5. Beademing volwassene met beademingsscherm

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "5. Beademing volwassene met beademingsscherm"

Transcriptie

1 5. Beademing volwassene met beademingsscherm In de handel zijn er beschermingsmiddelen verkrijgbaar om een slachtoffer te beademen zonder rechtstreeks contact. Een eenvoudig beschermingsmiddel is een beademingsscherm met filter of eenrichtingsklep. Dit bestaat in diverse uitvoeringen, bijvoorbeeld verwerkt in een sleutelhanger of verpakt zoals verfrissingsdoekjes. Het beademingsscherm wordt over het gezicht van het slachtoffer geplaatst. Bij de ene uitvoering wordt dit op zijn plaats gehouden door de plaatsing van je handen op het gezicht. Bij andere uitvoeringen moet je 2 elastiekjes achter de oren van het slachtoffer vastmaken. Steeds komt de filter of de eenrichtingsklep ter hoogte van de mond van het slachtoffer. Je beademt dan doorheen deze filter of klep. 4.7

2 C. Druk op de wonde dmv een snelverband - Het verband is steriel verpakt. Scheur de verpakking open - Neem in elke hand een opgerold zwachteleinde - Trek beide handen van elkaar weg: een gewatteerd kompres ontvouwt zich. Leg dit kompres op de wonde zonder het met de vingers aan te raken - Draai de beide zwachtels rond het lichaamsdeel, elk in tegengestelde richting. Heb je één lange en één korte zwachtel, laat dan de korte zwachtel onder het verband uitkomen om uiteindelijk te kunnen vastknopen. - Knoop de uiteinden aan elkaar. Hier knopen we best bovenop de wonde met een knoop. - Het snelverband is efficiënt aangelegd als de bloeding gestopt is. Indien dit niet het geval is: zie blz

3 D. Druk op de wonde dmv een dasverband - Dek de wonde af met een steriel kompres, groot genoeg om de volledige wonde te bedekken. Bevestig dit eventueel. - Leg een drukkussen ter hoogte van de wonde. Dit kan een geplooid kompres zijn, maar eveneens een dik of hard voorwerp. Dit voorwerp moet in ieder geval dik genoeg zijn om voldoende druk uit te oefenen en voldoende groot zijn om de volledige wonde extra dicht te drukken. - Maak, afhankelijk van de grootte van de wonde, een smalle of brede das (zie blz ), plaats hem over het drukkussen en kruis aan de onderzijde. - Keer terug naar boven en knoop op de wonde door middel van een knoop. Indien het verband voldoende lang is, kunnen we nogmaals kruisen alvorens te binden. - Het dasverband is effectief aangelegd als de bloeding gestopt is. Indien dit niet het geval is zie blz Zie voor de verdere hulpverlening blz

4 1.2 Afbinden Het aanleggen van een knevel is synoniem voor het afbinden van een lidmaat. Het is uiterst zelden nodig om een knevel aan te leggen: enkel in volgende gevallen wordt een knevel gebruikt om bloedingen aan de ledematen te stelpen: - een open botbreuk met een hevige bloeding; - een wonde met een vreemd voorwerp en een hevige bloeding, waarbij druk naast het voorwerp onvoldoende bloedstelping geeft; - afrukking met een hevige bloeding; - zeer grote wonden met een hevige bloeding, waarbij geen efficiënt drukverband aan te leggen is (bv. wonde over de volledige voorarm); - het lidmaat zit gedurende lange tijd onder een zware last gekneld; - geen enkele andere methode kan de bloeding voldoende stelpen. Een knevel moet minstens 3 centimeter breed zijn en aangelegd worden aan een lidmaat met slechts één bot (dijbeen, bovenarm), zo kort mogelijk bij de wonde, tussen de wonde en het hart.we kunnen hiervoor een smalle das gebruiken, maar eveneens bv. een stuk linnen. Het gevaar bij het aanleggen van een knevel is dat achterliggend weefsel van de bloedsomloop afgesloten wordt, geen zuurstof krijgt en afsterft Daarom is de knevel na een tijdje erg pijnlijk voor het slachtoffer. Een afbinding van 2 uur kan fataal zijn voor het lidmaat. Bij het lossen komen bovendien allerlei afval- en afstervingsstoffen vrij in de bloedsomloop en die kunnen andere organen (bv. nieren) levensgevaarlijk aantasten. Maar ook ter hoogte van de knevel zelf kunnen, door grote druk, beschadigingen van spieren en zenuwen optreden. Een knevel die eenmaal is aangedraaid, wordt niet meer gelost door de nijverheidshelper. 3. Oorbloeding Een bloeding uit het oor kan veroorzaakt worden door een wondje in de uitwendige gehoorgang, een scheur van het trommelvlies, letsels van het middenoor en schedelbasisbreuk. EHBO - Controleer de uitwendige gehoorgang naar een bloedend wondje, de oorsprong van het bloedverlies. - Leg of houd het hoofd in de richting van het bloedende oor. - Kleef een steriel kompres over het oor zonder druk uit te oefenen. - Informeer naar de oorzaak of omstandigheden (evt. schedelbasisbreuk). - Roep medische hulp in. 5.6

5 4. Chemische brandwonden en vergiftiging via de gave huid Een aantal chemische stoffen die giftig zijn via de ademhaling of de spijsvertering, kunnen ook via de gave huid in ons lichaam dringen (meestal in vloeibare of vernevelde toestand), vaak bij personen die de voorgeschreven beschermingsmaatregelen niet gevolgd hebben. Sommige van deze stoffen geven pas klachten na enkele dagen, of slechts na meerdere kleine vergiftigingen.vermelden we bij deze producten als voorbeeld: DDT, Parathion (E 605), DNOC, Paraquat (Gramoxone). 4.1 Kenmerken Afhankelijk van de stof kunnen plaatselijke (roodhuid, pijn, zwelling, blaarvorming,...) en algemene kenmerken voorkomen. De meeste gevaarlijke producten hebben een zeer onaangename geur. 4.2 EHBO - Bescherm jezelf: draag beschermende kledij, handschoenen, masker, - Controleer bewustzijn, ademhaling en hartslag: vermijd hierbij rechtstreeks contact met het slachtoffer. Ook geen mond-op-mondbeademing uitvoeren (enkel via masker met eenrichtingsklep). - Verwijder of verdun: - Spoel het slachtoffer overvloedig met water (liefst onder een douche, minimum 10 minuten). - Kleed het slachtoffer tijdens dit spoelen uit. - Niet te hard op de huid wrijven. - Geen producten aanbrengen. - Bewaar de verpakking en neem deze mee naar de arts. - Stuur het slachtoffer verder naar een arts.wijs andere hulpverleners op het gevaarlijke product, zodat zij ook gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen voorzien. 5. Insectenbeet Hier heeft het insect een klein wondje gemaakt waarlangs een stof in de huid is gebracht. Soms steekt er nog een angel in de wonde. 5.1 Kenmerken - Plaatselijke ontstekingsverschijnselen (rood, warm, pijn, zwelling). - Jeuk. - Soms uitgebreide zwelling. 6.9

6 5.2 EHBO - Angel verwijderen met een splinterpincet. - Juwelen aan het getroffen lidmaat verwijderen. - Wondje ontsmetten. - IJs aanbrengen gedurende 10 minuten (niet rechtstreeks op de blote huid, maar steeds een doekje tussen leggen). - Eventueel een jeukwerende zalf gebruiken. - Indien de zwelling groter is de oppervlakte van de hand van het slachtoffer, of het slachtoffer klaagt van last bij het slikken, ademhalingsmoeilijkheden, heesheid of verwardheid: onmiddellijk medische hulp inroepen. Dit moet men ook doen bij insectenbeten in de buurt van mond of keel of bij veelvuldige beten bij eenzelfde persoon. Zie ook Allergische reactie op blz Tekenbeet Een teek is een mijt die zich voedt met het bloed van zijn gastheer (vaak honden en katten, maar ook de mens). Niet zozeer de beet is gevaarlijk, maar wel de bacterie die de teek kan meedragen. In geval van een tekenbeet waarbij de teek nog in de huid hangt, verwijder je deze best met een pincet: - Grijp de teek met een pincet vast, liefst zo dicht mogelijk bij de huid. - Kantel de teek voorzichtig uit de huid. - Ontsmet de wonde. - Als een deel van de teek in de wonde achtergebleven is, tekenpincet moet dit verwijderd worden door een arts. Gebruik geen ether, benzine en dergelijke om de teek te verdoven. Een teek wordt ook niet uit de huid gedraaid. Het meest eenvoudig is als je gebruik maakt van een speciaal tekenpincet. Raadpleeg een arts in geval van: - zwanger slachtoffer; - een beetplekdie langer dan een week zichtbaar blijft; - gewrichtspijnen, huiduitslag, algemene ziekte. 10 tot 30 % van de teken in onze streek is namelijk drager van de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. In geval van besmetting wordt zo snel mogelijk begonnen met een antibioticakuur. Dit bevordert de kans op volledig herstel. Als je gaat wandelen in bosrijke gebieden, bescherm je jezelf best door dichte schoenen, lange broek en een hemd met lange mouwen te dragen.teken bij huisdieren raak je best niet aan met de handen. Gebruik steeds een pincet. 6.10

7 7. Vreemd voorwerp in de huid Als zich in een wonde nog een vreemd voorwerp bevindt (glas, metaal, hout, ), dan mag dit niet verwijderd worden door de EHBO'er. Elke beweging kan ernstige schade veroorzaken, het voorwerp dient door een arts verwijderd te worden.verwittig zo nodig een ziekenwagen. Enkel een oppervlakkig zittende splinter mag verwijderd worden door een EHBO'er. 7.1 EHBO - Ontsmet de wonde. Let hierbij op dat de splinter niet dieper in de huid geduwd wordt of afbreekt. - Indien het uiteinde van de splinter niet zichtbaar is: verwijs het slachtoffer naar een arts - Indien het uiteinde van de splinter zichtbaar is: - Neem een pincet met fijne puntjes en pak de splinter zo dicht mogelijk bij de insteekopening beet. - Indien je de splinter niet met een pincet kan grijpen, maak dan eventueel het uiteinde van de splinter vrij met een steriele naald, totdat je hem met een pincet kan vastgrijpen. - Trek de splinter uit de huid in de lengterichting van de splinter. - Als de splinter verwijderd is, ontsmet de wonde opnieuw. - Dek af met een pleister. - Informeer of het slachtoffer in orde is met zijn tetanusvaccinatie. Je dient het slachtoffer naar een arts te sturen als de splinter afbreekt, de splinter uit glas, metaal of tropische houtsoorten bestaat, de splinter in gelaat of oog steekt, ontstekingsverschijnselen optreden of het slachtoffer niet in orde is met zijn vaccinatie tegen de klem. 8. Vreemd voorwerp in het oor 8.1 EHBO - Laat lauw water in de gehoorgang lopen. - Indien hiermee het voorwerp niet verwijderd kan worden, zend het slachtoffer dan naar een arts. - Niet met puntige voorwerpen (bv. pincet) een voorwerp uit het oor proberen te verwijderen. 9. Vreemd voorwerp in de neus 9.1 EHBO - Laat het slachtoffer inademen via de mond. - Houd het neusgat aan de andere zijde dicht. - Laat de neus snuiten. - Indien deze techniek faalt: stuur het slachtoffer verder naar een arts. - Niet met puntige voorwerpen (bv. pincet) een voorwerp uit de neus proberen te verwijderen. 6.11

8 10. Vreemd voorwerp in het oog Loszittende deeltjes op het oog dienen zo vlug mogelijk verwijderd te worden. Ze geven trouwens een zeer irriterend gevoel. Om deze voorwerpen te verwijderen kunnen we best de volgende stappen uitvoeren. Indien geen effect, gaan we telkens over tot de volgende stap. 1 Niet in het oog laten wrijven. 2 Het oog laten spoelen met zuiver water. Hiervoor kan een oogspoeldopje gebruikt worden. Zorg er wel voor dat het spoelvocht niet in het andere oog loopt. - Vul het oogspoeldopje halfvol met zuiver water (bv. mineraalwater). - Span de oogleden van het aangedane oog van het slachtoffer met de vingers open. - Laat het slachtoffer het gezicht naar beneden houden. - Plaats het dopje over het aangedane oog en laat het slachtoffer met de andere hand het dopje stevig aandrukken. - Laat het slachtoffer het hoofd achteroverkantelen en met geopend oog in alle richtingen rondkijken. - Laat het slachtoffer het gezicht opnieuw naar beneden houden. - Neem het dopje van het oog en giet het leeg. - Herhaal eventueel deze procedure. 3.Voorwerpen onder het onderste ooglid verwijderen - Laat het slachtoffer naar boven kijken. - Trek het onderste ooglid naar beneden. - Indien het vreemde voorwerp meteen zichtbaar is: schuif het met een tipje van een steriel kompres naar de neus toe uit het oog. 4.Voorwerpen onder het bovenste ooglid verwijderen - Laat het slachtoffer naar beneden kijken. - Trek het bovenste ooglid naar boven. - Indien het vreemde voorwerp meteen zichtbaar is: schuif het met een tipje van een steriel kompres naar de neus toe uit het oog. 6.12

9 Het gevoel dat het vreemde lichaam zich nog in het oog bevindt, is dikwijls nog aanwezig nadat het reeds werd verwijderd. Enkele minuten nadat het vreemde voorwerp verwijderd is, is het prikkelende gevoel normaal verdwenen, op voorwaarde dat het slachtoffer niet in zijn oog wrijft. Indien het gevoel dat het vreemde lichaam nog aanwezig is en de rode kleur van het bindvlies niet vermindert, bedekt men het oog met een steriel kompres. Daarna laat men het oog zo vlug mogelijk door een arts of oogarts onderzoeken. Vreemde lichamen die zich op de oogappel hebben vastgezet of erin zijn doorgedrongen, mogen alleen door een arts verwijderd worden. Met glassplinters dient men zeer voorzichtig tewerk te gaan, omdat ze vaak niet opgemerkt worden. Bij twijfel verwijs je het slachtoffer steeds naar een arts. Tijdens het vervoer dient men beide ogen te verbinden, omdat het bedekte oog anders onder het verband de bewegingen van het onbedekte oog zou volgen. Oefen nooit druk uit op een gekwetst oog! 11. Oogirritatie 11.1 Oogirritatie door UV-licht Blootstelling aan ultraviolet licht zoals een zonnelamp, weerkaatst zonlicht op de sneeuw of een lasapparaat kan een oppervlakkige verbranding van de ogen veroorzaken. Meestal doet dit vlak na de blootstelling geen pijn. Na een 3- tot 5-tal uren ontstaat er echter een zeer onaangenaam gevoel aan de ogen.vaak ontstaat er een ernstige ontsteking van de slijmvliezen met roodheid, zwelling en tranen van de ogen. De pijn kan verlicht worden door het afdekken van de ogen met een steriel vochtig kompres. Bescherm de ogen tegen verdere blootstelling aan UV-licht en laat onderzoeken door een oogarts. Gebruik geen oogdruppels of oogzalven op eigen initiatief Oogirritatie door een chemische stof Chemische stoffen kunnen sterk irriterend werken. Men kan ze beschouwen als chemische verbrandingen van het oog Kenmerken - Pijn aan het oog. - Rood doorbloede ogen. - Soms slechter zicht EHBO - Laat het slachtoffer niet in de ogen wrijven. - Beveilig jezelf (handschoenen) om het oog te onderzoeken. - Evalueer de verwonding. 6.13

10 - Was of spoel het gezicht. - Spoel het oog op volgende wijze: * Plaats het slachtoffer met het hoofd achterover. * Houd het oog open met twee vingers. * Giet het water zachtjes op het voorhoofd zodat het spoelwater zachtjes door het oog loopt, gedurende minimaal 5 minuten en liefst tot bij de arts. - Dek beide ogen af met een kompres. - Begeleid het slachtoffer bij het stappen. - Stuur het slachtoffer naar een oogarts of afdeling spoedgevallen. 6.14

11 2. Breuk ter hoogte van de bekkengordel Vallen gaat bij bejaarde personen dikwijls gepaard met een breuk van het dijbeen. Kenmerken - Pijn aan één zijde van de heup. - Het been aan de gebroken zijde is schijnbaar korter en vaak ligt de voet aan deze zijde naar buiten gedraaid. - In uitzonderlijke gevallen is stappen nog mogelijk maar pijnlijk. EHBO - Laat het slachtoffer op de rug liggen en verplaats het niet - Ziekenwagen alarmeren. 3. Onderbeenbreuk Kenmerken - Pijn en zwelling op de breukplaats. - Veranderingen in vorm. - Onnatuurlijke stand van de voet. - Pijn bij het stappen, of onmogelijkheid om te steunen. EHBO - Controleer naar verwondingen ter hoogte van de breukplaats. Verwondingen worden steriel afgedekt. - Doe de veters van de schoen aan de gekwetste zijde los. - Leg ijs ter hoogte van de breuk. - Raad het slachtoffer aan niet te bewegen. - Zie erop toe dat niemand tegen het been stoot. - Alarmeer een ziekenwagen. 4. Wervelbreuk Zie blz

12 1.5 Spierpijn Spierpijn komt meestal voor bij mensen die niet gewoon zijn aan hevige spieroefeningen en nu een bijzondere inspanning geleverd hebben. Deze pijnen komen hoofdzakelijk ook één tot twee dagen na de inspanning tot uiting Kenmerken - Zeurende pijnen in rug, kuiten,... - Stram en stijf gevoel EHBO - Lichte massage van de pijnlijke spier. - Warme zalven zijn toegelaten. - Je kan de patiënt een pijnstiller laten nemen. 1.6 Spierkramp Een spierkramp is een plotse, onwillekeurige samentrekking van spiervezels bij zware inspanningen of door een verkeerde houding Kenmerken - Een bepaalde spier trekt zich plots hevig samen en het ontspannen van de spier is onmogelijk. - Krampachtige pijn. - Meestal treedt er een kramp op in de kuitspieren, soms ook in de dijspieren of de voetzool EHBO - De inspanning staken: RUST. Verderzetten van de inspanning kan ernstige letsels veroorzaken. Indien men bij het verdwijnen van de klachten verdere inspanningen doet, zal de kramp meestal terugkeren. - De desbetreffende spier rekken (bij de kuit doen we dit door het been te strekken en de voet naar boven (richting van de knie) te plooien). - Lichte massage van de spier in de richting van het hart. Geen ijs aanbrengen: dit verergert de krampen. 7.6

13 2. Trauma's van het hoofd Door een val of een slag tegen het hoofd kunnen zowel de hersenen als de botstructuren rond de hersenen beschadigd geraken. 2.1 Hersenschudding Kenmerken - Eventueel tijdelijk bewustzijnsverlies. - Geheugenverlies: het slachtoffer weet niet meer wat er gebeurd is, maar kan wel antwoorden op vragen (naam, adres). - Hoofdpijn. - Duizeligheid. - Nadien: misselijkheid en soms braken. - Last van het licht EHBO - Controle van bewustzijn, ademhaling en hartslag. Goed bewust Bewusteloos of niet goed bewust - Laat het slachtoffer in een stille, verduisterde ruimte rusten. Onvoldoende rusten kan blijvende hoofdpijn veroorzaken. - Controleer na 10 minuten op hoofdpijn, duizeligheid, last van het licht. - Als er geen verbetering is na die 10 minuten, contacteer dan een arts. - Het slachtoffer niet verplaatsen, bewegen of laten bewegen. - Handgreep van Zäch (zie blz. 7.8). - Alarmeer het hulpcentrum Enkel stabiele zijligging indien de vrije luchtweg bedreigd wordt. 2.2 Schedelbasisbreuk - Bloed- of vochtverlies uit oren, neus en/of mond. - Vaak in combinatie met een hersenschudding - Na enkele uren: blauwe verkleuring rond de ogen. 7.7

14 2.2.1 EHBO - Controle van bewustzijn, ademhaling en hartslag. - Een eventuele wonde aan het hoofd, uit het oor of de neus afdekken met een steriel, niet-drukkend verband. - Handgreep van Zäch (zie blz. 7.8). - Het slachtoffer niet bewegen of laten bewegen. Enkel bij bewusteloosheid met bloedverlies uit de mond, braken en dgl. wordt het slachtoffer in zijlig gelegd. - Alarmeer het hulpcentrum Niet laten eten, drinken of roken. 3. Mogelijk nek- rugletsel Wervelbreuken ontstaan door rechtstreekse inwerking van buitenaf (schotwonden, overrijden, sterke vertraging of versnelling), of door samendrukking (val op het zitvlak, duiken in ondiep water). Het grote gevaar bij wervelbreuken bestaat erin dat het ruggenmerg, dat doorheen het wervelkanaal loopt, zou gekwetst geraken, waardoor een dwarsletsel kan ontstaan met verlammingen. 1. Kenmerken - Ongevalssituatie: val van hoogte, ongeval met versnelling of vertraging. - Pijn in de omgeving van de breukplaats. - Onmogelijkheid om de wervelkolom te bewegen. - Zichtbare uitsteeksels aan de wervelkolom in de omgeving van de breukplaats. - Soms slap worden van romp en ledematen (gevoelloosheid en verlamming). - Soms onwillekeurige urinelozing en stoelgang. - Het slachtoffer kan bewusteloos zijn. Indien de aard van het ongeval of van de beschadiging een verwonding van de wervelkolom doet veronderstellen, wordt altijd, en zeker bij bewusteloosheid, aangenomen dat de gewonde aan zijn wervels een letsel heeft opgelopen. 3.2 EHBO - Informeer het slachtoffer om zo weinig mogelijk te bewegen, en dat je het hoofd gaat vasthouden. - Houd het hoofd onbeweeglijk met de handgreep van Zäch: - Ga aan het hoofdeinde achter het slachtoffer zitten. - Neem met één hand een schouder van het slachtoffer zo dat je duimtop het sleutelbeen raakt en je vingers onder de schouder en nek komen te liggen. - Breng je andere hand onder het achterhoofd, waarbij de duim langs het oor tegen de onderkaak ligt. - Het hoofd wordt tussen beide onderarmen van de hulpverlener gefixeerd. 7.8

15 linker zij-aanzicht rechter zij-aanzicht bovenaanzicht - Het slachtoffer niet bewegen of laten bewegen. Enkel bij bewusteloosheid met bloedverlies uit de mond, braken en dgl. wordt het slachtoffer in zijlig gelegd. - Een slachtoffer dat niet meer ademt, wordt uiteraard beademd alarmeren. - Blijvende controle van bewustzijn, ademhaling en hartwerking. 4. Stomp geweld op de borstkas Een slag, stoot of val kan oorzaak zijn van kneuzing of breuk van ribben of borstbeen. 4.1 Kenmerken - Pijn bij het ademen. Daardoor ontstaat een oppervlakkige ademhaling. - Drukpijn op de plaats van de breuk. - Spanningspijn op de plaats van de breuk, wanneer de borstkas lichtjes zijdelings of voor-achterwaarts wordt samengedrukt. - Soms verandering van vorm met niveauverschillen ter hoogte van de gebroken ribben. - Er kan een open ribbreuk zijn, met eventuele bloeding, of ontsnappen van lucht. 4.2 EHBO - Zorg voor een vrije luchtweg en beadem zo nodig. - Controleer de borstkas op verwondingen. Dek wonden steriel af en meld dit aan het hulpcentrum Plaats het slachtoffer in halfzittende houding. In geval van bewusteloosheid: zijlig op de gekwetste zijde. - Breng ijs aan op de breukplaats. - Verwijs het slachtoffer naar een arts of ziekenhuis. 7.9

16 6. Vergiftiging via ademhaling Vergiftiging door prikkelende gassen Sommige gassen zijn prikkelend voor de ademhalingswegen (bv. chloor in zwembaden, mengen van onderhoudsproducten thuis, ). 6.1 Kenmerken - Gevoel van geen lucht te krijgen. - Snelle ademhaling, snelle pols. - Blauwe verkleuring van de lichaamsuiteinden. - Soms hoesten, prikkeling in de ogen. - Onwel zijn. 6.2 EHBO - Bescherm jezelf: ruimte verluchten, aangepaste bescherming (bv. maskers,...), niet ondoordacht de ruimte betreden, eventueel gespecialiseerde hulp (brandweer) verwittigen. Breng het slachtoffer in een zuurstofrijke, "gasvrije" omgeving en dek het slachtoffer toe met een foliedeken of plastieken zeil. Zie er op toe dat de omstanders of jijzelf geen vonken maken (bv. sigaret, lichtknop, metaal op metaal). - Controleer bewustzijn, ademhaling en hartwerking. Geen mond-op-mondbeademing toepassen bij sproeimiddelen of aerosols (gevaar voor de hulpverlener). - Verzamel informatie over de aard van de gassen, de duur enz. - Medische controle: laat het slachtoffer onderzoeken in het ziekenhuis. 7. Vergiftiging via het spijsverteringsstelsel Via de mond kan men medicatie, bedorven voedsel, maar ook zuren, basen, petroleumproducten... inslikken. Deze producten kunnen, nadat ze via het spijsverteringsstelsel in de bloedbaan zijn opgenomen, algemene stoornissen veroorzaken. Sommige producten veroorzaken een scheikundige verbranding van de mondholte en slokdarm. 7.1 Kenmerken Die zijn afhankelijk van het ingenomen product.we denken hier ondermeer aan: - hartritme (versneld, vertraagd, onregelmatig); - bewustzijn (slaperig, opgejaagd); - ademhaling (onderdrukte ademhaling, snelle diepe ademhaling,...); - stoornissen van de spijsvertering (krampen, braken, diarree, ); Als het slachtoffer een bijtend product heeft ingeslikt, zien we vaak ook volgende kenmerken: - brandwonden op lippen, mond en keelholte; - pijn ter hoogte van de slokdarm, verergerend bij slikken; - gezwollen, pijnlijke buik. 8.6

17 7.2 EHBO 1 Bescherm jezelf: draag waterdichte handschoenen, voer geen mond-op-mondbeademing uit, vermijd rechtstreeks contact met het product. 2 Controleer bewustzijn, ademhaling en hartwerking. Vermijd daarbij contact met giftige producten. Beademen mag enkel gebeuren via een gepaste bescherming (beademingsscherm: zie blz. 15). 3 Verwijder of verdun: - Enkel bewuste slachtoffers die medicatie of bedorven voedsel hebben ingenomen, mag men laten braken. Hiertoe kan het slachtoffer met de eigen vinger de achterzijde van de keel prikkelen (soms is het nodig om dit gedurende verschillende seconden te doen vooraleer een braakreflex wordt opgewekt).we bewaren steeds het braaksel. - Indien het slachtoffer bij bewustzijn is, kunnen we het product verdunnen door één glas water te laten drinken. In dit water kan je medicinale houtskool (Norit ) toedienen. Dat gaat sommige giftige stoffen binden, zodat ze minder via de darmwand kunnen opgenomen worden. Het drinken van melk is verboden. 4 Verzamel informatie: - Probeer te weten te komen welke producten het slachtoffer heeft ingenomen. Bewaar zorgvuldig verpakkingen en bijsluiters en neem deze informatie mee naar de arts. - Tracht te weten te komen hoeveel er ingenomen is. - Heeft de persoon ook alcohol gedronken? - Contacteer bij twijfel het antigifcentrum: Medische controle: laat het slachtoffer onderzoeken in het ziekenhuis. 8. Shock Shock is een toestand waarbij de bloedsomloop onvoldoende is om een normale zuurstofvoorziening van de weefsels te garanderen. Daardoor treedt een beschadiging van de weefsels op, die onomkeerbaar kan worden. Dit uit zich vooral ter hoogte van de hersenen. We beperken ons tot de shock ten gevolge van bloed- of vochtverlies (hypovolemische shock). 8.1 Oorzaken Bloed- of vochtverlies - Uitwendige of inwendige bloedingen. Zo kan een dijbeenbreuk een inwendige bloeding tot 2 liter bloed veroorzaken en een bekkenbreuk zelfs tot 5 liter. - Plasmaverlies (brandwonden). - Water- en zoutverlies (diarree, uitdroging). 8.7

18 8.2 Kenmerken - Bleke, klamme, koude huid en lichaamsuiteinden, koud zweet. - Snelle zwakke pols (meer dan 100 slagen per minuut en stijgend in frequentie). - Snelle, oppervlakkige ademhaling (meer dan 24 ademhalingen per minuut). - Droge mond. - De patiënt ziet er "slecht" uit, blauwgrijs omrande ogen. - Indien hij rechtop blijft staan of zitten, zal hij bewusteloos geraken en in elkaar zakken. 8.3 EHBO - Controleer bewustzijn, ademhaling, hartwerking - Controleer bij iedere patiënt ook de hartslag. - Uitwendige bloedingen stelpen. - Alle slachtoffers horizontaal leggen, tenzij er tegenaanwijzingen zijn*. Bewusteloze slachtoffers leggen we in stabiele zijligging. Treden er kenmerken van shock op, leg het slachtoffer dan in shockhouding (ruglig met de benen omhoog). - Afkoeling vermijden door toedekken van het slachtoffer alarmeren. - Pijn milderen door spalken, comfortabele houding, kalmeren,... - Bewegingen beperken. - Het slachtoffer mag niet roken, niet eten, niet drinken. - Bewustzijn, ademhaling en hartwerking blijven controleren. 9. Hyperventilatie Bij zware sportieve inspanningen en bij heftige emotionele toestanden gaat een slachtoffer soms zeer diep en snel in- en uitademen. Dit heeft tot gevolg dat de koolstofdioxide** extra wordt uitgeademd, wat een verandering van de zuurgraad van het bloed veroorzaakt. Daardoor kan het bloed de zuurstof, die in voldoende mate aanwezig is in het bloed, niet meer afgeven aan de cellen en is er een zuurstoftekort ter hoogte van die cellen. Hyperventilatie kan echter ook optreden bij ernstige aandoeningen zoals ademhalingsmoeilijkheden of shock. *ademnood, hartproblemen, CVA **CO 2 8.8

19 9.1 Kenmerken - Hijgende ademhaling. - Duizeligheid. - Tintelingen rond de mond of in de vingers, soms krampen. - Bleekheid. - Soms beklemming op de borst. - Slachtoffer is emotioneel of overstuur. 9.2 EHBO - Het slachtoffer kalmeren, aansporen om rustig te ademen en hem hierin begeleiden. - Een patiënt die het toelaat kan je in een plastieken zakje laten ademen om de hoeveelheid CO 2 in de ingeademde lucht te verhogen. Bij een erg angstige patiënt kan dit echter de angst nog vergroten en de hyperventilatie verergeren. - Indien de patiënt ouder is dan 30 jaar en er in de voorgeschiedenis geen emotioneel geladen moment te vinden is, moeten we eerder denken aan een werkelijk zuurstoftekort dan aan hyperventilatie. Hier is medische hulp aangewezen. Hyperventilatie is dus niet een teveel aan zuurstof, maar wel een tekort aan koolstofdioxide. 10. Astma Bij een astma-aanval is vooral de uitademing sterk belemmerd doordat de dunne luchtpijptakken samentrekken Kenmerken - Meestal vermeldt het slachtoffer dat het astmalijder is. - Verlengde, piepende uitademing. - Inschakelen van de hulpademhalingsspieren (schouder- en nekspieren) om te ademen. - Blauwe lichaamsuiteinden EHBO - Zorg voor een zuurstofrijke omgeving. - Rechtop laten zitten met ellebogen en onderarmen gesteund op een tafel. - Slachtoffer laten ontspannen. - Laat het slachtoffer zijn voorgeschreven geneesmiddel innemen (max. 2 dosissen). - Indien de toestand niet betert na inname van de eigen medicatie: raadpleeg een arts. 8.9

20 11. Allergische reactie Sommige personen reageren allergisch op bepaalde stoffen (voedingsmiddelen zoals aardbeien, zeevruchten), geneesmiddelen (antibiotica, vaccins, ) of insectenbeten Kenmerken - Plots optredende jeuk en rode vlekken Dit kan in sommige gevallen leiden tot een zware allergische aanval met - Opzwellen van het gezicht. - Bemoeilijkte ademhaling. - Koorts. - Duizeligheid. - Snelle, zwakke pols. - Razendsnel verloop EHBO - In geval van een plaatselijke reactie kan je een zalf tegen allergieën aanbrengen (bv. Urtic ). - Bij reacties waarvan de oppervlakte groter is dan het handoppervlak van het slachtoffer: raadpleeg een arts. - In geval van een zware allergische aanval: alarmeer het Hulpcentrum 112, deze toestand is levensbedreigend. 12. Epilepsie Epilepsie (vallende ziekte) is te wijten aan een tijdelijke abnormale prikkeling van de hersencellen. Meestal is de oorzaak van deze stoornis onbekend. Epilepsie kan in vele graden voorkomen. Bij eenzelfde persoon is de aanval echter altijd dezelfde. Zo zijn er mensen die altijd stoornissen krijgen in één lidmaat, mensen die gewoon een tijdje "afwezig" zijn (staren bv. wat voor zich uit, of prullen aan knoopjes,...) enz.. Het meest bekend is de veralgemeende aanval (Grand Mal) Kenmerken - Het slachtoffer kan, als voorteken van een aanval, een plotse gewaarwording hebben (smaak, geur, geluid, gevoel, beeld). - Gedurende de aanval is het slachtoffer bewusteloos en zal het geleidelijk ontwaken. De aanval verloopt in twee fasen: 1. Gespannen fase (tonische fase): alle spieren worden opgespannen (enkele seconden tot een minuut). Ook de ademhalingsspieren (ademhalingsstilstand) en de kaakspieren (daardoor kan het slachtoffer op zijn tong bijten). Soms begint deze aanval met een kreet. 8.10

21 2. Schokkende fase (clonische fase): de spieren ontspannen zich al schokkend. Het slachtoffer verliest spontaan urine en stoelgang. De spierschokken verminderen geleidelijk en het slachtoffer verliest speeksel. - Tijdens en na de aanval vertoont het slachtoffer een blauwe verkleuring. - De patiënt heeft een ronkende ademhaling en wordt na een tijdje bewust. Hij herinnert zich niet wat er gebeurd is, kan klagen over vermoeidheid en verward zijn. Soms is hij zeer prikkelbaar, wat aanleiding kan geven tot een agressieve houding. Men heeft soms de indruk dat hij dronken is. - Speekselvloed (schuim op de mond) en soms bloedverlies uit de mond (i.g.v. tongbeet). - Soms heeft de persoon bij zijn identiteitskaart een kaartje waarop vermeld staat dat hij lijdt aan vallende ziekte. - Stoelgang- en urineverlies mogelijk EHBO - Het slachtoffer kan, als het de aanval voelt aankomen, zelf een zacht voorwerp tussen de tanden steken. De hulpverlener kan een tongbeet niet voorkomen omdat de aanval plots gebeurt en de kaken hierbij stevig op elkaar worden gedrukt. Pogingen om de mond te openen zouden enkel leiden tot de beschadiging van tanden of de breuk van de kaakbeenderen. - Het slachtoffer niet in zijn bewegingen remmen, vermijd wel dat hij zich ergens tegen zou stoten en zich zou kwetsen (bescherm vooral het hoofd). - Zorg voor een rustige omgeving. - Na de aanval: stabiele zijligging en de mondholte zuivermaken. - Benader het slachtoffer na de aanval kalm, beheerst en met de nodige tact. - Draag zorg voor de persoonlijke levenssfeer (stoelgang en urine). - Transport naar een ziekenhuis is enkel noodzakelijk in 4 situaties: 1 dit is de eerste maal dat deze persoon epilepsie doet; 2 de patiënte is zwanger; 3 de patiënt doet herhaalde aanvallen; 4 de patiënt heeft andere letsels opgelopen. 13. Diarree Aantasting van de darmflora leidt tot verminderde vochtopname door de darm, bv. door gebruik van antibiotica, ijskoude dranken, bedorven voedsel, sterk gekruide spijzen,... Deze aantasting leidt tot vloeibare stoelgang: de beruchte diarree. Een eenmalige diarree moet niet behandeld worden; hier medicatie nemen kan de duur gewoon verlengen. Tenzij het om een ernstige infectie gaat, herstelt de darmflora zich in een 4-tal dagen. De last van vloeibare stoelgang kan verminderd worden met het nuttigen van rijst, of met medicatie tegen diarree. Belangrijk is in deze periode voldoende te drinken. Indien de diarree langer dan 4 dagen aanhoudt, zeker bij verblijf in het buitenland, dan moet ter plaatse het advies van de arts ingewonnen worden. 8.11

22 14. Niersteen In de urinewegen kunnen zich steentjes vormen. Als één of meer steentjes met de urine meegevoerd worden, veroorzaken ze pijn aan één zijde in de lendenstreek aan de rugzijde, uitstralend naar de lies. De pijnperiodes wisselen meestal af met praktisch pijnvrije periodes. De behandeling van nierstenen gebeurt vaak in het ziekenhuis, tenzij de steen vanzelf uitgescheiden wordt. Raadpleeg een arts en eet of drink niet in tussentijd. 15. Zonnesteek = zonneslag Deze ontstaat door een ontregeling van het warmtecentrum in de hersenen ten gevolge van directe zonnestraling op het hoofd Kenmerken - Het slachtoffer heeft in de zon gelopen. - Rood gezicht en droge huid. - Snelle hartslag. - Hoofdpijn en duizeligheid. - Dorst. - Braakneiging. - Het bewustzijn kan verminderen EHBO - Bescherm tegen direct zonlicht. - Halfzittende houding. - Leg koude kompressen op het voorhoofd. - Eventueel een arts raadplegen, afhankelijk van de toestand van het slachtoffer. 8.12

23 16. Hitteslag= warmtebevanging Hitteslag treedt op wanneer men te lang in een warm milieu verblijft en het zweetproces belemmerd wordt. De lichaamstemperatuur kan tot 41 C oplopen, waardoor een gevaar voor stuipen of bewusteloosheid ontstaat Kenmerken - Hoofdpijn en duizeligheid. - Droge huid. - Snelle sterke pols (bij verergeren van de toestand wordt de pols zwak). - Hoogrood hoofd. - Koorts. - Snelle oppervlakkige ademhaling. - Toestand van verwarring of bewusteloosheid, eventueel met stuipen EHBO - Controleer bewustzijn, ademhaling, hartslag. - Frisse omgeving. - Kleding verwijderen. - Halfzittende houding indien bewust, stabiele zijligging indien bewusteloos. - Afkoelen met natte (hand)doeken rond het hoofd en de borstkas. - Ziekenwagen alarmeren. 17. Onderkoeling (hypothermie) = koudebevanging Onderkoeling treedt op wanneer men te lang aan koude blootgesteld wordt, bv. door met natte kleren in ijskoude wind te staan. We spreken van onderkoeling indien de lichaamstemperatuur tot onder de 35 C is gedaald Kenmerken In de beginfase klaagt het slachtoffer van - kou hebben en beven - kippenvel - bleke huid 8.13

24 Gevorderd stadium: - doodsbleke huid - toenemende gevoelloosheid - grotere spierverstijving Eindstadium: - grote vermoeidheid - slaapneiging - trage, onregelmatige, zwakke pols - trage ademhaling (6 8 maal per minuut) 17.2 EHBO Alleen in het beginstadium is omkering door EHBO nog mogelijk. In de andere stadia, verwittig onmiddellijk het hulpcentrum Breng het slachtoffer zo mogelijk uit de koude en uit de wind - Verwijder natte kleding. - Wikkel het slachtoffer in een deken of een aluminiumdeken. - Je mag het slachtoffer niet actief opwarmen. - Warme drank toedienen is alleen toegestaan als het slachtoffer het zelf kan uitdrinken. Nooit alcohol verstrekken. 18. Suikerziekte Insuline is een noodzakelijk natuurlijk hormoon om de suiker die via de vertering in de bloedbaan is terechtgekomen, bruikbaar te maken voor de stofwisseling (energielevering). Indien er te weinig insuline in het lichaam geproduceerd wordt, zal het bloedsuikergehalte stijgen, terwijl de cellen een tekort aan bruikbare suiker hebben. We spreken bij deze mensen van suikerziekte (diabetes). 8.14

25 18.1 Te hoog bloedsuikergehalte (hyperglycemie) Oorzaken Een suikerzieke die: - niet weet dat hij suikerziekte heeft, en dus nog niet behandeld is; - meer suikers heeft ingenomen dan er insuline geproduceerd of ingespoten zijn; - onvoldoende medicatie genomen, of onvoldoende insuline ingespoten heeft; - minder inspanningen dan gewoonlijk geleverd heeft; - koorts heeft Kenmerken - Grote dorst, veel drinken, veel wateren. - Droge huid, mond en tong. - Rode gelaatskleur. - Bewusteloosheid die geleidelijk optreedt. - Snelle diepe ademhaling, adem ruikt naar "zoete appeltjes". - Snelle zwakke pols EHBO - Controleer of het slachtoffer een diabeteskaart op zak heeft. - Informeer naar medicatiegebruik en ziektegeschiedenis. - Leg een bewusteloos slachtoffer in stabiele zijligging. - Roep medische hulp in. Deze mensen moeten insuline bijkrijgen via pilletjes die de alvleesklier stimuleren, of via spuitjes met insuline Te laag bloedsuikergehalte (hypoglycemie) Oorzaken Een suikerzieke die: - zware inspanningen leverde (veel suikers verbruikt via de stofwisseling); - een te grote hoeveelheid insuline ingespoten heeft; - onvoldoende gegeten heeft; - alcohol gedronken heeft. 8.15

26 Kenmerken - Sterk hongergevoel. - Wisselend humeur, mogelijk agressie. - Beven, onrustig. - Bleke gelaatskleur. - Overvloedig zweten. - Normale polsslag. - Kan bewusteloos geraken. - Snelle evolutie. Deze toestand komt veel meer voor dan een te hoog gehalte aan suiker en is op korte termijn ook gevaarlijker dan hyperglycemie EHBO - Controleer of het slachtoffer een diabeteskaart op zak heeft. - Informeer naar medicatiegebruik en ziektegeschiedenis. - Indien de patiënt bewust is: dien suiker toe (klontje, gesuikerde drank). - Leg een bewusteloos slachtoffer in stabiele zijligging en roep in dit geval medische hulp in. N.B.: Indien je twijfelt of een suikerzieke een hypo- dan wel een hyperglycemie doet, dan mag je steeds suiker toedienen (op voorwaarde dat het slachtoffer nog bewust is). Bij een hyperglycemie verslechtert dit de toestand niet, maar bij hypoglycemie geeft het een snelle verbetering en voorkomt ziekenhuisopname. 8.16

27 2. De hartslag Telkens het hart samentrekt, is er een hartslag voelbaar ter hoogte van de slagaders. Dit is best voelbaar ter hoogte van de polsslagader of de halsslagader. De hartslag wordt gecontroleerd met de wijsen middelvinger: als we de duim gebruiken is het mogelijk dat we onze eigen hartslag voelen in plaats van de hartslag van het slachtoffer. We tellen het aantal slagen gedurende 15 seconden en doen deze waarde maal 4. Dit geeft ons het aantal slagen per minuut. Kan je moeilijk uit het hoofd vermenigvuldigen, dan mag je ook gedurende een minuut de hartslagen tellen. De normale hartslag bij een persoon in rust is afhankelijk van de leeftijd: Volwassene Kind Baby Bij inspanning of koorts versnelt de hartslag. We kunnen de hartslag meten ter hoogte van de polsslagader: - Plaats je wijs- en middenvinger in het midden van de pols. - Glijd af in de richting van de duim tot je als het ware een gleuf voelt. In deze holte loopt de polsslagader. Druk de polsslagader lichtjes tegen het onderliggend bot en tel de slagen. 3. Transport 3.1 Zittend slachtoffer (bv. in een wagen) Een slachtoffer dat in de wagen zit, laten we best zitten om verergering van de letsels te voorkomen. Enkel indien er gevaar dreigt voor het slachtoffer (brand, ontploffingsgevaar, uitwendige bloeding waar de hulpverlener niet bijkan, ademhalingsstilstand, ) wordt het slachtoffer uit de wagen gehaald. - Open de deur aan de zijde van het slachtoffer (indien mogelijk). - Maak de gordel los. - Maak de voeten van het slachtoffer los (kunnen onder de pedalen geklemd zijn). - Schuif de zetel achteruit (indien mogelijk). 9.5

28 - Steek je beide handen van achter naar voren onder de oksels van het slachtoffer door. - Grijp met de verst verwijderde hand de tegenoverliggende pols van het slachtoffer vast over diens borst. - Plaats de andere hand in vorkgreep op de kin van het slachtoffer, zodat het hoofd van het slachtoffer op je schouder rust. - Plaats een knie tegen de zitting van de autozetel. - Trek het slachtoffer uit de wagen. - Leg het slachtoffer neer in een veilige omgeving, met aandacht voor het neerleggen van het hoofd. 3.2 Een slachtoffer verplaatsen uit een gevaarlijke omgeving (rautekgreep) - Leg het slachtoffer op de rug. - Leg één been van het slachtoffer over het andere. - Neem plaats achter het hoofd van het slachtoffer. - Schuif één hand onder de nek en de andere hand tussen de schouderbladen van het slachtoffer. 9.6

29 - Zet het slachtoffer recht tegen je benen. - Steek je handen onder de oksels van het slachtoffer en grijp één arm van het slachtoffer vast ter hoogte van pols en elleboog. Door je duimen ook aan de voorzijden van de arm te laten grijpen, veroorzaak je minder pijn bij het slachtoffer. - Neem een gehurkte houding aan. - Trek het slachtoffer recht door beide benen te strekken terwijl je achterover helt. - Sleep het slachtoffer rugwaarts weg tot in een veilige omgeving. - Leg het slachtoffer neer met aandacht voor het neerleggen van het hoofd. 9.7

30 4. Het meten van de temperatuur Het meten van de lichaamstemperatuur gebeurt met een koortsthermometer onder de oksel (axillair), in de aarsholte (rectaal), in de mond onder de tong (sublinguaal) of in het oor (tympanisch). Door de warmte zet het kwikzilver uit, zodat de kwikzuil in het buisje stijgt, waarbij de verhoging van de temperatuur op de schaal wordt aangeduid. In tegenstelling tot andere thermometers blijft de kwikzuil bij latere afkoeling op de aangegeven waarde staan. Wenst men hem opnieuw te gebruiken, dan dient men de thermometer te schudden tot het kwik zich opnieuw onder de graadindeling bevindt. Om de temperatuur ter hoogte van de oksel te meten, plaatst men de thermometer zo in de okselholte (die eerst droog gewreven moet worden om het effect van koude door verdamping te vermijden), dat het onderste deel van de kwikkolom aan alle zijden door de huid wordt omsloten. De bovenarm wordt daarbij over het lichaam gelegd, terwijl de elleboog met de andere hand wordt vastgehouden. Na 10 minuten neemt men de thermometer uit de okselholte en leest de lichaamstemperatuur af. De meting van de oksel wordt het meest gebruikt en kan ook uitgevoerd worden zonder dat de patiënt ontkleed dient te worden, bv. buiten. Hoewel gecompliceerder van aard, levert het rectaal meten van de temperatuur meer betrouwbare resultaten op. Bij zulke meting legt men de patiënt op zijn zij, met de knieën licht gebogen. Men trekt de bovenste helft van het zitvlak lichtjes omhoog en brengt de thermometer zover in de aars, dat het onderste gedeelte van de kwikkolom er volledig in verdwijnt. De meettijd, waarbij de patiënt op zijn zij blijft liggen, bedraagt 5 minuten. De meetresultaten liggen over het algemeen ongeveer een halve graad hoger dan bij een via de oksel meting. De normale lichaamtemperatuur bij een volwassene varieert tussen 36 en 37 C. 's Morgens is ze lager en 's avonds iets hoger. Stijgt de temperatuur tot boven de 37 C, dan spreekt men van verhoogde temperatuur; vanaf 38 C spreekt men van koorts. Onder de 36 C spreekt men van verlaagde temperatuur. Na gebruik dient de thermometer steeds ontsmet en gereinigd te worden. Met elektronische thermometers kan de temperatuur op dezelfde wijzen gemeten worden, hoewel een aantal van deze thermometers specifiek voor één van deze meetwijzen gemaakt is (bv. enkel voor rectale meting). De meeste van deze thermometers geven een geluidssignaal als de correcte temperatuur aangegeven wordt. De laatste jaren kwamen de oorthermometers (tympanische thermometers) in gebruik. Deze toestellen meten de temperatuur van het trommelvlies door het inbrengen van een hulsje in de uitwendige gehoorgang terwijl het oor lichtjes naar boven en naar achter getrokken wordt. In enkele seconden wordt de lichaamstemperatuur aangegeven. Wel dient een patiënt zich reeds een tiental minuten in deze omgeving te bevinden, omdat de waarden anders vals laag zijn. 9.8

31 Hoofdstuk 10 EHBO bij kinderen 1. Reanimatie kind (1-8 jaar) 1.1 Veiligheid hulpverlener en slachtoffer Zorg voor veiligheid voor jezelf en het slachtoffer BEWUSTZIJN 1.2 Controleer of het kind nog reageert Stimuleer zachtjes door schudden aan de schouders en te vragen "Is alles in orde?" Bij kinderen met het vermoeden van een nekletsel wordt niet geschud. 1.3 A. Als het kind antwoordt of beweegt 1 Laat het kind liggen zoals het zich bevindt. 2 Controleer naar andere letsels. 3 Roep hulp indien nodig. 4 Onderzoek regelmatig opnieuw het slachtoffer. B. Als het kind niet reageert 1 Vraag een andere persoon om in de buurt te blijven. ADEMHALING 2 Open de luchtweg door het hoofd achterover te kantelen en de kin omhoog te heffen. - Indien mogelijk in de houding waarin het kind zich bevindt: plaats je hand op het voorhoofd van het kind en kantel het hoofd zachtjes achterover. - Hef gelijktijdig, met de vingertoppen onder de kin punt van het kind, de kin omhoog om de luchtweg te openen. Druk niet op de zachte weefsels onder de kin want dat kan de luchtweg belemmeren. 10.1

32 - Indien het openen van de luchtweg problemen oplevert: draai het kind voorzichtig op de rug en open de luchtweg zoals hierboven beschreven. Als een nekletsel vermoed wordt, dan wordt het hoofd niet achterover gekanteld, maar maakt men gebruik van de kaak-duwmethode (zie verder). 1.4 Terwijl je de luchtweg openhoudt: kijk, hoor en voel naar ademhaling 1 Houd je gezicht vlak boven het gezicht van het kind en kijk in de richting van de borstkas - Kijk naar beweging van de borstkas. - Luister aan de mond en neus van het kind naar ademgeluiden. - Voel met je wang naar uitgeademde lucht. 2 Kijk, luister en voel tot 10 seconden lang alvorens je besluit dat er geen ademhaling is 1.5 A. Als het kind ademt 1 Leg het kind in stabiele zijligging (zie techniek volwassene blz 4.3). 2 Controleer regelmatig de ademhaling. B. Als het kind niet ademt 1 Verwijder voorzichtig zichtbare belemmeringen uit de mond van het kind. 2 Beadem 2 maal, waarbij telkens de borstkas omhoog komt en terugzakt - Zorg voor hyperstrekking en kinlift. - Druk met de wijs- en middelvinger van de hand die op het voorhoofd rust, het zachte deel van de neus dicht. - Open de mond een beetje, maar hou de kin omhoog. - Adem in en plaats je lippen rond de mond van het kind zodat je lippen goed aansluiten. - Blaas rustig in de mond gedurende 1 tot 1,5 seconde zodat de borstkas omhoog komt. - Behoud hyperstrekking en kinlift, neem je mond weg van het slachtoffer, kijk terwijl de borstkas haar normale positie opnieuw inneemt als het slachtoffer uitademt. - Adem in en beadem een tweede maal. 3 Je mag in totaal 5 maal proberen te beademen om 2 geslaagde beademingen te bekomen. Je kan merken of 10.2

33 een beademing geslaagd is door vast te stellen dat het op-en-neergaan van de borstkas van het kind op dezelfde wijze gebeurt als bij een normale ademhaling. 4 Terwijl je beademt, let je op beweging of hoesten; dit kunnen tekens van hartwerking zijn. Als je problemen hebt om een geslaagde beademing uit te voeren, dan kan de luchtweg belemmerd zijn: - Controleer de mondholte van het slachtoffer en verwijder zichtbare belemmeringen. Je mag niet blindelings met een vinger in de keel voelen. - Controleer of er voldoende hyperstrekking en kinlift is, maar ook geen overstrekking van de nek. - Als hyperstrekking en kinlift niet volstaan om de luchtweg vrij te maken, gebruik dan de kaakduwmethode (zie blz; 10.4). - Doe in totaal 5 pogingen tot beademen om 2 geslaagde beademingen te bekomen. HARTWERKING 1.6 Controleer of er tekens van hartwerking zijn 1 Kijk, luister en voel opnieuw of er normale ademhaling aanwezig is, of het slachtoffer hoest of beweegt. 2 Deze controle duurt maximum 10 seconden. 1.7 A. Als je er zeker van bent dat je (binnen de 10 seconden) tekens ziet van hartwerking 1 Ga, indien nodig, verder met beademen totdat het kind zelf ademt. 2 Draai het kind op de zij (zijlig) als het bewusteloos blijft. 3 Onderzoek het kind regelmatig opnieuw. B. Als er geen tekens zijn van hartwerking of je bent niet zeker 1 Start hartmassage. - Doe plaatsbepaling (zie volwassene blz. 3-4) en plaats de hiel van één hand op de onderste helft van het borstbeen terwijl je er op let dat je geen druk uitoefent op of onder het zwaardvormig aanhangsel. - Hef de vingers omhoog om geen druk op de ribben van het kind te geven. - Plaats jezelf verticaal boven de borstkas van het kind en druk met een gestrekte arm het borstbeen ongeveer 1/3 tot de helft van de hoogte van de borstkas naar beneden. - Neem de druk weg maar blijf handcontact houden met de borstkas. 10.3

34 - Herhaal deze pompbewegingen aan een snelheid van ongeveer 100 maal per minuut. 2 Combineer hartmassage en beademing. - Breng na 5 maal hartmassage het hoofd in hyperstrek king met kinlift en beadem één maal. - Plaats je hand zonder tijdverlies op de juiste plaats op het borstbeen en voer 5 hartmassages uit. Intussen houdt de andere hand het hoofd in de juiste positie om het tijdverlies tussen beademen en hartmassage te beperken. - Voer verder hartmassage en beademing uit in de verhouding 5: Blijf verder reanimeren totdat: - Voortgezette hulp aankomt. - Het kind tekens van leven vertoont (spontane ademhaling, bewegen). - Je uitgeput geraakt. 1.9 Wanneer het hulpcentrum 112 bellen? Het hulpcentrum 112 moet zo vroeg mogelijk gebeld worden: - Als er meer dan één hulpverlener aanwezig is, start één hulpverlener de reanimatie terwijl een andere hulpverlener de 112 alarmeert zodra is vastgesteld dat het kind niet ademt. - Als er slechts één hulpverlener aanwezig is: reanimeer gedurende 1 minuut alvorens de 112 te alarmeren. Misschien is het mogelijk om een klein kind mee te dragen terwijl je hulp inroept en intussen hartmassage en beademing uit te voeren. Uitzondering: indien het kind gekend is met een hartaandoening en plots bewusteloos valt met ademhalingsstilstand, dan moet eerst de 112 gealarmeerd worden alvorens reanimatie te starten De kaak-duwmethode Indien een nekletsel vermoed wordt, of als beademen niet lukt met de hyperstrekking met kinlift, dan maken we gebruik van de kaak-duwmethode om de luchtwegen vrij te maken. 1 Ga achter het hoofd van het kind zitten. 2 Plaats wijs- en middelvinger van beide handen achter beide kaakhoeken en druk de onderkaak naar boven en naar buiten (zonder het hoofd achterover te kantelen). Je ellebogen kunnen eventueel steunen op het oppervlak waarop het kind ligt. 10.4

KVK AVELGEM 01869. REANIMATIE en AED 2013-2015. Sportmedische begeleiding KVK Avelgem. Pascal D Haene

KVK AVELGEM 01869. REANIMATIE en AED 2013-2015. Sportmedische begeleiding KVK Avelgem. Pascal D Haene KVK AVELGEM 01869 REANIMATIE en AED Sportmedische begeleiding KVK Avelgem Pascal D Haene 2013-2015 D O O R N I K S E S T E E N W E G 2 2 6 8 5 8 0 A V E L G E M R E A N I M A T I E Reanimatie is het

Nadere informatie

EHBébé. Ongevallengids voor kinderen tussen 0 en 3 jaar

EHBébé. Ongevallengids voor kinderen tussen 0 en 3 jaar EHBébé Ongevallengids voor kinderen tussen 0 en 3 jaar Bij baby s en peuters moet je vaak ogen op je rug hebben. Jammer genoeg ontsnappen ze al eens aan onze waakzame blik, soms met de nodige blutsen,

Nadere informatie

AG eerste hulp opleidingen Best 0499-397404 agopleiding@gmail.com

AG eerste hulp opleidingen Best 0499-397404 agopleiding@gmail.com AG eerste hulp opleidingen Best 0499-397404 agopleiding@gmail.com Algemeen De mens kan ongeveer normaal 1 minuut zonder zuurstof. Hersenen zijn het meest gevoelig voor een tekort aan zuurstof. Typerend

Nadere informatie

Antwoorden 2014 EHBO-K. Ascendens Opleidingen Theorievragen EHBO-K 2014 versie 006 Pagina 1 van 5. Theorievragen versie 006

Antwoorden 2014 EHBO-K. Ascendens Opleidingen Theorievragen EHBO-K 2014 versie 006 Pagina 1 van 5. Theorievragen versie 006 Antwoorden 2014 EHBO-K Theorievragen versie 006 Pagina 1 van 5 Vraag 1: Noem de vijf belangrijke punten bij het leveren van eerste hulp in juiste volgorde Vraag 2: Vraag 3: Vraag 4 : a) Let op gevaar (zn

Nadere informatie

"EHBO" is een uitgave van CLB Externe preventie Industrieterrein Kolmen 1085 3570 Alken Tel : 011 59 83 50

EHBO is een uitgave van CLB Externe preventie Industrieterrein Kolmen 1085 3570 Alken Tel : 011 59 83 50 EHBO zon e Voor g erken eilig w d en v 1. Inleiding COLOFON "EHBO" is een uitgave van CLB Externe preventie Industrieterrein Kolmen 1085 3570 Alken Tel : 011 59 83 50 Redactie : CLB EDPB Fotografie : www.fotoben.be

Nadere informatie

2014 EHBO-K. Theorievragen versie 006. Ascendens Opleidingen Theorievragen EHBO-K 2014 versie 006 Pagina 1 van 7

2014 EHBO-K. Theorievragen versie 006. Ascendens Opleidingen Theorievragen EHBO-K 2014 versie 006 Pagina 1 van 7 2014 EHBO-K Theorievragen versie 006 Pagina 1 van 7 Vraag 1: Noem de vijf belangrijke punten bij het leveren van eerste hulp in juiste volgorde 1) 2) 3) 4) 5). Vraag 2: Wat is het kenmerk van een gesloten

Nadere informatie

Behandeling van wonden en letsels

Behandeling van wonden en letsels Module 4 Behandeling van wonden en letsels Als u deze module gevolgd hebt, weet u: - Wat u moet doen bij mogelijk inwendig bloedverlies - Wat u moet doen bij uitwendig bloedverlies - Wat u moet doen bij

Nadere informatie

KBC-Preventie. Ongevallen thuis. we hebben het voor u

KBC-Preventie. Ongevallen thuis. we hebben het voor u KBC-Preventie Ongevallen thuis we hebben het voor u Basisprincipes van eerste hulp Handel als eerstehulpverlener. Zorg dat u de situatie niet verergert. Blijf rustig in een noodsituatie en verleen de eerste

Nadere informatie

Eerstehulpinitiatie voor doven en slechthorenden

Eerstehulpinitiatie voor doven en slechthorenden Eerstehulpinitiatie voor doven en slechthorenden Inhoud Kennismaking Basisprincipes van eerste hulp Vier stappen in eerste hulp Bloeding Brandwonde Huidwonde Kennismaking Inhoud Kennismaking Basisprincipes

Nadere informatie

TRIVIANT BLAUW (uitprinten op blauw papier) Stoornissen in het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop

TRIVIANT BLAUW (uitprinten op blauw papier) Stoornissen in het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop TRIVIANT BLAUW (uitprinten op blauw papier) Stoornissen in het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop Welke drie functies zijn van direct levensbelang en hoe noemen we deze functies? Hersenfunctie

Nadere informatie

Instructies- EHBO-boekje. 1. Schaafwonden. 3. Insectenbeet. 4. Neusbloeding. 2. Splinter. Wat zie ik? Wat doe ik? Wat doe ik? Wat zie ik? Gevaren?

Instructies- EHBO-boekje. 1. Schaafwonden. 3. Insectenbeet. 4. Neusbloeding. 2. Splinter. Wat zie ik? Wat doe ik? Wat doe ik? Wat zie ik? Gevaren? Instructies- EHBO-boekje 1. Schaafwonden 3. Insectenbeet Bovenste huidlagen afgeschaafd Eventueel bloedend, vuil in de wonde Bloeding Wonde van binnenuit naar de randen reinigen met een washandje of een

Nadere informatie

ABCDE methodiek Biedt een vaste volgorde van het benaderen van het slachtoffer

ABCDE methodiek Biedt een vaste volgorde van het benaderen van het slachtoffer ABCDE methodiek Biedt een vaste volgorde van het benaderen van het slachtoffer Indien een stoornis in de vitale functie wordt waargenomen direct handelen (Treat as you go) A AIRWAY AND C-SPINE (= vrije

Nadere informatie

1. WANNEER ELKE SECONDE TELT

1. WANNEER ELKE SECONDE TELT 1. WANNEER ELKE SECONDE TELT Basale reanimatie: beademing en hartmassage bij baby s en kinderen volgens de Richtlijnen 2006 van de Nederlandse Reanimatie Raad, de NRR 2. DE NORMALE SITUATIE Longen en ademhaling

Nadere informatie

Basale reanimatie van kinderen door niet-zorgprofessionals

Basale reanimatie van kinderen door niet-zorgprofessionals Basale reanimatie van kinderen door niet-zorgprofessionals -Gebaseerd op de 2010 richtlijnen- Introductie Indien reanimatie van een kind nodig is, wordt aan hulpverleners zonder specifieke training in

Nadere informatie

Eerste Hulp aan Kinderen: eindtermen (vastgesteld door het College van Deskundigen in mei 2006) Doelgroep

Eerste Hulp aan Kinderen: eindtermen (vastgesteld door het College van Deskundigen in mei 2006) Doelgroep Eerste Hulp aan Kinderen: eindtermen (vastgesteld door het College van Deskundigen in mei 2006) Doelgroep a. Bezitters van het diploma Eerste Hulp b. Belangstellenden die (nog) niet in het bezit zijn van

Nadere informatie

1. Zorg voor je eigen veiligheid, die van het slachtoffer en van de omstaanders

1. Zorg voor je eigen veiligheid, die van het slachtoffer en van de omstaanders Aanbevelingen van de Belgische Reanimatieraad (BRC) voor Cardiopulmonaire Reanimatie en Automatische Externe Defibrillatie, uitgevoerd door de eerste hulpverleners ter plaatse opgeleid in de technieken

Nadere informatie

H o c k e y E H B O. Woensdag 30 november MHC Goirle. Door Paul van den Broek

H o c k e y E H B O. Woensdag 30 november MHC Goirle. Door Paul van den Broek H o c k e y E H B O Woensdag 30 november MHC Goirle Door Paul van den Broek Inhoud Alarmeren Blaren Bloedneus Epilepsie Hersenschudding verstuikingen Schaafwond Suikerziekte Wond Bewusteloosheid Bloedhygiëne

Nadere informatie

Lesfiche : EHBO & Reanimatie

Lesfiche : EHBO & Reanimatie Lesfiche : EHBO & Reanimatie Niveau 1: (Praktijk: 2lesuren) Inschatten van een situatie: Veiligheid! Waarom? Niemand heeft nood aan meerdere slachtoffers dan er oorspronkelijk waren ( aarzel dus ook niet

Nadere informatie

HANDLEIDING EHBO JO KST ELEN

HANDLEIDING EHBO JO KST ELEN HANDLEIDING EHBO JO KST ELEN In het kader van gezondheidsopvoeding en EHBO publiceren we enkele basisregels bij eventueel voorkomende problemen op en langs voetbalterreinen. Deze regels beogen niet een

Nadere informatie

schaafwonde - splinter - insectebeet - neusbloeding - ernstige bloedingverstuiking - ontwrichting - breuk - flauwvallen - zonnesteek

schaafwonde - splinter - insectebeet - neusbloeding - ernstige bloedingverstuiking - ontwrichting - breuk - flauwvallen - zonnesteek KRINKEL 2004 schaafwonde - splinter - insectebeet - neusbloeding - ernstige bloedingverstuiking - ontwrichting - breuk - flauwvallen - zonnesteek info - hersenschudding - blaren - brandwonden - snijwonde

Nadere informatie

AG eerste hulp opleidingen 47 vragen met antwoorden.

AG eerste hulp opleidingen 47 vragen met antwoorden. AG eerste hulp opleidingen 47 vragen met antwoorden. 1 Noem de 5 punten van de EHBO 1 let op gevaar 2 ga na wat er is gebeurd en wat het slachtoffer mankeert 3 stel het slachtoffer gerust 4 zorg voor professionele

Nadere informatie

Module 3 Levensbedreigende verwondingen

Module 3 Levensbedreigende verwondingen OPLEIDING HULPVERLENING VOOR REISLEIDERS OPLEIDING HULPVERLENING VOOR REISLEIDERS Module 3 Levensbedreigende verwondingen Toerisme Vlaanderen, i.s.m. AVICENNA, medische opleiding en consultancy Toerisme

Nadere informatie

CPR CARDIOPULMONAIRE RESUSCITATIE

CPR CARDIOPULMONAIRE RESUSCITATIE CPR CARDIOPULMONAIRE RESUSCITATIE Inhoud CPR standaardschema: start hartmassage CPR uitzonderingsschema: start beademing Bewusteloos en normale ademhaling: stabiele zijligging De keten van overleven Herkennen

Nadere informatie

Doel van deze presentatie: het op peil houden van kennis en vaardigheden met betrekking tot de reanimatie en als voorbereiding op een competentietest.

Doel van deze presentatie: het op peil houden van kennis en vaardigheden met betrekking tot de reanimatie en als voorbereiding op een competentietest. Deze presentatie is voor personen die in het bezit zijn van een reanimatie diploma. Doel van deze presentatie: het op peil houden van kennis en vaardigheden met betrekking tot de reanimatie en als voorbereiding

Nadere informatie

KINDERGENEESKUNDE. Vragen en antwoorden rond stuipen bij koorts

KINDERGENEESKUNDE. Vragen en antwoorden rond stuipen bij koorts KINDERGENEESKUNDE Stuipen bij koorts Vragen en antwoorden rond stuipen bij koorts Bij uw kind zijn stuipen ontstaan tijdens koorts, ook wel koortsconvulsies genoemd. In deze folder wordt uitgelegd wat

Nadere informatie

Inkijkexemplaar. Inhoud. 1 Ongeval 3. 2 Huidwonde 13. 3 Brandwonde 20. 4 Bloedneus 23. 5 Bloeding 26

Inkijkexemplaar. Inhoud. 1 Ongeval 3. 2 Huidwonde 13. 3 Brandwonde 20. 4 Bloedneus 23. 5 Bloeding 26 1 0 6 Inhoud Elke dag gebeuren er ongevallen. Soms heel kleine, maar soms ook grotere. Als er iets gebeurt, is het handig dat je weet wat je moet doen om te helpen. Eerste hulp is niet zo moeilijk. Je

Nadere informatie

Toets Ziekteleer Opleiding Sport en Bewegen. Behaalde punten Hulpmiddelen geen

Toets Ziekteleer Opleiding Sport en Bewegen. Behaalde punten Hulpmiddelen geen Cijfer In te vullen voor docent In te vullen door leerling Beroepsprestatie B.P.1.3 S.B Naam leerling Toets Ziekteleer Opleiding Sport en Bewegen Klas SB3O1A+B Versie 1 Datum Tijdsduur 60 minuten Naam

Nadere informatie

Lesfiche: EHBO en reanimatie:

Lesfiche: EHBO en reanimatie: Lesfiche: EHBO en reanimatie: Niveau 3 : (praktijk 2 lesuren) Verbandkunde: Doel: Openwonde (zonder ernstige bloeding): opnemen van weefselvocht, aanbrengen van ontsmettende stoffen en het verhinderen

Nadere informatie

Koortsstuipen. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Koortsstuipen. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Koortsstuipen Jonge kinderen zijn bij koorts gevoelig voor stuipen. Ongeveer 5 procent van de kinderen tussen de drie maanden en zes jaar heeft weleens een koortsstuip. In deze folder leest u over de achtergrond

Nadere informatie

Vijf belangrijke punten

Vijf belangrijke punten Vijf belangrijke punten 1. Let op gevaar 2. Nagaan wat er is gebeurd en daarna wat het kind mankeert 3. Stel het kind gerust en zorg voor beschutting 4. Zorg voor professionele hulp 5. Help het kind op

Nadere informatie

Reanimatie Stabiele zijligging Toedienen zuurstof

Reanimatie Stabiele zijligging Toedienen zuurstof Nieuwe richtlijnen sinds 2010 Kobe Van Herwegen 1* Instructeur Reanimatie Stabiele zijligging Toedienen zuurstof E-mail: kobe.vh@gmail.com GSM: 0474/81 49 20 2 3 Probleemstelling Volgorde Veiligheid Hartstilstand

Nadere informatie

MODULE 3 Levensreddende handelingen

MODULE 3 Levensreddende handelingen MODULE 3 Levensreddende handelingen cursus brandweerman Levensreddende handelingen Hoofdstuk 1: Algemene interventieprocedures Het menselijk lichaam De eerste minuten Opbouw van het lichaam Ons lichaam

Nadere informatie

Het bieden van hulp bij een ademhalingsof hartstilstand

Het bieden van hulp bij een ademhalingsof hartstilstand OPDRACHTFORMULIER Het bieden van hulp bij een ademhalingsof hartstilstand Naam student: Datum: Voordat je gaat oefenen 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen.

Nadere informatie

Basale reanimatie van volwassenen

Basale reanimatie van volwassenen Basale reanimatie van volwassenen Introductie Dit hoofdstuk bevat de richtlijnen basale reanimatie van volwassenen voor de enkele hulpverlener, buiten het ziekenhuis. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op

Nadere informatie

7 Epilepsie. 1 Inleiding. In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie. 4 Epilepsie-aanvallen. SAW DC 7 Epilepsie

7 Epilepsie. 1 Inleiding. In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie. 4 Epilepsie-aanvallen. SAW DC 7 Epilepsie DC 7 Epilepsie 1 Inleiding In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie 4 Epilepsie-aanvallen 1 1 2 Wat is epilepsie? Een epileptische aanval is een plotselinge kortsluiting

Nadere informatie

( Hoe moet deze oefeningen doen? )

( Hoe moet deze oefeningen doen? ) Relaxatieoefeningen ( Wat zijn Relaxatieoefeningen? ) Deze opdracht bestaat uit oefeningen die je kunnen helpen om te relaxen. ( Waarom relaxatieoefeningen? ) Mensen weten dikwijls niet meer hoe ze kunnen

Nadere informatie

Informatiebrochure. Gipsverbanden

Informatiebrochure. Gipsverbanden Informatiebrochure Gipsverbanden dddd Beste patiënt, U heeft net een gipsverband gekregen, waardoor uw arm of been in een goede stand kan genezen. Een goed immobilisatieverband vermindert de pijn in belangrijke

Nadere informatie

Eindtermen Jeugd Eerste Hulp

Eindtermen Jeugd Eerste Hulp Eindtermen Jeugd Eerste Hulp. 2013 Datum van ingang: 1 september 2013 1. Definities Wie en wat is de eerstehulpverlener Een eerstehulpverlener kan en wil een slachtoffer de noodzakelijke eerste hulp geven.

Nadere informatie

2. Voor het verlenen van eerste hulp is het gebruik van het beademingsmasker en handschoenen niet verplicht. O juist O onjuist

2. Voor het verlenen van eerste hulp is het gebruik van het beademingsmasker en handschoenen niet verplicht. O juist O onjuist VRAGEN JUIST OF ONJUIST. 1. Als u, het slachtoffer en eventuele omstanders in een gevaarlijke situatie verkeren wacht u totdat politie of brandweer aanwezig is. U volgt hun aanwijzingen op. 2. Voor het

Nadere informatie

SEH bij snijwonden, brandwonden en vergiftiging

SEH bij snijwonden, brandwonden en vergiftiging SEH bij snijwonden, brandwonden en vergiftiging Handleiding voor het behandelen van snijwonden. Verschijnselen de huid is beschadigd meestal is er bloed te zien het slachtoffer heeft pijn Doel van de eerste

Nadere informatie

Procedure Calamiteiten tijdens Kerkdiensten Nederlandse Hervormde Kerk Stolwijk

Procedure Calamiteiten tijdens Kerkdiensten Nederlandse Hervormde Kerk Stolwijk Procedure Calamiteiten tijdens Kerkdiensten Nederlandse Hervormde Kerk Stolwijk Doel: Het zo effectief en gestructureerd mogelijk handelen bij calamiteiten tijdens kerkdiensten. Mensen: Leden van het EHBO

Nadere informatie

Spanningshoofdpijn, Spierspanningshoofdpijn, Tension Headache, Cervicogene Cephalia

Spanningshoofdpijn, Spierspanningshoofdpijn, Tension Headache, Cervicogene Cephalia Spanningshoofdpijn, Spierspanningshoofdpijn, Tension Headache, Cervicogene Cephalia Spanningshoofdpijn wordt veroorzaakt door spierspanningen in de hals, de schouders en het hoofd. De hoofdpijn is vaak

Nadere informatie

Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding

Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding Verkeerde lichaamshoudingen veroorzaken klachten. Eén van de meest voorkomende verkeerde houdingen, wordt veroorzaakt door een naar vorend hangend hoofd,

Nadere informatie

Inkijkexemplaar. Inhoud. 1 Ongeval 3. 2 Flauwte 17. 3 Huidwonde 20. 4 Brandwonde 28. 5 Bloedneus 33. 6 Bloeding 36

Inkijkexemplaar. Inhoud. 1 Ongeval 3. 2 Flauwte 17. 3 Huidwonde 20. 4 Brandwonde 28. 5 Bloedneus 33. 6 Bloeding 36 Inhoud Ongevallen gebeuren elke dag. Meestal gaat het om kleine ongevallen waarvan de gevolgen niet zo erg zijn: door een valpartij met de fiets loop je een schaafwonde op, je krijgt een bloedneus tijdens

Nadere informatie

Lesfiche: EHBO en reanimatie:

Lesfiche: EHBO en reanimatie: Lesfiche: EHBO en reanimatie: Niveau: 2 (praktijk: 2 lesuren) AED: Wat? De defibrillator of Defib is de enige manier om een hart terug te doen pompen. Paramedici hebben een professionele defib inde ambulance.

Nadere informatie

Basale reanimatie van kinderen door anderen dan gespecialiseerde zorgprofessionals

Basale reanimatie van kinderen door anderen dan gespecialiseerde zorgprofessionals Basale reanimatie van kinderen door anderen dan gespecialiseerde zorgprofessionals 28 Nederlandse Reanimatie Raad / Belgische Reanimatieraad Introductie Indien basale reanimatie van een kind nodig is,

Nadere informatie

Gewondenvervoer. A&G eerste hulp opleidingen 2

Gewondenvervoer. A&G eerste hulp opleidingen 2 Gewondenvervoer A&G eerste hulp opleidingen 2 Gewondenvervoer is altijd een noodzakelijk kwaad Het kan op diverse manieren worden gedaan Handgedragen Zonder hulpmiddelen Met hulpmiddelen A&G eerste hulp

Nadere informatie

11.5.3.1. EHBO-tips: Wonden en hun verzorging

11.5.3.1. EHBO-tips: Wonden en hun verzorging 11.5.3.1. EHBO-tips: Wonden en hun verzorging Voor eerste hulp maken we een onderscheid tussen : 1. lichte wonden : kunnen door de hulpverlener volledig zelf verzorgd worden. 2. ernstige wonden : worden

Nadere informatie

Primaire vitale functies Functie Aktie Reaktie Aktie Overig

Primaire vitale functies Functie Aktie Reaktie Aktie Overig Primaire vitale functies Functie Aktie Reaktie Aktie Overig Bewustzijn Praten tegen slachtoffer Geeft duidelijk antwoorden =ongestoord bewustzijn Per definitie ook ademhaling Kijken naar overig letsel.

Nadere informatie

Spier- en gewrichtspijn

Spier- en gewrichtspijn Spier- en gewrichtspijn Spierpijn na het sporten, een zweepslag, een verzwikte enkel, een gekneusde pink... Door een verkeerde beweging of door extra inspanning kunt u plotseling pijn aan spieren of gewrichten

Nadere informatie

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen Ipsen Endocrinologie Increlex (injectie met mecasermine [rdna-herkomst]) Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen Voorlichtingsfolder zoals beschreven

Nadere informatie

LIFE SUPPORT CURSUS 2010 WTC HOUTEN 80

LIFE SUPPORT CURSUS 2010 WTC HOUTEN 80 LIFE SUPPORT CURSUS 2010 WTC HOUTEN 80 Eerste deel van de cursus: HANDLEIDING OM LETSELS T.G.V. VALPARTIJEN TE HERKENNEN EN EVT. TE HANDELEN Tweede deel van de cursus: KUNNEN HANDELEN BIJ ONWELWORDING/

Nadere informatie

Stoornissen in het bewustzijn

Stoornissen in het bewustzijn Hoofdstuk 3 Stoornissen in het bewustzijn Een verandering in het bewustzijn en de ademhaling kan erop duiden dat de hersenen en ademhalingsorganen te weinig zuurstof krijgen. Daardoor komen de vitale functies,

Nadere informatie

Welke stelling in het geval van brandwonden is juist?

Welke stelling in het geval van brandwonden is juist? Meerkeuzevraag 8.1 Meerkeuzevraag 8.2 Meerkeuzevraag 8.3 Meerkeuzevraag 8.4 Meerkeuzevraag 8.5 Meerkeuzevraag 8.6 Meerkeuzevraag 8.7 Welke stelling in het geval van brandwonden is juist? A. De gevormde

Nadere informatie

Kleine ongevallen uit

Kleine ongevallen uit Kleine ongevallen uit De bloedneus Meest voorkomende oorzaak? Neuspeuteren Wat ga je doen? Laat het s.o. zitten en stel hem gerust Houd het hoofdje van een klein kind voorover Oudere kinderen en volwassenen

Nadere informatie

Antwoord Vraag ABC Vraagnr Nee. Waarop moet u letten bij het verwijderen van een

Antwoord Vraag ABC Vraagnr Nee. Waarop moet u letten bij het verwijderen van een Antwoord Vraag ABC Vraagnr Nee Waarop moet u letten bij het verwijderen van een 1 Als de teek pas net op de huid zit, heeft hij nog geen speeksel kunnen spuiten in de bijtwond. achtergebleven angel? Niet

Nadere informatie

Eindtermen voor het diploma eerste hulp ( vastgesteld door het College van Deskundigen op 6 maart 2006)

Eindtermen voor het diploma eerste hulp ( vastgesteld door het College van Deskundigen op 6 maart 2006) Eindtermen voor het diploma eerste hulp ( vastgesteld door het College van Deskundigen op 6 maart 2006) 1. Definities Wie is het slachtoffer? Een slachtoffer is iemand die een acuut optredende, al of niet

Nadere informatie

Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter

Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter Rekken is een essentieel onderdeel van een evenwichtig trainingsprogramma. Het dagelijks uitvoeren van rekoefeningen kan de flexibiliteit en gezonde gewrichten

Nadere informatie

EHBO ALGEMEEN WAT TE DOEN BIJ EEN ONGEVAL

EHBO ALGEMEEN WAT TE DOEN BIJ EEN ONGEVAL EHBO ALGEMEEN Wanneer er ergens een ongeluk(je) is gebeurd, moet je snel en goed Eerste Hulp Bij Ongelukken (= E.H.B.O.) verlenen. Natuurlijk ben je geen dokter. Maar als er iets gebeurd bij je patrouille

Nadere informatie

1 LABIMA nv R CALM EMULSIE - BIJSLUITER p. 1

1 LABIMA nv R CALM EMULSIE - BIJSLUITER p. 1 1 LABIMA nv R CALM EMULSIE - BIJSLUITER p. 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER R Calm 20 mg/g emulsie voor cutaan gebruik difenhydramine hydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit

Nadere informatie

In dit hoofdstuk komt aan de orde: Bloedneus Insectensteken Tekenbeten Kwallenbeten Tand door de lip Voorwerp in de neus Voorwerp in het oor

In dit hoofdstuk komt aan de orde: Bloedneus Insectensteken Tekenbeten Kwallenbeten Tand door de lip Voorwerp in de neus Voorwerp in het oor In dit hoofdstuk komt aan de orde: Bloedneus Insectensteken Tekenbeten Kwallenbeten Tand door de lip Voorwerp in de neus Voorwerp in het oor Uitgeslagen tand Slangenbeten Irritatie door eikenprocessierups

Nadere informatie

Basisreanimatie volwassenen. CPR-werkgroep Heilig Hart Ziekenhuis Mol

Basisreanimatie volwassenen. CPR-werkgroep Heilig Hart Ziekenhuis Mol Basisreanimatie volwassenen CPR-werkgroep Heilig Hart Ziekenhuis Mol Overlevingsketen is de basis voor Advanced Life Support en een goede en snel begonnen is doorslaggevend voor het succes van de ALS en

Nadere informatie

Het toepassen van algemene regels voor het verlenen van eerste hulp in onvoorziene situaties

Het toepassen van algemene regels voor het verlenen van eerste hulp in onvoorziene situaties OPDRACHTFORMULIER Het toepassen van algemene regels voor het verlenen van eerste hulp in onvoorziene situaties Naam student: Datum: Voordat je gaat oefenen 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid

Nadere informatie

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen Ipsen Endocrinologie Increlex (injectie met mecasermine [rdna-herkomst]) Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex daarbij kan helpen Voorlichtingsfolder zoals beschreven

Nadere informatie

Eerste Hulp. en stembandlozen. NSvG

Eerste Hulp. en stembandlozen. NSvG Eerste Hulp en stembandlozen NSvG Larynx = strottenhoofd Ectomeren = operatief verwijderen! In uw opleiding Eerste Hulp heeft u wellicht weinig of niets gehoord over eerstehulpverlening aan gelaryngectomeerden

Nadere informatie

DRBR0775. MKA ingreep. Algemene informatie

DRBR0775. MKA ingreep. Algemene informatie DRBR0775 MKA ingreep Algemene informatie 2 Welkom op de dienst mond-,kaak- en aangezichtsheelkunde (MKA). Op advies van uw tandarts of huisarts bent u naar onze dienst doorverwezen voor een operatie aan

Nadere informatie

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest 2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof Oefeningen voor een gezond lichaam en geest De Soldaat Dit is de eerste van de vier warming up oefeningen waarbij het doel is de hartslag te verhogen

Nadere informatie

Levensreddende handelingen

Levensreddende handelingen Levensreddende handelingen Hoofdstuk 3: Het stelpen van ernstige bloedingen Anatomie van de bloedsomloop Samenstellende delen De hartspier De grote bloedsomloop De kleine bloedsomloop De aders en haarvaten:

Nadere informatie

Trastuzumab (Herceptin )

Trastuzumab (Herceptin ) Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve

Nadere informatie

Europese Reanimatieraad. Basale reanimatie en het gebruik van de Automatische Externe Defibrillatior

Europese Reanimatieraad. Basale reanimatie en het gebruik van de Automatische Externe Defibrillatior Basale reanimatie en het gebruik van de Automatische Externe Defibrillatior LEERDOELEN Aan het einde van deze cursus kunt u demonstreren: Hoe u een bewusteloos slachtoffer benadert. Hoe u hartmassage en

Nadere informatie

Wat is een acute hartritme stoornis?

Wat is een acute hartritme stoornis? AED bij de Terriërs Wat is een acute hartritme stoornis? Normale hartactie Acute hartritme stoornis: Chaotisch ritme (ventrikel fibrilleren) Probleem: Het hart pompt niet meer effectief, slachtoffer zakt

Nadere informatie

Invulinstructie. Veel succes! v5 1

Invulinstructie. Veel succes! v5 1 Invulinstructie Vóór u ligt een vragenlijst waarmee we een aantal eigenschappen van uw kind in kaart kunnen brengen. We raden aan hiervoor één of meer weken de tijd te nemen. Begin met de lijst op de volgende

Nadere informatie

Inkijkexemplaar. Inhoud. 6 Hoofd- en wervelletsels. 1 Ongevallen. 7 Letsels aan botten, 2 Problemen met. 8 Vergiftigingen door inslikken.

Inkijkexemplaar. Inhoud. 6 Hoofd- en wervelletsels. 1 Ongevallen. 7 Letsels aan botten, 2 Problemen met. 8 Vergiftigingen door inslikken. Inhoud Ongevallen gebeuren elke dag. Meestal gaat het om kleine ongevallen waarvan de gevolgen niet zo erg zijn: een valpartij met een schaafwonde tot gevolg, een verstuikte voet bij het sporten, of een

Nadere informatie

Cursus Eerste hulp Checklists

Cursus Eerste hulp Checklists Cursus Eerste hulp Checklists Inhoudstafel Checklists: hoe gebruiken?... 3 De vier stappen in eerste hulp... 4 Benadering van bewusteloos slachtoffer dat normaal ademt... 5 Benadering van slachtoffer met

Nadere informatie

Inleiding. Inleiding. Inleiding. Jullie vragen en inbreng zijn welkom.

Inleiding. Inleiding. Inleiding. Jullie vragen en inbreng zijn welkom. Inleiding OPLEIDING HULPVERLENING VOOR REISLEIDERS Toerisme Vlaanderen, i.s.m. Doel van deze opleiding: Erkend blijven als reisleider. In moeilijke en specifieke omstandigheden kalm en efficiënt hulp bieden.

Nadere informatie

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: R-zinnen

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: R-zinnen 1 van 8 Rzinnen & S zinnen Datum: 18032013 Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: Rzinnen R 1 R 2 R 3 R 4 R 5 R 6 R 7 R 8 R 9 R 10 R 11 R 12 R 14 R 15 R 16 R 17

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER SPASMINE FORTE, 120 MG, CAPSULES, HARD ALVERINE CITRAAT

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER SPASMINE FORTE, 120 MG, CAPSULES, HARD ALVERINE CITRAAT BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER SPASMINE FORTE, 120 MG, CAPSULES, HARD ALVERINE CITRAAT Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

Deel 1: Algemene informatie over eerste hulp. 1 Basisprincipes van eerste hulp 2. 2 Vier stappen in eerste hulp 14

Deel 1: Algemene informatie over eerste hulp. 1 Basisprincipes van eerste hulp 2. 2 Vier stappen in eerste hulp 14 BSL_EHBO_NASLAGWERK_BINNENWERK:BSL_EHBO_NASLAGWER_BINNENWERK 17-04-2008 16:08 Pagina V Inhoud Voorwoord XIII Inleiding XIV Hoe gebruik je dit boek? XV Deel 1: Algemene informatie over eerste hulp 1 Basisprincipes

Nadere informatie

Reanimatie volwassene. Richtlijnen 2010

Reanimatie volwassene. Richtlijnen 2010 Reanimatie volwassene Richtlijnen 2010 Inhoud Inleiding Belangrijkste wijzigingen voor de hulpverlener-ambulancier ALS-schema Aandachtspunten Vragen Waarom nieuwe richtlijnen? Reanimatie anno 1767 (richtlijnen

Nadere informatie

Protocollen bij te verwachten letsels bij Elfstedentochten

Protocollen bij te verwachten letsels bij Elfstedentochten Protocollen bij te verwachten letsels bij Elfstedentochten Met adviezen van R. Buimer Oogarts MCL en Dr. J.S. de Graaf Traumachirurg MCL door Bob Velthuis Instructeur Eerste Hulp Bevroren ogen Inleiding

Nadere informatie

Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven

Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven Ischias is een vorm van zenuwpijn, beginnend in de heup en verdergaand langs de achterzijde van het been tot aan de voet, veroorzaakt door

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. DAKTOZIN 2,5 mg/150 mg zalf Miconazolnitraat en zinkoxide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. DAKTOZIN 2,5 mg/150 mg zalf Miconazolnitraat en zinkoxide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER DAKTOZIN 2,5 mg/150 mg zalf Miconazolnitraat en zinkoxide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken.

Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken. Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken. 3 Ernstig ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken.

Nadere informatie

FYSIOTHERAPEUTISCH OEFENSCHEMA NA EEN OPERATIE VAN DE BORST MET OKSELKLIERDISSECTIE

FYSIOTHERAPEUTISCH OEFENSCHEMA NA EEN OPERATIE VAN DE BORST MET OKSELKLIERDISSECTIE FYSIOTHERAPEUTISCH OEFENSCHEMA NA EEN OPERATIE VAN DE BORST MET OKSELKLIERDISSECTIE 602 Inleiding Het belangrijkste doel van oefenen na een borstoperatie is om te zorgen dat het schoudergewricht, armen

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Macrogol + electrolytes Sandoz, poeder voor drank, zakje Macrogol 3350,Natriumchloride,Natriumwaterstofcarbonaat,Kaliumchloride Lees goed de hele bijsluiter, want

Nadere informatie

1. RISK & SAFETY ZINNEN

1. RISK & SAFETY ZINNEN 1. RISK & SAFETY ZINNEN Risico en Veiligheidszinnen op etiketten en veiligheidsbladen R-zinnen geven bijzondere gevaren (Risks) aan. S-zinnen geven veiligheidsaanbevelingen (Safety) aan. De zinnen zijn

Nadere informatie

STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM

STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM Hyperventilatie Hyperventilatie betekent een te snelle en/of een te diepe ademhaling. Wat is ademhalen? Door middel van de borstkas en de buikspieren ademen wij lucht in en

Nadere informatie

Hyperventilatie. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg

Hyperventilatie. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg Hyperventilatie Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies Jouw gezondheid is onze zorg Hyperventilatie Hyperventilatie wordt veroorzaakt door verkeerde manier van ademhalen. Hyper betekent

Nadere informatie

Cursus Rust. Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie KINDERGENEESKUNDE TELEFOONNUMMER 020-512 45 42

Cursus Rust. Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie KINDERGENEESKUNDE TELEFOONNUMMER 020-512 45 42 Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie Het Slotervaartziekenhuis, een opmerkelijk en ambitieus ziekenhuis in Amsterdam. In een informele en vertrouwde omgeving werken wij aan innovatieve medische

Nadere informatie

UGP-folders. Tekenbeten

UGP-folders. Tekenbeten UGP-folders Tekenbeten Controleer de huid, na verblijf in de natuur, dagelijks zorgvuldig op de aanwezigheid van teken. Bekijk met extra aandacht de oksels, liezen, bilspleet en knieholten. Verwijder teken

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur Lees goed de hele bijsluiter, voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

Bijlage IX AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN :

Bijlage IX AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN : Bijlage IX R 1 : In droge toestand ontplofbaar AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN : R 2 : Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken

Nadere informatie

LETSEL AAN SCHOUDER EN/OF ARM BIJ KINDEREN, ONTSTAAN TIJDENS DE BEVALLING

LETSEL AAN SCHOUDER EN/OF ARM BIJ KINDEREN, ONTSTAAN TIJDENS DE BEVALLING LETSEL AAN SCHOUDER EN/OF ARM BIJ KINDEREN, ONTSTAAN TIJDENS DE BEVALLING 313 Inleiding Wanneer na de bevalling het vermoeden bestaat dat uw kind een letsel aan arm of schouder heeft opgelopen, wordt uw

Nadere informatie

SEH Spoedeisende hulp

SEH Spoedeisende hulp Afdeling: Onderwerp: SEH Spoedeisende hulp 1 Wat is hyperventilatie Wanneer u gespannen of angstig bent, kunnen daardoor verschillende lichamelijke klachten ontstaan. is één van die klachten. wil zeggen

Nadere informatie

Calcimatics start steeds met een opwarming. Zo is de overgang dan niet-bewegen naar actief worden niet te bruusk en voorkom je letsels.

Calcimatics start steeds met een opwarming. Zo is de overgang dan niet-bewegen naar actief worden niet te bruusk en voorkom je letsels. CALCIMATICS 1. De opwarming Calcimatics start steeds met een opwarming. Zo is de overgang dan niet-bewegen naar actief worden niet te bruusk en voorkom je letsels. Als een vogel in de lucht - Houding:

Nadere informatie

R-zinnen en S-zinnen. R-zinnen... 2 Gecombineerde R-zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9

R-zinnen en S-zinnen. R-zinnen... 2 Gecombineerde R-zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9 -zinnen en S-zinnen Inhoud Pag. -zinnen... 2 Gecombineerde -zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9 -zinnen (aanduiding bijzondere gevaren, isk-zinnen) -nummer Gevarenaanduiding 1 2 3 4 5

Nadere informatie