Hoortraining voor volwassen CI-dragers

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoortraining voor volwassen CI-dragers"

Transcriptie

1 Hoortraining voor volwassen CI-dragers Het Cochleaire Leermodel A.A.M.E. Frijns-van Putten, M. Beers, S.G. Snieder, J.H.M. Frijns Volwassen CI-dragers volgen een gestructureerde training met als doel spraak optimaal te verstaan in verschillende situaties. Na een maand tonen testen al een duidelijke verbetering aan. Voor doven en slechthorenden waarvoor een conventioneel hoortoestel niet toereikend is, biedt het cochleaire implantaat (CI) in veel gevallen een (hernieuwde) kans op horen. Directe elektrische stimulatie van de gehoorzenuw in de cochlea maakt het waarnemen van geluid voor doven mogelijk. De eerste Nederlandse implantaties vonden in 1982 plaats. Wereldwijd zijn ruim implantaties verricht. Het is nu voor de meeste geïmplanteerde kinderen en volwassenen mogelijk om zonder hulp van spraakafzien spontane spraak te verstaan (Frijns et al, 2002). Om te leren omgaan met de nieuwe auditieve input en om maximaal te kunnen profiteren van het CI wordt hoortraining na cochleaire implantatie in Nederland noodzakelijk gevonden. Met de toename van het aantal geïmplanteerden neemt dan ook de behoefte aan specifieke logopedische kennis toe. Sinds de start in 2000 zijn in het Cochlear Centraal staat het horen van kleine verschillen Implant Centre Leiden- Effatha (CIRCLE) meer dan 125 volwassenen en kinderen geïmplanteerd. Dit artikel beschrijft de hoortraining voor volwassen CI-dragers, die na het volledig ontwikkelen van de taal- en spraakkennis doof zijn geworden, de postlinguaal doven. Het is een gestructureerd hoortrainingsprogramma dat onder andere voortbouwt op praktijkervaring met cursussen spraakafzien en bestaande hoortrainingsprogramma s. De hoortraining vormt samen met het moderne implantaat en de op modelinzichten en hoortoestelervaring gebaseerde afregelmethode de basis voor het verbeterde spraakverstaan. Dit artikel onderbouwt dit vanuit linguïstisch en leerpsychologisch perspectief en benadrukt het belang van detailtraining, een intensieve start en de door ons gekozen opbouw van de training. Als eerste beschrijven we het cochleair implantaat en de gevolgde procedure rondom de implantatie. Daarna wordt het in Leiden ontwikkelde Cochleaire Leermodel beschreven vanuit een leerspsycholo- 50 Logopedie en foniatrie nummer

2 gisch en linguïstisch perspectief. Vervolgens zullen de oefenniveaus van de hoortraining praktisch worden beschreven. Tot slot zullen kort de behaalde resultaten bij de eerste 75 in Leiden geïmplanteerde volwassen CI-dragers en belangrijke ontwikkelingen worden beschreven. Het implantaat Een cochleair implantaat bestaat uit een intern en een extern gedeelte (figuur 1). Extern de microfoon (F) en de spraakprocessor (EDF en G), intern een implantaat met ontvanger (A) en een elektrodenarray (B). De microfoon van het implantaat vangt de geluiden op en zendt de informatie naar een spraakprocessor, die ze codeert in elektrische pulsen. Deze pulsen worden met een zendspoel aan een onderhuids implantaat doorgegeven. Dit implantaat is verbonden met een elektrodenarray in het binnenoor (het slakkenhuis of cochlea). Deze elektrodenarray ligt dicht bij de te prikkelen zenuwvezels en kan door het gebruik van meerdere kanalen de signalen, volgens de tonotopische opbouw van het binnenoor, aan de gehoorzenuw overdragen. Sinds juni 2003 wordt in plaats van de Clarion CII de HiRes- 90K gebruikt. Beide implantaten hebben identieke elektronica, maar de HiRes90K heeft een dunnere siliconen behuizing waardoor de operatiewond kleiner is en de genezing sneller. Nu kan na circa 4 in plaats van 6 weken de eerste aansluiting plaats vinden. De aparte stroombronnen van HiRes90K voor ieder van de 16 elektrodecontacten in de array maken het mogelijk om nauwkeurig snelle spraakverwerkingsstrategieën, zoals de HiRes strategie, door te geven. Hierdoor verbetert het spraakverstaan in ruis aanzienlijk. Het cochleair implantaat is echter geen super hoortoestel. Het (opnieuw) leren herkennen van geluiden en het verstaan van spraak zijn niet vanzelfsprekend, en behoeven een revalidatieperiode (Langereis et al., 1996; Vermeulen et al., 1997). De procedure in Leiden: van selectie tot verstaan Postlinguaal dove volwassenen kunnen in aanmerking komen voor implantatie indien ze aan uitgebreide medische en audiologische selectiecriteria voldoen. Zo mag de foneemscore op een spraakverstaantest niet boven de 40% komen, gemeten aan het beste oor met hoortoestel. Men dient over veel doorzettingsvermogen en een co-therapeut te beschikken. Dit is bijvoorbeeld een partner of familielid, die de patiënt tijdens het revalidatietraject kan bijstaan. Voor de operatie komt een maatschappelijk werker bij de patiënt op huisbezoek en vindt een intakedag plaats. Hierin wordt de patiënt uitgebreid geïnformeerd over de gang van zaken vóór, tijdens, maar vooral ook ná implantatie. Bovendien wordt beoordeeld of een CI het meest geschikte hulpmiddel is. Na positieve beoordeling van de intake wordt de patiënt op de wachtlijst geplaatst en volgen een gecombineerde onderzoeksdag en aanvullende onderzoeken, zoals audiometrische testen, beeldvormend onderzoek (CT- en MRI-scan) en op indicatie een proefstimulatie van de gehoorzenuw. Tijdens de operatie worden, naast het inbrengen van het implantaat, metingen gedaan ten bate van diagnostisch en wetenschappelijk onderzoek. Ongeveer een week na de operatie vindt een proefaansluiting van de CI plaats, zodat de patiënt een indruk krijgt van het geluid via het CI. Na een genezingsperiode van circa vier weken, waarin de patiënt weer gewoon kan werken, start het postoperatieve revalidatieproces. Het aansluiten en afregelen van het CI wordt direct gevolgd door de eerste hoortraining bij de logopedist die als hoortherapeut optreedt. De eerste twee weken krijgt de patiënt per dag twee hoortrainingssessies van 30 minuten, de twee weken daarna één per dag. Intussen vindt een verfijnde afregeling (fitting) door de audioloog van de spraakprocessor plaats. Naar gelang de behoefte wordt de frequentie van behandelen afgebouwd. B C A D C G F E Figuur 1 Het HiResolution Bionisch Oor Systeem. Intern het HiRes 90K implantaat met het implantaat met ontvanger (A) en de elektrodenarray (B). Extern de "headpiece" (C) en de achter het oor gedragen (AHO) HiRes Auria Processor met de processor module (D), de PowerCel (E) en de microfoon (F), of de op het lichaam gedragen Platinum Sound Processor (G). (http://www.bionicear.com/products/90k_implant.html) Logopedie en foniatrie nummer

3 Na afloop van 3 maanden wordt besproken op welke manier en met welke frequentie de bezoeken aan het CI-centrum worden voortgezet. Het gehele revalidatieproces zal ongeveer een jaar in beslag nemen. Het Cochleaire Leermodel Introductie De basis voor de hoortraining in de praktijk wordt gevormd door het Cochleaire Leermodel. Na een start op basis van de hoortraining van de Medizinische Hochschule Hannover (Rost & Strauss-Schier, 1998) is het Cochleaire Leermodel vanuit de praktijk ontwikkeld. Het is opgebouwd vanuit linguïstisch en leerpsychologisch perspectief. De training heeft een concentrisch methodische opbouw van eenvoudige naar steeds complexere oefeningen. Het spraakverstaan ontwikkelt zich langs drie sporen naar een steeds hoger niveau (zie figuur 2). Het fysiologisch (voorwaardelijk), cognitief en emotioneel spoor beïnvloeden elkaar en de verschillende oefeningen worden door de concentrische opbouw vanuit wisselend perspectief op een steeds hoger niveau behandeld (zie figuur 3). Figuur 3 Het Cochleaire Leermodel. Automatisering van patroonherkenning volgens drie herhalende fases. De oefenstof geordend vanuit taal en waarnemingsniveau en in volgorde geplaatst door de moeilijkheidsgraad bepaald door taalkundige kenmerken. Drie sporen als basis van het groeipotentieel. Iedere volgende stap kan afhankelijk van het groeipotentieel een ander accent krijgen. immers voor de meeste patiënten het belangrijkste doel. Verder beschikken postlinguaal dove volwassenen over een volledig ontwikkelde taal- en spraakkennis en hoeft de door het CI aangeboden akoestische informatie slechts gekoppeld te worden aan de al bekende fonologische en spraakpatronen. Het belang van het oefenen van het herkennen van niet-spraakgebonden klanken en geluiden wordt echter duidelijk onderkend en wordt tijdens de hoortraining besproken en als huiswerk meegegeven. Voor het geven van feedback en het vaststellen van niveau en de bijbehorende methodiek behoort de hoortherapeut kennis te hebben van spraak en spraakontwikkeling. fysiologisch spoor emotioneel spoor cognitief spoor ontwikkeling Figuur 2 De basis van het cochleaire leermodel: de ontwikkeling van spraakverstaan langs drie sporen naar een steeds hoger niveau. Spraakverstaan De hoortraining heeft als hoofddoel de CI-drager optimaal te leren spraakverstaan met behulp van het CI. Spraakverstaan is Detailtraining Het horen van kleine verschillen staat binnen onze hoortraining centraal. Drie argumenten liggen hieraan ten grondslag. (1) Kleine verschillen zonder context kunnen alleen door auditief waarnemen worden vastgesteld. (2) De CI-drager leert daadwerkelijk te luisteren in plaats van handig te gokken, zoals hij/zij veelal gewend is. Bij spraakafzien wordt de grote lijn afgeleid uit de kernwoorden en worden kleine woorden veelal weggelaten. (3) Het CI vertaalt de akoestische prikkel naar een elektrisch stimulatiepatroon. Doordat dit stimulatiepatroon afwijkt van de natuurlijke prikkelpatronen, zal de CIdrager cues voor de nieuwe patronen moeten leren herkennen. Deze nieuwe patronen worden door oefening ingeslepen. Bij snelle overgang naar contextrijke oefeningen wordt het herkennen van een woordpatroon voor een groot gedeelte gestuurd door de context. Nieuwe cues zullen minder vaak en van mindere kwaliteit gevormd worden (Gathercole, 1999). Tot 52 Logopedie en foniatrie nummer

4 slot wordt bij een snelle overstap naar grotere patronen zoals hele woorden en zinnen, de efficiëntie van het spraakverstaan in open setting minder. Bij een exacte match tussen de aangeboden patronen (woorden) en de patronen uit de oefensituatie zal de herkenning sneller zijn, maar wanneer de aangeboden patronen afwijken van de geoefende situatie, zal het proces van herkennen op cognitief niveau moeten plaats vinden en daardoor langzaam gaan en gevoelig voor fouten zijn (Baddeley & Hitch, 2000). Het drie sporen groeipotentieel De gezamenlijke potentie van de drie sporen (zie figuur 2) noemen we het groeipotentieel. Voor een goede voortgang van het leerproces van de CI-drager moet de therapeut oog hebben voor alle leerpsychologische sporen. Wanneer één van de drie sporen te weinig aandacht krijgt dan verstoort dit de voortgang. Het spoor dat de ontwikkeling tegenhoudt krijgt extra aandacht. Het motivationele spoor krijgt hierbij altijd voorrang! Als bijvoorbeeld een succesvolle kandidaat minder gemotiveerd is om intensief te oefenen, omdat alles toch wel lukt, wordt een echte luisteroefening aangeboden om duidelijk te maken waar door oefenen nog winst behaald kan worden. Daarentegen kan een patiënt in een dip, juist door succesbeleving gemotiveerd worden en krijgt aldus een oefening aangeboden die niet al te moeilijk is. Het linguïstisch perspectief Vanuit het linguïstisch perspectief maken we binnen de hoortrainingsoefeningen een onderscheid naar taalniveau en moeilijkheidsgraad. We onderscheiden binnen het taalniveau oefeningen van kleinere naar grotere talige eenheden: klanken, lettergrepen, woorden, zinnen en teksten. Bij het (leren) horen van de grotere eenheden heeft de CI-drager steun aan de informatie van de kleinere eenheden (redundantie). De CI-drager ervaart hierdoor het horen van zinnen en teksten als eenvoudiger dan het horen van losse klanken of woorden. De verschillende taalniveaus bieden inzicht in de structuur van de opnieuw te leren taalkennis. De eerste vier niveaus van de hoortraining (zie tabel 3) vormen de basis voor de overige niveaus. De oefeningen op de verschillende niveaus kunnen onafhankelijk van elkaar worden aangeboden. De volgorde van de oefeningen is gebaseerd op verschillen van de taalkundige kenmerken van de oefenitems: de prosodische, akoestische en semantische eigenschappen. Oefenitems die maximaal van elkaar verschillen op een taal- en/of spraakkenmerk worden eerst aangeboden. Vervolgens worden oefeningen aangeboden waarin de oefenitems steeds meer met elkaar overeenkomen. Bij het aanbieden van oefeningen op ieder taalniveau wordt naast de moeilijkheidsgraad onderscheid gemaakt naar het waarnemingsniveau. De oefenitems zullen achtereenvolgens op het niveau van detectie, discriminatie en identificatie worden aangeboden, waarbij het item respectievelijk moet worden opgemerkt, onderscheiden en herkend. Prosodische eigenschappen Prosodische eigenschappen per taalniveau geven verschillen aan in lengte, duur en klemtoonpatronen. Op klankniveau geldt een onderscheid in lengte in het bijzonder voor de vocalen, bijvoorbeeld /a/ - /aa/, /o/ - /oo/. Op woordniveau varieert de moeilijkheidsgraad doordat woorden uit één of meerdere lettergrepen kunnen bestaan, bijvoorbeeld /bak/ - /bakker/ - /bakkerij/. Zinnen variëren in lengte door variatie in het aantal woorden. Dit wordt over het algemeen eenvoudig door de CIdrager onderscheiden, bijvoorbeeld /Het regent/ - /De bal valt van het dak/. Meer overeenkomst in een zin verhoogt de moeilijkheidsgraad van deze oefening. De moeilijkste oefening wordt bereikt wanneer de zinnen slechts op prosodisch niveau verschillen, bijvoorbeeld /Mijn HUIS staat in brand/ - /MIJN huis staat in brand/. Akoestische eigenschappen Akoestische informatie wordt voornamelijk binnen de klankniveaus gebruikt om oefenitems (bijvoorbeeld losse klanken en woorden) op moeilijkheidsgraad te onderscheiden. De klinkerdriehoek (Bloothooft, 2000), gebaseerd op de formantstructuur is bruikbaar om verschillen tussen klinkers te beschrijven (figuur 4). Jongmans (2002) constateerde dat ook voor CI-dragers geldt, dat klinkers die maximaal van elkaar verwijderd zijn op de klinkerdriehoek het meest eenvoudig van elkaar te onderscheiden zijn, bijvoorbeeld /a/ versus /i/ is makkelijk te onderscheiden en het onderscheid tussen /i/ en /u/ is moeilijker waar te nemen (zie tabel 1). Door het uitleggen van de klinkerdriehoek door de hoortherapeut krijgt de patiënt inzicht in zijn eigen moeilijkheden (metacognitie). frequentie F1 oe oo ò achter frequentie F2 midden à Figuur 4 Vereenvoudigde weergave van de klinkerdriehoek. De frequenties van de eerste formant (F1) afgezet tegen de frequenties van de tweede formant (F2) (naar: Bloothooft, 2000). aa boven uu ù eu ee è voor beneden i ie Logopedie en foniatrie nummer

5 Regel Klinkers zijn makkelijker waar te nemen dan consonanten (klinkers zijn stemhebbend, consonanten niet altijd) Klinkers hebben een hogere intensiteit dan consonanten (omdat het aanzetstuk helemaal open staat en ze goed resoneren) Lange klinkers zijn makkelijker dan korte klinkers Klinkers die ver van elkaar liggen in de klinkerdriehoek zijn makkelijker van elkaar te onderscheiden Steady-state klinkers zijn makkelijker dan diftongen Voorbeeld /a/ vs /k/klinkers /a/ vs /w/ /aa/ vs /a/ /aa/, /ie/ en /oe/ /a/ vs /ui/ Tabel 1 Regels om de oefeningen voor de hoortraining in volgorde van moeilijkheid te plaatsen op basis van akoestische eigenschappen, toegelicht met een voorbeeld waar de regel voor geldt (Jongmans, 2002). Semantische eigenschappen Door het bieden van contextinformatie wordt een deel van de aanwezige taalkennis, zoals de woordenschat of de syntactische kennis, geactiveerd. Dit vergemakkelijkt het horen van de aangeboden woorden en zinnen. Een ordening van makkelijk naar moeilijk ontstaat door eerst woorden uit één thema, een gesloten set, te gebruiken, bijvoorbeeld kleding, keukengerei, of vakantie. Vervolgens worden deze woorden afgewisseld met woorden die niet binnen het thema vallen. Tot slot worden woorden aangeboden die niet binnen een bepaald thema vallen, de zogenaamde open set. Het leerpsychologisch perspectief In het Cochleaire Leermodel onderscheiden we drie sporen. Het eerste omvat de verwerking van de prikkel van cochlea tot en met de primaire auditieve cortex en noemen we het voorwaardelijk spoor. Dit spoor speelt vooral een rol in het (wederom) auditief georiënteerd krijgen van de patiënt, in training van de auditieve verwerking en het auditief geheugen. Het vormen van akoestische representaties vindt ook op dit niveau van verwerken plaats. Het cognitief organisatorisch proces vindt voornamelijk plaats in de auditieve associatieve cortex en noemen we het cognitieve spoor. Dit tweede spoor kent bij de hoortraining twee richtingen: het creëren van nieuwe fonologische patronen en het koppelen van nieuwe akoestische informatie aan al bekende patronen. In het aanleren van een nieuwe vaardigheid onderscheiden we drie fasen: de cognitieve fase, de associatieve fase en de autonome fase (Fitts, 1964, zie tabel 2A). In ons model vormen twee mechanismen de basis van leren (Taatgen & Lee, 2003). Proceduralisatie (automatisering) en chunking (het aan elkaar plakken van deelvaardigheden) zorgen voor een geleidelijke overgang van de cognitieve fase, waarin de uitvoering langzaam en gevoelig voor fouten is, naar de automatische fase, waarin de uitvoering snel en zonder fouten is. De associatieve fase wordt gevormd door de overgangsfase tussen de cognitieve- en automatische fase. Tijdens de cognitieve fase vindt detectie van klank of klankpatroon plaats op het niveau van Leerpsychologisch perspectief Linguïstisch perspectief A. Leerproces (Fitts, P.M. 1964) drie fases: cognitieve fase: -bewuste aandacht -(intern) verwoorden van taakdoelen, regels associatieve fase: -minder bewuste aandacht -onderdelen geautomatiseerd via associaties automatische fase: -geen bewuste aandacht -geheel op basis van automatische routines B. Groeipotentieel drie sporen: Voorwaardelijk Cognitief Emotioneel C. Oefeningen Ordening naar: Volgorde volgens: taalniveau moeilijkheids-graad waarnemingsniveau Tabel 2 De drie bouwstenen van het Cochleair Leermodel: A. De drie fases in het leerproces. B. De drie sporen van het groeipotentieel. C. De ordening en volgorde bepaling van de oefeningen vanuit linguïstisch perspectief. 54 Logopedie en foniatrie nummer

6 bewust waarnemen van bepaalde cues. Vervolgens worden tijdens de associatieve fase patronen van cues gevormd. In de automatische fase wordt een patroon automatisch, zonder bewuste sturing, waargenomen. Kleine geautomatiseerde vaardigheden, in het geval van een hoortraining het herkennen van een klein klank- of woordpatroon, kunnen op hun beurt ook weer geïntegreerd worden tot een geautomatiseerde herkenning van grotere klank- en woordpatronen. Het derde spoor wordt gevormd door de motivatie. Hieronder vallen de emotionele en stimulerende aspecten. Verbetering op één of meerdere sporen maakt een verdere ontwikkeling mogelijk. De 10 oefenniveaus in het cochleaire model Tijdens de hoortraining oefent de therapeut met de CI-drager en instrueert de co-therapeut. De co-therapeut oefent enkele malen per dag het opgegeven huiswerk met de patiënt en begeleidt hem emotioneel en speelt zo een belangrijke rol in het derde spoor. Door de intensieve begeleiding van de hoortherapeut en de co-therapeut is het mogelijk om de CI-drager woord naast een fout te zetten en vraagt de CI-drager de verschillen aan te geven. Het zo weinig mogelijk betrekken van het mondbeeld bij de oefeningen is een bewuste keuze. De CIdrager moet (weer) auditief gericht raken en oog (oor) krijgen voor de nu weer toegankelijke details van de spraak. Niveau 1: Geluiden (verbaal en non-verbaal) De waarneming van geluiden op detectieniveau wordt tijdens de sessies besproken en thuis geoefend met de co-therapeut. Centraal bij de oefeningen met de therapeut is het bewust maken van de CI-drager van de eigenschappen van spraak. De detectie van spraak wordt geoefend met de volgende eigenschappen: kort - lang hoog - laag hard - zacht Niveau 2: Suprasegmentele kenmerken (lengte, klinkerduur en klemtoonregels) In dit niveau wordt het onderscheid geoefend van: waarnemingsniveau Taalniveau klanken lettergrepen woorden zinnen teksten detectie 1, 2 discriminatie 2 3, herkenning 3, 4 6 8, 9, 10 8, 9, 10 intonatie 8, 9, 10 8, 9, 10 Tabel 3 De indeling van de accenten van de 10 oefenniveaus naar taal- en waarnemingsniveau, bijvoorbeeld: het accent van oefenniveau 2 ligt op de detectie en discriminatie van klanken. (weer) auditief gericht te krijgen en is het mogelijk om de (opnieuw) geleerde vaardigheden te automatiseren. In tabel 3 worden de accenten van de oefeningen weergegeven naar taalen waarnemingsniveau. Therapeutische invulling Oefeningen worden auditief en visueel op papier aangeboden. Een scherm van dun strakgespannen stof in een borduurring (papier dempt het geluid!) verbergt het mondbeeld, zodat de CI-drager echt moet luisteren en niet gestoord wordt door een aanvankelijk tragere verwerking van de auditieve prikkel. Zodra het mogelijk is om oefeningen uit niveau 7 (met name kettingzinnen) uit te voeren worden de oefeningen zonder visuele informatie aangeboden. Het belang van het trainen (en horen) van details bij de hoortraining voor verstaan wordt uitgelegd. De therapeut traint de CI-drager door steeds het goede ant- lengteverschillen van vocalen het aantal lettergrepen in woorden het aantal woorden in een zin Het doel van de hierop volgende niveaus 3 en 4, waarop binnen de Leidse hoortraining een extra accent ligt, is om de patiënt de klanken van zijn taal opnieuw te leren horen. Wanneer het onderscheiden van vocalen en consonanten de beperking in het groeipotentieel vormt, kan op deze oefeningen worden teruggegrepen. Door de patiënt aan het begin van de hoortraining hiermee te laten oefenen en duidelijk te maken waarom bepaalde klanken moeilijker zijn dan andere (metacognitie), neem je uiteindelijk een aantal moeilijkheden weg op woorden zinsniveau. Bij de oefeningen op deze niveaus wordt de invloed van co-articulatie beperkt: klanken worden in hun zuiverste vorm aan de patiënt aangeboden. Logopedie en foniatrie nummer

7 a - aa i - ie o - oo u - uu e - ee aa - a ie - i oo - o uu - u ee - e therapeut: a-aa, aa-a, aa-a CI-drager: aa-a therapeut: dat is goed! of, therapeut: a-aa, aa-a, aa-a CI-drager: a-aa therapeut: dat is niet goed, niet a-aa, maar aaa. Hoor je het verschil? CI-drager: ja, de aa klinkt langer! voorbeeld 1. Een oefening uit niveau 3 (segementele aspecten van vocalen), met links een oefenblad en rechts de transcriptie van een deel van een sessie. De therapeut wijst de regel aan waarmee gewerkt gaat worden, bijvoorbeeld regel 1. Vervolgens worden de beide mogelijkheden uitgesproken, waarbij het lipbeeld verborgen is: a-aa, aa-a. Daarna wordt één van beide mogelijkheden uitgesproken, bijvoorbeeld aa-a. Hierna moet de CI-drager door nazeggen aangeven welke van de twee opties door de therapeut is gezegd. Wanneer deze oefening wordt beheerst kan verder gegaan worden met dezelfde oefening, maar dan zonder het eerst uitspreken van beide mogelijkheden. aafaa aabaa aapaa aawaa aamaa aavaa aataa aagaa aasaa aaraa oefoe oeboe oepoe oewoe oemoe oevoe oetoe oegoe oesoe oeroe voorbeeld 2. Oefeningen uit niveau 4 (detailtraining op consoantniveau): De oefeningen worden net als bij voorbeeld 1 uitgevoerd. Hier 2 oefeningen met de consonanten in mediaal syllabe positie. Door het gebruik van verschillende vocalen wordt geoefend met co-articulatie-effecten. Bij deze oefening worden de lange vocalen en de tweeklanken gebruikt in combinatie met alle consonanten 56 Logopedie en foniatrie nummer

8 Niveau 3: Klanken (vocalen) Dit niveau heeft betrekking op de segmentele aspecten van vocalen. Het betreft de discriminatie van vocalen, waarvan de eigenschappen dicht bij elkaar liggen, bijvoorbeeld 2 lange vocalen (zie voorbeeld 1). De tweeklanken worden bij deze stap toegevoegd. In de oefenwoorden wordt verschil gemaakt tussen woorden met vocaal én consonantenverschillen (tafel versus servet), en woorden met alleen vocaalverschillen (papa versus pipo). Niveau 4: Klanken (consonanten) Na de klinkers wordt geoefend met de consonanten. Consonanten zijn immers moeilijker te verstaan, omdat ze minder luid en korter zijn dan de klinkers en de plaats en manier van articuleren sterk varieert. Tevens speelt co-articulatie een grote rol. De voorafgaande en ook de volgende consonanten/ vocalen hebben een grote invloed op de klankkleur van de medeklinker. Plofklanken kunnen niet op zichzelf staand uitgesproken worden zonder daarbij andere consonanten/vocalen te betrekken. De nadruk ligt op het oefenen van de consonanten die typische problemen opleveren voor CI-dragers (zie voorbeeld 2). Plofklanken zijn waarschijnlijk door de korte duur, moeilijk waar te nemen in vergelijking met andere consonanten, vooral in syllabe-finale positie. Ook blijken de nasalen moeilijk waar te nemen voor de CI-dragers (Jongmans, 2002). therapeut: Ik zit CI-drager: Ik zit therapeut: Ik zit op de stoel. CI-drager: Ik zit op een stoel. therapeut: Niet op een stoel, maar op de stoel, hoor je het verschil? CI-drager: Ja, nu hoor ik dat er voor stoel ook iets gezegd wordt. therapeut: Ik zit op de stoel in de kamer. CI-drager: Ik zit op de stoel in de kamer. therapeut: Goed zo! Niveau 5: Woorden (lettergreepstructuur) Dit niveau omvat oefeningen op woordniveau in zinsverband. Daarnaast oefent de CI-drager het opslaan van woorden en zinnen in combinatie met visuele (schriftelijke) ondersteuning. Woorden die verschillen in aantal lettergrepen worden eerst geoefend (bijvoorbeeld Op tafel staat een vaas - bloempot). Daarna volgen oefeningen met woorden met hetzelfde aantal lettergrepen (bijvoorbeeld hoog laag ; koffie - appel). Ten slotte komt het aspect melodie in onze spraak aan bod en worden klemtoonverschillen tussen lettergrepen geoefend (bijv. papier poster). Niveau 6: Woordherkenning In niveau 6 wordt woordherkenning geoefend aan de hand van thema s bijvoorbeeld dagen van de week of zomer. Binnen dit niveau beginnen we met de minst complexe oefeningen, dat zijn woorden uit een gesloten set. Daarna wordt geoefend met woorden die hetzelfde of anders zijn, het herkennen van woorden in een reeks van woorden en het verstaan van woorden aan de hand van een aangegeven thema. Niveau 7: Zinnen (gesloten set) In dit niveau wordt eerst geoefend met vaststaande zinsstructuren zoals begroetingen. Dit is een relatief eenvoudige vorm van het herkennen van zinnen omdat deze vaak en in een vaste context voorkomen. Hierna volgt het oefenen met kettingzinnen waarbij de zin steeds verder wordt uitgebreid (zie voorbeeld 3). Niveau 8: Zinnen (open set) Dit niveau biedt oefeningen voor het verstaan van de spontane spraak door zinnen aan te bieden waarbij de CI-drager niet vooraf weet welke zin er gaat komen. Zinnen kunnen voorkomen in een verhaal waardoor de context de CI-drager informatie geeft over de mogelijke zin. Niveau 9: Telefoongesprek Bij het telefoneren kan het CI rechtstreeks op de telefoon worden aangesloten. Er wordt begonnen met gesloten vragen. Daarna zal de therapeut door de telefoon zinnen aanbieden uit een reeks van zinnen, waarbij de CI-drager de juiste keuze moet maken (gesloten set). Hierbij wordt de CI-drager aangespoord zelf thuis met bekenden telefoongesprekken te oefenen. voorbeeld 3. Een oefening uit niveau 7 (zinnen in gesloten set): deze oefening (met de zogenaamde kettingzinnen) wordt zonder dat de CI-drager de oefening van papier kan lezen en zonder lipbeeld uitgevoerd. De therapeut leest een zin voor, de CI-drager moet deze nazeggen. De zinnen worden steeds langer. Door het herhalen van het begin van de zin heeft de CI-drager ondersteuning van de context om de nieuwe woorden te kunnen verstaan. Tevens wordt het herkennen van de herhaalde woorden "ingeslepen" en wordt het fonologisch geheugen getraind. Niveau 10: Conversatiespraak met achtergrond ruis Dit niveau is toegevoegd om de CI-drager beter te leren spraakverstaan op gespreksniveau, waaraan meerdere sprekers deelnemen. De CI-drager wordt hierbij een tekst aangeboden door 1 spreker met achtergrondruis. Later wordt geoefend met twee sprekers, waarbij één en dezelfde tekst wordt aangeboden. Vervolgens wordt met twee verschillende teksten gewerkt. Bij beide oefeningen zal de CI-drager eerst moeten waarnemen wie er spreekt en daarna wat er gezegd wordt. Logopedie en foniatrie nummer

9 woorden per minuut woorden per minuut A 13,3 Pre-op 1 wk 2wk 4wk 8wk 3mnd 6mnd 12mnd 55,2 60,7 B 42,5 17,4 25,0 35,4 40,8 tijd 66,9 69,8 71,8 76,1 87,4 N=60 N=75 N=76 N=74 N=70 N=67 N=60 N=48 N=16 Pre-op 1 wk 2wk 1 mnd 2 mnd 3mnd 6mnd 1 jr 2 jr tijd 45,7 47,5 47,6 49,5 Figuur 5. A. Speechtracking zonder lipbeeld voor 75 CI-dragers per followup moment in het eerste jaar van de revalidatie, normaal score voor goed horenden is woorden per minuut. B. Gemiddelde scores en hun standaarddeviatie op CVC-woordenlijsten (65/ 75dB SPL, in het vrije veld, aangeboden vanaf CD). Resultaten en toekomstige ontwikkelingen De individuele ontwikkeling van spraakverstaan wordt gemeten ter ondersteuning van de fitting en voor een meer objectieve score van de voortgang. De verkregen data worden ook gebruikt om de effectiviteit van (nieuwe) hardware en software vast te kunnen stellen. De vorderingen in het spraakverstaan worden bij onze CI-dragers gemeten door middel van twee testen. Met de standaard NVA-woordenlijsten (Bosman, 1992) wordt het percentage correct gehoorde fonemen (0-100%) van éénlettergrepige CVC (Consonant-Vocaal-Consonsant)-woorden bepaald om de auditieve vaardigheid bij het spraakverstaan te meten. De Speech-Tracking-test meet de spraakverstaansvaardigheid en het vermogen om de taalinhoud van een gesproken tekst te verwerken en te begrijpen. Bij deze laatste test krijgt de CI-drager een tekst zin voor zin voorgelezen, die hij/zij vervolgens woordelijk moet herhalen. De score is het aantal correct herhaalde woorden per minuut. Voor normaalhorenden ligt de uitkomst tussen 80 en 100 woorden per minuut en wordt voornamelijk bepaald door het maximale spreektempo. Figuur 5 toont de resultaten voor de eerste 75 volwassen CI-dragers. De resultaten in Figuur 5 tonen een verbetering van het spraakverstaan ten opzichte van de pre-operatieve situatie (gemeten met optimaal aangepaste hoortoestellen) in beide testen. Alle tot nu toe geïmplanteerden hebben in de eerste maand na aansluiting een grote mate van open set spraakverstaan bereikt, zowel gemeten met de NVA-lijsten als met de speechtracking. Bij speechtracking wordt de variabiliteit mede bepaald door andere persoonsgebonden factoren dan de perceptie, zoals de cognitieve mogelijkheden van de CI-drager. De verbetering van jaar 1 naar jaar 2 bij de CVC score is vooral toe te schrijven aan het gebruiken van een positioner, een instrument om de elektrodenarray op de juiste plaats te positioneren, bij de eerste 25 patiënten (Beek van der et al., 2004). Na het van de markt halen van de positioner door de fabrikant in verband met een mogelijk verhoogde kans op meningitis, is er in Leiden een nieuwe elektrodenarray ontwikkeld, de HiFocus 4L. De goede resultaten met de positioner zullen naar verwachting door de nieuwe elektrodenarray geëvenaard gaan worden (Frijns et al., 2004). Conclusie Alle CI-centra in Nederland beschouwen hoortraining na cochleaire implantatie als noodzakelijk. Met de toename van het aantal implantaties neemt dan ook de behoefte aan gespecialiseerde hoortherapeuten en oefenmateriaal toe. Tot nu toe wordt voornamelijk gebruik gemaakt van oefenmateriaal van fabrikanten van CI s, vertaald naar het Nederlands. Met het hier beschreven cochleaire leermodel, gebaseerd op leerpsychologische inzichten en linguïstische kennis, is ruime en goede ervaring in de Nederlandstalige praktijk opgedaan. Mede door de intensieve start van de training en begeleiding van gespecialiseerde therapeuten, ondervinden de meeste postlinguaal dove CI-dragers snel baat bij hun implantaat. Om deze training toegankelijk te maken wordt bij voldoende belangstelling een cursus voor logopedisten verzorgd en ontwikkelen we op dit moment een multimediaversie. Met hun bijdrage aan dit laatste product hebben studenten van Hogeschool Windesheim de SLF-prijs 2003 gewonnen. Samenvatting Sinds 2000 hebben in het LUMC te Leiden meer dan 125 patiënten een cochleair implantaat gekregen. Voor de postlinguaal dove volwassenen is het Cochleaire Leermodel voor hoortraining ontwikkeld op basis van leerpsychologische inzichten, linguïstische kennis en ervaring in de praktijk. Vanuit het leerpsychologisch perspectief wordt het belang van detailtraining, herhaling en de rol van het drie sporen groeipotentieel voor de methodische opbouw aangegeven. Vanuit het linguïstisch perspectief wordt aangegeven hoe de moeilijkheidsgraad van de oefeningen op verschillende taalniveaus gevarieerd kan wor- 58 Logopedie en foniatrie nummer

10 den door het aanpassen van de akoestische, prosodische en semantische eigenschappen. De 10 niveaus binnen ons model worden vervolgens toegelicht en tot slot worden de resultaten toegelicht aan de hand van CVC- en speechtracking-test scores. Summary Since the year 2000 over 125 patients received a cochlear implant at the LUMC in Leiden, the Netherlands. Based upon educational psychological insights, linguistic knowledge and field experience, the Cochlear Learningmodel for speech perception training has been developed for the postlingually deafened adults. From educational psychological perspective the importance of training details, repetition, and the role of the threetrack growth potential for the methodological sequence is demonstrated. From linguistic perspective it is shown how to vary the difficulty of the exercises at different linguistic levels by adjusting the acoustic, prosodic and semantic properties. Next we elaborate on the 10 levels within our model. Finally the CVC and speechtracking-test scores are used to illustrate the results. Keywords cochlear implant, hearing, speech perception, training Auteurs A.A.M.E. Frijns-van Putten, logopedist, hoortherapeut CIRCLE dr. M. Beers, klinisch linguïst, CIRCLE drs. S.G. Snieder, onderzoeker, CIRCLE dr. ir. J.H.M. Frijns, KNO-arts, hoofd Cochlear Implant Rehabilitation Centre Leiden-Effatha (CIRCLE) Correspondentie A.A.M.E. Frijns-van Putten Cochlear Implant Rehabilitation Centre Leiden-Effatha (CIRCLE) Afdeling-KNO, kamer J2-57, Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Postbus 9600, 2300 RC Leiden telefoon: (secr: ) fax: (www.lumc.nl/3080/algemeen/subspecialismen.html) the Clarion CII HiFocus I with and without positioner. submitted. - Bloothooft, G. (2000). Spraakakoestiek, in: H. Peters et al. (red). Handboek voor Stem Spraak Taalpathologie, 12,, Bohn, Stafleu en van Loghem, Houten. - Bosman, A.J.S. & Smoorenburg, G.F. (1992). Woordenlijst voor spraakaudiometrie, CD onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging voor Audiologie. - Fitts, P.M. (1964). Perceptual-motor skill learning. In: Categories of human learning (pp ), A.W. Melton (Ed.), New York: Academic Press. - Frijns, J.H.M., Briaire, J.J., Zarowski, A., Verbist, B.M., & Kuzma, J. (2004). Concept and initial testing of a new, basally perimodiolar electrode design. International Congress Series Recent advances in otolaryngology, 1273, Frijns, J.H.M., Briaire, J.J., de Laat, J.A.P.M. & Grote, J.J. (2002). Initial evaluation of the Clarion CII cochlear implant: speech perception and neural response imaging. Ear Hear., 23, Gathercole, S.E. (1999). Cognitive approaches to the development of short-term memory. Trends in Cognitive Sciences, 3 (11), Jongmans, P. (2002). Opnieuw leren horen, een linguïstische benadering van een hoortrainingsprogramma voor CIgebruikers. Master thesis, Vrije Universiteit Amsterdam. - Langereis, M.C., van Olphen, A.F., van Dijk, J.E., & Smoorenburg, G.F. (1996). Cochleaire implantatie en hoortraining. Logopedie en Foniatrie, 9, Rost, U. & Strauss-Schier, A. (1998). Rehabilitations- und Testkonzepte bei Erwachsenen. In T. Lenarz (red). Cochlea Implantat. Ein praktischer Leitfaden fur die Versorgung von Kindern und Erwachsenen. Springer-Verlag., Berlin Heidelberg New York. - Taatgen, N.A. & Lee, F.J. (2003). Production compilation: A simple mechanism to model complex skill acquisition. Human Factors, 45 (1), Vermeulen, A., Snik, A., Broek van den, P., & Brox, J. (1997). Nieuwe mogelijkheden door cochleaire implantatie (CI). Logopedie en Foniatrie, 10, Literatuurlijst - Baddeley, A.D. & Hitch, G.J. (2000). Development of working memory: Should the Pascual-Leone and the Baddeley and Hitch models be merged? Journal of Experimental Child Psychology, 77 (2), Beek van der, F.B., Boermans, P.P.B.M., Verbist, B.M., Briaire, J.J., &.Frijns, J.H.M. (2004). Clinical evaluation of Logopedie en foniatrie nummer

cochleaire implantatie bij kinderen

cochleaire implantatie bij kinderen cochleaire implantatie bij kinderen inleiding Een cochleair implantaat (CI) is een hulpmiddel dat ernstig slechthorende of dove kinderen en volwassenen de mogelijkheid biedt om geluid en spraak te kunnen

Nadere informatie

Cochleair implantaat: CI

Cochleair implantaat: CI Cochleair implantaat: CI Vera Prijs Inhoud Anatomie van het oor CI systeem CI-traject in UMCUtrecht Mogelijkheden en beperkingen Modaliteiten Toekomstige ontwikkelingen Anatomie van het gehoor Het binnenoor

Nadere informatie

Cochleaire implantatie bij volwassenen informatie voor werkgevers

Cochleaire implantatie bij volwassenen informatie voor werkgevers Cochleaire implantatie bij volwassenen informatie voor werkgevers Eén van uw werknemers/collega s is ernstig slechthorend. Op dit moment wordt door het CI-team VUmc beoordeeld of hij/zij baat zou kunnen

Nadere informatie

Cochleaire implantatie en logopedie

Cochleaire implantatie en logopedie Cochleaire implantatie en logopedie Nancy de Ruiter- Flokstra Logopediste NSDSK nderuiter@nsdsk.nl Het cochleaire implantaat Het CI-team Revalidatie en logopedie Het Cochleaire Implantaat Het oor Hoe een

Nadere informatie

Horen, Verstaan en Begrijpen met een CI

Horen, Verstaan en Begrijpen met een CI Horen, Verstaan en Begrijpen met een CI Guido Cattani (Bsc. Audioloog, M. SEN, UMC Utrecht, afdeling KNO) gcattani@umcutrecht.nl Trudi de Koning (Klinisch linguïst UMC Utrecht) Opbouw presentatie Inleiding

Nadere informatie

Cochleaire implantatie in het amc

Cochleaire implantatie in het amc Cochleaire implantatie in het amc www.ci-amc.nl 1 Informatie voor volwassenen Inleiding Bent u zeer ernstig slechthorend of doof en wilt u graag beter kunnen horen? Wellicht is een Cochleair Implantaat

Nadere informatie

Hoe verloopt de muzikale ontwikkeling bij dove en slechthorende kinderen En de invloed die de ontwikkeling van het Cochleair Implant daar op heeft

Hoe verloopt de muzikale ontwikkeling bij dove en slechthorende kinderen En de invloed die de ontwikkeling van het Cochleair Implant daar op heeft Hoe verloopt de muzikale ontwikkeling bij dove en slechthorende kinderen En de invloed die de ontwikkeling van het Cochleair Implant daar op heeft Marianne Bloemendaal Inleiding Zingen en musiceren, ondersteunt

Nadere informatie

Figuur Fout! Geen tekst met opgegeven opmaakprofiel in document.-1 Cochleair implantaat

Figuur Fout! Geen tekst met opgegeven opmaakprofiel in document.-1 Cochleair implantaat Cochleair implantaat Inleiding Als iemand doof of zeer ernstig slechthorend is en hoortoestellen brengen (nog langer) onvoldoende resultaat met zich mee, dan wordt tegenwoordig een cochleair implantaat

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/36110 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/36110 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/36110 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Beek, Feddo van der Title: Speech perception with cochlear implants : improving

Nadere informatie

Logopedie na cochleaire implantatie. info voor de patiënt. hoofd, hals en zenuwstelsel

Logopedie na cochleaire implantatie. info voor de patiënt. hoofd, hals en zenuwstelsel hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de patiënt Logopedie na cochleaire implantatie UZ Gent, Centrum voor Gehoor- en Spraakrevalidatie Ter Sprake Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde Logopedie na cochleaire

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Introductie Dit proefschrift geeft het theoretische en experimentele werk weer rondom de auditieve en cognitieve mechanismen van het top-down herstel van gedegradeerde spraak. In het dagelijks

Nadere informatie

Meten van spraakverstaan bij volwassenen met een cochleair implantaat in stilte en in lawaai

Meten van spraakverstaan bij volwassenen met een cochleair implantaat in stilte en in lawaai Meten van spraakverstaan bij volwassenen met een cochleair implantaat in stilte en in lawaai Universitair Audiologisch Centrum KNO en EMGO+ instituut VU medisch centrum Amsterdam Marre Kaandorp Theo Goverts

Nadere informatie

gehoorverlies en auditieve implantaten

gehoorverlies en auditieve implantaten gehoorverlies en auditieve implantaten Paul Van de Heyning MDPhD Diensthoofd NKO UZA Verzekeringsgeneeskunde 13 maart 2013 Univ. Dept of Otorhinolaryngology and head and neck surgery Univ dept of Communicative

Nadere informatie

Borggravevijversstraat 9 3500 Hasselt Tel. 011 22 25 93 Fax. 011 24 20 14 E-mail: info@welcom-vzw.be http://www.welcom-vzw.

Borggravevijversstraat 9 3500 Hasselt Tel. 011 22 25 93 Fax. 011 24 20 14 E-mail: info@welcom-vzw.be http://www.welcom-vzw. Borggravevijversstraat 9 3500 Hasselt Tel. 011 22 25 93 Fax. 011 24 20 14 E-mail: info@welcom-vzw.be http://www.welcom-vzw.be HOOROPVOEDING Deze bundel werd samengesteld door Leo De Raeve, Josefa Jans,

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Flitsend Spellen en Lezen 1

Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 Flitsend Spellen en Lezen 1 is gericht op het geven van ondersteuning bij het leren van Nederlandse woorden, om te beginnen bij de klanklettercombinaties. Doelgroep Flitsend

Nadere informatie

Samenvatting. 11 Samenvatting

Samenvatting. 11 Samenvatting Samenvatting Cochleaire implantatie (CI) is een ingreep die tot doel heeft de gehoorstoornis van mensen met aangeboren of verworven doofheid te verminderen. Het implantaat stimuleert via elektroden die

Nadere informatie

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor patiënten Cochleair implantaat Vooronderzoeken

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor patiënten Cochleair implantaat Vooronderzoeken hoofd, hals en zenuwstelsel info voor patiënten Cochleair implantaat Vooronderzoeken Inhoud 01 Vooronderzoeken... 04 02 Operatie... 08 03 Kosten... 08 04 Contactgegevens... 10 05 Schema... 11 01. Vooronderzoeken

Nadere informatie

Wat na cochleaire implantatie?

Wat na cochleaire implantatie? hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de patiënt Wat na cochleaire implantatie? UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde Wat na cochleaire implantatie: praktisch Revalidatie Medische revalidatie Na

Nadere informatie

Cochleair implantaat

Cochleair implantaat hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de patiënt Cochleair implantaat Vooronderzoeken UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde Cochleair implantaat: vooronderzoeken Voor de beslissing wordt genomen

Nadere informatie

Evaluatie van de hoortoestelaanpassing

Evaluatie van de hoortoestelaanpassing Evaluatie van de hoortoestelaanpassing Niek Versfeld klinisch fysicus audioloog Universitair Audiologisch Centrum VUmc Amsterdam Casus: korte anamnese Vrouw 68 jaar, reuma Rechts matig hoge-tonenverlies

Nadere informatie

Revalidatie van het gehoor bij volwassenen

Revalidatie van het gehoor bij volwassenen Revalidatie van het gehoor bij volwassenen Gehoor en communicatie zijn van groot belang voor de mens. Wanneer er een beperking van gehoor, spraak of taal optreedt, heeft dat vaak grote gevolgen voor het

Nadere informatie

Vroege spraak- en taalontwikkeling

Vroege spraak- en taalontwikkeling Vroege spraak- en taalontwikkeling Margreet Langereis Viataal Cochleair Implant Centrum Nijmegen/Sint-Michielsgestel 17 maart 2006 Inhoud presentatie Wat is taal? Mijlpalen op gebieden van de taalontwikkeling

Nadere informatie

Cochleaire Implantatie en logopedie

Cochleaire Implantatie en logopedie Cochleaire Implantatie en logopedie Introductiedag, maandag 14 november 2011 Cochleaire implantatie bij kinderen en volwassenen: een overzicht van het complete traject Vervolgcursus, dinsdag 22 november

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Sita Minke ter Title: Birds and babies : a comparison of the early development

Nadere informatie

CAR Sint - Lievenspoort Gent UITDAGINGEN BINNEN DE VOLWASSENWERKING VAN HET CAR SINT LIEVENSPOORT. Multidisciplinaire revalidatie

CAR Sint - Lievenspoort Gent UITDAGINGEN BINNEN DE VOLWASSENWERKING VAN HET CAR SINT LIEVENSPOORT. Multidisciplinaire revalidatie 1 CAR Sint - Lievenspoort UITDAGINGEN BINNEN DE VOLWASSENWERKING VAN HET CAR SINT LIEVENSPOORT ONICI 10TH EURO-CI SYMPOSIUM 9 APRIL 2015 2 Multidisciplinaire revalidatie gesubsidieerd via conventie met

Nadere informatie

Interactie van elektrische en akoestische stimulatie in de cochlea van de cavia

Interactie van elektrische en akoestische stimulatie in de cochlea van de cavia Interactie van elektrische en akoestische stimulatie in de cochlea van de cavia H. Christiaan Stronks, Huib Versnel, Vera F. Prijs, Wilko Grolman, Sjaak F.L. Klis Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde

Nadere informatie

HET HOORAPPARAAT EN COCHLEAIRE INPLANT

HET HOORAPPARAAT EN COCHLEAIRE INPLANT Borggravevijversstraat 9 3500 Hasselt Tel. 011 22 25 93 Fax. 011 24 20 14 E-mail: info@welcom-vzw.be http://www.welcom-vzw.be HET HOORAPPARAAT EN COCHLEAIRE INPLANT Deze bundel werd samengesteld door Anja

Nadere informatie

Cochleaire Implantatie (CI) bij volwassenen

Cochleaire Implantatie (CI) bij volwassenen Cochleaire Implantatie (CI) bij volwassenen Het team Het Cochleair Implantatieteam Rotterdam is in 2000 ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen de afdeling KNO van het Erasmus MC en de Koninklijke

Nadere informatie

Participatie ondanks slechthorendheid

Participatie ondanks slechthorendheid Participatie ondanks slechthorendheid Focus van het audiologisch onderzoek Joost Festen, afdeling KNO/Audiologie Participatie aan de hand van twee voorbeelden: Een doofgeboren kind dat kan spelen met kinderen

Nadere informatie

Fonemisch Bewustzijn

Fonemisch Bewustzijn Fonemisch Bewustzijn Ellen van der Veen Welkom en Agenda 1. Introductie 2. Fonemisch Bewustzijn 3. Vragen en praktijkervaringen Doelstellingen van vandaag 1. De deelnemers kennen de begrippen taalbewustzijn,

Nadere informatie

Horen en ouder worden

Horen en ouder worden Horen en ouder worden dr.ir. N.J. Versfeld klinisch fysicus audioloog Universitair Audiologisch Centrum VUmc Amsterdam Ouderdomsslechthorendheid Ook wel presbyacusis genoemd Presbys : oud Akouein : horen

Nadere informatie

Dynamisch testen. Bruikbaar voor het inschatten van leerbaarheid? Hileen Boosman, Anne Visser-Meily, Caroline van Heugten

Dynamisch testen. Bruikbaar voor het inschatten van leerbaarheid? Hileen Boosman, Anne Visser-Meily, Caroline van Heugten Dynamisch testen. Bruikbaar voor het inschatten van leerbaarheid? Hileen Boosman, Anne Visser-Meily, Caroline van Heugten Leerbaarheid Leerbaarheid is de mate waarin iemand profijt heeft van leerervaringen.

Nadere informatie

De pdin The pediatric digits-in-noise test. Cas Smits VU medisch centrum, Amsterdam

De pdin The pediatric digits-in-noise test. Cas Smits VU medisch centrum, Amsterdam De pdin The pediatric digits-in-noise test Cas Smits VU medisch centrum, Amsterdam Dank Inhoud Spraakverstaan in ruis DIN test pdin Casuistieken/Voorbeelden Spraakverstaan in ruis Aanvulling op toon- en

Nadere informatie

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning.

Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning. Handleiding Vingerspelling en Letterherkenning. Inleiding. De module Vingerspelling en Letterherkenning is onderdeel van de methode AAD. Het is de eerste module, speciaal voor degenen die het Nederlands

Nadere informatie

Auditieve verwerkingsproblemen

Auditieve verwerkingsproblemen Auditieve verwerkingsproblemen definitie, diagnostiek, (be)handelen Jessica van Herel de Frel Logopedist / spraak taalpatholoog Koninklijke Auris Groep, AC Rotterdam j.v.herel@auris.nl 19 april 2012 Inhoud

Nadere informatie

WAT IS EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT?

WAT IS EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT? WAT IS EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT? Advanced Bionics Wat is een COCHLEAIR IMPLANTAAT? Een cochleair implantaat is een elektronisch toestel dat een verbeterde geluidsperceptie en een grotere spraakverstaanbaarheid

Nadere informatie

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van Samenvatting Het is niet eenvoudig om te leren spellen. Om een woord te kunnen spellen moet een ingewikkeld proces worden doorlopen. Als een kind een bepaald woord nooit eerder gelezen of gespeld heeft,

Nadere informatie

Herkansing 1 e Deeltentamen Spraakherkenning en -synthese

Herkansing 1 e Deeltentamen Spraakherkenning en -synthese Herkansing 1 e Deeltentamen Spraakherkenning en -synthese Rob van Son 10-13 uur, 20 december 2007 GEBP/P2.27 Dit is een herkansing van het eerste deeltentamen. Je moet deze opgaven alleen maken als je

Nadere informatie

~ (]J. -S ca. /;a.;j ~ ~/ ~ Ir'! '. - - --~ '-' 1 C\) 4. Middenoor. s. Slakkenhuis. 6. Gehoorzenuw ,.. ...

~ (]J. -S ca. /;a.;j ~ ~/ ~ Ir'! '. - - --~ '-' 1 C\) 4. Middenoor. s. Slakkenhuis. 6. Gehoorzenuw ,.. ... I 3. I H-o'~ hoort een oo~? I, I. Geluidsgolven I I 2. Gehoorgang - Trommelvlies I J 4. Middenoor s. Slakkenhuis 6. Gehoorzenuw '0..,.. '-' 1... C\) -S ca ~ (]J /;a.;j ~ ~/ ~ Ir'! '. - - --~ Inhoudsopgave

Nadere informatie

Informatie over het werkgeheugen

Informatie over het werkgeheugen Informatie over het werkgeheugen Wat is het Werkgeheugen? De mogelijkheid om informatie van verschillende aard vast te houden en deze informatie te gebruiken in een denkproces waarbij nieuwe en reeds aanwezige

Nadere informatie

CI De rol van de maatschappelijk werker. Agaath Dondorp Voorheen: Audiologisch Centrum / CI-team VUMC Dag der akoepedie 23 april 2009

CI De rol van de maatschappelijk werker. Agaath Dondorp Voorheen: Audiologisch Centrum / CI-team VUMC Dag der akoepedie 23 april 2009 CI De rol van de maatschappelijk werker Agaath Dondorp Voorheen: Audiologisch Centrum / CI-team VUMC Dag der akoepedie 23 april 2009 Rol maatschappelijk werker CI-team Selectiecriteria voor de maatschappelijk

Nadere informatie

Repetition pitch bij CI-gebruikers

Repetition pitch bij CI-gebruikers Repetition pitch bij CI-gebruikers Jan-Willem Wasmann, Klinisch-fysicus i.o. dr. H. Versnel, dr. S.F.L. Klis en dr. G.A. van Zanten UMC Utrecht NVA, 26 september 2014 Repetition pitch repetition pitch

Nadere informatie

HULPMIDDELENINFO FM-GELUIDSOVERDRACHTSYSTEMEN

HULPMIDDELENINFO FM-GELUIDSOVERDRACHTSYSTEMEN HULPMIDDELENINFO FM-GELUIDSOVERDRACHTSYSTEMEN JANUARI 2011 Een beschrijving van een hulpmiddel of een aanpassing in deze tekst wil niet zeggen dat het hulpmiddel of de aanpassing terugbetaald wordt door

Nadere informatie

Babybabbels. spraakontwikkeling in het eerste levensjaar. Dr. F.J. van Beinum

Babybabbels. spraakontwikkeling in het eerste levensjaar. Dr. F.J. van Beinum Babybabbels spraakontwikkeling in het eerste levensjaar Dr. F.J. van Beinum nstituut voor Fonetische Wetenschappen / CLC Universiteit van msterdam MUZEK en SPRK in ONWKKELNG Beekbergen spraakontwikkeling

Nadere informatie

Indicatie cluster 2 bij kinderen met een CI. Rens Leeuw CI-team Nijmegen Sint-Michielsgestel Viataal

Indicatie cluster 2 bij kinderen met een CI. Rens Leeuw CI-team Nijmegen Sint-Michielsgestel Viataal Indicatie cluster 2 bij kinderen met een CI Rens Leeuw CI-team Nijmegen Sint-Michielsgestel Viataal Inhoud - Historie van regelgeving en huidige regelgeving - Enige resultaten van kinderen met CI - Overeenkomsten

Nadere informatie

Gehoorverlies na Meningitis diagnostiek, preventie & behandeling

Gehoorverlies na Meningitis diagnostiek, preventie & behandeling Tweede VUmc nascholingsdag over het jonge slechthorende kind Gehoorverlies na Meningitis diagnostiek, preventie & behandeling Woensdag 12 oktober 2011 NEMO AMSTERDAM Het jonge slechthorende kind Vroege

Nadere informatie

Onderzoek Communicatie: Assessment en interventie van perceptieve en productieve functiestoornissen bij volwassenen met een verstandelijke beperking

Onderzoek Communicatie: Assessment en interventie van perceptieve en productieve functiestoornissen bij volwassenen met een verstandelijke beperking Onderzoek Communicatie: Assessment en interventie van perceptieve en productieve functiestoornissen bij volwassenen met een verstandelijke beperking Prof. Dr. Ir. Ad Snik, Klinisch Fysicus en Audioloog,

Nadere informatie

Hoe werkt het gehoor? Bert van Zanten Klinisch-Fysicus/Audioloog Hoofd KNO-Audiologisch Centrum

Hoe werkt het gehoor? Bert van Zanten Klinisch-Fysicus/Audioloog Hoofd KNO-Audiologisch Centrum Hoe werkt het gehoor? Bert van Zanten Klinisch-Fysicus/Audioloog Hoofd KNO-Audiologisch Centrum Horen, zo gewoon, wat is het precies? onder andere: Detectie van geluid Discriminatie tussen verschillende

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID 16 MAART 2006 Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen

Nadere informatie

Marjo Maas: fysiotherapeut / docent / onderzoeker Peer assessment De impact van peer assessment op het klinische redeneren en het klinisch handelen van fysiotherapeuten in opleiding en fysiotherapeuten

Nadere informatie

Informatieavond leerkrachten en pedagogisch medewerkers van slechthorende kinderen. Yvonne Simis, klinisch fysicus-audioloog 4 oktober 2012

Informatieavond leerkrachten en pedagogisch medewerkers van slechthorende kinderen. Yvonne Simis, klinisch fysicus-audioloog 4 oktober 2012 Informatieavond leerkrachten en pedagogisch medewerkers van slechthorende kinderen Yvonne Simis, klinisch fysicus-audioloog 4 oktober 2012 Programma 19.30 Opening en inleiding audiologie door: Yvonne Simis,

Nadere informatie

EXPERTS IN HOREN, SPREKEN EN VERSTAAN. Groepsactiviteiten. Voor gezinnen met een slechthorend of doof kind tot de leeftijd van vijf jaar

EXPERTS IN HOREN, SPREKEN EN VERSTAAN. Groepsactiviteiten. Voor gezinnen met een slechthorend of doof kind tot de leeftijd van vijf jaar EXPERTS IN HOREN, SPREKEN EN VERSTAAN Groepsactiviteiten Voor gezinnen met een slechthorend of doof kind tot de leeftijd van vijf jaar Pento Vroegbehandeling biedt behandeling en begeleiding aan kinderen

Nadere informatie

Kinderen met gehoor-, spraak- en/of taalproblemen

Kinderen met gehoor-, spraak- en/of taalproblemen Kinderen met gehoor-, spraak- en/of taalproblemen Afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde Informatie voor verwijzers Kinderen met gehoor-, spraak- en/of taalproblemen Kinderen met problemen of vragen op

Nadere informatie

Keel-, neus en oorheelkunde. Slechthorendheid en Hoortoestellen

Keel-, neus en oorheelkunde. Slechthorendheid en Hoortoestellen Keel-, neus en oorheelkunde Slechthorendheid en Hoortoestellen 1 Deze folder geeft u informatie over slechthorendheid en de mogelijkheden om daar iets aan te doen. Hoe werkt een oor? Het oor is nodig voor

Nadere informatie

9-10-2013. voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs. Dolf Janson. www.jansonadvies.nl 1

9-10-2013. voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs. Dolf Janson. www.jansonadvies.nl 1 voor wie JA zegt tegen actief en inspirerend onderwijs Dolf Janson www.jansonadvies.nl 1 energie 9-10-2013 Teken eens het verloop van het energieniveau van je leerlingen tijdens een ochtend. tijd Hoe komen

Nadere informatie

Steekkaart: nummer 1Ne

Steekkaart: nummer 1Ne Steekkaart: nummer 1Ne Onderwerp Het herkennen en discrimineren van aangeleerde woorden met behulp van woordkaartjes en het digitaal fototoestel Leeftijd/Doelgroep 1 e leerjaar Leergebied Nederlands Organisatie

Nadere informatie

1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington

1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington 1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington 2. Autisme: Kwalitatieve verschillen op 3 gebieden: taalvaardigheden, sociale vaardigheden en beperkte/

Nadere informatie

Medische diagnostiek naar gehoor bij meningitis: het landelijk protocol

Medische diagnostiek naar gehoor bij meningitis: het landelijk protocol 2e VUmc nascholingsdag over het jonge slechthorende kind: Medische diagnostiek naar gehoor bij meningitis: het landelijk protocol Paul Merkus Postmeningitis follow up in Nederland Eén jaar na meningitis

Nadere informatie

Go 100. Leer 100 Chinese karakters. Handleiding Go 100

Go 100. Leer 100 Chinese karakters. Handleiding Go 100 Go 100 Leer 100 Chinese karakters Handleiding Go 100 Go 100 is samen met de website www.go-malmberg.nl een volledig geïntegreerde Chinese taalmethode die een eenvoudige, aanstekelijke en effectieve leerervaring

Nadere informatie

Logopedie Sophie Gortzak maart 2010

Logopedie Sophie Gortzak maart 2010 Logopedie Sophie Gortzak maart 2010 Inleiding Ik doe mijn werkstuk over logopedie omdat ik het een interessant onderwerp vond en mijn moeder is logopedist. Mijn hoofdstukken zijn: 1Wat is logopedie? 2Wie

Nadere informatie

Ziekte van Parkinson en Parkinsonisme. Informatie en behandeling

Ziekte van Parkinson en Parkinsonisme. Informatie en behandeling Ziekte van Parkinson en Parkinsonisme Informatie en behandeling Ziekte van Parkinson en Parkinsonisme De ziekte van Parkinson is een chronische progressieve neurologische aandoening. Bij deze ziekte gaat

Nadere informatie

Hoor het Beste Advanced Bionics is wereldwijd marktleider voor de ontwikkeling van de meest geavanceerde cochleairimplantaatsystemen.

Hoor het Beste Advanced Bionics is wereldwijd marktleider voor de ontwikkeling van de meest geavanceerde cochleairimplantaatsystemen. Hoor het Beste Advanced Bionics is wereldwijd marktleider voor de ontwikkeling van de meest geavanceerde cochleairimplantaatsystemen. AB is in 1993 opgericht en in 2009 samengegaan met Phonak onder de

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 GEHOORSTOORNISSEN. Inleiding. Gehoorstoornissen. Soorten gehoorverlies

Hoofdstuk 2 GEHOORSTOORNISSEN. Inleiding. Gehoorstoornissen. Soorten gehoorverlies Hoofdstuk 2 GEHOORSTOORNISSEN Inleiding Een kan verschillende oorzaken hebben. De gevolgen en de behandeling van de stoornis hangen af van de oorzaak. Dit hoofdstuk beschrijft kort de soorten, de graden

Nadere informatie

studiedag De chirurg en het ontwikkelingsgestoorde kind.

studiedag De chirurg en het ontwikkelingsgestoorde kind. Vlaamse Studiegroep Vroegbegeleiding, Vroegbehandeling en Ontwikkelingsbegeleiding V.S.V.V.O. studiedag De chirurg en het ontwikkelingsgestoorde kind. Bijdrage Revalidatie bij jonge, cochleair geïmplanteerde

Nadere informatie

Cognitieve strategieën voor diepe verwerking en feedback

Cognitieve strategieën voor diepe verwerking en feedback Cognitieve strategieën voor diepe verwerking en feedback Samenvatting van het artikel van Henry L. Roediger III, Mary A. Pyc (2012), Inexpensive techniques to improve education: Applying cognitive pgychology

Nadere informatie

Audiologische diagnostiek en revalidatie. Cas Smits, klinisch fysicus-audioloog

Audiologische diagnostiek en revalidatie. Cas Smits, klinisch fysicus-audioloog Audiologische diagnostiek en revalidatie Cas Smits, klinisch fysicus-audioloog Inhoud Werking van het gehoor Traject in het eerste jaar Aanmeldingen Diagnostiek Revalidatie Na het eerste jaar gehoorbeenketen

Nadere informatie

Perceptie van spraak

Perceptie van spraak Perceptie van spraak Perceptie van spraak Handboek Stem, Spraak en Taalpathologie 8 Houten 2014 Ó 2014 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

Werkplek aanpassing. Informatie over aanvullende communicatiemiddelen voor slechthorenden

Werkplek aanpassing. Informatie over aanvullende communicatiemiddelen voor slechthorenden Werkplek aanpassing Informatie over aanvullende communicatiemiddelen voor slechthorenden Inhoudsopgave Wat is een werkplekaanpassing? Is een hoortoestel wel voldoende? Solo-apparatuur...Pagina 3 Signaal-

Nadere informatie

Not deaf enough. Matig slechthorende kinderen. Slechthorende kinderen in beeld. Onderzoek. Matig slechthorende kinderen 14-10-2013.

Not deaf enough. Matig slechthorende kinderen. Slechthorende kinderen in beeld. Onderzoek. Matig slechthorende kinderen 14-10-2013. 60 jaar NSDSK Matig slechthorende kinderen Problemen op het gebied van: Slechthorende kinderen in beeld Taalontwikkeling Sociaal-emotionele ontwikkeling Evelien Dirks Moeller 2007 Current state of Knowledge

Nadere informatie

Dag van de logopediewetenschap 2013: samenvattingen

Dag van de logopediewetenschap 2013: samenvattingen STEM-, SPRAAK- EN TAALPATHOLOGIE Vol. 18, No. 02, 2013, pp. i-vi 32.8310/02/1813-i c Groningen University Press Dag van de logopediewetenschap 2013: samenvattingen Op 1 juni 2013 vond de jaarlijkse Dag

Nadere informatie

Werkgeheugen - Onderzoek - Praktijk

Werkgeheugen - Onderzoek - Praktijk Het trainen van het werkgeheugen bij ontwikkelingsstoornissen: waarom zou je? Drs. B.J.L.Gerrits, psycholoog-psychotherapeut Presentatie Werkgeheugen wetenswaardigheden Onderzoek naar werkgeheugentrainingen

Nadere informatie

WAT ZOEKT U IN EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT?

WAT ZOEKT U IN EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT? WAT ZOEKT U IN EEN COCHLEAIR IMPLANTAAT? Advanced Bionics BESTE KANDIDAAT of ouder, Als u... staat op Geluidskwaliteit en prestaties 4 op zoek bent naar Technologie 6 verlangt naar Een gerust gevoel 8

Nadere informatie

Verstaanbaar spreken. bij de ziekte van Parkinson of atypisch parkinsonisme 1. Logopedie en PLVT

Verstaanbaar spreken. bij de ziekte van Parkinson of atypisch parkinsonisme 1. Logopedie en PLVT Verstaanbaar spreken bij de ziekte van Parkinson of atypisch parkinsonisme 1 Logopedie en PLVT Voor wie is deze informatie bedoeld? U heeft de ziekte van Parkinson of een vorm van atypische parkinsonisme

Nadere informatie

Plotsdoofheid (Sudden deafness)

Plotsdoofheid (Sudden deafness) Keel-, Neus- en Oorheelkunde Plotsdoofheid (Sudden deafness) www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl KNO037 / Plotsdoofheid 2 Plotsdoofheid (Sudden

Nadere informatie

Cochleaire implantatie in Vlaanderen en Nederland: huidige situatie. enkele aantallen. enkele aantallen. een vergelijking België - Nederland

Cochleaire implantatie in Vlaanderen en Nederland: huidige situatie. enkele aantallen. enkele aantallen. een vergelijking België - Nederland ONICI ONafhankelijk Informatiecentrum Cochleaire Implantatie Cochleaire implantatie in Vlaanderen en Nederland: huidige situatie. Leo De Raeve, ONafhankelijk Informatiecentrum Cochleaire Implantatie Zonhoven-België

Nadere informatie

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde van

Nadere informatie

Laag Frequente Tinnitus of Laag Frequent Geluid? Is er een verschil in begeleiding?

Laag Frequente Tinnitus of Laag Frequent Geluid? Is er een verschil in begeleiding? Laag Frequente Tinnitus of Laag Frequent Geluid? Is er een verschil in begeleiding? Ir. Dyon J.W.M. Scheijen Klinisch fysicus audioloog Inhoud Tinnitus Hoe horen wij? Het gehoorsysteem Beleving van geluid

Nadere informatie

Progressie en plezier met impliciet leren

Progressie en plezier met impliciet leren Titel Subtitel Progressie en plezier met impliciet leren Door Brendan Troost Dag van de Atletiek Zaterdag 19 maart 2 Doel en inhoud van deze presentatie Verbeteren kennis van principes van motorisch leren;

Nadere informatie

Skills matrix - Methodiek voor technische training en kennismanagement

Skills matrix - Methodiek voor technische training en kennismanagement Dit artikel beschrijft een methodiek om opleidingscurricula te maken voor technische bedrijfsopleidingen waarbij technische vaardigheden getraind moeten worden. De methode is met name bruikbaar om flexibele

Nadere informatie

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8

Groep 7 en 8. Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 Groep 7 en 8 Doelen Leerdoelen technisch lezen eind groep 8 85-95 % van de leerlingen beheerst AVI-plus 90% beheerst A t/m D-niveau op de DMT leerlingen lezen vlot woorden en zinnen leerlingen richten

Nadere informatie

Handleiding bij begeleiding van studenten die beginnen met het leren van Nederlands (A1). (ontworpen voor het basisexamen inburgering A1)

Handleiding bij begeleiding van studenten die beginnen met het leren van Nederlands (A1). (ontworpen voor het basisexamen inburgering A1) Handleiding bij begeleiding van studenten die beginnen met het leren van Nederlands (A1). (ontworpen voor het basisexamen inburgering A1) Instructieboek voor begeleiders en docenten. Ad Appel Uitgave:

Nadere informatie

SLECHTHORENDHEID EN HOORTOESTELLEN

SLECHTHORENDHEID EN HOORTOESTELLEN SLECHTHORENDHEID EN HOORTOESTELLEN 359 Inleiding Het verschijnsel slechthorendheid is bij u vastgesteld. In deze folder leest u meer over dit verschijnsel en de behandelmogelijkheden. Werking van het oor

Nadere informatie

Leren horen als nooit tevoren

Leren horen als nooit tevoren Hogeschool Zuyd Heerlen Faculteit Gezondheidszorg & Techniek Opleiding Logopedie Leren horen als nooit tevoren Een update van het Curriculum Hoortraining: een leidraad voor hooropvoeding en -revalidatie

Nadere informatie

Gehooronderzoek. Audiologisch Centrum. Afdeling KNO

Gehooronderzoek. Audiologisch Centrum. Afdeling KNO Gehooronderzoek Audiologisch Centrum Afdeling KNO Een Audiologisch Centrum is gespecialiseerd in onderzoek en advies voor mensen met gehoorproblemen. U komt bij het Audiologisch Centrum omdat een huisarts

Nadere informatie

Slechthorendheid en hoortoestellen. Afdeling KNO

Slechthorendheid en hoortoestellen. Afdeling KNO Slechthorendheid en hoortoestellen Afdeling KNO Dit boekje heeft tot doel u informatie te geven over slechthorendheid en de mogelijkheden om daar wat aan te doen. Als u recent bij een keel-, neus- en oorarts

Nadere informatie

Verstaanbaar spreken Bij Parkinson of atypisch parkinsonisme

Verstaanbaar spreken Bij Parkinson of atypisch parkinsonisme Verstaanbaar spreken Bij Parkinson of atypisch parkinsonisme afdeling logopedie Deze folder is bedoeld voor mensen met de ziekte van Parkinson of een vorm van atypisch parkinsonisme. In deze folder vindt

Nadere informatie

SLECHTHORENDHEID IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS. Informatiepakket slechthorenden

SLECHTHORENDHEID IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS. Informatiepakket slechthorenden SLECHTHORENDHEID IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS Informatiepakket slechthorenden 1 Inhoudsopgave Pagina Praktische tips in de klas 4 Mogelijk gedrag dat kan voorkomen bij slechthorende leerlingen

Nadere informatie

Cognitieve stoornissen na een hersenletsel en gevolgen hiervan voor de afasiebehandeling

Cognitieve stoornissen na een hersenletsel en gevolgen hiervan voor de afasiebehandeling Cognitieve stoornissen na een hersenletsel en gevolgen hiervan voor de afasiebehandeling Doriene van der Kaaden Logopedist/afasietherapeut en psycholoog i.o. Opbouw lezing Doel lezing Interdisciplinaire

Nadere informatie

Spreken Wat is een dysartrie?

Spreken Wat is een dysartrie? Dysartrie 2 Dysartrie is de algemene term voor een motorische spraakstoornis als gevolg van neurologische problematiek. Deze folder is bedoeld voor patiënten met een dysartrie en hun omgeving. Er staat

Nadere informatie

Iedereen kan last krijgen van stemproblemen en het komt zowel bij kinderen als bij volwassenen voor.

Iedereen kan last krijgen van stemproblemen en het komt zowel bij kinderen als bij volwassenen voor. Stem Adem-/ en stemproblematiek Heesheid Adembeheersing als voorbereiding op zingen Hyperventilatie Spreken in het openbaar Stemproblemen en stemverandering bijv. bij transseksualiteit, pubertijd Symptomen:

Nadere informatie

TRAINING WERKEN MET. Training Werken met. Ella Bohnenn Fouke Jansen. In opdracht van Stichting Expertisecentrum ETV.nl

TRAINING WERKEN MET. Training Werken met. Ella Bohnenn Fouke Jansen. In opdracht van Stichting Expertisecentrum ETV.nl ... WERKEN MET TRAINING Ella Bohnenn Fouke Jansen In opdracht van Stichting Expertisecentrum ETV.nl Stichting Expertisecentrum ETV.nl Lange Voorhout 9 2514 EA Den Haag Postbus 556 2501 CN Den Haag T 070-3765490

Nadere informatie

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid 3;6 4 4;6 5 5;6 6 6,6 7 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes. 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes door

Nadere informatie

Emotionele ontwikkeling van jonge dove kinderen met een Cochleair Implantaat (CI)

Emotionele ontwikkeling van jonge dove kinderen met een Cochleair Implantaat (CI) Emotionele ontwikkeling van jonge dove kinderen met een Cochleair Implantaat (CI) Drs. Lizet Ketelaar Leiden Universiteit Ontwikkelingspsychologie www.emoties1tot5.nl Deze presentatie Kinderen met een

Nadere informatie

1. Leerling Identificatie Project

1. Leerling Identificatie Project 1. Leerling Identificatie Project -Gemengd onderwijs voor leerlingen met hoorproblemen in Malawi eerder hulp gekregen bij hun handicap. Meer dan 60% van de jongeren in deze groep stopt met school omdat

Nadere informatie

De Baha Softband horen vanaf het prille begin!

De Baha Softband horen vanaf het prille begin! De Baha Softband horen vanaf het prille begin! Het leven is zoveel mooier met geluid! Mensen hebben vijf zintuigen: smaak, reuk, zien, tast en horen, die ons alle vijf helpen de wereld om ons heen te

Nadere informatie

WAT GEHOORVERLIES EIGENLIJK BETEKENT

WAT GEHOORVERLIES EIGENLIJK BETEKENT WAT GEHOORVERLIES EIGENLIJK BETEKENT Hoe weet u of u gehoorverlies heeft? De kans is groot dat u de laatste bent die dat weet. De meeste gehoorverliezen ontwikkelen zich namelijk zo geleidelijk dat u het

Nadere informatie

Exam s digitale testen voor dyscalculie.

Exam s digitale testen voor dyscalculie. Exam s digitale testen voor dyscalculie. Er wordt in de Nederlandse literatuur over dyscalculie een gemeenschappelijk standpunt aangetroffen in de overtuiging dat iets basaals de oorzaak is en dat een

Nadere informatie