ZORG EN GEZONDHEID 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ZORG EN GEZONDHEID 1"

Transcriptie

1 ZORG EN GEZONDHEID 1

2 2

3 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Trends en knelpunten 2.1 Inleiding 2.2 Trends in zorg, gezondheid en levensloop 2.3 Knelpunten in zorg, gezondheid en levensloop Hoofdstuk 3 Lopend beleid 3.1 Inleiding 3.2 Verhouding informele zorg en professionele zorg 3.3 De geografische organisatie van de zorg 3.4 Het activeren van maatschappelijke participatie en zorgverlening 3.5 Samenvatting Hoofdstuk 4 Verkenningen 4.1 Inleiding 4.2 Verkenningen Sociaal gericht, sociaal verplicht en Zorg met toekomst Hoofdstuk 5 Verkenning beleidsopties 5.1 Inleiding 5.2 Verhouding informele zorg en professionele zorg De analyse De beleidsopties 5.3 De geografische organisatie van de zorg De analyse De beleidsopties 5.4 Het activeren van maatschappelijke participatie en zorgverlening De analyse De beleidsopties Bijlage Uitwerking van de beleidsopties 3

4 Hoofdstuk 1 Inleiding Centraal in deze verkenning staat de vraag of de wijze waarop de zorg thans is georganiseerd voldoende tegemoet komt aan de wens van moderne burgers om in verschillende levensfasen taken en activiteiten zoals werken, leren en zorgen in wisselende mate met elkaar te combineren. Hiertoe zijn de volgende thema s nader uitgewerkt: welke knelpunten zich voordoen als gevolg van de flexibilisering en differentiatie van levenslooppatronen op de volgende terreinen: - de verhouding tussen informele en professionele zorg, met name in relatie tot mantelzorg; - de geografische organisatie van de zorg; - het activeren van maatschappelijke participatie en zorgverlening in de fase van jongvolwassenheid en actieve ouderdom. in hoeverre bestaand beleid op deze terreinen tegemoet komt aan de knelpunten; welke beleidsopties denkbaar zijn. Voor zover relevant is bij de uitwerking van deze taakopdracht specifieke aandacht besteed aan de aspecten gender, leeftijd en multiculturaliteit. Per terrein zijn denksessies georganiseerd: doel van de sessies was een beeld te krijgen van knelpunten en mogelijke beleidsopties, met als resultaat een breed scala van oplossingen. Vervolgens is een selectie gemaakt en zijn per terrein enkele substantiële beleidsopties uitgewerkt. De verkenning is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 op basis van de analyse Zorg, gezondheid en levensloop, een aantal knelpunten op het terrein van de zorg en gezondheid in beeld gebracht die samenhangen met de destandaardisering van de levensloop. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie en het lopende beleid in beeld gebracht ten aanzien van de drie terreinen in de taakopdracht. Hoofdstuk 4 gaat in op de vraag in hoeverre de Verkenningen Zorg met toekomst en Sociaal gericht, sociaal verplicht, relevante beleidsopties vanuit het levensloopperspectief bevatten. In hoofdstuk 5 worden mogelijke beleidsopties uiteengezet. Deze beleidsopties worden in de bijlage uitgewerkt voor wat betreft de financiële en de uitvoeringsaspecten. 4

5 Hoofdstuk 2 Trends en knelpunten 2.1 Inleiding Demografische ontwikkelingen en moderniseringsprocessen hebben tot destandaardisering van de levensloop geleid. Terwijl vroeger de levenstaken leren, werken/zorgen en pensioen plaatsvonden in drie duidelijk afgebakende levensfasen, wordt de moderne levensfase gekenmerkt door een toename van het aantal (vijf in plaats van drie) levensfasen, door individuele flexibele combinaties van taken en activiteiten in verschillende levensferen tegelijkertijd en door lange en diffuse overgangen tussen de vijf levensfasen. Waar vroeger het proces van identiteitsvorming in het teken stond van een volgtijdelijke ontwikkeling (leren, werken, trouwen, kinderen krijgen en oude dag) gaat het in de moderne levensloop meer om ontplooiing in de breedte: deelnemen aan verschillende levenssferen tegelijkertijd gedurende de gehele levensloop. Vrouwen (en steeds meer mannen), willen graag zorgen voor kinderen of zorgafhankelijke ouders, maar niet 24 uur per dag en alle dagen van de week, en ouderen die geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van zorg willen zo lang mogelijk deel blijven uitmaken van het gewone leven en niet alleen aangesproken worden op hun ziekte of beperking. Door de tijdelijkheid van de combinaties maken mensen gedurende hun levensloop vaker overgangen van de ene combinatie naar de andere. Met betrekking tot de zorg vinden die wisselingen vooral plaats in de derde en vierde levensfase waarin zorgen voor kinderen, een zieke partner of anderen wordt gecombineerd met meer of minder werken, leren of maatschappelijke participatie, soms afgewisseld met een periode waarin alleen wordt gezorgd. Zie voor een meer uitgebreide beschrijving van de veranderingen in de levensloop de integrale analyse Levensloopbewust beleid in de steigers 1. In de analyse Zorg, gezondheid en levensloop 2 worden de trends en knelpunten verkent die de destandaardisering van de levensloop met zich meebrengt op het terrein van zorg en gezondheid. Onder verwijzing naar laatstgenoemde analyse worden hier de belangrijkste trends en knelpunten kort samengevat. 2.2 Trends in zorg, gezondheid en levensloop Onderscheiden naar drie typen zorg zorg in gezinsverband, professionele zorg en informele zorg zijn de volgende trends in relatie tot de veranderende levensloop van belang. Wat betreft de zorg in gezinsverband is de zorg voor kinderen steeds belangrijker geworden, terwijl het belang van huishoudelijke werkzaamheden is verminderd. Het wel of geen kinderen krijgen is een bewuste keus geworden en de betekenis van persoonlijke affectieve relaties is toegenomen. Ouders besteden vandaag de dag meer tijd en geld aan kinderen dan enkele decennia terug. Dat geldt ook voor vrouwen en mannen die de zorg voor kinderen combineren met betaald werken. Doordat vrouwen en mannen steeds meer taken stapelen neemt de stress binnen het gezin toe. Wat betreft de professionele zorg leidt de vergrijzing tot een toenemende vraag naar deze vorm van zorg. Met de stijging van de gemiddelde levensduur is ook het aantal ongezonde 1 Evenhuis, C. H. S., Levensloopbewust beleid in de steigers, SZW, Den Haag, Van den Brink, G. J. M. en I. M. de Vries, Zorg, gezondheid en levensloop, SZW, Den Haag,

6 jaren toegenomen. Daarnaast neemt door de toegenomen medische kennis het sterftecijfer als gevolg van kanker, hart en vaatziekten af maar het aantal chronisch zieken stijgt. Ook worden aandoeningen eerder ontdekt en mede daardoor stijgt de behoefte aan professionele zorg. Bovendien hechten mensen steeds meer betekenis aan lichamelijke gezondheid. Een goede gezondheid wordt ook steeds meer gezien als een eigen prestatie. Hogere verwachtingen ten aanzien van de eigen vitaliteit en een grotere gevoeligheid voor ongemakken op lichamelijk gebied dragen bij aan een toenemende medische consumptie. Wat betreft de informele zorg veroorzaakt het stijgende aantal alleenstaanden een toenemende vraag naar informele zorg. Mensen scheiden vaker, blijven eerst een tijd alleen wonen voor ze eventueel weer gaan samenwonen. Anderen zien bewust af van een partner en als gevolg van de langere levensduur stijgt het aantal alleenstaande ouderen. Mensen zonder vaste partner zijn vaker aangewezen op informele zorg van anderen. Vooropgesteld dat de bereidheid om informele zorg, inclusief mantelzorg, te verlenen nog steeds groot is, zijn er wel ontwikkelingen die deze zorg onder druk zetten. Zoals het teruglopend kindertal, waardoor de zorg op een of enkelen neerkomt; de toegenomen geografische mobiliteit, waardoor gezins- en familieleden en vriendenkringen op grotere afstand van elkaar leven. Ook de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen verhoogt de druk op de informele zorg. Er zijn signalen dat een deel van de mantelzorgsituaties tot overbelasting leidt. Zo houden veel verpleeghuisopnames niet zozeer verband met de slechte conditie van de zorgvrager maar met de uitputting van de mantelzorger 3. Het feit dat mensen in toenemende mate behoefte hebben aan ruimte voor een leven naast zorg maakt dat overbelasting minder acceptabel wordt. Ongeacht de vorm van de zorg is er sprake van een grotere zelfstandigheid en assertiviteit dan vroeger, die zich vertaalt in het nadrukkelijk formuleren van wensen ten aanzien van de zorg. De tijd dat mensen vooral dankbaar zijn voor de geboden zorg is voorbij. Mensen willen zelf bepalen hoe ze hun leven inrichten en accepteren geen bemoeienis van buitenaf. Of mensen - ook ouderen - nu wel of niet zorgafhankelijk zijn, ze hechten aan respect voor hun persoonlijke zelfstandigheid. Ze willen niet vereenzelvigd worden met hun beperkingen, maar vooral worden aangesproken op dat wat ze nog wel kunnen en willen. Bovendien willen mensen een steeds grotere inbreng in de manier waarop de zorg wordt geboden. Ze zien tegenwoordig scherp toe op de vraag of de geleverde diensten wel beantwoorden aan de verwachtingen. Kwaliteiten als professionaliteit, maatwerk en klantvriendelijkheid, worden bij uitstek in de zorg verwacht. Dat geldt ook voor de opvang van kinderen. 2.3 Knelpunten in de zorg, gezondheid en levensloop In de analyse Zorg, gezondheid en levensloop wordt een aantal knelpunten gesignaleerd die samenhangen met de beschreven trends en essentie van het levensloopperspectief: de mogelijkheden van mannen en vrouwen om activiteiten beter te spreiden en te combineren in de loop van hun gehele leven en in alle levensfasen. In de eerste twee levensfasen doen zich vanuit het perspectief van kinderen en jongeren weinig 3 SCP, Vraagverkenning wonen en zorg voor ouderen, Rijswijk,

7 echte knelpunten voor wat betreft zorg en gezondheid, met dien verstande dat in de tweede levensfase de basis wordt gelegd voor het uitstelgedrag ten aanzien van het krijgen van kinderen. Steeds meer vrouwen stellen het krijgen van kinderen uit tot na hun 30 e of zien af van kinderen omdat de combinatie met werken niet op een voor hen acceptabele manier te regelen is. Met name hoger opgeleide vrouwen kiezen er steeds vaker voor eerst hun studie af te ronden en een start met hun carrière te maken alvorens hun eerste kind te krijgen. Een belangrijke oorzaak is gelegen in het ontbreken van mogelijkheden om een studie tijdelijk te onderbreken vanwege zwangerschap zonder dat dit ten koste gaat van hun aanspraken op studiefinanciering. Het krijgen van kinderen op latere leeftijd is niet zonder gezondheidsrisico s. Een ander aspect is het gegeven dat veel jongeren in deze fase weinig oefenen in het zorgen voor anderen. En hoewel jongeren dit zelf veelal niet als een knelpunt ervaren, is dit vanuit een gelijkere verdeling van het zorgen over de gehele levensloop wel een aandachtspunt. Zorgen voor een ander is iets dat geleerd kan/moet worden. Dit geldt met name voor jongens, voor wie zorgen nog steeds geen vanzelfsprekendheid is. Overigens zijn de eerste twee levensfasen niet voor alle jongeren in gelijke mate een zorgvrije periode. Allochtone kinderen, met name Marokkaanse en Turkse groeien vaker op in grotere gezinnen en in de eerste levensfase is het voor de wat oudere kinderen vanzelfsprekend dat ze zorgdragen voor jongere broertjes en zusjes. Ook in de tweede levensfase zijn veel jongeren - vooral meisjes - niet alleen verantwoordelijk voor de opvang van broertjes en zusjes maar ook voor inwonende, al dan niet hulpbehoevende, grootouders. In tegenstelling tot de eerste twee is de derde levensfase een zeer zorgintensieve fase. Het is de fase waarin voor één of meer opgroeiende kinderen wordt gezorgd. Naarmate het krijgen van kinderen een bewuste keus is geworden en het belang van affectieve relaties in het gezin is toegenomen, zijn ouders steeds meer tijd gaan investeren in de zorg voor kinderen. Bovendien wordt die zorg steeds vaker gecombineerd met het verdienen van een inkomen of met leren. Hoewel er geen aanleiding is te veronderstellen dat er in de nabije toekomst een tekort aan zorg in gezinsverband zal ontstaan, wordt deze zorg als gevolg van de ongelijke verdeling van die zorg tussen mannen en vrouwen wel onder toenemende druk verleend. Vrouwen nemen nog steeds het leeuwendeel van het zorgaanbod voor hun rekening. Deze ongelijke verdeling van de zorg is belangrijke factor in de toenemende stress bij vrouwen. Dit kan tot uitstroom uit het arbeidsproces of groei van het ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid leiden. In de eerste helft van de derde levensfase tekenen zich bij vrouwen drie keuzes af : voltijds blijven werken en afzien van kinderen of kiezen voor kinderen met behulp van opvang, verlof en/of zorgdeelname van de partner; werken in deeltijd en zelf voor een substantieel deel zorgen voor de kinderen in combinatie met opvang en/of zorgdeelname van de partner; (vrijwel geheel) stoppen met werken en zorgen voor de kinderen. De keuze hangt nauw samen met het opleidingsniveau. Ook de culturele achtergrond is een belangrijke variabele in het keuzepatroon. Zo ligt voor de eerste en tweede generatie Marokkaanse en Turkse vrouwen de combinatie van betaald werk en gezinstaken niet voor de hand. Terwijl voor Antilliaanse en Surinaamse vrouwen het combineren weer veel vanzelfsprekender is, niet in de laatste plaats omdat ze vaak alleenverdiener zijn. Het zorgen in de derde levensfase is nog intensiever als een van de kinderen of de partner een 7

8 (ernstige) ziekte krijgt of wanneer sprake is van een handicap of een chronische ziekte. Verzorging thuis is dan vaak onvoldoende en er is professionele zorg nodig. Een combinatie met betaald werken of leren voor de verzorger is vrijwel uitgesloten. Er zijn nauwelijks tot geen voorzieningen voor opvang van chronisch zieke kinderen of voor structurele overname van de zorg voor een chronisch zieke partner op tijden die deelname aan betaalde arbeid mogelijk maakt. In de tweede helft van de derde levensfase heeft men ook vaak de zorg voor ouders die door ouderdom, ziekte of gebrek op de hulp van hun volwassen kinderen aangewezen zijn. Ook deze informele zorg wordt in toenemende mate gecombineerd met een betaalde baan. Van vrouwen, die ervoor hebben gekozen om in de eerste en/of tweede levensfase van hun kinderen te stoppen met werken, wordt verwacht dat ze in de tweede helft van de derde levensfase de draad van het betaalde werk weer oppakken. Al met al brengt het zorgen in de derde levensfase meestal een zware belasting met zich mee. Ten opzichte van de derde levensfase komt de vierde fase weer op een relatief zorgvrije periode neer, tenzij er sprake is van een zieke partner. Dan wordt deze levensfase vrijwel geheel bepaald door het verlenen van zorg. De meeste mensen in deze leeftijdsgroep zijn echter goed gezond en hebben (nog) geen behoefte aan zorg door anderen. De kinderen zijn het huis uit en de eigen ouders worden of professioneel verzorgd of zijn inmiddels overleden. Nogal wat senioren bieden informele zorg aan vrienden en buurtgenoten, zijn als vrijwilliger actief of nemen deel aan een vorm van onderwijs. Vooralsnog staat zowel hun zorgvraag als de door hen geboden zorg op een bescheiden peil. De vijfde fase staat vaak in het teken van (zeer) intensieve verzorging. De gezondheidsklachten nemen toe en velen zijn gedurende een langere periode op relatief intensieve verzorging en/of verpleging aangewezen. Dat komt voor het overgrote deel op professionele zorg neer. Voorzover men in deze fase zelf zorgt zal dat in de vorm van mantelzorg voor een zieke partner zijn. De grotere afhankelijkheid van de zorg neemt echter niet weg dat ook in deze levensfase mensen niet uitsluitend willen worden aangesproken op hun beperkingen, maar vooral op datgene wat nog wel tot hun mogelijkheden behoort. 8

9 Hoofdstuk 3 Lopend Beleid 3.1. Inleiding Vanuit het oogpunt van de toegenomen diversiteit in levensloop is het van belang dat burgers ruimere keuzemogelijkheden krijgen. In dit verband is een aantal beleidsontwikkelingen interessant omdat deze mensen meer ruimte bieden die keuzes ook daadwerkelijk zelf te maken. De volgende nota s gaan hierop in: de nota Modernisering van de AWBZ en vereenvoudiging pgb (persoonsgebonden budget) de nota Vraag aan bod, betreffende hoofdlijnen van het zorgstelsel het advies Interculturalisatie van de gezondheidszorg. Modernisering AWBZ en vereenvoudiging persoonsgebonden budget (PGB) 4 Het voorgenomen beleid in deze nota is van groot belang voor de veranderende levensloop. Hoewel het levensloopperspectief als zodanig geen onderwerp van deze operatie is, sluit het uitgangspunt daar wel rechtstreeks bij aan. Belangrijkste opgave van de modernisering van de AWBZ is tegemoet te komen aan de wens van burgers om zelf inhoud en vorm te geven aan hun leven door het vergroten van de keuzevrijheid voor de zorgvrager. Ook de meer gedifferentieerde vraag als gevolg van de multiculturele samenleving noodzaakt hiertoe. Om dit te bereiken zijn de principes eenduidigheid, eenvoud en algemeen waar mogelijk en specifiek waar nodig gehanteerd. De aanspraken worden functioneel omschreven en zullen daarmee niet langer gebonden zijn aan de zorg leverende instellingen. Door deze functionele omschrijving ontstaat meer ruimte voor partijen in het veld om geschikte zorgarrangementen op maat te realiseren. Na de indicatiestelling waarin de benodigde zorg wordt vastgesteld, kan de cliënt kiezen voor het zelf organiseren van de zorg door middel van een PGB of voor zorg in natura. Vanuit het levensloopperspectief is de grotere keuzevrijheid van de cliënt relevant, hetgeen met name een rol speelt op de volgende punten: functies in de zorg centraal stellen in plaats van het aanbod van de zorginstellingen. Voordeel hiervan is dat de huidige schotten tussen de verschillende sectoren komen te vervallen. De omschrijving in termen van functies biedt voor partijen in het veld (cliënten, aanbieders en verzekeraars) de ruimte om binnen de geïndiceerde functies een zorgarrangement op maat af te spreken. Zo n zorgarrangement is afhankelijk van de behoefte van de cliënt; keuzevrijheid tussen zorg in natura en PGB vergroten. De cliënt kan kiezen voor zorg in natura, waarbij gebruik wordt gemaakt van zorg die de verzekeraar met de aanbieders heeft gecontracteerd, of voor het zelf organiseren van de zorg door gebruik te maken van een PGB. Overigens is voor de functies behandeling en verblijf het PGB niet van toepassing; diversiteit van het aanbod van zorg in natura vergroten. Bij de keuze voor zorg in natura zijn verschillende modaliteiten mogelijk. Cliënten kunnen instappen op een zorgarrangement dat de zorgaanbieder heeft samengesteld en dat door de verzekeraar is gecontracteerd. Zij kunnen ook zélf een zorgarrangement samenstellen bij verschillende, door de verzekeraar gecontracteerde aanbieders. Vraag aan bod: Hoofdlijnen van vernieuwing van het zorgstelsel 5 4 Standpunt Modernisering van de AWBZ en vereenvoudiging pgb, aangeboden aan de Tweede Kamer d.d. 17 juli

10 Het voorgenomen beleid in deze nota bevat een aantal aspecten die tegemoet komen aan de veranderingen in de levensloop van mensen. De voorgestelde vernieuwing van het zorgstelstel vindt plaats langs twee sporen. Beide sporen bieden de verzekerden ruimere keuzemogelijkheden. 1. Herziening van de sturing van de zorg. Partijen in de gezondheidszorg krijgen meer ruimte. Door de marktwerking zullen partijen elkaar er toe aanzetten om goede en doelmatige zorg tot stand te brengen, die maximaal aansluit bij de wensen van burgers. In de nieuwe rolverdeling wordt de positie van de zorgvrager versterkt ten opzichte van de aanbieder en de verzekeraar. De positie van de verzekeraar ten opzichte van de zorgaanbieders wordt versterkt, en de speelruimte van de zorgaanbieders wordt vergroot. De overheid stelt de kaders vast en is toezichthouder. 2. Aanpassing van het verzekeringsstelsel. Er komt een algemene verzekering curatieve zorg, waarin de ABWZ is geïntegreerd. De verzekering is van toepassing op alle ingezetenen. Zorgverzekeraars die de wettelijke verzekering uitvoeren hebben een acceptatieplicht. Hiermee vervallen de leeftijdsgrenzen die verzekeraars hanteren bij toelating. Verzekerden kunnen elk jaar opnieuw kiezen bij welke zorgverzekeraar zij zich inschrijven. Verzekeraars krijgen een verbod op premiedifferentiatie: voor verzekerden moet eenzelfde premie in rekening worden gebracht voor eenzelfde product. Ook deze laatste aanpassing geeft de verzekerde ruimere keuzemogelijkheden los van de te betalen premies. Interculturalisatie van de gezondheidszorg 6 In juli 2000 heeft de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) het advies Interculturalisatie van de gezondheidszorg uitgebracht. Daaronder wordt verstaan een beleid gericht op het cultuurgevoeliger maken van voorzieningen in de gezondheidszorg, teneinde de toegankelijkheid voor allochtone zorgvragers te vergroten. Het kabinet benadrukt in haar reactie dat de interculturalisatie van de zorg niet gerealiseerd kan worden zonder de inbreng van de allochtone cliënten zelf. Daarvoor is een versterking van de positie en inbreng van alllochtone zorgvragers vereist. Inmiddels is door de minister een projectorganisatie ingesteld die de aanbevelingen van de RVZ moet uitwerken. De aanbevelingen van de RVZ spelen in op de toegenomen etnische en culturele diversiteit van de zorgvraag. Om ook voor allochtone zorgvragers de mogelijkheden te verruimen om mee te bepalen welke zorg ze op welk moment nodig hebben, is de ontwikkeling van een klantgerichte zorg in een multiculturele omgeving nodig. De aanbevelingen hebben vooral betrekking op de randvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld: in het kader van Kwaliteitswetgeving moeten instellingen en beroepsbeoefenaren in hun aanbod, de zorg aan allochtonen expliciteren; de inschakeling van allochtone zorgconsulenten; ruimte voor cultuurspecifieke en categorale voorzieningen in bepaalde sectoren, vooral in de ouderen- en verpleeghuiszorg en in de geestelijke gezondheidszorg. Een vertrouwde en herkenbare sfeer is van groot belang voor de zorggebruiker. 3.2 Verhouding informele zorg en professionele zorg 5 Nota Vraag aan bod: Hoofdlijnen van het zorgstelsel, Tweede Kamer, , nr nrs. 1 en 2 6 RVZ, Interculturalisatie van de gezondheidszorg, Zoetermeer, juli

11 Van het totale volume aan zorg dat wordt verleend is driekwart informele zorg. Een aantal feiten en cijfers 7. Ongeveer 1,3 miljoen mensen leveren meer of minder zware informele zorg; in de professionele zorg 8 werkten in 2000 ruim mensen (inclusief welzijn). Soort zorgverlening: 74 procent van de informele verzorgers levert huishoudelijke zorg (boodschappen doen, maaltijden, schoonmaken en dergelijke), 52 procent geeft persoonlijke verzorging (wassen, kleden, vervoeren en dergelijke), 53 procent geeft psychosociale begeleiding en 57 procent van de informele verzorgers levert een combinatie van zorg. De trend doet zich voor dat een steeds groter deel van de mantelzorg door steeds oudere mensen wordt geboden. Leeftijd: ongeveer 50 procent van de mantelzorgers heeft een leeftijd tussen de 35 en 65 jaar, 40 procent is ouder dan 60 en 20 procent is ouder dan 75 jaar. Sexe: vrouwen bieden 2x zo vaak mantelzorg als mannen. Vrouwen besteden ook meer tijd aan mantelzorg. Op latere leeftijd verdwijnen de verschillen tussen mannen en vrouwen. Arbeid: circa 42 procent van de mantelzorgers heeft een betaalde baan. Definitie van mantelzorg Mantelzorg wordt in Zorg Nabij 9 omschreven als langdurende zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit dienst directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Door de Landelijke Organisatie Thuisverzorgers (LOT) en de Landelijke Organisatie Vrijwillige Thuishulp (LOVT) wordt evenals door de indicatie-adviseurs als scheidslijn tussen incidentele hulp en de meer structurele mantelzorg, uitgegaan van een drie maanden termijn. Uiteraard kan iemand die korter dan drie maanden zorg biedt wel bepaalde vormen van ondersteuning krijgen vanuit bijvoorbeeld een steunpunt mantelzorg (zoals praktische informatie, verwijzing). Zij vormen echter niet de primaire doelgroep van deze organisaties. Achtergrond daarvan is dat naar de mening van de LOT en de LOVT mantelzorgers pas na de periode van drie maanden knelpunten van sociale, fysieke en emotionele aard gaan ondervinden. RIO s (Regionaal Indicatie Organen) maken in de praktijk vaak onderscheid tussen interne (van huisgenoten) en externe (van buiten) mantelzorg. Voor externe mantelzorg geldt het principe van de vrijwilligheid. Voor interne mantelzorg wordt ermee rekening gehouden dat er zorgbehoeften zijn, waarin een interne mantelzorger voorziet c.q. geacht wordt te voorzien. Deze worden daardoor niet geregistreerd op het niveau van het indicatiebesluit; dat blijft beperkt tot professionele zorg en eventuele professionele ondersteuning van de mantelzorger. Gehandicaptenzorg en jeugdzorg Bij gehandicaptenzorg en jeugdzorg spreekt men niet van mantelzorg, omdat de eventuele rol van ouders en familieleden in principe volgt uit de te volgen strategie tot oplossing van het probleem. Het lopend beleid ten aanzien van mantelzorg is neergelegd in de notitie Zorg Nabij, die het kabinet op 20 juni 2001 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. Deze notitie noemt een groot 7 NIZW, M.S.H. Duijnstee, Q.J.M.J. Cuijpers, M.J. Humbert en A.W.L. van den Dungen: Mantelzorg voor mensen met een chronische ziekte (1994) en Zorg-Nabij, notitie over mantelzorgondersteuning (Tweede Kamer, vergaderjaar : , nr. 65). 8 Ministerie van VWS, Zorgnota 2002, tabel 9, blz Ministerie van VWS, Zorg Nabij, notitie over mantelzorgondersteuning, 2001, blz. 3 11

12 aantal activiteiten die erop gericht zijn de ondersteuning van de mantelzorger te versterken. Zo kondigt de notitie onderzoek aan om informatie te verkrijgen over bijvoorbeeld de kosten die mantelzorgers moeten maken om zorg te kunnen verlenen, over de mate waarin mantelzorgers worden bereikt door gemeenten en instellingen voor zorg en welzijn en over wat de betekenis is van een aantal projecten in het kader van dagindeling voor mantelzorgers. Zorg Nabij kondigt tevens maatregelen aan die de mantelzorger direct adequaat ondersteunen, namelijk: verhoging van het budget voor de instellingen die zijn belast met de ondersteuning van de mantelzorgers, een expertisecentrum mantelzorgondersteuning ondergebracht bij het NIZW, versterking van de functie van belangenbehartiging, het organiseren van een conferentie over mantelzorg waaraan professionele en informele organisaties deelnemen, het samen met instellingen verder exploreren van de mogelijkheden van noodzorg. Ook wordt aandacht besteed aan de versterking van de respijtzorg. Bij de verhouding informele zorg en professionele zorg is een aantal beleidsvoornemens relevant vanuit het levensloopperspectief: de wijze waarop bij de indicatiestelling voor professionele zorg rekening wordt gehouden met de mantelzorger; beleidsvoornemens ten aanzien van respijtzorg; beleidsontwikkelingen in de jeugdzorg. Indicatiestelling In de praktijk blijken er aanzienlijke verschillen te bestaan tussen de indicatieorganen in de mate waarin mantelzorg wordt meegewogen: soms wordt mantelzorg ingeperkt tot alleen onderlinge zorg van inwonenden (interne mantelzorg); soms is het breder (ook naaste familie, buren, de zogenaamde externe mantelzorg); soms wordt mantelzorg gezien als iets extra s bovenop normale zorg van huisgenoten voor elkaar, maar waar concreet de grens ligt loopt uiteen. VWS gaat ervan uit dat een eenduidige ex ante normering niet mogelijk is. Het gaat erom dat de mantelzorger zelf normaal aan het maatschappelijk verkeer moet kunnen blijven deelnemen. Dit criterium maakt het gewenst de mantelzorger expliciet bij de gesprekken in het kader van de indicatiestelling te betrekken. Wat dit precies betekent werkt VWS nader uit. Door het begrip maatschappelijke participatie als uitgangspunt te nemen voor het bepalen van de inzet van de mantelzorg wordt rekening gehouden met het voor de mantelzorger op dat moment relevante levens(loop)patroon. Het blijft de taak van de indicatiesteller om te inventariseren welke onderdelen van de zorgvraag door de mantelzorger verricht kunnen worden en welke professionele ondersteuning de mantelzorger daarbij eventueel nodig heeft. Door bij de indicatiestelling, op basis van de zorgvraag, zorgvuldig te inventariseren wat er aan formele en informele zorg nodig is, kun je voorkómen dat er verderop in de zorgketen een onderhandelingssituatie ontstaat tussen zorgvrager, mantelzorger(s) en zorgkantoor over de inzet van de mantelzorger. Een onderhandelingssituatie op basis van een indicatiebesluit waarin niet de nodige ondersteuning van de mantelzorger door een professioneel zorgaanbod is opgenomen. Een onderhandelingssituatie die ook als mogelijke uitkomst kan hebben dat het aanbod aan informele zorg volledig genegeerd wordt en alleen de formele, dat wil zeggen professionele zorg ingezet wordt voor alle onderdelen van de zorgvraag. 12

13 Beleidsvoornemens ten aanzien van respijtzorg Met betrokken organisaties wordt momenteel onderzocht hoe een betere afstemming tussen de professionele kracht en de mantelzorger mogelijk is. De mogelijkheden van respijtweekenden en respijtzorg worden onderzocht, omdat dit een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontlasting van de mantelzorger. Beleidsontwikkeling in de Jeugdzorg Op het terrein van de jeugdzorg is vanuit het levensloopperspectief een aantal relevante ontwikkelingen gaande. Flexibilisering van de scheiding ambulante/semi-residentiële en residentiële hulp gaat in samenhang met een cliëntgerichte benadering en een zodanige inzet van de geboden hulp dat voorliggende voorzieningen worden versterkt. In het algemeen biedt dit meer mogelijkheden om aan veranderende behoeftenpatronen aan jeugdzorg, zoals die door veranderingen in de levensloop kunnen ontstaan, tegemoet te komen. Uiteraard blijft hierbij het doel van de feitelijk geboden zorg eenduidig gericht op de oplossing van het zorgprobleem dat zich voordoet. Andere relevante ontwikkelingen in de jeugdzorg zijn: het logeerverlof voor chronisch psychiatrische jeugdigen of voor ouders van kinderen met ADHD; netwerkpleegzorg in de jeugdzorg waarvoor pleegouders een pleegvergoeding ontvangen (uiteraard na screening van de pleegouders en indicatie voor plaatsing); de verlofregelingen: bij duurzame pleegzorg kunnen pleegouders net als gewone ouders aanspraak maken op geldende verlofregelingen: kortdurend zorgverlof, ouderschapsverlof (in geval van adoptie is dat adoptieverlof). Een en ander ligt mede op het terrein van Sociaal stelsel en werken. Wet Voorziening Gehandicapten Ten aanzien van de Wet Voorziening Gehandicapten bestaat het voornemen om de (rechts)zekerheid van burgers te vergroten. De verschillen in toepassing worden thans in het algemeen te groot geacht. Voor de korte termijn zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een protocol opstellen dat in acht moet worden genomen door gemeenten bij de toepassing van de Wet. Voor de langere termijn wordt thans bezien of de Wet op moet gaan in een nieuw dienstverleningsstelsel dat naast de voorzieningen in het kader van de huidige WVG mogelijk ook elementen uit de Welzijnswet en de AWBZ kan bevatten. Deze mogelijkheden worden thans in het kader van de follow up IBO-WVG nader verkend. In die verkenning wordt tevens bezien in hoeverre kan worden aangesloten bij de Wet gelijke behandeling, om in het kader van inclusief beleid het recht op toegankelijke woon- en vervoersvoorzieningen verder wettelijk te verankeren. 3.3 De geografische organisatie van de zorg De zorg in ons land wordt nog steeds voor een belangrijk deel intramuraal aangeboden. In een intramurale instelling, bijvoorbeeld een ziekenhuis, een verzorgingshuis, een verpleeghuis of een instelling voor gehandicaptenzorg, zijn zorg en verblijf onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het bevorderen van zorg aan huis staat daarnaast al geruime tijd op de beleidsagenda. Ontwikkelingen die gericht zijn op het bevorderen van zorg op maat, meer keuzemogelijkheden en vraagsturing zetten door en dit leidt ook daadwerkelijk tot meer zorg 13

14 op de plek waar mondige burgers dat wensen: thuis. Feiten en cijfers Van de middelen die in Nederland aan gezondheidszorg uitgeven worden, wordt nog steeds een belangrijk deel intramuraal aangewend. In de Zorgnota 2002 staat dat de zorguitgaven in totaal 40,3 miljard bedragen. Bij de kosten van de cure (curatieve somatische zorg) en de care (geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, verpleging, verzorging en ouderen) wordt op basis van de gegevens uit de Zorgnota de hierna volgende globale uitsplitsing naar kosten gemaakt voor zorg in een intramurale omgeving en kosten voor zorg in de thuissituatie. Uitsplitsing naar intramurale en extramurale zorguitgaven in het jaar 2002 in euro s Intramurale deelextramurale deel Gezondheidsbevordering en - -0,9 miljard (100 procent) bescherming Curatieve somatische zorg10,2 miljard (67 procent)5,2 miljard (33 procent) Geneesmiddelen, medische -4 miljard (100 procent) technologie en transplantaten GGZ, verslavingzorg en 2,3 miljard (69 procent)1 miljard (31 procent) maatschappelijke opvang Gehandicaptenzorg en 3,1 miljard (68 procent)1,4 miljard (32 procent) hulpmiddelen Verpleging, verzorging en ouderen6,5 miljard (70 procent)2,7 miljard (30 procent) Beheer zorgverzekeringenn.v.t.n.v.t. Aanvullende postn.v.t.n.v.t. Totaal22,1 miljard (59 procent)15,2 miljard (41 procent) We zien dus dat er in 2002 globaal 15,2 miljard aan extramurale zorg wordt besteed tegen 22,1 aan intramurale zorg. Van de totale zorguitgaven wordt dus momenteel zo n 41 procent besteed aan extramurale zorg. Dat is een substantiële toename ten opzichte van 1996 waar in een soortgelijke berekening werd vastgesteld dat er circa 23 procent van de totale uitgaven aan gezondheidszorg besteed werd aan extramurale zorg 10. Vastgesteld kan dus worden dat het ingezette beleid, zoals het faciliteren van het scheiden van wonen en zorg, van persoonsgebonden budgetten, het verdergaand flexibiliseren van de aanspraken in de AWBZ, bijgedragen hebben aan de gewenste ontwikkeling naar meer zorg aan huis en dat er globaal een groei van 18 procent zorg aan huis is gerealiseerd in 5 jaar tijd. Dat is nog niet alles. Er staat meer op stapel. De beoogde herziening van het verzekeringsstelsel in de gezondheidszorg en daarbinnen de modernisering van de AWBZ, hebben tot doel de positie van de klant fundamenteel te versterken. Op termijn zal dit ertoe leiden dat het onderscheid tussen intramurale- en extramurale zorg aan betekenis inboet en dat er meer ruimte komt voor kleinschaligheid. Mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg krijgen in toenemende mate invloed op de plaats waar en de condities waaronder zij hun zorg willen ontvangen. Dit is vanuit het perspectief van de combineerbaarheid van functies tijdens de levensloop van belang. Het opnemen van mensen in grootschalige instellingen die zich niet in de nabijheid van hun vertrouwde omgeving bevinden, maakt dat zij weinig mogelijkheden overhouden voor andere functies. De zorg zal dus vanuit levensloopperspectief nog meer in de 10 Dokter e.a., Zorg aan huis, 1996, p

15 nabijheid van de plek waar mensen wonen moeten worden georganiseerd. Nederland kent 12 provincies, 31 zorgregio s, ruim 504 gemeenten en ongeveer 4000 wijken. Het gemiddelde verzorgingsgebied gekoppeld aan het geografische schaalniveau maakt inzichtelijk dat academische ziekenhuizen op landelijkdan wel op bovenregionaal niveau opereren; de overige ziekenhuizen op regionaal/stedelijk niveau; verpleeghuizen op regionaal/ gemeentelijk niveau; verzorgingshuizen op gemeentelijk/wijkniveau. Het lopende beleid op het terrein van wonen en zorg 11 op maat beoogt de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van mensen in alle omstandigheden en fasen in het leven zolang en zoveel mogelijk te handhaven. De hoofdlijn van het beleid is het bevorderen en versnellen van een breed aanbod aan combinaties van zelfstandig wonen, zorg en dienstverlening. In de Woonzorgstimuleringsregeling worden nieuwe samenwerkingsverbanden en combinaties van voorzieningen ontwikkeld voor wonen en zorg die de keuzevrijheid van mensen vergroot. Onder andere wordt door een betere onderlinge afstemming tussen voorzieningen, mensen de mogelijkheid geboden om langer in de eigen woonomgeving te blijven wonen. Voor de ontwikkeling van levensloopbestendig beleid bij zorg en gezondheid speelt dus de locatie van de voorzieningen een belangrijke rol. De locatie waar men woont moet niet bepalend zijn voor de zorg die men ontvangt en ook omgekeerd kan het binnen zekere grenzen niet zo zijn dat de zorgindicatie bepaalt waar men moet wonen. 3.4 Het activeren van maatschappelijke participatie en zorgverlening Uit het SCP-rapport 12 over tijdsbesteding blijkt dat mensen steeds minder tijd beschikbaar hebben voor maatschappelijke participatie en zorgverlening. Er wordt meer tijd besteed aan arbeid en minder aan vrije tijd. Mensen hebben te maken met een opeenstapeling van taken voortvloeiend uit arbeid, onderwijs, huishouden en eventueel de opvoeding van kinderen. Er zijn grenzen aan de inzetbaarheid van mensen in de maatschappelijke participatie. Met maatschappelijke participatie worden activiteiten bedoeld in de sfeer van het verenigingsleven, de informele hulpverlening aan niet-familieleden en politiek activisme. Enkele feiten en cijfers op een rij. In 1995 was nog ongeveer 13 procent van de bevolking actief in de onbetaalde hulpverlening aan buren, bejaarden en gehandicapten. In 2000 is sprake van bijna een halvering, naar 7 procent. Jongeren van jaar nemen nagenoeg niet deel aan onbetaalde hulpverlening. Bij jongvolwassenen van jaar is een teruggang van 7 naar 3 procent. Bij personen vanaf 50 jaar is eveneens sprake van een afname, maar deze is minder sterk. Bij het activeren van jongvolwassenen (tweede levensfase) ligt het accent op het vervullen van maatschappelijke taken. Als voorbeeld van het activeren van maatschappelijke partici-patie kan gekeken worden naar ontwikkelingen rond de intergenerationele buurt. Hierbij wordt de leefbaarheid in wijken versterkt door het bevorderen dat jong en oud er goed kunnen 11 Beleidsbrief wonen en zorg op maat, Den Haag, SCP, K. Breedveld e.a., Trends in de tijd: een schets van recente ontwikkelingen in tijdsbesteding en tijdsordening, Den Haag,

16 samenleven. Het kan bijvoorbeeld gaan om wederzijdse dienstverlening binnen het onderwijs, de kinderopvang en de zorgverlening. Enkele initiatieven die de maatschappelijke participatie van jongvolwassenen in de tweede levensfase stimuleren zijn relevant om in dit verband te noemen. In het kader van het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger 2001 is veel aandacht uitgegaan naar het stimuleren van vrijwilligerswerk bij jongeren. Ook op Europees niveau wordt hier veel aandacht aan besteed. Het succes van de inspanningen is sterk afhankelijk van de overredingskracht van de gevoerde campagnes. Veelal wordt hiermee maar een kleine groep jongeren bereikt, die toch al een betrekkelijk hoog niveau van maatschappelijke participatie kennen. Het Verwey-Jonker Instituut voert een onderzoek uit (naar aanleiding van de motie Atsma 13 ) naar (succesvolle) praktijken van scholen en vrijwilligersorganisaties op het gebied van maatschappelijke stages voor jongeren vanuit het onderwijs. Het traject Smaakmakers, waarin jongeren en vrijwilligers meer bij elkaar worden betrokken. Het doel is het ontwikkelen van methodieken om jongeren en vrijwilligersorganisaties te stimuleren tot vrijwilligerswerk door jongeren. Het betreft uiteenlopende activiteiten. Met het ontwikkelde materiaal kunnen in principe allerlei vrijwilligersorganisaties maar ook jongeren zelf op diverse terreinen hun voordeel doen. De Europese vrijwilligersdienst van de Europese Unie biedt jongeren de mogelijkheid om een jaar lang vrijwilligerswerk te doen in een ander land dan het eigen land van de Europese unie. Van en naar Nederland doen hier ongeveer enkele honderden jongeren op jaarbasis aan mee. Bij het activeren van senioren (vierde levensfase) ligt het accent op het benutten van competenties en op het langer actief blijven in de betaalde arbeid. Voor dat laatste is in juni 2001 de Taskforce Ouderen en Arbeid van start gegaan, met als doel de inschakeling van ouderen op de arbeidsmarkt te stimuleren. Daarmee is niet alleen de instandhouding van de sociale zekerheid en de economische groei gediend, maar ook de ontplooiing van ouderen. De Taskforce ziet met name de terreinen van zorg en onderwijs als proeftuinen voor experimenten. Een van de manieren waarop de Taskforce wil bereiken dat ouderen meer keuzemogelijkheden krijgen, is door een eerlijker beeld te geven van ouderen in reclame en media. In reclames wordt in het algemeen een vrij eenzijdig beeld gegeven van jong en wild. Het is de bedoeling dit in te ruilen voor een brede blik op een samenleving voor alle leeftijden. Naast het verruimen van de mogelijkheden voor senioren om langer actief te blijven op de arbeidsmarkt, is ook het inspelen op de wens van senioren om in zelf gekozen verbanden en op zelf gekozen manieren maatschappelijk actief te zijn van belang. Tot nu toe zijn beleidsinspanningen om deze nieuwe generatie senioren te stimuleren tot deelname aan bijvoorbeeld het georganiseerde vrijwilligerswerk of in ouderenbonden niet erg succesvol. 13 Kamerstukken II, , 27416, nr

17 3.5 Samenvatting Onderstaand overzicht geeft aan hoe de verschillende beleidsonderdelen in het lopende beleid scoren op levensloopbestendigheid en welke beleidsaccenten tot een verdere versterking kunnen leiden. Verhouding informele/professionele zorg Mantelzorg en indicatiestelling Ondersteuning mantelzorger (respijt en noodzorg) Organisatie zorg op wijkniveau op regionaal niveau Maatschappelijke participatie 2 e levensfase 4 e levensfase Lopend beleid - + +/- +/- +/- +/- ++ is zeer goed; + is goed; +/- matig; - is slecht; -- is zeer slecht 17

18 Hoofdstuk 4 Verkenningen 4.1 Inleiding In deze paragraaf wordt enkele beleidsopties beschreven die onderdeel uitmaken van de Verkenningen Sociaal gericht, sociaal verplicht en Zorg met Toekomst 14 en die van belang zijn vanuit het levensloopperspectief. 4.2 Verkenningen Sociaal gericht, sociaal verplicht en Zorg met Toekomst Verkenning Sociaal gericht, sociaal verplicht Centraal in deze verkenning staat de versterking van vier terreinen: primaire leefverbanden, de buurt, onderwijs en arbeidsmarkt, sociale netwerken. Hoewel het levensloopperspectief geen expliciete invalshoek is, worden in de verkenning een aantal beleidsopties genoemd die bijdragen aan het vergroten van de mogelijkheden om activiteiten in verschillende levenssferen te combineren en over de gehele levensloop te spreiden. Brede school en dienstenknooppunten De brede school is een manier om bestaande activiteiten van diverse instellingen beter op elkaar te laten aansluiten. Wanneer een brede school in een multifunctionele accommodatie is gehuisvest kan daaraan ook een dienstenknooppunt worden gekoppeld. Naast een adequate toerusting van gebouwen is het van belang dat de lokale overheid een regierol op zich neemt. Combinatietrajecten Hierbij gaat het om een integrale aanpak voor kwetsbare groepen: voor immigranten, één samenhangende keten van inburgering tot arbeidsmarkt. Een integrale aanpak waarbij meerdere voorzieningen in de sociale infrastructuur nauw samenwerken: sociale activering, persoonlijke hulpverlening, scholing, kinderopvang, schuldhulpverlening, mentoring en case management. Versterking van de interculturalisatie Het creëren van een wettelijk kader betreffende het afstemmen van voorzieningen en instituties van de sociale infrastructuur aan de etnisch-culturele dimensie. Vrijwilligers Het vrijwilligerswerk in kleine kernen op het platteland versterken door het aanstellen van netwerkfunctionarissen. Deze moeten tot taak hebben de ondersteuning en bevordering van nieuwe burgerinitiatieven die het wegvallen van voorzieningen compenseren en nieuwe voorzieningen creëren. Beleidsprogramma mantelzorg Het op een adequate wijze ondersteunen van de mantelzorger bij diens zorgwerkzaamheden. Doel is het voorkomen dat de mantelzorger door langdurige en/of zware belasting wordt overbelast en er moet voor gezorgd worden dat ook in de toekomst genoeg mensen bereid en in staat zijn hun zorgtaak voor familie of naasten op zich te nemen. Naast een ondersteuningsbeleid, moeten werkgevers- en werknemersorganisaties afspraken maken over beter combinatiemogelijkheden van arbeid en mantelzorg. 14 Verkenning Sociaal gericht, sociaal verplicht en Verkenning Zorg met toekomst, BZK en VWS, Den Haag,

19 Seniorenparticipatie Het benutten van de komende generaties ouderen voor maatschappelijke participatie. Deze groepen zijn gemiddelde hoog opgeleid, hebben een brede maatschappelijke ervaring en hebben cultureel een minder grote afstand tot jongere generaties. Deze bevolkingscategorie kan een belangrijke impuls geven aan de versterking van de sociale infrastructuur. Synergie zorg en welzijn Bevorderen dat er een keten van voorzieningen tot stand komt waarin aan elkaar grenzende voorzieningen meer op elkaar aan sluiten en meer samenhang vertonen. Dit voor een effectieve behandeling en tegemoetkoming aan de problemen van kwetsbare groepen zoals ouderen, mensen met psychiatrische en/of verstandelijke handicaps en dak- en thuislozen. Verkenning Zorg met toekomst De Verkenning Zorg met toekomst beschrijft trends die van invloed zijn op de zorgvraag en het zorgaanbod. In de verkenning komt het levensloopperspectief als zodanig niet aan bod. Wel worden trends gesignaleerd die van invloed zijn op de zorgvraag en het zorgaanbod en die eveneens van invloed zijn op de toenemende diversiteit in levenslopen. Zoals daar zijn: veranderende samenstelling van de oudere bevolking in sociaal cultureel opzicht (multiculturele samenstelling); vrouwen krijgen op oudere leeftijd kinderen; op afzienbare termijn zal het aantal geboortes weer afnemen; het aantal kinderen neemt af; kinderen wonen steeds verder bij hun ouders vandaan; de jongere generaties vrouwen zijn meer op de arbeidsmarkt geconcentreerd. Deze trends zijn van invloed op de vraag naar ouderenzorg, gynaecologische en verloskundige zorg, kraamzorg en op informele zorg en mantelzorg. Geconstateerd wordt dat de praktische mogelijkheden voor traditionele vormen van mantelzorg voor ouderen af lijkt te nemen. Mogelijke oplossingsrichtingen voor dit probleem zijn: inwoning van of bij de ouder; (tijdelijk) stoppen met werken; ondersteuning door een ouderennetwerk; een groter beroep op neven en nichten; meer ruimte voor vrijwilligerswerk door werknemers in bedrijfstijd in staat te stellen zorg te verlenen (maatschappelijk ondernemerschap); een groter beroep op professionele zorg. Op de vraag of en in hoeverre mensen voor deze of andere oplossingen zullen kiezen, geeft de verkenning geen antwoord. Naast demografische ontwikkelingen worden zorgvraag en -aanbod ook in sterke mate bepaald door het proces van individualisering: de groeiende wens om het leven naar eigen keuze in te richten en meer ruimte voor individuele keuzes omtrent behandelaar, tijdstip, plaats en inhoud van de zorg. De toenemende welvaart maakt het voor veel mensen mogelijk om die eigen wensen en verantwoordelijkheid vorm te geven. Deze trends maken het noodzakelijk dat de gezondheidszorg in Nederland - en met name de zorgaanbieders - flexibel en creatief moet kunnen reageren op de veranderende vraag. Met de 19

20 modernisering van de AWBZ, de Modernisering van Cure en de vernieuwing van het verzekeringsstelsel (Vraag aan bod) probeert de overheid voldoende vrijheidsgraden te realiseren, zodat er ruimte is om op de actuele behoefte van zorgvragers te kunnen inspelen (zie ook hoofdstuk 2). Samengevat kan geconstateerd worden dat de algemene beleidsrichting die in de verkenning voor de gezondheidszorg wordt geschetst, de mogelijkheden van mensen zal vergroten om in de verschillende levensfasen steeds opnieuw weer te kunnen kiezen hoe zij zorg, werk, leren en vrijetijdsactiviteiten al dan niet willen combineren. De verkenning biedt echter geen concrete beleidsopties omdat de discussie over de beleidsrichtingen nog niet is afgerond. 20

ZORG EN GEZONDHEID 1

ZORG EN GEZONDHEID 1 ZORG EN GEZONDHEID 1 2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Trends en knelpunten 2.1 Inleiding 2.2 Trends in zorg, gezondheid en levensloop 2.3 Knelpunten in zorg, gezondheid en levensloop Hoofdstuk

Nadere informatie

Notitie scheiden van wonen en zorg Kenmerk 13s043

Notitie scheiden van wonen en zorg Kenmerk 13s043 Notitie scheiden van wonen en zorg Kenmerk 13s043 Inleiding De overheid heeft besloten over te gaan het scheiden van de financiering van wonen en zorg. De overheid heeft ook besloten tot hervormingen van

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schiermonnikoog,

De raad van de gemeente Schiermonnikoog, De raad van de gemeente Schiermonnikoog, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015 De raad van de gemeente Boxtel, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2014, gelet op artikelen 8a, eerste lid, onderdeel b en 9 eerste lid onderdeel c van

Nadere informatie

Mantelzorg en werk steeds lastiger te combineren. Het gevolg: meer verzuim

Mantelzorg en werk steeds lastiger te combineren. Het gevolg: meer verzuim Mantelzorg en werk steeds lastiger te combineren Het gevolg: meer verzuim Het aantal mantelzorgers in de Nederlandse samenleving neemt in hoog tempo toe. Niet alleen omdat mensen steeds ouder worden, maar

Nadere informatie

Mantelzorgbeleid Inovum

Mantelzorgbeleid Inovum Paginanummer: 1 / 5 Mantelzorgbeleid Inovum 1. Doel Geven van duidelijkheid over wie mantelzorgers zijn, wat het verschil is tussen mantelzorgers en vrijwilligers en hoe Inovum en mantelzorgers elkaar

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, gelet op artikel

Nadere informatie

Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden

Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden Op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden hebben de volgende organisaties - op verzoek of

Nadere informatie

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013 Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen 8 mei 2013 Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord Eind april presenteerde staatssecretaris Van Rijn zijn plannen voor hervorming van de langdurige zorg. Daarbij

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie 2015

Verordening Tegenprestatie 2015 Bijlage 2 Verordening Tegenprestatie 2015 De raad van de gemeente Hengelo, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2014, gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Leijten (SP) over de gevolgen van extramuralisering voor zorgaanbieders (2013Z05339).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Leijten (SP) over de gevolgen van extramuralisering voor zorgaanbieders (2013Z05339). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015

Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard (RSDHW); gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie

Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk. Mythen en feiten rond de informele steunstructuren

Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk. Mythen en feiten rond de informele steunstructuren Wiens verantwoordelijkheid is het eigenlijk Mythen en feiten rond de informele steunstructuren Tot slot: Meer doelmatigheid van het professionele aanbod valt te verkrijgen door het kritisch doorlichten

Nadere informatie

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo):

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo): Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo): Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ): Collectieve Volksverzekering voor ziektekostenrisico s, waarvoor je je niet individueel kunt

Nadere informatie

Vereniging Gehandicapten Nederland T.a.v. de heer drs. H.G. Ouwerkerk Postbus 413 3500 AK UTRECHT. Indicatiestelling licht verstandelijk gehandicapten

Vereniging Gehandicapten Nederland T.a.v. de heer drs. H.G. Ouwerkerk Postbus 413 3500 AK UTRECHT. Indicatiestelling licht verstandelijk gehandicapten Vereniging Gehandicapten Nederland T.a.v. de heer drs. H.G. Ouwerkerk Postbus 413 3500 AK UTRECHT Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag H.J.F.M. Coppens 070 3405235 Onderwerp Bijlage(n)

Nadere informatie

Achtergrondinformatie geldstromen en wetten

Achtergrondinformatie geldstromen en wetten Achtergrondinformatie geldstromen en wetten Tot stand gekomen in het kader van het project RAAK-MKB Ontwerpen voor zorgverleners Auteurs Dr. F. Verhoeven; onderzoeker lectoraat Co-design (HU) Ing. K. Voortman-Overbeek;

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl SIGNALERINGSRAPPORT inzake WONEN EN ZORG OP MAAT Uitgebracht

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 Kenmerk: 183277 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid,

Nadere informatie

Dé mantelzorger bestaat niet

Dé mantelzorger bestaat niet Dé mantelzorger bestaat niet Deze notitie over mantelzorg is opgesteld is samenwerking met: Stichting Pulse, Plaatselijk Overleg Gehandicapten, het Nederlandse Rode Kruis, de Zonnebloem IJsselstein, de

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 november 2011

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 november 2011 > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard);

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 20 november 2014;

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe, G. Waverijn

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 De raad van de gemeente Castricum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober [nummer]; gelet op

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Definitieve versie 30-10-2014 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 De raad van de gemeente Montferland; Gelezen het

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip

Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip De veranderende politieke en maatschappelijke verhoudingen resulteren in minder overheid en meer burger. Door de terugtredende overheid ontstaat er meer ruimte

Nadere informatie

Wegwijzer naar de AWBZ

Wegwijzer naar de AWBZ Wegwijzer naar de AWBZ Kinderen met een psychiatrische stoornis hebben soms veel zorg nodig. Als dat bij uw kind het geval is, dan kunt u gebruikmaken van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Deze

Nadere informatie

Geschiedenis Zvw-AWBZ- Wmo-Jeugdwet

Geschiedenis Zvw-AWBZ- Wmo-Jeugdwet 1 Geschiedenis Zvw-AWBZ- Wmo-Jeugdwet Per 1 januari 2015 is de Wet langdurige zorg (Wlz) in werking getreden (Stb. 2014, 494). Deze is in de plaats gekomen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Nadere informatie

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat?

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U wilt zorg die betaald wordt uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). U kunt daar altijd een aanvraag voor doen. Het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg)

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 28 april 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 28 april 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Transitie Langdurige Zorg

Transitie Langdurige Zorg Transitie Langdurige Zorg Manager Inkoop Verpleging, Verzorging, Thuiszorg Manager Inkoop Verpleging, Verzorging, Thuiszorg AWBZ in historisch perspectief 1968 Ontstaan van de AWBZ voor langdurige onverzekerbare

Nadere informatie

Demografische gegevens ouderen

Demografische gegevens ouderen In dit hoofdstuk worden de demografische gegevens van de doelgroep ouderen beschreven. We spreken hier van ouderen indien personen 55 jaar of ouder zijn. Dit omdat gezondheidsproblemen met name vanaf die

Nadere informatie

Voorstel van wet van de leden Sap en van Gent tot wijziging van de Wet arbeid en zorg (Wet Langdurig Zorgverlof)

Voorstel van wet van de leden Sap en van Gent tot wijziging van de Wet arbeid en zorg (Wet Langdurig Zorgverlof) GL Nr. 2 Voorstel van wet van de leden Sap en van Gent tot wijziging van de Wet arbeid en zorg (Wet Langdurig Zorgverlof) VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Heerhugowaard Officiële naam regeling verordening tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015 Citeertitel Verordening Tegenprestatie

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie 2015

Verordening tegenprestatie 2015 Verordening tegenprestatie 2015 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE BEVERWIJK De raad van de gemeente Beverwijk; gelet op artikel 8a, eerste

Nadere informatie

wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief

wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief scheiden van Verblijf van wonen naar Wonen en zorg & van verblijf naar wonen door extramuralisering en scheiden wonen/zorg Programma Doel van vandaag Meer grip

Nadere informatie

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2015;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2015; Gemeenteraad Onderwerp: Volgnummer 2015-09 Regionaal beleidskader Participatiewet en verordeningen Dienst/afdeling SMO De raad van de gemeente Oss; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

Visie decentralisatie AWBZ extramurale begeleiding

Visie decentralisatie AWBZ extramurale begeleiding Visie decentralisatie AWBZ extramurale begeleiding STAND VAN ZAKEN DECENTRALISATIE BEGELEIDING Ontwikkelingen: - Wijzigingswet Wmo: besluitvorming Tweede Kamer (april 2012) - Controversieel verklaring

Nadere informatie

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen Deze notitie is bedoeld om meer inzicht te geven over de budgetten en vergoedingen die op zorgboerderijen betrekking kunnen hebben als het gaat om

Nadere informatie

WMO-beleidsnotitie van het Land van Cuijk participatie en vrijwilligers

WMO-beleidsnotitie van het Land van Cuijk participatie en vrijwilligers WMO-beleidsnotitie van het Land van Cuijk participatie en vrijwilligers 05.12.2011 In de WMO-beleidsnotitie van Land van Cuijk is het volgende in hoofdstuk 6 opgenomen: 6.3.2 Vrijwilligers in de zorg Voor

Nadere informatie

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Datum: maart 2015 Afdeling: Samenlevingszaken In- en aanleiding Voor u ligt de startnotitie voor de aankomende beleidsnota van de gemeente

Nadere informatie

De AWBZ en de VVT (verpleging, verzorging en thuiszorg) na de verkiezingen van september 2012.

De AWBZ en de VVT (verpleging, verzorging en thuiszorg) na de verkiezingen van september 2012. De AWBZ en de VVT (verpleging, verzorging en thuiszorg) na de verkiezingen van september 2012. Savant-Zorg Regionale gecertificeerde organisatie voor verpleging en verzorging. Wij bieden verpleging en

Nadere informatie

participatiesamenleving

participatiesamenleving Tussen verzorgingsstaat en participatiesamenleving De feiten en fabels over informele zorg Prof. dr. Kim Putters Mezzo, 14 mei 2014 Inhoud 1. SCP en Mezzo 2. De Sociale Staatt van Nederland d 2013 3. De

Nadere informatie

Familieparticipatie en mantelzorg

Familieparticipatie en mantelzorg Familieparticipatie en mantelzorg Inleiding: Mantelzorg en familieparticipatie zijn twee begrippen die vaak door elkaar gebruikt worden. Norschoten maakt onderscheid in deze twee begrippen. In deze notitie

Nadere informatie

De nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015

De nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015 Blz. 1 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ARNHEM gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015, b e s l u i t vast te stellen: De nadere

Nadere informatie

Transities in de langdurende zorg. Lizette de Laat Rens de Haas

Transities in de langdurende zorg. Lizette de Laat Rens de Haas Transities in de langdurende zorg Lizette de Laat Rens de Haas Initiatief Deze workshop is ontstaan vanuit een gezamenlijk initiatief van de gemeente Tilburg en de Tilburgse zorgaanbieders De Wever en

Nadere informatie

ZORG VOOR EEN GOEDE MANTEL Beleid Mantelzorg Waardeburgh

ZORG VOOR EEN GOEDE MANTEL Beleid Mantelzorg Waardeburgh ZORG VOOR EEN GOEDE MANTEL Beleid Mantelzorg Waardeburgh Opgesteld door: Bijlage: Albert Tahaparij Eveline Stehouwer Ellen van den Bosch Folder Mantelzorg Vastgesteld MT d.d. 10 september 2013 Opgesteld

Nadere informatie

Van systemen naar mensen Gezamenlijke agenda VWS 8 februari 2013. Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland 24 april 2014 Joop Blom

Van systemen naar mensen Gezamenlijke agenda VWS 8 februari 2013. Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland 24 april 2014 Joop Blom Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden Van systemen naar mensen Gezamenlijke agenda VWS 8 februari 2013. Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland 24 april 2014 Joop Blom Nieuwe

Nadere informatie

Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij

Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij Vrouwen lopen zichzelf vaak voorbij. Dit kan leiden tot vervelende gezondheidsklachten, waar vaak weinig aandacht aan besteed wordt. Zo blijkt uit een onderzoek van

Nadere informatie

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat?

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U wilt zorg die betaald wordt uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). U kunt daar altijd een aanvraag voor doen. Het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg)

Nadere informatie

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Opening Anneke Augustinus Manager Care Zorgkantoor Zorg en Zekerheid Foto: website Activite Waarom vandaag? Delen kennis en ervaringen zodat: Het zorgkantoor voldoende

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit CiZ_A5_WLZ_WT_15-06-15_def#2.indd 1 19-06-15 10:58 Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan kan het zijn dat u in aanmerking komt voor zorg vanuit

Nadere informatie

Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de (ouderen) zorg.

Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de (ouderen) zorg. Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de (ouderen) zorg. Joop Blom, voorzitter commissie Zorg en Welzijn en Wonen NVOG VOOR: Vereniging Gepensioneerden DuPont Nederland op 23 april 2015. Ontwikkelingen.

Nadere informatie

No. 015.038.0010. besluit vast te stellen de. Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Twenterand

No. 015.038.0010. besluit vast te stellen de. Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Twenterand No. 015.038.0010 Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Twenterand De raad van de gemeente Twenterand; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel

Nadere informatie

Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ

Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ De 12 gemeenten in Brabant Noordoost-oost (BNO-o) hebben samen met een groot aantal instellingen hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de transitie AWBZ.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 01 013 Nr. 300 MOTIE VAN DE LEDEN VAN T WOUT EN BERGKAMP Voorgesteld 13 juni 013 overwegende dat gemeentelijke beleidsvrijheid ten aanzien van de besteding van middelen cruciaal is voor het

Nadere informatie

Ontwikkelingen in de Zorg voor Ouderen

Ontwikkelingen in de Zorg voor Ouderen Ontwikkelingen in de Zorg voor Ouderen Belangenvereniging pensioengerechtigden Politie 21 november 2012 Joop Blom, voorzitter commissie Zorg en Welzijn en Wonen NVOG. Belangenvereniging Pensioengerechtigden

Nadere informatie

Seminariereeks sociaal werk de toekomst in!

Seminariereeks sociaal werk de toekomst in! Seminariereeks sociaal werk de toekomst in! De juiste balans. Over de complexe relatie tussen formele en informele zorg. Dr. Ir. Rick Kwekkeboom Hogeschool van Amsterdam Volgend gastcollege: 22 maart 2013

Nadere informatie

Het Nederlandse Zorgstelsel

Het Nederlandse Zorgstelsel Het Nederlandse Zorgstelsel Een heldere blik op de regels in de gezondheidszorg Corné Adriaansen 12 september 2012 Door de bomen het bos niet meer te zien? Zorgstelsel Nederland 2012 Financieringsstromen

Nadere informatie

Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening.

Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening. Ouderenzorg - zorgen voor later? Beste mensen, Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening. Heel kort iets over de stichting. De Stichting Welzijn

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Mantelzorgbeleid Driezorg

Mantelzorgbeleid Driezorg Mantelzorgbeleid Driezorg Inleiding Mantelzorg is een belangrijk en omvangrijk deel van de zorg. Naar verwachting neemt het aandeel van mantelzorgers toe in verband met demografische en sociaal-economische

Nadere informatie

DECENTRALISATIE BEGELEIDING BIJEENKOMST VOOR FRIESE GEMEENTEN OVER DE DATA SET DE KLANT ALS KOMPAS. Zorgkantoor Friesland 15 december 2011

DECENTRALISATIE BEGELEIDING BIJEENKOMST VOOR FRIESE GEMEENTEN OVER DE DATA SET DE KLANT ALS KOMPAS. Zorgkantoor Friesland 15 december 2011 DECENTRALISATIE BEGELEIDING BIJEENKOMST VOOR FRIESE GEMEENTEN OVER DE DATA SET DE KLANT ALS KOMPAS Zorgkantoor Friesland 15 december 2011 WAT KUNT U VERWACHTEN 1. Aanleiding bijeenkomst 2. Begeleiding

Nadere informatie

Dit stukje gaat alleen over de WMO met waar nodig de relatie naar de twee andere wetten.

Dit stukje gaat alleen over de WMO met waar nodig de relatie naar de twee andere wetten. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning- Samenvatting en aandachtspunten uit de bespreking in de Tweede Kamer gericht op de gevolgen voor mensen met chronische beademing door Elske ter Veld, voorzitter VSCA

Nadere informatie

Zorgkantoor Friesland Versmalde AWBZ (Wlz)

Zorgkantoor Friesland Versmalde AWBZ (Wlz) Zorgkantoor Friesland Versmalde AWBZ (Wlz) & De Friesland Zorgverzekeraar Toewijsbare Wijkverpleegkundige Zorg (Zvw) Niet-toewijsbare Wijkverpleegkundige Zorg (Zvw) Inhoud Presentatie Hervormingen Langdurige

Nadere informatie

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 1. Inleiding Een van de nieuwe punten in de Bijzondere Subsidieverordening

Nadere informatie

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz BEREIKBAARHEID EN INFORMATIE Hoe word ik als cliënt geïnformeerd over de veranderingen? Met een brief van de gemeente Met een persoonlijk gesprek in 2015

Nadere informatie

: signalementen regiovisies gehandicaptenbeleid en ggz en gehandicaptenzorg

: signalementen regiovisies gehandicaptenbeleid en ggz en gehandicaptenzorg Aan de leden van de commissie Welzijn, Zorg en Cultuur Nr.: 2001-8539/21/A.17, IWW Groningen, 31 mei 2001 Behandeld door : mw. W.E. de Boer Telefoonnummer : (050) 316 4963 Onderwerp : signalementen regiovisies

Nadere informatie

College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond

College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond Postbus 232 5700 AE HELMOND Helmond, 20 januari 2012 Onderwerp: Advies betreffende evaluatie Seniorenraad 2009-2011 nota Seniorenbeleid 2012

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015

Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015 Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Tegenprestatie:

Nadere informatie

De economische betekenis van mantelzorg

De economische betekenis van mantelzorg De economische betekenis van mantelzorg Guus Schrijvers, opvolger van prof.dr. J.C.M. Hattinga Verschure en auteur van het boek Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel Beschrijving van het begrip mantelzorg

Nadere informatie

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom?

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Het ministerie van VWS heeft wee websites in het leven geroepen die hierover uitgebreid informatie geven www.dezorgverandertmee.nl en www.hoeverandertmijnzorg.nl

Nadere informatie

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015 De raad van de gemeente Roosendaal, gelezen het voorstel van het college van 24 maart 2015, gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6,

Nadere informatie

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio.

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio. Startnotitie Dagactiviteiten Huidige situatie In de huidige uitvoering van dagactiviteiten is een onderscheid in drie segmenten : dagactiviteiten voor jeugd, volwassenen en ouderen. Zij worden gescheiden

Nadere informatie

De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische

De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische De Wet Langdurige Zorg- samenvatting gericht op de gevolgen voor mensen met chronische beademing door Elske ter Veld, voorzitter VSCA. Bij de Tweede Kamer ligt nu ook de Wet Langdurige Zorg, de WLZ. Deze

Nadere informatie

Welzijn en (gezondheids)zorg

Welzijn en (gezondheids)zorg Hoofdstuk 14 Welzijn en (gezondheids)zorg 14.1 Inleiding Een belangrijke doelgroep voor het welzijns- en zorgbeleid zijn de ouderen. Dit hoofdstuk begint daarom met het in kaart brengen van deze groep

Nadere informatie

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur Inleiding TRILL is een methodiek die de verantwoordelijkheden en de te leveren prestaties van betrokken partijen in kaart brengt. Zo moet de ambtenaar de beleidsdoelstellingen die door het gemeentebestuur

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Mantelzorg, waar ligt de grens?

Mantelzorg, waar ligt de grens? Mantelzorg, waar ligt de grens? CDA Talentacademie 2014-2015 Anita Relou Wat is volgens het christendemocratisch gedachtengoed de grens van mantelzorg. Inleiding 2015. Een jaar met veel veranderingen in

Nadere informatie

Inhoudelijke veranderingen per 1 januari 2013 in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ van het ministerie van VWS

Inhoudelijke veranderingen per 1 januari 2013 in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ van het ministerie van VWS Inhoudelijke veranderingen per 1 januari 2013 in de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ van het ministerie van VWS Korte inhoud In dit document worden de veranderingen weergegeven in de Beleidsregels

Nadere informatie

Inleiding Rob van Gijzel Studiedag WMO

Inleiding Rob van Gijzel Studiedag WMO Inleiding Rob van Gijzel Studiedag WMO 2 september 2005 te Den Bosch De organisatoren hebben mij gevraagd om, naast mijn rol als dagvoorzitter, vooraf kort een inleiding te houden over de context waarbinnen

Nadere informatie

Wensen en ideeën over Wonen met Welzijn en Zorg vanuit cliëntenperspectief in de regio Eemland: een Quick Scan

Wensen en ideeën over Wonen met Welzijn en Zorg vanuit cliëntenperspectief in de regio Eemland: een Quick Scan Wensen en ideeën over Wonen met Welzijn en Zorg vanuit cliëntenperspectief in de regio Eemland: een Quick Scan Een wensen- en ideeënlijst vanuit cliëntenperspectief als leidraad voor de samenwerkende gemeenten

Nadere informatie

Toekomstbestendige ouderenzorg vergt nieuw paradigma

Toekomstbestendige ouderenzorg vergt nieuw paradigma Toekomstbestendige ouderenzorg vergt nieuw paradigma Prof.dr. Robbert Huijsman MBA, Bijzonder hoogleraar Management & Organisatie Ouderenzorg Senior manager Kwaliteit & Innovatie, Achmea Enkele belangrijke

Nadere informatie

De Wmo en de decentralisaties

De Wmo en de decentralisaties De Wmo en de decentralisaties Presentatie Alice Makkinga Adviseur programma Aandacht voor Iedereen Inhoud Landelijk programma Aandacht voor iedereen Belangrijke maatschappelijke trends? Belangrijkste wettelijke

Nadere informatie

Decentralisatie begeleiding naar gemeenten. Wat houdt het in? Wat gaat er veranderen?

Decentralisatie begeleiding naar gemeenten. Wat houdt het in? Wat gaat er veranderen? Decentralisatie begeleiding naar gemeenten Wat houdt het in? Wat gaat er veranderen? Loes 10 jaar Basisschool sinds 4 e jaar Rugzakje Extra begeleiding gymles (PV) Broer/zus op zelfde school Gastgezin,

Nadere informatie

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112 Beleid mantelzorg Herzieningsdatum 031112 Mantelzorgbeleid Cederhof Mantelzorg kan worden gedefinieerd als de extra zorg en begeleiding die mensen, vrijwillig, langdurig en onbetaald, verlenen aan personen

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

BEREIKBAARHEID EN INFORMATIE

BEREIKBAARHEID EN INFORMATIE Vragen en antwoorden Klankbordgroep In het najaar van 2014 hebben een aantal cliënten en mantelzorgers uit de zes Dongemondgemeenten (Aalburg, Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Werkendam en Woudrichem)

Nadere informatie

Gevolgen van het regeerakkoord voor de zorg Herman Klein Tiessink

Gevolgen van het regeerakkoord voor de zorg Herman Klein Tiessink Gevolgen van het regeerakkoord voor de zorg Herman Klein Tiessink Stand van zaken regeerakkoord op dit moment Kern is versterking van zorg thuis ( extramuraliseren ) via Wmo en Zorgverzekeringswet Uit

Nadere informatie