Laaggeletterdheid in de Sociale Werkvoorziening

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Laaggeletterdheid in de Sociale Werkvoorziening"

Transcriptie

1 Laaggeletterdheid in de Sociale Werkvoorziening drs. D. Mager drs. P. Bolhuis drs. M. Engelen Zoetermeer, april 2008 In opdracht van SBCM

2

3 Laaggeletterdheid in de Sociale Werkvoorziening Zoetermeer April

4 VOORWOORD Nederland telt zo n 1,5 miljoen laaggeletterden, van wie ongeveer 30% tot de werkzame beroepsbevolking behoort. Het is voor deze groep mensen steeds lastiger om optimaal te functioneren in hun werkomgeving. Dat een groot deel van de bevolking niet goed genoeg kan lezen en schrijven om optimaal te kunnen functioneren in de maatschappij is een probleem waar tot voor kort bij het grote publiek weinig over bekend was; de betrokkenen wilden er liever niet voor uitkomen en de media waren niet geïnteresseerd. De afgelopen tijd is echter de interesse voor dit onderwerp gegroeid, resulterend in het actieplan laaggeletterdheid (ALL) van het Ministerie van Onderwijs en Cultuur. Ook binnen de Sociale Werkvoorzieningbedrijven komt veel laaggeletterdheid voor; volgens het CNV is zo n 15% tot 20% van de werknemers in de SW-bedrijven laaggeletterd. Vanuit zijn streven naar arbeidsontwikkeling van SW-medewerkers heeft SBCM, het A&O-fonds sociale werkvoorziening, een onderzoek laten uitvoeren door Research voor Beleid, om deze kwestie in kaart te brengen en zo een integrale, meer doelgerichte aanpak van laaggeletterdheid in de sociale werkvoorzieningbedrijven mogelijk te maken. De resultaten van het onderzoek zijn verwoord in voorliggend rapport. Dit rapport is opgesteld op basis van een inventarisatieronde onder alle SW-bedrijven, diepte-interviews bij geselecteerde SW-bedrijven en interviews met experts op het gebied van laaggeletterdheid. Het eerste hoofdstuk bevat een achtergrondschets van laaggeletterdheid, in hoofdstuk twee gevolgd door een overzicht van laaggeletterdheid in SW-bedrijven en de mate waarin en manier waarop laaggeletterdheid wordt aangepakt, waarna in het derde hoofdstuk een aantal good practices aan bod komt. Het onderzoek is uitgevoerd door Daan Mager, Peter Bolhuis en Eelco Flapper, en begeleid door ondergetekende. Mirjam Engelen Projectleider 2

5 INHOUD Samenvatting en conclusie Achtergrond en opzet van het onderzoek Aanleiding Laaggeletterdheid Werkende laaggeletterden Opzet van het onderzoek Leeswijzer Laaggeletterdheid in SW-bedrijven Inleiding Het belang van het tegengaan van laaggeletterdheid Mate waarin laaggeletterdheid voorkomt Laaggeletterdheid in verschillende groepen Wel of geen beleid? Diagnose Aanpak Financiering Ondersteuningsbehoefte bij SW-bedrijven Good practices Ex-laaggeletterde als taalambassadeur Ongaan met anderstaligen Gebruik van MELBA Samenwerking met Stichting Lezen & Schrijven CAO-afspraak...38 Bijlagen 1 IALS niveauverdeling Interviewfase sleutelinformanten Vragenlijst telefonische inventarisatie Voorstel case-selectie Convenant

6 SAMENVATTING EN CONCLUSIE Aanleiding van het onderzoek SBCM, het arbeidsmarkt- en ontwikkelingsfonds sociale werkvoorziening, is uitgegroeid tot een kennis- en expertisecentrum in de SW-sector op het gebied van arbeidsontwikkeling, gezond & veilig werken en arbeidsmarkt. De arbeidsontwikkeling van SW-medewerkers staat hierbij centraal. Doel daarbij is dat SW-medewerkers hun competenties zodanig ontwikkelen dat zij hun arbeidsmogelijkheden volledig benutten en zo mogelijk een in het bedrijfsleven gebruikelijke startkwalificatie halen. Arbeidsontwikkeling beperkt zich niet tot vakkennis en vakvaardigheden. Het betreft ook zaken als sociaal functioneren en persoonlijke motivatie. Lezen en schrijven zijn zowel praktische vaardigheden voor het goed uitvoeren van het werk, als belangrijke factoren in het sociaal functioneren in de huidige kennismaatschappij. Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de omvang van de laaggeletterdheid in de SW-bedrijven, de mate waarin en de wijze waarop het probleem reeds wordt aangepakt en de randvoorwaarden waaronder bedrijven structurele aandacht aan de laaggeletterdheid in hun organisatie kunnen besteden. Uit deze doelstelling zijn de onderstaande vragen afgeleid: 1. In hoeverre zien SW-bedrijven de laaggeletterdheid van de medewerkers binnen de organisatie als probleem? Waarom wel/niet? 2. Gaan SW-bedrijven systematisch na of er sprake is van laaggeletterdheid binnen het bedrijf? Zo ja, op welke wijze en welke prioriteit heeft het? 3. Hoeveel procent van de SW-medewerkers is naar schatting laaggeletterd? Hoe is de verhouding allochtoon/autochtoon daarbinnen? 4. Op welke wijze bestrijden SW-bedrijven de laaggeletterdheid? Wat zijn hier de resultaten van? 5. Welke producten op het gebied van terugdringen van de laaggeletterdheid zijn beschikbaar voor de SW-sector? 6. Hoe worden de activiteiten voor laaggeletterdheid gefinancierd? Bijvoorbeeld via Webgelden, ESF, Pats, WVA, eigen middelen? 7. Welke ondersteuningsbehoefte hebben SW-bedrijven in de omgang met laaggeletterdheid? 4

7 8. Op welke wijze kan SBCM de SW-bedrijven op dit gebied ondersteunen zodat zij in staat zijn laaggeletterdheid als structureel thema op de agenda te zetten en om te zetten in een plan van aanpak? Opzet van het onderzoek Het onderzoek bestond uit drie fasen: 1. In de eerste fase zijn de achtergronden van de problematiek van laaggeletterdheid in SW-bedrijven onderzocht. De methoden hiervoor zijn deskresearch en interviews met sleutelinformanten. 2. De tweede fase heeft bestaan uit een inventarisatieronde, waarbij telefonisch met 79 hoofden P&O (of mensen met een vergelijkbare functie) en 59 leidinggevenden (1 per bedrijf) op de werkvloer van de (in totaal 89) SWbedrijven is gesproken. Hiermee is een respons van 89% behaald. Vervolgens hebben is de telefonische inventarisatie ingekleurd aan de hand van diepte-interviews bij 10 SWbedrijven. Bij deze diepte-interviews zijn per bedrijf meerdere mensen gesproken. 3. De derde fase bestond uit de analyse van de verzamelde kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. Deze analyse heeft geresulteerd in voorliggende rapportage. Antwoorden op de onderzoeksvragen Hieronder bespreken we de antwoorden op de onderzoeksvragen. Het antwoord op de laatste vraag bevat ook de aanbevelingen die uit dit onderzoek naar voren komen. 1. In hoeverre zien SW-bedrijven de laaggeletterdheid van de medewerkers binnen de organisatie als probleem? Waarom wel/niet? Volgens de hoofden P&O wordt laaggeletterdheid in 78% van de bedrijven in meerdere of mindere mate als probleem gezien. Waar dat niet het geval is, is men over het algemeen van mening dat het grootste gedeelte van de Wsw ers lezen en schrijven niet nodig heeft bij de dagelijkse werkzaamheden, en het dus geen probleem is als ze die vaardigheden missen. Leidinggevenden van een productieafdeling zien laaggeletterdheid minder vaak als probleem dan de hoofden P&O. Uit de gesprekken bleek verder dat laaggeletterdheid in de meeste Ondernemingsraden amper of niet op de agenda voorkomt, in ieder geval niet los van het algemene opleidingsbeleid. 5

8 2. Gaan SW-bedrijven systematisch na of er sprake is van laaggeletterdheid binnen het bedrijf? Zo ja, op welke wijze en welke prioriteit heeft het? Slechts enkele SW-bedrijven gaan systematisch na of er sprake is van laaggeletterdheid binnen het bedrijf. Bij het grootste gedeelte van de bedrijven is dit niet het geval. 20% van de bedrijven zegt beleid te hebben op het gebied van diagnose van laaggeletterdheid, maar op grond van de ervaringen in de case studies lijkt dit percentage wat optimistisch. Diagnose blijkt het grootste struikelblok bij het terugdringen van de laaggeletterdheid. Er is geen specifiek diagnoseinstrument voor de SW en veel bedrijven vinden het dan ook erg lastig om te bepalen welke werknemers laaggeletterd zijn. Hoewel dus het grootste deel van de bedrijven laaggeletterdheid wel als probleem ziet, heeft dit probleem over het algemeen geen hoge prioriteit. Het gebrek aan aandacht voor laaggeletterdheid vanuit de Ondernemingsraden wijst erop dat dit voor alle lagen van het bedrijf geldt. De diagnose is vaak gebaseerd op de opmerkzaamheid van leidinggevenden; dit wordt over het algemeen geïnstitutionaliseerd door een taalelement op te nemen in de individuele/persoonlijke ontwikkelingsplannen (IOP s en POP s). Daarnaast is het mogelijk te diagnosticeren met behulp van een test, hiervoor is bijvoorbeeld de MELBA-test te gebruiken. 3. Hoeveel procent van de SW-medewerkers is naar schatting laaggeletterd? Hoe is de verhouding allochtoon/autochtoon daarbinnen? Hierover bestaat vrijwel geen concrete informatie. Gevraagd naar een schatting van het percentage laaggeletterden geven de respondenten sterk uiteenlopende antwoorden. Bijna de helft (47%) van de hoofden P&O denkt dat maximaal 20% van de medewerkers laaggeletterd is, bijna de helft (47%) van de afdelingshoofden denkt dat het aantal laaggeletterden maximaal 10% bedraagt. Ook de verhouding allochtoon/autochtoon daarbinnen is moeilijk te bepalen, omdat de respondenten hierover sterk van mening verschillen. Een kleine 40% van de respondenten denkt dat laaggeletterdheid meer voorkomt bij allochtonen, bijna een derde ziet geen verschil en zo n 19% denkt dat juist autochtonen vaker laaggeletterd zijn. Een knelpunt bij de beoordeling is dat de respondenten vaak niet weten of een allochtone mede- 6

9 werker die nog weinig of geen Nederlands heeft geleerd, wel geletterd is in zijn of haar moedertaal. Volgens de inschatting van de respondenten komt laaggeletterdheid vaker voor bij oudere werknemers en werknemers die al langere tijd in de SW verblijven en is er weinig of geen verschil tussen mannen en vrouwen. 4. Op welke wijze bestrijden SW-bedrijven de laaggeletterdheid? Wat zijn hier de resultaten van? 43% van de bedrijven zegt beleid te hebben ontwikkeld met betrekking tot de aanpak en/of diagnose van laaggeletterdheid. Ruim een derde (34%) van de bedrijven zegt op dit moment of in het verleden op projectmatige basis aandacht te hebben besteed aan laaggeletterdheid, en 4% zegt plannen te hebben om in de nabije toekomst met laaggeletterdheid aan de slag te gaan. De overige 19% heeft nooit specifiek aandacht besteed aan laaggeletterdheid en is dat ook niet van plan. Een kanttekening hierbij is dat bij het grootste gedeelte van de bedrijven waarbij in de laatste fase van het onderzoek diepteinterviews zijn afgenomen, bleek dat uit de telefonische enquête een rooskleuriger beeld van het tegengaan van laaggeletterdheid naar voren was gekomen dan de werkelijkheid rechtvaardigt. De aanpak van laaggeletterdheid is meestal een combinatie van verschillende onderdelen, waarbij scholing door een externe organisatie (vaak een ROC) het meest wordt gebruikt. Cursisten besteden over het algemeen een of twee dagdelen per week aan de cursus, meestal onder werktijd. De meeste bedrijven zijn tevreden over de resultaten; 83% van de respondenten zou de eigen aanpak aanbevelen aan andere bedrijven. Resultaten zijn vaak echter niet kwantitatief meetbaar, en komen deels tot uiting buiten de werkomgeving. Vooral gegroeide zelfredzaamheid en zelfvertrouwen worden vaak genoemd als effect van het tegengaan van laaggeletterdheid. Indirect wordt daarmee het arbeidsproces efficiënter, maar dit is niet in harde cijfers uit te drukken. Uit de antwoorden van de respondenten blijkt een tweedeling tussen bedrijven die vooral voordelen voor het bedrijf zien, zoals bredere inzetbaarheid van het personeel en toegenomen efficiëntie van het arbeidsproces, en bedrijven die vooral voordelen zien vanuit het oogpunt van mensontwikkeling. 7

10 5. Welke producten op het gebied van terugdringen van de laaggeletterdheid zijn beschikbaar? Voor het terugdringen van de laaggeletterdheid worden over het algemeen bestaande alfabetiseringsmethoden gebruikt, er zijn weinig eigen produkten. Voorbeelden daarvan zijn Taalkracht voor bedrijven, Lees & Schrijf, 7/43, Tempo en Alfabeter. Er is niet één bepaalde methode die veel genoemd is. Voor de diagnose gebruiken enkele bedrijven de resultaten van de MELBA-test, een methode om de capaciteiten van medewerkers (in bredere zin dan alleen wat betreft geletterdheid) te kunnen testen. 6. Hoe worden de activiteiten voor laaggeletterdheid gefinancierd? 43% van de bedrijven bekostigt alles uit eigen middelen, 37% van de bedrijven financiert alles middels subsidies. Subsidies vanuit de gemeente zijn daarbij het belangrijkste, maar een groot aantal respondenten weet niet precies te benoemen hoe de specifieke subsidie heet. Een reden hiervoor is dat bij gesubsidieerde opleidingen via een ROC, het bedrijf zelf niet met de geldstroom te maken heeft; dat is een zaak tussen het ROC en de (lokale) overheid. Dit laatste zal naar aanleiding van het Convenant Laaggeletterdheid vaker gaan voorkomen. Alleen de verletkosten zijn dan nog voor rekening van het SW-bedrijf. Diagnose en eventuele andere manieren om laaggeletterdheid terug te dringen, zoals een eigen interne aanpak of samenwerking met externe organisaties anders dan de ROC s, zullen nog steeds uit eigen middelen of met andere subsidies bekostigd moeten worden. 7. Welke ondersteuningsbehoefte hebben SW-bedrijven in de omgang met laaggeletterdheid? Ruim de helft (56%) van de SW-bedrijven geeft aan zeker ondersteuning van SBCM te kunnen gebruiken bij het tegengaan van laaggeletterdheid. Een kwart (24%) heeft daar (nog) geen mening over, en zo n 20% van de bedrijven denkt geen ondersteuning nodig te hebben. De precieze invulling van de ondersteuningsbehoefte verschilt van bedrijf tot bedrijf. Meest genoemd zijn het verschaffen van informatie, vooral over bestaande instrumenten voor diagnose en aanpak die gebruikt zouden kunnen worden (18%) en over financieringsmogelijkheden (9%). Daarnaast worden best practices (15%) en subsi- 8

11 dieverstrekking (13%) vaak genoemd. Bij doorvragen tijdens de face-to-face interviews blijkt dat vooral behoefte bestaat aan een diagnose-instrument dat specifiek geschikt is voor gebruik in SW-bedrijven en aan best practices uit andere bedrijven, zodat men niet zelf het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Een belangrijk punt hierbij is dat in veel bedrijven laaggeletterdheid relatief weinig prioriteit heeft. Juist die bedrijven zouden gebaat zijn bij praktische, direct inzetbare instrumenten of informatie. 8. Op welke wijze kan SBCM de SW-bedrijven op dit gebied ondersteunen zodat zij in staat zijn laaggeletterdheid als structureel thema op de agenda te zetten? SBCM kan bijvoorbeeld in samenwerking met Stichting Lezen & Schrijven het startpakket Taalkracht voor Bedrijven aanpassen voor gebruik in SW-bedrijven. Ook samen met Stichting Lezen & Schrijven kan SBCM meedoen in de mediacampagne rondom laaggeletterdheid, specifiek gericht op SW-bedrijven. Hiervoor kunnen posters en ander informatiemateriaal aangepast worden voor gebruik in SW-bedrijven. Verder zou het aanbevelenswaardig zijn te kijken naar de mogelijkheid een instrument (door) te ontwikkelen waarmee laaggeletterdheid in SW-bedrijven kan worden gediagnosticeerd, rekening houdend met de specifieke problemen die daar in een SW-bedrijf bij kunnen optreden. Het gebrek aan een dergelijk instrument vormt een groot struikelblok om te komen tot een efficiënte en effectieve aanpak van laaggeletterdheid. Stichting Lezen & Schrijven biedt hiervoor trainingen aan voor leidinggevenden. Met de introductie van het CLL is het tot slot van belang dat bedrijven op de hoogte zijn van het bestaan van dit convenant en de betekenis daarvan voor de aanpak van laaggeletterdheid in SW-bedrijven. SBCM kan hiertoe een informatiepakket samenstellen, waarbij ook subsidiemogelijkheden aan bod kunnen komen, voor kosten waar het convenant niet in voorziet, zoals diagnose en het voortzetten van programma s die niet via een ROC lopen. 9

12 1. ACHTERGROND EN OPZET VAN HET ONDERZOEK 1.1 Aanleiding SBCM, het arbeidsmarkt- en ontwikkelingsfonds sociale werkvoorziening is uitgegroeid tot een kennis- en expertisecentrum in de SW-sector op het gebied van arbeidsontwikkeling, gezond & veilig werken en arbeidsmarkt. De arbeidsontwikkeling van SW-medewerkers staat hierbij centraal. Doel daarbij is dat SW-medewerkers hun competenties zodanig ontwikkelen dat zij hun arbeidsmogelijkheden volledig benutten en zo mogelijk een in het bedrijfsleven gebruikelijke startkwalificatie halen. Arbeidsontwikkeling beperkt zich niet tot vakkennis en vakvaardigheden. Het betreft ook zaken als sociaal functioneren en persoonlijke motivatie. Lezen en schrijven zijn zowel praktische vaardigheden voor het goed uitvoeren van het werk, als belangrijke factoren in het sociaal functioneren in de huidige kennismaatschappij. SBCM stimuleert en faciliteert de SW-sector met kennis, projecten en subsidie op het gebied van arbeidsontwikkeling, de arbeidsmarkt en gezond en veilig werken. Bij alle activiteiten die SBCM onderneemt, staat de ontwikkeling van de SWmedewerker centraal. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van deze beleidsdoelstellingen en wil een bijdrage leveren aan het terugdringen van laaggeletterdheid binnen de SW-sector. Het onderzoek levert input voor vervolgactiviteiten van SBCM. 1.2 Laaggeletterdheid Het verzamelen van betrouwbare cijfers over de mate waarin laaggeletterdheid voorkomt is lastig, omdat mensen vaak huiverig zijn om toe te geven dat zij problemen ondervinden met lezen en schrijven. Daarnaast zijn er geen duidelijke grenzen aan de term laaggeletterdheid. Er is slechts een vrij algemene niveauverdeling, die hieronder te vinden is. Om deze redenen is het moeilijk inzicht te krijgen in de precieze omvang van het probleem van laaggeletterdheid. 10

13 De International Adult Literacy Survey (IALS), tussen 1994 en 1998 uitgevoerd door de OESO 1, gebruikt een niveauverdeling in vijf stappen. Deze niveauverdeling is als volgt 2 : 1. Het kunnen vinden van de benodigde informatie in een simpele tekst 2. Het bovenstaande, maar er kunnen verscheidene afleiders 3 in de tekst staan, of de lezer moet zelf eenvoudige gevolgen trekken 3. Het kunnen combineren en integreren van verschillende typen informatie in een tekst 4. Het kunnen vergelijken van verschillende aspecten of het kunnen geven van meer dan één antwoord 5. Al het bovenstaande, maar er zijn meerdere afleiders in een tekst en de lezer moet ingewikkelder conclusies kunnen trekken Laaggeletterden zijn in de gangbare definitie volwassenen die functioneren op niveau 1 en 2 van deze schaal. Waar iemand precies wordt ingeschaald is echter deels afhankelijk van de context, er is dan ook geen scherp breekpunt tussen geletterden en laaggeletterden. Dit maakt het lastig om precieze cijfers te genereren over het aantal laaggeletterden. Het meest gebruikte cijfer, 1,5 miljoen laaggeletterden in Nederland, is gebaseerd op de resultaten van de IALS. Het gaat daarbij om ruim 11% van de volwassen bevolking 4. Dit cijfer is echter gebaseerd op mensen die op niveau 1 zitten. Omdat dit cijfer op dit moment in de publieke discussie het uitgangspunt vormt, en dit onderzoek in die context is uitgevoerd, wordt in het vervolg van dit rapport met laaggeletterdheid gedoeld op volwassenen die functioneren op niveau 1 van de IALSniveauverdeling. Omdat dit geen exact af te bakenen groep is, kan van situatie tot situatie verschillen hoe iemand dit in die specifieke context definieert. Een ander punt waarover geen eenduidigheid bestaat, is het inschalen van allochtonen die in hun moedertaal wel goed kunnen lezen en schrijven, maar in het Nederlands (nog) niet. In het ene onderzoek 5 wordt deze groep wel als laaggeletterd aangemerkt, in het andere 6 niet. In dit onderzoek wordt deze 1 Bron: bezocht op 19 februari Bijlage 1 bevat een uitgebreidere uitleg van de eerste drie niveaus van deze schaalverdeling 3 Afleiders zijn bijzaken : stukken tekst die de lezer afleiden van de belangrijkste boodschap van een tekst. 4 Bron: CBS Statline. Niveau 1 en 2 samen omvatten 37,4% van de volwassen bevolking 5 Zoals bijvoorbeeld het OESO-onderzoek, zie voetnoot 1 6 Zoals bijvoorbeeld Bohnenn, E., C. Ceulemans, C. van de Guchte, J. Kurvers en T. van Tendeloo (2004), Laaggeletterdheid in de Lage Landen, Nederlandse TaalUnie 11

14 groep in principe niet tot de laaggeletterden gerekend. In de praktijk valt de scholing van niet-laaggeletterde allochtonen en laaggeletterde werknemers in SW-bedrijven echter vaak samen, waardoor het onderscheid lastig te maken is. Bij het nader bestuderen 7 van de groep laaggeletterden blijkt dat, logischerwijs, bepaalde groepen meer kans hebben laaggeletterd te zijn dan andere. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan ouderen (voor wie het in hun jeugd niet vanzelfsprekend was dat zij na de basisschool nog verder onderwijs zouden volgen, vooral bij vrouwen), niet-westerse allochtonen en hun kinderen (waarbij opnieuw vooral vrouwen vaker laaggeletterd zijn) en mensen met een (arbeids)beperking van lichamelijke of verstandelijke origine, waar in Sociale Werkvoorzieningsbedrijven (SW-bedrijven) veelal sprake van is. 1.3 Werkende laaggeletterden Zo n 30% van de laaggeletterden, oftewel circa mensen, behoort tot de werkzame beroepsbevolking 8. Laaggeletterdheid kan op de werkvloer tot allerlei praktische problemen leiden. Omdat technologie verandert en het aantal regels en protocollen toeneemt, geldt dat tegenwoordig nog meer dan vroeger. Volgens Smit, Bohnenn en Hazelzet 9 komt dat tot uiting in de volgende punten: Werknemers moeten meer lezen en schrijven. Zo is het bijvoorbeeld steeds vaker verplicht een (deels schriftelijke) cursus te volgen om een bepaald eenvoudig beroep, zoals schoonmaker, te mogen uitoefenen. De teksten die werknemers moeten lezen zijn soms moeilijker geworden, zoals bijvoorbeeld de verslagen van een planningsoverleg. De eisen aan schrijfvaardigheid zijn in sommige beroepen toegenomen, zoals bijvoorbeeld de rapportage van beveiligers of schoonmakers belangrijker is geworden. 7 Bron: Groot & Van den Brink (2006), Stil Vermogen, een onderzoek naar de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid., Stichting Lezen & Schrijven 8 Bron: Stichting van de Arbeid, Ministerie van SZW, Ministerie van VWS en Ministerie van OCW (2008) Uitvoeringsplan bij het convenant tussen werkgevers, werknemers en overheid over structurele aanpak laaggeletterdheid in de samenleving en het bedrijfsleven 9 Bron: Smit, A., E. Bohnenn en A. Hazelzet (2006), Laaggeletterd in het werk, Stichting Lezen & Schrijven 12

15 Werknemers moeten steeds vaker gebruik maken van de computer of technologische hulpmiddelen bij het uitvoeren van lees-, schrijf- en rekentaken, bijvoorbeeld bij de introductie van een nieuw type kassa. Soms leiden de ontwikkelingen ertoe dat de werkgelegenheid voor het specifieke beroep afneemt en/of dat werknemers zich moeten omscholen, bijvoorbeeld wanneer een nieuwe machine het werk van meerdere werknemers kan overnemen. Het tegengaan van laaggeletterdheid in een bedrijf heeft dan ook vele voordelen. Van Gorp, Van Kooten en Breg 10 onderscheiden de volgende mogelijke voordelen: Toename kwaliteit van product en dienstverlening. Daling van het aantal klachten over het werk van de medewerker. Daling van het ziekteverzuim. Toename motivatie om te werken en om verder te studeren. Flexibelere inzetbaarheid van de werknemers. Stijging van het verantwoordelijkheidsgevoel. Toename in de overdracht van aangeleerde kennis en vaardigheden. Dit besef is nog niet overal doorgedrongen, ook omdat sommige van deze dingen (zoals stijging van het verantwoordelijkheidsgevoel ) niet kwantitatief meetbaar zijn, en andere (zoals daling van het ziekteverzuim ) niet met zekerheid zijn toe te schrijven aan het tegengaan van laaggeletterdheid. Harde feiten zijn dus lastig te verkrijgen. Dit is één van de redenen waarom zowel werkgevers als laaggeletterde werknemers laaggeletterdheid vaak niet als probleem zien. Onderzoek van het Cinop 11 wijst bijvoorbeeld uit dat zestig procent van de volwassenen die moeite hebben met lezen en schrijven, dit zelf niet als een probleem ervaart. Door het onderwerp hoog op de agenda te plaatsen tracht de overheid op dit moment te bereiken dat het besef in de samenleving doordringt dat laaggeletterdheid een serieus probleem is en dat met het tegengaan ervan veel te bereiken is. 10 Bron: Van Gorp, D.M., J.M van Kooten en T.A. Breg (2004), Kenniseconomie & Laaggeletterdheid, Stichting Lezen & Schrijven 11 Bron: Cinop i.s.m. TNS NIPO (2007), Hoe bekend zijn wij met laaggeletterdheid? Een landelijk onderzoek naar het bewustzijn bij volwassenen van laaggeletterdheid in onze samenleving. 13

16 Het aanvalsplan laaggeletterdheid (ALL) uit 2006 en het convenant laaggeletterdheid (CLL) uit 2007 zijn hier de meest prominente voorbeelden van. Tegelijkertijd voltrekt zich een verandering in de Sociale Werkvoorziening, nu bedrijven volop bezig zijn zichzelf om te vormen naar leerwerkbedrijven waarin de ontwikkeling van de werknemer centraal staat. Het tegengaan van laaggeletterdheid past in die ontwikkeling. Dit onderzoek komt dan ook op een goed moment. 1.4 Opzet van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de omvang van de laaggeletterdheid in de SW-bedrijven, de mate waarin en de wijze waarop het probleem reeds wordt aangepakt en de randvoorwaarden waaronder bedrijven structurele aandacht aan de laaggeletterdheid in hun organisatie kunnen besteden. Uit deze doelstelling zijn de onderstaande vragen afgeleid: 1. In hoeverre zien SW-bedrijven de laaggeletterdheid van de medewerkers binnen de organisatie als probleem? Waarom wel/niet? 2. Gaan SW-bedrijven systematisch na of er sprake is van laaggeletterdheid binnen het bedrijf? Zo ja, op welke wijze en welke prioriteit heeft het? 3. Hoeveel procent van de SW-medewerkers is naar schatting laaggeletterd? Hoe is de verhouding allochtoon/autochtoon daarbinnen? 4. Op welke wijze bestrijden SW-bedrijven de laaggeletterdheid? Wat zijn hier de resultaten van? 5. Welke producten op het gebied van terugdringen van de laaggeletterdheid zijn beschikbaar voor de SW-sector? 6. Hoe worden de activiteiten voor laaggeletterdheid gefinancierd? Bijvoorbeeld via Webgelden, ESF, Pats, WVA, eigen middelen? 7. Welke ondersteuningsbehoefte hebben SW-bedrijven in de omgang met laaggeletterdheid? 8. Op welke wijze kan SBCM de SW-bedrijven op dit gebied ondersteunen zodat zij in staat zijn laaggeletterdheid als structureel thema op de agenda te zetten en om te zetten in een plan van aanpak? Onderzoeksverantwoording Het onderzoek heeft bestaan uit drie fasen. In de eerste fase zijn de achtergronden van de problematiek van laaggeletterd- 14

17 heid in SW-bedrijven onderzocht. De methoden hiervoor zijn deskresearch en interviews met sleutelinformanten. De tweede fase heeft uit een inventarisatieronde bestaan, waarbij telefonisch met 79 hoofden P&O (of mensen met een vergelijkbare functie) en 59 leidinggevenden (1 per bedrijf) op de werkvloer van de (in totaal 89) SW-bedrijven is gesproken. Hiermee is een respons van 89% behaald. Deze beide groepen hebben deels dezelfde vragen voorgelegd gekregen. In totaal waren er 138 respondenten. Vervolgens hebben we de telefonische inventarisatie ingekleurd met face-to-face diepteinterviews bij 10 SW-bedrijven. Om die te selecteren is een overzicht gemaakt van de bedrijven die aangaven mee te willen werken aan een dergelijk diepte-interview (zie Bijlage 4). Die zijn vervolgens onderverdeeld naar grootte, geografische ligging en antwoorden tijdens de inventarisatieronde. Op basis van deze onderverdeling zijn bedrijven benaderd om aan deze fase van het onderzoek mee te doen. Bij deze diepteinterviews zijn per bedrijf meerdere mensen gesproken. De derde fase bestond uit de analyse van de verzamelde kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. Deze analyse heeft geresulteerd in voorliggende rapportage. 1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk gaat hoofdstuk twee in op het vóórkomen en tegengaan van laaggeletterdheid onder medewerkers van SW-bedrijven, aan de hand van de resultaten van de inventarisatieronde. Waar relevant worden deze resultaten geïllustreerd met citaten uit de telefonische interviews of diepte-interviews. In hoofdstuk drie presenteren we good practices bij de aanpak van laaggeletterdheid. In hoofdstuk vier ten slotte beantwoorden we de vragen uit de vorige paragraaf en doen we aanbevelingen aan SBCM. 15

18 2. LAAGGELETTERDHEID IN SW-BEDRIJVEN 2.1 Inleiding Om antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre laaggeletterdheid in SW-bedrijven een probleem vormt en hoe men hiermee omgaat, heeft een telefonische inventarisatieronde plaatsgevonden onder de SW-bedrijven. Een kanttekening hierbij is dat bij het grootste gedeelte van de bedrijven waarbij in de laatste fase van het onderzoek diepte-interviews zijn afgenomen, bleek dat uit de telefonische enquête een rooskleuriger beeld van het tegengaan van laaggeletterdheid naar voren was gekomen dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Een bedrijf dat zei beleid te hebben ontwikkeld bleek daarover bijvoorbeeld weinig of niets op papier te hebben staan. Een bedrijf dat meldde op projectmatige basis bezig te zijn met de aanpak van laaggeletterdheid had slechts in het kader van het algemene opleidingsbeleid een keer een taalcursus aangeboden. Bij een bedrijf dat zei plannen te hebben om in de toekomst met het tegengaan van laaggeletterdheid aan de slag te gaan bleek het slechts om een proefballonnetje te gaan, niet om concrete plannen. Als dit verschijnsel niet beperkt is tot de groep bedrijven die in de laatste fase van het onderzoek is benaderd, dan zou dat betekenen dat SW-bedrijven minder ver zijn met de aanpak van laaggeletterdheid dan de resultaten van de telefonische enquête doen vermoeden. Het is daarom goed te beseffen dat de hier gepresenteerde resultaten een bovengrens vormen. 2.2 Het belang van het tegengaan van laaggeletterdheid In hoofdstuk 1 noemden we al dat bedrijven laaggeletterdheid niet altijd als probleem zien, en vaak onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijke voordelen die het tegengaan van laaggeletterdheid met zich mee kan brengen. Dit is ook in de Sociale Werkvoorziening het geval. Zoals uit tabel 2.1 blijkt, is 20% van de hoofden P&O en 31% van de afdelingshoofden van mening dat laaggeletterdheid in hun bedrijf in het geheel niet als probleem wordt gezien. Daar staat tegenover dat de grote meerderheid van de hoofden P&O en afdelingshoofden zegt dat laaggeletterdheid in hun bedrijf minimaal enigszins als probleem wordt ervaren. 16

19 Tabel 2.1 In hoeverre wordt laaggeletterdheid in uw bedrijf als probleem gezien? Leidinggevende (productie) afdeling Hoofd P&O Niet 31% 20% Enigszins 39% 48% Wel 31% 30% weet niet/geen mening 0% 1% Totaal 100% (n=59) 100% (n=79) Gevraagd naar de voordelen van het tegengaan van laaggeletterdheid geven de respondenten een grote variatie aan antwoorden. Vooral het efficiënter functioneren van de arbeidsorganisatie en het vergroten van het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de medewerkers worden vaak genoemd. Box 1 geeft enkele voorbeelden van deze en andere reacties. Omdat de genoemde effecten over het algemeen niet kwantificeerbaar zijn, is het voor voorstanders van het aanpakken van laaggeletterdheid lastig beleidsbepalers te overtuigen van het nut daarvan. Box 1: Effecten van het tegengaan van laaggeletterdheid Veel SW-bedrijven zien positieve ontwikkelingen als gevolg van het terugdringen van laaggeletterdheid: Medewerkers krijgen steeds meer zelfvertrouwen, en stralen dit ook uit. Ze ontwikkelen zichzelf, worden breder inzetbaar en daardoor wordt de uitstroom bevorderd. Dit alles werkt in positieve zin door in de organisatie. Het sterkt het zelfvertrouwen en ook in de privé-sfeer verhoogt het de waarde van het leven. Zo kon een vrouw eindelijk haar kindje voorlezen. Politieke opdrachtgevers zijn trots op ons SW-bedrijf. Maar niet iedereen is zo enthousiast: Speciale scholen hebben al van alles met deze jongeren geprobeerd; als bedrijf moet je dan geen illusie hebben daar nog iets aan te kunnen veranderen. Na ZMLK komt niets meer. 17

20 2.3 Mate waarin laaggeletterdheid voorkomt Voor een gerichte aanpak van laaggeletterdheid is het allereerst van belang te weten hoeveel medewerkers hiervan zou kunnen profiteren. Uit de antwoorden van de respondenten op de vraag Welk percentage van de medewerkers in het bedrijf is naar uw inschatting laaggeletterd? blijkt dat hierover echter weinig concrete informatie aanwezig is. De antwoorden van de hoofden P&O vertonen een grote spreiding (zie tabel 2.2) en lopen uiteen van 1% tot 80%. Het meest genoemde antwoord is 10%, de mediaan 12 ligt op 16%. Dit laatste percentage komt overeen met de schatting van het CNV 13 dat zo n 15% tot 20% van de SW-medewerkers laaggeletterd is. Gezien de informatie over het percentage laaggeletterden in Nederland en de risicogroepen daarbij (zie hoofdstuk 1) lijkt dit echter een voorzichtige inschatting. De schattingen van de afdelingshoofden lopen ook sterk uiteen, maar bijna de helft van hen schat in dat 10% of minder van hun medewerkers laaggeletterd is. Bij deze groep ligt de mediaan op 10%. Tabel 2.2 Schatting van het percentage laaggeletterden Hoofd P&O Leidinggevende (productie) afdeling Aantal % Aantal % 1 t/m 10% 20 25% 28 47% 11 t/m 20% 17 22% 7 12% 21 t/m 30% 7 9% 5 9% 31 t/m 40% 7 9% 2 4% 41 t/m 50% 2 3% 2 4% 51% en meer 7 9% 7 12% weet niet/geen mening 19 24% 8 14% Totaal % % De schatting van het percentage laaggeletterden in bedrijven met beleid op het gebied van diagnose wijkt niet af van de inschatting in bedrijven waar helemaal geen beleid rondom laaggeletterdheid is. Ook de mate waarin laaggeletterdheid als 12 De mediaan is het midden van de verzameling antwoorden. In dit geval betekent het dat de helft van de hoofden P&O denkt dat het percentage laaggeletterden kleiner of gelijk is aan 16%, en de andere helft dat het groter of gelijk is aan 16%. 13 Bron: bekeken op 22 oktober In totaal zijn er ongeveer werknemers in de SW Bron: Research voor Beleid (2007), Jaarrapport Wsw-statistiek

21 probleem gezien wordt heeft geen invloed op de inschatting van het aantal laaggeletterden in het bedrijf. Het hoofd P&O dat inschatte dat 80% van de medewerkers in het bedrijf laaggeletterd was, gaf aan dat laaggeletterdheid in het bedrijf desondanks in het geheel niet als probleem wordt ervaren. Een mogelijke reden hiervoor zou kunnen zijn dat in veel bedrijven de productie vooralsnog belangrijker is dan arbeidsontwikkeling, en medewerkers voor veel taken niet hoeven kunnen lezen en schrijven. Laaggeletterdheid is dan geen probleem. Dat deze gemiddelde schattingen (tussen bedrijven met en zonder diagnose en bedrijven waar het wel en niet als probleem wordt gezien) niet veel van elkaar afwijken en overeenkomen met de schatting van het CNV zou erop kunnen wijzen dat de respondenten zelfs zonder specifieke diagnose al tot een goede schatting van het percentage laaggeletterden in hun bedrijf kunnen komen, of dat de berichtgeving van CNV de schatting heeft beïnvloed. De grote spreiding van de antwoorden onderschrijft deze laatste gedachte echter niet. Om een gedegen inzicht te krijgen in de mate waarin laaggeletterdheid in SW-bedrijven voorkomt, is het gebruik van integrale diagnosemethoden van belang, waarbij bovendien in ieder bedrijf dezelfde definities moeten worden gehanteerd. Op dit moment is er nog nauwelijks sprake van een systematische diagnose van laaggeletterdheid. 2.4 Laaggeletterdheid in verschillende groepen De respondenten is gevraagd of laaggeletterdheid relatief meer voorkomt bij mannen of vrouwen, bij autochtonen of (nietwesterse) allochtonen, bij ouderen of jongeren en bij mensen die al lang in de SW verblijven of degenen die juist net instromen. Uit bepaalde open antwoorden blijkt achteraf dat sommige respondenten de vraag hebben beantwoord door de kijken naar de samenstelling van de cursusgroepen in het bedrijf, zonder (voldoende) rekening te houden met de samenstelling van het eigen personeelsbestand. Hierdoor kan een vertekening optreden. 19

22 2.4.1 Mannen en vrouwen Volgens de respondenten is er weinig verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft laaggeletterdheid (zie tabel 2.3). Afdelingshoofden zeggen wel wat vaker dat laaggeletterdheid meer voorkomt bij mannen dan bij vrouwen, maar de hoofden P&O delen deze mening niet. Overigens is bijna driekwart van de werknemers in de SW-bedrijven man 14. Tabel 2.3 Komt laaggeletterdheid meer voor bij mannen of bij vrouwen? Leidinggevende Hoofd P&O (productie) afdeling Mannen 27% 9% Vrouwen 5% 6% Geen verschil 59% 62% weet niet/geen mening 8% 23% Totaal 100% (n=59) 100% (n=79) Autochtonen en allochtonen Soms is het lastig te bepalen of een allochtone werknemer die nog weinig of geen Nederlands spreekt wel of niet laaggeletterd is. Als hij wel goed kan lezen en schrijven in zijn moedertaal, hoort hij in principe niet tot de laaggeletterden. Dit is vaak echter moeilijk in te schatten voor leidinggevenden. Uit tabel 2.4 blijkt dat de meningen redelijk verdeeld zijn over de vraag of autochtonen of (niet-westerse) allochtonen vaker laaggeletterd zijn, hoewel allochtonen (zeker door de hoofden P&O) iets vaker genoemd worden dan autochtonen. Tabel 2.4 Komt laaggeletterdheid meer voor bij autochtonen of allochtonen? Leidinggevende Hoofd P&O (productie) afdeling Autochtonen 22% 16% (niet westerse) Allochtonen 36% 38% Geen verschil 34% 30% weet niet/geen mening 8% 15% Totaal 100% (n=59) 100% (n=79) Hierbij is ook regionale verdeling van belang: in het zuiden en westen van het land (en dan met name in de grote steden) 14 Bron: Research voor Beleid (2007), Jaarrapport Wsw-statistiek

23 worden allochtonen veel vaker genoemd dan autochtonen, terwijl in het noorden van het land het omgekeerde het geval is 15. Wat verder waarschijnlijk meespeelt is dat uit onderzoek van Stichting Lezen & Schrijven 16 blijkt dat personeels- en opleidingsfunctionarissen lees-, schrijf- en rekenproblemen eerder verwachten bij allochtonen dan bij autochtonen, waardoor het aantal autochtone laaggeletterden vaak onbewust onderschat wordt Ouderen en jongeren Van de werknemers in de SW-bedrijven is 55% ouder dan 45 jaar en slechts 4% is jonger dan 23 jaar 17. Ongeveer de helft van de respondenten is van mening dat laaggeletterdheid relatief het meeste voorkomt bij werknemers van 45 jaar en ouder (zie tabel 2.5), terwijl jongeren vrijwel niet genoemd worden. Dit komt overeen met de bevindingen van onderzoekers Groot en Van den Brink 18, die concluderen dat het aandeel geletterden lager is naarmate de leeftijd hoger is. Tabel 2.5 Komt laaggeletterdheid meer voor bij ouderen of jongeren? Leidinggevende Hoofd P&O (productie) afdeling Ouderen (45 jaar en ouder) 49% 47% Middengroep (23-45 jaar) 24% 15% Jongeren (jonger dan 23 jaar) 2% 0% Geen verschil 20% 25% weet niet/geen mening 5% 13% Totaal 100% (n=59) 100% (n=79) Lengte verblijf in de SW Uit tabel 2.6 blijkt dat ongeveer de helft van de respondenten van mening is dat laaggeletterdheid het meeste voorkomt bij mensen die langer dan 5 jaar in de Sociale Werkvoorziening verblijven. Bijna een kwart (24%) van de afdelingshoofden en bijna een derde (32%) van de hoofden P&O ziet echter geen 15 Het zuiden wordt gevormd door Limburg, Noord-Brabant en Zeeland, het noorden door Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland (alleen Emmeloord), het oosten door Gelderland en Overijssel en het westen door Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. 16 Bron: Smit e.a. (2006), Laaggeletterd in het werk, Stichting Lezen & Schrijven 17 Bron: Research voor Beleid (2007), Jaarrapport Wsw-statistiek Bron: Groot & Van den Brink (2006), Stil Vermogen, een onderzoek naar de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid., Stichting Lezen & Schrijven 21

24 verschil. De andere categorieën zijn weinig genoemd. Dit is niet verwonderlijk, aangezien 73% van de werknemers langer dan 5 jaar in de SW verblijft en de gemiddelde lengte van een dienstverband 13,7 jaar 19 bedraagt. Er zijn dus relatief minder werknemers in de andere categorieën, om een mening op te baseren. Tabel 2.6 Komt laaggeletterdheid meer voor bij mensen die langdurig in de SW verblijven of mensen die net instromen? Leidinggevende Hoofd P&O (productie) afdeling Langdurig (langer dan 5 jaar) 59% 42% Middellang (3 5 jaar) 2% 3% Kortdurend (1 3 jaar) 3% 3% Nieuwe instroom (< 1 jaar) 10% 3% Geen verschil 24% 32% weet niet/geen mening 2% 19% Totaal 100% (n=59) 100% (n=79) 2.5 Wel of geen beleid? Ondanks het feit dat laaggeletterdheid volgens de hoofden P&O in 78% van de bedrijven in meer of mindere mate als probleem wordt ervaren, zegt slechts 43% van hen ook daadwerkelijk beleid te hebben ontwikkeld rondom laaggeletterdheid, gericht op diagnose, aanpak of beide (zie tabel 2.7). Tabel 2.7 Is er beleid ontwikkeld rondom laaggeletterdheid? % Ja, gericht op diagnose 1% Ja, gericht op aanpak 23% Ja, zowel gericht op diagnose als op aanpak 19% Nee 57% - Projectmatige aandacht voor laaggeletterdheid 34% - Plannen om aan de slag te gaan met thema 4% - Geen aandacht en geen plannen 19% Totaal 100% (n=79) De categorie nee is op te delen in drie groepen. Ruim een derde (34%) van alle SW-bedrijven zegt wel op dit moment op projectmatige basis aandacht te besteden aan laaggeletterd- 19 Bron: Research voor Beleid (2007), Jaarrapport Wsw-statistiek

25 heid, of dit in het verleden te hebben gedaan, en 3 bedrijven (4%) melden plannen te hebben om in de nabije toekomst aan de slag te gaan met het actief tegengaan van laaggeletterdheid. Tot slot hebben 15 bedrijven (19%) nooit aandacht besteed aan laaggeletterdheid en zijn daar op dit moment ook geen plannen voor. Bij de gesprekken bleek verder dat laaggeletterdheid bij de meeste ondernemingsraden amper of niet op de agenda voorkomt, in ieder geval niet los van het algemene opleidingsbeleid. Tijdens de gesprekken bleek echter dat deze tabel vermoedelijk een te positief beeld weergeeft. Vier bedrijven die deelnamen aan de gesprekken hadden aangegeven beleid te hebben ontwikkeld op het gebied van diagnose en aanpak. Bij slechts een van deze bedrijven bleek dit ook daadwerkelijk te kloppen (zie Box 2). Box 2: Een te positief beeld Afgaande op de informatie uit de groepsgesprekken, is te concluderen dat de situatie rondom diagnose en aanpak van laaggeletterdheid wat minder rooskleurig is dan op grond van de inventarisatieronde het geval leek te zijn. Zo bleek bijvoorbeeld dat bedrijven die aangaven een beleid rondom laaggeletterdheid te hebben, in geen enkel geval een specifiek op laaggeletterdheid gerichte beleidscyclus te doorlopen. In de meeste gevallen is er een opleidingsbeleid, en valt diagnose en terugdringen van laaggeletterdheid daar impliciet ook onder. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de situatie bij de elf bedrijven waarmee in de laatste fase van het onderzoek gesprekken zijn gevoerd. De oorspronkelijke selectie bevatte vier bedrijven die zeiden beleid wat betreft diagnose en aanpak van laaggeletterdheid te hebben, twee bedrijven die zeiden beleid wat betreft alleen aanpak te hebben, drie bedrijven die zeiden op projectmatige basis aandacht aan laaggeletterdheid te besteden, één bedrijf dat meldde toekomstplannen te hebben en één bedrijf dat aangaf geen aandacht aan laaggeletterdheid te besteden. Vervolg box 2 op volgende pagina 23

26 Vervolg van box 2 Tijdens de gesprekken bleek dat slechts in één bedrijf daadwerkelijk beleid op het gebied van diagnose en aanpak bestond. Van de zes bedrijven die zeiden beleid te hebben, bleek in de helft van de gevallen dat het eigenlijk om ad hoc of projectmatige aandacht ging. Het bedrijf dat meldde toekomstplannen te hebben, bleek daar nog niet concreet over te hebben nagedacht. Er waren geen uitgewerkte plannen en er was geen streefdatum voor invoering. Uit tabel 2.8 valt af te lezen dat er, zoals te verwachten, een duidelijk verband 20 bestaat tussen de mate waarin laaggeletterdheid als probleem wordt ervaren, en de mate waarin aandacht wordt besteed aan het tegengaan van laaggeletterdheid. In 13 van de 16 bedrijven (oftewel 81%) waar laaggeletterdheid volgens het hoofd P&O niet als probleem wordt gezien, is er ook geen beleid rondom laaggeletterdheid. Bij de bedrijven waar laaggeletterdheid wel duidelijk als probleem wordt gezien is de aandacht veel groter. Ditzelfde beeld komt ook naar voren wanneer we kijken naar bedrijven die geen beleid rondom laaggeletterdheid hebben, maar wel op projectmatige basis met het onderwerp bezig zijn (geweest). Tabel 2.8 Relatie tussen erkenning van het probleem en de ontwikkeling van beleid In hoeverre is het een probleem? Niet Enigszins Wel weet niet/ Totaal Is er beleid ontwikkeld? geen mening Ja, gericht op diagnose 6% 0% 0% 0% 1% Ja, gericht op aanpak 13% 18% 33% 100% 23% Ja, diagnose en aanpak 0% 24% 25% 0% 19% Nee 81% 58% 42% 0% 57% Totaal 100% (n=16) 100% (n=38) 100% (n=24) 100% (n=1) 100% (n=79) 20 Dit verband is significant: De Spearman s Rho-test geeft een correlatie van 0,29. 24

27 2.6 Diagnose Diagnosticeren Bij 20% van de bedrijven is vanuit beleid of projectmatig specifiek aandacht voor het diagnosticeren van laaggeletterdheid. Het komt echter vaak voor dat er wel beleid of projecten zijn die laaggeletterdheid tegengaan, maar er geen aparte aandacht is voor de diagnose. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de respondenten het vaak lastig vinden in te schatten wat het percentage laaggeletterden in hun bedrijf is, en problemen bij diagnose veel voorkomen. Er zijn voor diagnose allerlei verschillende middelen te gebruiken. Een veelgebruikt instrument is bijvoorbeeld het taalonderdeel in een individueel ontwikkelingsplan (IOP) of persoonlijk ontwikkelingsplan (POP), waarin men bekijkt op welke terreinen de werknemer zich kan verbeteren. Taalontwikkeling maakt hier vaak deel van uit. Deze methode leunt voor een groot deel op de opmerkzaamheid van leidinggevenden, die een vermoed taalprobleem tijdens het periodieke gesprek aan de orde kunnen stellen. Bijna de helft van de bedrijven die diagnosticeren, diagnosticeert laaggeletterdheid op deze wijze. Een alternatief voor het afgaan op gesprekken en de opmerkzaamheid van leidinggevenden, is het (laten) uitvoeren van een test. Daarmee is het mogelijk een goed overzicht te krijgen van de mate waarin laaggeletterdheid in het algemeen voorkomt en meer specifiek wie waar moeite mee heeft. Deze test kan bedrijfsbreed worden uitgevoerd, of alleen bij mensen waarvan een vermoeden bestaat dat zij laaggeletterd zijn. Slechts vijf bedrijven (6%) voeren een daadwerkelijke test onder werknemers uit. Bij twee van die bedrijven gebeurt dit als onderdeel van het afnemen van de gestandaardiseerde MEL- BA-test. Deze toetst 29 competenties, waaronder lezen, schrijven en rekenen. Tot slot gaan SW-bedrijven die zelf geen diagnoseinstrumenten gebruiken vaak uit van de indicatiestelling van het CWI. Het CWI besteedt daarbij echter niet expliciet aandacht aan vaardigheden als lezen en schrijven. Het is dan ook van de medewerker van het CWI afhankelijk of problemen met laaggeletterdheid bij de indicatiestelling worden vermeld Problemen bij de diagnose Veel bedrijven werken dus met individuele ontwikkelingsplannen, met een periodiek gesprek met de medewerkers. Bedrijven die hier mee werken, weten vaak ook dat het systeem niet waterdicht is: 25

28 Er wordt jaarlijks met de mensen gesproken en toch kom je er in sommige gevallen door allerlei oorzaken tussentijds pas achter dat mensen wel degelijk met dit probleem kampen. De structurele jaarlijkse gesprekken zijn dus niet afdoende om alles in kaart te brengen. De oorzaak hiervoor is in veel gevallen de eerder opgemerkte schaamte. Laaggeletterden zijn over het algemeen erg inventief in het verbergen van hun taalachterstand, ook in de SWbedrijven. Daar komt bij dat in de SW-bedrijven een heterogene groep mensen werkt, die niet allemaal op dezelfde wijze gediagnosticeerd kunnen worden. Eén van de respondenten merkt daarover op: Hoe kom je er achter? Bij mensen met een verstandelijke handicap is het moeilijk om daar in gesprekken achter te komen: is het niet willen of niet kunnen? Speelt men een spel? Het diagnosticeren van allochtone medewerkers vraagt een andere aanpak. Hiervoor zijn in het NT2 onderwijs speciale toetsen ontwikkeld, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen mensen die ook in de moedertaal analfabeet zijn en mensen die de moedertaal wel kunnen lezen en schrijven. Deze heterogeniteit maakt het lastig om een correcte diagnose te stellen, zeker als de betrokkenen hun uiterste best doen om hun laaggeletterdheid te verbergen. Sommige leidinggevenden hebben hier handigheidjes voor bedacht, zoals het voorafgaand aan het jaarlijkse ontwikkelingsgesprek op papier zetten van een aantal punten, en de medewerker vragen daar, eveneens schriftelijk en nog voorafgaand aan het daadwerkelijke gesprek, een korte reactie op te geven. Mocht dat problemen opleveren dan is er direct een aanknopingspunt om over laaggeletterdheid te spreken. Ook het afnemen van een test kan echter tot problemen leiden, want als je werknemers een test laat doen, zijn ze erg vaak bang dat als ze het niet goed doen, dit negatieve gevolgen zal hebben. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een toetsangst die is ontstaan in het basisonderwijs of voortgezet onderwijs, waar het slecht scoren voor een toets over het algemeen tot problemen leidde. Stichting Lezen & Schrijven zegt hierover: Als bedrijf moet je voornamelijk faciliteren en informeren; niet te actief sturen. De wens om mee te doen aan een cursus of iets dergelijks moet vanuit de werknemers zelf komen. Een assessment van alle werknemers roept veel 26

29 angst op en zorgt er misschien juist voor dat je mensen verliest. TaalVakwerk, een bedrijf dat zich speciaal richt op taalcursussen voor bedrijven en ook enkele SW-bedrijven als klant heeft, vindt een test juist wel een goed idee, maar alleen als al ruim van tevoren goed wordt gecommuniceerd naar de medewerkers dat de test alleen kansen biedt, en geen negatieve gevolgen kan hebben. Bovendien moet de test onder alle medewerkers worden uitgevoerd, want anders kunnen medewerkers het idee hebben dat er wordt gediscrimineerd, dat zij er uit worden gepikt. TaalVakwerk onderschrijft dat zo n assessment angst op kan leveren, maar voert aan dat uit de ervaring van het bedrijf blijkt dat als de test op de juiste wijze wordt aangekondigd en door gespecialiseerde mensen wordt afgenomen, dergelijke problemen niet of nauwelijks optreden. 2.7 Aanpak Uitvoering 42% van de SW-bedrijven heeft beleid gericht op de aanpak van laaggeletterdheid. Nog eens 34% heeft nu of in het verleden op projectmatige basis aandacht besteed aan laaggeletterdheid. Niet alle beleidsvoornemens en projecten zijn daadwerkelijk uitgevoerd, zodat uiteindelijk in 50 van de 79 bedrijven een aanpak van laaggeletterdheid in de praktijk is gebracht. Vaak bestaat de aanpak uit verschillende onderdelen, zoals uit tabel 2.9 naar voren komt. Tabel 2.9 Waaruit bestaat de aanpak? Hoofd P&O Interne begeleiding van de medewerker(s) 48% Interne scholing (zelf ontwikkeld) 37% Externe scholing (ingekocht) 78% Anders 15% Totaal 100% (n=50) Scholing die extern is ingekocht is het meest gebruikelijk, in veel gevallen zijn hier (vanwege financieringsmogelijkheden) ROC s bij betrokken. Deze scholing wordt wel vaak in-company uitgevoerd. 27

Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007

Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007 Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007 24-06-2008, Bussum Etienne Lemmens, Orbis Inleiding Vergelijking Respons Regionale spreiding In de CAO voor de sector SW is opgenomen dat de verzuimbenchmark,

Nadere informatie

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003

Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim

Nadere informatie

Checklist voor de OR. bij de bespreking van het arbeidsontwikkelbeleid van het SW-bedrijf

Checklist voor de OR. bij de bespreking van het arbeidsontwikkelbeleid van het SW-bedrijf Checklist voor de OR bij de bespreking van het arbeidsontwikkelbeleid van het SW-bedrijf 4 Inleiding Het individueel ontwikkelingsplan (IOP) is een belangrijk middel waarmee in de SW-sector invulling wordt

Nadere informatie

Eenzaamheid in relatie tot digitale communicatie

Eenzaamheid in relatie tot digitale communicatie Eenzaamheid in relatie tot digitale communicatie Index 1. Samenvatting p. 3 2. Doelstellingen en opzet onderzoek p. 6 3. Gebruik communicatiemiddelen p. 9 4. Perceptie digitale communicatie en eenzaamheid

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen September 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage

Nadere informatie

Gedragscode Defensie. Draagvlakmeting. Ministerie van Defensie. Defensie Personele Diensten Gedragswetenschappen

Gedragscode Defensie. Draagvlakmeting. Ministerie van Defensie. Defensie Personele Diensten Gedragswetenschappen Bezoekadres: Van Alkemadelaan 357 Postadres: MPC 58 A Postbus 90701 2509 LS Den Haag Nederland www.cdc.nl Draagvlakmeting TNS NIPO: Drs. Anneloes Klaassen Lisanne van Thiel GW: Drs. Amber Vos +31 (070)

Nadere informatie

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:

Nadere informatie

Verdiepingsonderzoek naar vergrijzing en flexibilisering arbeidsmarkt

Verdiepingsonderzoek naar vergrijzing en flexibilisering arbeidsmarkt Verdiepingsonderzoek naar vergrijzing en flexibilisering arbeidsmarkt Arbeidsmarkt en Onderwijs Monitor Noord-Holland Henry de Vaan I&O Research 23 november 2012 Onderzoeksvragen 1. Hoe zit het met de

Nadere informatie

Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord-Groningen

Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord-Groningen Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord-Groningen Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord- Groningen Auteur: Dr. Karel Jan Alsem Juni 2013 Kenniscentrum Ondernemerschap

Nadere informatie

Handvatten voor een effectief. individueel ontwikkelings plan

Handvatten voor een effectief. individueel ontwikkelings plan Handvatten voor een effectief individueel ontwikkelings plan 1 Handvatten voor een effectief individueel ontwikkelingsplan Het individueel ontwikkelingsplan (IOP) is een belangrijk onderdeel van het integrale

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen Juni 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting

Nadere informatie

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 drs. W. van Ooij MarktMonitor Januari 2015 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 . Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Zicht en Gehoor een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO en Specsavers

Zicht en Gehoor een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO en Specsavers 6-07-2015 Zicht en Gehoor een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO en Specsavers Over dit onderzoek Dit onderzoek over zicht en gehoor is uitgevoerd door seniorenorganisatie ANBO. Het betreft een online

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap J. Mevissen, L. Heuts en H. van Leenen SAMENVATTING Achtergrond van het onderzoek Het verschijnsel zelfstandige zonder personeel (zzp er) spreekt tot de verbeelding.

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

Als eerste is gevraagd in hoeverre de Cito Eindtoets Basisonderwijs een reëel beeld oplevert van

Als eerste is gevraagd in hoeverre de Cito Eindtoets Basisonderwijs een reëel beeld oplevert van Onderzoek Cito Eindtoets Basisonderwijs Methode en deelname Van 16 tot en met 24 januari 2013 heeft een online survey over de Cito Eindtoets Basisonderwijs opengestaan voor het Basisonderwijs. De vragen

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Geachte lezer, Veel plezier bij het lezen van het rapport! Hartelijke groet, VictorMundi.com Jeroen Sakkers

Geachte lezer, Veel plezier bij het lezen van het rapport! Hartelijke groet, VictorMundi.com Jeroen Sakkers Geachte lezer, Met gepaste trots presenteren wij u hierbij het eerste ZZP Barometer-rapport van 2011. De ZZP Barometer is de structurele en onafhankelijke onderzoeksmonitor voor en over zzp'ers, freelancers

Nadere informatie

Voorstel programma educatie

Voorstel programma educatie Voorstel programma educatie 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Landelijke ontwikkelingen 3. Regio Rivierenland 4. Opdracht ROC Rivor 5. Opleidingsbehoefte per gemeente 6. Voorwaarden cursusaanbod 2013

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, september 2013 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

Zorgen voor Anderen. WOMEN Inc 5-12-2014. Rapportage kwantitatief en kwalitatief onderzoek Fenneke Vegter, Marcel Voorn en Ester Koot Project Z5069

Zorgen voor Anderen. WOMEN Inc 5-12-2014. Rapportage kwantitatief en kwalitatief onderzoek Fenneke Vegter, Marcel Voorn en Ester Koot Project Z5069 Zorgen voor Anderen WOMEN Inc Rapportage kwantitatief en kwalitatief onderzoek Fenneke Vegter, Marcel Voorn en Ester Koot Project Z5069 5-12-2014 Inhoudsopgave Klik op icoon om naar het hoofdstuk te gaan

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT

ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT Utrecht, maart 2008 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding en probleemstelling 5 2 Resultaten basisonderwijs 7 2.1 Representativiteit

Nadere informatie

Starters-enquête. 9 september 2014. Een initiatief van AOb-Groene Golf en het NCRV-programma Altijd Wat

Starters-enquête. 9 september 2014. Een initiatief van AOb-Groene Golf en het NCRV-programma Altijd Wat Starters-enquête 9 september 2014 Een initiatief van AOb-Groene Golf en het NCRV-programma Altijd Wat 1 EEN STROEVE START Een fantastische baan, maar heel erg zwaar. De Groene Golf de jongerenafdeling

Nadere informatie

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Algemene Rekenkamer.., BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070 3424344 070 3424130 voorlichting@rekenkamer.nl

Nadere informatie

Stichting Lezen & Schrijven. Paul Mosterd, directeur Marlies Olthuis, themamanager bedrijven

Stichting Lezen & Schrijven. Paul Mosterd, directeur Marlies Olthuis, themamanager bedrijven Stichting Lezen & Schrijven Paul Mosterd, directeur Marlies Olthuis, themamanager bedrijven Educatie Werkt!, Amsterdam 30 september 2011 Stichting Lezen & Schrijven Stichting Lezen & Schrijven initiatief

Nadere informatie

Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 2009

Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 2009 Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 29 Evaluatieonderzoek Gedragswerk, juni 29 1 Inleiding Met het Ministerie van OCW is afgesproken dat in het schooljaar 28 29 een evaluatie zou worden

Nadere informatie

Cursussen voor volwassenen

Cursussen voor volwassenen Groningen Drenthe Overijssel 26 2014-2015 Cursussen voor volwassenen www.alfa-college.nl U volgt uw cursus bij het Alfa-college Het Alfa-college is het regionaal opleidingen centrum voor Noorden Oost-Nederland,

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006 Resultaten eindmeting, januari 2006 O&S Nijmegen januari 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen de

Nadere informatie

Factsheet persbericht. Helft allochtone stagiairs vermoedt discriminatie bij sollicitatie

Factsheet persbericht. Helft allochtone stagiairs vermoedt discriminatie bij sollicitatie Factsheet persbericht Helft allochtone stagiairs vermoedt discriminatie bij sollicitatie Inleiding Stageperiode Om een stageplek te vinden moeten vrijwel alle studenten solliciteren. Maar hebben allochtone

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen April 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen blijven stijgen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen Maart 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen 2009-2013 1 (index: 2009 = 100) 2014-2019 (index: 2014 = 100)

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen Figuur 2: Ontwikkeling aantal leerlingen 2009-2013 1 (index: 2009 = 100) 2014-2019 (index: 2014 = 100) Het aantal leerlingen in het basisonderwijs is tussen 2010 en 2014 gedaald. In de provincie Limburg nam het aantal leerlingen in deze periode het sterkst af. In het voortgezet onderwijs is het aantal leerlingen

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten

Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten Presentatie Brugconferentie Regionaal Competentiemanagement Katinka van Brakel senior kennisadviseur bij UWV; Strategie, Beleid en Kenniscentrum Inhoud presentatie

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Zicht krijgen op duurzame inzetbaarheid en direct aan de slag met handvatten voor HR-professionals INHOUDSOPGAVE 1. Duurzame inzetbaarheid

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief M201208 Ondernemerschap in in perspectief Ondernemerschap in vergeleken met en de rest van Ro Braaksma Nicolette Tiggeloove Zoetermeer, februari 2012 Ondernemerschap in in perspectief In zijn er meer nieuwe

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Eenzaamheid in Nederland Coalitie Erbij

Eenzaamheid in Nederland Coalitie Erbij Eenzaamheid in Nederland Coalitie Erbij Juli TNS NIPO Natascha Snel Suzanne Plantinga Inhoud Conclusies en aanbevelingen 3 1 Inleiding en onderzoeksdoel 6 2 Eenzaamheid in Nederland 9 3 Kennis: bekendheid

Nadere informatie

Factsheet persbericht. Vooral studentes somber over kansen arbeidsmarkt

Factsheet persbericht. Vooral studentes somber over kansen arbeidsmarkt Factsheet persbericht Vooral studentes somber over kansen arbeidsmarkt Inleiding Van augustus 2009 tot en met september 2009 hield Zoekbijbaan.nl het Nationale Bijbanen Onderzoek. Aan het onderzoek deden

Nadere informatie

Werkend leren in de jeugdhulpverlening

Werkend leren in de jeugdhulpverlening Werkend leren in de jeugdhulpverlening en welzijnssector Nulmeting Samenvatting Een onderzoek in opdracht van Sectorfonds Welzijn Bernadette Holmes-Wijnker Jaap Bouwmeester B2796 Leiden, 1 oktober 2003

Nadere informatie

Financiële problemen op de werkvloer

Financiële problemen op de werkvloer Financiële problemen op de werkvloer Gemeente Zoetermeer Nibud, 2012 Auteurs Daisy van der Burg Tamara Madern Inhoud 1 INLEIDING... 2 2 ONTWIKKELING FINANCIËLE PROBLEMEN... 3 3 OORZAKEN, SIGNALEN EN GEVOLGEN...

Nadere informatie

Betaalde arbeid. Uitslag van de enquête over het vinden en behouden van betaalde arbeid onder mensen met MS, november 2011

Betaalde arbeid. Uitslag van de enquête over het vinden en behouden van betaalde arbeid onder mensen met MS, november 2011 Betaalde arbeid Uitslag van de enquête over het vinden en behouden van betaalde arbeid onder mensen met MS, november 2011 Jolanda van Dijk, medeweker belangenbehartiging Aanleiding voor de enquête De MS

Nadere informatie

Highlights resultaten partnerenquête DNZ

Highlights resultaten partnerenquête DNZ Highlights resultaten partnerenquête DNZ Peter Brouwer 28 mei 2015 1 van 8 Inleiding Jaarlijks organiseert De Normaalste Zaak (DNZ) een enquête onder haar leden. De enquête levert nuttige informatie op

Nadere informatie

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Welkom, blij dat u er bent. Uit het feit dat u met zovelen bent gekomen maak

Nadere informatie

Cursussen voor volwassenen

Cursussen voor volwassenen Groningen Drenthe Overijssel 25 2012-2013 Cursussen voor volwassenen U volgt uw cursus bij het Alfa-college Het Alfa-college is het regionaal opleidingen centrum voor Noorden Oost-Nederland, met een breed

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

socio-demografie 2.597.232 jongeren geslacht leeftijd woonplaats 4 grote steden en per provincie afkomst opleiding religie

socio-demografie 2.597.232 jongeren geslacht leeftijd woonplaats 4 grote steden en per provincie afkomst opleiding religie FACTSHEET: socio-demografie Hoeveel jongeren zijn er eigenlijk in Nederland? Wonen er meer jongeren in Limburg of in Zeeland? Wat zijn de cijfers rondom geslacht, afkomst, opleidingsniveau en religie?

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Alleen-Pinnen-Monitor

Alleen-Pinnen-Monitor 1 Alleen-Pinnen-Monitor Perceptie van alleen-pinnen kassa s 2 e meting Erwin Boom & Markus Leineweber, 11 september 2012 Uitgevoerd in opdracht van de Betaalvereniging Nederland en Stichting BEB Vertrouwelijk

Nadere informatie

OOP ers in het vo. Arbeidsmarktpositie, scholingsmogelijkheden en werktevredenheid van

OOP ers in het vo. Arbeidsmarktpositie, scholingsmogelijkheden en werktevredenheid van Arbeidsmarktpositie, scholingsmogelijkheden en werktevredenheid van OOP ers in het vo Gegevens over het onderwijsondersteunend personeel (OOP) uit de Arbeidsmarktanalyse ondersteunend personeel voortgezet

Nadere informatie

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins M200705 Werkgelegenheid bij startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2007 2 Werkgelegenheid bij startende bedrijven Van startende bedrijven wordt verwacht dat zij bijdragen aan nieuwe werkgelegenheid.

Nadere informatie

Evaluatie Sport Mobiliteit Centrum 2014

Evaluatie Sport Mobiliteit Centrum 2014 Evaluatie Sport Mobiliteit Centrum 2014 Het CAOP is hét kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken en arbeidsmarktvraagstukken in het publieke domein. CAOP Research & Europa is het onderzoeks-

Nadere informatie

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029 >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Kennis IPC 5200 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

Afstudeeronderzoek van E. van Bunningen BSc (Het volledige Engelstalige onderzoeksrapport kunt downloaden via deze link)

Afstudeeronderzoek van E. van Bunningen BSc (Het volledige Engelstalige onderzoeksrapport kunt downloaden via deze link) CONCENTRATIE VAN MAATSCHAPPELIJKE DIENSTEN IN GEMEENTELIJK VASTGOED NAAR AANLEIDING VAN DEMOGRAFISCHE TRANSITIE Een casestudie in landelijke gemeenten in Noord-Brabant, Nederland Afstudeeronderzoek van

Nadere informatie

Rapport. Gezonde voeding in schaarse tijden Projectevaluatie Eet je Gezond in de SW-sector

Rapport. Gezonde voeding in schaarse tijden Projectevaluatie Eet je Gezond in de SW-sector Rapport Gezonde voeding in schaarse tijden Projectevaluatie Eet je Gezond in de SW-sector Het CAOP is hét kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken en arbeidsmarktvraagstukken in het publieke

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland Utrecht, januari 2010 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Werkdruk in het onderwijs

Werkdruk in het onderwijs Rapportage Werkdruk in het primair en voortgezet onderwijs DUO ONDERWIJSONDERZOEK drs. Vincent van Grinsven dr. Eric Elphick drs. Liesbeth van der Woud Maart 2012 tel: 030-2631080 fax: 030-2616944 email:

Nadere informatie

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER UTRECHT MIDDEN DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER Doel van de Participatiewet De Participatiewet vervangt de bijstandswet, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong. Het doel van de

Nadere informatie

Persoonlijke gegevens van Wethouders

Persoonlijke gegevens van Wethouders Persoonlijke gegevens van Wethouders Dit document bevat de volgende gegevens van wethouders: Aantal wethouders naar gemeentegrootte 1998-2014 Aandeel wethouders naar politieke partij 1998-2014 Aandeel

Nadere informatie

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011 Utrecht, juli 2011 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB08-049 8 juli 2008 9.30 uur In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad Sterkste groei aan noordoostzijde Randstad Ook meer huishoudens in Noord-Brabant

Nadere informatie

Het Slimmer Werken-onderzoek 2013

Het Slimmer Werken-onderzoek 2013 Het Slimmer Werken-onderzoek 2013 In mei 2013 heeft Beklijf in opdracht van ErgoDirect International een online onderzoek uitgevoerd onder HR- en Arbo-professionals met als thema ʻSlimmer Werkenʼ. Slimmer

Nadere informatie

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse

Medewerker interne dienst. Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse Persoonlijke effectiviteit: 2. Accuratesse Werkt gedurende langere periode nauwkeurig en zorgvuldig, met oog voor detail, gericht op het voorkómen van fouten en slordigheden, zowel in eigen als andermans

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 METINGEN 2004 EN 2006 B. Bieleman A. Kruize COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam:

Nadere informatie

Eigen Kracht 2013 2014 van barrière naar carrière

Eigen Kracht 2013 2014 van barrière naar carrière Eigen Kracht 2013 2014 van barrière naar carrière Projectplan Eigen Kracht - Van barrière naar carrière LEVgroep Penningstraat 55 5701 MZ Helmond Projectperiode 2013 2014 1 1 Inleiding Eigen Kracht is

Nadere informatie

Geslacht respondenten CBS 2011* man 49% 49% vrouw 51% 51% totaal 100% 100%

Geslacht respondenten CBS 2011* man 49% 49% vrouw 51% 51% totaal 100% 100% Verantwoording onderzoek "4 en 5 mei" Veldwerkperiode: woensdag 11 april tot woensdag 18 april. Aantal uitgenodigd: 15628 Aantal onbezorgbaar: 197 Netto verstuurd: 15431 Respons: 7597 49% Onvolledig ingevulde

Nadere informatie

Onderzoek Toegevoegde waarde OHSAS 18001-certificatie Samenvatting en conclusies

Onderzoek Toegevoegde waarde OHSAS 18001-certificatie Samenvatting en conclusies Onderzoek Toegevoegde waarde OHSAS 18001-certificatie Samenvatting en conclusies 26 juni 2013 > Samenvatting 2 > Conclusies 5 1 Samenvatting en conclusies Deze samenvatting en conclusies komen uit het

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Hiv op de werkvloer 2011

Hiv op de werkvloer 2011 Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Political & Social Samenvatting Hiv op de werkvloer 20 Natascha

Nadere informatie

Resultaten enquête gemeenten en openbare oplaadpunten

Resultaten enquête gemeenten en openbare oplaadpunten Resultaten enquête gemeenten en openbare oplaadpunten Uitgevoerd door: 1 Colofon Uitgave Programma Elektrisch rijden Natuur&Milieu Postbus 1578 3500 BN Utrecht Hamburgerstraat 28a 3512 NS Utrecht Uitgevoerd

Nadere informatie

BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS

BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS Rapport van ILC Zorg voor later, Stichting Loonwijzer/WageIndicator, en Universiteit van Amsterdam/Amsterdams Instituut voor Arbeids Studies (AIAS)

Nadere informatie

Financiering woningaanpassingen een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO

Financiering woningaanpassingen een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO 27-05-2015 Financiering woningaanpassingen een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO Over dit onderzoek Dit onderzoek over wonen en verhuizen is uitgevoerd door seniorenorganisatie ANBO. Het betreft een

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Aan de raad AGENDAPUNT 3 Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Voorstel: 1. De kaders uit het beleidsplan 'Werken werkt!' vaststellen, zijnde: a. als doelstellingen: - het bevorderen van de mogelijkheden

Nadere informatie

Verkiezing en methode

Verkiezing en methode Verkiezingsuitslag Verkiezing en methode Het Leukste uitje van het Jaar wordt bepaald op basis van een onderzoek onder ANWB leden. Dit onderzoek bestaat uit twee rondes, namelijk een nominatieronde en

Nadere informatie

Dariuz loonwaardemeting. Wegwijs in waardering

Dariuz loonwaardemeting. Wegwijs in waardering Dariuz loonwaardemeting Wegwijs in waardering Psychologen voor werken naar Vermogen, 1 juni 2012 Dariuz realiseert op effectieve & efficiënte manier duurzame uitstroom Ken je cliënt Inzicht in doelgroepen

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

Figuur 1: Leerlingen in basisonderwijs (2010-2011)

Figuur 1: Leerlingen in basisonderwijs (2010-2011) Passend onderwijs U heeft er vast al wel over gehoord: passend onderwijs. Maar wat is het nu precies en wat betekent dat voor onze school? Waarom gingen op 6 maart 2012 50.000 mensen uit het onderwijs

Nadere informatie

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld NEDERLANDERS OVER DE VIERDAAGSE Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen Nienke Lammertink en Koen Breedveld Mei 2016 1 Nederlanders over de

Nadere informatie

Week tegen Eenzaamheid Kom de deur uit. Coalitie Erbij. Juli 2012. TNS NIPO Natascha Snel Suzanne Plantinga. TNS Nipo

Week tegen Eenzaamheid Kom de deur uit. Coalitie Erbij. Juli 2012. TNS NIPO Natascha Snel Suzanne Plantinga. TNS Nipo Week tegen Eenzaamheid Kom de deur uit Coalitie Erbij Juli 2012 TNS NIPO Natascha Snel Suzanne Plantinga Inhoud Conclusies en aanbevelingen 3 1 Inleiding en onderzoeksdoel 6 2 Fysieke en digitale contacten

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Factsheet persbericht. Student stelt eisen aan stage bij

Factsheet persbericht. Student stelt eisen aan stage bij Factsheet persbericht Student stelt eisen aan stage bij Inleiding Stageperiode Een stageperiode is voor veel studenten de meest leerzame periode van hun schoolcarrière. Maar tegen welke problemen lopen

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie Hoofdstuk 23 Discriminatie Samenvatting Van de zes voorgelegde vormen van discriminatie komt volgens Leidenaren discriminatie op basis van afkomst het meest voor en discriminatie op basis van sekse het

Nadere informatie

De Popularisering van het Internet in Nederland Trendrapport Internetgebruik 2011

De Popularisering van het Internet in Nederland Trendrapport Internetgebruik 2011 De Popularisering van het Internet in Nederland Trendrapport Internetgebruik 2011 Prof. Dr. Jan A.G.M. van Dijk Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie Trendrapport Computer en Internetgebruik 2010

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

De HuisartsenOmnibus van oktober 2013

De HuisartsenOmnibus van oktober 2013 De HuisartsenOmnibus van oktober 2013 een online omnibusonderzoek bij 200 huisartsen De Hart&Vaatgroep Cardiovasculair risicomanagement Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding en verantwoording 3 1.1 Het bureau

Nadere informatie