Consultatie en bijstand van een advocaat: een mensenrechtelijke evaluatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Consultatie en bijstand van een advocaat: een mensenrechtelijke evaluatie"

Transcriptie

1 Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar Consultatie en bijstand van een advocaat: een mensenrechtelijke evaluatie Masterproef van de opleiding Master in de rechten Ingediend door Sprengers Daphné (studentennr ) Promotor: Brems Eva Commissaris: Janssens Yaiza 1

2 2

3 VOORWOORD Deze masterproef is het ultieme sluitstuk van een boeiende, leerrijke en belevenisvolle vijf jaar student aan de UGent. Dit is dan ook een uitgelezen kans om de mensen te bedanken die mijn studentenleven hebben gemaakt tot wat het was: een onvergetelijke tijd. De totstandkoming van deze masterproef was echter nooit mogelijk geweest zonder de hulp van mijn promotor, professor Eva Brems en mijn commissaris Yaiza Janssens. Daarom wil ik hen vooreerst nadrukkelijk bedanken om me de kans te geven deze masterproef te verwezelijken. Daarbovenop heeft de goede begeleiding en snelle respons van Yaiza Janssens het schrijfproces aanzienlijk vergemakkelijkt. Mijn oprechte dank daarvoor. Ten tweede mijn ouders, naast het financiële aspect hebben jullie me steeds onvoorwaardelijk gesteund, ondersteund en vertrouwd. Ik kom woorden tekort om de dankbaarheid die ik daarvoor voel te beschrijven. Dank jullie. Ten derde mijn vriend Jonathan Blondeel, die al meer dan zes jaar mijn leven meer kleur geeft. Dank je. Ten vierde Stijn en Chloë, mijn grote broer en kleine zus van wie ik weet dat ze in nood altijd voor mij zullen klaarstaan. En in het bijzonder Stijn om de reismicrobe op mij over te dragen. De meerwaarde die ze men leven geeft, is onbetaalbaar. Dank jullie. Ten slotte wens ik nog mijn oude vrienden, met wie ik mijn studententijd ben gestart, en mijn nieuwe, die pas onderweg op de trein zijn gesprongen, hartelijk te danken voor hun enorme vriendschap en steun doorheen de jaren; en in het bijzonder Oana, Elise, Isabelle, Ege, Audrey, Gemma en Tonya. Dank jullie wel. 3

4 INHOUDSTAFEL VOORWOORD INHOUDSTAFEL A. INLEIDING 2 B.THEORETISCH KADER 9 1. Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT) 9 2. Het Joegoslavië-Tribunaal (ICTY) Artikel 14 IVBPR De Verenigde Staten en legal assistance, een grondrecht sinds De Europese Unie 14 C. DE EVOLUTIE BINNEN HET EHRM De pré-salduz ontwikkeling: Het leggen van de fundering 15 I. Van Can tot Haci Özen Can t. Oostenrijk S. t. Zwitserland Imbrioscia t. Zwitserland Murray t. VK Dougan t. VK Condron t. VK Magee t. VK Averill t. VK Brennan t. VK Lanz t. Oostenrijk Öcalan/ Kolu/ Haci Özen t. Turkije 40 a. Öcalan t. Turkije 41 b. Kolu t. Turkije 42 c. Haci Özen 43 II. Conclusie Salduz: de revolutie? 46 I. Salduz t. Turkije 46 a. Feiten 47 4

5 b. De Gewone Kamer 48 c. Structuur 49 d. Principes 49 e. Toepassing van de principes op de feiten 54 i. Bijstand tijdens de verhoren? 54 ii. Bijstand aan verdachten op vrije voeten? 68 iii. Zwaarheidscriterium 60 iv. Leeftijd 60 v. Bewijs 61 vi. Cautie en waiver 62 II. De golven onder het moederarrest Salduz houdt Europa in de ban! De onderliggende grondslagen 63 a. Nemo tenetur en zwijgrecht: 2 kanten, één medaille 63 b. Wapengelijkheid 64 c. Bescherming tegen ongeoorloofde druk De Post-Saldus storm. Alle hens aan dek! 65 I. Inleiding 65 II. Bevestiging, nuancering en verstrenging Systematishe schendingen: STOP! Bijstand tijdens de verhoren en onderzoeksdaden: 71 het pleit beslecht? A. Politieverhoren 71 B. Andere onderzoeksdaden 78 C. Onderzoeksdaden uitgevoerd door een ander lidstaat Startpunt van het bijstandsrecht 83 A. Verdachtenstatuut 83 B. Slachtofferstatuut 89 C. Vrijheidsberoving als startpunt of een startpunt? 90 D. Betrapping op heterdaad, een genuanceerde nuance De omvang van het bijstandsrecht 98 A. Het takenpakket van de meester 98 B. Dossier inzage 99 5

6 C. Ernstige tekortkoming raadsheer legt positieve verplichting op schouders van lidstaat De keuzevrijheid onder de loep Artikel 3 en Artikel 6: wisselwerking Remedies die de zieke procedure kunnen genezen 112 A. (Rechtgeldige) afstand van de verdedigingsrechten 113 B. Bewijsuitsluiting 123 C. Herstellende rechtmatige bekentenis 124 D. Vrijspraak als ultimum remedium Bijstand: overkoepelend begrip of slaaf van het eerlijk proces? 128 D. Besluit 131 E. Bibliografie 136 6

7 Article 6 ECHR 1. In the determination of his civil rights and obligations or of any criminal charge against him, everyone is entitled to a fair and public hearing ( ) 3. Everyone charged with a criminal offence has the following minimum rights: (c) to defend himself in person or through legal assistance of his own choosing or, if he has not sufficient means to pay for legal assistance, to be given it free when the interests of justice so require; 7

8 A. Inleiding De titel van deze scriptie geeft weer waar het om draait, doch is veel te omstandig en een eerste afbakening is hier dan ook op zijn plaats. In deze masterproef spitsen we ons vooral toe op artikel 6, 3 (c) van het EVRM, ook wel het bijstandsartikel genoemd. Voor de start leek een rechtsvergelijkende studie haalbaar; doch naarmate de thesis vorm kreeg, groeide het besef dat daardoor (te) veel van de analyse van het EHRM en haar uitspraken zou verloren gaan. We hebben daarom de rechtsvergelijkende studie als main idea laten vallen en geopteerd om in te zoomen, in plaats van uit te zoomen. Het arrest Salduz tegen Turkije is in principe de drijvende kracht achter deze masterproef. Deze uitspraak heeft onnoemelijk veel commotie veroorzaakt binnen de juridische wereld, waardoor ze haar rol als ster van deze scriptie meer dan verdient. De reden van deze felle reacties leggen we bij de drastische ommezwaai die het EHRM maakt. Waar in het pré-salduz tijdperk de meeste lidstaten over het algemeen gewoon hun gangetje gingen, worden ze door Salduz plots geconfronteerd met een uitspraak die voor vele inquisitoire rechtssystemen een regelrechte ramp betekent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zovelen weigerden de boodschap te zien die het EHRM voorhield. Na Salduz was de tijd aangebroken voor een verduidelijkingsronde. Het EHRM bevestigt, verstrengt en nuanceert; doch de algemene principes van Salduz zijn en blijven het uitgangspunt. Deze masterproef onderneemt een poging om deze evolutie in beeld te brengen. We doen dit door de rechtspraak van het EHRM aan een minutieuze analyse te onderwerpen. We willen hiermee niet enkel een zicht geven op de stand van zaken vandaag, doch tevens het hele totstandkomingsproces in kaart brengen. Niettemin zijn we er ons van bewust dat deze materie gemakkelijk boeken kan vullen. We zien ons dan ook genoodzaakt om keuzes te maken; om deze reden behandelen we niet de uitwerking van het het pro-deo stelsel, noch gaan we dieper in op de specifieke rechten die het Hof weglegt voor minderjarigen. Deze laatste komen wel aan bod, doch enkel in functie van de rechten van de meerderjarige. Voor we ons volledig toeleggen op de arresten geveld door het EHRM, maken we eerst nog een korte stop langs andere plaatsen die het bijstandsrecht waarborgen. Hierna stappen we rechtstreeks het pré-salduz tijdperk binnen en worden de arresten die in onze rechtsleer het 8

9 meeste aandacht verdienden onder de loep genomen. Deze periode doorlopen we op louter chronologische wijze, omdat dit o.i. de meest logische werkmethode is om de aanloop naar Salduz in beeld te brengen. Hierna komt Salduz heel uitgebreid aan bod. We splitsen het arrest op in verschillende deelaspecten van het bijstandsartikel, en leggen zo onmiddellijk de basis voor de te behandelen aspecten in het post-salduz era. De periode na wordt dus anders aangepakt dan de periode voor. Niettemin behouden we binnen de gemaakte onderverdeling een chronologische volgorde, zodat de evolutie zichtbaar blijft. B. Theoretisch kader Het recht op een eerlijk proces en zijn bijhorende aspecten, wordt door velen erkent als een internationaal mensenrecht. Één van de facetten van dit fair trail is het recht op bijstand van een advocaat. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we dit subrecht consequent terugvinden wanneer een internationale of regionale organisatie dit recht opneemt in één van haar verdragen, conventies, verklaringen, richtlijnen enz Hoewel onze focus ligt bij het EHRM en haar interpretatie van het EVRM, staan we hieronder kort stil bij enkele andere vindplaatsen. We tonen hiermee aan hoe wijdverspreid dit recht is en grijpen binnen onze verdere analyse af en toe hiernaar terug om verschilpunten aan te tonen. Bovendien is het nuttig aangezien het EHRM zich wel eens door een ander laat leiden, om vorm te geven aan haar interpretatie van artikel 6 3 (c). 1. Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT) Het Comité voor de preventie van foltering (hierna CPT 1 ) kadert net als het EHRM binnen de context van de Raad van Europa, maar heeft in tegenstelling tot het Straatburgse Hof, dat eerder een reactief en repressief doel heeft, een preventieve werking. Het is opgericht in functie van artikel 3 EVRM, doch heeft niet de bevoegdheid om dit artikel te interpreteren noch na te gaan of een lidstaat dit artikel ook daadwerkelijk schendt. In plaats daarvan voert het waarheidsmissies uit teneinde informatie over de situatie van personen die van hun vrijheid beroofd zijn te verzamelen; aan de hand daarvan uit het vervolgens bepaalde aanbevelingen. Wel is het zo dat het Europese Hof een beroep kan doen op de rapporten die 1 European Comitee for the Prevention of Torture and inhuman and degrading treatment. 9

10 voortvloeien uit de bezoeken die het CPT brengt aan gevangenissen en aanhoudingsfaciliteiten. 2 Hoewel, zoals de naam het zegt, dit Comité gericht is op het voorkomen van foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, m.a.w. inspanningen doet om te verhinderen dat artikel 3 wordt geschonden, valt het CPT terug op bepaalde rechten die vervat zouden kunnen liggen in artikel 6 3 (c) om dit te verwezenlijken; zonder evenwel zelf ooit expliciet een beroep te doen op dit artikel of het aan te brengen in zijn redenering. Het CPT is reeds lang van mening dat de periode die onmiddellijk volgt op de vrijheidsbeneming, de meest kwetsbare fase uitmaakt voor een verdachte. La période qui suit immédiatement la privation de liberté est celle ou le risqué d intimidation et de mauvais traitements physiques est le plus grandes 3 en the period following deprivation of liberty is when the risk of intimidation and physical ill-treatment is greatest 4. Daarom heeft volgens het Comité zo n persoon recht op bijstand van een advocaat vanaf het begin van zijn/haar opsluiting. 5 Dit vormt een fundamentele waarborg tegen de potentiële schending van het folterverbod, aangezien de raadsheer perfect geplaatst is om tegenmaatregelen te nemen wanneer zulks een schending zich zou voordoen. Deze bijstand omvat volgens het CPT bovendien het recht op private onderhouden met een advocaat en het recht op aanwezigheid van een advocaat tijdens de verhoren. 6 Daarbovenop stelt ze in een aanbeveling aan de Bondsrepubliek Duitsland dat het de taak is van de politie om een arrestant onmiddellijk op de hoogte te brengen van deze rechten. 7 Toch ziet het Comité denkbare situaties waarin enig uitstel getolereerd kan worden. 8 Zo zou het kunnen, dat omwille van hoogdringendheid, reeds met een verhoor wordt gestart voordat de raadsman is gearriveerd. Ook is het denkbaar dat 2 Infra Magee 3 Council of Europe, Rapport au Gouvernement de la République française etc., Strasbourg CPT/inf (98) 7; Council of Europe, Rapport au Gouvernement de la Belgique etc., Strasbourg CPT/Inf (98) 11, p Council of Europe, General report CPT/inf 2002(15); Council of Europe, Report to the Government of the Federal Republic of Germany etc., Strasbourg CPT/Inf (93) 13, p Council of Europe, Rapport au Gouvernement de la République française etc., Strasbourg CPT/Inf (98) 7 ; Council of Europe, Report to the German Government etc., Strasbourg CPT/Inf (97) 9, p , Raad van Europa, Verslag aan de Belgische regering etc., Straatsburg CPT/Inf (94) 15, p , supra voetnoot 4 8 A.M. BERKHOUT-VAN POELGEEST en C. KELK, Het bezoek van het European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment (CPT) aan Nederland, NJCM 1999, ; zie voor de opinie van het CPT over de aanwezigheid van de raadsman bij het politieverhoor m.n. p

11 een bepaalde advocaat (de advocaat naar keuze) toegang wordt geweigerd, dit uit vrees voor misbruik van het onderhavig recht. Bovendien heeft men tevens de mogelijkheid om een advocaat die het verhoor obstrueert weg te halen. In zulke gevallen dringt het CPT echter wel aan op een zo spoedig mogelijke vervanging van dergelijke advocaten. 9 Luid en duidelijk poneert het CPT in haar aanbevelingen dat er vanaf de vrijheidsberoving een recht op bijstand moet bestaan en dat dit recht impliceert dat een verdachte de mogelijkheid heeft private onderhouden te hebben met een advocaat en dat deze bovendien de politieverhoren mag bijwonen. Hoewel het Comité zich zeker niet afwend van andere maatregelen, laat het niet toe alternatieven te gebruiken, zoals video-opnames van het verhoor, om de advocaat uit de verhoorruimte te weren. Het komt hierop neer: Alternatieven zijn zeker welkom en worden zelf vaak opgenomen in de aanbevelingen, doch de lidstaten zijn niet vrij om een afweging te maken welke van deze alternatieven nu het beste zijn binnen hun context. Integendeel, bijstand van een advocaat wordt onmogelijk opzij geschoven door andere waarborgen. 2. Het Joegoslavië-Tribunaal (ICTY) Ook vanuit het internationaal strafrecht krijgt de verdachte hulp. Het Joegoslavië-Tribunaal (hierna ICTY 10 ), opgericht om de verantwoordelijken van de misdaden tegen de mensheid uitgevoerd in voormalig Joegoslavië te veroordelen, verwijst reeds naar artikel 6 3 (c) en komt tot de conclusie dat, het recht op aanwezigheid van een advocaat tijdens de ondervragingen, moet beschouwd worden als een internationaal erkend mensenrecht. 11 Bovendien beslist dit Tribunaal in één van zijn arresten 12, dat zo n schending leidt tot bewijsuitsluiting. Aan de orde was een verklaring afgelegd naar Oostenrijks recht, waarbij een beperkt rechtsbijstand gold, in tegenstelling tot de reglementering voor het ICTY. Het 9 Council of Europe, Report to the Government of the Republic of Turkey etc., Strasbourgh CPT/Inf (2001) 25, 61; F. Fijnaut, De toelating van de raadsman tot het politïele verdachtenverhoor, in M. Groenhuijsen en G. Knigge, Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001, Deventer, Gouda Quint, International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia 11 F. GOOSSENS, Het EVRM: een argument pro aanwezigheid van de adcovaat bij het politioneel verdachtenverhoor?, Ad rem 2005, afl. 3, Decision on Zdravko Mucic s motion for the exclusion of evidence, 2 September 1997; ICTY, case nr. IT T, Trial Chamber II, NJCM 1998, 75-87, noot G. SLUIJTER. 11

12 tribunaal weert deze verkregen verklaringen uit de debatten 13, onder meer door er op te wijzen dat dit anders moeilijk in overeenstemming te brengen is met de (eerder genoemde) internationaal erkende mensenrechten. 14 Zoals we zullen zien, leest het Tribunaal in 1997 reeds nadrukkelijk verdergaande rechten voor de verdediging in de tekst van het EVRM dan het EHRM in die periode zelf Artikel 14 IVBPR Het internationaal verdrag inzake burgerlijke en politiek rechten (hierna IVBPR) voorziet in de bijstand van een advocaat voor diegene tegen wie strafrechtelijke aanklachten geformuleerd zijn. Het is een multilateraal verdrag dat tot stand is gekomen binnen de Verenigde Naties. Het is grotendeels een kopie van artikel 6 3 (c) EVRM. Artikel 14 (b) en (d) IVBPR leest als volgt: In the determination of any criminal charge against him, everyone shall be entitled: (b) to have adequate time and facilities for the preparation of his defence and to communicate with counsel of his own choosing; (d) to defende himself in person or through legal assistance of his own choosing; to be informed, if he does not have legal assistance of this right. Het is vervolgens aan de UN Human Rights Committee om na te gaan, op basis van rapporten ingeleverd door de lidstaten, of deze rechten wel adequaat geïmplementeerd worden binnen de nationale grenzen. Ze doet dit via de zogenaamde General Comments. Zo zien we dat ze in haar General Comment nr. 32, het belang van juridische bijstand benadrukt. 16 Deze is immers an important element of the guarantee of a fair trail and an application of the principle of the equality of arms. ( ) The right to communicate with counsel requires that the accused is granted prompt acces to counsel De Verenigde Staten en legal assistance, een recht sinds Ibid., Ibid., Infra 16 W. JEBBINK, Salduz en de actieve raadsman, NJB 2009, afl. 12,

13 You have the right to remain silent, anything you say can and will be used against you in a court of law; you have the right to an attorney. If you cannot afford an attorney one will be appointed to you. Do you understand these rights I have just read to you? Het zal de dag van vandaag moeilijk zijn een burger van de VS te vinden die deze bekende Miranda-warning, of een variatie hierop, niet kan citeren. De waarschuwing, en daarmee ook de rechten er in vervat, zitten in hun hoofden gebrand door de vele televisieserie en films waar dit aan bod komt. Hoewel het recht op bijstand van een advocaat reeds in 1791 werd opgenomen in de Amerikaanse Grondwet, nl. in het zesde amendement, is het de Mirandajudgment 18 die het grote publiek zijn rechten leerde kennen. Vanaf dan werden politiebeamten immers verplicht verdachten op de hoogte te brengen van hun verdedigingsrechten. Deze kennisgeving bepaalt de basisregels voor de vrijheidsbenemende verhoren; en verzekert dat de ondervrager en verdachte op gelijke hoogte komen. 19 De sixth amendement leest: In all criminal prosecutions, the accused shall enjoy the right ( ) to have the assistance of counsel for his defence. In Miranda werd het recht op bijstand van een advocaat gezien in functie van het nemo tenetur-beginsel, dat vervat ligt in het vijfde amendement van de Amerikaanse Grondwet. 20 Aangezien druk van de politie of ongehoorde verhoortechnieken dit beginsel kunnen aantasten, beslist het Supreme Court dat de raadsheer aanwezig behoort te zijn tijdens de verhoren: Therefore, the right to have counsel present at the interrogation is indispensable to the protection of the Fifth Amendment privilege. ( ) Even preliminary advice given to the accused by his own attorney can be swiftly overcome by the secret interrogation process. Niettemin kan een verdachte afstand doen van deze rechten, doch dit moet voluntary, knowingly en intelligently gebeuren. De bewijslast ligt hier dan op de schouders van de vervolgende partij. Bewijselementen die verkregen zijn in strijd met deze regels, moeten zonder pardon uit de strafprocedure worden gezet. Een vergaand recht op bijstand van een advocaat lijkt in de VS de evidentie zelfve. Niettemin werd er vanaf dag één ook sterke kritiek geuit en verschillende aspecten van dit recht zijn de 18 Miranda v. Arizona, 384 US 436 (1966) 19 R. HOWARD EN L. RICH, A history of Miranda and why it remains vital today, Valparaiso University Law Review, Vol. 40, afl. 3, T. MACLIN, Is Yale Kamisar as good as Joe Namath?: A look back at Kamisar s prediction of Miranda v. Arizona, Ohio State Journal of Criminal Law 2004, Vol. 2,

14 laatste jaren zwaar onder druk komen te staan. 21 We gaan hier echter niet verder op in, aangezien dit de grenzen van deze scriptie schromelijk overschrijdt. 5. De Europese Unie In 2013 zag de Richtlijn 2013/48/EU van 22 oktober 2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht op toegang toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming het levenslicht. De kiemen van deze Richtlijn liggen in een resolutie van de Raad, van november 2009, over een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures. 22 Hierin werd de Commissie gevraagd om bepaalde voorstellen te doen omtrent deze materie. Bij de opstelling hiervan, baseerde de Commissie zich o.a. op artikel 6 van het EVRM, zoals geïnterpreteerd door het EHRM. 23 Niettemin was het niet zuiver haar bedoeling zich enkel aan te passen aan de Salduz-doctrine, doch haar ambitie lag hoger. 24 Zo stond er onder meer een recht op bijstand van een advocaat tijdens alle verhoren in, mét bovendien een actieve rol voor de advocaat. 25 Voor wat betreft hun taken buiten de verhoren werden de functies uiteengezet door het EHRM in Dayanan 26 overgenomen. Ook was het zo dat de advocaat toegang zou moeten verkrijgen tot élke onderzoeksdaad waarbij verdachte aanwezig is. Deze voorstellen waren vergaand en gedurfd, zeker gelet op de tegenstrijdigheden binnen de nationale invullingen van de bijstand van een advocaat door de lidstaten. De Raad van de Europese Unie en het Europese Parlement spreken zich vervolgens uit over deze voorstellen. Wat er uiteindelijk uit de bus komt, is een combinatie van de drie visies. We geven een korte schets van hoe deze compromis eruit ziet. Eerst en vooral zij opgemerkt dat 21 T. VAN DE LAAR EN R. DE GRAAFF, Salduz and Miranda: is the US Supreme Court pointing the way?, E.H.R.L.R. 2011, afl. 3, A. BAILLEUX, Nieuwe richtlijn versterkt rol advocaat in strafprocedure, De Juristenkrant 2013, nr. 278, N. JONCHERAY EN L. MANIGRASSI, The proposal for a directive on the right of access to a lawyer in criminal proceedings A further step towards a European ius commune in criminal law or All quiet on the Western front?, MJ 2011, afl. 3, A. HONHON EN V. DE SOUTER, Totstandkoming van de Europese richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat, T. Strafr. 2013, afl. 6, Ibidem, Infra: het takenpakket van de meester 14

15 de richtlijn van toepassing is op alle verdachten, ongeacht of deze van hun vrijheid zijn beroofd. De bijstand (lees aanwezigheid) van een advocaat bij de verhoren, moet voor élke verdachte mogelijk zijn. Evenwel krijgt deze niet langer een actieve rol toebedeeld, deze materie wordt overgelaten aan de lidstaten. 27 Ook wat betreft de andere onderzoeksdaden, is de richtlijn een afzwakking van het originele voorstel van de Commissie. Zo moet de advocaat wel toegelaten worden bij de line-up, de confrontatie en de reconstructies, doch met betrekking tot andere onderzoeksdaden zijn de lidstaten vrij om de bijstand al dan niet toe te kennen. 28 Afstand doen is mogelijk, maar wordt aan enkele voorwaarden verbonden. Men krijgt tevens de mogelijkheid om, onder stricte condities, uitzonderingen toe te passen. 29 Ten slotte zal men een schending van een van deze regels pas moeten sanctioneren wanneer hierdoor de verdedigingsrechten of het recht op een eerlijk proces niet meer worden gerespecteerd. De lidstaten hebben nog tot 27 november 2016 om deze richtlijn om te zetten in hun nationale wetgeving. Het zet o.i. in grote lijnen neer wat ook het EHRM beoogt. De ruimte die de richtlijn laat op verschillende vlakken zal evenwel hoogstwaarschijnlijk nog voor vele discussies zorgen. Dit neemt niet weg dat deze regelgeving positief is voor de verdedigingsrechten doorheen Europa. Het vormt een extra bescherming voor de verdachte en té restrictieve benaderingen door lidstaten worden verder onmogelijk gemaakt. C. De evolutie binnen het EHRM 1. De Pré-Salduz ontwikkeling: Het leggen van de fundering I. Van Can tot Haci Özen 1. Can tegen Oostenrijk 27 A. HONHON EN V. DE SOUTER, Totstandkoming van de Europese richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat, T. Strafr. 2013, afl. 6, A. BAILLEUX, Nieuwe richtlijn versterkt rol advocaat in strafprocedure, De Juristenkrant 2013, nr. 278, Ibidem, 8. 15

16 Om een duidelijk beeld te scheppen van de stand van zaken vandaag, keren we vooreerst zo n 30 jaar terug in de tijd. Ons trip naar het verleden begint bij de zaak Can t. Oostenrijk 30. Hoewel het EHRM in dit arrest zelf geen uitspraak hoefde te doen over de grond van de zaak, beide partijen wensten immers de schrapping van de rol (strike the case out of the list) 31, lijkt het voorafgaand rapport van de Commissie (ECRM) 32 de goedkeuring te dragen van het Hof. Mr. Can, een Turkse burger, die reeds negen jaar in Oostenrijk verbleef, werd op 17 augustus 1980 aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan brandstichting van een restaurant dat hij runde in naam van Mrs. E.R. Vervolgens werden ook Mrs. E.R. zelf, haar dochter en de broer van E. Can, die verdacht werd van het daadwerkelijk aansteken van de brand, gearresteerd. Tijdens de eerste drie maanden van zijn voorhechtenis had Can toegang gekregen tot zijn advocaat, doch dit gebeurde steeds onder toezicht van een officier van het Gerecht. Toenmalig Artikel 45 (3) van het Oostenrijkse Wetboek Strafrechtelijke Procedure luidde namelijk dat de vrije communicatie met een advocaat beperkt kon worden in het geval er gevaar bestond, onder andere of exclusief, op de verdwijning van bewijsmateriaal. De Oostenrijkse autoriteiten waren overtuigd dat er wel degelijk sprake was van zulks mogelijk gevaar. Volgens Can werd hierdoor echter, onder andere, artikel 6 3 (c) van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens geschonden. Deze zou hem immers het recht garanderen om in alle stadia van de procedure vrijelijk met zijn advocaat te kunnen overleggen, iets wat hem de eerste drie maanden ontzegd was. Doch artikel 6 3 (c) vermeldt dit niet uitdrukkelijk en dus rees de vraag of dit artikel al dan niet op die wijze behoefde geïnterpreteerd te worden. De Commissie maakt heel duidelijk dat het niet haar taak is om een algemene antwoord te geven op de vraag of artikel 6, an sich, ook toepassing vindt in de voorafgaande procedures. Maar volgens haar is het wel zo dat de toepassing van artikel 6 3 niet systematisch en zonder excepties mag uitgesloten worden in het vooronderzoek. Daarom onderzoekt ze of het, in dit concrete geval, noodzakelijk is artikel 6 3 ook toe te passen op de voorbereidingen om zo het 30 Can tegen Oostenrijk, EHRM 30 september 1985; ECRM 12 juli 1984, nr. 9300/ Deze Commissie bestaat de dag van vandaag niet meer (opgedoekt op 1 november 1998), maar speelde voordien een belangrijke aanvullende rol voor het EHRM. : G. CORSTENS en J. PRADEL, Het Europese strafrecht, Deventer, Kluwer, 2003, 248. (547) 16

17 recht op een eerlijk proces te verzekeren. Om dit te achterhalen moet gekeken worden naar de procedure in zijn geheel. De Commissie verwijst hiervoor naar artikel 14 3 (b) van the United Nations Convenant on Civil and Political Rights, regel 93 van the standard minimum rules for the treatment of prisoners en artikel 3 2, (c) van de European Agreement relating to persons participating in proceedings of the European Commission and Court of Human Rights 33 die allen nadrukkelijk het recht op een private communicatie met een advocaat bevatten. Bovendien heeft de advocaat naast het voorbereiden van het proces ook nog de taak om controle uit te voeren op de: ( ) lawfulness of any measures taken in the course of the investigation proceedings, the identification and presentation of any means of evidence at an early stage where it is still possible to trace new relevant facts and where the witnesses have a fresh memory, further assistance to the accused regarding any complaints which he might wish to make in relation to his detention concerning its justification, length and conditions, and generally to assist the accused who by his detention is removed from his normal environment De ECRM bepaalt zo dat de rol van de advocaat zich niet enkel beperkt tot de procesfase 34 en komt tot de conclusie dat artikel 6 3 (c) een recht op private communicatie met een advocaat voortbrengt, maar de Commissie laat onmiddellijk ook ruimte voor mogelijke inperkingen van zulks een recht. Wanneer de Commissie dit toepast op de voorliggende zaak, stelt ze vast dat er wel degelijk een schending is van artikel 6 3 (c) (hierna ook het bijstandsartikel ) 35, omdat ze geen geldige redenen zag om dergelijk overleg te controleren. De aanklachten waren niet zwaarwichtig genoeg om een exceptie op het nieuw geformuleerde principe te aanvaarden. Bovendien was er geen enkele indicatie dat de advocaat van Can de mogelijkheid om vrijelijk 33 Supra 34 P. PONSAERS, M. DE WAELE, Het EHRM en de zaak Salduz. Een steeds indringender vraag naar juridische bijstand tijdens het politieverhoor. in M. BOCKSTAELE, E. DEVROE, P. PONSAERS, Salduzbijstand van advocaten bij verhoren, Antwerpen, Maklu, 2011, 15; C. FIJNAUT, De toelating van de raadsman tot het politiële verdachtenverhoor, in M. GROENHUIJSEN EN G. KNIGGE, Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001, Deventer, Gouda Quint, 2001, T. PRAKKEN EN T. SPRONKEN, Handboek verdediging (2de druk), Deventer, Kluwer, 2009,

18 te communiceren met zijn cliënt zou misbruiken. Ten slotte werd nog opgemerkt dat alle vier de verdachten zich in voorhechtenis bevonden, waardoor het onwaarschijnlijk werd geacht dat ze op die manier bewijsmateriaal konden laten verdwijnen. Deze uitspraak stipt voor het eerst aan dat een verdachte eventueel niet alleen recht heeft op rechtsbijstand tijdens het proces, doch gedurende de gehele procedure. 36 Het stelt dat het bijstandsartikel wordt geschonden als de beklaagde geen mogelijkheid heeft tot vrije communicatie met zijn raadsman in het vooronderzoek 37. Uitzonderingen om geldige redenen zijn echter wel mogelijk, maar moeten bekeken worden in het licht van de gehele procedure. Men hanteert dus een casuïstische benadering. 2. S. tegen Zwitserland Het arrest S. t. Zwitserland 38 ligt in de lijn van de zaak Can. Maar in tegenstelling tot deze laatste wordt hier ook het EHRM, en niet enkel de ECRM, gevraagd om een uitspraak te doen over een beperking van het vrije verkeer tussen verdachte en zijn advocaat en of dit een schending van artikel 6 3 (c) uitmaakt. Het EHRM neemt hier evenwel het eindoordeel van de ECRM probleemloos over. 39 S. werd beschuldigd van het plegen, of proberen plegen van 19 verschillende misdrijven. Deze waren uitgevoerd naar aanleiding van een protestbeweging tegen de verkoop van nucleaire centrales aan een Zuid-Amerikaans land onder militair bewind. Op 30 maart 1985 werd hij opgepakt en in voorlopige hechtenis geplaatst. Naast hem werden nog 17 andere verdachten vastgehouden. Van 31 mei 1985 tot 10 januari 1986 werden de gesprekken tussen S. en zijn advocaat telkens gesuperviseerd door een politieagent. Volgens S. maakt dit een schending uit van artikel 6 3 (c) van het Verdrag. 36 A. BEIJER, Recht op bijstand door een advocaat tijdens het politieverhoor? Een commentaar bij de zaak Saduz versus Turkije, Proces 2009, afl. 1, : The Commission concludes unanimously that there has been a violation of art. 6 (3) (c) of the Convention by reason of the refusal to allow the applicant unsupervised personal contacts with his lawyer. 38 S. versus Zwitserland, EHRM 28 november 1991, nr / Zie C. VAN DEN WIJNGAERT, Kennismaking met de rechten van de verdediging in strafzaken, Antwerpen-Appeldoorn, Maklu, 2003, 7; C. FIJNAUT, De toelating van de raadsman tot het politiële verdachtenverhoor, in M. GROENHUIJSEN EN G. KNIGGE, Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001, Deventer, Gouda Quint, 2001,

19 De Zwitserse autoriteiten baseerden zich op artikel 18 van het Wetboek Strafrechtelijke Procedure van Zürich om de drastische beperkingen te rechtvaardigen: An accused who is held in custody shall be permitted written and oral contact with defence counsel, in so far as the purpose of the investigation is not jeopardised. Once his detention has exceeded fourteen days, an accused must not be refused permission to consult defence counsel freely and without supervision, unless there are special reasons, in particular a danger of collusion. After the close of the investigation, an accused shall have this right without restriction. 40 Die bijzondere redenen waren vooreerst en in het bijzonder dat S. een buitengewoon gevaarlijk individu was, wiens methoden een terroristisch kantje hadden, en ten tweede het grote gevaar op een samenzwering ( collusion ) tussen zijn advocaat en de medebeschuldigden. Het EHRM zal echter deze opgeworpen rechtvaardigingen niet aanvaarden. Ze verwijst, zoals de commissie voor haar, naar bepaalde internationale verdragen 41 om te besluiten dat de vrijelijke communicatie tussen beklaagde en zijn advocaat een fundamenteel deel uitmaakt van het recht op een eerlijk proces. Vervolgens neemt ze het mogelijke gevaar op een samenzwering onder de loep en komt hier tot de vaststelling, hoewel ze de ernst van de aanklachten niet ontkent, dat deze niet afdoende was om zo n ernstige beperking op te leggen. Het bijstandsartikel is derhalve geschonden. Het EHRM huldigt hetzelfde principe als de ECRM in Can, nl. het recht op een eerlijk proces impliceert de mogelijkheid van vrij verkeer, m.a.w. zonder aanwezigheid van een derde, tussen de beklaagde en zijn advocaat in het vooronderzoek. Het grote verschil is echter dat het Hof, in tegenstelling tot de Commissie in Can, hier geen nadere toelichting geeft over het al dan niet bestaan van mogelijke beperkingen op dit recht. Hoogstwaarschijnlijk werd dit niet toevallig in het midden gelaten. De bijgevoegde opinions van sommige rechters tonen immers aan dat over dit punt (nog) geen eensgezindheid bestond binnen het EHRM Eigen markering 41 Supra 42Zo schrijft rechter MATSCHER in een separate opinion, dat het hier in geen geval om een absoluut principe gaat, m.a.w. dat sommige uitzonderingen aanvaardbaar zijn. Doch in een 19

20 3. Imbrioscia tegen Zwitserland a. Uitspraak EHRM In Imbrioscia 43 staat niet het specifieke recht op private consultaties tussen beklaagde en advocaat ter discussie, maar rijst de vraag of artikel 6 algemene toepassing vindt in het vooronderzoek. Het voornaamste doel van artikel 6 is dan wel het waarborgen van een eerlijk proces door een rechterlijke instantie die bevoegd is over de strafprocedure een uitspraak te doen, doch daaruit kan niet automatisch besloten worden dat dit artikel geen toepassing zou vinden in het vooronderzoek. 44 Imbrioscia werd door de Zwitserse autoriteiten, op 2 februari 1985, gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan het smokkelen van heroïne van Bangkok naar Zürich. Imbrioscia werd zeven maal ondervraagd. De eerste vier verhoren vonden plaats zonder zijn toenmalige advocaat en ook de twee navolgende verhoren werden afgenomen zonder dat men zijn nieuwe advocaat had uitgenodigd. Na een klacht van deze laatste, werd hij evenwel toegelaten op het laatste, afsluitende verhoor. Volgens Imbrioscia was er een schending van artikel 6 3 (c) van het Verdrag, doordat hij geen bijstand verkreeg van zijn advocaat, hoewel uitdrukkelijk gevraagd, tijdens de verhoren. Hij haalde aan dat het recht om zichzelf te verdedigen enkel doeltreffend kan zijn, als het niet alleen gewaarborgd wordt in de procesfase, maar ook in de fase die hieraan voorafgaat. De Zwitserse autoriteiten namen de stelling in dat artikel 6 niet van toepassing is op het vooronderzoek en bovendien wezen ze erop dat het Verdrag nergens een rechtstreeks recht op aanwezigheid van een advocaat bij ondervragingen voorziet. Het Hof zal hier echter eens en voor altijd de grond vegen met de notie dat artikel 6 van het Verdrag geen toepassing vindt in het vooronderzoek. Het recht op een eerlijk proces kan wel concurring opinion meent rechter DE MEYER dan weer dat er geen uitzonderingen denkbaar zijn. 43 Imbrioscia versus Zwitserland, EHRM 24 november 1993, nr / B. DE SMET EN G. STESSENS, Art. 6 3 EVRM in Y. HAECK EN J. VANDE LANOTTE, Handboek EVRM II, Antwerpen, Intersentia, 2005,

21 degelijk aangetast worden voor de procesfase begint. 45 Artikel 6, en in het bijzonder paragraaf 3, kan relevant zijn in het vooronderzoek in zo verre dat de fairness van het proces naar alle waarschijnlijkheid zwaar bevooroordeeld is door een initiële tekortkoming om te voldoen aan deze provisies. Zo kan dus ook het niet naleven van artikel 6 3 (c) in het vooronderzoek, grond zijn om te besluiten dat het recht op een fair trial is geschonden. Maar om na te gaan of er ook daadwerkelijk zo n inbreuk heeft plaatsgevonden, moet men naar de strafprocedure in zijn geheel kijken. 46 Na de procedure onderzocht te hebben komt het Hof tot de vaststelling dat Imbrioscia wel degelijk van een eerlijk proces heeft genoten. Ze baseert zich onder ander op het feit dat Imbrioscia steeds de kans had om, zowel voor als na de verhoren, met zijn advocaat te overleggen; ook was zijn advocaat aanwezig op het zevende en tevens laatste verhoor en bovendien waren de processen voor het Bülach Disctrict Court en de Zürich Court of Appeal voorzien van voldoende safeguards. 47 Het Hof doet hier weliswaar geen directe uitspraak over of het bijstandsartikel ook een expliciet recht op bijstand van een advocaat tijdens de verhoren impliceert 48. Doch door te stellen dat artikel 6, 3 (c) niet geschonden is, terwijl men niet kon genieten van rechtsbijstand tijdens de meeste verhoren maakt duidelijk dat dit (nog) niet het geval is. Het EHRM laat immers een zekere vrijheid aan de lidstaten om het recht op bijstand naar eigen goeddunken in te vullen. 49 Het proces wordt dan ook in zijn geheel beoordeelt en verschillende safeguards zijn mogelijk om de rechten van de verdediging op te vangen. Niettemin was Spronken de visie toegedaan dat dit arrest reeds inhield dat de advocaat voorafgaand én tijdens het verhoor moet worden toegelaten, als de verdachte daarom verzoekt. 50 Dit laatste standpunt kunnen we niet volgen maar één ding is onbetwistbaar; het recht op bijstand van een advocaat in de fase van het vooronderzoek draagt klaarblijkelijk de 45 Het Hof haalt als voorbeeld o.a. het concept redelijke termijn aan. Deze termijn begint namelijk te lopen in het vooronderzoek. 46 C. VAN DEN WYNGAERT, Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht, Antwerpen, Maklu, 2006, B. DE SMET EN K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling: een overzicht op basis van artikel 6 EVRM, Antwerpen, Maklu, 2002, F. GOOSSENS, Het E.V.R.M.: een argument pro aanwezigheid van de advocaat bij het politioneel verdachtenverhoor?, Ad Rem 2005, afl. 3, C. FIJNAUT, De toelating van raadslieden tot het politiële verdachtenverhoor, in M. GROENHUIJSEN EN G. KNIGGE, Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001, Deventer, Gouda Quint, 2001, T. SPRONKEN, Verdediging. Een onderzoek naar de normering van het optreden van advocaten in strafzaken, Deventer, Gouda Quint 2001,

22 voorkeur van het Hof. Dit door de belangrijke rol die is weggelegd voor de advocaat bij het begin van de strafrechtelijke procedure. Doch een tekortkoming op dit vlak impliceert nog niet automatisch een schending van artikel 6 EVRM. 51 b. Dissenting opinion rechter DE MEYER De Meyer is duidelijk fan van sterk doorwegende verdedigingsrechten. Zo gaf hij in S. t. Zwitserland in een concurring opinion reeds te kennen dat de vrije communicatie tussen advocaat en verdachte in zijn ogen een absoluut recht vormt. 52 Ook in deze dissenting opinion merken we dat zijn visie op de verdedigingsrechten verder doorgedreven is dan deze van zijn collega rechters. De Meyer kijkt hiervoor naar het Supreme Court in de Verenigde Staten, nl. naar haar Miranda-arrest. 53 Hij verwijst in het bijzonder naar de passages betreffende de bijstand door een raadsman voorafgaand en tijdens het verhoor en meent dat de beginselen uiteengezet in deze uitspraak belong to the very essence of fair trail. 54 Hij eindigt met te zeggen: Therefore I cannot agree with the present judgement, in which our Court fails to recognise and apply them. Hieruit wordt alleszins pijnlijk duidelijk dat de rechtsbescherming van een verdachte in de Verenigde Staten in 1993 (nog) een grote stap voorstaat op deze in Europa. 4. Murray tegen het Verenigd Koninkrijk a. Uitspraak EHRM Op 8 februari 1996 wijst de Grote Kamer van het EVRM een boeiende, invloedrijke uitspraak. 55 Ze zoekt uit of het recht op bijstand uit artikel 6 inhoudt dat men recht heeft op toegang tot een advocaat tijdens de beginfase van het vooronderzoek (lees: voorafgaand aan de eerste verhoren). Deze vraag is gelinkt aan het zwijgrecht van de verdachte; een advocaat zou de verdachte namelijk kunnen helpen in zijn keuze al dan niet een beroep te doen op dit 51 F. VANNESTE, Het recht op bijstand van een advocaat, RW , afl. 38, Supra 53 Supra 54 C. FIJNAUT, De toelating van raadslieden tot het politiële verdachtenverhoor, in M. GROENHUIJSEN EN G. KNIGGE, Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering 2001, Deventer, Gouda Quint, 2001, Murray t. het Verenigd Koninkrijk, 8 februari 1996; EHRM, nr /91. 22

23 zwijgrecht. 56 Ook de vraag of een raadsman dient te worden toegelaten bij de politionele verhoren wordt hier expliciet opgeworpen, maar jammer genoeg door het Hof onder de mat geveegd. J. Murray werd op 7 januari 1990 in de namiddag gearresteerd. Hij werd ervan verdacht lid te zijn van de IRA en tevens medeplichtig te zijn aan de onrechtmatige vrijheidsberoving van L. (een IRA-verklikker). De politie arresteerde hem in het huis waar L. werd vastgehouden. Deze laatste verklaarde dat hij onder dwang een bekentenis had afgelegd die was opgenomen op videocassette en dat Murray, toen duidelijk werd dat de politie voor de deur stond, op de bovenverdieping deze tape probeerde te vernietigen; terwijl de rest van de aanwezigen zich reeds naar de benedenverdieping hadden begeven. Overeenkomstig artikel 3 van de Criminal Evidence Order 1988 werd de verdachte bij de aanhouding gewaarschuwd in volgende bewoording: You do not have to say anything unless you wish to do so but I must warn you that if you fail to mention any fact wich you rely on in your defence in court, your failure to take this opportunity to mention it may be treated in court as supporting any relevant evidence against you. If you do wish to say anything, what you say may be given in evidence. Murray verzocht al snel (voor zijn eerste verhoor) om de bijstand van een adcovaat. Men weigerde dit op grond van de in Noord-Ierland geldende noodtoestandwetgeving. Deze voorziet, in het belang van het onderzoek, in de mogelijkheid om het contact met een advocaat te verbieden gedurende 48-uur. Vervolgens vonden er tien verhoren plaats zonder enige bijstand van een advocaat, waarbij Murray zich telkens beriep op zijn zwijgrecht ( nothing to say ). Nadien was het hem toegestaan, voor de eerste maal sinds zijn arrestatie, te overleggen met zijn advocaat. In de twee daaropvolgende ondervragingen verschuilde hij zich, ditmaal op advies van zijn advocaat, opnieuw achter zijn zwijgrecht. Ook op het proces zelf riep hij wederom dit zwijgrecht in. Uiteindelijk veroordeelde de rechter hem op basis van het voorliggend bewijs, versterkt door het stilzwijgen van Murray. De rechter had namelijk, volgens nationale wetgeving, het recht om de weigering om mee te werken en vragen te 56 P. PONSAERS, M. DE WAELE, Het EHRM en de zaak Salduz: Een steeds indringender vraag naar juridische bijstand tijdens het politieverhoor, in M. BOCKSTAELE, E. DEVROE, P. PONSAERS, Salduzbijstand van advocaten bij verhoren, Antwerpen, Maklu, 2011,

24 beantwoorden als een aanwijzing ( inference ) te zien, die als ondersteuning van het belastende bewijs mocht worden gebruikt. Vooreerst moet opgemerkt worden, dat het recht op rechtsbijstand in het kader van artikel 6 lid 3 (c) EVRM afhankelijk is van de betekenis van het opsporingsonderzoek voor het verdere verloop van de strafzaak en de specifieke omstandigheden van het geval (zie Imbroscia) 57. Het Europese Hof is hierin duidelijk; nationale wetten mogen gevolgen verbinden aan de houding van de verdachte in het vooronderzoek die een doorwegende factor kan vormen in het verdere verloop van de strafzaak. Het Hof zegt hierover: National laws may attach consequences to the attitude of an accused at the initial stages of police interrogation, which are decisive for the prospects of the defence in any subsequent criminal proceedings. In such circumstances article 6 will normally require that the accused be allowed to benefit from the assistance of a lawyer already at the initial stages of police interrogation. However, this right, which is not explicitly set out in the Convention, may be subject to restrictions for good cause. The question, in each case, is whether the restrictions, in the light of the entirety of the proceedings, has deprived the accused of a fair hearing. ( 65) Indien het interne recht vergaande gevolgen verbindt aan de houding van de verdachte tijdens de beginfase van het politieverhoor 58, moet de betrokkene ook tijdens deze fase bijstand van een advocaat verkrijgen. 59 M.a.w. uit artikel 6 3 (c) volgt dat men voorafgaand aan de verhoren overleg kan plegen met zijn raadsman, over zijn bij de politie af te leggen verklaring en over de vraag of hij zich al dan niet zal beroepen op zijn zwijgrecht, met name indien dit ver strekkende gevolgen kan hebben voor de bewijsvoering in de strafzaak 60. Dit principe kan onderworpen worden aan beperkingen als deze zijn ingevoerd wegens geldige redenen die deze beperkingen rechtvaardigen. Dit gezegd zijnde kan een gerechtvaardigde beperking toch 57 T. SPRONKEN, Nemo tenetur, zwijgrecht en advocatenbijstand bij het politieverhoor: de zaak Murray, Advocatenblad 1996, afl. 10, Zo kwam men in Dikme versus Turkije ( 111) van 11 juli 2000, niet tot de conclusie dat het recht op een eerlijk proces geschonden was, hoewel het de verdachte onmogelijk werd gemaakt om contact op te nemen met zijn advocaat tijdens de periode van hechtenis. Dit omdat de Turkse wetgever geen gevolgen verbindt aan bekentenissen, bekomen tijdens een politieverhoor, wanneer ze voor de rechter betwist worden door de verdachte. 59 A. OWUSU-BEMPAH, Silence in suspicious circumstances, Crim. L. R. 2014, afl. 2, 132; F. GOOSSENS, Het E.V.R.M.: een argument pro aanwezigheid van de advocaat bij het politioneel verdachtenverhoor, Ad rem 2005, afl. 3, C. CLEIREN EN J. NIJBOER, Strafvordering, Deventer, Kluwer, 2007,

25 nog onverenigbaar blijken met artikel 6 EVRM indien in het licht van de gehele procedure het verdedigingsrecht onherstelbaar beschadigd werd. Het Hof beoordeelt het recht op een eerlijk proces dus aan de hand van de gehele procedure; wat met zich meebrengt dat indien er voldoende andere safeguards zijn voorzien om in overeenstemming te zijn, het bijstandsartikel niet geschonden wordt. 61 Het bijstandsrecht kan hierdoor niet worden gezien als een absoluut recht. Deze redenering is van aanzienlijk belang omdat de initiële stappen in strafzaken meestal van cruciaal belang zijn voor de latere bewijsvoering. Deze uitspraak heeft dan ook een grote impact. Vreemd genoeg volgt het Hof in casu haar eigen zojuist geïntroduceerde stappen-redenering 62 niet volledig. Ze stelt immers wel een beperking vast die ze gerechtvaardigd acht, doch gaat vervolgens niet over tot een afweging van deze beperking in het licht van de gehele procedure. Ze stelt: The Court is of the opinion that the scheme contained in the Order is such that it is of paramount importance for the rights of the defence that an accused has access to a lawyer at the initial stages of police interrogation. It observes in this context that, under the Order, at the beginning of police interrogation, an accused is confronted with a fundamental dilemma relating to his defence. If he chooses to remain silent, adverse inferences may be drawn against him in accordance with the provisions of the Order. On the other hand, if the accused opts to break his silence during the course of interrogation, he runs the risk of prejudicing his defence without necessarily removing the possibility of inferences being drawn against him. Under such conditions the concept of fairness enshrined in Article 6 requires that the accused has the benefit of the assistance of a lawyer already at the initial stages of police interrogation. To deny access to a lawyer for the first 48 hours of police questioning, in a situation where the rights of the defence may well be irretrievably prejudices, is whatever the justification for such denial incompatible with the rights of the accused under Article 6. ( 66) 61 P. DE HERT, Politie en mensenrechten: meer ethiek a.u.b., want te weinig recht, in C. FIJNAUT, E. MULLER, U ROSENTHAL EN E. VAN DER TORRE, Politie: studies over haar werking en organisatie, Deventer, Kluwer, 2007, ) Is er een beperking? 2) Is deze beperking gerechtvaardigd? 3) Zorgt de gerechtvaardigde beperking ervoor, in het licht van de gehele procedure, dat het verdedigingsrecht onherstelbaar geschonden wordt? 25

26 Hoewel een gerechtvaardigde beperking voorhanden is, komt ze toch tot de conclusie dat de verdedigingsrechten onherstelbaar beschadigd zijn, zonder evenwel de procedure in zijn geheel te bekijken. Houdt dit in dat in de omstandigheden als voorliggende de onmiddellijke bijstand van een advocaat in het vooronderzoek wordt verplicht indien de verdachte hiernaar vraagt? Is het mogelijk dat deze uitspraak impliceert dat een verdachte hoe dan ook, in vergelijkbare context weliswaar en indien hij dit verzoekt, niet meer mag worden ondervraagt vooraleer hij bijstand heeft verkregen? M.a.w. kan het in deze situatie wel beschouwd worden als een absoluut recht? Hoewel het ons inziens een stap verder zet in de richting naar verabsolutering, mag het toch niet beschouwd worden als een absoluut recht. Dit zou namelijk tot gevolg hebben dat de loutere mogelijkheid om adverse inferences te trekken zou inhouden dat men onvoorwaardelijk recht heeft op de bijstand van een advocaat, ongeacht of men ook werkelijk deze conclusies heeft getrokken. Dit kan niet met zekerheid worden vastgesteld, zeker omdat in casu de rechter wel degelijk gevolgen aan Murray s houding verbond. Niettemin lijkt dit laatste geen punt van belang voor het Hof, waardoor verdere arresten hierover meer duidelijk moeten scheppen. Wat we wel lijken te mogen afleiden, is dat in geen enkel geval nog gevolgen kunnen worden verbonden aan het gedrag (lees: stilzwijgen) van een verdachte zolang hij geen bijstand heeft genoten van zijn raadsheer. Dit brengt evenwel niet met zich mee dat het Verenigd Koninkrijk zijn wetgeving moet aanpassen om in overeenstemming te zijn met de Conventie. Het ontzeggen van een advocaat gedurende een korte periode, omwille van geldige redenen, lijkt me nog steeds aanvaardbaar, zolang men geen adverse inferences trekt uit eventueel stilzwijgen. 63 Opmerkelijk is ook dat het Hof systematisch een uitspraak over de (al dan niet (verplichte)) aanwezigheid van de advocaten tijdens de verhoren uit te weg lijkt te gaan. 64 Het feit dat het Hof meerdere malen in meerdere uitspraken detention en interrogation als synoniemen gebruikt doet geen goed aan de bestaande verwarring. Velen willen hierin lezen dat het recht op toegang tot een raadsman het recht op diens aanwezigheid bij het verdachtenverhoor impliceert 65, maar het Hof had dit hoogstwaarschijnlijk nog niet voor ogen op het moment 63 Wanneer de verdachte overgaat tot bekentenissen is het een ander verhaal. Zie Dougan t. VK, infra. 64 Having regard to that conclusion the Court finds it unnecessary to consider the applicant s complaint concerning the refusal to allow his solicitor to be present during interview. 65 T. SPRONKEN, A place of greater safety. Bespiegelingen over een Europees statuut voor de strafrechtadvocaat, Deventer, Kluwer 2003, 454; L.J.A. VAN ZWIETEN, Bijzondere verhoortechnieken en art. 29 Sv, Deventer, Gouda Quint 2001,

Raadsman bij het politieverhoor

Raadsman bij het politieverhoor De Nederlandse situatie J. Boksem Leuven, 23 april 2009 Lange voorgeschiedenis o.a: C. Fijnaut EHRM Schiedammer Parkmoord Verbeterprogramma Motie Dittrich: overwegende dat de kwaliteit van het politieverhoor

Nadere informatie

De Salduz-wet bekeken door een blauwe bril. De impact van de Salduz-wet op de politie: één jaar na implementatie.

De Salduz-wet bekeken door een blauwe bril. De impact van de Salduz-wet op de politie: één jaar na implementatie. FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID De Salduz-wet bekeken door een blauwe bril. De impact van de Salduz-wet op de politie: één jaar na implementatie. Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master

Nadere informatie

Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001 Groenhuijsen, Marc; Knigge, G.

Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001 Groenhuijsen, Marc; Knigge, G. Tilburg University Het vooronderzoek in strafzaken. Tweede interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001 Groenhuijsen, Marc; Knigge, G. Publication date: 2001 Link to publication Citation for published

Nadere informatie

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Paul Ponsaers 1 1. De EU is niet enkel een economische, politieke en sociale gemeenschap, maar evenzeer een waardengemeenschap.

Nadere informatie

Rechtsbijstand en politieverhoor

Rechtsbijstand en politieverhoor Rechtsbijstand en politieverhoor Over de rechtsbijstand voor de verdachte, het politieverhoor en de EU richtlijn. Scriptie Masteropleiding Rechtsgeleerdheid Open Universiteit Nederland Abel van Olst Begeleider:

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Toelichting bij het arrest 7/2013 van het Grondwettelijk Hof inzake het beroep tot vernietiging van de zgn. Salduzwet

Toelichting bij het arrest 7/2013 van het Grondwettelijk Hof inzake het beroep tot vernietiging van de zgn. Salduzwet Orde van Vlaamse Balies www.advocaat.be NOTA Koningsstraat 148 B 1000 Brussel T +32 (0)2 227 54 70 F +32 (0)2 227 54 79 info@advocaat.be Toelichting bij het arrest 7/2013 van het Grondwettelijk Hof inzake

Nadere informatie

Salduz, van ontwikkeling tot knelpunt

Salduz, van ontwikkeling tot knelpunt Salduz, van ontwikkeling tot knelpunt Een onderzoek ter verbetering van de rechthulpverlening in het kader van de knelpunten met betrekking tot de verschillende interpretaties van het Salduz-arrest, de

Nadere informatie

Een nieuwe dageraad voor de raadsman bij het politieverhoor?

Een nieuwe dageraad voor de raadsman bij het politieverhoor? 61 Wetenschap Een nieuwe dageraad voor de raadsman bij het politieverhoor? Matthias Borgers 1 DE NU AL BEROEMDE UITSPRAAK VAN HET EHRM IN DE ZAAK SALDUZ TEGEN TURKIJE, EVEN LATER GEVOLGD DOOR DE ZAAK PANOVITS

Nadere informatie

Het spreekrecht van het slachtoffer en het ondervragingsrecht Notitie van het NJCM naar aanleiding van wetsvoorstel nr. 27632

Het spreekrecht van het slachtoffer en het ondervragingsrecht Notitie van het NJCM naar aanleiding van wetsvoorstel nr. 27632 Het spreekrecht van het slachtoffer en het ondervragingsrecht Notitie van het NJCM naar aanleiding van wetsvoorstel nr. 27632 1. Inleiding Het NJCM heeft kennis genomen van het door Tweede kamerlid Dittrich

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Brussel, 22 januari 2010 (OR. en) 2010/0801 (COD) PE-CONS 1/10 DROIPEN 6 COPEN 22 CODEC 41 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Initiatief voor

Nadere informatie

De bijstand van de advocaat gedurende het politioneel verdachtenverhoor van volwassenen

De bijstand van de advocaat gedurende het politioneel verdachtenverhoor van volwassenen De bijstand van de advocaat gedurende het politioneel verdachtenverhoor van volwassenen Noodzaak of onhaalbaar? Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master in de criminologische wetenschappen

Nadere informatie

POSITION PAPER SALDUZ

POSITION PAPER SALDUZ POSITION PAPER SALDUZ DE SALDUZ-WET De Salduz-wet 1 voorziet in nieuwe regels met betrekking tot het verhoor van getuigen en verdachten en is het gevolg van een arrest van het Europees Hof voor de Rechten

Nadere informatie

Datum 15 april 2009 Onderwerp Standpunt over uitspraken EHRM inzake raadsman bij politieverhoor

Datum 15 april 2009 Onderwerp Standpunt over uitspraken EHRM inzake raadsman bij politieverhoor > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158 14 (1987) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1987 Nr. 158 A. TITEL Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek

Nadere informatie

Nationaal... 13 Benelux... 89 Prüm... 115 Europese Unie... 133

Nationaal... 13 Benelux... 89 Prüm... 115 Europese Unie... 133 Inhoudstafel Nationaal... 13 Artikelen 3-4 Strafwetboek (Wet 8 juni 1867)... 15 Wet 1 oktober 1833 op de uitleveringen... 16 Uitleveringswet 15 maart 1874... 17 Artikelen 6 14 Voorafgaande Titel Wetboek

Nadere informatie

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47 pagina 1 van 5 Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen? Bekijk dan de online versie Nieuwsbrief NRGD Editie 11 Newsletter NRGD Edition 11 17 MAART 2010 Het register is nu opengesteld! Het Nederlands Register

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleiding 3. 1.1. Aanleiding van het onderzoek 3 1.2. Opbouw van het onderzoek 4

Hoofdstuk 1. Inleiding 3. 1.1. Aanleiding van het onderzoek 3 1.2. Opbouw van het onderzoek 4 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 1.1. Aanleiding van het onderzoek 3 1.2. Opbouw van het onderzoek 4 Hoofdstuk 2. De ontwikkeling naar de huidige situatie met betrekking tot de toelating van de advocaat

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

GEEN ADVOCAAT = GEEN BEWIJS. Docent Mr W. Römelingh Datum 20 maart 2009 Plaats Haagrecht Advocaten Punten 2 PO Juridisch

GEEN ADVOCAAT = GEEN BEWIJS. Docent Mr W. Römelingh Datum 20 maart 2009 Plaats Haagrecht Advocaten Punten 2 PO Juridisch GEEN ADVOCAAT = GEEN BEWIJS Docent Mr W. Römelingh Datum 20 maart 2009 Plaats Haagrecht Advocaten Punten 2 PO Juridisch Hoe moet de uitspraak van het EHRM in Salduz naar het Nederlandse strafrecht worden

Nadere informatie

De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor?

De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor? De Salduzwet: welke rechten hebt u bij een verhoor? Is er in uw bedrijf al eens een ernstig arbeidsongeval gebeurd? Dan bent u als werkgever, als lid van de hiërarchische lijn, als preventieadviseur, als

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96 53 (1970) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1989 Nr. 96 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland betreffende het internationale

Nadere informatie

(The significance of. the European Court of Human Rights case law. for the Legislator) speech by. Professor P.H.P.H.M.C. (Piet Hein) van Kempen

(The significance of. the European Court of Human Rights case law. for the Legislator) speech by. Professor P.H.P.H.M.C. (Piet Hein) van Kempen Het belang van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor de wetgever (The significance of the European Court of Human Rights case law for the Legislator) speech by Professor

Nadere informatie

DE RECHTMATIGHEID V AN DE GESTUURDE DETENTIE-INFORMANT.

DE RECHTMATIGHEID V AN DE GESTUURDE DETENTIE-INFORMANT. ALLAN VS THE UK; DE RECHTMATIGHEID V AN DE GESTUURDE DETENTIE-INFORMANT. mr. S.L.J. Janssen en mr. G.P. Hamer 1 Inleiding Op 5 november jongstleden is door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 19 NOVEMBER 2013 P.13.1765.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.1765.N DE FEDERALE PROCUREUR, eiser, tegen N J E, persoon krachtens wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie juridische zaken. aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

EUROPEES PARLEMENT. Commissie juridische zaken. aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««Commissie juridische zaken 2009 VOORLOPIGE VERSIE 2004/0113(CNS) 22.12.2004 ONTWERPADVIES van de Commissie juridische zaken aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie

Nadere informatie

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING. bij de. richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING. bij de. richtlijn van het Europees Parlement en de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 27.11.2013 SWD(2013) 477 final WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende

Nadere informatie

P L E I T N O T I T I E S M r C h r. A. A l b e r d i n g k T h i j m. Advocaat: Mr. Chr. A. Alberdingk Thijm

P L E I T N O T I T I E S M r C h r. A. A l b e r d i n g k T h i j m. Advocaat: Mr. Chr. A. Alberdingk Thijm Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag Mr. G.H.I.J. Hage Zitting van 17 maart 2016 Zaak-/rolnummer: 506576 KG-ZA 16-281 P L E I T N O T I T I E S M r C h r. A. A l b e r d i n g k T h i j m I n z a k

Nadere informatie

Het recht op vertaling in Nederlandse

Het recht op vertaling in Nederlandse Het recht op vertaling in Nederlandse strafzaken Strafblad Het recht op vertaling in Nederlandse strafzaken Mr. P. van Kampen & mr. S. Denneman* Inleiding Na jaren van steggelen binnen de Europese Unie

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

it would be too restrictive to limit the notion to an "inner circle" in which the individual may live his own personal life as he chooses and to exclude therefrom entirely the outside world not encompassed

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de hoofdofficier van justitie te Middelburg. Datum: 19 december 2011. Rapportnummer: 2011/361

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de hoofdofficier van justitie te Middelburg. Datum: 19 december 2011. Rapportnummer: 2011/361 Rapport Rapport betreffende een klacht over de hoofdofficier van justitie te Middelburg. Datum: 19 december 2011 Rapportnummer: 2011/361 2 Bevindingen De klacht. Verzoeker is advocaat van beroep. Door

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

(Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN

(Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN 1.6.2012 Publicatieblad van de Europese Unie L 142/1 I (Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN RICHTLIJN 2012/13/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult)

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Mag ik thuiswerken? Een onderzoek naar de attitudes van managers t.a.v. telewerkverzoeken Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Nederland

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur

Nadere informatie

Benelux... 121 Verdrag 27 juni 1962 aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom

Benelux... 121 Verdrag 27 juni 1962 aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom INHOUD Nationaal... 13 Artikelen 3-4 Strafwetboek (Wet 8 juni 1867)... 14 Wet 1 oktober 1833 op de uitleveringen... 15 Uitleveringswet 15 maart 1874... 17 Artikelen 6 14 Voorafgaande Titel Wetboek van

Nadere informatie

Examenreglement Opleidingen/ Examination Regulations

Examenreglement Opleidingen/ Examination Regulations Examenreglement Opleidingen/ Examination Regulations Wilde Wijze Vrouw, Klara Adalena August 2015 For English translation of our Examination rules, please scroll down. Please note that the Dutch version

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom AFWIJKING 2005/1 Samenvatting van het advies dd. 17 mei 2005 met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die

Nadere informatie

Masterproef Het recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor in strafzaken in België in vergelijking tot Nederland

Masterproef Het recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor in strafzaken in België in vergelijking tot Nederland 2014 2015 FACULTEIT RECHTEN master in de rechten Masterproef Het recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor in strafzaken in België in vergelijking tot Nederland Promotor : Prof. dr. Michele

Nadere informatie

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999 Tilburg University Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1999 Link to publication Citation for published version (APA):

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

INHOUD. Inleiding... 1 DEEL I. DE HISTORISCHE EVOLUTIE VAN DE BURGERLIJKE VORDERING UIT EEN MISDRIJF... 5

INHOUD. Inleiding... 1 DEEL I. DE HISTORISCHE EVOLUTIE VAN DE BURGERLIJKE VORDERING UIT EEN MISDRIJF... 5 INHOUD Inleiding............................................................. 1 DEEL I. DE HISTORISCHE EVOLUTIE VAN DE BURGERLIJKE VORDERING UIT EEN MISDRIJF...................................................

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014

Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Datum van inontvangstneming : 18/03/2014 Vertaling C-650/13-1 Zaak C-650/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 9 december 2013 Verwijzende rechter: Tribunal d instance de Bordeaux

Nadere informatie

(Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN

(Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN 26.10.2010 Publicatieblad van de Europese Unie L 280/1 I (Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN RICHTLIJN 2010/64/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking

Nadere informatie

Nederlandse instrumenten van internationale rechtshulp in strafzaken

Nederlandse instrumenten van internationale rechtshulp in strafzaken Nederlandse instrumenten van internationale rechtshulp in strafzaken in verdragen, resoluties, aanbevelingen, wetten, richtlijnen en circulaires 2e bijgewerkte en herziene druk verzameld en ingeleid door

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 december 2007 (OR. en) 15202/07 VISA 346 COMIX 968

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 december 2007 (OR. en) 15202/07 VISA 346 COMIX 968 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 4 december 2007 (OR. en) 15202/07 VISA 346 COMIX 968 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE RAAD tot wijziging van deel 1 van het Schengen-raadplegingsnetwerk

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Analyse EHRM 9 juli 2013, Vinter e.a. v. het Verenigd Koninkrijk. Feiten

Analyse EHRM 9 juli 2013, Vinter e.a. v. het Verenigd Koninkrijk. Feiten Analyse EHRM 9 juli 2013, Vinter e.a. v. het Verenigd Koninkrijk Feiten De klagers in deze zaak (Vinter, Bamber en Moore) zijn in resp. 2008, 1986 en 1996 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens

Nadere informatie

Overzicht wetsbepalingen staatloosheid

Overzicht wetsbepalingen staatloosheid Overzicht wetsbepalingen staatloosheid Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind Artikel 7 1. Het kind wordt onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte het recht op

Nadere informatie

Eerlijk politieverhoor: schijn of werkelijkheid?

Eerlijk politieverhoor: schijn of werkelijkheid? Eerlijk politieverhoor: schijn of werkelijkheid? Afstudeerrichting: Master Rechtsgeleerdheid, accent Strafrecht Examinatoren: mw. mr. L.H.A.M. Kemperman mw. mr. S.B.G. Kierkels Afstudeerdatum: 26 maart

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

Treaty Series No. 15 (2014) Exchange of Notes

Treaty Series No. 15 (2014) Exchange of Notes Treaty Series No. 15 (2014) Exchange of Notes between the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland and the Kingdom of the Netherlands relating to the Convention on Legal Proceedings in Civil

Nadere informatie

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND?

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? W.R. Jonk, mr R. Malewicz en mr G.P. Hamer 1 Op 1 januari 2004 had het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel 2 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 31.1.2014 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0256/2011, ingediend door Harry Nduka (Nigeriaanse nationaliteit), over zijn recht om in

Nadere informatie

DE ELECTORALE RAAD VAN SINT MAARTEN,

DE ELECTORALE RAAD VAN SINT MAARTEN, Tweewekelijkse officiële uitgave van Sint Maarten Jaargang 2015, nummer 25 27 November, 2015 P a g i n a 32 Beschikking nummer: 3/2015 Datum: 19 november 2015 DE ELECTORALE RAAD VAN SINT MAARTEN, Gelezen:

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 2009 200 22 2 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie 32 37 JBZ-Raad DS VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/08/2015

Datum van inontvangstneming : 28/08/2015 Datum van inontvangstneming : 28/08/2015 Vertaling C-404/15-1 Zaak C-404/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R.

Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R. Tilburg University Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R. Published in: Bedrijfskunde: Tijdschrift voor Modern Management Publication date: 1991 Link to publication Citation

Nadere informatie

Fiche 2: Richtlijn inzake het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures

Fiche 2: Richtlijn inzake het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures Fiche 2: Richtlijn inzake het recht op tolk- en vertaaldiensten in strafprocedures 1. Algemene gegevens Voorstel: Initiatief voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht

Nadere informatie

BIJSTAND VAN DE ADVOCAAT BIJ HET VERHOOR VAN EEN VERDACHTE

BIJSTAND VAN DE ADVOCAAT BIJ HET VERHOOR VAN EEN VERDACHTE confessio est regina probationum BIJSTAND VAN DE ADVOCAAT BIJ HET VERHOOR VAN EEN VERDACHTE Het is genoegzaam bekend dat de Europese regelgeving en rechtspraak een belangrijke impact heeft op onze dagelijks

Nadere informatie

ANNOTATIE Cass. 22 januari 2009, Rev.dr.étr. 2009, afl. 1, 4; T.Vreemd. 2009 (samenvatting), afl. 2, 135

ANNOTATIE Cass. 22 januari 2009, Rev.dr.étr. 2009, afl. 1, 4; T.Vreemd. 2009 (samenvatting), afl. 2, 135 Michèle Morel Doctoranda (FWO-mandaathoudster) Universiteit Gent Faculteit Rechten Vakgroep Internationaal Publiekrecht Universiteitstraat 4 9000 België Michele.Morel@Ugent.Be Tel. +32.9.264.84.45 ANNOTATIE

Nadere informatie

Voorbeelden van machtigingsformulieren Nederlands Engels. Examples of authorisation forms (mandates) Dutch English. Juli 2012 Versie 2.

Voorbeelden van machtigingsformulieren Nederlands Engels. Examples of authorisation forms (mandates) Dutch English. Juli 2012 Versie 2. Voorbeelden van machtigingsformulieren Nederlands Engels Examples of authorisation forms (mandates) Dutch English Voorbeelden machtigingsformulieren standaard Europese incasso Examples of authorisation

Nadere informatie

Force-Feeding of Prisoners and Detainees on Hunger Strike

Force-Feeding of Prisoners and Detainees on Hunger Strike Force-Feeding of Prisoners and Detainees on Hunger Strike Right to Self-Determination versus Right to Intervention Mr. dr. Pauline Jacobs Refereeravond Johannes Wier Stichting Amersfoort, donderdag 14

Nadere informatie

FW: Aigemene verordening gegevensbescherming Bijlage 1 aangepaste versie.docx; Bijlage 2.docx

FW: Aigemene verordening gegevensbescherming Bijlage 1 aangepaste versie.docx; Bijlage 2.docx BRE-JBZ From: Sent: To: Subject: Attachments: Kaai, Geran vrijdag 3 april 2015 16:00 Verweij, Ellen FW: Aigemene verordening gegevensbescherming Bijlage 1 aangepaste versie.docx; Bijlage 2.docx From: [mailto

Nadere informatie

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx )

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx ) ABLYNX NV Naamloze Vennootschap die een openbaar beroep heeft gedaan op het spaarwezen Maatschappelijke zetel: Technologiepark 21, 9052 Zwijnaarde Ondernemingsnummer: 0475.295.446 (RPR Gent) (de Vennootschap

Nadere informatie

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Jean-François CATS Inhoud van de uiteenzetting Nieuwe opdrachten van het auditcomité ingevoerd door de Audit Directieve en het Audit Reglement

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord bij de eerste editie... v. Hoofdstuk 1. Inleiding tot het internationaal en Europees strafrecht... 1

INHOUD. Voorwoord bij de eerste editie... v. Hoofdstuk 1. Inleiding tot het internationaal en Europees strafrecht... 1 INHOUD Voorwoord bij de eerste editie............................................ v Hoofdstuk 1. Inleiding tot het internationaal en Europees strafrecht................... 1 1. Begripsomschrijving................................................

Nadere informatie

50 jaar Jeugdbescherming. Jeugdadvocaten

50 jaar Jeugdbescherming. Jeugdadvocaten 50 jaar Jeugdbescherming Jeugdadvocaten Eric Van der Mussele Advocaat Balie Antwerpen en verkozen lid van de OVB Verantwoordelijke sectie Jeugdrecht - BJB Antwerpen Voorzitter Unie Jeugdadvocaten EvdM2015

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1996 Nr. 209

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1996 Nr. 209 25 (1996) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1996 Nr. 209 A. TITEL Protocol tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechische Republiek tot wijziging van de Overeenkomst

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1957 Nr. 237

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1957 Nr. 237 48 (1957) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1957 Nr. 237 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken inzake het internationale

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Vertaling C-603/12-1 Zaak C-603/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

PREADVIES van de Adviescommissie Strafrecht. inzake. conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor

PREADVIES van de Adviescommissie Strafrecht. inzake. conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor PREADVIES van de Adviescommissie Strafrecht inzake conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor Inleiding In 2009 heeft de Adviescommissie Strafrecht (ACS) geadviseerd naar aanleiding van de uitspraken

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33 INHOUDSOPGAVE DANKWOORD... v VOORWOORD...vii HOOFDSTUK 1. DE GRONDSLAG... 1 1. De grondslag: het persoonlijkheidsrecht op afbeelding... 1 2. Invloed van de mensenrechten... 3 A. Art. 22 G.W.... 4 B. Art.

Nadere informatie

De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19

De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19 INHOUD INLEIDING... 19 De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19 Inhoud... 19 Kernbibliografie... 19 Over wetten vóór 1990... 20 Over

Nadere informatie

Lijst met publicaties van P.P.J. van der Meij

Lijst met publicaties van P.P.J. van der Meij Lijst met publicaties van P.P.J. van der Meij 2001 Annotaties bij: o Rechtbank Amsterdam 13 juni 1995, RR 366. o Hof Leeuwarden 7 april 1997, RR 430. o Rechtbank Rotterdam 8 april 1998, RR 471. o Hof Den

Nadere informatie

Tilburg University. Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten

Tilburg University. Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten Tilburg University Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten Publication date: 1980 Link to publication Citation for published

Nadere informatie

Een eerlijk proces. Grondslagen van het Recht Thema 4

Een eerlijk proces. Grondslagen van het Recht Thema 4 Een eerlijk proces Grondslagen van het Recht Thema 4 Typering proces Gereguleerde wraak / vergelding (strafrecht (geen eigenrichting)) Gereguleerde strijd (privaatrecht/bestuursrecht) 1. Basiswaarde proces

Nadere informatie

(Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN

(Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN 6.11.2013 Publicatieblad van de Europese Unie L 294/1 I (Wetgevingshandelingen) RICHTLIJNEN RICHTLIJN 2013/48/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang

Nadere informatie

Comics FILE 4 COMICS BK 2

Comics FILE 4 COMICS BK 2 Comics FILE 4 COMICS BK 2 The funny characters in comic books or animation films can put smiles on people s faces all over the world. Wouldn t it be great to create your own funny character that will give

Nadere informatie

GLOBAL EQUITY ORGANIZATION NETHERLANDS CHAPTER OPTION PROGRAMS AND DIVESTMENT OF A BUSINESS

GLOBAL EQUITY ORGANIZATION NETHERLANDS CHAPTER OPTION PROGRAMS AND DIVESTMENT OF A BUSINESS GLOBAL EQUITY ORGANIZATION NETHERLANDS CHAPTER OPTION PROGRAMS AND DIVESTMENT OF A BUSINESS MR. F.G. DEFAIX Partner AKD Practice Leader Employment Law woensdag 25 januari 2012 activa/passiva transactie

Nadere informatie

Tilburg University. Energiebesparing door gedragsverandering van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Psychologie. Publication date: 1982

Tilburg University. Energiebesparing door gedragsverandering van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Psychologie. Publication date: 1982 Tilburg University Energiebesparing door gedragsverandering van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Psychologie Publication date: 1982 Link to publication Citation for published version (APA):

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET

EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET EVALUATIE VAN 1 JAAR SALDUZ- WET Kwalitatief luik: de verdachten Studiedag «t Salduz beter gaan?! Hoe de toekomstige EU-richtlijnen implementeren in onze regelgeving?» 27 maart 2013 DSB Kris DECRAMER Inleiding

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 500 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2011 Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID

Nadere informatie

Tilburg University. Hoe psychologisch is marktonderzoek? Verhallen, T.M.M.; Poiesz, Theo. Published in: De Psycholoog. Publication date: 1988

Tilburg University. Hoe psychologisch is marktonderzoek? Verhallen, T.M.M.; Poiesz, Theo. Published in: De Psycholoog. Publication date: 1988 Tilburg University Hoe psychologisch is marktonderzoek? Verhallen, T.M.M.; Poiesz, Theo Published in: De Psycholoog Publication date: 1988 Link to publication Citation for published version (APA): Verhallen,

Nadere informatie

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 27.11.2013 COM(2013) 824 final 2013/0409 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende voorlopige rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden

Nadere informatie

Cambridge International Examinations Cambridge International General Certificate of Secondary Education

Cambridge International Examinations Cambridge International General Certificate of Secondary Education Cambridge International Examinations Cambridge International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/03 Paper 3 Speaking Role Play Card One For Examination from 2015 SPECIMEN ROLE PLAY Approx.

Nadere informatie

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P.

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P. Tilburg University Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1987 Link to publication Citation

Nadere informatie

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education *0535502859* DUTCH 0515/03 Paper 3 Speaking Role Play Card One 1 March 30 April 2010 No Additional

Nadere informatie

HET EUROPEES ARRESTATIEBEVEL

HET EUROPEES ARRESTATIEBEVEL HET EUROPEES ARRESTATIEBEVEL Door: mr. R. Malewicz en mr. G. P. Hamer 1 Op 1 januari 2004 is het zover, dan zal het Europees arrestatiebevel (EAB) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd moeten zijn.

Nadere informatie