Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaams gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaams gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030"

Transcriptie

1 Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaams gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Annexen J. Duerinck, K. Aernouts, D. Beheydt, K. Briffaerts, I. De Vlieger, N. Renders, K. Schoeters, L. Schrooten, H. Van Rompaey Studie uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Gewest Contract /IMS/R/118 Reg.No.013QS DNV Certification B.V., BELGIË VITO April 2007

2

3 VERSPREIDINGSLIJST LNE VITO 10 exemplaren 10 exemplaren I

4 II

5 LIJST VAN ANNEXEN Annex 1 Overzichtstabellen BAU-scenario Annex 2 Wijzigingen BAU-scenario Annex 3 Consultatierondes Annex 4 Macro-economische onderbouwing van het BAU-scenario Annex 5 Contexten van BAU+-scenario s Annex 6 Gegevens elektriciteitssector Annex 7 Overzichtstabellen brandstofverbruiken BAU+-scenario s 1

6 ANNEX 1 OVERZICHTSTABELLEN BAU-SCENARIO In deze annex geven we een overzicht van de cijfers per sector in het BAU-scenario (periode ): 1. brandstofverbruiken (tabel 1); 2. elektriciteitsverbruiken (tabel 2); 3. energiegerelateerde CO 2 -emissies (tabel 3). TJ Energie* Industrie Transport Residentieel Tertiair Landbouw Totaal tabel 1: overzichtstabel brandstofverbruiken volgens het BAU scenario in de periode Annex 1 Overzichtstabellen BAU-scenario 1

7 TJ Industrie Transport Residentieel Tertiair Landbouw Totaal tabel 2: overzichtstabel elektriciteitsverbruiken volgens het BAU scenario in de periode kton CO Energie* Industrie Transport Residentieel Tertiair Landbouw Totaal tabel 3: overzichtstabel energiegerelateerde CO 2 -emissies volgens het BAU scenario in de periode *energiesector = elektriciteitssector + raffinaderijen + cokesfabrieken + afvalsector (zonder elektriciteitsproductie) 2 Annex 1 Overzichtstabellen BAU-scenario

8 ANNEX 2 WIJZIGINGEN BAU-SCENARIO In deze annex geven we aan waarom de BAU-cijfers voor de transport- en afvalsector gewijzigd zijn ten opzichte van de cijfers vermeld in het BAU-rapport. Referentie BAU-rapport: Duerinck J., Briffaerts K., Vercalsteren A., Nijs W., De Vlieger I., Schrooten L., Huybrechts D. (2006). Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest, Business as usual scenario , i.o.v. AMINAL, VITO, 169 pp.: Transport Voor de transportsector verschillen deze cijfers van deze in het BAU-rapport omwille van: 1. de wijziging in methodologie voor het in rekening brengen van elasticiteiten (prijselasticiteit op kilometers in plaats van brandstoffen); 2. de doorrekening van de extra beleidsmaatregelen uit tweede Vlaams Klimaatbeleidsplan. o beheren en beheersen van de mobiliteitsvraag: Liefkenshoektunnel; Diaboloverbinding; telewerken; fietsverkeer; o ondersteunen van energiezuinige voertuigen en brandstoffen: 100 % ACEA; o optimaliseren van ritparameters: rijgedrag; doorstroming. CO 2 kton oud [3] nieuw [29] tabel 1: overzicht van de oude en nieuwe BAU-cijfers voor CO 2 voor de transportsector Meer uitleg over de nieuwe BAU-cijfers voor transport is terug te vinden in Ina De Vlieger en Liesbeth Schrooten (2007) Energieverbruik- en broeikasgasuitstoot door transport in Vlaanderen, Business as usual scenario , in opdracht van LNE. Annex 2 Wijzigingen BAU-scenario 1

9 Afval De prognoses voor de emissies afkomstig van afval zijn licht gewijzigd t.o.v. het BAU-rapport: 1. afval met elektriciteitsproductie (elektriciteitssector): o wijziging historische data ( ), inclusief brandstofhoeveelheden industrieel afval (zelfproducent tertiaire sector); o onderscheid gemaakt tussen industrieel afval en ander afval (verschillende emissiefactoren); 2. afval zonder elektriciteitsproductie (afvalsector): o in de prognoses de fractie biomassa in rekening gebracht. TJ Met energierecuperatie elektriciteitsproductie afval industrieel afval warmteproductie Zonder energierecuperatie Totaal tabel 2: overzichtstabel hoeveelheden afval volgens het BAU scenario in de periode TJ Elektriciteitssector afval industrieel afval Afvalcentrales warmteproductie Zonder energierecuperatie tabel 3: overzichtstabel energiegerelateerde CO 2 -emissies voor de elektriciteit- en afvalsector zonder elektriciteitsproductie volgens het BAU scenario in de periode Annex 2 Wijzigingen BAU-scenario

10 ANNEX 3 CONSULTATIERONDES INHOUD Algemeen Discussienota 3 Industrie Discussienota 17 Bijlagen discussienota industrie 33 Verslag consultatieronde 41 Residentiële en tertiaire sector Discussienota residentiële sector 51 Discussienota tertiaire sector 79 Bijlagen discussienota tertiaire sector 105 Verslag consultatieronde 129 Land- en tuinbouw Discussienota 137 Verslag consultatieronde 151 Transportsector Discussienota 157 Verslag consultatieronde 193 Acties na consultatieronde 201 Energie Discussienota 219 Verslag consultatieronde 245 Annex 3 Consultatierondes 1

11 Annex 3 Consultatierondes 2

12 DISCUSSIENOTA SECTOROVERSCHRIJDENDE AANNAMES VOOR DE STUDIE: ENERGIE EN BROEIKASGASSCENARIO S VOOR HET VLAAMSE GEWEST VERKENNING BELEIDSSCENARIO S TOT 2030 Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 3

13 INHOUDSTABEL 1 LEESWIJZER INLEIDING SECTOROVERSCHRIJDENDE AANNAMES DEMOGRAFISCHE EVOLUTIE ECONOMISCHE GROEI EVOLUTIE ENERGIEPRIJZEN EMISSIEFACTOREN GRAADDAGEN GWP WAARDEN VOOR CH 4 EN N 2 O INTERNATIONALE HANDELSPRIJS VAN EMISSIERECHTEN EXTRA: NIEUWE WETGEVING...15 Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 4

14 1 LEESWIJZER Doel van de studie De studie Energie- en Broeikasgasscenario s voor het Vlaamse Gewest - verkenning beleidsscenario s tot 2030 past in de onderbouwing van het Vlaamse energie- en klimaatbeleid na Aan de hand van deze BAU+ studie - de + staat voor bijkomende beleidsmaatregelen bovenop het BAU-scenario - willen de beleidsmakers de mogelijke, toekomstige ontwikkelingen in de Vlaamse energiehuishouding verkennen. Verder is het de bedoeling om met deze studie de kosten van de scenario s in kaart te brengen. In de eerste plaats zijn deze gegevens bedoeld om het MilieuKostenModel te voeden. Verderop kunnen ze gebruikt worden om de kostprijs te bepalen van vooropgestelde emissiereductiepercentages voor Vlaanderen. Wat vooraf ging In 2006 heeft VITO in opdracht van de Vlaamse overheid, Departement LNE, Afdeling Lucht, Hinder, Milieu & Gezondheid, prognoses doorgerekend voor een REF-scenario tot 2012 en een BAUscenario tot Het REF-scenario tot en met 2012 geeft een beeld van de mogelijke evolutie van het energieverbruik en de daaraan gerelateerde broeikasgasemissies in functie van de ingeschatte economische en demografische ontwikkeling. Beleidsmaatregelen geïmplementeerd na eind 2001 werden buiten beschouwing gelaten. Zo werd geen rekening gehouden met de maatregelen uit het Vlaams Klimaatbeleidsplan, federale maatregelen, flexibele mechanismen uit het Kyoto-protocol of met de emissierechtenhandel op Europees niveau. Evenmin werd de impact van de NEC-richtlijn meegenomen. Het BAU-scenario tot en met 2020 houdt, in de mate van het mogelijke, wél rekening met de impact van het Kyoto-beleid na eind 2001, de NEC-richtlijn en de geplande sluiting van de kerncentrales. Het Kyoto beleid omvat maatregelen uit het Vlaams Klimaatbeleidsplan ( ) en het ontwerp Vlaams Klimaatbeleidsplan II ( ) zoals principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 12 mei 2006, federale maatregelen en de emissierechtenhandel op Europees niveau. De studie houdt geen rekening met bijkomende beleidsmaatregelen, noch met post-2012 beleid. Het vervolg Deze discussienota geeft sectoroverschrijdende aannames voor de BAU+ scenario s weer. Ze werd opgesteld in samenspraak met de stuurgroep. De voorgestelde sectoroverschrijdende aannames a worden ter discussie voorgelegd aan de stakeholders. Op basis van de consultatie van de stakeholders zal de stuurgroep de aannames die in de studie gebruikt worden om de berekeningen door te voeren, verder verfijnen. Om de vergelijking met BAU mogelijk te maken, is het aangewezen om dezelfde invulling van de aannames te bewaren, maar afhankelijk van de te bespreken aanname kan hiervan worden afgeweken. a Ook de discussienota s voor aannames in de industrie, energie-, residentiële-, tertiaire-, land- en tuinbouw en transportsector zullen voorgelegd worden aan de stakeholders in de maanden juni- september. Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 5

15 2 INLEIDING Energiescenario s en de daaraan gerelateerde projecties van broeikasgasemissies op lange termijn vragen om eenduidige aannames omtrent diverse variabelen. Enerzijds zijn er aannames vereist die eigen zijn aan specifieke sectoren. Anderzijds dienen bepaalde afspraken te worden gemaakt die van toepassing zijn op alle sectoren. Deze algemene discussienota brengt de sectoroverschrijdende veronderstellingen in kaart, zodat voor de verschillende doelgroepen (industrie, residentiële en tertiaire sector, land- en tuinbouw, transport en energiesector) de energieprognoses vanuit een gelijkaardige achtergrond worden benaderd. Voor België, en zo ook het Vlaamse gewest, wordt dit kader in sterke mate beïnvloed door het Europese klimaat- en energiebeleid op middellange en lange termijn (post-2012) 1,2. Het EU beleid heeft tot doel de temperatuurstijging op wereldschaal te stabiliseren onder de drempel van 2 C in vergelijking met de temperatuur van voor de industrialisering, zodat een gevaarlijke klimaatsverandering wordt voorkomen. Deze mondiale streefwaarde van 2 C wordt vertaald naar streefwaarden voor de groep van ontwikkelde landen: een reductie van de alle broeikasgasemissies met 15 tot 30% in het jaar 2020 en met 60 tot 80% in het jaar 2050 ten opzichte van Om zulke reducties toe te laten, moet men op verschillende niveaus maatregelen treffen, bv. stimulatie van technologische innovatie, promotie van onderzoek, toename van publiek bewustzijn, Flexibiliteit en kosteneffectieve energie-efficiëntieverbeteringen en energiebesparingen vormen hierbij een belangrijke leidraad, zodat de de strijd tegen klimaatverandering gerealiseerd kan worden, zonder de economische competitiviteit te schaden. Om de vergelijkbaarheid van de BAU+ resultaten met de voorgaande BAU studie omtrent Vlaamse energieprojecties toe te laten, is het uiteraard van belang dat de aannames beschreven in deze nota, zoveel mogelijk worden afgestemd met de afspraken uit de vorige studie. De hieronder besproken variabelen worden dan ook allen op dezelfde wijze ingevuld als in het BAU scenario. Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 6

16 3 SECTOROVERSCHRIJDENDE AANNAMES Voor het opstellen van de Vlaamse energieprognoses op lange termijn (2030) kiezen we voor een gedetailleerde bottom-up benadering, die overeenkomt met de structuur van de Vlaamse energiebalans. Een bottom-up benadering vertrekt vanuit de vraag en het verbruik van de verschillende doelgroepen (huishoudens, industrie, energie, ) om tot een globaal energieverbruik te komen (referentiejaar 2000). Dit laat toe de Vlaamse situatie nauwkeurig in kaart te brengen en om het effect van de maatregelen van het geplande energie- en klimaatbeleid voor specifieke doelgroepen in de prognoses te evalueren. De bekomen inschattingen van het energieverbruik dienen vervolgens als basis voor de berekening van de gerelateerde broeikasgasemissies (CO 2, N 2 O en CH 4 ). De onderstaande sectoroverschrijdende aannames omkaderen deze energie- en broeikasgasprognoses. 3.1 Demografische evolutie De demografische evolutie in Vlaanderen zal in de toekomstige jaren een significante invloed hebben op het energieverbruik in Vlaanderen, met name in de residentiële, de tertiaire en de transportsector. De belangrijke tendensen in de demografische evolutie zijn een lichte toename van de globale bevolking en de vergrijzing van de bevolking. Terwijl de globale bevolking nog met 4 % stijgt tussen 2000 en 2030, zal de leeftijdscategorie onder de 60 jaar met 10 % inkrimpen. Het aandeel van de 60+ers zal toenemen van 22% tot 32%. Tabel 1 en Figuur 1 geven deze demografische veranderingen weer 3. Tabel 1: Prognose van de demografische ontwikkeling in Vlaanderen ( ) 3 Bevolking op 1 januari van het jaar Leeftijdsgro ep TOTAAL Vooruitzichten op 31/12 van het jaar Leeftijdsgro ep TOTAAL Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 7

17 Demografische evolutie in Vlaanderen 7,000,000 6,000,000 5,000,000 4,000,000 3,000,000 2,000,000 1,000,000 0 J2000 J2004 J2009 J2015 J2020 j Figuur 1: Prognose van de demografische ontwikkeling in Vlaanderen ( ) 3.2 Economische groei Op international niveau wordt meer en meer aandacht besteed aan het duurzaam gebruik van natuurlijke rijkdommen, waaronder energie. De OESO-landen trachten dit onder andere te realiseren door de druk op het milieu te ontkoppelen van de economische groei 4. Bij deze gedachtegang sluit een bottom-up benadering voor energieprognoses volledig aan. Economische top-down modellen gaan uit van een evenredig verband tussen economische groei en groei van het energieverbruik. In onze bottom-up analyse leggen we deze link niet voor sectoren of activiteiten. Het is wel zo dat bijvoorbeeld in de energie-intensieve industrie een evenredig verband vastgesteld kan worden tussen de toename van de activiteiten en de evolutie van het energieverbruik. Er zijn echter andere sectoren, zoals bijvoorbeeld de minder energie-intensieve industrie en de tertiaire sector, waar dit verband niet duidelijk is. Economische groei resulteert met andere woorden niet altijd in een toename van het energieverbruik. We maken bijgevolg geen expliciet gebruik van macro-economische hypothesen over de economische groei, maar bekijken wel elke sector afzonderlijk. Voor elke sector wordt de activiteitengroei, de evolutie van de energie-efficiëntie en de brandstoffenmix in de mate van het mogelijke voorspeld. Met behulp van een controlemodel zullen we deze sectorale evoluties aftoetsen met algemene verwachtingen van economische groei voor het totaal van de sectoren. Er zijn voldoende aanwijzingen om te mogen aannemen dat deze totale jaarlijkse groei in Vlaanderen zich op lange termijn uitmiddelt naar 2,5%, zoals in Figuur 2 wordt weergegeven 5. Deze nacalculatie maakt het mogelijk om tot een realistisch vooruitzicht te komen van wijzigingen van activiteit en productiviteit. Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 8

18 Economische groei in Vlaanderen % groei 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 2,51% 0% % % -3% Jaartal Figuur 2: Economische groei in Vlaanderen voor de periode Evolutie energieprijzen Men zal in het model (Markal) rekening houden met brandstofprijzen die exogeen als input voorkomen. In de periode evolueren de prijzen van de verschillende brandstoffen volgens bepaalde trends, die verschillend zijn voor de verschillende brandstofsoorten en sectoren. De aannames omtrent de evolutie van de energieprijzen (uitgedrukt in constante van 2005) worden weergegeven in Tabel 2 en Figuur 3. Als basis voor deze simulaties werden de meest recente Primes prognoses b (november 2005) gebruikt. Men merkt dat de stookolieprijzen dezelfde groeitrend volgen als de aardgasprijzen. De stijging van de steenkoolprijzen daarentegen is minder uitgesproken. De onzekerheidsmarges bij deze prognoses zijn echter groot en een sensitiviteitsanalyse op de energieprijzen is noodzakelijk. Voor de elektriciteitssector is het prijsverschil tussen verschillende brandstoffen een determinerende factor die met het Markal model kan onderzocht worden. Voor andere sectoren is, tenminste zolang aardgas en olieprijzen min of meer aan elkaar gekoppeld blijven, het algemeen prijsniveau voor verschillende brandstoffen bepalend. Sensitiviteitsanalyses kunnen voor deze sectoren uitgevoerd worden op geaggregeerde gegevens op basis van parameterinschattingen waarvan de waarden worden afgeleid m.b.v. historische cijfers of m.b.v. literatuur c. b Het betreft hier aannames die door het Federaal Planbureau ter beschikking werden gesteld en die door PRIMES gehanteerd worden voor de nieuw baselinescenario in ontwikkeling voor de Europese commissie (DG TREN) c De typische bottom-up methodologie die hier wordt toegepast leent zich niet goed om prijseffecten mee te evalueren. Dit soort sensitiviteitsanalyses passen beter in een top-down methodologie. Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 9

19 Tabel 2: Aannames omtrent brandstofprijzen ( ) Jaar Elektriciteitssector ( 2005/GJ) Aardgas Steenkool 0,5%S Steenkool 1,5%S Zware stookolie Industrie ( 2005/GJ) Aardgas Zware stookolie Lichte stookolie Tertiair ( 2005/GJ) Aardgas Lichte stookolie Residentieel ( 2005/GJ) Aardgas Lichte stookolie Transport ( 2005/l) Benzine Diesel Evolutie energieprijzen 12, /GJ 10,00 8,00 6,00 4,00 2,00 Elek Aardgas Elek Steenkool 0,5%S Elek Steenkool 1,5%S Elek Zware stookolie Ind Aardgas Ind Zware stookolie Ind Lichte stookolie 0, Jaar Figuur 3: Aannames omtrent brandstofprijzen voor de sector industrie en de elektriciteitssector in 2005/GJ ( ) 3.4 Emissiefactoren Het verbruik van fossiele brandstoffen is de belangrijkste bron van broeikasgasemissies. De CO 2 emissies per sector worden dan ook berekend op basis van de inschattingen van het jaarlijks brandstoffenverbruik van de verschillende sectoren in de periode Het verbruik per Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 10

20 brandstof wordt omgerekend naar CO 2 emissies op basis van de CO 2 emissiefactoren uit Tabel 3. Deze komen overeen met de emissiefactoren die gebruikt worden voor de Vlaamse Energiebalans. De Vlaamse Energiebalans maakt hoofdzakelijk gebruik van de IPCC emissiefactoren 6. Tabel 3: CO 2 -emissiefactoren (kton/pj) Reële emissiefactor CO 2 (kton/pj) Koolteer 92,708 Kolen 92,708 Cokes 106,003 Aardolie 72,600 Raffinaderijgas. 55,728 LPG 62,436 Benzine 68,607 Kerosine 70,785 Gas en dieselolie 73,326 Lamppetroleum 71,148 Zware stookolie 76,593 Nafta 72,600 Petroleumcokes 99,825 Andere petroleumproducten 72,600 Aardgas 55,820 Cokesgas 47,428 Hoogovengas 258 Niet-hernieuwbare fractie huishoudelijk afval (ton/tj) 104, Graaddagen Het energieverbruik voor verwarming in de residentiële sector en de tertiaire sector is temperatuursafhankelijk; alsook het brandstoffenverbruik in de glastuinbouw. Het berekende verbruik voor verwarming in de residentiële en de tertiaire sector wordt bijgevolg gecorrigeerd op basis van het verwachte aantal graaddagen voor de volgende jaren. Deze correctie aan de hand van graaddagen wordt eveneens toegepast op het brandstoffenverbruik in de glastuinbouw. In de projecties wordt aangenomen dat het jaarlijkse aantal graaddagen over de periode gelijk is aan het gemiddeld aantal graaddagen over de periode , dit wil zeggen 1900 graaddagen, waarbij wordt uitgegaan van een grenswaarde van 15 C voor het aanslaan van de verwarming GWP waarden voor CH 4 en N 2 O Het verbruik van fossiele brandstoffen geeft voornamelijk aanleiding tot CO 2 emissies, maar ook tot CH 4 en N 2 O emissies. Daarnaast worden eveneens CH 4 emissies vrij gezet bij de distributie van aardgas. De emissies van CH 4 en N 2 O worden in de studie omgerekend naar CO 2 equivalenten door toepassing van omzettingsfactoren. De IPCC(1996) GWP waarden vormen hiervoor de basis (zie Tabel 4) 8. We gebruiken de GWP waarden die van toepassing zijn in het kader van het Kyoto Protocol. Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 11

21 Tabel 4: GWP-waarden voor CH 4 en N 2 O (ton CO 2 -equivalenten per ton emissie) CH 4 21 N 2 O Internationale handelsprijs van emissierechten In theorie bepaalt het snijpunt van de gecumuleerde marginale kostencurve en de te behalen reductiehoeveelheid de prijs van CO 2 -emissierechten. In de praktijk is de prijsbepaling echter veel complexer. Zo kan de marginale kostencurve enkel ruw geschat worden vermits ze niet bekend is en zijn er fluctuaties in de CO 2 prijs die veroorzaakt worden door technologische ontwikkelingen en veranderingen in de prijs van primaire energiedragers. Daarnaast wordt de CO 2 prijs beïnvloedt door variatie van de reductiedoelstelling. De voornaamste factoren die een invloed hebben op de CO 2 prijs zijn: 1. Toekomstige emissiereductiedoelstellingen 2. Verschil tussen de brandstofprijs van aardgas en kolen 3. Algemeen prijsniveau primaire energiedragers 4. Gebruik van projectmechanismen (CDM/JI) 5. Technologische ontwikkeling 6. Vraag naar energie 7. Marktfactoren 8. Weer (effect in twee richtingen, koeling versus verwarming) Tabel 5 is een niet limitatieve opsomming van factoren die een stijging of daling van de CO 2 prijs tot gevolg kunnen hebben. Tabel 5: Invloeden op CO 2 -prijs Daling van de CO 2 -prijs Technologische vooruitgang CO 2 -armere technologieën (hernieuwbare energiebronnen, technologieën met carbon capture en sequestration) Gebruik van CDM/JI Algemene stijging van de prijs van fossiele brandstoffen. Daling van de vraag naar energie Gebruik van CO 2 -putten (sinks), Grote reducties bij niet-co2 broeikasgassen Stijging van de CO 2 -prijs Technologische vooruitgang CO 2 -rijkere technologieën (kolen, ) Strengere emissiereductiedoelstellingen van een Post-Kyoto beleid Verschil in kostprijs van gas en kolen hoog. Het is duidelijk dat de fundamentele factoren die de emissies van CO 2 beïnvloeden en daarmee ook de prijs van CO 2 heel divers zijn. Elke prognose moet dan ook met de nodige omzichtigheid behandeld worden en men kan best bij deze prognoses verschillende prijsscenario s in rekening te brengen 9. De voorspelde evolutie van de handelsprijs van emissierechten tot 2030 wordt weergegeven in Tabel 6 en Figuur 4. Gezien de grote onzekerheid omtrent dit voorstel, is het wenselijk voor het ganse traject een vork +25%/-25% te hanteren. In 2005 bedroeg de gemiddelde prijs 18,25 /ton CO 2. Momenteel (eind maart 2006) ligt de prijs rond 27 /ton. We achten een toename van de prijs tot 40 /ton mogelijk tegen eind 2007, vanwege Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 12

22 het afsluiten van de eerste handelsperiode en vanwege de toename van de gasprijs. Tussen 2008 en 2025 beschouwen we een lineaire stijging. Een sterke stijging van de prijs tot 80 /ton wordt verondersteld voor de periode Deze sterke stijging wordt verkregen door een te verwachten trendbreuk in de technologie van de kolencentrales (e.g. superkritische steenkoolcentrales, Integrated Gasification Combined Cycle IGCC, ) in de veronderstelling dat de internationale emissiereductiedoelstellingen verder verstrengen. Tabel 6: Evolutie internationale handelsprijs van emissierechten tot 2030 ( 2005/ton CO 2 ) Jaar Laag (- 25%) 30 31,76 36,18 40,59 45,00 60,00 Gemiddeld 40 42,35 48,24 54,12 60,00 80,00 Hoog (+25%) 50 52,94 60,29 67,65 75,00 100,00 Evolutie emissieprijzen /ton Hoog Midden Laag Jaar Figuur 4: Evolutie internationale handelsprijs van emissierechten tot 2030 ( 2005/ton CO 2 ) Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 13

23 De voorspelde handelsprijs van emissierechten in 2030 ( /ton) veroorzaakt een fictieve toeslag op de brandstofprijzen. Deze toeslag wordt weergeven in Tabel 7. Tabel 7: Toeslag op brandstofprijzen in 2030 ( 2005/ton CO 2 ) Brandstofprijs 2030 Toeslag bij 60 /ton CO 2 Toeslag bij 100 /ton CO 2 Zware stookolie 9,41-9,64 4,60 7,66 Lichte stookolie 10,73 4,40 7,33 Aardgas 7,88-9,01 3,35 5,58 Steenkool 2,85-3,16 5,56 9,27 Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 14

24 4 EXTRA: NIEUWE WETGEVING In het BAU scenario tot 2030 werd, in de mate van het mogelijke, rekening gehouden met de impact van de maatregelen van het Kyoto beleid, de NEC richtlijn en de vervroegde sluiting van de kerncentrales. Wat het Kyoto beleid betreft, komt het er op neer dat het Vlaamse Klimaatbeleidsplan ( ), het ontwerp VKP II ( ) zoals principieel goedgekeurd door de VR op 12 mei 2006, de emissierechtenhandel op Europees niveau en federale maatregelen werden opgenomen in de berekeningen van de energieprognoses. De Vlaamse energieprojecties, uitgevoerd in het kader van de BAU+ studie, moeten echter ook rekening houden met nieuwe wetgeving t.o.v. de BAU studie, zowel op Vlaams, federaal als Europees niveau. Indien relevant, zal nieuwe wetgeving opgesomd worden in het kader van de discussienota s van de verschillende sectoren. Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 15

25 REFERENTIES 1 COM (2005): Communication from the Commission to the Council, the European Parliament, the European economic and social Committee and the Committee of the regions Winning the Battle Against Global Climate Change, februari European Parliament resolution on Winning the Battle Against Global Climate Change, N.I.S. en Federaal Planbureau: Bevolkingsvooruitzichten (Mathematische demografie) 4 COM (2005): Communication from the Commission to the Council, the European Parliament, the European economic and social Committee and the Committee of the regions - Thematic Strategy on the sustainable use of natural resources, december IPPC, Greenhouse gas inventory reference manual (IPPC 1996 Revised Guidelines for national greenhouse gas inventories, Volume 3), s.l., Annex 3 Consultatierondes (algemeen) 16

26 Discussienota Industrie voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Annex 3 Consultatierondes (industrie) 17

27 LEESWIJZER Doel van de studie De studie Energie- en Broeikasgasscenario s voor het Vlaamse Gewest - verkenning beleidsscenario s tot 2030 past in de onderbouwing van het Vlaamse energie- en klimaatbeleid na Aan de hand van deze BAU+ studie - de + staat voor bijkomende beleidsmaatregelen bovenop het BAU-scenario - willen de beleidsmakers de mogelijke, toekomstige ontwikkelingen in de Vlaamse energiehuishouding verkennen. Verder is het de bedoeling om met deze studie de mogelijke maatregelen met hun toepasbaarheid, rendement en kostprijs in kaart te brengen. In de eerste plaats zijn deze gegevens bedoeld om het MilieuKostenModel te voeden. Verderop kunnen ze gebruikt worden om de kostprijs te bepalen van vooropgestelde emissiereductiepercentages voor Vlaanderen. Wat vooraf ging In 2006 heeft VITO in opdracht van de Vlaamse overheid, Departement LNE, Afdeling Lucht, Hinder, Milieu & Gezondheid prognoses doorgerekend voor een REF-scenario tot 2012 en een BAUscenario tot Het REF-scenario tot en met 2012 geeft een beeld van de mogelijke evolutie van het energieverbruik en de daaraan gerelateerde broeikasgasemissies in functie van de ingeschatte economische en demografische ontwikkeling. Beleidsmaatregelen geïmplementeerd na eind 2001 werden buiten beschouwing gelaten. Zo werd geen rekening gehouden met de maatregelen uit het Vlaams Klimaatbeleidsplan, federale maatregelen, flexibele mechanismen uit het Kyoto-protocol of met de emissierechtenhandel op Europees niveau. Evenmin werd de impact van de NEC-richtlijn meegenomen. Het BAU-scenario tot en met 2020 houdt, in de mate van het mogelijke, wél rekening met de impact van het Kyoto-beleid, de NEC-richtlijn en de vervroegde sluiting van de kerncentrales. Het Kyoto beleid omvat maatregelen uit het Vlaams Klimaatbeleidsplan ( ) en het ontwerp VKP II ( ) zoals principieel goedgekeurd door de VR op 12 mei De studie houdt geen rekening met bijkomende beleidsmaatregelen, noch met post-2012 beleid. Het vervolg Deze discussienota geeft een overzicht van mogelijke technologische ontwikkelingen en potentiële beleidsmaatregelen tot 2030 om het energieverbruik in de industrie te reduceren. De beleidsdoelstellingen werden opgesteld in samenspraak met de stuurgroep. Deze voorgestelde ontwikkelingen en maatregelen worden ter discussie voorgelegd aan de Vlaamse Klimaatconferentie 1. In overleg met de stakeholders is het de bedoeling het document verder te verfijnen, onder meer aan de hand van bijkomende informatie over mogelijke beleidsmaatregelen en/of technologische innovaties, betere inschattingen van het reductiepotentieel en meer gegevens over het kostenplaatje. Deze informatie zal verder verwerkt worden in de nota. Daarop zal de Stuurgroep zich uitspreken over de te hanteren ontwikkelingen en maatregelen voor de prognoses van de Vlaamse CO 2 -emissies tot Zij zal zich hiervoor baseren op de haalbaarheid, de te verwachten energiebesparing en de kosten uit de nota. Opbouw van de nota De nota schetst eerst een aantal specifieke aannames voor deze sector, op basis waarvan de prognoses, alsook de impact van de geselecteerde technologische ontwikkelingen en 1 Ook de discussienota s voor sectoroverschrijdende aannames en aannames in de energie-, residentiële, tertiaire-, land- en tuinbouw en transportsector zullen voorgelegd worden aan de stakeholders in de maanden juni-september. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 18

28 beleidsmaatregelen zullen berekend worden. De evolutie van de industriële activiteit en de energieintensiteit bepalen het energiegebruik van de industrie. In hoofdstuk 1 worden aannames voor de ontwikkeling van de industriële activiteit en en de energie-intensiteit besproken. In hoofdstuk 2 worden doelstellingen en extra maatregelen besproken. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 19

29 INHOUDSOPGAVE LEESWIJZER INLEIDING AANNAMES VOOR DE SECTOR INDUSTRIE Sectoroverschrijdende randvoorwaarden Ontwikkeling van de industriële activiteit Algemene beschouwingen De toekomst van de energie-intensieve industrie Sectorale aannames in het BAU scenario Sectorale overwegingen voor enkele energie-intensieve sectoren Ontwikkeling van de energie-intensiteit DOELSTELLINGEN EN EXTRA MAATREGELEN Industriële activiteit...29 Doelstelling: behoud van industriële activiteit in de energie-intensieve sectoren Basis voor de geformuleerde doelstelling Mogelijke extra maatregelen, randvoorwaarden of opties Energie-intensiteit...30 Doelstelling: Verlaging van de gemiddelde energie en/of CO 2 intensiteit van de afgewerkte producten Basis voor de geformuleerde doelstelling(en) Mogelijke extra maatregelen, randvoorwaarden of opties...30 Annex 3 Consultatierondes (industrie) 20

30 0 INLEIDING Om een energieprognose voor de industrie met een horizon tot 2030 op te stellen, moeten we ons een beeld vormen van hoe die industrie er tegen 2030 zou kunnen uitzien. Afhankelijk van waar men zijn licht opsteekt komt men tot een sterk uiteenlopende beeldvorming. Volgens sommige visionaire denkers is er tegen 2030 helemaal geen industrie meer, of is ze in het beste geval nog een kleine fractie van wat ze ooit is geweest. Andere, al even visionaire denkers zien een op waterstof gebaseerde economie waarin zowat elke energie uit waterstof wordt onttrokken. Als men navraag doet bij diegenen die er het dichtste bijstaan, met name bij de industriëlen zelf, dan krijgt men een minder fantasierijk en eerlijk antwoord, namelijk dat dit nauwelijks voorspelbaar is. Om een idee te krijgen over de transformaties die een industrie in 25 jaar kan ondergaan kunnen we even terugblikken naar De industriële productie is sindsdien met 50 % gestegen, maar de tewerkstelling is bijna gehalveerd. Bij traditionele Vlaamse sectoren zijn de veranderingen nog het spectaculairst. De confectiesector is, op een enkele nichemarkt na geheel verdwenen en wat overblijft van de textielsector is getransformeerd in spitstechnologie. En wie zou het in 1980 aangedurfd hebben om te voorspellen dat de Limburgse steenkoolmijnen twaalf jaar later zouden gesloten worden? De globalisering van de economie, het verschuiven van diensten en activiteiten binnen en tussen handelsblokken en de impact van versnellende innovaties, dat alles maakt voorspellen nog moeilijker. Het energiegebruik van de industrie kan schematisch voorgesteld worden als een product van twee componenten. Energiegebruik = activiteit x energie-intensiteit Onder activiteit verstaan we de productie, gemeten in fysische of monetaire termen, en onder energie-intensiteit de hoeveelheid energie per eenheid product. De evolutie van deze twee elementen zal het energiegebruik bepalen. Beide elementen zijn even relevant en de overheid kan op beide elementen een oriënterende invloed uitoefenen. Het ontwikkelen van energiescenario s voor de industrie impliceert aannames met betrekking tot het industrieel beleid in verschillende facetten: energie- en klimaatpolitiek, competitiviteitsbeleid, wetenschappelijk onderzoek en innovatie e.a.. In wat volgt wordt eerst aandacht geschonken aan elementen die de activiteit mee bepalen en vervolgens op elementen die de energie-intensiteit beïnvloeden. Maar eerst willen we de mythe de wereld uit helpen die zegt dat het mogelijk is de industrie op energievlak te kennen. De industrie is zeer verscheiden, de processen zeer gevarieerd en specifiek en de kennis over deze processen ligt in hoofdzaak bij de industrie. Anders dan voor de andere sectoren is het voor de industrie moeilijk om technische maatregelen voor te stellen die in alle sectoren zouden resulteren in significante verminderingen van het energiegebruik en de CO 2 uitstoot. In hoofdstuk 2 ligt het accent op de instrumenten en de specifieke modaliteiten die bij deze instrumenten worden toegepast. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 21

31 1 AANNAMES VOOR DE SECTOR INDUSTRIE 1.1 Sectoroverschrijdende randvoorwaarden Energiescenario s en projecties van broeikasgasemissies op lange termijn vragen om eenduidige aannames voor verschillende variabele factoren. Enerzijds zijn er aannames vereist die eigen zijn aan de sector. In deze nota wordt, zoals vermeld, enkel ingegaan op de sector industrie. Anderzijds zijn er bepaalde afspraken van tel die van toepassing zijn op alle sectoren. Deze algemene aannames zijn terug te vinden in de nota Algemene aannames voor de studie: energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse Gewest verkenning beleidsscenario s tot Voor de industrie zijn vooral de evolutie van de brandstofprijzen en de handelsprijs van CO 2 in de Europese emissiehandel (EU-ETS) 2 belangrijk. In volgende tabellen staan deze nogmaals weergegeven. Tabel 1: Aannames omtrent brandstofprijzen in 2005/GJ ( ) Jaar Industrie ( 2005/GJ) Aardgas Zware stookolie Lichte stookolie Tabel 2: Evolutie internationale handelsprijs (EU-ETS) van emissierechten tot 2030 ( 2005/ton CO 2 ) 1 Jaar Laag (-25%) 30 31,76 36,18 40,59 45,00 60,00 Gemiddeld 40 42,35 48,24 54,12 60,00 80,00 Hoog (+25%) 50 52,94 60,29 67,65 75,00 100,00 2 Het is nog onduidelijk hoe de EU-ETS geïntegreerd zal worden in de internationale emissiehandel volgens het Protocol van Kyoto. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 22

32 1.2 Ontwikkeling van de industriële activiteit Algemene beschouwingen De activiteit van de Vlaamse industrie zal mede afhankelijk zijn van het industrieel beleid dat de Vlaamse, Belgische en Europese overheden in de komende decennia zullen voeren. Dit beleid zal noodzakelijkerwijs rekening moeten houden met een aantal beperkingen die mee de oriëntatie zullen bepalen: Een eerste beperking volgt uit het feit dat de consumentenmarkten in West-Europa grotendeels verzadigd zijn. De sterk groeiende consumentenmarkten bevinden zich in Azië en eveneens in Oost-Europa. Het zwaartepunt van de productie zal in die richting opschuiven. De verzadiging van het transportnetwerk is eveneens een beperkende factor. Al speelt deze factor nog niet onmiddellijk en zijn er mogelijkheden voor een betere benutting van de infrastructuur, toch is het onwaarschijnlijk dat de stijgende trend in de bezetting van het wegennet zich aan eenzelfde ritme kan voortzetten als in de laatste decennia. Hoge loonkosten worden ook dikwijls genoemd als een beperkende factor. Dit geldt in de eerste plaats voor laaggeschoolde arbeid die ons land verlaat. In hoogtechnologische sectoren (biotechnologie, pharmacie, informatica ) worden nieuwe banen voor hooggeschoolden gecreëerd. Tenslotte kunnen ook milieudoelstellingen en de wijze waarop de overheid hiermee omspringt, een bepalende invloed uitoefenen. Het Kyoto-protocol, de NEC richtlijn, emissiegrenswaarden voor andere polluenten, beperkingen op het lozen van afvalwater enz. De internationale gemeenschap staat voor de uitdaging om de scheidingslijn tussen Annex I landen en ontwikkelingslanden in het Kyotoprotocol in de tweede verbintenisperiode ongedaan te maken. Als in de komende handelsperiode(s) onvoldoende vooruitgang geboekt wordt, dan kan dit gevolgen hebben voor de locatie van de energie-intensieve industrie. Sommige economen geloven dat de bloeiperiode voor de industrie achter ons ligt en zweren bij de verdere ontwikkeling van de dienstensector. De daling van de industriële tewerkstelling werd immers ruimschoots gecompenseerd door een stijging van de tewerkstelling in de dienstensector inclusief de overheid. Maar deze stelling gaat voorbij aan het belangrijke aspect dat de industrie, ondanks de sterk tanende tewerkstelling, heel wat welvaart heeft gecreëerd en dat nog steeds doet. De sterke stijging van de productiviteit in de industrie ligt aan de basis van deze welvaartscreatie. Door sterke productiviteitstijgingen kunnen de prijzen van industriële goederen dalen waardoor koopkracht vrijkomt om de dienstensector te financieren. In feite kunnen we stellen dat de ontwikkeling van de dienstensector grotendeels werd gefinancierd door de productiviteitstijging in de industrie. De industrie ligt dus onrechtstreeks aan de basis van de ontwikkeling van de dienstensector. De industrie heeft bovendien een zeer groot aandeel in de export en is de belangrijkste gebruiker en stimulator van wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling (O&O) De industrie kan in de toekomst als stuwende kracht voor de ontwikkeling van de diensten en de welvaart een belangrijke rol blijven spelen als de overheid in haar beleid de juiste accenten legt De toekomst van de energie-intensieve industrie De vraag die centraal staat is de relatie tussen industriële productie en energiegebruik. De Vlaamse industrie is energie-intensief, ook in vergelijking met onze buurlanden. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 23

33 Figuur 1 a toont de energie-intensiteit van de industrie, uitgedrukt als het energiegebruik /tewerkgestelde voor België en enkele buurlanden. Op basis van I.E.A en ILO statistieken kunnen we berekenen dat het energiegebruik van de Belgische industrie in 2003, 21,6 toe per tewerkgestelde bedroeg. Uit de figuur blijkt dat de energie-intensiteit van de Belgische en de Nederlandse industrie dubbel zo groot zijn als bij onze buurlanden. Als we naar de regio s kijken zien we dat de energie-intensiteit in Wallonië nog hoger is dan in Vlaanderen, zoals mag blijken uit de rechterhelft van de figuur (eigen berekeningen op basis van energiebalansen Vlaanderen en Wallonië en RSZ gegevens voor tewerkstelling) toe/tewerkstelling toe/werknemers België Frankrijk Duitsland Nederland Italië Denemarken Spanje Vlaanderen W allonië Figuur 1: Vergelijking van de energie-intensiteit van de industrie in België met enkele buurlanden (bron I.E.A. energy balances en ILO 2003) en Vlaanderen De verklaringen voor deze uitgesproken verschillen in energie-intensiteit zijn vooral geografisch en historisch: de aanwezigheid van grote havens en andere transportfaciliteiten in Vlaanderen en Nederland, de aanwezigheid van steenkool en kalk en ijzererts in Wallonië. Het energiegebruik in de Vlaamse industrie is echter sterk geconcentreerd. Tien bedrijven nemen gezamenlijk meer dan 70 % van het industrieel brandstofgebruik (exclusief energiesector) voor hun rekening. De rechtstreekse tewerkstelling in deze bedrijven bedraagt minder dan personen. Het zou een gemakkelijke optie zijn om deze zeer energie-intensieve industrie af te stoten. Maar deze houding zou geen bijdrage leveren tot de oplossing van het klimaatprobleem. Deze bedrijven leveren immers noodzakelijke basismaterialen (staal en grondstoffen voor kunststoffen) voor andere bedrijven die zich dan elders zouden moeten bevoorraden. Uit de evaluatie van het Verificatie Bureau Benchmarking in het kader van het benchmarkconvenant blijkt dat een belangrijk deel van deze bedrijven in dit stadium tot de wereldtop behoren. Een delocalisatie zou bijgevolg een negatief effect kunnen hebben op de mondiale uistoot van broeikasgasemissies Sectorale aannames in het BAU scenario In het BAU scenario werd een verschillende methodologie gevolgd voor de periode enerzijds en de periode anderzijds. Voor de eerste periode werden activiteitenniveaus Annex 3 Consultatierondes (industrie) 24

34 ingeschat op basis van o.a. sectorstudies, consultatie met enkele zeer energie-intensieve bedrijven, aannames van andere instituten e.d.m. Het uiteindelijke resultaat, uitgedrukt als een gemiddelde groeivoet van het energiegebruik voor de periode , zonder rekening te houden met autonome efficiëntieverbetering 3 wordt weergegeven in onderstaande tabel. Table 1: Aannames economische groei voor de periode IJzer en staal 1.6% Non-Ferro 2.2% Chemie 2.8% Minerale niet metaal 0.2% Voeding 1.5% Textiel en kleding 0.4% Papier en uitgeverijen 3.4% Metaalverwerking 1.8% Andere industrie 0.3% Voor de periode wordt in het BAU scenario aangenomen dat in alle sectoren de energieintensieve activiteiten zullen stabiliseren (0% groei), terwijl voor de minder energie-intensieve activiteiten in de chemische industrie een groei van 3% wordt vooropgesteld en in de andere industriële sectoren een groei van 2% Sectorale overwegingen voor enkele energie-intensieve sectoren Raffinaderijen Het aandeel van olie in het primaire energiegebruik in Europa bedraagt 38 % en het koolstofaandeel in de fossiele brandstoffen bedraagt bijna 50 %. Als Europa na 2012 engagementen aangaat om de uitstoot van broeikasgasemissies sterk te reduceren, dan zal dit bijna onvermijdelijk vergaande gevolgen hebben voor de activiteiten van de raffinaderijen. Het is immers zeer onwaarschijnlijk dat vergaande emissiereducties enkel het steenkool- en gasverbruik zouden treffen. Talrijke beleidsmaatregelen werden reeds genomen om het gebruik van energieproducten in het algemeen of olieproducten in het bijzonder te beperken: Sterke promotie voor rationeel energiegebruik in alle sectoren, Promotie van aardgas, in de energiesector, de industrie, residentieel, tertiair en in de landbouw (verhoogde aansluitbaarheid op het netwerk, premies voor condenserende gasketels enz.), voornamelijk ten koste van olieproducten. Toevoeging van biobrandstoffen voor de transportsector. De Belgische raffinaderijen zitten momenteel met een productie van eindproducten die niet specifiek is afgestemd op de lokale vraag. Er worden relatief veel lichte fracties geproduceerd (nafta, benzine) terwijl aan de vraag naar diesel en lichte stookolie niet kan voldaan worden. Tegelijk slinkt de afzetmarkt voor de zeer zware fracties. Toekomstige investeringen kunnen er op gericht zijn om dit onevenwicht weg te werken. De sector zal zich ook inspannen om te voldoen aan de beperking 3 Deze cijfers stemmen niet volledig overeen met economische groei maar kunnen wel als een benadering worden gezien. Deze cijfers zijn immers gewogen op basis van energiegebruik terwijl economische groeicijfers gewogen zijn op omzet in EUR. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 25

35 op de uitstoot van SO 2. Dit kan gevolgen hebben voor de keuze van de eigen brandstoffen, of kan gerealiseerd worden door verder te ontzwavelen. De elementen van een scenario kunnen zijn: Geen toename van de primaire destillatiecapaciteit. Op middenlange termijn zijn de investeringen er voornamelijk op gericht om onevenwichten in de samenstelling van de eindproducten weg te werken. Dit betekent voornamelijk bijkomende capaciteiten om zwaardere facties verder te kraken en te ontzwavelen. Voor het eigenverbruik kan eventueel op aardgas worden overgeschakeld. Op lange termijn ( ) zien we in Europa een beperking van de afzetmarkten en een inkrimping van de productie. De Belgische productie zal hierbij de Europese trend volgen. De kwantificering kan gebaseerd zijn op Europese scenario s. Staalsector De staalsector 4 neemt in Vlaanderen 24 % van het industrieel brandstofverbruik voor zijn rekening. Het BAU scenario voorziet tegen 2006 een stijging van het energiegebruik na de refectie van een hoogoven. Door deze ingreep wordt een betere afstemming gerealiseerd van de staalproductie op de capaciteiten van de walserijen, wat de competitiviteit ten goede komt. Na 2006 wordt de productiecapaciteit en het energiegebruik in het BAU scenario constant gehouden. Op de site van Sidmar zal een nieuwe elektriciteitscentrale worden gebouwd om in de toekomst het overtollige hoogovengas op te stoken 5. Deze centrale heeft een levensverwachting van meer dan 30 jaar. Hieruit kunnen we met vrij grote waarschijnlijkheid afleiden dat Arcelor de intentie heeft om de site van Sidmar in de komende decennia op volle productiecapaciteit te blijven benutten, tussentijdse marktgebonden schommelingen uitgezonderd. Een overgang naar elektrostaal lijkt dus wellicht niet aan de orde. Een uitbreiding met een bijkomende hoogoven lijkt evenmin aan de orde. De Europese staalindustrie heeft in samenwerking met de EU in het kader van het zesde kaderprogramma het ULCOS (Utra Low CO2 Steelmaking program) project opgezet. Bedoeling van dit onderzoeksprogramma is om de CO2 emissies bij de staalproductie met 30% tot 70 % te reduceren. In het programma worden verschillende routes onderzocht: direct reduction, CO 2 sequestratie, reductie op basis van waterstof, gebruik van biomassa, gebruik van schroot, enz. In de tweede fase ( ) zou één of twee pilootprojecten worden opgezet. Het is mogelijk dat Sidmar wordt geselecteerd om een dergelijke proefinstallatie uit te testen. Chemische industrie In het BAU scenario en in het REF scenario werden voor de activiteiten identieke aannames gehanteerd voor de periode tot Deze aannames zijn gebaseerd op resultaten van de sectorstudies en tevens contacten met enkele specifieke bedrijven over uitbreidingsplannen. Waar geen specifieke informatie beschikbaar was werd een jaarlijkse groei van 2,4 % 6 verondersteld. Voor de periode na 2012 wordt aangenomen dat de energie-intensieve activiteiten zullen stabiliseren en de overige activiteiten zullen groeien met 3% per jaar. In Chemical Industry 2015: Roads to the future komt CEFIC tot de conclusie dat de competitiviteit van de Europese chemische industrie bedreigd is. Als belangrijkste oorzaken worden genoemd: 4 zonder de cokesfabriek 5 Momenteel wordt dit hoogovengas opgestookt in de centrale Rodenhuize 6 Het groeipercentage van 2,8% in tabel 1 is een gemiddelde voor de hele sector, inclusief bedrijven waarvoor meer gedetailleerde informatie beschikbaar was. Annex 3 Consultatierondes (industrie) 26

DISCUSSIENOTA SECTOROVERSCHRIJDENDE AANNAMES

DISCUSSIENOTA SECTOROVERSCHRIJDENDE AANNAMES DISCUSSIENOTA SECTOROVERSCHRIJDENDE AANNAMES VOOR DE STUDIE: ENERGIE EN BROEIKASGASSCENARIO S VOOR HET VLAAMSE GEWEST VERKENNING BELEIDSSCENARIO S TOT 2030 INHOUDSTABEL 1 LEESWIJZER...3 2 INLEIDING...4

Nadere informatie

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 ANNEX 4 MACRO-ECONOMISCHE ONDERBOUWING VAN HET BAU-SCENARIO Auteur: J. Duerinck INHOUD 1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 1.1 Analyse trendmatige evoluties toegevoegde waarde 2 1.2 Methode voor

Nadere informatie

Energie- en broeikasgasscenario's voor het Vlaamse gewest Business as usual scenario 2000-2020

Energie- en broeikasgasscenario's voor het Vlaamse gewest Business as usual scenario 2000-2020 Algemene verspreiding Energie- en broeikasgasscenario's voor het Vlaamse gewest Business as usual scenario 2000-2020 Eindrapport Jan Duerinck, Katleen Briffaerts, An Vercalsteren, Wouter Nijs, Ina De Vlieger,

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

1 BELANG VAN DE INDICATOR EN ELEMENTEN VOOR INTERPRETATIE

1 BELANG VAN DE INDICATOR EN ELEMENTEN VOOR INTERPRETATIE Methodologische fiche INDICATOR: GLOBALE ENERGIE-INTENSITEIT VAN HET BRUSSELS GEWEST THEMA: ENERGIE EN KLIMAATVERANDERINGEN 1 BELANG VAN DE INDICATOR EN ELEMENTEN VOOR INTERPRETATIE Vraag achter de indicator:

Nadere informatie

Discussienota Residentiële Sector. BAU+ studie: Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030

Discussienota Residentiële Sector. BAU+ studie: Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Discussienota Residentiële Sector BAU+ studie: Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Nele Renders 1 Inhoud Inleiding Aannames Beleidsdoelstellingen

Nadere informatie

Discussienota Tertiaire Sector. BAU+ studie: Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030

Discussienota Tertiaire Sector. BAU+ studie: Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Discussienota Tertiaire Sector BAU+ studie: Energie- en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Katleen Briffaerts 1 Inhoud Inleiding Aannames Beleidsdoelstellingen

Nadere informatie

BIJLAGE Samenvatting klimaatbeleid industrie buurlanden

BIJLAGE Samenvatting klimaatbeleid industrie buurlanden BIJLAGE Samenvatting klimaatbeleid industrie buurlanden 1 2 INLEIDING Deze nota bevat een synthese van maatregelen uit het klimaatbeleid ten aanzien van de industrie in onze buurlanden. Maatregelen naar

Nadere informatie

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Referentiescenario De WETO-studie (World Energy, Technology and climate policy Outlook 2030) bevat een referentiescenario

Nadere informatie

Inhoud GAINS. Aanpak België Consultatie Transport Consultatie Vlaanderen Consultatie Wallonië Consultatie Brussel

Inhoud GAINS. Aanpak België Consultatie Transport Consultatie Vlaanderen Consultatie Wallonië Consultatie Brussel NEC: consultatie LNE Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid Inhoud GAINS EU-model Belgische insteek Overleg 2014 Aanpak België Consultatie Transport Consultatie Vlaanderen Consultatie

Nadere informatie

Inleiding: energiegebruik in bedrijven en gebouwen

Inleiding: energiegebruik in bedrijven en gebouwen Inleiding: energiegebruik in bedrijven en gebouwen Energie Energie is een eigenschap van de materie die kan worden omgezet in arbeid, warmte of straling. De eenheid van energie is de Joule. De fundamentele

Nadere informatie

Monitoring 2008. Rapportering definitieve resultaten

Monitoring 2008. Rapportering definitieve resultaten Monitoring 2008 Rapportering definitieve resultaten februari 2010 Voorwoord Zoals afgesproken tijdens de Auditcommissie van 29 september 2009 heeft het Verificatiebureau een aanvullend rapport voor de

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Inleiding

Samenvatting. 1 Inleiding Samenvatting 1 Inleiding Door te consumeren verbruiken mensen energie. Er wordt niet alleen direct energie verbruikt in de vorm van aardgas, elektriciteit of benzine, maar er wordt ook indirect energie

Nadere informatie

Discussienota Tertiaire sector voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030

Discussienota Tertiaire sector voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Discussienota Tertiaire sector voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 1 Leeswijzer Doel van de studie De studie Energie- en Broeikasgasscenario

Nadere informatie

Tabellenbijlage. Michiel Hekkenberg (ECN) Martijn Verdonk (PBL) (projectcoördinatie) Oktober 2014 ECN-O--14-052

Tabellenbijlage. Michiel Hekkenberg (ECN) Martijn Verdonk (PBL) (projectcoördinatie) Oktober 2014 ECN-O--14-052 Tabellenbijlage Michiel Hekkenberg (ECN) Martijn Verdonk (PBL) (projectcoördinatie) Oktober 2014 ECN-O--14-052 Verantwoording Dit rapport is de tabellenbijlage bij de Nationale Energieverkenning 2014 verschenen

Nadere informatie

VOORUITZICHTEN. Energievooruitzichten voor België tegen 2030. Federaal Planbureau. Economische analyses en vooruitzichten

VOORUITZICHTEN. Energievooruitzichten voor België tegen 2030. Federaal Planbureau. Economische analyses en vooruitzichten Energievooruitzichten voor België tegen 23 Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten November 211 Vooruitzichten Een van de belangrijkste opdrachten van het Federaal Planbureau (FPB) bestaat

Nadere informatie

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol?

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Dr. Jos Delbeke, DG Klimaat Actie, Europese Commissie, Universiteit Hasselt, 25/2/2014 Overzicht 1. Klimaat en energie: waar

Nadere informatie

Energietechnologieën

Energietechnologieën pagina 1/6 Wetenschappelijke Feiten Bron: over IEA (2008) Energietechnologieën Scenario s tot 2050 Samenvatting en details: GreenFacts Context - Het toenemende energiegebruik dat aan de huidige economische

Nadere informatie

Economische impactmodules voor het EUROS model

Economische impactmodules voor het EUROS model ECONOTEC CONSULTANTS (Contracten CG/67/28a & CG/E1/28B) Economische impactmodules voor het EUROS model Synthese Eindrapport K. Marien, J. Duerinck, R. Torfs, F. Altdorfer Studie in opdracht van de Federale

Nadere informatie

Voortgang Emissiehandel 2015

Voortgang Emissiehandel 2015 Voortgang Emissiehandel 2015 Feiten en cijfers over emissiehandel in Nederland 2 Samenvatting CO 2 -uitstoot Nederlandse ETS-bedrijven licht gestegen De totale CO 2 -uitstoot van Nederland is in de afgelopen

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Energiebalans Vlaanderen 1990-2013 (beknopt) Update december 2014

Energiebalans Vlaanderen 1990-2013 (beknopt) Update december 2014 Verspreiding: Algemeen Eindrapport Energiebalans Vlaanderen 1990-2013 (beknopt) Update december 2014 Aernouts Kristien, Jespers Kaat, Wetzels Wouter Studie uitgevoerd in opdracht van: 2014/TEM/R/81 December

Nadere informatie

16% Energie van eigen bodem. 17 januari 2013

16% Energie van eigen bodem. 17 januari 2013 16% Energie van eigen bodem 17 januari 2013 Inhoud Klimaatverandering Energie in Nederland Duurzame doelen Wind in ontwikkeling Northsea Nearshore Wind Klimaatverandering Conclusie van het IPCC (AR4, 2007)

Nadere informatie

Energievoorziening Rotterdam 2025

Energievoorziening Rotterdam 2025 Energievoorziening Rotterdam 2025 Trends Issues Uitdagingen 9/14/2011 www.bollwerk.nl 1 Trends (1) Wereld energiemarkt: onzeker Toenemende druk op steeds schaarsere fossiele bronnen Energieprijzen onvoorspelbaar,

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

Ondersteuning burgemeestersconvenant

Ondersteuning burgemeestersconvenant 20/01/2014 Ondersteuning burgemeestersconvenant Deel 2: Sustainable energy action plan (SEAP) Studiedag LNE Brussel Inhoud» Doel maatregelentool» Architectuur maatregelentool» Aan de slag 20/01/2014 2

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

Emissie-inventaris broeikasgassen 2012 stadsontwikkeling EMA

Emissie-inventaris broeikasgassen 2012 stadsontwikkeling EMA Emissie-inventaris broeikasgassen 2012 EMA Principes Antwerpen ondertekende het Europese Burgemeestersconvenant. Meer dan 5.000 lokale en regionale overheden hebben ondertekend en engageren zich om op

Nadere informatie

CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN IN DE NATIONALE ENERGIEVERKENNING 2015

CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN IN DE NATIONALE ENERGIEVERKENNING 2015 CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN IN DE NATIONALE ENERGIEVERKENNING 2015 Achtergronden bij de projecties PBL-notitie Corjan Brink 6 oktober 2015 PBL-publicatienummer: 1900 Colofon CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2013 20% 80% 60% 40% Deze brochure wordt gepubliceerd met als doel door een efficiënt en doelgericht gebruik van de statistische gegevens, van marktgegevens, van de databank

Nadere informatie

Tool Burgemeestersconvenant Actualisatie nulmeting 2011 & inventaris 2012

Tool Burgemeestersconvenant Actualisatie nulmeting 2011 & inventaris 2012 17/11/2014 Tool Burgemeestersconvenant Actualisatie nulmeting 2011 & inventaris 2012 Kadering» VITO actualiseert jaarlijks, in opdracht van LNE, CO 2 -inventaris gemeenten» Taken voorzien in actualisatie

Nadere informatie

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Inhoud presentatie 1.Afbakening 2.Inventarisatie energie 3.CO 2 -voetafdruk energieverbruik 4.CO

Nadere informatie

DE POLITICI. politici 1

DE POLITICI. politici 1 DE POLITICI Jullie zijn de vertegenwoordigers van de Vlaamse politiek: de minister-president en de minister van Energie. Jullie stellen het beleid van de regering voor aan de andere gesprekspartners. Standpunt

Nadere informatie

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 Agenda Welkom door de Schepen Lode Dekimpe Inleiding SEAP door Kim Rienckens (provincie Oost-Vlaanderen) Nulmeting en uitdagingen

Nadere informatie

WORLD ENERGY TECHNOLOGY OUTLOOK 2050 (WETO-H2) KERNPUNTEN

WORLD ENERGY TECHNOLOGY OUTLOOK 2050 (WETO-H2) KERNPUNTEN WORLD ENERGY TECHNOLOGY OUTLOOK 2050 (WETO-H2) KERNPUNTEN In het kader van de WETO-H2-studie is een referentieprognose van het wereldenergiesysteem ontwikkeld samen met twee alternatieve scenario's, een

Nadere informatie

3.C.1 Communicatie over de voortgang van CO 2 bij Prins Bouw.

3.C.1 Communicatie over de voortgang van CO 2 bij Prins Bouw. 3.C.1 Communicatie over de voortgang van CO 2 bij Prins Bouw. Datum: 12-05-2016 Versie: 1 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Prins Bouw de voorgang op de CO 2 reductiedoelstellingen laten zien, door

Nadere informatie

WKK en decentrale energie systemen, in Nederland

WKK en decentrale energie systemen, in Nederland WKK en decentrale energie systemen, in Nederland Warmte Kracht Koppeling (WKK, in het engels CHP) is een verzamelnaam voor een aantal verschillende manieren om de restwarmte die bij elektriciteitsproductie

Nadere informatie

Energie nulmeting. Regio Amstelland-Meerlanden. Bosch & Van Rijn Consultants in renewable energy & planning. Twynstra Gudde Adviseurs en Managers

Energie nulmeting. Regio Amstelland-Meerlanden. Bosch & Van Rijn Consultants in renewable energy & planning. Twynstra Gudde Adviseurs en Managers Energie nulmeting Regio Amstelland-Meerlanden Concept 22 oktober 2008 Opdrachtgever: Twynstra Gudde Adviseurs en Managers Opgesteld door: Bosch & Van Rijn Drs. G. Bosch Ing. J. Dooper Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Ondersteuning burgemeestersconvenant

Ondersteuning burgemeestersconvenant 20/01/2014 Ondersteuning burgemeestersconvenant Deel 1: Baseline emission inventory Studiedag LNE Brussel Inhoud» Situering opdracht ondersteuning burgemeestersconvenant» Bespreking van de twee Excels

Nadere informatie

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen MILIEUBAROMETER: INDICATORENFICHE ENERGIE 1/2 Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 Milieubarometer: Energieverbruik gemeentelijke gebouwen Indicatorgegevens Naam Definitie Meeteenheid Energieverbruik gemeentelijke

Nadere informatie

Inleiding. Doelstelling

Inleiding. Doelstelling 25 Inleiding Marleen Van Steertegem, MIRA-team, VMM Myriam Dumortier, NARA, INBO Doelstelling De samenleving wordt complexer, en verandert steeds sneller. Het beleid kan zich niet uitsluitend baseren op

Nadere informatie

Kernenergie in de Belgische energiemix

Kernenergie in de Belgische energiemix Kernenergie in de Belgische energiemix 1. Bevoorradingszekerheid De energie-afhankelijkheid van België is hoger dan het Europees gemiddelde. Zo bedroeg het percentage energie-afhankelijkheid van België

Nadere informatie

Het nieuwe Europese Klimaatplan voor 2030 #EU2030 YVON SLINGENBERG DG CLIMATE ACTION

Het nieuwe Europese Klimaatplan voor 2030 #EU2030 YVON SLINGENBERG DG CLIMATE ACTION Het nieuwe Europese Klimaatplan voor 2030 #EU2030 YVON SLINGENBERG DG CLIMATE ACTION Overzicht 1. Klimaat en energie: waar zijn we? 2. Waarom een nieuw raamwerk voor 2030? 3. Belangrijkste elementen 2030

Nadere informatie

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2010 60%

ENERGIE- OBSERVATORIUM. Kerncijfers 2010 60% ENERGIE- OBSERVATORIUM Kerncijfers 2010 20% 80% 60% 40% Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat 50 1210 BRUSSEL Ondernemingsnr.: 0314.595.348 http://economie.fgov.be

Nadere informatie

Caro De Brouwer 27/11/2013

Caro De Brouwer 27/11/2013 Caro De Brouwer 27/11/2013 Caro De Brouwer 2e Master Irw Energie, KUL Erasmus Imperial College London Thesis: Solvent storage for postcombustion CCS in coal fired plants Voorzitter YERA Young Energy Reviewers

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014 Energie in Beweging Wat is Well to Wheel Met Well to Wheel wordt het totale rendement van brandstoffen voor wegtransport uitgedrukt Well to Wheel maakt duidelijk

Nadere informatie

Technisch-economische scenario s voor Nederland. Ton van Dril 20 mei 2015

Technisch-economische scenario s voor Nederland. Ton van Dril 20 mei 2015 Technisch-economische scenario s voor Nederland Ton van Dril 20 mei 2015 Overzicht Energieplaatje in historisch perspectief Hoeveel en hoe gebruiken we energie? Wat gebeurt er met verbruik en uitstoot

Nadere informatie

Samenvatting voor beleidsmakers

Samenvatting voor beleidsmakers Road book towards a nuclear-free Belgium. How to phase out nuclear electricity production in Belgium? rapport door Alex Polfliet, Zero Emissions Solutions, in opdracht van Greenpeace Belgium Samenvatting

Nadere informatie

Artikel Chemie Magazine VNCI BASF reductie lachgas emissies Cursief rode tekst maakt geen deel uit van het artikel Max 1200 woorden

Artikel Chemie Magazine VNCI BASF reductie lachgas emissies Cursief rode tekst maakt geen deel uit van het artikel Max 1200 woorden Artikel Chemie Magazine VNCI BASF reductie lachgas emissies Cursief rode tekst maakt geen deel uit van het artikel Max 1200 woorden Titel: Subtitel: Een win-win situatie Vlaamse Kyoto-doelstelling komt

Nadere informatie

Energie en emissies Drenthe 2020, 2023 en 2030

Energie en emissies Drenthe 2020, 2023 en 2030 Juni 2015 ECN-N--15-013 Energie en emissies Drenthe 2020, 2023 en 2030 Gerdes, J. 2 Inhoud 1 Samenvattende inleiding dichter bij emissiedoel 2020 5 2 Geraamd energieverbruik en emissies Drenthe 2020 gedaald

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

PUBLIC. Brussel, 23 februari 2012 (02.03) (OR. en) RAAD VA DE EUROPESE U IE. 6788/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0092 (C S) LIMITE

PUBLIC. Brussel, 23 februari 2012 (02.03) (OR. en) RAAD VA DE EUROPESE U IE. 6788/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0092 (C S) LIMITE eil UE PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 23 februari 2012 (02.03) (OR. en) 6788/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0092 (C S) LIMITE FISC 25 E ER 65 E V 134 OTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Kwantificering van innovaties op de Energiemix van Twente. 4 maart 2014

Kwantificering van innovaties op de Energiemix van Twente. 4 maart 2014 Kwantificering van innovaties op de Energiemix van Twente 4 Inleiding Het doel van de TDA is om focus aan te brengen in de kansrijke en verbindende initiatieven in Twente bij het realiseren van een duurzame

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie.

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO 2 Emissie-inventarisatie, dit alles over 2014. Hierin zijn de hoeveelheden

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 17 maart 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie... 2 2.2

Nadere informatie

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen - De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn l - Uitdagingen & oplossingen - DG Energie 22 juni 2011 ENERGIEVOORZIENING NOG AFHANKELIJKER VAN IMPORT Te verwachten scenario gebaseerd op cijfers in 2009 in % OLIE

Nadere informatie

Macro-economische impact van hernieuwbare energie productie in België

Macro-economische impact van hernieuwbare energie productie in België Macro-economische impact van hernieuwbare energie productie in België SAMENVATTING Context van het onderzoek september 2014 Hernieuwbare energie is één van de belangrijkste oplossingen die door de beleidsmakers

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

Emissie-inventarisrapport

Emissie-inventarisrapport Emissie-inventarisrapport CO 2 -prestatieladder MVO medewerker Naam: S. Gorter Algemeen directeur Naam: M. van Vuuren-Sanders Datum: Datum: Handtekening: Handtekening: Cofely Energy & Infra BV Kamer van

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Discussienota Residentiële Sector voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030

Discussienota Residentiële Sector voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Discussienota Residentiële Sector voor de studie: Energie en broeikasgasscenario s voor het Vlaamse gewest verkenning beleidsscenario s tot 2030 Leeswijzer Doel van de studie De studie Energie- en Broeikasgasscenario

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

FOSSIELE BRANDSTOFFEN FOSSIELE BRANDSTOFFEN De toekomst van fossiele energiebronnen W.J. Lenstra Inleiding Fossiele energiebronnen hebben sinds het begin van de industriele revolutie een doorslaggevende rol gespeeld in onze

Nadere informatie

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan IP/04/1250 Brussel, 20 oktober 2004 Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan De Europese Commissie gaat akkoord met een tweede

Nadere informatie

Toelichting energie- en klimaatactieplan Ranst

Toelichting energie- en klimaatactieplan Ranst Toelichting energie- en klimaatactieplan Ranst Infomoment Ranst 23 september 2015 20u 1 Ranst timing 1. Voorstelling project aan schepencollege + goedkeuring: 12/2 2. werkgroep energie & klimaat: 19/3

Nadere informatie

Regionaal Energie Convenant 2014-2016

Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Mede mogelijk gemaakt met steun van: Regio Rivierenland Provincie Gelderland RCT-Rivierenland Pagina 1 Ondertekenaars, hier tezamen genoemd: partijen 1. Hebben het

Nadere informatie

Carbon footprint 2013

Carbon footprint 2013 PAGINA i van 13 Carbon footprint 2013 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2013_2.0 Versie: 2.0 Status: Def Uitgegeven

Nadere informatie

Energiestromen in Vlaanderen

Energiestromen in Vlaanderen Energiestromen in Vlaanderen kolen 142 PJ 7 % internationale bunkers 443,4 PJ 22 % olie 1 14 PJ 54 % gas 421 PJ 2 % nucleaire warmte 246 PJ 12 % primair energiegebruik 2 55,5 PJ 1 % bruto binnenlands energiegebruik

Nadere informatie

Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5

Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5 Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5 Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 2/5 Toelichting bij scenario-analyse energiebeleid Beesel Venlo Venray Deze toelichting beschrijft wat

Nadere informatie

SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST

SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST E u r o p e s e Commissie INFORMATIESYSTEEM VOOR STRATEGISCHE ENERGIETECHNOLOGIEËN SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST http://setis.ec.europa.eu Europese Commissie Informatiesysteem voor strategische

Nadere informatie

Impact van efficiënte openbare verlichting op de CO 2 uitstoot

Impact van efficiënte openbare verlichting op de CO 2 uitstoot Impact van efficiënte openbare verlichting op de CO 2 uitstoot CE4 N35N 13.5.29 Samenvatting Drie scenario s om de hoeveelheid CO 2 te berekenen, die niet uitgestoten wordt als er energie bespaard wordt

Nadere informatie

Rendementen en CO -emissie van elektriciteitsproductie in Nederland, update 2012

Rendementen en CO -emissie van elektriciteitsproductie in Nederland, update 2012 Webartikel 2014 Rendementen en CO -emissie van 2 elektriciteitsproductie in Nederland, update 2012 Reinoud Segers 31-03-2014 gepubliceerd op cbs.nl CBS Rendementen en CO2-emissie elektriciteitsproductie

Nadere informatie

Evaluatie en Voortgangsrapportage BRANDWIJK PROMO

Evaluatie en Voortgangsrapportage BRANDWIJK PROMO 2013 Evaluatie en Voortgangsrapportage BRANDWIJK PROMO Inhoud Inhoud... 2 1 Inleiding... 3 2 Energieverbruik en CO 2 -footprint... 3 2.1 Referentiejaar... 3 2.2 CO 2 Footprint, doelstellingen en trendanalyse...

Nadere informatie

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Inhoud 1 Aanleiding 1 2 Werkwijze 2 2.1. Bronnen 2 2.2. Kentallen 2 3 CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie 3 4 Ontwikkeling 5 5

Nadere informatie

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2014 Ter Riele

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2014 Ter Riele 3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2014 Ter Riele Datum: 11-9-2015 Versie: 3 A.J.J ter Riele Directeur 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Ter Riele B.V. (Ter Riele) de voortgang op de CO 2 reductiedoelstellingen

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie. 04 Duurzame ontwikkeling en sociale cohesie

Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie. 04 Duurzame ontwikkeling en sociale cohesie Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische economie Executive summary 01 Algemene context 02 Prijs- en kostenconcurrentievermogen 03 Niet-kostenconcurrentievermogen 04 Duurzame ontwikkeling

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 30 januari 2015 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie... 2 2.2

Nadere informatie

Samenvatting van de studie uitgevoerd door CO 2 logic in opdracht van de MIVB

Samenvatting van de studie uitgevoerd door CO 2 logic in opdracht van de MIVB Vergelijking van de CO 2 -uitstoot per vervoermiddel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Samenvatting van de studie uitgevoerd door CO 2 logic in opdracht van de MIVB 100% Gerecycleerd papier Januari

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

sessie 3: De Wereld op de stoep Jeroen Mercy De Wereld roept om klimaatneutraliteit, De Gentse CO2-uitstoot gemeten! Stad Gent Milieudienst

sessie 3: De Wereld op de stoep Jeroen Mercy De Wereld roept om klimaatneutraliteit, De Gentse CO2-uitstoot gemeten! Stad Gent Milieudienst sessie 3: De Wereld op de stoep De Wereld roept om klimaatneutraliteit, De Gentse CO2-uitstoot gemeten! Jeroen Mercy Stad Gent Milieudienst Context Klimaatopwarming is een feit Impact voor Gent: veerkracht

Nadere informatie

O R D E O P Z AKE N. Een rechtvaardiging voor meer maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in woongebouwen S T L L E N

O R D E O P Z AKE N. Een rechtvaardiging voor meer maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in woongebouwen S T L L E N O R D E O P Z AKE N Een rechtvaardiging voor meer maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in woongebouwen S T L L E N E DE VERONTRUSTENDE WAARHEID De mondiale uitdaging Het is verontrustend maar

Nadere informatie

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Een samenvatting van de "Greenhouse Gas Protocol Scope 2 Guidance" Samengevat en vertaald door het EKOenergie-secretariaat, januari

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Factsheet. Klimaatverandering: Beleid en maatregelen

Factsheet. Klimaatverandering: Beleid en maatregelen Factsheet Klimaatverandering: Beleid en maatregelen Sinds het begin van het Industriële Tijdperk (circa 1860) is de gemiddelde temperatuur op aarde met 0,8 C gestegen. Wetenschappers kennen het grootste

Nadere informatie

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele Datum: 11-09- Versie: 2 3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 (1) Ter Riele A.J.J ter Riele Directeur 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Ter Riele B.V. (Ter Riele) de voortgang op de CO 2 reductiedoelstellingen

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

20% of naar 30% BKG reductie

20% of naar 30% BKG reductie EU-klimaatdoelstellingen 20% of naar 30% BKG reductie Marc Van den Bosch Sr. Adviseur Voka-VEV 30 06 2010 EU klimaatpakket 2008 Doelstellingen 2020 20% BKG reductie tav 1990 20% hernieuwbare energie 20%

Nadere informatie

Rapport. Klimaatvoetafdruk 2010 van Van Vessem & Le Patichou. (openbare versie)

Rapport. Klimaatvoetafdruk 2010 van Van Vessem & Le Patichou. (openbare versie) Rapport Klimaatvoetafdruk 21 van Van Vessem & Le Patichou (openbare versie) Auteur: drs. Han van Kleef Datum: 4 april 211 Document: 2724RAPP1144 Rapport Klimaatvoetafdruk 21 Van Vessem & Le Patichou 1.

Nadere informatie

Regio-overleg milieu. HERNIEUWBARE ENERGIE EN KLIMAAT Inleiding. Ingelmunster 14 maart 2013. Dominiek Vandewiele

Regio-overleg milieu. HERNIEUWBARE ENERGIE EN KLIMAAT Inleiding. Ingelmunster 14 maart 2013. Dominiek Vandewiele Regio-overleg milieu HERNIEUWBARE ENERGIE EN KLIMAAT Inleiding Ingelmunster 14 maart 2013 Dominiek Vandewiele agenda 8:30 onthaal en inleiding 8:45 Inleiding: Europese, Vlaamse en lokale beleidsprioriteiten

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte in Nederland Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte kost veel energie Warmtevoorziening is verantwoordelijk voor bijna 40% van het energiegebruik in Nederland.

Nadere informatie

Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland

Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland Paul van den Oosterkamp, Jeroen de Joode Schaliegas Congres - IIR Amersfoort, 30-31 Oktober 2013 www.ecn.nl Visie ECN Rol gas in NL energiesysteem nu en straks

Nadere informatie

CO 2 reductieplan: doelstellingen en voortgang Thales Transportation Systems 2 e half jaar 2015

CO 2 reductieplan: doelstellingen en voortgang Thales Transportation Systems 2 e half jaar 2015 UNCLASSIFIED TOL: 0006 0000795431 CO 2 reductieplan: doelstellingen en voortgang Thales Transportation Systems 2 e half jaar 2015 Conform de CO 2 prestatieladder 3.0 CO 2 reductieplan: doelstellingen en

Nadere informatie

MIRA 2011 ENERGIE. Energiegebruik per sector. www.milieurapport.be

MIRA 2011 ENERGIE. Energiegebruik per sector. www.milieurapport.be Energiegebruik per sector P index energiegebruik (=1) 13 125 12 115 11 15 1 95 9 handel & diensten industrie (niet-energetisch) huishoudens bruto binnenlands energiegebruik landbouw transport energiesector

Nadere informatie

Energiebesparing, geliefd en genegeerd. Colloquium Beleidsstudies Piet Boonekamp, 28 oktober 2011

Energiebesparing, geliefd en genegeerd. Colloquium Beleidsstudies Piet Boonekamp, 28 oktober 2011 Energiebesparing, geliefd en genegeerd Colloquium Beleidsstudies Piet Boonekamp, 28 oktober 2011 Aan de orde Verbruiktrends Wat is besparing Waarom besparen? Stimulering besparing Bereikte besparing Wat

Nadere informatie