100 jaar Daniel den Hoed

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "100 jaar Daniel den Hoed"

Transcriptie

1 Nummer 1 jaargang 43 maart jaar Daniel den Hoed Open access publiceren Vroege detectie acute nierschade e Vriend! Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis 1

2 Tekst Gert-Jan van den Bemd Rennen voor Rien 4 Schimmels onder vuur 6 Tolpoorten naar wetenschappelijke vooruitgang 8 Bijzondere blaasjes 12 Maak kanker kansloos Dat is de oproep van 100 jaar Daniel den Hoed. Om deze kreet kracht bij te zetten zijn bekende mensen, zoals Feyenoord-speler Graziano Pellè op de cover van deze Monitor, gefotografeerd met de Hoed van Daniel, een hoge rode hoed, die we als symbool gebruiken voor onze gezamenlijke strijd tegen kanker. In 1914 werd in het Rotterdams Radiotherapeutisch Instituut gestart met de behandeling van kanker in de vorm van bestraling. In 2014 vieren we 100 jaar kankerbehandeling en onderzoek in Rotterdam. Honderd jaar Daniel den Hoed, naar een van de belangrijkste grondleggers van de radiotherapie. Lees het interview met zijn zoon Willem op pagina 54. In die honderd jaar is veel winst geboekt op het gebied van diagnose en behandeling, maar nog steeds sterven meer dan mensen per jaar aan kanker. En dus gaan we onverminderd door het met het doen van onderzoek. Inmiddels valt alle oncologische zorg, behandeling, onderwijs en onderzoek van de Daniel den Hoed Kliniek en het voormalige Academisch Ziekenhuis Rotterdam (AZR) onder de naam Erasmus MC Kanker Instituut. Wilt u ook een bijdrage leveren aan de strijd tegen kanker? Kijk op 100jaardanieldenhoed.nl Ondanks alles heb ik een leuk, gezellig bestaan 14 Topzorg mét persoonlijke aandacht 18 Niet levensreddend, wél verbeterend 21 Van screening tot complexe zorg 23 Operatie in beeld 25 Gestroomlijnde behandeling 32 Zoveel mogelijk fine tunen 34 Nauwkeurig met Nijntje 36 Beperkt repertoire 40 Beschermengel voor tumormedicijn 42 Gevoeliger meten helpt erger voorkomen e Vriend! 48 Wat is de beste? 49 Eindelijk serieus aandacht tropische infectieziekte 52 Daniel den Hoed groot visionair 54 Weer even mens dankzij Speranza 56 Ontdekking kleinzieligheid in de hersenen

3 Tekst Gert-Jan van den Bemd Rennen voor Rien Rien, de vader van Perry Bakker uit Rotterdam, heeft lang gevochten tegen kanker in het hoofd- halsgebied, maar verloor eind oktober 2013 uiteindelijk de strijd. Perry: Tijdens de behandeling van mijn vader op de locatie Daniel den Hoed van het Erasmus MC heb ik ervaren dat goede zorg niet het enige is dat telt. Ook kleine dingen, zoals een vriendelijke lach of een massage, betekenen voor kankerpatiënten heel veel. Mijn vader had een motto: er voor elkaar zijn en voor elkaar zorgen. Ik hoop voor toekomstige patiënten ook net dat kleine verschil te kunnen maken Perry wilde iets terugdoen voor alle goede zorgen en besloot in actie te komen. Hij ging rennen, met als einddoel de marathon van Rotterdam op 13 april. In voorbereiding op de ruim 42 kilometer heeft hij al diverse wedstrijden gelopen. En vanaf het begin vroeg hij familieleden, vrienden en bedrijven om hem te sponsoren. Zijn actie loopt als een trein. Het eerste streefbedrag van euro (100 euro per kilometer) werd al snel gehaald. Inmiddels is het bedrag zelfs verdubbeld, dus ik denk dat een bedrag van euro zeker haalbaar moet zijn, vertelt Perry enthousiast. Hij schenkt de opbrengst van Rennen voor Rien aan het Erasmus MC Kanker Instituut. Het geld zal worden gebruikt voor het opsporen en vastleggen van genetische afwijkingen bij kanker, zodat in de toekomst alle kankertypen met een persoonlijke strijdplan kunnen worden aangepakt. U kunt Perry steunen via 4 5

4 Tekst Gert-Jan van den Bemd Schimmels onder vuur Dit zijn schimmels op speciale kweekplaten. Ze kunnen mycetoma veroorzaken, een infectieziekte waarbij pijnloze ontstekingsplekken aan de voeten optreden, met daarin bolletjes ter grootte van een peperkorrel. Wanneer de ontstekingshaarden zich uitbreiden, kan ook het bot worden aangetast. De ziekte komt vooral voor in landen als Soedan, Somalië, Senegal, India, Jemen, Mexico, Venezuela, Columbia en Argentinië. Naar mycetoma wordt maar weinig wetenschappelijk onderzoek verricht. Maar dat gaat hopelijk veranderen: afgelopen zomer plaatste de World Health Organization (WHO) mycetoma op de lijst van vergeten ziekten. Daardoor is de kans op onderzoekssubsidies vergroot. Dr. Wendy van de Sande, onderzoeker bij de afdeling Medische Microbiologie & Infectieziekten van het Erasmus MC, werkt aan diagnose en behandeling van mycetoma. Ze stelt de schimmels onder andere bloot aan stoffen die hun groei kunnen remmen. Mogelijk leiden haar onderzoeksresultaten tot betere geneesmiddelen. Meer over mycetoma op pagina

5 Tekst Gerben Stolk Beeld Censuur.com Barsten in de publicatievitrine Tolpoorten naar wetenschappelijke vooruitgang Meer dan duizend Erasmus MC ers verrichten dagelijks onderzoek met als doel hun resultaten ooit verwerkt te zien in een publicatie en zo de wetenschap een stukje verder te helpen. Steeds vaker kiezen zij voor publiceren via open access. De voordelen zijn dat je artikel beter vindbaar is, meer wordt gelezen en dus meer geciteerd, vat Frans Mast, hoofd van de Medische Bibliotheek van het Erasmus MC, samen. Onderzoeker Leendert Looijenga: Open access past bij de nieuwe manier van denken over wetenschap bedrijven en bij de nieuwe taal die onderzoekers - óver disciplines heen - met elkaar gaan spreken. Data en resultaten zou je niet binnen de kaders van één wetenschappelijk vakgebied en een daarbij horend tijdschrift moeten plaatsen, maar gemakkelijk en ook in onbewerkte vorm beschikbaar moeten maken voor andere disciplines. Laat anderen op creatieve wijze gebruikmaken van jouw primaire data. Te gewoon De bijzonder hoogleraar noemt als voorbeeld een onderzoek naar micro-rna s. Die komen voor in weefsels, ook in kankerweefsels. Een bepaalde concentratie van micro-rna s in een weefsel zou voor een medicus het sein kunnen zijn dat er sprake is van kanker. Maar dan moet je ter vergelijking wel eerst weten wat het niveau is in gezonde weefsels. Een Amerikaanse onderzoeker heeft dat laatste in beeld gebracht door duizenden gezonde mensen te onderzoeken. Die normale gegevens zijn uiterst relevant voor onderzoeken van mijn wetenschapsgroep, want wij willen de afwijkingen kennen tussen een zieke en gezonde personen. Via open access kunnen wij nu gebruikmaken van data van gezonde mensen. Een groot klassiek wetenschappelijk tijdschrift zou die gegevens normaal gesproken nooit hebben gepubliceerd. Die zou ze als te gewoon hebben beoordeeld. Heeft Looijenga het over een nieuwe taal, dan doelt hij ook op een nieuwe beoordelingswijze van artikelen. Nu wordt de impact van jouw artikel vooral bepaald door het aantal keren dat andere wetenschappers het citeren. En dat heeft weer impact op jouw carrière en financiering van vervolgonderzoek door organisaties. Bij het tot stand brengen van een open access systeem van publiceren, waarbij brede toegankelijkheid en toepasbaarheid minstens zo belangrijk zijn als de citatiescore, zal een beoordelingsvorm moeten worden gerealiseerd die hieraan recht doet. Hoge kosten voorkomen Pas sinds een jaar of vier maken Leendert Looijenga en de leden van zijn onderzoeksgroep gebruik van open access publiceren om nieuwe wetenschappelijke resultaten kenbaar te maken aan collega s in de hele wereld. Toch schat de bijzonder hoogleraar translationele pathooncologie van het Erasmus MC dat al 15 tot 20% van de artikelen waarbij hij en zijn directe collega s betrokken zijn, via deze weg worden gepubliceerd. Hij zegt: Ik raakte geïnteresseerd tijdens een masterclass van voormalig Nobelprijswinnaar Harold E. Varmus. Hij is groot voorstander van open access publiceren. Een belangrijke reden: instellingen kunnen er de hoge kosten voor abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften mee voorkomen. De traditionele situatie is namelijk merkwaardig. Aan de ene kant wordt wetenschappelijk onderzoek betaald met publiek geld. Aan de andere kant zijn de onderzoeksresultaten vervolgens beperkt toegankelijk, omdat de uitgeverij van het tijdschrift geld verlangt voor lezing van de artikelen. Dat je gepubliceerde data achter een betaalmuur zet, is in tegenspraak met de gewenste wetenschappelijke openheid en ontwikkeling. Wetenschappelijke instanties in onderontwikkelde landen hebben bijvoorbeeld vaak niet de middelen om zich te abonneren. Trend Looijenga s belangstelling voor publiceren via open acces past in de trend die Hans Brandhorst constateert. De coördinator elektronisch publiceren van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) vertelt: Alle publicaties die - mede - zijn geschreven door wetenschappers van de EUR en het Erasmus MC, vinden in principe hun weg naar RePub, dat is te beschouwen als een bewaar- en vindplaats voor onze wetenschappelijke artikelen. Ongeveer 55% ervan is inmiddels voor iedereen ter wereld te lezen via open access. Tegelijkertijd wijst Brandhorst erop dat open acces niet altijd zaligmakend is, zeker niet bij het zogeheten golden road principe. Hier is het niet het lezerspubliek dat betaalt, maar de auteur of de organisatie waarvoor de auteur werkt. Die koopt van het digitale tijdschrift 8 9

6 Leren van andermans fouten Een ronde-tafeldiscussie tijdens het lustrum van de Erasmus Universiteit Rotterdam in november stond in het teken van publiceren via open access. Drie punten uit het verslag: het recht om een eigen artikel beschikbaar te stellen aan iedereen die er - gratis - kennis van wil nemen. Dat is een paradox: je betaalt om iets weg te geven wat oorspronkelijk van jouzelf is. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar dan moeten wel alle wetenschappers en instellingen overgaan tot publiceren via open access. Anders dreigen sommige instellingen twee keer fors te moeten betalen: voor de open access publicaties van de eigen wetenschappers én voor de artikelen van wetenschappers van andere instanties in tijdschriften waarvoor je als vanouds een abonnement moet hebben. - Vanuit het ideaal van vrije kennisdeling verklaren veel wetenschappers zich voorstander van open access. Ze realiseren zich echter dat het bestaande systeem publiceren in de belangrijke tijdschriften beloont. Dit verandert pas als open access publiceren de internationale standaard wordt. - Als iedereen overgaat tot publiceren via open access, kunnen alles-overkoepelende zoeksystemen ontstaan. Dat is positief voor een lerende samenleving, kwaliteitscontrole van onderzoek, wetenschappelijke communicatie en verspreiding van bijvoorbeeld vaardigheden, technieken en kennis tussen de meest uiteenlopende groepen. De cruciale vraag is: hoe kan uit deze onvoorstelbaar grote hoeveelheid informatie de kwaliteit worden gefilterd? En hoe kan uiterst gespecialiseerde kennis van de ene groep worden vertaald voor een minder goed ingevoerde groep die er gebruik van zou willen maken voor heel andere doeleinden? - Publicaties via open access leiden vormen ook een uitdaging voor wetenschapscommunicatie richting een breder publiek. Zo kan bijvoorbeeld beter inzichtelijk worden gemaakt hoe wetenschap werkt. Dat helpt de verwachtingen te managen die buitenstaanders hebben van de wetenschap. Wetenschap, neem taken uitgeverijen over Wie dacht dat er alleen klaroengeschal klinkt rondom publiceren via open access, zit er dus naast. De belangrijkste reden: ook hier is er een partij die moet betalen. Frans Mast: In de begintijd, eind jaren negentig, waren het louter ideologische groepen die zorgden voor publicaties op internet. Maar al snel omarmden bestaande uitgeverijen ook deze wijze van publiceren, inclusief een nieuw business-model. Geen melkkoe De uitgeverijen kunnen geld vragen, omdat zij als vanouds het proces van peer reviewing organiseren (zie kadertekst Noodzakelijke rondjes, red.). Mast houdt een pleidooi: Als wetenschappelijke gemeenschap zeggen we niet dat het peer review proces gratis hoeft te zijn. Publiceren is ook een vak en uitgevers mogen best verdienen, maar het mag geen melkkoe worden. Uitgeverijen zouden niet hun aandeelhouders en winst voorop moeten stellen, maar de verspreiding van kennis. Hij voegt toe: Zolang wij als academici het publicatieproces uit handen blijven geven aan commerciële partijen, blijven de hoge kosten in stand. Er is ook wel gesteld dat we als academische gemeenschap zelf het hele proces moeten uitvoeren. We verrichten immers al het onderzoek, schrijven de artikelen, doen het peer reviewen en zijn ook de lezers van het eindproduct. Er zit één schakel in de keten, een partij die het peer review proces organiseert en ervoor zorgt dat het in een tijdschrift komt, en die partij maakt mogelijk woekerwinsten. Niet betalen Hans Brandhorst stelt dat de situatie minder zwart-wit is. Wellicht dat dit wat minder geldt in de biomedische hoek, maar er zijn wel degelijk disciplines waarbij de tijdschriftredacteuren adviezen geven over inhoudelijke of stilistische kwesties. De uitgeverijen zorgen ook voor de vormgeving, plaatsing en administratieve afhandeling. Bovendien is er bij open access ook de mogelijkheid om als auteur niet te betalen voor het recht je artikel beschikbaar te stellen aan collega-wetenschappers. Men spreekt dan van de green road: je publiceert kosteloos een versie van je artikel waarin bijvoorbeeld de laatste opmerkingen niet zijn verwerkt. Dat is dus niet de definitieve versie. Kies je ervoor de definitieve versie te publiceren en daarvoor te betalen, dan volg je de golden road. Nieuwe taal Een van de belangrijkste redenen om te wrikken aan het klassieke model van tijdschriftabonnementen, is dus financieel van aard. Hans Brandhorst: Het wordt steeds duurder allemaal, hoewel er een nuance is. Tijdschriften worden steeds meer in clusters verkocht in plaats van apart. Het kan zijn dat één zo n tijdschrift minder geld kost dan voorheen, maar dat je meer geld kwijt bent omdat je verplicht bent het hele pakket af te nemen. Uitgeverijen zijn hier mede toe overgegaan sinds ze steeds meer tijdschriften voor steeds meer kleine deelgebieden uitbrengen. Mast: Dat komt mede door de hoge publicatiedruk voor wetenschappers. Je moet steeds vaker verantwoording afleggen aan bijvoorbeeld financiers van onderzoek. Soms is dat niet realistisch. Wetenschappers verdunnen hun publicaties daarom weleens: heel kleine stukjes resultaat worden opgeblazen tot een volledig nieuw artikel. Daardoor zijn er in de afgelopen jaren zoveel wetenschappelijke tijdschriften bijgekomen. Brandhorst: Maar de abonnementsbudgetten van de meeste wetenschappelijke instellingen nemen niet navenant toe. Dat maakt het moeilijker hun wetenschappers toegang te blijven bieden tot het forum waar publicaties van andere onderzoekers kunnen worden gelezen. In die situatie kunnen open access publicaties een alternatief zijn. Ontwikkelingslanden bereikt Veel artsen en onderzoekers die onderzoeker Wendy van de Sande bereiken, werken in ontwikkelingslanden en kunnen zich geen dure abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften veroorloven. Daarom koos zij ervoor een artikel over tropische infectieziekte mycetoma te publiceren in een open acces journal: PLOS Neglected Tropical Diseases. Zie ook pagina 52. Op de schouders van reuzen Taart of champagne. Wetenschappers vieren meestal een feestje wanneer een wetenschappelijk tijdschrift hun resultaten publiceert. Waarom is dit zo belangrijk? Publiceren is een levensader voor de wetenschapper, zegt dr. Frans Mast, hoofd medische bibliotheek in het Erasmus MC. Een veelgehoorde kreet is: publish or perish. Publiceer of verga. Je moet publiceren en naam en carrière maken om fondsen te kunnen verwerven voor nieuwe onderzoeken. Maar de belangrijkste - puur wetenschappelijke - reden voor publicatie is dat de auteurs verantwoording afleggen aan onder meer collega-wetenschappers en geldschieters. Mast: Wat uit onderzoek voortkomt, kan voor iedereen interessant zijn. Niet alleen voor wetenschappers, maar ook voor de rest van de maatschappij. Daarom moeten wetenschappelijke bevindingen worden gepubliceerd. Een bekend citaat is: We are standing on the shoulders of giants. Dat zal elke wetenschapper belijden: in je eentje voeg je maar een heel klein stuk toe aan het grote gebouw van de wetenschap. En dat kan je alleen als je hebt kennisgenomen van alle publicaties van je voorgangers. Eenmaal is géén maal Leendert Looijenga: Door je onderzoeksgegevens en -resultaten via een publicatie te delen met anderen, breng je jouw onderzoeksveld verder. Je creëert daarmee de mogelijkheid voor collega s om het onderzoek te herhalen en daarmee te bevestigen of weerleggen. Wanneer iets alleen in jouw laboratorium werkt, heeft niemand er wat aan: eenmaal is géén maal. Noodzakelijke rondjes Hoe krijgt een wetenschapper zijn onderzoeksresultaten gepubliceerd in een papieren of digitaal tijdschrift? Frans Mast: Op een gegeven moment hebben jij, je directe collega-onderzoekers en vaak ook analisten voldoende proeven gedaan om een deelvraag binnen jouw vakgebied te beantwoorden. Dat zet je om in een wetenschappelijk artikel. Je probeer het geplaatst te krijgen in een tijdschrift. Dat is bij voorkeur een tijdschrift waarvan bekend is dat veel wetenschappers eraan refereren in hún artikelen. Want hoe hoger de zogeheten citatiescore van jouw artikel, hoe groter de impact - ook op je carrière. Toonaangevend Wie bepaalt of de tekst wordt geplaatst? Mast: De hoofdredacteur bekijkt over welk thema het artikel gaat en stuurt het - wanneer het als interessant gezien wordt - door naar internationaal gerenommeerde en toonaangevende wetenschappers binnen dit thema. Deze peer reviewers geven een oordeel: geaccepteerd voor publicatie, afgewezen of geaccepteerd op voorwaarde dat de auteurs commentaar van de peer reviewers verwerken. In het laatste geval volgen nog een of meer reviewrondjes en kan uiteindelijk het artikel met de buitenwereld worden gedeeld. Looijenga: Het reviewproces is waardevol, een belangrijke factor voor kwaliteit, want je kunt als wetenschapper dingen in je onderzoek over het hoofd hebben gezien

7 Tekst Gert-Jan van den Bemd Prepareren Prof. dr. Hans van Leeuwen benadrukt dat EV s ook een rol kunnen spelen bij ziekteprocessen, zoals kanker: Onderzoekers van Cornell University in New York hebben vorig jaar aangetoond dat melanoomcellen (een vorm van huidkanker, red.) EV s afgeven die het voor de kankercellen eenvoudiger maken om uit te zaaien naar andere weefsels. Mogelijk zitten er factoren in de blaasjes die andere weefsels prepareren op de komst van de tumorcellen. Misschien dat de tumorcellen daardoor minder agressief worden aangepakt en zich zo eenvoudiger in andere weefsels kunnen nestelen. Bijzondere blaasjes Cellen blijken te communiceren via blaasjes. Die ontdekking biedt mogelijkheden om ziekten te behandelen. Zo praten cellen met elkaar Vanwege die interactie ontstond bij ons het idee dat osteoblasten misschien via EV s met stamcellen communiceren, zegt Morhayim. We wisten uit de wetenschappelijke literatuur dat osteoblasten blaasjes afgeven. Die spelen bijvoorbeeld een rol in de vorming van de structuur die bot zijn sterkte en elasticiteit verleent. Wij wilden uitzoeken of ze ook een rol spelen in de communicatie met stamcellen. We werken hierbij nauw samen met prof. dr. Jan Cornelissen van de afdeling Hematologie van het Erasmus MC. Toename De onderzoekers kweekten osteoblasten in het laboratorium en isoleerden de EV s die door de cellen werden afgegeven. Daarna werden de EV s samengebracht met cellen die uit navelstrengbloed waren verzameld. Morhayim: De EV s gaven we een fluorescerend labeltje, zodat we ze onder een microscoop konden volgen. Op die manier hebben we kunnen vaststellen dat bepaalde EV s de stamcellen inderdaad binnendringen. Maar dat was nog niet alles. Na tien dagen zagen we een duidelijke toename van het aantal stamcellen. De EV s zetten stamcellen blijkbaar aan tot vermeerdering. Met de hulp van onderzoekers van de afdeling Hematologie hebben we kunnen vaststellen dat het inderdaad gaat om vroege voorlopercellen die zich onder invloed van EV s gaan vermeerderen. Goodiebag Van Leeuwen: We weten nog niet welke factor of factoren in de blaasjes verantwoordelijk zijn voor dit effect. Je kunt de blaasjes beschouwen als een goodiebag, een tas vol onbekende pakjes. We moeten nog veel werk verrichten om de functies van de diverse eiwitten, micro-rna en andere stoffen te ontrafelen. Morhayim: Op dit moment zijn we bezig om de eiwitten te analyseren die zich in de blaasjes bevinden. We hebben al een paar interessante eiwitten gevonden waar we in detail naar gaan kijken. Ook de analyse van de micro-rna s is veelbelovend. Behalve micro-rna s waarvan de functie nog onduidelijk is, hebben we ook micro-rna s gevonden die een rol spelen in hematopoëse, de vorming van bloedcellen. Mogelijk zijn ze betrokken bij de toename van het aantal stamcellen die we tijdens onze kweekexperimenten hebben waargenomen. We hopen dat we in de toekomst zoveel van de EV s te weten komen, dat we het proces van stamcelvermeerdering op een veilige manier zelf kunnen beïnvloeden. Als we dát onder de knie hebben, komt het gebruik van stamcellen uit de navelstreng voor bijvoorbeeld de behandeling van leukemie dichterbij, zegt Van Leeuwen. Ze zijn maar klein, de diameter varieert tussen de 10 en nanometer (dat is 100 tot maal dunner dan een hoofdhaar), maar het belang van extracellular vesicles (EV s), zoals ze officieel heten, moet niet worden onderschat. Via uitscheiding door de ene en opname door de andere cel, kunnen zij signalen overbrengen. Jess Morhayim, promotieonderzoeker bij de afdeling Inwendige Geneeskunde van het Erasmus MC, heeft zich vol overgave op de blaasjes gestort: Ze komen in verschillende lichaamsvloeistoffen voor: in bloed, urine en moedermelk. In EV s bevinden zich allerlei moleculen, zoals eiwitten, maar ook andere stofjes, waarmee bepaalde processen in de gastheercel (de cel die de blaasjes opneemt, red.) kunnen worden beïnvloed. Er zijn bijvoorbeeld blaasjes die micro- RNA s bevatten. Daarmee kunnen cellen de productie van eiwitten reguleren. Prof. dr. Hans van Leeuwen is hoofd van het laboratorium voor Calcium- en Botstofwisselingsonderzoek en begeleider van Morhayim: Het is nog niet duidelijk of alle blaasjes bij de gastheercel naar binnengaan of aan de buitenzijde hechten en hun inhoud dan vrijlaten in de cel. Misschien vinden beide processen plaats. En ook over de blaasjes zelf bestaat nog onduidelijkheid. Er zijn EV s die ontstaan door insnoering van de celmembraan (dat de binnenkant van een cel scheidt van de buitenkant, red.), andere ontstaan in de cel en mogelijk ontstaan ze ook wanneer een cel doodgaat. Interactie Morhayim en Van Leeuwen zijn vooral geïnteresseerd in de rol van EV s in relatie tot bloedstamcellen en osteoblasten, de cellen die betrokken zijn bij de vorming van botweefsel. Waarom is het verband tussen die twee celtypen zo interessant? Morhayim: Hematopoëtische stamcellen of bloedstamcellen zijn de voorlopers van alle bloedcellen. Bij patiënten met een bloedziekte zoals hemofilie (waarbij de stolling is verstoord, red.) of leukemie kunnen bloedstamcellen van een gezond persoon worden getransplanteerd om de vorming van gezonde cellen te herstellen. Stamcellen kunnen verkregen worden uit het beenmerg, maar komen ook in het bloed voor. Alleen zijn de stamcellen van een donor niet zomaar geschikt voor elke patiënt. Net als bij een nier- of levertransplantatie moeten de stamcellen matchen met de ontvanger. Een alternatieve bron van stamcellen is het bloed uit de navelstreng. Hierin bevinden zich vroege voorlopers van stamcellen die eerder door de ontvanger worden geaccepteerd. Nadeel is weer dat het aantal stamcellen dat uit de navelstreng gewonnen kan worden, laag is. Om een volwassen patiënt te behandelen heb je meer stamcellen nodig. In het beenmerg liggen stamcellen in de buurt van osteoblasten, vervolgt Van Leeuwen. Dat zijn botvormende cellen, maar ze doen veel meer dan dat. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat stamcellen in hun vroege stadium van ontwikkeling blijven. In feite bepalen ze zo voor een belangrijk deel het immuunsysteem, want zo reguleren ze ook de vorming van afweercellen. Er bestaat tussen osteoblasten en stamcellen een sterke interactie. Wetenschappers uit de hele wereld die zich bezighouden met het onderzoek naar EV s, hebben zich verenigd In de lift in de ISEV, de International Society for Extracellular Vesicles. Prof. dr. Hans van Leeuwen: Het is een onderzoeksveld dat duidelijk in de lift zit. Twee jaar geleden, bij de eerste bijeenkomst van de ISEV, waren er zo n 200 wetenschappers, een jaar later zaten we al op 800. Ik verwacht dat we dit jaar met ongeveer wetenschappers van over de hele wereld samenkomen. Dit jaar vindt het congres in Rotterdam plaats. Ook binnen het Erasmus MC werken inmiddels meerdere onderzoeksgroepen aan de blaasjes. Het Erasmus Extracellular Vesicles Platform werd opgericht, zodat wetenschappers in huis kennis met elkaar kunnen delen. Momenteel lopen er al studies naar de rol van EV s bij botvorming, botmetastase (de uitzaaiing van kankercellen naar het bot), prostaatkanker en leverziekten. De samenwerking heeft al tot successen geleid. Zo heeft onderzoek door dr. Luc van der Laan van de afdeling Heelkunde uitgewezen dat de blaasjes betrokken zijn bij de overdracht van het hepatitis C virus naar levercellen. De blaasjes zorgen ervoor dat het virus minder gevoelig is voor antistoffen. Dat is belangrijke informatie voor de behandeling van deze ernstige leverziekte, aldus Van Leeuwen. Meeting voor EV fans Alle wetenschappers die zich (gaan) bezighouden met het onderzoek naar extracellular vesicles zijn van harte welkom tijdens de derde ISEV meeting, die van 30 april tot en met 3 mei wordt gehouden in De Doelen in Rotterdam. Meer info:

8 Tekst Gert-Jan van den Bemd Leven met en ná borstkanker Ondanks alles heb ik een leuk, gezellig bestaan Bij Ilonka Verschoor (31) uit Nieuwe-Tonge was het glas altijd halfvol. Totdat ze in 2011 te horen kreeg dat ze borstkanker had. Haar wereld stortte in, maar toch pakte ze de draad weer op. Ik geniet nu veel meer van kleine dingen. Ik was altijd in de veronderstelling: ik heb het niet Het is begonnen met twee nichtjes van mijn moeder. Zij hadden een agressieve vorm van borstkanker en een tante van hen was aan borstkanker overleden. Na onderzoek bleek dat zij draagster waren van een gemuteerd BRCA1 gen (zie Kader Hoog risico-genen, red.). Het gen werd ook bij hun oom, dus bij mijn opa, aangetoond, dus was het logisch dat ook mijn moeder en haar broer en zussen werden gescreend. Alleen mijn moeder bleek draagster te zijn. Toen zij een afspraak had bij de locatie Daniel den Hoed van het Erasmus MC ben ik met haar meegegaan. Ik heb me niet direct zelf laten onderzoeken. De artsen gaven me het advies om eerst zoveel mogelijk stabiliteit in mijn leven te krijgen. Mijn vriend Robbert en ik moesten heel veel dingen regelen: we hadden net een huis gekocht, we hadden trouwplannen, ik was op zoek naar een baan, we moesten uitzoeken wat de beste ziektekostenverzekering was... En ik wilde er ook goed over nadenken óf ik het wel wilde weten. Je wordt voor keuzes gesteld waarvan je maar moeilijk kunt inschatten wat de gevolgen zullen zijn. Het is goed om daar een tijd bij stil te staan. In die periode ben ik wel elk halfjaar met een MRI-scanner onderzocht op borstkanker, maar ik heb me pas laten testen op het BRCA1 gen toen alles in mijn leven zo n beetje op orde was. Ik was altijd in de veronderstelling: ik heb het niet. Ik ben altijd positief ingesteld. Als mij wordt gezegd dat ik 50% kans heb dat ik draagster van het gen ben, dan denk ik dat ik 50% kans heb dat ik het niet heb. Begin 2009, ik was 26, kwam de uitslag. Kinderwens Ik bleek toch draagster te zijn. Natuurlijk viel dat tegen, want ik was daar niet van uitgegaan. Borstkanker kwam binnen mijn familie wel voor, Hoog risico-genen BRCA1 en BRCA2 zijn genen die coderen voor eiwitten die betrokken zijn bij het repareren van DNA schade. Wanneer de genen gemuteerd zijn (kleine veranderingen bevatten), verloopt het herstelproces niet goed en is het risico op borst- en eierstokkanker sterk toegenomen. De kans dat een vrouw met een BRCA1 of BRCA2 mutatie borstkanker krijgt, is 60-80%. Circa 20% van de vrouwen met erfelijke borstkanker heeft een BRCA1 of BRCA2 mutatie. maar was voor mij toch behoorlijk ver weg. Veel BRCA1 draagsters maken borstkanker van heel dichtbij mee; een zus, een moeder of een tante die de ziekte krijgt. Bij mij was dat niet zo. Ik ben best wel een paar dagen van slag geweest, maar ik pakte de draad weer vrij snel op. Ik zou ervoor gaan vechten dat het gen bij mij nooit actief zou worden. Ik wilde niet direct mijn borsten laten verwijderen. Voor mijn vrouw-zijn vond ik ze te belangrijk. Ik wist dat ze me ziek konden maken, maar ik was er toen nog niet aan toe. Mijn man en ik wilden heel graag kinderen, daarna zou ik mijn borsten pas willen laten verwijderen. We hebben gekozen voor PGD (zie Kader Embryoselectie, red.), want ik wilde het BRCA1 gen absoluut niet doorgeven aan mijn kinderen. Met PGD worden de bevruchte eicellen eerst onderzocht. Alleen de embryo s zonder fouten in het BRCA1 gen komen in aanmerking voor plaatsing in de baarmoeder. In 2010 heb ik de eerste behandeling ondergaan. Alle gesprekken, onderzoeken, de in-vitrofertilisatie (IVF) en embryoselectie hebben plaatsgevonden in academisch ziekenhuis Maastricht. Dat verliep op zich heel goed. Maar van de bevruchte eicellen was er maar één geschikt en die heeft zich helaas niet genesteld. We moesten dus weer het hele traject doorlopen. Drie maanden later kwamen we in aanmerking voor een nieuwe poging. Maar zover kwam het niet. Echt ziek Ik weet het nog als de dag van gisteren. Op 8 maart 2011 was de uitslag van de MRI bekend. Ik had het idee dat ik even om een oké-briefje ging, zodat ik met een gerust hart met de tweede IVF procedure kon starten, maar het liep totaal anders. Ik had borstkanker. Mijn wereld stortte in. Ik was verdoofd. Het eerste wat ik dacht was: ik wil naar huis, maar bij de locatie Daniel den Hoed van het Erasmus MC hadden ze achter de schermen alles al voorbereid. Alle vervolgafspraken waren al gepland. Dat was wel heel fijn. Binnen twee weken na het slechte nieuws ben ik geopereerd. Er is eerst een borst-besparende operatie gedaan en drie weken daarna is de chemotherapie gestart. Toen werd ik pas écht ziek. Ik moest zes kuren ondergaan. Bij de tweede had ik al geen haar meer. Ik had lang haar en ik had mezelf voorgenomen dat ik alles af zou laten scheren als het zou gaan uitvallen. Mijn zusje is kapster en zij heeft het afgeschoren. Ik heb een pruik gekocht, maar die beviel niet. Ik heb in de fase van de chemothe

9 Bij het Erasmus MC hadden ze achter de schermen alles al voorbereid. Dat was wel heel fijn Kanker lijkt op een rouwproces, je raakt eerst in een ontkenningsfase rapieën sjaaltjes en doekjes gedragen. De chemo heeft ook littekens achtergelaten. Mijn haar is wel teruggekomen, maar mijn wenkbrauwen zijn bijvoorbeeld niet zo mooi vol meer als vroeger. Met elke kuur werd het zwaarder, zowel geestelijk als lichamelijk. Ik kreeg steeds meer bijwerkingen: misselijkheid, ontstekingen in mijn mond, bloed in mijn urine. Ik werd ook depressief van de medicatie. Mijn lichaam raakte uitgeput, de muren kwamen op me af. De eerste acht dagen na elke kuur voelde ik me belabberd, maar zodra het weer wat beter ging, wilde ik er ook goed uitzien. Bij een modewinkel, een dorp verderop, hebben ze me geholpen om leuke sjaaltjes bij mijn kleding te vinden. Ik heb veel steun uit mijn omgeving gehad. Mijn man, mijn familie en vriendinnen waren er altijd. Ze zorgden ervoor dat we iets leuks gingen doen als ik me weer wat beter voelde. Dankzij hen kon ik bijvoorbeeld het vrijgezellenfeestje van mijn zusje organiseren. Ik ben ze heel dankbaar voor die steun. Zonder hen was ik er nooit zo positief doorheen gekomen. Ik heb tijdens de chemotherapie een hond gekocht: Tux, een bruine labrador. We hadden vroeger thuis ook een hond. Als ik me niet zo lekker voelde, bracht mijn moeder die altijd langs, zodat ik niet zo alleen was. Daarom wilde ik nu ook graag een hond. Ik heb veel steun aan hem gehad. Als ik alleen op straat kwam, werd ik aangesproken over mijn ziekte, maar als ik samen met Tux liep, hadden we vaker een praatje over de hond. Dat vond ik veel prettiger. Embryoselectie PGD staat voor Preïmplantatie Genetische Diagnostiek. Eerst vindt er een IVF-behandeling plaats. Hierbij wordt - na bevruchting van eicellen met zaadcellen buiten het lichaam - één cel afgenomen van embryo s die drie dagen oud zijn. Deze cel wordt in het laboratorium onderzocht, bijvoorbeeld op de aanwezigheid van mutaties in het BRCA1 gen. Op basis hiervan wordt op de vierde of vijfde dag na de bevruchting besloten welke embryo s in aanmerking komen voor plaatsing in de baarmoeder. De kans op zwangerschap na terugplaatsing is ongeveer 25%. De embryoselectie vindt in Nederland alleen in academisch ziekenhuis Maastricht plaats, de verdere behandeling is ook mogelijk bij het UMC Utrecht, het UMC Groningen of het AMC in Amsterdam. Meer informatie: Terugslag Na de chemotherapie volgden de bestralingen: vier tot vijf keer per week, 29 keer in totaal. Het was vooral vermoeiend, omdat ik iedere dag naar Rotterdam moest, maar het was een opluchting dat ik me niet zo ziek voelde als bij de chemo. Ik kon ook weer af en toe langs bij het Spijkenisse Medisch Centrum (SMC), waar ik voor mijn ziekte als pedagogisch medewerker werkzaam was. Dat had ik ontzettend gemist. Mijn werk is zo ongeveer mijn hobby. Tijdens de chemo mocht ik daar niet komen, omdat mijn weerstand te zwak was. Na de laatste bestraling wilde ik direct aan de slag: werken, sporten, weer wat gaan dóen. Maar in december kwam de terugslag en stortte ik in. Toen besefte ik pas wat er gebeurd was. Kanker lijkt op een rouwproces, je raakt eerst in een ontkenningsfase. Dat had ik ook. Ik voelde me geen patiënt meer, maar je moet zoiets ingrijpends natuurlijk wel eerst op een rijtje zetten. Bij de Vruchtenburg (centrum voor psychologische begeleiding van mensen met (en na) kanker en hun naasten, red.) heb ik psychologische ondersteuning gekregen. Dat heeft me goed geholpen. Bewuster In 2013 zijn mijn borsten verwijderd en protheses geplaatst. Daar keek ik erg naar uit. Ook om de ziekte af te kunnen sluiten. De laatste jaren bestond voor een groot deel uit wachten, wachten en nog eens wachten. Maar ondanks alles heb ik een leuk, gezellig leven. Ik ben door mijn ziekte veel bewuster gaan leven. Ik geniet nu veel meer van kleine dingen. Als ik de hond uitlaat en ik zie de koeien in de wei rennen, ga ik daar ook echt even naar staan kijken. Om heel veel dingen maak ik me niet meer druk. Inmiddels probeer ik de draad weer op te pakken. De komende weken werk ik op therapeutische basis in het SMC, voornamelijk op de polikliniek, waar ik ouders opvoedingsadviezen geef. Zij hebben bijvoorbeeld een onrustige baby of een kind met eet- of slaapproblemen. Ik observeer het gedrag van de kinderen en stel een behandelplan op. Mijn man en ik zouden nu heel graag kinderen krijgen, maar vanwege de chemotherapie moet eerst worden vastgesteld of ik nog wel vruchtbaar ben. Voor adoptie kom ik waarschijnlijk niet in aanmerking, want daarvoor moet je tien jaar kankervrij zijn. Maar dan ben ik alweer veertig en is mijn leeftijd weer een probleem. Dat was wel weer een teleurstelling. We hebben ondertussen wel de cursus pleegzorg gedaan. Er zijn heel veel kinderen, ook in Nederland, die een goed, warm gezin nodig hebben. Maar voor we definitief beslissen, wil ik de uitslag van het vruchtbaarheidsonderzoek afwachten. 16 Monitor maart

10 Tekst Gert-Jan van den Bemd Beeld Helen van Vliet Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis Topzorg mét persoonlijke aandacht Dát is de kern van ons centrum: snel en efficiënt waar het kan, en inzet van al onze expertise waar nodig Werken binnen het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis is als het slijpen van een diamant: er zitten zoveel facetten aan dit werk en bij elk vlakje dat we weten te optimaliseren gaat de diamant feller stralen, zegt oncologisch chirurg dr. Linetta Koppert. Eén centrum waar alle vrouwen met borstkanker terechtkunnen. Maar de ene vorm van borstkanker kun je niet vergelijken met de andere en niet iedereen heeft dezelfde zorg nodig. Bij het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis worden de patiënten direct geselecteerd voor de meest passende behandeling. Dr. Linetta Koppert, oncologisch chirurg gespecialiseerd in borstkanker en een van de initiatiefnemers van het centrum: We gaan op de drempel bepalen wie er door welke voordeur naar binnen gaat. Een jonge vrouw met een kinderwens die door de chemotherapie onvruchtbaar zou kunnen worden, wordt behandeld bij het Erasmus MC. Het gaat dan vaak om een zeer ingrijpende ziekte met grote gevolgen voor de patiënt. Voor dergelijke patiënten is maximale zorg noodzakelijk. Een vrouw bij wie het bevolkingsonderzoek een vlekje op de borst aan het licht heeft gebracht, kan bij het Havenziekenhuis Rotterdam terecht. Daar wordt ze zo snel mogelijk geopereerd, maar de behandelkeuzes worden gemaakt in een gezamenlijk multidisciplinair overleg. Dát is de kern van ons centrum: snel en efficiënt waar het kan, en inzet van al onze expertise waar nodig. Verhoogd risico Behalve selectie op de drempel is het multidisciplinair overleg een belangrijke troef van het centrum: vanuit diverse disciplines wordt samengewerkt: oncologische chirurgie, interne oncologie, plastische chirurgie, radiotherapie, klinische genetica, pathologie, psychologie, verpleegkunde... Hoe zorg je ervoor dat er ondanks die diversiteit een eenheid ontstaat? Koppert: We zien elkaar meerdere keren per week. Op zo n bijeenkomst wordt een patiënt gepresenteerd, bijvoorbeeld een jonge vrouw met een moeder die op haar veertigste aan een kant borstkanker kreeg en vijftien jaar later aan de andere kant. De jonge vrouw vraagt zich af of ze getest moet worden op erfelijke aanleg voor borstkanker. We bekijken dan met elkaar de stamboom van haar familie en zien dat een nicht van de moeder ook op jonge leeftijd borstkanker heeft gehad. In dat geval is er dus een reële kans dat de jonge vrouw door een genetische mutatie een verhoogd risico op borstkanker heeft. Ze wordt doorgestuurd naar een klinisch geneticus die dat definitief kan vaststellen. Als de vrouw draagster van een risicogen blijkt te zijn, moet de meest geschikte behandeling worden gekozen: opereren, bestralen, chemotherapie of een combinatie daarvan. Maar er moeten meer beslissingen worden genomen. Wil de vrouw haar borsten gedeeltelijk behouden en moet er een borstreconstructie plaatsvinden? En kan dat wel? Dat zijn vraagstukken waarbij de plastisch chirurg een belangrijke rol speelt. Rapportcijfer Het verder verbeteren van de zorgkwaliteit is het hoofdoel van het centrum. Maar wat is kwaliteit? Koppert: Goeie vraag. We voeren nu gesprekken met zorgverzekeraars om te achterhalen hoe zij daar tegenaan kijken. Wat zijn voor hen criteria om zorg bij een bepaald ziekenhuis in te kopen? En met diverse ziekenhuizen uit de regio zijn we bezig om pér patiënt kwaliteitskenmerken te registreren. Ik zal een paar voorbeelden geven. Hoe vaak komt het voor dat, nadat de kanker is verwijderd, een tumor na enkele jaren terugkomt? Als dat bij een bepaald ziekenhuis relatief vaker voorkomt, dan zegt dat iets over de kwaliteit van de zorg. Natuurlijk moet je rekening houden met de aard van de tumoren (sommige vormen van kanker zijn veel agressiever dan andere, red.) en met bijkomende ziekten. Maar je kunt ook meer bedrijfsmatig kijken: hoelang duurt het voordat een vrouw de uitslag hoort nadat er een biopt (een stukje weefsel voor onderzoek, red.) is weggenomen? En natuurlijk wil je ook van de patiënten zélf horen wat zij van de geboden zorg vinden. Op de website www. zorgkaartnederland.nl kunnen patiënten rapportcijfers geven aan artsen die hen hebben behandeld. Afstemmen Hoe kun je de kwaliteit verhogen? Koppert: Alles wat we doen houden we tegen het licht en steeds stellen we dezelfde vraag: kan er iets verbeterd worden? Zijn de protocollen 18 19

11 Tekst Gert-Jan van den Bemd Dankzij wetenschappelijk onderzoek kunnen wij baanbrekend zijn die worden gehanteerd niet verouderd? En zijn ze aantoonbaar beter dan de alternatieve methoden? Het kan betekenen dat mensen anders moeten gaan werken of dat bepaalde taken komen te vervallen. Omdat we binnen het centrum nauw gaan samenwerken, worden alle processen op elkaar afgestemd. Uniformiteit is het sleutelwoord. Baanbrekend en verbindend Het Erasmus MC verenigt patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Met de oprichting van het Academisch Borstkankercentrum komt daar het ondernemerschap bij. Die combinatie voelt voor de oncologisch chirurg als een natuurlijke jas. Het maken van bedrijfsmatige keuzes is zeker niet eenvoudig, maar het is essentieel. Als academisch ziekenhuis moeten we ons concentreren op de meer complexe aandoeningen. De keuze wordt idealiter bepaald door het wetenschappelijk onderzoek. Daar ligt onze kracht. En dankzij wetenschappelijk onderzoek kunnen wij baanbrekend zijn. Natuurlijk dragen we ook verantwoordelijkheid voor andere aspecten van de gezondheidszorg. Daarom is het belangrijk dat we verbindingen aangaan met de zorginstellingen in de regio. Ik denk dat die benadering de borstkankerzorg in de regio alleen maar zal versterken, zegt Koppert beslist. Wat drijft de plastisch chirurg? Niet levensreddend, wél verbeterend Niet veel mensen zullen borstkanker en plastische chirurgie met elkaar in verband brengen. Toch is dit specialisme steeds belangrijker geworden, vooral voor de kwaliteit van leven. Vraag van buiten Elke maandagochtend wordt een joint clinic gehouden: een team bestaande uit een radiotherapeut, oncologisch chirurg, internist-oncoloog en plastisch chirurg bespreekt dan patiënten die door specialisten uit het land zijn doorgestuurd. Het betreft vrouwen met een complexe vorm van borstkanker waar de arts in het eigen ziekenhuis niet goed raad mee weet. De tumor is bijvoorbeeld ver doorgedrongen in het spierweefsel of de botten van de borstkas. Door de aanwezigheid van al die Erasmus MCspecialisten is direct vast te stellen of een bepaalde behandeling wel of niet uitvoerbaar is. Kan de tumor volledig worden verwijderd? En kan het gat dat dan ontstaat worden opgevuld met een weefsellap van de buik of bil? Empathisch Wanneer is Koppert tevreden? Elke patiënt die we hier behandelen moet kunnen zeggen: Ik krijg topzorg mét persoonlijke aandacht. Die aandacht vereist dat al onze medewerkers als mens heel veel in hun werk moeten stoppen. Empathisch vermogen, daar draait het om. Voor mij persoonlijk is dat ook de reden waarom ik voor dit vak heb gekozen. Aan Koppert zal het niet liggen: op krijgt ze van haar patiënten een 9,2. Plastisch chirurg dr. Eveline Corten is blij dat ze kan toelichten wat haar vak behelst: Het beeld dat veel mensen van ons beroep hebben is niet juist: we zijn geen botox-spuitende, zakkenvullende borstvergroters. De cosmetische plastische chirurgie omvat maar zo n tien tot vijftien procent van ons vakgebied. De wantoestanden die in de media worden belicht, hebben meestal niets met ons vak te maken. Iedere basisarts kan in principe in mensen gaan snijden om het uiterlijk te verfraaien. Dat zijn dus geen plastisch chirurgen. Maar als er iets fout gaat, ondervinden wij daar wél imagoschade van. Het is belangrijk om te weten dat we met ons vak een belangrijke bijdrage leveren aan het welzijn van vrouwen die geopereerd zijn aan borstkanker. Corten is een van de zes plastisch chirurgen van het Erasmus MC die zich bezighouden met reconstructieve chirurgie van het hoofdhalsgebied, het aangezicht en de borsten. Dat laatste is een belangrijk onderdeel van het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis. Zij zegt: Vroeger was de behandeling van borstkanker vooral gericht op het aanpakken van de tumor en overleven, maar dankzij betere behandelingen overleven meer patiënten en ontstaat meer aandacht voor kwaliteit van leven. Inmiddels ondergaan steeds meer vrouwen die aan borstkanker worden geopereerd een gedeeltelijke of volledige borstreconstructie. Wat is het doel van de reconstructie? Een plastisch chirurg zal ernaar streven dat vorm en functie zoveel mogelijk worden hersteld. De functie van een borst wordt vooral bepaald door het psychologisch aspect, door het lichaamsbeeld: hoe belangrijk vindt een vrouw haar borsten? Dat is heel persoonlijk. Voor sommige vrouwen zijn ze niet zo belangrijk, voor andere is het een voorwaarde voor een goede kwaliteit van leven. Bij de vrouwen die kiezen voor een reconstructie wordt, na verwijdering van het tumorweefsel door de oncologisch chirurg, door mij of een van mijn collega s een nieuwe borst gevormd. Daarbij maken we gebruik van protheses, lichaamseigen weefsel of een combinatie daarvan. Protheses hebben als nadeel dat ze door het lichaam als vreemd worden herkend, ook al is de prothese perfect van kwaliteit. Het lichaam kapselt de prothese in en dat kan uiteindelijk hard en pijnlijk worden. Als een vrouw van 30 een borstprothese krijgt, is de kans reëel dat zij die later in haar leven een keer moet laten vervangen. Bij een reconstructie met lichaamseigen weefsel speelt dat probleem niet. Een borst die van eigen materiaal is gereconstrueerd, voelt ook het meest natuurlijk aan. Daar staat tegenover dat het technisch de meest uitdagende reconstructie is. Het weefsel dat we daarvoor gebruiken, wordt meestal uit de buik gehaald. De borstreconstructie vindt soms aansluitend aan de oncologische ingreep plaats in dezelfde operatie, soms pas een hele tijd later. Waarom niet altijd direct aansluitend? Bij preventieve borstamputaties combineren we 20 21

12 Tekst Gert-Jan van den Bemd Dankzij betere behandelingen overleven meer patiënten en ontstaat meer aandacht voor kwaliteit van leven aansluitend aan de oncologische ingreep plaats in dezelfde operatie, soms pas een hele tijd later. Waarom niet altijd direct aansluitend? Bij preventieve borstamputaties combineren we het verwijderen van de borsten vaak met een reconstructie. Het gaat dan meestal om jonge vrouwen die draagster zijn van het BRCA1 of 2-gen. Die vrouwen hebben een vergrote kans op borstkanker en bij hen kunnen de borsten preventief verwijderd worden. Op dat moment weten we vrijwel zeker dat er geen tumoren aanwezig zijn. Maar er wordt sowieso met beeldvormende technieken gecontroleerd of er sprake is van borstkanker en er wordt voor de zekerheid weefsel opgestuurd naar de afdeling Pathologie voor onderzoek. Ook vrouwen bij wie je vrijwel zeker weet dat de tumor volledig is weggenomen, kunnen in aanmerking komen voor een gecombineerde operatie. Dat zijn bijvoorbeeld vrouwen bij wie de tumor in een vroeg stadium is ontdekt. Soms kiezen die patiënten voor een complete verwijdering van de borst, omdat dat rust in hun hoofd geeft. In zo n situatie is een directe reconstructie ook vaak mogelijk. Maar soms is dat niet verstandig of zelfs niet mogelijk. Wij weten dat het bij geplande radiotherapie verstandig kan zijn om te wachten met de reconstructie. Geplande radiotherapie geeft enerzijds meer kans op chirurgische problemen direct na de operatie (bijvoorbeeld het afsterven van de huid), anderzijds op kapselvorming bij een prothese, jaren na de operatie. Daarnaast is bij een vrouw die veel rookt de kans op complicaties aanzienlijk. Ik begin tegen een patiënte die rookt niet over het risico op longkanker. Wat in deze situatie veel relevanter is, is dat roken de bloedvaten vernauwt. Een wond geneest doordat er bloed naartoe gaat met zuurstof en voedingsstoffen. Als de bloedtoevoer wordt belemmerd, zal de wondgenezing niet goed verlopen. Vrouwen die roken, krijgen dus het dringend advies om daarmee te stoppen. Extreem overgewicht is ook een complicerende factor. Een reconstructie bij een vrouw met een body mass index (BMI) boven de 30 en zware borsten heeft een verhoogde kans op chirurgische - en medische problemen, bijvoorbeeld bij de wondgenezing. Een vrouw met een BMI van 35 moet bijvoorbeeld eerst tien kilogram afvallen voordat we aan een reconstructie kunnen beginnen. Wat dat betreft ligt er ook een stuk verantwoordelijkheid bij de patiënt. Is het essentieel dat de plastisch chirurg de reconstructies uitvoert of kan de oncologisch chirurg dat ook zelf? Uiteraard kunnen de oncologisch chirurgen de plastisch chirurgische principes toepassen bij bijvoorbeeld borstsparende operaties. Maar voor een echte reconstructie mist de oncologisch chirurg de juiste training. Een plastisch chirurg heeft twee jaar algemene heelkunde en vier jaar specialisatie tot plastisch chirurg doorlopen. Tijdens dat traject leer je hoe je wonden, veroorzaakt door bijvoorbeeld een ongeluk, kanker of een operatie, door weefselverplaatsingen kunt dichtmaken. Een oncologisch chirurg denkt anders. Zijn of haar belangrijkste doel is: hoe zorg ik dat de tumor weg is? Zij hoeven zich daarbij geen zorgen te maken over het gat dat in het lichaam ontstaat. Het is de taak van de plastisch chirurg om dat gat, ook wel defect genoemd, weer te dichten. Natuurlijk overleggen we met elkaar om de tumor zó te verwijderen, dat de schade zoveel mogelijk beperkt blijft. Dus het is toch teamwerk? Ja, binnen het Academisch Borstkankercentrum werken we intensief samen. De betrokken specialisten zien elkaar tijdens het multidisciplinair overleg. Oncologisch chirurgen, plastisch chirurgen, radiologen, radiotherapeuten, oncologisch internisten en pathologen bespreken dan de patiënten die kort daarna worden geopereerd of al zijn geopereerd. Tijdens die bijeenkomsten leren we heel veel van elkaar, omdat iedereen vanuit de eigen expertise naar de patiënt kijkt. We delen onze kennis en inzichten. Maar iedere specialist heeft eigen belangen. Een ingreep van de oncologisch chirurg kan het werk van de plastisch chirurg extra lastig maken, bijvoorbeeld omdat er een groot wondgebied ontstaat. We houden rekening met elkaar, we gaan voor het beste resultaat, maar het belangrijkst is dat de tumor wordt verwijderd. Wij beginnen ook pas aan een reconstructie als de oncologisch chirurg dat verantwoord vindt. Ziet de plastisch chirurg de patiënt zelf ook voor de operatie? Ja, het is belangrijk dat we de patiënten persoonlijk zien en spreken. Dat geeft ons inzicht in wat er wel en niet mogelijk is. En we geven voorlichting. Dat is een belangrijk aspect van ons werk. De patiënt moet weten waar zij aan toe is. Vrouwen moeten goed worden voorgelicht over de keuzes die zij kunnen maken. Natuurlijk kunnen zij beslissen om geen borstreconstructie te ondergaan, maar dan moet die beslissing gemaakt zijn op basis van goede informatie, niet vanwege het ontbreken daarvan. Het hele pakket Van screening tot complexe zorg De kracht van het Academisch Borstkankercentrum: iedereen wordt behandeld op de plaats waar dat het beste kan, zegt chirurg dr. Jet van Dam. Zij levert haar bijdrage vanuit het Havenziekenhuis Rotterdam. De vorming van het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC- Havenziekenhuis is volgens dr. Jet van Dam, chirurg in het Havenziekenhuis, een logische stap: Natuurlijk is er de bestuurlijke link : het Havenziekenhuis is een zelfstandige dochter van het Erasmus MC. Maar er zijn ook inhoudelijke verbanden. Op het gebied van de oncologische zorg bestaat er al enige jaren samenwerking tussen beide ziekenhuizen. Al langer worden patiënten die in het Havenziekenhuis aan kanker zijn geopereerd vervolgens op locatie Daniel den Hoed met chemotherapie en / of radiotherapie behandeld. En we maken gebruik van dezelfde patholoog-anatoom die het weefsel van de patiënt op kankercellen onderzoekt. Daarom is de vorming van het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC- Havenziekenhuis een logische stap naar nog betere zorg. Korte lijnen We hebben onze eigen expertise inmiddels wel opgebouwd. Het Havenziekenhuis heeft sinds 1997 een mammapoli, een poli voor borstkankerzorg. We zijn weliswaar een relatief kleine kliniek, maar daardoor werken we snel, met korte lijnen tussen de verschillende afdelingen. Een vrouw die op de mammapoli komt, krijgt letterlijk om de hoek een röntgenonderzoek. We hebben geen wachttijden. Maar Van Dam ziet wel degelijk de voordelen van een nog intensievere samenwerking met het Erasmus MC: Vrouwen bij wie de borsten preventief verwijderd moeten worden vanwege een erfelijke vorm van borstkanker, zien wij te weinig om voldoende expertise op te bouwen. Die patiënten kunnen beter geholpen worden binnen een academische omgeving. Omdat men in het Erasmus MC veel meer patiënten met een complexe vorm van borstkanker behandelt, is het daar ook mogelijk om klinisch onderzoek te verrichten. Bijvoorbeeld de vergelijking van twee therapieën om zo tot verbetering van de behandeling te komen. Selectie op de drempel Binnen het Academisch Borstkankercentrum worden vrouwen met (mogelijke) borstkanker al op de drempel geselecteerd voor de juiste zorg. Van Dam schetst de dagelijkse gang van zaken: Een vrouw gaat naar de huisarts met een knobbeltje in haar borst, of de huisarts krijgt een afwijkende uitslag toegestuurd door het bevolkingsonderzoek borstkanker (zie Kader Dalende opkomst, red.). De doktersassistente belt vervolgens het triagenummer van het Academisch Borstkankercentrum ( ). Na een paar vragen is duidelijk of de patiënt basiszorg of specialistische zorg nodig heeft. Vrouwen die vanuit het bevolkingsonderzoek borstkanker worden aangemeld, worden vrijwel altijd verwezen naar de mammapoli van het Havenziekenhuis. Hetzelfde geldt voor vrouwen die een knobbeltje voelen en ongerust naar hun huisarts stappen. Maar vrouwen die bijvoorbeeld draagster zijn van een gemuteerd BRCA1 - of BRCA2 gen, of bij wie al eerder een kwaadaardige borsttumor werd gevonden, worden direct verwezen naar het Erasmus MC. 22 Monitor Monitor maart maart

13 Steeds stellen we onszelf de vraag: doen we het goed? En ook bij vrouwen die een second opinion willen, of een specifieke vraag hebben over de chemotherapie, worden naar de locatie Daniel verwezen. Aan het lijstje met vragen dat gebruikt wordt om de juiste zorg bij de juiste patiënt te krijgen, wordt voortdurend geschaafd. Steeds stellen we onszelf de vraag: Doen we het goed? Door zo zorgvuldig mogelijk te vragen, willen we borgen dat patiënten naar de voor hen meest geschikte locatie gaan, zegt Van Dam. Videoconferentie Meestal kunnen vrouwen de volgende dag al op de mammapoli van het Havenziekenhuis terecht. Van Dam: Ze krijgen hier een algemeen lichamelijk onderzoek, er worden röntgenfoto s gemaakt en klinische foto s om Dalende opkomst het uiterlijk van de borsten vast te leggen. Om het verdachte weefsel te onderzoeken, wordt een punctie afgenomen. Twee dagen later zijn de uitslagen bekend. Elke dinsdag hebben we een videoconferentie met collega s uit het Erasmus MC en bespreken we de patiënten binnen een multidisciplinair team. Namens ons zitten de chirurg, de radioloog, de mammacareverpleegkundige en de verpleegkundig specialist bij elkaar. Aan de andere kant van de lijn zitten specialisten van het Erasmus MC: een oncologisch chirurg, patholoog, radioloog, plastisch chirurg, radiotherapeut, internistoncoloog, mammacare-verpleegkundige en verpleegkundig specialist. We nemen de uitslag van het overleg met de patiënt door en plannen de operatie. Die vindt meestal binnen twee weken plaats. Sinds de invoering van het bevolkingsonderzoek borstkanker in 1990 zijn er 15 miljoenen screenings uitgevoerd in ons land. Daardoor overlijden jaarlijks 775 vrouwen minder aan borstkanker. Vrouwen die herhaaldelijk meedoen aan het bevolkingsonderzoek hebben 50% minder kans om te overlijden aan borstkanker dan vrouwen die niet deelnemen. Toch reageert bijna een derde van de vrouwen niet op de uitnodiging voor de screening. Van Dam: Het opkomstpercentage voor het bevolkingsonderzoek borstkanker daalt de laatste jaren. Bovendien behoort de opkomst in Rotterdam tot de laagste in Nederland. Een zorgelijke ontwikkeling. De opbouw van de bevolking in deze stad, met een hoog percentage allochtonen, speelt daarbij een rol. Laaggeletterdheid, culturele aspecten en onbekendheid met het bevolkingsonderzoek zullen van invloed zijn. Van Dam besloot om proactief op te treden: Die opkomst moet omhoog. Ik vind dat wij ons vanuit het Academisch Borstkankercentrum verantwoordelijk moeten voelen voor het hele pakket: van screening naar basiszorg in het Havenziekenhuis tot complexe zorg bij het Erasmus MC. Van Dam legde contacten met de gemeenten Rotterdam en Capelle aan den IJssel, Bevolkingsonderzoek Zuid-West, Stichting Voorlichters Gezondheid en met Mammarosa (bevordert kennis en communicatie over borstkanker onder laaggeletterde- en migrantevrouwen, Van Dam: Onder de naam Project Sarah gaan we ons gezamenlijk inzetten voor kennisbevordering over het bevolkingsonderzoek borstkanker. Bij een gecombineerde operatie wordt tijdens dezelfde ingreep een door kanker aangetaste borst weggehaald en een nieuwe borst van lichaamseigen weefsel gereconstrueerd. Operatie in beeld >> Voordat de patiënt onder narcose wordt gebracht, houdt het operatieteam de Time Out-procedure. Hiermee wordt de veiligheid vergroot en de kans op fouten zo klein mogelijk gemaakt. Binnen een paar minuten controleren oncologisch chirurgen, plastisch chirurgen, anesthesioloog, operatieassistenten en anesthesiemedewerker een aantal belangrijke gegevens, zoals: Welke operatie gaat plaatsvinden?, Aan welke kant moet geopereerd worden? en Heeft de patiënt allergieën? plastisch chirurgen bespreken de laatste details voor de operatie. >>De 24 25

14 > De patiënt wordt onder narcose gebracht. >> De operatieassistent legt de instrumenten klaar. >> De plastisch chirurgen bespreken de laatste details. Met groene stift zijn de incisielijnen op borst en buik aangegeven. De handen en armen worden zorgvuldig gewassen om een bacteriële infectie bij de patiënt te voorkomen Monitor Monitor maart maart

15 De operatie: twee teams werken gelijktijdig. Vooraan de plastisch chirurgen die het weefsel bij de buik verwijderen, achteraan de plastisch chirurgen die de bloedvaten bij de borstkas vrijleggen waarop straks het buikweefsel wordt aangesloten. >> Tijdens de operatie worden bijzonderheden bijgehouden op een whiteboard. Bulldogs en biemers zijn klemmetjes waarmee de bloedvaten bij de borstkas tijdelijk worden afgeklemd. De ischemietijd is de tijd dat de bloedtoevoer van het donorweefsel van de buik (hier om de linkerborst te maken) heeft stilgelegen >> De fijne chirurgische handelingen, zoals het hechten van bloedvaten, worden uitgevoerd onder een operatiemicroscoop. Op de monitor kan gelijktijdig worden meegekeken. Monitor maart maart

16 Overzicht van de operatiekamer. Links staan de anesthesioloog en de anesthesieassistent. De oncologisch chirurgen verwijderen de borsten met het tumorweefsel, terwijl de plastisch chirurgen een lap vrijmaken uit de buikwand om hier een borst van te reconstrueren. Rechts staan twee operatieassistenten die het benodigde instrumentarium aanreiken

17 Tekst Gert-Jan van den Bemd Patiënten worden direct geholpen Verpleegkundigen onderzoeken effect casemanagement Gestroomlijnde behandeling Vrouwen die behandeld worden in het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis, kunnen met al hun vragen terecht bij één telefoonnummer. De behandeling van borstkanker kan bestaan uit chirurgie, systemische therapie (een verzamelnaam voor chemo-, immuno- en hormonale therapie) of bestraling. Sommige patiënten ondergaan een combinatie van die behandelingen, andere alleen een bepaald onderdeel. Vaak hebben zij daar vragen over. Maar waar moeten ze met die vragen naartoe? Verpleegkundig specialist-in-opleiding Mandy van Rosmalen: Je mag niet van patiënten verwachten dat zij de weg naar de juiste persoon weten te vinden. Het is onze taak om dat te doen. Dat vindt ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die in haar rapport Zorgketen voor kankerpatiënten moet verbeteren stelde dat elk ziekenhuis aan casemanagement of zorgcoördinatie moet doen. Wat houdt dat precies in? Binnen het Academisch Borstkankercentrum wordt het gedefinieerd als: Een organisatorische taak, waarbij de verpleegkundige zorgdraagt voor de multidisciplinaire samenwerking, planning, coördinatie, monitoring en evaluatie binnen het zorgpad mammacarcinoom, met als doel kwalitatief hoogstaande en efficiënte zorgverlening te waarborgen en te bevorderen voor de individuele patiënt. Een hele mond vol, erkent Van Rosmalen, Kort gezegd: we zien erop toe dat de zorg voor borstkankerpatiënten gestroomlijnd verloopt en dat de patiënt tevreden is. Vlekkeloos Van Rosmalen is ambitieus en heeft belangstelling voor research. Onderzoek hoeft niet beperkt te blijven tot wetenschappelijk medewerkers of artsen, ook verpleegkundigen kunnen daarin een actieve rol spelen, zegt ze. Zeker als het betrekking heeft op hun eigen vakgebied. De invoering van het casemanagement mammacarcinoom is daar een mooi voorbeeld van. Verpleegkundigen kunnen uitstekend onderzoeken of de zorg voor patiënten (mannen én vrouwen, red.) met borstkanker vlekkeloos op elkaar aansluit. De verpleegkundig specialist-in-opleiding is nauw betrokken bij de totstandkoming van het casemanagement voor het Academisch Borstkankercentrum. De ontwikkeling blijft landelijk wat achter, vertelt ze. Dat komt omdat er geen vastomlijnde criteria voor zijn. Elke instelling mag het naar eigen inzicht vormgeven. Dat betekent dat elk ziekenhuis zelf het wiel moet uitvinden. Wij hebben bij de ontwikkeling van ons casemanagement wel gekeken hoe anderen het doen, bijvoorbeeld bij het UMC Utrecht. We passen hun protocollen aan op onze situatie. Vragenlijsten Een belangrijke verandering in het coördineren van de zorg is de instelling van één telefoonnummer. Iedereen met vragen over de diagnose, behandeling of afspraken, kan voortaan bij één telefoonnummer en één adres terecht. Van Rosmalen: Patiënten worden direct geholpen. Zij hoeven niet langer zelf te zoeken naar de juiste persoon en het bijbehorende telefoonnummer. Dat is niet alleen handig voor de patiënt, maar ook voor de artsen, want zij worden niet meer gestoord met een vraag die niet voor hen bestemd is. De telefoon wordt bemand door Van Rosmalen en andere verpleegkundigen die het hele logistieke proces op hun duimpje kennen. We willen dat de patiënten tevreden zijn over de zorg die hun wordt geboden. Niet alleen de zorg zélf moet op orde zijn, ook de organisatie eromheen. Om vast te kunnen stellen of het casemanagement daaraan heeft bijgedragen, meten we op dit moment de tevredenheid over de wijze waarop de patiënt is behandeld door de chirurg, de radiotherapeut of de oncoloog en de organisatie daaromheen. En we stellen vragen over de verwijzing van de ene naar de andere specialist. Er zijn drie lijsten: specifiek voor chirurgie, voor radiotherapie en voor chemotherapie, want een patiënt die niet wordt bestraald, krijgt daarover ook geen vragen. Dat doen we over een aantal maanden, nadat het casemanagement is ingevoerd, weer. Zo kunnen we objectief vaststellen of het werkt. De vragen geven behalve een beeld van de tevredenheid ook inzicht of bepaalde zaken anders georganiseerd zouden moeten worden. Van Rosmalen: Vragen die vaker worden gesteld, of ontevredenheid die regelmatig wordt gemeld, wijzen op een tekortkoming in het zorgproces. Dankzij het casemanagement kunnen we daar vervolgens op inspelen

18 Tekst Gert-Jan van den Bemd De grootste vooruitgang komt voort uit goede samenwerking Sneller van lab naar kliniek Zoveel mogelijk fine tunen Teamwork is een woord dat internist-oncoloog dr. Agnes Jager regelmatig laat vallen. Ze gelooft heilig in samenwerking. Met onderzoeker dr. John Martens bijvoorbeeld. We gaan op zoek naar patronen, iets wat meerdere tumoren gemeenschappelijk hebben. Dat opent perspectieven voor een gerichte aanval met medicijnen. Internist-oncoloog dr. Agnes Jager is gespecialiseerd in de behandeling van patiënten met borstkanker. Ze is verbonden aan het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC-Havenziekenhuis. Jager: Daar werken we multidisciplinair samen, in een team van radiotherapeuten, chirurgen, radiologen, pathologen, verpleegkundigen en plastisch chirurgen. Met behulp van chemotherapie of anti-hormonale therapie proberen we te voorkomen dat tumoren terugkomen. Bij mensen die al uitgezaaide borstkanker hebben en niet meer te genezen zijn, proberen we het leven te verlengen. Daarbij staat de kwaliteit van leven voorop. In het algemeen kan worden gesteld dat chemotherapie is gericht op sneldelende cellen. Kankercellen vallen daar meestal ook onder. Maar, benadrukt Jager, elke patiënt is uniek, en elke tumor is - naar nu gebleken is - ook uniek. Dat betekent dus: zoveel mogelijk fine tunen en de behandeling geven die voor díe patiënt het beste is. Dat nauwkeurig afstemmen op de behoefte van de patiënt komt al naar voren bij de keuze om vrouwen met een complex ziektebeeld gespecialiseerde zorg te bieden binnen het universitair medisch centrum dat het Erasmus MC is. Vrouwen zonder bijkomende complicerende factoren kunnen, gezien het kleinschaliger karakter en de korte lijnen tussen zorgverleners, juist beter geholpen worden in het Havenziekenhuis Rotterdam. Ook dat is een mooi voorbeeld van zorg op maat. Extra gevoelig Vaak gaat chemotherapie gepaard met bijwerkingen, maar gelukkig zijn er steeds meer middelen ter beschikking die dat kunnen tegengaan. Sommige middelen geven meer bijwerkingen dan andere en tóch kan daar soms voor worden gekozen. Jager geeft een voorbeeld: Cisplatin is een middel dat bij een bepaald type borstkanker heel goed werkt, maar het kan ook veel bijwerkingen geven. Als je van tevoren weet dat een vrouw zo n cisplatin-gevoelige tumor heeft, zou je toch met cisplantin kunnen behandelen en zijn de dokter en de patiënt meer bereid de eventuele bijwerkingen te accepteren. We zijn nu aan het onderzoeken of we met een stukje van de tumor, of met een buisje bloed van de patiënt, kunnen bepalen of cisplatin voor een dergelijke patiënt een geschikt geneesmiddel is. Kruisbestuiving De toegepaste behandelingen zijn zoveel mogelijk evidence based. Dat willen zeggen dat er in de vakliteratuur bewijs is geleverd dat ze ook daadwerkelijk effect sorteren. Het bijhouden van die vakliteratuur is echter geen sinecure. Het is inderdaad een dynamisch veld, bevestigt Jager. Jaarlijks verschijnen er vele honderden publicaties over nieuwe ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de directe patiëntenzorg en die dus voor mijn werk relevant zijn. Daarnaast worden er nog duizenden artikelen gepubliceerd met meer basale studies die mij ook interesseren. Het is vrijwel onmogelijk om dat aanbod bij te houden. Gelukkig kan ik binnen het Erasmus MC gebruikmaken van de expertise van anderen. Dat is het mooie van het werken binnen een academische organisatie: de kruisbestuiving. Als medisch specialist kan ik niet alleen profiteren van de kennis van directe collega s, maar ook van de expertise van wetenschappers die zich op basaal onderzoek richten en zo een schakel vormen tussen laboratorium en kliniek. Bovendien werken hier epidemiologen die klinische gegevens analyseren van grote groepen patiënten. Zij kunnen op hun beurt weer van mijn medische kennis gebruikmaken. Ik ben ervan overtuigd dat de grootste vooruitgang voortkomt uit goede samenwerking tussen al die deskundigen. Verhoogd risico Jager voegt de daad bij het woord en werkt intensief samen, onder andere met dr. John Martens, onderzoeker op de afdeling Interne Oncologie. Onze afdeling is een soort spin in het web, vertelt Martens. We werken met veel mensen samen. Waar op dit moment wereldwijd aan wordt gewerkt, is het in kaart brengen van alle genetische veranderingen die in borstkankercellen worden waargenomen. Wij zijn betrokken bij BASIS, een grote internationale studie onder leiding van het Britse Welcome Trust Sanger instituut, waarbij diverse labs samenwerken om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over ongeveer borsttumoren. Die informatie zal op termijn zeker gevolgen hebben voor de behandeling. Jager vult aan: Uit stukjes tumorweefsel, maar ook uit bloed, kunnen we veel te weten komen, bijvoorbeeld over het gedrag van de kanker en de gevoeligheid voor bestraling of chemotherapie. Twintig jaar geleden werd ontdekt dat vrouwen met een mutatie in de genen BRCA1 of BRCA2 een sterk verhoogd risico op borstkanker hebben. Maar bij het grootste deel (circa 70%) kunnen we nog altijd geen veroorzakende mutatie ontdekken. We zijn nu vooral op zoek naar het samenspel van kleine variaties in het DNA, die samen het risico op borstkanker zouden kunnen verhogen. Vrouwen met zo n erfelijkheidsprofiel zouden bijvoorbeeld extra gecontroleerd kunnen worden, net zoals we nu al doen bij vrouwen met familiaire borstkanker die draagster zijn van een BRCA1 of BRCA2 genmutatie. Agressiever Volgens Martens is elke tumor uniek. Hij toont een schema met honderd borsttumoren. Achter elke tumor staat een blokje als een bepaald gen is veranderd. Soms is dat slechts één gen, soms zijn het er wel zes, maar geen enkele tumor heeft een identiek blokjespatroon. Martens: Toch denk ik niet dat we voor elke tumor een compleet andere therapie nodig hebben. Vaak kunnen belangrijke routes die de cel gebruikt, bijvoorbeeld om zich te vermenigvuldigen, met dezelfde therapie worden aangepakt. We gaan op zoek naar patronen, iets wat meerdere tumoren gemeenschappelijk hebben. Dat opent perspectieven voor een gerichte aanval met medicijnen. Jager is het met Martens eens: Ik sluit niet uit dat we straks vijftig of zestig verschillende subtypes van borsttumoren onderscheiden die we alle op hun eigen manier gaan behandelen. Maar ook het monitoren, het volgen van de tumor tijdens de behandeling, zal steeds belangrijker worden. Als we zien dat het gedrag van de tumor tijdens de therapie verandert, kunnen we daarop inspelen. En dát een tumor in de tijd kan veranderen, werd onlangs door het lab van Martens bevestigd: We hebben een enzym ontdekt dat bij borstkankercellen het DNA kan muteren. Het gevolg daarvan is dat de tumor agressiever wordt. De tumorcellen kunnen dan bijvoorbeeld ongevoelig worden voor tamoxifen, een geneesmiddel dat bij veel borstkankercellen de groei kan remmen. Door die ontstane mutatie en de daaruit voortvloeiende ongevoeligheid verliezen arts en patiënt een middel om de kanker te bestrijden. Er wordt nu onderzocht of een therapie voor de toekomst zou kunnen bestaan uit het remmen van dat enzym. Inzoomen Jager en Martens verwachten de komende jaren grote veranderingen. Er zullen niet alleen nieuwe ontdekkingen gedaan worden, ze zullen ook eerder naar de patiënt gebracht worden: de weg van het lab naar de kliniek wordt steeds korter. Jager: We kunnen inmiddels veel sneller stappen vooruit zetten dan vroeger. We hoeven geen enorm grote patiëntenstudies meer te verrichten om aan te tonen dat een bepaalde therapie voor een heel specifieke groep patiënten zinvol is. Als we aanwijzingen hebben dat vrouwen met een bepaalde mutatie extra goed behandeld kunnen worden met een specifiek geneesmiddel, volstaat het om specifiek naar díe vrouwen te kijken die de mutatie daadwerkelijk hebben. Dat inzoomen op specifieke tumoren zal de komende jaren met rasse schreden vooruitgaan. De snelheid waarmee dat gaat gebeuren zal niet afhangen van de artsen en onderzoekers, maar van de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen, vooral van beleidsmakers en degenen die dit onderzoek moeten financieren. Meer informatie op:

19 Meer zicht op verwerking visuele informatie Tekst Gerben Stolk Nauwkeurig met Nijntje Voorkomen dat problemen ontstaan wanneer kind naar school gaat Goede ogen hebben, maar toch niet goed kunnen zien. Het overkomt mensen bij wie visuele informatie niet op de gewenste manier wordt verwerkt door de hersenen. Hans van der Steen bekleedt sinds kort een leerstoel om dit te onderzoeken. Hoe effectief is een reclamefolder? Op welke plaatjes valt het oog van kinderen die een speelgoedbrochure bekijken? De door een Zweedse firma ontwikkelde techniek om dit voor producenten te achterhalen, wekte een aantal jaren geleden de aandacht van de onderzoeksgroep van neurowetenschapper Hans van der Steen. De methode, eye tracking genaamd, zou volgens het gezelschap objectieve metingen van hogere visuele functies - zoals waarneming van beweging en vormen - mogelijk maken bij personen die dat verbaal niet kunnen uiten. Maar Van der Steen kon nog veel meer doelgroepen bedenken die baat zouden hebben bij een medisch-wetenschappelijke toepassing van de techniek: bijvoorbeeld kinderen die een hersenbeschadiging hebben vanwege een zuurstoftekort bij de geboorte. Of ouderen die zijn getroffen door neurologische aandoeningen als de ziekte van Alzheimer of Parkinson. Baat Inmiddels wordt eye tracking volop gebruikt binnen en buiten het Erasmus MC. Bovendien werd Van der Steen vorig jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar visuele informatieverwerking, een door Koninklijke Visio ingestelde leerstoel waarbinnen de techniek een essentiële rol speelt. In welke zin kunnen patiënten baat hebben bij zijn hoogleraarschap en wat is de betekenis van eye tracking? Visio is een expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen. Van der Steen vertelt: Je kijkt niet alleen met je ogen, maar ook met het brein. Stel, je ogen zijn in orde, maar er is iets mis in de hersenen, waardoor de - op zich prima - visuele informatie niet goed wordt verwerkt. Dan kun je bijvoorbeeld minder goed beweging zien of objecten of gezichten herkennen. En dat heeft mogelijk weer consequenties: niet alleen voor hoe je loopt, beweegt of dingen vastpakt, maar bijvoorbeeld ook voor leerprestaties op school. Een belangrijk deel van mijn onderzoek gaat over de manier waarop informatie die wordt opgenomen door de ogen vervolgens wordt verwerkt in de hersenen. Van der Steen noemt kinderen met een hersenbeschadiging. Die kan zowel aangeboren zijn als voortkomen uit zuurstoftekort rond de geboorte. Hij zegt: Bij de oogarts zie je vaak niets aan die kinderen, hun zicht is in orde, maar er ontstaan wel problemen wanneer ze naar school gaan. Ze leren bijvoorbeeld moeilijker en lopen een achterstand op. Of ze botsen tijdens het lopen of fietsen vaak tegen iets aan, omdat hun hersenen de visuele informatie niet goed verwerken. Deze kinderen hebben wat met een verzamelnaam cerebral visual impairment (CVI) wordt genoemd Training Gelukkig kan worden getraind op visuele informatieverwerking. In revalidatiecentra oefenen kinderen tegenwoordig bijvoorbeeld met ipads. Daarop worden plaatjes gepresenteerd waarop ze moeten reageren. Visuele stimulatie in de thuissituatie behoort ook tot de mogelijkheden. Probleem was alleen jarenlang dat het effect van de training niet getalsmatig kon worden gemeten. Waren patiënt en behandelaar nu wel of niet op de goede weg? Van der Steen: De onderzoeker toonde bijvoorbeeld een egaal grijze kaart met daarop aan één kant een streepjespatroon met variabele breedte van de streepjes. De onderzoeker hield zo n kaart voor het kind, en keek vanachter de kaart door een klein gaatje of de blik van het kind richting het streepjespatroon ging. Een tijdrovende en ook subjectieve methode. Bovendien was het beperkt toepasbaar, omdat het op deze manier moeilijk is verschillende vormen van informatieverwerking te testen. Je moet weten: wat het oog waarneemt, wordt opgesplitst in allerlei elementen, bijvoorbeeld contrasten, kleur, vorm en beweging. Het kan zijn dat bij iemand alleen visuele informatie over beweging niet goed wordt verwerkt in de hersenen. Als je dat weet, hoef je geen extra training of therapie te geven voor de verwerking van informatie over die andere onderdelen. Pupillen volgen Logisch dat eye tracking als een grote aanwinst is begroet. Op een beeldscherm met daaronder infraroodcamera s wordt bijvoorbeeld het figuur Nijntje getoond. De arts of onderzoeker kan haar kleur of vorm veranderen en haar laten bewegen. De infraroodcamera s volgen de pupillen van degene die naar het beeldscherm kijkt. Beweegt het oog? Hoe goed en snel beweegt het oog? Wat doen de ogen wanneer Nijntje van de ene naar de andere kant van het beeldscherm beweegt? Per seconde worden zestig beeldjes gemaakt. Gerichte behandeling Van der Steen: De medisch-wetenschappelijke toepassing van 36 Monitor maart

20 Onderzoek op hoog niveau Stel, een kind is te vroeg geboren en woont op grote hoogte, waar minder zuurstof is dan op zeeniveau. Zal het wellicht eerder problemen met visuele informatieverwerking hebben dan een te vroeg geborene die niet in de bergen leeft? Peru is een ideaal land om die vergelijking te maken. Hoofdstad Lima is laaggelegen, maar in de nabijheid doemt het Andesgebergte op. Komende zomer reist onderzoeker Mark Vonk namens de afdelingen Neurowetenschappen en Neonatologie naar Lima om een vergelijkende studie op te zetten. Oog-hand-sturing ouderen Onderzoeken bij welke ouderen de oog-handcoördinatie achteruitgaat vanwege problemen met visuele informatieverwerking in de hersenen. Dat is een ander doel van bijzonder hoogleraar Hans van der Steen, zijn mede-onderzoekers en Koninklijke Visio. Van der Steen vertelt: De verwerking van visuele informatie kan bij ouderen verslechteren door bijvoorbeeld een veelvoorkomende oogziekte als glaucoom. Dat is een aandoening die de oogzenuw aantast en waarbij het gezichtsveld geleidelijk achteruitgaat. Doordat patiënten de achteruitgang meestal niet opmerken, komen de diagnose en behandeling nu nog vaak te laat. In een internationale studie in Nederland en India onderzoeken we samen met het Oogziekenhuis Rotterdam of we met eye tracking gemakkelijker en eerder een diagnose kunnen stellen. Volgens Van der Steen is het nog minder bekend dat ook visuele verwerkingsproblemen kunnen ontstaan bij neurologische ziekten, zoals Alzheimer en Parkinson. Samen met researchmaster-studenten Danya Muilwijk en Simone Verheij hebben we ontdekt dat bij deze patiënten de omzetting van visuele informatie naar motorische actie is bemoeilijkt. Daardoor heeft iemand problemen om zich aan te kleden of wordt het lastig dingen te pakken van een volle tafel. Normaal grijp je iets deels op basis van je geheugen: je hebt een object gezien, je hand gaat in die richting en ondertussen kijk je al naar het volgende object. Als je dat vermogen niet meer hebt, moet je eerst iets vastgrijpen voordat je naar het volgende gaat. Vroeg stadium Met behulp van eye tracking onderzoekt de groep van de bijzonder hoogleraar visuele informatieverwerking bij ouderen die in een vroeg stadium van dementie of de ziekte van Parkinson verkeren. Het doel: eraan bijdragen dat de diagnose eerder kan worden gesteld. Van der Steen: Een goede diagnose is belangrijk met het oog op de gewenste therapie en de juiste soort medicatie. Verkeerde medicatie kan in sommige gevallen het ziekteproces versnellen. In het Erasmus MC wordt eye tracking bijvoorbeeld toegepast bij patiënten van de afdeling Geriatrie. Op een beeldscherm lichten voortdurend punten op. De oudere draagt een handschoen en wordt gevraagd de lichtjes aan te tikken. Hoe snel gaat dat en hoe zijn de oogreflexen? eye tracking is ontwikkeld door de afdeling Neurowetenschappen van het Erasmus MC - universitair hoofddocent Johan Pel bekleedde een grote rol - in samenwerking met Koninklijke Visio. Het expertisecentrum heeft ook mijn leerstoel mogelijk gemaakt. Visio wil cliënten met visuele informatieverwerkingsproblemen zo goed mogelijk behandelen en trainen. Dan is het belangrijk exact te weten wat hun probleem is, gericht te behandelen en objectief de effectiviteit van training en revalidatie te kunnen meten. Eye tracking heeft dat mogelijk gemaakt. Visio heeft inmiddels twee eye tracker systemen. In het Erasmus MC staan er drie. Waarvoor worden die zoal gebruikt? Van der Steen: Enerzijds willen we de praktijk van visuele revalidatie verbeteren. Aan de andere kant hebben we als doel wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de effecten van verstoorde ontwikkeling van de hersenen op de waarneming en het kijkgedrag. Zo heeft onderzoeker Marlou Kooiker mede dankzij subsidie van ZonMw InZicht kunnen aantonen dat kinderen met vermoede hersenschade trager op visuele informatie reageren en zich op dit vlak minder snel ontwikkelen in de loop der tijd. Verder boeken ze bij het ene type van visuele informatieverwerking meer vooruitgang dan bij het andere: bij herkenning van vormen gaat het bijvoorbeeld beter dan bij herkenning van beweging. Die kennis kan leiden tot gerichte therapie. Volgende stap Van der Steen en zijn groep zijn ook begonnen aan een onderzoek in samenwerking met de afdeling Neonatologie. Hij zegt: Hoe is het gesteld met verwerking van visuele informatie bij te vroeg geboren kinderen? Hoe ontwikkelen zij zich in de loop der tijd? Al met al is ons ideaalplaatje dat we bij kinderen op jonge leeftijd zien of zij hersenschade hebben, hoe dit zich zal ontwikkelen en of zij extra begeleiding nodig hebben in de vorm van bijvoorbeeld training of revalidatie. Omdat het visuele systeem zich in de eerste levensjaren nog sterk ontwikkelt, wil je er vroeg bij zijn. Je wilt problemen niet pas ontdekken op het moment dat een kind naar school gaat. Vroege en nauwkeurige diagnostiek leidt tot een beter behandelplan en meer kwaliteit van leven

BRCA themamiddag, zaterdag 31 oktober 2015. UMCG expertisecentrum borst - eierstokkanker. Welkom

BRCA themamiddag, zaterdag 31 oktober 2015. UMCG expertisecentrum borst - eierstokkanker. Welkom BRCA themamiddag, zaterdag 31 oktober 2015 UMCG expertisecentrum borst - eierstokkanker Welkom BRCA themamiddag, zaterdag 31 oktober 2015 UMCG expertisecentrum borst - eierstokkanker Welkom, namens de

Nadere informatie

Borstsparende operatie bij borstkanker

Borstsparende operatie bij borstkanker Chirurgie Borstsparende operatie bij borstkanker www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Hoe ontstaat kanker?... 3 Voorbereiding op de operatie... 4 De opname... 4 De operatie... 4 Na de operatie... 5 Mogelijke

Nadere informatie

6. Behandelingen. Wil jij dat jouw moeder zo snel mogelijk begint met de behandelingen of wil je dat ze nog even wacht? Waarom?

6. Behandelingen. Wil jij dat jouw moeder zo snel mogelijk begint met de behandelingen of wil je dat ze nog even wacht? Waarom? 6. Behandelingen De uitslagen van alle onderzoeken geven een duidelijk beeld van de ziekte. De artsen weten nu om welke soort borstkanker het gaat, wat de eigenschappen zijn van de kankercellen, hoe groot

Nadere informatie

Plenaire opening. Themamiddag Wil ik het weten? En dan? 28 september 2013

Plenaire opening. Themamiddag Wil ik het weten? En dan? 28 september 2013 Plenaire opening Themamiddag Wil ik het weten? En dan? 28 september 2013 Opening door Anke Leibbrandt Iedereen wordt van harte welkom geheten namens de BVN en de programmacommissie erfelijkheid (betrokken

Nadere informatie

Borstverwijdering bij borstkanker

Borstverwijdering bij borstkanker Chirurgie Borstverwijdering bij borstkanker www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Hoe ontstaat kanker?... 3 De opname... 4 Voorbereiding op de operatie... 4 De operatie... 4 Na de operatie... 5 Drains... 5

Nadere informatie

Borstreconstructie. na een borstverwijdering. Poli Plastische Chirurgie

Borstreconstructie. na een borstverwijdering. Poli Plastische Chirurgie 00 Borstreconstructie na een borstverwijdering Poli Plastische Chirurgie 1 Inleiding Het verwijderen van een borst is voor een vrouw een emotioneel moment. Aan de ene kant geeft het de mogelijkheid tot

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

embryo kwaliteit bij BRCA1 of BRCA2 mutatie draagsters

embryo kwaliteit bij BRCA1 of BRCA2 mutatie draagsters Toelichting bij informatie folder Informatie voor IVF/PGD patiënten Deze informatie folder is bedoeld voor alle IVF/PGD patiënten die geschikt zijn voor deelname aan dit onderzoek. Dit zijn de patiënten

Nadere informatie

Borstsparende behandeling

Borstsparende behandeling Borstsparende behandeling Chirurgie Beter voor elkaar Algemeen U heeft van de chirurg en/ of nurse practitioner een schokkend bericht gekregen: u heeft borstkanker. Er komt veel op u af en er zullen ongetwijfeld

Nadere informatie

3.3 Borstkanker bij de man

3.3 Borstkanker bij de man 3.3 Borstkanker bij de man Bij u is zojuist de diagnose borstkanker vastgesteld. Alle patiënten die voor borstkanker worden behandeld in het Catharina-ziekenhuis ontvangen een Persoonlijke Informatie Map.

Nadere informatie

Medische Publieksacademie

Medische Publieksacademie Medische Publiekacademie Medisch Centrum Leeuwarden Leeuwarder Courant Aan de winnende hand Borstkanker 27 oktober 2015 Welkom! #mclmpa 1 Borstkanker aan de winnende hand Marloes Emous, oncologisch chirurg

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

Risicofactoren Niet erfelijke factoren: Erfelijke factoren:

Risicofactoren Niet erfelijke factoren: Erfelijke factoren: Zoals bij alle soorten kanker, is er bij borstkanker sprake van cellen met een ontregelde celdeling. Door deze ontregeling kunnen cellen zich ongeremd vermenigvuldigen en uitgroeien tot een tumor. Deze

Nadere informatie

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE onderdeel BORSTKANKER Inhoud Wat is borstkanker?... 3 Vormen van kanker... 4 DCIS... 4 Ductaal carcinoom... 4 Lobulair carcinoom... 4 Erfelijke en familiare belasting...

Nadere informatie

Borstkanker en Erfelijkheid

Borstkanker en Erfelijkheid Borstkanker en Erfelijkheid Algemeen In Nederland wordt per ar bij ongeveer 10.000 vrouwen borstkanker vastgesteld. Het is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen: in Nederland krijgt 1 op de

Nadere informatie

Afdeling Heelkunde, locatie AZU. Voorstadium van borstkanker (Carcinoma in situ)

Afdeling Heelkunde, locatie AZU. Voorstadium van borstkanker (Carcinoma in situ) Afdeling Heelkunde, locatie AZU Voorstadium van borstkanker (Carcinoma in situ) Inleiding Na een aantal onderzoeken blijkt dat u een voorstadium van borstkanker heeft. Het medische woord hiervoor is carcinoma

Nadere informatie

Chirurgie. Borstamputatie. Afdeling: Onderwerp:

Chirurgie. Borstamputatie. Afdeling: Onderwerp: Afdeling: Onderwerp: Chirurgie Operatieve behandeling borstkanker Algemeen U heeft van de chirurg en/ of nurse practitioner een schokkend bericht gekregen: u heeft borstkanker. Er komt veel op u af en

Nadere informatie

Chirurgie. Ductaal carcinoma in situ (DCIS)

Chirurgie. Ductaal carcinoma in situ (DCIS) Chirurgie Ductaal carcinoma in situ (DCIS) 1 Inleiding Wanneer u deze folder ontvangt, heeft u zojuist een gesprek gehad met de chirurg/ verpleegkundig specialist. Uit onderzoek is gebleken dat u een ductaal

Nadere informatie

mammaprint adviezen hernia-operatie borstkanker ZorgSaam

mammaprint adviezen hernia-operatie borstkanker ZorgSaam mammaprint adviezen na een bij hernia-operatie borstkanker ZorgSaam 1 2 Mammaprint Deze folder geeft u informatie over de Mammaprint, een laboratoriumtest die kan worden ingezet bij de behandeling van

Nadere informatie

Borstsparende operatie. Mammapoli

Borstsparende operatie. Mammapoli 00 Borstsparende operatie Mammapoli 1 U wordt binnenkort opgenomen voor een borstsparende operatie De operatie vindt plaats in dagopname via het Dagcentrum. Op deze afdeling worden patiënten van verschillende

Nadere informatie

Ductaal Carcinoma In Situ (DCIS)

Ductaal Carcinoma In Situ (DCIS) Bij u is een voorstadium van borstkanker geconstateerd. Deze afwijking wordt Ductaal Carcinoma In Situ (afgekort DCIS) genoemd. Uw arts of verpleegkundig specialist heeft uitgelegd wat DCIS inhoudt en

Nadere informatie

Borstkanker? meander medisch centrum. Snel duidelijkheid door gespecialiseerd onderzoek van borstafwijkingen. www.meandermedischcentrum.

Borstkanker? meander medisch centrum. Snel duidelijkheid door gespecialiseerd onderzoek van borstafwijkingen. www.meandermedischcentrum. Borstkanker? Snel duidelijkheid door gespecialiseerd onderzoek van borstafwijkingen meander medisch centrum www.meandermedischcentrum.nl Inleiding Uw huisarts heeft u doorverwezen naar de mammapoli van

Nadere informatie

Borstreconstructie. Reconstructievormen. De primaire reconstructie

Borstreconstructie. Reconstructievormen. De primaire reconstructie Borstreconstructie Een borstreconstructie kan op twee momenten plaatsvinden: 1. tijdens de operatie waarbij uw borst wordt weggenomen (primaire reconstructie) of 2. op een ander moment dan tijdens de operatie

Nadere informatie

Erfelijkheid. Chirurgie / mammacare. Inhoudsopgave Pagina. Inleiding 2. Indicaties voor erfelijke aanleg 2. Hoe ontstaat erfelijke aanleg 3 BRCA 5

Erfelijkheid. Chirurgie / mammacare. Inhoudsopgave Pagina. Inleiding 2. Indicaties voor erfelijke aanleg 2. Hoe ontstaat erfelijke aanleg 3 BRCA 5 1/6 Chirurgie / mammacare Erfelijkheid Inhoudsopgave Pagina Inleiding 2 Indicaties voor erfelijke aanleg 2 Hoe ontstaat erfelijke aanleg 3 BRCA 5 Chek2-gen 5 Erfelijkheidsonderzoek 6 Erfelijke aanleg en

Nadere informatie

Plastische chirurgie. Informatie borstreconstructie

Plastische chirurgie. Informatie borstreconstructie Plastische chirurgie Informatie borstreconstructie Algemeen In het verleden kwam een borstkankerpatiënte pas voor een borst-reconstructie in aanmerking als zij als genezen werd beschouwd. Dat was meestal

Nadere informatie

Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra

Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra Medische Publieksacademie UMCG Thema: Dikkedarmkanker Samenvatting van dr. J.J. Koornstra (maag-darm-leverarts) en prof. dr. R.M.W.Hofstra (moleculair geneticus). Dikkedarmkanker is één van de meest voorkomende

Nadere informatie

Behandeling van borstkanker

Behandeling van borstkanker Behandeling van borstkanker De behandeling van borstkanker Deze folder geeft u algemene informatie over de behandeling van borstkanker. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders

Nadere informatie

Verschillende manieren om een borst te reconstrueren

Verschillende manieren om een borst te reconstrueren Borstreconstructie Vroeger kwam een patiënt met borstkanker pas voor een borstreconstructie in aanmerking wanneer zij als genezen werd beschouwd. Dat was meestal vijf jaar na een borstamputatie. Tegenwoordig

Nadere informatie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie Behandelingen bij longkanker inclusief klinische studie immuuntherapie 1 Longkanker Longkanker is niet één ziekte: er bestaan meerdere vormen van longkanker. In deze brochure bespreken we de twee meest

Nadere informatie

100 jaar Antoni van Leeuwenhoek

100 jaar Antoni van Leeuwenhoek 100 jaar Antoni van Leeuwenhoek Onze toekomstdroom Het Antoni van Leeuwenhoek koos 100 jaar geleden al voor de grensverleggende weg door onderzoek en specialistische zorg samen te voegen met één scherp

Nadere informatie

Gemaakt door: Gerdy Castelein en Anne Griet Adema Klas: 4A

Gemaakt door: Gerdy Castelein en Anne Griet Adema Klas: 4A Gemaakt door: Gerdy Castelein en Anne Griet Adema Klas: 4A 1 -Voorkant -inhoudsopgave - Uitwerking deelvragen: - Wat is borstkanker? - Hoe ontdek je borstkanker? - Als je erachter komt, wat gebeurt er

Nadere informatie

Borstkanker? Snel duidelijkheid door gespecialiseerd onderzoek van borstafwijkingen

Borstkanker? Snel duidelijkheid door gespecialiseerd onderzoek van borstafwijkingen Borstkanker? Snel duidelijkheid door gespecialiseerd onderzoek van borstafwijkingen Bezoekadressen: Meander Medisch Centrum Maatweg 3 3813 TZ Amersfoort Locatie Baarn Molenweg 2 3743 CM Baarn Locatie Barneveld

Nadere informatie

St. Anna Borstzorg (mammapoli)

St. Anna Borstzorg (mammapoli) St. Anna Borstzorg (mammapoli) Uw huisarts heeft u doorverwezen naar St. Anna Borstzorg (mammapoli), van het St. Anna Ziekenhuis. In deze folder geven wij u meer informatie over de werkwijze binnen St.

Nadere informatie

Zwanger worden: via de natuurlijke weg of zijn er andere mogelijkheden?

Zwanger worden: via de natuurlijke weg of zijn er andere mogelijkheden? 21 mei 2011 Zwanger worden: via de natuurlijke weg of zijn er andere mogelijkheden? Drs. Inge Smeets PGD arts en arts-onderzoeker Maastricht Universitair Medisch Centrum Themamiddag Jong en BRCA Borstkankervereniging

Nadere informatie

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg Borstcentrum Bernhoven Yvonne Paquay Chirurg Klachten van de borst? Verwijzing naar het borstcentrum voor analyse en zonodig behandeling 2 3 4 Verwijsredenen: > Knobbeltje voelbaar > BOBZ (de bus) > Controle

Nadere informatie

Amputatie van de borst

Amputatie van de borst Amputatie van de borst Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC- Havenziekenhuis U wordt behandeld in het Academisch Borstkankercentrum Erasmus MC - Havenziekenhuis. In deze folder leest u wat u kunt verwachten

Nadere informatie

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Wat is FAP? Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is een erfelijke ziekte die zich kenmerkt door het ontstaan van honderden poliepen

Nadere informatie

Afdeling Heelkunde, locatie AZU. Gang van zaken bij een borstreconstructie

Afdeling Heelkunde, locatie AZU. Gang van zaken bij een borstreconstructie Afdeling Heelkunde, locatie AZU Gang van zaken bij een borstreconstructie Inleiding Deze folder geeft u informatie over de gang van zaken bij een primaire borstreconstructie. Bij een primaire borstreconstructie

Nadere informatie

Algemene informatie kinderkanker

Algemene informatie kinderkanker Algemene informatie kinderkanker De behandeling van kinderen met kanker is in Nederland gecentraliseerd in 5 kinderkanker (kinderoncologische) centra en 2 beenmergtransplantatie centra. De 5 kinderkanker

Nadere informatie

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Informatie over het ziektebeeld Wat is FAP? Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is een erfelijke ziekte die zich kenmerkt door het ontstaan van honderden poliepen

Nadere informatie

Ooglid correcties. Wens chirurgie, Martin Janssen (Janssen kliniek Oisterwijk)

Ooglid correcties. Wens chirurgie, Martin Janssen (Janssen kliniek Oisterwijk) Wens chirurgie, Martin Janssen (Janssen kliniek Oisterwijk) Het is altijd goed om naar aanleiding van de uitnodiging te spreken over wenschirurgie, om zelf eens terug te kijken op je eigen vakgebied, om

Nadere informatie

Welke vragen stel ik mijn dokter?

Welke vragen stel ik mijn dokter? Welke vragen stel ik mijn dokter? INLEIDING Goede algemene voorlichting over het onderzoek en de behandeling van borstkanker is enorm belangrijk. Goede voorlichting over het eigen ziektebeeld is nog belangrijker,

Nadere informatie

Screening op prostaatkanker

Screening op prostaatkanker Screening op prostaatkanker Informatie voor mannen die een PSA-test overwegen of aanvragen. Wat we weten en wat we niet weten: zaken om over na te denken alvorens te besluiten een PSA-test te laten uitvoeren.

Nadere informatie

Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker

Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker Uitwendige bestraling van slokdarmkanker in combinatie met chemotherapie, voorafgaand aan een operatie van

Nadere informatie

Directe borstreconstructie

Directe borstreconstructie Directe borstreconstructie Informatie voor patiënten MB0006-1500 oktober 2014 Bronovo www.bronovo.nl Bronovolaan 5 2597 AX Den Haag Postbus 96900 2509 JH Den Haag 070 312 41 41 Medisch Centrum Haaglanden

Nadere informatie

Het nazorgtraject. Borstcentrum Máxima locatie Eindhoven

Het nazorgtraject. Borstcentrum Máxima locatie Eindhoven Het nazorgtraject Borstcentrum Máxima locatie Eindhoven In de afgelopen periode bent u behandeld voor borstkanker. Nu uw behandeltraject is afgesloten begint het nazorgtraject. Hieronder vindt u informatie

Nadere informatie

Keuzes bij kinderwens onder andere PGD (Preimplantatie Genetische Diagnostiek) Namens de werkgroep PGD azm Congres BVN 18 april 2009

Keuzes bij kinderwens onder andere PGD (Preimplantatie Genetische Diagnostiek) Namens de werkgroep PGD azm Congres BVN 18 april 2009 Keuzes bij kinderwens onder andere PGD (Preimplantatie Genetische Diagnostiek) Dr. Christine de Die-Smulders afdeling Klinische Genetica MUMC+ Namens de werkgroep PGD azm Congres BVN 18 april 2009 Zomer

Nadere informatie

secundaire borstreconstructie met prothese of Tissue Expander

secundaire borstreconstructie met prothese of Tissue Expander patiënteninformatie secundaire borstreconstructie met prothese of Tissue Expander Als uw borst vanwege borstkanker geamputeerd moet worden is het mogelijk de borst te reconstrueren. Er zijn verschillende

Nadere informatie

Mannen en BRCA1/2. Ingrid van Kessel/Conny van der Meer genetisch consulenten, afdeling Klinische Genetica Erasmus MC Rotterdam 18 april 2009

Mannen en BRCA1/2. Ingrid van Kessel/Conny van der Meer genetisch consulenten, afdeling Klinische Genetica Erasmus MC Rotterdam 18 april 2009 Mannen en BRCA1/2 Ingrid van Kessel/Conny van der Meer genetisch consulenten, afdeling Klinische Genetica Erasmus MC Rotterdam 18 april 2009 Rudi van Dantzig Danser en choreograaf Risico borstkanker Bevolkingsrisico

Nadere informatie

Okselklierdissectie. Mammapoli

Okselklierdissectie. Mammapoli 00 Okselklierdissectie Mammapoli U wordt binnenkort opgenomen voor een okselklierdissectie, al dan niet in combinatie met een operatie aan de borst. De opname vindt plaats op afdeling Heelkunde, (4e etage).

Nadere informatie

Chapter 6. Nederlandse samenvatting

Chapter 6. Nederlandse samenvatting Chapter 6 Nederlandse samenvatting Chapter 6 122 Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Het immuunsysteem (of afweersysteem) beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde en ziekmakende organismen zoals

Nadere informatie

Samen komen we verder. Draag bij aan onderzoek naar kanker, steun stichting VUmc CCA

Samen komen we verder. Draag bij aan onderzoek naar kanker, steun stichting VUmc CCA Samen komen we verder Draag bij aan onderzoek naar kanker, steun stichting VUmc CCA Uw bijdrage zorgt voor vooruitgang Juan Garcia, onderzoeker bij VUmc CCA: Ik studeerde geneeskunde omdat ik mensen wilde

Nadere informatie

Behandeling van DCIS. Ductaal carcinoma in situ (DCIS) gemini-ziekenhuis.nl

Behandeling van DCIS. Ductaal carcinoma in situ (DCIS) gemini-ziekenhuis.nl Behandeling van DCIS Ductaal carcinoma in situ (DCIS) gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Wat is DCIS 3 Borstsparende behandeling 4 Ablatio: verwijdering van de gehele borstklier en borst 5 Preventieve

Nadere informatie

Operatie ten adviezen na een hernia-operatie. borstkanker. ZorgSaam

Operatie ten adviezen na een hernia-operatie. borstkanker. ZorgSaam Operatie ten adviezen gevolge na een van hernia-operatie borstkanker ZorgSaam 1 Algemeen Er is bij u borstkanker vastgesteld. De diagnose borstkanker brengt veel emoties en onzekerheden met zich mee. Deze

Nadere informatie

Chirurgie. Okselkliertoilet.

Chirurgie. Okselkliertoilet. Chirurgie Okselkliertoilet www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Voorbereiding... 3 De operatie... 3 Na de operatie... 4 Drains... 4 Mogelijke complicaties... 4 Het ontslag... 5 Wanneer moet u contact opnemen?...

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

OPERATIEVE BEHANDELING VAN BORSTKANKER MOGELIJKHEDEN OP EEN RIJ

OPERATIEVE BEHANDELING VAN BORSTKANKER MOGELIJKHEDEN OP EEN RIJ OPERATIEVE BEHANDELING VAN BORSTKANKER MOGELIJKHEDEN OP EEN RIJ 854 Inhoudsopgave Inleiding 3 Mammacareverpleegkundigen 3 Voorbereiding op de behandeling 3 Behandeling 3 Wat houdt een borstsparende operatie

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Afdeling. Klinische Pathologie

PATIËNTEN INFORMATIE. Afdeling. Klinische Pathologie PATIËNTEN INFORMATIE Afdeling Klinische Pathologie Waarover gaat deze folder en waarover niet? Soms neemt een arts bij u wat lichaamsmateriaal af, bijvoorbeeld: een klein stukje uit uw huid, uw borstklier,

Nadere informatie

The Symphony triple A study

The Symphony triple A study Patiënten informatie en toestemmingsverklaring The Symphony triple A study USING SYMPHONY AS AN ADJUNCT TO HISTOPATHOLOGIC PARAMETERS WHEN THE DOCTOR IS AMBIVALENT ABOUT THE ADMINISTRATION AND TYPE OF

Nadere informatie

1 Algemeen 4. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 4. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 4

1 Algemeen 4. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 4. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 4 eierstokkanker Inhoud 1 Algemeen 4 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 4 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 4 5 Wat zijn de klachten bij eierstokkanker 5 6 Onderzoek

Nadere informatie

BORSTRECONSTRUCTIE NA AMPUTATIE Plastische en Reconstructieve Chirurgie en Handchirurgie

BORSTRECONSTRUCTIE NA AMPUTATIE Plastische en Reconstructieve Chirurgie en Handchirurgie BORSTRECONSTRUCTIE NA AMPUTATIE Plastische en Reconstructieve Chirurgie en Handchirurgie 17785 Algemeen Een borstamputatie is voor iedere vrouw een ingrijpende gebeurtenis. Het missen van een borst, de

Nadere informatie

9.1 Chemotherapie na een operatie bij borstkanker

9.1 Chemotherapie na een operatie bij borstkanker 9.1 Chemotherapie na een operatie bij borstkanker Uw behandelend chirurg heeft in overleg met u en de internist-oncoloog (internist gespecialiseerd in de behandeling van kanker), besloten om na uw operatie

Nadere informatie

Kinderwens spreekuur Volendam

Kinderwens spreekuur Volendam Kinderwens spreekuur Volendam Voor wie is deze folder? Deze folder is voor mensen afkomstig uit Volendam met kinderwens. Wat is het kinderwens spreekuur? Het spreekuur is een samenwerking tussen de afdelingen

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Borstamputatie. Informatie over een borstamputatie (ook wel ablatio of mastectomie genoemd)

Patiënteninformatie. Borstamputatie. Informatie over een borstamputatie (ook wel ablatio of mastectomie genoemd) Patiënteninformatie Borstamputatie Informatie over een borstamputatie (ook wel ablatio of mastectomie genoemd) Borstamputatie Informatie over een borstamputatie (ook wel ablatio of mastectomie genoemd)

Nadere informatie

Borstreconstructie Voorbereiding Prothesen

Borstreconstructie Voorbereiding Prothesen Borstreconstructie Borstreconstructie Een reconstructie van de borst bij een borstkankerpatiënt verandert niets aan het verloop van de ziekte, maar verbetert wel de kwaliteit van overleving. Een borstreconstructie

Nadere informatie

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP)

Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Hallo, ik ben Joep. Dit zijn mijn zusje Mieke en mijn vader en moeder Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP) Boekje met informatie voor jonge mensen Je hebt net te horen gekregen dat je FAP hebt. Of misschien

Nadere informatie

1 Algemeen... 3. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor?... 3. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker?... 3. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker...

1 Algemeen... 3. 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor?... 3. 3 Hoe ontstaat eierstokkanker?... 3. 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker... eierstokkanker Inhoud 1 Algemeen... 3 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor?... 3 3 Hoe ontstaat eierstokkanker?... 3 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker... 3 5 Wat zijn de klachten bij eierstokkanker?...

Nadere informatie

Eenmalige bestraling bij borstkanker

Eenmalige bestraling bij borstkanker Deze folder geeft u informatie over Eenmalige bestraling bij borstkanker patiënteninformatie Intra-Operatieve Radiotherapie Inleiding Deze folder gaat over eenmalige inwendige bestraling tijdens een borstsparende

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²

Vlaams Indicatoren Project VIP² Vlaams Indicatoren Project VIP² Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project VIP² gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de ziekenhuiskoepels Zorgnet en Icuro.

Nadere informatie

Kanker. Inhoud. Inleiding. Wat is kanker? Inleiding

Kanker. Inhoud. Inleiding. Wat is kanker? Inleiding Kanker Inhoud Inleiding Inleiding Wat is kanker? Soorten kanker In het kinderziekenhuis Wat kan je doen tegen kanker? Afsluiting Bronvermelding Ik houd mijn werkstuk over kanker, omdat het mij een moeilijk

Nadere informatie

Wij weten hoe het voelt

Wij weten hoe het voelt www.freya.nl Twitter: @Freya_NL facebook.com/freyanl Wij weten hoe het voelt Om je heen lijkt iedereen zomaar kinderen te krijgen. Bij jou blijft die zo gewenste zwangerschap uit. Bij Freya weten we als

Nadere informatie

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Huisartsensymposium Borstkanker 35% van kankers bij vrouwen 1989-1993 5 jaars overleving borstkanker: 77% inmiddels 5 jaars

Nadere informatie

Verzekeringen. Oncogen is onderdeel van Borstkankervereniging Nederland Postbus 8065 3503 RB Utrecht Bezoekadres: Churchilllaan 11, 8 hoog Utrecht

Verzekeringen. Oncogen is onderdeel van Borstkankervereniging Nederland Postbus 8065 3503 RB Utrecht Bezoekadres: Churchilllaan 11, 8 hoog Utrecht Verzekeringen Indien er sprake is van erfelijkheid in de familie, of aangetoond dragerschap van een genetische mutatie, is het goed te weten dat erfelijk risico doorgaans goed te verzekeren is. Je kunt

Nadere informatie

Kanker. Inleiding. 1. Wat is kanker eigenlijk? 2. Verschillende soorten kanker

Kanker. Inleiding. 1. Wat is kanker eigenlijk? 2. Verschillende soorten kanker Kanker Inleiding Mijn spreekbeurt gaat over kanker patiënten. Ik hou mijn spreekbeurt hier over omdat er veel kinderen zijn die niet precies weten wat kanker nou eigenlijk is en omdat kanker heel veel

Nadere informatie

Eierstokkanker. Patiënteninformatie Eierstokkanker

Eierstokkanker. Patiënteninformatie Eierstokkanker Eierstokkanker Patiënteninformatie Eierstokkanker Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wat is eierstokkanker en bij wie komt het voor 3 Hoe ontstaat eierstokkanker 4 Uitzaaiingen bij eierstokkanker 5 Wat zijn de

Nadere informatie

Borstverwijdering bij borstkanker (ablatio mamma)

Borstverwijdering bij borstkanker (ablatio mamma) Borstverwijdering bij borstkanker (ablatio mamma) Uw chirurg heeft met u besproken, dat u in aanmerking komt voor een gehele verwijdering van de borst. In deze folder leest u hier meer over. Wanneer wordt

Nadere informatie

Operatie voor borstkanker

Operatie voor borstkanker Operatie voor borstkanker 1 Wanneer u deze folder ontvangt heeft u zojuist een gesprek met de chirurg/ verpleegkundig specialist /Physician Assistant gehad. Uit onderzoeken is gebleken dat u borstkanker

Nadere informatie

Gewichtsverlies bij Huntington patiënten

Gewichtsverlies bij Huntington patiënten Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. Mollige muizen wijzen op het belang van de hypothalamus bij de ziekte

Nadere informatie

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek

Preïmplantatie Genetische Diagnostiek Preïmplantatie Genetische Diagnostiek (bijlage bij de brochure IVF) in samenwerking met 1 Inhoud Voor wie is PGD? 3 Hoe verloopt een PGD-behandeling? 3 Wat zijn de kansen? 5 Wat kan er onderzocht worden?

Nadere informatie

9.1 Chemotherapie voorafgaand aan de operatie bij borstkanker

9.1 Chemotherapie voorafgaand aan de operatie bij borstkanker 9.1 Chemotherapie voorafgaand aan de operatie bij borstkanker Uw behandelend chirurg heeft na overleg met de internist-oncoloog (internist gespecialiseerd in de behandeling van kanker) en in overleg met

Nadere informatie

Een operatie bij eierstokkanker

Een operatie bij eierstokkanker Een operatie bij eierstokkanker Deze folder geeft u informatie over een grote gynaecologische operatie bij een ovariumcarcinoom (eierstokkanker). In deze folder leest u meer over deze ingreep, die in medische

Nadere informatie

Non Hodgkin lymfoom. Albert Schweitzer ziekenhuis februari 2014 pavo 1113

Non Hodgkin lymfoom. Albert Schweitzer ziekenhuis februari 2014 pavo 1113 Non Hodgkin lymfoom Albert Schweitzer ziekenhuis februari 2014 pavo 1113 Uw hoofdbehandelaar is: hematoloog dr. Uw specialist is op werkdagen tussen 08.30 17.00 uur bereikbaar via de polikliniek Interne

Nadere informatie

Borstkanker. Celdeling

Borstkanker. Celdeling Borstkanker In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 12.000 vrouwen borstkanker (mammacarcinoom) ontdekt. Daarnaast wordt bij ongeveer 1.300 vrouwen in Nederland een voorstadium van borstkanker (ductaal

Nadere informatie

Borstreconstructie met lichaamseigen weefsel

Borstreconstructie met lichaamseigen weefsel Borstreconstructie met lichaamseigen weefsel Informatie voor patiënten MB0017-1500 maart 2015 Bronovo www.bronovo.nl Bronovolaan 5 2597 AX Den Haag Postbus 96900 2509 JH Den Haag 070 312 41 41 Medisch

Nadere informatie

Intra-Operatieve Radiotherapie

Intra-Operatieve Radiotherapie Intra-Operatieve Radiotherapie Eenmalige bestraling bij borstkanker Informatie voor patiënten MB0003-1500 oktober 2014 Bronovo www.bronovo.nl Bronovolaan 5 2597 AX Den Haag Postbus 96900 2509 JH Den Haag

Nadere informatie

Mijn pathologieverslag begrijpen

Mijn pathologieverslag begrijpen Mijn pathologieverslag begrijpen Deze brochure bevat zeker niet alle gedetailleerde informatie over uw pathologieverslag. We geven u vooral de belangrijkste en juiste informatie mee over de resultaten

Nadere informatie

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn:

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn: Indicatoren VIP²-project Oncologie In België is, net als in Europa, borstkanker de meest voorkomende oorzaak van overlijden door kanker bij vrouwen (20,6 % van alle overlijdens ingevolge kanker). In 2009

Nadere informatie

Achtergrond borstkanker

Achtergrond borstkanker Casus Ilse (32 jaar): geen kanker in voorgeschiedenis Moeder overleden op 43-jarige leeftijd toen Ilse 12 jaar was Ook oma en tante aan borstkanker overleden Erfelijkheidsonderzoek Achtergrond borstkanker

Nadere informatie

De baarmoedermond Uitstrijkje, colposcopie, lis-excisie en conisatie

De baarmoedermond Uitstrijkje, colposcopie, lis-excisie en conisatie De baarmoedermond Uitstrijkje, colposcopie, lis-excisie en conisatie Albert Schweitzer ziekenhuis Januari 2012 pavo 0597 Inhoudsopgave Inleiding 2 Algemeen 2 1. Het uitstrijkje 3 1a. Hoe wordt een uitstrijkje

Nadere informatie

Alles weten over uw aandoening

Alles weten over uw aandoening n i e u w s b r i e f In de schijnwerpers: Lydia Geluk, Senior Het is erg inspirerend om te werken met ons team van internationale collega s en medisch specialisten van over de hele wereld, allemaal met

Nadere informatie

Het bewaren van lichaamsmateriaal door Pathologie laboratoria.

Het bewaren van lichaamsmateriaal door Pathologie laboratoria. Het bewaren van lichaamsmateriaal door Pathologie laboratoria. Waarover gaat deze folder en waarover niet? 1. Soms neemt een arts bij u wat lichaamsmateriaal af, bijvoorbeeld: - een klein stukje uit uw

Nadere informatie

directe borstreconstructie

directe borstreconstructie patiënteninformatie directe borstreconstructie met prothese of Tissue Expander Als uw borst vanwege borstkanker geamputeerd moet worden is het mogelijk de borst te reconstrueren. Er zijn verschillende

Nadere informatie

Chirurgie. Operatie voor borstkanker

Chirurgie. Operatie voor borstkanker Chirurgie Operatie voor borstkanker 1 Inleiding Wanneer u deze folder ontvangt heeft u zojuist een gesprek met de chirurg/ verpleegkundig specialist gehad. Uit onderzoeken is gebleken dat u borstkanker

Nadere informatie

Screenende coloscopie MDL

Screenende coloscopie MDL Screenende coloscopie MDL Inhoudsopgave Inleiding 4 Erfelijke of familiaire aanleg? 5 Gang van zaken onderzoekstraject 13 Bezoek I, MDL-verpleegkundige 13 Bezoek II, Coloscopie 13 Bezoek III, Uitslag

Nadere informatie

X-gebonden Overerving

X-gebonden Overerving 12 http://www.nki.nl/ Afdeling Genetica van het Universitair Medisch Centrum Groningen http://www.umcgenetica.nl/ X-gebonden Overerving Afdeling Klinische Genetica van het Leids Universitair Medisch Centrum

Nadere informatie

BORSTRECONSTRUCTIE NA AMPUTATIE Plastische en Reconstructieve Chirurgie en Handchirurgie

BORSTRECONSTRUCTIE NA AMPUTATIE Plastische en Reconstructieve Chirurgie en Handchirurgie BORSTRECONSTRUCTIE NA AMPUTATIE Plastische en Reconstructieve Chirurgie en Handchirurgie 17785 Algemeen Een borstamputatie is voor iedere vrouw een ingrijpende gebeurtenis. Het missen van een borst, de

Nadere informatie

Reconstructiechirurgie in het hoofdhalsgebied

Reconstructiechirurgie in het hoofdhalsgebied Binnenkort wordt u in het MCL opgenomen voor een operatie van een kwaadaardig gezwel in het. Deze operatie bestaat uit twee delen: 1. Het wegnemen van de tumor door de hoofdhalschirurg. Dit doet de KNO-arts

Nadere informatie

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Vóór het dertigste jaar is borstkanker zeldzaam, maar met het stijgen

Nadere informatie