Zorg in Dialoog. Een pre-experimenteel onderzoek. Masterpiece

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zorg in Dialoog. Een pre-experimenteel onderzoek. Masterpiece"

Transcriptie

1 Zorg in Dialoog Een pre-experimenteel onderzoek Masterpiece Studentnummer: Naam: Joost Groothuijsen Onderwijsinstelling: Hogeschool Zuyd Heerlen Faculteit: Verpleegkunde Afstudeerrichting: AGZ Uitstroomprofiel: Management Naam docentbegeleidster: C. Smits Naam praktijkbegeleidster: R. Aalders Stage-instelling: Zorg en Innovatie Centrum Sevagram Stageperiode: t/m

2 Voorwoord: Voor u ligt het vervolgonderzoek dat de afsluiting vormt voor mijn studie HBO-V aan de Hogeschool Zuyd in Heerlen. De nulmeting van het eerste onderzoek heeft al plaatsgevonden op het Zorg en Innovatie Centrum (ZIC). Deze is verricht door Britt van Merrienboer die inmiddels is afgestudeerd als HBO verpleegkundige aan de Hogeschool Zuyd te Heerlen. De nameting in het vervolgonderzoek heeft ook op het ZIC plaatsgevonden. Op het ZIC heb ik gedurende 35 weken stage gelopen. Het ZIC is een samenwerkingsverband tussen de opleidingsinstituten Hogeschool Zuyd, ROC Arcus college en zorgorganisatie Sevagram in verpleegkliniek Heerlen (VKH). Het bijzondere van deze afdeling is dat het een leer-/ werkomgeving is. Dit betekent dat naast de vaste medewerkers van Sevagram hier tevens studenten actief meewerken in het gehele zorgproces. Naast de medewerkers van Sevagram vindt praktijkondersteuning plaats door de docenten van de bovengenoemde MBO- en HBO- opleidingen. Ook worden op het ZIC innovatieve projecten uitgevoerd die aangestuurd worden door de kenniskring Autonomie en participatie. Hier kunnen studenten in participeren. Tijdens het onderzoek wordt in opdracht van de werkgroep onderzoek en innovatie de effectiviteit van de bijscholingsmodule zorg in dialoog onderzocht. Gekeken wordt of de bijscholingsmodule zorg in dialoog de vraaggerichtheid in de gegeven zorg op het Zorg en Innovatie Centrum (ZIC) dusdanig bevordert, dat dit aantoonbaar is in de ontwikkelde competenties van de zorgverleners en de ervaringen van de zorgvragers. Als stagiaire op het ZIC heb ik onder andere zitting genomen in de werkgroep onderzoek en innovatie. Hierdoor ben ik betrokken geweest bij de uitvoering van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog. Ook heb ik deze scholing zelf gevolgd. Dit heeft mij gemotiveerd tot het voortzetten van dit onderzoek. Bij het uitvoeren van dit onderzoek word ik begeleid door Ron Aalders, mijn stagebegeleidster op het ZIC. Jet Lancee, docent Hogeschool Zuyd en lid van de werkgroep innovatie en onderzoek, zij heeft mij geholpen met het analyseren van de kwalitatieve interviews. Gerrie Bours, voorzitter van de werkgroep onderzoek en innovatie en lid van de kenniskring autonomie & participatie, ondersteunde mij in het onderzoek en het analyseren van de statistische resultaten. Cor Smits, mijn docentbegeleider van de Hogeschool Zuyd, heeft mij in de verschillende fasen van het onderzoek gevolgd en van feedback voorzien. Verder wil ik een woord van dank uitspreken naar mijn vrienden en familie, die mij gedurende dit onderzoek gesteund hebben. 2

3 Samenvatting Dit onderzoek beschrijft de vervolgmeting van het onderzoek Zorg in dialoog een preexperimenteel onderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd op het Zorg en Innovatie Centrum te Heerlen. Het bijzondere van deze afdeling is dat het een leer-/ werkomgeving is. Dit betekent dat naast de vaste medewerkers van Sevagram hier tevens studenten actief meewerken in het hele zorgproces. Het ZIC is een reactiveringsafdeling en heeft een beddencapaciteit van 21. Dit onderzoek heeft als doel de effectiviteit van de bijscholingsmodule Zorg in Dialoog op het ZIC te meten. Dit wordt gedaan aan de hand van twee pijlers, namelijk de competenties van de zorgverleners en de ervaringen van de zorgvragers van het ZIC. Om dit doel te behalen is een centrale onderzoeksvraag opgesteld. Wordt vraaggerichtheid in de gegeven zorg door de bijscholingsmodule Zorg in dialoog dusdanig bevorderd, dat dit aanwijsbaar is in de ontwikkelde competenties van de medewerkers en de ervaring van de cliënten op het ZIC? Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, moeten de volgende deelvragen beantwoord worden: - Is er een verschil in de ervaren mate van vraaggerichtheid door de zorgvragers voor en na de bijscholingsmodule Zorg in dialoog? - Wat is het effect geweest van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog op de competenties van de zorgverleners? - Welke belemmerende en bevorderende factoren ervaren de zorgverleners met betrekking tot vraaggerichte zorg? Om uiteindelijk betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog, is een pre-experimenteel onderzoek verricht. Bij dit pre-experimenteel onderzoek is er sprake van een voormeting en een nameting bij één groep. Methode De onderzoekspopulatie bestaat uit twee groepen; de zorgverleners en de zorgvragers van het ZIC. In dit onderzoek worden de Zorg in Dialoog Competentieschaal en het Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichtheid van zorg als onderzoeksstrategie gehanteerd. Deze meetinstrumenten zijn gebaseerd op kwalitatief onderzoek van Schoot et al. (2005), wat de meetinstrumenten valide maakt. De betrouwbaarheid is met behulp van de Cronbachs alpha vastgesteld. Deze varieert van 0.81 ( Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichtheid van zorg ) tot 0.92 ( Zorg in Dialoog competentieschaal), wat een hoge mate van betrouwbaarheid weergeeft. Om de deelvragen en daarmee de centrale onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden is eerst een literatuurstudie verricht. Deze literatuurstudie heeft inzicht gegeven in de maatschappelijke ontwikkelingen die hebben geleid tot het ontstaan van vraaggerichte en vraaggestuurde zorg. Op basis van literatuur is gekomen tot een conceptuele verheldering van de begrippen vraaggerichtheid en vraagsturing. Daarnaast is literatuurstudie verricht naar het gebruikers- en cliëntperspectief, wat inzicht heeft gegeven in de wensen en ervaren behoeften van cliënten. 3

4 De ervaringen van de zorgvragers ten aanzien van vraaggerichte zorg op het ZIC is nagegaan met behulp van het Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichtheid van zorg en twee openvragen die betrekking hebben op de waardering van de zorg. Namelijk: Kunt u noemen wat u goed vindt aan de zorg die u ontvangt? en Wat vindt u dat beter zou kunnen aan de zorg die u ontvangt?. De ervaringen en competenties van de zorgverleners worden gemeten met behulp van de Zorg in Dialoog Competentieschaal. Aan de hand van de resultaten zijn de deelvragen beantwoord. Resultaten Er kan worden gesteld dat de zorgvragers wel een verschil ervaren in de ervaren mate van vraaggerichtheid. Het verschil wat ervaren wordt door de zorgvragers is zowel positiever als negatiever in vergelijking met de nulmeting. Het verschil komt nauwelijks tot uiting bij het rapportcijfer. Bij de nulmeting werd een rapportcijfer van 8,9 gegeven. Bij de vervolgmeting ligt dit rapportcijfer bij een 9. De zorgverleners geven aan de cliënt meer te steunen bij het stellen van zorgvragen en checkt ook vaker na of ze elkaar begrijpen. Ook geven de zorgverleners aan de cliënt meer adviezen over de zorgvragen. Men stelt de cliënt nu meer in de gelegenheid om elders adviezen te winnen over zorgvragen en men besluit vaker met de cliënt over het tijdstip waarop de zorg zal worden verleent. De zorgverleners stimuleren nu vaker de cliënt om de eigen kennis en ervaring in te brengen tijdens het zorgproces en om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het zorgproces. Ook stimuleren de zorgverleners de cliënt nu vaker om actief sturing te geven aan het zorgproces en beslissingen te nemen over (dagelijkse) zorgactiviteiten. De zorgverleners dragen nu vaker zorg voor de randvoorwaarden in de organisatie die de eigen regie van de cliënt ondersteunen. Er worden op het ZIC veel bevorderende factoren benoemt die de vraaggerichtheid van zorg ten goede komt. Factoren die benoemt worden zijn; hoeveelheid personeel, tijd en ruimte, missie en visie van het ZIC, invloed van de teamleider en cliëntenpopulatie. Het effect van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog is in zekere mate aantoonbaar in de competenties van de zorgverleners. Bij de ervaring van de cliënten is dit echter niet het geval. 4

5 Aanbevelingen Het is van belang om vraaggerichte zorg onder de aandacht te blijven brengen als zorgverlener. Dit kan samen met het team. De cliënten zijn tevreden over de geleverde vraaggerichte zorg en het is van belang dit ook zo te houden. Zorgverleners van het ZIC hebben behoefte aan structurele bijscholing in dit onderwerp. Voor het onderzoek is het van belang dat er meerdere vervolgmetingen gaan plaatsvinden om inzicht te verkrijgen/behouden in het verloop van de ervaringen van zorgverleners en zorgvragers met betrekking tot vraaggerichte zorg. 5

6 Summary This research describes the follow up measurement f the research done upon dialoque in care. This research is performed at the Care and Innovation Centre (ZIC) Sevagram in Heerlen. It is an special department where an environment is established of learning and working at the same time. This implies that besides the staff of Sevagram, students actively cooperate in the care provision. The ZIC is a transfer/reactivation division and has a capacity of 21 beds. The goal of this research is to measure the effectiveness of the course Dialogue in care at the ZIC. This will be measured by two indicators: the competencies of the caregivers and the experiences of the caretakers at the ZIC. In order to reach this goal, a central research question has been created: Has the course Dialogue in care stimulated the demand-led care in the provided care in such a way that can be demonstrated in the developed competencies of the staff and the experiences of the clients of the ZIC? In order to answer the central research question, the following sub-questions need to be answered before as well as after the course is offered: - Is there a difference between the experienced level of demand upon care of the caretakers before and after the course dialogue in care? - What are the measured results of course Dialogue in care in the competencies of the caregivers? - Which obstructions and benefits do the care givers experience with relation to the demand related care To be able to make reliable statements about the effectiveness of the course Dialogue in care, a pre-experimental research is performed. This pre-experimental research consists of one pre-measurement and one post-measurement at one group. Method The research population consists out of two groups: the caregivers and the caretakers of the ZIC. In this research the Care in Dialogue Competence scale and the Measurement instrument client perspective on the demand-led care are used as research strategy. These measurement instruments are based on a qualitative research of Schoot et al. (2005), which makes the measurement instruments valid. The reliability is determined by using Cronbachs alpha. This varies from 0.81 ( Measurement instrument client perspective on the demand-led care) to 0.92 ( Care in Dialogue competence scale), which indicates a high reliability. In order to answer the sub-questions, Pagina: 6 Which help to provide the answer to the central research question,, first a literature study is performed. This literature study has provided an insight into the social developments which have led to the creation of demand-oriented and demand-driven care. Based on the literature, a conceptual clarification of the subject demand-orientation and demand-drive is made. Besides that, a literature study has been performed on the user and client perspective; this gives insight into the wishes and needs of clients. 6

7 The experiences of the caretakers with respect to demand oriented care at the ZIC are determined by using the Measurement instrument client perspective on the demand orientation of care and two questions related to the appreciation of care. Namely, What are the positive aspects of the care you receive? and What improvements can be made in the care you receive?. The experiences and competences of the caregivers are measured by using the Care in Dialogue Competence scale. The sub-questions are answered based upon the results. Results It can be concluded that the patients experience, however, a difference in the experienced degree of responsiveness to demand. The difference in experiences of patients is are both more positive and more negative in comparison with the first measurement. The difference hardly becomes visible apparent at the final report figure. At the first measurement a report grade of 8.9 was given. After the follow up measurement this report grade is around grade 9. The care providers support the customer more with asking care questions and verify also more often if they understand each other. Also the care providers give to the customer more recommendations to give concerning the care questions. Pagina: 7 The customer is given more abilities to gain advise elsewhere upon question about care and more often decisions about the timing for receiving care is done in close co-operation with the client. The care providers stimulate now more often the customer to introduce own knowledge and experience during the care process and to take responsibility himself for the care process. Customers are also stimulated more often by the care providers to actively give directions to the care process and to take decision upon the (daily) care activities. The care providers are more often taking care of the boundary conditions within the organisation to support the conditions for letting the client take control. Pagina: 7 Within the ZIC many beneficial factors are set for the demand related care. Factors set are: quantity staff, time and space, mission and vision of the ZIC, influence of the team leader and client population. The impact of the course` Dialogue in care is to some extend demonstrable in the competences of the care providers. Pagina: 7 Within the experience level of the customers however, this can not be shown. At the experience of the customers this however not the case is. Recommendations It is important to pay continuous attention to demand-led care as a care. This is possible with the team. The customers are satisfied about the provided demand-led care and it is important to keep it this way. Care providers of the ZIC need courses on a continuous basis about this subject. For research purposes it is important that several follow up measurement will be done to provide/maintain insight in the proceedings of the experiences of care providers and care takers with respect to demand-led care. 7

8 Inleiding: De zorgsector maakt de omslag van een aanbodgericht naar een vraaggericht systeem. De modernisering van de AWBZ moet leiden tot een vraaggestuurd aanbod van zorg en dienstverlening met grotere keuzevrijheid van de cliënt. Het gaat erom dat cliënten meer zeggenschap krijgen over het zorgproces en dat zij meer keuzevrijheid krijgen ten aanzien van de invulling van de zorg. In een vraaggestuurd zorgstelsel is transparantie een sleutelbegrip. Een van de voorwaarden om dat te realiseren is dat cliënten inzicht hebben in het verloop van het proces van aanmelding tot zorgrealisatie. Een ander belangrijk punt is dat er op geaggregeerd niveau inzicht moet zijn in de aansluiting van het aanbod op de vraag c.q. de behoefte aan zorg. Op het ZIC is het bieden van vraaggerichte zorg en dienstverlening een uitgangspunt om op deze manier te voorzien in de wensen en behoeften van de zorgvrager. Het leveren van vraaggerichte zorg houdt voor de zorgverleners in dat ze een nieuwe manier van denken en werken in. Op het ZIC is daarom ervoor gekozen om de bijscholingsmodule zorg in dialoog aan te bieden. Deze moet medewerkers en studenten van het ZIC ondersteunen in het maken van de omslag in hun denken en doen. Ze moeten leren werken en denken vanuit de vragen en wensen van de cliënt. De doelstelling van dit onderzoek is de effectiviteit van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog vaststellen. Gekeken wordt of de bijscholingsmodule Zorg in dialoog de vraagsturing in de gegeven zorg op het ZIC dusdanig bevorderd, dat dit aantoonbaar is in de ontwikkelde competenties van de zorgverleners en de ervaringen van de zorgvragers. Door middel van interviews af te nemen bij de nameting, zal er onderzocht worden of de ontwikkelde competenties ontstaan zijn door de bijscholingsmodule Zorg in dialoog, of dat deze competenties door een natuurlijke groei van het team zijn ontstaan. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wordt vraaggerichtheid in de gegeven zorg door de bijscholingsmodule Zorg in dialoog dusdanig bevorderd, dat dit aanwijsbaar is in de ontwikkelde competenties van de zorgverleners en de ervaring van de zorgvragers op het ZIC? Om de centrale onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, zijn de volgende deelvragen bij de nametingen beantwoord: - Is er een verschil in de ervaren mate van vraaggerichtheid door de zorgvragers voor en na de bijscholingsmodule Zorg in dialoog? - Wat is het effect geweest van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog op de competenties van de zorgverleners? - Welke belemmerende en bevorderende factoren ervaren de zorgverleners met betrekking tot vraaggerichte zorg? 8

9 Leeswijzer In het eerste hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergrond van het onderzoek. Hierin worden de aanleiding en het doel van het onderzoek uitgebreid omschreven en worden de onderzoeksvragen geïntroduceerd. Het tweede hoofdstuk schetst vervolgens het theoretische kader. Hierin wordt voornamelijk ingegaan op maatschappelijke ontwikkelingen rondom de begrippen vraaggerichtheid en vraagsturing, er wordt een conceptuele verheldering rond deze twee begrippen gegeven en het gebruikers- en cliëntperspectief komen aan bod. In hoofdstuk drie wordt de onderzoeksopzet weergegeven. Het type onderzoek en de methode van dataverzameling en analyse worden beschreven. Ook de validiteit en betrouwbaarheid en de mogelijke problemen die zich met betrekking tot het onderzoek kunnen voordoen worden aangehaald. Hoofdstuk vier beschrijft de uitvoering van het onderzoek, gevolgd door hoofdstuk vijf waarin de resultaten worden weergegeven. Tot slot wordt in hoofdstuk zes conclusies getrokken aan de hand van de centrale onderzoeksvraag en bijbehorende deelvragen. Ook worden in dit hoofdstuk vanuit de onderzoeksresultaten aanbevelingen gedaan aan de teamleden van het ZIC ten aanzien van het vergroten van de mate van vraaggerichtheid ZIC. Er worden enkele aanbevelingen voor vervolgonderzoek gedaan aan de werkgroep onderzoek en innovatie. 9

10 Inhoudsopgave Voorwoord:... 2 Samenvatting... 3 Summary... 6 Inleiding:... 8 Leeswijzer... 9 Inhoudsopgave Achtergrond van het onderzoek: Inleiding Aanleiding tot het onderzoek De locatie Probleemstelling en doelstelling van het onderzoek De onderzoeksvragen Theoretisch kader Inleiding Algemene maatschappelijke ontwikkelingen Ontwikkelingen in de (vraag naar) gezondheidszorg Economische ontwikkelingen Veranderende sturingsvisie van de overheid Modernisering van de AWBZ Bouwstenen voor vraagsturing Begripsverheldering Perspectieven Gebruikersperspectief Cliëntperspectief Onderzoeksopzet Inleiding Type onderzoek Methode van dataverzameling De Zorg in Dialoog Competentieschaal Het Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichtheid van zorg Kwalitatieve interviews Onderzoekspopulatie Data-analyse meetinstrumenten Kwalitatieve interviews Validiteit en betrouwbaarheid Tijdsduur onderzoek Mogelijke problemen Uitvoering onderzoek Inleiding Respons en non-respons Uitvoering Meetinstrumenten Interviews Validiteit en betrouwbaarheid Resultaten Inleiding De zorgverleners

11 MBO-VP De zorgvragers Betrouwbaarheidsanalyse Resultaten Zorg in dialoog competentieschaal Competentie Competentie Competentie Somscores Resultaten Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichte zorg Somscores Zorg in dialoog competentieschaal Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichtheid van zorg Open vragen Resultaten kwalitatieve interviews Vraaggerichte zorg en aanbodgerichte zorg De afdeling ZIC en haar team Randvoorwaarden Bijscholingsmodule Zorg in dialoog Conclusie en aanbevelingen Inleiding Conclusies Zorgvragers en het verschil in de ervaren mate van vraaggerichtheid Effect op de competenties van de zorgverleners Belemmerende en bevorderende factoren De centrale onderzoeksvraag Aanbevelingen Aanbevelingen gericht aan de teamleden van het ZIC Aanbevelingen gericht aan de werkgroep onderzoek en innovatie Literatuurverwijzing Bijlage 1: Interview guide Interviewguide Bijlage 2: Zorg in Dialoog Competentieschaal Bijlage 3: Meetinstrument cliëntperspectief op vraaggerichtheid van zorg Bijlage 4: Evaluatie bijscholingsmodule Zorg in daloog

12 Achtergrond van het onderzoek: Inleiding In dit hoofdstuk komt de aanleiding tot het onderzoek aan de orde. De onderzoekslocatie wordt toegelicht. Vervolgens wordt het doel van het onderzoek weergegeven. Ook worden de centrale onderzoeksvraag en deelvragen beschreven. Aanleiding tot het onderzoek Binnen Sevagram is ervoor gekozen om binnen het zorgproces de omslag te maken van kwaliteit van zorg naar kwaliteit van leven (Smits, 2005). Het gaat hierbij om kwaliteit vanuit het perspectief van de cliënt. De kwaliteit van zorg moet worden gekoppeld aan de met zorg te bereiken kwaliteit van leven (Goudriaan en Vaalburg, 1998). Hiermee wordt het volgende bedoeld: zorg is van goede kwaliteit wanneer zij helpt om datgene te bereiken wat de cliënt in zijn leven wil doen. De cliënt meet de kwaliteit van de zorg af aan hetgeen de zorg toevoegt aan zijn leven. Kwaliteit van leven van cliënten centraal stellen en vraaggerichte zorg bieden, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden (Smits, 2005). Wijmen (2003) gebruikt kwaliteit als synoniem voor professionaliteit. Om de kwaliteit van leven te verbeteren dient de professional te werken vanuit de vragen en wensen van de cliënt. Om dit te bewerkstelligen is een omwenteling in de manier van denken nodig. De overgang van de voorheen voor zorgverleners gebruikelijke aanbodgerichte zorg naar vraaggerichte zorg vraagt een langdurig traject. Daarom zal vanuit Sevagram, in dit geval op het ZIC, een blijvende aandacht moeten bestaan voor het ondersteunen van zorgverleners om vraaggerichte zorg waar te maken. Zij dienen de medewerkers, van hoog tot laag, bereid en in staat te vinden om de ingrijpende veranderingen die bij vraaggericht werken horen, te accepteren en in te voeren. Op het ZIC is ervoor gekozen de bijscholingsmodule Zorg in Dialoog (de Witte, Engels, Leerink, Schoot, Legius en Hirsch, 2004) structureel te gaan aanbieden aan alle vaste medewerkers en later ook aan studenten. Deze module zal de medewerkers ondersteunen bij het maken van de omslag van aanbodgericht naar vraaggericht werken. De verpleging en verzorging staat hierbij vanuit het patiëntenperspectief volledig centraal. De module Zorg in Dialoog (de Witte, et al., 2004) bestaat uit een basis en een vervolgmodule. De basismodule gaat vooraf aan de vervolgmodule. In de basismodule ligt de nadruk met name op bewustwording van en oriënteren op de wensen en ervaren behoeften van zorgvragers. De basismodule geeft inzicht in hoe de vraaggerichte aanpak eruit kan gaan zien en prikkelt om hiermee aan de slag te gaan. De vervolgmodule gaat dieper in op het toepassen van de verschillende aspecten van vraaggerichte zorg en wil de deelnemers handvatten hiervoor aanreiken. Naast het feit dat dit vernieuwingsproces ingrijpend is voor de zorgverleners, geldt dit ook voor de cliënten (Schoot, Proot, ter Meulen en de Witte, 2005). Veel cliënten denken nog te aanbodgericht (Goudriaan en Vaalburg, 1998). Daarnaast is niet iedere cliënt mondig genoeg om hun vraag te verhelderen. Dit staat het leveren van goede vraaggerichte zorg in de weg. Ook bij de cliënt dient dus een omslag in de manier van denken bewerkstelligd te worden, wat niet eenvoudig zal zijn. Hier is onder andere een taak voor de zorgverlener weggelegd. Juist als je echt vraaggericht gaat werken moet het er niet toe doen of de cliënt die je voor je hebt 12

13 erg mondig is. Daar gaat het nou juist om. Dat ook iemand die niet assertief is de hulp krijgt die hij nodig heeft. Als je dat voor elkaar kunt krijgen ben je op een goede manier bezig. Dit onderzoek zal zich richten op de effectiviteit van de interventie: de bijscholingsmodule Zorg in Dialoog (de Witte, et al., 2004). De locatie Het onderzoek vindt plaats op het Zorg en Innovatie Centrum Sevagram te Heerlen. Het ZIC is een speciale zorgafdeling van Sevagram, in verpleeghuis VKH. Het bijzondere van deze afdeling is dat het een leer-/ werkomgeving is. Dit betekent dat naast de vaste medewerkers van Sevagram hier tevens studenten actief meewerken in het hele zorgproces. Naast de medewerkers van Sevagram vindt praktijkondersteuning plaats door de docenten van de MBO- en HBO-opleidingen. Het ZIC is een reactiveringsafdeling en heeft een beddencapaciteit van 21. Aangezien het ZIC een leer-/werkafdeling is, vindt er een grote doorstroom van studenten plaats. Voor de cliënten houdt dit in dat zij gemiddeld om de vijftien tot 30 weken te maken krijgen met andere studenten. Het basisteam blijft tijdens het verblijf van de cliënt gelijk. Probleemstelling en doelstelling van het onderzoek Zorgvragers ervaren vaak dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met hun wensen en behoeften in relatie tot de zorgverlening (de Witte, et al., 2004). Hieruit kan geconcludeerd worden dat de zorgverlening onvoldoende vraaggericht is. Het uitgangspunt op het ZIC is het bieden van vraaggerichte zorg en dienstverlening (Aalders en Engelen, 2005). De bijscholingsmodule Zorg in Dialoog (de Witte, et al., 2004) moet de medewerkers en studenten hierbij gaan ondersteunen. Om de effectiviteit van deze interventie te toetsen, dient hier onderzoek naar gedaan te worden. De onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag is: Wordt vraaggerichtheid in de gegeven zorg door de bijscholingsmodule Zorg in dialoog dusdanig bevorderd, dat dit aanwijsbaar is in de ontwikkelde competenties van de zorgverleners en de ervaring van de zorgvragers op het ZIC? De deelvragen zijn: - Is er een verschil in de ervaren mate van vraaggerichtheid door de zorgvragers voor en na de bijscholingsmodule Zorg in dialoog? - Wat is het effect geweest van de bijscholingsmodule Zorg in dialoog op de competenties van de zorgverleners? - Welke belemmerende en bevorderende factoren ervaren de zorgverleners met betrekking tot vraaggerichte zorg? 13

14 Theoretisch kader Inleiding Dit hoofdstuk behandelt de theoretische stroming waarbinnen dit onderzoek moet worden gezien. Er wordt kort ingegaan op vraaggerichte zorg. Ook komen de kenmerken van vraaggerichtheid vanuit gebruikersperspectief en cliëntenperspectief aan bod. In dit hoofdstuk wordt een theoretisch kader geschetst rond de centrale onderzoeksvraag en deelvragen. Nog geen 15 jaar geleden was het heel gewoon dat mensen hun oude dag doorbrachten in zogenaamde bejaardenhuizen. Mensen verlieten hun eigen woonomgeving, omdat in een bejaardenhuis de nodige zorg en ondersteuning geleverd kon worden. Zoals echter de gehele maatschappij continu in ontwikkeling is, staat ook de Nederlandse zorg niet stil. Maatschappelijke, technologische én overheidsontwikkelingen maken het mogelijk dat oudere mensen langer thuis kunnen blijven wonen dan een decennium geleden (Europese Commissie 2001). Eventuele beperkingen als gevolg van de hogere leeftijd zijn niet meer per definitie reden om de vertrouwde woon- en leefomgeving te verlaten. De nadruk in het huidige zorgaanbod komt steeds meer te liggen op extramurale zorg- en dienstverlening (de Jong 2002; Ruysbroek 2005). Niet alleen over de woonomgeving wil de moderne bejaarde iets te zeggen houden, ook de invulling van z n1 leven blijft het liefst in eigen regie. Organisaties spelen hierop in. De klant is koning of U vraagt, wij draaien zijn veelgehoorde kreten in de hedendaagse bedrijfsvoering. In de zorg wordt dit vertaald in Zorg op maat en/of een vraaggerichte en/of vraaggestuurde attitude. Hierbij staat niet langer het aanbod van zorg en diensten, maar juist de vraag van de cliënt centraal. Cliënten laten zich over het algemeen beter informeren, en zijn beter in staat om hun hulpvraag duidelijk kenbaar te maken (RVZ 2003). Deze hulpvraag reikt vaak verder dan alleen ondersteuning bij de dagelijkse verzorging. Diverse soorten dienstverlening passen in het vraaggerichte plaatje. Gedacht kan worden aan maaltijdvoorziening of huishoudelijke dienstverlening. Vraaggerichte zorg- en dienstverlening, waarbij de zorgvraag én de beantwoording hiervan, door de cliënt en hulpverlener samen worden bepaald en ingevuld, kan uitgelegd worden als serviceverlening (Verbeek 2003; van Wijk 2006). Het leveren van kwaliteit en service op het gebied van gezondheidszorg sluit zowel aan bij een maatschappelijke behoefte (Europese Commissie 2001) als bij stimulering vanuit de overheid om meer kwaliteit van zorg te leveren (Tweede Kamer 2005). Algemene maatschappelijke ontwikkelingen Er is sprake van een toegenomen individualisering en emancipatie van de burger in het algemeen (Garretsen, 2001:66). Mensen zijn hoger opgeleid en beter geïnformeerd en zijn daardoor beter in staat om hun eigen wensen en behoeften te articuleren en na te streven (MacStravic, 2000). Er is sprake van een toegenomen individualisme, een grotere mondigheid en daarbij ook een groei in welvaart (Garretsen, 2001). Deze brede maatschappelijke ontwikkeling heeft zich ook in de gezondheidszorg gemanifesteerd. Zo willen bijvoorbeeld mensen ook beter geïnformeerd worden over gezondheid, ziekte en behandelmogelijkheden en patiënten krijgen meer zelfvertrouwen binnen de hulpverleningsrelatie (Coulter & Magge, 2003). Enerzijds zorgen deze maatschappelijke ontwikkelingen voor een groeiende vraag naar 14

15 zorg. Anderzijds zorgt de emancipatiebeweging in de gezondheidszorg er voor dat de gezondheidszorg als publieke sector in toenemende mate verantwoording moet afleggen aan de individuele burger (Albeda, 2002a). Patiënten willen niet alleen betrokken worden bij de besluitvorming omtrent hun eigen gezondheid op individueel niveau, maar ook bij besluitvorming over het algemene gezondheidszorgbeleid op collectief niveau (Deccache & Aujoulat, 2001). Patiënten accepteren de beperkingen van het zorgaanbod niet langer. Ze willen dat er meer rekening wordt gehouden met hun wensen en behoeften (Hamel, 2001:2). De emancipatie van de patiënt heeft zijn wortels in de jaren zeventig, toen er een groeiend protest was over de professionele dominantie in de zorg. De scheve verhouding tussen hulpverlener en patiënt, waarbij de professionals met hun paternalistische houding de patiënt in een afhankelijkheidspositie manoeuvreren en uiteindelijk de inhoud van het zorgverleningproces bepalen, wordt niet langer geaccepteerd (Tonkens, 2001a; Bosselaar, 2005; Verbeek, 1999). De emancipatie van de burger zorgt ervoor dat de patiënt beter in staat is zijn eigen belangen te vertegenwoordigen, waardoor de zaakwaarnemende rol van de professional steeds meer als overbodig wordt beschouwd (Verbeek, 1999). Deze beweging is in gang gezet met de opkomst van de patiëntenbeweging (Oudenampsen, 1992). De patiëntenbeweging is in de jaren zestig in de geestelijke gezondheidszorg opgekomen om de positie van de psychiatrische patiënt te versterken. Mede onder invloed van een stimulerend overheidsbeleid is de patiëntenbeweging in de gehele gezondheidszorg in de jaren tachtig en negentig sterk gegroeid (Trappenburg, 2005). Naast zorgverzekeraars en instellingen ziet de overheid een belangrijke rol weggelegd voor de patiënten- en consumentenorganisaties bij het inrichten van de gezondheidszorg (Plantinga, 1999). Vanaf de jaren negentig stimuleert de overheid alle patiënten- en consumentenorganisaties in de regio tot onderlinge samenwerking. Dit heeft op regionaal niveau geleid tot de oprichting van de Regionale Patiënten Consumenten Platforms (RPCP s) zijn opgericht, om de derde partij rol te vervullen (Plantinga, 1999). Op landelijk niveau is in 1992 de Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie (NP/CF) tot stand gebracht. Met deze ontwikkeling deed een nieuw, politiek bestuurlijk handelingsperspectief bij patiëntenorganisaties zijn intrede. Van hen werd verwacht dat zij bij een terugtredende overheid- de openbare belangen van patiënten representeren, aldus Zorg Onderzoek Nederland (ZON,1999:71). Ontwikkelingen in de (vraag naar) gezondheidszorg De vraag naar zorg wordt niet alleen beïnvloed door de bovengenoemde maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook door de vooruitgang van de medische technologie en door demografische ontwikkelingen (Garretsen, 2001:66). De ontwikkelingen in de medische technologie kunnen twee effecten hebben. Enerzijds kunnen technologische ontwikkelingen leiden tot kostenverlaging door efficiëntere inzet van middelen, arbeidsbesparing, minder intensieve ingrepen, etc. Anderzijds kunnen technologische ontwikkelingen leiden tot hogere kosten en meer vraag naar zorg. Door de technologische vooruitgang kunnen ziektes behandeld worden waar voorheen geen adequate behandeling voor was en doordat winst in levensjaren uiteindelijk leidt tot een groei in vraag naar zorg voor chronische ziekten. Uiteindelijk wordt veelal geconcludeerd dat technologische ontwikkelingen leiden tot hogere kosten, maar een betere kwaliteit van zorg (Folmer et al., 2001:23-24). De demografische ontwikkelingen in de Nederlandse gezondheidszorg laten een sterke vergrijzing zien. In de periode zal het aantal vijfenzestig plussers met vijftig procent toenemen. Dit betekent dat de ouderen, die over het algemeen meer hulpvragen hebben, een groter deel van de bevolking zullen gaan vormen (Timmermans & Woittiez, 2004). 15

16 De toename van het aantal ouderen, maar ook de toename van het aantal chronisch zieken zal leiden tot een groter aantal langdurige vragen naar zorg. Een langdurige vraag naar zorg vraagt om een andere organisatie van zorg en andere aandachtspunten dan een kortdurende zorgvraag. Zo zal de zorg meer moeten worden ingepast in het dagelijkse leven van de zorgvrager en zal het sociale systeem van de zorgvrager een grotere rol spelen (Van der Kraan, 2002). Daarnaast is er, door een toenemend aantal allochtonen, sprake van een groeiende (culturele) diversiteit in de samenleving. Het aantal niet-westerse allochtonen is in de periode gestegen van 7,3 procent naar 10,3 procent (Pommer, 2005). Deze toenemende culturele diversiteit vraagt ook zijn aandacht in de Nederlandse gezondheidszorg. Deze demogra.sche en maatschappelijke ontwikkelingen versterken de behoefte om meer aandacht te geven aan de psychologische, sociale en ethische aspecten van de zorg (Deccache & Aujoulat, 2001; RVZ, 2000). Economische ontwikkelingen De maatschappelijke, demografische en technologische ontwikkelingen zorgen er voor dat de zorgvraag toeneemt en de kloof tussen vraag en aanbod groeit. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ, 1998:18) geeft aan dat de gebrekkige afstemming van het zorgaanbod op de vraag naar zorg onder andere wordt veroorzaakt door: - Een spanning tussen een open, vraaggerichte zorgverlening en de behoefte om de kosten te beheersen en gelijke toegang te waarborgen; - Een spanning tussen enerzijds de vragende partij (de patiëntenorganisaties) en anderzijds de partijen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de zorg en de overheid. In Nederland is sprake van een kunstmatige schaarste, die voor een groot deel een sociaal politieke constructie is, gebaseerd op de maatschappelijke opvattingen over solidariteit. De overheid heeft als doelstelling de toegang tot noodzakelijke zorg, van goede kwaliteit, voor iedereen te garanderen. Deze toegankelijkheid wordt financieel gegarandeerd door, beperkte, collectieve middelen (Van der Grinten, 2000). Zoals in veel andere westerse landen stijgen echter de uitgaven aan zorg in Nederland (Pommer, 2005). Dit zorgt er voor dat de financiële last van de gezondheidszorg als publieke sector steeds groter wordt (Lomas, 1997; Segal, 1998; Deccache & Aujoulat, 2001). Om het publieke karakter van het gezondheidszorgsysteem te behouden in de huidige maatschappelijke context is een heroriëntatie op de aansturing van de gezondheidszorg noodzakelijk (Rice, 1997; Van der Grinten & Kasdorp, 1999b). Veranderende sturingsvisie van de overheid De besproken ontwikkelingen vinden tegelijkertijd plaats, versterken elkaar en vragen ieder voor zich én samen om een heroriëntatie op de organisatie en coördinatie van de (Nederlandse) gezondheidszorg. Dit komt ook terug in de bestuurlijke reactie die de laatste vijftien jaar wordt gedomineerd door de liberale ideeën rond marktwerking. Net als andere landen met een uitgebreid sociaal gezondheidszorgsysteem bevindt Nederland zich in een periode van bestuurlijke vernieuwing, waarbij sprake is van een groeiende interesse voor liberalisering van de gezondheidszorg, als alternatief voor strikte overheidssturing (Rice, 1997; Van der Grinten & Kasdorp, 1999b). Jarenlang kende de Nederlandse gezondheidszorg aanbodregulering als leidend principe. De gezondheidszorg werd collectief gefinancierd, het volume werd gerantsoeneerd en de prijzen gereguleerd. Deze wijze van aansturing heeft veel voordelen opgeleverd, zowel voor het waarborgen van de toegankelijkheid en de kwaliteit van de gezondheidszorg als voor de macro kostenbeheersing 16

17 (Van der Grinten, 2000). Er was echter ook een keerzijde. Zo gaf de commissie Dekker (1987) aan dat aanbodregulering leidde tot tekortkomingen in het gezondheidszorgsysteem. Door te veel regels en bureaucratie zouden zorgpartijen onvoldoende worden gestimuleerd om efficiëntie en doelmatigheid na te streven. Het aanbod was daardoor onvoldoende afgestemd op de vraag naar zorg (Kasdorp, 2001; Van der Grinten, 2000). Aanbieders op hun beurt gaven aan dat de strikte aansturing vanuit de overheid ertoe heeft geleid dat ze niet in staat zijn om flexibel in te spelen op de veranderende wensen van de cliënten (Koninklijke vereniging MKB-Nederland, 2003). In de relatie tussen de zorgvraag en het aanbod van zorg leidde dat tot de volgende problemen (SCP, 2000 In:Garretsen, 2001): - Veel mensen wachten lang op hulp en veel krijgen te weinig hulp; - De kwaliteit van de hulp is soms zodanig dat degenen die het zich kunnen permitteren ervan af zien, terwijl ze toch premies betalen; - De beschikbare hulp komt lang niet altijd overeen met het gewenste type hulp; - De ontvanger van hulp in natura heeft weinig zeggenschap over het moment waarop de hulp gegeven wordt, over de persoon van de hulpverlener en over de concreet uitgevoerde taken; - Het is voor individuen vaak niet mogelijk om de verschillende stelsels (bijvoorbeeld Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG), Volkshuisvestingsregels) zodanig te combineren dat ze zorg op maat krijgen. Onder meer deze problemen leiden er toe dat vele pleiten voor vraagsturing. Het rapport van de commissie Dekker (1987) wordt gezien als een omslagpunt in het denken over de aansturing van de Nederlandse gezondheidszorg. De commissie Dekker (1987) introduceerde begrippen als marktwerking en concurrentie om de tekortkomingen in de gezondheidszorg te verhelpen (Kasdorp, 2001; Berenschot & Blijlevens, 2003). Marktwerking heeft sindsdien een grote rol gespeeld in de discussies rondom de reorganisatie van de zorg. Sinds 1987 zijn verschillende begrippen geïntroduceerd om handen en voeten te geven aan het nieuwe denken over de bestuurlijke vormgeving van de gezondheidszorg. Vraagsturing is één van die begrippen. Vraagsturing is door het Paarse Kabinet geïntroduceerd om met name veel aandacht te besteden aan de positie en verantwoordelijkheid van de (individuele burger) (Kemps, 2002; Tonkens, 2001a). Daarnaast gaf de introductie van het begrip vraagsturing retorisch kracht aan de omslag die de overheid wilde bewerkstelligen. De introductie van vraagsturing wordt gezien als de volgende stap in een streven naar de optimalisering van de Nederlandse gezondheidszorg (Bosselaar, 2005; Kemps, 2002). De toegenomen vraag naar zorg en de eisen richting het zorgaanbod die voortvloeien uit de emancipatie en individualisering van de Nederlandse samenleving leiden overigens niet alleen tot een noodzaak van meer verantwoording richting de burger. Ook de burger wordt steeds meer aangesproken om verantwoordelijkheid te nemen voor de organisatie en houdbaarheid van de gezondheidszorg als publieke sector. Net als in andere landen kampt Nederland met een verloren betrokkenheid van de burger. De introductie van vraagsturing moet die betrokkenheid herstellen waardoor collectieve en individuele verantwoordelijkheden weer meer in evenwicht komen (Albeda, 2002b; Blaauwbroek, Bosselaar & Zwart, 2000). Dit wordt noodzakelijk geacht om de gezondheidszorg als publieke sector te behouden. 17

18 Modernisering van de AWBZ De in 1999 uitgebrachte nota Zicht op zorg (TK, , 26631, nr.1) vormt het plan van aanpak voor de modernisering van AWBZ. De doelstelling van de modernisering van de AWBZ is een zodanige opzet en uitvoering van de AWBZ dat binnen de beschikbare collectieve middelen: - De cliënt met een zorgvraag centraal staat; - Zorg op maat wordt geleverd; - Vermaatschappelijking van de zorg wordt gestimuleerd; - De doelmatigheid wordt bevorderd. Daarbij wordt aangegeven dat de algemene toegankelijkheid, de gelijke behandeling, de solidariteit en de betaalbaarheid moeten worden gewaarborgd. Op termijn moeten de contracteerplicht, de budgetgarantie en de toelating met bijbehorende capaciteitsbepaling plaats maken voor de functionele aanspraken, de indicatiestelling nieuwe stijl, de toelating, het regionale kader en de regiovisie (TK, , 26631, nr.1). Binnen de AWBZ worden de volgende centrale actoren onderscheiden: de zorgvrager, het zorgkantoor, het indicatieorgaan, de zorgaanbieder en de overheid. Elk van deze actoren krijgt binnen de gemoderniseerde AWBZ een nieuwe rol, waarbij ze zich moeten concentreren op hun kerntaak, zodat de verantwoordelijkheidsverdeling helderder wordt. De zorgvrager wordt gezien als een mondige burger die zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen situatie. Primair wordt dat als volgt ingevuld: zo lang mogelijk op eigen benen staan en zorgafhankelijkheid zo lang mogelijk voorkomen. Het indicatieorgaan is verantwoordelijk voor een onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling. Het zorgkantoor moet in de nieuwe AWBZ, als uitvoerder van de verzekering, een spilfunctie voor zijn verzekerden vervullen. Het zorgkantoor moet aanspraken op zorg verzilveren, zorg dragen voor voldoende zorg, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin, en is verantwoordelijk voor een doelmatige en maatschappelijk verantwoorde besteding van middelen. Het zorgkantoor onderhandelt in het kader van zijn taken met de zorgaanbieders binnen de kaders van het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG) (maximum prijzen) en het regionale kader (zorgcapaciteit). Tot slot doet het zorgkantoor ook aan wachtlijstbeheer en registratie. De zorgaanbieders moeten zich concentreren op het leveren van zorg op maat aan de zorgvragers. De zorg krijgt vorm in de relatie tussen de zorgvrager en de hulpverlener. Om de kwaliteit van de zorg te waarborgen zijn de Wet op de beroepen in de individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) en de Kwaliteitswet Zorginstellingen (KWZ) van toepassing. Daarnaast moeten de zorgaanbieders beschikken over een erkenning om voor financiering vanuit de AWBZ in aanmerking te komen (TK, , 26631, nr.1). Om uitvoering te geven aan het plan Modernisering AWBZ worden drie implementatietrajecten onderscheiden (TK, , 26631, nr.1): 1) Het verstevigen van de Regionale Indicatie Organen (RIO s) en het zorgkantoor; 2) Het experimenteren in regio s binnen de in het plan van aanpak uitgezette koers; 3) Het aanpassen van het instrumentarium (wet- en regelgeving). Naar aanleiding van het rapport De ontvoogding van de AWBZ van de MDW-werkgroep (Marktwerking, Deregulering en Wetgeving, 2000) worden daaraan de persoonsgebonden bekostigingsvormen toegevoegd (TK, , 26631, nr.10). De implementatietrajecten hebben tot nu toe onder andere vorm gekregen door de volgende maatregelen: - Een brede implementatie van het persoonsgebonden budget (PGB) (per 1 april 2003 is de PGB-nieuwe stijl ingevoerd); - De introductie van een functioneel systeem van indiceren en bekostigen (het 18

19 laatste alleen voor extramurale zorg) (per 1 april 2003), waarbij de zorg in functies wordt beschreven in plaats van producten dat leidt tot meer handelingsruimte voor zorgaanbieders; - De introductie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), ter vervanging van de RIO s, om meer eenduidigheid in de indicatiestelling te bewerkstelligen (vanaf januari 2005); - Het versterken van het verzekeringskarakter van de AWBZ. Dit betekent dat het zorgkantoor er zorg voor moet dragen dat de geïndiceerde zorg tijdig wordt geleverd, de vraag en het aanbod goed op elkaar zijn afgestemd en het zorgkantoor die zorg inkoopt die voldoet aan de wensen van de klant; - Een vergroting van het zorgaanbod door middel van een functiegerichte toelating om de keuzemogelijkheden van de zorgvrager te vergroten (TK, , 26631, nr. 137). Bouwstenen voor vraagsturing "Het Persoongebonden Budget is niet het enige instrument van vraagsturing. Het gaat erom dat men vanuit de aanbodszijde in staat is om mensen te helpen hun vraag helder te krijgen." Janny Hoeflak Wel is het mogelijk om bouwstenen weer te geven die gecombineerd kunnen leiden tot vraagsturing. Bij vraagsturing zijn verschillende partijen betrokken. De klant, de klantorganisatie, de dienstverlenende instelling, de medewerkers, de overheid en de politiek. Verschillende stappen en stapjes kunnen een bijdrage leveren om te komen tot vraagsturing. We zetten ze op een rij geordend naar de argumentatie die het meest aansluit bij de bouwsteen: economisch, sociaal-politiek en organisatorisch. (Economische invalshoek: vrager ruimte en macht geven) 1. Keuze De klant kan beslissen als hij kan kiezen uit alternatieven. Manieren om de klant keuze te geven zijn het verminderen van regels, duidelijk maken wat de verschillen tussen aanbieders en werkmethoden zijn en ruimte bieden om verschillende werkwijzen aan te bieden. Belangrijk is dat klanten ruime mogelijkheden hebben om met hun budget te kiezen en in te kopen. Ook zou het noodzakelijk kunnen zijn om grote instellingen op te splitsen in kleinere eenheden. De overheid heeft tot voor kort juist fusies gestimuleerd. Verder kan een klant pas kiezen als de veiligheid gegarandeerd is, ook hier heeft de overheid een rol als het gaat om minimale kwaliteitseisen. 2. Koopkracht De klant moet economisch interessant zijn. Ook hier helpt het persoonsgebonden budget. In de praktijk blijkt dat er ook mensen zijn die budgetten samenvoegen om als klanten gezamenlijk krachtiger op te kunnen treden. Bijvoorbeeld in Lelystad hebben een veertigtal budgethouders zich verenigd en treden zonodig gezamenlijk op. 3. Informatie De klant heeft informatie nodig over de mogelijke soorten dienstverlening, de verwachtingen die hij mag hebben van de dienstverlening en wat er daarbij van hem verwacht wordt. Hij moet niet alleen afhankelijk zijn van de informatie van de expert om zijn keuze te maken. Een oplossing kan zijn dat sterke klantenorganisaties op maat informeren. Het aanbod van instellingen moet vergeleken kunnen worden en op relevante punten worden getoetst. Op het moment dat een werkzoekende de keuze krijgt tussen een aantal reïntegratiebedrijven, moet hij inzicht krijgen in de kwaliteit van het aanbod. Inzage in resultaten ontbreekt nu echter. 19

20 Daardoor kan de klant geen vergelijking maken van de gebleken kwaliteit van instellingen. Wel kunnen klanten elkaar informeren door hun ervaringen door te geven (zie lotgenotenadvies). Overal verschijnen informatieloketten waar klanten terecht kunnen. Prima om te weten hoe je een ziekenhuis bereikt en wanneer het open is. Informatie in de diepte, bijvoorbeeld over resultaten en klachten, ontbreekt. Deze informatie moet beschikbaar komen, liefst beheerd door een onafhankelijke partij. (Sociaal-politieke invalshoek, versterking van de vrager en interactie tussen mondige vrager en aanbieder) 4. Vraagverheldering De professional interpreteert de vraag naar zijn eigen expertise. Iemand die zere voeten heeft krijgt van de schoenverkoper nieuwe schoenen, van de fysiotherapeut massage, van de diëtist misschien wel andere voeding en van de drogist misschien wel voetbruistabletten. De vrager zou geholpen moeten worden om zijn vraag zelf te formuleren. In Engeland bestaat een site met biografische verhalen waar men zich mee kan vergelijken. Er zijn ook zelfsturende vragenlijsten, speciaal ontwikkeld voor verstandelijk gehandicapten waardoor zij hun vraag helder krijgen zonder teveel door de aanbieder beïnvloed te worden. 5. Advies van lotgenoten Lotgenotencontact is een manier om te leren van elkaars ervaringen. Mensen die in vergelijkbare situaties verkeren kunnen steun en advies vinden bij elkaar. De ervaringsdeskundigheid wordt op die wijze gedeeld. Organisaties als Per Saldo (voor mensen met een persoongebonden budget) en Independant Living zijn vanuit die invalshoek ontstaan en op dit principe gebaseerd. Er zijn inmiddels diverse websites op het internet te vinden voor en door lotgenoten. Op deze sites staan bijvoorbeeld biografische verhalen die tot herkenning en erkenning kunnen leiden en van waaruit men elkaar kan adviseren. Een ander voorbeeld is een psychologenpraktijk in Arnhem waaraan een stichting van cliënten is gekoppeld. Deze cliënten helpen elkaar om weer aan het werk te komen waarbij ze gebruik maken van hun eigen ervaringen. 6. Klant mondiger maken Veel begint met het worden van een mondige klant. Bovenstaande maatregelen zijn er op gericht klanten mondiger te maken of mondige klanten ruimte te geven. Het is ook mogelijk om op andere manieren de mondigheid te bevorderen. Het kan zijn dat de klant een vertrouwenspersoon nodig heeft, of dat een klant tijd nodig heeft om na te denken om zelf tot een keuze te kunnen komen. Mensen willen kunnen overleggen, zich beraden en desgewenst en zo mogelijk bij anderen informeren wat de mogelijkheden of ervaringen zijn. In de praktijk blijkt dat die tijd er niet is en worden mensen opgejaagd en overruled. (Institutionele invalshoek: vernieuwing van organisaties) 7. Experimenteren en foutenmarge accepteren Men moet kunnen experimenteren en leren van fouten. Terughoudendheid bij de invoering van vraaggestuurde experimenten is een opvallend terugkerend gegeven. Het uitgangspunt van experimenten is dat men van fouten kan leren. Bij de evaluatie van de vraaggestuurde experimenten is het goed om de werkelijkheid niet mooier uit te leggen dan die is. Vragen zullen er sowieso komen, beter is het om duidelijk te zijn over wat er niet goed ging en vervolgens te zoeken naar hoe het beter kan. De angst is dat transparantie tegenstanders een al te makkelijk wapen in handen geven het experiment stop te zetten of terug te draaien. Stel daarom vooraf duidelijk dat er fouten zullen voorkomen en dat een foutenmarge acceptabel is. 20

Zorg in Dialoog. Een pre-experimenteel onderzoek. Studentnummer: 2035158. Naam: Britt van Merrienboer. Onderwijsinstelling: Hogeschool Zuyd Heerlen

Zorg in Dialoog. Een pre-experimenteel onderzoek. Studentnummer: 2035158. Naam: Britt van Merrienboer. Onderwijsinstelling: Hogeschool Zuyd Heerlen Zorg in Dialoog Een pre-experimenteel onderzoek Studentnummer: 2035158 Naam: Britt van Merrienboer Onderwijsinstelling: Hogeschool Zuyd Heerlen Faculteit: Verpleegkunde Afstudeerrichting: AGZ Uitstroomprofiel:

Nadere informatie

Tijdelijk en Toch Bevlogen

Tijdelijk en Toch Bevlogen De Invloed van Taakeisen, Ontplooiingskansen en Intrinsieke Arbeidsoriëntatie op Bevlogenheid van Tijdelijke Werknemers. The Influence of Job Demands, Development Opportunities and Intrinsic Work Orientation

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging

Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging 13-0010/mh/rs/ph Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging Gevraagde actie: - Deelt u de filosofie van Regie in eigen hand? - Bent u bereid

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

Helpt het hulpmiddel?

Helpt het hulpmiddel? Helpt het hulpmiddel? Het belang van meten Zuyd, Lectoraat Autonomie en Participatie Faculteit Gezondheidszorg Dr. Ruth Dalemans, Prof. Sandra Beurskens 08-10-13 Doelstellingen van deze presentatie Inzicht

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Informatieblad voor zorglandbouwsector over de cliënt staat centraal

Informatieblad voor zorglandbouwsector over de cliënt staat centraal Informatieblad voor zorglandbouwsector over de cliënt staat centraal De cliënt staat centraal is een uitspraak die we breed in de maatschappij tegen komen. Soms iets anders verwoordt; bijvoorbeeld klant

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Achtergrondinformatie geldstromen en wetten

Achtergrondinformatie geldstromen en wetten Achtergrondinformatie geldstromen en wetten Tot stand gekomen in het kader van het project RAAK-MKB Ontwerpen voor zorgverleners Auteurs Dr. F. Verhoeven; onderzoeker lectoraat Co-design (HU) Ing. K. Voortman-Overbeek;

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg

Zorg om de zorg. Menselijke maat in de gezondheidszorg Zorg om de zorg Menselijke maat in de gezondheidszorg Prof.dr. Chris Gastmans Prof.dr. Gerrit Glas Prof.dr. Annelies van Heijst Prof.dr. Eduard Kimman sj Dr. Carlo Leget Prof.dr. Ruud ter Meulen (red.)

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Masterpiece Autonomie bij de geriatrische zorgvrager na invoering van het Baxtersysteem

Masterpiece Autonomie bij de geriatrische zorgvrager na invoering van het Baxtersysteem Masterpiece Autonomie bij de geriatrische zorgvrager na invoering van het Baxtersysteem Een beeld vormen en in kaart brengen van de autonomie bij de geriatrische zorgvrager na invoering van het Baxtersysteem

Nadere informatie

Persoonsgebonden budget in de Wmo. Handreiking voor Wmo-raden, cliëntenorganisaties en belangenbehartigers

Persoonsgebonden budget in de Wmo. Handreiking voor Wmo-raden, cliëntenorganisaties en belangenbehartigers Persoonsgebonden budget in de Wmo Handreiking voor Wmo-raden, cliëntenorganisaties en belangenbehartigers AVI-toolkit 9 12 februari 2014 1 Inhoud Persoonsgebonden budget in de Wmo... 3 1. Wat is het persoonsgebonden

Nadere informatie

ROM Doorbraakprojecten. Gerdien Franx

ROM Doorbraakprojecten. Gerdien Franx ROM Doorbraakprojecten November 2014 Mei 2016 Gerdien Franx Projectleider, Trimbos-instituut The Choluteca bridge, Honduras Donald Berwick: Tijd voor continue vernieuwing Patiënt en hulpverlener gericht

Nadere informatie

De Invloed van Self-efficacy en Optimisme op de Bevlogenheid, Organisatiebetrokkenheid, Arbeidstevredenheid en Verloopintentie van Verzorgenden

De Invloed van Self-efficacy en Optimisme op de Bevlogenheid, Organisatiebetrokkenheid, Arbeidstevredenheid en Verloopintentie van Verzorgenden De Invloed van Self-efficacy en Optimisme op de Bevlogenheid, Organisatiebetrokkenheid, Arbeidstevredenheid en Verloopintentie van Verzorgenden in de Verpleeg- en Verzorgingshuizen The Influence of Self-efficacy

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1

Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014 Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Doelstelling Nurses on the Move Bijdragen aan verbetering kwaliteit van zorg in verpleeg- en

Nadere informatie

Meer eigen regie in Zvw

Meer eigen regie in Zvw Meer eigen regie in Zvw Onze dochter Sofie is met 27 weken geboren. Ze heeft bij de geboorte een hersenbeschadiging gekregen, waardoor ze verschillende beperkingen heeft. De meest ingrijpende is een zeer

Nadere informatie

Het Nederlandse Zorgstelsel

Het Nederlandse Zorgstelsel Het Nederlandse Zorgstelsel Een heldere blik op de regels in de gezondheidszorg Corné Adriaansen 12 september 2012 Door de bomen het bos niet meer te zien? Zorgstelsel Nederland 2012 Financieringsstromen

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Er is een transformatieproces in de ouderenzorg aan de gang

Er is een transformatieproces in de ouderenzorg aan de gang Er is een transformatieproces in de ouderenzorg aan de gang 3 issues: 1. Adequaat inspelen op demografische ontwikkelingen; 2. Normaal als het kan en bijzonder als het echt moet; 3. Kostenbeheersing en

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en Consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B2328/102 B1049 BRUSSEL België

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en Consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B2328/102 B1049 BRUSSEL België Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en Consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B2328/102 B1049 BRUSSEL België Datum 31 januari 2007 Ons kenmerk B170107TRA0112 Onderwerp

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Evaluatieverslag deelproject Vraagsturing op basis van OER November 2008 - December 2009

Evaluatieverslag deelproject Vraagsturing op basis van OER November 2008 - December 2009 Evaluatieverslag deelproject Vraagsturing op basis van OER November 2008 - December 2009 Inleiding Het doel van Omkeer 2.0 is samen te vatten als: kijken hoe zorg en zorgvraag in elkaar steken en hoe dit

Nadere informatie

wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief

wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief wonen met zorg vanuit een nieuw perspectief scheiden van Verblijf van wonen naar Wonen en zorg & van verblijf naar wonen door extramuralisering en scheiden wonen/zorg Programma Doel van vandaag Meer grip

Nadere informatie

Free Time Flies en een persoonsgebonden budget

Free Time Flies en een persoonsgebonden budget Free Time Flies en een persoonsgebonden budget 1. Inleiding Per 1 januari 2015 zijn er enkele zaken veranderd rondom het persoonsgebonden budget (pgb). Op grond van de Jeugdwet en Wmo kunnen volwassenen,

Nadere informatie

ARTIST. Petten 24 September 2012. www.ecn.nl More info: schoots@ecn.nl

ARTIST. Petten 24 September 2012. www.ecn.nl More info: schoots@ecn.nl ARTIST Assessment and Review Tool for Innovation Systems of Technologies Koen Schoots, Michiel Hekkenberg, Bert Daniëls, Ton van Dril Agentschap NL: Joost Koch, Dick Both Petten 24 September 2012 www.ecn.nl

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten CBM-I bij Faalangst in een Studentenpopulatie 1 Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitive Bias Modification of Interpretation Bias for Students with Test Anxiety

Nadere informatie

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult)

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Mag ik thuiswerken? Een onderzoek naar de attitudes van managers t.a.v. telewerkverzoeken Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Nederland

Nadere informatie

Invloed van Bewegen op Depressieve Klachten in de. Fysiotherapie Praktijk. Influence of Movement on Depression in the. Physiotherapy Practice

Invloed van Bewegen op Depressieve Klachten in de. Fysiotherapie Praktijk. Influence of Movement on Depression in the. Physiotherapy Practice Invloed van Bewegen op Depressieve Klachten in de Fysiotherapie Praktijk Influence of Movement on Depression in the Physiotherapy Practice J.A. Michgelsen Eerste begeleider: dr. A. Mudde Tweede begeleider:

Nadere informatie

1. Alle dagbesteding inclusief vervoer gaat naar de gemeente (Wmo en Jeugdwet). Ook de dagbesteding van cliënten met een hoog zzp.

1. Alle dagbesteding inclusief vervoer gaat naar de gemeente (Wmo en Jeugdwet). Ook de dagbesteding van cliënten met een hoog zzp. 17 misverstanden over de Wet langdurige zorg (Wlz) Per 1 januari 2015 komt de Wet langdurige zorg (Wlz) in de plaats van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De Wlz is van toepassing op cliënten

Nadere informatie

Werken aan de zorg van morgen

Werken aan de zorg van morgen Werken aan de zorg van morgen Uitkomsten zorgdebat VNG Jaarcongres 2015 E-health, wonen en zorg Whitepaper Ruim baan voor initiatieven om langer gezond thuis te wonen Hoofdstuk 1: Uitdagingen Hoofdstuk

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

Eigen Regie Maakt Zorg Beter

Eigen Regie Maakt Zorg Beter Eigen Regie Maakt Zorg Beter 31 maart 2011 Siska de Rijke Beleidsmedewerker Zorg CG-Raad Termen Zelfmanagement Eigen regie Eigen verantwoordelijkheid Deelnemer in plaats van afnemer Verbindende schakel

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

Samen werken aan betere zorg. Handreiking voor begeleiding van cliëntenraden betrokken bij verbetertrajecten

Samen werken aan betere zorg. Handreiking voor begeleiding van cliëntenraden betrokken bij verbetertrajecten Samen werken aan betere zorg van cliëntenraden betrokken bij verbetertrajecten INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Participatie van cliënten... 4 De rol van de cliëntenraad in verbetertrajecten... 6 Het stappenplan:

Nadere informatie

Guidelines for setting up a stimul lab

Guidelines for setting up a stimul lab Guidelines for setting up a stimul lab Content Chapter 1 Chapter 2 Chapter 3 Chapter 4 Chapter 5 Chapter 6 Chapter 7 Pilotproject Businessplan Samenwerkingsovereenkomst met stimul Moorsele Building requirements

Nadere informatie

Klant en arts: partner of tegenstander?

Klant en arts: partner of tegenstander? Klant en arts: partner of tegenstander? Inleiding Hans Blaauwbroek (Bureau voor Vraaggestuurde Zorg) V&W / NVAG Congres Communicatie of concurrentie? 23 mei 2002 (Sheet) Inleiding Klant en arts tegenstander?

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit Effecten van Gedragstherapie op Sociale Angst, Zelfgerichte Aandacht & Aandachtbias Effects of Behaviour Therapy on Social Anxiety, Self-Focused Attention & Attentional Bias Tahnee Anne Jeanne Snelder

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg

Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg Hoofdstuk 3. Doel, middel en organisatie van het Chronic Care Model in termen van epilepsiezorg Wanneer we de kernelementen van het Chronic Care Model toepassen op de epilepsiezorg dan praten we over de

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke.vanderScheer@utwente.nl Lieke van der Scheer ISOQOL 14-11-2014 1 De stem van patiënten Elisa Garcia Simone van der Burg (Nijmegen) Lieke van der Scheer

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015 Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking Wat verandert er in de zorg in 2015 De zorg in beweging Wat verandert er in 2015? In 2015 verandert er veel in de zorg. Via een aantal

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden.

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Well-being of Family Caregivers in Flanders: The Relationships between Social

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Patiënt centraal: Vraaggestuurd organiseren door logistiek als kern van de bedrijfsvoering?

Patiënt centraal: Vraaggestuurd organiseren door logistiek als kern van de bedrijfsvoering? Patiënt centraal: Vraaggestuurd organiseren door logistiek als kern van de bedrijfsvoering? Dr. Lineke Verkooijen Hoe het begon Vraagsturing/patiënt centraal - na 20 jaar nog steeds in de kinderschoenen

Nadere informatie

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis.

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis. Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met een Psychotische Stoornis. The Effect of Assertive Community Treatment (ACT) on

Nadere informatie

Menslievende Professionalisering. Onderzoek naar de training Menslievende Professionalisering. Petri Embregts, Maaike Hermsen & Lisanne van Alphen

Menslievende Professionalisering. Onderzoek naar de training Menslievende Professionalisering. Petri Embregts, Maaike Hermsen & Lisanne van Alphen Menslievende Professionalisering Onderzoek naar de training Menslievende Professionalisering juni 2015 Petri Embregts, Maaike Hermsen & Lisanne van Alphen Achtergrond Zorgverleners werkzaam in het primaire

Nadere informatie

Nederlandse Zorgautoriteit Secretariaat Directie Ontwikkeling Postbus 3017 3502 GA UTRECHT. Geachte heer, mevrouw,

Nederlandse Zorgautoriteit Secretariaat Directie Ontwikkeling Postbus 3017 3502 GA UTRECHT. Geachte heer, mevrouw, Nederlandse Zorgautoriteit Secretariaat Directie Ontwikkeling Postbus 3017 3502 GA UTRECHT datum Utrecht, 27 mei 2009 ons kenmerk 2009-366/DSB/01.01.01/fv/tk voor informatie F. Vogelzang uw kenmerk --

Nadere informatie

Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren

Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren : Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren Assessment of Counseling Communication Skills by Means of the Webcamtest: A Study of Reliability, Experience and Correlation

Nadere informatie

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz BEREIKBAARHEID EN INFORMATIE Hoe word ik als cliënt geïnformeerd over de veranderingen? Met een brief van de gemeente Met een persoonlijk gesprek in 2015

Nadere informatie

TRANSITIE LANGDURIGE ZORG VERGT INVESTERING IN SAMENWERKING

TRANSITIE LANGDURIGE ZORG VERGT INVESTERING IN SAMENWERKING ZORGVERZEKERAARS NEDERLAND - ZN DIALOOG NR 6-9 OKTOBER 2014 1 TRANSITIE LANGDURIGE ZORG VERGT INVESTERING IN SAMENWERKING Hoe geef je in het licht van de transitie langdurige zorg optimaal vorm aan de

Nadere informatie

Memo Academic Skills; the basis for better writers

Memo Academic Skills; the basis for better writers Memo Academic Skills; the basis for better writers With the rise of broader bachelor degrees and the University College, Dutch universities are paying more attention to essays and other written assignments.

Nadere informatie

Vooruitblikken op zorg

Vooruitblikken op zorg Vooruitblikken op zorg Een onderzoek naar verwachtingen van ouderen van de concrete dagelijkse zorg tijdens kortdurende opname in het verzorgingshuis Naam Student: Milanda Vacher-Koopman Studentnummer:

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013

Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen. Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord. 8 mei 2013 Nieuwsflits 16 Aandacht voor iedereen 8 mei 2013 Hervorming Langdurige Zorg en Zorgakkoord Eind april presenteerde staatssecretaris Van Rijn zijn plannen voor hervorming van de langdurige zorg. Daarbij

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats.

Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats. Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats. Development, Strategies and Resilience of Young People with a Mentally

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Eigen regie in de palliatieve fase

Eigen regie in de palliatieve fase Verwante begrippen Eigen regie in de palliatieve fase zelfmanagement Hanke Timmermans Opdracht film ZM Er volgt zo meteen een korte film van ca. 6 minuten, waarin zes mensen met een chronische ziekte aan

Nadere informatie

Rouw bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)

Rouw bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) Rouw bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) Mourning in people with chronic fatigue syndrome (CFS) Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Lisanne Fischer S1816071 Mei 2012

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

WETTELIJKE EISEN BIJ DE BEROEPSUITOEFENING

WETTELIJKE EISEN BIJ DE BEROEPSUITOEFENING WETTELIJKE EISEN BIJ DE BEROEPSUITOEFENING Onderstaand wordt beknopt weergegeven met welke aspecten een logopedist rekening dient te houden uit hoofde van wetgeving. 1. Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

ZorgService Centrum brengt Zorg op Maat én Goedkopere Gezondheidszorg dichterbij!

ZorgService Centrum brengt Zorg op Maat én Goedkopere Gezondheidszorg dichterbij! ZorgService Centrum brengt Zorg op Maat én Goedkopere Gezondheidszorg dichterbij! Ontwikkelingen Klant/Consument: - mondiger/eigen verantwoordelijkheid - Regie (o.a. via PGB) - maatwerk - één loket (gemak,

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie

Mindfulness als Aanvullende Hulpbron bij het JD R model voor het. Verklaren van Bevlogenheid bij Werknemers uit het Bankwezen in.

Mindfulness als Aanvullende Hulpbron bij het JD R model voor het. Verklaren van Bevlogenheid bij Werknemers uit het Bankwezen in. Mindfulness als Aanvullende Hulpbron bij het JD R model voor het Verklaren van Bevlogenheid bij Werknemers uit het Bankwezen in Vlaanderen Mindfulness as an Additional Resource for the JD R Model to Explain

Nadere informatie

VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL

VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL Inhoudsopgave: Voorwoord... 1 1. Visie: door KANTELING in BALANS...2 1.1 De kern: Eigen kracht en medeverantwoordelijkheid

Nadere informatie