7. BESCHRIJVEND ONDERZOEK

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "7. BESCHRIJVEND ONDERZOEK"

Transcriptie

1 7. BESCHRIJVEND ONDERZOEK 7.1 Inleiding Beschrijvend onderzoek heeft, zoals de naam al suggereert, ten doel iets te beschrijven, niet om een fenomeen te verklaren. Net zoals bij alle andere typen onderzoek geeft de methodologie geen enkele richtlijn voor het te beschrijven onderwerp. Dit is een zaak van de onderzoeker (en/of zijn opdrachtgever). Zo kan een onderzoeker een beschrijving geven van de prestaties van de leerlingen op een bepaald niveau in het onderwijs, maar ook kan een beschrijving gegeven worden van de mishandelingen waaraan vrouwen bloot staan, van de incest in Nederland, et cetera. Het aantal onderwerpen is schier onbeperkt. Vaak wordt beschrijvend onderzoek gezien als hypothesevormend onderzoek. Op grond van een beschrijving kan een onderzoeker ideeën vormen of opdoen. Beschrijvend onderzoek wordt impliciet van minder belang geacht dan experimenteel onderzoek. Dit beeld doet echter geen recht aan beschrijvend onderzoek. Als we een parallel trekken met de natuurkunde zien we dat deze in de vorige eeuw tot bloei gekomen is, omdat er vele feiten waren die niet verklaard konden worden met de destijds gangbare theorieën. Totdat begin deze eeuw het vak natuurkunde, volgens insiders, af was. Alles was beschreven en er behoefde niets meer gedaan of onderzocht te worden, aldus de raad die Einstein mee kreeg, voordat hij natuurkunde ging studeren. Daarna kwamen er weer nieuwe feiten aan het licht, die weer een impuls waren voor theorievorming. Waar het nu om gaat is de feitenkennis. Theorieën worden ontworpen omdat feiten niet verklaard kunnen worden. Deze theorieën zijn aanleiding voor experimenteel onderzoek. In de sociale wetenschappen ontbreekt het ten enen male aan systematische feitenkennis. Dat dit een enorme handicap is bij de vorming van theorieën behoeft geen betoog. Deze redenering kan opgevat worden als een pleidooi voor beschrijvend onderzoek. Daarmee is niet gezegd dat er alleen maar beschrijvend onderzoek gedaan zou moeten worden. We willen alleen de status van beschrijvend onderzoek wat opvijzelen en het belang benadrukken. Bij beschrijvend onderzoek spelen vanzelfsprekend ook verschillende betrouwbaarheids- en validiteitsproblemen. Een aantal problemen komt overeen met de problemen bij experimenteel onderzoek. Aspecten van de validiteit die betrekking hebben op (de validiteit van) oorzaak-gevolgrelaties zijn hier niet van toepassing, omdat men in beschrijvend onderzoek geen causale relaties tracht aan te tonen (zie paragraaf 3.3.1). Maar aspecten van de constructvaliditeit als convergente en divergente validiteit blijven van essentieel belang. Dit was bijvoorbeeld ook de kritiek op het recente onderzoek naar geweld tegen vrouwen. De onderzoeksters hadden namelijk alleen vrouwen bevraagd. Dit was de enige informatiebron. Begrijpelijk gezien de problematiek, maar onbegrijpelijk gezien de twijfels over de validiteit van hun conclusies die nu resteert. We hebben immers geen enkel inzicht.

2 112 in de vraag hoe herinneringen in de loop der tijd vertekend zijn en in hoeverre er sociaal wenselijke antwoorden gegeven zijn, om maar twee problemen te noemen. Met opzet is in de vorige alinea gekozen voor de ietwat vreemde constructie: Aspecten van de validiteit die betrekking hebben op de validiteit van oorzaakgevolgrelaties zijn slechts gedeeltelijk van toepassing, omdat men in beschrijvend onderzoek slechts met zeer veel slagen om de arm causale relaties mag veronderstellen. Eigenlijk kunnen geen oorzaak-gevolgrelaties geïnfereerd worden op grond van beschrijvend onderzoek. Dit kan aanleiding zijn voor flinke blunders, die te maken hebben met zogenaamde interveniërende variabelen. Een voorbeeld maakt dit probleem wellicht duidelijk. Toen de Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog rekruten opriepen werden zij geconfronteerd met een plaatsingsprobleem. Welke functie in het leger moet een bepaalde rekruut krijgen? Moet hij opgeleid worden tot piloot? Of is hij meer geschikt als soldaat derde klas, oftewel kanonnenvoer? Vanzelfsprekend wilde men dit zo snel mogelijk weten, het liefst al zodra de rekruut binnenkwam. Want het was natuurlijk geld over de balk smijten om iemand een dure opleiding tot piloot te laten volgen als hij daar de capaciteiten niet voor had. En omgekeerd zou er wel erg slecht met menselijk kapitaal om worden gesprongen als personen met piloot-capaciteiten als kanonnenvoer gebruikt zouden worden. Vandaar dat de rekruten de eerste weken allerlei tests moesten maken om een zo goed mogelijk plaatsingsbesluit te kunnen nemen. Dit leverde zeer veel gegevens op, die later voor allerlei doeleinden opnieuw geanalyseerd zijn. Eén van de conclusies die destijds op grond van dit materiaal getrokken is, gaf wetenschappelijke onderbouwing aan het idee dat negers dommer zijn dan blanken. Kijk maar eens naar de volgende tabel (N: aantal waarnemingen). Negers Blanken IQ < % 41% > % 59% N = N = 7000 Van de geteste negers heeft 70% een intelligentiequotiënt (IQ) lager dan 100. Van de geteste blanken heeft 41% een IQ lager dan 100. Een flink verschil dus. We zouden dan ook geneigd kunnen zijn te concluderen dat negers dommer zijn dan blanken. We weten echter ook dat intelligentie iets is dat zich ontwikkelt, c.q. dat ontwikkeld moet worden. Het IQ van een individu is (in elk geval deels) afhankelijk van de schoolloopbaan van dat individu. Iemand die middelbaar of

3 HOOFDSTUK 7: BESCHRIJVEND ONDERZOEK hoger onderwijs gevolgd heeft, heeft daardoor een hoger IQ dan iemand die alleen maar de lagere school doorlopen heeft (en in de VS vaak dat nog niet eens). De gevolgde opleiding zou een interveniërende variabele kunnen zijn. In de volgende tabel is het IQ voor negers (N) en blanken (B) dan ook uitgesplitst naar opleiding. Lager onderwijs Hoger onderwijs Negers Blanken Negers Blanken IQ <100 95% 95% 95% 95% >100 5% 5% 80% 80% Het behoeft geen betoog dat op grond van de gegevens in de tweede tabel een geheel andere conclusie getrokken zou worden dan op grond van de gegevens in de eerste tabel. Opleiding is in dit voorbeeld een interveniërende variabele tussen IQ en ras. Een dergelijke relatie wordt soms schematisch weergegeven. Het schema, of model Ras IQ verwerpen we ten faveure van het model: Ras Opleiding IQ Merk op dat combinatie van beide kruistabellen leert dat veel meer blanken hogere vormen van onderwijs gevolgd moeten hebben. Hierin zou wellicht aanleiding gevonden kunnen worden om de laatste redenering om te draaien: Ras IQ Opleiding. Er moet immers een oorzaak zijn voor de verschillen in opleiding? Let wel, de gepresenteerde gegevens ondersteunen deze verklaring niet; in de kruistabel is duidelijk te zien dat er een verschil in percentages is bij beide onderwijsvormen. Tevens is te zien dat er een duidelijk verschil is in IQ. 7.2 Generaliseerbaarheid Beschrijvend onderzoek, onderzoek dat niet gericht is op het aantonen van causale relaties, is er in verschillende soorten en maten. Soms worden in een onderzoek één of enkele gevallen beschreven. Een psycholoog, Piaget, werd wereldberoemd door de beschrijving van zijn drie kinderen. In therapeutisch onderzoek wordt zeer

4 114 regelmatig het verloop van een therapie bij één patiënt beschreven. Sommige onderwijsonderzoekers beschrijven het lees- of schrijfproces bij enkele leerlingen. Ook in erfelijkheidsonderzoek, waar veelal met tweelingen als proefpersonen gewerkt wordt, is het aantal proefpersonen vaak niet meer dan twee, et cetera. Al deze onderzoeken hebben een beperkte generaliseerbaarheid. Case-studies, of case-achtige studies, hebben als nadeel dat nauwelijks uitspraken gedaan kunnen worden over de waarde van de resultaten bij andere proefpersonen. Desalniettemin hebben case-studies als voordeel dat de onderzoeker zich veel verder in het onderwerp kan verdiepen dan wanneer enkele duizenden proefpersonen onderzocht worden. Daarmee kunnen gevalsbeschrijvingen zeer rijke gegevens opleveren. Een probleem is echter dat veel onderzoekers het niet kunnen nalaten toch te generaliseren en hun onderzoeksresultaten gebruiken om hele theorieën te weerleggen. Als een theorie voor één (of enkele) geval(len) niet uit lijkt te komen, dan kan dit niet als een weerlegging van de theorie beschouwd worden. Dit is een tomeloze overschatting van de zeggingskracht van onderzoeksresultaten gebaseerd op één (of enkele) waarneming(en). Een tweede type beschrijvend onderzoek is onderzoek waar de onderzoeker wel pretenties tot generalisatie moet waarmaken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het al genoemde onderzoek naar vrouwenmishandeling, maar ook bij peilingsonderzoek. In het onderstaande voorbeeld geven we een toelichting op beschrijvend onderzoek aan de hand van periodiek peilingsonderzoek in het voortgezet onderwijs. Peilingsonderzoek heeft ten doel de kwaliteit van het onderwijs te beschrijven. Dat wil zeggen: een beschrijving te geven van de inhoud en opbrengsten van het onderwijs op een bepaald niveau van het onderwijs. Er moet een overzicht gegeven worden van de doelstellingen die in het onderwijs nagestreefd worden, welke middelen daarvoor gebruikt worden en wat de leerprestaties zijn. In dit voorbeeld zullen we ons voornamelijk beperken tot de meting van de prestaties van leerlingen voor het vak Nederlands. Het klinkt eenvoudig: we meten de prestaties, beschrijven die en klaar is Kees. Er komt echter wel wat meer bij kijken. Met name de generaliseerbaarheid levert nogal wat problemen op. Generaliseerbaarheid wordt hier gebruikt in twee verschillende opzichten. Er wordt gerefereerd aan generaliseerbaarheid naar leerlingen (bijvoorbeeld naar alle derdeklassers, wanneer een peiling gericht is op de derde klas). Maar ook wordt gerefereerd aan generaliseerbaarheid naar het domein van vaardigheden die tezamen de vaardigheid in de Nederlandse taal bepalen. Het eerste punt, generaliseerbaarheid naar leerlingen, is een kwestie van het trekken van een steekproef. Dat is een oplosbaar probleem. Wel zullen grote aantallen leerlingen aan het onderzoek moeten deelnemen om met enige zekerheid te kunnen generaliseren (zo is het absoluut onmogelijk om op de spelprestaties van 80 eerstejaars te generaliseren naar alle eerstejaars, zoals een Groningse onderzoeker een aantal jaar geleden meende te kunnen doen). Het tweede probleem, generaliseerbaarheid naar het vak Nederlands is een veel lastigere zaak. Wanneer we bijvoorbeeld de schrijfvaardigheid van

5 HOOFDSTUK 7: BESCHRIJVEND ONDERZOEK derdeklassers willen evalueren, dan moeten de leerlingen schrijven. Maar hoeveel opdrachten moet elke leerling maken om een betrouwbare indicatie van zijn schrijfvaardigheid te krijgen? En nog belangrijker, hoeveel verschillende opdrachten zijn nodig om het domein aan mogelijke schrijfopdrachten te dekken? Zo langzamerhand zijn we tot de vrijwel onafwendbare conclusie (en misschien volgens sommigen wel een open deur) gekomen dat het schrijven van de ene opdracht niet gelijk is aan het schrijven van een andere opdracht. Het maakt nogal wat uit of de schrijfvaardigheid geëvalueerd wordt met behulp van een verhaal, een betoog of een kort sollicitatiebriefje. Daar een meting van de schrijfvaardigheid afhankelijk is van de opdracht in kwestie waarmee schrijfproducten aan leerlingen ontlokt worden, kan op basis van één opdracht niet gegeneraliseerd worden naar de schrijfvaardigheid. Dit is echter wel het doel van peilingsonderzoek. We moeten dus de leerlingen een steekproef uit alle mogelijke schrijfopdrachten voorleggen. Maar wat is het aantal mogelijke schrijfopdrachten? Op welke dimensies variëren verschillende schrijfopdrachten eigenlijk? Welke dimensies die kunnen variëren hebben een verband met de meting van de schrijfvaardigheid? Allemaal vragen die we samen kunnen vatten met: er ontbreekt een adequate domeinbeschrijving van schrijfopdrachten. Een steekproef van schrijfopdrachten, of dit er nu één is of dat het er honderd zijn, zal derhalve altijd het karakter van een gelegenheidssteekproef dragen (er is zomaar een x aantal gekozen) met alle generaliseerbaarheidsproblemen van dien. Deze problematiek geldt niet alleen voor de schrijfvaardigheid, maar eigenlijk voor alle vaardigheden die bij het vak Nederlands onderwezen worden. De conclusie is dan ook dat in peilingsonderzoek weliswaar gegeneraliseerd kan worden naar leerlingen, maar alleen voor de opdrachten die ook daadwerkelijk afgenomen zijn. Wetenschappelijk gezien mag niet gegeneraliseerd worden naar dé schrijfvaardigheid, dé leesvaardigheid en dergelijke. Met deze korte beschrijving van onderzoek naar het niveau van het onderwijs is natuurlijk lang niet alles gezegd. Er zijn veel verbanden tussen variabelen die zich heel wel laten onderzoeken c.q. analyseren, maar de causaliteitsvraag blijft vaak een heikel punt. Daarnaast is een dergelijke verzameling gegevens uitermate nuttig om inzicht te krijgen in de consequenties van bepaalde beslissingen. Denk maar aan de invoering van de basisvorming in het onderwijs. Het idee is om voor alle leerlingen in het voorgezet onderwijs in de toekomst na te gaan of zij aan het einde van de derde klas een bepaald niveau bereikt hebben. Hiervoor kunnen zij op twee niveaus een examen afleggen: op een laag of hoog niveau. Na deze voor alle leerlingen gelijke periode wordt gedifferentieerd naar schooltype. Het spreekt voor zich dat één van de problemen die kleeft aan de invoering van een dergelijke basisvorming het probleem van normstelling is: welke prestaties moeten leerlingen halen voor het laagste niveau en hoe hoog moet een prestatie zijn om te slagen voor het hoogste niveau? Voor alle veertien vakgebieden die deel uitmaken van de basisvorming zijn commissies van wijze mannen en vrouwen aan de slag gegaan om normen op te stellen. Toen de normen voor het vak Nederlands bekend waren, was het aardig deze commissie met de empirie oftewel de gegevens uit het peilings-

6 116 onderzoek te confronteren. De resultaten waren schokkend. Zij kunnen het beste weergegeven worden in de woorden van de auteurs: In onze operationalisatie van de eindtermen moet een leerling aan verschillende eisen voldoen. Een sollicitatiebrief moet bijvoorbeeld niet alleen goed geschreven zijn, maar mag ook niet al te veel spelfouten bevatten. Het gaat immers om minimaal noodzakelijke vaardigheden. Indien we de resultaten van de leerling aan de normen weerspiegelen, dan zijn de resultaten in onze ogen desastreus: grote groepen leerlingen blijken zelfs beneden de relatief soepele norm van het lage niveau te presteren. Bovendien blijkt het hogere niveau voor vrijwel alle LBO-leerlingen te hoog gegrepen. En dan hebben we het pas over twee aspecten van één doelstelling: De leerlingen kunnen een zakelijke of persoonlijke brief schrijven (...) ten behoeve van (...) toekomstige werkgevers en daartoe de noodzakelijke conventies hanteren met betrekking tot interpunctie, spelling, structuur, kenmerken van tekstsoorten, taalgebruik en uiterlijke verzorging. Hadden we de eis gesteld dat een leerling voor meer eindtermen van het vak Nederlands op het algemene (lage) niveau moet presteren, dan hadden de uitkomsten nog meer aanleiding tot zorg gegeven. Wanneer we daarnaast bedenken dat de leerlingen voor toelating tot HAVO/MBO behalve Nederlands nog zes andere vakken op het algemene niveau moeten afsluiten, dan moeten we welhaast concluderen dat HAVO- en MBO-docenten een erg rustige tijd te wachten staat. Het verdient derhalve aanbeveling de thans voorliggende eindtermen nog eens kritisch te beschouwen: wellicht wordt hier en daar toch overvraagd. Misschien zou bij het formuleren van de eindtermen meer rekening gehouden kunnen worden met de feitelijke prestaties van leerlingen zoals deze uit (bijvoorbeeld) peilingsonderzoek naar voren komen. Wij zouden gezien de huidige eindtermen de stelling willen verdedigen dat reële eindtermen, waarbij 80% van de leerlingen kan slagen, enkel geformuleerd kunnen worden op het niveau: Zeg het alfabet op. (Van den Bergh & Kuhlemeier, 1990, p.13) Wat noodzakelijk is, is dat op grond van een beschrijving van het huidige prestatieniveau doelstellingen geformuleerd worden. Zo kan beschrijvend onderzoek een belangrijke bijdrage leveren aan besluitvorming over onderwijsvernieuwingen. Ook in beschrijvend onderzoek kunnen hypotheses getoetst worden. Zo kan in peilingsonderzoek nagegaan worden, of meisjes (gemiddeld) taalvaardiger zijn dan jongens (als alternatieve hypothese) en of vwo-leerlingen hoger prestaties behalen op leesvaardigheidstoetsen dan havo-leerlingen, et cetera. Soms wordt een beschrijvend onderzoek zelfs wel opgezet louter en alleen om bepaalde hypotheses te toetsen. Het cruciale verschil tussen beschrijvend onderzoek en experimenteel onderzoek is gelegen in de vraag of er iets gemanipuleerd wordt. Indien dat het geval is, dan is er sprake van experimenteel onderzoek; is dat niet het geval, dan is er sprake van beschrijvend onderzoek. Merk op dat sommige vraagstellingen zich niet lenen voor experimenteel onderzoek. Denk maar aan de vraag naar eventuele verschillen tussen jongens en meisjes in taalvaardigheid. Hiervoor is geen experimenteel onderzoek mogelijk; we kunnen sekse niet aselect toewijzen aan personen of

7 HOOFDSTUK 7: BESCHRIJVEND ONDERZOEK personen kunnen niet aselect toegewezen worden aan sekse. Het antwoord op deze vraag kan dus alleen maar verkregen worden op grond van beschrijvend onderzoek. 7.3 Correlationeel onderzoek Een derde type beschrijvend onderzoek is onderzoek waarin men gericht is op samenhangen tussen variabelen. Zo kan een onderzoeker geïnteresseerd zijn in vragen als: hangt taalvaardigheid samen met sekse? Wat is de samenhang tussen het eten van roomboter en het krijgen van kanker? In hoeverre hangen de prestaties op een leesvaardigheidstoets samen met de tijd die mensen aan lezen besteden? Hoe hoog hangen verschillende toetsen om de luistervaardigheid te meten samen? et cetera. Al deze vragen zijn vragen naar samenhang. De mate waarin de scores op twee variabelen samenhangen, wordt uitgedrukt in een correlatiecoëfficiënt. Een correlatiecoëfficiënt kan alle waarden aannemen tussen de -1 en de +1. Hierbij correspondeert -1 met een perfect negatieve samenhang en +1 met een perfect positieve samenhang. Een negatieve samenhang betekent: hoe hoger de score op de ene variabele, hoe lager de score op de andere variabele. Als bijvoorbeeld lengte en gewicht negatief samenhangen betekent dit dat hoe langer iemand is, hoe lichter hij is. Een positieve samenhang geeft in dit voorbeeld aan dat hoe langer iemand is, hoe zwaarder hij is. Een correlatiecoëfficiënt van nul duidt op de afwezigheid van een samenhang. Als de correlatie tussen lengte en gewicht nul is, dan is er geen verband tussen deze twee variabelen. In het algemeen geldt: hoe meer een correlatiecoëfficiënt afwijkt van nul, hoe sterker het verband tussen beide variabelen. Een belangrijke vraag is nu: hoe moet een bepaalde waarde van een correlatiecoëfficiënt geïnterpreteerd worden? Wat betekent een correlatie van 0.20, 0.40 of -0.60? Zonder op de berekeningswijzen voor correlatiecoëfficiënten vooruit te lopen, kan de volgende vuistregel opgesteld worden. Deze regel, die in de onderstaande tabel is weergegeven, moet echter wel met de nodige souplesse gehanteerd worden. Immers, grenzen zijn altijd enigszins arbitrair! Waarde van de correlatiecoëfficiënt Interpretatie tot zeer sterk negatief verband tot sterk negatief verband tot matig negatief verband tot zeer zwak tot geen negatief verband 0.00 geen verband 0.01 tot 0.30 zeer zwak tot geen positief verband 0.31 tot 0.60 matig positief verband 0.61 tot 0.80 sterk positief verband 0.81 tot 1.00 zeer sterk positief verband

8 118 Tot slot van deze paragraaf twee voorbeelden van correlationeel onderzoek. Het eerste voorbeeld betreft onderzoek naar de samenhang tussen argumenten voor grammatica-onderwijs en de tijdsbesteding aan verschillende onderdelen die aan bod komen in het basisonderwijs (Wesdorp & Tordoir, 1979). Wesdorp en Tordoir onderscheidden vier groepen docenten wat betreft hun motivering om grammatica-onderwijs te geven. Zij onderscheiden: (1) de groep docenten die argumenten voor grammatica-onderwijs hanteren als zou grammatica-onderwijs de moedertaalvaardigheid positief beïnvloeden, (2) de groep die het belang van grammatica voor het vreemde talenonderwijs benadrukt, (3) de groep die de positieve invloed van grammatica op het logisch denken en de zinvolheid van grammatica-onderwijs op zichzelf onderschrijft en (4) de groep die grammatica-onderwijs geeft vanwege de eisen die door het voortgezet onderwijs gesteld worden. Wat betreft de inhoud van het grammatica-onderwijs werd een viertal aspecten onderscheiden: (1) de kernstof van zinsontleding (zinsdelen, onderwerp, zinskern, werkwoord e.d.), (2) de uitbreidingsstof van zinsontleden (naamwoordelijk gezegde, de bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling et cetera), (3) de kernstof van woordbenoeming, (zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijwoord en dergelijke) en (4) de uitbreidingsstof voor woordbenoemen (on- /bepaald lidwoord, on-/bepaalde telwoorden, concrete en abstracte zelfstandige naamwoorden et cetera). In de onderstaande tabel zijn de correlaties tussen de oordelen van docenten voor deze vier aspecten, de tijdbesteding aan grammatica-onderwijs en de sterkte van de motivatie weergegeven. Inhoud Zinsontleden Moedertaalvaardigheid Motivering Vreemdetaalvaardigheid Logisch denken Eisen leerplan VO Kernstof Uitbreidingsstof Woordbenoemen Kernstof Uitbreidingsstof Tijdbesteding Naar de mening van docenten is er een verband tussen de kernstof van zinsontleden en de vaardigheid in de moedertaal. De correlatie op de hiermee corresponderende vragen bedraagt.25. Uit de bovenstaande tabel blijkt dus dat er zeker een verband is tussen de mate waarin de docenten zich achter de vier motieven scharen en de hoeveelheid onderdelen waaraan men aandacht schenkt. Doch dit verband is niet sterk; er is ook geen aanleiding om verschillen tussen de correlatiecoëfficiënten bijzonder te belichten, gezien de geringe sterkte van de verbanden. Voor de correlatie tussen tijdbesteding en motivering kan gesteld worden dat er kennelijk andere factoren zijn (dan mo-

9 HOOFDSTUK 7: BESCHRIJVEND ONDERZOEK tivatie van de docent) die de tijd die aan grammatica-onderwijs besteed wordt, beïnvloeden. Correlationeel onderzoek kan ook veel ingewikkelder zijn dan het hierboven gegeven relatief eenvoudige voorbeeld. Eén van de problemen met correlaties is dat wanneer de scores op variabele A, B en C onderling correleren, de kans bestaat dat een deel van de correlatie tussen A en B veroorzaakt wordt door C. Evenzo kan een deel van de correlatie tussen A en C veroorzaakt worden door B, en tussen B en C door A. Dit maakt correlatiecoëfficiënten vaak erg moeilijk te interpreteren. Vandaar dat we vaak geïnteresseerd zijn in partiële correlaties. Een voorbeeld: Verbeek en Visser (1990) zijn geïnteresseerd in de relatie tussen kenmerken van televisieprogramma s en het aantal telefonische reacties dat binnenkomt bij Stichting Correlatie. Om enig inzicht te krijgen in de relatie tussen programmakenmerken en het aantal bellers, is van een groot aantal programma s waarvoor Correlatie nazorg verrichtte (a) het aantal bellers nagegaan, (b) een aantal programmakenmerken achterhaald, bijvoorbeeld: aantal kijkers, tijdstip van uitzending, type programma (documentaire, praatprogramma, film), et cetera. Al deze aspecten werden gecorreleerd met het aantal telefonische reacties. Het is echter goed voorstelbaar dat het aantal kijkers samenhangt met het aantal bellers, maar dat een deel van deze samenhang tot stand komt door het tijdstip van uitzending. Niet voor niets bestaat in de tv-wereld de uitdrukking primetime, waarmee de tijd tussen acht en tien uur s avonds aangeduid wordt, als zijnde de tijd waar de kijkdichtheid het grootste is. Verstandig genoeg besloten Verbeek en Visser derhalve tot de bestudering van de partiële correlaties tussen het aantal telefonische reacties en de verschillende programmakenmerken. Hier waren bij deze partiële correlaties alle andere programmakenmerken uitgesloten, zodat alleen de zuivere invloed van een bepaald programmakenmerk overbleef. Merk op dat in dit specifieke geval ook een uitspraak gedaan kan worden over de causaliteit tussen de verschillende typen variabelen (aantal bellers en programmakenmerken). Programmakenmerken kunnen normaliter nooit bepaald worden door het aantal telefonische reacties bij Correlatie. Verbeek en Visser kunnen gevoeglijk aannemen dat de programmakenmerken van invloed zijn op het aantal bellers.

10 120

Het toepassen van theorieën: een stappenplan

Het toepassen van theorieën: een stappenplan Het toepassen van theorieën: een stappenplan Samenvatting Om maximaal effectief te zijn, moet de aanpak van sociale en maatschappelijke problemen idealiter gebaseerd zijn op gedegen theorie en onderzoek

Nadere informatie

Toelichting op de resultaten van de korte enquête (quick scan) René Alberts juni 2011

Toelichting op de resultaten van de korte enquête (quick scan) René Alberts juni 2011 Toelichting op de resultaten van de korte enquête (quick scan) René Alberts juni 2011 Inleiding In deze toelichting wordt eerst een kopie van de korte enquête getoond zodat helder is welke vragen aan de

Nadere informatie

MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands

MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands Taal op koers 29 oktober 2014 Cindy Poortman en Kim Schildkamp Uitdagingen in de onderwijspraktijk Voortijdige schooluitval Gebrek aan praktische

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek 1 kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek 2 Ontwikkelingsdoelen techniek Kleuteronderwijs De kleuters kunnen 2.1

Nadere informatie

Werken met tussendoelen in de onderbouw

Werken met tussendoelen in de onderbouw Laura Punt 2013 Werken met tussendoelen in de onderbouw Interactief lees- en schrijfonderwijs Inhoud Het waarom en het wat van tussendoelen Aansluiting tussen po en vo Werken met tussendoelen Voorbeelden

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Aansluiting op het actuele curriculum (2014)

Aansluiting op het actuele curriculum (2014) Aansluiting op het actuele curriculum (2014) De verschillende modules van GLOBE lenen zich uitstekend om de leerlingen de verschillende eindtermen en kerndoelen aan te leren zoals die zijn opgesteld door

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Voorstel taal- en rekenbeleid [school]

Voorstel taal- en rekenbeleid [school] Inleiding Landelijk Op 27 april 2010 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel 'Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen' aangenomen. Het wetsvoorstel treedt op 1 augustus 2010 in werking. De kern van

Nadere informatie

Hypertekst schrijven en observerend leren als aanvullende didactiek 1

Hypertekst schrijven en observerend leren als aanvullende didactiek 1 Ronde 2 Martine Braaksma & Gert Rijlaarsdam Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam Contact: braaksma@uva.nl Hypertekst schrijven en observerend leren als aanvullende didactiek 1

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:

Nadere informatie

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN INHOUD Kwantitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Enquête Experiment Kwalitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Observatie Interview Kwaliteit van het onderzoek

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) die willen functioneren in een uitdagende kennis- of communicatiegerichte functie: in het hoger onderwijs, als docent

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

SAMENVATTING DIGITALE VELDRAADPLEGING CONCEPTSYLLABI NEDERLANDS 2017 HAVO EN VWO

SAMENVATTING DIGITALE VELDRAADPLEGING CONCEPTSYLLABI NEDERLANDS 2017 HAVO EN VWO SAMENVATTING DIGITALE VELDRAADPLEGING CONCEPTSYLLABI NEDERLANDS 2017 HAVO EN VWO April 2015 2 Inhoud 1 Resultaten digitale veldraadpleging 5 1.1 Opzet 5 1.2 Respons 5 1.3 Resultaten per vraag 5 1.3.1 Vragenlijst

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VMBO GT/TL

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VMBO GT/TL TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VMBO GT/TL EERSTE TIJDVAK 2011 1 Inleiding 1. Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het

Nadere informatie

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005)

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) Inleiding De manier waarop data georganiseerd, gecodeerd en gescoord (getallen toekennen aan observaties) worden en welke technieken daarvoor nodig zijn, dient in het ideale

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9161 26 mei 2011 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 april 2011, nr. VO/289008, houdende

Nadere informatie

tudievragen voor het vak TCO-2B

tudievragen voor het vak TCO-2B S tudievragen voor het vak TCO-2B 1 Wat is fundamenteel/theoretisch onderzoek? 2 Geef een voorbeeld uit de krant van fundamenteel/theoretisch onderzoek. 3 Wat is het doel van fundamenteel/theoretisch onderzoek?

Nadere informatie

PTA ATH/GYM 6 Erratum 2012-2013 ATH/GYM 6

PTA ATH/GYM 6 Erratum 2012-2013 ATH/GYM 6 PTA ATH/GYM 6 Erratum 2012-2013 ATH/GYM 6 Nederlands pag. 2 Aardrijkskunde pag. 3 Natuurkunde pag. 4 Wiskunde B pag. 5 1 Vak Nederlands 6 ATH/GYM Het erratum betreft de leerstof van de SE-toetsen en CE

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

Ronde 8. Referentiekader taal: hoe werkt dat? 1. Inleiding. 2. Wat is het Referentiekader taal?

Ronde 8. Referentiekader taal: hoe werkt dat? 1. Inleiding. 2. Wat is het Referentiekader taal? Ronde 8 Theun Meestringa & Bart van der Leeuw SLO, Enschede Contact: t.meestringa@slo.nl b.vanderleeuw@slo.nl Referentiekader taal: hoe werkt dat? 1. Inleiding Het Nederlandse Ministerie van Onderwijs,

Nadere informatie

Taal en Connector Ability

Taal en Connector Ability Taal en Connector Ability Nico Smid Taal en Intelligentie Het begrip intelligentie gedefinieerd als G ( de zogenaamde general factor) verwijst naar het algemene vermogen om nieuwe problemen in nieuwe situaties

Nadere informatie

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft

Nadere informatie

ONDERZOEK. Heterogene en homogene klassen 3 H/V

ONDERZOEK. Heterogene en homogene klassen 3 H/V ONDERZOEK Heterogene en homogene klassen 3 H/V In opdracht van: Montessori Lyceum Amsterdam Joram Levison Jeroen Röttgering Lisanne Steemers Wendelin van Overmeir Esther Lap Inhoudsopgave Inhoudsopgave

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

Referentieniveaus taal en rekenen Primair onderwijs

Referentieniveaus taal en rekenen Primair onderwijs Referentieniveaus taal en rekenen Primair onderwijs Overeenkomsten OGW - HGW Cyclisch ambitieuze doelen stellen en evalueren: Welke leerlijnen liggen er onder jullie onderwijs? Doorgaande leerlijnen? Uitgaan

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Lesbrief hypothesetoetsen

Lesbrief hypothesetoetsen Lesbrief hypothesetoetsen 00 "Je gaat het pas zien als je het door hebt" Johan Cruijff Willem van Ravenstein Inhoudsopgave Inhoudsopgave... Hoofdstuk - voorkennis... Hoofdstuk - mens erger je niet... 3

Nadere informatie

Rapport. Datum: 16 september 1998 Rapportnummer: 1998/386

Rapport. Datum: 16 september 1998 Rapportnummer: 1998/386 Rapport Datum: 16 september 1998 Rapportnummer: 1998/386 2 Klacht Op 31 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer S. te Houten, met een klacht over een gedraging van het

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Rapportage: Analyse en tabellen: 4 Februari 2011 Mariëlle Verhoef Mike van der Leest Inleiding Het Graafschap College

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

PROGRAMMA (AALST) BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN NEDERLANDS April 2014 PROGRAMMA (SINT-NIKLAAS) PROGRAMMA (OUDENAARDE) Inleiding - rondleiding OLC

PROGRAMMA (AALST) BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN NEDERLANDS April 2014 PROGRAMMA (SINT-NIKLAAS) PROGRAMMA (OUDENAARDE) Inleiding - rondleiding OLC BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN NEDERLANDS April 2014 PROGRAMMA (AALST) Inleiding - rondleiding OLC Voorstelling vakgroep/school - ideeën uit de ontvangende school PB Intervisie Nieuws uit het vakgebied Koffie

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Nederlands Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor

Nadere informatie

PTA Nederlands HAVO Belgisch Park cohort 14-15-16

PTA Nederlands HAVO Belgisch Park cohort 14-15-16 Examenprogramma Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Leesvaardigheid Domein B Mondelinge taalvaardigheid Domein

Nadere informatie

RAPPORT John Sample Datum: 21-08-2012

RAPPORT John Sample Datum: 21-08-2012 Vertrouwelijk RAPPORT John Sample Datum: 21-08-2012 John Sample 1 / 8 DAT voor HRM Figurenreeksen Op deze test die het non-verbaal abstractievermogen meet, behaalde de heer Sample een benedengemiddelde

Nadere informatie

De kunst van wetenschappelijk schrijven

De kunst van wetenschappelijk schrijven De kunst van wetenschappelijk schrijven In de wetenschap gaat de erkenning naar diegene die de wereld heeft overtuigd, niet naar degene die als eerste op t idee kwam. (Darwin) Overzicht De schrijfopdracht

Nadere informatie

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van commissie Bosker Bureau van het CvTE Muntstraat 7 3512 ET Utrecht Postbus 315 3500 AH Utrecht Nederland www.hetcvte.nl Datum 10 juni 2015

Nadere informatie

Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek

Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek Opzetten medewerker tevredenheid onderzoek E: info@malvee.com T: +31 (0)76 7002012 Het opzetten en uitvoeren van een medewerker tevredenheid onderzoek is relatief eenvoudig zolang de te nemen stappen bekend

Nadere informatie

PTA HAVO5. Erratum 2012-2013 HAVO 5. Nederlands pag. 2. Aardrijkskunde pag. 3. Geschiedenis pag. 4. Natuurkunde pag. 5. Biologie pag.

PTA HAVO5. Erratum 2012-2013 HAVO 5. Nederlands pag. 2. Aardrijkskunde pag. 3. Geschiedenis pag. 4. Natuurkunde pag. 5. Biologie pag. PTA HAVO5 Erratum 2012-2013 HAVO 5 Nederlands pag. 2 Aardrijkskunde pag. 3 Geschiedenis pag. 4 Natuurkunde pag. 5 Biologie pag. 6 Wiskunde A pag. 7 1 Vak NEDERLANDS 5 HAVO Het erratum betreft de leerstof

Nadere informatie

Nabespreking Reflectieopdracht 1 Zoek de fout!

Nabespreking Reflectieopdracht 1 Zoek de fout! Nabespreking Reflectieopdracht 1 Zoek de fout! Leerlingen formuleren zelf (samen) de criteria voor een goede onderzoeksvraag en passen die toe op hun eigen onderzoeksvraag. Het is enerzijds wel de bedoeling

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

AANVULLING ONDERSTEUNINGSPLAN PARAGRAAF 9: PRAKTIJKONDERWIJS EN LEERWEGONDERSTEUNING

AANVULLING ONDERSTEUNINGSPLAN PARAGRAAF 9: PRAKTIJKONDERWIJS EN LEERWEGONDERSTEUNING AANVULLING ONDERSTEUNINGSPLAN PARAGRAAF 9: PRAKTIJKONDERWIJS EN LEERWEGONDERSTEUNING De wet Op 1 januari 2016 worden het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en het praktijkonderwijs (pro) onderdeel van

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Beoordeling van het PWS

Beoordeling van het PWS Weging tussen de drie fasen: 25% projectvoorstel, 50% eindverslag, 25% presentatie (indien de presentatie het belangrijkste onderdeel is (toneelstuk, balletuitvoering, muziekuitvoering), dan telt de presentatie

Nadere informatie

Onderzoek naar de informatiehuishouding. Twee vragenlijsten vergeleken

Onderzoek naar de informatiehuishouding. Twee vragenlijsten vergeleken Onderzoek naar de informatiehuishouding Twee vragenlijsten vergeleken Wat zijn de verschillen tussen een informatie audit vragenlijst en een e-discovery checklist en maak je een keuze of kunnen ze elkaar

Nadere informatie

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg VERTROUWELIJK Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg School: Opleiding: Klas: Fontys Economische Hogeschool Tilburg Communicatie 1CD E-mail: jotamdveer@home.nl Studentnummer:

Nadere informatie

Het meten van regula e-ac viteiten van docenten

Het meten van regula e-ac viteiten van docenten Samenvatting 142 Samenvatting Leerlingen van nu zullen hun werk in steeds veranderende omstandigheden gaan doen, met daarbij horende eisen van werkgevers. Het onderwijs kan daarom niet voorbijgaan aan

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

DATATEAMS VOOR ONDERWIJSVERBETERING. SOK studiedag, 6 juni 2014 Kim Schildkamp: k.schildkamp@utwente.nl

DATATEAMS VOOR ONDERWIJSVERBETERING. SOK studiedag, 6 juni 2014 Kim Schildkamp: k.schildkamp@utwente.nl DATATEAMS VOOR ONDERWIJSVERBETERING SOK studiedag, 6 juni 2014 Kim Schildkamp: k.schildkamp@utwente.nl Programma Opbrengstgericht werken Wat is het en waarom belangrijk? Datateam methode Resultaten onderzoek

Nadere informatie

OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID

OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID Gemeente Alkmaar afdeling Onderzoek en Statistiek februari 2006 auteur: Monique van Diest afdeling Onderzoek en Statistiek gemeente Alkmaar

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands

Examen HAVO. Nederlands Nederlands Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 22 mei 13.30 16.30 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 47 punten te behalen; het examen bestaat uit 21 vragen

Nadere informatie

4 Werken met beoordelingsmodellen voor productieve vaardigheden

4 Werken met beoordelingsmodellen voor productieve vaardigheden 4 Werken met beoordelingsmodellen voor productieve vaardigheden Inleiding Voor het vak Nederlands in het mbo is het Referentiekader Nederlandse taal de basis vormt voor de examinering. Hieronder lichten

Nadere informatie

myp havo vwo Beoordelingscriteria Naam Klas Mentor

myp havo vwo Beoordelingscriteria Naam Klas Mentor myp havo vwo Beoordelingscriteria een wereldschool Naam Klas Mentor myp havo vwo BEOORDELINGSCRITERIA 2015-2016 Brugklas 2 Adres Laar & Berg Langsakker 4 1251 GB LAREN NH Telefoon: 035-539 54 22 E-mail:

Nadere informatie

Zelfperceptietest teamrol dinsdag 12 november 2002

Zelfperceptietest teamrol dinsdag 12 november 2002 Zelfperceptietest teamrol dinsdag 12 november 2002 Deze test is ontwikkeld om op eenvoudige wijze je eigen teamrol te bepalen. Het jarenlange onderzoek naar teamrollen binnen managementteams is gedaan

Nadere informatie

Promoveren: Geschikt / Ongeschikt?

Promoveren: Geschikt / Ongeschikt? Promoveren: Geschikt / Ongeschikt? Naam: Email: Is promoveren bij het Welten-instituut (Open Universiteit) iets voor mij? Vraag 1 van 15 Ik voldoe aan de eisen van voldoende vooropleiding om te promoveren,

Nadere informatie

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap 1. Definitie 2. Omvang 3. Begeleiding 4. Beoordelingscriteria 5. Eindtermen 6. Mogelijke aanvullingen Bijlage: Stappenplannen 1. Definitie De Bachelorscriptie

Nadere informatie

Toelichting Ankeronderzoek met Referentiesets. Ankeronderzoek. Beschrijving ankeronderzoek. Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014

Toelichting Ankeronderzoek met Referentiesets. Ankeronderzoek. Beschrijving ankeronderzoek. Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014 Toelichting Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014 Ankeronderzoek Deze handleiding bevat een korte beschrijving van ankeronderzoeken. In het algemeen geldt dat meer informatie te vinden is in het boek

Nadere informatie

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren.

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren. Samenvatting Inleiding In deze studie wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een toetsbare en bruikbare theorie over wetgeving, in het bijzonder over de werking van wetgeving. Wij weten weliswaar

Nadere informatie

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016 Inhoud Voorwoord 6 1 Examenstof van centraal examen en schoolexamen 7 2 Specificatie van de globale eindtermen voor het CE 8 Domein A: Leesvaardigheid

Nadere informatie

SPAANSE TAAL EN LITERATUUR (ELEMENTAIR) HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

SPAANSE TAAL EN LITERATUUR (ELEMENTAIR) HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 SPAANSE TAAL EN LITERATUUR (ELEMENTAIR) HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk

Nadere informatie

Kan ik het wel of kan ik het niet?

Kan ik het wel of kan ik het niet? 1 Kan ik het wel of kan ik het niet? Hieronder staan een aantal zogenaamde kan ik het wel, kan ik het niet-schalen. Deze hebben betrekking op uw taalvaardigheid in zowel het Nederlands als het Engels.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Students Voices (verkorte versie)

Students Voices (verkorte versie) Lectoraat elearning Students Voices (verkorte versie) Onderzoek naar de verwachtingen en de ervaringen van studenten, leerlingen en jonge, startende leraren met betrekking tot het leren met ICT in het

Nadere informatie

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO. Syllabus centraal examen 2015

FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO. Syllabus centraal examen 2015 FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO Syllabus centraal examen 2015 April 2013 2013 College voor Examens, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items

1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items 1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items item Persoon 1 2 3 1 1 0 0 2 1 1 0 3 1 0 0 4 0 1 1 5 1 0 1 6 1 1 1 7 0 0 0 8 1 1 0 Er geldt: (a) de p-waarden van item 1 en item 2 zijn

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap 1. Definitie 2. Omvang 3. Begeleiding 4. Beoordelingscriteria 5. Eindtermen 6. Mogelijke aanvullingen Bijlage: Stappenplannen 1. Definitie De Bachelorscriptie

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN SCHEIKUNDE VWO EERSTE TIJDVAK 2013

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN SCHEIKUNDE VWO EERSTE TIJDVAK 2013 TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN SCHEIKUNDE VWO EERSTE TIJDVAK 2013 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal

Nadere informatie

Middel voor onderwijsverbetering of afrekeninstrument?

Middel voor onderwijsverbetering of afrekeninstrument? Middel voor onderwijsverbetering of afrekeninstrument? 12 Toetsen: volop in de schijnwerpers Sst, wij maken de Citotoets. Rond deze tijd hangen veel scholen dit soort briefjes weer op de deur van groep

Nadere informatie

Verplicht toetsen en bijspijkeren of eigen verantwoordelijkheid? De basisvaardigheden Nederlands van eerstejaars VU-studenten

Verplicht toetsen en bijspijkeren of eigen verantwoordelijkheid? De basisvaardigheden Nederlands van eerstejaars VU-studenten 7.Taalbeleid hoger onderwijs Ronde 8 Marloes van Beersum & Eline van Straalen Taalcentrum-VU, Vrije Universiteit Amsterdam Contact: mvanbeersum@taalcentrum-vu.nl evanstraalen@taalcentrum-vu.nl Verplicht

Nadere informatie

CULTUURARME INTELLIGENTIETEST RAPPORT

CULTUURARME INTELLIGENTIETEST RAPPORT CULTUURARME INTELLIGENTIETEST RAPPORT Name: Datum: Website: Jan de Vries -05-206 www.2test.nl Deze IQ test meet je vermogen om logisch te redeneren. Cultuurarme IQ tests meten nonverbale capaciteiten.

Nadere informatie

Cambridge. Engels VWO. www.staring.nl. 1039042 Staring A5 brochure Cambridge Engels.indd 1

Cambridge. Engels VWO. www.staring.nl. 1039042 Staring A5 brochure Cambridge Engels.indd 1 Cambridge Engels VWO www.staring.nl 1039042 Staring A5 brochure Cambridge Engels.indd 1 19-01-16 13:33 Wat is Cambridge Engels? De Universiteit van Cambridge heeft een serie cursussen en examens Engelse

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands

Examen HAVO. Nederlands Nederlands Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 28 mei 9.00 12.00 uur 20 04 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 50 punten te behalen; het examen bestaat uit 23 vragen

Nadere informatie

HET ASSESSMENT INFORMATIE

HET ASSESSMENT INFORMATIE HET ASSESSMENT INFORMATIE HET ASSESSMENT U bent uitgenodigd voor een assessment. In de praktijk blijkt dat bij veel kandidaten vragen leven met betrekking tot dit soort onderzoek. In het hiernavolgende

Nadere informatie

Rapport VCT Leidinggeven

Rapport VCT Leidinggeven Rapport VCT Leidinggeven Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur Ixly Datum 0/06/2015 Inleiding De Video Competentie Test (VCT) Leidinggeven bestond uit dertien filmpjes waarop u geacht werd te reageren:

Nadere informatie

Relatie intake - studiesucces

Relatie intake - studiesucces Relatie intake - studiesucces Opleiding S&B cohort 2009 Relatie intake - studiesucces November 2010 Beleidsdienst: Rutger Kappe, Margo Pluijter 0 Inhoudsopgave De inhoudsopgave van de resultaatevaluatie

Nadere informatie

Toetstermen en taxonomiecodes

Toetstermen en taxonomiecodes Toetstermen en taxonomiecodes Door middel van toetstermen is vastgelegd wat deelnemers moeten kennen en kunnen. Een toetsterm is bepalend voor de inhoud van de opleiding en de toetsing. Dit betekent dat

Nadere informatie

Samenvatting. Zie hiervoor het werkplan van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs 2008-2012. ECPO, oktober 2008.

Samenvatting. Zie hiervoor het werkplan van de Evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs 2008-2012. ECPO, oktober 2008. Rapport 827 Jaap Roeleveld, Guuske Ledoux, Wil Oud en Thea Peetsma. Volgen van zorgleerlingen binnen het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs. Verkennende studie in het kader van de evaluatie

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NEDERLANDS GL/TL VMBO

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NEDERLANDS GL/TL VMBO TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NEDERLANDS GL/TL VMBO EERSTE TIJDVAK 2012 1 Inleiding 1. Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor

Nadere informatie

Verstandelijke beperkingen

Verstandelijke beperkingen 11 2 Verstandelijke beperkingen 2.1 Definitie 12 2.1.1 Denken 12 2.1.2 Vaardigheden 12 2.1.3 Vroegtijdig en levenslang aanwezig 13 2.2 Enkele belangrijke overwegingen 13 2.3 Ernst van verstandelijke beperking

Nadere informatie

examenprogramm moderne vreemde talen vmbo gl/tl

examenprogramm moderne vreemde talen vmbo gl/tl 3. Syllabus Moderne vreemde talen 3.1 Verdeling examenstof over CE/SE bij Tabel: Verdeling van de examenstof Engels over centraal examen en schoolexamen Exameneenheden CE moet mag MVT/K/1 Oriëntatie op

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Inleiding In de voorgaande twee hoofdstukken hebben wij de nieuwe woordleestoetsen en van Kleijnen e.a. kritisch onder de loep genomen. Uit ons onderzoek

Nadere informatie

Toelichting bij de MZO screening voor ouders

Toelichting bij de MZO screening voor ouders Toelichting bij de MZO screening voor ouders 1 Copyright 2014 Bureau Perspectief Amsterdam Zie voor meer informatie www.motivatiezelfonderzoek.nl 2 De schalen van de MZO screening De MZO screening is gericht

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015 Examenprogramma NLT vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen en technologie

Nadere informatie