Provinciale Staten van Overijssel Provincie Overijssel Postbus GB Zwolle

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Provinciale Staten van Overijssel Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle"

Transcriptie

1 veri ssel Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus GB Zwolle Telefoon Telefax Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum 2007/ januari 2007 Bijlagen Doorkiesnummer Inlichtingen bij de heer H. van Marie (038) mw. ing. E. Graven Onderwerp Vereenvoudiging vergunningverlening. Bijlagen: 1. Samenvatting beleidsregels (bijgevoegd) 2. Beleidsregel financiele zekerheid (17 pagina's) 3. Beleidsregel geurhinder (22 pagina's) 4. Totaaloverzicht toetsingskader vergunningverlening milieubeheer (117 pagina's) 5. De bijlagen 2, 3 en 4 zijn te raadplegen via het Stateninformatiesysteem. De afgelopen tweeenhalf jaren hebben in het teken gestaan van verbetering van de het proces van milieuvergunningverlening. Onder het motto, sneller, beter en eenvoudiger is er veel werk verzet en zijn verbeteracties doorgevoerd. De aanleiding voor dit verbetertraject vormde het Bestuursakkoord waarin de wens tot deregulering was opgenomen. Daarbij moest tevens sprake zijn van een kwaliteitsimpuls. De bijgevoegde rapportage biedt een totaaloverzicht van alle uitgevoerde (deel)projecten en de resultaten daarvan. Daarmee is het project vereenvoudiging vergunningverlening afgerond. Resultaten. De resultaten van het project zijn: verbetering van de doorlooptijden door invoer van "Lean Production"; verbetering van de efficientie door: een inzichtelijk en vereenvoudigd toetsingskader; invulling van beleidsvrijheid; Bij correspondentie graag ons kenmerk vermelden. RABO Zwolle Per 24 juni 2006 heeft de provincie nieuwe telefoonnummers en adressen. Het nieuwe algemene nummer is , het adres Bezoekadres Luttenbergstraat 2 Zwolle

2 * een gedereguleerd en in IPOverband afgestemd voorschriftenpakket; * en een nieuw digitaal aanvraagformulier, geschikt voor doorontwikkeling voor de omgevingsvergunning De resultaten zijn tot stand gebracht in een brede, eenheidsoverstijgende projectgroep waarin zowel beleidsambtenaren, handhavers als vergunningverleners waren betrokken. Het project is ondersteund door het Projectbureau de Andere Provincie (PAP). De aanschaf van het voorschriftenpakket en aanvraagformulier zijn gefinancierd met middelen uit het Project PAP. 1. Toetsingskader. Bij milieuvergunningverlening hebben wij te maken met 85 (groepen van) uitvoeringsregels, veelal afkomstig van het Rijk, die bovendien aan voortdurende verandering onderhevig zijn. Wij dienen ervoor te waken dat wij steeds de meest recente regels gebruiken. Daarbij hebben wij in veel gevallen te maken met beleidsvrijheid. Burgers en bedrijven hebben behoefte aan rechtszekerheid: welke gegevens moet ik aanleveren in mijn aanvraag en onder welke voorwaarden kan ik een vergunning krijgen. Het stelsel aan uitvoeringsregels (toetsingskader) was echter op vele plaatsen vastgelegd; voor een gemiddeld bedrijf maar ook voor ons een zoekplaatje. Door bundeling van de regels, bekendmaking en uiteraard goed onderhoud daarvan wordt de vergunningverlening transparanter en eenduidiger. Hierdoor zijn bedrijven beter en sneller in staat een volledige en succesvolle aanvraag te maken en zijn wij in staat om die aanvragen sneller af te handelen. Gaandeweg het project is bovendien gestreefd naar deregulering van het toetsingskader. Tijdrovend en kostbaar maatwerk voor invulling van de beleidsvrijheid is, waar mogelijk, vervangen door een algemene beleidsregel. Dit heeft geleid tot vijf beleidsregels. In de overige gevallen waar wij beleidsvrijheid hebben, zal echter maatwerk nodig blijven of wordt nog gewerkt aan de ontwikkeling van een beleidsregel. Het toetsingskader waar wij u thans van in kennis stellen bestaat uit drie categorieen: 51 regels zonder beleidsvrijheid; 34 regels met beleidsvrijheid, waarvan 8 via een beleidsregel kunnen worden ingevuld * 26 per geval moeten worden ingevuld. Voor het omgaan met bodem en bagger, het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Besluit luchtkwaliteit is beleid in ontwikkeling, onder andere in verband van het Interprovinciaal Overleg (IPO). Dit betekent dat de regels die wij in het overzicht hebben opgenomen, grotendeels als bestaand beleid kunnen worden aangemerkt. Dit geldt ook voor de verruimde reikwijdte Wet milieubeheer en de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (bibob). Voor het Besluit financiele zekerheid, het bepalen van het aanvaardbaar geurhinderniveau, acceptatie van afvalstoffen en flexibiliteit in de vergunning gaat het om nieuw beleid. Deze beleidsregels zullen ook na de invoering van de Omgevingsvergunning blijven gelden. 2. Voorschriftenpakket. Een tweede projectresultaat is een nieuw, landelijk afgestemd en gedereguleerd voorschriftenpakket voor milieuvergunningen. Het nieuwe pakket, dat ongeveer gelijktijdig door de helft van de provincies is aangeschaft, bevat een koppeling naar een digitaal, interactief aanvraagformulier. Dat wil zeggen: het formulier stelt alleen relevante vragen (denk aan de belastingaangifte). Dit formulier wordt door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) gebruikt als uitgangspunt voor ontwikkeling tot landelijk formulier voor de omgevingsvergunning. Aan de totstandkoming van dit pakket heeft een IPOwerkgroep gewerkt, waaraan Overijssel een stevige inhoudelijke bijdrage heeft geleverd. Inhoudelijk is het voorschriftenpakket gescreend op overbodigheden, tegenstrijdigheden en onnodig belastende voorschriften. Hiertoe is gebruikgemaakt van zelf ontwikkelde richtlijnen op basis van de Overijsselse SireO'toets en diverse workshops waar naast ambtenaren nadrukkelijk ook het 1 Schatten impact van regels Overijssel (Project de Andere Provincie)

3 bedrijfsleven inbreng hebben gehad. Het resultaat hiervan is onder meer dat het aantal rapportageverplichtingen met 53% is teruggebracht tot 17 stuks en het aantal goedkeuringsverplichtingen met 63% is teruggebracht tot 14 stuks. Dit levert direct een verlaging van administratieve lasten voor bedrijven op. Relatie met relevante beleidsdocumenten. Het projectresultaat past in ons streven naar deregulering en ontbureaucratisering (Bestuursakkoord). Ook liggen er duidelijke relaties met detaakstelling en de Kwaliteitsimpuls. Verder sluiten de resultaten aan bij de wensen van het bedrijfsleven om meer transparantie en meer landelijke eenduidigheid over de eisen die aan de aanvragen worden gesteld en de wijze waarop die worden beoordeeld. Die wensen bleken onder meer uit het rapport van de provinciale SER (toen nog: SEACO) dat enkele jaren geleden over dit onderwerp verscheen. Landelijk is voorts veel aandacht voor reductie van de administratieve lasten van bedrijven, met name van milieuvergunningen. Personele enfinanciele consequenties. De te bereiken efficiencywinst is reeds verwerkt in de gerealiseerde taakstelling. Op 4 oktober 2006 is het bedrijfsleven dat een provinciale vergunning nodig heeft (vooral industrie en afvalverwerkende bedrijven) geinformeerd. Daarbij hebben wij de bedrijven opgeroepen melding te blijven maken van knelpunten in wet en regelgeving waar de provincie iets over te zeggen heeft. Het project is uitgevoerd in samenwerking met de milieucommissie van de Kamer van Koophandel. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geinformeerd. Gedeputeerde Staten van Overijssel, voorzitter, secretans,

4 Bijlage 1 behoreode bij brief aan Provinciale Staten d.d. 23 januari Beleidsregel financiele zekerheid. Het Besluit financiele zekerheid (BFZ) biedt ons de mogelijkheid om bedrijven te verplichten financiele zekerheid te treffen voor de nakoming van milieueisen. Het besluit heeft een beperkt bereik: namelijk legale afvalverwerkende bedrijven die door een faillissement mogelijk milieuschade opleveren. Illegale bedrijven en nietafvalverwerkers vallen er niet onder. Bovendien is de werking beperkt tot de kosten van bodemverontreiniging en afvalverwijdering. In het evaluatieonderzoek van 2 oktober is aangegeven dat in Nederland in de afgelopen 20 jaar zich 2 potentiele situaties per provincie hebben voorgedaan (met een maximaal schadebedrag van , ) die onder de werking van het besluit hadden kunnen vallen. Uit dit onderzoek blijkt ook dat: de private sector dit besluit graag ingetrokken zou zien, vanwege overbodige lasten en ontoereikende effectiviteit; de afgelopen jaren de publieke sector, dit t>esluit zeer terughoudend blijkt toe te passen en gemeenten dit nagenoeg niet toepassen; milieu en financiele risico's met toepassing van het instrument BIBOB 3, adequate vergunningverlening en handhaving, de problematiek beter bestrijden dan het instrument financiele zekerheid; de risico's, waar het BFZ zich op richt, met name voor komen bij startende bedrijven met een zwakke solvabiliteit en bij bedrijven, die jaar na jaar verlies maken. Hieruit concluderen wij, dat het instrument BFZ met het generieke toepassingsgebied, zoals het Ministerie van VROM dat in haar handreiking neerlegt en met toepassing van een drempelbedrag van ,, inefficient en niet effectief is. Bovendien hebben wij via de bestaande instrumenten voor vergunningverlening en handhaving de mogelijkheid om financiele risico's te beperken, bijvoorbeeld: eisen t.a.v. de maximale opslagcapaciteit van afvalstoffen; verplichte frequente afvoer van afvalstoffen; toepassing NRB (verwaarloosbaar bodemrisico); toepassen van BIBOB bij afvalbedrijven; adequate handhaving. Daarom hebben wij besloten: Het BFZ terughoudend toe te passen door in de uitwerking, de IPOinterimbeleidslijn van november 2005 toe te passen, met als voorwaarde, dat artikel 3 van BFZ (afvalbedrijven) wordt toegepast in situaties met een drempelbedrag van 1 miljoen euro. Met deze wijze van toepassing wordt voldaan aan de wettelijke eisen en wordt invulling gegeven aan zo laag mogelijke administratieve en bestuurlijke lasten. Consequentie van deze beleidsregel is dat een beperkt risico blijft bestaan van niet verhaalbare milieuschade tot een maximum per geval van 1 miljoen euro. 2 Structurele evaluatie milieuwetgeving: Evaluatie van het Besluit financiele zekerheid kwalitatieve ervaringen , 2 oktober 2006) 3 Op 17 januari 2006 (kenmerk BA/2006/134) heeft uw college ingestemd met de beleidsregel inzake de toepassing van de Wet bibob bij ondermeer de behandeling van milieuvergunningsaanvragen van afvalverwerkende bedrijven Bij correspondentie graag ons kenmerk vermelden. RABO Zwolle Per 24 juni 2006 heeft de provincie nieuwe telefoonnummers en adressen. Het nieuwe algemene nummer is , het adres Bezoekadres Luttenbergstraat 2 Zwolle

5 1.2 Beleidsregel acceptatie en registratie van afvalstoffen Bedrijven die afvalstoffen be en verwerken kunnen er een financieel belang bij hebben bepaalde afvalstromen weg te mengen. Dat is ongewenst. Zulke bedrijven moeten daarom bij de aanvraag informatie verschaffen over de voorwaarden waaronder zij afvalstoffen accepteren en de verwerkingsmogelijkheden binnen het bedrijf. Dit noemen we het acceptatie en verwerkingsbeleid. Daarnaast moet er een beschrijving zijn van de administratieve organisatie en interne controle (de AO/IC). Daardoor is het mogelijk om zicht te houden op de afvalstromen binnen het bedrijf. Het Landelijk Afvalstoffenplan (LAP) vormt het toetsingskader. Het rapport "De verwerking verantwoord" (DW) is daar de nadere uitwerking van. Het verplicht stellen van een AO/IC beperkt zich echter tot gevaarlijke afvalstoffen. Ter ondersteuning zijn voor provincies en bedrijven in IPOverband diverse verhelderende checklisten ontworpen (handreiking voor bedrijven en overheden). De visuele herkenbaarheid van een afvalstof is van grote invloed op het risico van wegmengen. Ervaringen van toezichthouders bevestigen dat het risico op wegmengen niet ondenkbeeldig is. Om het risico te beheersen, ligt het voor de hand om voor bedrijven die (ook) niet visueel herkenbare bedrijfsafvalstoffen accepteren, een AO/IC op te laten stellen. Het voordeel is dat gebruik gemaakt wordt van een bestaand instrument. Daarom hebben wij besloten: Aanvullend op het DW in Overijssel de bedrijven die bedrijfsafvalstoffen accepteren en waarvan de geaccepteerde bedrijfsafvalstojfen geheel of gedeeltelijk nietvisueel herkenbaar zijn ook hetao/ic uit te laten werken en in te voeren. Vergelijking met andere provincies. Alle provincies stellen deze eis. De meeste provincies verwerken de eis in zogenaamde brancheplannen. Zuid Holland en Gelderland hebben een beleidsregel geformuleerd, zoals ook hier door de eenheid wordt voorgesteld. 1.3 Beleidsregel Geurhinder Gedeputeerde Staten zijn het bevoegd gezag voor circa 55 bedrijven die geurhinder kunnen veroorzaken. Voor circa 30 daarvan bestaan geen landelijke beleidsregels. In het kader van transparante besluitvorming en rechtzekerheid naar bedrijven toe is dit echter wel wenselijk. Daarom hebben wij besloten: Voor de bepaling van het aanvaardbaar geurhinderniveau een beleidsregel vast te stellen. In deze regel wordt een vaste norm gehanteerd per branche. De norm varieertper type gebied. In de norm is rekening gehouden met onder meer de belevingswaarde en de mogelijkheid om maatregelen te treffen. Dankzij de beleidsregel hoeft een aantal bedrijven bij hun aanvraag geen kostbaar geuronderzoek te voegen, weten zij vooraf hoe het aanvaardbaar geurhinderniveau wordt bepaald en kunnen zij anticiperen door in de aanvraag de vereiste maatregelen te vermelden. Dit dient de rechtszekerheid en drukt de administratieve lasten. Besluitvorming op basis van een vastgestelde beleidsregel biedt ons ook meer zekerheid voor de rechter en bespaart kostbare contraexpertises voor beoordeling van het geurrapport. Nadeel van een beleidsregel is dat geen rekening wordt gehouden met kleine verschillen tussen bedrijven of gebieden. In gevallen dat het gebied of de aard van de geur echter zeer specifiek zijn, of veel klachten optreden waar dat niet verwacht wordt, kunnen wij, door gebruik te maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid, altijd beslissen alsnog een geuronderzoek bij de aanvraag te laten voegen.

6 Vergelijking met andere provincies. Niet alle provincies hebben geurbeleid. In Overijssel is nog ruimte voor het toekennen van nieuwe geurruimte aan inrichtingen. Deze beleidsregel lijkt grotendeels op het beleid dat de provincie Gelderland voert (Gelders Geurbeleid). Beide provincies hebben een vergelijkbare ruimtelijke structuur met veel buitengebied maar ook combinaties van wonen en werken. Inmiddels heeft Gelderland veel ervaring opgedaan met haar werkwijze en is deze Raad van State bestendig gebleken. 1.4 Beleidsregel afval, water en energiebesparing De Wet milieubeheer geeft ons de bevoegdheid om bij de milieuvergunningverlening eisen te stellen aan: de besparing van energie en grondstoffen, waar onder water; de preventie en het hergebruik van afvalstoffen; vervoersbewegingen van en naar de inrichtingen. In de landelijke handreiking "Wegen naar Preventie voor bedrijven" is aangegeven in welk gevallen het zinvol kan zijn eisen te stellen aan energie en waterbesparing, afvalpreventie of vervoersmanagement. Ajvalverkende bedrijven. De ratio van de landelijke regel is dat afvalverwerkende bedrijven de afvalstoffen die zij ontvangen zo veel mogelijk moeten verwerken tot (herbruikbare) eindproducten. Aangezien deze eindproducten geld opbrengen, is bij de meeste bedrijven voldoende "drive" om de geaccepteerde afvalstoffen tot nuttige producten te verwerken. Aanvullende eisen zijn naar de mening van de eenheid daarom overbodig. Vervoersmanagement. Het stellen van eisen aan vervoersbewegingen is omstreden aangezien de Wet milieubeheer die slechts zeer beperkt kan reguleren. Veeleer zijn hiervoor andere, generieke financiele instrumenten en de ruimtelijke ordening geschikt. Dit geldt temeer waar het het woonwerkverkeer betreft. Energiebesparing/klimaatverandering. Vooralsnog hanteren wij de landelijke handreiking "Wegen naar Preventie voor bedrijven". Deze handreiking hanteert zogenaamde ondergrenzen van energieverbruik, waarboven het stellen van eisen relevant wordt geacht. Bij de evaluatie van het Programma "Investeren in Duurzaam Overijssel" zullen de mogelijkheden voor stimulering van energiebesparing, in de volledige breedte van het provinciaal werkveld, onder uw aandacht worden gebracht. Op dat moment kan de stimulering via vergunningverlening eventueel worden heroverwogen (hoger ambitieniveau door het verlagen van. de ondergrenzen) Gelet op het bovenstaande hebben wij besloten: Om op de volgende twee onderdelen afte wijken van de landelijke handreiking: in vergunningen voor afvalverwerkende bedrijven geen aanvullende te stellen voor afvalpreventie; in milieuvergunningen geen eisen te stellen voor vervoersmanagement. 1.5 Beleidsregel flexibiliteit in de milieuvergunning. Sinds eind jaren '80 het besef doordrong dat milieuverantwoord handelen van bedrijven niet slechts kan worden opgelegd maar ook vanuit de bedrijven zelf moeten komen, wordt door het Rijk de totstandkoming van bedrijfsinterne milieuzorgsystemen gestimuleerd. Dit stimuleren gebeurde vooral door als beloning een zogenaamde vergunning op hoofdzaken in het vooruitzicht te stellen. In de Wegwijzer Vergunning op Hoofdlijnen uit 1997 leggen de Ministeries van VROM en V&W, UvW, IPO en VNG hun gezamenlijke beleid hiervoor neer. Na bijna 10 jaar kan worden geconcludeerd dat deze beleidsregel niet het beoogde effect heeft gesorteerd. Bedrijven ervaren de uiteindelijk verkregen vergunning niet als een beloning en vinden de eisen om er voor in aanmerking te komen te hoog. Overheden zijn teleurgesteld geraakt door de complexiteit (de Wegwijzer blijft erg vaag) en de juridische onmogelijkheden. Het aantal vergunningen op hoofdzaken is daarom beperkt gebleven. Momenteel stagneert ook de groei in milieuzorgsystemen.

7 Gelijktijdig is de roep om meer flexibiliteit in de vergunningen onverminderd hoog (deregulering), evenals de wens van overheden dat bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen. De eenheid EMT ziet ook voordelen voor overheden: minder gedetailleerde vergunningen kunnen langer mee. Die wettelijke mogelijkheden zijn: doelvoorschriften: het bedrijf kiest vervolgens zelf de middelen om aan het doel te voldoen (materiele flexibiliteit'; minder details in de aanvraag en/of niet de gehele aanvraag aan de vergunning verbinden: hierdoor wordt de vergunning meer c op hoofdzaken' en is niet voor elke wijziging een procedure vereist (procedurele flexibiliteit). De aanvraag moet hierop zijn ingericht, namelijk door kwantitatieve gegevens over de milieugevolgen, waarop doelvoorschriften kunnen worden gebaseerd enof onderscheid in een deel dat wel en een deel dat niet aan de vergunning wordt verbonden enof beschrijving van het systeem waarmee de milieugevolgen van niet aan de vergunning verbonden onderdelen worden beheerst, alsmede de wijze waarop het bevoegd gezag inzage heeft in dit systeem, eventueel on/line. Met het beheerssysteem wordt een relatie gelegd met onderdelen van een milieuzorgsysteem zonder dat een dergelijk systeem verplicht wordt gesteld. De voorgestelde flexibiliteit doet geen afbreuk aan de rechtmatigheid of handhaafbaarheid van de vergunning. Ook het niveau van milieubescherming wordt door deze beleidsregel niet aangetast. Voordeel van deze beleidsregel is, naast meer duidelijkheid, dat aan de wens van een aantal (grote) bedrijven beter kan worden tegemoet gekomen. Daarom hebben wij besloten: De Wegwijzer niet te hanteren bij vergunningverlening. In plaats daarvan willen wij flexibiliteit bereiken door goed gebruik te maken van de bestaande wettelijke mogelijkheden en de bedrijven hierin beter te faciliteren.

8

9 Beleidsnotitie Besluit financiele zekerheid milieubeheer Overijssel Behoort bij besluit van Gedeputeerde Staten van Overijssel d.d. 23 januari 2007 Kenmerk: 2007/

10

11 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Leeswijzer 5 3 Het Besluit financiele zekerheid milieubeheer 5 4 Uitgangspunten voor provinciaal beleid 6 5 De inrichtingen die onder het besluit vallen 7 6 Afwegingen met betrekking tot de risico's Risico's bij art. 3 inrichtingen Risico's bij art. 7 inrichtingen Bestuurlijke kosten 9 7 Provinciaal interimbeleid Beslisboom beoordeling financiele zekerheid Uitwerking beslispunten Uitwerking beslispunten 13 8 Afwijkende situaties Bij artikel 3 bedrijven Bij artikel 7 inrichtingen Toepassen bij ambtshalve wijziging 18

12 . Inleiding Het niet goed fimctioneren van het Besluit financiele zekerheid milieubeheer is in de IPO Adviescommissie Milieu van 2 december 2004 aan de orde geweest. De problemen liggen vooral in het feit dat provincies op verschillende manieren invulling geven aan het toepassen van het Besluit financiele zekerheid milieubeheer. Het besluit biedt ruimte voor interpretatieverschillen en dat leidt tot onduidelijkheid. Per provincie kan er daardoor een ander vestigingsklimaat ontstaan. Daarnaast blijkt dat sommige provincies het Besluit (nog) niet toepassen en lopen daarmee een financieel risico. Opdracht Er is opdracht gegeven door het EPOAdviescommissie Milieu om te zoeken naar een harmonisatie van de provinciale toepassing van het Besluit financiele zekerheid en zoeken naar een aantal mogelijke financiele constructies om risico's binnen de perken te houden. Een interprovinciale 'gelegenheids'werkgroep is opdrachtnemer en heeft gezarntenlijke uitgangspunten benoemd die verder zijn uitgewerkt in deze beleidsnotitie. '? Besluit in kort Het stellen van financiele zekerheid geldt voor degene die de inrichting drijft, voor het nakomen van krachtens de vergunning voor hem geldende verplichtingen: ten aanzien van het opslaan van in de vergunning aangegeven afvalstoffen often aanzien van het beheer van afvalstoffen na het beeindigen van de activiteiten van die inrichting (artikel 3 van het besluit); ter dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade aan de bodem (artikel 7 van het besluit). Voordat de provincie overgaat tot het opleggen van financiele zekerheid dient het bedrijf de mogelijkheid te krijgen om op vrijwillige basis financiele zekerheid vast te stellen. Financiele Risico's De provincie loopt in bovenstaande situaties een financieel risico indien na een faillissement van een bedrijf blijkt dat niet in voldoende mate financiele zekerheid is gesteld om de opgeslagen afvalstoffen af te voeren of te verwerken of ontstane bodemverontreiniging te saneren. Met name zal de provincie voor de kosten opdraaien op het moment dat het failliete bedrijf onverkoopbaar blijkt te zijn. Financiele risico's worden gelopen indien een bedrijf: een slechte financiele situatie heeft; grote hoeveelheden (gevaarlijke) afvalstoffen in opslag wil gaan nemen of neemt; geen goede milieuverzekering heeft; geen geld reserveert voor de verwerking van opgeslagen afvalstoffen; geen goed werkende verwerkingsinstallatie heeft; afzetproblemen heeft; zich richt op marktontwikkelingen die nog niet geconcretiseerd zijn (bijvoorbeeld verwerking TAG); het voor de afvalstoffen ontvangen geld wegsluist en zich failliet laat verklaren. Afkadering In het laatste geval is sprake van crimineel handelen. Met behulp van de Wet Bibob kan het risico worden verkleind dat dergelijke bedrijven in het bezit van een vergunning komen / blijven. Deze notitie gaat niet verder in op dit type bedrijven en situaties.

13 2. Leeswijzer Deze beleidsnotitie beschrijft op welke wijze een afweging wordt gemaakt bij het toepassen van financiele zekerheid, de wijze waarop en hoe de hoogte van het bedrag wordt bepaald. Er wordt ingegaan op de inhoud van het besluit. Daarna wordt het risico van faillissementen aangehaald. Aansluitend is ten behoeve van provinciaal beleid een uitwerking van de in het besluit genoemde criteria ter bepaling van de noodzaak tot het stellen van financiele zekerheid uitgewerkt. Het resultaat is een beslisboom om financiele zekerheid te kunnen stellen, ter nakoming van de vergunningsverplichtingen vanaf een (potentieel) schadebedrag of een drempelbedrag.. Tenslotte wordt in het hoofdstuk "Afwijkende situaties" ingegaan op situaties waarbij wel een financiele zekerheid gewenst is, maar die niet binnen het "normale 9 beleid vallen. 3. Het Besluit financiele zekerheid milieubeheer in kort bestek Op 1 mei 2003 is het besluit in werking getreden. Het besluit vindt haar oorsprong in artikel 8.15 van de Wet milieubeheer. Hierin wordt aangegeven dat bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat in 'daarbij aangewezen categorieen van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, aan de vergunning tevens voorschriften kunnen worden verbonden, die de verplichting inhouden dat degene die de inrichting drijft: financiele zekerheid stelt voor het nakomen van krachtens de vergunning voor hem geldende verplichtingen; financiele zekerheid stelt ter dekking van aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit door de inrichting veroorzaakte nadelige gevolgen voor het milieu' Specifiek gaat het om die kosten die om reden van faillissement of andere redenen niet meer op de gebruikelijke wijze door een bedrijf kunnen worden opgebracht. Het besluit dient als vangnet voor financiele schade. De door het bevoegd gezag op grond van het interimbeleid aangewezen bedrijven zullen daartoe financiele zekerheid moeten stellen om deze mogelijke kosten in de toekomst te dekken. Daarbij dient in ieder geval te worden aangegeven het bedrag waarvoor en de termijn gedurende welke de zekerheid ten hoogste in stand moet worden gehouden, alsmede de voorwaarden waaraan moet worden voldaan alvorens de verplichting kan komen te vervallen. De mogelijke vormen voor het stellen van financiele zekerheid zijn: borgtocht of een bankgarantie; hypotheek of pandrecht; deelname aan een daartoe ingesteld (gezamenlijk) fonds; concerngarantie; het treffen van enig andere vergelijkbare voorzieningen.

14 4. Uitgangspunten voor provinciaal beleid Het besluit geeft aan dat het bevoegd gezag de mogelijkheid heeft om financiele zekerheid in de milieuvergunning van bedrijven op te leggen, indien een bedrijf dit niet op vrijwillige basis wil vastleggen. Bij het al dan niet opleggen van financiele zekerheid moet het bevoegd gezag een afweging maken van de criteria zoals genoemd in de artikelen 3 en 7 van het Besluit. Artikel 3 1. Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voor een inrichting in categorieen van gevallen als aangewezen in bijlage 1, voorschriften verbinden, die voor degene die de inrichting drijft, de verplichting inhouden tot het stellen van financiele zekerheid voor het nakomen van krachtens de vergunning voor hem geldende verplichtingen ten aanzien van het opslaan van in de vergunning aangegeven afvalstoffen often aanzien van het beheer van afvalstoffen na het beeindigen van de activiteiten in die inrichting. 2. Het bevoegd gezag betrekt hierbij in ieder geval: a. de specifieke omstandigheden van het betreffende bedrijf, de solvabiliteit en de aanwezigheid van een milieuzorgsysteem, b. de aard en de omvang van de afvalstoffen, c. de frequentie van het afvoeren van de afvalstoffen, d. de verhouding tussen de maximaal te verwachten kosten van beheer van afvalstoffen en de hoogte van de kosten voor het stellen van financiele zekerheid, e. het reeds zodanig vrijwillig gesteld zijn van financiele zekerheid door degene die de inrichting drijft, dat de krachtens de vergunning voor hem geldende verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden nagekomen, en f. de naleving van aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Artikel Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voor een inrichting in categorieen van gevallen als aangewezen in bijlage 2, voorschriften verbinden, die voor degene die de inrichting drijft, de verplichting inhouden tot het stellen van financiele zekerheid ter dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade aan de bodem. 2. Het bevoegd gezag betrekt hierbij in ieder geval: a. de specifieke omstandigheden van het betreffende bedrijf, de solvabiliteit en de aanwezigheid van een milieuzorgsysteem, b. de aard en de omvang van de stoffen, die schade aan de bodem kunnen veroorzaken, c. de maximaal te verwachten bodemherstelkosten, d. de verhouding tussen het risico op milieuschade van een bepaalde omvang en de hoogte van de kosten voor het stellen van financiele zekerheid, e. het reeds zodanig vrijwillig gesteld zijn van financiele zekerheid door degene die de inrichting drijft, dat de krachtens de vergunning voor hem geldende verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden nagekomen, en f. de naleving van aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Ten aanzien van de te maken afweging van de genoemde criteria geeft het Besluit aan dat het bevoegd gezag specifiek beleid moet ontwikkelen op welke wijze het Besluit door het bevoegd gezag geinterpreteerd wordt. In haar beleid ter zake moet het bevoegd gezag onder andere aangeven in welke gevallen financiele zekerheid moet worden gesteld en wat de hoogte van de stellen zekerheid moet zijn.

15 Artikel 3 en 7 van het Besluit en de toelichting er op zijn daarmee de richtlijnen voor het provinciale beleid ter implementatie van het Besluit financiele zekerheid milieubeheer. 5. De inrichtingen die onder het besluit vallen In het besluit is aangegeven in welke gevallen toepassing kan plaatsvinden. Een korte samenvatting van deze voorwaarden is schematisch weergegeven in onderstaande figuur. Ja Is er sprake van: 1. Een awzi (28.3.a + A vlg NRB) 2. < 50 m3 afval op/in de bodem; 3. B. ondergrondse tank; 4. B. tankstation voor wegverkeer; 5. B. vuurwerkinrichting; Nee Ja Ja Is er sprake van: a. Ivb categoric 28; b. Gevaarlijk afval > 10 m3; en beheerskosten > euro. (volgens artikel 3 en bijlage 1 van het Besluit FZ) Iser sprake van: c. Paragraaf 3 van besluit BRZO; d. Stuwadoorsinrichting + opslag gevaarlijk afval; e. Chemicalienopslag > 10 ton onder CPR 152; f. Opslag aardolieproducten > 10 ton < 100 C; g. Bestrijdingsmiddelen > 400 kg onder CPR 153; h. Een hogere bodemrisico categoric dan A zoals bedoeld in de NRB; (volgens artikel 7 en bijlage 2 van het Besluit FZ) Nee In het besluit zijn twee bijlagen opgenomen die aangeven welke inrichtingen onder het besluit vallen. Bijlage 1 heeft betrekking op bedrijven waarvoor artikel 3 van toepassing is (artikel 3 bedrijven), bijlage 2 heeft betrekking op bedrijven waarvoor artikel 7 van toepassing is (artikel 7 bedrijven). Het stellen van financiele zekerheid bij bedoelde inrichtingen is toegestaan indien er sprake is van een aanvraag voor een oprichtingsvergunning, revisievergunning, veranderingsvergunning of in het geval een ambtshalve wijziging wordt doorgevoerd.

16 Artikel 3 bedrijven Het besluit biedt op grond van artikel 3 de mogelijkheid om financiele zekerheid te stellen voor het nakomen van verplichtingen die voortvloeien uit de vergunning. De financiele zekerheid kan alleen in de volgende twee situaties worden gesteld: a. voor het beheer van opgeslagen afvalstoffen na beeindiging van de bedrijfsactiviteiten, wanneer de verplichting daartoe als vergunningsvoorschrift is opgenomen, dan wel reeds bij voorkeur in de vergunningsaanvraag duidelijk is omschreven en in zoverre onderdeel uitmaakt van de vergunning; b. voor het verwijderen van opgeslagen afvalstoffen, na het verstrijken van een opslagtermijn. Indien de totale beheerkosten van de opgeslagen (gevaarlijke) afvalstoffen meer bedragen dan is het besluit van toepassing mits er sprake is van meer dan 10m 3 opslag aan gevaarlijke afvalstoffen dan wel sprake is van categoric 28 Ivb. Onder de beheerkosten worden verstaan alle handeling en transportkosten en kosten voor overdracht van de te verwijderen afvalstoffen. Artikel 3 bedrijven zijn veelal inrichtingen die (grote hoeveelheden) (gevaarlijke) afvalstoffen ter bewerking, verwerking, vernietiging of overslag hebben opgeslagen. Per bedrijf verschillen de beheerkosten aanzienlijk vanwege de aard en hoeveelheden van de opgeslagen afvalstoffen. Er zijn bedrijven bekend met beheerkosten tot boven de 40 miljoen. Dit zijn echter uitzonderlijke situaties. Artikel 7 bedrijven Het besluit biedt op grond van artikel 7 de mogelijkheid om financiele zekerheid te stellen bij inrichtingen die ernstige schade aan de bodem kunnen veroorzaken. Hierbij worden de volgende twee soorten oorzaken aangewezen die relevant zijn voor het besluit: 1. Geleidelijk inwerkende processen & incidenten Met geleidelijk inwerkende processen & incidenten wordt bedoeld activiteiten die de bodem kunnen verontreinigen onder vergunde bedrijfscondities en waarbij wordt afgeweken van bodemrisico A (verwaarloosbaar risico) conform de Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB). Dit betekent dat voor alle inrichtingen waar een meer dan verwaarloosbaar bodemrisico aanwezig is (NRB categorieen A*, B of C), het besluit van toepassing is. 2. Brand of ontploffing Als een inrichting grote hoeveelheden brandbare of ontplofbare stoffen heeft opgeslagen kan bij een calamiteit de bodem worden verontreinigd. Het besluit wijst op een vijftal categorieen dat hiermee worden bedoeld.

17 6 De risicos in beeld In dit hoofdstuk worden afwegingen besproken zoals die in interprovinciaal verband gemaakt zijn. De oorspronkelijke afwegingen uit het besluit zijn daar onderdeel van. Een aantal aspecten zijn betrokken bij de afwegingen tot het toepassen van financiele zekerheid. 1. Risico's bij art. 3 inrichtingen. 2. Risico's bij art. 7 inrichtingen 3. Bestuurlijke kosten. 6.1 Risico's bij art. 3 inrichtingen. Ervaring heeft geleerd dat het de afgelopen 20 jaar in Nederland niet vaak is voorgekomen dat een legaal opererend afvalverwerkend bedrijf daadwerkelijk failliet is gegaan. In de meeste gevallen zijn bedrijven die tegen een faillissement aanzaten tegen relatief geringe overnamekosten van eigenaar gewisseld inclusief de voorraden afvalstoffen. Slechts bij enkele bedrijven is dit de afgelopen jaren uiteindelijk niet gelukt. De kosten voor het verwijderen van de opgeslagen afvalstoffen die voor rekening van individuele provincies kwam, liep tot op heden op tot maximaal per geval. Het aantal gevallen per provincie maximaal twee in de afgelopen 20 jaar. De kans op een faillissement van een afvalverwerkend bedrijf wordt nochtans relatief laag geschat vanwege de vergaande professionalisering van de afvalbranche, de groter wordende concerns en de intensivering en professionalisering van de handhaving. Er zijn echter diverse factoren die van invloed zijn op verslechtering. Problemen kunnen ook ontstaan door veranderingen in de afvalbranche, zoals stagnatie in de afzetmarkt. Dit betekent dat ook bij professionele bedrijven problemen kunnen ontstaan in de afzet en dat er daarom geen waarborgen zijn voor de toekomst gelet op (nog) onbekende marktontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het aantal faillissementen. 6.2 Risico's bij art. 7 inrichtingen. Het is niet bekend dat bedrijven failliet zijn gegaan tengevolge van een brand of ontploffing. Risico's tengevolge van geleidelijk inwerkende processen & incidenten Met betrekking tot risico's tengevolge van geleidelijk inwerkende processen & incidenten wordt gesteld dat het beleid bij de provincies er op is gericht dat zodanige maatregelen worden voorgeschreven dat in de meeste gevallen wordt voldaan aan het criterium verwaarloosbaar bodemrisico A. In het besluit staat dat bij gevallen waar de maatregelen onvoldoende zijn (dus geen verwaarloosbaar risico) staat het ieder bestuursorgaan vrij om naar eigen inzichten conform het Besluit al dan niet gebruik te maken van zijn bevoegdheid. Dit onderdeel wordt verder besproken in het hoofdstuk "Afwijkende situaties". Risico's ten gevolge van calamiteiten Het besluit wijst een vijftal categorieen van bedrijven aan waarbij financiele zekerheid kan worden gesteld. In deze gevallen zal echter vrijwel altijd al een milieuschadeverzekering zijn afgesloten. Ook hier is het bestuursorgaan vrij om naar eigen inzichten conform het Besluit al dan niet gebruik te maken van zijn bevoegdheid om financiele zekerheid te verlangen. Om die reden wordt ook deze optie verder besproken in het hoofdstuk "Afwijkende situaties". 6.3 Bestuurlijke kosten Het afwegen van het opleggen van financiele zekerheid in een vergunningprocedure vraagt een inspanning die kosten met zich meebrengt. Niet alleen van het bedrijfsleven, maar ook van het bevoegd gezag. Mogelijk is in veel gevallen advies van externe accountants of juristen noodzakelijk. Om de inspanning enigszins te beperken is nagegaan of het voor de provincies wenselijk is om de drempelwaarde van , zoals die door het besluit wordt genoemd, te verlaten en te verhogen bij toepassing van het besluit bij de art. 3 bedrijven om daarmee het aantal bedrijven waarop het Besluit

18 dan beleidsmatig van toepassing wordt te verminderen en de grootste risico's af te dekken. Er is tot op heden nog niet veel ervaring opgedaan met het vaststellen van de inspanning per procedure voor zowel de vergunningverlening als op de naleving van vergunningvoorschriften. Afgaande op de voorlopige gegevens wordt ervoor gekozen om een drempelwaarde te hanteren van Mer wijkt O^erijmet GJvmi het IPQadvies dat uitgaat vim em dmmpelb&dmg van /$ft $$fil In Na een periode van toepassing van het beleid is het wenselijk dat het Besluit wordt geevalueerd. Een eerste evaluatie zou kunnen samenvallen met de door VROM voorgenomen evaluatie van het Besluit financiele zekerheid milieubeheer. Daarnaast is in het hoofdstuk 8 "Afwijkende situaties" ingegaan op omstandigheden die kunnen leiden tot toepassing van het besluit onder een drempelwaarde van Provinciaal interimbeleid Overijssel Het opleggen van een verplichting tot het stellen van financiele zekerheid is aan de orde als de provincie onaanvaardbare financiele risico's loopt. De criteria, die zijn genoemd in het besluit, vormen de leidraad bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van onaanvaardbare financiele risico's. De volgorde waarin de aspecten zullen worden onderzocht en beoordeeld zijn opgenomen in een beslisboom. Deze beslisboom is te vinden op bladzijde 10, de toelichting op de criteria op bladzijde 11. Uit een tweetal recente uitspraken van de Raad van State blijkt dat het bevoegd gezag in haar motivering alle in het besluit genoemde aspecten moet beschouwen en afwegen om financiele zekerheid te kunnen stellen. In het beleid is een vijftal beslispunten opgenomen. Bij ieder beslispunt worden een of meer van de in het besluit genoemde aspecten betrokken, zodat de provincie voldoet aan de uitspraken van de Raad van State. Indien bij een bedrijf financiele zekerheid wordt gesteld moet dit in de vergunning duidelijk worden gemotiveerd. De beslisboom biedt hiertoe de handvatten. Ieder afwegingscriterium dient voldoende aandacht te krijgen in het besluit op de vergunningaanvraag. In de beslispunten wordt verwezen naar de criteria zoals die gehanteerd worden in art. 3 en art. 7. Gedeputeerde staten kiezen er voor: Het BFZ terughoudend toe te passen; in de uitwerking, de IPObeleidslijn van november 2005 toe te passen, met als voorwaarde, dat artikel 3 van BFZ (afvalbedrijven) wordt toegepast in situaties met een drempelbedrag van 1 miljoen euro; Motivering Uit recent onderzoek van STEM 1 blijkt dat in Nederland in de afgelopen 20 jaar 2 potentiele situaties per provincie (met een gemiddeld schadebedrag van euro) worden genoemd, van legate afvalbedrijven, die failliet zijn gegaan. Uit dit onderzoek blijkt ook, dat: de private sector dit besluit graag ingetrokken zou zien, vanwege overbodige lasten en ontoereikende effectiviteit; de afgelopen jaren de publieke sector, dit besluit zeer terughoudend blijkt toe te passen en gemeenten dit nagenoeg niet toepassen. 1 (Structured Evaluatie Milieuweygeving: "Rapport: Evaluatie van het Besluit financiele zekerheid kwalitatieve ervaringen , 2 oktober 2006) 10

19 milieukundige en financiele risico's met toepassing van het instrument BIBOB, adequate vergunningverlening en handhaving, de problematiek beter bestrijden, dan het instrument financiele zekerheid; de risico's, waar het BFZ zich op richt, met name voorkomt bij startende bedrijven met een zwakke solvabiliteit en bij bedrijven, die jaar najaar verlies maken. EMT concludeert hieruit, dat het instrument BFZ met het generieke toepassingsgebied, zoals VROM dat in haar handreiking neerlegt en met toepassing van een drempelbedrag van euro, inefficient en niet effectiefis. Bovendien heeft EMT via de bestaande instrumenten voor vergunningverlening en handhaving de mogelijkheid om financiele risico's te beperken, bijvoorbeeld Eisen t.a.v. de maximale opslagcapaciteit van afvalstoffen; Verplichte frequente ajvoer van afvalstoffen; Toepassing NRB (verwaarloosbaar bodemrisico); Toepassen van BIBOB bij afvalbedrijven; Adequate handhaving. Om dleze redlen wordt tfaam m fmger dr&mp tbbdmg vo&rgestetd _ met 11

20 7.1 Beslisboom beoordeling financiele zekerheid Beslispunt la Valt de inrichting onder het Besluit financiele zekerheid milieubeheer? Beoordelen aan de criteria van bijlage 1 van het besluit Beslispunt Ib Valt de inrichting onder het Besluit financiele zekerheid milieubeheer? Beoordelen aan de criteria van bijlage 2 van het besluit JA Zie hoofdstuk Afwijkende situaties IJA Beslispunt 2 Wordt de inrichting gedreven door een overheidsorgaan? Beoordelen organisatiestructuur/aanvrager vergunning (criterium a) NEE JA NEE Beslispunt 3 Zijn de maximaal te verwachten beheerskosten lager dan het vastgestelde drempelbedrag en zijn de kosten voor het stellen van financiele zekerheid voor deze beheerskosten verhoudingsgewijs laag? Bepalen aard en omvang opgeslagen afvalstoffen (criterium b) Bepalen maximaal te verwachten beheerskosten (criterium d) Bepalen verhouding tussen de maximaal te verwachten beheerskosten en de hoogte van de kosten voor het stellen van fmanciele zekerheid (criterium d) JA ocd CD JA Beslispunt 4 Is op vrijwillige basis financiele zekerheid gesteld? Beoordelen vrijwillig gesteld vorm van financiele zekerheidstelling (criterium e) Beslispunt 5 Is er sprake van een goede solvabiliteit? Beoordelen solvabiliteit (criterium a) NEE NEE JA CD N CD 5T 3 CD NEE Beoordelen milieuzorgsysteem (criterium a) Beoordelen frequentie van afvoer van de opgeslagen afvalstoffen (criterium c) Beoordelen naleving van de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen (criterium f) I Stellen Financiele Zekerheid Degene die de inrichting drijft moet financiele zekerheid stellen indien dit niet op wijwillige basis is gebeurd. In beide gevallen worden voorschriften in de vergunning opgenomen om de financiele zekerheidstelling ook in de toekomst te waarborgen. 12

21 7.2 Uitwerking beslispunten De in de op de vorige pagina genoemde beslispunten worden op de volgende wijze beoordeeld. Beslispunt 1 De provincie kan geen financiele zekerheid stellen voor inrichtingen die niet onder besluit vallen. Beoordeling of bedrijf onder het besluit valt. Er dient nagegaan te worden of sprake is van een inrichting zoals opgenomen in bijlage 1 (art. 3) of en 2 (art. 7) van het besluit. Beslispunt 2 (criterium a) De provincie zal geen financiele zekerheid stellen indien de inrichting wordt gedreven door een overheidsorgaan. De provincie betrekt hierbij haar afweging dat een door een overheidsorgaan gedreven inrichting nooit failliet kan gaan. Beoordeling organisatiestructuur (criterium a) De provincie zal in navolging van artikel 2 lid 1 van het besluit, waarin wordt bepaald dat het besluit niet van toepassing is op de inrichtingen die worden gedreven door het Rijk, geen verplichting opleggen tot het stellen van financiele zekerheid voor inrichtingen die worden gedreven door de provincie, gemeenten of waterschappen. Indien de inrichting wordt gedreven door een overheidsorgaan wordt aan voorgaande bepaling voldaan. Beslispunt 3 (criterium b en d) De provincie zal bij artikel 3 bedrijven geen financiele zekerheid stellen indien de beheerskosten voor de opgeslagen afvalstoffen beneden het door de provincie eerder gestelde drempelbedrag , uitkomen. Bepaling van de aard en omvang van de opgeslagen afvalstoffen (criterium b) De aard en omvang van de opgeslagen afvalstoffen dienen in de vergunningsaanvraag te worden beschreven. Het betreft de in de aanvraag opgenomen maximum opslagcapaciteit per afvalstofcategorie (ton). Bepaling van de maximaal te verwachten beheerskosten (criterium d) Aan de hand van de voorgaande gegevens kunnen de maximaal te verwachten beheerkosten worden bepaald. Dit zijn de kosten die zijn gemoeid met het afvoeren en verwerken van de afvalstoffen in een omvang zoals volgens de vergunning maximaal opgeslagen mag worden, tegen het gemiddelde tarief dat op het moment van de beoordeling in de markt geldt. Voor de berekening zal een tarievenwijzer worden opgesteld met daarin de gemiddelde landelijke tarieven per afvalstof ( / ton) die jaarlijks geactualiseerd moet worden. De tarieven die erin vermeld zijn, zijn de zogenaamde brengtarieven, hierop zal een percentage in rekening gebracht worden voor het transport en handling. Een percentage van 25% lijkt alleszins redelijk. Bepaling van de verhouding tussen de maximaal te verwachten beheerskosten en de hoogte van de kosten voor het stellen van financiele zekerheid (criterium d). Bij de afweging om financiele zekerheid te stellen dienen bij artikel 3 bedrijven de kosten voor het stellen van financiele zekerheid te worden afgestemd op de maximaal te verwachten kosten van het beheer van de te verwijderen afvalstoffen. Daarbij dient zoals het besluit het aangeeft verder rekening te worden gehouden met andere factoren zoals de frequentie van afvoer van de in de inrichting vrijkomende afvalstoffen. Bij de art.3bedrijven en dan met name de afvalstoffeninrichtingen zal volgens het besluit o.a. rekening gehouden moeten worden met de bedrijfseconomische situatie van het bedrijf. Voor het overige wordt verwezen naar de handreiking die is gemaakt ten behoeve van de implementatie van het besluit. 13

22 De handreiking geeft aan dat voor de bepaling van de hoogte van financiele zekerheid aard en omvang van belang zijn. Hiertoe is een tarievenlijst opgesteld, die jaarlijks geactualiseerd zal worden. Verder dient de ajvoerfrequentie bij de bepaling van de hoogte te worden betrokken. Voor het overige wordt de hoogte bepaald door de beheerskosten zoals die in het beleidsstuk elders al zijn verwoord. Beslispunt 4 (criterium e) De provincie zal geen financiele zekerheid stellen indien door degene die de inrichting drijft in voldoende mate vrijwillig financiele zekerheid is gesteld. Hiervoor is in het besluit een aantal mogelijkheden genoemd. Hiernaar dient gestreefd te worden. Dit impliceert dat tijdens het proces om te komen tot een ontvankelijk vergunningaanvraag het bedrijf in een vroeg stadium op de hoogte moet worden gesteld van een eventueel voornemen van het bevoegd gezag, zodat het bedrijf de financiele zekerheid kan opnemen in de vergunningaanvraag. De provincie zal bijvoorbeeld geen financiele zekerheid stellen voor inrichtingen waar het Rijk, provincie, gemeenten of waterschappen zich garant voor stellen. Beoordeling vrijwillige financiele zekerheid bij artikel 3 bedrijven (criterium e) Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat een bedrijf na acceptatie van afvalstoffen ten behoeve van opslag vrijwillig voldoende geld reserveert. Deze afvalstoffen moeten immers na verloop van tijd worden afgevoerd of verwerkt. Het betreft dus een zekere gebeurtenis die op enig moment moet plaatsvinden. Indien dit gereserveerde geld bijvoorbeeld wordt geblokkeerd zodat het niet in een faillissement kan vallen en niet voor andere doeleinden kan worden gebruikt is aan het besluit voldaan en is daarmee financiele zekerheid gesteld. Indien bedrijven niet of onvolledig financiele zekerheid stellen is dat een aanwijzing dat de gelden voor verdere investeringen of andere doeleinden worden gebruikt. De toetsingspunten die hierbij worden gehanteerd zijn: omvang van de gereserveerde gelden of voorziening; (borgtocht, garantiestelling, pandrecht, fonds, etc); blijvende beschikbaarheid van de gereserveerde gelden of voorziening. Beslispunt 5 (criterium a) Het hebben van een goede solvabiliteit (vermogen om te betalen) is een belangrijke aanwijzing om geen financiele zekerheid te stellen. Om de solvabiliteit van de gehele organisatie te bepalen dient de vergunningverlener of een (extern) deskundige antwoord te geven op de vraag of het bedrijf solvabel is. Het Besluit financiele zekerheid milieubeheer geeft voor de bepaling van de solvabiliteit de handvaten. Beoordeling overige criteria (criterium a, c en f) Indien uit het voorgaande beslispunt is gebleken dat de solvabiliteit twijfelachtig of niet goed is zal de provincie overgaan tot het stellen van financiele zekerheid. De aanwezigheid van een (gecertificeerd) milieuzorgsysteem, een hoog frequente afvoer van de opgeslagen afvalstoffen of een goede naleving van de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen zullen hier geen verandering in brengen. Een positieve score op een of meer van deze aspecten geeft namelijk geen garantie ten aanzien van faillissementen en is daarom meestal niet van doorslaggevende aard bij het stellen van financiele zekerheid. Op basis van verkregen jurisprudence dienen deze criteria wel te worden betrokken bij de afwegingen. Beoordeling milieuzorgsysteem (criterium a) Op het moment dat een bedrijf een gecertificeerd milieuzorgsysteem heeft is dit een aanwijzing dat het bedrijf de bedrijfsvoering ten aanzien van het milieu op orde heeft. Overigens moet hier wel bij 14

23 worden opgemerkt dat een milieuzorgsysteem geen garantie hiervoor is en dient het aspect milieuzorg ook bij gecertificeerde bedrijven kritisch beoordeeld te worden. Beoordeling van de frequentie van afvoer van de afvalstoffen (criterium c) Een (hoog)frequente afvoer van de opgeslagen afvalstoffen is bij artikel 3 bedrijven een aanwijzing dat er voldoende verwerkingsmogelijkheden zijn voor de opgeslagen afvalstoffen. Stagnatie in de afvoer komt direct tot uiting in het oplopen van de voorraden en een lagere afvoerfrequentie. Dit kan het gevolg zijn van een verslechtering van de financiele positie van het bedrijf waardoor de verwerkingskosten niet meer kunnen worden betaald of externe verwerkingsproblemen. De frequentie van afvoer kan vrij eenvoudig door administratief toezichthouders worden beoordeeld via het nieuwe landelijke (afval)meldsysteem (AMICE). De naleving van aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen (criterium f) In hoeverre een bedrijf de vergunningsvoorschriften en beperkingen in het verleden heeft nageleefd is een aanwijzing of een bedrijf de bedrijfsvoering op orde heeft, maar dit aspect geeft geen garanties voor toekomstige situaties. 15

Provinciaal blad nr. 2007-63

Provinciaal blad nr. 2007-63 Provinciaal blad nr. 2007-63 Rubriek Uitgegeven op Inlichtingen bij V 18 september 2007 de heer H. van Marle, telefoon 038 499 76 49 sregel Toetsingskader vergunningverlening Wm. Besluit van Gedeputeerde

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 29 383 Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving H VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 7 januari 2010 De vaste commissie

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Gebroeders Van Engelen B.V. Aangevraagde activiteiten : Verzoek tot gedeeltelijke intrekking van de vergunning voor wat

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : WF Recycling Aangevraagde activiteiten : Beperken capaciteit opslag gevaarlijke afvalstoffen Locatie : Bedrijvenweg 47

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Ontwerpbeschikking gedeeltelijke intrekking omgevingsvergunning Aanvrager : Gebroeders Van Engelen B.V. Aangevraagde activiteiten : Verzoek tot gedeeltelijke intrekking

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Brink Recycling B.V. Aangevraagde activiteiten : Beperken opslag gevaarlijk afval tot maximaal 50 ton Locatie : Haatlandhaven

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm VOORSCHRIFTEN behorende bij de veranderingsvergunning Wm betreffende het voornemen tot het reinigen van afvalwater van derden in de bestaande Biologische Voorzuivering Installatie (BVZI) Attero Noord BV

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR H. SMIT V.O.F. SCHROOT- EN METAALHANDEL TE BORGER

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR H. SMIT V.O.F. SCHROOT- EN METAALHANDEL TE BORGER ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw S. Stoetman (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor H. Smit v.o.f. Schroot- en Metaalhandel te Borger ONTWERPBESLUIT

Nadere informatie

INTREKKING VERGUNNING

INTREKKING VERGUNNING INTREKKING VERGUNNING verleend door College van B&W van de gemeente Groningen op 15 augustus 1984 INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR het uitbreiden en wijzigen van de inrichting aan de Oude Roodehaansterweg

Nadere informatie

*15.182956* 15.182956

*15.182956* 15.182956 omgevingsvergunning wijzigen van vergunningvoorschriften (ogv art 2.31 WABO) wijzigen van vergunningvoorschriften (ogv art 2.31 WABO) Beschikking 236848 *15.182956* 15.182956 ONTWERP-OMGEVINGSVERGUNNING

Nadere informatie

I. BESLISSING. I.A. Algemeen

I. BESLISSING. I.A. Algemeen Afdeling Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 www.provincie-utrecht.nl Datum 10 november 2009 Team Milieubeheer Nummer 2009INT250700

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad Vergadering: 7 oktober 2013

Aan de gemeenteraad Vergadering: 7 oktober 2013 Aan de gemeenteraad Vergadering: 7 oktober 2013 Nummer: 9A Tubbergen, 27 september 2013 Onderwerp: Vaststellen van het beleidskader voor de toepassing van de Kwaliteitsimpuls groene omgeving KGO. Samenvatting

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Waterschap Groot Salland Aangevraagde activiteiten : Aanpassen van de installatie in het kader van de gasveiligheid Locatie

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR NV AREA REINIGING TE HOOGEVEEN

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR NV AREA REINIGING TE HOOGEVEEN ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw S. Stoetman (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor NV Area Reiniging te Hoogeveen ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Handelsonderneming Gebroeders Rast V.O.F. Aangevraagde activiteiten : Het bouwen van een overkapping Locatie : Dikkersweg

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Telefax 038 425 75 01 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk 2007/0008103

Nadere informatie

BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Algemene wet bestuursrecht/wet milieubeheer INLEIDING Op 6 juni 2006 hebben wij het verzoek van De Jong Gameren B.V.

Nadere informatie

Ontwerpbeschikking. : Intrekking omgevingsvergunning

Ontwerpbeschikking. : Intrekking omgevingsvergunning Intrekking Omgevingsvergunning Ontwerpbeschikking Aanvrager : BTC B.V. Aanvraag : Intrekking omgevingsvergunning Locatie : Zomerweg 147 te Enschede Datum ontvangst aanvraag : 6 januari 2012 Datum ontwerpbeschikking

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op de op 7 januari 2005 bij hen ingekomen aanvraag van N.V. Razob, Gulberg 9 te Nuenen om wijziging van de op 20 juni 2000 verleende milieuvergunning

Nadere informatie

Beschikking maatwerkvoorschriften

Beschikking maatwerkvoorschriften Wet milieubeheer Beschikking maatwerkvoorschriften Inrichtingdrijver : Kuehne + Nagel Logistics B.V. Activiteiten van de inrichting : 2e fase maatwerk Locatie : Lippestraat 15 te Zwolle Datum beschikking

Nadere informatie

Tijdelijke opslag van 1 partij grond op 1 locatie

Tijdelijke opslag van 1 partij grond op 1 locatie Tijdelijke opslag van 1 partij grond op 1 locatie onderdeel van tijdelijke uitname BBK? Zorgplicht Opslaan > 6 maanden? Is de kwaliteit Kwaliteit grond/bagger > Interventiewaarde én > LMW nota bodembeheer?

Nadere informatie

Beleidsregel Kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle inzake DBC-registratie en facturering

Beleidsregel Kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle inzake DBC-registratie en facturering Beleidsregel Kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle inzake DBC-registratie en facturering 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als vermeld

Nadere informatie

Beleidsnotitie Vervoermanagement / Mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting

Beleidsnotitie Vervoermanagement / Mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting Postbus 30945 2500 GX Den Haag www.rijksoverheid.nl Beleidsnotitie Vervoermanagement / Mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting Datum 4 april 2011 Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) moet iedereen

Nadere informatie

16 Aspecten voor vergunningverlening

16 Aspecten voor vergunningverlening 16 Aspecten voor vergunningverlening 16.1 Inleiding In 2002 is het rapport De verwerking verantwoord gepubliceerd. Doelstellingen van dat rapport waren onder meer: het transparant maken van de processen

Nadere informatie

Deze toelichting op de meldingenprocedure bestaat uit twee delen:

Deze toelichting op de meldingenprocedure bestaat uit twee delen: Toelichting op meldingsprocedure en meldingsformulier Wbb Deze toelichting op de meldingenprocedure bestaat uit twee delen: A B Algemene informatie over de Meldingprocedure bodemsanering; Een toelichting

Nadere informatie

INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. A. Hak Products B.V.

INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. A. Hak Products B.V. INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING van A. Hak Products B.V. (voorheen: Remag Alloys B.V. en IMCO Recycling B.V.) ten behoeve van het recyclen van magnesium en de productie van magnesiumlegeringen (Locatie:

Nadere informatie

16 Aspecten voor vergunningverlening

16 Aspecten voor vergunningverlening 16 Aspecten voor vergunningverlening 16.1 Inleiding Met het in werking treden van het tweede LAP eind 2009is het rapport De verwerking verantwoord vervallen. Delen van de kaders van het rapport zijn in

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 Inhoud Voorwoord Leeswijzer 7 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 3 Vergunningverlening bij convenantbedrijven 17 4 Vergunningverlening bij bedrijven die niet deelnemen

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Leemans Milieuconsultants B.V. Aangevraagde activiteiten : Intrekking omgevingsvergunning beperkte milileutoets (OBM)

Nadere informatie

Administratievelastenmeting. Provincie Gelderland 2010-2014. Michel Bloemheuvel, Rob Blank en Stefan Prij 20 mei 2015

Administratievelastenmeting. Provincie Gelderland 2010-2014. Michel Bloemheuvel, Rob Blank en Stefan Prij 20 mei 2015 Administratievelastenmeting Provincie Gelderland 2010-2014 Michel Bloemheuvel, Rob Blank en Stefan Prij 20 mei 2015 Inhoudsopgave Achtergrond Werkwijze en productselectie Administratievelastenontwikkeling

Nadere informatie

Definitieve beschikking

Definitieve beschikking Algemene wet bestuursrecht 1 Wet milieubeheer Definitieve i Aanleiding Aan NS Railinfiabeheer B.V., 1998 een revisievergunning ingevolge is beroep ingesteld op grond waarvan grond hiervan is de verlenen

Nadere informatie

BESCHIKKING OMGEVINGSVERGUNNING

BESCHIKKING OMGEVINGSVERGUNNING BESCHIKKING OMGEVINGSVERGUNNING verleend aan Qlyte Operations B.V. ten behoeve van het wijzigen van een inrichting bedoeld voor de productie van secundaire grondstoffen (Locatie: Kranssteenweg 2, Farmsum)

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR DE MILIEUSTRAAT GEMEENTE MIDDEN-DRENTHE, EURSING 2A TE BEILEN

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR DE MILIEUSTRAAT GEMEENTE MIDDEN-DRENTHE, EURSING 2A TE BEILEN ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw Y. Oostelbos (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor de Milieustraat gemeente Midden-Drenthe, Eursing 2a

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Directie Ecologie Ons kenmerk C2103508/3367627 op de op 30 november 2012 bij hen ingekomen aanvraag van W.E.G. Barten Den Bosch BV om een vergunning

Nadere informatie

Informatieprotocol Inspectieview Milieu (IvM)

Informatieprotocol Inspectieview Milieu (IvM) Informatieprotocol Inspectieview Milieu (IvM) Met het Juridisch Kader zijn de wettelijke (en door de jurisprudentie gepreciseerde) grenzen beschreven binnen welke IvM kan en mag worden gebruikt. Daarbinnen

Nadere informatie

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN Groningen, 2 oktober 2001 Nr. 2001-16006/40, RMM Verzonden: 10 oktober 2001 Beslissen bij dit besluit op de aanvraag tot het veranderen van de vergunning ingevolge

Nadere informatie

Handreiking waterbodemkwaliteitskaart Delfland

Handreiking waterbodemkwaliteitskaart Delfland Handreiking waterbodemkwaliteitskaart Delfland Inleiding Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft op 19 februari 2015 een waterbodemkwaliteitskaart (WBKK) vastgesteld. De WBKK van Delfland is een belangrijk

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Telefax 038 425 48 41 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum 28 09

Nadere informatie

de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder.

de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder. Essentie uitspraak: In de inrichting worden niet meer dan 10.000 kg aan gevaarlijke stoffen per opslagplaats opgeslagen zodat de inrichting aldus niet behoort tot de categorie van inrichtingen als bedoeld

Nadere informatie

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen.

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. Relevante wet-en regelgeving BHV1 1. Arbeidsomstandighedenwet (van kracht sinds 1 januari 2007) N.B. Achter de artikelen

Nadere informatie

Memo dakkapellen - welstand

Memo dakkapellen - welstand Memo dakkapellen - welstand Datum: 9 september 2014 Afdeling: Ruimte Probleemstelling Het plan bestaat om in 2015 de huidige welstandsnota te vervangen door een sterk vereenvoudigde versie. De vergunningenpraktijk

Nadere informatie

M.E.R. beoordelingsbesluit

M.E.R. beoordelingsbesluit 1 1 NOV 1014 r. OMGEVINGSDIENST FLEVOLAND & GOOI EN VECHTSTREEK M.E.R. beoordelingsbesluit Schenk Recycling B.V. Bolderweg 22, 1332 AV Almere rd" 11111. OMGEVINGSDIENST FLrvoLArmo 6 GOOI EN Vr.-. TTTTTT

Nadere informatie

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen?

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen? 5 Procescriteria In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we

Nadere informatie

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV DEFINITIEVE VERGUNNING verleend aan EEW Energy from Waste Delfzijl BV ten behoeve van de activiteit het wijzigen van de verwerkingscapaciteit (locatie: Oosterhorn 38, 9936 HD te Farmsum) Groningen, 17

Nadere informatie

Wet milieubeheer. Besluit burgemeester en wethouders van Moerdijk. Datum 9 augustus 2004.

Wet milieubeheer. Besluit burgemeester en wethouders van Moerdijk. Datum 9 augustus 2004. Pastoor van Kessellaan 15 4761 BJ Postbus 4 4760 AA Tel.: 01 68 37 36 O0 Fax: 0168 37 35 80 E-mail: gem.moerdijk@moerdijk.nl Wet milieubeheer mae e Besluit burgemeester en wethouders van Moerdijk. Datum

Nadere informatie

Bekendmaking van het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 december 2013, nr. 11B, tot vaststelling de Beleidsnota Plattelandswoning.

Bekendmaking van het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 december 2013, nr. 11B, tot vaststelling de Beleidsnota Plattelandswoning. Gemeenteblad Elektronisch uitgegeven van de gemeente Tubbergen Jaargang: 2013 Nummer: 33 Uitgifte: 24 december 2013 Bekendmaking van het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 december 2013, nr. 11B, tot

Nadere informatie

I. SAMENVATTING BESLUIT

I. SAMENVATTING BESLUIT Afdeling Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 www.provincie-utrecht.nl Datum 16 maart 2010 Team Milieubeheer Nummer 2010INT257437

Nadere informatie

Reglement bescherming persoonsgegevens studenten Universiteit van Tilburg

Reglement bescherming persoonsgegevens studenten Universiteit van Tilburg Reglement bescherming persoonsgegevens studenten Universiteit van Tilburg Dit reglement bevat, conform de wet bescherming persoonsgegevens, regels voor een zorgvuldige omgang met het verzamelen en verwerken

Nadere informatie

Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval van de gemeente Diemen

Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval van de gemeente Diemen Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval van de gemeente Diemen Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk

Nadere informatie

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND datum indiening: 19 mei 2014 datum/agendapunt B&Wvergadering: 270514/304 afdeling: Bouwtoeziciit Onderwerp: Jaarprogramma Wet algemene bepalingen

Nadere informatie

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Nummer : 2009.09833V Venlo, Bijlage(n) : Het Dagelijks Bestuur heeft op 12 augustus 2009 een aanvraag om vergunning op grond van de Wet verontreiniging

Nadere informatie

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing Provinciale Staten van Overijsse PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& Dat. 1 8 DEC 2013 ontv.: Routing a.d. Bijl.: Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88

Nadere informatie

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding Toelichting I. Algemeen 1. Inleiding Aanleiding voor deze regeling is de wet van 21 juni 2001 houdende wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 346) die op 8 mei 2002 in

Nadere informatie

Implementatie administratieve organisatie en interne controle.

Implementatie administratieve organisatie en interne controle. Implementatie administratieve organisatie en interne controle. BLOK A Algemeen U dient een beschrijving van de interne organisatie aan te leveren. Deze beschrijving dient te bevatten: A3 Een organogram

Nadere informatie

Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007

Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007 Datum Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007 2 van 11 1. Probleemstelling Ingevolge artikel 8.22 van de Wet luchtvaart schrijft de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat (hierna:

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Maaswerken t.a.v. Postbus 1593 6201 NB Maastricht. Geachte,

Rijkswaterstaat Maaswerken t.a.v. Postbus 1593 6201 NB Maastricht. Geachte, Directie Regionale Zaken Rijkswaterstaat Maaswerken t.a.v. Postbus 1593 6201 NB Maastricht uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 06-04-2006 DMW 2006/2196 DRZZ 06-2626/GV 20-07-2006 onderwerp doorkiesnummer

Nadere informatie

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)

Nadere informatie

De loop van de procedure Op 1 juni 2007 hebben IGZ en CBP een bezoek gebracht aan het OZG Lucas in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek.

De loop van de procedure Op 1 juni 2007 hebben IGZ en CBP een bezoek gebracht aan het OZG Lucas in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10= TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN AANGETEKEND Ommelander Ziekenhuis

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak Essentie uitspraak: Indien in een inrichting meerdere overslag- of laad- en losgedeelten aanwezig zijn, mag per overslag- of laad- en losgedeelte maximaal 10.000 kilogram gevaarlijke stoffen tijdelijk

Nadere informatie

Bodemsanering, provincie Drenthe in landelijk perspectief (werkvoorraad, dekking personele kosten, kwaliteit van de handhaving)

Bodemsanering, provincie Drenthe in landelijk perspectief (werkvoorraad, dekking personele kosten, kwaliteit van de handhaving) 2005-214 Bodemsanering, provincie Drenthe in landelijk perspectief (werkvoorraad, dekking personele kosten, kwaliteit van de handhaving) Voorgestelde behandeling: - Statencommissie Omgevingsbeleid op 21

Nadere informatie

Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties

Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties Beste collega s, De Wet bodembescherming is per 1 februari ondermeer gewijzigd om belemmeringen voor

Nadere informatie

SWPBS vanuit juridisch oogpunt

SWPBS vanuit juridisch oogpunt SWPBS vanuit juridisch oogpunt Samenvatting uit: De Wilde M., en Van den Berg A. (2012), SWPBS, vanuit juridisch oogpunt, afstudeerrapport juridische afdeling Christelijke Hogeschool Windesheim, Zwolle

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Agendanummer 8.2

RAADSVOORSTEL Agendanummer 8.2 RAADSVOORSTEL Agendanummer 8.2 Raadsvergadering van 21 januari 2010 Onderwerp: Beoordeling of positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Lex Silencio Positivo) van toepassing is op een aantal

Nadere informatie

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan. TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn

Nadere informatie

-S-ff" U^ / J^, i'.r^ CAND OP ' JAN. 2011. nte Oostzaan. VROM-Inspectie Ministerie van Infrastructuur en tailieu. Datum 6 januari 2011

-S-ff U^ / J^, i'.r^ CAND OP ' JAN. 2011. nte Oostzaan. VROM-Inspectie Ministerie van Infrastructuur en tailieu. Datum 6 januari 2011 ' l (»cf\ CAND OP -S-ff" ' JAN. 2011 nte Oostzaan Ministerie van Infrastructuur en tailieu > Retouradres Postbus 16191 2500 BD Den Haag GEMEENTE OOSTZAAN t.a.v. het College van B. en W. POSTBUS 15 1510

Nadere informatie

HAMERSTUK Raadsvoorstel Verordening bestuursrechtelijke geldschulden

HAMERSTUK Raadsvoorstel Verordening bestuursrechtelijke geldschulden Toelichting over de behandeling van: HAMERSTUK Raadsvoorstel Verordening bestuursrechtelijke geldschulden Van: Het college van B&W van 6 november 2012 Doel: Toelichting: Besluiten Voorliggende besluitvorming

Nadere informatie

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal Stichting S&L Zorg T.a.v. D. van Randwijk Postbus 148 4700 AC Roosendaal NEDERLAND contactpersoon : Mevr. M. Bezemer (Aanw.op ma,di,do) Roosendaal : doorkiesnummer : (0165) 579875 (W20_vrl_OU) onderwerp

Nadere informatie

8.50 Privacyreglement

8.50 Privacyreglement 1.0 Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; 2. Zorggegevens: persoonsgegevens die direct of indirect betrekking hebben

Nadere informatie

VUURWERKBESLUIT. Beschikking. Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit. : Parkeerplaats Tijmweg te Nijverdal

VUURWERKBESLUIT. Beschikking. Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit. : Parkeerplaats Tijmweg te Nijverdal VUURWERKBESLUIT Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit Beschikking Aanvrager Aangevraagde activiteiten Locatie Datum evenement : 27 december 2011 Datum beschikking : 20 september 2011 Kenmerk beschikking

Nadere informatie

BESLUIT INSTEMMING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESLUIT INSTEMMING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESLUIT INSTEMMING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 27 januari 2015 Onderwerp : Wet Bodembescherming - Locatie van verontreiniging : Dr. Hartogsweg 58 Plaats : Ede Gemeente

Nadere informatie

Aan: Gemeente Baarn T.a.v. de heer W. Stolp Postbus 1003 3740 BA Baarn. Geachte heer Stolp,

Aan: Gemeente Baarn T.a.v. de heer W. Stolp Postbus 1003 3740 BA Baarn. Geachte heer Stolp, Dienst Water en Milieu Aan: Gemeente Baarn T.a.v. de heer W. Stolp Postbus 13 374 BA Baarn Pythagoraslaan 11 Postbus 83 358 TH Utrecht Tel. 3-2589111 Fax 3-258342 http://www.provincie-utrecht.nl Datum

Nadere informatie

Opslag brandbare vloeistoffen in bovengrondse tanks. Resultaten plan van aanpak implementatie PGS 29

Opslag brandbare vloeistoffen in bovengrondse tanks. Resultaten plan van aanpak implementatie PGS 29 Opslag brandbare vloeistoffen in bovengrondse tanks Resultaten plan van aanpak implementatie PGS 29 Opslag brandbare vloeistoffen in bovengrondse tanks Resultaten landelijke afspraken implementatie PGS

Nadere informatie

Datum: 3 maart Risico s beperken, leefbaarheid vergroten.

Datum: 3 maart Risico s beperken, leefbaarheid vergroten. Besluit omgevingsvergunning 299900 Aanvraagnummer OLO-2133017 BP Europa SE - BP Nederland Hornweg 10 1045AR, Amsterdam Locatie: BP Amsterdam Terminal Hornweg 10, 1045 AR, Amsterdam Onderwerp: Omgevingsvergunning

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Directie Ecologie Ons kenmerk C2026448/2777358 op de op 4 mei 2011 bij hen ingekomen aanvraag van Heros Vastgoed BV, om vergunning krachtens de Wet

Nadere informatie

Uitspraak 201403254/1/A4

Uitspraak 201403254/1/A4 1 van 7 8-3-2015 21:16 Uitspraak 201403254/1/A4 Datum van uitspraak: woensdag 14 januari 2015 Tegen: het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant Proceduresoort: Eerste aanleg - meervoudig Rechtsgebied:

Nadere informatie

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat:

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat: Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 Fax 030-2583140 www.provincie-utrecht.nl Datum 20 mei 2008 Team Milieubeheer Nummer

Nadere informatie

Position paper 'Milieuschade voorkomen is beter dan genezen'

Position paper 'Milieuschade voorkomen is beter dan genezen' Juli 2014 Position paper Position paper 'Milieuschade voorkomen is beter dan genezen' In 2004 werd de Europese richtlijn Environmental Liability Directive (ELD) ingevoerd, die nieuwe verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : M. Titsing Vastgoed B.V. Aangevraagde activiteiten : Bouwen van een kantoor met bedrijfshal Locatie : Binnenhaven 111a

Nadere informatie

pror.tinci renthe 1. OMGEVINGSVERGUNNING BESLUIT 1.1. Ondenrerp

pror.tinci renthe 1. OMGEVINGSVERGUNNING BESLUIT 1.1. Ondenrerp Prov incie h øis lüesterbrink r, Assen Postadres Postbus rzz, 94oo.tc Assen www.drenthe.nl r (o592) 36 tt tt n (o592) j6 t7 77 pror.tinci renthe Assen, 17 januari2013 VERZONDEN 21JAiI.2O13 Ons kenmerk

Nadere informatie

Besluit van Provinciale Staten

Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten Vergaderdatum Maart 2015 Nummer 6773 Onderwerp Beleidsregel groepsrisicoverantwoording in inpassingsplannen 1 Besluit Provinciale Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2005 / 67

PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2005 / 67 PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2005 / 67 Provinciale Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 16

Nadere informatie

VROM-Inspectie Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Gemeenteraad van Ijsselstein Postbus 26 3400 AA IjsselsteinUt GEMEENTEIJSSELSTEIN

VROM-Inspectie Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Gemeenteraad van Ijsselstein Postbus 26 3400 AA IjsselsteinUt GEMEENTEIJSSELSTEIN VRM-Inspectie Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 16191 2500 BD Den Haag Gemeenteraad van Ijsselstein Postbus 26 3400 AA IjsselsteinUt RBG.NR.: GEMEENTEIJSSELSTEIN ING. 1 9 AUS.

Nadere informatie

Scan nummer 3 van 4 - Scanpagina 1 van 5

Scan nummer 3 van 4 - Scanpagina 1 van 5 Scan nummer 3 van 4 - Scanpagina 1 van 5 Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl Drechthave Vastgoed B.V. Thierenshof

Nadere informatie

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 1 van 5

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 1 van 5 pagina 1 van 1 Rack, MJG, Marjolie `-~ _ ~ -U^~ w-2-~~ ~.~ Van: Rack, MJG, Marjolie Verzonden: donderdag 21 oktober 2010 13:49 Aan: 'info@st-ok.nl' Onderwerp: beantwoording brief uw kenmerk:2010/08/25/003/1

Nadere informatie

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat:

Gelet op het bepaalde in de Wet milieubeheer besluiten wij dat: Afdeling Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 Fax 030-2583140 www.provincie-utrecht.nl Datum 26 augustus 2008 Team Milieubeheer

Nadere informatie

Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU

Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU 5 -minuten versie voor Provinciale Staten provincie HOLLAND Directie DLB Afdeling Samenleving en Economie Registratienummer 489015306 {DOS-2007-0015748) Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum

Nadere informatie

BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ VOLLEDIG ONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ VOLLEDIG ONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESLUIT VASTSTELLING ERNST EN SPOEDEISENDHEID BIJ VOLLEDIG ONDERZOEK VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 21 februari 2014 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2013-017626 Locatie

Nadere informatie

ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU

ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU *D152097259* D152097259 ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU Aanvrager : P.C. van Tuijl Kesteren b.v. Datum besluit : Onderwerp : uitbreiding bedrijfsgebouw Van Tuijl Marsdijk Lienden Gemeente

Nadere informatie

Activiteitenbesluit. Modernisering algemene regels Wet milieubeheer

Activiteitenbesluit. Modernisering algemene regels Wet milieubeheer Activiteitenbesluit Modernisering algemene regels Wet milieubeheer Inhoud presentatie Doel en uitgangspunten modernisering Welke AMvB s en voor wie gelden de nieuwe regels Structuur en opbouw Activiteitenbesluit

Nadere informatie

VUURWERKBESLUIT. Beschikking. Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit. : Hengelo - Houtmaatweg

VUURWERKBESLUIT. Beschikking. Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit. : Hengelo - Houtmaatweg VUURWERKBESLUIT Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit Beschikking Aanvrager Aangevraagde activiteiten Locatie Datum evenement : 9 december 2011 Datum beschikking : 26 oktober 2011 Kenmerk beschikking

Nadere informatie

Postbus 20 7500 AA Enschede. Hengelosestraat 51

Postbus 20 7500 AA Enschede. Hengelosestraat 51 POSTADRES Postbus 20 7500 AA Enschede BEZOEKADRES Hengelosestraat 51 Gemeente Enschede T.a.v. de heer A. Hardiek Wesselerbrinklaan 102 7544 JZ ENSCHEDE TELEFOON 14 0 53 DATUM ONS KENMERK BEHANDELD DOOR

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

BESCHIKKING. Omgevingsvergunning (milieuneutrale wijziging) Datum: 25 maart 2015 Gemeente Oost Gelre OLO1614887

BESCHIKKING. Omgevingsvergunning (milieuneutrale wijziging) Datum: 25 maart 2015 Gemeente Oost Gelre OLO1614887 BESCHIKKING Omgevingsvergunning (milieuneutrale wijziging) Datum: 25 maart 2015 Gemeente Oost Gelre OLO1614887 Onderwerp Op 14 januari 2015 hebben wij een aanvraag ontvangen van Rompa Tanneries BV voor

Nadere informatie

enprestatie Inventarisatie Verordeningen Inventarisatie ventarisatie Verordeningen tegenprestatie Inventarisatie Verordeningen

enprestatie Inventarisatie Verordeningen Inventarisatie ventarisatie Verordeningen tegenprestatie Inventarisatie Verordeningen ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie

Nadere informatie

Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven

Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven Aanleiding Op 2 september heeft het college het volgende verzocht: Maak een voorstel betreffende de wijze waarop omwonenden worden geïnformeerd of betrokken

Nadere informatie

Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval

Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval DE ONDERGETEKENDEN: 1. de gemeente x, vertegenwoordigd door naam, functie, handelend ter uitvoering

Nadere informatie

Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.)

Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.) Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.) 1. Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare

Nadere informatie

P r o v i n c i e F l e v o l a n d

P r o v i n c i e F l e v o l a n d P r o v i n c i e F l e v o l a n d S t a t e n v o o r s t e l Aan: Provinciale Staten Onderwerp: Wijziging Grondwaterheffingsverordening Flevoland. Statenvergadering: 6 december 2001 Agendapunt: 11 1.

Nadere informatie

Vragenformulier Arbeids- en gezondheidsomstandigheden en milieubescherming EEW Delfzijl BV

Vragenformulier Arbeids- en gezondheidsomstandigheden en milieubescherming EEW Delfzijl BV invullen preventiemedewerker Invullen door EEW inkoop Leverancier: (Naam, EEW leverancier / crediteur Nummer Afkomstig van: EEW Delfzijl BV EEW contactpersoon Inkoop (Naam / telefoonnummer) Contactpersoon

Nadere informatie