Kaftontwerp: Jos Ontwerp Studio, Breda.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kaftontwerp: Jos Ontwerp Studio, Breda."

Transcriptie

1 0 6 nm I m m

2 Kaftontwerp: Jos Ontwerp Studio, Breda.

3 COLLOQUIUM VERVOERSPLAlSOLOGISCH SPEURWERK Het doe1 van het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk is een ontmoetingsplaats te vormen waar nieuwe inzichten en idedn met betrekking tot de vervoersplanning en de raakvlakken hiervan met de ruimtelijke planning wdrden gepresenteerd en besproken. De auteurs bezitten auteursrechten van hun bijdragen. Bestelling van boeken: Dit verslag, dat uit drie delen bestaat, kan worden besteld door overmaking van f.l50,-- op girorekening ten name van de penningmeester van het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Geerdinkhof 237, 1103 PZ Amsterdam, onder vermelding van CVS 1993 en de naam en adres van de besteller. Aanbevolen literatuurverwijzing: Th.A.M. Reijs & P.T. Tanja (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Grenzen aan de vervoersplanologie I. Delft, C.V.S., 1993.

4 TRANSPORTATION PLANNING RESEARCH COLLOQUIUM The purpose of the Transportation Planning Research Colloquium is to provide a meeting ground for the presentation and discussion of new insights and ideas in the field of transportation and its relationship with spatial planning. Authors retain all rights in their papers. Orders for books: Copies of this publication CVS-1993, which exists of three volumes, can be ordered from the treasurer of the Transportation Planning Research Colloquium, Geerdinkhof 237, 1103 PZ Amsterdam, The Netherlands. Suggested citation: Th.A.M. Reijs & P.T. Tanja (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Grenzen aan de vervoersplanologie I. Delft, C.V.S., II

5 LIST OF PUBLISHED PROCEEDINGS OF THE PREVIOUS COLLOQUIA 1. P.H.L. Bovy et al (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Spemwerk modellen en methoden in de vervoersplanologie. 2. F. le Clercq et al (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk praktijk en model in de vervoersplanning. 3. J.P.J.M. van Est et al (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk planevaluatie, vervoersmodellen en ruimtelijk keuzegedrag. 4. G.R.M. Jansen et al (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk veranderingen in en om vervoersplanologisch onderzoek. 5. G.R.M. Jansen et al (red.) New developments in modelling travel demand and urban systems: some results of recent Dutch research. Farnborough, Saxon House, 1979 (alleen via boekhandel). 6. F. le Clercq et al (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk vervoersstudies, -modellen en methoden. Delft, P.H.L. Bovy et al (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk mobiliteit, ruimtelijke interactie en vervoerssysteemgebruik. Delft, III

6 8. C.J. Ruijgrok & J.P.J.M. van Est (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk nieuwe tendensen in de vervoersplanologie. Delft, J.G. Smit & F. le Clercq (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk openbaar vervoer, kompakte stad en mobiliteit. Delft, P.H.L. Bovy (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Transportation and stagnation; challenges for planning and research (2 volumes). Delft, G.R.M. Jansen et al (red.) Transportation and Mobility in an Era of Transition Elsevier/North-Holland, 1985 (alleen via de boekhandel). 12. J.P. van Est (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Mobiliteit in beweging (2 delen). Delft, F. le Clercq (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Dynamiek in verkeer en mobiliteit (2 delen). Delft, G.R.M. Jansen (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Mobiliteit, transport en technologische vernieuwing (2 delen). Delft, IV

7 15. E.J. Verroen (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk miljoen auto s in 2010 (3 delen). Delft, P.M. Blok (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Nederland in nota s, strategie en pragmatisme en beleid en onderzoek (3 delen). Delft, H.J. Meurs (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Vervoerbeleid tussen rand en stad, naar een integrale aanpak op regionaal niveau (3 delen). Delft, J.M. Jager (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Meten-modellerenmonitoren (2 delen). Delft, P. T. Tanja (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk De prijs van mobiliteit en van mobiliteitsbeperking (3 delen). Delft, P.M. Blok (red.) Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk Innovatie in Verkeer en Vervoer (3 delen). Delft, De publikaties (met uitzondering van de nummers 5 en 11) kunnen worden besteld door overmaking van het bijbehorende bedrag op girorekening ten name van

8 de permingmeester van het Colloquium Vervoersplanologisch Spemwerk, Geerdinkhof 237, 1103 PZ Amsterdam, onder vermelding van CVS, jaartal en nummer, en de naam en het adres van de besteller. Het over te maken bedrag is voor de publicaties: - 1 t/m 8 f 25, t/m 14 f 55, t/m 17 f 85, f 75, en 20 f 120,-- Copies of these publications can be ordered from the treasurer of the Transportation Planning Research Colloquium, Geerdinkhof 237, 1103 PZ Amsterdam, The Netherlands. VI

9 VOORWOORD Voor u ligt een bundeling van bijdragen aan het twintigste Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk op 26 november 1993 te Rotterdam. Het Colloquium heeft drie doelstellingen: - Het presenteren (alsmede het verspreiden) van recent speurwerk, op het gebied van vervoersplanning inclusief haar raakvlakken met de ruimtelijke planning, aan collega-onderzoekers en beleidsvoorbereiders. - Het crdren van een forum waar dit speurwerk ter discussie kan worden gesteld. - Het vormen van een ontmoetingsplaats waar onderzoek en beleid kunnen samenkomen. De vorm van het Colloquium is gericht op actieve participatie van alle deelnemers. Iedere deelnemer levert een schriftelijke dan we1 discussiebijdrage. Er worden door de organisatoren geen drempels opgeworpen voor onderwerpen van bijdragen. We1 wordt ieder jaar een thema gekozen, waarop de deelnemers met name worden verzocht hun papers te richten. Het centrale thema voor het Colloquium 1993 luidt: GRENZEN AAN DE VERVOERSPLANOLOGIE Van de vervoersplanologie worden de komende jaren flinke inspanningen met grote gevolgen verwacht. Vervoersplanologen moeten maatregelen aandragen waarmee congestie, verkeersonveiligheid en milieuproblemen tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht. Veel van die maatregelen blijken echter politiek of maatschappelijk niet haalbaar. Ze stuiten op praktische problemen of op gebrek aan overheidsgeld. De maatregelen die we1 worden uitgevoerd, blijken slechts beperkt effect te sorteren. De vraag is of het onderzoek we1 hetzelfde spoor volgt als het verkeers- en vervoerbeleid? Laten we kansen liggen? Moeten we over de grenzen van onze vakgebieden heen kijken? Of is het onderzoek teveel gericht op de problemen van vandaag en

10 moet de blik op de lange termijn worden gericht? Kortom, waar liggen de grenzen van de vervoersplanologie? Naast de onderwerpen die betrekking hebben op het thema worden, zoals gebruikelijk, ook andere onderwerpen op het Colloquium aan de orde gesteld. De bijdragen die handelen over het thema zijn gebundeld in deel 1, de overige in de delen 2 en 3. Ter gelegenheid van het twintigste Colloquium gaat vooraf aan de eendaagse presentatie van papers een internationaal congres (voertaal Engels) op 2.5 november. De papers van het congres en de drie beste papers worden gebundeld in een apart boekwerk. De organisatie van het Colloquium 1993 is in handen van ondergetekenden, die volledig a titre personel optreden. Op deze plaats willen we onze dank uitspreken aan onze werkgevers: - Stichting het Nederlands Economisch Instituut, Rotterdam - Rijkswaterstaat, Adviesdienst Verkeer en Vervoer, Rotterdam - Mu Consult, Utrecht - Gemeente Breda - Instituut voor Ruimtelijke Organisatie, INRO-TNO, Delft - Adviesgroep voor Verkeer en Vervoer BV, Nieuwegein. Een bijzonder woord van dank verdient Dick den Adel van het OSPA van de Technische Universiteit van Delft. Hij heeft zorg gedragen voor vele praktische activiteiten die met de organisatie zijn gemoeid. Peter Blok Joke Jager Henk Meurs Arnoud Mouwen Theo Reijs Pieter Tanja Eric Verroen Breda, oktober 1993 VIII

11 INHOUDSOPGAVE Voorwoord Inhoudsopgave Dee Binsbergen, A. van, M. van der Vlist & P. Peeters Trendbreukscenario Goederen: Op of over de grens? 1 2. Blok, P., J. Bozuwa & M. Hols Goederenvervoer: Stuurbaar of stuurloos? Erkel, F. van & F. Kuik Een nietje door de nota s en een mooier kaftje, zou dat helpen? Heerema, P. & H. van de Vegt Nieuwe netwerken in bekende patronen? Hoekstra, W.A. & W.K. Mak Vervoerwijzekeuze en motivatie, een nieuwe aanpak binnen de vervoersplanologie Jong, M.A. de, Kan het regionaal verkeers- en vervoerbeleid effectief zijn? 103 Koster, H.R. & A.H.M. van den Broek Grenzen aan de autoluwe binnenstad. 119 Leidelmeijer, K., F. Kuik & A. Buys De omgeving van de mobiliteit. 137 IX

12 9. Louisse, K. Samenhangend vervoersysteem gunstig voor alle SVV-doelen Meurs, H. & B. van Wee Uitdagingen voor toekomstonderzoek: Verkenning van grenzen Nijenhuis, E. & W. Mak Over de grenzen van de vervoersplanologie - Naar een interdisciplinaire visie op het openbaar vervoer in de Rijnmond Peeters, P., M. Kraan & J. Bozuwa Goed op weg, naar een milieuvriendelijk goederenvervoer Poelstra, E.H. & B.J. Sterenborg De grens tussen zeggen en doen Puylaert, H. & F. van Erkel Vervoersplanologie voor een society on the move Quee, J.G. Vervoersplanologie: Ook een taak voor bestuurders Rietveld, P., B. Navis & J. van Nierop Het Amsterdamse referendum over een autoluwe binnenstad: Een analyse van de voorkeuren van kiezers Schol, E. Wegen naar een duurzaam stedelijk verkeers- en vervoerssysteem. 293 X

13 18. Verroen, E.J. & G.R.M. Jansen De Scenarioverkenner voor personenvervoer: Een systeem dynamisch model voor het verkermen van lange termijn ontwikkelingen in de vervoersvraag en de effecten van beleidsstrategien. 307 Dee Aardoom, N., E. van Berkum & P. Dingemanse Netwerken en ruimtelijke patronen: Een instrument voor scenariobouw in Ruimpad Aardoom, N., P. Veeke & J. Benschop Het OVG als database voor het schatten van distributiefuncties Boer, R. de Amstelveenlijn, voor- en na-onderzoek Boneschansker, E. & A.L. t Hoen Externe kosten van het goederenvervoer: De resultaten Borgers, A., U. Blom & C. Harteveld Carpoolen: Waarom (niet (meer))? Brugghen, P. van der Parkeerbeleid in de regio Amsterdam: Theorie en praktijk Bruinsma, F., P. Rietveld & G. Pepping Infrastructuur en stedelijke ontwikkeling: Een case-study van de Amsterdamse Ringweg Brus, D. Schiphol in drievoud. 473 XI

14 27. Bus, L., E.J. Davelaar & J.W. Wolff Het concurrentievermogen van het goederentransport: Een methodologisch kader voor zeehavens Cheung, Y.H.F. De openbaar vervoer kaart studenten: Grenzen aan de vervoersplanologie Clent, W.C.G., G.J. Benschop & M. van Egeraat Zuid-Holland-model kijkt over de grenzen van de vervoerregio s Dijst, M. Gewijzigde opzet van dagboekonderzoek succesvol: Waarnemingsmethode vergroot aansluiting van onderzoek op verkeers- en vervoersbeleid Ettema, D., M. Stemerding & H. Timmermans Het simuleren van activiteitenpatronen in een GIS-omgeving Evert, H.C. van & L.H. Immers Kwaliteitszorg vervoer- en verkeersprognoses: Kwaliteitszorg Nieuw Regionaal Model Francke, J.M. & B.M. Knippenberg Prognosemodellen voor het goederenvervoer: Mogelijkheden en beperkingen Hagen, M. van Integratie luchtvaart - HSL Hagen, M. van & L. van Wissen Dagattracties en vervoermiddelkeuze: Een rationele afweging? 645 XII

15 36. Hanson, P., D. Ashley & J. Veldhuis Beschrijving van het IEE concurrentiemodel Houtman, J.W. & L. van der Sluis Welke elasticiteit heeft Rail 21? Janssen, B. & B. Smeenk Buisleidingvervoer: De vergeten vervoerwijze in SW-II? Jong, G.C. de, U.P. Blom & J.F. Pommer Carpoolmodellen: Literatuur en aanzet tot ontwikkeling in Nederland Jorna, R.A.M. & C.A. Verweij Satelliet communicatie in het goederenvervoer over de weg: Vaststellen van de kosten en de baten in een pilot project Jorritsma, P. & A.L. Loos Stt-ucturerende werking van infrastt-uctuur: Een onderzoeksprogramma. 765 Dee Kotver, W., M.J.W.A. Vanderschuren & J.A. Fanoy De bijdrageregeling bedrijfsvetvoer: Succes en falen van mobiliteitsbtinvloeding Kraan, M., Grenzen aan de mobiliteitsgroei op grond van gelimiteerde tijd- en geldbudgetten Laan, D.H. van der Een ander luchtvaartbeleid... een ander luchtvaart onderzoek. 831 XIII

16 45. Iohuizen, C.W.W. van & F.H. ter Welle INCO: Individueel en/of collectief vervoer, een verkennend essay Loop, J.T.A. van der Draagvlak voor het SW bij de bevolking: Hoe is dit nu en hoe kan dit vergroot worden? Maanen, T. van Rekenmodellen op de PC Meijdam, J., M. Westerman & R. Hamerslag Effecten van telematica op een 21e eeuws stedelijk gebied Moor, A.P.G. de, J.S. van Vliet & H. de Groot Financiele scenario s voor stads- en streekvervoer Mouwen, A.M.T., H.L. Korbee & C. Harteveld Call-a-Car, de haalbaarheid van een concept Noort, P. van Ruimtelijke ordening kent geen grens: Modeltechnische barri&res bij provinciegrens overlappende ruimtelijke modellen Poelstra, E.H. RVVP-ROA en Inverno: Iteratie of irritatie? Renes, G., E. Bekker & H. van Ooststroom De Nederlandse Spoorwegen: Partij in de mobiliteitsmarkt Rest, J. v.d., A. Dersjant & J. v.d. Bosch European renaissance in de Randstad. 999

17 55. Romph, E. de, H.J.M. van Grol & R. Hamerslag Toepassing van 3DAS (3-Dimensional Assignment) te Washington Rooijers, T. & E. van der Heiden De invloed van ervaring op gebruik van en opvattingen over vervoerswijzen Riihl, A. Het Europees beleid voor de vervoerinfrastructuur Savelberg, F. & H. Spickenheuer Onderweg naar een sociaal veilig openbaar vervoer Scheele, R.J., J.A.C. van Toorenburg & A.L. Loos Over bereikbaarheid, beleid en het meten van bereikbaarheid Schoemaker, Th.J.H. & A.J. van Binsbergen Niet bij de pakken neerzitten: Stedelijke goederendistributie in breed perspectief Smeenk, B. Vrachtverkeersstrook A50: Een beschouwing over aspecten en effecten Tacken, M. Sociale participatie van ouderen en hun tijd-ruimtegebruik Verdiesen, R.C.J.M. & M.W.J. Schmitz Optimalisatie van het openbaar vervoer in het oostelijk deel van de vervoerregio Utrecht xv

18 64. Visser, J.G.S.N. Bevoorrading van bedrijven in de binnenstad Vlist, M. van der, H. Palm & J. Pommer NRM Applicator, Versie Welle, F.H. ter & R. van der Zijden Mobiliteitseffecten verplaatsing VROM Zijpp, N. van der Rationeel wegbeheer met behulp van database verkeersgegevens. 1233

19 CONTENTS Foreword Contents Part 1 1. Binsbergen, A. van, M. van der Vlist & P. Peeters Trend breach scenario for freight: On or across the border? 1 2. Blok, P., J. Bozuwa & M. Hols Freighttransport: Manageable or unmanageable? Erkel, F. van & F. Kuik A staple through the notes and a beautiful cover, would that be usefull? Heerema, P. & H. van de Vegt New networks in familiar patterns? Hoekstra, W.A. & W.K. Mak Choice of transport mode and motivation, a new approach of the planning of public transport Jong, M.A. de Can regional traffic policy be effective? Koster, H.R. & A.H.M. van den Broek Limits to the reduction of car traffic in Amsterdam s City Centr XVII

20 Leidelmeijer, K., F. Kuik & A. Buys Beyond mobility. 137 Louisse, K. Comprehensive transport system favourable for all transport policy goals Meurs, H. & B. van Wee Challenges for transport planning research Nijenhuis, E. & W. Mak Beyond transport planning - Towards an interdisciplinary view on public transport in Greater Rotterdam Peeters, P., M. Kraan & J. Bozuwa New course freight transport Poelstra, E.H. & B.J. Sterenborg The borderline between saying and doing Puylaert, H. & F. van Erkel Transport planning for a society on the move Quee, J.G. Transport planning: Also a task for managers and leaders Rietveld, P., B. Navis & J. van Nierop Het Amsterdamse referendum over een autoluwe binnenstad: Een analyse van de voorkeuren van kiezers Schol, E. Ways to a sustainable urban mobility. 293 XVIII

21 18. Verroen, E.J. & G.R.M. Jansen The Scenario Explorer for passenger transport: A system dynamics model for long term travel demand forecasting and policy analysis. 307 Part Aardoom, N., E. van Berkum & P. Dingemanse Networks and spatial patterns: A tool for defining scenarios in Ruimpad Aardoom, N., P. Veeke & J. Benschop Usage of the Dutch National Travel Survey as a database for estimating trip distribution functions Boer, R. de The Arnstelveen Line, a before and after survey Boneschansker, E. & A.L. t Hoen External costs of freight transport: The results Borgers, A, U. Blom & C. Harteveld Carpooling: Why (not (anymore))? Brugghen, P. van der Parking policy in the Amsterdam region: Theory and practice Bruinsma, F., P. Rietveld & G. Pepping Infrastructure and urban development: A case-studie of the Amsterdam orbital motorway. 453 XIX

22 26. Brus, D. Schiphol in triplo Bus, L., E.J. Davelaar & J.W. Wolff The competitiveness of freight transport firms located in seaports Cheung, Y.H.F. Public transport pass for students: New frontier or limit to transport planning Clerx, W.C.G., G.J. Benschop & M. van Egeraat Zuid-Holland Model: Upgrade and use of a transport model in a regional policy context Dijst, M. Modified activity diary successful Ettema, D., M. Stemerding & H. Timmermans Het simuleren van activiteitenpatronen in een GIS-omgeving Evert, H.C. van & L.H. Immers Quality assurance traffic forecasting models: Quality assurance New Regional Model Francke, J.M. & B.M. Knippenberg Forecasting models for freight transport: Possibilities and limitations Hagen, M. van Integratie luchtvaart - HSL Hagen, M. van & L. van Wissen Dagattracties en vervoermiddelkeuze: een rationele afweging? 645 XX

23 36. Hanson, P., D. Ashley & J. Veldhuis Description of the IEE competition model Houtman, J.W. & L. van der Sluis The robustness of Rail Janssen, B. & B. Smeenk Goodstransport by pipeline: the forgotten mode of transport in SW-II? Jong, G.C. de, U.P. Blom & J.F. Pommer Car-pool models: Literature and initiative towards development in the Netherlands Jorna, RAM. & C.A. Verweij Satellite communication in road transport: Identification of costs and benefits in a pilot project Jorritsma, P. & A.L. Loos Economic and spatial effects of infrastructure: A researchprogramme Part Korver, W., M.J.W.A. Vanderschuren & J.A. Fanoy The contribution regulation for company transport: Succes and failure of mobility policy Kraan, M. Limits in mobility growth due to time and money constraints Laan, D.H. van der A different airtransport policy... different air transport research. 831 XXI

24 4.5. Lohuizen, C.W.W. van & F.H. ter Welle INCO: Individual and/or collective transport, an exploratory essay Loop, J.T.A. van der How is the acceptance of the Transport Structure Plan by the Dutch population and how to increase the acceptance of measures? Maanen, T. van Rekenmodellen op de PC Meijdam, J., M. Westerman & R. Hamerslag Effects of telematics on a 21st century urban area Moor, A.P.G. de, J.S. van Vliet & H. de Groot Financial scenario s for local public transport Mouwen, A.M.T., H.L. Korbee & C. Harteveld Call-a-Car, the feasibility of a concept Noort, P. van Town and country planning has no border: Model barriers with county borders overlapping spatial models Poelstra, E.H. RVVP-ROA and Inverno: Itteration or irritation? Renes, G., E. Bekker & H. van Ooststroom The Dutch Railways: Operating in the market for transportation services Rest, J. v.d., A. Dersjant & J. v.d. Bosch European renaissance in the Randstad. 999 XXII

25 55. Romph, E. de, H.J.M. van Grol & R. Hamerslag Application of 3DAS (3-Dimensional Assignment) at the Washington Metropolitain Area Rooijers, T. & E. van der Heiden The influence of driving experience on travel mode choice Riihl, A. Het Europees beleid voor de vervoerinfrastructuur Savelberg, F. & H. Spickenheuer Towards a safe public transport system Scheele, R.J., J.A.C. van Toorenburg & A.L. Loos Accessibility, transportation policy and the measurement of accessibility Schoemaker, Th.J.H. & A.J. van Binsbergen Urban goods distribution in a wider scope Smeenk, B. Vrachtverkeersstrook A50: Een beschouwing over aspecten en effecten Tacken, M. Social participation and time-space behaviour of elderly Verdiesen, R.C.J.M. & M.W.J. Schmitz Optimization of the public transport network in the eastern part of the region Utrecht Visser, J.G.S.N. Describing urban goods movement XXIII

26 65. Vlist, M. van der, H. Palm & J. Pommer NRM Applicator, Versie Welle, F.H. ter & R. van der Zijden Mobility effects of relocation of the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment Zijpp, N. van der Optimal road management using a traffic data database XXIV

27 xxv

28 XXVI

29 Netwerken en Ruimtelijke Patronen: een instrument voor scenariobouw in RUIMPAD Nice Aardoom, Eric van Be&urn, Pito Dingemanse I Bureau Goudappel Coffeng, Deventer 2 Ministerie VROM, Rijksplanologische Dienst Bijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Rotterdam, november 1993 Deventer, September

30 INHOUD BIZ. 1 INLEIDING 1 2 UITGANGSPUNTEN 2 3 SCHAALNIVEAUS 4 4 UITWERIUNG MODELSTRUCTUUR 9 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 16 6 LITERATUUR

31 SAMENVATTING Netwerken en Ruimtelijke Patronen: een instrument voor scenariobouw in RUMPAD I Het project RUIMPAD wil een perspectief voor de toekomst schetsen waarin de gezamenlijke problematiek van verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening en milieu integraal verwerkt is. Binnen het project tracht men deze doelstelling te bereiken door in samenhang met gegeven ruimtelijke patronen dusdanige vervoerssystemen te ontwerpen dat het resultaat zowel vervoervriendelijk, ruimtevriendelijk als milieuvriendelijk is. Daartoe bestaat de behoefte om een model te ontwikkelen waarmee op interaktieve wijze met ruimtelijke patronen en vervoerssystemen gevarieerd kan worden, waarmee gegeven patronen en vervoerssytemen het aantal verplaatsingen bepaald kan worden, en waarmee het resultaat op MT-criteria beoordeeld kan worden. In deze paper wordt een hierop gerichte modelstrucmur geschetst om toekomstscenario s op te stellen en door te rekenen. Flexibiliteit wat betreft de schaalniveaus en de vrijheid in de te definieren vervoerssystemen, ruimtelijke patronen en netwerken zijn kenmerkend voor de opzet van de modelstmctuur. SUMMARY Networks and Spatial Patterns: a tool for defining scenarios in RUMPALI The RUIMPAD project aims to develop a method for evaluating future scenarios where the fields of transport, spatial planning and environment are integrated. This is achieved by studying the interaction of spatial patterns and networks of different transport systems. Their combination yields traffic flows. From these flows benchmarks with respect to accessibility, environment and the utilization of space (RMTbenchmarks) are derived. To pursue this goal a framework must be developed consisting of editors for both spatial patterns and networks of different transport systems, a method to combine these two and a model to compute the resulting flows. Further the RMT-benchmarks must be defmed and derived. In this paper a modelling framework is presented. Key words: network, transport system, level of scale, spatial pattern 331

32 -l- 1 INLEIDING De gezamenlijke problematiek van verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening en milieu vormt een belangrijk item in de huidige politieke besluitvormiug. De verwachting is dat gezien de huidige ontwikkelingen het belang van deze problematiek in de toekomst niet zal afnemen. Eerder zullen nieuwe vraagstellingen betreffende de uitwerking van voorgenomen beleidsmaatregelen naar voren komen. De onderlinge verwevenheid van genoemde drie beleidsvelden komt steeds meer onder de aandacht. Het project RUIMPAD wil een perspectief voor de toekomst schetsen waarin deze problematiek integraal verwerkt is. Binnen het project tracht men deze doelstelling te bereiken door in samenhang met gegeven ruimtelijke patronen dusdanige vervoerssystemen te ontwerpen dat het resultaat zowel vervoervriendelijk, ruimtevriendelijk als milieuvriendelijk is. Daartoe bestaat de behoefte om een model te ontwikkelen waarmee op interaktieve wijze met ruimtelijke patronen en vervoerssystemen gevarieerd kan worden, waarmee gegeven patronen en vervoerssytemen het aantal verplaatsingen bepaald kan worden, en waarmee het resultaat op RMT-criteria beoordeeld kan worden. De RPD heeft in het kader van RUIMPAD BGC gevraagd de studie Verkenning methodiek matching ruimtelijke patronen en nehverken uit te voeren. In dit paper worden de resultaten van deze studie weer gegeven. De indeling van het paper is als volgt: - in hoofdstuk 2 worden enige uitgangspunten geformuleerd die een kader scheppen waarbirmen een operationeel model meet lcunnen functioneren; - in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het ontwerpproces van ruimtelijke patronen en netwerken in relatie tot het schaalniveau; - in hoofdstuk 4 vindt vervolgens op basis van eerdere bevindingen een systematische uitwerking plaats van de gewenste modelstructuur; - in hoofdstuk 5 wordt afgesloten met samenvattende conclusies en aanbevelingen. 332

33 -2-2 UITGANGSPUNTEN In de verkennende studie is allereerst een aantal uitgangspunten geformuleerd. Het doe1 van deze verzameling is om stapsgewijs te komen tot een verdere concretisering van de eisen die vanuit RUIMPAD aan een modelmatige benadering gesteld worden en vice versa. Uitgangspunten: - Het accent in het vooronderzoek ligt bij lange termijn modellering met minder gedetailleerde (eventueel gefingeerde) data. - De matchingmethode gaat uit van gegeven vaste patronen. Dynamische wisselwerking tussen netwerken en patronen (volgens de structurerende werking van de infra-structuur) zullen in eerste instantie buiten beschouwing worden gelaten. - De ruimtelijke patronen zijn een scenario-gegeven en zijn input voor het model. - Belangrijke eisen voor een operationeel model zijn gebruikersgemak, flexibiliteit en transparantie. In RUIMPAD is het studiegebied Nederland met vermoedelijk een accent op de Randstad en directe periferie (band Zwolle, Apeldoom, Arnhem en Brabantse stedenrij). Intemationaal, grens overschrijdend verkeer is geen aandachtspunt. In hoeverre grensoverschrijdend verkeer van belang wordt is ondermeer afhankelijk van toekomstige vervoersystemen die de range van het daily urban system bepalen. RUIMPAD handelt over nationaal personenvervoer. Goederenverkeer is geen aandachtspunt, tenzij tijdens de studie blijkt dat dit voor een goede benadering onontkoombaar is. Bij dit laatste moet gedacht worden aan effectiviteit en efficientie van gemeenschappelijke vervoersystemen. 333

34 -3- Een combinatie van ruimtelijk patroon en netwerk zal worden beoordeeld op zogenaamde RMT-kenmerken (Ruimte, Milieu en Tijd). Deze zullen benchmarks worden genoemd. De RMT-benchmarks zullen uiteindelijk de noodzakelijke eigenschappen van het model definieren. Modeluitkomsten leveren de benchmarks voor het Tijds-aspect. Benchmarks betreffende Ruimte kunnen worden bepaald zonder gebruik te maken van een model. Milieu-benchmarks zullen ten dele worden bepaald door gebruik te maken van model-uitkomsten. Het aspect Tijd kan algemener gedefinieerd worden als Kwaliteit. De kwaliteit van een vervoersysteem kan gezien worden als een aggregatie van de door de gebruikers van vervoersysteem individueel ervaren kwaliteit. Het aspect Tijd is dan een onderdeel van de Kwaliteit. Voor evaluatie van scenario s speelt de omvang van de verkeersstromen zelf (op weg/baan vak niveau) geen rol, maar we1 hier uit af te leiden grootheden zoals de mate van congestie. Op de zelfde manier zal ook de omvang van stromen op relatie-niveau geen rol spelen. In de modellering speelt de omvang op weg/baanvakniveau we1 een rol omdat capaciteitsoverschrijding/onderbenutting verband houdt met effectiviteit(kwaliteit) versus efficiency van het netwerk. 334

35 -4-3 SCHAALNIVEAUS Schaalniveau in verkeersmodellen In verkeersmodellen wordt het ruimtelijk patroon gerepresenteerd door een stelsel van zones met sociaal-economische kenmerken. Via CCn of meerdere netwerken worden de infrastnrcturele relaties tussen de zones gedefinieerd. De kern van de modellering is de onderlinge wisselwerking tussen ruirntelijk patroon en infrastructuur uitmondend in een schatting van het gebntik van de infrastructuur en de verkeersrelaties tussen de zones. Het detailniveau van de netwerken moet afgestemd zijn op het schaalniveau van het ruimtelijke patroon, met andere woorden in de netwerken gaat het om een representatieve weergave van de verbindingen russen de zones, In traditionele verkeersmodellen kunnen drie niveaus onderscheiden worden. - Het schaalniveau van de modellering: het ruimtelijk patroon van zones met zoneinhouden in het studiegebied waarvoor de relatie met het netwerk besrudeerd wordt. - Het intra-zonale niveau: binnen de gedeftieerde zones wordt homogeniteit verondersteld wat betreft ruirntelijke spreiding van zonekenmerken. Binnen de zones is geen expliciete netwerkinvloed gedefinieerd, veelal wordt deze impliciet gerepresenteerd door de definitie van een interne weerstand gebaseerd op de zonegrootte. - Het schaalniveau van de buitengebieden: het studiegebied is geen gesloten systeem. Om de relaties en invloeden van buiten het systeem in te schatten worden de systeemgrenzen ruimer genomen dan her studiegebied en worden grovere buitengebieden op een hoger schaalniveau gedefinieerd. De infrastructurele relaties met deze buitengebieden worden door een minder gedetailleerd netwerk gerepresenteerd. 335

36 -5- De onhverper en schaalniveau Bij het ontwerp van een ruimtelijk patroon zal de ontwerper het studiegebied gedefinieerd hebben en voor de opgaaf staan dit gebied ruimtelijk te vullen met zones en bijhorende zone-inhouden. In het ontwerpproces staat een achterliggend concept centraal waarbij een systematiek in de uitwerking gewenst is. Voor het ontwerp van het ruimtelijk patroon is het dan van belang dat voor de werkeenheid, de zones, een toegesneden set van zonetypes ter beschikking staat. Een zonetype is hierbij een complete ruimtelijke eenheid bestaande uit een intern ruimtelijk patroon en inteme infrastructuur. Afhankelijk van het schaalniveau kan dit een stadsdeel met inteme buurtwegen zijn of een complete stad met inteme ontsluitingssystemen. In het model wordt dit geheel gerepresenteerd door sociaal-economische gegevens, ruimtebeslag en inteme bereikbaarheidsindicatoren van het betreffende zonetype. Het aantal gedefinieerde of te definieren typen voor het ontwerp proces heeft natuurlijke grenzen. Niet te weinig typen om voldoende ontwerpvrijheid te hebben, terwijl te veel typen storend is voor de systematiek in het ontwerpproces en het achterliggend concept verduistert. Hierbij kan dan gedacht worden aan een range van 5 tot 15 typen. Overigens hoeft de modelstructuur het gebruik van een grotere set niet te verhindeten. Bovenstaande gedachtengang over het functioneren van het ontwerpproces geldt ook voor het ontwerp van een infrastructuur met een set vervoersystemen. Ontwerpvrijheid vergt dus een we1 gedeftieerde set van zonetypen en natuurlijk een minimaal aantal te plaatsen zones. De kern van het ontwerpproces, het realiseren van een gedachtenconcept betreffende ruimtelijke inrichting en infrastructurele relaties, vraagt slechts een beperkt aantal te plaatsen zones. Hierbij wordt gedacht aan enige tientallen. Echter, de ontwerper zal veelal een vooraf gekozen studiegebied geheel willen vullen met de kern van zijn gedachtenconcept zodat dit aantal in de praktijk op kan lopen. 336

37 -6- Anderzijds zal het aantal te plaatsen zones een bovengrens hebben op basis van twee argumenten. Het eerste argument is de mentale en handelingsinspatig die verricht moet worden bij het weloverwogen plaatsen van zones van een te kiezen type. Een tweede, wellicht belangrijker argument is de relatie tussen achterliggend gedachtenconcept voor het ontwerpproces en het schaalniveau. Deze zijn ons inziens eenduidig aan elkaar gerelateerd. Tijdens het schetsen van een ruimtelijk patroon zal de ontwerper zich mentaal maar op Ctn schaalniveau tegelijk bevinden. Dit neemt niet weg dat aan een totaalschets concepten op verschillende schaalniveaus ten grondslag kunnen liggen. Deze schaalniveaus zullen echter gescheiden doorlopen moeten worden. Het gevaar dat schuilt in het plaatsen van een zeer groot aantal zones is dat de ontwerper problemen krijgt met een heldere patroondeftitie, bewust of onbewust op verschillende schaalniveaus bezig is, ongemerkt bezig is met het creeren van ongedefinieerde ruimtelijke patronen op hoger schaalniveaus en strandt in de implementatie van het oorspronkelijk gedachtenconcept. Los van het ontwerpproces is een derde model-technisch argument voor de beperking van het aantal zones op een schaalniveau het feit dat de runtime van een model in het algemeen kwadratisch toeneemt met het aantal zones. Op basis van bovenstaande argumentatie wordt voorgesteld uit te gaan van een maximaal aantal te hanteren zones voor het defti&ren van een ruimtelijk patroon. Hierbij wordt gedacht aan een maximaal aantal van 50 A 100 zones dat op eenzelfde schaalniveau in het ontwerpproces gehanteerd kan worden. Conclusie: Het ontwerpproces zal zich op verschillende schaalniveaus moeten kunnen bewegen, maar zich slechts op Gn schaalniveau tegelijk afpelen. Het aantal hierbij te hanteren zones is beperkt. 337

38 -7- Koppeling tussen zones en netwerk Gegeven zijn een ruimtelijk patroon, bijvoorbeeld een verzameling zones met daarbij sociaal economische inhouden en een of meerdere netwerken. Voor het gemak gaan we uit van &n netwerk. Bij de koppeling tussen zones en netwerk moeten het schaalniveau van her ruimtelijk patroon en het netwerk van dezelfde orde zijn. Er worden derhalve een drietal zaken besproken: - schaalniveau van het netwerk; - vergelijking schaalniveau netwerk en ruimtelijk patroon; - matchen van netwerk en ruirntelijk patroon. Laten we beginnen met het laatste punt, de matching. In wezen deftieert de matching hoe de zones op het netwerk worden aangesloten. In modeltermen wordt een zone gerepresenteerd door een zwaartepunt, vaak ook centroi de genoemd. Een netwerk bestaat uit links en knooppunten (nodes). Voor elke link geldt dat deze twee knooppunten verbindt. Duidelijk is dat (lang) niet elk knooppuntenpaar door een link is verbonden. De centroi de produceert ritten en ontvangt ritten (vertrekken en aankomsten). Nu wordt elke centrdide aangesloten op het netwerk door middel van een zogenaamde voedingslink. Dus de voedingslink verbindt de centroi de en een knooppunt in het netwerk. De weerstand van deze link geeft weer de gemiddelde weerstand om vanuit elk punt in de zone dit knooppunt te bereiken. In principe kan een centroide door meerdere voedingslinks op het netwerk worden aangesloten. Deze aansluitmogelijkheden bepalen de afstemming tussen netwerk en ruimtelijk patroon. Een netwerk representeert het autowegennet, het openbaar-vervoemet, of in zijn algemeenheid de verbindingen die horen bij een bepaalde vervoerwijze. Voor een individuele vervoerwijze, zoals de auto is er een hi&rarchie in soorten verbindingen aan te geven. Deze wordt met name bepaald door de capaciteit van verbindingen, en de intensiteit. De schaal voor deze hierarchic loopt van autosnelwegen tot buurtwegen. In de definitie van een netwerkstructuur moet expliciet met een dergelijke onderverdeling rekening worden gehouden. Altijd moet gelden dat een verbinding pas mag worden opgenomen als alle verbindingen van een hogere orde ook zijn 338

39 -8- opgenomen. Ook is het wenselijk dat wanneer verbindingen uit een bepaalde categoric zijn opgenomen, dat dan ook vrijwel alle verbindingen uit die categoric zijn opgenomen. Bij elke soort verbinding hoort een verzorgingsniveau. Een autosnelweg verbindt grote kemen, en alles wat daar onder ligt. Een buurtweg verbindt bum-ten of straten. Wanneer het ruimtelijk patroon een zone-indeling op buurtniveau weergeeft, zullen in het bijbehorende netwerk ook buurtwegen moeten worden opgenomen. Wanneer het nrimtelijk mveau een zone-indeling op stedenniveau is zullen autosnelwegen en andere grote verbindingen deel uit moeten maken van het netwerk. In de matching betekent dit dat een voedingslink een centroi de van een bepaald niveau met een link van een bepaald niveau verbindt. Het is dan wenselijk dat de niveaus gelijkwaardig zijn. Een stad wordt dus bijvoorbeeld niet aangesloten op een buurtweg. Voor openbaar vervoemetwerken geldt in principe een dergelijke strategie. Een treinverbinding verbindt steden, een stedelijk busvervoer verbindt bum-ten. Een verbindmg wordt pas opgenomen als het ruimtelijk schaalniveau dat toelaat. Warmeer de zone-indeling op stadsniveau is zal bijvoorbeeld het stedelijk busvervoer niet in het openbaar-vervoemetwerk worden opgenomen. Een verder punt van aandacht is het opnemen van haltes. Hiervoor stellen we voor dat de haltedichtheid zo wordt gekozen dat een zone voor een openbaar-vervoerlijn op maximaal een halte wordt aangesloten en dat verder geldt dat elke halte een verbinding heeft met tenminste een centro ide. Deze aanpak impliceert dus een typermg van zones zowel als links, die op elkaar aansluiten. Wij stellen ons voor dat in de praktijk met twee schaalniveaus gewerkt gaat worden. 339

40 -9-4 UITWERKING MODELSTRUCTUUR Om tot een eerste systematische uitwerking te komen is het zinvol eerst de overallmodelomgeving in beeld te brengen. Deze omgeving is weergegeven in afbeelding 1. 1 editor 1 editor rekenmodel evaluatiemodel I: Overall modelstructuur De invoer van het model kan worden opgesplitst in drie delen. Het eerste gedeelte is het sociaal economisch scenario. Gegevens over inkomen, pvbezit, werkgelegenheid, werktijden, inwoners, arbeidsplaatsen etc. zijn hier gedefinieerd. Daamaast moet het ruimtelijk patroon worden gedefinieerd en als laatste de infrastructuur, bijvoorbeeld de netwerken en de vervoerwijzen. De te ontwikkelen tool moet een editor bezitten om de invoer aan te kunnen passen. 340

41 -lo- Al deze gegevens zijn invoer voor het rekenmodel. Dit rekenmodel heeft als uitvoer de RMT-benchmarks. Om nu een combinatie van infrastructuur en ruimtelijk patroon te beoordelen worden de RMT-benchmarks nog verder bewerkt in een zogenaamd evaluatiemodel. Hiermee eindigt een exercitie met de te ontwikkelen tool. Een tweede stap is om wat meer in detail te t&en. In afbeelding 2 wordt de modelstruchmr verder uitgesplitst., Maor Soonarlo RulmkllJk Patroon Infrartructuur (Socla~I EconomlaohJ Zone Typorlngen V~rvoerwllza Network - ryperlngen - speciei activltellen TypOrin~Oll lyperlngen - lnkomen - soclo-aats - energle-gebrulk - cadecltel ten - P IJeZlt - lnterne lnfrastruciuu - lawasl - snelheaen - werktljclen - ultleat~assen - connectles - hulshoud omvang - snel held, L I 1 1~ener*tle ] - Afbeelding 2: Modelstructuur De gebruiker heeft een macroscenario gedefinieerd en een Nimtelijk pauoon met bijhorend netwerk ontworpen. 341

42 -ll- Het macroscenario vormt enerzijds randvoorwaarden voor geaggregeerde zonale gegevens uit het ruimtelijk patroon (bijvoorbeeld bevolking, arbeidsplaatsen). Anderzijds kan met het macro scenario het volume van de verschillende gebruikersgroepen die het rekenmodel onderscheidt bepaald worden (bijvoorbeeld pv-bezitters). Ook kan hierbij gedacht worden aan de mogelijkheid van bei nvloeding van de inteme parameters voor aspecten als kosten- en tijd-gevoeligheid. Uit het sociaal economisch scenario en het ruimtelijk patroon worden de aankomsten en vertrekken voor alle zones bepaald. Hieraan voorafgaand wordt eerst een consistentie-test uitgevoerd. Hier wordt onder andere bekeken of de geaggregeerde socio-data we1 voldoet aan de randvoorwaarden die het macro scenario stelt, en of het patroon we1 evenveel aankomsten als vertrekken genereert. Het koppelen van de infrastrucmur en het definitieve ruimtelijke patronen is een bewerking die voorafgaat aan het eigeulijke rekenmodel en onderdeel is van het ontwerpproces. Ook hier vindt weer een consistentie-test plaats. Er wordt bijvoorbeeld gecheckt of elke zone we1 is aangesloten op het netwerk. De weerstand bepaling vindt plaats door bepaling van de kortste route in het nehverk volgens de hieronder toegelichte routezoek procedure. Het rekenmodel heeft de stap distributie, waar het aantal verplaatsingen van een herkomst naar een bestemming wordt bepaald voor alle mogelijke combinaties. Vervolgens moet een vervoer-wijze worden gekozen. In het model moet het mogelijk zijn met een onbekende, nog te definieren hi&rchie van vervoersystemen scenario s te schetsen waarbij het aantal vervoerwijzen nog onbekend is. Combinatieritten met verschillende systemen kurmen essentieel zijn in het ontwerp van de infrasttucttmr (vergelijk huidige onderzoek betreffende mogelijkheden van transferia en het belang van voor- en natransport bij openbaar vervoer). Omdat bestaande modal split gegevens gebaseerd zijn op de huidige bestaande vervoerwijzen en het in dergelijke modellen bovendien lastig of onmogelijk is combinaties van vervoerwijzen te gebruiken stellen we hier een andere, niet-traditionele weg voor. 342

43 -12- Vervoerwijzekeuze wordt beschouwd als routekeuze. Dit betekent dat vanuit alle data in INFRASTRUCTUUR CCn netwerk wordt gemaakt, met verbindingen die onder meer worden gekarakteriseerd door een vervoerwijze. Nu moet vervolgens worden gedefinieerd of en hoe van de ene vervoerwijze naar de andere kan worden overgestapt. Zo zal het altijd mogelijk zijn van lopen over te stappen naar trein. Echter, doorgaans is het met mogelijk over te stappen van frein naar pv (personal vehicle). Door de routekeuze als een stochastisch proces te modelleren wordt een uitgebreid vervoerwijzekeuze-model geemuleerd. Na deze route keuze worden ritten aan de respectievelijke routes en daarmee baan/wegvakken toegekend. Vervoenvijzekeuze Al eerder is genoemd dat in plaats van een vervoerwijzekeuze model een routekeuzemodel wordt voorgesteld. Dit kan worden gedaan door verschillende soorten verbindingen te definieren. We geven een voorbeeld. Stel we onderscheiden drie vervoerwijzen: de auto, de tram en lopen. Een netwerk ziet er dan bijvoorbeeld uit als in figuur

44 loop- Wbl dhq - e to-verblrd Q W,r~ Werb, dl Q n oedlngsllnk auto b Vosd~nQsllnk IoPen Afbeelding 3: Voorbeeld netwerk Om van zone i naar zone j te gaan zijn een aantal mogelijkheden beschikbaar. Allereerst kan voor de totale reis de vervoerwijze auto worden gebruikt. De route is dan i-l j. Ook kan de vervoerwijze lopen voor de totale reis worden gebruikt. De route wordt dan i j. Wanneer van de vervoerwijze tram gebruik wordt gemaakt hebben we allereerst te maken met voortransport van zone i naar het opstapstation 1. Hiervoor kan de auto of lopen worden gekozen, resp. route i-l l-4-1 of route i-l l-l. Wanneer de auto wordt gekozen mag eenrnaal aangekomen op uitstapstation 3 niet worden overgestapt op de auto. Deze was namelijk achtergelaten op het opstapstation. Dus komend met de tram naar uitstapstation 3 kan alleen nog gebruik gemaakt worden van de vervoerwijze lopen. Dit kan worden opgelost door de combinatie in het routezoeken te verbieden. In netwerktermen is dit hetzelfde als een afslagverbod (turn-prohibitor). Op deze manier kunnen bijvoorbeeld parkeerkosten worden ge introduceerd door bij de combinatie 4-l-2 extra kosten te definieren. In netwerktermen wordt dit vaak een turn-penalty genoemd. Door nu een multi-routing model toe te passen wordt een verdeling over alle altematieve routes (= vervoerwijzen en combinaties daarvan) verkregen. 344

45 -14- Koppelen ruimtelijk patroon en infiastructuur Het blijkt dus dat om de distributie te bepalen de weerstand tussen alle zoneparen bekend moet zijn. In zijn algemeenheid geldt dat deze bepaald moet worden uit het netwerk. In bijvoorbeeld WOLOCAS (TNO, 1990) wordt met een expliciete weerstand tussen alle zoneparen bepaald maar wordt uitgegaan van een zogenaamde level-of-service maat. Tussen alle zoneparen wordt een weerstand gedefinieerd niet op basis van een netwerk maar op basis van een inschatting hoe goed de verbinding is. In RUIMPAD lijkt deze methode niet zinvol omdat, in tegenstelling tot WOLO- CAS, hier expliciet de invloed van verschillende netwerken moet worden bepaald. Tech stellen we voor de level-of-service strategie niet helemaal 10s te laten. In zijn algemeenheid heeft een netwerk verbindingen van verschillende niveaus. Er kunnen hoofdverbindingen worden onderscheiden (bijvoorbeeld autosnelwegen) maar ook secundaire verbindingen (bijvoorbeeld de wegen in een woonwijk). Om voor RUIMPAD netwerken te definieren moet onder andere de koppeling van een zone naar het netwerk worden gedefinieerd. Dit zijn in zijn algemeenheid lagere orde wegen. We stellen nu voor om in RUIMPAD op het hoogste schaahriveau de hoofdwegenstructuur op te nemen en voor de lagere orde wegen een level-of-service maat te definieren. Dit betekent bijvoorbeeld dat elke zone via een level-of-service maat met het netwerk wordt verbonden (in modeltetmen wordt dit vertaald in voedingslink). Op deze manier kunnen we1 de consequenties van verschillende netwerk-structuren worden berekend, maar wordt tevens voorkomen dat deze netwerken een zeer groot detailniveau vereisen. Koppeling tussen schaalniveaus Op basis van eerdere conclusies wordt een modelstructuur geeist die op verschillende schaalniveaus kan ftmctioneren. De koppeling tussen de niveaus wordt verzorgd door zonetyperingen (zie afbeelding 2). De zonetypering is een representatie van de inteme zone vulling (ruimtelijk patroon) en de inteme infrastructuur (netwerken). De typering is in dit stadium nog niet exact 345

46 -15- in te vullen maar hierbij moet gedacht worden aan produktie en attractiekenmerken en inteme/exteme ontsluiting (bereikbaarheid) De zonetypering zal door de ontwerper zelf rechtstreeks gedefinieerd kunnen worden als basiselement in zijn ontwerpproces. Op het laagste gedefinieerde schaalniveau kan dit zelfs noodzakelijk zijn. Om koppeling tussen schaalniveaus mogelijk te maken zal in het model de mogelijkheid gecreeerd moeten worden in een compleet ontwerp van ruimtelijk patroon en netwerk een cluster van zones aan te geven dat modelmatig als zonetype gedeftieerd wordt op een hoger schaalniveau. Dit impliceert een bottom-up ontwetpproces van af het laagste schaalniveau. De ontwerper kan echter in de voorgestelde stmctuur ook starten met een ontwerp op hoger schaalniveau met een zelf gedefinieerde set van zonetypen en eventueel in een latere fase trachten, via het model, op lager schaalniveau de gebruikte zonetypen te reconstrueren. Samenvattend is het voorstel om gebruik te maken van een gei ntegreerd nehverk voor aile vervoenvijzen waarbij de toegestane combinaties van vervoerwijzen gedefinieerd moeten worden. Verder wordt voorgesteld geen vervoenvijzekeuzemodel te gebruiken maar dit als routekeuze op te vatten (multi-routing). Verder zal op het hoogste schaainiveau een netwerk alleen als hoofdwegenstructuur worden gedefinieerd. Voor lagere orde verbindingen wordt een levelof-service maat gehanteerd zoals bijvoorbeeld in WOLOCAS is gedaan. Door zonegperingen kan de gebruiker flexibel en snel ruimtelijk patronen ontwerpen en wordt de mogelijkheid geboden op verschillende schaalniveaus te werken, 346

47 -16-5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In de verkennende studie Methodiekontwikkeling Matching Netwerken en Ruimtelijke Patronen is onderzocht welke eisen de doelstellingen van RUIMPAD stellen aan een te operationaliseren model. Het project RUIMPAD bevindt zich momenteel in een orienterende beginfase waarbij uiteraard een redelijke mate van onzekerheid bestaat over de uiteindelijke concrete invulling. Ten einde de vraagstelling voor deze studie in te kaderen is op basis van de huidige stand van zaken een aantal uitgangspunten gefomurleerd betreffende de reikwijdte van een te operationaliseren model. De invalshoek voor het evalueren van toekomstscenario s is in RUIMPAD gesystematiseerd en geformuleerd in RMT-rubrieken. Er is een eerste globale aanzet gegeven om de RMT-rubrieken te concretiseren naar operationele modeltermen om implicaties voor een modelkeuze te onderkennen. Vervolgens is een overzicht van modelbenaderingen gepresenteerd waarbij de geschiktheid op basis van de verkregen inzichten is aangegeven. De problematiek van de schaalmveaus is besmdeerd. Vanuit de invalshoek van de gebruiker, de ontwerper van scenario s, is de rol van verschillende schaalniveaus beschreven. Daamaast is voor de modeltechnische problematiek van het hanteren van verschillende schaalniveaus een oplossing aangedragen. Voor toekomstscenario s van RUIMPAD moeten vervoersystemen gesimuleerd kunnen worden die weinig relatie hebben met huidige systemen. Dit heeft geleid tot een voorstel om in een te operationaliseren model de vervoerwijzekeuze ftmdamentee1 anders te modelleren dan gebruikelijk. Op basis van de verkregen inzichten is een voorstel voor een modelstructuur uitgewerkt. Via een gebruiksvoorbeeld zijn de implicaties van dit voorstel vanuit de gebruikersoptiek geschetst. 347

Vervoersplanologisch. Colloquium. Speurwerk 1992. n CK n INNOVATIE IN VERKEER EN VERVOER. Deel 3. bijdragen van het colloquium.

Vervoersplanologisch. Colloquium. Speurwerk 1992. n CK n INNOVATIE IN VERKEER EN VERVOER. Deel 3. bijdragen van het colloquium. n CK n Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1992 Bundeling van bijdragen van het colloquium gehouden te Rotterdam op 26 en 27 november 1992 Redactie P.M. Blok INNOVATIE IN VERKEER EN VERVOER Deel

Nadere informatie

Colloquium Vervoersplanologisch

Colloquium Vervoersplanologisch Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1995 \ Bundeling van bijdragen aan het colloquium gehouden te Rotterdam op 23-24 november 1995 Redactie H.J. MeUrS E.J.Verroen Deel 3 UB/TïB Hannover 89 115233563

Nadere informatie

Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1990

Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1990 Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1990 Bundeling van bijdragen van het colloquium gehouden te Den Haag op 29 en 30 november 1990 - METEN MODELLEREN - MONITOREN Nieuwe ontwikkelingen in onderzoeksmethoden

Nadere informatie

Vervoersplanologisch. Colloquium. Speurwerk 1992 INNOVATIE IN VERKEER EN VERVOER. Deel 2. Bundeling van bijdragen van. gehouden te.

Vervoersplanologisch. Colloquium. Speurwerk 1992 INNOVATIE IN VERKEER EN VERVOER. Deel 2. Bundeling van bijdragen van. gehouden te. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1992 Bundeling van bijdragen van het colloquium gehouden te Rotterdam op 26 en 27 november 1992 INNOVATIE IN VERKEER EN VERVOER UB/TIB Hannover 111 559 693 89

Nadere informatie

Colloquium. Vervoersplanologisch. Speurwerk. lundeling van lijdragen aan. ehouden te. edactie. .otterdam op 4 en 25 november 994. li5.

Colloquium. Vervoersplanologisch. Speurwerk. lundeling van lijdragen aan. ehouden te. edactie. .otterdam op 4 en 25 november 994. li5. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 1994 lundeling van lijdragen aan iet colloquium ehouden te.otterdam op 4 en 25 november 994 edactie M. Jager Deel 2 UB/TIB Hannover 89 li5.233i3x geïllustreerd

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Enterprisearchitectuur

Enterprisearchitectuur Les 2 Enterprisearchitectuur Enterprisearchitectuur ITarchitectuur Servicegeoriënteerde architectuur Conceptuele basis Organisatiebrede scope Gericht op strategie en communicatie Individuele systeemscope

Nadere informatie

Vvg. Kansen zien, kansen pakken! Leven in de stad van de toekomst. 13 november 2013

Vvg. Kansen zien, kansen pakken! Leven in de stad van de toekomst. 13 november 2013 Kansen zien, kansen pakken! Vvg 13 november 2013 Leven in de stad van de toekomst Louis Bekker City Account Manager Programma manager Onderwijs (PO/MO) Smart Concurrentie Leefbaar Groen Samenwerking Onze

Nadere informatie

Bijlage B: Ontwerp-tracébesluit A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2

Bijlage B: Ontwerp-tracébesluit A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2 Bijlage B: Ontwerp-tracébesluit A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2 Uitgangspunten van de verkeersberekeningen Datum mei 2013 Inhoud 1 Beschrijving gehanteerde verkeersmodel 3 1.1 Het Nederlands

Nadere informatie

Business Architectuur vanuit de Business

Business Architectuur vanuit de Business Business Architectuur vanuit de Business CGI GROUP INC. All rights reserved Jaap Schekkerman _experience the commitment TM Organization Facilities Processes Business & Informatie Architectuur, kun je vanuit

Nadere informatie

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW)

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) 14 november 2014 2 PROGRAMMA ESFRI Roadmap, wat is het en waar doen we het voor? Roadmap 2016 Verschillen met vorige Schets

Nadere informatie

Fast Strategic Model 14 maart 2012. Rik van Grol

Fast Strategic Model 14 maart 2012. Rik van Grol Fast Strategic Model 14 maart 2012 Rik van Grol Fast Strategic Model Wat is dat? Een Fast Strategic Model is een model waarmee je snel een beleidsoptie voor een scenario kunt doorrekenen Beleidsopties

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

G. Allaert, University Ghent Urban & Regional Economy and Planning

G. Allaert, University Ghent Urban & Regional Economy and Planning G. Allaert, University Ghent Urban & Regional Economy and Planning The Benelux Center region in the Hamburg-Le Havre Range Legend: golden triangle corridor large consumer market industrial mainport

Nadere informatie

Een visie op verkeerskunde en de consequenties voor het mobiliteitsonderwijs in Nederland: een stip aan de horizon

Een visie op verkeerskunde en de consequenties voor het mobiliteitsonderwijs in Nederland: een stip aan de horizon Een visie op verkeerskunde en de consequenties voor het mobiliteitsonderwijs in Nederland: een stip aan de horizon Mike Bérénos (AVB Onderwijs&Mobiliteit) Samenvatting Veel gaat goed in het vakgebied dat

Nadere informatie

Hoe realiseer je een Smart City?

Hoe realiseer je een Smart City? Hoe realiseer je een Smart City? Thema Inclusive Society Dr. Ir. Rianne Valkenburg FUTURE Steden worden langzaam bedolven onder sensoren Steden waren al vol, namelijk met mensen Kwaliteit van leven? Hoe

Nadere informatie

Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth

Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth Manon krabbenborg, Sandra Boersma, Marielle Beijersbergen & Judith Wolf s.boersma@elg.umcn.nl Homeless youth in the Netherlands Latest estimate:

Nadere informatie

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Date 7-12-2011 1 Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Prof. Dr. Inge Hutter Demographer, anthropologist Coordinator Healthy Ageing Alpha Gamma RUG Dean Faculty Spatial Sciences Date 7-12-2011

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Ir. Herman Dijk Ministry of Transport, Public Works and Water Management

Ir. Herman Dijk Ministry of Transport, Public Works and Water Management Policy Aspects of Storm Surge Warning Systems Ir. Herman Dijk Ministry of Transport, Public Works and Water Contents Water in the Netherlands What kind of information and models do we need? Flood System

Nadere informatie

Parkeerbehoefte berekenen, niet schatten

Parkeerbehoefte berekenen, niet schatten (Bijdragenr. 71) Parkeerbehoefte berekenen, niet schatten Sjoerd Stienstra (ir. Sj. Stienstra Adviesbureau stedelijk verkeer BV) Samenvatting: Parkeerkentallen geven slechts een globale benadering van

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective Editors: J.J.A. Hamers CA. Schwarz B.T.M. Steins Bisschop Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective INTERSENTIA METRO TABLE OF CONTENTS Woord

Nadere informatie

Samenvatting. ENERQI Gids (Rapport nummer D3.2) 20 februari 2012

Samenvatting. ENERQI Gids (Rapport nummer D3.2) 20 februari 2012 Samenvatting ENERQI Gids (Rapport nummer D3.2) 20 februari 2012 Coordinator: DTV Consultants, Mr. Willem Buijs, PO Box 3559, 4800 DN, Breda Tel: +31 76 513 66 00 ENERQI@dtvconsultants.nl Start van het

Nadere informatie

Digital municipal services for entrepreneurs

Digital municipal services for entrepreneurs Digital municipal services for entrepreneurs Smart Cities Meeting Amsterdam October 20th 2009 Business Contact Centres Project frame Mystery Shopper Research 2006: Assessment services and information for

Nadere informatie

De auto als actuator

De auto als actuator De auto als actuator Martie van der Vlist Goudappel Coffeng BV mvdvlist@goudappel.nl Rolf Krikke Quest-TC rolf@quest-tc.nl Samenvatting De auto als actuator Communicatiemiddelen in de auto worden gebruikt

Nadere informatie

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente?

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Enterprise Architectuur een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Wie zijn we? > Frederik Baert Director Professional Services ICT @frederikbaert feb@ferranti.be Werkt aan een Master

Nadere informatie

The role of local municipalities and labor market regions in adult education: monitoring quality

The role of local municipalities and labor market regions in adult education: monitoring quality Deze dia-indeling is zo gemaakt dat zelf een afbeelding kan worden geplaatst. Klik met de rechtermuisknop in de achtergrond en kies Achtergrond opmaken. Klik op Opvulling met figuur of bitmappatroon en

Nadere informatie

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015 StadsDashboard Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld Merle Blok 12 mei 2015 Missie TNO verbindt mensen en kennis om innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn

Nadere informatie

Advanced Instrumentation. Hans van Gageldonk, Henk Hoevers, Gerard Cornet. 10 Oktober 2012

Advanced Instrumentation. Hans van Gageldonk, Henk Hoevers, Gerard Cornet. 10 Oktober 2012 Advanced Instrumentation Hans van Gageldonk, Henk Hoevers, Gerard Cornet 10 Oktober 2012 Agenda Wat is Advanced Instrumentation? Hoe past Advanced Instrumentation in de keten van fundamenteel onderzoek

Nadere informatie

Tilburg University. Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing

Tilburg University. Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing Tilburg University Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1982 Link to publication Citation for published version

Nadere informatie

TE HUUR RADARWEG 519-539 AMSTERDAM COLLIERS INTERNATIONAL REAL ESTATE B.V. TE HUUR RADARWEG 519-539 -AMSTERDAM

TE HUUR RADARWEG 519-539 AMSTERDAM COLLIERS INTERNATIONAL REAL ESTATE B.V. TE HUUR RADARWEG 519-539 -AMSTERDAM TE HUUR RADARWEG 519-539 AMSTERDAM COLLIERS INTERNATIONAL REAL ESTATE B.V. TE HUUR RADARWEG 519-539 -AMSTERDAM Accelerating success COLLIERS INTERNATIONAL REAL ESTATE B.V. TE KOOP/ TE HUUR ADRES - PLAATS

Nadere informatie

Samenvatting ... ... Tabel 1 Kwalitatieve typering van de varianten

Samenvatting ... ... Tabel 1 Kwalitatieve typering van de varianten Samenvatting................. In juli 2008 heeft de Europese Commissie een strategie uitgebracht om de externe kosten in de vervoersmodaliteiten te internaliseren. 1 Op korte termijn wil de Europese Commissie

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant #polis14 Northeast-Brabant: a region in the Province of Noord-Brabant Innovative Poly SUMP 20 Municipalities Province Rijkswaterstaat Several companies Schools

Nadere informatie

Assessing writing through objectively scored tests: a study on validity. Hiske Feenstra Cito, The Netherlands

Assessing writing through objectively scored tests: a study on validity. Hiske Feenstra Cito, The Netherlands Assessing writing through objectively scored tests: a study on validity Hiske Feenstra Cito, The Netherlands Outline Research project Objective writing tests Evaluation of objective writing tests Research

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Goed op weg met de Mobiliteitsscan? Discussieer mee aan de hand van P+R als voorbeeldmaatregel.

Goed op weg met de Mobiliteitsscan? Discussieer mee aan de hand van P+R als voorbeeldmaatregel. Goed op weg met de Mobiliteitsscan? Discussieer mee aan de hand van P+R als voorbeeldmaatregel. Henk Tromp Hans Voerknecht Dirk Bussche (Henk Tromp en Dirk Bussche zijn werkzaam bij Goudappel Coffeng,

Nadere informatie

Modellen als hulpmiddel bij het ontwerpen van een optimaal multimodaal verkeersnetwerk Ties Brands 06/03/2014 1

Modellen als hulpmiddel bij het ontwerpen van een optimaal multimodaal verkeersnetwerk Ties Brands 06/03/2014 1 Modellen als hulpmiddel bij het ontwerpen van een optimaal multimodaal verkeersnetwerk Ties Brands 06/03/2014 1 Ties Brands Promovendus bij Centre for Transport Studies Dagelijks begeleider: Luc Wismans

Nadere informatie

Examen H111 Verkeerskunde Basis

Examen H111 Verkeerskunde Basis pagina 1 van 5 Examen H111 Verkeerskunde Basis Katholieke Universiteit Leuven Departement Burgerlijke Bouwkunde Datum: donderdag 30 augustus 2001 Tijd: 8u30 11u30 Instructies: Er zijn 5 vragen; start de

Nadere informatie

OpenTraffic. Open Traffic: open source software modellen toolbox. Guus Tamminga, Peter Knoppers, Hans van Lint, Alexander Verbraeck, Yufei Yuan

OpenTraffic. Open Traffic: open source software modellen toolbox. Guus Tamminga, Peter Knoppers, Hans van Lint, Alexander Verbraeck, Yufei Yuan OpenTraffic. Open Traffic: open source software modellen toolbox Guus Tamminga, Peter Knoppers, Hans van Lint, Alexander Verbraeck, Yufei Yuan Grontmij TU Delft Data Hub Functional Modules Your Application

Nadere informatie

11 september 2001; de oorlog in Irak; de SARS epidemie; de fusie tussen Air France en de KLM; de opkomst van de goedkope luchtvaartmaatschappijen.

11 september 2001; de oorlog in Irak; de SARS epidemie; de fusie tussen Air France en de KLM; de opkomst van de goedkope luchtvaartmaatschappijen. Kan Schiphol de reizigers nog wel aan in 2020? Eric Kroes Directeur van Significance Hoeveel luchtreizigers zijn er op Schiphol te verwachten in 2020? Kan de luchthaven die aantallen nog wel aan? Levert

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Wilma Fokker, IBM account manager BA Ton Rijkers, Business Project Manager EMI Music IBM Cognos Express Think big. Smart small. Easy to install pre-configured

Nadere informatie

Integrated decision making. Op de ORTEC Plandag Donderdag 3 oktober, Fort Voordorp www.ortec.nl/plandag

Integrated decision making. Op de ORTEC Plandag Donderdag 3 oktober, Fort Voordorp www.ortec.nl/plandag Integrated decision making Op de ORTEC Plandag Donderdag 3 oktober, Fort Voordorp www.ortec.nl/plandag Integrated decision making 12-11-2013 2 Operatie Tactiek Strategie Integrated decision making Integrated

Nadere informatie

m o n t e f e l t r o

m o n t e f e l t r o m o n t e f e l t r o Van stammenstrijd naar kansen voor jonge professionals op het raakvlak tussen RO en verkeer dr Daan H. van Egeraat (www.montefeltro.nl) was initiatiefnemer en projectleider van de

Nadere informatie

ONDERNEMERSCHAP (Nederlandstalig)

ONDERNEMERSCHAP (Nederlandstalig) ONDERNEMERSCHAP (Nederlandstalig) LEERDOELEN 1. Inzicht krijgen in de waarde van creatief ondernemerschap door de marktwaarde van je kunst te leren waarderen. 2. Het ontwikkelen van fundamentele marketing-

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie

Support Center GIS-Flanders

Support Center GIS-Flanders Support Center GIS-Flanders Our mission: Ensuring the optimal use of geographic information in Flanders Het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen is

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

Ketensamenwerking in de infra? Ton Huijzer

Ketensamenwerking in de infra? Ton Huijzer Ketensamenwerking in de infra? Ton Huijzer 9 oktober 2015 DAF Eindhoven Wat is ketensamenwerking in de infra? 9 oktober 2015 DAF Eindhoven 9 oktober 2015 DAF Eindhoven KETENSAMENWERKING INFRA Dit is ketensamenwerking

Nadere informatie

Mobiliteitsmanagement en fiscaliteit

Mobiliteitsmanagement en fiscaliteit Mobiliteitsmanagement en fiscaliteit Professor Jos van Ommeren, Vrije Universiteit Amsterdam, Februari 2013 Mobiliteitsmanagement gaat over de relatie tussen werkgever en werknemer met betrekking tot mobiliteit.

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Antonin- een model voor de regio Parijs 5 maart 2014

Antonin- een model voor de regio Parijs 5 maart 2014 Antonin- een model voor de regio Parijs 5 maart 2014 Platos Colloquium - Jan Gerrit Tuinenga Antonin ANTONIN = ANalyse des Transports et de l Organisation des Nouvelles INfrastructures Multimodaal verkeersmodel

Nadere informatie

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P.

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P. Tilburg University Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1987 Link to publication Citation

Nadere informatie

Work to Work mediation

Work to Work mediation Work to Work mediation Mobility Centre Automotive Theo Keulen 19-9-2008 Policy Context Flexibility,mobility and sustainable employability are key words in modern labour market policy Work to work arrangements

Nadere informatie

Smart Mobility - Big Data voorspellingen. Bjorn Heijligers Bjorn.Heijligers@tno.nl +31620106733

Smart Mobility - Big Data voorspellingen. Bjorn Heijligers Bjorn.Heijligers@tno.nl +31620106733 voorspellingen Bjorn Heijligers Bjorn.Heijligers@tno.nl 31620106733 TNO Smart Mobility Mobilist aan roer van eigen mobiliteit! verleiden waar mogelijk Slim Meten Slimme Diensten Slim regelen Overlap tussen

Nadere informatie

Parkeergedrag. Dagmar Bisschops-Severens TOGETHER d_bisschops@yahoo.com

Parkeergedrag. Dagmar Bisschops-Severens TOGETHER d_bisschops@yahoo.com Parkeergedrag Dagmar Bisschops-Severens TOGETHER d_bisschops@yahoo.com Bijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 20 en 21 november 2014, Eindhoven Samenvatting Parkeergedrag Gemeenten

Nadere informatie

From Padua to Groningen

From Padua to Groningen From Padua to Groningen The effects of the CercleS Seminar in Padua in 2009 on writing Nederlands in gang (0-A2) Berna de Boer Benvenuti a tutti! Contents I. State of affairs in September 2009 II. The

Nadere informatie

Interaction Design for the Semantic Web

Interaction Design for the Semantic Web Interaction Design for the Semantic Web Lynda Hardman http://www.cwi.nl/~lynda/courses/usi08/ CWI, Semantic Media Interfaces Presentation of Google results: text 2 1 Presentation of Google results: image

Nadere informatie

Van Virtualisatie naar Cloud Computing De roadmap voor de toekomst?

Van Virtualisatie naar Cloud Computing De roadmap voor de toekomst? Van Virtualisatie naar Cloud Computing De roadmap voor de toekomst? Louis Joosse Principal Consultant Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de inhoud van of voortvloeiende uit dit document

Nadere informatie

Conferentie Examinering in de bpv 31 mei 2013 Workshop : handboeken BPV en het buitenland

Conferentie Examinering in de bpv 31 mei 2013 Workshop : handboeken BPV en het buitenland Conferentie Examinering in de bpv 31 mei 2013 Workshop : handboeken BPV en het buitenland Andre van Voorst : sr adviseur Kenwerk / Examenwerk Mirjam Hensels : projectleider BPV Handboeken Programma Inleiding

Nadere informatie

De vergeten baten van light rail

De vergeten baten van light rail De vergeten baten van light rail dr. ir. Niels van Oort Assistant professor openbaar vervoer Dag van de Light rail, Maart 2013 1 Inhoud Transport Institute Delft Light rail De vergeten baten van light

Nadere informatie

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand?

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? De annual air quality kaarten tonen het resultaat van een koppeling van twee gegevensbronnen: de interpolatie van luchtkwaliteitsmetingen (RIO-interpolatiemodel)

Nadere informatie

Wat is Interaction Design?

Wat is Interaction Design? Wat is Interaction Design? Wat is interaction design? Designing interactive products to support the way people communicate and interact in their everyday and working lives. Preece, Sharp and Rogers (2015)

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Opleiding integraal denkende professionals: MSc Urban Environmental Management and Technology SIKB congres 6 Oktober 2010 Tim Grotenhuis

Opleiding integraal denkende professionals: MSc Urban Environmental Management and Technology SIKB congres 6 Oktober 2010 Tim Grotenhuis Opleiding integraal denkende professionals: MSc Urban Environmental Management and Technology SIKB congres 6 Oktober 2010 Tim Grotenhuis Contact opleiding: Marc Spiller (marc.spiller@wur.nl) Integrale

Nadere informatie

Enterprise Portfolio Management

Enterprise Portfolio Management Enterprise Portfolio Management Strategische besluitvorming vanuit integraal overzicht op alle portfolio s 22 Mei 2014 Jan-Willem Boere Vind goud in uw organisatie met Enterprise Portfolio Management 2

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Propositie van de werkgroep Agile Architecting. Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld

Propositie van de werkgroep Agile Architecting. Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld Propositie van de werkgroep Agile Architecting Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld Hanoi traffic Factsheet Werkgroep AA Probleem: Agile zijn is moeilijk. Behoefte aan praktijk

Nadere informatie

Game Usability. Les 3 jaar 2. Ontwerp doelstellingen en randvoorwaarden

Game Usability. Les 3 jaar 2. Ontwerp doelstellingen en randvoorwaarden Game Usability Les 3 jaar 2 Ontwerp doelstellingen en randvoorwaarden Wat gaan we doen? Herhaling vorige week Ontwerpdoelen en ontwerpdoelstellingen ISO Definition of Usability (9241-11) Usability is the

Nadere informatie

Aansprakelijkheidsrisico s & verzekerbaarheid zelfrijdende auto s. Evert-Jeen van der Meer Client Director Trade & Manufacturing Aon Risk Solutions

Aansprakelijkheidsrisico s & verzekerbaarheid zelfrijdende auto s. Evert-Jeen van der Meer Client Director Trade & Manufacturing Aon Risk Solutions Aansprakelijkheidsrisico s & verzekerbaarheid zelfrijdende auto s Evert-Jeen van der Meer Client Director Trade & Manufacturing Aon Risk Solutions Aanleiding voor dit onderzoek Onderzoekmethodiek van Aon

Nadere informatie

TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s

TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s Tanja Vonk (TNO) Arjen Reijneveld (Gemeente Den Haag)

Nadere informatie

DUURZAME INFRASTRUCTUUR

DUURZAME INFRASTRUCTUUR DUURZAME INFRASTRUCTUUR wisselwerking van stad, spoor, snelweg en fietspad TON VENHOEVEN VENHOEVENCS architecture+urbanism Krimp werkgelegenheid Percentage 65+ Woon-werkverkeer Grondprijzen 2007, Toegevoegde

Nadere informatie

Safety Values in de context van Business Strategy.

Safety Values in de context van Business Strategy. Safety Values in de context van Business Strategy. Annick Starren en Gerard Zwetsloot (TNO) Papendal, 31 maart 2015. NVVK sessie Horen, Zien en Zwijgen. Safety Values in de context van Business strategy.

Nadere informatie

Internationalisaring vraagt om MEER FLAMENCO FORUM

Internationalisaring vraagt om MEER FLAMENCO FORUM Internationalisaring vraagt om MEER FLAMENCO FORUM Jeanine Gregersen Samenvatting Context : werkdefinities en twee stellingen Focus op interculturele competentie Implicaties voor instellingen Moot court

Nadere informatie

The observational method wat te doen?

The observational method wat te doen? The observational method wat te doen? Mandy Korff Wat is de Observational method? The Observational Method in ground engineering is a continuous, managed, integrated, process of design, construction control,

Nadere informatie

Investment Management. De COO-agenda

Investment Management. De COO-agenda Investment Management De COO-agenda Vijf thema s 1) Markt 2) Wet- en regelgeving 3 5) Rol van de COO 5 3) Operations 4) Technologie 2012 KPMG Accountants N.V., registered with the trade register in the

Nadere informatie

RDM Centre of Expertise. Innovatie motor voor Stad en Haven

RDM Centre of Expertise. Innovatie motor voor Stad en Haven RDM Centre of Expertise Innovatie motor voor Stad en Haven https://www.youtube.com/watch?v=ubghpqsittc RDM Centre of Expertise RDM Centre of Expertise is een broedplaats waar studenten, onderzoekers/lectoren

Nadere informatie

De Effecten van Informeel Werkplekleren op Duurzame Inzetbaarheid in de Nederlandse. Maakindustrie

De Effecten van Informeel Werkplekleren op Duurzame Inzetbaarheid in de Nederlandse. Maakindustrie De Effecten van Informeel Werkplekleren op Duurzame Inzetbaarheid in de Nederlandse Maakindustrie The effects of Informal Workplace Learning on Employability in the Dutch manufacturing sector Jochem H.

Nadere informatie

Innovatie door samenwerken - Slim gebruik maken van de aanwezige informatievoorziening - September 2014

Innovatie door samenwerken - Slim gebruik maken van de aanwezige informatievoorziening - September 2014 Innovatie door samenwerken - Slim gebruik maken van de aanwezige informatievoorziening - September 2014 Wladimir Moen Director Business Development wmoen@agtinternational.com 0031 6 31 95 48 77 A leader

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl The Relation between Daily Stress and Affect with Moderating Influence of Coping Style Bundervoet Véronique Eerste

Nadere informatie

Any color so long as it is green

Any color so long as it is green Any color so long as it is green Duurzame mobiliteit op lokaal niveau Richard Smokers Attero Minisymposium, Duurzame mobiliteit, Wijster, 2 Any color so long as it is green Inhoud Uitdagingen Wat valt

Nadere informatie

ARTIST. Petten 24 September 2012. www.ecn.nl More info: schoots@ecn.nl

ARTIST. Petten 24 September 2012. www.ecn.nl More info: schoots@ecn.nl ARTIST Assessment and Review Tool for Innovation Systems of Technologies Koen Schoots, Michiel Hekkenberg, Bert Daniëls, Ton van Dril Agentschap NL: Joost Koch, Dick Both Petten 24 September 2012 www.ecn.nl

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Rapport Concept Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen

Rapport Concept Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen Rapport Concept Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen Datum behandeling OVW i : 1 juni 2005 Kenmerk: OVW-2005-484 Aanleiding Het ministerie heeft het Overlegorgaan Goederenvervoer (OGV) advies gevraagd over

Nadere informatie

STEER en cofinanciering voor stedelijke distributie

STEER en cofinanciering voor stedelijke distributie STEER en cofinanciering voor stedelijke distributie 25/02/2013 Olav Luyckx Project Officer Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (EACI) Brugge, 26 Februari 2013 EACI IEE - STEER

Nadere informatie

Weconomics. Paul Bessems

Weconomics. Paul Bessems Van organisaties naar organiseren Weconomics een nieuwe kijk op samenwerken en delen Paul Bessems Vereniging SOD 12-12-2013 Paul Bessems Nieuwdenker www.paulbessems.com paul.bessems@gmail.com 06 20 30

Nadere informatie

Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces

Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces SURF Seminar September 2015 Frank Benneker, ICTS Universiteit van Amsterdam Perspectief ICTS & OO dienstverlening

Nadere informatie

De adviseur is een toffe peer

De adviseur is een toffe peer Programma 14.00-14.30 Introductie AT Osborne 14.30-15.00 Inleiding casus Oostergasfabriek 15.00-16.00 Casus groepswerk 16.00-17.00 Terugkoppeling groepswerk en plenaire discussie 17.00 Afsluiting De adviseur

Nadere informatie

FAST. SMART Cities - SMART systems. Cornelis van Bemmel 12 May 2015

FAST. SMART Cities - SMART systems. Cornelis van Bemmel 12 May 2015 FAST SMART Cities - SMART systems Cornelis van Bemmel 12 May 2015 Inhoud Smart Cities Groene golven Aanleiding FAST FAST onder de motorkap Toepassingen Toekomst Conclusie 2 SMART Cities In een slimme stad

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999 Tilburg University Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1999 Link to publication Citation for published version (APA):

Nadere informatie

Fortifications of Antwerp

Fortifications of Antwerp Fortifications of Antwerp Policy on a regional level Wim Lux Head of Department Spatial Planning and Mobility Province of Antwerp - Belgium Fort 1 Wijnegem Demolished 1959 Redoubt Puurs Local recreation

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

vrijdag 8 juni 12 DRIMPY BRENGT ZORG SAMEN

vrijdag 8 juni 12 DRIMPY BRENGT ZORG SAMEN DRIMPY BRENGT ZORG SAMEN DE CONSUMENT IN DE ZORG? Fragmentatie ehealth initiatieven zorgen weer voor eilandjes in de zorg: ICT leveranciers, Regio s, Ziekenhuizen, Klinieken, Patiënt Verenigingen, Verzekeraars,

Nadere informatie