Een vooropgezet meesterplan of een onopzettelijk succesverhaal?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een vooropgezet meesterplan of een onopzettelijk succesverhaal?"

Transcriptie

1 Een vooropgezet meesterplan of een onopzettelijk succesverhaal? Over de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid en de totstandkoming van de Wet positie en toezicht advocatuur Sjoerd Lopik

2 2 / 66

3 Een vooropgezet meesterplan of een onopzettelijk succesverhaal? Over de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid en de totstandkoming van de Wet positie en toezicht advocatuur Sjoerd Lopik december 2014 Universiteit Utrecht Master Strafrecht Scriptie prof. dr. mr. P.T.C. van Kampen (begeleider) dr. mr. P. Jacobs (tweede lezer) woorden (exclusief voetnoten) Voorzijde ontworpen door Robbert Lopik 3 / 66

4 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 6 Probleemstelling en belangenafweging... 6 Onderwerpkeuze en invalshoek... 8 Hoofdstukindeling Achtergrond van de onafhankelijkheid en de geheimhoudingsplicht van de advocaat... 9 Introductie... 9 De achtergrond van de onafhankelijkheid van de advocaat... 9 Het belang van de onafhankelijkheid van de advocaat De verwevenheid tussen onafhankelijkheid en geheimhouding De achtergrond van de geheimhoudingsplicht van de advocaat Het belang van de geheimhouding van de advocaat De strafrechtadvocaat als de geheimhouder bij uitstek Afsluitende beschouwingen Juridisch kader omtrent onafhankelijkheid en verschoningsrecht Introductie Onafhankelijkheid van de advocaat in het Nederlands recht Onafhankelijkheid van de advocaat in het volkenrecht Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht van de advocaat in het Nederlands recht Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht van de advocaat in het volkenrecht Afsluitende beschouwingen Toezicht op de advocatuur voor de Wet positie en toezicht advocatuur Introductie De Nederlandse Orde van Advocaten Verordeningen en gedragsregels Tuchtrecht Toezicht door de deken Geschillencommissie Advocatuur Afsluitende beschouwingen Verschillende voorstellen voor Wet positie en toezicht advocatuur Introductie Tendensen Oorspronkelijke wetsvoorstel en eerste nota van wijziging Tweede nota van wijziging Derde nota van wijziging Vierde nota van wijziging Vijfde nota van wijziging Afronding wetgevingstraject Afsluitende beschouwingen Meningen met betrekking tot de verschillende varianten van het wetsvoorstel Zienswijzen met betrekking tot het bestaande advocatentoezicht / 66

5 Zienswijzen met betrekking tot de eerste twee versies van het voorstel voor de Wet positie en toezicht advocatuur Zienswijzen met betrekking tot tweede en derde nota van wijziging Zienswijzen met betrekking tot vierde nota van wijziging Afsluitende beschouwingen Conclusie Introductie De dreiging van inbreuken De meerwaarde van de voorgestelde wetgeving De wenselijkheid van de wetsvoorstellen Een meesterplan of een onopzettelijk succesverhaal? Gebruikte afkortingen Geraadpleegde bronnen / 66

6 1 Inleiding "Mit wem sollte ich denn verkehren, wenn nicht mit Leuten meines Faches?" fügte der Advokat hinzu. Es klang so unwiderleglich, daß K. gar nicht antwortete.»sie arbeiten doch bei dem Gericht im Justizpalast, und nicht bei dem auf dem Dachboden«, hatte er sagen wollen, konnte sich aber nicht überwinden, es wirklich zu sagen. "Sie müssen doch bedenken", fuhr der Advokat fort, in einem Tone, als erkläre er etwas Selbstverständliches überflüssigerweise und nebenbei,»sie müssen doch bedenken, daß ich aus einem solchen Verkehr auch große Vorteile für meine Klientel ziehe, und zwar in vielfacher Hinsicht, man darf nicht einmal immer davon reden. Natürlich bin ich jetzt infolge meiner Krankheit ein wenig behindert, aber ich bekomme trotzdem Besuch von guten Freunden vom Gericht und erfahre doch einiges. 1 "Es gehört ja alles zum Gericht. Das habe ich noch nicht bemerkt", sagte K Als zelfs zijn advocaat tot de hem vervolgende overheid lijkt te behoren, sterft bij Jozef K. het laatste vertrouwen op een eerlijke afloop van zijn strafproces. In Het proces toont Kafka op deze manier het grote belang aan van een onafhankelijke advocaat gedurende een strafrechtelijke vervolging. Deze onafhankelijkheid en het daarmee samenhangende verschoningsrecht waren volgens vele juridische auteurs in het geding door eerdere varianten van het voorstel voor de Wet positie en toezicht advocatuur. 3 Door anderen werd dit verzet daarentegen als krampachtig omschreven. 4 Vóór de Wet positie en toezicht advocatuur werd het advocatentoezicht uitgevoerd door de beroepsgroep zelf. Staatssecretaris Teeven trachtte hierin verandering aan te brengen. De tweede en derde nota van wijziging van de Wet positie en toezicht advocatuur beoogden namelijk een college voor advocatentoezicht in het leven te roepen, waarop door de uitvoerende staatsmacht een significante invloed kon worden uitgeoefend. Inmiddels is een recentere nota van wijziging aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer, die minder ingrijpende wetswijzigingen teweegbrengt. Door middel van zijn wetsvoorstellen streefde de staatssecretaris naar een advocatentoezicht dat de kwaliteit van de advocatuur zou verbeteren, en dat strafbaar gedrag van advocaten zou tegengaan. De wet zal op 1 januari 2015 in werking treden. Probleemstelling en belangenafweging 1.2 In discussies omtrent de wetsvoorstellen van Teeven waren grofweg twee kampen te onderscheiden. Door de staatssecretaris en zijn medestanders werd gesteld dat de overheid proactief behoort te zorgen voor een goedwerkend advocatenambt. Daarnaast waren voorstanders van Teevens tweede en derde nota van wijziging van mening dat crimineel gedrag onder advocaten intensiever moest worden bestreden. Tegenstanders van de tweede en derde nota van wijziging beriepen zich op twee van de kernwaarden van de advocatuur, te weten onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Volgens deze kernwaarden hoort de advocatuur zonder staatinmenging te functioneren en moet een advocaat de mogelijkheid worden geboden om geheimhouding te betrachten. Zie hier het dilemma dat, kortgezegd, telkens speelde: enerzijds wil de overheid het advocatenambt verbeteren en crimineel gedrag onder advocaten bestrijden, terwijl de overheid zich anderzijds terughoudend behoort op te stellen jegens de advocatuur en geen inzage hoort te hebben in individuele cliëntendossiers. In deze masterscriptie wordt bezien of dit dilemma in de verschillende wetsvoorstellen op wenselijke wijze werd beslecht. 1.3 De conclusie van deze masterscriptie zal dus draaien om een belangenafweging tussen enerzijds de mogelijke inbreuk op de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van de advocatuur en anderzijds de effecten die van de wetsvoorstellen kunnen worden verwacht op het gebied 1 Kafka 1925, hfdst Idem, hfdst Zie bijvoorbeeld Leliveld Giesen & Coenraad 2012, para / 66

7 van kwaliteitsverbetering van het advocatenambt en bestrijding van crimineel gedrag onder advocaten. Als sprake is van wetsvoorstellen die het advocatenambt significant verbeteren en criminaliteitsbestrijding bewerkstelligen, terwijl de inbreuken op de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid minimaal zijn, dan moeten de voorstellen als wenselijk worden bestempeld. Indien echter door de wetsvoorstellen een inbreuk wordt gemaakt op de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid, terwijl de wetsvoorstellen geen significant doel dienen, zal worden geconcludeerd dat onaanvaardbare inbreuken worden gemaakt. Ook als de positieve effecten van een wetsvoorstel kunnen worden bereikt met minder ingrijpende middelen, is, gezien het subsidiariteitsbeginsel, sprake van een onwenselijk wetsvoorstel. 1.4 Dat een dergelijke belangenafweging wordt gemaakt door de staatssecretaris blijkt al uit zijn stelling dat met de tweede nota van wijziging werd beoogd een juiste balans te bereiken tussen enerzijds de afstand die de rijksoverheid heeft in te nemen ten opzichte van de advocatuur en anderzijds de verantwoordelijkheid van diezelfde overheid voor een goede regulering van (het toezicht op) die beroepsgroep. 5 Voorts stelde Teeven dat sprake is van behoud van de onafhankelijkheid van de advocatuur. 6 Ook aan het vermogen tot geheimhouding van de advocaat werd volgens de staatssecretaris geen schade toegebracht. 7 Volgens voormalig landelijk deken van de Nederlandse Orde van Advocaten Loorbach leidde de desbetreffende versie van het wetsvoorstel echter tot een sterke aantasting van die onafhankelijkheid. 8 Onder andere bijzonder hoogleraar advocatuur Böhler stelde dat de effectiviteit van het verschoningsrecht van de Nederlandse advocaat door het wetsvoorstel gevaar liep. 9 Daarnaast stelde Loorbach dat het nut en de noodzaak van het wetsvoorstel niet zijn aangetoond. 10 Kortom, over beide kanten van de in dit werk beoogde belangenafweging namelijk, enerzijds de te verwachten effecten van het wetsvoorstel en anderzijds de inbreuken die het wetsvoorstel zou maken op de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid bestaat onenigheid. 1.5 Om tot een conclusie te komen moet eerst worden onderzocht of daadwerkelijk een inbreuk wordt gemaakt op de onafhankelijkheid van de advocatuur of op het vermogen tot geheimhouding van de advocaat. Het is daarbij essentieel om te weten welk belang wordt gediend met die onafhankelijkheid en geheimhouding. Tevens zal worden onderzocht hoe deze onafhankelijkheid en geheimhouding zijn verankerd in het (volken)recht. 11 De doorwerking 12 en voorrang van internationale bepalingen 13 zouden immers kunnen zorgen dat het wetsvoorstel geen toepassing kan vinden. Ook kunnen volkenrechtelijke visies een inzicht geven in de positie die de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van de advocatuur innemen in een rechtsstatelijk bestel. Naast een onderzoek naar de onafhankelijkheid en het verschoningsrecht van de advocatuur, moet ten behoeve van de belangenafweging worden onderzocht of het wetsvoorstel daadwerkelijk een belang dient. Voor het laatste wordt gekeken naar de memorie 5 Kamerstukken II 2012/13, , nr. 14, p Ibidem. 7 Idem, p Loorbach 2011, p Böhler 2012, p Loorbach 2011, p Artikel 24 van de UN Basic Principles on the Role of Lawyers stelt bijvoorbeeld: Lawyers shall be entitled to form and join self-governing professional associations to represent their interests, promote their continuing education and training and protect their professional integrity. 12 Artikel 93 Grondwet. 13 Artikel 94 Grondwet. 7 / 66

8 van toelichting bij de wetsvoorstellen en een scala aan commentaren met betrekking tot de wetsvoorstellen van Teeven en de huidige kwaliteit van het advocatentoezicht. Onderwerpkeuze en invalshoek 1.6 In dit onderzoek worden eerst de rechtsfilofische kaders van de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid uiteengezet. De verschillende wetsvoorstellen worden vervolgens binnen deze kaders geplaatst. Derhalve kan door middel van dit onderzoek een duidelijk beeld worden geschetst van de praktische uitwerking van theoretische advocatuurlijke kernwaarden. 1.7 Het onderwerp spreekt mij voornamelijk om een tweetal redenen aan. Allereerst ziet het onderwerp op één van de pijlers van de rechtsstaat, te weten de toegang tot onafhankelijke rechtshulp. Wetskeuzes omtrent de positie van de staat in het advocatentoezicht raken daarom telkens aan de basale vrijheden van eenieder. Ten tweede houd ik mij graag enige tijd bezig met (twee van) de uitgangspunten van een ambt waartoe ik graag zou behoren. 1.8 Het wetsvoorstel aangaande toezicht op de advocatuur ziet niet slechts toe op de strafrechtsadvocatuur. Echter, daar deze scriptie wordt geschreven in het kader van een strafrechtopleiding, kies ik waar mogelijk voor een strafrechtelijke invalshoek. Voorts lijkt deze invalshoek geschikt, omdat het bestrijden van crimineel gedrag onder advocaten een doel van het wetsvoorstel is. Criminaliteitsbestrijding is immers een doel dat valt binnen de sferen van het strafrecht. Hoofdstukindeling 1.9 Om tot een conclusie te komen, worden de hoofdstukken van deze scriptie als volgt vormgegeven. Allereerst bevat deze scriptie een uiteenzetting van de filosofische grondslagen van de onafhankelijkheid van de advocatuur en van het vermogen tot geheimhouding van de advocaat: waar ligt de oorsprong van het idee in bijvoorbeeld de rechtsfilosofie en de rechtsstaatgedachte (hoofdstuk 2)? Tevens wordt het juridisch kader van de onafhankelijke advocatuur en de geheimhouding onderzocht, waarbij wordt gekeken naar het Nederlands recht en naar internationale mensenrechtenverdragen (hoofdstuk 3). Vervolgens komt het huidige stelsel van toezicht op advocaten aan bod (hoofdstuk 4), gevolgd door een uiteenzetting van de verschillende varianten van het voorstel voor de Wet positie en toezicht advocatuur (hoofdstuk 5). Na deze uiteenzetting zullen de meningen die reeds over de wetsvoorstellen zijn geventileerd worden gepresenteerd (hoofdstuk 6), zodat ten slotte een conclusie kan worden getrokken betreffende de wenselijkheid van de verschillende wetsvoorstellen en de aanvaardbaarheid van inbreuken op de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid (hoofdstuk 7). 8 / 66

9 2 Achtergrond van de onafhankelijkheid en de geheimhoudingsplicht van de advocaat "The rule of law will not prevail without assuring the law's principle actors judges and practicing lawyers and also legal academics a very high measure of independence of mind and action." 14 "Het openbaar belang, dat de waarheid omtrent het telaste gelegde zal worden opgespoord, moet [...] wijken voor de som der bijzondere belangen te zamen ook weder een openbaar belang vormend welke voor ieder medebrengen, dat hij zich zonder vrees voor openbaring zijner geheimen tot dan door hem gekozen vertrouwensmannen wenden kunne." 15 Introductie 2.1 Onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid behoren tot de kernwaarden die door de advocatuur in acht dienen te worden genomen, aldus onder meer de Commissie Advocatuur. 16 Ook volgens de Verklaring van Perugia van de Council of Bars and Law Societies of Europe behoren onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid tot de kern van de advocatuur. 17 Het vellen van een oordeel over een mogelijke inbreuk op de onafhankelijkheid en geheimhoudingsplicht van de advocaat zoals het doel is van het onderhavige onderzoek is onmogelijk zonder te definiëren wat deze twee kernwaarden behelzen. Om die reden wordt in dit hoofdstuk achtereenvolgens stilgestaan bij de achtergrond (para ) en het belang (para ) van de onafhankelijkheid van de advocaat, en bij de achtergrond (para ) en het belang (para ) van het vermogen tot geheimhouding van diezelfde beroepsgroep. Het Nederlands en volkenrechtelijk juridisch kader omtrent de onafhankelijkheid en de geheimhoudingsplicht komt in dit hoofdstuk niet aan bod; dit gebeurt in hoofdstuk 3. De achtergrond van de onafhankelijkheid van de advocaat 2.2 De onafhankelijkheid van de advocaat behoort niet slechts te gelden tegenover de staatsmacht. Jegens alle partijen die direct, zoals wederpartijen, of indirect, zoals de media, bij een rechtszaak betrokken zijn, behoort de advocaat zich onafhankelijk op te kunnen stellen. Ook tegenover zijn cliënt behoort de advocaat zijn onafhankelijkheid te bewaken. 18 Nu de relatie tussen overheid en advocatuur in deze scriptie centraal staat, ligt de nadruk in de volgende paragrafen op de onafhankelijkheid in die relatie. 2.3 De oudste gekende rede over de onafhankelijkheid van de advocatuur stamt uit Eén van de drie advocaten-generaal van het Parijse parlement, Henri François d'aguesseau, sprak van een principe de indépendance. 19 Al in de zeventiende eeuw droegen Parijse advocaten een gewaad als teken van hun onafhankelijkheid. 20 De eerste burgemeester van het revolutionaire Parijs, Jean Sylvain Bailly, stelde dan ook: "Schrijvers en advocaten waren onder het Ancien Régime, 21 de vrijste mensen. De heersende machten konden nooit de mond sluiten van een moedige advocaat." De onafhankelijkheid van de advocatuur is inmiddels niet meer weg te denken uit moderne westerse juridische stelsels. Dit kan al worden geconcludeerd op basis van grondgeschriften 14 Kirby 2005, p Blok & Besier 1925, p Wijmen Artikel 4 jo. artikel 5 Verdrag van Perugia. 18 Bauw, Böhler & Westerveld 2013, p Theeuwes 2006, p Ibidem. 21 Term die wordt gehanteerd ter aanduiding van de regeringsvorm in het prerevolutionaire Frankrijk. 22 Henssen 1998, p / 66

10 van verschillende advocatenorganisaties. De Charter of the Core Principles of the European Legal Profession and Code of Conduct for the Legal Profession van de Council of Bars and Law Societies of Europe noemt onafhankelijkheid als eerste kernwaarde van de advocatuur. 23 Deze onafhankelijkheid behoort, volgens de Charter of the Core Principles of the European Legal Profession and Code of Conduct for the Legal Profession van de Council of Bars and Law Societies of Europe, absoluut te zijn. 24 In de gedragsregels opgesteld binnen de Nederlandse Orde van Advocaten wordt geformuleerd dat een advocaat te allen tijde moet zijn bedacht op de situatie dat hij niet meer de vrijheid en de onafhankelijkheid bezit om deugdelijk te adviseren en te representeren. 25 Van de beroepsgroep wordt dus verwacht dat zij de voorwaarden veiligstelt om haar onafhankelijkheid te waarborgen. 26 Ook de Amerikaanse bar-organisaties betogen dat een independent legal profession essentieel is om een rechtsstaat te bewerkstelligen. 27 Naast advocatenorganisaties spreken ook andere partijen met grote overtuiging over de advocatuurlijke onafhankelijkheid. Zo stelde het Canadese Hooggerechtshof: The independence of the Bar from the state in all its pervasive manifestations is one of the hallmarks of a free society. 28 Het belang van de onafhankelijkheid van de advocaat 2.5 Drie rechtvaardigingsgronden kunnen worden onderscheiden ter verdediging van de onafhankelijkheid van de advocaat tegenover de staatsmacht, te weten een rechtsstatelijke grond (para ), een grond ten faveure van de goede rechtsbedeling (para. 2.9) en een grond op basis van de praktische taak van de advocaat (para. 2.10). 2.6 Een onafhankelijke advocatuur is een condicio sine qua non voor een goed functionerende rechtsstaat. 29 Een rechtsstaat is een staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het recht; door deze machtsregulering wordt een excessieve overheidsmacht vermeden. In het bewerkstelligen van een rechtsstaat speelt de advocaat een belangrijke rol. Hij beschikt namelijk over de juridische kennis die het mogelijk maakt om de regulering van de staatsmacht te controleren. Tevens wordt de advocaat in een rechtsstaat de mogelijkheid geboden om toe te zien op die staatsmacht. Door zijn positie en kennis kan de advocaat voor cliënten opkomen, ook in gevallen waarin die cliënt een geschil heeft met de overheid. Zodoende speelt de onafhankelijke advocaat een centrale rol bij het beschermen van mensenrechten en andere rechten. Hij fungeert als beschermer tegen willekeur en excessief machtsgebruik door de overheid en andere krachtige partijen. Oftewel: de advocaat zorgt ervoor dat "overheden en rechters niet zomaar hun gang kunnen gaan". 30 Slechts op onafhankelijke wijze kan de advocaat die functie vervullen. 31 Hij kan immers niet daadwerkelijk toezien op en oordelen over het functioneren van de overheid, indien hij in de uitoefening van zijn ambt is onderworpen aan diezelfde overheid. 23 Preambule Charter of the Core Principles of the European Legal Profession and Code of Conduct for the Legal Profession van de Council of Bars and Law Societies of Europe. 24 Artikel Charter of the Core Principles of the European Legal Profession and Code of Conduct for the Legal Profession van de Council of Bars and Law Societies of Europe. 25 Toelichting bij Regel 2 lid 1 Gedragsregels Theeuwes 2006, p Green 2013, p Zie ook preambules 11 & 12 van de Model Rules of Professional Conduct van de American Bar Association. 28 Supreme Court of Canada 2 S.C.R. 307 at (Jabour). 29 Böhler 2012, p Spong 2004, p Ibidem. 10 / 66

11 2.7 Voorts is de onafhankelijkheid van de advocatuur van belang in het licht van de toegang tot het recht van eenieder, hetgeen een onmiskenbaar onderdeel van de rechtsstaat is. 32 Indien een overheid een oordeel kan vellen over het aannemen van zaken door advocaten, dan kan een overheid personen uitsluiten van toegang tot de rechter. Een negatief voorbeeld van dit principe laat zich zien gedurende de Tweede Wereldoorlog. Advocaten die "Arisch genoeg" waren, mochten vanuit overheidswege gedurende de bezetting geen joodse cliënten bijstaan In het rechtsstatelijke uitgangspunt ligt het verschil tussen advocaten en beroepsgroepen als accountants en artsen. Laatstgenoemde beroepsgroepen zijn onderworpen aan staatstoezicht, hetgeen als zodanig weinig tot geen discussie teweegbrengt. Staatstoezicht op de advocatuur is echter problematisch, omdat de advocaat vaak optreedt tegen de staat. Van alle rechtszaken die in 2010 voor een rechter kwamen, had in de helft van de gevallen een burger een orgaan van de staat tegenover zich. Daarbij gaat het niet slechts om strafzaken, maar ook om zaken over bijvoorbeeld bestuursrechtelijke kwesties en asiel- en vreemdelingenzaken. 34 In dergelijke zaken moet een burger ervan kunnen uitgaan dat zijn advocaat enkel het belang van die burger voor ogen heeft en houdt. 2.9 Ten tweede behoort de advocatuur onafhankelijk te zijn, daar dit gunstig is voor een goede rechtsbedeling. Het strafproces bestaat kortgezegd uit drie juridisch-praktiserende partijen. De staat, in de vorm van een onafhankelijke rechter, beslist over het geschil, het Openbaar Ministerie komt op voor het algemeen belang en de advocaat komt op voor privébelangen. Enkel indien deze drie pijlers van het strafproces hun taken onafhankelijk kunnen uitoefenen, kan men komen tot een goede rechtsbedeling. 35 Het strafproces kent in een rechtsstaat immers een dialectische aard: du choc des opinions jaillit la vérité Een derde grond voor de onafhankelijkheid van de advocatuur kan worden gevonden in de praktische taak van de advocaat, te weten zijn rol als partijdige procespartij. Een advocaat kan een cliënt alleen goed bijstaan als hij uitsluitend rekening dient te houden met de belangen van de cliënt, zonder dat daarbij andere belangen in acht moeten worden genomen. De belangrijkste Nederlandse gedragsregels voor advocaten stellen dan ook dat het verdedigen van tegenstrijdige belangen te allen tijde door de advocaat moet worden voorkomen. 37 Partijdigheid, een andere kernwaarde van de advocatuur, is ondenkbaar zonder onafhankelijkheid. 38 De verwevenheid tussen onafhankelijkheid en geheimhouding 2.11 De advocatuurlijke onafhankelijkheid is dus nauw verweven met de partijdigheid van de advocaat. Ook de geheimhoudingsplicht en het bijbehorende verschoningsrecht staan in een nauw verband met de onafhankelijkheid. Hoe kan een advocaat immers onafhankelijk van de staatsmacht voor zijn cliënt procederen, indien diezelfde staatsmacht de advocaat kan dwingen te spreken over hetgeen de advocaat in vertrouwen is medegedeeld? 32 Zie bijvoorbeeld Corstens 2014, p Bannier 2010, p Böhler 2012, p Theeuwes 2006, p Zie ook Kirby 2005, p Mout 1987, p Regel 7 Gedragsregels Bannier 2010, p / 66

12 De achtergrond van de geheimhoudingsplicht van de advocaat 2.12 De vertrouwelijkheid vormt een belangrijk onderdeel van het contact tussen cliënt en advocaat. Eén van de eerste mededelingen die een advocaat aan zijn cliënt doet, is dan ook veelal een verwijzing naar zijn geheimhoudingsplicht. 39 De geheimhoudingsplicht van de advocaat werkt kortgezegd in beginsel als volgt: een rechtssubject zoekt juridische hulpverlening bij een advocaat; de communicatie tussen advocaat en het rechtssubject heeft betrekking op de inhoud van dat verzoek; de gedeelde informatie wordt op vertrouwelijke wijze overgebracht; de advocaat mag niet over deze informatie spreken, tenzij hij hiervoor toestemming krijgt van zijn cliënt. 40 Zelf in een laatstgenoemd geval, waarin een advocaat van zijn cliënt toestemming krijgt om te spreken, behoort de advocaat nog altijd een belangenafweging te maken, alvorens hij de geheimhouding doorbreekt Deze geheimhoudingsplicht van de advocaat zou een wassen neus zijn, indien deze vanuit overheidswege gemakkelijk kon worden omzeild door de advocaat te verplichten onder ede te spreken. Om die wassen neus te voorkomen, kent de advocaat in een rechtsstaat een verschoningsrecht. Het verschoningsrecht is het recht van de advocaat om, ook indien de wet in beginsel verplicht te spreken, te zwijgen over hetgeen onder zijn geheimhoudingsplicht valt. De grondslag van dit verschoningsrecht moet worden gezocht in het algemene rechtsbeginsel dat behelst dat bij vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte bekend wordt, ondergeschikt is aan het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden. 42 Over het juridisch kader omtrent het verschoningsrecht wordt gesproken in hoofdstuk "The guiding premise of the entire system is that maintaining the integrity of rights-guarding procedures is more important than obtaining convictions or enforcing the substantive law against its violators", 43 zo luidt de rechtvaardiging voor het advocatuurlijke verschoningsrecht tegenwoordig. De grondslag van de geheimhouding en de verschoning in de advocatuur is door de eeuwen heen echter aan verandering onderhevig geweest. Vanaf het Romeinse recht kende het verschoningsrecht drie bases. Allereerst werd een testimonium domesticum een verklaring met betrekking tot familie en andere kennissen, zoals cliënten überhaupt ongeloofwaardig geacht in een rechtszaal. Liefde, vriendschap en andere banden tussen personen zouden in de weg staan van een waarheidsgetrouwe verklaring. Als een advocaat dus over een van zijn cliënten zou spreken, dan werd geen tot weinig waarde gehecht aan deze getuigenis. Voorts achtte men het belang van waarheidsvinding ondergeschikt aan het belang van trouw. Oftewel, het belang dat de waarheid in de rechtbank aan het licht kwam werd als ondergeschikt gezien aan de trouw die men tegenover zijn naasten en dus ook advocaten tegenover hun cliënten behoorde te betrachten. 44 Ten derde werd verondersteld dat de advocaat een persoonlijke eed had afgelegd die zijn eer beschermde. Door zijn geheimhouding te doorbreken zou de advocaat zijn status als gentleman op het spel zetten. 45 Het verschoningsrecht beschermde gedurende een lange periode dus grotendeels het belang van de advocaat. In het midden van de achttiende eeuw kwam hierin verandering: over het 39 Klink & Pearce 2011, p Cohn 2003, p HR 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066, r.o HR 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066 (Notaris Maas II), r.o Gordon 1988, p Radin 1928, p Cohn 2003, p / 66

13 verschoningsrecht werd niet langer voornamelijk gedacht als een recht ten behoeve van de advocaat, maar van de cliënt Dat de advocaat een geheimhoudingsplicht behoort te hebben, is een mening die tegenwoordig in de rechtsfilosofie weinig controverse zal oproepen: schrijvers zijn vrijwel unaniem van mening dat de advocaat een verschoningsrecht moet toekomen. 47 In de Amerikaanse juridische literatuur uit de wordt de geheimhoudingsplicht bijvoorbeeld aangeduid als cornerstone of the legal system. 48 Volgens Mols moet het verschoningsrecht van de klassieke vier de arts, notaris, advocaat en geestelijke zelfs worden aangenomen als gewoonterecht Deze afwezigheid van discussie heeft niet altijd bestaan, zo blijkt uit oudere literatuur waarin de geheimhoudingsplicht als onwenselijk wordt aangemerkt. De Britse (rechts)filosoof Bentham stelde bijvoorbeeld dat het schrappen van de geheimhoudingsplicht ervoor zou zorgen dat schuldigen hun advocaten minder zouden vertellen, hetgeen de procespositie van de schuldige zou verzwakken. Deze zwakkere procespositie voor schuldigen zou volgens hem leiden tot een grotere waarschijnlijkheid van bestraffing van schuldigen. 50 Na Bentham heeft nog een enkele rechtswetenschapper getracht het advocatenverschoningsrecht te bevechten, maar veel weerklank werd telkens niet gevonden. 51 Tegenwoordig bestaan nog wel discussies over de invulling van het recht op een verschoningsgerechtigde advocaat. Dergelijke discussies ontstonden bijvoorbeeld toen gevangenen van de Amerikaanse Guantanamo Bay-gevangenis het recht op vertrouwelijke communicatie met een advocaat werd ontzegd. 52 Ook toen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst toegaf dat advocaten van het Amsterdamse advocatenkantoor Prakken d Oliveira waren afgeluisterd, ontstond een debat over de advocatuurlijke vertrouwelijkheid. 53 Daarnaast is in de juridische literatuur opgemerkt dat het verschoningsrecht van de advocaat op maatschappelijke impopulariteit kan rekenen. 54 Het belang van de geheimhouding van de advocaat 2.17 In de moderne juridische literatuur worden verschillende grondslagen aangedragen om het belang van vertrouwelijke communicatie met de advocaat aan te tonen. Zij kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën. Ten eerste wordt de vertrouwelijkheid gebruikt om de lacune tussen de juridische kennis van de overheid en het rechtssubject te dichten (para. 2.18). Daarnaast kan het recht van de verdachte om zichzelf niet te incrimineren slechts bestaan indien zijn advocaat een verschoningsrecht kent (para. 2.19). Het belang van het verschoningsrecht van de advocaat betekent overigens niet dat geen rechtvaardigingsgronden bestaan om de geheimhoudingsplicht te doorbreken, zoals naar voren zal komen in para Idem, p Verburg 1975, p Frapasella 1991, p Mols 2003, p Bentham 1843, para Zie bijvoorbeeld Bruyn 1982, p Zie bijvoorbeeld Cohn 2003 en Popp Voogt Radin 1928, p Schmidt auf Altenstadt 2003, p / 66

14 2.18 De complexiteit van het recht creëert voor niet-juristen de noodzaak om te worden bijgestaan gedurende een juridische procedure. 56 Alleen op die manier ontstaat een procedurele gelijkheid tussen overheid en burger, en kan een eerlijk proces worden bewerkstelligd. Indien de overheid meer kennis van het recht zou hebben dan het rechtssubject, kan immers nooit een eerlijk proces ontstaan. De advocaat is juridisch specialist en in die hoedanigheid kan hij vaak beter beoordelen of informatie relevant is voor de zaak dan de cliënt. Daarom moet de cliënt alles aan zijn advocaat kunnen vertellen. 57 De advocaat kan op die manier de tot hem gekomen informatie sorteren en juridisch duiden, zoals ook kan worden gedaan door de overheidsinstantie die de verdachte beschuldigt. Op die manier kan een strafproces met een equality of arms tussen partijen ontstaan. Hierbij dient te worden opgemerkt dat indien een cliënt niet overtuigd is van de vertrouwelijkheid van de correspondentie met zijn advocaat, hij minder geneigd is om informatie met zijn advocaat te delen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt namelijk dat 52,5 procent van de niet-juristen minder informatie met zijn advocaat zou delen, als diezelfde advocaat geen vertrouwelijkheid van de betreffende informatie kan garanderen Voorts vind het moderne verschoningsrecht zijn rechtvaardiging in het recht van de verdachte om zichzelf niet te incrimineren. Een verdachte in het strafproces kan niet worden gedwongen een belastende verklaring betreffende zijn eigen persoon af te leggen, zo luidt een beginsel van het rechtsstatelijke strafproces. 59 Zoals in de vorige paragraaf werd betoogd, wordt de verdachte door de complexiteit van het recht gedwongen een advocaat in de arm te nemen. Tevens wordt het rechtssubject in een bepaalde categorie zaken door de verplichte procesvertegenwoordiging rechtens gedwongen een advocaat in te schakelen. 60 Indien deze benodigde of verplichte advocaat de aan hem toevertrouwde informatie zou kunnen of zou moeten doorspelen aan met strafvervolging belaste overheidsinstanties, dan zou de verdachte zichzelf de facto incrimineren. 61 De strafrechtadvocaat als de geheimhouder bij uitstek 2.20 Voor advocaten is de geheimhouding in ieder rechtsgebied een kernwaarde, maar in het strafrecht komt deze waarde misschien wel het meest duidelijk naar voren. Strafrechtadvocaten zijn meer dan eens de enige steun en toeverlaat van degenen die tot hen komen. Derhalve zijn zij vaak in meer dan bewijsrechtelijke zin een vertrouwenspersoon. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft dan ook vastgesteld dat het recht op een advocaat gedurende een voorlopige hechtenis niet slechts juridische hulp behelst. Immers, volgens het Hof dient de advocaat ook ter support of an accused in distress. 62 Het grote belang van geheimhouding in het strafrecht komt ook naar voren, doordat in het strafrecht vaak grote belangen op het spel staan: een schending van de geheimhoudingsplicht door de strafpleiter kan zijn cliënt jaren van zijn vrijheid kosten. Het is dan ook niet verrassend dat het beroepsgeheim door strafrechtadvocaat Spong wordt betiteld als "het meest essentiële en fundamentele onderdeel van de rechten en plichten van de advocatuur" Cohn 2003, p Bannier 2010, p Klink & Pearce 2011, p Zie bijvoorbeeld EHRM 21 december 2010, nr /97 (Heaney & McGuinness/Ierland), r.o. 57. Voor een uitgebreide uiteenzetting van het beginsel, zie Wilbrink Wisselink 1988, p Radin 1928, p EHRM 13 oktober 2009, nr. 7377/03 (Dayanan/Turkije), r.o Spong 1997, p / 66

15 Afsluitende beschouwingen 2.21 Zowel de onafhankelijkheid van de advocaat als het juridische vermogen van de advocaat om vertrouwelijkheid te betrachten, worden al lange tijd in de westerse juridische literatuur verdedigd en kunnen in diezelfde literatuur op weinig tegenstand rekenen. De belangen die de beginselen beogen te beschermen zijn uiteenlopend. De onafhankelijkheid van de advocaat dient ter verzekering van rechtsstatelijke belangen en een goede rechtsbedeling. Het verschoningsrecht van de advocaat is in het leven geroepen om zelfincriminatie tegen te gaan en om de lacune tussen de juridische kennis van de overheid en het rechtssubject te dichten. Geconcludeerd moet worden dat de advocatuurlijke onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid behoren tot de kern van een rechtsstatelijk rechtsstelsel. 15 / 66

16 3 Juridisch kader omtrent onafhankelijkheid en verschoningsrecht "Lawyers shall be entitled to form and join self-governing professional associations to represent their interests, promote their continuing education and training and protect their professional integrity. The executive body of the professional associations shall be elected by its members and shall exercise its functions without external interference." 64 "Van het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich [ ] verschoonen zij die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zoodanig is toevertrouwd." 65 Introductie 3.1 In het voorgaande hoofdstuk is onderzocht wat de (rechts)filosofische grondslagen zijn van de onafhankelijkheid en het verschoningsrecht van de advocaat. Om later een wenselijkheidsoordeel te kunnen vellen over de verschillende voorstellen tot de Wet positie en toezicht advocatuur, zal in dit hoofdstuk worden uiteengezet wat de juridische grondslagen zijn voor de onafhankelijkheid en het verschoningsrecht van de advocaat. Dit betekent dat wordt bezien hoe de voornoemde filosofische grondslagen zijn vertaald naar het Nederlandse recht. Hierbij wordt uitgegaan van de juridische werkelijkheid die Nederland kende voor de inwerkingtreding van de Wet positie en toezicht advocatuur. In dit hoofdstuk zal echter niet slechts bij het Nederlandse recht worden stilgestaan. Gezien de rechtstreekse werking 66 en voorrang 67 van het internationaal recht is het immers essentieel voor de werking van een wetsvoorstel dat het voorstel past binnen de volkenrechtelijke kaders. Ook kunnen volkenrechtelijke visies een inzicht geven in de posities die de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van de advocatuur innemen in een rechtsstaat. Evenals in het vorige hoofdstuk zal bij het bespreken van de onafhankelijkheid van de advocaat de nadruk liggen op de onafhankelijkheid ten opzichte van de overheid. Onafhankelijkheid van de advocaat in het Nederlands recht 3.2 In de literatuur wordt opgemerkt dat het Nederlands juridisch kader geen directe bewoordingen aangaande de onafhankelijkheid van de advocaat kent. 68 De onafhankelijkheid wordt dus niet rechtstreeks in de wet benoemd. De wetgever heeft echter wel degelijk stilgestaan bij de advocatuurlijke onafhankelijkheid. De Advocatenwet biedt de beroepsgroep namelijk de mogelijkheid tot zelfregulering. Krachtens de wet wordt een Nederlandse Orde van Advocaten opgericht waartoe alle Nederlandse advocaten behoren. 69 De vervullers van leidinggevende posities binnen deze orde worden telkens gekozen door de advocaten zelf. 70 Binnen de Nederlandse Orde van Advocaten kunnen verordeningen en gedragsregels worden opgesteld die het goede belang van de advocatenpraktijk dienen. 71 Met betrekking tot deze regels wordt vervolgens door advocaten in de hoedanigheid van tuchtrechter tuchtrecht gesproken. 72 Zeggenschap over de advocatuur ligt daarmee voornamelijk in handen van de eigen beroepsgroep. De Nederlandse wet kent hiermee allerlei bepalingen die voor een afstand 64 Artikel 24 United Nations Basic Principles on the Role of Lawyers. 65 Artikel 218 Wetboek van Strafvordering. 66 Artikel 93 Grondwet. 67 Artikel 94 Grondwet. 68 Böhler 2012, p Artikel 17 lid 1 Advocatenwet. 70 Zie bijvoorbeeld artikel 19 lid 1 Advocatenwet en artikel 22 lid 2 Advocatenwet. 71 Artikel 28 lid 1 Advocatenwet. 72 Artikel 46 Advocatenwet. 16 / 66

17 tussen overheid en advocatuur zorgen, hetgeen de onafhankelijkheid van de advocatuur ten goede komt. 3.3 De onafhankelijkheid en de daarmee samenhangende zelfregulering zijn in het Nederlands juridisch kader niet absoluut. De verordeningen en gedragsregels die door de Nederlandse Orde van Advocaten zijn opgesteld kunnen namelijk door de regering worden vernietigd. 73 Daarnaast worden enkele belangrijke functies binnen de Nederlandse Orde van Advocaten bekleed door personen die zijn benoemd door de Minister van Veiligheid en Justitie. 74 De praktische uitwerking van deze regels komt aan bod in hoofdstuk 4. Onafhankelijkheid van de advocaat in het volkenrecht 3.4 In het internationaal en Europees recht is de onafhankelijkheid van de advocaat door verschillende organisaties verankerd, te weten de Verenigde Naties (para ), het Europees Parlement (para ), de Raad van Ministers van de Europese Unie (para ), het Europese Hof van Justitie (3.11) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (3.12). Verenigde Naties 3.5 Ingevolge de Basic Principles on the Role of Lawyers van de Verenigde Naties heeft eenieder recht op toegang tot juridische dienstverlening van een onafhankelijke juridische beroepsgroep. Volgens de Verenigde Naties dient dit ter verzekering van een breed scala aan mensenrechten. 75 In het document wordt tevens gesteld dat tuchtprocedures jegens advocaten door een onafhankelijk comité, onafhankelijke rechtbank of andere onafhankelijke autoriteit moeten worden behandeld. 76 Deze Basic Principles spelen een belangrijke rol bij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van Mens. 77 Tevens worden zij als inspiratiebron genoemd in twee statements van de Europese Unie, die hierna aan de orde zullen komen (para ). 3.6 De Basic Principles on the Role of Lawyers kunnen in het Nederlandse recht slechts voorrang op nationale bepalingen hebben, indien zij rechtstreekse werking hebben. 78 Alleen verdragsbepalingen die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben rechtstreekse werking. 79 De nationale rechter beslist of van een dergelijke bepaling sprake is. Uit nationale jurisprudentie kan worden geconcludeerd dat de intentie van de verdragspartijen van ondergeschikt belang is bij het toekennen van doorwerking aan een verdrag. 80 Indien een verdragsbepaling de nationale wetgever verplicht tot het treffen van een nationale regeling, dan wordt deze veelal gekwalificeerd als niet een ieder verbindend. 81 Ook bepalingen uit verdragen die zich slechts richten tot overheden, en dus niet tot burgers, worden door rechters in veel gevallen beoordeeld als niet een ieder verbindend. 82 Hetzelfde geldt voor verdragen waarin 73 Artikel 30 lid 1 Advocatenwet. 74 Zie bijvoorbeeld artikel 46b lid 3 Advocatenwet. 75 Preambule United Nations Basic Principles on the Role of Lawyers. 76 Artikel 28 United Nations Basic Principles on the Role of Lawyers. 77 Voor een overzicht van uitspraken waarbij de Basic Principles on the Role of Lawyers als inspiratiebron golden, zie Böhler 2012, p Artikel 94 Grondwet. 79 Artikel 93 Grondwet. 80 Fleuren 2004, p HR 30 mei 1986, NJ 1986, 688 (Spoorwegstaking), r.o Fleuren 2004, p / 66

18 staten zich verbinden iets te doen, te verzekeren, te waarborgen, te beschermen of te bevorderen. 83 De drie voornoemde rechtsregels wijzen op een negatief antwoord voor wat betreft de rechtstreekse werking van de Basic Principles on the Role of Lawyers. Immers, de bepalingen uit het verdrag beginnen veelal met "governments shall promote" en "governments shall ensure". 84 Dit betekent dat het verdrag de nationale overheden aanwijst om maatregelen te treffen, dat het verdrag zich richt tot overheden en dat het verdrag overheden verbindt iets te verzekeren en beschermen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat een nationale rechter doorwerking zal toekennen aan de Basic Principles on the Role of Lawyers. Overigens dient opgemerkt te worden dat uit nationale jurisprudentie niet blijkt dat de doorwerking van de Basic Principles on the Role of Lawyers ooit aan een Nederlandse rechter is voorgelegd. Europees Parlement 3.7 Door het Europees Parlement is een resolutie aangenomen met betrekking tot het advocatenberoep. Het doel van deze resolutie is onder andere het vastleggen van the importance of rules to ensure the independence and responsibility of members of the legal professions. 85 Het Europees Parlement wil door middel van deze resolutie de nadruk leggen op het belang van regels die de onafhankelijkheid van de advocatuur beschermen. 86 Over een concrete invulling van de onafhankelijkheid wordt door het Europees Parlement evenwel gezwegen. 3.8 Een resolutie van het Europees Parlement moet worden gekwalificeerd als non-treaty act: een document afkomstig van een orgaan van de Europese Unie dat geen juridische grondslag vindt in één van de centrale verdragen van de Europese Unie. Deze resoluties kennen om die reden geen bindende juridische werking, maar zij kunnen wel worden gebruikt ter ondersteuning van een juridisch argument. 87 Volgens het Europese Hof van Justitie hebben zij te gelden als expressions of intent. 88 Raad van Ministers van de Europese Unie 3.9 Volgens een aanbeveling van de Raad van Ministers van de Europese Unie mag een systeem van toezicht op de advocatuur de onafhankelijkheid van advocaten niet aantasten; oneigenlijke beperkingen zijn niet toegestaan. 89 Door de Raad van de Ministers wordt niet uitgelegd waaruit oneigenlijke beperkingen zouden kunnen bestaan. Beslissingen over wie het ambt van advocaat mogen bekleden behoren te worden gemaakt door een onafhankelijk orgaan, aldus de Raad van Ministers. 90 Daarnaast behoren advocatenbalies autonoom te opereren, zonder 83 Fleuren 2004, p Zie bijvoorbeeld artikel 4 United Nations Basic Principles on the Role of Lawyers respectievelijk artikel 7 United Nations Basic Principles on the Role of Lawyers. 85 Preambule C European Parliament resolution on the legal professions and the general interest in the functioning of legal systems. 86 Artikel 4 European Parliament resolution on the legal professions and the general interest in the functioning of legal systems. 87 Lasok & Lasok 2005, p HvJ 13 november 1964, gevoegde zaken 90/63 (Commissie/Luxemburg) en 91/63 (Commissie/België). 89 Preambule Recommendation No. R(2000)21 of the Committee of Ministers to Member States on the freedom of exercise of the profession of lawyer. 90 Principle I(1) Recommendation No. R(2000)21 of the Committee of Ministers to Member States on the freedom of exercise of the profession of lawyer. 18 / 66

19 invloeden van andere autoriteiten. 91 Tuchtprocedures jegens advocaten moeten worden uitgevoerd door advocatenbalies, tenzij dit niet passend zou zijn. In een laatstgenoemd geval behoort de balie wel inspraak te hebben op de tuchtprocedure. 92 Door de Raad van Ministers wordt niet uiteengezet wanneer een dusdanige gang van zaken passend zou zijn Opgemerkt dient te worden dat Europeesrechtelijke aanbevelingen geen bindende juridische werking kennen. 93 Een burger kan daarom geen beroep op de inhoud van een dergelijke aanbeveling doen bij een nationale rechter. 94 Dit betekent echter niet dat deze aanbevelingen geen rol kunnen spelen in juridische procedures, want nationale rechters kunnen wel aan hen refereren. Tevens kan een nationale rechter gebruikmaken van de aanbeveling, indien de aanbeveling een nationale implementatie van Europees recht verduidelijkt, of indien de aanbeveling is bedoeld ter aanvulling van bindend Europees recht. 95 Europese Hof van Justitie 3.11 De twee bovengenoemde Europese statements, van het Europees Parlement en van de Raad van Ministers van de Europese Unie, hebben dus geen juridisch bindende werking. De uitspraken van het Europese Hof van Justitie hebben daarentegen wel een bindende werking. De rechtsregels die voortkomen uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie vinden daarom rechtstreekse werking in de Nederlandse rechtsorde. 96 Het Hof van Justitie kent echter geen diepgaande uitspraken op dit gebied. Aansluiting kan worden gezocht bij een uitspraak uit 1982, waarin het Hof van Justitie stelde dat any person must be able, without constraint, to consult a lawyer whose profession entails the giving of independent legal advice to all those in need of it. 97 Europees Hof voor de Rechten van de Mens 3.12 De hoeveelheid jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op het gebied van de advocatuurlijke onafhankelijkheid is summier. De Straatsburgse rechtspraak waarin het onderwerp aan bod komt, ziet primair op de geheimhouding tussen advocaat en cliënt. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens berust het beroepsgeheim op de advocatuurlijke onafhankelijkheid. 98 De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zet basaal uiteen welke eisen worden gesteld aan een goedwerkende advocatuur. Een verdachte heeft het recht op een eerlijk proces, waarvan de effectieve toegang tot een advocaat deel uitmaakt. Op lidstaten berust een positieve verplichting om voor advocaten de gelegenheid te scheppen om op een goede manier hun vak uit te oefenen. 99 De Nederlandse wetgever behoort uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te verwerken in de Nederlandse rechtsorde Principle V(2) Recommendation No. R(2000)21 of the Committee of Ministers to Member States on the freedom of exercise of the profession of lawyer. 92 Principle VI(2) Recommendation No. R(2000)21 of the Committee of Ministers to Member States on the freedom of exercise of the profession of lawyer. 93 Artikel 288 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 94 HvJ 13 december 1989, C-322/8 (Grimalidi/Fonds des Maladies Professionelles), r.o Ibidem. Zie Craig & De Búrca 2011, p Voor een achtergrond van deze rechtstreekse werking, zie Mikelsone HvJ 18 mei 1982, C-155/79 (AM&S Europe Limited/Commissie), r.o EHRM 6 december 2012, No /11 (Michaud v. France), r.o EHRM 28 september 2011, No /05, 45553/05, 35680/05 en 36085/05 (Huseyn v. Azerbeidzjan), r.o Emmerik 2008, p / 66

20 Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht van de advocaat in het Nederlands recht 3.13 Evenals de advocatuurlijke onafhankelijkheid is de geheimhoudingsplicht van de advocaat niet rechtstreeks gecodificeerd door de Nederlandse wetgever. Dat de geheimhouding door de advocaat van groot belang wordt geacht door de wetgever, blijkt echter reeds uit het feit dat een schending van het ambtsgeheim, door onder andere de advocaat, een misdrijf oplevert. Het delict kent een strafmaximum van een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. 101 De gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten kennen wel een directe beschrijving van de geheimhoudingsplicht Het verschoningsrecht is daarentegen in Nederland wel in diverse rechtsgebieden verankerd. Het fiscale recht biedt een advocaat bijvoorbeeld de mogelijkheid om te weigeren om medewerking te verlenen, indien om gegevens van zijn cliënten wordt verzocht. 103 Ook in het strafproces kent de advocaat een soortgelijk verschoningsrecht. 104 In beginsel bepaalt de advocaat zelf welke informatie onder zijn verschoningsrecht valt. 105 Uit wet en jurisprudentie blijkt dat wetgever en rechter niet lichtzinnig denken over het recht op verschoning. Zo heeft de Hoge Raad bepaald dat een geheimhouder een belangenafweging behoort te maken wanneer hij gebruikmaakt van zijn verschoningsrecht, zelfs indien zijn cliënt tegen hem heeft aangegeven dat de informatie in kwestie mag worden openbaard. 106 Indien het Openbaar Ministerie het verschoningsrecht schendt, mag de bemachtigde informatie niet worden gebruikt in het strafproces. In het gehele vervolg van de strafzaak mag geen acht worden geslagen op deze informatie Doorbrekingen van het verschoningsrecht zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Indien een advocaat zich op zijn verschoningsrecht beroept, mag een rechter slechts een marginale toetsing op het inroepen van het verschoningsrecht uitvoeren. Het Nederlands recht biedt de rechter twee grondslagen om een beroep op het verschoningsrecht van de advocaat niet te volgen. 108 Ten eerste is het doorbreken van het verschoningsrecht mogelijk, wanneer de rechter oordeelt dat de informatie die de geheimhouder weigert ter beschikking te stellen, niet onder het verschoningsrecht valt. Indien de rechter oordeelt dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan dat het standpunt omtrent de toepasselijkheid van het verschoningsrecht onjuist is, zal hij de beslissing van de geheimhouder om de gegevens niet te verstrekken, terzijde kunnen stellen Ten tweede kan het verschoningsrecht worden doorbroken wanneer zich een uitzonderlijke situatie voordoet. Volgens de Hoge Raad kan geen algemene regel worden gegeven om te bepalen wanneer van een zeer uitzonderlijke omstandigheid sprake is. Zodoende is het lastig om de regels te duiden betreffende de doorbreking van het verschoningsrecht van de advocaat. Duidelijk is dat de omstandigheid dat de advocaat wordt verdacht van strafbare feiten als zodanig onvoldoende rechtvaardiging vormt voor een doorbreking van het beroepsgeheim. 110 In 101 Artikel 272 lid 1 Wetboek van Strafrecht. Krachtens artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht komt de geldboete vanaf 1 januari 2014 neer op EUR Regel 6 Gedragsregels Zie bijvoorbeeld artikel 53a lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen. 104 Artikel 218 Wetboek van Strafvordering. 105 HR 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9162, r.o HR 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066, r.o HR 12 januari 1999, NJ 1999, 290, r.o Zij bijvoorbeeld HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9262, r.o HR 7 juni 1985, NJ 1986, 174. Zie ook HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5979, r.o HR 30 november 1999, NJ 2002, 438, r.o / 66

VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT

VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT MR. M.M. (MAÏTE) OTTES, 28 MAART 2013 INHOUD Algemene beginselen Uitspraken HvJ EG, Akzo Nobel/Commissie, C-550/07 P Rechtbank Groningen, LJN: BV7149 Hoge Raad, LJN: BY6101

Nadere informatie

Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek.

Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek. Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek Maart 2013 Vastgesteld door de algemene raad op 4 maart 2013 1 Voorwoord

Nadere informatie

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra Samenvatting Dit onderzoek heeft als onderwerp de invloed van het Europees Verdrag

Nadere informatie

Beroepsgeheim en Huiselijk Geweld

Beroepsgeheim en Huiselijk Geweld Beroepsgeheim en Huiselijk Geweld Workshop Landelijk Congres Huiselijk Geweld 16 november 2009 Inhoud Waar hebben we het over Juridisch Kader Achtergrond Afweging: geheim doorbreken? Stappenplan Casusposities

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1

Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2011-2012 33 079 Aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de wijziging van het recht op inzage, afschrift of uittreksel

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2632 Advies IS - Irak Datum 3 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper Op

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 440 Wet van 13 juli 2002 tot aanpassing van de Advocatenwet aan richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 31 385 Wijziging van de Advocatenwet en de Wet op het notarisambt in verband met het verruimen van de mogelijkheden tot het spoedshalve tuchtrechtelijk

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2004.2196 (047.04) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

ADVIES. Inleiding. Voorstel. Commentaar. inzake

ADVIES. Inleiding. Voorstel. Commentaar. inzake ADVIES inzake Voorstel van wet van het Tweede-Kamerlid Halsema, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40)

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Noot bij: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 mei 2014, 201303996/1/A3 en ECLI:NL:RVS:2014:1708 door: I.M. van der Heijden en E.E.

Nadere informatie

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Oudemanhuispoort 4-6 1012 CN Amsterdam Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 5252833 Interventie Syrië Datum 29 augustus 2013 Opgemaakt

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

1. In onderdeel A wordt na de verzoeker ingevoegd: die en wordt of niet beschikt vervangen door: niet beschikt.

1. In onderdeel A wordt na de verzoeker ingevoegd: die en wordt of niet beschikt vervangen door: niet beschikt. Aanpassing van de Advocatenwet en enige andere wetten in verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde en herziening van het toezicht op advocaten (Wet positie en toezicht advocatuur) VIJFDE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 47 Landsverordening van de 2 de juli 2014, tot wijziging van de Sanctielandsverordening inzake de wijze van implementatie van vastgestelde sanctieverordeningen

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

(Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)

(Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende) Leidraad voor het nakijken van de toets GEDRAGSRECHT 8 FEBRUARI 2013 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)

Nadere informatie

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Landsverordening houdende bepalingen betreffende de uitoefening van de vrijheid

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 31 487 (R1862) Wijziging Wetboek van Militair Strafrecht in verband met het opnemen van een strafuitsluitingsgrond voor rechtmatig geweldgebruik

Nadere informatie

Inleiding. Geen one size fits all

Inleiding. Geen one size fits all Kabinetsreactie op advies nr. 27 van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) inzake aansprakelijkheid van internationale organisaties Inleiding In december 2015 heeft het kabinet

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 275 Besluit van 18 mei 1995, houdende vaststelling van maatstaven die bij het in artikel 7a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 555 Aanpassing van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van

Nadere informatie

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Vlaamse Regering Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Afdeling Kanselarij Boudewijnlaan 30, bus 20 1000 Brussel

Nadere informatie

ADVIES. Conceptwetsvoorstel inzake het recht op een eerlijk proces in de Grondwet

ADVIES. Conceptwetsvoorstel inzake het recht op een eerlijk proces in de Grondwet ADVIES Conceptwetsvoorstel inzake het recht op een eerlijk proces in de Grondwet Oktober 2014 1 Inleiding Een ieder heeft het recht op een eerlijk proces. Of het nu in een strafzaak of in een civiele zaak

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 853 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten C

Nadere informatie

Rapport. Datum: 4 mei 2007 Rapportnummer: 2007/086

Rapport. Datum: 4 mei 2007 Rapportnummer: 2007/086 Rapport Datum: 4 mei 2007 Rapportnummer: 2007/086 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de officier van justitie te Groningen op 10 februari 2006 heeft geweigerd haar een kopie te verstrekken van de foto

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten;

De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten; Besluit van de algemene raad van 3 november 2014 tot vaststelling van de beleidsregel inzake ontheffing kantoorhouden in één arrondissement op één locatie vanwege detachering (Beleidsregel detachering)

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

Strafrecht in de zorg / Preventie

Strafrecht in de zorg / Preventie Strafrecht in de zorg / Preventie 7 oktober 2013 Mr. Marcel Smit en mr. Tina Sandrk Onderwerpen Inleiding Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) Openbaar Ministerie (OM) Gegevensuitwisseling IGZ en OM

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2006/46484 (1743) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet studiefinanciering

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Nederlandse antiterrorismeregelgeving getoetst aan fundamentele rechten. Een analyse met meer bijzonder aandacht voor het EVRM

Nederlandse antiterrorismeregelgeving getoetst aan fundamentele rechten. Een analyse met meer bijzonder aandacht voor het EVRM Nederlandse antiterrorismeregelgeving getoetst aan fundamentele rechten Een analyse met meer bijzonder aandacht voor het EVRM P.H.P.H.M.C. van Kempen & J. Van de Voort Samenvatting Radboud Universiteit

Nadere informatie

15445/1/06 REV 1 wat/hor/mg 1 DG H 2B

15445/1/06 REV 1 wat/hor/mg 1 DG H 2B RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2006 (01.12) (OR. en) 15445/1/06 REV 1 COPEN 119 NOTA van: het voorzitterschap aan: de Raad nr. vorig doc.: 15115/06 COPEN 114 nr. Comv.: COM(2005) 91 def.

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 Autoriteit Consument en Markt ; Gelet op de artikelen 5:17 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 51 en 89 van de Mededingingswet,

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Benelux Gerechtshof Onderwerp Eenvormige Beneluxwet op de merken, gewijzigd bij het Protocol van 2 december 1992, artikelen 6bis en 6ter - Beroep tegen een beslissing van het Benelux-Merkenbureau

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201109405/1 /V4. Datum uitspraak: 20 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108181/3/V4. Datum uitspraak: 9 augustus 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen

Nadere informatie

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek. R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer

Nadere informatie

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND?

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? W.R. Jonk, mr R. Malewicz en mr G.P. Hamer 1 Op 1 januari 2004 had het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel 2 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Europees Verdrag ter voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing

Europees Verdrag ter voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing Europees Verdrag ter voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing Straatsburg, 26 november 1987, Tractatenblad 1988, 19 Aanhef De Lidstaten van de Raad van Europa

Nadere informatie

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. Brandt ) [De man] te [woonplaats], hierna: de man, advocaat: mr. C.A. Lucardie te s-gravenhage.

Nadere informatie

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wijziging in SZW wetgeving

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wijziging in SZW wetgeving POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De minister van Sociale Zaken en

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Het medisch beroepsgeheim: groot goed of sta-inde-weg?

Het medisch beroepsgeheim: groot goed of sta-inde-weg? Het medisch beroepsgeheim: groot goed of sta-inde-weg? Spanning tussen recht en praktijk September 2015 Zware kritiek op inperking medisch beroepsgeheim, kopte Trouw afgelopen zomer. 1 De ministeries van

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Vertaling C-359/14 1 Datum van indiening: 23 juli 2014 Verwijzende rechter: Zaak C-359/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Vilniaus miesto apylinkės teismas

Nadere informatie

De Algemene Raad ziet in het consultatiedocument aanleiding om te reageren. Dat doet hij door middel van deze brief.

De Algemene Raad ziet in het consultatiedocument aanleiding om te reageren. Dat doet hij door middel van deze brief. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH Den Haag Den Haag, 18 november 2011 Dossiernummer: 1.2.5 Doorkiesnummer: 070 335 35 51 Faxnummer: 070 335 35 33

Nadere informatie

Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding

Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding November 2009 1. Inleiding Aanleiding voor deze handleiding is de constatering dat in de praktijk met betrekking tot besloten vergaderingen

Nadere informatie

Gedragsregels van de Raad van Advies van Sint Maarten Omtrent de handhaving van de onafhankelijkheid van de Raad en de kwaliteit van zijn adviezen

Gedragsregels van de Raad van Advies van Sint Maarten Omtrent de handhaving van de onafhankelijkheid van de Raad en de kwaliteit van zijn adviezen I. Inleiding Gedragsregels van de Raad van Advies van Sint Maarten Omtrent de handhaving van de onafhankelijkheid van de Raad en de kwaliteit van zijn adviezen De Raad van Advies streeft na de beginselen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van De Goudse Scholengemeenschap te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G530 Datum: 7 juni 1995 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Nadere informatie

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 13 februari 2012 ADVIES 2012-8 met betrekking tot de openbaarheid van voorbereidende documenten

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 980 Uitvoering van het op 19 oktober 1996 te s-gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201110635/1/V1. Datum uitspraak: 15 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Door: Commissie Wetsvoorstellen van het Register Belastingadviseurs

Door: Commissie Wetsvoorstellen van het Register Belastingadviseurs Commentaar op het wetsvoorstel Openbaarheid belastingrechtspraak Door: Commissie Wetsvoorstellen van het Register Belastingadviseurs Op 14 maart 2011 heeft het ministerie van Financiën het wetsvoorstel

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene.

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-16 d.d. 9 januari 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. C.E. du Perron, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt Brussel, 23 Mei 2001 Bijna zes jaar nadat de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (de BFB-overeenkomst) werd opgesteld, werkt het ontbreken van

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

Datum 11 maart 2011 Betreft: Beperking van de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders

Datum 11 maart 2011 Betreft: Beperking van de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.minfin.nl

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Datum 8 april 2011 Onderwerp Brief over de positie van bijzondere geheimhouders in het Wetboek van Strafvordering

Datum 8 april 2011 Onderwerp Brief over de positie van bijzondere geheimhouders in het Wetboek van Strafvordering 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

==================================================================== Artikel 1

==================================================================== Artikel 1 Intitulé : Hinderverordening Citeertitel: Hinderverordening Vindplaats : AB 1988 no. GT 27 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 Artikel 1 1. Het is verboden zonder vergunning van de minister van Justitie en

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 936 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland Nr. 4 ADVIES RAAD

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 Instantie Datum uitspraak 19-03-2013 Datum publicatie 19-03-2013 Zaaknummer 21-000368-12 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:2009:BH3578,

Nadere informatie

Universiteit van Tilburg Centrum voor Aansprakelijkheidsrecht t.a.v. Professor mr. J.M. Barendrecht Postbus 90153 5000 LE TILBURG

Universiteit van Tilburg Centrum voor Aansprakelijkheidsrecht t.a.v. Professor mr. J.M. Barendrecht Postbus 90153 5000 LE TILBURG Universiteit van Tilburg Centrum voor Aansprakelijkheidsrecht t.a.v. Professor mr. J.M. Barendrecht Postbus 90153 5000 LE TILBURG inzake: LSA besluit 30 juni 2005 Geachte Professor Barendrecht, Namens

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De minister van Justitie De heer dr E.M.H. Hirsch Ballin Postbus EH Den Haag

De minister van Justitie De heer dr E.M.H. Hirsch Ballin Postbus EH Den Haag POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De minister van Justitie De heer

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 562 Wijziging van de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie en de Wet op de rechterlijke organisatie in verband met de behandeling

Nadere informatie

A. Begrip en aard van het Internationaal Publiekrecht

A. Begrip en aard van het Internationaal Publiekrecht A. Begrip en aard van het Internationaal Publiekrecht Dit hoofdstuk is een inleiding op het internationaal publiekrecht. Er wordt ingegaan op de geschiedenis van het internationaal publiekrecht, de elementen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 616 Wet van 13 december 2000 tot herziening van een aantal strafbepalingen betreffende ambtsmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht alsmede

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201106725/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE EF 76 ECOFIN 269 CRIMORG 137 CODEC 744 NOTA van: nr. Comv.: Betreft: het

Nadere informatie