FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID. Masterproef. Academiejaar

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID. Masterproef. Academiejaar 2008 2009"

Transcriptie

1 FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID Masterproef Het energieprestatiecertificaat, het postinterventiedossier en het attest van keuring van een elektrische installatie bij de verkoop van onroerende goederen: een kritische vergelijking van deze technische aangelegenheid in het licht van het contractenrecht Academiejaar Promotor: Prof. Dr. Annelies Wylleman Liesbeth De Boeck Commissarissen: Herlinde Baert Stamnummer: Dr. Maarten Dambre Master in het notariaat

2 INHOUDSTAFEL INLEIDING...1 UITEENZETTING...3 Hoofdstuk 1: Bespreking...3 1: Algemeen en wetgevend kader...3 A. Energieprestatiecertificaat...3 B. Postinterventiedossier...5 C. Elektriciteitsattest...6 2: Definitie en ratio legis...7 A. Energieprestatiecertificaat...7 B. Postinterventiedossier...10 C. Elektriciteitsattest : Toepassingsgebied...14 A. Energieprestatiecertificaat...15 B. Postinterventiedossier...17 C. Elektriciteitsattest : Het opmaken...23 A. Energieprestatiecertificaat...23 B. Postinterventiedossier...25 C. Elektriciteitsattest : Controle en sancties...27 A. Energieprestatiecertificaat...27 B. Postinterventiedossier...28 C. Elektriciteitsattest...29 i

3 Hoofdstuk 2: Rol van de notaris : Energieprestatiecertificaat : Postinterventiedossier : Elektriciteitsattest...35 Hoofdstuk 3: Als opschortende voorwaarde? : Opschortende voorwaarde : Bodemattest : Kan een opschortende voorwaarde ingevoegd worden omtrent het EPC, PID en keuringsattest?...42 BESLUIT...45 BIJLAGE...47 Bijlage 1: Voorblad energieprestatiecertificaat...47 Bijlage 2: Clausule energieprestatiecertificaat...48 Bijlage 3: Clausule postinterventiedossier...48 Bijlage 4: Clausule elektriciteitsattest...49 BIBLIOGRAFIE...50 Rechtspraak...50 Rechtsleer Energieprestatiecertificaat Postinterventiedossier Elektriciteitsattest Opschortende voorwaarde Hyperlinks...55 ii

4 INLEIDING 1. Het thema dat de 21 ste eeuw zal overheersen, blijkt nu reeds vast te staan, namelijk de gezondheid van mens en milieu. Vanuit wetenschappelijke en steeds vaker ook populaire hoek werd onze maatschappij alreeds bewust gemaakt van de problemen omtrent het milieu. Dit leidde en zal in de toekomst hopelijk nog verder gebracht worden tot talrijke initiatieven vanuit verschillende hoeken. Men verwacht dan ook, terecht, dat de verschillende overheden bijdragen tot deze sensibilisering en optreden waar nodig. De Belgische wetgever bracht de laatste jaren (weliswaar vaak onder verplichting van Europese richtlijnen) meerdere regelgevingen tot stand die ervoor moeten zorgen dat de gezondheid en veiligheid van de bevolking en de toestand van het milieu gewaarborgd en zelfs verbeterd worden. Deze studie behandelt drie van dergelijke maatregelen, die allen een bijkomende verplichting betekenen voor de eigenaar of oprichter van een gebouw. Specifiek gaat het in deze bijdrage over attesten of certificaten die verplicht aanwezig moeten zijn bij de verkoop van een onroerend goed. Het is hier dat de notaris geconfronteerd wordt met deze wetgeving en dat hij uiteraard zal moeten nazien op de correcte naleving van deze voorschriften. Kortom, een bijkomende verplichting voor de notaris en een bijkomende inspanning voor de burger. Sinds kort moeten gebouwen, afhankelijk van hun functie, voldoen aan bepaalde energieprestatie-eisen. Dit wil zeggen dat bij de bouw of verbouwing extra aandacht besteed moet worden aan de gebruikte materialen, isolatietechnieken en andere energiebesparende maatregelen. Zodoende wordt de vrijheid bij de keuze van materialen en oprichtingswijze ingeperkt. De Vlaamse overheid heeft verschillende besluiten uitgevaardigd met regelgeving voor energieprestatiecertificaten naargelang de hoedanigheid van het gebouw. Binnenkort is bij (bijna) ieder gebouw dat men verkoopt een energieprestatiecertificaat verplicht. Deze maatregel moet energieverspilling tegengaan door de burger bewust te maken van de noodzaak om zuinig met energie om te springen, omwille van de schaarste en opwarming van de aarde. De Europese Unie aanziet dit dan ook als één van haar prioritaire doelstellingen. Reeds in de jaren 90 werd het zogenaamde postinterventiedossier ingevoerd. Dit dossier moet evenwel gekaderd worden in een groter geheel. Het is namelijk één van de vele opdrachten die werden opgelegd aan aannemers en bouwheren naar aanleiding van de Bouwrichtlijn. Een bouwwerf is immers een plaats van enorme risico s. Zware arbeidsongevallen zijn op dergelijke plaatsen dan ook niet uitzonderlijk. Omwille van de vaak 1

5 erbarmelijke veiligheidsomstandigheden en weinige voorschriften op dit vlak besliste de Europese Unie dat de nationale overheden daar dringend verandering moesten in brengen. Deze richtlijn zorgde voor opeenvolgende wetswijzigingen, met als basis de Welzijnswet van 4 augustus Door middel van zowel preventiemaatregelen als het verantwoordelijk stellen van bepaalde personen en het opleggen van sancties wou men de veiligheid verbeteren. Ten slotte dient bij de verkoop van een onroerend goed voorzien te worden in een attest van keuring van de elektrische installatie. Sinds de invoering van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties moeten dergelijke systemen voldoen aan een aantal voorschriften. Dit reglement beoogt veilige en aangepaste elektriciteitsvoorzieningen in alle gebouwen. Werken met elektriciteit is echter niet ongevaarlijk, zodat bij dergelijke praktijken toch minstens enige vorm van controle moet kunnen plaatsvinden. Voor de huishoudelijke installaties werd een specifiek K.B. uitgevaardigd dat een controle voorschrijft bij de overdracht van bepaalde (oude) gebouwen. Het is grotendeels dit K.B. dat in onderstaand werk aan bod komt. 2. Aangezien het opzet van onderstaand werk vooral comparatief van aard is, wordt een aparte werkwijze gehanteerd. Per hoofdstuk en per thema dat wordt behandeld, worden de drie onderwerpen naast elkaar besproken. Op die manier worden de verschillen en gelijkenissen tussen de materies beter opgemerkt. De uiteenzetting bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk houdt de behandeling in van achtereenvolgens het energieprestatiecertificaat, het postinterventiedossier en het attest bij de keuring van een elektrische installatie. Verschillende onderwerpen pogen een globaal en duidelijk beeld neer te zetten aangaande desbetreffende materie. Vervolgens wordt de rol van de notaris in een tweede hoofdstuk onderzocht. Zowel in het kader van zijn bijstands- en voorlichtingsverplichting, als bij de vereiste documenten die aanwezig moeten zijn bij een verkoopakte worden zijn taken beschreven. In een derde hoofdstuk wordt nagegaan of men de onderhandse verkoopakte kan afsluiten onder de opschortende voorwaarde van het ter beschikking stellen en verkrijgen van de besproken documenten. In het besluit wordt ten slotte de aandacht gevestigd op de belangrijkste verschillen tussen het energieprestatiecertificaat, het postinterventiedossier en het attest van keuring van een elektrische installatie. Ook wordt de aandacht gevestigd op eventuele nadelen en kritieken op de besproken regelgevingen en ongemakken in de praktijk. 2

6 UITEENZETTING 3. Zoals zonet aangegeven bestaat de uiteenzetting van dit werk uit drie hoofdstukken: de bespreking van de drie maatregelen op het vlak van de verkoop van een onroerend goed, een analyse van de opdracht van de notaris hierbij en tot slot een evaluatie van de mogelijkheden omtrent het gebruik van een opschortende voorwaarde in het compromis. Hoofdstuk 1: Bespreking 4. Dit eerste hoofdstuk handelt achtereenvolgens over het algemeen en wetgevend kader, de ratio legis en definitie, het toepassingsgebied, de opmaak van het document en ten slotte de controle en sancties. In elk thema komen dan telkens de drie onderwerpen aan bod, namelijk het energieprestatiecertificaat, daarna het postinterventiedossier en steeds als laatste het elektriciteitsattest. 1: Algemeen en wetgevend kader 5. In deze paragraaf komt het wetgevend kader van de verschillende verplichte documenten aan bod. Aan de hand van deze toelichting wordt duidelijk welke verplichtingen van bovenaf komen, namelijk van de Europese Unie of welke eventueel op initiatief van de Belgische wetgever tot stand kwamen. De waarde van dit onderdeel zit voornamelijk in het groter kader dat geschetst wordt, om zodoende de oorsprong en beweegreden van de materie beter te begrijpen. Hierdoor komt allerhande wetgeving aan bod die niet steeds rechtstreeks verband houdt met de verplichting van een bepaald formulier bij de overdracht van een onroerend goed. A. Energieprestatiecertificaat 6. Zoals reeds vermeld kwam de Belgische regelgeving met betrekking tot het energieprestatiecertificaat er naar aanleiding van een belangrijke Europese richtlijn, namelijk de richtlijn 2002/91/EG van 16 december 2002 betreffende de energieprestaties van gebouwen (Energieprestatierichtlijn). 1 Deze richtlijn legt, samen met een aantal aanvullende richtlijnen, de lidstaten enkele eisen op in verband met energieprestaties. In deze richtlijn is maar één document 1 B. DELVAUX, Het energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van residentiële gebouwen een blik op de X- factor, NNK 2008, afl. 2, nr. 1, 55. 3

7 (EPC). 2 De omzetting van de Europese regelgeving gebeurde echter niet van de ene dag op de als hulpmiddel om aan de doelstellingen te voldoen terug te vinden: het energieprestatiecertificaat andere. Aangezien energie een gewestelijke bevoegdheid is, waren het de gewesten die voor deze implementatie moesten zorgen. Bijgevolg verschilt in ons land de omzetting en de wetgeving van gewest tot gewest. 3 Daarenboven moest dit alles gebeuren binnen een relatief korte termijn, namelijk tegen 4 januari Gelukkig voor België voorzag de richtlijn ook in een verlenging van deze termijn van drie jaar bij gebrek aan gekwalificeerde deskundigen, en zodoende werd de deadline dan toch behaald. 4 Om dit doel te bereiken opteerde de Vlaamse overheid immers voor een gefaseerde invoering, zodat ze zich jaar per jaar konden concentreren op een verschillend onderdeel van de richtlijn. 5 Deze procedure vatte aan in 2006 met het EPB-decreet om de regels vast te leggen waaraan nieuwbouw en vernieuwbouw moeten voldoen. 6 Dit decreet vormde de basis van de energieprestaties voor verschillende categorieën van gebouwen en van de bijhorende certificaten. Talloze besluiten volgden om de andere onderdelen te reglementeren. In het kader van dit werk is vooral het besluit van 11 januari 2008 van de Vlaamse regering houdende de invoering van het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur met bijhorend ministrieel besluit van 21 augustus 2008 betreffende de inwerkingtreding van deze verplichting, van belang. 7 In 2008 vond ook de invoering van het EPC voor publieke gebouwen plaats. 8 Zeer recent kwam de laatste fase tot voltooiing, namelijk de invoering van een EPC bij verkoop en verhuur van bestaande niet-residentiële gebouwen. 9 De MiNaRaad verzocht de drie gewesten om uniforme berekeningsmethodes te hanteren, alsook om een samenwerkingsverband 2 S. PUT, Het energieprestatiecertificaat, een kleine stap naar een duurzamer energieverbruik in gebouwen, 3 V. COUTEAU, Energieprestatieregelgeving anno 2007, een stand van zaken in de drie gewesten, Nieuwsbrief Notariaat 2007, afl , 10. Wij beperken ons in dit kader tot het Vlaamse gewest. 4 B. DELVAUX, o.c., nr. 14, B. DELVAUX, o.c., nr. 2, Decreet van 22 december 2006, houdende eisen en handhavingsmaatregelen op vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG decreet, B.S. 27 maart 2007, inwerkingtreding 6 april Besluit 11 januari 2008 van de Vlaamse Regering houdende de invoering van het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur en de uitvoering van de energieaudit, B.S. 8 februari 2008, inwerkingtreding 13 september Besluit 20 april 2007 van de Vlaamse Regering betreffende de invoering van het energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen, B.S. 25 mei 2007, inwerkingtreding 4 juni Besluit 5 december 2008 van de Vlaamse Regering betreffende de invoering van het energieprestatiecertificaat nietresidentiële gebouwen, B.S. 2 maart 2009, nog niet in werking getreden. 4

8 op poten te zetten opdat ze geen tegenstrijdige invulling zouden geven aan de energieprestatieregelgeving. 10 De strengere energienormen en dus een specifiek EPC voor nieuwbouw en verbouwingen waarvoor een bouwvergunning vereist is, gelden sinds 1 januari Bij de verkoop van bestaande residentiële gebouwen (gebouwen bestemd voor huisvesting) moet de eigenaar ook een EPC laten opmaken. Deze verplichting is uiteindelijk inwerking getreden op 1 november 2008 en voorzag in een overgangsregeling. Wanneer het compromis (onderhandse koopovereenkomst) ondertekend werd voor deze datum, moet geen EPC voorzien worden. 11 Het ministrieel besluit van 13 juni 2008 specificeert de vorm en de inhoud van dergelijk energieprestatiecertificaat. Hier wordt later, in het passend onderdeel, verder op ingegaan. 12 B. Postinterventiedossier 7. Het postinterventiedossier (PID) is één van de middelen terug te vinden in de welzijnswet om het welzijn van arbeiders en specifiek de veiligheid op bouwplaatsen, te verzekeren. Ook hier kwam de Belgische wetgeving er omwille van een Europese verplichting. De Commissie had het probleem van onveiligheid op de bouwplaats omwille van gebrekkige planning en coördinatie opgemerkt en nader onderzocht. Hierop volgden tal van Europese richtlijnen, met als voornaamste de richtlijn van 24 juni 1992 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. 13 De Belgische wetgever zette deze richtlijn om in een nieuw hoofdstuk in de Welzijnswet van 4 augustus Het postinterventiedossier moet gesitueerd worden in dit vijfde hoofdstuk dat handelt over de tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. 14 De uitvoering van deze Welzijnswet verliep niet probleemloos. Een eerste poging mislukte wegens de onmogelijkheid van de opleidingsvereisten en het niet inroepen van het 10 Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (hierna MiNaRaad), Advies van 30 augustus 2007, 11 J. VANSTEENE, Energieprestatiecertificaat vanaf 1/11/2008 bij verkoop bestaande woningen, Vastgoed info 2008, afl. 14, Zie nr. 10, p. 7 en M. VAN HOOYMISSEN, De veiligheidscoördinator, in D. MEULEMANS (red.), Een pand bouwen en verbouwen. Praktijkgids vastgoedrecht 3, Leuven, Acco, 2005, nr. 313, M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 314,

9 advies van de Raad van State, afdeling wetgeving. 15 Uiteindelijk kwam er dan toch een succesvol K.B., namelijk dat van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, dat in werking trad op 1 mei Dit K.B. zorgde voor een reglementering op bouwplaatsen waar tegelijk of achtereenvolgens meer dan één aannemer actief was. Bij dergelijke werken moet een veiligheidscoördinator aanwezig zijn om beschermde en georganiseerde omstandigheden te creëren. Het Besluit werd nadien nog enkele keren gewijzigd. Hier wordt even stilgestaan bij het K.B. van 22 maart 2006, aangezien deze wijziging onder meer betrekking had op het PID. Op vlak van mede-eigendom en een aankoop op plan werd een vereenvoudiging doorgevoerd voor het postinterventiedossier. 16 De wetgeving bleek efficiënt te zijn. De bouwplaatsen ondergingen immers opvallende veranderingen: met omheining afgesloten werven en de nodige sanitaire voorzieningen. 17 Anderzijds legt het PID ook aan niet rechtstreeks betrokken derden bepaalde verplichtingen op, wat vrij ingrijpend is. 18 C. Elektriciteitsattest 8. De basis van de elektrische keuring moet gezocht worden in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) dat ingevoerd werd bij KB van 10 maart De beschermingsmaatregelen tegen nefaste gevolgen van elektriciteit en voorschriften met betrekking tot de gebruikte leidingen en machines zijn van toepassing op elektrische installaties die na 1 oktober 1981 in werking werden gesteld. Vele gebouwen en bijgevolg elektrische voorzieningen dateren echter van voor deze periode waardoor deze wet vaak zijn effect verliest. De veiligheidsvoorschriften waaraan huishoudelijke elektrische installaties moeten voldoen, vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de minister van Energie. 19 Het K.B. van 25 juni 2008 zorgde voor de wijziging van art. 276 AREI en de invoering van art. 276bis AREI. Door deze artikels zal bij de overdracht van een woning verplicht een controleonderzoek van de elektrische installatie voorhanden moeten zijn. Indien de installatie dateert van voor 1981 zal een 15 M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 315, X, Coordinatie voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen toelichtingen over het K.B. van 22 maart 2006, 17 J. HULSBOSCH, Het postinterventiedossier, in F. BURSSENS (red.), De veiligheidscoördinatie in de bouw, Antwerpen, Maklu, 2003, nr. 1, J. HULSBOSCH, o.c., nr. 2, X, Controle van de elektrische installaties, 6

10 keuring en meegeleverd attest noodzakelijk zijn. 20 Hierdoor wordt de omvang van het toepassingsgebied toch enigszins uitgebreid. Wanneer de plaatsing na die datum gebeurde, moet nagekeken worden of een geldig conformiteitsattest aanwezig is. Volgens het AREI is dergelijk attest slechts 25 jaar geldig, zodat in sommige gevallen het certificaat reeds vervallen kan zijn en een periodieke herkeuring vereist is. In 2009 kan dit het geval zijn voor woningen waarvan de elektrische installaties dateren van tussen 1981 en Ook bij de verzwaring van een netaansluiting wordt in principe een verplichte controle, met bijgeleverd attest, uitgevoerd. Wederom trad dit besluit later dan voorzien in werking omwille van het overhaast te werk gaan en daarmee gepaard gaand verschillende opmerkingen van de Raad van State. Uiteindelijk verscheen het K.B. van 7 juni 2007 die de inwerkingtreding definitief vaststelde op 1 juli 2008 (een jaar later dan eerst voorzien). Deze regeling heeft tot gevolg dat de verplichting van de controle geldt bij verkoop zodra het compromis ondertekend werd na 30 juni : Definitie en ratio legis 9. Deze afdeling geeft een omschrijving van de verschillende onderwerpen. Ze omvat niet enkel een definitie, maar specificeert ook welke de inhoud en de vorm is van het EPC, PID en keuringsattest. Daarnaast wordt ook de ratio legis behandeld. Hiermee bedoelen we de reden waarom die regelgeving tot stand is gekomen en het doel dat daarmee beoogd wordt. A. Energieprestatiecertificaat 10. De meerdere regelgevingen met betrekking tot verscheidene categorieën van gebouwen hebben tot gevolg dat er niet zoiets bestaat als een uniform energieprestatiecertificaat voor alle gebouwen. Het EPC bij verkoop van bestaande gebouwen verschilt inhoudelijk dan ook van dit bij een nieuwbouw. De bespreking van de inhoud en de berekening van de energieprestaties van een gebouw zal zich in deze bijdrage dan ook beperken tot het EPC verplicht bij verkoop van een bestaande woning. Een energieprestatiecertificaat is een document dat de energieprestatie van een gebouw weergeeft. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, legt dit certificaat geen eisen op aan het gebouw, maar heeft het een louter informerende taak. De prestatie wordt uitgedrukt in een 20 V. VAN DE KEERE, Algemeen reglement Elektrische Installaties. Verplichte controle elektrische installaties bij verkoop van een woning, NNK 2008, afl. 3, nrs. 1-3, 66. 7

11 energiescore (kengetal) die dus de energetische kwaliteit van een gebouw aangeeft. De berekening van het kengetal gebeurt aan de hand van karakteristieke eigenschappen van het gebouw, zoals de gebruikte materialen, de isolatie van dak, muren, ramen en deuren, en de ouderdom en zuinigheid van installaties voor warm water en verwarming. Hierbij dient opgemerkt dat met de gewoontes en gebruiken van de bewoners geen rekening mag gehouden worden. Zo voorkomt men een vertekend beeld van het energieverbruik. Het is daarenboven belangrijk dat het gaat om een beschrijving van de werkelijke energieprestaties. De energiescore wordt uitgedrukt in het aantal kilowattuur dat het gebouw jaarlijks per vierkante meter verbruikt (kwh/m²). 21 Natuurlijk zegt zo n getal op zich niet veel, en daarom bevindt zich op het certificaat een kleurenbalk van groen naar rood waar het kengetal wordt op aangebracht. 22 Deze schaal loop van nul tot 700, wat echter niet wil zeggen dat 700 de slechtst mogelijke score is. De woning kan nog een hogere score hebben die dan niet op de balk tot uitdrukking komt, maar dus wijst op een enorme energieverspilling in het desbetreffende gebouw. Wat de vermeldingen op het certificaat betreft, zijn reeds twee elementen aan bod gekomen: het kengetal en de kleurenbalk. Bovendien moet het vanzelfsprekend ook de identificatiegegevens van het gebouw, de opsteller van het document en enkele andere administratieve gegevens vermelden. Naast de energieprestatie (kengetal) als eerste deel, vindt men in het tweede deel enkele referentiewaarden, zoals de geldende wettelijke normen en benchmarks. Deze referentiewaarden moeten zorgen dat vergelijking tussen verschillende gebouwen mogelijk is voor potentiële kopers. 23 Het laatste gedeelte van het certificaat bevat enkele standaard aanbevelingen en adviezen om een woning energiezuiniger te maken. 24 Het EPC blijft tien jaar geldig en kan binnen die tijdsperiode meermaals gebruikt worden bij opeenvolgende verkopen van dezelfde woning. Het is evenwel aangeraden een nieuw EPC te laten opmaken indien energiebesparende werken uitgevoerd werden, om zodoende een meerwaarde in de prijs te verkrijgen X, Dossier energieprestatiepeil: energieprestatiecertificaat, verplicht paspoort van uw woning bij verkoop en verhuur, Eandismagazine 2009, afl. 9, Voorbeeld van een certificaat: zie bijlage. 23 B. DELVAUX, o.c., nr. 10, B. DELVAUX, o.c., nr. 10, 57; S. MELIS, Het Decreet van 7 mei 2004 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energie-prestatiecertificaat, MER 2005, afl. 2, nr. 11, S. MELIS, o.c., nr. 12, 102; B. DELVAUX, o.c., nr. 12, 57. 8

12 11. De ratio legis kan kort samengevat worden als de strijd tegen de klimaatverandering. Het EPB decreet dat boven kort behandeld werd, heeft als doel energiezuinig bouwen en verbouwen te stimuleren (een verbeterde energieprestatie), evenals de bouw van gezonde en comfortabele gebouwen te promoten (binnenklimaat). 26 De totstandkoming van dit decreet was een must, aangezien Vlaanderen slecht scoort op het vlak van energiezuinig bouwen in vergelijking met andere regio s en landen. 27 De oorzaak hiervan ligt bij het groot aantal versnipperde opdrachtgevers die geen druk kunnen uitoefenen op de aannemers om aan de EPB eisen te voldoen. Om dit doel te kunnen bereiken, is het noodzakelijk om de overheid en gezinnen aan te moedigen om rationeel met energie om te springen. 28 Bijna de helft van het energieverbruik bevindt zich immers in de woon- en tertiaire sector. 29 Enerzijds heeft het EPC de intentie om de burger, en dan vooral de koper van een huis, bewust te maken van het energieverbruik van de woning. Hier gaat het dus om een sensibiliserende maatregel die zorgt voor een grotere transparantie. Het EPC kan immers opgevraagd worden door de kandidaat kopers om de energiezuinigheid van de woning te kunnen inschatten. Aan de hand hiervan kunnen zij zich dan een beeld vormen van de te verwachten energiefactuur en extra kosten om het gebouw energiezuiniger te maken. 30 Bijkomend belang hierbij is dat de potentiële kopers verschillende huizen met elkaar kunnen vergelijken op het vlak van energieprestaties om hun beslissing mede daarvan te laten afhangen. De verkoopprijs van een gelijkaardig huis met een slechte energiescore zal dan moeten dalen. Dit geeft de mogelijkheid om investeringen te doen op dat vlak voor de koper. De slechte energiescore moet de eigenaars anderzijds ertoe aanzetten hun gebouw aan te passen, bijvoorbeeld door enkele beglazing te vervangen door dubbel en isolerend glas of door isolatie van zolder en dak. Zodoende zal het kengetal van hun gebouw stijgen zodat ze bij de verkoop een betere verkoopprijs kunnen verkrijgen. Kortom, het energieprestatiecertificaat moet leiden tot meer energie-efficiënte gebouwen W. GELDHOF en S. TORMANS, Recente ontwikkelingen op het kruispunt van het bouw- en energierecht in Vlaanderen, in K. DEKETAERE, K. VANHOVE en A. VERBEKE (eds.), Jaarboek bouwrecht , Brugge, die Keure, 2006, S. PUT, Het energieprestatiecertificaat, een kleine stap naar een duurzamer energieverbruik in gebouwen, 28 J. VANVOLSEM, Nieuwe trends in vastgoedbeheer: energieprestatiecertificaten, Vastgoed info 2005, afl. 16, B. DELVAUX, o.c., nr. 5, V. COUTEAU, o.c., B. DELVAUX, o.c., nr. 4, 56. 9

13 Daarnaast is het EPC een belangrijk instrument voor de verwezenlijking van verscheidene doelstellingen binnen het Vlaams gewest, of zelfs ruimer. Zo is er het Energierenovatieprogramma 2020 waarin gestreefd wordt naar een vermindering van het huishoudelijk verwarmingsverbruik met 30%. 32 Ook dient het stimuleren van energiezuinig wonen ter realisatie van de opgelegde normen in het kader van het Kyoto Protocol. 33 Op termijn bestaat er bovendien de mogelijkheid om financiële voordelen te koppelen aan het EPC, zoals bijvoorbeeld een vermindering van de onroerende voorheffing of subsidies voor milieuvriendelijke investeringen. 34 B. Postinterventiedossier 12. Artikel 34 van het K.B. omschrijft het postinterventiedossier van een bouwwerk als een dossier dat alle elementen bevat die nuttig kunnen zijn voor de veiligheid en de gezondheid bij het uitvoeren van eventuele latere werkzaamheden aan het gebouw. Het PID wordt vaak vergeleken met een gebruiksaanwijzing of een onderhoudsboekje. 35 Het nut van dergelijk document mag zeker niet onderschat worden. Wanneer een nieuwe eigenaar veranderingen wil aanbrengen aan het gekochte gebouw, zoals renovatiewerken, afbraak of zelfs eenvoudige onderhoudswerken, is het cruciaal om te weten waar in het gebouw zich nutsleidingen (elektriciteit, gas, water) en dragende muren bevinden. 36 Indien dergelijke werken door een aannemer worden uitgevoerd, heeft deze de verplichting om naar de aanwezigheid van het PID te vragen alvorens hij aan de werken begint. 37 Aangezien het dossier een beschrijving moet inhouden van de risicohoudende elementen van het gebouw, zal het een aantal technische documenten, inlichtingsbladen en schetsen moeten bevatten. 38 Ook de identiteit van de aannemers die vroegere werken hebben uitgevoerd moet 32 Kabinet van minister Hilde Crevits Vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en natuur, Persmededeling over de invoering energieprestatiecertificaat stimulans voor energiezuinige woningen, 20 juli 2007, 33 B. DEVLAUX, o.c., nr. 6, 56; V. COUTEAU, o.c., S. PUT, Het energieprestatiecertificaat, een kleine stap naar een duurzamer energieverbruik in gebouwen, J. VANVOLSEM, Nieuwe trends in vastgoedbeheer: energieprestatiecertificaten, l.c., X, Coordinatie voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen toelichtingen over het K.B. van 22 maart 2006, 36 X, Wat is een postinterventiedossier?, 37 G. KERSTENS, Medespelers in de bouw, in R. DERINE, H. COUSY, J. COUTURIER, W. DELVA, J HERBOTS e.a. (reds.), Het onroerend goed in de praktijk, Mechelen, Kluwer, 2008, afl. 188, XV.E, G. KERSTENS, Verbouwingsplannen en aankoop van een woning, in R. DERINE, H. COUSY, J. COUTURIER, W. DELVA, J HERBOTS e.a. (reds.), Het onroerend goed in de praktijk, Mechelen, Kluwer, 2008, afl. 188, XV.E,

14 opgenomen worden. Verder maken ook alle soorten vergunningen, het lastenboek, installatieplannen, gebruiksaanwijzingen en as-built plannen deel uit van het dossier. Wanneer een gebouw wordt opgericht en bij deze constructie meerdere aannemers betrokken zijn, moet een veiligheidscoördinator worden aangesteld. Zowel in de ontwerpfase als in de uitvoeringsfase zal deze aanbevelingen doen en adviseren. Ook deze bevindingen worden in het PID opgenomen. Het is trouwens de veiligheidscoördinator die in dit geval moet instaan voor de opmaak van het postinterventiedossier. Op het einde van zijn opdracht dient hij alle documenten over te dragen aan de bouwheer. Van deze overdracht wordt een proces verbaal opgesteld, dat ook bij het dossier wordt gevoegd. 39 Naargelang de aard en omvang van de bouwwerken zijn inhoudelijk twee verschillende postinterventiedossiers te onderscheiden, namelijk een volledig PID en een vereenvoudigd PID. Enkel voor bouwwerken gelijk aan of groter dan 500 m² waar gevaarlijke werken (art. 26 1) of werken van grotere omvang (art. 26 2) worden uitgevoerd, is een volledig PID vereist. De vereiste inhoud daarvan is terug te vinden in art. 35 K.B. 40 Het beperkt PID bevat minstens: informatie in verband met de structuur en essentiële elementen van het gebouw, informatie over de aard en plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, de effectieve uitvoerings- en afwerkingsplannen en de identificatie van de gebruikte materialen. 41 Het K.B. van 22 maart 2006 heeft voor appartementsgebouwen een aangepaste regeling ingevoerd (art. 36bis) in het K.B. betreffende de veiligheid op mobiele of tijdelijke bouwplaatsen. Het postinterventiedossier moet namelijk opgesplitst worden in een gedeelte dat betrekking heeft op de gemene delen en telkens een apart PID voor elk privatief deel. Dit K.B. voegde ook de mogelijkheid in om het dossier dat betrekking heeft op de gemene delen toe te vertrouwen aan de syndicus (art. 49bis). 42 Het dossier kent logischerwijs geen beperkte geldigheidsduur, met dien verstande dat bij elke renovatie of aanpassing van het gebouw, het PID niet vergeten mag worden. Het postinterventiedossier moet immers gedetailleerd zijn en vooral zo volledig mogelijk en actueel 39 X, Wat is een postinterventiedossier?, 40 M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 377, Art. 36 K.B.; J. HULSBOSCH, o.c., nr. 5, 150. Het betreft voornamelijk bouwwerken met een totale oppervlakte kleiner dan 500 m² met meerdere aannemers, en bouwwerken uitgevoerd door één aannemer. 42 X., Regels voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen gewijzigd, Nieuwsbrief notariaat 2006, afl. 12, 8. 11

15 gehouden worden. 43 Voor de ganse levensduur van het gebouw blijft het bij dit gebouw en wordt het telkens aangevuld met nieuwe gegevens Voorafgaand aan de inmenging van Europa en de Belgische wetgever leidde inadequate bouwkundige ontwerpen, verkeerde organisatorische keuzes en gebrekkige planning en coördinatie op de bouwplaats tot meer dan de helft van de arbeidsongevallen. 45 Arbeiders op een bouwwerf zijn immers blootgesteld aan een enorm risico omwille van het hoog arbeidsritme om bepaalde deadlines te halen en vaak ontbreekt noodzakelijke informatie over de structuur van het gebouw. 46 Deze cijfers en vaststellingen noodzaakten derhalve tot wetgevend optreden. Het voornaamste doel van het K.B. van 2001 is dan ook om de veiligheid op de bouwplaats te verbeteren. Zowel op het vlak van preventie, als voor het vinden van de verantwoordelijke is het postinterventiedossier een belangrijk instrument. Vooreerst helpt het dossier de aannemer om de juiste preventiemaatregelen te nemen nodig om het werk op een gezonde en veilige manier te kunnen uitvoeren. 47 Aan de hand van het dossier komt de aannemer essentiële zaken, zoals de structuur van het gebouw (dragende muren) en de gebruikte materialen te weten (Cfr. asbest in eternitplaten). 48 Hieruit volgt dat de bouwheer het PID moet overhandigen of ter beschikking moet stellen aan eventuele aannemers. Daarnaast heeft het dossier ook een optredende functie. Indien zich toch een ongeval of schade voordoet, kan men teruggrijpen naar het PID om zo te achterhalen wat er fout gelopen is en op die manier de verantwoordelijke te laten opdraaien. 49 C. Elektriciteitsattest 14. In het eerste onderdeel betreffende de wetgeving werd reeds kort aangestipt dat verschillende controles en attesten vereist zijn naargelang de datum van inwerkingtreding van de installatie, en naarmate bepaalde verrichtingen die plaatsvinden aan de elektrische installatie. Omwille van de invoering van het AREI moeten elektrische installaties opgericht na 1 oktober 1981 sowieso aan 43 X, Wat is een postinterventiedossier?, 44 J. HULSBOSCH, o.c., nr. 3, R. TIMMERMANS, Plaatsbepaling en verantwoordelijkheid van de syndicus bij werken op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, T. App. 2002, afl. 3, M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 312, 175; R. TIMMERMANS, o.c., X, Coordinatie voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen toelichtingen over het K.B. van 22 maart 2006, 48 X, Wat is een postinterventiedossier?, 49 J. HULSBOSCH, o.c., nr. 20, 158; G. KERSTENS, Medespelers in de bouw, l.c.,

16 de voorschriften van dit reglement voldoen. Bij de installatie wordt bijgevolg een conformiteitsattest afgeleverd. Dit geldt ook bij verzwaringen of aanzienlijke uitbreidingen van bestaande installaties. Het bovenvermelde K.B. heeft dus voornamelijk betrekking op oudere systemen (of gedeelten ervan) die nog nooit professioneel aangepast werden, zodat uiteindelijk ook deze aan een keuring onderworpen worden, namelijk bij de verkoop van de woning. Het attest van keuring van de elektrische installatie is een verslag dat de huidige situatie van de constructie beoordeelt. De criteria voor deze beoordeling zijn de veiligheidsvoorschriften voorgeschreven door het AREI. Zowel de eigenschappen als de prestaties van de installatie moeten aan de eisen voldoen. 50 Na de controle levert de erkende keurder een positief, dan wel een negatief verslag af. Bij tekortkomingen aan de installatie krijgt de nieuwe eigenaar 18 maanden de tijd om de gebreken te verhelpen. 51 Het is dus de koper die bijkomende verplichtingen krijgt opgelegd bij een afwijzend attest. Dit is een opvallend verschilpunt met het EPC en PID. 52 Ook bij een negatieve keuring kan de verkoop op zich dus doorgaan. Dit zal vaak het geval zijn, aangezien veel oude gebouwen niet aan de strenge eisen van het AREI voldoen. Bij huishoudelijke elektrische installaties staat de elektriciteitsmaatschappij in voor de aansluiting tot aan de meter. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk voor alles verder dan de elektriciteitsmeter. De inspectie beperkt zich dan ook tot de leidingen en systemen waarvoor de eigenaar aansprakelijk is. De controleur zal daarbij vooral aandacht besteden aan de aanwezigheid van aarding. Verdere aandachtspunten zijn het gebruik van juiste draden, de aansluiting van de draden en of de kwaliteit van de stopcontacten. 53 Het positieve attest bij de verkoop geldt dan als gelijkvormigheidsattest en zal bijgevolg voor huishoudelijke installaties 25 jaar geldig blijven. Het kan dan ook meermaals gebruikt worden voor opeenvolgende verkopen. Bij niet-huishoudelijke installaties geldt echter een kortere herkeuringstermijn: hoogspanningsinstallaties moeten jaarlijks gecontroleerd worden en andere installaties om de vijf jaar. 15. Het doel van het elektriciteitsattest is eigenlijk een combinatie van de twee voorgaande certificaten. Het is namelijk gelijkaardig met het opzet van het energieprestatiecertificaat omdat 50 V. VAN DE KEERE, o.c., nr. 16, R. PEETERS, Keuringsverplichting elektriciteit in woningen, Vastgoed info 2006, afl. 21, K. DE HERTOGH, Keuring elektrische installatie en EPC bij gerechtelijke openbare verkoping, Vastgoed info 2009, afl. 1, X, Wegwijs in de huiscertificaten, 13

17 beide de gezondheid van het milieu nastreven. Rationeel omspringen met energie begint met aangepaste en zuinige installaties. Oude machines zijn vaak immers enorm energieverslindend. Men moet op alle vlakken meegaan met de tijd, dus ook voor huishoudelijk verwarmings- en elektriciteitsmaterieel. Slechte en verouderde elektrische installaties kunnen daarnaast ook zware gevolgen hebben voor de veiligheid van mensen en goederen. 54 Zij vormen namelijk één van de belangrijkste oorzaken van woningbranden en andere ongevallen. 55 Het opzet van het AREI bestaat uit enerzijds het voorkomen van risico s en anderzijds het optimaal functioneren. 56 Door deze verplichting streeft men zodoende een betere naleving en afdwinging van de regels na. 57 Deze nieuwe verplichting zorgt voor meer garanties inzake de woonkwaliteit ten aanzien van de kopers. 58 Bijkomend is het essentieel dat de koper een duidelijk en rechtvaardig inzicht krijgt in de staat van de elektrische leidingen. De koper zal nadien niet voor verrassingen komen te staan, indien hij op voorhand weet welke bijkomende kosten nodig zullen zijn om de installatie conform het AREI te maken. 3: Toepassingsgebied 16. Het toepassingsgebied is veruit het belangrijkste aspect in dit hoofdstuk. Deze afdeling bespreekt namelijk de concrete gevallen waarin het besproken document verplicht voor handen dient te zijn. Ook op het vlak van de vergelijking moet hier grote aandacht aan besteed worden. Wat men onder een verkoop of overdracht verstaat in de ene materie, omvat niet noodzakelijk hetzelfde als in de andere problematiek. Idem voor (de staat van) het onroerend goed waarop de overdracht betrekking heeft. Het opzet is dan ook hieromtrent eindelijk duidelijkheid te scheppen. Respectievelijk komen aan bod: welke onroerende goederen en afhankelijk van het onderwerp, welke werken of installaties bedoeld worden, welke overdrachten en wanneer het document ter beschikking moet gesteld worden. 54 P. LEPERE, De verplichte controle van elektrische installaties bij verkoop van een onroerend goed, TVV, afl. 3, nrs. 1 en 2, R. PEETERS, Makelaar informeert best grondig over keuring elektrische installatie, l.c., V. VAN DE KEERE, o.c., nr. 16, R. PEETERS, Keuringsverplichting elektriciteit in woningen, l.c., J. VANVOLSEM, Op 1/1/07 verplichte controle van elektrische installatie, Vastgoed info 2006, afl. 19, 3. 14

18 A. Energieprestatiecertificaat 17. Zoals boven reeds verduidelijkt werd, zijn er meerdere categorieën van gebouwen waarvan de reglementering omtrent het EPC verschilt. Dit neemt niet weg dat voor elk van deze gebouwen een EPC vereist is, al zal het niet om hetzelfde certificaat gaan in alle gevallen. Momenteel onderscheidt men een EPC voor nieuwbouw, voor publieke gebouwen, voor verkoop en verhuur van residentiële gebouwen en voor verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen. Samengevat moeten alle types gebouwen op een bepaald ogenblik over een energieprestatiecertificaat beschikken. Dit werk handelt over de laatste twee groepen: verkoop van residentiële en van niet-residentiële gebouwen. Vooreerst dient opgemerkt dat een EPC dat verplicht moet worden opgemaakt bij een nieuwbouw zal volstaan indien dit gebouw binnen de tien jaar doorverkocht wordt. 59 Dit gebouw werd immers bij de bouw reeds aan strenge normen onderworpen. Na de geldigheidsperiode van tien jaar van dit EPC zal ook voor deze gebouwen een nieuw EPC voor verkoop van bestaande gebouwen dienen opgesteld te worden. 60 Aangezien op dit moment enkel de wetgeving met betrekking tot de residentiële gebouwen van kracht is, beperkt deze bijdrage zich voornamelijk tot de bespreking van dergelijke gebouwen. Niet-residentiële gebouwen zijn eigenlijk alle gebouwen met uitzondering van de residentiële gebouwen. Eveneens uitgesloten van het toepassingsgebied zijn: alleenstaande gebouwen met een totale vloeroppervlakte van minder dan 50 m², tijdelijke gebouwen die niet langer dan twee jaar worden gebruikt, gebouwen die gebruikt worden voor erediensten en religieuze activiteiten, industriepanden, werkplaatsen, niet voor bewoning bestemde gebouwen van een landbouwbedrijf en gebouwen die geen energie verbruiken om ten behoeven van mensen een specifieke binnentemperatuur te behalen. 61 Deze opgesomde gebouwen zullen dus niet over een EPC moeten beschikken in zoverre ze niet voor huisvesting bedoeld zijn of het geen publiek gebouw betreft. Indien een gebouw een dubbele bestemming heeft, volstaat onder bepaalde voorwaarden een EPC voor residentiële gebouwen zover de oppervlakte van het residentiële gedeelte groter is dan dat van het niet-residentiële. 62 Residentiële gebouwen zijn gebouwen die bestemd zijn voor huisvesting. Deze categorie betreft met andere woorden de woningen en appartementen. Het besluit specificeert dat een EPC 59 Art. 6 van het besluit van 11 januari B. DELVAUX, o.c., nr. 8, X, Nieuwsbrief EPC: Epc wordt ook verplicht bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen, 62 Art. 2, 2 van het besluit van 11 januari 2008; B. DELVAUX, o.c., nr. 11,

19 dient opgemaakt te worden per wooneenheid. Een wooneenheid is elke eenheid in een gebouw die over de nodige stroomvoorzieningen beschikt om autonoom te functioneren. 63 Van zodra een leefruimte eveneens beschikt over een eigen toilet, een eigen douche of bad en een eigen keuken(tje), zal de eigenaar bij de verkoop ervan een apart EPC voorhanden moeten hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een studio in een gebouw met koten. Ook bij de verkoop van een vakantiewoning, serviceflat, beschermd gebouw, woning in slechte staat of een woning zonder installaties voor productie van warm water, zonder keuken, badkamer of toilet moet een EPC aanwezig zijn. 64 Zelfs indien men het gebouw aankoopt met de bedoeling om het af te breken of te verbouwen, blijft de verplichting bestaan. De wet voorziet bijgevolg in geen enkele uitzondering. Ook de overheid neemt het standpunt in dat bij afbraak toch een EPC vereist is, aangezien men bij de te koop stelling nog niet kan weten dat iemand het gebouw gaat aankopen met het oog of afbraak. 65 De overheid hanteert echter wel een contra legem zienswijze waarbij ze poneert dat bij verkoop van een woning die over geen verwarming beschikt en bij een door de burgemeester onbewoonbaar of ongeschikt verklaarde woning geen EPC voorzien moet worden. Ook afspraken tussen koper en verkoper gelden niet als reden voor afwezigheid. 66 Een woonboot kan men verkopen zonder deze opgelegde verplichting. 18. Met de verkoop van een onroerend goed bedoelt men de zuivere verkoop van het geheel in volle eigendom. 67 Bijgevolg zal bij de verkoop van enkel het vruchtgebruik of de blote eigendom geen EPC vereist zijn. Dit geldt ook voor opstal, ruilakte en erfpacht. 68 Ook de onteigening door het aankoopcomité of de gerechtelijke onteigening wordt niet als een eigenlijke verkoop beschouwd. 69 Het overkopen van een gedeelte van de woning bij echtscheiding door een van de ex-echtgenoten valt logischerwijs niet onder het toepassingsgebied, aangezien niet de gehele woning verkocht wordt maar enkel een deel. 63 X, Welke woningen vallen onder het toepassingsgebied? 64 X, Overzicht toepassingsgebied, 65 Zie randnummer 19 betreffende de moment waarop het EPC voorhanden moet zijn. 66 X, Nieuwsbrief EPC: Aandachtspunten bij het toepassingsgebied voor het epc bij verkoop en verhuur, 67 X, Nieuwsbrief EPC: Epc wordt ook verplicht bij verkoop en verhuur van niet residentiële gebouwen, 68 X, Overzicht toepassingsgebied, 69 X, Nieuwsbrief EPC: Aandachtspunten bij het toepassingsgebied voor het epc bij verkoop en verhuur, 16

20 Van groot belang is dat bij schenking en erfenis geen EPC aanwezig dient te zijn. Het toepassingsgebied beperkt zich dus duidelijk tot de zuivere verkoop en niet tot elke vorm van overdracht. Bijgevolg dient er dan weer wel een EPC voorhanden te zijn bij de verkoop tussen familieleden De vraag wanneer het EPC juist aanwezig moet zijn, is voor de praktijk, maar ook in het kader van dit werk, essentieel. Volgens de wet moet het er zijn op het ogenblik van de te koop stelling of ten laatste op het moment van het sluiten van de onderhandse verkoopovereenkomst wanneer er geen aanbod tot tekoopstelling was. Het is immers de bedoeling dat de verkoper het EPC ter beschikking stelt aan de kandidaat kopers opdat ze verschillende gebouwen met elkaar zouden kunnen vergelijken. Bijgevolg kunnen potentiële kopers eisen van de verkoper dat hij het EPC voorlegt en zal hij de nodige inspanningen moeten doen. B. Postinterventiedossier 20. Waar bij het EPC het onderwerp van deze bespreking residentiële gebouwen was, moet in dit kader nader ingegaan worden op de soort werken waarvoor een PID moet opgesteld worden. Aangezien het K.B. maar op 1 mei 2001 in werking getreden is, vallen alleen werken die uitgevoerd worden na die datum onder het toepassingsgebied. Indien meerdere aannemers gelijkertijd of achtereenvolgens actief zijn op de werf, dient volgens het K.B. verplicht een veiligheidscoördinator aangesteld te worden. Zijn taak bestaat uit verschillende opdrachten, waaronder het openen en bijhouden van het postinterventiedossier. Bij bouwwerken met meerdere aannemers van minder dan 500 m² bestaat een eenvoudigere coördinatieverplichting (Cfr. gezinswoning). 71 De bedoeling van deze vereenvoudiging is om architecten en aannemers ertoe aan te zetten dergelijke opleiding te volgen en alzo de opdracht van coördinator op zich te nemen. 72 Dit bespaart kosten voor de bouwheer. Bij de bouw van een gezinswoning is de architect verantwoordelijk voor de aanstelling van de coördinator. 73 Ook bij bouwwerken die uitgevoerd worden door één aannemer en waar dus in principe geen coördinatie nodig geldt, zal een PID opgemaakt dienen te worden, indien de werken betrekking hebben op structuur, 70 X, Overzicht toepassingsgebied, 71 M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 355, M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 356, R. TIMMERMANS, o.c., 3. 17

21 essentiële kenmerken van het bouwwerk en/of toestanden die een aantoonbaar gevaar kunnen inhouden. Dit vereenvoudigd postinterventiedossier valt onder de verantwoordelijkheid van de bouwheer of een door hem aangestelde derde. 74 Indien de coördinatieverplichting van toepassing is, moet zowel een veiligheidscoördinator-ontwerp, als een veiligheidscoördinator-verwezenlijking aangesteld worden. Deze opdracht kan echter door dezelfde persoon uitgeoefend worden. De eerste staat in voor de controle van het ontwerp op mogelijke onveilige elementen en stelt preventiemaatregelen op (bvb. valbeveiliging bij plaatsing van een dak). De coördinator-verwezenlijking controleert tijdens de bouwwerken of de opgelegde voorschriften nageleefd worden. 75 Men zal snel onder de regeling van meerdere aannemers vallen, aangezien ook leveranciers (bvb. van stortbeton) en nutsmaatschappijen van zodra ze deelnemen aan het bouwproces als aannemer beschouwd worden. 76 Zowel werken aan nieuwe, als aan bestaande gebouwen worden bedoeld. Bij de verkoop van een nieuw gebouw, opgericht na 1 mei 2001, zal steeds een PID aanwezig moeten zijn, aangezien de werken hier betrekking hadden op de structuur en essentiële kenmerken. Wanneer werken zijn uitgevoerd na die datum aan een oud, bestaand gebouw, hangt de vereiste van het PID af van de aard van die bouwwerken. Als na 1 mei 2001 geen grote werken werden uitgevoerd en het gebouw van voor die datum bestaat, is nog steeds geen PID verplicht. Dit kan men beschouwen als een lacune in de wetgeving. 21. Het K.B. definieert de begrippen overdracht of afstaan van het bouwwerk niet. Uit het K.B. kan echter afgeleid worden dat het de bedoeling was van de wetgever dat iedereen die een zakelijk recht op het goed kan uitoefenen in het bezit moet zijn van het PID, of het tenminste kan opvragen bij de eigenaar. De wijze waarop het zakelijk recht verkregen wordt, heeft geen belang. 77 Hieruit volgt ook dat er meerdere exemplaren (kopies) van het dossier zullen moeten zijn. 78 Bij de overdracht van een zakelijk recht (in de ruimste zin) zal het postinterventiedossier mee moeten overgaan indien één opgesteld moest worden. Niet enkel gewone verkoop, maar ook 74 J. HULSBOSCH, o.c., nr. 4, R. TIMMERMANS, o.c., X, Veiligheidscoordinator, 77 J. HULSBOSCH, o.c., nr. 7, M. VAN HOOYMISSEN, o.c., nr. 381,

22 schenking, afstand, verdeling, opstal, erfpacht, onroerende leasing vallen onder het begrip. 79 Op dit gebied is een duidelijk verschil met het EPC merkbaar. Dit geldt ook voor het aandeel in het gebouw dat overgedragen wordt: een kopie van het PID moet ook overgedragen worden wanneer slechts een gedeelte van een gebouw van eigenaar verandert. 80 De wet voorziet een specifieke regeling voor de overdracht van het PID (artt. 48 t.e.m. 49bis K.B.). 81 Het toepassingsgebied omvat daarenboven ook persoonlijke rechten, namelijk bepaalde genots- en gebruiksrechten zoals time sharing. De eigenaar moet deze personen in het bezit stellen van het PID op het moment dat ze werken willen uitvoeren aan het onroerend goed. 82 Deze verplichting is afdwingbaar voor de territoriale bevoegde vrederechter door de houder van het zakelijk recht In principe gebeurt de overhandiging van het PID bij de overdacht van het gebouw. De akte die deze overdracht bevestigt, vermeldt de overhandiging. Aangezien het postinterventiedossier normalerwijze opgemaakt wordt wanneer het gebouw wordt opgericht of bij grote werken (na 1 mei 2001), is het bij een latere verkoop sowieso reeds aanwezig. Er kunnen op dit vlak echter enkele problemen voorkomen. Namelijk wanneer wel een PID opgemaakt diende te worden, maar dit niet gebeurd is. Of indien bij de verkoop het gebouw nog in aanbouw is en het dossier nog niet voltooid is. In dit laatste geval voorziet de wet in een oplossing: de persoon die het bouwwerk afstaat, zal bij de oplevering het PID moeten overhandigen aan de koper. 84 Bij ontstentenis van een verplicht PID zal de verkoper alsnog moeten zorgen voor de opmaak ervan. Het nadeel aan deze werkwijze is dat dit dossier nooit hetzelfde accurate en werkelijke beeld van de werken zal kunnen vormen. Bij de overdracht van het gebouw dient het PID eerst overhandigd te worden aan de notaris die het daarna aan de nieuwe eigenaar overhandigt. 85 Op die manier wordt de notaris op een verregaande manier betrokken bij de uitvoering van het K.B. Het dient niet herhaald te worden dat het van zeer groot belang is dat het PID de constructie dient te volgen J. HULSBOSCH, o.c., nr. 14, X, Coordinatie voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen toelichtingen over het K.B. van 22 maart 2006, 81 G. VAN HOORICK, Notarieel bestuursrecht, Antwerpen, Intersentia, 2006, nr. 759, J. HULSBOSCH, o.c., nr. 15, G. VAN HOORICK, Notarieel bestuursrecht, l.c., nr. 763, X., Regels voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen gewijzigd, l.c., X, Wat is een postinterventiedossier?, 86 J. HULSBOSCH, o.c., nr. 3,

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000 Overzicht Vlaams gewest Decreet houdende algemene bepalingen betreffende energiebeleid (energiedecreet) van 8 mei 2009. Belgisch Staatsblad: 07.07.2009 Van kracht sinds: 01.01.2011 Besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EPC. Voor energiezuiniger wonen. Meer info: Vlaams Energieagentschap Koning Albert II-laan 20 bus 17-1000 Brussel E-mail:

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Vanaf 1 november

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Vanaf 1 november

Nadere informatie

VLAAMSE OVERHEID. HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen

VLAAMSE OVERHEID. HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen N. 2009 786 VLAAMSE OVERHEID 5 DECEMBER 2008. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de invoering van het energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur De Vlaamse Regering,

Nadere informatie

Energieprestatiecertificaten (EPC) in het Vlaamse Gewest. Stand van zaken

Energieprestatiecertificaten (EPC) in het Vlaamse Gewest. Stand van zaken Energieprestatiecertificaten (EPC) in het Vlaamse Gewest Stand van zaken Inhoud presentatie I. Situering van de context II. Energieprestatiecertificaat voor nieuwbouw of vernieuwbouw III. Energieprestatiecertificaat

Nadere informatie

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen Brussel, 10 september 2008 Advies besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop Advies Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop Inhoud 1. Situering... 3 2. Advies... 4 2.1. Neem maatregelen om

Nadere informatie

Renovatiepact. Werkgroep verplichtingen. Het EPC als basis van de woningpas? 2 e vergadering 23 maart 2015, Brussel. Ann Collys

Renovatiepact. Werkgroep verplichtingen. Het EPC als basis van de woningpas? 2 e vergadering 23 maart 2015, Brussel. Ann Collys Renovatiepact Werkgroep verplichtingen Het EPC als basis van de woningpas? 2 e vergadering 23 maart 2015, Brussel Ann Collys Inhoud Doel Wat en wanneer? Door wie? Opmaak van het EPC Vorm en inhoud Advertentieplicht

Nadere informatie

20 vragen en antwoorden over EPC

20 vragen en antwoorden over EPC 20 vragen en antwoorden over EPC Inleiding Als renovatiecoach adviseer en begeleid ik mensen met bouw-of verbouwplannen. Stap voor stap neem ik ze mee in een voor hen ongekend avontuur. Een avontuur waarin

Nadere informatie

NIEUW ENERGIEPRESTATIEDECREET - STAND VAN ZAKEN goedgekeurd door het VVSG-directiecomité op 27.03.2006 (doc.nr. 2006/81) Het energieprestatiedecreet (7 mei 2004) voert een energieprestatiecertificaat in

Nadere informatie

DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB)

DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) Nieuwe ordonnantie aangenomen op 1 juni 2007, van kracht in de loop van 2008 1. WAAROM EEN ORDONNANTIE OVER EPB? In Europa is de bouw verantwoordelijk

Nadere informatie

Burgstraat 38A 9000 GENT : +32 9 334 94 70 & 71 (secr.) : +32 9 334 94 77

Burgstraat 38A 9000 GENT : +32 9 334 94 70 & 71 (secr.) : +32 9 334 94 77 KASTEELPARK & Co NV INDEX & CO NV P.a. Van Cuyckstraat 1 bus 17 Per fax: 03.222.90.24 Gent, 7 december 2007 BETREFT : KASTEELPARK & CO INDEX & CO/ ADVIEZEN Uw ref. : Mijn ref. : Geachte heren, Hieronder

Nadere informatie

Energieprestatiecertificatie in het Vlaamse Gewest. Vlaams Energieagentschap

Energieprestatiecertificatie in het Vlaamse Gewest. Vlaams Energieagentschap Energieprestatiecertificatie in het Vlaamse Gewest Vlaams Energieagentschap Luc Peeters, administrateur-generaal Inhoud: 1. Inleiding & definitie 2. Nieuwbouw 3. Publieke gebouwen 5. Niet-residentiële

Nadere informatie

ELEKTRICITEITSKEURING

ELEKTRICITEITSKEURING ELEKTRICITEITSKEURING 1. Wat is een elektriciteitskeuring? Residentiële elektrische installaties dienen regelmatig te worden gekeurd, waarbij wordt gecontroleerd of aan de regels, opgelegd door het AREI,

Nadere informatie

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat verkoop en verhuur residentiële gebouwen

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat verkoop en verhuur residentiële gebouwen Brussel, 5 september 2007 090507 Advies EPB-certificaat residentiële gebouwen Advies Besluit energieprestatiecertificaat verkoop en verhuur residentiële gebouwen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein

STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein STAD ANTWERPEN Stadsontwikkeling Openbaar domein POSTINTERVENTIEDOSSIER RENOVATIE PARKBRUG GELEGEN IN PARK DEN BRANDT - BEUKENLAAN OPDRACHTGEVER: STADSBESTUUR ANTWERPEN HOOFDAANNEMER: Conform De Wet op

Nadere informatie

3. Bodemattest in het Brussels Hoofdstedelijk gewest.. 17

3. Bodemattest in het Brussels Hoofdstedelijk gewest.. 17 Inhoudstafel Voorwoord.................................................... 1 Deel 1 - Bodemattest Overzicht... 5 1. Bodemattest in het Vlaams gewest... 8 1.1. Wanneer moet men in het Vlaams gewest beschikken

Nadere informatie

De coördinatie van tijdelijke of mobiele bouwprojecten Vereenvoudigd regime voor kleinere bouwwerken

De coördinatie van tijdelijke of mobiele bouwprojecten Vereenvoudigd regime voor kleinere bouwwerken De coördinatie van tijdelijke of mobiele Vereenvoudigd regime voor kleinere bouwwerken De totstandkoming van de reglementering Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen heeft een langdurig en moeilijk verloop

Nadere informatie

DOCUMENTEN NODIG VOOR DE VERKOOP/AANKOOP VAN EEN ONROEREND GOED

DOCUMENTEN NODIG VOOR DE VERKOOP/AANKOOP VAN EEN ONROEREND GOED DOCUMENTEN NODIG VOOR DE VERKOOP/AANKOOP VAN EEN ONROEREND GOED De hierna vermelde gegevens & documenten zijn nodig voor het opstellen van de onderhandse verkoopovereenkomst en de notariële verkoopakte

Nadere informatie

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Brussel, 12 september 2007 091207 Advies besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energie Advies Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007

Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007 Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007 1. Energieprestatie van de gebouwen in België en in Brussel : stand van zaken In vergelijking met

Nadere informatie

De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd

De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd Wijziging van het koninklijk besluit Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen In dit koninklijk besluit (25.01.2001) zijn twee

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING INZAKE PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN BIJ HET CREËREN VAN MEERDERE WOONGELEGENHEDEN

STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING INZAKE PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN BIJ HET CREËREN VAN MEERDERE WOONGELEGENHEDEN STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING INZAKE PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN BIJ HET CREËREN VAN MEERDERE WOONGELEGENHEDEN Art. 1 - Toelichting Sedert de afschaffing van de omzendbrief van 17 juni 1970 betreffende

Nadere informatie

33140 BELGISCH STAATSBLAD 27.06.2008 MONITEUR BELGE

33140 BELGISCH STAATSBLAD 27.06.2008 MONITEUR BELGE 33140 BELGISCH STAATSBLAD 27.06.2008 MONITEUR BELGE VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [C 2008/35646] 13 JUNI 2008. Ministerieel besluit betreffende de vastlegging van de vorm en de inhoud

Nadere informatie

Eco-Sense and Sensibility. INFORMATIEBROCHURE EPC Energieprestatiecertificaat voor koop-en huurwoningen. Versie 03/2009

Eco-Sense and Sensibility. INFORMATIEBROCHURE EPC Energieprestatiecertificaat voor koop-en huurwoningen. Versie 03/2009 Studiebureau NIMLOTH Eco-Sense and Sensibility INFORMATIEBROCHURE EPC Energieprestatiecertificaat voor koop-en huurwoningen Versie 03/2009 Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Sinds 1 november

Nadere informatie

HET ENERGIEPRESTATIE- CERTIFICAAT (EPC) IN DE PRAKTIJK

HET ENERGIEPRESTATIE- CERTIFICAAT (EPC) IN DE PRAKTIJK HET ENERGIEPRESTATIE- CERTIFICAAT (EPC) IN DE PRAKTIJK Ledenvergadering november 2008 Vastgoedalliantie Ir. Kurt Heyman, erkend energiedeskundige Inhoud presentatie EPC nov. 2008 Kort overzicht regelgeving

Nadere informatie

nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten

nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Overdracht familiebedrijf

Nadere informatie

Energiezorg. Een zorg voor de toekomst. Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Energiezorg. Een zorg voor de toekomst. Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest WG Energiezorg. Een zorg voor de toekomst Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Naar een rationeel energiebeleid De klimaatsverandering zet ons aan om maatregelen

Nadere informatie

Het ABC van de energieprestatieregelgeving

Het ABC van de energieprestatieregelgeving Het ABC van de energieprestatieregelgeving De Vlaamse overheid streeft er naar dat alle gebouwen in Vlaanderen energiezuinig én comfortabel worden. Een van de middelen om dit te realiseren, is de energieprestatieregelgeving,

Nadere informatie

De vernieuwde Vlaamse renovatiepremie

De vernieuwde Vlaamse renovatiepremie De vernieuwde Vlaamse renovatiepremie Vlaamse Regering keurt nieuwe renovatiepremie definitief goed Vrijdag 30 oktober 2015 keurde de Vlaamse Regering de nieuwe renovatiepremie definitief goed. Er komt

Nadere informatie

Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen. Toelichtingsbrochure

Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen. Toelichtingsbrochure Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen Toelichtingsbrochure 1. Aan welke normen moet een woning of kamer voldoen? 4 2. Wat wordt er gecontroleerd tijdens een woningonderzoek?

Nadere informatie

ARTIKEL I. De Woningwet wordt als volgt gewijzigd:

ARTIKEL I. De Woningwet wordt als volgt gewijzigd: Wijziging van de Woningwet en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen

Nadere informatie

APPARTEMENTSGEBOUWEN EN WOONCOMPLEXEN ELEKTRICITEIT PRIVE

APPARTEMENTSGEBOUWEN EN WOONCOMPLEXEN ELEKTRICITEIT PRIVE 1 Goedgekeurd door Sectorcomité Noord Sibelgas op 28.02.2012 APPARTEMENTSGEBOUWEN EN WOONCOMPLEXEN ELEKTRICITEIT PRIVE ARTIKEL 1 ALGEMEENHEDEN Onderhavig reglement legt de modaliteiten vast met betrekking

Nadere informatie

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen 8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen (voor het gemak, een machine = een installatie, machine of gemechaniseerd werktuigen, zoals bedoeld in het artikel 8.1 van het KB

Nadere informatie

Infosessies voor energiedeskundigen type A. januari/februari 2011

Infosessies voor energiedeskundigen type A. januari/februari 2011 Infosessies voor energiedeskundigen type A januari/februari 0 Programma Verwelkoming Stand van zaken energieprestatiecertificaten, nieuwe aanpak handhaving en toekomstige ontwikkelingen Veelgemaakte fouten

Nadere informatie

INHOUDSTAFEL MEDE-EIGENDOM

INHOUDSTAFEL MEDE-EIGENDOM INHOUDSTAFEL MEDE-EIGENDOM 1 1. MEDE-EIGENDOM 1. Gedwongen mede-eigendom.... 4 1.1 Wettelijk kader en gemeenrechtelijke regeling van gedwongen mede-eigendom... 4 1.2 Bijzondere regeling bij appartementsrecht

Nadere informatie

RAAMCONTRACT VOOR OPDRACHT VAN DIENSTEN: ENERGIEDESKUDIGE

RAAMCONTRACT VOOR OPDRACHT VAN DIENSTEN: ENERGIEDESKUDIGE RAAMCONTRACT VOOR OPDRACHT VAN DIENSTEN: ENERGIEDESKUDIGE TUSSEN: Het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen, Generaal Lemanstraat 55, 2018 Antwerpen, hierbij vertegenwoordigd door

Nadere informatie

DE ADVISEUR EN DE CERTIFICATEUR IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDEIJK GEWEST (<< BHG >>) TWEE VERSCHILLENDE ROLLEN MET AFZONDERLIJKE SPECIFIEKE VOORWAARDEN

DE ADVISEUR EN DE CERTIFICATEUR IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDEIJK GEWEST (<< BHG >>) TWEE VERSCHILLENDE ROLLEN MET AFZONDERLIJKE SPECIFIEKE VOORWAARDEN DE ADVISEUR EN DE CERTIFICATEUR IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDEIJK GEWEST (>) TWEE VERSCHILLENDE ROLLEN MET AFZONDERLIJKE SPECIFIEKE VOORWAARDEN > Hoe komt men tot een Energie Prestatie Binnenklimaat

Nadere informatie

INFORMATIEBUNDEL BIEDEN ONDER GESLOTEN OMSLAG VERKOOP VAN WONING GELEGEN TE LOCHRISTI - STATIONSSTRAAT 28

INFORMATIEBUNDEL BIEDEN ONDER GESLOTEN OMSLAG VERKOOP VAN WONING GELEGEN TE LOCHRISTI - STATIONSSTRAAT 28 INFORMATIEBUNDEL BIEDEN ONDER GESLOTEN OMSLAG VERKOOP VAN WONING GELEGEN TE LOCHRISTI - STATIONSSTRAAT 28 Lochristi, 1 ste afdeling, sectie C, nummer 592/L en deel van nummers 591/P/2 en 592/N, met een

Nadere informatie

Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen

Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen TITEL I: DOEL Artikel 1 Om het woningenbestand in de gemeente Wielsbeke te verbeteren, wordt binnen de perken van het daartoe

Nadere informatie

Energieprestatieregelgeving in Vlaanderen

Energieprestatieregelgeving in Vlaanderen Energieprestatieregelgeving in Vlaanderen Infoavond VCB - 8 oktober 2008 Katrien De Baets Ingenieur VEA Inhoud 1. Regelgevend kader in Vlaanderen 2. EPB-eisen & uitzonderingen 3. Procedures & verantwoordelijken

Nadere informatie

goederen FAQ De nieuwe tarieven voor de schenking van onroerende goederen zijn van toepassing op alle akten verleden vanaf 1 juli 2015.

goederen FAQ De nieuwe tarieven voor de schenking van onroerende goederen zijn van toepassing op alle akten verleden vanaf 1 juli 2015. Nieuwe,, verlaagde tarieven voor de schenking van onroerende goederen FAQ 1. Algemeen Wat is de doelstelling? Met deze nieuwe regelgeving zet de Vlaamse Regering in op vereenvoudiging en vergroening. Dit

Nadere informatie

VOORSTEL VAN DECREET. van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever

VOORSTEL VAN DECREET. van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever Zitting 2004-2005 6 juli 2005 VOORSTEL VAN DECREET van de dames Veerle Heeren, Dominique Guns en Caroline Gennez en de heer Bart De Wever tot wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse

Nadere informatie

OVEREENKOMST VOOR DE VEILIGHEIDSCOORDINATIE ONTWERP / VERWEZENLIJING

OVEREENKOMST VOOR DE VEILIGHEIDSCOORDINATIE ONTWERP / VERWEZENLIJING OVEREENKOMST VOOR DE VEILIGHEIDSCOORDINATIE ONTWERP / VERWEZENLIJING Tussen de ondergetekenden, enerzijds de heer / mevrouw.. wonende te of de maatschappij... met maatschappelijke zetel te hier vertegenwoordigd

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015. de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden

NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015. de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015 de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden Meer en meer ouders overwegen om een kot te kopen voor hun studerende kinderen

Nadere informatie

EER 2012/27/EU artikel 5: verplichtingen voor overheidsgebouwen

EER 2012/27/EU artikel 5: verplichtingen voor overheidsgebouwen EER 2012/27/EU artikel 5: verplichtingen voor overheidsgebouwen Vastgoedforum 27 februari 2015 Ellen Moons Vlaams Energieagentschap Overzicht Inhoud artikel 5 Toepassingsgebied entiteiten - gebouwen Besparingsdoelstelling

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Zilvervos 4 bus *1/1 2610 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 711 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008

BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008 BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008 Aantal Titel van het initiatief Betrokken regelgeving Eventuele wettelijke deadline Korte samenvatting van de beleidsdoelstellingen Te doorlopen fases en hun timing Wordt

Nadere informatie

De wet is van toepassing op alle overeenkomsten met betrekking tot de eigendomsoverdracht. 1. Het voorwerp van de overeenkomsten:

De wet is van toepassing op alle overeenkomsten met betrekking tot de eigendomsoverdracht. 1. Het voorwerp van de overeenkomsten: Hoofdstuk8 De wet-breyne De wet-breyne is een bijzondere wetgeving tot regeling van de overeenkomsten betreffende de eigendomsoverdracht van een te bouwen of in aanbouw zijnde woning of van verkopen op

Nadere informatie

Btw-optimalisering en onroerende verhuur. Bart Buelens

Btw-optimalisering en onroerende verhuur. Bart Buelens Btw-optimalisering en onroerende verhuur Bart Buelens De wettelijke basis Vrijstelling artikel 135, lid 1, l) Vrijstelling onroerende verhuur artikel 44, 3, 2 Omzetting Verplichte uitzonderingen Artikel

Nadere informatie

Stephan PLETTINCK IBGE responsable du Service «PEB»

Stephan PLETTINCK IBGE responsable du Service «PEB» Voor-ontwerp van de ordonnantie betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van de gebouwen (EPB) Omzetting van de Europese Richtlijn 2002/91/EG Stephan PLETTINCK IBGE responsable du Service «PEB»

Nadere informatie

DE ENERGIEPRESTATIE EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB)

DE ENERGIEPRESTATIE EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) DE ENERGIEPRESTATIE EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) Nieuwe ordonnantie, aangenomen op 7 juni 2007, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 11 juli 2007, van kracht op 2 juli 2008 1. WAAROM EEN

Nadere informatie

EPC. 1 Wetgevend kader. Richtlijnen advertentieplicht VEA 1. Inhoud. 2 Wat moet vermeld worden in de advertenties?

EPC. 1 Wetgevend kader. Richtlijnen advertentieplicht VEA 1. Inhoud. 2 Wat moet vermeld worden in de advertenties? VEA 1 Richtlijnen van het Vlaams Energieagentschap omtrent de advertentieplicht van het kengetal en het adres of de unieke code van het voor verkoop en verhuur van residentiële gebouwen Inhoud 1 Wetgevend

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Ooievaar 8 bus 1 2060 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1965 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 379 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

351 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

351 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Gentse steenweg 10 bus 5 9300 gemeente Aalst bestemming appartement type - bouwjaar 1971 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 351 De energiescore laat toe om de heid

Nadere informatie

EUROPESE COMMISSIE. Brussel, SG-Greffe (2015)/D

EUROPESE COMMISSIE. Brussel, SG-Greffe (2015)/D EUROPESE COMMISSIE SECRETARIAAT-GENERAAL Brussel, SG-Greffe (2015)/D PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND BIJ DE EUROPESE UNIE Kortenberglaan 4-10 1040 BRUSSEL BELGIQUE Betreft: Aanvullend met redenen

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat certificaatnummer 20120515-0001118936-00000005-8 nummer postnummer Voorhavenlaan 33 9000 bus gemeente A 101 Gent bestemming type appartement - softwareversie 1.3.3 berekend

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010 inzake het ontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

Briefadvies van 3 juni 2004

Briefadvies van 3 juni 2004 m i l i e u - e n n a t u u r r a a d v a n v l a a n d e r e n Briefadvies van 3 juni 2004 over het Voorontwerp van besluit tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat

Nadere informatie

Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm

Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm 1. Inleiding: aan welke normen moet een woning voldoen? 5 2. Wat wordt er gecontroleerd tijdens een

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Een woning kopen of verhuren? Met het EPC weet u meteen of

Nadere informatie

Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent

Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar 2009-10 DE ENERGIEPRESTATIEWETGEVING: ALGEMENE BESPREKING EN INVLOED OP VASTGOEDTRANSAC- TIES. Masterproef van de opleiding Master in het notariaat

Nadere informatie

Energielabel voor woningen. Antwoorden op de meest gestelde vragen

Energielabel voor woningen. Antwoorden op de meest gestelde vragen Energielabel voor woningen Antwoorden op de meest gestelde vragen Energielabel voor woningen Antwoorden op de meest gestelde vragen 02 Inhoud 1. Waarom deze brochure? 03 2. De feiten op een rij 05 3.

Nadere informatie

Heidestraat 101 A53-3620 Rekem-Lanaken

Heidestraat 101 A53-3620 Rekem-Lanaken Heidestraat 101 A53-3620 Rekem-Lanaken Akersteenweg 25 6226 HR Maastricht Postbus 4109 6202 PA Maastricht Een prachtige vakantieplek voor uzelf of voor (gedeeltelijke) verhuur! Uitstekend onderhouden vrijstaande,

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Erwten 16 bus 2 2060 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1959 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 367 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen 2 Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Sinds 1 november 2008 is het EnergiePrestatieCerti ficaat

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Lange Leemstraat nummer 60 bus 3 bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 9.7.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 277

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Stuk 963 (2001-2002) Nr. 7 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2001-2002 16 januari 2002 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten TEKST AANGENOMEN DOOR

Nadere informatie

168 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

168 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Albert I Laan 123 bus 301 8670 gemeente Koksijde bestemming appartement type - bouwjaar 1963 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 168 De energiescore laat toe om

Nadere informatie

Ligging van de woning

Ligging van de woning Afbraak en heropbouw van gebouwen: wanneer is het verlaagd BTW-tarief van 6 % van toepassing? Inhoudsopgave Ligging van de woning... Afbraak bij de heropbouw van een privéwoning... Komen dus niet in aanmerking

Nadere informatie

KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN NIEUW: DAKISOLATIENORM WONENVLAANDEREN.BE

KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN NIEUW: DAKISOLATIENORM WONENVLAANDEREN.BE KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS NIEUW: DAKISOLATIENORM AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN WONENVLAANDEREN.BE Algemeen De Vlaamse Wooncode bepaalt de minimale normen waaraan woningen in Vlaanderen

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Eugeen Leenlaan 3 bus 12 3500 gemeente Hasselt bestemming appartement type - bouwjaar 1978 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 406 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck De potentiële verbetering van de energie- en milieuprestaties van gebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is

Nadere informatie

DE REGIONALISERING VAN DE HUURWETGEVING INGEVOLGE DE ZESDE STAATSHERVORMING

DE REGIONALISERING VAN DE HUURWETGEVING INGEVOLGE DE ZESDE STAATSHERVORMING DE REGIONALISERING VAN DE HUURWETGEVING INGEVOLGE DE ZESDE STAATSHERVORMING Prof. DIRK MEULEMANS Mei 2014 1 1. DE ZESDE STAATSHERVORMING - De Zesde Staatshervorming is doorgevoerd. - Een grote en ingrijpende

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Oudegemse baan nummer 183 bus 2 bestemming appartement type - bouwjaar 1979 softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar):

Nadere informatie

DE VERZEKERING ALLE BOUWPLAATS RISICO S

DE VERZEKERING ALLE BOUWPLAATS RISICO S DE VERZEKERING ALLE BOUWPLAATS RISICO S EEN OPTIMALE BESCHERMING VOOR UW BOUWPLAATSen 30.34.001/10 08/14 DE VERZEKERING ALLE BOUWPLAATS RISICO S Een optimale bescherming voor uw bouwplaats Het optrekken

Nadere informatie

EPC. 1 Wetgevend kader. Richtlijnen advertentieplicht VEA 1. Inhoud. 2 Wat moet vermeld worden in de advertenties?

EPC. 1 Wetgevend kader. Richtlijnen advertentieplicht VEA 1. Inhoud. 2 Wat moet vermeld worden in de advertenties? VEA 1 Richtlijnen van het Vlaams Energieagentschap omtrent de advertentieplicht van het kengetal en het adres of de unieke code van het voor verkoop en verhuur van residentiële gebouwen Inhoud 1 Wetgevend

Nadere informatie

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (B.S. 21.12.2012) Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Nadere informatie

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2):

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2): certificaatnummer 20110627-0000869054-00000007-9 straat Wijngaardstraat nummer 39 bus bestemming type eengezinswoning gesloten bebouwing softwareversie 1.3.3 berekend energieverbruik (kwh/m 2): Het berekende

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Ooievaar 8 bus 2 2060 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1965 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 353 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

385 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

385 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Bist 33 bus 7 2610 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1958 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 385 De energiescore laat toe om de heid van

Nadere informatie

466 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

466 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Mechelse 15 bus 1 1840 gemeente Londerzeel bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 466 De energiescore laat toe om de heid van

Nadere informatie

Energielabel voor woningen

Energielabel voor woningen Energielabel voor woningen Een zuinig huis? Met het energielabel zie je het zo! Energielabel voor woningen Inhoud 1. Hoe energiezuinig is uw huis 05 2. Enkele feiten op een rij 06 3. Een energielabel

Nadere informatie

Wat is een "gesplitste aankoop" en "vruchtgebruik"?

Wat is een gesplitste aankoop en vruchtgebruik? Recent is al heel wat inkt gevloeid omtrent de vraag of de gesplitste aankoop in het kader van successieplanning al dan niet fiscaal misbruik is. Een andere zaak is echter de gesplitste aankoop waarbij

Nadere informatie

Energie-efficiëntierichtlijn. Ann Collys Vlaams Energieagentschap - 13/02/2014 - VAC Gent

Energie-efficiëntierichtlijn. Ann Collys Vlaams Energieagentschap - 13/02/2014 - VAC Gent Energie-efficiëntierichtlijn Ann Collys Vlaams Energieagentschap - 13/02/2014 - VAC Gent Inhoud Algemene inleiding Artikel 5: Voorbeeldfunctie van de gebouwen van overheidsinstanties Standaardaanpak Alternatieve

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Herentalsebaan nummer 596 bus 1VRe bestemming appartement type - bouwar 1990 softwareversie 9.9.0 berekende energiescore (kwh/m²ar): 279

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Riemsterweg nummer 6A bus *2 bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 9.7.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 606 De

Nadere informatie

525 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken.

525 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken. nummer postnummer Dorps 23 2830 gemeente Willebroek bestemming eengezinswoning type gesloten bebouwing bouwjaar 1918 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 525 De energiescore laat toe

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat Vri jteken i ng sbed i ng De meeste maatregelen die opgenomen zijn op dit certificaat, zijn op dit moment kosteneffectief of kunnen dat worden binnen de geldigheidsduur van het certificaat. Mogelijk zijn

Nadere informatie

Postinterventiedossier (PID) Bodemsaneringswerken van een verontreinigd terrein van een voormalig tankstation

Postinterventiedossier (PID) Bodemsaneringswerken van een verontreinigd terrein van een voormalig tankstation T8200_: (PID) Conform de Wet op het Welzijn 04/08/96 en de Europese Richtlijn 92/57/EEG en het KB betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen 25/01/01 Bodemsaneringswerken van een verontreinigd terrein

Nadere informatie

1. De Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (hierna: "VTC");

1. De Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (hierna: VTC); Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer Beraadslaging VTC nr. 35/2014 van 29 oktober 2014 Betreft: aanvraag tot uitbreiding voor het meedelen van bijkomende diploma

Nadere informatie

De registratierechten in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest

De registratierechten in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest 1 De registratierechten in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest Deel 6 3.1.8 Korting (abattement) op de heffingsgrondslag in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest A Algemeen Voor aankopen van onroerende

Nadere informatie

664 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken.

664 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken. nummer postnummer Krekel 24 9052 gemeente Gent bestemming eengezinswoning type halfopen bebouwing bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 664 De energiescore laat toe om de

Nadere informatie

194 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

194 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Kerk 74 bus 103 8420 gemeente De Haan bestemming appartement type - bouwar 1991 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²ar): 194 De energiescore laat toe om de heid van appartementen

Nadere informatie

VLAAMS GEWEST REGISTRATIERECHTEN BIJ ONDERHANDSE AANKOOP

VLAAMS GEWEST REGISTRATIERECHTEN BIJ ONDERHANDSE AANKOOP VLAAMS GEWEST REGISTRATIERECHTEN BIJ ONDERHANDSE AANKOOP 1. ALGEMEEN Bij het kopen van een onroerend goed moet rekening gehouden worden met de beschrijfkosten die bovenop de aankoopsom komen. De beschrijfkosten

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Jozef Dhoorelaan nummer 4 bus 32 bestemming appartement type - bouwjaar 1969 softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar):

Nadere informatie