Tussentijdse analyse van het wetgevende initiatief betreffende de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tussentijdse analyse van het wetgevende initiatief betreffende de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek."

Transcriptie

1 Tussentijdse analyse van het wetgevende initiatief betreffende de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek. INLEIDING 1 A. TWEE PROTAGONISTEN 2 DE BALIE 3 DE WETGEVER 4 B. TECHNISCHE BEMERKINGEN 7 VRIJHEIDSBEROVING EN DE VERWIJZING IN ARTIKEL 47BIS, 3, WETBOEK VAN STRAFVORDERING 7 HET BEVEL TOT VERLENGING 11 UITZONDERING OMWILLE VAN DWINGENDE REDENEN 14 C. INHOUDELIJKE ANALYSE 16 RECHT T.O.V. MODALITEIT 16 HET VERHOOR ONGEACHT DE HOEDANIGHEID OF HET VERDACHTENVERHOOR 16 VERTROUWELIJK OVERLEG HET CONSULTATIERECHT 17 BIJSTANDSRECHT 21 DE INHOUD VAN HET BIJSTANDSRECHT 23 OPMERKINGEN VOORLOPIGE HECHTENIS 28 WEDERSAMENSTELLING 29 LETTER OF RIGHTS, HET INLICHTEN VAN EEN VERTROUWENSPERSOON, MEDISCHE BIJSTAND EN GEHEIMHOUDING 29 SANCTIE 30 REGISTRATIE 31 EVALUATIE 34 inleiding 1. De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) inzake de toegang tot een advocaat bij aanvang van het onderzoek moet niet meer worden geïntroduceerd. Deze rechtspraak, gemeenzaam aangeduid als de Salduz-rechtspraak naar het princiepsarrest van 27 november 2008, 1 wordt beschouwd als revolutionair voor de Belgische praktijk rond verhoren en wordt inmiddels ook door het Hof van Cassatie erkend. 2 Het besef dat deze rechtspraak 1 EHRM (Grote Kamer) 27 november 2008, SALDUZ t. Turkije, J.dr.jeun. 2009, afl. 281, 31, noot B. VAN KEIRSBILKCK; JLMB 2009, afl. 5, 196, noot A. JACOBS; NC 2009, afl. 2, 98, noot L. van PUYENBROECK en G. VERMEULEN. 2 Cass. 23 november 2010, P N, T.Strafr. 2011, afl. 1, 68-74, conclusie DUINSLAEGER en noot T.D., NC 2011, afl. 1, 64-74, conclusie DUINSLAEGER, noot C. VAN DEUREN, Salduz en Antigoon: een geslaagd huwelijk? ; T. DECAIGNY, Cassatie erkent recht op bijstand advocaat, Juristenkrant 8 december 2010, nr. 219, 1; D. PATTYN, De salduzleer naar Belgisch recht. De bewijsuitsluitingsregel in het arrest van het Hof van Cassatie van 23 november 2010, TvMR 2010, afl. 4,

2 een impact heeft die veel verder gaat dan enkel het verhoor, dient daarentegen nog te groeien. 3 Ik onthoud me in deze bijdrage van een verdere analyse an sich van deze rechtspraak 4 en leg de focus op de nationale wetgever. Nadat de wetgever in de doctrine reeds heel lange tijd werd aangezocht op te treden in deze materie 5 en openlijk door het Hof van Cassatie werd verzocht de wetgeving in deze materie te confirmeren aan de vereisten van een eerlijk proces zoals geïnterpreteerd door het EHRM, 6 werd het te bespreken wetsvoorstel 7 hieromtrent pas gelanceerd op 26 januari 2011, in een moeilijke politieke context Met betrekking tot dit wetgevend initiatief wil ik drie aspecten verder onder de loep nemen. Vooreerst acht ik het nuttig de rol van de wetgever en de balie in dit alles te plaatsen, om vervolgens enkele meer technische opmerkingen te formuleren. De nadruk ligt echter op een derde component, namelijk de vraag of het wetsvoorstel inhoudelijk voldoet. Dit houdt niet alleen de vraag in of in voldoende mate tegemoet wordt gekomen aan de rechten en belangen van de verdachte in de rechtspraak van het EHRM, maar ook of een werkbaar en coherent systeem van strafvordering wordt gecreëerd. a. twee protagonisten 3 zie KI Antwerpen 12 oktober 2010, T.Strafr. 2011, afl. 2, , noot F.S.; en, dienaangaande: F. SCHUERMANS, KI houdt Salduz-boot af bij wedersamenstelling, Juristenkrant 26 januari 2011, nr. 222, 10; P. DE HERT en T. DECAIGNY, Salduz-rechtspraak is geen exotisch curiosum, (forum, reactie op F. SCHUERMANS) Juristenkrant 9 februari 2011, nr. 223, zie P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, 13-54; J. VAN GAEVER, Evaluatie van de evolutie van de SALDUZ-rechtspraak, T.Strafr. 2010, afl. 5, ; T. DECAIGNY en M. NÈVE, Droit d assitance ou droit de consultation: les perspectives de Strasbourg et de Paris, (noot onder EHRM 14 oktober 2010, BRUSCO t. Frankrijk), JLMB 2010, afl. 36, zie o.m. G. VERMEULEN en L. VAN PUYENBROECK, Mensenrechtenhof schudt strafrechtlandschap dooreen, Juristenkrant nr. 180, 24 december 2008, 1-2; P. DE HERT, T. DECAIGNY en K. WEIS, Het arrest Salduz dwingt tot aanpassing verhoor, (actueel) Vigiles 2009, afl. 1, 1. 6 Cass. 13 januari 2010, P F, conclusie D. VANDERMEERSCH, NC 2010, afl. 3, 186; Cass. 31 maart 2010, P F, Cass. 5 mei 2010, P F conclusie D. VANDERMEERSCH. 7 Eerdere initiatieven strandden voortijdig, onder meer omwille van de val van de ondertussen nog steeds ontslagnemende regering. 8 Wetsvoorstel ingediend door C. DEFRAIGNE, T. DELPÉRÉE, I. FAES, M. TAELMAN, R. TORFS en R. TORFS tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van het Wetboek van strafvordering, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen die van zijn vrijheid wordt beroofd rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Senaat , nr /1 (Kamer: /1). 2

3 3. De balie en de wetgever zijn protagonisten in dit debat op een onderscheiden manier. De balie is betrokken partij en bevindt zich in een vaak misbegrepen positie, die ik hieronder graag verder duid, vanuit mijn persoonlijke invalshoek. Waar de balie van in het begin een bijzonder actieve rol heeft vervuld in het debat, bleef de wetgever daarentegen lange tijd als het ware onbewogen. Nochtans heeft ook deze speler een rol en functie, die de aandacht verdient. de balie 4. Graag verwijs ik naar de eerder vage term balie, eerder dan één van de specifieke organisaties te viseren met kritiek en/of lof. Er zijn immers verschillende, deels gelijklopende, meningen gespuid door de verschillende actoren binnen de balie, OVB, OBFG, lokale balies, individuele advocaten, enz. Los van de vage term bestaat er rond de positie van de balie heel veel onbegrip, ook en misschien zelfs vooral bij andere actoren van justitie. De balie zou vragende partij geweest zijn voor deze evolutie, en staat volgens sommigen zelfs aan de wieg van deze jurisprudentie. Een lid van de Senaatscommissie justitie verwonderde zich over de kritiek van de Orde van Vlaamse Balies op het wetsvoorstel omdat het toch een stap vooruit vormt in het voordeel van de balies. 9 Hierbij wordt niet zelden uit het oog verloren dat advocaten die de argumenten van deze rechtspraak aanwenden en uitspelen niet in eigen naam ageren, maar steeds in naam en in het belang van een cliënt, verdachte, rechtsonderhorige. De advocaat is immers geenszins diegene die beschermd wordt door het recht op vroege toegang tot een advocaat. Wel integendeel, voor de individuele advocaat die bijstand moet verlenen aan een verdachte zijn de nieuwe modaliteiten net minder gunstig. Nog minder moet verwacht worden dat de gemiddelde advocaat er financieel op vooruit zal gaan ingevolge deze ontwikkelingen. Indien diverse actoren binnen de balie voorvechters zijn geweest en nog steeds zijn van het concretiseren van de rechten die het EHRM voorziet in het strafrechtelijk vooronderzoek, dan gebeurt dat niet ten behoeve van de advocaat, maar in het belang van de burger. Finaal haalt de balie hierbij zelfs de kastanjes uit het vuur voor België als lidstaat van de Europese Raad, door te trachten te bewerkstelligen dat de standaard van artikel 6 EVRM wordt behaald. Deze constructieve houding leidt niet zelden tot de begripsverwarring dat iedere uitbreiding van de toegang tot een advocaat of een uitbreiding van de 9 Verslag namens de commissie voor de justitie, Parl.St. Senaat , nr /4,

4 interventiemogelijkheden van een advocaat een toegift aan de advocatuur zou zijn. 5. Het enige schijnbare alternatief dat er voor de advocaat, in het bijzonder de individuele advocaat, zou zijn, is geenszins evenwaardig. In plaats van een constructieve houding zou een afwachtende houding kunnen worden aangenomen, waarbij de advocaat in individuele dossiers ex post de schending van artikel 6 EVRM het recht op een eerlijk proces van zijn cliënt zou inroepen omwille van de niet-conformiteit aan het Salduz-acquis. Dit leidt evenwel niet tot een grondrechtenbescherming die concreet en effectief 10 is, maar betreft eerder een (individuele) verdediging op kap van de burger in het algemeen en ten nadele van de rechtstaat. Dit staat er niet aan in de weg dat in de uitvoering van rechtspraak met betrekking tot de vroege toegang tot een advocaat, de overheid de balie nodig heeft als partner en er bijgevolg goed aan doet de balie dan ook als partner te erkennen, eerder dan als antagonist die het node een toegeving doet. De verplichting inzake bescherming van de grondrechten van de rechtszoekende rust immers in eerste instantie op de overheid, 11 niet op andere actoren, zoals de balie. de wetgever 6. De vraag dringt zich op of de wetgever buitenspel staat in deze materie of net niet. Het antwoord is genuanceerd. De grondrechten en de grondrechtenbescherming op basis van het EVRM en het EHRM gebeurt vooreerst niet buiten de wetgever om. De nationale lidstaat is immers het primaire rechtssubject van het EVRM, dat door artikel 1 EVRM in een heel actieve rol wordt geplaatst: het zijn de nationale lidstaten die de bescherming van de rechten en vrijheden moeten bieden. 12 Nauw verwant hiermee is de subsidiariteit van de rechtsbescherming die het EHRM biedt aan individuele 10 De vereiste dat de grondrechtenbescherming practical and effective is, betreft een constante in de rechtspraak van het EHRM, die tevens in de verf werd gezet in de rechtspraak met betrekking tot de toegang tot een advocaat. zie betreffende het effectiviteitsbeginsel als interpretatiemethode: P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (13) 42, nr. 32, met verwijzing naar o.m. EHRM 9 oktober 1979, AIREY t. Ierland, 24; EHRM (Grote Kamer) 27 november 2008, SALDUZ t. Turkije, Infra. 12 Artikel 1 EVRM: The High Contracting Parties shall secure to everyone witin their jurisdiction the rights and freedoms ( ). 4

5 klagers. Slechts wanneer alle interne rechtsmiddelen zijn uitgeput, kan de burger zich gaan beklagen te Straatsburg. 13 De betrokken lidstaat moet immers de mogelijkheid hebben om een eventuele inmenging op een grondrecht door middel van zijn nationale rechtssysteem te remediëren. 14 Slechts indien dit niet gelukt is, komt aan het EHRM een rol toe. Eens bevoegd, is de rechtsmacht van het EHRM wel bijzonder substantieel. Het EVRM mag dan wel geconcipieerd zijn als benedengrens waar landen niet onder mochten zakken als ze niet met het schaamrood op de wangen tot de orde wilden worden geroepen, 15 de rechtspraak van het EHRM, die de beknopt omschreven tekst van het EVRM tot een dynamisch instrument maakt, 16 houdt een authentieke interpretatie of interpretatief gezag van gewijsde 17 in van bepalingen met rechtstreekse werking in ons rechtssysteem. De rechtstreekse werking van de rechtspraak van het EHRM, via het EVRM, betekent meteen ook dat de nationale rechter zich niet kan verstoppen achter het stilzitten van de nationale wetgever: artikel 6 EVRM moet worden toegepast, zoals geïnterpreteerd door het EHRM en nationale wetgeving die onverenigbaar is met deze rechtspraak moet buiten beschouwing worden gelaten Het is evenwel geen contradictie te stellen dat de nationale wetgever niet buitenspel wordt gezet. Het is integendeel vaste rechtspraak van het EHRM dat dit rechtscollege zich niet in de plaats kan en mag stellen van de nationale wetgever nationale wetgever die trouwens primair bevoegd is tot het bieden van de nodige rechtsbescherming in tegenstelling tot de subsidiariteit van het EHRM. Concreet komt het aan de nationale wetgever toe om de modaliteiten te bepalen van grondrechten die volgen uit de mensenrechtenverdragen, in het bijzonder 13 Artikel 35.1 EVRM. 14 Zie voor een relevant en markant voorbeeld: EHRM (ontv.) 2 maart 2010, BOUGLAME t. België, T.Strafr. 2010, afl. 5, noot, NC 2010, afl. 5, JLMB 2010, afl. 15, 714, noot M.-A. BEERNAERT en T. MOREAU. 15 F. VERBRUGGEN, Vindt het spook van Antigoon rust? Franstalig schoonmoederarrest als slotluik van de nieuwe Cassatierechtspraak over de uitsluiting van ontrechtmatig bewijs? (noot onder Cass. 12 oktober 2005), T. Strafr. 2006, afl. 1, (25) 29-30, nr P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (13) 41-42, nr L. VAN PUYENBROECK en G. VERMEULEN, Het recht op bijstand van een advocaat bij het politieverhoor na de arresten Salduz en Panovits van het EHRM, NC 2009, afl. 2, (87) 91, nr. 13; EHRM 9 juni 2009, OPUZ t. Turkije, 163; J. VAN MEERBEECK, Le droit à l assistance d un avocat à l aune de la jurisprudence Salduz: le pouvoir judiciaire entre Charybde et Scylla, JT 5 juni 2010, n 6398, (381) 383; zie ook infra, voetnoot P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (13) 46-51, nr

6 indien wordt vastgesteld dat de bestaande reglementering onvoldoende rechtsbescherming bood. 19 Het Hof van Cassatie ontwikkelde en hanteerde tot voor kort een bijzondere variant op deze verhouding, door te stellen dat ze de schending van artikel 6 EVRM niet kon vaststellen indien uit de rechtspraak van het EHRM onvoldoende precies bleek hoe een praktische invulling moest worden gegeven aan de toegekende rechten. 20 In haar arresten van 23 november 2010 en 23 februari 2011 lijkt het Hof van Cassatie echter wel de weg te zijn ingeslagen van het invullen van de grondrechten en het (impliciet) bepalen van modaliteiten. 21 In het licht van de taak van het Hof van Cassatie mag deze invulling verbazen, aangezien het Hof van Cassatie zich aldus niet beperkt tot de controle of de beoordeling van de feitenrechters conform is aan de dwingende rechtsregels, m.i.v. de rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, maar het Hof daarentegen aan rechtscreatie doet. 22 Ter vergelijking: inzake de motivering van arresten van het Hof van Assisen in navolging van het kamerarrest in de zaak-taxquet en in afwachting van de wet die de motivering wettelijk vorm gaf, 23 nam het Hof van Cassatie een veel meer afwachtende houding aan, hoewel de rechtstreekse werking van de rechtspraak van het EHRM wel werd erkend Zie, specifiek wat huidige context betreft: EHRM (Grote Kamer) 27 november 2008, SALDUZ t. Turkije, 51: ( ) Nevertheless, Article 6 3 (c) does not specify the manner of exercising this right. It thus leaves to the Contracting States the choice of the means of ensuring that it is secured in their judicial systems, the Court's task being only to ascertain whether the method they have chosen is consistent with the requirements of a fair trial. ( ). 20 Cass. 13 januari 2010, P F, conclusie D. VANDERMEERSCH, NC 2010, afl. 3, 186 zie ook de kritiek op deze benadering bij P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (13) 47 ev., nr Cass. 23 november 2010, P N, T.Strafr. 2011, afl. 1, 68-74, conclusie DUINSLAEGER en noot T.D., NC 2011, afl. 1, 64-74, conclusie DUINSLAEGER, noot C. VAN DEUREN, Salduz en Antigoon: een geslaagd huwelijk? ; T. DECAIGNY, Cassatie erkent recht op bijstand advocaat, Juristenkrant 8 december 2010, nr. 219, 1; D. PATTYN, De salduzleer naar Belgisch recht. De bewijsuitsluitingsregel in het arrest van het Hof van Cassatie van 23 november 2010, TvMR 2010, afl. 4, 15-16; Cass. 23 februari 2011, P F. 22 De analyse van de modaliteiten die het Hof van Cassatie bepaalde en bepaalt, valt buiten het opzet van deze bijdrage en gebeurt op een andere plaats. 23 Wet van 21 december 2009 tot hervorming van het hof van assisen, BS 11 januari EHRM 13 januari 2009, TAXQUET t. België, (zie ook: E. DE BOCK, Het arrest-taxquet en de motivering van het verdict van het hof van assisen, RW , afl. 30, 1272; T. DECAIGNY, ECtHR Taxquet v. Belgium. Can juries convict in accordance with the European Convention on Human Rights? NJECL 2010, afl. 1, 7-15 en H. VAN BAVEL, De motiveringsverplichting van het Hof van Assisen, in B. DAUWE, B. DE GRYSE, E. DE GRYSE, B. MAES en K. VAN LINT (ed.), Liber amicorum Ludovic De Gryse, Brussel, Larcier, 2010, ) Het dictum van deze beslissing werd bevestigd door de Grote Kamer: T. DECAIGNY, De Grote Kamer van het EHRM inzake TAXQUET: meer dan een bevestiging, (noot onder EHRM (Grote Kamer) 16 november 2010, TAXQUET t. België), TvMR 2010, afl. 4,

7 De slotsom betreffende de taak van de wetgever is dan ook de volgende: Het komt niet aan de wetgever toe te bepalen of een verdachte vanaf het begin van een strafrechtelijk vooronderzoek het recht op toegang tot een advocaat heeft, met inbegrip van de mogelijkheid bijgestaan te worden door een advocaat tijdens het verhoor. Deze rechten liggen reeds vast en dringen zich op aan de nationale overheid, ook aan de wetgever. Hoe deze rechten vorm krijgen in de nationale rechtsorde, is daarentegen wel de bevoegdheid van de wetgever. Bij het bepalen van de praktische modaliteiten is de wetgever echter natuurlijk wel gebonden aan grenzen die het EHRM heeft gesteld in haar rechtspraak, waaronder het effectiviteitsbeginsel. b. technische bemerkingen 25 vrijheidsberoving en de verwijzing in artikel 47bis, 3, Wetboek van Strafvordering 8. Het op 26 januari 2011 geformuleerde wetsvoorstel stelde voorop de Voorlopige hechteniswet en het Wetboek van Strafvordering te wijzigen (in die volgorde) om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen die van zijn vrijheid wordt beroofd rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan. 26 Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt ook dat de wet geen ambitie heeft die verder reikt dan het implementeren van wat het Salduz-principe wordt gedoopt. 27 Deze insteek verraadt meteen vrij veel over het standpunt dat de wetgever inneemt met betrekking tot de interpretatie van het EVRM en de EHRMrechtspraak. Er wordt helemaal niet vooropgesteld te anticiperen op een toekomstige, verdere, evolutie in de rechtspraak van het EHRM 28 en de koppeling aan de Voorlopige hechteniswet wijst erop dat de nadruk wordt gelegd op het aspect van vrijheidsberoving dat deel uitmaakt van deze EHRM-rechtspraak. Reeds eerder werd erop gewezen dat de vrijheidsberoving naar onze mening geen essentieel of noodzakelijk gegeven betreft om tot het recht op toegang tot 25 De Raad van State had ook aangedrongen op een wettelijke definitie en afbakening van het verhoor, de wetgever is daar (vooralsnog) niet op ingegaan - Advies van de afdeling wetgeving van de raad van state nr /AV van 19 april 2011, Parl.St. Kamer , nr /002, Wetsvoorstel ingediend door C. DEFRAIGNE, T. DELPÉRÉE, I. FAES, M. TAELMAN, R. TORFS en R. TORFS tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van het Wetboek van strafvordering, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen die van zijn vrijheid wordt beroofd rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Senaat , nr Eerste krachtlijn van het wetsvoorstel: Het voorstel moet een antwoord bieden op de vereisten die voortvloeien uit de Salduz-rechtspraak, niet meer maar ook niet minder dan dat Toelichting bij het wetsvoorstel, Parl. St. Senaat , nr , Zie inzake een dynamische interpretatie van de rechtspraak: T. DECAIGNY en J. VAN GAEVER, SALDUZ: nemo tenetur en meer T.Strafr. 2009, afl. 4,

8 een advocaat te besluiten. 29 De wetgever lijkt met deze voorwaarde dan ook een beperking in te voeren die afbreuk doet aan de rechten die burger, i.c. verdachte, ontleend aan het EVRM en uit de rechtspraak van het EHRM. De Raad van State waarschuwt ook met betrekking tot dit aspect en suggereert de ontwikkelingen van de rechtspraak van het EHRM op te volgen. 30 Op een louter technisch niveau houdt de verknochtheid met de vrijheidsberoving, of preciezer: de arrestatie, ook een probleem in. De voorgestelde nieuwe bepaling betreffende het recht op bijstand bij (tijdens) het verhoor, artikel 2bis (nieuw) Voorlopige hechteniswet, bepaalt haar toepassingsgebied als volgt: 1. Eenieder die overeenkomstig de artikelen 1 of 2, of ter uitvoering van een bevel tot medebrenging bepaald in artikel 3 van zijn vrijheid is benomen, heeft vanaf dat ogenblik en voorafgaandelijk aan het eerstvolgend verhoor ( ) het recht om een vertrouwelijk overleg te hebben ( ). 2. De betrokken persoon heeft recht op bijstand door zijn advocaat tijdens de verhoren binnen de bij artikel 1, 1, 2, 12 of 15bis bepaalde termijn. ( ) Artikel 47bis, 3, (nieuw) Wetboek van Strafvordering, raakt dit slechts indirect aan en luidt: Onverminderd de 1 en 2, eerste lid, 1º en 2º, wordt aan eenieder die van zijn vrijheid beroofd is overeenkomstig de artikelen 1, 2, 3, 15bis en 16 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis meegedeeld dat hij beschikt over de rechten opgesomd in de artikelen 2bis, 15bis en 16 van dezelfde wet. De rechten bepaald in de artikel 2bis (en onrechtstreeks in de artikelen 15bis en 16) Voorlopige hechteniswet betreffen het bijstandsrecht en het consultatierecht na vrijheidsberoving. Artikel 47bis (nieuw) Wetboek van Strafvordering regelt het verhoor en creëert in essentie met betrekking tot de toegang tot een advocaat 29 P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (13) 20-24, nr. 9-11; zie ook, gelijklopend: D. VANDERMEERSCH, Après l arrêt Salduz, quelles perspectives de réforme? in F. DERUYCK, M. DE SWAEF, J. ROZIE, M. ROZIE, Ph. TRAEST en R. VERSTRAETEN (ed.), De wet voorbij. Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (475) 477; Zie in die zin ook: Advies van de afdeling wetgeving van de raad van state nr /AV van 19 april 2011, Parl.St. Kamer , nr /002, en Het Hof van Cassatie beperkt de erkenning van het recht op toegang ook tot de situatie van vrijheidsberoving, zie impliciet Cass. 23 november 2010 (supra) en expliciet Cass. 5 april 2011, P N. 30 Advies van de afdeling wetgeving van de raad van state nr /AV van 19 april 2011, Parl.St. Kamer , nr /002, 18. 8

9 slechts het beperkte consultatierecht buiten vrijheidsberoving. 31 Hieruit volgt vooreerst dat het recht op bijstand van een advocaat de daadwerkelijke fysieke aanwezigheid van een advocaat enkel wordt voorzien bij vrijheidsberoving en geregeld wordt in de Voorlopige hechteniswet, hoewel het een materie betreft die verband houdt met het verhoor veeleer dan de voorlopige hechtenis en aldus logischer zou worden geregeld bij de bepalingen betreffende het verhoor, zijnde artikel 47bis Wetboek van Strafvordering. 9. Het louter technische probleem situeert zich evenwel inzake het onderlijnde deel van de geciteerde bepalingen. De bepalingen van de Voorlopige hechteniswet waar naar verwezen wordt, regelen respectievelijk de arrestatie op heterdaad (artikel 1 Voorlopige hechteniswet), de arrestatie buiten heterdaad (artikel 2 Voorlopige hechteniswet), het bevel tot medebrenging (artikel 3 Voorlopige hechteniswet), het (voorgestelde) bevel tot verlenging van de 24 uren-termijn (artikel 15bis Voorlopige hechteniswet) en het bevel tot aanhouding (artikel 16 Voorlopige hechteniswet). De organisatie van het recht op bijstand zou met name problematisch zijn, zoals namens de Orde van Vlaamse Balies opgemerkt in de Senaatscommissie, 32 bij de politionele vrijheidsberoving voorafgaand aan de daadwerkelijke beslissing door een parketmagistraat of onderzoeksrechter tot arrestatie. Hoewel de Voorlopige hechteniswet voorschrijft dat de magistraat onverwijld en door middel van de snelste communicatiemiddelen in kennis wordt gesteld van de vrijheidsberoving 33 respectievelijk de bewarende maatregelen met het oog op de vrijheidsbeneming, 34 blijkt tussen de vrijheidsberoving zijnde het ogenblik vanaf wanneer de betrokkenen niet meer over de vrijheid van komen en gaan beschikt en de beslissing tot arrestatie bij toepassing van artikel 1 of 2 Voorlopige hechteniswet vaak enige tijd te verstrijken. Dit leidt op zich niet tot een procedurele sanctie en mogelijk vindt reeds een verhoor plaats in deze periode. 35 Een letterlijke lezing van het voorgestelde artikel 2bis (nieuw) Voorlopige hechteniswet, zou het dus mogelijk maken dat ondanks vrijheidsberoving alsnog zou worden overgegaan tot verhoor zonder dat het recht op bijstand door een advocaat zou moeten worden gehonoreerd. Wordt na het verhoor de 31 Infra. 32 Hoorzitting Senaatscommissie Justitie 16 februari Verslag namens de commissie voor de justitie, Parl.St. Senaat , nr /4, en Artikel 1, 4 Voorlopige hechteniswet. 34 Artikel 2, 2 Voorlopige hechteniswet. 35 VERSTRAETEN stelt hieromtrent, met betrekking tot de vrijheidsberoving op heterdaad: Men mag aannemen dat hij eerst kan overgaan tot een kort onderzoek van de voorhanden zijnde gegeven, met een eventueel verhoor van de betrokkene. R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2005, 494, nr

10 vrijheidsberoving voorafgaand aan het verhoor bevestigd, dan is het kwaad al geschied. 36 Wat betreft artikel 47bis Wetboek van Strafvordering kan dit euvel eenvoudigweg worden opgelost door het onderlijnde deel van de voorgestelde bepaling (supra) weg te laten: aldus komt men tot een wettekst die in overeenstemming is met de schijnbare wens van de wetgever, doch zonder de juridisch problematische omschrijving. De aanpassing in de Senaatscommissie, waarbij het begrip vrijheidsberoving in artikel 2bis, 1, eerste lid, (nieuw) Voorlopige hechteniswet wordt veranderd in vrijheidsbeneming, biedt, spijts het opzet van het amendement, geen volledig adequaat antwoord op het geschetste probleem Het is echter maar de vraag of er hierbij geen spijkers op laag water worden gezocht. Vooreerst is het probleem in se beperkt tot de situatie van daadwerkelijke vrijheidsbeneming zonder tussenkomst van een magistraat, hoewel dit wel wordt voorzien door de Voorlopige hechteniswet. Hoewel deze situatie op heden in beperkte mate feitelijk wordt gedoogd, wordt dit moeilijker bij toepassing van het consultatierecht. Dit consultatierecht de toegang tot een advocaat voorafgaand aan het verhoor wordt immers wel voorzien voor deze categorie personen, te weten verdachten van een misdrijf waarvoor een bevel tot aanhouding kan worden verleend, los van enige vrijheidsbeneming. 38 De problematiek van de libellering van de wettekst is dan ook beperkt tot de situatie waarbij de advocaat na een consultatie met een persoon die feitelijk van zijn vrijheid wordt beroofd of die werd uitgenodigd voor verhoor, de toegang tot het verhoor zou worden geweigerd. Deze advocaat kan zich gebeurlijk uiteraard beroepen op de duidelijke wettekst van artikel 1 en 2 Voorlopige hechteniswet. Bovendien wordt het consultatierecht buiten vrijheidsberoving en zonder voorafgaandelijke uitnodiging geconcretiseerd door het recht het verhoor uit te 36 Hoorzitting Senaatscommissie Justitie 16 februari Verslag namens de commissie voor de justitie, Parl.St. Senaat , nr /4, Amendement nr. 89 van de heer TORFS c.s., Parl.St. Senaat , 5-663/3; Zie echter ook de overeenstemming over een terminoligische aanpassing tussen de voorzitter van de raad van procureurs des Konings en de OVB - Hoorzitting Senaatscommissie Justitie 16 februari Verslag namens de commissie voor de justitie, Parl.St. Senaat , nr /4, Het voorgestelde artikel 47bis, 2, 3, Wetboek van Strafvordering luidt immers: Onverminderd 1, wordt, vooraleer wordt overgegaan tot het verhoor van een persoon aangaande misdrijven die hem ten laste kunnen worden gelegd, aan de te ondervragen persoon op beknopte wijze kennis gegeven van de feiten waarover hij zal worden verhoord en wordt hem meegedeeld dat: ( ) 3º hij het recht heeft om voor het eerste verhoor een vertrouwelijk overleg te hebben met een advocaat naar keuze of een hem toegewezen advocaat, in zoverre de feiten die hem ten laste kunnen worden gelegd een misdrijf betreffen waarvan de straf aanleiding kan geven tot het verlenen van een bevel tot aanhouding, met uitzondering van de wanbedrijven bedoeld in artikel 138, 6º, 6ºbis en 6ºter. 10

11 stellen. 39 Veeleer dan een gevaar dat het consultatierecht en het bijstandsrecht niet zou worden erkend, heeft de dynamiek van de wet tot gevolg dat sneller een officiële arrestatie zal plaatsvinden, net om het uitstellen van het verhoor tegen te gaan. Ten tweede, en nog meer fundamenteel, blijkt uit de tekst van artikel 2bis, 1, eerste lid, (nieuw) Voorlopige hechteniswet geenszins dat het consultatierecht en bijstandsrecht na vrijheidsberoving worden afhankelijk gesteld van de formele beslissing van een magistraat conform de artikelen 1 en 2 van dezelfde wet. Waar deze bepaling Eenieder die overeenkomstig de artikelen 1 of 2 of ter uitvoering van een bevel tot medebrenging bepaald in artikel 3 van zijn vrijheid is benomen viseert, moet worden opgemerkt dat diegene wiens vlucht ingevolge vaststellingen bij heterdaad werd verhinderd 40 of ten aanzien van wie bewarende maatregelen tegen ontvluchting 41 werden genomen, duidelijk binnen het toepassingsgebied van artikel 2bis (nieuw) valt. Ook heeft de verwijzing vanaf dat ogenblik in deze bepaling m.i. duidelijk betrekking op het ogenblik van vrijheidsbeneming, niet op de formele beslissing tot arrestatie. het bevel tot verlenging 11. Bijzonder vaak wordt de grondwettelijke termijn van 24 uren gedurende dewelke een persoon maximaal van zijn vrijheid kan worden beroofd zonder rechterlijk bevel, 42 aangegrepen als waarborg die de Belgische strafprocedure biedt (vaak als surrogaat voor de toegang tot een advocaat), dan wel als reden waarom de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek praktisch niet zou kunnen worden georganiseerd. Het kan moeilijk worden ontkend dat deze korte termijn de uitdaging om de toegang tot een advocaat te organiseren groter maakt. Om hieraan te verhelpen voorziet het wetsvoorstel in een nieuw hoofdstuk in de Voorlopige hechteniswet, bevattende artikel 15bis. Dit artikel bepaalt dat de onderzoeksrechter binnen de termijn van artikel 1, 1 of 2 Voorlopige hechteniswet een bevel tot verlenging zou kunnen laten betekenen, op basis waarvan een nieuwe termijn van maximaal 24 uren zou ingaan Artikel 47bis, 2, 3, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, infra. 40 Artikel 1, 2 Voorlopige hechteniswet. 41 Artikel 2, 2 Voorlopige hechteniswet. 42 Artikel 12 Grondwet; Voorlopige hechteniswet. 43 Een dergelijk artikel, zeker in zijn oorspronkelijke vorm, komt grotendeels overeen met de suggestie van Damien VANDERMEERSCH - D. VANDERMEERSCH, Après l arrêt Salduz, quelles perspectives de réforme? in F. DERUYCK, M. DE SWAEF, J. ROZIE, M. ROZIE, Ph. TRAEST en R. VERSTRAETEN (ed.), De wet voorbij. Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (475)

12 Aangezien het een met redenen omkleed bevel is van de hand van een onderzoeksrechter, zie ik niet in waarom een dit ongrondwettelijk zou zijn. 44 Evenmin lijkt artikel 5 EVRM zich tegen een dergelijke regeling te verzetten. 12. De vereiste van een rechterlijk bevel biedt op twee niveaus rechtsbescherming aan de verdachte. Vooreerst betreft het een tussenkomst van een rechter, waardoor de waarborgen die eigen zijn aan de functie van een lid van de rechterlijke macht doorwerken in de beslissing. In de hypothese van een verdubbeling van de termijn maakt de vereiste tussenkomst van een onderzoeksrechter binnen de initiële termijn het ten tweede noodzakelijk dat het dossier in de eerste 24 uren ter beschikking wordt gesteld van de onderzoeksrechter, wat deze de kans geeft om het dossier grondig voor te bereiden vooraleer de voorleiding en de beslissing omtrent de voorlopige hechtenis plaatsvindt. Een dergelijke situatie is zeker en vast meer aangewezen dan een automatische verlenging van de grondwettelijke termijn tot meer dan 24 uur. 45 Het oorspronkelijke wetsvoorstel bevatte met betrekking tot de duur van dit bevel tot verlenging een dubbelzinnigheid. Enerzijds omschreef artikel 15bis Voorlopige hechteniswet dat de duur bepaald dient te worden door de onderzoeksrechter en moet overeenkomen met de tijd die voor de toepassing van artikel 2bis en 47bis, 2, 3 van het Wetboek van Strafvordering gevraagd wordt. De duur zou aldus beperkt blijven tot de bijkomende tijd die het organiseren van de toegang tot een advocaat in beslag neemt. 46 Deze bepaling zou dan ook de facto een schorsing zijn van de grondwettelijke termijn middels een rechterlijk bevel. Anderzijds schreef het tweede lid van hetzelfde voorgestelde artikel 15bis voor dat het bevel tot verlening de opsomming zou moeten bevatten van de onderzoeksdaden die nog moeten worden gesteld 47 en in functie daarvan de bepaling van de duur van de verlenging, 48 waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de duur van het bevel tot verlenging kan worden gegrond op onderzoekshandelingen die geen uitstaans hebben met huidige problematiek, met name de toegang tot een advocaat in het vooronderzoek. 44 Onderzoeksrechter VAN CAUWENBERGHE werpt deze vraag op - Hoorzitting Senaatscommissie Justitie 16 februari Verslag namens de commissie voor de justitie, Parl.St. Senaat , nr /4, Mocht een constituante kunnen worden gevonden: artikel 12 van de Grondwet is vatbaar voor herziening verklaard Verklaring van 7 mei 2010 tot herziening van de Grondwet, BS 7 mei Zie in dezelfde zin: D. VANDERMEERSCH, Après l arrêt Salduz, quelles perspectives de réforme? in F. DERUYCK, M. DE SWAEF, J. ROZIE, M. ROZIE, Ph. TRAEST en R. VERSTRAETEN (ed.), De wet voorbij. Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (475) Artikel 15bis, tweede lid, 3, (oorspronkelijk voorstel) Voorlopige hechteniswet. 48 Artikel 15bis, tweede lid, 4, (oorspronkelijk voorstel) Voorlopige hechteniswet. 12

13 De Senaatscommissie bevestigde geen van beide invullingen, maar schoof nog verder op naar een maximalistische stelling, waarbij de verlenging stelselmatig voor 24 uren zou gelden. Criteria of verplichte vermeldingen met betrekking tot de duur van het bevel tot verlenging zijn in de aangepaste versie namelijk komen te vervallen. Meer nog, het bevel tot verlenging zou geen duurtijd meer moeten vermelden, enkel wordt nog bepaald dat de vrijheidsbeneming die het gevolg is van het bevel niet langer mag duren dan 24 uren (tweede lid). Het vierde lid stipuleert onomwonden Tijdens de nieuwe periode van vierentwintig uur. 13. Een ander technisch euvel omtrent het bevel tot verlenging situeert zich evenwel op een punt dat niet in de eigenlijke wettekst is vervat, maar daarentegen net ontbreekt. Aangezien wordt voorgesteld de onderzoeksrechter een bijkomende bevoegdheid te verlenen zonder deze uit te sluiten van de toepassing van artikel 28septies Wetboek van Strafvordering, zou een bevel tot verlenging kunnen worden bevolen bij wijze van mini-instructie, d.i. door de onderzoeksrechter als rechter van het onderzoek in een opsporingsonderzoek. Blijkens de toelichting bij het initiële wetsvoorstel was het geen vergetelheid, maar net de bedoeling van de indieners dat het bevel tot verlenging zou kunnen worden afgeleverd op basis van een mini-instructie. Dit is weinig logisch. Een bevel tot verlenging bij wijze van mini-instructie zonder evocatie vanwege de onderzoeksrechter ontneemt bij een latere voorleiding het voordeel van een relatief vroege tussenkomst van de onderzoeksrechter. Evenzeer lijkt het in het licht van de grondrechtenbescherming van diegene die het voorwerp uitmaakt van een bevel tot verlenging coherent noch logisch om deze uit te sluiten van het gerechtelijk onderzoek, hoewel een uitsluiting van de mini-instructie wel werd voorzien voor het bevel tot aanhouding, de volledig anonieme getuigenis, een afluistermaatregel, de huiszoeking en de observatie om zicht te verwerven in een woning of een lokaal betreffende de beroepsuitoefening van een arts of advocaat. 49 De mogelijkheid van toepassing bij wijze van mini-instructie, voorzien in het kader van het initiële voorstel, verstaat zich tenslotte moeilijk met de oorspronkelijke libellering, die voorzag in de opsomming van de onderzoeksdaden die nog moeten worden gesteld. 50 Het is volstrekt onlogisch een onderzoeksrechter te laten bepalen welke onderzoeksdaden nog moeten worden gesteld, zonder een gerechtelijk onderzoek te vorderen voor de feiten waarvoor het bevel tot verlenging wordt gelast. 49 Artikel 28septies Wetboek van Strafvordering. 50 Artikel 15bis, tweede lid, 3, (oorspronkelijk voorstel) Voorlopige hechteniswet. 13

14 14. Het oorspronkelijke voorstel voorzag tevens in de motivering betreffende de concrete omstandigheden eigen aan de zaak of de persoon, die een verlenging rechtvaardigen. 51 In de Senaatscommissie is deze omschrijving geamendeerd tot de bijzondere omstandigheden van het voorliggend geval om nauwkeuriger en veeleisender (sic) te zijn. 52 Het is volstrekt niet duidelijk wat bedoeld wordt met de bijzondere omstandigheden van het voorliggend geval. 53 De huidige, voorlopige, wettekst biedt dan ook bitter weinig houvast. uitzondering omwille van dwingende redenen 15. De rechtspraak van het EHRM, met inbegrip van het arrest-salduz, schrijft voor dat van de vereiste van toegang tot een advocaat in uitzonderlijke gevallen zou moeten kunnen worden afgeweken, in welk geval alsnog de rechten op een eerlijk proces moeten worden gewaarborgd. 54 BEERNAERT wees er reeds op dat in de omstandigheden die een uitzondering mogelijk maken op het recht op toegang tot een advocaat de evolutie van de rechtspraak van het EHRM kan worden gelezen. Waar pre-salduz geldige redenen (good cause / des raisons valables) 51 Artikel 15bis, tweede lid, 2, (oorspronkelijk voorstel) Voorlopige hechteniswet. 52 Toelichting bij amendement 67 van de heer F. DELPÉRÉE, Parl.St. Senaat , 5-663/2. 53 De toelichting bij amendement 67 van de heer F. DELPÉRÉE, Parl.St. Senaat , 5-663/2 vermeldt: ( ) De onderzoeksrechter moet verantwoorden dat de vrijheidsbeneming noodzakelijk is, niet omdat hij de tijd niet heeft gehad om zijn onderzoek te voeren of omdat de ondervraging van de verdachte persoon onvoldoende resultaat heeft opgeleverd, maar omdat het vrijlaten van die persoon gevaarlijk kan zijn voor de maatschappelijke orde. In zijn huidige versie heeft artikel 15bis een aantal mogelijke verantwoordingen. Sommige hebben te maken met de ontwikkeling van het onderzoek. Andere hebben te maken met de noodzaak om een persoon van zijn vrijheid te beroven. Die mengelmoes is niet aangewezen. Om te voorkomen dat er kritiek komt op het voorstel en dat het voor het Grondwettelijk Hof wordt gebracht, is het raadzaam zich nauwkeuriger en veeleisender te tonen. De indiener van het amendement stelt dan ook voor de vermelding dat de verlenging van de termijn waartoe de rechter beslist moet overeenkomen met de tijd die gevraagd wordt voor de toepassing van artikel 2bis van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van artikel 47bis, 2, 3º, van het Wetboek van strafvordering, die door het voorstel worden ingevoegd, te doen vervallen. Tevens stelt hij voor de verplichting te doen vervallen om in het bevel van verlenging de onderzoeksdaden die nog moeten worden gesteld, op te sommen. Beide vereisten komen er immers op neer dat ze de onderzoeksrechter dwingen op het verloop van het onderzoek te steunen om de verlenging van de aanhouding te verantwoorden. Het moet volstaan dat het bevel enerzijds de ernstige aanwijzingen van schuld aan een misdaad of een wanbedrijf vermeldt die het voortzetten van de vrijheidsbeneming vergen en anderzijds de concrete omstandigheden eigen aan de zaak of de persoon die een verlenging rechtvaardigen. ( ) 54 EHRM (Grote Kamer) 27 november 2008, SALDUZ t. Turkije,

15 volstonden, vereist het EHRM vanaf het arrest van 27 november 2008 dwingende redenen (compelling reasons / des raisons impérieuses). 55 In zoverre dergelijke dwingende redenen zouden overeenstemmen met overmacht, lijkt een wettelijke omschrijving dienaangaande niet absoluut noodzakelijk. Het wetsvoorstel voorziet evenwel in een laatste paragraaf van artikel 2bis Voorlopige hechteniswet de volgende tekst: In het licht van de bijzondere omstandigheden van de zaak en voor zover er dwingende redenen zijn, kan de procureur des Konings of de gelaste onderzoeksrechter uitzonderlijk, bij gemotiveerde beslissing, afwijken van de rechten vastgesteld in de 1 en 2. Naar mijn aanvoelen betreft deze bepaling procedureel een te zware belasting, al menen OVB en OBFG dat dit procedurevoorschrift te licht is en dat een onderzoeksrechter zou moeten tussenkomen om tot deze uitzondering te kunnen besluiten. De uitzondering omwille van dringende redenen betreft immers de situatie waarbij omwille van uitzonderlijke omstandigheden geen toegang tot een advocaat zou kunnen worden georganiseerd. Mijns inziens gaat zulks enkel op wanneer een bijzonder spoedig verhoor absoluut noodzakelijk zou zijn. 56 In dergelijk geval kan de vereiste van een gemotiveerde beslissing van de procureur des Konings of de onderzoeksrechter gezien de aard van het vooronderzoek en met het oog op een controle ex post bij schriftelijke en voorafgaande beschikking of kantschrift een vertraging betreffen die niet in verhouding staat met de dwingende redenen die ten grondslag liggen aan de afwijking van de toegang tot een advocaat. Het lijkt me dan ook meer aangewezen dat, indien hiervoor een wettelijke regeling wordt voorzien, tevens in de mogelijkheid wordt voorzien voor de politieagent op het veld om een beslissing dienaangaande te nemen, overeenkomstig het cascade-systeem dat in artikel 1 Voorlopige hechteniswet wordt voorzien bij arrestatie op heterdaad. 55 M.-A. BEERNAERT, Salduz et le droit à l assistance d un avocat dès les premiers interrogatoires de police, RDP 2009, (971) ; zie ook de conclusie van Advocaat-generaal P. DUINSLAEGER bij het arrest Cass. 23 november 2010, P N, T.Strafr. 2011, afl. 1, (te verschijnen), noot T.D., NC 2011, afl. 1, 64-74, conclusie DUINSLAEGER, noot C. VAN DEUREN. 56 Het klassieke voorbeeld is de terreurverdachte die terstond zou moeten worden verhoord m.b.t. een tikkende tijdbom, of, zoals vermeld in de toelichting bij het wetsvoorstel: een ontvoeringszaak, waarbij snel moet kunnen gereageerd worden om het slachtoffer te lokaliseren dat mogelijks in levensgevaar is. Het andere voorbeeld uit de toelichting dat zou nopen tot een tot uitzondering leidende dwingende reden volstaat naar mijn mening geenszins: de toelichting verwijst naar een ernstige zaak van terrorisme waarbij de algemene veiligheid mogelijks bedreigd wordt (Toelichting bij het wetsvoorstel, Parl. St. Senaat , nr , 26). Een dergelijke vage omschrijving is m.i. onvoldoende om als dwingende reden te kunnen gelden die de toegang tot een advocaat onmogelijk maakt. De Raad van State ziet echter geen graten in de procedurele vereisten en leest in de gegeven voorbeelden dat de bepaling restrictief moet worden geïnterpreteerd (Advies van de afdeling wetgeving van de raad van state nr /AV van 19 april 2011, Parl.St. Kamer , nr /002, 27-28). 15

16 c. inhoudelijke analyse recht t.o.v. modaliteit 16. Hierboven werd er reeds op gewezen dat de wetgever in deze materie slechts een beperkte manoeuvreerruimte heeft. Het recht op toegang tot een advocaat met inbegrip van de bijstand van een advocaat tijdens het verhoor, staat reeds vast op basis van de EHRM-rechtspraak. 57 Het komt daarentegen wel aan de wetgever toe dit recht te moduleren naar de Belgische context, te implementeren en de modaliteiten van de uitoefening van het recht te bepalen. Op dit punt loopt het in het wetsvoorstel meermaals fout. In situaties waarbij er goede redenen bestaan om niet de meest verregaande modaliteiten ten behoeve van de verdachte te voorzien, zonder evenwel het recht op toegang tot een advocaat te beperken, ontzegt het wetsvoorstel burgers rechten die hen op basis van de EHRM-rechtspraak toekomen. Aldus komt men potentieel opnieuw in de onduidelijke situatie van huidige juridische context de lege lata: op basis van artikel 6 EVRM en de rechtspraak van het EHRM kunnen rechten worden geclaimd die niet zijn opgenomen in de vigerende Belgische wetgeving. Waar met betrekking tot een specifiek aspect van het wetsvoorstel een verwarring van recht en modaliteit wordt aangekaart, wordt aan dit probleem gerefereerd. het verhoor ongeacht de hoedanigheid of het verdachtenverhoor 17. Het wetsvoorstel deelt artikel 47bis Wetboek van Strafvordering op in paragrafen, waarbij de eerste paragraaf de regels voorschrijft voor het verhoor ongeacht de hoedanigheid van wie verhoord wordt. De huidige bepalingen van artikel 47bis, 2-5, Wetboek van Strafvordering worden nu, in tegenstelling tot het oorspronkelijke wetsvoorstel, 58 behouden, onder paragraaf één. In vergelijking met de huidige situatie wordt in paragraaf één in een cautieplicht voorzien: getuige, klager, slachtoffer of verdachte, allen worden erop gewezen dat ze niet verplicht kunnen worden zichzelf te beschuldigen. In paragraaf vijf wordt gestipuleerd dat indien een persoon die niet als verdachte wordt verhoord lopende het verhoor in 57 P. DE HERT en T. DECAIGNY, De uitwerking door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van het recht op toegang tot een advocaat bij het (politie)verhoor, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (13) 27 ev.; EHRM 14 oktober 2010, BRUSCO t. Frankrijk, JLMB 2010, afl. 36, , noot T. DECAIGNY en M. NÈVE, Droit d assitance ou droit de consultation: les perspectives de Strasbourg et de Paris. 58 Amendement nr. 83, Parl.St. Senaat , 5-663/3. 16

17 aanmerking blijkt te komen als verdachte, moet worden overgestapt op de modaliteiten van het verdachtenverhoor. Louter volledigheidshalve merk ik op dat deze paragraaf de overstap voorschrijft Indien tijdens het verhoor blijkt dat de verhoorde de facto een verdachte blijkt te zijn, zonder tijdsvoorwaarde. Het lijkt me aangewezen hierbij tevens te stipuleren dat deze overstap onmiddellijk moet plaatsvinden wanneer het statuut van de persoon die verhoord wordt, verandert. 59 De paragrafen twee tot vier van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering hebben vervolgens betrekking op het verhoor van de verdachten. Dit wordt gedefinieerd als het verhoor van een persoon aangaande misdrijven die hem ten laste kunnen worden gelegd. 60 Dienaangaande bevat het wetsvoorstel de concretisering van een belangrijke verworvenheid uit de EHRM-rechtspraak, 61 met name dat aan de te ondervragen persoon op beknopte wijze kennis gegeven [wordt] van de feiten waarover hij zal worden verhoord. 62 Het is in het licht van de uitoefening van de rechten van verdediging in het algemeen en met het oog op inschatten of een beroep op het zwijgrecht aangewezen is in het bijzonder, van cruciaal belang dat de verdachte (en zijn raadsman) weet wat het voorwerp is van het verhoor. Geformuleerde kritieken als zou een volledige toegang tot het strafdossier of de inhoud van het strafdossier op dit ogenblik, voorafgaand aan het eerste verhoor, noodzakelijk zijn, deel ik niet. Immers mag niet uit het oog worden verloren dat het verhoor ook haar merites heeft en dat het verhoor haar (tactische) opbouw mag hebben, waarbij bepaalde informatie niet onmiddellijk wordt prijs gegeven. Dit staat er natuurlijk niet aan in de weg dat de kennisgeving van de ten laste gelegde feiten de voorbereiding van het verhoor mogelijk moet maken. Is dit niet het geval, dan kan het aangewezen zijn zich te beroepen op het zwijgrecht. Dit zwijgrecht wordt in het wetsvoorstel niet alleen erkend door middel van een uitdrukkelijke cautieplicht, maar wordt voor de verdachte tevens gemoduleerd. De wettekst schrijft immers voor dat het zwijgrecht niet slaat op het meedelen van de eigen identiteit, 63 maar enkel op het afleggen van een verklaring. vertrouwelijk overleg het consultatierecht 18. Aangezien één van de belangrijke taken van een advocaat naar aanleiding van een strafrechtelijk vooronderzoek en het verdachtenverhoor erin bestaat de verdachte te informeren en te adviseren, lijdt het geen enkele twijfel dat 59 Invoegen van de woorden en zodra tussen de woorden Indien en tijdens in artikel 47bis, 5, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 60 Artikel 47bis, 2, eerste lid, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 61 Zie, in het bijzonder: EHRM 16 februari 2009, Shabelnik t. Oekraïne 62 Artikel 47bis, 2, eerste lid, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 63 Amendement nr. 52, Parl.St. Senaat , 5-663/2. 17

18 voorafgaand aan een verhoor een consultatie moet plaatsvinden. Terecht omschrijft het wetsvoorstel deze consultatie als een vertrouwelijk overleg, waarbij het belang van het predicaat vertrouwelijk nauwelijks kan worden overschat. Indien niet kan worden gewaarborgd dat het overleg met de verdachte vertrouwelijk verloopt, is het consultatierecht de facto een lege doos. 64 Het wetsvoorstel maakt een onderscheid 65 tussen verschillende categorieën van verdachten, om het consultatierecht al dan niet toe te kennen. categorie α Voor overtredingen en wanbedrijven die tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren wordt geen consultatierecht voorzien, 66 behoudens bij vrijheidsbeneming. 67 Er wordt uitdrukkelijk voor geopteerd het verkeerscontentieux uit te sluiten van het consultatierecht, omdat dit praktisch onwerkbaar zou zijn. 68 Meer algemeen worden alle misdrijven waarvoor geen bevel tot aanhouding kan worden afgeleverd, dus overtredingen en wanbedrijven waarvan het strafmaximum onder één jaar gevangenisstraf blijft, 69 uitgesloten van het consultatierecht. 70 categorie β Indien het verhoor voor een misdrijf waarvoor een bevel tot aanhouding kan worden afgeleverd, gebeurt op schriftelijke uitnodiging, waarbij gewezen wordt op het zwijgrecht en het consultatierecht en waarbij de feiten waarover de verdachte zal worden verhoord worden meegedeeld, dan wordt de verdachte vermoed een advocaat te hebben geconsulteerd vooraleer zich aan te bieden voor verhoor. 71 In het oorspronkelijke ontwerp werd de kennisgeving van het recht op consultatie in de schriftelijke uitnodiging en het daarop gebaseerde vermoeden zonder uitzondering voorzien. De tekst werd afgezwakt tot een mogelijkheid van kennisgeving (en daaraan gekoppeld vermoeden) omdat een 64 T. DECAIGNY, Ph. DE JAEGERE en A. VERSTRAETE, De inhoud van het consultatie- en bijstandsrecht: middelen, mogelijkheden en deontologie, in P. DE HERT en T. DECAIGNY (ed.), De advocaat bij het verhoor. Een stand van zaken, Heule, Uga, 2010, (123) 135, nr. 19 met verwijzing naar EHRM 13 januari 2009, RYBACKI t. Polen, 56; EHRM 31 januari 2002, LANZ t. Oostenrijk, 50 en de rechtspraak t.a.p.; ECRM 12 juli 1984, CAN t. Oostenrijk, 51 e.v.; T. SPRONKEN, G. VERMEULEN, D. DE VOCHT en L. VAN PUYENBROECK, EU Procedural Rights in Criminal Proceedings, 24; Dit impliciet in artikel 6 EVRM vervatte recht is echter niet absoluut: EHRM LANZ (supra); G. STESSENS en B. DE SMET, Artikel 6, 3, EVRM, in J. VANDE LANOTTE en J. HAECK (ed.), Handboek EVRM. Deel 2 Artikelsgewijze commentaar, I, Antwerpen, Intersentia, 2004, , nr De wet voorziet niet in een systematische oplijsting of onderverdeling in categorieën. Huidige categorieën betreffen een eigen analyse en labelling. 66 Artikel 47bis, 2, 3, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 67 Infra, toelichting bij amendement nr. 90, Parl.St. Senaat , 5-663/3, in fine. 68 Toelichting bij amendement nr. 90, Parl.St. Senaat , 5-663/3, met verwijzing naar de hoorzitting van 16 februari Artikel 16, 1, eerste lid, Voorlopige hechteniswet. 70 Toelichting bij het wetsvoorstel, Parl.St. Kamer , 5-663/1, Artikel 47bis, 2, vierde lid, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 18

19 schriftelijke kennisgeving met opgave van de redenen van het verhoor nefast kan zijn voor het onderzoek. 72 categorie γ Een verhoor zonder vrijheidsbeneming en zonder voorafgaande schriftelijke uitnodiging of op basis van een uitnodiging die niet alle voorziene vermeldingen (rechten en omschrijving van de feiten) bevat, geeft aanleiding tot consultatierecht. 73 Dit consultatierecht van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering buiten vrijheidsbeneming bestaat louter uit het recht het verhoor eenmalig uit te stellen. 74 Door middel van een gedateerd en ondertekend document kan de verdachte afstand doen van dit recht. 75 Aangezien dit consultatierecht, dat organisatorisch weinig om het lijf heeft, geschiedt buiten de situatie van vrijheidsberoving en ten aanzien van verdachten die, per definitie, over een zwijgrecht beschikken, komt de uitsluiting van categorie α bevreemdend over. Vooreerst lijkt het juridisch niet hard te maken dat deze categorie het recht op consultatie zou worden ontzegd. De Raad van State wijst er hieromtrent op dat de nadruk die het EHRM legt op concrete omstandigheden het moeilijk te verantwoorden maakt de uitsluiting van categorieën in abstracto te voorzien. 76 Ten tweede leiden de rechten waarover deze personen beschikken en de mededelingen die hen worden gedaan de facto tevens tot een consultatierecht zoals omschreven in deze wetsbepaling: zal een verdachte die nog over de vrijheid van komen en gaan beschikt en verdacht wordt van een misdrijf waarvoor geen voorlopige hechtenis mogelijk is, zich niet beroepen op zijn zwijgrecht als hem geweigerd wordt eerst overleg te hebben met zijn advocaat? Zal die verdachte, die zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen en vervolgens een advocaat heeft geraadpleegd, vervolgens geweigerd worden alsnog een verklaring af te leggen? 77 Als absoluut minimum minimorum kan niet worden ingezien waarom een uitnodiging voor een verhoor dat betrekking heeft op feiten van de categorie α niet in beginsel zou vermelden waar het verhoor betrekking op heeft, met de mededeling dat de te verhoren verdachte een advocaat kan raadplegen. 72 Amendement nr. 71, Parl.St. Senaat , 5-663/2. 73 Artikel 47bis, 2, eerste, en vijfde lid, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 74 Artikel 47bis, 2, vijfde lid, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 75 Artikel 47bis, 2, vierde lid, (nieuw) Wetboek van Strafvordering. 76 Advies van de afdeling wetgeving van de raad van state nr /AV van 19 april 2011, Parl.St. Kamer , nr /002, De Raad van State concludeert voorzichtig dat het moeilijk is om met zekerheid te stellen dat de wetgever daarmee binnen de aan de nationale overheden toekomende beoordelingsruimte zou blijven. 77 Merk op dat een dergelijke latere verklaring ervoor zorgt dat categorie α de facto overeenstemt met categorie γ. 19

20 19. Het consultatierecht is daarentegen van een andere aard voor de volgende categorie personen: categorie δ: Zij die van hun vrijheid zijn beroofd voor bepaalde feiten. 78 Het consultatierecht van personen die van hun vrijheid zijn beroofd, wordt niet bepaald in artikel 47bis (nieuw) Wetboek van Strafvordering, maar zou worden geregeld in de Voorlopige hechteniswet. Het voorgestelde artikel 2bis, 1, (nieuw) Wetboek van Strafvordering voorziet voor gearresteerde personen in een eenmalig consultatierecht, met de gekozen raadsman of een contact met de permanentiedienst van de OVB of OBFG. Het is opmerkelijk dat slechts in een eenmalig vertrouwelijk overleg wordt voorzien voor het eerstvolgend verhoor, wat inhoudt dat een tweede verhoor na de arrestatie geen aanleiding zou geven tot consultatierecht; zelfs voorafgaand aan de ondervraging door de onderzoeksrechter zou geen vertrouwelijk overleg moeten worden geboden indien een politieverhoor plaatsvond. Een dergelijke visie is moeilijk in overeenstemming te brengen met de taakomschrijving van een advocaat in de EHRM-rechtspraak 79 en de SALDUZ-rechtspraak die gewag maakt van de toegang tot een advocaat vanaf het eerste verhoor of de vrijheidsberoving. 80 Slechts indien een bevel tot verlenging wordt betekend, zou een nieuw recht op vertrouwelijk overleg ontstaan in hoofde van de van zijn vrijheid beroofde verdachte. 81 Bij het omschrijven van modaliteiten lijkt de wetgever hier de rechten van de verdachte, toegekend door het EHRM, met de voeten te treden. Waar de Raad van State deze regeling niet problematisch acht omdat de verdachte na het eerste verhoor zelf het overleg met zijn raadsman kan organiseren, lijkt deze instantie de situatie van de gearresteerde verdachte uit het 78 Artikel 47bis, 3, (nieuw) Wetboek van Strafvordering iuncto de artikelen 2bis, 15bis en 16 Voorlopige hechteniswet; De situatie waarbij een verdachte om andere redenen van zijn vrijheid is beroofd, wordt door de wetgever niet uitdrukkelijk onderkend. Het lot van de verdachte in strafuitvoering, de geïnterneerde of gecolloceerde, de aangehoudene ter fine van overlevering of uitlevering, is niet volledig duidelijk. 79 ECRM 12 juli 1984, CAN t. Oostenrijk, 55; concurring opinion of judge ZGREBELSKY, joined by judges CASADEVALL and TÜRMEN bij EHRM (Grote Kamer) 27 november 2008, SALDUZ t. Turkije; EHRM 13 oktober 2009, DAYANAN t. Turkije, Against this background, the Court finds that in order for the right to a fair trial to remain sufficiently practical and effective (see paragraph 51 above) Article 6 1 requires that, as a rule, access to a lawyer should be provided as from the first interrogation of a suspect by the police, unless ( ) - EHRM (Grote Kamer) 27 november 2008, SALDUZ t. Turkije, 55; zie, in dezelfde zin: D. VANDERMEERSCH, Après l arrêt Salduz, quelles perspectives de réforme? in F. DERUYCK, M. DE SWAEF, J. ROZIE, M. ROZIE, Ph. TRAEST en R. VERSTRAETEN (ed.), De wet voorbij. Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (475) Artikel 15bis, zesde lid, (nieuw) Voorlopige hechteniswet. 20

Toelichting bij het arrest 7/2013 van het Grondwettelijk Hof inzake het beroep tot vernietiging van de zgn. Salduzwet

Toelichting bij het arrest 7/2013 van het Grondwettelijk Hof inzake het beroep tot vernietiging van de zgn. Salduzwet Orde van Vlaamse Balies www.advocaat.be NOTA Koningsstraat 148 B 1000 Brussel T +32 (0)2 227 54 70 F +32 (0)2 227 54 79 info@advocaat.be Toelichting bij het arrest 7/2013 van het Grondwettelijk Hof inzake

Nadere informatie

De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor?

De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor? De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor? Is er in uw bedrijf al eens een ernstig arbeidsongeval gebeurd? Dan bent u als werkgever, als lid van de hiërarchische lijn, als preventieadviseur, als

Nadere informatie

De wet van 13 augustus 2011 in het kader van de verkeershandhaving.

De wet van 13 augustus 2011 in het kader van de verkeershandhaving. 1. Inleiding. De wet van 13 augustus 2011 in het kader van de verkeershandhaving. De wet van 13 augustus 2011 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

POSITION PAPER SALDUZ

POSITION PAPER SALDUZ POSITION PAPER SALDUZ DE SALDUZ-WET De Salduz-wet 1 voorziet in nieuwe regels met betrekking tot het verhoor van getuigen en verdachten en is het gevolg van een arrest van het Europees Hof voor de Rechten

Nadere informatie

Webapplicatie Salduz. Salduz-wet

Webapplicatie Salduz. Salduz-wet Webapplicatie Salduz Johan Van Driessche Bestuurder IT en financiën Orde van Vlaamse balies Salduz-wet De wet van 13 augustus 2011 tot wijziging van het wetboek van strafvordering en van de wet van 20

Nadere informatie

De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19

De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19 INHOUD INLEIDING... 19 De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19 Inhoud... 19 Kernbibliografie... 19 Over wetten vóór 1990... 20 Over

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten

Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten Auteur(s): Filip Smet Editie: 1202 p. 9 Publicatiedatum: 21 april 2010 Rechtbank/Hof: Cassatie Datum van uitspraak: 11 februari 2010 Wetboek: W.I.B.

Nadere informatie

Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie

Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Vlaamse Regering Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Kanselarij Boudewijnlaan 30 1000 Brussel T. secretariaat:

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 AUGUSTUS 2015 P.15.1156.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.1156. N K G, vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Géraldine Debandt, advocaat bij de balie te Antwerpen, met

Nadere informatie

Rolnummer 5421. Arrest nr. 50/2013 van 28 maart 2013 A R R E S T

Rolnummer 5421. Arrest nr. 50/2013 van 28 maart 2013 A R R E S T Rolnummer 5421 Arrest nr. 50/2013 van 28 maart 2013 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 62, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 3 van

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

Adm i ABVV - ACOD. Alr. Federale Sector. Lrb. Brussel, 17 november 2010 STANDPUNT

Adm i ABVV - ACOD. Alr. Federale Sector. Lrb. Brussel, 17 november 2010 STANDPUNT Adm i ABVV - ACOD Alr Lrb Federale Sector Brussel, 17 november 2010 STANDPUNT Problematiek met betrekking tot de richtlijnen betreffende bijstand van een advocaat bij het eerste politionele verhoor van

Nadere informatie

EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET

EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET Conclusie en aanbevelingen Studiedag «t Salduz beter gaan?! Hoe de toekomstige EU-richtlijnen implementeren in onze regelgeving?» 27 maart 2013 DSB An RAES VASTSTELLINGEN

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2012 P.12.0873.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0873.F I. P. D. V., II. III. IV. P. D. V., P. D. V., P. D. V., V. P. D. V., Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de

Nadere informatie

De Salduz-wet bekeken door een blauwe bril. De impact van de Salduz-wet op de politie: één jaar na implementatie.

De Salduz-wet bekeken door een blauwe bril. De impact van de Salduz-wet op de politie: één jaar na implementatie. FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID De Salduz-wet bekeken door een blauwe bril. De impact van de Salduz-wet op de politie: één jaar na implementatie. Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master

Nadere informatie

Elisabeth Baeyens. 1. Tegensprekelijk debat. Art. 16. 1. De raadkamer doet binnen vijftien dagen te

Elisabeth Baeyens. 1. Tegensprekelijk debat. Art. 16. 1. De raadkamer doet binnen vijftien dagen te Wet 19 december 2003 - Europees aanhoudingsbevel (Art. 16) Art. 16. 1. De raadkamer doet binnen vijftien dagen te rekenen van de aanhouding bij wege van een met redenen omklede beslissing uitspraak over

Nadere informatie

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Vlaamse Regering Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Afdeling Kanselarij Boudewijnlaan 30, bus 20 1000 Brussel

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 16 SEPTEMBER 2014 P.14.0124.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0124.N B S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom De Meester, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen 1. SOGETI BELGIUM

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 DECEMBER 2015 P.15.0905.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0905.N I E Y, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt. II 1. M Y, beklaagde, eiser,

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten. Advies. van de Raad van State

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten. Advies. van de Raad van State stuk ingediend op 1529 (2011-2012) Nr. 9 4 juni 2012 (2011-2012) Ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten Advies van de Raad van State

Nadere informatie

Vlaamse dagbladpers HET WETTELIJK KADER VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK IN STRAFZAKEN

Vlaamse dagbladpers HET WETTELIJK KADER VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vlaamse dagbladpers HET WETTELIJK KADER VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK IN STRAFZAKEN Frank Hutsebaut Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) KULeuven 1. Ter inleiding: enkele algemene noties 2. De bevoegdheid

Nadere informatie

Rolnummer 4533. Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T

Rolnummer 4533. Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T Rolnummer 4533 Arrest nr. 110/2009 van 9 juli 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april

Nadere informatie

EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET

EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET Kwalitatief luik: de verdachten Studiedag «t Salduz beter gaan?! Hoe de toekomstige EU-richtlijnen implementeren in onze regelgeving?» 27 maart 2013 DSB Kris DECRAMER Inleiding

Nadere informatie

Rolnummer 4495. Arrest nr. 49/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T

Rolnummer 4495. Arrest nr. 49/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T Rolnummer 4495 Arrest nr. 49/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 128, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 8 van de wet

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 NOVEMBER 2015 P.14.0722.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0722.N B V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Het recht van de verdachte op toegang tot rechtsbijstand

Hoofdstuk 1: Het recht van de verdachte op toegang tot rechtsbijstand Leidraad politieverhoor Hoofdstuk 1: Het recht van de verdachte op toegang tot rechtsbijstand Artikel 1: Consultatierecht en recht op rechtsbijstand tijdens de (politie)verhoren 1. De verdachte wordt de

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Stefan Nerinckx Onderwerp Het toepasselijk recht op verbintenissen voortvloeiend uit (internationale) arbeidsovereenkomsten: een nieuwe Europese verordening in de maak? Datum april 2005 Copyright

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets

Leidraad voor het nakijken van de toets Leidraad voor het nakijken van de toets STRAFPROCESRECHT 14 OKTOBER 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T

Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T Rolnummer 2485 Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 4 juli 2001 tot wijziging van artikel 633 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door

Nadere informatie

Deze artikelen regelen de verplichting tot het verstrekken van informatie en het recht van toegang tot de beroepslokalen. 121

Deze artikelen regelen de verplichting tot het verstrekken van informatie en het recht van toegang tot de beroepslokalen. 121 Hoofdstuk 2 De misdrijven 63 152. In het fiscaal strafonderzoek gelden de gebruikelijke regels van het strafprocesrecht. De fiscus en het strafrechtelijk opsporingsapparaat opereren apart en zoals hierna

Nadere informatie

ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht)

ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht) ECHTSCHEIDINGEN KENNEN GEEN GRENZEN (regels van internationaal privaat recht) Steeds meer worden we in de rechtspraktijk geconfronteerd met internationale echtscheidingen op basis van de volgende elementen:

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Geachte voorzitter, Geachte openingsredenaar, Mijnheer de procureur-generaal, Hooggeachte vergadering,

Geachte voorzitter, Geachte openingsredenaar, Mijnheer de procureur-generaal, Hooggeachte vergadering, Geachte voorzitter, Geachte openingsredenaar, Mijnheer de procureur-generaal, Hooggeachte vergadering, Eerst wil ik een tweetal gedachten toevoegen aan de openingsrede. In één neem ik een andere positie

Nadere informatie

Rolnummer 4958. Arrest nr. 95/2011 van 31 mei 2011 A R R E S T

Rolnummer 4958. Arrest nr. 95/2011 van 31 mei 2011 A R R E S T Rolnummer 4958 Arrest nr. 95/2011 van 31 mei 2011 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 152 en 185 van het Wetboek van strafvordering, gesteld door de Correctionele Rechtbank

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4418. Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T Rolnummer 4418 Arrest nr. 12/2009 van 21 januari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 301, 2, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7 van

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

Raadsman bij het politieverhoor

Raadsman bij het politieverhoor De Nederlandse situatie J. Boksem Leuven, 23 april 2009 Lange voorgeschiedenis o.a: C. Fijnaut EHRM Schiedammer Parkmoord Verbeterprogramma Motie Dittrich: overwegende dat de kwaliteit van het politieverhoor

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 11 JANUARI 2016 S.14.0018.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.14.0018.N A.D. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen JAGA nv, met zetel

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 43 Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking tussen Nederland, Aruba,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 MEI 2008 C.05.0223.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0223.F AXA BELGIUM, naamloze vennootschap, Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. B. P., 2. AXA BELGIUM, naamloze

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 3 MAART 2015 P.14.0048.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0048.N L S, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Vadim Antychin, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 13 februari 2012 ADVIES 2012-8 met betrekking tot de openbaarheid van voorbereidende documenten

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Rolnummer 4724. Arrest nr. 9/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T

Rolnummer 4724. Arrest nr. 9/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T Rolnummer 4724 Arrest nr. 9/2010 van 4 februari 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 931, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw 03.12.09)

PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw 03.12.09) Artikel 1. PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw 03.12.09) Titel I. De instellingen. Er bestaat een Disciplinaire Commissie

Nadere informatie

EVALUATIE SALDUZ WET. Eindrapport: Bijlagen

EVALUATIE SALDUZ WET. Eindrapport: Bijlagen EVALUATIE SALDUZ WET Eindrapport: Bijlagen Hildegard PENNE (sponsor) An RAES (projectleider) Saaske DE KEULENAER Ariane DELADRIERE Marie FRANSSENS Emilie DEVEUX Kris DECRAMER Salih SIVRI 15 februari 2013

Nadere informatie

Rolnummer 1361. Arrest nr. 83/99 van 15 juli 1999 A R R E S T

Rolnummer 1361. Arrest nr. 83/99 van 15 juli 1999 A R R E S T Rolnummer 1361 Arrest nr. 83/99 van 15 juli 1999 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 21, 1, tweede lid, van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het

Nadere informatie

BIJSTAND VAN DE ADVOCAAT BIJ HET VERHOOR VAN EEN VERDACHTE

BIJSTAND VAN DE ADVOCAAT BIJ HET VERHOOR VAN EEN VERDACHTE confessio est regina probationum BIJSTAND VAN DE ADVOCAAT BIJ HET VERHOOR VAN EEN VERDACHTE Het is genoegzaam bekend dat de Europese regelgeving en rechtspraak een belangrijke impact heeft op onze dagelijks

Nadere informatie

Orde van Vlaamse Balies

Orde van Vlaamse Balies Orde van Vlaamse Balies www.advocaat.be Advies 484 Staatsbladsstraat 8 B 1000 Brussel T +32 (0)2 227 54 70 F +32 (0)2 227 54 79 info@advocaat.be Beroepsgeheim - fiscale controle - stafhouder 1. Het beroepsgeheim

Nadere informatie

10 MEI 2007. - Wet betreffende de transseksualiteit

10 MEI 2007. - Wet betreffende de transseksualiteit FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 10 MEI 2007. - Wet betreffende de transseksualiteit Bron: http://www.ejustice.just.fgov.be/doc/rech_n.htm nummer document: 2007009570 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

2. Soorten en verband

2. Soorten en verband Bij dit alles moet de rechter de rechten van verdediging eerbiedigen. Dit betekent dat hij, wanneer hij de rechtsgrond wenst te wijzigen en aan te passen, de debatten dient te heropenen om partijen toe

Nadere informatie

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke 25 APRIL 2014. - Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18

Nadere informatie

Rolnummers 4767 en 4788. Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T

Rolnummers 4767 en 4788. Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T Rolnummers 4767 en 4788 Arrest nr. 53/2010 van 6 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van

Nadere informatie

C. Niet-naleving van een beroepsverbod 1. In de fiscale wetboeken

C. Niet-naleving van een beroepsverbod 1. In de fiscale wetboeken HOOFDSTUK 2 DE MISDRIJVEN 39 C. Niet-naleving van een beroepsverbod 1. In de fiscale wetboeken a. De strafrechtelijke sanctie 1) Eigenlijk beroepsverbod Luidens artikel 455 van het WIB 1992 79 kan, wanneer

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Gepubliceerd op : 2013-09-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

Gepubliceerd op : 2013-09-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE Gepubliceerd op : 2013-09-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 2 JUNI 2013. - Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire

Nadere informatie

Ombudsdienst Consumentengeschillen Advocatuur OCA

Ombudsdienst Consumentengeschillen Advocatuur OCA Orde van Vlaamse Balies www.advocaat.be Procedurereglement Staatsbladsstraat 8 B 1000 Brussel T +32 (0)2 227 54 70 F +32 (0)2 227 54 79 info@advocaat.be ondernemingsnummer 0267.393.267 Ombudsdienst Consumentengeschillen

Nadere informatie

GEMEENTELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

GEMEENTELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES GEMEENTELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES Zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van Hamme van 18 juni 2014. HOOFDSTUK 1: TOEPASSINGSGEBIED... 2 HOOFDSTUK 2: SANCTIES... 2 AFDELING 1:

Nadere informatie

Inhuldiging op 12/11/2013 door mevrouw de Minister van Justitie van het op het federaal parket geïnstalleerde videoconferentiesysteem.

Inhuldiging op 12/11/2013 door mevrouw de Minister van Justitie van het op het federaal parket geïnstalleerde videoconferentiesysteem. Parquet Fédéral Rue aux Laines 66/1 B-1000 Bruxelles tél +32 2 557 77 11 fax +32 2 557 77 99 Federaal Parket Wolstraat 66/1 B-1000 Brussel tel +32 2 557 77 11 fax +32 2 557 77 99 Brussel, 12 november 2013

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T

Rolnummer 4792. Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T Rolnummer 4792 Arrest nr. 65/2010 van 27 mei 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 4, 2, en 6, 2, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Nadere informatie

Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering

Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering Tien minuten voor een inhoudelijk verhaal over de voorgenomen modernisering strafvordering is niet veel, maar in een tijd waarin commentaren op beleid en

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF A 2010/8/10 ARREST. Inzake: Naam : Benelux Organisatie voor de Intellectuele Eigendom. Tegen:

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF A 2010/8/10 ARREST. Inzake: Naam : Benelux Organisatie voor de Intellectuele Eigendom. Tegen: COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2010/8/10 ARREST Inzake: Naam : Benelux Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Tegen: Naam : Vermeiren Francina Procestaal: Nederlands ARRET En cause : Nom :

Nadere informatie

U bent gedagvaard. >voor de politierechtbank >voor de correctionele rechtbank. Wegwijs in justitie. In de hoofdrol bij justitie.

U bent gedagvaard. >voor de politierechtbank >voor de correctionele rechtbank. Wegwijs in justitie. In de hoofdrol bij justitie. Wegwijs in justitie In de hoofdrol bij justitie De instellingen Meer informatie Justitie in de praktijk Federale Overheidsdienst Justitie U bent gedagvaard >voor de politierechtbank >voor de correctionele

Nadere informatie

Het recht op vertaling in Nederlandse

Het recht op vertaling in Nederlandse Het recht op vertaling in Nederlandse strafzaken Strafblad Het recht op vertaling in Nederlandse strafzaken Mr. P. van Kampen & mr. S. Denneman* Inleiding Na jaren van steggelen binnen de Europese Unie

Nadere informatie

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014)

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95

Nadere informatie

Politiek compromis over getrapt systeem fiscaal bankgeheim

Politiek compromis over getrapt systeem fiscaal bankgeheim Fiscoloog 2011, afl. 1241, 3-6 9 maart 2011 Auteur: Filip Smet, advocaat Politiek compromis over getrapt systeem fiscaal bankgeheim Vorige week werd in de Commissie Financiën een compromis bereikt tussen

Nadere informatie

RECHT vaardig? Voorbereiding of naverwerking Opdracht 4

RECHT vaardig? Voorbereiding of naverwerking Opdracht 4 a) Wie zit waar Lees aandachtig onderstaande tekst. Duid nadien op de foto de plaats aan van de verschillende actoren (rood en onderlijnd in tekst) in een rechtbank. Bij een burgerlijke of een strafrechtelijk

Nadere informatie

Rolnummers 5316, 5329, 5331 en 5332. Arrest nr. 7/2013 van 14 februari 2013 A R R E S T

Rolnummers 5316, 5329, 5331 en 5332. Arrest nr. 7/2013 van 14 februari 2013 A R R E S T Rolnummers 5316, 5329, 5331 en 5332 Arrest nr. 7/2013 van 14 februari 2013 A R R E S T In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 13 augustus 2011 «tot wijziging van

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T Rolnummer 2847 Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 394 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vóór de wijziging ervan bij de

Nadere informatie

Wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs (B.S. 20.1.2003)

Wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs (B.S. 20.1.2003) Wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs (B.S. 20.1.2003) Artikel 1.- Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Hoofdstuk 1.- Toepassingsgebied,

Nadere informatie

VRAAGSTELLLING EERSTE HULP BIJ GAS

VRAAGSTELLLING EERSTE HULP BIJ GAS VRAAGSTELLLING EERSTE HULP BIJ GAS Eerste Hulp bij Gas Wat doe je als je een gas krijgt? Waar moet je op letten als je gesanctionneerd wordt voor het voeren van sociale actie? Is er beroep mogelijk? Wat

Nadere informatie

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11 Titel II Straffen 1. Algemeen Artikel 1:11 1. De straffen zijn: a. de hoofdstraffen: 1. gevangenisstraf; 2. hechtenis; 3. taakstraf; 4. geldboete. b. de bijkomende straffen: 1. ontzetting van bepaalde

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/10/2014

Datum van inontvangstneming : 31/10/2014 Datum van inontvangstneming : 31/10/2014 f'.', "\."i Luxemb'Ûurg Hof van beroep te Antwerpen Burgerlijke griffie, Waalse Kaai 35A, 2000 Antwerpen Algemeen +32 3 247 97 11 www.juridat.be/beroep/ antwerpen

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het

Nadere informatie

Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Ontwerpbesluit van de Raad van het BIPT van xxx tot wijziging van punt 4.b van het besluit van de Raad van het BIPT van 22 december 2005 betreffende

Nadere informatie

opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen

opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen In de eindtermen (juni 2005) voor de opleiding BOA wordt verwezen naar een aantal artikelen van wetten. Deze wetten zijn: de Algemene wet op het Binnentreden (Awob) Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Rolnummer 2499 Arrest nr. 20/2003 van 30 januari 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 145, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent.

Nadere informatie

Standpunt van de Orde van Vlaamse Balies betreffende het deskundigenonderzoek

Standpunt van de Orde van Vlaamse Balies betreffende het deskundigenonderzoek Standpunt van de Orde van Vlaamse Balies betreffende het deskundigenonderzoek Het deskundigenonderzoek neemt in de burgerlijke procedure een belangrijke plaats in. Hoewel de rechters niet verplicht zijn

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 MAART 2012 P.11.1750.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.11.1750.N C M T J E S, beklaagde en burgerlijke partij, eiseres, met als raadslieden mr. Raf Verstraeten, mr. Patrick Hofströssler en

Nadere informatie

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Rolnummer 2268 Arrest nr. 29/2002 van 30 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ADVIES Nr 03 / 1999 van 27 januari 1999 O. Ref. : 10 / A / 98 / 030 / 10 BETREFT : Ontwerp van koninklijk besluit tot regeling van de registratie van de berichten van collectieve schuldenregeling door

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie Datum 20 december 2011 Betreffende wetsvoorstel: 32045 Wijziging

Nadere informatie

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Vlaamse Regering Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Afdeling Kanselarij Boudewijnlaan 30, bus 20 1000 Brussel

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 29 JULI 2014 P.14.0878.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0878.N DE VLAAMSE REGULATOR VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GAS- MARKT (VREG), met zetel te 1000 Brussel, Graaf de Ferrarisgebouw, Koning

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. WETSVOORSTEL Voorstel van wet van de leden Segers, Rebel-Volp en Kooiman tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES, houdende de invoering van de strafbaarstelling van

Nadere informatie