VARENDE KLEUTERS BLIJVEN TELLEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VARENDE KLEUTERS BLIJVEN TELLEN"

Transcriptie

1 VARENDE KLEUTERS BLIJVEN TELLEN

2

3 VARENDE KLEUTERS BLIJVEN TELLEN Onderzoek naar de toekomstige omvang van het aantal varende kleuters en het toekomstige gebruik van onderwijsvoorzieningen van varende ouders en kleuters. Mei 2000 Drs. A.C.C. Hubens Landelijke Stichting Onderwijs voor Varende Kleuters (LSOVK) Mauritsweg JW Rotterdam Het gebruik van cijfers en/of tekst uit dit rapport is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

4

5 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. INLEIDING ACHTERGROND DOELSTELLING OPZET EN UITVOERING INDELING VAN HET RAPPORT...3 HOOFDSTUK 2. VARENDE GEZINNEN MET KLEUTERS AANTAL PEUTERS EN KLEUTERS ALGEMENE KENMERKEN VARENDE OUDERS MET KLEUTERS VAARPATRONEN VARENDE OUDERS MET KLEUTERS...8 HOOFDSTUK 3. ONDERWIJS OP LOCATIE BEKENDHEID EN BELANG GEBRUIK VAN SCHOLEN EN MOBIELE LEIDSTERS MENING OVER GEBRUIK VAN SCHOLEN EN MOBIELE LEIDSTERS...18 HOOFDSTUK 4. AANVULLENDE VOORZIENINGEN BEKENDHEID EN BELANG GEBRUIK VAN AANVULLENDE VOORZIENINGEN...27 HOOFDSTUK 5. VERNIEUWD ONDERWIJSSYSTEEM BEKENDHEID EN MENING OVER DE NIEUWE OPZET UITVOERBAARHEID NIEUWE OPZET...33 HOOFDSTUK 6. SAMENVATTING EN CONCLUSIES...35 BIJLAGE 1 VRAGENLIJST AMVV OPINIE-ONDERZOEK...39 BIJLAGE 2 VRAGENLIJST VOOR OUDERS...41 i

6 LIJST VAN TABELLEN Tabel 1. Respons op de schriftelijke enquêtes....3 Tabel 2. Schatting van het aantal kleuters voor de komende schooljaren... 7 Tabel 3. Varende ouders naar type schepen... 8 Tabel 4. Vaargebieden en de bezoekfrequentie van ouders (n=331)... 9 Tabel 5. Schatting van het gebruik van onderwijs voor varende kleuters voor de komende schooljaren Tabel 6. Overzicht van de belangrijkste havenplaatsen met totaal aantal theoretische schoolbezoeken en het gemiddeld aantal feitelijke ligplaatsschooldagen per jaar (n=250) Tabel 7. Mening van ouders over de kleutermap (n=148) Tabel 8. Mening van ouders over het Handboek voor Ouders (n=133) Tabel 9. Aantal uren per week dat de kleuter alleen of samen met de ouders heeft gewerkt aan het speel/werkpakket Kleuter aan Boord Tabel 10. Aandeel van ouders dat gebruik maakt van andere hulpmiddelen ten behoeve van onderwijs varende kleuters (n=143) Tabel 11. Contactmogelijkheden tussen ouders en mentor (n=331) LIJST VAN FIGUREN Figuur 1. Aantal kleuters dat per schooljaar deelneemt aan onderwijs voor varende kleuters... 5 Figuur 2. De instroom en uitstroom van kleuters per schooljaar ingeschreven bij de LSOVK Figuur 3. Havenplaatsen in Midden-Nederland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255) Figuur 4. Havenplaatsen in Noord-Nederland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255) Figuur 5. Havenplaatsen in Zuid-Nederland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255) Figuur 6. Havenplaatsen in Zeeland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255) Figuur 7. Bekendheid van ouders met de verschillende onderwijsvormen Figuur 8. Totaal en gemiddeld aantal schoolkinddagen onderwijs varende kleuters per schooljaar Figuur 9. Per locatie van ligplaatsschool het totaal aantal schoolkinddagen per schooljaar Figuur 10. Per locatie het gemiddeld aantal schoolkinddagen per maand in schooljaar 1999/ Figuur 11. Per regio van de mobiele leidster het totaal aantal schoolkinddagen per schooljaar Figuur 12. Aandeel van kleuters dat gebruik maakt van ligplaatsscholen en/of mobiele leidsters Figuur 13. Het gebruik dat ouders (denken te) kunnen maken van de verschillende onderwijsvormen Figuur 14. Redenen waarom weinig gebruik wordt gemaakt van ligplaatsscholen (n=153) Figuur 15. Redenen waarom weinig gebruik wordt gemaakt van walkleuterscholen (n=142) Figuur 16. Redenen waarom weinig gebruik wordt gemaakt van mobiele leidsters (n=142) Figuur 17. Bekendheid met de aanvullende voorzieningen van de LSOVK Figuur 18. Het gebruik dat ouders (denken te) kunnen maken van aanvullende voorzieningen Figuur 19. Bekendheid van ouders met de nieuwe opzet Onderwijs voor Varende kleuters Figuur 20. Mening van ouders over de nieuwe opzet Onderwijs voor Varende kleuters Figuur 21. Schatting van aantal kleuters dat gebruik maakt van onderwijs voor varende kleuters en totaal aantal schoolkinddagen voor de komende jaren ii Varende kleuters blijven tellen, 2000

7 HOOFDSTUK 1. INLEIDING In de eerste paragraaf wordt informatie gegeven over de achtergrond van het onderzoek. In de tweede paragraaf komen de probleemstelling, de opzet en uitvoering van het onderzoek aan bod. Tot slot wordt een indeling van het rapport gegeven. 1.1 ACHTERGROND Ontwikkelingen in de binnenvaart brengen de bestaande onderwijsmogelijkheden voor varende kleuters in gevaar. Het aantal aan boord wonende gezinnen met jonge kinderen neemt af en als gevolg van veranderingen in de bedrijfstak kunnen kleuters minder dan voorheen een bezoek brengen aan de ligplaatsscholen. Als gevolg van deze ontwikkelingen is sprake van een groeiend aantal kleuters dat nooit gebruik kan maken van de onderwijsvoorzieningen (ligplaatsschool of mobiele kleuterleidster). Daarom is het nodig het onderwijs voor varende kleuters te reorganiseren en te komen tot één samenhangend onderwijsaanbod. Om alle kleuters in beeld te (blijven) houden en de ontwikkeling van het kind structureel te kunnen volgen wordt de functie 'mentor' ingevoerd. De 'mentor' is een leerkracht die een aantal haar toegewezen kleuters volgt vanaf de dag waarop zij aangemeld worden voor het onderwijs (voor varende kleuters) tot en met de instap in groep drie van het reguliere basisonderwijs aan de wal. De vraag is van welke onderwijsvoorzieningen ouders gebruik kunnen maken en welke hulp zij kunnen gebruiken voor de begeleiding van de ontwikkeling van hun kind aan boord. Daarnaast is het voor het opzetten van het mentorschap van belang om te weten wat de vaarpatronen zijn van de ouders met varende kleuters en welke mogelijkheden zij hebben voor het onderhouden van contact met de mentor van hun kind. 1.2 DOELSTELLING Dit onderzoek moet de toekomstige omvang van de groep ouders met varende kleuters en het toekomstig gebruik van de onderwijsvoorzieningen in kaart brengen. Daarnaast moet het de mogelijkheden en de behoeften van de ouders beschrijven zodat het aanbod en de organisatie van het onderwijs hierop kunnen worden afgestemd. Onderzoeksvragen 1. Hoeveel varende kleuters zijn er de komende jaren en in welke mate kunnen zij gebruik maken van de ligplaatsscholen en van boordbezoek door de mobiele leerkrachten? 2. Hoe vaak hebben kleuters de afgelopen jaren gebruik gemaakt van ligplaatsscholen, van mobiele leerkrachten en van walkleuterscholen? 3. Wat zijn de redenen waarom kleuters niet of minder vaak naar school gaan? 4. Aan welke onderwijsmogelijkheden en begeleiding hebben ouders behoefte? 5. Welke locaties (passage/ wachtplaatsen/ laad/losplaatsen) zijn er in Nederland waar regelmatig contact mogelijk is tussen varende ouders, kleuters en de mentor? 6. Op welke wijze kan er regelmatig contact zijn tussen varende ouders, kleuters en de mentor? 1

8 1.3 OPZET EN UITVOERING Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode november april Het onderzoek bestond uit meerdere stappen en methoden: 1. In het AMVV opinieonderzoek onder binnenvaartondernemers over de sociaaleconomische positie en de mening over binnenvaartorganisaties, dat bestond uit een schriftelijk enquête (juli 1999), waren specifiek een aantal vragen opgenomen met betrekking tot het onderwijs voor varende kleuters (zie bijlage 1). Deze vragen hadden tot doel om een schatting te kunnen maken over het aantal aan boord wonende baby s en peuters in de particuliere binnenvaart. Tevens was het doel van deze vragen ouders met baby s en peuters te vragen om hun medewerking te verlenen aan een vervolgonderzoek. Circa 110 ouders hebben toegezegd mee te willen werken aan het vervolgonderzoek. 2. Een schriftelijke enquête onder alle huidige ouders (december 1999) met kleuters ingeschreven bij de Landelijke Stichting Onderwijs voor Varende Kleuters (LSOVK). De enquête was niet anoniem en alle persoonlijke gegevens die reeds bekend waren, zijn vermeld op het enquêteformulier. De bedoeling hiervan was het huidige registratiesysteem op te schonen en te completeren. In bijlage 2 is de schriftelijke enquête opgenomen voor een fictief gezin met kleuters. De respons op de enquête is 54%. 3. Een schriftelijke enquête onder de toekomstige ouders (voor zover bekend) van de LSOVK, die dus momenteel een baby of een peuter hebben. Om deze laatste groep te kunnen bereiken zijn diverse oproepen in de vakbladen geplaatst. Een aantal varende ouders is op zoek gegaan naar collega s met jonge kinderen aan boord. Daarnaast is er ook een oproep in de AMVV-enquête gedaan. In de schriftelijke enquête (zie bijlage 2) zijn dezelfde vragen opgenomen als in de enquête onder de huidige LSOVK-ouders, met uitzondering van de vragen 8, 9, 10, 13, 14, 16, 17 en 18. Om deze laatste vragen te kunnen beantwoorden moet al gebruik zijn gemaakt van het onderwijs voor varende kleuters. We hebben in totaal 133 ouders kunnen benaderen. Dit is ongeveer de helft van de totale groep varende ouders met uitsluitend baby en/of peuter. De respons op de enquête is 73%. 4. Van het registratiesysteem van de LSOVK is gebruikt gemaakt om het aantal kleuters en aantal schoolbezoeken te analyseren. Tevens zijn de gegevens uit de enquête gebruikt om het registratiesysteem te corrigeren en te completeren. Het registratiesysteem kon hierdoor opnieuw worden ingericht waardoor het mogelijk is op eenvoudige wijze relevante gegevens over het gezin op te vragen. Met name voor de functie van mentor is dit belangrijk. 5. Een correctieformulier is verstuurd naar de huidige ouders ingeschreven bij de LSOVK die niet gereageerd hebben. In dit formulier is een beperkt aantal vragen uit de vragenlijst opgenomen (zie bijlage 2) die nodig zijn om het registratiesysteem te onderhouden. Dit zijn de vragen 1 tot en met 4 en 22 tot en met 31. Vervolgens zijn de resterende ouders telefonisch benaderd waarmee de totale repons verhoogd is tot 95%. De exacte aantallen van de respons op de schriftelijke enquêtes staan weergegeven in de tabel. 2 Varende kleuters blijven tellen, 2000

9 Inleiding Tabel 1. Respons op de schriftelijke enquêtes. Huidige ouders Toekomstige ouders Alle ouders Aantal Perc. Aantal Perc. Aantal Perc. Respons met vragenlijst % 94 71% % Respons met correctieformulier 73 24% nvt % Respons ouders aan de wal gaan wonen 18 6% 2 2% 20 4% Respons kleuter (binnenkort) naar internaat 25 9% nvt % Respons onjuist adres 7 2% 1 1% 8 2% Totale respons % 97 73% % Non-respons 16 5% 36 27% 52 12% Totaal % % % 1.4 INDELING VAN HET RAPPORT Het rapport bestaat uit zes hoofdstukken. Hoofdstuk 1, dit hoofdstuk dus, is inleiding met de doelstelling opzet en uitvoering van het onderzoek. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de doelgroep. Hoofdstuk 3 gaat specifiek in op het naar school gaan van de kleuters en het boordbezoek van de mobiele leidsters. Hoofdstuk 4 behandelt de aanvullende voorzieningen; met name de kleutermap komt uitgebreid aan bod. Hoofdstuk 5 gaat over het vernieuwde onderwijssysteem. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een korte samenvatting en conclusies gegeven. 3

10 4 Varende kleuters blijven tellen, 2000

11 HOOFDSTUK 2. VARENDE GEZINNEN MET KLEUTERS De doelgroep van de Landelijke Stichting Onderwijs voor Varende Kleuters (LSOVK) is het varende gezin met kleuter aan boord. In de eerste paragraaf geven we een overzicht van het aantal kleuters van de afgelopen jaren, en ook een prognose voor de komende jaren. In de tweede paragraaf beschrijven we de doelgroep aan de hand van enkele algemene kenmerken. De derde paragraaf gaat specifiek in op het vaarpatroon van de ouders. 2.1 AANTAL PEUTERS EN KLEUTERS Op dit moment (1 mei 2000) zijn er 310 varende gezinnen met 367 kleuters en 130 baby s/peuters ingeschreven bij de LSOVK. Daarnaast zijn er al 80 varende gezinnen ingeschreven met 110 baby s/peuters. Dit betekent dat er 240 baby s/peuters bekend zijn bij de LSOVK, die als zij oud genoeg zijn gebruik zullen gaan maken van de onderwijsvoorzieningen. In de volgende figuur staat per schooljaar (1 augustus tot en met 31 juli) afgebeeld hoeveel kleuters in juni zijn ingeschreven bij de LSOVK en hoeveel kleuters deelgenomen hebben aan onderwijs bij een ligplaatsschool of een mobiele leidster gedurende dat schooljaar. Deze telling heeft plaatsgevonden in april 2000, hetgeen betekent dat de gegevens voor het schooljaar 1999/2000 nog niet geheel compleet kunnen zijn. Met name wat betreft het aantal kinderen dat nog gebruik zal gaan maken van een ligplaatsschool of een mobiele leidster / / / / / / /2000 ingeschreven bij LSOVK gebruik gemaakt van ligplaatsschool of mobiele leidster Figuur 1. Aantal kleuters dat per schooljaar deelneemt aan onderwijs voor varende kleuters. In de figuur zien we duidelijk een sterke afname van het aantal kleuters dat geregistreerd staat bij de LSOVK van 603 kleuters in het schooljaar 1993/1994 naar 367 kleuters in 1999/2000. Dit is een afname van 40%. Met name de laatste twee jaar is het aantal kleuters sterk afgenomen. Kijken we naar het verschil van kleuters dat gebruik maakt van een ligplaatsschool of mobiele leidster dan moeten we spreken van een dramatische daling van 47%, van 451 leerlingen in 1993/1994 naar 241 leerlingen in 1999/2000 in zeven jaar tijd. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat 1999/2000 nog niet ten einde is en leerlingen, die dit jaar de school nog niet bezocht hebben, dit nog kunnen gaan doen. Het aandeel van kleuters ingeschreven bij de LSOVK en dat gebruik maakt van onderwijsvoorzieningen is procentueel iets minder 5

12 sterk gedaald, van 75% in 1993/1994 naar 69% in 1998/1999. Zie hiervoor ook paragraaf 3,2, figuur 12. Bepalend voor de ontwikkeling van het aantal kleuters zijn de instroom en uitstroom van kleuters per schooljaar. In de volgende figuur zijn de instroom en uitstroom per schooljaar afgebeeld van alle kinderen zoals die nu bekend zijn bij de LSOVK. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat in het registratiesysteem pas sinds januari 2000 de datum wordt ingevuld waarop de kleuter daadwerkelijk naar het internaat is gegaan of naar de walkleuterschool. In voorgaande jaren is de uitstroom bepaald door de leeftijd van de kleuter / / / / / / / / / /2003 instroom van kleuters uitstroom van kleuters Figuur 2. De instroom en uitstroom van kleuters per schooljaar ingeschreven bij de LSOVK. Opvallend is dat de laatste jaren (1997/2000) de uitstroom veel groter is geweest dan de instroom van kleuters. Duidelijk zichtbaar is hierbij een sterke terugloop van de instroom. Ook voor de komende jaren verwachten we dat de uitstroom van kleuters groter zal zijn dan de instroom. Natuurlijk is voor de toekomstige jaren de instroom nog niet bekend. Deze aantallen zijn gebaseerd op de 240 baby s/peuters die reeds bij de LSOVK geregistreerd zijn. Willen we voor de komende jaren een prognose maken over het aantal kleuters dat instroomt dan moeten we een indicatie hebben over het aantal baby s en peuters in de particuliere binnenvaart. Hiervoor kunnen we gebruik maken van de AMVV-enquête (juli 1999). Hier zijn 226 aan boord wonende gezinnen met 161 baby s/peuters (0, 1, 2 jaar) en 156 kleuters (3, 4, 5, 6 jaar) geteld. Uitgaande van een ruw geschatte respons van rond de 40% voor deze categorie gezinnen (we hebben aangenomen dat varende gezinnen vaker gereageerd hebben omdat een aantal vragen specifiek betrekking had op het varende gezin) betekent dit dat er ongeveer 400 baby s en peuters en 390 kleuters aan boord van schepen verblijven. Dit laatste komt dan ongeveer overeen met het aantal werkelijk ingeschreven kleuters bij de LSOVK. We kunnen nu aannemen dat het geschatte aantal baby s en peuters ook juist is. Dit geeft ons de mogelijkheid in te schatten hoeveel kleuters de komende jaren zullen instromen. Van de geregistreerde baby s/peuters weten we exact wanneer ze zullen gaan instromen, dit kan vervolgens omgerekend worden naar de totale populatie. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat schippersgezinnen geheel aan boord blijven wonen, hetgeen zeker niet realistisch is. We zien namelijk een toenemende tendens van het geheel of gedeeltelijk 6 Varende kleuters blijven tellen, 2000

13 Varende gezinnen met kleuters aan de wal gaan wonen van voorheen aan boord wonende gezinnen. Voor deze tendens zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Ten eerste zorgt de liberalisering van de markt er voor dat een deel van de veelal traditionele binnenvaartbedrijven gesaneerd wordt. Ten tweede wordt er steeds intensiever gewerkt in de binnenvaart (continuvaart) waardoor een wisselende bezetting steeds meer gebruikelijk wordt en men dus deels aan de wal woont. Ten derde wordt het steeds minder gebruikelijk om kinderen naar het internaat te brengen omdat het duurder wordt en ook omdat men dit minder sociaal wenselijk vindt. Dit alles heeft natuurlijk grote consequenties voor de instroom van het aantal kleuters bij de LSOVK. We weten echter niet hoe de trend van de afname van aan boord wonende gezinnen zich zal voortzetten. Wel weten we dat bijna driekwart van de aan boord wonende ouders met baby s en peuters (73%) de komende twee jaar gebruik denkt te gaan maken van de diensten van het onderwijs voor varende kleuters, nog eens 14% denkt dat zij waarschijnlijk gebruik gaan maken van de LSOVK en 13% gaat géén gebruik maken van de LSOVK. In de volgende tabel staat een schatting van het aantal kleuters waarbij we de geregistreerde instroom en uitstroom als uitgangspunt nemen. Vervolgens voegen we een geschatte extra instroom toe van 40% voor de nog niet geregistreerde kleuters bij de LSVOK en hiervan denken we dat 73% zich ook daadwerkelijk laat inschrijven. Ook voegen we een geschatte uitstroom toe op basis van het feit dat dit schooljaar 5% schipperskleuters eerder zijn uitgeschreven vanwege vestiging aan de wal. De startdatum is de huidige momentopname van 1 mei 2000 waarin 367 kleuters zijn ingeschreven. Vervolgens berekenen we het eindpunt van het schooljaar dat gelijk is aan alle instroom en extra uitstroom. Het begin van het schooljaar wordt berekend door de stand van het einde schooljaar min de geregistreerde uitstroom. Tabel 2. Schatting van het aantal kleuters voor de komende schooljaren. 1999/ / / /2003 Begin schooljaar (m.u.v huidige schljr 1 mei 2000) 367 ±258 ±222 ±222 Geregistreerde instroom Geschatte extra instroom Geschatte extra uitstroom Geregistreerde uitstroom Eind schooljaar stand aantal kleuters ±385 ±343 ±336 ±295 We verwachten dit schooljaar te eindigen met ongeveer 385 ingeschreven kleuters. Het volgend schooljaar zullen we beginnen met 258 kleuters. Voor het komende schooljaar verwachten we dat het aantal verder zal afnemen naar zo n 220 kleuters omdat de uitstroom groter blijft dan de instroom. Voor de daarop volgende schooljaren verwachten we dat het aantal redelijk stabiel zal blijven. Voor de periode na 2003 is het erg moeilijk om aan te geven hoe het aantal varende kleuters zich zal ontwikkelen. Enerzijds kan men verwachten, indien de hierboven geschetste factoren zich doorzetten, dat het aantal varende kleuters zal blijven afnemen. Anderzijds is het ook voorstelbaar, dat de trend van het aan de wal gaan wonen zich juist niet verder doorzet, vanwege te weinig financiële armslag, en dat we dus een redelijke stabiele groep van ongeveer 200 kleuters blijven houden. 7

14 2.2 ALGEMENE KENMERKEN VARENDE OUDERS MET KLEUTERS De varende ouders met kleuter hebben nagenoeg allemaal een particulier bedrijf waarvan 95% één schip heeft en 5% meerdere schepen. In de onderstaande tabel staat een verdeling naar scheepstypen weergegeven. Tabel 3. Varende ouders naar type schepen. Type schip Aantal Percentage Droge lading motorschip % Motortankschip 18 5% Motorbeunschip 21 6% Containerschip 17 5% Duwboot/sleepboot 2 1% Sleepschip 2 1% Passagiersschip 2 1% Zeevarend schip 10 3% Anders 6 2% Totaal % De schepen waarop wordt gevaren zijn voornamelijk droge lading motorschepen. Een nieuw groep ouders, die voorheen nauwelijks voorkwam, zijn aan boord verblijvende gezinnen met zeevarende schepen. Op driekwart van de gezinsbedrijven (74%) vormen man en vrouw de bemanning en bij een kwart (26% zijn er meerdere personeelsleden. Het aan boord hebben van wel of geen vreemd personeel heeft invloed op het naar school kunnen gaan van de kleuter getuige een aantal citaten van ouders: Wij liggen nooit zomaar een paar dagen stil behalve natuurlijk om te repareren of net als nu om te bevallen. Wij varen met personeel dus heb ik vaak de mogelijkheid even van boord te gaan. Wij varen alleen met leerling-matrozen hetgeen betekent dat ik als vrouw regelmatig moet bijspringen terwijl mijn man begeleiding geeft. Dit gaat ten koste van de tijd voor de kinderen. De helft van de bedrijven (57%) vaart in dagdienst, een kwart (27%) vaart in semicontinudienst en een klein deel 16% vaart in continudienst waarvan de helft met een wisselende bezetting. Dit betekent ook dat bijna alle gezinnen (85%) aan boord wonen. Een heel klein deel van de gezinnen (3%) is ieder weekend aan wal en 13% woont onregelmatig aan de wal. Bovenstaande bevindingen over de bedrijfsvoering van varende gezinnen met kleuters aan boord komen overeen met de gehele varende particuliere binnenvaart. 2.3 VAARPATRONEN VARENDE OUDERS MET KLEUTERS Allereerst willen we weten in hoeverre ouders dezelfde vaarroute varen. Het blijkt dat een tiende van de ouders (10%) altijd dezelfde vaarroute vaart en nog eens een derde (30%) vaart meestal dezelfde vaarroute. Tevens vaart een derde (30%) soms dezelfde vaarroute en een kwart (26%) vaart nooit dezelfde vaarroute. Dit betekent dat de helft van de ouders nauwelijks een vaste vaarroute heeft. Uit de geplaatste opmerkingen blijkt duidelijk dat ouders het dan ook heel moeilijk vinden om een vaarpatroon aan te geven. Hieronder een aantal uitspraken die dit illustreren: "Moeilijk om vaarpatroon aan te geven. Sinds half jaar ander schip en een heel andere vaarroute. Soms paar weken vast werk en soms gewoon van alles. Moeilijk na te gaan! Het ene jaar kom je er nooit en het volgende jaar 10 keer achter elkaar. 8 Varende kleuters blijven tellen, 2000

15 Varende gezinnen met kleuters Op dit moment nog internationaal maar als onze oudste naar het internaat gaat zullen we vaker in Nederland varen. Heel veel ouders geven aan dat dit momenteel hun vaartpatroon is maar dat het volgend jaar weer geheel anders kan zijn. Het vaarpatroon verandert meestal als het oudste kind naar het internaat gaat of als er een ander schip wordt gekocht. Vervolgens willen we weten waar de ouders meestal varen. In de volgende tabel staat vermeld in welke gebieden ouders varen, in volgorde van waar ouders het meeste varen. Tabel 4. Gebieden Vaargebieden en de bezoekfrequentie van ouders (n=331). nooit zelden (1 x per 3 maanden) soms (1 x per maand) vaak (1 x per week) Midden-Nederland 9% 15% 40% 37% Zeeland en Noord West België 24% 36% 31% 9% Noord-Nederland 31% 38% 21% 10% Zuid-Nederland en Noord Oost België 32% 36% 19% 13% Midden-Duitsland 42% 12% 19% 26% Zuid-Duitsland 56% 15% 14% 15% Noord-Duitsland 71% 14% 10% 6% Main-Donaugebied 79% 13% 6% 3% Zuid-België en Frankrijk 80% 14% 5% 1% Oost-Duitsland 88% 6% 4% 1% Engeland, Scandinavië en Middellandse Zee 96% 1% 1% 3% We zien dat driekwart van de ouders (77%) vrij regelmatig in Midden-Nederland vaart. De gebieden Zeeland, Noord-, Zuid-Nederland, Noord-België en Midden-Duitsland worden door de helft of minder ouders vrij regelmatig bezocht. De andere gebieden worden duidelijk door veel minder ouders bezocht. Interessant is het om te weten hoe groot het aandeel van ouders is dat nooit of zelden in een van de Nederlandse gebieden vaart. Het blijkt dat 14% van de ouders nooit of zelden in Nederland vaart, zij varen uitsluitend in het buitenland. Er is aan de ouders gevraagd hoe vaak zij gemiddeld de belangrijkste havenplaatsen in Nederland bezoeken. Voor het vaststellen van belangrijk havenplaatsen is gebruik gemaakt van tabellen van CBS van de goederenoverslag in Nederlands gemeenten en zijn alleen die havens meegenomen die in 1998 en overslag van meer dan 1 miljoen ton hadden. Havens die dicht bij elkaar in de buurt liggen zijn samen opgenomen. De ouders moesten een keuze maken tussen de havenplaats nooit, zelden (gemiddeld 3 keer per jaar), soms (gemiddeld 13 keer per jaar) en vaak (gemiddeld 30 keer per jaar) bezoeken. In de volgende figuren staan achtereenvolgens Midden -, Noord -, Zuid- Nederland en Zeeland afgebeeld met de bezoekfrequentie in deze havens. 9

16 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Rotterdamse havens Dord/Zwijn/Papen/Sliedrecht Utrecht/Nieuwegein Nijmegen/Beuningen/Wychen aandeel van ouders dat de haven bezoekt Lochem Wageningen Tiel/Echteld W. Maas en Waal Gouda Alphen ad Rijn/Leiden Rheden/Arnhem Angerlo/Doesburg Delft/Den Haag gemiddeld aantal bezoeken per jaar 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 Figuur 3. Havenplaatsen in Midden-Nederland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255). Het Rotterdamse havengebied is duidelijk het allerbelangrijkste voor de varende ouders; bijna iedereen bezoekt dit gebied en doet dit ook vaak, gemiddeld 17 keer per jaar. Maar ook de Drechtsteden zijn belangrijk, bijna driekwart van de ouders bezoekt deze havens en dat gemiddeld zo n 9 keer per jaar. Utrecht en Nieuwegein wordt ook door een grote groep van ouders (60%) bezocht, maar dit betreft wel gemiddeld minder bezoeken, 5 keer per jaar. Aan de ouders is ook gevraagd of zij nog vaak Nederlandse havens bezoeken die niet genoemd zijn. Deze havens blijken voornamelijk ook in Midden-Nederland te zijn gelegen. Een aantal malen is genoemd: Werkendam, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem. Deze zijn alledrie in de nabijheid van de Drechtsteden en Rotterdam. Vervolgens kijken we naar Noord-Nederland. In de figuren is dezelfde schaalverdeling gehanteerd zodat de havens in de verschillende gebieden goed te vergelijken zijn. 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Amsterdam Zwolle Kampen Meppel Hengelo/Enschede Groningen Velsen/IJmuiden Delfzijl Zaanstad Harlingen aandeel van ouders dat de haven bezoekt Nijkerk Harderwijk Haarlemmermeer Den Helder Texel Wieringen gemiddeld aantal bezoeken per jaar 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 Figuur 4. Havenplaatsen in Noord-Nederland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255). 10 Varende kleuters blijven tellen, 2000

17 Varende gezinnen met kleuters Uit de figuur blijkt duidelijk dat Amsterdam de havenplaats in Noord-Nederland is waar bijna alle ouders (84%) wel eens komen en gemiddeld vinden hier dan 9 bezoeken per jaar plaats. Aanmerkelijk minder dan in de Rotterdamse havens maar wel weer hoog ten opzichte van andere Nederlandse plaatsen. 90% 18,0 80% 16,0 70% 14,0 60% 12,0 50% 10,0 40% 8,0 30% 6,0 20% 4,0 10% 2,0 0% 0,0 Maasbracht/Heel Born/Stein Maastricht Oss Oosterhout/Breda/Dongen Den Bosch Meerlo-Wanssum/Bergen Gennep/Cuijk Roermond Geertruidenberg/Made Lith/Heerewaarden Veghel aandeel van ouders dat de haven bezoekt gemiddeld aantal bezoeken per jaar Figuur 5. Havenplaatsen in Zuid-Nederland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255). In Zuid-Nederland zien we dat havenplaatsen slechts door minder dan de helft van de ouders worden bezocht. Maasbracht/Heel telt de meeste bezoekers, 50% van de ouders en gemiddeld 4 bezoeken per jaar. 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Terneuzen Vlissingen/Middelburg Bergen op Zoom Reimerswaal Zevenbergen 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 aandeel van ouders dat de haven bezoekt gemiddeld aantal bezoeken per jaar Figuur 6. Havenplaatsen in Zeeland en bezoekfrequentie van varende ouders (n=255). Ook havens in het gebied Zeeland worden bezocht door minder dan de helft van de ouders. Terneuzen is hier duidelijk de haven die het meeste bezocht wordt met gemiddeld 4 bezoeken per jaar. Samenvattend kunnen we stellen dat, in volgorde van belangrijkheid, de Rotterdamse havens, de Drechtsteden, Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Maasbracht en Terneuzen de belangrijkste havenplaatsen zijn. In deze plaatsen is regelmatig contact mogelijk 11

18 zijn tussen mentor en ouders. Ook zien we dat in al deze plaatsen, met uitzondering van Utrecht en Nijmegen ligplaatsscholen aanwezig zijn. 12 Varende kleuters blijven tellen, 2000

19 HOOFDSTUK 3. ONDERWIJS OP LOCATIE In dit hoofdstuk beschrijven we de onderwijsvormen op locatie. Er zijn drie onderwijsvormen waarvan varende ouders voor hun kleuters gebruik van kunnen maken. Ten eerste de ligplaatsscholen op zes locaties, ten tweede de mobiele leidsters in de regio s Zuid, West en Oost en ten derde de reguliere basisscholen, hier genoemd walkleuterscholen. In de eerste paragraaf wordt beschreven hoe bekend de LSOVK en de verschillende onderwijsvormen zijn en hoe belangrijk dit door de schipperouders wordt gevonden. In de tweede paragraaf wordt ingegaan op het gebruik van het onderwijs op locatie. 3.1 BEKENDHEID EN BELANG Aan alle binnenvaartondernemers is gevraagd of zij de LSOVK en het ligplaatsonderwijs voor kleuters kennen. Het blijkt dat 35% van de ondernemers deze organisaties heel goed kennen en 29% vaag. Daarentegen is 36% van de binnenvaartondernemers niet op de hoogte van de LSOVK en het ligplaatsonderwijs. Dit hoeft geen probleem te vormen zolang zij niet tot de doelgroep behoren. De doelgroep is alle varende gezinnen met kleine kinderen aan boord (0 tot en met 7 jaar). Van deze doelgroep kent 88% de LSOVK en het ligplaatsonderwijs en is 12% hier (nog) niet van op de hoogte. Tevens is gevraagd of binnenvaartondernemers het onderwijs voor varende kleuters nuttig vinden. Driekwart van de ondernemers (76%) vindt dit nuttig en nog eens 17% vindt het enigszins nuttig. Slechts 7% van de binnenvaartondernemers vindt de LSOVK en het ligplaatsonderwijs niet nuttig. Vervolgens willen we specifiek weten in hoeverre ouders op de hoogte zijn van de verschillende onderwijsvormen, namelijk ligplaatsscholen, walkleuterscholen en mobiele leidsters. Dit staat afgebeeld in de volgende figuur. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de huidige ouders met kleuters aan boord (LSOVK-ouders) en ouders met baby/peuters aan boord (toekomstige LSOVK-ouders). 100% 80% 60% 7% 13% 20% 28% 29% 25% 45% 62% 70% 40% 80% 20% 20% 0% 52% 20% 46% 35% 18% 16% 14% ligplaatsschool walkleuterschool mobiele leidster ligplaatsschool walkleuterschool mobiele leidster LSOVK-ouders (n=159) toekomstige LSOVK-ouders (n=94) (zeer) goed neutraal (zeer) slecht Figuur 7. Bekendheid van ouders met de verschillende onderwijsvormen. Uit de figuur blijkt duidelijk dat de huidige ouders goed op de hoogte zijn van ligplaatsscholen. Daarentegen is slechts de helft van de LSOVK ouders goed op de hoogte van walkleuterscholen of mobiele leidsters. Opmerkelijk is de nog grote onbekendheid met mobiele leidsters, bijna een derde van de huidige ouders is hier slecht van op de hoogte. 13

20 Zoals we mogen verwachten is de onbekendheid van toekomstige ouders groot. Toch zien we ook hier dat de ouders het beste op de hoogte zijn van ligplaatsscholen. Ondanks dat sommige onderwijsvoorzieningen nog vrij onbekend zijn vindt zowel een ruime meerderheid van de huidige ouders als van de toekomstige ouders dat het naar school gaan belangrijk is voor hun kleuters. Het meest belangrijk vindt men de ligplaatsscholen (88%), vervolgens walkleuterscholen (85%) en tot slot mobiele leidsters (76%). Hoe belangrijk ouders het naar school gaan vinden wordt onderstreept door de volgende citaten: Het allerbelangrijkste is dat kinderen deelnemen aan onderwijs in de klas zodat ze sociale vaardigheden krijgen, dan pikken ze het leerproces ook beter op. Het allerbelangrijkste voor een kleuter is samen naar school gaan. Dat kan een computer of een mobiele leidster nooit vervangen. De sociale en emotionele kant. Hoe een kind zich moet handhaven in een groep en gedragen, leer je door omgang met andere kinderen met hulp van een juf. Ik hoop dat de ligplaatsscholen nog blijven voortbestaan. De ligplaatsscholen moeten blijven. Het is vaak de enige manier om kinderen in contact te laten komen met andere kinderen. Dit is minstens zo belangrijk als onderwijs. Dit maakt duidelijk dat ouders het uitermate belangrijk vinden dat hun kleuter af en toe naar een (ligplaats)school kan gaan. 3.2 GEBRUIK VAN SCHOLEN EN MOBIELE LEIDSTERS Eerst komt de omvang van het onderwijs voor varende kleuters in Nederland aan bod. Dit wordt gemeten in het aantal schoolkinddagen per jaar. Eén schoolkinddag houdt in dat 1 kind 1 dag de school heeft bezocht. In de volgende figuur staat het totaal aantal schoolkinddagen en het gemiddeld aantal schoolkinddagen per leerling per schooljaar afgebeeld. Voor het huidige schooljaar is een schatting gemaakt op basis van het aantal gemeten schoolkinddagen tot en met maart 2000 (6.316 schoolkinddagen) / / / / / / /2000* Totaal aantal schoolkinddagen Gemiddeld aantal schooldagen per leerling Figuur 8. Totaal en gemiddeld aantal schoolkinddagen onderwijs varende kleuters per schooljaar. 14 Varende kleuters blijven tellen, 2000

21 Onderwijs op locatie We zien een duidelijke afname van het totaal aantal schoolkinddagen. Opvallend is wel dat het gemiddeld aantal schoolkinddagen per leerling per schooljaar redelijk stabiel is gebleven de afgelopen schooljaren. Gemiddeld gaan kleuters 32 dagen per jaar naar het onderwijs voor varende kleuters. In het rapport Varende kleuters scholen in de Europoort (Hubens, 1993) was dit nog 34 dagen per schooljaar. We moeten hier wel bij aantekenen dat het gemiddelde weinig representatief is voor de gehele groep omdat zoals we gezien hebben een groot deel helemaal nooit onderwijs voor varende kleuters geniet. Voor het huidige schooljaar verwachten we dat kleuters gemiddeld 32 dagen per jaar naar school gaan. Ligplaatsscholen Momenteel zijn er zes ligplaatsscholen, namelijk de Bonte Zwaan in Amsterdam, de Groene Zwaan in Terneuzen, het Maashofje in Maasbracht, het Zwanejong in Dordrecht, t Zwanenest in Zwolle en de Zwarte Zwaan in Rotterdam. Tot 1996/1997 was er nog een tweede ligplaatsschool in Rotterdam, de Witte Zwaan. Het aantal leerlingen dat één ligplaatsschool bereikt schommelt de afgelopen twee schooljaren tussen de 60 en 140 per schooljaar. In de volgende figuur staat het totaal aantal schoolkinddagen in de diverse locaties afgebeeld. Wederom is voor het huidige schooljaar een schatting gemaakt op basis van het aantal gemeten schoolkinddagen tot en met maart / / / / / / /2000* Rotterdam Terneuzen Zwolle Dordrecht Amsterdam Maasbracht Figuur 9. Per locatie van ligplaatsschool het totaal aantal schoolkinddagen per schooljaar. Opvallend is de sterke daling van de locatie Rotterdam na 1995/1996. Enerzijds hangt dit samen met de sluiting van een van de twee ligplaatsscholen in Rotterdam in 1995/1996. Anderzijds zien we dat deze daling zich ook in huidige schooljaar voortzet en is het blijkbaar voor ouders steeds minder goed mogelijk om hun kleuter onderwijs te laten volgen in Rotterdam. Kenmerkend voor de andere locaties is dat zij per schooljaar sterk fluctueren en er nagenoeg overal in meer of in mindere mate een neerwaartse trend geconstateerd kan worden. Deze sterke fluctuaties vinden we ook terug als we kijken naar het gemiddeld aantal schoolkinddagen per maand van het huidige schooljaar, hetgeen wordt afgebeeld in de volgende figuur. Het gemiddeld aantal per locatie per maand fluctueert tussen de 5 en 10 kinderen per dag. 15

22 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 sep-99 okt-99 nov-99 dec-99 jan-00 feb-00 mrt-00 Rotterdam Terneuzen Zwolle Dordrecht Amsterdam Maasbracht Figuur 10. Per locatie het gemiddeld aantal schoolkinddagen per maand in schooljaar 1999/2000 Duidelijk zichtbaar zijn de grote fluctuaties die zich voordoen. De neerwaartse trend die op jaarlijks niveau is geconstateerd kan op maandelijks niveau niet worden vastgesteld. Mobiele leidsters Er zijn drie mobiele leidsters in de regio s West, Oost en Zuid. Een mobiele leidster bereikt tussen de 29 en 60 leerlingen per jaar en het totaal aantal schoolkinddagen schommelt tussen de 77 en 250 per jaar. Gemiddeld is het bereik van leerlingen per schooljaar 42 leerlingen en worden er gemiddeld 203 boordbezoeken afgelegd. Het afgelopen jaar waren er ook gemiddeld 65 aanvragen die niet gehonoreerd konden worden. In de helft van de gevallen was dit niet mogelijk omdat er reeds een ander boordbezoek plaatsvond. In de volgende figuur staat het aantal schoolkinddagen per mobiele leidster afgebeeld / / / / / / /2000* Zuid Oost West Figuur 11. Per regio van de mobiele leidster het totaal aantal schoolkinddagen per schooljaar. 16 Varende kleuters blijven tellen, 2000

23 Onderwijs op locatie In alle regio s kunnen we de laatste schooljaren een duidelijke afname van het aantal schoolkinddagen vaststellen. In de regio Zuid worden de meeste boordbezoeken afgelegd. Vervolgens willen we weten welk deel van alle ingeschreven kleuters bij de LSOVK gebruik maakt van het onderwijs voor varende kleuters. Dit staat afgebeeld in de volgende figuur. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 1993/1994 (n=603) 1994/1995 (n=576) 1995/1996 (n=564) 1996/1997 (n=513) 1997/1998 (n=506) 1998/1999 (n=450) ligplaatsscholen en/of mobiele leidster ligplaatsscholen mobiele leidsters 1999/2000 (n=367) Figuur 12. Aandeel van kleuters dat gebruik maakt van ligplaatsscholen en/of mobiele leidsters. Alle kleuters (100%) die staan ingeschreven bij de LSOVK ontvangen het speel- /leerpakket, hiervan heeft de afgelopen jaren gemiddeld 71% een ligplaatsschool bezocht en heeft 17% boordbezoek gekregen van een mobiele leidster. Het blijkt dat gemiddeld 74% van de kleuters bekend is bij een van de leerkrachten en 26% van de kleuters in het geheel niet. We zien een daling van het gebruik van onderwijs van 73% in 1993/1994 naar 69% in 1998/1999. Momenteel, maart 2000, heeft 66% van de kleuters gebruik gemaakt van onderwijs voor varende kleuters, we verwachten dat dit op het einde van het schooljaar 68% van de kleuters zal zijn. Voor de komende jaren verwachten we een lichte afname van 1% per jaar, gezien de voorgaande jaren. Ook verwachten we, gezien de voorgaande jaren dat het gemiddeld aantal schoolkinddagen per jaar ongeveer gelijk zal blijven (32 dagen per jaar). Nu kunnen we op basis van onze schatting van het aantal kleuters (zie paragraaf 2.1, tabel 2) berekenen hoeveel er gebruik zal worden gemaakt van het onderwijs voor varende kleuters. Dit staat vermeld in de volgende tabel. Tabel 5. Schatting van het gebruik van onderwijs voor varende kleuters voor de komende schooljaren. 1999/ / / /2003 Eind schooljaar ±385 ±343 ±336 ±295 Aantal kleuters dat naar school gaat ±260 ±230 ±222 ±192 Totaal aantal schoolkinddagen ±8.200 ±7.350 ±7.100 ±6.150 Het komende schooljaar verwachten we dus een flinke afname van het aantal schoolkinddagen. In 2001/2002 zal het aantal schoolkinddagen ongeveer gelijk blijven aan het voorgaande jaar. In 2002/2003 verwachten we wederom een sterke afname van het totaal aantal schoolkinddagen. 17

24 Een varende kleuter kan ook een reguliere onderbouwafdeling van een basisschool bezoeken. Vaak moet hierbij gedacht worden aan de school waar de kleuter later toch zal instromen in groep 3. Maar ook andere scholen in diverse locaties zijn mogelijk. Helaas staat niet geregistreerd waar en wanneer kleuters een walkleuterschool bezoeken. Maar voor de huidige kleuters weten we het wel nagenoeg volledig voor het schooljaar 1998/1999 op basis van de enquête gegevens. Het blijkt dat 45% van de varende kleuters wel eens naar een reguliere basisschool gaat. Dit komt overeen met de resultaten uit het onderzoek Varende kleuters scholen in de Europoort (Hubens, 1993) en met het onderzoek Onderwijs voor de Euro-kleuter aan boord (Hubens, 1994) waar respectievelijk 47% en 48% van de kleuters gebruik maakte van walkleuterschool. Dit betekent dat het aandeel van varende kleuters dat naar walkleuterscholen gaat de afgelopen jaren nagenoeg gelijk is gebleven. De kleuters die een walkleuterschool bezoeken gaan gemiddeld 24 dagen per jaar naar zo n school. Dit is duidelijk minder dan het gemiddeld aantal dagen gevolgd onderwijs voor varende kleuters (32 dagen). Meer dan de helft van de kleuters (55%) gaat nooit naar een walkleuterschool. Hiervan gebruikt echter wel het merendeel (40%) het onderwijs voor varende kleuters. Een klein deel van de kleuters (15%) heeft in het schooljaar 1998/1999 geen enkele vorm van direct onderwijs genoten. 3.3 MENING OVER GEBRUIK VAN SCHOLEN EN MOBIELE LEIDSTERS Aan de ouders is gevraagd of zij vinden dat hun kleuter voldoende gebruik kan maken van de verschillende onderwijsvormen. Aan toekomstige ouders is gevraagd of zij in de toekomst voldoende gebruik kunnen maken van deze voorzieningen. In de volgende figuur staat dit afgebeeld. 100% 80% 33% 49% 21% 21% 27% 60% 16% 68% 43% 51% 46% 40% 17% 20% 0% 51% 15% 34% 36% 28% 28% 17% ligplaatsschool walkleuterschool mobiele leidster ligplaatsschool walkleuterschool mobiele leidster LSOVK-ouders (n=149) toekomstige LSOVK-ouders (n=90) (ruim) voldoende neutraal (ruim) onvoldoende Figuur 13. Het gebruik dat ouders (denken te) kunnen maken van de verschillende onderwijsvormen. Van de huidige ouders vindt de helft dat zij voldoende gebruik kunnen maken van de ligplaatsscholen. Dit geldt voor veel minder ouders bij de walkleuterscholen, en bij de mobiele leidsters geldt dit slechts voor een klein deel van de ouders. Een meerderheid van de ouders (67%) vindt dat zij onvoldoende gebruik kunnen maken van de mobiele 18 Varende kleuters blijven tellen, 2000

25 Onderwijs op locatie leidster en de helft van de ouders (49%) vindt dat hun kleuter onvoldoende naar een walkleuterschool kan gaan. Opvallend is, dat slechts een derde van de toekomstige ouders verwacht in voldoende mate gebruik te kunnen maken van de onderwijsvormen. Bijna de helft van de ouders durft hierover nog geen uitspraak te doen. Een vijfde van de ouders weet nu al dat zij in de toekomst onvoldoende gebruik kunnen maken van de onderwijsvoorzieningen. Tevens is aan de ouders gevraagd, indien zij een havenplaats bezoeken, of zij in de gelegenheid zijn om gebruik te maken van een kleuterschool of mobiele leidster. De aanname is dat er altijd een kleuterschool of mobiele leidster aanwezig is. Veel ouders vonden dit een moeilijke vraag, hetgeen de volgende uitspraken duidelijk maken: In de vragen wordt steeds gesteld: stel dat er een kleuterschool of mobiele leidster is maak je daar gebruik van? Maar het verschil is dat je vaak niet in staat bent om gebruik te maken van kleuterschool, tijdens laden/lossen kun je vaak niet weg, tenzij halen/brengen met busje. Maar er is vaak wel mogelijkheid om mobiele juf te laten komen. Als de vraagstelling apart voor kleuterleidster was geweest dan had ik bijna altijd ingevuld. Wij lossen/laden altijd snel dus voor school weinig tijd. Omdat je vaak maar even in een haven ligt is het gewoon niet mogelijk om je kind naar school te laten gaan. Daarentegen is de mobiele juf wel een uitkomst. Hieruit blijkt dat ouders als ze een havenplaats bezoeken een groot onderscheid maken tussen kleuterschool en mobiele leidster en zij geven aan veel meer gebruik te kunnen maken van een mobiele leidster dan van een kleuterschool. Opmerkelijk is dat dit zich nauwelijks vertaalt in de cijfers, er wordt de laatste jaren eerder minder, dan meer gebruik gemaakt van de mobiele leidster. Er is echter ook een groot aantal niet gehonoreerde boordbezoeken vastgesteld. Tussen de havens zitten grote verschillen als het gaat om in welke mate ouders de gelegenheid hebben om hun kleuter gebruik te kunnen laten maken van onderwijs. Het gemiddelde van alle havens is dat een derde van de ouders (34%) bijna nooit in de gelegenheid is om de kleuter onderwijs te laten genieten, 40% van de ouders is soms in de gelegenheid en een kwart van de ouders (26%) is bijna altijd in de gelegenheid. In de volgende tabel staan de belangrijkste havenplaatsen vermeld en is berekend hoeveel schoolbezoeken in deze haven zouden kunnen plaatsvinden op basis van de mate waarin ouders in de gelegenheid zijn. Als ouders bijna altijd aangeven is de kans 85%, bij soms is de kans 50% en bij bijna nooit is de kans ingeschat op 15% dat de kleuter naar school kan gaan. Gemiddeld blijkt de helft van de scheepsbezoeken theoretisch kunnen leiden tot het volgen van onderwijs. Ter vergelijking hebben we ook in de tabel opgenomen het gemiddeld aantal schooldagen per schooljaar (1992/1999) in de betreffende ligplaatsschool in die haven. 19

26 Tabel 6. Overzicht van de belangrijkste havenplaatsen met totaal aantal theoretische schoolbezoeken en het gemiddeld aantal feitelijke ligplaatsschooldagen per jaar (n=250). Belangrijkste havenplaatsen Tot. scheepsbezoeken Tot. theoretische schoolbezoeken Gem. feitelijke ligplaatsschooldagen Afwijking feitelijk met succesvol 1. Rotterdamse havens % 2. Dord/Zwijn/Papen/Sliedrecht % 3. Amsterdam % 4. Utrecht/Nieuwegein n.v.t n.v.t 5. Nijmegen/Beuningen/Wychen n.v.t n.v.t 6. Maasbracht/Heel % 7. Terneuzen % 8. Zwolle % Allereerst moeten we de kanttekening maken dat ligplaatsschooldagen niet precies hetzelfde zijn als schoolbezoeken. Immers een schoolbezoek kan uit meerdere dagen bestaan afhankelijk van de duur van het verblijf. We hebben hier nu impliciet aangenomen dat een schoolbezoek uit 1 dag bestaat. Het is helaas niet mogelijk om het aantal ligplaatsschoolbezoeken te achterhalen. We zien dat de ligplaatsschool in Rotterdam minder vaak bezocht is dan we zouden mogen verwachten uit de enquête gegevens. Er zouden in theorie meer succesvolle schoolbezoeken zijn geweest dan er feitelijk waren. Een mogelijke verklaring is dat het Rotterdamse havengebied zeer uitgestrekt is en dat in deelgemeenten sommige kleuters ook naar een reguliere basisschool kunnen gaan. Op de ligplaatsscholen in Dordrecht en Amsterdam zien we dat de theoretische resultaten uit de enquête vrij nauwkeurig overeenkomen met het aantal feitelijke ligplaatsschooldagen. Daarentegen zien we dat er in Terneuzen en Zwolle, maar ook in Maasbracht veel meer ligplaatsschooldagen hebben plaatsgevonden dan we op grond van gegevens uit de enquête zouden mogen verwachten. Hiervoor zijn meerder oorzaken aan te wijzen. Allereerst liggen de schepen per bezoek waarschijnlijk langer in Zwolle, Maasbracht en Terneuzen en kan een kleuter meerdere dagen achter elkaar naar school gaan. Ten tweede organiseren de ligplaatsscholen in Zwolle en Terneuzen zogenoemde logeerweken voor kleuters, waarbij oudere kleuters tijdelijk in het internaat verblijven en overdag de ligplaatsschool bezoeken. Ten derde denken we dat het een voordeel is dat een ligplaatsschool in een kleinere haven is gelegen in plaats van in uitgestrekte havens zoals Rotterdam, Amsterdam en Dordrecht. De ligplaatsschool is dan beter bereikbaar en ouders zijn waarschijnlijk in een kleine gemeenschap meer betrokken bij de ligplaatsschool. Aan de huidige ouders is ook gevraagd wat de redenen zijn waarom zij wellicht weinig gebruik konden maken van een ligplaatsschool. De redenen waaruit gekozen kon worden waren: Wij varen naar plaatsen waar geen ligplaatsscholen zijn Wij hebben te weinig tijd omdat wij altijd varen Wij vinden de ligplaatsscholen niet geschikt Wij geven de voorkeur aan een walkleuterschool Onze kleuter wil niet graag naar een ligplaatsschool In de volgende figuur staat afgebeeld in welke mate deze redenen juist zijn voor ouders. 20 Varende kleuters blijven tellen, 2000

27 Onderwijs op locatie 70% 60% 50% 14% 22% 40% 30% 20% 10% 0% 45% plaatsen zonder ligplaatschool 42% 3% 3% 5% 11% te weinig tijd niet geschikt voorkeur walkleuterschool zeer juist juist 4% 2% kleuter wil niet graag Figuur 14. Redenen waarom weinig gebruik wordt gemaakt van ligplaatsscholen (n=153). Duidelijk is dat de belangrijkste reden is gelegen in het feit dat ouders varen. Namelijk ouders varen in gebieden waar geen ligplaatsscholen zijn. In paragraaf 2.3 hebben we geconstateerd dat de helft van de ouders regelmatig in Midden-/Zuid-Duitsland vaart en zelden in Nederland vaart. Ook brengt het intensieve vaarschema met zich mee dat een schip nauwelijks stil ligt. Bovendien, als het schip stil ligt wordt er geladen of gelost en dan is er vaak geen tijd om de kleuter naar school te laten gaan. Dit geldt op schepen waar man en vrouw de gehele bemanning vormen, hetgeen het geval is bij driekwart van de ouders. Daarnaast zien we dat een klein deel van de ouders (15%) de voorkeur geeft aan een walkleuterschool. Dit betreft dan voornamelijk reguliere basisscholen in de directe nabijheid van het internaat waar de kleuter ook later naar toe zal gaan in groep 3. Een ouder schrijft hierover: Wij vinden dat je een kind niet zomaar voor een halve dag dan weer op de ene school dan weer op de andere school met weer een nieuwe juf moet doen. Omdat ons kind er compleet van in de war raakt van al dat gewissel van school. Wij vinden één vaste school de toekomstige basisschool veel prettiger. Ook is gevraagd naar het waarom van het weinig gebruik maken van walkleuterscholen. De redenen die opgegeven konden worden waren van gelijke strekking als bij de ligplaatsscholen, zij het dat er nog een extra reden aan is toegevoegd. Namelijk dat de kleuter nog te jong is om naar een walkleuterschool te gaan. Ligplaatsscholen kunnen vanaf 3,5 jaar bezocht worden, reguliere basisscholen vanaf 4 jaar. In de volgende figuur staan de redenen afgebeeld voor het geringe gebruik van walkleuterscholen. 21

Overzicht van de Europese binnenvaart Rapportage

Overzicht van de Europese binnenvaart Rapportage Overzicht van de Europese binnenvaart Rapportage Juli 2012 Drs. A.C.C. Hubens Oude Engelenseweg 25 5222 AB Den Bosch 073-6230120 06-17418733 www.ahadata.nl Inhoudsopgave LAND VAN REGISTRATIE... 1 SCHEEPSLENGTE...

Nadere informatie

Rijdende School goed onderweg

Rijdende School goed onderweg Tevredenheidsonderzoek onder ouders van meereizende kermis- en circuskinderen Rapport Rijdende School goed onderweg Tevredenheidsonderzoek onder ouders van meereizende kermis- en circuskinderen Maart

Nadere informatie

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven 1 Onderzoek en Business Intelligence Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse Oktobertelling onder

Nadere informatie

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006 Resultaten eindmeting, januari 2006 O&S Nijmegen januari 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen de

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Update basisinformatie Koers VO

Update basisinformatie Koers VO Update basisinformatie Koers VO Actuele stand 1-10-010 Actis onderzoek M. Bouwmans MSc. Rotterdam, 6 mei 011 Inhoudsopgave 1 Inlei di ng 3 1.1 Leeswijzer 3 Sam enw er kingsver band Koers VO 4.1 Aantal

Nadere informatie

Z/16/031709/60986 *Z00984D687E* Evaluatie Enquête Koopzondagen in de gemeente Leiderdorp

Z/16/031709/60986 *Z00984D687E* Evaluatie Enquête Koopzondagen in de gemeente Leiderdorp Z/16/3179/6986 *Z984D687E* Evaluatie Enquête Koopzondagen in de gemeente Leiderdorp 4 juli 16 Inhoudsopgave 1. Inleiding en aanleiding 2. Onderzoeksvragen en opzet 3. Uitkomsten enquêtes 4. Conclusie 1.Inleiding

Nadere informatie

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING nieuwsbrief Februari 2015 Inleiding Deze nieuwsbrief beschrijft de resultaten van de peiling met het. Deze peiling ging over de zondagsopenstelling. De gemeenteraad

Nadere informatie

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen

Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Analyse ontwikkeling leerlingaantallen Naar aanleiding van de 1 oktobertelling 2014 heeft VGS Adivio weer een korte analyse uitgevoerd waarbij onderzocht is in hoeverre de leerlingaantallen onderhevig

Nadere informatie

Ervaringen met walstroom

Ervaringen met walstroom Ervaringen met Bij de invoering van heeft een aantal schippers technische ervaren bij het kunnen aansluiten op voorzieningen. Reden voor een onderzoek om te kijken naar de omvang en achtergronden van die.

Nadere informatie

Oost-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod

Oost-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT Oost-Nederland Marktstructuur Voorraad kantoorruimte in Oost-Nederland (*1. m²) 43.8 4.136 2.481 Overig Nederland In de oostelijke provincies is ruim 13% van

Nadere informatie

Rapportage. Nieuwe schooltijden in het basisonderwijs. Utrecht, juni 2015. DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs.

Rapportage. Nieuwe schooltijden in het basisonderwijs. Utrecht, juni 2015. DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Rapportage Nieuwe schooltijden in het basisonderwijs Utrecht, juni 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Tanya Beliaeva Postbus 681 3500 AR Utrecht telefoon: 030 263 1080 e-mail: info@duo-onderwijsonderzoek.nl

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 4

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 4 ECONOMISCHE MONITOR EDE 20 / 4 De Economische Monitor geeft een beeld van de economie van de gemeente Ede in de afgelopen periode van 2008 tot 20. De Economische Monitor is verdeeld in twee delen: Het

Nadere informatie

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 drs. W. van Ooij MarktMonitor Januari 2015 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 . Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Nadere informatie

Toezichthouders in de wijk

Toezichthouders in de wijk Toezichthouders in de wijk Hoe ervaren inwoners uit Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht de aanwezigheid van Toezichthouders? Inhoud: 1 Conclusies 2 Bekendheid 3 Effect 4 Waardering taken Hondengerelateerde

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op.

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op. Utrecht HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties. Met dit model

Nadere informatie

A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6

A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6 Onderzoeksopzet Evaluatie Wmo 2013 Op 1 januari 2013 is de nieuwe Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Drechtsteden 2013 in werking getreden. Tevens is op die datum een nieuwe aanpak

Nadere informatie

Toelichting gegevens waarstaatjegemeente.nl bij de thema s:

Toelichting gegevens waarstaatjegemeente.nl bij de thema s: Toelichting gegevens waarstaatjegemeente.nl bij de thema s: - Jeugd en Jeugdhulpverlening - Onderwijs Oktober 2015 Ctrl/BI C. Hogervorst Het beeld dat bij dit thema naar voren komt past bij een grotere

Nadere informatie

IN EERSTE HALFJAAR 2002. Paula van der Brug en Robert Selten. April 2005. Het aantal gestarte trajecten in het eerste halfjaar van 2002.

IN EERSTE HALFJAAR 2002. Paula van der Brug en Robert Selten. April 2005. Het aantal gestarte trajecten in het eerste halfjaar van 2002. Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek UITSTROOM UIT DE UITKERING NA START REÏNTEGRATIETRAJECT IN EERSTE HALFJAAR 2002 Paula van der Brug en Robert Selten April 2005 Op 1 januari

Nadere informatie

Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011

Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011 Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011 De Leidse Monitor verzamelt informatie over de ontwikkeling van Leidse kinderen vanaf het moment dat zij en/of hun ouders deelnemen aan een voor- en vroegschools programma

Nadere informatie

1 INLEIDING... 2 2 ALGEMENE VRAGEN... 3

1 INLEIDING... 2 2 ALGEMENE VRAGEN... 3 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 2 ALGEMENE VRAGEN... 3 2.1 STAAT UW TURBINE IN FRYSLÂN?... 3 2.2 BENT U DE ENIGE EIGENAAR?... 3 2.3 ZO NIET, WELK AANDEEL IS UW EIGENDOM?... 4 2.4 HOEVEEL TURBINES HEEFT

Nadere informatie

Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen)

Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen) Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen) HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties.

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

Zuidwest-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod

Zuidwest-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT Zuidwest-Nederland Marktstructuur Voorraad kantoorruimte in Zuidwest-Nederland (*1. m²) 35.536 13.629 459 Overig Nederland In Zuidwest-Nederland ligt circa 29%

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Rotterdam HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Amersfoort HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

INLEIDING. Namens het managementteam van de SPGH, Mirjam Diderich. Directeur. Hellendoorn 15 januari 2015

INLEIDING. Namens het managementteam van de SPGH, Mirjam Diderich. Directeur. Hellendoorn 15 januari 2015 RESULTATEN OUDER-ENQUÊTE 01 INLEIDING In dit document worden de resultaten besproken van de ouderenquête die is afgenomen in november 01 (schooljaar 01-015). Doelstelling van de enquête is het meten van

Nadere informatie

Rapportage Peiling nieuwkomers

Rapportage Peiling nieuwkomers Rapportage Peiling nieuwkomers In opdracht van: Contactpersonen: PO-Raad Onika Pinkus Utrecht, april 2016 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven Henk Westerik Postbus 681 3500 AR Utrecht telefoon:

Nadere informatie

Factsheet 24 november 2010 LO

Factsheet 24 november 2010 LO Factsheet 24 november 2010 LO Ledenonderzoek Flexmigranten 2010 Elk jaar bevraagt de ABU zijn leden over de groep flexmigranten. Daaruit komt zeer bruikbare informatie over deze specifieke groep uitzendkrachten.

Nadere informatie

COFFEESHOPBEZOEKERS TERNEUZEN

COFFEESHOPBEZOEKERS TERNEUZEN Coffeeshopbezoekers Terneuzen najaar 2009 COFFEESHOPBEZOEKERS TERNEUZEN NAJAAR 2009 INTRAVAL Groningen-Rotterdam INHOUDSOPGAVE Pagina 1. Inleiding 1 1.1 Probleemstelling 1 1.2 Onderzoeksopzet 2 1.3 Leeswijzer

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Utrecht, juli 2011 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Overlast park Lepelenburg

Overlast park Lepelenburg Overlast park Lepelenburg 1-meting oktober 2014 www.onderzoek.utrecht.nl Colofon Uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl in opdracht

Nadere informatie

Enquête leertijduitbreiding en continurooster Cornelis Haak School

Enquête leertijduitbreiding en continurooster Cornelis Haak School Enquête leertijduitbreiding en continurooster Cornelis Haak School Adviesrapport MR Cornelis Haak School januari 2013 versie : 3 classificatie : Openbaar INHOUD BLAD 1 INTRODUCTIE EN AANLEIDING 2 2 WERKWIJZE

Nadere informatie

Communicatie, lokale media en samenwerking 2015

Communicatie, lokale media en samenwerking 2015 Communicatie, lokale media en samenwerking 2015 Gemeente Amersfoort Dymphna Meijneken April 2016 De Stadsberichten, een aantal pagina s in het lokale blad Amersfoort Nu, is al jaren de meest benutte bron

Nadere informatie

Analyse vraaghuurprijzen kantoorruimte 2012-2014

Analyse vraaghuurprijzen kantoorruimte 2012-2014 Analyse vraaghuurprijzen kantoorruimte 2012-2014 Kantorenmarkt uit balans De situatie op de Nederlandse kantorenmarkt is zeer ongunstig. Het aanbod van kantoorruimte ligt structureel op een zeer hoog niveau

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit Onderzoektechnische verantwoording Opinieonderzoek Solidariteit Project 18917 / mei 2013 Een onderzoek in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, te Den Haag. AUTEURSRECHT MARKETRESPONSE

Nadere informatie

Noord-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod

Noord-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT Noord-Nederland Marktstructuur Voorraad kantoorruimte in Noord-Nederland (*1. m²) 46.787 643 973 1.222 Drenthe Friesland Groningen Overig Nederland De drie noordelijke

Nadere informatie

WAARDERINGSKAMER RAPPORT. Betreft: Datum: 1 februari 2012. Onderzoek invloed "no-cure-no-pay-bezwaren" op uitvoering Wet WOZ

WAARDERINGSKAMER RAPPORT. Betreft: Datum: 1 februari 2012. Onderzoek invloed no-cure-no-pay-bezwaren op uitvoering Wet WOZ WAARDERINGSKAMER RAPPORT Betreft: Onderzoek invloed "no-cure-no-pay-bezwaren" op uitvoering Wet WOZ Datum: 1 februari 2012 1 1. Inleiding De Waarderingskamer heeft in opdracht van de staatssecretaris van

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011 Postbus 1 3430 AA Bezoekadres Martinbaan 2 3439 NN www.nieuwegein.nl Communicatie, Juridische & Personeelszaken Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011 Raadsnummer Datum 7 mei 2012 Auteur Tineke Brouwers Versie

Nadere informatie

Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2013-2014 Samenvatting van de monitor 2013-2014 en de volgmodules najaar 2014

Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2013-2014 Samenvatting van de monitor 2013-2014 en de volgmodules najaar 2014 monitor praktijkonderwijs 2013-2014 Samenvatting van de monitor 2013-2014 en de volgmodules najaar 2014 Platform Praktijkonderwijs Rotterdam, 29 december 2014 1 Introductie In de periode 1 september 31

Nadere informatie

Zeeuwse Verhuisatlas deel III

Zeeuwse Verhuisatlas deel III Zeeuwse Verhuisatlas deel III Verhuizen meer mensen naar de stad of naar het platteland? Zeeuws-Vlaanderen Middelburg, augustus 2012 Sociale Staat van Zeeland Colofon SCOOP 2012 Samenstelling Ankie Smit

Nadere informatie

40% Figuur 1 Stelt uw onderneming flexmigranten ter beschikking in Nederland? (N=118)

40% Figuur 1 Stelt uw onderneming flexmigranten ter beschikking in Nederland? (N=118) Factsheet 23 juli 2013 - FK Ledenonderzoek Flexmigranten 2013 Vrijwel elk jaar bevraagt de ABU zijn leden over de groep flexmigranten. Daaruit komt zeer bruikbare informatie over deze specifieke groep

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012

SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 Utrecht, januari 2013 INHOUD Samenvatting 4 Inleiding 6 1 Trends en wetenswaardigheden 8 1.1 Inleiding 8 1.2 Trends 8 1.3 Wetenswaardigheden 11 2 Wet-

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

Bezoekers Open Dagen maart

Bezoekers Open Dagen maart Resultaten open dagen maart 2014 Hieronder volgt een analyse van de open dagen van 8 maart in Leeuwarden en 22 maart in en in Wageningen. Aantal van bezoekers: In totaal hebben 2.685 bezoekers (waarvan

Nadere informatie

Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO. april 2009. Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc. Paterswolde, april 2009

Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO. april 2009. Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc. Paterswolde, april 2009 Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO april 2009 Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc Paterswolde, april 2009 Postbus 312 9700 AH Groningen Pr. Irenelaan 1a 9765 AL Paterswolde telefoon:

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, september 2013 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2

Nadere informatie

Klinische verloskunde in het dokter J.H.Jansenziekenhuis te Emmeloord: een verkenning.

Klinische verloskunde in het dokter J.H.Jansenziekenhuis te Emmeloord: een verkenning. Klinische verloskunde in het dokter J.H.Jansenziekenhuis te Emmeloord: een verkenning. C.J. Dekker, huisarts te Urk. Februari 2003. Inleiding De haalbaarheid van een klinische afdeling gynaecologie-verloskunde

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Openingstijden Stadswinkel Gemeente Dordrecht

Openingstijden Stadswinkel Gemeente Dordrecht Openingstijden Stadswinkel Gemeente Dordrecht De gemeente Dordrecht wil in het kader van bezuinigingen de openingstijden van de Stadswinkel aanpassen. Tegelijkertijd wil ze daarbij ook rekening houden

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad van Nijmegen. Geachte leden van de raad,

Aan de gemeenteraad van Nijmegen. Geachte leden van de raad, Aan de gemeenteraad van Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon 14024 Telefax (024) 323 59 92 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Datum 31 maart 2015 Ons kenmerk MO10/

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 METINGEN 2004 EN 2006 B. Bieleman A. Kruize COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam:

Nadere informatie

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen 2009-2013 1 (index: 2009 = 100) 2014-2019 (index: 2014 = 100)

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen 2009-2013 1 (index: 2009 = 100) 2014-2019 (index: 2014 = 100) Het aantal leerlingen in het basisonderwijs is tussen 2010 en 2014 gedaald. In de provincie Limburg nam het aantal leerlingen in deze periode het sterkst af. In het voortgezet onderwijs is het aantal leerlingen

Nadere informatie

Buurtenquête hostel Leidsche Maan

Buurtenquête hostel Leidsche Maan Buurtenquête hostel Leidsche Maan tussenmeting 2013 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht (GG&GD) DIMENSUS beleidsonderzoek April 2013 Projectnummer 527 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding

Nadere informatie

Vastgoedbericht juni 2010

Vastgoedbericht juni 2010 Vastgoedbericht juni 20 Het Kadaster brengt maandelijks een vastgoedbericht uit. Hierin worden statistieken gepresenteerd met de ontwikkelingen van de afgelopen maand: de prijsindex, het aantal verkochte

Nadere informatie

Werken in startende bedrijven

Werken in startende bedrijven M201211 Werken in startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, september 2012 Werken in startende bedrijven De meeste startende ondernemers hebben geen personeel. Dat is zo bij de start met het bedrijf,

Nadere informatie

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld NEDERLANDERS OVER DE VIERDAAGSE Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen Nienke Lammertink en Koen Breedveld Mei 2016 1 Nederlanders over de

Nadere informatie

VERNIEUWDE PROCEDURE AANNAME BELEID JENAPLANSCHOOL WITTEVROUWEN APRIL 2014 INLEIDING

VERNIEUWDE PROCEDURE AANNAME BELEID JENAPLANSCHOOL WITTEVROUWEN APRIL 2014 INLEIDING VERNIEUWDE PROCEDURE AANNAME BELEID JENAPLANSCHOOL WITTEVROUWEN APRIL 2014 INLEIDING De Jenaplanschool Wittevrouwen is de enige basisschool in de wijk Wittevrouwen/Zeeheldenbuurt. In de afgelopen 20 jaren

Nadere informatie

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers Opdrachtnemer: Bureau O&S Heerlen Opdrachtgever: Bureau Economie Januari 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Onderzoeksvragen 3 3. Onderzoeksopzet 3 4.

Nadere informatie

Aartsbisdom Utrecht Prognose van de ontwikkeling van de personele bezetting van het parochiepastoraat, voor de jaren 2005 en 2010

Aartsbisdom Utrecht Prognose van de ontwikkeling van de personele bezetting van het parochiepastoraat, voor de jaren 2005 en 2010 Aartsbisdom Utrecht Prognose van de ontwikkeling van de personele bezetting van het parochiepastoraat, voor de jaren 2005 en 2010 Rapport nr. 495 maart 2002 Dr. Ton Bernts Drs. Joris Kregting KASKI onderzoek

Nadere informatie

Openingstijden Stadswinkels 2008

Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 René van Duin & Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) december 2008 In opdracht van Publiekszaken afdeling Beleid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld 1. Inleiding De Inspectie van het Onderwijs voert al lange tijd tevredenheidsonderzoeken uit onder besturen en scholen in de sectoren

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 242 Evaluatie Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE) Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Nadere informatie

ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT

ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT Utrecht, maart 2008 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding en probleemstelling 5 2 Resultaten basisonderwijs 7 2.1 Representativiteit

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

ICT Barometer 26 april 2005. Inhoud. ICT-conjunctuur. ICT-bestedingen. ICT-projecten

ICT Barometer 26 april 2005. Inhoud. ICT-conjunctuur. ICT-bestedingen. ICT-projecten Ernst & Young ICT Leadership Resultaten ICT Barometer over conjunctuur, bestedingen en resultaten ICT-projecten Jaargang 5 26 2005 ICTbarometer ICT Barometer 26 2005 Inhoud ICT-conjunctuur ICT-bestedingen

Nadere informatie

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting

Omnibusenquête 2015. deelrapport. Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting Omnibusenquête 2015 deelrapport Studentenhuisvesting OMNIBUSENQUÊTE 2015 deelrapport STUDENTENHUISVESTING Zoetermeer, 9 december 2015 Gemeente Zoetermeer

Nadere informatie

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding Hoofdstuk 10 Onderwijs 10.1 Inleiding Leiden kennisstad heeft een hoog opgeleide bevolking en herbergt binnen haar grenzen veel onderwijsinstellingen. In dit hoofdstuk gaat het zowel om de opleiding die

Nadere informatie

De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie

De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie De problemen op de wereldwijde financiële markten hebben de economie inmiddels meer dan twee jaar in haar greep. Vanaf oktober 28 zijn de gevolgen

Nadere informatie

Zuid-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod

Zuid-Nederland REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT. Marktstructuur. Vraag. Aanbod REGIONALE MARKTONTWIKKELINGEN KANTORENMARKT Zuid-Nederland Marktstructuur Voorraad kantoorruimte in Zuid-Nederland (*1. m²) 42.2 2.15 5.518 Overig Nederland Het totale oppervlak aan kantoormeters in en

Nadere informatie

EFFECTEN VAN DE WEEKEND- SCHOOL VAN STICHTING WITTE TULP. - eindrapport - dr. Marga de Weerd. Amsterdam, november 2009

EFFECTEN VAN DE WEEKEND- SCHOOL VAN STICHTING WITTE TULP. - eindrapport - dr. Marga de Weerd. Amsterdam, november 2009 EFFECTEN VAN DE WEEKEND- SCHOOL VAN STICHTING WITTE TULP - eindrapport - dr. Marga de Weerd Amsterdam, november 2009 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam Tel.: +31 (0)20-5315315

Nadere informatie

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanten van Careyn over het consultatiebureau Inhoud: 1. Conclusies 2. Algemene dienstverlening 3. Het inloopspreekuur 4. Telefonische dienstverlening 5. Persoonlijk

Nadere informatie

Steeds minder startersleningen beschikbaar

Steeds minder startersleningen beschikbaar RAPPORT Starterslening in Nederland Steeds minder startersleningen beschikbaar Uitgevoerd in opdracht van www.starteasy.nl INHOUD Starterslening in Nederland Steeds minder startersleningen beschikbaar

Nadere informatie

Bedrijfsruimtemarkt zuidwest-nederland Zuid-Holland en Zeeland

Bedrijfsruimtemarkt zuidwest-nederland Zuid-Holland en Zeeland Landelijke marktontwikkelingen Na een korte opleving in 211 viel de opname van bedrijfsruimte in 212 opnieuw terug. Tegen de verwachting in bleef het aanbod echter redelijk stabiel. Wel wordt een steeds

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Evaluatie Vversterk trainingen. Organisatieaspecten tweede tranche

Evaluatie Vversterk trainingen. Organisatieaspecten tweede tranche Evaluatie Vversterk trainingen Organisatieaspecten tweede tranche Evaluatie Vversterk trainingen Organisatieaspecten tweede tranche Opdrachtgever: Sardes Utrecht, november 2008 Oberon Postbus 1423 3500

Nadere informatie

Rapportage Kunsten-Monitor 2014

Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Inleiding In 2014 heeft de AHK deelgenomen aan het jaarlijkse landelijke onderzoek onder recent afgestudeerden: de Kunsten-Monitor. Alle bachelor en master afgestudeerden

Nadere informatie

Eerste uitkomsten werkgelegenheidsonderzoek 2014. Gelderland

Eerste uitkomsten werkgelegenheidsonderzoek 2014. Gelderland Eerste uitkomsten werkgelegenheidsonderzoek 2014 Gelderland Provinciale Werkgelegenheids Enquête Gelderland - 1 - De uitvoering van de PWE 2014 vond plaats in opdracht van de onderstaande instanties: Gemeenten

Nadere informatie

Samenstellers: J.P. van Spronsen G. Verschoor L. Rietveld N. Timmermans E. Termote HORECA PERSONEELSONDERZOEK 2006

Samenstellers: J.P. van Spronsen G. Verschoor L. Rietveld N. Timmermans E. Termote HORECA PERSONEELSONDERZOEK 2006 Samenstellers: J.P. van Spronsen G. Verschoor L. Rietveld N. Timmermans E. Termote HORECA PERSONEELSONDERZOEK 2006 Leiderdorp, 29 december 2006 -2- INHOUDSOPGAVE INLEIDING...3 RESPONDENT IN BEELD...4 SITUATIE

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 2

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 2 ECONOMISCHE MONITOR EDE 211 / 2 De economische monitor geeft een beeld van de economie van de gemeente Ede in de afgelopen periode van 27 tot 211. De economische monitor is verdeeld in twee delen. Het

Nadere informatie

Oostzaan Buiten gewoon

Oostzaan Buiten gewoon GESCAND OP Gemeente Oostzaan Buiten gewoon Gemeenteraad Oostzaan P/a Postbus 20 153OAA Wormeriand - 8 APR. Comeents Oostzaan Gemeentehuis ockadrcs Kerkbuurt 4, 1 511 BD Oostzaan Postadres Postbus 20, 1

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Algemene Rekenkamer.., BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070 3424344 070 3424130 voorlichting@rekenkamer.nl

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs

Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs Inspectie van het Onderwijs, december 2015 Jaarlijks rapporteert de Inspectie van het Onderwijs over het schorsen en verwijderen van leerlingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 7. Financiële situatie

Hoofdstuk 7. Financiële situatie Stadsenquête Leiden Hoofdstuk 7. Financiële situatie Samenvatting Bijna driekwart van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, twee op de tien komt net rond en bijna een

Nadere informatie

pagina 1 18 onderwerp Factsheet Loonwerk 2010 aan Sectorcommissie Loonwerk Documentnummer 20111098N datum 29 november 2011 van Daniella van der Veen

pagina 1 18 onderwerp Factsheet Loonwerk 2010 aan Sectorcommissie Loonwerk Documentnummer 20111098N datum 29 november 2011 van Daniella van der Veen pagina 1 18 aan Sectorcommissie Loonwerk onderwerp Factsheet Loonwerk 2010 Documentnummer 20111098N van Daniella van der Veen datum 29 november 2011 Inleiding Het Colland Bestuursbureau voert jaarlijks

Nadere informatie

Kosten koper Onderzoek naar de verdeling van de kosten van diverse partijen bij de koop en levering van een bestaande woning

Kosten koper Onderzoek naar de verdeling van de kosten van diverse partijen bij de koop en levering van een bestaande woning Kosten koper Onderzoek naar de verdeling van de kosten van diverse partijen bij de koop en levering van een bestaande woning Den Haag, 20 augustus 2012 - 2 - Aanleiding In het kader van de evaluatie Wet

Nadere informatie

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004.

Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004. Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2004. 1 In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt over de periode vanaf 1 januari tot 1 juli 2004.

Nadere informatie