Wat is onderzoek? Bronvermelding. Druk : Auteur : Aantal hoofdstukken (boek) : Aantal pagina s (boek) :

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wat is onderzoek? Bronvermelding. Druk : Auteur : Aantal hoofdstukken (boek) : Aantal pagina s (boek) :"

Transcriptie

1 Wat is onderzoek? Bronvermelding Titel : Druk : Auteur : Uitgever : ISBN (boek) : Aantal hoofdstukken (boek) : Aantal pagina s (boek) : Wat is onderzoek? 4 Boom Lemma uitgevers De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft. Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt. Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per wenden tot

2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 De functie van onderzoek 3 Hoofdstuk 2 Aanleiding tot het onderzoek 5 Hoofdstuk 3 Afbakening van het onderzoek 7 Hoofdstuk 4 Kwantitatieve methoden van dataverzameling 10 Hoofdstuk 5 Kwalitatieve methoden van onderzoek 11 Hoofdstuk 6 Uitwerking van de methode: operationalisatie en steekproef 13 Hoofdstuk 7 Gegevens verzamelen 18 Hoofdstuk 8 Kwantitatieve gegevens verwerken 20 Hoofdstuk 9 Kwalitatieve analyse 23 Hoofdstuk 10 Conclusie en discussie 25 Hoofdstuk 11 Een onderzoeksrapport samenstellen 27

3 Hoofdstuk 1 De functie van onderzoek 1.1 Onderzoek moet je leren Onderzoekers hebben drie kenmerken waarmee zij zich als onderzoeker specificeren: Kennis zowel weet hebben van de diverse onderzoeksmethoden als kennis met betrekking tot het onderwerp; Houding open voor feedback en rapporteren van conclusies; Vaardigheid stappen van onderzoek leren. Soms heeft het voordelen om trucs te kennen met betrekking tot het doen van onderzoek, zoals het beoordelen en begrijpen van kwantitatieve resultaten. 1.2 Uitgangspunten van onderzoek Praktijkgericht onderzoek richt zich op het analyseren en aanpakken van problemen die zich in de praktijk voordoen. Fundamenteel onderzoek houdt zich daarentegen bezig met onderwerpen die zich juist niet in eerste instantie op praktijktoepassing richten. Fundamenteel onderzoek wordt ook wel empirisch onderzoek genoemd. Je kunt er voor kiezen om kwantitatief of kwalitatief onderzoek te doen. Bij kwantitatief onderzoek stel je gesloten vragen en bestaat het resultaat uit cijfertjes. Kwalitatief onderzoek is breder en je kunt gemakkelijk inspringen op onverwachte zaken. Je stelt nu open vragen en krijgt geen cijfers als resultaat, maar tekst die je moet analyseren om er conclusies uit te trekken. Triangulatie is een combinatie van ten minste twee onderzoeksmethoden. Dit heeft positieve gevolgen voor de geldigheid van je resultaten. 1.3 Stromingen in onderzoek Paradigma s zijn uitgangspunten van onderzoek. Er zijn drie stromingen binnen onderzoek: Empirisch-analytisch afstand tot onderzoekseenheden, objectief, onderzoekssituatie zoveel mogelijk beheersen, herhaalbaar, controleerbaar, veel fundamenteel onderzoek. Empirisch het doen van onderzoek door een bepaalde systematiek waarmee je in je omgeving te maken hebt. Analytisch je dient je uitkomsten rationeel en kritisch te bekijken. Interpretatief kwalitatief, gericht op personen en groepen, populair onder antropologen. Je zoekt naar uitleg, niet naar cijfertjes. Kritisch-emancipatorisch Op het experiment na is elke dataverzamelingsmethode mogelijk. Kritisch betrokkenheid bij de samenleving. Oordelend kijken naar de maatschappij en de uitkomsten van het onderzoek. Emancipatorisch processen van de emancipatie van verschillende groepen proberen te verbeteren. 3

4 1.4 Kwaliteitscriteria van onderzoek De kwaliteitscriteria van onderzoek zijn: Onafhankelijkheid onafhankelijk van voorkeuren, meningen en invloeden van zowel de onderzoeker als andere betrokkenen. Onderzoek moet intersubjectief zijn. Onderzoek is dan herhaalbaar en de uitkomsten stemmen overeen. Toetsbaarheid van uitspraken geen uitspraken die normatief en speculatief zijn, maar uitspraken die te bewijzen zijn. Het onderwerp dient eenduidig en openbaar te zijn, zodat het onderzoek repliceerbaar is. Betrouwbaarheid dit heeft betrekking op de resultaten. Het onderzoek moet herhaalbaar zijn en mag geen toevallige fouten bevatten. Informativiteit omdat het informatiegehalte maximaal dient te zijn, moet je het onderwerp nauwkeurig beschrijven. Hierbij zijn de volgende punten belangrijk: periode, situatie, domein, groep en de grenzen. Generaliseerbaarheid Uitspraken gelden in het algemeen / voor een grote groep. Statistische generalisatie generalisatie wordt bekeken via statistische toetsen. Inhoudelijke generalisatie vergelijkbaar in vergelijkbare situaties. Validiteit meten wat we willen meten en geen systematische fouten in je onderzoek. Externe validiteit houdt in dat de uitkomsten gelden voor een groot percentage, interne validiteit dat het mogelijk is de juiste conclusies te trekken. Verder zijn er nog twee praktische criteria, namelijk efficiency en bruikbaarheid. 1.5 De onderzoekscyclus Bij het doen van onderzoek doorloop je steeds een cyclus, waarbij elke fase begint en eindigt met vragen. Ter beantwoording van de vragen dien je steeds een keuze te maken. Bij fundamenteel onderzoek zie je vaak een empirische cyclus. Dit is een soort spiraal; beantwoording van de onderzoeksvragen leidt steeds tot nieuwe vragen. Wanneer je onderzoek gaat doen naar de nieuwe vragen, krijg je een PTO-schema: Probleem, Theorie, Onderzoek. Bij praktijkgericht onderzoek zie je een vergelijkbare cyclus, namelijk de cyclus praktijkonderzoek. Deze cyclus zorgt voor een kader waarbinnen je je onderzoek uitvoert. 1.6 Fasen in onderzoek De mogelijke fasen van onderzoek: 1. Probleemanalyse belangrijk: goede afbakening van doel en vraag. 2. Onderzoeksontwerp methoden, tijd, middelen en betrokken personen. 3. Dataverzameling gegevens verzamelen. 4. Data-analyse gegevens bekijken. 5. Rapportage terugblik en verslag schrijven. Een werkcyclus geeft de onderzoeksopzet visueel weer. Een voorbeeld hiervan vind je in figuur 1.4. Zie: hfst. 1; p. 43; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. De werkcyclus van onderzoek geeft de werkvolgorde van zowel de onderzoeksopzet als de onderzoeksuitvoering. De subfase probleemafbakening en de subfase onderzoeksontwerp verschillen inhoudelijk sterk, maar worden vaak in één fase beschreven. Deze hoofdfase wordt de ontwerpfase genoemd. 4

5 Hoofdstuk 2 Aanleiding tot het onderzoek 2.1 Keuze van je onderwerp De keuze voor onderzoek is op verschillende manieren te maken. Vaak dient een opdrachtgever een verzoek in naar aanleiding van een probleem, maar soms kun je zelf kiezen, bijvoorbeeld wanneer je een opdracht voor je eigen studie doet. Tevens kun je fundamenteel onderzoek doen en daarvoor een theorie testen. Voorbeelden van aanleidingen tot onderzoek zijn het testen van theorie en uitbreiden van kennis, aanbevelingen doen en het oplossen van een probleem. Zie: hfst. 2; p. 53; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. Figuur 2.1 geeft een model voor de aanleidingen tot onderzoek. 2.2 Opdrachtgevers, balans tussen wens en mogelijkheid Voordat je met een onderzoek kunt beginnen moet je de wensen van de opdrachtgever in kaart brengen. Vervolgens ga je het onderwerp afbakenen. Hierna kijk je welke mogelijkheden en beperkingen je hebt bij het beantwoorden van de hoofdvraag. Dan ga je het onderzoeksvoorstel schrijven, inclusief tijdsplanning en budget. Hiermee probeer je de opdracht binnen te halen. In figuur 2.2 zie je een vereenvoudigde weergave van een opzet van praktijkonderzoek. Zie: hfst. 2; p. 59; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. 2.3 Informatie verzamelen Informatie verzamelen doe je het hele onderzoek lang: bij het vooronderzoek, eventueel bij het literatuuronderzoek en ter verzameling van nieuwe informatie. Om de juiste informatie te kunnen vinden dient je zoekopdracht zo specifiek mogelijk te zijn. Een logboek helpt je met drie dingen: Informatie / gegevens zoeken; Planning; Uitvoer onderzoek. Verhogen van de betrouwbaarheid doe je door de bron te achterhalen en nog een bron te vinden om de eerste bron te bevestigen. Big 6 is een zoekmethode voor het vinden van informatie. Deze methode kent zes regels: 1. Probleem definiëren; formuleer een zoekvraag. 2. Zoekplaats bepalen. 3. Bepalen zoekstrategie. 4. Bestuderen & selecteren van informatie. 5. Organiseren van informatie. 6. Resultaat evalueren. Zie: figuur 2.3; hfst. 2; p. 63; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. Met een metacrawler doorzoek je meerdere zoekmachines. Voor wetenschappelijke en betrouwbare informatie kun je Google Scholar gebruiken. Tips voor het gebruik van zoekmachines op het internet: 1. Link werkt niet domein en extensie weghalen. De extensie is.nl of.com. 2. Specifiek gegeven incomplete zin dubbele aanhalingstekens. 3. Allintitle voor het zoeken van een website waarvan je de naam niet precies weet. 4. Zo specifiek mogelijk; gebruik aanhalingstekens. 5

6 5. Filetype: doc of filetype: pdf achter de zoekopdracht om word of pdf-bestanden te zoeken. 6. Geef een trefwoord op bij een afkorting. 7. Gebruik de optie geavanceerd zoeken. 8. Asterisks gebruiken. Voorbeeld: Rome door te zoeken op Rom*. Zo vind je internationale informatie en informatie in verschillende talen. In een logboek maak je aantekeningen over het onderzoeksproces en de inhoud. Handig is om het logboek vorm te geven volgens een mappenstructuur. Je verwerkt je aantekeningen dan per onderzoeksfase. Een mijlpaal is een belangrijk tijdstip tijdens je onderzoek, zoals een meetpunt of een keuzemoment. 6

7 Hoofdstuk 3 Afbakening van het onderzoek 3.1 Verder met de voorbereidingen: de ontwerpfase Tot de ontwerpfase behoren alle activiteiten die leiden tot afbakening. In deze fase bepaal je de probleemstelling, de doelstelling en eventueel een aantal deelvragen. De subfasen van de ontwerpfase: 1. Oriëntatie; 2. Probleemomschrijving; 3. Vaststellen dataverzamelingsmethode; 4. Maken onderzoekplan, budget, planning, enz. Tot de probleemanalyse behoort de 6W-formule (afgeleid van de 5xW+H-formule): wat, wie, wanneer, waarom, waar en wat. 3.2 Vragen stellen Het belangrijkste bij het doen van onderzoek is het opstellen van de probleemomschrijving. Probleemomschrijving = doelstelling + probleemstelling = centrale vraagstelling. Een goede probleemstelling heeft negen kenmerken: 1. Doelvrij; 2. Relatie met verwachtingen; 3. Benodigde kennis is duidelijk; 4. Volledig; 5. Vormen van een heldere vraag; 6. Samenhang met doelstelling; 7. Deelvragen; 8. Specificatie in onderzoeksvragen mogelijk; 9. Duidelijk over welke kennis nodig is. Er bestaan verschillende vraagtypen: Verklarende vragen; Vergelijkende vragen; Evaluerende vragen; Definiërende vragen; Beschrijvende vragen; Voorschrijvende vragen; Voorspellende vragen Vragen om ontwikkelingen te volgen. Bij het opstellen van deelvragen kan een boomdiagram van pas komen. Zie: figuur 3.2; hfst. 3; p. 86; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. Een goed geformuleerde doelstelling bestaat uit vier onderdelen, namelijk een centrale formulering, vermelding van de wensen en de doelen van de opdrachtgever, aanduiding van het onderzoekstype en aanduiding van de relevantie. Beide aanduidingen dienen praktijkgericht te zijn en de centrale formulering mag niet te specifiek zijn. 3.3 Begripsafbakening Begripsafbakening is de fase waarin je de begrippen die je in de vraagstelling gebruikt duidelijk maakt. Je moet dus het domein en het beweerde vaststellen. Operationaliseren is eigenlijk het onderzoekbaar maken van de begrippen. Dit gebeurt echter pas wanneer je gaat bepalen hoe je je 7

8 gegevens gaat verzamelen. De eerste stap is dus aangeven wat je met een begrip bedoelt. Voor begripafbakening zijn een aantal redenen te noemen: De grenzen van je onderzoek zijn duidelijk; Je weet welke informatie je moet verzamelen; De betekenis van een begrip staat vast en is helder tijdens het gehele onderzoek. Stipulatieve organisaties zijn definities die voor een onderzoek speciaal worden gegeven. De definitie kan nu bijvoorbeeld beginnen met In dit onderzoek verstaan wij onder. 3.4 Modellen en verwachtingen Je kunt nu je verwachtingen formuleren en deze kun je in een (onderzoeks)model weergeven. Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Alle aspecten van je definitie dien je in je model terug te laten komen. Onderzoekers spreken dan ook wel van een conceptueel model. Een conceptueel model bestaat uit de elementen, de bouwstenen en de relaties. Zie: figuur 3.4; hfst. 3; p. 92; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. Simpeler modellen zijn de tweezijdige relatie en de causale relatie (=oorzaak gevolg). Zie: figuur 3.3; hfst. 3; p. 92; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. Kenmerken kunnen samenhangen met en/of richting geven aan het onderwerp. Deze relaties geven de verwachtingen aan. Hypothesen zijn toetsbare uitspraken over je onderzoeksgroep. De onderzoeksgroep wordt ook wel de populatie genoemd. 3.5 Ontwerpkeuze De terminologie onder onderzoekers kan verschillen. Zo is onderzoekstype bijvoorbeeld hetzelfde als dataverzamelingsmethode. Voorbeelden van kwantitatief onderzoek zijn experimenten, analyse van bestaande gegevens, vragenlijstonderzoek, enzovoorts. Voorbeelden van kwalitatief onderzoek zijn groepsgesprekken, observaties, open interviews, enzovoorts. Bij het kiezen van het onderzoekstype kies je de probleemstelling als uitgangspunt. Ook de mogelijkheden en beperkingen zijn belangrijke aspecten. Argumenten: Hoeveel tijd is er beschikbaar? Hoeveel geld is er beschikbaar? Opvattingen over hoe je onderzoek moet doen. Kennis over en vaardigheid in een methode. Welke mogelijkheden heeft de onderzoeker? Welke onderzoekseenheden zijn beschikbaar? Is het onderzoek longitudinaal of crosssectioneel? Een crosssectioneelonderzoek is een onderzoek dat op één moment plaatsvindt. Longitudinaal onderzoek vindt op meerdere momenten plaats. Zie: tabel 3.2; hfst. 3; p. 99; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven voor vraagtypen en bijbehorende methode. Iteratie is het herhalingsproces waarbij je een vorige fase nogmaals doorloopt. 3.6 Onderzoeksplan In een goed onderzoek komen een aantal vaste onderdelen aan bod: 1. Aanleiding; 2. Probleemstelling; 3. Doelstelling; 8

9 4. Model voorlopig antwoord; 5. Onderzoeksontwerp; 6. Tijdpad; 7. Communicatieplan Bij het opstellen van een tijdpad moet je bepalen wat je doelen zijn en welke onderdelen voor je onderzoek worden doorlopen in welke volgorde. Sommigen kunnen tegelijkertijd worden doorlopen. Tevens dien je de deadlines helder te hebben. Je deelt de activiteiten planmatig in, bijvoorbeeld taak 1 in week 1&2. Je hebt nu dus een planning. Zie: figuur 3.6; hfst. 3; p. 102; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven voor een tijdpad. Nadat je het tijdpad gemaakt hebt, moet je kijken of je planning zich aan de deadlines houdt en dien je de structuur aan te geven. Dit kan bijvoorbeeld door een inhoudsopgave voor je onderzoeksrapport te bepalen. Hierna dien je te kijken of je met een maximaal budget te maken hebt. Een casestudy is één eenheid van onderzoek, waarbij een aantal fasen tegelijkertijd worden doorlopen, zoals ontwerp, dataverzameling, analyse en verslaglegging. Bij het opstellen van je onderzoeksverslag heb je enkele hulpmiddelen: je logboek, je onderzoeksvoorstel en ontwerp en het raamwerk van je onderzoeksverslag. 3.7 Onderzoeksvoorstellen beoordelen Wanneer je je onderzoek eerst door een collega laat beoordelen voor je het aan de opdrachtgever geeft, noemen we dit peer assessment of peer examination. Hierbij gelden vier aandachtspunten: Is er een centrale vraagstelling die voldoet aan de eisen? Is de aanleiding tot het onderzoek duidelijk? Vloeit het onderzoek logisch voort uit de probleemomschrijving en deelvragen? Is duidelijk welke begrippen van belang zijn bij het onderzoek? 9

10 Hoofdstuk 4 Kwantitatieve methoden van dataverzameling 4.1 Surveyonderzoek Een survey noem je ook wel vragenlijstonderzoek of enquête. De vraagstelling is van te voren bepaald. Er worden gesloten vragen gesteld. Open vragen worden tot een minimum beperkt, aangezien zij kwalitatief geanalyseerd dienen te worden. Er kunnen beschrijvende en verklarende onderzoeksvragen worden beantwoord. Uit de populatie dien je eerst een steekproef te nemen. Degenen hiervan die daadwerkelijk deelnemen zijn de respondenten. Wanneer zij voldoen aan alle belangrijke kenmerken is de steekproef representatief. De resultaten zijn dan generaliseerbaar. Surveyonderzoek kent verschillende soorten: Internetenquêtes; Schriftelijke (post)enquêtes; Panelenquêtes; Face-to-face-enquêtes; Telefonische enquêtes. 4.2 Secundaire analyse Bij een secundaire analyse analyseer je al bestaande gegevens. Hiervoor zijn verschillende redenen te noemen, zoals financiële voordelen, bruikbaarheid, beschikbaarheid van de gegevens en tijdswinst. Natuurlijk zijn er ook nadelen, zoals eventueel gemaakte fouten in de data en dat de onderzoeker geen invloed kan uitoefenen op de samenstelling van de gegevens. Van meta-analyse is sprake wanneer je door middel van heranalyse een samenvattende conclusie vormt, gebaseerd op een groot aantal bestaande bestanden. 4.3 Experimenteel onderzoek Bij experimenteel onderzoek toets je een hypothese door gegevens van proefpersonen in een gecontroleerde situatie te verzamelen. We spreken van een causaal verband wanneer we het effect van X op Y bekijken. Een zuiver experiment is een experiment in een zelf gecreëerde situatie, zodat er zo min mogelijk niet relevante invloeden op worden uitgeoefend. Randomisatie, het indelen van proefpersonen op basis van toeval, is een van de voorwaarden voor een zuiver experiment. Bij een quasi-experiment heb je wel invloeden van buitenaf. Bij het placebo-effect is sprake van helpen maar weet men niet zeker of het ook werkt. Van een dubbelblind experiment is sprake wanneer zowel de arts als de proefpersonen niet weten wie het medicijn krijgt en wie de placebo krijgt. Er is niet altijd een controlegroep. Een voormeting is een meting bij aanvraag van het experiment. Een nameting vindt juist plaats na afloop van het onderzoek. Het Solomon four Group design is een dure vorm van onderzoek. Je hebt dan een experimentele groep en drie controlegroepen. In tabel 4.1 staat waar de groepen mee te maken krijgen. Zie: hfst. 4; p. 131; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. 4.4 Monitor Monitoring is een vorm van onderzoek waarbij gegevens verzameld worden om zo de mogelijkheid te hebben de ontwikkelingen op een bepaald terrein te volgen. Bij monitoring is vaak sprake van triangulatie. Monitoring kent twee voorwaarden: 1. Onderzoek wordt gedaan op verschillende tijdstippen en vergeleken; 2. Dezelfde meetinstrumenten gebruiken en dezelfde verschijnselen op dezelfde manier meten. 10

11 Hoofdstuk 5 Kwalitatieve methoden van onderzoek 5.1 Observatieonderzoek Observatie is de systematische waarneming van bepaalde gedragingen van personen. Observatieonderzoek kan in het veld plaatsvinden en in speciale ruimtes. Andere verschillen bij observatieonderzoek zijn structuur / geen structuur bij je waarnemingen, direct of indirect observeren en verhulde of onverhulde observatie. Tevens kun je kiezen tussen gewone observatie en participerende observatie. Bij participerende observatie doet de onderzoeker alle activiteiten met zijn proefpersonen. Observatie moet aan een aantal voorwaarden voldoen om een wetenschappelijke activiteit genoemd te mogen worden: 1. Er wordt gedrag bestudeerd; 2. De probleemstelling moet er geschikt voor zijn; 3. Subjectiviteit mag niet voorkomen; 4. Je observaties moeten van goede kwaliteit zijn, zodat je betrouwbare conclusies kunt trekken. Hiervoor moet je onderzoek aan een aantal voorwaarden voldoen: Systematisch observeren door selectief te zijn. Herhaalbaarheid. Intersubjectiviteit. Time sampling is een methode van gedrag observeren, waarbij je steeds een korte tijd observeert. Je noteert elke x aantal seconden of minuten welk gedrag je waarneemt. Event sampling is ook een methode van gedrag observeren, maar nu bekijk je hoe vaak je een bepaald gedrag waarneemt. Ook bij observatie kan er sprake zijn van triangulatie, wanneer observatie in combinatie met andere onderzoekstechnieken wordt gebruikt. 5.2 Interview Een interview is een vraaggesprek waarin de beleving van de geïnterviewde(n) vooropstaat. Het doel van een interview is het verzamelen van informatie met betrekking tot een bepaald onderwerp. Redenen om gebruik te maken van de onderzoeksmethode open interview kunnen zijn dat de beleving van je respondenten van belang is en/of dat de omvang van je populatie beperkt is, maar ook complexe onderwerpen, praktische omstandigheden en/of nieuwe informatie verzamelen kunnen redenen zijn. Net als bij observatie is ook bij het interview subjectiviteit belangrijk. Er zijn drie basissoorten van persoonlijke interviews te onderscheiden: 1. Het ongestructureerde interview alleen onderwerpen of de hoofdvraag worden genoemd. Inbreng respondent is maximaal. 2. Het halfgestructureerde interview er is een vragenlijst, maar de respondent is vrij aan te dragen wat hij wil. 3. Het gestructureerde interview alle vragen, zowel open als gesloten, zijn vooraf bepaald door de onderzoeker. Tevens kunnen er groepsinterviews plaatsvinden, waarbij een groep tegelijkertijd wordt geïnterviewd door de onderzoeker. 5.3 Literatuuronderzoek Bij bijna alle onderzoeksmethoden heb je met literatuuronderzoek te maken, zodat je opzet voor het onderzoek zo goed mogelijk is. Literatuuronderzoek kan je namelijk veel inzichten verschaffen. Redenen voor het uitvoeren van literatuuronderzoek kunnen zijn beschrijvingsvragen en/of 11

12 vergelijkingsvragen, als theoretische onderbouwing van de onderzoeksopzet en ter oriëntatie van de probleemsituatie. We kunnen verschillende soorten literatuur onderscheiden: Primaire literatuur nieuwe informatie; Secundaire literatuur bestaande informatie van andere auteurs; Grijze literatuur boeken, rapporten en verslagen die niet in gangbare boekencollecties zijn opgenomen. Een belangrijke bron bij de voorbereiding van onderzoek zijn wetenschappelijke tijdschriften. Wetenschappelijke artikelen kennen speciale indexen, zoals de Social Science Citation Index of Scopus. Current content tijdschriften zijn tijschriften waarin een opsomming van verschenen nummers van bepaalde tijdschriften en hun inhoud kort staan vermeld. Deze tijdschriften vormen de tertiaire literatuur. 5.4 Inhoudsanalyse en andere vormen van bureauonderzoek Een inhoudsanalyse is een vorm van kwalitatief bureauonderzoek waarin documenten intensief worden geanalyseerd op de betekenis van en relatie tussen de gebruikte woorden. Een inhoudsanalyse kun je zowel kwalitatief als kwantitatief uitvoeren. Iteratie is het herhalen van analyses om de betrouwbaarheid van je uitspraken te vergroten. Tekstsociologie is een methode voor autobiografisch onderzoek, waarbij de onderzoeker de betekenis van woorden in autobiografische teksten en hun onderlinge relaties onderzoekt. 5.5 Gevalstudie Wanneer de situatie die je onderzoekt zich in één organisatie of één groep afspeelt, spreek je van een gevalsstudie of casestudy. In de gevalstudie worden verschillende onderzoeksmethoden met elkaar gecombineerd. Dit is een kwalitatieve onderzoeksmethode. De gevalsstudie is een vorm van intensief onderzoek. Bij Delphi-onderzoek geven betrokkenen en deskundigen in een aantal gespreksronden hun mening over een nieuw beleidsplan, een maatregel of een organisatieverandering. Bij biografisch onderzoek wordt het leven van slechts één persoon in kaart gebracht. 5.6 De juiste methode? Er is geen beste/juiste methode van onderzoek, enkel een beste oplossing in een bepaalde situatie voor het onderzoek. 12

13 Hoofdstuk 6 Uitwerking van de methode: operationalisatie en steekproef 6.1 Van theorie naar praktijk Operationaliseren is het proces waarin de onderzoeksvragen getransformeerd worden tot waarnemingsvragen. Hiervoor dien je de begrippen die je in je onderzoeksopzet geformuleerd hebt uit te werken tot meetbare instrumenten. Meetinstrumenten zijn hulpmiddelen waarmee je gegevens verzamelt. Belangrijk is om je begrippen af te bakenen. Je moet duidelijk aangeven welke betekenis je hanteert en binnen welke grenzen de onderzoeker dient te blijven. 6.2 Enquêtevragen ontwikkelen Een goede vragenlijst dient aan de volgende kenmerken te voldoen: Bruikbaar; Leesbaar en helder (oftewel, de vragen moeten concreet zijn en slechts op één manier uitgelegd kunnen worden); Compleet; Vragen die daadwerkelijk meten wat je meten wilt; Neutraal; Niet te lang; Het mag geen opsomming worden van alles wat je graag wilt weten, maar waarvoor je nooit eerder de kans kreeg het te vragen. Het gebruik van standaardvragenlijsten kan de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van je resultaten vergroten. Dit effect ontstaat echter alleen als je op een aantal zaken toeziet: Er moet een logische volgorde in de vragen zitten; Elk blok vragen moet vooraf worden gegaan door een inleiding waarin het doel van het vragenblok uitgelegd wordt; De structuur van de vragenlijst moet voor alle respondenten gelijk zijn; De formulering van de vragen moet voor alle respondenten gelijk zijn; Vragen over hetzelfde onderwerp moeten bij elkaar komen te staan; Er mogen niet te veel open vragen in de vragenlijst zijn opgenomen; De formulering van de antwoordmogelijkheden moet gelijk zijn voor alle respondenten. De vragenvolgorde kan belangrijk zijn, aangezien dit een effect kan hebben op de antwoorden die op de vragen gegeven worden. Handig is om met eenvoudige, algemene en aantrekkelijke vragen te beginnen, zoals achtergrondkenmerken en/of feiten. Vervolgens vraag je wat je daadwerkelijk weten wilt. Hierbij dien je niet om de zaken heen te draaien. Zorg ervoor dat de moeilijke vragen niet aan het eind van je vragenlijst terechtkomen, aangezien mensen ze dan minder nauwkeurig zouden kunnen beantwoorden, aangezien zij er na alle andere vragen geen zin meer in hebben. Tot slot is het belangrijk vragen met dezelfde antwoordcategorieën te groeperen, maar ondertussen wel voor afwisseling in de vragen te zorgen. Immers, je wilt dat de respondent de gehele vragenlijst invult. Uit bovenstaande blijkt dus dat de routing van de vragenlijst belangrijk is. De vragen moeten elkaar op een logische manier opvolgen. Een filtervraag is een vraag die bepaalt of een andere vraag beantwoord dient te worden. Zo vraag je eerst of iemand een huisgenoot heeft voordat je vraagt wat daar de reden voor is. Vragenlijsten kennen verschillende soorten antwoordmogelijkheden: Enkelvoudig Voorbeeld: vragen naar iemands leeftijd. Dichotoom antwoord Twee antwoordmogelijkheden. (Likert)schaal Bijvoorbeeld van helemaal mee oneens tot helemaal mee eens. 13

14 Meervoudige antwoorden Respondent kan meerdere antwoorden aankruisen. Lijst Respondent dient een antwoord uit de keuzemogelijkhedenlijst te kiezen. Halfopen antwoord Een aantal gesloten opties en een open optie. De open optie kan gebruikt worden wanneer de gesloten opties niet opgaan voor de respondent. Open antwoord Respondent mag zelf het antwoord geheel vrij bepalen. De Likertschaal is een samengesteld meetinstrument. Er worden beweringen gegeven gevolgd door antwoordmogelijkheden. Een voorbeeld van een Likertschaal: Helemaal mee oneens oneens neutraal eens helemaal mee eens. Een meerpuntsschaal is een antwoordmogelijkheid op een vraag bestaande uit verschillende items. De respondent kan kiezen uit een beperkt aantal (even of oneven) antwoordmogelijkheden in een bepaalde volgorde. Een voorbeeld van een meerpuntsschaal: Helemaal niet van toepassing niet van toepassing neutraal van toepassing helemaal van toepassing. De meerpuntsschaal kent meestal een oneven aantal items. Het middelste item is in dat geval neutraal. Stel dat er zeven antwoordmogelijkheden zijn. De meerpuntsschaal noemen we dan een zevenpuntsschaal. Er zijn een aantal regels waaraan vragen moeten voldoen om goede vragen genoemd te mogen worden: Enkelvoudig; Geen dubbele ontkenning; Objectief; Helder en eenvoudig; Eenduidig; Onafhankelijk. In het verlengde hiervan kun je regels opstellen waaraan antwoorden zouden moeten voldoen: Herkenbare categorieën; Uitsluitend; Meetbaar; Logische volgorde; Uitputtend. Tevens is het belangrijk dat je je woorden dusdanig kiest dat de respondent begrijpt wat je zegt/vraagt. Een codeboek is een lijst waarin je laat zien hoe de gemeten kenmerken omgezet worden naar variabelen die je bij je analyses gebruikt. In een codeboek geef je het label aan, de variabelennaam, de categorieën en de ontbrekende antwoorden. Het label geeft aan welke kenmerken bij welke vraag worden gemeten. De variabelennaam geeft aan hoe de kenmerken worden genoemd en ontbrekende antwoorden worden missings genoemd. 6.3 Topics bij interviews De topiclijst is een lijst waarop je vooraf alle onderwerpen zet die je bij het interview wilt behandelen. Zo heeft de interviewer een houvast tijdens het interview. Dit gebeurt in het grootste aantal van de interviews die worden afgenomen. Andere mogelijkheden zijn de halfgestructureerde vragenlijst en het vrije-attitude-interview. De halfgestructureerde vragenlijst is eigenlijk een soort mondelinge enquête. Er worden zowel open vragen als gesloten vragen in de vragenlijst opgenomen. Het vrije-attitude-interview is een interview waarbij de onderwerpen niet vooraf worden bepaald, maar enkel één globaal hoofdonderwerp. Tijdens het interview wordt (mede) door 14

15 middel van de inbreng van de respondent bepaald welke kant het interview opgaat. Bij het interview is de sturing door de interviewer dus van belang, om aan bruikbare informatie voor het onderzoek te komen. Het is echter wel belangrijk dat de respondent de ruimte krijgt zijn verhaal te doen. Ook bij een interview is de vragenvolgorde van belang. De beleving van de respondent is het belangrijkst. Je dient hier dus rekening mee te houden. Om te kijken of de vragen goed overkomen en of je met het voorbereide interview aan de juiste informatie komt, kun je een proefinterview houden. Hierna kun je je interview en de vragen dan wel de vragenvolgorde nog aanpassen. 6.4 Populatie en steekproef De populatie van je onderzoek is eigenlijk hetzelfde als de domein van je onderzoek. Hieronder vallen alle eenheden waarover je in je onderzoek uitspraken wilt doen. Dit kunnen personen zijn, maar bijvoorbeeld ook zaken of organisaties. Meestal kun je niet iedereen ondervragen. Dit kan tijd of geld als oorzaak hebben, maar de populatie zou ook veel te groot kunnen zijn. Daarom wordt er een steekproef uit de populatie genomen. De steekproef bestaat uit de eenheden die je daadwerkelijk gaat ondervragen. De operationele populatie van je onderzoek ontstaat wanneer je je populatie verder afbakent. Dit is dus eigenlijk een deel, een segment, van de populatie. Dit kan onder andere voordelig zijn wanneer je populatie erg groot is. De steekproef is dus het deel van de populatie waarover je de gegevens verzamelt. De steekproef moet op de juiste manier worden bepaald, omdat deze onder andere bepalend is voor de reikwijdte van de resultaten. De steekproef moet tot betrouwbare resultaten leiden. Om dit te bereiken, dient de steekproef aan drie voorwaarden te voldoen: Willekeurige steekproef oftewel: aselect getrokken steekproef. Elke eenheid moet dezelfde berekenbare kans hebben om in de steekproef terecht te komen. Generaliseerbaarheid de generaliseerbaarheid van de resultaten van het onderzoek wordt bepaald door de mate waarin de steekproef representatief is. Een representatieve steekproef is een steekproef waarin alle kenmerken die van belang zijn gelijk zijn aan die in de gehele populatie. Dit wordt ook wel de externe validiteit genoemd. Steekproefomvang De steekproef moet voldoende groot zijn zodat er analyses op de resultaten uitgevoerd kunnen worden. Wanneer de steekproef groter is, zijn je uitspraken aan de hand van de resultaten nauwkeuriger. De verwachte respons is tevens van belang bij het bepalen van de steekproefomvang. Je dient te bepalen wat de te verwachten respons van je onderzoek is en daar je steekproefomvang op te baseren. Ook de populatieomvang, het onderzoeksdoel en praktische omstandigheden hebben invloed op de steekproefomvang. De reikwijdte van selecte steekproeven is kleiner dan van aselecte steekproeven. Een blinde steekproef is een steekproef waarin de namen van de betrokken personen/eenheden onbekend blijven. Het steekproefkader is de lijst waaruit de steekproef getrokken wordt. Een aselecte steekproef kan op verschillende manieren worden getrokken: Enkelvoudig aselecte steekproef iedere eenheid in het steekproefkader heeft een berekenbare kans om in de steekproef terecht te komen. Cluster een gehele, bestaande groep (bijvoorbeeld een klas) zit in de steekproef. De groepen worden in z n geheel aselect getrokken. Systematisch met aselect begin iedere 10e of 15e eenheid komt in de steekproef, de eerste wordt aselect gekozen. Gestratificeerd aselecte steekproef uit bijvoorbeeld geografische deelpopulaties, zoals woonwijken. Getrapt verschillende steekproeflagen, bijvoorbeeld eerst cluster en dan enkelvoudig aselect. 15

16 Een ander soort steekproef is de selecte steekproef. Deze steekproef kan worden gebruikt wanneer je niet als doel hebt om conclusies te generaliseren, maar om de resultaten voor bijvoorbeeld een organisatie te gebruiken, maar ook wanneer het trekken van een aselecte steekproef niet mogelijk is. Belangrijk is wel om je te realiseren dat generaliseerbaarheid en betrouwbaarheid geen kenmerken zijn waaraan de resultaten van je onderzoek voldoen. Ook de selecte steekproef kan op verschillende manieren worden getrokken: Quota van een bepaald kenmerk een maximaal aantal eenheden selecteren. Zo n kenmerk kan bijvoorbeeld geslacht zijn. Doelgericht (purposive sampling) personen selecteren op bepaalde kenmerken, bijvoorbeeld experts. Sneeuwbal dataverzameling begint met één persoon uit de populatie. Dit persoon kan bijvoorbeeld iemand uit je eigen netwerk zijn. Vervolgens vraag je die persoon naar personen die mogelijk mee kunnen doen aan het onderzoek en zo ga je verder met het uitbreiden van je steekproef. Praktisch bruikbaar (convenient sampling) iedere voorbijganger wordt gevraagd aan het onderzoek mee te werken. Zelfselectie proefpersonen kunnen zich aanmelden indien ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. 6.5 De kwaliteit van onderzoek De kwaliteit van je onderzoek wordt beoordeeld aan de hand van de validiteit en de betrouwbaarheid. Validiteit is de mate waarin systematische fouten worden gemaakt. Hierbij gaat het dus om de geldigheid van het onderzoek. Bij betrouwbaarheid gaat het om toevallige fouten. De betrouwbaarheid kijkt onder andere of het onderzoek herhaalbaar is door een andere onderzoeker met dezelfde resultaten. Voorbeelden van toevallige vragen: Iemand weet het antwoord niet op een vraag; Bij het invoeren van de gegevens maakt de datatypist een fout; Je zet per ongeluk een kruisje bij een verkeerd antwoord; Bij het invullen van de vragenlijst heb je last van harde muziek, bij de volgende respondent is het helemaal stil; Het meten van een afstand met een elastiek meetlint. Onbewust trek je het meetlint elke keer iets anders uit, waardoor verschillen in de gemeten waarden ontstaan. Onderzoekers kennen een aantal manieren om de betrouwbaarheid van de resultaten te vergroten: Steekproefomvang deze moet voldoende groot zijn; Het inzetten van een getrianguleerd ontwerp meerdere onderzoeksmethoden geven dezelfde resultaten; Proefinterview (pilot) testen van je interview; Peer examination controle door collega-onderzoekers, bijvoorbeeld door het onderzoek na te laten lezen; Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid die wordt bepaald door de mate van overeenstemming tussen de verzamelde gegevens wanneer verschillende onderzoekers een situatie bekijken; Standaardisering van methoden bijvoorbeeld standaardvragenlijsten; Test-hertest bij kwantitatief onderzoek herhaling van methoden; Rapportage en verantwoording juiste verantwoording van alle handelingen gedurende het onderzoek. 16

17 Bij kwantitatief onderzoek kun je de betrouwbaarheid controleren door middel van statistische toetsen. De homogeniteit, gelijkvormigheid, van een set vragen kan met behulp van een betrouwbaarheidsanalyse worden gecontroleerd. Dit is de interne consistentie van het onderzoek. De twee belangrijkste vormen van validiteit zijn de geldigheid van de meetinstrumenten en de validiteit van de onderzoeksgroep. De drie belangrijkste vormen van validiteit zijn interne validiteit, externe validiteit en begripsvaliditeit. Met interne validiteit wordt bedoeld dat de onderzoeker in staat is de juiste conclusies te trekken aan de hand van de onderzoeksresultaten. De interne validiteit kan onder andere door de volgende situaties in gevaar worden gebracht: Selectie van proefpersonen Extern voorval (history) Mortaliteit (uitval) Groei (maturation) Testeffect Instrumentatie De populatievaliditeit kijkt of de steekproef de juiste afspiegeling van de populatie is. De externe validiteit bepaald de reikwijdte van het onderzoek. Begripsvaliditeit wordt ook wel constructvaliditeit genoemd. Deze vorm van validiteit kijkt of de gebruikte meetinstrumenten wel werkelijk meten wat de onderzoeker wil meten. Bij het bekijken van de begrippen is de validiteit iets lastiger te bepalen. Zie: kader 6.20; hfst. 6; p. 200; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. In dit kader vind je een voorbeeld van begripsvaliditeit. Wanneer je onderzoek doet is het van belang dat de resultaten bruikbaar zijn voor de opdrachtgever. We spreken van instrumentele bruikbaarheid wanneer de onderzoekresultaten gebruikt worden om te helpen bij het uitstippelen van het beleid voor de komende jaren. Een andere vorm van bruikbaarheid is conceptuele bruikbaarheid. Dit houdt in dat de resultaten gebruikt worden om een discussie te starten. Om de bruikbaarheid zo hoog mogelijk te houden is het van belang de opdrachtgever nauw bij het onderzoek te betrekken. 17

18 Hoofdstuk 7 Gegevens verzamelen 7.1 De setting van je onderzoek Het afnemen van zowel enquêtes als interviews kan op verschillende wijzen geschieden. De keuze voor de manier van afnemen kan worden bepaald door de inhoud van het onderzoek, maar ook door de mogelijkheden en beperkingen van de opdrachtgever. 7.2 Het veld in of niet? Praktische overwegingen met betrekking tot de keuze van je onderzoeksmethode hebben veelal te maken met tijd, geld en de verwachte respons. Een aantal onderzoeksmethoden, zoals de postenquête en het open interview, zijn erg tijdrovend. Wanneer je weinig tijd hebt, kun je bijvoorbeeld voor een telefonische enquête kiezen. Het beschikbare budget zal veelal dienen als reden voor een beperking van het aantal respondenten. Ook tussen de verschillende onderzoeksmethoden zit verschil met betrekking tot de kosten. De verwachte respons verschilt bij elk van de onderzoeksmethoden. Over het algemeen geldt dat een schriftelijke enquête een minder hoge respons oplevert dan een telefonische enquête. Zie: tabel 7.1; hfst. 7; p. 215; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. 7.3 Online onderzoek De validiteit en betrouwbaarheid vormen een probleem bij online onderzoek. De voor- en nadelen staan in een tabel in het boek. Zie: tabel 7.2; hfst. 7; p. 215; Wat is onderzoek?; N. Verhoeven. De online enquête kent een aantal mogelijkheden: Een pop-upscherm; Een met een download; Een met een link. Een nieuw soort onderzoek is mobiel onderzoek, ook wel draadloos onderzoek genoemd. Dergelijk onderzoek levert problemen op bij het trekken van de steekproef, omdat niet alle mobiele telefoonnummers bekend zijn. Tevens bestaat er geen database met deze nummers. Vandaar dat het het handigst is om via een random number generator (toevalsgenerator) telefoonnummers te selecteren. De acceptatiegraad is het aantal mensen dat aan een onderzoek deelneemt. Reverse billing staat voor gratis retourberichten (sms). 7.4 Respondenten en enquêtes Een pilot, ook wel proefinterview, kent een aantal voordelen: Verhogen betrouwbaarheid; Structuur kan nog aangepast worden; Vlotter verloop van latere interviews; Fouten kunnen er nog worden uitgehaald. De lay-out van je enquête en de wijze waarop respondenten wordt gevraagd deel te nemen aan het onderzoek zijn erg belangrijk. Een incentive is een positieve prikkel om mensen tot deelname aan een onderzoek te motiveren. Voorbeelden van incentives zijn: Klein cadeautje of gadget; Gratis toegangskaartjes; 18

19 Donatie aan een goed doel; Lotnummer van een loterij. Onder de respons van een onderzoek verstaan we dat deel van de verstuurde vragenlijsten dat ingevuld terugkomt en dat daadwerkelijk informatie oplevert. Het deel van de vragenlijsten dat niet of oningevuld terugkomt, heet de non-respons. Oorzaken van non-respons kunnen zijn dat mensen niet thuis zijn, geen zin hebben of niet in staat zijn deel te nemen aan het onderzoek. Wanneer iemand enkele vragen niet invult wordt dit item-non-respons genoemd. Ook hiervoor zijn verschillende oorzaken te geven: Vraag niet gezien; Geen zin; Niet begrijpen van de vraag; Niet van toepassing; Geen mening. Non-item-respons kan zowel de validiteit als de betrouwbaarheid negatief beïnvloeden. 7.5 Interviews: werken aan de relatie Inrichting van je interview introductie, kern en slot. Wanneer bij interviews het verzadigingspunt optreedt, ontdek je geen nieuwe informatie meer. Een gespreksopening heeft twee aspecten: een relationeel aspect en een inhoudelijk aspect. Relationeel aspect hoeveel iemand van het onderwerp weet en hoe ervaren iemand is in het geven van interviews. Inhoudelijk aspect informatie met betrekking tot het interview. Gesprekstechnieken kunnen als hulpmiddel dienen bij het houden van een interview: Houding en oogcontact; Omgaan met stiltes; Hummen; Herhalingen; Knikken; Toon en volume. 19

20 Hoofdstuk 8 Kwantitatieve gegevens verwerken 8.1 Begrippen in kwantitatieve analyse Een datamatrix is een rechthoekig blad waarin je alle gegevens die je hebt verzameld kunt invullen. Een variabele is een eigenschap van een object. Variabelen zijn afhankelijk of onafhankelijk. Onafhankelijk = oorzaak, afhankelijk = gevolg. Alle waarden die een variabele kan aannemen worden categorieën genoemd. Deze worden met behulp van getallen aangegeven. Het meetniveau van een variabele geeft aan in welke mate je de waarden die aan de categorieën zijn toegekend, kunt gebruiken om ermee te rekenen. Er zijn verschillende meetniveaus: Nominaal: losse categorieën waartussen geen waarde voorkomt. De variabelen zijn discreet. Kwalitatief. Nominale varianten: Dichotoom: twee waarden, bijvoorbeeld geslacht. Dummy s: je kunt meerdere antwoorden op één vraag geven. Ordinaal: enkele waarden met rangorde. Kwalitatief. Interval: gelijke intervallen zonder natuurlijk nulpunt. Kwantitatief. Likertschaal: Geheel mee oneens oneens neutraal eens geheel mee eens. Ratio: Gelijke intervallen met een natuurlijk nulpunt en gelijke verhoudingen. Kwantitatief. In SPSS voer je de meetniveaus als volgt in: ORDINAL voor ordinale variabelen; NOMINAL voor nominale variabelen; SCALE voor de andere variabelen. 8.2 De analyse voorbereiden: hypothesen voorbereiden Hypothesen zijn toetsbare veronderstellingen over de uitkomsten van je analyses met betrekking tot je populatie. Wanneer je resultaten niet toevallig zijn, spreken we van significantie. Hypothesen worden in twee delen opgesteld: Nulhypothese basisveronderstelling. Alternatieve hypothese alternatieve veronderstelling. 8.3 Univariate analyses Univariate analyses zijn beschrijvingen van één variabele. Er zijn meerdere soorten univariate analyses: Kengetallen; Frequentieverdelingen van een kenmerk; Grafieken van een kenmerk. Een dataset bestaat uit variabelen van een aantal cases. Een case kan staan voor het aantal respondenten dat aan een onderzoek deelneemt, maar ook voor de steekproefgrootte, het aantal ingevulde enquêtes of het aantal waarnemingen. In een relatieve frequentietabel worden de percentages opgenomen om de verhoudingen aan te geven. Percentage = (frequentie / totaal) x 100%. Belangrijk bij het grafisch weergeven van je resultaten is het kiezen van de juiste soort grafiek. Hierbij zijn twee dingen van belang, namelijk het doel en het meetniveau van een kenmerk. De belangrijkste functie van een grafiek is dat deze een overzichtelijke weergave van je kenmerk vormt. 20

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

tudievragen voor het vak TCO-2B

tudievragen voor het vak TCO-2B S tudievragen voor het vak TCO-2B 1 Wat is fundamenteel/theoretisch onderzoek? 2 Geef een voorbeeld uit de krant van fundamenteel/theoretisch onderzoek. 3 Wat is het doel van fundamenteel/theoretisch onderzoek?

Nadere informatie

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9 Woord vooraf Het Basisboek Methoden en Technieken biedt je een handleiding voor het opzetten en uitvoeren van empirisch kwantitatief onderzoek. Je stelt door waarneming vast wat zich in de werkelijkheid

Nadere informatie

5.0 Voorkennis. Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram:

5.0 Voorkennis. Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram: 5.0 Voorkennis Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram: De lengte van de staven komt overeen met de hoeveelheid; De staven staan meestal los van

Nadere informatie

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN INHOUD Kwantitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Enquête Experiment Kwalitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Observatie Interview Kwaliteit van het onderzoek

Nadere informatie

Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education

Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen Master Innovation & Leadership in Education Leerdoelen Aan het eind van deze lesdag heb je: Kennis van de dataverzamelingsmethodes vragenlijstonderzoek,

Nadere informatie

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker

Nadere informatie

I nhoudsopgave. Inleiding 15

I nhoudsopgave. Inleiding 15 I nhoudsopgave Inleiding 15 1 De functie van onderzoek 23 1.1 Onderzoek moet je leren 26 1.2 Uitgangspunten van onderzoek 29 1.3 Stromingen in onderzoek 35 1.4 Kwaliteitscriteria van onderzoek 38 1.5 De

Nadere informatie

Basisboek methoden en technieken

Basisboek methoden en technieken Basisboek methoden en technieken Deel 2 van 3 : Hoofdstuk 4 t/m 7 Ook verkrijgbaar : Deel 1 : Hoofdstuk 1 tot en met 3 Ook verkrijgbaar : Deel 3 : Hoofdstuk 8 tot en met 12 Bronvermelding: Titel: Basisboek

Nadere informatie

28-10-2015. Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden.

28-10-2015. Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden. Docent: Marcel Gelsing Je kunt deze presentatie na afloop van de les downloaden. Ga naar: www.gelsing.info Kies voor de map Eindopdrachten Download: Integrale eindopdracht Fase 1.pdf Les 1: fase 1 en 2

Nadere informatie

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005)

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) Inleiding De manier waarop data georganiseerd, gecodeerd en gescoord (getallen toekennen aan observaties) worden en welke technieken daarvoor nodig zijn, dient in het ideale

Nadere informatie

Studiehandleiding Onderzoeksmethoden

Studiehandleiding Onderzoeksmethoden Studiehandleiding Onderzoeksmethoden Modulenaam: Onderzoeksmethoden Afdeling: Pedagogiek Studiejaar: 1 Semester: 1 Ects: 5 Docenten: Mieke de Waal (vt), Peter Karstanje (dt), Hans Steenvoorden (vkrt) Datum:

Nadere informatie

Waar waren we? Onderzoekspracticum BCO ANALYSEPLAN. Soorten gegevens. Documentatie. Kwalitatieve gegevens. Coderen kwalitatieve gegevens

Waar waren we? Onderzoekspracticum BCO ANALYSEPLAN. Soorten gegevens. Documentatie. Kwalitatieve gegevens. Coderen kwalitatieve gegevens Waar waren we? BCO ANALYSEPLAN Harry Ganzeboom 14 april 2005 Probleemstelling, deelvragen, theorie Definities, conceptueel model Hypothesen Onderzoekzoeksopzet, operationalisatie Dataverzameling Data-analyse

Nadere informatie

Onderzoeksvraag Uitkomst

Onderzoeksvraag Uitkomst Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

1c Relatie tussen x en y hoeft niet perfect te zijn om een oorzaak van y te laten zijn.

1c Relatie tussen x en y hoeft niet perfect te zijn om een oorzaak van y te laten zijn. MTO A tentamen 1 e gelegenheid 1c Relatie tussen x en y hoeft niet perfect te zijn om een oorzaak van y te laten zijn. 2d Stap empirische cyclus. Volgens Heiman. Afleiden van empirische predicties uit

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Marktonderzoek

Hoofdstuk 7 Marktonderzoek Hoofdstuk 7 Marktonderzoek Leerdoelen Uitleggen hoe belangrijk informatie is voor het bedrijf, om inzicht te krijgen in de markt. Het marketinginformatiesysteem definiëren en de onderdelen daarvan bespreken.

Nadere informatie

Basisboek methoden en technieken

Basisboek methoden en technieken Basisboek methoden en technieken Deel 3 van 3 : Hoofdstuk 8 t/m 12 Ook verkrijgbaar : Deel 1 : Hoofdstuk 1 tot en met 3 Ook verkrijgbaar : Deel 2 : Hoofdstuk 4 tot en met 7 Bronvermelding: Titel: Basisboek

Nadere informatie

Meten: algemene beginselen. Harry B.G. Ganzeboom ADEK UvS College 1 28 februari 2011

Meten: algemene beginselen. Harry B.G. Ganzeboom ADEK UvS College 1 28 februari 2011 Meten: algemene Harry B.G. Ganzeboom ADEK UvS College 1 28 februari 2011 OPZET College 1: Algemene College 2: Meting van attitudes (ISSP) College 3: Meting van achtergrondvariabelen via MTMM College 4:

Nadere informatie

SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen

SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen SPSS Introductiecursus Sanne Hoeks Mattie Lenzen Statistiek, waarom? Doel van het onderzoek om nieuwe feiten van de werkelijkheid vast te stellen door middel van systematisch onderzoek en empirische verzamelen

Nadere informatie

Hoorcollege 2: Onderzoeksmethoden 08-01-13!!

Hoorcollege 2: Onderzoeksmethoden 08-01-13!! Hoorcollege 2: Onderzoeksmethoden 08-01-13 Stof hoorcollege Hennie Boeije, Harm t Hart, Joop Hox (2009). Onderzoeksmethoden, Boom onderwijs, achtste geheel herziene druk, ISBN 978-90-473-0111-0. Hoofdstuk

Nadere informatie

Deel 1 Concepten en kaders 29

Deel 1 Concepten en kaders 29 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inleiding 21 Deel 1 Concepten en kaders 29 1. Wat is praktijkgericht onderzoek? 31 1.1 Wat is onderzoek? 31 1.2 Onderzoek en professionele praktijk 32 1.2.1 Twee werelden 33 1.2.2

Nadere informatie

20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief

20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief 20/04/2013: Kwalitatief vs. Kwantitatief Wat is exact het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief marktonderzoek in termen van onderzoek (wat doe je) in termen van resultaat (wat kan je er mee) in

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Methodologie voor de sociale wetenschappen. Voorwoord. Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1. H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek?

Methodologie voor de sociale wetenschappen. Voorwoord. Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1. H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek? Methodologie voor de sociale wetenschappen Voorwoord XI Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1 H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek? 3 1.1. Inleiding 4 1.2. Enkele voorbeelden 6 1.2.1. De opwarming van

Nadere informatie

Klantonderzoek: statistiek!

Klantonderzoek: statistiek! Klantonderzoek: statistiek! Statistiek bij klantonderzoek Om de resultaten van klantonderzoek juist te interpreteren is het belangrijk de juiste analyses uit te voeren. Vaak worden de mogelijkheden van

Nadere informatie

Vaardigheden IV Delphine De smet 3 theorielessen 2 practica in groepen per 40, oefenen in SPSS

Vaardigheden IV Delphine De smet 3 theorielessen 2 practica in groepen per 40, oefenen in SPSS Vaardigheden IV Delphine De smet 3 theorielessen 2 practica in groepen per 40, oefenen in SPSS Examen: week 20-24 april: schriftelijk examen met toepassing SPSS, geen open boek, wel sterk toepassingsgericht,

Nadere informatie

Vaardigheden - Enquête HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52705

Vaardigheden - Enquête HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52705 Vaardigheden - Enquête HV 2 Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52705 Dit lesmateriaal is gemaakt

Nadere informatie

(Hoe) kan onze communicatie beter?

(Hoe) kan onze communicatie beter? Deel 3 Onderzoek (Hoe) kan onze communicatie beter? Marijke Manshanden* Uw organisatie heeft een communicatieprobleem. U wilt dit probleem oplossen, maar mist de informatie om tot een goede oplossing te

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Starten met het onderzoeksproces

Starten met het onderzoeksproces Starten met het onderzoeksproces hoofdstuk 1 casus Suxes is marktleider op de Nederlandse cateringmarkt. Het bedrijf is succesvol in meerdere marktsegmenten. Voor het hogeronderwijssegment heeft het een

Nadere informatie

PROJECTPLAN UMICORE OLEN

PROJECTPLAN UMICORE OLEN PROJECTPLAN UMICORE OLEN Naam studenten: Cescia Vanhout, Sofie Vandoninck, Lise Verachtert, Tinne Oostvogels, Michiel Janssens, Stijn Peeten Datum: 14 december 2009 INHOUD 1 Inleiding 3 2 Probleemstelling

Nadere informatie

College Week 2 Observeren en Meten

College Week 2 Observeren en Meten College Week 2 Observeren en Meten Inleiding in de Methoden & Technieken 2013 2014 Hemmo Smit Overzicht van dit college Meetniveaus Dataverzamelingsmethoden Steekproeven trekken Hiervoor lezen: Leary:

Nadere informatie

Bij het doen van een onderzoeksopdracht van welke aard ook- zijn de volgende onderdelen te onderscheiden :

Bij het doen van een onderzoeksopdracht van welke aard ook- zijn de volgende onderdelen te onderscheiden : Onderzoek Samenvatting: Het document is in te zetten om onderzoeksvaardigheden af te stemmen, en dan met name de vraagstelling, het soort onderzoek, de onderzoeksaanpak, en het gebruik van bronnen. Categorie:

Nadere informatie

Het gebruik van Excel 2007 voor statistische analyses. Een beknopte handleiding.

Het gebruik van Excel 2007 voor statistische analyses. Een beknopte handleiding. Het gebruik van Excel 2007 voor statistische analyses. Een beknopte handleiding. Bij Excel denken de meesten niet direct aan een statistisch programma. Toch biedt Excel veel mogelijkheden tot statistische

Nadere informatie

Sociaal-psychologisch onderzoek Examennummer: 111659 Datum: 21 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Sociaal-psychologisch onderzoek Examennummer: 111659 Datum: 21 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Sociaal-psychologisch onderzoek Examennummer: 111659 Datum: 21 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 10 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 40 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

HOGESCHOOL ROTTERDAM INSTITUUT CMI MEDIA & ONDERZOEK - SPSS CDMMEO01-3

HOGESCHOOL ROTTERDAM INSTITUUT CMI MEDIA & ONDERZOEK - SPSS CDMMEO01-3 HOGESCHOOL ROTTERDAM INSTITUUT CMI MEDIA & ONDERZOEK - SPSS CDMMEO01-3 Mw. E. van Hamersveld Opleiding Communicatie Rotterdam, februari 2012 0 sopgave 1.1 Algemene beschrijving 1.2 Doel van de cursus 1.3

Nadere informatie

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen....

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen.... HAVO 4 wiskunde A Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen.... 1. rekenregels en verhoudingen Ik kan breuken vermenigvuldigen en delen. Ik ken de rekenregel breuk Ik kan

Nadere informatie

Inhoud. Verder lezen 60

Inhoud. Verder lezen 60 Inhoud 1 Kwalitatief onderzoek in organisaties 11 1.1 De onderzoekscyclus 11 1.2 Kwalitatief onderzoek 12 1.3 Onderzoek binnen organisaties 13 1.4 Mixed-methodsonderzoek 14 1.5 Theoretische of praktische

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek

Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek Deelopdracht 1: Onderzoek naar het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek In deze deelopdracht ga je het onderwijsconcept van jouw leerwerkplek onderzoeken. Geerts en van Kralingen (2011) definiëren onderwijsconcept

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Workshop 1: Onderzoeksmethoden

Workshop 1: Onderzoeksmethoden Workshop 1: Onderzoeksmethoden Hoofdstuk 1: Introductie Wat zou er gebeuren als we gewoon uitspraken doen over bepaalde situaties zonder ze te onderzoeken? Personen krijgen dan bijvoorbeeld medicijnen

Nadere informatie

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen TIPS VOOR ENQUÊTES 1. Opstellen van de enquête 1.1 Bepalen van het doel van de enquête Voor je een enquête opstelt denk je eerst na over wat je wil weten en waarom. Vermijd een te ruime omschrijving van

Nadere informatie

Voor het propedeuseprogramma Inleiding onderzoeksmethoden 2007 2008

Voor het propedeuseprogramma Inleiding onderzoeksmethoden 2007 2008 De opdracht tot observatieonderzoek Voor het propedeuseprogramma Inleiding onderzoeksmethoden 2007 2008 De grote opdracht die een verplicht onderdeel is van het programma inleiding onderzoeksmethoden is

Nadere informatie

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45 Inhoud Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9 1 Onderzoek inkoopmarkt 9 1.1 Opzet van het marktonderzoek 10 1.2 Desk research 12 1.3 Field research 12 2 Inkoop en leverancierskeuze 15 2.1 Doelstellingen van

Nadere informatie

WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Verspreiden niet toegestaan Gedownload door: Tim Koops E-mail adres: mitspook@hotmail.com

Verspreiden niet toegestaan Gedownload door: Tim Koops E-mail adres: mitspook@hotmail.com Examen YRM10306 Beantwoord de meerkeuze vragen door het juiste antwoord te omcirkelen. Als je je hebt bedacht, zet dan een kruis door het aangegeven antwoord en omcirkel vervolgens het juiste antwoord.

Nadere informatie

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14 Statistiek met Excel Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Schoolexamen Wiskunde VWO: Statistiek met grote datasets... 5 Uibreidingsopdrachten vwo 5... 6 Schoolexamen

Nadere informatie

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

onvoldoende voldoende goed uitstekend 1 2 3 4 Er is een onderzoeksplan, maar de deelvragen kunnen niet leiden tot een goed antwoord op de hoofdvraag.

onvoldoende voldoende goed uitstekend 1 2 3 4 Er is een onderzoeksplan, maar de deelvragen kunnen niet leiden tot een goed antwoord op de hoofdvraag. Onderzoek Naam leerling:. Onderzoeksplan Er is een onderzoeksplan, maar de hoofdvraag is onduidelijk. Er is een onderzoeksplan, maar de deelvragen kunnen niet leiden tot een goed antwoord op de hoofdvraag.

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!!

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!! Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13 Stof hoorcollege Hennie Boeije, Harm t Hart, Joop Hox (2009). Onderzoeksmethoden, Boom onderwijs, achtste geheel herziene druk, ISBN 978-90-473-0111-0. Hoofdstuk

Nadere informatie

tudiewijzer Toegepast Communicatie Onderzoek Studentenhandleiding

tudiewijzer Toegepast Communicatie Onderzoek Studentenhandleiding S tudiewijzer Toegepast Communicatie Onderzoek Studentenhandleiding Inleiding Via communicatieonderzoek wordt op een systematische wijze informatie verzameld over allerlei aspecten van het communicatieproces

Nadere informatie

Collegedag eindonderzoek / kernbegrippen

Collegedag eindonderzoek / kernbegrippen Collegedag eindonderzoek / kernbegrippen Niek v/d Berg Onderzoeksaanpak & Rapportage Doelen van vandaag - Toetsing leerarrangement - Inzicht in kiezen en uitwerken onderzoeksaanpak - Eerste inzicht in

Nadere informatie

datavisualisatie Stappen 14-12-12 verzamelen en opschonen analyseren van data interpeteren hoorcollege 4 visualisatie representeren

datavisualisatie Stappen 14-12-12 verzamelen en opschonen analyseren van data interpeteren hoorcollege 4 visualisatie representeren Stappen datavisualisatie hoorcollege 4 visualisatie HVA CMD V2 12 december 2012 verzamelen en opschonen analyseren van data interpeteren representeren in context plaatsen 1 "Ultimately, the key to a successful

Nadere informatie

Patiënttevredenheidsonderzoek HU Klinieken; Mondzorg, Huidtherapie, Oogzorg, Logopedie en Tandprothetiek

Patiënttevredenheidsonderzoek HU Klinieken; Mondzorg, Huidtherapie, Oogzorg, Logopedie en Tandprothetiek Patiënttevredenheidsonderzoek HU Klinieken; Mondzorg, Huidtherapie, Oogzorg, Logopedie en Tandprothetiek Onderzoeksrapport Brittany Owusu Ansah HU Klinieken Bolognalaan 101 3584 CJ UTRECHT Begeleider HU

Nadere informatie

Checklist Wiskunde A HAVO 4 2014-2015 HML

Checklist Wiskunde A HAVO 4 2014-2015 HML Checklist Wiskunde A HAVO 4 2014-2015 HML 1 Hoofdstuk 1 Ik weet hoe je met procenten moet rekenen: procenten en breuken, percentage berekenen, toename en afname in procenten, rekenen met groeifactoren.

Nadere informatie

feb 2013 Instituut CMI SPSS les 2

feb 2013 Instituut CMI SPSS les 2 feb 2013 Instituut CMI SPSS les 2 Onderzoek toont aan.. Mobiele nieuwssites populairst onder 18-34 jarigen 18 tot 34 jarigen maken over de gehele dag het meest gebruik van mobiel internet. Dit blijkt uit

Nadere informatie

Dit bestand niet correct? Meld misbruik op www.saxionstudent.nl. Marktonderzoek Zoolverwarmer Dit document is opgesteld door www.saxionstudent.

Dit bestand niet correct? Meld misbruik op www.saxionstudent.nl. Marktonderzoek Zoolverwarmer Dit document is opgesteld door www.saxionstudent. Marktonderzoek Zoolverwarmer Dit document is opgesteld door www.saxionstudent.nl Voorwoord Voor u ligt het door ons opgestelde marktonderzoek inclusief de resultaten. Tijdens deze opdracht is gebruik gemaakt

Nadere informatie

3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625.

3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625. 3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625. Absolute verandering = Aantal 2004 Aantal 1994 = 1625 3070 = -1445 Relatieve verandering = Nieuw Oud Aantal

Nadere informatie

Ik wil de opdracht van VORIG ACADEMISCH JAAR laten meetellen bij de bepaling van het eindcijfer:

Ik wil de opdracht van VORIG ACADEMISCH JAAR laten meetellen bij de bepaling van het eindcijfer: VOORBLAD VOOR EEN SCHRIFTELIJK TENTAMEN/TOETS Vaknaam: METHODEN VAN BEDRIJFSECONOMISCH ONDERZOEK Vakcode: 300012 Datum tentamen: 25/05/2011 Duur tentamen: 150 MINUTEN Docent: BOUGIE, OSINGA, STALPERS ANR

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011 Introductie stage-scriptie combi Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011 Welkom toekomstige Scientist-Practitioners Achtergrond Vanuit Orthopedagogiek:GenG steeds meer accent op scientist-practitioner model

Nadere informatie

Inleiding tot het opstellen van een elektronische enquête met LimeSurvey

Inleiding tot het opstellen van een elektronische enquête met LimeSurvey Inleiding tot het opstellen van een elektronische enquête met LimeSurvey Cursus Wetenschappelijk denken en Informatica voor leidinggevenden in het UZ Brussel (voorjaar 2011) 4-3-2011 Herhaling titel van

Nadere informatie

Onderzoekend leren EEN STAPPENPLAN VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN. Onderzoekend leren EEN EEN STAPPENPLAN VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN

Onderzoekend leren EEN STAPPENPLAN VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN. Onderzoekend leren EEN EEN STAPPENPLAN VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN Onderzoekend leren EEN STAPPENPLAN VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN Onderzoekend leren EEN EEN STAPPENPLAN VOOR ONDERZOEKSOPDRACHTEN Bas van Bas Lanen van Lanen Cyrilla Cyrilla van der van Donk der Donk Inhoudsopgave

Nadere informatie

probleem analyse bepalen informatiebron onderzoeks ontwerp analyse rapportage

probleem analyse bepalen informatiebron onderzoeks ontwerp analyse rapportage Research in Business Administration Onderzoeksproces Probleem signaleren probleem analyse secundair bepalen informatiebron primair onderzoeks ontwerp kwalitatief kwantitatief respondent discussion guide

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 Snel aan de slag 3 Per Enquete 3 Een enquête + vragen toevoegen 6 Layout aanpassen 7 Een uitnodiging versturen 8 Resultaten bekijken 8 Tips en trucs 13

Nadere informatie

Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A.

Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A. Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A. Boek 1 H7, Boek 2 H7&8 Martin@CH.TUdelft.NL Boek 2: H7. Verbanden (Recht) Evenredig Verband ( 1) Omgekeerd Evenredig Verband ( 1) Hyperbolisch Verband ( 2) Machtsverband

Nadere informatie

Basisboek methoden en technieken

Basisboek methoden en technieken Basisboek methoden en technieken Deel 1 van 3 : Hoofdstuk 1 t/m 3 Ook verkrijgbaar : Deel 2 : Hoofdstuk 4 tot en met 7 Ook verkrijgbaar : Deel 3 : Hoofdstuk 8 tot en met 12 Bronvermelding: Titel: Basisboek

Nadere informatie

Methodologie & Profielwerkstukken

Methodologie & Profielwerkstukken Methodologie & Profielwerkstukken Erik Heijmans, WUR Arjen Nawijn, STOAS Sander Poort, CLV September 2014 Christelijk Lyceum Veenendaal, 2014 1. Onderzoeksprojecten soorten en doelen Twee soorten onderzoeksprojecten:

Nadere informatie

Het Pretesten van vragenlijsten in de dagelijkse praktijk. NPSO 17 mei Henk Foekema

Het Pretesten van vragenlijsten in de dagelijkse praktijk. NPSO 17 mei Henk Foekema Het Pretesten van vragenlijsten in de dagelijkse praktijk NPSO 17 mei Henk Foekema Pilot versus pretest Het testen van vragenlijsten in de dagelijkse praktijk > Technische fouten inhoudelijke fouten Technische

Nadere informatie

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Domein A: Vaardigheden

Domein A: Vaardigheden Examenprogramma Wiskunde A havo Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Algebra en tellen

Nadere informatie

MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands

MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands MASTERCLASS De datateam methode Examenresultaten Nederlands Taal op koers 29 oktober 2014 Cindy Poortman en Kim Schildkamp Uitdagingen in de onderwijspraktijk Voortijdige schooluitval Gebrek aan praktische

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Huisartsenposten

Werkinstructies voor de CQI Huisartsenposten Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg op een huisartsenpost (HAP) te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden

Nadere informatie

KWANTITATIEF TESTEN. experimenteel ontwerp (MIT 14) statistische analyse (MIT 15)

KWANTITATIEF TESTEN. experimenteel ontwerp (MIT 14) statistische analyse (MIT 15) KWANTITATIEF TESTEN experimenteel ontwerp (MIT 14) statistische analyse (MIT 15) tips Google Wikipedia MIT 14, 15 stats.stackexhchange.com ander onderzoek dat lijkt op het jouwe experimenteel ontwerp kwantitatieve

Nadere informatie

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010

Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010 Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010 Het correcte antwoord wordt aangeduid door een sterretje. 1 Een steekproef van 400 personen bestaat uit 270 mannen en 130 vrouwen. Een derde van de mannen is

Nadere informatie

Leertaak onderwijskunde Praktijkonderzoek deel B onderzoeksverslag Wat vind ik een goede docent?

Leertaak onderwijskunde Praktijkonderzoek deel B onderzoeksverslag Wat vind ik een goede docent? Leertaak onderwijskunde Praktijkonderzoek deel B onderzoeksverslag Wat vind ik een goede docent? In periode 2 heb je een onderzoeksplan geschreven voor een praktijkonderzoek tijdens je stage. Je hebt inmiddels

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Cultuur & Media Hoorcollege ach, we gooien er wel ff een onderzoekje tegenaan! Theo Ploeg

Cultuur & Media Hoorcollege ach, we gooien er wel ff een onderzoekje tegenaan! Theo Ploeg Cultuur & Media Hoorcollege ach, we gooien er wel ff Theo Ploeg 1 2 klas CC3? even na afloop bij me melden graag! 3 Wat ga ik behandelen? Wat is onderzoek? Waarom doe je onderzoek? Hoe doe je onderzoek?

Nadere informatie

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie Laurens Ekkel Tweede druk Boom Lemma uitgevers Amsterdam 2015 Voorwoord

Nadere informatie

ONDERZOEK DOEN. HENK LINDEMAN h.lindeman@aps.nl. Naam Datum

ONDERZOEK DOEN. HENK LINDEMAN h.lindeman@aps.nl. Naam Datum ONDERZOEK DOEN HENK LINDEMAN h.lindeman@aps.nl Naam Datum Onderzoeksvragen; uw keuze voor deze workshop Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen onderzoek doen en gedocumenteerd schrijven? Welke

Nadere informatie

Hoofdstuk I De statistiek in het onderzoek Doelstellingen: Statistiek Beschrijvende statistiek Inductieve statistiek

Hoofdstuk I De statistiek in het onderzoek Doelstellingen: Statistiek Beschrijvende statistiek Inductieve statistiek Hoofdstuk I De statistiek in het onderzoek Doelstellingen: De student kent de diverse fasen van het onderzoek en begrijpt de rol van de statistiek in dat kader. De student begrijpt de besproken begrippen.

Nadere informatie

Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Sociologie - 2012-2013

Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Sociologie - 2012-2013 Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - - P Sociologie - 2012-2013 Vrije Universiteit Amsterdam - - P Sociologie - 2012-2013 I Inhoudsopgave Premasterprogramma Sociologie 1 Vak: Beschrijvende en inferentiële

Nadere informatie

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP Onderzoeksartikel 5 juni 2014 De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP M.R.L. Nass; onderzoekstudent Farmakunde Abstract Doelstelling: Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van

Nadere informatie

Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek. Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015

Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek. Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015 Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015 Centrale tendentie Centrale tendentie wordt meestal afgemeten aan twee maten: Mediaan: de middelste waarneming, 50%

Nadere informatie

Grafieken Cirkeldiagram

Grafieken Cirkeldiagram Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback Aanleiding De lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen werkt mee aan het SURF-project Nonsatis scire. In het kader van dit project wordt een pilot

Nadere informatie

[PROFESSIONEEL HANDELEN & ONDERZOEK]

[PROFESSIONEEL HANDELEN & ONDERZOEK] 2012-2013 Hogeschool Arnhem en Nijmegen Robert-jan Greup [PROFESSIONEEL HANDELEN & ONDERZOEK] Samenvatting van onderzoeksmethode voor sportstudies. Inhoud Wat is onderzoek?... 2 De definitie van onderzoek...

Nadere informatie

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.

Nadere informatie

2. Veelvoorkomende onderzoekstypen bekeken vanuit het perspectief van het methodologisch handelingsmodel

2. Veelvoorkomende onderzoekstypen bekeken vanuit het perspectief van het methodologisch handelingsmodel 2. Veelvoorkomende onderzoekstypen bekeken vanuit het perspectief van het methodologisch handelingsmodel Het methodologisch handelingsmodel is toepasbaar op elk onderzoek. Het maakt niet uit of je het

Nadere informatie

Opdrachten voor het cluster Organisatie, bedrijf en bestuur

Opdrachten voor het cluster Organisatie, bedrijf en bestuur Praktijkonderzoek voor bachelors leidraad voor studenten bij het (af)studeren in het competentiegericht hbo Opdrachten voor het cluster Organisatie, bedrijf en bestuur Jef Mertens bussum 2010 Deze opdrachten

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijdemeren

Rekenkamercommissie Wijdemeren Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van

Nadere informatie