Stand van zaken. Verhoging AOW-leeftijd Gevolgen voor pensioenen en inkomensverzekeringen De overbruggingsregeling. Modernisering Ziektewet

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Stand van zaken. Verhoging AOW-leeftijd Gevolgen voor pensioenen en inkomensverzekeringen De overbruggingsregeling. Modernisering Ziektewet"

Transcriptie

1 Kennismagazine februari 2013 Stand van zaken Verhoging AOW-leeftijd Gevolgen voor pensioenen en inkomensverzekeringen De overbruggingsregeling Modernisering Ziektewet Uniform loonbegrip ingevoerd Solvency II biedt klanten betere bescherming SEPA vraagt om actie Witboek pensioenen dit jaar in gang gezet Hoe om te gaan met levenslooptegoeden in 2013? Gevolgen Woonakkoord

2 Inhoud Belangrijke wetgeving en de gevolgen 4 Verhoging AOW-leeftijd heeft ook gevolgen voor inkomensverzekeringen 7 Verhoging AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd 10 Overbruggingsregeling AOW 12 Modernisering Ziektewet: maatregelen per 2013 en Invoering uniform loonbegrip een feit 17 Solvency II biedt klant betere bescherming 20 Overgang naar SEPA: iedereen moet actie ondernemen 22 Initiatieven witboek pensioenen worden in 2013 in gang gezet 24 Hoe om te gaan met levenslooptegoeden in 2013? 28 Gevolgen van Woonakkoord voor de koopmarkt Het kabinet heeft de uitvoering van het regeerakkoord voortvarend ter hand genomen. Het kabinet-rutte II kan weliswaar op een meerderheid in de Tweede Kamer rekenen, maar niet in de Eerste Kamer (30 van de 75 zetels). Het kabinet is bij de realisatie van vitale onderdelen uit het regeerakkoord danook veroordeeld tot het sluiten van gelegenheidscoalities. Een duidelijk voorbeeld van dit laatste is de overeenstemming die het kabinet met D66, de Christen Unie en de SGP heeft bereikt over de aanpak van de woningmarkt. Om een lang verhaal kort te maken: de bereikte overeenstemming behelst een pakket waarmee duidelijkheid en vertrouwen moet worden geboden aan huurders, kopers, verhuurders en de in crisis verkerende bouwsector. Of deze ambitieuze doelstellingen worden bewaarheid zal de toekomst ons leren. De overeenstemming over het woningmarktdossier viel helaas precies samen met het ter perse gaan van dit nummer. Daarom beperken we ons in deze editie tot een korte samenvatting van de maatregelen. Verder bespreken we in dit nummer een ander vitaal beleidsvoornemen van het kabinet, de verhoging van de AOW-leeftijd. Daarvoor is alle reden: op 1 januari 2013 is de eerste van de 9 stappen gezet op weg naar een AOW leeftijd van 67 jaar in De verhoging van de AOW-leeftijd staat als zodanig niet ter discussie. Feit is niet alleen dat we gemiddeld steeds langer leven, maar dat gegeven deze situatie deze basisvoorziening ook betaalbaar moet blijven. De gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd voor de dagelijkse praktijk zijn daarom op zijn minst uitdagend. In een drietal artikelen wordt vanuit pensioen-, inkomens- en AOW-gatperspectief ingegaan op deze specifieke gevolgen. Daarnaast vindt u in deze uitgave een meer gevarieerd aanbod van artikelen die het lezen waard zijn. Zo gaan we in op de ins en outs van de beoogde modernisering van de Ziektewet om het onevenredig hoge ziekteverzuim en de instroom in de WIA van flexwerkers te beperken. We kijken naar de Wet uniformering loonbegrip die op 1 januari 2013 in werking is getreden en we zetten de gang van zaken rond de Levensloopregeling nog eens voor u op een rij. Colofon Stand van zaken is het kennismagazine van Nationale-Nederlanden: Verschijnt in controlled circulation. Bestemd voor met Nationale- Nederlanden samenwerkende adviseurs, collectief pensioenrelaties, fiscalisten, juristen en accountants. Inschrijving handelsregister: Nationale- Nederlanden Nederland B.V., statutair gevestigd te Den Haag. Handelsregisternr Nationale-Nederlanden Levensverzekering Mij. N.V., statutair gevestigd te Rotterdam. Handelsregisternr Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Mij. N.V., statutair gevestigd te Den Haag. Handelsregisternr ING Insurance Services N.V., statutair gevestigd te Den Haag. Handelsregisternr De bankspaarproducten worden aangeboden door Nationale-Nederlanden Bank NV. Nationale-Nederlanden Bank NV beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, Wet op het financieel toezicht om het bedrijf van bank uit te oefenen. Nationale-Nederlanden Bank NV is gevestigd te Den Haag en ingeschreven in het door de Nederlandsche Bank NV en de AFM gehouden Wft-register, alsmede ingeschreven in het Handelsregister onder nummer Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of enige wijze hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur. Aan de inhoud van deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie in deze brochure is niet bedoeld als (individueel) advies of als aanbeveling van een concreet financieel product. Redactie: mr. F.E. Beukers, mr. A.J.H. Breitenfellner, mr. R. Duran, J.H.B. Korink MM, mr. P.J. Kwekel, drs. M. Meniar, mr. A.P.J. van Schijndel, B.M. Kuik, mr. P. Zijdenbos Redactionele bijdragen: drs. S.J. van der Ploeg (SPJ), drs. O.W.F. Kronenberg (EMMA Communicatie) Eindredactie en productie: V.M.J.L. Kofflard Redactiesecretariaat: Nationale-Nederlanden Merk & Reputatiemanagement, HP B , Postbus 90504, 2509 LM Den Haag Fotografie: Nanning Barendsz, Sjoerd van der Hucht, Hollandse Hoogte, istockphoto, Nationale Beeldbank Vormgeving: Haagsblauw Druk: Drukkerij Tesink Adreswijzigingen: Stand van zaken, Nationale-Nederlanden, Databasemarketing, HP C , Postbus 90504, 2509 LM Den Haag, Ten slotte behandelen we in deze editie drie actuele onderwerpen die verband houden met Europese wet- en regelgeving: SEPA, Solvency II en het witboek pensioenen. Single Euro Payments Area (SEPA) betekent één markt voor Europees betalingsverkeer. Solvency II behelst nieuwe toezichts- en solvabiliteitseisen voor alle Europese verzekeraars en het witboek pensioenen bevat initiatieven voor de vergrijzende pensioenmarkt. De initiatieven die in het witboek pensioenen zijn gepresenteerd, worden dit jaar door de EC opgepakt. Veel leesplezier! Adriaan Frijters, directeur Zakelijk

3 Verhoging AOW-leeftijd heeft ook gevolgen voor inkomensverzekeringen De verhoging van de AOW-leeftijd heeft ingrijpende gevolgen voor inkomensverzekeringen. Op 1 januari 2013 is de Algemene Ouderdomswet (AOW) gewijzigd. Vanaf nu geldt een AOW-leeftijd van 65 jaar en 1 maand. Deze verhoging heeft zijn beslag gekregen door invoering van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. Met de invoering van de nieuwe wetgeving is de eerste stap gezet voor wat betreft de gefaseerde verhoging van de AOW-leeftijd. Deze stapsgewijze verhoging moet volgens het regeerakkoord uiteindelijk leiden tot een AOW-leeftijd van 67 jaar in Mr. A.J.H. Breitenfellner, senior beleidsadviseur Inkomensverzekeringen Mr. P.J. Kwekel, Senior Legal Counsel bij Legal, Litigation & Compliance Beoogde verhoging AOW-leeftijd volgens regeerakkoord huidig kabinet Jaar AOW-leeftijd stijgt met AOW-leeftijd wordt dan Zoals bekend zijn de afgelopen jaren door verschillende kabinetten plannen gepresenteerd om de AOW-leeftijd te verhogen. Plannen die vaak werden vastgelegd in wetsvoorstellen die vervolgens de parlementaire eindstreep niet haalden. Een wetsvoorstel dat de eindstreep wel haalde was het wetsvoorstel Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd dat op 10 juli 2012 door de Eerste Kamer werd aangenomen. Hoewel deze wetgeving in 2013 het richtsnoer is voor de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd mag niet onvermeld blijven dat het regeerakkoord van het kabinet-rutte II uitgaat van een nog snellere verhoging van de AOW-leeftijd na 2015 dan waar de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023) in voorziet maand 65 jaar + 1 maand maand 65 jaar + 2 maanden maand 65 jaar + 3 maanden maanden 65 jaar + 6 maanden maanden 65 jaar + 9 maanden maanden 66 jaar maanden 66 jaar + 4 maanden maanden 66 jaar + 8 maanden maanden 67 jaar 2022 Koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting De gevolgen van de nieuwe wetgeving zijn veelomvattend. Daarbij springt in het oog dat zij een forse impact hebben op de dagelijkse bedrijfsvoering van inkomensverzekeraars. Denk aan de (frequente) inspanningen die het komend decennium van deze uitvoerders wordt gevraagd ten aanzien van de einddatum van een groot aantal gangbare inkomensverzekeringen die samenvallen met de ingangsdatum van de AOW. Uit het navolgende zal blijken dat naast de administratieve inspanningen ook sociale aspecten een rol spelen. Gevolgen voor inkomensverzekeringen De verhoging van de AOW-leeftijd heeft ingrijpende gevolgen voor inkomensverzekeringen. In dit artikel gaat het over de gevolgen voor collectieve inkomensverzekeringen. Over individuele inkomensverzekeringen, zoals de AOV voor zelfstandigen, komen wij op een later moment terug. Soorten inkomensverzekeringen Welke gevolgen de verhoging van de AOW-leeftijd precies heeft, hangt af van de soort inkomensverzekering. In dat verband kunnen werkgevers- en werknemersverzekeringen worden onderscheiden. Tot de werkgeversverzekeringen behoren ziekengeldverzekeringen en verzekeringen in het kader van eigen risicodragen WGA. Werknemersverzekeringen in de collectieve sfeer betreffen door de werkgever (ten behoeve van werknemers) afgesloten verzekeringen met betrekking tot het WGA-hiaat en de zogeheten WIA-excedentverzekeringen voor hoger gesalarieerden. Wettelijk gezien wordt de AOW-leeftijd in stappen verhoogd tot vooralsnog 67 jaar. Geregeld is dat de einddatum voor een WIA-uitkering meeschuift. Dat betekent dat private verzekeringen die een aanvulling bieden op de WIA daarop aangepast

4 Voor bestaande en nieuwe collectieve inkomensverzekeringen zal de einddatum van de private uitkering worden aangepast aan de opschuivende AOW-leeftijd. Verhoging AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd zullen moeten worden. Private aanvullende uitkeringen zullen dus langer doorlopen ter voorkoming van een inkomensgat. De verantwoordelijkheid van de eigen risicodrager WGA blijft 10 jaar of korter als de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. In het algemeen betekent een hogere AOW-leeftijd een geringe risico-uitbreiding voor de eigen risicodrager. Loondoorbetalingsplicht De loondoorbetalingsplicht bij ziekte is gekoppeld aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst. De loondoorbetalingsplicht is en blijft maximaal 2 jaar of korter als de arbeidsovereenkomst eerder eindigt. In verband met het opschuiven van de AOW-leeftijd kunnen arbeidsovereenkomsten langer doorlopen wat eveneens een gering risico-verhogend effect heeft. Voor bestaande en nieuwe collectieve inkomensverzekeringen zal de einddatum van de private uitkering worden aangepast aan de opschuivende AOW-leeftijd. Voor verzekeringen in het kader van het WGA-hiaat en WIA-excedent zal de uitbreiding van de dekking voor bestaande relaties geen premieconsequenties hebben. De uitbreiding geldt niet voor werknemers van wie de eerste ziektedag ligt voor 1 januari 2013 of waarop een eindleeftijd lager dan 65 jaar verzekerd is. Over ziekengeldverzekeringen en verzekeringen in het kader van eigen risicodragen WGA, waar de gevolgen het geringst zijn, zal in de loop van het jaar afzonderlijk worden gecommuniceerd. Kwetsbare groepen Nationale-Nederlanden pleit al geruime tijd voor een publieke voorziening voor bestaande arbeidsongeschikten met een lopende private verzekeringsuitkering. Voor zover het gaat om private verzekeringen die destijds gesloten zijn met een eindleeftijd van 65 jaar, sluiten deze straks niet meer aan op de verhoogde AOW-leeftijd van (vooralsnog) maximaal 67 jaar. Daardoor hebben bestaande arbeidsongeschikten straks een inkomensgat van maximaal 2 jaar. Inmiddels is bekend dat het kabinet voornemens is een oplossing te bieden via een zogeheten overbruggingsregeling. Helaas is dit een regeling die slechts geldt voor mensen met een laag inkomen. Voor mensen met inkomen rond modaal of hoger is er nog geen oplossing. Het is te hopen dat dit in de uitwerking alsnog wordt meegenomen. Conclusie De noodzaak van de verhoging van de AOW-leeftijd staat niet te discussie: we worden met zijn allen steeds ouder. Minder vanzelfsprekend is het gemak waarmee men ervan uitgaat dat van de dagelijkse uitvoeringspraktijk opnieuw een forse inspanning wordt gevergd om de implementatie van de verhoging van de AOW-leeftijd in goede banen te leiden. Een ander punt van kritiek is dat te weinig rekening wordt gehouden met de kwetsbare positie waarin bestaande arbeidsongeschikten met een lopende private verzekerings uitkering zich bevinden. Aan dit sociale aspect zou de politiek meer aandacht moeten besteden. Ton Breitenfellner Peter Kwekel Nadat afgelopen jaar eerst het ingangsmoment van de AOW-uitkering is gewijzigd naar de verjaardag van de AOW-gerechtigde, is de overheid dit jaar begonnen met de verhoging van het moment waarop de AOW-uitkering ingaat. Sinds 1 januari 2013 is de AOW-leeftijd 65 jaar en één maand geworden. De komende jaren zal de AOWleeftijd verder omhoog gaan. Mr. M.J. Rijff, senior pensioenjurist bij Juridisch Advies en Beleid De pensioenleeftijd voor aanvullende werkgeverspensioenen wordt los van de AOW-leeftijd verhoogd. Met ingang van 1 januari 2014 wordt de wettelijke pensioenleeftijd binnen pensioenregelingen 67 jaar. Net als bij de AOW is ook voor de pensioenleeftijd in de wetgeving al op voorhand geregeld dat deze leeftijd verder omhoog gaat bij verdere toename van de levensverwachting. Voor de pensioenleeftijd kan dat in stappen van telkens één jaar, voor het eerst per 1 januari Toenemende levensverwachting Genoemde maatregelen passen in het beleid vanuit de overheid om ouderen langer aan het werk te houden. De toenemende levensverwachting laat zien dat jonge werknemers ouder worden en daardoor ook fysiek beter in staat zijn om langer door te werken. Dit komt ook naar voren uit het recente onderzoek Bevolkingsprognose : langer leven, langer werken door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwacht dat de levensverwachting met ruim 5 jaar stijgt in de periode tot Dat betekent dat de AOW-leeftijd na 2021 met ongeveer 1 maand per jaar stijgt. Dit leidt er mogelijk toe dat werknemers die nu rond de 40 jaar zijn werken tot hun 68e. Dertigers van nu kunnen pas op hun 69ste met pensioen. Volgens het onderzoek van het CBS stijgt de AOWleeftijd tot 71,5 jaar in Praktische gevolgen voor bestaande afspraken De komende jaren bestaat er een verschil tussen het ingangsmoment van de AOW-uitkering en de fiscale pensioenleeftijd. Deze wettelijke pensioenleeftijd bepaalt doorgaans de pensioendatum binnen de pensioenregeling van de werkgever. In de praktijk ontstaat een tegengestelde situatie met die de afgelopen jaren gebruikelijk was. Arbeidsvoorwaarden voorzagen er via verschillende mogelijkheden in, dat oudere werknemers eerder konden stoppen met werken tegen het ontvangen van een inkomensvervangende uitkering. In het verleden was dat bijvoorbeeld aan de orde bij een VUT- of prepensioenuitkering. Gedurende de periode tot aan het ingaan van de AOW-uitkering of het ouderdomspensioen volgens de pensioenregeling ontving de ex-werknemer een uitkering die gebaseerd was op een bepaald percentage van zijn laatste inkomen. Ook bestonden er pensioenregelingen waarbij vóór de leeftijd van 65 jaar het ouderdomspensioen inging (vroegpensioen), vaak in combinatie met een overbruggingspensioen tot aan het moment waarop de AOW-uitkering zou ingaan. Situatie 2013 Sinds 1 januari van dit jaar sluit de AOW-leeftijd niet meer vanzelfsprekend aan op bestaande afspraken uit de betreffende pensioenregeling. Ontvangers van tijdelijke pensioenuitkeringen worden mogelijk geconfronteerd met een inkomenshiaat. Volgens de gemaakte afspraken stoppen pensioenuitkeringen mogelijk eerder dan het moment waarop de AOW-uitkering ingaat. Voor eerder opgebouwde pensioenen kan ook de situatie bestaan dat de AOW-uitkering op een later tijdstip ingaat dan het levenslange ouderdomspensioen volgens de pensioenregeling. De meeste pensioenregelingen bevatten momenteel verschillende flexibiliseringsmogelijkheden. Pensioengerechtigden

5 Vervroegen en uitstellen van de pensioendatum is wel aan voorwaarden verbonden. Zo heeft bijvoorbeeld het vervroegen van de pensioendatum gevolgen voor de hoogte van de pensioenuitkering. Mike Rijff kunnen daarbij hun pensioendatum vervroegen of uitstellen. Hierdoor gaat de pensioenuitkering (gedeeltelijk) eerder of later in. Ook bestaat de mogelijkheid om de pensioenuitkering om te zetten in een tijdelijk hogere uitkering en vervolgens een verlaagde uitkering of andersom, eerst een periode een lagere en daarna een hogere pensioenuitkering. Verder biedt de pensioenregeling ook keuzes om bepaalde pensioenuitkeringen door onderlinge uitruil aan te vullen of te verlagen. Verschuiven van de pensioendatum, vanaf nu eerder regel dan uitzondering Vanwege de voorkeur (en wellicht financiële noodzaak) om de AOW-uitkering en de pensioeningang op elkaar te laten aansluiten, zal het bij een verschil tussen de AOW-leeftijd en de pensioendatum, gebruikelijk zijn om de pensioendatum te verschuiven. Ook omdat de flexibele ingangsmogelijkheid van de AOW-uitkering, waarvan eerder sprake is geweest, niet is doorgegaan. Bij een latere pensioenleeftijd in de pensioenregeling dan de AOW-leeftijd, zal er doorgaans een vervroeging van de pensioendatum aan de orde zijn. Is er sprake van een eerdere ingang van de pensioenuitkering dan de AOW-leeftijd, dan ligt uitstel van de pensioendatum eerder voor de hand. Ook als in vorige of andere pensioenregelingen pensioenopbouw gehandhaafd blijft met een eerder pensioenleeftijd dan de toekomstige AOW-leeftijd, komt verschuiving van de pensioendatum aan de orde. Voorwaarden Vervroegen en uitstellen van de pensioendatum is wel aan voorwaarden verbonden. Zo heeft bijvoorbeeld het vervroegen van de pensioendatum gevolgen voor de hoogte van de pensioenuitkering. Immers wordt het moment van ingang naar voren gehaald en wordt er dus langer uitgekeerd ten opzichte van het oorspronkelijke ingangsmoment. Bij uitstel werkt dit andersom. Na het uitstellen van de pensioendatum vindt er een herrekening plaats met een verhoging van de pensioenuitkering tot gevolg. Naast dat de pensioenuitkering later ingaat dan op de oorspronkelijke pensioendatum, worden er tot aan het moment van overlijden minder pensioentermijnen uitgekeerd. Uitstel van de pensioendatum kent ook nog een fiscale randvoorwaarde. Omdat de pensioenuitkering als oudedagsvoorziening een inkomensvervangend karakter heeft, is uitstel slechts toegestaan als er wordt doorgewerkt. Aan deze doorwerkeis kan worden voldaan via de voortzetting van het dienstverband bij de huidige werkgever, maar ook bij een eventuele andere werkgever en onder voorwaarden zelfs als ZZP-er. Voor bestaande situaties heeft de staatsecretaris van Financiën eind vorig jaar een tijdelijke goedkeuring gegeven. Voor een specifieke categorie (ex-)werknemers kan de wettelijke doorwerkeis achterwege blijven bij uitstel van de pensioen datum. Hiermee is onderkend dat er niet altijd meer sprake is van een actief dienstverband, terwijl er in de komende periode wel sprake is van het later ingaan van de AOW-uitkering. Het gaat hier om (ex-)werknemers die geboren zijn voor 1 januari Toegestaan is om de uitkeringen van het ouderdoms pensioen uit te stellen tot aan het moment waarop hun AOW-uitkering ingaat, zonder dat er sprake is van een actief dienstverband. Wettelijke aanpassingen: Wat gebeurt er met bestaande pensioenregelingen? Op dit moment inventariseert Nationale-Nederlanden welke aanpassingen in de bestaande pensioenregelingen noodzakelijk zijn. Mede afhankelijk van de datum waarop het bestaande pensioencontract eindigt, kunnen verschillende oplossingen mogelijk zijn. Dit wordt veroorzaakt doordat het uitgangspunt van Nationale-Nederlanden is om de aanpassingen en het aantal aanpassingsmomenten tot een minimum te beperken. Ten slotte Voor het einde van dit kalenderjaar moeten sociale partners hun arbeidsvoorwaarden en de bestaande uitgangspunten van hun pensioenregelingen kritisch bezien. Impact hierbij hebben onder andere alle veranderingen rondom de verhoging van de levensverwachting inclusief de noodzakelijke arbeidsparticipatie oudere werknemers, de verhoging van de AOWleeftijd en het fiscale kader rondom pensioenopbouw. In de loop van dit jaar gaat Nationale-Nederlanden de betrokken werkgevers en hun pensioenadviseurs nader informeren. Tijdige besluitvorming en het verstrekken van duidelijkheid over een eventuele aanpassing van de pensioenregeling, onder meer richting Nationale-Nederlanden als de betreffende pensioenuitvoerder, is daarbij van belang. Recent zijn de schriftelijke antwoorden over pensioenplannen uit het regeerakkoord gepubliceerd. Met de nodige voorbehouden komt daaruit naar voren dat op basis van de meest recente bevolkingsprognose van december 2012 en onder toepassing van de formules in de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, wordt verwacht dat de AOW-leeftijd in 2030 de 68 jaar zal bereiken. Op grond van diezelfde formules en uitgaande van dezelfde prognose wordt in 2020 een verhoging van de (fiscale) pensioen - richt leeftijd naar 68 jaar verwacht

6 Overbruggingsregeling AOW Voor degenen met een modaal of hoger inkomen is er nog steeds geen enkele oplossing. Ook voor hen geldt uiteraard dat ze geen tijd hebben gehad om de nodige voorzieningen te treffen. In 2013 schuift de AOW-leeftijd met 1 maand op. Dit is een gevolg van nieuwe wetgeving waardoor de AOW-leeftijd uiteindelijk 67 jaar wordt. Door het opschuiven van de AOW-leeftijd ontstaat voor bestaande uitkeringsgerechtigden met een private verzekeringsuitkering een inkomensgat. Dit AOW-gat ontstaat als mensen een uitkering hebben die afloopt op 65-jarige leeftijd terwijl de AOW-ingangsdatum inmiddels opgeschoven is. Nationale-Nederlanden heeft vanaf het begin van de AOW-plannen hiervoor publiekelijk aandacht gevraagd. Mr. A.J.H. Breitenfellner, senior beleidsadviseur Inkomensverzekeringen Eind 2012 werd duidelijk dat het nieuwe kabinet dit probleem wilde oplossing via een zogeheten overbruggingsregeling. De doelgroep was vroeggepensioneerden en Anw-uitkeringsgerechtigden. Nationale-Nederlanden heeft politieke partijen in het kader van de begrotingsbehandeling SZW, erop gewezen dat arbeidsongeschikten met dezelfde problematiek te maken hebben en dat het in de rede ligt een dergelijke oplossing ook voor hen te laten gelden. Dat signaal heeft geleid tot een toezegging van de staatssecretaris Klijnsma, om het bereik van de overbruggingsregeling uit te breiden. Bij brief van 24 januari aan de Tweede Kamer komt de staatssecretaris deze toezegging na. Weinig tijd De kernoverweging om tot de regeling te komen is dat de groepen uitkeringsgerechtigden waar het om gaat, te weinig tijd hebben gehad om zich financieel voor te bereiden op het AOW-gat. De overbruggingsregeling is bedoeld voor mensen met een inkomen beneden 150% van het wettelijk minimumloon (WML), die tijdelijk minder inkomen hebben door de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd. De regeling gaat gelden voor mensen die op 1 januari 2013 al met VUT of prepensioen zijn en mensen die op 1 januari 2013 al een uitkering uit een private verzekering hebben en die stopt op hun 65e. Dit is dus een ruimere groep dan in het regeerakkoord was afgesproken. De exacte doelgroep van de overbruggingsregeling bestaat uit mensen met een: 1. VUT-regeling 2. Prepensioenregeling 3. Overbruggingspensioen 4. Regeling op basis van het functioneel leeftijdsontslag (FLO regelingen) 5. Private arbeidsongeschiktheidsverzekering voor (ex)zelfstandigen 6. Private Anw-hiaatverzekering of -pensioen 7. Private WIA/WGA-verzekering 8. Lijfrente 9. Levensloopuitkering Voor de toegang tot de overbruggingsregeling geldt een inkomensgrens van 150% van het wettelijk bruto minimumloon. Van mensen boven die grens wordt verwacht dat zij financiële reserves hebben kunnen opbouwen om het inkomensverlies mee te overbruggen. Daarnaast geldt een vermogenstoets. Deze is exclusief eigen woning en pensioenvermogen. Uitkeringen op minimumniveau De regeling gaat een uitkering op minimumniveau bieden. Dit betekent onder meer dat ander inkomen, zoals aanvullende pensioenen, in mindering gebracht worden op deze uitkering. Ook wordt de uitkering niet hoger dan de voorziening die de mensen zelf hadden getroffen tot hun pensioen. Bij inkomen uit arbeid wordt een deel vrijgelaten, zodat het aantrekkelijk is om te blijven werken. In 2013 komen circa personen in aanmerking voor de overbruggingsregeling. Dit aantal loopt af tot minder dan 2000 personen in 2018, wanneer de regeling eindigt voor nieuwe instroom. De regeling wordt in het najaar van kracht en gaat terugwerkend gelden vanaf 1 januari Dit betekent dat de mensen op wie dit betrekking heeft, straks terugwerkend een beroep op de regeling kunnen gaan doen. De Sociale Verzekeringsbank gaat de regeling uitvoeren en zal betrokkenen in de loop van het jaar aanschrijven om hen uit te nodigen om gebruik te maken van de regeling. Kritiek Ondanks dat de overbruggingsregeling een welkome oplossing is, is er ook de nodige kritiek. Belangrijkste punt is dat de regeling slechts een oplossing biedt voor mensen met een laag inkomen. Voor degenen met een modaal of hoger inkomen is er nog steeds geen enkele oplossing. Ook voor hen geldt uiteraard dat ze geen tijd hebben gehad om de nodige voorzieningen te treffen. Het is niet uit te sluiten dat het maken van onderscheid naar inkomen op gespannen voet staat met de gelijkheidswetgeving. Daarnaast is de regeling grofmazig voor wat betreft WIA/WGA-gerechtigden. Niet iedereen heeft namelijk een AOW-gat. Sommigen hebben zelfs voordeel van het verschuiven van de AOW-uitkering. Het zou goed zijn als de staatssecretaris de regeling op detailpunten nog eens onder de loep neemt

7 Modernisering Ziektewet: maatregelen per 2013 en 2014 De kern van de kritiek is dat gesneden wordt in de rechten van flexwerkers terwijl hun positie op de arbeidsmarkt toch al zwak is. Op 2 oktober 2012 heeft de Eerste Kamer het voorstel van Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters aanvaard. Op 4 oktober 2012 is de wet gepubliceerd in het Staatsblad (SB 2012, 464). De maatregelen hebben tot doel het onevenredig hoge ziekteverzuim en de instroom in de WIA van flexwerkers te beperken. Daartoe bevat de regeling maatregelen die op verschillende momenten ingaan. Per 2013 geldt na 1 jaar ziekte een aangescherpt ZW-criterium waardoor in sommige gevallen geen recht op ZW meer zal bestaan. Per 2014 wordt voor de maximale duur van de ZW-uitkering gekeken naar het arbeidsverleden. Mr. A.J.H. Breitenfellner, senior beleidsadviseur Inkomensverzekeringen De maatregelen in het kader van Modernisering ZW bevatten nog andere maatregelen die op het vlak liggen van premiedifferentiatie en eigen risicodragen WGA. Zo zal voor kleine ondernemingen de individueel gedifferentieerde WGA premie worden vervangen door een sectorale premie. Voor grotere ondernemingen blijft individuele premiedifferentiatie van kracht. Voor de tussenliggende groep gaat een mengvorm gelden. Ander element is dat vanaf 2014 ook de WGA-lasten van flexwerkers individueel worden toegerekend aan grote bedrijven, die voor dat risico per 2016 eigen risicodrager kunnen worden. Over de implicaties van Modernisering ZW is vorig jaar in dit blad een algemeen artikel gewijd. In deze editie besteden wij aandacht aan de maatregelen die per 2013 en 2014 ingaan. Maatregelen per 2013: nieuw ziektewetcriterium In het nieuwe artikel 19aa ZW wordt geregeld dat een flexwerker na 52 weken ziekte alleen nog recht heeft op een ziektewetuitkering als hij niet in staat is om meer dan 65% van zijn zogeheten maatmaninkomen te verdienen. Dit ziektewetbegrip is hetzelfde als het arbeidsongeschiktheidsbegrip in de artikelen 4 en 5 WIA. Het gaat om zogeheten gangbare arbeid. De minimale mate van arbeidsongeschiktheid moet dus 35% zijn. De wetgever is overigens ver gegaan in het regelen van allerlei situaties. Zo is rekening gehouden met de situatie dat iemand minder dan 35% arbeidsongeschikt is maar wel in staat is zijn eigen arbeid te verrichten. Deze mogelijkheid vloeit voort uit de systematiek dat voor het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid altijd meerdere geschikte functies moeten worden geduid. Daarom is geregeld dat iemand meer dan 35% arbeidsongeschikt moet zijn en bovendien niet in staat is zijn eigen arbeid te verrichten, om recht op ZW te hebben. Recht op ZW-uitkering Mocht blijken dat iemand na 52 weken ziekte minder dan 35% arbeidsongeschikt is, dan eindigt het recht op een ZW-uitkering niet meteen, maar na 1 maand zodat verzekerde zich kan voorbereiden op de nieuwe situatie. De uitloop van 1 maand geldt uiteraard weer niet als sprake is van herstel ten opzichte van de eigen functie. Overigens is in de WIA de overeenkomstige uitloopperiode 2 maanden. Het kan uiteraard voorkomen dat de zieke flexwerker niet alleen een theoretische verdiencapaciteit heeft, maar ook daadwerkelijk inkomsten geniet. Indien deze inkomsten meer bedragen dan 65% van zijn inkomsten, eindigt het recht op ZW niet meteen maar pas na een uitloopperiode van 1 jaar. De inkomsten worden uiteraard verrekend met de ZW-uitkering. De periode van 1 jaar gaat lopen vanaf de eerste dag dat de zieke inkomsten geniet. Deze eerste dag kan dus ook gelegen zijn in de eerste 52 weken. Als het recht op ZW in het tweede jaar eindigt, bestaat recht op de hiervoor genoemde uitloopuitkering van 1 maand. In alle gevallen eindigt het recht op ZW-uitkering voor degene die inkomsten heeft op het moment dat men niet meer arbeidsongeschikt is voor de eigen functie. Maatmaninkomen De bepaling van het maatmaninkomen vindt plaats volgens de regels van artikel 1 WIA en luidt: maatmaninkomen is het inkomen hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatste heeft verricht, of in de omgeving daarvan met arbeid gewoonlijk verdienen. In artikel 19ab ZW (nieuw) is de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling vastgelegd. Deze is gelijk aan de beoordeling zoals die ook in het kader van de WIA plaatsvindt. De hantering van het nieuwe ZW-criterium gaat in per en geldt voor nieuwe gevallen. Maatregelen per 2014: aanpassing duur en hoogte van de ZW-uitkering De hoogte van de ZW-uitkering wordt geregeld in het nieuwe artikel 29e ZW. In plaats van de huidige regeling waarbij het ziekengeld 70% van het dagloon bedraagt totdat de wachttijd van 2 jaar voor toegang tot de WIA is verstreken, geldt in de nieuwe regeling dat in eerste instantie recht bestaat op 70% van het dagloon gedurende 3 maanden. De termijn van 3 maanden gaat gelden vanaf het moment dat de verzekerde geen werkgever meer heeft die het loon doorbetaalt bij ziekte. De periode van 3 maanden kan worden verlengd met telkens een maand voor ieder jaar dat het arbeidsverleden de duur van 3 kalenderjaren overschrijdt. Dit is de verlengde periode. Uiteraard is de totale periode begrensd op 104 weken. Na afloop van de verlengde periode bestaat recht op ziekengeld ter grootte van 70% van het wettelijk minimumloon. Mocht het dagloon lager zijn dan het minimumloon dan blijft het dagloon uiteraard bepalend voor de hoogte van de ZW-uitkering. Arbeidsverleden Om het ingewikkeld te maken heeft de wetgever geregeld dat slechts eenmaal op basis van hetzelfde arbeidsverleden, uitkeringsduur kan worden gebruikt. Wel bestaat bij een nieuw recht steeds aanspraak op minimaal 3 maanden ZWuitkering gebaseerd op 70% van het wettelijk minimum loon. Bij een dergelijk nieuw recht geldt wel de bekende 4 weken termijn. Ziektegevallen die elkaar opvolgen binnen 4 weken worden als hetzelfde geval beschouwd. In dat geval is er geen recht op een nieuwe uitkering van 3 maanden. De hier beschreven regeling met betrekking tot het arbeidsverleden en het slechts eenmaal kunnen gebruiken van het arbeidsverleden geldt alleen voor nieuwe gevallen en niet voor reeds lopende ZW-uitkeringen die reeds bestonden voor inwerkingtreding van deze wet. Het arbeidsverleden wordt bepaald op dezelfde wijze als in artikel 15 WIA. Dat betekent dus dat vanaf 1998 het feitelijke arbeidsverleden geldt en voor 1998 het fictieve arbeidsverleden. De regeling met betrekking tot de hoogte en duur van de uitkering gaat in voor nieuwe gevallen vanaf Beschouwing In het eerdere artikel over dit onderwerp is gemeld dat over de noodzaak om maatregelen te nemen ter beperking van het verzuim en de WIA-instroom van vangnetters, geen verschil van mening bestaat. Daarbij is ook gesteld dat de uitwerking zelf de nodige vraagtekens oproept. De kern van de kritiek is dat gesneden wordt in de rechten van flexwerkers terwijl hun positie op de arbeidsmarkt toch al zwak is. Dat komt omdat er geen ontslagbescherming is bij ziekte en omdat de daaropvolgende ZW toch al mindere rechten biedt dan de arbeidsrechtelijke (private) loondoorbetalingsplicht

8 Invoering uniform loonbegrip een feit Met ingang van 1 januari 2013 is de wet uniformering loonbegrip (WUL) in werking getreden. Hierdoor zijn de grondslagen voor het berekenen van het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet (Zvw) gelijk, het zogenoemde uniform loonbegrip. In dit artikel gaan we in op een aantal gevolgen die de invoering van de WUL heeft, waaronder de gevolgen voor Inkomensverzekeringen. F. van der Zwan, kenniscoördinator Inkomen Mr. P.J. Kwekel, Senior Legal Counsel bij Legal, Litigation & Compliance Samenstelling uniform loon op de loonstrook Voor werknemers moet de uniformering van het loonbegrip leiden tot een eenvoudiger en dus overzichtelijker loonstrookje. Hieronder presenteren wij een aan de parlementaire geschiedenis van de WUL ontleend voorbeeld van een loonstrook waaruit de opbouw van het uniform loon blijkt*. Uniform loon op loonstrook A Brutoloon 2000 B (+) Auto van de zaak 500 C (-/-) inleg levensloop 200 D (-/-) pensioenpremie, eigen bijdrage wn. 100 E Uniform loon (A+B-C-D) 2200 * Zie Tweede Kamer, vergaderjaar , 32121, nr.11 (blz.19) Inhouden en betalen van loonheffingen Bij het inhouden en betalen van loonheffingen heeft de WUL onder meer gevolgen voor: 1. De bijtelling wegens privégebruik auto van de zaak. Tot en met 31 december 2012 De bijtelling wegens privégebruik auto van de zaak werd tot en met 31 december 2012 aangemerkt als loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de Zvw. Deze bijtelling werd daarentegen niet beschouwd als in aanmerking te nemen loon voor de premieheffing werknemersverzekeringen. Met ingang van 1 januari 2013 In het laatste is met ingang van 1 januari 2013 verandering gekomen: vanaf dit tijdstip wordt de bijtelling wegens privégebruik auto van de zaak ook aangemerkt als loon waarover premies werknemersverzekeringen worden berekend. 2. De levensloopregeling. Tot en met 31 december 2012 De inleg van een werknemer die in 2012 spaarde in het kader van de levensloopregeling werd niet beschouwd als loon waarover loonbelasting, premies volksverzekeringen en Zvw-bijdrage was verschuldigd, maar daarentegen wel als loon waarover premies werknemersverzekeringen werd berekend. Als een werknemer in 2012 levenslooptegoed opnam werd deze opname aangemerkt als loon voor de loonbelasting/premieheffing volksverzekeringen en de Zvw, maar daarentegen niet als loon voor de werknemersverzekeringen. Met ingang van 1 januari 2013 Met ingang van 1 januari 2013 zijn over de inleg op basis van een levensloopregeling geen premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. De eigen bijdrage is in 2013 aftrekbaar voor alle loonheffingen en de (eventuele) werkgeversbijdrage wordt niet aangemerkt als loon. Met ingang van 1 januari 2013 worden de opnamen van het levenslooptegoed aangemerkt als loon voor alle loonheffingen. Dubbele heffing kan optreden wanneer zowel in de inlegfase (2012) als opnamefase (2013) premies werknemersverzekeringen zijn verschuldigd. Voor dergelijke situaties is geen specifiek overgangsrecht getroffen. Echter, de werknemer die op 1 januari jaar of ouder is ontkomt aan deze dubbele heffing. En wel omdat de levensloopuitkering in fiscaal opzicht wordt beschouwd als loon uit vroegere dienstbetrekking, waarover geen premies werknemersverzekeringen zijn verschuldigd. 3. Afschaffing verplichte vergoeding bijdrage Zvw Tot en met 31 december 2012 Tot en met 31 december 2012 betaalden werknemers en andere verzekeringsplichtigen een Zvw-bijdrage. De werkgever hield deze bijdrage in op het nettoloon en betaalde deze via de aangifte loonheffingen aan de Belastingdienst. De werkgever moest de ingehouden Zvw-bijdrage meestal vergoeden aan de werknemer. Die vergoeding was loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen, maar geen loon voor de andere loonheffingen. Per saldo betekende dit voor de werknemer dat hij van de werkgever de ingehouden Zvw-bijdrage vergoed kreeg, maar dat hij hierover wel loonbelasting/premie volksverzekeringen betaalde. Met ingang van 1 januari 2013 Met ingang van 1 januari 2013 betalen de meeste werknemers geen Zvw-bijdrage meer en is de verplichte vergoeding van die bijdrage vervallen. Daarvoor in de plaats is de werkgeversheffing Zvw gekomen. De bijdrage Zvw is niet helemaal afgeschaft. Er is niets veranderd voor werknemers en uitkeringsgerechtigden aan wie de werkgever in 2012 de Zvwbijdrage niet verplicht hoefde te vergoeden. Dit betreft gepensioneerden en directeuren-grootaandeelhouders die niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De werkgever blijft de Zvw-bijdrage in die gevallen inhouden op het nettoloon. Loon uit vroegere dienstbetrekking Er blijft in 2013 een voor de dagelijkse praktijk belangrijke uitzondering op het uniform loonbegrip bestaan. Deze uitzondering betreft loon uit vroegere dienstbetrekking. Hierbij moet met name worden gedacht aan pensioen- en VUT-uitkeringen

9 Frank van der Zwan Peter Kwekel De WUL brengt ook met zich mee dat een tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden is geïntroduceerd. Solvabiliteit beoordeeld op basis van risico en marktwaarde Solvency II biedt klant betere bescherming Dergelijke uitkeringen worden ook in 2013 aangemerkt als loon voor de loonheffingen en de Zvw. Daarentegen worden ze niet beschouwd als loon voor de werknemersverzekeringen. Tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden De WUL brengt ook met zich mee dat een tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden is geïntroduceerd. Vroeggepensioneerden zijn gepensioneerden jonger dan de AOW-leeftijd bij wie de Zvw-bijdrage moet worden ingehouden. Deze categorie krijgt in 2013, 2014 en 2015 een speciale heffingskorting bedoeld om de nadelige financiële effecten van de WUL te compenseren. De maximale tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden bedraagt 182 in 2013, 121 in 2014 en 61 in Wie in aanmerking wil komen voor het toepassen van deze specifieke heffingskorting moet voldoen aan de volgende drie voorwaarden: 1. Het loon is een VUT-uitkering, een prepensioen, een vroegpensioen, een tijdelijk overbruggingspensioen, een vervroegd ouderdomspensioen, een nabestaandenpensioen of een wezenpensioen; 2. Er moet op dat loon een Zvw-bijdrage worden ingehouden; 3. De uitkeringsgerechtigde heeft op het genietingsmoment van dit loon de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt. Lagere netto pensioenuitkeringen Op de pensioenuitkeringen wordt loonbelasting en een Zvwbijdrage ingehouden. Als gevolg van de verhoging van het belastingtarief in de eerste schijf met 3,9% wordt met ingang van 1 januari 2013 meer loonbelasting ingehouden op de pensioenuitkering. Ook de in te houden Zvw-bijdrage is met ingang van 1 januari 2013 verhoogd van 5% naar 5,65%. Beide maatregelen zorgen er voor dat het netto pensioen in 2013 lager is. Dit heeft in januari van dit jaar de nodige commotie opgeleverd. Gevolgen WUL voor inkomensverzekeringen De gevolgen voor inkomensverzekeringen worden mede bepaald door het beleid op het gebied van loonbegrippen in de achterliggende jaren. De uniformering van het loonbegrip is immers een vervolg op eerdere relevante wetgeving zoals WALVIS/PANA. Daarbij was een keuze voor de twee loonbegrippen, premieplichtig SV-loon of loon voor loonheffing een logische. Met de wijzigingen die de uniformering voorschrijft is er, enkele uitzonderingen daargelaten, slechts één verschil tussen de 2 loonbegrippen. Dat is de maximering van het premieloon. De wetgever handhaaft daarom vrijwel dezelfde omschrijving van de loonbegrippen onder verwijzing naar de Wet financiering sociale verzekeringen en de Wet op de Loonbelasting Daarom kunnen de loonbegrippen in principe gehandhaafd blijven met een uitleg naar de exacte wettekst. Verzekeraars die bovenstaande keuze eerder maakten hoeven dus weinig grote aanpassingen door te voeren in systemen of voorwaarden. Zoals al opgemerkt behoort de bijtelling auto van de zaak na de uniformering ook tot het maximum premieloon (premieplichtig SV-loon). De bijtelling wordt behalve premieloon ook uitkeringsloon voor de sociale verzekeringswetten. Werkgevers die eerder een keuze maakten voor het maximum premieloon bijvoorbeeld bij de Ziekengeldpolis, hebben daarbij in 2013 in voorkomende gevallen een hogere loonsom dan in Het premiepercentage blijft echter in principe ongewijzigd door de uniformering van het loonbegrip. Overigens draagt de uniformering bij tot een effectievere en efficiëntere uitvoering van premie en loonheffing. Dit kent ook een positief effect op de inkomensverzekeringen. Conclusie De aanloop naar invoering van het uniform loonbegrip is relatief lang geweest, maar heeft met ingang van 1 januari 2013 uiteindelijk toch haar beslag gekregen. Het is wel duidelijk dat de nieuwe wetgeving zich in de praktijk nog zal moeten zetten alvorens een reëel oordeel kan worden geveld of de doelstellingen die aan de nieuwe wetgeving ten doel liggen ook daadwerkelijk worden behaald. In de toekomst moeten alle Europese verzekeraars voldoen aan nieuwe toezichteisen volgens de richtlijnen van Solvency II. Nieuw aan deze richtlijnen is dat de solvabiliteit wordt bepaald op basis van de risico s en de marktwaarde van de verschillende balansposten. Het doel dat de Europese Commissie met het nieuw solvabiliteitstoezicht nastreeft, is een versterking van de verzekeringsbranche als geheel en een betere bescherming van de klant. Die moet erop kunnen vertrouwen dat zijn of haar verzekeraar voldoende kapitaal aanhoudt om de gemaakte afspraken na te komen. Uiteraard keek Nationale-Nederlanden altijd al naar risico s en marktwaarde. Alleen gebeurt dit in de nabije toekomst in heel Europa volgens uniforme richtlijnen. Dit leidt tot meer transparantie en daardoor tot versterking van het vertrouwen in de verzekeringsbranche als geheel. Die eenheid is in Europa ver te zoeken. Zo rekenen verzekeraars bij langlopende verplichtingen in het ene land met een vaste rente, in een ander met de marktrente en in een derde land weer met het verwachte rendement. Discussie over marktwaarde duurt voort De Solvency II richtlijnen zijn in opdracht van de Europese Commissie opgesteld door de EIOPA (European Insurance and Occupational Pensions Authority) en in 2009 aangenomen door de Europese Commissie en het Europese Parlement. Aanvankelijk was het de bedoeling dat Solvency II in 2014 in werking zou treden maar er is nog zoveel onduidelijkheid over de praktische uitwerking dat besloten is tot uitstel. De invoeringsdatum wordt waarschijnlijk 1 januari 2015, mogelijk zelfs De onduidelijkheid is vooral veroorzaakt door de enorme fluctuaties van balanswaardes in de marktwaardewaardering onder Solvency II. Ook is onduidelijk hoe een balanspost moet worden beoordeeld als er op een bepaald moment helemaal geen markt meer voor is, zoals tijdens de crisis het geval was voor bepaalde financiële activa. In dat geval wordt de waardering gebaseerd op een model (marked to model) in plaats van op een marktwaarde (marked to market) met alle subjectiviteit van dien. Beoordeling naar marktwaarde is in de verzekeringswereld een grote omwenteling, vooral voor levens/pensioenverzekeraars. De waarde van de activa verandert immers met de dag of zelfs met het uur, terwijl de verplichtingen een (zeer) lange termijn karakter hebben. De discussie hierover zal dan ook nog wel even voortduren. Versterkt vertrouwen in de verzekeringsbranche Het uitstel is voor Nationale-Nederlanden overigens geen reden om het rustig aan te doen met de voorbereidingen. Solvency II is een groot project, mede omdat Nationale-Nederlanden er voor heeft gekozen om voor de berekening van haar solvabiliteit niet uit te gaan van het standaardmodel, maar van een zogeheten intern model. Hierdoor kan een model worden ontwikkeld en toegepast dat beter aansluit op de risico s die specifiek voor Nationale-Nederlanden gelden. Dit model moet door de Nederlandsche Bank worden goed gekeurd. Integraal risicomanagement Voor de individuele verzekeraars biedt Solvency II mogelijkheden tot integraal risicomanagement door nauwere samenwerking tussen risicomanagement en capital management. Het gaat namelijk om het aanhouden van de juiste hoeveelheid kapitaal per risicocategorie. Door het uniforme toezicht ontstaat bovendien een Europees level playing field en daardoor eerlijkere concurrentieverhoudingen. Verzekeraars moeten hun risico s adequaat prijzen en meenemen in de waardering van hun verplichtingen door het aanhouden van een risicomarge. Ook zijn zij verplicht voldoende kapitaal aan te houden om in 99,5% van alle denkbare scenario s niet failliet te gaan. Europabreed toezicht en een eenduidige prijs voor de verschillende risico s zullen zeker invloed hebben op verzekeringsproducten en premies. Sommige vormen met name garanties zullen duurder worden, of daardoor niet meer worden aangeboden

10 Binnen Nationale-Nederlanden krijgen niet alleen finance en risk managers met Solvency II te maken, ook bijvoorbeeld medewerkers van marketing en product management. Drie vragen aan Sabijn Timmers, Business Executive Solvency II Uitstel geeft mogelijkheid om ingrijpende consequenties beter te begrijpen De drie pijlers van Solvency II Bij alle discussie die nog gaande is, is Nationale-Nederlanden al wel volop aan de slag met de drie pijlers waar de Solvency IIregels op rusten: Pijler I: Ontwikkelen van reken- en risicomodellen, en het valideren daarvan. Pijler II: Het daadwerkelijk toepassen van de modellen in het capital en risicomanagement, en laten zien hoe het bedrijf invulling geeft aan het dagelijkse risicomanagement. Pijler III: Rapportages aan de toezichthouder en de markt. Verzekeraars moeten jaarlijks bij de toezichthouder in Nederland De Nederlandsche Bank aantonen dat zij aan de gestelde richtlijnen voldoen. Verder moeten zij na invoering van de wet jaarlijks een zogeheten Solvency and Financial Condition Report (SFCR) publiceren met informatie over hun solvabiliteit en financiële positie. Aan de hand van dit rapport kunnen potentiële klanten verzekeraars onderling vergelijken en een gefundeerde keuze maken voor de meest geschikte leverancier. Uitgebreid opleidingsprogramma Het Solvency II programma binnen Nationale-Nederlanden omvat niet alleen het voorbereiden van de drie pijlers, maar ook een Solvency II Learning Academy. Deze biedt een uitgebreid programma met klassikale en e-learning opleidingen op verschillende niveaus en voor verschillende categorieën medewerkers. Binnen Nationale-Nederlanden krijgen niet alleen finance en risk managers met Solvency II te maken, ook bijvoorbeeld medewerkers van marketing en productmanagement. Bij het ontwikkelen van nieuwe producten moeten vooral die laatsten immers vanaf het begin rekening houden met eisen die Solvency II stelt aan de risico s en het hiervoor benodigde kapitaal. Behalve voor integraal risicomanagement, bevordert Solvency II dus ook integrale productontwikkeling. Dit is van belang, omdat naast de kwaliteit van de advisering het uiteindelijk de producten en oplossingen voor de klant zijn die het vertrouwen van de markt in de verzekeringssector bepalen. Uitstel van Solvency II tot 2016 geeft de mogelijkheid om de ingrijpende consequenties voor de waardering van de verplichtingen beter te begrijpen, vindt Sabijn Timmers, Business Executive Solvency II bij Nationale-Nederlanden. Op de achtergrond maakt Solvency II bovendien discussies los over fundamentele issues, zoals bijvoorbeeld solidariteit. Die dreigt door het zichtbaar maken van de risicokosten in het gedrang te komen. Drie vragen aan iemand die dagelijks middenin de uitwerking van de nieuwe regelgeving zit. 1. Wat betekent Solvency II voor verzekerden? Timmers: De voornaamste doelstelling van Solvency II is bescherming van de polishouder. Laat dat helder zijn! Maar de implementatie kost wel veel geld en tijd. De nieuwe regels kunnen tot een betere prijsstelling leiden door verbeterd inzicht in de kosten van de verschillende risico s. We moeten ons alleen realiseren dat de solidariteit in ons pensioenstelsel hiermee wel onder druk komt te staan. Terwijl het zó Nederlands is om te vinden dat we verantwoordelijk zijn voor elkaar. Neem bijvoorbeeld collectieve pensioencontracten. Moet je een bouwbedrijf een hogere premie gaan berekenen dan een accountantskantoor? In principe mag je op alles differentiëren. En het gebeurt al bij levensverzekeringen door het onderscheid tussen rokers en niet-rokers. Maar we moeten als samenleving nadenken welke kant we met elkaar opwillen. Want er is ook een beweging de andere kant op met bijvoorbeeld de wettelijke bepaling dat er geen prijsverschil mag zijn voor lijfrentepolissen voor mannen en vrouwen. Terwijl het gezien de sterftecijfers volstrekt logisch zou zijn om daar juist wel in te differentiëren. Dus af geleid van Solvency II is het ook belangrijk hoe we als samenleving en verzekeringsbranche tegen een begrip als solidariteit aankijken. 2. Wat betekent Solvency II voor de verzekeringsadviseur? Timmers: In principe heeft Solvency II voor de adviseur geen gevolgen. Maar in praktische zin moeten alle betrokkenen ook adviseurs zich realiseren hoe belangrijk datakwaliteit is om de juiste inzichten te krijgen. En dus hoe essentieel het is om gegevens tijdig en volledig door te geven. Hoe meer en hoe eerder je als verzekeraar een actueel en compleet beeld hebt, hoe beter je de risico s tegen de juiste kosten kunt afdekken. Dan kun je bij het beëindigen van een verzekering bijvoorbeeld tijdig de derivaten afbouwen die aan een bepaalde verzekering zijn gekoppeld, zodat kosten niet onnodig doorlopen. 3. Wat betekent het uitstel van Solvency II voor Nationale-Nederlanden? Timmers: Uitstel is nooit fijn als je ergens naartoe werkt. Maar er is nog zoveel discussie over de consequenties voor de waardering van de verplichtingen, dat het wel goed is. Een veranderende rente of sterftetabel heeft meteen een enorme impact op het bedrag dat wij voor toekomstige verplichtingen op de balans hebben staan. Dat realiseren we ons helemaal na de gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Dus omdat we bijvoorbeeld zo gevoelig zijn voor renteontwikkelingen, is het erg belangrijk dat we een goed beeld hebben wat schommelingen voor effect hebben. Die kennis hebben we weer nodig om te zorgen dat we het juiste kapitaal aanhouden. Hiervoor beoordelen we allerlei mogelijke scenario s en het is goed dat we hier wat meer tijd voor hebben

11 Overgang naar SEPA: iedereen moet actie ondernemen Iedereen die te maken heeft met SEPA moet de website bezoeken. Daar kunnen ze een plan van aanpak vinden en ook een impactcheck doen. SEPA, Single Euro Payments Area, betekent één markt voor Europees betalings - verkeer. SEPA moet een verregaande mate van kostenbesparing bewerkstelligen en standaardisering van het betalingsverkeer. Daardoor wordt overschrijven en incasseren binnen Europa straks gemakkelijker. René van der Veer begeleidt bij Nationale-Nederlanden de invoering van SEPA en roept iedereen op om zo snel mogelijk met de invoering van SEPA te beginnen. René van der Veer is de architect van het SEPA-programma bij Nationale-Nederlanden. Ik neem ook deel aan projectgroepen bij het Verbond van Verzekeraars en De Nederlandsche Bank om ervoor te zorgen dat SEPA op tijd wordt gerealiseerd. Vanuit IT-invalshoek is Van der Veer bij Nationale-Nederlanden verantwoordelijk voor het incasso-systeem, dat veel raakvlakken heeft met SEPA. Als grote incasserende organisatie moeten wij op 1 juli 2013 klaar zijn met de migratie. Op 1 februari 2014 moet heel Nederland op SEPA zijn overgestapt. In de periode tot 1 juli 2013 zullen we stap voor stap overgaan. In die periode zullen sommige producten van Nationale-Nederlanden al over zijn op SEPA. Andere producten volgen later. Eenvoudiger betalen of incasseren Met SEPA wordt overschrijven en incasseren gemakkelijker. Van der Veer: Met één gestandaardiseerde markt voor betalingsverkeer wordt het voor Nationale-Nederlanden net zo gemakkelijk om te betalen aan of te incasseren van iemand die een rekening heeft bij een Nederlandse bank, als aan of van iemand die een rekening heeft bij een andere bank in Europa. Ook landen waar de euro niet wordt gebruikt, zoals Engeland en Zwitserland, worden in geval van eurobetalingen en -incasso s in de SEPA-systematiek opgenomen. In totaal zullen 32 landen in Europa volgens SEPA-standaarden gaan werken bij het betalingsverkeer in euro s. IBAN Voor betalingen en incasseringen zijn er twee nieuwe Europese producten ontwikkeld: SEPA Credit Transfer (voor overschrijvingen) en SEPA Direct Debit (voor incasseringen). Bij het gebruik van die producten wordt het International Bank Account Number, kortweg IBAN, verplicht gesteld. Dit is een persoonlijk internationaal bankrekeningnummer, dat het oude bankrekeningnummer vervangt. Een Nederlandse IBAN telt achttien posities. De laatste tien posities komen overeen met het oude nummer, legt Van der Veer uit. Ondernemingen die bij Nationale-Nederlanden op de werkgeversportal zelf wijzigingen doorvoeren zullen in de eerste helft van 2013 merken dat er op een bepaald moment niet meer om het rekeningnummer van de werkgever wordt gevraagd, maar om het IBAN. Omzetten Nationale-Nederlanden zal alle bankrekeningnummers converteren naar IBAN. Van der Veer: Hiervoor gebruiken we de IBAN/BIC-service, een dienst van alle banken in Nederland, waarmee iedereen rekeningnummers kan laten omrekenen. Die hoeven we door deze service dus niet bij al onze klanten en relaties op te vragen. Op kunnen particulieren handmatig een IBAN opzoeken. Voor bedrijven is het mogelijk om batches te laten converteren. Van het gebruik van SEPA Credit Transfer merkt de klant weinig. Hij ziet straks andere informatie op zijn bankafschrift. Er staan bijvoorbeeld andere codes bij een betaling. Van het gebruik van SEPA Direct Debit, de incasso, gaat de klant veel meer merken. Het product neemt de klant namelijk uitgebreid in bescherming. Zo krijgt de klant straks in zijn internetbankieromgeving een waarschuwing als een nieuw bedrijf, bijvoorbeeld een buitenlandse onderneming, van zijn rekening gaat incasseren. Ook krijgt de klant in zijn bankomgeving allerlei mogelijkheden om zich tegen ongewenste incasso s in te dekken. Zo behoudt hij het overzicht, zegt Van der Veer. Incasso SEPA betekent voor Nationale-Nederlanden veranderingen in de manier waarop betaal- en incasso-opdrachten naar de bank worden gestuurd. De oude betalingsformaten worden omgezet naar SEPA XML, het nieuwe, standaard formaat. Toch zal het proces rondom het betalingsverkeer zo veel mogelijk intact worden gelaten. Van der Veer: Wel zullen nieuwe klanten een bevestigingsbrief ontvangen, waarin verplichte gegevens staan over de SEPA-incasso. Het gaat hierbij over de zogenoemde creditor-id van Nationale-Nederlanden en het unieke machtigingskenmerk van de klant. Met deze twee gegevens kan de klant altijd herkennen van wie en waarvoor de incasso is gedaan. SEPA-proof De wijzigingen in het machtigingen- en incassoproces hebben volgens Van der Veer veel gevolgen. Alle opdrachten van en naar de bank moeten SEPA-proof worden. Iedereen die te maken heeft met SEPA moet de website bezoeken. Daar kunnen ze een plan van aanpak vinden en ook een impactcheck doen. Daarmee wordt snel duidelijk wat de SEPA-gevolgen zijn voor de betreffende onderneming. Dit geldt vooral voor bedrijven die automatisch incasseren. Kleinere ondernemingen sturen doorgaans facturen en hebben minder met SEPA te maken, al zullen hier ook wijzigingen doorgevoerd moeten worden. In dit verband is het belangrijk te weten dat de Nederlandse acceptgiro blijft bestaan. Daar wordt een SEPA-variant voor op de markt gebracht, die vanaf 1 juli, in overleg met de bank, is te gebruiken. Van der Veer vervolgt: Elk bedrijf moet ook denken aan het updaten van zijn software. Hij kan contact opnemen met zijn softwareleverancier om te bespreken welke stappen hij moet nemen om zijn software en administratie op orde te krijgen. En hij zal afspraken moeten maken met zijn huisbankier over de veranderingen en de termijn waarop dat gebeurt. Verder wijst Van der Veer op andere informatiebronnen. De Betaalvereniging Nederland staat voor efficiënt, veilig en betrouwbaar betalingsverkeer. De website geeft antwoord op de vraag hoe de banken met SEPA omgaan. Op is onder het kopje wetgeving uitgebreide informatie vinden over SEPA en IBAN en de te nemen stappen om SEPA-proof te worden. Eindklanten We gebruiken veel bankrekeningen. We zijn nu druk bezig om die rekeningen om te zetten naar IBAN, vertelt Van der Veer. Klanten die bij Nationale-Nederlanden een aanvraag doen zullen wij steeds vaker naar hun IBAN in plaats van naar hun huidige bankrekeningnummer vragen. Ook zal het IBAN van Nationale-Nederlanden steeds vaker op de output worden vermeld. En de klant zal, als hij geld ontvangt of betaalt, andere informatie op zijn bankafschrift zien. Ondanks SEPA willen we in Nederland het bestaande betalingsverkeer zo min mogelijk verstoren en de huidige processen zo veel mogelijk voortzetten. Meer informatie over dit onderwerp vindt u op onderstaande websites

12 Initiatieven witboek pensioenen worden in 2013 in gang gezet Het op 12 februari 2012 gepubliceerde witboek pensioenen (witboek) wordt in 2013 door de Europese Commissie (EC) omgezet in daden. Deze daden moeten zodanig worden uitgelegd dat dit jaar de eerste stappen worden gezet ten aanzien van 8 van de 20 initiatieven die in het witboek zijn opgenomen. Met als gezamenlijk einddoel: de EU-pensioenstelsels op termijn toekomstbestendig en betaalbaar te maken. Belangrijkste succesfactor om deze ambitieuze doelstelling te halen is dat er langer en meer moet worden gewerkt. Maar zoals uit de initiatieven van het witboek blijkt: er is toch wel wat meer nodig dan alleen langer en meer doorwerken. Mr. P.J. Kwekel, Senior Legal Counsel bij Legal, Litigation & Compliance In dit artikel inventariseren wij de belangrijkste initiatieven die in 2013 in de vorm van voorstellen door de Europese Commissie worden opgepakt en voorzien wij deze voorstellen van een toelichting. Woord vooraf: de initiatieven die de Europese Commissie in het witboek aankondigt zijn goeddeels in lijn met het in Nederland geldende pensioenbeleid. Ondanks het feit dat Nederland het merendeel van de initiatieven uit het witboek onderschrijft blijft ons land alert waar het haar (Europese) pensioenbelangen betreft nu aan de uitvoering van het witboek gevolg wordt gegeven. Dit laatste verklaart de permanente aanwezigheid van een Nederlandse ambtelijke delegatie in Brussel. Deze aanwezigheid is zonder twijfel ook ingegeven door de (grote) zorg die Nederland heeft over een specifiek initiatief dat in het witboek wordt aangekondigd. Dat is de beoogde herziening van de Pensioenfondsenrichtlijn. Een richtlijn die in pensioenland beter bekend is als de IORP-richtlijn (zie hierna). Welke initiatieven neemt de EC? De belangrijkste initiatieven uit het witboek waarvoor de EC in 2013 in actie komt zijn de volgende: 1. Herziening van de huidige Pensioenfondsenrichtlijn. De EC komt in de zomer van 2013 met een uitgewerkt herzieningsvoorstel aan de hand van de uitkomsten van een zogenoemde quantitative impact study (QIS) die sinds het najaar van 2012 loopt. Pas dan zal blijken wat de daadwerkelijke gevolgen zijn voor het Nederlandse pensioensysteem als gevolg van de beoogde herziening van de Pensioenfondsenrichtlijn. Nederland heeft zich van meet af aan heftig verzet tegen deze herziening. Nederland is namelijk bang dat deze herziening zal leiden tot een scherpe kostenstijging ten koste van het Nederlandse pensioenstelsel. En wel door de hogere buffereisen die zouden gaan gelden voor pensioenfondsen. Conclusie: Nederland zal tot de herfst van 2013 geduld moeten hebben of haar vrees terecht is of niet. 2. Meeneembaarheid van pensioenen. Het betreft het hervatten van de werkzaamheden voor een richtlijn inzake de meeneembaarheid van pensioenen, waarin minimumnormen worden vastgesteld voor de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten (ook wel: portability-richtlijn). Het eerdere richtlijnvoorstel van de EC mislukte in 2007 onder invloed van Nederland dat met het uitspreken van een veto dreigde. Kern van het nieuwe voorstel waarvoor de EC een initiatief wil ontplooien is het streven naar een beperking van de wachttijden om aan een pensioenregeling te kunnen meedoen. Dit laatste vraagt een ingrijpende wijziging van de pensioenstelsels in Duitsland en Italië (waar dan ook het meeste verzet vandaan komt), alsmede het creëren van een mogelijkheid om de rechten van slapers gelijk te stellen aan de rechten van pensioenkapitaal. Van overdracht van (pensioen)kapitaal tussen de lidstaten is in het nieuwe voorstel geen sprake meer. Het is met name om deze reden dat Nederland geen bezwaar heeft tegen het nieuwe voorstel. Nederland heeft gekozen voor een realistische strategie en laat zich bij de verdere ontwikkelingen op dit specifieke pensioendossier leiden door het dan geldende Europese krachtenveld. 3. Doeltreffender bescherming van de bedrijfspensioenrechten van de werknemers bij insolventie van hun werkgever. Het Nederlands pensioenstelsel is zodanig opgezet dat een faillissement van de werkgever over het algemeen niet van invloed is op de pensioenrechten van zijn werknemers; de opgebouwde pensioenrechten worden in ons land geëerbiedigd doordat deze zijn afgefinancierd. Conclusie: Hoewel het op zich een belangrijk onderwerp is, heeft dit initiatief uit het witboek als zodanig vrijwel geen betekenis voor het Nederlandse pensioensysteem. 4. Bevorderen Europese pensioen tracking service om mensen in staat te stellen hun in verschillende banen verworven pensioenaanspraken bij te houden. Dit voorstel staat aan het begin van 2013 nog in de steigers. In de loop van 2013 zal de EC haar plannen met betrekking tot dit specifieke voorstel bekend maken. Vooruitlopend daarop heeft Nederland haar pensioenexpertise op dit gebied aan de EC aangeboden. Conclusie: De tijd zal moeten leren of sprake is van een waardevol initiatief. 5. Het ontwikkelen van een praktijkcode voor de bedrijfspensioenregelingen In de uitwerking van dit specifieke initiatief zoals dat de Europese Commissie voor ogen staat zal de praktijkcode zaken aan de orde stellen als: reikwijdte; een betere pensioendekking van de werknemers; de uitbetalingsfase; risicodeling en -vermindering; kosteneffectiviteit; opvang van schokken. Conclusie Voor Brusselse begrippen wordt de uitvoering van het witboek zeer voortvarend ter hand genomen. Anno 2013 is voor een dergelijke benadering echter ook alle reden. Onder dreiging van een EU-brede stijgende levensverwachting. Het is vanzelfsprekend in ieders belang dat met het witboek tijdig op deze ontwikkeling wordt ingespeeld

13 Hoe om te gaan met levenslooptegoeden in 2013? Als een deelnemer in 2013 in één keer over het volledige tegoed beschikt, geldt een tegemoetkoming. In het regeerakkoord van het kabinet-rutte II is opgenomen dat de vitaliteitsregeling alsnog niet wordt ingevoerd. Eerder was al besloten om de levensloopregeling per 1 januari 2012 af te schaffen. Bestaande gevallen zouden echter voor een belangrijk deel worden gerespecteerd. Alleen aan levenslooptegoeden van 3000 of meer zou nog nieuwe inleg kunnen worden toegevoegd. Via het Belastingplan 2013 is deze overgangs regeling alweer aangepast. Het is zaak om de veranderingen op een rijtje te zetten. Mr. P. Zijdenbos, Senior Legal Counsel bij Legal, Litigation & Compliance Met medewerking van mr. M.A.C.M. Wijsman en mr. M.J.B. Kubben Gevolgen voor de groep 3000-plus Voor deze groep is nu geregeld dat deelnemers uiterlijk tot en met 31 december 2021 vrij opneembaar over hun levenslooptegoed kunnen beschikken. Over het tegoed mag dus ook worden beschikt voor andere doeleinden dan loonvervanging tijdens verlof. Voor deze deelnemers geldt dat zij hun tegoed kunnen blijven opbouwen. Over de inleg die vanaf 1 januari 2012 heeft plaatsgevonden of nog gaat plaatsvinden, wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Bij opname worden de al opgebouwde (resterende) rechten op korting in aanmerking genomen. De overgangsregeling tot en met 2012 Om de huidige overgangsregeling beter te begrijpen, is het goed om kort aandacht te schenken aan de overgangsregeling zoals die tot en met 2012 gold. In deze overgangsregeling werd per 31 december 2011 het onderscheid gemaakt tussen twee groepen levensloopdeelnemers, namelijk: 1. deelnemers met een saldo van 3000 of meer (3000-plus); en 2. deelnemers met een saldo van minder dan 3000 (3000-min). De groep 3000-plus Voor de groep 3000-plus bleef deelname aan (en dus ook inleg in) de levensloopregeling na 2011 gewoon mogelijk. Met ingang van 2012 werd er echter geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. De groep 3000-min Voor de groep 3000-min gold dat zij (a) in 2012 of in 2013 verlof kon financieren of (b) in 2013 onbelast kon doorstorten naar vitaliteitssparen. Met ingang van 2012 kon echter niet meer worden ingelegd. Als deze groep het levenslooptegoed niet uiterlijk op 31 december 2013 zou hebben opgenomen of doorgestort naar vitaliteitssparen, zou het tegoed aan het eind van 2013 vrijvallen. Over dit resterende tegoed zouden dan loonheffingen zijn verschuldigd. Als een werknemer bij twee werkgevers aan de levensloopregeling heeft deelgenomen, heeft hij twee levensloopaanspraken. Elk van deze aanspraken kan bij meerdere spaarinstellingen in de vorm van tegoeden zijn ondergebracht. Voor het bepalen van de grens van 3000 (inclusief opgebouwde nog niet bijgeschreven rente over 2011) moeten de tegoeden per aanspraak worden samengeteld. In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat de werknemer maar bij één werkgever levensloopaanspraken heeft opgebouwd die in één tegoed bij één spaarinstelling zijn ondergebracht. De overgangsregeling met ingang van 2013 In het regeerakkoord van het kabinet-rutte II is opgenomen dat de invoering van het vitaliteitssparen alsnog niet doorgaat. Daardoor moest ook de overgangsregeling voor levenslooptegoeden worden aangepast. De Tweede Kamer heeft bij de aanpassing van de regeling de opname van de tegoeden willen stimuleren in de vorm van de zogenoemde 80%-regeling. Als een deelnemer in 2013 in één keer over het volledige tegoed beschikt, geldt een tegemoetkoming. Het tegoed dat op 31 december 2011 aanwezig was, wordt maar voor 80% in de heffing betrokken. Het meerdere wordt wel volledig belast. Is het tegoed bij opname lager dan het tegoed dat op 31 december 2011 aanwezig was, dan is het tegoed bij opname voor 80% belast. Als de deelnemer een deel van het tegoed opneemt, is de 80%-regeling niet van toepassing. Dan zijn loon heffingen verschuldigd over het bedrag dat wordt opgenomen. Als de deelnemer het volledige tegoed in 2013 in delen opneemt, wordt het wat ingewikkelder. De eerste opname(s) wordt/worden volledig belast. Afhankelijk van de hoogte van het restant (het bedrag na opname waarvan het tegoed 0 is), wordt dat restant als volgt belast. Als het restant lager is dan of gelijk aan het levenslooptegoed op 31 december 2011, dan zijn loonheffingen verschuldigd over 80% van het restant. Als het restant hoger is dan het tegoed op 31 december 2011, zijn loonheffingen verschuldigd over 80% van het tegoed op 31 december Het verschil tussen het restant en het tegoed op 31 december 2011 wordt wel volledig belast

14 De overgangsregeling voor de groep 3000-plus eindigt per 1 januari Paul Zijdenbos Voorbeeld 2: 3000-min B neemt deel aan de levensloopregeling vanaf Hij heeft in de jaren 2010 en 2011 ingelegd. Zijn tegoed is op 31 december Het tegoed is op 1 januari 2013 aangegroeid tot Hij heeft nog niets opgenomen. Tegoed per 31 december 2011 waarvan belast (80%) waarvan onbelast (20%) Restant tegoed* (belast) Is het tegoed in 2013 volledig opgenomen, dan is daarmee de deelname definitief beëindigd. Van nieuwe inleg kan dan geen sprake meer zijn. De overgangsregeling voor deze groep eindigt per 1 januari Dit betekent dat uiterlijk op 31 december 2021 fiscaal wordt afgerekend over het dan nog aanwezige tegoed. Gevolgen voor de groep 3000-min Voor deze groep is (dwingend) geregeld dat het tegoed per het begin van 2013 in aanmerking wordt genomen als loon. Over het tegoed zijn loonheffingen verschuldigd. Daarbij worden wel de opgebouwde (resterende) rechten op levensloopverlofkorting in aanmerking genomen. Ook hier geldt dat het levenslooptegoed zoals dat op 31 december 2011 aanwezig was, voor 80% in de heffing wordt betrokken. Het meerdere (op 1 januari 2013) is volledig belast. Is het tegoed lager dan het tegoed dat op 31 december 2011 aanwezig was, dan is het tegoed voor 80% belast. B heeft op 31 december 2011 een tegoed van minder dan Hoe hoog het tegoed per 1 januari 2013 is, is voor de indeling in de groep 3000-min niet van belang. Het tegoed van B valt per 1 januari 2013 verplicht vrij. De 80%-regeling is van toepassing. De vrijval per 1 januari 2013 pakt voor hem als volgt uit. Belast * Het verschil tussen het tegoed per 1 januari 2013 ( 3.100) en het tegoed per 31 december 2011 ( 2.800). De werkgever berekent de inhoudingen aan de hand van de tabel bijzondere beloningen (in dit voorbeeld inclusief loonheffingskorting) op (stel) 42% x = A heeft over 2010 en (2 x 205) aan levensloopverlofkorting opgebouwd. Daarvan heeft hij nog niets verbruikt. De werkgever verrekent de korting met de berekende inhoudingen. Werknemer B ontvangt ( ). Voorbeeld 1: 3000-plus A neemt al deel aan de levensloopregeling vanaf Hij heeft vanaf dat jaar elk jaar ingelegd maar nog nooit opgenomen. Zijn tegoed op 31 december 2011 is Op 1 februari 2013 is dat tegoed gestegen naar A heeft voor de laatste keer in 2012 ingelegd. A behoort tot de groep van deelnemers die na 2011 gewoon op het tegoed kon blijven inleggen. Dat heeft hij over 2012 gedaan. En dat kan hij over 2013 en de komende jaren ook blijven doen. Tot Als hij het tegoed op 31 december 2021 nog niet heeft opgenomen, volgt per die datum een volledige fiscale afrekening. Tot 2012 opgebouwde (resterende) aanspraken op levensloopverlofkorting worden dan verrekend. Wil hij tussentijds geheel of gedeeltelijk over het tegoed beschikken, dan kan dat. Zonder dat hij daaraan een bepaalde bestemming moet geven. Ook hier volgt een fiscale afrekening (met verrekening van de opgebouwde, resterende levensloopverlofkorting). Dat het tegoed vrij opneembaar is, belemmert A niet in de uitvoering van de wens om het tegoed in te zetten voor loonvervanging bij verlof. Dat blijft mogelijk. Als A in februari 2013 het volledige tegoed opneemt, maakt hij gebruik van de 80%-regeling. Die pakt als volgt uit. A s werkgever ontvangt het tegoed van van de spaarinstelling. Het te belasten bedrag wordt als volgt bepaald. Tegoed per 31 december 2011 waarvan belast (80%) waarvan onbelast (20%) Restant tegoed* (belast) Belast * Het verschil tussen het tegoed per 1 februari 2013 ( ) en het tegoed per 31 december 2011 ( ). De werkgever berekent de inhoudingen aan de hand van de tabel bijzondere beloningen (in dit voorbeeld inclusief loonheffingskorting) op (stel) 42% x = A heeft over 2008 tot en met (= 4 x 205) aan levensloopverlofkorting opgebouwd. Daarvan heeft hij nog niets verbruikt. De werkgever verrekent de korting met de berekende inhoudingen. Werknemer A ontvangt ( ). Uitbetaling van levenslooptegoeden De uitbetaling van levenslooptegoeden aan werknemers loopt in beginsel via de huidige werkgever. Is die er niet, dan verzorgt Nationale-Nederlanden als spaarinstelling de uitbetaling. Voor de verschuldigdheid van loonheffingen is van belang of er sprake is van loon uit vroegere dienst betrekking of uit tegenwoordige dienstbetrekking. Huidige werkgever Als de betreffende werknemer aan het begin van het kalenderjaar waarin de uitbetaling plaatsvindt 61 jaar is, dan is deze loon uit vroegere dienstbetrekking. In alle andere gevallen is de opname loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Als de opname loon uit vroegere dienstbetrekking is, dan zijn geen premies werknemersverzekeringen maar is wel de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigd. Als de opname loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is, dan is de uitbetaling loon voor de Zvw én de werknemersverzekeringen. De berekening van de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw gebeurt over loontijdvakken op jaarbasis over maximaal (2013) en op basis van voortschrijdend cumulatief rekenen. Dit betekent dat in latere loontijdvakken nog inhaaleffecten mogelijk zijn. In het geval de werkgever (vrijwillig) ook tegoeden uit levensloop aanspraken uitbetaalt die niet via zijn levensloopregeling zijn opgebouwd (zie kader op pagina 24), heeft dit voor hem mogelijk gevolgen voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. De kosten kunnen voor hem daardoor hoger uitvallen. Voor de groep 3000-min is het tegoed per 1 januari 2013 belast. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de inhoudingsplichtige de heffing zo snel mogelijk verwerkt. Daarvan is in ieder geval sprake als de inhouding voor 1 april 2013 heeft plaatsgevonden. Bij inhouding op een later moment in 2013 moet hij desgevraagd aannemelijk maken dat dat latere moment ook zo snel mogelijk is. In andere gevallen moet hij in beginsel de aangifte over januari 2013 corrigeren. Nationale-Nederlanden Als Nationale-Nederlanden de uitbetaling van het volledige tegoed in een bedrag ineens verzorgt, ontbreken de loon tijdvakken. Er zijn dan geen premies werknemers - verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd

15 Gevolgen van Woonakkoord voor de koopmarkt Op 13 februari 2013 heeft het kabinet met de coalitiepartijen en D66, ChristenUnie en SGP overeenstemming bereikt over een aanvullend pakket van maatregelen voor de woningmarkt. Deze maatregelen raken huurder en kopers. Hier een korte impressie van de maatregelen voor kopers. Mr. P. Zijdenbos, Senior Legal Counsel bij Legal, Litigation & Compliance Op grond van de Wet Herziening fiscale behandeling eigen woning geldt met ingang van 2013 de hoofregel dat nieuwe eigenwoningschulden in 30 jaar (tenminste) op annuïtaire basis volledig moeten worden afgelost. Alleen dan bestaat recht op hypotheekrenteaftrek. Ook na dit Woonakkoord blijft dit de norm. Op deze norm wordt echter de volgende inbreuk toegestaan. Naast de annuïtaire lening kan een tweede lening worden afgesloten tot maximaal 50% van de waarde van de woning. Anders dan de annuïtaire lening (die als eigenwoningschuld in box 1 zit), zit de tweede lening in box 3. De rente over deze lening is dan ook niet aftrekbaar. De hoofdsom van de tweede lening wordt gebruikt om de aflossing op de annuïtaire lening te betalen; het lijkt niet de bedoeling dat ook de rente op de annuïtaire lening daaruit kan worden voldaan. In het begin van de annuïtaire lening is het aandeel van de aflossing in elke termijn relatief laag: die termijn bestaat grotendeels uit de rente op de annuïtaire lening. Naarmate de looptijd vordert, wordt het aandeel van de rente kleiner en dat van de aflossing groter. Om de aflossing te kunnen betalen, zal dus in steeds groter wordende bedragen een beroep op de tweede lening worden gedaan. Daarmee neemt ook de rentelast op de tweede lening toe. Gedurende de looptijd van beide leningen zal naar alle waarschijnlijkheid de totale schuld niet boven de grens van de Loan-to-Value ratio (LTV) mogen uitgaan. Schematisch laat zich het idee als volgt weergeven. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het aflossingsaandeel in elke termijn voor 50% uit de tweede lening wordt betrokken. Jaren 0 jr 10 jr 20 jr 30 jr Annuïtaire lening (box 1) Rente Ten opzichte van alleen een annuïtaire lening zal deze nieuwe combinatie de jaarlijkse woonlasten in aanvang drukken. Daar staat tegenover dat uiteindelijk slechts de helft van het bedrag van de eigenwoningschuld daadwerkelijk wordt afgelost. Dat maakt beide gevallen dus niet vergelijkbaar. Bij het afsluiten van de kopij van deze Stand van Zaken was het Woonakkoord net bekend geworden. Duidelijk is dat het akkoord op verschillende punten nog moet worden uitgewerkt. Hoe deze nieuwe combinatie precies moet en kan worden toegepast, moet dus nog even worden afgewacht. Zeker is wel dat de gekozen oplossing complex is. Tweede lening (box 3) Aflossing (1) Aflossing (2) Hoofdsom 50% 50% 28 Terug naar inhoud 28

Wet Uniformering Loonbegrip Per 1 januari 2013

Wet Uniformering Loonbegrip Per 1 januari 2013 Wet Uniformering Loonbegrip Per 1 januari 2013 Audit І Tax І Advisory Wet uniformering loonbegrip Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Huidige Loonbegrippen... 3 1.2 Nieuw loonbegrip... 3 2. Eigen bijdrage

Nadere informatie

Wet uniformering loonbegrip

Wet uniformering loonbegrip Wet uniformering loonbegrip De Wet uniformering loonbegrip (WUL) gaat per 1 januari 2013 in. Dit brengt veranderingen met zich mee die u als werkgever wel op uw netvlies moet hebben staan. Het zogenoemde

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

1 Inleiding. Wanneer ga jij met pensioen Versie: 4 17-07-2015 Pagina: 3 van 7

1 Inleiding. Wanneer ga jij met pensioen Versie: 4 17-07-2015 Pagina: 3 van 7 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 AOW-gerechtigde leeftijd... 4 2.1 Algemeen... 4 2.2 Verhoging van 65 naar 67... 4 2.3 Verdere verhoging op basis van de levensverwachting... 4 3 Pensioenleeftijd... 6 3.1

Nadere informatie

Wanneer ga jij met pensioen?

Wanneer ga jij met pensioen? Wanneer ga jij met pensioen? Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 AOW-gerechtigde leeftijd... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Verhoging van 65 naar 67... 4 1.3 Verdere verhoging op basis van de levensverwachting...

Nadere informatie

nieuwsplus Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 Inhoud 1. Wijzigingen in 2014

nieuwsplus Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 Inhoud 1. Wijzigingen in 2014 s-gravenhage, 21 mei 2013 Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 De gevolgen van het regeerakkoord VVD-PvdA zijn groot voor de AOW en de opbouw van pensioen in de tweede pijler. In deze tweede editie van

Nadere informatie

Een goede oudedagsvoorziening? Werknemers zijn aan zet

Een goede oudedagsvoorziening? Werknemers zijn aan zet 28 november 2014 Een goede oudedagsvoorziening? Werknemers zijn aan zet Jarenlang was pensioen géén actueel onderwerp. Je kreeg AOW als je 65 was en daarnaast een gegarandeerd pensioen dat via een werkgever

Nadere informatie

Pensioenactualiteiten

Pensioenactualiteiten Pensioenactualiteiten Medezeggenschap Waterbedrijven, Waterschappen, Netwerkbedrijven 16-05-2013 Agenda Dekkingsgraad en financiële positie fonds Wijzigingen in 2012 Ontwikkelingen en gevolgen voor ABP

Nadere informatie

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Pagina 1/6 Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Momenteel bouwt u pensioen op bij uw eigen vennootschap. Dit betekent dat de vennootschap recht heeft op premieaftrek voor uw

Nadere informatie

Wet uniformering loonbegrip

Wet uniformering loonbegrip smidí jchakel Bollhosor Bekkerwei 74 Postbus 2525 890-l AA Leeuworden Wet uniformering loonbegrip Telefoon (058) 213 03 05 Fox (058) 215 76 50 E-moil info@smidsenschokel.nl www.smidsenschokel.nl Robobonk

Nadere informatie

Versobering van de fiscale pensioenopbouw

Versobering van de fiscale pensioenopbouw Versobering van de fiscale pensioenopbouw 1. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel Als het aan het kabinet ligt, dan wordt het Witteveenkader op drie manieren aangepast: verhoging van de pensioenrichtleeftijd,

Nadere informatie

Nieuwsbrief december 2012

Nieuwsbrief december 2012 Nieuwsbrief december 2012 Wet Uniformering Loonbegrip Per 1 januari 2013 treedt de Wet Uniformering Loonbegrip in werking. Hiermee worden de grondslagen voor het berekenen van het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen,

Nadere informatie

BeZaVa, de premieveranderingen voor de werkgever 1. INLEIDING

BeZaVa, de premieveranderingen voor de werkgever 1. INLEIDING BeZaVa, de premieveranderingen voor de 1. INLEIDING Op 1 januari 2013 is de wet BeZaVa in werking getreden. De overheid wil met deze wet een beperking in de uitkeringslasten voor flexwerkers bereiken door

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012 Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan

Nadere informatie

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht Premies per 1 januari 2012 Volksverzekeringen (premieafdracht aan Belastingdienst) premie % AOW ANW AWBZ werkgever - - - werknemer 17,91

Nadere informatie

De WGA-verzekering voor AGF Groothandel

De WGA-verzekering voor AGF Groothandel De WGA-verzekering voor AGF Groothandel Arbeidsongeschikt, wat nu? Het is belangrijk dat u goed op de hoogte bent van de risico s van inkomensterugval waar uw medewerkers mee te maken kunnen krijgen als

Nadere informatie

Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa)

Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) 1. Inleiding De overheid heeft besloten de Ziektewet (ZW) per 1 januari 2013 aan te

Nadere informatie

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling 1. Waarom wordt het nieuwe pensioenreglement pas later uitgereikt? Antwoord: De pensioenregeling is gebaseerd

Nadere informatie

Wijzigingen in de pensioenwetgeving... 2. Belangrijke gevolgen van de pensioenwijzigingen... 4

Wijzigingen in de pensioenwetgeving... 2. Belangrijke gevolgen van de pensioenwijzigingen... 4 UPDATE Pensioenspecial september 2014 Sneller op de hoogte zijn van het nieuws? Volg ons op Social Media! Mandema & Partners helpt u graag bij het interpreteren van de pensioenwijzigingen die voor u en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 403 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013) Nr. 12 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van:

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Werken na Werken na het bereiken het bereiken van de van de pensioenpensioengerechtigde gerechtigde leeftijd leeftijd Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Inleiding Werken na het bereiken van

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht 2015. Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Welke gebeurtenissen beïnvloeden uw pensioen?

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht 2015. Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Welke gebeurtenissen beïnvloeden uw pensioen? Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat u krijgt bij pensionering en arbeidsongeschiktheid. In dit overzicht staat ook wat uw eventuele partner

Nadere informatie

Hoe bouwt u pensioen op? Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

Hoe bouwt u pensioen op? Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet? U kunt vanaf 1 januari 2015 nettopensioen bij ons opbouwen. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in deze nettopensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan

Nadere informatie

Wijziging pensioenregeling

Wijziging pensioenregeling Stichting Pensioenfonds TNO Wijziging pensioenregeling 2014 Wat vindt u in deze brochure? In deze brochure vindt u een overzicht van de wijzigingen van de pensioenregeling per 1 januari 2014. Introductie

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012 Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk

Nadere informatie

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012.

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012. SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012. bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Ton van Vugt. Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd

Nadere informatie

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren.

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren. Levensloop. Wat is levensloop? De levensloopregeling (of: levensloop) is een fiscale regeling die vanaf 1 januari 2006 in Nederland bestaat om het sparen voor een vervangend inkomen tijdens een periode

Nadere informatie

Stichting St. Stichting Pensioenfonds Avery Dennison. Presentatie over het. Uniform Pensioen Overzicht 15 mei 2013

Stichting St. Stichting Pensioenfonds Avery Dennison. Presentatie over het. Uniform Pensioen Overzicht 15 mei 2013 Pagina 1 Stichting St. Stichting Pensioenfonds Avery Dennison Presentatie over het Uniform Pensioen Overzicht 15 mei 2013 mei 2012 Pagina 2 1. Agenda 1. Opening 2. Wat is pensioen? 3. UPO 4. Als er iets

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Modernisering Ziektewet

Modernisering Ziektewet Modernisering Ziektewet 1. Inleiding Per 1 januari 2013 is de Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa) in werking getreden. Deze wet heeft tot doel het aantal vangnetters

Nadere informatie

SRA-Praktijkhandreiking

SRA-Praktijkhandreiking SRA-Praktijkhandreiking Levensloopregeling: nieuw overgangsrecht met ingang van 2013 Versie: 30 januari 2013 SRA-Vaktechniek Postbus 335 3430 AH NIEUWEGEIN T 030 656 60 60 F 030 656 60 66 E vaktechniek@sra.nl

Nadere informatie

PPS-saldo omzetten. Versie 04-02-2016

PPS-saldo omzetten. Versie 04-02-2016 PPS-saldo omzetten Versie 04-02-2016 Versie 04-02-2016 PPS-saldo omzetten in een uitkering Deelnemers en gewezen deelnemers die bij PDN een PPS-saldo (voorheen prepensioenkapitaal genoemd) hebben opgebouwd,

Nadere informatie

Lees hier meer over de afschaffing van de AOW Partnertoeslag

Lees hier meer over de afschaffing van de AOW Partnertoeslag Aanvullend pensioen Pensioen is in de meeste gevallen opgebouwd uit drie pijlers: pensioen vanuit de overheid (AOW), pensioen opgebouwd via een of meerdere werkgevers en het pensioen dat je zelf hebt opgebouwd.

Nadere informatie

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING REGLEMENT WGA-HIAATREGELING STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ GELDEND OP 1 JANUARI 2012 januari 2012 REGLEMENT WGA-HIAATREGELING ARTIKEL 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan

Nadere informatie

REGLEMENT. per 1 januari 2006. Stichting VUT fonds ECI

REGLEMENT. per 1 januari 2006. Stichting VUT fonds ECI REGLEMENT per 1 januari 2006 van Stichting VUT fonds ECI houdende de regeling vrijwillig vervroegde uittreding. Bladnummer 1 van 6 DEFINITIES Artikel 1 1. In,dit reglement wordt verstaan onder: Stichting:

Nadere informatie

Uw advies over inkomen bij arbeidsongeschiktheid als ondernemer. Een aandeel in elkaar

Uw advies over inkomen bij arbeidsongeschiktheid als ondernemer. Een aandeel in elkaar Uw advies over inkomen bij arbeidsongeschiktheid als ondernemer Een aandeel in elkaar Uw advies over inkomen bij arbeidsongeschiktheid als ondernemer U heeft een onderneming en met de opbrengsten kunnen

Nadere informatie

Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014

Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014 Goed om te weten voor uw personeelsadministratie 2014 DRV Accountants & Adviseurs 15-01-2014 Gedeeltelijke teruggave basispremie Aof Aan werkgevers wordt een gedeeltelijke teruggave verstrekt van de basispremie

Nadere informatie

Nieuwsbrief Loonadministratie

Nieuwsbrief Loonadministratie Nieuwsbrief Loonadministratie Hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van de loonadministratie 2012-2013. In deze nieuwsbrief vermelden wij de belangrijkste wijzigingen die overheid door wil voeren en de gevolgen

Nadere informatie

Productinformatie WGA Eigenrisicodragerschap

Productinformatie WGA Eigenrisicodragerschap Productinformatie WGA Eigenrisicodragerschap 1. Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen De WIA bestaat uit twee onderdelen: De regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) De regeling

Nadere informatie

Úw pensioen. Wat gaat ú ermee doen? Laat uw pensioen aansluiten op uw persoonlijke wensen. Uitkeringsovereenkomst: middelloon- of eindloonregeling

Úw pensioen. Wat gaat ú ermee doen? Laat uw pensioen aansluiten op uw persoonlijke wensen. Uitkeringsovereenkomst: middelloon- of eindloonregeling Úw pensioen. Wat gaat ú ermee doen? Laat uw pensioen aansluiten op uw persoonlijke wensen Uitkeringsovereenkomst: middelloon- of eindloonregeling Hoe is uw pensioen opgebouwd? Pensioen: uw keuze telt Het

Nadere informatie

Modernisering Ziektewet

Modernisering Ziektewet Modernisering Ziektewet De Wet BeZaVa staat voor Wet Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters ofwel Modernisering Ziektewet en is ingevoerd per 1 januari 2013. Het doel van deze wet

Nadere informatie

AOW, (door)werken en pensioen

AOW, (door)werken en pensioen AOW, (door)werken en pensioen Inleiding De AOW'er staat in de schijnwerpers. Aan de wijzen waarop de arbeidsovereenkomst met de (bijna) AOW-gerechtigde werknemer kan worden beëindigd c.q. kan eindigen

Nadere informatie

Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever. Anw-pensioen. Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers

Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever. Anw-pensioen. Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever Anw-pensioen Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Anw-pensioen Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Wilt u inkomenszekerheid

Nadere informatie

Pensioenen; aanwijzingen als pensioenregeling 1

Pensioenen; aanwijzingen als pensioenregeling 1 Loonheffingen. Pensioenen; Loonheffingen. Pensioenen; aanwijzingen als pensioenregeling Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 16 maart

Nadere informatie

201506 brochure pensioen in zicht 2015. Pensioen in zicht

201506 brochure pensioen in zicht 2015. Pensioen in zicht Pensioen in zicht INHOUD PAGINA 1. Wanneer gaat het pensioen in? 3 2. Kan het pensioen ook op een eerdere datum ingaan? 3 3. Is een vervroegde pensionering haalbaar? 3 4. Vervroegde ingang van het pensioen

Nadere informatie

Eerder met pensioen Uitgave juli 2015

Eerder met pensioen Uitgave juli 2015 Eerder met pensioen Uitgave juli 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds SABIC, gevestigd te Sittard (het pensioenfonds ) is van algemene aard, uitsluitend

Nadere informatie

R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N. van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam

R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N. van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam INHOUD Inleidende bepalingen Artikel 1. Aanvullende pensioenregeling 1 Artikel 2. Deelnemerschap 1 Artikel

Nadere informatie

KLAAR VOOR EEN NIEUWE FASE? Straks met pensioen? Lees nu wat u moet weten. In dienst. Uit dienst. Pensioen ontvangen. Pensioen bij scheiding

KLAAR VOOR EEN NIEUWE FASE? Straks met pensioen? Lees nu wat u moet weten. In dienst. Uit dienst. Pensioen ontvangen. Pensioen bij scheiding Deze brochure is onderdeel van de brochurereeks over pensioen van Stichting Algemeen Pensioenfonds KLM en is bedoeld voor deelnemers aan het pensioenreglement van 2006. Hiertoe behoren KLM-medewerkers

Nadere informatie

Eerder met pensioen Uitgave juli 2015

Eerder met pensioen Uitgave juli 2015 Eerder met pensioen Uitgave juli 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds DSM Nederland, gevestigd te Heerlen (het pensioenfonds ) is van algemene aard, uitsluitend

Nadere informatie

Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever. Anw-pensioen. Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers

Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever. Anw-pensioen. Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever Anw-pensioen Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers 2 Anw-pensioen Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Wilt u inkomenszekerheid

Nadere informatie

Veranderingen in de Pensioenwereld

Veranderingen in de Pensioenwereld Veranderingen in de Pensioenwereld Veranderingen in de Pensioenwereld staan voor de deur U hebt er vast al van gehoord, de pensioenwereld gaat de komende tijd drastische veranderingen doormaken. Zowel

Nadere informatie

De prikkel voor de vangnetter om eerder aan het werk te gaan neemt toe door:

De prikkel voor de vangnetter om eerder aan het werk te gaan neemt toe door: Ziektewet 2013 Update 3-10-2012: Dit wetsvoorstel is gisteren aangenomen door de Eerste Kamer, maar de aanpassingen met betrekking tot het Ziektewetcriterium en de arbeidsverledeneis worden een jaar uitgesteld.

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen.

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der

Nadere informatie

Belastingdienst. Nieuwsbrief Loonheffingen 2016

Belastingdienst. Nieuwsbrief Loonheffingen 2016 Belastingdienst Nieuwsbrief Loonheffingen 2016 Uitgave 1 13 november 2015 Nieuwsbrief Loonheffingen 2016 U vindt in deze nieuwsbrief informatie over de nieuwe regels per 1 januari 2016 voor het inhouden

Nadere informatie

Uw pensioen in zicht. 1 Kopje van een bepaalde lengte. Wat u kunt kiezen, Wat u moet weten

Uw pensioen in zicht. 1 Kopje van een bepaalde lengte. Wat u kunt kiezen, Wat u moet weten Uw pensioen in zicht 1 Kopje van een bepaalde lengte Wat u kunt kiezen, Wat u moet weten UW PENSIOEN IN ZICHT 3 Inhoud Pensioenfonds Hoogovens biedt deelnemers aan Pensioenregeling 2015 de mogelijkheid

Nadere informatie

Uw ontslagvergoeding flexibel geregeld

Uw ontslagvergoeding flexibel geregeld Uw ontslagvergoeding flexibel geregeld Mogelijkheden bij een ontslagvergoeding Via nn.nl 2 Uw ontslagvergoeding flexibel geregeld Ontslag. Het kan iedereen overkomen. Uw wereld verandert. Maar voor iedereen

Nadere informatie

Wat krijgt u in deze pensioenregeling?

Wat krijgt u in deze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Welkom bij Conservatrix. U bouwt vanaf 1 juni 2008 pensioen bij ons op. Dit doet u via uw werkgever . In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt

Nadere informatie

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Werk en inkomen Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

Alstublieft! Uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2014. Dit is een overzicht van uw pensioen op 31 december 2013.

Alstublieft! Uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2014. Dit is een overzicht van uw pensioen op 31 december 2013. Uniform Pensioenoverzicht 2014 Datum: 5 mei 2014 Beste heer Voorbeeld, Alstublieft! Uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2014. Dit is een overzicht van uw pensioen op 31 december 2013. Misschien krijgt u

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat u moet weten over uw pensioen Dit pensioenoverzicht ontvangt u omdat

Nadere informatie

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950;

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950; Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 23 juni 2014, nr. BLKB2014/0351M De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten Dit besluit is een herziening van het besluit

Nadere informatie

CAPGEMINI PENSIOENFONDS. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld?

CAPGEMINI PENSIOENFONDS. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Stichting PENSIOENFONDS CAPGEMINI Nederland Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie

Nadere informatie

Belastingdienst. Nieuwsbrief Loonheffingen 2013

Belastingdienst. Nieuwsbrief Loonheffingen 2013 Belastingdienst Nieuwsbrief Loonheffingen 2013 Uitgave 1 2 november 2012 Nieuwsbrief Loonheffingen 2013 U vindt in deze nieuwsbrief informatie over de nieuwe regels vanaf 1 januari 2013 voor het inhouden

Nadere informatie

Het Individueel Aanvullend Pensioen (IAP)

Het Individueel Aanvullend Pensioen (IAP) Het Individueel Aanvullend Pensioen (IAP) Waarom een Individueel Aanvullend Pensioen? Met ingang van 2006 is de wetgeving met betrekking tot VUT, prepensioen en levensloop aangepast. Als gevolg daarvan

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Dit pensioenoverzicht ontvangt u omdat

Nadere informatie

Fiscale en financiële gevolgen van sociaal plan en ontslagvergoeding. G.J. van Nieuwenhuijzen FB Van Oers Accountancy & Advies

Fiscale en financiële gevolgen van sociaal plan en ontslagvergoeding. G.J. van Nieuwenhuijzen FB Van Oers Accountancy & Advies 1 Presentatie voor medewerkers Philip Morris Holland B.V. Fiscale en financiële gevolgen van sociaal plan en ontslagvergoeding G.J. van Nieuwenhuijzen FB Van Oers Accountancy & Advies Augustus 2014 2 Agenda

Nadere informatie

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen.

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen. Hoe is jouw pensioen geregeld? Wat krijg je in onze pensioenregeling? Ouderdomspensioen Je bouwt ouderdomspensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Je krijgt dit ouderdomspensioen

Nadere informatie

Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP) Verhoging AOW leeftijd vanaf 2013 Verhoging pensioenleeftijd vanaf 2014 Overgangsrecht?

Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP) Verhoging AOW leeftijd vanaf 2013 Verhoging pensioenleeftijd vanaf 2014 Overgangsrecht? De Toekomst van pensioen VVPJ 26 februari 2013 Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd Aan welke knoppen kun je nog draaien? Nieuw premieovereenkomstenbesluit Ben Schuurman Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd

Nadere informatie

Werkgeverslasten per 1 juli 2015

Werkgeverslasten per 1 juli 2015 Werkgeverslasten per 1 juli 2015 Doolhof aan lasten op een rijtje gezet! Door mr. A.J.H. Breitenfellner Inleiding De totale loonkosten bestaan niet alleen uit het loon maar ook uit de daarover verschuldigde

Nadere informatie

Inhoud. vragen en antwoorden over de AOW-leeftijdsverhoging en de oudedagslijfrente verzekering

Inhoud. vragen en antwoorden over de AOW-leeftijdsverhoging en de oudedagslijfrente verzekering vragen en antwoorden over de AOW-leeftijdsverhoging en de oudedagslijfrente verzekering Inhoud 1 Onze brief 2 1.1 Waarom krijg ik een brief van de Onderlinge s-gravenhage? 2 2 De toelichting bij onze brief

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Fiscaal Juridisch Adviesbureau

Nieuwsbrief. Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nieuwsbrief Fiscaal Juridisch Adviesbureau M a a n d e l i j k s i n f o r m a t i e b u l l e t i n v o o r v e r z e k e r i n g s a d v i s e u r s Nummer 64a september 2008 Inhoud Special Prinsjesdag

Nadere informatie

Vragen en Antwoorden met betrekking tot de overgang naar één pensioenregeling voor SABIC in Nederland

Vragen en Antwoorden met betrekking tot de overgang naar één pensioenregeling voor SABIC in Nederland Vragen en Antwoorden met betrekking tot de overgang naar één pensioenregeling voor SABIC in Nederland In 2013 heeft de onderneming SABIC een traject ingezet om de pensioenregelingen binnen de SABICondernemingen

Nadere informatie

Beleidsregels Middelentoets voor pensioenvermogens in de 3 de pijler

Beleidsregels Middelentoets voor pensioenvermogens in de 3 de pijler Beleidsregels Middelentoets voor pensioenvermogens in de 3 de pijler Inhoudsopgave Hoofdstuk I Algemeen 2 Hoofdstuk II Pensioenvermogen 2 Hoofdstuk III Slotbepalingen 3 Toelichting 4 I-SZ/2015/2582: Beleidsregels

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat u moet weten over uw pensioen Dit pensioenoverzicht ontvangt u omdat

Nadere informatie

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Werk en inkomen Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

WIA Opvang Polis. www.vkg.com. Het antwoord van de Van Kampen Groep op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) Terecht méér dan verzekeraars

WIA Opvang Polis. www.vkg.com. Het antwoord van de Van Kampen Groep op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) Terecht méér dan verzekeraars WIA Opvang Polis Het antwoord van de Van Kampen Groep op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) Terecht méér dan verzekeraars www.vkg.com WIA Opvang Polis Versie 2008 Hoe wordt de hoogte van

Nadere informatie

Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling

Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling Wat u moet weten over uw pensioen Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u duidelijkheid over wat u krijgt bij

Nadere informatie

Nota voor Technische Werkgroep Pensioenkamer

Nota voor Technische Werkgroep Pensioenkamer Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid Pensioenkamer (PK) Verzonden 12-09-2012 (E-mail) Briefnummer PK/12.00038 Zaaknummer Z.1011.01 Status Ter behandeling Nota voor Technische Werkgroep Pensioenkamer

Nadere informatie

BEWAAR UW PENSIOENOVERZICHT ZORGVULDIG. LEES OOK DE TOELICHTING. DEZE IS ONDERDEEL VAN HET UNIFORM PENSIOENOVERZICHT.

BEWAAR UW PENSIOENOVERZICHT ZORGVULDIG. LEES OOK DE TOELICHTING. DEZE IS ONDERDEEL VAN HET UNIFORM PENSIOENOVERZICHT. Stand per 31 december 2008 Uw pensioenregeling bij Bijvoorbeeld N.V. Uitkeringsovereenkomst Voorbeeldwerkgever B.V. Kenmerk: 987456 U krijgt elk jaar een pensioenoverzicht omdat u deelneemt in een pensioenregeling

Nadere informatie

Hoe is uw pensioen geregeld?

Hoe is uw pensioen geregeld? Hoe is uw pensioen geregeld? Mevr. J. Jansen Voorbeeldstraat 51 2056 LG Voorbeeldplaats Geachte mevrouw Jansen, Welkom bij . U bouwt vanaf pensioen bij ons op. Dit doet

Nadere informatie

Loonheffingen Nationaal. Datum: januari/februari 2013

Loonheffingen Nationaal. Datum: januari/februari 2013 Loonheffingen Nationaal Datum: januari/februari 2013 Overzicht wetswijzigingen 2013 Belastingplan 2013 Wet fiscale behandeling eigenwoning Wet fiscale behandeling woon-werkverkeer Fiscale verzamelwet Wet

Nadere informatie

UPDATE MODERNISERING ZIEKTEWET

UPDATE MODERNISERING ZIEKTEWET UPDATE MODERNISERING ZIEKTEWET Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid Door de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters wordt de werkgever nu ook tot maximaal 12 jaar

Nadere informatie

De heer S.W. Voorbeeld Straat 12 1234 AB WOONPLAATS 1234ab49. Heerlen, April 2016. Beste heer Voorbeeld,

De heer S.W. Voorbeeld Straat 12 1234 AB WOONPLAATS 1234ab49. Heerlen, April 2016. Beste heer Voorbeeld, De heer S.W. Voorbeeld Straat 12 1234 AB WOONPLAATS 1234ab49 Heerlen, April 2016 Beste heer Voorbeeld, U bouwt pensioen op bij het Pensioenfonds Werk en (re)integratie (PWRI). Gaat u met pensioen? Dan

Nadere informatie

Aan Werkgevers & Werknemers

Aan Werkgevers & Werknemers Primair Arbeidsvoorwaarden Advies Employee Benefits Financiële Diensten Verzekeringen Aan Werkgevers & Werknemers Dobbedreef 135 Postbus 11111 2301 EC Leiden T 071 52 88 000 F 071 52 88 222 Behandeld door

Nadere informatie

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen.

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen. Hoe is jouw pensioen geregeld? Wat krijg je in onze pensioenregeling? Ouderdomspensioen Je bouwt ouderdomspensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Je krijgt dit ouderdomspensioen

Nadere informatie

Brochure. Uw pensioen in de Groothandel in Eieren

Brochure. Uw pensioen in de Groothandel in Eieren Brochure Uw pensioen in de Groothandel in Eieren Inleiding Voor u ligt de brochure van het Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel (Bpf AVH). Bpf AVH verzorgt al 50 jaar de

Nadere informatie

Vraag en antwoord. V: Wat is een middelloonregeling? A: Vanaf 1 januari 2014 is de Appa een middelloonregeling.

Vraag en antwoord. V: Wat is een middelloonregeling? A: Vanaf 1 januari 2014 is de Appa een middelloonregeling. 1 Vraag en antwoord V: Wat is een middelloonregeling? A: Vanaf 1 januari 2014 is de Appa een middelloonregeling. Uw pensioen wordt berekend op basis van uw jaarlijkse bezoldiging. U bouwt elk jaar een

Nadere informatie

Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever. Anw-pensioen. Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers

Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever. Anw-pensioen. Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Tijdelijk partnerpensioen Informatie voor de werkgever Anw-pensioen Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Anw-pensioen Financiële zekerheid voor het gezin van uw werknemers Wilt u inkomenszekerheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

De pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Groothandel Vegro. 11 december 2007

De pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Groothandel Vegro. 11 december 2007 De pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Groothandel Vegro 11 december 2007 Wat is pensioen? Wat is Pensioen? Een uitkering bij: Ouderdom (65 jaar) Overlijden Arbeidsongeschiktheid (tot 65 jaar)

Nadere informatie

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI 2015. bpfhibin.nl

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI 2015. bpfhibin.nl Update! bpfhibin.nl stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen December 2014 Kunt u uw werknemers uitleggen wat er per 1 januari 2015 is veranderd aan hun pensioen? WIJZIGINGEN

Nadere informatie

FAQ s over vastgelopen pensioenonderhandelingen en herziening ABP-pensioenregeling December 2012

FAQ s over vastgelopen pensioenonderhandelingen en herziening ABP-pensioenregeling December 2012 FAQ s over vastgelopen pensioenonderhandelingen en herziening ABP-pensioenregeling December 2012 1. Er is geen overeenstemming over herziening van de ABP-regeling per 2013. Wat betekent dit voor werkgevers

Nadere informatie

Wijziging CDC-regeling TBI

Wijziging CDC-regeling TBI Wijziging CDC-regeling TBI Voorlichtingssessie tijdens deelnemersvergadering Stichting Pensioenfonds TBI 18 november 2014 Copyright 2014 Sprenkels & Verschuren. Geen enkele reproductie van het document

Nadere informatie

Financieringssysteem Sociale Zekerheid Een schets op hoofdlijnen

Financieringssysteem Sociale Zekerheid Een schets op hoofdlijnen Financieringssysteem Sociale Zekerheid Een schets op hoofdlijnen Door mr. A.J.H. Breitenfellner Inleiding Vanaf begin jaren negentig was het overheidsbeleid voor een groot deel gericht op het meer activerend

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014

Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014 Jouw Cosun pensioen Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014 1 Agenda Pensioen in Nederland Onze regeling Keuzemogelijkheden Vragen 2 Pensioen in Nederland Nederlands pensioenstelsel

Nadere informatie

Uniformering loonbegrip 2013

Uniformering loonbegrip 2013 Uniformering loonbegrip 2013 Inhoud In het kort...1 Doelstellingen: simpeler, korter en goedkoper...1 Situatie anno 2012...2 Maatregelen uniformering loonbegrip...3 Resultaat: in 2013 nog maar twee grondslagen...4

Nadere informatie

Fiscale hervorming pensioenopbouw 2015

Fiscale hervorming pensioenopbouw 2015 Fiscale hervorming pensioenopbouw 2015 De parlementaire behandeling van de fiscale hervorming van de pensioenen is afgerond. Op dinsdag 27 mei is de Eerste Kamer in meerderheid akkoord gegaan met de plannen

Nadere informatie