor. Bovendien moet er een screenings test voorhanden zijn die accuraat is, weinig kost en patiëntvriendelijk is. Op wat gaan we dan screenen (via echografie) bij postmenopauzale vrouwen? Endometriumkanker? Ovariumkanker? Uteriene sarcomen? Endometriumkanker heeft een incidentie van 25/ , heeft een 5-jaarsoverleving van 80% en een behandelbare precursor, namelijk EIN (Endometriale Intra-epitheliale Neoplasie). Ovariumkanker daarentegen heeft een incidentie van 21/ , heeft een 5-jaarsoverleving van 50%, maar heeft geen behandelbare precursor. Als screeningstest kunnen we echografie of de bepaling van CA125 gebruiken. Er werd een grote studie gedaan in de UK (1) waar vrouwen werden geïncludeerd. De helft werd gescreend, de andere helft niet. Van de screeningsgroep werd de helft gescreend door de bepaling van CA125 met echo in 2de lijn en de andere helft via echografie alleen. Hieruit bleek dat in de echografische screeningsgroep beduidend meer patiënten werden geopereerd en dat de positief predictieve waarde van de CA125-bepaling + echografie veel hoger is dan echografie alleen. Uit dit alles blijkt dus dat er geen indicatie is voor massascreening van ovariumtumoren en endometriumtumoren bij postmenopauzale vrouwen. Moeten we dan niet kijken naar specifieke gevallen? - Wat doen we met een verhoogde endometriumdikte (> 5mm bij vrouwen die bloeden, en > 11mm bij vrouwen die niet bloeden)? - Wat doen we met vrouwen onder tamoxifen? In dit geval is het aan te raden een echografie te doen voor de start van de behandeling en wanneer we een focale laesie vermoeden, een Fluid instillation-sonografie te doen. - Wat doen bij een poliep? Hier is het belangrijk om te weten dat de kans op maligniteit laag is bij asymptomatische postmenopauzale vrouwen, namelijk 1%. - Wat doen we met fibromen? De incidentie op 50-jarige leeftijd is ongeveer 50%. - En wat dan als het een sarcoom is? Er zijn echografische eigenschappen die kunnen wijzen op een sarcoom (groot, ovaalvormig, inhomogeen, irreguliere bloedvatdistributie met lage impedantie en hoge bloedsnelheid, geen calcificaties), maar er is een grote overlap met gewone fibromen. Er bestaan dus geen patognomonische eigenschappen. - Als we zouden screenen voor fibromen, zou er een grotere mortaliteit zijn ten gevolge van complicaties van interventies dan als we niet zouden screenen. In dat geval zouden enkel diegenen met effectief een sarcoom sterven. - Wat doen we met een annexiële massa? Is deze goedaardig of kwaadaardig? Een gemakkelijke manier om dit uit te maken, is het gebruik van de M- en B-rules (Figuren 1 en 2). Een massa is te classificeren via deze regels in 76% van de gevallen. Deze classificatie heeft een hoge sensitiviteit (95%) en specificiteit (91%). Als conclusie kunnen we stellen dat echografische screening in postmenopauzale vrouwen geen nut heeft. 216 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

13 Bij abnormale bevindingen en een asymptomatische patiënt, voorkom overbehandeling. Blijf uw klinisch beoordelingsvermogen gebruiken. Een van onze basisprincipes in de geneeskunde blijft: Primum non nocere. Figuur 1: M-rules. Borstdensiteit: biomarker van borstkankerrisico Fabienne Liebens (UMC St Pieter) Fabienne Liebens probeerde een antwoord te geven op de meest gestelde vragen omtrent borstdensiteit. Wat is borstdensiteit? Onder borstdensiteit wordt de Mammografische Borst- Densiteit verstaan (MBD), dit wil zeggen de meting van de uitgebreidheid van radiodens fibroglandulair weefsel in de borst. Het is de weerspiegeling van de verhouding vet, stroma en epitheliaal weefsel. In 2008 (2) werd een studie verricht die naging of er histologische merkers bestaan van mammografische borstdensiteit. Hiervoor werden bij gezonde vrouwen biopten genomen van dense en niet-dense gebieden in de borst. In dens weefsel was er een verhoogd percentage van stroma en epitheel en een verminderd percentage vet. In dens weefsel is er ook vaker minder involutie in de tijd in vergelijking met niet-dens weefsel. Tweelingstudies toonden aan dat de borstdensiteit erfelijk is. Figuur 2: B-rules. Hoe wordt de MBD dan bepaald? Er zijn 2 methodes om borstdensiteit te bepalen, namelijk kwalitatief en kwantitatief. Onder de kwalitatieve methode worden de classificaties van Wolfe en BIRAD ACR en Boyd verstaan. Bij de kwantitatieve methode wordt de borstdensiteit gemeten op een digitale mammografie (volgens een standaardprocedure). Wat met MBD en borstkankerrisico? De borstdensiteit is positief gecorreleerd met borstkanker. Het risico op het ontwikkelen van borstkanker is 4 tot 6 maal groter bij vrouwen met een borstdensiteit groter dan 60%. Tabel 1: Factoren die de MBD beïnvloeden. Increase Decrease No change Ethnicity (differences consistent with those for BC risk) McCormick VA 2008; Maskarinec G 2006 review City life (more pronounced in women) < 50 Perry NM 2007 Family history Martin LJ 2010 NSAID (continuers use) Terry MB 2008 Tamoxifen Martin LJ 2009 review Age Kerlikowske K 1996 BMI Stone J 2009 Tobacco Butler LM 2010 Calcium and vit D (intake in childhood and young adult) Mishra G 2008 Serum vit D (in BC survivors) Neuhouser ML 2010 Dietary patterns Takata Y 2007 Soy isoflavones Verheus M 2008 Physical activity Peters TM 2008 Raloxifen Pearman LM 2009 review Letrozole Cigler T 2009 High dose estrogens (childhood and adolescence) Jordan HL 2010 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

14 De borstdensiteit is niet significant geassocieerd met tumorkarakteristieken en kan veranderd worden door hormonen of andere interventies. Een verhoogde MBD verhoogt eveneens het risico op hyperplasie (atypisch of niet) van de borst en in situ afwijkingen. Is er een associatie tussen MBD en subtypes van borstkanker? De MBD is positief geassocieerd met zowel triple negatieve als, oestrogeen- en progesteronreceptorpositieve en Her-2-positieve borsttumoren. Figuur 3: Time intensity-curves. Carcinoom Fibroadenoom Signal intensity Hyperplasie Normaal klierweefsel Spier Welke factoren beïnvloeden de borstdensiteit? (Tabel 1) Time (minutes) MBD en menopauze (HRT) De MBD verhoogt bij het gebruik van cyclische en continue estradiol en progesteron. Het verhogen van de baseline borstdensiteit is een risicofactor voor het ontwikkelen van borstkanker. De gemiddelde stijging in borstdensiteit is met de standaarddosering ongeveer 10%. Het effect van oestrogeen alleen is lager. Als conclusie kunnen we stellen dat de MBD een risicofactor is voor het ontwikkelen van borstkanker. Het is misschien een goed idee om deze dan ook in de routine te meten. Welke indicaties zijn er voor borst-mri? Pieter De Visschere (UZ Gent) Vooreerst is het belangrijk om te weten hoe men een borst-mri beoordeelt. Er wordt gekeken naar vorm, contour en architectuur van een borstlaesie om in te schatten of het om een goed- of kwaadaardig letsel gaat (T1, T2, substractiebeelden), maar ook naar de dynamiek van contrastopname van een tumor (time intensity curves). Het principe van de contrastopname kan uitgelegd worden door de karakteristieken van invasieve letsels, namelijk vanwege de neo-angiogenese in deze letsels groeien bestaande capillairen en worden er nieuwe bijgevormd. Hierdoor ontstaan abnormale configuraties: AV-shunts en beschadigd epitheel. Door deze eigenschappen wordt, in een invasief letsel, de contrastvloeistof vlugger opgenomen, maar ook sneller weggewassen. Er is in deze letsels ook een verhoogde extracellulaire ruimte en een verhoogde extravasatie. Dit alles geeft aanleiding tot karakteristieke time intensitycurves (Figuur 3), naargelang de aard van het letsel. Een borst-mri is een zeer sensitief (83-100%) onderzoek voor het opsporen van maligniteit, maar is minder specifiek (29-100%). De negatief-predictieve waarde van dit onderzoek is zeer hoog (> 98% voor invasief carcinoom). Het nadeel van dit onderzoek is dat er veel fout-positieven zijn. Dit komt doordat niet alle letsels met angiogenetische activiteit per definitie maligne zijn. Bij letsels met een hoge vascularisatie bestaat er dus een overlap tussen goedaardig en kwaadaardig. Fout-negatieven komen eveneens voor en dit voornamelijk bij zeer goed gedifferentieerde borstkankers en bij invasieve lobulaire carcinomen (minder neo-angiogenese) en DCIS (gevoed via ductolobulair systeem). Een ander verschijnsel bij de borst-mri zijn de BUBO s (Breast Unidentified Bright Object). Dit zijn kleine nodules (< 5mm), die te klein zijn om te karakteriseren en die stabiel blijven in de tijd (bij follow-up). Hun risico op maligniteit is extreem laag. De contra-indicaties voor dit onderzoek zijn: ferromagnetische structuren, claustrofobie, chronisch nierfalen (omdat gadolinium nefrogene systemische fibrose geeft, GFR moet > 30ml/min zijn), zwangerschap in de eerste 3 maanden. Wanneer er twijfel bestaat bij de clinicus of er een contra-indicatie bestaat of niet, is het altijd mogelijk om dit op te zoeken op het internet: list_search.asp. Microcalcificaties in de borst zijn geen indicatie voor een borst-mri, wel voor een borstbiopsie. Ook screening van laagrisicopatiënten is geen indicatie voor MRI, wel mammografie en echografie. MRI is ook nooit een vervangmiddel voor een biopsie. 218 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

15 Wat zijn dan de indicaties? De indicaties blijven beperkt vanwege de lage specificiteit van het onderzoek en blijven beperkt tot hoogrisicopatiënten (o.a. met een hoger familiaal risico). De hoogrisicopatiënten van minder dan 40 jaar krijgen jaarlijks een MRI, die van meer dan 40 jaar enkel als aanvulling op mammografie en echografie bij vrouwen met zeer dense borsten. De borst-mri wordt ook gebruikt als preoperatieve evaluatie en dit om multifocaliteit en centriciteit en eventuele invasie van de thoraxwand uit te sluiten. MRI verandert de behandeling in 10-20% van de gevallen. Een nadeel van deze preoperatieve MRI is dat vanwege de slechte specificiteit, slechts 20% van de nieuw gevonden foci maligne is. Dit leidt tot meer fout-positieven, extra biopsieën en meer angst voor de patiënt. Uit een zeer recente studie, namelijk de COMICE-trial (3), waarbij men van de patiënten, na mammografie, echografie en biopsie, bij 800 patiënten eveneens een MRI uitvoerde, bleek dat er geen verschil was in preoperatieratio tussen de twee groepen na 6 maanden. Hierdoor blijft deze preoperatieve MRI nog steeds controversieel. Een andere indicatie is de detectie van herval na chirurgie. Hier moeten we wel opletten dat we het litteken niet als herval aannemen. Daarom is het beter om te wachten tot 6 maanden na heelkunde en 18 maanden na radio therapie. Een blijvende oplichting ter hoogte van het litteken 2 jaar na stoppen van de behandeling, is verdacht. MRI wordt ook gebruikt voor de evaluatie van neoadjuvante chemotherapie, ter evaluatie van borstimplantaten en axillaire adenopathieën of metastasen met normale mammografie en echografie en eventueel als er een discrepantie bestaat tussen kliniek, mammo en echo. Als er twijfel is over de indicatie, bepreek het met de radioloog. Referenties 1. Menon U, et al. Lancet Oncol 2009;10: Ghosh et al, SABCC Abstract Turnbull L, The Lancet, february GUNAIKEIA VOL 15 Nr

16 Mededeling van de Belgian Menopause Society dr. Bruno Pornel G1360N_2010 Het is maandag 23 augustus. Het is druk op de raad pleging. Er wacht tevens nog een patiënte aan de telefoon op het secretariaat. Bovendien rinkelt de gsm. Het zijn enkel vrienden die het nummer van mijn gsm kennen. Het is altijd aangenaam nieuws van hen te horen. De organisator van de persconferentie van 31 augustus belt mij op. Ze begint haar zin dat ze zeer slecht nieuws heeft. Wat kan er nu zo dramatisch slecht zijn, denk ik snel bij mijzelf. Ze vervolgt haar zin en dan staat voor mij de wereld even stil. Collega Bruno Pornel is overleden. Bruno overleden het lijkt mij zo onwaarschijnlijk. Hij werd verrast door een golf toen hij met zijn kinderen aan het zwemmen was tijdens zijn verlof in Indonesië. Ik moet gaan zitten en kan enkel herhalen Bruno overleden. Bruno was nog zo actief en had nog zoveel plannen. Hij was een lieve man en vader van drie kinderen. Hij en zijn echtgenote en kinderen vormen een hecht gezin. Professioneel was hij zeer actief en ondernemend. Hij had ook een duidelijke visie. Hij was mede-oprichter van de Bel gische Menopauze Vereniging. Net zoals hij mede-oprichter was van de befaamde NAMS (North American Menopause Society). Hij was tevens expert in de CAMS (Council of Affiliated Menopause Society). Hij had in Brussel het Brussels Menopause Center uitgebouwd. Hij was daarin een voorloper en voorbeeld voor andere menopauzecentra. In dit centrum kon de vrouw terecht voor een multidisciplinaire aanpak van menopauzeproblemen. Collega Pornel las veel en stuurde veel artikels door omdat hij wou toetsen wat de anderen van de artikels vonden. Tijdens de jaarlijkse revisie van de consensus van de Belgische Menopauze Vereniging, was hij altijd bijzonder actief. De vergadering duurde meestal een ganse dag, maar was zo boeiend voor iedereen van de raad van bestuur van de BMS, dat de dag zo voorbij was. Bruno stelde de levenskwaliteit van de vrouw en de preventie van vaatziekten, osteoporose en dementie centraal in de discussies rond onze BMS-consensus. Hij was een ervaren redenaar, maar kon ook goed luisteren naar argumenten van anderen. In 2002, wanneer de WHI onheil predikte over hormonen, was hij heel doortastend om de studie te duiden naar haar kwaliteiten maar ook haar gebreken. Het is inderdaad inmiddels gebleken uit nieuwere publicaties van de WHI dat in de groep van de vrouwen die hormonen namen vroeg in de menopauze, de mortaliteit met 30% was gedaald. Bruno wilde de relatie tussen het innemen van hormonen en deze mortaliteitsdaling verder bestuderen. Bruno had reeds artikels gepubliceerd met grote namen in de menopauzewereld. Hij wou echter meer. Hij wou nog doctoreren. Na wat brainstorming had hij besloten om toch nog de mogelijke rol van oestrogenen in de bescherming van de bloedvaten verder te bestuderen. Een studie was reeds goedgekeurd door de ethische commissie van de Universiteit van Gent en alles was klaar om ook in het Brussels Menopause Center patiënten te includeren. Wij waren in Gent net gestart en Bruno zou starten na de vakantie. De natuur heeft er anders over beslist. Een man werd weggerukt. Hij was zo vitaal. Vandaar dat wanneer ik de andere leden van de raad van bestuur van de BMS op de hoogte bracht, het ongeloof bij eenieder zo groot was. Naast een collega was Bruno ook een echte vriend. Als hij me opbelde was het altijd aangenaam. Of hij had iets georganiseerd of er moest iets worden uitgewerkt. Hij was altijd sterk betrokken bij nieuwe projecten. Tijdens de vele vergaderingen drong hij er altijd op aan om met mij Nederlands te praten. Ook dat wilde hij onder de knie krijgen. Hij was niet bang om, met vallen en opstaan, iets bij te leren. Zo was Bruno. Hij was altijd spiritueel en zeer gevat. Hij kon ongelooflijk mooi verwoorden waar hij naartoe wilde met zijn argumenten. We zullen tijdens de volgende vergaderingen van de BMS de ongelooflijke leemte voelen. We denken aan zijn vrouw en kinderen en aan de vele werknemers van het Brussels Menopause Center en aan de ontelbare vrienden die Bruno had. Bruno, je bent nu ver weg, maar toch blijf je onder ons. Herman Depypere Voorzitter van de BMS Mede namens de raad van Bestuur van de BMS 220 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

17 10th ECCEO (European Congress on Clinical and Economic Aspects of Osteoporosis and Osteoarthritis)/IOF (International Osteoporosis Foundation) World Congress on Osteoporosis, Florence, 5-8 mei 2010 ECCEO: selectie uit plenary sessions & meet-the-experts Dominique-Jean Bouilliez Keywords: bone formation cellular control cortical bone ECCEO male osteoporosis muscle osteoporosis vitamin D wnt/beta-catenin De onophoudelijke regen was niet de enige reden om massaal af te zakken naar deze internationale manifestatie. Zelden zijn immers zoveel specialiteiten verenigd (reumatologen, gynaecologen, radiologen, chirurgen, endocrinologen, internisten, apothekers, verpleegkundigen). Tijdens de plenaire sessies werd een overzicht gegeven van de actualiteit en er was ook een zeldzame interactiviteit met de zaal, met name tijdens de Meet-the-Expert Sessions waarin heel wat problemen uit de dagelijkse praktijk werden aangekaart. Een samenvatting van enkele sessies die wij konden bijwonen. G1336N_2010 Vitamine D: goed voor botten, maar ook voor spieren (a) Vitamine D is efficiënt om fracturen en vallen te voorkomen bij bejaarden. De stof werkt in op het calciummetabolisme en versterkt de botten, maar heeft ook een rechtstreeks effect op de spieren en vermindert het valrisico (1). Steunend op de recente meta-analyse van Bischoff-Ferrari (2), gaf Bess Dawson-Hughes (Boston) de overtuigendste elementen voor het belang van vitamine D en de aanbevolen doseringen (3). Maar het is soms goed om van de begaande paden af te wijken, zegt ze. Alle vrouwen zijn immers niet hetzelfde en alle situaties zijn niet vergelijkbaar. In de studies van de meta-analyse namen niet-wervelfracturen met 14% af. De resultaten varieerden significant naargelang de posologie van vitamine D. Hoe hoger overigens de dosis vitamine D en de 25-hydroxy-vitamine D-spiegel, hoe minder fracturen er werden genoteerd in de behandelde groepen: een lage dosis (< 400IE/d) bracht het fractuurrisico niet naar omlaag. Een hogere dosis daarentegen verminderde de kans op een niet-wervelfractuur met 20% en de kans op een femurhalsfractuur met 18%. In hoge dosissen ten slotte had vitamine D altijd een beschermend effect in alle subgroepen, onafhankelijk van de calciuminname. In deze dosissen kan worden bespaard op calcium, zegt Dawson-Hughes. Soms is monosuppletie van vitamine D zelfs voldoende als de patiënt genoeg calcium krijgt via de voeding, bijvoorbeeld via zuivelproducten (4). Bess Dawson-Hughes Moet vitamine D dagelijks, wekelijks of jaarlijks worden toegediend? Op die vraag bestaat geen antwoord aangezien er geen verschil lijkt te zijn tussen de drie toedieningswijzen. De patiënt kan dus zelf bepalen welke toediening hij verkiest, al houdt één jaarlijkse toediening wel een veel hoger valrisico in. GUNAIKEIA VOL 15 Nr

18 Omgekeerd kan calcium niet worden toegediend zonder vitamine D, temeer omdat fracturen bij bejaarden nauw verband houden met de spierzwakte en het valrisico (90% van de heupfracturen). Onder vitamine D is dat risico in enkele weken echter omkeerbaar omdat de spieren een specifieke receptor hebben (5). Meting van de vitamine D-concentratie heeft in Europa weinig belang. Ongeveer 70% van de vrouwen ouder dan 20 en meer dan 80% van de bejaarden heeft een vitamine D-spiegel onder 30ng/ ml (84% in de globale populatie van reumapatiënten) (6). Bovendien is de endogene vitamine D-productie bij bejaarden viermaal kleiner omdat die minder vitamine D-voorlopers hebben Een meting van de concentratie kan daarentegen wel interessant zijn bij vrouwen onder suppletie. Een recente studie heeft immers aangetoond dat slechts 1/3 van hen een voldoende hoge vitamine D-spiegel heeft In de praktijk moet vitamine D worden toegediend in een dosering van minstens 700IE/dag. Zonder gevaar en zonder bijzonder toezicht kan de dosis zelfs tot 1.200IE/ dag bedragen (2). activerende of afremmende cytokines en anabolische factoren die in evenwicht worden gehouden door de productie van osteoprotegerine of RANKL door de osteoblasten. Enkele recente studies hebben aangetoond dat de botvorming wordt gestuurd door de osteoclasten (8), zegt Roland Baron (Yale). Daar zijn verschillende signalisatiekanalen bij betrokken. Het belangrijkst zijn de Wnt/bèta-catenine-signalering en de activering van TGF-b (transforming growth factor bèta). Wnt-ligands zijn krachtige hulpmiddelen voor de botvorming, terwijl het LPR5-gen (lipoprotein receptor-related protein 5) verantwoordelijk is voor het geobserveerde fenotype (9). Activering ervan is overigens nodig om de respons op de mechanische belasting te genereren, maar het is niet gevoelig voor PTH. Sclerostine, een eiwit dat wordt afgescheiden door osteocyten en botvorming afremt (10), zou een interessant therapeutisch doelwit kunnen zijn: blokkering ervan zou botvorming kunnen bevorderen, wat onrechtstreeks kon worden vastgesteld met PTH dat het SOST-gen afremt dat codeert voor sclerostine (11). Veroudering en fractuurrisico, een kwestie van mitochondriën, telomeren en lysosomen (c) Met de leeftijd neemt het fractuurrisico toe, ongeacht de oorspronkelijke botmineraaldensiteit (12). De drie grote oorzaken daarvan zijn verlies van het vermogen om energie te produceren (ATP), verkorting van telomeren en opstapeling van intracellulair afval. Energieverlies Mickael Hiligsmann (ULg en Univ. Maastricht) was een van de vier laureaten van de ESCEO-Amgen-prijs. Die helpt hem bij zijn onderzoek naar de voorkeuren van huisartsen bij het voorschrijven van een osteoporosebehandeling. Doel van de studie: nagaan wat de meest markante tendensen zijn om een optimale therapietrouw te bereiken. Botrigiditeit? Een overjaars concept (b) Als op een bot druk wordt uitgeoefend onder invloed van biomechanische krachten, doen zich aan weerszijden van het membraan vochtbewegingen voor. Die komen in evenwicht dankzij een canaliculair overdrachtssysteem en dragen bij tot de nieuwe botvorming. Zonder de biomechanische stress daarentegen zenden de osteocyten signalen uit die de cel doen afsterven en microletsels veroorzaken in de botmatrix (7). Parallel daarmee wordt de differentiëring van de osteocyten beïnvloed door Op het vlak van energie is bekend dat de mitochondriën de motor van de cel zijn. Het aantal mitochondriën neemt in alle organen echter af met de leeftijd, vooral in de spiercellen (waardoor die sterkte, snelheid en uithoudingsvermogen verliezen en het valrisico toeneemt), de hersencellen en de osteoclasten, met alle gevolgen van dien (13). Het behoud van een normaal aantal mitochondriën vertraagt de veroudering, tenminste bij de muis. Die leeft langer, valt minder en behoudt een betere botmassa (14). Verkorting van telomeren Verkorting van telomeren heeft vooral betrekking op cellen met een korte levensduur, zoals osteoblasten (25 tot 200 dagen) (15). De telomeren doen dienst als beschermkap: ze beschermen de chromosomen tegen externe letsels. Met de celdelingen worden ze echter korter. Omdat de meeste progenitorcellen van de osteoblasten zich gemiddeld slechts 26 keer kunnen reproduceren, leidt verkorting van telomeren tot een vermindering van het aantal mogelijke celdelingen en een afname van osteoblasten in het bot. Omgekeerd bevordert de verlenging van telomeren (met 222 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

19 De Get up and go -test Deze test leert heel wat over de fysieke kracht van de patiënten: de patiënt wordt gevraagd om makkelijk op een stoel te gaan zitten, op te staan en zo snel mogelijk weer te gaan zitten, en dat vijf keer na elkaar. Als de patiënt er langer dan 10 seconden over doet om deze test uit te voeren, is de kans groot dat zijn spierkracht is aangetast. Hetzelfde geldt voor de up and go -test: de patiënt zit op een stoel, staat op, wandelt 3 meter, draait zich om, loopt terug en gaat weer zitten. Ook deze test moet in minder dan 10 seconden worden uitgevoerd. De pathognomonische factor van het spierverlies is de traagheid waarmee de patiënt zich omdraait. De test is ook een uitstekende indicator van het valrisico dat sterk afhangt van de snelheid van de spiercontractie. Dieter Felsenberg (Univ. Humboldt, Berlijn) de telomerasen) het behoud van de botmassa tot op gevorderde leeftijd (16). Dat geldt althans voor dierlijke modellen, preciseert Steve Cummings (San Francisco). Oxidatiestress Voor cellen met een lange levensduur (de osteocyten kunnen 1 tot 50 jaar oud worden) (15), is het uitkijken voor oxidatiestress. De vrije radicalen beschadigen het DNA en kernletsels stapelen zich op met de tijd, wat leidt tot een geleidelijke en onvermijdelijke aftakeling van de celfunctie. Bovendien tasten vrije radicalen ook cumulatief de mitochondriën en de lysosomen aan die instaan voor recyclage van eiwitten en organellen (autofagie) (17). Door de opstapeling van deze radicalen verliezen ze hun functie. Onbruikbaar materiaal, lipofuscine genoemd, stapelt zich op in de osteocyten die zich daardoor niet meer kunnen differentiëren. Naar andere therapeutische pistes? Er bestaan verschillende oplossingen om deze verschijnselen te bestrijden. De beste daarvan is calorierestrictie. Die stimuleert de vorming van nieuwe mitochondriën, behoudt de lengte van telomeren en vermindert de frequentie en de omvang van de mitochondriale en lysosomale letsels terwijl het autofagieproces wordt opgevoerd (18). Calorierestrictie voorkomt ook botverlies, althans in dierlijke modellen. Ze moet echter altijd worden gecombineerd met lichaamsbeweging (19). Er wordt ook onderzoek verricht naar het belang van resveratrol, een antioxidant dat, door het aantal mitochondriën te verhogen, de levensduur zou verlengen (bij dierlijke modellen en gisten) en de botmassa zou verhogen (20). Rapamycine, een immunosuppressor, is een ander veelbelovend product. Het verhoogt autofagie, zou antiresorptief zijn en een anabolisch effect hebben op het bot (21). Hoewel de verouderingsmechanismen voor de botturnover goed gekend zijn, net zoals de kanalen om deze turnover te herstellen of te stimuleren, zijn de preliminaire resultaten van de interventiestudies nog wisselend. Moderne behandeling van osteoporose: oefeningen voor contractiesnelheid, niet spierkracht (d) Van osteoporosebehandelingen werd ruimschoots aangetoond dat ze het fractuurrisico kunnen verminderen. De resultaten zijn echter nog verre van optimaal, met name omdat belasting door spieren nodig is om een goede osteogenese te garanderen. Bejaarden kampen echter heel vaak met een musculair deficit dat leidt tot valpartijen en een bijkomende risicofactor is voor osteoporose. Gelukkig kan dat risico makkelijk klinisch worden gemeten (zie inzet). De patiënt moet geen ingewikkelde oefeningen doen om dat deficit te verhelpen, zegt Felsenberg: het volstaat om, onder toezicht (om vallen te vermijden), inspanningen te doen die spiersnelheid vragen, bijvoorbeeld springen ter plaatse. Die oefeningen leveren al heel snel resultaat op, meestal na 3-4 weken. Voorwaarde is wel dat het gaat om snelheidsoefeningen die de ontwikkeling van de spiervezels van type 2 bevorderen. Uithoudingsoefeningen bevorderen de ontwikkeling van de vezels van type 1. En uiteraard moeten al deze patiënten ook voldoende vitamine D nemen. De oefeningen verminderen niet alleen het valrisico, ze zijn ook goed voor het bot. Dat reageert immers negatief op spierzwakte. Om de botvorming te bevorderen moet het bot belast worden en daar kunnen alleen GUNAIKEIA VOL 15 Nr

20 Vandaag is duidelijk dat het corticaal bot het meest bijdraagt tot de stevigheid van het hele bot. Dat geldt vooral voor de radius en de heup, en voor bejaarden. Het corticaal bot zou dus een specifiek therapeutisch doelwit kunnen worden. Op het vlak van de vermindering van het fractuurrisico is er nog heel wat vooruitgangsmarge. Het is niet uitgesloten dat we subgroepen zullen kunnen bepalen die meer baat hebben bij een bepaalde behandeling, en specifieke behandelingen zullen kunnen ontwikkelen voor elk soort fractuur Mary Bouxsein de spieren voor zorgen. De spierkracht zorgt voor de grootste meerbelasting: alleen al springen op één been vermenigvuldigt de belasting met 30 (d.i. 2,1 ton voor een persoon van 70kg). Die extra belasting leidt tot een vervorming van het bot waardoor een evenwicht ontstaat tussen de botvorming en de botresorptie. Als de extra belasting afneemt, neemt de resorptie toe. Het bot verliest zijn elasticiteit en consistentie. Dat proces verloopt heel snel (een paraplegiepatiënt heeft in het eerste jaar na zijn ongeval 17% botverlies, daarna verloopt het zeer traag en continu, nagenoeg zoals bij de algemene bevolking). Omgekeerd bevorderen spieroefeningen, omdat ze het bot meer vervormen, de botvorming. Dat is heel belangrijk, temeer omdat we weten dat het botverlies veroorzaakt door de leeftijd wordt gecompenseerd als het bot een grotere diameter krijgt. Andere uitstekende oefeningen zijn triltechnieken of oefeningen op een plank met wisselend steunpunt. Omdat ze de spierspanningen van het lopen nabootsen, kan de patiënt snel revalideren. Lopen is immers het belangrijkste aspect van mobiliteit Er bestaat overigens een zeer sterk verband tussen de spiermassa en de botmassa. Het fractuurrisico bij atleten is meer het gevolg van verlies van vermogen dan van een verlies van spierkracht (spierkracht is de kracht die nodig is om een weerstand te bestrijden) omdat de notie vermogen ook een notie snelheid inhoudt. Een hoge leeftijd is niet bevorderlijk, waarschijnlijk door de vermindering van het aantal spiervezels en hun volume, maar ook van de verbindingen tussen de spiervezels. Dat vrouwen fragieler zijn dan mannen, wordt waarschijnlijk verklaard door het feit dat ze tijdens hun vruchtbare periode in verhouding meer bot produceren dan spieren. Dat proces verdwijnt na de menopauze en de spierschaarste veroorzaakt een sneller botverlies. Niet alle botten zijn hetzelfde (e) Omdat veel fracturen bij mensen zonder osteoporose optreden, zonder dat een duidelijke fragiliteit de oorzaak is, wordt heel wat onderzoek verricht naar de relatieve rol van het corticaal en het trabeculair bot voor de botstevigheid en het ontstaan van fracturen. Eerste vaststelling, zegt Mary Bouxsein (Boston): het belang van de botcomponenten (trabeculair bot dat het interne compartiment vormt en compacter corticaal bot dat de externe component is) werd zwaar onderschat. Nu beseffen we dat het corticaal bot doorslaggevend is, maar dat overwicht verschilt naargelang de plaats. Een studie van de microarchitectuur ter hoogte van de radius leidt tot de vaststelling dat de parameters van het corticaal bot meer zeggen over de botstevigheid dan de parameters van het trabeculair bot (22). Ter hoogte van de wervels daarentegen is de situatie veel complexer: het belang van het corticaal bot voor de stevigheid varieert volgens de studies van 10 tot 80%. Dat lijkt logisch aangezien de dikte van het corticaal bot op dit niveau moeilijk kan worden gemeten met de gewone technieken. In dit kader werpt de ontwikkeling van nieuwe technieken zoals de microscanner een nieuw licht op de zaak. De bijdrage van het corticaal bot tot de botstevigheid is kleiner aan de uiteinden van het wervelplateau en groter in het midden (23). 224 GUNAIKEIA VOL 15 Nr

Gerichte niet-invasieve borst-biopsies

Gerichte niet-invasieve borst-biopsies Gerichte niet-invasieve borst-biopsies Dr. Bart Claikens Dienst Radiologie NMR AZ Damiaan Oostende www.radiologie-azdamiaan.be Inhoud -Borstkanker -Het doel van borst biopsies -Wat wordt van radioloog

Nadere informatie

Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment

Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment [Proefschriften] Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment Mammacarcinoom is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in

Nadere informatie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen

Nadere informatie

Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling

Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling Status bepaling: 99,4% Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling Vóór het starten van de behandeling

Nadere informatie

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE onderdeel BORSTKANKER Inhoud Wat is borstkanker?... 3 Vormen van kanker... 4 DCIS... 4 Ductaal carcinoom... 4 Lobulair carcinoom... 4 Erfelijke en familiare belasting...

Nadere informatie

Mijn pathologieverslag begrijpen

Mijn pathologieverslag begrijpen Mijn pathologieverslag begrijpen Deze brochure bevat zeker niet alle gedetailleerde informatie over uw pathologieverslag. We geven u vooral de belangrijkste en juiste informatie mee over de resultaten

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²

Vlaams Indicatoren Project VIP² Vlaams Indicatoren Project VIP² Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project VIP² gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de ziekenhuiskoepels Zorgnet en Icuro.

Nadere informatie

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008 Project Kwaliteitsindicatoren 2007-2008 De borstkliniek: Iedere nieuwe diagnose van een borsttumor dient door de borstkliniek te worden geregistreerd bij het Nationaal Kankerregister. Het Project Kwaliteitsindicatoren

Nadere informatie

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn:

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn: Indicatoren VIP²-project Oncologie In België is, net als in Europa, borstkanker de meest voorkomende oorzaak van overlijden door kanker bij vrouwen (20,6 % van alle overlijdens ingevolge kanker). In 2009

Nadere informatie

Hoe borstkanker opsporen?

Hoe borstkanker opsporen? Borstkliniek Hoe borstkanker opsporen? Inhoud 1 Zelfonderzoek... 3 2 Klinisch onderzoek... 3 3 Beeldvorming... 4 3.1 Mammografie... 4 3.1.1 Het onderzoek... 4 3.1.2 Screeningsmammografie voor vrouwen tussen

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²

Vlaams Indicatoren Project VIP² Vlaams Indicatoren Project VIP² Op initiatief van de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, Icuro, Zorgnet Vlaanderen en de Vlaamse overheid, is het Vlaamse VIP 2 -indicatorenproject opgericht. Samen met

Nadere informatie

MRI: more is less? Emiel Rutgers

MRI: more is less? Emiel Rutgers Het 9e NKI-AVL mammacarcinoom symposium Less is more? Minder overbehandeling voor meer borstkankerpatiënten MRI: more is less? Emiel Rutgers Indicaties MRI mammae Opsporen van onbekende primaire bij patiënten

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 1 KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 2 1. BESCHRIJVENDE STATISTIEK Tabel 1: Invasieve borstkanker en ductaal carcinoma in situ

Nadere informatie

communicatie indicatoren borstkanker

communicatie indicatoren borstkanker communicatie indicatoren borstkanker Dr. Stevens Ellen De Vos 8/1/2015 De Sint-Jozefkliniek neemt zoveel mogelijk deel aan nationale en internationale initiatieven om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Huisartsensymposium Borstkanker 35% van kankers bij vrouwen 1989-1993 5 jaars overleving borstkanker: 77% inmiddels 5 jaars

Nadere informatie

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K Inhoudsopgave 1 B 2 B 3 B 4 B 5 B 6 B 7 B 8 B 9 B 1 B 11 B 12 B 13 B Palpabele schildkliernoduli en euthyreotische struma... 1 Lange

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²: borstkankerindicatoren

Vlaams Indicatoren Project VIP²: borstkankerindicatoren Vlaams Indicatoren Project VIP²: borstkankerindicatoren Op initiatief van de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, Icuro, Zorgnet Vlaanderen en de Vlaamse overheid, is het Vlaamse VIP 2 -indicatorenproject

Nadere informatie

Coordinatie--erkenningscriteria--geneesheren-specialisten--Klinische-hematologie--BIJZONDERE-CRITERIA--MB-18-10- 2002.doc

Coordinatie--erkenningscriteria--geneesheren-specialisten--Klinische-hematologie--BIJZONDERE-CRITERIA--MB-18-10- 2002.doc 18 OKTOBER 2002. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de klinische hematologie, alsmede

Nadere informatie

3.3 Borstkanker bij de man

3.3 Borstkanker bij de man 3.3 Borstkanker bij de man Bij u is zojuist de diagnose borstkanker vastgesteld. Alle patiënten die voor borstkanker worden behandeld in het Catharina-ziekenhuis ontvangen een Persoonlijke Informatie Map.

Nadere informatie

Factsheet NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

Factsheet NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Factsheet NABON Breast Cancer Audit () [1.0.; 15-09-] Registratie gestart: 2011 Als algemene voorwaarde voor het meenemen van een patiënt in de berekening van de kwaliteitsindicatoren is gesteld dat ten

Nadere informatie

Gezond omgaan met de menopauze. 20 vragen, 20 antwoorden over hormoongebruik

Gezond omgaan met de menopauze. 20 vragen, 20 antwoorden over hormoongebruik Gezond omgaan met de menopauze 20 vragen, 20 antwoorden over hormoongebruik In deze brochure leest u antwoorden op de meest gestelde vragen over hormoongebruik tijdens de menopauze. Als voorbereiding op

Nadere informatie

Detection of malignant masses in breast cancer screening by computer assisted decision making

Detection of malignant masses in breast cancer screening by computer assisted decision making Rianne Hupse Detection of malignant masses in breast cancer screening by computer assisted decision making Om borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, worden in de meeste westerse landen screeningprogramma's

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

Knobbeltje in de borst

Knobbeltje in de borst Knobbeltje in de borst Deze brochure informeert u over de gang van zaken bij een afwijking (knobbeltje) in de borst. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Nadere informatie

Investigatie van microcalcificaties dmv mammotoom dr. W. Aertsens dr. S. Dekeyzer

Investigatie van microcalcificaties dmv mammotoom dr. W. Aertsens dr. S. Dekeyzer Investigatie van microcalcificaties dmv mammotoom dr. W. Aertsens dr. S. Dekeyzer Beeldvormende technieken bij borstpathologie 20 november 2010 Indicaties Techniek Voordelen en nadelen Resultaten van eerste

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker INDICATOR B1 Proportie van patiënten gediagnosticeerd met invasieve borstkanker bij wie een systeembehandeling voorafgegaan werd door ER/PR-

Nadere informatie

VIP²: resultaten borstkankerindicatoren

VIP²: resultaten borstkankerindicatoren VIP²: resultaten borstkankerindicatoren Borstkanker 1: Statusbepaling Aandeel van patiëntes met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische

Nadere informatie

INLEIDING kwaliteitsindicatoren.

INLEIDING kwaliteitsindicatoren. INLEIDING Om objectief zicht te krijgen op de resultaten en de geleverde kwaliteit van onze patiëntenzorg, heeft het A.Z. St.-Dimpna in 2013 besloten in het Vlaamse indicatorenproject voor patiënten en

Nadere informatie

Borstkanker is een kwaadaardig gezwel in de borst. Dit kan levensbedreigend zijn.

Borstkanker is een kwaadaardig gezwel in de borst. Dit kan levensbedreigend zijn. WELOVERWOGEN BESLISSEN OF U EEN SCREENINGSMAMMOGRAFIE LAAT NEMEN. DE INFORMATIE IN DEZE FOLDER HELPT U DAARBIJ. 1. WAT IS BORSTKANKER? Borstkanker is een kwaadaardig gezwel in de borst. Dit kan levensbedreigend

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 101 Chapter 7 SAMENVATTING Maligne tumoren van de larynx en hypopharynx ( keelkanker ) zijn de zesde meest voorkomende type kankers van het hele lichaam, en de meest voorkomende

Nadere informatie

Wat is een borstkliniek?

Wat is een borstkliniek? Wat is een borstkliniek? Een borstkliniek bestaat uit een multidisciplinair team van gespecialiseerde artsen, borst verpleegkundigen, borst psychologen, sociale assistenten die zich bezighouden met de

Nadere informatie

Opsporing van Borstkanker Voor wie? Waarom? Symposium, 17.10.2015 Dr. Hilde Vernaeve en Dr. T. Schraepen

Opsporing van Borstkanker Voor wie? Waarom? Symposium, 17.10.2015 Dr. Hilde Vernaeve en Dr. T. Schraepen Opsporing van Borstkanker Voor wie? Waarom? Symposium, 17.10.2015 Dr. Hilde Vernaeve en Dr. T. Schraepen Aantal borstkankers Vrouwen: Borst (C50) / 2011 / België 0-4 jaar 0 5-9 jaar 0 10-14 jaar 0 15-19

Nadere informatie

St. Anna Borstzorg (mammapoli)

St. Anna Borstzorg (mammapoli) St. Anna Borstzorg (mammapoli) Uw huisarts heeft u doorverwezen naar St. Anna Borstzorg (mammapoli), van het St. Anna Ziekenhuis. In deze folder geven wij u meer informatie over de werkwijze binnen St.

Nadere informatie

Toelichting bij de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²)

Toelichting bij de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) Toelichting bij de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) Resultaten behandeling borstkanker Recent werden de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) gepubliceerd met betrekking

Nadere informatie

Echografie + biopsie

Echografie + biopsie Proces Chirurg/verpleegkundige anamnese en lichamelijk onderzoek Mammacare verpleegkundige geeft uitleg over de gang van zaken en begeleidt Mammografie/ echografie en zo nodig direct echogeleid histologisch

Nadere informatie

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Vóór het dertigste jaar is borstkanker zeldzaam, maar met het stijgen

Nadere informatie

Medische Publieksacademie

Medische Publieksacademie Medische Publiekacademie Medisch Centrum Leeuwarden Leeuwarder Courant Aan de winnende hand Borstkanker 27 oktober 2015 Welkom! #mclmpa 1 Borstkanker aan de winnende hand Marloes Emous, oncologisch chirurg

Nadere informatie

Een borstafwijking: het stellen van een diagnose

Een borstafwijking: het stellen van een diagnose Een borstafwijking: het stellen van een diagnose Als u een verdachte knobbel voelt, moeten verdere onderzoeken uitgevoerd worden om meer informatie te krijgen over de soort en de ernst van het gezwel.

Nadere informatie

Uitleg over de interpretatie van de grafiek : De resultaten worden weergegeven via een trechtertechniek (= Funnel plot).

Uitleg over de interpretatie van de grafiek : De resultaten worden weergegeven via een trechtertechniek (= Funnel plot). Het H.-Hartziekenhuis scoort bij het Vlaams Indicatoren Project! Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de

Nadere informatie

Preventie van. Wat u moet weten over. baarmoederhalskanker. Deze brochure bevat informatie over baarmoederhalskanker,

Preventie van. Wat u moet weten over. baarmoederhalskanker. Deze brochure bevat informatie over baarmoederhalskanker, Preventie van baarmoederhalskanker Wat u moet weten over baarmoederhalskanker Deze brochure bevat informatie over baarmoederhalskanker, een ziekte die kan voorkomen worden. Spreek er over met uw arts,

Nadere informatie

039847 OVPXXXXXX Beoordeling X-thorax voor derden. 32,13

039847 OVPXXXXXX Beoordeling X-thorax voor derden. 32,13 Passantentarieven 2015 Deze prijzen zijn geldig van 1 januari 2015 t/m 31 december 2015. Declaratiecode Zorgproduct Omschrijving Totaal tarief 039847 OVPXXXXXX Beoordeling X-thorax voor derden. 32,13 050501

Nadere informatie

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het?

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? Oncologie/0145 1 Deze informatiebrochure is voor personen met een weke delen sarcoom en alle anderen die hier heel dichtbij betrokken zijn: familie, vrienden We geven

Nadere informatie

Borstkanker en Erfelijkheid

Borstkanker en Erfelijkheid Borstkanker en Erfelijkheid Algemeen In Nederland wordt per ar bij ongeveer 10.000 vrouwen borstkanker vastgesteld. Het is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen: in Nederland krijgt 1 op de

Nadere informatie

Diagnostische Work Out Borst Letsels

Diagnostische Work Out Borst Letsels Indicaties MR Onderzoek van de Borsten (MRM) Dr. B. Claikens Dienst Radiologie NMR AZ Damiaan Oostende Diagnostische Work Out Borst Letsels Conventionele Technieken (anatomie): -RX Mammografie -(RX Galactografie)

Nadere informatie

Ductaal carcinoom in situ (DCIS) Voorstadium van borstkanker

Ductaal carcinoom in situ (DCIS) Voorstadium van borstkanker Ductaal carcinoom in situ (DCIS) Voorstadium van borstkanker Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Wat betekent het als je te horen krijgt dat je een voorstadium van borstkanker hebt? In

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER Inleiding Op initiatief van de Vlaamse Overheid, de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, Zorgnet Vlaanderen en ICURO (de koepel van Vlaamse ziekenhuizen

Nadere informatie

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg Borstcentrum Bernhoven Yvonne Paquay Chirurg Klachten van de borst? Verwijzing naar het borstcentrum voor analyse en zonodig behandeling 2 3 4 Verwijsredenen: > Knobbeltje voelbaar > BOBZ (de bus) > Controle

Nadere informatie

Interuniversitaire. Permanente Vorming Arbeidsgeneeskunde

Interuniversitaire. Permanente Vorming Arbeidsgeneeskunde Interuniversitaire Permanente Vorming Arbeidsgeneeskunde Inleiding De GSO-er (geneesheer-specialist in opleiding) in de Arbeidsgeneeskunde moet 2 jaar stage doen in een erkende stagedienst onder de begeleiding

Nadere informatie

INLEIDING kwaliteitsindicatoren.

INLEIDING kwaliteitsindicatoren. INLEIDING Om objectief zicht te krijgen op de resultaten en de geleverde kwaliteit van onze patiëntenzorg, heeft het Borstcentrum Zuiderkempen (ziekenhuizen Geel-Mol) in 2013 besloten in het Vlaamse indicatorenproject

Nadere informatie

Nucleaire Magnetische Resonantie. Katrien Vanwambeke Sabine Dobbelaere

Nucleaire Magnetische Resonantie. Katrien Vanwambeke Sabine Dobbelaere Nucleaire Magnetische Resonantie Katrien Vanwambeke Sabine Dobbelaere Onderzoekstechniek / metingen Indicaties Voorbeelden / resultaten NMR / Borst Apparaat 1,5 Tesla Borstcoil Aangepaste software Informatie

Nadere informatie

Borstkliniek UZ Gent

Borstkliniek UZ Gent Borstkliniek UZ Gent De Borstkliniek van UZ Gent werd in 2007 erkend door de Belgische overheid als multidisciplinaire Borstkliniek. Waarvoor kan u terecht in de Borstkliniek? 1 U kan er terecht voor allerhande

Nadere informatie

Geef borstkanker minder kans. Verklein het risico en laat u tijdig onderzoeken

Geef borstkanker minder kans. Verklein het risico en laat u tijdig onderzoeken Geef borstkanker minder kans Verklein het risico en laat u tijdig onderzoeken Deze brochure vertelt hoe u uw risico op borstkanker kan verkleinen en hoe u borstkanker vroegtijdig kan opsporen. De informatie

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit. Pathologie

NABON Breast Cancer Audit. Pathologie NABON Breast Cancer Audit Pathologie Dr. P.J. Westenend, patholoog, pathologisch laboratorium Dordrecht Drs. A.C.M. van Bommel, arts-onderzoeker, DICA DICA Congres 25 juni 2013 Pathologie Volledige verslaglegging

Nadere informatie

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op Prostaatkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij mannen. Een op de zes mannen krijgt er last van. Maar het is ook een erg lastig op te sporen

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting 11 Samenvatting Bloedarmoede, vaak aangeduid als anemie, is een veelbesproken onderwerp in de medische literatuur. Clinici en onderzoekers buigen zich al vele jaren over de oorzaken en gevolgen

Nadere informatie

Mammadiagnostiek: integratie pathologie en radiologie

Mammadiagnostiek: integratie pathologie en radiologie Klinische les Mammadiagnostiek: integratie pathologie en radiologie Harmien M. Zonderland, Marc J. van de Vijver en Mike Visser Academisch Medisch Centrum, Amsterdam. Afd. Radiologie: dr. H.M. Zonderland,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting nederlandse samenvatting Algemene inleiding Primair bot lymfoom is een zeldzame aandoening. Het is een extranodaal subtype van het grootcellig B non Hodgkin lymfoom, dat zich

Nadere informatie

PCA3. www.urologischcentrum.be

PCA3. www.urologischcentrum.be PCA3 www.urologischcentrum.be De PCA3 test, een eenvoudige urinetest die kan helpen bij de diagnose van prostaatkanker en de keuze van therapie. Over prostaatkanker Prostaatkanker is één van de meest voorkomende

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008)

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

Borstkanker. Celdeling

Borstkanker. Celdeling Borstkanker In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 12.000 vrouwen borstkanker (mammacarcinoom) ontdekt. Daarnaast wordt bij ongeveer 1.300 vrouwen in Nederland een voorstadium van borstkanker (ductaal

Nadere informatie

Behandeling borstkanker

Behandeling borstkanker Behandeling borstkanker 1. Heelkunde (chirurgie) (operatie): - Borstsparend: betekent wegname van het gezwel met veiligheidsmarge van gezond weefsel rondom en wegname van de schildwachtklier (poortwachterklier

Nadere informatie

BORSTCENTRUM DIEST. Tel. 013/31 39 40

BORSTCENTRUM DIEST. Tel. 013/31 39 40 Algemeen Ziekenhuis Diest Statiestraat 65 3290 Diest t 013 35 40 11 f 013 31 34 53 post@azdiest.be www.azdiest.be BORSTCENTRUM DIEST Tel. 013/31 39 40 Mevrouw, mijnheer, Er werd bij u een mammografie en/of

Nadere informatie

Borstoperaties. Informatiefolder voor de patiënte. OLV Ziekenhuis. Inleiding

Borstoperaties. Informatiefolder voor de patiënte. OLV Ziekenhuis. Inleiding OLV Ziekenhuis GYNAECOLOGIE - VERLOSKUNDE Dr. Van Den Haute J. Dr. Meganck G. Dr. Vandeginste S. Dr. Seynhave B. Dr. Traen K. T. 053 72 49 50 F. 053 72 45 47 Secretariaat.gynaeco@olvzaalst.be Informatiefolder

Nadere informatie

Osteoporose. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Osteoporose. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Osteoporose Uw behandelend arts heeft bij u osteoporose (botontkalking) vastgesteld of wil laten onderzoeken of u osteoporose hebt. In deze folder leest u wat osteoporose is, hoe het ontstaat en wat de

Nadere informatie

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel BOTTUMOREN Om beter te kunnen begrijpen wat een bottumor juist is, wordt er in deze brochure meer uitleg gegeven over de normale structuur van het bot. Op die manier krijgt u een beter zicht op wat abnormaal

Nadere informatie

Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie Nederlandse Vereniging voor Reumatologie Derde herzien druk, 2011

Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie Nederlandse Vereniging voor Reumatologie Derde herzien druk, 2011 Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie Nederlandse Vereniging voor Reumatologie Derde herzien druk, 2011 Stroomdiagram van diagnostiek,behandeling en follow-up bij patiënten van 50 jaar en ouder met

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NBCA 2015 [2015.3.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015]

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NBCA 2015 [2015.3.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015] Factsheet en NABON Breast Cancer Audit () 2015 [2015.3.ZIN besluit verwerkt; 05112015] Inclusiecriteria Nabon Breast Cancer Audit Inclusie Alle primaire invasieve mammacarcinomen volgens de WHO classificatie

Nadere informatie

Nico Mensing van Charante Lezing 2014. Grenzen aan de Geneeskunde

Nico Mensing van Charante Lezing 2014. Grenzen aan de Geneeskunde Nico Mensing van Charante Lezing 2014 Grenzen aan de Geneeskunde Hermitage Amsterdam, Vrijdag 17 januari 2014 Deel 1: Grenzen aan de diagnostiek prof dr Patrick Bindels, huisarts Deel 2: Grenzen aan de

Nadere informatie

Chirurgie. Ductaal carcinoma in situ (DCIS)

Chirurgie. Ductaal carcinoma in situ (DCIS) Chirurgie Ductaal carcinoma in situ (DCIS) 1 Inleiding Wanneer u deze folder ontvangt, heeft u zojuist een gesprek gehad met de chirurg/ verpleegkundig specialist. Uit onderzoek is gebleken dat u een ductaal

Nadere informatie

DIAGNOSTISCHE MAMMOGRAFIE-ECHOGRAFIE. Dr. C. Petré

DIAGNOSTISCHE MAMMOGRAFIE-ECHOGRAFIE. Dr. C. Petré DIAGNOSTISCHE MAMMOGRAFIE-ECHOGRAFIE Dr. C. Petré MAMMOGRAFIE EN ECHOGRAFIE. Diagnostische mammografie. Techniek. Karakterisatie van letsels:benigne/maligne. Conclusie Diagnostische mammografie Screening:

Nadere informatie

Samenvat ting en Conclusies

Samenvat ting en Conclusies Samenvat ting en Conclusies Samenvatting en Conclusies 125 SAMENVAT TING EN CONCLUSIES In dit proefschrift werd de invloed van viscerale obesitas en daarmee samenhangende metabole ontregelingen, en het

Nadere informatie

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014 Een goede voorbereiding is het halve werk Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014 1. Werking van FDG PET en PET/CT 2. Nut van FDG PET 3. Voorbereiding van patiënten voor

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Kanker van de dikkedarm en endeldarm (darmkanker of colorectaal carcinoom) is een zeer belangrijke doodsoorzaak in de westerse wereld. Jaarlijks worden in Nederland meer dan 12.000

Nadere informatie

99,6% % 99,4% Het Vlaams Indicatorenproject: Behandeling van borstkanker Resultaten AZ Maria Middelares

99,6% % 99,4% Het Vlaams Indicatorenproject: Behandeling van borstkanker Resultaten AZ Maria Middelares Het Vlaams Indicatorenproject: Behandeling van borstkanker Resultaten Interpretatie grafieken In de grafieken wordt ons ziekenhuis voorgesteld door de rode stip. De horizontale grijze lijn verwijst naar

Nadere informatie

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht p.j.vandiest@umcutrecht.nl De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk

Nadere informatie

Kanker: klinisch beeld,

Kanker: klinisch beeld, Kanker: klinisch beeld, epidemiologie, biologie en pathofysiologie Prof. Patrick Schöffski, M.D., M.P.H. Dienst Algemene Medische Oncologie Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg Leuvens Kanker Instituut

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER ( )

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER ( ) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

In deze brochure vind je algemene informatie over borstkanker, de diagnostische aanpak alsook de behandeling.

In deze brochure vind je algemene informatie over borstkanker, de diagnostische aanpak alsook de behandeling. Borstkanker In deze brochure vind je algemene informatie over borstkanker, de diagnostische aanpak alsook de behandeling. Wat is borstkanker? Borstkanker is een kwaadaardig gezel in de borst. Eén op negen

Nadere informatie

Samenvatting HOOFSTUK 1. Introductie

Samenvatting HOOFSTUK 1. Introductie Samenvatting Dit proefschrift handelt over de diagnostiek bij abnormaal postmenopauzaal bloedverlies. De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie geeft in een richtlijn aan hoe de gynaecoloog

Nadere informatie

Coordinatie--erkenningscriteria--geneesheren-specialisten--Pediatrische-neurologie--BIJZONDERE-CRITERIA--MB- 06-04-1995.doc

Coordinatie--erkenningscriteria--geneesheren-specialisten--Pediatrische-neurologie--BIJZONDERE-CRITERIA--MB- 06-04-1995.doc 6 APRIL 1995. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten in de pediatrische neurologie, alsook van de stagemeesters en de stagediensten

Nadere informatie

Behandeling van borstkanker

Behandeling van borstkanker Behandeling van borstkanker De behandeling van borstkanker Deze folder geeft u algemene informatie over de behandeling van borstkanker. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders

Nadere informatie

Kwaliteitsindicatoren inzake borstkanker

Kwaliteitsindicatoren inzake borstkanker Kwaliteitsindicatoren inzake borstkanker Hieronder vindt u de resultaten van de Borstkliniek van az Sint-Blasius. De Borstkliniek werd opgestart in 2002 en behandelt jaarlijks ruim 200 nieuwe patiënten

Nadere informatie

BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA CHOLESTEROL. GabrieleJasmin@Fotolia DUIDELIJKE ANTWOORDEN

BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA CHOLESTEROL. GabrieleJasmin@Fotolia DUIDELIJKE ANTWOORDEN BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA CHOLESTEROL GabrieleJasmin@Fotolia DUIDELIJKE ANTWOORDEN Globaal Cardiovasculair Risico Sommige gedragingen in ons dagelijks leven vergroten de kans dat we vroeg of laat problemen

Nadere informatie

patiëntenbrochure digestief oncologisch centrum

patiëntenbrochure digestief oncologisch centrum patiëntenbrochure digestief oncologisch centrum inhoud Wat 02 Multidisciplinair consult 02 Team 03 Waar vind ik de afdeling 06 Hoe contacteren 07 Afspraken 08 1 Wat De digestieve oncologie houdt zich bezig

Nadere informatie

Borstkankerindicator 1 statusbepaling

Borstkankerindicator 1 statusbepaling In januari 2015 werden de borstindicatoren met betrekking op de periode 2009-2011 vrijgegeven. Op initiatief van de Vlaamse overheid worden in diverse medische domeinen indicatoren bepaald en gemeten,

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

Behandeling van DCIS. Ductaal carcinoma in situ (DCIS) gemini-ziekenhuis.nl

Behandeling van DCIS. Ductaal carcinoma in situ (DCIS) gemini-ziekenhuis.nl Behandeling van DCIS Ductaal carcinoma in situ (DCIS) gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Wat is DCIS 3 Borstsparende behandeling 4 Ablatio: verwijdering van de gehele borstklier en borst 5 Preventieve

Nadere informatie

P A T I Ë N T E N I N F O R M A T I E

P A T I Ë N T E N I N F O R M A T I E Onderzoek naar een borstafwijking P A T I Ë N T E N I N F O R M A T I E Verwijzing door huisarts of via het bevolkingsonderzoek Uw huisarts heeft u verwezen naar de locatie Delfzicht van de Ommelander

Nadere informatie

Welke vragen stel ik mijn dokter?

Welke vragen stel ik mijn dokter? Welke vragen stel ik mijn dokter? INLEIDING Goede algemene voorlichting over het onderzoek en de behandeling van borstkanker is enorm belangrijk. Goede voorlichting over het eigen ziektebeeld is nog belangrijker,

Nadere informatie

PSA-screening To do or not to do? Dr. Ludo Vanden Bussche uroloog

PSA-screening To do or not to do? Dr. Ludo Vanden Bussche uroloog PSA-screening To do or not to do? Dr. Ludo Vanden Bussche uroloog CIJFERS VLAANDEREN 2010 - MANNEN AANTAL STERFTE OVERLEVING 5 JAAR STERFTE > 80 JAAR PROSTAAT 5651 916 93% 54% LONG 3348 2937 14% 25,6%

Nadere informatie

Focused on What Really Matters. Focused on What Really Matters. Gepersonaliseerde kankertherapie. Focused on What Really Matters 1

Focused on What Really Matters. Focused on What Really Matters. Gepersonaliseerde kankertherapie. Focused on What Really Matters 1 Focused on What Really Matters. Focused on What Really Matters. Gepersonaliseerde kankertherapie Focused on What Really Matters 1 Gepersonaliseerde kankertherapie - hoe het werkt nucleus met gezond DNA

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35283 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35283 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35283 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Charehbili, Ayoub Title: Optimising preoperative systemic therapy for breast cancer

Nadere informatie

Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend

Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend Lemonitsa Mammatas, internist-oncoloog in opleiding NVMO Nascholing Targeted Therapy, 31 maart 2015 Geen belangenverstrengeling

Nadere informatie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Annemie Rutten Medische Oncologie AZ St. Augustinus Maligne melanoma 10% van alle huidkankers, maar meest agressieve. Incidentie van maligne melanoma neemt

Nadere informatie

Borstkanker. hoe moet het nu verder?

Borstkanker. hoe moet het nu verder? Borstkanker hoe moet het nu verder? Deze brochure bevat zeker niet alle gedetailleerde informatie over borstkanker. We geven u vooral de belangrijkste en juiste informatie mee over borstkanker. 2 We proberen

Nadere informatie