TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE. 10e jaargang. driemaandelijks lijdschrift

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE. 10e jaargang. driemaandelijks lijdschrift"

Transcriptie

1 TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE 10e jaargang nr.2 mel1980 driemaandelijks lijdschrift

2 TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE UITGAVE VAN DE NEDERLANDSTALIGE OPLEIDINGEN LOGOPEDIE (BELGIË) REDACTIE M. Claeys, lic. Orthopedagogiek L. Moerman-Coetsier, lic. Germaanse Filologie L. Plasschaert, lic. Pedagogiek, gegr. Logopedie A.M. Schaerlaekens. dr. Germ. Filologie. lic. Logopedie G. Van Maele. lic. en gegr. Logopedie REDACTIE-ADRES G. Van Maele. De Waterwilgen 9, 8310 Brugge (België) Publicaties in drievoud aan dit adres in te zenden WETENSCHAPPELIJKE RAAD M. Callens. prol. dr. Neurofysiologie L. Engels, prol. dr. Linguïstiek G. Forrez. prol. dr. Fysica P. Kluyskens. prol. dr. Otorinolaryngologie J. Tyberghein. prol. dr. Otorinolaryngologie P. Bastijns. dr. Psychologie, lic. Logopedie D. Boedts. dr. Otorinolaryngologie W. Vandereyken. dr. Neuropsychiatrie R. Vandierendonck. dr. Neuropsychiatrie W. Wellens. dr. Neuropsychiatrie P. De Baere, lic. Orthopedagogiek S. Lievens. dr. Psychologie J. Adriaens, gegr. Logopedie W. Brans, gegr. Logopedie R. Stas. lic. en gegr. Logopedie Y. Van Hylte, gegr. Logopedie BESCHERMCOMITE L. Ulens, ere-inspecteur rijkstechnisch onderwijs De directies van de nederlandstalige opleidingen Logopedie ABONNEMENTEN - België: De abonnementsprijs bedraagt 250 Ir per jaar (150 Ir voor studenten) te betalen op rekening van <Tijdschrilt voor Logopedie en Audiologie< -Buitenland: De abonnementsprijs bedraagt 309.-Blr (250 fr ab fr bankonkosten en BTW) te betalen op rekening van <Tijdschrift voor Logopedie en Audiologie-, De Waterwilgen 9. B8310 Brugge (België) (Bank van Bru.. el) OVERDRUKKEN De auteurs ontvangen tien exemplaren van hun artikel; extra-overdrukken kunnen gevraagd worden bij het Inzenden van de kopij. enworden in rekening gebracht. Overname van artikels wordt slechts toegestaan na schriftelijke overeenkomst met de redactie.

3 TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE 1980 (10) - 2 ERVÁRINGEN MET EN EVALUATIE VAN THERA- PIE BIJ HESE KINDEREN C. De Bal, gegr. logopedie C. H. Waar, dr, afd. Foniatrie van het AL Dijkzigt, Rotterdam 1. INLEIDING Bij iedere vorm van behandeling komt vaak de behoefte naar voren om het resultaat te evalueren. Het 1s dan noodzakelijk om.de afwijking, die behandeld wordt, te omschrijven alsmede alle bijkomstige factoren te onderscheiden. kriterla van belangrijkheid en graden van ernst a~n te leggen. De invloed van de behandeling dient 1n verband gezien te worden met het spontane verloop. Oe indicatie tot behandeling wordt vaak anders na bestu~ering van het spontane verloop en het soms geringe resulta~t van Ben behandelingsgang. De heesheid bij kinderen stelt ons voor allerlei problemen vooral als mén weet dat in individuele gevallen stembehandeling nodig is. Door ongeruste ouders. speciale belangstelling van de therapeut of onjuiste interpretatie van de stemproblematiek kan voorbijgegaan worden aan het feit dat de meeste stemstoornissen tijdens de mutatie van de _~tem in de puber~eit_verdwijnen. Daarbij komt dat de meeste kinderen hun stemafwijking niet als hinderl.ijk ervaren. Oe therapie zal dan een extra belasting kunnen zijn en gericht op een toch al zwak element in het~funct1oneren van het kind. Als besloten wordt tot stembehandelingis het goed te bedenken dat het doel dient te Zijn een resultaat dat voor de toekomst van de stem van het pati~ntje een 57

4 . zo optimaal mogelijke reserve biedt. Totaal helder zal het stemgeluid niet..altijd'ho~ven te worden. Perfectionisme kan ook hierbij voor patiênt en therapeut een lijdensweg betekenen. 2. THERAPEUTlSCI-!E METHODE We beschikken nog niet over een volledig uitgewerkte en p~skla~e therapie voor kinderheesheid. Dat betekent dat je uit iedere therapi~ elementen haalt. die je kunt toepassen bij kinderen. Onze therapie 1s da~ óok voor een' stuk gebaseerd op de oefengan~ bij vo:lwasserief!.' De oefeningen' voor kinderen worden echter wel zoveel mogeli~~ 'in spelvorm gegeven" sn moeten wo~den aang~past aan het niveau van h~t kind. De therapi~ steunt pp de basisprincip~s die te Rotterdam worden toegep?st. Het.is duidelij~ dat deze oe!e~gang slechts een bepaalde aanpak is.en dus niet str1kt en voliepig moe~ worden toegepast bij ieder nees kind. Het is qe therapeut. die door zijn p~rsoon~ijke inbreng'en inlevingsvermogen, de therapie een eigen vorm zal g~ven. 1. Enkele inleidende opmerking~n,lijqens de sc;:hoolleeftijd is de..hyghln~ van de st~m zéer bel.a!1grijk. De kinderen.zullen hun stem zowel th~is als op school vaak overbèlasten. waardoor op Kortere of langere term~jn ~eesheid kon'ontstaen. Qe log?pedist zal'de,ouders e~leerkrachten trachten te motiveren om h~t'stemmisbrulk en fo~tlef 5temge~ruik bij het kind te helpen b~pérken. Zo kan men.~uders en leerkrachten'voorlichten door een a~nt~l st8mhygi~nische advie~en op.papier te zetten. Men kar, bijvoorbeeld wij~eh op de 'n~delig~.gevolgeh van schreeuwen, roepen, flulste:ç-en" kuctie'nen s'c'hr~peh. An-der.zijds kan men het ~eláng van een,rustige om~evlng. een goede houding. gebit~verzorging en,neusedemhel1ng voor ogen houden. Kirid~rén. bij wie de. heesheid en secunda~re organische st~mbanda~wijkinge~ het &evoig ~ijn.v;n.ov~rgevoelige sl1jmvl1ezen~ zwerrmen best niet in zwembaden. Chïoor. prl'j\kelt namelijk de si.1jmvlfezen eh h'st -schreeuwen w'ordt Jn. het zwembad bevorderd. In de ltteratuur vinden wa verschillende ~pváttingen ove~ :de 'al dan niet chl'l"urgl.schebehelndel1ng VfHJ 'stembandknèbbeltjes. Nochtans.zijn de 58

5 meeste auteurs van mening dat stembandknobbeltjes bij kinderen - als het enigszins kan - niet verwijderd mogen worden. Oe stemtherapie krijgt hier dus het hoofdaccent. Het is belangrijk om bij het begin van de therapie een gedetailleerde gedragsanalyse te maken van het kind. Dit kan men doen aan de hand van vragenlijsten. gesprekken met ouders en leerkrachten en observatie van het kind. Op deze manier kunnen we de achtergronden en oorzaken van de heesheid leren kennen om tenslotte een antwoord te vinden op de vraag waarom schreeuwt dit kind; waarom is dit kind hees? Het einddoel van de therapie is het bekomen van een gezonde.stemgeving en het opheffen van eventueel aanwezige organische veranderingen (b.v. stembandknobbeltjesj. We streven dus niet onmiddellijk naar een mooi stemgeluid maar naar een verbetering van de verkeerde stemfunctie. 2. TQerapie Volgens Hermer en Smit (1976J zouden in de opbouw van een individuele therapie de volgende punten aan bod moeten komen : motivatie. discriminatie. ontspanning.houdingcorrectie. ademcorrectie en gezonde stemgeving. We bespreken deze punten hier verder systematisch; een gedetailleerde beschrijving en opsomming van de oefeningen kunnen we hier niet geven; we verwijzen hiervoor naar ons proefschrift dat in de literatuurlijst vermeld is. MOTIVATIE Gewenst gedrag kun je versterken door beloning en ook door positieve aandacht van de ouders. Oe therapeut moet ervoor zorgen dat de behandeling zo aangenaam mogelijk verloopt. In het begin mogen we niet te veel van het kind eisen; ieder gunstig resultaat - hoe miniem ~ok moet positief bekrachtigd worden. Het belonen is belangrijk omdat het de pati~nt zekerheid geeft. 59

6 DISCRIMINATIE Deze fase blijft belangrijk gedurende d~ verdere opbouw van de therapie. Het doel van de discriminatie is : het onderscheid leren maken tussen gewenst en ongewenst stemgedrag: Het kind moet kunnen discrimineren 1n toonhoogte (te hoog - te laag), 1n stemkwalltelt (hees niet hees). 1n intensiteit (te luid te zacht). 1n spanning (gespannen - ontspannen] en 1n ademhaling (borst - buik). Wilson beschrijft in zijn boek ~Volce problems of children" een hele reeks van deze oefeningen. ONTSPANNING Vooral drukke en nerveuze kinderen komen voor deze. vorm van ther~plb 1n "aanmerking. We kunnen aan algemene ontspanning en/of aan ontspanning van de larynx doen. Oe actieve ontspanning is één van de methodes van ontspanningsoefeningen; de pati~nt moet eerst spannen en daarna loslaten.~ Zo leert het kind zelf voelen hoe de toestand van de spieren is. Cladder B.a. geven in hun boek een voorbeeld van deze methode. We kunnen kleine kinderen ook de suggestie geven "doe alsof je slaapt" of "doe alsof je een ledenpop bent". De therapeut beweegt dan zelf armen en benen van het kind. Foutief st.emgebruik geeft vaak een gevoel van moeheid en pijn in de keel en geeft vaak aanleiding tot foutieve spanningen. We kunnen dan het larynxgebied ontspannen. In slikstand is de la~ynx gespannen en in geeuwstand ontspannen. Ontspanning bij kinderen is moeilijks daarom moeten we niet te lang bezig blijven met deze oefen~ngen. HOUDING Het Is D~l~ngrijk dbt het kind een goede houding heeft. Deze kan te gespannen zijn (hypertonie), of te slap (hypotonie). We ~unnen staande. liggend of zittend oefenen. Bij deze laatste vorm streven we naar een ~Oo-houdlng opbo~w. 60

7 ADEMHALING Het ademtypeblj hese kinderen 15 dikwijls hoog thoracaal met.paradoxale adembewegingen en ontbreken.van abdominale activiteit. De beste inademing Is de "costo-abdomlnale"," beter nog de "diafragma-oostale" ademhaling. Bij de.hyperkinetisc.he dysfonie gaan we het kind efficiant leren gebruik. ma~en van de vrije ademstroornj bij de,hypokinetische dysfonie. gaan we de adem en adembeheersing vergroten. Het kind moet leren een lage ademhaling te gebruik.en. Bij ha~,inademen (passleij komt de buik. naar voor. bij het..uitademen (actief) gaat de buik weer In. Noske geeft In haar'sdemtneraple Ben aantal geschikte oefeningen (o.a.. blaasoefeningen. zuchten... ). Voorbeelden van adembeheersingsoefeningen"zijn : zuigoefeningen. teloefeningen. zinnetjes- om de adem te "regeleh. We geven geen zuigobfeningen bij ernstige organische stoornissen (oedeem. stemba~dvét.lamming). STEMGEVING De meeste s~emoefeningen hebben een regulerende functie; het doel is de kracht van de stemspleetsluiting in overeenstemming te brengen met de ademdruk en omgekeerd. Bij de stemoefeningen'streven we zoveel mogelijk naar een" speelse aanpak. - De Akzent-mEthode van Svend Smith. Bij deze ritmische fonatiemethode wordt vanuit een ontspannen. veerkrachtige lichaamshouding de abdominale adembeweg1ng gekoppeld aan ritmische stemgeving. Deze oefengang 1s voor sommige kinderen etg prettig; andere kinderen worden er minder door aangesproken. Dit hang~ waarschijnlijk samen met het ~eit dat de methode bij het ene kind gemakkelijker ts aan "te leren dan bij het andere. - Kaatsend ademgebru1k. Het doel van deze oefening is een zo helder mogelijk stemgebruik te bekomen. Veld kamp (1973) beschrijft de oefeningen uitvoerig in zijn boek. Het is vrij moeilijk om deze oefeningen bij jongere kinderen juist te "leren uitvoeren. 61

8 - Resonansoefeningen. Een goed ~ebruik van de resonans is ven belang voor de stemverbetering. Door een goede resonans krijgt de stem h~ar draagkracht en mooie volle toon. Deze oefeningen zijn vooral geschikt om in spelvorm aan te bieden. Oe kinderen vinden ze meestal heel prettig. We vinden de oefeningen terug bij Eldar (1976) en Veldkamp (1973)". - Glijoefeningen. We kunnen deze oefeningen geven voor de ontwikkeling van de totale stemomvang. Ze zijn geschikt voor stemmen met weinig melodie en om het toonbereik uit te breiden. We noemen "deze oefening de "glijbaan" J eerst gaan we op de glijbaan (foneren van laag naar hoog), dan glijden we near beneden (foneren van hoog naar laag). Oe oefening is vrij gemakkelijk uit te voeren en de kinderen vinden ze bovendien erg prettig. - Klanketen van Moolenaar-Bijl. Men geeft de pati~nt,de suggestie dat alle klanken als het ware vlak voor de mond in de lucht zweven en men ze ophapt. Kauwoefeningen zijn geschikt voor kinderen met een stijve kaakmusculatuur en ze hebben een ontspannende werking op het hele aanzetstuk. " - Inzetoefeningen. Ze hebben als oefening een grote betekenis voor de adembeheersing en de fijnere instelling van de stemspleet. Enerzijds streven ze na~r een heldere klank. anderzijds proberen ze een ontspannen steminzet te bekomen. Veldkamp en Elder beschrijven verschillende middeltjes om een juiste inzet aan te leren. We kiezen hieruit de gemakkelijkste methode die bovendien nog het best aanslaat bij,het kind. - Druppel- en spett~roefenlngen. Een uitgebreide beschrijving van deze oefeningen treffen we aan bij Damsté in zijn boek "De pathologische stembandfunctie". De-toepassing van deze methode bij kinderen 15 vrij moeilijkj de ~ypokinetische dysfonie. waarbij deze ~efeningen worden gebruikt. komt bij kinderen toch niet zo vaak voor. 62

9 - Pittige artikulatieoefenlngen. Deze kunnen eventueel toegepast worden bij de hypo kinetische dysfonie. Het zijn vooral oefeningen voor een lichte en vaardige artikulatie met kleinmechanisme. - Verdere oèfeng~ng. Als we met de vorige oefeningen een gezond en goed basisgeluid verkregen hebben~ kunnen we dit gaan toepassen in onze spraak. Tijdens deze oefeningen blijven we eveneens letten op houding. adem en stem. We beginnen hier met tellen. het noemen van de dagen van de week en de maanden. de namen van klasgenoten. Oe opbouw gebeurt als volgt - voordoen (therapeut) - nadoen (kind) voordoen - nadoen - zelf doen zelf_doen (kind) Daarna oefenen we het naspreken en het lezen van korte en langere zinnetjes en ook tekstjes.. Vervolgens gaan we over near de spontane spraak: vertellen over platen.verhaaltjes navertellen. rollenspel We kunnen het gezonde stemgeluid o~k oefenen tijdens het roepen; de gemiddelde toonhoogte ligt dan boven de gemiddelde spreektoonhoogte4 Het is belangrijk dat de kinderen op een effici~nte wijze leren roepen. Bij Eldar vinden we deze oefeningen terug. 3. Stabilisatie van de stem en afbouw van de therapie Het nieuwe stemgebruik moet een gewoonte worden bij het kind. Opze stem moet ook buiten de therapiesituatie gebruikt worden; steun geven bij het. leren toepassen is dan ook belangrijk. De behandelingen worden op het einde minder frequent. Na het stopzetten van de therapie. blijft, toch een halfjaarlijkse of jaarlijkse controle door KNO-arts en logopedist gewenst. 63

10 3. INDICATIESTELLING VOLGENS TYPERING Sinds 1875 wordt de indicatie tot stembehandel1ng bij kinderen op de afdeling Foniatrie van het Dijkzlgtzlakenhuis gesteld aan de hand van een indeling 1n typen of graden van ernst. Hierin zijn de volgende factoren ( verwerkt..oe verbetering van de sternfunctle in de puberteit is afhankelijk van de mate waarin de stemmutatie optreedt. Hoe lager de stem wordt te meer zal de functie verbeteren (functiestabiliserend effect van de mutatie), Kinderen dissen opmerkelijk andere spreekstemllgging hebben vragen meer onze aandachtj dit zijn. de te lage stemmen bij meisjes en de te hoge.stbrrrnen bij jongens.. Dit stemgedrag gaat v~ak door na de mutatie en geeft ons inziens "bij jongens aan~eiding tot een incomplete mutatie. De organische stembandafwijkingen secundair aan de functiestoornis komen niet. altijd overeen met de ernst van de te vèrnemen hee~heid. Bijvoorbeeld kan een rauwe lage meisj~sstem slechts met l~cht gezwollen stembanden samenhangen. Grote stembandknobbels maken ook een lichte heesheid op rustige momenten mogelijk. Even belangr~jk is de langdurige controle van het behandelingsresultaat. Ook wanneer een getncideerde behandeling niet uitgevoerd kan worden is de controle nuttig ook in het pelang van ~e pati~nt. Men komt dan vaak veel te weten over de achtergronden van de stoornis hetgeen de indicatiestelling nog wel kan wijzigen. Nog een enkel woord over de indirecte laryngoscopie bij kinderen. Dit lukt vroeger af late~ altijd. Een laryngosc~pib onder narcose voor diagnostische doeleinden.i~ all~en gelndiceerd bij ernstige heesheid tot afonie en wisselende ademhalingsproblematiek. Dan kan immers een belangrijke organische afwijking verwacht worden., Wij zijn er van overtuigd dat onderstaande type-indeling nog wel iets zal veranderen, maar hebben toch het gevoel da~ deze.opzet.tot de beste aanpak van heesheid bij kinderen leidt. 64

11 Type I Lichte sterk wisselende heesheid - voorbijgaand van aard - functionele stoornis met soms minimale secundaire organische stembandafwijk1ngen. Therapie : Stemhygläne. Type Ir Matig ernstige heesheid - continu aanwezige functionele stoornis met kieine secundaire organische stembandafwijklngen~ Therapie: Stemhyg1ane (M+Vl en logopedie (V), Type 111 Matig tot ernstige heesheid - continu aanwezige stemstoornis door functionele en secundair organische stembandafwijkingen (grote 'stembandknobbels. diffuus oedeem van ~B stembanden. vlakke poliep). Te lage meisjesstemmen en t~ hoge jongen~st~mmen. Therapie : Logopedie (M+Vlen eventueel chiru.rgische therapie.bij blijvende stembandafwijkingen. Meestel ernstige heeshbid door overwegend organische stembandaf- ~ijkingen - ook bijkomendb KNO- Bn anderb ziekten - vaak sbcundaire functionele stoornissen, (compensatiemechanismenj. ThBrapiB : MBdische (chirurgischb) met "logopedische begeleiding en (nalbehandeling. 4. NA-ONDERZOEK VAN BEHANDELDE HESE KINDEREN 1. Werkwijze bij het na-onderzoek" De kinderen die voor de nacontrole werden opgeroepen, kregbn logopedische" therapie in het Academisch Ziekenhuis Oijkzigt te Rotterdam tijdens de periode 1974 tot begin Het is de bedoeling om na "te gaan indien door middel van therapie stemverbetering kan optreden of de stemstoornis volledig kan verdwijnen. We vergblijken hiervoor de gbgevens van de dossibrs van het bbgin van db behandeling met dbze van op hbt einde. Op dbzb manier kunnbn we controleren of hbt kind van een erge graad van heesheid (type 3 of 4) naar Ben lichtere vorm 65

12 (type of 2) ge~volueerd is. of nagenoeg niet veranderd is. Er werd een stemonderzoek gedaan bij het kind en een vragenlijst afgenomen van de ouders. We letten op de toonhoogte. de intensiteit. de stemkwaliteit. de houding. de ademhaling en bijkomende factoren zoals artikulatie. nasaliteit en psychologische kenmerken. De stem wordt beoordeeld in verschillende spreeksitueties : lezen. tellen (21 tot 40). maanden opnoemen, zingen. roepen en spontane spraak. De stem werd op het moment zelf beoordeeld. Van ieder kind werd nog een bandopname gemaakt om de eerste bevindingen te controleren en bij aan te vullen. Er werd eveneens door de KND-arts een indirecte laryngoscopie gedaan om eventueel aanwezige stembandafwijkingen op te sporen. Aan de hand van de vragenlijst kunnen we de motivatie bij de ouders leren kennen. We vernemen ook of het kind de stemhygi~ne al dan niet naleeft; Horen zijzelf een mogelijke verbetering van de stem en hebben ze hieraan meegeholpen? We geven nu in tabel vorm globaal onze bevindingen weer. Voor een volledige beschrijving van ieder hees kind verwijzen we naar ons proefschrift. 66

13 , I! ;,., I H ; t I ; :c f I, H U ;.;,. I < I,! {d I j~ i, ; I1 tip ; 11',.,.. t, Hl. mi'; --'---!, ;. I 1.. fi' i,.;.. q!, L.: p': i l:!'.ii I - - ".1 :,!,. r..;, J i ij L! i n,- i~, Ii I, ".; ~~ I ;,!;., i I t 1., t ~ I, lî - ;,., ;.; ~i! H li.h P" - -'''-~jj:" ij ;..,., :: ~, &~~, I.-., I '"' ;...:Ï i' i. ï i f" I.., I ij..-. i 0, ::ii!t., " mnl i ;li~.,,!. " P..;...! '"..; f' - ;, IJ 11 '., i i ' H'Ir r~h I,. E!..;, q f' L I. 1 i {Hul,! - - ", r, ; mlll., 0, 1 "... q, ti f! ;, n II Ij. r J, i. Ir'lll I.; I, F.~ I; <...; ii! 0, 'lil;, <, n ~~ :! p u~~,,'-.- "' i d. :l.; :î.. i""1!i, n'.,..1,- ~~.,1 :: 0 i~ l', ~ "f'i'''1. ~~ -. : i U-iP..; - q ij lj,, :a i7 "I..l pe. - I. ï H!"!,,.;.iJ :;., f. 10- ;. ~ ill r t I1 ;,, r ~~ï -i7~ ij pe..., '" li ii. j.. -, I!L f'" ril - I p.,., t, i lï; - ':d,. lt, î7! ~! ~i I h i, t.:~i -,!! ~ li i Hi~ 67

14 Gebruikte afkortingen in de tabel - ATE : adenotonsillectomie - AT adenotomie - TE tonsillectomie stemhyg : stemhygi~ne ademh : ademhalingsoefeningen discrim discriminatieoefeningen ontspan ontspanningsoefeningen 3. Bijzondere ervaringen met enkele kinderen als illustratie van de ~oeilijkheden die kunnen voorkomen - Geval 1 : meisje met functionele heesheid. M. is 13 jaar. Zij heeft reeds een lage stem vanaf de geboorte en is thuis erg druk. De stembanden vertonen geen afwijkingen. Naast de heesheid kreeg vooral de te lage fonatie aandachf in de therapie. De stemoefeningen brachten vlug'verbetering in de heesheid; dè fonatie zelf bleef echter laag. Een jaar later. bij de nacontrole. zagen we hetzelfde beeld. Hieruit mag blijken dat een laag stemgeluid moeilijk te behandelen is. - Geval 2 : jongen met habituele dysfonie. P. is 10 jaar. Het is een erg onrustige en gespannen jongen. Als baby is hij 3 weken in het Ziekenhuis geweest en werd toen verwend door de moeder. P. maakt vaak ruzie met zijn jongere broertje omdat hij erg jaloers is op hem. Oe moeder zit hem dan op de huid en dit heeft een duidelijke invloed op zijn afwijkend gedrag. Wat de stemhygi~ne betreft. hij schreeuwt tijdens het spel en forceert zijn stem tijdens de ruzies met zijn broer. De familiale.situatie werkt zijn nerveuziteit sterk in de hand. die zich dan weer ontlaadt via de stem.. De stemtherapie verbeterde de fonatie wel. maar nam de oorzakelijke factor (stemmisbruikj niet weg. Een drukke omgeving en geringe motivatie voor stemhyghlne beïnvloeden het resultaat duidel,ijk in negatieve zin. Na het stopzetten van de behandeling. verminderde de stem dan ook vlug in kwaliteit. lis

15 - Geval 3 : jongen met,functionele dysfonie. L. is 12 jaar. Hij h~eft reeds een 6 jaar durende heesheid die zou ontstaan zijn na een adenotonsi~lectomie. De ~arynx zelf is normaal. Oe moeilijkheid die"zich bij hem voordeed, situeerde zich 1n het begin van de therapie. Oe behandeling had toen namelijk weinig effect; als het goede geluid door de therapeut positief-werd bekrachtigd. was er een negatief resultaat bij L. te onderkennen. Hij kon dan geen stem meer geven (psychische componente). Na een tijd loste dit probleem zich echter op en maakte hij snel goede vooruitgang.. - Enkele bijkomende opmerkingen~ Zodra de motivatie bij ouders en/of kind gering is. wordt- de therapie hierdoor ten zeerste bemoeilij-kt. Onregelmatig volgen van de behandeling.. niet herhalen van de oefeningen of niet letten op de stemhygi~ne kunnen soms voorkomen. Ook kan de indirecte leryngoscopie verhinderd worden door een wurgreflexl hierdoor wordt het organisc~ aspect van de larynx moeilijk te overzien. In de.ther~pie zelf kunnen de kinderen de oefeningen vrij vlug toepassen. Overdracht ~aar de praktijk blijkt echter voor velepati~ntjes ~en moeilijke opgave. De therapeut dient hieraan ruime aandacht te besteden. 5. BESCHOUWINGEN EN CONCLUSIES In het algemeen kunnen we stellen da~ het organisch aspect van de stembanden en de stemkwaliteit bij het na-onderzoek gunstig waren. ge~volueerd. Een erge graad van heesheid'gaat niet altijd gepaard met stembandafwijkingenl meestal is dit echter wel het geval. Oe stemhygi~ne.b~j al deze ~inderen was slecht. Na de adviezen w<;ls.de stemhygi~ne bij de enen verbeterd. bij de anderen' niet; de ene moeder lette er goed op. de andere vona het. moeilijk. Dit hangt voor een groot deel samen met het feit dat de meeste pati~ntj8s drukke, nerveuze en levendige kinderen zijn, die hun emoties via de stem ontladen. ~it de vragenlijst bleek. dat de ouders, op één uitzondering na, de therapie geschikt en interessant' vonden. Ze waren ook goed gemotiveerd om hun "kind 69

16 te helpen en naar de therapie te komen. Uit het onderzoek 15 gebleken dat het goed mogelijk is om stemfunct1estoornissen bij kinderen te behandelen. We weten nog niet in hoeverre de verbetering van stemfunctiestoornissen en organische stembandafwijkingen voor de toekomst van belang is. nochtans durven we het voorkomen en genezen van stemstoornissen in de kinderleeftijd - in het bijzonder bij meisjes - voor de latere stemfunctie van belang noemen. We kunnen slechts met zekerheid tot het volledig slagen van de therapie besluiten. als we de kinderen tot in de volwassen leeftijd zouden blijven volgen. Dit is onderzoekstechnisch. wat betreft de or~anisatie. bijna niet mogelijk. Al de kinderen uit ons onderzoek werden uitsluitend logopedisch behandeld. Dit is een bewijs temeer dat de heesheid en secundaire organische stembandafwijkingen kunnen verbeteren zonder chirurgische ingreep. We zouden het zelfs sterker durven stellen : chirurgische ingreep bij kinderen is uit den boze. LITERATUURLIJST BAARSMA. E.A WAAR. C.H. : ChroniSChe laryngitis. rapport uitgebracht een de vergadering van de Nederlandse KNO heelkundige vereniging te Leiden. Schiedam. De Eendracht CLADDER. J.M. TRUYENS-VANBERKEL. D.A.M. : Gedragstherapie bij pud~r en kind. Amsterdam. Swets & Zeitlinger DAMSTE. P.H. : Oe pathologische stembandfunctie. Leiden. Stafleu DE BAL. C. : Heesheid bij kinderen : therapeutische aspecten. proefschrift logopedie o.l.v. C.H. Waar. KNO-arts - foniater. Hoger Technisch Instituut Brugge ELOAR. A.M. : Spreken en zingen. Assen Amsterdam. Van Gorcum Instituut voor de opleiding logopedie te Utrecht. De Akzent-methode van Svend Smith. niet gepubliceerd KAMMER. M. : Adv1esformul1er (stemhygh!nej. niet gepubliceerd NOSKE-FABIUS. J.A. : Adentherap1e. niet gepubliceerd SMIT. I.A.C. HERMER. S.A.L. : Oe betekenis van kinderheesheid. Logopedie &.Foniatrie. 48. pag VAN RAVESTEYN. A.C. : Kinderheesheid. niet gepubliceerd VELDKAMP. K. : De techniek ven het spreken. Groningen. WOlters-Noordhoff

17 WILSON. D.K..Voice problems of c~ildren. Baltimore. Williams & Wilkins en 1979 Tot slot willen we nog een woord van dank richten tot Dr. E.J. Gerritsma. arts - foniater en de logopedistes Mevr. S. Hermer. Mevr. C. Van Grinsven. Mevr. G. Hooikaas en Mevr. M. Luyten. voor hun vriendelijke medewerking. Adressen van de auteurs Dr.C.H. Waar. Afdeling KNO-Foniatrie. Academisch Ziekenhuis 01jkzigt. Or. Molewaterplein GO Rotterdam C. Oe Bal. Or. Vandeperrestraat Geel 71

18 TIJDSCHRIFT VOOR LOGOPEDIE EN AUDIOLOGIE 1980 (10) - 2 STOTTEREN ANTICIPEREN BIJ LEZEN EN SPONTAAN SPREKEN: EEN ONDERZOEK BIJ 23 VOLWASSEN STOTTERAARS C. Claes - Lambers, gegr. en lic. logopedie Vooraf wil ik graag een woord van dank richten tot dhr. R. stes voor zijn waardevolle suggesties en opmerkingen INLEIDING WendelI JOHNSON formuleerde jaren geleden een belangrijke hypothese i.v.m. het ontstaan van stotteren. Hij meent dat normale onvloeiendheden van het jonge kind door sommige ouders gediagnostiseerd worden als niet-normale onvloeiendheden. als 'stotteren'. Door zowel onbewuste als bewuste.reacties van de ouders begint het kind de normale onvloeiendheden te anticiperen. Wanneer het kind de angsten en spanningen van de ouders overneemt en erop begint te reageren, dan worden de normale onvloeiendheden van zijn spraak stilaan omgevormd naar meer ernstige en gespannen herhalingen of stop-reacties. Het stottergedrag is volgens JOHNSON aldus een geleerd gedrag dat als volgt kan gedefinieerd worden (JOHNSON, p. 240) : "stotteren is wat de spreker doet terwij 1 hij tracht niet opnieuw te stotteren". "Stotteren is wat de spreker doet wanneer hij 1. verwacht te stotteren t. vreest te stotteren 3. negatief reageert - gewoonlijk met spann1ng.- niet alleen door anticipatie van stotteren, maar ook door een poging om het stotteren te vermijden. 72

19 Wat hij doet om het stotteren te vermijden, leidt tot een onvloeiendheid. wat een volledige of gedeeltelijke blokkering van de spraak kan" betekenen." In deze definitie.komt duidelijk tot uiting dat 'verwachten' te stotteren een belangrijk aspect zou zijn bij stotteren. Wat in deze definitie niet gespecifieerd wordt, is of met 'verwaçhting van stotteren' een 'vaag voorgevoel', dan wel 'zeer concrete moeilijkheden voorzien' bedoeld wordt. Ook blijft er de vraag: anticipeert men stotteren vlak voor het spreken, of kan men stotteren anticiperen lang voor het spreken begint. Ook therapeuten die geconfronteerd worden met het probleem van stotteren hebben zich wellicht reeds vragen gesteld in dit verband : komt stotteren plots op, of verwacht iemand die stottert reeds op voorhand dat hij zàl gaan stotteren..' Op dit vlak zijn er in de loop der jaren verschillende'ond~rzoeken gebeurd. Zo zijn er de onderzoeken van VAN RIPER (1936). KNOTT. JOHNSON en WEBSTER (1937), JOHNSON 8n SINN [1937), JOHNSON 8n SOlOMON (1937). JOHNSON 8n AINSWORTH (1938), MILISEN (193B), VAN RIPER 8n MILISEN (1939), WISCHNER (1952). PEINS (1961). MARTIN 8n HAROlOSON (1967), WINGATE (1975), KENIS (1979). e.a. KNOlT. JOHNSON en WEBSTER {1937) lieten h~r proefpersonen een tekst luidop lezen. Wanneer men meende op het volgend woord te zullen stotteren, diende men zijn hand op te steken-. Uit de resultaten bleek dat stotteraars stotterden op 94 à 96% van de woorden waarop zij dit zeker verwachtten. -Ook MILISEN (1938) gebruikte deze procedure bij een deel van zijn onderzoe~..oe proefpersonen stotterden op 85% van de verwachte.woorden. \ Het tijdsinterval bleek echter een belangrijke ro~ te spelen bij anticipatie van stotteren. Wanneer JOHNSON en SOLOMON (1937) een pauze lieten van ongeveer 15 minuten tussen anticipatie van stotteren en lezen. dan daalde de overeenkomst in gr~te mate : in een eerste lezing stotterden de proefpersonen pp 53% van de verwachte stotterwoorden~ in een tweede lezing op 64%. Bij een pauze van 1 à 7 dagen tussen anticipatie van stotteren en lezen was. 7.3

20 er een overeenkomst van 51%. Oe resultaten van de mate van overeenkomst tussen verwachting van stotteren en e~fectief stottergedrag liggen dus in dezelfde lijn wanneer men een pauze laat van 15 minuten of één tot meer dagen. In het onderzoek van MILISEN. (1938) werd er gestotterd op 48% van de verwachte woorden wanneer de proefpersonen eerst de tekst stil lazen en aanduidden waar ze verwachtten te stotteren. en hem daarna luidop lazen (pauze is ~ijd van de lezing). uit het onderzoek van WINGATE (1975) bleek eveneens dat de relatie 'verwachting van stotteren' en 'stotteren tijdens luidop lezen' niet erg hoog is wanneer men een groot tijdsinterval laat tussen beide. WINGATE meent dat bij onderzoeken waarbij slechts een minieme pauze gelaten wordt tussen anticiperen en lezen. de autosuggestie een rol speelt : men denkt : "Ik zal seffens stotteren". en stottert dan ook. Hij meent dat men anticipatie moet beschouwen als een 'voorgevoel dat men bij de volgende woorden moeilijkheden zal hebben'. WINGATE gaat er niet mee akkoord dat sommige auteurs anticipatie beschouwen als iets wat over een langere periode geldig is. Uit het voorgaande blijkt dat als aan stotteraars gevraagd wordt. op we~ke woorden zij verwachten te stotteren. hun verwachting in grote mate klopt met het werkelijke stotteren wanneer het tijdsinterval tussen verwa~hting en lezen minimaal is: vanaf het ogenblik dat er een grotere pauze is, al is het slechts de tijd van een lezing:. daalt. het aantal correcte voorspellingen in grote mate. In dit verband kun~en we VAN RIPER (1971. p. 169) citeren waar hij schrijft dat een stotteraar di~wijls vrees heeft voor bepaalde situaties. "Maar deze vrees is dikwijls vaag en zonder focus. Het is pas wanneer de stotteraar begint te formuleren wat hij wil zeggen (en dikwijls pas wanneer hij bezig is te spreken) dat het zich richten (scanning) op moeilijke woorden, klanken en bepaalde posities plaatsvindt. Wanneer deze geidentificeerd zijn. wordt de vrees plots groter. Zij vindt een focus." 74

21 DOEL VAN HET ONDERZOEK Geboeid door bovenvermelde gegevens, hebben wij zelf een onderzoek opgesteld waarbij wij trachtten na te gaan in welke mate stotteraars verwachten te stotteren op bepaalde woorden en in welke mate die verwachtingen realiteit worden. d.w.z. in welke mate er inderdaad gestotterd wordt. wanneer men een pauze laat van één dag. Wanneer het zo is dat het tijdsinterval een belangrijke factor is bij de mate van overeenkomst tussen verwachten van stotteren op woorden en er inderdaad op stotteren (zoals tot uiting komt in de resultaten van JOHNSON en SQLOMON. 1937; MILISEN. 1938;.WINGATE en in de uiteenzetting van VAN RIPER. 1971), dan zou er in ons onderzoek slechts een beperkte overeenkomst mogen zijn tussen beide. Daarnaast hebben we ook nagegaan in welke mate stotteraars verwachten te stotteren tijdens spontaan spreken. Bij dit deel dienden we ons te beperken tot 'verwachting van stotteren' en konden we de resultaten niet vergelijken met het werkelijke spreekgedrag. METHODIEK VAN HET ONDERZOEK (LAMBERS 1978) 1. Proelwoorden De proefwoorden voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden zij~ van minder belang voor het onderzoek dat hier beschreven wordt J doch waren no~ig voor een ander deel van het onderzoek. waarvan wij de resultaten hier buiten beschouwing laten. Er wordt gebruik gemaakt van S1 verschillende proefw~orden. De proefwoorden zijn als volgt samengesteld. 1. Alle probfwoorden beginnen met een medeklinker~ 2. Elke medeklinker (beh?lve c, q. x en y) komt drie maal voor aan het begin van een woord. 3. Alle proefwdorden zijn inhoudswoorden : zelfstandige naamwoorden 75

22 (hoof9~akelijk). werkwoorden, adjectieven, bijwoorden. 4. Alle proefwoorden zijn tweelettergre~ig. Oe proefwoorden worden aangeboden in een zin. Ze komen voor vanaf de derde plaats in de aangeboden z1n. In het totaal zijn er 17 verschillende medeklinkers (c, q, x, en y zijn niet opgenomen). Alle komen drie maal voor aan het begin van een woord. Het totaal aantal proefwoorden is dus (17 x 3) Het onderzoek Het onderzoek bestaat. uit twee delen. In een eerste vragenlijst vragen we aan de proefpersonen op welke woorden zij verwachten te stotteren indien zij de aangeboden zinnen zouden moeten lezen. In een tweede vrageniijst vragen we aan de proefpersonen op welkè ptoefwoorden zij verwachten te stotteren indien zij zouden voorkomen tijdens het. spontaan spreken. In de twee delen worden dezelfde zinnen aangeboden. 2.1 ANTICIPATIE-ONOER20EK BIJ LEZEN Het anticipatie-onderzoek bij lezen bestaat uit twee delen al Oe proefpersonen krijg~n bladen waarop de 51 zinnen getypt staan (zie appendix al. Oe.proefwoorden zijn onderlijnd. De volgende instructies worden mondeling voorgelezen : flhler voor je ligt een lijst,met 51 zinnen. Denk je dat je op, dat woord zou stotteren indien het zou voorkomen tijdens de volgende situatie : men vraagt je deze zinnen luidop voor te lezen. Tijdens het lezen is er één vreemde persoon aanwezig en er wordt tegelij- Kertijd een bandopname gemaakt. Indien je meent dat je in die situatie zou stotteren op het onderlijnde woord', antwoord je JA. Indi~n je denkt hiet te zullen stotteren op het onderlijnde woord. antwoord je NEEN". 76

23 Dit deel van het onderzoek gebeurt collectief. Na het onderzoek wordt aan de proefpersonen me~egedeeld dat ze de volgende dag nog een tekst zullen moeten lezen in het kader van het gehele onderzoek. Er wordt niet medegedeeld dat het om bovenstaande zinnen gaat. b) Eén dag na het invullen van bovengenoemde scorebladen wordt aan elke proefpersoon gevraagd 'de volgende zinnen' luidop te lezen. Het zijn dezelfde zinnen als in het eerste deel van het onderzoek, doch de proeifwoorden zijn niet onderlijnd.- dit om te voorkomen dat de proefpersoon zich op hoog-bewust niveau ZOu herinneren wat hij de vorige dag geantwoord heeft. Om diezelfde reden. worden de proefzinnen in een andere volgorde aangeboden (appendix b). Om die reden ook wordt een pauze va~ één dag gelaten tussen het schriftelijk deel van he~ onderzoek en het luidop lezen van de tekst. Tijdens het lezen wordt een bandopname gemaakt (de bandopnemer staat naast de proefpersoon) en enkel de proèfleider is aanwezig. 2.2 ANTICIPATIE-ONDERZOEK BIJ SPONTAAN SPREKEN Wij hebben de proefpersonen dezelfde proefzinnen een tweede maal aangeboden, doch nu met de volgende instructies "Hier voor je ligt een lij st met 51 zinnen. In elke zin werd één woord onderlijnd. Denk je dat je op dat woord zou stotteren indien het zou voorkomen tijdens een spreeksituatie die jij moeilijk vindt (geen leessituatie). Vul JA af NEEN in." 3. Proefpersonen Het onderzoek werd afgenomen bij 23 volwassen ~totteraars : 18 mannen, waarvan de leeftijd varieert tussen 18~6 jaar en 41 jaar ex: 28 jaar] en 5 vrouwen, waarvan de "leeftijd tussen 18 en 23 jaar ligt (X ::: 2Q jaar). 77

24 N.B.,Hierboven hebben we gezien dat er In het totaal 51 verschillende proefwoorden zijn [17 medeklinkers~x 3 proefwoorden per medeklinker). Daar elke proefpe~soon deze S1 proefwoorden beoordeelde. zijn er in het totaal 51 x 23 : beoordeelde items. RESULTATEN c 1. Anticipatie-onderzoek bij lezen 1.1 RESULTATEN VAN ONS ONDERZOEK In het totaal kan de proefgroep op wooraen al dan niet verwachten te stotteren : er zijn- immer:!,51 verschillende proefwoorden.en 23 proefpers~nen : S1 x 23 = Daar één proefpersoon geen antwoord gaf op twee items, is het totaal aantal proefwoorden waarop onze resultaten gebaseerd zijn De volgende tabel geeft een overzicht van"de resultaten absolute resultaten!!!ti ~~~ niet wel wel' &2 lol 163 llis!!re!! niet

25 T~bel 1 Absolute en procentuele resultaten van anticipatie van stotteren en het stottergedrag tijdens het lezen. 1. De proefgroep verwacht op 842 woorden niet te stotteren 71,90%. 2. De proefgroep.verwacht.op 329 woorden wel te stotteren 28.10%. 3. De proefgroep stottert op woorden niet - 86;08%. 4. De proefgroep stottert op 163 woorden wel 13.92%. Het percentage woorden waarop de proefgroep verwacht te zullen stotteren is vrij klein : 28%. Het percentage woorden waarop tijdens het lezen effectief gestotterd wordt is echter veel kleiner : 14%. 5. Op 66,61% van de proefwoorden verwachten de proefpersonen n~et te stotteren en stotteren zij ook niet. Op 8.63% van de proefwoorden anticiperen zij te stotteren en stotteren zij ook tijdens het voorlezen van de zinnen. In het totaal klopt de verwachting met de fea~iteit bij 75% van de proefwoorden. 6. Bij de overige 25% van de proefwoorden anticiperen de stotteraars foutief. _ 79

26 Op ~~geveer 20% (19.47%) van de proefwoorden verwacht de groep wél te zullen stotteren. doch stottert niet. Up slechts 5.29% van de proefwoorden wordt toch gestotterd wanneer het niet verwacht wordt. Er blijkt dus een opmerkelijk verschil te zijn in het soort foutieve ver.wachtingen : er zijn veel meer proefwoorden waarop stotteraars verwachten te stotteren en het uiteindelijk niet doen (20% betekent ç op 5 woorden) dan omgekeerd. In de volgende tabellen zullen we het aantal woorden waarop de proefgroep anticipeert te zullen stotteren als één geheel beschouwen en dan nagaan in welke mate men inderdaad stottert of niet stottert. H~tzelfde zullen we doen voor de woorden waarop de proefgroep verwacht te zullen stotteren.. Anticipatie van stotteren 329 woorden % ~. niet stotteren wel stotteren 228 woorden 101 woorden - 69,30 % - 30,70 % Tabel 2 Binnen het aantal woorden waarop men anticipeert te zullen stotteren. het percentage woorden waarop wel/niet gestotterd wordt. Anticipatie van niet-stotteren 842 woorden ~ niet stotteren wel stotteren 780 woorden 62 woorden -.92,64 % ~ 7,36 % Tabel 3 Binnen het.aantal woorden waarop men anticipeert niet te zullen stotteren. het percentage woorden waarop wel/niet gestotterd wordt. 80

27 In tabel 2 merken we dat wanneer stotteraars verwachten te stotteren. zij in ongeveer twee derden Vdn de gevallen niet stotteren (69.30%) en dus in ongeveer twee derden van de gevallen eeh foutieve voórspell1ng doen. Zij stotteren slechts op 30,70% van de woorden waarop zij dit verwachten. Daarentegen blijkt uit tabel 3 dat de stott'eraars vrij goed kunnen anticiperen wanneer zij niet zullen stotteren. Immers op 92% van de woorden waarop. zij niet verwachten te stotteren. stotteren zij ook niet. 1.2 VERGELIJKING VAN DE RESULTATEN VAN ONS ONDERZOEK MET DE RESULTATEN VAN ANDERE AUTEURS Omdat de gegevens van een eigen onderzoek meestal in zekere mate beperkt zijn, is het interessant om ze te vergelijken met de resultaten van ande.re gelijkaardige onderzoeken. Wij zullen onze resultaten vergelijken met deze van JOHNSON en SOlOMON (1937], WINGATE ( n KENIS ( n het onderzoek van JOHNSON en SOlOMON worden er in het totaal woorden gelezen. Op woorden (= 21.3%) verwacht de proefgroep te zullen stotteren. Oe pauze tussen anticipatie en lezen is één à zeven dagen. In het onderzoek van WINGATE worden in het totaal woorden '(echte woorden) gelezen. Op 181 woorden (= 3.36%) verwacht de proefgroep te zullen stotteren. De pauze tussen anticipatie en lezliln"is één week. In het onderzoek van KENIS worden in het totaal woorden gelezen] op 350 woorden (= 17.18%) verwacht de proefgroep te zullen stotteren. De pauze tussen anticipatie en lezen is één à zeven dagen. Opmerkelijk bij de verschillende onderzoeken zijn de uiteenlopende percen-' tages woorden waarop de proefpersonen verwachten te stotteren. 21J3% bij JOHNSON. 3J 36%. bij WINGATE % bij. KENIS."... ~.~.10% in ons onderzoek. Factoren die hierbij mogelijk een rol spelen zijn :de moeilijkheidsgraad van. de aangeboden woorden. de testsitu8tie. de proefpersonen zelf. 81

28 82 ::J'.. Z ~ 0- ~ U> ~... 0 ê 0 z.. ~ "'''.- "'" "'" ~o NO U M ~.~ 0 '" M '" M~ '" N N ~ 0. M N 0- ~I ~ ~ ~ ~ '" ~ ~.. ~ < 0 f>l ~ '" ~ 0 ê ~ ~ 0 M '" ~0 0-0 ":;; "''' ~ "'" ". " '" N 00." 0 "'~ -. Cl :r ;0 0'" Z.- '" 0 Z... M ~0. '"!il '" -, M Ol '" '" ~,~ ~'" ~ 0 0 '" 0 U> ~... 0 ~ 0 '" N Z g...!:: 0.,~ '"..., ~,~ '" 0 13 ~ U> ij ~ Z '" ~" " ".. ~ 0 0 > U'" ~ U> ~ > Z '0.;... ~ S 0." , '" N... '" >'" ~ ~ < " 0. N.~... '" 0 o ~ U 0 ~ ~... ~... ~!\,... ê ê.. 0 ~ ~ ~ ~... '"... ~ O'~ -. N "'''.- N ~0 ~ ~ "'" ~ "'" ~ ~ ~ M '" 00 0 ~ '" o '" "'Ol M- 0 N N ~ '" ~ 0 M N 0 ~. 0 ~ 0 0 o a 0 >..... ~ ~ 0 ij..,~...,...,~ ~ é z... z...".. " ij g ::J.. ~ ::J!:: > > 13 ~ U> 13 U>." Z -" '"...

29 Bij de onderzoeken waarmee wij ohze resultaten zullen vergelijken is er steeds een pauze tussen anticipatie van stotteren en lezen. wat aak bij ons onderzoek het geval is. " In tabel 4 wordt weergegeven op welk percentage van de 'verwachte stotterwoorden ' wel/niet gestotterd wordt tijdens het "lezen. Uit de vier onderzoeken komt naar voor dat de stotteraars vaar een deel juist anticiperen. doch voor het grootste deel foutief : bij WINGATE, KENIS en wij zelf stotteren de proefpersonen op ongeveer één" derde van de verwachte stotterwoorden. doch stotteren zij niet op ongeveer twee derden van de verwachte stotterwoordenl bij JOHNSON en SOLOMON komt het stotterged~ag overeen met ongeveer de helft van de stotterverwachting. We merken dat de mate van overeenkomst tussen verwachting en effectief stottergedrag zeer beperkt is. In het bovenstaande vergeleken we de overeenkomst tussen verwachting van stotteren en effectief stattergedragl in wat nu volgt willen we de overeenkomst nagaan tussen 'verwachting van niet-stotteren' en 'effectief niet-stotteren'. Bij dit onderdeel kunnen we het onderzoek van"wingate n~et betrekken wegens de, beperkte gegevens. ANTICIPATIE.VAN NtET-S1;OTTEREN ons onderzoek JOHNSON 842 woorden 100.% "9.916 woorden 100 % woorden % NIET STOTTEREN 92;64 % (780 woorden) 91,8 %..91,76 % (1.548 woorden) WEL STOTTEREN 7,36. % (62 woorden) 8,2 %..._-. 8,24 % (139 woorden) Tabel 5 Vergelijking van ons onderzoek met het onderzoek van JOHNSON en SOlOMON (1.937). en KENIS (1979). Van het aantal woorden waarop de praefgroep NIET verwacht te stotteren wordt telkens het percentage woorden gegeven waarop niet/wel gestotterd wordt tijdens het luidop lezen. 83

30 Uit de drie vermelde.onderzoeken in tabel 5 blijkt dat stotteraars 66k op lange termijn vrij goed kunnen voorspellen wanneer ze NIET zullen stotteren. Immers binnen het aantal woorden waarop ze verwachten niet te stotteren. stotteren ze ook niet op meer dan 90% van de woorden. en dit is het geval in drie onderzoeken. Het onverwacht stotteren blijft steeds beneden 10% van de woorden. c Wanneer. we de gegevens van tabel 4 en tabel 5 vergelijken met elkaar,' dan merken we een opvallend verschil stotteraars stotteren slechts op Dngeveer één derde van de woorden waarop zij verwachten te stotteren (bij JOHNSON op de helft]. Als stotteraars verwachten NIET te stotteren',dan stotteren zij ook niet. en dit is het geval voor meer dan 90% van de woorden. Onverwacht stotteren komt op minder dan 10% van de woorden voor. 2. Anllclpatle-onderzoek bij spontaan spreken Bij 'het voorstellen van het onderzoek meldden we reeds dat we de proefpersonen ook vroegen op welke woorden zij verwachtten te stotteren. tijdens het spontaan spreken. Het is immers een onmogelijke taak te wachten tot de proefpersonen al de proefwoorden in het spontaan spreken gebruikt hebben. Oe resultate~ van verwachting van stotteren tijdens het spontaan spreken zijn de volgende : absolute resulaten procentueel Anticipatie wel ,28 % niet ,72 % I ,00 % Tabel 6 Absolute en procentuelé resultaten van anticipatie van stotteren tijdens spontaan spreken. Oe stotteraars verwachten op 31.28% van de proefwoorden te zullen stotteren tijdens' het spontaan spreken. en op 68.?2% van de woorden niet. 84

31 Als we de resultaten vergelijken van het onderzoek bij lezen en bij spontaan spreken. dan zien we dat : bij lezen de proefgroep verwacht te stotteren op 28~10% van de woorden; en bij spontaan.spreken de proefgroep verwacht te stotteren op 31~28% van de proefwoorden-. Deze resultaten liggen in dezelfde lijn. Of de proefpersonen al dan niet stotteren in realiteit. hebben we enkel nagegaan bij lezen en dat was. zoals we gezien hebben. op ongeveer de helft van het verwachte aantal woorden. nl. ongeveer 14%. BESLUITEN 1. Wanneer we de definitie van JDHNSON (1967) nog even opnemen~ nl. "Stotteren is wat de spreker doet wanneer hij 1) verwacht te stotteren; 2) vreest te stotteren; 3) negatief reageert - gewoonlijk met spanning.- niet alleen door anticipatie van stotteren. maar ook door een poging om het stotteren te vermijden. Wat hij doet om het stotteren te vermijden~ leidt tot een onvloeiendheid~ wat een volledige of gedeeltelijke blokkering van de spraak kan betekenen." dan kunnen we het volgende zeggen i.v.m. anticipatie van stotteren: correct anticiperen. verwachten. te stotteren op bepaalde woorden blijkt beperkt te zijn wanneer er een tijdspanne is tussen het anticiperen en het spreekgedrag. Dit blijkt duidelijk uit onze eigen onderzoeksresultaten. alsook uit o.m. de onderzoeken van JOHNSON en SOlOMON (1937). WINGATE (1975) en KENIS (1979). De anticipatie van stotteren op bepaalde woorden blijkt echtér vrij nauwkeurig te kunnen gebeuren wanneer anticipatie en het uitspreken van de betreffende woorden onmiddellijk op elkaar volgen. Dit komt o.m. in de onderzoeken van KNPTT. JOHNSON en WEBSTER (1937) en MILISEN (1936) tot uiting. 85

32 2. ZOwel uit onze resultaten als uit de gegevens van JOHNSON en SOlOMON (1937) en KENIS (1979) blijkt dat verwachten niet te stotteren en effectief ~ stotteren tijdens het lezen in hoge mate overeenkomt (bij meer dan 90% van de woorden). ook al is er een lange tijdspanne tussen beide. 3. uit het voorgaande (punt 1 en 2) kunnen we afleiden dat wanneer er een pauze gelaten wordt tussen anticipatie van stotteren en lezen. stotteraars méér verwachten te stotteren dan ze uiteindelijk doen. 4. Uit de algemene resultaten (tabel 1) blijkt dat stotteraars op slechts een beperkt aantal woorden (13.92%) stotteren en de grote meerderheid van woorden vloeiend uitspreekt. dit tijdens' een leessituatie. Hoewel vele therapeuten weten dat dit bij de meeste stotteraars zo is. en hoewel zij dit meestal ook 1n realiteit gemerkt hebben. menen w~j dat het ook van h~t allergrootste belang is dat diegene die stottert dit 60k inziet : hij spreekt voor een groot deel vloeiend en slechts in bepaalde mate onvloeiend. Voor de individuele stotteraar is het niet voldoende dat men' hem dit ;meedeelt' in de therapie; het is belangrijk dat hij dit zelf ontdekt en inziet. geleid door de therapeut. BIBLIOGRAFISCHE REFERENTIES JOHNSON. W.J. et al. : Speech handicapped school children. Harper & Row, New Vork pp. JOHNSON. W.J. end AlNSWORTH. S. : Studies in the psychology of stuttering. X. Constancy of loci of expectancy of stuttering. J.S.D p JOHNSON. W.J. end SINN. A. : Studies in the psychology of stuttering. V. Frequency of stuttering with expectetion of stuttering controlled. J.5.D p JOHNSON. W.J. and SOLOMON, A. : Studies in the psychology of stuttering. IV. A quantitative study of expectation of stuttering as a process inval ving a low degree of consciousness. J.S.D p KENIS. M. : Verwachting van stotteren bij het lezen van een woordenlijst~ Niet-gepubliceerde scriptie. Katholieke Vlaamse Hogeschool. Antwerpen pp. KNOTT. J.R., JOHNSON. W.J. and WEBSTER. M.J. : Studies in the psychology of stuttering. 11. A quantitative evaluation of expectation of stuttering in 86

33 relation to the occurrence of stuttering. J.S.o p LAMBERS. C. : Anticipatie van stotteren op woorden beginnend met bepaalde medeklinkers. bij leien en spontaan spreken. Anticipatie van ontwijking van woorden tijdens het spontaan spreken. Niet-gepubliceerde verhandeling o.l.v. P. BASTIJNS. Katholieke Universiteit Leuven pp. MARTIN. R.R. and HAROLOSON. S.K. : The relationship between anticipation and consistency of stuttered words. J.S.H.R p MILISEN. R. : Frequency of stuttering with anticipation of stuttering controlled. J.S.O PEINS. M. : Consistency effect in stuttering expectency. J.S.H.R p VAN RIPER. C. : Study of the thoracic breath1ng of stutterers during expectancy end occurrence of stuttering spasms. J.S.O p VAN RIPER. C. : The nature of stutter1ng. Prentice Hall. Englewood Cliffs. New Vork pp. VAN RIPER. C. end MILISEN. R.L. : A study of the predieted duration of ~e stutterer's bloeks es releted to their eetual durat1en. J.S.O p WINGATE. M.E. : Expectancy as basically a short-term precess. J.S.H.R. 1975, p WISCHNER. G:J. :_An experimentel approach te expectancy and anxiety in stuttering behaviour. J.S.H.O p " Adres van de auteur Oude Zandstraat Beveren APPENDICES Appendix a 1. Hij kocht een boeket rozen voor zijn vrouw. 2. Van 10 tot 12 uur houdt de dokter spreekuur. 3. Als het zeer warm is smaakt een frisse dra~'. 4. Er is genoeg taart voor iedereen. 5. Oe soep smaakte heerlijk. 6. Zijn vrouw is zeer jaloers.. ".. 87 _

PATIËNTENINFORMATIE LOGOPEDIE BIJ STEMPROBLEMEN

PATIËNTENINFORMATIE LOGOPEDIE BIJ STEMPROBLEMEN PATIËNTENINFORMATIE LOGOPEDIE BIJ STEMPROBLEMEN LOGOPEDIE BIJ STEMPROBLEMEN Algemeen Door middel van deze informatiefolder wil Maasstad Ziekenhuis u informeren over logopedie bij stemproblemen. Wij adviseren

Nadere informatie

Stemproblemen bij volwassenen

Stemproblemen bij volwassenen KNO-heelkunde Stemproblemen bij volwassenen Oorzaken en behandeling van een hese stem U bent bij de KNO-arts geweest i.v.m. stemproblemen. In deze folder informeren wij u over stemproblemen bij volwassen

Nadere informatie

Logopedie bij stemproblemen: wat nu?

Logopedie bij stemproblemen: wat nu? Logopedie bij stemproblemen: wat nu? Inleiding U bent verwezen naar de logopedist in verband met stemproblemen. Deze leert u een juiste spreek- en ademtechniek aan zodat de stemklachten verminderen. Deze

Nadere informatie

STEMPROBLEMEN BIJ VOLWASSENEN

STEMPROBLEMEN BIJ VOLWASSENEN STEMPROBLEMEN BIJ VOLWASSENEN 1018 Inleiding U bent op de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheelkunde wegens stemproblemen. Bij stemproblemen kunt u in uw spreken en dus in uw functioneren worden belemmerd.

Nadere informatie

SPRAAK-, STEM- EN TAALSTOORNISSEN BIJ KINDEREN

SPRAAK-, STEM- EN TAALSTOORNISSEN BIJ KINDEREN SPRAAK-, STEM- EN TAALSTOORNISSEN BIJ KINDEREN 541 Inleiding U bent op de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheelkunde wegens spraak- of stemproblemen van uw kind. Kinderen die slecht spreken kunnen zich vaak

Nadere informatie

Bijlage 4.2.2 Vragenlijst voor stotterende kinderen

Bijlage 4.2.2 Vragenlijst voor stotterende kinderen Bijlage 4.2.2 Vragenlijst voor stotterende kinderen bussum 2011 Wij wijzen erop dat het gebruik van de bijlagen bedoeld is voor de praktijk van de therapeut die de in het boek Stotteren: van theorie naar

Nadere informatie

Spreken Wat is een dysartrie?

Spreken Wat is een dysartrie? Dysartrie 2 Dysartrie is de algemene term voor een motorische spraakstoornis als gevolg van neurologische problematiek. Deze folder is bedoeld voor patiënten met een dysartrie en hun omgeving. Er staat

Nadere informatie

Zorg voor eigen stem

Zorg voor eigen stem Zorg voor eigen stem Afdeling keel-, neus- en oorheelkunde Veel mensen die hun stem dagelijks (professioneel) gebruiken hebben nog weinig inzicht in de functie van de stem: om stemproblemen te voorkomen

Nadere informatie

Stotteren. in het beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs

Stotteren. in het beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs Stotteren in het beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs 1 Colofon Tekst: Mark Pertijs, logopedist, docent Hogeschool Utrecht, lecturer European Clinical Specialization Fluency Disorders Vormgeving:

Nadere informatie

KNO. Stemproblemen bij volwassenen

KNO. Stemproblemen bij volwassenen KNO Stemproblemen bij volwassenen Stemproblemen bij volwassenen De Keel- Neus- Oorarts heeft u onderzocht en verteld wat de oorzaak van uw stemprobleem is en wat er aan gedaan kan worden. In deze folder

Nadere informatie

Iedereen kan last krijgen van stemproblemen en het komt zowel bij kinderen als bij volwassenen voor.

Iedereen kan last krijgen van stemproblemen en het komt zowel bij kinderen als bij volwassenen voor. Stem Adem-/ en stemproblematiek Heesheid Adembeheersing als voorbereiding op zingen Hyperventilatie Spreken in het openbaar Stemproblemen en stemverandering bijv. bij transseksualiteit, pubertijd Symptomen:

Nadere informatie

Het voorkomen van stemstoornissen

Het voorkomen van stemstoornissen Het voorkomen van stemstoornissen Logopedie Beter voor elkaar 2 Preventie van stemstoornissen Stemhygiëne is de zorg voor een gezonde stem. Met stemhygiëne worden maatregelen bedoeld die de gezondheid

Nadere informatie

Dysartrie. Logopedie

Dysartrie. Logopedie Dysartrie Logopedie Inhoudsopgave 1 Wat is dysartrie?... 2 2 Gevolgen van dysartrie... 3 3 Behandeling van dysartrie... 4 Onderzoek... 4 Behandeling... 4 4 Richtlijnen voor een betere communicatie... 5

Nadere informatie

Stemwerkschrift. Inhoud

Stemwerkschrift. Inhoud Stemwerkschrift Inhoud Allerlei dingen, die slecht zijn voor je stem Schreeuwen Voor je ouders Schreeuwen Schrapen en kuchen Voor je ouders Schrapen en kuchen Gekke stemmetjes nadoen Voor je ouders Gekke

Nadere informatie

Verstaanbaar spreken. bij de ziekte van Parkinson of atypisch parkinsonisme 1. Logopedie en PLVT

Verstaanbaar spreken. bij de ziekte van Parkinson of atypisch parkinsonisme 1. Logopedie en PLVT Verstaanbaar spreken bij de ziekte van Parkinson of atypisch parkinsonisme 1 Logopedie en PLVT Voor wie is deze informatie bedoeld? U heeft de ziekte van Parkinson of een vorm van atypische parkinsonisme

Nadere informatie

Niet-organische stem- en spraakstoornissen

Niet-organische stem- en spraakstoornissen Niet-organische stem- en spraakstoornissen Marika Voerman, logopedist KNO/Laryngologie 20 maart 2012, Heerhugowaard Niet-organische stemstoornissen = een a- of dysfonie zonder enige structurele of neurologische

Nadere informatie

Stoornissen van het bewegingssysteem Bradykinesie Trager / kleinere bewegingsuitslag Verstoring in de timing Hypokinesie Minder automatische

Stoornissen van het bewegingssysteem Bradykinesie Trager / kleinere bewegingsuitslag Verstoring in de timing Hypokinesie Minder automatische Stoornissen van het bewegingssysteem Bradykinesie Trager / kleinere bewegingsuitslag Verstoring in de timing Hypokinesie Minder automatische bewegingen Akinesie Bevriezen Rigiditeit Verhoogde spiertonus,

Nadere informatie

Een operatie aan de stemplooien

Een operatie aan de stemplooien i Patiënteninformatie Dienst Logopedie & NKO Een operatie aan de stemplooien GezondheidsZorg met een Ziel De stemplooien en de stem De stemplooien bevinden zich in het strottenhoofd (ter hoogte van de

Nadere informatie

Inleiding... 1. Ademhaling... 1. Hyperventilatie... 1. Oorzaak van hyperventilatie... 2. Klachten bij hyperventilatie... 3. Wat kunt u zelf doen...

Inleiding... 1. Ademhaling... 1. Hyperventilatie... 1. Oorzaak van hyperventilatie... 2. Klachten bij hyperventilatie... 3. Wat kunt u zelf doen... Hyperventilatie Inhoudsopgave Inleiding... 1 Ademhaling... 1 Hyperventilatie... 1 Oorzaak van hyperventilatie... 2 Klachten bij hyperventilatie... 3 Wat kunt u zelf doen... 4 Tot slot... 5 Inleiding Deze

Nadere informatie

Ken je stem. Voor U. Docenten, telefonistes, verkopers, vertegenwoordigers, coaches, trainers, instructeurs, zangers...

Ken je stem. Voor U. Docenten, telefonistes, verkopers, vertegenwoordigers, coaches, trainers, instructeurs, zangers... Ken je stem In Nederland werken meer mensen met hun stem dan met hun handen. Er zijn tientallen beroepen waar de stem het belangrijkste instrument is. Een aantal beroepssectoren bestaat uitsluitend bij

Nadere informatie

Brok in de keel. Havenziekenhuis

Brok in de keel. Havenziekenhuis Brok in de keel In deze folder staat beschreven wat een brok in de keel inhoudt en wat hiervan de oorzaak kan zijn. Uw KNO-arts kan de brok in de keel op verschillende manieren onderzoeken. Welke manieren

Nadere informatie

Preface by Mara Behlau, PhD 11

Preface by Mara Behlau, PhD 11 Inhoud 5 Inhoud Preface by Mara Behlau, PhD 11 Situering 13 Louis Heylen, Hoofdstuk 1: Wat weten we over de stem? 15 Deel 1: Aspecten van de stem 15 Louis Heylen 1. De stem: geluid en spiegel 15 2. Zoveel

Nadere informatie

Omgaan met spanning. Faalangst: waar komt het vandaan en wat ermee te doen

Omgaan met spanning. Faalangst: waar komt het vandaan en wat ermee te doen Omgaan met spanning Inleiding: Iedereen krijgt in het leven te maken met spanning. Bij competitiesporten komt dit extra tot uiting: er is de druk om te presteren, de tegenstander om te verslaan, de reactie

Nadere informatie

27/10/2014. Verwen je stem! Verwen je stem. Eerst het belangrijkste. Deel 1: stemtechniek oefeningen. Deel 2: perceptuele training luistervoorbeelden

27/10/2014. Verwen je stem! Verwen je stem. Eerst het belangrijkste. Deel 1: stemtechniek oefeningen. Deel 2: perceptuele training luistervoorbeelden Verwen je stem! 6 N O V E M B E R 2 0 1 4 B e r n a d e t t e T i m m e r m a n s Verwen je stem Deel 1: stemtechniek oefeningen Deel 2: perceptuele training luistervoorbeelden Eerst het belangrijkste.

Nadere informatie

1. De algemeen geldende regels.

1. De algemeen geldende regels. Je kunt je stem veel leed besparen door een paar eenvoudige regeltjes te hanteren. Verkeerde gewoontes, na-apen van andere sprekers, verkeerde ideeën, geven dikwijls overbelasting van de stem. Meestal

Nadere informatie

Inhoud WOORD VOORAF 15 DE NORMALE STEM

Inhoud WOORD VOORAF 15 DE NORMALE STEM Inhoud WOORD VOORAF 15 HOOFDSTUK 1 19 DE NORMALE STEM 1. Anatomie en fysiologie 19 Macroscopische anatomie van de larynx 19 Het larynxskelet 19 De larynxmembranen 19 De larynxspieren 23 De innervatie van

Nadere informatie

Ontdek je kracht voor de leerkracht

Ontdek je kracht voor de leerkracht Handleiding les 1 Ontdek je kracht voor de leerkracht Voor je ligt de handleiding voor de cursus Ontdek je kracht voor kinderen van groep 7/8. Waarom deze cursus? Om kinderen te leren beter in balans te

Nadere informatie

Logopedie Sophie Gortzak maart 2010

Logopedie Sophie Gortzak maart 2010 Logopedie Sophie Gortzak maart 2010 Inleiding Ik doe mijn werkstuk over logopedie omdat ik het een interessant onderwerp vond en mijn moeder is logopedist. Mijn hoofdstukken zijn: 1Wat is logopedie? 2Wie

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Informatie over kaakklachten

Informatie over kaakklachten Informatie over kaakklachten Logopedie Beter voor elkaar 2 Inleiding U bent door de kaakchirurg, KNO-arts, huisarts of tandarts verwezen naar de afdeling logopedie in verband met kaakklachten. Deze folder

Nadere informatie

HELDER! SPREKEN. Een praktische voorbereiding voor beroepssprekers. Marieke Dooper

HELDER! SPREKEN. Een praktische voorbereiding voor beroepssprekers. Marieke Dooper HELDER! SPREKEN HELDER! SPREKEN Een praktische voorbereiding voor beroepssprekers Marieke Dooper Dooper, Marieke Helder! Spreken: Een praktische voorbereiding voor beroepssprekers 2014 Marieke Dooper

Nadere informatie

Het kunstmatig overnemen van de ademhaling (IC)

Het kunstmatig overnemen van de ademhaling (IC) Het kunstmatig overnemen van de ademhaling (IC) Eén van de behandelingsmogelijkheden op de IC is het kunstmatig overnemen of ondersteunen van de ademhaling. Dit wil zeggen dat de ademhaling wordt geregeld

Nadere informatie

Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu?

Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu? Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu? Adviezen voor de hantering van uw baby Als uw baby in de eerste levensmaanden altijd met z n hoofd op dezelfde kant ligt, kan hij een afgeplat hoofd krijgen.

Nadere informatie

Inknippen van je tongriempje

Inknippen van je tongriempje Wilhelmina Kinderziekenhuis Inknippen van je tongriempje Wat staat er in deze folder Inleiding voor ouders 2 Informatie voor jongeren vanaf 12 jaar 4 Inknippen van het tongriempje 6 Tips 9 Wil je meer

Nadere informatie

Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu?

Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu? Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu? Adviezen voor de hantering van uw baby Als uw baby in de eerste levensmaanden altijd met z n hoofd op dezelfde kant ligt, kan hij een afgeplat hoofd krijgen.

Nadere informatie

Hoe ontstaat hyperventilatie?

Hoe ontstaat hyperventilatie? Hyperventilatie Wat is hyperventilatie? Ademhalen is een handeling die ieder mens verricht zonder er bij na te denken. Het gaat vanzelf en volkomen onbewust. Ademhaling is de basis van onze gezondheid.

Nadere informatie

Afasie Informatie voor familieleden. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Afasie Informatie voor familieleden. Ziekenhuis Gelderse Vallei Afasie Informatie voor familieleden Ziekenhuis Gelderse Vallei Een van uw naasten is in de afgelopen periode opgenomen in Ziekenhuis Gelderse Vallei. Er is door de logopedist een afasie geconstateerd.

Nadere informatie

Dysartrie bij volwassenen

Dysartrie bij volwassenen Dysartrie bij volwassenen Inleiding U bent door uw huisarts of specialist doorverwezen naar de logopedist voor de behandeling van uw spraakstoornis dysartrie. In deze folder wordt u uitgelegd wat dysartrie

Nadere informatie

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding Methodisch werken binnen Lang Verblijf woonzorg en dagbesteding 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Gentle Teaching 4 Middelen 5 Voor wie is Gentle Teaching? 5 3. Competentievergrotend werken 6 Middelen

Nadere informatie

Mijn baby heeft een. voorkeurshouding... Wat nu? Adviezen voor de hantering van uw baby

Mijn baby heeft een. voorkeurshouding... Wat nu? Adviezen voor de hantering van uw baby Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu? Adviezen voor de hantering van uw baby Als uw baby in de eerste levensmaanden een voorkeurshouding heeft, kan hij een afgeplat hoofd krijgen. Deze folder

Nadere informatie

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren.

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren. Schoolse competenties Competentie 1: Agendagebruik - Je schrijft je huiswerk in je agenda als dit wordt opgegeven. - Je agenda ziet er verzorgd uit. - Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt

Nadere informatie

Achtergrondinformatie opdracht 1, module 1, les 1

Achtergrondinformatie opdracht 1, module 1, les 1 Achtergrondinformatie opdracht 1, module 1, les 1 Er zijn leuke en fijne momenten in de opvoeding, maar ook moeilijke en zware momenten. Deze moeilijke momenten hebben soms te maken met een bepaalde fase

Nadere informatie

BETEKENIS EN OORZAKEN VAN EETSTOORNISSEN: OPVATTINGEN VAN PATIËNTEN EN HUN OUDERS

BETEKENIS EN OORZAKEN VAN EETSTOORNISSEN: OPVATTINGEN VAN PATIËNTEN EN HUN OUDERS BETEKENIS EN RZAKEN VAN EETSTRNISSEN: VATTINGEN VAN ATIËNTEN EN HUN UDERS Walter Vandereycken & Dafne Bollen In de onderzoeksliteratuur blijkt er de laatste jaren wel een groeiende belangstelling voor

Nadere informatie

KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN

KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN Onderzoeksgroep LUCAS Participatie en betrokkenheid in een ontmoetingshuis voor patiënten met ernstige en langdurige psychische

Nadere informatie

De Hoofdpijncarrousel. Hoofdpijn bij kinderen

De Hoofdpijncarrousel. Hoofdpijn bij kinderen De Hoofdpijncarrousel Hoofdpijn bij kinderen Hoofdpijn bij kinderen Hoofdpijn bij kinderen komt even vaak voor als bij volwassen. Hoofdpijn kan acuut ontstaan of al langer aanwezig zijn waarbij de klacht

Nadere informatie

Kijkoperatie van de stembanden. (microlaryngoscopie)

Kijkoperatie van de stembanden. (microlaryngoscopie) Kijkoperatie van de stembanden (microlaryngoscopie) Inleiding U heeft met uw medisch specialist afgesproken dat u binnenkort wordt opgenomen voor een kijkoperatie van de stembanden (microlaryngoscopie).

Nadere informatie

EEN KIND DAT STOTTERT IN JE KLAS, WAT NU?

EEN KIND DAT STOTTERT IN JE KLAS, WAT NU? EEN KIND DAT STOTTERT IN JE KLAS, WAT NU? Om te weten hoe je een kind dat stottert kunt helpen, is het belangrijk stotteren te begrijpen. 1. Wat is stotteren? Stotteren is een stoornis in de timing van

Nadere informatie

Röntgenonderzoek van je blaas en urinewegen (mictiecystogram)

Röntgenonderzoek van je blaas en urinewegen (mictiecystogram) Röntgenonderzoek van je blaas en urinewegen (mictiecystogram) De afspraak voor de mictiecystogram Het onderzoek van je blaas en urinewegen vindt plaats op: Datum:.. Dag/tijdstip: dag. uur Je wordt verwacht

Nadere informatie

Spanningshoofdpijn, Spierspanningshoofdpijn, Tension Headache, Cervicogene Cephalia

Spanningshoofdpijn, Spierspanningshoofdpijn, Tension Headache, Cervicogene Cephalia Spanningshoofdpijn, Spierspanningshoofdpijn, Tension Headache, Cervicogene Cephalia Spanningshoofdpijn wordt veroorzaakt door spierspanningen in de hals, de schouders en het hoofd. De hoofdpijn is vaak

Nadere informatie

Leven voelen bij zwangerschap

Leven voelen bij zwangerschap 00 Leven voelen bij zwangerschap Leven voelen is zeer verschillend per persoon, per zwangerschap en per baby. Vanaf 18-20 weken zwangerschap kun je jouw baby meestal al voelen bewegen. De bewegingen zijn

Nadere informatie

Afasie. Logopedie. Beter voor elkaar

Afasie. Logopedie. Beter voor elkaar Afasie Logopedie Beter voor elkaar Afasie In deze folder leest u wat afasie is en krijgt u adviezen hoe u de communicatie met iemand met afasie kan verbeteren. Ook staat beschreven wat de logopedist kan

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN

TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN INFORMATIE VOOR OUDERS/VERZORGERS TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN Meertaligheid en fonologische stoornis TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN

Nadere informatie

Bonus Rapport : Lichaam en geest in balans

Bonus Rapport : Lichaam en geest in balans Bonus Rapport : Lichaam en geest in balans Lichaam en geest weer in bala ans Wil je echt ontspannen, plof dan niet op de bank maar ontspan actief! Katjaa Callens Denk aub eventjes aan het milieu voor je

Nadere informatie

Campagne Ken je Stem 2008

Campagne Ken je Stem 2008 Campagne Ken je Stem 2008 De NVLF heeft de campagne Ken je Stem ontwikkeld in verband met de Werelddag van de Stem. Deze dag wordt jaarlijks op 16 april gehouden. Via het menu (links) komt u alles te weten

Nadere informatie

Stotteren levenslang? Kom nou!

Stotteren levenslang? Kom nou! Instituut de Pauw Introductie Bij niet meer stotteren komt meer kijken dan alleen het beheersen van een techniek. Niet meer stotteren betekend ook dat je anders moet leren denken en kijken naar jezelf

Nadere informatie

Amandelen verwijderen bij kinderen

Amandelen verwijderen bij kinderen Amandelen verwijderen bij kinderen Wanneer en hoe worden de neus- en keelamandelen verwijderd Binnenkort worden bij uw kind de amandelen verwijderd. In deze folder kunt u meer lezen over deze behandeling.

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 15. 1 Wat is stotteren? 19 Jan Bouwen

Inhoud. Inleiding 15. 1 Wat is stotteren? 19 Jan Bouwen Inhoud Inleiding 15 1 Wat is stotteren? 19 1.1 Inleiding 19 1.2 Stotteren, verstoring en stoornis 20 1.3 Stotteren, een geïntegreerde visie 21 1.3.1 Het Erasmus-viercomponentenmodel Stournaras 23 1.3.2

Nadere informatie

Kinderen met slaapproblemen

Kinderen met slaapproblemen Kinderen met slaapproblemen Een werkboek voor ouders Ruttien Schregardus BOOM Inhoud Voorwoord 7 1 Inleiding 11 Hoe kan dit werkboek gebruikt worden? 12 Tellen 1 14 2 Adviezen voor de eerste week overdag

Nadere informatie

Kokhalsproblemen en gebitsprothese

Kokhalsproblemen en gebitsprothese Kokhalsproblemen en gebitsprothese Kokhalzen is gewoonlijk een normale, automatisch optredende reactie (reflex) met een nuttige, beschermende functie. Het voorkomt dat men zich verslikt of stikt door

Nadere informatie

Wat is de oorzaak van hyperventilatie?

Wat is de oorzaak van hyperventilatie? Hyperventilatie 2 Wat is hyperventilatie? Hyperventilatie betekent overmatige ademhaling. Iemand die hyperventileert haalt te snel en te diep adem. Het lichaam reageert hierop. Dit geeft verschillende

Nadere informatie

Langdurige slapeloosheid. Diagnose en behandeling van insomnie

Langdurige slapeloosheid. Diagnose en behandeling van insomnie Langdurige slapeloosheid Diagnose en behandeling van insomnie We spreken van langdurige slapeloosheid ofwel chronische insomnie als het niet in slaap vallen, het niet kunnen doorslapen en/of veel te vroeg

Nadere informatie

Slaapwel baby. Hoeveel slaapt een baby?

Slaapwel baby. Hoeveel slaapt een baby? Slaapwel Slaapwel baby Net zoals volwassenen slapen ook niet alle kinderen even gemakkelijk of regelmatig. In deze brochure vind je meer informatie over goede slaapgewoontes en krijg je tips voor een gezonde

Nadere informatie

Stotteren. Hoe kan het dat de één stottert en de ander niet?

Stotteren. Hoe kan het dat de één stottert en de ander niet? Stotteren Hoe kan het dat de één stottert en de ander niet? Naam: Kiki Berghorst Begeleidster: Mevrouw Tolman Januari 2014 1 Inhoudsopgave 1. Voorwoord Blz. 3 2. De theorie 2.1 Wat is stotteren? Blz. 4

Nadere informatie

De patiënt met acuut optredende verwardheid (delier)

De patiënt met acuut optredende verwardheid (delier) De patiënt met acuut optredende verwardheid (delier) De patiënt met acuut optredende verwardheid/delier Uw familielid, vriend(in) of kennis is opgenomen vanwege een ziekte, een ongeval en/of een operatie.

Nadere informatie

Wat is Spasmodische torticollis?

Wat is Spasmodische torticollis? Wat is Spasmodische torticollis? Nederlandse Vereniging van Dystoniepatiënten Deze folder werd mede mogelijk gemaakt door: Wat is Spasmodische torticollis? Tortis betekent gedraaid, collis hals en spasmodisch

Nadere informatie

Pijn achter de knieschijf

Pijn achter de knieschijf Pijn achter de knieschijf Orthopedie Beter voor elkaar In deze folder kunt u lezen over de aard van uw klachten en wat u er eventueel zelf aan kunt doen. Pijn achter de knieschijf is een klacht die zeer

Nadere informatie

VLAAMSE STOTTER UNIE (VSU) INFOBROCHURE: WAT IS STOTTEREN? Versie 2007

VLAAMSE STOTTER UNIE (VSU) INFOBROCHURE: WAT IS STOTTEREN? Versie 2007 VLAAMSE STOTTER UNIE (VSU) INFOBROCHURE: WAT IS STOTTEREN? Versie 2007 Inhoudstabel I. Het begrip mondelinge onzekerheid 2 1.1 De Theorie 2 1.2 De ijsberg van de mondelinge onzekerheid 4 II. De gevolgen

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND Leeftijd 0 tot 4 jaar Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Toch is er heel wat voor nodig voordat uw kind goed praat. Soms gaat het niet zo vlot met

Nadere informatie

Wat bevordert het snurken

Wat bevordert het snurken Snurken Inleiding Deze folder geeft u informatie over oorzaken en behandeling van snurken. Als u recent voor deze aandoening bij een keel-, neus- en oorarts (kno-arts) bent geweest, dan kunt u in deze

Nadere informatie

FYSIOTHERAPEUTISCH OEFENSCHEMA NA EEN OPERATIE VAN DE BORST MET OKSELKLIERDISSECTIE

FYSIOTHERAPEUTISCH OEFENSCHEMA NA EEN OPERATIE VAN DE BORST MET OKSELKLIERDISSECTIE FYSIOTHERAPEUTISCH OEFENSCHEMA NA EEN OPERATIE VAN DE BORST MET OKSELKLIERDISSECTIE 602 Inleiding Het belangrijkste doel van oefenen na een borstoperatie is om te zorgen dat het schoudergewricht, armen

Nadere informatie

Fysiotherapie, ergotherapie en logopedie bij COPD. Hoe kunt u omgaan met verminderde energie gedurende de dag?

Fysiotherapie, ergotherapie en logopedie bij COPD. Hoe kunt u omgaan met verminderde energie gedurende de dag? Fysiotherapie, ergotherapie en logopedie bij COPD Hoe kunt u omgaan met verminderde energie gedurende de dag? 2 Wat is COPD? COPD is de afkorting van de Engelse benaming: Chronic Obstructive Pulmonary

Nadere informatie

Maatschap Keel-, Neus-, en Oorheelkunde. Brok in de keel

Maatschap Keel-, Neus-, en Oorheelkunde. Brok in de keel Maatschap Keel-, Neus-, en Oorheelkunde Algemeen Deze folder geeft u informatie over een brok in de keel. Diaconessenhuis Leiden Klachten Een brokgevoel in de keel komt vaak voor. Veel mensen zijn hierover

Nadere informatie

In de war? Op de Intensive Care

In de war? Op de Intensive Care In de war? Op de Intensive Care Albert Schweitzer ziekenhuis juni 2015 pavo 1168 Inleiding Uw partner of familielid is in het Albert Schweitzer ziekenhuis opgenomen op de Intensive Care. Waarschijnlijk

Nadere informatie

Adviezen en oefeningen na een halsklierdissectie. (verwijderen van de lymfeklieren uit de hals)

Adviezen en oefeningen na een halsklierdissectie. (verwijderen van de lymfeklieren uit de hals) Adviezen en oefeningen na een halsklierdissectie (verwijderen van de lymfeklieren uit de hals) Inhoudsopgave A. Inleiding... 1 B. Verloop van het herstel... 2 C. Adviezen voor het dagelijks leven... 2

Nadere informatie

Oefenen na een keizersnede

Oefenen na een keizersnede Oefenen na een keizersnede Inleiding U bent in het Albert Schweitzer Ziekenhuis op genomen omdat u een keizersnede heeft ondergaan. Hierdoor moet u nog een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Een keizersnede

Nadere informatie

BAAS over uw emoties

BAAS over uw emoties BAAS over uw emoties Vind de werkelijke oorzaak van uw problemen. Verwijder alles wat u tegenhoudt om te groeien als mens. Groei als mens, zonder remmingen, overwin trauma s, angsten en pijn. Word werkelijk

Nadere informatie

Pijn bij kinderen. Informatiebrochure

Pijn bij kinderen. Informatiebrochure Pijn bij kinderen Informatiebrochure 1 Inleiding Bij een opname in het ziekenhuis worden kinderen blootgesteld aan verschillende vormen van pijn. Een groot aantal ziektebeelden, heelkundige ingrepen en

Nadere informatie

Doorprikken trommelvlies en midden- oorbeluchtingsbuisjes plaatsen of verwijderen

Doorprikken trommelvlies en midden- oorbeluchtingsbuisjes plaatsen of verwijderen Sophia Kinderziekenhuis Doorprikken trommelvlies en midden- oorbeluchtingsbuisjes plaatsen of verwijderen Binnenkort komt u met uw kind naar het Erasmus MC - Sophia. De KNO-arts heeft het advies gegeven

Nadere informatie

Wanneer zijn de kinderen klaar voor een zindelijkheidstraining? Kinderen zijn mogelijk klaar voor een zindelijkheidstraining wanneer ze:

Wanneer zijn de kinderen klaar voor een zindelijkheidstraining? Kinderen zijn mogelijk klaar voor een zindelijkheidstraining wanneer ze: Zindelijkheidstraining Net als de meeste ouders kijkt u misschien uit naar de dag dat uw kind geen luiers meer nodig heeft. Uw kind zindelijk maken kan een enorme opgave lijken, vooral wanneer familie,

Nadere informatie

! "! " #)% Lichamelijke Klachten Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) Somatoforme stoornissen

! !  #)% Lichamelijke Klachten Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) Somatoforme stoornissen Bert van Hemert psychiater Parnassia psycho-medisch centrum Leids Universitair Medisch Centrum L U M C Shakespeare Lichamelijke klachten Door de dokter niet verklaard door pathologische bevindingen Door

Nadere informatie

Vermoeidheid bij MPD

Vermoeidheid bij MPD Vermoeidheid bij MPD Landelijke contactmiddag MPD Stichting, 10-10-2009 -van Wijlen Psycho-oncologisch therapeut Centrum Amarant Toon Hermans Huis Amersfoort Welke verschijnselen? Gevoelens van totale

Nadere informatie

Emoties, wat is het signaal?

Emoties, wat is het signaal? Emoties, wat is het signaal? Over interpretatie en actieplan dr Frits Winter Functie van Emoties Katalysator, motor achter gedrag Geen emoties, geen betrokkenheid, geen relaties Te veel emoties, te veel

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Afasie. Dienst Logopedie & Afasiologie. GezondheidsZorg met een Ziel

Patiënteninformatie. Afasie. Dienst Logopedie & Afasiologie. GezondheidsZorg met een Ziel i Patiënteninformatie Dienst Logopedie & Afasiologie Afasie GezondheidsZorg met een Ziel Wat is afasie? Afasie is een verworven taalstoornis ten gevolge van een hersenletsel. We lichten de belangrijkste

Nadere informatie

Stressmanagement-training: Vaardig door ontspanning

Stressmanagement-training: Vaardig door ontspanning Stressmanagement-training: Vaardig door ontspanning Veel mensen met een hart- of vaatziekte (HVZ) en hun partners ervaren ook nog stress als ze thuis hun leven weer proberen op te bouwen. Dit is dus ná

Nadere informatie

Breng je onbewuste belemmeringen in beeld! Orang Malu Coaching

Breng je onbewuste belemmeringen in beeld! Orang Malu Coaching Breng je onbewuste belemmeringen in beeld! Orang Malu Coaching Ik zou die studie wel willen beginnen maar Ik weet niet waarom ik in deze baan blijf hangen Ik wil mijn leven drastisch omgooien maar ik kom

Nadere informatie

Evaluatie vormingsprogramma 'Agressie in de Ouderenzorg'

Evaluatie vormingsprogramma 'Agressie in de Ouderenzorg' Evaluatie vormingsprogramma 'Agressie in de Ouderenzorg' Organisatie Preventief Omgaan met Agressie Datum 20/04/2012 Plaats t Roodhof Oostkamp Globaal gemiddelde 4.8 / 5 Aantal deelnemers 21 personen 1.

Nadere informatie

Oefeningen om om te gaan met moeilijke momenten. Algemeen. Overzicht:

Oefeningen om om te gaan met moeilijke momenten. Algemeen. Overzicht: Oefeningen om om te gaan met moeilijke momenten Algemeen In dit document vind je een overzicht terug van oefeningen die je kan doen om de psychologische vaardigheden te versterken en de deelnemers te ondersteunen

Nadere informatie

Introductie logopediepraktijk. Van brabbelen tot babbelen. Ons team van logopedisten. Doelstellingen informatieavond.

Introductie logopediepraktijk. Van brabbelen tot babbelen. Ons team van logopedisten. Doelstellingen informatieavond. Van brabbelen tot babbelen Introductie logopediepraktijk heeft vestigingen in Staphorst, Nieuwleusen, Oudleusen en Balkbrug. We werken in een team van 5 logopedisten. 8 oktober 2013 Pinkeltje Balkbrug

Nadere informatie

www.dok018.nl info@dok018.nl Carly van Velzen en Gert Dedel

www.dok018.nl info@dok018.nl Carly van Velzen en Gert Dedel www.dok018.nl info@dok018.nl Do s en Don ts bij funcconele klachten! Welke reacces zijn gewenst bij terugkeer op school. Opdracht Wanneer herken je een jongere met chronische pijn of vermoeidheid? Bedenk

Nadere informatie

Op basis van onderstaande items kan je nagaan welke toegevoegde waarde de trainingen

Op basis van onderstaande items kan je nagaan welke toegevoegde waarde de trainingen Beste webbezoeker, Op basis van onderstaande items kan je nagaan welke toegevoegde waarde de trainingen Selfcoaching for business Selfcoaching voor privé gebruik Slaapschool voor jou kunnen hebben. Per

Nadere informatie

VERWENMOMENTEN HAIR - BODY - MIND

VERWENMOMENTEN HAIR - BODY - MIND VERWENMOMENTEN HAIR - BODY - MIND Studio looks zet zich in om ondersteuning en ontspanning te kunnen bieden bij uiterlijke, fysieke en psychische veranderingen welke het gevolg van kanker kunnen zijn.

Nadere informatie

regio Gooi en Vechtstreek Niet uitgeslapen? Jongeren en slapeloosheid www.cjggooienvechtstreek.nl

regio Gooi en Vechtstreek Niet uitgeslapen? Jongeren en slapeloosheid www.cjggooienvechtstreek.nl regio Gooi en Vechtstreek Niet uitgeslapen? Jongeren en slapeloosheid www.cjggooienvechtstreek.nl n Niet uitgeslapen? Jongeren en slapeloosheid We slapen gemiddeld zo n zeven tot acht uur per nacht. Dat

Nadere informatie

Snurken Oorzaken en behandeling. Maatschap KNO IJsselland Ziekenhuis

Snurken Oorzaken en behandeling. Maatschap KNO IJsselland Ziekenhuis Snurken Oorzaken en behandeling Maatschap KNO IJsselland Ziekenhuis Inleiding Deze folder heeft tot doel u informatie te geven over oorzaken en behandeling van snurken. Als u recent voor deze aandoening

Nadere informatie

Informatie over leven voelen

Informatie over leven voelen Informatie over leven voelen Vrouw Moeder Kind-centrum Deze folder is samengesteld door verloskundige kringen van de Kempen, Eindhoven, Strabrecht en Máxima Medisch Centrum. Leer je baby kennen Je zwangerschap

Nadere informatie

Slaapproblemen, angst en onrust

Slaapproblemen, angst en onrust Slaapproblemen, angst en onrust WAT KUNT U ZELF DOEN WAT KAN UW APOTHEKER VOOR U DOEN WAT GEBEURT ER ALS U STOPT AUTORIJDEN INFORMATIE ADRESSEN HULPVERLENING VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? WWW.APOTHEEK.NL SLAAPPROBLEMEN,

Nadere informatie

UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U?

UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U? UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U? Nadine Köhle, MSc. Contactdag Stichting Olijf 3 oktober 2015 Garderen EVEN VOORSTELLEN ACHTERGROND KANKER HEB JE NIET ALLEEN! 4 ACHTERGROND IMPACT VAN DE

Nadere informatie

Pijn bij kanker. Interne Geneeskunde / Oncologie IJsselland Ziekenhuis

Pijn bij kanker. Interne Geneeskunde / Oncologie IJsselland Ziekenhuis Pijn bij kanker Interne Geneeskunde / Oncologie IJsselland Ziekenhuis Wat is pijn? Pijn is een onaangenaam gevoel. Het kan op verschillende manieren ontstaan en het kan op verschillende manieren worden

Nadere informatie