Rapport 0 Algemeen Onderzoeksrapport

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rapport 0 Algemeen Onderzoeksrapport"

Transcriptie

1 Mondzorg in Kaart Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 2011 en 2012 Rapport 0 Algemeen Onderzoeksrapport

2

3 Mondzorg in Kaart Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 2011 en 2012 Rapport 0 Algemeen Onderzoeksrapport Uitgebracht aan: De Nederlandse Zorgautoriteit Versie: Definitief Datum: 14 juli 2014 Kenmerk: Uitgebracht door: Deloitte Consulting B.V. Auteurs: drs. P.C. van Batenburg, dr. P. Smidt

4 Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding Doelstelling van het onderzoek Leeswijzer 5 2. Onderzoeksopzet De onderzoeksvariabelen Het onderzoeksobject: de praktijk Meting van prestaties Typen mondzorgpraktijken Steekproeven en zo volledig mogelijke uitvragen Keuzen op basis van de pilotstudie Toelichting bij voor dit onderzoek specifiek gedefinieerde begrippen FTE s Correcties voor eigenaren vergoedingen Marges Marges per eigenaar FTE Gemiddeld salarisniveau per behandelaar en per medewerker en vergoeding voor ingehuurde behandelaren en medewerkers VAR-WUO correctie en informatie over ZZP vergoedingen Uitvoering van het onderzoek De grote uitvraag Aanschrijving, ontheffingen en bijtrekkingen Plausibele, gevalideerde en vrijwel volledige response Betrouwbaarheid en onnauwkeurigheid Inleiding: de begrippen betrouwbaarheid en onnauwkeurigheid Betrouwbaarheid en onnauwkeurigheid en van een meest relevante variabelen Conclusie over betrouwbaarheid en onnauwkeurigheid: de respons is voldoende groot Betrokkenen bij het onderzoek Bijlagen Validatieraamwerk Vragenlijst 30 4

5 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Per 1 januari 2012 was een experiment vrije prijsvorming in de mondzorg van start gegaan; aanbieders van mondzorg bepaalden daarbij zelf de prijzen. Het vrijgeven van de prijzen werd stopgezet na een motie in de Tweede Kamer. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft daarna door middel van een aanwijzing (kenmerk MC-U ) aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de opdracht gegeven de tarieven in de mondzorg opnieuw te reguleren en daarmee dus het experiment vrije prijsvorming te beëindigen. Gegeven het (per 1 januari 2013) opnieuw invoeren van een prestatiestructuur met een gedeeltelijk verouderde tariefonderbouwing, ziet de NZa aanleiding om onderzoek te doen. Het bekostigingsonderzoek mondzorg in opdracht van de NZa is gericht op het in beeld brengen van de structuurkenmerken, opbrengsten, (praktijk)kosten, de productie en tijdsbesteding van aanbieders van mondzorg. De resultaten van dit onderzoek zullen gebruikt worden om de tarieven (nader) te onderbouwen en/of te herijken. De NZa heeft Deloitte Consulting B.V. gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Deloitte werkte hierbij samen met MediQuest BV. MediQuest is een bureau dat zich heeft gespecialiseerd in het bieden van inzicht en kwaliteit van zorg aan zorgpartijen door het verzamelen en beschikbaar maken van informatie. MediQuest was door Deloitte Consulting, specialist in kostenonderzoeken, gevraagd te ondersteunen vanwege hun kennis van de mondzorgsector, hun databases voor de beroepsgroep en hun portals waar al veel tandartsen en andere zorgaanbieders kennis mee hadden gemaakt. 1.2 Doelstelling van het onderzoek In het beschrijvend document betreffende de openbare aanbesteding voor de uitvoering van een onderzoek betreffende de mondzorgsector voor de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is de onderzoeksopdracht als volgt verwoord: Doelstelling van het onderzoek is om de opbrengsten, kosten en productie in beeld te krijgen van aanbieders van mondzorg. Met deze gegevens zullen de tarieven die deze aanbieders in rekening mogen brengen worden onderbouwd door de NZa. Daarnaast wenste de NZa een onderzoek naar de tijdsbesteding van de aanbieders van mondzorg. 1.3 Leeswijzer De rapportage over het onderzoek Mondzorg in Kaart is verdeeld over zeven rapporten, dit algemeen onderzoeksrapport en een appendix met correlatietabellen. 1. Vier rapporten (1A tot en met 1D) voor de hoofdgroepen waar een steekproef voor is getrokken, namelijk: tandartspraktijken, praktijken voor mondhygiëne, orthodontiepraktijken (inclusief integraal uitgevraagde ortho-schisiscentra) en praktijken voor tandprothetiek. 2. Een rapport voor de volledig uitgevraagde instellingen voor Jeugdtandverzorging, de JTV s (inclusief pedodontologiepraktijken). 3. Een rapport voor de volledig uitgevraagde Centra voor Bijzondere Tandheelkunde, de CBT s. 4. Een rapport betreffende de differentiaties die onder tandartspraktijken kunnen worden aangetroffen, de zogenaamde overige groepen mondzorgpraktijken. Deze zijn hoofdzakelijk volledig uitgevraagd, alleen bij implantologiepraktijken en AWBZ-praktijken is sprake van een steekproef. 5

6 2. Onderzoeksopzet 2.1 De onderzoeksvariabelen De gehanteerde vragenlijst volgt de structuur van de gestelde onderzoeksdoelen en onderscheidt daarom de volgende hoofdelementen: Kenmerken van de praktijk Praktijkkosten en Opbrengsten van Mondzorg Tijdbesteding Productie en Prestaties Het blok kenmerken van de praktijk bevat vooral structuurkenmerken zoals de rechtsvorm, het aantal patiënten, het aantal eigenaren dat ook zorginhoudelijk actief is en detailvragen over de huisvesting van de praktijk. Het blok Praktijkkosten en Opbrengsten van Mondzorg vraagt eigenlijk de Jaarrekening uit. Het bevat de vragen naar de opbrengsten en de kosten van de praktijk, en vraagt ook om de balans van de praktijk. Het blok Tijdbesteding bevat uitgebreide vragen over behandelaren en ondersteunend medewerkers die in de praktijk actief zijn. Hierbij wordt niet alleen gevraagd naar tijdbesteding, maar ook naar type arbeidsrelaties, loonniveaus en de rol in de praktijk. Het blok Productie en Prestaties vraagt de respondenten om een uitdraai uit hun productiesystemen te maken van de volumes uitgevoerde verrichtingen per prestatiecode, het gemiddeld tarief en de doorberekende materiaal- en techniekkosten. Het gemiddelde van een breuk In deze rapporten zullen vaak gegevens worden gepresenteerd van kenmerken die berekend zijn als een breuk tussen andere gegevens (omzet per fte bijvoorbeeld). Het gemiddelde van een breuk is minder vanzelfsprekend dan op het eerste oog lijkt. Een simpel voorbeeld geeft dit weer: Iemand die op de heenweg 20 km/u fietst en op de terugweg 10 km/u, fietst gemiddeld geen 15 km/u maar 13,33 km/u want hij is 2 keer zo lang bezig met de terugweg als met de heenweg. Alleen als hij een uur lang 20 km/u zou fietsen, vervolgens zou omkeren en daarna een uur 10 km/u zou fietsen, zou zijn gemiddelde 15 km/u zijn (zonder thuis te zijn gekomen). Daarom is de beste definitie van het gemiddelde van een breuk: het gemiddelde van de teller gedeeld door het gemiddelde van de noemer. Dit gemiddelde kan daarom bepaald worden zonder per respondent de breuk uit te rekenen: dat heeft het voordeel dat we optimaal met onze respons omgaan en zowel bij teller als bij de noemer alle beschikbare gegevens kunnen gebruiken. Als de breuk per respondent zou worden uitgerekend, dan valt het aantal te gebruiken waarnemingen terug naar de kleinste van het aantal dat de teller bepaalde en het aantal dat de noemer bepaalde. 6

7 Als de aantallen voor de teller en voor de noemer identiek zijn, geeft de gebruikte definitie gemiddelde teller gedeeld door gemiddelde noemer exact dezelfde uitkomst als een met aandelen in de noemer gewogen rekenkundig gemiddelde van breuken: Waarin, T, de teller is N, de noemer is Het gewicht is gelijk aan n gedeeld door de som van de n Op deze wijze kan ook een standaarddeviatie worden bepaald. 2.2 Het onderzoeksobject: de praktijk Onderwerp van ons onderzoek is de mondzorgpraktijk. Het onderzoek diende volgens de uitvraag de opbrengsten, (praktijk)kosten, tijdsbesteding en productie van aanbieders van mondzorg in kaart te brengen. Het begrip aanbieder van mondzorg kan op verschillende manieren worden ingevuld. In dit kader werden om onderzoekstechnische redenen twee keuzen gemaakt. Allereerst werd de definitie aangescherpt door het onderzoeksobject nader te definiëren als aanbieders van mondzorg die zelfstandig prestaties mondzorg in rekening brengen. Dit garandeert dat er controleerbare opbrengsten en prestaties zijn die gebaseerd kunnen worden op een bestaande administratie. Vervolgens werd er voor gekozen om de te onderzoeken aanbieder nader te definiëren als een eenheid met een eigen administratie, locatie en entiteit van waaruit één of meer behandelaren mondzorg aanbieden en declareren, een praktijk. Het criterium om grenslijnen om de praktijk heen te trekken dat wij hierbij hebben gekozen is dat van het declaratiegebied: Mondzorgprestaties die de praktijk zelfstandig declareert behoren tot de praktijk, net als de hiervoor gemaakte kosten en de hiermee samenhangende tijdbesteding. Door deze definitie hebben de mondzorgprestaties, tijdbesteding, opbrengsten en kosten betrekking op dezelfde activiteiten. 7

8 2.3 Meting van prestaties De NZa bepaalt haar tarieven op grond van een norminkomen voor eigenaar-behandelaren gekoppeld aan informatie over de praktijkkosten gerelateerd aan de mondzorgactiviteiten en de productie omvang van praktijken. De NZa gebruikt hierbij de onderstaande begrippen en relaties. Voor iedere prestatie is een aantal punten vastgesteld. Deze punten worden per jaar vermenigvuldigd met een door de NZa vastgestelde puntwaarde om het tarief per prestatie vast te leggen. De puntwaarde wordt door de NZa vastgesteld op basis van het per eigenaar FTE van toepassing zijnde norminkomen en de integrale feitelijk aan mondzorgprestaties gerelateerde kosten (gedeeld door de productie). In de onderzoek aanvraag werd aan ons als onderzoeksbureau gevraagd om voor deze analyse de integrale kosten (nader ingevuld als de feitelijk aan mondzorg gerelateerde kosten) en de productieomvang in kaart te brengen. Om de omvang van de productie in kaart te brengen hebben wij de aantallen verrichtingen per prestatie en de omzet per prestatie uitgevraagd en gerapporteerd. Dit is ook de informatie die bij de door ons uitgevoerde pilot in de productiesystemen aanwezig bleek te zijn. Voor 2011 zijn de totale aantallen punten per hoofdstuk prestatiecodes uit de in het rapport gerapporteerde omzet mondzorg af te leiden door de waarde van de prestaties per hoofdstuk prestatiecodes te delen door de puntwaarde uit In 2012 werden de prestaties geherdefinieerd, de lijst met prestaties werd ingekort en een aantal prestaties kreeg een nieuwe definitie. Voor deze prestaties werden geen punten per prestatie vastgesteld, omdat er in dat jaar sprake was van vrije prijsstelling. Er werd ook geen puntwaarde vastgesteld. Het totaal aantal punten per praktijk is dus voor 2012 niet vast te stellen. De omzet mondzorg was ook in 2012 wel beschikbaar per hoofdstuk prestatiecodes. Om consistent te kunnen rapporteren wordt dus voor 2011 en 2012 de omzet mondzorg per hoofdstuk prestatiecodes gerapporteerd. De gedeclareerde techniek per prestatie is apart uitgevraagd, hoewel in de pilot 1 veelal niet op prestatiecode niveau maar per groep (hoofdstuk) prestatiecodes bleek te worden geadministreerd. Deze post rapporteren wij daarom op hoofdstukniveau. 1 Verderop wordt toegelicht dat de uitvraag getest is bij een aantal praktijken in een pilot. 8

9 2.4 Typen mondzorgpraktijken Het onderzoek diende te worden uitgevoerd onder aanbieders van mondzorg. Hierbij werd door de NZa gevraagd om speciale aandacht te besteden aan zes hoofdgroepen aanbieders van mondzorg: 1. Tandartspraktijken 2. Praktijken voor mondhygiëne 3. Orthodontiepraktijken 4. Praktijken voor tandprothetiek 5. Instellingen voor Jeugd Tandverzorging (JTV s) 6. Instellingen (Centra) voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT s) Verder werden negen differentiaties onderscheiden waarvoor tandartsen gecertificeerd kunnen zijn: 1. Tandarts-parodontologen 2. Tandarts-endodontologen 3. Tandarts-gnathologen 4. Tandarts-implantologen 5. Tandartsen-maxillo-faciaal-prothetiek 6. Tandartsen-geriatrie 7. Tandartsen-angstbegeleiding 8. Tandartsen-gehandicaptenzorg 9. Tandarts-pedodontologen Dit leverde nog eens negen types praktijken op die voor kunnen komen, namelijk praktijken die zich specialiseren in één of meerdere van deze differentiaties. De tandarts pedodontologen zijn overigens gespecialiseerd in jeugdtandverzorging en zijn daardoor nauw gelieerd aan de instellingen voor Jeugd Tandverzorging (JTV s). Het is dus goed voorstelbaar dat een JTV en een praktijk gespecialiseerd in pedodontologie veel op elkaar lijken. Deze veronderstelling wordt nader getoetst door in de rapportage de uitkomsten voor JTV s te vergelijken met die voor praktijken die zich specialiseren in pedodontologie. In het onderzoek zijn op basis van de oorspronkelijke onderzoeksvraag daarnaast nog twee typen praktijken benaderd, namelijk AWBZ -praktijken en ortho-schisiscentra. AWBZ praktijken AWBZ praktijken zijn praktijken die mondzorg leveren in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De prestaties voor deze bijzondere doelgroep wijken af. Dit vraagt om een aparte toetsing. Om deze groep praktijken in kaart te brengen is een steekproef getrokken op basis van een door het CAK-BZ aangeleverd bestand met mondzorgpraktijken die meer dan euro AWBZ declareerden. Deze praktijkvorm wordt in het onderzoek meegenomen als bijzondere tandartspraktijk. Voor het identificeren van AWBZ praktijken hadden wij te maken met de complicatie dat zij zich niet als zodanig onderscheiden of verenigd hebben. Er bestaat voor het verlenen van mondzorg aan AWBZ patiënten geen beroepsvereniging waarin praktijken of individuen met speciale aandacht voor dit onderwerp zich organiseren, er bestaat geen wetenschappelijke vereniging die zich op dit terrein specialiseert en er is geen website waarop AWBZ praktijken zich presenteren. Wij beschikten daardoor niet over een lijst met op AWBZ gerichte praktijken of individuen. Via de NZa en CAK-BZ kregen wij echter wel de beschikking over een lijst van alle praktijken in Nederland die in 2012 mondzorg bij de AWBZ declareerden, met het door hen gedeclareerde bedrag. Hiermee 9

10 konden wij weliswaar nog geen praktijken identificeren die zich specialiseren in AWBZ mondzorg, maar wel praktijken die een significant aantal AWBZ patiënten behandelen. Bij het benaderen van de praktijken hadden wij er voor kunnen kiezen om te starten met de praktijk met de hoogste declaratie en dan naar beneden te werken. Het onderzoek had zich dan gericht op de grootste praktijken. Daarmee zouden we echter alle hele grote praktijken die ook aan AWBZ doen in ons onderzoek hebben betrokken, en kleinere praktijken die zich toch in belangrijke mate op AWBZ richten buiten beschouwing laten. Op basis van de bestudering van de lijst met declaraties en de uitkomsten van onze pilot hebben we een andere keuze gemaakt en een beperkte populatie afgebakend, namelijk alle praktijken die meer dan euro mondzorg bij de AWBZ declareren. Het ging hier om 91 praktijken. Allereerst was dit een groep die groot genoeg was om de door ons gezochte minimumomvang van het onderzoek op te leveren, namelijk 50 praktijken Ten tweede was ons uit de pilot bekend dat 35% van de tandartspraktijken één behandelstoel had en nog eens dertig procent van de praktijken maar twee behandelstoelen hadden. Voor een praktijk met één behandelstoel leek een AWBZ omzet van meer dan euro ons een substantieel onderdeel van de praktijk Ten derde was ons uit de pilot bekend dat een omzet van euro ongeveer overeenkomt met 2 dagen per week inzet van één behandelaar, dit is voldoende substantieel. Overigens waren er 75 praktijken die tussen de euro en euro AWBZ declareerden, en 196 praktijken die tussen de euro en euro AWBZ declareerden. Ortho-Schisiscentra Ortho-Schisiscentra leveren specialistische zorg voor schisispatiënten via een zogenaamd schisis team. Alle op de officiële website van de Nederlandse Vereniging voor Schisis en Craniofaciale Afwijkingen vermelde schisis teams zijn aangeschreven. Hiervoor is de website als bron gebruikt. De kern van deze centra is een coördinerend team voor behandelingen die maar voor een zeer klein deel op het terrein van mondzorg liggen. Vaak wordt deze mondzorg bovendien verzorgd door een algemene orthodontiepraktijk die zelf geen deel uitmaakt van de instelling waar het Ortho-Schisiscentrum onder valt. Om deze reden kregen op drie na alle Ortho-Schisiscentra uiteindelijk een ontheffing voor het aanleveren van gegevens voor het kostenonderzoek. Het onderzoek stelde dus vast dat deze centra slechts marginaal mondzorg aanbieden. Soms worden vanuit deze centra wel orthodontie behandelingen verzorgd. 2.5 Steekproeven en zo volledig mogelijke uitvragen De pilot en de omvang van de uitvraag In de onderzoeksopzet was opgenomen dat er op basis van de spreiding in de uitkomsten van de pilot de steekproefomvang voor de omvangrijkste en meest gedifferentieerde subpopulatie, die van de tandartsen, zou worden vastgesteld. Op basis van de spreiding van met name het aantal patiënten in de pilot is geconcludeerd dat bij 300 tandartspraktijken waarschijnlijk de gevraagde onnauwkeurigheid van 10% bij een betrouwbaarheid van 90% gehaald zou worden. Aangezien rekening is gehouden met een aanzienlijke uitval door ontheffingen en onbruikbare respons is voorgesteld om ruim te trekken en dus ruim meer tandartspraktijken uit te vragen dan de gewenste

11 Andere praktijken dan algemene tandartspraktijken waren in de pilot beperkter vertegenwoordigd. Voor de andere hoofdgroepen was daarom het aantal respondenten in de pilot te klein om een dergelijke berekening te kunnen maken. Wel was uit ander onderzoek bij ons, de klankbordgroep en de NZa bekend dat de aantallen praktijken voor orthodontie, mondhygiëne en tandprothetiek qua zelfstandige behandelaren en bekende praktijken tussen de 200 en de 700 liggen. Aan de hand van deze informatie is het aantal praktijken bepaald die werden uitgevraagd op basis van onze aparte databases van adressen voor deze groepen. Naast de hoofdgroepen is er ook voor twee andere groepen een steekproef getrokken, namelijk voor de implantologiepraktijken en de AWBZ-praktijken, Voor de AWBZ-praktijken is zoals eerder beschreven een steekproef getrokken uit de deelpopulatie van praktijken die minimaal euro omzet ten behoeve van de AWBZ hebben gedeclareerd. De steekproeven voor de vier hoofdcategorieën zijn steeds uitgevoerd met behulp van cell sampling op een op postcode gesorteerde lijst. Hierbij wordt de populatie ingedeeld in even grote groepen en uit elke groep één waarneming gestoken. Elke praktijk heeft hierbij evenveel kans om gestoken te worden, maar op deze manier garanderen wij een regionaal representatieve, gelijkmatige spreiding van de steekproef over de populatie. Gehanteerde bronnen Wij startten ons onderzoek in de pilot met de bestaande mondzorg database van MediQuest gebaseerd op de zogenaamde AGB codes die zorgverleners (natuurlijke personen en instellingen) nodig hebben om zorg te kunnen declareren. Deze database, waarin de praktijken voor tandartsen, mondhygiëne, tandprothetiek en orthodontie waren opgenomen werd gecheckt met behulp van de ledenlijsten en zo nodig aangevuld met behulp van de ledenlijsten van de ANT, NMT, NVM en ONT. Deze database werd zowel in de pilot als de grote uitvraag gebruikt om tandartspraktijken, praktijken voor mondhygiëne, orthodontiepraktijken en praktijken voor tandprothetiek en instellingen voor jeugdtandverzorging te selecteren en aan te schrijven. Voor het identificeren van de differentiaties is deze database niet bruikbaar, omdat de AGB code niet onderscheidt naar differentiatie. De differentiaties zijn daarom op basis van aanvullende bestanden geïdentificeerd. Dit waren de ledenlijsten van de NVvP, NVvE, NVvK, NVGPT, NVOI, NVGD, Cobijt en Schisis.nl 2, aangevuld met de overzichten van AWBZ declarerende praktijken van het CAK-BZ. Een complicatie hierbij was dat de ledenlijsten niet altijd naar praktijken verwijzen maar vaak naar (alleen) personen. Door te controleren met de bestanden van de Kamer van Koophandel, de eerder genoemde adresbestanden en ledenlijsten en openbare informatie zoals websites (van praktijken zelf of van vergelijkingssites) hebben we toch een lijst met praktijken voor iedere differentiatie kunnen opstellen. De onderstaande tabel geeft het basisbestand aan per onderzoeksgroep en de vermoedelijke omvang van de populatie. Dit leverde allereerst voor de implantologen, de enige van de praktijksoorten gelabeld als steekproef die is verkregen op basis van een ledenlijst, het volgende resultaat op: Tabel Populatie praktijksoort o.b.v. ledenlijst en labeling steekproef Praktijksoort Basisbestand Vermoedelijke Steekproef / populatie Integraal Implantologiepraktijken Steekproef 2 De Ortho-Schisiscentra zijn verkregen op basis van de website Hierop staat een lijst met actuele schisisteams. 11

12 Vervolgens is er voor de praktijksoorten die gelabeld zijn als steekproef de populatie gecorrigeerd voor: Dubbel aangeschreven praktijken Niet in scope zijnde praktijken Deze correctie is gemaakt door het aantal in het basisbestand te vermenigvuldigen met het percentage bruikbaar wat resulteert in de vermoedelijke populatie zoals opgenomen in tabel Tabel Populatie praktijksoort o.b.v. database en labeling steekproef Praktijksoort Basisbestand Vermoedelijke populatie Steekproef / Integraal Tandartspraktijken Steekproef AWBZ-praktijken Steekproef Praktijken voor mondhygiëne Steekproef Orthodontiepraktijken Steekproef Praktijken voor tandprothetiek Steekproef Implantologiepraktijken Steekproef Voor de praktijksoorten die gelabeld zijn als integraal is het basisbestand verlaagd met het aantal dat niet gevonden is op basis van de KvK check en de overige hiervoor beschreven bestaanschecks. Dit alles resulteert in de vermoedelijke populatie zoals opgenomen in tabel Tabel Populatie praktijksoort o.b.v. ledenlijst en labeling integraal Praktijksoort Basisbestand Vermoedelijke populatie Steekproef / Integraal Ortho-Schisiscentra Integraal Instellingen voor Jeugd Tandverzorging Integraal Pedodontologiepraktijken Integraal Centra voor Bijzondere Tandheelkunde Integraal Endodontologiepraktijken Integraal Parodontologiepraktijken Integraal Tandartspraktijken voor angstbegeleiding 23 8 Integraal Tandartspraktijken gehandicaptenzorg Integraal Tandartspraktijken voor gerodontologie Integraal Gnathologiepraktijken Integraal Tandartspraktijken voor maxillo-faciale prothetiek 1 1 Integraal 3 Op de Implantologiepraktijken heeft zoals beschreven in tabel reeds een eerdere handeling plaatsgevonden waarbij het basisbestand gebaseerd op een ledenlijst is omgezet naar een lijst met praktijken. 12

13 Dit alles samenvoegend resulteert dit in de onderstaande tabel. Tabel Populaties praktijksoorten Praktijksoort Basisbestand Vermoedelijke populatie Steekproef / Integraal Tandartspraktijken Steekproef AWBZ-praktijken Steekproef Praktijken voor mondhygiëne Steekproef Orthodontiepraktijken Steekproef Ortho-Schisiscentra Integraal Praktijken voor tandprothetiek Steekproef Instellingen voor Jeugd Tandverzorging Integraal Pedodontologiepraktijken Integraal Centra voor Bijzondere Tandheelkunde Integraal Endodontologiepraktijken Integraal Implantologiepraktijken Steekproef Parodontologiepraktijken Integraal Tandartspraktijken voor angstbegeleiding 23 8 Integraal Tandartspraktijken gehandicaptenzorg Integraal Tandartspraktijken voor gerodontologie Integraal Gnathologiepraktijken Integraal Tandartspraktijken voor maxillo-faciale prothetiek 1 1 Integraal 2.6 Keuzen op basis van de pilotstudie Keuze voor onderzoeksjaren In haar aanvraag voor het onderzoek vroeg de NZa om een pilot studie om te bepalen of het mogelijk was om gegevens uit te vragen over 2012 en daarbij betrouwbare resultaten te verkrijgen. Hiervoor werd bepalend geacht in hoeverre de aanbieders de financiële administratie voor 2012 hadden voltooid. De NZa stelde in haar aanbestedingsdocument dat zij, omdat het een pilot was, het voldoende achtte om enkel één subpopulatie aan te schrijven, namelijk de tandartsen. Omdat wij de pilot ook wilden gebruiken om inzicht te krijgen in de rubricering en detaillering van de gegevens in de financiële administratie en de productie-administratie van tandartsen, mondhygiënisten, orthodontisten en tandprothetici zijn er in de pilot ook enkele tientallen praktijken van deze andere groepen betrokken. Uit de pilot bleek dat vóór 15 mei 2013, de geplande startdatum voor de grote uitvraag, maar 14,9 procent van de respondenten verwachtte aangifte gedaan te hebben en daarmee te beschikken over betrouwbare en volledige financiële gegevens over het jaar Volgens eigen opgave zou 65,3 procent van de rest vóór 1 september 2013 aangifte doen (ook zonder dit onderzoek). Op 1 september 2013 zou dus minimaal 70 procent van de praktijken de financiële gegevens voor 2012 beschikbaar hebben. Gezien de relevantie van zo recent mogelijke gegevens voor de tariefstelling en de door de sector aangegeven wens om de cijfers 2012 mee te nemen werd besloten om de einddatum voor het aanleveren van de onderzoeksgegevens over de zomer te tillen richting. Er werd besloten om de praktijken een inleverdatum van 20 augustus 2013 mee te geven. 13

14 Uitdraai In de pilot is gevraagd om ook datadumps aan te leveren voor financiële cijfers en voor productiegegevens. Hieruit werd geconcludeerd dat er een beperkt aantal software pakketten gebruikt werd, met een duidelijk herkenbare datastructuur in de vorm van aantal, prestatiecodes, tarieven per verrichting en doorberekende materiaal- en techniekkosten. Op grond hiervan is besloten dat prestatiegegevens (volume en gedeclareerde prijs per prestatiecode) digitaal uitgevraagd konden worden: de gegevens zijn uniform beschikbaar en kunnen met behulp van een instructie per softwarepakket bruikbaar door respondenten worden aangeleverd. Daarnaast is geconcludeerd dat wat betreft de financiële gegevens deze niet uniform of consistent beschikbaar zijn. Dit resulteerde in de noodzaak om gegevens per component uit te vragen. Het opvragen van een uitdraai van financiële gegevens zou immers resulteren in onvergelijkbare en dus onbruikbare data opleveren. Opvragen van persoonlijke financiële gegevens zoals belastingopgaven Bij de pilot vroegen wij de respondenten om financiële bescheiden waarover zij beschikten zoals belastingopgaven en jaarrekeningen mee te sturen. Deze uitvraag had expliciet het doel om in kaart te brengen over wat voor informatie onze doelgroep beschikt om zo in de grote uitvraag de administratieve belasting te kunnen beperken en gericht uit te kunnen vragen. In ons oorspronkelijk onderzoek ontwerp hadden wij alle respondenten voor validatie- en verificatie doeleinden willen vragen om hun financiële stukken in te dienen. In verband met weerstand om deze stukken aan te leveren, besloten wij om dit bij de grote uitvraag op te vragen bij praktijken waar de outlier analyse van uitkomsten hier aanleiding voor gaf, en voor praktijken die zelf niet in staat waren om hun financiële administratie te vertalen naar de gedetailleerde en van jaarrekeningregels afgeleide antwoorden op de vragen uit de vragenlijst. 14

15 3. Toelichting bij voor dit onderzoek specifiek gedefinieerde begrippen In het rapport worden een aantal maatwerk begrippen gedefinieerd ten behoeve van de herijking van tarieven in de context van deze sector en de daar geldende regulering. Het gaat om de volgende begrippen: FTE o FTE behandelaren o FTE medewerkers o FTE Eigenaren Correcties voor eigenarenvergoedingen o Correctie voor personeelskosten eigenaren in loondienst o Correctie voor financieringsvergoedingen voor eigenaren o Correctie voor management fees o Correctie voor AOV en pensioenen voor eigenaren o Correctie voor afschrijving op goodwill o Correctie voor financieringskosten van goodwill Marges o Bruto marge o Netto marge o Bruto marge mondzorg o Bruto marge techniek in eigen beheer o Bruto marge overige opbrengsten Marge per eigenaar FTE o Definities eigenaar FTE en Marge voor berekening marge per eigenaar FTE o Populatieberekening marge per eigenaar FTE voor praktijken met en zonder eigenaren Gemiddelde salarissen en vergoedingen voor ingehuurd personeel o Gemiddeld salarisniveau per behandelaar o Gemiddeld salarisniveau per medewerker o Gemiddelde vergoeding per ingehuurde behandelaar o Gemiddelde vergoeding per ingehuurde medewerker VAR-WUO correctie en informatie over ZZP vergoedingen Deze begrippen worden nu één voor één in de volgende paragraaf besproken. 15

16 3.1 FTE s De FTE definitie in het rapport Mondzorg in Kaart De puntwaarde die door het NZa wordt gebruikt ten behoeve van de tariefbepaling wordt vastgesteld op basis van het per eigenaar FTE van toepassing zijnde inkomen en de integrale mondzorgkosten. De NZa gebruikt hiervoor een specifiek FTE begrip, het NZa FTE, en past dit toe voor eigenaren om te komen tot een begrip FTE per eigenaar. Omdat ons onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de herijking van de tarieven hebben wij in onze rapportage de FTE definitie gebruikt zoals die door de NZa bij de vaststelling van de mondzorgtarieven is en wordt toegepast, deze zogenaamde NZa FTE. Het NZa FTE heeft vier belangrijke kenmerken: 1. De berekening gaat uit van een full time werkweek van zesendertig uur. 2. Het aantal NZa FTE wordt berekend aan de hand van de opgegeven uren per behandelaar of medewerker per week, de werktijdfactor per week 3. Bij de berekening van het aantal NZa FTE van een praktijk wordt ook rekening gehouden met het aantal weken dat de behandelaar in 2011 en/of 2012 beschikbaar was om te werken, de zogenaamde werktijdfactor per jaar. Ziekteweken tellen hierbij overigens wel mee als beschikbaar. 4. Het aantal FTE dat een individuele medewerker meetelt in de FTE berekening is gelijk aan de werktijdfactor per week maal de werktijdfactor per jaar. Voor een individuele behandelaar of medewerker kan deze niet groter zijn dan 1. FTE behandelaren De berekening van het aantal FTE van een behandelaar wordt gebaseerd op de door de praktijken aangemelde tijdbesteding en beschikbare weken per individuele behandelaar per jaar. Om de werktijdfactor per week te bepalen wordt allereerst per individuele behandelaar de som van de door de praktijk voor deze behandelaar opgegeven direct patiëntgebonden tijd, de indirect patiënt gebonden tijd en niet-patiëntgebonden tijd die zij in een normale werkweek werkzaam zijn vastgesteld. Dit cijfer wordt gedeeld door 36. Was deze som gelijk aan 18 dan was de werktijdfactor per week dus 0,5. Was deze som 36 of meer dan was de werktijdfactor per week 1. Om de werktijdfactor per jaar te bepalen wordt allereerst gekeken of de behandelaar volgens de praktijk in het jaar (2011 of 2012) meer dan 6 weken verlof had opgenomen. Was dit het geval dan komt de werktijdfactor voor dat jaar onder de 1 uit. Voor de berekening wordt het aantal verlofweken (gewoon verlof plus speciaal verlof) en de tijd besteed aan opleiding afgetrokken van 52, en dit verschil gedeeld door 46. In de uitvraag en in de validatieronde was niet in dienst overigens expliciet gedefinieerd als speciaal verlof. Een behandelaar die in 2011 of 2012 minimaal 46 weken per jaar minimaal 36 uur per week heeft gewerkt, telt in dat jaar dus mee voor 1 fte. Werkt dezelfde behandelaar het volgend jaar gedurende 46 weken 18 uur per week, of gedurende 23 weken 36 uur per week, dan telt dit als 0,5 FTE. Verlof voor ziekte werd wel uitgevraagd maar wordt niet afgetrokken, een fulltime medewerker die een half jaar ziek is geweest telt gewoon voor 1 FTE. 16

17 FTE medewerkers Ook voor het aantal FTE ondersteunende medewerkers per praktijk werd gewerkt met de werktijdfactor per week en de werktijdfactor per jaar. Het aantal gewerkte uren per week is voor medewerkers echter alleen uitgevraagd in die gevallen waar de praktijk opgaf dat een medewerker tevens eigenaar van de praktijk was. Het aantal uren waarvoor zij een arbeidscontract hadden was wel uitgevraagd. De werktijdfactor per week werd voor medewerkers daarom bepaald op basis van het aantal uren van hun arbeidscontract. Verder was de berekening dezelfde. De categorie medewerkers bevat alleen ondersteunende medewerkers en geen behandelaars. In die gevallen waar praktijken hadden aangegeven dat er in de praktijk iemand behandelaar én medewerker (bijvoorbeeld directielid/manager) was is de praktijk benaderd om dit aan te passen. De betreffende persoon is dan behandelaar, de tijd besteed aan management wordt opgevoerd bij de indirecte tijdbesteding. Voor medewerkers die eigenaar zijn is het aantal uren dat zij werkten wel uitgevraagd. Dit gegeven is onder andere gebruikt bij de berekening van het aantal FTE eigenaren. FTE eigenaren Het aantal FTE eigenaren per praktijk is de optelsom van de hierboven beschreven FTE factor voor de individuele behandelaren en medewerkers waarvan de praktijk heeft opgegeven dat zij eigenaar zijn. De praktijk heeft namelijk voor iedere individuele behandelaar en voor iedere individuele medewerker de arbeidsrelatie op moeten geven. Hierbij kon men onder andere kiezen voor de opties eigenaar niet in loondienst en eigenaar in loondienst. Voor deze eigenaren werd verder de hierboven beschreven berekeningsmethode gebruikt. 3.2 Correcties voor eigenaren vergoedingen Bij de berekening van de marges in hoofdstuk zeven van ieder rapport worden zes correcties voor eigenarenvergoedingen toegepast: 1. Correctie voor personeelskosten eigenaren in loondienst 2. Correctie voor AOV en pensioenen voor eigenaren 3. Correctie voor management fees 4. Correctie voor afschrijving op goodwill 5. Correctie voor financieringskosten van goodwill 6. Correctie voor financieringsvergoedingen voor eigenaren - voor de vergelijkbaarheid van praktijken met verschillende rechtsvormen, - voor de vergelijkbaarheid van praktijken met en zonder eigenaren behandelaren - en om aan te sluiten bij de tariefsystematiek zijn alle uitkeringen aan eigenaren, ook loon aan eigenaren in loondienst, niet als kosten in het margebegrip meegenomen. De afschrijvingen voor goodwill, de financieringskosten van goodwill, eventuele management fees, de kosten voor pensioenverzekeringen voor de eigenaren, de kosten voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor eigenaren en de loonkosten voor eigenaren in loondienst worden allemaal dus niet meegenomen in de gepresenteerde mondzorg marges. Dit wil niet zeggen dat dit geen legitieme kosten zijn. Ze worden terecht conform jaarrekeningrecht meegenomen in de jaarrekening van praktijken. Ze zijn in hoofdstuk vijf dus ook gewoon meegenomen in de gerapporteerde kosten per praktijk. Voor tarief herijking in het bestaande systeem, waarbij voor een kostendekkend tarief vergeleken wordt naar een norminkomen voor eigenaren, zijn inkomenscomponenten voor de eigenaar om redenen van consistentie buiten het vergelijkings begrip gehouden. 17

18 3.3 Marges In hoofdstuk 4 zijn alle opbrengstengegevens gepresenteerd conform de jaarrekening en de financiële administratie van de onderzochte praktijken. In hoofdstuk 5 zijn alle kostengegevens gepresenteerd conform de jaarrekening en de financiële administratie van de onderzochte praktijken. In hoofdstuk 6 zijn de balansgegevens gepresenteerd conform de jaarrekening en de financiële administratie van de onderzochte praktijken. In hoofdstuk 7 zijn de marges echter niet altijd één op één overgenomen uit de jaarrekening. Hier is aangesloten bij de begrippen die van belang zijn voor tariefbepaling en de hierbij door de NZa gehanteerde systematiek. Allereerst worden zoals hierboven beschreven vergoedingen voor eigenaren buiten de margeberekening geplaatst. Vervolgens worden een bruto marge en een netto marge onderscheiden, voor respectievelijk mondzorg, techniek in eigen beheer en overige opbrengsten. Hiermee wordt voldaan aan de vraag om via het kostenonderzoek de informatie aan te leveren die nodig is voor tariefherijking. De bruto marge Bij de opbouw van de marge wordt in hoofdstuk 7 van ieder rapport voor mondzorg, techniek in eigen beheer en overige opbrengsten vervolgens onderscheid gemaakt tussen bruto marge en netto marge. De bruto marge is de basismarge die de praktijk realiseert en waaruit de vergoeding voor geïnvesteerd vermogen, het norminkomen voor een eigenaar behandelaar en een eventuele ondernemersvergoeding moet worden betaald. De bruto marge sluit qua definitie precies aan bij het normale bedrijfsresultaat met één belangrijke kanttekening: alle vergoedingen voor eigenaren zijn van het kostenbegrip uitgesloten, worden dus niet afgetrokken van de opbrengsten. Dit wordt gedaan: om praktijken met en zonder eigenaren met elkaar te kunnen vergelijken, om praktijken met eigenaren in loondienst en met eigenaren die niet in loondienst zijn met elkaar te kunnen vergelijken, om één op één aan te sluiten bij de in de tariefregulering gehanteerde normbegrippen 18

19 De brutomarge is ook gelijk aan: de opbrengsten - minus de kosten voor techniek en materiaal - minus de personeelskosten (exclusief eigenarenvergoedingen), - minus de huisvestingskosten, - minus de verkoopkosten, - minus de algemene kosten (exclusief kosten ten behoeve van eigenaren, zoals de kosten voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering van de eigenaren en de pensioenkosten voor eigenaren, - minus de afschrijvingen (exclusief afschrijvingen voor goodwill), - minus de overige kosten (exclusief eventuele management fees) Bruto marge mondzorg, bruto marge techniek in eigen beheer en bruto marge van de overige opbrengsten In hoofdstuk 7 van ieder rapport worden omzet, kosten en marge van de praktijken opgesplitst naar Mondzorg, Techniek in eigen beheer en Overige. Opbrengsten en de meeste kosten zijn verdeeld op basis van de percentages omzet mondzorg, omzet techniek in eigen beheer en overige opbrengsten. Hiervoor is gekozen omdat dit in de gegeven omstandigheden de theoretisch en praktisch meest voor de hand liggende toerekening basis is. Het toerekenen van gemeenschappelijke kosten zoals de kosten van huisvesting, de kosten van baliepersoneel en de algemene kosten wordt aanbevolen en vaak gebruikt wanneer er Geen duidelijk causaal verband bestaat tussen bepaalde producten/diensten en de hoogte van deze gemeenschappelijke kosten Gegevens ontbreken die het mogelijk maken om de kosten nauwkeuriger toe te rekenen Respondenten niet in staat zijn om met een beperkte inspanning de kosten causaal toe te rekenen Voor het overgrote deel van de praktijken golden alle drie argumenten. De kosten van techniek en materiaal kunnen wel goed door de praktijken aan mondzorg en techniek voor eigen beheer worden toegerekend en zijn daarom specifiek uitgevraagd voor mondzorg, techniek in eigen beheer en kosten van de overige opbrengsten. Deze zijn dus niet proportioneel maar op basis van de eigen opgave van de praktijken vastgelegd en gecategoriseerd. De netto marge De netto marge is gelijk aan de bruto marge minus de rentelasten, de overige bankkosten en de overige financiële lasten, exclusief alle vergoedingen voor kapitaal ingebracht door eigenaren. Ook de financieringskosten van goodwill worden hierbij niet meegenomen. Wanneer bij de drie netto marges (voor mondzorg, techniek in eigen beheer en overige opbrengsten) de financiële baten worden opgeteld en de eigenarenvergoedingen weer worden meegenomen blijft het resultaat voor belastingen conform de jaarrekening over. 19

20 3.4 Marges per eigenaar FTE De verschillende marges worden zowel per praktijk als per patiënt en per eigenaar FTE weergegeven. Elk van deze verhoudingsgetallen heeft zijn eigen informatieve waarde. Het rapport toont bijvoorbeeld prominent de netto marge mondzorg per eigenaar FTE. Dit is een zogenaamde populatieberekening, waarbij de gemiddelde netto marge mondzorg per praktijk wordt gedeeld door het gemiddeld aantal eigenaar FTE s per praktijk zoals hierboven gedefinieerd. Wij hebben er dus voor gekozen om op basis van een steekproef een betrouwbare schatting van de gemiddelde marge per praktijk op te stellen een betrouwbare schatting van het gemiddeld aantal eigenaren FTE per praktijk op te stellen deze twee schattingen op elkaar te delen om de gemiddelde marge per eigenaren FTE te schatten Deze aanpak heeft wanneer en deelontheffingen voor gegevens zijn het voordeel dat zo veel mogelijk praktijken met betrouwbare gegevens zijn meegenomen om de gemiddelde marge te berekenen en het gemiddeld aantal FTE s te berekenen. De aanpak heeft ook als voordeel dat de FTE s, kostencomponenten, opbrengstentypen en marges in de afzonderlijke rapportages op de maximale dataset (de grootste n) gerapporteerd kunnen worden en ook met dezelfde, dus herkenbare, cijfers in het marge hoofdstuk terugkomen. Wij hadden er ook voor kunnen kiezen om bij de berekening van de marge per FTE alleen praktijken mee te nemen waarvoor wij zowel over de kostengegevens, als over de opbrengstengegevens, als over de FTE gegevens konden beschikken. De dataset die voor de analyse gebruikt wordt is dan echter kleiner, omdat praktijken met een deelontheffing buiten beschouwing gelaten worden. De bruto marge per FTE meewerkend eigenaar wordt in de laatste paragraaf van ieder rapport niet alleen voor de gehele populatie gepresenteerd, maar ook voor de deelpopulatie van praktijken waar minimaal 0,3 FTE eigenaar werkzaam in is. Dit toont de eventuele gevoeligheid van deze variabele voor praktijken waar geen eigenaar in werkzaam zijn maar die wel meetallen voor de marge per (FTE) eigenaar. Theoretisch kunnen praktijken zonder meewerkend eigenaar voor tariefberekeningen uitgaand van een kostendekkend tarief wel degelijk worden meegenomen in een systematiek waar men zich baseert op marges per FTE eigenaar. Voorwaarde is wel dat bij een ruime meerderheid van de praktijken wel degelijk een eigenaar meewerkt. In plaats van een vergoeding in de vorm van een marge voor de eigenaar behandelaar keert een praktijk zonder meewerkende eigenaren immers aan een behandelaar loon uit. De marge na aftrek van alle arbeidsbeloningen (inclusief die van de eigenaar behandelaar) en van alle andere relevante kosten (inclusief beloning voor ingebracht vermogen en ondernemersrisico) komt bij een kostendekkend tarief theoretisch ook in beide gevallen op nul uit. De praktijk zonder eigenaartandarts draagt niet bij aan het totaal FTE's, maar draagt ook minder bij aan de totale marge Kort samengevat verdient een praktijk met tandarts-eigenaren een marge voor arbeid van de tandarts-eigenaar, voor het geïnvesteerd vermogen en ondernemersrisico. De praktijk zonder eigenaren behandelaren verdient alleen een marge voor het geïnvesteerd vermogen en voor ondernemersrisico. De volgens de jaarrekening berekende marge per FTE eigenaar is voor de praktijk met tandartseigenaar overigens groter dan die van een praktijk zonder meewerkend eigenaar, men betaalt immers minimaal één behandelaar minder uit de bruto en netto marge. 20

21 3.5 Gemiddeld salarisniveau per behandelaar en per medewerker en vergoeding voor ingehuurde behandelaren en medewerkers In hoofdstuk 3 van de rapporten zijn bij de karakteristieken van behandelaars en medewerkers ook indicaties opgenomen voor het salarisniveau per behandelaar naar arbeidsrelatie en specialisme en per medewerker naar arbeidsrelatie en functie. In dezelfde tabellen zijn vergoedingen berekend die omgerekend op full time basis betaald zijn aan ingehuurde behandelaren en medewerkers. Om de aangeleverde gegevens, werkelijk betaalde vergoedingen en tijdbesteding, vergelijkbaar te maken dienen zij naar een gemeenschappelijk maat als een FTE te worden omgerekend. Om aan te sluiten bij maatschappelijke discussies en een voor een voor lezers herkenbaar personeelskostenbegrip werd er voor gekozen om ter illustratie van inkomens niveau s voor behandelaren en voor ondersteunende medewerkers het gewone bruto salaris als uitgangspunt te hanteren. Voor ingehuurde behandelaren en medewerkers is dit gegeven niet beschikbaar, en werd het bedrag van de vergoeding als uitgangspunt voor de vergelijkende analyse gekozen. Voor het omrekenen van de salarissen naar een vergelijkbaar FTE niveau werd uit oogpunt van consistentie het NZa FTE begrip gebruikt dat ook in de tarief gerelateerde informatie is gebruikt. Dit betekent dat omgerekend wordt naar 36 uur (bij een werkverband van 18 uur wordt het salaris voor de rapportage gedeeld door de FTE factor. Bij werktijden boven 36 uur wordt het gerapporteerde salarisniveau tegen het feitelijk opgegeven bedrag meegenomen. Ook de wekenfactor (het aantal beschikbare weken) werd conform de eerder geïntroduceerde FTE berekening meegenomen. Ten slotte werden de feitelijk betaalde lonen en salarissen in de berekening meegenomen. In de validatieronde is actief gecontroleerd op hoge en lage salarisniveaus op het niveau van de individuele behandelaar en medewerker. Praktijken zijn hierbij verplicht om hun opgave te corrigeren of toe te lichten. Hieruit bleek onder andere dat behandelaren in opleiding en schoonmakers afwijkende lage beloningen per uur ontvangen. De vergoeding voor ingehuurd personeel via allerlei contracten wijkt uiteraard qua samenstelling sterk af van het salarisbegrip. Dit wordt in de naam van de tabellen duidelijk tot uitdrukking gebracht, er wordt gerapporteerd over salarisniveaus en vergoedingen voor ingehuurd personeel. Om hele hoge fictieve salarisniveaus bij minieme aantallen FTE s te voorkomen zijn behandelaren die in een jaar minder dan 0,05 fte werkzaam waren niet meegenomen in de analyse. Bij arbeidsinzet van minder dan 2 uur is het ook de vraag of de betaalde bedragen nog representatief zijn voor een full time vergoeding: men zal dan snel een hogere vergoeding bedingen, om de zogenaamde voorrijkosten oftewel de voorbereidingstijd en opsteltijd vergoed te krijgen. Voor de berekening van de relatieve salarisniveaus voor ingehuurd personeel werd dus hun volledige vergoeding als grondslag gebruikt. Om na onkosten hetzelfde netto inkomen over te houden als een personeelslid in loondienst dient dit hoger te zijn dan het bruto salaris van behandelaren in loondienst. 21

22 3.6 VAR-WUO correctie en informatie over ZZP vergoedingen In het geval dat een praktijk de gewerkte uren van een ZZP er (ook aangeduid als een behandelaar met een VAR-WUO of VAR-DGA verklaring) niet heeft kunnen opgeven, dan is de praktijk gevraagd om een schatting te maken van de omzet die door deze ZZP ers gerealiseerd is. Als ZZP ers namelijk een vergoeding op basis van de door hen gerealiseerde omzet krijgen, zijn de hiervoor door hen gewerkte uren (voor twee voorgaande jaren) bij de praktijk niet altijd bekend. Om toch de totale tijdbesteding van de behandelaren in de praktijk te kunnen ramen is de omzet van deze ZZP ers uitgevraagd. Vervolgens maken wij de veronderstelling dat de ZZP ers die in een bepaalde praktijk werkzaam zijn en waarvan de tijdbesteding niet is doorgegeven, evenveel omzet per uur realiseren als de andere behandelaren in die praktijk. Hiermee kan een correctie factor worden berekend om van de gerapporteerde tijdbesteding naar de totale tijdbesteding in de praktijk te komen. Wanneer de opgegeven omzet voor ZZP ers door de praktijk x procent verhoudt met de totale omzet gerealiseerd door alle behandelaren, zijn de opgegeven uren van alle behandelaren 1-x procent. Dit restant is dan het percentage van de uren gerealiseerd door ZZP ers. De ZZP correctie geeft een indicatie van de omvang van het aantal behandelaren met een VAR-WUO verklaring waarvoor de praktijken geen inzicht hadden in de tijdbesteding. Het geeft dus zeker geen volledig beeld van aantal en relatieve bijdrage aan de personeelsformatie van praktijken. Hoewel het niet apart onderwerp van onderzoek is leveren de rapporten langs twee andere lijnen overigens wel een indicatie voor het relatieve belang van ingehuurd personeel in de sector op: Allereerst is de praktijken gevraagd om de totale tijdbesteding van ingehuurd personeel in de tijdbestedingsoverzichten door te geven. De aantallen personen die dit betreft zijn gerapporteerd, net als hun FTE s gebaseerd op de doorgegeven uren. De ZZP correctie dient hier nog aan te worden toegevoegd, deze is namelijk berekend voor ingehuurde behandelaren waarvan wel gemeld is dat ze in de praktijk werkzaam zijn maar waarvan de tijdbesteding niet is doorgegeven. Ten tweede vormt de som van de posten kosten van waarneming tandartsen op provisiebasis, beloning op basis van ZZP-overeenkomsten en Kosten van ingehuurd personeel uit de jaarrekening een betrouwbaar minimum voor het financiële belang van inhuur. Deze gegevens worden gerapporteerd zijn bij de specificatie van de personeelskosten Gezamenlijk geven deze twee lijnen inzicht in het relatieve belang van ingehuurd personeel. 22

23 4. Uitvoering van het onderzoek 4.1 De grote uitvraag Bij het pilot onderzoek en de grote uitvraag werd een online vragenlijsttool van MediQuest gebruikt. Dit was een bestaande enquête tool die reeds gebruikt werd voor gegevensverzameling bij mondzorgpraktijken. In de verificatiefase werd de MediQuest online vragenlijsttool vervangen door een speciaal voor de uitgebreide plausibiliteitstoetsen ontwikkelde online vragenlijsttool van Deloitte. De vragenlijst was ontwikkeld op basis van regelgeving (richtlijnen voor de jaarrekening en beleidsregels van de NZa), onze bevindingen over de indeling van administraties bij pilot praktijken, en vijf bijeenkomsten met de klankbordgroep over opzet en conceptversies van de vragenlijst. Deel van de vragenlijst waren zes Excel templates waarin gegevens over de Winst en Verliesrekening, de Balans, Tijdbesteding, Productie en Prestaties en nadere informatie over de Huisvestingssituatie konden worden doorgegeven. Voor de uitvraag van productiegegevens per prestatiecode werd een alternatieve methode gebruikt. De respondenten werd gevraagd om de gegevens te laten exporteren uit een registratiesysteem en een digitaal bestand op te sturen met daarin de gegevens over de gefactureerde aantallen verrichtingen, gemiddeld tarief per verrichting, en de doorberekende materiaal- en techniekkosten als datadump uit hun eigen productie software. 4.2 Aanschrijving, ontheffingen en bijtrekkingen Voor het onderzoek werden in totaal praktijken aangeschreven, bij de eerste uitvraag in juni 2013, 88 in juli 2013 en 19 begin Medio juli 2013 werden ter vervanging van praktijken met ontheffing 88 extra praktijken aangeschreven, deze bijtrekking betrof 22 implantologiepraktijken, 20 orthodontiepraktijken, 21 praktijken voor mondhygiëne en 25 praktijken voor tandprothetiek. Daarnaast werden in februari 2014 aanvullend nog 19 gnathologiepraktijken benaderd naar aanleiding van een uiting van zorg door de NVGPT over ondervertegenwoordiging van gnathologiepraktijken in het onderzoek. Deze zorg was terecht, aangezien door een vergissing niet de gehele gnathologiepraktijken populatie was uitgevraagd. Omdat zowel gnathologiepraktijken die in 2013 zijn aangeschreven als gnathologiepraktijken die in 2014 zijn aangeschreven gevraagd is om gegevens over de twee voorgaande jaren (2011 en 2012) aan te leveren zal dit niet leiden tot verschillen in de respons en kunnen beide groepen dus in de analyse worden gecombineerd. Ditzelfde geldt voor de implantologie praktijken, orthodontiepraktijken, praktijken voor mondhygiëne en praktijken voor tand prothetiek die in juni respectievelijk juli zijn aangeschreven. De steekproefgrootte was gebaseerd op vermoedelijke populaties per categorie praktijken. Voor de totstandkoming van de vermoedelijke populatie verwijzen wij naar paragraaf 2.6 waarin het geheel nader is uitgewerkt en toegelicht. Verificatie van praktijkadressen Op de praktijken uit onze databases zijn standaard twee checks uitgevoerd, een bestaanscheck en een Kamer van Koophandel- check. De bestaanscheck werd uitgevoerd door MediQuest en hield in dat geprobeerd werd om via internet (websites, de telefoongids et cetera) het bestaan van de praktijk en de door de praktijk gevoerde naam te bevestigen. Dit was vooral van belang bij de steekproefsgewijs uitgevraagde praktijken. Bij 23

Mondzorg in Kaart. Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 2011 en 2012 Rapport 4 Differentiaties

Mondzorg in Kaart. Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 2011 en 2012 Rapport 4 Differentiaties Mondzorg in Kaart Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in en Rapport 4 Differentiaties Rapport 4 Differentiaties Rapport 4 Differentiaties Mondzorg in Kaart

Nadere informatie

Mondzorg in Kaart. Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 2011 en 2012 Rapport 1A Tandartspraktijken

Mondzorg in Kaart. Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 2011 en 2012 Rapport 1A Tandartspraktijken Mondzorg in Kaart Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten, prestaties en tijdbesteding in de Mondzorg in 211 en 212 Rapport 1A Tandartspraktijken Mondzorg in Kaart Een onderzoek naar de kosten, opbrengsten,

Nadere informatie

Kunt u een verklaring geven of het juiste aantal actieve patiënten en/of behandelstoelen aangeven? Noteer het antwoord in de antwoordkolom hiernaast.

Kunt u een verklaring geven of het juiste aantal actieve patiënten en/of behandelstoelen aangeven? Noteer het antwoord in de antwoordkolom hiernaast. Nr Issue Vraag Toelichting 1 Er is aangegeven dat uw praktijk in 2012 xx actieve patiënten heeft en yy behandelstoelen (onderdeel B, vraag 15 en 16). Deze verhouding (aantal actieve patiënten per behandelstoel)

Nadere informatie

Verslag bijeenkomst CBT s t.b.v. onderzoek Mondzorg in kaart maandag 22 april 2013

Verslag bijeenkomst CBT s t.b.v. onderzoek Mondzorg in kaart maandag 22 april 2013 Verslag bijeenkomst CBT s t.b.v. onderzoek Mondzorg in kaart maandag 22 april 2013 Georganiseerd door Cobijt Aanwezig: Vertegenwoordigers van de Centra voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT) Harold Scholman

Nadere informatie

Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) tarieven vast van DBC-zorgproducten.

Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) tarieven vast van DBC-zorgproducten. Bijlage 1 Onderzoeksprotocol aanlevering kostprijzen GRZ op basis van kostprijsmodel 1. Uitgangspunten 1.1 Doelstelling Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

Nadere informatie

Toelichting op de honorariumberekening kaakchirurgie

Toelichting op de honorariumberekening kaakchirurgie Toelichting op de honorariumberekening kaakchirurgie juli 2013 Inhoud 1. Inleiding 5 2. Proces 6 3. Tariefberekening op hoofdlijnen 7 4. Bepaling macrokader honorarium 2014 8 5. Productie 9 6. Toegekende

Nadere informatie

Toelichting op de berekening van de tarieven in de mondzorg

Toelichting op de berekening van de tarieven in de mondzorg Verantwoordingsdocument Toelichting op de berekening van de tarieven in de mondzorg November 2014 Inhoud 1. Inleiding 4 2. Kostenonderzoek mondzorg 5 2.1 Inleiding 5 2.2 Uitkomsten kostenonderzoek Deloitte

Nadere informatie

WILT U ALSTUBLIEFT PER OMGAANDE UW CONTACTGEGEVENS DOORGEVEN DOOR DEEL A VAN DEZE VRAGENLIJST IN TE VULLEN EN AF TE SLUITEN?

WILT U ALSTUBLIEFT PER OMGAANDE UW CONTACTGEGEVENS DOORGEVEN DOOR DEEL A VAN DEZE VRAGENLIJST IN TE VULLEN EN AF TE SLUITEN? Onderzoek mondzorgsector in kaart WILT U ALSTUBLIEFT PER OMGAANDE UW CONTACTGEGEVENS DOORGEVEN DOOR DEEL A VAN DEZE VRAGENLIJST IN TE VULLEN EN AF TE SLUITEN? WIJ KUNNEN U DAN EVENTUEEL BEREIKEN MET NADERE

Nadere informatie

Resultaten 3-4-5 stoelspraktijken

Resultaten 3-4-5 stoelspraktijken Memo SIGNIFICANT Aan: NZa C.c.: Afzender: Significant Datum: 21 juli 2010 Betreft: Resultaten 345 stoelsen Inleiding Op basis van de resultaten van het kostenonderzoek onder orthodontisten werkt de Nederlandse

Nadere informatie

Vragen en antwoorden kostenonderzoek huisartsen A. ALGEMENE VRAGEN. Vragen over het doel van het kostenonderzoek huisartsen

Vragen en antwoorden kostenonderzoek huisartsen A. ALGEMENE VRAGEN. Vragen over het doel van het kostenonderzoek huisartsen Vragen en antwoorden kostenonderzoek huisartsen A. ALGEMENE VRAGEN Vragen over het doel van het kostenonderzoek huisartsen 1. Waarom doet de NZa een onderzoek naar de kosten en opbrengsten in de huisartsenzorg?

Nadere informatie

Rapportage bijzondere bijstand 2014

Rapportage bijzondere bijstand 2014 Rapport Rapportage bijzondere bijstand 2014 Vinodh Lalta Thomas Slager 30 oktober 2015 CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl projectnummer

Nadere informatie

Verslag. Klankbordgroep honorariumtarieven DOT 2012 Datum: 19 september 2011. Tijd: 19.00 uur Locatie: NZa

Verslag. Klankbordgroep honorariumtarieven DOT 2012 Datum: 19 september 2011. Tijd: 19.00 uur Locatie: NZa Verslag Klankbordgroep honorariumtarieven DOT 2012 Datum: 19 september 2011 Tijd: 19.00 uur Locatie: NZa Opening Voorzitter de heer Noorlag van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) opent de vergadering

Nadere informatie

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Bepaling BKZ aandelen per medisch specialisme 1. Inleiding Dit memo dient ter voorbereiding op de 4 de klankbordgroepbijeenkomst

Nadere informatie

DOT honorariumcomponent medisch specialisten 4e klankbordgroep bijeenkomst. 20 april 2011

DOT honorariumcomponent medisch specialisten 4e klankbordgroep bijeenkomst. 20 april 2011 DOT honorariumcomponent medisch specialisten 4e klankbordgroep bijeenkomst 20 april 2011 Inhoudsopgave 1. Doel van de klankbordgroepbijeenkomst 2. Terugblik op 3 e bijeenkomst klankbordgroep (14-03-2011)

Nadere informatie

Van Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk I.M. Vermeulen / J.J.Janse. invoering jeugd GGZ: gevolgen voor prestaties en tarieven 2015 3 april 2014

Van Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk I.M. Vermeulen / J.J.Janse. invoering jeugd GGZ: gevolgen voor prestaties en tarieven 2015 3 april 2014 Memo Aan deelnemers technisch overleg jeugd-ggz Van Telefoonnummer E-mailadres I.M. Vermeulen / J.J.Janse Onderwerp Datum invoering jeugd GGZ: gevolgen voor prestaties en tarieven 2015 3 april 2014 Inleiding

Nadere informatie

Indicatoren Zichtbare Mondzorg Tandprothetici. Inleiding. Terugkoppeling praktijkgegevens zorginhoudelijke indicatoren

Indicatoren Zichtbare Mondzorg Tandprothetici. Inleiding. Terugkoppeling praktijkgegevens zorginhoudelijke indicatoren Indicatoren Zichtbare Mondzorg Tandprothetici Terugkoppeling praktijkgegevens zorginhoudelijke indicatoren Inleiding Zichtbare Mondzorg In de mondzorg wordt hard gewerkt aan het inzichtelijk en transparant

Nadere informatie

Rapport Trends en toegankelijkheid in de orthodontie, deel 2

Rapport Trends en toegankelijkheid in de orthodontie, deel 2 Rapport Trends en toegankelijkheid in de orthodontie, deel 2 Uitkomsten Onderzoek naar de toegankelijkheidseffecten op de verlaging van de orthodontietarieven maart 2015 Rapport Trends en toegankelijkheid

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Benchmark Kantoorcijfers 2012

Benchmark Kantoorcijfers 2012 Benchmark Kantoorcijfers 1 Inleiding Met deze benchmark, waaraan in 11 66 en in 1 kantoren deelnamen, wordt inmiddels voor de tweede keer een representatief inzicht gegeven in de branchecijfers van administratie-

Nadere informatie

GEVOLGEN VRIJE PRIJSVORMING MONDZORG

GEVOLGEN VRIJE PRIJSVORMING MONDZORG GEVOLGEN VRIJE PRIJSVORMING MONDZORG Een onderzoek in opdracht van en in samenwerking met Fa-med B.V. Deel I: Gevolgen van de invoering van vrije prijsvorming in de mondzorg voor de prijs van mondzorg

Nadere informatie

medisch specialisten 2014

medisch specialisten 2014 Controleprotocol Verantwoordingsdocument honoraria medisch specialisten 2014 10 juli 2015 Inhoud 1. Uitgangspunten 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Procedures 3 1.3 Leeswijzer 3 2. Onderzoeksaanpak 4 2.1 Beleidskader

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 15160 30 september 2010 Derde wijziging Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007 Het College voor

Nadere informatie

Onderzoek Tandheelkundige Praktijkvoering 2014

Onderzoek Tandheelkundige Praktijkvoering 2014 Onderzoek Tandheelkundige Praktijkvoering 2014 Type tandartspraktijken in Nederland KNMT Onderzoek & Informatie voorziening Nieuwegein december 2014 Inleiding In het voorjaar van 2014 is vanuit het onderzoeksproject

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2014 AM WERK REÏNTEGRATIE BV

JAARVERSLAG 2014 AM WERK REÏNTEGRATIE BV JAARVERSLAG 2014 AM WERK REÏNTEGRATIE BV 1 AM Werk Reïntegratie BV Hoofdweg 583 2131 MT Hoofddorp Telefoon 023 566 15 66 www.amgroep.nl 2 Inhoud 03 AM Werk Reïntegratie BV 04 Voorwoord 05 Medewerkers 05

Nadere informatie

SPECIFICATIE AAN TE LEVEREN VARIABELEN

SPECIFICATIE AAN TE LEVEREN VARIABELEN SPECIFICATIE AAN TE LEVEREN VARIABELEN T.B.V. VALIDATIE MODULE 2.1 CHS Solutions for Control Information B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden gekopieerd, vermenigvuldigd, opgeslagen

Nadere informatie

Instructie opdrachtverlening en factureren Horst aan de Maas

Instructie opdrachtverlening en factureren Horst aan de Maas Instructie opdrachtverlening en factureren Horst aan de Maas Versie 05-03-15 1. Inleiding Deze instructie is bedoeld voor zorgverleners om declaraties in te dienen bij de gemeente Horst aan de Maas. Het

Nadere informatie

Nota. 1. Inleiding. Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014

Nota. 1. Inleiding. Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014 Nota Financiële kengetallen Careinstellingen en zorgzwaarte 2012 Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014 1. Inleiding Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het CBS verzocht om,

Nadere informatie

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars September 2015 Utrecht 1 Handreiking zorgvraagzwaarte-indicator GGZ; Voor GGZinstellingen en zorgverzekeraars

Nadere informatie

3.3 ZZP-meerzorg tarief Het bedrag per dag dat in rekening gebracht kan worden ter vergoeding van de door de zorgaanbieder geboden ZZP-meerzorg.

3.3 ZZP-meerzorg tarief Het bedrag per dag dat in rekening gebracht kan worden ter vergoeding van de door de zorgaanbieder geboden ZZP-meerzorg. Bijlage 23 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c REGELING Administratie- en declaratievoorschriften ZZP-meerzorg AWBZ Ingevolge de artikelen 36, derde lid, 37, eerste lid en artikel 38 derde lid van de Wet marktordening

Nadere informatie

KOSTPRIJSONDERZOEK NZA EN WAT NU?

KOSTPRIJSONDERZOEK NZA EN WAT NU? Richard Mastwijk 30 januari 2015 KOSTPRIJSONDERZOEK NZA EN WAT NU? Voor transparantie en kwaliteit KOSTPRIJSONDERZOEK NZA EN WAT NU?, ONDERWERPEN Conclusies van het rapport NZA/Deloitte Effecten van de

Nadere informatie

3.3 Techniekkosten Techniekkosten zijn de kosten van door de Wlz-zorgaanbieder of door derden vervaardigde tandtechnische werkstukken.

3.3 Techniekkosten Techniekkosten zijn de kosten van door de Wlz-zorgaanbieder of door derden vervaardigde tandtechnische werkstukken. Bijlage 7 bij circulaire Care/Wlz/15/14c BELEIDSREGEL Wlz-zorgaanbieders met tandartspraktijk Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de

Nadere informatie

Uitvoering advies aanlevering beleidsinformatie Veilig Thuis

Uitvoering advies aanlevering beleidsinformatie Veilig Thuis Uitvoering advies aanlevering beleidsinformatie Veilig Thuis 8 juni 2015 1 ADVIES De Wmo2015 verplicht de Veilig Thuis organisaties (VT organisaties) om twee keer per jaar, in juli en januari) bij CBS

Nadere informatie

VAN DATUM BETREFT CD/EvL 28 sept 2011 uitval honorariumberekening

VAN DATUM BETREFT CD/EvL 28 sept 2011 uitval honorariumberekening Europalaan 40 3526 KS Utrecht Postbus 2774 3500 GT Utrecht AAN NZa TELEFOON 030 285 08 00 FAX 030 285 08 01 WEBSITE www.dbconderhoud.nl Memo VAN DATUM BETREFT CD/EvL 28 sept 2011 uitval honorariumberekening

Nadere informatie

Reactie NZa dd 10 april op voorgelegd rapport

Reactie NZa dd 10 april op voorgelegd rapport Onderstaande reactie is tot stand gekomen op basis van de contacten die de NZa, via de NOS, met de onderzoeker heeft gehad in maart/april van dit jaar. In deze reactie gaan we in op de opmerkingen die

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Achtergrond DHD enquête 1. Inleiding Tijdens de klankbordgroepbijeenkomst van 14 maart 2011 is de NZa verzocht om

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk SBES/djon/GGZ 088 770 8770 vragencure@nza.nl 0146749/0204428

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk SBES/djon/GGZ 088 770 8770 vragencure@nza.nl 0146749/0204428 Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. mevrouw drs. E.I. Schippers Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11

Nadere informatie

3.1 Zorgaanbieder De zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg.

3.1 Zorgaanbieder De zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg. Bijlage 19 bij circulaire Care/AWBZ/14/04c REGELING Administratie- en declaratievoorschriften ZZP-meerzorg Wlz Ingevolge de artikelen 36, derde lid, 37, eerste lid en artikel 38 derde lid van de Wet marktordening

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CU-5002. Invoering DBC s in de geestelijke gezondheidszorg. 1. Algemeen

BELEIDSREGEL CU-5002. Invoering DBC s in de geestelijke gezondheidszorg. 1. Algemeen BELEIDSREGEL Invoering DBC s in de geestelijke gezondheidszorg 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (ZvW) zoals die

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk directie Zorgmarkten Care 0900 770 70 70 vragencare@nza.nl CARE/AWBZ/12/01c 12D0000176

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk directie Zorgmarkten Care 0900 770 70 70 vragencare@nza.nl CARE/AWBZ/12/01c 12D0000176 Aan de besturen van AWBZ-instellingen en de zorgkantoren Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl I www.nza.nl Behandeld door Telefoonnummer

Nadere informatie

CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN FYSIOTHERAPEUTEN (in de eerste lijn)

CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN FYSIOTHERAPEUTEN (in de eerste lijn) CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN FYSIOTHERAPEUTEN (in de eerste lijn) Peiling 1 januari 2012 D.T.P. VAN HASSEL R.J. KENENS NOVEMBER 2013 CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN BEROEPEN IN DE GEZONDHEIDSZORG CIJFERS

Nadere informatie

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen.

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen. SAMENVATTING 1. Doel en onderzoeksopzet De invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 heeft veel veranderingen gebracht voor de gebruikers van formele kinderopvang in kinderdagverblijven (KDV),

Nadere informatie

Declaratieprotocol Addendum bij overeenkomst 2015 Zorgkantoor Zorgaanbieder AWBZ Juni 2014

Declaratieprotocol Addendum bij overeenkomst 2015 Zorgkantoor Zorgaanbieder AWBZ Juni 2014 Declaratieprotocol Addendum bij overeenkomst 2015 Zorgkantoor Zorgaanbieder AWBZ Juni 2014 Definitieve versie Declaratieprotocol juni 2014 1 Reikwijdte van het document: Alleen declaraties die via de AW319

Nadere informatie

Validatiecriteria voor Huurdersoordeel 2016

Validatiecriteria voor Huurdersoordeel 2016 Validatiecriteria voor Huurdersoordeel 2016 Een van de onderdelen van de Aedes-benchmark is het Huurdersoordeel. Dit huurdersoordeel wordt verkregen door onderzoeken uit te voeren onder huurders. Deze

Nadere informatie

We danken u voor u bijdrage in de vorm van het invullen van de vragenlijst. 1. De organisatie waarvoor u de vragenlijst gaat beantwoorden?

We danken u voor u bijdrage in de vorm van het invullen van de vragenlijst. 1. De organisatie waarvoor u de vragenlijst gaat beantwoorden? Introductie Deze vragenlijst is onderdeel van studie naar de business case van ehealth toepassingen. Op basis van een formeel model van het Nictiz worden een aantal stakeholders onderscheiden rond een

Nadere informatie

Declaratiewijzer AWBZ Mondzorg

Declaratiewijzer AWBZ Mondzorg Declaratiewijzer AWBZ Mondzorg Declaratiewijzer AWBZ Mondzorg In samenwerking met: Inhoudsopgave Inleiding 5 Introductie 5 Doel 5 Doelgroepen 5 Totstandkoming 5 Aanspraak AWBZ mondzorg 6 Wie zijn AWBZ-verzekerd?

Nadere informatie

Declaratieprotocol Subsidieregelingen Wlz 2015

Declaratieprotocol Subsidieregelingen Wlz 2015 Declaratieprotocol Subsidieregelingen Wlz 2015 Addendum bij overeenkomst 2015 Zorgkantoor-Zorgaanbieder Wlz t.b.v. subsidieregelingen extramurale behandeling/eerstelijnsverblijf op grond van artikel 11.1.5.

Nadere informatie

Jaarverslag 2013 AM werk Reïntegratie BV

Jaarverslag 2013 AM werk Reïntegratie BV Jaarverslag 2013 AM werk Reïntegratie BV 1 AM Werk Reïntegratie BV Hoofdweg 583 2131 MT Hoofddorp Telefoon 023 566 15 66 www.amgroep.nl 2 Inhoud 03 AM Werk Reïntegratie BV 04 Voorwoord 05 Medewerkers 05

Nadere informatie

Bij de verschillende gemeentelijke diensten is informatie opgevraagd over of en hoe een integrale kostprijs berekend wordt.

Bij de verschillende gemeentelijke diensten is informatie opgevraagd over of en hoe een integrale kostprijs berekend wordt. Samenvatting onderzoek uniformering bedrijfseconomische uitgangspunten Doel onderzoek Het doel van het doelmatigheidsonderzoek was te komen tot voorstellen om de wijzen van berekening van de integrale

Nadere informatie

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsrapportage 3 Voorwoord 4 Resultaten 5 Financiële positie 7 Ondertekening van de accountantsrapportage 9 Jaarstukken 2008 Jaarrekening

Nadere informatie

Praktijkkosten- en inkomensonderzoek huisartsenzorg

Praktijkkosten- en inkomensonderzoek huisartsenzorg Praktijkkosten- en inkomensonderzoek huisartsenzorg Significant B.V. Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld T 0342 40 52 40 KvK 39081506 info@significant.nl www.significant.nl Nederlandse Zorgautoriteit Barneveld,

Nadere informatie

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën.

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Beschrijving van de eigen bijdrage systematiek Deze bijlage geeft een beschrijving van de wijze waarop de eigen

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting CQI Oncologie Generiek 2014 Significant Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld +31 342 40 52 40 KvK 3908 1506 info@significant.nl www.significant.nl Stichting Miletus Barneveld, 18 juni

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Prijsindexcijfers advocatuur, 2002 2004

Prijsindexcijfers advocatuur, 2002 2004 Centraal Bureau voor de Statistiek Telefoon: 0900-0227 ( 0,50 p/m) E-mail: infoservice@cbs.nl Bron: CBS Prijsindexcijfers advocatuur, 2002 2004 Mw. M. Noordam en mw. R. Vleemink Centraal Bureau voor de

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Richtlijn financieel ratingsysteem. Uitgave nr. : versie 2.7 Datum : 1 januari 2016

Richtlijn financieel ratingsysteem. Uitgave nr. : versie 2.7 Datum : 1 januari 2016 Richtlijn financieel ratingsysteem Uitgave nr. : versie 2.7 Datum : 1 januari 2016 INHOUD Inleiding... 3 Waardering financiële positie van licentiehouders... 3 Definities van kernvariabelen uit financieel

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Rapport voor het Capaciteitsorgaan

Rapport voor het Capaciteitsorgaan Organisatie van de medische zorg in voor verstandelijk gehandicapten en de caseload van AVG s: en Rapport voor het Capaciteitsorgaan 1 Inleiding In en heeft Kiwa Carity onderzoek uitgevoerd naar de organisatie

Nadere informatie

Kostprijsonderzoek logopedie Onderzoek naar de kosten, inkomsten en tijdsbestedingen van logopediepraktijken

Kostprijsonderzoek logopedie Onderzoek naar de kosten, inkomsten en tijdsbestedingen van logopediepraktijken Kostprijsonderzoek logopedie Onderzoek naar de kosten, inkomsten en tijdsbestedingen van logopediepraktijken Eindrapportage 12 december 2011 SIRA Consulting B.V. Edisonbaan 14 G-1 3439 MN Nieuwegein Telefoon:

Nadere informatie

www.deutschland-nederland.eu Gebruikershulp

www.deutschland-nederland.eu Gebruikershulp www.deutschland-nederland.eu Gebruikershulp bij de personeelskostencalculator voor INTERREG projecten Doel en nut van de calculator INTERREG subsidiëring bestaat voor een groot deel uit personeelskosten.

Nadere informatie

Beleidsregels Het verrichten van zelfstandige werkzaamheden op bescheiden schaal gemeente Olst-Wijhe

Beleidsregels Het verrichten van zelfstandige werkzaamheden op bescheiden schaal gemeente Olst-Wijhe Vastgesteld door het college op 25 maart 2014 Publicatie in Huis aan Huis op 9 april 2014 Inwerkingtreding op 10 april 2014 Olst-Wijhe, 17 maart 2014 doc. nr.: 14.013240 Het verrichten van zelfstandige

Nadere informatie

1. Hoeveel personen werken bij uw organisatie (inclusief de kantoorhouder/ondernemer)? in fte in personen parttimefactor

1. Hoeveel personen werken bij uw organisatie (inclusief de kantoorhouder/ondernemer)? in fte in personen parttimefactor Uitleg Verklaring NOAB, Fiscount en Compare to Compete verklaren hiermee dat zij de individuele gegevens uitsluitend gebruiken voor het onderzoek. De individuele gegevens zullen voor geen andere doeleinden

Nadere informatie

Jaarrekening 2015. Stichting Chabad Central Amsterdam Dr. Eijkmanstraat 1 1181 WG Amstelveen

Jaarrekening 2015. Stichting Chabad Central Amsterdam Dr. Eijkmanstraat 1 1181 WG Amstelveen Jaarrekening 2015 Stichting Chabad Central Amsterdam Dr. Eijkmanstraat 1 1181 WG Amstelveen INHOUD JAARREKENING 1 Samenstellingsverklaring 4 2 Balans 5 3 Winst en verliesrekening 6 4 Toelichting op de

Nadere informatie

Uitgebracht aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) Utrecht, 12 november 2010 Drs. B Karssen (Significant) B.C. Jurling RA (ConQuaestor) 1 van 151

Uitgebracht aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) Utrecht, 12 november 2010 Drs. B Karssen (Significant) B.C. Jurling RA (ConQuaestor) 1 van 151 C Inkoopvoordelen en praktijkkosten apotheekhoudenden in Nederland in 2009 Resultaten van het onderzoek onder openbare apotheken, apotheekhoudende huisartsen, fabrikanten, groothandels en zorgverzekeraars

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

DOT honorariumcomponent medisch specialisten

DOT honorariumcomponent medisch specialisten DOT honorariumcomponent medisch specialisten Presentatie 1 ste klankbordgroep Datum 19-01-2011 Agenda Welkom Presentatie Proces Inhoud Consultatievragen & vervolg Mogelijkheid voor reacties op presentatie

Nadere informatie

Nacalculatie 2014. Indien van toepassing - Specificatie opgave zorginfrastructuur

Nacalculatie 2014. Indien van toepassing - Specificatie opgave zorginfrastructuur Nacalculatie 2014 De deadline voor indiening van de volledige nacalculatie is door de NZa vastgesteld vóór 1 juni 2015. Om tijdige indiening van de nacalculatieformulieren 2014 bij de NZa te kunnen bewerkstelligen,

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst zorgaanbieders. Esther Klompenhouwer Productbeheerder

Informatiebijeenkomst zorgaanbieders. Esther Klompenhouwer Productbeheerder Informatiebijeenkomst zorgaanbieders Esther Klompenhouwer Productbeheerder Agenda Aanleiding Het register Inhoud van AGB Wensen en eisen rondom AGB Wat betekent dit voor u als zorgverlener? Het aanvraag

Nadere informatie

REGELING CA/NR-100.045

REGELING CA/NR-100.045 Bijlage 1 bij ACON/khes/Care/AWBZ/06/23c REGELING Aanlevering en verspreiding scoregegevens zorgzwaartepakketten (ZZP's) ten behoeve van de Nederlandse Zorgautoriteit Gelet op artikel 68, eerste lid, Wet

Nadere informatie

Stichting Ambassadors Dieren Rapport inzake Jaarstukken 2013

Stichting Ambassadors Dieren Rapport inzake Jaarstukken 2013 Stichting Ambassadors Dieren Rapport inzake Jaarstukken 2013 17 mei 2014 Inhoudsopgave Algemeen rapport 1. Algemeen 4 2. Resultaat 4 3. Fiscale positie 4 Jaarstukken 4. Balans per 31-12-2013 6 5. Winst-

Nadere informatie

Impressie Benchmark Medische Technologie 2013

Impressie Benchmark Medische Technologie 2013 Impressie Benchmark Medische Technologie 2013 Impressie Benchmark Medische Technologie 2013 Inzicht in prestaties door benchmarking van kosten en kwaliteit van medische technologie met andere ziekenhuizen.

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o 2013-I

Eindexamen vwo m&o 2013-I Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 tot en met 9 In deze opgave blijven belastingen en interest buiten beschouwing. Tot in de jaren 90 van de vorige eeuw werden in Noord-Brabant de tvsignalen

Nadere informatie

Voorbeelden Verzuimpercentages

Voorbeelden Verzuimpercentages Voorbeelden Verzuimpercentages I Voorbeelden Verzuimpercentages Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Verzuimpercentages 2... 2 1.1 Waarom verzuimpercentages?... 2 1.2 Verzuimpercentages scherm... 3 1.3 De rapporten...

Nadere informatie

Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat

Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat Datum 24 september 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Scenario 1: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vulling van de monitor, met aanvullingen

Nadere informatie

Registratie en aanlevering kostprijzen geriatrische revalidatiezorg

Registratie en aanlevering kostprijzen geriatrische revalidatiezorg Regeling Registratie en aanlevering kostprijzen geriatrische revalidatiezorg Op grond van artikel 36, 61 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd

Nadere informatie

Kosten koper Onderzoek naar de verdeling van de kosten van diverse partijen bij de koop en levering van een bestaande woning

Kosten koper Onderzoek naar de verdeling van de kosten van diverse partijen bij de koop en levering van een bestaande woning Kosten koper Onderzoek naar de verdeling van de kosten van diverse partijen bij de koop en levering van een bestaande woning Den Haag, 20 augustus 2012 - 2 - Aanleiding In het kader van de evaluatie Wet

Nadere informatie

Bijeenkomst werkgroep Huishoudelijke hulp (en plan voor HHT) Leidse regio. 27 oktober 2014 (inclusief aanpassingen in blauw op basis van dit overleg)

Bijeenkomst werkgroep Huishoudelijke hulp (en plan voor HHT) Leidse regio. 27 oktober 2014 (inclusief aanpassingen in blauw op basis van dit overleg) 1 Bijeenkomst werkgroep Huishoudelijke hulp (en plan voor HHT) Leidse regio 27 oktober 2014 (inclusief aanpassingen in blauw op basis van dit overleg) 2 Inhoud presentatie Wijzigingen Huishoudelijke Hulp

Nadere informatie

Handreiking kostprijsberekening versie 4.0. 1. Inleiding...3. 2. Doel...4. 3. Productdefiniëring...5. 4. Systematiek kostprijsberekening...

Handreiking kostprijsberekening versie 4.0. 1. Inleiding...3. 2. Doel...4. 3. Productdefiniëring...5. 4. Systematiek kostprijsberekening... Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Doel...4 3. Productdefiniëring...5 4. Systematiek kostprijsberekening...6 5. Voorbeelden kostprijsberekening...7 BIJLAGE Bijlage 1. Prismant rekeningschema rubriek 4...

Nadere informatie

Van Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk NZa, directie Regulering 088-7708770. Toelichting opties invoering DSM-5 16 februari 2016

Van Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk NZa, directie Regulering 088-7708770. Toelichting opties invoering DSM-5 16 februari 2016 Memo Aan Ministerie van VWS Van Telefoonnummer E-mailadres NZa, directie Regulering 088-7708770 Onderwerp Datum Toelichting opties invoering 16 februari 2016 Eind 2014 heeft het Zorginstituut Nederland

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Astma en COPD

Werkinstructies voor de CQI Astma en COPD Werkinstructies voor de CQI Astma en COPD 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Astma en COPD bedoeld? De CQI Astma en COPD is bedoeld om de kwaliteit van de zorg voor astma en COPD te meten vanuit het

Nadere informatie

BEREKENING KINDERALIMENTATIE

BEREKENING KINDERALIMENTATIE BEREKENING KINDERALIMENTATIE In Aliment 2016 worden de kinderen waarvoor betrokkene onderhoudsplichtig is individueel benaderd. De kinderen worden dus niet, zoals het uitgangspunt van het Tremarapport

Nadere informatie

Rapport Praktijkkosten, Opbrengsten en Werkinzet Eerstelijns Verloskundigen in 2007

Rapport Praktijkkosten, Opbrengsten en Werkinzet Eerstelijns Verloskundigen in 2007 C Rapport Praktijkkosten, Opbrengsten en Werkinzet Eerstelijns Verloskundigen in 2007 Utrecht/Barneveld, 1 september 2009 C Inhoudsopgave Managementsamenvatting 3 1 Inleiding en onderzoeksopzet 8 1.1 Onderzoeksdoel

Nadere informatie

Minimumloon, jeugdloon januari 2016 - juni 2016 plus Uurloon

Minimumloon, jeugdloon januari 2016 - juni 2016 plus Uurloon Minimumloon, jeugdloon januari 2016 - juni 2016 plus Uurloon Het wettelijk minimum loon of wettelijk minimum jeugdloon is het loon of het salaris dat je minimaal uitbetaald hoort te krijgen. Werknemers

Nadere informatie

IMPRESSIE ICT BENCHMARK GEMEENTEN 2011

IMPRESSIE ICT BENCHMARK GEMEENTEN 2011 IMPRESSIE ICT BENCHMARK GEMEENTEN 2011 Sparrenheuvel, 3708 JE Zeist (030) 2 270 500 offertebureau@mxi.nl www.mxi.nl Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Zevende ronde ICT Benchmark Gemeenten 2011 3 1.2 Waarom

Nadere informatie

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving Alternatieve financiële prestatie-indicatoren Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving April 2014 Inhoudsopgave 1 Conclusie en samenvatting 4 2 Doelstellingen, onderzoeksopzet en definiëring

Nadere informatie

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Ter Zake Het Ondernemershuis

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Ter Zake Het Ondernemershuis Omnibusenquête 2015 deelrapport Ter Zake Het Ondernemershuis Omnibusenquête 2015 deelrapport Ter Zake Het Ondernemershuis OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport TER ZAKE HET ONDERNEMERSHUIS Zoetermeer, 15 februari

Nadere informatie

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: Opdrachtgever

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: Opdrachtgever CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: Opdrachtgever Afgegeven ten behoeve van de Nederlandse Zorgautoriteit en het Zorginstituut Nederland Wij hebben opdracht gekregen om de opgave specifieke

Nadere informatie

Controleprotocol. geriatrische revalidatiezorg (GRZ) 2013. - Nacalculatie DBC s GRZ. - Oude parameters. - vaststelling verrekenbedrag 2013

Controleprotocol. geriatrische revalidatiezorg (GRZ) 2013. - Nacalculatie DBC s GRZ. - Oude parameters. - vaststelling verrekenbedrag 2013 Controleprotocol geriatrische revalidatiezorg (GRZ) 2013 - Nacalculatie DBC s GRZ - Oude parameters - vaststelling verrekenbedrag 2013 Ten behoeve van de uit te voeren controle door externe accountant

Nadere informatie

Veranderingen in de GGZ 2014

Veranderingen in de GGZ 2014 Wijzigingen en aandachtspunten bij het inkoopproces Informatiebijeenkomst voor NIP leden Bas Wijffels Senior-beleidmedewerker Bekostiging NIP Onderwerpen van vanavond? Inhoudelijke veranderingen in de

Nadere informatie

Algemeen Controleplan 2016 AO/IC controle

Algemeen Controleplan 2016 AO/IC controle Algemeen Controleplan 2016 AO/IC controle Materiële Controle Menzis Zorgkantoor Datum Auteur Status Versie Bestand Afdrukdatum 22 februari 2016 Martin Eising Definitief 1.0 Controleplan 2016 AO IC controle

Nadere informatie

Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 23 oktober 2014

Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 23 oktober 2014 Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 23 oktober 2014 1 Toelichting bij de analyse De centrumgemeente Leiden heeft op verschillende momenten in 2014 gegevens ontvangen over Beschermd wonen van

Nadere informatie

Kostprijsberekening geriatrische revalidatiezorg

Kostprijsberekening geriatrische revalidatiezorg BELEIDSREGEL Kostprijsberekening geriatrische revalidatiezorg Ingevolge artikel 57, eerste lid, sub b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels

Nadere informatie

De bestuursleden van Stichting Goed Bezig Midscheeps 3 9733 A Groningen. Financieel verslag 2012. Dossiernummer: 800070.0

De bestuursleden van Stichting Goed Bezig Midscheeps 3 9733 A Groningen. Financieel verslag 2012. Dossiernummer: 800070.0 De bestuursleden van Stichting Goed Bezig Midscheeps 3 9733 A Groningen Financieel verslag 2012 Dossiernummer: 800070.0 Kenmerk: H. Veen Datum: 26 april 2013 Inhoudsopgave 1. Rapport 3 1.1 Opdracht 4 1.2

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 2251 6 februari 2012 Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten verbindingskantoren AWBZ 2012 23 januari

Nadere informatie

Rapportage Marktverkenning Klimaatbeheersing Mei 2015

Rapportage Marktverkenning Klimaatbeheersing Mei 2015 Rapportage Marktverkenning Klimaatbeheersing Mei 205 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 3 Inleiding 4. Achtergrondkenmerken bedrijven 5. Organisatorische kenmerken 5.2 Activiteiten 7.3 Omzet 9 2. Marktomvang-

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Djoerd de Graaf Onderzoek in opdracht van Intelligence Group Amsterdam,

Nadere informatie