Eindrapport Waarderingsmethodiek van de werkgroep methodiek en pilots van het Nationaal Archief

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Eindrapport Waarderingsmethodiek van de werkgroep methodiek en pilots van het Nationaal Archief"

Transcriptie

1 Eindrapport Waarderingsmethodiek van de werkgroep methodiek en pilots van het Nationaal Archief Den Haag, september 2009 Redactie: Charles Jeurgens, Margreet Windhorst Werkgroepsleden: Angela Dellebeke, Robbert Jan Hageman, Pieter van Koetsveld, Natasja Pels, Noor Schreuder, Ruud Yap en Karen Zwart. Adviseurs: Charles Jeurgens, Margreet Windhorst

2 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Uitgangspunten 5 Hoofdstuk 2 De methodiek in vogelvlucht 9 Hoofdstuk 3 Historisch-maatschappelijke analyse-plus 12 Hoofdstuk 4 Hotspotanalyse 18 Hoofdstuk 5 De systeemanalyse 22 Hoofdstuk 6 Het instrumentarium op het derde waarderingsniveau 24 Hoofdstuk 7 Witte vlekken en punten van aandacht 27 Hoofdstuk 8 Bruikbaarheid van de methodiek voor bewerking van de achterstanden 32 Hoofdstuk 9 Slotopmerkingen en aanbevelingen 38 Bijlagen: Bijlage 1: Maatschappelijke domeinen en de bijbehorende hoofdfuncties 39 Bijlage 2: Functierollen overheidsorganen 42 Bijlage 3: Functierollen particuliere actoren 43 Bijlage 4: Pilotvoorstel: bewerking archieven van de OM-parketten (zorgdrager Ministerie van Justitie). 44 Bijlage 5: Gesprekken en gesprekspartners 46

3 Inleiding De stuurgroep van het programma Informatie op Orde zag in het in 2007 verschenen visierapport Gewaardeerd Verleden aanknopingspunten voor een vruchtbare aanpak van waardering en selectie van overheidsarchieven. Het Nationaal Archief kreeg daarop het verzoek om in het kader van actielijn 5 van Informatie op Orde de visie uit te werken tot een bruikbare methodiek met bijbehorend instrumentarium. Dit rapport beschrijft de resultaten die het Nationaal Archief het afgelopen half jaar op dat punt heeft geboekt. 1 Voor nu: focus op het rijk Gewaardeerd Verleden betoogt dat een representatieve archiefcollectie zowel overheids- als particuliere archieven bevat. Het beleid en de methodiek op het gebied van de waardering, acquisitie en selectie van archieven zouden dan ook gericht moeten zijn op het in samenhang waarderen van overheids- en particuliere archieven. Niettemin heeft het Nationaal Archief zich bij de uitwerking van de visie tot een methodiek vooralsnog geconcentreerd op het uitwerken en testen van waarderingsinstrumenten voor de archieven van de rijksoverheid. De reden daarvoor is even pragmatisch als dringend. De problematiek van de bewerkingsachterstanden bij de rijksoverheid is zo gigantisch, kost zoveel geld en mankracht en hindert zozeer de verbetering en de digitale inrichting van de overheidsinformatiehuishouding, dat eerst en uit alle macht moet worden geprobeerd om daar een methodiek neer te zetten die het ontstaan van nieuwe achterstanden voorkomt, of, als we het naar termen van de digitale informatiehuishouding vertalen, dat we te maken krijgen met een dementerende overheid. 2 Dit neemt echter niet weg dat de methodiek pas ten volle zal renderen indien zij breed wordt toegepast: niet alleen bij het rijk, maar ook bij de decentrale overheden, en niet alleen op overheidsarchieven maar ook op de waardevolle bestanden die door andere maatschappelijke actoren worden gevormd. Om de in dit rapport beschreven methodiek en instrumenten door te ontwikkelen voor die brede toepassing, is aanvullend onderzoek nodig. Opbouw van het rapport Hoofdstuk 1 verwoordt de basale uitgangspunten van de nieuwe methodiek. De hoofdstukken 2 tot en met 6 beschrijven en onderbouwen de methode en de instrumenten. De nieuw ontwikkelde instrumenten zijn in de afgelopen paar maanden ten dele al uitgetest. 3 Op grond van de testresultaten trekken we conclusies over de verwachte werking en bruikbaarheid van de instrumenten. De resultaten zijn nog voor het opleveren van de rapportage voorgelegd aan een aantal sleutelfiguren, met name afkomstig van de departementen en daar verantwoordelijk voor het beheer van procesgebonden informatie. Hun reacties en inzichten zijn, waar Eendementerendeoverheid?Derisico svandigitaal informatiebeheerbijdecentraleoverheid

4 mogelijk, meteen in de methodiekbeschrijving verwerkt of meegenomen als punt van aandacht voor de afronding van de methodiekontwikkeling. Zowel het onderzoek als de testen hebben scherper in beeld gebracht waar in de methode nog onzekerheden en onvolkomenheden zitten. Bovendien hebben we ons met het oog op de planning van Informatie op Orde, noodzakelijkerwijs moeten beperken in de scope van ons onderzoek. De methode is kortom nog niet volledig ontwikkeld. Hoofdstuk 7 beschrijft waar de 'witte vlekken' zitten en geeft suggesties hoe daarin kan worden voorzien. De nieuwe methodiek voor waardering en selectie zal gepaard gaan met veranderingen in de rolverdeling tussen Nationaal Archief en de departementen in hun hoedanigheden als zorgdragers en beheerders van hun eigen archieven. Die veranderingen worden niet zozeer ingegeven door de methodiek zelf, maar vooral door het feit dat overheidsinformatie in sterk toenemende mate digitale informatie is. Dat vergt een proactieve houding bij de waardering. Het Nationaal Archief moet als het ware in het kraaiennest gaan staan, om van daaruit de maatschappelijke behoefte aan overheidsinformatie nu en later te overzien en ondubbelzinnige wensen tot bewaring van gegevens neer te leggen bij de departementen. De rol die het Nationaal Archief ten aanzien van de overheidsinformatie moet spelen, is in essentie de rol van een goed geolied scharnierpunt tussen de archiefvormers en de andere potentiële gebruikers van overheidsinformatie. De visie van Gewaardeerd Verleden en de methode en instrumenten die daarbij horen, zijn primair ontwikkeld met het oog op het op voorhand waarderen, acquireren en selecteren van digitale archieven die nu en later worden gevormd. De problematiek van de papieren archiefachterstanden bij het rijk, honderden kilometers en duizenden manjaren groot, vraagt echter ook om nieuwe oplossingen. In hoofdstuk 8 wordt uiteengezet welke instrumenten mogelijk een rol kunnen vervullen in het wegwerken van de enorme achterstanden bij de ministeries. Het laatste hoofdstuk bevat aanbevelingen voor enerzijds introductie en toepassing van methode en instrumenten; anderzijds voor het doorontwikkelen van aspecten die nog niet voldoende zijn uitgekristalliseerd en/of uitgetest.

5 Hoofdstuk 1. Uitgangspunten Het probleem geschetst In het najaar van 2007 bracht de Commissie Waardering en Selectie op verzoek van de algemene rijksarchivaris het visierapport Gewaardeerd Verleden uit. De commissie reikte een aantal bouwstenen aan voor de ontwikkeling van een nieuwe waarderingsmethodiek voor archieven. Het rapport was bedoeld om een bijdrage te leveren aan het in de Kabinetsvisie Informatie op Orde geformuleerde streven om de informatievoorziening van de overheid op orde te krijgen. De belangrijkste knelpunten waarin eerst de visie en nu de methode dient te voorzien, zijn de volgende: de omslachtigheid van de sinds de jaren '90 voor waardering en selectie gebruikte methode van institutioneel onderzoek, beter bekend als de methode PIVOT; de duur en complexiteit van het proces van opstellen en vaststellen van selectielijsten bij het rijk; de onduidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen de partijen die betrokken zijn bij waardering en selectie (zorgdragers en archiefinstellingen) ten aanzien van de belangen van cultuur en bedrijfsvoering; het feit dat waardering en selectie van digitaal gevormde archieven anders georganiseerd moeten zijn dan de waardering en selectie van papieren archieven; de onevenwichtigheid in de opbouw van de collectie van het Nationaal Archief, waarin de overheidsarchieven de particuliere archieven zwaar overvleugelen. De noodzaak voor een grondige herziening van de methode van waarderen en selecteren van archieven is sinds het verschijnen van het rapport Gewaardeerd Verleden in november 2007 alleen maar verder toegenomen. Niet voor niets hebben de Raad voor Openbaar Bestuur en de Raad voor Cultuur in 2008 nogmaals en zeer luid en duidelijk de alarmbel geluid over de informatievoorziening van de overheid. Zij spreken over de acute dreiging van een informatie-infarct. 4 Om in die beeldspraak te blijven: het wegwerken van achterstanden is nodig bij wijze van dotterbehandeling, om de acute dreiging van de verstopte informatieaders weg te nemen. Het invoeren van een nieuwe methode is het plaatsen van de shunt die de ader voortaan open moet houden en daarmee verstopping voorkomt. Integraal waarderen en selecteren De kern van het rapport Gewaardeerd Verleden wordt gevormd door het in samenhang brengen van de waardering, de selectie en de acquisitie van overheids- en particuliere archieven. Dit gegeven, dat ook het uitgangspunt is van de voorgestelde methodiek, ontmoet veel instemming. Het is een nadere uitwerking van het eerder al door de Raad voor Cultuur bepleite integrale selectiebeleid 5. 4 Informatie, grondstof met toekomstwaarde (advies Raad voor Openbaar Bestuur/Raad voor Cultuur, 2008). 5 Het tekort van het teveel. Over de rijksverantwoordelijkheid voor Cultureel erfgoed (advies Raad voor Cultuur, 2005).

6 Vooraf (durven) kiezen uit de overvloed Een ander -minstens zo belangrijk- uitgangspunt van de methodiek, is het zo vroeg mogelijk maken van een positieve keuze voor de te documenteren ontwikkelingen, verschijnselen en gebeurtenissen die de maatschappij kenmerken, vormen en/of veranderen. Dit betekent het loslaten van het onhaalbare streven naar volledigheid, waarop ook de methode PIVOT stoelde. De consequenties van deze ommezwaai mogen niet onderschat worden. Het betekent dat het Nationaal Archief welbewust en afgewogen een zeker risico neemt dat er (potentiële) bronnen verloren gaan. Risico nemen bij selectie van archieven is op zich niets nieuws: elke keuze impliceert een risico op achteraf als ongewenst te bestempelen informatieverlies. De methode PIVOT maakte het risico echter niet expliciet, maar verdoezelde het door de indruk te wekken dat we vanuit het zicht op het volledige overheidshandelen een afgewogen keuze konden maken waarmee we alle hoofdlijnen van dat handelen zouden kunnen documenteren. In de nieuwe aanpak nemen we weloverwogen het risico dat we de samenleving onvolledig documenteren. Daaraan liggen verschillende overwegingen ten grondslag. De belangrijkste heeft betrekking op de overweldigende omvang van het vraagstuk van waardering en selectie. De honderden kilometers materiaal van de rijksoverheid die sinds 1975 op bewerking ligt te wachten, zouden op termijn wel eens in het niet kunnen vallen bij de hoeveelheden analoge en digitale informatie die nog geproduceerd gaan worden. Naar schattingen op basis van cijfers uit 2003 wordt er wereldwijd jaarlijks 5 exabyte aan nieuwe digitale informatie geproduceerd. Dat is het equivalent van keer de volledige collectie van de Library of Congress, die uit zo n 17 miljoen boeken bestaat. Sinds 2003 is de jaarlijkse groei van de digitale informatie nog eens met zo n 30% gestegen. 6 De nieuwe methode van waardering en selectie moet tegen deze achtergrond van onbehaaglijke informatieovervloed worden bezien. Die werkelijkheid noodzaakt ons actief te zoeken naar die informatie die er toe doet om de samenleving van nu te documenteren en door te geven aan volgende generaties. In dat kader is het inspirerend om te wijzen op parallellen in patronen van informatie-uitwisseling tussen de aloude orale en de hedendaagse digitale culturen. 7 De ongrijpbaarheid van vluchtige communicatiepatronen dwingt ons ertoe de vraag te beantwoorden welke informatie essentieel is om door te geven aan volgende generaties ten behoeve van de continuïteit van onze cultuur. Die vraag ligt aan de basis van het waarderingsvraagstuk. In Gewaardeerd Verleden is niet voor niets zoveel nadruk gelegd op de doelstelling van waardering en selectie. Selectiedoelstelling Alleen op basis van een gedragen doelstelling kunnen keuzes voor het bewaren dan wel vernietigen van informatie adequaat worden verantwoord. Inhoudelijk stoelt de nieuwe selectiemethodiek op de selectiedoelstelling zoals geformuleerd in Gewaardeerd Verleden: 6 Geert Jan van Bussel, De digitale evolutie. De Archiefschool als bewustmaker in: Archievenblad 112 (december 2008) 7 Hugh Taylor heeft hier in verschillende publicaties op gewezen, zoals in: Archival services and the concept of the user: a RAMP study (UNESCO-Paris 1984) en Transformation in the archives: technological adjustment or paradigm shift (1988).

7 het bijeenbrengen en veiligstellen van bronnen die het voor individuen, organisaties en maatschappelijke groeperingen mogelijk maken hun geschiedenis te ontdekken en het verleden van staat en samenleving (en hun interactie) te reconstrueren. Daartoe dienen die archieven of onderdelen van archieven veiliggesteld te worden die: representatief zijn voor hetgeen in de samenleving is vastgelegd; representatief zijn voor de activiteiten van de leden (personen en organisaties) van een samenleving c. door waarnemers als belangrijk, bijzonder of uniek worden beschouwd omdat ze de belangrijke, bijzondere en uniek maatschappelijke ontwikkelingen, activiteiten, personen en organisaties in een bepaalde periode weerspiegelen. Geoliede scharnieren Waarderen is het aangeven wat je wilt bewaren en wat je wilt vernietigen. Selecteren is het daadwerkelijk scheiden van hetgeen bewaard wordt van hetgeen vernietigd wordt. 8 Het scharnierpunt van waarderen naar selecteren moet soepel en geruisloos bewegen. Dit scharnierpunt is binnen de methode PIVOT een van de belangrijkste knelpunten gebleken. PIVOT heeft een systeem van waardering met een eigen waarderingstaal gecreëerd. De activiteiten van de overheid worden gevangen in zogeheten handelingen, die gebaseerd zijn op wet- en regelgeving. Deze handelingen vormen het object van waardering in het zogeheten basisselectiedocumenten (BSD s). De archiveringssystemen bij de ministeries zijn echter niet ingericht volgens of gebaseerd op de systematiek van de handelingen. Het zijn systemen die uitgaan van onderwerpen, zaken of werkprocessen. Dit geeft dan ook frictie op het scharnierpunt waar waardering over moet gaan in selectie. De identificatie van de documenten en informatieobjecten die bij een gewaardeerde handeling horen, blijkt een moeizame en tijdrovende aangelegenheid. 9 Dat verklaart voor een belangrijk deel de moeizame voortgang van selectie van overheidsarchieven in de laatste twintig jaar. Ook het werktempo in het project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA) werd door uiteindelijk door dat euvel bepaald. Dit achteraf identificeren van informatieobjecten aan de hand van waarderingscriteria is dan ook zeker in een digitale informatiehuishouding niet vol te houden. Behalve dat er fouten gemaakt worden bij het achteraf identificeren, kost het veel tijd en geld en leidt het tot onenigheid over te maken keuzes bij betrokken partijen. Het is dan ook van vitaal belang dat de nieuwe methode van waardering naadloos aansluit op en zelfs geïntegreerd wordt in de inrichting van de archiveringssystemen. Het object van waardering dient zodanig te worden gekozen, dat de identificatie van de bijbehorende informatieobjecten zonder allerlei extra tussenstappen uitgevoerd kan 8 In Gewaardeerd Verleden is uitgebreid aandacht besteed aan het meervoudige begrip van waardering en selectie. Voor een verdere explicitering wordt naar dat rapport verwezen, met name pagina s Dit identificatieprobleem is overigens niet uniek voor de Nederlandse praktijk van waardering en selectie. Zie bijvoorbeeld Catherine Bailey, 'Turning macro-appraisal decisions into archival holdings: crafting function-based terms and conditions for the transfers of archival records' in: Archivaria, nr. 61 (2006), Zie ook de special van Archival Science, nr. 4 (2005) over ontwikkeling en toepassing van macro-selectie.

8 worden. Dit is de meest kritische succesfactor voor ieder toekomstig systeem van waardering en selectie van overheidsarchieven. 10 Als we er niet in slagen dit knelpunt op te lossen, zal iedere vorm van waardering en selectie opnieuw leiden tot stuwmeren aan informatie, of erger nog, aan het ongecontroleerd verdwijnen van informatie. Hierop wordt in hoofdstuk 6 teruggekomen. 10 De trend is om de oplossing hiervoor te zoeken in een (generieke) werkprocesbenadering. Hierop wordt later in dit rapport teruggekomen.

9 Hoofdstuk 2. De methodiek in vogelvlucht Drie waarderingsniveaus De methode gaat uit van getrapte waardering, op de drie niveaus die Gewaardeerd Verleden onderscheidt. Het eerste niveau is dat van de samenleving. Op een hoog abstractieniveau wordt gekozen in hoeverre en langs welke inhoudelijke en functionele lijnen we de maatschappij van vandaag en morgen gaan documenteren. Die keuzes worden op het tweede niveau vertaald naar actoren. De maatschappelijke rollen, functies, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van relevante actoren worden geanalyseerd en tegen elkaar afgewogen. Zo wordt bepaald van welke actoren de archieven van belang kunnen zijn om onze samenleving te documenteren. Bij de ontwikkeling van visie naar praktisch toepasbare methode is gebleken dat de eerste twee waarderingniveaus vloeiend in elkaar over lopen. Daarom worden instrumenten op het eerste en tweede niveau in samenhang beschreven. Het derde niveau is dat van de werkprocessen en van de informatiebestanden van die relevante actoren. Dat is het niveau waar het scharnierpunt van waarderen naar selecteren zit: daar worden de keuzes voor wat bewaard moet worden gekoppeld aan en vertaald naar de realiteit van het dagelijks werk van actoren en de vastlegging daarvan in documenten, databases, dossiers, workflowsystemen en wat dies meer zij. Instrumenten De methode krijgt op de eerste twee waarderingsniveaus vorm in een drietal analyseinstrumenten die helpen om een beeld te krijgen van de langlopende ontwikkelingen, de trendbreuken en de turbulentie in de maatschappij en van de dragende institutionele constructie daaronder. De Historisch-Maatschappelijke Analyse-plus (HMA-plus) is het instrument voor de analyse van de langlopende ontwikkelingen en de trendbreuken in de samenleving. De hotspot-analyse concentreert zich op het identificeren van plaatsen en momenten van opmerkelijke interactie tussen de verschillende maatschappelijke actoren: burgers en overheid, burgers onderling, overheidsinstellingen en bedrijfsleven etcetera. De HMA-plus is te zien als een middel om de koers van een grote olietanker te leren kennen. De hotspot-analyse is vooral bedoeld om de bewegingen en gebeurtenissen die op de olietanker plaatsvinden in kaart te brengen. De HMA-plus en de hotspot-analyse zijn instrumenten die de bewegelijkheid van de samenleving grijpbaar proberen te maken. Het instrument van de systeemanalyse is in aanvulling daarop ontwikkeld. Het werkt als een soort anker dat de institutionele en functionele hoofdstructuur van de samenleving weergeeft. De systeemanalyse identificeert de stabiele onderbouw van het maatschappelijke bestel: voorzieningen waarvan het plotseling wegvallen grote gevolgen heeft voor de samenleving als geheel. Tot het systeem rekenen we niet alleen dragende instellingen (bijvoorbeeld de Tweede Kamer of de luchthaven Schiphol), maar ook dragende functies, zoals wetgeving, en voorzieningen zoals basisregistraties (denk aan het Kadaster en de Gemeentelijke Bevolkingsadministratie). Op het derde niveau van de werkprocessen en de bijbehorende bestanden is het instrumentarium nog niet volledig uitgekristalliseerd. Wel zijn de contouren zichtbaar van een generieke lijst van werkprocessen, die goede diensten kan bewijzen bij de vertaalslag van waardering naar selectie. De volgende hoofdstukken geven een uitvoeriger beschrijving van de verschillende waarderingsinstrumenten.

10 Figuur 1: schematische weergave van de verhouding tussen de verschillende waarderinginstrumenten: HMA-plus, hotspot-analyse, systeem-analyse en bewaarlijst. S Overheidsactoren Particuliereact. Y S T E E M actoren activteiten /functies bestanden O P I bewaarlijst

11 Uitleg bij figuur 1 De HMA-plus heeft als resultaat een overzicht van ontwikkelingen en trends in de samenleving. Aan de hand daarvan worden de betrokken actoren in kaart gebracht. De hotspotanalyse identificeert 'plaatsen' van intensieve interactie in de maatschappij. Ook daarbij worden de relevante actoren aangewezen. Omdat een hotspot heel goed het begin kan blijken te zijn van een nieuwe trend of ontwikkeling, loopt er een stippellijn van de hotspotanalyse naar de trends en ontwikkelingen. De actoren vallen uiteen in overheids- en particuliere actoren. Voor nu richten we ons uitsluitend op de overheid. Van de langs deze wegen aangewezen actoren zal niet het complete archief bewaard worden. Van belang bij het maken en effectueren van de keuze voor de te bewaren neerslag zijn de generieke procesbeschrijvingen en de archiveringssystemen die de archiefvormers gebruiken. De archiveringssystemen worden ingericht aan de hand van de procesbeschrijvingen; anderzijds kan de archiveringssystematiek ook de procesbeschrijving beïnvloeden. De bewaarlijst beschrijft aan de hand van de archiveringssystemen welke archiefbestanddelen voor bewaring in aanmerking komen. De systeemanalyse geeft rechtstreeks input aan de bewaarlijst: de neerslag van systeemcomponenten moet worden bewaard. De archiefcommissies hebben ten opzichte van dit hele instrumentarium een eigenstandige complementaire, of zo men wil corrigerende, rol. Zij adviseren over het in aanvulling op van de bewaarlijst aanwijzen van archiefbestanddelen voor blijvende bewaring. Zij doen dat met name vanuit hun gedegen kennis van de interne gang van zaken binnen een departement.

12 Hoofdstuk 3. Historisch-maatschappelijke analyse-plus De HMA-plus brengt de kenmerkende maatschappelijk ontwikkelingen/trends en trendbreuken in kaart. We veronderstellen dat we daarmee ook de essentie van de samenleving in een bepaalde periode vangen en daarmee een belangrijk inhoudelijk vertrekpunt voor de waardering en selectie van archieven vastleggen. Grondstoffen en leveranciers De grondstoffen voor de HMA-plus bestaan uit het werk van de belangrijkste plan- en onderzoeksbureaus. Het Nationaal Archief inventariseerde de instellingen die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen en testte hun rapportages op de bruikbaarheid als basismateriaal voor de HMA-plus 11. Dit oriënterend onderzoek is aangevuld met enkele gesprekken met wetenschappers verbonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) TNO en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). 12 De conclusie luidt, dat de analyses van een aantal van deze bureaus goed bruikbaar zijn voor het in kaart brengen van ontwikkelingen die als kenmerkend worden beschouwd voor onze hedendaagse samenleving. Sommige onderzoeken, zoals die naar de sociale staat van Nederland door het SCP 13, worden periodiek herhaald en stoelen op langjarige waarnemingen. Deze onderzoeken zijn geschikt om ook de geleidelijke veranderingen in de samenleving goed te volgen. Bij het daadwerkelijk uitvoeren van een volledige 14 HMA-plus dienen de opstellers alert te zijn op maatschappelijke (deel)terreinen van de samenleving die buiten het blikveld van de plan- en onderzoeksbureaus blijven. Als op dit eerste en bepalende niveau relevante ontwikkelingen worden gemist, heeft dit immers grote consequenties voor de uiteindelijke archiefselectie. We moeten ons realiseren dat deze instituten in hun rapporten maar een deel behandelen van de onderwerpen en thema s die in aanmerking zouden komen om over te rapporteren. Ook zij maken keuzes met het oog op hun beperkingen in onderzoekscapaciteit en middelen en met het oog op de verwachte (politieke) belangstelling en maatschappelijke urgentie. Het is van belang dat ook hun kennis over en het inzicht in de brede maatschappelijke ontwikkelingen en trends die niet vastligt in publicaties, toch gebruikt kan worden Voor de resultaten hiervan, zie handboek in wording. 12 Gesproken is met dr. P. Den Hoed van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dr. C. Zeelenberg, dr. B.F.M. Bakker en dr. J.G.S.J. van Maarseveen van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dr. R. Vogels van het Sociaal en Cultureel Planbureau, drs. H.P. Drop, adjunct-directeur Strategie en Planning van TNO en drs. G. van de Schootbrugge van de afdeling Strategie en Planning van TNO. 13 Te denken valt aan de tweejaarlijkse Sociale Staat van Nederland door het SCP. 14 In de pilotfase is slechts een in omvang zeer beperkte HMA+ uitgevoerd die bedoeld was om te onderzoeken of de methode als zodanig werkt en niet om de samenleving al volledig in kaart te brengen. 15 Uit het gesprek met dr. P. Den Hoed van de WRR bleek bijvoorbeeld dat ter bepaling van de onderzoeksagenda, de verschillende raadsleden zelf een groslijst van onderwerpen aanbrengen. In een of meerdere vergaderingen worden deze voorstellen besproken en wordt uiteindelijk een keuze gemaakt. Voor het doel van de HMA-plus zijn deze informele groslijstjes misschien nog wel veel relevanter dan uitsluitend te vertrouwen op de analyses die worden uitgewerkt en waarvan de resultaten in rapporten verschijnen.

13 Periodieke expertmeetings met vertegenwoordigers van deze instituten moeten dan ook meegenomen worden in de analysemethodiek. De onderzoeksresultaten en expertise van de volgende instituten zijn relevant voor het opstellen van een HMA-plus: het Centraal Bureau voor de Statistiek; het Sociaal en Cultureel Panbureau; het Centraal Planbureau; de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid; het Planbureau voor de Leefomgeving (v/h Ruimtelijk Planbureau en Milieu- en Natuurplanbureau); TNO; de Amsterdamse School voor Social science Research (ASSR); de wetenschappelijke bureaus van de politieke partijen. Daarnaast zal bij iedere HMA-plus die wordt gemaakt ook bekeken moeten worden of onderzoeken van of gesprekken met commerciële onderzoeksbureaus zoals Motivaction nodig en nuttig zijn. Op basis van de analyses van het materiaal en de input van de onderzoeksinstellingen wordt een kernachtig overzicht met toelichting opgesteld van de kenmerkende ontwikkelingen, trends en trendbreuken in de samenleving. Op dit ogenblik is over de duurzaamheid en frequentie van een HMA-plus nog niet veel te zeggen. Verwacht kan worden dat de eerste al vrij vlot vernieuwd moet worden, omdat de toepassing van een nieuwe methode snel veel voortschrijdend inzicht oplevert. Een goed uitgevoerde HMAplus zou normaliter circa vier tot vijf jaar bruikbaar moeten zijn, waarna en nieuwe analyse gemaakt moet worden. Vertaling naar de relevante actoren 16 De HMA-plus krijgt bij de uitvoering van waardering en selectie van archieven pas betekenis als we de koppeling leggen met de actoren die een kenmerkende rol hebben gespeeld in die geïdentificeerde ontwikkelingen, trends en trendbreuken. Eerder stelden we al dat het niet langer realistisch is om bij de selectie te werken op basis van de uitputtende overzichten van actoren die we kennen uit de huidige basisselectiedocumenten. De nieuwe methode draait de oude aanpak om en komt vanuit de inzichten die de HMA-plus oplevert tot een overzicht van relevante actoren. Actoren kunnen individuen zijn of organisatorische verbanden. We gaan er hier van uit dat de meeste individuen die als actor en archiefvormer interessant zijn, dat belang ontlenen aan hun maatschappelijke rol, die in de meeste gevallen samenhangt met of voortvloeit uit hun verbondenheid aan enigerlei organisatie. Daarom richten we ons bij het identificeren van relevante actoren primair op organisatorische verbanden. Daartoe hebben we een hulpmiddel ontwikkeld in de vorm van een indeling van de samenleving in aandachtsgebieden die we maatschappelijke domeinen noemen. In 16 Bij het uitvoeren van de pilots werd duidelijk dat het zinvol is om analytisch oogpunt het eerste en tweede waarderingsniveau van elkaar te scheiden, maar dat in de praktijk de vertaling van geïdentificeerde trends en ontwikkelingen naar betrokken actoren het beste in elkaar geschoven kan worden.

14 ieder domein wordt een vaste set maatschappelijke hoofdfuncties uitgevoerd. Een complete lijst van domeinen met bijbehorende hoofdfuncties is opgenomen in bijlage 1. Door per domein de organisatorische verbanden (hetzij overheden, bedrijven of maatschappelijke organisaties) te benoemen die bij uitstek de vervullers van die hoofdfuncties zijn, ontstaat snel een accuraat beeld van de hoofdrolspelers binnen een domein. Veiligheidsdenken als voorbeeld Hoe de vertaling van de HMA-plus naar de relevante actoren in zijn werk gaat, is het best te beschrijven aan de hand van een voorbeeld. De aanname is dat de HMA-plus het denken in termen van veiligheid en onveiligheid identificeert als een kenmerkend aspect is van onze tijd. 17 Rekening houdend met de doelstelling van waardering, selectie en acquisitie zouden we dat kenmerkende aspect van de samenleving dan ook graag willen vangen via de archieven die worden gevormd. De weg daarnaar toe loopt via actoren in de vorm van organisatorische verbanden. Voor het domein 'veiligheid' kennen we als hoofdfuncties de zorg voor: >openbare orde >criminaliteit >terrorismebestrijding >landsverdediging >verkeersveiligheid >hulpdiensten (ambulance, brandweer, politie) >rampenbestrijding >veiligheid op de werkplek (arbo) >voedselveiligheid Door het benoemen van de instellingen die deze hoofdfuncties vervullen, zijn de belangrijkste actoren die bij het veiligheidsdenken horen snel in kaart gebracht: de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, de Nationaal Coordinator terrorismebestrijding, de krijgsmacht, etcetera. Door vervolgens bij alle andere domeinen en de daarbij behorende hoofdfuncties ook de vraag te stellen of het veiligheidsdenken hier een rol speelt en hoe zich dat uit, komen ook de minder voor de hand liggende actoren bovendrijven. Binnen het domein 'wonen' bijvoorbeeld zijn de hoofdfuncties de zorg voor huisvesting, voor wijken, steden en dorpen. Hier zijn de stadsmariniers en buurtvaders op lokaal niveau relevante actoren. 17 Het volgende citaat geeft goed de reikwijdte van een HMA-plus weer: Toekomstige historici zullen over de huidige tijd zeggen dat men in de ban was van veiligheid of beter gezegd van onveiligheid. In vergeelde kranten (...) en op oud beeldmateriaal (...) vinden ze sporen van een bange samenleving. (...)We kunnen van die toekomstige historici op zijn minst nog twee andere constateringen verwachten. In de eerste plaats zullen zij het opmerkelijk vinden hoe snel de zorg over de veiligheid opkwam. Tot 1980 leek er weinig aan de hand ze komen tot dat jaartal in elk geval niet zoveel teksten over veiligheid tegen. (...) In de tweede plaats zullen ze wijzen op de extra turbulentie vlak na het jaar De Twin Towers, Pim Fortuyn, Theo van Gogh er was een groot sociaal onbehagen. Zoveel lijkt zeker voor deze historici: het waren bijzondere tijden. Zie: Hans Boutellier, Tussen controle en wantrouwen. De ontwikkeling van veiligheid en burgerschap in Madelon de Keizer en Stephanie C. Roels, Staat van veiligheid. De Nederlandse samenleving sinds 1900 (Zutphen 2007) , aldaar 184.

15 Functierollen Natuurlijk spelen overheidsinstellingen en de met de overheid vervlochten instituties vrijwel op ieder samenlevingsterrein een of meerdere (belangrijke) rollen. Om te kunnen bepalen welke actor in een gegeven ontwikkeling als relevante actor wordt gezien, kan het zinvol zijn om die rollen nader te bezien en te benoemen. Daartoe introduceren we het begrip functierol. 18 De functierol benoemt de rol die actoren in de uitvoering van hun functies vervullen. In de functierollen van de overheid kan grofweg onderscheid gemaakt worden tussen sturing en beheersing aan de ene kant en uitvoering aan de andere kant. Sturing en beheersing kan worden onderverdeeld in bijvoorbeeld beleidsvorming, wet- en regelgeving, voorlichting en uitvoering in bijvoorbeeld handhaving, toezicht, bescherming etc. (voor een overzicht zie bijlage 2). Eenzelfde benadering kan voor particuliere actoren worden gevolgd, uiteraard met andersoortige functierollen(voor een overzicht zie bijlage 3). Dit overzicht van functierollen is een hulpmiddel om de geïdentificeerde actoren binnen de context van de waargenomen trend/ontwikkeling te kunnen plaatsen. Tevens kan het overzicht helpen om bij de waardering te zorgen voor een goede spreiding van actoren met verschillende functierollen, zodat een ontwikkeling in al zijn facetten wordt gedocumenteerd. Het resultaat van dit proces is per maatschappelijk domein een overzicht van actoren (overheid en particulier) met daarbij aangegeven welke functierol zij hebben gespeeld ten opzichte van de waargenomen trend/ontwikkeling of trendbreuk. Programmabenadering Daarnaast moeten we tegelijkertijd onderzoeken in hoeverre er de ontwikkelingen zoals gesignaleerd in de HMA-plus domeinoverschrijdend handelen tot gevolg hebben dat zich uit in onverwachte samenwerkingsverbanden en allianties. Uit de pilots kwam naar voren dat deze programmatische organisatieverbanden lang niet altijd meteen zichtbaar werden via de de domeinbenadering. 19 Voortbordurend op het voorbeeld van het veiligheidsdenken: De Nederlandse overheid vindt dat burgers niet alleen in absolute zin veilig moeten zijn, maar zich ook veilig moeten voelen. Er bestaan dan ook allerlei veiligheidsprogramma s van de overheid die domeinoverstijgend zijn. 20 Neem de zogeheten Vogelaarwijken. Binnen deze wijken wordt primair ingezet op de thema s wonen, werken, leren, integreren en veiligheid. Hier speelt samenwerking met de ministeries van OCW, SZW, VWS, EZ, Justitie, BZK en de programmaminister van Jeugd en Gezin een grote rol. Maar ook met andere 18 We maken onderscheid tussen functies, zoals in voetnoot 13 omschreven als the major units of activity which organisations pursue in order to meet the mission and goals of the organisation en functierol om daarmee in te kunnen zoomen op de (primaire) rol die de actor speelt binnen een functie. 19 Uit ons onderzoek kwam naar voren dat via de domeinbenadering lang niet altijd de programmatische organisatieverbanden meteen zichtbaar worden. Om die reden is er voor gekozen om afzonderlijk onderzoek te doen naar programmatische verbanden. Op dit ogenblik wordt onderzocht hoe we het eenvoudigst zicht kunnen krijgen op dergelijke verbanden. Voor de hand liggende instrumenten zijn natuurlijk het Regeerakkoord en de Rijksbegroting, maar daarmee worden vooral de grote programma s zichtbaar. Ministeries blijken niet allemaal in staat te zijn een opgave te doen van de programma s waarin zij participeren. Voor een uitgebreidere verslaglegging hierover: zie handboek in wording. 20 Voorbeelden hiervan zijn: Naar een veiliger samenleving en Bewust veiliger van de ministeries van Justitie en van BZK, evenals de websites en Zie ook Strategie Nationale Veiligheid. Deze Strategie Nationale Veiligheid omschrijft vitale belangen, te weten territoriale veiligheid, ecologische veiligheid, economische veiligheid, fysieke veiligheid en sociale en politieke stabiliteit.

16 instellingen wordt intensief samengewerkt: met gemeenten en niet-overheden, zoals bijvoorbeeld woningbouwcorporaties. In diverse steden hebben gemeenten in dit kader bijvoorbeeld in samenwerking met de busbedrijven projecten heeft opgezet ter bevordering van de veiligheid in wijken, rondom stations en in het openbaar vervoer.

17 Figuur2:schematischeweergavevandewerkingvandeHMAplusmethodiek - Actoren xxx( xxx Programma s

18 Hoofdstuk 4. Hotspotanalyse Het begrip 'hotspots' wordt in het rapport Gewaardeerd Verleden omschreven als plekken van intensieve of opmerkelijke interactie tussen burger en overheid en tussen burgers onderling. 21 Naast HMA-plus is dit de tweede component van de methodiek om op het niveau van de samenleving als geheel gebieden aan te wijzen die gedocumenteerd moeten worden. De waarde van de hotspots in het proces van waarderen is, dat zij de aandacht richten op de knooppunten in de samenleving van dat moment. Kijkend naar alleen de lange lijnen van de HMA-plus en de dragende constructie van de systeemanalyse zouden we gemakkelijk archiefvormers over het hoofd zijn die in het brandpunt van ingrijpende gebeurtenissen hebben gestaan. De Agrarische Inspectiedienst is niet een archiefvormer waar een archivaris normaliter hebberig van wordt. Gezien in het licht van de MKZ-crisis zal daar echter heel anders over gedacht worden. De hotspots vormen om die reden een belangrijk hulpmiddel om gericht die archiefvormers op te sporen wier archieven essentieel zijn om de samenleving te documenteren. De pilots die in de eerste helft van 2008 door het Nationaal Archief zijn uitgevoerd, wezen uit dat dat het begrip hotspot moeilijk te operationaliseren is. In de tweede helft van 2009 is veel aandacht gegeven aan de operationalisering van dit begrip. In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de resultaten. De (on)bruikbaarheid van de benadering van Cook De Canadese archiefwetenschapper Terry Cook, de bedenker van de hotspots, beperkt zich in zijn definitie van een hotspot tot de interactie tussen staat en burger. De interactie tussen burgers onderling of tussen allerlei soorten organisaties blijft bij hem buiten beschouwing. De interactie tussen staat en burger speelt zich volgens Cook af op het snijpunt tussen maatschappelijk domein, overheidsorgaan en burger. Bij de identificatie van hotspots kijkt hij primair vanuit het perspectief van het overheid naar de aard en mate van dynamiek in een maatschappelijk domein en naar de betrokkenheid van overheid en burger daarbij. Cook geeft geen kant en klaar recept om de hotspots in de samenleving op te kunnen sporen. 23 Zijn benadering is tamelijk abstract en theoretisch en het is de vraag blijft of we daarin voldoende houvast vinden om te komen tot bruikbare en betrouwbare indicatoren voor het identificeren van hotspots. Een andere tekortkoming van zijn benadering is het vertrekpunt bij de analyse. Cook gaat primair uit van de overheidsinstellingen (in zijn bewoordingen: structure) Gewaardeerd Verleden, Voor de benadering van Cook zie zijn artikel Mind over Matter: Towards a New Theory of Archival Appraisal in Barabara L. Craig (ed), The archival imagination. Essays in honour of Hugh Taylor (Ottawa 1992) Letterlijk betekent het begrip hotspot een actief gebied. Het begrip hotspot wordt in verschillende vakgebieden gebruikt, zoals in de aardwetenschappen, criminologie, biologie en ecologie. Analyse van een aantal van deze benaderingen heeft geleid tot een beter begrip van de term hotspot in het domein van waardering, selectie en acquisitie van archieven. Zie bijvoorbeeld: Norman Myers, Threatened Biotas: Hot Spots in Tropical Forests in The Environmentalist 8 (1988) en Norman Myers, The biodiversity challenge: expanded hot-spots analysis in The Environmentalist 10 (1990) Hugh Taylor merkte al in 1984 in een ander verband op hoe misleidend een eenzijdig perspectief kan zijn: The era of the great patrons and collectors, around which many archives were built, have permanently preserved a massive of invaluable record of social elites. (...) We know, however, that much 22

19 Ofschoon hij geïnteresseerd is in de interactie met de burger, benadert hij de samenleving nog steeds vanuit een etatistisch perspectief. Een van de uitgangspunten van Gewaardeerd Verleden was nu juist het besef dat we de samenleving niet goed kunnen documenteren als we ons blikveld te zeer beperken tot de overheid. Het is dan ook zaak om het perspectief van de burger en van het private deel van de samenleving erbij te betrekken. Problematisch is ook de grijpbaarheid, of misschien beter nog de ongrijpbaarheid, van de burger. De samenleving kan op verschillende manieren worden opgedeeld, maar de kleinste eenheid is altijd de individuele burger. Die wordt vaak pas zichtbaar en hoorbaar als hij zich verenigt met anderen. Door de groepering van burgers in belangenorganisaties, actiegroepen, levensbeschouwelijke verbanden, commerciële organisaties etcetera wordt alles wat in de samenleving leeft als het ware ingedikt en gearticuleerd. 25 Het is in de context van waardering, selectie en acquisitie van archieven dan ook niet eenvoudig om een scherp onderscheid te maken tussen individuele burgers en instellingen. Een derde punt van aandacht is de vraag of de hotspot benadering niet vooral de incidenten in een samenleving in beeld brengt. 26 De methodiek moet leiden tot een evenwichtige en betekenisvolle collectieopbouw bij de Nederlandse archiefinstellingen. Een te groot accent op de waan van de dag moet daarom vermeden worden. De benadering van het Nationaal Archief Als hotspots 'plekken' zijn van intensieve of opmerkelijke interactie tussen burgers en overheid, tussen burgers onderling of overheden onderling, dan moeten we signalen kunnen waarnemen waaruit die intensieve of opmerkelijke interactie blijkt. Interactie is er natuurlijk voortdurend. De vraag is wanneer er sprake is van als intensief of opmerkelijk te kwalificeren interactie en hoe dat is vast te stellen. Indicatoren voor intensieve of opmerkelijke interactie zijn maatschappelijke onrust, omvangrijke demonstraties, heftig publiek debat en grote media-aandacht. Het is van belang om het object van die onrust en aandacht goed te omschrijven en af te bakenen alvorens te gaan 'wegen' of hier sprake is van een hotspot. Naast de indicatoren zijn criteria nodig om een onderscheid te kunnen maken tussen incidenten en hotspots. Het eerste en meest basale criterium is dat een hotspot deel uit maakt van een groter maatschappelijk en/of politiek probleem. Een voorbeeld: het faillissement van Van der Hoop Bankiers in december 2005 gaf misschien wel onrust maar stond op zichzelf en was dus geen deel van een hotspot. De problemen rond Fortis in 2008 daarentegen bleken bij aanvang al niet op zichzelf te staan maar maakten deel uit van de mondiale crisis in de financiële sector die na het faillissement van de Amerikaanse zakenbank of this was at the cost of a more balanced, culturally representational, more systematic acquisitions policy which we must now pursue before it is too late, in order to meet (and stimulate) user demand. (...) We must recognize the value of records that help to explain the major issues of our time and should not distort the record with indicators unrepresentative of our culture. We tend to be overburdened with the bureaucratic record and ignore the fragile ephemeral archival materials of the environmental movement, for instance, which could in time lead to changes in our society which we can scarcely foresee. Hugh. A. Taylor, Archival services and the concept of the user: a RAMP study (UNESCO) (Paris 1984) Remco Iedema en Patricia Wiebinga, Profiel van de Nederlandse overheid (Bussum 2004) Deze vraag is door diverse gesprekspartners met wie we (onderdelen van) de methode hebben doorgesproken aan de orde gesteld.

20 Lehman Brothers Holding Inc. in alle hevigheid was losgebarsten. Andere financiële instellingen leden in meerdere of mindere mate onder dezelfde problemen als Fortis. Voldoet een gebeurtenis of fenomeen aan dit basale criterium, dan is er reden om een volgende 'meting' te verrichten. Het tweede criterium heeft betrekking op de vraag of een gebeurtenis of fenomeen leidt tot nieuwe actoren of tot nieuwe dan wel forse aanpassingen van bestaande functies, activiteiten of structuren. In dat geval hebben we een hotspot geïdentificeerd. De hotspot is daarmee een knooppunt geworden, waar een aantal actoren/functies in elkaar grijpt en waarbij die interactie leidt tot nieuwe ontwikkelingen. Om ons voorbeeld te vervolgen: de financiële crisis leidt tot veel nieuwe en verstrekkende beleidsbeslissingen, tot een nieuwe rol van de overheid in het bank- en verzekeringswezen (eigenaar!), tot ingrijpen in en ten behoeve van de belangen van individuele burgers (garantie spaartegoeden Icesave!), tot nieuwe belangengroepen en allianties (gedupeerde aandeelhouders, spaarders!), tot een andere relatie tussen overheden onderling (Noord-Holland contra Rijk)! en tussen overheid, bedrijfsleven en burgers (overheid als aandeelhouder!). Het moge duidelijk zijn: de kredietcrisis is een schoolvoorbeeld van een hotspot. De volgende stap is om de actoren in kaart te brengen die een rol spelen bij de als hotspot geïdentificeerde gebeurtenis of ontwikkeling. Uitdrukkelijk dient te worden vermeld dat niet alleen de nieuwe actoren en nieuwe functies die het gevolg zijn van de opmerkelijke interactie in kaart worden gebracht. Minstens zo belangrijk zijn de bestaande actoren die deelnamen aan deze interactie. Een aandachtspunt daarbij is dat op het moment van identificatie van een hotspot alle dynamiek daaromheen nog in volle gang is en de implicaties in de vorm van nieuw beleid of nieuwe actoren nog niet allemaal duidelijk of voorspelbaar zijn. 27 Een hotspot moet daarom enige tijd op de voet gevolgd worden om in kaart te kunnen brengen welke vanuit het toekomstig erfgoed interessante archiefvormers hierin een rol (gaan) spelen. Het zal overigens niet altijd eenvoudig zijn om een hotspot duidelijk in de tijd af te bakenen. We veronderstellen dat een hotspot regelmatig het beginpunt van een nieuwe ontwikkeling zal zijn (kredietcrisis is meteen het beginpunt van een economische recessie). Als een hotspot uitmondt in een nieuwe ontwikkeling, verliest deze zijn karakter omdat de intensieve of opmerkelijke interactie tussen actoren afneemt. 27 Dit bleek bijvoorbeeld ook bij de analyse van de kredietcrisis waar minister president Balkenende en minister van Financiën Bos in een aantal brieven aan de Tweede Kamer uiteenzet welke maatregelen worden genomen om Nederlandse bedrijven en weknemers te beschermen tegen de financiële crisis (oktober en november 2008), terwijl ten tijde van de hotspotanalyse in december 2008-januari 2009 hiervan nog lang niet alles was gerealiseerd/geëffectueerd.

21 IdentificatiemodelHotspots

22 Hoofdstuk 5. De systeemanalyse Zowel de HMA-plus als de hotspotanalyse zijn instrumenten om de essentiële bewegingen in de samenleving op te sporen. Maar de samenleving die we willen documenteren bestaat uit meer dan beweging alleen. Onder alle maatschappelijke dynamiek ligt een systeem, een dragende constructie van instellingen, functies en voorzieningen die stabiel en duurzaam is. Wezenskenmerk van de componenten waaruit die constructie is opgebouwd is, dat het wegvallen ervan maatschappelijke processen en domeinen tot stilstand brengt of ernstig hindert. Eén van die componenten is ons recentelijk zeer vertrouwd geworden: de systeembank. De omvang van het door zo'n bank beheerde kapitaal, de hoeveelheid burgers die er hun spaargeld hebben gestald of er hun huis hebben gefinancierd, het belang en de mate van afhankelijkheid van belangrijke bedrijven en bedrijfstakken van het voortbestaan ervan zijn factoren die bepalen of er sprake is van een systeembank. Het maatschappelijk belang van een dergelijke instelling is een belangrijke indicator voor het cultureel belang van haar archieven. Het onderzoek en de testen die het Nationaal Archief de afgelopen maanden uitvoerde, wezen uit dat toepassing van de HMA-plus en de hotspot-analyse die constructie niet goed zichtbaar maakt. Om op het hoogste abstractieniveau van de samenleving de 'essentialia' te kunnen vangen, is daarom ook een analyse nodig van de stabiele onderbouw van de maatschappij. De noodzaak daartoe werd in Gewaardeerd Verleden nog niet onderkend. We beperken ons in wat we de systeemanalyse hebben genoemd niet alleen tot instellingen, maar kijken ook naar functies en zelfs naar voorzieningen die cruciaal zijn voor het reilen en zeilen van de samenleving. Identificatie van systeemcomponenten De werkwijze die we hanteren om systeemcomponenten te identificeren, loopt voor een deel parallel aan de methode die voor de HMA-plus is ontwikkeld. We maken gebruik van dezelfde indeling van de samenleving in domeinen die we ook bij de HMA-plus gebruiken, alleen stellen we er andere vragen bij. Van ieder domein brengen we de meest invloedrijke instellingen en functies in beeld, vanuit de gedachte dat we daarmee de dragende constructie oftewel de stabiele onderbouw van de maatschappij als geheel in het vizier hebben. In ieder domein onderscheiden we een vaste set functierollen, zoals ook beschreven in hoofdstuk 3. Een lijst van functierollen is opgenomen in bijlagen 2 en 3. Het 'sjabloon' van de functierollen zorgt ervoor dat de voornaamste instellingen, functies en voorzieningen snel en vrij eenvoudig in beeld gebracht kunnen worden. Een uitputtend onderzoek zoals de PIVOT-methode vergde is niet nodig. Wel zijn de PIVOTrapporten uitstekend bruikbaar bij het uitvoeren van de systeemanalyse. In een gegeven maatschappelijk domein is een dergelijke analyse in enkele werkdagen te maken. Beleidskernen als departementale systeemcomponenten Als gevolg van de sterke oriëntatie op de overheidsinstellingen gedurende deze pilotfase, is gekeken naar wat een bruikbare invulling zou kunnen zijn van het begrip systeemactor bij analyse van de rijksoverheid. Met een uitkomst dat alle ministeries als systeemactor moeten worden beschouwd, schieten we immers niet veel op. Om die

23 reden is het begrip beleidskern geïntroduceerd, een begrip dat behulpzaam kan zijn om binnen de departementen de dragende elementen aan te wijzen. 28 Het in kaart brengen van de beleidskernen van de ministeries kan dan ook gezien worden als een pragmatische invulling 29 van het maken van systeemanalyse voor de rijksoverheid, althans voor zover het de departementen betreft. Particuliere componenten Het moge duidelijk zijn dat deze benadering uiteindelijk niet beperkt dient te blijven tot de overheid. Systeemactoren hoeven immers niet altijd overheidsactoren te zijn. Het in kaart brengen van systeemactoren dient bij voorkeur plaats te vinden vanuit de samenleving als geheel, waarbij publieke en private sector als gelijkwaardige eenheden worden beschouwd. Hetzelfde geldt uiteraard voor de functies en de voorzieningen, al is de verwachting dat de systeembenadering wat betreft het private deel van de samenleving vooral zal leiden tot identificatie van actoren en in veel mindere mate van functies en nog minder van registraties. Het resultaat van de systeemanalyse is een lijst van systeemcomponenten die net zo stabiel en duurzaam is als het systeem zelf. Het zal werken als een indicatieve bewaarlijst op een hoog abstractieniveau 30, die te herleiden is tot archiefvormers en archiefbestanden die zonder meer en vrijwel integraal voor bewaring in aanmerking (blijven) komen. 28 Als we het begrip beleidskern willen omschrijven, komen we in de literatuur steeds weer terecht bij P.A. Sabatier. die in beleidsvisies (policy belief systems) van actoren drie verschillende niveaus onderscheidt, waarvan de beleidskern er een is. P.A Sabatier, Policy Change over a Decade or More, in: Sabatier, P.A. & H.C. Jenkins-Smith (eds.), Policy Change and Learning - An Advocacy Coalition Approach, Boulder, 1993, Het meest abstract is het niveau van de diepe kern. Deze bestaat uit de fundamentele normatieve en ontologische axioma's die de persoonlijke filosofie van een persoon of een actor representeren. Het volgende niveau is dat van de beleidskern die bestaat uit de beleidsstrategieën en -voorkeuren die nodig zijn om de opvattingen uit de diepe kern op het concrete beleidssubsysteem te verwezenlijken. Ten slotte bestaan de secundaire aspecten uit de instrumentele beslissingen die nodig zijn om de beleidskern in een specifiek subsysteem te implementeren. 29 Pragmatisch omdat deze toepassing risicomanagement koppelt aan systeemanalyse. De beleidskernen zijn de onderdelen van de rijksoverheid waar politiek gezien de meeste aandacht naar uit zal gaan bij mogelijk informatieverlies. Vanuit het perspectief van risicomanagement heeft het dan ook een grote voorkeur om de beleidskernen van de departementen te identificeren en de neerslag van deze beleidskernen met de bestaande systematiek van selectielijsten te bewerken. De systeemanalyse zou er in dat geval op gericht moeten zijn om de beleidskernen van de rijksoverheid en de neerslag die daarbij hoort te identificeren. Alvorens dit te kunnen doen, is nog wel een preciezere afbakening nodig van beleidskernen. 30 Deze precisering dient uiteindelijk met behulp van het volgende waarderingsniveau gedaan te worden om zo tot een lijst van behoudenswaardige neerslag van te benoemen werkprocessen van deze actoren te komen.

Den Haag, september 2013 Dr. F.J.G. Limburg

Den Haag, september 2013 Dr. F.J.G. Limburg Verslag van het ingevolge artikel 5, sub d., j o 2 Archiefbesluit 1995, gevoerde overleg tussen het bedrijfschap Horeca en Catering en het Nationaal Archief met betrekking tot de selectielijst, zoals bedoeld

Nadere informatie

Rapport Methodiek Risicoanalyse

Rapport Methodiek Risicoanalyse Versie 1.5 31 december 2014 A.L.M. van Heijst emim drs. R.B. Kaptein drs. A. J. Versteeg Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Methodiek... 3 3. Stappenplan uitvoering risicoanalyse... 6 3.1 Landelijke risicoanalyse...

Nadere informatie

Den Haag, maart 2015 M. Hanzens

Den Haag, maart 2015 M. Hanzens Verslag van het ingevolge artikel 5, eerste lid sub d. van het Archiefbesluit 1995 gevoerde overleg tussen het ministerie van Financiën en het Nationaal Archief met betrekking tot de selectielijst, zoals

Nadere informatie

Het project Maatschappijbrede Trendanalyse 1976-2005: context, inhoud en onderzoeksproces

Het project Maatschappijbrede Trendanalyse 1976-2005: context, inhoud en onderzoeksproces Het project Maatschappijbrede Trendanalyse 1976-2005: context, inhoud en onderzoeksproces Nationaal Archief, november 2010 projectdocumentatie 1 Inhoud 1. Context 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Feilen van de huidige

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de Algemene Rijksarchivaris Postbus 90520. 2509 LM 's-gravenhage

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de Algemene Rijksarchivaris Postbus 90520. 2509 LM 's-gravenhage ..,.scs...l...cálaa.3 9 3's-3612+3 2506 AE Den Haag tcl.foon.317c310ssse fax +32(o)70 36147 27 e-mail cultuur@cultuur.nl wwwcultuur.nl De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Kaart 24 - Cultureel erfgoed 24 Cultureel erfgoed Versie april 2012 crisistypen bedreiging van cultureel erfgoed door rampen, onlusten, bezettingen, aanslagen

Nadere informatie

Het Acquisitieprofiel 2002-2006 dient ter vervanging van het uit 1995 daterende Acquisitieprofiel van het Algemeen Rijksarchief.

Het Acquisitieprofiel 2002-2006 dient ter vervanging van het uit 1995 daterende Acquisitieprofiel van het Algemeen Rijksarchief. DE VERWERVING VAN ARCHIEVEN DOOR HET NATIONAAL ARCHIEF Acquisitieprofiel 2002-2006 Het Acquisitieprofiel 2002-2006 dient ter vervanging van het uit 1995 daterende Acquisitieprofiel van het Algemeen Rijksarchief.

Nadere informatie

nemen van een e-depot

nemen van een e-depot Stappenplan bij het in gebruik nemen van een e-depot CONCEPT VOOR FEEDBACK Bijlage bij Handreiking voor het in gebruik nemen van een e-depot door decentrale overheden 23 juli 2015 Inleiding Dit stappenplan

Nadere informatie

(070) 373 8393. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad. Samenvatting. informatiecentrum tel. ons kenmerk BAOZW/U201300267 Lbr.

(070) 373 8393. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad. Samenvatting. informatiecentrum tel. ons kenmerk BAOZW/U201300267 Lbr. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Archiefconvenant; wijzigingen in de Archiefwet en -regelgeving Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk BAOZW/U201300267

Nadere informatie

Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden beleidsterrein Toezicht op de volksgezondheid over de periode 1940-1999

Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden beleidsterrein Toezicht op de volksgezondheid over de periode 1940-1999 Aan De Staatssecretaris van Onderwijs, en Wetenschappen P/a de algemene rijksarchivaris Postbus 90520 2509 LM s-gravenhage Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden beleidsterrein Toezicht op de

Nadere informatie

Handreiking Lokale Trendanalyse

Handreiking Lokale Trendanalyse Handreiking Lokale Trendanalyse drs. R. te Slaa en mw. drs. H.A. Hokke versie 1.0 18 juli 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 1.1. Achtergrond en aanleiding... 2 1.2. Handreiking voor een lokale trendanalyse...

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

DUTO Normenkader Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie

DUTO Normenkader Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie DUTO Normenkader Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie Erik Saaman (projectleider DUTO) NORA Gebruikersraad, 9 juni 2015 normenkader@nationaalarchief.nl Duurzaam toegankelijke overheidsinformatie

Nadere informatie

Met het oog op morgen. op weg naar een overheidsvisie op ons archiefbestel

Met het oog op morgen. op weg naar een overheidsvisie op ons archiefbestel Met het oog op morgen op weg naar een overheidsvisie op ons archiefbestel Zo? 2 Opzet 1.Waarom? 2.Momentum 3.Context 4.Rode draden 5.Vertrekpunten 6.Thema s en scenario s 7.Horror en droom 8.Vervolgproces

Nadere informatie

Waardering en selectie van archieven: overvloed en onbehagen door Charles Jeurgens

Waardering en selectie van archieven: overvloed en onbehagen door Charles Jeurgens Waardering en selectie van archieven: overvloed en onbehagen door Charles Jeurgens Lezing gehouden tijdens het KNHG-symposium Wat willen historici van archieven, 13 oktober 2008 Als ik in Leiden op het

Nadere informatie

Ministerie van Economische Zaken

Ministerie van Economische Zaken Ministerie van Economische Zaken > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap T.a.v. mw. drs. G.P.M. Scholte Hoofdinspecteur collecties en archieven Postbus

Nadere informatie

Acquisitiebeleidsplan Noord-Hollands Archief 2015-2020

Acquisitiebeleidsplan Noord-Hollands Archief 2015-2020 Acquisitiebeleidsplan Noord-Hollands Archief 2015-2020 Maart 2015 Het Noord-Hollands Archief wil fungeren als het geheugen van de provincie Noord-Holland en de aangesloten gemeenten in Kennemerland en

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

KFI en KPI: overeenkomsten, verschillen en raakvlakken

KFI en KPI: overeenkomsten, verschillen en raakvlakken KFI en KPI: overeenkomsten, verschillen en raakvlakken Ministerie van Financiën, Begrotingszaken Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Personeelsmanagement Rijksdienst Inhoudsopgave

Nadere informatie

Eindrapport. Pilot prioritering en versnelling archiefbewerking. uitgevoerd bij het Ministerie van VROM

Eindrapport. Pilot prioritering en versnelling archiefbewerking. uitgevoerd bij het Ministerie van VROM Eindrapport Pilot prioritering en versnelling archiefbewerking uitgevoerd bij het Ministerie van VROM Den Haag, september 2010 Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Samenvatting pilot prioritering en versnelling

Nadere informatie

B.U.N. Boeddhistische Unie Nederland Vereniging van boeddhistische groeperingen in Nederland

B.U.N. Boeddhistische Unie Nederland Vereniging van boeddhistische groeperingen in Nederland Amsterdam, 24-11-2014 Boeddhisten in Nederland een inventarisatie Er zijn twee vragen die boeddhisten in Nederland al jaren bezig houden: 1. Wat is een boeddhist 2. Hoeveel boeddhisten zijn er in Nederland

Nadere informatie

Rapportage Pilot Selectielijst

Rapportage Pilot Selectielijst Rapportage Pilot Selectielijst gemeente Noordoostpolder Gemeente Noordoostpolder Gemaakt Genop 8/7/2015 9:42:00 AM 3-8-2015 Inleiding Begin 2015 is de Gemeente Noordoostpolder door een consultant van VHIC

Nadere informatie

NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING. CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING

NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING. CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING Versterking van de wetenschap en een betere benutting van de resultaten zijn een onmisbare basis, als Nederland

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 200 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2014 Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN

Nadere informatie

Zeer geachte mevrouw Van der Laan,

Zeer geachte mevrouw Van der Laan, Aan De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen p/a de Algemene Rijksarchivaris Postbus 90520 2509 LM s-gravenhage Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden Aansprakelijkheidsverzekering

Nadere informatie

Verslag van de bijeenkomst. Informatie duurzaam digitaal toegankelijk

Verslag van de bijeenkomst. Informatie duurzaam digitaal toegankelijk Verslag van de bijeenkomst Informatie duurzaam digitaal toegankelijk 10 oktober 2011 Informatie duurzaam digitaal toegankelijk Verslag van de bijeenkomst voor de verantwoordelijken voor de informatievoorziening

Nadere informatie

CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN

CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN Onderzoek naar cultuurhistorische structuren, landschappen en panden Aansluitend op Belvedere- (Behoud door ontwikkeling) en het MoMo-beleid (Modernisering

Nadere informatie

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.

Nadere informatie

onderwerp: ontwerp-selectielijst archiefbescheiden van de Centrale Organisatie

onderwerp: ontwerp-selectielijst archiefbescheiden van de Centrale Organisatie --suus 90-to-3612+3 2506 AE Deu Haag torccu.«c»crosess fax +31(0)70 36147 27 e-mail cultuur@cultuur.nl www.cultuur.nl De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a de Algemene Rijksarchivaris

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Inventaris van het archief van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen: Adviesgroep Planning (AGP), 1932-1992

Inventaris van het archief van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen: Adviesgroep Planning (AGP), 1932-1992 Nummer archiefinventaris: 2.14.5316 Inventaris van het archief van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen: Adviesgroep Planning (AGP), 1932-1992 Auteur: Centrale Archief Selectiedienst Nationaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Selectielijst vereniging FGzP (Federatie van gezondheidszorgpsychologen)

Selectielijst vereniging FGzP (Federatie van gezondheidszorgpsychologen) Selectielijst vereniging FGzP (Federatie van gezondheidszorgpsychologen) Selectielijst voor de administratieve neerslag van de openbare gezag-taken van de zorgdrager FGzP (Federatie van gezondheidszorgpsychologen),

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Weert, 6 september 2011. Rekenkamer Weert Inhoudsopgave 1. Achtergrond en aanleiding 2. Centrale vraagstelling 3. De wijze van onderzoek 4. Deelvragen

Nadere informatie

Selectielijst Klantenloket EPD (bij Nictiz) 2008-2011

Selectielijst Klantenloket EPD (bij Nictiz) 2008-2011 Selectielijst Klantenloket EPD (bij Nictiz) 2008-2011 Van de zorgdrager: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Concept versie ter inzage Inhoudsopgave A Inleiding... 3 1.1 Doel en werking

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

G e m e e n t e S l u i s

G e m e e n t e S l u i s Notitie voor Commissie Middelen/Algemeen Bestuur Pag. 1 Datum vergadering 23 januari 2008 Nr. Omschrijving agendapunt Portefeuillehouder Voorstel tot het kennisnemen van de notitie "Inhuur externen". wethouder

Nadere informatie

Productbeschrijving BSD. Inhoudsopgave

Productbeschrijving BSD. Inhoudsopgave Productbeschrijving BSD Versie januari 2004, plus verwerkt commentaar Nationaal Archief van februari 2004 Goedgekeurd op vergadering Interdepartementaal Platform Selectievraagstukken, 3 maart 2004 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Digitalisering en duurzame toegankelijkheid van informatie bij de provincie Noord-Brabant

Digitalisering en duurzame toegankelijkheid van informatie bij de provincie Noord-Brabant Startnotitie informatie bij de provincie Noord-Brabant 1. Inleiding Duurzame toegankelijkheid van informatie hangt af van de manier waarop informatiedragers, zoals nota s, brieven en emailberichten worden

Nadere informatie

Ordening van processen in een ziekenhuis

Ordening van processen in een ziekenhuis 4 Ordening van processen in een ziekenhuis Inhoudsopgave Inhoud 4 1. Inleiding 6 2. Verantwoording 8 3. Ordening principes 10 3.0 Inleiding 10 3.1 Patiëntproces 11 3.2 Patiënt subproces 13 3.3 Orderproces

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 200 IX Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2014 Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 11 juni 2015

Nadere informatie

Ruimte voor Ontwikkeling

Ruimte voor Ontwikkeling hbo centres of expertise mbo centra voor innovatief vakmanschap Ruimte voor Ontwikkeling Bijlage 7 Overzicht governance varianten inrichting Centra Bijlage bij advies Commissie Van der Touw, juni 2013

Nadere informatie

Er zijn 3 hoofdredenen waarom gekomen is met een nieuwe visie op waardering en selectie:

Er zijn 3 hoofdredenen waarom gekomen is met een nieuwe visie op waardering en selectie: VERSLAG BIJEENKOMST PLATFORM PARTICULIERE ARCHIEVEN (PPA) OP NATIONAAL ARCHIEF DEN HAAG 20-11-2008 ONDER DE TITEL GEWAARDEERD VERLEDEN. CONCURRENTIE OF SAMENWERKING? [bezocht door Toon Franken, medewerker

Nadere informatie

Oplegvel. 1. Onderwerp Informatiemanagement Jeugdhulp. 2. Rol van het samenwerkingsorgaan

Oplegvel. 1. Onderwerp Informatiemanagement Jeugdhulp. 2. Rol van het samenwerkingsorgaan In Holland Rijnland werken samen: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude

Nadere informatie

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling...

1. De Vereniging - in - Context- Scan... 2. 2. Wijk-enquête... 3. 3. De Issue-scan en Stakeholder-Krachtenanalyse... 4. 4. Talentontwikkeling... Meetinstrumenten De meetinstrumenten zijn ondersteunend aan de projecten van De Sportbank en ontwikkeld met de Erasmus Universiteit. Deze instrumenten helpen om op een gefundeerde manier te kijken naar

Nadere informatie

Sourcing. Analyse Sourcing Management

Sourcing. Analyse Sourcing Management Sourcing Analyse Sourcing Management Sourcing Business Driven Sourcing Wij nemen het woord sourcing letterlijk. Welke bronnen zijn nodig om uw organisatie optimaal te laten presteren, nu en in de toekomst?

Nadere informatie

Missie We zijn een maatschappelijke vastgoedonderneming, die met en voor bewoners samenwerkt aan krachtige wijken met toekomstwaarde.

Missie We zijn een maatschappelijke vastgoedonderneming, die met en voor bewoners samenwerkt aan krachtige wijken met toekomstwaarde. Governance handboek Besturingsmodel Havensteder Inleiding Het besturingsmodel van woningcorporatie Havensteder maakt de verbanden zichtbaar tussen missie, visie en strategie. En de daarvan afgeleide doelstellingen,

Nadere informatie

Informatiemanagement, -processen en -implementaties

Informatiemanagement, -processen en -implementaties Informatiemanagement, -processen en -implementaties Spelsimulatie en Organisatieverandering imvalues Presentatie Inhoud Introductie Spelsimulatie Aanpak Toepassing Meer informatie Introductie imvalues

Nadere informatie

Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen

Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Een raamwerk voor het effectief evalueren van crisisoefeningen Samenvatting Drs. Bertruke Wein Drs. Rob Willems 2013 Radboud Universiteit Nijmegen/ITS Samenvatting Evaluaties van crisisoefeningen vanaf

Nadere informatie

Ministerie van VROMI Land Sint Maarten

Ministerie van VROMI Land Sint Maarten Ministerie van VROMI Land Sint Maarten Rapportage ten behoeve van de Voortgangscommissie Sint Maarten 1e kwartaal 2011 De Minister voor Volkshuisvesting Ruimtelijke Ontwikkeling Milieu en Infrastructuur

Nadere informatie

Nummer archiefinventaris: 2.14.5317. Auteur: Centrale Archief Selectiedienst. Nationaal Archief, Den Haag 2010. Copyright: cc0

Nummer archiefinventaris: 2.14.5317. Auteur: Centrale Archief Selectiedienst. Nationaal Archief, Den Haag 2010. Copyright: cc0 Nummer archiefinventaris: 2.14.5317 Inventaris van het archief van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen: Werkgroep Landbouwonderwijs van de Ned.-Belgische Subcie v/d gelijkwaardigheid van diploma's

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

VAN AMBITIE NAAR UITVOERING - INRICHTING EN BESTURING I&A DELFLAND. 31 augustus 2013

VAN AMBITIE NAAR UITVOERING - INRICHTING EN BESTURING I&A DELFLAND. 31 augustus 2013 VAN AMBITIE NAAR UITVOERING - INRICHTING EN BESTURING I&A DELFLAND 31 augustus 2013 CONTEXT Delfland wordt de komende jaren geconfronteerd met een groeiende interne en externe vraag naar (innovatieve)

Nadere informatie

Regeling Archiefbeheer College bouw ziekenhuisvoorzieningen

Regeling Archiefbeheer College bouw ziekenhuisvoorzieningen Het College bouw ziekenhuisvoorzieningen, gelet op artikel 14 van het Archiefbesluit 1995; Besluit: Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Bouwcollege: het College bouw ziekenhuisvoorzieningen;

Nadere informatie

Functieprofiel Raad van Toezicht

Functieprofiel Raad van Toezicht Functieprofiel Raad van Toezicht Opgesteld: november 2014 Vastgesteld: 25 november 2014 Functieprofiel Raad van Toezicht SALTO 1 Functieprofiel Raad van Toezicht SALTO Organisatieschets In 2001 zijn de

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Oordeel uitvoering van de Wet WOZ WAARDERINGSKAMER RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Gemeente/

1. Inleiding. 2. Oordeel uitvoering van de Wet WOZ WAARDERINGSKAMER RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Gemeente/ WAARDERINGSKAMER RAPPORT VAN BEVINDINGEN Gemeente/ Rotterdam uitvoeringsorganisatie: Datum: 18 september 2014 Datum rapport: 21 november 2014 1. Inleiding Dit rapport van bevindingen is de weergave van

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad. Rapportage, 30 april 2014

Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad. Rapportage, 30 april 2014 Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad Rapportage, 30 april 2014 Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad Rapportage, 30 april 2014 Opdrachtgevers: Ministerie van Binnenlandse

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum: 22 april 2013 Betreft: Beleidsreactie op het advies "De

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Nieuwe hoofdstructuur bestuursdepartement per 1 juli 2011

Nieuwe hoofdstructuur bestuursdepartement per 1 juli 2011 Nieuwe hoofdstructuur bestuursdepartement per 1 juli 2011 Nieuwe hoofdstructuur bestuursdepartement per 1 juli 2011 Minister Staatssecretaris Secretaris- Generaal plv Secretaris- Generaal Het nieuwe bestuursdepartement

Nadere informatie

EEN KWESTIE VA N K I E Z E N. door Caroline de Hart

EEN KWESTIE VA N K I E Z E N. door Caroline de Hart EEN KWESTIE VA N K I E Z E N Acquisitiepl a n n e n e n profielen in het Nederlandse Archiefwezen door Caroline de Hart Instituut voor Media, Informatie en Communicatie Een kwestie van kiezen Acquisitieplannen

Nadere informatie

Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing?

Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing? Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing? Hans Hofman Nationaal Archief Netherlands NCDD Planets dag Den Haag, 14 december 2009 Overzicht Wat is het probleem? Wat is er nodig?

Nadere informatie

onderwerp: ontwerp-selectielijst archiefbescheiden op het beleidsterrein Gevangeniswezen en terbeschikkingstelling

onderwerp: ontwerp-selectielijst archiefbescheiden op het beleidsterrein Gevangeniswezen en terbeschikkingstelling R J. Schimmelpennincklaan 3 postbus 61243 2506 AE Den Haag telefoon +31(o)70 310 66 86 fax +31(o)70 361 47 27 e-mail cultuur@cultuur.nl www.cultuur.nl De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap p/a

Nadere informatie

Raad voor cultuur Raad voor cultuur Raad voor cultuur

Raad voor cultuur Raad voor cultuur Raad voor cultuur R.J.Schimmelpennincklaan 3 Postbus 61243 2506 AE Den Haag Telefoon +31(0)70 310 66 86 Fax +31(0)70 361 47 27 e-mail cultuur@cultuur.nl www.cultuur.nl De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Nadere informatie

Feiten over. Veiligheidsbeleving. in de gemeente Arnhem

Feiten over. Veiligheidsbeleving. in de gemeente Arnhem Feiten over Veiligheidsbeleving in de gemeente Arnhem Feiten over Veiligheidsbeleving in de gemeente Arnhem Voor burgers speelt het persoonlijke gevoel van veiligheid een belangrijke rol. Dit gevoel wordt

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

Samenvatting eindrapport fase twee project Gedragswerk (schooljaar 2006 2007)

Samenvatting eindrapport fase twee project Gedragswerk (schooljaar 2006 2007) Samenvatting eindrapport fase twee project Gedragswerk (schooljaar 2006 2007) 1. Voorwoord Deze samenvattende rapportage van fase twee van Gedragswerk beschrijft achtereenvolgens werkwijze en uitgangspunten,

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Raad voor Cultuur. Mijnheer de Staatssecretaris,

Raad voor Cultuur. Mijnheer de Staatssecretaris, Aan De Staatssecretaris van Onderwijs, en Wetenschappen P/a de algemene rijksarchivaris Postbus 90520 2509 LM 's-gravenhage Onderwerp Ontwerp-selectielijst archiefbescheiden zorgdrager de minister van

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Programma 5. Module Management Accounting & Control 5. Module Externe Verslaggeving 6

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Programma 5. Module Management Accounting & Control 5. Module Externe Verslaggeving 6 1 Inhoudsopgave Inleiding 4 Programma 5 Module Management Accounting & Control 5 Module Externe Verslaggeving 6 Module Management Control & Information Systems 7 Rooster 8 Opleidingskosten 9 Netherlands

Nadere informatie

energiemanagement & kwaliteitsmanagement

energiemanagement & kwaliteitsmanagement Energiemanagement Programma & managementsysteem Het beschrijven van het energiemanagement en kwaliteitsmanagementplan (zoals vermeld in de norm, voor ons managementsysteem). 1 Inleiding Maatschappelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

6. Project management

6. Project management 6. Project management Studentenversie Inleiding 1. Het proces van project management 2. Risico management "Project management gaat over het stellen van duidelijke doelen en het managen van tijd, materiaal,

Nadere informatie

Vertaaldocument huidig format naar verbeterd format kwalificatiedossier Applicatieontwikkelaar ECABO 2007-2008

Vertaaldocument huidig format naar verbeterd format kwalificatiedossier Applicatieontwikkelaar ECABO 2007-2008 Vertaaldocument huidig format naar verbeterd format kwalificatiedossier Applicatieontwikkelaar ECABO 2007-2008 Vertaaldocument AO, juni 2007 Pagina 1 van 10 Vertaaldocument AO, juni 2007 Pagina 2 van 10

Nadere informatie

Niet-financiële informatie (NFI) in Nederland

Niet-financiële informatie (NFI) in Nederland Niet-financiële informatie (NFI) in Nederland Koninklijk NIVRA Michèl J.P. Admiraal RA IBR 7 december 2009 1 Inhoud van deze presentatie 1. Voorstellen spreker 2. State of the art in Nederland 3. NIVRA

Nadere informatie

Medewerker administratieve processen en systemen

Medewerker administratieve processen en systemen processen en systemen Doel Voorbereiden, analyseren, ontwerpen, ontwikkelen, beheren en evalueren van procedures en inrichting van het administratieve proces en interne controles, rekening houdend met

Nadere informatie

Eerst de beren dan de honing

Eerst de beren dan de honing 58 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Resultaten van Veiligheidshuizen Eerst de beren dan de honing Illustratie: Hans Sprangers De Veiligheidshuizen vormden de afgelopen jaren een bron van onderzoek. Zo

Nadere informatie

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Professioneel facility management Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Inhoud Voorwoord Professionele frontliners 1. Theoretisch kader 2. Competenties en

Nadere informatie

Conclusies en aanbevelingen van de. quick scan informatie- en archiefbeheer bij. afdeling X

Conclusies en aanbevelingen van de. quick scan informatie- en archiefbeheer bij. afdeling X Conclusies en aanbevelingen van de quick scan informatie- en archiefbeheer bij afdeling X Datum quick scan : 10 mei 2011 Medewerker : de heer Y Ingevuld samen met archiefinspecteur : Ja Diagnose en aanbevelingen

Nadere informatie

GOED BESLAGEN MANAGEMENTSAMENVATTING EEN ONDERZOEK NAAR ADMINISTR ATIEVE L ASTEN IN BESLAG- PROCEDURES VAN DE POLITIE AUTEURS. Dr. J.J.

GOED BESLAGEN MANAGEMENTSAMENVATTING EEN ONDERZOEK NAAR ADMINISTR ATIEVE L ASTEN IN BESLAG- PROCEDURES VAN DE POLITIE AUTEURS. Dr. J.J. MANAGEMENTSAMENVATTING GOED BESLAGEN EEN ONDERZOEK NAAR ADMINISTR ATIEVE L ASTEN IN BESLAG- PROCEDURES VAN DE POLITIE Datum: 4 juli 2013 Rapportnummer: TMC-R13-013 AUTEURS Dr. J.J. Vos Drs. W.H. van den

Nadere informatie

Algemene Rekenkamer..,

Algemene Rekenkamer.., Algemene Rekenkamer, BEZORGEN Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070 3424344 E w voorlichting@rekenkamernl

Nadere informatie

Informatieprotocol Inspectieview Milieu (IvM)

Informatieprotocol Inspectieview Milieu (IvM) Informatieprotocol Inspectieview Milieu (IvM) Met het Juridisch Kader zijn de wettelijke (en door de jurisprudentie gepreciseerde) grenzen beschreven binnen welke IvM kan en mag worden gebruikt. Daarbinnen

Nadere informatie

Raadsvoorstel (gewijzigd) 26 september 2013 AB13.00729 RV2013-062

Raadsvoorstel (gewijzigd) 26 september 2013 AB13.00729 RV2013-062 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel (gewijzigd) 26 september 2013 AB13.00729 RV2013-062 Gemeente Bussum Besluit nemen over advies effectmeting Inkoop en inhuur van de rekenkamercommissie

Nadere informatie

Praktijkplein Titel: Toepassing: Koppeling met het Operational Excellence Framework: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen.

Praktijkplein Titel: Toepassing: Koppeling met het Operational Excellence Framework: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen. Praktijkplein Titel: Implementatiemethodieken: ontwerpen en ontwikkelen. Toepassing: Beknopte samenvatting van twee implementatiemethodieken en hun toepassing bij het implementeren van een operational

Nadere informatie

Betreft: resultaten tijdelijke werkgroep versterken rol raad binnen P&C cyclus. Van: De tijdelijke werkgroep versterken rol raad binnen P&C cyclus

Betreft: resultaten tijdelijke werkgroep versterken rol raad binnen P&C cyclus. Van: De tijdelijke werkgroep versterken rol raad binnen P&C cyclus Wijk bij Duurstede, 6 maart 2012 Betreft: resultaten tijdelijke werkgroep versterken rol raad binnen P&C cyclus Memo Van: De tijdelijke werkgroep versterken rol raad binnen P&C cyclus Aan: Leden van de

Nadere informatie

6 TIPS DIE HET PRESTEREN VAN UW WERKOMGEVING VERBETEREN

6 TIPS DIE HET PRESTEREN VAN UW WERKOMGEVING VERBETEREN 6 TIPS DIE HET PRESTEREN VAN UW WERKOMGEVING VERBETEREN INLEIDING Het Nieuwe Werken is in de afgelopen jaren op vele plekken geïntroduceerd om slimmer om te gaan met de beschikbare middelen binnen organisaties

Nadere informatie

Slotbijeenkomst Pilot E-depot Utrecht. Hier komt tekst. komt ook tekst 22-1-2014. Utrecht.nl

Slotbijeenkomst Pilot E-depot Utrecht. Hier komt tekst. komt ook tekst 22-1-2014. Utrecht.nl Slotbijeenkomst Pilot E-depot Utrecht Hier komt tekst Digitaal erfgoed Metagegevens & Hier 22-1-2015 Architectuur komt ook tekst 22-1-2014 Bert van Kooten Kennis- en Kwaliteitscentrum Documentaire informatie

Nadere informatie

Prestatiemeting op maat:

Prestatiemeting op maat: PRESTATIEMETING Drs. K.B.M. Bessems is recent als bedrijfseconoom afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Drs. J.M.C. Niederer (niederer@telenet.be) is werkzaam in de controllerspraktijk en heeft

Nadere informatie

FS150422.7A. A: Beschrijving van de voorgestelde werkwijze B: Toelichting op het MSP en identificatie proces

FS150422.7A. A: Beschrijving van de voorgestelde werkwijze B: Toelichting op het MSP en identificatie proces FS150422.7A FORUM STANDAARDISATIE 22 april 2015 Agendapunt: 7. Internationaal Stuk 7A. Notitie omgang met standaarden van het Europese Multistakeholder Platform on ICT Standardisation Bijlage A: Beschrijving

Nadere informatie

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen?

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen? 5 Procescriteria In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we

Nadere informatie

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3)

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Versie 1.0 11 november 2014 Voorwoord Zorginstellingen zijn vanuit

Nadere informatie

Zero Based Begroten. De andere kant van de kaasschaafmethode

Zero Based Begroten. De andere kant van de kaasschaafmethode Zero Based Begroten De andere kant van de kaasschaafmethode Je moet de tijd nemen voor Zero Based Begroten, en je moet lef hebben Zero Based begroten legt een duidelijke relatie tussen de doelstellingen,

Nadere informatie

Blijvend geld en aandacht nodig voor Nationale landschappen, Provincies doen meer dan het Rijk

Blijvend geld en aandacht nodig voor Nationale landschappen, Provincies doen meer dan het Rijk Nationale landschappen: aandacht en geld nodig! 170610SC9 tk 7 Blijvend geld en aandacht nodig voor Nationale landschappen, Provincies doen meer dan het Rijk De Rekenkamer Oost-Nederland heeft onderzoek

Nadere informatie