Duurzame zorg in UMC-verband voor kinderen met kanker

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Duurzame zorg in UMC-verband voor kinderen met kanker"

Transcriptie

1 Persoonlijk en Vertrouwelijk Duurzame zorg in UMC-verband voor kinderen met kanker Eindadvies aan het NFU bestuur over de Concentratie Kinderoncologie in UMC-verband NFU Werkgroep Kinderoncologie Datum: 20 mei 2011 NFU

2 Inhoud 1. Inleiding 2. Schets van het Kinderoncologisch Consortium Nederland (KCN). 3. Uitwerking per patiëntencategorie 4. Inbedding van zorg 5. Onderzoek 6. De KCN centra en de locaties 7. Governance 8. Overgangsfase Addenda: 1. Derde interimadviesrapportage van de NFU werkgroep Kinderoncologie (NFU ). NB: voor de leesbaarheid zijn de in dat rapport genoemde bijlagen niet meer bijgevoegd. 2. Samenstelling en werkwijze NFU werkgroep Kinderoncologie 3. Basisdocumenten 4. Missie, ambitie en uitgangspunten van het kinderoncologisch samenwerkingsverband in UMC setting 5. Het besturingsmodel van het kinderoncologisch samenwerkingsverband in UMC setting 6. Veilige haven Bij de voorpagina: Vuist van kunstenaar mevr. Sannie Oppelaar, Haren 2

3 Duurzame zorg in UMC-verband voor kinderen met kanker 1. Inleiding In november 2010 is in opdracht van het NFU bestuur een NFU werkgroep Kinderoncologie geformeerd om een samenwerkingsverband tussen UMC s te schetsen waarbinnen duurzame zorg voor alle kinderen met kanker in Nederland kan worden gegeven en waarbinnen onderzoek rond kinderen met kanker kan plaatsvinden. Dit document omvat het eindadvies van de NFU werkgroep Kinderoncologie. Dit eindadvies is gebaseerd op de drie eerdere rapporten van de werkgroep en vat deze samen. Van deze rapporten die sequentieel uit elkaar voortgekomen zijn, is het derde interimadviesrapport als addendum 1 integraal bijgevoegd. Voor de samenstelling van de werkgroep en de werkwijze wordt verwezen naar addendum Schets van het Kinderoncologisch Consortium Nederland (KCN). Op grond van de basisdocumenten (zie addendum 3) en de daaruit ontwikkelde missie en ambitie ten aanzien van veilige zorg voor kinderen met kanker waarbij het kind en diens gezin op de eerste plaats komen (zie addendum 3), stelt de werkgroep het KCN voor als een hecht en waterdicht nationaal samenwerkingsverband van 4-5 UMC locaties onder een centrale directie voor alle relevante professionals. In dit samenwerkingsverband zijn de professionals in the lead waarbij een hechte samenwerking met (vertegenwoordigers van) de patiënten is voorzien. De centrale directie heeft de regie en is verantwoordelijk voor afstemming en samenhang, coördinatie, uitvoering en optimalisatie/innovatie van het ene, uniforme nationale programma voor zorg en ook voor onderzoek. Binnen dit KCN zal alle zorg voor kinderen met kanker waaronder diagnostiek, chirurgische ingrepen, radiotherapeutische behandelingen, alle vormen van chemotherapie, de allogene stamceltransplantatie, revalidatie en langdurige follow-up, state of the art en volgens de laatste inzichten plaatsvinden. In Nederland zal in de periferie geen kinderoncologische zorg meer worden verleend. Omdat nieuwe ontwikkelingen en inzichten altijd invloed moeten kunnen hebben op de inhoud en de vormgeving van de zorg, is in het KCN model de nodige ruimte voor vloeibaarheid en beweging ingebouwd. Het kan daarom nu niet voor eens en voorgoed worden vastgelegd. De verschillende UMC s hebben in het KCN deels een verschillende expertise en mogelijkheden maar allen zullen een breed spectrum aan zorgactiviteiten kunnen aanbieden. Voor alle trajecten van de behandeling en de zorg geldt dat patiënten en hun ouders actief betrokken worden bij die zorg en de beslissingen die daarin te nemen zijn. Voor elk kind zal een individueel behandelplan worden opgesteld gebaseerd op het nationale KCN programma en dus in hechte samenwerking met alle relevante professionals. Afhankelijk van diagnose zal dit plan, of onderdelen daarvan, worden uitgevoerd in het expertisecentrum of het KCN centrum zo dicht mogelijk bij de woonplaats van het kind. Eén van de UMC s huisvest het zogenoemde expertisecentrum. Dit expertisecentrum is bedoeld om de coördinatie van de zorg en onderzoeksactiviteiten te verzorgen. In het expertisecentrum zullen alle experts op het gebied van de behandeling en het onderzoek van kinderen met kanker delen van hun tijd kunnen werken. In het expertisecentrum zullen die activiteiten geconcentreerd worden die door de aard van hun ingewikkeldheid of zeldzaamheid concentratie behoeven. In het expertisecentrum zullen de gegevens van de kinderen met kanker vanaf het moment van diagnose worden vergaard tot en met het afsluiten van de follow-up. Vanuit het expertisecentrum zal 3

4 tussen de participerende UMC s een zodanige logistiek met alle moderne middelen worden opgebouwd dat 7x24 uur contact tussen de experts op de verschillende locaties mogelijk is. Het expertisecentrum van het KCN zal een nationale en internationale uitstraling moeten hebben. Alle centra binnen het KCN zullen een eenduidige herkenbare KCN identiteit dragen. 3. Uitwerking per patiëntencategorie De werkgroep onderscheidt 4 hoofdgroepen van kinderkanker. 1. Kinderen met een hematologische kanker (240 nieuwe kinderen op jaarbasis): deze kinderen presenteren zich via huisarts en kinderarts bij een van de UMC s van het KCN. Indien enigszins mogelijk worden zij bij het begin van de behandeling gezien in het expertisecentrum voor diagnostiek, afname van materiaal voor weefselbank en onderzoek en eventuele inclusie in studies. De verwachting is dat ongeveer 60% van de behandelcontacten, inclusief beenmergtransplantaties, in het expertisecentrum zal plaatsvinden en ongeveer 40% in het andere KCN centrum. 2. Kinderen met kanker uitgaande van het zenuwstelsel (110 nieuwe kinderen op jaarbasis): kinderen met een kanker in het centrale zenuwstelsel presenteren zich langs verschillende wegen zoals huisarts, kinderarts, kinderneuroloog of kinderneurochirurg. De diagnostiek zal in samenspraak tussen radiodiagnosten, kinderneurologen, kinderchirurgen en kinderoncologen plaatsvinden en de beslissing om wel of niet te moeten opereren zal soms snel moeten genomen. Ingrepen door kinderneurochirurgen moeten plaatsvinden in die KCN locaties waar de benodigde expertise voor de bewuste ingreep aanwezig is, ingebed in een complete neurochirurgische afdeling met alle mogelijkheden voor postoperatieve zorg en zo nodig revalidatie. Door de aard van de ingrepen zal een aantal van deze plaatsvinden in het expertisecentrum. Bij kinderen met een neuro-oncologische aandoening zal veelal chemotherapie noodzakelijk zijn en van deze zal ongeveer 60% in een expertisecentrum en ongeveer 40% in het KCN centrum dat het dichts bij de woonplaats van het kind is plaatsvinden. 3. Kinderen met solide tumoren (180 nieuwe kinderen per jaar): kinderen met solide tumoren presenteren zich langs verschillende wegen. Kinderen met een verdenking op een primaire bottumor komen veelal bij de kinderorthopeden. De meeste van deze primaire bottumoren zijn niet maligne en uiteindelijk blijken bij screening en triage enkele tientallen van deze kinderen een kwaadaardige primaire bottumor te hebben. Diagnose en behandelingplan zullen worden opgesteld in samenspraak tussen radiodiagnost, kinderorthopeed, kinderoncoloog en kinderradiotherapeut en eventuele operatieve ingrepen zullen plaatsvinden in een KCN centrum dat de relevante expertise heeft en alle waarborgen voor goede zorg tijdens en na de operatie. Door de aard van de ingreep zullen de meeste ervan worden uitgevoerd in het expertisecentrum. Kinderen met een solide tumor anders dan een bottumor presenteren zich doorgaans eenduidig. Dergelijke kinderen hebben bijna uitsluitend een kwaadaardige tumor. De diagnostiek en het behandelplan zullen worden opgesteld in samenspraak tussen radiodiagnost, kinderchirurg, kinderoncoloog en kinderradiotherapeut of relevante deskundigen. Door de zeldzaamheid van deze tumoren zullen deze tumorgerichte locoregionale behandelingen in het expertisecentrum plaatsvinden. De veelal noodzakelijke chemotherapie bij kinderen met solide tumoren zal voor ongeveer 70% plaatsvinden in het expertisecentrum en voor ongeveer 30% in het KCN centrum het dichts bij de woonplaats van het kind. 4

5 4. Kinderen met retinoblastoom (10 á 15 nieuwe kinderen op jaarbasis): deze kinderen zullen op 1 plaats binnen het KCN worden gezien en behandeld in samenwerkingsverband tussen oogartsen en kinderoncologen. Radiotherapeutische behandelingen zullen worden gepland in het kader van het totale behandelingsplan. Gezien de relatieve zeldzaamheid van deze behandelingen zullen belangrijke delen plaatsvinden in het expertisecentrum of, op indicatie, in een van de andere KCN centra. Op de agenda van het KCN moet komen te staan het ontwikkelen en communiceren van een eenduidige zogenoemde verwijzingsrichtlijn. 4. Inbedding van zorg Van uitermate groot belang in alle KCN centra is dat de behandelingen van kinderen door snijdende specialismen en radiotherapeuten, en door alle relevante ondersteunende specialismen zoals pathologie, fysiotherapie en revalidatie, niet los of geïsoleerd gezien kunnen worden van de activiteiten die bij jonge adolescenten of volwassenen plaatsvinden. Bij de keuze van de behandeling en de lokatie daarvan wordt uitgegaan van de behoeften van de patiënt en de optimale expertise van het behandelend team. Daarnaast is voor de ontwikkeling van het vakgebied, en de opleiding van nieuwe specialisten met de expertise op het gebied van de behandeling van kinderen met kanker inbedding in het grotere geheel van relevante afdelingen noodzakelijk. Kinderen met kanker overleven en lopen op latere leeftijd aan tegen de effecten van eerdere behandelingen. Bij andere ziektebeelden bij kinderen is daarmee in de UMC s ook veel ervaring opgedaan. Die kennis en kunde, uitmondend in zogenoemde levensloopgeneeskunde, moet met alle daarvoor benodigde faciliteiten ingezet worden voor kinderen met kanker in de transitie fase. Bij de inbedding van de zorg moet ook voortdurend rekening gehouden worden met de sociale context van het kind en het gezin, en de sociale omgeving waarin het kind leeft. 5. Onderzoek Onderzoek binnen de kinderoncologie kan niet los gezien worden van onderzoek op het gebied van kanker in het algemeen. De activiteiten rond kinderoncologie zullen in nauwe samenhang met onderzoeksactiviteiten bij volwassenen worden geredigeerd. De KCN centra zijn dan ook zo gekozen dat alle relevante contacten tussen kinderoncologen en volwassenen oncologen en hematologen, en tussen laboratoria die zich bezighouden met onderzoek op het gebied van (kinder)kanker tot een maximum geëxploiteerd kunnen worden. Dat wordt gewaarborgd doordat op alle KCN locaties experts op het gebied van kinderkanker aanwezig zijn om aldus de translaties mogelijk te maken. Alle onderzoeksactiviteiten op het gebied van kinderkanker zullen vanuit het expertisecentrum worden gecoördineerd opdat een nationaal programma ontstaat. Uitvoering van onderzoek zal geschieden op de plaats binnen het KCN waar dat om wetenschappelijke, organisatorische of technische redenen opportuun is. 6. De KCN centra en de locaties Afhankelijk van de locatie van het expertisecentrum zijn er 4-5 locaties; de KCN centra in Groningen, Nijmegen, Rotterdam, een nader te bepalen locatie bij een van de beide UMC s in Amsterdam en Utrecht. 5

6 Al deze centra zullen een volwaardig en multidisciplinair samenwerkend team van betrokken professionals huisvesten dat in staat zal zijn volwaardig te participeren in de acute opvang, de participatie in behandelplannen en behandeling van complicaties bij kinderen met kanker. Dat betekent dat er een voldoende groot team van kinderoncologen met alle relevante ondersteuning moet zijn, en afhankelijk van het centrum ook mogelijkheden voor interventie op het gebied kinderneurochirurgie en anderszins. Per centrum zal de precieze samenstelling verder moeten worden vastgesteld. Het expertisecentrum zal deels bemenst worden door een vast team dat multidisciplinair samenwerkt en deels door experts op het gebied van kinderkanker vanuit andere KCN locaties. Een groot deel van de coördinatie van de diagnostiek, besluitvorming en opstellen van behandelplannen zal met behulp van moderne elektronische middelen kunnen plaatsvinden. Als regel zal een kind bij het begin van de behandeling in het expertisecentrum worden gezien. 7. Governance Het KCN kent een centrale governance uit te voeren door een directie die rechtstreeks verantwoording schuldig is aan het conglomeraat van de Raden van Bestuur van de participerende UMC s. Deze directie stelt een meerjarenplan voor, en voert op basis van jaarplannen het vastgestelde beleid uit. Hierbij heeft hij de zeggenschap over formatie, exploitatie en de daaraan verbonden gelden alsmede alle researchgelden (zie verder addendum 5). 8. Overgangsfase De situatie op het gebied van kinderkanker in Nederland is toe aan een nieuwe stap. Om naar een excellent functionerend KCN model toe te groeien is een overgangsfase nodig die vooraf gaat aan de periode waarin het KCN daadwerkelijk operationeel is. In de overgangsfase moet de nodige professionele aandacht uitgaan aan het ontwikkelen van een goed teamklimaat onder alle specialisten die met hun vakinhoudelijke expertise integraal rondom het kind met kanker en hun gezin staan. In de overgangsfase zijn kwartiermakers nodig met uitvoerende bevoegdheden direct geplaatst onder het conglomeraat van de Raden van Bestuur van de participerende UMC s. Deze kwartiermakers, die zo snel als mogelijk moeten gaan functioneren, bestaan uit een medicus/kinderarts-oncoloog en een bedrijfskundige. De kwartiermakers zullen uiteraard de Coöperatie NKOC bij hun werkzaamheden betrekken en om input vragen. De kwartiermakers worden intensief begeleid door een team bestaande uit medisch inhoudelijke deskundigen, een deskundige op het gebied van besturing en financiering en een deskundige op het gebied van patiëntenperspectief. De kwartiermakers zullen alle voorbereidingen treffen, inclusief het optimaliseren van de samenwerking tussen professionals, opdat 1 januari 2012 het KCN operationeel zal zijn. Gaandeweg zal een verdergaande definiëring plaatsvinden van de inhoud van de diverse KCN centra en van de patiëntenstromen. That's one small step for a man, one giant leap for mankind. Neil Armstrong, Apollo-11 eerste maan landing missie, 20 juli

7 Addenda 1. De tekst van de 3 e interimadvies rapportage van de NFU werkgroep Kinderoncologie (NFU ). I.v.m. de leesbaarheid zijn de bijlagen niet bijgevoegd. 2. Samenstelling en werkwijze NFU werkgroep kinderoncologie 3. Basisdocumenten 4. Missie, ambitie en uitgangspunten van het kinderoncologisch samenwerkingsverband in UMC setting 5. Het besturingsmodel van het kinderoncologisch samenwerkingsverband in UMC setting 6. Veilige haven 7

8 8

9 Addendum 1 3 e interimadvies rapport van de NFU werkgroep Kinderoncologie (NFU ) 9

10 10

11 Persoonlijk en Vertrouwelijk Duurzame zorg in UMC-verband voor kinderen met kanker 3 e interim advies aan het NFU bestuur over de Concentratie Kinderoncologie in UMC-verband NFU Werkgroep Kinderoncologie 25 april 2011, 2 e Paasdag NFU

12 Inhoud 1. Proces en werkwijze 2. Hoekstenen 2.1 De missie 2.2 De ambitie 3. Het model 3.1 De uitgangspunten van het model 3.2 De verdieping van het model 3.3 Governance die ten dienste staat aan de werkbaarheid van het model 4. De zorg van kinderen met kanker in de KCN-centra 5. De locaties van de KCN centra 5.1 De uitstraling 5.2 De locaties van de KCN centra 6. Tot slot Bijlagen: - Abstract UMCG - Abstract Erasmus MC - Abstract AMC/VUmc - Abstract UMCUtrecht - Abstract UMC St Radboud - Brief coöperatie NKOC - Document over de governance Bij de voorpagina: Vuist van kunstenaar mevr. Sannie Oppelaar, Haren 12

13 1. Proces en werkwijze In november 2010 is de NFU werkgroep kinderoncologie van start gegaan om, vanuit de opdracht van het NFU bestuur, te trachten de ideeën (zowel inhoudelijk als op governance gebied) over concentratie van de zorg voor kinderen met kanker zoals deze eerder verwoord waren door de coöperatie NKOC en door de NFU in elkaar te ritsen. De werkgroep bestaat uit prof. dr. R. Pieters, dr. M. Bierings, mevr. dr. E. de Bont, prof. dr. P. Hoogerbrugge, prof. dr. H. Caron en prof. dr. G.J. Kaspers (en tot prof. dr. R.M. Egeler), en is geleid door prof. dr. P.C. Huijgens en mevr. prof. dr. W.T.A. van der Graaf. Dhr. Ir. H.M. le Clercq is na januari 2011 toegevoegd aan de werkgroep om het onderdeel governance uit te denken. Mevr. Dr. E. Manten-Horst treedt op als secretaris van de werkgroep. Cruciaal in alle werkgroep besprekingen waren de volgende statements: - De inhoud is leidend en alle (professionele en patiënt) aspecten relevant voor de zorg voor kinderen met kanker moeten meegewogen worden, - Uit de comfort zone komen en out of the box denken over een inhoudelijk en organisatorisch model ten dienste van de kinderoncologie, - Van grof naar fijn toe werken waarbij de vorm van een model logisch voortvloeit en groeit vanuit de inhoud. De werkgroep heeft 2 interim-adviesrapportages geschreven (NFU en NFU , niet bijgevoegd) en aan het NFU bestuur in januari en in maart 2010 voorgelegd. Door deze tussentijdse stappen in te lassen en het keer op keer uitgesproken vertrouwen van het NFU bestuur in de aanpak van de werkgroep, ontstond de ruimte om in gesprek, het model van de concentratie van de kinderoncologie organisch en gezamenlijk in de werkgroep verder te laten evolueren. Ten behoeve van de thans voorliggende 3 e adviesrapportage is de werkgroep bijeen geweest op 5 april nadat op 29 en 30 maart 2011 een aantal gesprekken gevoerd zijn met de medebehandelaren: - de kinderneurochirurgen (v Veelen/Erasmus, Hoving/ UMCG, v Lindert/ UMC St Radboud), - de kinderradiotherapeuten (Dolsma/UMCG, Janssens/ UMC St Radboud, Nowak/ Erasmus MC, Oldeburger/ AMC), - de kinderorthopeden (Schaap/ AMC, Bramer/ AMC, Jutte/ UMCG, Dijkstra/ LUMC, Schreuder/ UMC St Radboud) en, - de kinderchirurgen (M. Wijnen/ UMC St Radboud, Heij/ AMC-VUmc). Op 15 april 2011 is door de leiding van de werkgroep met de Vereniging Ouders Kinderen en Kanker (VOKK, mevr. Naafs en mevr. Poort-Hegeman) gesproken. Rondom de governance zijn, onder regie van dhr. Le Clercq, de juristen van de coöperatie NKOC en de NFU om tafel gaan zitten. De afgelopen periode is zodoende stap voor stap in de werkgroep, vanuit de inhoud, toegewerkt naar een model voor de concentratie kinderoncologie wat thans als advies aan het NFU bestuur voorligt. Het is voor het welslagen van het proces essentieel dat het NFU bestuur zich in deze fase van het proces uit spreekt over het model, m.n. over de lokaties van expertisecentrum en shared care centra en over het governance model. 2. Hoekstenen 13

14 In de voorgaande 2 interimadviesrapportages is een tweetal hoekstenen beschreven die opeenvolgend ontstaan zijn in de werkgroepbesprekingen. De hoekstenen vormden de basis om in elke volgende werkgroepbespreking verder te kunnen bouwen aan een model op hoofdlijnen over de concentratie kinderoncologie. In vogelvlucht worden deze hoekstenen (missie, ambitie) hier nog eens benoemd. 2.1 De missie Allereerst was daar de formulering voor de missie. Waar willen we voor staan, nu en in de toekomst?. De werkgroep zag het als haar taak om voor het kind met een ziekte te gaan staan en niet voor een ziekte op zich zelf. De bij een ziek kind gesignaleerde medische problemen betreffen zowel de diagnostiek, de herkenning van het ziektebeeld, de behandeling, de late effecten en follow up periode als de begeleiding. Deze aspecten, samen met het wetenschappelijk onderzoek gericht op het verkrijgen van inzicht in het ontstaan van (kwaadaardige) ziekten en de daaruit te ontwikkelen doelgerichte behandelingen vereisen: - (oncologische) multidisciplinariteit, - de medewerking van veel, ook niet primair oncologische, disciplines, - overleg en samenwerking met de volwassen geneeskunde. Samengevat: het gaat bij de zorg en behandeling van kinderen met kanker om professionals die samenhang zoeken en met elkaar communiceren, ook over de leeftijdsgrens heen. De uitrol van de missie in een model moet ook duurzaam blijken; niet alleen voor het nu, maar ook voor de toekomst, een zekere mate van vloeibaarheid hebben en niet te zeer geënt zijn op personen of individuele specialismen. 2.2 De ambitie Gedreven door deze missie ontstond bij de werkgroep het verlangen om ook een krachtige ambitie te formuleren voor de beste zorg voor kinderen met kanker, waar dan ook in Nederland. Dit moet beyond excellence zijn, nu en in de toekomst. De werkgroep stelt dat de beste zorg voor kinderen met kanker waar dan ook in Nederland inclusief de zorg voor de transitie naar adolescenten in de toekomst alleen beyond excellence gegarandeerd kan worden: - Als er voor kinderen met kanker, waar dan ook in Nederland, één beleid, één state of the art nationaal programma komt. - Als in het totale proces alle professionals gebruik maken van elkaars expertise, ook buiten de kindergeneeskunde. - Als zij elkaar daarin stimuleren en die expertise toegewijd willen inzetten, dienstig te maken door multidisciplinair samen te werken en daarbij geen kokerdenken toe te staan. - Als de researchlijnen zodanig gecoördineerd en gestroomlijnd worden dat integratie van diagnostiek, research en zorg optimaal kan verlopen en innovatie van zorg maximaal gegarandeerd kan worden. Dit houdt ook in dat er zekere, substantiële delen van de research op één plek moeten worden uitgevoerd. - Als de topreferente zorg en research voor kinderen met kanker verankerd is in een UMC setting. - Als de huidige span of control (van 7 UMC s en 20 regionale ziekenhuizen) drastisch indikt door: o o De zorg alléén uit te oefenen in een beperkt aantal daartoe uitgeruste UMC s, waarbij die trajecten van diagnostiek en zorg die specifieke expertise, apparatuur en/of personeel op locatie behoeven, op één locatie worden uitgevoerd. (Onderdelen van) de zorg niet meer in regionale/ perifere ziekenhuizen te laten plaatsvinden. 14

15 3. Het model Onderstaand wordt het model beschreven dat de werkgroep voor ogen staat om de missie en ambitie op een duurzame manier waar te kunnen maken. Het model kent een aantal uitgangspunten (beschreven in 3.1). Vanuit die uitgangspunten is verder nagedacht over de verdieping. Deze staat opgetekend in 3.2. De verdiepingsslag is gemaakt door middel van gesprekken met de medebehandelaren van kinderen met kanker en met de patiëntenorganisatie Vereniging Ouders, kinderen en Kanker (VOKK). Een model kan alleen werken als een juiste governance structuur dit ondersteunt. De governance ten dienste aan het model is geformuleerd in De uitgangspunten van het model Uit de formulering van de missie en de ambitie volgde als van zelf de wens tot het vormen van een hecht en waterdicht nationaal samenwerkingsverband van een beperkt aantal UMC s (n=4-5 1 ) onder een centrale directie van professionals die verantwoordelijk is voor afstemming, coördinatie en optimalisatie. Er wordt één vuist gemaakt. Met dit hechte netwerk van 4-5 UMC s kan de missie en ambitie waar gemaakt worden. De werkgroep heeft voor dit samenwerkingsverband de werknaam het Kinderoncologisch Consortium Nederland (KCN) gehanteerd. Het Consortium garandeert in de 4-5 aangesloten UMC s de toegewijde naleving en ontwikkeling van het uniforme beleid evenals de totale begeleiding van en academische excellente zorg voor kinderen met kanker of verdenking op het bestaan van kanker. Daarbij hanteert de werkgroep als leidraad het motto van de VOKK: centraal wat centraal moet en nabij wat nabij kan. Om die reden zullen delen van de zorg op basis van het door het Kinderoncologisch Consortium Nederland ontwikkelde programma ondergebracht worden bij één expertise centrum bij één UMC en andere delen bij academische shared care UMC s. Het expertisecentrum functioneert zelf ook als een academisch shared care centrum. Als uitgangspunten voor het hechte samenwerkingsverband zijn geformuleerd: Alle in de centra van het Consortium aanwezige expertise die relevant is voor de kinderoncologie wordt maximaal en onvoorwaardelijk beschikbaar gemaakt voor álle centra van dat Consortium. Waar de zorg en het onderzoek dat verlangt wordt dit samengebald in één expertisecentrum bij één UMC. Het expertisecentrum is als het ware de ultieme broed- en ontmoetingsplaats voor alle experts uit de bij het Consortium aangesloten centra. De professionals binnen het Consortium kunnen delen van hun tijd in het expertise centrum en delen van de tijd in het academische shared care centrum werkzaam zijn. Alle centra van het Consortium dragen een gezamenlijke en dezelfde verantwoordelijkheid voor het op peil houden volgens de laatste wetenschappelijke inzichten van de zorg in álle centra. Alle centra binnen het Consortium zijn beyond excellence. In alle shared centra is excellente state of the art kennis en zorg 100% gegarandeerd voor het kind met (verdenking) kanker en diens ouders ten behoeve van de shared care functie. De experts uit alle 1 Het aantal KCN centra is afhankelijk van de keuze van het expertise centrum. Zie hoofdstuk 5. 15

16 centra zetten bovendien onvoorwaardelijk hun kennis en kunde maximaal in het ene expertise centrum in, als de zorg dat verlangt en conform het nationaal programma van het KCN. De hechte, waterdichte samenwerking, inclusief de coördinatie en ultieme concentratie van kennis en kunde met betrekking tot complexe zaken, is vanuit patiëntenperspectief gezien tegelijkertijd de meerwaarde voor kinderen met (verdenking op) kanker en hun ouders, waar dan ook in Nederland. Het expertise centrum is van alle professionals werkzaam binnen het Consortium. Het staat volledig ten dienste van alle patiënten en hun ouders De verdieping van het model De werkgroep was van mening dat de algemene uitgangspunten van het model gecomplementeerd moesten worden met essentiële items van de medebehandelaren en de VOKK. Daarom zijn met de kinderneurochirurgen, kinderradiotherapeuten, kinder-orthopeden, kinderchirurgen en de VOKK gesprekken gevoerd. In gesprek met de medebehandelaren en de VOKK kreeg het model haar verdieping. De volgende conclusies werden getrokken: 1. In alle fases van het ziekte proces moet het kind (en diens ouders) kunnen rekenen op toegewijde, veilige zorg van het beste academische niveau, nu en in de toekomst. 7x24 beschikbaarheid van alle facetten nodig voor de zorg in de KCN centra. Er moet continuïteit van zorg zijn. De impact en consequenties voor het kind met kanker en het gezin moeten integraal onderdeel zijn van die zorg. De concentratie gedachte moet alleen winst opleveren door te concentreren wat moet, terwijl tegelijkertijd op alle locaties die zorg, en met nadruk ook de acute zorg, moet kunnen worden verleend op het hoogste niveau. Daarom is het noodzakelijk dat voor het borgen van de kwaliteit en de veiligheid de professionals (delen van hun tijd) in het expertise centrum aanwezig zijn en (delen van hun tijd) in het shared care centrum. Het shared care centrum draagt ook bij aan de ontwikkeling in het expertise centrum. Het is absoluut noodzakelijk dat de KCN centra ankers hebben in de UMC s om voortdurend te waarborgen dat er te allen tijde contact gezocht kan worden met andere professionals en alle expertise bij een is. 2. Kinderkanker en de behandeling daarvan vergen een multidisciplinaire aanpak in de 5 onderscheiden hoofddomeinen (diagnostiek, therapie, acute zorg, palliatieve zorg, lange termijn follow-up). De mate waarin kan per domein verschillen. Toegewijde samenwerking en (digitale) communicatie zijn een must. 3. Het is een gegeven dat nieuwe ontwikkelingen en inzichten invloed hebben op de inhoud van de zorg en daarmee op de verdeling van de zorg. Daardoor kan de zorg er dus morgen anders uit zien. Daarom moet een grote mate van vloeibaarheid mogelijk zijn en ingebouwd worden in het model. 4. In hoofdstuk 11.1 van het eerste advies rapport is de kinder-oncologische patiëntenzorg beschreven over de 5 hoofddomeinen. Daaruit blijkt dat er sprake is van gedifferentieerde zorg. Overgenomen is het motto van de VOKK: centraal wat centraal moet en nabij wat nabij kan. 5. Een hechte binding met de UMC s is belangrijk om voor de kinderoncologie nieuwe ontwikkelingen als het ware op te kunnen zuigen uit de volwassen oncologie en vice versa. 16

17 6. Met betrekking tot de transitie merkt de werkgroep op dat er meer ingezet moet worden op het ontwikkelen van beleid daarop. In het eerste interimadviesrapport heeft de werkgroep al gepleit voor het inzetten van zogenoemde Quality Assurance systemen. Gebruik van dergelijke systemen, onlosmakelijk geïntegreerd met patient outcomes measurements zullen de kwaliteit van de zorg sterk verhogen. De medebehandelaren gaven de werkgroep naast bovengenoemde punten, nog een aantal essentiële items mee die relevant zijn voor de kwaliteit en veilige zorg voor kinderen met kanker en waarmee verder gebouwd kan worden aan het model. 7. Draag zorg voor inbedding van zorg en behandeling in een UMC. De wens van de medebehandelaren tot inbedding in UMC verband heeft verschillende redenen. Naast de wens om aangehaakt te blijven bij het moederspecialisme (om ontwikkelingen op te zuigen, om algemene vaardigheden te behouden vanuit de behandeling van volwassen patiënten), heeft inbedding ook te maken met de aanwezige faciliteiten en infrastructuur in een UMC. De kinderoncologie zal gebruik moeten kunnen blijven maken van de meest nieuwe equipment in de UMC s. Voor de behandeling van kinderen met bottumoren is het van wezenlijk belang dat orthopeden gebruik kunnen maken van de aanwezige materialen, faciliteiten en infrastructuur. Ook is inbedding in een UMC belangrijk om vakoverstijgend kennis uit te wisselen met volwassen specialismen. Kruisverbanden met de volwassen specialismen in de oncologie zijn gewenst. Verlies van inbedding (d.w.z.: uit het team, uit een UMC, uit het moederspecialisme) levert verwatering van algemene expertise op, vaardigheden dalen. Juist ook bij volwassen patiënten is op deelgebieden expertise te verkrijgen die ingezet en toegepast kan worden bij kinderen. De orthopeden geven aan dat de ervaring die zij opdoen bij zowel de volwassen orthopedie- als - oncologie (met grotere aantallen: 220 primaire bottumoren) zich direct vertaalt naar de zorg voor kinderen met bottumoren (n=30). De orthopeden werken met een trechtermodel. Aan de bovenkant van de trechter komen verwijzingen uit de periferie binnen en vindt triage en screening plaats. Van alle verwezen patiënten zijn er 50 jonger dan 15 jaar, van hen hebben circa 20 een maligne primaire bottumor. Men ziet maximaal 30 bottumoren per jaar in de groep 17 jaar en jonger. De kinderchirurgen geven aan dat je er beter van wordt als je alles voorbij ziet komen en ook dat je er vanaf het allereerste moment bij betrokken bent voordat je besluit of het een operatie moet worden. Besluitvorming rond indicatiestelling van operatie is minstens zo belangrijk als het doen van de ingreep zelf. Het is belangrijk bij het nadenken over concentratie dat er geborgd is dat het in een UMC setting moet geschieden; vanwege de link met de volwassen oncologische chirurgie (zowel voor de opvolging als voor de kennisuitwisseling), en de behoefte om ook de expertise van de nietoncologische (kinder)chirurgie binnen te hebben. Het vergt ook opbouw van expertise om er achter te komen dat de aandoening benigne is. De kinderchirurgen geven aan dat er niet veel differentiaal diagnoses zijn (dat is wezenlijk anders dan bij de orthopeden); de diagnose is veelal helder. 8. Heb oog voor betrokkenheid De kinderneurochirurgen geven aan we zijn geen handelsreizigers; we moeten en willen de zorg volgen van begin tot eind. Deze professionals zijn voor sommige patiëntengroepen voor een lange tijd in het zorgproces (wat voor kind en ouders een zeer spannende en onzekere periode is) de belangrijkste communicator met kind en ouders; er wordt daardoor ook een vertrouwensband opgebouwd die cruciaal is en niet verloren mag gaan. 17

18 De orthopeden merken op dat de behandeling van kinderen met bottumoren zich kenmerkt door de grote kans op complicaties. Daarom moet je er als behandelaar 100% bovenop zitten gedurende het gehele zorg- en behandeltraject. Je bent geen trucendoos die na de truc vertrekt en geen bemoeienis meer heeft met het traject. Het oog hebben voor betrokkenheid geldt voor zowel de kinderneurochirurgen, de orthopeden, de kinderchirurgen en radiotherapeuten. Allen gaven aan dat zij grote betrokkenheid hebben bij de behandeling van kinderen en dat zij echt van het eerste tot laatste moment dat hun toegewijde expertise nodig is, ook die belangrijke rol ook willen vervullen in een direct patiënten -oudercontact. 9. Garandeer optimale ICT faciliteiten/ stimuleer communicatie en uitwisseling ten dienste van professionals én ten dienste van de patiënt en diens gezin. De zorg en behandeling van kanker vraagt het inroepen van consulten van medebehandelaren of andere professionals. In het hechte samenwerkingsverband moet uitwisseling van kennis en kunde maximaal zijn en verder gestimuleerd worden. Daarvoor wordt voor een deel gebruik gemaakt van digitale communicatie middelen. Alle medebehandelaren merken op dat deze faciliteiten (voor bijvoorbeeld een gezamenlijke teleconsulting/ teleconferencing) geoptimaliseerd moeten worden om digitale communicatie tussen professionals te ondersteunen. De nieuwste communicatiemiddelen moeten ook ingezet worden ten behoeve van de communicatie met de patiënt en diens gezin. 10. Bewaak de samenhang. Voor de zorg en de behandeling van kinderen met kanker is expertise nodig op alle onderdelen van de kinderoncologische diagnostiek en behandeling, zoals kinderoncologie, kinderoncologische chirurgie, kinderoncologisch gespecialiseerde neurochirurgie en - orthopedie, - radiotherapie, psychologie/maatschappelijk werk en kinderoncologie verpleegkundigen. Daarnaast is expertise in praktisch alle deelspecialistische gebieden die zich in de afgelopen periode in de kindergeneeskunde hebben ontwikkeld onontbeerlijk en tevens kennis van bij de zorg voor kinderen betrokken niet-pediatrische (kinder)specialismen zoals pathologen, radiologen, nucleair geneeskundigen, oogartsen, keel-neus-oorartsen, revalidatieartsen en vele anderen waaronder psychosociaal-pedagogische professionals. Deze multidisciplinaire aanpak kan alleen optimaal worden ingevuld door ervaren, goed opgeleide en zich in hun eigen vakgebied continu ontwikkelende medisch specialisten en andere professionals, in een academische structuur. 11. Draag zorg voor opleiding en onderzoek. Vooral de kinderradiotherapeuten geven aan dat zij zorgen hebben over de opleiding en de opvolging. Het model moet daar garant voor staan, het moet de kwaliteit van alle professionals borgen en een aanzuigende werking hebben op jonge veelbelovende professionals van alle relevante specialismen. Ook moet het kinderoncologisch onderzoek als één programma in samenhang met patiëntenzorg en opleidingen geïntegreerd worden vorm gegeven. De VOKK heeft de werkgroep aangegeven het voorliggende concept een mooi plan te vinden. Bovendien heeft de VOKK de werkgroep meegegeven: 12. Betrek bij beleid en uitvoer altijd het patiëntenperspectief. De diagnose en behandeling van kanker bij een kind en de zorg voor dat kind trekt voor lange tijd een grote wissel op zowel het kind als het gezin. Het perspectief wat daarom in dit geval bedoeld wordt, is zowel het patiëntenperspectief als het gezinsperspectief. 18

19 Dit perspectief kan op verschillende manieren betrokken en geborgd worden, zowel via de participatie van patiënten en hun gezin/ouders (door bijvoorbeeld de relevante patiëntenorganisatie (VOKK) of focusgroepen) als via patiëntenmedezeggenschap. 3.3 Governance die ten dienste staat aan de werkbaarheid van het model Het KCN behoeft een duidelijke governance structuur: extern om aan alle maatschappelijke vereisten, zoals die ook aan de leden van de NFU worden gesteld, te voldoen, en intern om als hecht en waterdicht samenwerkingsverband zelfstandig en doelmatig te kunnen opereren. Er wordt een rechtsvorm geadviseerd die recht doet aan de professionele autonomie bij het organiseren van de zorgprocessen voor kinderen met kanker, maar tegelijkertijd de aansluiting bij de onderdak biedende UMC's maximaal benut. De opzet sluit zoveel mogelijk aan bij de structuur zoals die al door het NKOC is voorzien en is bespoken met de juristen van NFU en NKOC. De governance paragraaf is in progress onder leiding van dhr. Le Clercq, samen met de juristen van de coöperatie NKOC en van de NFU. In een separate bijlage zijn thans de voorlopige gedachten geschetst. 4. De zorg van kinderen met kanker in de KCN-centra Via de uitgangspunten en de verdiepingspunten van het model is vervolgens door de werkgroep uitgewerkt hoe de zorg over het netwerk van 4-5 hecht samenwerkende KCN centra, inclusief het expertise centrum, verdeeld kan worden. Daartoe zal een toegroeien naar het KCN model traject moeten worden gestart. De coördinatie en de complexe zorg moeten in het expertise centrum van de 4-5 KCN centra geschieden volgens de hoofdlijnen uit het 1 e en 2 e interim rapport van de commissie. Alle kindertumoren zijn zeldzame en erkende weesziekten. Gezien de volume-kwaliteitsverhouding zal de behandeling van patiënten met dergelijke tumoren in één expertise centrum de kwaliteit van de zorg ten goede komen. Dure infrastructuur nodig voor de behandeling van bepaalde tumoren is ook een reden om die zorg in 1 expertise centrum te concentreren. Een patiënt zal na verdenking op een tumor naar het dichtst bij zijnde shared care centrum van het Kinderoncologisch Consortium Nederland verwezen worden. Daar zal men de verdenking op kanker verder substantiëren en diagnosticeren. Vervolgens zullen het kind en de ouders in het begin gezien worden in het expertise centrum van het Kinderoncologisch Consortium Nederland voor vervolmaking van de diagnostiek van de maligniteit en vaststelling van het behandelprogramma, tenzij er sprake is van een acute bedreiging van de vitale situatie van het kind die transport naar het expertisecentrum onmogelijk maakt. Diagnostiek volgens protocol, inclusief weefseltypering en weefselopslag, zullen worden uitgevoerd in het expertisecentrum, gekoppeld aan de activiteiten die nodig zijn voor weefselopslag en biologische karakterisatie en directe beschikbaarheid van materiaal voor research, en voor activiteiten voor participatie van patiënten aan klinische trials, informed consent procedures etc. Onder alle omstandigheden moet de zorg voor het kind met kanker, veilig en verantwoord geschieden, waar dan ook in Nederland. Dat geldt ook voor de differentiaal diagnostiek met gloeiende haast, voor de acute opvang van levensbedreigende situaties en voor het opvangen van acute zorg behoevende of minder complexe complicaties gedurende de behandeling. 19

20 Dit betekent in de praktijk dat er een goede geografische spreiding moet zijn over het land van de 4-5 KCN centra. En dat alle 4-5 de KCN centra zo ingericht zijn dat zij in staat zijn adequaat te handelen. Er moet dus in alle KCN centra voldoende kritische massa aan specialismen en faciliteiten die door professionals worden ingezet voor de zorg en behandeling van kinderen met kanker aanwezig zijn. Door de aanwezigheid van die kritische massa in alle 4-5 de centra kan ook de waarneming structureel en formeel geborgd worden en is er een fall-back systeem als een faciliteit in een van de KCN centra tijdelijk wegvalt. Geavanceerde ICT moet mede garanderen dat overleg op expertise niveau ín alle, en tússen alle vier centra, 7 x 24 uur mogelijk is. Gezien het feit dat er voor lange tijd nog al wat gevraagd wordt van de draagkracht van de patiënt en diens ouders/gezin zullen de moderne communicatiemiddelen integraal ingezet moeten worden ten dienste van de patiënt en diens ouders/ gezin. Uit de gesprekken met de medebehandelaren bleek dat er per specialisme genuanceerd gedacht wordt over of de zorg in het ene expertise centrum verleend moet worden of in meerdere KCN centra. Chemotherapie Ten aanzien van de chemotherapie die ingezet wordt bij de behandeling van de verschillende typen kinderkanker, zullen in de geest van het VOKK motto centraal wat centraal moet en decentraal wat decentraal kan de ingewikkelde en complexe delen van de chemotherapie plaats vinden in het expertise centrum en minder complexe delen in de shared care centra van het KCN. Dit volgens de gedetailleerde richtlijnen die onderliggend zijn aan het 2 e interimrapport van de commissie Huijgens. Uiteraard geldt ook voor dit traject van de behandeling dat ouders en patiënten actief betrokken worden bij de behandeling en de beslissingen die daarin te nemen zijn. Hersentumoren De kinderneurochirurgen pleiten voor de neurochirurgische behandeling van de hersentumoren bij kinderen in 4 centra (thans Groningen, Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam/VUmc) met geformaliseerde back up en lateralisatie voor zeldzame tumoren. Ten aanzien van de radiotherapie bij hersentumoren wordt geconstateerd dat het wenselijk is deze te centreren op 1 locatie. Indien nieuwe ontwikkelingen zich aandienen (protonentherapie) moet nieuwe strategie gemaakt worden ten aanzien van organisatie van deze mogelijkheden Bottumoren De orthopeden geven aan om voor de orthopedisch chirurgische behandelingen vanuit de huidige 4 centra (AMC, Nijmegen, Leiden en Groningen) naar een beperkter aantal centra te gaan, met een optie om in de toekomst tot verdere expertise bundeling te komen en toe te groeien naar 2 centra. Met een voorkeur voor AMC en Nijmegen gezien de bestaande infrastructuur en aantallen en het feit dat Leiden geen kinderoncologische afdeling meer heeft. Eén centrum zou dan ingericht kunnen worden voor kinderen t/m 15 jaar en het andere centrum gaat in zijn werk voor patiënten vanaf 15 jaar waarbij dan meteen AYAs meegaan. De behandeling van alle kinderen met maligne bottumoren uit de randstad UMC s is sinds kort (middels verwijzingen vanuit Rotterdam en Leiden) reeds geconcentreerd in het AMC. De orthopedisch chirurgen uit het AMC hebben aangegeven bereid te zijn om zo nodig hun operaties voor de kinderen met maligne bottumoren uit te gaan voeren in het expertisecentrum. De radiotherapie voor de circa 10 kinderen met een Ewing sarcoom per jaar moet in het expertisecentrum plaats vinden waar ook de langdurige en intensieve chemotherapie plaatsvindt. De chemotherapie van bottumoren (zowel osteosarcoom als Ewing sarcoom) is zeer langdurig en intensief, zowel pre-operatief als postoperatief. Solide tumoren Door de lage aantallen vinden de kinderchirurgen het een goed plan om de kinderoncologische chirurgische zorg in 1 expertise centrum te concentreren en dus daar vanuit de huidige situatie naar toe te groeien. 20

21 In de kinderchirurgie gaat het om de totale keten (inclusief de verpleging en de psychosociale zorg). De essentie is dat élk stukje van de keten het zo vaak doet dat men er beter van wordt. Ook de radiotherapeuten willen de bestraling voor de diverse solide tumoren concentreren in het expertisecentrum. Retinoblastoom De kinderen met retinoblastomen worden thans in het VUmc behandeld en zouden voorlopig in het VUmc behandeld kunnen blijven worden. Overleg over deze kleine groep patiënten (max 15 per jaar) met de specifieke behandelaars (oogartsen, radiotherapeuten en kinderoncologen) zal nog plaats vinden. Hemato-oncologie De behandeling van kinderen met hematologische maligniteiten zal worden georganiseerd zoals al in het 1 e en 2 e interim-rapport beschreven is. 5. De locaties van de KCN centra 5.1 De uitstraling Het KCN heeft één gezamenlijk gezicht en uitstraling. Het is essentieel voor het vertrouwen van het kind met kanker en zijn ouders, dat zij ervaren dat de zorg in alle KCN centra gestoeld is op eenduidig beleid, dat er coördinatie van zorg is, dat er gewerkt wordt met gezamenlijke uniforme protocollen, dat er toegewijd en eendrachtig samen gewerkt wordt tussen de professionals van de KCN centra en in de centra ten dienste van het kind met kanker en diens ouders. Dit is temeer van belang daar patientjes en ouders gedurende de zorg en behandeling soms zullen moeten overstappen van het ene centrum naar het andere centrum. De KCN centra zijn een veilige haven in een zee van onrust. 5.2 De locaties van de KCN centra De uitdrukkelijke wens om de zorg en behandeling voor kinderen met kanker op een evenredige manier over Nederland te verspreiden, indachtig de criteria voor de KCN locaties zoals deze beschreven staan in de eerste adviesrapportage, leidt tot de gedachte dat de KCN centra gehuisvest moeten worden in 4 of 5 van de volgende UMCs: UMCG, het UMC St Radboud, AMC of VUmc, UMCU en het Erasmus MC. Bij deze verdeling is echter wel de locatie van het expertise centrum van invloed. Immers mocht de voorkeur uitgaan van het lokaliseren van het expertise centrum van het KCN bij het UMCU, dan zal er sprake zijn van 5 KCN centra en wordt de kinderoncologie niet geconcentreerd in 4 centra. Over de plaats van vestiging van het expertisecentrum wordt binnen de werkgroep genuanceerd gedacht. In het bijzonder worden genoemd Utrecht en Amsterdam. De kinderoncologen binnen de commissie geven in meerderheid de voorkeur aan Utrecht. Dit is gebaseerd op een afweging van de criteria zoals vermeld in het 2 e rapport van de commissie (kindergeneeskunde, volwassen oncologie, volwassen hematologie/oncologie research, ligging, bereidheid tot investeren en mogelijkheden tot delen van diensten en faciliteiten). Doorslaggevend voor de keus voor Utrecht is hierbij de aanwezigheid van een apart kinderziekenhuis dat in combinatie met de Utrechtse campus de beste mogelijkheden biedt op deze criteria voor het expertisecentrum. De kinderoncologen hebben bij een eventuele vestiging in Amsterdam een sterke voorkeur voor het VUmc. 21

22 In dit rapport uiten voorzitter en vice-voorzitter geen mening. Bij het vaststellen door het NFU bestuur van de locatie van het expertise centrum helpen de abstracts die zijn aangereikt door de participerende UMC s ten aanzien van hun respectievelijke expertises (UMCG, UMCU, Erasmus MC, UMC St Radboud, AMC/Vumc). Enkele opmerkingen daarbij zijn: Voor zowel VUmc als het UMCU geldt de aanwezigheid van een universitaire campus en het nabuurschap van wetenschappelijke instituties (UMCU, Hubrechtlaboratorium resp VUmc campus en NKI). Er vindt thans geen kinderorthopedie plaats in het VUmc en het UMCU. Allogene stamceltransplantaties bij kinderen vinden plaats in het UMCU en niet in Amsterdam (overigens wel voor volwassenen, conform de JACIE kwaliteitseisen). Kinderneurochirurgie en kinderchirurgie vinden nu plaats in het VUmc en AMC, en de orthopedie in het AMC. De retinoblastoma expertise is thans in het VUmc geborgd. Voor de overgangsfase van de huidige situatie naar de KCN situatie is een aantal zaken van belang: Mede gelet op de wensen en expertise van de kinderneurochirurgen, is het advies een overgangsmodel te maken waarbij vooraleerst uitgegaan wordt van kinderneurochirurgie op 4 plaatsen in Nederland. De ketenzorg van kinderen met hersentumoren moet hierbij nadrukkelijk nog nader uitgewerkt worden, met als uitgangspunt dat de regie in het expertisecentrum ligt. Uiteraard moet rekening gehouden worden met de overwegingen van de kinderneurochirurgen, in samenhang met de andere relevante specialismen. Belangrijkste is dat het belang van de patiënt en het gezin voorop staat. Het heeft de voorkeur om de orthopedisch-chirurgische behandeling van kinderen met een maligne bottumor in twee centra te concentreren: gedacht kan worden aan kinderen < 15 in het ene (AMC of in overleg met de betreffende orthopeden in het expertisecentrum van het KCN) en kinderen ouder dan 15 jaar in het andere centrum (bijvoorbeeld het UMC St Radboud). Ook hiervoor geldt dat het een ingroeimodel kan zijn, en dat het expertisecentrum wel de regie over de totale behandeling heeft. De werkgroep bereikte een brief van de coöperatie NKOC (zie bijlage). In deze brief wordt uitgegaan van de 1+3 constructie en geeft de coöperatie aan een voorkeur te hebben voor hosting van het expertise centrum bij het UMCU omdat het UMCU in ruime mate aan de gestelde criteria (uit het 1 e en 2 e interimadviesrapport van de werkgroep) voor het expertise centrum voldoet. De keuze van de coöperatie wordt vooral ingegeven door de aanwezigheid van een kinderziekenhuis en de, ook psychologisch belangrijke, centrale ligging in Nederland. 6. Tot slot De opbouw van het KCN zal alleen via een geleidelijke weg tot stand kunnen komen waarbij de kinetiek op de verschillende paden van tumorketens niet dezelfde kan en zal zijn. Daarbij zullen er tussen het expertisecentrum en de shared care centra verschillende soorten van balans moeten worden gezocht zowel in zorg als research. Een sterke en werkbare governance, door alle participanten gesteund en gevoerd vanuit het expertise centrum zal garant moeten staan voor de vereiste cohesie, draagkracht en daadkracht. 22

23 Voor verdere uitwerking in deze overgangsfase houdt de werkgroep zich graag beschikbaar. De werkgroep adviseert het bestuur om, op grond van inhoudelijke argumenten van het gestelde in dit rapport en in de 2 eerdere interimrapporten van de commissie, thans een uitspraak te doen over het geschetste model en over de locaties van de KCN centra inclusief het expertise centrum. "Elk bereikt doel is weer het begin van een nieuwe weg, en zo tot in het oneindige." A. Schopenhauer Citaat afkomstig uit: Die Welt als Wille und Vorstellung 23

24 24

25 Addendum 2 Samenstelling en werkwijze NFU werkgroep Kinderoncologie 25

26 26

27 Samenstelling en werkwijze NFU werkgroep Kinderoncologie In november 2010 is de NFU werkgroep Kinderoncologie van start gegaan om, vanuit de opdracht van het NFU bestuur, te trachten de ideeën (zowel inhoudelijk als op besturingsgebied) over concentratie van de zorg voor kinderen met kanker zoals deze eerder verwoord waren door de coöperatie NKOC en door de NFU in elkaar te ritsen. De NFU werkgroep Kinderoncologie bestaat uit prof. dr. R. Pieters, dr. M. Bierings, mevr. dr. E. de Bont, prof. dr. P. Hoogerbrugge, prof. dr. H. Caron en prof. dr. G.J. Kaspers (en tot prof. dr. R.M. Egeler), en is geleid door prof. dr. P.C. Huijgens en mevr. prof. dr. W.T.A. van der Graaf. Dhr. Ir. H.M. le Clercq is na januari 2011 toegevoegd aan de werkgroep om het onderdeel governance uit te denken. Mevr. Dr. E. Manten-Horst treedt op als secretaris van de werkgroep. Cruciaal in alle werkgroep besprekingen waren de volgende statements: - De inhoud is leidend en alle (professionele en patiënt) aspecten relevant voor de zorg voor kinderen met kanker moeten meegewogen worden, - Uit de comfort zone komen en out of the box denken over een inhoudelijk en organisatorisch model ten dienste van de kinderoncologie, - Van grof naar fijn toe werken waarbij de vorm van een model logisch voortvloeit en groeit vanuit de inhoud. De werkgroep is in de periode november 2010-mei 2011 vijfmaal bijeengeweest en heeft 3 interimadviesrapportages geschreven (NFU , NFU en NFU , niet bijgevoegd). Deze rapportages zijn aan het NFU bestuur voorgelegd in januari, maart en april Door deze tussentijdse stappen in te lassen en het keer op keer uitgesproken vertrouwen van het NFU bestuur in de aanpak van de werkgroep, ontstond de ruimte om in gesprek, het model van de concentratie van de kinderoncologie organisch en gezamenlijk in de werkgroep verder te laten evolueren. Ten behoeve van de 3 e adviesrapportage is op 29 en 30 maart 2011 een aantal gesprekken gevoerd met de medebehandelaren: - de kinderneurochirurgen (van Veelen/Erasmus, Hoving/ UMCG, van Lindert/ UMC St Radboud), - de kinderradiotherapeuten (Dolsma/UMCG, Janssens/ UMC St Radboud, Nowak/ Erasmus MC, Oldeburger/ AMC), - de kinderorthopeden (Schaap/ AMC, Bramer/ AMC, Jutte/ UMCG, Dijkstra/ LUMC, Schreuder/ UMC St Radboud) en, - de kinderchirurgen (M. Wijnen/ UMC St Radboud, Heij/ AMC-VUmc). Op 15 april 2011 is door de leiding van de werkgroep met de Vereniging Ouders Kinderen en Kanker (VOKK, mevr. Naafs en mevr. Poort-Hegeman) gesproken. Ten behoeve van de vervolmaking van het eindadvies is door de leiding van de werkgroep ook gesproken met de 5 meest betrokken afdelingshoofden kindergeneeskunde en met een delegatie van de CRAZ Taskforce concentratie (kinder)geneeskunde op 12 mei Rondom de governance hebben, onder regie van dhr. Le Clercq, de juristen van de coöperatie NKOC en de NFU om tafel gezeten en in een document (addendum 5) op hoofdlijnen geformuleerd hoe een werkbaar besturingsmodel er uit ziet en dienstig is aan de KCN gedachte van hechte samenwerking. 27

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

Concentratie van topzorg en onderzoek in het Nationaal KinderOncologisch Centrum (NKOC)

Concentratie van topzorg en onderzoek in het Nationaal KinderOncologisch Centrum (NKOC) Concentratie van topzorg en onderzoek in het Nationaal KinderOncologisch Centrum (NKOC) Dr. J.G. de Ridder-Sluiter, Raad van Bestuur SKION, voorzitter Coöperatie NKOC Ir. W. Vlasblom, secretaris bestuur

Nadere informatie

Algemene informatie kinderkanker

Algemene informatie kinderkanker Algemene informatie kinderkanker De behandeling van kinderen met kanker is in Nederland gecentraliseerd in 5 kinderkanker (kinderoncologische) centra en 2 beenmergtransplantatie centra. De 5 kinderkanker

Nadere informatie

Bijlage 1b Richtlijnen shared care kinderoncologie geaffilieerde ziekenhuizen

Bijlage 1b Richtlijnen shared care kinderoncologie geaffilieerde ziekenhuizen Bijlage 1b Richtlijnen shared care kinderoncologie geaffilieerde ziekenhuizen Shared Care van kinderen met een oncologische aandoening in geaffilieerde ziekenhuizen in Nederland - shared care en het Prinses

Nadere informatie

Goede zorg, ook dicht bij huis

Goede zorg, ook dicht bij huis Goede zorg, ook dicht bij huis Marianne Naafs-Wilstra en Anouk Nijenhuis Najaarssymposium VOKK 1 november 2014 Shared care Samenwerking en verdeling van zorg tussen kinderoncologische centra en regionale

Nadere informatie

Bijlage 1a Richtlijnen shared care kinderoncologie voor shared care umc s

Bijlage 1a Richtlijnen shared care kinderoncologie voor shared care umc s Bijlage 1a Richtlijnen shared care kinderoncologie voor shared care umc s Shared Care van kinderen met een oncologische aandoening in Nederland - shared care en het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie

Nadere informatie

Hoofdstuk II. zorgprogramma voor oncologische basiszorg

Hoofdstuk II. zorgprogramma voor oncologische basiszorg Simplificatie ontwerp KB oncologisch zorgprogramma: Hoofdstuk II. zorgprogramma voor oncologische basiszorg Afdeling 1. Doelgroep aard en inhoud Artikel 2 1 Elk ziekenhuis dient te beschikken over programma

Nadere informatie

Alliantie Regionale TopZorg. Drie ziekenhuizen werken samen aan topzorg in Gelderland

Alliantie Regionale TopZorg. Drie ziekenhuizen werken samen aan topzorg in Gelderland Alliantie Regionale TopZorg Drie ziekenhuizen werken samen aan topzorg in Gelderland Inhoud Alliantie Regionale TopZorg Drie ziekenhuizen werken samen aan topzorg in Gelderland De kwaliteitswinst van samenwerking

Nadere informatie

AYA s in heel Nederland hebben recht op integrale AYA zorg! Samen werken leidt tot synergie & samenhang. Samen wordt het echt beter.

AYA s in heel Nederland hebben recht op integrale AYA zorg! Samen werken leidt tot synergie & samenhang. Samen wordt het echt beter. Het Nationaal AYA Expertise Platform 1. Missie, visie, doelstellingen van het Nationaal AYA Expertise Platform 2. Wat is het platform en wie participeren 3. Acties in 2015 4. Met elkaar bouwen aan organisatie

Nadere informatie

AZ GROENINGE, KORTRIJK AZ OLV LOURDES, WAREGEM RZJY, IEPER-POPERINGE. Voorstelling van de recente wetteksten. Discussie over de invulling ervan.

AZ GROENINGE, KORTRIJK AZ OLV LOURDES, WAREGEM RZJY, IEPER-POPERINGE. Voorstelling van de recente wetteksten. Discussie over de invulling ervan. AZ GROENINGE, KORTRIJK AZ OLV LOURDES, WAREGEM RZJY, IEPER-POPERINGE Voorstelling van de recente wetteksten. Discussie over de invulling ervan. - KB 25 november 2002 : nomenclatuur voor het multidisciplinair

Nadere informatie

22-04-2014. Geachte leden van het Bestuurlijk Overleg ZN - PMC - NFU,

22-04-2014. Geachte leden van het Bestuurlijk Overleg ZN - PMC - NFU, Bl-14-6812 NFU-kenmerk: 14.3502 Registratiedatum: 23-4-2014 22-04-2014 Geachte leden van het Bestuurlijk Overleg ZN - PMC - NFU, In januari 2014 heeft u een Expertgroep Inhoud ingesteld en hen gevraagd

Nadere informatie

hoofd- halsaandoeningen in de beste chirurgische handen

hoofd- halsaandoeningen in de beste chirurgische handen hoofd- halsaandoeningen in de beste chirurgische handen Kwaliteit in de behandeling van aandoeningen in het hoofd-halsgebied (n.a.v. de Hoofd-Hals enquête gehouden onder de Nederlandse chirurgen 2005)

Nadere informatie

De huid en het brein. Multidisciplinaire expertise bij ontwikkeling, leren en gedrag van kinderen en jongeren met neurofibromatose type 1

De huid en het brein. Multidisciplinaire expertise bij ontwikkeling, leren en gedrag van kinderen en jongeren met neurofibromatose type 1 De huid en het brein Multidisciplinaire expertise bij ontwikkeling, leren en gedrag van kinderen en jongeren met neurofibromatose type 1 Het Centrum voor Neurologische Leer- en ontwikkelingsstoornissen

Nadere informatie

2009 over de Universit Feiten en cijfers air Medische Centra

2009 over de Universit Feiten en cijfers air Medische Centra In één oogopslag Feiten en cijfers over de Universitair Medische Centra 2009 Bronvermelding: voor deze uitgave zijn de meest recente gegevens gebruikt van Prismant, Price Waterhouse Coopers, VSNU en NFU.

Nadere informatie

Hand-out perspectief Vetzuuroxidatiestoornissen 20-08-2013

Hand-out perspectief Vetzuuroxidatiestoornissen 20-08-2013 Hand-out perspectief Vetzuuroxidatiestoornissen 20-08-2013 Het perspectief van patiënten met een vetzuuroxidatie stoornis is door middel van een online enquête onderzocht. 1. Expertise in kaart, augustus

Nadere informatie

Na de kinderkanker. Een 31-jarige vrouw meldt zich bij. Later-poli s houden vinger aan de pols

Na de kinderkanker. Een 31-jarige vrouw meldt zich bij. Later-poli s houden vinger aan de pols Later-poli s houden vinger aan de pols Na de kinderkanker Ingrid Lutke Schipholt Het aantal overlevenden van kinderkanker stijgt. Maar over de precieze gevolgen ervan op latere leeftijd is weinig bekend.

Nadere informatie

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg NFU-master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg 2016-2018 De master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg De zorg heeft initiatiefnemers en leiders in kwaliteit en veiligheid van zorg nodig.

Nadere informatie

Follow-up van volwassenen die als kind zijn behandeld voor kanker Web-based. based nazorgplan

Follow-up van volwassenen die als kind zijn behandeld voor kanker Web-based. based nazorgplan Follow-up van volwassenen die als kind zijn behandeld voor kanker Web-based based nazorgplan Annette Berendsen, Dr. AJ. Berendsen, huisarts Afdeling Huisartsgeneeskunde UMCG 1 Follow-up van volwassenen

Nadere informatie

Normering Chirurgische Behandelingen

Normering Chirurgische Behandelingen Normering Chirurgische Behandelingen Versie 1.0 Januari 2011 I. Inleiding De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) is de beroepsvereniging van chirurgen in Nederland. In de NVvH participeren zeven

Nadere informatie

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied intensive

Nadere informatie

108832 BH kernwaarden A2_Opmaak 1 16-07-10 14:04 Pagina 1. Beleidskader 2012-2016

108832 BH kernwaarden A2_Opmaak 1 16-07-10 14:04 Pagina 1. Beleidskader 2012-2016 108832 BH kernwaarden A2_Opmaak 1 16-07-10 14:04 Pagina 1 Beleidskader 2012-2016 108832 BH kernwaarden A2_Opmaak 1 16-07-10 14:04 Pagina 1 Samen eigentijds de allerbeste zorg bieden. Dat is waar ziekenhuis

Nadere informatie

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Concentratie kinderoncologie op koers Een jaar toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg in een overgangsperiode

Concentratie kinderoncologie op koers Een jaar toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg in een overgangsperiode Concept-rapport over het Verloskundig Samenwerkingsverband rond Concentratie kinderoncologie op koers Een jaar toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg in een overgangsperiode Inspectie voor

Nadere informatie

Richtlijn Herstel na kanker: aanzet tot nazorginnovatie

Richtlijn Herstel na kanker: aanzet tot nazorginnovatie Richtlijn Herstel na kanker: aanzet tot nazorginnovatie drs. Brigitte Gijsen, b.gijsen@iknl.nl adviseur productontwikkeling - programmaleider Herstel na kanker, IKNL Inhoud Oncologie: cijfers en ontwikkelingen

Nadere informatie

Collectieve waardeoverdracht bij de overgang umc s van ABP naar PFZW

Collectieve waardeoverdracht bij de overgang umc s van ABP naar PFZW Collectieve waardeoverdracht bij de overgang umc s van ABP naar PFZW Artikel Senior adviseur collectieve pensioenen mr. B. Sprokholt (Pensioenfonds Zorg en Welzijn) Collectieve waardeoverdracht bij de

Nadere informatie

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot dialyse verpleegkundige

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot dialyse verpleegkundige Eindtermen voor de vervolgopleiding tot dialyse verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot dialyse verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied van de dialyse

Nadere informatie

Stand van zaken. Ondertussen ruim 27.000 familieleden met FH gevonden. Database met 65.000 individueen uit 5.000 stambomen

Stand van zaken. Ondertussen ruim 27.000 familieleden met FH gevonden. Database met 65.000 individueen uit 5.000 stambomen Van naar Start van de StOEH Ontwikkeld door de afdeling geneeskunde van het AMC 1994 Initiatiefnemers: Prof. dr. J.J.P Kastelein Dr. Ir. J.C. Defesche 1994-2001 700 1000 FH patienten / jaar April 2003

Nadere informatie

Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA)

Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA) Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De

Nadere informatie

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker lokale verbranding van de alvleeskliertumor Doel Het doel van de studie is te onderzoeken of radiofrequente ablatie (RFA) gevolgd door

Nadere informatie

Het Nationaal AYA Expertise Platform

Het Nationaal AYA Expertise Platform 1 Het Nationaal AYA Expertise Platform 1. Rationale AYA staat voor Adolescent & Young Adult, 18-35 jarigen in die leeftijd met kanker gediagnosticeerd. In Nederland krijgen jaarlijks rond de 2500 jongeren

Nadere informatie

Sneldiagnostiek in de oncologische zorg

Sneldiagnostiek in de oncologische zorg Sneldiagnostiek in de oncologische zorg Tessa Bouwhuis, MSc en Martina Hoever, BSc 1 Inhoud presentatie Opdrachtformulering project sneldiagnostiek Werkwijze opzetten sneldiagnostiek Shared resources Uitwerking

Nadere informatie

Samen duurzaam verder

Samen duurzaam verder Samen duurzaam verder Onlangs sloten we de pilot Duurzaam Severinus af met een brede evaluatie onder de pilot-woningen en locaties voor dagbesteding en thuisondersteuning met de medewerkers én de wettelijk

Nadere informatie

Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam. Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ. Versie 1.5

Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam. Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ. Versie 1.5 Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ Versie 1.5 Deze notitie heeft tot doel de transmurale visie op revalidatie te omschrijven aan de hand waarvan

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg Wanneer we de kernelementen van het Chronic Care Model toepassen op de epilepsiezorg dan praten we over de

Nadere informatie

Betreft: procedure selectie en erkenning expertise centra voor zeldzame ziekten Nederland

Betreft: procedure selectie en erkenning expertise centra voor zeldzame ziekten Nederland Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Minister E.I. Schippers Postbus 20350 2500 EJ Den Haag Aan de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU) T.a.v. de heer mr. J. Landman

Nadere informatie

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant Landelijk Opleidingscompetentieprofiel Master Physician Assistant Dit Landelijk Opleidingscompetentieprofiel van de Physician Assistant is tot stand gekomen door samenwerking tussen de 5 PA opleidingen

Nadere informatie

Nazorg bij kanker; de rol van de eerste lijn. Hans Nortier 24-01-2013

Nazorg bij kanker; de rol van de eerste lijn. Hans Nortier 24-01-2013 Nazorg bij kanker; de rol van de eerste lijn Hans Nortier Nazorg Nazorg is een essentieel onderdeel van individuele patiëntenzorg na behandeling voor kanker Nazorg behelst voorlichting, begeleiding, ingaan

Nadere informatie

Themabijeenkomst SKION Neuro-oncologie XIII. Craniopharyngeomen op de kinderleeftijd

Themabijeenkomst SKION Neuro-oncologie XIII. Craniopharyngeomen op de kinderleeftijd Maandag 21 mei 2012 Tijd: 13.00-17.00 uur Plaats: lokaal 16, Onderwijscentrum 2e verdieping Themabijeenkomst SKION Neuro-oncologie XIII (voormalig KNOP-symposium) Craniopharyngeomen op de kinderleeftijd

Nadere informatie

Palliatieve zorg in het ZGT

Palliatieve zorg in het ZGT 30 oktober 2014 Mw. Dr. I.M. Oving Internist-Oncoloog Palliatieve zorg in het ZGT Op het juiste moment en de juiste plaats Namens het palliatief consult team Palliatieve zorg, op het juiste moment en de

Nadere informatie

vrijdag 18 maart 2016

vrijdag 18 maart 2016 9 e Nascholing Hematologie voor verpleegkundigen en andere disciplines PROGRAMMA vrijdag 18 maart 2016 Locatie: Onderwijscentrum Erasmus MC Dr. Molewaterplein 50 3015 GE Rotterdam Inlichtingen: Mevrouw

Nadere informatie

Dutch Lung Surgery Audit (DLSA)

Dutch Lung Surgery Audit (DLSA) Dutch Lung Surgery Audit (DLSA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

3 e Up-to-date in erfelijke kanker. 14 maart 2013. Is het erfelijk? Oncologische themadag

3 e Up-to-date in erfelijke kanker. 14 maart 2013. Is het erfelijk? Oncologische themadag Oncologische themadag Is het erfelijk? Ewout Boesaard student 3 e Up-to-date in erfelijke kanker 14 maart 2013 Aanvang: 13.30 uur Locatie: Auditorium (route 296) UMC St Radboud Nijmegen De tijd staat niet

Nadere informatie

De kracht van schakels. Symposium kinderoncologie voor medici, paramedici, verpleegkundigen en pedagogisch medewerkers

De kracht van schakels. Symposium kinderoncologie voor medici, paramedici, verpleegkundigen en pedagogisch medewerkers De kracht van schakels Symposium kinderoncologie voor medici, paramedici, verpleegkundigen en pedagogisch medewerkers 12 april 2012 Inleiding Kindergeneeskunde van het UMC St Radboud organiseert in samenwerking

Nadere informatie

Het project Brielle. Dr. Paul van der Velden, oncoloog Karin Bokelaar, oncologieverpleegkundige

Het project Brielle. Dr. Paul van der Velden, oncoloog Karin Bokelaar, oncologieverpleegkundige Het project Brielle Dr. Paul van der Velden, oncoloog Karin Bokelaar, oncologieverpleegkundige Aanleiding 1: Prioriteit zal worden gegeven aan de ontwikkeling van anderhalvelijnszorg waaronder verstaan

Nadere informatie

Zorgprogramma borstkliniek. Bespreking AZ Groeninge RZJ Yperman Ziekenhuis OLV Lourdes

Zorgprogramma borstkliniek. Bespreking AZ Groeninge RZJ Yperman Ziekenhuis OLV Lourdes Zorgprogramma borstkliniek Bespreking AZ Groeninge RZJ Yperman Ziekenhuis OLV Lourdes Belgisch staatsblad 20.07.2007 ed 02 Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan het gespecialiseerd

Nadere informatie

Survivor ship care Zorg na de diagnose en behandeling van kanker Ellen Passchier, RN MSc.

Survivor ship care Zorg na de diagnose en behandeling van kanker Ellen Passchier, RN MSc. Survivor ship care Zorg na de diagnose en behandeling van kanker Ellen Passchier, RN MSc. INhoud Toename overleving meer patienten leven langer met kanker Effecten en behoeften na kankerbehandeling? Survivorship

Nadere informatie

Belangrijkste punten van deze folder:

Belangrijkste punten van deze folder: Longkanker, wat nu? Belangrijkste punten van deze folder: Een gespecialiseerd behandelteam van het Oncologisch Centrum bespreekt samen met u de verschillende behandelmogelijkheden en voert deze uit. Tijdens

Nadere informatie

Strategisch document Ambulancezorg Nederland

Strategisch document Ambulancezorg Nederland Strategisch document Ambulancezorg Nederland 1 Inleiding: relevante ontwikkelingen 2 Missie en visie AZN 3 Kernfuncties: profiel en kerntaken AZN 4 Strategische agenda AZN vastgesteld: woensdag 23 mei

Nadere informatie

- kiezen voor het gebruik van goede digitale informatiesystemen in de zorgpraktijk.

- kiezen voor het gebruik van goede digitale informatiesystemen in de zorgpraktijk. SAMENVATTING Het aantal mensen met een chronische aandoening neemt toe. Chronische aandoeningen leiden tot (ervaren) ongezondheid, tot beperkingen en vermindering van participatie in arbeid en in andere

Nadere informatie

we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein

we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein Beleid 2012-2013 Inleiding Dit beleidsstuk is geschreven om in beeld te brengen wat onze organisatie doet, waar we voor staan en waar we goed in zijn, hoe we

Nadere informatie

DRUNEN, augustus 2009

DRUNEN, augustus 2009 DRUNEN, augustus 2009 1 Inhoudsopgave Inleiding Initiatiefnemers en samenwerking Uitbreiding HOED tot gezondheidscentrum - Huisarts regiefunctie - Centrum locatie Drunen Gebruiksverwachting - Bezoekers

Nadere informatie

Kwaliteitsregistratie met toekomst

Kwaliteitsregistratie met toekomst Kwaliteitsregistratie met toekomst Kwaliteitsregistratie met toekomst Kwaliteitsregistratie met toekomst Beter meten van kwaliteit van zorg door bundeling van expertise, innovatie en onderzoek. Dat is

Nadere informatie

Zorgpad pancreascarcinoom in beeld. 1 september 2014

Zorgpad pancreascarcinoom in beeld. 1 september 2014 Zorgpad pancreascarcinoom in beeld 1 september 2014 Zorgpad pancreascarcinoom in beeld PATIENT EN NAASTE DEDICATION TOEGANG EN DOORLOOPTIJDEN AFSTEMMING STANDAARDISATIE CONTINU BIJSTUREN EN VERBETEREN

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 maart 2011 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 maart 2011 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 2050 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 40 79 11 F 070 40 78

Nadere informatie

De opleiding tot Restauratief Tandarts van de Nederlands Vlaamse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde

De opleiding tot Restauratief Tandarts van de Nederlands Vlaamse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde De opleiding tot Restauratief Tandarts van de Nederlands Vlaamse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde 1. Inleiding Vanuit de tandheelkundige praktijk komt de vraag naar een gedifferentieerde tandarts

Nadere informatie

Non Hodgkin lymfoom. Albert Schweitzer ziekenhuis februari 2014 pavo 1113

Non Hodgkin lymfoom. Albert Schweitzer ziekenhuis februari 2014 pavo 1113 Non Hodgkin lymfoom Albert Schweitzer ziekenhuis februari 2014 pavo 1113 Uw hoofdbehandelaar is: hematoloog dr. Uw specialist is op werkdagen tussen 08.30 17.00 uur bereikbaar via de polikliniek Interne

Nadere informatie

We kunnen heel veel in de kinderoncologie... Meer dan 75% van de kinderen geneest van kinderkanker.

We kunnen heel veel in de kinderoncologie... Meer dan 75% van de kinderen geneest van kinderkanker. Leontien Kremer LATER voor LATER We kunnen heel veel in de kinderoncologie... Meer dan 75% van de kinderen geneest van kinderkanker. In 1990 begon ik als net afgestuurde arts op de afdeling kinderoncologie.

Nadere informatie

Inclusiecriteria/ indicatie

Inclusiecriteria/ indicatie Kwaliteitscriteria Groepsrevalidatie Oncologie/Stichting Herstel & Balans, Utrecht 2003 Kwaliteitscriteria Groepsrevalidatie Oncologie Herstel & Balans/2003 Deze kwaliteitscriteria zijn vastgesteld door

Nadere informatie

Coordinatie--ZH--KB-15-02-1999--Zorgprogrammas--Lijst.doc BS 25/03/1999

Coordinatie--ZH--KB-15-02-1999--Zorgprogrammas--Lijst.doc BS 25/03/1999 15 FEBRUARI 1999. Koninklijk Besluit tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 12 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen

Nadere informatie

Toekomstbestendige verpleegkundige zorg en de rol van de leidinggevenden. Tineke Holwerda 20-11-2015

Toekomstbestendige verpleegkundige zorg en de rol van de leidinggevenden. Tineke Holwerda 20-11-2015 Toekomstbestendige verpleegkundige zorg en de rol van de leidinggevenden Tineke Holwerda 20-11-2015 Waarom deze ontwikkeling? Omdat de patiëntenzorg er om vraagt Omdat uit onderzoek blijkt dat de functiemix

Nadere informatie

Kwaliteitsindicatoren voor de opvolging van borstkanker (2007-2008).

Kwaliteitsindicatoren voor de opvolging van borstkanker (2007-2008). Kwaliteitsindicatoren voor de opvolging van borstkanker (2007-2008). Datum publicatie: 20/12/2013 Wanneer mensen met kanker af te rekenen krijgen, dan mogen ze terecht hopen op de best mogelijke zorg om

Nadere informatie

Outline Zorgstandaard Kanker

Outline Zorgstandaard Kanker Outline Zorgstandaard Kanker Opdrachtomschrijving en werkplan werkgroep Zelfmanagement & Individueel zorgplan Blaauwbroek bureau voor Vraaggestuurde Zorg Nieuwstad 100c 1381 CE WEESP tel. 0294 491 400

Nadere informatie

Partners voor (nog) betere gynaecologische zorg

Partners voor (nog) betere gynaecologische zorg Partners voor (nog) betere gynaecologische zorg De partners van de BeterKeten hebben de overtuiging dat een ziekenhuis niet overal in kan excelleren. Keuzes maken, als het gaat om de inhoud en organisatie

Nadere informatie

Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA)

Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA.

Nadere informatie

Casemanagement bij kankerpatiënten

Casemanagement bij kankerpatiënten Casemanagement bij kankerpatiënten Marieke Schreuder-Cats V&VN Oncologie Procesmanager projectteam 24 januari 2012 Aanleiding» Tekortkomingen in de ketenzorg: zorg te gefragmenteerd» Oncologische keten

Nadere informatie

"KLINA-MODEL" Dr. Didier Verhoeven poging tot netwerkvorming vanuit een regionaal ziekenhuis

KLINA-MODEL Dr. Didier Verhoeven poging tot netwerkvorming vanuit een regionaal ziekenhuis "KLINA-MODEL" Dr. Didier Verhoeven poging tot netwerkvorming vanuit een regionaal ziekenhuis TYPE ZIEKENHUIZEN UZ AZ UZ in AZ REGIONAAL ZH PERIFEER ZH CAMPUSSEN KLEIN,MIDDELGROOT,GROOT, MAMMOET ZH GOED,SLECHT

Nadere informatie

Van klacht naar diagnose, therapie en nabehandeling. Dr J.C. Reijneveld Neuroloog VUmc / AMC, voorzitter Landelijke Werkgroep Neuro-oncologie (LWNO)

Van klacht naar diagnose, therapie en nabehandeling. Dr J.C. Reijneveld Neuroloog VUmc / AMC, voorzitter Landelijke Werkgroep Neuro-oncologie (LWNO) Van klacht naar diagnose, therapie en nabehandeling Dr J.C. Reijneveld Neuroloog VUmc / AMC, voorzitter Landelijke Werkgroep Neuro-oncologie (LWNO) Klachten mijn Ik man loop is de laatste ze...en laatste

Nadere informatie

Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE

Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE Richtlijnen/wenken voor het gebruik van onze groepsvisie: Context Het is van steeds groter belang dat we dezelfde boodschappen vertellen (naar patiënten,

Nadere informatie

Improving patients lives, together. Visie. Ik zie ik zie wat jij ook ziet: Een duurzaam en integraal AYA zorgconcept

Improving patients lives, together. Visie. Ik zie ik zie wat jij ook ziet: Een duurzaam en integraal AYA zorgconcept Improving patients lives, together Visie Ik zie ik zie wat jij ook ziet: Een duurzaam en integraal AYA zorgconcept 16 januari 2012/ EM Revisie 11 juni 2013/ EM AYA Expertise Platform Inhoud Hoofdstuk 1.

Nadere informatie

Samenvatting. Nazorg en dus ook nacontrole heeft verschillende doelstellingen

Samenvatting. Nazorg en dus ook nacontrole heeft verschillende doelstellingen Samenvatting De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de Gezondheidsraad gevraagd of het mogelijk is een toetsingskader te formuleren voor het beoordelen van de zin van nacontrole van patiënten

Nadere informatie

Leeswijzer diagnose mammacarcinoom binnen 5 dagen Publicatie: Leeswijzers. 1. Diagnose mammacarcinoom binnen vijf werkdagen

Leeswijzer diagnose mammacarcinoom binnen 5 dagen Publicatie: Leeswijzers. 1. Diagnose mammacarcinoom binnen vijf werkdagen Leeswijzer diagnose mammacarcinoom binnen 5 dagen Publicatie: Leeswijzers 1. Diagnose mammacarcinoom binnen vijf werkdagen 2. Externe verantwoording In het kader van de Kwaliteitswet Zorginstellingen leggen

Nadere informatie

Intensivecareverpleegkundigen werken op de afdeling Intensive Care, intensivecarekinderverpleegkundigen

Intensivecareverpleegkundigen werken op de afdeling Intensive Care, intensivecarekinderverpleegkundigen De opleiding tot intensivecareverpleegkundige In dit deskundigheidsgebied wordt de specifieke intensive care zorg van de intensivecareverpleegkundige, de intensivecare-kinderverpleegkundige en de intensivecareneonatologieverpleegkundige

Nadere informatie

Samenvatting Beleidsplan Kwaliteit 2015-2017

Samenvatting Beleidsplan Kwaliteit 2015-2017 Samenvatting Beleidsplan Kwaliteit 2015-2017 Inleiding De Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) heeft als doel kwaliteitsverbetering te bewerkstelligen bij iedere uroloog ten gunste van iedere patiënt.

Nadere informatie

Snelle en uitstekende fertiliteitspreservatie

Snelle en uitstekende fertiliteitspreservatie Snelle en uitstekende fertiliteitspreservatie Aan vrouwelijke patiënten 40 jaar met een oncologische aandoening Regio zuidwest Nederland Datum 22 mei 2015 Auteur Prof. dr. J.S.E. Laven, Erasmus MC Dr.

Nadere informatie

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Inleiding De voor de cliënt en zijn omgeving zeer ingrijpende diagnose dementie roept veel vragen op over de ziekte en het verloop hiervan maar ook

Nadere informatie

Raamplan Artsopleiding 2009

Raamplan Artsopleiding 2009 Raamplan Artsopleiding 2009 Prof. dr. Roland Laan UMC St Radboud Nijmegen Onderwerpen - Historie en Doel - Student wordt Arts; wordt Specialist - Rollen en competenties - Kennis, vaardigheden en attitudes

Nadere informatie

Visiedocument Expertisenetwerk Kinder- en Jeugdpsychiatrie (EKJP)

Visiedocument Expertisenetwerk Kinder- en Jeugdpsychiatrie (EKJP) Visiedocument Expertisenetwerk Kinder- en Jeugdpsychiatrie (EKJP) I/ Inleiding Het aantal kinderen en jongeren met ernstige psychische problemen is goed bekend. Zowel in Nederland als in andere landen

Nadere informatie

Programmalijnen. Stichting izovator:

Programmalijnen. Stichting izovator: Programmalijnen Stichting izovator 2014 Stichting izovator, 27 november Stichting izovator: Oude Amersfoortseweg 121 1212 AA Hilversum E-mailadres: info@izovator.nl Website: www.izovator.nl 1 1. Context

Nadere informatie

informatie over uw zorgpad borstkanker

informatie over uw zorgpad borstkanker informatie over uw zorgpad borstkanker Oncologisch Centrum Amsterdam Oncologisch Centrum Amsterdam is het grootste oncologisch samenwerkingsverband van Amsterdam, een initiatief van BovenIJ ziekenhuis,

Nadere informatie

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht p.j.vandiest@umcutrecht.nl De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk

Nadere informatie

Nieuwe beroepen in de Nederlandse

Nieuwe beroepen in de Nederlandse Nieuwe beroepen in de Nederlandse gezondheidszorg en taakherschikking Dr Lode Wigersma, arts, voormalig algemeen directeur KNMG Nu voorzitter Raad van Toezicht, Flevoziekenhuis Almere, en adviseur gezondheidszorgvraagstukken

Nadere informatie

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het?

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? Oncologie/0145 1 Deze informatiebrochure is voor personen met een weke delen sarcoom en alle anderen die hier heel dichtbij betrokken zijn: familie, vrienden We geven

Nadere informatie

Casemanagement. Sandra Oosterlaar Stoma- en DEC verpleegkundige Casemanager Colorectaal

Casemanagement. Sandra Oosterlaar Stoma- en DEC verpleegkundige Casemanager Colorectaal Casemanagement Sandra Oosterlaar Stoma- en DEC verpleegkundige Casemanager Colorectaal Deventer Ziekenhuis 2 dagen stomapoli 2 dagen GE-verpleegkundige spreekuur 1 dag defeacatie expertise centrum Cijfers:

Nadere informatie

Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC

Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC Resultaten monitor proeftuinen SINGER Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC Inhoud presentatie Organisatie proeftuinen Vraagstelling SINGER Conclusies uit eerder onderzoek

Nadere informatie

Stichting Hematologisch-Oncologisch. Wetenschapsonderzoek (SHOW) Research en patiëntenzorg

Stichting Hematologisch-Oncologisch. Wetenschapsonderzoek (SHOW) Research en patiëntenzorg Stichting Hematologisch-Oncologisch Wetenschapsonderzoek (SHOW) Research en patiëntenzorg Comité van aanbeveling Ria Bremer, journalist Prof. Dr. Jan Wouter ten Cate, vasculair geneeskundige Peter Faber,

Nadere informatie

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor:

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor: Inleiding Patiënten worden in het ziekenhuis regelmatig door meerdere medisch specialisten tegelijk behandeld. In het verleden is verschillende malen geconstateerd dat de onderlinge verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Oncologische Revalidatie:

Oncologische Revalidatie: Oncologische Revalidatie: Verleden Heden - Toekomst dr. Jan Paul van den Berg, revalidatiearts Meander MC Doelstelling Oncologische Revalidatie Het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten met

Nadere informatie

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker INDICATOR B1 Proportie van patiënten gediagnosticeerd met invasieve borstkanker bij wie een systeembehandeling voorafgegaan werd door ER/PR-

Nadere informatie

OPLEIDING INTENSIVE CARE VERPLEEGKUNDIGE

OPLEIDING INTENSIVE CARE VERPLEEGKUNDIGE OPLEIDING INTENSIVE CARE VERPLEEGKUNDIGE 1. Deskundigheidsgebied van de intensive care verpleegkundige blad 2 van 11 2. Eindtermen voor de opleiding intensive care verpleegkundige blad 6 van 11 LRVV Deel

Nadere informatie

Implementatie van online patientgerapporteerde. tijdens kinderoncologische behandeling (KLIK): Is het haalbaar?

Implementatie van online patientgerapporteerde. tijdens kinderoncologische behandeling (KLIK): Is het haalbaar? Implementatie van online patientgerapporteerde uitkomsten (epros) tijdens kinderoncologische behandeling (KLIK): Is het haalbaar? Sasja Schepers (AMC/EKZ) Simone Sint Nicolaas (Radboud UMC) Antoinette

Nadere informatie

Hoofd Bedrijfsvoering Radiotherapie LUMC - RdG

Hoofd Bedrijfsvoering Radiotherapie LUMC - RdG Profiel Hoofd Bedrijfsvoering Radiotherapie LUMC - RdG 9 september 2015 Opdrachtgever LUMC - RdG Voor meer informatie over de functie Manon Min, adviseur Leeuwendaal Telefoon (070) 414 27 00 (06) 29 00

Nadere informatie

Nationaal Kinderoncologisch Centrum Nederland

Nationaal Kinderoncologisch Centrum Nederland 2e beleidsnota Nationaal Kinderoncologisch Centrum Nederland Kinderen kankervrij door topzorg en toponderzoek Auteurs: Stichting Kinderoncologie Nederland (SKION) Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker

Nadere informatie

Regio Haaglanden Functiebeschrijving Casemanager dementie regio Haaglanden augustus 2012

Regio Haaglanden Functiebeschrijving Casemanager dementie regio Haaglanden augustus 2012 Regio Haaglanden Inleiding De voor de cliënt en zijn omgeving zeer ingrijpende diagnose dementie roept veel vragen op over de ziekte en het verloop hiervan, maar ook over de organisatie van zorg en over

Nadere informatie

Functieprofiel Programmamedewerker voor: Programma Implementatie Medische Kindzorgsysteem voor het zieke kind in de eigen omgeving

Functieprofiel Programmamedewerker voor: Programma Implementatie Medische Kindzorgsysteem voor het zieke kind in de eigen omgeving Functieprofiel Programmamedewerker voor: Programma Implementatie Medische Kindzorgsysteem voor het zieke kind in de eigen omgeving Functieprofielen programma Implementatie MKS Inleiding Het rapport Samen

Nadere informatie

Strategie SEIN 2013-2016

Strategie SEIN 2013-2016 Strategie SEIN 2013-2016 2016 Vastgesteld 14 mei 2012 Inleiding Gespecialiseerde Epilepsiezorg SEIN biedt gespecialiseerde diagnostiek en behandeling, woonzorg en dagbesteding en onderwijs aan mensen met

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

DE VALKHORST. Intensieve verpleegkundige zorg, logeerzorg en revalidatie voor kinderen en jongeren tot 20 jaar

DE VALKHORST. Intensieve verpleegkundige zorg, logeerzorg en revalidatie voor kinderen en jongeren tot 20 jaar DE VALKHORST Intensieve verpleegkundige zorg, logeerzorg en revalidatie voor kinderen en jongeren tot 20 jaar 1 In deze brochure vindt u informatie over: De zorg van De Valkhorst 4 Voor wie De Valkhorst

Nadere informatie

SAMEN VERDER NA KANKER TRANSMURALE ONCOLOGISCHE NAZORG

SAMEN VERDER NA KANKER TRANSMURALE ONCOLOGISCHE NAZORG SAMEN VERDER NA KANKER TRANSMURALE ONCOLOGISCHE NAZORG Wat is het beste voor de patiënt? Carla M.L. van Herpen, internist-oncoloog 14-10-2014 Nazorg en controle na kanker EXPERTISE Wat wil de patiënt?

Nadere informatie

Samenvatting rapport 'De brede betekenis van acute zorg' 5 augustus 2013 Pagina 1/4

Samenvatting rapport 'De brede betekenis van acute zorg' 5 augustus 2013 Pagina 1/4 Samenvatting rapport 'De brede betekenis van acute zorg' NVZ 5 augustus 2013 Bram den Engelsen Hein Abeln Maret van der Wees Meer nuance en inzicht rond concentratie en spreiding van acute zorg Over concentratie

Nadere informatie