De evolutie van internationale prijsverschillen en de EMU de Europese automarkt

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De evolutie van internationale prijsverschillen en de EMU de Europese automarkt"

Transcriptie

1 De evolutie van internationale prijsverschillen en de EMU de Europese automarkt door Frank Verboven UFSIA, Universiteit Antwerpen Prinsstraat 13, B-2 Antwerpen Verschenen in Trends Review, nr. 6, 4 Maart 1999, Internationale prijsvergelijkingen worden veelvuldig gebruikt als een maatstaf voor economische integratie. In een goed geïntegreerde economie zijn prijsverschillen normaal laag. In geografisch gesegmenteerde markten kunnen integendeel grote en langdurige internationale prijsverschillen voorkomen, vooral wanneer onvolmaakte mededinging discriminerende prijsstrategieën toelaat. Veelal wordt beweerd dat de oprichting van de Europese Monetaire Unie (EMU) zal leiden tot een doorgedreven economische integratie en tot meer intense mededinging. Volgens die redenering zouden in de meeste industrieën de bestaande internationale prijsverschillen vanzelf afnemen of zelfs helemaal verdwijnen, zoals dit nu bijvoorbeeld reeds het geval is in de financiële markten. De Europese auto-industrie is een ideale markt om deze hypothese te toetsen. Sedert lang bestaan er zeer grote internationale prijsverschillen. Figuur 1 toont de maximale procentuele prijsverschillen (prijzen uitgedrukt in ECU, voor belastingen) tussen vijf landen: België, Frankrijk, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk. 1 De maximale prijsverschillen bedragen gemiddeld rond de 3% van de autoprijs. Een auto die in het goedkoopste land ongeveer 5. F zou kosten, kan elders dus gemakkelijk tot 15.F duurder zijn. Uit de Figuur blijkt ook dat de procentuele prijsverschillen ongeveer even groot zijn voor de luxueuse als voor de kleinere modellen. Tenslotte lijkt 1 Deze berekeningen zijn gebaseerd op de studie van Pinelopi Goldberg and Frank Verboven, verschenen als C.E.P.R. Discussion paper No. 229.

2 er geen enkele tendens tot afname van de prijsverschillen te zijn: in 1993 waren ze ongeveer even uitgesproken als in 198. Ook vandaag blijven de prijsverschillen enorm, zoals blijkt uit een recente studie van de Europese Commissie. Figuur 1. Grafieken per jaar Maximaal Verschil (Percentage van de gemiddelde prijs) Year== Year== Year== Year== Gemiddelde Prijs Prijsverschillen in de Europese automarkt De internationale prijsverschillen in de Europese automarkt maken het voorwerp uit van een intens debat. Consumentenorganisaties beweren dat prijsverschillen voortvloeien uit de gebrekkige mate van Europese integratie, waardoor anti-competitieve praktijken van prijsdiscriminatie mogelijk zijn. In een reeks rapporten van het Europees Verbond van Consumentenorganisaties, BEUC, in 1981, 1986, 1989 en 1992, werden diverse praktijken van segmentatie en discriminatie opgevolgd en aangeklaagd. Sedert 1992 volgt de Europese Commissie de internationale prijsverschillen systematisch op via een zesmaandelijkse publicatie over alle landen van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken). Vertegenwoordigers van de industrie beweren echter dat de grote internationale prijsverschillen het gevolg zijn van wisselkoersschommelingen en belastingpolitiek. Volgens deze visie, vormt de EMU dan ook de natuurlijke oplossing van het probleem. Zo stelde een waarnemer in de New York Times (Jan. 17, 1996): Should the single currency arrive, Europe is expected to more closely resemble the United States. Prices would vary slightly region by region, but there would be fewer sharp differences. De introductie van de Euro, van toepassing op de hoger vermelde landen met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, zal deze visie aan een definitieve test onderwerpen. In wat volgt, wordt de evolutie van de prijsverschillen gedurende de afgelopen twee decennia naderbij beschreven en verklaard. Maar eerst wijzen we op de talrijke

3 handelsbarrierres, die het mogelijk maken om gedurende lange tijd grote internationale prijsverschillen in stand te houden. Marktsegmentatie en marktstructuur Ondanks de verwijdering van alle handelstarieven binnen de Europese Economische Gemeenschap in 1968, bleven diverse niet-tariffaire handelsbelemmeringen bestaan, terwijl ook nieuwe barrierres tot stand kwamen. Een eerste handelsbelemmering werd gevormd door het systeem van selectieve en exclusieve distributie. Dit systeem werd eerst lange tijd toegepast via bilaterale contracten tussen autofabricanten en verdelers. Sedert 1984 geldt het als een algemene uitzondering voor de industrie op de Europese mededingingswetgeving. Het laat de fabricanten onder meer toe om zelf hun officiële verdelers te kiezen, en deze te verbieden auto s door te verkopen aan niet-geauthoriseerde tussenpersonen. Dit systeem beperkt aldus een op grote schaal georganiseerde parallelle import (import door niet-geauthoriseerde importeurs). Het systeem werd getolereerd door de Commissie op voorwaarde dat internationale prijsverschillen niet meer dan 12% zouden bedragen. Diverse aanpassingen werden later doorgevoerd, zoals de expliciete voorwaarde in 1995 dat autofabricanten de consumenten of tussenpersonen niet mogen verbieden om van om het even welke verdeler te kopen. Ondanks deze liberalisering kan er weinig twijfel over bestaan dat de fabricanten en de importeurs hun verdelers ook vandaag soms onder druk zetten om niet (of onder ongunstige) voorwaarden te verkopen aan buitenlandse consumenten of professionele tussenpersonen. Zo werd Volkswagen nog in 1998 veroordeeld tot het betalen van een boete van 12 miljoen Ecu (1% van de jaarlijkse winsten), omdat het diverse Italiaanse verdelers die verkochten aan Duitse en Oostenrijkse klanten, bedreigde met het wegnemen van hun licentie. Een tweede handelsbelemmering werd veroorzaakt door de verschillende locale technische vereisten waaraan auto s moesten voldoen. Consumenten die zelf een auto wilden importeren, moesten hierdoor dikwijls voor dure aanpassingen van de auto zorgen. Slechts in 1995 werd een volledige en verplichte harmonisering van de technische vereisten gerealiseerd. Een derde handelsbarrierre binnen de Europese Unie werd gevormd door het systeem van nationale registratie. Hierdoor wordt het onder meer mogelijk gemaakt om de locaal sterk verschillende importbeperkingen van Japanse auto s te organiseren en af te dwingen. Dit liet Italië bijvoorbeeld toe er op te waken dat de zeer strenge importbeperking tegen Japanse auto s niet te veel omzeild werd via import van Japanse auto s uit andere Europese landen. Tabel 1 illustreert diverse effecten van al deze handelsbelemmeringen (die bovenop natuurlijke hindernissen zoals transportkosten komen). De parallelle import was erg laag gedurende de periode Uit de rapporten van BEUC kan men afleiden dat deze ruwweg tussen de.5 3 procent van de totale verkoop uitmaakte, ondanks de zeer grote prijsverschillen die getoond werden in Figuur 1. Ook de marktaandelen van de Japanse auto s illustreren de handelsbelemmeringen. Tabel 1 toont dat deze drastisch verschillen tussen de landen, en nauw overeen stemmen met de

4 importquota s die werden opgelegd door de nationale overheden. Intra-Europese handel zorgt er dus niet voor dat de locaal opgelegde quota s ongedaan worden gemaakt. Tabel 1. Marktsegmentatie en markstructuur in de Europese automarkten (198-93) Totale verkoop (in 1 eenheden) België Frankrijk Duitsland Italië Ver. Kon parallelle import n.b aandeel binnenlandse 2.5 productie * (1.6) C1 ratio 16.3 (VW) aandeel Japanse 21.6 productie ** (--) 66.6 (24.6) 33.5 (PSA) 3.1 (3.) 7.2 (33.4) 3.2 (VW) 15.5 (15.) 58.2 (16.7) 53.9 (Fiat) 55.1 (12.1) 28.7 (Ford) 1.8 (1.1) 11.3 (11.) * Gemiddelde aandeel overheen de Europese Unie staat tussen haakjes. Voor België werd alleen de productie van de Ford Taunus/Sierrra/Mondeo opgenomen. ** Quota staat tussen haakjes. Quotacijfers gelden tenminste tot In België bestaat geen quota. In Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn de quota vrijwillig. In Italië werd de rechtstreekse invoer van Japanse auto s beperkt tot 33 eenheden, verhoogd tot 23 eenheden parallelle import uit andere Europese landen. Tenslotte toont Tabel 1 ook het belang van de locale autoproducenten. In alle landen (behalve in België) is een binnenlandse producent de locale marktleider. Bovendien is het totale marktaandeel van binnenlandse autofabricanten veel groter in de thuismarkt dan in het buitenland. Het marktaandeel van Fiat (dat ook Alfa Romeo en Lancia produceert) bedraagt bijna 6% in Italië tegenover slechts 16.7% in heel de Europese Unie. Gelijkaardige disproporties gelden voor de national champions in Frankrijk (P.S.A. en Renault) en voor de producenten in het Verenigd Koninkrijk (naast Austin Rover ook productie door General Motors, Ford, Nissan en Honda). Het locale marktaandeel van in Duitsland geproduceerde auto s (BMW, Mercedes en Volkswagen/Audi, Ford en General Motors) bedraagt het dubbele van het Europese gemiddelde. De vertekening van de verkoop in het voordeel van locale producenten kan natuurlijk wijzen op een smaakverschillen, maar ook handelsbeperkingen kunnen een rol spelen. Prijsevolutie en de rol van de wisselkoersen Figuur 1 toonde de omvang van de prijsverschillen tussen de Europese landen. Men kan zich afvragen of sommige landen ook systematisch (voor alle automodellen) duurder of goedkoper zijn dan andere landen, en of dergelijke prijsverschillen dan permanent of

5 slechts tijdelijk zijn. Om deze vraag te beantwoorden werd een hedonische prijsindex berekend. Dergelijke index geeft een indicatie van het algemeen prijsniveau van auto s in gemeenschappelijke munt, na correctie voor verschillen in technische kenmerken (zoals paardekracht). Een index werd berekend voor ieder jaar gedurende de periode , met België als referentiepunt. Alle berekeningen werden gemaakt op basis van een zeer gedetailleerde databank van circa 1 automodellen in België, Frankrijk, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Figuur 2 geeft de evolutie van de procentuele prijsverschillen weer (na correctie voor verschillen in technische specificaties) tussen de vier grote Europese landen en België. Een eerste vaststelling is dat de prijsverschillen tussen de landen systematisch en persistent zijn. Gedurende bijna de hele periode was het Verenigd Koninkrijk het duurste land, gevolgd door Italië, Duitsland en Frankrijk. België was in bijna elk jaar het goedkoopste land. Een tweede vastelling is dat de prijsverschillen sterk schommelen doorheen de tijd, ook al is de rangschikking van de landen tamelijk stabiel. De schommelingen houden sterk verband met de evolutie van de wisselkoersen. Figuur 3 beschrijft deze evolutie in de vier landen t.o.v. België. De relatief lage prijzen in het Verenigd Koninkrijk in 1986, 1987 en 1993, en in Italië in 1993 vallen samen met de depreciaties van het pond en de lire in die jaren. Figuur 2 Frankrijk Duitsland Italië Ver. Koninkrijk Gebaseerd op hedonische prijsindices Prijsverschillen met België -2

6 Figuur 3 FF DM Lire Pond jaar Wisselkoersen t.o.v. BF Om een beter inzicht te krijgen in de prijsschommelingen, en de rol van wisselkoersen, werd de volgende regressievergelijking geschat voor ieder van de circa 1 automodellen: log(p mt ) = α m + β m log(e mt ) + w mt γ + ε mt. Deze regressie beschrijft een logarithmische relatie tussen de prijs p mt van een automodel verkocht in land m in jaar t, en de wisselkoers e mt tussen het land waar het automodel werd geproduceerd (het exportland) en het land van import m. De vector w mt bevat variabelen die controleren voor verschillen/veranderingen in andere factoren zoals belastingen of paardekracht. Niet opgenomen factoren verschijnen in de storingsterm ε mt. De prijs en de wisselkoers zijn uitgedrukt in de munt van het exportland. 2 De geschatte waarden van de coefficienten α m en β m werpen licht op het prijszettingsgedrag van de autofabricanten en de rol van de wisselkoersen. De coefficient α m meet de mate waarin de exporteur van een automodel een meerprijs vraagt (of een korting geeft) in importland m. De coefficient β m is een wisselkoerselasticiteit en meet de doorrekening van wisselkoersveranderingen in de locale consumentenprijzen. Indien β m =, dan heeft een verandering van de munt van een importland m geen effect op de 2 Voor de wisselkoers gaat het dus om eenheden van de munt van het land van export per eenheid van de munt van het land van import.

7 prijs in de munt van de exporteur; er is dan volledige doorrekening van de wisselkoers in de locale consumentenprijs. Indien β m =1, dan leidt een depreciatie van de locale munt (daling van e mt ) tot een evenredige daling in de prijs ontvangen door de exporteur. Er is dan geen enkele doorrekening van de wisselkoersen in de locale consumentenprijs. In dit geval spreekt men van prijsstabiliteit in de locale munt; in gemeenschappelijke munt fluctueren de prijzen evenredig met de wisselkoersen. Voor waarden van β m tussen en 1 spreekt men van onvolledige doorrekening van de wisselkoersen, of gedeeltelijke prijsstabiliteit in locale munt. Uit de schattingsresultaten blijkt dat de coefficient α m voor de meeste automodellen significant verschilt tussen de importlanden. Dit illustreert de persistentie van internationale prijsverschillen per automodel, zoals reeds hoger beschreven. Verder blijkt dat de wisselkoerselasticiteit β m voor het Verenigd Koninkrijk gemiddeld.7 bedraagt en voor de andere importlanden gemiddeld.5. Dit impliceert dat de autofabricanten schommelingen van de locale munten in ruime mate absorberen door hun exportprijzen aan te passen. Prijzen in de locale munten blijven dus relatief stabiel, maar kunnen uiteraard sterk schommelen in gemeenschappelijke munt. De regressievergelijking werd naderhand uitgebreid om na te gaan of de wisselkoerselasticiteiten verband houden met het marktaandeel van het automodel. Uit deze schattingen blijkt dat de doorrekening van de wisselkoersen in de locale prijzen sterker is naar mate het marktaandeel van de auto groter is. Verklaringen voor de prijsevolutie De bovenstaande analyse toont twee essentiële kenmerken aan van de prijsvorming in de Europese automarkt: (1) systematische en persistente internationale prijsverschillen; (2) volatiliteit in de prijsverschillen op kortere termijn tengevolge van een streven naar relatief stabiele prijzen in de locale munten. De cruciale vraag is wat de oorzaken kunnen zijn van deze twee fenomenen. Liggen kostenfactoren aan de basis? Of zijn het de winstmarges die verschillen van land tot land en doorheen de tijd? Om hier een beter inzicht in te krijgen werd een econometrisch oligopoliemodel ontwikkeld en geschat. Dit model brengt het prijszettingsgedrag van de autofabrikanten expliciet in rekening. De prijs van iedere auto kan worden opgesplitst in twee componenten: de marginale kost (de kost om een extra auto te produceren en te verkopen) en de winstmarge. De marginale kost bestaat uit de productiekosten in het exportland, die onder meer afhangen van de lonen en de technische specificaties van het voertuig, zoals de grootte, het gewicht, paardekracht, enz Daarnaast kunnen ook eventuele locale distributiekosten de marginale kost van een voertuig beïnvloeden. De winstmarge op een automodel hangt in de eerste plaats af van de prijsgevoeligheid van de vraag naar de auto. Hoe lager de prijsgevoeligheid bij de consumenten, des te hoger de winstmarge die de producent kan aanrekenen. Prijsongevoeligheid treedt onder meer op wanneer weinig concurrende auto s (in de ogen van de consumenten) voorhanden zijn of wanneer consumenten sterk uitgesproken persoonlijke smaken hebben.

8 Een tweede factor die de winstmarge bepaalt, is de aanwezigheid van importbeperkingen tegenover Japanse auto s. Waneer de importbeperkingen zeer sterk zijn (zoals in Italië), dan kunnen de Japanse producenten niet langer concurreren om een groter marktaandeel, zodat ze gedwongen zijn om een hogere winstmarge aan te rekenen om de vraag in evenwicht te brengen met het beperkte aanbod. Een indirect effect van dergelijke prijsverhoging is dat ook de nabije concurrenten hun prijzen kunnen verhogen, aangezien de concurrentie van de Japanse producenten is verminderd. Al deze determinanten van de prijszetting werden in het econometrische model gegoten waardoor hun relatief belang kon worden gemeten. Met betrekking tot de systematische internationale prijsverschillen op lange termijn kunnen de volgende conclusies worden getrokken: (1) Het relatief lage prijsniveau in België kan worden toegeschreven aan de meer intense concurrentie. Er is geen merk met een binnenlands imago, waardoor consumenten meer geneigd zijn merken met elkaar te vergelijken onafhankelijk van de nationaliteit. (2) Het relatief hoge prijsniveau in Italië volgt voornamelijk uit een relatief sterke voorkeur (lage prijselasticiteit) voor de binnenlandse merken, die bijna allemaal gecontroleerd worden door een enkele onderneming: de Fiat-groep (Alfa Romeo, Fiat en Lancia). Noteer dat deze voorkeur niet noodzakelijk hoeft toegschreven te worden aan de persoonlijke smaak van de Italianen. Ook een sterk uitgebouwd distributienetwerk van Fiat kan mee aan de basis liggen. (3) Het hoge prijsniveau in het Verenigd Koninkrijk volgt niet zozeer uit significant hogere winstmarges in vergelijking met de andere grotere landen, maar wel uit de betere uitrusting van auto s en hogere distributiekosten. Kostenfactoren eerder dan winstmarges bieden hier dus de verklaring. Daarnaast gelden ook de gemiddeld hogere kortingen op de catalogusprijzen (waarop de econometrische analyse is gebaseerd), o.m. tengevolge van een goed ontwikkelde leasingmarkt. (4) In Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en vooral in Italië leiden de importbeperkingen tot hogere prijzen bij de Japanse producenten. Dit heeft ook indirecte effecten op de prijzen van de concurrerende producenten. In Frankrijk werd de verhoging van het algemene prijsniveau tengevolge van de importbeperkingen zelfs geschat op circa 2%. Het econometrische model biedt ook diverse verklaringen voor het streven naar stabiele prijzen in de locale munten, en de daaruit volgende korte termijn volatiliteit van de prijsverschillen in gemeenschappelijke munt: (1) Een relatief groot deel van de locale prijsstabiliteit (ongeveer twee derde) kan worden toegeschreven aan het belang van locale kosten in het land van import. Dergelijke kosten bestaan voornamelijk uit distributie- en transportkosten en maken volgens sommige bronnen circa 35% uit van de totale kosten van een automodel.

9 Het resterende deel van de prijsstabiliteit kan worden toegeschreven aan aanpassingen van de winstmarges. Zowel de hoger besproken prijsgevoeligheid van de vraag en het bestaan van importbeperkingen spelen hierbij een rol: (2) Uit de schattingen blijkt dat de prijsgevoeligheid van de vraag toeneemt naarmate de prijs van een auto stijgt. De implicaties zijn duidelijk: indien bijvoorbeeld het Britse pond met 1% deprecieert, dan zou een hypothetische prijsverhoging met 1% door een Duitse importeur de prijsgevoeligheid bij de consumenten doen toenemen. Hieruit volgt dat het in het belang is van de importeur om de prijzen met minder dan 1% te laten stijgen, om aldus niet al te veel marktaandeel te verliezen. Het gevolg is dan uiteraard wel dat de winstmarges per eenheid zullen dalen. (Een analoge redenering geldt voor een appreciatie van het pond met 1%.) (3) Het feit dat de importbeperkingen bindend zijn in drie landen verklaart ook een deel van de aanpassingen van de winstmarges bij veranderingen in de wisselkoersen. Neem het voorbeeld van Italië, waar de importbeperkingen zeer sterk zijn geweest. Zoals hoger gezegd, is de optimale prijs van de Japanse producenten de hoogst mogelijke prijs waaraan de toegelaten import op de Italiaanse markt nog net kan worden afgezet. Deze prijs is uitsluitend afhankelijk van de locale marktcondities, zoals bijvoorbeeld de binnenlandse koopkracht. Een depreciatie van de Italiaanse lire met 1% heeft dan normaal geen invloed op de prijs in lire, zodat de winstmarge van de Japanse producenten met 1% zullen dalen. Omgekeerd zullen de winstmarges met 1% kunnen toenemen bij een appreciatie van de lire met 1%. Deze redenering geldt uiteraard enkel zolang de importbeperkingen bindend blijven. Dit blijkt inderdaad het geval te zijn geweest in Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Implicaties voor de EMU Wat leert deze analyse ons over de effecten van de invoering van de EMU? In de eerste plaats kan men verwachten dat de korte termijn fluctuaties in de internationale prijsverschillen drastisch zullen afnemen. De grootste oorzaak schommelingen in de wisselkoersen wordt immers weggenomen. De uitzondering is uiteraard het Verenigd Koninkrijk, dat vooralsnog geen lid is van de EMU. Hier blijven grote wisselkoersschommelingen nog mogelijk, zodat drastische korte termijn prijsverschillen met de andere Europese landen nog niet worden uitgesloten. Verder kunnen fluctuaties in internationale prijsverschillen zich uiteraard ook nog wel voordoen op kleinere schaal, bijvoorbeeld tengevolge van een verandering van het belastingsysteem in een van de landen. 3 Maar in het algemeen lijkt het erop dat de enorme korte termijn prijsverschillen zullen verdwijnen samen met de soms drastische historische wisselkoersschommelingen. Vanuit dit perspectief kan men de vertegenwoordiger van de industrie, geciteerd in het begin van dit artikel, dus gelijk geven. 3 De effecten van belastingen op het prijszettingsgedrag zijn gelijkaardig aan de effecten van wisselkoersen.

10 Maar wat zal er gebeuren op de langere termijn? De analyse toonde aan dat prijsverschillen op lange termijn persistent zijn, en bovendien niet louter gebaseerd kunnen zijn op kostenfactoren, maar ook op internationale prijsdiscriminatie. Of deze internationale prijsdiscriminatie zal verdwijnen, hangt uiteindelijk af van de evolutie van economische integratie in de toekomst. 4 Figuur 2 suggereert op het eerste zicht dat de prijsverschillen tijdens de periode afnamen en de integratie dus toenam. Een nadere econometrische analyse wijst echter uit dat van prijsconvergentie weinig sprake is, eens gecorrigeerd wordt voor de wisselkoersschommelingen. De prijsconvergentie in 1993 was dus louter het gevolg van de goede richting die de de wisselkoersen uitgingen. De evolutie na 1993 bevestigt dit, want de prijsverschillen namen weer toe, o.m. na een forse appreciatie van het pond. Kan men op langere termijn dan prijsconvergentie verwachten op basis van verder doorgedreven reële inspanningen ter bevordering van de economische integratie in de Europese automarkt? Diverse maatregelen werden recent genomen om de integratie te bevorderen, o.m. een liberalisering van het systeem van selectieve en exclusieve distributie en een harmonisering en geleidelijke opheffing van de Japanse importbeperkingen. Het is natuurlijk de vraag of deze maatregelen effectief resultaten zullen opleveren, of integendeel omzeild kunnen worden door de fabricanten. Sommige beleidslieden speculeren erop dat de introductie van de euro op zich een factor is die tot meer integratie zal leiden, dankzij een verhoogde internationale markttransparantie en een betere vergelijkbaarheid van de prijzen. Voor vele economisten is deze visie niet zo vanzelfssprekend. 5 De evolutie in de volgende maanden en jaren belooft in elk geval uitermate boeiend te worden. Nu wisselkoersschommelingen niet langer mogelijk zijn, kan ze misschien zelfs een definiteve toets betekenen voor het al dan niet voortbestaan van de handelsbarrierres binnen de Europese automarkten. 4 Internationale prijsdiscriminatie zou eventueel ook kunnen verdwijnen zonder economische integratie, indien de mededinging in de markten sterk zou toenemen. Dit valt echter niet te verwachten. De autoindustrie wordt gekenmerkt door grote schaalvoordelen, onder meer door de grote noodzakelijke ontwikkelings- en marketing uitgaven. Concentratie en marktmacht zijn dan essentieel om een normale winstgevendheid te garanderen. 5 Indien de moeilijkheden bij de omrekening naar een gemeenschappelijke munt inderdaad een belangrijke handelsbarrierre zou betekenen, dan zouden gespecialiseerde bedrijven immers op winstgevende wijze een informatieve rol kunnen vervullen.

De Europese markten voor benzine- en dieselauto s. door. Frank Verboven Universiteit Antwerpen en CentER for Economic Research

De Europese markten voor benzine- en dieselauto s. door. Frank Verboven Universiteit Antwerpen en CentER for Economic Research De Europese markten voor benzine- en dieselauto s door Frank Verboven Universiteit Antwerpen en CentER for Economic Research Verschenen in Economische en Statistische Berichten, 7 Mei 1999, 84, nr. 4203

Nadere informatie

Autoprijzen: ondanks prijsconvergentie blijft kopen in buitenland vaak nog interessant

Autoprijzen: ondanks prijsconvergentie blijft kopen in buitenland vaak nog interessant IP/04/285 Brussel, 2 maart 2004 Autoprijzen: ondanks prijsconvergentie blijft kopen in buitenland vaak nog interessant Het jongste verslag over autoprijzen toont aan dat op alle markten de prijsconvergentie

Nadere informatie

Positieve impact nieuwe groepsvrijstellingsverordening blijft volgens laatste verslag autoprijzen voorlopig uit

Positieve impact nieuwe groepsvrijstellingsverordening blijft volgens laatste verslag autoprijzen voorlopig uit IP/03/1117 Brussel, 25 juli 2003 Positieve impact nieuwe groepsvrijstellingsverordening blijft volgens laatste verslag autoprijzen voorlopig uit In haar jongste verslag over autoprijzen heeft de Europese

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1 HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1. PRIJSVORMING OP DE WISSELMARKTEN 1.1. Enkele begrippen Wisselkoers = prijs van de buitenlandse munt, uitgedrukt in nationale munt bv. wisselkoers () van de

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1. Op de beurs van New York worden de volgende koersen genoteerd : 100 JPY = 0,8 USD ; 1 GBP = 1,75 USD en 1 euro = 0,9273 USD. In Tokyo is de notering 1 USD = 140 JPY. In Londen

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land.

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. 1 De wisselmarkt 1.1 Begrip Wisselkoers = de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. bv: prijs van 1 USD = 0,7

Nadere informatie

Arbeidskosten per eenheid product

Arbeidskosten per eenheid product Arbeidskosten per eenheid product CPB Achtergronddocument, behorend bij: MEV 2012 September 2011 Martin Mellens CPB Memo Aan: Belangstellenden Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM

Nadere informatie

Arbeidsproductiviteit in MKB en grootbedrijf

Arbeidsproductiviteit in MKB en grootbedrijf M21221 Arbeidsproductiviteit in MKB en groot Verklaring van verschillen tussen MKB en groot en ontwikkelingen 1993-29 Anne Bruins Ton Kwaak Zoetermeer, november 212 Arbeidsproductiviteit in MKB en groot

Nadere informatie

Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14. Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie

Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14. Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie Handelsstromen Rozenstruiken 2009 / 14 Zoetermeer, Maart 2009 Peter van der Salm Productschap Tuinbouw, Afdeling Markt en Innovatie Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs

De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs VIVES BRIEFING 2016/09 De impact van concurrentie op de productmix van exporteurs Koen Breemersch KU Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, VIVES 1 DE IMPACT VAN CONCURRENTIE OP DE PRODUCTMIX

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 13

Extra opgaven hoofdstuk 13 Extra opgaven hoofdstuk 13 Opgave 1 Stel, dat een markt voor product X zich als volgt ontwikkelt. Aanvankelijk zijn er voor dit product veel aanbieders en veel vragers. Na verloop van tijd loopt de vraag

Nadere informatie

Macro-economie examenvragen

Macro-economie examenvragen Macro-economie examenvragen Deel II 1. Indien de reële productie en het arbeidsaandeel constant blijven, dan kan het aantal tewerkgestelde personen van het ene jaar op het andere slechts toenemen indien.

Nadere informatie

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden? 1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?. een daling van het aantal werklozen B. een toename van de emigratie uit het betreffende land. de

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Eindexamen economie 1-2 vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 4e klas GT

Hoofdstuk 5 4e klas GT Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Monique Kroon 27 juni 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80430 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen: een econometrische analyse

De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen: een econometrische analyse De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen Steunpunt Beleidsrelevant onderzoek Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen De conjunctuurgevoeligheid van de registratierechten in Vlaanderen:

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DUITSLAND

LANDEN ANALYSE DUITSLAND LANDEN ANALYSE DUITSLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 4e klas GT

Hoofdstuk 5 4e klas GT Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Monique Kroon 27 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80430 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Economie VWO 2011/2012 www.lyceo.nl H5: Internationale betrekkingen Economie 1. Inkomen 2. Consument 3. Producenten 4. Markt en Overheid 5. Internationale betrekkingen

Nadere informatie

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context As % of total European pharmaceutical industry De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context Terwijl België slechts 2,6 % vertegenwoordigt van het Europees BBP, heeft de farmaceutische

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 De werkgelegenheid verandert met

Nadere informatie

Geef een voordeel van exporteren. Geef een voordeel van importeren.

Geef een voordeel van exporteren. Geef een voordeel van importeren. Vraagkaarten - blauw & groen De verhouding tussen de euro en de dollar gaat van 1 EUR = 1, 5508 dollar naar 1 EUR = 1, 25 dollar. Is de dollar dan in waarde gedaald of gestegen? De dollar is in waarde

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE BELGIË

LANDEN ANALYSE BELGIË LANDEN ANALYSE BELGIË Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse geeft de sector (cijfermatig) inzicht in de huidige (2013) en toekomstige (2018) waarde van de consumptie van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Prijzen stabiel vergeleken met november; inflatie 2015 is -0,5 procent

Prijzen stabiel vergeleken met november; inflatie 2015 is -0,5 procent Centraal Bureau voor de Statistiek Inlichtingen: (+599 9) 461 1031 fax 461 1696 Adres: Fort Amsterdam z/n E-mail: info@cbs.cw Website: www.cbs.cw Persbericht Willemstad, 10 februari 2016 Consumentenprijzen

Nadere informatie

Emissielekken in België

Emissielekken in België Milieu-economische analyses voor België, de Gewesten en Europa 13 september 2012 Emissielekken in België Guy Vandille Federaal Planbureau Wat is een emissielek? Emissielek = verschil tussen : emissies

Nadere informatie

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 DEEL 3.4 DE EURO Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 3.4. DE EURO DOEL - De leerlingen/cursisten ontdekken de voordelen van het gebruik van de eenheidsmunt: wisselen van geld is niet meer nodig, je spaart

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /03

ALGEMENE ECONOMIE /03 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M Productiefactoren: alle middelen die gebruikt worden bij het produceren: NOKIA: natuur, ondernemen, kapitaal,

Nadere informatie

Behorend bij de Macro Economische Verkenning 2014

Behorend bij de Macro Economische Verkenning 2014 CPB Achtergronddocument Schatting effect btw-verhoging op inflatie Behorend bij de Macro Economische Verkenning 4 7 september Martin Mellens Centraal Planbureau M.C.Mellens@cpb.nl Jonneke Dijkstra Centraal

Nadere informatie

Toelichting CPB-onderzoek opbrengsten introductie euro Voor de minister van Economische Zaken

Toelichting CPB-onderzoek opbrengsten introductie euro Voor de minister van Economische Zaken CPB Notitie 21 mei 2014 Toelichting CPB-onderzoek opbrengsten introductie euro Voor de minister van Economische Zaken CPB Notitie Aan: De minister van Economische Zaken Centraal Planbureau Van Stolkweg

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II 4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

COMMERCIËLE RESULTATEN WERELD 2009*

COMMERCIËLE RESULTATEN WERELD 2009* 14 januari 2010 COMMERCIËLE RESULTATEN WERELD 2009* De Renault groep verhoogt zijn marktaandeel tot 3,7% dankzij de goede commerciële prestaties in het tweede halfjaar De Renault groep bereikt zijn doelstelling:

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Prijszetting door ondernemingen met een machtspositie

Prijszetting door ondernemingen met een machtspositie Prijszetting door ondernemingen met een machtspositie Sarah Jaques 10 maart 2016 Minervastraat 5, 1930 Zaventem, T +32 (0)2 275 00 75, F +32 (0)2 275 00 70, www.contrast-law.be Prijszetting door ondernemingen

Nadere informatie

trends en ervaringen

trends en ervaringen 5 "ntwi''elingen op de energiemar't in het 3uitenland trends en ervaringen 1 "ondiale trends van marktmacht naar staatsmacht "e sterk gestegen vraag en onvoldoende 0itbreiding van de prod04tie- 4apa4iteit

Nadere informatie

Eindtermen VWO. Domein E. Wisselkoersen

Eindtermen VWO. Domein E. Wisselkoersen Eindterm VWO Domein E Wisselkoers Domein E Wisselkoers Eindterm 19: e valuta (van e bepaald land): De vraag naar e valuta wordt bepaald door: a) Export op de lopde reking (van de betalingsbalans) Het buitland

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. De economische kringloop Voor de beantwoording van de vragen 1 tot en met 6 moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten)

DEEL 1: Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen 1 tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 18 punten) VERSIE DEEL : Antwoordformulier voor de meerkeuzevragen, vragen tot en met 9 (9 vragen van 2 punten = 8 punten). Veronderstel een economie waar drie goederen worden geproduceerd. Alles wat in een jaar

Nadere informatie

nr. 856 van FRANCESCO VANDERJEUGD datum: 30 augustus 2016 aan JOKE SCHAUVLIEGE Witloof - Evolutie - Export

nr. 856 van FRANCESCO VANDERJEUGD datum: 30 augustus 2016 aan JOKE SCHAUVLIEGE Witloof - Evolutie - Export SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 856 van FRANCESCO VANDERJEUGD datum: 3 augustus 216 aan JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW Witloof - Evolutie - Export Witloof, althans grondwitloof,

Nadere informatie

Geografische economie

Geografische economie Geografische economie Een van de meest opmerkelijke aspecten van het economisch systeem is de ongelijkmatige spreiding van bewoning en economische activiteit over de aardbol. Miljoenen mensen wonen hutje-mutje

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Druk op varkensvleesmarkt blijft De vooruitzichten voor de Nederlandse varkenshouderij voor het tweede kwartaal 2015 blijven mager. Ondanks de seizoensmatige

Nadere informatie

21-11-2014. Product Marktbeeld Poinsettia 2014 FloraHolland productteam Bloeiend seizoen

21-11-2014. Product Marktbeeld Poinsettia 2014 FloraHolland productteam Bloeiend seizoen 21-11-2014 Product Marktbeeld Poinsettia 2014 FloraHolland productteam Bloeiend seizoen 1 21-11-2014 Historie De kerstster, kerstroos of poinsettia (Euphorbia pulcherrima), behoort tot de wolfsmelkfamilie

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Barometer van de Belgische Automobielsector

Barometer van de Belgische Automobielsector Persbericht 31 maart 2010 Barometer van de Belgische Automobielsector Kernpunten van de eerste barometer Maart 2009 Februari 2010 Inschrijvingen op de West-Europese automarkt gestegen met 6,1% 2010: een

Nadere informatie

Praktijkopgave: Kleenext

Praktijkopgave: Kleenext Praktijkopgave: Kleenext De firma Kleenext is actief in het marktsegment van onderhoudsproducten voor huis en tuin. Er wordt in de loop van de volgende budgetperiode een nieuw product gelanceerd. Het gamma

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Market Intelligence Champignons

Market Intelligence Champignons Market Intelligence Champignons Local for Local: Verkenning lokale productie en afzet in Duitsland, Frankrijk en Verenigd Koninkrijk Katja Logatcheva, Pepijn Smit en Harold van der Meulen De se champignonsector

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo I

Eindexamen economie pilot vwo I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2005-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Een

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Zowel online als offline

Zowel online als offline Zowel online als offline reclame creëren online interesse in een merk Volgens bepaalde experts dient reclame tegenwoordig slechts een enkel doel: de consument naar de website van het betrokken merk lokken

Nadere informatie

De invoering van nieuwe waarnemingsmethoden in de Consumentenprijsindex (CPI) Nieuwe methoden voor vliegtickets en pakketreizen

De invoering van nieuwe waarnemingsmethoden in de Consumentenprijsindex (CPI) Nieuwe methoden voor vliegtickets en pakketreizen Centraal Bureau voor de Statistiek Economie, Bedrijven en NR Overheidsfinanciën en Consumentenprijzen Postbus 24500 2490 HA Den Haag De invoering van nieuwe waarnemingsmethoden in de Consumentenprijsindex

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2015

PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2015 PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2015 Residentiële vastgoedprijsindex 4e kwartaal 2014 o De Belgische residentiële vastgoedprijsindex steeg in het vierde kwartaal van 2014 met 1,0% ten opzichte van het vorige

Nadere informatie

Migrerende euromunten

Migrerende euromunten Migrerende euromunten Inleiding Op 1 januari 2002 werden in vijftien Europese landen (twaalf grote en drie heel kleine) euromunten en - biljetten in omloop gebracht. Wat de munten betreft, ging het in

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Wisselkoersen

Hoofdstuk 5: Wisselkoersen Hoofdstuk 5: Wisselkoersen 1. Begrippen EUR/USD datum: 13/03/2014 23:56 Laatste koers 1.3869 USD % Verschil -0,25 % Vorig Slot 1.3904 Open 1.3904 Bid (biedkoers) 1.3868 Ask (laatkoers) 1.3870 Hoogste-laagtse

Nadere informatie

Prijsvorming bij monopolie

Prijsvorming bij monopolie Prijsvorming bij monopolie Wanneer we naar het evenwicht van de monopolist op zoek gaan, gaan we op zoek naar die afzet en die prijs waar de monopolist een maximale winst bereikt (of minimaal verlies).

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Inflatie is de stijging van het algemeen prijspeil. De jaren 70 en 80 van de vorige eeuw waren periodes van relatief hoge inflatiecijfers in West-Europa, terwijl lage inflatie en deflatie

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

Sectorupdate. Export bloemen en planten. 25 juni 2012. Economisch Bureau, Sector & Commodity Research

Sectorupdate. Export bloemen en planten. 25 juni 2012. Economisch Bureau, Sector & Commodity Research Sectorupdate Export bloemen en planten Economisch Bureau, Sector & Commodity Research 25 juni 2012 Exportgroei ondanks crisis in de eurozone Rusland vierde exportbestemming door sterke toename van de export

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II Opgave 1 Arbeidsmarkt in beweging De overheid wil de sociale zekerheid betaalbaar houden door de verhouding tussen het aantal inactieven en het aantal actieven, de i/a-ratio, te verlagen. De overheid wil

Nadere informatie

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat.

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat. Bestedingsevenwicht - 1 van 15 MACRO-ECONOMISCH BESTEDINGSEVENWICHT Welke factoren bepalen de grootte van het nationaal inkomen? Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en

Nadere informatie

Geadresseerd reclamedrukwerk in België Belangrijkste cijfers van de periode januari tot juni 2010

Geadresseerd reclamedrukwerk in België Belangrijkste cijfers van de periode januari tot juni 2010 Geadresseerd reclamedrukwerk in België Belangrijkste cijfers van de periode januari tot juni 2010 Een eerste jaarhelft in twee snelheden: achteruitgang in het eerste kwartaal en stabilisering tijdens het

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 26 september 2016

PERSBERICHT Brussel, 26 september 2016 PERSBERICHT Brussel, 26 september 2016 Vastgoedprijsindex 2de kwartaal 2016 o Volgens voorlopige cijfers bedraagt de geschatte jaarlijkse inflatie van de vastgoedprijzen 2,4% in het tweede kwartaal 2016

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Tot 1978 was China ondanks zijn grootte een geïsoleerd land. Daar kwam verandering in toen partijleider Mao Zedong werd opgevolgd door Deng Xiaoping en China haar economie

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave voorbeeld van een juiste berekening: 84.760.000 4 = 2.080 uur 63.000 2 voorbeeld van een juist antwoord: Een antwoord waaruit blijkt dat uitzendkrachten in deeltijd werken. 3 voorbeelden

Nadere informatie

Distributiekanalen van de verzekering: cijfers 2012

Distributiekanalen van de verzekering: cijfers 2012 DOSSIER Distributiekanalen van de verzekering: cijfers 2012 13 Distributiekanalen van de verzekering: cijfers 2012 Verzekeringsmakelaar blijft stand houden Onlangs verscheen het jaarlijkse rapport van

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Valutaoptie. Bescherming tegen koersschommelingen. Wat is valutarisico? Wat is een valutaoptie?

Valutaoptie. Bescherming tegen koersschommelingen. Wat is valutarisico? Wat is een valutaoptie? Bescherming tegen koersschommelingen Dit productinformatieblad is bedoeld voor ondernemers die internationaal zaken doen. In het kort leest u hierin wat een valutaoptie is, hoe het werkt en wat de voordelen,

Nadere informatie

De regionale impact van de economische crisis

De regionale impact van de economische crisis De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.3 16.3 uur 2 2 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit 32

Nadere informatie

De globalisering van aandelenmarkten 1 David Blitz en Judit Vennix 2

De globalisering van aandelenmarkten 1 David Blitz en Judit Vennix 2 De globalisering van aandelenmarkten 1 David Blitz en Judit Vennix 2 Voor wereldwijde aandelenportefeuilles was tot voor kort één van de belangrijkste beleggingsbeslissingen in welk land of in welke regio

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2002-I

Eindexamen economie 1 havo 2002-I Opgave 1 Nationaal inkomen en welvaart Een van de belangrijkste economische grootheden is het nationale inkomen. Economen hanteren het nationale inkomen als een maatstaf voor de welvaart. Een groei van

Nadere informatie

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). 1. Prijselasticiteit van de vraag De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). %-verandering gevraagde hoeveelheid (gevolg)

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Hoofdstuk 24 Valutamarkt

Hoofdstuk 24 Valutamarkt Hoofdstuk 24 Valutamarkt Open vragen 24.1 Een valutahandelaar van een bank die in dollars handelt, krijgt op een gegeven moment de volgende gegevens op zijn beeldscherm (we gaan ervan uit dat het verschil

Nadere informatie

L Observatoire de l Automobile. Mijn geliefde auto...

L Observatoire de l Automobile. Mijn geliefde auto... L Observatoire de l Automobile Mijn geliefde auto... 2017 Methodologie De consumentenpeilingen zijn in juni 2016 gedaan door TNS-Sofres in Zuid- Afrika (ZA), Duitsland (DE), België (BE), Brazilië (BR),

Nadere informatie