Anders omgaan met signalen, een kwestie van verleiden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Anders omgaan met signalen, een kwestie van verleiden"

Transcriptie

1 Anders omgaan met signalen, een kwestie van verleiden Over de versterking van de signaleringspraktijk van vrijwilligers en beroepskrachten Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Master Social Work cohort 3 Student: Ulla Becker Studentnummer: Datum: Augustus 2012

2 Samenvatting Veel vrijwilligers zetten zich dagelijks in voor ouderen. Zij voeren praktische diensten uit, zodat de ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Ouder worden brengt toenemende beperkingen met zich mee. Voornamelijk bij de kwetsbare ouderen is extra hulp nodig om de zelfstandigheid en eigen regie te waarborgen. Maar om hulp vragen is niet gemakkelijk en het wordt vaak lang uitgesteld. Signaleren door vrijwilligers draagt ertoe bij dat die hulp tijdig geboden wordt. Door handelingsverlegenheid bij de vrijwilligers wordt er met signalen niets gedaan, of komen die signalen niet op de juiste plaats terecht. De sociaal werker kan samen met vrijwilligers een verantwoorde signaleringspraktijk ontwikkelen. Over de vraag hoe zij dat samen kunnen doen, ervaringsbijeenkomsten van vrijwilligers spelen daarin een centrale rol, gaat dit artikel. Inleiding Zoals veel plattelandsgemeenten in Nederland heeft Mill en St. Hubert (Noord-Brabant), met vergrijzing en bevolkingskrimp te maken. Telde deze gemeente in 2005 nog 2161 personen van 60 jaar en ouder (19,5 % van het totale aantal inwoners), begin 2012 waren het er 2681 (24,5 %). Het merendeel van deze senioren woont zelfstandig. Met het toenemen der jaren wordt dat moeilijker. De meeste ouderen willen zelfstandig blijven wonen en de regie in eigen handen houden. Met meer dan 110 vrijwilligers levert de Stichting Welzijn Ouderen Mill (SWOM) daaraan een belangrijke bijdrage. Onder de paraplu van de SWOM zitten de volgende diensten: Tafeltje dekje, voor het verstrekken van maaltijden De bezoekdienst, voor ouderen die behoefte hebben aan contact De vervoersdienst, voor ouderen die niet meer auto rijden en geen gebruik maken van het openbaar vervoer Sociale alarmering, voor wie alleen woont en voor de veiligheid een achterwacht wil hebben Ouderenadvisering, voor ouderen die bijvoorbeeld hulp nodig hebben bij het invullen van formulieren en belastingpapieren en het ordenen van hun administratie Twee ouderenwerkers, in dienst van de brede, regionaal werkende welzijnsinstelling Radius, ondersteunen de zelfstandige vrijwilligersorganisatie SWOM. Deze constructie komt alleen voor in het Land van Cuijk 1. Beide organisaties worden apart betaald uit gemeentelijke middelen. De gemeente Mill en St. Hubert heeft een groeiende groep ouderen. Voornamelijk de oude ouderen, de ouderen met meerdere aandoeningen en ernstige beperkingen, alleenstaande ouderen, ouderen met een klein sociaal netwerk en overbelaste mantelzorgers lopen het risico de zelfstandigheid, de eigen regie te verliezen. Vanuit de gedachte dat door het vroegtijdig inzetten van hulp deze ouderen langer zelfstandig kunnen wonen, wil het bestuur van de SWOM de signalering door zijn vrijwilligers verbeteren. Het heeft signaleren tot een speerpunt van zijn beleid gemaakt. Als bezoeker, maaltijdbezorger, chauffeur of ouderenadviseur komen vrijwilligers met enige regelmaat bij de ouderen thuis. Daardoor zijn zij in de gelegenheid om veranderingen in hun gedrag of leefomgeving waar te nemen. Hiermee start signaleren. Dit aspect van het werk van de vrijwilligers is tot nu toe onderbelicht geweest en weinig structureel opgepakt. Een praktijkonderzoek naar signalering, uitgevoerd in het kader van de opleiding Master Social Work, biedt de SWOM aanknopingpunten voor een verbetering van de signalering. 1 Voor meer informatie: Egi Pellermans, adviseur BVWO (Brabantse Vereniging Welzijn Ouderen), Zet Brabant, Tilburg (Zie 1

3 Dit artikel schetst belangrijke theoretische kaders van signalering, het beschrijft de resultaten van het onderzoek naar de signaleringspraktijk van de SWOM, en het geeft een beschrijving van de praktijkverbeterinterventie en consequenties voor het sociaal werk. Zo wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe vrijwilligers (SWOM) en beroepskrachten (Radius) samen tot een betere signaleringpraktijk kunnen komen. Leeswijzer In het eerste hoofdstuk wordt de praktijkvraag gesteld. In het tweede hoofdstuk worden het handelingskader en de spelers in het veld beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk drie behandeld waarom vragen om hulp en het bespreekbaar maken van signalen zo moeilijk is. In hoofdstuk vier wordt beschreven wat signaleren is en hoe het een plaats krijgt in de organisatie. De afstemming tussen vrijwilliger en beroepskracht en de routing van een signaal, komen in hoofdstuk vijf aan de orde. In hoofdstuk zes worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Daarna wordt in hoofdstuk zeven ingegaan op de praktijkverbeterinterventie en wordt duidelijk gemaakt waarom voor deze specifieke aanpak gekozen is. Hoofdstuk acht geeft antwoord op de centrale vraag. Afrondend worden in hoofdstuk negen enkele algemene conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan voor het sociaal werk. Een lijst met gebruikte literatuur en bronnen is bijgevoegd. 1. De praktijkvraag, wat is het probleem? Zoals in de inleiding al aangegeven, zijn de uitvoerende vrijwilligers van de SWOM potentiële signaleerders en kan er op het gebied van signaleren winst behaald worden. Samen met de ontwikkelingen in de groep ouderen, de kostenstijging in de zorg en de roep om meer inzet van de burgers zelf, is dat voor het bestuur van de SWOM een goede reden om de signaleringspraktijk te verbeteren. Als de vrijwilligers van de diensten beter signaleren, dan kan bij ouderen eerder hulp ingezet worden en dat voorkomt erger. De intentie hebben en het besluit nemen tot verbetering is één zaak. De juiste manier vinden om de uitvoerende vrijwilligers hierin mee te krijgen is een tweede. Kees Penninx (2010c) wijst erop dat de logica van een professionele organisatie en die van vrijwilligers nogal eens haaks op elkaar willen staan. De professionele organisatie wil graag handelingen in procedures en protocollen vastleggen, vrijwilligers willen vooral voldoening en plezier in hun werk beleven. Er lijkt een spanningsveld te zijn tussen de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening en de behoeftes van vrijwilligers. Het vrijwillige bestuur van de SWOM staat niet alleen in zijn taak om dit proces vorm te geven. Twee ouderenwerkers, sociaal werkers, hebben hiervoor de nodige deskundigheid en vaardigheden in huis. Bij het verbeteren van het signaleren, spelen zowel vrijwilligers als beroepskrachten een essentiële rol. Zij doen het samen. De centrale vraag in dit artikel is dan ook: Hoe kunnen vrijwilligers van de SWOM en de beroepskrachten van Radius samen tot een betere signaleringpraktijk komen? Eerst wordt ingegaan op maatschappelijke ontwikkelingen en worden de actoren voor dit onderwerp geïntroduceerd. 2. Het kader en de spelers in het veld In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en Welzijn Nieuwe Stijl omdat deze de handelingsmogelijkheden bepalen. Dan worden de spelers in het signaleringsproces voorgesteld. 2

4 2.1 Het kader De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) vormt het wettelijke kader voor voorzieningen, financiering en beleid in de sociale sector, zo ook in de gemeente Mill en St. Hubert 2. Kern van de WMO is, dat nadrukkelijk van de eigen verantwoordelijkheid van de burger en van het meedoen naar vermogen uitgegaan wordt (http://www.rijksoverheid.nl/). Burgers moeten eerst hun eigen informele netwerk aanspreken voordat een beroep gedaan kan worden op algemene voorzieningen of professionele hulp. Het ideaalbeeld is dat burgers elkaar helpen en dat er meer burgerkracht gemobiliseerd en ingezet wordt, het liefst zonder professionele ondersteuning (De Boer & Van der Lans 2011). De rol van de sociaal werker verandert van het zelf organiseren van activiteiten, naar het ondersteunen, coachen en faciliteren van burgers en vrijwilligers die hun eigen activiteiten organiseren. Het gaat er tevens om de eigen kracht van hulpvragers te versterken. Daarvoor is Welzijn Nieuwe Stijl ontwikkeld. Voor deze werkwijze zijn acht richtinggevende bakens geformuleerd. Deze acht bakens zijn: 1. Gericht op de vraag achter de vraag; 2. Gebaseerd op de eigen kracht van de burger; 3. Direct erop af; 4. Formeel en informeel in optimale verhouding; 5. Doordachte balans van collectief en individueel; 6. Integraal werken; 7. Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht; 8. Gebaseerd op ruimte voor de professional (http://www.invoeringwmo.nl/; Van der Lans 2010). De WMO en de discussie rond Welzijn Nieuwe Stijl nodigen uit tot kritisch nadenken over het professionele handelen in de sociale sector (De Boer & Van der Lans, 2011; De Vries, 2012; De WMO en Welzijn Nieuwe Stijl zijn twee grote beleidsonderwerpen, die invloed hebben op de samenwerking van vrijwilligers en beroepskrachten bij het signaleren. Ook hier moet immers kritisch gekeken worden naar de verdeling van verantwoordelijkheden en taken en wordt zoveel mogelijk in de handen van vrijwilligers gelegd De spelers in het veld Zoals in de inleiding al werd aangegeven, zijn bij het signaleren verschillende personen en groepen betrokken. Hier een korte introductie: - De zelfstandig wonende oudere, Iedere burger van de gemeente Mill van 60 jaar en ouder kan een beroep doen op diensten van de SWOM, maar in de praktijk zijn het vooral burgers van ongeveer 75 jaar en ouder die dat doen. Ziektes en mobiliteitsbeperkingen nemen vanaf die leeftijd toe en door overlijden krimpt het sociale netwerk. Dat is de groep waarover we het hier hebben. Het behoud en verbetering van hun levenskwaliteit is het uiteindelijke doel van signalering. - De mantelzorgers Mantelzorgers zijn de naaste personen rond een hulpbehoevende. Het zijn familieleden, vrienden, buren, kennissen. De zorg ontstaat uit een bestaande relatie. Men kiest niet voor mantelzorg, het overkomt iemand en men doet dat uit sociale betrokkenheid of morele verplichting (www.mezzo.nl). In verband met hun hechte relatie zijn zij in het signaleringsproces belangrijke aanspreekpartners. - De vrijwilligers Vrijwilligers doen het werk onbetaald in enig georganiseerd verband (Gast, Hetem & Wilbrink, 2009), in dit geval bij de SWOM. Zij doen hun werk, net als de mantelzorgers, uit sociale betrokkenheid, met het verschil dat zij er bewust voor kiezen. Linders noemt nog een aspect van het vrijwilligerswerk, nl. dat de oudere en de vrijwilliger elkaar in eerste instantie niet kenden, er was geen persoonlijke relatie. (Linders 2010). Door het dorpse karakter van de gemeente Mill en St. Hubert ligt dat vaak toch een tikkeltje anders, veel mensen kennen elkaar. Bovendien kan er, bijvoorbeeld door het jarenlang bezoeken, veelvuldige rijden of maaltijden brengen, een persoonlijke relatie ontstaan. Onder de vrijwilligers van SWOM is een grote diversiteit, ook wat het signaleren aangaat. Voor sommigen is signaleren een tweede natuur, anderen rekenen signaleren niet tot hun 2 Zie Regionaal Wmo beleidsplan Land van Cuijk (http://www.gemeente-mill.nl/) 3

5 taak, of hebben er geen antenne voor. Dit is afhankelijk van iemands persoonlijkheid, referentiekader, normen en waarden etc. Tafeltje dekje, de bezoekdienst en de vervoersdienst hebben elk een vrijwillige coördinator. Deze heeft semiprofessionele taken. Hij doet intakes, is het eerste aanspreekpunt voor de uitvoerende vrijwilligers en is nauw betrokken bij de werving en selectie van nieuwe vrijwilligers. - De beroepskrachten Bij Radius werken twee soorten beroepskrachten in het ouderenwerk. De ouderenwerkers ondersteunen de vrijwilligers van de SWOM bij de uitvoering van hun taken. Zij hebben in de regel niet rechtstreeks contact met de zelfstandig wonende ouderen. De andere beroepskracht, de WWZ coördinator 3 verleent ouderen met een meervoudige problematiek direct hulp, zij werkt ook outreachend. Al deze spelers staan in contact met elkaar en beïnvloeden elkaar. Zij hebben soms gemeenschappelijke, soms tegenstrijdige belangen. Relaties zijn hechter, of meer op afstand, informeel of formeel. Er is veel dynamiek en beweging. Dit is het kader waarin de SWOM en Radius streven naar een betere samenwerking bij het signaleren. Er zijn nog andere spelers in het veld zoals bijvoorbeeld de buren, thuiszorgmedewerkers en de huisarts. Daarop wordt in dit artikel niet ingegaan. Als mensen die hulp nodig hebben daar niet zelf om vragen, kan het tijdig signaleren ertoe leiden dat er uiteindelijk toch passende hulp komt. Over de vraag waarom het voor mensen vaak moeilijk is om hulp te vragen en waarom vrijwilligers niet altijd iets met signalen doen, gaat het volgende hoofdstuk. 3. Over vraag- en handelingsverlegenheid en acceptatie van hulp Soms, bijvoorbeeld door dementie, depressie of psychiatrische aandoeningen, kunnen ouderen hun situatie niet meer goed inschatten. Zij kunnen niet meer goed verwoorden wat er aan de hand is, of hebben een vertekend beeld van de werkelijkheid. Maar ook voor de ouderen die niet door dergelijke aandoeningen getroffen zijn, is vragen om hulp niet gemakkelijk. Linders heeft in haar onderzoek naar informele zorg in een volksbuurt hiervoor de term vraagverlegenheid ingevoerd. Dat is de schroom om hulp te vragen aan het sociale netwerk (Linders, 2010, p.141). Oorzaken voor die schroom zijn bijvoorbeeld het niet afhankelijk willen zijn, geen zin hebben in bemoeizucht, je niet kwetsbaar willen opstellen, angst voor afwijzing, of onderschatting van de hulpbereidheid van anderen (www.studiearena.nl). Ook het accepteren van hulp uit eigen kring is niet vanzelfsprekend. Linders gebruikt hiervoor de term acceptatieschroom (2010, p. 144). Hulp vragen en hulp aanvaarden worden makkelijker als er wederkerigheid in het spel is, dus als de hulpvrager iets terug kan doen. Door vraagverlegenheid bij de oudere, blijft alertheid van vrijwilligers op problematische situaties belangrijk. Maar dan zijn we er nog niet. Er bestaat schroom om ongevraagd de helpende hand te bieden. Linders noemt dat handelingsverlegenheid (Linders, 2010, p. 140). Mensen zijn bijvoorbeeld best bereid om te helpen, maar men wil niet opdringerig zijn, het valt buiten de taak die men als vrijwilliger op zich heeft genomen, of men wil de privacy respecteren. Handelingsverlegenheid bij de vrijwilliger, kan ertoe leiden dat er niets met signalen gedaan wordt. Een vrijwilliger zegt hierover: dat kennen ze allemaal (het niet-pluis-gevoel), maar dat willen ze niet kennen. daar zijn gewoon een paar die zeggen, het is niet mijn taak (Becker, 2012a, p. 20). 3 Wwz staat voor Wonen, welzijn, zorg. De functie is vergelijkbaar met die van de beroepsmatige ouderenadviseur. Deze functionaris valt ook onder de categorie sociaal werker. 4

6 Vraagverlegenheid, handelingsverlegenheid en acceptatieschroom maken signaleren tot een gelaagd vraagstuk. Het volgende hoofdstuk gaat over de vraag wat signaleren is en wat het betekent om het een plaats te geven in een vrijwilligersorganisatie. 4. Signaleren Nu geschetst is wat vragen om hulp en het bieden van hulp moeilijk maakt, volgt een definitie van signaleren is en hoe de SWOM signaleren kan inbedden in de organisatie. 4.1 Wat is signaleren? In dit artikel wordt uitgegaan van de volgende definitie van signaleren: Het waarnemen door een beroepskracht, vrijwilliger of mantelzorger van veranderingen, problemen of wensen bij de cliënt, waarbij degene die het signaal opvangt moet overwegen om wel of niet zelf tot actie over te gaan of anderen tot actie aan te zetten, zodat de cliënt de zorg- of hulpverlening ontvangt die hij wenst of nodig heeft (http://www.thesauruszorgenwelzijn.nl/). Een vrijwilliger definieerde signaleren als volgt: Signaleren is constateren en proberen er iets mee te doen ter plekke, of doorgeven naar instanties (Becker, 2012a, p. 23). Signaleren begint met het gevoel dat er iets niet klopt, met het niet pluis- gevoel. In de literatuur worden zes tot zeven fasen beschreven (Oudewater, 2003; Scholte & Van Splunteren, 2007; Sluiter, 2010; De signaleringscyclus van Onderwater (2003) is door zijn eenvoud geschikt voor toepassing bij de groep vrijwilligers. Zij beschrijft zes stappen, namelijk 1. waarnemen, 2. checken, 3. bespreken, 4. besluiten, 5. uitvoeren, 6. evalueren. De eerste drie stappen in het signaleringsproces gaan vooral over de betekenisgeving aan en definiëring van een signaal. De stappen vier, vijf en zes gaan over het handelen dat op het signaal volgt (Scholten, 2000). Beide delen hoeven niet door dezelfde personen uitgevoerd te worden. Stap 1: Waarnemen: Signaal opmerken Stap 2: Checken: signaal interpreteren en besluiten of verheldering nodig is Stap 3: Bespreken: Waarneming bespreken met cliënt en/of coördinator/ beroepskracht Stap 4: Besluiten: Actie of geen actie Stap 5:Uitvoeren: actie uitvoeren Stap 6: Evalueren: Resultaat kritisch beoordelen en zo nodig cyclus nog eens doorlopen (Becker, 2012a) Het niet-pluis-gevoel is de prikkel om de eerste stappen te maken. De vraag is wat vrijwilligers met deze prikkel doen en hoe de organisatie ingericht moet zijn opdat er ook daadwerkelijk iets met signalen gebeurt. Enkele aspecten daarvan worden in de volgende paragraaf aan de orde. 4.2 Signaleren in een vrijwilligersorganisatie De praktijk bij de SWOM laat zien dat vrijwilligers op verschillende manieren met het nietpluis-gevoel omgaan. Er zijn vrijwilligers die zeggen geen niet-pluis-gevoel te kennen, er zijn vrijwilligers die het wel kennen, maar er niets mee doen. Er zijn vrijwilligers die het moeilijk vinden om een gesprek aan te knopen, anderen gaat het gemakkelijk af (Becker, 2012a). Een vrijwilliger uit het onderzoek zegt daarover: Die kunnen misschien ook minder contact leggen met de mensen die ze hebben. Ze doen geen moeite om een gesprekje los te krijgen. Ik vraag dan tegen de mensen smaakt het eten, vind je het lekker? De ene zegt ja ik heb honger en vind het lekker en gezond. Anderen zeggen ha, ik kan er geen smaak aan krijgen. Ik zeg dan doe je er niets bij van jus of mayonaise of appelmoes. Ja, dan heb je een kort gesprek en dan komt het (Becker, 2012a, p. 24). stap 6 stap 5 stap 1 stap 4 stap 2 stap 3 5

7 Om van deze individuele en toevallige aanpak tot een gestructureerde manier van signalering te komen, zal de SWOM een structuur voor de signalering moeten ontwikkelen. Daarvoor is het nodig om de taken van de uitvoerende vrijwilligers, de coördinerende vrijwilligers en de ondersteunende beroepskracht vast te leggen. De routing van een signaal moet duidelijk zijn, d.w.z. de vrijwilliger weet waar hij een signaal meldt en wat er verder mee gebeurt. Registratie is nodig als de SWOM er beleid mee wil ontwikkelen of anderen, bijvoorbeeld de gemeente, van advies wil dienen. De organisatie moet op signaleren ingericht zijn (Sluiter, 2010). Structuur, het vastleggen van taken, routing van signalen, registratie ze passen allemaal bij de professionele logica die in hoofdstuk1 al ter sprake kwam. Voor de sociale werker is het de kunst om deze elementen in te passen in de vrijwilligersorganisatie. Dat kan door de vrijwilligers mee te nemen in de verandering, draagvlak te creëren en aan te sluiten bij de mogelijkheden van vrijwilligers. Communicatieve vaardigheden, overtuigingskracht en verleiden zijn hiervoor net zo belangrijk als een duidelijke visie, en een verbeterplan. Door een duidelijke structuur is het signaleren niet meer afhankelijk van toeval, maar wordt het een onderdeel van de werkwijze. In het volgende hoofdstuk komt de afstemming tussen beroepskrachten en vrijwilligers en de routing van een signaal aan de orde. 5. Afstemming en de routing van een signaal In dit hoofdstuk wordt de afstemming tussen vrijwilligers en beroepskrachten in het signaleringsproces aan de orde gesteld en een voorstel voor de routing van een signaal uitgewerkt. Uitgangspunt is dat de vrijwilliger het signaal oppakt. Oppakken betekent het signaal onderkennen, interpreteren en afwegen of men zichzelf in staat voelt om het signaal bespreekbaar te maken, of dat iemand anders dit moet doen. Oppakken betekent in ieder geval het niet-pluis-gevoel serieus nemen en er iets mee doen. Door met de stappen van de signaleringcyclus vertrouwd te raken, kunnen vrijwilligers een meer afgewogen beslissing nemen over hun handelen. Bij de SWOM heeft de vrijwillige coördinator een sleutelrol in de routing van signalen. Hij is het eerste aanspreekpunt voor de vrijwilligers bij vragen, bij problemen en voor advies. De ouderenwerker is achterwacht. Niet alle vrijwilligers willen hun vragen bij de vrijwillige coördinator neerleggen, zij kunnen dat dan ook doen bij de ouderenwerker. De ouderenwerker en de vrijwillige coördinator werken nauw samen. In deze samenwerking blijft het voor de sociaal werker een zoeken naar de goede balans tussen loslaten en vasthouden. Soms zou de ouderenwerker, om zeker te zijn dat er adequaat gehandeld wordt, liever zelf het eerste aanspreekpunt zijn. Maar gezien de ontwikkelingen met Welzijn Nieuwe Stijl lijkt het erop dat dit soort taken steeds meer bij vrijwilligers terechtkomt. Het is dan de taak van de professional om voldoende zekerheden voor kwaliteit in te bouwen. Het is te verwachten dat de vrijwilligers zich in verband met de dubbele vergrijzing steeds vaker voor situaties geplaatst zullen zien, waarin hen een niet-pluis-gevoel bekruipt. Het is daarom van groot belang een duidelijke routing van signalen vast te leggen en te zorgen dat vrijwilligers die routing volgen. Van Doorn, Van Etten en Gademan zetten in hun handboek Outreachend werken op een rij hoe op een melding gereageerd kan worden (Van Doorn, Van Etten &, Gademan 2010 ). Voor de SWOM is dit model aangepast. De routing ziet er als volgt uit: 1. De vrijwilliger neemt het niet-pluis-gevoel serieus, checkt of dat gevoel juist is, gaat met de oudere daarover in gesprek. 2. Als het niet-pluis-gevoel blijft, vraagt de vrijwilliger of hij het mag bespreken met de vrijwillige coördinator of de ouderenwerker. 3. Als de oudere daarvoor toestemming heeft gegeven, bespreekt hij het niet-pluisgevoel met de vrijwilliger coördinator of de ouderenwerker. 4. Geeft de oudere geen toestemming, dan mag de vrijwilliger dat wel anoniem doen. 6

8 5. Als de vrijwilliger zich niet in staat voelt om het niet-pluis gevoel met de oudere te bespreken, kan hij zijn hart luchten bij de vrijwillige coördinator of de ouderenwerker. Het vervolg op de melding kan dan zijn: 1. De vrijwilliger of de vrijwillige coördinator vraagt de beroepskracht om advies en kan dan met het advies zelfstandig verder. 2. Vrijwilligers en beroepskracht werken samen om de juiste hulp in te schakelen. 3. Het probleem is zo complex dat de beroepskracht het roer overneemt. Is in dit hoofdstuk een model voor afstemming en routing beschreven, het volgende hoofdstuk laat de signaleringspraktijk van de SWOM zien aan de hand van de gegevens van een onderzoek. 6. De signaleringspraktijk het onderzoek Als men de signalering wil verbeteren, is het raadzaam om te beginnen, met een schets van de bestaande praktijk. Dat is voor de SWOM in het praktijkonderzoek gedaan, dat uitgevoerd werd in het kader van de opleiding Master Social Work. De leidende vraag van het onderzoek was: Wat is er nodig om de signaleringspraktijk van de SWOM te verbeteren? Voor Radius heeft het onderzoek meerwaarde, omdat de resultaten ook voor andere stichtingen welzijn ouderen in het Land van Cuijk, bruikbaar zijn. Deze stichtingen hebben een aanbod dat vergelijkbaar is met dat van de SWOM en worden eveneens ondersteund door sociaal werkers van Radius. De onderzoekspopulatie bestond uit drie categorieën personen, die allemaal deel uitmaken van de signaleringspraktijk van de SWOM: 111 vrijwilligers, die de in de inleiding beschreven diensten uitvoeren. Twee sociaal werkers, waarvan de een vrijwilligers ondersteunt en de ander als Wwz-coördinator ouderen direct ondersteunt en vaak doorverwijst naar diensten van de SWOM. Drie zelfstandig wonende ouderen. De SWOM beschikt al enkele jaren over een signaleringskaart 4, bedoeld als instrument voor vrijwilligers bij het signaleren. Over het gebruik van de signaleringskaart is een survey gedaan onder 111 vrijwilligers. Er was een respons van 59%. De vragen hadden betrekking op de vrijwilligers zelf, op het kennen en herkennen van het niet-pluis-gevoel en het gebruik van de signaleringskaart. Daarnaast zijn enkele vrijwilligers, de sociaal werkers en drie zelfstandig wonende geïnterviewd. Het design, de resultaten, conclusies en aanbevelingen zijn beschreven in het onderzoeksverslag (Becker, 2012a). Hier de belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek geordend naar onderzoeksgroep: A: De zelfstandig wonende ouderen Ouderen hechten grote waarde aan het zelfstandig zijn en zelfstandig wonen. De zelfstandig wonende ouderen zeggen dat het moeilijk is om hulp te vragen. Zij stellen het op prijs als een vrijwilliger zijn niet-pluis-gevoel met hen bespreekt. Of zij zich daarvoor openstellen is afhankelijk van de klik met de vrijwilliger 4 In verzorgingshuizen, bij thuiszorgorganisaties en in de GGZ wordt met signaleringsinstrumenten gewerkt om de kwaliteit van de zorg te waarborgen (http://www.ouderenpsychiatrie.nl/). De niet-pluis index is een instrument om signalen te herkennen en door te leiden. Voor de SWOM is in 2008/2009 een signaleringskaart ontwikkeld, die toegepast is op vrijwilligers. Naast een beschrijving van gedragsindicatoren voor bepaalde vraagstukken / problemen staat er een handelingsaanwijzing op: Hoe omgaan met signalen. De kaart kan opgevraagd worden bij Radius organisatie voor welzijn Land van Cuijk. 7

9 Zelfstandig wonende ouderen nemen de belangrijke beslissingen samen met mantelzorgers en dat zijn, bij de ouders in dit onderzoek, de kinderen. Kinderen zijn vaak emotioneel maar lang niet altijd fysiek nabij. B: De vrijwilligers: De signaleringskaart helpt bij het herkennen van signalen. Vrijwilligers die de kaart kennen, geven vaker aan het niet-pluis-gevoel te kennen dan vrijwilligers die de kaart niet kennen. Hij moet wel regelmatig onder de aandacht gebracht worden, anders wordt hij vergeten. Vrijwilligers noemen uiteenlopende mogelijkheden om signalen te melden. Er is geen eenduidige routing. Vrijwilligers komen in aanraking met existentiële vraagstukken zoals dementie, rouwverwerking, depressie, eenzaamheid en verwaarlozing 5. Er zijn grote verschillen tussen de vrijwilligers in de wijze waarop gesprekken met ouderen aangeknoopt worden en in opvatting over signaleren. Vrijwilligers vinden dat iedereen die dat wil, bij de SWOM vrijwilligerswerk moet kunnen doen. Zij pleiten voor scholing maar deze moet niet verplicht zijn. Vrijwilligers zien hun bijdrage vooral als praktische ondersteuning in het dagelijkse leven, als aanvulling op professionele hulp en taakverlichting voor de mantelzorger. C: De beroepskrachten De ondersteunende beroepskrachten geven aan dat er meer afstemming tussen vrijwilligers en beroepskrachten moet komen. De ondersteunende beroepskrachten hebben behoefte aan een duidelijke taakverdeling in het signaleringsproces. Kort samengevat werden op basis van deze resultaten de volgende aanbevelingen gedaan: Ontwikkel een eenduidige routing van signalen om te zorgen dat signalen in de organisatie bij de juiste persoon terechtkomen. Verruim de competenties van vrijwilligers door scholing die gericht is op het herkennen van signalen van dementie, rouwverwerking, depressie, eenzaamheid, verwaarlozing, op het trainen van gespreksvaardigheid en op signaleren. Doe een vervolgonderzoek naar de tevredenheid over de diensten De resultaten van het onderzoek zijn besproken met het bestuur van de SWOM, met de vrijwillige coördinatoren, de beroepskrachten en de leidinggevende van Radius. Vervolgens is een praktijkverbeterinterventie voor de SWOM ontwikkeld. Daarin zet het bestuur van de SWOM in op verruiming van de competenties van vrijwilligers. Structuurverbetering (vastleggen van taken in het signaleringsproces, invoeren van routing) werd nog even geparkeerd. Over de praktijkverbeterinterventie gaat het volgende hoofdstuk. 7. De praktijkverbeterinterventie Op basis van de resultaten van het onderzoek en de aansluitende discussie is er een ontwerp voor een praktijkerverbeterinterventie gemaakt (Becker, 2012b). De SWOM koos ervoor om met aanbeveling twee Verbeter de dienstverlening door het verruimen van competenties van vrijwilligers te beginnen. Vrijwilligers van de SWOM zijn ambivalent over deskundigheidsbevordering. Sommigen zijn niet enthousiast over scholing, anderen zien het als een middel tot kwaliteitsverbetering, met dien verstande, dat het niet verplicht gesteld mag worden. Een vrijwilliger uit het onderzoek zegt het zo: Maar ik denk dat het voor sommige vrijwilligers ook fijn is als daarover (bedoeld worden signalen U.B.) gesproken wordt, want sommige vrijwilligers vertellen alles en er zijn er ook 5 Bij het bespreken van de resultaten werden aan deze lijst nog ouderenmishandeling en armoede toegevoegd. 8

10 die niets vertellen. Die met de problemen blijven zitten en als het dan ter sprake komt, dat ze dan net wel zeggen wat ze meegemaakt hebben. Het kan een opening zijn voor hen (Becker, 2012a, p. 24). Met hun scepsis t.o.v. deskundigheidsbevordering staan zij niet alleen. Op een bijeenkomst georganiseerd door Movisie bleek, dat voor enkele vrijwilligers deskundigheidsbevordering een beladen term is. Ze hebben zich immers aangemeld voor een activiteit waar ze al goed in zijn en voelen zich miskend in hun door het werkzame leven opgedane deskundigheid (http://www.movisie.nl/). Met deze scepsis is in het verbetertraject rekening gehouden. Uitgangspunt zijn namelijk de ervaringen, de verhalen van de vrijwilligers zelf. Hun impliciete kennis wordt in ervaringsbijeenkomsten geëxpliciteerd. Door hen aangedragen onderwerpen, vragen en situaties, worden in samenhang gebracht met thema s als vraagverlegenheid, handelingsverlegenheid, dementie, rouwverwerking, signaleren etc. De aanpak is bottom-up en sluit aan bij de kracht en talenten van de vrijwilligers. Zij worden niet beleerd, maar hun ervaringen worden in een andere samenhang gebracht met de intentie, de gemeenschappelijkheden te benoemen. Kees Penninx zegt hierover: In het vertellen zit het leren besloten; het maakt expliciet en voor anderen toegankelijke wat men weet over de goede aanpak. De speurtocht naar werkzame principes, effectieve aanpakken en handige vuistregels start bij het vertellen van het eigen vrijwilligersverhaal (Penninx, 2010b, p. 42). De beroepskracht treedt op als projectleider, procesleider en trainer. Om draagvlak te creëren is de praktijkverbeterinterventie uitvoerig besproken met het bestuur en met de coördinerende vrijwilligers. Samen is besloten de ervaringsbijeenkomsten voor elke dienst afzonderlijk te organiseren en de groepen niet groter te maken dan 10 tot 15 personen. Deelname aan de ervaringsbijeenkomsten is niet verplicht. Het bestuur en de vrijwillige coördinatoren zijn enthousiast over de gekozen aanpak. Samen met de projectleider benaderen ze de vrijwilligers met de vraag om aan de ervaringsbijeenkomsten mee te doen. Deze werkwijze sluit aan bij veranderprincipes van Caluwé en Vermaak (Caluwé & Vermaak, 2006).Verandering komt tot stand door de vrijwilligers te enthousiasmeren, vertrouwen te geven, te waarderen, zorgvuldig met ze om te gaan en de sociale relaties te verbeteren (rooddrukdenken) in combinatie met motiveren om te leren (groendrukdenken). De ervaringsbijeenkomsten gaan in het najaar 2012 van start. Voor de monitoring en evaluatie is een eenvoudige vragenlijst ontwikkeld en wordt van elke bijeenkomst een verslag gemaakt. Om te kunnen meten of de vrijwilligers daadwerkelijk anders handelen, registeren de vrijwillige coördinatoren en beroepskrachten elke melding en de problematiek (Becker, 2012b). Voor het voorbereiden en mede uitvoeren is een externe trainer aangetrokken, omdat ook de projectleider op dit terrein lerende is. Voor de ondersteuning van de praktijkverbeterinterventie is een denktank in het leven geroepen. Daarin zitten, naast de projectleider, drie collega s van andere locaties van Radius. Zij geven collegiale ondersteuning en nemen hun ervaringen en nieuwe kennis mee naar hun locatie. Zo komen collega s van andere werksoorten en locaties in aanraking met de interventie en wordt kennis gedeeld. Collega s en het management van Radius zijn zeer geïnteresseerd in de ervaringsgerichte aanpak die, in deze vorm, nieuw is voor de organisatie. Er is afgesproken om deze aanpak en het onderwerp signaleren op interne studiedagen in het voorjaar van 2013 op de agenda te zetten. In het volgende hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen samengevat. 8. Terug naar de hoofdvraag De centrale vraag in het artikel is: Hoe kunnen vrijwilligers (SWOM) en beroepskrachten (Radius) samen tot een betere signaleringpraktijk komen? In het artikel zijn voor het beantwoorden van de vraag een aantal handvatten aangereikt. Die worden hier kort samengevat. 9

11 De organisatie: een organisatie die op samenwerking bij signalering ingericht is, legt een eenduidige routing vast, omschrijft taken en verantwoordelijkheden en gebruikt een signaleringskaart. Deskundigheidsbevordering: inzetten op een ervaringsgerichte aanpak zorgt op natuurlijke wijze voor uitwisseling van ervaringen en maakt scholing mogelijk. Daardoor verbetert de signalering. De ervaringen van de vrijwilligers zijn het vertrekpunt. De sociaal werker: deze is de regisseur. Zij moet een manier vinden om vrijwilligers mee te nemen in het proces, moet ze prikkelen, nieuwsgierig maken.verleiden dus. Zij stimuleert, motiveert, coacht en faciliteert. Zij laat ze excelleren met Fingerspitzengefühl en met het vermogen om met tegenstellingen om te gaan. Ze waakt er tegelijk over, dat de zelfstandig wonende ouderen de juiste hulp krijgen. De vrijwilliger: deze is bereid om te leren, en signaleren een duidelijke plaats in de uitvoering van zijn diensten te geven. In het volgende hoofdstuk wordt gekeken wat de uiteenzettingen in dit artikel betekenen voor het sociaal werk. 9. Conclusie en aanbevelingen voor het sociaal werk In dit hoofdstuk worden aspecten aangehaald die voor het kennisdomein van het sociaal werk belangrijk zijn. 9.1 Overdraagbaarheid naar andere werkvelden De handvatten zijn overdraagbaar op andere werkvelden in het sociaal werk waar vrijwilligers een signalerende functie (kunnen) hebben. Te denken valt aan vrijwillige ondersteuners in de jeugdzorg, buddywerk etc. Dat zijn andere werksoorten maar de principes van signaleren en van het werken met vrijwilligers blijven hetzelfde. Hier een lijstje met do s en don ts voor de sociaal werker, die signaleren van vrijwilligers wil verbeteren. Do s Maak bij de aanname van vrijwilligers duidelijk dat signaleren tot de taak behoort. Maak voor het werkveld een signaleringskaart met een lijst van mogelijke signalen en waar deze op kunnen wijzen. Maak duidelijk wie deel uitmaken van het signaleringsproces en hoe de taken verdeeld zijn. Maak een eenduidige routing voor de signalering en zorg ervoor dat deze door alle betrokkenen in de organisatie gedragen wordt. Heb oog voor de diversiteit van de groep vrijwilligers. Kijk wie bijzondere taken kan of wil vervullen en geef die dan ook. Ga met vrijwilligers in gesprek over normen, waarden en leefstijlen. Wijs erop dat een vrijwilliger zijn signaal bij de aangewezen persoon meldt. Als hij zich niet in staat voelt om zelf een gesprek aan te knopen, hoeft dat ook niet. Laat de vrijwilliger merken dat hij te allen tijde en over alles zijn hart kan luchten bij de sociaal werker. Organiseer ervaringsbijeenkomsten voor de onderlinge uitwisseling. Organiseer, naar aanleiding van onderwerpen, vragen en dilemma s die in de ervaringsbijeenkomsten boven komen drijven, trainingen en themabijeenkomsten. Benadruk dat vrijwilligers niet met derden over signalen praten en dat ze de privacy van de ander respecteren. 10

12 Don ts Vrijwilligers zelf een diagnose laten stellen. Een diagnose stellen past niet bij de functie van de vrijwilliger. Vrijwilligers zelfstandig actie laten ondernemen zonder overleg met de vrijwillige coördinator of de sociaal werker. Besluiten nemen over de vervolgstappen, het uitvoeren en evalueren daarvan, gebeurt immers in overleg met de coördinator en/of de sociaal werker. 9.2 Aansluiten bij baken vier van Welzijn Nieuwe Stijl De WMO en Welzijn nieuwe Stijl zijn dé onderwerpen die op dit moment veel invloed hebben in het sociale domein (De Vries, 2012; Kluft, 2011; Van der Lans, 2010; Van Ewijk, 2011). De wijze waarop vrijwilligers en beroepkrachten samen tot een betere signaleringspraktijk komen, is geheel in de geest van deze beleidsonderwerpen. Het gaat er immers om, de betrokkenheid van burgers voor andere burgers te verhogen. Weliswaar wordt dat in een georganiseerde omgeving, namelijk een vrijwilligersorganisatie gedaan. Vrijwilligers mogen tot het informele netwerk gerekend worden (Linders 2010). Het organiseren van meer hulp via dit netwerk, is onderdeel van de WMO. Bovendien worden er in het sociale domein werkwijzen ontwikkeld, bijvoorbeeld de sociale netwerkbenadering (http://www.youtube.com/) en is er discussie over en onderzoek naar de vraag hoe informele netwerken meer hulp kunnen verlenen (Linders, 2010; Steyaert & Kwekkeboom, 2012; Penninx & Sprinkhuizen, 2011). Dit is een uitwerking van baken vier van de Welzijn Nieuwe Stijl (formeel en informeel in optimale verhouding). 9.3 Verbinden van organisaties In het sociale domein wordt veel over optimale samenwerking tussen organisaties nagedacht. Maar de praktijk is soms weerbarstig. Dit geldt zowel voor de samenwerking van beroepsorganisaties onderling, als voor die tussen beroepsorganisaties en vrijwilligersorganisaties. Sociaal werkers kunnen hier een brugfunctie vervullen. Zij kennen de logica van beide typen organisaties, kunnen als vertaler optreden en ervoor zorgen dat het vrijwilligerswerk een volwaardige plaats krijgt in de keten van zorg en welzijn. Zij kunnen de expertise van vrijwilligers bij andere professionals en organisaties voor het voetlicht brengen. Misschien moet de discussie geopend worden over het meer betrekken van vrijwillige coördinatoren in professionele netwerken. De vraag is welke taken naar vrijwilligers kunnen overgaan, zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening in gevaar komt. In het kader van bezuinigingen zou het sociaal werk deze discussie niet uit de weg moeten gaan. Tot slot Als vrijwilligers en beroepskrachten hun werk op elkaar afstemmen, dan is dat goed voor de zelfstandig wonende oudere, de mantelzorger, de vrijwilliger, de beroepskracht en de samenleving. Nu de babyboomgeneratie met pensioen gaat, doen zich nieuwe kansen voor. Er komt een nieuwe generatie hoogopgeleide vrijwilligers aan (Penninx, 2010b). Als deze generatie voor de oude ouders en voor de kleinkinderen moet zorgen, blijft er dan nog tijd voor vrijwilligerswerk over? De betaalbaarheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorg en welzijn, zal in de toekomst een `hot item blijven. Mede daarom zal de focus op de informele zorg blijven. Ook het onderwerp signalering zal actueel blijven. 11

13 10. Literatuurlijst en bronnen Becker, U. (2012a). Zeg, hier klop iets niet, een onderzoek naar de signaleringspraktijk van vrijwilligers van de Stichting Welzijn Ouderen Mill, intern document, opleiding Master Social Work, HAN, cohort 3. Becker, U (2012b). Praktijkverbeterinterventie naar aanleiding van het onderzoek: Zeg, hier klopt iets niet, intern document, opleiding Master Social Work, HAN, cohort3. Becker, U. (2010). (2011) Een zwaluw maakt nog geen zomer. Essay, intern document, opleiding Master Social Work, HAN, cohort3. Boer, N. de & ontwikkeling. Lans, J. van der (2011). Burgerkracht. Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Caluwé, L. de & Vermaak, H. (2006). Leren veranderen. Een handboek voor veranderkundige. Deventer: Kluwer. Doorn, L. van, Etten, Y. van &Gademan, M. (2010) Outreachend werken. Bussum. Uitgeverij Coutinho. Ewijk, H. van (2010). Maatschappelijk werk in sociaal gevoelige tijden. Amsterdam: SWP uitgeverij. Gast, J.W de, Hetem, R.& Wilbrink, I. (red). (2009). Basisboek vrijwilligersmanagement (3 de druk). Bussum: Uitgeverij Coutinho. Haan, E. de (2009). Leren met collega s, Praktijkboek intercollegiale consultatie. Assen: Van Gorcum & Comp. Lans, J. van der (2010). Erop af! De nieuwe start van het sociaal werk. Amsterdam: Augustus. Linders, L. (2010). De betekenis van nabijheid. Den Haag: sdu uitgevers. Onderwater, M. (2003). Signaleren, reageren. Beleidsgericht signaleren in de praktijk. Utrecht: NIZW. Oostrik, H., (2010). Het handwerk van de theorie in de praktijk van het sociaal werk. Journal of social intervention, Issue 2, p Penninx, K., (2010 b). rapport. Zin in meedoen. Werkzame principes voor het stimuleren van vrijwillige inzet van mensen in de derde levensfase. Utrecht: Movisie. Penninx, K. (2010 c). essay. Op zoek naar het levend bewijs. Utrecht: Movisie. Scholte, M. & Splunteren, van P., (2007). Opgelet! Systematisch signaleren in het maatschappelijk werk. Bussum: Uitgeverij Coutinho. Scholten, C. (2000). Gewoon zien, signaleren door vrijwilligers in zorg en welzijn. Utrecht: NIZW. Sluiter, S. (2010). Signalering in het sociaal agogisch werk (2e druk). Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Steyaert, J. & Kwekkeboom, R. (2010) (red.). Opzoek naar duurzame zorg. Utrecht: Movisie. 12

14 Vries, de S. (2012). Erop af en dan? Amsterdam: SWP. Internetsites Regionaal WMO beleidsplan. Geraadpleegd op 14 december _3195.html#titel3195. Kluft, M. (2011), Zeg, bent u misschien de nieuwe professional? Gedownload op 23 januari we%20professional.pdf. De risico s van suggestieve retoriek. Geraadpleegd in januari Definitie signalering. Geraadpleegd op 7 juni Vroegsignalering. Geraadpleegd op januari WMO gestript, deel 3, sociale netwerkstrategieën. Geraadpleegd op 6 juni Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Geraadpleegd op 6 juni Welzijn Nieuwe Stijl. Geraadpleegd op 7 juni Definitie Mantelzorg. Geraadpleegd op 7 juni Niet-pluis Index. Geraadpleegd op 7 juni Lilian Linders hand-out. Geraadpleegd op 10 juni presentatie_lilian_linders.pdf. Verslag internetpanel frontliniewerkers. Geraadpleegd op 15 juli _samenwerking_beroepskrachten_en_vrijwilligers/. Zet Brabant. Geraadpleegd op 10 juni

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Praktijkverbeterinterventie

Praktijkverbeterinterventie Praktijkverbeterinterventie naar aanleiding van het onderzoek: Zeg, hier klopt iets niet Een onderzoek naar de signaleringspraktijk van vrijwilligers van de Stichting Welzijn Ouderen Mill (Saul Leiter,

Nadere informatie

Manifest. voor de intensieve vrijwilligerszorg

Manifest. voor de intensieve vrijwilligerszorg Manifest voor de intensieve vrijwilligerszorg Manifest voor de intensieve vrijwilligerszorg Meer dan 15.000 mensen zijn vrijwilliger bij een Waarom dit manifest? organisatie voor Vrijwillige Thuishulp,

Nadere informatie

Angst voor afhankelijkheid Over wederkerigheid en (on)afhankelijkheid in relaties tussen burgers

Angst voor afhankelijkheid Over wederkerigheid en (on)afhankelijkheid in relaties tussen burgers Angst voor afhankelijkheid Over wederkerigheid en (on)afhankelijkheid in relaties tussen burgers L.linders@fontys.nl Lilian Linders Fontys Hogeschool Sociale Studies 06 50242166 Masterclass Humanitas Academie

Nadere informatie

Kennisplatform Mantelzorg West Friesland. Samen vernieuwen in de Wmo, 15 juni 2015

Kennisplatform Mantelzorg West Friesland. Samen vernieuwen in de Wmo, 15 juni 2015 Kennisplatform Mantelzorg West Friesland Een netwerkorganisatie van gemeenten, zorgaanbieders, hulverlenende instellingen en belangenbehartigers van mantelzorgers Samen vernieuwen in de Wmo, 15 juni 2015

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Mantelzorgbeleid Inovum

Mantelzorgbeleid Inovum Paginanummer: 1 / 5 Mantelzorgbeleid Inovum 1. Doel Geven van duidelijkheid over wie mantelzorgers zijn, wat het verschil is tussen mantelzorgers en vrijwilligers en hoe Inovum en mantelzorgers elkaar

Nadere informatie

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk Stean foar Stipe Visie op cliëntondersteuning zorg, welzijn en aangepast wonen Het Signalerend ignalerende Toegankelijke Effectieve Activerende Netwerk (dat stiet as in hûs!) Inleiding Sinds januari 2007

Nadere informatie

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers Wmo-werkplaats Twente Scholingshandleiding voor cursist en trainer Samenwerken met vrijwilligers De vrijwilliger als vanzelfsprekende partner in zorg en welzijnswerk juli 2011 Saxion. Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Participatiewiel: een andere manier van kijken

Participatiewiel: een andere manier van kijken Participatiewiel: een andere manier van kijken Ideeën voor gebruik door activeerders en hun cliënten Participatiewiel: samenhang in beeld WWB Schuldhulpverlening Wajong / WIA / WW / WIJ AWBZ en zorgverzekeringswet

Nadere informatie

Een onderzoek naar de signaleringspraktijk van vrijwilligers van de Stichting Welzijn Ouderen Mill

Een onderzoek naar de signaleringspraktijk van vrijwilligers van de Stichting Welzijn Ouderen Mill Zeg, hier klopt iets niet Een onderzoek naar de signaleringspraktijk van vrijwilligers van de Stichting Welzijn uderen Mill Ulla Becker Master Social Work cohort 3 Student nummer 089163 De Enk 39 6581

Nadere informatie

NAASTENPARTICIPATIEBELEID ISZ De Brug

NAASTENPARTICIPATIEBELEID ISZ De Brug NAASTENPARTICIPATIEBELEID ISZ De Brug Dit beleid is in eerste instantie opgesteld voor intramurale cliënten van ISZ De Brug. De vertaalslag naar extramurale cliënten moet nog worden gemaakt. Inleiding

Nadere informatie

Mezzo memo. Betreft : Het keukentafelgesprek, visie en uitgangspunten Van : Mezzo Bijlage 1 : Het keukentafelgesprek in de praktijk

Mezzo memo. Betreft : Het keukentafelgesprek, visie en uitgangspunten Van : Mezzo Bijlage 1 : Het keukentafelgesprek in de praktijk Mezzo memo Betreft : Het keukentafelgesprek, visie en uitgangspunten Van : Mezzo Bijlage 1 : Het keukentafelgesprek in de praktijk Inleiding Gemeenten krijgen een steeds grotere taak in de ondersteuning

Nadere informatie

Verslag van de bijeenkomst Eenzaamheid en sociaal isolement bij ouderen: de inzet van vrijwilligers, 8 april 2014.

Verslag van de bijeenkomst Eenzaamheid en sociaal isolement bij ouderen: de inzet van vrijwilligers, 8 april 2014. Verslag van de bijeenkomst Eenzaamheid en sociaal isolement bij ouderen: de inzet van vrijwilligers, 8 april 2014. Programma: 09.30 uur - Inloop met koffie en thee 10.00 uur - Eenzaamheid en sociaal isolement:

Nadere informatie

Protocol omgaan met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor vrijwilligersorganisaties

Protocol omgaan met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor vrijwilligersorganisaties Protocol omgaan met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor vrijwilligersorganisaties 2 Inhoud 1. Inleiding 4 2. Contactpersoon binnen de vrijwilligersorganisatie 6 3. Protocol Omgaan met

Nadere informatie

Redactie: Maaike Kluft en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie Movisie Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Drukwerk: Libertas

Redactie: Maaike Kluft en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie Movisie Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Drukwerk: Libertas Redactie: Maaike Kluft en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie Movisie Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Drukwerk: Libertas Werk ik wel volgens de uitgangspunten van de Wmo en

Nadere informatie

Protocol Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld binnen de zorgstructuur van het Karel de Grote College Nijmegen.

Protocol Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld binnen de zorgstructuur van het Karel de Grote College Nijmegen. Protocol Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld binnen de zorgstructuur van het Karel de Grote College Nijmegen. Sinds juli 2013 is het onderwijs wettelijk verplicht om op scholen met de Meldcode

Nadere informatie

Gerry Broersma Opbouwwerker Miks Welzijn, Joure www.miks-welzijn.nl

Gerry Broersma Opbouwwerker Miks Welzijn, Joure www.miks-welzijn.nl Assen, 19 april 2011 Gerry Broersma Opbouwwerker Miks Welzijn, Joure www.miks-welzijn.nl en Sjoerd IJdema Adviseur Partoer Centrum Maatschappelijke ontwikkelingen Fryslân. www.partoer.nl Inhoud Welzijn

Nadere informatie

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen 2 3 INHOUDSOPAVE PAGINA Kennis over psychische problemen bij ouderen nodig?! 4 Praktische

Nadere informatie

Met elkaar voor elkaar

Met elkaar voor elkaar Met elkaar voor elkaar Publiekssamenvatting Oktober 2013 1 1 Inleiding Met elkaar, voor elkaar. De titel van deze notitie is ook ons motto voor de komende jaren. Samen met u (inwoners en beroepskrachten)

Nadere informatie

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur Geachte lezer, Fijn dat u even tijd neemt om kortweg kennis te maken met het beleid van stichting Welcom. Door het beleid voor de komende vier jaren te omschrijven, laat Welcom zien wat ze in de samenleving

Nadere informatie

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 1. Inleiding Een van de nieuwe punten in de Bijzondere Subsidieverordening

Nadere informatie

Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1

Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1 Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1 Beschrijving werkwijze 1 Gebaseerd op de eindevaluatie Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis

Nadere informatie

De spin in het web. Handreiking. voor werkers die direct. aan de slag willen met. de sociale netwerken van. mensen met verstandelijke

De spin in het web. Handreiking. voor werkers die direct. aan de slag willen met. de sociale netwerken van. mensen met verstandelijke De spin in het web Handreiking voor werkers die direct aan de slag willen met de sociale netwerken van mensen met verstandelijke beperkingen Anne Wibaut, Willy Calis Ad van Gennep Inleiding Wij hebben

Nadere informatie

Beleid mantelzorg en vrijwilligers Fener Zorg

Beleid mantelzorg en vrijwilligers Fener Zorg P a g i n a 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2. Begrippen 1-2 3. Verschillen tussen mantelzorg en vrijwilligerswerk 2 4. Mantelzorg in Rotterdam 2-3 5. Visie van Fener Zorg op mantelzorg en vrijwilligers

Nadere informatie

Mantelzorgbeleid ZAB Nederland

Mantelzorgbeleid ZAB Nederland Mantelzorgbeleid ZAB Nederland 1. Inleiding Mantelzorg is een thema dat momenteel veel aandacht krijgt in onze samenleving. Het gaat om zorg die noodzakelijkerwijs langdurig, onbetaald en vanuit een persoonlijke

Nadere informatie

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld.

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld. rriercoj Gemeenteraad Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD Barneveld, 27 augustus 2015 f Ons kenmerk: Ö^OOJcfc Behandelend ambtenaar: I.M.T. Spoor Doorkiesnummer: 0342-495 830 Uw brief van: Bijlage(n):

Nadere informatie

Bijlage 1: wetteksten met toelichting cliënten- en burgerparticipatie

Bijlage 1: wetteksten met toelichting cliënten- en burgerparticipatie In deze informatie-set vindt u voorbeelden van documenten en profielen die door Wmo Adviesraden zijn gebruikt in het Plan van aanpak bij de omvorming naar een brede Adviesraad Sociaal Domein of Participatieraad.

Nadere informatie

SAMENSPEL FORMELE EN INFORMELE ZORG

SAMENSPEL FORMELE EN INFORMELE ZORG SAMENSPEL FORMELE EN INFORMELE ZORG Nieuwsbrief No 1 Mei 2013 Dit is de eerste nieuwsbrief van het project Samenspel Formele en Informele zorg van de Wmo werkplaatsutrecht. Op de site www.wmowerkplaatsutrecht.nl

Nadere informatie

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen Redactie: Marieke Haitsma en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie

Nadere informatie

Mantelzorgbeleid AYA Thuiszorg B.V.

Mantelzorgbeleid AYA Thuiszorg B.V. 1 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 : Visie op werken met mantelzorgers Hoofdstuk 2 : Wat kunnen mantelzorgers doen bij AYA Thuiszorg? Hoofdstuk 3 : Ondersteuning van mantelzorgers Hoofdstuk 4 : Mantelzorg en

Nadere informatie

DE AANPAK VAN SOCIAAL ISOLEMENT. KNELPUNTEN EN DILEMMA S.

DE AANPAK VAN SOCIAAL ISOLEMENT. KNELPUNTEN EN DILEMMA S. DE AANPAK VAN SOCIAAL ISOLEMENT. KNELPUNTEN EN DILEMMA S. Presentatie DAK bijeenkomst 16 juni 2014 Dr. Marina Jonkers ONDERWERPEN Wat doet LESI? Aanpak sociaal isolement in gemeenten Beleidsurgentie en

Nadere informatie

Workshop Krimpcafe XL Maatwerk op lokaal niveau. Jaap Ikink. 12 juni 2014

Workshop Krimpcafe XL Maatwerk op lokaal niveau. Jaap Ikink. 12 juni 2014 Workshop Krimpcafe XL Maatwerk op lokaal niveau Jaap Ikink 12 juni 2014 Maatwerk voor Sociale Wijkteams Waarom sociale wijkteams? Uitdaging op lokaal niveau! Adviezen voor beleid?! Maatwerk voor Sociale

Nadere informatie

Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling.

Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling. Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling. 1. Sociaal beleid in breder verband Ontwikkelen beleid: een complex proces Het ontwikkelen en implementeren van beleid voor preventie en aanpak van grensoverschrijdend

Nadere informatie

dat MENS De Bilt in deze code ook vastlegt op welke wijze zij de beroepskrachten en vrijwilligers bij deze stappen ondersteunt;

dat MENS De Bilt in deze code ook vastlegt op welke wijze zij de beroepskrachten en vrijwilligers bij deze stappen ondersteunt; Inleiding Een Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals goed te reageren bij signalen van dit soort geweld. Sinds 1 juli 2013 zijn beroepskrachten verplicht zo'n Meldcode

Nadere informatie

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Datum: maart 2015 Afdeling: Samenlevingszaken In- en aanleiding Voor u ligt de startnotitie voor de aankomende beleidsnota van de gemeente

Nadere informatie

Teamkompas voor Zelfsturing

Teamkompas voor Zelfsturing Teamkompas voor Zelfsturing Wat is het teamkompas: Met dit instrument kun je inzicht krijgen in de ontwikkeling van je team als het gaat om effectief samenwerken: Waar staan wij als team? Hoe werken wij

Nadere informatie

RIBW werkt in & met sociale wijkteams

RIBW werkt in & met sociale wijkteams RIBW werkt in & met sociale wijkteams Inspiratiedagen RIBW 1 & 8 september 2015 Movisie Anneke van der Ven 9/9/2015 In wat voor tijd leven we eigenlijk? 1 1. Van AWBZ naar Wet Maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Samen werken aan betere zorg. Handreiking voor begeleiding van cliëntenraden betrokken bij verbetertrajecten

Samen werken aan betere zorg. Handreiking voor begeleiding van cliëntenraden betrokken bij verbetertrajecten Samen werken aan betere zorg van cliëntenraden betrokken bij verbetertrajecten INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Participatie van cliënten... 4 De rol van de cliëntenraad in verbetertrajecten... 6 Het stappenplan:

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Module Samen met jongeren nadenken over werken en leren voor Sociale Wijkteams

Module Samen met jongeren nadenken over werken en leren voor Sociale Wijkteams Module Samen met jongeren nadenken over werken en leren voor Sociale Wijkteams Tijd: 2 ½ uur Sociale Wijkteam leden Een collectieve leerbijeenkomst staat in het teken van participatie van jongeren die

Nadere informatie

Cultuurproef. Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie

Cultuurproef. Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie Cultuurproef Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie De cultuurproef Met de Cultuurproef kunt u de cultuur van uw organisatie in kaart brengen. Via een vragenlijst en een cultuurmodel onderzoekt

Nadere informatie

Handreiking voor vaststellen van verantwoord 1-op-1 vrijwilligerswerk

Handreiking voor vaststellen van verantwoord 1-op-1 vrijwilligerswerk Fase 2 is een implementatieproject van Vilans, MOVISIE en Fonds NutsOhra. Handreiking voor vaststellen van verantwoord 1-op-1 vrijwilligerswerk Vrijwilligers ondernemen meer en meer 1-op-1 activiteiten

Nadere informatie

Haal het beste uit je vrijwilligers: Bouwstenen voor een vrijwilligersbeleid

Haal het beste uit je vrijwilligers: Bouwstenen voor een vrijwilligersbeleid Haal het beste uit je vrijwilligers: Bouwstenen voor een vrijwilligersbeleid Provinciale bijeenkomst VVJ Antwerpen Mechelen, 3 oktober 2013 1 Departement: Welzijn, Economie en Plattelandsbeleid Dienst

Nadere informatie

Doel. Inleiding. De mantelzorger als samenwerkingspartner MANTELZORGBELEID VIERSTROOM

Doel. Inleiding. De mantelzorger als samenwerkingspartner MANTELZORGBELEID VIERSTROOM MANTELZORGBELEID VIERSTROOM Doel Het doel van deze tekst is een kader beschrijven waarbinnen doelstellingen en randvoorwaarden zijn vastgelegd die de samenwerking met mantelzorgers en ondersteuning van

Nadere informatie

Startbijeenkomst Wmowerkplaats. 20 mei 2015. Wil van der Steuijt, VWS

Startbijeenkomst Wmowerkplaats. 20 mei 2015. Wil van der Steuijt, VWS Startbijeenkomst Wmowerkplaats Friesland 20 mei 2015 Wil van der Steuijt, VWS 3 Onderwerpen 1) Doel en achtergrond Wmo: 2) Hoe zit de Wmo in elkaar? 3) Wat betekent dit voor de opleiding en deskundigheid

Nadere informatie

Onderwerp: Subgroep 1: Datum: Contact: Onderwerp Kwaliteit van leven

Onderwerp: Subgroep 1: Datum: Contact: Onderwerp Kwaliteit van leven Onderwerp: Kwaliteit van leven van burgers die veel zorg en ondersteuning nodig hebben Subgroep 1: Wim Gort (Synthese), Jan Joore (Unik), Ellen van Gennip (Leger des Heils), Ron Genders (gemeente Peel

Nadere informatie

De Wmo Ontwikkelingen en uitdagingen voor de Wmo-raad

De Wmo Ontwikkelingen en uitdagingen voor de Wmo-raad De Wmo Ontwikkelingen en uitdagingen voor de Wmo-raad September 2010 Doel van de Wmo: Participatie Iedereen moet op eigen wijze mee kunnen doen aan de samenleving 2 Kenmerken van de Wmo - De Wmo is gericht

Nadere informatie

Beleidsplan Mantelzorg

Beleidsplan Mantelzorg Opsteller: Golein Klein Bramel Versie: 1 december 2010 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 INLEIDING... 3 1. WAT IS MANTELZORG?... 3 2. VISIE OP MANTELZORG... 4 3. WAT KUNNEN MANTELZORGERS VERWACHTEN VAN

Nadere informatie

Prestatieplan 2014 Stichting Welzijn Ouderen

Prestatieplan 2014 Stichting Welzijn Ouderen Prestatieplan 2014 Stichting Welzijn Ouderen Kernfuncties (wat willen we) Producten (wat gaan we doen) Resultaatindicatoren Uren/ Kosten 1. Preventie en signalering 1.1 Algemene informatievoorziening Ten

Nadere informatie

Zienn gaat verder. Jaarplan 2014

Zienn gaat verder. Jaarplan 2014 Zienn gaat verder Jaarplan 2014 Een verhaal heeft altijd meer kanten. Zeker de verhalen van de mensen voor wie Zienn er is. Wij kijken naar ál die kanten. Kijken verder. Vragen verder. Gaan verder. Zo

Nadere informatie

De slimste route? Vormgeven toegang

De slimste route? Vormgeven toegang De slimste route? Vormgeven toegang Grote veranderingen in zorg en ondersteuning Taken vanuit AWBZ, Jeugdzorg, Werk en inkomen. Passend onderwijs (toegang tot onderwijs) De slimste route (voor Hengelo)

Nadere informatie

Meedoen Meten. DICHTERBIJ Kenniscentrum voor Dagbesteding en Werk. Angela Prudon. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Master Social Work

Meedoen Meten. DICHTERBIJ Kenniscentrum voor Dagbesteding en Werk. Angela Prudon. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Master Social Work Meedoen Meten DICHTERBIJ Kenniscentrum voor Dagbesteding en Werk Angela Prudon Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Master Social Work Programma Welkom Introductie Dichterbij HAN Master Social Work

Nadere informatie

OPLOSSINGSGERICHT WERKEN MET JONGEREN MISSION POSSIBLE

OPLOSSINGSGERICHT WERKEN MET JONGEREN MISSION POSSIBLE OPLOSSINGSGERICHT WERKEN MET JONGEREN MISSION POSSIBLE OPEN INSCHRIJVING IN UTRECHT WAT IS MISSION POSSIBLE? Bent u geïnteresseerd te ontdekken waar de motivatie van jongeren ligt om hun problemen zelf

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Betekenis voor beroepsonderwijs

Betekenis voor beroepsonderwijs Betekenis voor beroepsonderwijs Paul Vlaar Landelijk overleg Wmo-werkplaatsen Opbouw inleiding Transities sociale domein Wat zijn Wmo-werkplaatsen? Waar zitten werkplaatsen en wat doen zij? Urgentie van

Nadere informatie

Zelftest clie ntondersteuning voor gemeenten

Zelftest clie ntondersteuning voor gemeenten Zelftest clie ntondersteuning voor gemeenten Aanleiding Op 16 oktober heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die de regering verzoekt om een zelftest aan gemeenten aan te reiken die gemeenteraden,

Nadere informatie

Generalistisch werken- Hoe hoort het? Eelke Pruim Onderzoeker/Docent Viaa

Generalistisch werken- Hoe hoort het? Eelke Pruim Onderzoeker/Docent Viaa Generalistisch werken- Hoe hoort het? Eelke Pruim Onderzoeker/Docent Viaa Opbouw Generalistisch werken wat is het? Generalistisch werken lukt het? Generalistisch werken wat is het verschil? Generalistisch

Nadere informatie

stelt de volgende Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, uitgewerkt in een stappenplan en geldend voor alle agogische medewerkers, vast:

stelt de volgende Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, uitgewerkt in een stappenplan en geldend voor alle agogische medewerkers, vast: Het bevoegd gezag van Stichting Welzijnswerk Hoogeveen, overwegende, - dat Stichting Welzijnswerk Hoogeveen verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de dienstverlening aan zijn cliënten en dat

Nadere informatie

Eenzaamheid onder ouderen

Eenzaamheid onder ouderen Eenzaamheid onder ouderen Een inventarisatie van de stand van zaken en van een mogelijke aanpak in Ede (versie 31 oktober 2011) Op 3 februari 2011 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen over eenzaamheid

Nadere informatie

ZORG VOOR EEN GOEDE MANTEL Beleid Mantelzorg Waardeburgh

ZORG VOOR EEN GOEDE MANTEL Beleid Mantelzorg Waardeburgh ZORG VOOR EEN GOEDE MANTEL Beleid Mantelzorg Waardeburgh Opgesteld door: Bijlage: Albert Tahaparij Eveline Stehouwer Ellen van den Bosch Folder Mantelzorg Vastgesteld MT d.d. 10 september 2013 Opgesteld

Nadere informatie

Projectplan Ouderen en Levensvragen / Zingeving Cuijk.

Projectplan Ouderen en Levensvragen / Zingeving Cuijk. Projectplan Ouderen en Levensvragen / Zingeving Cuijk. Levens- / en zingevingvragen zijn op de achtergrond geraakt in onze samenleving, soms ook in het welzijnswerk. Toch zijn kwetsbaarheid en eenzaamheid

Nadere informatie

we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein

we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein we zijn in beeld VPTZ-ZU/ Hospice Nieuwegein Beleid 2012-2013 Inleiding Dit beleidsstuk is geschreven om in beeld te brengen wat onze organisatie doet, waar we voor staan en waar we goed in zijn, hoe we

Nadere informatie

Voor mantelzorgers en vrijwilligers

Voor mantelzorgers en vrijwilligers Voor mantelzorgers en vrijwilligers Cursus en Thema 2014 VRIJWILLIGERS Basiscursus (voor nieuwe vrijwilligers) Aantal bijeenkomsten: 3 In drie bijeenkomsten maken nieuwe vrijwilligers kennis met diverse

Nadere informatie

Social Work under construction: transformeren in onderwijs

Social Work under construction: transformeren in onderwijs Social Work under construction: transformeren in onderwijs Saxion, Lectoraat Community, Care & Youth, Ingrid Verbeek, Med Zuyd Hogeschool, Lectoraat Sociale Integratie, Drs. Peggy Duckers WELKOM Voorstellen

Nadere informatie

Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan

Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan Zorgleefplan, ondersteuningsplan en begeleidingsplan Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan Om goede zorg en/of ondersteuning te kunnen geven aan een cliënt is het werken

Nadere informatie

Taak- Functieomschrijving Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Taak- Functieomschrijving Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Taak- Functieomschrijving Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Deze taak-functieomschrijving is bruikbaar voor alle sectoren welke ondersteuning, begeleiding, zorg, hulp en bescherming

Nadere informatie

Plan organisatie ouderenzorg in de wijk of gemeente Regio Zwolle

Plan organisatie ouderenzorg in de wijk of gemeente Regio Zwolle Plan organisatie ouderenzorg in de wijk of gemeente Regio Zwolle Datum: augustus 2015 Versienummer: 1 Het plan organisatie ouderenzorg is ontwikkeld door: Olof Schwantje en Dita van Leeuwen (HRZ), Carla

Nadere informatie

Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos

Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos Bijlage 2 Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos A1 Uitbrengen jaarkrant A2 Advertentie huis aan huis bladen A3 Consultatie B1 Brochures

Nadere informatie

Welzijn Nieuwe Stijl Schoonhoven. Eric Lagendijk december 2011

Welzijn Nieuwe Stijl Schoonhoven. Eric Lagendijk december 2011 Welzijn Nieuwe Stijl Schoonhoven Eric Lagendijk december 2011 Programma Wat is Welzijn Nieuwe Stijl (WNS)? Traject Schoonhoven Verkenning welzijnsbeleid Burgerkracht/ Eigen kracht: how to do? Regionale

Nadere informatie

Workshop Privacy en Triage

Workshop Privacy en Triage Workshop Privacy en Triage Programma 1. Over de streep 2. Introductie Privacy & Triage 3. Triage in casus Privacy staat integraal werken in sociaal domein in de weg Gemeenten krijgen een grotere verantwoordelijkheid

Nadere informatie

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK Een onmisbare handleiding voor eerstelijnspraktijken die de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling gaan implementeren. 4 INTRODUCTIE DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK 6 8 12

Nadere informatie

Wet Maatschappelijke Ondersteuning ( Wmo) Wmo-raad Westland

Wet Maatschappelijke Ondersteuning ( Wmo) Wmo-raad Westland Wet Maatschappelijke Ondersteuning ( Wmo) Wmo-raad Westland Wmo Wie of wat is de Wmo? Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze wet is op 1 januari 2007 ingevoerd. - Zorgt ervoor dat iedereen zo lang mogelijk

Nadere informatie

dr. Cees van den Bos

dr. Cees van den Bos dr. Cees van den Bos - 1969 Sociale Academie Den Haag, afd. opbouwwerk - 1974 projectleider jongerencentrum Alkmaar - 1977 directeur Vrijwilligerscentrale Arnhem - 1978 heden: Landelijke bestuursfuncties

Nadere informatie

Vrijwilligers in de zorg voor en ondersteuning van ouderen in de nieuwe Wmo. Mieke Biemond

Vrijwilligers in de zorg voor en ondersteuning van ouderen in de nieuwe Wmo. Mieke Biemond Vrijwilligers in de zorg voor en ondersteuning van ouderen in de nieuwe Wmo Mieke Biemond Inhoud presentatie Kern- en knelpunten van de nieuwe Wmo Vrijwilligers in Nederland Toekomstagenda Informele zorg

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

Samenspel Formeel - Informeel. Vanuit ieders waarde en nieuw verhaal schrijven, 22-5-15, Jolanda Elferink

Samenspel Formeel - Informeel. Vanuit ieders waarde en nieuw verhaal schrijven, 22-5-15, Jolanda Elferink Samenspel Formeel - Informeel Vanuit ieders waarde en nieuw verhaal schrijven, 22-5-15, Jolanda Elferink 6/12/2015 Programma - Korte kennismaking; - Ontwikkelingen in de vrijwillige zorg; - Uitgangspunt

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip

Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip De veranderende politieke en maatschappelijke verhoudingen resulteren in minder overheid en meer burger. Door de terugtredende overheid ontstaat er meer ruimte

Nadere informatie

Competentiemanagement in zorg en welzijn Als kwaliteit van medewerkers telt

Competentiemanagement in zorg en welzijn Als kwaliteit van medewerkers telt Competentiemanagement in zorg en welzijn Als kwaliteit van medewerkers telt potaard e Auteur: Annelies Kooiman Eindredactie: Afdeling communicatie Fotografie: istock Vormgeving: Ontwerpburo Suggestie &

Nadere informatie

Meldcode kindermishandeling

Meldcode kindermishandeling Meldcode kindermishandeling een training voor professionals www.viermin.nl De training Meldcode Kindermishandeling richt zich op: - Signaleren: het kunnen, willen en durven signaleren van kindermishandeling

Nadere informatie

Jaarplan 2014. Netwerk Palliatieve Zorg Regio Zuidoost Brabant. Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost Brabant

Jaarplan 2014. Netwerk Palliatieve Zorg Regio Zuidoost Brabant. Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost Brabant Jaarplan Netwerk Palliatieve Zorg Regio Zuidoost Brabant Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost Brabant 1 Aansluitend op de doelstellingen van het beleidsplan van het netwerk staan de volgende activiteiten

Nadere informatie

Cursussen en Themabesprekingen

Cursussen en Themabesprekingen Cursussen en Themabesprekingen voor NPV-Thuishulpafdelingen en voor Kerkelijke Thuishulpprojecten Cursussen en Themabesprekingen Cursussen en Themabesprekingen NPV-Thuishulp De NPV-Thuishulp richt zich

Nadere informatie

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur Inleiding TRILL is een methodiek die de verantwoordelijkheden en de te leveren prestaties van betrokken partijen in kaart brengt. Zo moet de ambtenaar de beleidsdoelstellingen die door het gemeentebestuur

Nadere informatie

TEAMNASCHOLING ERVARINGSGERICHTE PSYCHOSOCIALE HULPVERLENING WERKEN MET CLIËNTEN EN HUN RELATIONELE CONTEXT

TEAMNASCHOLING ERVARINGSGERICHTE PSYCHOSOCIALE HULPVERLENING WERKEN MET CLIËNTEN EN HUN RELATIONELE CONTEXT TEAMNASCHOLING ERVARINGSGERICHTE PSYCHOSOCIALE HULPVERLENING WERKEN MET CLIËNTEN EN HUN RELATIONELE CONTEXT HOE ZIET UW PRAKTIJK ERUIT? Veel cliënten zien hun probleem als een individueel probleem en komen

Nadere informatie

PROTOCOL SIGNALEREN EN MELDEN MISHANDELING/MISBRUIK/VERWAARLOZING. Smidserweg 4 6419 CP Heerlen Telefoon 045-5741409

PROTOCOL SIGNALEREN EN MELDEN MISHANDELING/MISBRUIK/VERWAARLOZING. Smidserweg 4 6419 CP Heerlen Telefoon 045-5741409 CATHARINASCHOOL (V.)S.O. voor Z.M.L.K. PROTOCOL SIGNALEREN EN MELDEN MISHANDELING/MISBRUIK/VERWAARLOZING Smidserweg 4 6419 CP Heerlen Telefoon 045-5741409 1 Je hebt een vermoeden van kindermishandeling

Nadere informatie

WNS proof samenwerken in de Geitenkamp

WNS proof samenwerken in de Geitenkamp WNS proof samenwerken in de Geitenkamp 09.00 Inloop 09.15 Start/kennismaking 09.45 Aanleiding WNS en MA 09.55 Samenwerking binnen WNS 10.05 Analyse (oefening 1) 11.00 Pauze 12.00 Diagnose (oefening 2)

Nadere informatie

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht Welkom Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht Inhoud Inrichting werkwijze wijkteams Leeuwarden Verdieping in schuldhulpverlening Verdieping

Nadere informatie

Bouwstenen voor Burgerkracht. Dag van de transities, 19 november 2014 Helga Koper en Lydia Sterrenberg

Bouwstenen voor Burgerkracht. Dag van de transities, 19 november 2014 Helga Koper en Lydia Sterrenberg Bouwstenen voor Burgerkracht Dag van de transities, 19 november 2014 Helga Koper en Lydia Sterrenberg Even voorstellen: Platform 31 Wie zijn we? Een kennis- en netwerkorganisatie voor stedelijke en regionale

Nadere informatie

Goed samenspel met mantelzorgers loont! SharingDay 7-11 13

Goed samenspel met mantelzorgers loont! SharingDay 7-11 13 Goed samenspel met mantelzorgers loont! SharingDay 7-11 13 1 Wat is Mezzo? Landelijke Vereniging voor Mantelzorgers en Vrijwilligerszorg Visie: Wij maken het mogelijk dat mensen op eigen wijze voor elkaar

Nadere informatie

Workshop Introductie Wmo. Lesprogramma. Ontwikkelingen

Workshop Introductie Wmo. Lesprogramma. Ontwikkelingen Workshop Introductie Wmo Wmo-werkplaats Groningen-Drenthe 28 juni 2012 Lies Korevaar Lesprogramma Kennismaking en uitleg programma Wat is de Wmo? Doelen en uitgangspunten van de Wmo Uitwerking Wmo in de

Nadere informatie

pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden

pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden Enquête Mantelzorg en dementie 2014 Vooraf In juli 2014 vroegen wij onze leden naar hun ervaringen met mantelzorg in het algemeen, en mantelzorg

Nadere informatie

Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening.

Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening. Ouderenzorg - zorgen voor later? Beste mensen, Mijn naam is Popko Hooiveld. Ik werk als leidinggevende bij de Stichting Welzijn en Dienstverlening. Heel kort iets over de stichting. De Stichting Welzijn

Nadere informatie

TEAMNASCHOLINGEN EIGEN KRACHT GENERALISTISCH WERKEN IN GEZINNEN EN SOCIALE WIJKTEAMS

TEAMNASCHOLINGEN EIGEN KRACHT GENERALISTISCH WERKEN IN GEZINNEN EN SOCIALE WIJKTEAMS TEAMNASCHOLINGEN EIGEN KRACHT GENERALISTISCH WERKEN IN GEZINNEN EN SOCIALE WIJKTEAMS MODULES: EIGEN KRACHT VAN DE CLIËNT EN ZIJN SYSTEEM INTEGRAAL WERKEN MET MULTI PROBLEEMGEZINNEN COMBINEREN VAN FORMELE

Nadere informatie

Prestatieplan 2015 Welzijn Lisse

Prestatieplan 2015 Welzijn Lisse Prestatieplan 2015 Welzijn Lisse Kernfuncties (wat willen we) Producten (wat gaan we doen) Resultaatindicatoren Uren/ Kosten 1. Preventie en signalering 1.1 Algemene informatievoorziening Ten behoeve van

Nadere informatie

Nieuwsbrief Samen Sterk in de Wijk

Nieuwsbrief Samen Sterk in de Wijk Nieuwsbrief Samen Sterk in de Wijk September 2015 Nieuwsbrief De eerste interne nieuwsbrief Samen Sterk in de Wijk Vught. Deze brief verschijnt periodiek. Samenwerkende organisaties Samen Sterk in de Wijk

Nadere informatie

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving Aanpak: Bijzondere Zorg Team Namens de gemeente Deventer hebben drie netwerkpartners de vragenlijst gezamenlijk ingevuld. Dit zijn Dimence GGZ, Tactus verslavingszorg, en Iriszorg maatschappelijke opvang.

Nadere informatie