Onderzoek brandveiligheidsbewustzijn te Peize

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek brandveiligheidsbewustzijn te Peize"

Transcriptie

1 2013 Onderzoek brandveiligheidsbewustzijn te Peize Opdrachtgever: Brandweer Noord en Midden Drenthe Afstudeerperiode: februari - juni 2013 Status: Definitief Matthijs Vellinga. Studentnummer: Integrale Veiligheidskunde

2 Onderzoek brandveiligheidsbewustzijn te Peize Een afstudeerscriptie voor de opleiding Integrale Veiligheidskunde Opleiding: Integrale Veiligheidskunde, Saxion Hogeschool Deventer Auteur: Matthijs Vellinga Studentnummer: Klas: DIV4VA Organisatie: Brandweer Noord en Midden Drenthe Praktijkcoaches: Gerrit-Jan Ruesink Jan Niewold Eerste lezer: Bruce Rinsampessy Tweede lezer: Harm Jan Korthals Altes 2

3 SAMENVATTING De kosten en schade van woningbranden voor verzekeraars en woningeigenaren lopen op ondanks extra inspanningen en budget voor de brandweer. De brandweer wil zich meer richten op proactie en preventie om de totale schade terug te brengen. Door middel van het deelproject Brandveilig Leven wil de brandweer het brandveiligheidsbewustzijn vergroten bij burgers zodat er minder branden ontstaan in woningen en als er brand uitbreekt dat men weet wat men moet doen. Het doel van dit onderzoek is om een instrument te ontwikkelen dat het brandveiligheidsbewustzijn kan meten en het huidige brandveiligheidbewustzijnsniveau van het dorp Peize kan vaststellen. Allereerst is onderzocht wat brandveiligheidsbewustzijn is, dit heeft de volgende definitie gekregen: Kennis van - en ervaring hebben met de risico s van gedragingen met betrekking tot brand, de verantwoordelijkheid voelen om preventief op te treden en weten welke juiste preventieve en repressieve maatregelen er uitgevoerd moeten worden en de bereidheid om informatie te vergaren over brandveiligheid. Hierna is gemeten hoe de inwoners van het dorp Peize scoren op de verschillende onderdelen van brandveiligheidsbewustzijn. Zo is geconstateerd dat de respondenten op het gebied van brandveilig gedrag erg goed scoren, met als uitzondering het vegen van de schoorsteen. Op het gebied van risico s inschatten scoren de respondenten goed bij het inschatten van het aantal gewonden. Maar de kans wordt vaak onderschat. Uit de analyse is gebleken dat op dit gebied met name winst te behalen valt bij de oudere leeftijdsklassen (71-80, en 90+). Kijken we naar brandervaring is te zien dat zo n 94% geen woningbrand(je) heeft meegemaakt. Diegenen die wel een brand hebben meegemaakt, hebben vaak goed gehandeld of waren niet in staat om te handelen omdat zij niet thuis waren. Het overgrote deel van de respondenten (97%) zegt zich persoonlijk verantwoordelijk te voelen voor het voorkomen van een woningbrand in zijn of haar woning. De rookmelderdichtheid bedraagt: 73,5%. Dit is lager dan de gewenste 80%. Mensen met twee of meer rookmelders installeren in meer dan 90% van de gevallen de rookmelder op een goede plek. De groep die maar één rookmelder heeft, benut vaak niet het volledige nut van de rookmelder en installeert deze in 67,3% op de meest ideale plek. Bij bewoners in vrijstaande of eengezinswoningen in rij is veel verbetering mogelijk op rookmelderdichtheid. De score van het scenario vlam in de pan is boven verwachting goed (97,4%). De score op het scenario van de beginnende woningbrand is lager dan gehoopt. Toch zegt bijna 74% precies de juiste handeling uit te voeren. Vooral bij de groep ouderen is winst te behalen bij het nemen van maatregelen zoals rookmelders en blusmiddelen. Op twee van de drie onderdelen van informatiedrang scoren de respondenten hoog tot zeer hoog. Op het vlak van initiatief nemen scoort men erg laag. Daarentegen zijn mensen boven verwachting goed op de hoogte van de campagne. Naast dat mensen goed bekend zijn met de campagne vindt men de brandweer ook betrouwbaar als informatiebron en is zij de geprefereerde informatiebron m.b.t. woningbranden. Mocht er toch gestreefd worden naar verbetering zijn de hoger opgeleiden die een baan hebben vatbaar voor verbetering op het gebied van bekendheid met het project brandveilig leven. Om de rookmelderdichtheid en het brandveiligheidsbewustzijn te vergroten worden enkele adviezen gegeven. Zo kan er gebruik gemaakt worden van natuurlijke momenten van samenkomst en het vermogen van de gemeenschap. Zo wordt er gebruik gemaakt van positive peer pressure door het gebruik van een vooraanstaand persoon van de vereniging. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het informatie verstrekken door een bekend persoon van de gemeenschap (de plaatselijke brandweerman/vrouw). Hierdoor wordt ook gebruik gemaakt van het menselijk vermogen van de gemeenschap. En er wordt ingespeeld op het voorkomen van schade en leed aan zichzelf en aan anderen van de gemeenschap, wat in club/verenigingverband een extra sterk effect kan krijgen. Daarnaast kan men huis aan huis bezoeken verrichten naar het voorbeeld van brandweer Amersfoort. Voor voorlichting aan ouderen moet rekening worden gehouden met hun beperkingen en moet men een actievere vorm van voorlichting aannemen. Maak gebruik van bekenden, locale brandweerlieden en mantelzorgers om de voorlichting betaalbaarder, persoonlijker, begrijpelijker en periodiek te kunnen maken. 3

4 INHOUD Samenvatting... 3 Voorwoord... 7 Inleiding Theoretisch kader Brandveiligheidsbewustzijn Beïnvloeden brandveiligheidsbewustzijn Methoden van onderzoek Onderzoekseenheden en variabelen Onderzoekseenheden Variabelen Operationalisatie van de onderzoeksvragen Keuze van methoden De steekproef De vragenlijst De analyse Maatstaven en scores Analyse en statistische toetsen Het onderzoeken van brandveiligheidsbewustzijn samengevat Resultaten Steekproef: Wie reageerden er? Geslacht en leeftijd Opleidingsniveau Occupatie Woningtype Risicokennis Risicovol gedrag Risico s inschatten risicokennis samengevat

5 3.3 Brandervaring Verantwoordelijkheidsgevoel Maatregelenkennis Rookmelderdichtheid Repressief handelen in scenario s Andere maatregelen maatregelenkennis samengevat Informatiedrang Initiatief nemen Bekend zijn met campagnes Betrouwbaarheid brandweer informatiedrang samengevat Conclusie resultaten Conclusies en aanbevelingen Conclusies Wat is brandveiligheidsbewustzijn? Op welke manier kan het brandveiligheidsbewustzijn bij bewoners gemeten worden? Wat is een acceptabel brandveiligheidsbewustzijnsniveau? Hoe staat het met het brandveiligheidsbewustzijn in Peize? Antwoord op de probleemstelling Advies Algemeen Ouderen Advies vervolgmeting Reflectie Bibliografie Bijlage 1- Oorzaken woningbranden Bijlage 2- Vragen per variabele Bijlage 3- De enquête

6 Bijlage 4- De maatstaven Bijlage 5- Tabellen SPSS Bijlage 6 Proces vragenlijstontwerp Bijlage 7- Theoretisch model

7 VOORWOORD Voor u ligt mijn afstudeerscriptie die ik als afsluiting van de opleiding Integrale Veiligheidskunde heb mogen schrijven. Na vier jaar studeren en stage mag ik middels deze scriptie bewijzen dat ik op HBO niveau kan functioneren. Brandweer Noord en Midden Drenthe heeft mij gefaciliteerd door het aanbieden van een opdracht, werkplek en begeleiding. Zij boden mij een afstudeermogelijkheid, ik hen een onderzoek met meetinstrument. Ik heb met plezier en vertrouwen vanaf februari 2013 aan dit onderzoek gewerkt. Ik heb mijn kennis op het gebied van brandpreventie en het meten van gedrag en meningen aanzienlijk vergroot. Ik wil graag mijn eerste en tweede lezer, Bruce Rinsampessy en Harm Jan Korthals Altes, bedanken voor hun kritische blik bij het ontwikkelen van de vragenlijst en begeleiding bij het afstuderen. Daarnaast wil ik Gerrit-Jan Ruesink, Jan Niewold en Gerrit Dam bedanken voor hun hulp van de kant van de brandweer. De gesprekken om te kijken of onze ideeën overeenkwamen en hun logistieke hulp heb ik zeer gewaardeerd. Daarnaast wil ik Mark Smit van de gemeente Noordenveld bedanken voor zijn hulp bij het verschaffen van bevolkingsgegevens en het bezorgen van de enquêtes. Ook de collega s op kantoor wil ik bedanken voor hun enthousiasme en praktische kennis die ik heb kunnen gebruiken tijdens de ontwikkeling van de vragenlijst. De vrijwilligers voor het testen van de enquête: Iris, Emiel, Jos, Henk, Daan, Rens, Evelien, Maikel, Allard en Niels, bedankt voor jullie tijd en inzet. Harderwijk, 27 mei Matthijs Vellinga 7

8 INLEIDING De kosten en schade van woningbranden voor verzekeraars en woningeigenaren lopen op ondanks extra inspanningen en budget voor de brandweer. De brandweer wil zich meer richten op proactie en preventie om de totale schade terug te brengen. In Peize (gemeente Noordenveld) is een pilotproject gestart met het doel deze verschuiving naar de voorkant van de veiligheidsketen te ontwikkelen. Dit project bevat de volgende deelprojecten: Brandveilig leven, Innovatieve Repressie en Relaties en Huisvesting. Door middel van het deelproject Brandveilig Leven wil de brandweer het brandveiligheidsbewustzijn vergroten bij burgers zodat er minder branden ontstaan in woningen en als er brand uitbreekt dat men weet wat men moet doen. Het doel van dit onderzoek is om een instrument te ontwikkelen dat het brandveiligheidsbewustzijn kan meten en het huidige brandveiligheidbewustzijnsniveau van het dorp Peize kan vaststellen. De brandweer heeft als wens dat het brandveiligheidbewustzijnsniveau gekwantificeerd kan worden. Op die manier is een verandering in het brandveiligheidsbewustzijnsniveau beter te analyseren. Midden april 2013 heeft de 0-meting plaatsgevonden; over enige tijd vindt een eindmeting plaats. Aan het eind van de pilot zal het instrument gebruikt worden om de effectiviteit van het deelproject Brandveilig Leven te bepalen. Om het onderzoek in goede banen te leiden is de volgende probleemstelling ontwikkeld: Op welke manier kan brandveiligheidsbewustzijn gemeten worden, hoe hoog is het brandveiligheidsbewustzijn van de bewoners van Peize en is dit niveau acceptabel? Acceptabel betekent dat de brandweer het brandveiligheidsbewustzijnsniveau accepteert zoals het is waarbij er geen verdere maatregelen genomen hoeft te worden. Dit geldt zowel voor de individuele variabelen van het begrip brandveiligheidsbewustzijn en de totale score. Voordat de analyse is uitgevoerd, is met de opdrachtgever per enquêtevraag vastgesteld wat het minimum percentage aan gewenste antwoorden moeten zijn. Dit wordt de maatstaf genoemd. Wordt er gemiddeld onder de maatstaf gescoord, dan zal er extra aandacht moeten komen om deze score te verhogen naar het gewenste niveau. De probleemstelling wordt beantwoord door de volgende deelvragen te onderzoeken: 1. Wat is brandveiligheidsbewustzijn? 2. Op welke manier kan het brandveiligheidsbewustzijn bij bewoners gemeten worden? 3. Wat is een acceptabel brandveiligheidsbewustzijnsniveau? 4. Hoe staat het met het brandveiligheidsbewustzijn in Peize? 8

9 1- THEORETISCH KADER In het theoretisch kader wordt onderzocht wat brandveiligheidsbewustzijn is en op welke manier dit te verhogen is bij samenlevingen. Hierbij wordt antwoord gezocht op de eerste deelvraag: Wat is brandveiligheidsbewustzijn? 1.1 BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJN Om het begrip brandveiligheidsbewustzijn vast te stellen, is er gekeken naar andere onderzoeken en naar begrippen als bewustzijn en veiligheidsbewustzijn. Daarnaast is gekeken naar buitenlands onderzoek op het gebied van community awareness and preparedness op het gebied van noodgevallen in het algemeen. Het begrip brandveiligheidsbewustzijn wordt niet vaak gebruikt in rapportages en is niet uitgewerkt. In dit onderzoek wordt getracht dit begrip uit te werken en een start te maken met de operationalisatie. In zijn masterscriptie over de competentie veiligheidsbewustzijn bij leidinggevenden definieert Robert Kleine veiligheidsbewustzijn als volgt: Het vermogen om gevoelens en ervaringen effectief om te zetten in alerte reacties op onveilige situaties zodat in te zetten acties vrij van gevaar kunnen worden uitgevoerd (Kleine, 2006). De definitie is afgeleid van de definitie van bewustzijn. Bergsma en van Petersen (2004) geven aan dat bewustzijn een aantal betekenissen kan hebben. Eén van die betekenissen is toepasselijk op het brandveiligheidsbewustzijn: Het geeft de alertheid van het individu aan, het individu heeft in de gaten wat hij zelf doet en wat er om hem heen gebeurt. Gevoelens, gedachten, kennis en verlangens zijn de kern van het bewustzijn (Bergsma & van Petersen, 2004). Volgens onderzoek van COT en SEO Economisch Onderzoek (2010) leidt een verhoogd brandbewustzijn ook tot een grotere bereidheid om rookmelders aan te schaffen, te controleren en te onderhouden. Daarnaast is gebleken dat het kennisniveau over brandpreventiemaatregelen vrij hoog is, maar dat de kennis over de oorzaken en ernst van brand laag is. Burgers zouden een nonchalante houding hebben tegenover de kans dat zij getroffen kunnen worden door brand in huis (COT en SEO Economisch Onderzoek, 2010). Bereidheid om preventieve maatregelen te nemen is dus een onderdeel van brandveiligheidsbewustzijn. Jessica Enders (2000) noemt factoren die samenhangen met awareness and preparedness of individuals. Met deze factoren zou awareness and preparedness of individuals gemeten kunnen worden: Kennis over risico s; Houding tegenover risico s; Ervaringen met noodgevallen; Blootstelling aan risicocommunicatie; Mogelijkheid om het risico te verzachten/voor te bereiden/reageren; Demografische kenmerken. Deze factoren zijn ontworpen om het veiligheidsbewustzijn in beeld te kunnen brengen en statistisch te analyseren (Enders, 2000). Vertaald naar het Nederlands komt voorgaande hier op neer: Kennis over risico s kan variëren van het niet weten van het bestaan van een bepaald risico tot het volledig doorgronden van het risico. De houding tegenover risico s houdt de individuele risicoperceptie en bewustzijn van de beoordeling van het risico door de wetenschap in. Ervaringen met noodgevallen betreft de individuele ervaringen in de breedste zin van het woord. Dit kan zijn dat het individu zelf iets heeft meegemaakt of dat een kennis iets heeft meegemaakt. Maar een ervaring kan ook een noodgeval betreffen in een naburige stad of land die het individu toch raakt. Blootstelling aan risicocommunicatie vertelt iets over geslaagde pogingen om het individu of een bekende iets bij te brengen over risico s. Vermogen om het risico te verzachten, zich voor te bereiden en te reageren omvat zowel de gedachte en het echte vermogen om juist te handelen in noodsituaties. Hierbij zijn toegang tot middelen, verantwoordelijkheidsgevoel, kwetsbaarheidgevoel en sociale cohesie van belang. De 9

10 demografische kenmerken omvatten socio-economische factoren zoals, leeftijd, geslacht, woonlocatie, beroepsstatus en mobiliteit. Door deze factoren te betrekken bij het onderzoek is het mogelijk om samenhang te onderzoeken tussen verschillende variabelen (Enders, 2000). Alan Rhodes (2003) noemt vijf dimensies van preparedness of wildfire risks met betrekking tot huiseigenaren. Deze dimensies zijn: Bewustzijn en erkenning van het risico van wildfire ; Kennis over het gedrag van vuur en repressieve maatregelen; Vooruitplannen voor het geval er een brand ontstaat; Fysieke voorbereidingen in en rondom het huis; Psychologische gereedheid wat betreft (zelf)vertrouwen. Hierbij zegt hij dat het niveau van preparedness het resultaat is van een besluitvormingsproces die de keuzes die mensen maken over hoe ze hun vaardigheden en middelen inzetten in reactie op hoe zij het risico begrijpen, reflecteert (Rhodes, 2003). Uit voorgaande literatuur leid ik de volgende factoren van (brand)veiligheidsbewustzijn af: Kennis over de risico s (en het juist inschatten van de risico s); Het verantwoordelijkheidsgevoel hebben om preventieve/repressieve maatregelen te nemen; Mogelijkheid en bereidheid om preventieve/repressieve maatregelen te nemen (en dan ook de juiste maatregelen nemen); Eerdere ervaringen met brand (in brede zin); Toegang tot risicocommunicatie (en bereidheid dit te ontvangen); Als we kijken naar het basisbegrip bewustzijn dan zijn de factoren gevoelens, gedachten, kennis en verlangens terug te vinden in bovenstaande elementen. Als iemand brandveiligheidsbewust is dan heeft deze persoon genoeg kennis over de risico s (van zijn gedrag), heeft eerdere ervaringen met brandveiligheid (incl. risicocommunicatie), voelt de verantwoordelijkheid om preventieve maatregelen te nemen, heeft de mogelijkheid om preventieve maatregelen te nemen en voert de juiste maatregelen uit. Uit de literatuur zijn variabelen te onderscheiden. Deze kunnen in een definitie worden geformuleerd om het begrip brandveiligheidsbewustzijn vast te stellen: In dit onderzoek is brandveiligheidsbewustzijn: Kennis van - en ervaring hebben met de risico s van gedragingen met betrekking tot brand, de verantwoordelijkheid voelen om preventief op te treden en weten welke juiste preventieve en repressieve maatregelen er uitgevoerd moeten worden en de bereidheid om informatie te vergaren over brandveiligheid. 1.2 BEÏNVLOEDEN BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJN Frandsen (2012) noemt een aantal factoren die bijdragen aan bushfire preparedness. De volgende factoren beïnvloeden het preventieve gedrag van mensen: Verbondenheid met huis en omgeving. Als iemand erg gehecht is aan zijn/haar huis zal diegene eerder overgaan tot het nemen van preventieve maatregelen. Verantwoordelijkheidsgevoel. Als men er van overtuigd is dat het zijn persoonlijke verantwoordelijkheid is om maatregelen te nemen tegen brand is de kans hoger dat zij dit ook daadwerkelijk doen. Gehechtheid aan eigendommen en het willen voorkomen van leed van anderen spelen hier ook een rol in. 10

11 Eerdere ervaringen met brand. Dit kan zowel direct als indirect zijn. Als men zelf te maken heeft gehad met brand of dit heeft vernomen van een kennis dan zijn zij eerder geneigd tot het nemen van preventieve maatregelen. Vooringenomenheid (bias). Mensen kunnen een vooringenomen houding hebben tegenover brandgevaar. Ideeën dat de overheden op tijd zullen waarschuwen voor gevaren of hen wel zullen helpen als het misgaat beïnvloeden de preventiebereidheid negatief. De gemeenschap (community). Het lid zijn van een gemeenschap, invloed hebben en gedeelde emotionele verbondenheid hebben een relatie met preventiebereidheid. Als een gewaardeerd persoon van de gemeenschap erg brandveiligheidbewust is, is hij een voorbeeld voor de gemeenschap en zullen zij hem volgen. Dit wordt ook wel positive peer pressure genoemd (Frandsen, 2012). Informatie bronnen. Burgers krijgen liever informatie van familie, vrienden en kennissen. Zij vertrouwen deze informatie meer dan wanneer zij die opgelegd krijgen van overheden. Wat volgens het onderzoek van Frandsen (2012) goed bleek te werken was informatieverstrekking via leden van de vrijwillige brandweer die ook vrienden of kennissen waren van leden van de gemeenschap. Familie. De houding van andere leden van de familie tegenover brand(preventie) is cruciaal. Vaak zijn het de ouders of partners die het goede voorbeeld moeten geven en veel invloed hebben op hun kinderen of partner. Pamela J. Jakes (2002) noemt een aantal aangrijpingspunten van wildfire preparedness die belangrijk zijn bij het vergroten van preparedness: Sociaal vermogen. Dit houdt de karaktereigenschappen van de gemeenschap in die bijdragen aan de bereidheid van de gehele gemeenschap om in actie te komen. Dit bevat leiderschap, netwerken en mobilisatie van middelen (bijeenbrengen van vaardigheden en middelen). Menselijk vermogen. Dit houdt de kennis en vaardigheden in van een individu die deze heeft vervaardigd door onderwijs en training. Dit kan een lid van de vrijwillige brandweer zijn die zijn medewerkers of buren iets bijbrengt over preventieve of repressieve maatregelen met betrekking tot wildfire. Cultureel vermogen. Dit omvat kennis en vaardigheden van individuen die is verkregen door afkomst, ervaring en verbondenheid met de (woon)plaats. Betrokkenheid van agencies. Dit kan gaan om een instelling die alleen werkt, meerdere instellingen die los werken met hetzelfde doel of meerdere instellingen die samenwerken. Instellingen (vaak van de overheid) bieden expertise en vaardigheden aan de gemeenschap om hen te helpen in de voorbereiding op wildfires. Dit kan gaan om brandweer, ambulancepersoneel en politie, maar ook andere gemeentelijke diensten. Landschap. Het gaat hier met name om het eigendom van land. Als gebieden door verschillende eigenaren beheerd worden, moet er samengewerkt worden om bijvoorbeeld aaneengesloten brandgangen te maken of om samen een soort bedrijfsbrandweer te organiseren (Jakes, 2002). Dit onderdeel is veel minder van toepassing op brandveiligheidbewustzijn van huishoudens in Nederland gezien het hier om grote gebieden gaat waar de kans op natuurbranden groot is. Dit onderzoek richt zich op woningbranden en niet op natuurbranden in uitgestrekte gebieden. Toch zijn naar mijn idee de eerste vier van bovenstaande punten van toepassing op brandveiligheid in woningen. Alle vier kunnen ze ook worden toegepast op andere onderwerpen dan natuurbranden. Omdat in het onderzoek de ouderen als aandachtsgroep zijn geïdentificeerd is er ook kort onderzoek gedaan naar voorlichting aan ouderen. Bij ouderen is een bepaald zoekgedrag waargenomen in het onderzoek van van Oorschot en Bouwman (1987). Men gaat pas informatie zoeken als er zich bepaalde problemen hebben voorgedaan, ouderen anticiperen erg 11

12 weinig. Informatie wordt eerst in de directe omgeving gezocht bij persoonlijke contacten, bij voorkeur bij mensen die zelf al ervaring hebben met het probleem. Pas later worden er deskundigen geraadpleegd. Ouderen gaven vaak aan dat voor hen vaak niet duidelijk is waar zij de informatie moeten of kunnen zoeken (van Oorschot & Bouwman, 1987). Van der Burgt, Dettingmeijer en van Mechelen (2008) geven een aantal aandachtspunten waar men op moet letten bij het geven van voorlichting aan ouderen: Gemiddeld genomen is het opleidingsniveau van ouderen lager. Bij de oudere ouderen loopt de geheugenfunctie vaak terug. Eenvoudig taalgebruik en korte zinnen zonder vaktermen werken dan het beste. Neem de tijd en praat niet te snel Informeer naar uitvoeringsproblemen Hoewel voorgaande aandachtspunten zijn genoemd in een boek over voorlichting in de zorg zijn deze ook zeer toepasbaar bij brandveiligheid. Zo kan het laatste punt goed betrekking hebben op het installeren en onderhouden van rookmelders. Omdat de geheugenfunctie terugloopt bij ouderen is het vaker stimuleren van de gewenste activiteit vaak noodzakelijk (van der Burgt, Dettingmeijer, & van Mechelen, 2008). Het voorgaande theoretisch kader heeft niet alleen gediend om antwoord te krijgen op de eerste onderzoeksvraag (Wat is brandveiligheidsbewustzijn?). Het heeft er voor gezorgd dat de verschillende variabelen van brandveiligheidsbewustzijn vastgelegd zijn en onderzoekbaar zijn gemaakt. Dit is nodig om een goede vragenlijst te ontwikkelen waarmee het brandveiligheidsbewustzijn uiteindelijk gemeten kan worden. Daarnaast biedt het theoretisch kader handvatten om advies te kunnen geven, later in het onderzoek. Het theoretisch kader is schematisch weergegeven in een causaal veldmodel in bijlage 7. 12

13 2- METHODEN VAN ONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt omschreven op welke manier het onderzoek is uitgevoerd. Er wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvraag Op welke manier kan het brandveiligheidsbewustzijn bij bewoners gemeten worden?. Eerst worden de probleemstelling en onderzoeksvragen behandeld. Daarna wordt ingegaan op de onderzoekseenheden en variabelen, vervolgens wordt de keuze van de onderzoeksmethode en de operationalisatie behandeld. Als laatste komt de steekproef, de vragenlijst en de analyse aan de orde. 2.1 ONDERZOEKSEENHEDEN EN VARIABELEN Hieronder worden de onderzoekseenheden beschreven en worden de variabelen uitgelegd in het kader van dit onderzoek ONDERZOEKSEENHEDEN Dit onderzoek is onderdeel van de pilot Peize en daarom zijn logischerwijs de onderzoekseenheden de bewoners van het dorp Peize in de gemeente Noordenveld VARIABELEN In het theoretisch kader is de definitie brandveiligheidsbewustzijn vastgesteld: Kennis van - en ervaring hebben met de risico s van gedragingen met betrekking tot brand, de verantwoordelijkheid voelen om preventief op te treden en weten welke juiste preventieve maatregelen er uitgevoerd moeten worden en de bereidheid om informatie te vergaren over brandveiligheid. In deze omschrijving van brandveiligheidsbewustzijn zijn enkele variabelen te vinden (direct of indirect), deze zijn hieronder geoperationaliseerd: Risicokennis: Weten dat een bepaalde gedraging risico s oplevert m.b.t. brand en deze risico s goed inschatten volgens de stand der wetenschap (oorzaken, kans en effect). Kennis over risico s wordt op ordinaal niveau gemeten. Brandervaring: Eigen ervaringen met brand of die van een bekende. Ervaringen met brand wordt op nominaal niveau gemeten. Verantwoordelijkheidsgevoel: Het gevoel hebben dat de verantwoordelijkheid voor het nemen van preventieve maatregelen in en rondom het huis bij jezelf ligt. Verantwoordelijkheidsgevoel wordt op ordinaal niveau gemeten. Maatregelenkennis: Weten welke maatregelen er getroffen kunnen worden voor verschillende risico s m.b.t. brand in en rondom het huis om een brand te voorkomen en hoe men moet reageren als er dan toch brand uit breekt. Kennis over maatregelen en bereidheid om deze te nemen wordt nominaal en ordinaal gemeten. Informatiedrang: Op zoek gaan naar informatie over brandpreventie, bekendheid met informatiebronnen en campagnes en betrouwbaarheidsgevoel bij de brandweer. De zoekdrang van mensen wordt ordinaal gemeten. 13

14 2.2 OPERATIONALISATIE VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN In deze paragraaf worden de onderzoeksvragen geoperationaliseerd. Per onderzoeksvraag wordt omschreven wat er onderzocht is. 1- Wat is brandveiligheidsbewustzijn? Welke variabelen vallen onder brandveiligheidbewustzijn? 2- Op welke manier kan het brandveiligheidsbewustzijn bij bewoners gemeten worden? Met welke vragen kan kennis over risico s van gedragingen m.b.t. brand gemeten worden? Met welke vragen kan ervaring hebben met de risico s van gedragingen m.b.t. brand gemeten worden? Met welke vragen kan verantwoordelijkheidsgevoel gemeten worden? Met welke vragen kan kennis over maatregelen gemeten worden? Met welke vragen kan de intentie om informatie te vergaren en tot zich te nemen gemeten worden? Kan aan de variabelen een gewicht verbonden worden om zo de mate van brandveiligheidbewustzijn te meten (bijvoorbeeld een schaal, vaststellen van maatstaven)? 3-Wat is een acceptabel brandveiligheidsbewustzijnsniveau? Wat acht de brandweer een voldoende brandveiligheidbewustzijnsniveau? 4- Hoe staat het met het brandveiligheidsbewustzijn in Peize? Hoeveel kennis over de risico s die bepaalde gedragingen met zich mee brengen m.b.t. brand bezitten de inwoners van Peize? Hoeveel ervaring met risico s van gedragingen m.b.t. brand hebben de bewoners van Peize? Hebben de bewoners van Peize het gevoel dat zij verantwoordelijk zijn om preventieve maatregelen te nemen? Hoeveel kennis m.b.t. preventieve maatregelen hebben de bewoners van Peize? Hebben de bewoners van Peize de intentie om informatie te vergaren omtrent brandpreventie in huis en zijn zij bekend met de campagne brandveilig leven en vertrouwen zij de brandweer? 2.3 KEUZE VAN METHODEN Voor het onderzoeken van het brandveiligheidbewustzijn kan gebruik gemaakt worden van surveyonderzoek, groepsgesprekken of open interviews (Verhoeven, 2008). Groepsgesprekken en open interviews vergen veel tijd en arbeidskracht wanneer er een steekproef gehouden wordt bij een aanzienlijke populatie. Hierdoor is een enquête een goede mogelijkheid. Bij een enquête kan met relatief weinig mankracht veel respondenten bereikt worden. De enquête is een goede manier om meningen van een groot aantal mensen in kaart te brengen. Het gaat hier om een kwantitatief onderzoek. Door het verzamelen van kwantitatief materiaal is het makkelijker om iets te kunnen zeggen over een verandering in het brandveiligheidbewustzijn over de jaren heen. De steekproef moet daarvoor wel zoveel mogelijk hetzelfde zijn. Voor het vaststellen van het begrip brandveiligheidsbewustzijn is literatuurstudie gedaan. Ook het ontwerpen van de vragenlijst heeft plaatsgevonden door literatuuronderzoek. Daarnaast is gesproken met medewerkers van brandweer Assen om praktijkkennis te gebruiken bij de ontwikkeling. Tijdens de ontwikkeling van de enquête is ook gebruik gemaakt van een kleine pilot. Hierbij zijn leken op het onderwerp gevraagd de enquête in te vullen. In overleg met het hoofd Risicobeheersing zijn maatstaven vastgesteld voor een gewenst niveau van brandveiligheidsbewustzijn. De uiteindelijke steekproef is uitgevoerd door een enquête te versturen naar een willekeurig geselecteerde groep Peizenaren. 14

15 Kijken we naar de onderzoeksvragen dan zijn de volgende methoden gehanteerd: Onderzoeksvraag/deelvraag 1-Wat is brandveiligheidsbewustzijn? 2-Op welke manier kan het brandveiligheidsbewustzijn bij bewoners gemeten worden? 3- Wat is een acceptabel brandveiligheidsbewustzijnsniveau? 4-Hoe staat het met het brandveiligheidsbewustzijn in Peize? Methode van onderzoek Literatuuronderzoek Literatuuronderzoek/gesprekken met opdrachtgever Gesprek met opdrachtgever Enquête 2.4 DE STEEKPROEF Om de kwaliteit van het onderzoek te waarborgen moet er in ieder geval een steekproef gehouden worden die groot genoeg is om uitspraken te kunnen doen. De populatie, de bewoners van het dorp Peize, heeft een inwoneraantal van ongeveer 4900 mensen (Boneschansker, van Leer, & Matijsen, 2012). Het aantal volwassenen in Peize is De steekproefgrootte bij een bepaalde populatie kan berekend worden. De grootte van de steekproef is afhankelijk van de steekproefmarge/afwijking, de spreiding van de verwachte antwoorden en het betrouwbaarheidsniveau waarmee men wilt meten. De steekproefmarge of steekproefafwijking houdt het geaccepteerde percentage van afwijking in ten opzichte van de werkelijkheid. Deze marge is bij marktonderzoek vaak drie, vijf of zeven procent. De verwachte spreiding van de antwoorden houdt in, in hoeverre de onderzoeker verwacht dat de antwoorden van de respondenten met elkaar verschillen. Weet men dit niet dan wordt rekening gehouden met 50% (bij een ja/nee vraag antwoord 50% ja en 50% nee). Het betrouwbaarheidsniveau betreft de betrouwbaarheid van het onderzoek. Hiervoor worden de percentages 90%, 95% en 99% gebruikt. Bij een betrouwbaarheidspercentage van bijvoorbeeld 99% zal het resultaat in 99% van de gevallen hetzelfde zijn als de eerste steekproef (Right Marktonderzoek, 2013). Voor het berekenen van de steekproefgrootte wordt de volgende formule gebruikt worden: n= N x z ² x p(1-p) z ² x p(1-p) + (N-1) x F ² Voor dit onderzoek is als doel gesteld een betrouwbaarheid van 95% te behalen met een maximale steekproefafwijking van 7%, rekeninghoudend met een spreiding van 50%. Hiervoor moest een minimale respons van 187 behaald worden. Naar 750 adressen in Peize is een aankondigingbrief en later een enquête gestuurd (met online optie). 313 van hen hebben gereageerd met een ingevulde enquête. Hierdoor is de 95% betrouwbaarheid gehaald met een steekproefafwijking van 5,3%, rekeninghoudend met een spreiding van 50%. 15

16 2.5 DE VRAGENLIJST Bij het ontwikkelen van de vragenlijst is een zestal stappen doorlopen. Tijdens het proces wordt informatie uit elke fase gebruikt als input in de volgende of eerdere fase (Giesen, Meertens, Vis-Visschers, & Beukenhorst, 2010). Overgenomen van: Vragenlijstontwikkeling, (Giesen, Meertens, Vis-Visschers & Beukenhorst, 2010, pagina 8). De fase conceptualisering en onderzoeksontwerp vindt als eerste plaats. Hierin is het plan van aanpak gemaakt voor dit afstudeeronderzoek. Voor het proces van vragenlijstontwikkeling is bovenstaand model, grotendeels, aangehouden. De fase proces monitoring en evaluatie valt buiten de afstudeeropdracht en zal door de brandweer zelf uitgevoerd moeten worden. De fases testen en herziening zijn nader uitgewerkt door de onderzoeker. Er is een veelvoud aan methoden beschikbaar om een vragenlijst te testen. Het proces van vragenlijstontwerp en -bouw tot dataverzameling is schematisch weergegeven in bijlage 6. In de fase conceptualisering en onderzoeksontwerp is door de onderzoeker bepaald wat de definitie is van brandveiligheidsbewustzijn. Daarna is met de opdrachtgever besproken of dit overeenkomt met zijn verwachtingen. Hierna is de definitie en de daaruit voortvloeiende variabelen bijgesteld. De variabelen zijn uitgewerkt tot meetbare begrippen. Dit is gedaan door vakliteratuur en deskundigen te raadplegen. De eenheden stonden vanaf het begin al vast: de bewoners (18+) van de voormalige gemeente Peize. In de fase vragenlijstontwerp en bouw is de vragenlijst in tekstversie gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met een logische volgorde van de vragen, verschillende onderwerpen binnen de vragenlijst en de vormgeving. Omdat het om een PAPI (Paper And Pencil Interviewing) en CAWI (Computer Assisted Web Interviewing) vragenlijst gaat zijn deze onderwerpen extra belangrijk. Er is namelijk geen interviewer die de respondent kan begeleiden tijdens de vragen. Voor het ontwikkelen van de juiste vragen is gebruik gemaakt van een klein extra literatuuronderzoek naar veel voorkomende oorzaken van woningbrand. Deze is te vinden in bijlage 1. Bij het ontwikkelen van de vragen is getracht met een aantal valkuilen rekening te houden: Satisficing: Het niet zorgvuldig genoeg doorlopen van het responsproces. Mensen hebben soms geen zin of tijd om de vraag volledig te snappen. Sociaal wenselijke antwoorden: Respondenten passen hun antwoorden aan naar hetgeen waarvan zij denken dat het sociaal wenselijk is. Dit leidt tot onderrapportage of overrapportage. De vertekening vindt vaker plaats bij vragen over de huidige situatie dan bij vragen over het verleden. In de enquête voor dit onderzoek wordt er getracht aan de respondent zo goed mogelijk duidelijk te maken dat er geen goede of foute antwoorden zijn. Desondanks zal het beeld toch vertekend worden. Acquiescence: Respondenten zijn geneigd om in te stemmen met een uitspraak, onafhankelijk van of zij het wel of niet eens zijn met deze stelling. Vragen moeten dan ook zo gebalanceerd mogelijk gesteld worden. Tijdens het ontwikkelen van de vragenlijst worden stellingen zoveel mogelijk vermeden. Echter soms is dit onmogelijk. Geheugeneffecten: Door vragen over het verleden te stellen kan het voorkomen dat de respondent niet alles meer weet. Daarnaast speelt forward en backward telescoping een rol. Hierbij plaatsen 16

17 respondenten bepaalde gebeurtenissen binnen of buiten de referentieperiode waarop de vraag eigenlijk betrekking op heeft. Daarnaast is getracht het volgende in acht te nemen: Eén item per vraag stellen; De vragen zijn gebalanceerd gesteld, zo min mogelijk waardeoordeel. Er zijn geen aannames in de vraag verwerkt; Er zijn, als dit nodig was, definities gebruikt van woorden. Er is eenvoudige taal gebruik. Dit is taalniveau B1. Er is duidelijk gemaakt op welke manier er geantwoord moet worden. In de testfase is gebruikgemaakt van informele tests, expertraadpleging, functioneel of technisch testen en een kleine pilot. In de informele tests vult de onderzoeker zelf de vragenlijst in en bekijkt hij hoe hij de vragenlijst zelf ervaart. Bij de expertraadpleging is een aantal deskundigen gevraagd de vragenlijst te beoordelen. Zij hebben advies gegeven over de inhoud van de vragenlijst en of dit overeenkomt met de verwachtingen. Bij de functionele of technische tests is gekeken of de CAWI vragenlijst naar behoren werkte en of alle data goed te verwerken is. In de kleine pilot zijn een tiental mensen, die niet deskundig zijn in het onderwerp, gevraagd de lijst in te vullen en hun mening te geven. Daarbij is ook onderzocht hoe zij de vragen interpreteren. Op deze manier heeft de onderzoeker een beeld gekregen van vragen die wellicht verkeerd worden geïnterpreteerd. De informele tests en expertraadpleging heeft zich een aantal keer herhaald. Door nieuwe inzichten en problemen met de lijst is deze continu aangepast totdat alle tests voorbij waren en de onderzoeker er van overtuigd is dat de lijst voldoende was om een valide en betrouwbaar resultaat op te leveren. De definitieve vragenlijst is te vinden in bijlage 3. In de dataverzamelingfase kregen de respondenten de gelegenheid om de enquête in te vullen. In dit geval is dat ongeveer twee weken. De ingevulde enquêtes kwamen druppelsgewijs binnen waardoor de informatieverwerking gelijk kon worden opgestart. De fase proces monitoring en evaluatie valt deels buiten dit onderzoek. Er wordt gekeken naar het proces van dataverzameling en de resultaten daarvan. Hierop wordt geëvalueerd. De bevindingen worden meegegeven aan de opdrachtgever. Of er aanpassingen doorgevoerd worden is aan de opdrachtgever zelf. 2.6 DE ANALYSE In deze paragraaf wordt ingegaan op de maatstaven/scores, de manier van analyse en de analysetoetsen MAATSTAVEN EN SCORES Voordat de analyse is uitgevoerd, is met de opdrachtgever per enquêtevraag vastgesteld wat het minimum percentage aan gewenste antwoorden moeten zijn. Dit wordt de maatstaf genoemd. Wordt er gemiddeld onder de maatstaf gescoord, dan zal er extra aandacht moeten komen om deze score te verhogen naar het gewenste niveau. Scoort men hoger dan deze maatstaf dan is meer aandacht niet vereist. De scores die in het volgende hoofdstuk worden weergegeven zijn gemiddelde scores van de hele steekproef of scores per vraag. Soms wordt extra aandacht besteed aan een bepaalde groep mensen (leeftijden, opleidingsniveau e.d.). Dan geldt de score alleen voor die groep. In bijlage 4 zijn de maatstaven per vraag te vinden. 17

18 Als een maatstaf van een categorie (bijvoorbeeld risico inschatting) behaald is, betekent dit nog niet dat mensen de risico s goed inschatten. Gemiddeld genomen is dat wel het geval, maar het kan zijn dat bepaalde onderdelen van risico s inschatten niet behaald zijn. Er moet dus voorzichtig worden omgegaan met conclusies over de gemiddelde scores van de verschillende categorieën van brandveiligheidsbewustzijn ANALYSE EN STATISTISCHE TOETSEN Zoals hiervoor al is aangegeven zijn de scores per vraag de percentages respondenten dat het gewenste antwoord geeft. Scores komen in twee varianten voor: per vraag en het gemiddelde van een categorie. Bij de score per vraag wordt het percentage weergegeven van mensen die juist handelen, inschatten of ergens kennis van hebben. Bij het gemiddelde van een categorie of totaalscore worden de percentages per vraag bij elkaar opgeteld en gedeeld door de som van het aantal vragen in de categorie. De uitkomst is een gemiddeld percentage van juiste handelingen, inschattingen of kennis op een bepaald gebied. Bij elke vraag is onderzocht of er verschil is tussen bepaalde groepen zoals man/vrouw, leeftijd, opleidingsniveau. Om te onderzoeken of de verschillen significant zijn, is de Chi-kwadraattoets uitgevoerd. Is deze positief dan wordt dit in de tekst vermeld. Het is dan zeker dat er ook daadwerkelijk een verschil is tussen bijvoorbeeld jonge en oude mensen. Wordt er verwacht dat er een verband is tussen twee variabelen dan is de Spearman s rho gebruikt om te onderzoeken of er ook daadwerkelijk een positief of negatief verband is. Dit is van toepassing om bijvoorbeeld te bewijzen dat hou ouder men wordt, men steeds slechter de kans op een woningbrand inschat. Als er een verband is dan wordt dit vermeld in de tekst. Om vast te stellen of de vragen over informatiebekendheid één schaal mogen vormen is de Cronbach s alpha berekend. Hiermee wordt getoetst of je meerdere vragen antwoord geven op dezelfde variabelen. In het geval van informatiebekendheid is de score 0,631 wat betekent dat men mag generaliseren. Voor de meeste andere onderwerpen, zoals risicovol gedrag, is de het begrip te groot om de Cronbach s alpha te berekenen. Het jaarlijks controleren van je Cv-ketel en het vegen van je schoorsteen bijvoorbeeld, valt onder een te ruim begrip (het één slaat op omgang met de Cv-ketel en de ander op de schoorsteen). Men kan dan ook niet concluderen dat als de score van risicovol gedrag goed is, het gedrag van de respondenten goed is. Wat wel kan is concluderen dat gemiddeld genomen de respondenten goed scoren. 2.7 HET ONDERZOEKEN VAN BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJN SAMENGEVAT Om een eenduidig antwoord te geven op de onderzoeksvraag Op welke manier kan het brandveiligheidsbewustzijn bij bewoners gemeten worden? wordt dit nog kort samengevat. Voor de verschillende variabelen van brandveiligheidsbewustzijn zijn enquêtevragen ontworpen, getoetst en aangepast in een cyclisch proces. Hierbij is rekening gehouden met veelvoorkomende valkuilen. In Peize is een aselecte steekproef gehouden waarbij 313 respondenten hebben gereageerd. Er zijn vooraf maatstaven vastgesteld die dienen als richtlijn voor de analyse. De gegevens die de enquête heeft opgeleverd hebben enkele statistische toetsen ondergaan om de validiteit te waarborgen. In het volgende hoofdstuk worden de resultaten omschreven. 18

19 3- RESULTATEN In dit hoofdstuk worden de resultaten besproken die de enquête heeft opgeleverd. Er wordt antwoord gezocht op de onderzoeksvraag Hoe staat het met het brandveiligheidsbewustzijn in Peize? Er wordt duidelijk gemaakt hoe de inwoners van Peize scoren op de verschillende onderdelen van brandveiligheidsbewustzijn. De onderdelen komen als volgt aan de beurt: Risicokennis, brandervaring, verantwoordelijkheidsgevoel, maatregelenkennis en als laatste informatiedrang. Naast de totaalscores is ook onderzocht of er bepaalde patronen zichtbaar zijn bij verschillende variabelen. Voor de variabelen geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, occupatie en woningtype zijn deze patronen onderzocht. Een score is het percentage respondenten dat het gewenste antwoord heeft gegeven. Een totaalscore of gemiddelde score is de uitkomst van de juiste antwoorden op de individuele vragen bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal vragen in die categorie. Een maatstaf is een vooraf bepaald norm waarvan men graag wil dat dit percentage, of meer, een gewenst antwoord geeft op de vragen. 3.1 STEEKPROEF: WIE REAGEERDEN ER? Om uitspraken te doen over het brandveiligheidsbewustzijn en om goede voorlichting te geven moet duidelijk zijn over wie er uitspraken gedaan worden. Hierom volgt nu een schets van de deelgenomen respondenten. Er zal ingegaan worden op geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, bezigheid/occupatie en woningtype GESLACHT EN LEEFTIJD De verdeling van man/vrouw is in deze steekproef nagenoeg gelijk, 51% van de respondenten is man 49% vrouw. In de leeftijdsverdeling is een normale verdeling terug te vinden, zoals te zien is in onderstaand figuur. Ongeveer 25% van de respondenten zit in de leeftijdsklasse jaar. Dit is de meest voorkomende leeftijdsklasse. De leeftijden tussen 41 en 70 jaar zijn in dit onderzoek goed vertegenwoordigd. In vergelijk met de werkelijke bevolking van Peize komt deze verdeling goed overeen. 19

20 3.1.2 OPLEIDINGSNIVEAU Ongeveer 25% van de respondenten heeft hoger beroepsonderwijs afgerond. Daarnaast heeft ongeveer 19% middelbaar beroepsonderwijs afgerond. Deze twee zijn de meest voorkomende afgeronde opleidingen van de steekproef. Zie ook het figuur hieronder voor de andere onderwijs niveaus OCCUPATIE Naast opleidingsniveau is de respondent ook gevraagd hoe zij zichzelf het beste kon omschrijven. Dit heeft geresulteerd in de volgende taartdiagram: 20

21 Ongeveer de helft van respondenten is werkende met betaald werk of zelfstandige. Opvallend is het hoge percentage gepensioneerden van 31%. Deze twee groepen vormen zo n 81% van de respondenten WONINGTYPE Bijna 46% van de respondenten woont in een vrijstaande woning of boerderij. 32% woont twee onder één kap. Ongeveer 11% woont in een eengezinswoning in rij, 5% van de respondenten woont in een appartementengebouw of flat. Van alle respondenten bezit 91% zijn eigen huis. De overige 9% zijn huurhuizen. In werkelijkheid zijn ongeveer 22% van de woningen huurwoningen. Op dit punt vertegenwoordigt de steekproef niet de juiste verhouding van de werkelijke populatie. 21

22 3.2 RISICOKENNIS Risicokennis houdt in dat men weet dat een bepaalde gedraging risico s oplevert m.b.t. brand en deze risico s goed kan inschatten volgens de stand der wetenschap (oorzaken, kans en effect). Het onderdeel risicokennis bevat dus twee categorieën: het handelen/gedrag van de respondent en het inschatten van de risico s. Er zal regelmatig gesproken worden over bepaalde individuele vragen. In bijlage 3 is de enquête te vinden zoals die is gebruikt tijdens het onderzoek RISICOVOL GEDRAG Voor risicovolle gedragingen is een maatstaf van 80% vastgesteld. Na berekeningen is gebleken dat de bewoners van Peize voor deze algemene maatstaf een gemiddelde score van 86,1% behalen. Ook zijn er een aantal vragen waarvan de brandweer graag wil dat een hoger percentage mensen juist handelen, hiervoor is een maatstaf van 95% vastgesteld. De percentages gewenste antwoorden en individuele maatstaven per vraag zijn hieronder weergegeven. Onderwerp/vraag Maatstaf Gewenst antwoord Controle Cv-ketel 80% 87% Filter wasdroger reinigen 95% 87.4% Voldoende ruimte om tv 80% 85.8% Reinigen filter afzuigkap keuken 80% 78.1% Stekkerdozen stapelen 80% 93.2% Bij vakantie stekkers loskoppelen 80% 64.6% Schoorsteen vegen 95% 61.9% Voldoende ruimte rondom fornuis 80% 93.8% Vrije doorloop vluchtroutes 80% 94.2% Roken in bed 95% 96.9% Gasfornuis/kookplaat uit bij verlaten 80% 93.3% woning TV uit tijdens slaap of lange afwezigheid 80% 69% Openhaard/kachel correct aanmaken 80% 84% Kaarsen doven bij verlaten huis 95% 99.7% Voldoende ruimte rondom kaarsen 95% 89.3% Correct weggooien peuken 95% 100% Te zien is dat op veel onderwerpen de inwoners van Peize gewenste antwoorden geven. Zij gedragen zich veilig. Wat met name opvalt is de lage score op het vegen van de schoorsteen voor het stookseizoen. Schoorsteenbranden komen nog regelmatig voor in Drenthe. Ook het lage percentage mensen dat tijdens vakantie hun elektrische apparaten loskoppelen van het stroomnet is erg laag. Daarnaast laat men nog regelmatig de tv aan of op stand-by tijdens slaap of lange afwezigheid. Er zijn enkele significante verschillen tussen groepen respondenten ontdekt: Na één a twee droogbeurten stofvrij maken van de wasdrogerfilters Mannen scoren significant lager dan vrouwen (ongeveer 10%). Hoog opgeleiden scoren significant lager dan lager opgeleiden (ongeveer 22%). Het 2 tot 4 keer per jaar vervangen of reinigen van de afzuigkapfilter in de keuken Ouderen vervangen het filter significant vaker dan de jongere leeftijdsklassen, het verschil is ongeveer 10 tot 15 procent. 22

23 Zeer hoog en hoog opgeleiden scoren significant slechter. Het verschil met de andere klassen is 30 tot 40 procent. Voor het stookseizoen de schoorsteen vegen door een erkende schoorsteenveger Hoewel het verschil niet significant is door het lage aantal respondenten in enkele klassen, laten de zeven respondenten van 81 jaar of ouder geen van allen hun schoorsteen vegen door een erkende veger voor het begin van het stookseizoen. Lager opgeleiden vegen significant minder vaak de schoorsteen dan hoger opgeleiden. Bij het verlaten van het huis het gasfornuis/kookplaat uit zetten Er is een significant verschil ontdekt bij de vraag of men het gasfornuis/kookplaat uitzet bij het verlaten van de woning. Mannen scoren hier significant slechter op dan vrouwen(respectievelijk 89% en 97,1%). Kaarsen op ruime afstand (±20 centimeter) van brandbare materialen houden De oudere leeftijdsklasse (zeer oud, ouder dan 81) houdt kaarsen significant minder vaak op geruime afstand van brandbare materialen dan jongere mensen. Daarnaast scoren lager opgeleiden hier duidelijk slechter dan de andere klassen. Het verschil is hier tussen de 20 tot 30 procent met de andere klassen. Op dezelfde vraag scoren ook mensen zonder werk, die niet actief zijn op de arbeidsmarkt (arbeidsongeschikt, studerenden en huisman/vrouw) erg laag RISICO S INSCHATTEN Voor het inschatten van de risico s geldt 80% als maatstaf. In dit percentage vallen de mensen die kans of ernst goed ingeschat of overschat hebben. Op dit onderdeel scoren de respondenten gemiddeld 55.9%. Hieronder worden de individuele onderdelen van risico s inschatten besproken. Inschatten van de kans op een woningbrand per jaar in Nederland 78,5% onderschat de kans op een woningbrand. De kans wordt door 21,5% juist of hoger ingeschat door de respondenten. 17,8% schat de kans precies goed in. Inschatten kans woningbrand 17,8% 3,7% Goede inschatting Overschatting Onderschatting 78,5% Zoals te zien is, wordt de kans zeer vaak onderschat. Mannen scoren hier vaak iets beter op dan vrouwen, maar het verschil is niet significant. 23

24 Inschatten van het aantal gewonden en doden per jaar in Nederland als gevolg van woningbranden Het aantal gewonden wordt door 82,6% van de respondenten goed of te hoog ingeschat. 32,4% schat de kans precies goed in. Het percentage dat de kans onderschat bedraagt 17,4%. Inschatting aantal gewonden 17,4% 50,2% 32,4% Goede inschatting Overschatting Onderschatting Mannen schatten het aantal gewonden door woningbranden significant beter in dan vrouwen. Inschatten van het aantal doden per jaar in Nederland als gevolg van woningbranden Voor het aantal doden schat 68,7% het goed of hoger in. 41,7% schat het precies goed in. 31,3% onderschat het aantal doden door woningbranden. Inschatten aantal doden 31,3% 41,7% Goede inschatting Overschatting Onderschatting 27% Lager opgeleiden schatten significant beter het aantal doden in dan de overige klassen. Dit verschilt tussen de 20 en 30 procent ten opzichte van de andere klassen. 24

25 Inschatting van de tijd waarin een beginnende brand zich kan uitbreiden over de hele kamer Bijna de helft, 48,9%, onderschat de snelheid waarmee een brand zich kan ontwikkelen. 51,1% schat de snelheid waarmee een brand zich kan ontwikkelen goed of hoger in. 37,5% schat de snelheid precies goed in. Inschatting ontwikkeling brand 48,9% 37,5% Goede inschatting Overschatting 13,6% Onderschatting Ouderen schatten significant lager de snelheid in waarop een beginnende brand zich kan uitbreiden. Vanaf de klasse jaar wordt de inschatting steeds slechter. Er is hier een zwak lineair verband ontdekt. Hoe ouder, hoe slechter men de juiste inschatting heeft. Lager opgeleiden schatten significant slechter in wat de snelheid is waarop een beginnende brand zich uitbreidt. Dit verschilt tussen de 20 en 30 procent ten opzichte van de andere klassen RISICOKENNIS SAMENGEVAT De gemiddelde scores voor risicokennis zijn: Onderdeel Score Behaald/niet behaald Risicovol gedrag 86.1% Risico s inschatten 55.9% De inwoners van Peize tonen gemiddeld gezien veilig gedrag bij de bevraagde onderdelen, met als uitzondering het vegen van de schoorsteen, het loskoppelen van apparaten tijdens vakantie en het uitschakelen van de tv tijdens slaap of lange afwezigheid. Op het gebied van risico s inschatten scoren de respondenten goed bij het inschatten van het aantal gewonden (ernst). Met name de kans op een woningbrand wordt vaak onderschat. Dit kan komen doordat men zich meer kan voorstellen bij aantallen gewonden of doden dan met kansen per jaar. Bij zowel het onderdeel risicovol gedrag als risico s inschatten zijn ouderen een aandachtsgroep. 25

26 3.3 BRANDERVARING Het eerder hebben meegemaakt van een woningbrand is niet vatbaar voor een score. Wel zou ervaring moeten bijdragen aan een hoger brandveiligheidsbewustzijn. Uit dit onderzoek is gebleken dat 93,9% geen eerdere ervaring heeft gehad met woningbrand. Het aantal mensen dat wel een woningbrand heeft meegemaakt (19 respondenten) is te klein om samenhang te onderzoeken tussen mensen die ervaring hebben en het brandveiligheidsbewustzijn. Uit verhalen van respondenten kunnen de volgende zaken worden opgemerkt: Een aantal branden (drie) ontstonden bij afwezigheid. Hierbij ging alles verloren. In vier gevallen ging het om het vlam in de pan scenario. In deze gevallen hebben de respondenten goed gehandeld en was brandweeroptreden niet nodig. In drie gevallen ging het om een schoorsteenbrand. In twee gevallen was de wasmachine de oorzaak van de brand. 3.4 VERANTWOORDELIJKHEIDSGEVOEL De score voor verantwoordelijkheidsgevoel is: Onderdeel Score Behaald/niet behaald Verantwoordelijkheidsgevoel 96.8% Verantwoordelijkheidsgevoel moet bijdragen aan een hoger brandveiligheidsbewustzijn. Immers, als men zich verantwoordelijk voelt voor het voorkomen van woningbranden zal men eerder geneigd zijn zich daarnaar te gedragen. Voor het onderdeel verantwoordelijkheidsgevoel is een minimum score vastgesteld van 80%. 96,8% van de respondenten voelde zich persoonlijk verantwoordelijk om woningbranden te voorkomen. 26

27 3.5 MAATREGELENKENNIS Maatregelenkennis omvat kennis over maatregelen die getroffen kunnen worden om brand te voorkomen of snel te ontdekken. Ook wordt onderzocht hoe de respondenten zouden handelen in bepaalde (veelvoorkomende) scenario s ROOKMELDERDICHTHEID Uit dit onderzoek blijkt dat 73,5% een geïnstalleerde en werkende rookmelder heeft. In dit cijfer zijn zowel de respondenten opgenomen die hun rookmelder minder dan eens per maand en maandelijks of vaker controleren. Bijna 19% van de respondenten met een rookmelder controleert de rookmelder maandelijks of vaker. 26,5% van de respondenten geeft aan geen rookmelder te hebben of dat deze niet werkt. De meeste mensen (75%) hebben twee of meer rookmelders in hun huis geïnstalleerd. In de tabel hieronder is te zien waar men hun rookmelder(s) ophangen. Locatie rookmelder Procent In de gang en/of overlopen of trapgat 86,1 In de woonkamer en/of slaapkamers 31,6 In de keuken 25,7 Bijkeuken 7,2 Niet geïnstalleerd 3 Garage/schuur 5 Anders 3,3 Zolder 2,5 De locatie van de rookmelder is meestal in de gang en/of overlopen of het trapgat. Dit is in de meeste gevallen een goede plek om de rookmelder te installeren. Ongeveer 86% installeert hier de rookmelder(s). 32% kiest voor de woonkamer of in de slaapkamers. Dit zijn locaties die minder verstandig zijn gezien de rookmelder met name tijdens de slaap zijn nut kan bewijzen. Als de rookmelder in de slaapkamer hangt is de brand al verder gevorderd als de slapende bewoner wordt gewaarschuwd dan als de rookmelder vlak buiten de slaapkamer hangt. Van diegene die maar één rookmelder heeft installeert 67,3% deze op de (meestal) beste locatie in het huis, de gang en/of overloop of trapgat. Bij mensen die twee of meer rookmelders in het bezit hebben installeert vaak meer dan 90% deze op de meest gangbare locatie (naast andere locaties). Naast voorgaande locaties is de keuken met 25% ook een populaire plek om de rookmelder op te hangen. Op het gebied van rookmelderdichtheid is het volgende opgevallen tijdens de analyse per groep respondenten: De rookmelderdichtheid is beduidend lager in vrijstaande woningen en eengezinswoningen in rij (respectievelijk 69,2% en 66,7%). Bij twee onder één kap woningen (78%) en flats (82,3%) ligt de rookmelderdichtheid veel hoger. Hoewel niet significant is de rookmelderdichtheid bij gepensioneerden lager dan bij de andere klassen. Zij hebben een rookmelderdichtheid van 67,4% t.o.v. 76,9% van de werkenden/zelfstandigen REPRESSIEF HANDELEN IN SCENARIO S Voor het onderdeel repressief handelen zijn respondenten gevraagd hoe zij zouden reageren tijdens twee scenario s. Het ene scenario omvat het welbekende vlam in de pan. Daarnaast is een kort scenario geschetst over een beginnende woningbrand waarover twijfel kan ontstaan of men die zelf kan oplossen. Voor het scenario vlam in de pan zegt 97,4% goed te handelen. Dit is het percentage wat er voor kiest de pan af te dekken met de deksel of een blusdeken. 73,8% handelt juist bij een beginnende brand. Dit percentage zegt 27

28 te handelen naar ideaal voorbeeld. 20,4% probeert eerst nog de brand zelf te blussen. Dit kan goed aflopen maar het is niet de meest gewenste actie ANDERE MAATREGELEN Naast rookmelders kunnen mensen ook andere maatregelen nemen. Voor deze maatregelen is geen maatstaf toegekend. Zoals in onderstaand figuur te zien is zijn de blusdekens en handbrandblussers populaire maatregelen. Ongeveer 15% van de respondenten heeft helemaal geen maatregelen genomen. Ongeveer 85% van de respondenten neemt dus wel maatregelen voor woningbrand. Genomen maatregelen in % % Tijdens de analyse zijn enkele opmerkelijkheden ontdekt: Het aantal respondenten dat in een eengezinswoning in rij leeft zonder enige maatregel tegen woningbrand is een stuk hoger dan de overige woningtypes. 23,5% van de respondenten geeft aan geen enkele maatregel genomen te hebben, ten opzichte van het gemiddelde 15%. Er is een significant verschil tussen flatbewoners en de overige klassen. Zij hebben veel minder blusmiddelen in huis (blusdeken/brandblusser). Er is een significant verschil tussen de zeer oude respondenten (81+) en de overige klassen wat betreft blusmiddelen. De klasse 81+ heeft veel minder blusmiddelen (handbrandblussers/blusdekens) in huis. De klassen jaar en 81+ hebben significant vaker helemaal geen maatregelen in huis dan de leeftijden tussen deze twee klassen in. 28

29 3.5.4 MAATREGELENKENNIS SAMENGEVAT De gemiddelde scores voor maatregelenkennis ziet er als volgt uit: Onderdeel Score Behaald/niet behaald Rookmelderdichtheid 73.5% Repressief optreden 85.6% De rookmelderdichtheid bedraagt 73,5%. Dit is minder dan de gewenste 80%. Ook is er een aantal mensen die hun rookmelder niet op de meest ideale plek in het huis installeert. Vooral bij de groep ouderen is veel winst te behalen bij het nemen van maatregelen zoals rookmelders en blusmiddelen. Ook bij bewoners in vrijstaande of eengezinswoningen in rij is winst te behalen op rookmelderdichtheid. Daarentegen treden de meeste mensen wel goed repressief op. 29

30 3.6 INFORMATIEDRANG Informatiedrang houdt in dat men zelfstandig op zoek gaat naar informatie over woningbrand en bekend is met de laatste campagnes. Daarbij hoort ook een zeker vertrouwen in de zender van de informatie INITIATIEF NEMEN Op het gebied van initiatief nemen is de maatstaf 50%. Dit is het percentage respondenten dat uit zichzelf op zoek is gegaan naar informatie. Uit dit onderzoek blijkt dat dit in werkelijkheid 3,6% bedraagt. De respondenten hebben ook kunnen aangeven of zij vinden dat zij genoeg informatie hebben over woningbranden. 66,7% gaf aan genoeg informatie te hebben. Hoewel het niet significant is, geeft minder dan 50% van de oudere leeftijdsklassen aan dat zij vinden dat zij genoeg informatie hebben. Velen van hen geven aan het niet te weten BEKEND ZIJN MET CAMPAGNES Vooraf is vastgesteld dat 10% van de ondervraagden bekend moet zijn met verschillende campagnes van de brandweer. Gemiddeld is 25,2% van de respondenten op de hoogte van het project brandveilig leven en aanverwante informatiebron en beeldmerk. De deelscores hiervoor zijn als volgt: Brandveilig leven: 30% heeft er van gehoord of weet precies wat het is. Website brandveiligheidthuis.nl: 20,9% heeft er van gehoord of weet precies wat het is. Smokey de rookmelder: 24,7% heeft er van gehoord of weet precies wat het is. Tussen de twee en zes procent weet vaak precies wat voorgaande campagne, informatiebron en beeldmerk is. Bij het onderzoeken van de bekendheid met de campagne, informatiebron en beeldmerk zijn enkele significante verschillen ontdekt: Met name de jonge leeftijdsklassen (18 tot 31 jaar) scoort laag op bekendheid met het project brandveilig leven (dit waren acht respondenten). Mensen met een hogere opleiding scoren significant lager op bekendheid met het project brandveilig leven, er is hier een zwak lineair verband gevonden. Bijna de helft van de lager opgeleiden is bekend met brandveilig leven ten opzichte van 14% van de zeer hoog opgeleiden. Met name mensen zonder werk scoren hoog op bekendheid met het project brandveilig leven (met name huismannen/vrouwen), hier is een significant verschil ten opzichte van de andere klassen BETROUWBAARHEID BRANDWEER Wil men effectief informatie overdragen dan moet er een zekere mate van betrouwbaarheid zijn. Vooraf is vastgesteld dat de brandweer minimaal een 7 moet scoren op betrouwbaarheid. De respondenten geven de brandweer als gemiddelde score voor betrouwbaarheid een 8,9. Uit navraag blijkt dat ongeveer 82% van de respondenten het liefst informatie over woningbranden van de brandweer ontvangt. Andere opgegeven bronnen van informatie zijn de rijksoverheid, de gemeente, familie en kennissen of vrienden. Deze werden geen van allen zo vaak opgegeven dat dit noemenswaardig is. 30

31 3.6.4 INFORMATIEDRANG SAMENGEVAT De scores voor de verschillende onderdelen zijn: Onderdeel Score Behaald/niet behaald Initiatief nemen 3.6% Bekendheid 25,2% Betrouwbaarheidservaring 8,9 De inwoners van Peize tonen geen initiatief in het zoeken naar informatie over woningbranden. Daarentegen zijn zij wel goed op de hoogte van de laatste campagne, informatiebron en beeldmerk. Ook vindt men de brandweer een betrouwbare bron van informatie. 3.7 CONCLUSIE RESULTATEN Uit voorgaande paragrafen is het volgende op te maken: Over het algemeen wordt brandveilig gedrag vertoont door de respondenten. Daarbij zijn wel enkele kanttekeningen te maken zoals het vegen van de schoorsteen voor het stookseizoen en het aanlaten van tv s tijdens slaap of afwezigheid. Het inschatten van de risico s gaat niet altijd even goed. Zo wordt met name de kans op een woningbrand en de snelheid waarop een brand zich kan uitbreiden vaak onderschat. De meeste Peizenaren voelen zich persoonlijk verantwoordelijk voor het voorkomen van een woningbrand. Enkele respondenten hebben ervaring met brand in huis. Dit hebben zij vaak zelf goed opgelost. De rookmelderdichtheid is 73,5%, de meeste mensen hebben twee of meer rookmelders in huis en installeren deze op goede plekken. Toch blijft is er nog een deel die één rookmelder heeft en deze niet altijd op een goede plaats installeert. In veel voorkomende scenario s treed het merendeel goed op. Naast de rookmelder zijn de handbrandblusser en blusdeken populaire maatregelen. Erg weinig mensen tonen zelf initiatief om informatie te zoeken over brandpreventie. Desalniettemin kennen veel mensen het project brandveilig leven en de aanverwante informatiebron en beeldmerk. Als laatste geeft men de brandweer een 8,9 op het gebied van betrouwbaarheid. 31

32 4- CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk wordt als eerste antwoord gegeven op de verschillende onderzoeksvragen en de probleemstelling. Dit zijn de conclusies. Daarna volgen aanbevelingen om mogelijke knelpunten aan te pakken. Als laatste worden enkele aanbevelingen gedaan voor de vervolg meting, die over enkele jaren kan plaatsvinden. 4.1 CONCLUSIES Hieronder worden de deelvragen beantwoord die vooraf aan het onderzoek zijn opgesteld. 1- WAT IS BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJN? Brandveiligheidsbewustzijn is: Kennis van - en ervaring hebben met de risico s van gedragingen met betrekking tot brand, de verantwoordelijkheid voelen om preventief op te treden en weten welke juiste preventieve en repressieve maatregelen er uitgevoerd moeten worden en de bereidheid om informatie te vergaren over brandveiligheid. In deze omschrijving van brandveiligheidsbewustzijn zijn enkele variabelen te vinden (direct of indirect): Risicokennis: Weten dat een bepaalde gedraging risico s oplevert m.b.t. brand en deze risico s goed inschatten volgens de stand der wetenschap (oorzaken, kans en effect). Brandervaring: Eigen ervaringen met brand of die van een bekende. Verantwoordelijkheidsgevoel: Het gevoel hebben dat de verantwoordelijkheid voor het nemen van preventieve maatregelen in en rondom het huis bij jezelf ligt. Maatregelenkennis: Weten welke maatregelen er getroffen kunnen worden voor verschillende risico s m.b.t. brand in en rondom het huis om een brand te voorkomen en hoe men moet reageren als er dan toch brand uit breekt. Informatiedrang: Op zoek gaan naar informatie over brandpreventie en bekend zijn met de laatste campagnes en/of informatiebronnen. 2- OP WELKE MANIER KAN HET BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJN BIJ BEWONERS GEMETEN WORDEN? In dit onderzoek is gekozen voor een PAPI (papier) en CAWI (online) vragenlijst. Deze manier van onderzoeken heeft geresulteerd in lage kosten en een groot bereik van de populatie. Meningen van mensen kan men alleen meten door het stellen van vragen. Gedrag en de genomen maatregelen zouden nog eventueel door observatie kunnen plaatsvinden. Observatie zou veel te hoge kosten met zich meebrengen. Hierdoor is een PAPI en/of CAWI vragenlijst de meest logische keuze. Daarnaast wordt er door de onderzoeker bij PAPI en CAWI zo min mogelijk druk gelegd op de onderzoekseenheid. Hierdoor wordt zoveel mogelijk het geven van sociaal wenselijke antwoorden vermeden. De ontwikkeling van de vragenlijst is beschreven in het hoofdstuk methoden van onderzoek. In bijlage 2 is te vinden met welke vragen welke onderdelen van brandveiligheidsbewustzijn gemeten zijn. In bijlage 3 is de vragenlijst te vinden zoals die is gebruikt tijdens de 0-meting. 32

33 3- WAT IS EEN ACCEPTABEL BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJNSNIVEAU? In overleg met brandweer Noord en Midden Drenthe zijn verschillende maatstaven afgesproken over wat acceptabel is voordat de uitslagen van de enquête bekend waren. Valt de score lager uit dan gewenst zal er actie moeten worden ondernomen. In bijlage 4 is de lijst met maatstaven per vraag te vinden. De maatstaven zijn subjectief. Alleen voor de rookmelderdichtheid is regionaal afgesproken dat er naar 80% gestreefd wordt. De maatstaven kunnen in vervolgonderzoek hoger of lager worden vastgesteld al naar gelang het doel van de regio. Daarnaast moet nog steeds in het achterhoofd gehouden worden dat een behaalde maatstaf niet gelijk staat aan objectieve veiligheid. De gegevens komen dan ook met name tot hun recht als er vergelijkt kan worden tussen tijdstippen of regio s, de maatstaven zullen dan een ondergeschikte rol krijgen. 4- HOE STAAT HET MET HET BRANDVEILIGHEIDSBEWUSTZIJN IN PEIZE? Hieronder is een overzicht van behaalde en niet behaalde onderdelen van brandveiligheidsbewustzijn: Onderdeel Score Behaald/niet behaald Onderdeel Score Behaald/niet behaald Risicokennis Maatregelenkennis Risicovol gedrag 86.1% Rookmelderdichtheid 73.5% Risico s inschatten 55.9% Repressief optreden 85.6% Verantwoordelijkheid Informatiedrang Verantwoordelijkheidsgevoel 96.8% Initiatief nemen 3.6% Bekendheid 25.2% Betrouwbaarheidservaring 8.9 Omdat niet alle voorafgestelde maatstaven zijn behaald kan niet gezegd worden dat het brandveiligheidsbewustzijn in Peize acceptabel is. Wel kan het volgende gezegd worden: Men vertoont over het algemeen brandveilig gedrag, met enkele uitzonderingen (schoorsteen laten vegen voor het stookseizoen, elektrische apparaten aan laten staan tijdens afwezigheid). De risico s worden vaak onderschat, met name de kans op een woningbrand. Men voelt zich erg verantwoordelijk voor het voorkomen van woningbranden. De rookmelderdichtheid is te laag. Ook de plaats waar de rookmelders geïnstalleerd dienen te worden is een aandachtspunt. Bij scenario s zoals vlam in pan treden de meeste mensen goed op. De inwoners van Peize tonen weinig initiatief om aan informatie te komen maar zijn wel goed op de hoogte van de laatste campagne en informatiebron. Ook ervaart men de brandweer als een betrouwbare informatiebron. 5- ANTWOORD OP DE PROBLEEMSTELLING De probleemstelling voor dit onderzoek is: Op welke manier kan brandveiligheidsbewustzijn gemeten worden, hoe hoog is het brandveiligheidsbewustzijn van de bewoners in Peize en is dit niveau acceptabel? Het brandveiligheidsbewustzijn kan gemeten worden door eerst vast te stellen wat brandveiligheidsbewustzijn is. Vervolgens kunnen verschillende variabelen onderscheiden worden waarna er vragen ontwikkelt worden om antwoord te geven op de status van die variabelen. Vooraf kunnen er, zoals in dit onderzoek is gebeurd, richtlijnen afgesproken worden over hoe hoog het percentage gewenste antwoorden moet zijn per vraag. 33

34 Omdat brandveiligheidsbewustzijn een complex begrip is met vele, verschillende facetten kan er niet in één woord antwoord worden gegeven op de vraag hoe hoog het brandveiligheidsbewustzijn is. Wel is het mogelijk om conclusies te trekken over de vijf variabelen. Zo wordt er over het algemeen brandveilig gedrag vertoont door de bewoners van Peize. De risico s worden daarentegen nog regelmatig onderschat. Een klein deel heeft eerdere ervaringen met woningbrand en heeft vaak correct gehandeld. Ook voelt men zich persoonlijk verantwoordelijk voor het voorkomen van een woningbrand. De rookmelderdichtheid is 73,5% en de meeste mensen hangen de rookmelders goed op. Op veel voorkomende scenario s wordt vaak goed opgetreden en in veel huishoudens heeft men één of meerdere maatregelen genomen voor het geval er brand uitbreekt (blussers, blusdekens, rookmelders). Weinig mensen nemen initiatief om aan informatie te komen, maar een kwart is toch op de hoogte van brandveilig leven en informatiebronnen. Uiteindelijk vertrouwt men de brandweer zeer als informatiebron, er wordt een 8,9 als cijfer gegeven. Als men kijkt naar de subcategorieën en de maatstaven dan scoort Peize in vijf van de acht gevallen boven de maatstaf. Behalve bij de (sub)categorieën inschatten van risico s en initiatief nemen zijn hoge percentages van gewenste/veilige antwoorden te vinden. Op het eerste gezicht is het brandveiligheidsbewustzijn hoog in Peize. Maar als men de voorafgestelde definitie van acceptabel er bij neemt: acceptabel is als de brandweer het brandveiligheidsbewustzijnsniveau accepteert zoals het is waarbij er geen verdere maatregelen genomen hoeft te worden dan kan er niet gezegd worden dat dit het geval is. Met name de rookmelderdichtheid en het inschatten van risico s zijn voor verbetering vatbaar. Ook aan onderwerpen van brandveilig gedrag als het schoorsteen vegen, loskoppelen van elektronica bij lange afwezigheid en tv s uitzetten in plaats van op standby laten zal gewerkt moeten worden. Deze onderdelen scoren ver onder het gewenste niveau en zijn veelvoorkomende oorzaken van woningbrand. Als conclusie voor dit onderdeel kan gesteld worden dat het brandveiligheidsbewustzijn gemiddeld goed is, maar niet acceptabel. 34

35 4.2 ADVIES Naar aanleiding van de conclusies zijn er enkele adviezen geformuleerd die hieronder weergegeven zijn ALGEMEEN 1- Gebruik natuurlijke momenten van samenkomst en het vermogen van de gemeenschap tijdens voorlichting. Omdat het brandveiligheidbewustzijnsniveau niet acceptabel wordt geacht is verdere voorlichting nodig. Uit dit onderzoek is gebleken dat er weinig tot geen initiatief wordt getoond om zelf aan informatie te komen over woningbranden. Het is dus belangrijk om als brandweer actief op te treden. Om de meeste winst te behalen is het verstandig om in te zetten op het verhogen van de rookmelderdichtheid, het vegen van de schoorsteen voor het stookseizoen, omgang met elektronica en het bewust maken van de risico s die men loopt. Omdat voorgaande onderwerpen in meer of mindere mate voor de gehele populatie gelden zal het voorlichten van de hele populatie het meest voor de hand liggen. Een manier om dit te doen is het volgende: Voor de voorlichting van de algehele bevolking van Peize kunnen voorlichtingen georganiseerd worden op momenten waarop men op een natuurlijke manier bijeenkomt. Dit kan goed plaatsvinden in clubhuizen van sport/recreatie verenigingen. Op zo n moment bereikt men relatief veel mensen in één keer. De voorlichting kan geopend worden door een gewaardeerd/vooraanstaand persoon van de vereniging en kan daarna uitgevoerd worden door een lid van de plaatselijke brandweer. Tijdens de voorlichting kan ingegaan worden op het belang van rookmelders, zowel voor jezelf als voor anderen, en de correcte plaatsing van de rookmelders. Voorgaande voorlichtingtactiek geldt ook voor het verhogen van het schoorsteen vegen voor het stookseizoen. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een moment vlak voor de winterstop van sportverenigingen en op basisscholen in het kader van bijvoorbeeld Sinterklaas. Op voorgaande manier van voorlichting slaat men meerdere vliegen in een klap. Er wordt gebruik gemaakt van Frandsen s genoemde positive peer pressure door het gebruik van een vooraanstaand persoon van de vereniging. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het informatie verstrekken door een bekend persoon van de gemeenschap (de plaatselijke brandweerman/vrouw). Hierdoor wordt ook gebruik gemaakt van Jakes menselijk vermogen van de gemeenschap. En er wordt ingespeeld op het voorkomen van schade en leed aan zichzelf en aan anderen van de gemeenschap, wat in club/verenigingverband een extra sterk effect kan krijgen. Voordelen: Relatief groot bereik per voorlichting; Lage kosten door inzet vrijwilligers en op vrijwillige basis organiseren van bijeenkomsten; Hogere verwachting van verbondenheid en acceptatie van de voorlichting door inzet van leden van de gemeenschap. Nadelen: Afhankelijk van de goodwill van de verenigingen om de voorlichting mogelijk te maken; Deze vorm is deels passief en actief, de bevolking moet nog wel de wil hebben om te blijven of naar de voorlichting toe te komen. 2- Geef huis aan huis voorlichting naar het voorbeeld van brandweer Amersfoort De rookmelderdichtheid ligt nog onder het gewenste niveau in Peize. Om dit te verhogen is het mogelijk dat gewone voorlichting niet afdoende is, mede omdat er geen initiatief genomen wordt vanuit de burger. Brandweer Amersfoort voert nu enige tijd huis aan huis voorlichting uit bij risicogroepen waarbij zij ook een gratis rookmelder installeren. Deze vorm van voorlichting heeft voor succes gezorgd en is het aanraden waard om ook elders te gebruiken. 35

36 Voorlichting en het ophangen van rookmelders aan huis bij specifieke doelgroepen geeft een sterk positief effect aan kosten/schade verlaging door woningbranden zo stelt COT en SEO Economisch Onderzoek (2010). Bij deze voorlichting wordt aan de hand van een checklist nagegaan hoe brandveilig de woning is en wordt aangeboden een gratis rookmelder te installeren. Daarnaast wordt advies gegeven over het brandveiliger maken van de woning. Door huis aan huis voorlichting is er meer grip op het verhogen van de rookmelderdichtheid omdat een gratis rookmelder (op de juiste plek) kan worden geïnstalleerd. Bij deze aanpak kan men er gelijk voor kiezen om zich eerst te richten op de vrijstaande en eengezinswoningen in rij gezien deze de laagste rookmelder en maatregelendichtheid hebben. Voor deze manier van voorlichten kan gebruik gemaakt worden van het Handboek Veilig Wonen. Voordelen: Beproefde en onderzochte methode om de rookmelderdichtheid te verhogen. Wijk of risicogroep gebonden aanpak. Nadelen: Arbeidsintensief en tijdrovend. Hogere kosten, waarna op de lange termijn deze worden goedgemaakt OUDEREN Advies 1 richt zich met name op de actieve bevolking. Mensen die regelmatig buitenshuis actief zijn, bij verenigingen ingeschreven staan en kinderen op school hebben worden hierdoor bereikt. In dit onderzoek is geconstateerd dat ouderen een risicogroep zijn. Voor ouderen en dan met name niet actieve ouderen, is het goed mogelijk dat voorgaande voorlichtingen niet voldoende zijn. Hierdoor is voor deze groep extra aandacht besteed aan maatwerk. Daarnaast is in dit onderzoek meerdere keren geconstateerd dat ouderen minder brandveiligheidsbewust zijn dan de andere klassen. Kennis over hoe snel een brand zich kan uitbreiden, het vegen van de schoorsteen en het nemen van maatregelen zoals rookmelders zullen speerpunten moeten zijn bij deze groep mensen. Hieronder zijn enkele tips geformuleerd voor voorlichting aan ouderen. 3- Hanteer een actieve strategie van voorlichting Ouderen staan vaak reactief tegenover problemen. Ouderen anticiperen erg weinig op mogelijke problemen, zoals woningbrand. Men gaat pas informatie zoeken als er zich bepaalde problemen hebben voorgedaan (van Oorschot & Bouwman, 1987). Daarnaast hebben ouderen vaak moeite met het vinden van informatie. Hierdoor is het verstandig om bij de ouderen thuis langs te komen. De weg naar informatie is zo het kortst. In dit onderzoek is naar voren gekomen dat een groot deel van de ouderen niet weet of zij genoeg informatie hebben over woningbranden. Dit kan als reden worden aangegrepen om deze groep in die informatiebehoefte te voorzien. 4- Gebruik de plaatselijke brandweer, ervaringsdeskundigen en/of incidenten Ouderen geven de voorkeur aan voorlichting van mensen die al eens het probleem hebben meegemaakt (van Oorschot & Bouwman, 1987). Om deze reden is het wellicht verstandig om gebruik te maken van buren of andere bekende mensen uit de omgeving die een brand hebben meegemaakt. Zij kunnen uit eerste hand vertellen hoe belangrijk bepaalde maatregelen zijn. Een feitenrelaas over kansen en ernst van woningbranden zal niet afdoende zijn. Als verhalen uit de omgeving gebruikt kunnen worden met naam en toenaam is het goed mogelijk dat dit een versterkend effect heeft. Daarnaast geeft een brandweerman/vrouw een extra dimensie aan het gesprek doordat hij als deskundige wordt gezien. 36

37 5- Houdt rekening met een lager opleidingsniveau, teruglopende hersenfunctie en beperkingen Gemiddeld genomen is het opleidingsniveau van ouderen lager dan van de jongere leeftijden, dit is ook te zien in de resultaten van dit onderzoek. Hierdoor is het nodig om nog beter te letten op het taalgebruik tijdens voorlichting (mondeling en schriftelijk). Tijdens de voorbereiding van teksten kan gebruik gemaakt worden van het Helder Haags Woordenboek. Hier kan men toetsen of het voorgestelde taalgebruik voldoende begrijpelijk is voor minder geletterden. Omdat ouderen vaak minder goed kunnen horen is het ook belangrijk rustig en duidelijk te praten (van der Burgt, Dettingmeijer, & van Mechelen, 2008). Ouderen zijn vaak minder mobiel, alleen het afgeven van een gratis rookmelder met instructies zal niet voldoende zijn. Bij ouderen is het verstandig om de rookmelder zelf te installeren. Ouderen kunnen attent worden gemaakt op de service van het rookmelderteam van de Brandwondenstichting. Zij installeren gratis een rookmelder in huis. Ook na het installeren zal er periodiek gecontroleerd moeten worden of de rookmelders nog werken, ouderen zullen vaak ook niet de rookmelder kunnen onderhouden. 6- Betrek de mantelzorgers Omdat individuele voorlichting niet altijd haalbaar is (zeker niet periodiek) moet gedacht worden aan het inzetten van de mantelzorgers om de voorlichting uit te voeren, kracht bij te zetten en rookmelders te installeren en onderhouden. Het informeren van mantelzorgers heeft als voordeel dat zij bekend zijn met de oudere, regelmatig langskomen en vatbaarder zijn voor reguliere voorlichting. Door tijdens reguliere voorlichting aan de actieve bevolking ook te benadrukken dat hun ouderen ook aandacht vereisen op brandpreventie wordt indirect voorlichting gegeven aan ouderen. 4.3 ADVIES VERVOLGMETING In dit stuk wordt puntsgewijs kort aangestipt waar de onderzoeker verbeter/veranderpunten ziet voor het vervolgonderzoek of nieuwe 0-metingen. De vragenlijst zoals die in dit onderzoek gehanteerd is, is op hoofdlijnen bruikbaar gebleken om het brandveiligheidsbewustzijn te meten. Voor vervolgonderzoek of nieuw onderzoek zijn wel enkele verbeterpunten ontdekt om de vragenlijst effectiever te laten zijn: Vraag 6 is de vraag waarmee de rookmelderdichtheid wordt bepaald. Let er op dat in vraag 4 en 5 nog mensen zijn die aangeven wel een rookmelder te hebben maar dat deze uiteindelijk niet werkt of niet is opgehangen. Deze cijfers moeten aangepast worden als men bij vraag 6 uiteindelijk toch toegeeft geen werkende en geïnstalleerde rookmelder te hebben. Vraag 8 (het scenario van een beginnende woningbrand) is zwak. Er zijn vrij weinig opties en het scenario wordt nog wel eens anders geïnterpreteerd. Deze vraag zou moeten vervangen worden door een beter scenario. Vraag 11 (kans inschatten op een woningbrand) is waarschijnlijk te moeilijk voor de meeste mensen. Bij de mini-pilot gaf men dit ook al aan. Een vervanging voor de vraag is helaas niet gevonden. Deze vraag zou eventueel verwijderd kunnen worden. Bij de vragen 11 tot en met 14 hebben een aantal mensen het idee alsof zij het precies moeten weten. Sommige hebben het juiste antwoord ook opgezocht op internet. Bij een volgend onderzoek moet nog duidelijker naar voren komen dat het geen toets is en dat het om een schatting gaat. Bij vraag 18 moet men de brandweer een cijfer geven van 1 t/m 10. Hier staat niet vermeldt dat 10 het hoogste/beste cijfer is. Dit heeft bij een aantal mensen geleid tot een verkeerde becijfering. Zij gaven de brandweer bijvoorbeeld een 2 maar gaven later aan dat zij het liefst van de brandweer informatie ontvingen. Dit geeft tegenstrijdige informatie. De slotvragen (persoonskenmerken) heeft bij een aantal mensen vragen opgeworpen over de reden waarom men dit moet weten. Ook heeft een deel de vragen niet ingevuld, waarschijnlijk mensen met 37

38 dezelfde vragen. Bij volgend onderzoek is het verstandig om voorafgaand aan de vragen aan te geven waarom wij deze gegevens nodig hebben. Dit zal bij veel mensen waarschijnlijk begrip opbrengen. Vraag 3 (vindt u dat u genoeg informatie heeft) heeft nu vrijwel geen toepassing. Deze kan verwijderd worden. Voor nieuw onderzoek zouden ook de volgende punten in overweging gebracht kunnen worden: Bij een nieuwe 0-meting is het handig om vragen 1 en 2 (risicovol gedrag) te herzien. Kies bijvoorbeeld vier belangrijke oorzaken van brand en stel voor alle vier de onderwerpen twee of drie vragen. Omdat er nu zeer kleine categorieën binnen gedrag zijn gemaakt is het later makkelijker om uitspraken te doen. Cronbach s alpha kan dan ook hierbij worden toegepast. Nu zijn de vragen te diffuus om te generaliseren. Bij een nieuwe 0-meting zou het verstandig zijn om de steekproef niet helemaal aselect te laten plaatsvinden. Nu zijn huurders sterk ondervertegenwoordigd. Dit is per toeval zo gebeurd. In het vervolg is een gestratificeerde steekproef een betere optie. Door met de verhouding huurders/kopers vooraf rekening te houden kan men later over beide groepen conclusies trekken. 38

39 5- REFLECTIE Door middel van een goed plan van aanpak en de juiste intenties is getracht een zo goed mogelijk onderzoek uit te voeren die zowel voldoet aan de verwachtingen van de klant als aan de verwachtingen van Saxion voor een afstudeerscriptie. Maar, net zoals bij andere onderzoeken, verliep ook dit onderzoek niet helemaal zonder slag of stoot en zijn er achter af altijd zaken die men de volgende keer anders zou doen. In dit hoofdstuk wil ik kort reflecteren op een aantal onderwerpen van het onderzoek. De steekproeftrekking Voor de steekproeftrekking verwachtte ik een respons van 25%. Door een aankondigingbrief, een verloting van rookmelders en het geluk dat de brandweerpost in Peize een hot-item is, is die verwachting ruim waargemaakt. De adresgegevens waren afkomstig van de gemeente Noordenveld. Op dit vlak zijn wel enkele zaken fout gegaan. Zo was eerst een lijst met 100 dubbele adressen aangeleverd en bleek later, nadat de brieven al verzonden waren, dat een aantal brieven ook naar kinderen onder de 18 was verstuurd. De les die hieruit getrokken kan worden is dat nog helderdere communicatie en een grondige persoonlijke controle van zulke gegevens noodzakelijk is. Ondanks deze fouten is de steekproeftrekking naar mijn idee een groot succes geworden. De vragenlijst Voor de ontwikkeling van de vragenlijst is literatuuronderzoek verricht naar het correct ontwikkelen van de vragenlijst en is onderzocht wat de meest voorkomende oorzaken van woningbranden zijn. Daarnaast hebben de experts van brandweer Assen hun mening een aantal keer kunnen geven en is er een kleine pilot gehouden. Door de combinatie van een degelijk proces van ontwikkeling, expertraadpleging en de pilot denk ik dat de vragenlijst voldoende betrouwbaar en valide is. Toch is er achteraf iets aan op te merken. De vijf variabelen van brandveiligheidsbewustzijn worden gerepresenteerd door een aantal vragen in de vragenlijst. De meeste variabelen worden gemeten door meerdere vragen in de vragenlijst, deels ter controle en deels omdat één vraag niet het hele begrip kan invullen. Het onderwerp verantwoordelijkheidsgevoel wordt door slechts één vraag vertegenwoordigd. Achteraf gezien was het beter geweest om hier nog één of twee controlevragen aan toe te voegen om de betrouwbaarheid te vergroten. Daarnaast is ontdekt dat een aanzienlijk deel van de respondenten de vraag om de kans in te schatten op een woningbrand niet goed kunnen inschatten of begrijpen. Met name de lager opgeleiden hebben her en der aangeven dat zij niet wisten wat ze met de vraag moesten. De vraag is waarschijnlijk te abstract. Deze vraag zou in het vervolg verwijderd kunnen worden. Ook heeft een deel van de respondenten niet de slotvragen ingevuld of had men de vraag waarom men dit moest invullen. Voor een volgend onderzoek met dergelijke vragen is het verstandig om uitleg te geven waarom deze gegevens nodig zijn. Door het begrip wat je daarmee kweekt verwacht ik dat een groter deel hun gegevens wel achterlaat. Daarnaast vind ik vraag 8, een woningbrand scenario, zwak. Hoewel wel geprobeerd is deze vraag zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen ben ik niet volledig overtuigd van de kwaliteit. Dit had wellicht een openvraag of een vraag met meer antwoordmogelijkheden moeten worden. Nog meer overleg met brandweerlieden had de kwaliteit van de vraag kunnen aanvullen. De maatstaven De maatstaven die voor elke vraag en/of onderdeel zijn opgesteld zijn de maatstaven die door de opdrachtgever zijn aangegeven. Hiervoor heeft één gesprek plaatsgevonden met het hoofd Risicobeheersing. Hoewel dit op zich geen probleem is, het is immers de wens van de opdrachtgever, komt achteraf de gedachte dat de maatstaven nu door één persoon zijn vastgesteld. Hiervoor had ik beter een vergadering kunnen organiseren met de projectgroep Peize zodat in overleg met de hele groep de maatstaven vastgesteld worden. 39

40 De codering Tijdens de analyse is ontdekt dat de codering alles behalve efficiënt was. De codering in SPSS was zoals die op de vragenlijst was. Voor de analyse was het handiger geweest om in het softwareprogramma al in de codering rekening te houden met analysetechnieken. Het samenvoegen van wenselijke en ongewenste antwoorden op vragen en dezelfde codes voor wenselijke en ongewenste antwoorden had uren werk gescheeld. Tijdens de codering dient dus vooraf veel beter nagedacht te worden over wat men eigenlijk wil met de gegevens. Betrouwbaarheid en validiteit Om een zo betrouwbaar mogelijke vragenlijst te ontwikkelen is er een kleine proef gehouden waarbij de respondenten konden aangeven hoe zij een vraag interpreteren en of de volgorde van vragen en onderwerpen duidelijk en logisch waren. Hierdoor kon de onderzoeker ervoor zorgen dat zo veel mogelijk mensen de vraag op de juiste manier interpreteren. Om de betrouwbaarheid van de hele steekproef te waarborgen is een voldoende hoeveelheid aan respondenten bereikt (313 in dit geval). Om te waarborgen dat er zo veel mogelijk gemeten wordt wat er gemeten moet worden, is veel aandacht besteed aan de variabelen. Hierbij is er per variabele stil gestaan bij wat er bedoeld wordt en wat gemeten moet worden. Daarna zijn enkele vragen geformuleerd. Deze werden dan weer gecontroleerd door enkele deskundigen op het gebied waarna mogelijk een herziene vraag werd geformuleerd. Dit proces heeft zich enkele malen herhaald. Om de analyse en conclusies zo valide mogelijk uit te voeren is gekozen om een aantal statistische toetsen toe te passen. Zo is de Chi-kwadraattoets gebruikt om te verifiëren of verschillen tussen klassen significant waren. Ook is de Spearman s rho toegepast wanneer verwacht werd dat tussen twee variabelen een verband is. En om vast te stellen of de vragen over informatiebekendheid één schaal mogen vormen is de Cronbach s alpha berekend. Generaliseerbaarheid De resultaten van dit onderzoek zullen ten opzichte van de kleine dorpen in het noorden van Drenthe niet heel veel afwijken. Verdere generaliseerbaarheid houdt hier waarschijnlijk op. De populatiekenmerken zoals leeftijdsverdeling en opleidingsniveau komen voor de dorpen binnen de gemeente Noordenveld vaak goed overeen met de steekproef. Voor Drenthe is er al enige afwijking te bespeuren, met name de hogere leeftijden zijn verschillend. Uitgaande van het vorige zou generalisatie voor meer dan de kleine dorpen in het noorden van Drenthe te ver gaan. Toepasbaarheid instrument Over het algemeen zal de vragenlijst overal in Nederland van toepassing kunnen zijn. De sectie informatie zou aangepast kunnen worden met campagnes, informatiebronnen en beeldmerken van de betreffende regio. Daarnaast kan voor stedelijke gebieden gekozen worden om de vragen over het stoken van de openhaard en het vegen van de schoorsteen te verwijderen en meer toepasbare vragen toe te voegen. Ook kan bij de slotvragen een vraag worden opgenomen waaruit de culturele achtergrond duidelijk wordt. Hierdoor wordt het voor stedelijke gebieden makkelijker om risicogroepen vast te stellen. Uiteindelijk kan er ook gekozen worden om in gebieden waar het aantal allochtonen zeer hoog is de vragenlijst in een andere taal aan te bieden. 40

41 BIBLIOGRAFIE Bergsma, A., & van Petersen, K. (2004). Psychologie van A tot Z, ruim 4000 begrippen op alle terreinen van de psychologie. Utrecht: Spectrum. Boneschansker, E., van Leer, R., & Matijsen, E. (2012). Leven in Noordenveld. Assen: STAMM CMO. COT en SEO Economisch Onderzoek. (2010). Inversteren in brandveiligheid, Maatschappelijke kostenbatenanalyse woningbrand. Amsterdam: Ministerie Veiligheid en Justitie. Duyvis, M., Groenewegen - ter Morsche, K., Mertens, C., van Rossum, W., & Wolfs, L. (2012). Fatale woningbranden Arnhem: Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid NIFV. Enders, J. (2000). Measuring Community Awareness and Preparedness of Emergencies in Victoria. Melbourne: Australian Bureau of Statistics. Frandsen, M. (2012). Promoting Community Bushfire Preparedness: Bridging the Theory Practice Divide. Hobart: University of Tasmania. Giesen, D., Meertens, V., Vis-Visschers, R., & Beukenhorst, D. (2010). Vragenlijstontwikkeling. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. Jakes, P. J. (2002). Homeowners, Communities, and Wildfire: Science Findings from the National Fire Plan. Bloomington, Indiana: North Central Research Station USDA Forest Service. Kleine, R. (2006). Veiligheidsbewustzijn als competentie. Zwolle. Kobes, M., Groenewegen - Ter Morsche, K., & Duyvis, M. (2009). Consumer fire safety: European statistics and potential fire safety measures. Arnhem: Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid NIBRA. Rhodes, A. (2003). Understanding Community Preparedness and Response to Wildfire Risk. CFA, 1-2. Right Marktonderzoek. (2013). Randvoorwaarden bij onderzoek. Opgeroepen op februari 12, 2013, van Right Marktonderzoek: van der Burgt, M., Dettingmeijer, M., & van Mechelen, E. (2008). Preventie en voorlichting, assisteren in de gezondheidssector. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. van Oorschot, W., & Bouwman, H. (1987). Ouderen en informatie, massacommunicatie. Verhoeven, N. (2008). Wat is onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger onderwijs. Middelburg: Boom onderwijs. 41

42 BIJLAGE 1- OORZAKEN WONINGBRANDEN Het CBS publiceert elk jaar het rapport Brandweerstatistiek. Uit dit onderzoek heeft de onderzoeker beeld kunnen krijgen van oorzaken van binnenbranden in Nederland in het jaar Dit omvat zowel woningbranden als ander soortige panden. In het taartdiagram hieronder is te zien wat de meest voorkomende oorzaken zijn geweest van binnenbranden in Overgenomen van: Brandweer statistiek 2011, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS, 2012) In een ranglijst ziet dit er als volgt uit: 1-Defect/verkeerd gebruik apparaat/product 2-Brandstichting 3-Broei/zelfverhitting 4-Brandgevaarlijke werkzaamheden (productie) 5-Roken In een onderzoek uit 2009 van het NIFV (Kobes, Groenewegen - Ter Morsche, & Duyvis, 2009) heeft men onder andere de oorzaken onderzocht van woningbranden in Nederland, de rest van Europa, de VS en Australië. Hieronder is een tabel te zien met de oorzaken van woningbranden in percentage naar hun aandeel van alle woningbranden per land. Overgenomen van: Consumer fire safety: European statistics and potential fire safety measures, Kobes, M. en Groenewegen-Ter Morsche, K. Als bovenstaande uitkomsten gerangschikt worden krijgt men het volgende overzicht: 1-Elektrische apparatuur 2-Anders 3-Brandstichting 4-Roken 42

43 Bij elektrische apparatuur gaat het vaak om wasmachines, wasdrogers en tv s. Bij drogers ligt de oorzaak vaak in het niet op tijd reinigen/legen van het filter en oververhitting. Als we naar tv s kijken dan ontstaan brandjes vaak door oververhitting en het langdurig aan laten staan. Als er naar het thema koken wordt gekeken gaat dit vaak om vlam in pan. Ook kaarsen veroorzaken nog wel eens branden. Dit komt door fout gebruik en het laten branden van de kaarsen als men het huis verlaat. In een onderzoek van het NIFV over fatale woningbranden in 2011 in Nederland is gekeken naar de oorzaken van woningbranden met een fatale afloop. In dit onderzoek kwam naar voren dat roken de belangrijkste oorzak was van fatale woningbranden. Daarna volgden kortsluiting, koken en een defect of ongeluk met de verwarming. Verwarming omvat de cv-ketel. Kortsluiting vond vaak plaats in de elektrische bedrading van de woning. Bij branden tijdens het koken ging het altijd om vlam in de pan (Duyvis, Groenewegen - ter Morsche, Mertens, van Rossum, & Wolfs, 2012). Hieronder is de verdeling te zien in een taartdiagram. Dit zorgt voor een ranglijst die er als volgt uitziet: 1-roken 2-kortsluiting 3-koken 4-kachel 5-onbekend 6-kaarsen Top 4 samengesteld Als de informatie uit voorgaande bronnen wordt samengevat en de meest belangrijkste oorzaken worden bekeken, resulteert dit in de volgende top vier van meest voorkomende oorzaken van woningbranden in Nederland in de afgelopen jaren: 1. Kortsluiting/oververhitting/verkeerd gebruik elektrische apparatuur (wasmachine/droger, tv) 2. Roken 3. Koken 4. Kaarsen Tijdens de ontwikkeling van de vragen t.b.v. het onderzoek zullen deze vier oorzaken/thema s bevraagd moeten worden. 43

OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID

OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID Gemeente Alkmaar afdeling Onderzoek en Statistiek februari 2006 auteur: Monique van Diest afdeling Onderzoek en Statistiek gemeente Alkmaar

Nadere informatie

De eerste stapjes: Social media: bewustwording. Rob Baardse, april 2012 tot 21 november 2013

De eerste stapjes: Social media: bewustwording. Rob Baardse, april 2012 tot 21 november 2013 De eerste stapjes: Social media: bewustwording gedrag Rob Baardse, april 2012 tot 21 november 2013 Samenvatting oktober 2013: hoe kan dit? 1 voorbeeld uit de campagne 2013 1-177.437 Effect: 110.903 - >

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Naamsbekendheidonderzoek

Hoofdstuk 5 Naamsbekendheidonderzoek Hoofdstuk 5 5.1 Inleiding Achtergrond en doel van het onderzoek Bonnema Weert wenst inzicht te verkrijgen in haar naamsbekendheid. Bonnema Weert wil in het bijzonder antwoord krijgen op de volgende onderzoeksvragen:

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online

Nadere informatie

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9 Woord vooraf Het Basisboek Methoden en Technieken biedt je een handleiding voor het opzetten en uitvoeren van empirisch kwantitatief onderzoek. Je stelt door waarneming vast wat zich in de werkelijkheid

Nadere informatie

Brandveilig Leven - pilot aandachtswijken. Resultaten van een veldonderzoek naar de effectiviteit van voorlichting aan huis

Brandveilig Leven - pilot aandachtswijken. Resultaten van een veldonderzoek naar de effectiviteit van voorlichting aan huis Brandveilig Leven - pilot aandachtswijken Resultaten van een veldonderzoek naar de effectiviteit van voorlichting aan huis Nieuwe focus brandweer Hoe kunnen we brand voorkomen? Brandveilig Leven Verschillende

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

tudievragen voor het vak TCO-2B

tudievragen voor het vak TCO-2B S tudievragen voor het vak TCO-2B 1 Wat is fundamenteel/theoretisch onderzoek? 2 Geef een voorbeeld uit de krant van fundamenteel/theoretisch onderzoek. 3 Wat is het doel van fundamenteel/theoretisch onderzoek?

Nadere informatie

StudentenBureau Stagemonitor

StudentenBureau Stagemonitor StudentenBureau Stagemonitor Rapportage Mei 2011 1 SAMENVATTING... 3 ERVARINGEN... 3 INLEIDING... 4 ONDERZOEKSMETHODE... 5 RESPONDENTEN... 5 PROCEDURE... 5 METING... 5 DEEL I ANALYSE... 6 1. STAGE EN ZOEKGEDRAG...

Nadere informatie

Inbraakpreventie in Westfriesland

Inbraakpreventie in Westfriesland Inbraakpreventie in Westfriesland uitkomsten van een peiling onder inwoners Westfriese gemeenten Juni 2014 Belangrijkste uitkomsten Risico-perceptie De zes gemeenten die deel uit maken van het politiedistrict

Nadere informatie

Data en trendanalyse Brandveilig Leven. Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012

Data en trendanalyse Brandveilig Leven. Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012 Data en trendanalyse Brandveilig Leven Woningbranden en woningcheck s brandveiligheid 2010 t/m 2012 Afdeling: Onderzoek & Analyse Team Brandveilig Leven Auteur: Lucie Berning Opdrachtgever: A.P. de Graaf,

Nadere informatie

Hiv en stigmatisering in Nederland

Hiv en stigmatisering in Nederland Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Political & Social Samenvatting Hiv en stigmatisering in Nederland

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Woningcontrole brandveiligheid

Woningcontrole brandveiligheid Woningcontrole brandveiligheid De woningcontrole brandveiligheid (Home-Safety-Check) werd door de brandweer ontwikkeld om bewoners bewust te maken van de gevaren van brand en de preventieve maatregelen

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest

Nadere informatie

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012 Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 0/0 Stichting Personeelspensioenfonds Cordares (PPF) Astrid Currie, communicatieadviseur Maart 0 versie.0 Pagina versie.0 Inleiding Op initiatief

Nadere informatie

Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie

Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie Zou het niet heerlijk zijn als: veranderingen soepeler verlopen, medewerkers er minder weerstand tegen hebben, projecten eerder klaar zijn en

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

Burgerparticipatie in de openbare ruimte. Juni, 2014

Burgerparticipatie in de openbare ruimte. Juni, 2014 Burgerparticipatie in de openbare ruimte Juni, 2014 Uitgave : Team Kennis en Verkenning Naam : M. Hofland Telefoonnummer : 0570-693317 Mail : m.hofland@deventer.nl 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Kader

Nadere informatie

Hiv op de werkvloer 2011

Hiv op de werkvloer 2011 Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Political & Social Samenvatting Hiv op de werkvloer 20 Natascha

Nadere informatie

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen TIPS VOOR ENQUÊTES 1. Opstellen van de enquête 1.1 Bepalen van het doel van de enquête Voor je een enquête opstelt denk je eerst na over wat je wil weten en waarom. Vermijd een te ruime omschrijving van

Nadere informatie

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005)

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) Inleiding De manier waarop data georganiseerd, gecodeerd en gescoord (getallen toekennen aan observaties) worden en welke technieken daarvoor nodig zijn, dient in het ideale

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Vaststellen van het effect van voorlichting over brand bij basisschoolleerlingen en hun ouders

Vaststellen van het effect van voorlichting over brand bij basisschoolleerlingen en hun ouders Vaststellen van het effect van voorlichting over brand bij basisschoolleerlingen en hun ouders Resultaten van een veldonderzoek naar twee voorlichtingsmethoden In opdracht van de NVBR Den Haag, maart 2012

Nadere informatie

Slachtoffers van woninginbraak

Slachtoffers van woninginbraak 1 Slachtoffers van woninginbraak Fact sheet juli 2015 Woninginbraak behoort tot High Impact Crime, wat wil zeggen dat het een grote impact heeft en slachtoffers persoonlijk raakt. In de regio Amsterdam-Amstelland

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Marktonderzoek en kwaliteitsmeting nova uitzendbureau 2003-2004

Marktonderzoek en kwaliteitsmeting nova uitzendbureau 2003-2004 Marktonderzoek en kwaliteitsmeting nova uitzendbureau 2003-2004 1 Inleiding 1.1 Achtergrond en doelstellingen nova heeft de afgelopen jaren haar dienstenpakket steeds verder uitgebreid. Het was nu tijd

Nadere informatie

Afvalenquête gemeente Elburg en gemeente Oldebroek Analyse van de gegevens

Afvalenquête gemeente Elburg en gemeente Oldebroek Analyse van de gegevens Afvalenquête gemeente Elburg en gemeente Oldebroek Analyse van de gegevens April 2016 Gemeente Elburg Gemeente Oldebroek Inhoudsopgave Deel 1. Inleiding 3 Deel 2. Motivatie afval scheiden 4 Deel 3. Afval

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit Onderzoektechnische verantwoording Opinieonderzoek Solidariteit Project 18917 / mei 2013 Een onderzoek in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, te Den Haag. AUTEURSRECHT MARKETRESPONSE

Nadere informatie

5.0 Voorkennis. Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram:

5.0 Voorkennis. Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram: 5.0 Voorkennis Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram: De lengte van de staven komt overeen met de hoeveelheid; De staven staan meestal los van

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage mei - juni 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding en verantwoording...3

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

28-10-2015. Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden.

28-10-2015. Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden. Docent: Marcel Gelsing Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden. Ga naar: www.gelsing.info Kies voor de map Eindopdrachten Download: Integrale eindopdracht Fase 1.pdf Les 1: fase 1 en 2

Nadere informatie

Wie waakt als je slaapt? Rookmelders laten je niet stikken!

Wie waakt als je slaapt? Rookmelders laten je niet stikken! Wie waakt als je slaapt? Rookmelders laten je niet stikken! 1 Brand! Je moet er niet aan denken dat je op een nacht wakker schrikt omdat er brand is. De paniek die dan uitbreekt. Hoe breng je jezelf, je

Nadere informatie

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Afdeling: Maatschappelijke ontwikkeling Auteur : Nick Elshof Datum: 25-09-2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Samenvatting... 4 Verantwoording en achtergrond...

Nadere informatie

Resultaat Windmolenenquête Wakker Emmen

Resultaat Windmolenenquête Wakker Emmen Resultaat Windmolenenquête Wakker Emmen Datum: 22 mei 2013 Plaats: Emmen 1. Inleiding Wakker Emmen vindt het belangrijk dat de mening van de burger wordt gehoord. Er is al een geruime tijd discussie binnen

Nadere informatie

Agendapunt: 6.2/17042013 Documentor.: RV12.0825 Raad d.d. I. Aan de gemeenteraad. Roden, 10 april 2013. Bask*

Agendapunt: 6.2/17042013 Documentor.: RV12.0825 Raad d.d. I. Aan de gemeenteraad. Roden, 10 april 2013. Bask* Aan de gemeenteraad Roden, 10 april 2013 G E M E E N T E t N O O R D E N V E L D Agendapunt: 6.2/17042013 Documentor.: RV12.0825 Raad d.d. I Bask* Onderwerp Experiment "Met de post Peize naar de brandweer

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Website Performance Rapport 2013: E-COMMERCE

Website Performance Rapport 2013: E-COMMERCE Website Performance Rapport 2013: E-COMMERCE E-commerce sites behoren als categorie tot de sites met de slechtste performance, ondanks het feit dat beschikbaarheid en performance rechtstreeks impact hebben

Nadere informatie

Voorlichting. in het kader van Brandveilig Leven. Brand is geen grap: http://www.youtube.com/watch?v=l9cqrfehspy

Voorlichting. in het kader van Brandveilig Leven. Brand is geen grap: http://www.youtube.com/watch?v=l9cqrfehspy Voorlichting in het kader van Brandveilig Leven Brand is geen grap: http://www.youtube.com/watch?v=l9cqrfehspy Programma I. De brandweer II. III. IV. Brandveilig Leven De praktijk: het woningbezoek 1.

Nadere informatie

Ouders/ vertegenwoordigers raadpleging Sector Specialistisch

Ouders/ vertegenwoordigers raadpleging Sector Specialistisch Ouders/ vertegenwoordigers raadpleging Sector Specialistisch Hoofdrapportage Meting oktober 2013 Uw consultant Onno de Wildt E: onno.de.wildt@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave

Nadere informatie

De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport

De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport Samenvatting Onderzoeksvraag en methodebeschrijving Uit de situatieanalyses is naar voren gekomen dat er een verandering plaats vindt in het leefgedrag

Nadere informatie

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Hoe maak ik een jeugdenquête Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wanneer een enquête 4 Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een enquête 5 Hoofdstuk 3 Plan van aanpak

Nadere informatie

Handreiking 'Geen Nood Bij Brand'!

Handreiking 'Geen Nood Bij Brand'! Handreiking 'Geen Nood Bij Brand'! Een positieve verschuiving op attitude, risicoperceptie en bewustwording van brandveiligheid binnen de zorginstelling Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Geen Nood Bij Brand!

Nadere informatie

Zorgbarometer 7: Flexwerkers

Zorgbarometer 7: Flexwerkers Zorgbarometer 7: Flexwerkers Onderzoek naar de positie van flexwerkers in de zorg Uitgevoerd door D. Langeveld, MSc Den Dolder, mei 2012 Pagina 2 Het auteursrecht op dit rapport berust bij ADV Market Research

Nadere informatie

De vraag van studenten naar huisvesting

De vraag van studenten naar huisvesting Vastgoedmarkten De vraag van studenten naar huisvesting Groep 7 Fariez Alyan Arjen Kalkhoven Mina Karami Maikel Lankreijer Danny van Sas Mirte Tuinenberg Specialisatie/Minor Real Estate & Makelaardij 2011-2012

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Naasten op de IC bedoeld? De CQI Naasten op de IC is bedoeld is bedoeld om de kwaliteit van de begeleiding en opvang van

Nadere informatie

Rapportage Dagbesteding en Vervoer. www.triqs.nl

Rapportage Dagbesteding en Vervoer. www.triqs.nl Rapportage Dagbesteding en Vervoer Versie 1.0.0 Juli 2012 Drs. J.J. Laninga DBV2.0 www.triqs.nl VOORWOORD Met genoegen bieden wij u hierbij de rapportage aan over de uitgevoerde meting. Deze rapportage

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011)

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Inhoudsopgave Verslag 2-4 Grafieken 5-10 Samenvatting resultaten 11-16 Bijlage - Vragenlijst 17+18 Cohesie Cure and Care Hagerhofweg 2 5912 PN

Nadere informatie

Functioneel beheer in Nederland

Functioneel beheer in Nederland Functioneel beheer in Nederland Achtergrond Op initiatief van Marjet Smits (ad Matres), Martijn Buurman (Functioneel-beheerder.com) en Günther Nijmeijer (inmezzo) is eind 2012 de eerste verkiezing voor

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI JGZ bedoeld? De CQI Jeugdgezondheidzorg (CQI JGZ) is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond de jeugdgezondheidzorg te meten vanuit het perspectief

Nadere informatie

Datum publicatie: 22 oktober 2014. De ervaring van de cliënt Een onderzoek naar de klanttevredenheid onder de cliënten van InnZorg

Datum publicatie: 22 oktober 2014. De ervaring van de cliënt Een onderzoek naar de klanttevredenheid onder de cliënten van InnZorg Datum publicatie: oktober 1 Auteur: Remko Boonstra Een onderzoek naar de klanttevredenheid onder de cliënten van InnZorg Voorwoord Voor u ligt het onderzoeksrapport van het onderzoek naar de klanttevredenheid

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006 Resultaten eindmeting, januari 2006 O&S Nijmegen januari 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen de

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Zwaantina van der Veen / Dymphna Meijneken / Marieke Boekenoogen Stad met een hart Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik Charles Picavet, Linda van der Leest en Cecile Wijsen Rutgers Nisso Groep, mei 2008 Achtergrond Hoewel er veel verschillende anticonceptiemethoden

Nadere informatie

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap.

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Master thesis onderzoek van Mandy Ziel, Merel van der Mark & Chrisje Seijkens. Universiteit

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

Community Safety aanpak & ontwikkelingen

Community Safety aanpak & ontwikkelingen Community Safety aanpak & ontwikkelingen Bijeenkomst Brandveiligheid voor en door de burger 7 mei 2011 Community Safety aanpak & ontwikkelingen Belang van Community Safety Ontwikkelingen in Nederland Aanpak

Nadere informatie

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP Onderzoeksartikel 5 juni 2014 De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP M.R.L. Nass; onderzoekstudent Farmakunde Abstract Doelstelling: Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van

Nadere informatie

ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND. Attitude van de Nederlander in kaart gebracht. Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie

ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND. Attitude van de Nederlander in kaart gebracht. Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie ELEKTRICITEITSBRONNEN IN NEDERLAND Attitude van de Nederlander in kaart gebracht Onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie COLOFON Uitgevoerd in opdracht van: Nederlandse Wind Energie

Nadere informatie

Gebruik mobiele apparaten

Gebruik mobiele apparaten Rapport onderzoek Gebruik mobiele apparaten creative studio 1. Voorwoord Wij, Pascal Usmany en Britt Vreeswijk zijn beide werkzaam in de communicatie. Pascal is eigenaar van Drop Alive Creative Studio

Nadere informatie

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60)

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Auteurs: T. Batink, G. Jansen & H.R.A. De Mey. 1. Introductie De Flexibiliteits Index Test (FIT-60) is een zelfrapportage-vragenlijst

Nadere informatie

Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland

Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland In april 2013 heeft TNS NIPO in opdracht van Thuiswinkel.org een herhalingsonderzoek uitgevoerd naar

Nadere informatie

Rapport WPV Normatief

Rapport WPV Normatief Rapport WPV Normatief Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur van Organisatie Datum 18/12/2014 Inleiding Vooraf Dit rapport is een hulpmiddel om tot zelfinzicht te komen. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren

Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren Stichting toetsing verzekeraars Datum: 8 februari 2016 Projectnummer: 2015522 Auteur: Marit Koelman Inhoud 1 Achtergrond onderzoek 3 2

Nadere informatie

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014

OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014 OBS A.M.G. Schmidt 7 februari 2014 Managementrapportage Scholengemeenschap Veluwezoom wil periodiek meten hoe de tevredenheid is onder haar belangrijkste doelgroepen: leerlingen, ouders, leerkrachten en

Nadere informatie

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte De ontwikkeling van de ehealth-koffer Naam : Seline Kok en Marijke Kuipers School : Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opleiding : HBO-Verpleegkunde voltijd

Nadere informatie

Tevredenheid WWB-klanten 2013. Dienst SoZaWe NW Fryslân

Tevredenheid WWB-klanten 2013. Dienst SoZaWe NW Fryslân Tevredenheid WWB-klanten 2013 Dienst SoZaWe NW Fryslân COLOFON Samenstelling Andrew Britt Annelieke van den Heuvel Naomi Meys Vormgeving binnenwerk SGBO Benchmarking Druk SGBO Benchmarking Maart 2014 SGBO

Nadere informatie

Deelrapportage "Apotheken door Cliënten Bekeken" Vorige en huidige meting Apotheek Den Hoorn

Deelrapportage Apotheken door Cliënten Bekeken Vorige en huidige meting Apotheek Den Hoorn Deelrapportage "Apotheken door Cliënten Bekeken" Vorige en huidige meting Apotheek Den Hoorn E Inhoud 1. Inleiding en methode 1 1.1. Achtergrond 1 1.2. Doel van het kwaliteitstraject: meten en verbeteren

Nadere informatie

feedback Flexibel en online Robuust 360º Werkboek Robuus Hartelijk dank voor het gebruiken van Robuust 360º Haal het maximale uit 360º

feedback Flexibel en online Robuust 360º Werkboek Robuus Hartelijk dank voor het gebruiken van Robuust 360º Haal het maximale uit 360º Robuus Robuust 360º Werkboek e Haal het maximale uit Hartelijk dank voor het gebruiken van Robuust 360º 360º feedback is een krachtig instrument, maar dient op de juiste wijze gebruikt te worden. Lees

Nadere informatie

Samenvatting. BS Het Veenpluis/ Zevenhuizen. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS Het Veenpluis

Samenvatting. BS Het Veenpluis/ Zevenhuizen. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS Het Veenpluis Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS Het Veenpluis Enige tijd geleden heeft onze school BS Het Veenpluis deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland hebben in totaal 225988

Nadere informatie

Duurzaam in de buurt. Over groene stroom en investeren. Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008. Bureau Onderzoek Gemeente Groningen

Duurzaam in de buurt. Over groene stroom en investeren. Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008. Bureau Onderzoek Gemeente Groningen Duurzaam in de buurt Over groene stroom en investeren Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008 Bureau Onderzoek Gemeente Groningen Bureau Onderzoek is ondergebracht bij de dienst Sozawe van de Gemeente

Nadere informatie

Eenzaamheid in relatie tot digitale communicatie

Eenzaamheid in relatie tot digitale communicatie Eenzaamheid in relatie tot digitale communicatie Index 1. Samenvatting p. 3 2. Doelstellingen en opzet onderzoek p. 6 3. Gebruik communicatiemiddelen p. 9 4. Perceptie digitale communicatie en eenzaamheid

Nadere informatie

BS De Horizon/ Grashoek Samenvatting Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Horizon Ouders vinden 'Begeleiding' op school het belangrijkst

BS De Horizon/ Grashoek Samenvatting Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Horizon Ouders vinden 'Begeleiding' op school het belangrijkst Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Horizon Enige tijd geleden heeft onze school BS De Horizon deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland hebben in totaal 213469 ouders

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

Afvalenquête gemeente Elburg en gemeente Oldebroek Analyse van de gegevens

Afvalenquête gemeente Elburg en gemeente Oldebroek Analyse van de gegevens BIJLAGE 2, nr. 248011 Afvalenquête gemeente Elburg en gemeente Oldebroek Analyse van de gegevens April 2016 Gemeente Elburg Gemeente Oldebroek Inhoudsopgave Deel 1. Inleiding 3 Deel 2. Motivatie afval

Nadere informatie

Afstudeeronderzoek over het perspectief van de burger op het verrichten van vrijwilligerswerk

Afstudeeronderzoek over het perspectief van de burger op het verrichten van vrijwilligerswerk Afstudeeronderzoek over het perspectief van de burger op het verrichten van vrijwilligerswerk EEN BEELD VAN HET TYPE VRIJWILLIGER EN HET TYPE NIET-VRIJWILLIGER De centrale vraag in het onderzoek Hebben

Nadere informatie

DESSA. Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties. HTS Report. Otto Peterszoon ID Datum Leerkrachtversie

DESSA. Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties. HTS Report. Otto Peterszoon ID Datum Leerkrachtversie DESSA Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties HTS Report ID 256-4 Datum 07.10.2014 Leerkrachtversie Informant: Neeltje Smit Leerkracht DESSA Interpretatie 3 / 20 INTERPRETATIE De DESSA biedt informatie

Nadere informatie

Brandveilig leven Omnibusonderzoek 2011

Brandveilig leven Omnibusonderzoek 2011 Omnibusonderzoek 2011 Onderzoekskader Omnibusonderzoeken 2011 Opdrachtgever Brandweer en rampenbestrijding (Marry Borst) Uitvoering Gemeente Alkmaar, Concerncontrol, Team Onderzoek en Statistiek (Aad Baltus)

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen

Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Tevredenheidsonderzoek onder mensen met een manisch depressieve stoornis en hun betrokkenen Patiënt redelijk tevreden, maar snelheid en betrokkenheid bij behandeling kan beter Index 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode

Nadere informatie

Onderzoek Houten Jongeren en Wonen

Onderzoek Houten Jongeren en Wonen Onderzoek Houten Jongeren en Wonen Juni 2007 www.adv-mr.com Utrechtseweg 101, 3702 AB Zeist Inhoud Inleiding Vanuit woonstichting Viveste en de gemeente Houten is een behoefte aan onderzoek naar de woonwensen

Nadere informatie