Epilepsie, M. Hendriks, J. Nicolai, K. Oostrom,

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Epilepsie, M. Hendriks, J. Nicolai, K. Oostrom,"

Transcriptie

1 Klinische Kinderneuropsychologie, Swaab, Bouma, Hendriksen, König (red.) Uitgeverij Boom, 2011 Hoofdstuk 18 blz Epilepsie, M. Hendriks, J. Nicolai, K. Oostrom, 18.1 Wat is epilepsie? Definitie Epilepsie is een neurologische aandoening, waarbij de epileptische aanval het belangrijkste klinische verschijnsel is en de basis van de diagnose vormt. Epileptische aanvallen ontstaan door plotselinge, tijdelijke en excessieve elektrische ontladingen van een groep neuronen in de hersenen. Deze ontladingen zijn het gevolg van een verstoorde werking van het celmembraan of een verstoorde balans van neurotransmitters en zijn de basis van de verschijnselen. Om de diagnose epilepsie te kunnen stellen moet aan twee voorwaarden worden voldaan. In de eerste plaats moet er sprake zijn van recidiverende of terugkerende aanvallen, wat betekent dat er meer dan één aanval moet zijn opgetreden. Ten tweede mogen deze aanvallen niet uitgelokt zijn door koorts of andere acute ontregelingen van de hersenen, zoals een acuut symptomatisch insult bij bijvoorbeeld een virale encefalitis. Een koortsconvulsie mag dan ook niet als epilepsie worden beschouwd. De klinische verschijnselen van epileptische aanvallen ( semiologie ) zijn heel uiteenlopend, maar variëren doorgaans binnen vier typen verschijnselen, te weten: (1) bewustzijnsveranderingen, (2) het maken van onwillekeurige bewegingen, (3) het ervaren van perceptuele veranderingen al of niet als voorbode van een aanval, en/of (4) het vertonen van gedragsveranderingen. De manifestatie van deze verschijnselen is afhankelijk van de cerebrale gebieden waar de epileptische ontladingen gelokaliseerd zijn. De lokalisatie is op individueel patiëntniveau redelijk stabiel, waardoor de aanvallen van een patiënt doorgaans op dezelfde manier verlopen Enkele epidemiologische kenmerken Epilepsie is de meest voorkomende neurologische aandoening. Door de grote heterogeniteit aan verschijnselen is het uitvoeren van epidemiologisch onderzoek niet eenvoudig. Desondanks wordt de prevalentie wereldwijd geschat op 5 tot 7 per 1000 inwoners. Dit komt neer op tot patiënten in Nederland. De hoogste prevalentie van epilepsie is voor het 10 e en na het 65 e levensjaar. De incidentie van epilepsie wordt op 50 per geschat, terwijl dit bij kinderen in de leeftijd tot 16 om 73 tot 86 per gaat (Berg, Smith, Frobish, Beckerman, Levy, Testa e.a., 2004). Dit betekent dat de kans dat een klinisch kinderneuropsycholoog een patiënt met epilepsie verwezen zal krijgen tamelijk groot is. Ongeveer de helft van de patiënten wordt aanvalsvrij in de eerste 2 jaar na het debuteren van de aanvallen en heeft geen andere zorg dan behandeling met anti-epileptica nodig. Uiteindelijk zal ongeveer 70-80% geheel aanvalsvrij worden en zal 50% de medicamenteuze behandeling kunnen beëindigen. De overige 20 tot 30% blijft aanvallen houden ondanks 1

2 behandeling met anti-epileptica en behoort tot de zogenoemde refractaire epilepsiepatiënten. Een vorm van epilepsie wordt refractair genoemd als een combinatie van maximaal gedoseerde anti-epileptica onvoldoende effect heeft op de aanvallen. De veronderstelling dat epilepsie per definitie een chronische aandoening is, is dan ook niet altijd juist. Bij een conditie die zich op zoveel verschillende wijzen manifesteert en erg veel verschillende oorzaken kent, zijn dergelijke generieke uitspraken onjuist Oorzaken van epilepsie Epilepsie kan veroorzaakt worden door een aangeboren gevoeligheid van de hersenen om epileptische activiteit te genereren, of kan het gevolg zijn van een niet-aangeboren hersenaandoening. Het belang van de etiologie bij de manifestatie van epilepsie wordt gereflecteerd in de (verouderde) differentiatie binnen de classificatiesystemen, die gericht is op het benoemen van aanvalsverschijnselen en van epilepsiesyndromen. Het onderscheid tussen idiopathische en symptomatische epilepsiesyndromen wordt gemaakt op basis van een respectievelijk onbekende of bekende oorzaak. Bij symptomatische epilepsie zijn de aanvallen het symptoom van een gekende hersenbeschadiging. De afgrenzing tussen bekend en onbekend is echter lang niet altijd duidelijk en wordt de laatste jaren paradoxaal genoeg nog onduidelijker doordat de genetische oorzaken van epilepsie steeds beter worden begrepen. Bij de epilepsiepatiënten met aanvallen als gevolg van een niet-aangeboren hersenletsel lijkt de invloed van genetische factoren zeer gering te zijn. Er zijn echter ook symptomatische epilepsieën die het gevolg zijn van erfelijke stoornissen, zoals tubereuze sclerose (een aangeboren aandoening die wordt gekenmerkt door goedaardige gezwelletjes die zich in allerlei weefsels kunnen ontwikkelen), neurofibromatose (een erfelijke aandoening waarbij zich goedaardige gezwellen ontwikkelen die groeien vanuit of op een zenuw), of neurodegeneratieve aandoeningen (ziekten van het zenuwstelsel waarbij in de loop der jaren zenuwcellen afsterven). Bij de idiopathische epilepsieën (bijvoorbeeld absence-epilepsie bij kinderen, of juveniele myoclonus epilepsie) is de oorzaak onbekend, maar ook hier worden de laatste jaren in hoog tempo steeds vaker de vermoedens van een genetische stoornis bevestigd. Naast genetische oorzaken kunnen ook congenitale stoornissen (bijvoorbeeld dysgenesie of microcefalie) van de hersenen epilepsie tot gevolg hebben. Het inzicht hierin is met de ontwikkeling van beeldvormende technieken (als MRI of CT-scan: zie hoofdstuk 13) enorm toegenomen. Het risico dat kinderen met cerebrale neoplasmen (gezwelvorming) aanvallen ontwikkelen is doorgaans erg groot, maar afhankelijk van het type tumor. Cerebrale infecties als meningitis of encefalitis veroorzaken bij ongeveer 25% van de patiënten epileptische aanvallen. Ook na een traumatisch hersenletsel treden vaak enkele maanden later epileptische aanvallen op, wat posttraumatische epilepsie wordt genoemd. Aanvallen kunnen ook optreden na inname of het onttrekken van een groot aantal medicijnen (zoals antibiotica, antidepressiva, antipsychotica, middelen tegen malaria), of alcohol en drugs. Veelal gaat het hier om zogenoemde gelegenheidsaanvallen, die niet worden gerekend tot epilepsie als aandoening Classificatie van epileptische aanvallen en epilepsiesyndromen Omdat epilepsie zich kenmerkt door het hebben van aanvallen, worden voortdurend voorstellen gedaan deze te classificeren. Bij de aanvalsclassificatie uit 1981 (Commission on Classification and Terminology of the International League Against Epilepsy: ILAE) heeft men de klinische verschijning als uitgangspunt genomen en onderscheid gemaakt tussen partiële aanvallen en gegeneraliseerde aanvallen. Het classificeren van aanvalsverschijnselen houdt geen rekening met andere relevante klinische aspecten voor de diagnostiek of behandeling van de patiënten. Het betrekken van onder andere etiologie, lokalisatie van het epileptische focus, leeftijd waarop de aanvallen debuteren, verloop van de aandoening, behandelingsresultaten, heeft naast de aanvalsclassificatie enkele jaren later geleid tot een 2

3 epilepsieclassificatie op het niveau van epilepsiesyndromen (Commission ILAE, 1989). Hierbij worden lokalisatiegebonden epilepsieën onderscheiden van gegeneraliseerde epilepsieën. Binnen beide typen epilepsie wordt onderscheid gemaakt tussen idiopathische, symptomatische, en cryptogene epilepsie. Bij idiopathische epilepsie is zoals gezegd geen oorzaak bekend (ofschoon de laatste jaren steeds vaker aanwijzingen voor een genetische predispositie worden gevonden). Is de neurologische oorzaak wel bekend dan wordt van een symptomatische epilepsie gesproken. Indien een oorzaak wordt vermoed, maar niet kan worden aangetoond met aanvullend onderzoek, spreekt men van cryptogene epilepsie. Ofschoon deze indeling in de klinische praktijk nog steeds erg vaak wordt gebruikt, is het belangrijk om te beseffen dat zij door voortschrijdende kennis als gevolg van het genetisch onderzoek achterhaald is. Bij een aantal idiopathische epilepsievormen is de onderliggende oorzaak inmiddels gevonden en zou het epilepsiesyndroom dus eigenlijk tot de symptomatische groep gerekend moeten worden. In 2001 (Engel, 2001) is een revisie van zowel de aanvals- als de epilepsiesyndroomclassificatie verschenen die beide beschrijvend zijn. Daarmee is de indeling idiopathisch, cryptogeen en symptomatisch verlaten, die immers voornamelijk naar de etiologie verwees. In het kader van dit hoofdstuk en voor een klinisch kinderneuropsycholoog is het uiteraard niet zinvol alle epilepsiesyndromen te beschrijven. Wij zullen hier kort een aantal typische epilepsiesyndromen bespreken die bij kinderen kunnen optreden, en maken daarbij onderscheid tussen lokalisatiegebonden idiopathische, lokalisatiegebonden nietidiopathische, en gegeneraliseerde epilepsiesyndromen Diagnostiek van epilepsie en rol van de neuropsychologie Omdat het stellen van de diagnose epilepsie primair gebaseerd wordt op de klinische verschijnselen, is de observatie ervan door de patiënt zelf, diens direct betrokkenen, of professionals de beste diagnostische test. Een goede anamnese is dan ook cruciaal en vormt de basis voor een goede differentiaaldiagnostiek. EEG-registraties kunnen de diagnose ondersteunen, maar ongeveer 20% van de epilepsiepatiënten heeft geen EEGafwijkingen op een EEG dat wordt gemaakt in een periode tussen aanvallen ( interictaal ), terwijl 2% van de mensen zonder epilepsie epileptiforme afwijkingen op het EEG laat zien. Veelal zijn dan ook meerdere EEG-registraties noodzakelijk, of worden langdurige registraties met filmopnames of na slaapdeprivatie gemaakt, zodat de kans op aanvallen tijdens de registratie wordt vergroot. De aanwezigheid van epileptische activiteit in het EEG kan ook duidelijkheid geven over het type aanvallen en geeft aanwijzingen voor de etiologie en de behandeling van de epilepsie. Neuro-imagingtechnieken als MRI worden vooral toegepast bij het vermoeden van een symptomatische epilepsie, omdat hiermee structurele afwijkingen en de lokalisatie ervan in beeld gebracht kunnen worden. Ook functioneel beeldvormende technieken als Fmri worden steeds vaker klinisch toegepast. Laboratoriumonderzoek van bloed, urine en liquor kan ook een rol hebben in de diagnostiek, zoals in het onderzoek naar een genetische aanleg bij sommige epilepsiesyndromen Neuropsychologische diagnostiek bij kinderen met epilepsie Een deel van de kinderen met epilepsie heeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van een grote variatie aan cognitieve beperkingen en gedragsproblemen. Kinderen met epilepsie worden dan ook dikwijls verwezen voor neuropsychologische diagnostiek met als vraag het cognitief functioneren in kaart te brengen. Meer specifiek ligt hierbij de nadruk op functies als perceptie, taal, geheugen, aandacht, tempo en executieve vaardigheden. Neuropsychologische diagnostiek is onmisbaar voor het vaststellen of een kind in een bepaalde fase van de aandoening of behandeling voldoende in staat is om zijn kennis en vaardigheden efficiënt toe te passen, of dat hersenfuncties dermate ontregeld zijn dat de 3

4 kinderen hun mogelijkheden niet kunnen aanspreken. Ouders, maar ook leerkrachten en andere naastbetrokkenen, vragen zich vaak af of een direct verband bestaat tussen de epileptische ontladingen en een verstoring in het cognitief functioneren of in het gedrag van het kind. Om subtiele gedragsveranderingen of prestatieschommelingen in het dagelijks leven vast te stellen die mogelijk veroorzaakt worden door epileptische activiteit terwijl er geen sprake is van een klinisch waarneembare aanval, kan het zinvol zijn een kind neuropsychologisch te onderzoeken en gelijktijdig EEG-registraties met videomonitoring te maken. Ook in het kader van de behandeling kan neuropsychologisch onderzoek zinvol zijn. In de eerste plaats kan het duidelijkheid geven over de aanwezigheid van cognitieve bijwerkingen en de effecten van anti-epileptica. Ten tweede worden kinderen met epilepsie, waarbij een neurochirurgische behandeling wordt overwogen, neuropsychologisch onderzocht om het cognitief profiel voor de operatie vast te stellen en eventuele effecten van de operatie te objectiveren. Volgens een landelijk protocol worden kinderen pre-chirurgisch en minimaal eenmaal post-chirurgisch onderzocht. Tijdens de pre-chirurgische fase voert de neuropsycholoog ook dikwijls de zogenaamde natrium-amytaltest uit (Wada-test, genoemd naar de Canadese neuroloog Wada, waarbij een barbituraat in de arteria carotis wordt geïnjecteerd om een kortdurende anesthesie van de ipsilaterale hemisfeer te verkrijgen) om vast te stellen welke hersenhelft dominant is voor taal. In de tweede plaats wordt hierbij vastgesteld of de met de geheugenfuncties in verband gebrachte hippocampus in de hemisfeer contralateraal aan de hersenhelft waar de epilepsie gelokaliseerd wordt, voldoende in staat is om informatieopname te ondersteunen. Dit wordt beschouwd als een indicatie voor de compensatiemogelijkheden van de geheugenfuncties na een eventuele operatie. De neuropsycholoog richt zich vooral op de intrinsieke cognitieve mogelijkheden van het individuele kind, maar weegt daarbij de voortdurende interactie met de omgeving mee. De neuropsycholoog is niet alleen verantwoordelijk voor het duidelijk in kaart brengen van de cognitieve mogelijkheden en onmogelijkheden van een kind met epilepsie, maar dient daarbij ook heel nauw de onderwijsomgeving en de thuissituatie te betrekken om zo heel gericht advies te kunnen geven met betrekking tot de opvoeding en het onderwijs aan het desbetreffende kind met epilepsie Neurocognitieve gevolgen van epilepsie bij kinderen Kinderen met epilepsie hebben in vergelijking met kinderen zonder epilepsie en kinderen met andere chronische aandoeningen als astma en diabetes, een verhoogd risico op cognitieve beperkingen of gedragsproblemen (Cross, McLellan, Devies & Heyman, 2005). Het overgrote deel van de kinderen met epilepsie ontwikkelt overigens geen cognitieve beperkingen, gedragsproblemen of emotionele moeilijkheden. Cognitieve beperkingen bij kinderen met epilepsie zijn gerelateerd aan een complexe interactie tussen een aantal stabiele aandoening gerelateerde factoren (zoals het type epilepsie, de debuutleeftijd van de aanvallen, de lokalisatie van het epileptisch focus, et cetera) en een aantal dynamische, paroxysmale, dat wil zeggen in aanvallen optredende, factoren (als aanvalsfrequentie, eegafwijkingen, het aantal jaren epilepsie, et cetera). Ten slotte kunnen deze het gevolg zijn van de bijwerkingen van de anti-epileptica. In de klinische praktijk bepaalt de relatieve samenhang tussen deze factoren het ontwikkelingsprofiel van neuropsychologisch functioneren van kinderen met epilepsie en vormt de basis voor de behandeling (Aldenkamp, 2006). Deze complexe interactie presenteert zich bij elk epilepsiesyndroom op een andere wijze. 4

5 18.3 Enkele subtypen van epilepsie Lokalisatiegebonden idiopathische epilepsiesyndromen De lokalisatiegebonden idiopathische epilepsiesyndromen (LIE) in de kinderleeftijd zoals het Panayiotopoulos-syndroom, de autosomaal dominante nachtelijke frontaalkwabepilepsie, en de benigne epilepsie met centrotemporale pieken (BECTP) in de kinderleeftijd worden beschouwd als een spectrum. Bij al deze syndromen ontstaan aanvallen vanuit een nader te omschrijven lokalisatie in de hersenen. BECTP wordt als het prototype van de goedaardige idiopathische epilepsieën beschouwd, terwijl van de epileptische encefalopathieën het verloop minder gunstig is en deze beelden daarom aan het andere eind van het spectrum worden geplaatst. Voorbeelden van epileptische encefalopathieën zijn het syndroom van Landau-Kleffner en epilepsie met Continuous Spike-and-Waves during slow-wave Sleep (CSWS), het syndroom van West, en het syndroom van Lennox-Gastaut. BECTP is de frequentst voorkomende vorm en wordt ook wel benigne Rolandische epilepsie genoemd. 24% van de kinderen bij wie de epilepsie tussen het vijfde en veertiende levensjaar debuteert heeft deze vorm. Veelal treden trekkingen in mond en kaak op (zogenoemde buccofaciale verschijnselen), waardoor kinderen niet goed kunnen spreken en ouders de indruk krijgen dat het kind afwezig is. Overigens kan het kind meestal navertellen wat er gebeurd is, wat aangeeft dat het bewustzijn ongestoord is. De prognose is doorgaans goed en bij nagenoeg alle kinderen verdwijnen de aanvallen rond het zestiende levensjaar, ongeacht of zij met medicatie behandeld worden. BECTP is lange tijd beschouwd als een syndroom dat weinig tot geen cognitieve beperkingen of gedragsproblemen tot gevolg had (Nicolai, Aldenkamp, Arends, Weber & Vles, 2006). In een overzichtsartikel laten deze auteurs echter zien dat het percentage kinderen met BECTP dat leer- en gedragsproblemen ontwikkelt varieert tussen 0 en 65%. De aard van de cognitieve stoornissen is afhankelijk van de lokalisatie van de epileptische ontladingen, maar een achterstand in de taalontwikkeling en verbale leerstoornissen komen het frequentst voor. Slechts ongeveer 1% van deze kinderen met aanvankelijk goedaardige kinderepilepsie ontwikkelt in de loop der tijd zeer ernstige, gecompliceerde typen epilepsie, zoals het syndroom van Landau-Kleffner of Continuous Spike-and-Waves during slow-wave Sleep (CSWS), met progressieve, overwegend expressieve taalfunctiestoornissen en ernstige gedragsstoornissen. Bij deze en andere zogenoemde epileptische encefalopathieën gaat het om syndromen waarbij (nagenoeg) continue epileptiforme ontladingen plaatsvinden, waardoor de cognitieve ontwikkeling nauwelijks op gang komt, stagneert na een aanvankelijk probleemloze start of deterioreert als de epileptiforme ontladingen aanhouden. Uit onderzoek is gebleken dat een direct verband bestaat tussen de mate van interictale epileptische ontladingen en de ernst van cognitieve beperkingen en gedragsafwijkingen (Holmes & Lenck-Santini, 2006). Hoewel de aanvallen meestal laagfrequent klinisch waarneembaar zijn, is bij deze vormen van epilepsie veelal sprake van hoogfrequente epileptische ontladingen tijdens de slaap, die een algehele cognitieve deterioratie tot gevolg hebben of vooral geheugenprocessen verstoren (Scholtes, Hendriks & Renier, 2005). Vaak, maar niet altijd, verdwijnen de epileptische afwijkingen voor de volwassenheid en treedt in de meeste gevallen ook een gelijktijdige verbetering van het cognitief functioneren op. Dit wil overigens niet zeggen dat altijd een geheel herstel optreedt. Het syndroom van Landau-Kleffner aan het andere eind van het spectrum kenmerkt zich door een abrupt verworven afasie met een verbale auditieve agnosie. Na een aanvankelijk probleemloze taalontwikkeling treedt kort na het debuteren tussen het derde en zevende jaar, een stilstand of zelfs regressie van de taalvaardigheden op. Deze kan gepaard gaan met een algehele cognitieve deterioratie en (primaire dan wel secundaire) gedragsproblemen. De epileptische ontladingen worden overwegend in de (linker) temporale hersendelen gelokaliseerd. Vergelijkbare afwijkingen in de homologe structuren van de 5

6 rechter hemisfeer kunnen leiden tot cognitieve beperkingen die overeenkomen met die van kinderen bij wie het beeld overeenstemt met de criteria van een non-verbale leerstoornis (nld; zie hoofdstuk 25), waarbij specifieke visueel-ruimtelijke beperkingen horen (Scholtes e.a., 2005). Omdat slechts bij 8% van de kinderen daadwerkelijk aanvallen optreden en deze aanvallen ook redelijk makkelijk onder controle te krijgen zijn, worden cognitieve beperkingen vaak niet in het kader van epilepsie geïnterpreteerd en wordt daarmee de diagnose nogal eens gemist. Kinderen met Continuous Spike-and-Waves during slow-wave Sleep (CSWS) hebben wel epileptische aanvallen. De behandeling van beide epilepsiesyndromen verloopt moeizaam en bestaat vaak uit een combinatie van anti-epileptica, benzodiazepinen, en corticosteroïden of immunoglobulinen (antistoffen of antilichamen) Lokalisatiegebonden niet-idiopathische epilepsiesyndromen De lokalisatiegebonden niet-idiopathische epilepsiesyndromen worden niet beschouwd als een spectrum, maar als een heterogene groep syndromen waarbij de aanvallen het gevolg zijn van een gekende hersenafwijking. De temporaalkwabepilepsie is hierbij in haar symptomatologie het meest homogeen voorkomende partiële epilepsiesyndroom bij volwassenen en kinderen. Mesiale Temporale Sclerose (MTS) is de meest voorkomende oorzaak bij volwassenen en kenmerkt zich door een verlies van neuronen en een toename van gliacellen in de hippocampus. Op de MRI wordt dit zichtbaar als een volumeverlies en een veranderd signaal van de hippocampale structuur. Bij kinderen is MTS voor de temporaalkwabepilepsie een relatief minder vaak voorkomende etiologie. Meestal ligt dan niet een MTS aan de aanvallen ten grondslag, maar moet de structurele oorzaak eerder gezocht worden in laaggradige hersentumoren of corticale dysplasieën. Een MTS ontstaat zeer waarschijnlijk op jonge leeftijd en ongeveer 40% van de kinderen met een MTS heeft koortsconvulsies in de eerste levensjaren. Of de hippocampus beschadigd raakt tijdens deze koortsstuip of dat de koortsstuip juist een eerste uiting is van de Mesiale Temporale Sclerose is nog altijd onduidelijk. Daarna is er een latente periode zonder aanvallen en vervolgens treden aanvallen spontaan op, zonder dat sprake is van koorts. De aanvallen kenmerken zich door een complexe symptomatologie waarbij het bewustzijn verstoord is, en gaan gepaard met epigastrisch opstijgende sensaties (gewaarwordingen in de regio achter het borstbeen). Slechts 40% van de patiënten met een temporaalkwabepilepsie wordt aanvalsvrij met medicatie, maar de resultaten van een neurochirurgische behandeling zijn aanmerkelijk beter. Gezien de jonge leeftijd waarop een MTS ontstaat raakt men steeds meer overtuigd van het feit dat het zinvol is om op zo jong mogelijke leeftijd een operatie uit te voeren, zodat de compensatiemogelijkheden voor eventuele cognitieve beperkingen optimaal zijn. Onderzoek naar de onderliggende factoren van de cognitieve en gedragsmatige effecten zijn voornamelijk uitgevoerd bij volwassenen met focale epilepsieën (Hendriks, Aldenkamp, Alpherts, Ellis, Vermeulen & Van der Vlugt, 2004; Hendriks, 2006). Epilepsie bij kinderen is een zeer dynamisch proces waarbij cerebrale rijping en cognitieve ontwikkeling gerelateerd zijn aan de lokalisatie van de onderliggende pathologie. Een specifieke samenhang tussen neuropsychologische beperkingen en de aard van de etiologie van de epilepsie lijkt eerder uitzondering dan regel. Zelfs het meest homogene epilepsiesyndroom, de Mesiale Temporaalkwabepilepsie, heeft bij volwassenen geen eenduidig neuropsychologisch profiel tot gevolg, maar kan een verscheidenheid aan beperkingen veroorzaken, afhankelijk van vele epilepsiefactoren. Ofschoon het aantal studies gering is, heeft onderzoek bij kinderen met een temporale epilepsie uitgewezen dat er geen sprake is van globale cognitieve beperkingen. De aanwezigheid van een disharmonisch intelligentieprofiel als gevolg van specifieke cognitieve beperkingen, heeft bij ongeveer een derde van de patiënten met deze vorm van epilepsie een beneden gemiddeld IQ (< 85) tot gevolg. Bij de overige 70% van de kinderen met een temporaalkwabepilepsie kunnen ook specifieke cognitieve beperkingen optreden van het declaratief en episodisch geheugen (zie hoofdstuk 6), de taalfuncties (zie hoofdstuk 5), 6

7 visueel-ruimtelijke vaardigheden (zie hoofdstuk 3) en executieve vaardigheden (zie hoofdstuk 7), maar deze leiden niet automatisch tot een sterke daling van het algehele intelligentieniveau (Arzimanoglou, 2005). De mate en aard van deze beperkingen worden in de eerste plaats bepaald door de structurele beschadigingen en lijken bij het debuteren van de aanvallen (of zelfs daarvoor) al aanwezig. Een vroege bilaterale beschadiging van de hippocampale structuren wordt geassocieerd met episodische geheugenproblemen, terwijl het semantisch geheugen behouden blijft. De structurele afwijkingen in de temporaalkwab van epilepsiepatiënten bij wie de aanvallen debuteren op de kinderleeftijd of als volwassene verschillen duidelijk. Een vroeg debuut heeft een diffuser structureel effect tot gevolg en veroorzaakt een reductie van de witte stof en synaptische verbindingen in voornamelijk de temporale en pariëtale structuren. Deze reductie hangt samen met diffusere zwakkere cognitieve prestaties waarbij naast de zojuist genoemde beperkingen met name problemen in de executieve vaardigheden vastgesteld worden, die doorgaans niet geconstateerd worden bij patiënten die hun eerste aanval op volwassen leeftijd doormaken. Afhankelijk van het chronische verloop van de epilepsie kan dit leiden tot een accumulatie van de structurele beschadiging en een eventuele samenhangende deterioratie van het cognitief functioneren. Dat de neurale plasticiteit groter is op jonge leeftijd, betekent niet zonder meer dat sprake is van een grotere adaptieve plasticiteit om de cognitieve en gedragsmatige consequenties te compenseren (zie ook hoofdstuk 2). Cerebrale netwerken zijn op jonge leeftijd minder functioneel gespecialiseerd en de verbindingen in het netwerk zijn zwakker. Dit verhoogt het risico dat epileptische activiteit in de hersenen zonder duidelijk klinisch waarneembare verschijnselen, afwijkende interacties tussen netwerken veroorzaakt Idiopathische gegeneraliseerde epilepsiesyndromen (IGE) Ook de idiopathische gegeneraliseerde epilepsiesyndromen (IGE) worden beschouwd als een heterogene groep, waarbij de absence-epilepsie van de kinderleeftijd, de juveniele absence-epilepsie (JAE), en de juveniele myoclonus epilepsie (JME) het meest voorkomen. Ofschoon de symptomatologie uiteraard niet overeenkomt wordt discussie gevoerd over de vraag of het onderscheidbare syndromen zijn, ofwel verschillende facetten van een breder neurobiologisch spectrum (zie box 18.1). De absence-epilepsie van de kinderleeftijd debuteert tussen het vierde en tiende levensjaar en kenmerkt zich door aanvallen met een abrupt verlies van het bewustzijn, waardoor het kind stilvalt met de activiteit waar het mee bezig was. Absence-epilepsie stond voorheen bekend onder de term petit-mal. Aanvallen duren doorgaans kort (gemiddeld 10 seconden) en eindigen even abrupt. Dit epilepsiesyndroom kent een sterke genetische predispositie en komt meer bij meisjes dan bij jongens voor. Absence-epilepsie heeft niet altijd een goedaardig beloop. Cognitieve en sociale problemen treden bij tamelijk veel kinderen op en 10 tot 30% van de kinderen ontwikkelt later gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen. Dit zijn aanvallen die voorheen onder de term Grand-Mal bekendstonden. Omdat de verwijzing naar ziekte niet toepasselijk is en Grand onterecht een mate van ernst suggereert, worden de aanvalstypen momenteel uitsluitend op basis van de klinische symptomen beschreven. Een tonisch-clonische aanval vangt aan met een algehele verkramping van de spieren ( tonisch ), die na enige tijd overgaat in ritmische trekkingen ( clonieën ). Dit houdt doorgaans enkele minuten aan, waarna de aanval vrijwel altijd vanzelf uitdooft en patiënten of in slaap vallen of hun bezigheden hervatten. Absences (periodes van bewustzijnsverlies) komen ook voor bij andere epilepsiesyndromen, zoals bij juveniele absence-epilepsie (JAE), wat debuteert tussen het zevende en zeventiende jaar. Ofschoon er veel gelijkenis is met de absences op kinderleeftijd, is hierbij vaak het bewustzijn niet volledig afwezig en duren de aanvallen wat langer. 80% van de kinderen ontwikkelt ook hier tonisch-clonische aanvallen. Juveniele myoclonus epilepsie (JME) debuteert vaak in de puberteit met myoclonische aanvallen (kortdurende contracties in de spieren, voornamelijk van de ledenmaten). Het bewustzijn is hierbij ongestoord, maar bij 7

8 het merendeel van de patiënten treden ook gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen op. Box 18.1 Epileptische aanvallen versus epilepsiesyndromen; een voorbeeld Typische absences zijn epileptische aanvallen die gekenmerkt worden door een bewustzijnsstoornis en 3-Hz gegeneraliseerde piek-golfontladingen in het EEG (zie figuur 18.1). De verstoring van het bewustzijn kan nauwelijks waarneembaar zijn of juist opvallen dat het gepaard gaat met automatismen in het gelaat (zoals smakken) en trekkingen in spieren. Figuur 18.1 Typische 3-Hz piek-golfactiviteit in het EEG bij absence-epilepsie (Stefan, 1995) Een typische patiënt met absence-epilepsie in de kinderleeftijd is een meisje van 6 jaar met een normale ontwikkeling en intelligentie, waarbij de aanvallen debuteerden als forse bewustzijnsdalingen. Deze duurden kort, zo n 8 seconden en traden 10 tot soms 100 keer per dag op. Hyperventilatie door veelvuldig zuchten provoceerde de aanvallen. Aanvallen konden onder controle worden gekregen met valproaat, maar vanwege bijwerkingen van fors haaruitval en gewichtstoename, werd dit omgezet naar ethosuximide. Ofschoon er lichte problemen waren met het lezen en zij moeite had met de forse psychosociale beperkingen die haar ouders haar oplegden ten gevolge van de aanvallen, verdwenen de aanvallen op haar veertiende en kon de medicatie worden afgebouwd. Op haar eenentwintigste heeft ze een beroepsopleiding als leerkracht in het basisonderwijs afgerond. Bij het onderzoek naar de cognitieve en gedragsmatige gevolgen van IGE komt naar voren dat de prestaties van patiënten sterk variëren. Bij het overgrote deel van de patiënten worden geen tot milde beperkingen geconstateerd, terwijl bij een deel ook forse stoornissen vast te stellen zijn (Besag, 2004). In een recent onderzoek bij kinderen met absences of tonisch-clonische aanvallen die onder controle waren, werden bij beide groepen aandachtsproblemen vastgesteld. De kinderen met absences presteerden, vergeleken met de patiënten met tonisch-clonische aanvallen en de controles, slechter op taken voor verbaal leren, woordvloeiendheid, en fijne motoriek (Henkin, Sadeh & Kivity, 2005). De auteurs leiden hieruit af dat op lange termijn een groter risico bestaat op leermoeilijkheden, zelfs als er sprake is van een normaal intelligentieniveau en de kinderen/patiënten aanvalsvrij zijn. Neuropsychologische studies bij adolescenten met JME geven aanwijzingen voor specifieke cognitieve beperkingen en gedragsproblemen die in verband worden gebracht met een disfunctie van de frontale hersendelen. Vergeleken met patiënten met een lokaliseerbare frontale epilepsie presteren JME-patiënten beter op taken voor het werkgeheugen, maar 8

9 duidelijk zwakker dan kinderen zonder epilepsie. Ook worden bij deze vorm van epilepsie specifieke beperkingen in de executieve vaardigheden en de aandacht beschreven Behandeling van epilepsie op de kinderleeftijd Het overgrote deel van de kinderen met epilepsie wordt medicamenteus behandeld, waarmee de aanvallen naar tevredenheid onder controle zijn. Behalve het voorschrijven van medicatie, is het verstrekken van informatie aan het kind en diens ouders van groot belang. Afhankelijk van de leeftijd is het zinvol een aantal leefregels in acht te nemen, bijvoorbeeld met betrekking tot zwemmen, lichamelijke inspanning, en alcoholen drugsgebruik. Indien de aanvallen van kinderen therapieresistent blijken voor anti-epileptica, komt een deel van de kinderen in aanmerking voor epilepsiechirurgie. Uiteraard is een operatieve ingreep uitsluitend mogelijk indien sprake is van een focale epilepsie, waarbij een welomschreven deel van het hersenweefsel dat verantwoordelijk is voor de aanvallen wordt verwijderd. De expertise van dergelijke behandelingen is een samenwerking tussen de epilepsiecentra in Nederland en een aantal academische ziekenhuizen (zie box 18.2). Indien ook epilepsiechirurgie niet mogelijk is, kan een behandeling met Nervus Vagus Stimulatie (NVS) worden overwogen. Hierbij krijgt de linker hersenzenuw (Nervus Vagus), die loopt via de hals, kleine stroomstootjes via een soort pacemaker. Deze stroomstootjes zorgen dat de zenuw lichaamseigen signalen aanmaakt. Deze signalen worden naar de hersenen gezonden met als doel de aanvallen onder controle te krijgen, in aantal te laten afnemen of het herstel na een aanval sneller te doen verlopen. Ten slotte wordt een aantal epilepsiepatiënten volgens strikte richtlijnen met een zogenaamd Ketogeen dieet behandeld. Het Ketogeen dieet is een vetrijk en koolhydraatbeperkt dieet. Het werkingsmechanisme van dit dieet is tot op heden onbekend. Box 18.2 Casus Jaap Als de epilepsie als medicamenteus onbehandelbaar wordt beschouwd, wordt onder auspiciën van de Landelijke Werkgroep Epilepsiechirurgie een aantal kinderen neurochirurgisch behandeld (Jennekens-Schinkel & Jennekens, 2008). Zo ook Jaap. Jaap is bij aanmelding een 13-jarige jongen die als zuigeling koortsstuipen heeft gehad, maar bij wie de vroege ontwikkeling verder geen bijzonderheden vermeldt. Hij ontwikkelde een linkerhandvoorkeur en had bij aanmelding fysiotherapie vanwege een onrijpe fijne motoriek. Sinds enkele jaren heeft hij secundair gegeneraliseerde aanvallen vanuit een epileptisch focus links mesiotemporaal. Hij heeft alle gebruikelijke anti-epileptica voorgeschreven gekregen, zonder afdoende effect, zodat de mogelijkheden van een operatie worden geëvalueerd door middel van een uitgebreid diagnostisch protocol waarvan een neuropsychologisch onderzoek een standaardonderdeel is. Jaap heeft de basisschool zonder doublures doorlopen, maar had wel specifieke problemen met het lees- en taalonderwijs. Hij volgt op moment van de aanmelding vmbo-kaderonderwijs. Neuropsychologisch onderzoek: Jaap behaalt een gemiddeld totaal IQ (93), met een forse discrepantie tussen het verbale (104) en performale IQ (81). Met een dichotische luistertaak worden aanwijzingen voor een taallateralisatie in de rechter hemisfeer geconstateerd. Jaap heeft parafasieën (versprekingen) in zijn spraak en bij het benoemen van tactiel aangeboden informatie wordt een astereognosie (tactiele agnosie) van de rechterhand gezien. Bij het onderzoek naar de visuo-constructieve vaardigheden wordt een piecemeal approach gezien en ook het geheugen voor ruimtelijke informatie verloopt erg detailgericht. Ondanks de linkerhandvoorkeur bij motorische taken, zijn de prestaties op een tappingtaak met de rechterhand sterker. Op basis van dit profiel van cognitieve functies en vaardigheden wordt een zogenoemd crowdingfenomeen geconcludeerd, waarbij door een vroege disfunctie of beschadiging van de linker hemisfeer de ontwikkeling van de taalfuncties wordt belemmerd. Deze wordt overgenomen door de rechter hemisfeer met als gevolg dat de ontwikkeling van visueel-ruimtelijke vaardigheden in het gedrang komt; het wordt er letterlijk te druk (crowding). De rechterhemisfeermediatie van de taalfuncties wordt bevestigd met een zogenaamde WADAprocedure, waarbij met een injectie amobarbital in de arteria carotis voor korte tijd de werking van 9

10 één hemisfeer wordt uitgeschakeld. Voor de operatie van Jaap was dit gunstig. Immers, bij een linkszijdige resectie is er geen risico op afasie na de operatie en kan hij onder algehele anesthesie worden geopereerd. Een jaar na de operatie is Jaap nog steeds aanvalsvrij. Volgens protocol komt hij voor het eerste postoperatieve neuropsychologisch onderzoek terug. Hij is na 6 maanden weer mondjesmaat met school gestart en is aan het begin van het nieuwe schooljaar volledig met het derde leerjaar gestart. Ook is hij weer met sport begonnen, maar nog niet zo fanatiek omdat hij bang is toch aanvallen te krijgen. Hij vindt het vervelend dat hij nog minstens een jaar medicijnen moet blijven nemen. Het intelligentieniveau is onveranderd, waarbij de woordenschat is toegenomen. Ook het verbaal geheugen lijkt zich iets verbeterd te hebben Behandeling met anti-epileptica De neurologische behandeling van epilepsie in de kinderleeftijd bestaat primair uit het bestrijden of voorkomen van aanvallen met anti-epileptica, maar medicatie is niet altijd noodzakelijk. Met name bij de BECTP en bij het Panayiotopoulos-syndroom wordt vaak geen medicatie gestart, gezien het beperkte aantal aanvallen en het feit dat de aanvallen bijna altijd overgaan bij het ouder worden, ongeacht of de kinderen behandeld worden met antiepileptica. Voor slechts een beperkt aantal epilepsiesyndromen is systematisch onderzocht welke medicamenten effectief zijn. Een goed voorbeeld is de absence-epilepsie van de kinderleeftijd, die bij voorkeur dient te worden behandeld met valproaat (Depakine), lamotrigine (Lamictal) of ethosuximide (Ethymal of Zarontin). Bij andere epilepsiesyndromen is dit soms veel minder duidelijk. Van belang is het herkennen van een paradoxale reactie, waarbij sprake is van een toename van aanvallen na het starten met een anti-epilepticum. Bij absence-epilepsie van de kinderleeftijd treedt vrijwel altijd een toename van aanvallen op bij gebruik van carbamazepine. Daarentegen is carbamazepine (Tegretol) een veelgebruikt en effectief medicijn bij een benigne Rolandische epilepsie, maar kan ook hier sporadisch tot een toename van aanvallen leiden. Net zoals de pathogenese van epileptische aanvallen nog steeds onvoldoende bekend is, zijn ook de werkingsmechanismen van anti-epileptica niet precies bekend. De ontdekking van nieuwe anti-epileptica berustte in het verleden niet zelden op trial and error. Duidelijk is wel dat bij epileptische ontladingen een verstoring optreedt in de balans tussen exciterende stoffen als glutamaat en inhiberende stoffen als Gaba (gamma-aminoboterzuur), en een aantal anti-epileptica hebben volgens verschillende werkingsmechanismen invloed op deze balans. Er zijn echter ook anti-epileptica die het snel herhaald vuren van neuronen blokkeren en daarmee aanvallen voorkomen Cognitieve bijwerkingen van anti-epileptica Uit het voorgaande zal duidelijk worden dat de invloed van het specifieke epilepsiesyndroom, de onderliggende hersenbeschadiging en de aanwezigheid van epileptiforme afwijkingen, het cognitief profiel bepaalt van een kind met epilepsie op een bepaald moment in de ontwikkeling. In dit verband dient besproken te worden wat de mogelijke cognitieve bijwerkingen van de medicatie zijn. Epilepsie is een chronische aandoening, hetgeen voor een deel van de patiënten betekent dat ze soms jarenlang medicijnen voorgeschreven krijgen om de aanvallen te controleren. Vaak wordt lange tijd gezocht naar de juiste dosering of combinaties van middelen (polytherapie). Hierdoor kunnen de bijwerkingen bij een specifieke patiënt vaak niet worden voorspeld. Voor een bespreking van de bijwerkingen is het zinvol de anti-epileptica te verdelen in een drietal perioden waarin zij zijn ontwikkeld. Voor alle anti-epileptica die aan het begin van de twintigste eeuw zijn ontwikkeld (zoals fenobarbital, fenytoïne, clonazepam, et cetera), zijn negatieve bijwerkingen op het cognitief functioneren beschreven (Lagae, 2006). Vooral een psychomotore vertraging kan als gevolg van deze middelen optreden. Langdurig gebruik van fenobarbital kan zelfs leiden tot een 10

11 deterioratie van het IQ. Hoewel niet precies duidelijk is waarom dit optreedt, wordt vermoed dat de achteruitgang samenhangt met specifieke geheugenstoornissen. Ten opzichte van deze eerste generatie anti-epileptica wordt in het algemeen geconcludeerd dat de negatieve effecten van de tweede generatie antiepileptica carbamazepine (Tegretol) en valproaat (Depakine) gering zijn. Deze middelen worden in Nederland als zogenaamde eerste-keus-middelen voorgeschreven bij respectievelijk partiële aanvallen en gegeneraliseerde aanvallen. De cognitieve bijwerkingen van de nieuwere generatie anti-epileptica lijken geringer te zijn (Aldenkamp, Taylor & Baker, 2008), hoewel het aantal systematisch verrichte studies bij kinderen nog erg klein is of deze zelfs geheel ontbreken en de resultaten van de effectstudies bij volwassenen niet zomaar geëxtrapoleerd kunnen worden naar de kinderleeftijd. Ongeveer 65% van de kinderen met epilepsie reageert goed op anti-epileptica. Bij sommigen verdwijnen de aanvallen al voordat de definitieve diagnose gesteld is en hoeft niet te worden overgegaan tot het gebruik van medicatie. Bij andere kinderen verdwijnen aanvallen binnen enkele maanden na het opstarten van anti-epileptica. Aanvalsvrijheid wil overigens niet zeggen dat een kind met epilepsie geen psychosociale problemen zal ontwikkelen. Ouders van kinderen met epilepsie maken zich zorgen om het schools functioneren en de toekomstmogelijkheden van hun kind. Deze zorgen zijn tweeledig: ouders vrezen voor het ontstaan van leerproblemen door de ictale gebeurtenissen zelf, de mogelijke negatieve bijwerkingen van medicatie of als gevolg van frequent schoolverzuim. Voorts vrezen zij voor sociaal isolement vanwege anders zijn, en ook omdat epilepsie nog steeds negatieve connotaties oproept. Hierop zal in de volgende paragrafen worden ingegaan Intelligentie en specifieke leerstoornissen bij kinderen Kinderen met epilepsie lopen meer kans op achterblijvende of tegenvallende leerprestaties dan gezonde kinderen. Wanneer geen onderscheid gemaakt wordt naar etiologie verschuift de intelligentieverdeling in kinderen met epilepsie ongeveer 1 standaarddeviatie in vergelijking met de algemene populatie. Die verschuiving kan grotendeels worden verklaard door het dikwijls beneden gemiddeld intelligentieniveau of zelfs zwakbegaafdheid van kinderen met moeilijk behandelbare, symptomatische epilepsie. De intelligentie bij kinderen met goed behandelbare epilepsie is ten opzichte van gezonde kinderen hoogstens iets lager dan gemiddeld (Aldenkamp, 2006; Jennekens-Schinkel & Jennekens, 2008). Leerstoornissen kunnen primair of secundair zijn. Primaire leerstoornissen zijn het gevolg van een cognitieve functiestoornis die samenhangt met de epilepsie. Bij secundaire leerstoornissen wordt het schoolse functioneren belemmerd door gevolgen van de primaire problemen. Ondanks dat kinderen met goed behandelbare epilepsie wat betreft intelligentie vrijwel niet verschillen van gezonde kinderen worden toch leerproblemen beschreven. Schattingen variëren enorm en ook de aard van beschreven leerproblemen is verre van eenduidig. Uit een uitgebreide, prospectieve studie die werd uitgevoerd in meerdere centra onder kinderen met goed behandelbare epilepsie blijkt dat maar liefst 45% van de kinderen al vóór het stellen van de diagnose extra hulp heeft gekregen op school, terwijl dat bij 16% van de gezonde kinderen het geval is. Voorts doubleerde maar liefst 25% van de kinderen met epilepsie tegen maar 8% van de gezonde kinderen. Doublure is uiteraard niet alleen het gevolg van kind-specifieke cognitieve beperkingen, maar ook van andere factoren zoals omgevingsfactoren (een overbeschermende opvoeding of naar beneden bijgestelde verwachtingen van ouders of leerkrachten). In Nederland is in de Wet Ondersteuning Onderwijs Zieke leerlingen (WOOZ) vastgelegd dat scholen verantwoordelijk zijn voor het onderwijs van hun leerlingen, ook als zij door ziekte dikwijls school verzuimen of helemaal niet aan schoolbezoek toekomen, of wanneer leerachterstanden ontstaan die speciale aandacht behoeven. De school kan de regionale onderwijsbegeleiding inschakelen om het kind toch zo veel mogelijk bij het onderwijs te blijven betrekken, en onderwijsprogramma s zo goed mogelijk af te stemmen. Wanneer 11

12 inschakeling van de schoolbegeleidingsdienst niet voldoet kunnen kinderen met epilepsie aanspraak maken op leerlinggebonden financiering (LGF), waarmee gespecialiseerde onderwijsbegeleiding voor het individuele kind kan worden ingeschakeld (zie hoofdstuk 11, Behandeling ). Ofschoon uitgebreide internationale studies naar cognitieve mogelijkheden niet op een voor epilepsie typisch profiel van neuropsychologische sterkten en zwakten wijzen, bestaan inmiddels sterke aanwijzingen dat kinderen met epilepsie kampen met subtiele verstoring in cognitief functioneren (Rankin & Vargha-Khadem, 2008). Ten tijde van ictale gebeurtenissen, en subtieler tijdens pre- en postictale perioden wordt prikkelbaarheid, neerslachtigheid of juist overdreven vrolijkheid gezien, terwijl postictaal overmatige vermoeidheid, sloomheid en slaperigheid overheersen. In de aanvalsvrije perioden (interictaal) zijn met name de aandachtregulatie en het tempo van verwerken van informatie het kwetsbaarst in kinderen met epilepsie. Het percentage kinderen met primaire leerstoornissen (lezen, rekenen, taal) is voor de goed behandelbare epilepsie nog onvoldoende bekend. Grondig neuropsychologisch onderzoek is nodig om het patroon van cognitieve kwetsbaarheden bij het individuele kind met epilepsie te achterhalen Specifieke gedragsproblemen Het zal duidelijk zijn dat bij vele hersenaandoeningen epilepsie kan optreden. Een derde van de mensen met een verstandelijke handicap heeft epilepsie (zie Hendriks, 2006). Ook bij diverse kinderpsychiatrische stoornissen bestaat een verhoogd risico op epileptische aanvallen. Zo wordt bij 25% van de kinderen met een stoornis in het autismespectrum de diagnose epilepsie gesteld (Caplan, Gillberg, Dunn & Spence, 2008). Kinderen met epilepsie hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van ADHDsymptomen. ADHD wordt gerapporteerd bij 28 tot 37% van alle kinderen met epilepsie en in 75% van de gevallen betreft dit jongens (Caplan e.a., 2008). Hierbij is relatief vaker sprake van het onoplettende subtype, dan het hyperactieve of gecombineerde subtype. Gedragskenmerken van ADHD kunnen ook het gevolg zijn van de anti-epileptica. Alle antiepileptica kunnen in meer of mindere mate de aandacht verstoren of versterken, en overbeweeglijkheid veroorzaken. 30% van de kinderen met fenobarbital (Luminal) vertoont hyperactief gedrag, terwijl fenytoïne (Diphantoïne) eerder aandachtsproblemen veroorzaakt. Ook valproaat en clonazepam (Rivotril) kunnen deze bijwerkingen veroorzaken. Depressie is de meest voorkomende stemmingsstoornis bij epilepsie (Hendriks, 2006). Depressie bij kinderen met epilepsie wordt vaak onderschat; kinderen uiten depressie veelal anders dan volwassenen, en ouders zijn vaak meer op de aanvallen gericht dan op het emotioneel welbevinden. Geschat wordt dat depressie bij ongeveer 25% van de kinderen voorkomt, maar afhankelijk van de definitie varieert de prevalentie tussen 11 en 60%. Tijdens de adolescentie treedt een stemmingsstoornis frequenter op bij meisjes (Besag, 2004; Caplan e.a., 2008). Een depressieve stemming kan ook samenhangen met het gebruik van anti-epileptica (zoals benzodiazepinen). In dit verband wordt de voorkeur gegeven aan valproaat, carbamazepine of lamotrigine en, indien mogelijk, moeten barbituraten en fenytoïne worden vermeden. De helft van de volwassen epilepsiepatiënten vertoont een vorm van angststoornissen. Ook kinderen met epilepsie vertonen specifieke angststoornissen. Ook hier lopen schattingen uiteen (20-45%), omdat angststoornissen minder goed herkenbaar zijn. Naast algehele angststoornissen zijn veel kinderen angstig voor specifieke epilepsie-gerelateerde verschijnselen, zoals de angst om dood te gaan tijdens een aanval, mentale retardatie of het krijgen van hersenbeschadiging (Besag, 2004). Episodes van angst kunnen direct veroorzaakt worden door de epileptische activiteit en zich als een aura of aanval presenteren, maar ook als postictaal verschijnsel optreden. Interictale angstbelevingen worden zelfs door 60% van de patiënten gemeld. Hierbij speelt het type epilepsie een rol, 12

13 maar ook factoren als (aangeleerde) angst voor het krijgen van aanvallen en het verliezen van controle. Aanvalsfobieën zijn zeldzaam Psychosociale aspecten Meer dan andere chronische ziekten wordt epilepsie in emotionele en sociale zin gekenmerkt door controleverlies. Twee belangrijke eigenschappen van de epileptische aanval zijn de onvoorspelbaarheid ervan en het feit dat het kind tijdens de aanval geen greep heeft op zijn gedrag. Omdat kinderen in ontwikkeling zijn en er dus nog geen sprake is van een afgeronde persoonlijkheidsontwikkeling en van stabiele zelfregulerende functies, kan het steeds maar weer ervaren van controleverlies vergaande consequenties hebben. Controleverlies wordt wel geassocieerd met ervaren van schaamte, en een sterk overdreven neiging tot het ervaren van schaamte wordt steeds vaker in verband gebracht met identiteitsverlies en met uiteindelijk depressiviteit op latere leeftijd (Besag, 2004). Stigma (en vooral het ervaren ervan) speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van psychosociale problemen. Het gevoel anders te zijn kan negatieve gevoelens teweegbrengen en een lage zelfwaardering of zelfs depressie veroorzaken. Afhankelijk van de balans tussen de mate van sociale steun en het leren van eigen verantwoordelijkheid, en de manier waarop vooral de ouders maar ook andere naastbetrokkenen hieraan invulling geven, kunnen kinderen verstoorde relaties ontwikkelen die leiden tot een verhoogde mate van afhankelijkheid of zelfs tot sociale isolatie Tot slot Het zal duidelijk zijn dat epilepsie meer is dan het hebben van aanvallen en dat hét kind met epilepsie niet bestaat. Medisch gezien gaat het om een zeer heterogene patiëntenpopulatie, wat het klinisch maar ook wetenschappelijk onderzoek naar de cognitieve, gedragsmatige en psychosociale consequenties erg complex maakt, en waardoor het belang van de inbreng van de klinisch neuropsycholoog wordt onderstreept. Om meer duidelijkheid te krijgen over de potentiële risicofactoren voor de ontwikkeling van het kind is het zinvol etiologisch onderscheid te maken tussen klinische neurologische (aanvalsfrequentie, type epilepsie, et cetera), psychosociale (stigma, opvoeding, et cetera), en behandelfactoren (anti-epileptica, neurochirurgie). Aan de diagnostische ontrafeling van het relatieve gewicht dat deze factoren bij een individueel kind met epilepsie in zijn leven hebben, kan de kinderneuropsycholoog een belangrijke bijdrage leveren. Een klinisch kinderneuropsycholoog zal de interactie tussen deze factoren in de behandeling van het kind en de begeleiding van het gezin, of de school, als behandelingskader moeten hanteren. Epilepsiezorg in Nederland, informatie voor ouders en hulpverleners Epilepsiecentrum Kempenhaeghe (www.kempenhaeghe.nl) locatie Heeze locatie Hans Berger Kliniek, Oosterhout De Berkenschutse expertisecentrum voor onderwijs en epilepsie (www.berkenschutse.nl) Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN) (www.sein.nl) locatie Heemstede locatie Heemstaete, Zwolle De Waterlelie expertisecentrum voor onderwijs en epilepsie (www.dewaterlelie.net) Nationaal Epilepsie Fonds (NEF). Hier is de Nederlandse Liga tegen Epilepsie gevestigd. Dit is een vereniging van mensen werkzaam op het gebied van de epilepsiezorg. De vereniging geeft het tijdschrift Epilepsie uit. De Molen 35, 3994 DA Houten 13

14 t: e: en De Epilepsievereniging Nederland (EVN) is de patiëntenvereniging. Zij geeft het tijdschrift Transmissie uit. Postbus 8105, 6710 AC Ede t: Advieslijn: e: Literatuur Aldenkamp, A.P. (2006). Cognitive impairment in epilepsy: State of affairs and clinical relevance. Seizure, 15, Aldenkamp, A.P., Taylor, J. & Baker, G.A. (2008). Cognitive side effects of Antiepileptic drugs. In J. Engel & T.A. Pedley (Eds.), Epilepsy: A Comprehensive Textbook (2nd ed.). Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins. Arzimanoglou, A. (2005). Temporal lobe epilepsy in children and cognitive dysfunction: comprehensive methodologies for a comprehensive research and care. In A. Arzimanoglou, A. Aldenkamp, H. Cross, M. Lassonde, S.L. Moshé & B. Schmitz (Eds.), Cognitive Dysfunction in Children with Temporal Lobe Epilepsy (pp ). Montrouge: John Libbey Eurotext. Berg, A.T., Smith, S.N., Frobish, D., Beckerman, B., Levy, S.R., Testa, F.M. & Shinnar, S. (2004). Longitudinal assessment of adaptive behavior in infants and young children with newly diagnosed epilepsy: Influences of etiology, syndrome, and seizure control. Pediatrics, 114, Besag, F.M. (2004) Behavioral aspects of pediatric epilepsy syndromes. Epilepsy & Behavior, 5(s.1), S3-13. Caplan, R., Gillberg, C., Dunn, D.W. & Spence, S.J. (2008). Psychiatric disorders in children. In J. Engel & T.A. Pedley (Eds.), Epilepsy: A Comprehensive Textbook (2nd ed.). Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins. Commission on Classification and Terminology of the International League Against Epilepsy. (1989). Proposal for revised classification of epilepsies and epileptic syndromes. Epilepsia, 30, Cross, J.H., McLellan, A., Devies, S. & Heyman, I. (2005). Autism spectrum disorder in children with temporal lobe epilepsy. In A. Arzimanoglou, A. Aldenkamp, H. Cross, M. Lassonde, S.L. Moshé & B. Schmitz (Eds.), Cognitive Dysfunction in Children with Temporal Lobe Epilepsy (pp ). Montrouge: John Libbey Eurotext. Engel, J. Jr. (2001). ilae commission report: A proposed diagnostic scheme for people with epileptic seizures and with epilepsy: Report on the ilae task force on classification and terminology. Epilepsia, 42, Hendriks, M.P.H, Aldenkamp, A.P., Alpherts, W.C.J., Ellis, J., Vermeulen, J. & Van der Vlugt, H. (2004). Relationships between epilepsy related factors and memory impairment. Acta Neurologica Scandinavica, 110 (5), Hendriks, M. (2006). Epilepsie. In W. Everaerd, C. van der Staak, M. van Son, M. van den Hout, J. Derksen, H. Diesveldt, A. Bak, H. Vertommen, P. van Oost, A. Kerkhof & C. Schaap (Eds.) Handboek Klinische Psychologie (pp. 1-22). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. Henkin, Y., Sadeh, M. & Kivity, S. (2005). Cognitive function in idiopathic generalized epilepsy in childhood. Developmental Medical Child Neurology, 47, Holmes, G.L. & Lenck-Santini, P. (2006). Role of interictal epileptiform abnormalities in cognitive impairment. Epilepsy & Behavior, 8, Jennekens-Schinkel, A. & Jennekens, F.G.I. (2008). Neuropsychologie van neurologische aandoeningen in de kindertijd. Amsterdam: Uitgeverij Boom. Lagae, L. (2006). Cognitive side effects of anti-epileptic drugs. The relevance in childhood epilepsy. Seizure, 15, Nicolai, J., Aldenkamp, A.P., Arends, J., Weber, J.W. & Vles, J.S.H. (2006). Cognitive and behavioral effects of nocturnal epileptiform discharges in children with benign childhood epilepsy with centrotemporal spikes. Epilepsy & Behavior, 8, Rankin, P.M., Vargha-Khadem, F. (2008). Neuropsychological Evaluation - Children. In J. Engel & T.A. Pedley (Eds.), Epilepsy: A Comprehensive Textbook. Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins. Scholtes, F.B.J., Hendriks, M.P.H. & Renier, W.O. (2005). Cognitive deterioration as a result of Electrical Status Epilepticus during Slow Sleep. Epilepsy & Behavior, 6,

15 Stefan, H. Epilepsien Diagnose und Behandlung. New York: Chapman & Hall,

Kinder epilepsie syndromen. Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe

Kinder epilepsie syndromen. Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe Kinder epilepsie syndromen Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe Opbouw presentatie Korte kennistoets 3 casus Heb je vragen, stel ze gerust! Korte kennistoets Hoe vaak komt epilepsie bij

Nadere informatie

Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie. 23 oktober 2012 Willem-Jan Hardon, Neuroloog

Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie. 23 oktober 2012 Willem-Jan Hardon, Neuroloog Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie 23 oktober 2012 Willem-Jan Hardon, Neuroloog Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie + Algemeen + Diagnostiek + Behandeling + StartPoliEpilepsie + Marjolein Kalse, Epilepsieconsulent

Nadere informatie

Kinderepilepsie in beeld. Nynke Doornebal Kinderarts - kinderneuroloog

Kinderepilepsie in beeld. Nynke Doornebal Kinderarts - kinderneuroloog Kinderepilepsie in beeld Nynke Doornebal Kinderarts - kinderneuroloog Kenmerken van epilepsie: 1. Excessieve ontlading van populatie neuronen 2. Onwillekeurige, aanvalsgewijs optredende motorische, sensibele,

Nadere informatie

Zes - Traps Raket. Epidemiologie. Classificatie van aanvallen en epilepsiesyndromen. Epidemiologie. Epilepsie ja/nee

Zes - Traps Raket. Epidemiologie. Classificatie van aanvallen en epilepsiesyndromen. Epidemiologie. Epilepsie ja/nee Epidemiologie Classificatie van en epilepsiesyndromen Joost Nicolai Sepion 12 juni 2009 Incidentie epilepsie: 50 per 100.000 (NL 7.500 per jaar) Prevalentie epilepsie: 5-10 per 1.000 (NL: 75.000-150.000)

Nadere informatie

Koortsconvulsies: hoe zat het ook al weer? Oebo Brouwer, kinderneuroloog UMCG

Koortsconvulsies: hoe zat het ook al weer? Oebo Brouwer, kinderneuroloog UMCG Koortsconvulsies: hoe zat het ook al weer? Oebo Brouwer, kinderneuroloog UMCG Definitie (Epileptische) aanvallen bij koorts zonder infectie van het centrale zenuwstelsel of een andere specifieke oorzaak

Nadere informatie

CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP?

CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP? CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP? O. F. Brouwer Afdeling Neurologie Universitair Medisch Centrum Groningen EPILEPSIE Waarom ontstaat een epileptische aanval? Afwijkende prikkelbaarheid van

Nadere informatie

Programma. Platformdag Passend Onderwijs 3-12-2015. Epilepsie en onderwijs. www.lwoe.nl 1

Programma. Platformdag Passend Onderwijs 3-12-2015. Epilepsie en onderwijs. www.lwoe.nl 1 1 Epilepsie en onderwijs Nantsje Leijendekker Hans van Dijck Bob Averink locatie de Waterlelie locatie De Berkenschutse 2 Programma Het LWOE. Wat is epilepsie? De gevolgen van epilepsie op het leren Indien

Nadere informatie

Spieren en het brein Multidisciplinaire expertise over leren, ontwikkeling en gedrag van kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een spierziekte

Spieren en het brein Multidisciplinaire expertise over leren, ontwikkeling en gedrag van kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een spierziekte NEUROLOGISCHE LEER- EN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN Spieren en het brein Multidisciplinaire expertise over leren, ontwikkeling en gedrag van kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een spierziekte Het centrum

Nadere informatie

Myoclonische absence epilepsie

Myoclonische absence epilepsie Myoclonische absence epilepsie Wat is myoclonische absence epilepsie? Myoclonische absence epilepsie is een vorm van epilepsie waarbij kinderen staaraanvalletjes hebben die samen gaan met een kortdurende

Nadere informatie

Opbouw presentatie. Korte kennisquiz. Kinder epilepsie syndromen. Korte kennisquiz 4 Casussen. Hebje vragen, stelzegerust!

Opbouw presentatie. Korte kennisquiz. Kinder epilepsie syndromen. Korte kennisquiz 4 Casussen. Hebje vragen, stelzegerust! Kinder epilepsie syndromen Joke Creemers en Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe Korte kennisquiz 4 Casussen Opbouw presentatie Hebje vragen, stelzegerust! Korte kennisquiz 1 Hoe vaak komt

Nadere informatie

SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie.

SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie. SAMENVATTING Hoofdstuk 1 Introductie. Bij mensen met medicamenteus onbehandelbare temporaalkwab epilepsie is epilepsie chirurgie een zeer goede behandelmogelijkheid. Het besluit om iemand wel of niet te

Nadere informatie

Epilepsie. Scholingsaanbod. De cursus kende een goede. afwisseling van theorie met. praktijkvoorbeelden, videobeelden. en verhalen die inspirerend

Epilepsie. Scholingsaanbod. De cursus kende een goede. afwisseling van theorie met. praktijkvoorbeelden, videobeelden. en verhalen die inspirerend Epilepsie Scholingsaanbod Epilepsie is de meest voorkomende neurologische Het LWOE verzorgt scholing voor onderwijspersoneel, aandoening in de kinderleeftijd. Een aantal kinderen zoals leerkrachten, ambulant

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting 153 Tubereuze sclerose complex (TSC), ook wel de ziekte van Bourneville-Pringle genoemd, is een aandoening die zich manifesteert in verscheidene organen, waaronder de hersenen. TSC is een

Nadere informatie

Ellen Peeters MANP Karin schlepers Stichting Epilepsie Instellingen Nederland

Ellen Peeters MANP Karin schlepers Stichting Epilepsie Instellingen Nederland Ellen Peeters MANP Karin schlepers Stichting Epilepsie Instellingen Nederland 1. Algemene informatie verstandelijke beperking 2. Oorzaken Verstandelijk beperking en epilepsie 3. Complexe zorg 4. Behandeling

Nadere informatie

To stuip or not to stuip Neurologisch maar toch Praktisch

To stuip or not to stuip Neurologisch maar toch Praktisch To stuip or not to stuip Neurologisch maar toch Praktisch Jan Braakhekke en Katinke van Dijk Neuroloog en Kinderarts/kinderneuroloog Isala kliniek, Zwolle en Rijnstate Ziekenhuis, Arnhem Arts et al., 1999

Nadere informatie

EPILEPSIE. Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom

EPILEPSIE. Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom EPILEPSIE Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom Epilepsie en verstandelijke beperking Gespecialiseerde kennis: hypothalamus hamartoom Het epilepsiecentrum

Nadere informatie

Leerling met epilepsie op school? Onderwijskundige begeleiding voor leerkrachten/docenten en hun leerlingen met epilepsie. www.lwoe.

Leerling met epilepsie op school? Onderwijskundige begeleiding voor leerkrachten/docenten en hun leerlingen met epilepsie. www.lwoe. Leerling met epilepsie op school? Onderwijskundige begeleiding voor leerkrachten/docenten en hun leerlingen met epilepsie Onderwijskundig begeleiders van het Landelijk Werkverband Onderwijs en Epilepsie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 137 138 Het ontrafelen van de klinische fenotypen van dementie op jonge leeftijd In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, komt dementie ook op jonge leeftijd voor. De diagnose

Nadere informatie

Kempenhaeghe. Epilepsiecentrum Sterkselseweg 65 5591 VE Heeze 040-2279022. Presentatie: Maria Stijnen Epilepsieverpleegkundige

Kempenhaeghe. Epilepsiecentrum Sterkselseweg 65 5591 VE Heeze 040-2279022. Presentatie: Maria Stijnen Epilepsieverpleegkundige Kempenhaeghe Epilepsiecentrum Sterkselseweg 65 5591 VE Heeze 040-2279022 Presentatie: Maria Stijnen Epilepsieverpleegkundige Wat is epilepsie: Verschijnselen die optreden bij plotseling overmatige ontlading

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Over de auteurs. 1 Inleiding 1

Inhoud. Voorwoord. Over de auteurs. 1 Inleiding 1 Voorwoord Over de auteurs V XIII 1 Inleiding 1 2 Anamnese 3 2.1 Inleiding 3 2.2 Specifieke anamnese 3 2.3 Algemene anamnese 3 2.4 Ontwikkelingsanamnese 4 2.5 Voorgeschiedenis 4 2.6 Familieanamnese 5 3

Nadere informatie

Syndroom van Lennox-Gastaut

Syndroom van Lennox-Gastaut Syndroom van Lennox-Gastaut Wat is het syndroom van Lennox-Gastaut? Het syndroom van Lennox-Gastaut is een ernstig epilepsiesyndroom bij jonge kinderen wat gekenmerkt wordt door verschillende soorten epilepsie

Nadere informatie

Epilepsie. C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte. Wat is epilepsie? Soorten epilepsie Gegeneraliseerde aanvallen Partiële aanvallen Behandeling

Epilepsie. C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte. Wat is epilepsie? Soorten epilepsie Gegeneraliseerde aanvallen Partiële aanvallen Behandeling Epilepsie Epilepsie C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte Wat is epilepsie? Soorten epilepsie Gegeneraliseerde aanvallen Partiële aanvallen Behandeling Wat is epilepsie? Bij epilepsie is er sprake van

Nadere informatie

Epilepsie en het schoolgaande kind Programma voor schoolgaande kinderen met ontwikkelingsproblemen ten gevolge van epilepsie

Epilepsie en het schoolgaande kind Programma voor schoolgaande kinderen met ontwikkelingsproblemen ten gevolge van epilepsie EPILEPSIE Epilepsie en het schoolgaande kind Programma voor schoolgaande kinderen met ontwikkelingsproblemen ten gevolge van epilepsie Het programma Epilepsie en het schoolgaande kind van het epilepsiecentrum

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Maligne migrerende partiële epilepsie op de kinderleeftijd.

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Maligne migrerende partiële epilepsie op de kinderleeftijd. Maligne migrerende partiële epilepsie op de kinderleeftijd. Wat is maligne migrerende partiële epilepsie op de kinderleeftijd.? Maligne migrerende partiële epilepsie op de kinderleeftijd is een ernstig

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek Patiënteninformatie Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek U bent door een specialist van het ziekenhuis verwezen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 en 2 bestaan uit de inleiding en de beschrijving van de onderzoeksdoelen.

Hoofdstuk 1 en 2 bestaan uit de inleiding en de beschrijving van de onderzoeksdoelen. Chapter 9 Nederlandse samenvatting 148 CHAPTER 9 De kans dat een kind kanker overleeft, is de laatste decennia sterk gegroeid. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was kinderkanker meestal fataal,

Nadere informatie

Globaal gezien zijn er twee vormen van epilepsie; primaire en secundaire epilepsie:

Globaal gezien zijn er twee vormen van epilepsie; primaire en secundaire epilepsie: Epilepsie bij honden Epilepsie bij de hond is een redelijk vaak voorkomend neurologisch probleem bij de hond. De aandoening gaat gepaard met min of meer heftige epileptiforme aanvallen. Deze aanvallen

Nadere informatie

Klachten en Symptomen. Dr. Jacoline Bromberg Neuroloog / neuro-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam

Klachten en Symptomen. Dr. Jacoline Bromberg Neuroloog / neuro-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam Klachten en Symptomen Dr. Jacoline Bromberg Neuroloog / neuro-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam Voorbeeld 1 Een voorheen gezonde man van 48 jaar krijgt plots een epileptische aanval. Deze

Nadere informatie

Epilepsie. bij 60-plussers

Epilepsie. bij 60-plussers Epilepsie bij 60-plussers Wat is epilepsie? Epilepsie is een stoornis die ongeveer 1 op de 150 à 250 personen treft. In België gaat het dus om meer dan 60.000 personen. Er bestaan trouwens verschillende

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING 143 Nederlandse samenvatting 144 NEDERLANDSE SAMENVATTING De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat psychische gezondheid een staat van welzijn is waarin een individu zich

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek Patiënteninformatie Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek U bent door een specialist van het ziekenhuis verwezen

Nadere informatie

Niet Aangeboren Hersenletsel

Niet Aangeboren Hersenletsel Niet Aangeboren Hersenletsel diagnostiek en behandeling door de revalidatiearts Wie ben ik? Opleiding (neuro)psychologie in Utrecht (afgerond 2001) Opleiding geneeskunde in Utrecht Opleiding tot revalidatiearts

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

1. Wat is epilepsie Oorzaak 5 Uitlokkende factoren 5 Erfelijkheid 6

1. Wat is epilepsie Oorzaak 5 Uitlokkende factoren 5 Erfelijkheid 6 Epilepsie 2 Inhoud 1. Wat is epilepsie 4 2. Oorzaak 5 Uitlokkende factoren 5 Erfelijkheid 6 3. Soorten aanvallen 7 Partiële aanvallen 7 De meest voorkomende gegeneraliseerde aanvallen 8 4. Diagnostiek/onderzoeken

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 203 Nederlandse samenvatting Wittere grijstinten Klinische relevantie van afwijkingen in de grijze stof in multipele sclerose, zoals afgebeeld met MRI Multipele sclerose (MS) is

Nadere informatie

Hersenbeschadiging Het CSWS syndroom ontstaat gemakkelijker wanneer er sprake is van een beschadiging in de. deze tekst kunt u nalezen op

Hersenbeschadiging Het CSWS syndroom ontstaat gemakkelijker wanneer er sprake is van een beschadiging in de. deze tekst kunt u nalezen op CSWS-syndroom Wat is het CSWS syndroom? Het CSWS syndroom is een ernstig epilepsie syndroom waarbij er tijdens de diepe slaap vrijwel voortdurend epileptische activiteit aanwezig is in de hersenen. Hoe

Nadere informatie

L-OT-genotendag 16 mei 2014. Orthostatische tremor. Fleur van Rootselaar Arthur Buijink. Neurologie AMC, Amsterdam. Wie zijn wij?

L-OT-genotendag 16 mei 2014. Orthostatische tremor. Fleur van Rootselaar Arthur Buijink. Neurologie AMC, Amsterdam. Wie zijn wij? L-OT-genotendag 16 mei 2014 Orthostatische tremor Fleur van Rootselaar Arthur Buijink Neurologie AMC, Amsterdam Fleur van Rootselaar Wie zijn wij? Neuroloog/ klinisch neurofysioloog AMC Behandeling en

Nadere informatie

Nervus Vagus Stimulatie Voorbereidingstraject en nazorg rondom de behandeling van epilepsie met Nervus Vagus Stimulatie

Nervus Vagus Stimulatie Voorbereidingstraject en nazorg rondom de behandeling van epilepsie met Nervus Vagus Stimulatie EPILEPSIE Nervus Vagus Stimulatie Voorbereidingstraject en nazorg rondom de behandeling van epilepsie met Nervus Vagus Stimulatie Nervus Vagus Stimulatie (NVS) is een behandeling die wordt toegepast om

Nadere informatie

De huid en het brein. Multidisciplinaire expertise bij ontwikkeling, leren en gedrag van kinderen en jongeren met neurofibromatose type 1

De huid en het brein. Multidisciplinaire expertise bij ontwikkeling, leren en gedrag van kinderen en jongeren met neurofibromatose type 1 De huid en het brein Multidisciplinaire expertise bij ontwikkeling, leren en gedrag van kinderen en jongeren met neurofibromatose type 1 Het Centrum voor Neurologische Leer- en ontwikkelingsstoornissen

Nadere informatie

Symptomatische behandeling hersenmetastasen. Jeroen van Eijk, neuroloog JBZ 3 e Regionale Symposium Palliatieve Zorg 07-11-2013

Symptomatische behandeling hersenmetastasen. Jeroen van Eijk, neuroloog JBZ 3 e Regionale Symposium Palliatieve Zorg 07-11-2013 Symptomatische behandeling hersenmetastasen Jeroen van Eijk, neuroloog JBZ 3 e Regionale Symposium Palliatieve Zorg 07-11-2013 Zo maar een paar vragen: -Moeten patiënten met HM standaard met dexamethason

Nadere informatie

Foetaal Alcohol Syndroom: Een ondergediagnosticeerde en voorkombare aandoening. Pieter Jelle Vuijk, neuropsycholoog STAP 23 september

Foetaal Alcohol Syndroom: Een ondergediagnosticeerde en voorkombare aandoening. Pieter Jelle Vuijk, neuropsycholoog STAP 23 september Foetaal Alcohol Syndroom: Een ondergediagnosticeerde en voorkombare aandoening Pieter Jelle Vuijk, neuropsycholoog STAP 23 september Indeling presentatie Inleiding FASD: o.a. voorkomen, diagnostiek, gedragskenmerken

Nadere informatie

Kinderen met ADHD. Inhoudsopgave. Wat is de oorzaak van ADHD? Wat zijn de verschijnselen van ADHD?

Kinderen met ADHD. Inhoudsopgave. Wat is de oorzaak van ADHD? Wat zijn de verschijnselen van ADHD? Kinderen met ADHD Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Wat is de oorzaak van ADHD? 1 Wat zijn de verschijnselen van ADHD? 1 Hoe wordt de diagnose ADHD gesteld? 2 Behandeling van ADHD

Nadere informatie

Slaapproblemen bij neurologische aandoeningen

Slaapproblemen bij neurologische aandoeningen Slaapproblemen bij neurologische aandoeningen Definitie slaap Terugkerende toestand Van verminderd bewustzijn En tot rust komen van het lichaam Waaruit men vlot gewekt kan worden Representation of consciousness

Nadere informatie

Epilepsie. bij adolescenten

Epilepsie. bij adolescenten Epilepsie bij adolescenten Wat is epilepsie? Epilepsie is een stoornis die ongeveer 1 op de 150 à 250 personen treft. In België gaat het dus om meer dan 60.000 personen. Er bestaan trouwens verschillende

Nadere informatie

huisartsennascholing 10 sept 2013

huisartsennascholing 10 sept 2013 huisartsennascholing 10 sept 2013 -polyneuropathie -restless legs syndrome Joost van Oostrom Afdeling Neurologie Rijnstate Programma (2x) WAAROM moeten we hier iets over weten WAT moeten we hierover weten

Nadere informatie

Epilepsie. Algemeen. Oorzaken

Epilepsie. Algemeen. Oorzaken Epilepsie Algemeen We spreken van epilepsie als er herhaald toevallen optreden. Tijdens een toeval is er sprake van abnormaal gedrag. Dit abnormale gedrag kan gegeneraliseerd zijn, dat wil zeggen dat er

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. Het foetaal alcohol syndroom. www.kinderneurologie.eu

Kinderneurologie.eu. Het foetaal alcohol syndroom. www.kinderneurologie.eu Het foetaal alcohol syndroom Wat is het foetaal alcohol syndroom? Het foetaal alcohol syndroom is een combinatie van aangeboren afwijkingen bij een baby die veroorzaakt zijn door alcohol gebruik van de

Nadere informatie

Neuropsychologisch onderzoek bij ouderen

Neuropsychologisch onderzoek bij ouderen Neuropsychologisch onderzoek bij ouderen Inhoudsopgave Inleiding... 1 Wat is neuropsychologie en wat is een neuropsycholoog... 1 Mogelijke gevolgen van een hersenbeschadiging... 1 Wat is een neuropsychologisch

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 99 Nederlandse Samenvatting Depressie is een veel voorkomend en ernstige psychiatrisch ziektebeeld. Depressie komt zowel bij ouderen als bij jong volwassenen voor. Ouderen en jongere

Nadere informatie

7 Epilepsie. 1 Inleiding. In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie. 4 Epilepsie-aanvallen. SAW DC 7 Epilepsie

7 Epilepsie. 1 Inleiding. In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie. 4 Epilepsie-aanvallen. SAW DC 7 Epilepsie DC 7 Epilepsie 1 Inleiding In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie 4 Epilepsie-aanvallen 1 1 2 Wat is epilepsie? Een epileptische aanval is een plotselinge kortsluiting

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine

Nadere informatie

12 Langdurige epileptische aanvallen

12 Langdurige epileptische aanvallen 12 Langdurige epileptische aanvallen Definitie en etiologie Incidentie Anamnese Lichamelijk onderzoek Epileptische aanvallen duren van enkele seconden tot hooguit enkele minuten. In de literatuur wordt

Nadere informatie

Eline. Interactieve casus. Zelfstandig leven met epilepsie: Een kwestie van vallen en opstaan?

Eline. Interactieve casus. Zelfstandig leven met epilepsie: Een kwestie van vallen en opstaan? Zelfstandig leven met epilepsie: Een kwestie van vallen en opstaan? Carly Jansen Ruby Soekhoe Verpleegkundig specialisten epilepsie Kempenhaeghe Interactieve casus Eline - Leeftijd: 35 jaar - Gezin: gehuwd,

Nadere informatie

Inhoud van voordracht: CNL. vier kenmerken: Mattheus-effect: vroege detectie van belang

Inhoud van voordracht: CNL. vier kenmerken: Mattheus-effect: vroege detectie van belang Inhoud van voordracht: CNL Centrum voor Neurologische Leeren ontwikkelingsstoornissen J.G.M. Hendriksen, klinisch neuropsycholoog J.S.H. Vles, kinderneuroloog (1) Leerstoornissen wat zijn dat? (2) Neurologische

Nadere informatie

Ketogeen dieet bij refractaire epilepsie. Liesbeth Rietveld Carly Jansen

Ketogeen dieet bij refractaire epilepsie. Liesbeth Rietveld Carly Jansen Ketogeen dieet bij refractaire epilepsie Liesbeth Rietveld Carly Jansen Voorstellen Inhoud Epilepsie; gevolgen en behandelingen Ketogeen dieet Verpleegkundige interventies Samenvatting - Epilepsie Tijdelijke

Nadere informatie

Sam envatting en conclusies T E N

Sam envatting en conclusies T E N Sam envatting en conclusies T E N Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Sinds de zeventigerjaren van de vorige eeuw zijn families beschreven met dominant overervende herseninfarcten,dementie

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie 255 256 De twee hersenhelften, de hemisferen, van het menselijke brein verschillen zowel in vorm als in functie. In sommige hersenfuncties, zoals

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting NEDERL ANDSE SAMENVAT TING HET OOG ALS WEERSPIEGELING VAN HET BREIN Optische coherentie tomografie in MS Meer dan een eeuw geleden schreef een van de eerste neurologen die gebruik maakte van de oogspiegel,

Nadere informatie

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström 1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström Dr. S.A.M. van de Schans, S. Oerlemans, MSc. en prof. dr. J.W.W. Coebergh Inleiding Epidemiologie is de wetenschap die eenvoudig gezegd

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme Deel VI Inleiding Wat zijn de mogelijkheden van EMDR voor cliënten met een verstandelijke beperking en voor cliënten met een autismespectrumstoornis (ASS)? De combinatie van deze twee in een en hetzelfde

Nadere informatie

Diagnostiek Epilepsie ja / nee Beschrijving aanvallen Classificatie aanval Classificatie epilepsie syndroom Classificatie etiologie

Diagnostiek Epilepsie ja / nee Beschrijving aanvallen Classificatie aanval Classificatie epilepsie syndroom Classificatie etiologie De veel voorkomende kinderepilepsie-syndromen:. Diagnostiek Epilepsie ja / nee Beschrijving aanvallen Classificatie aanval Classificatie epilepsie syndroom Classificatie etiologie Sepion, 12 juni 2009

Nadere informatie

In deze brochure vindt u informatie over het ketogeen dieet en de plussen en minnen ervan.

In deze brochure vindt u informatie over het ketogeen dieet en de plussen en minnen ervan. De behandelingsmodule Ketogeen dieet van Kempenhaeghe richt zich op kinderen en - in onderzoeksvorm - op volwassenen die kampen met een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie bij wie, ondanks de toepassing

Nadere informatie

weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen Het is aangetoond dat compensatietraining (het aanleren van

weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen Het is aangetoond dat compensatietraining (het aanleren van Richtlijn Cognitieve revalidatie Niveau A (1) Het is aangetoond dat.. Aandacht Het is aangetoond dat aandachtstraining gedurende de eerste 6 weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen

Nadere informatie

1 Geheugenstoornissen

1 Geheugenstoornissen 1 Geheugenstoornissen Prof. dr. M. Vermeulen 1.1 Zijn er geheugenstoornissen? Over het geheugen wordt veel geklaagd. Bij mensen onder de 65 jaar berusten deze klachten zelden op een hersenziekte. Veelal

Nadere informatie

Een leerling met narcolepsie in de klas

Een leerling met narcolepsie in de klas Een leerling met narcolepsie in de klas Informatie en advies voor leraren Inleiding In deze handleiding geven we uitleg over het ziektebeeld narcolepsie met daarbij extra aandacht voor de mogelijke gevolgen

Nadere informatie

Verstandelijk beperkt en Epilepsie. Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION K. Schlepers J. Zwiers MSc MANP NASCHOLING EPILEPSIE

Verstandelijk beperkt en Epilepsie. Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION K. Schlepers J. Zwiers MSc MANP NASCHOLING EPILEPSIE Verstandelijk beperkt en Epilepsie Platform epilepsieverpleegkundigen i.s.m. SEPION K. Schlepers J. Zwiers MSc MANP NASCHOLING EPILEPSIE Inhoud Verstandelijke beperking Relatie VB en epilepsie De praktijk

Nadere informatie

Alles over epilepsie. Epileptische aanval. Aanvallen: fokaal of gegeneraliseerd. Piekgolfcomplex. Rol van EEG 2-6-2013

Alles over epilepsie. Epileptische aanval. Aanvallen: fokaal of gegeneraliseerd. Piekgolfcomplex. Rol van EEG 2-6-2013 --0 Epileptische aanval Alles over epilepsie Oebo Brouwer Afdeling Neurologie Universitair Medisch Centrum Groningen Abnormaal gelijktijdig vuren van een grote groep hersencellen, leidend tot (voor patiënt

Nadere informatie

Epilepsiechirurgie Voorbereidingstraject

Epilepsiechirurgie Voorbereidingstraject Academisch Centrum voor Epileptologie Kempenhaeghe & Maastricht UMC+ Epilepsiechirurgie Voorbereidingstraject Operatieve behandeling van epilepsie Voor sommige mensen met epilepsie lukt het niet om medicijnen

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de Rick Helmich Cerebral Reorganization in Parkinson s disease (proefschrift) Nederlandse Samenvatting De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

Nadere informatie

Epilepsie. bij vrouwen

Epilepsie. bij vrouwen Epilepsie bij vrouwen Wat is epilepsie? Epilepsie is een stoornis die ongeveer 1 op de 150 à 250 personen treft. In België gaat het dus om meer dan 60.000 personen. Er bestaan trouwens verschillende vormen

Nadere informatie

VELE HANDEN. In kader van CVA. Chinette Verhagen, Physician Assistant neurologie

VELE HANDEN. In kader van CVA. Chinette Verhagen, Physician Assistant neurologie VELE HANDEN In kader van CVA Chinette Verhagen, Physician Assistant neurologie Informatiebijeenkomst 14-12-2010 aan wijkverpleegkundige betrokken bij CVA patiënten. Inhoud presentatie Wat is CVA Verschillende

Nadere informatie

De nieuwe richtlijn otitis media in de tweede lijn: een synopsys. Roger Damoiseaux

De nieuwe richtlijn otitis media in de tweede lijn: een synopsys. Roger Damoiseaux De nieuwe richtlijn otitis media in de tweede lijn: een synopsys Roger Damoiseaux Otitis Media bij kinderen in de tweede lijn INITIATIEF: Nederlandse Vereniging voor KNO-heelkunde en Heelkunde van het

Nadere informatie

Om NAH te omschrijven maken we gebruik van de definitie van Horizon:

Om NAH te omschrijven maken we gebruik van de definitie van Horizon: Wat is NAH (niet aangeboren hersenletsel)? Om NAH te omschrijven maken we gebruik van de definitie van Horizon: "Niet-Aangeboren Hersenletsel is een hersenletsel ten gevolge van welke oorzaak ook, anders

Nadere informatie

Wat u moet weten. over koortsstuipen

Wat u moet weten. over koortsstuipen Wat u moet weten over koortsstuipen Beste ouders Kinderen die ziek zijn, maken soms één of meer koortsstuipen door. In deze brochure vindt u algemene informatie over de symptomen, oorzaken en behandeling

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Vierde oplage, juni 2016 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de derde oplage (juni 2015). Pagina Stoornis Derde oplage,

Nadere informatie

Nervus Vagus Stimulatie. een aanvullende behandeling bij moeilijk behandelbare epilepsie

Nervus Vagus Stimulatie. een aanvullende behandeling bij moeilijk behandelbare epilepsie Nervus Vagus Stimulatie een aanvullende behandeling bij moeilijk behandelbare epilepsie NVS Doel: middels elektrische stimulatie van de nervus vagus het aantal epileptische aanvallen bij patiënten met

Nadere informatie

Cognitieve stoornissen, gedragsveranderingen en comorbiditeiten bij frontale kwab epilepsie in de kindertijd

Cognitieve stoornissen, gedragsveranderingen en comorbiditeiten bij frontale kwab epilepsie in de kindertijd Academiejaar 2014-2015 Cognitieve stoornissen, gedragsveranderingen en comorbiditeiten bij frontale kwab epilepsie in de kindertijd Lynn Ghijselings Promotor: Dr. Marijke Miatton Scriptie voorgedragen

Nadere informatie

Epilepsie. ManaMa Jeugdgezondheidszorg : Maturatie & Milieu Prof. Dr. An Jansen, Maatschappelijke Gezondheidszorg

Epilepsie. ManaMa Jeugdgezondheidszorg : Maturatie & Milieu Prof. Dr. An Jansen, Maatschappelijke Gezondheidszorg Epilepsie ManaMa Jeugdgezondheidszorg : Maturatie & Milieu Prof. Dr. An Jansen, Maatschappelijke Gezondheidszorg Sociaal functioneren Welzijn Hersenbeschadiging Neurologisch deficit Klinische expertise

Nadere informatie

ADHD en ASS. Bij normaal begaafde volwassen. Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG

ADHD en ASS. Bij normaal begaafde volwassen. Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG ADHD en ASS Bij normaal begaafde volwassen Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante

Nadere informatie

Frontaal- en temporaalkwab epilepsiepatiënten: verbetering van het geheugen door behandeling

Frontaal- en temporaalkwab epilepsiepatiënten: verbetering van het geheugen door behandeling Frontaal- en temporaalkwab epilepsiepatiënten: verbetering van het geheugen door behandeling M.R.E. Goos S888897 Cognitieve Neurowetenschappen Begeleider: dr. G. J. M. van Boxtel Departement Medische Psychologie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting In het promotieonderzoek dat wordt beschreven in dit proefschrift staat schade aan de bloedvaten bij dementie centraal. Voordat ik een samenvatting van de resultaten geef zal ik

Nadere informatie

Epilepsie in cijfers.

Epilepsie in cijfers. Acute aanpak van een epileptische aanval. Dr. A. Meurs Neurologie Referentiecentrum voor Refractaire Epilepsie (RCRE) UZ Gent Epilepsie in cijfers. prevalentie in Vlaanderen: 5 / 1000 aantal patiënten

Nadere informatie

Epilepsie en verstandelijke beperking 18+ Expertise in epilepsie, slaapstoornissen, probleemgedrag en andere gezondheidsvragen

Epilepsie en verstandelijke beperking 18+ Expertise in epilepsie, slaapstoornissen, probleemgedrag en andere gezondheidsvragen EPILEPSIE Epilepsie en verstandelijke beperking 18+ Expertise in epilepsie, slaapstoornissen, probleemgedrag en andere gezondheidsvragen Van de mensen met een verstandelijke beperking heeft ruim een kwart

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Wat is Spasmodische torticollis?

Wat is Spasmodische torticollis? Wat is Spasmodische torticollis? Nederlandse Vereniging van Dystoniepatiënten Deze folder werd mede mogelijk gemaakt door: Wat is Spasmodische torticollis? Tortis betekent gedraaid, collis hals en spasmodisch

Nadere informatie

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid kno haarlemmermeer specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid Wat is duizeligheid? Normaal gesproken krijgt ieder mens voortdurend informatie over de ruimte om zich heen en over de positie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting GENETISCHE EN RADIOLOGISCHE MARKERS VOOR DE PROGNOSE EN DIAGNOSE VAN MULTIPLE SCLEROSE Multiple Sclerose (MS) is een aandoening van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)

Nadere informatie

Hersentumoren (gliomen) Tien minuten

Hersentumoren (gliomen) Tien minuten Hersentumoren (gliomen) Tien minuten 1. Slecht bericht - Horen dat u een kwaadaardige hersentumor (glioom) hebt is een slecht bericht. - Een glioom is een ernstige vorm van kanker. - Er gaat waarschijnlijk

Nadere informatie

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten Het vaststellen van een stoornis bii (her-)indicatie. De toegang tot het speciaal onderwijs of leerlinggebonden financiering

Nadere informatie

Bestaat enkelvoudige dyslexie? Frank Wijnen & Elise de Bree Universiteit Utrecht SDN congres, Dyslexie 2.0

Bestaat enkelvoudige dyslexie? Frank Wijnen & Elise de Bree Universiteit Utrecht SDN congres, Dyslexie 2.0 Bestaat enkelvoudige dyslexie? Frank Wijnen & Elise de Bree Universiteit Utrecht SDN congres, Dyslexie 2.0 Situatieschets PDDB: vergoeding van behandeling enkelvoudige dyslexie Enkelvoudig: bij het kind

Nadere informatie

Moeilijk verstaanbaar gedrag bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie. Rea Vonk en Boudewijn Gunning

Moeilijk verstaanbaar gedrag bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie. Rea Vonk en Boudewijn Gunning Moeilijk verstaanbaar gedrag bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie Rea Vonk en Boudewijn Gunning (samenwerking tussen orthopedagoog en arts, en van die 2 met kind, ouders, groepsleiding en

Nadere informatie

EpilepsiePlus: oorzaak structureel of niet? Kees Braun Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen WKZ / UMC Utrecht

EpilepsiePlus: oorzaak structureel of niet? Kees Braun Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen WKZ / UMC Utrecht EpilepsiePlus: oorzaak structureel of niet? Kees Braun Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen WKZ / UMC Utrecht indeling oorzaken epilepsiesyndromen: de kapstok voor de neuroloog idiopathisch

Nadere informatie

Psycho-educatie Pepe en Pepa Voorlichting en uitwisseling van ervaringen voor mensen met epilepsie en een lichte verstandelijke beperking

Psycho-educatie Pepe en Pepa Voorlichting en uitwisseling van ervaringen voor mensen met epilepsie en een lichte verstandelijke beperking EPILEPSIE Psycho-educatie Pepe en Pepa Voorlichting en uitwisseling van ervaringen voor mensen met epilepsie en een lichte verstandelijke beperking Wie goed kan omgaan met zijn ziekte, kan er gemakkelijker

Nadere informatie

De diagnose en behandeling van moeilijk behandelbare epilepsie. info voor de patiënt. hoofd, hals en zenuwstelsel

De diagnose en behandeling van moeilijk behandelbare epilepsie. info voor de patiënt. hoofd, hals en zenuwstelsel hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de patiënt De diagnose en behandeling van moeilijk behandelbare epilepsie UZ Gent, Referentiecentrum voor Refractaire Epilepsie (RCRE), Centrum voor Neurofysiologische

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie Welkom Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie R.H. Chabot, neuroloog Beatrixziekenhuis Rivas Zorggroep DEMENTIE DIAGNOSE EN SYMPTOMEN Inhoud Geheugen Wat is dementie? Mogelijke symptomen

Nadere informatie