Biorefinery: van reststromen naar grondstoffen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Biorefinery: van reststromen naar grondstoffen"

Transcriptie

1 In opdracht van: Kenniscentrum Papier en Karton Biorefinery: van reststromen naar grondstoffen onderzoek naar succes- en faalfactoren voor biorefinery in de Nederlandse papier- en kartonindustrie. 17 september 2007, Arnhem Ing. T.M.M. Wagenaar Natuurwetenschap & Innovatiemanagement Universiteit Utrecht

2 Biorefinery: van reststromen naar grondstoffen onderzoek naar succes- en faalfactoren voor biorefinery in de Nederlandse papier- en kartonindustrie. Status Belasting Definitief afstudeerverslag 30 ECTS Datum 17 september 2007 Auteur Opdrachtgever Begeleider Ing. T.M.M.Wagenaar Kenniscentrum Papier en Karton Dr. Ir. A.P.H. Westenbroek Instelling Universiteit Utrecht Faculteit Geowetenschappen Opleiding Natuurwetenschap en Innovatiemanagement Studiepad Energie en Materialen 1 e Begeleider Drs. M.M.H. Chappin 2 e Begeleider Dr. S.O. Negro & Dr. M.P. Hekkert Het onderzoek werd verricht in opdracht van de stichting Kenniscentrum Papier en Karton. Deze stichting houdt zich bezig met het versterken van de kennisinfrastructuur gericht op de (inter)nationale papier- en kartonindustrie. Hierbij fungeert het centrum als een spil tussen de industrie en nieuwe kennis en netwerken. Het lange termijn doel is het creëren van een betere concurrentiepositie voor de Nederlandse papier- en kartonindustrie. De instelling wordt gefinancierd door de Koninklijke Vereniging Nederlandse Papierfabrieken, de branchevereniging van de Nederlandse papier- en kartonindustrie welke ook door hen gefinancierd wordt. 2

3 Voorwoord Voor u ligt het eindresultaat van mijn afstudeeronderzoek, dat in het kader van de Energietransitie Papierketen, programma Biorefinery in opdracht van het Kenniscentrum Papier en Karton is gedaan. Met deze rapportage rond ik mijn Master Natuurwetenschap en Innovatiemanagement aan de Universiteit Utrecht af. De resultaten van dit onderzoek geven het Kenniscentrum en de Nederlandse papier- en kartonindustrie een beeld m.b.t. de succes- en faalfactoren van biorefinery en de beoordeling van betrokken actoren daarop. Eerst lijkt mij een korte toelichting op de aanleiding van mijn stage op zijn plek. Na het HBO, waar ik in 4 jaar de studie algemene operationele technologie (A.O.T) aan de Hogeschool van Utrecht gedaan heb, ben ik naar de Universiteit Utrecht gegaan. Een afgestudeerde AOT-er beschrijft zichzelf volgens de website van de Hogeschool Utrecht als volgt: Een AOT er is een regisseur van productieprocessen. In de eerste plaats heeft hij verstand van techniek. Installeren, besturen, onderhouden en vernieuwen van systemen behoren tot het werkterrein. Maar ook kennis van bedrijfskundige processen is van groot belang om de functie goed uit te kunnen oefenen. Voor kostenbesparing door het terugdringen van het energieverbruik moet vaak eerst geld geïnvesteerd worden in de aanpassing of vervanging van machines en systemen. Om te kunnen beoordelen of het verantwoord is de voorgestelde besparing door te voeren, moet de AOT er weten in hoeveel tijd de investeringskosten worden terugverdiend. Met deze achtergrond kwam ik op de opleiding Natuurwetenschappen en Innovatiemanagement, waar ik inderdaad te horen kreeg dat ik iemand was die de praktijk kan regisseren. Ik kreeg als reflectie dat ik mijn gammakant moest ontwikkelen omdat ik meer in producten dan in processen dacht. Ondanks dat kon ik wel zonder vertraging aan mijn master thesis beginnen. Via Maryse Chappin ben ik bij het Kenniscentrum Papier en Karton gekomen, waar ik mij mocht verdiepen in de problemen van samenwerking tussen verschillende industrieën. Deze opdracht evolueerde naar de succes- en faalfactoren van biorefinery. Via deze opdracht heb ik de mogelijkheid gehad veel bedrijven te bezoeken en nieuwe contacten te leggen, waar ik van genoten heb. Tijdens mijn onderzoek heb ik veel ondersteuning gehad van mijn begeleiders, Annita Westenbroek en Maryse Chappin, die ik graag wil bedanken voor hun procesmatige en inhoudelijke begeleiding en voor alle suggesties die ze gedaan hebben. Daarnaast wil ik ook iedereen van het KCPK bedanken die mij op zoveel verschillende manieren heeft ondersteund. En natuurlijk wil ik mijn vriendin noemen die mij steeds ondersteund heeft, waardoor ik tot dit verslag ben gekomen. Zo hoop ik nog eens af te studeren. Ik heb veel aan deze stage gehad, ik heb ook het idee dat ik mij ontwikkeld heb al is het maar omdat Annita mij de laatste tijd meer dan eens een gamma-student noemde. 3

4 Samenvatting Er vinden belangrijke ontwikkelingen plaats in de papier- en kartonindustrie. Door de stijging van energiekosten komt hier steeds meer accent op te liggen, terwijl dit voorheen op arbeidskosten lag. De sector moet reageren omdat anders zelfs het voortbestaan van fabrieken in het geding is. Op verschillende manieren anticipeert de sector via het programma Energietransitie Papierketen. Dit programma heeft als doel het bereiken van 50% energiebesparing binnen de NL PKI in 2020 (t.o.v. 2004). Een onderdeel van dit programma is biorefinery. Hieronder wordt verstaan: Het efficiënter en vollediger benutten van biobased grondstoffen en reststromen. Biorefinery zorgt voor vermindering van grondstofgebruik en grondstofafhankelijkheid waardoor reductie van niet duurzame stoffen, reductie van vervuilende emissies en afvalreductie gerealiseerd wordt. Hierbij worden besparingen gegenereerd door vermindering van inkoopkosten, vermindering van kosten van inkoop-, productie- en afvalmanagement en door het genereren van extra waarde van reststromen. Deze aanpak draagt bij aan de 50% energiebesparing doordat elders grondstoffen vrijkomen die voor energiedoeleinden gebruikt kunnen worden. Uit dit onderzoek blijkt echter dan wat in de NL PKI wordt verstaan onder biorefinery in de theoretische literatuur omschreven wordt als industriële symbiose. Industriële symbiose wordt gedefinieerd als: Industriële symbiose koppelt traditioneel gescheiden industrieën tot een gezamenlijke benadering waarbij concurrentievoordeel wordt beoogd door fysieke uitwisseling van materialen, energie, water en/of reststromen. De sleutels tot industriële symbiose zijn samenwerkingsverbanden en de synergetische mogelijkheden die bepaald worden door geografische nabijheid. Het onderzoek creëert een kader van factoren waaraan biorefinery onderhevig kan zijn. Met het uiteenzetten en toetsen van dit kader van factoren in de praktijk, kunnen toekomstige projecten beter beoordeeld en uitgevoerd worden. Dit is gebeurd via een literatuurstudie waarbij belemmerende factoren geïnventariseerd zijn. Deze factoren zijn voor biorefinery in het algemeen voorgelegd aan de NL PKI en ze zijn getoetst aan twee actuele cases uit de NL PKI. De ene onderzochte case was de mogelijkheid van gras- en loofraffinage als vervangende vezelgrondstof voor de papier- en kartonindustrie, de andere was de mogelijkheid tot herinzet van vezelhoudende reststromen van fabrieken van hoogwaardige type papier bij laagwaardigere tye papier- of kartonfabrieken. Hierbij is een beschrijvende analyse op basis van bijgewoonde bijeenkomsten, interviews en enquetes gemaakt, waarbij de perceptie op belemmeringen van de actoren centraal staat. De gevonden factoren zijn samengevat in een vijftal domeinen: het technische-, politieke-, financiele, samenwerkings- en organisatiedomein. Hierbij heeft het technische domein invloed op de mogelijkheid om biorefinery toe te passen. Fysische, chemische en locatie-eigenschappen moeten met of zonder bewerkingsstappen zodanig aansluiten bij de vereiste kwaliteitseisen dat verwerking mogelijk is. Daarnaast zal een nieuwe stofstroom er altijd voor zorgen dat installaties nodig zijn die compatibel moeten zijn met de huidige installatie. Is dit niet het geval dan zal adoptie voor belemmering zorgen. Het politieke domein is van invloed via wet- en regelgeving en overheidsondersteuning. Wet- en regelgeving kan bepalend zijn voor de mogelijkheden maar kan ook voor belemmeringen zorgen doordat noodzakelijke vergunningen tijdrovend en complex zijn. De overheid heeft ook invloed via stimuleringsregelingen (met subsidies, heffingen e.d.) waarmee getracht wordt de door hen gewenste processen te stimuleren. Het kan echter ook negatieve gevolgen hebben omdat de industrie afhankelijk wordt of omdat oneerlijke concurrentie ontstaat. Het financiële domein bestaat uit drie factoren: het voordeel dat behaald moet worden t.o.v. de uitgangssituatie, de risico s waarmee een investering wordt gepleegd en de beschikbare middelen. 4

5 De financiële risico s die te onderscheiden zijn, zijn onduidelijke trends van marktprijzen en/of veranderende marktvraag en/of het risico van concurrentie doordat het concept gekopieerd kan worden. De financiële middelen zijn van invloed omdat, ondanks voldoende winstgevendheid, een organisatie over de benodigde investeringsruimte moet beschikken om biorefinery uit te voeren. Het samenwerkingsdomein is van invloed op biorefinery via de beschikbaarheid van informatie en de manier waarop de partners effectief kennis kunnen uitwisselen. Kennisuitwisseling kan niet effectief verlopen als men elkaars problemen niet begrijpt of doordat men vast zit in bestaande systemen en externe partners nodig heeft om deze te doorbreken. Tot slot is het organisatiedomein van invloed doordat de inventie moet passen bij de aanwezige kennis en installaties. Daarnaast is de verwachting van de organisatie bepalend voor de inzet en daarmee van invloed op de succeskans van biorefinery. De factoren uit de domeinen zijn naar meetbare indicatoren vertaald en getest op de biorefinery-cases. Hierbij is gebleken dat het gras- en loofraffinageproject voornamelijk belemmeringen ervaart met de overheidsondersteuning en ook met onduidelijkheid van het te behalen financieel voordeel. Bij de natte vezelhoudende reststromen wordt de wet- en regelgeving als een zeer belemmerende factor aangegeven. Het belang van deze factoren wordt ondersteund door de resultaten van de algemene enquête onder de papiermakers. Als grote belemmering werd door hen ook de beschikbaarheid van financiële middelen aangegeven. De aanbevelingen op basis van dit onderzoek zijn: - Het is aan te bevelen om het innovatieprogramma biorefinery van de Nederlandse papier- en kartonindustrie te hernoemen tot industriële symbiose. Dit is nodig om meer overeenkomst tussen inhoud en verwachtingen te creëren. Dit is des temeer van belang omdat samenwerking met nieuwe industrieën wordt beoogd die geen inzicht hebben in de papieren kartonindustrie; daardoor is de naam van groter belang bij de beslissing tot deelname. - Het is aan te bevelen om bij het begin van ieder project langer stil te staan bij de hiervoor genoemde factoren om daarmee inzicht te krijgen in mogelijke belemmeringen die bepalend zijn. Een meer uitvoerige uiteenzetting van potentiële belemmeringen zorgt voor een betere prioriteitsbepaling waarmee de effectiviteit van onderzoek verhoogd kan worden. - Het is aan te bevelen om in een vroeg stadium contact op te nemen met het bevoegde gezag om ideeën uit te wisselen, zodat bestaande regelgeving optimaal benut kan worden of in een vroeg stadium aangepast kan worden. Daarbij zorgt vroegtijdig inzicht voor de mogelijkheid om aanpassingen te maken waarmee regelgeving mogelijk omzeild kan worden. - Het is aan te bevelen dat de overheid als belangrijke taak op zich neemt om inzicht te bieden in de kansen die liggen bij reststromen uit de verschillende industrieën. Van oudsher hebben producten de aandacht gekregen en werden reststromen gezien als afvalstromen. Momenteel laten deze reststromen, vanwege stijgende afzetkosten en slinkende marges een toegenomen potentie zien. Aangezien op dit moment inzicht in wederzijdse mogelijkheden ontbreekt lijkt voor de overheid, als overkoepelend orgaan, hier dan ook de taak om de ideologie uit te dragen en overzichten van industrie gerelateerde reststromen te bieden. Biorefinery wordt, ondanks zeer positieve economische vooruitzichten, nagenoeg niet in de praktijk toegepast. Het lijkt dan ook dat hier veel mogelijkheden liggen en dat aandacht voor de kansen zoals door de Nederlandse papier- en kartonindustrie gegeven worden op zijn plaats is. 5

6 Inhoudsopgave VOORWOORD... 3 SAMENVATTING... 4 INHOUDSOPGAVE INLEIDING DE ENERGIETRANSITIE PAPIERKETEN BIOREFINERY INLEIDING OP HET ONDERZOEK ONDERZOEKSDOEL...11 Doelstelling Centrale onderzoeksvraag...12 Beoogd resultaat LEESWIJZER THEORIE HET BIOREFINERY PROCES LITERATUURSTUDIE: VERGELIJKEBARE BIOREFINERY-PROJECTEN SUCCES- EN FAALFACTOREN VAN BIOREFINERY CASE SELECTIE SELECTIE CASE INTRODUCTIES Gras- en loofbioraffinage...31 Vezelhoudende reststoffen als grondstof METHODOLOGIE OPERATIONALISATIE...33 Technische domein Politieke domein Financiële domein...36 Samenwerkingsdomein Organisatie domein DATAVERZAMELING...39 Algemene biorefinery belemmeringen Gras- en loofraffinage Vezelhoudende reststromen als grondstof ANALYSE RESULTAAT BELEMMERINGEN GEZIEN DOOR DE NL PKI RESULTATEN VAN HET GRAS- EN LOOF BIORAFFINAGE PROJECT TECHNISCHE DOMEIN POLITIEKE DOMEIN FINANCIËLE DOMEIN SAMENWERKINGSDOMEIN ORGANISATIE DOMEIN SAMENVATTING RESULTATEN VEZELHOUDENDE RESTSTROMEN ALS GRONDSTOF TECHNISCHE DOMEIN POLITIEKE DOMEIN FINANCIËLE DOMEIN SAMENWERKINGSDOMEIN ORGANISATIE DOMEIN SAMENVATTING... 64

7 8. DISCUSSIE CONCLUSIE AANBEVELINGEN LITERATUUR BIJLAGEN BIJLAGE I; BIJGEWOONDE BIJEENKOMSTEN BIJLAGE II; ENQUETE PAPIERMAKERS BIJLAGE III; VRAGENLIJST INTERVIEW GRAS- EN LOOFRAFFINAGE BIJLAGE IV; UITKOMSTEN ENQUÊTE BIJLAGE V; RESTSTROMEN UIT DE NL PKI BIJLAGE VI; UITWERKING WORKSHOP RESTSTROMEN

8 1. Inleiding 1.1. De energietransitie papierketen Door de globalisering van markten opereren bedrijven steeds meer internationaal. Hierdoor wordt de onderlinge concurrentie groter doordat verschillende organisaties, die voorheen gescheiden werden door geografische barrières, nu dezelfde markten kunnen bedienen. Veel industrieën zijn er daarom van overtuigd dat zij haar producten en processen moeten optimaliseren om te kunnen overleven. Deze globalisering is ook te merken in de Nederlandse papier- en kartonindustrie, die hierdoor (min of meer) onder druk staat. Dit blijkt o.a. uit de sluiting van twee bedrijven in de tweede helft van 2006, waarmee het aantal papier- en kartonfabrieken in Nederland op 25 kwam. Naast overproductie en globalisering zijn vooral de stijgende energieprijzen voor een energie-intensieve sector als de papier- en kartonindustrie een zwaarwegende kostenpost. De Koninklijke Vereniging Nederlandse Papier- en Kartonfabrieken (verder VNP) voorspelde in 2004 dat in 2006 de energiekosten voor het eerst in de geschiedenis hoger zouden zijn dan de arbeidskosten, wat een juiste voorspelling is gebleken. Op deze veranderingen moest de sector reageren door te optimaliseren op een grootse wijze; de aandacht kon niet langer voornamelijk uitgaan naar energie-efficiëntie maar ook naar verbetering van milieuaspecten en nieuwe technologieën. Dit is dan ook datzelfde jaar gedaan met de start van het programma energietransitie papierketen (VNP, 2005; VNP 2006c). Met de energietransitie papierketen wil de Nederlandse Papier- en kartonindustrie (verder NL PKI) een energiebesparing van 50% bereiken in 2020 t.o.v Een transitie is, in tegenstelling tot de meeste veranderingen in maatschappelijke systemen, een ingrijpende verandering van de structuur (SenterNovem, 2007). Hierbij wordt voor een fundamenteel nieuwe aanpak gekozen en de traditionele denkkaders worden ter discussie gesteld (Rogers, 2003). Om dit te bewerkstelligen is een innovatieproces nodig welke aangeduid staat als lastig. Het toepassen is moeilijk, omdat het te maken heeft met verandering en organisaties veranderen nu eenmaal niet makkelijk (Van de Ven et. al., 1999). Innovatie zorgt altijd voor uitdagingen met de huidige organisatiestructuur en is meestal niet in lijn met de bedrijfsgeschiedenis, maar noodzakelijk om levensvatbaar te blijven (Tushman, 2004, p 529). De invulling van het innovatieprogramma energietransitie papierketen is vormgegeven door de Strategische Innovatie Agenda, die uit vijf innovatieprogramma s bestaat: - Energy Management 2006, - Energy Neutral Paper, - Supply Chain of the Future, - Biorefinery - Without Water (VNP,2006b). Dit onderzoek zal zich richten op het innovatieprogramma Biorefinery. Om een eerste indruk te krijgen van de Nederlandse Papier- en kartonindustrie worden hieronder de kerngetallen van die industrie gegeven van het jaar

9 Box 1; Kengetallen NL PKI voor 2006 (VNP, 2006d) De Nederlandse papier- en kartonindustrie kent in totaal 25 productielocaties die direct werk bieden aan werknemers. Samen zijn de papierfabrieken goed voor een productie van 3,37 miljoen ton papier en karton, wat goed is voor 3,4% van de totale productie in Europa. 73% van het in Nederland geproduceerde papier of karton wordt naar het buitenland geëxporteerd. De Nederlandse papier- en kartonindustrie genereren een omzet van 2,0 miljard euro dat 2.7% van de totale omzet in Europa is. Nederlandse papier en kartonindustrie is sterk op het gebied van vezelrecycling, dit blijkt uit het productie/omzet-verschil. Dit blijkt ook uit de sterke vertegenwoordiging van laagwaardige kwaliteit papier- en kartonfabrieken in Nederland. De Nederlandse papier- en kartonindustrie is, gemeten naar productiehoeveelheden, het sterkst vertegenwoordigd door verpakkingspapieren met 54%, gevolgd door de grafische papieren met 43% en de huishoudelijke en sanitaire papieren met 3%. 68% van de Nederlandse fabrieken is eigendom van internationale organisaties Biorefinery Binnen de NL PKI wordt onder biorefinery verstaan: Het efficiënter en vollediger benutten van biobased grondstoffen en reststromen (Westenbroek, 2007). Binnen het programma wordt door samenwerking tussen betrokken papier- en kartonfabrieken en door samenwerking met andere biobased industrieën getracht een efficiëntere exploitatie van grondstoffen en reststromen te creëren. Het doel is een grotere range van producten te maken met gebruikmaking van de huidige infrastructuur. Meer en/of hoogwaardigere eindproducten dienen gerealiseerd te worden door aanvulling met restproducten uit andere industrietakken (Westenbroek, 2007). Het ministerie van LNV (landbouw, natuur en voedsel) ziet biorefinery als het creëren van bruggen tussen de chemische en voedsel- en agro-industrie. Hierbij is biorefinery een mechanisme om tot een duurzame economie te komen (Olde Monnikhof, 2007). Biorefinery draagt bij aan een duurzame economie door zowel het uitsparen van grondstoffen als het reduceren van afvalstromen. Binnen het innovatieprogramma biorefinery worden vier onderdelen onderscheiden (VNP, 2006c). - benutten van eigen reststromen - benutten van elkaars reststromen - uitwisselen van reststromen met andere industrieën - energie uit reststromen Deze onderdelen grijpen aan op verschillende gebieden, die opgesplitst kunnen worden in drie groepen: - een groep gericht op de eigen organisatie (micro) - een groep gericht op de sector en/of clusters (meso) - een groep gericht op het nationale niveau (macro). Korte toelichting op onderdelen en gebieden van biorefinery Benutten van eigen reststromen (micro) Met meer aandacht voor de verliezen op het eigen terrein, kunnen processen verbeterd worden. Hierdoor kunnen reststromen voorkomen of beter ingezet worden. Zo kan in sommige gevallen primair slib intern opnieuw gebruikt worden als grondstof. Benutten van elkaars reststromen (meso) Binnen de papier- en kartonindustrie bestaat een rangorde van kwaliteit: van glossy papier tot massief karton. Afval uit de hoogwaardige papierfabrieken kan mogelijk als grondstof gebruikt worden bij de laagwaardige papier- of kartonfabrieken. Uitwisseling van reststromen met andere industrieën (macro) 9

10 Alle industrieën proberen stromen zo efficiënt en zo gunstig mogelijk af te zetten. Het ontbreekt echter te vaak aan kennis van de mogelijkheden van de verschillende industrieën. Mogelijk kunnen er meer hoogwaardige eindproducten worden gecreëerd door combinaties van verschillende industrieën. Vezelreststoffen uit agro-industrie, zoals grasvezels of suikerbietenloof, kunnen voor de papier- en kartonindustrie een nieuwe vezelbron zijn. Energie uit reststromen (meso) Sommige reststromen kunnen worden verbrand, vergist of vergast met energie- en/of warmtewinning. De vrijkomende elektrische- en/of warmte-energie kan daarna opnieuw ingezet worden in het proces of nuttig afgezet worden. Ter illustratie van dit concept is het figuur Biorefinery (Figuur 1) opgesteld. Het is gebaseerd op de visie van de Taskforce Biorefinery van de European Forest-Based Sector Technology Platform (FTP, 2007). Het laat globaal zien waar de reststromen vandaan komen en hoe deze verwerkt worden binnen de biorefinery. Pulp and Paper Industry Recycling Waste Handling Industry Forest-based raw material Forestry residues Pulping Processing residues Biorefinery processes Paper production Fibers Plastics & composites Chemicals Electricity Heat Solid fuels Liquid fuels Current products (Former) Fossil Based Industry Chemical Industry Energy / Fuel Industry Plant-based raw material Agricultural residues Processing residues Plant Based Industries Processing Current products Waste Handling Industry Figuur 1; Biorefinery Het schema laat zien dat er verschillende reststromen ontstaan uit de huidige pulp- en papierindustrie 1 en uit de plantenindustrie (agro-industrie). Aanvullingen van afvalverwerkende industrie kunnen bijdragen aan de biorefinery. Binnen biorefinery zullen processen plaatsvinden waarmee de reststromen worden verwerkt tot hoogwaardige (nieuwe) eindproducten zoals vezels, bioplastics, chemicaliën, elektriciteit, warmte of biobrandstoffen. Deze producten kunnen dan in de afkomstige industrieën ingezet worden of als vervanging dienen voor fossiele grondstoffen. 1 Papier- en kartonindustrie is een typisch Nederlandse benaming voor de industrie; internationaal wordt de industrie aangeduid met pulp- en papierindustrie. Deze benaming voegt het deel pulp (het verkrijgen van vezels uit gewassen) toe en binnen deze benaming is karton een type papier. 10

11 1.3. Inleiding op het onderzoek Het is niet voor het eerst dat de NL PKI aandacht besteed aan milieu en reststromen. Een opzet hieraan is gegeven door het milieuconvenant van de papier- en kartonindustrie (VNP, 2004). Dit convenant is op 8 maart 1996 gestart toen alle papier- en kartonfabrieken in Nederland een intentieverklaring ondertekend hebben. Dit heeft als gevolg dat de fabrieken elk een bedrijfsmilieuplan hebben opgesteld en ze jaarlijks een milieujaarverslag presenteren waarin de resultaten van hun inspanningen worden vastgelegd. De sector als geheel rapporteert deze resultaten jaarlijks aan de minister van VROM. Op deze manier is al veel aandacht besteed aan de papierproductie gerelateerde reststromen en het milieu. Zo worden bijvoorbeeld grove reject (coarse rejects; toelichting zie Bijlage V; Reststromen uit de NL PKI) nu nuttiger toegepast. Waar in 1996 slecht 15% gebruikt werd voor energieproductie of in een nuttige toepassing, was dit in 2004 naar ongeveer 90% energieproductie of nuttige toepassing gestegen (Duurzaam ondernemen, 2004). Ondanks dat veel reststromen nu bij nuttigere toepassingen gebruikt worden, zijn verbeteringen nog steeds mogelijk omdat de reststromen nog steeds te vaak een negatieve waarde hebben. Met biorefinery wordt getracht een impuls aan de ontwikkeling te geven, door de problematiek met een nieuwe geïntegreerde aanpak te benaderen. Nieuw aan dit voorstel is dat reststromen, die momenteel te weinig worden gezien als potentiële grondstoffen, ketenbreed worden benaderd en bediscussierd binnen de sector. Hierbij wordt samenwerking binnen de sector (tussen o.a. concurrenten) op het gebied van betere benutting van grondstoffen beoogd. Dit is in het perspectief van het verleden niet vanzelfsprekend. Om de kans op succes te vergroten is onderzoek noodzakelijk aangezien inzicht in de nieuwe bijbehorende problematiek grotendeels ontbreekt (KCPK, 2007). Het is nu zo dat reststromen voornamelijk afgevoerd worden voor stort of voor verbranding bij AVI's. Hierbij wordt alleen elektriciteit verkregen met een rendement van maximaal 25%. Wanneer de reststromen opnieuw als grondstof worden ingezet blijven de vezels beschikbaar in de vezelkringloop. Om dit mogelijk te maken moet er o.a. - kennis vanuit verschillende sectoren (pulp, papier en agro) gekoppeld en geïntegreerd worden; - ondersteuning komen bij het besluitvormingsproces van papierfabrieken en gerelateerde organisaties; - gestart worden met projecten om kansen voor de papierindustrie te onderzoeken m.b.t. tot alternatieve grondstoffen en hergebruik van reststromen. (KCPK, 2007) Kortom: er worden kansen gezien, het probleem is hoe deze kansen te benutten. Inzicht in bijbehorende problematiek ontbreekt. Mijn onderzoek tracht een bijdrage te leveren door succes- en faalfactoren voor biorefinery in kaart te brengen. Wanneer de belemmerende factoren namelijk duidelijk zijn kan hierop gestuurd worden waardoor de kans voor succes vergroot worden Onderzoeksdoel Doelstelling Dit verslag heeft als doel inzicht te bieden in de belemmeringen waaraan biorefinery in de NL PKI onderhevig is en wel door de perceptie van actoren te identificeren. Hierbij is dit onderzoek gericht op de volgende onderdelen van biorefinery: - de uitwisseling binnen de sector: o benutten van elkaars reststromen - buiten de sector; o uitwisseling van reststromen met andere industrieën. 11

12 Centrale onderzoeksvraag Wat zijn de huidige factoren die belemmerd werken voor biorefinery bij de Nederlandse Papier- en Karton Industrie? Deelvragen 1. Welke factoren, verkregen met literatuurstudie kunnen belemmerend zijn voor de biorefinery? 2. Welke factoren zijn bij biorefinery-cases voor de Nederlandse papier- en karton industrie belemmerend? Beoogd resultaat Het onderzoek creëert een kader van belemmerende factoren waaraan biorefinery onderhevig kan zijn. Met het uiteenzetten en toetsen van dit kader in de praktijk, kunnen toekomstige projecten beter beoordeeld en uitgevoerd worden Leeswijzer Figuur 2 geeft een schematische weergaven van het onderzoek en dit is tevens de opbouw van dit verslag. Het eerste hoofdstuk geeft het algemeen kader waarbinnen het onderzoek heeft plaatgevonden. De hoofdstukken 2 tot en met 4 bevatten het theoretische kader van het onderzoek waarmee antwoord wordt gegeven op de eerste onderzoeksdeelvraag. In hoofdstuk 5 tot en met 7 worden de resultaten en analyse gepresenteerd waarmee antwoord gegeven wordt op de tweede onderzoeksdeelvraag. In hoofdstuk 8 en 9 worden de gevonden resultaten bediscussieerd en conclusies getrokken. H1 H2-4 H5-7 H8-9 Probleem Theorie Toetsing Resultaten en aan praktijk conclusies Onderzoeksvraag Model met verwachting Case studies Figuur 2; Schematische weergave van het onderzoek 12

13 2. Theorie Het theoriegedeelte is in drie delen opgesplitst. Eerst zal een kader geschetst worden waarbinnen biorefinery geplaatst kan worden. Daarna zullen de gegevens uit een binnen dit kader uitgevoerde literatuurstudie gepresenteerd worden naar vergelijkbare biorefinery projecten. Op deze manier wordt zicht verkregen op mogelijke succes- en faalfactoren. Als derde zullen de gevonden succes- en faalfactoren toegelicht en aangevuld worden met innovatieliteratuur waarmee een breed kader wordt verkregen met belemmerende factoren bij biorefinery Het biorefinery proces Biorefinery draagt voor de NL PKI bij aan de doelstelling om 50% energiebesparing te realiseren. Middels intensiever gebruik van grondstoffen wordt bereikt dat energie elders vrijkomt en ingezet kan worden. In het geval dat vezelbronnen die momenteel geen utilisatie hebben, ingezet worden als alternatieve grondstof voor hout, heeft dit als gevolg dat er hout uitgespaard wordt. Dit bespaarde hout kan dan bijvoorbeeld als brandstof ingezet worden, waarmee gebruik van fossiele brandstof verminderd wordt zonder dat er extra milieudruk wordt toegevoegd. In de theorie worden de voordelen van biorefinery aangeduid als: Vermindering van grondstofgebruik en grondstofafhankelijkheid waardoor reductie van gebruik van niet duurzame stoffen, vervuilende emissies en afval gerealiseerd wordt. Vermindering van de kosten van input-, productie- en afvalmanagement en het genereren van extra inkomen door toegevoegde waarde van rest- en afvalstromen. Verbetering van relaties met externe partijen en het ontwikkeling van nieuwe producten en markten. Genereren van meer banen en creëren van een meer veilige en schone werk- en natuuromgeving. (Mirata, 2004) Aan reststromen wordt minder aandacht besteedt dan aan ander materiaal, terwijl het vaak slechts een kwestie van definitie is of het betreffende materiaal afval is of niet (Malcolm, 2002). Reststromen kunnen ook (of moeten misschien wel) gezien worden als grondstoffen op de verkeerde plaats. Veel reststromen hebben namelijk de potentie om opnieuw ingezet te worden (Liu et. al., 2004). Dit voordeel is het grootst wanneer de gebruiker van een reststroom dichtbij het ontstaan van de reststroom gevestigd is, omdat dan contact en transport makkelijker is. Het is dan ook verbazingwekkend dat de voordelen die behaald kunnen worden met agglomeratie van bronuitwisseling bij industrieparken niet worden genoemd in de huidige literatuur als voordeel (Chertow, 1998). Momenteel worden de voordelen van industrieparken beschreven als: zij realiseren een stijging in publieke- en private voordelen, technische innovatie, en efficiëntere infrastructuur door topografische concentratie (Chertow, 1998). Om de reststroomverwerking te optimaliseren moeten verschillende organisaties uit zowel de sector als buiten de sector allianties vormen, waarbij kennisgeneratie, -verspreiding en afstemming van vraag en aanbod centraal staan. Deze allianties zullen leiden tot efficiënter gebruik van de grondstoffen waarmee op CO 2 - uitstoot en energie bespaard wordt. Naast dit milieueffect is het misschien wel belangrijker dat hiermee economische voordeel behaald wordt bij het besparen van afzetkosten en grondstofkosten, wat het concurrentievermogen vergroot. Er bestaan verschillende definities voor biorefinery. De definitie van Marian Chertow (2007) m.b.t. industriële symbiose lijkt goed aan te sluiten bij de definitie van de NL PKI. Zij geeft als definitie: Industriële symbiose koppelt traditioneel gescheiden industrieën tot een gezamenlijke benadering waarbij concurrentievoordeel wordt beoogd door fysieke uitwisseling van materialen, energie, water en/of reststromen. De sleutels tot industriële symbiose zijn samenwerkingsverbanden en de synergetische mogelijkheden die bepaald worden door geografische nabijheid. 13

14 Hierbij worden drie opties van industriële symbiose aangegeven, (i) reststromen hergebruik (uitwisseling tussen verschillende organisaties als vervanging van commerciële producten of grondstoffen), (ii) gezamenlijk gebruik van utiliteiten/infrastructuur (zoals energie, water en afvalwater) (iii) gezamenlijke voorzieningen (zoals brandweer, beveiliging, publiek transport). Zoals al eerder aangegeven wordt binnen de NL PKI onder biorefinery verstaan: Het efficiënter en vollediger benutten van biobased grondstoffen en reststromen. Waarbij de term breder wordt opgevat dan de naam doet vermoeden. Biorefinery (letterlijk vertaald bioraffinage) lijkt te suggereren dat de focus alleen ligt op het raffineren van bio(grond)stoffen in kleine maar hoogwaardigere fracties. Biorefinery omvat bij de NL PKI echter ook bioterugwinning en biocascade (KCPK, 2007b). Bij bioterugwinning ligt de aandacht op het terugwinnen en hergebruiken van verliezen binnen de organisatie. Bij biocascade wordt getracht de kwaliteit van stofstromen stapsgewijs zo hoogwaardig mogelijk te benutten binnen de organisatie en mogelijk zelfs buiten de keten. Figuur 3 geeft het begrip biorefinery weer zoals het in dit verslag gebruikt wordt. Bioterugwinning Papierfabriek 2 e Verwerking Bioraffinage Biocascade Figuur 3; Het begrip biorefinery in dit verslag Het innovatieprogramma biorefinery van de NL PKI richt zich dus vooral op reststroom-hergebruik, van de drie opties van industriële symbiose die door Chertow werden onderscheiden. Biorefinery voor de NL PKI kan daarmee volgens haar definitie uitgebreid worden met utiliteitsdeling en verzorging van gezamenlijke diensten. Naar mijn idee zijn bij deze twee opties het belang van geografische nabijheid belangrijker dan bij reststroom-hergebruik. Het lijkt mij dan ook dat dit niet overkoepelend door een brancheorganisatie geïnitieerd kan worden, en het is daarom een goede keuze van de NL PKI om zich te beperken tot alleen deze vorm van stroomuitwisseling. Naast industriële symbiose en biorefinery wordt afstemming van collectieve (grondstof)optimalisatie, gebaseerd op reststromen en voorzieninguitwisseling tussen verschillend gelokaliseerde faciliteiten/bedrijven, op nog meer verschillende manieren in de literatuur aangeduid. De volgende termen kunnen in artikelen gevonden worden en kunnen ook als zoektermen worden gebruikt: - industrial symbiosis industriële symbiose; - industrial ecosystems industriële ecosystemen; - eco-industrial parks eco-industriële parken; - islands of sustainability eilanden van duurzaamheid; - industrial recycling networks industriële netwerken van hergebruik; - by-product-synergies bijproducten synergie; - greening supply chains groene grondstofketens; - greenfield sites plaatsen van duurzaamheid - eco-industrial development eco-industriële ontwikkelingen 14

15 Sommige termen lijken veel op elkaar maar hebben toch een (iets) andere betekenis. De verschillen zijn terug te voeren op accentverschillen in denkbeeld, ontwikkeling en daadwerkelijke uitwisseling. In Box 2 staan drie vergelijkbare termen beschreven met een verschillende betekenis. Box 2: Toelichting betekenis industriële ecologie, - symbiose en eco-industriële parken Industriële ecologie De leer, visie waarbij concurrentievoordeel wordt behaald door fysieke uitwisseling van stromen en/of bronnen (Roberts, 2004). Industriële symbiose Eco-industriële park De daadwerkelijke aansluiting van verschillende stromen van verschillende organisaties op elkaar; de uitvoering van industriële ecologie (Roberts, 2004). Industrieterrein waarbij industriële ecologie centraal staat en waar industriële symbiose wordt uitgevoerd (Roberts, 2004). Wanneer de definitie van biorefinery door de NL PKI breder dan industriële ecologie geïnterpreteerd wordt, kan beter gesproken worden van integraal ketenbeheer, wat gedefinieerd kan worden met de beschrijving uit Box 3. Box 3: Omschrijving intergraal ketenbeheer Integraal ketenbeheer kan worden omschreven als het economisch, milieutechnisch en maatschappelijk verantwoord beheren van stofkringlopen in de keten van grondstofproductie-consumptie-afvalverwijdering. In concreto gaat het om de vermindering van het gebruik, het voorkomen van de verspreiding en het zo veel mogelijk in de kringloop houden van de materie. Vaak is de praktijk dat een individueel bedrijf andere partijen in de productieketen beïnvloedt door het stellen van eisen. Dit kan stroomopwaarts; naar een leverancier van grondstoffen of (half)fabrikaten of stroomafwaarts naar een afnemer van het product. Vooral in de ketens waarin de primaire grondstoffen niet-hernieuwbaar (aardolie, aardgas, ijzererts, e.d.) zijn, wordt steeds meer aandacht besteed aan ketenbeheer. (Wijnker en Doorakkers, 1998) Deze termen zijn afkomstig uit wetenschappelijke artikelen van verschillende tijdschriften. Er zijn veel wetenschappelijke tijdschriften, met allemaal net een andere benadering, die op dit onderwerp ingaan. Het belangrijkste tijdschrift is Journal of Industrial Ecology. Daarnaast betreft het de volgende wetenschappelijke tijdschriften: - Journal of Cleaner Production - Business Strategy and the Environment - Journal of Resources, Conservation and Recycling - Local Economy - Technovation - Environmental Science and Technology - Journal of Environmental Planning and Management - Journal of Ecological Economics Wanneer de beoogde doelstelling van de NL PKI met biorefinery vergeleken wordt met de theoretische definitie van industriële symbiose, valt op dat deze overeenkomen. Het lijkt dan ook dat de naam biorefinery verkeerd gekozen is. De term zou beter veranderd kunnen worden in industriële ecologie, waarbij de ideologie van ecologie centraal staat en waarbij industriële symbiose wordt beoogd door biorefinery, bioterugwinning en/of biocascade. In dit document zal bij het theoriegedeelte toch gesproken worden van biorefinery, al wordt deze term niet gebruikt in de literatuur. Dit omdat dit onderzoek binnen het innovatieprogramma biorefinery valt en het voor de leesbaarheid beter is om gebruik te maken van één term; wel wordt de inhoud van de definitie van Chertow aangehouden. 15

16 In de volgende paragraaf staan de mogelijke succes/faalfactoren die verkregen zijn via literatuuronderzoek van verschillende biorefinery-projecten. 16

17 2.2. Literatuurstudie: vergelijkebare biorefinery-projecten In deze paragraaf worden vergelijkbare projecten met het biorefinery programma besproken. Hierbij wordt gekeken welke belemmering aanwezig waren. A. Kalundborg, Denmark, het eerste eco-industrieel park en haar gevolgen Het concept van industriële symbiose, gelijk aan biorefinery, is in 1989 ontstaan. Doordat een project in de Deense industriestad Kalundborg werd beschreven in de literatuur; daarmee werd biorefinery als het ware ontdekt. Box 4: Uitwisseling van reststromen in Kalundborg Biorefinery in Kalundborg: - de raffinaderij voorziet de gipsfabriek van surplusgas; - de ontzwavelingsinstallatie van de raffinaderij produceert zwavel die als grondstof in de zwavelzuurfabriek wordt gebruikt; - de elektriciteitscentrale voorziet de stad van stroom voor het districtsverwarmingssysteem; - in plaats van kolen gebruikt de elektriciteitscentrale surplusgas van de raffinaderij; - het warme koelwater van de elektriciteitscentrale wordt gedeeltelijk verstrekt aan een viskwekerij; - een cementfabriek gebruikt de ontzwavelde reststoffen (vliegas) van de elektriciteitscentrale; - slib van de biotechnologische onderneming wordt gebruikt als kunstmest door boerderijen in de omgeving; - het surplusgist van het biotechnologische bedrijf gaat naar de boeren als varkensvoer. Desrochers en Sautet, 2004 Kalundborg heeft sinds het einde van de jaren zestig in een klein aantal ondernemingen vele mogelijkheden toegepast om energie- en materiaalstromen te integreren. De drijfveer was economisch voordeel, waarbij via samenwerking de productiekosten gereduceerd konden worden. De samenwerking ontstond tijdens informele contacten in het sociale leven van deze kleine gemeenschap (VNCI, 2007). Figuur 4; Industriële symbiose van Kalundborg, Denemarken (Chertow, 2007) Enkele gevolgen van Kalundborg Vergelijkbaar met Kalundborg zijn wereldwijd verschillende projecten opgestart om biorefineryeffecten te behalen. Het artikel van Chertow (2007) geeft een duidelijk overzicht van de definities in het gebied, daarnaast geeft het een overzicht van de huidige literatuur. Chertow stelt, op basis van onderzoek aan vijftien zogenoemde eco-industriële parken, dat veel belemmeringen voor biorefinery bekend en gedetailleerd beschreven zijn. Naast de gewone problemen van bedrijfsontwikkeling zijn het belemmeringen op het gebied van operationeel-, financieel- en sociaal terrein. Deze belemmeringen worden versterkt door inter-organisatorische samenwerking. 17

18 Illustratief hiervoor is een deel van een toespraak van Gibbs die in het artikel van Chertow (2007) opgenomen staat: 18 Eerst zijn er technische belemmeringen, waardoor locale industrieën niet de potentie hebben voor een fit. Ten tweede zie je de informatiebelemmeringen die het moeilijk maken nieuwe gebruikers van afvalproducten te vinden, doordat er weinig of slechte informatie beschikbaar is t.a.v. potentiële markten of afzet. Ten derde heb je de economische belemmeringen; doordat markten onbekend zijn, en daardoor als risicovol worden beoordeeld, wordt de stimulans om reststromen te gebruiken als grondstof weggenomen. Ten vierde, de politieke belemmeringen, die voorkomen/beletten dat industrieën of industriële processen verbonden worden. Ten slotte, zijn er de persoonlijke belemmeringen van de organisaties, publieke bureaus en andere relevante lokale actoren die gemotiveerd moeten zijn om mee te werken aan het proces (presentatie Gibbs et.al. 2002) Vanuit deze insteek onderzocht hij de parken en constateerde dat er in 2002 vijf biorefinery-parken in functie zijn, dat er drie zijn mislukt en dat er nog zeven in ontwikkeling zijn. In 2006 onderzocht hij dezelfde parken en constateerde dat geen van de projecten trouw gebleven was aan de oorspronkelijke visie. Hij geeft hiervoor als verklaring dat verschillende projecten meer gericht waren op publiciteit genereren dan op het vormgeven van visie. Daarnaast geeft hij aan: - dat biorefinery vaak ontstaat als gevolg van beslissingen van onafhankelijke actoren, die zijn gericht op kostenreductie, winstverbetering, bedrijfsgroei en/of milieubewustzijn. - dat het concept moeilijk gestuurd kan worden door overheidsingrijpen (wat bevestigd wordt door Van Altham (2004) met de constatering dat veel regionale reststroom-synergie al plaatsvindt, maar dat dit niet opgevallen is bij de centrale overheid). Als conclusie hoe de overheid biorefinery kan ondersteunen komt Chertow tot een aantal beleidsvoorstellen. Hij stelt een laissez-faire benadering voor, waarbij de overheid zich richt op de coördinatie van drie taken; 1. in kaart brengen van kleine, nog onbekende samenwerkingsverbanden; 2. ondersteunen van kernen bij vormgeving; 3. stimuleren van het ontstaan van kernen met vernieuwende symbiose. Dit heeft tot gevolg dat industrieën zelf actief symbiose moeten zoeken en ontwikkelen. Deze conclusie wordt gedeeld door onderzoek van Schwarz en Steininger; zij schrijven dat de gemeenschap een belangrijke coördinerende functie heeft bij biorefinery, maar dat de acties van de actoren zelf afkomstig moeten zijn (Schwarz and Steininger, 1997). Belemmeringen die door Chertow aangegeven worden voor biorefinery liggen op technisch-, samenwerkings-, economisch-, politiek en persoonlijk vlak. B. Industrial Symbiosis in China, the Guitang Group China heeft 539 suikerraffinaderijen in 21 provincies. De laatste jaren leed deze sector veel economisch verlies. Dit verlies had voornamelijk twee oorzaken. Ten eerste waren de kosten van suikerriet gestegen en ten tweede voldeden veel raffinaderijen niet aan de milieustandaards, waardoor ze boetes moesten betalen. Zo ook de Guitang Group, een staatbedrijf opgericht in Door economische veranderingen moesten ze innoveren. Dit is met het concept groene grondstoffenketen gedaan en met succes. Het concept onderscheidt vier groepen materiaalstromen; - Productengericht: gewenste producten waarop de processen zijn afgestemd. Vertegenwoordigen het grootste gedeelte van de toegevoegde waarde; het product kan een intermediair product zijn of een hulpproduct voor een ander productieproces. - Co-productengericht: onbedoeld geproduceerde producten. Representeren een substantiële waarde,. - Bij-productengericht: onbedoeld geproduceerde producten Hebben een licht positieve waarde, die minder is dan de waarde van de grondstof.

19 - Overige productengericht: afvalstromen (ook emissie naar lucht, grond of water) Worden met kosten afgezet. Doel van de methode was enerzijds het benutten van de volle potentie van co- en bijproducten en anderzijds het verminderen van overige producten. Hierbij werden de overige producten verwerkt tot bij- of coproducten. Een suikerraffinage produceerde, naast het product suiker, twee grote reststromen die door gerelateerde industrieën gebruikt kunnen worden. De reststromen van suikerriet zijn: melasse (suikerhoudende reststroom) en bagasse (vezelhoudende reststroom). De Guitang groep heeft voor de verwerking organisaties in eigen hand genomen en verwerkt de reststromen nu in resp. alcohol- en papierproducten. (Zhu, 2004) Na deze twee organisaties heeft de groep nog meer gerelateerde organisaties in de hand genomen, zoals te zien is in Figuur 5, waarin de stromen, verwerkende fabrieken en reststromen aangegeven worden. Figuur 5; Guitang Groep na suiker raffinage Tegenwoordig is de Guitang Groep de grootste suikerraffinaderij (120,000 ton/j) van China. Daarnaast beheert het een pulp- en papierfabriek (85,000 ton paper/j en ton alkali/j), een alcoholfabriek (10,000 ton/j), een cementfabriek (330,000 ton/j) en een bemestingsfabriek (30,000 ton/j). Ondanks dat al deze sectoren traditioneel als zware vervuilers bekend staan, voldoet de groep aan alle locale en nationale milieueisen. Daarbij hebben ze een relatieve zekerheid op de suikermarkt gecreëerd, ondanks dat deze markt als zeer concurrerend wordt beschreven (Zhu, 2004). De Guitang Group heeft deze innovatieslag hoofdzakelijk kunnen maken door de economische- en milieuprestaties te verbeteren. Dit hebben ze op drie manieren gedaan: - De eerste stap was het aangaan van nauwe banden met de leveranciers om zo te verzekeren dat zij kwalitatief goede grondstoffen verkregen. - De tweede stap was het verbeteren van de suikerkwaliteit, waardoor een betere marktpositie werd veroverd en hogere inkomsten gegenereerd werden. - De derde stap was het vollediger benutten van de co- en bijproducten en residuproducten. De ervaring die zij hebben opgedaan met het efficiënt (her)gebruiken van haar producten zijn beschreven in Zhu (2004). Hierin wordt aangegeven dat de grootste belemmeringen lagen bij informatieverspreiding en communicatie. Doordat de beschikbare informatie voor vrijwel iedereen 19

20 incompleet en niet perfect was, moest veel samenwerking gerealiseerd worden tussen actoren om de informatielacunes te compenseren. Door deze gerichtheid op informatiebeheer en er veel gecommuniceerd werd, hield men de gezamenlijke doelen vast, wat er in belangrijke mate voor zorgde dat implementatie werd doorgezet. De belemmerende factoren voor biorefinery die deze literatuur aangegeven worden zijn communicatie- en coördinatie problemen. Er is veel contact nodig om incomplete en niet perfecte informatie te compenseren en te zorgen voor realisatie. C. Oud papier raffinage in Nederland, De reststoffenregelgeving in Nederland is opgesteld om milieuproblemen en -vervuiling tegen te gaan. Deze regelgeving lijkt hier echter te vaak onvoldoende toe in staat. In sommige gevallen heeft het zelfs een negatief effect. De NL PKI heeft bijvoorbeeld als gevolg van de huidige reststoffenregelgeving niet gekozen voor optimale innovatie, wat zowel voor het milieu beter als financieel voordeliger zou zijn. In navolging van een voorbeeld uit Duitsland heeft men in Nederland een machine aangeschaft die oud-papier kan uitsorteren in vier verschillende fracties. In Duitsland worden de volgende fracties uitgescheiden: - karton; - papier; - plastics; - rest fractie. In Nederland worden minder fracties uitgescheiden dan in het voorbeeld uit Duitsland. Dit heeft geen technische reden, maar een politieke reden. Plastics worden hier namelijk als een afvalstroom gezien, waarmee verwerking middels een afvalverwerkingsbedrijf verplicht is. Hierdoor stijgen de verwerkingskosten. Wanneer de papier- en plasticfracties niet uitgescheiden worden, wordt dit door de overheid gezien als oud papier en gedefinieerd als bijproduct, waarmee het buiten de regelgeving valt. Als plastics echter afzonderlijk als bijproduct opgevat zouden kunnen worden, zou deze fractie als secundaire brandstof of als recyclebaar product verkocht kunnen worden, waarmee milieu- en financiële voordelen behaald zouden kunnen worden. Daarnaast zou ook de papierstroom waardevoller worden. Met deze hogere kwaliteit oud papier en toepassing van de plasticfractie kan meer vers materiaal bespaard worden en wordt zowel grondstof- als afvalreductie gerealiseerd. Beide zouden een positief effect voor het milieu opleveren (Hooimeijer, 2007). Hooimeijer wijt de problemen met regelgeving aan een black-boxview van de overheid op bedrijfsprocessen. Hooimeijer geeft aan dat biorefinery belemmerd kan worden door beperkingen opgelegd door de overheid. D. Industrieel symbiose-netwerk in Landskrona (Zweden) Mirata (2004) schrijft over een biorefineryprogramma in Zweden. Hier werd uitwisseling in de regio van Landskrona bevorderd door een project dat geïnitieerd werd in de lente van 2002 onder de naam Landskrona Industrial Symbiosis Programma (LISP). Door consultatie van onderzoekers, 20 bedrijven en drie publieke organisaties uit de regio werden kansen voor biorefinery geïdentificeerd en geïmplementeerd. De industrie had in de voorgaande 30 jaar al significante milieuverbetering laten zien. De overheid wenste in 2002 dat onderzoek werd verricht naar de verdere kansen voor samenwerking tussen industrieën. Middels een systematische aanpak werd ervoor gezorgd dat de volgende fasen binnen het project werden doorlopen; beoordeling, bewustzijnverhoging en verbondenheid creëren, strategische data verzamelen, dataanalyse en synergiemogelijkheden identificeren en activiteiten voor implementatie ondersteunen. Hieraan werd invulling gegeven door de volgende activiteiten te organiseren; - Sleutelpartijen identificeren die absoluut in het programma opgenomen moesten worden. Deze werden bij een gezamenlijke bijeenkomst geïnformeerd over de doelen, mogelijke voordelen en methodologie van het project. Daarbij werden de partijen geïnformeerd over 20

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Energietransitie Papierketen De ambities binnen Energietransitie Papierketen: Halvering van het energieverbruik per eindproduct in de keten per

Nadere informatie

Multi-Input-Multi-Output Papierfabriek

Multi-Input-Multi-Output Papierfabriek Multi-Input-Multi-Output Papierfabriek Platform Vezelgrondstoffen 12 maart 2013 Michiel Adriaanse sheet 1 w Doelstelling van de Dag - MIMO concept introduceren - Uitwisselen best practices - Inspiratie

Nadere informatie

>> Ats het,qaat am duurzaamheid, innovatie en internationaa! Agentschap NL Minisrerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

>> Ats het,qaat am duurzaamheid, innovatie en internationaa! Agentschap NL Minisrerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Agentschap NL Minisrerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie > Retouradres Postbus 8242, 3503 RE Utrecht Koninklijke VNP t.a.v. G.J. Koopman Kruisweg 761 2132 NE Hoofddorp Croeselaan 15 3521 BJ

Nadere informatie

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 2015 Ketenanalyse Papier Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Ketenanalyse papier... 4 1.1 Keten van papier... 4 2.2 Identificeren

Nadere informatie

Insights Energiebranche

Insights Energiebranche Insights Energiebranche Naar aanleiding van de nucleaire ramp in Fukushima heeft de Duitse politiek besloten vaart te zetten achter het afbouwen van kernenergie. Een transitie naar duurzame energie is

Nadere informatie

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Managementsamenvatting Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Neem planningsbesluiten voor maximale winst, meer veiligheid en minimalenadelige gevolgen voor het milieu

Nadere informatie

B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra

B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra Partijen: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de heer drs. M.J.M. Verhagen en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval 4.A.1 Ketenanalyse Groenafval Prop Beplantingswerken v.o.f. Autorisatie Nummer/versie Datum Opsteller Goedgekeurd directie 01 22-01-2015 Naam: F. van Doorn Naam: A. Prop Datum: 22 januari 2015 Datum: 22

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Ondergetekenden: 1. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mevrouw G. Verburg, handelend als bestuursorgaan, hierna

Nadere informatie

Cleantech Markt Nederland 2008

Cleantech Markt Nederland 2008 Cleantech Markt Nederland 2008 Baken Adviesgroep November 2008 Laurens van Graafeiland 06 285 65 175 1 Definitie en drivers van cleantech 1.1. Inleiding Cleantech is een nieuwe markt. Sinds 2000 heeft

Nadere informatie

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

WORKSHOP CIRCLE SCAN. Door Wouter-Jan Schouten

WORKSHOP CIRCLE SCAN. Door Wouter-Jan Schouten WORKSHOP CIRCLE SCAN Door Wouter-Jan Schouten WOUTER-JAN SCHOUTEN Doctoraal Bedrijfskunde, Erasmus Universiteit 21 jaar bij the Boston Consulting Group - Partner & Managing Director - Leider van NL Consumer

Nadere informatie

VANG Van Afval Naar Grondstof

VANG Van Afval Naar Grondstof Afval is een keuze VANG Van Afval Naar Grondstof Regionaal Symposium Grondstoffen in Afvalland? Dinteloord, 15 april 2015 Maarten Goorhuis Senior beleidsmedewerker Koninklijke NVRD Koninklijke NVRD Vereniging

Nadere informatie

Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie

Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie Doelstelling thema bijeenkomst: Inzicht in ontwikkelingen bij overheid, industrie en agrarische sector Inzicht in kansen voor synergie

Nadere informatie

Duurzaamheid. De voordelen van blikverpakkingen

Duurzaamheid. De voordelen van blikverpakkingen Duurzaamheid De voordelen van blikverpakkingen Duurzaamheid Duurzaamheid is één van de belangrijke aandachtspunten van het bedrijfsleven. Deze brochure is een initiatief van EMPAC, de organisatie van de

Nadere informatie

Resultaten Enquête Perceptie Alternatieve Grondstoffen voor de papier- en kartonindustrie

Resultaten Enquête Perceptie Alternatieve Grondstoffen voor de papier- en kartonindustrie Resultaten Enquête Perceptie Alternatieve Grondstoffen voor de papier- en kartonindustrie José Piest, Annita Westenbroek Kenniscentrum Papier en Karton Juni 2010 1 Colofon Auteurs: José Piest, Annita Westenbroek

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

Product Markt Combinatie. Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies

Product Markt Combinatie. Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies 1 Product Markt Combinatie Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies Versiebeheer Versie Datum aanmaak Gemaakt door 0.1 18-6-2015 Qonsultar, HvdV 1.0 19-6-2015 Qonsultar, HvdV Wijzigingen t.o.v.

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

Sept 2014. Workshop Provincie Flevoland Innovatiekansen voor gras Huhtamaki Grasverpakking

Sept 2014. Workshop Provincie Flevoland Innovatiekansen voor gras Huhtamaki Grasverpakking Sept 2014 Workshop Provincie Flevoland Innovatiekansen voor gras Huhtamaki Grasverpakking Harald Kuiper, 24 Sept 2014 Korte introductie Huhtamaki Wereldwijde producent van consumentenverpakkingen en speciale

Nadere informatie

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is.

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Energieverbruik binnen de voedingen drankensector. Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Deze whitepaper licht toe waarom het voor organisaties binnen de belangrijk is om inzicht te hebben

Nadere informatie

Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder

Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder Communicatieplan, 22 Augustus 2014 1 Voorwoord Duurzaamheid is geen trend, het is de toekomst. Het is niet meer weg te denken

Nadere informatie

VERKENNING van de BioBased Economy

VERKENNING van de BioBased Economy VERKENNING van de BioBased Economy Biobased of Biowaste? Vereniging van Ver(s)kenners Martijn Wagener 28-nov-2013 Indeling Introductie Virida! Wat is de Biobased Economy?! Principes: cascadering en raffinage!

Nadere informatie

Vario Grass B.V. Keteninitiatieven. Masters in Green. CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1. Koningslinde 5b. 7131 MP, Lichtenvoorde

Vario Grass B.V. Keteninitiatieven. Masters in Green. CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1. Koningslinde 5b. 7131 MP, Lichtenvoorde Keteninitiatieven CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1 Vario Grass Masters in Green Organisatie: Adres: Opgesteld door: Vario Grass B.V. Koningslinde 5b 7131 MP, Lichtenvoorde Jasper Eppingbroek

Nadere informatie

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH is een Europees project, gericht (op het verbeteren van) de milieuprestaties van Europese Grafimediabedrijven binnen de productlevenscyclus van hun grafimedia

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie

(autogas en propaan)

(autogas en propaan) Petitie Geen accijnsverhoging LPG (autogas en propaan) De Vereniging Vloeibaar Gas (VVG) vraagt u de voorgenomen accijnsverhoging op LPG met 0,07 per liter naar 0,18 per liter per 1 januari 2014 niet door

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Voortgangsverslag 2014 Hexta

Voortgangsverslag 2014 Hexta Voortgangsverslag 09/07/2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Inleiding... 2 2. Basisgegevens... 3 2.1. Verantwoordelijkheden... 3 2.2. Basisjaar... 3 2.3. Rapportageperiode... 3 2.4. Verificatie...

Nadere informatie

De kansen voor de Circulaire Economie - met oog op recycling - Ton Bastein

De kansen voor de Circulaire Economie - met oog op recycling - Ton Bastein De kansen voor de - met oog op recycling - The Limits to growth Verscheen in 1972 Uitgangspunt: Één wereld Overshoot Exponentiële groei Actie (o.a.): Systeemveranderingen Resource efficiency Recycle Vervangen/Substitutie

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie

Smart Industry. KvK Ondernemerspanel onderzoek

Smart Industry. KvK Ondernemerspanel onderzoek KvK Ondernemerspanel onderzoek Smart Industry Algemene gegevens: Start- en einddatum onderzoek: 02-07-2014 tot 22-07-2014 Aantal deelnemende ondernemers: 484 (doelgroep mkb-topsectoren) In dit document

Nadere informatie

Slimme Aanpak Energiebesparing voor de industrie

Slimme Aanpak Energiebesparing voor de industrie Slimme Aanpak Energiebesparing voor de industrie Mei 2014 www.ecn.nl Nederlands industrieel energiegebruik Feedstock M 3792 Elektrisch M 1736 Een economische waarde van ca. 6 miljard euro per jaar Jaarlijks

Nadere informatie

Toespraak ter gelegenheid van de opening van de afvalverbrandingsinstallatie ReEnergy 1 Roosendaal, 12/10/11.

Toespraak ter gelegenheid van de opening van de afvalverbrandingsinstallatie ReEnergy 1 Roosendaal, 12/10/11. Toespraak ter gelegenheid van de opening van de afvalverbrandingsinstallatie ReEnergy 1 Roosendaal, 12/10/11. Monsieur le Président Directeur-General de GdF Suez, Geachte Gouverneur, Geachte Burgemeester,

Nadere informatie

Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs

Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs Duurzaamheid: speerpunt voor industrie en onderwijs Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie Nelo Emerencia, Speerpuntmanager Onderwijs & Innovatie Utrecht, 9 februari 2012 DAS Docentenconferentie

Nadere informatie

BIJLAGE 1 LEIDRAAD AANVRAAG EXTRA STEUN VOOR BEDRIJFSPROJECTEN GERICHT OP DTO

BIJLAGE 1 LEIDRAAD AANVRAAG EXTRA STEUN VOOR BEDRIJFSPROJECTEN GERICHT OP DTO VERSIE 3.0 _ APRIL 2009 BIJLAGE 1 LEIDRAAD AANVRAAG EXTRA STEUN VOOR BEDRIJFSPROJECTEN GERICHT OP DTO Bischoffsheimlaan 25 B - 1000 Brussel Tel : +32 02 209 09 00 Fax : +32 02 223 11 81 e-mail : info@iwt.be

Nadere informatie

PLATFORM HERGEBRUIK PRODUCTEN. Een initiatief van Avans Hogeschool, Syntens en de Universiteit van Tilburg

PLATFORM HERGEBRUIK PRODUCTEN. Een initiatief van Avans Hogeschool, Syntens en de Universiteit van Tilburg PLATFORM HERGEBRUIK PRODUCTEN Een initiatief van Avans Hogeschool, Syntens en de Universiteit van Tilburg MKB-bedrijven worden geconfronteerd met nieuw beleid met betrekking tot producentenverantwoordelijkheid,

Nadere informatie

Material Value Circle

Material Value Circle Material Value Circle Meerwaarde in de circulaire waarde keten Lonneke de Graaff Materials 2014 l.graaff@dpivalucentre.nl Inhoud DPI Value Centre Wat is de Value Circle? Waarom kijken naar de Value Circle?

Nadere informatie

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014 Energie in Beweging Wat is Well to Wheel Met Well to Wheel wordt het totale rendement van brandstoffen voor wegtransport uitgedrukt Well to Wheel maakt duidelijk

Nadere informatie

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen TOPSURFLAND Hieronder wordt beschreven wat de toegevoegde waarde is van Topsurf voor de samenleving en wat de effecten zijn van het gebruik van Topsurfland voor alle belanghebbenden. 1. Waterschappen De

Nadere informatie

Sector- en keteninitiatieven 2014-2016 CO 2 -prestatie

Sector- en keteninitiatieven 2014-2016 CO 2 -prestatie Sector- en keteninitiatieven 2014-2016 CO 2 -prestatie Cable Partners B.V. Venneveld 34 4705 RR ROOSENDAAL tel. 0031 165 523 000 fax 0031 165 520 033 www.cablepartners.nl Opgesteld d.d.: Mei 2015 Revisie:

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

CO 2 Reductie doelstellingen

CO 2 Reductie doelstellingen CO 2 Reductie doelstellingen Gebr. Griekspoor BV Innovatief Proactief Duurzaam Betrokken Nieuw-Vennep 5 november 2013 Dilia van der Want. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Jade Beheer. Communicatieplan CO 2 Prestatieladder 3.C.1. 3.C.2 Invalshoek C: Transparantie Handboek CO2 Prestatieladder, versie 2.2 / 3.

Jade Beheer. Communicatieplan CO 2 Prestatieladder 3.C.1. 3.C.2 Invalshoek C: Transparantie Handboek CO2 Prestatieladder, versie 2.2 / 3. Jade Beheer Communicatieplan CO 2 Prestatieladder 3.C.1. 3.C.2 Invalshoek C: Transparantie Handboek CO2 Prestatieladder, versie 2.2 / 3.0 Document : Communicatieplan CO 2-prestatieladder Auteur : Jade

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras 15 Mei 2012 Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1.2 Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en

Nadere informatie

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB Omslag notitie Vergadering van de sectorcommissie Bloemkwekerijproducten Datum vergadering 5 maart 2012 Agendapunt 7b Voorbereid door Jerre de Blok Totaal aantal pagina s 5 17 februari 2012 1. Project

Nadere informatie

Energiezorgplan Van Dorp Installaties bv 2011 2015. Versie 2.0 (summary)

Energiezorgplan Van Dorp Installaties bv 2011 2015. Versie 2.0 (summary) Energiezorgplan Van Dorp Installaties bv 2011 2015 Versie 2.0 (summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Februari 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue verbetering...

Nadere informatie

B-96 Green Deal de winst van paardenmest

B-96 Green Deal de winst van paardenmest B-96 Green Deal de winst van paardenmest Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de heer drs. M.J.M. verhagen, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Nadere informatie

Voortgang CO2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Voortgang CO2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Voortgang CO2 reductiedoelstellingen Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoor 4 2.2. Voortgang subdoelstelling

Nadere informatie

Regionaal Energie Convenant 2014-2016

Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Mede mogelijk gemaakt met steun van: Regio Rivierenland Provincie Gelderland RCT-Rivierenland Pagina 1 Ondertekenaars, hier tezamen genoemd: partijen 1. Hebben het

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting Erasmus Universiteit Rotterdam: CSR paper De route naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in algemene ziekenhuizen. De strategische verankering van MVO in de dagelijkse activiteiten

Nadere informatie

Eindrapport Erasmus Universiteit Rotterdam

Eindrapport Erasmus Universiteit Rotterdam Eindrapport Erasmus Universiteit Rotterdam VRAAG MAXIMALE BEOORDELING TOELICHTING SCORE ONDERWIJS 1. Aanbod: cursussen/minoren 5 5 Uitstekend, totaal aantal punten toegekend. 2. Aanbod voor grote publiek

Nadere informatie

Duurzame innovatie met de natuur als mentor - de circulaire economie in de praktijk - Rijks Innovatie Lab 2013

Duurzame innovatie met de natuur als mentor - de circulaire economie in de praktijk - Rijks Innovatie Lab 2013 Duurzame innovatie met de natuur als mentor - de circulaire economie in de praktijk - Rijks Innovatie Lab 2013 Introductie van het bedrijf Uitvinder van de Heuga tapijttegel Omzet $ 1 miljard 3500 medewerkers

Nadere informatie

Toelichting 04: Flexibele maatregelen

Toelichting 04: Flexibele maatregelen Toelichting 04: Flexibele maatregelen EBO infosessie, 16/09/2014 Ilse FORREZ Advisor Energy and Climate Mogelijkheid tot flexibiliteit Flexibele maatregelen geven de mogelijkheid aan de onderneming om

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Winst met Waarde. In 3 stappen de unieke waarde van je bedrijf vergroten

Winst met Waarde. In 3 stappen de unieke waarde van je bedrijf vergroten Winst met Waarde In 3 stappen de unieke waarde van je bedrijf vergroten Erwin Meijboom Je hebt de stap genomen om deze e-paper te downloaden! Ben je startend ondernemer, wil je je startup gaan ontwikkelen,

Nadere informatie

Resultaten Ledenevaluatie van de. Energietransitie Papierketen. Juli 2012. Energietransitie Papierketen

Resultaten Ledenevaluatie van de. Energietransitie Papierketen. Juli 2012. Energietransitie Papierketen Resultaten Ledenevaluatie van de Energietransitie Papierketen 2004 2020 Juli 2012 Energietransitie Papierketen Inleiding Het is 2012. We zijn halverwege de Energietransitie Papierketen. Een mooi moment

Nadere informatie

Green Deal van Essent New Energy met de Rijksoverheid

Green Deal van Essent New Energy met de Rijksoverheid Green Deal van Essent New Energy met de Rijksoverheid Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, ieder handelende

Nadere informatie

Optimaliseren afsluiten rapportage proces: juist nu!

Optimaliseren afsluiten rapportage proces: juist nu! 18 Optimaliseren afsluiten rapportage proces: juist nu! Belang van snelle en betrouwbare informatie groter dan ooit Drs. Wim Kouwenhoven en drs. Maarten van Delft Westerhof Drs. W.P. Kouwenhoven is manager

Nadere informatie

UITDAGING CREATING SUSTAINABLE FIBRE SOLUTIONS. Papier en karton altijd en overal 13-6-2016

UITDAGING CREATING SUSTAINABLE FIBRE SOLUTIONS. Papier en karton altijd en overal 13-6-2016 Koninklijke Vereniging van Nederlandse Papier-en kartonfabrieken CREATING SUSTAINABLE FIBRE SOLUTIONS Papier en karton altijd en overal UITDAGING De belangrijkste uitdaging is het gevaloriseerd en geïmplementeerd

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan

Energiemanagement Actieplan 1 van 8 Energiemanagement Actieplan Datum 18 04 2013 Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 8 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary)

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary) Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015 Versie 3.0 (Summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: Augustus 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue

Nadere informatie

Beleidsnotitie van afvalbeleid naar Grondstoffenbeleid

Beleidsnotitie van afvalbeleid naar Grondstoffenbeleid Beleidsnotitie van afvalbeleid naar Grondstoffenbeleid Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 3. Omgekeerd inzamelen... 4 4. Voorscheiding plastics... 5 5. Oud papier en karton... 5 6. GFT... 6 7. Conclusie...

Nadere informatie

Pharmafilter. april 2012

Pharmafilter. april 2012 Pharmafilter Resultaten DEMONSTRATIEPROJECT IN HET Reinier de Graaf Gasthuis Delft april 2012 Pharmafilter een schoner ziekenhuis, een schoner milieu Afval door de riolering afvoeren, voor een schoner

Nadere informatie

ZONDER WATER GEEN PAPIER; EN ZONDER PAPIER.. MICHIELADRIAANSE

ZONDER WATER GEEN PAPIER; EN ZONDER PAPIER.. MICHIELADRIAANSE ZONDER WATER GEEN PAPIER; EN ZONDER PAPIER.. MICHIELADRIAANSE Thereis no suchthingas waste water. Just water wasted. Ideaslikethisare goodforpeople, planetandprofit. Ideaslikethisarisein the Netherlands.

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en door het geven van adviezen bijdragen aan de uitvoering van het beleid binnen de Hogeschool Utrecht kaders en de ter

Nadere informatie

Logistiek van vezels in de papier- en kartonindustrie

Logistiek van vezels in de papier- en kartonindustrie Logistiek van vezels in de papier- en kartonindustrie Projectnaam en nummer: Logistiek van vezels in de papier- en kartonindustrie, P4 Auteur(s): Publicatiedatum: Aantal pagina s: Datum experimenten: Locatie

Nadere informatie

Voortgang CO 2 Reductie doelstellingen

Voortgang CO 2 Reductie doelstellingen Voortgang CO 2 Reductie doelstellingen M. van der Spek Hoveniers BV Benthuizen 30-10-2015 Hendrik-Jan Konijn Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave 0.0 Inhoud 1.0 Inleiding 2.0 Referentie

Nadere informatie

Ketensamenwerking en Elektronisch zakendoen: Een ideale combinatie

Ketensamenwerking en Elektronisch zakendoen: Een ideale combinatie S@les in de Bouw en Installatiedag Ketensamenwerking en Elektronisch zakendoen: Een ideale combinatie Prof.dr. Jack AA van der Veen EVO Leerstoel Supply Chain Management Nyenrode Business Universiteit

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

WKO in duurzame gebiedsontwikkeling case Westland Ir. Marion Bakker SenterNovem 030 2393677 m.m.c.bakker@senternovem.nl

WKO in duurzame gebiedsontwikkeling case Westland Ir. Marion Bakker SenterNovem 030 2393677 m.m.c.bakker@senternovem.nl WKO in duurzame gebiedsontwikkeling case Westland Ir. Marion Bakker SenterNovem 030 2393677 m.m.c.bakker@senternovem.nl 12-11-2007Sheet nummer 1 Ontwikkelingen wereldwijd Heeft de Al Gore film impact?

Nadere informatie

Bantopa Terreinverkenning

Bantopa Terreinverkenning Bantopa Terreinverkenning Het verwerven en uitwerken van gezamenlijke inzichten Samenwerken als Kerncompetentie De complexiteit van producten, processen en services dwingen organisaties tot samenwerking

Nadere informatie

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof.

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof. Energielabel auto Personenwagens moeten voorzien zijn van een zogenaamd energielabel. Deze maatregel is ingesteld om de consument de mogelijkheid te geven om op eenvoudige wijze het energieverbruik van

Nadere informatie

Er ligt geld in de afvalbak

Er ligt geld in de afvalbak Er ligt geld in de afvalbak Meer besparen op afvalkosten Platform Grondstoffenrotonde Noord Holland 1 Perspectief op Afval Geen omkijken naar afval en daarom kijkt men niet om naar afval. 2 Milieu Besparing

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken

Ministerie van Economische Zaken DOORBRAAKPROJECT ICT EN ENERGIE Routekaart doorbraakproject ICT en Energie Ministerie van Economische Zaken Rapport nr.: 14-2884 Datum: 2014-10-15 SAMENVATTING ROADMAP Het kabinet wil dat de uitstoot van

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Vóór dat u beleid ontwikkelt is het van belang om de vraag: Waaròm zou ik MVO beleid ontwikkelen? te beantwoorden. Het antwoord op deze vraag bepaalt hóe u het MVO

Nadere informatie

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Jennie van der Kolk, Alterra Helmond, 22-02-13 Nico Verdoes, Livestock Research Inhoud presentatie Wetenschapswinkel

Nadere informatie

Agenda Workshop PHA-Programma

Agenda Workshop PHA-Programma Agenda Workshop PHA-Programma Productie en applicatie van polyhydroxyalkanoaten uit afvalstromen Locatie: Wageningen UR Forum gebouwnummer 102, zaal C107 Droevendaalsesteeg 2 6708 PB Wageningen Datum:

Nadere informatie

ZUIDWEST-NEDERLAND DE NATIONALE KOPLOPER (OP WEG NAAR DE BIOBASED DELTA) Biobased Business Cases

ZUIDWEST-NEDERLAND DE NATIONALE KOPLOPER (OP WEG NAAR DE BIOBASED DELTA) Biobased Business Cases ZUIDWEST-NEDERLAND DE NATIONALE KOPLOPER (OP WEG NAAR DE BIOBASED DELTA) Biobased Business Cases Mei 18, 2011 Waarom koploper? Zuidwest-Nederland: Aanwezigheid grondstoffen Hoogwaardige bedrijven in agro,

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2012-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A3 Hoogland Vastgoedonderhoud 5 Scope 1

Nadere informatie

Supply Value Survey. Resultaten verslag VOORBEELD. Supply Value Versie 1.0 Maart 2010 Supply Value 2010 Alle rechten voorbehouden

Supply Value Survey. Resultaten verslag VOORBEELD. Supply Value Versie 1.0 Maart 2010 Supply Value 2010 Alle rechten voorbehouden Supply Value Survey Resultaten verslag VOORBEELD Resultaten verslag leveranciersonderzoek Versie 1.0 Pagina 2 van 11 Titel: Resultaten verslag leveranciersonderzoek Organisatie: Supply Value www.supplyvalue.nl

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2013-2015 Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 4 3.1. Vestiging Oosterhout 4 Scope 1 emissies 4 Scope

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2013-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Kantoor 5 Scope 1 emissies 5 Scope 2 emissies 5 3.2.

Nadere informatie

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol?

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Dr. Jos Delbeke, DG Klimaat Actie, Europese Commissie, Universiteit Hasselt, 25/2/2014 Overzicht 1. Klimaat en energie: waar

Nadere informatie

S.A.M. Schagen BV. 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2016. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

S.A.M. Schagen BV. 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2016. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 S.A.M. Schagen BV 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2016 Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A 5 Scope 1

Nadere informatie

1. Context en doel. 1.1 Voorbeelden belemmeringen per deelgebied 1.1.1 Governance en juridische belemmering

1. Context en doel. 1.1 Voorbeelden belemmeringen per deelgebied 1.1.1 Governance en juridische belemmering 1. Context en doel Het NLIP heeft tot doel om de elektronische informatie-uitwisseling in de Logistieke Sector in Nederland te verbeteren. En dan niet alleen de informatie-uitwisseling tussen specifieke

Nadere informatie

Management van retour-logistieke ketens

Management van retour-logistieke ketens Management van retour-logistieke ketens Erwin van der Laan RSM Erasmus Universiteit EVO dag 30 mei 2006 Duurzame Supply Chains Meet the needs of the present without compromising the ability of future generations

Nadere informatie

Vragen survey 29-6-2015. Energie storage hoe verder Resultaten survey: presentatie& discussie. Arnhem 29 juni 2015

Vragen survey 29-6-2015. Energie storage hoe verder Resultaten survey: presentatie& discussie. Arnhem 29 juni 2015 Energie storage hoe verder Resultaten survey: presentatie& discussie Arnhem 29 juni 2015 1 SAFER, SMARTER, GREENER Vragen survey Welke resultaten moet een gemeenschappelijke activiteit opleveren? Op welke

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Kwaliteit betekent zonder zorgen

Kwaliteit betekent zonder zorgen Kwaliteit betekent zonder zorgen www.publicationpapers.sca.com Onze goede reputatie danken wij aan onze klanten Producten van de juiste kwaliteit, een eersteklas milieuprogramma dat in de gehele productie-keten

Nadere informatie

Vloeibaar aardgas - Liquid Natural Gas (LNG) Voordelen en uitdagingen. Jan Van Houwenhove 3 December 2015

Vloeibaar aardgas - Liquid Natural Gas (LNG) Voordelen en uitdagingen. Jan Van Houwenhove 3 December 2015 Vloeibaar aardgas - Liquid Natural Gas (LNG) Voordelen en uitdagingen Jan Van Houwenhove 3 December 2015 Agenda Cryo Advise Aardgas - eigenschappen Voordelen Uitdagingen Cryo Advise advies voor LNG systemen

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie