EVMT 10 EPD Elektro dag 1 en 2. Zelfstudie en huiswerk

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "EVMT 10 EPD Elektro dag 1 en 2. Zelfstudie en huiswerk"

Transcriptie

1 EVMT 10 EPD Elektro dag 1 en 2 copyright 2011

2

3 3 Introductie Welkom bij de training EPD Elektro. De training EPD Elektro bestaat uit twee dagen en is een vervolg op Basis Elektro van VMT. Omdat er steeds meer elektrische en elektronische systemen in de huidige installaties toegepast worden, is het van groot belang dat de kennis over deze systemen groot. Zeker de Eerste Verbrandings Motor Technicus die belast wordt met het diagnosestellen en oplossen van storingen. We gaan dan ook in deze training op een praktijkgerichte manier met deze systemen aan het werk. De verschillende doelstellingen zijn; het leren omgaan met de multimeter, de stroomtang en verschillende schema s. De geheime wapens van het storing zoeken in een elektrische installatie zijn, het op de juiste manier gebruik maken van de multimeter, de schema s en het logisch denken. Voor dit logisch denken is het belangrijk dat je als technicus de juiste systeemkennis op doet. In deze training zal het opvallen dat je als cursist alles zelf moet ervaren. De trainer treedt tijdens het uitvoeren van opdrachten op als coach. Op deze manier wordt het beste uit de training en uit jezelf gehaald. Zorg er verder voor dat je goed voorbereid op de training komt. Dit doe je door in ieder geval het zelfstudiepakket goed door te nemen en de bijbehorende vragen te maken. Deze vragen vind je achterin dit zelfstudiepakket. Deze zelfstudie is voor beide dagen. Maak eventueel aantekeningen over punten die je niet begrijpt. Stel deze dan aan de orde op de training. Wij wensen je een leerzame en bovenal een leuke trainingen toe.

4 4 Doelstellingen Het doel van deze training is: Het leren systematisch storing zoeken met een multimeter in elektrische installaties en schema s lezen. Voorwaarden: Kennen: o Het verband tussen elektrische spanning, elektrische stroom en elektrische weerstand o Meetmethode van systematisch storing zoeken - Meetmethode voor spanningsverliesmeten - Meetmethode voor kortsluiting - Meetmethode voor clandestiene verbruiker o Werking van accu, dynamo en startmotor o Werking van laadsysteem, startsysteem en diverse elektrische installaties Kunnen: o Meten van spanning, stroom en weerstand met de multimeter o Schema lezen van elektrische installaties o Toepassen van meetmethoden van systematisch storing zoeken Controleren van accu, laadsysteem, startsysteem, diverse elektrische installatie

5 5 INTRODUCTIE... 3 DOELSTELLINGEN DE THEORIE VAN DE ELEKTRICITEITSLEER HET VRIJE ELEKTRON ELEKTRISCHE LADING SAMENVATTING: ELEKTRISCHE SPANNING U IN VOLT ELEKTRISCHE STROOM I IN AMPÈRE ELEKTRISCHE WEERSTAND R IN OHM VERSCHILLENDE SOORTEN SPANNINGEN SPANNINGSVERLIES U V VOORVOEGSELS WET VAN OHM SERIE EN PARALLELSCHAKELING SPANNINGSVERLIES VERMOGEN MEETAPPARATUUR MULTIMETER HET METEN VAN SPANNING, STROOM EN WEERSTAND Spanning meten: Stroom meten: Weerstand meten: LED TESTER OSCILLOSCOOP ACCU CONTROLEGEREEDSCHAP MOTORTESTER ELEKTRISCHE VERBINDINGEN SOLDEREN EN ISOLEREN GEÏSOLEERDE KABELSCHOEN KABELSCHOEN WATERDICHTE SOLDEER - EN KRIMP - VERBINDINGEN METHODEN VAN STORINGZOEKEN SPANNINGSVERLIEZEN CLANDESTIENE VERBRUIKERS KORTSLUITING STARTSYSTEEM LAADSYSTEEM Het laadstroomcontrolelampje Metingen aan het laadsysteem Het meten van de laadstroom met de stroomtang ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE COMPONENTEN RELAIS TRANSISTOR WEERSTAND DIODE EN LED CONDENSATOR GEÏNTEGREERDE SCHAKELING(IC)... 50

6 6 6.7 DE Μ PROCESSOR... 51

7 7 o

8 8 1. De theorie van de elektriciteitsleer. 1.1 Het vrije elektron Om te kunnen begrijpen wat een elektrische stroom is, moeten we ons verplaatsen in de wereld van de onzichtbare deeltjes. Elke stof, of het nu een vaste stof, een vloeistof of een gas is, is opgebouwd uit moleculen. Een molecuul is het allerkleinste deeltje van een stof waarbij alle eigenschappen van die stof nog helemaal aanwezig zijn. Een molecuul bestaat uit twee of meer atomen, afhankelijk van de stof. Een voorbeeld hiervan is een watermolecuul. Een watermolecuul (Afb. 1) is opgebouwd uit een zuurstofatoom (O) en twee waterstofatomen (H). De chemische formule is H 2 O. O H H Afb. 1 een watermolecuul Een atoom bestaat uit een kern, met daaromheen draaiend een of meer elektronen (Afb. 2). De kern is positief geladen, elektronen zijn negatief geladen. De positieve lading van een atoom komt overeen met het aantal elektronen die om de kern heen draaien. In dat geval is het atoom elektrisch neutraal. Afb. 2 een kern met een elektron

9 9 Positieve ladingen en negatieve ladingen trekken elkaar aan. De positieve lading van de kern trekt aan de negatief geladen elektronen en houdt deze in hun baan. In Afb. 3 is te zien dat ongelijke ladingen elkaar aantrekken en dat gelijke ladingen elkaar afstoten Afb. 3 verschillende ladingen Doordat ongelijke ladingen elkaar aantrekken blijft het elektron om zijn baan om de atoomkern zweven. Dit is weergegeven in Afb Afb. 4 een atoom Zijn er meer dan twee elektronen in een atoom, dan draaien deze in een grotere baan om de kern. Alle banen liggen op ongeveer dezelfde afstand ten opzichte van elkaar en worden schil genoemd. In Afb. 5 is de opbouw van een koperatoom aangeven. Afb. 5 een koperatoom

10 10 In de buitenste ring bevindt zich slechts één elektron. Omdat het er maar één is en omdat het ver van de kern verwijderd is, kan dit elektron gemakkelijk uit zijn baan loskomen. Het zal op zoek gaan naar een ander atoom wat ook een elektron verloren heeft, immers daar is een plaats vrij. Elektronen die uit hun baan ontsnapt zijn en onderweg zijn naar een nieuw atoom noemen we vrije elektronen. Vrije elektronen komen voor in metalen, maar ook bijvoorbeeld in koolstof. Stoffen die vrije elektronen bezitten, zijn in staat elektrische stroom te geleiden en worden daarom geleiders genoemd. Dit komt bij alle metalen voor. Naarmate de atomen groter worden, bezitten ze meer elektronen en dus ook schillen of banen. Het gevolg daarvan is dat de buitenste elektronen verder van de kern verwijderd zijn en dus ook minder aantrekkingskracht van de positieve kern ondervinden. Hierdoor kunnen ze dus makkelijker loskomen van het atoom. Dit betekent dus dat de stof waarbij de elektronen het verst verwijderd zijn van de atoomkern betere geleiders zijn. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan de stof Goud. Goud heeft maar liefst 6 banen om de atoomkern heen terwijl het atoom waterstof er maar 1 heeft. Dit betekent dus dat Goud een zeer goede geleider is en dat zuiver water een isolator is. Dit is de reden waarom bij de betere geluidsapparatuur hun elektrische aansluitingen van een goud laagje worden voorzien. Zo n verguld contactvlak zorgt voor een minimaal verlies. Stoffen die geen of erg weinig vrije elektronen bezitten noemen we isolatoren. Een stof die veel vrije elektronen bezit is een goede geleider (ijzer, koper, goud) Een stof die weinig vrije elektronen bezit is een isolator. (kunststof, hout, silicium) 1.2 Elektrische lading Normaal gesproken zijn stoffen opgebouwd uit atomen die geheel neutraal zijn, dus evenveel negatieve lading (elektronen) hebben als een positieve lading (kern.) Als voorbeeld nemen we koper. Een koperatoom heeft 29 positief geladen deeltjes in de kern en 29 negatief geladen deeltjes om de kern heen zweven. Wanneer een elektron zich vrij maakt uit het atoom dan is er geen neutrale toestand meer. Het atoom heeft een elektron, een negatief geladen deeltje te weinig. De lading blijkt dan positief te zijn. Het vrije elektron is negatief geladen. Wanneer nu een stof (aluminium, koper, accuplaat) erg veel atomen heeft waarbij een elektron te kort is, dan is die stof positief geladen. Het wil elektronen ontvangen. Wanneer diezelfde stof juist veel meer vrije elektronen heeft dan atomen, dan is er sprake van een negatieve lading. Bij een accu zorgt de chemische werking ervoor dat zo n toestand zich voordoet. In Afb. 6 is dit schematisch weergegeven.

11 11 In Afb. 6 bezit plaat A erg veel atomen met een elektron te weinig. Plaat B heeft daarentegen te veel vrije elektronen. Het verschil in lading tussen die twee platen noemen we elektrisch spanningsverschil kortweg spanning. Afb. 6 De elektronen springen over als er een geleider tussen de negatief en positief geladen gedeelte geplaatst wordt Wanneer nu een geleider (koperdraad, lamp) tussen beide platen wordt aangesloten, dan kunnen de vrije elektronen verzameld in plaat B naar plaat A stromen. Zie Afb. 6. De chemische reactie in de accu zorgt er weer voor dat via het elektrolyt (accuzuur) de vrije elektronen weer bij A weggehaald worden en bij plaat B terechtkomen. Zolang dit duurt, blijven de elektronen zich dus verplaatsen. Pas als de chemische werking is uitgeput dan stopt het proces. De accu is leeg. Het verplaatsen van elektronen noemen we elektrische stroom, kortweg stroom. Als de verbinding tussen plaat A en B erg dik is dan zullen erg veel vrije elektronen tegelijkertijd kunnen stromen. Denk bijvoorbeeld aan een startkabel. Een startkabel heeft dan weinig weerstand tegen elektrische stroom. Bij een zeer dun draadje, bovendien gemaakt van een stof met niet erg veel vrije elektronen (gloeidraad van een lamp) kunnen er maar weinig tegelijkertijd doorheen. 1.3 Samenvatting: Geleider: Isolator: Stroom: Spanning: Stof die veel vrije elektronen bevat Stof die weinig tot geen vrije elektronen bevat Waar elektronen (door bijvoorbeeld koperdraad) stromen (verplaatsen) spreken we van een elektrische stroom Om deze elektronenstroom opgang te brengen is een ladingsverschil nodig. Dit ladingsverschil heet het elektrisch spanningsverschil, kortweg spanning

12 12 Weerstand: Bepaalde stoffen (koper) bezitten meer vrije elektronen dan andere (hout). Een stof met veel vrije elektronen kan dus gemakkelijk elektronen verplaatsen. Deze stof heeft dus een lage weerstand voor stroom. De mate waarin de elektronen in hun bewegingen worden belemmerd, wordt weerstand genoemd. 1.4 Elektrische spanning U in volt. Om een stroom tot stand te brengen hebben we dus een ladingsverschil nodig. Dit ladingsverschil is het spanningsverschil tussen twee punten. De spanning wordt aangegeven met de letter U. De eenheid van spanning is de Volt, afgekort door de letter V. Voorbeeld: de accu heeft een spanning van 12,7 volt, ofwel U = 12,7V 1.5 Elektrische stroom I in ampère. Wanneer er een ladingsverschil is EN er is een verbinding tussen beide ladingen dan kan er een stroom lopen. Dus wanneer er op een geladen accu een lamp en bedrading wordt aangesloten loopt er een stroom. De stroom wordt aangegeven met de letter I. De eenheid van stroom is de Ampère, afgekort door de letter A. Voorbeeld: de dynamo laadt de accu met 4,5 ampère, ofwel I = 4,5A. 1.6 Elektrische weerstand R in Ohm. Hoe meer vrije elektronen een stof heeft, hoe makkelijker deze stof stroom zal kunnen geleiden. De mate waarin de elektrischestroom tegen gewerkt wordt, noemen we de weerstand van het materiaal. De weerstand wordt aangegeven met de letter R. De eenheid van weerstand is de Ohm, het symbool hiervoor is, Ω. Voorbeeld: de spoel van een relais is 120 Ohm, ofwel R = 120Ω 1.7 Verschillende soorten spanningen. Nominale spanning In bijvoorbeeld scheepsmotoren hebben we te maken met een 12- of een 24 volt systeem. De lampen, relais elektromotoren, etc. zijn dus gemaakt voor het werken op 12- of 24 volt.

13 13 Als we de technische gegevens, bij een 12 volt installatie, van een startmotor opzoeken blijkt zelfs dat de minimale spanning 8,5 volt moet zijn. Toch blijkt dat als we in de praktijk gaan meten we meestal geen 12 volt meten. Het kan zijn 11,3 volt of 14,2 volt of nog een andere waarde. Echter bij de groothandel gaan we nu eenmaal niet lampjes bestellen met een spanningswaarde van ongeveer 11 tot 15 volt. We bestellen gewoon lampjes van 12 volt. Dit is de genoemde spanning ofwel de Nominale waarde. Hoe zit het dan verder met de waarden die we in de praktijk tegen kunnen komen? Om te kunnen bepalen of we nu wel of niet met een storing te maken hebben is het van belang te weten welke spanning we minimaal en maximaal moeten hebben. Dan moeten we ook nog kijken onder welke bedrijfsomstandigheden dat dan is. Dat heeft te maken met het feit dat de spanning van de accu beïnvloed wordt door bijvoorbeeld de stroomafname. Wanneer een accu goed geladen is en in goede conditie is zal er via chemische weg een elektrische spanning van 12,72 volt aan de accupolen meetbaar zijn. Deze spanning wordt wel de bronspanning genoemd. Wanneer de accu een stroom moet gaan leveren, er is dus een verbruiker ingeschakeld, zal blijken dat de spanning aan de accupolen lager wordt. Hoeveel lager die spanning dan wordt is moeilijk te zeggen. De factoren die dat bepalen zijn: Ladingstoestand accu: Hoe voller de accu, hoe langer een hoge waarde vast gehouden kan worden. Conditie van de accu: Hoe beter de conditie van de accu hoe langer een hoge waarde vast gehouden kan worden. Temperatuur: Een warmere accu geeft een hogere spanning af Stroomsterkte: Bij een hoge stroom zal de spanning aan de accupolen lager zijn. Voorbeeld: Wanneer we op een goed geladen accu een lamp van 55 Watt aansluiten, zal de spanning nauwelijks meetbaar dalen. Gaan we vervolgens starten met diezelfde accu, dan zal de spanning wel wat verder gedaald zijn, maar nog steeds niet spectaculair. Voorbeeld: Wanneer we op een goed geladen accu, maar een slechte conditie heeft, een lamp van 55 Watt aansluiten, zal de spanning meetbaar dalen. Gaan we vervolgens starten met diezelfde accu, dan zal de spanning veel verder gedaald zijn, misschien wel zover dat de startmotor helemaal niet meer draait. Het blijkt dus erg moeilijk te zijn om aan te geven welke spanning onder welke omstandigheid wordt bereikt. Wat we wel kunnen zeggen, of anders opzoeken, is welke waarde we onder bepaalde omstandigheden moeten hebben. We kennen dan de volgende situaties; Volledige rusttoestand (alles is uit) Starten Contact aan, motor uit Motor draait

14 14 Volledige rusttoestand. Hierbij is alleen maar de spanning belangrijk voor de onderdelen met elektronisch geheugen en eventueel alarmsysteem. Meestal wordt hierbij 10,5 volt als absoluut minimum opgegeven. Starten. Tijdens het starten hebben we niet alleen te maken met de minimale spanning die de startmotor nodig heeft om rond te draaien nodig, maar ook de minimale waarde die bijvoorbeeld het motorregelsysteem (ontsteking en inspuiting) nodig heeft. Draait de motor voor ons gehoor goed rond kan het dus nog steeds zo zijn dat er te weinig elektrische spanning is. Voor de meeste systemen ligt deze waarde boven de 11,0 volt. Wanneer we nu een accuspanning gaan meten tijdens volledige rusttoestand en die waarde blijkt bijvoorbeeld 12,0 volt te zijn, dan weten we nog niet hoeveel het is tijdens starten. Dus om dit te kunnen bepalen, moet er tijdens starten gemeten worden. Dit noemen we de klemspanning. Klemspanning is dus de accuspanning tijdens belasting. Contact aan, motor uit; klemspanning. Wanneer de motor niet draait, maar wel het contact aan hebben staan wordt de accu iets belast. Dit noemen we de klemspanning. Vooral de conditie kan van belang zijn, omdat gedurende een langere tijd een bepaald verbruik gevraagd wordt. Bijvoorbeeld relais die zijn ingeschakeld of een motormanagementcomputer die een bepaalde stroom vraagt. Of tijdens werkzaamheden aan de motor blijft het contact aan staan en eventueel wat verbruikers. Motor draait; laadspanning Wanneer de motor draait hebben we niet meer te maken met een accuspanning, maar met de spanning die de dynamo afgeeft. Dit is de laadspanning. Dit kunnen we echter meten op de accupolen. Omdat de cellen in de accu nogal gevoelig zijn voor een iets te hoge spanningswaarde en omdat bij een iets te lage waarde er niet of nauwelijks geladen wordt, is deze spanningswaarde erg kritisch. Als vuistwaarde in de praktijk kun je aanhouden minimaal 13,6 volt en maximaal 14,4 volt bij een 12 volt installatie en minimaal 26 volt en maximaal 28,5 volt bij een 24 volt installatie. Wanneer de waarde te laag wordt, wordt er niet voldoende geladen, wanneer de waarde te hoog wordt, gaat de accu koken. Het water verbruik stijgt enorm en de platen zullen gaan sulfateren. Hierdoor loopt de conditie van de accu sterk terug. Met name in de winter zal dan een startprobleem optreden. 1.8 Spanningsverlies U v De accu of de dynamo leveren een bepaalde spanning. Het is de bedoeling dat deze spanning bij de verbruiker komt die we inschakelen. Dus als we bij de verbruiker een spanning meten dat lager is dan de accuspanning of de laadspanning dan hebben we een probleem onderweg naar de verbruiker. Dit probleem kan in de plus of in de massa zitten. We noemen dit probleem spanningsverlies. U v.

15 15 Hoeveel mag dit spanningsverlies dan zijn? Logische en simpele vraag, echter het antwoord is lastig te geven. Tenminste niet in getallen. De benadering in de praktijk moet als volgt zijn: Werkt de verbruiker zoals het moet? Ja, dan is elk spanningsverlies wat geconstateerd wordt acceptabel. Werkt de verbruiker niet zoals het hoort, dan is elk gemeten spanningsverlies teveel en moet het probleem opgelost worden. Hoe meten we spanningsverlies? Dat kan op zeer veel mogelijke manieren gedaan worden. Echter kies altijd voor een rechtstreekse benadering. En vergeet nooit het volgende: Schakel altijd de verbruikers in!! Stel je wilt een schakelaar controleren. Meet dan met een voltmeter direct over de schakelaar heen. (zie V3 in het schema van afbeelding 7.) Geeft de meter 0 volt aan dan weet je dat de schakelaar goed is. Geeft de meter bijvoorbeeld 5,6 volt aan dan betekent dit dat de schakelaar 5,6 volt wegneemt van de voedingsspanning. Dus voor de verbruiker blijft dan maar 12 volt min 5,6 volt is 6,4 volt over. De schakelaar moet dan vervangen worden. Wanneer bij dezelfde meting de voltmeter 12 volt aangeeft dan betekend dit dat totaal geen verbinding inwendig van de schakelaar is. Als je toch de schakelaar aangezet hebt, dan is deze dus stuk. In andere delen van het elektrisch circuit komt ook spanningsverlies voor. Dit meet je steeds met je voltmeter. De meter wordt eroverheen aangesloten. Dus bijvoorbeeld een massa controle voer je uit door de meter aan te sluiten op de min accu en op de min verbruiker. In onderstaande tabel nog even een verkorte samenvatting bij een 12 volt installatie. Soort spanning Symbool waarde bronspanning U b 12,72 klemspanning U k Lager dan 12,72 laadspanning U laad 13,6 tot 14,4 volt Componentspanning (aangelegde spanning) U c Nominaal 12 volt Spanningsverlies Uv 0,0 tot. Opmerking Onbelaste accu spanning, schakelaar open, lamp brand niet Belaste accu spanning, schakelaar gesloten, lamp brand. Spanning die door de regelaar van de dynamo afgeregeld wordt. Dus motor loopt. Altijd de verbruiker inschakelen. Zie bovenstaande tekst Plaats van meten (zie schema) V1 op + en van accu V1 op + en van accu V1 op + en van accu V2 op + en van verbruiker V3 (dit zijn slechts 2 voorbeelden)

16 16 + accu V V1 schakelaar V V4 _ V3 V lamp V V2 Afb Voorvoegsels In het dagelijkse leven, zeggen we niet ik heb vandaag honderdduizend ( ) meter met de auto gereden. Wat we wel zeggen is dat we 100 kilometer gereden hebben. Afgekort is dit dan 100 km. Kilo staat in dit geval dus voor keer. We noemen dit een voorvoegsel. In de elektro is de ontstekingspanning bij de bougie tienduizend Volt (10.000V). Met een voorvoegsel wordt dit tien kilovolt ofwel 10 kv. Een ander voorbeeld van een voorvoegsel is de milli. Dit staat voor 1 duizendste. In getal vorm wordt dit geschreven als 0,001. Voorbeeld hiervan is; één duizendste ampère is 1 ampère (0,001 A is 1 ma). Er bestaan nog veel meer voegsels, de meest voorkomende in de elektrotechniek worden in onderstaande tabel weergegeven. Voorvoegsel Teken Betekenis In getal vorm Voorbeeld Mega M Miljoen Ω=1 MΩ Kilo k Duizend V = 5 kv milli m Duizendste 0,001 0,024 A = 24 ma micro μ miljoenste 0, , F = 35 μf

17 Wet van Ohm. Het zal duidelijk zijn dat er een verband is tussen stroom, spanning en weerstand. Wanneer we een 24 volt lamp aansluiten op twee accu s die 24 volt geschakeld zijn dan zal het goed branden. Wanneer we de lamp aansluiten op één batterij van 12 volt dan zal de lamp wel branden maar niet optimaal. Doordat de spanning te laag is zal de stroom ook te laag zijn. We weten ook dat de bedrading voor de startmotor veel dikker is dan de bedrading naar het bedieningspaneel toe. De startmotor heeft een zeer lage weerstand, waardoor er een grote stroom doorheen kan, maar dan moet je de kabels ook dik maken. De lampjes en meters op het bedieningspaneel hebben een veel hogere weerstand. De stroom is daarom erg laag. Daardoor kan de fabrikant voor dunne bedrading kiezen. Er is dus een verband tussen stroom, spanning en weerstand. De wet van Ohm geeft dit verband aan, en luid als volgt: De stroom(i) is recht evenredig met de spanning(u) en omgekeerd evenredig met de weerstand(r). Met andere woorden. Een te lage spanning aan de verbruiker, veroorzaakt een te lage stroom. Een verbruiker met weinig weerstand veroorzaakt een grotere stroom dan een verbruiker met een hoge weerstand. De wet van Ohm kan ook in formule vorm worden opgeschreven. Rekenvoorbeeld: U=IxR Bij dit rekenvoorbeeld wordt onderstaand schema gebruikt. De weerstand van de claxon is: R = 3 Ω. Wanneer de claxon werkt, wordt de accu belast en daardoor de accuspanning iets lager, bijvoorbeeld 12 V. de belaste accuspanning heet de klemspanning U k. De spanning over de claxon heet de aangelegde spanning. U k = I x R 12 = I X 3 Stroom I = 12 : 3 = 4 A

18 18 2. Serie en parallelschakeling In een installatie zijn diverse verbruikers gemonteerd. Bijna al deze verbruikers zijn gemaakt voor 12- of 24 volt en moeten dus dezelfde plus en min krijgen. Daarvoor moeten ze parallel ten opzicht van elkaar geschakeld worden. Voordeel hiervan is dat ze elkaar niet beïnvloeden. Bijvoorbeeld als 1 van de verbruikers uitvalt, de rest gewoon door blijft functioneren. Bij een parallelschakeling wordt de stroom ergens na de accu vertakt naar de verschillende verbruikers die ingeschakeld zijn. Wanneer alles in orde is, is de spanning over al deze verbruikers gelijk aan de accuspanning. Dit noemen we een parallelschakeling (Afb. 10). De spanning over de verbruikers is gelijk en de stroom door de verbruikers kan verschillend zijn. Afb. 10 een parallel schakeling Zekeringen, stekkers, relais, schakelaars en dergelijke zijn altijd achter elkaar geschakeld. De stroom naar een verbruiker moet door alle onderdelen gaan. Dit noemen we dan ook een serieschakeling (Afb. 11). De stroom door alle onderdelen is gelijk, terwijl de spanningen over deze onderdelen verschillend zijn. Afb. 11 een serie schakeling Samenvatting Bij een elektrische installatie die goed in orde is: Is de spanning over elke ingeschakelde verbruiker gelijk aan de spanning die op de installatie staat (accuspanning of dynamospanning).

19 19 Zal de stroom zich verdelen over de ingeschakelde verbruikers. Word de stroomsterkte bepaald door de weerstand in de verbruiker en de weerstanden in de elektrische onderdelen en aansluitingen voor en na de verbruiker. 2.1 Spanningsverlies Ondanks dat veel verbruikers parallel geschakeld zijn, is de serieschakeling tijdens het storingzoeken het belangrijkste uitgangspunt. Immers de onderdelen waarin de storingen zich voordoen staan altijd in serie met de verbruiker. Dit betekent dus dat we in de praktijk altijd in een serieschakeling aan het meten zijn. Bekijk als voorbeeld het schema van afb. 12 Als we in een circuit gaan meten, zijn we ook altijd spanningsverliezen aan het meten. In Afb. 12 zijn minstens 10 stroomovergangen te zien, waar spanningsverliezen op kunnen treden. Afb. 12 in een simpele serieschakeling zijn al 10 stroomovergangen Wanneer de stroom belemmerd wordt door een weerstand of door een loszittende of geoxideerde aansluiting, is er een hogere spanning nodig om deze overgangsweerstand te overbruggen. Er is echter geen hogere spanning beschikbaar omdat de dynamo of accu een maximum uitgang heeft. Het gevolg is dus dat er spanning verloren gaat in deze overgang. Deze verloren spanning noemt men ook wel spanningsverlies. Voorbeeld De schakelaar in Afb. 13 heeft door slijtage een weerstand gekregen van R = 1 Ω. De accuspanning U K = 12,5 V en de gemeten stroom is I = 2 A. R = 1 Ω 12,5 V Afb. 13 weerstand (spanningsverlies) in de schakelaar De spanning over de schakelaar is: U 1 = I X R U 1 = 2 x 1 = 2 V I = 2 A

20 20 Deze spanning over de schakelaar is spanningsverlies. Door dit spanningsverlies wordt de spanning over de lamp 2 volt minder, dus: U 2 = U K - U verlies U 2 = 12,5-2 = 10,5 V Spanningsverlies is dus een elektrische storing. Het grootst mogelijke spanningsverlies is een onderbroken draad of losse stekkerverbinding. Het heeft geen zin om de weerstand van een slechte schakelaar te meten, omdat je niet weet hoeveel Ohm toelaatbaar is. Het spanningsverlies wordt bepaald door de hoeveelheid stroom. Een kleine stroom van bijvoorbeeld 0,1 A veroorzaakt maar een klein spanningsverlies van: U 1 = I X R U 1 = 0,1 x 1 = 0,1 V Daarentegen veroorzaakt een grote stroom van 10 A een groot spanningsverlies van: U 1 = I X R U 1 = 10 x 1 = 10 V Om spanningsverlies op te sporen is het meten van spanningen de betrouwbaarste manier. 2.2 Vermogen Het vermogen is de hoeveelheid energie die door een verbruiker wordt omgezet per tijdseenheid. Het opgenomen vermogen van een elektrische verbruiker is te bepalen door de stroom door de verbruiker en de spanning over de verbruiker met elkaar te vermenigvuldigen. Als formule teken wordt de hoofdletter P gebruikt. De eenheid van vermogen is Watt, afgekort met de letter W. Voorbeeld: het vermogen van een lamp is 21 watt, ofwel P = 21 W. In formule vorm bepalen we het vermogen als volgt: Vermogen (watt) = Spanning (Volt) x Stroom (Ampère) P = U x I Het vermogen staat vaak vermeld op een verbruiker. Op een lamp staat 12V/21 W. Deze lamp is gemaakt voor een 12 V installatie, maar kan ook langere tijd op bijvoorbeeld 15 V branden. Een lamp van 10 W geeft minder licht dan een lamp van 21 W. In dit geval heeft het aantal Watt betrekking op de hoeveelheid licht. Bij een accuspanning van 12,4 V is de stroom door deze lamp:

21 21 P = U x I 21 = 12,4 x I I = 21 / 12,4 I = 1,7 A Voor een groep verbruikers is een zekering gemonteerd. De grootte van de zekering wordt aangegeven met de hoeveelheid stroom die de zekering kan doorlaten, voordat hij doorsmelt. Dit kan bijvoorbeeld 10 A zijn. Achter deze zekering van 10 A kan een bepaald vermogen aangesloten worden. In de theorie is dit vermogen: P = de stroom die de zekering kan doorlaten, maal de spanning van de installatie. Bij stilstaande motor: P = 10 x 12,5 P = 125 W Bij draaiende motor: = 10 x 14 P = 140 W In de praktijk wordt rekening gehouden met een bepaalde veiligheidsmarge en zal het aangesloten vermogen aanzienlijk minder zijn dan 125 W. Bij een 24 V installatie is de spanning twee keer zo hoog als bij de 12 volt installatie. Bij gelijk blijvend vermogen is dan maar de helft van de stroom nodig. Dit is gunstig, want bij minder stroom zijn de spanningsverliezen minder. Warmteontwikkeling in een slechte schakelaar is ook vermogen, maar dan wel een ongewenste soort vermogen. Bij een slechte schakelaar uit het voorbeeld is het vermogensverlies: P v = U s X I P v = 0,4 x 10 P v = 4 W De warmte ontwikkeling zoals hierboven beschreven staat, is de omgezette wrijvings- en botsings- energie van de elektronen die door de geleider bewegen. Bij een verbruiker met een hoog vermogen is de stroom groot. Er zijn dan veel elektronen die door de geleider bewegen, dus ontstaat er veel warmte. Als de leiding dan een grote weerstand heeft, wordt de elektronenstroom afgeremd, zodat de warmte ontwikkeling in de leiding groter is. Het gevolg is dus dat de verbruiker minder energie toegevoerd krijgt. Ofwel op de plek van de warmte ontwikkeling, heerst ook altijd een spanningsverlies.

22 22 Om de wrijvings- en botsings- energie zo klein mogelijk te houden is het van belang dat de stroomvoerende geleider de juiste doorsnede heeft. Als de draaddoorsnede juist is, dan zal de warmte ontwikkeling en dus het verlies in de draad tot een minimum zal worden beperkt. Hieronder volgt een voorbeeld hoe de draaddoorsnede juist bepaald kan worden. We nemen een voorbeeld uit de personenauto garage. Een klant wil een constantstroom aansluiting in de trekhaakstekkerdoos en stekker van de caravan. In de caravan kunnen de volgende verbruikers worden aangesloten: - Koelkast 120 W - TV 90 W - Twee lampen van elk 21 W Het totale vermogen dat ingeschakeld kan worden is: = 252 W. De spanning van de accu is 12,6 V. De stroom door de draad is dan: P = U X I 252 = 12,6 x I I = 252 / 12,6 I = 20 A We houden in dit geval een veiligheidsmarge aan van 1,2 maal de maximaal te verwachte stroom, 20 x 1,2 = 24 A. We kiezen vervolgens voor een 25 A zekering. Uit de tabel kunnen we aflezen dat de draaddoorsnede voor de constante stroomdraad in deze trekhaak stekkerdoos 6 mm 2 moet worden. De reeds aanwezige massakabel in de stekkerdoosen stekkeraansluiting is 2,5 mm 2. Deze kabel zal dus ook aangepast moeten worden. Te gebruiken smeltzekering in A Draaddoorsnede in mm 2 Toelaatbare stroom bij continue gebruik in A 0,4 0,5 0,5 1,5 2 0,75 2,5 5 2, , , Kortstondig toelaatbare maximale stroom in A

23 23 3. Meetapparatuur Om storingen in elektrische installaties op te sporen is er verschillende meetapparatuur beschikbaar. Voorbeelden van deze meetapparatuur afb. 14 om aan de elektrische installatie te meten zijn: Multimeter LED tester Oscilloscope of scoop Accutester Motortester Multimeter LED-tester Scoop Motortester 3.1 Multimeter Afb. 14 Meetapparatuur Met een multimeter kunnen we de verschillende eenheden van de elektriciteit controleren. Deze eenheden zijn: Spanning Volt V U Stroom Ampère A I Weerstand Ohm R Er zijn vele verschillende multimeters. De meters verschillen ten opzichte van elkaar niet veel. De kwaliteit en de prijs van een multimeter zijn afhankelijk van: Kwaliteit en levensduur van het display Degelijkheid van de kast en de mechanische delen Levensduur van de aansluitbussen en meetpennen Bij de beschrijving van de werking van de multimeter is er nu gekozen voor de Fluke 23. Deze multimeter is te vergelijken met alle doorsnee multimeters. In Afb. 15 is een Fluke 23 multimeter afgebeeld

24 24 1 A = 1000 ma (milli-ampere) 1 V = 1000 mv (milivolt) 1 K = M = O.L. = Overload Afb. 15 de verschillende meetstanden van de Fluke 23 Metingen die met de Fluke 23 mogelijk zijn: Stand van de schakelaar Gemeten eenheid Meet mogelijkheden Betekenis van mogelijkheden Spanning Volt: VAC VDC VDC Wisselspanning Gelijkspanning Gelijkspanning mv Weerstand Ohm: De meter kiest zelf het schaalbereik,, K of M Diodetest Volt Drempelspanning van de diode Stroom Ampère AC DC Wisselstroom Gelijkstroom De aansluiting van de rode testpen moet verzet worden voor het meetbereik van 10 A of 300 MA. Bij deze metingen wordt de meter beveiligd door twee aparte zekeringen in de meter. Stroomtang Voor het meten van stromen kan een stroomtang op de meter worden aangesloten. De meter wordt dan ingesteld en afgelezen op 300 mv en geeft dan een stroom aan van 0 tot 300 A. Het voordeel van een stroomtang is dat er geen verbindingen losgenomen hoeven te worden. Afleesbereik Met de drukknop in het midden van de draaiknop kan het automatische afleesbereik de nauwkeurigheid) handmatig worden vastgezet i.v.m. het aantal cijfers achter de komma. De blokjeslijn onder op het display laat zien hoe de meetwaarde kan wisselen tijdens een meting. Het is een analoge weergave en heet de bar-graph. Deze weergave werkt sneller dan de weergave van de cijfers op het display.

25 Het meten van spanning, stroom en weerstand We hebben net de mogelijkheden van de multimeter besproken. Nu gaan we kijken hoe we de multimeter aan moeten sluiten om de spanning, stroom en weerstand te kunnen meten. Afb. 16 een spanningsmeting Afb. 17 een stroommeting Afb. 18 een weerstandsmeting Spanning meten: De spanning wordt met een voltmeter parallel over een verbruiker gemeten, terwijl de verbruiker ingeschakeld is (Afb. 16). De weerstand van de voltmeter is hoog. Dit is van groot belang, want anders zou de stroom door de voltmeter de schakeling beïnvloeden. Stroom meten: De stroom wordt met de ampèremeter in serie met de verbruiker gemeten, terwijl de verbruiker ingeschakeld is (afb. 17). De weerstand van de ampèremeter is laag. Dit is van groot belang, omdat de ampèremeter nu in serie staat. Zou de weerstand hoog zijn, dan belemmert de meter teveel de stroom door de schakeling. Dit mag in geen geval gebeuren, want ook hier is het zo dat de ampèremeter nooit de schakeling mag beïnvloeden. Sluit de ampèremeter dus nooit parallel aan de verbruiker. Dit kan leiden tot schade aan de multimeter. Doordat de inwendige weerstand van een ampèremeter zeer laag is zal de stroom erg groot worden. De zekeringen in de meter slaan dan door of de meter wordt inwendig beschadigd.

26 26 Weerstand meten: De weerstand wordt met een ohmeter gemeten door de meter en de verbruiker rechtstreeks op elkaar aan te sluiten (afb. 18). Belangrijk hierbij is dat alle andere verbindingen met de verbruiker los zijn gehaald. Anders wordt de meetwaarde teveel beïnvloed en kan zelfs de meter beschadigen. De spanning van de batterij in de meter is voor deze metingen belangrijk. 3.3 LED tester De LED tester is een spanningszoeker, zoals voorheen het proeflampje. Bij het meten van spanning moet een LED tester parallel geschakeld worden over een verbruiker of ander elektrisch gedeelte. Evenals de multimeter moet de LED tester een grote weerstand hebben. Anders zou het zelf een verbruiker zijn, waardoor de meting niet meer klopt. Tijdens het meten met de LED tester is de meetstroom zeer klein, maar wel iets groter dan bij een multimeter. Bij een goede multimeter is de meetstroom door de meter praktisch 0 A. Verder is het zo dat de LED tester niet de gemeten spanning laat zien. De LED tester gaat al bij een spanning van ongeveer 2 volt branden. 3.4 Oscilloscoop De scoop (afb. 14) is een meetapparaat om spanningen te meten en zichtbaar te maken. Het zichtbaar maken van het spanningsverloop is belangrijk om bijvoorbeeld signalen van sensoren te controleren. Deze signalen kunnen van langzaam tot zeer snel wisselen, maar in ieder geval zijn de wisselingen voor een multimeter te snel om te volgen. Op het beeldscherm zijn twee assen aangegeven. De verticale as (ook wel de y as genoemd) geeft de grootte van de spanning weer. Terwijl de horizontale as (ook wel de X as genoemd) de spanningsduur of wel de tijdsduur aangeeft. Voorkomende signaalvormen in de motortechniek zie je in Afb. 20 en 21. Afb. 20 een wisselspanning Afb. 21 een blokspanning

27 Accu controlegereedschap Met de accutester wordt de conditie van de accu gecontroleerd. Bij een grote stroomafname uit de accu, bijvoorbeeld de startstroom, mag de accuspanning niet te veel zakken. De accutester kan met een klein stroompje al controleren of de conditie accu goed is of niet. Ook zijn er nog oudere testers op de markt. Deze tester belasten de accu enkele seconden met een stroom van ongeveer 80 tot 200 A. De voltmeter van de accutester meet bij deze stroom de klemspanning en dit is dan weer een maat voor de conditie. Afb. 22 Moderne accutester Afb. 23 Oudere accutester 3.6 Motortester Met de motortester is het mogelijk om in korte tijd een aantal metingen uit te voeren om een diagnose te stellen aan bepaalde systemen, zoals o.a. startsysteem, laadsysteem, ontstekingssysteem, motorconditie en uitlaatgassamenstelling.

28 28 4. Elektrische verbindingen Een van de belangrijkste voorwaarde waaraan een elektrische installatie aan voldoen moet, is dat alle elektrische verbindingen in goed staat verkeren. Zoals al eerder is aangegeven, ontstaat er bij een slechte verbinding een spanningsverlies. En waar een spanningsverlies ontstaat, ontstaat ook de nodige warmte ontwikkeling. Om het spanningsverlies zo klein mogelijk te maken moeten alle stekkerverbindingen dus in goede staat verkeren. Dit betekent dus dat als we in de praktijk een draad moeten herstellen extra accessoires monteren, dat we er dan ook moeten voor zorgen dat we een goede verbinding maken. Maak dus in geen geval gebruik van de wel bekende scot-blokjes. Er zijn veel manieren om elektrische verbindingen tot stand te brengen. De meest voorkomende elektrische verbindingen zijn: Solderen en isoleren Waterdichte krimp- en soldeerverbinders Knelverbindingen zoals: De geïsoleerde kabelschoen De ongeïsoleerde kabelschoen 4.1 Solderen en isoleren Goed soldeermateriaal is zeer belangrijk voor een goed hechting en het doorvloeien in de verbinding. Verbindingen die sterk gaan trillen, kunnen beter niet gesoldeerd worden i.v.m. kans op breuk. De soldeerverbinding moet geïsoleerd worden. Dit kan gebeuren met krimpkous of met zelfvulkaniserende tape. Krimpkous is in diverse diameters in de handel verkrijgbaar. Standaard krimpkous heeft een diameter na krimp van 50 %; bijv.: 4mm wordt 2 mm. Krimpkous met een lijmlaag aan de binnenkant krimpt meer dan 50 % en de lijm zorgt tevens voor een waterdichte afsluiting. Het krimpen gebeurt door het warm maken van de krimpkous. Zelfvulkaniserende tape is, mits strak om de verbinding gewikkeld, zeer goed isolerend. 4.2 Geïsoleerde kabelschoen Deze kabelschoen moet gemonteerd worden met een momenttang afb. 23, die geschikt is voor de geïsoleerde kabelschoen. afb. 23 een momenttang voor de geïsoleerde kabelschoentjes

29 29 De isolatiehuls is er in drie kleuren afbeelding 24a. De kleur heeft betrekking op de draaddoorsnede die gemonteerd moet worden. Dit kan per fabrikant iets verschillen. Rood 0,5 1,0 mm 2 Blauw 1,0 2,5 mm 2 Geel 2,5 6 mm 2 Het is het beste om kabelschoenen met trekontlasting te gebruiken (Afb. 24b) Afb. 24a set kabelschoentjes Afb. 24b kabelschoen met trekontlasting 4.3 Kabelschoen Deze kabelschoen moet ook met een speciale momenttang aan de draad gemonteerd worden. De ongeïsoleerde stekkers passen in één - of meer - polige isolatiehulzen. Dit is praktisch voor het maken en herstellen van verbindingen in kabelbomen. Er zijn veel verschillende vormen van dit soort stekkers, hulzen en verbindingsmaterialen. In Afb. 25 zijn er enkele voorbeelden gegeven. Afb. 25 verschillende mogelijkheden van ongeïsoleerde kabelschoenen Er zijn vier afmetingen i.v.m. de te monteren doorsnede: 0,5 1,0 mm 1,0 2,5 mm 2,5 4,0 mm 4,0 6,0 mm

30 Waterdichte soldeer - en krimp - verbindingen De soldeerverbinder (Afb. 26a) is een doorzichtige huls met in het midden een ring soldeertin. De gestripte draadeinden worden in de soldeerverbinder gestoken en het geheel wordt verwarmd. De soldeerring smelt in de koperdraden en de huls krimpt om de kabelisolatie. Afb. 26a Soldeerverbinding Een andere uitvoering is de krimpverbinder (Afb. 26b). In plaats van een soldeerring in het midden wordt hier met een tang het middendeel met de koperdraad vastgeklemd. Vervolgens wordt door verwarming de hele huls om de kabel gekrompen. Bedrading die door beplating gaat moet worden beschermd met een doorvoertules. Dit voorkomt dat de bedrading door kan schuren, wat dan weer kortsluiting tot gevolg kan hebben. Afb. 26b Krimpverbinding Naast het maken van goede verbindingen in de elektrische schakelingen, is het ook van groot belang dat je tijdens het meten aan een elektrische schakeling gebruik maakt van een goede verbindingen tussen de multimeter en de schakeling. Hier zijn verschillende hulpmiddelen voor te koop, zoals bijvoorbeeld krokodillenbekken of testpennen die je langs de bedrading in de stekker kan steken (zonder hierbij iets te beschadigen). Verder is het soms ook nodig om een y kabel te maken, zo kun je dan toch altijd met een gesloten stroomkring meten (ofwel belast meten).

31 31 5. Methoden van storingzoeken In het vorige hoofdstuk hebben we gekeken naar de verschillende stekkerverbindingen. Deze verbindingen waren belangrijk, omdat er anders grote kans op storingen was. Natuurlijk kijkt niet iedereen naar de juiste stekkerverbinding en zullen er dus ook altijd storingen in elektrische installaties optreden. Ook slijtage en oxidatie zullen voor storingen kunnen zorgen. Hoe we deze storingen op kunnen lossen, gaan we nu bekijken. Er zijn meerdere soorten storingen, zoals: Spanningsverlies Clandestiene verbruikers Kortsluiting Het vaststellen van een storing Luister goed naar de klacht van de klant. Controleer, indien mogelijk, samen met de klant de klacht. Voer altijd een visuele controle uit. Voorbeelden hiervan zijn: Defecte lampen, zekeringen Losgeraakte stekkerverbindingen Slechte of geoxideerde bedrading en verbindingen Waarneer deze visuele controle niets oplevert, dan moeten we gaan meten. 5.1 Spanningsverliezen Een bruikbare manier om spanningsverlies te vinden is de V1-V2-V3-V4 meetmethode. Hierbij zijn de volgende stappen te onderscheiden: V1 = Klemspanning accu V2 = Spanning over de verbruiker V3 = Spanning over bedrading min-gedeelte V4 = Spanning over bedrading plusgedeelte Aandachtspunten bij de V1-V2-V3-V4 meetmethode zijn: Ga pas meten als andere controles geen oplossing bieden (kijken, luisteren, ruiken, etc) Alleen meten wanneer je zelf de storing waarneemt Altijd in belaste situatie meten, dus verbruikers in schakelen. Alle verbindingen blijven aangesloten Meet met de multimeter, meetstand spanning VDC Meet V1 t/m V4 consequent door V1 = V2 + V3+ V4

32 32 Afb. 27 de V1 V2 V3 V4 meetmethode In afb. 27 staat een schematische weergave van de V1-V2-V3-V4 meetmethode weergegeven. Hieronder worden de vier metingen van de V1-V2-V3-V4 meetmethode uitgesplitst in: Gemeten spanning (welke waarde moet het zijn?) Praktische uitvoering (hoe doe je het?) Doel van de meting (waarom meet je dit?) Waarde van de meting (wat zegt de daadwerkelijk gemeten waarde?) V1 Gemeten spanning Praktische uitvoering Doel van de meting Waarde V2 Gemeten spanning Praktische uitvoering Doel van de meting Waarde Klemspanning (12V) Is normaal geen probleem een schema is hierbij ook niet nodig. Rechtstreeks op + en accu meten. Met deze meting bepaal je de referentie waarden 12 Volt (indien te laag, dan overstappen naar methoden voor laadsysteem controleren of accutest) Spanning over de verbruiker (12V) Rechtstreeks op + en - aansluiting verbruiker. Is meestal geen probleem. Indien een component meerder aansluitingen heeft, moet een schema geraadpleegd worden. Indien de stekkerverbindingen te ver weg zijn weggebouwd ofwel moeilijk bereikbaar zijn, kijk dan waar wel snel gemeten kan worden. De component inclusief bedrading tot aan de stekkerverbinding waaraan men meet, moet dan gezien worden als verbruiker Met deze meting bepaal je of het probleem gezocht moet worden in de verbruiker of in de bedrading. 12 Volt, dan is de verbruiker defect. Minder dan 12 volt, dan zit de storing in de bedrading.

33 33 V3 Gemeten spanning Praktische uitvoering Doel van de meting Waarde Spanning over bedrading min-gedeelte (0V) De meetpunten zijn bij de V1 en de V2 meting al bepaald, dus een schema is hierbij niet nodig. Met deze meting bepaal je of de massa in zijn geheel in orde is. 0 volt. Indien de verbruiker niet goed werkt is elk spanningsverlies te veel. Kijk wel eerst naar de plus. Wanneer het spanningsverlies daar veel hoger is dan hier dan eerst die repareren. V4 Gemeten spanning Praktische uitvoering Doel van de meting Waarde Spanning over bedrading plusgedeelte Ook hier zijn de meetpunten bij de V1 en de V2 meting al bepaald, een schema is hierbij van belang als terug gemeten moet worden. Met deze meting bepaal je of de plus in zijn geheel in orde is. 0 volt. Indien de verbruiker niet goed werkt is elk spanningsverlies te veel. Kijk wel eerst naar de massa. Wanneer het spanningsverlies daar veel hoger is dan hier dan eerst die repareren. Door meting V3 en V4 weten we of het probleem in de massa of plus zit. Er moeten nu deelmetingen uitgevoerd worden. Dit is nodig om precies er achter te komen welke verbinding, zekering, schakelaar of draadstuk het probleem geeft. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld gegeven van hoe dat gaat. Afb. 28 het terugmeten naar de storing toe

34 Clandestiene verbruikers Een clandestiene verbruiker neemt stroom uit de accu, terwijl we dat niet willen. Gevolg hiervan is dat de accu ontladen wordt. Als dat lang genoeg heeft geduurd kan er niet meer gestart worden. Dit is natuurlijk niet de bedoeling. Om te kijken of we te maken hebben met een clandestiene verbruiker moeten we de ruststroom meten. Dit doen we met een ampèremeter in serie met de totale massakabel en minpool accu. In de Afb. 29 wordt getoond hoe een ampèremeter aangesloten moet worden om de ruststroom te meten. Afb. 29 een ruststroommeting Voer de meetmethode als volgt uit en houd met volgende punten rekening: Controleer of de accu, accupolen en klemmen goed zijn. Meet met de multimeter op de stand ADC en begin met het meetbereik van 10 A Sluit de meter aan tussen de massakabelklem en de minpool van de accu Is de gemeten stroom lager dan 0,3 A, zet dan de rode meetpen over op meetbus waarbij 300 ma staat. Is de gemeten stroom minder dan 50 ma (0,05A), dan is deze kleine ruststroom niet de oorzaak van de lege accu. Is de gemeten stroom meer dan 50 ma, verwijder dan zekering nummer 1 uit de zekeringkast. Als de stroom niet daalt, monteer dan weer de zekering en verwijder nummer 2. Ga door totdat de stroom duidelijk daalt. De clandestiene verbruiker moet na deze zekering zitten. Plaats deze zekering terug en maakt delen in deze groep los, totdat de verbruiker gevonden wordt, waarbij de stroom weer minder wordt. Houd rekening met verbruikers die niet gezekerd zijn. Vaak komt het voor dat er meer dan 1 zekeringkast is. Houd rekening met door de klant zelf ingebouwde apparatuur. Relais, met name waarin elektronische schakelingen in zijn opgenomen, kunnen clandestien stroomverbruik veroorzaken.

35 Kortsluiting Kortsluiting is een duidelijke storing, want de zekering gaat defect. De zekering beveiligt de elektrische installatie tegen te hoge stromen en daardoor tegen brand. De waarde van de zekering moet altijd zo gekozen zijn, dat de zekering de zwakste schakel van het circuit is. Wanneer een zekering met een te hoge waarde wordt gemonteerd, loop je het risico dat de bedrading, stekkerverbindingen en schakelcontacten van relais en schakelaars te zwaar belast worden. In het ergste geval ontstaat er brand, maar op zijn minst gaat er iets stuk. Een zekering kan stuk zijn gegaan door overbelasting. Doordat verbruikers met teveel vermogen achter die zekering gemonteerd zijn. De oorzaak is dan niet kortsluiting. Bij kortsluiting is een plusdraad in contact gekomen met de massa. Doordat er dan een circuit ontstaat met een zeer lage weerstand, zal de stroom erg hoog oplopen. De plaats van een kortsluiting is vaak moeilijk te vinden. Om het op sporen van een kortsluiting te vergemakkelen kun je een 21 Watt lamp gebruiken. Deze lamp zet je dan op de positie van de defecte zekering. Dit is aangegeven in Afb W kortsluiting Afb. 30 de meetmethode bij kortsluiting Onthoud: Als de lamp fel brandt dan is er kortsluiting. Brandt de lamp zwak of helemaal niet dan is er geen kortsluiting. Voer de meetmethode als volgt uit en houd met volgende punten rekening: Sluit een 21 W lamp aan op de plaats van de defecte zekering Schakel één voor één de verbruikers in die op de betreffende zekering aangesloten zijn. Als de 21 W lamp bij het inschakelen van een verbruiker zwak gaat branden, dan is er geen sprake van kortsluiting. Er staan meerdere verbruikers in serie. Als de 21 W lamp bij het inschakelen fel gaat branden, dan is er in dat circuit een rechtstreekse verbinding naar massa, dus kortsluiting Laat de betreffende verbruiker ingeschakeld staan en neem eventuele stekkerverbindingen los (Afb. 31 geeft hiervan een voorbeeld) Als de 21 W lamp fel blijft branden, zit de kortsluiting in de bedrading voor de verbruiker

36 36 21 W kortsluiting Afb. 31 de storing is gevonden Schemalezen Kennis hebben van de basis begrippen spanning, stroom, weerstand, meetapparatuur, verbindingen en meetmethoden is belangrijk. Maar ook het werken met schema s is belangrijk. Een elektrisch schema gebruik je om een antwoord op de volgende vragen te krijgen. Hoe werkt het systeem? (bijvoorbeeld motorbeveiliging) Waar zijn de massa aansluitingen? Hoeveel stekkerverbindingen zijn er? Waar zijn die stekkers en hoe zien ze eruit? Met welke zekering(en) hebben we te maken? In welke stand moeten de schakelaars staan om iets te laten werken? Wat wordt er dan met elkaar verbonden en wat onderbroken? Etc. Je begrijpt dat we zo nog even door kunnen gaan. Bedenk in de praktijk altijd van dit soort vragen. Kun je geen antwoord geven pak dan het schema erbij, want daar is het voor. De totale elektrische installatie van een installatie is te groot en ingewikkeld om op 1 blaadje te zetten. Tegenwoordig maken de fabrikanten dus complete boekwerken. Steeds meer worden ze zelfs op Cd-rom gezet. Het deel wat je dan nodig hebt kan uitgeprint worden. Om er voor te zorgen dat er een overzichtelijke geheel ontstaat heeft men het totale schema in systeemdelen gezet, bijvoorbeeld: Motormanagement Veiligheidssystemen Comfort systemen Enz, Vermelding van de onderdelen kan op een apart blad, of op elk deelschema worden aangegeven. Zo n lijst noemen we een legenda. Plaats van onderdelen, stekkers en massaverbindingen, etc. worden vaak ook weer in een apart hoofdstuk aangegeven.

37 37 Er zijn veel verschillen in de manieren waarop de fabrikanten hun elektrische schema s vormgeven. Dit zal waarschijnlijk altijd wel zo blijven, ondanks alle afspraken over normalisatie en standaardisering. Gebruik schema s veel, dan krijg je er vanzelf handigheid en ervaring in. Bovendien leer je de verschillen en de overeenkomsten herkennen. Schema s kunnen op verschillende manieren weergegeven worden: Plus en massa zijn bij de verbruikers getekend (Afb. 32) De pluslijnen zijn boven en de massalijn is beneden in het schema getekend; dit wordt een stroomloopschema of watervalschema genoemd (Afb. 33) Een combinatie van deze twee schemasoorten (Afb. 34) Afb. 32 Plus en massa bij de verbruikers

38 38 Afb. 33 Stroom- of watervalschema

39 39 Afb. 34 Combinatie van schema s

40 Startsysteem In de techniek hebben we veel verschillende soorten elektrische systemen. Zo zijn er bijvoorbeeld verlichtingssystemen, alarmsystemen en audiosystemen. We lichten in dit zelfstudiepakket twee specifiek elektrische systemen eruit, om deze wat nader te kunnen bekijken. Dit zijn; Het startsysteem Het laadsysteem We beginnen met het startsysteem. De delen van het startsysteem zijn: De accu Het contactslot Startrelais en start motor Bedrading en aansluitingen De werking van het systeem is als volgt: Het contactslot schakelt tijdens starten het startrelais in Het startmotorrondsel wordt door het startrelais al langzaam draaiend naar de starterkrans bewogen door de aantrekspoel Vervolgens schakelt het relais de grote startstroom in en blijft het rondsel tijdens het starten in aangrijping met de starterkrans door de vasthoudspoel. Voor het starten is veel elektrisch vermogen nodig, dus een grote stroom. De kwaliteit van de accu is belangrijk. Een oude of slechte accu heeft een hoge inwendige weerstand. De inwendige weerstand wordt gecontroleerd met een accutester. De stroom gaat in de accu van de minpool naar de pluspool. Deze stroom en de inwendige weerstand veroorzaken in de accu een spanningsverlies. Omdat de startstroom zo groot is, zal er bij een slechte accu snel te weinig klemspanning op de accupolen overblijven, met als gevolg startproblemen. Bij een goede accu zal tijdens het starten de klemspanning niet onder de 10 V komen bij 0 C. Goede aansluitingen op de accu en de startmotor voorkomen natuurlijk ook spanningsverlies. De capaciteit van een accu geeft aan hoeveel tijd de accu een bepaalde stroom kan leveren. Op de accu wordt de capaciteit aangegeven in Ah (ampère-uur), bijvoorbeeld 145 Ah. De capaciteit is ook van belang bij het opladen. Hoe groter de capaciteit, hoe langer de oplaadtijd. Zowel bij laden als ontladen geldt: capaciteit (Ah)=stroom (A) x tijd (h)

41 41 Een auto met een dieselmotor heeft een accu met meer capaciteit nodig, omdat er meer vermogen nodig is voor starten en voorgloeien dan bij een benzine- of gasmotor (o.a. vanwege de hogere compressieverhouding). Om de laadtoestand van een accu te kunnen controleren, moeten de volgende punten gecontroleerd worden: Soortelijke massa elektrolyt minimaal 1260 kg/m 3 Onderling verschil soortelijke massa tussen cellen maximaal 20 kg/m 3 Bronspanning accu: o Leeg 12,3 V o Vol 12,6 V Meten aan het startsysteem Met de multimeter in de voltstand kunnen we aan een startsysteem ook goed een diagnose stellen. Om een goede controle uit te voeren, dienen de volgende punten tijdens het starten gecontroleerd te worden (zie ook Afb. 35) 1. Meet de accuspanning tussen de punten A en C. Richtlijn 12 volt installatie 10,5 V bij 20 C. Bij lagere temperaturen kan de spanning ca.1 Volt zakken. 2. Meet de spanning over de startmotor. In verband met de aansluiting is dit niet altijd mogelijk. Meet over de ingaande klem van de startmotor of relais en het huis van de startmotor (B<>D). 3. Meet het spanningsverlies in de min van het startstroom deel. Meet over de minpool van de accu en het huis van de startmotor (C<>D). 4. Meet het spanningsverlies in de plus van het startstroom deel. Meet over de pluspool van de accu en de ingaande aansluitklem van de startmotor (A<>B). Afb. 35 een schematische weergave van een startmotor

42 Laadsysteem Naast de controle van het startsysteem, kunnen we dus ook het laadsysteem controleren. Voordat de uit te voeren controle metingen nader wordt toegelicht, wordt eerst nog even in gegaan op de werking van de dynamo. In de statorspoel van de dynamo wordt door het draaiend magnetische veld van de rotorspoel een wisselspanning opgewekt. Deze wisselspanning wordt door de diodebrug omgezet in een gelijkspanning. Bij toenemend toerental van de dynamo wordt de opgewekte spanning te hoog voor de elektrische installatie van de auto. De spanning moet daarom worden afgeregeld worden op max. 14,5 V en 28 V bij een 24 V installatie. Dit gebeurt door de spanningsregelaar, die de rotorstroom steeds korte tijd onderbreekt, als de spanning te hoog wordt. Doordat de dynamospanning hoger is dan die van de accu kan er een laadstroom gaan lopen, waardoor de accu weer wordt bijgeladen, verder kunnen ook de verbruikers worden gevoed. De accu is hoofdzakelijk nodig om de motor te kunnen starten. De stroom voor de andere verbruikers moet bij draaiende motor door de dynamo worden geleverd. De dynamo kan stroom leveren aan de verbruikers en laadstroom aan de accu. Er zijn verschillende toestanden mogelijk (Afb. 36): 1. De accu is leeg. De dynamo levert een grote laadstroom aan de accu en stroom aan de verbruikers. 2. Laag dynamotoerental. De accu moet de dynamo meehelpen om de verbruikers van voldoende stroom te voorzien. De accu wordt hierdoor ontladen. 3. Hoog dynamotoerental. De dynamo kan voldoende stroom aan de verbruikers leveren en de accu bijladen. 4. De accu is vol. De dynamo hoeft alleen de verbruikers van stroom te voorzien. Er gaat geen laadstroom naar de accu. Afb. 36 een schematische weergave van een laadsysteem

43 43 Het laadstroomcontrolelampje Het laadstroomcontrolelampje gaat uit als de dynamo goed werkt. Als het lampje uit is, betekent het echter niet altijd dat de accu geladen wordt. De benaming laadstroomcontrolelampje is dan ook feitelijk onjuist. Als het lampje stuk is, is er geen voorbekrachtiging van de rotorspoel mogelijk, maar gaat de dynamo wel werken (Afb. 37). De reden dat de dynamo wel kan gaan werken ondanks dat hij geen voorbekrachtiging heeft, ligt aan het feit dat de rotor altijd nog wat magnetisme in zich heeft. Dit noemt men ook wel remanent magnetisme. Afb. 37 de elektrische schakeling van het laadstroomcontrolelampje Oorzaken waardoor het lampje kan blijven branden, zijn: De dynamo draait niet of met te laag toerental Bedrading D + is niet in orde Spanningsregelaar en/of dynamo is defect Metingen aan het laadsysteem Aan het laadsysteem kunnen we de volgende controle metingen uitvoeren: Controleer eerst of het juiste type accu met voldoende capaciteit gemonteerd is Meet de bronspanning van de accu. Dit is de onbelaste accuspanning bij stilstaande motor zonder ingeschakelde verbruikers (meet ca. 10 minuten). Bij ruim 12,6 V is de accu goed en geladen. Beneden 12,3 Volt is de accu leeg en/of in slechte conditie. Belast een accu met voldoende lading vervolgens gedurende ca. 2 minuten door bijvoorbeeld het inschakelen van een verbruiker. Meet dan de klemspanning. Deze mag hoogstens enkele tienden van een volt lager zijn dan de bronspanning.

44 44 Schakel de verbruiker uit en start de motor. Meet de klemspanning op de accupolen. Afhankelijk van de belasting en het toerental zal de spanning tussen de 13,5 volt - 14,4 volt zijn. Deze afgeregelde dynamospanning is de hoogste spanning die op de installatie kan en mag voorkomen. Het meten van de laadstroom met de stroomtang Niet alleen de spanning is in het laadsysteem is van belang, maar ook zeker de laadstroom is van groot belang. De laadstroom kunnen we niet zo maar met een multimeter meten, dit komt omdat deze niet tegen de hoge stromen bestendig is. De laadstroom in het laadsysteem kunnen we wel meten in combinatie met een stroomtang. De dynamostroom is in twee verschillende soorten van stromen te verdelen. Dit zijn: Verbruikersstroom Laadstroom De verbruikersstroom kunnen we in de B+ leiding direct bij de dynamo meten. Als we de laadstroom van een accu willen weten, dan moeten we zo dicht mogelijk bij de accu gaan meten. Verder is het zo dat; de verbruikersstroom + de laadstroom = de dynamostroom. Om een goeie stroom meting uit te voeren, moeten de volgende punten in de gaten worden gehouden. 1. De accu moet in orde zijn 2. De stroomtang om alle B+ draden monteren voor de verbruikersstroom te meten 3. De stroomtang om alle massadraden bij de accu monteren voor de dynamostroom te meten 4. De motor laten draaien en zoveel mogelijk verbruikers inschakelen Waarneer er achteraf te veel verbruikers gemonteerd zijn, kan het standaard dynamovermogen te weinig zijn. Er moet dan een zwaarder type dynamo gemonteerd worden, die meer stroom kan leveren.

45 45 6. Elektrische en elektronische componenten In dit zelfstudiepakket hebben we het uitgebreid gehad over verschillende elektrische schakelingen en systemen. Ook hebben we gekeken hoe we storingen kunnen lokaliseren en hoe we testapparatuur moeten gebruiken. Naast dit alles is er nog een onderwerp niet belicht. Dit zijn de elektrische en elektronische componenten. In dit hoofdstuk gaan we de volgende componenten nader bekijken: Relais Transistor Weerstand Diode en Led Condensator Geïntegreerde schakeling (IC) 6.1 Relais Door gebruik te maken van een relais is het mogelijk om bedrading en schakelaars lichter uit te voeren. Een kleine stuurstroom door een lichte schakelaar bedient de relaisspoel. Daardoor wordt een grote stroom door de contacten in het relais ingeschakeld Afb. 38. Afb. 38 Gebruik van een relais Een relais heeft één groot nadeel, maar dat geld voor alle componenten met een spoel, en dat is, dat tijdens het uitschakelen van het relais een zelfinductiespanning ontstaat. De waarde hiervan kan oplopen tot 300 volt. Deze inductiespanning kan kortstondig over elektronische componenten staan (computers, diodes en transistors), waarmee deze componenten stuk gaan.

46 46 Er moet dus iets aan gedaan worden. Vaak kiest men ervoor om een klein componentje in de relaisbehuizing te monteren. Dit kan een vonkblusweerstand zijn, maar ook een diode. Zo n diode wordt dan parallel over de relaisspoel gemonteerd. Zie afb. 40. Afb. 40 een relais met een vrijloopdiode (blusdiode) 6.2 Transistor Het relais dat hiervoor besproken is, is nog steeds een mechanische schakelaar. Het relais heeft dus ook de nadelen van een mechanische schakelaar, zoals bijvoorbeeld het inbranden, de snelheid van schakelen en een behoorlijke omvang. Een transistor afb. 41 valt onder de elektronica van een motorinstallatie. Een transistor valt onder de halfgeleiders. Dit houdt in dat een transistor van halfgeleider materiaal gemaakt is. Een halfgeleider is een materiaal dat onder specifieke omstandigheden gaat geleiden. Het basismateriaal waarvan de halfgeleiders zijn gemaakt is silicium. Afb. 41 Transistor De voordelen van elektronicatoepassingen in de auto zijn: Kleine afmetingen en licht Geen mechanisch bewegende delen Hoge schakelsnelheid Het stroomverbruik is klein Grotere betrouwbaarheid en levensduur Afb. 42 Een schakeling m.b.v. een transistor

47 47 De transistor is als schakelaar (afb. 42) is te vergelijken met een relais, maar heeft de boven-genoemde voordelen van de elektronica. Door een kleine stroom op de basis te sturen wordt een grote stroom van collector naar emitter doorgelaten (afb. 43). Toepassingen van transistorschakelingen zijn: De spanningsregelaar van de dynamo De ontstekingsmodule Als signaalversterker bijvoorbeeld in een motormanagementcomputer Afb. 43 Twee soorten transistors In Afb. 44 is de transistor schematisch weergegeven als een watermodel. Aan de hand van dit watermodel is de werking van een transistor te verklaren. Wordt er een druk op de basis (b) gezet dan gaat de klep tussen de collector (c) en de emitter (e) open staan. Een grotere hoofdstroom kan zich dan van de collector (c) naar de emitter (e) verplaatsen. Wordt de druk op de basis (b) vergroot, dan gaat ook de klep tussen de collector (c) en de emitter (e) verder open staan. Er kan nu nog meer water doorheen stromen. Een transistor kan dus als versterker gebruikt worden. Wordt de druk op de basis (b) te hoog, dan gaat de transistor defect. Afb. 44 een watermodel van een transistor

EAT-140 EPD-Technicus Dag 1

EAT-140 EPD-Technicus Dag 1 EAT-140 EPD-Technicus Dag 1 Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 HET VRIJE ELEKTRON 5 ELEKTRISCHE LADING 5 VOORVOEGSELS 7 WET VAN OHM 7 VERSCHILLENDE SOORTEN SPANNINGEN

Nadere informatie

AT-142 EPD Basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08

AT-142 EPD Basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08 AT-142 EPD Basis 1 Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 ELEKTRISCH METEN 5 SPANNING METEN 6 STROOM METEN 7 WEERSTAND METEN 9 BASISSCHAKELINGEN 10 ELEKTRISCH VERMOGEN 11

Nadere informatie

EAT-140 EPD-Technicus Dag 3

EAT-140 EPD-Technicus Dag 3 EAT-140 EPD-Technicus Dag 3 Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 METHODEN VAN STORINGZOEKEN SPANNINGSVERLIEZEN 7 CLANDESTIENE VERBRUIKERS 9 KORTSLUITING 10 SCHEMALEZEN 3

Nadere informatie

BAT-141 EPD basis 2. Zelfstudie en huiswerk 10-08

BAT-141 EPD basis 2. Zelfstudie en huiswerk 10-08 BAT-141 EPD basis 2 Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 WET VAN OHM 5 DEELSPANNINGEN 6 MEETMETHODE SPANNINGSVERLIES 7 METEN AANGELEGDE SPANNING 8 METEN SPANNINGSVERLIES

Nadere informatie

EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen

EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen EAT-242 Diagnose Laad- en startsystemen Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 LAADSYSTEEM 5 DIAGNOSE STELLEN AAN HET LAADSYSTEEM 5 LAADSTROOMCONTROLELAMPJE 6 MULTIMETER 7

Nadere informatie

BAT-141 EPD basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08

BAT-141 EPD basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08 BAT-141 EPD basis 1 Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 ELEKTRISCH METEN 5 SPANNING METEN 6 STROOM METEN 7 WEERSTAND METEN 9 BASISSCHAKELINGEN 10 ELEKTRISCH VERMOGEN 11

Nadere informatie

VMT 10 EPD Basis dag 2

VMT 10 EPD Basis dag 2 VMT 10 EPD Basis dag 2 Naam Cursist: Trainer: Datum: copyright 2011 2 3 Introductie Dit Zelfstudiepakket is een voorbereiding op de RPT-dag "Basis Elektro B", die je binnenkort gaat volgen. Tijdens deze

Nadere informatie

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde Technologie 1 Elektrische en elektronische begrippen Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde Opleiding Pop en Media Peet Ferwerda, januari 2002 Deze instructie wordt tijdens

Nadere informatie

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

Elektriciteit. Wat is elektriciteit Elektriciteit Wat is elektriciteit Elektriciteit kun je niet zien, niet ruiken, niet proeven, maar wel voelen. Dit voelen kan echter gevaarlijk zijn dus pas hier voor op. Maar wat is het dan wel? Hiervoor

Nadere informatie

Elektriciteit in onze Volvo s

Elektriciteit in onze Volvo s in onze Volvo s Een zegen als het werkt, een ramp als.. 1 Doel van deze avond Uitleg: Wat is elektriciteit Een klein stukje theorie Een aantal praktijkvoorbeeldjes Oorzaken van elektrische storingen Oplossen

Nadere informatie

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen. 2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom

Nadere informatie

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Schakeling In de hiernaast afgebeelde schakeling kan de spanning

Nadere informatie

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.1 a Stroomkring b Geleiders en isolatoren 6.2 Chemische spanningsbron 6.3 a Schakelingen b Schakelingen (Crocodile) 6.4 a Stroom meten (Crocodile) b Schakelingen

Nadere informatie

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1 Nota s: Energie voor de lamp 1. Probleemstelling 50 2. Transport van elektriciteit in een kring 50 2.1. Wat is een elektrische stroomkring? 50 2.2. Stromen van water - stromen van elektriciteit 51 2.3.

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Elektrische techniek

Elektrische techniek AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013 . Zowel in huis als bij voertuigen heb je met elektriciteit te maken. Hoe zit een meterkast in elkaar? Hoe werkt een elektrisch ontstekingssysteem van een motor?

Nadere informatie

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring 1 De stroom- of ampèremeter De ampèremeter is een meetinstrument om elektrische stroom te meten. De sterkte van een elektrische stroom wordt uitgedrukt in ampère, vandaar de naam ampèremeter. Voorstelling

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMNVATTING LKTICITIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOVLHID LADING Symbool Q (soms q) enheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen. Als je over

Nadere informatie

Energie : elektriciteit : stroomkringen

Energie : elektriciteit : stroomkringen Energie : elektriciteit : stroomkringen De netspanning is uitgevallen! Pas dan merk je wat elektriciteit voor ons betekent. Geen licht, geen computer, geen playstation, het eten op het elektrisch fornuis

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

EVMT 11 Meten met de Scoop

EVMT 11 Meten met de Scoop EVMT 11 Meten met de Scoop Zelfstudie en huiswerk Naam Cursist: Trainer: Datum: COPYRIGHT 211 Zelfstudie 2 Zelfstudie 3 Inleiding Dit Zelfstudiepakket is een voorbereiding op de RPT-dag "Meten met de scoop",

Nadere informatie

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk PROEFWERK TECHNOLOGIE VWO MODULE 6 ELECTRICITEIT VRIJDAG 19 maart 2010 R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk 2P 2P 2P Opgave 1 Tup en Joep willen allebei in bed lezen. Ze hebben allebei een fietslampje.

Nadere informatie

Pajottenlandse Radio Amateurs. De multimeter

Pajottenlandse Radio Amateurs. De multimeter Pajottenlandse Radio Amateurs De multimeter ON3BL 05/03/2013 Wat is een multimeter of universeelmeter? Elektronisch meetinstrument waar we de grootheden van de wet van ohm kunnen mee meten Spanning (Volt)

Nadere informatie

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2)

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2) les omschrijving 12 Theorie: Halfgeleiders Opgaven: halfgeleiders 13 Theorie: Energiekosten Opgaven: Energiekosten 14 Bespreken opgaven huiswerk Opgaven afmaken Opgaven afmaken 15 Practicumtoets (telt

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOEVEELHEID LADING Symbool Q (soms q) Eenheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen.

Nadere informatie

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul. Hfd 3 Stroomkringen Enkele begrippen: Richting van de stroom: Stroom loopt van de plus naar de min pool Richting van de elektronen: De elektronen stromen van de min naar de plus. Geleiders en isolatoren

Nadere informatie

EAT-141 Meten met de scoop

EAT-141 Meten met de scoop EAT-141 Meten met de scoop Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INLEIDING 3 DOELSTELLING 4 SCOOPMETING 5 VERSCHILLENDE SCOOPS 7 SIGNAALBEOORDELING 7 SOORTEN SPANNINGEN EN STROMEN 9 HUISWERKOPDRACHT 12

Nadere informatie

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten.

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten. Les in het kort De leerlingen onderzoeken op welke manieren je twee of meer lampjes op één batterij kunt aansluiten (parallel of serie) en welk effect dat heeft op de felheid van de lampjes. Ze gaan uitproberen

Nadere informatie

VMT-22 Laad- en startsysteem

VMT-22 Laad- en startsysteem VMT-22 Laad- en startsysteem Zelfstudie en huiswerkvragen Naam Cursist: Trainer: Datum: copyright 2011 Zelfstudie 2 Zelfstudie 3 Introductie Dit Zelfstudiepakket is een voorbereiding op de RPT-dag "Laad-

Nadere informatie

6 VEELVOUDEN EN ONDERDELEN VAN EENHEDEN

6 VEELVOUDEN EN ONDERDELEN VAN EENHEDEN 6 VEELVOUDEN EN ONDERDELEN VAN EENHEDEN Bij weerstanden, maar ook bij spanning en stroom, kunnen zeer uit een lopende waarden voorkomen. Spanning kan liggen tussen bijvoorbeeld 0,000 001 V en 160 000 V.

Nadere informatie

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading.

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. itwerkingen Opgave Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. Opgave 2 Een geleider kan de elektrische stroom goed geleiden. Metalen, zout water, grafiet. c. Een isolator kan de

Nadere informatie

We kunnen nu met deze kabel de spanning meten door de kabel parallel te schakelen op bv het LEGO zonnepaneel, de LEGO condensator of de LEGO motor.

We kunnen nu met deze kabel de spanning meten door de kabel parallel te schakelen op bv het LEGO zonnepaneel, de LEGO condensator of de LEGO motor. Metingen met LEGO zonnepaneel en condensator In mei zullen we LEGO autootjes een circuit laten afleggen waarbij we gebruik maken van groene energie. Ik heb gekozen om zonne-energie te gebruiken en omdat

Nadere informatie

De condensator en energie

De condensator en energie De condensator en energie Belangrijkste onderdelen in de proeven De LEGO-condensator De condensator heeft een capaciteit van 1 Farad en is beschermd tegen een overbelasting tot 18 Volt. Wanneer de condensator

Nadere informatie

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas: Namen: Klas: Windmolenpark Houten Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten Ontwikkeld door: Geert Veenstra Gerard Visker Inhoud Probleem en hoofdopdracht Blz 3 Samenwerking

Nadere informatie

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken.

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken. Inleiding hv Opdracht Statische elektriciteit Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken Opdracht Serie- en parallelschakeling Leg van elke schakeling uit ) of het een serie-

Nadere informatie

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING 2 ELEKTRISCHE STROOMKRING Om elektrische stroom nuttig te gebruiken moet hij door een verbruiker vloeien. Verbruikers zijn bijvoorbeeld een gloeilampje, een motor, een deurbel. Om een gloeilampje te laten

Nadere informatie

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE

HELP, DE ACCU LOOPT LEEG. Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE HELP, DE ACCU LOOPT LEEG Technische Avond van Old-Timers Oirschot, Oirschot, 17 juni 2005 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Werking van het laadcircuit 3. Controle van het laadcircuit 4. Reparaties en afregeling

Nadere informatie

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen?

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? werkblad experiment 4.5 en 5.4 (aangepast) naam:. klas: samen met: Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? De weerstand R van een voorwerp is te bepalen als men de stroomsterkte

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt. We kennen twee soorten lading:

Nadere informatie

Digitale multimeter 700b

Digitale multimeter 700b 9705801 Digitale multimeter 700b Gebruikershandleiding Waarschuwing: lees en begrijp de handleiding voor het gebruik van de digitale multimeter. Het niet begrijpen of te voldoen aan de waarschuwingen en

Nadere informatie

Elektrotechniek voor Dummies

Elektrotechniek voor Dummies Elektrotechniek voor Dummies Het programma Spoedcursus Elektrotechniek voor dummies Spanning/stroom Vermogen Weerstand (Resistantie) Wet van Ohm Serie/Parallel AC-DC Multimeter Componenten Weerstand Draadweerstand

Nadere informatie

INLEIDING. Veel succes

INLEIDING. Veel succes INLEIDING In de eerste hoofdstukken van de cursus meettechnieken verklaren we de oorsprong van elektrische verschijnselen vanuit de bouw van de stof. Zo leer je o.a. wat elektrische stroom en spanning

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. spanning 2007-2008 hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op van elektrische lading die stroomt. We kennen

Nadere informatie

Practicum Zuil van Volta

Practicum Zuil van Volta Practicum Zuil van Volta Benodigdheden Grondplaat, aluminiumfolie, stuivers (munten van vijf eurocent), filtreerpapier, zoutoplossing, voltmeter, verbindingssnoeren, schaar Voorbereidende werkzaamheden

Nadere informatie

Weerstand. Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/elektro/weerstand.htm. Cursus Radiozendamateur 1

Weerstand. Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/elektro/weerstand.htm. Cursus Radiozendamateur 1 Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/elektro/weerstand.htm Cursus Radiozendamateur 1 DOELSTELLINGEN: Kennis: - Inzicht in de fenomenen spanning, stroom, weerstand en vermogen. - De kleurcodes van

Nadere informatie

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT Wanneer loopt er stroom? Elektrische apparaten werken alleen als er een stroom door loopt. Om de stroom te laten lopen is er altijd een spanningsbron nodig. Dat kan een

Nadere informatie

Elektrische stroomnetwerken

Elektrische stroomnetwerken ntroductieweek Faculteit Bewegings- en evalidatiewetenschappen 25 29 Augustus 2014 Elektrische stroomnetwerken Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be Assistent: Erik

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 OPGAVE 1 Teken hieronder het bijbehorende schakelschema. Geef ook de richting van de elektrische stroom aan.

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 maandag 24 mei 9.00-11.00 uur ELEKTROTECHNIEK CSE KB Gebruik waar nodig de bijlage formulelijst. Dit examen bestaat uit 50 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60

Nadere informatie

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen. Totaal :.../20. .../.../ Datum van afgifte:

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen. Totaal :.../20. .../.../ Datum van afgifte: LABO Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen Datum van opgave:.../.../ Datum van afgifte: Verslag nr. : 7 Leerling: Assistenten: Klas: 3.1 EIT.../.../ Evaluatie :.../10

Nadere informatie

Diktaat Spanning en Stroom

Diktaat Spanning en Stroom Diktaat Spanning en Stroom hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt.

Nadere informatie

HANDLEIDING MULTIMETER MET AUTOMATISCHE BEREIKKEUZE MODEL TT 201

HANDLEIDING MULTIMETER MET AUTOMATISCHE BEREIKKEUZE MODEL TT 201 HANDLEIDING MULTIMETER MET AUTOMATISCHE BEREIKKEUZE MODEL TT 201 INHOUDSTAFEL Pagina Veiligheidstips 3 Veiligheidssymbolen 4 Functietoetsen en aansluitklemmen 5 Symbolen en aanduidingen 5 Specificaties

Nadere informatie

Buispomp pomp T250 Handleiding

Buispomp pomp T250 Handleiding Buispomp pomp T250 Handleiding Versie November 2013 Bom Aqua B.V. Tel. 078-6150402 Oosteind 47 Email: info@bom-aqua.nl 3356 AB website: www.bom-aqua.nl Papendrecht Capaciteiten Pomp Opvoerhoogte van 0-150

Nadere informatie

Inhoudsopgave. - 2 - De condensator

Inhoudsopgave.  - 2 - De condensator Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 Inleiding...3 Capaciteit...3 Complexe impedantie...4 De condensator in serie of parallel schakeling...4 Parallelschakeling...4 Serieschakeling...4 Aflezen van de capaciteit...5

Nadere informatie

Elektrotechniek voor mobiele systemen (Voertuigen en machines)

Elektrotechniek voor mobiele systemen (Voertuigen en machines) Elektrotechniek voor mobiele systemen (Voertuigen en machines) 1. Inhoud Inleiding 1. Natuurkundige begrippen. Stroom. Spanning. Weerstand. Vermogen. 2. Geleiders en isolatoren. 3. De stroomkring. Opbouw

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Inleiding 2. 2.1 De ohmmeter 3. Aanwijzingen 3. 4. Klemaanduidingen 5. Opdracht 1 8. Opdracht 2 9. Opdracht 3 10.

Inhoudsopgave. 1. Inleiding 2. 2.1 De ohmmeter 3. Aanwijzingen 3. 4. Klemaanduidingen 5. Opdracht 1 8. Opdracht 2 9. Opdracht 3 10. 1. Inleiding 2 2.1 De ohmmeter 3. Aanwijzingen 3 4. Klemaanduidingen 5 Opdracht Meetvolgorde 6 Opdracht 1 8 Opdracht 2 9 Opdracht 3 10 Opdracht 4 11 Opdracht 5 12 Opdracht 6 13 Opdracht 7 14 Opdracht 89

Nadere informatie

DEEL 6 Serieschakeling van componenten. 6.1 Doel van de oefening. 6.2 Benodigdheden

DEEL 6 Serieschakeling van componenten. 6.1 Doel van de oefening. 6.2 Benodigdheden Naam: Nr.: Groep: Klas: Datum: DEEL 6 In de vorige oefeningen heb je reeds een A-meter, die een kleine inwendige weerstand bezit, in serie leren schakelen met een gebruiker. Door de schakelstand te veranderen

Nadere informatie

Impedantie V I V R R Z R

Impedantie V I V R R Z R Impedantie Impedantie (Z) betekent: wisselstroom-weerstand. De eenheid is (met als gelijkstroom-weerstand) Ohm. De weerstand geeft aan hoe goed de stroom wordt tegengehouden. We kennen de formules I R

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 5 Elektriciteit 1 Stroomkringen 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 2 a Een elektrische stroom bestaat uit kleine deeltjes die door geleidende materialen bewegen. b Met een stroommeter (ampèremeter)

Nadere informatie

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties Elektriciteit Inhoud Inleiding : Deze les Spanning: Wat is dat, hoe komt dat? Stroom(sterkte) : Wat is dat, hoe komt dat? Practicum: (I,)-diagram van een lampje en een weerstand Weerstand : Wet van Ohm

Nadere informatie

Basis Elektriciteit R = U/I. Gelijkstroom (Direct Current) Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting.

Basis Elektriciteit R = U/I. Gelijkstroom (Direct Current) Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting. Basis Elektriciteit Gelijkstroom (Direct Current) Wisselstroom (Alternating Current) Gesloten stroomkring (Closed circuit) DC AC Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting. Lichtnet;

Nadere informatie

Elektriciteit. Hoofdstuk 2

Elektriciteit. Hoofdstuk 2 Elektriciteit Hoofdstuk 2 (het blijft spannend) Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden

Nadere informatie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie 4M versie 1 Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Zan Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen,

Nadere informatie

Een 13,8 volt - 30 ampere voeding

Een 13,8 volt - 30 ampere voeding Een 13,8 volt - 30 ampere voeding We gaan de opbouw van dit schema van links naar rechts beschrijven zodat een ieder het kan volgen. Als eerste de transformator, neem hiervoor een type dat secundair minstens

Nadere informatie

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in.

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. Het technologisch proces. Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:.. We willen zelf een voorwerp maken om

Nadere informatie

Meten met de multimeter Auteur: Wouter (Flush) [0905-002]

Meten met de multimeter Auteur: Wouter (Flush) [0905-002] Meten met de multimeter Auteur: Wouter (Flush) [0905-002] Dit artikel moet de beginners helpen simpele metingen te kunnen uitvoeren met de multimeter. Soorten multimeters Eerst en vooral hebben we digitale

Nadere informatie

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen Inhoud De schakeling Een blokspanning van 15 V opwekken De wisselspanning omhoog transformeren Analyse van de maximale stroom door de primaire

Nadere informatie

Service handboek voor onderhoud van "Classic" hydraulische aggregaten.

Service handboek voor onderhoud van Classic hydraulische aggregaten. Goed onderhoud verzekert u van een lang(er) leven van uw hydraulische aggregaat. Dit service handboek vertelt hoe men moet zorgen voor het aggregaat, welke testapparatuur er beschikbaar is en hoe men het

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Examenopgaven VMBO-KB 2003 Examenopgaven VMBO-KB 2003 tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-11.00 uur ELEKTROTECHNIEK CSE KB Het gebruik van de formulelijst is toegestaan. Dit examen bestaat uit 50 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Henks Reparatie Werkplaats - Van IJsendijkstraat 152-1442LC - Purmerend - www.hksservices.nl. Bedienings display

Henks Reparatie Werkplaats - Van IJsendijkstraat 152-1442LC - Purmerend - www.hksservices.nl. Bedienings display Bedienings display T4 koelkast storing zoeken Dit artikel omschrijft het fout zoeken en om de juiste diagnose te stellen als de koelkast problemen geeft. Het betreft de volgende modellen. Compressor type

Nadere informatie

AIRBAGS EN GORDELSPANNERS

AIRBAGS EN GORDELSPANNERS AIRBAGS EN GORDELSPANNERS Airbag In een moderne carrosserie komen we tegenwoordig een aantal voorzieningen tegen die de actieve en de passieve veiligheid van de auto verhogen. Een goed voorbeeld hiervan

Nadere informatie

Light Emitting Diode. Auteur: René Kok

Light Emitting Diode. Auteur: René Kok Light Emitting Diode. Auteur: René Kok Om zo compleet mogelijk te zijn met betrekking tot LED s en hun toepassingen zou ik ook graag enkele simpele elektrische berekeningen, en enkele begrippen de revue

Nadere informatie

Basisregels voor de stroomverzorging in miniaturen!!!!!!!!!!!

Basisregels voor de stroomverzorging in miniaturen!!!!!!!!!!! Basisregels voor de stroomverzorging in miniaturen!!!!!!!!!!! Bij vele gesprekken met modelbouwvrienden heb ik vastgesteld dat er weinig bekend is over de grondregels van de elektrotechniek. Daarom wil

Nadere informatie

Werking van een zekering

Werking van een zekering Naam: Klas: Datum: Werking van een zekering Doelstelling Leerlingen moeten inzien dat een zekering de elektrische stroom kan onderbreken bij oververhitting als gevolg van een kortsluiting. Inleidende proef

Nadere informatie

NETWERKEN EN DE WETTEN VAN KIRCHHOFF

NETWERKEN EN DE WETTEN VAN KIRCHHOFF NETWERKEN EN DE WETTEN VN KIRCHHOFF 1. Doelstelling van de proef Het doel van deze proef is het bepalen van de klemspanning van een spanningsbron, de waarden van de beveiligingsweerstanden en de inwendige

Nadere informatie

Mini Handleiding over Elektronica-onderdelen

Mini Handleiding over Elektronica-onderdelen Mini Handleiding over Elektronica-onderdelen Deze handleiding is speciaal geschreven voor kinderen vanaf 10 jaar. Op een eenvoudige manier en in begrijpelijke tekst leer je stapsgewijs wat elk elektronica-onderdeel

Nadere informatie

Meetinstrumenten. PEKLY 33, Rue Boussingault _ Paris. Werkboekje behorende bij de software. Naam : Klas: 3, 15, 30, 150, 450 1,5 2

Meetinstrumenten. PEKLY 33, Rue Boussingault _ Paris. Werkboekje behorende bij de software. Naam : Klas: 3, 15, 30, 150, 450 1,5 2 Meetinstrumenten. 3, 1, 3, 1, 4 1,.1 Hz 4 o +1...+ o C PEKLY 33, Rue Boussingault _ Paris Werkboekje behorende bij de software. Naam : Klas: Figuur 1 Figuur - H.O.Boorsma. http://www.edutechsoft.nl/ 1

Nadere informatie

Practicum elektriciteit VMBO-t, Havo & Atheneum

Practicum elektriciteit VMBO-t, Havo & Atheneum De ampèremeter De elektrische stroom is te vergelijken met de hoeveelheid water die voorbij stroomt. De hoeveelheid water meet je in serie met de waterleiding. Op dezelfde wijze meet je elektrische stroom

Nadere informatie

Onderzoeken welke onderdelen noodzakelijk zijn om een PV-installatie autonoom te laten werken.

Onderzoeken welke onderdelen noodzakelijk zijn om een PV-installatie autonoom te laten werken. Experiment 5 5 Onderdelen van een autonome PV-installatie Onderzoeken welke onderdelen noodzakelijk zijn om een PV-installatie autonoom te laten werken. grondplaat 1 zonnemodule 1 halogeenlamp 1 motor

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektrodynamica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Elektrische energie en elektrisch vermogen

Elektrische energie en elektrisch vermogen Elektrische energie en elektrisch vermogen Grootheid Symbool Eenheid Lading Q C: Coulomb Spanning U V: Volt Stroomsterkte I A: Ampère Energie E J: Joule Weerstand R Ω: Ohm Spanning: noodzakelijk om lading

Nadere informatie

1.1 Hoe branden de lampen?

1.1 Hoe branden de lampen? 1.1 Hoe branden de lampen? In deze eerste opdracht ga je aan de slag met parallel- en serieschakelingen. De auto op de tekening heeft vier lampen met elk twee contactpunten, een accu en een contactsleutel

Nadere informatie

DVM830L -- Digitale Mini Multimeter

DVM830L -- Digitale Mini Multimeter 1. Beschrijving -- Digitale Mini Multimeter De is een compacte multimeter met een 3 ½ digit LCD. Met dit apparaat kunt u AC en DC spanning, DC stroom, weerstanden, diodes en transistors meten. Het apparaat

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand Alle materialen hebben elektrische weerstand. Soms is de weerstand laag en gaat elektrische stroom er gemakkelijk door. In andere gevallen is de weerstand hoog. Deze

Nadere informatie

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1 4 VMBO-B LEERWERKBOEK DEEL A nask 1 H8 Stoffen en hun eigenschappen Inhoudsopgave 1 Licht 1 Licht en schaduw 8 2 Het spectrum van wit licht 14 3 Lenzen 21 4 Een reëel beeld tekenen 31 5 Het oog 36 6 Straling

Nadere informatie

Elektrische installatie op voertuigen

Elektrische installatie op voertuigen Elektrische installatie op voertuigen Doel Je kunt in een 12- of 24-voltinstallatie een storing opsporen en verhelpen. antwoorden Oriëntatie Voordat je met een trekker en een werktuig de openbare weg op

Nadere informatie

Veiligheidstraining. Veilige aarding rolsteigers en containers op locaties. On location versie 2013 rev.1

Veiligheidstraining. Veilige aarding rolsteigers en containers op locaties. On location versie 2013 rev.1 Veiligheidstraining Veilige aarding rolsteigers en containers op locaties On location versie 2013 rev.1 PROGRAMMA 1. Presentatie veilige aarding rolsteigers en zeecontainers 2. Oefening veilige aarding

Nadere informatie

FOCWA Branchetoetsdocument. Diagnostische vaardigheden in SH, niveau 2. Vereniging FOCWA Schadeherstel Juni 2011

FOCWA Branchetoetsdocument. Diagnostische vaardigheden in SH, niveau 2. Vereniging FOCWA Schadeherstel Juni 2011 FOCWA Branchetoetsdocument Diagnostische vaardigheden in SH, niveau 2 Vereniging FOCWA Schadeherstel Juni 2011 Diagnostische vaardigheden in SH, niveau 2 versie 09062011 1 FOCWA Branchetoetsdocument: Diagnostische

Nadere informatie

Digitale Multimeter / Digital Multimeter NI 63. Handleiding / Manual

Digitale Multimeter / Digital Multimeter NI 63. Handleiding / Manual Digitale Multimeter / Digital Multimeter NI 63 Handleiding / Manual INLEIDING 1-1 UITPAKKEN EN INSPECTIE INLEIDING Nadat u uw nieuwe digitale multimeter uit de verpakking heeft gehaald, moet u over de

Nadere informatie

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit 1. Gelijkstroomkringen (DC) De verschillende elektrische grootheden bij gelijkstroom zijn: Elektrische spanning (volt) definitie: verschillend potentiaal

Nadere informatie

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U Inhoud Condensator... 2 Het laden van een condensator... 3 Het ontladen van een condensator... 5 Opgaven... 6 Opgave: Alarminstallatie... 6 Opgave: Gelijkrichtschakeling... 6 Opgave: Boormachine... 7 1/7

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

3 Slim met stroom. Inleiding

3 Slim met stroom. Inleiding 3 Slim met stroom Inleiding Hierboven zie je allerlei elektrische apparaten. Voor de een heb je batterijen nodig. De ander steek je met een stekker in het stopcontact. Al deze toestellen gebruiken stroom.

Nadere informatie

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden.

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden. De EasyTemp thermostaat ET31A/AF/F Deze handleiding geldt voor de onderstaande types: Op de doos Model ET31A, ET31AF en ET31F Model ET31A. Thermostaat regelt de ruimte temperatuur. (Niet geschikt voor

Nadere informatie

Stroomkringen. opdracht 2

Stroomkringen. opdracht 2 Stroomkringen opdracht 8 Wat ga je doen? Je gaat een aantal stroomkringen maken. HIermee kun je bijvoorbeeld een lamp laten branden of een bel laten rinkelen. Lees eerst goed de opdracht en bekijk de illustratie

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING ZELFINSTELLENDE MULTIMETER HU201

GEBRUIKSAANWIJZING ZELFINSTELLENDE MULTIMETER HU201 GEBRUIKSAANWIJZING ZELFINSTELLENDE MULTIMETER HU201 INHOUDSTAFEL Veiligheidsinstructies Veiligheidssymbolen Bediening en contactbussen Symbolen en afkortingen Specificaties Batterijen plaatsen Gebruiksinstructies

Nadere informatie

In deze proevenserie gaan we kijken wat elektriciteit is en wat je er mee kunt doen.

In deze proevenserie gaan we kijken wat elektriciteit is en wat je er mee kunt doen. In deze proevenserie gaan we kijken wat elektriciteit is en wat je er mee kunt doen. Als je onderdelen van een stroomkring aan elkaar vastmaakt, noem je dit schakelen of aansluiten. Sommige onderdelen

Nadere informatie