UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE. Academiejaar

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE. Academiejaar 2013-2014"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE Academiejaar NEFRECTOMIE BIJ HOND EN KAT EEN RETROSPECTIEVE STUDIE NAAR OORZAKEN EN OVERLEVINGSTIJD door Amélie Daminet Promotor: dierenarts B. Van Goethem Co-promotor: Prof. Dr. H. de Rooster Case report in het kader van de Masterproef

2

3 De auteur en de promotoren geven de toelating deze studie als geheel voor consultatie beschikbaar te stellen voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik valt onder de beperkingen van het auteursrecht, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de bron uitdrukkelijk te vermelden bij het aanhalen van gegevens uit deze studie. Het auteursrecht betreffende de gegevens vermeld in deze studie berust bij de promotoren. Het auteursrecht beperkt zich tot de wijze waarop de auteur de problematiek van het onderwerp heeft benaderd en neergeschreven. De auteur respecteert daarbij het oorspronkelijke auteursrecht van de individueel geciteerde studies en eventueel bijhorende documentatie, zoals tabellen en figuren. De auteur en de promotoren zijn niet verantwoordelijk voor de behandelingen en eventuele doseringen die in deze studie geciteerd en beschreven zijn.

4 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE Academiejaar NEFRECTOMIE BIJ HOND EN KAT EEN RETROSPECTIEVE STUDIE NAAR OORZAKEN EN OVERLEVINGSTIJD door Amélie Daminet Promotor: dierenarts B. Van Goethem Co-promotor: Prof. Dr. H. de Rooster Case report in het kader van de Masterproef

5 Voorwoord Graag wil ik mijn promotor dierenarts B. Van Goethem en co-promotor Prof. Dr. H. de Rooster bedanken voor de steeds snelle en deskundige feedback. Deze case-report had niet tot stand kunnen komen zonder hun kritische blik op mijn proefversies en de bijkomende waardevolle suggesties. Ook wil ik graag mijn ouders, nonkel en vriend bedanken voor de steun en het advies dat ze mij hebben gegeven. Niet enkel tijdens het schrijven van deze case-report, maar ook gedurende de gehele opleiding.

6 Inhoudstafel Samenvatting... p.1 1. Inleiding... p.2 2. Materiaal en Methoden... p.5 3. Resultaten... p Populatie... p Diagnostiek... p Aanleiding tot nefrectomie... p.7 Congenitale oorzaken (ectopische ureter met hydronefrose/hypoplasie)... p.7 Ontwikkelingsstoornis (pyelonefritis/vergroeiingen/urolithiasis)... p.7 Traumata... p.8 Neoplasie... p Postoperatieve verloop/overlevingstijd... p Discussie... p Conclusie... p Referentielijst... p.18

7 SAMENVATTING Wanneer een ernstige (unilaterale) nierpathologie optreedt, kan het noodzakelijk zijn tot nefrectomie over te gaan. In deze retrospectieve studie werd nagegaan welke de redenen waren voor nefrectomie. Er werden gegevens verzameld van 30 honden en 7 katten. Nefrectomie werd uitgevoerd omwille van congenitale oorzaken (ectopische ureter met hydronefrose/hypoplasie) bij 17% (5/30) honden en 14% (1/7) katten, van ontwikkelingsstoornissen (obstructieve urolieten/pyelonefritis/hydronefrose) bij 17% (5/30) honden en 14% (1/7) katten, van traumata (aanrijdingen/iatrogene operatieve schade) bij 20% (6/30) honden en 29% (2/7) katten en van neoplasie bij 47% (14/30) honden en 43% (3/7) katten. Jonge honden waarbij nefrectomie werd uitgevoerd voor congenitale oorzaken waren nog in leven na een follow-up tijd van 1652 dagen. Nefrectomie omwille van een ontwikkelingsstoornis resulteerde in een gemiddelde overlevingstijd van 1549 dagen bij honden waarbij sterfte optrad door ouderdom en chronische nierinsufficiëntie. Bij de kat werden geen gegevens teruggevonden over de overlevingstijd bij congenitale oorzaken en ontwikkelingsstoornissen. Nefrectomie omwille van traumata bij de hond had een overlevingstijd van 1708 dagen waarbij sterfte optrad ten gevolge van acute nierinsufficiënte, chirurgische complicaties en ouderdom. Van de katten met traumata stierf een kat van ouderdom en de andere leeft nog na een follow-up van 3185 dagen. De beperkte gemiddelde overlevingstijd (224 dagen) bij honden met een niertumor wordt verklaard doordat het hier in 79% een maligne tumor betrof. De gemiddelde overlevingstijd (25 dagen) was bij katten nog beperkter en kan verklaard worden wegens het reeds zeer uitgebreide tumorale proces en de kleinere populatie. ABSTRACT It maybe be necessary to perform nephrectomy in case of severe (unilateral) kidney problems. In this retrospective study we evaluated the reasons for nephrectomy. Patient data of 30 dogs and 7 cats were collected. Reasons for nephrectomy were congenital disorders (ectopic ureter with hydronephrosis/ hypoplasia) in 17% (5/30) of the dogs and 14% (1/7) of the cats, development errors (obstructive calculi/pyelonephritis/hydronephrosis) in 17% (5/30) of the dogs and 14% (1/7) of the cats, trauma (hit by car/iatrogenic traumata during surgery) 20% (6/30) of the dogs and 29% (2/7) of the cats and neoplasia in 47% (14/30) of the dogs and 43% (3/7) of the cats. Young dogs who underwent nephrectomy due to congenital disorders were still alive after a follow-up of 1652 days. The mean survival rate after nephrectomy performed because of development errors was 1708 days. These dogs died of age and chronic kidney insufficiency. Records of the mean survival rate for the cat could not be found for congenital disorders and development errors. The mean survival rate for nephrectomy after traumata was 1708 days for the dog and death occurred due to acute kidney insufficiency, surgical complications and old age. One cat died of age after trauma and one cat is still alive after a follow-up of 3185 days. Seventy-nine percent of renal neoplasia was malignant and this might explain the short mean survival rate (224 days) in dogs. The mean survival rate was even shorter in cats (25 days) and this could be explained because of the extensiveness of the neoplasia and the small number of cases. 1

8 1. Inleiding De nieren hebben een belangrijke functie in het lichaam: ze ontvangen 25% van de cardiac output en filteren dit bloed, excreteren afvalstoffen, reabsorberen belangrijke moleculen en elektrolyten en produceren daarnaast ook hormonen (Lanz en Waldron, 2000; Bartges, 2012). De mogelijkheid om nefrectomie uit te voeren, wordt voornamelijk bepaald door het unilaterale of bilaterale karakter van de aandoening. Nefrectomie is namelijk enkel zinvol bij een unilaterale nierpathologie (Lanz en Waldron, 2000). Alvorens de ingreep uit te voeren dient daarom de individuele nierfunctie bepaald te worden. Het ureum gehalte in het bloed en het creatinine gehalte in het serum geven enkel een beeld van de globale nierfunctie en is hiervoor niet geschikt. De individuele nierfunctie kan wel worden bepaald met nucleaire scintigrafie (Lanz en Waldron, 2000; Bjorling en Da Costa-Gomez, 2006). Pathologieën die leiden tot een irreversibel verlies van de nierfunctie in één nier kunnen opgedeeld worden in: congenitale oorzaken (hydronefrose ten gevolge van een ectopische ureter en hypoplasie), ontwikkelingsstoornissen (obstruerende urolieten, infectieuze oorzaken), traumata en neoplasieën (Lanz en Waldron, 2000; Fossum, 2013). De meest voorkomende congenitale oorzaak voor verlies van nierfunctie is een ectopische ureter (Berent et al., 2008; Yoon et al., 2010, Fossum, 2013). De globale incidentie van ectopische ureters bij honden bedraagt 0,016%-0,045% (Hardie en Kyles, 2004; Anders et al., 2012). Bij honden komen ectopische ureters vooral bij teefjes voor (Anders et al., 2012). Volgens een bron (Ho et al., 2011) is de incidentie bij teefjes 20 keer groter en volgens een andere bron (Anders et al., 2012) is de incidentie 4 tot 20 keer hoger bij teefjes. Indien ectopische ureters voorkomen bij de kat zijn, in tegenstelling tot bij honden, vooral katers gepredisponeerd (Nelson en Couto, 2009). Een ectopische ureter mondt niet in het trigonum van de blaas uit, maar ledigt rechtstreeks in de urethra of minder frequent ook in de vagina, ductus deferens, prostaat of andere secundaire geslachtklieren (Ho et al., 2011). Hierdoor vertonen deze dieren urinaire incontinentie (Holt, 1990; Lautzenhiser en Bjorling, 2002; Anders et al., 2012; Lam et al., 2012). Deze aandoening kan zowel unilateraal als bilateraal aanwezig zijn (Holt en Moore, 1995). Door de ectopische ureter treedt vaak een obstructie van de ureter op (Holt en Moore, 1995; North et al., 2010). In een studie met 13 honden (North et al., 2010) luidt de hypothese dat de obstructie mechanisch (stenose van de ureterale opening) of functioneel (adynamisch ureter segment of verhoogde weerstand voor urine flow door de positie van de ectopische opening) kan zijn. De chronisch verhoogde druk leidt tot hydroureter en later mogelijks tot hydronefrose (Ho et al., 2011; Lam et al., 2012). Bij de ontwikkelingsstoornissen die leiden tot irreversibel verlies van de nier worden pyelonefritis, obstructie en hydronefrose gegroepeerd. Pyelonefritis is een toestand waarbij er een ontsteking is van zowel de renale pelvis als het renale parenchym (Robertson, 1986; McGavin en Zachary, 2007). Meestal ontstaat een ontsteking van de hogere urinewegen ten gevolge van een ascenderende infectie van de lagere urinewegen (Holt en Moore, 1995). Dit wordt voornamelijk bij vrouwelijke dieren gezien, vermits deze vatbaarder zijn voor urineweginfecties (Hall et al., 2013). 2

9 Echter sporadisch kan pyelonefritis ook ten gevolge van een bacteriële infectie vanuit de bloedbaan ontstaan (Robertson, 1986; McGavin en Zachary, 2007). Pyelonefritis kan ook ten gevolge van urethrale obstructie ontstaan. De verhoogde druk in de blaas zal aanleiding geven tot vesicoureterale reflux waardoor bacterieel gecontamineerde urine terugstroomt richting de nieren (McGavin en Zachary, 2007). Chronische pyelonefritis kan voorkomen indien een onderliggende oorzaak, zoals bijvoorbeeld een recidiverende obstructie, bacteriële infecties veroorzaakt. Recidiverende pyelonefritis resulteert in tubulaire necrose en fibrose en dus verminderde functionaliteit van de nier (Robertson, 1986; McGavin en Zachary, 2007). In erge gevallen van pyelonefritis ontstaat een uitgebreide subcapsulaire infectie die aanleiding kan geven tot peritonitis (McGavin en Zachary, 2007). Mechanische obstructie van de ureter wordt veroorzaakt door intraluminale obstructie, murale lesies en extramurale compressie (Hardie en Kyles, 2004). Ureter obstructie veroorzaakt op termijn tubulaire schade, interstitiële ontsteking en fibrose en kan uiteindelijk tot tubulaire atrofie, interstitiële fibrose en irreversibele nierschade leiden (Ucero et al., 2013). Minder dan 5% van de urolieten bij honden worden in de ureter en nier teruggevonden (Osborne et al., 2009). Indien urine door een obstruerend proces niet kan afvloeien, ontstaat er een verhoogde druk in het lumen (McGavin en Zachary, 2007). Een acute drukverhoging, bijvoorbeeld door accidentele ligatie van de ureter, leidt tot gedaalde GFR (glomerulaire filtratie ratio) en atrofie van het nierparenchym (schrompelnier) (McGavin en Zachary, 2007). Een chronisch verhoogde druk zoals gezien bij een (partiële) obstructie leidt tot hydronefrose. Door de verhoogde druk zal er vasculaire obstructie ontstaan met corticale en medullaire ischemie en necrose tot gevolg. Door aanhoudende pelvis dilatatie ontstaat er tubulusdegeneratie en atrofie van het nierparenchym. Dit leidt uiteindelijk tot interstitiële verbindweefseling en fibrose van het nierparenchym (McGavin en Zachary, 2007). Hydronefrose ontstaat echter niet enkel ten gevolge van obstructie, maar ontstaat secundair ten gevolge van verschillend aandoeningen. De meest voorkomende oorzaken van hydronefrose zijn urolithiasis, chronische inflammatie, uretrale en ureterale neoplasie en functionele neurologische afwijkingen (Nielsen et al., 1976). Traumata van de nier kunnen ontstaan ten gevolge van een aanrijding of een iatrogene beschadiging intra-operatief. Ook intra-abdominale vergroeiingen die aanleiding geven tot extraluminale obstructies worden tot deze categorie gerekend. De reden voor nefrectomie is dan onherstelbaar trauma aan het urinair stelsel, oncontroleerbare bloedingen en acute nierinsufficiëntie (Weisse et al., 2002; Gower et al., 2009, Lanz et al., 2000; Mayhew et al., 2012). Primaire renale neoplasieën bedragen slechts 1-2% van alle tumoren bij gezelschapsdieren (Baskin en Paoli, 1977; McGavin en Zachary, 2007). Metastatische tumoren in de nier komen wel frequenter voor (Nielsen et al., 1976). Ongeveer 85% van de renale tumoren zijn maligne en thoracale metastasen worden frequent waargenomen (Fossum, 2013). Renaal carcinoom is de meest voorkomende niertumor bij de hond, terwijl lymfoom de meest voorkomende niertumor bij de kat is (Nielsen et al., 1976; Steinberg en Thomson, 1994). Een renaal lymfoom kan primair zijn of secundair aan een gastro-intestinaal of multicentrisch lymfoom ontstaan. De ontwikkeling van renaal lymfoom 3

10 hangt ook nauw samen met FeLV aangezien 50% van de katten met een renaal lymfoom FeLV positief is (Ettinger, 2003). De primaire renale neoplasieën kunnen van epitheliale, mesenchymale of embryonale oorsprong zijn (Bryan et al., 2006). Epitheliale tumoren kunnen ontstaan in het parenchym of in de pelvis van de nier. Epitheliale tumoren van het parenchym worden verder opgedeeld in goedaardige adenomen en de kwaadaardige carcinomen (Nielsen et al., 1976; Bryan et al., 2006). Een renaal carcinoom is meestal een grote massa uitgaande van één pool, met compressie van het omliggende renale weefsel en gaat vaak gepaard met polycythemie (Nielsen et al., 1976; McGavin en Zachary, 2007). Dit type tumor groeit invasief en metastaseert vaak naar de longen, lymfeknopen, lever en bijnier (Lucke en Kelly, 1976; Bryan et al., 2006; McGavin en Zachary, 2007). Minder frequent worden ook metastasen naar ander organen gezien zoals de contralaterale nier, wervels, pancreas en milt (Lucke en Kelly, 1976). Bij katten worden metastasen van renale carcinomen minder frequent gezien (Steinberg en Thomson, 1994). Bilateraal voorkomen van renaal carcinoom werd gedocumenteerd in 4-32% en is belangrijk wanneer nefrectomie overwogen wordt (Fossum, 2013). Epitheliale tumoren van de renale pelvis worden onderverdeeld in overgangscel papillomen, overgangscel carcinomen, squameuscel carcinomen en cystadenocarcinomen. Renale overgangscel carcinomen ontstaan uit de renale pelvis en zijn vaak al gemetastaseerd bij diagnose (Hanzlicek et al., 2012). De prevalentie bij katten is 0,068% (Hanzlicek et al., 2012). Cystadenocarcinomen worden vaak gelinkt aan nodulaire dermatofibrose bij de Duitse Herder (Bryan et al., 2006). Mesenchymale tumoren komen niet heel vaak voor, maar de maligne vormen zijn wel agressief en metastaseren zeer frequent (Bryan et al., 2006). Tot deze tumoren van het renale stroma horen fibroom, fibrosarcoom, hemangioom en hemangiosarcoom (Nielsen et al., 1976). Nefroblastomen zijn tumoren die vooral voorkomen bij jonge dieren (< 1 jaar). Ze gaan dan ook uit van een embryonaal epitheliale en mesenchymale component (Nielsen et al., 1976). In een studie naar primaire renale neoplasie met 82 honden (Bryan et al., 2006) werden ook de overlevingstijden berekend. Uit de studie bleek de gemiddelde overlevingstijd voor renale carcinomen 448 dagen (range, 0 dagen tot 1652 dagen), renale sarcomen 252 dagen (range, 0 dagen tot 1960 dagen) en nefroblastomen 168 dagen (range, 0 dagen tot 168 dagen). In een andere studie (Lucke en Kelly, 1976) werden gelijkaardige resultaten voor renale carcinomen bekomen (range, 10 dagen tot 1344 dagen). In een studie over lymfoom bij 90 katten (David et al., 1998) bedroeg de gemiddelde overlevingstijd 143 dagen. 4

11 2. Materiaal en Methoden Honden en katten die tussen oktober 2001 en oktober 2013 aan de faculteit diergeneeskunde te Merelbeke een nefrectomie ondergingen, werden opgenomen in de studie. De patiëntendossiers werden nagekeken met betrekking tot de patiëntengegevens (ras, leeftijd, gewicht), de pathologie die aanleiding gaf tot de nefrectomie (congenitale oorzaak, ontwikkelingsstoornis, traumata, neoplasie), de uitgevoerde diagnostische methoden (bloedonderzoek, urineonderzoek, echografisch onderzoek abdomen en thorax, RX abdomen en thorax, contraststudie, scintigrafie, creatinine clearance test, cytologie, histologie), de intra-operatieve bevindingen en de overlevingstijd postoperatief. Op het tijdstip van de studie (maand oktober tot januari) werden eigenaars telefonisch gecontacteerd in verband met de huidige gezondheidstoestand van de dieren. Ook werd er gevraagd of de oorzaak van een eventueel overlijden bekend was. 5

12 3. Resultaten 3.1. Populatie Tijdens de onderzoeksperiode van twaalf jaar werd 30 keer een nefrectomie uitgevoerd bij een hond. De populatie honden bestond uit 14 reuen (8 intacte en 6 gecastreerde) en 16 teven (5 intacte en 11 gecastreerde). De gemiddelde leeftijd was 6 jaar en 10 maanden (range, 2 maanden tot 14 jaar). Het gemiddelde gewicht van de patiënten bedroeg 19,4 kg (range, 1,9 kg tot 57,0 kg). Bij katten werd 7 keer een nefrectomie uitgevoerd. De katten populatie bestond uit 4 gesteriliseerde kattinnen en 3 gecastreerde katers. De gemiddelde leeftijd was 6 jaar en 4 maanden (range, 1 jaar tot 13 jaar). Het gemiddelde gewicht van de patiënten bedroeg 4,0 kg (range, 3,0 kg tot 5,3 kg) Diagnostiek Bij alle 30 honden werd een bloedonderzoek uitgevoerd (hematologie, biochemie en eventueel glucosemeting en hormonologie). Bij 20 honden (67%) werd een urineonderzoek uigevoerd, 10 met urinecultuur (37%). De urine werd 6 keer via cystocentesis bekomen. Naast de urinecultuur werd preoperatief van 1 nierbekken een bacteriologische cultuur aangemaakt. Bij alle 7 katten werd eveneens een bloedonderzoek uitgevoerd. Bij 4 katten (57%) werd een urineonderzoek uitgevoerd, 3 met urinecultuur (43%). De urine werd 1 maal via cystocentesis bekomen. Beeldvorming bestond uit een echografisch onderzoek van het abdomen bij 26 honden (87%), echografisch onderzoek van de thorax bij 1 hond (3%), röntgenologisch onderzoek van het abdomen bij 13 honden (43%), röntgenologisch onderzoek van de thorax bij 16 honden (53%), röntgenologisch onderzoek van de lumbosacrale overgang bij 2 honden (7%), en een CT-scan onderzoek bij 1 hond (3%). Beeldvorming bij de katten bestond uit een echografisch onderzoek van het abdomen bij 5 katten (71%), echografisch onderzoek van de thorax bij 1 kat (14%), röntgenologisch onderzoek van het abdomen bij 4 katten (57%), röntgenologisch onderzoek van de thorax bij 3 katten (43%) en röntgenologisch onderzoek van de lumbosacrale overgang bij 1 kat (14%). Preoperatieve controle van de functie van de niet-betrokken nier werd uitgevoerd bij 8 honden (27%): intraveneus pyelografie bij 4 honden, bepaling GFR via scintigrafie bij 3 honden en een creatinine clearance test bij 1 hond. Cytologie werd preoperatief uitgevoerd bij 12 honden (40%): van de nier bij 6 honden, de lever bij 2 honden, de milt bij 1 hond, een renale cyste bij 1 hond, abdominaal vocht bij 1 hond en van een peri-anale massa bij 1 hond. Preoperatieve controle van de nierfunctie werd bij 1 kat (14%) uitgevoerd (intraveneus pyelografie, GFR via scintigrafie en creatinine clearance test). Cytologie werd 4 keer uitgevoerd (57%): van abdominaal vocht (1 kat), pleuraal vocht (1 kat) en van de nier (2 katten). 6

13 Postoperatief werd histopathologisch onderzoek uitgevoerd op 15 nieren (50%), 3 ureters, 2 ovaria, 2 bijnieren, 1 uterus, 1 lever, 1 lymfeknoop, 1milt, 1 peri-anale massa en 1 blaaswand. Cytologie werd postoperatief bij 5 honden (17%) uitgevoerd: van nierweefsel bij 3 honden, van abdominaal vocht bij 1 hond en van lymfeknopen bij 1 hond. Postoperatief werden bij 10 honden (33%) culturen aangemaakt: van een nier bij 5 honden, van de ureter bij 1 hond, van de blaaswand bij 2 honden, van abdominaal vocht bij 1 hond en van een granuloom bij 1 hond. Histologisch onderzoek werd postoperatief uitgevoerd op 4 nieren (57%), 1 ureter (14%), 1 lever (14%) en 1 ovarium (14%) Aanleiding tot nefrectomie Congenitale oorzaken (ectopische ureter met hydronefrose/hypoplasie) Nefrectomie ten tijde van ectopische ureter correctie werd uitgevoerd bij 5 honden (17%), 4 van hen met een unilaterale hydroureter/hydronefrose en 1 hond met ernstige unilaterale hydroureter. Hun gemiddelde leeftijd bedroeg 3 maanden (range, 2 tot 5 maanden). Twee honden met hydronefrose hadden een bilaterale ectopische ureter, de andere 3 een unilaterale ectopische ureter. Drie honden hadden een intramuraal verloop van de ectopische ureter, een van hen extramuraal met een urachusdivertikel ter hoogte van het trigonum en een hond had een ureterocoele. Bij een 1 jarige kat met klachten van persisterende krolsheid na ovariëctomie werd tijdens exploratieve celiotomie voor resterend ovarieel weefsel renale hypoplasie vastgesteld, waardoor tegelijkertijd nefrectomie uitgevoerd werd. Ontwikkelingsstoornis (pyelonefritis/vergroeiingen/urolithiasis) Nefrectomie omwille van ontwikkelingsstoornissen werd bij 5 honden (17%) uitgevoerd met een gemiddelde leeftijd van 7 jaar en 6 maanden (range, 4 jaar en 6 maanden tot 10 jaar en 3 maanden). Bij twee van hen ten gevolge van pyelonefritis. Een 10 jaar en 4 maand oude kruising met een voorgeschiedenis van urolithiasis (dieetvoeding, scrotaal urethrostomie) werd gediagnosticeerd met mitralisklependocardiose, pancreatitits, pyelonefritis en unilaterale ureterobstructie met lithiasis in de nier, blaas en urethra. Bacteriologisch onderzoek van de nier was positief, over urinecultuur zijn geen gegevens beschikbaar. De tweede hond was een 10 jaar oude Yorkshire terriër waar histologisch onderzoek van laparoscopische nierbiopten een chronische pyelonefritis met interstitiële nefritis en tubulusdegeneratie diagnosticeerde. Ook werd een uroliet opgemerkt in de blaas. Bijkomend werd intra-operatief peritonitis vastgesteld met verkleving van een leverlob aan het peritoneum en retroperitoneaal een ophoping van etter. Ureterobstructie ten gevolge van een uroliet werd vastgesteld bij een 6 jaar oude Yorkshire terriër met een extrahepatische portosystemische shunt. Wanneer verwijderen via nefrotomie niet succesvol was, werd geconverteerd naar een ureteronefrectomie. 7

14 Hydronefrose werd vastgesteld bij twee 7 jarige honden. Gezien de leeftijd gaat het niet om een congenitale, maar een verworven aandoening. Histologisch werd bij een hond cervixweefsel ter hoogte van de obstructieplaats vastgesteld, hetgeen vermoedelijk de hydronefrose veroorzaakte. Bij de andere hond werd geen concrete oorzaak gevonden. Nefrectomie omwille van ontwikkelingsstoornissen werd bij 1 kat (8 jaar) uitgevoerd (14,29%). Na ovariëctomie vergroeide een uterushoorn met het trigonum en de massa kruiste de ureter waardoor unilateraal hydroureter en hydronefrose ontstond. Grafiek 1. Indicaties voor nefrectomie bij de hond en kat. Traumata Bij 6 honden (20%) werd een nefrectomie uitgevoerd omwille van diverse traumata: 2 met ruptuur van de urinewegen na aanrijding en 4 met obstructie van de urinewegen ten gevolge van operatie-gerelateerde vergroeiingen. Een 1 jaar oude Jack Russel terriër werd gediagnosticeerd met een blaasruptuur in combinatie met een ruptuur van de linker ureter. Intra-operatieve reconstructie van de linker urineweg was niet succesvol en een ureteronefrectomie werd uitgevoerd. Een 3 jaar oude kruising bleek in combinatie met een bilaterale ileosacrale luxatie tevens een ruptuur van de linker ureter te hebben. Reconstructie was eveneens niet mogelijk. Bij 4 honden resulteerden vergroeiingen, ontstaan ten gevolge van een eerdere ovariëctomie/ovariohysterectomie, in een ureteronefrectomie. De gemiddelde leeftijd was 7 jaar en 2 maanden (range, 1 jaar en 3 maanden tot 11 jaar) en de tijd tussen castratie en nefrectomie 39 dagen (van 2 honden gegevens teruggevonden). Bij 2 honden 8

15 betrof het een perirenaal granuloom/abces ter hoogte van de ovariumstomp, bij 1 hond een vergroeiing op de uterusstomp met obstructie van de ureter en bij 1 hond een vergroeiing van de ovariumstomp met urinewegen en gastro-intestinaalstelsel. Twee katten (29%), beide Europese kortharen, ondergingen nefrectomie omwille van trauma. Een 1 jaar oude Europese korthaar vertoonde na aanrijding een nierruptuur met retroperitoneale bloeding gecombineerd met een paracostale avulsie en een hernia diafragmatica. De 10 jaar oude Europese korthaar ontwikkelde vergroeiingen aan het urinair stelsel ten gevolge van een eerder doorgemaakte pyometra. Neoplasie Neoplasie was in het totaal bij 14 honden (47%) de aanleiding tot nefrectomie. Bij 12 van deze 14 honden was renale neoplasie de aanleiding voor nefrectomie en bij 2 van deze 14 honden was een bijnier tumor die secundair de nier aantastte de aanleiding voor nefrectomie. De gemiddelde leeftijd van deze 14 honden bedroeg 9 jaar en 7 maanden (range, 6 jaar en 3 maanden tot 14 jaar en 3 maanden). De meest voorkomende tumor was een renaal carcinoom (5/14 honden of 36%), verder opgesplitst in 1 adenocarcinoom, 1 renaal tubulair carcinoom, 1 overgangscelcarcinoom, 1 papillair renaal carcinoom en 1 onbekend. Omwille van invasieve tumorgroei werd bij 3 honden bijkomend weefsel weggenomen om vrije tumormarges te bekomen (omentum, buikwand, ovarium/uterus, colon). Grafiek 2. Type renale neoplasie bij de hond. 9

16 De tweede meest voorkomende tumor was een renaal hemangiosarcoom (2/14 honden of 14%). Beide honden vertoonden ten tijde van de ingreep reeds metastasen (milt, uterus, mesoduodenum, lever). Bij 1 hond werden in het verleden reeds melkkliertumoren en tumoren van de huid weggenomen, de histologie is echter niet gekend. Bij 1 hond (1/14 honden of 7%) werd een renaal sarcoom gediagnosticeerd (hoogst waarschijnlijk een fibrosarcoom, andere sarcomen konden niet uitgesloten worden). Intra-operatief werd bijkomend een venotomie en adrenalectomie uitgevoerd wegens een tumorthrombus en de betrokkenheid in het proces. Bij een 7 jarige hond (7%) werd een nefroblastoma vastgesteld. Intra-operatief werd een adrenalectomie uitgevoerd wegens invasieve tumorgroei. Over het type neoplasie werd bij drie van de 14 honden (21%) geen verdere gegevens gevonden. De gemiddelde leeftijd van deze 3 honden bedroeg 9 jaar en 9 maanden (range, 7 jaar en 10 maanden tot 11 jaar en 1 maand). Bij twee honden werd in het verleden reeds een maligne proces chirurgisch verwijderd (schildklier tumor en peri-anaalklier adenoom). Bij de hond met het perianaalklier adenoom werd bijkomend mitralisklependocardiose klasse B2 vastgesteld en werd intraoperatief een splenectomie uitgevoerd. Het initieel vermoeden (cytologie) van renale neoplasie werd na histopathologisch onderzoek weerlegd (glomerulonefritis met secundair interstitiële fibrose). Bij twee honden (14%) was de nier secundair betrokken in een nabijgelegen neoplastisch proces (bijniertumor). Een 8 jaar oude hond had een adrenaal corticaal adenoom links dat vergroeid was met de linker nier. Deze hond stierf tijdens de ingreep ten gevolge van een hypovolemische shock. Een 11 jaar oude hond had een pheochromocytoma in de linker bijnier dat vergroeid was met de linker nier en milt. Drie katten (43%) ondergingen nefrectomie ten gevolge van renale neoplasie. Een adenocarcinoom en 2 type tumoren waarvan geen verdere gegevens gevonden werden. De gemiddelde leeftijd bedroeg 8 jaar en 9 maanden (range, 1 jaar en 3 maanden tot 13 jaar en 3 maanden). Eén kat was leucose positief met gemodificeerd transudaat in de thorax en abdomen. Eén kat werd intra-operatief geëuthanaseerd omdat ook de lever, arterie en vena mesenterica caudalis en de vasa recta betrokken waren in het tumoraal proces Postoperatieve verloop/overlevingstijd Informatie omtrent het postoperatieve verloop werd uit de patiëntendossiers gehaald (13 honden en 2 katten) of bekomen door telefonisch contact met de eigenaars (14 honden en 4 katten). Op die manier konden de vereiste gegevens worden verzameld voor 27 honden (90%) en 6 katten (86%). 10

17 Gegevens rond de gezondheidstoestand van honden met nefrectomie ten gevolge van een congenitale aandoening konden worden verkregen bij alle 5 de honden. Eén werd 168 dagen postoperatief geëuthanaseerd om een ongerelateerde reden (kruisbandruptuur). De 4 overige honden zijn nog in leven met een gemiddelde follow-up periode van 1652 dagen (range, 980 tot 2352 dagen). Bij honden met een ontwikkelingsstoornis konden gegevens worden bekomen bij 3/5 honden. De gemiddelde overlevingsduur bedraagt 1549 dagen. Beide honden met nefrectomie ten gevolge van pyelonefritis zijn 5 jaar later gestorven aan een ongerelateerde aandoening (ouderdom). Echter, bij een van hen werd een progressieve achteruitgang gezien van de initieel normale nierfunctie (bepaald 15 dagen postoperatief door middel van creatinine clearance test). Na 1540 dagen werd nierinsufficiëntie vastgesteld en na 1635 dagen werden echografisch renale cysten en infarcten vastgesteld. De patiënt met extrahepatische portosystemische shunt en ureterobstructie ontwikkelde een nefroliet in de overblijvende nier (644 dagen) en ontwikkelde nierziekte (1176 dagen). Uiteindelijk overleed hij na 1288 dagen. Van de twee patiënten met hydronefrose konden geen verdere gegevens worden teruggevonden. De gemiddelde overlevingstijd van honden met nefrectomie ten gevolge van traumata kon worden bepaald op 4/6 honden en bedraagt 1708 dagen (volgens Kaplan Meijer curve). Bij één van de aangereden honden, waar een nefrectomie diende te worden uitgevoerd omwille van een ureterruptuur, waren er macroscopische afwijkingen aanwezig aan de overblijvende nier. Deze hond werd kort na de ingreep (0 dagen) geëuthanaseerd omwille van ernstig nierfalen. Van de tweede hond werden geen gegevens teruggevonden. Van 3 van de 4 patiënten met vergroeiingen na eerdere operaties zijn gegevens bekend: 1 hond stierf enkele uren postoperatief, een tweede werd na 1708 dagen geëuthanaseerd omwille van ouderdom, de derde is nog steeds in leven (follow-up 2576 dagen). Bij twee katten werd nefrectomie na traumata uitgevoerd. De aangereden kat leeft na een follow-up van 3185 dagen nog steeds. De andere kat met abdominale vergroeiingen na een sterilisatie overleed 1512 dagen postoperatief omwille van ouderdom. De gemiddelde overlevingstijd van honden met nefrectomie omwille van neoplasie kon bij 12/14 honden bepaald worden en bedraagt 224 dagen (volgens Kaplan-Meijer curve). Van honden met een renaal carcinoom waren volledige gegevens beschikbaar voor 4/5 honden. De gemiddelde overlevingstijd kon echter niet worden bepaald aangezien op het tijdstip van afsluiten van de studie nog 75% van de dieren in leven waren. Eén hond was na 187 dagen nog vrij van metastasen maar ontwikkelde wel chronische nierinsufficiëntie (CNI) stage I en is na een follow-up van 252 dagen nog in leven. De hond met het renaal tubulair carcinoom werd 224 dagen postoperatief geëuthanaseerd wegens nekpijn, anorexie en de gereserveerde prognose. De hond met het papillair carcinoom werd omwille van ouderdom na 1176 dagen geëuthanaseerd. De hond waarvan het type carcinoom niet verder werd bepaald ontwikkelde CNI stage II (2016 dagen) en werd ten gevolge van ouderdom geëuthanaseerd na 2016 dagen. 11

18 De gemiddelde overlevingstijd van de 2 honden met een renaal hemangiosarcoom bedraagt 84 dagen. Een hond werd postoperatief (0 dagen) geëuthanaseerd wegens diffuse intravasculaire coagulatie en een slechte prognose. De andere hond stierf 168 dagen postoperatief ten gevolge van het neoplastisch proces. Bij de hond met een renaal sarcoom werden bij de recentste echografische controle (196 dagen) geen metastasen opgemerkt en de hond is nog steeds stabiel (follow-up van 252 dagen). Van de hond met een renaal nefroblastoom zijn geen gegevens teruggevonden. De gemiddelde overlevingstijd van de twee honden met een bijniertumor bedraagt ½ dag (range, 0 tot 1 dag). Ze overleden ten gevolge van complicaties gedurende de ingreep. De gemiddelde overlevingstijd van de katten met nefrectomie na neoplasie bedraagt 25 dagen (range, 0 tot 70 dagen). Een kat werd intra-operatief geëuthanaseerd wegens de uitgebreidheid van het tumoraal proces. Eén kat overleed 7 dagen postoperatief aan FeLV. Informatie over het type tumor werd bij deze kat niet gevonden, maar indien het een renaal lymfoom was, is FeLV een gerelateerde doodsoorzaak. Eén kat met een renaal adenocarcinoom werd 70 dagen postoperatief geëuthanaseerd (ontwikkeling van acute nierinsufficiëntie boven op de reeds bestaande CNI). Grafiek 3. Gemiddelde overlevingstijd na nefrectomie bij de hond. 12

19 4. Discussie Congenitale aandoeningen kunnen unilateraal of bilateraal voorkomen, wanneer het unilateraal voorkomt dan verwacht je na nefrectomie genezing, indien het bilateraal voorkomt dan is verdere achteruitgang mogelijk met uiteindelijk nierfalen van de resterende nier (North et al., 2010; Sahal, 2005). Naast de prognose zal ook de behandelingsmogelijkheid/chirurgische techniek afhangen van het aantal en de functionaliteit van de ectopische ureters, de locatie van de ureteropening en de functionaliteit van de resterende nier (Reichler et al., 2012). Zo werd in een studie van Anders et al. (2012) naar ectopische ureters gekozen voor uretertranspositie, ureteroneocystostomie eventueel gecombineerd met unilaterale ureteronefrectomie afhankelijk van de klinische bevindingen. Bijgevolg werd bij vier honden unilaterale ureterreconstructie met unilaterale ureteronefrectomie gecombineerd wegens onvoldoende renale functie (hydronefrose). In een studie van Ho et al. (2011) met 33 vrouwelijke honden werd dit ook 2 keer toegepast (renale dysplasie, hydronefrose, hydroureter met ureterocoele of nefroliet/ureteroliet). Ook in onze studie werd bij 3 honden unilaterale ureteronefrectomie (vergevorderde hydronefrose) gecombineerd met unilaterale ureterreconstructie (functionele nier). Zoals reeds aangehaald kan bij een bilaterale aandoening na verloop van tijd nierfalen van de resterende nier optreden. In een case-report (Sahal et al., 2005) van een 6 maand oude puppy, was chirurgische correctie namelijk onmogelijk wegens de vergevorderde congenitale bilaterale hydronefrose en hydroureter en resulteerde in euthanasie. Vergelijkbaar werden in een studie (North et al., 2010) twee van de 17 honden met bilaterale hydronefrose en progressieve nierfalen geëuthanaseerd. Nadien werd nog 1 hond geëuthanaseerd (112 dagen na nefrectomie) wegens hydronefrose en progressief nierfalen van de resterende nier. Dit werd echter in onze studie niet waargenomen, na een gemiddelde follow-up van 1652 dagen werden geen afwijkingen aan de resterende nier vastgesteld. Vergelijkbaar met onze studie is in de studie van Anders et al. (92% van de honden bilateraal aangetast) een follow-up (336 dagen tot 1680 dagen) van 5 honden beschikbaar en werd bij controle nooit azotemie vastgesteld. Uit onze studie bleek de prognose bij congenitale aandoeningen dus goed te zijn, ook bij de bilateraal aangetaste dieren. Exacte vergelijkingen over de gemiddelde overlevingstijd werden niet gevonden. In de literatuur wordt namelijk vooral het effect van chirurgische ingrepen op urinaire incontinentie bij congenitale aandoeningen bestudeerd. Pyelonefritis kwam bij beide honden in onze studie unilateraal voor. Dit werd ook vastgesteld bij experimenteel veroorzaakte pyelonefritis bij 55 honden (Gold et al., 1968). In die studie werd de linker nier geïnoculeerd (E. coli en S. aureus) en nadien werd van beide nieren een cultuur gemaakt die enkel voor de linker nier positief bleek. Na het herstel postoperatief leefden beide honden in onze studie nog lang. Het bekomen resultaat (gemiddelde overlevingstijd 1680 dagen) is vergelijkbaar met dat van een studie (Gookin et al., 1996) met 30 honden (1372 dagen: range, 588 tot 2486 dagen) waarbij ook nefrectomie omwille van pyelonefritis werd uitgevoerd. In onze studie werd bij 1 hond wel reeds vroeg postoperatief (15 dagen) een progressieve achteruitgang van de resterende nier vastgesteld. In de literatuur (Henderson en Leypoldt, 1989) staat beschreven dat de overblijvende nier na nefrectomie een periode van compensatoire groei ondergaat om de normale vocht en elektrolyten 13

20 balans te behouden. Dit resulteert in hypertrofie en hyperplasie van renaal weefsel en een toename van het aantal nefronen. Echter dit kan ook in dergelijke mate optreden met een pathologische effect op de resterende nier als gevolg. Dit zou een mogelijke verklaring voor de progressieve dalende nierfunctie bij de hond in onze studie kunnen zijn. Postoperatief zijn geen recidieven vastgesteld in onze studie ondanks de predispositie van 1 hond wegens urolithiase. Dit kan deels verklaard worden door het strikte dieetplan dat opgesteld werd. Predisponerende factoren voor het ontwikkelen van pyelonefritis zijn ureterobstructie, urinaire reflux, lymfe obstructie, renale anoxie en een gedaalde bloeddruk (Gold et al., 1968; Robertson, 1986). Na analyse van de resultaten kan, zoals bij congenitale oorzaken, besloten worden dat de prognose na nefrectomie omwille van pyelonefritis gunstig is mits preventieve maatregelen om recidieven te voorkomen. Zoals reeds aangehaald bij congenitale oorzaken heeft ureterobstructie zeer nefaste gevolgen voor de nierfunctie. Naast de congenitale oorzaken werd in onze studie ook nefrectomie omwille van obstructie door urolieten uitgevoerd. Door de verminderde/afwezige urineflow ontstaat een uremische crisis en structurele veranderingen aan de nier en ureter met verlies van renale functie (Hardie en Kyles, 2004). In de literatuur (Gookin et al.,1996) kwam de gemiddelde overlevingstijd van 1176 dagen (range, 840 tot 2688 dagen) overeen met onze resultaten (1288 dagen). Echter deze prognose zal mede bepaald worden door het al dan niet optreden van recidieven. De prevalentie op recidieven van urolieten bedraagt bij de hond 36% binnen het jaar na chirurgische verwijdering (Osborne, 1995). Indien recidieven optreden met obstructie zal de prognose op herstel van de renale functie bepaald worden door enkele factoren waaronder de duur en graad van obstructie (Hardie en Kyles, 2004). Om recidieven te voorkomen en dus de prognose postoperatief te verbeteren, zullen bij deze patiënten preventie maatregelen (medicamenteus, dieetvoeding, monitoring) genomen moeten worden. Zoals ook bij pyelonefritis vastgesteld, is nefrectomie omwille van ureterobstructie gunstig indien ook preventieve maatregelen genomen worden om recidieven te voorkomen. Traumata bestaan uit rechtstreekse nierschade (kapselruptuur) maar ook uit ureterrupturen (Gower et al., 2009; Choi et al., 2012). In onze studie zagen we enkel ureterruptuur na traumata. Ureterruptuur veroorzaakt retroperitoneaal urinoma, sepsis, abcesvorming, infectie en renale beschadiging (Choi et al., 2012). Chirurgisch kan er op twee manieren ingegrepen worden: ureterreconstructie of ureteronefrectomie (Lanz en Waldron, 2000; Weisse et al., 2002). Reconstructie van de ureter bleek bij 2 honden in onze studie onmogelijk en werd geconverteerd naar nefrectomie. In de studie van Weisse et al. (2002) werden 10 patiënten gerapporteerd met traumatisch ureterale ruptuur. Nefrectomie werd bij 6 honden uitgevoerd en ureteroneocystostomy bij 2 honden. Deze laatste stierven beide aan acute nierinsufficiëntie postoperatief. Dit suggereert dat bij een normale renale functie van de overblijvende nier nefrectomie een goede methode is om een ureterale ruptuur te behandelen. Reconstructie van een ureter, zeker bij proximale lesies, is namelijk vaak zeer moeilijk zonder aangepast materiaal (Lanz en Waldron, 2000; Bjorling en Da Costa-Gomez, 2006). Ureteroneocystostomy kan wel overwogen worden bij mid- en distale ureterale avulsie (Bjorling en Da Costa-Gomez, 2006). Bijkomend werd er in een studie van Holt en Moore (1995) over ectopische 14

21 ureter minder postoperatieve complicaties vastgesteld na ureteronefrectomie in vergelijking met uretertransplantatie. In de traumata groep werden ook patiënten met iatrogene vergroeiingen ondergebracht. Onverwacht bleek nefrectomie omwille van traumata een minder gunstige prognose (gemiddeld 1708 dagen of 5 maanden) te hebben. In vergelijking met de prognose van congenitale (gemiddelde followup 1652 dagen: range 980 tot 2352 dagen) en ontwikkelingstoornissen (gemiddelde overlevingstijd 1549 dagen). Vergelijkbare gegevens in de literatuur werden echter niet gevonden. In de traumata groep bleek eveneens dat unilaterale aandoeningen een betere prognose hebben in vergelijking met bilaterale aandoeningen. Zo stierf een hond met een bilaterale aantasting van de nieren kort postoperatief in tegenstelling tot twee katten met unilateraal trauma (een follow-up van 3185 dagen en een stierf na 1512 dagen). Dit kan verwacht worden aangezien geadviseerd wordt eerst de functie van de overblijvende nier te controleren. Indien deze niet voldoende functioneert om postoperatief het metabolisme te onderhouden is nefrectomie niet zinvol (Gookin et al., 1996). In deze studie bleek nefrectomie bij een unilaterale aandoening ook geen negatief effect op de gezonde resterende nier te hebben. Na 1344 dagen postoperatief was de nierfunctie nog stabiel en werd geen hypertensie vastgesteld. Dit werd ook in onze studie vastgesteld: bij 30/37 honden en katten (81%) werden geen klachten van de resterende nier opgemerkt, bij 7/37 honden en katten (19%) werd een nieraandoening van de resterende nier vastgesteld. Als laatste onderdeel van deze studie werd de prognose en overlevingstijd na nefrectomie omwille van neoplasie geëvalueerd. Zoals verwacht is de gemiddelde leeftijd bij dieren met neoplasie ouder (hond 9 jaar en 7 maanden, kat 8 jaar en 9 maanden) dan deze met congenitale aandoeningen (3 maanden). In de literatuur is de gemiddelde leeftijd overeenkomstig: bij renale neoplasie 8 jaar en 1 maand en bij ectopische ureters < 1 jaar (Bryan et al., 2006; Ho et al., 2011). De globale gemiddelde overlevingstijd na het verwijderen van het neoplastisch proces bedroeg 224 dagen. Het eerste type tumor besproken in onze studie is een renaal carcinoom. In een studie van Lucke en Kelly (1976) met 33 honden werd hiervoor een gemiddelde overlevingstijd van 10 dagen tot 1344 dagen vastgesteld. In nog een andere studie over primaire renale neoplasie (Bryan et al., 2006) werd een gemiddelde overlevingstijd van 448 dagen (range, 0 dagen tot 1652 dagen) vastgesteld. In onze studie kon de gemiddelde overlevingstijd echter niet bepaald worden wegens het kleine aantal dieren (te kleine populatie voor Kaplan-Meijer curve). Primaire carcinomen van de nier komen niet vaak voor, maar zijn agressief en vaak worden reeds metastasen gevonden bij diagnose (Lucke en Kelly, 1976). Bij drie honden in onze studie werden ook metastasen vastgesteld en verwijderd. Beide studies (Lucke en Kelly, 1976; Bryan et al., 2006) melden na hun observaties dat nefrectomie wel degelijk de overlevingstijd kan verlengen. Bovengenoemde bevindingen werden ook in onze studie vastgesteld: één hond is nog in leven (follow-up 252 dagen) zonder aanwijzingen (echografisch) van metastasen, twee andere honden stierven 1176 en 2016 dagen na nefrectomie zonder diagnose van metastasen en één hond stierf wel ten gevolge van het tumoraal proces na 224 dagen. Nefrectomie bij 15

22 een unilateraal renaal carcinoom met of zonder metastasen blijkt dus zinvol na evaluatie van de postoperatieve overlevingstijden en de literatuur. Het tweede type tumor in deze studie is mesenchymale renale neoplasie. De gemiddelde overlevingstijd bedraagt 252 dagen (range, 0 dagen tot 1960 dagen) bij mesenchymale renale neoplasie (Bryan et al., 2006). In de studie werden de overlevingstijden niet beschouwd per type, maar wel het totaal aantal mesenchymale tumoren. Nefrectomie omwille van een hemangiosarcoom bleek in onze studie een kortere gemiddelde overlevingstijd (84 dagen) te hebben in vergelijking met de literatuur. Dit kan deels verklaard worden met een Gauss-curve: bij het grootste deel van de populatie zal de overlevingstijd overeenkomen met de gemiddelde overlevingstijd, maar er zijn echter altijd enkele individuen waarbij deze veel korter of juist langer zal zijn. Het laatste type neoplasie besproken in onze studie is een perirenale massa die secundair een nier aantastte. In onze studie was de gemiddelde overlevingstijd na nefrectomie ten gevolge van een perirenale massa (bijnier tumor) zeer kort (slechts ½ dag). In de literatuur worden langere overlevingstijden beschreven. In de eerder vermelde studie met 30 honden van Gookin et al. (1996) bedraagt deze 210 dagen (range, 18 tot 1680 dagen). In deze studie werd de overlevingstijd echter gezamenlijk met de renale en ureterneoplasie berekend. In een case-report (Guillaumot et al., 2012) waarbij venectomie uitgevoerd werd (zonder nefrectomie) bij een hond met een pheochromocytoma bedroeg de overlevingstijd 1372 dagen. De korte overlevingstijd in onze studie kan verklaard worden wegens de uitgebreidheid van het tumoraal proces en de aanwezigheid van metastasen. Enkel op basis van onze gegevens is een nefrectomie prognostisch niet gunstig, maar rekening houdend met de literatuur kan de prognose gunstig zijn indien het proces nog niet te uitgebreid is. Ook bij katten met renale neoplasie werd de gemiddelde overlevingstijd (25 dagen) bepaald. Deze bleek veel korter dan het resultaat bij de hond (224 dagen) en zou verklaard kunnen worden wegens het reeds zeer uitgebreide tumorale proces ten tijde van de ingreep en het beperkt aantal katten opgenomen in de studie. Een kat overleed 7 dagen postoperatief wegens FeLV. Het type tumor was niet gekend, maar indien het een lymfoom was (hoge prevalentie kat), zou de gemiddelde overlevingstijd prognostisch minder goed zijn geweest wegens de FeLV status (Ettinger, 2003). 16

23 5.Conclusie Nefrectomie werd het vaakst uitgevoerd bij neoplastische processen, gevolgd door traumata en het minst frequent bij congenitale en ontwikkelingsstoornissen. Zoals verwacht was de gemiddelde leeftijd bij congenitale aandoeningen jong en bij neoplastische processen oud. Prognostisch was een unilaterale aantasting van de nier gunstiger in vergelijking met bilaterale aantasting. De overlevingstijd na nefrectomie door vergroeiingen bleek prognostisch ook minder gunstig dan initieel verwacht werd. Bij unilaterale aandoeningen kon de overblijvende nier zonder problemen de functie overnemen. Bij bilaterale aandoeningen bleek de functie van de overblijvende nier soms ondermaats of evolueerde de initiële aantasting snel. De prognose bij neoplastische processen bleek beter dan initieel verwacht en er werden minder metastasen en recidieven vastgesteld dan verwacht. Nefrectomie omwille van proximale ureterale avulsie is een goede methode indien geen aangepast materiaal beschikbaar is of bij onvoldoende ervaring. De literatuur in verband met overlevingstijden bij nefrectomie na congenitale oorzaken, ontwikkelingsstoornissen en traumata bleek echter beperkt. De mogelijkheid om de bekomen resultaten te vergelijken met reeds bestaande informatie dus ook. Informatie in verband met overlevingstijden bij neoplastische processen is beter gedocumenteerd. Aangezien vooral secundair renale metastases optreden is er minder informatie over gemiddelde overlevingstijden bij primaire renale neoplasie gekend. 17

24 6. Referentielijst Anders K.J., McLoughlin M.A., Samii V.F., Chew D.J., Cannizzo K.L., Wood I.C., Weisman D.L. (2012). Ectopic Ureters in Male Dogs: Review of 16 Clinical Cases ( ). Journal of American Animal Hospital Association 48 (6), Bartges J.W. (2012). Chronic Kidney Disease in Dogs and Cats. Veterinary Clinics Small Animals 42, Baskin G.B., Paoli A.D. (1977). Primary Renal Neoplasms of the Dog. Veterinary Pathology 14, Berent M.C., Mayhew P.D., Porat-Mosenco Y. (2008). Use of cystoscopic guided laser ablation for treatment of intramural ureteral ectopia in male dog: four cases ( ). Journal of the American Veterinary Medical Association 232 (7), Bjorling D.E., Da Costa-Gomez T.M. (2006). Chapter 78 Surgery of the Kidney and Ureter. In: Manual of Small Animal Practice, 3th edition, Saunders, p Bryan J.N., Henry C.J., Turnquist S.E., Tyler J.W., Liptak J.M., Rizzo S.A., Sfiligoi G., Steinberg S.J., Smith A.N., Jackson T. (2006). Primary renal neoplasia of dogs. Journal of Veterinary Internal Medicine 20 (5), Choi S., Lee S., Kim S., Kim T.G., Yoo K.H., Min G.E., Lee H. (2012). A Rare Case of Upper Ureter Rupture: Ureteral Perforation Caused by Urinary Retention. Korean Journal of Urology 53, David M.V., Moore A.S. Ogilvie G.K., Volk L.M. (1998). Feline Lymphoma (145 Cases): Proliferation Indices, Cluster of Differentiaton 3 Immunoreactivity, and Their Association with Prognosis in 90 Cats. Jounal of Veterinary Internal Medicine 12, Nelson R.G., Couto C.G. (2009). Part Five Urinary Tract Disorders. In: Small Animal Internal Medicine, 4th edition, Mosby Elsevier USA, p Ettinger S.N. (2003). Principles of Treatment for Feline Lymphoma. Clinical Techniques in Small Animal Practice 18 (2), Fossum T.W. (2013). Surgery of the Kidney and Ureter. In: Small Animal SURGERY, 4th edition, Elsevier Mosby St Louis, p Gold A.C., Jeffs D., Wilson R.B. (1968). Experimental Pyelonephritis in Dogs. Canadian Journal of Comperative Medicine 32,

25 Gookin J.L., Elizabeth A.S., Spaulding K.A., Berry C.R. (1996). Unilateral nephrectomy in dogs with renal disease: 30 cases ( ). Journal of the American Veterinary Medical Association 208 (12), Gower S.B., Weisse C.W., Brown D.C. (2009). Major abdominal evisceration injuries in dogs and cats: 12 cases ( ). Journal of American Veterinary Medical Association 234 (12), Guillaumot P.J., Heripret D., Bouvy B.M., Christiaens G., Poujade A., Delverdier M., Poncet C. (2012). 49-Month Survival Following Caval Venectomy Without Nephrectomy in a Dog with a Pheochromocytoma. Journal of the American Animal Hospital Association 48, Hall J.L., Holmes M.A., Baines S.J. (2013). Prevalence and antimicrobial resistance of canine urinary tract pathogens. Veterinary Record 173 (22), Hanzlicek A.S., Ganta C., Myers C.B., Grauer G. (2012). Renal Transitional-cell carcinoma in two cats with chronic kidney disease. Journal of Feline Medicine and Surgery 14 (4), Hardie E.M., Kyles A.E. (2004). Management of ureteral obstruction. Veterinary Clinics Small Animal Practice 34, Henderson L.W., Leypoldt J.K. (1989). Unilateral nephrectomy and glomerular solute transport in the dog. Kidney International 34, Ho L.K., Troy G.C., Waldron D.R. (2011). Clinical outcomes of surgically managed ectopic ureters in 33 dogs. Journal of the American Animal Hospital Association 47 (3), Holt P.E. (1990). Urinary incontinence in dogs and cats. Veterinary Record 127 (14), Holt P.E., Moore A.H. (1995). Canine Ureteral ectopia: an analysis of 175 cases and comparison of surgical treatments. The Veterinary Record 136, Lam N.K., Berent A.C., Wiesse C.W., Bryan C., Mackin A.J., Bagley D.H. (2012). Endoscopic placement of ureteral stents for treatment of congenital bilateral ureteral stenosis in a dog. Journal of the American Veterinary Medical Association 240 (8), Lanz O.I., Waldron D.R. (2000). Renal and Ureteral Surgery in Dogs. Clinical Techniques in Small Animal Practice vol 15 (1), Lautzenhiser S.J., Bjorling D.E. (2002). Urinary Incontinence in a Dog With an Ectopic Ureterocele. Journal of the American Animal Hospital Association 38, Lucky V.M., Kelly D.F. (1976). Renal Carcinoma in the Dog. Veterinary Pathology 13,

Vroege diagnose van nieraandoeningen met behulp van urine onderzoek bij katten

Vroege diagnose van nieraandoeningen met behulp van urine onderzoek bij katten Vroege diagnose van nieraandoeningen met behulp van urine bij katten Methode en interpretatie van de resultaten Ontwikkeld in samenwerking met Tjerk Bosje, Specialist Interne Geneeskunde Inleiding Chronische

Nadere informatie

Indicaties, behandeling en resultaat van foleykathetercystostomie bij kleine huisdieren: zes gevallen

Indicaties, behandeling en resultaat van foleykathetercystostomie bij kleine huisdieren: zes gevallen 35 Casuïstiek Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 2008, 77 Indicaties, behandeling en resultaat van foleykathetercystostomie bij kleine huisdieren: zes gevallen Six cases of tube cystostomy in small animals:

Nadere informatie

Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose. Omschrijving

Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose. Omschrijving Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Onvruchtbaarheid is het onvermogen om drachtig te worden. Onvruchtbaarheid bij vrouwelijke honden (teven) en katten (poezen)

Nadere informatie

4e Post EAUN Meeting. Hydronefrose en obstructie van de hogere urinewegen, Marjo Hupperetz

4e Post EAUN Meeting. Hydronefrose en obstructie van de hogere urinewegen, Marjo Hupperetz 4e Post EAUN Meeting Hydronefrose en obstructie van de hogere urinewegen, Marjo Hupperetz VS urologie Orbis Medisch Centrum Sittard Inhoud Pathofysiologie en ontwikkelen van hydronefrose Diagnostiek Gevolgen

Nadere informatie

H. Urogenitaal systeem en bijnieren. Inhoudsopgave

H. Urogenitaal systeem en bijnieren. Inhoudsopgave H. Urogenitaal systeem en bijnieren Inhoudsopgave 1 H 2 H 3 H 4 H 5 H 6 H 7 H 8 H 9 H 1 H 11 H 12 H 13 H 14 H 15 H 16 H 17 H 18 H 19 H 2 H 21 H Hematurie (macroscopisch of microscopisch zonder significante

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C 1 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn...

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

Kanker: klinisch beeld,

Kanker: klinisch beeld, Kanker: klinisch beeld, epidemiologie, biologie en pathofysiologie Prof. Patrick Schöffski, M.D., M.P.H. Dienst Algemene Medische Oncologie Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg Leuvens Kanker Instituut

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies 8 Chapter 8 74 Samenvatting Hoofdstuk 1 geeft een algemene inleiding op dit proefschrift. De belangrijkste doelen van dit proefschrift waren achtereenvolgens: het beschrijven

Nadere informatie

Stomp abdominaal trauma -bloeding ( milt; lever) -pancreasletsel -perforatie - retroperitoneale bloeding (nier ; grote bloedvaten; pelvisfractuur)

Stomp abdominaal trauma -bloeding ( milt; lever) -pancreasletsel -perforatie - retroperitoneale bloeding (nier ; grote bloedvaten; pelvisfractuur) Wouter Vaneerdeweg Stomp abdominaal trauma -bloeding ( milt; lever) -pancreasletsel -perforatie - retroperitoneale bloeding (nier ; grote bloedvaten; pelvisfractuur) - mesoscheur - urethrascheur - perineaal

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn... 1

Nadere informatie

TRAUMATISCH PANCREASLETSEL

TRAUMATISCH PANCREASLETSEL TRAUMATISCH PANCREASLETSEL Frank Oort Gutclub 29 oktober 2014 1 2 Opbouw Casus Achtergrond Traumatisch pancreas letsel bij kinderen Vervolg casus Leerpunten casus 3 Casus Mw. C. 13 jaar Overplaatsing vanuit

Nadere informatie

Evidence based Medicine II Korte casus III

Evidence based Medicine II Korte casus III Evidence based Medicine II Korte casus III Sil van Cauwenberghe Melissa De Henau Tutor: Chelsey Plas Clinicus: Prof. Dr. Waelput 17/02/15 pag. 1 Inhoud Probleemlijst Differentiaaldiagnoses Cyste Lymfekliermetastase

Nadere informatie

Urine incontinentie bij de hond. Urine incontinentie bij de hond

Urine incontinentie bij de hond. Urine incontinentie bij de hond Urine incontinentie bij de hond Marjanne D. Zaal Specialist Chirurgie VSC De Wagenrenk Urine incontinentie bij de hond Presentatie van patiënt Sfinctermechanisme incompetentie (SMI( SMI) Castratie gerelateerde

Nadere informatie

de CT-scan als doeltreffend hulpmiddel in de diergeneeskunde

de CT-scan als doeltreffend hulpmiddel in de diergeneeskunde de CT-scan als doeltreffend hulpmiddel in de diergeneeskunde Medische beeldvorming Medische beeldvorming heeft altijd een belangrijk en fundamenteel onderdeel gevormd van het diagnostisch onderzoek. Net

Nadere informatie

Behandeling en preventie urineweginfecties bij kinderen. C.M.L. van Dael, kinderarts-nefroloog

Behandeling en preventie urineweginfecties bij kinderen. C.M.L. van Dael, kinderarts-nefroloog Behandeling en preventie urineweginfecties bij kinderen C.M.L. van Dael, kinderarts-nefroloog NVK Richtlijn Urineweginfecties bij kinderen 09-06-2010 Begrippen UWI: combinatie van leeftijdsgebonden klinische

Nadere informatie

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

SAMEN ME VAT A T T I T N I G SAMENVATTING 186 Inleiding Het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS) is een hormonaal systeem dat in belangrijke mate betrokken is bij de regulatie van bloeddruk en nierfunctie. Het RAAS is een

Nadere informatie

röntgen diagnostiek röntgen diagnostiek röntgen diagnostiek opname DS en VD correct belicht / laag kv onbewogen goed zijdelings

röntgen diagnostiek röntgen diagnostiek röntgen diagnostiek opname DS en VD correct belicht / laag kv onbewogen goed zijdelings röntgen diagnostiek opname DS en VD correct belicht / laag kv onbewogen goed zijdelings röntgen diagnostiek buitenzijde detail in de buik organen: grootte, ligging, vorm, inhoud röntgen diagnostiek buitenzijde

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/39153 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/39153 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/39153 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Hommes, M. Title: The injured liver : management and hepatic injuries in the traumapatient

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Bij foetale en neonatale long hypoplasia is het aantal long cellen, luchtwegen en alveoli verminderd hetgeen resulteert in een verminderd long volume en gewicht. Long hypoplasie

Nadere informatie

met dubbele activiteit IPAKITINE

met dubbele activiteit IPAKITINE Effectieve ondersteuning bij chronisch nierfalen met dubbele activiteit IPAKITINE Het aantal behandelingsmogelijkheden van katten én honden met chronisch nierfalen is voor u als dierenarts aanzienlijk

Nadere informatie

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014 Bijwerkingen op de nier Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014 Belangrijkste aandoeningen Acuut nierfalen Pre-renaal Renaal Post-renaal Nefrotisch syndroom Chronisch nierfalen Acuut nierfalen

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Hyperthyreoïdie is een ziekte die wordt veroorzaakt door een overmatige hoeveelheid schildklierhormonen. Schildklierhormonen

Nadere informatie

Dierenkliniek Goeree Overflakkee

Dierenkliniek Goeree Overflakkee Dierenkliniek Goeree Overflakkee De teksten van onze artikelen worden geschreven aan de hand van wetenschappelijke literatuur, maar ook op basis van onze eigen inzichten en ervaringen. Daarom kan de informatie

Nadere informatie

Risk factors for renal function abnormalities

Risk factors for renal function abnormalities Risk factors for renal function abnormalities Nederlandse samenvatting Dit proefschrift probeert mogelijke risicofactoren voor progressief nierfunctieverlies te identificeren in een niet-diabetische populatie.

Nadere informatie

HULP BIJ HET CORRECTE GEBRUIK VAN CODAP 2007 VERSIE 2012.1

HULP BIJ HET CORRECTE GEBRUIK VAN CODAP 2007 VERSIE 2012.1 HULP BIJ HET CORRECTE GEBRUIK VAN CODAP 2007 VERSIE 2012.1 VERWISSELING LETSELCODE EN ORGAANCODE Letselcode 98 Letselcode 98 betekent dat het informatie betreft over een metastase. Die informatie kan op

Nadere informatie

Nefrectomie (nierverwijdering) Afdeling Urologie

Nefrectomie (nierverwijdering) Afdeling Urologie Nefrectomie (nierverwijdering) Afdeling Urologie Uw uroloog heeft bij u een aandoening geconstateerd waarvoor het nodig is uw nier te verwijderen. In deze folder vindt u informatie om uzelf goed te kunnen

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 1 KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 2 1. BESCHRIJVENDE STATISTIEK Tabel 1: Invasieve borstkanker en ductaal carcinoma in situ

Nadere informatie

Urethra kleppen. Robert de Gier, kinderuroloog FEAPU UMC St Radboud, Nijmegen

Urethra kleppen. Robert de Gier, kinderuroloog FEAPU UMC St Radboud, Nijmegen Urethra kleppen Robert de Gier, kinderuroloog FEAPU UMC St Radboud, Nijmegen Urethrakleppen Wat zijn urethrakleppen?? Hoe ontstaan urethrakleppen?? Hoe ontdekken we urethrakleppen?? Wat zijn de gevolgen

Nadere informatie

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is Auteur Soort studie Aantal patiënten Lee 2013 Qurashi Systematic review 1999-2011 Systematic review 1999-2011 Radiotherapie / Chirurgie (meestal gevolgd door ) 377 Conservatief waaronder Inclusiecriteria

Nadere informatie

Nieuwsbrief Dierenkliniek Goeree Overflakkee november 2013. Blaasproblemen bij de hond en kat zijn een veelvuldig voorkomend probleem...

Nieuwsbrief Dierenkliniek Goeree Overflakkee november 2013. Blaasproblemen bij de hond en kat zijn een veelvuldig voorkomend probleem... Nieuwsbrief Dierenkliniek Goeree Overflakkee november 2013 Blaasproblemen bij de hond en kat zijn een veelvuldig voorkomend probleem... Regelmatig zien wij honden en katten met blaasproblemen, die vaak

Nadere informatie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen

Nadere informatie

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K Inhoudsopgave 1 B 2 B 3 B 4 B 5 B 6 B 7 B 8 B 9 B 1 B 11 B 12 B 13 B Palpabele schildkliernoduli en euthyreotische struma... 1 Lange

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Hoofdstuk 8 Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Nadere informatie

Scheurbuik? Het mysterie rondom type B aorta dissecties Prof.Dr. Hence Verhagen

Scheurbuik? Het mysterie rondom type B aorta dissecties Prof.Dr. Hence Verhagen Scheurbuik? Het mysterie rondom type B aorta dissecties Prof.Dr. Hence Verhagen Vaatchirurg, Erasmus MC, Rotterdam, Dissecties Ingewikkeld ziektebeeld Komen in alle slagaderen voor Hebben, krijgen, veroorzaken

Nadere informatie

Risicovolle levende nierdonor: to do or not to do?

Risicovolle levende nierdonor: to do or not to do? Risicovolle levende nierdonor: to do or not to do? Kathleen De Greef, MD, PhD Hepatobiliaire, endocriene en transplantatieheelkunde Universitair Ziekenhuis Antwerpen Risicodonor 1: to do or not to do?

Nadere informatie

Chapter 8 -RKDQ &UX\II 182

Chapter 8 -RKDQ &UX\II 182 Chapter 8 182 Samenvatting 183 Chapter 9 Vasculitis betekent letterlijk vaatontsteking. Een vaatontsteking kan in principe overal in het lichaam voorkomen en heeft als gevolg dat het orgaan waarin het

Nadere informatie

Schatting van de nierfunctie met de egfr implicaties voor de klinische praktijk. Iefke Drion 30 oktober 2014

Schatting van de nierfunctie met de egfr implicaties voor de klinische praktijk. Iefke Drion 30 oktober 2014 Schatting van de nierfunctie met de egfr implicaties voor de klinische praktijk Iefke Drion 30 oktober 2014 Casus Casus Vrouw 43 jaar Fam anamnese: moeder op 45 jaar ernstige nierfunctiestoornissen o.b.v.

Nadere informatie

Dierenkliniek Goeree Overflakkee

Dierenkliniek Goeree Overflakkee Dierenkliniek Goeree Overflakkee De teksten van onze artikelen worden geschreven aan de hand van wetenschappelijke literatuur, maar ook op basis van onze eigen inzichten en ervaringen. Daarom kan de informatie

Nadere informatie

Follow-up van antenataal vastgestelde afwijkingen van het urogenitale stelsel

Follow-up van antenataal vastgestelde afwijkingen van het urogenitale stelsel Follow-up van antenataal vastgestelde afwijkingen van het urogenitale stelsel Ruud Nijman en Rien Nijman Drs. R.G. Nijman, arts-assistent Kindergeneeskunde, Medisch Centrum Rijnmond-Zuid, Rotterdam Prof.

Nadere informatie

Nefrectomie. Het operatief verwijderen van een nier via een kijkoperatie of een open operatie. Urologie

Nefrectomie. Het operatief verwijderen van een nier via een kijkoperatie of een open operatie. Urologie Nefrectomie Het operatief verwijderen van een nier via een kijkoperatie of een open operatie Urologie Inhoudsopgave 1. Inleiding 03 2. De nier...03 2.1 Functie van de nieren 04 2.2 Indicaties voor nierverwijdering..04

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting 11 Samenvatting Bloedarmoede, vaak aangeduid als anemie, is een veelbesproken onderwerp in de medische literatuur. Clinici en onderzoekers buigen zich al vele jaren over de oorzaken en gevolgen

Nadere informatie

Nieroperatie met een kijkbuis

Nieroperatie met een kijkbuis Nieroperatie met een kijkbuis Laparoscopische nefrectomie Informatie voor patiënten F1043-3118 maart 2013 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus

Nadere informatie

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010 Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis 30 september 2010 Onderwerpen 1. Definitie 2. Prevalentie 3. Richtlijnen 4. Diagnostiek 5. Preventie nierfunctieverlies 6. Behandeling metabole complicaties 7.

Nadere informatie

Acuut nierfalen bij Stafylococcus aureus endocarditis. IC-bespreking 4-1-2015 Rafke Schoffelen Internist in opleiding

Acuut nierfalen bij Stafylococcus aureus endocarditis. IC-bespreking 4-1-2015 Rafke Schoffelen Internist in opleiding Acuut nierfalen bij Stafylococcus aureus endocarditis IC-bespreking 4-1-2015 Rafke Schoffelen Internist in opleiding Casus Man 70 jaar VG: AF, CABG, mitralisring A/ Sinds 2 dagen dyspneu, misselijk, dorst,

Nadere informatie

Inflammatoire darmontsteking (IBD), maagdarmontsteking bij honden en katten

Inflammatoire darmontsteking (IBD), maagdarmontsteking bij honden en katten Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Inflammatoire (ontsteking) van darmziekten (IBD) is een groep van gastro-intestinale (maagdarm) ziekten waarbij ontstekingen

Nadere informatie

Casuïstieken rundvee Casus 1

Casuïstieken rundvee Casus 1 Casuïstieken rundvee Casus 1 Bart Pardon Vakgroep Inwendige Ziekten van de Grote Huisdieren, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent Salisburylaan 133, Merelbeke, Belgium Bart.Pardon@UGent.be 1 Anamnese

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands. Samenvatting

Samenvatting in het Nederlands. Samenvatting Samenvatting Dit proefschrift bevat de resultaten van enkele wetenschappelijke studies over magnetische resonantie (MR) enteroclyse en video capsule endoscopie (VCE). Deze twee minimaalinvasieve onderzoeksmethoden

Nadere informatie

Voor langdurige behandeling: bewijs van cardiale valvulopathie als vastgesteld door middel van echocardiografie voorafgaand aan de behandeling.

Voor langdurige behandeling: bewijs van cardiale valvulopathie als vastgesteld door middel van echocardiografie voorafgaand aan de behandeling. RUBRIEKEN VAN DE SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN VOOR CABERGOLINE BEVATTENDE PRODUCTEN 4.2 Dosering en wijze van toediening Beperking van de maximumdosis tot 3 mg/dag 4.3 Contra-indicaties Voor langdurige

Nadere informatie

Bijkomende informatie voor de registratie van de doodsoorzaak

Bijkomende informatie voor de registratie van de doodsoorzaak Bijkomende informatie voor de registratie van de doodsoorzaak 1. Veld 31: A2_CODE_DIAG_CAUSE_DEATH Veld 31 A2_CODE_DIAG_CAUSE_DEATH behoort tot het bestand STAYHOSP in domein 3 van de administratieve gegevens.

Nadere informatie

nederlandse samenvatting

nederlandse samenvatting Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Inleiding Hartfalen is een syndroom, waarbij de pompfunctie van het hart achteruitgaat en dat onder andere gepaard kan gaan met klachten van kortademigheid

Nadere informatie

Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014

Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014 Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014 DBCzorgproductcode 19999007 6 tot maximaal 28 verpleegligdagen bij Een infectieziekte 15B932 11.286,44 10.283,87 1.002,57 20107006 Operatie

Nadere informatie

Multidisciplinaire behandeling van patient met een renaalcelcarcinoom

Multidisciplinaire behandeling van patient met een renaalcelcarcinoom Multidisciplinaire behandeling van patient met een renaalcelcarcinoom Introductie via een case-report Dr. Karen Heyrman, huisarts Initiële symptomen? Klassieke triade: (10%) Hematurie Flankpijn Palpabele

Nadere informatie

Postoperatieve achteruitgang Postoperatieve renale van de nierfunctie verwikkelingen

Postoperatieve achteruitgang Postoperatieve renale van de nierfunctie verwikkelingen Postoperatieve achteruitgang Postoperatieve renale van de nierfunctie verwikkelingen Y. Vanrenterghem Dienst nefrologie UZ Gasthuisberg Overzicht Definitie Epidemiologie Etiopathogenese Diagnostiek Implicaties

Nadere informatie

Diagnostiek urineweginfecties: do s and dont s

Diagnostiek urineweginfecties: do s and dont s Diagnostiek urineweginfecties: do s and dont s Flore Horuz Kinderarts-nefroloog MUMC met dank aan M. Koppejan-Stapel Kinderarts en voorzitter werkgroep richtlijn UWI in vogelvlucht nieuwe richtlijn urineweginfecties

Nadere informatie

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors Gender differences in heart disease Dr Danny Schoors Women are meant to be loved, not to be understood Oscar Wilde (1854-1900) 2 05/01/16 Inleiding Cardiovasculaire ziekte 7 tot 10 jaar later dan bij mannen

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team zondag, 31 oktober 2010 00:00 - Laatst aangepast zondag, 31 oktober 2010 14:56

Geschreven door Diernet Team zondag, 31 oktober 2010 00:00 - Laatst aangepast zondag, 31 oktober 2010 14:56 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Rhinitis is een ontsteking van de slijmvliezen van de neus. Sinusitis is een ontsteking van de sinussen (de bijholten) of de

Nadere informatie

Royal Canin DIEETWIJZER. Overzicht veterinaire dieetrange

Royal Canin DIEETWIJZER. Overzicht veterinaire dieetrange Royal Canin DIEETWIJZER Overzicht veterinaire dieetrange Dieetvoeding voor de kat KAT droog PORTIE OBESITY MANAGEMENT DP 42 Obesitas / overgewicht Obstipatie met goede respons op voedingsvezels Diabetes

Nadere informatie

Hoe wordt de diagnose gesteld? De diagnose wordt gesteld door de patholoog op basis van bij u afgenomen schildklierweefsel.

Hoe wordt de diagnose gesteld? De diagnose wordt gesteld door de patholoog op basis van bij u afgenomen schildklierweefsel. Schildklierkanker SCHILDKLIERKANKER Bij u is de diagnose schildklierkanker gesteld of een sterk vermoeden hierop. Voordat u verder gaat met lezen is het goed om te weten dat schildklierkanker in de meeste

Nadere informatie

7.3.2. Baarmoedercarcinoom

7.3.2. Baarmoedercarcinoom 7.3.2. Baarmoedercarcinoom 1 Stadiëring 1.1 TNM-classificatie (7 th edition, 2009) Tx T0 Tis T1 T1a T1b T2 T3a T3b T4 Nx N0 N1 N2 M0 M1 Primaire tumor kan niet beoordeeld worden Geen evidentie voor primaire

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Chapter 10. Samenvatting en Conclusie

Chapter 10. Samenvatting en Conclusie Chapter 10 Samenvatting en Conclusie 91 SAMENVATTING EN CONCLUSIE De thesis behandelt de resultaten van chirurgie op de thoracale sympaticusketen en bestaat inhoudelijk uit twee delen en een scharnierartikel

Nadere informatie

De ligging van de nieren De functie van de nieren

De ligging van de nieren De functie van de nieren Nefrectomie Uw behandelend uroloog heeft met u besproken dat uw nier geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd. In de meeste gevallen wordt dit uitgevoerd vanwege een kwaadaardig gezwel. Of minder vaak,

Nadere informatie

De prostaat. Anatomie van de prostaat. Blaashals. Urineblaas. Zaadblaasjes. Ejaculatiekanaal. Prostaat. Urinebuis. Zaadblaasjes. Prostaat.

De prostaat. Anatomie van de prostaat. Blaashals. Urineblaas. Zaadblaasjes. Ejaculatiekanaal. Prostaat. Urinebuis. Zaadblaasjes. Prostaat. De prostaat Anatomie van de prostaat Blaashals Zaadblaasjes Prostaat Zaadblaasjes Prostaat Prostaatgebied Ejaculatiekanaal Urineblaas Urineblaas Overgangszone Kapsel van bind- en spierweefsel Centrale

Nadere informatie

De Ierse Wolfshond: Onze grote vriend met zijn grote hart. Hanneke van Meeuwen. www.dierenkliniekeersel.nl 13-04-2008.

De Ierse Wolfshond: Onze grote vriend met zijn grote hart. Hanneke van Meeuwen. www.dierenkliniekeersel.nl 13-04-2008. De Ierse Wolfshond: Onze grote vriend met zijn grote hart Hanneke van Meeuwen KVG Eersel www.dierenkliniekeersel.nl 13-04-2008 Iets over mijzelf Afgestudeerd Universiteit Gent juli 2001 Werkzaam KvG sinds

Nadere informatie

Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt

Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt ... Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt Gijs Van Pottelbergh Huisarts te Leuven Onderzoeker aan het ACHG (KULeuven) en departement gezondheidzorg en technologie (UC Leuven en Limburg) 1

Nadere informatie

Suikerziekte. bij honden en katten

Suikerziekte. bij honden en katten Wat is suikerziekte? Diabetes of suikerziekte is als ziekte bij mensen goed bekend. Maar wat niet iedereen weet is dat ook onze vrienden op vier poten het kunnen krijgen! Diabetes is een hormonale ziekte:

Nadere informatie

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström 1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström Dr. S.A.M. van de Schans, S. Oerlemans, MSc. en prof. dr. J.W.W. Coebergh Inleiding Epidemiologie is de wetenschap die eenvoudig gezegd

Nadere informatie

a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben

a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben Indicatoren evaluatie project richtlijn Niercelcarcinoom Indicator 1 a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben ondergaan waarbij minstens 2 histologische

Nadere informatie

Laparoscopisch verwijderen (kijkoperatie)

Laparoscopisch verwijderen (kijkoperatie) Laparoscopisch verwijderen (kijkoperatie) van de nier(laparoscopische radicale nefrectomie / partiële nefrectomie) De uroloog heeft na onderzoek bij u een afwijking aan de nier geconstateerd. In deze folder

Nadere informatie

Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie)

Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie) Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie) Maatschap Urologie IJsselland Ziekenhuis Inleiding De uroloog heeft bij u een niertumor (niercelcarcinoom) geconstateerd.

Nadere informatie

SUIKERZIEKTE? Herken de symptomen! Informatie over veelvoorkomende symptomen en risicofactoren. www.dierensuikerziekte.nl

SUIKERZIEKTE? Herken de symptomen! Informatie over veelvoorkomende symptomen en risicofactoren. www.dierensuikerziekte.nl SUIKERZIEKTE? Herken de symptomen! Informatie over veelvoorkomende symptomen en risicofactoren Wat is suikerziekte? Suikerziekte - ofwel diabetes mellitus, de medische naam voor suikerziekte - is een aandoening

Nadere informatie

PRAKTISCH KANKER BIJ HUISDIEREN

PRAKTISCH KANKER BIJ HUISDIEREN PRAKTISCH KANKER BIJ HUISDIEREN l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n over houden van huisdieren De diagnose kanker bij uw geliefde huisdier komt hard aan.

Nadere informatie

Globaal gezien zijn er twee vormen van epilepsie; primaire en secundaire epilepsie:

Globaal gezien zijn er twee vormen van epilepsie; primaire en secundaire epilepsie: Epilepsie bij honden Epilepsie bij de hond is een redelijk vaak voorkomend neurologisch probleem bij de hond. De aandoening gaat gepaard met min of meer heftige epileptiforme aanvallen. Deze aanvallen

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING In het eerste gedeelte van dit proefschrift worden verschillende coagulatie instrumenten tijdens laparoscopische ingrepen geëvalueerd ter voorkoming van bloedingen en gerelateerde

Nadere informatie

Bejaarden met buikpijn: beeldvorming op basis van een warrig verhaal. Hendrik Mertens Medische Beeldvorming Zaterdag 21 september 2013

Bejaarden met buikpijn: beeldvorming op basis van een warrig verhaal. Hendrik Mertens Medische Beeldvorming Zaterdag 21 september 2013 Bejaarden met buikpijn: beeldvorming op basis van een warrig verhaal Hendrik Mertens Medische Beeldvorming Zaterdag 21 september 2013 Abdominale pijn Veel voorkomende klacht in de geriatrische populatie

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

Dutch Spine Surgery Registry DSSR

Dutch Spine Surgery Registry DSSR pagina 1 Dutch Spine Surgery Registry DSSR Vetgedrukte items zijn verplicht Lumbale wervelkolom - Ongeïnstrumenteerd, versie: 2015-6-1 - v3.0.0 Identificatie Het BSN-nummer bestaat uit 9 cijfers, inclusief

Nadere informatie

Neuroendocriene Tumoren in het Pancreas: Hoe behandel je? Els Nieveen van Dijkum, Chirurg AMC 10 januari 2014

Neuroendocriene Tumoren in het Pancreas: Hoe behandel je? Els Nieveen van Dijkum, Chirurg AMC 10 januari 2014 Neuroendocriene Tumoren in het Pancreas: Hoe behandel je? Els Nieveen van Dijkum, Chirurg AMC 10 januari 2014 Presentatie NET - neuroendocriene tumor Pancreas NET Behandeling van pancreas NET Neuroendocriene

Nadere informatie

De nieren bij kat en hond

De nieren bij kat en hond De nieren bij kat en hond Veterinary Diet DE NIEREN BIJ KAT EN HOND Nieraandoeningen komen relatief vaak voor bij katten en honden. Hoewel ook jonge dieren last kunnen hebben van hun nieren, komen nierproblemen

Nadere informatie

IgA nefropathie. Joost van der Heijden, internist-nefroloog VU Medisch Centrum

IgA nefropathie. Joost van der Heijden, internist-nefroloog VU Medisch Centrum IgA nefropathie Joost van der Heijden, internist-nefroloog VU Medisch Centrum Presentatie - Geschiedenis - Epidemiologie - Het ziekteproces - De patiënt - Het diagnostische proces - De behandeling - De

Nadere informatie

DE BEHANDELING VAN HUIDKLACHTEN BIJ DE HOND. Peri-anaalfistels*

DE BEHANDELING VAN HUIDKLACHTEN BIJ DE HOND. Peri-anaalfistels* Een andere kijk op DE BEHANDELING VAN HUIDKLACHTEN BIJ DE HOND Deel 1: Peri-anaalfistels* Atjo Westerhuis, dierenarts WHG Westerhuis Kliniek voor Gezelschapsdieren, Dalwagen 29c, 6669 CA Dodewaard Telefoon:

Nadere informatie

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Deurne Florent Pauwelslei 1 2100 Deurne T 03 320 50 00 F 03 320 56 00 Borstchirurgie: segmentectomie

Nadere informatie

1 ste Vlaamse nefrologiedag

1 ste Vlaamse nefrologiedag 1 ste Vlaamse nefrologiedag Nierfunctievervangende therapie in Vlaanderen: wordt het kiezen of delen??? NBVN-ORPADT 24 MAART 2007 Essene -Affligem End-stage nierfalen in Vlaanderen : wanneer komt de tsunami????

Nadere informatie

VUmc Basispresentatie

VUmc Basispresentatie Samenwerking waarover? Richtlijnen en zorgstandaarden Cardiovasculair risicomanagement (zorgstandaard) Samenwerking e en e lijn Prof dr Piet ter Wee Afdeling Nefrologie Hypertensie Diabetes mellitus (zorgstandaard)

Nadere informatie

Casus: levergemetastaseerd rectumcarcinoom. Dr. Jozef Wauters GZA Campus Sint-Vincentius Dienst gastro-enterologie/digestieve oncologie

Casus: levergemetastaseerd rectumcarcinoom. Dr. Jozef Wauters GZA Campus Sint-Vincentius Dienst gastro-enterologie/digestieve oncologie Dr. Jozef Wauters GZA Campus Sint-Vincentius Dienst gastro-enterologie/digestieve oncologie Man 28.01.1955 VG: graspollenallergie; asthma bronchiale Familiale antecedenten: geen CRC; geen IBD Usus: nil

Nadere informatie

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht p.j.vandiest@umcutrecht.nl De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk

Nadere informatie

Syndroom van Cushing Symptomen

Syndroom van Cushing Symptomen Syndroom van Cushing Dit syndroom heeft zijn naam te danken aan Dr. Harvey Cushing, een neurochirurg die dit syndroom in 1932 voor het eerst bij de mens heeft beschreven. Het wordt veroorzaakt door een

Nadere informatie

1. nierslagaders 2. aorta 3. onderste holle ader 4. nier 5. nier 6. urineleiders 7. blaas 8. plasbuis 9. bekken

1. nierslagaders 2. aorta 3. onderste holle ader 4. nier 5. nier 6. urineleiders 7. blaas 8. plasbuis 9. bekken Urologie Nefrectomie verwijderen van een nier Inleiding U heeft met uw uroloog afgesproken dat uw nier geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd. Uw uroloog heeft u geïnformeerd over de ingreep, de voorbereidingen,

Nadere informatie

Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma...

Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma... Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma... H.J.Jansen, E.S. Louwerse, C.P.C. de Jager Intensive Care, Jeroen Bosch Ziekenhuis, lokatie: Groot Ziekengasthuis Nieuwstraat 34, 5211 NL, s-hertogenbosch

Nadere informatie

Stomp buiktrauma. 28 februari 2013. GAM Govaert, traumachirurg

Stomp buiktrauma. 28 februari 2013. GAM Govaert, traumachirurg Stomp buiktrauma 28 februari 2013 GAM Govaert, traumachirurg Inhoud Incidentie Anatomie Patroonherkenning Diagnostiek Behandeling Verdeling van abdominale letsels Adrenal Omentum Urethra Bladder Pancreas

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Chapter 15. Samenvatting

Chapter 15. Samenvatting Chapter 15 Samenvatting Chapter 15 316 Samenvatting Deel I In Nederland worden ieder jaar ongeveer 14.000 kinderen te vroeg (prematuur) geboren, dat wil zeggen bij een zwangerschapsduur van minder dan

Nadere informatie

Aneurysma Spurium. Het zorgnetwerk van ons allemaal

Aneurysma Spurium. Het zorgnetwerk van ons allemaal Aneurysma Spurium Disclosure (Potentiële) belangenverstrengeling: Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven: Geen Inhoud Wat is een aneurysma spurium? Oorzaken Symptomen Onderzoek

Nadere informatie

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen 1. Toelichting Dit programma is gebaseerd op de NHG-Standaard van juni 2013. Een patiënt met een urineweginfectie krijgt vaak alleen een recept mee, ziet soms de huisarts, maar wordt zelden verwezen naar

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Een openhartoperatie is een veel voorkomende chirurgische ingreep. Wereldwijd worden ongeveer 3000 van deze operaties per dag uitgevoerd. Het succes van deze chirurgische ingreep

Nadere informatie

Maligne pleura exsudaat

Maligne pleura exsudaat Maligne pleura exsudaat Regionale richtlijn IKL, Versie: 1.1 Laatst gewijzigd: 25-10-2005 Methodiek: Consensus based Verantwoording: IKL werkgroep bronchuscarcinomen Inhoudsopgave Algemeen...1 Diagnostiek...2

Nadere informatie

22 Hematurie. Probleemlijst. Specifieke anamnese. Differentiële diagnose. Hematurie Differentiële diagnose

22 Hematurie. Probleemlijst. Specifieke anamnese. Differentiële diagnose. Hematurie Differentiële diagnose 48-Chirurgie 22 01-06-2005 10:45 Pagina 397 397 22 Hematurie F.M.J.A. Froeling U ziet een 53-jarige man die sinds een dag plotseling bloed plast. Daarbij heeft hij pijn in zijn rechterzij. Het plassen

Nadere informatie