Evaluatie ExIT Feijenoord. Shantie Jagmohansingh

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Evaluatie ExIT Feijenoord. Shantie Jagmohansingh"

Transcriptie

1 Evaluatie ExIT Feijenoord Shantie Jagmohansingh

2 Rapportage Evaluatie ExIT Feijenoord Juli 2008 Shantie Jagmohansingh

3 2008 dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid [SoZaWe], Sociaal-wetenschappelijke Afdeling, Rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de uitgever

4 Inhoudsopgave Dankwoord 7 Samenvatting 9 Conclusies 13 Aanbevelingen 15 1 Achtergronden Inleiding Doelstelling van het onderzoek Onderzoeksperiode Onderzoeksgroep Probleemstelling Gegevensbronnen Methodologische verantwoording Organisatieverandering 23 2 Werkwijze van ExIT Inleiding Doelgroep van ExIT Teamsamenstelling Selecteren van klanten Opstellen en uitvoeren van een trajectplan Omgang met persoonlijke belemmeringen voor uitstroom Het bemiddelen naar werk Re-integratietrajecten Nazorg Aansturing Caseload ExIT Theorie versus praktijk Deelconclusie 45 3 Bereik van ExIT Inleiding Kenmerken van deelnemers op basis van de bestandsanalyse Uitkeringsduur Karakterisering van de problemen van deelnemers ExIT - verkenning Karakterisering van de problemen van deelnemers ExIT - verdieping Deelconclusie 57

5 4 Resultaten van ExIT Inleiding Uitstroomresultaten ExIT in vergelijking met Charlois Herinstroom De impact van ExIT Resultaten na Klantbeleving Deelconclusie 66 5 Kosten-batenanalyse ExIT Kosten van ExIT Financiële baten van ExIT Deelconclusie 69 Bijlage 1 Tabellen bij vergelijking ExIT en Charlois 71 Bijlage 2 Formulier quickscan ExIT 75 Figuren en Tabellen Tabel 1: Geslacht 48 Figuur 1: Leeftijd ExIT Tabel 2: Vergelijking leeftijd 49 Tabel 3: Opleiding 49 Tabel 4: Etniciteit volgens cbs-indeling (cos) 50 Tabel 5: Gezinssituatie Tabel 6: Uitkeringsduur ExIT Tabel 7: Gemiddelde uitkeringsduur ExIT en SoZaWe 52 Tabel 8: Aantal belemmeringen ExIT en SoZaWe Tabel 9: Belemmeringen ExIT en SoZaWe Tabel 10: Dossieronderzoek: aantal belemmeringen ExIT Tabel 11: Dossieronderzoek: soort belemmeringen ExIT Tabel 12: Uitstroom uit de uitkering ExIT en Charlois september Tabel 13: Uitstroom ExIT en Charlois september uitgesplitst 60 Tabel 14: Vrijstelling van de sollicitatieplicht Charlois en ExIT 61 Tabel 15: Uitstroom volgens ExIT 61 Tabel 16: Herinstroom ExIT en Charlois september Tabel 17: Uitstroom ExIT klanten na Tabel 18: Kostenoverzicht ExIT mei 2005 t/m dec

6 Bijlage 1: Leeftijd Charlois en ExIT 71 Gezinssamenstelling Charlois en ExIT 71 Geslacht Charlois en ExIT 71 Opleiding Charlois en ExIT 72 Autochtoon/Allochtoon Charlois en ExIT 72 Etniciteit Charlois en ExIT 73 Uitkeringsduur in jaren Charlois en ExIT 73 Aantal beperkingen Charlois en ExIT 74

7

8 Dankwoord Aan de totstandkoming van dit onderzoeksverslag hebben diverse mensen een onmisbare bijdrage geleverd. Allereerst worden de projectleider en de medewerkers van team ExIT bedankt voor het ter beschikking stellen van hun kostbare tijd ten behoeve van interviews, groepsgesprekken, leveren van databestanden, opzoeken van dossiers en het beantwoorden van vele vragen. Ten tweede gaat dank uit naar de (ex-)klanten van ExIT / SoZaWe die medewerking hebben verleend aan interviews. Ten behoeve van het onderzoek is een begeleidingscommissie samengesteld. Hierin hadden zitting Nico van de Vrie (directeur uitvoering WWB), Marjolein Köhle (manager van Werkplein Dwarsdijk), Marjo Andriessen (projectleider ExIT) en Jeff de Waal Malefijt (team ExIT). Zij worden bedankt voor het leveren van kritisch commentaar tijdens het onderzoeksproces. Voorts hebben diverse directe collega s aan het onderzoek meegewerkt. Een woord van dank gaat uit naar Paul van de Aa (onderzoeker Sociaal-wetenschappelijke afdeling) die tijdens dit onderzoek heeft gefungeerd als begeleider en voortdurend bereid was nuttige adviezen en kritische kanttekeningen te leveren. Verder worden Hans Berger (datamanipulatie en databewerking), Rob Weggeman (dossieronderzoek) en Audrey Kinski (lay-out van de rapportage) van de Sociaal-wetenschappelijke afdeling bedankt voor hun bijdrage. Shantie Jagmohansingh Juli

9

10 Samenvatting Inleiding De directie van SoZaWe gemeente Rotterdam heeft aan de SWA verzocht het project ExIT te evalueren. Het onderzoek is in september 2007 van start gegaan en is eind mei 2008 afgerond. ExIT staat voor Extra Intensieve Trajectbegeleiding en beoogt een substantiële bevordering van de uitstroom van (langdurig) werklozen door middel van uitstroom naar werk. Dit doel wordt nagestreefd door middel van het wegwerken van belemmeringen. ExIT is in mei 2005 van start gegaan op district Feijenoord. De belangrijkste doelstelling van dit onderzoek bestaat uit het in kaart brengen van de resultaten van ExIT. Naast deze beschrijving is het uiteen zetten van de werkwijze van ExIT een belangrijke doelstelling van deze evaluatie, vooral met het oog op de aangekondigde uitrol van de methodiek binnen SoZaWe. Het jaar 2006 is gehanteerd als onderzoeksperiode voor dit onderzoek. Deze periode biedt de grootste kans op een representatief beeld van de resultaten van ExIT. De onderzoeksgroep bestaat uit alle klanten die in 2006 in begeleiding zijn geweest bij ExIT. September 2007 is de peildatum bij het vaststellen van de resultaten. De centrale onderzoeksvraag van de evaluatie luidt als volgt: Wat zijn de resultaten van het project ExIT in het licht van de beleidsmatige doelstelling; het bevorderen van de uitstroom van langdurig werklozen, door middel van het opheffen van belemmeringen? Doelgroep ExIT richt zich op WWB-klanten die te maken hebben met problemen en belemmeringen. Met intensieve begeleiding op maat moet het voor deze ExIT-klanten mogelijk zijn om binnen twee tot drie jaar weer toe te treden tot de arbeidsmarkt. ExIT-klanten hebben dus te maken met belemmeringen, maar beschikken hiernaast over een bepaalde mate aan uitstroompotentieel. Verder ziet het profiel van een ExIT-klant er grofweg als volgt uit: Klanten hebben vaak al eerder een traject gevolgd, maar zijn toen om diverse redenen niet uitgestroomd; Klanten zijn niet ouder dan 45 jaar (met enkele uitzonderingen); Klanten beheersen de Nederlandse taal minimaal op niveau 2; Klanten hebben te maken met belemmeringen die de toegang tot de arbeidsmarkt bemoeilijken; Klanten hebben te maken met psychische problemen. 9

11 Werkwijze Om ExIT-klanten binnen twee tot drie jaar aan het werk te helpen, werkt het multidisciplinaire team volgens een eigen ontwikkelde methodiek. Het team bestaat uit een projectleider, enkele klantmanagers, een kwaliteitsmedewerker, een maatschappelijk werkster, een acquisiteur, een psycholoog en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De laatste twee zijn afkomstig vanuit Bavo Europoort. De werkwijze begint met het selecteren van klanten. Deze selectie verloopt als volgt: Stap 1: de maatschappelijk werkster bepaalt door het bestuderen van dossiers welke klanten geschikt zijn voor de caseload van ExIT; Stap 2: de klantmanagers ontvangen de geselecteerde dossiers en bestuderen deze nogmaals; Stap 3: de potentiële ExIT-klant wordt uitgenodigd voor een eerste gesprek en aan de hand hiervan wordt de quickscan (formulier waarbij bepaalde kenmerken van de klant, zoals lichamelijke beperkingen en psychische klachten in kaart worden gebracht) ingevuld en een sociaal huisbezoek afgelegd; Stap 4: de potentiële ExIT-klant wordt besproken in de casuïstiekbespreking, waarbij alle medewerkers uit het team input leveren. De afronding van de selectiestap kan tot verschillende uitkomsten leiden: - Het team is het er over eens dat de WWB-klant geschikt is voor ExIT en de klant wordt opgenomen in de caseload; - Het team is van mening dat de klant te weinig beperkingen heeft voor de intensieve begeleidingsmethodiek van ExIT en deze wordt terug verwezen naar een reguliere klantmanager; - Het team is overeen gekomen dat de klant te maken heeft met te veel beperkingen. De afstand tot de arbeidsmarkt is te groot om binnen twee tot drie jaar uit te stromen naar de arbeidsmarkt. Hierdoor is de klant ongeschikt voor de caseload van ExIT. Na de diagnosefase wordt de klant met een plan gericht doorverwezen naar bijvoorbeeld de reguliere hulpverlening. Meestal wordt een klant met veel beperkingen voor een bepaalde tijd vrijgesteld van de arbeidsverplichting om in die tijd te werken aan de problemen. Na de selectiefase wordt een diagnose van de situatie van de nieuwe ExIT-klant gesteld. Hierna schrijven de klantmanagers een trajectplan. In het trajectplan zetten zij uiteen hoe de begeleiding van een klant eruit ziet, welke medewerkers erbij betrokken zijn en welk tijdspad eraan verbonden zit. Hierna wordt het traject in gang gezet. Volgens ExIT dienen belemmeringen van klanten eerst te worden opgelost voordat uitstroom naar de arbeidsmarkt door middel van intensieve begeleiding mogelijk is. De stapsgewijze werkwijze na het in gang zetten van het trajectplan is voor iedere ExIT-klant verschillend. Bij het wegwerken van belemmeringen spelen de volgende medewerkers een belangrijke rol: - De maatschappelijk werkster begeleidt ExIT-klanten met schulden naar de schuldhulpverlening. Ook staat zij klanten bij die te maken hebben met maatschappelijke problematiek, zoals huisvesting, opvoedingsproblemen, rouwverwerking, kinderopvang, etc. 10

12 - De psycholoog en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige spelen een belangrijke rol bij het duidelijk in kaart brengen van de mogelijkheden en belemmeringen van een ExIT-klant (diagnosestelling) en bij de behandeling van psychische klachten. Bij de behandeling van psychische klachten werken zij altijd vanuit de invalshoek van arbeidshulpverlening. Dat betekent dat de behandelgesprekken plaatsvinden vanuit de insteek van werk en dagbesteding. De diagnosestelling is vaak na 3-4 gesprekken afgerond. Hierna is het aantal behandelgesprekken verschillend, maar de richtlijn is maximaal 8 gesprekken. Deze richtlijn is ontstaan om aan te geven dat ExIT geen intensieve behandeltrajecten opstart die enkele maanden in beslag nemen. Als blijkt dat een klant langdurige hulpverlening nodig heeft, wordt deze met de gestelde diagnose en een gericht hulpverleningsplan doorverwezen naar reguliere instanties. ExIT laat geen interne en externe hulpverleningstrajecten naast elkaar lopen. Na het wegwerken van belemmeringen wordt gewerkt aan het uiteindelijke doel: uitstroom naar werk. Hierbij speelt de acquisiteur een belangrijke rol. Hij onderhoudt contacten met werkgevers en praat met klantmanagers en de klant zelf. Hierbij geldt het motto dat ExIT klanten louter een opstap naar de arbeidsmarkt biedt. Er worden geen carrières uitgestippeld. Dat moeten deelnemers na uitstroom zelf doen. Het netwerk aan werkgevers in Rotterdam is belangrijk bij het werk van de acquisiteur. Dit netwerk zorgt voor kennis van lopende vacatures, mogelijkheden voor het regelen van stages en manieren om te bemiddelen voor ExIT-klanten. Na uitstroom hebben ExIT-klanten recht op nazorg. Bereik ExIT heeft in 2006 de doelgroep bereikt die werd beoogd; WWB-klanten die te maken hebben met belemmeringen en tegelijkertijd beschikken over een zekere mate aan uitstroompotentieel. Er is op basis van GWS gekeken naar de volgende persoonskenmerken van de ExIT-klantengroep uit 2006: geslacht, leeftijd, etniciteit, opleiding en gezinssituatie. Op basis van deze kenmerken heeft ExIT een klantengroep bereikt die in vergelijking met de gemiddelde SoZaWe-klanten gunstiger scoort met betrekking tot uitstroomkansen. Uit de dossieranalyse blijkt dat dit uitstroompotentieel samengaat met meervoudige problematiek, waarbij psychische en lichamelijke belemmeringen en schulden het vaakst voorkomen. Hiermee is duidelijk dat ExIT de juiste doelgroep heeft bereikt. Een klant die louter beschikt over gunstige uitstroomkenmerken, komt niet in aanmerking voor ExIT. Pas als een klant met belemmeringen over een bepaalde mate aan uitstroomperspectief beschikt, is deze geschikt voor de caseload van ExIT. Resultaten De uitstroomresultaten van ExIT zijn vergeleken met een selectie van klanten uit district Charlois in dezelfde periode. Er is gekozen voor een vergelijking met district Charlois, omdat de populatie hiervan redelijk overeenkomt met district Feijenoord. Het gaat hierbij dus om een vergelijking van een specifiek project met geselecteerde klanten en een eigen methodiek (ExIT) afgezet tegen een selectie klanten uit Charlois waarbij gewerkt is volgens de reguliere werkwijze van klantmanagers. ExIT heeft een hoog uitstroompercentage bereikt onder haar deelnemers uit 2006: 60%. Van dit uitstroompercentage is 40% uitgestroomd naar werk. Charlois heeft in dezelfde periode een uitstroompercentage van 30% bereikt, waarvan 13% is uitgestroomd naar werk. Ook is voor beide 11

13 groepen gekeken naar het percentage herinstroom. Deze percentages lagen voor ExIT en Charlois dicht bij elkaar, respectievelijk 18% en 19%. Om te bekijken of het aanzienlijk betere resultaat van ExIT in vergelijking met Charlois wel of niet te verklaren is omdat de klantengroep van beide groepen verschillend zijn, is een logistische regressie uitgevoerd. Hieruit bleek dat deelname aan ExIT de kans op uitstroom naar werk significant vergroot. Verder is gekeken naar de meest recente resultaten van ExIT. Voor de periode januari 2007 tot maart 2008 heeft ExIT een uitstroompercentage van 50% behaald. Hiervan is 34% uitgestroomd naar werk. Dit percentage is iets lager in vergelijking met de eerder gepresenteerde resultaten, maar het percentage uitstroom naar werk ten opzichte van het totaal aantal uitstromers is gelijk gebleven (68% tegenover 67%). Hieruit concluderen we dat ExIT de hoge uitstroomresultaten ook na 2006 heeft weten vast te houden. Financiële kosten en baten ExIT is in mei 2005 begonnen met een toegekend bedrag van door de directie. Dit bedrag werd in die tijd toegekend aan innovatieve projecten gericht op volumereductie en was bedoeld voor de periode mei 2005 tot eind Dit toegekende bedrag werd grotendeels besteed aan de salariskosten van de projectleider, de maatschappelijk werkster en de acquisiteur. De salariskosten van de klantmanagers vormde geen aparte kostenpost voor ExIT, omdat deze al waren opgenomen in de begroting van district Feijenoord. De salariskosten van de psycholoog en de sociaal psychiatrische verpleegkundige werden in 2006 voor een groot deel vergoed door de AWBZ, als gevolg van een contract met Bavo Europoort. De gemiddelde prijs van een afgerond ExIT-traject in 2006 bedraagt Dit is lager dan de gemiddelde prijs van een afgerond re-integratietraject in Rotterdam en landelijk gezien; dit bedraagt gemiddeld Ook is geprobeerd een schatting te maken van de financiële baten van ExIT. Financiële baten van ExIT bestaan uit besparingen op uitkeringen. In 2006 bedroeg een uitkering gemiddeld Van de 227 klanten die in 2006 in begeleiding zijn geweest bij ExIT zijn er 111 succesvol uitgestroomd. Per klant is bekeken hoeveel maanden zij zijn uitgestroomd, tot peildatum september Vervolgens is uitgerekend dat er voor aan uitkeringen is bespaard. Het verschil tussen de kosten en de baten bedraagt ExIT heeft dus een positief financieel resultaat geboekt. Deze financiële kosten en baten zijn berekend voor het project ExIT op district Feijenoord in het jaar In dit jaar werd een deel van de kosten vergoed door AWBZ. Bij de uitrol van de werkwijze naar een ander district of Werkplein kunnen de kosten en baten anders uitvallen. 12

14 Conclusies De evaluatie heeft aangetoond dat het project ExIT goede uitstroomresultaten heeft behaald. ExIT heeft in het onderzoeksjaar 2006 en de periode daarna een significante bijdrage geleverd aan de uitstroom van werklozen. De doelgroep die door ExIT werd beoogd (WWB-klanten met belemmeringen die tegelijkertijd beschikken over enige mate aan uitstroompotentieel), is in het onderzoeksjaar 2006 daadwerkelijk bereikt. Ook als we kijken naar andere gebieden waaraan resultaat kan worden afgemeten, zoals de klantbeleving van ExIT en de financiële kosten-analyse, kunnen de uitkomsten als positief worden bestempeld. ExIT heeft aan de uitstroom van WWB-klanten gewerkt volgens een eigen ontwikkelde methodiek uitgevoerd door een multidisciplinair team. Het aanpakken van belemmeringen is volgens ExIT belangrijk om uitstroom naar werk te bewerkstelligen. Om in kaart te krijgen hoe ExIT belemmeringen van klanten aanpakt met het doel uitstroom naar werk, is de werkwijze uitgebreid beschreven. Ook zijn diverse casussen uit de praktijk beschreven en is met medewerkers en klanten gesproken over de werkwijze van ExIT. Op basis van dit materiaal is duidelijk dat ExIT in 2006 in haar werkwijze ruime aandacht heeft besteed aan de belemmeringen van klanten. Dat deze werkwijze er daadwerkelijk toe heeft geleid dat belemmeringen van klanten zijn weggewerkt en dat zij als gevolg daarvan zijn uitgestroomd naar de arbeidsmarkt, is aannemelijk, maar kan op basis van het beschikbare onderzoeksmateriaal niet met zekerheid worden onderbouwd. Om hier duidelijkheid over te krijgen is extra onderzoek noodzakelijk, waarbij het traject van een groot aantal uitstromers in kaart moet worden gebracht. Per geval moet dan bekeken worden of ExIT verantwoordelijk is geweest voor het wegwerken van belemmeringen, en of dit wegwerken van belemmeringen daadwerkelijk heeft geleid tot uitstroom naar werk. Naast het behalen van de officiële doelstelling uitstroom naar werk van ExIT-klanten, heeft ExIT extra opbrengsten voortgebracht voor niet-exit klanten. Deze opbrengsten kwamen tot stand als gevolg van diagnosestellingen. Iedere potentiële ExIT-klant ondergaat een selectieprocedure en wordt door het ExIT-team besproken in de casuïstiekbespreking. Hieruit blijkt welke WWB-klanten geschikt zijn voor ExIT en welke niet. De WWB-klanten die geschikt worden bevonden komen terecht in de caseload van ExIT. Maar ook de WWB-klanten die niet geschikt zijn voor de caseloald van ExIT hebben profijt bij een diagnosestelling, omdat op deze manier duidelijker is wat de mogelijkheden en beperkingen van een klant zijn. Klanten worden als gevolg van de diagnose gerichter doorverwezen, naar wat voor hen het beste of hoogst haalbare is. Voor een ruim deel van de WWB-klanten is uitstroom naar de arbeidsmarkt haalbaar, maar dit geldt niet voor iedereen. Een deel van de klanten wordt na een diagnosestelling bijvoorbeeld doorverwezen naar de reguliere hulpverlening, omdat zij kampen met ernstige psychische klachten. Dit levert geen resultaat op als het gaat om uitstroom naar werk, maar na de hulpverlening is het aannemelijk dat de kans op uitstroom groter is dan voor de hulpverlening. Voor andere WWB-klanten is vrijwilligerswerk het hoogst haalbare blijkens de diagnosestelling. Dit laatste betekent geen resultaat in de vorm van besparing op een uitkering, maar wel op maatschappelijk gebied. Mensen doen weer mee in de samenleving. Een heldere diagnosestelling levert dus in zoverre resultaat op, dat het helderheid verschaft over de mogelijkheden en beperkingen van een klant. Hiermee is het waarschijnlijk dat de 13

15 kans op een succesvol vervolgtraject wordt vergroot. Hoeveel niet-exit klanten profijt hebben gehad bij een diagnosestelling door ExIT is door de SWA niet onderzocht. Dit werd namelijk niet bijgehouden door het ExIT-team. Er wordt op dit moment door ExIT wel gewerkt aan een nieuw systeem om ook deze gegevens te registreren. De volgende elementen uit de methodiek van ExIT zijn volgens SWA van toegevoegde waarde voor de begeleiding van WWB-klanten met belemmeringen: 1. Diagnosestelling aan het begin van het traject gevolgd door een trajectplan op maat; 2. Beschikbaarheid van hulpverleners die gericht worden ingezet bij de aanpak van belemmeringen; 3. Gerichte toeleiding naar de arbeidsmarkt door de acquisiteur. Andere belangrijke elementen uit de methodiek: Multidisciplinair team waarbij iedere medewerker zijn/haar eigen expertise inbrengt; Lagere caseload in vergelijking met reguliere klantmanagers waardoor tijd beschikbaar is voor de intensieve begeleiding; Niet alleen ExIT maar ook de rest van district kan gebruik maken van de beschikbaarheid van de hulpverleners; Aanwezigheid van een netwerk aan huisartsen, hulpverlenende instanties en werkgevers in Rotterdam. 14

16 Aanbevelingen Sinds kort is bekend gemaakt dat de methodiek van ExIT breder verspreid wordt binnen de organisatie van de SoZaWe. Het is bij deze uitrol belangrijk om te beseffen dat er twee varianten zijn van uitrol. De eerste variant betreft de pure toepassing van de methodiek gericht op ExITklanten, waarbij met een interdisciplinair team een diagnose wordt gesteld en vervolgens gericht gewerkt aan een trajectplan. De tweede variant betreft de aanwezige deskundigheid in het team beschikbaar stellen voor de rest van het district/werkplein. Hierbij gaat het voornamelijk om het geven van adviezen of stellen van diagnoses. ExIT Feijenoord hanteert een combinatie van deze twee varianten. Door de evaluatie is aangetoond, dat de inzet van hulpverleners en de intensieve begeleiding door een multidisciplinair team bevorderend is bij de begeleiding van klanten met beperkingen. Op dit moment komen klanten met beperkingen terecht in domein Werk. Door de recentheid van de organisatieveranderingen bestaat nog geen duidelijk beeld over de wijze waarop klantmanagers binnen dit domein omgaan met deze groep klanten. Hoe een precieze uitrol van de ExIT-methodiek binnen domein Werk eruit moet zien, weten we dus nog niet. Op basis van de evaluatie kunnen we wel enkele mogelijkheden schetsten waarop de uitrol van de methodiek vorm kan krijgen in de praktijk: Binnen elk Werkplein binnen domein Werk een klein kenniscentrum opstellen waar gewerkt wordt volgens de ExIT-methode. Klantmanagers buiten dit centrum wijzen gericht klanten naar dit centrum door. Het kenniscentrum heeft een eigen caseload, maar het domein Werk kan een beroep doen op de expertise van dit ExIT-team, bijvoorbeeld als zij klanten hebben waarbij niet duidelijk is wat er aan de hand is (diagnosestelling), of als ze hulp nodig hebben bij het opstellen van een (trajectplan); ExIT positioneren als re-integratietraject binnen het Werkplein, waar klantmanagers klanten voor kunnen aanleveren. Voor dit re-integratietraject worden alleen klanten met belemmeringen geselecteerd die met intensieve begeleiding binnen twee jaar kunnen uitstromen naar werk. ExIT kan bij deze mogelijkheid ook als re-integratietraject gefinancierd worden. Het voordeel hiervan is dat hiermee het verschil met de rest van de organisatie duidelijk wordt neergezet. Bij bovenstaande mogelijkheden wordt de ExIT-methodiek als geheel uitgerold. Het is ook mogelijk om uitsluitend bepaalde elementen van de methodiek uit te rollen: Binnen het domein Werk, specifiek de teams Werk en Re-integratie, uitsluitend gebruik maken van de beschikbaarheid van hulpverleners en de acquisiteur. De hulpverleners en de acquisiteur hebben bij deze mogelijkheid een adviserende rol. De hulpverleners hebben een eigen caseload waarbij diagnoses worden gesteld en hulp wordt verleend aan klanten. Mocht een klant langdurige psychische hulpverlening nodig hebben, dan kunnen zij zorg dragen voor doorverwijzing naar de reguliere hulpverlening. In dit rapport zijn de resultaten van ExIT in 2006 op het gebied van uitstroom naar werk beschreven. Deze resultaten waren positief, ook in vergelijking met de reguliere werkwijze op een ander district. Of soortgelijke resultaten worden behaald bij een uitrol van slechts enkele elementen 15

17 van de methodiek heeft SWA niet onderzocht. Door de medewerkers van ExIT is wel benadrukt dat een uitrol van de gehele methodiek de beste resultaten oplevert. Welke vorm de mogelijke uitrol van de methodiek van ExIT ook zal aannemen, vast staat dat er tijd in de ontwikkeling ervan geïnvesteerd moet worden. Ieder nieuw ExIT-team zal gezamenlijk een eigen variant van de methodiek moeten uitvinden, die weliswaar gebaseerd is op de methodiek beschreven in dit rapport, maar aangepast op de behoeften en wensen van de klanten uit het betreffende Werkplein. Toch is het voor ieder Werkplein raadzaam om een aantal aanbevelingen in acht te nemen bij een uitrol van de ExIT-methodiek. De volgende aanbevelingen zijn gebaseerd op de ervaringen van ExIT-medewerkers in district Feijenoord. Organisatie: Integreer de klantmanagers en hulpverleners in 1 team en zet ze ook fysiek bij elkaar. Korte lijnen zijn belangrijk bij de ExIT-manier van werken. Medewerkers: In het team van ExIT worden verschillende disciplines samengebracht. ExIT kijkt vanuit verschillende invalshoeken naar klanten. Het is voor medewerkers belangrijk een balans te vinden tussen het trouw blijven aan de eigen discipline en tegelijkertijd in staat zijn om de zaak vanuit een bredere blik te bezien. Het is belangrijk om elkaars zienswijze en cultuur te leren kennen en te beseffen dat alle disciplines gelijkwaardig zijn (de hulpverleners staan niet boven de klantmanagers, of andersom). Andere belangrijke kenmerken waar medewerkers aan moeten voldoen: Samenwerking in het team is belangrijk gezien de hoge mate aan intern overleg (in de casuïstiekbesprekingen, maar ook tussen het werk door). Intercollegiaal overleg is echt onderdeel van het werk. Het is dus belangrijk dat medewerkers geen soloplayers zijn; Bij het integreren van hulpverleners van Bavo Europoort in het team ExIT bij SoZaWe is het goed om er rekening mee te houden, dat deze terecht komen in een voor hen onbekende wereld. Ook voor de klantmanagers is het werken met hulpverleners in het begin onwennig. Bekendheid en communicatie over ExIT binnen de organisatie: In de beginfase kampte ExIT Feijenoord met een slechte status op het district. De oorzaak hiervan was grote onbekendheid van ExIT onder de medewerkers. Bij een uitrol van de ExIT-methodiek moet worden geïnvesteerd in communicatie naar de rest van het Werkplein over wat ExIT precies is en hoe het werkt. Dit is niet alleen belangrijk voor de status van ExIT, het is ook nuttig voor de werking van de methodiek, als ervoor wordt gekozen dat ook klantmanagers buiten ExIT gebruik kunnen maken van de hulpverleners en de acquisiteur. Dit was voor veel klantmanagers op district Feijenoord in het begin onbekend. Slechts enkelen maakten toen gebruik van deze diensten. Later heeft zich dit wel ontwikkeld, maar het leert wel dat goede voorlichting onder de medewerkers belangrijk is. Opbouw netwerk De hulpverleners van ExIT Feijenoord hebben in de loop van de tijd een heel netwerk aan huisartsen en hulpverlenende instanties opgebouwd. Ook de acquisiteur beschikt over een groot netwerk aan werkgevers in Rotterdam. Hiernaast heeft de maatschappelijk werkster een netwerk 16

18 bestaande uit kinderopvang en schuldhulpverlening. Bij uitrol van de methodiek moet men er rekening mee houden dat deze netwerken nog moeten worden opgebouwd. Toekomst Verder wordt toekomstig (evaluatie)onderzoek door de SWA aanbevolen. Bij toekomstig onderzoek is het mogelijk om de effecten van ExIT op langere termijn te onderzoeken. Stromen ExIT-klanten daadwerkelijk duurzaam uit of stromen zij na bepaalde tijd toch weer terug in de uitkering? Worden belemmeringen door de intensieve begeleiding daadwerkelijk weggewerkt of beheersbaar gemaakt, of krijgen ExIT-klanten op de lange duur toch weer te maken met de belemmeringen? 17

19

20 1 Achtergronden De directie van SoZaWe gemeente Rotterdam heeft aan de SWA verzocht het project ExIT in district Feijenoord te evalueren. Het evaluatieonderzoek is in september 2007 van start gegaan. In de eerste fase van het onderzoek stonden de resultaten van ExIT centraal. Ook is gekeken hoe de resultaten van ExIT eruit zien in vergelijking met de resultaten van een ander district. De eerste fase is afgerond in december 2007, waarna gestart is met de tweede fase van de evaluatie. In de tweede fase van het onderzoek is de methodiek van ExIT in kaart gebracht. Ook is een kostenbatenanalyse van het project uitgevoerd. De tweede fase van de evaluatie is in mei 2008 afgrond. In deze rapportage zijn de resultaten van beide fasen opgenomen. Hiermee vormt dit rapport de eindevaluatie van ExIT. 1.1 Inleiding Een aantal jaren geleden werd districtsmanagers de mogelijkheid geboden om ideeën voor nieuwe projecten in te dienen met het oog op volumereductie. De directie zou vervolgens bekijken in hoeverre de ideeën gehonoreerd konden worden. Een van de projecten die gehonoreerd werd is ExIT. EXIT staat voor Extra Intensieve Trajectbegeleiding en beoogt het bevorderen van de uitstroom van (langdurig) werklozen, door middel van het opheffen van belemmeringen. Het project is in mei 2005 officieel van start gegaan. Het belangrijkste doel van het project ExIT is, zoals gezegd, een substantiële daling van het volume van de WWB door middel van uitstroom naar werk. ExIT is gericht op een selectie van WWB-klanten uit district Feijenoord. Deelgemeente Feijenoord bestaat uit een zeer heterogene bevolking, waarvan een aanzienlijk deel van niet-nederlandse afkomst is. Als Feijenoord wordt vergeleken met andere deelgemeenten, valt op dat het opleidingsniveau van de bewoners lager is en de werkloosheid hoger 1. Uit ervaringen van klantmanagers in dit district, blijkt dat cliënten vaak te kampen hebben met meervoudige problematiek (denk aan financiële, psychische en psychiatrische problemen en sociaal isolement) 2. Door de geselecteerde WWB-klanten intensief te begeleiden beoogt ExIT in staat te zijn deze klanten te laten uitstromen. Om dit te bereiken werkt ExIT met een multidisciplinair team. Het ExITteam bestaat uit een projectleider, klantmanagers, een kwaliteitsmedewerker, een acquisiteur, een maatschappelijk werkster, een psycholoog en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige vanuit Bavo Europoort. Het team stelt gezamenlijk voor iedere ExIT-klant een trajectplan op. In dit trajectplan wordt bepaald hoe de begeleiding van de klanten eruit zal zien, wie erbij betrokken zijn en welk tijdspad eraan verbonden is. De acquisiteur speelt een belangrijke rol bij het vinden van 1 2 COS (2007). Feijenoord in beeld Rotterdam Deze gegevens zijn afkomstig uit diverse beleidsstukken en nota s van ExIT 19

21 mogelijke banen voor ExIT-klanten. ExIT heeft haar eigen klantmanagers. Er wordt niet gewerkt met reguliere klantmanagers 3. De reguliere klantmanagers uit district Feijenoord mogen wel een beroep doen op de expertise van ExIT, als zij niet goed weten wat zij met een WWB-klant moeten doen. Het doel van ExIT is dat klanten binnen twee tot maximaal drie jaar uitstromen. Als eerder blijkt dat klanten te veel belemmeringen hebben om binnen deze periode uit te stromen gaan zij terug naar het reguliere district. 1.2 Doelstelling van het onderzoek De belangrijkste doelstelling van dit onderzoek bestaat uit het beschrijven van de resultaten van ExIT. Ook zullen de resultaten van dit project zo goed als mogelijk worden vergeleken met de resultaten van de reguliere werkwijze van klantmanagers voor vergelijkbare groepen klanten. Voor de directie is het namelijk belangrijk om antwoord te krijgen op de vraag of ExIT een meerwaarde heeft ten opzichte van de reguliere werkwijze van klantmanagers. Verder zal de werkwijze van ExIT in kaart worden gebracht. Vanuit het oogpunt van de directie is het belangrijk om een beeld te krijgen van de mogelijkheden om de werkwijze van ExIT in te bedden in de organisatie van SoZaWe. 1.3 Onderzoeksperiode Het jaar 2006 wordt gehanteerd als onderzoeksperiode voor dit onderzoek. Dit kan als volgt worden gemotiveerd; in de beginfase had ExIT te maken met enige aanloopproblemen, waaronder een nog niet ontwikkelde methodiek. Deze problemen werden aan het eind van 2005 grotendeels opgelost. Het aannemen van 2006 als onderzoeksperiode, biedt naar ons idee de meeste kans op een representatief beeld van de resultaten en ontwikkelingen van ExIT. Voorts zullen kort de resultaten van het jaar 2007 en de eerste maanden van 2008 worden gepresenteerd, om aan te geven hoe de resultaten van ExIT zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld. 1.4 Onderzoeksgroep De onderzoeksgroep bestaat uit alle klanten die in 2006 in begeleiding zijn geweest bij ExIT. September 2007 is de peildatum voor het vaststellen van de resultaten. Omdat het in dit onderzoek niet alleen belangrijk is om de resultaten van ExIT te beschrijven, maar ook om de bevindingen in een vergelijkend kader te plaatsen, zetten we uiteen waar de referentiegroepen uit bestaan. In dit rapport wordt twee keer een vergelijking gemaakt: In hoofdstuk drie beschrijven we de bereikte klantengroep van ExIT op basis van algemene kenmerken, zoals geslacht, leeftijd, etniciteit, etc. Om te bekijken hoe de kenmerken van ExIT Met reguliere klantmanagers worden klantmanagers buiten team ExIT bedoeld.

22 klanten eruit zien in vergelijking met gemiddelde SoZaWe-klanten, wordt per algemeen kenmerk een vergelijking gemaakt met het hele SoZaWe-bestand. In hoofdstuk vier vindt de resultaatvergelijking plaats. Om de beschreven resultaten te vergelijken met de resultaten van reguliere klantmanagers, worden de uitstroomresultaten van ExIT vergeleken met een doorsnede van de klanten uit district Charlois in dezelfde periode. De populatie klanten uit Charlois komt redelijk overeen met die van Feijenoord. Daarom is gekozen voor dit district als vergelijkingsgroep. 1.5 Probleemstelling De centrale onderzoeksvragen met bijbehorende deelvragen kunnen als volgt worden geformuleerd. Wat zijn de resultaten van het project ExIT in het licht van de beleidsmatige doelstelling; het bevorderen van de uitstroom van langdurig werklozen, door middel van het opheffen van belemmeringen? 1. Hoeveel deelnemers zijn in het jaar 2006 in begeleiding geweest bij het project ExIT en wat zijn de kenmerken van deze deelnemers? Met kenmerken wordt bedoeld: - Demografische persoonlijke kenmerken en uitkeringsgegevens; - Persoonlijke problematiek met welke belemmeringen hebben deelnemers te maken bij aanvang van deelname; - Maatschappelijke participatie; - Activeringswensen- en mogelijkheden; - Resultaten van eerdere zorg- en/of activeringstrajecten. 2. Welke concrete resultaten hebben de deelnemers in september 2007 behaald, als wordt gekeken naar: - Uitstroom uit de uitkering door het vinden van betaald werk; - Herinstroom in de uitkering. 3. Hoe verhouden de uitstroomresultaten van ExIT zich tot de uitstroomresultaten van de reguliere werkwijze van klantmanagers met vergelijkbare groepen klanten? 4. Op welke manier is de methodiek van ExIT georganiseerd en uitgevoerd, met specifieke aandacht voor: - invulling van de teamsamenstelling van ExIT (hierbij komt o.a. de betrokkenheid van psychologen, maatschappelijk werkers en acquisiteurs aan bod); - onderlinge taakverdeling van ExIT-medewerkers; - manier van selectie en assessment voor deelname aan ExIT door de medewerkers; - stapsgewijze werkwijze en gehanteerde instrumenten gericht op het wegwerken van belemmeringen en bevorderen van uitstroom van de deelnemers; - organisatorische voorwaarden zoals caseload, frequentie klantcontact, etc. - manier waarop nazorg is georganiseerd; - aansturing van medewerkers. 5. Welke rol hebben de werkzaamheden van ExIT volgens klanten en medewerkers gespeeld in het bereiken van de behaalde resultaten? 21

23 6. Hoe verhouden de kosten per uitgestroomde deelnemer van ExIT zich tot de gemiddelde kosten van andersoortige trajecten? 1.6 Gegevensbronnen Voor de beantwoording van de eerste drie deelvragen is gebruik gemaakt van meerdere gegevensbronnen. Om een eerste indruk te krijgen van de algemene kenmerken van de onderzoeksgroep (denk hierbij aan leeftijd, geslacht, etniciteit, opleiding, etc.) is gebruik gemaakt van GWS. Ook voor de hoeveelheid beperkingen van de WWB-klanten uit de onderzoeksgroep is in eerste instantie gekeken naar GWS. Omdat de medewerkers van ExIT hebben aangegeven dat zij niet alles kunnen registreren in GWS op het gebied van beperkingen, is ervoor gekozen om naast GWS gebruik te maken van ExIT-dossiers. Ook zijn enkele medewerkers van ExIT geïnterviewd om op deze manier een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de doelgroep. Voor de meest punten is het inderdaad gelukt om de kenmerken van de ExIT-deelnemers in 2006 te beschrijven. Voor twee kenmerken, namelijk maatschappelijke participatie en activeringswensen en mogelijkheden, is dit echter niet gelukt. Bij het opstellen van het onderzoeksvoorstel (zie bijlage I) werd ervan uitgegaan dat dergelijke gegevens te vinden zouden zijn in de SoZaWe-dossiers. Dit bleek echter niet het geval. De gepresenteerde casusbeschrijvingen en interviews in dit rapport werpen wel enig licht op de maatschappelijke participatie en activeringswensen en mogelijkheden van ExIT-klanten. Samengevat is voor de eerste fase van het onderzoek gebruik gemaakt van de volgende gegevensbronnen: - GWS; - ExIT-dossiers/SoZaWe-dossiers; - Interviews. Voor de beantwoording van de laatste drie deelvragen is hoofdzakelijk gebruik gemaakt van kwalitatieve gegevens afkomstig uit groepsgesprekken en interviews met ExIT-medewerkers. Ook zijn enkele gesprekken gevoerd met ExIT-klanten. Om het kostenplaatje van ExIT in beeld te krijgen is gesproken met de projectleider van team ExIT. Hiernaast is gebruik gemaakt van beschikbare financiële overzichten. Samengevat is voor de tweede fase van het onderzoek gebruik gemaakt van de volgende gegevensbronnen: - Groepsgesprekken en interviews met medewerkers team ExIT; - Interviews met enkele klanten uit de caseload van ExIT; - Financiële overzichten. 1.7 Methodologische verantwoording Met de medewerkers zijn in totaal vier groepsgesprekken gevoerd. Deze gesprekken duurden een dagdeel en hierbij kwam de methodiek van ExIT uitgebreid aan de orde. Ook zijn diverse casussen 22

24 besproken. Naast deze gesprekken zijn medewerkers uit het ExIT-team afzonderlijk geïnterviewd over hun werkzaamheden. Als laatste heeft de onderzoeker van dit rapport enkele dagdelen meegelopen met het team, om op deze manier een helder beeld te krijgen van de methodiek in de praktijk. Naast de medewerkers is voor het onderzoek gesproken met ExIT-klanten uit de volgende drie groepen: 1. Klanten die zijn uitgestroomd (2x); 2. Klanten die nog in de caseload van ExIT zitten (2x); 3. Klanten die als gevolg van te veel belemmeringen zijn overgedragen aan het district (2x). De manier van interviewen verliep als volgt; op basis van bovenstaande groepsindeling zijn de klantmanagers van ExIT op zoek gegaan naar geschikte respondenten. Zij namen telefonisch contact op met geschikte klanten en vertelden in het kort over het interview. Hierna nam de onderzoeker contact op met de respondent en werd een concrete afspraak gemaakt. In de meeste gevallen vonden de interviews plaats op district Feijenoord in één van de gesloten spreekkamers. In twee gevallen is het interview telefonisch afgenomen, omdat de betreffende respondenten overdag werkten. In het algemeen verliepen de gesprekken met klanten soms wat moeizaam. Voor de meeste klanten gold dat zij niet zo goed wisten wanneer ExIT nu precies in beeld kwam, omdat zij al diverse klantmanagers hebben gezien in hun tijd bij SoZaWe. Pas als concrete namen van ExITmedewerkers werden genoemd, kwam het gesprek beter op gang. Ook als klanten te maken hadden met bepaalde (psychische) problemen, vonden ze dit vaak moeilijk om over te praten. 1.8 Organisatieverandering De rapportagefase van dit evaluatierapport liep vanaf december 2007 tot mei In maart 2008 heeft een grote organisatieverandering plaatsgevonden binnen SoZaWe. Hierbij is een scheiding tussen Werk en Inkomen ingevoerd. District Feijenoord is als gevolg hiervan veranderd in BVG Zuid-Oost en deze nieuwe term is vanaf april 2008 opnieuw gewijzigd in Werkplein Dwarsdijk. In dit rapport wordt nog de term district Feijenoord gehanteerd. Voor de organisatieverandering werden klantmanagers buiten team ExIT door ExIT-medewerkers aangeduid als reguliere klantmanagers. Al deze reguliere klantmanagers hadden toen immers dezelfde werkzaamheden. Vanaf maart 2008 zijn de klantmanagers ingedeeld in domein Werk of domein Inkomen. Wanneer in dit rapport de term regulier team of reguliere klantmanager wordt gehanteerd, wordt hiermee een team of klantmanager buiten ExIT bedoeld. 23

25

26 2 Werkwijze van ExIT 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de doelgroep en de werkwijze van ExIT. ExIT is in mei 2005 gestart zonder een vooraf uitgedachte werkwijze. De methodiek is geleidelijk en met de input van alle medewerkers uit het team ontwikkeld. Het voordeel hiervan is een grote betrokkenheid van de medewerkers. Wat heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de methodiek, is het feit dat enkele medewerkers uit het team afkomstig zijn uit Werkstad. Binnen Werkstad werd gewerkt op een manier die veel overeenkomsten vertoonde met de methodiek die ExIT voor ogen had. De medewerkers hebben geen aanvullende cursussen of opleidingen gevolgd voor hun functie in team ExIT. Wel is in teamverband incidenteel aan bijscholing gedaan. Er zijn bijvoorbeeld enkele congressen bezocht waarbij het omgaan met mensen met problemen werd behandeld. In dit hoofdstuk gaan we, voordat de werkwijze uitgebreid aan bod komt, in op de beoogde doelgroep van ExIT. Een helder beeld van de beoogde doelgroep en de werkwijze is noodzakelijk om de resultaten van ExIT, die in hoofdstuk vier aan de orde komen, goed te interpreteren. Waar mogelijk wordt de werkwijze van ExIT geïllustreerd door een casus uit de praktijk te presenteren. De informatie in dit hoofdstuk is afkomstig uit interviews met medewerkers en klanten. 2.2 Doelgroep van ExIT De opdracht van ExIT is enige tijd in beweging geweest. Op district Feijenoord was in de beginperiode van ExIT (mei 2005) een grote groep fase-1 klanten die al langer dan een half jaar in het bestand zat. Het was de bedoeling dat ExIT allereerst met deze klanten aan de slag zou gaan. Toen dit klantenbestand binnenkwam bij ExIT bleken er veel klanten tussen te zitten die al veel langer dan een half jaar in de WWB zaten, sommigen zelfs al jarenlang. Ook bleek een ruim deel van de klanten die een half jaar of net iets langer in fase 1 zaten, de hulp van ExIT niet daadwerkelijk nodig te hebben. In overleg werd vervolgens bepaald dat ExIT past bij een zwaardere groep klanten met een veel grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De doelgroep is toen van fase-1 klanten veranderd in fase 3-4 klanten, die tussen de 3 en 23 jaar in de uitkering zit. Een groep die volgens de projectleider van ExIT te maken heeft met meervoudige problemen als gevolg van langdurige werkloosheid. Verder heeft Feijenoord volgens de projectleider een grote groep klanten die niet in Nederland geboren zijn. Hier zitten ook vluchtelingen bij, die traumatische ervaringen hebben opgedaan in het buitenland. Voorts heeft deze groep te maken met problemen als slechte taalbeheersing, geen relevante opleiding en werkervaring. De geselecteerde groep klanten van ExIT heeft volgens de projectleider niet de (structurele) aandacht ontvangen, die ze gezien hun problematiek wel nodig hebben. Deze mensen zijn vaak 25

27 wel op trajecten gezet, maar omdat de (meervoudige) problemen van klanten naast werkloosheid hierbij niet structureel zijn aangepakt, hebben deze trajecten geen positief resultaat geboekt. Ook kan het zo zijn dat klanten al zo lang in de bijstand zitten, dat ze om die reden niet meer worden aangemeld voor trajecten. Deze laatste groep heeft dan lange tijd geen aandacht gekregen en is dus eigenlijk verwaarloosd. En juist deze klanten moeten volgens de projectleider op meerdere punten actief worden begeleid en ondersteund. Als zij goed en actief worden begeleid, hebben zij volgens ExIT wel de potentie om binnen een bepaalde periode uit te stromen. In het begin was het de bedoeling dat ExIT-klanten binnen een jaar zouden uitstromen. In de loop van de tijd is dit twee tot maximaal drie jaar geworden. Volgens de projectleider heeft een aanzienlijk deel van de klanten te maken met een dusdanige psychische problematiek dat deze niet binnen een tijdsbestek van 1 jaar kunnen uitstromen. Zij concludeert voorzichtig dat hoe langer mensen in de uitkering zitten, hoe groter de psychische problemen kunnen worden. Verder hebben ExIT klanten volgens de projectleider veelvuldig te maken met belemmeringen zoals schuldenproblematiek, gebrek aan kinderopvang, verouderde of geen opleiding en voornamelijk geen tot weinig werkervaring. Ten slotte valt de projectleider op dat er veel mannen in het ExIT-bestand zitten, waarvan een groot deel te maken heeft met agressieproblemen, bijvoorbeeld door trauma s in het verleden. Hiervoor worden zij doorverwezen naar de eigen psychologen van het ExIT-team of Bavo Europoort voor het volgen van agressiebehandelingen. Dit is een voorbeeld van een dienst door ExIT die niet door reguliere klantmanagers wordt verleend. ExIT-klanten hebben volgens de medewerkers van ExIT dus te maken met problemen en belemmeringen, maar toch moet het mogelijk zijn om binnen twee tot drie jaar uit te stromen naar de arbeidsmarkt. Verder voldoen de klanten van ExIT grofweg aan het volgende profiel: Klanten ontvangen langer dan 3 jaar een WWB-uitkering; Klanten hebben (vaak) al eerder een traject gevolgd, maar zijn toen om diverse redenen niet uitgestroomd; Klanten zitten al zo lang in de bijstand, dat ze om die reden niet meer voor trajecten worden aangemeld; Klanten zijn niet ouder dan 45 jaar (met enkele uitzonderingen); Klanten beheersen de Nederlandse taal minimaal op niveau 2; Klanten hebben te maken met belemmeringen die de toegang tot de arbeidsmarkt bemoeilijken; Klanten hebben te maken met psychische/psychiatrische problemen. Klanten die aan dit profiel voldoen worden uit het totale klantenbestand van district Feijenoord overgedragen aan ExIT. Nu het profiel van de ExIT-klanten geschetst is, beschrijven we in de volgende paragrafen de werkwijze die ExIT hanteert om deze klanten daadwerkelijk binnen twee tot drie jaar aan het werk te helpen. 26

28 2.3 Teamsamenstelling ExIT heeft een multidisciplinaire samenstelling. Het team bestaat uit een projectleider, enkele klantmanagers, een kwaliteitsmedewerker, een acquisiteur, een maatschappelijk werkster, een psycholoog en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige vanuit Bavo Europoort. Hieronder wordt de inhoud van de functies beschreven. In de volgende paragrafen diepen we deze beschrijving verder uit, door de stappen uit het werkproces van ExIT weer te geven. De projectleider is verantwoordelijk voor de resultaten van ExIT en de aansturing van de medewerkers; De maatschappelijk werkster is verantwoordelijk voor de (eerste stap van de) selectie van deelnemers. Zij bepaalt aan de hand van het bestuderen van dossiers welke WWB-klanten van het district terecht komen in de caseload van ExIT. Hierna overlegt de maatschappelijk werkster met de projectleider/kwaliteitsmanager om te bepalen aan welke klantmanager een geselecteerde klant kan worden toegewezen. Verder begeleidt zij ExIT-klanten met schulden naar de schuldhulpverlening. De Kredietbank doet de feitelijke schuldhulpverlening, maar het aanmelden is volgens de maatschappelijk werkster een ingewikkeld werk waarbij veel klanten hulp nodig hebben. Voorts houdt de maatschappelijk werkster zich bezig met problematiek die normaal gesproken ook wordt opgepakt door het maatschappelijk werk in Feijenoord. Denk hierbij aan opvoedingsproblemen, huisvesting, rouwverwerking, kinderopvang en allerlei andere financiële problematiek naast schulden (bijvoorbeeld hulp bij budgetteren); De klantmanagers spelen een belangrijke coördinerende rol tijdens de hele looptijd van de begeleiding van ExIT-klanten. Belangrijke onderdelen hiervan zijn het voeren van de eerste gesprekken met een mogelijke ExIT-klant waarbij de quickscan, een door het team zelf ontwikkeld instrument, wordt ingevuld. Verder leggen de klantmanagers na de eerste gesprekken een sociaal huisbezoek af om meer over de deelnemer te weten te komen. Als het team besloten heeft dat een klant wordt opgenomen in de caseload van ExIT, schrijven de klantmanagers het uiteindelijke trajectplan. Naast deze werkzaamheden dragen klantmanagers zorg voor het inkomensbeheer van de klanten; De psycholoog en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige (werkzaam bij Bavo Europoort en verbonden aan ExIT) proberen de psychische belemmeringen van een ExIT-klant zo goed mogelijk in kaart te brengen. Zij stellen een diagnose vast en maken een trajectplan voor de hulpverlening. Als een klant langdurige hulpverlening nodig heeft, sturen zij de klant met een gericht plan door naar de reguliere hulpverlening. De psycholoog en de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige geven beide arbeidshulpverlening; De acquisiteur speelt een belangrijke rol bij het vinden van mogelijke banen voor ExITklanten. De acquisiteur praat hiervoor veel met de klantmanagers, heeft contacten met werkgevers en spreekt geregeld rechtstreeks met klanten zelf. 27

29 2.4 Selecteren van klanten De selectieprocedure die het team hanteert voor het toevoegen van nieuwe WWB-klanten aan de caseload van ExIT kent verschillende stappen: Stap 1: de maatschappelijk werkster bepaalt door het bestuderen van dossiers welke klanten geschikt zijn voor de caseload van ExIT; Stap 2: de klantmanagers ontvangen de geselecteerde dossiers en bestuderen deze nogmaals; Stap 3: de potentiële ExIT-klant wordt uitgenodigd voor een eerste gesprek en aan de hand hiervan wordt de quickscan ingevuld en een sociaal huisbezoek afgelegd; Stap 4: de potentiële ExIT-klant wordt besproken in de casuïstiekbespreking, waarbij alle medewerkers uit het team input leveren. Stap 1 De inschatting of het mogelijk is klanten binnen twee tot drie jaar uit te laten stromen naar werk begint bij de maatschappelijk werkster van ExIT. Zij maakt deze inschatting op basis van het bestuderen van een selectie van SoZaWe-dossiers. Deze dossiers komen bij de maatschappelijk werkster binnen via verschillende wegen: - De maatschappelijk werkster bestudeert alle dossiers van de nieuw toegekende uitkeringen op het district met een B-status 4 ; - De maatschappelijk werkster bekijkt de dossiers van klanten die volgens reguliere klantmanagers geschikt zijn voor ExIT; - Reguliere klantmanagers hebben de mogelijkheid om vragen aan de hulpverleners van ExIT te stellen over WWB-klanten. WWB-Klanten kunnen via deze weg in de caseload van ExIT terecht komen; - Enkele medewerkers uit het ExIT-team begeleiden naast ExIT-klanten ook klanten die niet in de caseload van ExIT zitten (over deze gemengde caseload meer in paragraaf 2.11). Ook op deze manier worden geschikte klanten voor de caseload van ExIT gevonden; Per week krijgt de maatschappelijk werkster ongeveer 4 tot 5 dossiers binnen om te bestuderen. Bij de selectie van mogelijke deelnemers voor ExIT maakt de maatschappelijk werkster gebruik van een aantal criteria: - Leeftijdsgrens: niet ouder dan 45 jaar; - Taal: beheersing van de Nederlandse taal op minimaal NT 2 niveau 2; - Psychische/lichamelijke problemen en andere beperkingen die de uitstroom naar arbeid kunnen bemoeilijken: volgens de medewerkers worden klanten met weinig beperkingen niet opgenomen in de caseload. Ook is het niet de bedoeling dat klanten die een langdurig hulpverleningstraject moeten volgen, terecht komen in de caseload van ExIT. Het is de bedoeling dat ExIT-klanten binnen twee tot drie jaar uitstromen. Klanten met weinig beperkingen, of klanten die wegens chronische psychische problemen en beperkingen langdurige hulpverlening nodig hebben, worden in een regulier team geplaatst; - De beschikbare gegevens worden op een rij gezet: hoe oud is iemand? Hoe ziet de gezinssituatie eruit? Wat is er bekend over opleiding en werkervaring? Wat is er bekend 4 28 Voor de organisatieveranderingen vanaf 1 maart 2008 werd op district Feijenoord gewerkt met een screeningsformulier. Alle nieuwe WWB-klanten kregen op deze manier een A, B of C-status. Nieuwe WWBklanten die werden geïndiceerd als B-klant kwamen in aanmerking voor de caseload van ExIT.

Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer

Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Inleiding Op 1 februari 2007 is de gemeente Boxmeer, in samenwerking met IBN Arbeidsintegratie gestart met het zogenaamde Groenproject. Dit project, waarbij

Nadere informatie

Tevredenheid WWB-klanten 2013. Dienst SoZaWe NW Fryslân

Tevredenheid WWB-klanten 2013. Dienst SoZaWe NW Fryslân Tevredenheid WWB-klanten 2013 Dienst SoZaWe NW Fryslân COLOFON Samenstelling Andrew Britt Annelieke van den Heuvel Naomi Meys Vormgeving binnenwerk SGBO Benchmarking Druk SGBO Benchmarking Maart 2014 SGBO

Nadere informatie

Vragen en antwoorden. Antwoord: Leeftijdsopbouw WWB-bestand: 27 tot 45 jaar 67 personen 45 tot 60 jaar 82 personen 60 tot 65 jaar 22 personen

Vragen en antwoorden. Antwoord: Leeftijdsopbouw WWB-bestand: 27 tot 45 jaar 67 personen 45 tot 60 jaar 82 personen 60 tot 65 jaar 22 personen Aanvullende vragen burgerraadslid mw. A. van Esch (fractie PK) betreffende plan van aanpak re-integratie van uitkeringsgerechtigden (n.a.v. Politieke avond d.d. 12 maart 2009) en beantwoording. Politieke

Nadere informatie

Factsheet. Inleiding. Thema Werkgelegenheid

Factsheet. Inleiding. Thema Werkgelegenheid Factsheet Thema Werkgelegenheid Inleiding Rotterdam wil dromers, denkers en doeners ondersteunen bij het realiseren van ideeën en initiatieven waarmee maatschappelijke vraagstukken in de stad worden aangepakt.

Nadere informatie

Verhuizingen en uitstroom onder WWB-klanten in de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. Fred Reelick

Verhuizingen en uitstroom onder WWB-klanten in de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. Fred Reelick Verhuizingen en uitstroom onder WWB-klanten in de deelgemeenten Charlois en Feijenoord Fred Reelick Verhuizingen en uitstroom onder WWB-klanten in de deelgemeenten Charlois en Feijenoord Januari 2011 Fred

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler)

gemeente Eindhoven Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler) gemeente Eindhoven Raadsnumrner 04.R820.00I inboeknummer o4tooosxs Classificatienummer x.888 Dossiernummer 4aa.6ox 25 mex 2004 Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler) Betreft rapport Reintegratie

Nadere informatie

BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE. Resumé bevindingen

BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE. Resumé bevindingen BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE Resumé bevindingen Inleiding Ekdé werk&mobiliteit BV is juli 07 gestart met een screening van samenlopers ingeschreven bij de gemeente Zwolle. Over elke kandidaat is

Nadere informatie

Follow up onderzoek naar minimabeleid

Follow up onderzoek naar minimabeleid Follow up onderzoek naar minimabeleid 1. Inleiding Op 20 mei 2009 is het rapport Onderzoek Minimabeleid Rekenkamercommissie Waterland verschenen. Dit rapport is in de raad van 27 oktober 2009 voor kennisgeving

Nadere informatie

Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid

Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid Businesscase WAO 1. Inleiding In de begrotingsafspraken 2014 van de regeringspartijen met D66, CU en SGP is het volgende afgesproken: Het UWV maakt een businesscase over hoe en voor welke groepen de kansen

Nadere informatie

Re-integratie van langdurig bijstandsafhankelijke cliënten op de arbeidsmarkt. Van inzicht in cliënten naar het ontwikkelen van

Re-integratie van langdurig bijstandsafhankelijke cliënten op de arbeidsmarkt. Van inzicht in cliënten naar het ontwikkelen van Re-integratie van langdurig bijstandsafhankelijke cliënten op de arbeidsmarkt. Van inzicht in cliënten naar het ontwikkelen van re-integratietrajecten Inhoud Onderzoeksgroep Kernpunt onderzoek Theoretisch

Nadere informatie

2. Het beleid ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting wijzigen en aan

2. Het beleid ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting wijzigen en aan Aan de gemeenteraad 26 juni 2007 Onderwerp: Ontheffingen arbeidsverplichting WWB 1. Voorstel 1. Het beleid ten aanzien van ontheffing van de arbeidsverplichting wijzigen en aan alleenstaande ouders met

Nadere informatie

Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB).

Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB). Raadsmemo Datum: 16 juni 2015 Aan: Gemeenteraad van Kopie aan: Van: Voor informatie: Onderwerp: P. van Zwanenburg Hans Tadema, Ontwikkeling Onderzoek Jongeren in de Wet werk en bijstand (WWB). 1. Aanleiding

Nadere informatie

Bijlagen. Tevredenheid van potentiële werknemers

Bijlagen. Tevredenheid van potentiële werknemers Bijlagen Tevredenheid van potentiële werknemers Evaluatie Pastiel Bijlagen Tevredenheid van potentiële werknemers Pastiel Drs. Jan Dirk Gardenier MBA Erik Geerlink, MSc Lotte Piekema, MSc Februari 2014

Nadere informatie

Methodiekbeschrijving Januari 2008. Laat Zien Wat Je Kunt

Methodiekbeschrijving Januari 2008. Laat Zien Wat Je Kunt Methodiekbeschrijving Januari 2008 Laat Zien Wat Je Kunt Deel 1: Methodiekbeschrijving Het is bij de juiste methodiekvaststelling bepalend uit welke personen de doelgroep bestaat. De methodiek is vooral

Nadere informatie

Sociale stijging in Velve-Lindenhof Effecten van het werk van de wijkcoaches. Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink

Sociale stijging in Velve-Lindenhof Effecten van het werk van de wijkcoaches. Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Sociale stijging in Velve-Lindenhof Effecten van het werk van de wijkcoaches Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Juni, 2012 1 Inleiding In deze rapportage onderzoeken we of de aanpak van de

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Sociale Zaken

Voortgangsrapportage Sociale Zaken Voortgangsrapportage Sociale Zaken 2e e half 2013 gemeente Landsmeer [Geef tekst op] [Geef tekst op] [Geef tekst op] Afdeling Zorg en Welzijn April 2014 1. Inleiding Voor u ligt de voortgangsrapportage

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

TRAJECT OP MAAT INVESTEREN IN JEUGD

TRAJECT OP MAAT INVESTEREN IN JEUGD Eigen kracht, motivatie, vertrouwen, nieuwe mogelijkheden, ontdekken en ontwikkelen van talenten JEUGD & ONDERWIJS TRAJECT OP MAAT INVESTEREN IN JEUGD Gemeente s Hertogenbosch Afdeling Jeugd en Onderwijs

Nadere informatie

Evaluatie WerkDirect. Marcel van Toorn

Evaluatie WerkDirect. Marcel van Toorn Evaluatie WerkDirect Marcel van Toorn Evaluatie WerkDirect Marcel van Toorn December 2007 2007 dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid [SoZaWe], Sociaal-wetenschappelijke Afdeling, Rotterdam Niets uit

Nadere informatie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Quick scan re-integratiebeleid Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Doetinchem, 16 december 2011 1 1. Inleiding De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 18 december 2008 het beleidsplan

Nadere informatie

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving Aanpak: Bijzondere Zorg Team Namens de gemeente Deventer hebben drie netwerkpartners de vragenlijst gezamenlijk ingevuld. Dit zijn Dimence GGZ, Tactus verslavingszorg, en Iriszorg maatschappelijke opvang.

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL)

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Algemeen Met ingang van 1 januari 2004 is de Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. In de WWB staat de eigen verantwoordelijkheid van

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZ ASTEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZ ASTEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZ ASTEN 2015 De raad van de gemeente Asten, gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 19 mei 2015; gehoord het advies van de Commissie

Nadere informatie

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014 Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Magnée, T., Beurs, D.P. de, Verhaak. P.F.M. Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek.

Nadere informatie

RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013. BLIK op WERK KEURMERK. DaAr Werkmaatschappij van Stichting GGnet. 1 Inhoudsopgave

RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013. BLIK op WERK KEURMERK. DaAr Werkmaatschappij van Stichting GGnet. 1 Inhoudsopgave RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013 BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie en bereikbaarheid

Nadere informatie

RAPPORT CLIËNTAUDIT 2013 / 2014. BLIK op WERK KEURMERK. CV Match VOF. 1 Inhoudsopgave

RAPPORT CLIËNTAUDIT 2013 / 2014. BLIK op WERK KEURMERK. CV Match VOF. 1 Inhoudsopgave Casenummer BOW RAPPORT CLIËNTAUDIT 2013 / 2014. BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie

Nadere informatie

decreet Werk- en zorgtrajecten Goedgekeurd in plenaire zitting Vlaams parlement 23 april 2014

decreet Werk- en zorgtrajecten Goedgekeurd in plenaire zitting Vlaams parlement 23 april 2014 decreet Werk- en zorgtrajecten Goedgekeurd in plenaire zitting Vlaams parlement 23 april 2014 Basis = participatieladder Kader: Trede 5 = maatwerkdecreet Trede 3 en 4= decreet Werk- en zorgtrajecten Trede

Nadere informatie

Begeleid zelfstandig wonen. Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking

Begeleid zelfstandig wonen. Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking Begeleid zelfstandig wonen Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking Melius Zorg - Tel: 010 842 2526 - Email: info@meliuszorg.nl - Kenmerken begeleiding (LVB-) Jongeren Melius Zorg biedt

Nadere informatie

Jaarverslag. schulddienstverlening 2013. Een goede start

Jaarverslag. schulddienstverlening 2013. Een goede start Jaarverslag schulddienstverlening 2013 Een goede start 1. Aanleiding In 2012 heeft u het beleidsplan schulddienstverlening: De kanteling van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening vastgesteld.

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Compact Re-integratie

Compact Re-integratie RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013 BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie en bereikbaarheid

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Maatschappelijke participatie. Stand van zaken t.b.v. commissie Sociaal, 10 april 2013

Maatschappelijke participatie. Stand van zaken t.b.v. commissie Sociaal, 10 april 2013 Maatschappelijke participatie Stand van zaken t.b.v. commissie Sociaal, 10 april 2013 Inhoud Globale inhoud bestuurlijke opdracht Doelgroepen (aantallen, kenmerken, uitkomst gesprekken) Instellingen, activiteiten

Nadere informatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie Wet stimulering arbeidsparticipatie Op 1 januari 2009 is de Wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP) in werking getreden (Stb. 2008, 590 en 591). In deze wet wordt een aantal wijzigingen met betrekking

Nadere informatie

Passus Advies B.V. Cliënten Audit Rapport. Norm : Keurmerk Blik op Werk

Passus Advies B.V. Cliënten Audit Rapport. Norm : Keurmerk Blik op Werk Norm : Scope: Het ondersteunen van organisaties op het gebied van managementadvies, coaching en training. Datum: 27 januari t/m 01 februari 2014 DNV Team Leader Audit Team C.C.M. de Vries MBA C.C.M. de

Nadere informatie

voorbeeld interventies

voorbeeld interventies voorbeeld interventies inleiding In deze interactieve PDF kunt u dieper ingaan op de informatie achter de interventie calculator. U kunt per doelgroep (jeugd, langdurig werklozen, alleenstaande ouders,

Nadere informatie

VOORWOORD 3 HULPVERLENING VAN HET ALGEMEEN MAATSCHAPPELIJK WERK 4

VOORWOORD 3 HULPVERLENING VAN HET ALGEMEEN MAATSCHAPPELIJK WERK 4 INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 3 HULPVERLENING VAN HET ALGEMEEN MAATSCHAPPELIJK WERK 4 Aantal dossiers* algemeen maatschappelijk werk (AMW) 4 Aantal korte kontakten* AMW 4 Bereik van AMW 5 De hulpverleningscijfers

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijk bij Duurstede Onderzoeksplanning 2013

Rekenkamercommissie Wijk bij Duurstede Onderzoeksplanning 2013 Rekenkamercommissie Wijk bij Duurstede Onderzoeksplanning 2013 Juni 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Onderzoeksonderwerpen in 2013 2.1.Onderzoek naar de effectiviteit van de re-integratieactiviteiten

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

Startnotitie Werken naar Vermogen

Startnotitie Werken naar Vermogen Startnotitie Werken naar Vermogen 1. ACHTERGROND 1.1. Aanleiding Voor u ligt de Startnotitie Werken naar Vermogen. Concrete aanleiding voor deze Startnotitie is de aangenomen motie van het CDA van 15 november

Nadere informatie

onderzoeksopzet beheersing bijstandsvolume

onderzoeksopzet beheersing bijstandsvolume onderzoeksopzet beheersing bijstandsvolume 2 beheersing bijstandsvolume 1 inleiding aanleiding Op 4 september 2014 heeft de Rekenkamer Capelle aan den IJssel een zogenaamde stemkastsessie georganiseerd

Nadere informatie

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving Aanpak: Interventieteam Gezinnen De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Fier

Nadere informatie

Onderwerp: Bestrijding werkloosheid ouderen: ouderenambassadeurs

Onderwerp: Bestrijding werkloosheid ouderen: ouderenambassadeurs gemeente Eindhoven Raadsnummer 15R6192 Inboeknummer 15BST00209 Dossiernummer 15.09.251 24 februari 2015 Commissie notitie Onderwerp: Bestrijding werkloosheid ouderen: ouderenambassadeurs Inleiding Duurzame

Nadere informatie

Ex arbeidsongeschikten werkzaam als zelfstandige

Ex arbeidsongeschikten werkzaam als zelfstandige TNO Kwaliteit van Leven TNO-rapport 031.12851.01.04 Ex arbeidsongeschikten werkzaam als zelfstandige Arbeid Polarisavenue 151 Postbus 718 2130 AS Hoofddorp www.tno.nl/arbeid T 023 554 93 93 F 023 554 93

Nadere informatie

v r o u w e n o p v a n g R SA MANUS informatie voor verwijzers

v r o u w e n o p v a n g R SA MANUS informatie voor verwijzers v r o u w e n o p v a n g R SA MANUS informatie voor verwijzers Vrouwenopvang Rosa Manus is een instelling voor opvang van en hulpverlening aan mishandelde of met mishandeling bedreigde vrouwen en hun

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel. Strengere aanpak bijstandsfraude

Initiatiefvoorstel. Strengere aanpak bijstandsfraude Initiatiefvoorstel Strengere aanpak bijstandsfraude Gemeenteraadsfractie Rotterdam Maarten van de Donk 29 oktober 2013 Inleiding Wie kan werken, hoort niet van een uitkering afhankelijk te zijn. Wie buiten

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Maatjesproject schuldpreventie

Maatjesproject schuldpreventie Maatjesproject schuldpreventie Gemeente Ede Werk Inkomen en Zorg Gemeente Ede September 2004 Projectplan Maatjesproject schuldpreventie gemeente Ede september 2004 1 Maatjesproject schuldpreventie Hoofdthema

Nadere informatie

Het aantal mensen van de doelgroepen die een beroep op Dress hebben gedaan is meer dan voorgaand jaar t.w 166

Het aantal mensen van de doelgroepen die een beroep op Dress hebben gedaan is meer dan voorgaand jaar t.w 166 Van de coördinator. Voorwoord en verwachtingen 2015 Het jaar 2014 is een spannend jaar geweest waarin er sprake was van sluiting i.v.m. een te korte aan financiële middelen. Zoals aangegeven in het jaarverslag

Nadere informatie

Het topje van de ijsberg. Maatschappelijke kosten-batenanalyse schuldhulpverlening Spijkenisse

Het topje van de ijsberg. Maatschappelijke kosten-batenanalyse schuldhulpverlening Spijkenisse Het topje van de ijsberg Maatschappelijke kosten-batenanalyse schuldhulpverlening Spijkenisse datum 24 november 2009 versie definitief Auteur(s) P. van der Wekken Integraal Inwonersbeleid en Processen,

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

Zijn gemeenten klaar om mensen met psychische problemen aan het werk te helpen?

Zijn gemeenten klaar om mensen met psychische problemen aan het werk te helpen? Zijn gemeenten klaar om mensen met psychische problemen aan het werk te helpen? Landelijke tussenrapportage Open voor Werk van het Landelijk Platform GGz Belangrijkste resultaten uit het onderzoek Open

Nadere informatie

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Juni 2012 Inleiding Onderdeel van het onderzoek zou een vergelijkende studie zijn naar de effectiviteit

Nadere informatie

RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013. BLIK op WERK KEURMERK. Lengersdorf B.V. 1 Inhoudsopgave

RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013. BLIK op WERK KEURMERK. Lengersdorf B.V. 1 Inhoudsopgave RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013 BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie en bereikbaarheid

Nadere informatie

Stichting Jong Actief Trajecten

Stichting Jong Actief Trajecten Participatieladder Jong Actief Trede 6: Betaald werk Re-integratie Trede 5: Betaald werk met ondersteuning Re-integratie Trede 4: Onbetaald werk Sociale Activering / Dagbesteding Trede 3: Deelname georganiseerde

Nadere informatie

Rapport voor het Capaciteitsorgaan

Rapport voor het Capaciteitsorgaan Organisatie van de medische zorg in voor verstandelijk gehandicapten en de caseload van AVG s: en Rapport voor het Capaciteitsorgaan 1 Inleiding In en heeft Kiwa Carity onderzoek uitgevoerd naar de organisatie

Nadere informatie

CPB Achtergronddocument. Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam. Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink

CPB Achtergronddocument. Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam. Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink CPB Achtergronddocument Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink 1. Introductie Dit document dient ter achtergrond bij het CPB Discussion Paper The effect

Nadere informatie

Preventie, vroegsignalering en verplichte schuldhulp

Preventie, vroegsignalering en verplichte schuldhulp Kluwerschulinck.nl Congres Sociale zekerheid in beweging Praktijkcase gemeente Den Haag: Verplichte schuldhulpverlening in het kader van preventie? Preventie, vroegsignalering en verplichte schuldhulp

Nadere informatie

Trajecten starterbegeleiding in het kader van het project Gewoon Ondernemen

Trajecten starterbegeleiding in het kader van het project Gewoon Ondernemen Trajecten starterbegeleiding in het kader van het project Gewoon Ondernemen Starterbegeleiding door Wesseling Startschot Voor de professionele ondersteuning, de bedrijfsadviseur, wordt door het project

Nadere informatie

Effectmeting re-integratie

Effectmeting re-integratie Effectmeting re-integratie Gemeente Noordoostpolder Mei 2014 Versie 1.3 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave...2 1.1. Versiebeheer... 2 2. Inleiding... 3 3. Re-integratie... 4 3.1. Wat is re-integratie...

Nadere informatie

(Na)zorg bewust meten

(Na)zorg bewust meten 26 Het volgen van uitbehandelde patiënten levert waardevolle inzichten op (Na)zorg bewust meten Tekst: Simone Fens, Ellis van Duist, Marjon Woudstra Qualizorg en MTCZorg zijn twee jaar geleden een initiatief

Nadere informatie

2. Bijgaande begrotingswijziging vast te stellen.

2. Bijgaande begrotingswijziging vast te stellen. Agendapunt : 7. Voorstelnummer : 05-029 Raadsvergadering : 12 mei 2011 Naam opsteller : Laureen Hulskamp Informatie op te vragen bij : tst.: 170 Portefeuillehouders : Alwin Hietbrink Onderwerp: Beleidsnota

Nadere informatie

Klantmanagersenquête over jongeren in de WWB. Nota van bevindingen

Klantmanagersenquête over jongeren in de WWB. Nota van bevindingen Klantmanagersenquête over jongeren in de WWB Nota van bevindingen Colofon Programma Dienstverlenende overheid Projectnaam Klantmanagersenquête Datum 16 december 2014 Nummer Nvb-Programma D 14/06c Pagina

Nadere informatie

Beleidsverslag 2013 Werk en inkomen

Beleidsverslag 2013 Werk en inkomen Beleidsverslag 2013 Werk en inkomen Beleidsverslag Werk en inkomen 2013 1/11 Inhoud Beleidsverslag 2013...1 Werk en inkomen...1 Inhoud...2 1 Inleiding...2 2.1 Ontwikkeling van de omvang van het uitkeringsbestand...3

Nadere informatie

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Het onderzoek in het kort In opdracht van de Stuurgroep Arbeidsadviseur heeft TNO onderzoek verricht naar de informatie- en adviesbehoefte van (potentiële)

Nadere informatie

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Matchcare re-integratie April 2009 1 Bedrijfsnaam: Matchcare re-integratie Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek

Nadere informatie

Online applicatie voor participatie en re-integratie

Online applicatie voor participatie en re-integratie EazyUitstroom EazyUitstroom Online applicatie voor participatie en re-integratie Pit Strategie biedt innovatieve oplossingen voor sociale diensten van gemeenten om maximaal resultaat op uitstroom te realiseren.

Nadere informatie

Instroom in de bijstand en dan

Instroom in de bijstand en dan Instroom in de bijstand en dan Vervolgonderzoek 2008 Nota van bevindingen Inspectie Werk en Inkomen Instroom in de bijstand en dan Vervolgonderzoek 2008 Nota van bevindingen Inspectie Werk en Inkomen

Nadere informatie

Werk, participatie en gezondheid

Werk, participatie en gezondheid Werk, participatie en gezondheid Prof Dr Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Coordinator academische werkplaats CEPHIR ism Dr Merel Schuring Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg,

Nadere informatie

Raads informatiebrief

Raads informatiebrief gemeente Eindhoven Raadsnummer 05.RIQO2.OOI Inboeknummer osbstoxgs6 Dossiernummer 537.603 xo oktober 2005 Raads informatiebrief Betreft inkoop van reintegratiediensten 1 Inleiding In de raadsvergadering

Nadere informatie

Gemeente Breda. Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs. Evaluatie Baan Bonus

Gemeente Breda. Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs. Evaluatie Baan Bonus Gemeente Breda Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs Evaluatie Baan Bonus Datum: februari 2013 Uitgave: Gemeente Breda Directie Ontwikkeling Afdeling Economie, Cultuur en Onderwijs Michiel Luigjes Beleidsadviseur

Nadere informatie

Inzet van middelen: dekking Dekking vindt plaats vanuit de reguliere financiële middelen armoedebestrijding.

Inzet van middelen: dekking Dekking vindt plaats vanuit de reguliere financiële middelen armoedebestrijding. Raad V200900744 Onderwerp: Kaders nota armoedebeleid Collegevoorstel Inleiding: De gemeente Heusden kiest voor een nieuwe aanpak van armoedebestrijding. Deze aanpak wordt vastgelegd in een nota armoedebeleid.

Nadere informatie

VOORWOORD 3 HULPVERLENING VAN HET ALGEMEEN MAATSCHAPPELIJK WERK 4

VOORWOORD 3 HULPVERLENING VAN HET ALGEMEEN MAATSCHAPPELIJK WERK 4 INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 3 HULPVERLENING VAN HET ALGEMEEN MAATSCHAPPELIJK WERK 4 Aantal dossiers* algemeen maatschappelijk werk (AMW) 4 Aantal korte kontakten* AMW 4 Bereik van AMW 4 De hulpverleningscijfers

Nadere informatie

In Doetinchem en Leeuwarden

In Doetinchem en Leeuwarden In Doetinchem en Leeuwarden Project Gezamenlijke Beoordeling voor zorg, werk en welzijn Chronisch zieken en gehandicapten moeten voor het aanvragen van uitkeringen of voorzieningen steeds dezelfde of soortgelijke

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> Complexe trauma s kunnen grote

Nadere informatie

Eva Trajectbegeleiding

Eva Trajectbegeleiding RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013 BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie en bereikbaarheid

Nadere informatie

Effectief aan de slag (met re-integratie) 24 juni 2010 - Buurtalliantie

Effectief aan de slag (met re-integratie) 24 juni 2010 - Buurtalliantie Effectief aan de slag (met re-integratie) 24 juni 2010 - Buurtalliantie Effectief aan de slag 2 motto s Betrek de bewoners Bij het bepalen van de doelen Bij het bepalen wat zou werken om de doelen te bereiken

Nadere informatie

Een verwijzing naar de polikliniek Kinderen Jeugdpsychiatrie

Een verwijzing naar de polikliniek Kinderen Jeugdpsychiatrie Een verwijzing naar de polikliniek Kinderen Jeugdpsychiatrie Algemene informatie Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Doelgroep 1 Aanmelding 2 Intake 2 Uitslag/advies 3 Aanvullend onderzoek

Nadere informatie

Human Talent Matching

Human Talent Matching Human Talent Matching volgens de Divosa erkwijzer Methodiek voor duurzame participatie Arbeidsmarkt & Maatschappij Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. De diagnose in het werkproces... 2 2.1. at is een diagnose

Nadere informatie

Arbeidsrevalidatie. Huizen en Almere

Arbeidsrevalidatie. Huizen en Almere Arbeidsrevalidatie Huizen en Almere Arbeidstraining bij De Trappenberg is voor werknemers met chronische pijnklachten aan het houdings- en bewegingsapparaat zonder duidelijke oorzaak, al dan niet gecombineerd

Nadere informatie

Tweede klantmanagersenquête jongeren

Tweede klantmanagersenquête jongeren Opdrachtgever Inspectie SZW Onderzoek Einddatum 7 mei 2015 Categorie Werkwijze en dienstverlening Tweede klantmanagersenquête jongeren Conclusie In deze nota wordt een landelijk beeld geschetst van een

Nadere informatie

ONDERZOEK PILOTPROJECTEN CAMPUSSEN

ONDERZOEK PILOTPROJECTEN CAMPUSSEN ONDERZOEK PILOTPROJECTEN CAMPUSSEN BENCHMARKRAPPORT DE NIEUWE KANS B. Bieleman M. Boendermaker ONDERZOEK PILOTPROJECTEN CAMPUSSEN BENCHMARKRAPPORT DE NIEUWE KANS December 2010 INTRAVAL Groningen-Rotterdam

Nadere informatie

Presentatie kwalitatief onderzoek beleving respondenten moestuinproject Asten - Someren

Presentatie kwalitatief onderzoek beleving respondenten moestuinproject Asten - Someren Presentatie kwalitatief onderzoek beleving respondenten moestuinproject Asten - Someren Dia 1: Hallo allemaal en welkom bij mijn presentatie. Ik heb onderzoek gedaan bij Moestuin d n Erpel in Someren.

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Weert, 6 september 2011. Rekenkamer Weert Inhoudsopgave 1. Achtergrond en aanleiding 2. Centrale vraagstelling 3. De wijze van onderzoek 4. Deelvragen

Nadere informatie

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T.a.v. de minister mr J.P.H. Donner Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Utrecht, 10 mei 2010 Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten

Nadere informatie

Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169

Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169 Collegebesluit Onderwerp: Aanvraag ESF-subsidie Actieve Inclusie 2014 2016 Reg.nummer: 2014/379169 1 Inleiding; Sinds mei 2014 is er een nieuwe ESF-subsidieregeling van kracht. Een belangrijke wijziging

Nadere informatie

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST SCHOLEN VOOR PRAKTIJKONDERWIJS NOORDOOST NOORD-BRABANT, MEE EN UWV

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST SCHOLEN VOOR PRAKTIJKONDERWIJS NOORDOOST NOORD-BRABANT, MEE EN UWV SAMENWERKINGSOVEREENKOMST SCHOLEN VOOR PRAKTIJKONDERWIJS NOORDOOST NOORD-BRABANT, MEE EN UWV 1. INLEIDING De arbeidsintegratie van jongeren met leermoeilijkheden is gebaat bij een goede regionale samenwerking.

Nadere informatie

Hieronder vindt u de reactie van de BSMR op het concept beleidsplan tegenprestatie.

Hieronder vindt u de reactie van de BSMR op het concept beleidsplan tegenprestatie. Doesburg, 16 november 2015 Aan: Onderwerp: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Doesburg BSMR-advies nr. 2015-003 inzake concept beleidsplan tegenprestatie Gemeente Doesburg, november

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> COMPLEXE TRAUMA S KUNNEN GROTE

Nadere informatie

Onderwerp Voortgangsrapportage nota 'Aanpak schuldhulpverlening 2007-2010'

Onderwerp Voortgangsrapportage nota 'Aanpak schuldhulpverlening 2007-2010' Publiekszaken Werk Inkomen en Zorg, Beleids- en Projectontwikkeling Aan College van B&W Afschrift aan Nota Datum 18 november Ons kenmerk 906000 Opsteller Anna Hooijenga Bijlage Onderwerp Voortgangsrapportage

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Hoe zit het met de Re-integratie?

Hoe zit het met de Re-integratie? Hoe zit het met de Re-integratie? Afdeling Samenleving Bezoekadres: 1 e bezoek: Publiekscentrum Raadhuisplein 2 Krimpen aan den IJssel Openingstijden: Maandag; 08.30 12.30 uur Dinsdag; 08.30 12.30 uur

Nadere informatie

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding (Margit K Kooijman, Ilse CS Swinkels, Chantal J Leemrijse. Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing.

Nadere informatie

Samenvatting uit het Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013

Samenvatting uit het Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 Samenvatting uit het Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 Onderzoek is uitgevoerd en gerapporteerd door Panteia in opdracht van Loopbaankamer Tilburg Bronvermelding van hieronder vermeldde gegevens: Panteia,

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Presentatie Guido Walraven

Presentatie Guido Walraven Presentatie Guido Walraven 3 4 Presentatie van de bundel Aandacht en kracht: verbinden van activering van zorg Aanbieding van de bundel door Yvonne van Heerwaarden aan: Marianne van de Boom (MDA), en 5

Nadere informatie