ONDERZOEK UITBREIDINGSRUIMTE VEEHOUDERIJ

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ONDERZOEK UITBREIDINGSRUIMTE VEEHOUDERIJ"

Transcriptie

1 ONDERZOEK UITBREIDINGSRUIMTE VEEHOUDERIJ NATUUR EN MILIEU 30 september :A - Definitief C

2

3 Inhoud Samenvatting Inleiding Vraagstelling Definiëring uitbreidingsruimte Bronnen Planologische uitbreidingsruimte Relatie tussen omvang bouwblok en hoeveelheid vee Uitbreidingsruimte binnen bestaande bouwblokken Uitbreiding van bouwblokken Uitbreidingsruimte op basis van milieuvergunningen Latente ruimte in bestaande milieuvergunningen Milieuruimte voor extra te vergunnen dieren Ammoniak en Natura 2000-gebieden Geur Fijn stof Samenvatting en conclusie Indicatie milieueffecten van meer vee Emissie en depositie van ammoniak Geur Fijn stof Gezondheidsrisico s Broeikasgassen Waterkwaliteit Samenvattend beeld Bijlage 1 Bronnen Bijlage 2 Uitbreidingsmogelijkheden per provincie :A - Definitief ARCADIS 1

4 2 ARCADIS :A - Definitief

5 Samenvatting Vraagstelling Natuur en Milieu heeft ARCADIS gevraagd de uitbreidingsruimte voor veehouderij in Nederland in deze quickscan in beeld te brengen op basis van de bestaande milieuregelgeving (ammoniak, geur en fijn stof) en de planologische ontwikkelingsruimte (provinciale en gemeentelijke plannen). Dit ten behoeve van de lopende discussie rond de besluitvorming over het wijzigingsvoorstel Meststoffenwet. Definiëring uitbreidingsruimte In provinciale structuurvisies en verordeningen ruimte en gemeentelijke bestemmingsplannen is aangegeven tot welke omvang het erf met gebouwen (bouwblok) van een veehouderijbedrijf maximaal mag groeien. De planologische ruimte is pas te benutten als daarvoor ook voldoende ruimte is in de vorm van een (af te geven) milieuvergunning. Onderzocht is hoeveel de veestapel kan groeien op basis van deze ruimte. Niet onderzocht is in welke mate die groei waarschijnlijk is op basis van economisch perspectief, afzetruimte voor mest etc. Planologische uitbreidingsruimte In provinciale structuurvisies en verordeningen ruimtelijke ordening en gemeentelijke bestemmingsplannen is aangegeven tot welke omvang het erf met gebouwen (bouwblok) van een veehouderijbedrijf maximaal mag groeien. In de meeste plannen is een omvang van 1,5 ha toegestaan als basisomvang, soms en onder voorwaarden een grotere oppervlakte tot 2,5 ha of meer. Door verdichting van de bebouwing op bestaande bouwblokken en uitbreidingsmogelijkheden van bouwblokken is ruimte aanwezig en te creëren tot circa een verdubbeling van de veestapel. Daarbij speelt ook een rol dat uitbreidende bedrijven die tegen hun bouwblokgrenzen aanlopen ook bestaande locaties van stoppende bedrijven overnemen en daar de al benutte ruimte en uitbreidingsruimte in gebruik nemen. De provincies in de bestaande concentratiegebieden (Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel) bieden relatief de meeste ruimte voor intensieve veehouderij. In de traditionele akkerbouwprovincies (Groningen, Flevoland, Zeeland) is de ruimte in bestemmingsplannen voor intensieve veehouderij beperkt tot beperkte uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen. Na afschaffen van (de compartimentering van) de varkens- en pluimveerechten is daarom te verwachten dat de varkens- en kippenstapel vooral zullen toenemen in de huidige concentratiegebieden. De akkerbouwprovincies bieden wel grote bouwblokken voor melkveehouderij, ook voor omschakeling van akkerbouwbedrijven naar melkveehouderij. Uitbreidingsruimte op basis van te vergunnen ruimte De planologische ruimte is pas te benutten als daarvoor ook voldoende ruimte is in de vorm van een (af te geven) milieuvergunning. Daarbij is onderscheid te maken naar niet gebruikte (latente) ruimte in bestaande vergunningen en op grond van milieuregelgeving nog te vergunnen extra ruimte. Latente ruimte in bestaande milieuvergunningen In grote delen van Nederland is tot circa 40% van de ruimte in bestaande vergunningen niet benut. Daarmee is de veestapel met tot circa 50% uit te breiden. In de melkveehouderij zijn deze percentages vaak nog hoger tot respectievelijk 50 en 100%. De emissie van ammoniak uit stallen zou daarmee in de meeste gebieden fors toenemen met vaak 40 tot 70%. De emissie van geur (odeur units) uit stallen zou dan ook fors toenemen met vaak 20 tot 50% :A - Definitief ARCADIS 3

6 Milieuruimte voor extra te vergunnen ruimte De milieuruimte (ook wel milieugebruiksruimte genoemd) voor de uitbreiding van het aantal te vergunnen dieren wordt bepaald door het verschil tussen de huidige milieubelasting van veehouderijen en de maximale milieubelasting op basis van wettelijke normen of andere toets waarden, zoals door de gemeenteraden vastgestelde normen met betrekking tot de maximale geurbelasting. Ontwikkeling van de veehouderij kan slechts binnen deze milieugebruiksruimte plaatsvinden. In heel Nederland is er nog een substantiële milieuruimte voor uitbreiding, die bestaat uit: De mogelijkheid om binnen het vergunde emissieplafond meer dieren te houden door middel van het met technische maatregelen verlagen van de emissies per dierplaats. De intensieve veehouderij heeft hiertoe meer mogelijkheden dan de rundveehouderij. Het benutten van de groeiruimte m.b.t. ammoniakemissie die de PAS gaat bieden (drempelwaarde en ontwikkelruimte). De mogelijkheden die er zijn voor uitbreiding van de emissie van geur en fijn stof, binnen de geldende maximale belasting- en concentratienormen. Met de aanwezige latente ruimte in bestaande vergunningen en de ruimte die er nog is voor extra te vergunnen ruimte is een substantieel van de planologische ruimte te benutten (tot circa een verdubbeling van de veestapel). Indicatie milieueffecten van meer vee Emissie en depositie van ammoniak Hoewel min of meer voldaan wordt aan het nationale emissieplafond is een groot deel van de natuurgebieden in Nederland nog fors overbelast met depositie van stikstof. In 2009 was nog 60% van de voor stikstof gevoelige natuurgebieden overbelast. Het PBL constateert (Welke veestapel past in Nederland, 2011) dat er bij groei van de (melk)veestapel een groter risico is op toename van de ammoniakemissie en onvoldoende bescherming van Natura 2000-gebieden, omdat het potentieel van maatregelen in de melkveehouderij veel kleiner is dan in de overige veehouderijsectoren. Het PBL constateert (Evaluatie Meststoffenwet, 2012) dat de slagkracht van de PAS zal lijden onder een grotere veestapel. Geur Bij de vergunningverlening wordt niet gerekend met cumulatie van de geur van het aanvragende bedrijf met de geur van al bestaande bedrijven, dus met alleen maar de geur van het aanvragende bedrijf. Daarom zijn er op basis van geurbeleving (GGD: Richtlijn geurhinder, 2002) nog veel geurgehinderden op basis van de vergunde geuruitstoot. Een toename van de veestapel, vooral die van de intensieve veehouderij, kan leiden tot een toename van de geurhinder of kan er toe leiden dat de gewenste afname van het aantal gehinderden minder snel gaat. Milieuwinst van emissiearme technieken wordt dan opgevuld met emissie van meer dieren. Fijn stof Nabij vooral pluimveebedrijven kunnen zich hogere belastingen voordoen. Sturen op de omvang van de veestapel helpt om er voor te zorgen dat de toepassing van extra emissiearme technieken gepaard gaat met een extra afname van de fijn stof emissie door de intensieve veehouderij. De milieuwinst van emissiearme technieken wordt dan immers niet opgevuld met emissie van meer dieren. Gezondheidsrisico s De GGD Nederland (2011) adviseert (aan de Tweede Kamerleden) in reactie op het rapport van de heer Alders over de veehouderij (van Mega naar Beter) om uit voorzorg bij nieuwbouw en planontwikkeling 4 ARCADIS :A - Definitief

7 geen intensieve veehouderij in een straal van 250 meter van gevoelige bestemmingen te bouwen en geen gevoelige bestemmingen binnen 250 meter van intensieve veehouderijen te bouwen. In Nederland liggen veel intensieve veehouderijstallen op minder dan 250 meter van een woning of een andere gevoelige bestemming: in Noord-Brabant 78% van alle veehouderijen (Sturingsmogelijkheden omvang veestapel, 2012, in Overijssel circa 70% (Onderzoek landbouwontwikkelingsgebieden, 2012). Sturing op de omvang en regionale concentratie van de veestapel is op grond van het bovenstaande op te vatten als een voorzorgsmaatregel: bij twijfel voorzichtig zijn en het risico op nieuwe knelpunten beperken. Waterkwaliteit Volgens het PBL (Evaluatie Meststoffenwet 2012) wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater nu vooral bepaald door de af- en uitspoeling van nutriënten in het landelijk gebied doordat de industrie, de huishoudens en de rioolwaterzuiveringsinstallaties als emissiebron van stikstof en fosfor succesvol zijn gesaneerd. Om de doelen van de Kaderrichtlijn Water dichterbij te brengen zullen ingrijpende keuzen en maatregelen nodig zijn. Voor het bereiken van de oppervlaktewaterdoelen zullen de mineralenoverschotten immers nog meer gereduceerd moeten worden dan voor het bereiken van de grondwaterdoelstelling. Samenvattend beeld van de milieueffecten van meer vee Uit het voorgaande blijkt dat zich bij de huidige omvang van de veestapel nog aanzienlijke milieuknelpunten voordoen. Groei van de veestapel vertraagt het oplossen van deze knelpunten of maakt dat onmogelijk doordat reductie van emissies per dierplaats dan wordt opgevuld met extra emissie van meer dieren. Deze constatering komt overeen met de hoofdbevingen van het PBL rapport Welke veestapel past in Nederland (2011): Zonder aanvullende maatregelen leidt groei van de Nederlandse veestapel tot meer uitstoot van schadelijke stoffen en dus tot meer milieuschade. Dit geldt ook, zij het minder duidelijk, voor nadelige effecten op andere aspecten van de leefomgeving, zoals gezondheid en welzijn van dieren, risico s voor de volksgezondheid en landschappelijke waarden. Door technische maatregelen en betere bedrijfsvoering kunnen schadelijke emissies en effecten per gehouden dier aanzienlijk worden beperkt. Er is een reële kans dat afschaffing van de melkquotering en de productierechten leidt tot een groei van de veestapel en dat deze gepaard gaat met een toename van ongunstige effecten op de leefomgeving. Er zijn onvoldoende garanties dat die toename kan worden voorkomen met het huidige potentieel van overheidsregulering, technische maatregelen en marktwerking. De voordelen van voortzetting van een systeem van productiebegrenzing voor beheersbaarheid van leefomgevingseffecten lijken daarom groter dan de nadelen, zoals regeldruk en extra kosten voor de boeren. Die voordelen zijn het meest duidelijk bij de uitvoering van het mest- en ammoniakbeleid. Ook in de Evaluatie Meststoffenwet (Syntheserapport, 2012) constateert het PBL dat groei van de veestapel leidt tot meer emissie van ammoniak, geur, fijn stof en meer kans op schade voor natuur en volksgezondheid. Volgens het PBL kunnen deze effecten leiden tot hoge maatschappelijke kosten, zowel nationaal als regionaal :A - Definitief ARCADIS 5

8

9 1 Inleiding 1.1 VRAAGSTELLING Natuur en Milieu heeft ARCADIS gevraagd de uitbreidingsruimte voor veehouderij in Nederland in deze quickscan in beeld te brengen op basis van de bestaande milieuregelgeving (ammoniak, geur en fijn stof) en de planologische ontwikkelingsruimte (provinciale en gemeentelijke plannen). Dit ten behoeve van de lopende discussie rond de besluitvorming over het wijzigingsvoorstel Meststoffenwet. 1.2 DEFINIËRING UITBREIDINGSRUIMTE In provinciale structuurvisies en verordeningen ruimte en gemeentelijke bestemmingsplannen is aangegeven tot welke omvang het erf met gebouwen (bouwblok) van een veehouderijbedrijf maximaal mag groeien. In hoofdstuk 2 is een overzicht gegeven van deze planologische ruimte. De planologische ruimte is pas te benutten als daarvoor ook voldoende ruimte is in de vorm van een (af te geven) milieuvergunning. Deze milieuruimte is beschreven in hoofdstuk 3. Zowel in hoofdstuk 2 als in hoofdstuk 3 is onderscheid gemaakt naar al vergunde uitbreidingsruimte en nog te vergunnen uitbreidingsruimte. Verder is onderscheid gemaakt naar de concentratiegebieden zuiden oost-nederland en de rest van Nederland. Onderzocht is hoeveel de veestapel kan groeien op basis van deze ruimte. Niet onderzocht is in welke mate die groei waarschijnlijk is op basis van economisch perspectief, afzetruimte voor mest etc. 1.3 BRONNEN Deze rapportage is gebaseerd op recent door ARCADIS gemaakte milieueffectrapportages (MER s), gekoppeld aan bestemmingsplannen buitengebied voor gemeenten of provinciale beleidsplannen. Met name in de concentratiegebieden veehouderij in zuid- en oost-nederland en daarnaast enkele milieueffectrapportages in de rest van Nederland. Er is alleen gebruik gemaakt van door ARCADIS opgestelde MER s omdat die MER s voor deze quickscan voldoende snel beschikbaar en toegankelijk zijn. Daarnaast is gebruik gemaakt van enkele recente openbare rapporten die we maakten voor provincies: Sturingsmogelijkheden omvang veestapel (Noord-Brabant), Landbouwontwikkelingsgebieden Overijssel. Er zijn alleen bronnen gebruikt die gepubliceerd zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een MER dat samen met een ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd :A - Definitief ARCADIS 7

10 Voor een analyse van de planologische uitbreidingsruimte is onder meer een overzicht weergegeven van mogelijkheden voor ontwikkeling van veehouderijbedrijven zoals vastgelegd in provinciale structuurvisies en verordeningen ruimtelijke ordening. Dit overzicht komt overeen met het overzicht dat ARCADIS maakte in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving in Ex ante mestbeleid 2013: beantwoording van enkele vragen van 16 juli ARCADIS :A - Definitief

11 2 Planologische uitbreidingsruimte 2.1 RELATIE TUSSEN OMVANG BOUWBLOK EN HOEVEELHEID VEE In provinciale structuurvisies en verordeningen ruimtelijke ordening en gemeentelijke bestemmingsplannen is aangegeven tot welke omvang het erf met gebouwen (bouwblok) van een veehouderijbedrijf maximaal mag groeien. In de meeste plannen is een omvang van 1,5 ha toegestaan als basisomvang, soms en onder voorwaarden een grotere oppervlakte tot 2,5 ha of meer. Tabel 1 geeft een overzicht van het aantal dieren dat te huisvesten is op een bouwblok van 1,5 ha, zoals weergegeven in het advies van de Commissie Van Doorn (Al het vlees duurzaam). Deze getallen komen overeen met getallen in het rapport Geen geprop op het bouwblok, Alterra, De tabel laat ook zien hoeveel vee er momenteel gemiddeld per bedrijf aanwezig is. Een bedrijf kan uit meerdere locaties bestaan, met name in de intensieve veehouderij. Uit tabel 1 blijkt dat het actuele aantal dieren per bedrijf gemiddeld slechts circa de helft tot een derde is van het maximaal mogelijke aantal op een bouwblok van 1,5 ha. Dat betekent dat er gemiddeld nog veel uitbreidingsruimte is door uit te breiden binnen het bestaand bouwblok of het bouwblok uit te breiden. Groei zal vooral plaatsvinden op de grotere bedrijven. De uitbreidingsmogelijkheden per locatie worden vooral bepaald door de planologische ruimte en de milieuruimte. Bedrijven die tegen de grenzen van mogelijke groei aanlopen (bijvoorbeeld maximum omvang van het bouwblok) kunnen op bedrijfsniveau uitbreiden door locaties van stoppende bedrijven te verwerven (Boerderij,10 september2013) en kunnen daar de al benutte ruimte en uitbreidingsruimte in gebruik nemen :A - Definitief ARCADIS 9

12 Tabel 1: Aantal dieren te huisvesten op een bouwblok van 1,5 ha (bron: Advies Commissie Van Doorn: Al het vlees duurzaam) Te huisvesten Gemiddeld aantal dieren per locatie/bedrijf in Nederland Diersoort aantal dieren op een bouwblok van 1,5 ha. Vleesvarkens In 2010 gemiddeld 1000 vleesvarkens per bedrijf met vleesvarkens (LEI, 2012). Verwachting 2015 is 2000 vleesvarkens per gespecialiseerd bedrijf (LEI Agrimonitor, 2006). Zeugen Verwachting 2015 is 500 zeugen per gespecialiseerd bedrijf (LEI Agrimonitor, 2006). Gesloten varkensbedrijf (vleesvarkens + zeugen) Verwachting 2015 is 250 zeugen met bijbehorende vleesvarkens per gespecialiseerd bedrijf (LEI Agrimonitor, 2006). Vleeskuikens In 2010 gemiddeld vleeskuikens per bedrijf met vleeskuikens (LEI, 2012). Op gespecialiseerde bedrijven in 2012 rum vleeskuikens (LEI, 2013). Legkippen In 2012 waren er gemiddeld leghennen per bedrijf (CBS, 2013). Melkgeiten In 2012 waren er gemiddeld 980 melkgeiten per bedrijf (CBS, 2013). Vleeskalveren In 2012 waren er gemiddeld 625 vleeskalveren per bedrijf (CBS, 2013). Melkkoeien 250 Per bedrijf gemiddeld (in de regel gelijk aan per locatie in de melkveehouderij): Nederland 78, Noord-Brabant 80 (PRI, 2012). Alfa accountants, 2013: In 2012 zijn er 87 melkkoeien gemiddeld voor 1000 bedrijven. LEI: 80 koeien per bedrijf in 2011 (duurzaamheidlandbouw.nl). Friesland Campina verwacht gemiddeld 140 koeien per bedrijf in UITBREIDINGSRUIMTE BINNEN BESTAANDE BOUWBLOKKEN In bestemmingsplannen buitengebied in Noord-Brabant zijn de bouwblokken gemiddeld ruim 1 hectare groot. De economische omvang, indien het vergund aantal dierplaatsen uit de vergunning wordt gekoppeld aan de bouwblokgrootte, is in Noord-Brabant voor alle veehouderijen circa 100 tot 125 nge per hectare bouwblok (de nge is een maat voor de economische omvang van landbouwbedrijven). Voor veehouderijen met een volwaardige omvang (minimaal 70 nge) is dat gemiddelde 125 tot 150 nge per hectare bouwblok. Voor grote veehouderijen (groter dan 140 nge) is het gemiddeld 175 tot 200 nge per hectare bouwblok. De voorbeeldbedrijven die genoemd zijn in het advies van de commissie van Doorn hebben een gemiddelde omvang van 200 nge per hectare bouwblok (300 nge op 1,5 hectare). Dus ook bij een maximum maat van 1,5 hectare is er nog ruimte voor groei van bebouwing voor huisvesting van dieren (het verschil tussen gemiddeld ruim 1 hectare naar 1,5 hectare), naast de mogelijkheid om bouwblokken intensiever te benutten (van gemiddeld nge per hectare naar circa 200 nge per hectare bouwblok (bron: Sturingsmogelijkheden omvang veestapel, provincie Noord-Brabant, 2012). De gemiddelde omvang van het bouwblok en de benutting van het bouwblok (aantal nge per hectare) ligt in de gemeente Peel en Maas in dezelfde orde van grootte. In de gemeenten Barneveld, Ede en Doetinchem zijn de bouwblokken gemiddeld genomen iets kleiner (net onder de hectare gemiddeld) en is ook de gemiddelde intensiteit iets kleiner. 10 ARCADIS :A - Definitief

13 Dit past in het beeld dat uit de analyse in Noord-Brabant volgt: grotere bedrijven hebben niet alleen grotere bouwblokken maar benutten de bouwblokken ook intensiever. Zoals bijvoorbeeld beschreven in het MER voor de gemeente Oirschot: gemiddeld zijn de bouwblokken van alle veehouderijen ruim 1 hectare, met een dichtheid van 80 tot 100 nge per hectare bouwblok. Veehouderijen met een omvang van 70 nge of meer (een volwaardig bedrijf) kennen een dichtheid van 120 (melkvee) tot 150 nge (intensieve veehouderij. Veehouderijen met een omvang van 140 nge of meer (een volwaardig bedrijf) kennen een dichtheid van 160 (melkvee) tot 180 nge (intensieve veehouderij). Veehouderijen met een omvang van 210 nge of meer hebben een gemiddelde dichtheid van 180 (melkvee) tot 210 nge (intensieve veehouderij) per hectare. Er is dus, planologisch gezien, nog veel uitbreidingsruimte voor veehouderijen binnen eerder toegekende bouwblokken, vooral voor de locaties met een gemiddelde of beperkte economische omvang. 2.3 UITBREIDING VAN BOUWBLOKKEN In bijlage 2 zijn de uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijbedrijven per provincie samengevat op basis van het provinciale ruimtelijke beleid. De gemeenten volgen dit provinciale beleid in het algemeen in het bestemmingsplan buitengebied. Verder is een kwalitatieve en waar mogelijk kwantitatieve indicatie gegeven van de uitbreidingsruimte op basis van ammoniak en geur. Uit bijlage 2 tabel blijkt dat juist in de bestaande concentratiegebieden voor intensieve veehouderij de grootste planologische uitbreidingsmogelijkheden geboden worden. In de traditionele akkerbouwgebieden zijn de planologische mogelijkheden voor intensieve veehouderij zeer beperkt, maar juist ruim voor melkveehouderij. Figuur 1 geeft een beeld van de actuele ruimtelijke spreiding van de varkens-, pluim- en melkveehouderij in Nederland. Varkenshouderij Pluimveehouderij :A - Definitief ARCADIS 11

14 Melkveehouderij Figuur 1: Ruimtelijke spreiding van de varkens- en pluimveehouderij in Nederland. Bron: De Nederlandse land- en tuinbouw op gebied van People, Planet en Profit. LEI- Wageningen-UR. LEI, Sector: Varkenshouderij; Thema: Ruimtelijke verdeling; Indicator: Economische intensiteitsverdeling (11/8/2012). LEI, Sector: Pluimveehouderij en Melkveehouderij; Thema: Ruimtelijke verdeling; Indicator: Economische intensiteitsverdeling (11/9/2012). De SO-norm is een gestandaardiseerde opbrengst per ha of per dier die met het gewas of de diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt behaald Op basis van de informatie die is opgenomen in bijlage 2 zijn de volgende conclusies te trekken naar regio. Zuidelijk concentratiegebied: Noord-Brabant en Limburg Intensieve veehouderij Door middel van het maximaal benutten van bestaande bouwblokken en bouwblokvergroting op grond van vigerende bestemmingsplannen is in Noord-Brabant nog een groei van de veestapel per veehouderijlocatie mogelijk met 100% of meer. Er is milieuruimte aanwezig of met technische maatregelen (emissiereductie) te creëren om een substantieel deel van deze bouwblokruimte te benutten. Als alle bestaande stallen maximaal emissiearm worden uitgevoerd is een emissiereductie van ammoniak ten opzichte van de huidige totale emissie mogelijk met circa 2/3 wat 3 keer zo veel vee mogelijk maakt (inschatting ARCADIS op basis van gegevens in ARCADIS, november 2012). Ook bij geur is een zodanige geurruimte aanwezig en met deze technieken te creëren dat de geurruimte ook geen belemmering hoeft te zijn voor het volledig benutten van planologische ruimte. Daarbij is het ook mogelijk om productiecapaciteit van locaties met weinig milieuruimte te verplaatsen naar locaties met meer milieuruimte. In Limburg (bouwblokken groter dan 1,5 ha, in landbouwontwikkelingsgebieden ook nieuwvestiging ) is de planologische ruimte groter dan in Noord-Brabant. Ook in Limburg is milieuruimte aanwezig of met technische maatregelen (emissiereductie) te creëren om een substantieel deel van deze bouwblokruimte te benutten. 12 ARCADIS :A - Definitief

15 Melkveehouderij Als de provincie Noord-Brabant in het kader van Verordening ruimte of BZV grondgebondenheidseisen gaat stellen aan de melkveehouderij (bijvoorbeeld bij uitbreidingen tot meer dan 1,5 ha bouwblok of zelfs ook uitbreidingen tot 1,5 ha) kan dat de groei van de totale Brabantse melkveestapel (verder dan de al gebouwde uitbreidingscapaciteit) aanzienlijk beperken of zelfs tot staan brengen omdat het aantal grootvee-eenheden per ha in de melkrundveehouderij in Noord-Brabant nu gemiddeld al ruim 2,5 per hectare bedraagt (PRI, 2012). Melkveebedrijven kunnen dan in geval van eisen aan grondgebondenheid (niet meer dan 2 tot 2,5 grootvee-eenheden per ha) hun aantal koeien slechts uitbreiden naarmate ze de daartoe benodigde grond overnemen van stoppende bedrijven. De mogelijkheden om milieuruimte te creëren door middel van technische maatregelen zijn voor de melkveehouderij kleiner dan voor de intensieve veehouderij. Toch zal ook de melkveehouderij een substantieel deel van de bouwblokruimte kunnen benutten door middel van aanwezige milieuruimte (salderen met emissiereductie van de intensieve veehouderij, ontwikkelen op grotere afstand van Natura 2000, technische maatregelen en/of de mogelijkheden van de PAS nabij Natura 2000). In West-Brabant kan de melkveestapel toenemen door omschakeling van akkerbouw naar melkveehouderij. Effect van de bouwstop en de BZV-aanpak in de provincie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 20 september 2013 unaniem ingestemd met het voorstel van Gedeputeerde Staten om alleen ontwikkelingen naar een zorgvuldige veehouderij toe te staan. Met een zogenaamd thematisch voorbereidingsbesluit mogen gemeenten het komende half jaar alleen nog maar aanvragen voor omgevingsvergunningen in behandeling nemen, als deze bijdragen aan de transitie naar een zorgvuldige veehouderij (Brabantse zorgvuldige Veehouderij, BZV). Het voorbereidingsbesluit dient als een overbrugging naar de inwerkingtreding van de nieuwe regels van de Verordening ruimte in Deze bouwstop blokkeert bedrijfsuitbreiding niet maar stelt extra duurzaamheidseisen aan uitbreiding. Daarmee wordt de in de vorige alinea s beschreven planologische uitbreidingsruimte in principe niet beperkt maar er worden wel extra voorwaarden gesteld. Alleen bedrijven die voldoen aan die voorwaarden kunnen de planologische ruimte benutten. Nieuw en onderscheidend ten opzichte van andere provincies en gemeentelijke bestemmingsplannen is dat aan de uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen ook voorwaarden worden gesteld als het gaat om een uitbreiding binnen een eerder begrensd bouwblok. Deze beperking zijn niet van toepassing voor zover veehouderijbedrijven uitbreiden met de latente ruimte binnen bestaande vergunningen, binnen eerder vergunde bebouwing of door het overnemen van bestaande locaties (met bestaande vergunning) van stoppende bedrijven. De BZV zal op de rundveehouderij een beperkt effect hebben omdat een groot deel van de stalcapaciteit voor de verwachte uitbreiding van de melkproductie (in alle delen van Nederland, rond het afschaffen van de melkquotering in 2015) al is gebouwd en vergund (Nieuwe Oogst, 16 oktober 2012, Boerderij, 16 oktober, Melkvee.nl, 16 oktober 2012). Oostelijk concentratiegebied: Overijssel, Gelderland en Utrecht Intensieve veehouderij Vooral Overijssel, maar ook Gelderland en Utrecht bieden ruime mogelijkheden om bouwblokken voor intensieve veehouderij te vergroten. Er is milieuruimte aanwezig of met technische maatregelen (emissiereductie) te creëren om een substantieel deel van deze bouwblokruimte te benutten :A - Definitief ARCADIS 13

16 Melkveehouderij Vooral Overijssel, maar ook Gelderland en Utrecht bieden ruime mogelijkheden om bouwblokken voor melkveehouderij te vergroten. Er is milieuruimte aanwezig of met technische maatregelen (emissiereductie) te creëren om een substantieel deel van deze bouwblokruimte te benutten. Utrecht stelt grondgebondenheid als voorwaarde en ook Gelderland gaat mogelijk grondgebondenheidseisen stellen die de uitbreidingsruimte kunnen beperken. Overig Nederland Intensieve veehouderij In Groningen, Flevoland en Zeeland zijn de planologische mogelijkheden voor intensieve veehouderij beperkt tot bescheiden uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijbedrijven. Drenthe en Friesland bieden uitbreidingsmogelijkheden tot respectievelijk 2 ha en meer dan 1,5 ha onder voorwaarde van landschappelijk inpassing. In Friesland is nieuwvestiging mogelijk. Er is milieuruimte aanwezig of met technische maatregelen (emissiereductie) te creëren om een substantieel deel van deze bouwblokruimte te benutten. Noord- en Zuid-Holland bieden bestaande bedrijven uitbreidingsmogelijkheden tot 2 ha of meer (Kop van Noord Holland). Nieuwvestiging is niet toegestaan. In deze provincies is milieuruimte aanwezig of te creëren (met techniek) om de planologische uitbreidingsruimte substantieel te benutten. Melkveehouderij Groningen, Flevoland en Zeeland bieden zeer ruime vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden voor melkveehouderij met bouwblokken van maximaal 4 ha (Groningen) of onbeperkte omvang, te bepalen door gemeenten (Zeeland). Friesland maakt bouwblokken mogelijk tot meer dan 3 ha maar stelt boven 1,5 ha grondgebondenheidseisen wat de uitbreidingsmogelijkheden van de totale melkveestapel tempert, behalve wanneer de melkveehouderij uitbreidt in akkerbouwgebieden. In Groningen, Friesland, Flevoland en Zeeland is veel milieuruimte aanwezig om de planologische ruimte te benutten. Drenthe biedt veel planologische ruimte met bouwblokken tot meer dan 1,5 ha. In Drenthe is milieuruimte aanwezig of te creëren (met techniek) om de planologische uitbreidingsruimte substantieel te benutten. Noord- en Zuid-Holland bieden bestaande bedrijven uitbreidingsmogelijkheden tot 2 ha of meer (Kop van Noord Holland). In deze provincies is milieuruimte aanwezig of te creëren (met techniek) om de planologische uitbreidingsruimte substantieel te benutten. Multilocatiebedrijven Naarmate bouwblokomvang of milieuruimte voor uitbreiding van locaties meer beperkt zijn, zullen met name intensieve veehouderijbedrijven vaker bestaan uit meerdere locaties door het overnemen van locaties van stoppende veehouders. Geografisch verschuiven van productiecapaciteit De productiecapaciteit van de intensieve veehouderij kan geleidelijk verschuiven naar de locaties met de meeste planologische- en/of milieuruimte. Dat zal ook na afschaffen (van de compartimentering van) de varkens- en pluimveerechten wellicht vooral regionaal gebeuren omdat de lege gebieden Groningen, Flevoland en Zeeland nauwelijks planologische ruimte bieden voor intensieve veehouderij. Na afschaffen van (de compartimentering van) de varkens- en pluimveerechten is te verwachten dat de varkens- en kippenstapel vooral zullen toenemen in de huidige concentratiegebieden en mogelijk het meest in het concentratiegebied zuid, zoals ook gebeurd is met de varkensstapel in de jaren dat de compartimentering van de varkens- en pluimveerechten tijdelijk was opgeheven. Dit omdat hier de grootste bedrijven met de meeste investeringscapaciteit liggen en omdat hier schaalvoordelen zijn in verband met de sectorstructuur (veevoer, slachterijen, onderzoek en voorlichting). Gegeven de voorgenomen verschillen tussen de 14 ARCADIS :A - Definitief

17 planologische ruimte voor de intensieve veehouderij tussen Noord-Brabant (relatief beperkte ruimte en BZV eisen) enerzijds en Limburg, Overijssel en Gelderland (relatief veel ruimte, geen/minder BZV - eisen) anderzijds, is verschuiving van intensieve veehouderij van Noord-Brabant naar Limburg, Overijssel en Gelderland in theorie niet ondenkbaar. Maar de ontwikkeling bij de tijdelijke afschaffing van de compartimentering was anders: groei van de dierrechten in de gebieden waar de concentratie nu al het sterkst is (Oost-Brabant en Noord-Limburg) en een krimp in Overijssel en Gelderland. Groningen, Flevoland en Zeeland bieden veel planologische ruimte voor melkveehouderij en daar is ook veel milieuruimte aanwezig. De onderlinge economische concurrentiekracht tussen akkerbouw en melkveehouderij zal een belangrijke rol spelen bij de vraag in hoeverre de melkveehouderij de akkerbouw zal verdringen na het verdwijnen van de melkquotering :A - Definitief ARCADIS 15

18 16 ARCADIS :A - Definitief

19 3 Uitbreidingsruimte op basis van milieuvergunningen 3.1 LATENTE RUIMTE IN BESTAANDE MILIEUVERGUNNINGEN Tabel 2 geeft een beeld van de latente ruimte in verleende milieuvergunningen op basis van gegevens uit openbare milieueffectrapportages. De tabel geeft het berekende gemiddelde voor alle veehouderijen in het betreffende MER-gebied. De latente ruimte is het verschil tussen het werkelijke aantal aanwezige dieren (op basis van CBS Statline) en het vergunde aantal dieren. Uit de tabel blijkt dat het aantal werkelijk aanwezige dieren (in % van de vergund aantal dierplaatsen) in de regel veel lager is dan de vergunde omvang, zodat nog een flinke groei van de veestapel mogelijk is. Ook als wordt uitgegaan van een functionele leegstand van stallen van 5 tot 10% (als gevolg van afleveren dieren en schoonmaken stallen etc.). De omvang van de latente ruimte is in tabel 2 als volgt inzichtelijk gemaakt: Gemiddelde omvang werkelijk aanwezige veestapel in % van vergund aantal dierplaatsen 90 tot 100% 80 tot 90% 70 tot 80% 60 tot 70% Minder dan 60% :A - Definitief ARCADIS 17

20 Tabel 2: Latente ruimte in milieuvergunningen (rundvee = melk- en vleesrundvee exclusief vleeskalveren, varkens = zeugen en vleesvarkens, kippen = leghennen en vleeskuikens) Gebied Gebruikte deel van milieuvergunningen in % van vergunningomvang Toename emissie uit stallen in % bij volledig benutten vergunningen Rundvee Vleeskalveren Varkens Kippen Ammoniak Geur (odeurunits) Concentratiegebied Zuid Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant, Gemeente Bernheze, Gemeente Oirschot, Gemeente Reusel-De Mierden, Gemeente Baarle-Nassau, Gemeente Oss, Gemeente Veghel, Provincie Limburg Gemeente Peel en Maas, Concentratiegebied Oost Provincie Overijssel Gemeente Deventer, Gemeente Olst-Wijhe, Gemeente Raalte, Provincie Gelderland Gemeente Barneveld, Gemeente Ede, Gemeente Heerde, Gemeente Apeldoorn, Gemeente Bronckhorst, Gemeente Doetinchem, Overig Nederland Provincie Flevoland, Gemeente Dronten, Gemeente Etten-Leur, Gemeente Woensdrecht, Gemeente Dantumadiel, Gemeente Coevorden, Gemeente Groesbeek, Uit tabel 2 blijkt dat in bijna alle onderzochte gebieden minder dan 90% van de vergunning benut is tot minder dan 60% in een groot deel van de gemeenten. Daarbij is er weinig verschil tussen de verschillende delen van Nederland. De grote latente ruimte bij melkvee is waarschijnlijk een gevolg van het feit dat bij 18 ARCADIS :A - Definitief

21 melkvee vaak volstaan kan worden met een melding in plaats van een milieuvergunning. Dit maakt het voor de melkveehouderij veel makkelijker om te groeien. Tabel 2 geeft ook inzicht in de maximale toename van de emissie van ammoniak en geur indien de vergunningsruimte volledig benut zou worden. De emissie van ammoniak uit stallen zou daarmee in de meeste gebieden fors toenemen met vaak 40 tot 70%. De emissie van geur (odeur units) uit stallen zou dan ook fors toenemen met vaak 20 tot 50%. 3.2 MILIEURUIMTE VOOR EXTRA TE VERGUNNEN DIEREN De milieuruimte (ook wel milieugebruiksruimte genoemd) voor de uitbreiding van het aantal te vergunnen dieren wordt bepaald door het verschil tussen de huidige milieubelasting van veehouderijen en de maximale milieubelasting op basis van wettelijke normen of andere toets waarden, zoals door de gemeenteraden vastgestelde normen met betrekking tot de maximale geurbelasting. Ontwikkeling van de veehouderij kan slechts binnen deze milieugebruiksruimte plaatsvinden. Dit hoofdstuk bevat een analyse van de milieugebruiksruimte voor de veehouderij die vooral bepaald wordt door de milieugebruiksruimte op basis van de uitstoot van ammoniak en de neerslag (depositie) daarvan op Europees beschermde natuurgebieden en de uitstoot van geur en de maximaal toegestane geurbelasting bij woningen of andere gevoelige functies in de omgeving van de veehouderijen. Vooral voor pluimveebedrijven kunnen ook regels ten aanzien van de maximale concentratie van fijn stof de ruimte bepalen. Ook andere aspecten zoals de maximale toegestane geluidsbelasting spelen een rol in de milieugebruiksruimte en in de beoordeling van de vergunbaarheid van initiatieven, maar uit de uitgevoerde milieuonderzoeken in de verschillende gemeenten blijkt dat de aspecten ammoniak (alle veehouderijen), geur (vooral voor intensieve veehouderijen) en fijn stof (vooral voor pluimveebedrijven) het meest bepalend zijn voor de vergunbare milieugebruiksruimte. De milieugebruiksruimte en planologische beleidsruimte (zie hoofdstuk 2) bepalen samen de ontwikkelingsruimte van veehouderijen AMMONIAK EN NATURA 2000-GEBIEDEN In verband met verzuring en vermesting in Nederland en West-Europa is het doel een afname in de ammoniakemissie van 75 85% in 2030 ten opzichte van In de Europese NEC-richtlijn is in 2001 voor Nederland als emissieplafond voor miljoen kilo (128 kiloton) per jaar opgenomen. Dit met als doel om in 2010 ten opzichte van 1990 het areaal natuur met overschrijding van het kritische depositieniveau met 50% te reduceren. In 2010 kwam de totale Nederlandse ammoniakuitstoot uit op 122 miljoen kilo per jaar. Daarvan is 105 kton van de landbouw afkomstig (bron: De ontwikkeling van de emissie van ammoniak uit de landbouw (vooral uit stallen van veehouderijen en de opslag van mest) is dus van belang voor het halen van bovenstaande natuurdoelen. Naast de doelstelling met betrekking tot een generieke emissieplafond is een gebiedsgerichte inzet nodig om de bescherming van de natuur tot stand te brengen. Dit is onder andere uitgewerkt in de Wet ammoniak en Veehouderij, de Natuurbeschermingswet en de (ontwerp) beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden. Kwetsbare natuurterreinen hebben een kritisch depositieniveau voor zuur en stikstof dat afhankelijk is van het te realiseren natuurdoeltype. Hoewel er in de afgelopen jaren sprake is van een daling van de depositie, hebben de meeste natuurgebieden in de gebieden met een sterke concentratie van veehouderij nog steeds te maken met een overbelasting. Zo had :A - Definitief ARCADIS 19

22 in % van het natuurgebieden in Noord-Brabant een stikstofbelasting boven de kritische depositiewaarde. Van de Natura 2000-gebieden in de zandgebieden in Oost- en Zuid Nederland heeft een beperkt aantal een stikstofbelasting onder de kritische depositiewaarde. In het kader van de Natuurbeschermingswet of de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn worden diverse natuurgebieden beschermd. Indien (her)vestiging of uitbreiding van veehouderijbedrijven gepaard gaan met een toename van de uitstoot van ammoniak, kan dit leiden tot een toename van stikstof (N) op deze beschermde natuurgebieden. Indien er sprake is van nu al overbelaste en voor stikstof gevoelige gebieden en dergelijke effecten onvoldoende worden gecompenseerd (zodat er per saldo geen sprake is van een negatief effect), is de ontwikkeling in principe niet mogelijk. Figuur 2: Natura 2000-gebieden (in groen weergegeven) Er is een landelijk programma in voorbereiding, de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) dat gericht is op het terugdringen van de stikstofbelasting van Natura 2000-gebieden door emissies uit landbouw, verkeer, industrie. In juni 2013 heeft het Kabinet het wetsvoorstel voor de PAS (een wijziging van de Natuurbeschermingswet) ingediend bij de Tweede Kamer. Inwerkingtreding van de PAS is voorzien in 2014.Via de PAS worden afspraken gemaakt over het terugdringen van de ammoniakemissies uit de landbouw met 10 kiloton. De helft hiervan, 5 kiloton wordt weer teruggegeven aan de landbouw voor nieuwe ontwikkelingen. De PAS gaat uit van de landelijke stalemissie eisen (Besluit huisvesting) en voer en managementmaatregelen. Ook gaat de PAS uit van een (nader vast te stellen) drempelwaarde. Indien de depositie van een veehouderij op een Natura 2000-gebieden onder de drempelwaarde ligt, is er geen sprake (meer) van een belemmering vanuit de Natuurbeschermingswet). Dat geldt ook voor een 20 ARCADIS :A - Definitief

23 ontwikkeling waarbij het aantal dieren wel toeneemt, maar de emissie van ammoniak niet. Bijvoorbeeld door het toepassen van luchtwassers. Milieuruimte bij het hanteren van een drempelwaarde, zoals voorzien in de PAS. De ontwikkelruimte voor de veehouderij in vooral de concentratiegebieden in Zuid- en Oost-Nederland wordt daarom voor een belangrijk deel bepaald door de mogelijkheid om te ontwikkelen binnen de eerder vergunde emissie of om de toename te salderen met de emissies van veehouderijen die stoppen. Naarmate veehouderijen dichter bij kwetsbare Natura 2000-gebieden zijn gelegen, zal de salderingsopgave groter zijn. Zie ook onderstaande kaart, opgenomen in de MER voor de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant (2013). In gebieden die in de kaart zijn weergegeven met relatief veel ruimte (grotere afstand tot kwetsbare gebieden) is bij uitbreiding van de ammoniakemissie van bedrijven de salderingsopgave beperkter dan in gebieden met weinig ruimte. Dit is aangeduid door uit te gaan van een zogenaamde drempelwaarde. Bij een dergelijke drempelwaarde is de milieuruimte voor veehouderijen in Zuidoost-Brabant en Midden-Brabant beperkter dan in Noordoost-Brabant en West-Brabant. Ook in de PAS (inwerkingtreding is voorzien in 2014) wordt uitgegaan van een drempelwaarde. In de PAS is er sprake van een bewijs achteraf (de voorziene reductie van depositie wordt deels beschikbaar gesteld als ontwikkelruimte en later wordt deze inschatting vergeleken met de ontwikkeling). Indien de reductie van ammoniak uit de landbouw minder afneemt dan voorzien, zal er sprake zijn van een extra reductieopgave (reduceren van de ammoniakemissies). Dit kan ten koste gaan van de ontwikkelruimte in de toekomst (voor de landbouw of voor andere functies) en het realiseren van de doelen voor de natuurgebieden. Figuur 3: Indicatie milieuruimte ammoniak en Natura 2000, uitgaande van een voorbeelddrempelwaarde van 0,5% van de kritische depositiewaarde. Dus bij een kritische depositiewaarde van 1000 mol/ha/jaar is de drempelwaarde 5 mol. Groen= veel milieuruimte; Oranje/geel = weinig milieuruimte. Bron: MER Herziening Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant, :A - Definitief ARCADIS 21

24 Tabel 3: Indicatie ruimte voor extra emissie van ammoniak Gebied/bron Sturingsmogelijkheden omvang veestapel, 2012 Onderzoek landbouwontwikkelingsgebieden Overijssel, 2012 Gemeente Barenveld, 2011 Gemeente Peel en Maas, 2011 Indicatie ruimte voor extra emissie van ammoniak In Noord-Brabant heeft zo n 55% van de veehouderijen veel milieuruimte op het gebied van ammoniak en Natura 2000 (bij een emissie van 7500 kg ammoniak per jaar en een depositie die onder de voorbeeld drempelwaarde ligt) en zo n 30% van de veehouderijen heeft relatief weinig milieuruimte (bij een emissie van 2500 kg ammoniak per jaar boven de voorbeeld drempelwaarde). Van alle bestaande intensieve veehouderijen in Overijssel beschikt circa 50% over voldoende milieuruimte op het gebied van ammoniak en geur voor een voorbeeldbedrijf (300 nge,1,5 ha) zoals genoemd in het advies van de commissie van Doorn. Op een groot deel van de overige locaties is ook nog uitbreidingsruimte aanwezig, maar minder. Voor de gemeente Barneveld heeft 42% van de veehouderijen veel milieuruimte op het gebied van ammoniak en Natura 2000 (bij een emissie van 7500 kg ammoniak per jaar een depositie die onder de provinciale drempelwaarde ligt) en zo n 33% van de veehouderijen heeft relatief weinig milieuruimte (bij een emissie van 2500 kg ammoniak per jaar boven de provinciale drempelwaarde). In de gemeente Peel en Maas heeft zo n 70% van de veehouderijen veel milieuruimte op het gebied van ammoniak en Natura 2000 (bij een emissie van 7500 kg ammoniak per jaar een depositie die onder de voorbeeld drempelwaarde van 5 mol/ha/jaar) en zo n 10% van de veehouderijen heeft relatief weinig milieuruimte (bij een emissie van 2500 kg ammoniak per jaar boven de voorbeeld drempelwaarde van 5 mol/ha/jaar). De voorbeelden in tabel 3 hebben betrekking op de zogenaamde concentratiegebieden: de zandgronden in Zuid- en Oost Nederland met een grote concentratie van intensieve veehouderijen en veel voor verzuring gevoelige en overbelaste Natura 2000-gebieden. In West- en Noord Nederland zijn de Natura gebieden niet of in mindere mate overbelast en deels zijn de Natura 2000-gebieden ook minder gevoelig voor een hoge stikstofbelasting. De milieuruimte is in die gebieden dus groter. Milieuruimte indien er geen drempelwaarde is Indien er geen drempelwaarde wordt gehanteerd (zoals bijvoorbeeld nu in Noord-Brabant), is een toename van stikstof op gevoelige en nu al overbelaste Natura 2000-gebieden niet vergunbaar. Een eventuele toename van de depositie zal dan gesaldeerd moeten worden met een afname van de depositie door het stoppen van een andere veehouderij. Of een ontwikkeling moet plaatsvinden binnen de eerdere vergunde emissie. Een toename van het aantal dieren moet dan gecombineerd worden met het toepassen van technieken om de emissie per dier terug te brengen. Bijvoorbeeld door het toepassen van luchtwassers. Voor varkensbedrijven zijn er technieken (emissiearme stallen, luchtwassers) beschikbaar en toepasbaar die leiden tot extra emissiereductie. Varkensbedrijven kunnen zo uitbreiden met het aantal dierplaatsen binnen de eerder vergunde ammoniakemissie. Voor melkveebedrijven zijn dergelijke technieken nu nog niet of slechts beperkt beschikbaar, waardoor er minder mogelijkheden zijn om via de inzet van techniek het aantal dierplaatsen uit te breiden binnen de eerder vergunde ammoniakemissie. Voor pluimveebedrijven zijn er nog knelpunten m.b.t. de toepasbaarheid/werking van luchtwassers. Tabel 4 laat zien dat er wellicht voor een groot deel van de stalcapaciteit nog mogelijkheden zijn om de emissie per dierplaats te verlagen en daarmee de uitbreidingsruimte te creëren of te vergroten. 22 ARCADIS :A - Definitief

25 Tabel 4: Aandeel varkens en kippen emissiearm gehuisvest (bron provincie Noord-Brabant, statenstuk , februari 2012) Jaar %varkens emissiearm gehuisvest volgens AMvB %varkens gehuisvest met luchtwassers %kippen emissiearm gehuisvest volgens AMvB % 12% 17% 2% % 25% 26% 3% % 34% 32% 3% %kippen gehuisvest met luchtwassers Bij het toepassen van nu vergunbare emissiearme stallen, ook voor bestaande stallen, kan in Noord- Brabant bij een in het MER voor de Structuurvisie RO geschetste trendmatige ontwikkeling (stoppen van kleinere veehouderijen, groei van de grotere veehouderijen) een gemiddelde afname van de depositie van ammoniak op Natura 2000-gebieden van maximaal 65%, ten opzichte van de huidige vergunde situatie, worden bereikt. Andersom geredeneerd, door de inzet van emissietechnieken is een forse groei van de veestapel mogelijk die niet gepaard hoeft te gaan met een toename ten opzichte van de nu vergunde depositie van ammoniak op Natura 2000-gebieden GEUR Bij het verlenen van vergunningen voor veehouderijen en in de ruimtelijke ordening moet rekening worden gehouden met geuroverlast van veehouderijen. De op 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt hiervoor het beoordelingskader. Deze wet geeft aan hoe bij een aanvraag voor een milieuvergunning de geuremissies uit veehouderijstallen en de geurbelasting op geurgevoelige objecten moet worden meegenomen. Ook heeft deze wet consequenties voor de wijze waarop in ruimtelijke plannen het aspect geurbelasting door veehouderijen een rol speelt. Gemeenten kunnen op grond van de Wet geurhinder en veehouderij binnen een bepaalde bandbreedte variëren met de bescherming van geurgevoelige objecten. Vooral in de concentratiegebieden is er een groot aantal gemeenten waar is afgeweken van de vaste wettelijke normen, bijvoorbeeld om een toename van geuroverlast op kernen te voorkomen of om knelpunten ten aanzien van ruimtelijke projecten te beperken. Daarnaast zijn er diverse gemeenten die de vaste afstanden voor veehouderijen met dieren zonder geuremissiefactor (zoals melkveebedrijven) hebben aangepast. De geurbelasting voor veehouderijen met dieren met een geuremissiefactor (zoals varkens- en pluimveebedrijven) is afhankelijk van de afstand tot woningen en andere gevoelige functies en de uitstoot van geur uit de stallen. Bij intensieve veehouderijen is er ten opzichte van melkrundveebedrijven een grotere kans dat de milieuruimte beperkt wordt door geurnormen. Figuur 4 geeft een indicatie van de milieuruimte (uitgedrukt in de vergunbare geuremissie) voor het aspect geur in Noord-Brabant, uitgaande van de vaste wettelijke geurnormen :A - Definitief ARCADIS 23

26 Figuur 4: Indicatie milieuruimte, geurhinder uit stallen. Oranje = weinig ruimte. Geel = gemiddeld. Lichtgeel en groen = veel ruimte. Bron: MER Herziening Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant, 2013 Gemeenten kunnen op grond van de Wet geurhinder en veehouderij binnen een bepaalde bandbreedte variëren met de bescherming van geurgevoelige objecten. In Noord-Brabant zijn er een groot aantal gemeenten waar is afgeweken van de vaste wettelijke normen. Circa 30% van de in een steekproef opgenomen veehouderijen bij 10 Brabantse gemeenten beschikt, uitgaande van de gemeentelijke geurnormen, over weinig tot geen mogelijkheden voor een toename van de geuremissie. Een uitbreiding van het aantal dierplaatsen zal gepaard moeten gaan met de inzet van technieken om de geuremissie te beperken. Circa 70% van de locaties van veehouderijen met een geuremissiefactor (veelal intensieve veehouderijen) heeft de ruimte om te groeien in geuremissie (bron: Sturingsmogelijkheden omvang veestapel, ARCADIS, 2012). Het voldoen aan de minimale afstanden voor bedrijven met vaste afstanden, zoals melkveebedrijven, is vooral in het buitengebied oplosbaar op inrichtingsniveau. Omdat deze afstanden al sinds lange tijd gelden, is er meestal geen sprake van een geurgevoelig object dat gelegen is binnen de vaste afstand contour en daarmee ook weinig impact heeft op de milieuruimte voor deze veehouderijen (de vaste afstand verandert immers niet bij een toename van het aantal dieren). In tabel 5 is de milieuruimte t.a.v. geur voor een aantal gebieden beschreven. 24 ARCADIS :A - Definitief

27 Tabel 5: Indicatie ruimte voor de extra emissie van geur Gebied/bron Sturingsmogelijkheden omvang veestapel, 2012 Onderzoek landbouwontwikkelingsgebieden Overijssel, 2012 Gemeente Peel en Maas, 2011 Gemeente Barneveld, 2011 Gemeente Ede, 2011 Gemeente Bronckhorst, 2010 Indicatie ruimte voor extra emissie van geur In Noord-Brabant heeft circa 70% van de veehouderijbedrijven nog uitbreidingsruimte binnen de geldende geurnormen. Deze bedrijven kunnen hun uitbreidingsruimte vergroten met emissiebeperkende maatregelen aan stallen. Met dergelijke maatregelen kunnen de 30% bedrijven zonder uitbreidingsruimte nog uitbreidingsruimte (extra dierplaatsen) creëren. Van alle bestaande intensieve veehouderijen in Overijssel beschikt circa 50% over voldoende milieuruimte op het gebied van ammoniak en geur voor een voorbeeldbedrijf (300 nge, 1,5 ha) zoals genoemd in het advies van de commissie van Doorn. Op een groot deel van de overige locaties is ook nog uitbreidingsruimte aanwezig, maar minder. In de gemeente Peel en Maas heeft 68% van de veehouderijbedrijven nog uitbreidingsruimte binnen de geldende geurnormen. Een kwart van de veehouderijen heeft veel ruimte om uit te breiden met de geuremissie. Bedrijven kunnen daarnaast uitbreiden binnen de verleende geuremissie door het toepassen van systemen die geur extra reduceren. 80% heeft nog uitbreidingsruimte binnen de geldende geurnormen, 20% heeft geen mogelijkheden om de geuremissie toe te laten nemen. Ruim 20% van de veehouderijbedrijven heeft relatief veel uitbreidingsruimte geur (meer dan odeur units uitbreidingsruimte). 79% heeft nog uitbreidingsruimte binnen de geldende geurnormen, 21% heeft geen mogelijkheden om de geuremissie toe te laten nemen. Bijna 20% van de veehouderijbedrijven heeft relatief veel uitbreidingsruimte geur (meer dan odeur units uitbreidingsruimte). 93% heeft nog uitbreidingsruimte binnen de geldende geurnormen, 7% heeft geen mogelijkheden om de geuremissie toe te laten nemen. 34% van de veehouderijbedrijven heeft relatief veel uitbreidingsruimte geur (meer dan odeur units uitbreidingsruimte). Toets op achtergrondbelasting De geurhinder wordt bepaald op basis van de achtergrondbelasting en de voorgrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van die veehouderij welke de meeste geurbelasting op een voor geurhinder gevoelig object veroorzaakt. De achtergrondbelasting wordt veroorzaakt door alle veehouderijen die rondom een geurgevoelig object zijn gelegen. De achtergrondbelasting is een goede maat om de effecten van geurhinder op het woon- en leefmilieu te kunnen beoordelen en daarom van belang voor ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplan buitengebied. Zo kunnen gemeenten aangeven welke achtergrondbelasting als een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden aangemerkt bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. De provincie Noord-Brabant heeft in haar ontwerp Verordening Ruimte (september 2013) ook grenswaarden gesteld ten aanzien van de maximale achtergrondbelasting. Dergelijke grenswaarden hebben invloed op de milieuruimte: ze beperken de milieuruimte die er is op grond van de vergunningsnormen (de voorgrondnormen). Figuur 5 geeft een overzicht van de geurbelasting door veehouderijen in Noord-Brabant, uitgaande van de vergunde rechten van veehouderijen in Noord-Brabant in In de gebieden die in oranje zijn aangeduid wordt de milieuruimte beperkt op basis van de norm die de provincie heeft opgenomen in haar ontwerp Verordening ruimte. Andere provincies hebben een dergelijke norm niet opgenomen in een Verordening ruimte of een Structuurvisie :A - Definitief ARCADIS 25

28 Figuur 5: Cumulatieve geurbelasting uit stallen van veehouderijen in Noord-Brabant (bron: MER Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant, 2013) FIJN STOF Fijn stof wordt gezien als één van de meest schadelijke stoffen van luchtverontreiniging. Tot fijn stof worden in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer (PM10) gerekend. Fijn stof blijft in de lucht zweven en bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, van verschillende herkomst met een verschillende chemische samenstelling. Fijn stof kan gezondheidsproblemen en voortijdige sterfte veroorzaken bij de mens. Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt om de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging te voorkomen of te verminderen. Voor fijn stof, PM10, zijn de volgende maximale waarden vastgelegd voor de concentraties in de buitenlucht (grenswaarden): Een jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m 3. Een daggemiddelde concentratie van 50 µg/m 3 welke maximaal 35 keer per jaar mag worden overschreden. Belangrijke bronnen van fijn stof zijn verkeer, industrie, landbouw en bronnen in het buitenland. De concentraties fijn stof wordt ook bepaald door natuurlijke bronnen, zoals zeezout en opwaaiend bodemstof. Lokale overschrijdingen van normen in de directe omgeving van veehouderijen zijn relatief laat in beeld gekomen en de aanpak van fijn stof bij veehouderijen is daarom pas vrij recent in gang gezet. Het voorkomen van nieuwe overschrijdingen is een belangrijk uitgangspunt van de wet- en regelgeving. De Wet milieubeheer vormt het wettelijk kader voor de beoordeling van milieugevolgen bij inrichtingen. Naast het voorkomen van overschrijdingen is het terugdringen van bestaande overschrijdingen een belangrijke pijler in de aanpak van de overheid ten aanzien van fijn stof als gevolg van de intensieve veehouderij. Het oplossen van bestaande knelpunten kan plaatsvinden door maatregelen te nemen bij 26 ARCADIS :A - Definitief

29 bedrijven. De overheid kan bedrijven door middel van subsidiemogelijkheden stimuleren om maatregelen te nemen of via aanvullende wet- en regelgeving bedrijven die willen ontwikkelen verplichten de emissie van fijn stof te beperken. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is een samenwerkingsprogramma van het rijk, provincies en gemeenten om de luchtverontreiniging te verminderen en de kwaliteit van de lucht te verbeteren. Het NSL is sinds 1 augustus 2009 van kracht en bevat maatregelen om overal in Nederland tijdig te voldoen aan de Europese grenswaarden. Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren. In de onderstaande afbeelding is het verloop van achtergrondconcentratie voor fijn stof (PM10) in Nederland aangegeven. Hierbij is uitgegaan van de rapportage zoals in juni 2012 is gepubliceerd (RIVM, 2012). Figuur 6: Concentratie fijn stof (bron: RIVM, 2012) Uit figuur 6 valt af te lezen dat door autonome ontwikkeling en de in gang gezette maatregelen in het kader van het NSL de grootschalige concentraties fijn stof naar verwachting afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Deze verbetering is vooral het gevolg van generiek (Europees) beleid, gericht op het terugdringen van emissies door verkeer en industrie. Blootstelling aan fijn stof kan leiden tot een toename in luchtwegklachten, hoesten, benauwdheid, vermindering van de longfunctie en een toename van ziekenhuisopname. Hoewel de Europese norm voor jaargemiddelde concentratie PM10 op 40 µg/m³ ligt, is de advieswaarde van de WHO 20 µg/m³. Volgens de WHO is er geen veilige ondergrens bij blootstelling aan fijn stof: hoe klein de blootstelling ook is, er is een meetbaar schadelijk effect op de gezondheid. Ook onder de 20 µg/m³ zijn gezondheidsrisico s niet uit te sluiten. De normen zijn gebaseerd op fijn stof en de gewoonlijk gevonden samenstelling daarvan. Er zijn :A - Definitief ARCADIS 27

RAADVAN STATE INGEKOMEN 1 5 DEC. 2014. +ir\ ~l'jf io ~,Q

RAADVAN STATE INGEKOMEN 1 5 DEC. 2014. +ir\ ~l'jf io ~,Q RAADVAN STATE INGEKOMEN 1 5 DEC. 2014 ZA,C,KN~ of 1- AAI\ +ir\ ~l'jf io ~,Q BEHANDeL] JQ R4R ftll. per brief met bij/ogen (tevens per [ax zonder bij/ogen) Raad van State Afdeling Bestuursrechtspraak t.a.v.

Nadere informatie

BIJLAGE 7: EX ANTE EVALUATIE MESTBELEID 2013 UITBREIDING VAN MELKRUNDVEESTALLEN EN UITBREIDINGSRUIMTE VEEHOUDERIJ PER PROVINCIE

BIJLAGE 7: EX ANTE EVALUATIE MESTBELEID 2013 UITBREIDING VAN MELKRUNDVEESTALLEN EN UITBREIDINGSRUIMTE VEEHOUDERIJ PER PROVINCIE BIJLAGE 7: EX ANTE EVALUATIE MESTBELEID 2013 UITBREIDING VAN MELKRUNDVEESTALLEN EN UITBREIDINGSRUIMTE VEEHOUDERIJ PER PROVINCIE OPDRACHTGEVER: PBL 16 juli 2013 077310536:0.2 C03001.000033.0100 Inhoud 1

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT NR. 9.5. Doetinchem, 17 april 2013. MER bestemmingsplan Buitengebied - 2012

Aan de raad AGENDAPUNT NR. 9.5. Doetinchem, 17 april 2013. MER bestemmingsplan Buitengebied - 2012 Aan de raad AGENDAPUNT NR. 9.5 MER bestemmingsplan Buitengebied - 2012 Voorstel: 1. In het bestemmingsplan Buitengebied - 2012 aan de wijzigingsbevoegdheid voor het veranderen van de vorm of het vergroten

Nadere informatie

LOG Montfort - Maria Hoop

LOG Montfort - Maria Hoop LOG Montfort - Maria Hoop Notitie Milieuruimte Definitief Gemeenten Roerdalen en Echt-Susteren Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 8 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2

Nadere informatie

Bedrijfsontwikkeling-uitbreiding

Bedrijfsontwikkeling-uitbreiding Hoe kan ik mijn bedrijf slim uitbreiden? Ondernemersdag intensief 18 november 2014 Bedrijfsontwikkeling-uitbreiding Door : Jos Commissaris Adviseur Omgeving ZLTO Kern van het komende uur: Wat heb je als

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

AANVULLING PLANMER BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BOXTEL GEMEENTE BOXTEL. 5 december 2011 075924557:0.3 - Definitief 110502.201703.

AANVULLING PLANMER BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BOXTEL GEMEENTE BOXTEL. 5 december 2011 075924557:0.3 - Definitief 110502.201703. AANVULLING PLANMER BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BOXTEL GEMEENTE BOXTEL 5 december 2011 075924557:0.3 - Definitief 110502.201703.0300 Inhoud 1 Inleiding 1 2 Voornemen en referentiesituatie 1 2.1 Advies

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau Bestemmingsplan buitengebied BaarleNassau Voorlopig Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 april 2011/ rapportnummer 231168 1. Voorlopig oordeel over het MER De gemeente BaarleNassau wil het bestemmingsplan

Nadere informatie

Memo. Memo Statenbrief van provincie Gelderland "Beleid veehouderij;actuele ontwikkelingen. De gemeenteraad Barneveld

Memo. Memo Statenbrief van provincie Gelderland Beleid veehouderij;actuele ontwikkelingen. De gemeenteraad Barneveld Memo Datum: 23 oktober 2013 Onderwerp: Ter attentie van: Memo Statenbrief van provincie Gelderland "Beleid veehouderij;actuele ontwikkelingen. De gemeenteraad Barneveld Afzender: College van Burgemeester

Nadere informatie

Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij

Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Carin Rougoor en Frits van der Schans CLM Onderzoek en Advies Achtergrond Begin juli 2014 heeft staatssecretaris Dijksma het voorstel voor de

Nadere informatie

Rode draad van deze toelichting

Rode draad van deze toelichting Rode draad van deze toelichting Achtergronden van de wetgeving Gemeentelijke geurnormen Aanhoudingsbesluit en actualisatie gemeentelijke geurverordening Ontwikkelingen regelgeving Achtergronden van de

Nadere informatie

De Marke III te Hengevelde

De Marke III te Hengevelde Onderzoek geurhinder veehouderijbedrijven De Marke III te Hengevelde Gemeente Hof van Twente Datum: 26 november 2013 Projectnummer: 120218 Auteur: Projectleider: Project: SAB Postbus 479 Projectnummer:

Nadere informatie

Instrumentenkoffer urgentiegebieden veehouderij

Instrumentenkoffer urgentiegebieden veehouderij Instrumentenkoffer urgentiegebieden veehouderij (Versie 1: 3 juni 2014) Inleiding Voor u ligt de eerste versie van de notitie Instrumentenkoffer urgentiegebieden veehouderij. Wij hebben geprobeerd om de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35929 31 december 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 13 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/297853,

Nadere informatie

PAS in de praktijk. ervaringen met gebiedsontwikkeling Klavertje 4 en ervaringen met de veehouderij. VVM-Commissie m.e.r.

PAS in de praktijk. ervaringen met gebiedsontwikkeling Klavertje 4 en ervaringen met de veehouderij. VVM-Commissie m.e.r. PAS in de praktijk ervaringen met gebiedsontwikkeling Klavertje 4 en ervaringen met de veehouderij VVM-Commissie m.e.r. 23 november 2015 Henk Ullenbroeck ARCADIS Imagine the result Een verhaal over het

Nadere informatie

Beoordelingsrapport milieuonderdelen Verordening ruimte 2014 en Brabantse Zorgvuldigheidsscore Galgestraat 6 te Teteringen

Beoordelingsrapport milieuonderdelen Verordening ruimte 2014 en Brabantse Zorgvuldigheidsscore Galgestraat 6 te Teteringen Beoordelingsrapport milieuonderdelen Verordening ruimte 2014 en Brabantse Zorgvuldigheidsscore Galgestraat 6 te Teteringen Aan: gemeente Breda Van: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum: 11 maart

Nadere informatie

VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008

VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008 Inwerkingtreding Besluit Huisvesting Oosterwolde, 11 augustus 2008 Op 1 april jongstleden is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) inwerking getreden. Het Besluit huisvesting

Nadere informatie

Kiplekker Topklimaat

Kiplekker Topklimaat Kiplekker Topklimaat Symposium 3 februari 2015 Arvalis Jan Rutten Adviseur Intensieve veehouderij, Milieu en Vergunningen 06-20995446 jrutten@arvalis.nl Kiplekker Topklimaat Wet- en regelgeving: Wat moeten

Nadere informatie

FAQ Verordening stikstof en Natura2000

FAQ Verordening stikstof en Natura2000 FAQ Verordening stikstof en Natura2000 v 28mei2013 De gewijzigde Verordening stikstof is op 22 maart 2013 vastgesteld door PS en op 29 maart 2013 inwerking getreden. De nadruk ligt op het toepassen van

Nadere informatie

Buitengebied Salland. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop. 1 juli 2010 / rapportnummer 2301-79

Buitengebied Salland. Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop. 1 juli 2010 / rapportnummer 2301-79 Buitengebied Salland Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 1 juli 2010 / rapportnummer 2301-79 1. OORDEEL OVER HET MER De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte stellen

Nadere informatie

Analyse Megastallen en Megabedrijven 2005, 2010 en 2013

Analyse Megastallen en Megabedrijven 2005, 2010 en 2013 Analyse Megastallen en 2005, 2010 en 2013 Edo Gies, m.m.v. Han Naeff en Jaap van Os Alterra Wageningen UR 12 februari 2015 Inleiding Milieudefensie wil inzicht in de ontwikkelingen van het aantal megastallen

Nadere informatie

Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert

Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert Onderbouwing grondgebonden karakter Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Onderbouwing grondgebonden karakter rundveehouderij Esdonk 8 - Gemert 1 INHOUD 1 Inleiding 3 2 Locatie 4 3 Beschrijving van de inrichting

Nadere informatie

Raadsvoorstel Reg. nr : 0810436 Ag nr. : 10 Datum :09-09-08

Raadsvoorstel Reg. nr : 0810436 Ag nr. : 10 Datum :09-09-08 Ag nr. : 10 Datum :09-09-08 Onderwerp Ontwerp verordening geurhinder en veehouderij Status Besluitvormend. Samenvatting De nieuwe Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is

Nadere informatie

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968

memo Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 memo aan: van: Gemeente Bronckhorst Johan van der Burg datum: 8 juni 2011 betreft: Project: Luchtkwaliteit Rijksweg 20-1 te Drempt 100968 INLEIDING Op het perceel Rijksweg 20-1 te Drempt (gemeente Bronkhorst)

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18729 18 oktober 2011 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 3 oktober 2011, nr. DP2011054569,

Nadere informatie

H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e

H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e H o e v e r d e r m e t b e s t e m m i n g s p l a n n e n v o o r h e t l a n d e l i j k g e b i e d n a d e u i t s p r a a k v a n d e R a a d v a n S t a t e o v e r h e t b e s t e m m i n g s p

Nadere informatie

Informatiedocument Minder dieren houden

Informatiedocument Minder dieren houden ACTIEPLAN AMMONIAK & VEEHOUDERIJ - Gedoogbeleid stoppende bedrijven Informatiedocument Minder dieren houden 1. Inleiding Dit document bevat de informatie over de stoppersmaatregel minder dieren houden.

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Status: Besluitvormend. Agendapunt: 13. Datum: 12 augustus 2014. Decosnummer: 226. E. m.borkent@dalfsen.nl T.

Raadsvoorstel. Status: Besluitvormend. Agendapunt: 13. Datum: 12 augustus 2014. Decosnummer: 226. E. m.borkent@dalfsen.nl T. Raadsvoorstel Status: Besluitvormend Agendapunt: 13 Onderwerp: Geurverordening Datum: 12 augustus 2014 Portefeuillehouder: dhr. N.L. Agricola Decosnummer: 226 Informant: Marco Borkent E. m.borkent@dalfsen.nl

Nadere informatie

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld.

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld. Achtergrondinformatie voor achterbanberaad milieubeleid regio Eemsdelta Het milieubeleid omvat veel onderwerpen. Teveel om in één keer allemaal te behandelen. Op basis van onze ervaringen in de regio en

Nadere informatie

Vermeerderaar in de. En wat komt er nog aan: Wat staat er komend jaar te gebeuren: veranderende wereld van de wet- en regelgeving.

Vermeerderaar in de. En wat komt er nog aan: Wat staat er komend jaar te gebeuren: veranderende wereld van de wet- en regelgeving. Vermeerderaar in de veranderende wereld van de wet- en regelgeving Wim Hoeve Hoeve Advies BV 0522-291635 06-53610995 20-11-2013 Wat staat er komend jaar te gebeuren: Introductie PAS programmatische aanpak

Nadere informatie

ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN

ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Het advies...4 3. Wet-

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Milieuneutrale wijziging

BIJLAGE 2. Milieuneutrale wijziging BIJLAGE Milieuneutrale wijziging Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting De heer W.B.M. Aarts heeft aan de Polderdreef 5 te Liessel de beschikking over een varkenshouderij. De inrichting

Nadere informatie

Toelichting * 4 4 284 7* Inleiding. Bestemmingsplan en ruimtelijk beleid

Toelichting * 4 4 284 7* Inleiding. Bestemmingsplan en ruimtelijk beleid * 4 4 284 7* Inleiding Toelichting De heer Van de Kamp heeft een verzoek ingediend voor het aanpassen van de bestemming van het perceel Knapzaksteeg 15. Het plan is om hier de volgende dieren te gaan houden:

Nadere informatie

Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit. Paul Bodden Hekkelman Advocaten N.V.

Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit. Paul Bodden Hekkelman Advocaten N.V. Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit Paul Bodden Hekkelman Advocaten N.V. VMR Praktijkdag 26 november 2015 Afbakening Agrarische inrichtingen: Glastuinbouwbedrijven Open teelt (bijv. akkerbouw

Nadere informatie

Geuronderzoek voorgrondbelasting Achterdijk 10 Hedel

Geuronderzoek voorgrondbelasting Achterdijk 10 Hedel Geuronderzoek voorgrondbelasting Achterdijk 10 Hedel September 2014 In opdracht van: Uitgevoerd door: Kinderopvang "De Vrijbuiter" ZLTO Advies Familie van Goch ir. A.C.H.M. Commissaris Achterdijk 10 Adviseur

Nadere informatie

Veehouderij & Gezondheid. Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid

Veehouderij & Gezondheid. Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid Veehouderij & Gezondheid Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid 13 januari 2015 Wat ga ik vertellen? Gezondheid & veehouderij Mogelijkheden om gezondheid mee te wegen in de discussie veehouderij Casus

Nadere informatie

AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij. 21 April 2015 Harry Kager LTO Nederland

AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij. 21 April 2015 Harry Kager LTO Nederland AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij 21 April 2015 Harry Kager LTO Nederland Terminologie Onderwerpen Achtergronden mestverwerkingsplicht Achtergronden Melkveewet AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij

Nadere informatie

Bestemmingsplan Buitengebied, planmer C O N C E P T

Bestemmingsplan Buitengebied, planmer C O N C E P T Bestemmingsplan Buitengebied, planmer C O N C E P T Bestemmingsplan Buitengebied, planmer C O N C E P T Inhoud Rapport + bijlagen 6 februari 2013 Projectnummer 005.00.01.40.06 S a m e n v a t t i n g

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau

Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 1 september 2011 / rapportnummer 2322 83 1. Oordeel over het MER De gemeente Baarle-Nassau

Nadere informatie

Natura 2000 en Ammoniak. Afsprakenkader Brabant en Limburg

Natura 2000 en Ammoniak. Afsprakenkader Brabant en Limburg Natura 2000 en Ammoniak Afsprakenkader Brabant en Limburg Waar lopen we tegen aan? Europese Vogel en Habitatrichtlijn Natura 2000; 162 gebieden in Nederland o O.a De Kampina, Leenderbos, Kempenland-West

Nadere informatie

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PvdD) (d.d. 20 juli 2015) Nummer 3060

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PvdD) (d.d. 20 juli 2015) Nummer 3060 van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PvdD) (d.d. 20 juli 2015) Nummer 3060 Onderwerp Vervolgvragen afschaffen melkquotum Aan de leden van Provinciale Staten Toelichting vragensteller

Nadere informatie

Besluit. Nr. 26. Provinciale staten van Noord-Holland; gelezen de voordracht van gedeputeerde staten van 18 januari 2011

Besluit. Nr. 26. Provinciale staten van Noord-Holland; gelezen de voordracht van gedeputeerde staten van 18 januari 2011 Besluit Nr. 26 Provinciale staten van Noord-Holland; gelezen de voordracht van gedeputeerde staten van 18 januari 2011 gelet op: de Partiële Herziening Structuurvisie de Nota van Beantwoording Partiële

Nadere informatie

Aanvullend stikstofdepositieonderzoek Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente Projectnr. 269089 28 mei 2014, revisie 01

Aanvullend stikstofdepositieonderzoek Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente Projectnr. 269089 28 mei 2014, revisie 01 Inhoud blz. 1 Inleiding... 2 2 Aanleiding en doelstelling... 2 2.1 Aanleiding... 2 2.2 Doelstelling... 2 3 Scenario's stikstofdepositieonderzoek... 2 4 Resultaten... 3 5 Conclusies... 3 1 Inleiding De

Nadere informatie

Informatiedocument Minder dieren houden

Informatiedocument Minder dieren houden ACTIEPLAN AMMONIAK & VEEHOUDERIJ - Gedoogbeleid stoppende bedrijven Informatiedocument Minder dieren houden 1. Inleiding Dit document bevat de informatie over de stoppersmaatregel minder dieren houden.

Nadere informatie

Verordening ruimte en BZV. Agrivaknet 17 april 2014 Jan de Groot a.j.m.de.groot@dlv.nl 06-83905420

Verordening ruimte en BZV. Agrivaknet 17 april 2014 Jan de Groot a.j.m.de.groot@dlv.nl 06-83905420 Verordening ruimte en BZV Agrivaknet 17 april 2014 Jan de Groot a.j.m.de.groot@dlv.nl 06-83905420 DLV DLV kantoren Landelijke dekking met regiokantoren te: - Uden (Zuid-Nederland) - Deventer (Oost-Nederland)

Nadere informatie

Voorgrondnormen verordening 2011

Voorgrondnormen verordening 2011 Gemeenteblad nr. 215. B, 7 mei 2015 BIJLAGEN BIJ GEURGEBIEDSVISIE Bijlage 1 Voorgrondnormen verordening 2011 ARCADIS 1 ARCADIS 2 Bijlage 2 Geurbelasting vertaald in kans op hinder, achtergrondbelasting

Nadere informatie

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen.

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen. Memo aan: van: Gemeente Arnhem SAB datum: 18 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Schuytgraaf Arnhem project: 150131 INLEIDING Het voornemen bestaat om veld 13 van de in aanbouw zijnde woonwijk Schuytgraaf

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a 1 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 1.1. Het project 3 2. Beschrijving huidige en

Nadere informatie

Nieuw Gemengd Bedrijf te Horst aan de Maas

Nieuw Gemengd Bedrijf te Horst aan de Maas Nieuw Gemengd Bedrijf te Horst aan de Maas Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 17 januari 2011 / rapportnummer 1830-117 1. Voorlopig oordeel over het MER Het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB,

Nadere informatie

Veehouderij en volksgezondheid

Veehouderij en volksgezondheid Veehouderij en volksgezondheid Stand van zaken wetgeving en jurisprudentie Peter Bokelaar Inleiding Gezondheidseffecten veehouderij nog steeds een actueel thema. Q-koorts uitbraak in 2008/2009: bewustwording

Nadere informatie

Milieukundige en landschappelijke aspecten van megabedrijven in de intensieve veehouderij

Milieukundige en landschappelijke aspecten van megabedrijven in de intensieve veehouderij Milieukundige en landschappelijke aspecten van megabedrijven in de intensieve veehouderij Megastallen MNP tabblad.indd 1 06-02-2008 15:47:39 Milieukundige en landschappelijke aspecten van megabedrijven

Nadere informatie

Huisvesting van landbouwhuisdieren 2012

Huisvesting van landbouwhuisdieren 2012 Huisvesting van landbouwhuisdieren 07 08 09 10 11 12 13 14 Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer ** nader voorlopig cijfer x geheim nihil (indien

Nadere informatie

2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?!

2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?! 2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?! Vic Boeren (06 53407806) Eric Bouwman (06 26544114) november 2014 DLV Dier Groep BV Onafhankelijk, toonaangevend en landelijk werkend adviesbedrijf

Nadere informatie

Varkenshouderij Van Limpt- Van den Borne VOF te Reusel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop

Varkenshouderij Van Limpt- Van den Borne VOF te Reusel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop Varkenshouderij Van Limpt- Van den Borne VOF te Reusel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 2 juli 2009 / rapportnummer 1790-75 1. OORDEEL OVER HET MER Van Limpt-Van den

Nadere informatie

memo 2. Stikstofdepositie Gemeente Boekel Kadernota, module Latente ruimte, planmer en GES Datum: 15 juli 2015

memo 2. Stikstofdepositie Gemeente Boekel Kadernota, module Latente ruimte, planmer en GES Datum: 15 juli 2015 memo Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: info@rho.nl Aan: T.a.v.: Onderwerp: Gemeente Boekel Arthur Hermans Kadernota, module Latente ruimte, planmer en GES Datum:

Nadere informatie

Criteria. voor het. aanwijzen van. sterlocaties

Criteria. voor het. aanwijzen van. sterlocaties BIJLAGE 10 Criteria voor het aanwijzen van sterlocaties Sterlocaties intensieve veehouderij Hieronder wordt ingegaan op de motieven die aan sterlocaties ten grondslag liggen, het beleid voor sterlocaties,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16865 1 juli 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 24 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/115905,

Nadere informatie

Toelichting berekening ISL3a t.a.v. luchtkwaliteit

Toelichting berekening ISL3a t.a.v. luchtkwaliteit Toelichting berekening ISL3a t.a.v. luchtkwaliteit d.d. 22 december 2015 Initiatiefnemer Maatschap H. en E. Brink Halerweg 1 9433 TE ZWIGGELTE In lucht zitten, hoe schoon ook, altijd kleine, vaste en vloeibare

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL (via commissie) BIJ ZAAKNUMMER: AST/2016/010201

RAADSVOORSTEL (via commissie) BIJ ZAAKNUMMER: AST/2016/010201 RAADSVOORSTEL (via commissie) BIJ ZAAKNUMMER: AST/2016/010201 COMMISSIE Ruimte op 14 juni 2016 AGENDANUMMER: 4 Onderwerp: Bijlage(n): Vergadering van: Agendanummer: p.h.: Geurverordening en gebiedsvisie

Nadere informatie

Besluit weigering melding Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant

Besluit weigering melding Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant V.O.F. Pepers Habraken De heer B. Pepers Spierkesweg 20 5491 RJ SINT-OEDENRODE Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC s-hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 info@brabant.nl www.brabant.nl

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant Informatiebijeenkomst Fijnstof Jos van Lent, provincie Noord Brabant Overzicht presentatie Omvang problematiek Brabantse aanpak Saneringsopgave Voorkomen nieuwe overschrijdingen Voorlichting & stimulering

Nadere informatie

Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016

Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 1 Aanleiding en samenvatting In 2015 heeft toenmalig staatssecretaris Dijksma van EZ fosfaatrechten voor de melkveehouderij

Nadere informatie

Bijlage Handhaving: behandeling van klachten. Klachten binnen kantoortijden Klachten buiten kantoortijden Aandachtsbedrijven Aandachtspunten

Bijlage Handhaving: behandeling van klachten. Klachten binnen kantoortijden Klachten buiten kantoortijden Aandachtsbedrijven Aandachtspunten Bijlage Handhaving: behandeling van klachten. * Deze informatie is gebaseerd op de Raadsinformatiebrief, Beantwoording schriftelijke vragen d.d. 31 augustus 2012. Klachten binnen kantoortijden Wanneer

Nadere informatie

Programmatische Aanpak Stikstof TERSCHELLING

Programmatische Aanpak Stikstof TERSCHELLING Programmatische Aanpak Stikstof TERSCHELLING Programma informatieavond Programma Aanpak Stikstof (PAS) 19.30-20.00 uur Inloop 20.00-20.05 uur Opening door voorzitter Piet Dijkstra - Programma en doel van

Nadere informatie

Memo INLEIDING. 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening. WETTELIJK KADER. Gemeente West Maas en Waal

Memo INLEIDING. 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening. WETTELIJK KADER. Gemeente West Maas en Waal Memo aan: van: Gemeente West Maas en Waal Paul Kerckhoffs datum: 25 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Gouden Ham/De Schans project: 90249 INLEIDING In het recreatiegebied De Gouden Ham is men voornemens

Nadere informatie

Ons kenmerk: 14-010-EW Groningen, 4 juni 2014 Betreft: inspraakreactie natuur en stikstof

Ons kenmerk: 14-010-EW Groningen, 4 juni 2014 Betreft: inspraakreactie natuur en stikstof Provinciaal Staten van de Provincie Groningen t.a.v. de Statencommissie Omgeving en Milieu Postbus 610 9700 AP Groningen Ons kenmerk: 14-010-EW Groningen, 4 juni 2014 Betreft: inspraakreactie natuur en

Nadere informatie

KADERNOTA INTENSIEVE VEEHOUDERIJ

KADERNOTA INTENSIEVE VEEHOUDERIJ KADERNOTA INTENSIEVE VEEHOUDERIJ GEMEENTE OIRSCHOT 16 april 2012 076388001:0.4 Definitief B01055.000497.0100 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding en doel van deze kadernota 3 1.2 Wijzigingen ten opzichte

Nadere informatie

KNELPUNTENANALYSE ABCOUDE ONDERBOUWING VERORDENING ogv WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

KNELPUNTENANALYSE ABCOUDE ONDERBOUWING VERORDENING ogv WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ KNELPUNTENANALYSE ABCOUDE ONDERBOUWING VERORDENING ogv WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ Opdrachtgever: Contactpersoon: Milieudienst Noord-West Utrecht de heer J. Pronk Documentnummer: 20090416/C01/RK Datum:

Nadere informatie

Reactie ingediende zienswijze. inzake het bestemmingsplan Hoeveplan Rollestraat 24 te Wapse

Reactie ingediende zienswijze. inzake het bestemmingsplan Hoeveplan Rollestraat 24 te Wapse Reactie ingediende zienswijze inzake het bestemmingsplan Hoeveplan Rollestraat 24 te Wapse BEHORENDE BIJ HET VOORSTEL AAN DE RAAD VOOR DE VERGADERING OP 5 JULI 2011 1 Reactie ingediende zienswijze inzake

Nadere informatie

geodesie landschapsarchitectuur civiele techniek

geodesie landschapsarchitectuur civiele techniek Advies geodesie landschapsarchitectuur civiele techniek Betreft Onderzoek naar de milieuhygiënische belemmeringen vanuit aanwezige inrichtingenen op de uitbreiding van de Beekse Bergen. Ons kenmerk ARC041

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-1991 21 502 Evaluatie mestbeleid Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Omgevingsvergunning OV 20140031

Omgevingsvergunning OV 20140031 Omgevingsvergunning OV 20140031 Aanvraag Op 28 februari 2014 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een paardenhouderij (inclusief camping) op het adres Grasdijk

Nadere informatie

Doorkiesnummer: 088-888 66 66 Datum: 21 december 2012 Referentie: NH/ML/MvD/12.084 Faxnummer: 088-888 66 36

Doorkiesnummer: 088-888 66 66 Datum: 21 december 2012 Referentie: NH/ML/MvD/12.084 Faxnummer: 088-888 66 36 Vestiging Haarlem Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hollands Kroon Postbus 8 1760 AA ANNA PAULOWNA Doorkiesnummer: 088-888 66 66 Datum: 21 december 2012 Referentie: Faxnummer:

Nadere informatie

Vereisten voor ammoniakreductie

Vereisten voor ammoniakreductie Vereisten voor ammoniakreductie 13-11-2012 Welke maatregelen zijn noodzakelijk om de depositie van ammoniak op de Natura2000- natuurgebieden in de Peelregio omlaag te krijgen? Samenvatting De reductie

Nadere informatie

Beantwoording inspraakreacties planmer. 1. Mevrouw H.H. Stekelenburg-Hoogervorst en ABS Milieugroep

Beantwoording inspraakreacties planmer. 1. Mevrouw H.H. Stekelenburg-Hoogervorst en ABS Milieugroep Beantwoording inspraakreacties planmer 1. Mevrouw H.H. Stekelenburg-Hoogervorst en ABS Milieugroep Inspraakreacties mevrouw H.H. Stekelenburg Hoogervorst & ABC Milieugroep 1. De planmer procedure wordt

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling memo aan: van: Bogor projectontwikkeling SAB datum: 4 februari 2015 betreft: Luchtkwaliteit Plantageweg 35 Alblasserdam project: 140479 INLEIDING Het gebied tussen de Plantageweg, de Cornelis Smitstraat,

Nadere informatie

Veehouderij: ammoniak, geur en fijnstof 2009 Trends in stikstofbelasting, geurhinder en fijnstofbelasting

Veehouderij: ammoniak, geur en fijnstof 2009 Trends in stikstofbelasting, geurhinder en fijnstofbelasting Provincie Noord-Brabant Veehouderij: ammoniak, geur en fijnstof 2009 Trends in stikstofbelasting, geurhinder en fijnstofbelasting Auteur E. Giezen, L. Mooren Datum Januari 2012 Voorwoord Vanaf 2000 is

Nadere informatie

VNG 14 december 2015 Gemeenten en de PAS

VNG 14 december 2015 Gemeenten en de PAS VNG 14 december 2015 Gemeenten en de PAS Viviane Ampt, PAS-bureau ondersteuning alle bevoegd gezagen over de PAS http://pas.bij12.nl/content/helpdesk Twitter met ons mee! #BIJ12 #VNG #PAS #stikstof Stikstofemissie

Nadere informatie

Verplaatsing varkenshouderij van de Geerstraat naar de Begijnenstraat te Winssen, gemeente Beuningen

Verplaatsing varkenshouderij van de Geerstraat naar de Begijnenstraat te Winssen, gemeente Beuningen Verplaatsing varkenshouderij van de Geerstraat naar de Begijnenstraat te Winssen, gemeente Beuningen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 januari 2013 / rapportnummer 2725 31 1. Oordeel over

Nadere informatie

AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING. VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk 4 9089 BN Wytgaard

AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING. VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk 4 9089 BN Wytgaard AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk 4 9089 BN Wytgaard 6 november 2012 INHOUDSOPGAVE 1. INITIATIEFNEMER... 2 2. DE BEOOGDE ACTIVITEITEN... 3 Hoofdactiviteit...

Nadere informatie

Handreiking bij. Wet geurhinder en veehouderij

Handreiking bij. Wet geurhinder en veehouderij Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij Aanvulling: Paragraaf 3.4 Beoordeling ruimtelijke ordeningsplannen Colofon Dit rapport is opgesteld door InfoMil, in samenwerking met het Ministerie van VROM,

Nadere informatie

Ontwikkelingen aantal landbouwbedrijven en dieren rondom 5 Vogel- en Habitatgebieden

Ontwikkelingen aantal landbouwbedrijven en dieren rondom 5 Vogel- en Habitatgebieden Ontwikkelingen aantal landbouwbedrijven en dieren rondom 5 Vogel- en Habitatgebieden Een analyse op basis van CBS landbouwtelling en GIAB Edo Gies Han Naeff Werkverslag, december 2005 Alterra, Wageningen,

Nadere informatie

RBOI-Rotterdam B.V. Stikstofdepositieonderzoek. bedrijventerrein Oosteind

RBOI-Rotterdam B.V. Stikstofdepositieonderzoek. bedrijventerrein Oosteind RBOI-Rotterdam B.V. Stikstofdepositieonderzoek bedrijventerrein Oosteind INHOUDSOPGAVE blz. 1. ACHTERGROND 1 2. UITGANGSPUNTEN 3 2.1. Beoordelingsmethode 3 2.2. Beoordelingslocaties 5 3. RESULTATEN

Nadere informatie

G. Akkerman-Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken

G. Akkerman-Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken Gemeente Südwest-Fryslan Raadsvoorstel gemeente Südwest-Fryslan Ons nummer: R14.000175 llllllllilllllilllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll Onderwerp Bestemmingsplan Kilewierwei 1 in Tirns Raadsvergadering

Nadere informatie

POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg

POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg Bestuursafspraken CONCEPT versie 27 november 2015 1. Inleiding Het landelijk gebied van de regio Noord-Limburg is divers van karakter; bestaande uit beekdalen,

Nadere informatie

Bestemmingsplan buitengebied Boxtel

Bestemmingsplan buitengebied Boxtel Bestemmingsplan buitengebied Boxtel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 26 januari 2012 / rapportnummer 2438 76 1. Oordeel over het MER De gemeente Boxtel wil het bestemmingsplan

Nadere informatie

2. Beperkingen nieuwe en bestaande woningen Mezenbergerweg 18a

2. Beperkingen nieuwe en bestaande woningen Mezenbergerweg 18a Notitie 2011.092.01-1: Mogelijkheden veehouderijen aan de Mezenbergerweg te Elburg Berg en Terblijt, 6 september 2011 1. Inleiding Aan de Mezenbergerweg te Elburg zijn twee naburige veehouderijen gelegen.

Nadere informatie

Vervolggesprekken over leefbaarheid in en om Heusden

Vervolggesprekken over leefbaarheid in en om Heusden Vervolggesprekken over leefbaarheid in en om Heusden Programma 20.00 uur inloop 20.15 uur welkom door wethouder Martens presentaties van Fred Stouthart (OZOB) en Renske Nijdam (GGD) over geur, fijnstof

Nadere informatie

HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH

HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH Gedeputeerde Staten STATENNOTITIE Aan de leden van Provinciale Staten HHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHHH Beantwoording schriftelijke vragen welke ingediend zijn door de heer Kock,

Nadere informatie

Toezicht- en naleeftekorten bij de IPPC branche intensieve veehouderij. Onderzoek naar luchtwassystemen en het effect op de ammoniakemissie

Toezicht- en naleeftekorten bij de IPPC branche intensieve veehouderij. Onderzoek naar luchtwassystemen en het effect op de ammoniakemissie Toezicht- en naleeftekorten bij de IPPC branche intensieve veehouderij Onderzoek naar luchtwassystemen en het effect op de ammoniakemissie T o e z - en i naleeftekorten c h bij de IPPC branche intensieve

Nadere informatie

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht

Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Luchtvervuiling in Nederland in kaart Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage 2013 Luchtvervuiling in Nederland in kaart gebracht Hoofdpunten uit de GCN/GDN-rapportage

Nadere informatie

De luchtkwaliteit om ons heen. Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt

De luchtkwaliteit om ons heen. Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt De luchtkwaliteit om ons heen Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt De luchtkwaliteit om ons heen Informatie over de kwaliteit van de lucht bij u in de buurt Inhoudsopgave 1. Onze

Nadere informatie

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189.

memo INLEIDING WETTELIJK KADER aan: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189. memo aan: van: Johan van der Burg datum: 26 maart 2013 betreft: Luchtkwaliteit parkeerterrein Fort Pannerden project: 110189.01 INLEIDING De ministeriële regeling NIBM bevat geen kwantitatieve uitwerking

Nadere informatie

Reactienota zienswijzen Startdocument planm.e.r. bestemmingsplan buitengebied 2014 Someren

Reactienota zienswijzen Startdocument planm.e.r. bestemmingsplan buitengebied 2014 Someren Notitie Contactpersoon Maartje van Ravesteijn Datum 18 februari 2014 Kenmerk N001-1219533RMV-cri-V01-NL Reactienota zienswijzen Startdocument planm.e.r. bestemmingsplan buitengebied 2014 Someren Inleiding

Nadere informatie

V-STACKS GEBIED BEREKENING OMGEKEERDE WERKING

V-STACKS GEBIED BEREKENING OMGEKEERDE WERKING V-STACKS GEBIED BEREKENING OMGEKEERDE WERKING BATUWSEWEG 45A LOPIKERKAPEL Ing. T. van de Beek Mei 2013 Bijlagen bij de berekening Omgekeerde werking Onderstaande bijlagen dienen ter ondersteuning aan de

Nadere informatie

Intensieve veehouderij en gezondheid

Intensieve veehouderij en gezondheid Intensieve veehouderij en gezondheid Renske Nijdam Adviseur milieu & gezondheid 3 december 2015 Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid Samenwerkingsverband GGD en Brabant/Zeeland Arts, toxicologen, milieugezondheidkundigen,

Nadere informatie

Met deze brief willen de GGD en in Noord-Brabant u informeren over nieuwe inzichten in het dossier geurhinder van veehouderijen.

Met deze brief willen de GGD en in Noord-Brabant u informeren over nieuwe inzichten in het dossier geurhinder van veehouderijen. Aan de wethouders Volksgezondheid en wethouders Milieu van de gemeenten in Noord-Brabant Kenmerk: UIT-15033471 Z-14016606 Datum: 10 maart 2015 Behandeld door: L. Geelen E-mail: l.geelen@ggd-bureaugmv.nl

Nadere informatie

Gevolgen afschaffing compartimentering meststoffenwet voor de Noord-Brabantse varkensstapel

Gevolgen afschaffing compartimentering meststoffenwet voor de Noord-Brabantse varkensstapel Gevolgen afschaffing compartimentering meststoffenwet voor de Noord-Brabantse varkensstapel Gé Backus LEI Wageningen UR, 5 oktober 2005 1 Samenvatting Middels het systeem van dierrechten wordt de veestapel

Nadere informatie