BER 2011/1. eslag en E xecutie in de r echtspraktijk

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BER 2011/1. eslag en E xecutie in de r echtspraktijk"

Transcriptie

1 nummer 1-augustus 2011 jaargang 1 BER B eslag en E xecutie in de r echtspraktijk Van de uitgever van De rechtersregeling inzake conservatoir beslag is ingrijpend gewijzigd; meer aandacht voor de positie van de beslagene Mw. mr. M. Meijsen Misbruik van beslagrecht, steeds vaker gebruikt Mr. M.R. van Zanten Het beslagverbod op voor de openbare dienst bestemde goederen: een inventarisatie Mr. H.J.S.M. Langbroek en mw. mr. L.M.A. van Wijngaarden-Gooijer HR 8 juli 2011: Gemiste kans of taak voor de wetgever? Mr. A.J. van der Meer 2011/1

2 De Stand van de Advocatuur 2011 De 16e editie is verschenen De Stand van de Advocatuur is het enige jaarlijkse trendonderzoek over de advocatuur en juridische dienstverlening in Nederland. Het geeft trends, nieuwe ontwikkelingen en opvallende zaken aan. Met deze kant en klare externe analyse van de advocatuur ziet u direct waar uw kansen liggen en natuurlijk ook wat uw bedreigingen zijn. U vindt onder meer: De nieuwe Top 50 van advocatenkantoren Financiële kerncijfers van kantoren Het snel veranderende landschap van juridische dienstverlening Regionale topkantoren De Zaak van het Jaar en de best gelezen artikelen van Advocatie.nl De advocaat van morgen Met dit heldere rapport krijgt u snel inzicht in de Nederlandse advocaten markt. ISBN: Hoofdredactie: Lucien Wopereis

3 inhoud Inhoudsopgave Beslag en executie in de rechtspraktijk Nummer 1, jaargang 1, augustus 2011 Redactioneel 4 Mr. L.P. Broekveldt BERSignaleringen 5 De rechtersregeling inzake conservatoir beslag is ingrijpend gewijzigd; meer aandacht voor de positie van de beslagene 15 Mw. mr. M. Meijsen Misbruik van beslagrecht, steeds vaker gebruikt 20 Mr. M.R. van Zanten Het beslagverbod op voor de openbare dienst bestemde goederen: een inventarisatie 25 Mr. H.J.S.M. Langbroek en mw. mr. L.M.A. van Wijngaarden-Gooijer HR 8 juli 2011: Gemiste kans of taak voor de wetgever? 30 Mr. A.J. van der Meer Wetgevingsoverzicht 42 BER - Tijdschrift Beslag en Executie in de Rechtpraktijk is een uitgave van Sdu Uitgevers bv en verschijnt achtmaal per jaar. Naast dit tijdschrift ontvangen abonnees wekelijks per nieuws op het gebied van het beslag- en executierecht. De auteur verklaart zich ermee bekend dat door aanbieding van een artikel de exploitatierechten worden overgedragen aan de uitgever. Uitgever mw. mr.drs. E.M. Kromhout Sdu Uitgevers Postbus 20025, 2500 EA Den Haag Redacteur mw. M.J. Blom Redactiesecretaris mw. K. Buijinck Hoofdredactie mr. L.P. Broekveldt (BroekveldtLegal) Redactie mw. mr. N.W.M. van den Heuvel (NautaDutilh) mr. D.M. de Knijff (Ekelmans & Meijer) mr. drs. H.J.S.M. Langbroek (Pels Rijcken) mr. E. Loesberg (Gerechtshof s-hertogenbosch) mr. A.J. van der Meer (Rechtbank Haarlem) dhr. J. Nijenhuis (Hafkamp Opleidingen) mr. M.R. van Zanten (CMS Derks Star Busmann) Vakredactie Sdu Uitgevers mr. E.R. Hallebeek Ontwerp en vormgeving (M/V) ontwerp, ISSN Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Abonnementen De abonnementsprijs bedraagt 199,- per jaar inclusief de wekelijkse nieuwsdienst en inclusief verzamelband (excl. btw, incl. verzend- en administratiekosten). Losse nummers 30,- (excl. btw, incl. verzend- en administratiekosten). Prijswijzigingen voorbehouden. Abonnementenadministratie/adreswijziging Sdu Klantenservice Postbus 20014, 2500 EA Den Haag Tel: (070) Advertentieacquisitie Sdu Uitgevers Business Unit Juridisch Prinses Beatrixlaan 116 Postbus EA Den Haag Tel: Advertentietarieven op aanvraag. De uitgever kan zonder opgave van redenen advertenties weigeren. Citeertitel: BER 2011, nr. 1, p. 10. Sdu Uitgevers, Den Haag 2011 Wij verwerken uw gegevens voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst en om u van informatie te voorzien over Sdu Uitgevers bv en zorgvuldig geselecteerde andere bedrijven. Als u geen prijs stelt op deze informatie, kunt u dit schriftelijk melden bij Sdu Uitgevers, Postbus 20014, 2500 EA Den Haag. Voor informatie over onze leveringsvoorwaarden kunt u terecht op Abonnementen gelden voor minimaal één jaar. Het abonnement wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij uiterlijk twee maanden voor het ver strijken van het abonnementjaar schriftelijk wordt opgezegd bij Sdu Klantenservice.

4 Redactioneel Het is mij een bijzonder genoegen om namens de Sdu en de overige redactieleden dit nieuwe tijdschrift onder uw aandacht te brengen. Wij menen dat er een behoefte is aan een speciaal vaktijdschrift als Tijdschrift Beslag en Executie in de Rechtspraktijk (BER). Waarom? Wij leven nu in een tijd van financiële en economische problemen, waarin zowel burgers als bedrijven vrij gemakkelijk in betalingsmoeilijkheden kunnen komen. Schuldeisers zullen dan ook mogelijk (nog) sneller dan anders hun al dan niet vermeende vorderingsrechten op anderen, door het leggen van conservatoir of executoriaal verhaalsbeslag, zo veel mogelijk willen veiligstellen. Een en ander betekent dat bij de spelers op dit specifieke rechtsterrein advocaten, deurwaarders en ook rechters in toenemende mate behoefte bestaat aan deskundige voorlichting en informatie op dit gebied. Hoewel het beslagrecht en daarmee ook het executierecht een hulpdiscipline 1 is, heeft deze zich tot een zelfstandig en soms heel lastig rechtsgebied ontwikkeld. Deze informatie zal niet alleen betrekking moeten hebben op actuele gebeurtenissen en (toekomstige) ontwikkelingen, maar ook en vooral op een (verdere) verdieping van de kennis van dit vakgebied. Dat zal dan ook de voornaamste, zoals het tegenwoordig heet, focus van BER zijn. BER zal dus niet het karakter van een jurisprudentietijdschrift hebben, zoals JBPr, maar van een blad waarin wat dieper gravende essays over het beslag- en executierecht zullen verschijnen, zij het dat een en ander wel heel regelmatig naar aanleiding van recent gepubliceerde uitspraken van Rechtbanken, Hoven en de Hoge Raad zal zijn. Zo heeft ons hoogste rechtscollege alleen al in de periode bijna veertig arresten over uiteenlopende beslag- en executierechtelijke vragen gewezen. Het rechtsgebied dat BER beoogt te bestrijken, geniet tegenwoordig ook de nodige wetenschappelijke belangstelling, wat in het verleden wel anders is geweest. Zo kon een van de wérkelijke topadvocaten 2 in 1952 in zijn bespreking van een arrest van de Hoge Raad over derdenbeslag nog de verzuchting slaken, dat het executierecht te onzent niet voldoende wetenschappelijk bewerkt is. 3 In de laatste decennia van de vorige eeuw en het eerste decennium van deze eeuw is daarin danig verandering gekomen: niet alleen is er tot nu toe een tiental proefschriften aan het beslag- en executierecht (in ruime zin) gewijd, 4 terwijl er ook nog een paar op stapel staan (o.m. van mr. M. Meijsen, de schrijfster van een van de in dit nummer opgenomen bijdragen), maar ook wordt in de vele (jurisprudentie)tijdschriften, zoals NJ, JOR, TCR, JBPr, en de Gerechtsdeurwaarder, aan een en ander veel aandacht besteed. Ik spreek de hoop en verwachting uit dat ook dit nieuwe blad BER aan de geschetste ontwikkelingen zijn steentje zal bijdragen. Aan de deskundigheid en betrokkenheid van mijn mederedactieleden zal het niet liggen, terwijl ook de zeer enthousiaste inzet en begeleiding van het Sdu-team het nodige vertrouwen geven. Mr. L.P. Broekveldt Schardam, 28 juli 2011 Hoofdredacteur 1 Daarmee bedoel ik dat het beslagrecht en in het verlengde ervan het executierecht er steeds toe strekt om vermogensrechtelijke aanspraken daadwerkelijk te realiseren, zoals de inning van vorderingen en de afgifte of levering van bepaalde goederen. 2 Het epitheton top wordt sinds enige tijd óók in de juridische wereld vaker te onpas dan te pas gebruikt. 3 Mr. D.J. Veegens in zijn noot bij HR 16 maart 1951, NJ 1952, 155 (Flora/Beheersinstituut). Veegens was in zijn tijd één van de meest vooraanstaande cassatieadvocaten, als ook Rijksadvocaat en plv. Landsadvocaat. 4 In chronologische volgorde zijn dat: J.P. Verheul (1968), A.W. Jongbloed (1986), D.J. van der Kwaak (1990), H. Oudelaar (1992), L.Th.L.G. Pellis (1993), L.P. Broekveldt (2003), M.M.L. Harreman (2007), G.C. van Daal (2008), M.L. Tuil (2008) en F. Damsteegt-Molier (2009). Zie hierover verder mijn bespreking (onder 3) van de dissertatie van Van Daal, die zal verschijnen in aflevering 4 van Themis, augustus SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

5 BERsignaleringen BERSignaleringen Samenstelling door dhr. J. Nijenhuis Met medewerking van mr. e. hallebeek Conservatoir beslag Nieuws Nieuwe Beslagsyllabus per 1 juli 2011 (rechtspraak.nl) Per 1 juli is de Beslagsyllabus aangepast, onder andere in verband met de implementatie van het rapport Jongbloed-Meijsen over de praktijk van het conservatoir beslag. De gevolgen voor de beslagpraktijk zullen ingrijpend zijn als de voorzieningenrechters consequent de nieuwe richtlijnen gaan toepassen. De belangrijkste wijzigingen betreffen: - een full disclosure-verplichting van de verzoeker; - een verplichting van de verzoeker in het beslagrekest te motiveren waarom het beslag nodig is en waarom gekozen is voor de in het verzoek genoemde beslagobjecten; - een verplichting van de verzoeker te verklaren dat de voorgestelde gerechtelijk bewaarder bereid is zijn aanstelling te aanvaarden; - een nadere regeling over de verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak (in beginsel slechts eenmaal veertien dagen); - een suggestie voor het bepalen voor de hoogte van een door de beslaglegger te stellen zekerheid; - een uitgebreidere opsomming van de beslagverboden en niet-mogelijke beslagen; - de noodzaak van het vragen/stellen van twee termijnen voor het instellen van de eis in de hoofdzaak bij beslag tot afgifte ter vernietiging/verwijdering in IE-zaken; - nadere informatie over bewijsbeslag in niet-ie zaken; en - nadere informatie over bewijsbeslag in IE-zaken (onder meer over het maken van een forensische kopie en de dubbele termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak). Verruiming pluk ze wetgeving (rijksoverheid.nl) Op 1 juli 2011 is het wetsvoorstel Verruiming Mogelijkheden Voordeelontneming in werking getreden, waarmee een aantal knelpunten voor de uitvoering van de ontnemingspraktijk, ook wel het plukken van criminelen genoemd, is weggenomen. Hiervoor is het juridische instrumentarium verbreed, waaronder meer mogelijkheden tot verbeurdverklaring, invoering van een wettelijk bewijsvermoeden en de mogelijkheid om bij meerdere daders hen elk aansprakelijk te stellen voor het gehele voordeel. Ook zijn de mogelijkheden om bij schijnconstructies beslag te leggen uitgebreid en is de mogelijkheid ingevoerd om onderzoek te doen naar vermogen om de ontnemingsmaatregel te verhalen tijdens de hoger beroep- en cassatiefase én nadat het ontnemingsvonnis onherroepelijk is geworden. Jurisprudentie Waarheidsplicht bij indienen beslagrekest (Rechtbank Amsterdam 7 april 2011, LJN BQ3375) Afwijzing van een beslagverlof wegens schending van de waarheidsplicht ex art. 21 Rv. De rechtbank overweegt als volgt: In de beslagsyllabus, versie februari 2011, is op pagina 4 onder punt 2 het volgende vermeld: Artikel 21 Rv Partijen zijn verplicht voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht geldt ook bij een beslagrekest. Zo dient in het beslagrekest melding gemaakt te worden van alle in Nederland of in het buitenland lopende, doorlopen of beëindigde procedures die relevant zijn voor een goede beoordeling van de zaak, waaronder mede begrepen eerder ingediende beslagrekesten. Hoewel een andere rechtbank na een afwijzing of intrekking formeel bevoegd kan zijn een nieuw verzoek te behandelen, is het in strijd met de beginselen van de goede procesorde dat de verzoeker bij een (dreigende) afwijzing zijn geluk elders nog eens beproeft, zonder ten minste open kaart te spelen. Gebleken is dat verzoekster op 2 maart 2011 een verzoek heeft ingediend dat wat de grondslag van de vordering betreft letterlijk overeenstemt met het onderhavige verzoek. In het eerdere verzoek werd verlof gevraagd voor derdenbeslagen tot een bedrag van In het onderhavige verzoek is de gestelde schade nader toegelicht en wordt verlof gevraagd voor Het verzoek betreft de zelfde derden als het eerdere verzoek. Het op 2 maart 2011 gevraagde verlof is op 3 maart 2011 verleend. Op 10 maart 2011 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in kort geding tot opheffing van de gelegde beslagen. De voorzieningenrechter heeft de vordering waarvoor beslagverlof is verleend herbegroot op Het onderhavige verzoekschrift maakt geen melding van het eerder gevraagde en verleende verlof en evenmin van het opheffingskortgeding en de herbegroting die daarin heeft plaatsgevonden. Deze informatie mocht gezien artikel 21 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) niet ontbreken. Door deze essentiële informatie weg te laten heeft verzoekster getracht de voorzieningenrechter te misleiden. Dit is zodanig in strijd met de goede procesorde dat daaraan geen ander gevolg kan worden verbonden dan afwijzing van de vordering. Overigens is in het thans ingediende verzoek ook geen grond aangevoerd die zou kunnen leiden tot een van de herbegroting op 10 maart 2011 afwijkende beslissing. Geen melding van eerdere procedures in beslagrekest (Rechtbank Dordrecht 1 juni 2011, LJN BQ7241) Na eerder gelegd conservatoir beslag wordt Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 5

6 BERsignaleringen opnieuw conservatoir beslag gelegd voor een hogere vordering. Voorzieningenrechter is in beslagrekest voor tweede beslag onvolledig geïnformeerd. Na toetsing van Executoriaal beslag Nieuws Invorderen belastingschuld binnen Europa wordt makkelijker (Ministerraad) De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel om landen binnen de EU de mogelijkheid te bieden elkaar te ondersteunen bij de invordering van openstaande belastingschulden. Met het voorstel wordt het bereik van de belastinginning met ingang van 2012 verruimd. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld parkeerbelastingen gaan innen bij toeristen. De executieveiling (WPNR Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie 6882) De huidige wettelijke regeling voor de executie van registergoederen is al jaren onderwerp van kritiek: de lage opbrengst, al dan niet door samenspannende handelaren, moeilijk toegankelijk voor de consument en een weinig transparantie prijsvorming. Begin 2010 publiceerde het Ministerie van Veiligheid en Justitie een consultatiedocument tot wijziging van de regeling voor executieveilingen. In dit themanummer wordt vooruit geblikt op het aanstaande wetsontwerp. Mw. mr. C. Strengers bespreekt het consultatiedocument. Mr. F. Fonck belicht de veiling via internet, mw. mr. I. Visser bespreekt het beheren en onder zich nemen (ex artikel 3:267 BW) en doet verslag van rechtsvergelijkend onderzoek. Prof. L.C.A. Verstappen en S. Bartels nemen de volmacht en lastgeving tot verkoop onder de loep. Ten slotte besteedt mw. R. Albers aandacht aan de specifieke rol van de notaris bij de executieverkoop. Jurisprudentie Nadruk op stelplicht derde-beslagene (Rechtbank Arnhem 6 april 2011, LJN BQ1736) Ter verzekering van een vordering worden beslagen gelegd, niet alleen onder de derde maar ook onder een schuldenaar van de derde voor zover derde in gebreke mocht blijven. Bijzonder aan de casus is de nadruk die de rechtbank in haar tussenvonnis legt de deugdelijkheid van de gepretendeerde hogere vordering is de gevolgtrekking die aan de onvolledigheid van het beslagrekest wordt verbonden dat het beslag moet op de stelplicht die de derde-beslagene heeft: er mag niet worden volstaan met een simpele ontkenning. Er moet sprake zijn van een gemotiveerde met stukken onderbouwde verklaring. De advocaat van de derde meende trouwens (ten onrechte) dat de termijn van twee maanden voor het betwisten van de verklaring inging met het afleggen van de verklaring: dat ging niet op omdat het een conservatoir beslag was en dus onderworpen was aan de termijn van art. 722 jo 723 Rv. Executie notariële akte (Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 4 mei 2011, LJN BQ3613) Executiegeschil naar aanleiding van de executie van een uit een notariële akte volgend geldbedrag. Een grosse van een notariële akte is in beginsel een executoriale titel in de zin van art. 430 Rv. Wil een (grosse van een) notariële akte ook daadwerkelijk kunnen gelden als executoriale titel, dan moet daaruit afdoende blijken wat de debiteur, verschuldigd is en dat de vordering van de crediteur, opeisbaar is. Toepassing van het criterium Rabo/Visser (26 juni 1992, NJ 1993, 449). Beslag op opbrengst van de executie (Hoge Raad 29 april 2011, LJN BP4948) De belastingdienst heeft beslag gelegd op een onroerende zaak. De hypotheekhoudster verkoopt onderhands en stort de restant-koopsom onder de notaris. Voordat dit restant wordt uitbetaald failleert de schuldenaar. Vervolgens ontstaat een discussie met de curator of de opbrengst in de boedel valt. De Hoge Raad oordeelt als volgt: de op de kwaliteitsrekening gestorte restant-executieopbrengst behoort niet tot het vermogen van de geëxecuteerde, maar tot dat van de gezamenlijke rechthebbenden ten behoeve van wie de gelden zijn bijgeschreven, ieder voor zover het diens aandeel in de gemeenschap betreft. Ieder van de deelgenoten heeft bij de verdeling van deze gemeenschap een voorwaardelijk recht op toedeling van zijn aandeel in de door de notaris beheerde vordering op de kredietinstelling, onder de worden opgeheven en een dwangsom wordt opgelegd als een nieuw rekest wordt ingediend waarbij de voorzieningenrechter onvoldoende wordt ingelicht. opschortende voorwaarde dat zijn aandeel rechtens komt vast te staan. De geëxecuteerde heeft slechts een aandeel in de restant executieopbrengst onder de voorwaarde dat en voor zover daarvan na verdeling onder de beslagleggers en andere rechthebbenden (zoals degenen wier beperkt recht op de geëxecuteerde zaak is vervallen) nog een overschot (surplus) resteert. Mocht de geëxecuteerde na voltooiing van de executie, maar voordat de restant executieopbrengst is verdeeld, failliet verklaard worden, dan valt derhalve (slechts) zijn daarmee corresponderend voorwaardelijk recht op toedeling van het surplus in de boedel. Zulks strookt ook met het systeem van het beslagrecht, volgens hetwelk niet alleen op het te executeren goed maar ook op de opbrengst van de executie beslag kan worden gelegd, waarbij in laatstgenoemd geval het beslag slechts het na verdeling tussen executant, beperkt gerechtigden en overige beslagleggers eventueel resterende surplus kan treffen. Termijn verzoek uitwinning aandelen op naam na conservatoir beslag (Rechtbank s-hertogenbosch 11 maart 2011, LJN BQ1724) Na een toewijzend vonnis ten principale begint een beslaglegger met de uitwinning van aandelen op naam waarop conservatoir beslag is gelegd. De zaak ligt complex omdat het om investeringsmaatschappijen met vastgoed gaat, waarvan een met buitenlandse activiteiten. De beslagenen voeren een bekend verweer: Ingevolge het bepaalde in artikel 715 lid 3 Rv kan pas verlof voor de verkoop van beslagen aandelen worden gevraagd nadat het in kracht van gewijsde gegane vonnis aan de betrokken vennootschappen is betekend. Van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis is geen sprake. De rechtbank maakt er korte metten mee: Anders dan verweerders menen, bevat de bepaling van artikel 715 lid 3 Rv, die inhoudt dat de termijn van artikel 474g lid 1 Rv (welke termijn één maand na het leggen van het beslag bedraagt, gedurende welke executieverlof aan de rechtbank kan worden gevraagd 6 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

7 BERsignaleringen op straffe van verval het executoriale beslag) pas eindigt na een maand na de dag waarop de in kracht van gewijsde gegane titel aan de vennootschap is betekend, geen beperking van de mogelijkheid dat verlof te vragen in die zin dat die mogelijkheid slechts bestaat gedurende een maand nadat de executoriale titel in kracht van gewijsde is gegaan. Gelet op het conservatore karakter van het beslag waarop artikel 715 Rv ziet, zou een termijn die eindigt na een maand na de beslaglegging niet passend zijn; daarom wordt in genoemd derde lid van artikel 715 de termijn van 474g lid 1 Rv voor een conservatoor beslag verlengd en wel tot uiterlijk een maand na betekening aan de vennootschap van de in kracht van gewijsde gegane titel. Van een opschorting van de mogelijkheid tot het vragen van het executieverlof is geen sprake; laat staan van een opschorting in een geval (zoals het onderhavige) dat er geen sprake meer is van een conservatoor beslag. Beslag als pressiemiddel toegestaan (Rechtbank Almelo 20 april 2011, LJN BQ2975) Executie mag ook plaatsvinden indien daardoor zeer aanzienlijke belangen van belastingschuldige worden geschaad en het feitelijk haar faillissement betekent. Algemeen belang prevaleert boven individueel belang als het om belastingschulden gaat. De rechtbank overweegt: De enkele mogelijkheid dat executie als neveneffect kan hebben dat een onderneming beëindigd dient te worden, al dan niet mede veroorzaakt door publiciteit van de aangekondigde openbare verkoop, of dat de executieopbrengst vele malen lager is dan het openstaande bedrag van de vordering, maakt de executie op zich niet onrechtmatig. Pressie is, tot slot, een aanvaardbaar (neven)effect van uitoefening/ toepassing van het beslag- en executierecht. Misbruik van executierecht? (Gerechtshof Leeuwarden 1 juni 2011, LJN BQ8164) Voorlopige voorziening als bedoeld in art. 287 lid 4 Fw toegewezen. Gemeente mag de inbeslaggenomen personenauto niet openbaar verkopen. Er wordt door het hof een vergelijking gemaakt tussen de hoogte van de vordering en de te verwachten opbrengst, niet de te verwachten kosten. Debitrice stelt onbestreden dat de verkoop haar disproportioneel zal treffen. Misbruik van executiebevoegdheid (Rechtbank Zwolle 21 juni, LJN BQ8619) De gemeente Zwolle heeft in 2010 een gezonken schip gelicht dat aan debitrice en haar (intussen overleden) echtgenoot toebehoorde. Het schip is onder de wrakkenwet verkocht, waarna de gemeente het restant wil incasseren middels verkoop van het schip waarop debitrice woont. Debitrice verzet zich tegen de verkoop. De gemeente wil van geen regeling weten omdat debitrice in het verleden ook altijd pas na beslaglegging betaalde. De voorzieningenrechter stelt de gemeente in het gelijk, overwegende dat in ieder geval bij de noodopvang van het Leger des Heils een slaapplek voor debitrice is; een faciliteit waar zij nu ook al regelmatig gebruik van maakt. Welk griffierecht? (Hoge Raad 8 juli 2011, LJN BQ2800) Wet griffierechten burgerlijke zaken. Verzet maatschap tegen hanteren tarief dat geldt voor rechtspersonen. De Hoge Raad stelt: Juist is dat een maatschap geen rechtspersoon is, doch evenmin staat ter discussie dat zij niet als een natuurlijke persoon kan worden beschouwd. In een dergelijk geval moet een keuze worden gemaakt die bij gebrek aan nadere toelichting vooral bepaald wordt door een redelijke wetstoepassing in overeenstemming met doel en strekking van de wet. Het begrip natuurlijke personen leent zich aanzienlijk minder voor een ruime uitleg dan het begrip rechtspersoon. Kennelijk is de strekking van de wet dat voor natuurlijke personen, zoals dit begrip in het rechtsverkeer pleegt te worden verstaan, het lage tarief geldt en voor alle andere procespartijen, die zijn samengevoegd onder de minder gelukkige benaming rechtspersonen, het hoge tarief van toepassing is. Daarom moet worden aangenomen dat een maatschap het hoge tarief is verschuldigd. Deze uitleg strookt overigens met de in de praktijk niet omstreden toepassing van de voorheen geldende soortgelijke regelgeving op dit vlak. Aldus is van strijd met het legaliteits- dan wel (naar kennelijk is bedoeld) wetmatigheidsbeginsel geen sprake. Fout in proces-verbaal is niet per definitie tuchtrechtelijk verwijtbaar, maar nu wel (Notariskamer Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2011, LJN BQ9833) In een proces-verbaal van beslag in een huurzaak worden ruim mutatiekosten opgenomen terwijl daar geen vonnis voor is. Zowel de Kamer van Toezicht als het hof menen dat vergissen menselijk is, maar deze fout is van dien aard dat een maatregel (berisping) volgt. In deze zaak waren ook executiekosten in verband met de ontruiming opgenomen. Opmerkelijk is dat het hof dat punt aan de executierechter overlaat, terwijl al in een drietal zaken is beslist dat een ontruimingsvonnis geen titel oplevert voor ontruimingskosten (LJN BL6403, LJN BN4523 en LJN BP0638). In casu overweegt het hof: De overige grieven van klaagster ten aanzien van de (hoogte van) de in rekening gebrachte mutatiekosten komen niet voor bespreking in aanmerking, omdat geschillen met betrekking tot de executie voorgelegd dienen te worden aan de bevoegde (executie)rechter en het tuchtrecht daarvoor niet de geëigende weg is. Toepassing art. 461d Rv? (Rechtbank Dordrecht 27 april 2011, LJN BQ3241) Een deurwaarder wil rechtstreeks beslag op een auto leggen bij een derde. Het beslag lukt wel, maar de derde verhindert bewaring omdat hij (o.a.) een retentierecht heeft. De deurwaarder handelt snel en betekent (conform art. 461d Rv) het verklaringsformulier ex art. 475 Rv. Later betwist de derde alsnog gemotiveerd dat zij de auto onder zich had. De rechtbank overweegt: Door [beslaglegster] is overgelegd een afschrift van een exploot van [deurwaarder] van 26 maart 2010 waarin is vermeld dat aan de deurwaarder is medegedeeld dat [derde] het beslag, wegens een haar ten aanzien van de zaak toekomend recht, niet behoefde te dulden. Dit deurwaardersexploot levert ingevolge artikel 157 lid 1 Rv dwingend bewijs op van hetgeen de deurwaarder binnen de kring van zijn bevoegdheid heeft verklaard omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen. Uit deze mededeling kan in beginsel worden afgeleid dat de Lexus onder [derde] berustte. Echter, gelet op de nadere verklaring van de deurwaarder dat hij op 26 maart 2010 aan [belanghebbende] heeft gevraagd of de situatie nog steeds hetzelfde was als op 24 maart 2010 en dat [belanghebbende] dit had bevestigd, valt uit het exploot niet - zonder meer - af te leiden dat de deurwaarder is medegedeeld dat [derde] het beslag, wegens een haar ten aanzien van de zaak toekomend recht, niet behoefde te dulden. [Beslaglegster] dient derhalve nader bewijs te leveren van feiten en/of omstandigheden waaruit kan worden opgemaakt dat de Lexus onder [derde] berustte ten tijde van de beslaglegging op 26 maart Beslag op verkapt inkomen (Gerechtshof Leeuwarden 5 april 2011, LJN BQ1832) Vorderingen ex art. 479a zijn meestel com- Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 7

8 BERsignaleringen plex omdat ze heel feitelijk liggen door de verwevenheid tussen derde en schuldenaar. Het hof stelt dat de beslaglegger weliswaar zijn stellingen moet bewijzen, maar geeft ook aan dat op de derde een verzwaarde stelplicht rust en dat een simpele ontkenning niet voldoende is: Bij beantwoording van voornoemde vraag kan er sprake zijn van een verzwaarde motiveringsplicht in die zin dat voldoende feitelijke gegevens moeten worden verstrekt ter motivering van de aangevoerde stellingen teneinde de wederpartij op wie de stelplicht en bewijslast rusten aanknopingspunten te verschaffen voor een eventuele bewijslevering. Daarvan zal met name sprake zijn indien die feitelijke gegevens liggen in het domein van degene op wie niet de stelplicht en bewijslast rusten (HR 13 januari 1997, NJ 1997, 175). Beslag op periodieke uitkering ten laste van een buitenlandse schuldenaar (Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2011, LJN BQ8689) IDM wint een zeer oud vonnis uit (vordering met rente opgelopen van naar ) en legt beslag op AOW-uitkeringen ten laste van debiteuren die inmiddels in Duitsland wonen. Nadat de kantonrechter de vordering tot vaststelling bvv afwijst, wijst het hof die wel toe omdat debiteuren voldoende financieel opening van zaken geven en het hof ervan overtuigt is dat alle inkomensbronnen zijn opgegeven. Opheffing van het conservatoir beslag (kort geding) Jurisprudentie Pauliana? (Rechtbank Arnhem 14 mei 2011, LJN BQ5667) De vrouw heeft een alimentatievordering op de man waarop sinds februari 2010 niet meer wordt betaald. De man draagt in maart 2010 de onverdeelde helft van de woning over aan zijn huidige partner. De vrouw stelt dat deze overdracht paulianeus is en legt beslag. De rechtbank stelt dat er van benadeling geen sprake kan zijn omdat de woning overbelast is en wijst de vordering tot opheffing toe. Beslag op levenpolis en mogelijke afkoop niet onrechtmatig (Voorzieningenrechter Rechtbank Breda 5 juli 2011, LJN BR0641) Onderneemster krijgt van de gemeente in 2005 BBZ-krediet voor haar bedrijf. In 2010 verkoopt zij het bedrijf en vergokt vervolgens in een dag het grootste deel van de opbrengst in het casino. De gemeente vordert het krediet terug en legt beslag op de levenpolis. De vrouw komt daar tegenop gezien het verzorgingskarakter van de polis: zij zou door beslag ernstig worden benadeeld. De voorzieningenrechter honoreert dat verweer niet: door haar handelen heeft de vrouw verschillende schuldeisers, waaronder de gemeente, ernstig benadeeld. Werking voorlopige voorzieningen (Gerechtshof s-hertogenbosch 7 juni 2011, LJN BQ7624) De rechtbank geeft een beschikking voorlopige voorzieningen: binnen de termijn van art. 821 lid 4 Rv (vier weken) wordt een verzoek tot echtscheiding ingediend dat evenwel wordt ingetrokken. Vlak daarna, maar na het verstrijken van de termijn, volgt een tweede verzoek. Het hof is van mening dat de op gronde van de beschikking voorlopige voorzieningen gelegde beslagen zijn vervallen en veroordeelt de beslaglegster tot opheffing. Verjaring van een vonnis? (Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem 27 mei 2011, LJN BQ7166) Een vonnis kan niet verjaren, de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging wel. De executie van een vonnis, gewezen in 1990 en betekent in april 1991, wordt begin 2011 weer opgepakt. Het beroep op verjaring voor de hoofdsom en proceskosten wordt verworpen omdat de twintig jaar (art. 3:324 BW) niet zijn gaan lopen bij het vonnis, maar bij de betekening omdat die een stuitingshandeling oplevert. De verjaring wordt wel toegepast voor de rente ouder dan vijf jaar, gerekend vanaf het beslag. Misbruik van executiebevoegdheid (Voorzieningenrechter Rechtbank Breda 9 juni 2011, LJN BQ7785) Conservatoire beslagen worden opgeheven tegen een bankgarantie van , opeisbaar na onherroepelijke uitspraak. In eerste aanleg wordt toegewezen, waarna eiseres beslag laat leggen en met verkoop dreigt. De voorzieningenrechter wijst de schorsing af: er is meer verschuldigd dan het bedrag waarvoor de garantie is afgegeven. Bovendien hebben partijen niet afgesproken dat een voor eiseres gunstige uitspraak in eerste aanleg executie zou verhinderen. Wel of geen executieverdrag? (Rechtbank Amsterdam 31 maart 2011, LJN BQ1704; Rechtbank Amsterdam 8 april 2011, LJN BQ1745) Een hypothecair schuldeiser laat een pand veilen. De schuldenaren stellen dat de akte een schijnhandeling is en laten beslag leggen op de aan eiser uit te keren opbrengst. In kort geding wordt door de schuldeiser opheffing gevorderd. De voorzieningenrechter overweegt (ten onrechte) dat er een groot restitutierisico is in verband met het ontbreken van een executieverdrag tussen Nederland en Suriname (dat is er namelijk wel: gesloten op 27 augustus 1976, Trb , ). De voorzieningenrechter verlangt dat de debiteuren zekerheid stellen, ofschoon uit de gedingstukken duidelijk blijkt dat debiteuren daar niet toe in staat zijn. In een tweede kortgedingprocedure herstelt een andere voorzieningenrechter de fout en verbiedt executie van het eerste vonnis. 8 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

9 BERsignaleringen Dwangmiddelen (dwangbevel, dwangsom, lijfsdwang, gijzeling) Jurisprudentie Onderhandse verkoop door hypotheekhouder onder ontbindende voorwaarde van toestemming van de voorzieningenrechter (Hoge Raad 10 juni 2011, LJN BP6163) Tussentijdse zuivering van het tot de executie aanleiding gevende verzuim door de rechthebbende op het verbonden goed. Bij de beantwoording van de vraag of een voorwaarde ingevolge art. 6:23 lid 2 BW als niet-vervuld heeft te gelden, dienen alle daarvoor van belang zijnde omstandigheden in aanmerking genomen te worden. Daartoe behoren in dit geval in het bijzonder dat (1) de bank gebruik maakte van haar bevoegdheid tot parate executie als bedoeld in art. 3:268 lid 1 BW, (2) de ontbindende voorwaarde was opgenomen in een onderhandse koopovereenkomst als bedoeld in art. 3:268 lid 2 BW en (3) de bank mede rekening diende te houden met de belangen van haar schuldenaar die rechthebbende was op het goed dat executoriaal zou worden verkocht. Mogelijkheid van zuivering verzuim door rechthebbende is aanwezig zo lang de executie niet is voltooid. Gelet op deze uitgangspunten geven de bestreden oordelen van het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof is voorts buiten de rechtsstrijd van partijen getreden door de feitelijke grondslag van de vordering aan te vullen (art. 24 Rv). Ontruimingsvonnis tegen de zijnen en al het zijne (Hoge Raad 10 juni 2011, LJN BP9995) Executiegeschil over uitvoerbaar bij voorraad verklaard ontruimingsvonnis. De kwestie betrof een huurovereenkomst voor een woonwagenstandplaats. Na een ontruimingsvonnis van 24 juni 2009 vordert (nu) eiseres tot cassatie een verbod tot ontruiming, hetwelk zowel door de voorzieningenrechter als het hof wordt afgewezen. Ook in cassatie wordt een beroep gedaan op misbruik van bevoegdheden. De Hoge Raad verwerpt eveneens dat beroep, omdat het middel nergens duidelijk maakt waarom daar sprake van zou zijn. Het middel klaagt ook dat het hof veroordeeld heeft tot ontruiming met de zijnen en al het zijne, terwijl die zijnen nooit in geding zijn geweest. De P-G overweegt dat nu het vonnis zich tegen de huurder richt, dat ook geldt tegen een ieder die zich vanwege de huurder in het pand bevindt, zoals eiseres tot cassatie. De zaak wordt met art. 81 RO afgedaan. Indien een beslag tot verhaal wordt gelegd moet wel een hoofdvordering strekkende tot betaling worden ingesteld, niet tot levering (Gerechtshof Leeuwarden 22 maart 2011, LJN BQ0532) Het hof stelt vast dat SC Investments in het beslagrekest weliswaar stelt dat (en waarom) zij aanspraak heeft op levering van aandelen, maar dat zij verlof verzoekt om een conservatoir verhaalsbeslag te mogen leggen. SC Investments heeft in het beslagrekest haar vordering begroot op en vreest verduistering. Vrees voor verduistering hoeft echter bij een conservatoir beslag tot levering niet te worden gesteld (art. 734 lid 4 Rv), zo stelt het hof. Bovendien verzoekt SC Investments de voorzieningenrechter haar te vergunnen tot zekerheid van verhaal van haar op voornoemd bedrag te begroten vordering conservatoir beslag te mogen leggen. De deurwaarder heeft, volgens de exploten van beslaglegging, de beslagen gelegd ter verzekering van en om betaling te verkrijgen van een bedrag van SC Investments heeft dan ook verlof gevraagd en verkregen tot het leggen van conservatoire verhaalsbeslagen en zij heeft deze beslagen ook doen leggen. Het staat vast dat SC Investments in de door haar aanhangig gemaakte procedure in kort geding geen geldvordering heeft ingesteld, ook niet subsidiair. Dat SC Investments, zoals zij stelt, aanspraak heeft op (vervangende) schadevergoeding indien geïntimeerden hun leveringsverplichtingen niet nakomen, moge volgens het hof zo zijn, maar een daartoe strekkende vordering is niet ingesteld. Het in dit verband door SC Investments gedane beroep op art. 736 lid 2 Rv gaat niet op. De in die bepaling geregelde situatie van samenloop van twee of meer conservatoire beslagen, waaronder één leveringsbeslag, doet zich niet voor, zodat conversie van het beslag tot levering in een verhaalsbeslag voor een vordering tot vervangende schadevergoeding niet aan de orde is. De voorzieningenrechter heeft bij het verlenen van het verlof bepaald dat het aanhangig gemaakte kort geding als eis in de hoofdzaak heeft te gelden en zij heeft dan ook geen termijn bepaald waarbinnen de eis in de hoofdzaak dient te worden ingesteld. Er kan volgens het hof dan ook niet van worden uitgegaan dat de beslagen zijn vervallen door overschrijding van de door de voorzieningenrechter gestelde termijn. Uit wat geïntimeerden hebben aangevoerd over het karakter van de gelegde beslagen volgt naar het oordeel van het hof wel dat deze beslagen bij toewijzing van de vorderingen van SC Investments niet, op grond van art. 704 Rv, overgaan in executoriale beslagen. De titel die SC Investments dan verkrijgt strekt dan immers tot levering van de aandelen en niet tot verhaal van een geldvordering op die aandelen. Naar het oordeel van het hof zijn de beslagen dan ook, gelet op de strekking van de vorderingen in de hoofdzaak, onnodig. De vordering van geïntimeerden tot opheffing van de beslagen is om die reden toewijsbaar, waarbij het hof de gevorderde dwangsom matigt en van een maximum voorziet. Sluit dwangsom ontruimingsbevoegdheid uit? (Rechtbank Zwolle 19 april 2011, LJN BQ1717) Het verbinden van dwangsommen aan een veroordeling tot ontruiming maakt niet dat de deurwaarder niet gerechtigd is om tot executie (te weten: de gedwongen ontruiming) ex art. 555 e.v. Rv over te gaan. Het is een misvatting dat een dwangsomveroordeling bij ontruiming of afgifte de reële executie uitsluit. De rechtbank stelt nog eens duidelijk dat ze naast elkaar kunnen bestaan: Ten aanzien van hun vordering tot ontruiming hebben [eisers] aangevoerd belang te hebben bij deze vordering, hoewel zij met het ontruimingsvonnis van 30 november 2010 al een executoriale titel hebben, omdat de deurwaarder heeft geweigerd het vonnis van 30 november 2010 te executeren. De deurwaarder heeft als reden gegeven dat hij niet bevoegd is om tot executie over te gaan omdat er dwangsommen zijn verbonden aan de veroordeling tot ontruiming. De voorzieningenrechter kan de door [eisers] gestelde redenering van de deurwaarder niet volgen. In Boek 2 Titel 3 Afdeling 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn de bepalingen opgenomen die zien op gedwongen ontruiming. Uit artikel 555 Rv blijkt allereerst dat voor een gedwongen ontruiming een executoriale titel vereist is. Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 9

10 BERsignaleringen Met het ontruimingsvonnis van 30 november 2010 hebben [eisers] een dergelijke executoriale titel in handen, waarmee de gedwongen ontruiming door de deurwaarder kan geschieden, ex artikel 556 lid 1 Rv. Het verbinden van dwangsommen aan de veroordeling tot ontruiming maakt vorenstaande niet anders. Hoewel de vordering tot ontruiming van [eisers] reeds is toegewezen in genoemd vonnis van 30 november 2010 hebben zij, gezien de weigering van de deurwaarder, voldoende belang bij een tweede veroordeling tot ontruiming, zodat deze vordering in beginsel kan worden toegewezen, behalve als in het kader van een belangenafweging anders zou moeten worden geoordeeld. Aansprakelijkheid voor opgeslagen zaken na ontruiming? (Rechtbank Middelburg 4 mei 2011, LJN BQ5202) Deurwaarder ontruimt woning op 6 maart De gemeente slaat de goederen op. In juli 2008 worden die goederen vernietigd. Thans vordert de eigenaresse vergoeding van de schade: zij meende dat de goederen in opslag zouden blijven omdat zij de opslagkosten zou betalen. De rechtbank wijst de vordering af: er is nooit door de gemeente een toezegging gedaan voor permanente opslag tegen kosten. Eiseres is daarentegen gewezen op de bekende 13 weken-termijn van de AWB. In reconventie worden de kosten van de bestuursdwang toegewezen. Verzoek onderhandse verkoop door verkeerde hypotheekhoudster (Rechtbank Zwolle 28 april 2011, LJN BQ5314) De voorzieningenrechter verklaart de eisers niet ontvankelijk op grond van art. 3:268 lid 2 BW in gedane verzoek tot het goedkeuren van een onderhandse koopovereenkomst. Een dergelijk verzoek kan immers uitsluitend door de executerend hypotheekhouder worden gedaan. Verzoekers zijn tweede-hypotheekhouders en hebben de veiling niet ingeleid. Schorsing ontruiming (Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo 27 april 2011, LJN BQ3807) Een ontruiming van een vakantiehuisje wordt geschorst in verband met een dreigende noodsituatie voor de bewoner. De voorzieningenrechter overweegt dat indien de zaak niet bij verstek door de kantonrechter was beslist, deze waarschijnlijk geen ontruimingvonnis had gewezen. Opmerkelijk aan de zaak was dat de behandelend jurist van de gerechtsdeurwaarder als gemachtigde in het kort geding werd geaccepteerd. Wat is het te ontruimen object? (Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen 3 december 2010, LJN BQ4229 en 12 november 2010, LJN BQ4222) De deurwaarder heeft een ontruimingsvonnis tegen krakers voor een gedeelte van een (zeer groot) fabrieksterrein. De krakers verplaatsen zich net voor de ontruiming tien meter naar een ander gedeelte van het terrein. In het eerste vonnis wordt na een renvooi het oude vonnis niet executabel geacht en in de tweede zaak wordt ontruiming voor de nieuwe locatie (en alle andere terreinen van executante) toegewezen. De zaak toont aan hoezeer voorzichtigheid geboden is bij de uitleg van een ontruimingsvonnis. Aansluiting waterleidingnet (Kantonrechter Zwolle 11 mei 2011, LJN BQ4027) Kort geding strekkende tot heraansluiting op het waterleidingnet. Vitens sloot af omdat de gebruiker de waterschapslasten, die meeliften op de watervoorschotten, niet wilde betalen. De kantonrechter rekent het Vitens, als monopolist, zwaar aan dat zij zo gebruik maakt van haar machtspositie om een vordering te incasseren die niet de hare is. Tevens toewijzing van een vergoeding van immateriële schade: eiser heeft zes weken groot ongemak gehad omdat hij elders water heeft moeten inkopen. Incidentele vordering tot het verstrekken van inlichtingen omtrent voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen (Gerechtshof s-gravenhage 22 juni 2011, LJN BR0608) Na toewijzing in eerste instantie volgt appel; eiseres wil gaan executeren en doet een vergaand verzoek tot disclosure. Het hof overweegt als volgt: In een dergelijk geval, waarin het bestreden vonnis onverkort uitvoerbaar bij voorraad is, is er geen reden om, op grond van de omstandigheid dat het vonnis nog voorwerp is van hoger beroep, de executiemogelijkheden van dat vonnis te beperken. Ook in dit geval geldt derhalve de regel dat een schuldenaar in beginsel verplicht is om een schuldeiser die een veroordeling tot betaling van een geldsom jegens hem verkreeg inlichtingen omtrent voor verhaal vatbare goederen te verschaffen (HR 20 september 1991, NJ 1992, 552). In hetgeen is gesteld of gebleken is geen reden gelegen om in deze zaak van dat uitgangspunt af te wijken. Nu appellante niet heeft aangevoerd dat het verstrekken van door [eiseres] verlangde informatie voor haar (onevenredig) bezwarend is, dient de vordering, de wederzijdse belangen afwegende, te worden toegewezen, zij het in de zin die uit het navolgende blijkt. Gezien de omvang van de informatieplicht en rekening houdend met de mogelijkheid dat [eiseres] niet door het ontbreken van elke (juiste en volledige) opgave waartoe appellante wordt veroordeeld wezenlijk in haar belangen wordt geschaad, zal worden bepaald dat de verbeurde dwangsommen voor matiging vatbaar zijn. (..) [Het hof]: - beveelt appellante om binnen één maand na betekening van dit arrest opgave te doen aan de advocaat van [eiseres], van al haar voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen, inclusief maar daartoe niet beperkt alle: (i) door Appellante aangehouden rekeningen bij banken in Nederland en in andere landen (ii) debiteuren (iii) vorderingen op bestuurders, gewezen bestuurders, aandeelhouders, voormalig aandeelhouders en verbonden vennootschappen (iv) (mede) op naam van appellante gestelde registergoederen (v) roerende zaken in eigendom van appellante; - beveelt appellante om gedurende een half jaar na heden, nadat door haar na betekening van dit arrest een eerste opgave als hiervoor bedoeld is gedaan en zich vervolgens één of meer mutaties in haar vermogenssituatie hebben voorgedaan, binnen een maand na de desbetreffende mutatie(s) opgave te doen aan de advocaat van [eiseres], van die mutatie(s), welke verplichting in elk geval geldt voor (i.a) wijzigingen in de tenaamstelling van aangehouden rekeningen bij banken in Nederland en andere landen (i.b) opening van aan te houden rekeningen bij banken in Nederland en andere landen (ii) wijzigingen betreffende de debiteuren, roerende zaken, registergoederen en de hiervoor sub iii, vermelde vorderingen op bestuurders e.a. Transparency of assets: het Tripels/Masson criterium (Rechtbank Alkmaar 9 juni 2011, LJN BQ7605) Vordering tot opgave doen van verhaalsmogelijkheden wordt afgewezen nu in het licht van een gemotiveerde betwisting het vermoeden dat er sprake is van andere 10 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

11 BERsignaleringen verhaalsmogelijkheden en/of inkomsten dan reeds bekend onvoldoende concreet gemaakt is. Stuiting verjaring bestuurlijke dwangsom: verzending of ontvangst stuitingsbrief beslissend? (Gerechtshof s-hertogenbosch 24 mei 2011, LJN BQ6287) In 2007 zendt de gemeente een nota voor verbeurde dwangsommen en in de loop van het jaar een tweetal aanmaningen. De wederpartij stelt niets te hebben ontvangen. De rechtbank verwerpt het verweer en stelt dat het volstrekt onaannemelijk is dat hij geen van de betrokken brieven heeft ontvangen, des te meer omdat hij alle correspondentie daaraan voorafgaand wel heeft ontvangen. In hoger beroep overweegt het hof: Het hof begrijpt de stellingen van [X] aldus, dat hij van oordeel is dat een mededeling van de gemeente slechts stuitende werking heeft wanneer deze mededeling niet slechts door de gemeente is verzonden (zoals de gemeente heeft gesteld en in hoger beroep nader heeft toegelicht door overlegging van gegevens uit haar postregistratiesysteem), maar ook daadwerkelijk door de geadresseerde is ontvangen. Daarmee zoekt [X] kennelijk aansluiting bij het bepaalde in artikel 3:37 lid 3 BW, waarin is bepaald dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring om haar werking te hebben die persoon moet hebben bereikt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer HR 4 juni 2004, NJ 2004, 411) is een juiste adressering en aangetekende verzending van een brief op zich niet voldoende om aannemelijk te maken dat die brief aan de geadresseerde is aangeboden. Wanneer de geadresseerde stelt dat die brief hem niet heeft bereikt, dient de verzender te bewijzen dat hij de brief aangetekend naar het juiste adres heeft gezonden en hij dient bovendien de correcte aanbieding aan de geadresseerde aannemelijk te maken. ( ) Voor stuiting is dan noodzakelijk dat de desbetreffende brief (een nota of een rappel of een andere vorm van aanmaning) de betrokkene daadwerkelijk heeft bereikt. De gemeente heeft slechts aangevoerd dat de brieven van 28 maart 2007, 25 april 2007 en 4 september 2007 aan [X] zijn verzonden, maar niet dat die brieven [X] daadwerkelijk hebben bereikt. De gemeente heeft dat laatste ook niet te bewijzen aangeboden, en het bewijsaanbod dat zij wel heeft gedaan is niet ter zake dienend. Verrekening (Voorzieningenrechter Rechtbank Maastricht 11 april 2011, LJN BQ6134) Na echtscheiding begint de vrouw een vordering tot verdeling tegen de man. In dat kader wordt aan hem een dwangsom opgelegd, die hij tot een bedrag van verbeurt. Uiteindelijk moet de vrouw aan de man ruim betalen, welk bedrag zij verrekent met de dwangsom. De man beroept zich op verjaring, maar de vrouw stelt dat verjaring verrekening niet verhindert gezien art. 6:131 BW. Verder stelt de man dat verrekening niet mogelijk is omdat de dwangsom een vorm van reële executie is. De voorzieningenrechter stelt: Een dwangsom is inderdaad een vorm van reële executie. Dat laat echter onverlet dat, zodra er niet wordt voldaan aan de verplichting waaraan de dwangsom is verbonden, de verplichting tot betaling van een geldsom ontstaat die op zichzelf aan te merken is als een rechtsvordering, maar bevestigt het recht op verrekening. Vorderingen tot betaling van geld en dwangsom (Gerechtshof Amsterdam 5 april 2011, LJN BQ2036) Vorderingen tot betaling van geld kunnen versterkt worden met een dwangsom als de betaling aan een derde moet worden gedaan, in dit geval het tijdspaarfonds van Cordares. Het hof vernietigt de afwijzing van de kantonrechter op dit onderdeel (zie HR 9 april 1949, NJ 1950, 595, en BenGH 9 juli 1981, NJ 1982,190). In dit verband is ook lezenswaardig Rechtbank Almelo 15 april 2011 (LJN BQ2154), waarin ook een dwangsom wordt toegewezen voor een prestatie naar een derde (verstrekken overzichten bijdragen in ziektekosten en betaling van die bedragen). Executie vordering om te doen (Rechtbank Almelo 4 april 2011, LJN BQ3036) Partijen hebben samengewoond. Na verbreking van de relatie is bij vonnis van 30 juli 2010 de man onder meer veroordeeld om (1) de hypothecaire geldlening uitsluitend te zijnen name te laten stellen en de vrouw uit de hoofdelijkheid te laten ontstaan en (2) binnen 14 dagen het krediet bij SNS Bank volledig af te lossen. De man blijft in gebreke en de vrouw vordert een dwangsom tot nakoming. De rechter wijst de vordering af, stellende dat het aan de bank is om de vrouw te ontslaan uit de hoofdelijkheid en er dus executieproblemen zullen ontstaan. Voor wat betreft de aflossing van het krediet oordeelt de rechtbank: Gesteld noch gebleken is waarom [de vrouw] het in kracht van gewijsde gegane vonnis van deze rechtbank van 30 juli 2010 niet ten uitvoer zou kunnen laten leggen. [De vrouw] heeft dus geen belang bij een nieuwe titel over exact dezelfde vordering. Reële executie overdracht huis (Rechtbank Almelo 21 april 2011, LJN BQ2899) Vordering inhoudende het vonnis in de plaats te doen stellen van de eventueel benodigde wilsverklaring van de gezamenlijke erfgenamen voor het transport van de woning. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt: Het spoedeisend belang in deze zaak betreft het transport van de woning. [Eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij er belang bij heeft dat dit transport op korte termijn plaatsvindt. [Eiser] heeft tevens aannemelijk gemaakt dat de omstandigheid dat niet duidelijk is of er naast [gedaagde] nog andere erfgenamen bestaan van [X] aan het transport van de woning in de weg staat. In kort geding is niet vast komen te staan of de over te dragen onroerende zaak deel uitmaakt van een gemeenschap en evenmin of en zo ja op welke wijze (een gedeelte van) de overwaarde van de woning over één of meer erfgenamen dient te worden verdeeld. Nu niet is gebleken dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de verdeling van de overwaarde zal de voorzieningenrechter bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de toestemming van de overige erfgenamen en dat de gehele overwaarde bij de transporterende notaris in depot blijft staan totdat is komen vast te staan of en zo ja hoe die overwaarde dient te worden verdeeld. Op deze wijze is van benadeling van de erfgenamen bij het toewijzen van het gevorderde geen sprake: de onroerende zaak wordt contant gemaakt. Ter zitting heeft [eiser] aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een reële verkoopprijs. De voorzieningenrechter bindt hiermee ook mogelijk thans nog onbekende medeeigenaren. Appeldagvaarding niet ingeschreven in rechtsmiddelenregister: niet-ontvankelijkheid (Gerechtshof Leeuwarden 3 mei 2011, LJN BQ5255) Uitspraak als bedoeld in art. 3:301 lid 1 BW (uitspraak die in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte) is in eerste aanleg niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Inschrijving in het rechtsmiddelenregister ex art. 433 Rv is Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 11

12 BERsignaleringen desondanks vereist (art. 3:301 lid 2 BW). Appellant niet-ontvankelijk. Immuniteit octrooibureau EPO? Wel voor executie, niet voor dwangsommen (Gerechtshof s-gravenhage 21 juni 2011, LJN BR0188) Voor zover gericht tegen de EPO opgelegde dwangsom slaagt de grief. Het hof stelt daarbij voorop dat, hoewel in artikel 3 Protocol zowel de EOO (en EPO als haar orgaan) toekomende immuniteit van rechtsmacht als die van executie is vastgelegd, de immuniteit van executie in beginsel los staat van de immuniteit van jurisdictie. De EPO toekomende immuniteit van executie strekt ertoe te waarborgen dat haar eigendommen en activa (zaken en vermogensrechten) beschikbaar blijven voor het doel waarvoor zij worden gehouden, te weten het verrichten van haar officiële werkzaamheden. Blijkens het derde lid van artikel 3 Protocol zijn deze eigendommen en activa Bijzondere beslagen Jurisprudentie Beslag op nalatenschap? (Rechtbank Arnhem 18 mei 2011, LJN BQ8269) Vordering tot verdeling van de gemeenschap van een nalatenschap. Vordering toegewezen, met benoeming van drie door de notaris aangewezen personen als onzijdige persoon (art. 3:181 BW) om gedaagden, voor zover zij onwillig zijn, te daarom ook vrij van elke vorm van administratieve of voorlopige gerechtelijke dwang. Aangezien een dwangsom, eenmaal verbeurd, zonder verdere rechterlijke toetsing kan leiden tot (de dreiging van) op deze goederen en activa te nemen verhaal (de dwangsom kan reeds ten uitvoer worden gelegd krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld), verdraagt het opleggen van een dwangsom, naar voorlopig oordeel van het hof, zich niet met het doel dat met de aan EPO toegekende immuniteit van executie wordt nagestreefd. Onrechtmatige lijfsdwang (Raad van Discipline s-hertogenbosch 28 maart 2011, LJN YA1624) In weerwil van de door verweerder verwekte verwachting dat een nadere toelichting zou volgen ten aanzien van klagers herhaaldelijke vragen (tot vijf keer toe in een maand) of afdoende was voldaan aan de verplichting te verklaren omtrent vertegenwoordigen bij de werkzaamheden tot verdeling. In deze uitspraak wordt voortgegaan op de lijn die is uitgezet met Rechtbank Groningen 30 juni 2010 (LJN BN0674). De rechtbank overweegt: Zoals reeds in het tussenvonnis (..) is overwogen, vindt de vordering van de Ontvanger - tot verdeling van de gemeenschap van de nalatenschap van [erflater] - haar wettelijke grondslag in artikel 3:180 lid 1 BW. Ter inleiding op deze inkomen en vermogen, is verweerder overgegaan tot executie van lijfsdwang. Aldus handelend heeft verweerder zich gedragen in strijd met de welwillendheid waarmee advocaten worden geacht elkaar tegemoet te treden, aldus de Raad. Klacht gegrond, waarschuwing. Verjaring dwangsommen? (Gerechtshof s-hertogenbosch 19 april 2011, LJN BQ4732) Verjaring van dwangsommen of verjaring geschorst door onmogelijkheid tot inning? Als uitvloeisel van een handelsnaamgeschil worden dwangsommen opgevorderd. Over en weer worden kort gedingen gevoerd en de executant krijgt een verbod tot executie. De executant stuit niet meer, maar dat heeft tot gevolg dat de rechtbank in een bodemgeschil vaststelt dat verjaring is ingetreden. Het hof stelt in appel dat een verbod tot executie de verjaring schorst. vordering biedt artikel 733 Rv de mogelijkheid conservatoir deelgenotenbeslag te leggen. Dit deelgenotenbeslag betreft een beslag op de desbetreffende gemeenschapsgoederen in hun geheel. Een dergelijk beslag strekt niet, zoals een verhaalsbeslag, tot verhaal van een geldsom, maar uitsluitend tot het behoud van een of meerdere gemeenschapsgoederen voor de verdeling. Internationale aspecten van het beslag en executierecht Nieuws Nieuwe EU-regels inzake grensoverschrijdende inning van alimentatie (Europese Commissie) Op 18 juni 2011 is EU-verordening 4/2009 van 18 december 2008 in werking getreden. De nieuwe regels roepen een EU-systeem in het leven dat de inning van alimentatie moet vergemakkelijken, zodat nietaanwezige ouders zich niet langer aan hun verplichtingen kunnen onttrekken. Nu kan het nog problematisch zijn om niet-betaalde alimentatie voor kinderen en andere onderhoudsbijdragen te innen van iemand die in een ander EU-land woont, bijvoorbeeld wanneer een echtpaar uit elkaar gaat en een van de ouders in het buitenland gaat wonen. Dat kan een zware wissel trekken op ouders en kinderen, zowel in financieel als in psychologisch opzicht. Bovendien moet de overheid vaak bijspringen als iemand zich aan zijn onderhoudsverplichtingen onttrekt. Met de nieuwe regels kunnen mensen daadwerkelijk alimentatie innen in grensoverschrijdende situaties. In de meeste gevallen is een beslissing over onderhoudsverplichtingen die in het ene EU-land is gegeven, in het andere EU-land uitvoerbaar zonder speciale procedure. Hierdoor zullen de procedures sneller verlopen en zullen de kosten voor ouders minder hoog oplopen. De verordening bevat ook regels voor samenwerking tussen de centrale autoriteiten die bijstand moeten verlenen bij alimentatieverzoeken. Aan de verordening wordt door alle EUlanden deelgenomen. Denemarken treedt toe op grond van het op 19 oktober 2005 tussen de EU en Denemarken gesloten verdrag dat al eerder de toetreding van Denemarken tot de Brussel I-Vo en De Betekeningsverordening mogelijk maakte. Eerste Kamer akkoord met nieuw Boek 10 BW (IPR; Eerste Kamer) De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat een tiende Boek aan het Burgelijk Wetboek toevoegt. In Boek 10 BW wordt een groot aantal regels van het internationaal privaatrecht op systematische wijze bijeengebracht. Het gaat hierbij in de eerste plaats om het consolideren van de vele reeds geldende wettelijke regelingen van conflictenrecht voor verschillende deel- 12 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

13 BERsignaleringen terreinen, zoals personen- en familierecht, onrechtmatige daad en rechtspersonen. Aanzegging ex art. 3a lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet (Minister van Veiligheid en Justitie, Stcrt , 4 mei 2011) Op 4 mei 2011 schreef de Minister van Veiligheid en Justitie het volgende: Van toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder [naam] ontving ik op 24 maart 2011 een telefax gedateerd 21 maart 2011, waarin hij mij in kennis stelt van een door hem uitgevoerde opdracht tot betekening aan de Democratische Republiek Congo, van twee vonnissen gewezen op 3 november 2010 respectievelijk 15 december 2010 door de rechtbank s-gravenhage, met het bevel aan de inhoud van genoemde vonnissen te voldoen. Tot zekerheid van verhaal voor de vordering waarover bij zo-evengenoemde vonnissen van de rechtbank s-gravenhage uitspraak is gedaan, is op grond van beschikkingen van 19 augustus 2009 en 23 september 2009 van de voorzieningrechter te s-gravenhage, op 20 augustus 2009 conservatoir beslag gelegd op het recht van erfpacht op het registergoed gelegen te s-gravenhage aan de Violenweg 2, en op 24 september 2009 op eerder genoemd registergoed. Voormeld registergoed staat op naam van Democratische Republiek Congo. Met de betekening van voornoemde vonnissen van de rechtbank s-gravenhage aan de Democratische Republiek Congo zijn deze beslagen thans overgegaan in executoriale beslagen. Ik acht deze reeds uitgevoerde ambtshandelingen in strijd met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat wegens strijdigheid met het internationale recht, met name artikel 22, derde lid van het Verdrag van Wenen inzake het diplomatiek verkeer (18 april 1961, Trb. 1962, 159) dat gebouwen van de zending tegen beslaglegging en executoriale maatregelen vrijwaart. Op grond van artikel 3a, tweede en zesde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet zeg ik om die reden bovengenoemde gerechtsdeurwaarder en zijn kantoorgenoten aan dat de beslagen gelegd op bovengenoemde registergoed en op het recht van erfpacht op dit registergoed strijdig zijn met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat en aanstonds opgeheven moeten worden. Deze aanzegging is met onmiddellijke ingang van kracht en zal worden gepubliceerd in de Staatscourant. Een voorstel voor een Europees bankbeslag (Europese Commissie) De Europese Commissie heeft op 25 juli 2011 een wetsvoorstel ingediend dat het eenvoudiger mogelijk moet maken banktegoeden van schuldenaren in andere landen te bevriezen. In de Brussel I-verordening is de mogelijkheid geopend om per land bewarende maatregelen aan te vragen, maar dan moeten het wel maatregelen zijn die in dat land zijn toegelaten. Onder Brussel I is export van een verleend beslagverlof niet mogelijk. Deze ontwerp-verordening maakt verlofverlening mogelijk die grensoverschrijdend werkt: in Nederland kan verlof worden verleend voor bankbeslag op liquide middelen in andere EU-lidstaten. Het verzoek kan zonder advocaat worden aangevraagd. Zekerheidsstelling is regel. Voor de feitelijke uitvoering moet per land de tenuitvoerleggingautoriteit worden ingeschakeld. De verordening kent strakke termijnen voor betekening en aanhangig maken van de hoofdzaak. Op een aantal aspecten wijkt het voorstel af van de Nederlandse beslagpraktijk: ad rem, d.w.z. op het niveau van de rekeningen van de schuldenaar. De bank zal dus uitsluitend de aangegeven rekeningen bevriezen. Het beslag zal ook slechts tot het vastgestelde bedrag werken en dus niet, zoals in Nederland, de totale rechtsverhouding tussen bank en schuldenaar treffen. Naar verwachting treedt de verordening in 2013 in werking. Jurisprudentie Rechtsmiddel bij verkeerde instantie ingesteld (Gerechtshof s-gravenhage 15 april 2011, LJN BQ3568) Verlening exequatur van Spaanse uitspraak in Nederland. De man, die tegen de verlening wenst op te komen, is bij het hof aan het verkeerde adres. Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank. Tegen een beslissing op een verzoek tot exequaturverlening kan een rechtsmiddel worden aangewend (art. 43 EEX-Vo), bij toewijzing zal dat voor de schuldenaar bij de rechtbank moeten, bij afwijzing voor de verzoeker bij het Hof, (zie EEX-Verordening bijlage III). Inschrijving buitenlands beslag in Nederlandse openbare registers (Voorzieningenrechter Rechtbank Dordrecht 28 april 2011, LJN BQ4329) Is het mogelijk een in België gelegd conservatoir beslag op een schip in Nederland in het kadaster in te schrijven? Het betrokken schip was van Belgische nationaliteit en is omgevlagd, waarna het beslag (opnieuw en nu) in Nederland is ingeschreven. De vraag wordt door de rechtbank bevestigend beantwoord. Vereist is wel dat de inschrijving geschiedt door een notaris. Indien de buitenlandse akte niet in het Nederlands is gesteld, is ook een beëdigde vertaling vereist. Geraadpleegde bronnen voor BERSignaleringen (tot en met 27 juli 2011) Eerste Kamer Europese Commissie Ministerie van Veiligheid en Justitie Ministerraad Rechtspraak.nl Rijksoverheid.nl Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR) Staatscourant (Stcrt.) Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 13

14 «Inhoud bepaalt de uitkomst» Hoe vakkundig men ook is, het resultaat wordt door de inhoud bepaald. Met Sdu Jurisprudentie beschikt u over die inhoud. Een ervaren juridische redactie staat garant voor een scherpe selectie van uitspraken voorzien van kwalitatief hoogstaande annotaties. Relevant en altijd actueel. Op papier, maar ook via een online archief, alerts, apps en seminars. Sdu Jurisprudentie: kiezen voor de juiste selectie.

15 De rechtersregeling inzake conservatoir beslag is ingrijpend gewijzigd meer aandacht voor de positie van de beslagene De rechtersregeling inzake conservatoir beslag is ingrijpend gewijzigd Mw. mr. m. meijsen Sinds 1 juli 2011 is de inhoud van het summiere onderzoek dat de voorzieningenrechter op grond van art. 700 lid 1 Rv uitvoert, alvorens op een beslagrekest te beslissen, ingrijpend gewijzigd. De veranderingen spruiten voort uit een besluit van het LOVCK 1 om de aanbevelingen van een in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerd onderzoek 2 naar de werking van conservatoir beslag om te zetten in rechterlijk beleid. Een werkgroep van ervaren beslagrechters werd met deze taak belast. Het resultaat is een Beslagsyllabus 3 die een veel diepgaander beoordeling van de vordering van de beslaglegger en de overige omstandigheden rondom het beslag mogelijk maakt. Het systeem van conservatoir beslag De regeling inzake conservatoir beslag is in de wet opgenomen onder de vierde titel van het wetboek van Rv: Van middelen tot bewaring van zijn recht. Deze plaats maakt direct duidelijk wat de wetgever met deze regeling heeft beoogd, namelijk het bieden van zekerheid voor de schuldeiser dat diens vordering bij toewijzing in rechte ook op de schuldenaar verhaalbaar is. Met name omdat een conservatoir beslag voor de beslagene zeer ingrijpende gevolgen kan hebben heeft de wetgever, naast het belang van de schuldeiser, ook oog gehad voor de belangen van de (beoogd) beslagene. Zo dient de beslaglegger, voordat deze kan overgaan tot het doen leggen van beslag, verlof van de voorzieningenrechter te verkrijgen en korte tijd na beslaglegging een hoofdzaak in te stellen voor de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt (art. 700 Rv). Indien sprake is van een onrechtmatig of vexatoir beslag, dan wel andere zwaarwegende redenen om het beslag op te heffen of te wijzigen, kan dit door de beslagene worden gevorderd in een opheffingskortgeding (art. 705 Rv). In het geval van onrechtmatig beslag heeft de beslagene de mogelijkheid om schadevergoeding van de beslaglegger te vorderen op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Deze drie afzonderlijke onderdelen (ook wel pijlers genoemd) vormen 1 Het Landelijk Overleg Voorzitters Civiel en Kanton van de rechtbanken. 2 Het eindrapport is gepubliceerd in de vorm van een Research Memorandum: M. Meijsen & A.W. Jongbloed, Conservatoir beslag in Nederland. Zekerheid en pressiemiddel, s-gravenhage: Sdu Full text toegankelijk via html. 3 Zie Vervolgens: procedures, landelijke regelingen, sector civielrecht, meer regelingen, handel, Beslagsyllabus 2011 (versie juni 2011). tezamen een systeem waarbinnen onderlinge compensatie mogelijk is. Deze compensatie heeft betrekking op de mate waarin een specifieke pijler waarborgen voor de beslagene biedt. Een geringe waarborg in een der pijlers kan worden gecompenseerd door een sterke waarborg in een of meer andere pijlers. Het systeem als geheel kan worden gekwalificeerd als evenwichtig indien gesproken kan worden van voldoende waarborgen voor zowel beslaglegger (secu reren van verhaal) als beslagene (bescherming tegen onrechtmatige beslaglegging). De rechtersregeling in de Beslagsyllabus heeft betrekking op de eerste pijler van verlofverlening. Naast algemene informatie over de diverse vormen van beslag treft men in de Beslagsyllabus in het document zelf als best practices gekwalificeerde informatie aan over de vereiste inhoud en de beoordeling van beslagrekesten. Het besluit van het LOVCK Het LOVCK heeft naar aanleiding van het hiervoor genoemde, in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerde onderzoek naar de werking van conservatoir beslag (hierna: het onderzoek), besloten om een werkgroep van ervaren beslagrechters in te stellen die het LOVCK kon adviseren over de omzetting van aanbevelingen uit het onderzoeksrapport in rechterlijk beleid. De hoofdconclusie van het onderzoek luidde kort zakelijk samengevat dat door een onvoldoende werking van waarborgfuncties voor de beslagene binnen de drie afzonderlijke pijlers geen sprake kan zijn van compensatie en daarmee ook niet van een evenwichtig stelsel van conservatoir beslag. De ontwikkelingen in de (wettelijke) regeling, met de gevolgen daarvan voor de werking van de regeling in de praktijk, zijn overwegend ten nadele van de waarborgen voor de beslagene Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 15

16 geweest. In het rapport wordt aanbevolen om op korte termijn een verbetering van de evenwichtigheid in de regeling te realiseren. Dit zou snel en doeltreffend kunnen worden bereikt door maatregelen te nemen binnen de eerste pijler van verlofverlening. Veranderingen in de Beslagsyllabus Een snelle en doeltreffende manier om veranderingen door te voeren is het aanpassen van de Beslagsyllabus. Om de evenwichtigheid van het systeem van conservatoir beslag Het systeem als geheel kan worden gekwalificeerd als evenwichtig indien gesproken kan worden van voldoende waarborgen voor zowel beslaglegger als beslagene als geheel een verbeteringsimpuls te kunnen geven, is versterking van waarborgen voor de beslagene in de eerste pijler van verlofverlening langs deze weg een logische keuze. Hiervoor is immers geen wetswijziging nodig. Bovendien stelt aanpassing in de eerste pijler de voorzieningenrechter in de gelegenheid om in een vroeg stadium situaties te onderkennen waar mogelijk sprake is van een onrechtmatig beslag, of van belangen aan de zijde van de beslagene waaraan in het kader van een belangenafweging niet voorbij kan worden gegaan. Ook kan reeds in het voortraject worden gestuurd en eventueel het ex parte karakter worden doorbroken (art. 279 lid 1 Rv). Voor een versterking van waarborgen voor de (aankomend) beslagene op korte termijn is aanpassing van de Beslagsyllabus daarom verreweg de beste keuze. Een wezenlijk andere beoordeling van beslagrekesten Het full disclosure-beginsel Met de wijzigingen in de Beslagsyllabus is de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het voorschrift van art. 700 lid 1 Rv (de voorzieningenrechter voert een summier onderzoek uit alvorens op een beslagrekest te beslissen), ingrijpend veranderd doordat de beoordeling minder summier, diepgaander en meer afgewogen wordt. Hiervoor is het noodzakelijk dat het verzoekschrift ook die informatie geeft, welke de voorzieningenrechter nodig heeft om een dergelijke beoordeling te maken. Evenals voorheen ziet de beoordeling op formele aspecten van het rekest (de rechtmatigheidstoets), de inhoud van de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt (de gegrondheidstoets) en houdt steeds een summiere afweging van wederzijdse belangen in. 4 De informatie die in het beslagrekest wordt gegeven is ook van belang om de eventuele inzet van conservatoir beslag voor andere doelen dan de door de wetgever beoogde zekerheidstelling van verhaal, levering of afgifte te kunnen 4 Beslagsyllabus, p. 8. onderkennen. Alhoewel het naar mijn mening niet altijd zo zal zijn dat beslaglegging met het doel om mede druk op de wederpartij te leggen onoirbaar is (bijvoorbeeld betaling afdwingen in geval van onbetwiste vordering, niet betalende debiteur), komt het ook voor dat het middel van beslag onmiskenbaar wordt gebruikt om de wederpartij in een uiterst moeilijke positie te brengen, bijvoorbeeld door bewust een bedrijfsvoering lam te leggen terwijl de gegrondheid van de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt op redelijke gronden wordt betwist. Een door beslag getroffen partij kan op deze wijze onder druk worden gezet om een dubieuze vordering dan maar te voldoen terwijl de beslaglegger vermijdt dat deze het risico loopt op afwijzing van die vordering in een hoofdprocedure. Dit soort omstandigheden zijn niet eenvoudig te beoordelen en behoeven daarom een rekest met adequate inhoud om de belangen van beide partijen te kunnen afwegen. Vermelding van het verweer van de schuldenaar Voor het full disclosure-beginsel is aansluiting gezocht bij art. 111 lid 3 Rv inzake vereisten voor substantiëring van dagvaardingen. Dit betekent dat in alle gevallen het verweer van de schuldenaar en de gronden daarvoor dienen te worden vermeld. De gedachte hierachter is dat de informatie in het beslagrekest minder eenzijdig wordt, een beter beeld van de overige omstandigheden ontstaat en de beslagene, indien deze meent dat de door de beslaglegger verstrekte informatie niet juist of onvolledig is (en de voorzieningenrechter daarmee op het verkeerde been is gezet), hiertegen in een later stadium gericht kan opkomen. In de voorgaande versie van de Beslagsyllabus (februari 2011) is, onder verwijzing naar het ook op rekesten van toepassing zijnde art. 21 Rv, reeds expliciet de verplichting opgenomen dat voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid moeten worden aangevoerd: in het beslagrekest dient melding te worden gemaakt van alle in Nederland of in het buitenland lopende, doorlopen of beëindigde procedures, die relevant zijn voor een goede beoordeling van de zaak, waaronder mede begrepen eerder ingediende beslagrekesten. Dat het niet in acht nemen van deze bepaling vergaande consequenties kan hebben blijkt uit sanctionering na schending van art. 21 Rv door afwijzing van het verzoek om beslag te mogen leggen en opheffing van beslag in kort geding. 5 Motivering waarom het beslag nodig is Ook zal in het kader van het full disclosure-beginsel en ingevolge de nieuwe richtlijnen steeds, ten behoeve van de afweging van wederzijdse belangen (proportionaliteit en subsidiariteit), 6 dienen te worden gemotiveerd waarom het 5 Vzr. Rb. Amsterdam 7 juni 2011, LJN BQ3375 (afwijzing beslagverlof), pres. Rb. Rotterdam 16 maart 1993, LJN AH4178 en vzr. Rb. Breda 29 augustus 2007, LJN BB3121 (opheffing beslag in KG). 6 Bijvoorbeeld vzr. Rb. Amsterdam 11 januari 2011 (ongepubliceerd). Opheffingskortgeding: vordering tot opheffing van beslag toegewezen omdat i) hoofdvordering summierlijk ondeugdelijk en ii) t.a.v. de tevens ingestelde schadevordering een beslag, in verhouding tot omvang vordering, als een disproportionele maatregel wordt aangemerkt (belan- 16 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

17 De rechtersregeling inzake conservatoir beslag is ingrijpend gewijzigd beslag nodig is en waarom is gekozen voor beslag op de in het rekest genoemde goederen en waarom niet een minder bezwarend beslagobject mogelijk is. Het in de Beslagsyllabus genoemde subsidiariteitsbeginsel houdt in dat de toepassing van een bepaalde bevoegdheid pas gerechtvaardigd is als er geen minder vergaand alternatief bestaat waarmee het doel evengoed kan worden gediend: zo mogelijk zal dus moeten worden gekozen voor de minst belastende beslagvorm, die het doel van zekerheidstelling kan realiseren. Verwijzing naar het proportionaliteitsbeginsel betekent dat geen onevenredigheid mag bestaan tussen het met de bevoegdheid te dienen belang (zekerheid) en het daardoor te schaden belang van de schuldenaar (blokkerende werking beslag, eventuele schade). Men kan hierbij denken aan een relatief geringe of twijfelachtige vordering, waarvoor de beslaglegger een voor de beslagene zeer bezwarend beslag wenst te leggen. Toepassing van de voorgaande beginselen, als op zichzelf staand criterium in de praktijk van verlofverlening, lijkt mij niet eenvoudig. Men kan zich de vraag stellen of de verzoeker, zeker in dit stadium, in staat zal zijn om de benodigde informatie te verstrekken en vervolgens, welke gevolgtrekkingen hieruit te maken zijn. Zo is uit het onderzoek bekend dat niet zozeer de aard van het beslag als wel de individuele omstandigheden van de beslagene bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of een beslag belastend is of niet. De Hoge Raad noemt in het arrest Tromp c.s/ Regency 7 waaraan wel een zekere reflexwerking wordt toegekend voor de beoordeling van beslagrekesten 8 als factoren die bepalend zijn voor de vraag of sprake is van vexatoir beslag: de hoogte van de te verhalen vordering, de waarde van de beslagen goederen en de eventueel onevenredig zware wijze waarop de schuldenaar door beslag op een van die goederen in zijn belangen wordt getroffen. Zonder verdergaande kennis van de omstandigheden bij de aankomend beslagene -die de beslaglegger zeker in het stadium van verlof niet altijd zal hebben- is vaak moeilijk voorspelbaar of de ene beslagsoort voor de beslagene meer belastend zal zijn dan de andere. Informeren naar dergelijke omstandigheden bij de aankomend beslage ligt ook niet direct in de rede omdat dit het verrassingselement van het beslag teniet zou kunnen doen. Kennis van deze feiten staat overigens los van de aansprakelijkheid van de beslaglegger voor een (deels) vexatoir en daarmee onrechtmatig beslag. Derdenbeslag onder een financiële instelling hoeft los van de problemen die de schuldenaar met zekerheid hierover met de bank krijgt in eerste instantie niet belastend te zijn als het slechts een gering saldo treft. Ook het omgekeerde is mogelijk: voor een relatief geringe vordering kan een aanzienlijk banksaldo onder het beslag vallen. Of een dergelijk beslag überhaupt wel heeft gekleefd dan wel disproportioneel is zal bovendien pas bekend zijn nadat de derde-beslagene verklaring heeft gedaan. Vrijwel zeker, maar in een later stadium vaak moeilijk te bewijzen, zijn de gevolgen van genafweging). 7 HR 24 november 1995, NJ 1996, Hof Den Bosch 11 november 2003, «JOR» 2004, 115, m.nt. Loesberg. derdenbeslag onder cliënten, dat per definitie het aanzien van de beslagene aantast. Beslag op een onroerende zaak, dat over het algemeen als weinig belastend wordt gezien, blijkt regelmatig zeer knellend als de schuldenaar op het punt staat om de zaak te vervreemden. Meervoudig beslag, in de zin van beslag op meerdere vermogensbestanddelen, is naar zijn aard vrijwel altijd belastend, ook omdat dit met relatief hoge vorderingen gepaard gaat. De mate van belastendheid in relatie tot het belang van de schuldeiser roept tevens de vraag op waar de grens van de keuzevrijheid voor de beslaglegger, ten aanzien van het beslagobject en de omvang van het beslag, ligt: art. 435 lid 1 Rv bepaalt immers dat het aan de executant vrij staat gelijkertijd beslag te leggen op alle voor beslag vatbare goederen, waartoe hij bevoegd is zijn goederen te verhalen. Op grond van art. 3:276 BW kan de schuldeiser zijn vordering verhalen op alle goederen van de schuldenaar. 9 Door de overgang van het conservatoire beslag in executoriaal beslag nadat de beslaglegger in de hoofdzaak een voor tenuitvoerlegging vatbare executoriale titel heeft verkregen (art. 704 lid 1 Rv) beïnvloeden deze facetten uit de executoriale fase logischerwijze ook het handelen van de beslaglegger in de conservatoire fase van het verhaalsbeslag. Immers, indien op onvoldoende vermogensbestanddelen conservatoir beslag is gelegd, loopt de beslaglegger het risico dat deze in de executoriale fase niet zijn gehele vordering kan verhalen. Een verdere complicerende factor is het principe van paritas creditorum (art. 3:277 lid 1 BW) op grond waarvan de beslaglegger het risico loopt dat in een later stadium de opbrengst met andere schuldeisers gedeeld moet worden. 10 De beslaglegger heeft daarom belang bij een zo groot mogelijk verschil tussen de omvang van zijn werkelijke vordering en die van de beslaglegging. Met de wijzigingen in de Beslagsyllabus is de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het voorschrift van art. 700 lid 1 Rv ingrijpend veranderd doordat de beoordeling minder summier, diepgaander en meer afgewogen wordt De vraag waar de grens van de bevoegdheid van de beslaglegger gelegd wordt, is uitermate feitelijk bepaald en afhankelijk van het gewicht dat wordt gehecht aan de belangen van de beslaglegger, ten opzichte van die van de beslagene. Bij de beoordeling van een beslagrekest zal de voorzieningenrechter, ondanks de hiervoor beschreven hindernissen, steeds een belangenafweging dienen te maken. Het meest waarschijnlijk is dat deze afweging in onderlinge samen- 9 Met uitzondering van goederen die zich niet voor verhaalsbeslag lenen: Beslagsyllabus, p D.J. van der Kwaak, Het rechtskarakter van het beslagrecht, Deventer: Kluwer 1990, p. 124 en T. Hartlief, Aansprakelijkheid voor onrechtmatige beslaglegging. Vreemde eend in de bijt van het aansprakelijkheidsrecht? in: N.E.D. Faber (red.), Knelpunten bij beslag en executie, Deventer: Kluwer 2009, p Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 17

18 hang met de overige toetsingsgronden zal gebeuren. Uit onderzoek is bekend dat voorzieningenrechters rekesten in de praktijk niet per afzonderlijk criterium beoordelen (de rechtmatigheidstoets, de gegrondheidstoets en een afweging van belangen), maar zich veeleer een totaalbeeld Ook zal in het kader van het full disclosure-beginsel en ingevolge de nieuwe richtlijnen steeds, ten behoeve van de afweging van wederzijdse belangen dienen te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is vormen, waarbij men afgaat op het eigen Fingerspitzengefühl. 11 Het lijdt geen twijfel dat informatie over de redenen van het beslag, de proportionaliteit en de subsidiariteit, aan de verkrijging van een dergelijk totaalbeeld van de beslagsituatie zal bijdragen. De vordering die aan het beslag ten grondslag ligt (gegrondheidstoets) In het beslagrekest dient de verzoeker ingevolge art. 700 lid 2 Rv de aard van het ingeroepen recht te vermelden. Volgens de nieuwe richtlijnen dient te worden gespecificeerd om welke categorie vordering het gaat: i) een vordering uit overeenkomst, onbetaalde factuur, ii) vordering uit de overeenkomst, overig of iii) vordering uit onrechtmatige daad of op andere grondslag. De achtergrond van het vermelden van de categorie vordering is dat, afhankelijk van het profiel van de vordering, in het rekest bepaalde informatie dient te worden verstrekt die een beoordeling naar de nieuwe maatstaven mogelijk maakt. Bovendien wijst de praktijk uit dat de aard van de vordering een indicatie vormt van de kans dat er een probleem met de verlofverlening kan zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat een grote groep van vorderingen (de zogenoemde incassovorderingen, categorie i) weinig problemen oplevert; de voorheen gebruikelijke wijze van beoordeling functioneerde goed. Het zou in dit soort zaken daarom weinig efficiënt zijn om op voorhand uitgebreide documentatie te vragen. De beslaglegger kan daarom bij de omschrijving van het ingeroepen recht volstaan met een summiere omschrijving van geleverde goederen of diensten, vermelding van de tegen de vordering aangevoerde verweren en gronden daarvoor, een factuuroverzicht en (een overzicht van) aanmaningen. Veelal zal geen sprake zijn van verweer (dit wel expliciet vermelden) en kan op grond van de verstrekte informatie verlof worden verleend. Voor overige vorderingen uit overeenkomst (categorie ii) dient een voldoende feitelijke omschrijving van de vordering en de grondslag daarvan te worden gegeven. Dit gaat dus verder dan de summiere omschrijving voor categorie i. Ook dienen de aangevoerde verweren en gronden daarvoor te worden vermeld. Het contract (in het geval van 11 Research Memorandum, p. 45. een mondelinge overeenkomst een uiteenzetting over de inhoud hiervan) en de ingebrekestelling dienen met het rekest te worden meegezonden. De aanvrager van verlof voor een dergelijke vordering doet er goed aan zich te realiseren, dat het voor de beoordeling door de voorzieningenrechter van belang is, dat de verstrekte informatie een duidelijk beeld schetst, niet alleen van de vordering, maar ook van de overige omstandigheden, waaronder het verweer, indien dit door de schuldenaar is gevoerd. Hoe minder duidelijk het verzoek is, des te groter de kans dat het rekest niet aanstonds kan worden toegewezen en om een toelichting wordt gevraagd, dan wel tot het horen van partijen al dan niet na het verlenen van een voorlopig verlof wordt besloten. De vorderingen uit onrechtmatige daad of op andere grondslag (categorie iii) dienen een omschrijving van de grondslag van de vordering en de door de schuldenaar hiertegen aangevoerde verweren en de gronden hiervoor te vermelden. Tevens dienen relevante bewijsstukken en de aansprakelijkstelling te worden meegezonden. Uit het onderzoek is gebleken dat deze categorie vorderingen een risicogroep vormt bij verlofverlening. Rekesten vertonen met regelmaat beslag op bijkans alle vermogensbestanddelen die te bedenken zijn en exorbitante begrotingen die in het geheel niet onderbouwd zijn. Ook wordt slechts sporadisch een vervolg aan het beslag gegeven door het instellen van een hoofdzaak. De verzoeker van verlof voor een vordering uit deze categorie kan ervan uitgaan dat het rekest zich op de bijzondere aandacht van de voorzieningenrechter kan verheugen. Het lijkt in ieder geval verstandig om, naast een heldere en gedegen uiteenzetting over de grondslag en het verweer, ook een serieuze en gespecificeerde schadebegroting met toelichting te overleggen. Verlenging termijn instellen van de hoofdzaak De voorwaarde in art. 700 lid 3 Rv, dat verlofverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat binnen een door de voorzieningenrechter vast te stellen termijn van ten minste acht dagen na het beslag, door de beslaglegger een hoofdzaak wordt ingesteld voor de vordering waarvoor beslag werd gelegd, is een bepaling die in de wet is opgenomen ter bescherming van de beslagen partij. Omdat het niet voldoen aan deze voorwaarde wordt bedreigd met nietigheid van het beslag, vormt dit een praktisch instrument als stok achter de deur, dat tijd rekken door de beslaglegger ten laste van de beslagene voorkomt. De aangescherpte bepalingen in de Beslagsyllabus geven uitwerking aan dit uitgangspunt: de dagvaarding mag niet onnodig worden uitgesteld. Verlenging uitsluitend in het belang van de beslaglegger wordt aldus slechts eenmalig toegestaan met een termijn van veertien dagen (behoudens bijzondere omstandigheden). Een eerste verlengingsverzoek in verband met onderhandelingen tussen partijen (hetgeen wordt beschouwd als in het belang van beide partijen) wordt toegestaan met een termijn van maximaal veertien dagen. Bij een langere termijn, een tweede of volgend verzoek, dient een schriftelijk bewijsstuk te worden meegezonden dat de beslagene met het verzoek instemt. Dit geeft overigens nog 18 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

19 De rechtersregeling inzake conservatoir beslag is ingrijpend gewijzigd geen garantie voor verlofverlening of ex parte behandeling: de voorzieningenrechter zal het verzoek beoordelen volgens het hiervoor vermelde algemene uitgangspunt, dat verlenging niet tot onnodige vertraging van de rechtsgang leidt. Boter bij de vis dus. Slotopmerkingen Een conservatoir beslag heeft vaak een enorme impact op de beslagen partij en alleen al daarom is het niet meer dan redelijk dat beslagrekesten op een meer dan de tot voor kort gebruikelijke als ware sprake van verstek wijze worden beoordeeld. Dit neemt uiteraard niet weg dat conservatoir beslag als doel heeft de beslaglegger een vorm van zekerheid te verlenen opdat deze niet na verkrijging van een veroordelend vonnis achter het net vist. In de regeling die dit mogelijk maakt bleken echter de waarborgen voor de beslagene in de loop der tijd naar de achtergrond te zijn geschoven. Met de nieuwe Beslagsyllabus is het bewustzijn, dat ook de beslagene een te respecteren positie heeft, een nieuw leven ingeblazen en dat is te beschouwen als winst voor het systeem van conservatoir beslag als geheel. De recente veranderingen in de Beslagsyllabus zijn vergaand en het zal naar verwachting wel enige tijd vergen voordat deze, bij zowel de opstellers van beslagrekesten als de beoordelaars hiervan, zijn ingesleten. Een eerste pe riode van ervaring opdoen met de nieuwe regels en deze wellicht op onderdelen bijstellen ligt voor de hand. De Rechtspraak heeft langs deze weg het voortouw genomen in een hernieuwde bewustwording ten opzichte van het middel van conservatoir beslag. Het is een eerste en belangrijke stap in de richting van een evenwichtig systeem, waaraan ook een toekomstige doorwerking binnen de overige pijlers (opheffingskortgeding en onrechtmatig beslag & schade) in positieve zin kan bijdragen. Over de auteur Mw. mr. M. Meijsen is onderzoeker en als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. De Praktijk van Ferry, Erik, Laurien, Mark, Mieke, Rieme-Jan, Rik en Toon DE PRAKTIJKBLADEN VAN SDU Met de Praktijkbladen (gedrukt of digitaal) van Sdu leest u op een ontspannen wijze over alle ontwikkelingen binnen uw vakgebied. Zo bent u altijd op de hoogte om uw cliënten op de juiste wijze te kunnen adviseren. De deskundige redactie volgt jurisprudentie, rechtspraak en literatuur op de voet en vertaalt inzichten naar leesbare, verdiepende en praktijkgerichte artikelen. Voor bijna ieder juridisch vakgebied is er een Praktijkblad. Kijk op en ontvang gratis uw eerste exemplaar. SDU PRAKTIJKBLADEN: RECHT IN DE PRAKTIJK Beslag en executie in de rechtspraktijk nummer 1, augustus 2011 / SDU uitgevers 19

20 Misbruik van beslagrecht, steeds vaker gebruikt mr. m.r. van zanten Het civiele recht kent het leerstuk van misbruik van bevoegdheid, hetgeen een onrechtmatige daad oplevert die tot schadevergoeding verplicht of het uitoefenen van een bepaald recht belet. Misbruik van bevoegdheid speelt ook een rol in het beslagrecht. Uit recente ontwikkelingen in de rechtspraktijk blijkt dat meer aandacht wordt besteed aan misbruik van beslagrecht. De beslagsyllabus is inmiddels aangepast waarmee onder meer getracht wordt misbruik van beslagrecht te voorkomen. In dit artikel wordt, na een algemeen deel over vexatoor beslag en misbruik van bevoegdheid, een aantal recente praktijkvoorbeelden van misbruik van beslagrecht uit de rechtspraktijk besproken. Inleiding Het civiele recht kent het leerstuk van misbruik van bevoegdheid, hetgeen een onrechtmatige daad oplevert die tot schadevergoeding verplicht of het uitoefenen van een bepaald recht belet. 1 Misbruik van bevoegdheid speelt ook een rol in het beslagrecht. Doel van ieder beslag is immers de executie van het beslagen goed ter voldoening van de vordering waarvoor het beslag is gelegd. Indien vaststaat dat voldoening via executie niet mogelijk is, kan, hoewel aan alle vereisten voor een rechtsgeldig beslag is voldaan, sprake zijn van misbruik van beslagrecht. In kort geding kan de beslagene in dat geval onder andere opheffing van het beslag vorderen. Uit recente ontwikkelingen blijkt dat meer aandacht wordt besteed aan misbruik van beslagrecht. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak hebben mr. M. Meijsen en prof. mr. A.W. Jongbloed de praktijk rond het conservatoir beslag onderzocht en enkele aanbevelingen gedaan. 2 Op basis van hun aanbevelingen is de Beslagsyllabus inmiddels aangepast. 3 Met de aangepaste Beslagsyllabus wordt onder meer getracht misbruik van beslagrecht te voorkomen. In dit artikel wordt, na een algemeen deel over vexatoor beslag en misbruik van bevoegdheid, een aantal vormen van misbruik van beslagrecht uit de (recente) rechtspraktijk besproken. 1 Zie art. 3:13 BW. 2 M. Meijsen en A.W. Jongbloed, Conservatoir beslag in Nederland. Zekerheid en pressiemiddel, Research Memoranda Raad voor de rechtspraak, nr. 2, 2010, jaargang 6. 3 Beslagsyllabus, vastgesteld door het Landelijke Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren van de rechtbanken (LOVCK) op 20 juni 2011, geldig per 1 juli Vexatoor beslag en misbruik van bevoegdheid De Hoge Raad heeft een aantal belangrijke uitspraken gedaan op grond waarvan duidelijk is geworden wanneer sprake is van vexatoor beslag of misbruik van bevoegdheid bij beslaglegging. In zijn arrest van 24 november heeft de Hoge Raad geleerd dat de vraag of het leggen van conservatoir beslag vexatoor en daarom onrechtmatig is, in beginsel dient te worden beantwoord aan de hand van de concrete omstandigheden ten tijde van de beslaglegging waaronder de hoogte van de te verhalen vordering, de waarde van de beslagen goederen en de eventueel onevenredig zware wijze waarop de schuldenaar door het beslag op een van die goederen in zijn belangen wordt getroffen. Eerder 5 had de Hoge Raad geleerd dat de rechter in een executiegeschil slechts staking van de tenuitvoerlegging van het vonnis kan bevelen indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de ontruiming zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. De conclusie uit vorenstaande arresten is dat indien een beslag dat als vexatoor, en derhalve als onrechtmatig, kan worden beschouwd, door de beslaglegger wordt voortgezet altijd sprake zal zijn van misbruik van bevoegdheid. In deze zin komen vexatoor beslag en misbruik van bevoegdheid samen en zal de voorzieningenrechter staking van de executie van een dergelijk onrechtmatig beslag kunnen bevelen. 4 NJ 1996, 161 (Tromp/Regency). 5 HR 22 april 1983, NJ 1984, 145 (Ritzen/Hoekstra). 20 SDU uitgevers / nummer 1, augustus 2011 Beslag en executie in de rechtspraktijk

Voorlopige en bewarende maatregelen in Nederland

Voorlopige en bewarende maatregelen in Nederland Voorlopige en bewarende maatregelen in Nederland 1. Welke verschillende soorten maatregelen zijn er? Bewarende maatregelen zijn maatregelen die tot doel hebben waar mogelijk zeker te stellen dat de schuldenaar

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr...

http://legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=8305225& sr... pagina 1 van 5 JOR 2013/87 Gerechtshof Arnhem, 18-12-2012, 200.099.939, LJN BY7149 Processuele gevolgen faillietverklaring voor aanhangige rechtsvorderingen, Schorsing van geding in conventie ex art. 29

Nadere informatie

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter.

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter. Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 261015 11:10 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBMNE:2013:3231 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 19072013

Nadere informatie

Prof. mr. A.W. Jongbloed WAAROM ER NAUWELIJKS RECHTSPRAAK IS OVER BESLAGEN OP LEVENSVERZEKERINGEN

Prof. mr. A.W. Jongbloed WAAROM ER NAUWELIJKS RECHTSPRAAK IS OVER BESLAGEN OP LEVENSVERZEKERINGEN Prof. mr. A.W. Jongbloed WAAROM ER NAUWELIJKS RECHTSPRAAK IS OVER BESLAGEN OP LEVENSVERZEKERINGEN Plaats in het systeem van de wet Boek 2, titel 2 (gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

1.2. Tijdens de zitting zijn partijen en hun advocaten verschenen. De advocaten hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities.

1.2. Tijdens de zitting zijn partijen en hun advocaten verschenen. De advocaten hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities. vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Leeuwarden Kort-gedingnummer: [... ] vonnis van de voorzieningenrechter in het kort-geding d.d. 16 juli 2014 inzake [DE MAN], wonende te [Plaatsnaam

Nadere informatie

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips 18 december 2015 Dirk Vergunst 1 Artikel 45 Rechtsvordering 1. Exploten (pv van ambtshandeling) worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan (

Nadere informatie

EXECUTIE EN VERREKENING

EXECUTIE EN VERREKENING EXECUTIE EN VERREKENING Geregeld komt het in familiezaken voor dat in het dictum van de uitspraak niet het bedrag wordt genoemd dat de één aan de ander verschuldigd is. Vaak gebeurt dit in verdelingszaken

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Misbruik van beslagrecht, steeds vaker gebruikt

Misbruik van beslagrecht, steeds vaker gebruikt Misbruik van beslagrecht, steeds vaker gebruikt mr. m.r. van zanten Het civiele recht kent het leerstuk van misbruik van bevoegdheid, hetgeen een onrechtmatige daad oplevert die tot schadevergoeding verplicht

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

18 juni 2010 10.30-12.30 uur VOORJAARSCYCLUS 2010 en INHALERS. Cursusgroep :...

18 juni 2010 10.30-12.30 uur VOORJAARSCYCLUS 2010 en INHALERS. Cursusgroep :... TOETSVRAGEN ONDERDEEL BURGERLIJK PROCESRECHT VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR 18 juni 2010 10.30-12.30 uur VOORJAARSCYCLUS 2010 en INHALERS Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 120

Nadere informatie

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment?

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment? Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment? Mr. C.H.M. Fiévez * 1. Inleiding De vraag tot welk moment cumulatief beslag op aandelen nog mogelijk is veronderstelt dat elk beslagobject, en dus

Nadere informatie

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam.

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/458213 / HA ZA 14-90 Vonnis in incident van in de zaak van: de rechtspersoon naar vreemd recht RITM OKB ZOA, gevestigd

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

Derde cursusdag. I. Beslag Kort geding

Derde cursusdag. I. Beslag Kort geding Derde cursusdag II. I. Beslag Kort geding I. Beslag Factoren die vooraf een rol spelen bij het leggen van beslag: - De aard en de kracht van de vordering - De aanwezigheid van verhaalsobjecten - De gegoedheid

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

Datum : 30 maart 2014 Nummer: 17

Datum : 30 maart 2014 Nummer: 17 ma/gr 20060569 Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex artikel 73a Fw) Datum : 30 maart 2014 Nummer: 17 Gegevens onderneming : Zuid-Hollandse Glascentrale Beheer B.V. (F 09.06.244) Zuid-Hollandse

Nadere informatie

Volgens het overgangrecht blijven de huidige regels gelden als voor de datum van inwerkingtreding de executie is aangezegd

Volgens het overgangrecht blijven de huidige regels gelden als voor de datum van inwerkingtreding de executie is aangezegd Wetsvoorstel 33484 inzake executieveilingen goedgekeurd De Eerste Kamer heeft recentelijk ingestemd met het wetsvoorstel 33484 tot verbetering van de executieveilingen van onroerende zaken. Hierdoor zullen

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 7 september 2004 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 28.2003 van: [ ], wonende te [ ],

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/default.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/default.aspx LJN: BR1312, Rechtbank Almelo, 120704 / KG ZA 11-114 Datum uitspraak: 11-07-2011 Datum publicatie: Rechtsgebied: 12-07-2011 Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Vordering overdracht

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Samenvatting Op de rekeningen van Consument en haar echtgenoot

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt er over dat de Belastingdienst executoriaal beslag heeft gelegd op onroerende zaken van haar ondanks het feit dat er - in verband met de door de Belastingdienst gestelde

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbgel...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbgel... 1 of 7 091115 11:51 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBGEL:2013:1808 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 16072013 Datum

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag.

De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. De papieren versie van het verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. 2Se OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissement Faillissementsnummer Surseancedatum : Faillissementsdatum Rechter

Nadere informatie

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager 123a/13 ECLI:NL:TADRARL:2014:235 RAAD VAN DISCIPLINE Beslissing in de zaak onder nummer van: 123a/13 Beslissing van 23 mei 2014 in de zaak 123a/13 en 123b/13 naar aanleiding van de klacht van: de heer

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/74159

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Nadat klagers hun opdracht tot dienstverlening bij verkoop van hun woning resp. perceel grond hadden ingetrokken, is onenigheid ontstaan over de door hun

Nadere informatie

procesrecht algemeen

procesrecht algemeen procesrecht algemeen Open kaart spelen? E.A. VAN DE KUILEN* De verhouding tussen artikel 21 Rv en het beslagrekest De uit artikel 21 Rv voortvloeiende waarheidsplicht geldt ook voor beslagrekesten. In

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord - Gevolgen (personen, goederen, verbintenissen) - Verbintenissen - Schuldvordering - Aangifte Gevolg -

Nadere informatie

Onrechtmatig beslag. Spraakverwarring. 10 september 2013. Onrechtmatig beslag 10 september 2013. Onrechtmatig beslag Ten onrechte gelegd beslag

Onrechtmatig beslag. Spraakverwarring. 10 september 2013. Onrechtmatig beslag 10 september 2013. Onrechtmatig beslag Ten onrechte gelegd beslag Gijs Molkenboer Senior adviseur JZ SNS REAAL www.gijsmolkenboer.nl Onrechtmatig beslag 10 september 2013 Spraakverwarring. Onrechtmatig beslag Ten onrechte gelegd beslag Academie voor de rechtspraktijk

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl... 1 of 5 31-01-16 21:27 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:GHARL:2013:5729 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 30-07-2013 Datum publicatie 01-08-2013

Nadere informatie

Stichting Administratiekantoor Renpart Vastgoed BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Artikel 2

Stichting Administratiekantoor Renpart Vastgoed BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Artikel 2 20150354 1 Doorlopende tekst van de administratievoorwaarden van de stichting: Stichting Administratiekantoor Renpart Vastgoed, statutair gevestigd te Den Haag, zoals deze luiden na wijziging bij akte,

Nadere informatie

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van:

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van: Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer: 406064 C/16 2015/1013 Zitting: 30 december 2015 CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROPERTIZE

Nadere informatie

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap]

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap] Overeenkomst van (ver)koop van aandelen in [naam vennootschap] Tussen: 1. [Statutaire naam], statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam] aan de [adres], hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Walraven Groep B.V., tevens handelend onder de namen Walraven, Walraven

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:1019 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29012014 Datum publicatie 12022014 Zaaknummer C09445041 HA ZA 13691 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

: De naamloze vennootschap United Green N.V., gevestigd en kantoorhoudende te (7101 BN) Winterswijk aan het Beatrixpark

: De naamloze vennootschap United Green N.V., gevestigd en kantoorhoudende te (7101 BN) Winterswijk aan het Beatrixpark Openbaar verslag ex artikel 73a Faillissementswet Faillissement : De naamloze vennootschap United Green N.V., gevestigd en kantoorhoudende te (7101 BN) Winterswijk aan het Beatrixpark 6a Faillissementsnummer

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 120 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 120 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS BURGERLIJKPROCESRECHT BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSCYCLUS 2011 EN INHALERS 17 JUNI 2011 (10:30 12:30 uur) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 120 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 9 juli 2002 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de gevoegde klachten met zaaknummers: 93.2002 [ ], wonende te

Nadere informatie

R.B. CONVERTING BV R.B. ENGINEERING BV INTER HOLDING RHENEN BV

R.B. CONVERTING BV R.B. ENGINEERING BV INTER HOLDING RHENEN BV Dit verslag ziet uitsluitend op hetgeen zich in de afgelopen verslagperiode heeft voorgaan. Daar waar de nummering ontbreekt, zijn de hoofdstukken reeds afgesloten en wordt voor informatie verwezen naar

Nadere informatie

1. Inleiding Hieronder volgen de belangrijkste wijzigingen van de wet 33484. Wijziging artikel 516 lid 1 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

1. Inleiding Hieronder volgen de belangrijkste wijzigingen van de wet 33484. Wijziging artikel 516 lid 1 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - 1 - NOTITIE Van : mr P.T.A. Benedek Aan : afdeling veiling Onderwerp : wetsvoorstel 33484 Datum : oktober 2014 1. Inleiding Hieronder volgen de belangrijkste wijzigingen van de wet 33484 Wijziging artikel

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 9 september 2003 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet in de zaak met nummer 328.2002 ingesteld door:

Nadere informatie

LJN: BW1041,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 245969 / KG ZA 12-89

LJN: BW1041,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 245969 / KG ZA 12-89 LJN: BW1041,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 245969 / KG ZA 12-89 Datum uitspraak: 04-04-2012 Datum publicatie: 05-04-2012 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Vindplaats(en): Uitspraak

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-204 d.d. 11 juli 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. M.L. Hendrikse, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen

HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen GERECHTELIJK WETBOEK - Deel IV : BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming. Art.

Nadere informatie

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants Nummer 5052181 R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants heeft bij wijze van bindend advies de volgende uitspraak gedaan in zake het geschil tussen: X eiseres

Nadere informatie

Behalve de vermeldingen in artikel 43 voorgeschreven, bevat het beslagexploot op straffe van nietigheid:

Behalve de vermeldingen in artikel 43 voorgeschreven, bevat het beslagexploot op straffe van nietigheid: Uittreksel Gerechtelijk Wetboek-beslag Art. 1386 Vonnissen en akten kunnen alleen ten uitvoer worden gelegd op overlegging van de uitgifte of van de minuut, voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging

Nadere informatie

X wonende te Y, appellant, tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans verweerder,

X wonende te Y, appellant, tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans verweerder, Zaaknummer: 1995/155 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 21 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans Trefwoorden: Auditor, inschrijving,

Nadere informatie

de naamloze vennootschap WestlandUtrecht Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap WestlandUtrecht Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-092 d.d. 19 maart 2015 (mr. R.J. Paris, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.) Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.) Nummer: 7 Datum: 23 juni 2015. Gegevens onderneming: Stari Beheer B.V. Faillissementsnummer: C/01/12.586 F Datum uitspraak: 19 juni 2012 Curator:

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 215005 / KG ZA 10-460 Vonnis in kort geding ex artikel 438 lid 4 Rv van 22 juli 2010

zaaknummer / rolnummer: 215005 / KG ZA 10-460 Vonnis in kort geding ex artikel 438 lid 4 Rv van 22 juli 2010 vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 215005 / KG ZA 10-460 Vonnis in kort geding ex artikel 438 lid 4 Rv van in de zaak van I De stichting STICHTING TRUDO, gevestigd

Nadere informatie

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels;

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels; 10 november 2009 REGLEMENT STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS Artikel 1 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: Stichting: Aangesloten Instelling: Mediator: Gedragsregels: Klachtenregeling:

Nadere informatie

Uitspraak ex artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht

Uitspraak ex artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht LJN: AT6229, Rechtbank Leeuwarden, 04/1143 & 04/1453 Datum uitspraak: 18-04-2005 Datum publicatie: 25-05-2005 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie

Nadere informatie

Arrêt du 25 mai 1999 dans l affaire A 97/2 ------------------------------

Arrêt du 25 mai 1999 dans l affaire A 97/2 ------------------------------ BENELUX-GERECHTSHOF COUR DE JUSTICE BENELUX A 97/2/12 Arrest van 25 mei 1999 in de zaak A 97/2 ------------------------- Inzake : GREENIB CAR B.V. tegen AUTOBEDRIJF JOH. AALTINK Procestaal : Nederlands

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 8 TWEEDE NOT VN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521 vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521 Vonnis in kort geding van (bij vervroeging) in de zaak van [X], tevens handelend onder de

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

BEGRIPSBEPALINGEN. Artikel 1. Artikel 2 MD/817570.001

BEGRIPSBEPALINGEN. Artikel 1. Artikel 2 MD/817570.001 MD/817570.001 Doorlopende tekst van de administratievoorwaarden van de te Den Haag gevestigde stichting: Stichting Administratiekantoor Ren part Vastgoed, kantoorhoudende te 2514 JS 's-gravenhage, Nassaulaan

Nadere informatie

Bewonersraad De Stadhouder Roermond

Bewonersraad De Stadhouder Roermond Bewonersraad De Stadhouder Roermond Werkgroep warmteprobleem De Stadhouder Stand van zaken juridische procedure met Woonzorg Nederland. Op 17 april 2015 heeft Woonzorg Nederland gedagvaard de vijf bewoners/leden

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V.

ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V. ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V. Artikel 1: Algemeen 1.1 Deze voorwaarden zijn van toepassing op en vormen één geheel met alle door Buskoop te sluiten overeenkomsten. 1.2 In deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage?

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Een notaris en een bank klagen erover dat een makelaarskantoor bij eerstgenoemde een factuur heeft ingediend voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-149 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mevrouw mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 5 januari 1994 Partijen : Appellanten tegen Christelijke Hogeschool Noord-Nederland Trefwoorden : bevoegdheid voorzitter

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beslissing als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 135.2003 van: [ ], wonende te [ klaagster, ], Duitsland, tegen: [

Nadere informatie

12-03- 2014. Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014

12-03- 2014. Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014 Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014 HUWELIJK ZONDER HUWELIJKSVOORWAARDEN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN BOEDELMENGING OPVOLGING ONDER

Nadere informatie

HANDLEIDING GRIFFIERECHT-2 e editie. Aan alle griffiemedewerkers, rechters, advocaten en deurwaarders van Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten,

HANDLEIDING GRIFFIERECHT-2 e editie. Aan alle griffiemedewerkers, rechters, advocaten en deurwaarders van Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten, 1 HANDLEIDING GRIFFIERECHT-2 e editie 1 oktober 2015 Aan alle griffiemedewerkers, rechters, advocaten en deurwaarders van Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten, Betreft: griffierecht Het hieronder gestelde

Nadere informatie

Verslagperiode : 10 februari 2015 t/m 13 mei 2015 Bestede uren in verslagperiode 3

Verslagperiode : 10 februari 2015 t/m 13 mei 2015 Bestede uren in verslagperiode 3 OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 3 Datum: 13 mei 2015 Gegevens onderneming Faillissementsnummer : HAARZUILENSE PROJECTONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ B.V. Datum uitspraak : 7 oktober 2014 Curator R-C :

Nadere informatie

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67

In naam des Konings! vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 vonnis "In naam des Konings!" RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer I rolnummer: CI051278117 I KG ZA 15-67 Vonnis in kort geding van in de zaak van de besloten

Nadere informatie

in naam des Konings vonn1s

in naam des Konings vonn1s in naam des Konings vonn1s RECHTBANK OOST-BRABANT Handelsrecht Zittingsplaats 's-hertogenbosch zaaknummer I rolnummer: CIOl/280384 I HA ZA 14-468 Vonnis van 15 apri12015 in de zaak van de rechtspersoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

PROFESSIONEEL INCASSOBEHEER De gerechtelijke fase

PROFESSIONEEL INCASSOBEHEER De gerechtelijke fase PROFESSIONEEL INCASSOBEHEER De gerechtelijke fase 1 Een juridische procedure: is voor rekening en risico opdrachtgever kan een langdurig proces zijn wordt actieve inbreng van u verwacht De gerechtelijke

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Openbaar faillissementsverslag rechtspersoon (ex art. 73A Fw.) Insolventienummer: Toezichtzaaknummer: Datum uitspraak: Curator: R-C: F.16/15/558 NL:TZ:0000000538:F001 14-07-2015 Mr. M. de Vries mr. A.M. Koene Algemeen Gegevens onderneming Neptune Laren Interiors B.V.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie