Vervangende les 2 Wat is geld waard?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vervangende les 2 Wat is geld waard?"

Transcriptie

1 Vervangende les 2 Wat is geld waard? Leerdoelen Je leert wat het verschil tussen directe en indirecte ruil is. Je begrijpt waarom indirecte ruil handiger is dan directe ruil. Je kent de twee soorten geld. Je kent de drie functies van geld. Je leert wat de begrippen koopkracht en inflatie met elkaar te maken hebben. Tijd 2 lesuren Benodigd materiaal Computer, internet, poster op 4 x A4-formaat (of 4 A4-vellen aan elkaar plakken, twee naast elkaar, twee eronder). Intro In deze les leer je aan de hand van de geschiedenis van het geld bovenstaande leerdoelen. Je krijgt een aantal bronnen die je uitknipt en in de juiste volgorde bij een tijdlijn op een poster plakt. Daarna ga je de poster aankleden met toepasselijke foto s en bijschriften. Vraag aan je docent of je de opdracht in een groepje mag maken. A De geschiedenis van het geld Aan het eind van deze opdracht staan negen tekstbronnen over het ontstaan van het geld. Maar ze staan niet in de juiste volgorde van tijd. Boven de bron Vis voor een varken staat het cijfer 1. Dit is de eerste tekst op de tijdlijn, want deze tekst gaat over de oudheid, toen er nog geen geld was. Goederen ruilen noemen we directe ruil, want er komt geen geld aan te pas. Bijvoorbeeld: een kilo uien in ruil voor een worst. Daarom noemen we het ook wel ruil in natura. 1 Waarom is directe ruil vaak onhandig? Bijvoorbeeld: sommige goederen laten zich moeilijk ruilen: zakken meel zijn zwaar, vis is bederfelijk. Omdat directe ruil onhandig is, kwam men op het idee om bepaalde goederen als geld te gaan gebruiken. 2 is de tweede tekst op de tijdlijn. 2 Lees bron 2. Welke goederen werden als geld gebruikt? Bijvoorbeeld: vee, tabak, thee, zout, schelpen. MALMBERG 1

2 3 Waarom waren niet alle goederen geschikt om als geld te gebruiken? Vergelijkbaar met het antwoord op vraag 1: veel goederen zijn bederfelijk (zoals vis) of onhandig (vee). 4 Welke bron komt op de derde plaats? Schrijf het cijfer 3 bij deze bron. De bron Het eerste muntgeld'. 5 Bepaal de goede volgorde van de rest van de bronnen. Schrijf de cijfers 4 t/m 9 bij de bronnen. De juiste volgorde: 4 Zout en schelpjes, 5 De eerste bankbiljetten in China, 6 De eerste gulden, 7 Papiergeld, 8 Onzichtbaar geld, 9 De gulden. Met geld als ruilmiddel krijg je indirecte ruil. Daardoor zijn er veel meer beroepen mogelijk. Anders gezegd: er is meer arbeidsverdeling mogelijk. 6 Welke bron legt uit waarom er bij indirecte ruil meer beroepen mogelijk zijn? 3. 7 Waarom is ruilen met geld indirect ruilen? Bijvoorbeeld de docent economie: je ruilt eerst je les om in geld en daarna het geld weer om in brood. Er wordt dus niet direct geruild. Geld zit er als tussenstap tussen. 8 Welk beroep kan zonder geld als betaalmiddel niet bestaan? A groenteboer B timmerman C bakker D psycholoog D MALMBERG 2

3 Munten en bankbiljetten zijn het chartale geld. Chartaal geld is tastbaar, je kunt het aanraken. 9 Welke bronnen gaan over chartaal geld? 3, 5, 6, 7 en Waarom zijn munten en bankbiljetten handiger als betaalmiddel dan zout, schelpen en vee? Het is makkelijker deelbaar (dan vee en schelpen), je kunt het dus indelen in verschillende bedragen. Het is minder zwaar (dan vee). Het hoeft minder droog bewaard te worden (dan zout). Giraal geld is het onzichtbare geld op rekeningen. 11 Welke bron legt het ontstaan van giraal geld uit? 8. Gerard heeft een betaalrekening bij de Rabobank, Achmed bij de ASN Bank. Gerard koopt een boek van Achmes en betaalt de 20 giraal. 12 Wat moet de Rabobank als boekhouder doen om de betaling in orde te maken? De Rabobank moet 20 afboeken bij Gerard en opsturen naar de (rekening van Achmed bij de) ASN Bank. Geld heeft drie functies: 1 Geld dient als ruilmiddel. Je ruilt producten tegen geld en niet meer een brood tegen een halve worst. 2 Geld is een rekenmiddel. Je kunt ermee rekenen. Bijvoorbeeld: een brood kost 2, een worst 4. Een worst is dus twee broden waard. 3 Geld is een spaarmiddel. Als je geld op een spaarrekening zet, krijg je rente en groeit je spaargeld. 13 In een aantal bronnen wordt het woord betaalmiddel gebruikt. Bij welke functie van geld past dit woord? A ruilmiddel B rekenmiddel C spaarmiddel A MALMBERG 3

4 Stel: de Nederlandse economie gebruikt geen geld. In winkeletalages staan de volgende artikelen met hun prijs: een paar schoenen = 30 broden een scooter = 30 paar schoenen een worst = ½ brood 14 Hoeveel worsten is een scooter waard? een scooter = 30 paar schoenen = 30 x 30 = 900 broden = 900 x 2 = 1800 worsten waard. Zonder geld is het dus moeilijk om de onderlinge ruilverhoudingen te berekenen. Als de prijzen in euro s waren gegeven, was de som heel wat eenvoudiger geweest. 15 Met welke functie van geld had je het antwoord op vraag 14 eenvoudiger kunnen geven? A ruilmiddel B rekenmiddel C spaarmiddel B 16 Geef twee voordelen van geld als spaarmiddel in plaats van vis als spaarmiddel. Geld is niet bederfelijk, met geld kun je rente verdienen, met vis niet. Met een inkomen in euro s kun je in de winkel producten kopen. Geld levert dus koopkracht op. Bij een grote koopkracht kun je veel producten kopen. 17 Streep in iedere zin het foute woord door. Hoe hoger je inkomen, hoe hoger / lager je koopkracht. Hoe lager de prijzen in de winkels, hoe hoger / lager je koopkracht. Als je inkomen minder stijgt dan de prijzen van producten, daalt / stijgt je koopkracht. Als de prijzen van de producten stijgen, daalt / stijgt de koopkracht van een bankbiljet van vijftig euro. Als de prijzen van de producten in de winkels stijgen, noemen we dat inflatie. Als de prijzen gemiddeld met 4% stijgen, kun je ook zeggen: de inflatie is 4%. 18 Stel: de gemiddelde prijs in 2011 is 20. De inflatie in 8%. Bereken de gemiddelde prijs in % = 20/100 = 0,20; 8% = 8 x 0,20 = 1,60; ,60 = 21,60 MALMBERG 4

5 19 In welke bron komt inflatie voor? Verklaar je antwoord. 5: De eerste bankbiljetten in China. Er staat: 'Chinezen moesten steeds meer biljetten betalen in ruil voor goederen.' De prijzen van de goederen stegen dus. B De geschiedenis van het geld op een poster 20 Teken op de poster in het midden een tijdbalk van links naar rechts. Knip de bronnen uit en plaats ze op de juiste plaats bij de tijdbalk. 21 In bron 1 is de zin De mensen ruilen goederen met elkaar. onderstreept. Deze zin past bij het begrip directe ruil. Schrijf met een rode pen het begrip directe ruil bij bron 1. Trek een lijntje van het begrip naar de onderstreepte zin. 22 Doe hetzelfde met de begrippen indirecte ruil, chartaal geld, giraal geld, ruilmiddel en inflatie. Zoek bij deze begrippen een bijpassende bron. Trek een lijntje van het begrip naar de zin in de bron waarbij dat begrip past. Onderstreep de bijpassende zin. Bijvoorbeeld: indirecte ruil bij 'Vee is betaalmiddel' ('Maar al lang voor de jaartelling vond men op verschillende plaatsen in de wereld een beter systeem uit: het ruilen van goederen tegen een bepaald goed dat als geld dienst deed.') Chartaal geld bij 'De eerste bankbiljetten in China' ('Handelaren gaven hun waardevolle bezittingen aan de overheid. En in ruil daarvoor kregen ze biljetten waarmee je kon betalen. ) Giraal geld bij 'Onzichtbaar geld' (Het bedrag dat bij jouw naam stond, werd nu bij de naam van een ander geschreven. Heel logisch eigenlijk. Zo ontstond aan het begin van de zeventiende eeuw het girale geld, het onzichtbare geld op betaalrekeningen.') Ruilmiddel bij de bron 'Zout en schelpjes' ('Zout werd dus gebruikt als betaalmiddel') Inflatie bij 'De eerste bankbiljetten in China'(Chinezen moesten steeds meer biljetten betalen in ruil voor goederen. ) 23 Ga op internet op zoek naar afbeeldingen die bij de bronnen passen. Print de afbeeldingen en plak ze op de juiste plaats. Schrijf bij ieder beeld een bijschrift. MALMBERG 5

6 5 De eerste bankbiljetten in China In China was er in de Tang-dynastie ( ) een tekort aan geld. Daar had de overheid de volgende oplossing voor bedacht: handelaren gaven hun waardevolle bezittingen aan de overheid. En in ruil daarvoor kregen ze biljetten waarmee je kon betalen. Tijdens de Ming-dynastie ( ) werd de biljettenuitgifte toevertrouwd aan het Ministerie van Financiën (1380). Zo ontstonden de eerste bankbiljetten. Jammer genoeg bracht de overheid veel te veel biljetten in omloop. Het gevolg: het geld werd waardeloos. Chinezen moesten steeds meer biljetten betalen in ruil voor goederen. (Vrij naar: 2 Vee is betaalmiddel Goederen ruilen is onhandig. Maar al lang voor de jaartelling vond men op verschillende plaatsen in de wereld een beter systeem uit: het ruilen van goederen tegen een bepaald goed dat als geld dienst deed. Vooral vee werd veel gebruikt als betaalmiddel. Maar voor (reizende) kooplieden was vee een onhandig betaalmiddel, omdat dieren veel te groot waren om te vervoeren. Kooplieden ruilden dan ook meestal met tabak, thee en zout. Schelpen werden ook veel gebruikt als ruilmiddel. Zo kochten de Nederlanders slaven met schelpen. Ook kralen en loodjes werden vaak als ruilmiddel gebruikt. (Vrij naar: 4 Zout en schelpjes De Romeinse soldaten uit de tijd van Julius Caesar kregen hun salaris in zout uitbetaald. Zout werd dus gebruikt als betaalmiddel, zoals in onze tijd munten en bankbiljetten betaalmiddelen zijn. Zout is in het Latijn sal. Ons woord salaris is daarvan afgeleid en het betekent zoutvoorraad. Maar zout als betaalmiddel heeft ook nadelen. In de eerste plaats moet je het natuurlijk goed droog houden. Ook is het niet overal evenveel waard, want vlak bij zee is zout goedkoper dan in het binnenland. (Vrij naar: 1 Vis voor een varken In de oudheid is er nog geen geld. De mensen ruilen goederen met elkaar. Dat is vaak wel behoorlijk lastig. Soms krijgt iemand iets wat moeilijk te bewaren is, zoals vis. En een levend varken kun je niet in stukjes verdelen, dus dat is ook niet handig als ruilmiddel. Andere spullen, zoals zware zakken meel, zijn weer moeilijk mee te nemen. Daarom bedachten mensen andere middelen, waarmee ze gemakkelijker kunnen betalen. (Vrij naar: MALMBERG 6

7 6 De eerste gulden De eerste gulden werd in 1252 in Florence, Italië geslagen. Het was een gouden munt. Deze zuiver gouden munt uit Florence was betrouwbaar en werd daarom ver buiten Florence als betaalmiddel gebruikt. Verschillende vorsten in Europa lieten ook gouden munten slaan in de vorm van de gouden munt uit Florence. In Nederland werd deze gouden munt gulden genoemd. (Vrij naar: schooltv.nl) 8 Onzichtbaar geld Vroeger kon je geld in bewaring geven bij zilversmeden en geldwisselaars. Zij hadden grote geldkisten waarin ze jouw geld konden opbergen. Van de geldwisselaar ontving je dan een briefje met daarop: jouw naam, de naam van de geldwisselaar, het bedrag dat je in bewaring had gegeven en de datum. Had je het geld na een tijdje weer nodig, dan ging je naar de geldwisselaar om het briefje in te wisselen voor het geld dat nog in de schatkist bewaard werd. De geldwisselaar schreef ook alles op, in boeken. Hij ging ook steeds meer betalingen doen uit de boeken. Dat betekende dat je het geld niet langer in handen hoefde te hebben om er toch mee te kunnen betalen. Het bedrag dat bij jouw naam stond, werd nu bij de naam van een ander geschreven. Heel logisch eigenlijk. Zo ontstond aan het begin van de zeventiende eeuw het girale geld, het onzichtbare geld op betaalrekeningen. (Vrij naar: 7 Papiergeld In Europa werd aan het eind van de zestiende eeuw het eerste echte papiergeld uitgegeven. Toen was het bankbiljet een tegoedbon voor munten. Je kon een bankbiljet altijd bij de bank inruilen tegen een vaste hoeveelheid goud. Die belofte was belangrijk, omdat mensen door die belofte vertrouwen hadden in de waarde van de bankbiljetten. Nu geldt die belofte niet meer. Maar zolang je met een bankbiljet genoeg spullen kunt kopen in de winkels, houden mensen vertrouwen in het geld. MALMBERG 7

8 9 De gulden In 2002 kwam de euro. Bijna zevenhonderd jaar lang hebben we betaald met de gulden. In 2001 werd de laatste gulden geslagen. In de eerste jaren was de euro een succes. Voor bedrijven en vakantiegangers was het heel makkelijk om in het buitenland ook met euro s te kunnen betalen. Maar in de periode waren er moeilijkheden. De overheden van sommige eurolanden kregen grote schulden die ze niet meer konden terugbetalen. 3 Het eerste muntgeld De eerste munten worden rond 660 voor Christus gemaakt in het koninkrijk Lydië. Dat lag in het gebied dat nu West-Turkije is. Vanaf 550 voor Christus worden de meeste munten óf van zilver óf van goud gemaakt. Met munten kun je allerlei verschillende goederen betalen. Muntgeld is daarom een perfect ruilmiddel. Nu kunnen nieuwe beroepen ontstaan. Vroeger kon een leraar economie zijn lessen economie bij de bakker niet ruilen tegen een brood. Want de bakker zit niet te wachten op een les economie. Maar nu kan hij zijn lessen geven in ruil voor muntgeld. En met dat muntgeld kan hij naar de bakker gaan. (Vrij naar: MALMBERG 8

WAT IS GELD? Charta = wet Het is een wettelijk betaalmiddel!

WAT IS GELD? Charta = wet Het is een wettelijk betaalmiddel! GELDZAKEN havo 4 WAT IS GELD? Een betaalmiddel Chartaal geld: alle bankbiljetten en munten Charta = wet Het is een wettelijk betaalmiddel! Giraal geld: digitaal geld = onstoffelijk (niet tastbaar) Giraal

Nadere informatie

[MONEY, MONEY, MONEY,

[MONEY, MONEY, MONEY, PAV [MONEY, MONEY, MONEY, ] INLEIDING Geld maakt niet gelukkig, zegt het spreekwoord. Dat klopt, maar het helpt wel. En zeker in onze tijd. Want zonder geld kun je de spullen niet kopen die je elke dag

Nadere informatie

Geld. Ontstaan van geld

Geld. Ontstaan van geld Geld Ontstaan van geld Onze voorouders hadden geen geld. Als ze iets nodig hadden, ruilden ze dat. Dit heet ruilhandel. De bakker ruilde brood bij de slager voor vlees enz. Op een dag wilde iemand weten

Nadere informatie

http://www.economiepagina.com - Alle nuttige economielinks bij elkaar!

http://www.economiepagina.com - Alle nuttige economielinks bij elkaar! Opgave 1 Gulden (ƒ) wordt euro ( ) Geld is een (1) aanvaard ruilmiddel. De maatschappelijke geldhoeveelheid in Nederland bestaat uit munten, bankbiljetten en (2). De komende jaren worden de functies van

Nadere informatie

Ontstaan van geld. Doel: Na deze opdracht weet je hoe geld ontstaan is. Uitleg opdracht. Thema: mini Samenleving

Ontstaan van geld. Doel: Na deze opdracht weet je hoe geld ontstaan is. Uitleg opdracht. Thema: mini Samenleving Thema: mini Samenleving Europa en de wereld Europese samenwerking Moeilijkheid: *** Tijdsduur: *** Juf Dineke Ontstaan van geld Doel: Na deze opdracht weet je hoe geld ontstaan is. Uitleg opdracht Je leest

Nadere informatie

Lees het verhaal over Geld eens rustig door. Maak voor jezelf een samenvatting of powerpoint.

Lees het verhaal over Geld eens rustig door. Maak voor jezelf een samenvatting of powerpoint. Jouw spreekbeurt over GELD. Een spreekbeurt over geld, leuk! Dat zal iedereen aanspreken, want we hebben er allemaal mee te maken en de meesten kopen graag leuke dingen. Maar ja, dan moet je wel geld hebben.

Nadere informatie

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord Categorie Vraag & Antwoord De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN Er zijn te weinig middelen om in alle behoeften te kunnen voorzien. Hoe heet dit verschijnsel?

Nadere informatie

EURO. Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro.

EURO. Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro. EURO Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro. Muntgeld Bankbiljetten EURO Hadden jullie al gezien dat er 2 briefjes zijn van 5 euro? oud briefje nieuw briefje

Nadere informatie

ECONOMIE. Begrippenlijst H1 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn

ECONOMIE. Begrippenlijst H1 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn ECONOMIE VMBO-T2 Begrippenlijst H1 PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw Bewerkt door D.R. Hendriks Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn Versie 1 2013-2014 Hoofdstuk 1 Geld genoeg? Begrippenlijst H1 Economie

Nadere informatie

Inhoud. Dit boek mag vrij gekopieerd en rondgestuurd worden.

Inhoud. Dit boek mag vrij gekopieerd en rondgestuurd worden. Geld Inhoud 1. Voedsel en veiligheid 3 2. Samenwerken 3 3. Specialiteit 4 4. Delen 4 5. Ruilen 5 6. Diensten 5 7. Nadelen 6 8. Schelpen 6 9. China 7 10. Munten 7 11. Wegen 8 12. Munten slaan 8 13. Reclame

Nadere informatie

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Jouw spreekbeurt over geld Een spreekbeurt over geld, leuk! Dat zal iedereen aanspreken, want we hebben er allemaal mee te maken en de meesten kopen graag leuke dingen.

Nadere informatie

Module 6: Geld; met klinkende munt

Module 6: Geld; met klinkende munt Module 6: Geld; met klinkende munt Experimenteel lesprogramma nieuwe economie havo UITWERKINGEN Verantwoording 2010 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie

Nadere informatie

Zo maak je een spreekbeurt over geld

Zo maak je een spreekbeurt over geld Zo maak je een spreekbeurt over geld Veel succes! Uittrekselsheets De bank FUN Het ontstaan van de euro SPAAR- TIPS Het eerste geld HOE Test je klas Spreekbeurttips TIPS Spreekwoorden Sparen en lenen Goed

Nadere informatie

Geld en betalen vmbo12

Geld en betalen vmbo12 banner Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 19 juni 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62155 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

17. Geldbingo. (Afbeelding) Tijdsduur: 20-25 minuten (filmpje duurt 15 minuten) Soort opdracht: Spel

17. Geldbingo. (Afbeelding) Tijdsduur: 20-25 minuten (filmpje duurt 15 minuten) Soort opdracht: Spel 17. Geldbingo Het herkennen van begrippen in filmpjes kan helpen bij het leren van begrippen. Wat is dan nog leuker dan een ouderwets spelletje bingo? Om het wat moeilijker te maken is het ook mogelijk

Nadere informatie

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn.

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn. 1. Wat zijn behoeften? 2. Waarom is er sprake van schaarste bij behoeften? 3. Leg uit waarom netto-baten een beter begrip bij te keuzen maken dan baten. 4. Leg met een voorbeeld uit wat alternatief aanwendbaar

Nadere informatie

Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op.

Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op. Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op. Economie gaat in essentie over het maken van keuzes. De behoeften van mensen zijn onbegrensd, maar hun middelen zijn beperkt. Door dit spanningsveld

Nadere informatie

Thema: Wat is economie? vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Thema: Wat is economie? vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 03 May 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/76203 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

UIT geld en banken

UIT geld en banken Hoe ontstaat geld in de economie? Geld heb je nodig om spullen mee te kunnen kopen, zonder geld valt er niets te kopen, en als er te weinig geld is zitten mensen te wachten op geld voordat ze het uit kunnen

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 maandag 24 mei tijdsduur voor het gehele examen 09:00-11:00 uur LANDBOUW EN NATUURLIJKE OMGEVING AGRARISCHE BEDRIJFSECONOMIE CSE KB Het examen landbouw en natuurlijke

Nadere informatie

Thema 1 Pizzeria. Deel 1 Consumptie

Thema 1 Pizzeria. Deel 1 Consumptie 1 Thema 1 Pizzeria Deel 1 Consumptie 1. Ieder mens probeert zo veel mogelijk wensen te vervullen. Iedereen begint daarbij met de belangrijkste behoeften: eten, drinken, kleding en een dak boven je hoofd.

Nadere informatie

Een nieuw bankbiljet ontwerpen toegepaste kunst

Een nieuw bankbiljet ontwerpen toegepaste kunst Een nieuw bankbiljet ontwerpen toegepaste kunst Wat heb je nodig? teken- en aquarelkleurpotloden papier (A4) Wat ga je doen? Je gaat een nieuw europees bankbiljet ontwerpen. Kleding, mp3, computer, geld:

Nadere informatie

Gewoon zo! Geld: Wat moet je weten als je gaat winkelen? MAKKELIJKLEZENGIDS OVER GELD

Gewoon zo! Geld: Wat moet je weten als je gaat winkelen? MAKKELIJKLEZENGIDS OVER GELD Gewoon zo! Geld: Wat moet je weten als je gaat winkelen? MAKKELIJKLEZENGIDS OVER GELD Betalen Als je een boodschap doet of bijvoorbeeld een trui koopt, moet je afrekenen. Betalen kan op verschillende manieren.

Nadere informatie

1.5 Consumeren of sparen. Bij hun afweging speelt een rol of ze het geld later nodig denken te hebben of niet.

1.5 Consumeren of sparen. Bij hun afweging speelt een rol of ze het geld later nodig denken te hebben of niet. Hoofdstuk 1 Kiezen 1.1 a. Een bedrijf bekijkt of het goedkoper kan produceren met arbeid of met robots. b. Remedial teacher, wachtlijstcoördinator, pretparkmedewerker, enz. 1.2 De werkloosheid is gestegen

Nadere informatie

Geld en economie vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Geld en economie vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 24 August 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62262 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

HOOFDSTUK 17: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 17: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 17: OEFENINGEN 1. Antwoord met juist of fout op elk van de onderstaande beweringen. Geef telkens een korte verklaring bij je antwoord. a) Door zijn liquiditeit is geld altijd een uitstekend

Nadere informatie

Vwo 4. Module 1: Schaarste,geld en handel Domein: Ruil en schaarste

Vwo 4. Module 1: Schaarste,geld en handel Domein: Ruil en schaarste Vwo 4 Module 1: Schaarste,geld en handel Domein: Ruil en schaarste De partij wil de bezuinigingen op kinderopvang (250 miljoen) en infrastructuur (ook 250 miljoen) terugdraaien. ''Die bezuinigingen zijn

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. De economische kringloop Voor de beantwoording van de vragen 1 tot en met 6 moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de

Nadere informatie

Economie. Boekje Geldzaken Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Geldzaken Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Geldzaken Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 & h4 samengevat 3 h5 & h6 samengevat 4 wat moet weten 5 Begrippen 6,7 & 8 Links

Nadere informatie

Nos Florin. Spelenderwijs leren omgaan met Arubaans geld. LERARENINSTRUCTIE. Een uitgave van de Centrale Bank van Aruba

Nos Florin. Spelenderwijs leren omgaan met Arubaans geld. LERARENINSTRUCTIE. Een uitgave van de Centrale Bank van Aruba Nos Florin Spelenderwijs leren omgaan met Arubaans geld. LERARENINSTRUCTIE Een uitgave van de Centrale Bank van Aruba L e r a r e n i n s t r u c t i e b i j: Nos Florin Inleiding Geldrekenen is een aspect

Nadere informatie

De leerkracht zorgt ervoor dat alle leerlingen een gatentekst en een ontdekkaart hebben.

De leerkracht zorgt ervoor dat alle leerlingen een gatentekst en een ontdekkaart hebben. Thema/ onderwerp: Ontdekkaart 1.1 Slavenkralen Korte samenvatting van de leeractiviteit: De leerlingen vullen de woorden op de goede plek in in de gatentekst. De leerlingen bevragen de kralen en maken

Nadere informatie

Tijdelijk Museum. Het spel

Tijdelijk Museum. Het spel Tijdelijk Museum Het spel Welkom in de Nationale Bank van België! De Nationale Bank van België is geen gewone bank! Jij kan hier immers geen bankrekening openen. Alleen de gewone banken kunnen dit. Bovendien

Nadere informatie

SPEL VAN DE GOUDEN EEUW - LESMATERIAAL

SPEL VAN DE GOUDEN EEUW - LESMATERIAAL Amsterdam in 1594, aan het begin van de Gouden Eeuw. De Nederlandse kunst, wetenschap en vooral de economie bloeien op. Ondernemers krijgen nieuwe kansen en kunnen steeds grotere investeringen doen. De

Nadere informatie

Klas 4m2 Economie Leerling instructie Koehandel

Klas 4m2 Economie Leerling instructie Koehandel Klas 4m2 Economie Leerling instructie Koehandel Mollers Inleiding spel koehandel De komende 5 lessen gaan we aan de slag met het spel koehandel. Dit spel speel je met maximaal 5 personen. Met deze vijf

Nadere informatie

Gastles: Hoe word ik rijk?

Gastles: Hoe word ik rijk? Gastles: Hoe word ik rijk? Hoe word je rijk? Dat willen we natuurlijk allemaal weten. In deze presentatie krijg je veel tips. Eerst een quiz om te kijken hoe veel jullie weten. Wie weet er veel? Pak je

Nadere informatie

UIT VWO geld en banken

UIT VWO geld en banken Hoe ontstaat geld in de economie? Geld heb je nodig om spullen mee te kunnen kopen, zonder geld valt er niets te kopen, en als er te weinig geld is zitten mensen te wachten op geld voordat ze het uit kunnen

Nadere informatie

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN 1 Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN Deel 1 Consumptie 1. Ieder mens probeert zo veel mogelijk wensen te vervullen. Iedereen begint daarbij met de belangrijkste behoeften: eten, drinken, kleding en een dak boven

Nadere informatie

Economie. Boekje Crisis Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Crisis Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Crisis Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 samengevat 2 h2 samengevat 3/4 h3 samengevat 4 wat moet weten 5 Begrippen 6/7 Links 7 Test je zelf 8 Antwoorden

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kom je ermee uit?

Hoofdstuk 2: Kom je ermee uit? Hoofdstuk 2: Kom je ermee uit? Een middagje shoppen. a 75 209 x 100% = 35,9%. b 209 : 3,72 = 56,18. Dus zij moet 57 uur werken om de nieuwe jas te kunnen kopen. c Zij had eerst kunnen sparen of zij had

Nadere informatie

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 DEEL 3.4 DE EURO Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 3.4. DE EURO DOEL - De leerlingen/cursisten ontdekken de voordelen van het gebruik van de eenheidsmunt: wisselen van geld is niet meer nodig, je spaart

Nadere informatie

Basic. Financië n Financieel

Basic. Financië n Financieel Wat is geld? Hoe is het ontstaan? Financië n Financieel Basic Wat is geld? Hoe is het ontstaan? Door: Henry Vervuurt Dit ebook is een uitgave van United Wealth. www.unitedwealth.com Dit ebook is alleen

Nadere informatie

Op vakantie in het buitenland. Als je ouder bent, kun je met een bankpas overal geld opnemen.

Op vakantie in het buitenland. Als je ouder bent, kun je met een bankpas overal geld opnemen. Tekst bij powerpointpresentatie spreekbeurt basisschool Dia 1: Inleiding Wie is er wel eens bij een bank geweest?. Wie van jullie heeft al een eigen bankrekening?.. In Nederland heeft 8 van de 10 jongeren

Nadere informatie

Thema: Nieuw biljet van vijf euro. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Nieuw biljet van vijf euro. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen Handleiding en opgaven niveau A2 Thema: Nieuw biljet van vijf euro Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen een exemplaar van Opgavenblad A2 (zie pagina 6) - Voor alle leerlingen drie exemplaren van Werkblad

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2001-II

Eindexamen economie 1 havo 2001-II Eindexamen economie havo 2-II 4 Antwoordmodel Opgave Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Maximumscore dalen 2

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX Examen VMBO-GL en TL - COMPEX 2009 tijdvak 1 woensdag 27 mei totale examentijd 2 uur economie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 24 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Koopkracht: de waarde van geld

Koopkracht: de waarde van geld Koopkracht: de waarde van geld 1. Leerlingenblad Inleiding Wat is het doel? Wat is het onderwerp? Wat is het middel? Inzicht krijgen in de waarde van geld Koopkracht: de waarde van geld Een presentatie

Nadere informatie

Loen Educatie & Schrijfwerk www.economieweb.nl. (N)iets op de bank? Lesbrief over sparen en lenen

Loen Educatie & Schrijfwerk www.economieweb.nl. (N)iets op de bank? Lesbrief over sparen en lenen (N)iets op de bank? Lesbrief over sparen en lenen Het is makkelijk en verstandig om geld achter de hand te hebben. Er kan bijvoorbeeld iets kapot gaan in huis, of je spaart voor iets dat je graag wil hebben.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Jouw spreekbeurt over De Bank!

Inhoudsopgave. Jouw spreekbeurt over De Bank! Jouw spreekbeurt over De Bank! Wie aan de bank denkt, denkt waarschijnlijk aan veel geld. Grote gebouwen en mannen en vrouwen in pak. Maar wat doen ze nou eigenlijk op die bank? En wat gebeurt er met jouw

Nadere informatie

(N)iets op de bank? Lesbrief over sparen, beleggen en lenen

(N)iets op de bank? Lesbrief over sparen, beleggen en lenen (N)iets op de bank? Lesbrief over sparen, beleggen en lenen Het is verstandig om geld achter de hand te hebben. Sparen betekent het niet uitgeven van een deel van je inkomen. Je kunt verschillende redenen

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Jouw spreekbeurt over de bank Wie aan de bank denkt, denkt waarschijnlijk aan veel geld. Grote gebouwen en mannen en vrouwen in pak. Maar wat doen ze nou eigenlijk

Nadere informatie

Rekenmodule procenten Pagina 1

Rekenmodule procenten Pagina 1 % Rekenmodule procenten Pagina 1 Inleiding Omdat gebleken is dat nog niet iedereen van jullie helemaal thuis is in procenten gaan we het nu hebben over dit onderwerp. Met behulp van deze module proberen

Nadere informatie

M&O - een nieuw vak. Management & Organisatie. Management. Organisatie. Een nieuw vak in de bovenbouw van havo/vwo

M&O - een nieuw vak. Management & Organisatie. Management. Organisatie. Een nieuw vak in de bovenbouw van havo/vwo Management & Organisatie Een nieuw vak in de bovenbouw van havo/vwo M&O - een nieuw vak Management en Organisatie (M&O) komt als vak niet voor in de basisvorming. In de Tweede Fase kan je M&O kiezen in

Nadere informatie

Ter voorbereiding. Inhoudsopgave. Jouw spreekbeurt over DE EURO

Ter voorbereiding. Inhoudsopgave. Jouw spreekbeurt over DE EURO Jouw spreekbeurt over DE EURO Met de euro heb je een actueel en interessant onderwerp voor jouw spreekbeurt. Als Rabobank hebben we veel met deze munt te maken. We helpen je graag een eind op weg. In dit

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland

Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland Paragraaf 1 Geld Samenvatting Hoofdstuk 9 Betalen in binnen- en buitenland Er is sprake van directe ruil wanneer er goederen tegen goederen worden geruild. We spreken van indirecte ruil wanneer er eerst

Nadere informatie

Wegwijs in de wereld van (mijn) geld

Wegwijs in de wereld van (mijn) geld Wegwijs in de wereld van (mijn) geld Handleiding ontwikkeld door het Sint-Pieterscollege in samenwerking met KHLeuven- departement Economisch Hoger Onderwijs September 2013 With the support of the Lifelong

Nadere informatie

Antwoorden 200% Economie voor het vmbo. Hoofdstuk 2: Alles draait om geld

Antwoorden 200% Economie voor het vmbo. Hoofdstuk 2: Alles draait om geld Antwoorden 200% Economie voor het vmbo Hoofdstuk 2: Alles draait om geld KIJK a - in een auto is brand ontstaan - een auto heeft een botsing gehad - er is een boom op een auto gevallen - er is een bal

Nadere informatie

Les 1: Een rampenwijzer maken.

Les 1: Een rampenwijzer maken. Les 1: Een rampenwijzer maken. Voorbereiden: wat ga je schrijven en voor wie? De Nieuwsbegriples gaat over de orkaan Hagupit. De mensen op de Filippijnen waren goed voorbereid op de orkaan. Er zijn dus

Nadere informatie

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen.

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Goud is al duizenden jaren simpelweg een betaalmiddel: geld. U hoort de term steeds vaker opduiken in de media.

Nadere informatie

ECONOMIE VOOR VMBO BOVENBOUW. 3 vmbo - (k)gt ANTWOORDENBOEK

ECONOMIE VOOR VMBO BOVENBOUW. 3 vmbo - (k)gt ANTWOORDENBOEK ECONOMIE VOOR VMBO BOVENBOUW 3 vmbo - (k)gt ANTWOORDENBOEK Hoofdstuk 2 Het inkomen van consumenten Paragraaf 1 Welke soorten inkomens zijn er? 1 Oppassen. 2 3 Werken in de horeca mag je pas na je zestiende.

Nadere informatie

Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: 1a. Koop opdracht. Autoped. Fietsbril. Fietszitje. Hartslagmeter.

Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: 1a. Koop opdracht. Autoped. Fietsbril. Fietszitje. Hartslagmeter. 1a. Koop opdracht Kijk in de folder hoeveel de producten kosten. Schrijf de prijs in de kaartjes hieronder. Welk product wil je kopen Met welke munten / briefjes ga je betalen Ga naar de winkel en koop

Nadere informatie

Euro en andere valuta vmbo-b34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Euro en andere valuta vmbo-b34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 27 September 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/62253 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

Rekenmodule procenten Pagina 1

Rekenmodule procenten Pagina 1 % Rekenmodule procenten Pagina 1 Rekenmodule procenten Pagina 2 Inleiding Omdat gebleken is dat nog niet iedereen van jullie helemaal thuis is in procenten gaan we het nu hebben over dit onderwerp. Met

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Kredietcrisis

Hoofdstuk 1 Kredietcrisis Hoofdstuk 1 Kredietcrisis 1.1 a. Banken lenen minder geld uit aan consumenten en bedrijven. b. Geen krediet, dus minder vraag naar koopwoningen en bedrijfspanden. Hierdoor raakt de orderportefeuille van

Nadere informatie

Geld en economie vmbo-b34

Geld en economie vmbo-b34 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 27 september 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62237 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van

Nadere informatie

met aflatoun geld geldspin (10 minuten) Rekenen groep 5/6

met aflatoun geld geldspin (10 minuten) Rekenen groep 5/6 rekenen met aflatoun In deze les komt de geschiedenis van geld aan bod. Ook leren de leerlingen dat er vóór de euro verschillende munten in Europa waren en wordt besef bijgebracht over het belang van geld

Nadere informatie

Lesbrief Meneer Beer

Lesbrief Meneer Beer Lesbrief Meneer Beer Het verhaal Het verhaal gaat over Meneer Beer. Hij is verliefd op een prachtig berinnetje, maar hij durft het haar niet te vertellen. Hij vindt zichzelf maar een eenvoudige beer. Om

Nadere informatie

Koopkracht en inflatie vmbo12

Koopkracht en inflatie vmbo12 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 19 juni 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62156 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.

Nadere informatie

Geld en economie vmbo-b34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Geld en economie vmbo-b34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 15 September 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/62237 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

LES6. De wegloper belonen. Sabbat. Zondag Lees Lees 'De wegloper. Teken Teken een gympie en. Leer Begin met het uit je hoofd

LES6. De wegloper belonen. Sabbat. Zondag Lees Lees 'De wegloper. Teken Teken een gympie en. Leer Begin met het uit je hoofd De wegloper belonen Sabbat Lees Lees Filemon 1 alvast door. Heb je er ooit over nagedacht van huis weg te lopen? Hoe zou dat zijn? Waar zou je naar toe gaan? Wat zou je kunnen doen? Onesimus bevond zich

Nadere informatie

MOERASBOS IN STADSHAGEN. Thema: natuur

MOERASBOS IN STADSHAGEN. Thema: natuur DOCENT In het thema Natuur ontdekken de leerlingen van groep 7 en 8 dat er rond de jaartelling een bijzonder bos op de plek stond waar zij nu wonen. Dit moerasbos is in 2000 opgegraven door archeologen.

Nadere informatie

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Jouw spreekbeurt over de euro Met de euro heb je een actueel en interessant onderwerp voor jouw spreekbeurt. Als Rabobank hebben we veel met deze munt te maken. We

Nadere informatie

Soorten voereters herkennen

Soorten voereters herkennen Soorten voereters herkennen 1 Soorten voereters herkennen Wat ga ik doen? Niet alle dieren eten hetzelfde. Het voer dat ze eten, heeft te maken met wat voor soort voereter het is: een planteneter, een

Nadere informatie

Koopkracht en inflatie vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Koopkracht en inflatie vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 25 July 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/62156 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land.

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. 1 De wisselmarkt 1.1 Begrip Wisselkoers = de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. bv: prijs van 1 USD = 0,7

Nadere informatie

Verdieping: Kan een land failliet gaan?

Verdieping: Kan een land failliet gaan? Verdieping: Kan een land failliet gaan? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen lezen fragmenten uit artikelen over wat het betekent als Griekenland failliet gaat en maken daar verwerkingsvragen over.

Nadere informatie

Wonen - Eerste steden Middeleeuwen. VO-content StudioVO. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Wonen - Eerste steden Middeleeuwen. VO-content StudioVO. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content StudioVO Laatst gewijzigd Licentie Webadres 14 August 2013 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/44952 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Examen aantekeningen 2014

Examen aantekeningen 2014 Examen aantekeningen 2014 Basisbehoeften zijn behoeften die je nodig hebt om in leven te blijven. Bijvoorbeeld eten en drinken, kleding en een huis. Luxe behoeften heb je niet echt nodig bijvoorbeeld televisie

Nadere informatie

Wat kun je verwachten?

Wat kun je verwachten? Wat kun je verwachten? Urenverdeling V4: 3 uur per week V5: 3 uur per week V6: 3 uur per week Overhoringen Minimaal 2 overhoringen per periode (weging varieert) Weging Proefwerk: 3-4x (in april: 6x!) SO:

Nadere informatie

Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: 1a. Koop opdracht. Tandpasta Prodent. Lippenbalsem Labello.

Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: Prijs: 1a. Koop opdracht. Tandpasta Prodent. Lippenbalsem Labello. 1a. Koop opdracht Kijk in de folder hoeveel de producten kosten. Schrijf de prijs in de kaartjes hieronder. Welk product wil je kopen Met welke munten / briefjes ga je betalen Ga naar de winkel en koop

Nadere informatie

Les 1: Een rampenwijzer maken.

Les 1: Een rampenwijzer maken. Les 1: Een rampenwijzer maken. Voorbereiden: wat ga je schrijven en voor wie? De Nieuwsbegriples gaat over de orkaan Hagupit. De mensen op de Filippijnen waren goed voorbereid. Daardoor zijn er niet zoveel

Nadere informatie

Jongeren als doelgroep vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Jongeren als doelgroep vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 23 March 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/73802 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX Examen VMBO-GL en TL - COMPEX 2008 tijdvak 1 woensdag 28 mei totale examentijd 2 uur economie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 22 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. economie 1 Compex

Examen HAVO - Compex. economie 1 Compex economie 1 Compex Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 31 mei Totale examentijd 3 uur 20 06 Vragen 1 tot en met 21 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij

Nadere informatie

Eten en drinken in de dierentuin

Eten en drinken in de dierentuin Eten en drinken in de dierentuin Leeftijdsgroep Kerndoel 8-12 jaar Deze les levert een bijdrage aan de kerndoelen: 1 De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen 2 De leerlingen leren

Nadere informatie

- 1 - PECUNIA NON OLET

- 1 - PECUNIA NON OLET - 1 - PECUNIA NON OLET GELD Bij directe ruil of ruil in natura worden goederen tegen goederen geruild, bij indirecte ruil wordt geld gebruikt. Geld 1 ) is elk algemeen aanvaard ruilmiddel waarmee goederen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Zet de geldmachine aan

Hoofdstuk 1 Zet de geldmachine aan Hoofdstuk 1 Zet de geldmachine aan De praktijk Mijn verzekeraar stopte met het uitkeren van geld, terwijl ik helemaal niet in staat was om te werken. Stel dat je partner overlijdt en je daardoor mentaal

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens?

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? 8.1 Waarom handel met het buitenland? Importeren = het kopen van goederen en diensten uit het buitenland. Waarom? -Goedkoper of van betere kwaliteit -Bepaalde

Nadere informatie

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE MAANDAG 5 OKTOBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie Algemene economie B / 10

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE MAANDAG 5 OKTOBER UUR. SPD Bedrijfsadministratie Algemene economie B / 10 SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE MAANDAG 5 OKTOBER 2015 11.30-13.00 UUR SPD Bedrijfsadministratie Algemene economie B / 10 2015 Nederlandse Associatie voor voor Praktijkexamens

Nadere informatie

Economie is geld verdienen en weer uitgeven. Hoe zou jij dat samen met je klas doen?

Economie is geld verdienen en weer uitgeven. Hoe zou jij dat samen met je klas doen? Economie is geld verdienen en weer uitgeven. Hoe zou jij dat samen met je klas doen? Lekkere Trek zijn leerprogramma s die zich kenmerken door het vanuit verschillende gezichtspunten benaderen van uitdagingen

Nadere informatie

Jongerenkerk Venlo Overweging zondag 9 februari Hub van den Bosch

Jongerenkerk Venlo Overweging zondag 9 februari Hub van den Bosch Overweging zondag 9 februari 2014: Zout der aarde Zout. Dat ken je wel. Daar is ook een mooi verhaal over. Over zoutkorrels in een zoutpotje. Ze zaten daar dicht op elkaar en ze hadden het goed met elkaar.

Nadere informatie

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 ConsumentenPrijsIndexcijfer Consumenten Prijsindexcijfer in

Nadere informatie

Leerlingboekje Les 7 en 8 Schrijfopdracht 4 Hoe maak je een gebruiksvoorwerp?

Leerlingboekje Les 7 en 8 Schrijfopdracht 4 Hoe maak je een gebruiksvoorwerp? Leerlingboekje Les 7 en 8 Schrijfopdracht 4 Hoe maak je een gebruiksvoorwerp? Conditie 1 M. Hoogeveen Leren schrijven met peer response. SLO, 2012 Waarover gaan de lessen? In deze lessen leer je instructies

Nadere informatie

Aanpassingen lesbrieven havo

Aanpassingen lesbrieven havo Aanpassingen lesbrieven havo 2012-2013 Lesbrief Vervoer blz. 5, na 5 e regel onder foto:..is aangesloten bij TCA. Toevoegen: Vanwege het grote marktaandeel mag TCA de marktleider genoemd worden. blz. 5,

Nadere informatie

TIP! Op de site van eurowijskids.nl kun je tips vinden hoe je het beste een spreekbeurt kunt maken en kunt geven. Succes met je spreekbeurt.

TIP! Op de site van eurowijskids.nl kun je tips vinden hoe je het beste een spreekbeurt kunt maken en kunt geven. Succes met je spreekbeurt. SPREEKBEURTPAKKET Onderwerpen: In dit spreekbeurt pakket vind je informatie over verschillende onderwerpen. Ze hebben allemaal met geld te maken, maar zijn toch heel verschillend. Kies de onderwerpen uit,

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 5. Opzoekspel 6

Inhoud. Voorwoord 5. Opzoekspel 6 Inhoud Voorwoord 5 Opzoekspel 6 1 Handel draait om geld 11 1.1 Wat is handel? 11 1.2 Handel in de praktijk 16 1.3 Goederen- en geldstroom 20 1.4 Groot- en kleinhandel 24 1.5 Ketenbeheersing 28 1.6 Afsluiting

Nadere informatie

Inhoud. Mijn leven. ik doe mijn administratie

Inhoud. Mijn leven. ik doe mijn administratie Inhoud Inleiding...3 Hoofdstuk 1 Administratie... 4 Hoofdstuk 2 Bewaren... 6 Hoofdstuk 3 Sorteren... 8 Hoofdstuk 4 Post... 10 Hoofdstuk 5 Doen... 12 Hoofdstuk 6 Formulier... 14 Hoofdstuk 7 Hulp... 16 Hoofdstuk

Nadere informatie