Bepalingen tot regeling van den kleinhandel in alcoholhoudende dranken.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "355. 2 3. Bepalingen tot regeling van den kleinhandel in alcoholhoudende dranken."

Transcriptie

1 bestaan, tenzij zij worden ingetrokken of vervallen; andere zoodanige vergunningen kunnen vóór 1 Mei 1930 op schriftelijk verzoek door burgemeester en wethouders worden overgeschreven op een natuurlijk persoon. Het bepaalde in artikel 27, derde, zesde en zevende lid, vindt overeenkomstige toepassing. De overgeschreven vergunningen worden voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, beschouwd als vergunningen, welke zijn verleend na 1 Mei Artikel Onze besluiten, genomen krachtens een van de artikelen 1, vierde lid; 4, tweede lid; G, eerste of vierde lid; 35, eerste lid; 43, tweede lid; 45, derde lid, of 47, eerste lid, van de Drankwet worden geacht te zijn genomen krachtens onderscheidenlijk een van de artikelen 2; 5, tweede lid; 9, eerste of vierde lid; 40; 51, derde lid; 53, derde lid, of 55, eerste lid, van deze wet. 2. Toestemming, door Ons of door Gedeputeerde Staten verleend krachtens artikel 10 van de Drankwet, wordt geacht door Onzen Minister te zijn verleend krachtens artikel 14 van deze wet. 3. Verordeningen, vastgesteld krachtens een van de artikelen 6, tweede lid; 7, eerste lid, 1. of 2., of 35, tweede lid, van de Drankwet, worden geacht te zijn genomen en door Gedeputeerde Staten goedgekeurd krachtens onderscheidenlijk een van de artikelen 9, tweede of derde lid; 10, eerste lid, 1. of 2., of tweede lid, of Het bepaalde in de laatste twee zinsneden van het eerste lid van artikel 8 is mede van toepassing op 'machtigingen, door Ons verleend krachtens artikel 5, eerste lid, van de Drankwet. Artikel De plaatselijke verordeningen, regelende het heffen van vergunningsrecht, worden overeenkomstig de bepalingen dezer wet herzien binnen zes maanden na den dag, waarop deze wet in werking is getreden. Die verordeningen blijven in geen geval langer dan dien termijn van zes maanden van kracht. 2. De verordeningen, regelende het heffen van verlofsrecht, worden vastgesteld binnen den in het tweede lid genoemden termijn. Het bepaalde in artikel 43, eerste lid, treedt in werking drie maanden nadat die verordeningen zijn vastgesteld.? 6. Slotbepalingen. Artikel 77. De Drankwet vervalt met ingang van den dag, waarop deze wet in werking treedt. Artikel 78. Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag. Artikel 79. Deze wet kan worden aangehaald onderden titel Drankwet", onder bijvoeging van jaar en nummer van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, :J MEMORIE VAN TOELICHTING. Het wetsontwerp, waarbij deze memorie behoort, heeft een drieledig doel. A. De Drankwet moet op eenige punten aan eene technische herziening worden onderworpen. Dit is reeds van verschillende zijden betoogd en door de Regeering toegegeven. 13. De veranderde toestanden in de samenleving vorderen eenige verruiming van de grondslagen der wet. C. Overeenkomstig de toezegging in de verklaring, door den Kabinetsformateur in Maart 1920 afgelegd, wordt een voorstel tot invoering van de plaatselijke keuze gedaan. Deze drie groepen van wijzigingen en aanvullingen laten het beginsel van de wet : het maximum-vergunningstelsel, onverlet. Voor wijziging van dat beginsel is thans geen aanleiding, omdat 1. het betrekkelijk nut er van vrijwel algemeen erkend wordt en niet gezegd kan worden dat het voor de tegenwoordige maatschappij verouderd is; 2. een beter en practisch uitvoerbaar stelsel nog niet is gevonden. Blijven dus de hoofdzaak en de voornaamste bepalingen van de wet, zooitls die in 1904 zijn tot stand gekomen, behouden, de ontworpen wijzigingen zijn toch zóó veelvuldig en ten deele van zóó ingrijpenden aard, dat de vorm van een nieuwe wet de voorkeur verdiende. Bij deze memorie is als bijlage gevoegd een afdruk van den tekst der wet naast dien van het wetsontwerp. Had aanvankelijk de Drankwet een meer politiair karakter en kwam zij deswege tot stand op initiatief en later met medewerking van den Minister van Justitie, zij heeft, nu het sociaalhygiënisch karakter van de drankbestrijding ook door de opneming van de inspectie in het Staatstoezicht op de Volksgezondheid tot uitdrukking is gekomen, meer zuiver een sociaalhygiënische strekking verkregen. Daarom draagt deze Memorie niet de mede-onderteekening van den Minister van Justitie. Aan de toelichting tot de artikelen mogen enkele opmerkingen bet rel lende de hierboven aangegeven drie groepen van wijzigingen voorafgaan. Groep A. De voornaamste technische wijzigingen, die worden voorgesteld, zijn de volgende. 1. De verplichte splitsing van den verkoop in tappen en slijten wordt omgezet in eene facultatieve. De voor gemeenten boven zeker zielental verplichte splitsing van den kleinhandel in sterken drank heeft practisch meer last dan voordeel gegeven. Het toezicht op de naleving van.de voorschriften voor tappen en voor slijten is niet gemakkelijk; afdoende controle tegen slijten door tappers en omgekeerd zou van de politie een krschts* inspanning vorderen, waarvan het nut niet zou opwegen tegen de kosten en de moeite. Wordt, overeenkomstig het wetsvoorstel, de splitsing facultatief gesteld, d. w. z. afhankelijk van het verzoek van belanghebbende, dan wordt aan de behoeften der praktijk tegemoet gekomen en een prikkel voor wetsontduiking, waartegenover gering nut staat, weggenomen.

2 Door de wijziging van de Drankwet in 1025 zijn voor de [ogementbvergunningen scherpere bepalingen tot stand gekomen. J)e werking daarvan, die aanvankelijk gunstig ia, moet worden afgewacht. Het nuttig effect zal evenwel kunnen worden verhoogd door <le helling \ an een matig jaarlijkseh vergunningsreoht, waarvan Rijk en gemeente ieder de helft ontvangen. Door dat recht wordt eensdeels het bezit van eene logementsvergunning minder begeerlijk voor wie haar slechts voor een zekeren schijn \ erlangt en worden anderdeels <le kosten, die de behandeling van de logementsvergunningen voor den Kijksdienst veroorzaakt door noodzakelijk inspectie-onderzoek ter plaatse, vergoed. In verband daarmede wordt de bepaling, dat de vergunning voor één jaar wordt verleend, met verlenging telkens voor één jaar, indien hot vergunningsrecht tijdig is betaald, ook voor logementsvergunningen geldig gemaakt. (Zie art. 20, lid 4, en art. 22 van het ontwerp.) Vermits de goede inrichtingen voor huisvesting van reizigers door het spraakgebruik worden aangeduid met het woord hotel", wordt de term logementsvergunning" vervangen door den term hotelvergunning". 3. De grondslag voor het vergunningsrecht: huurwaarde van localiteit in verband met omvang van het bedrijf, heeft reeds jarenlang tot velerlei klachten aanleiding gegeven, omdat eene schatting daarvan anders dan naar zuiver subjectief inzicht niet mogelijk was. Om hieraan te gemoet te komen wordt voorgesteld, dat de omvang van den kleinhandel in sterken drank voortaan grondslag zal zijn. Daarvoor kunnen objectieve gegevens worden gevonden in insla g- en uitslagregisters van de vergunninghouders, waarvoor bij algemeenen maatregel van bestuur nadere voorschriften gegeven moeten worden. 4. De vervanging van den vergunninghouder wordt geregeld. De bepaling van art. 24 van de wet, dat de vergunning uitsluitend geldt voor den persoon des verzoekers, sluit uit, dat een ander voor eigen rekening het bedrijf voor den vergunninghouder uitoefent; een derde mag alleen op naam en risico van den vergunninghouder handelen. De praktijk heeft met behulp van Bchijn-contracten zich weten los te maken van het wettelijk voorschrift. De meeste vervangers handelen op eigen naam en risico, maar zijn door schijn-eontracten gevrijwaard tegen vervolging wegens het drijven van kleinhandel in sterken drank zonder de vercischte vergunning. Dat hieruit onverkwikkelijke toestanden zijn gegroeid, valt licht te begrijpen. Er is reden voor de vraag, of door het geldende strenge voorschrift, indien het werd nageleefd, hot doel der wet beter zou worden bereikt. Het persoonlijk karakter van de vergunning is voor het doel van de wet onmisbaar omdat 1. de vergunning, bleef zij voortbestaan na den dood van den vergunninghouder, bestendig en een vermogensobjeet zou worden; 2". niet ieder kan worden toegelaten tot de uitoefening van het bedrijf. Deze twee motieven komen evenwel ook tot hun recht, indien den vergunninghouder wordt toegestaan, gedurende zijn leven het bedrijf te laten uitoefenen, door dat te verpachten aan een derde, die voldoet aan de eischen, die aan den vergunninghouder gesteld worden. Artikel 25 van het ontwerp berust op deze overwegingen. Dat artikel komt niet aan alle bezwaren van belanghebbenden tegemoet. Vergunninghouders en pachters klagen wederkeerig over knevelarijen. De wetgever kan daarin niet tussehen beide komen. Wanneer de wet zal toelaten, dat beide partijen een eerlijk contract van vervanging, van verpachting van een zaak aangaan, moet het aan belanghebbenden worden overgelaten hoe zij hun verhoudingen willen regelen. Allerminst ligt hierin een aanleiding, om voor alle gevallen overschrijving van de vergunningen op de pachters mogelijk te maken. Daardoor toch zou een van de groote voordeden van de wet van 1004 te loor gaan, nl. de strengere handhaving van het volstrekt persoonlijke karakter van de vergunning, waardoor belet werd, dat zij tot een zakelijk', tot een vermogensrecht zou uitgroeien, dat den wetgever zou belemmeren en een macht te meer zou worden tegen de pogingen, liet alcoholisme te bestrijden. Het voorgestelde nieuwe artikel 25 is niet vereenigbaar met de gedachte, die is belichaamd in art. 28, 2. van de wet, nl. dat de vergunninghouder als regel moet wonen in het huis, waarin hij het bedrijf uitoefent. Deze bepaling heeft veel last gegeven; men heeft op allerlei manieren getracht, haar te ontduiken. Zij kan vervallen zonder schade voor het doel van de wet. 5. De overbrenging van eene vergunningszaak naar een ander huis kan, ingevolge art. 25 der wet, alleen plaats vinden met 1 Mei. Dit is te beperkt; vooral wanneer door eene inrichting voor maatschappelijk verkeer (art. 26 der wet) eene vergunning wordt opgekocht, levert dit voorschrift nuttelooze belemmering op. De werking der wet wordt niet in het minste geschaad, indien de overbrenging ook in den loop van een vergunningsjaar kan plaats vinden, mits slechts éénmaal in een jaar, opdat herhaalde verplaatsing naar gelegenheden, waar de kans op verkoop tijdelijk groot is, worde vermeden. 0. De weduwe van een vergunninghouder heeft ingevolge art. 15 der wet recht van voorrang, wanneer er eene vergunning beschikbaar is. Aangezien dit dikwijls niet het geval is, tracht menige weduwe nog een profijt van de vergunning te trekken door haar te verkoopen, hetzij ten behoeve van de toepassing van art. 5, lid 2, der wet (één nieuwe vergunning tegen intrekken van twee bestaande) of van art. 26. Geheel in overeenstemming met de strekking der wet is dit niet, maar het is te begrijpen, dat deze praktijk zich vestigde. Zonder schade voor de werking der wet kan de mogelijkheid worden geopend, dat eene vergunning op de weduwe van den houder wordt overgeschreven, mits zij voldoe aan de eischen, die aan den persoon van den vergunninghouder in de wet worden gesteld. Art. 27, Ie lid, ia uitvloeisel van deze gedachte. 7. Art. 40 der wet heeft de instelling van plaatselijke commissies mogelijk gemaakt. Tot dusver is in 8 gemeenten, nl. Leeuwarderadeel, Lemsterland, Alkmaar, Arnhem, Heerlen, Almelo, Maastricht en Apeldoorn eene commissie ingesteld. Daaronder zijn gemeenten, waar het instituut geslaagd mag worden geacht. Over het geheel kan evenwel het instituut niet als geslaagd worden beschouwd; de sympathie van de bevolking heeft liet niet. Bij art. 48 van de wet van 1004 is eene speciale inspectie voor het toezicht op de naleving van deze wet ingesteld. Dat toezicht was administratief en politioneel. Bij de Gezondheidswet van 1019 is deze speciale inspectie met beperkte taak opgeheven en is een tak van het Staatstoezicht op de volksgezondheid belast met het toezicht op de drankbestrijding, waaronder begrepen wordt de naleving van de Drankwet. Daarmede is, overeenkomstig de bedoeling, het geheele werk op den broederen grondslag van sociale hygiëne geplaatst. Daaruit wordt, nu de wet grondig herzien wordt, de voor de hand liggende consequentie getrokken, dat de gezondheidscommissies eene adviseerende taak hebben te vervullen ten aanzien van plaatselijke verordeningen (art. 14 der Gezondheidswet). Art. 49 van de wet kan veilig geschrapt worden. Bij de bespreking van de artikelen zal blijken, dat en waarom op onderscheidene andere punten wijzigingen van meer of minder belang worden voorgesteld. Groep B. Bij de wetswijziging van 1904 werd de verkoop van alcoholhoudenden drank anderen dan sterken drank voor gebruik ter plaatse onder controle gebracht ter wille van de beteugeling van den clandestienen handel in sterken drank. Dat de wetgever daarmede een onjuisten maatregel zou hebben genomen, kan niet worden gezegd; integendeel, de ervaring heeft hem in het gelijk gesteld. De bierhuizen waren en zijn bij voortduring gelegenheden, waar de wet ontdoken wordt. Hierbij komt eene verandering in het maatschappelijk gebruik. Door allerlei invloeden, die hier niet behoeven te worden nagegaan, is het verbruik van bier en van goedkoope wijnen in sommige groepen der bevolking toegenomen. Bij Consultatie-bureau's voor alcoholisten kan van eene toeneming van bier-alcoholisten gesproken worden. En ook van wijn-alcoholisme doen zich verschijnselen voor. Onderzoekingen door de inspectie in vele gelegenheden, waar het ordelijke publiek niet komt en die bij de politie beter bekend zijn, hebben geleerd, dat met name het

3 Bijlagen Tweede Kamer, n bier zoowel ten opzichte van hel alcoholisme all van de aantasting vim de goede zeden een rol [ gaan spelen, die onder zekere omstandigheden gevaarlijk is en waarop de wetgever bedacht moet zijn. De geldende wet biedt niet voldoende gelegenheid om het geschetste kwaad f e weren. I )e oplicht ing van Z.g. bierhuizen kan vrijwel onbelemmerd plaats vinden; uit de provinciën, waar zij het veelvuldigst voorkomen) is hij herhaling aangedrongen op maatregelen van beperking. Jlet meest radicale zou zijn, den verkoop van alle alcoholica te onderwerpen aan den maatregel, dien de Drankwet thans voorschrijft ten opzichte van den klein* handel in sterken drank. ZÓÓ krasse maatregel zou evenwel alleen aannemelijk gemaakt kunnen worden, indien andere, minder ver reikende maatregelen nutteloos gebleken waren of bij voorbaai geacht moesten worden. Noch het een, noch het ander is het geval. De maatregelen, die in het.aangeboden wetsontwerp worden voorgesteld gaan dan ook niet ZÓÓ ver. Zij zijn de volgende. 1. Alle verkoop van alcoholhoudenden, niet-sterken, drank, (in het ontwerp genaamd: zwak alcoholische drank; zie art. 1/») wordt gebonden aan een verlof en dat wel, in afwijking van de geldende wet, onverschillig of die verkoop geschiedt voor gebruik ter plaatse of voor gebruik elders. Jn overeenstemming met hetgeen voor den kleinhandel in sterken drank is bepaald, wordt een grens gesteld aan de hoeveelheid, die niet zonder verlof verkocht mag worden. Die grens is in art. 1, d, bepaald op tien liter, waardoor de verkoop bij fleschjes voor gebruik op straat er mede onder valt. 2. De verloven voor dezen kleinhandel, (verlof A, zie art. 1, ;') worden gebonden aan een maximum (zie art. 37), dat gelijk is gesteld aan het wettelijk maximum der vergunningen, maar bij Koninklijk besluit, op voorstel van den gemeenteraad en nadat Gedeputeerde Staten zijn gehoord, kan worden verlaagd. Blijkens de statistiek, opgenomen in Verslagen en Mededeelingen betreffende de Volksgezondheid van December 192(1 (blz. 1576/7) werd >>p 1 Mei 1020 in inrichtingen krachtens vergunning sterke drank in het klein verkocht; het vastgestelde maximum was op dien dag, voor zoover niet verlaagd: ; voor zoover verlaagd: 7320; totaal Men zie hierbij art. 72, vijfde lid, waardoor gunstige plaatselijke toestanden worden gehandhaafd. De starheid van het maximum-stelsel wordt verzacht door art. 38. Het voordeel van de regeling zal zijn, terstond, dat er een grens zal zijn gesteld, die, voor later, geleidelijk kan worden ingekrompen. 3. In verband met 1 en 2 zijn in art. 40 de bepalingen van art. 10 van toepassing verklaard ten aanzien van verloven A, waardoor de gemeenteraad de bevoegdheid verkrijgt, de verspreiding van die verloven in de gemeente te regelen. 4. In art. 43, lid 1, is voorgesteld de heffing van een verlofsrecht van vijf en twintig gulden. Hierdoor zal eenige rem worden gelegd op de neiging, overal bierhuis te houden. Wordt art. 43, lid 2, wet, dan zal de helft van het verlofsrecht aan het Kijk moeten worden afgedragen. Het onderzoek in verband met de loealiteitseischeu en de vele verzoeken om ontheffing daarvan veroorzaakt voor het liijk niet geringe kosten van reizen en verblijf van de ambtenaren der inspectie. Het is billijk, dat het E ijk daarvoor eenige vergoeding ontvangt. Ten aanzien van het vergunningsrecht wordt de bestaande toestand onveranderd gelaten, omdat anders zou worden ingegrepen, zij het ook op een punt van meer ondergeschikt belang, in de financieele positie van de gemeenten en dat wel in haar nadeel. 5. In aansluiting aan het vorenstaande zijn eenige \erbodsbepalingen, die tot dusver alleen golden voor de localiteiten metvergunning, ook van toepassing verklaard op localiteiten met verlof A. Men zie de artt. 51 en volgende van het ontwerp. 6. Evenals tot dusver zal een verlof niet noodig zijn voor localiteiten, waarvoor reeds eene vergunning met uitzondering van eene slijtvergunning is verleend. (Zie art. 30, lid 1, van het wetsontwerp.) Daaraan is onder b van het eerste lid van Handelingen der Staten-Generaal. Bijlagen art. 86 toegevoegd de hotelvergunning, omdat, in overeenstem* ming met de wetswijzing van 1025, de localiteiten, waarvoor vergunning geldt, uitsluitend of in hoofdzaak voor logeergasten moeten dienen, en ecu verlof strekt voor den verkoop aan ieder. Voor de hotels met vergunning is, ter wille van hei verkeer, de verkoop van zwak alcoholischen drank vrijgelaten,,in hool'dzaak" aan logeergasten. Voorts is in art. 86, lid 1, o, vrijstelling van hei vereiaehte van verlof opgenomen voor de slijterijen, winkels, pakhuizen, enz., waarin alleen dranken in gesloten Elesscherj enz. worden verkocht. In de laatste jaren heeft zich in allerlei wildsels, als kruideniers-, groentenw inkels en dergelijke, een verkoop van goedkoopc soorten wijn ontwikkeld, waardoor deze dranken op in het oog vallende wijze onder het publiek worden gebracht. Hier schuilt een gevaar, dat nu nog geweerd kan worden. 7. Ten aanzien van de verloven A zullen volgens het wetsontwerp vrijwel dezelfde regelen gelden als ten aanzien van de vergunningen, voornamelijk met betrekking tot verplaatsing van het bedrijf, overschrijving van de akte op een ander, vervanging enz. Onder de weigeringsgronden is mede opgenomen de eiscji, dat een verlof A alleen worde gegeven aan een natuurlijk persoon. Art. 72, derde lid, voorziet, in verband daarmede, in het vervallen van de verloven van rechtspersonen. Opdat evenwel met de moderne ontwikkeling van bedrijven worde rekening gehouden, is bepaald, dat voor inrichtingen Voor maatschappelijk verkeer de verloven aan rechtspersonen verleend kunnen worden (art. 41, lid 8) en reeds verleende verloven in stand kunnen blijven (art. 72, lid 3). In de overgangsbepalingen is voorzien in de aanpassing van den toestand aan de nieuwe voorschriften. Ten aanzien van de wijnhandelaren met verlengbaar crediet, is de regeling, gegeven in art. 57 van de wet, overgenomen in art. 07 van het wetsontwerp, met dien verstande evenwel, dat de vrijstelling beperkt is tot de gemeenten en de inrichtingen, waarin de wijn onder verlengbaar crediet in voorraad was op 1 Januari Naast deze meer bindende bepalingen is opgenomen een regeiing voor den verkoop van alcoholvrije dranken, die overeenstemt met hetgeen thans in de wet te dien aanzien is bepaald. De hiervoor bestemde verloven zijn in art. 1, k, genoemd, verlof B. Groep C. In de artt. 0 en 7 van het ontwerp zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot de plaatselijke keuze. In herinnering moge worden gebracht, dat dit voorstel een voorlooper heeft gehad in het voorstel-iïftgers (Gedrukte Stukken , n". 392), waarvan het evenwel in enkele opzichten afwijkt. Wat den vorm betreft, is het voorstel slechts eene uitbreiding van wat in 1904 in art. 4, 2de lid, 3. der wet en ook thans in ontwerp (art. 5) is vastgelegd. Kan volgens de wet een voorstel, de vergunningen, die na 1 Mei 1904 zijn verleend, te doen vervallen, slechts uitgaan van den gemeenteraad, volgens het ontwerp zal zoodanig voorstel ook kunnen uitgaan van de kiezers, overeenkomstig de in art. 6 opgenomen meerderheids-vereischten. Wat het beginsel betreft, moet dan ook alleen deze uitbreiding worden gemotiveerd. Het afdoende motief ligt in de omstandigheid, dat het hier geldt' een samenlevings-versehijnsel, dat tot ernstig kwaad kan leiden en heeft geleid en waarbij de belangen van alle leden der samenleving meer of minder zijn betrokken. ]n de gemeenteraden dreigen dik* wijls politieke en andere overwegingen eene beslissing te vertroebelen. Bovendien heeft een besluit, dat wordt genomen op voorstel van eene groote meerderheid der bevolking eene zede- Iijke beteekenis, die het mist, wanneer de gemeenteraad het voorst(d heeft gedaan. Het laatste strookt ook minder met onzen volksaard, die uit vrije beweging wil doen wat, van boven af opgelegd, tegenzin wekt.

4 Bepalingen tot regeling van den klei nhande] in alcoholhoudende dranken. Er kan ook zeer veel aan gelegen xijn, dat de burgers, de naast belanghebbenden, zich op dit ipeoiale punt kunnen uitspreken. Velen, dk' zich van de drankbestrijding zelve afzijdig houden, zullen door c ene stemming geroepen worden, zich rekenschap te Reveil van een gewichtig belang der samenleving. Hiertegen kan staatrechtelijk geen bedenking rijzen, omdat het slechts gaat om een voorstel, waartegenover de Koningin vrij blijft in Hare beslissing. Het wetsontwerp wijkt op twee punten al' van het voorsteb HUTUEBS. Dat voorstel omvatte ook de vergunningen, verleend vóór 1 Mei 1904, voor welker vervallen eene schadeloosstelling onvermijdelijk was. Met bel oog op den toestand van 's landa Financiën en de vele, zeker niet minder dringende behoeften, die onvervuld moeten blijven, is afgezien van het vervallen van vergunningen, die vóór 1 Mei 1904 zijn verleend. Het bepaalde in art. 4, lid 2, 8., der wet heeft bij voorbaat alle recht op schadevergoeding uitgesloten ten aanzien van de vergunningen, verleend na 1 Mei Practiseh is deze in het ontwerp opgenomen beperking der plaatselijke keuze van weinig bet eekenis, omdat het aantal vergunningen, die vóór 1 Mei 3901 zijn verleen.i, geleidelijk moet verminderen door overlijden van de vergunninghouders of door intrekking. Men zie hierbij ook art. 27, laatste lid. Het voorstel-ruïgehs omvatte ook' de socië(cifs- en logenientsvergunningen. Het wetsontwerp is hiermede in ovoreenstemming, omdat ten aanzien van deze beide soorten van vergunning van schadevergoeding geen sprake behoeft te zijn. Voor sociëteiten en hotels heeft de vergunning geen eigenlijke bedrijfsw aarde; deze inrichtingen kunnen zich met verloven A even goed redden. Evenwel is in afwijking van het voorstel-rutqebs de plaatselijke keuze in het ontwerp beperkt tot het vervallen verklaren van vergunningen en het verbod, nieuwe vergunningen te verleenen, zoowel ten aanzien van de geheele gemeente als ten aanzien van bepaalde wijken. Verlaging van het maximum is een maatregel, die aan de gemeenteraden kan worden overgelaten en voor een stemming van de kiezers van niet voldoend helang is. Het belangrijke en meer omslachtige middel van eene plaatselijke stemming moet alleen op een groot object als het verdwijnen van vergunningen gericht worden. Opdat de toestand, ingeval een plaatselijk voorstel succes zou hebben, voor hen, wier vergunningen vervallen, niet al te bezwarend zal zijn, is in art. 39, 1ste lid, 2., bepaald, dat hun een verlof A kan worden gegeven, ook al is het maximum der verloven A bereikt. Het ontwerp-butoers regelde de stemming meer in onder» deelen. Eenige zuiver administratieve regelingen kunnen veilig worden overgelaten aan een algeiiu enen maatregel van bestuur. Ter toelichting tot de artikelen diene het volgende: Artikel L. (i. De definitie van..sterken drank" is vrucht van chemische voorlichting, waardoor kwam vast te staan, dat langs chemisehen weg het verschil tusschen gedistilleerden en gegisten drank niet is vast te stellen. Het alcoholpercentage alleen geeft een veilig criterium. Vermits nu gegiste dranken blijven beneden het alcoholpercentage van 15, is dat getal als grens aangenomen. b. De definitie van wijn Inschrijft wat van ouds als wijn" is beschouwd. Wel is waar zijn er enkele buitenlandsche wijnsoorten mei hooger alcoholgehalte, maar deze zijn niet algemeen gebruikte «banken; zij behooren door den prijs, die er voor betaalt moet worden, tot de artikelen van weelde, die geen gevaar voor de massa opleveren. N'aast..wijn" wordt afzonderlijk vermeld vruchtenwijn, een binnènlandsch product) welks alcoholgehalte blijft beneden 15 0/ Dranken, die wijn genoemd worden, maar niet beantwoorden aan de onder /> 2 gegeven definitie, zullen alleen op hun alcoholgehalte getoetst moeten worden. c /.. Deze termen vergemakkelijken de terminologie van de wet. Artikel 2. De bepaling van dit artikel is ontleend aan het. Vierde lid van art. 1 der wet met deze verandering, dat als criterium voor,,gesloten" is gesteld, dat niet zouder hulpmiddel geopend kan worden. Artikel 3. Aan hel derde lid van dit artikel is toegevoegd als Vereischte, het bewijs, dat de verzoeker de beschikking beeft over de localiteit. Dit in verband met art. 12, 10". Hel vierde lid van art. 2 van de wet, voorschrijveilde, dat bij een verzoek om eene logementsvergunning eene verklaring nopens hel gebruik van de vergunning moei worden gevoegd, is niet overgenomen. Uit ingewonnen ambtsberichten is gebleken, dat die verklaring nog steeds in veel verzoekschriften ontbreekt, wat tot noodeloozen omslag aanleiding geeft. Artikel 1. Dit artikel wijkt af van art. 3 der wet. Do vrijstel* ling onder 1., die in hoofdzaak overeenstemt met de wet, is nader beperkt door liet vereischte, dat er gelegenheid zij voor het bereiden van warme spijzen. Daardoor worden, om voor de band liggende redenen, autobussen, die voor het grensverkeer in toenemende male worden gebezigd, uitgesloten. Onder 2. is, in overleg met den Minister van Oorlog, geschrapt de verstrekking op marseh. Artikel 5. Dit artikel stemt, behoudens eene enkele verande* ring, overeen met art. 4 van de wet. De veranderingen zijn: (i. Het tweede lid is onder 2. uitgebreid tot alle vergunningen, dus ook sociëteit" en hotelvergunningen. Zou het stopzetten van liet verleenen van nieuwe vergunningen door burgemeester en wethouders grooter omvang verkrijgen, dan zou ook de prikkel, sociëteiten op te richten of hotels als uitweg te bezigen, grooter worden. En er is geen reden, om ten deze een principieel verschil te maken tusschen gewone vergunningen en hotel- of soeiëteitsvergunningen. Gelijksoortige overwegingen gelden bij 3"., waarvoor overigens moge worden verwezen naar het algemeen deel dezer Memorie, b. Onder 4. is in het tweede lid eene bepaling opgenomen nopens wijzigen of intrekken van een besluit. Dit is eene zuiver formeele aanvub ling. c, De redactie van het derde lid is gewijzigd, zonder dat de zin veranderd is. d. Het vierde lid is nieuw, maar behoeft niet te worden toegelicht. Artikel 0. Bij dit artikel is, behoudens de wijzigingen, die voortvloeien uit de beperkter strekking, in hoofdzaak gevolgd de redactie van de eerste vier leden van art. 4bia van het voorstel-lü'tokks. Wat'in de leden 5 8 van dat artikel was geregeld, kali worden overgelaten aan een algemeenen maatregel van bestuur. Artikel 7. Dit artikel stemt overeen met artikel Atcr van evengenoemd voorstel, behoudens twee afwijkingen. Voorzien is in het geval, dat het aantal der vervallen vergunningen het maximum overschreed. Het is billijk dat de vergunningen tot het oude aantal herleven. In overeenstemming met hetgeen elders in dit ontwerp ten aanzien van den voorrang van weduwen is bepaald, wordt in dit artikel aan de weduwe een voorrang vóór alle andere verzoekers gegeven. De overige bepalingen van het ont w erp-rt'tgers behoeven hier niet te worden overgenomen, omdat volgens de voorgestelde regeling van schadevergoeding geen sprake behoeft te zijn. Artikel 8. Dit artikel is in hoofdzaak overgenomen uit de geldende wet (art. 5). De volgende veranderingen zijn evenwel aangebracht. 1. In verband met het zeer beperkte belang der beslissing is in het eerste lid de toestemming van den Minister in de plaats van die van de Koningin gesteld. 2. Opgenomen is aan het slot van het eerste lid, dat voorwaarden aan de machtiging verbonden kunnen worden waardoor twijfel nopens de rechtmatigheid van de bestaande praktijk zal worden opgeheven, en dat de vergunning vervalt als de machtiging wordt ingetrokken, waardoor de mogelijkheid wordt

5 Bepalingen tot regeling van den kleinhandel in aleoholboudende dranken. gegeven, de buitengewone vergunning te doen vervallen als do inrichting van karakter verandert. Mei de woorden aan bet dol van net eerste lid:,,die overeenkomstig deze wet hel bedrijf in zijn plaats uitoefent", welke woorden ook elders in hel ontwerp worden gebezigd, worden aangeduid ZOOWel de personen, bedoeld in art. 24, tweede en derde lid, als de Z.g. zet kastelein en de Z.g. paehter (art. 25). 3. Het tweede lid van art. 5 van de wet heelt door den faeultatieven vorm aanleiding gegeven tot oompetentie-vragen. De redactie van liet thans voorgestelde tweede lid snijdt die al'. Burgemeester en Wethouders moeten de vergunning geven, als zij het verzoek getoetst lubben aan art. 12, Voorts snijdt de voorgestelde redactie af, dat feitelijk in strijd mot de bedoeling maar niet met de woorden van het artikel vergun» ningen, welker houders zijn overleden, gebruikt worden voor de toepassing der bepaling. Artikel 9. In het tweede lid zijn, in afwijking van het eerste lid, opgenomen: ramen en inrichting. De raad zal daardoor de gelegenheid verkrijgen gelegenheden, waar het daglicht geschuwd wordt, en die aan het oog van den voorbijganger onttrokken worden, aan den dag te brengen, wat een zuiverenden invloed zal hebben. Bovendien wordt aan het slot hooren van <le Gezondheidscommissie voorgeschreven. Te dezen aanzien moge worden verwezen naar het algemeen deel dezer Memorie. In het derde lid is de goedkeuring van (ledeputeerde Staten als eiseh gesteld. Hierop is van vele zijden aangedrongen en waar het gaan kan om groote belangen, is het meer bevredigend, dat niet alles wordt overgelaten aan het gevoelen van eene wellicht kleine en zeer tijdelijke raadsmeerderheid. Overigens stemt dit artikel overeen met art. 8 der wet. Artikel 10. De nos. 1 en 2 van het eerste lid stemmen overeen met art. 7, 1ste lid, 1. en 2. der wet. Weggelaten zijn de nos. 3 en 4 en het tweede lid van art. 7. De aanvangswoorden van het artikel: Onverminderd zijn bevoegdheid krachtens art. 135 der Gemeentewet" hebben geleid tot een conflict tusschen de jurisprudentie, gevormd bij de toepassing van het vernietigingsrecht van de Koningin en die van den Hoogen Raad. Bij arrest van 26 Juni 1922, W. v. h. U. n , overwoog de Hooge Raad, dat art. 7 der Drankwet aan den raad geenerlei bevoegdheid geeft, die deze niet reeds krachtens art. 135 der Gemeentewet bezat. Daartegenover was bij Koninklijk besluit van 27 Maart 1922 {Staatsblad n. 207) overwogen, dat de raad bij de uitoefening van zijn in art. 135 der Gemeentewet omschreven bevoegdheid mede rekening had te houden met art. 7 der Drankwet. Aangezien nu de gemeenteraad volgens de jurisprudentie van den Hoogen Raad aan art. 135 der Gemeentewet de bevoegdheid ontleent, tapverboden en sluitgeboden vast te stellen los van art. 7 der wet, kan het bepaalde in 3. en 4. in art. 7, 1ste lid, der wet gemist worden. De raad zal nu in de gelegenheid zijn, verkoopuren vast to stellen en bijv. den houder van eene volledige vergunning het slijten kunnen verbieden gedurende de uren, dat de slijterijen en andere winkels krachtens plaatselijke verordening gesloten moeten zijn. Artikel 11. Er zijn omstandigheden denkbaar, waarin de Regeering de bevoegdheid moet hebben, ter wille van de openbare orde den kleinhandel in sterken drank te verbieden. Weren van den invloed van den alcohol op de massa in dagen van spanning of emotie onder het volk kan veel ongelukken voorkomen. Het behoeft geen betoog, dat deze bepalingen alleen dan gehanteerd zullen mogen worden, wanneer de ernst van den toestand bijzonder is en de burgemeesters niet bij machte zijn, dien met de plaatselijke verordeningen te beheerschen. De verplichte motiveering biedt waarborg tegen gebruik der bepaling onder andere omstandigheden dan waarvoor zij geschreven werd. Door art. 40 /.al de bevoegdheid, die in dit artikel is beschreven, ook gelden ten aanzien van den kleinhandel in zwak alcoholische dranken. Artikel 12. De nos. I- :j geven weer wal in art. 8, 1ste lid, 1., der wet in meer gedrongen vorm is Samengevat. In n". 5 en n". 0 is,,huis", voorkomende in art. 8, n. 3 en volgende der wet, vervangen door gebouw". Onder,,huis" wordt in het spraakgebruik verstaan een woonhuis en hei zijn niet alleen die hui/en, maar inderdaad alle gebouwen, die onder deze bepaling begrepen moeten zijn. Aan n". 7 is toegevoegd, dat de vergunning ook geweigerd moet worden voor eene loealiteit, waarin voor een middel van vervoer bureau word! gehouden, lief komt voor, dat bureel* werkzaamheden worden verricht in een afgeschoten hoek van eene loealiteit met vergunning; die afgeschoten hoek kan niet,,loealiteit" genoemd worden. Aan de strekking der bepaling wordt door de toevoeging niets veranderd. Ibt tweede lid van n. 8 dient om den houder van eene hotelvergunning het mindere mogelijk te maken, (lat hij eene gewone vergunning het meerdere vraagt en verkrijgt zonder dat hij eerst van de hotelvergunning afstand moet doen, wat voor zijn bedrijf schadelijk zou kunnen zijn. Het beteekent niet, dat de hotelvergunning naast de gewone vergunning mag blijven bestaan. Immers, in art. 13 is geregeld het verleenen van hotelvergunningen; in het eerste lid, 1"., van dat artikel is het tweede lid van n. 8 niet van toepassing verklaard. Daaruit volgt, in verband met art. 29, dat eene hotelvergunning moet worden ingetrokken, indien eene gewone vergunning voor dezelfde loealiteit is verleend. In n. 9, overeenstemmende met n. 7 van art. 8 der wet, zijn opgenomen de in de wet niet voorkomende woorden:,,of diens niet van tafel en bed gescheiden echtgenoote". Dit is noodig om te beletten dat het doel der bepaling verijdeld wordt. In het tweede lid van deze bepaling is eene overeenkomstige aanvulling opgenomen. In 10. is overgenomen de bij de wijziging van 1925 bij amendement in de wet gebrachte bepaling, dat de verzoeker de besehikking moet hebben over de loealiteit, waarvoor hij vergunning vraagt. In n. 12 is de in n. 9 van art. 8 der wet niet voorkomende bepaling opgenomen, dat de verzoeker ook meerderjarig of meerderjarig verklaard moet zijn. Dit is noodig om te beletten, dat, zooals is geschied, aan kinderen, die nauwelijks de wieg verlaten hadden, eene vergunning wordt verleend. In 13". is als grond voor weigering mede opgenomen overtreding van de daar vermelde bepalingen betreffende den accijns op gedistilleerd enz. Hiermede wordt in de eerste plaats bedoeld de consumenten to beschermen tegen de minderwaardige producten der clandestiene branderijen en distilleerderijen. Bovendien kan daardoor een preventieve invloed worden geoefend tegen de fraude door bemoeilijking van den verkoop in het klein van frauduleus ingevoerden of vervaardigden sterken drank. In n. 10 zijn ingevoegd de woorden:,,ecn inwonend lid van het gezin van een hunner of een persoon, die gebruik maakt van het huis, waarin de loealiteit, voor welke de vergunning wordt gevraagd, zich bevindt". Het eerste deel van deze toevoeging vordert geen toelichting. Het tweede deel dient om te weren, dat een café (of een bierhuis) beneden dient als lokmiddel voor bedrijven van prostitutie in een bovenvertrek, dat door een ander geëxploiteerd wordt. Aan n". 21, in de wet n. 18 van art. 8, is een tweede lid toegevoegd om voorgoed vast te stellen, dat de eene echtgenoot steeds als tusschenpersoon voor den anderen wordt beschouwd. praktijk was tot dusver op dit punt onzeker. Artikel 13. Dit artikel stemt zakelijk overeen met art. 9 van de wet. Artikel 14. Dit artikel verschilt in den vorm van art. 10 deiwet, een verschil dat wordt veroorzaakt door eene scherpere onderscheiding van de gevallen, die zich kunnen voordoen en door het gemis waarvan somwijlen vragen zijn gerezen. Zakelijk is er in zoover verschil, als art. 10 van de wet afwijking voor gemeentelijke diensten volstrekt uitsluit. Hit De

6 8o voorgestelde art. 11 laai ook te dezen aanzien afwijking toe. In kleine gemeenten is somwijlen aan die mogelijkheid behoefte, waaraan kan worden voldaan /onder dat liet doel van de wet eenigermate geschaad wordt. Bovendien is ter wille van de eenheid van beoordeeling de toestemming van Gedeputeerde Staten vervangen door die van den Minister. Artikel 17. Dit artikel is overgenomen uit de wet (nrt. 13) met de volgende wijzigingen : 1. In de wet staat:,,de namen van hen op wier verzoek om eene vergunning afwijzend wordt beschikt uitsluitend op grond, dat het vastgestelde maximum bereikt is". Dit opent de deur voor willekeur, die wordt afgesneden door do bewoording van hel ontwerp:,,op wier verzoek afwijzend moest worden beschikt enz.". 2. Het tweede en derde lid in het ontwerp geven eene zekerheid van wetstoepassing, die bij de geldende voorschriften ontbreekt. Artikel 18. In dit artikel is niet overgenomen het derde lid van art. 14 der wet, dat overbodig is geworden door het derde lid van art. 17. Artikel 20. Dit artikel wijkt, behalve in hetgeen in het algemeen deel dezer memorie onder A3 is opgemerkt, op de volgendc punten van de wet af. 1. Het minimum van het vergunningsrecht is in het derde lid van vijf en twintig gulden verhoogd op veertig gulden. De veranderde waarde van het geld wordt hierdoor tot uitdrukking gebracht. 2. De vermindering van het recht met 50 pet. zal volgens het ontwerp niet gelden voor localiteiten, waar geen sterke drank in het klein verkocht of geschonken wordt tusschen Zaterdagavond zes uur en Maandagmorgen acht uur, maar voor die, welke gedurende dien tijd gesloten zijn. Tegenover de vermindering van het recht moet eene ondubbelzinnige werkelijkheid staan, en dat is alleen dan het geval, wanneer de inrichting gesloten is. 3. In het vierde lid is het recht voor de hotelvcrgunningen bepaald en wel op vijf en twintig gulden. Het voorschrift nopens de registers, opgenomen in het tweede lid, vindt sanctie in art. 00, waarbij valt te letten op het slot van het eerste lid van art. 62. Artikel 22. Dit artikel vertoont de volgende afwijkingen van art. 22 der wet. 1. In het 1ste lid is ook een voorziening voor de hotelvergunning opgenomen. 2. Het derde lid behelst eene voorziening voor het geval dat overschrijving op een weduwe niet vóór 1 Mei beslag krijgt. 3. Het vierde lid behelst eene regeling voor het geval, dat de vergunninghouder zich Iaat vervangen. De regeling voor de vervanging is zoo ruim mogelijk gemaakt; de vergunninghouder kan zich overal vestigen. Indien hij evenwel buiten de gemeente, waar de vergunning is verleend, gaat wonen, is controle zonder meer onmogelijk en kan gemakkelijk te kort worden gedaan aan het grondbeginsel der wet, dat de vergunning vervalt met het overlijden van den houder. Om nieuwe misstanden te ontgaan, wordt daarom in deu hier besproken zin gesteld, dat de betaling door een ander dan den vergunninghouder niet geldig is als daarbij niet wordt overgelegd eene attestatie de vita. 4. Aan het vijfde lid (in de wet: art. 22, derde lid) is toegevoegd eene voorziening voor het geval dat eene weduwe, rekenende op overschrijving der vergunning na 1 Mei, vóór dien dag het recht In-taalt en zich later de overschrijving ziet ontgaan. Artikel 23. Het tweede lid van art. 23 der wet stelt als straf op niet-voldoen aan een verzoek van Burgemeester en Wethouders vervallen der vergunning. Deze straf is te zwaar. In art. 59 van het ontwerp is eene boetebepaling opgenomen. Artikel 24. Aan het slot van het eerste lid is met betrekking tot den vervanger eene bepaling opgenomen, die hem vrijwaart tegen straf. Artikel 25. In het algemeen deel der memorie is de gedaehte, die aan dit artikel ten grondslag ligt, uiteengezet. Nadere toelichting is te dezer plaatse overbodig. Artikel 20. Dit artikel wijkt op de volgende punten af van art. 25 der wet. 1. In het eerste lid van het wetsartikel is uitgesloten wijziging van de beschrijving der localiteiten van eene inrichting, waarvoor krachtons art. 5, lid 1, eene vergunning is verleend. Dit is in zooverre juist, als verandering van den aard der inrichting of verplaatsing van de vergunning naar eene gewone inrit h- ting uitgesloten moet zijn. Het gaat evenwel te ver, in zoover het uitsluit verbouwing of verplaatsing met behoud van den aard der inrichting. Daarom wordt in het ontwerp wijziging van de beschrijving der localiteiten met toestemming van den Minister mogelijk gemaakt. Voor het geval, dut de uitoefening van het recht der vergunning aan een ander is overgedragen, moet overplaatsing van het bedrijf naar een ander huis afhankelijk zijn van de toestemming van beide partijen. Werd dit vereischte niet gesteld (zie 1ste lid, laatsten zin), dan zou het mogelijk zijn, dat burgemeester en wethouders toestemming gaven voor eene daad, die met recht en billijkheid in strijd zou zijn. De derde zin van het eerste lid berust op deze gedachte. 2. De verandering, die het tweede lid van het wetsartikel heeft ondergaan, is in het algemeen deel dezer memorie toegelicht. 3. De wet laat toe, dat eene vergunning, met behulp van art. 26 overgeschreven ten behoeve van eene inrichting voor maatschappelijk verkeer, door toepassing van art. 25 weder wordt eene gewone tapperij-vergunning. Dit wordt afgesneden door den tweeden zin van het vierde lid in het ontwerp. Artikel 27. In het eerste lid van dit artikel is de in het algemeen deel dezer memorie besproken regeling ten behoeve van de weduwe neergelegd, die een complement vindt in het slot van het derde lid, waarvoor het precedent gevonden wordt in het tweede lid van art. 8 der wet. Overigens stemt dit artikel niet eenige wijziging van redactie overeen met art. 26 der wet, behoudens het vijfde lid in het ontwerp, dat is opgenomen om af te snijden, dat de overschrijving wordt gebruikt om eene vergunning, die door overlijden vervalt, ten koste van de wet productief te maken en te doen voortbestaan. Aan het slot van het tweede lid is de mogelijkheid geopend, dat bij Kon. besluit normen worden gegeven voor de toetsing van de inrichtingen. In het verslag van de oude Drankwetinspectie over 1911 is reeds eenige leidraad, ontleend aan de praktijk, opgenomen. Artikel 28. De termijn voor de kennisgeving, in art. 27 der wet gesteld op één maand vóór het einde van het vergunningsjaar, waarin de verbouwing is aangevangen, is in het ontwerp gesteld op één maand, nadat de verbouwing of herbouw voltooid is. Vóór de voltooiing heeft de verbouwing of de herbouw voor de wet geen beteekenis. Artikel 20. Dit artikel verschilt op de volgende punten van art. 28 der wet: 1. Onder 1. is getracht de ingewikkelde bepaling van art. 28, 1. der wet te verduidelijken niet behoud van dezelfde gedachte. 2. Sociëteiten, die vóór de wijziging van de wet in 1904 bestonden, hebben eene sociëteitsvergunning verkregen. Er zijn er, die in geenen deele meer het karakter van sociëteit dragen, maar inrichtingen voor publieke vermakelijkheid zijn geworden. Deze misstand kan thans niet worden weggenomen, en toch vordert de billijkheid, dat bijv. de localiteitseisehen voor deze gelegenheden gelden. Om hieraan tegemoet te komen, is in 1. a opgenomen:,,of in art. 13, tweede lid, ö\"; daardoor zal de eisch, bona fide sociëteit te zijn. ook komen te gelden voor de bovenbedoelde oude sociëteiten. 3. Het bepaalde onder 2. in de wet kan vervallen door de regeling van de vervanging.

7 Bijlagen Tweede Kamer. 8] 4. Onder 3". van de wol word! Bene te /ware straf gesteld Op overtreding van bel voorschrift nopens kennisgeving van verbouwing of berbouw. In art. 59 van bet ontwerp is eene boetebepaling opgenomen. 5. Het in de wei onder 4". bepaalde is in bei ontwerp overgenomen in 2". met eenige wijziging. De wet luidt:,, <le verkoop opzettelijk niet beefl plaats gevonden." Waar van op/et sprake is, kan alleen een persoon het subject daarvan zijn en is een onpersoonlijke redactie lont iet'. Daarom is de lezing van bet ontwerp:,, vergunninghouder den verkoop opzettelijk' heeft gestaakt of heeft doen staken, of' heeft toegelaten, dat enz." De laatste woorden gelden voor het geval van overdracht van het recht. Blijkt, dat de vergunninghouder van staken van den verkoop door den pachter niet heeft geweten, dan kan er ook van toelaten geen sprake zijn. ('). Onder H"'. van bet ontwerp is ook opgenomen gevaar voor de zedelijkheid. Gelegenheden, waar vrouwen als lokvinken voor bezoekers dienen, kunnen niet ongemoeid worden gelaten. 7. Onder 4. van het ontwerp is mede voorzien in het geval, dat de vergunninghouder zich zonder toestemming van Burge* meester en Wethouders laat vervangen. Mede is hier voorzien in het geval, dat hetzij de pachter van de vergunning hetzij de Eetkastelein verkeert in een van de ernstige omstandigheden, die grond opleveren voor wering van den persoon uit het bedrijf. Artikel 80. In het eerste lid is ook de Inspecteur genoemd als bevoegd tot het doen van eene aanwijzing voor intrekking. In de praktijk is bij herhaling het gemis van deze bevoegdheid gevoeld tegenover al te groote toegevendheid of verkeerd* plaatselijke invloeden bij gemeentebesturen. Het is niet noodig aan den inspecteur den plicht van aanwijzing op te leggen; wanneer de burgemeester, die primair is aangewezen, zijn plicht doet, kan de inspecteur zich afzijdig houden. Artikel 32. Men zie hierbij art. 48. Artikelen In het algemeen deel dezer memorie is de grondslag van deze artikelen uiteengezet. Art. 34 van de wet vordert een verlof voor den verkoop van bier enz. in eene localiteit, waarvoor niet eene vergunning is verleend. De strekking van de regeling vorderde niet, dat verkoop buiten localiteiten onder controle kwam; die verkoop kon den clandestienen handel niet bevorderen. De grondslag van het ontwerp vordert, dat verkoop in hel klein van zwakke alcoholica, onverschillig waar hij plaats vindt, onder contrölenita (art. 35, lid 1). Straatverkoop, verkoop door z.g. kistjesmannen, en drgl. kan niet onbeperkt worden toegelaten. Door de toepasselijkverklaring van art. 15 in art. 43, vierde lid, zal de gemeenteraad regelend kunnen optreden niet betrekking tot den verkoop op den openbaren weg, die anders verboden zal zijn. Ten aanzien van alcoholvrije dranken kan de regeling van de wet behouden blijven (zie art. 35, lid 2 van het ontwerp). In art. 86, lid 1, a van het ontwerp is in overeenstemming met de wet bepaald, dat in eene localiteit met vergunning alle dranken vrijelijk verkocht mogen worden, behalve in eene localiteit waarvoor eene slijt vergunning is verleend. Bovendien is daarin opgenomen eene vrijstelling voor openbare middelen van vervoer, waar ook gelegenheid voor het bereiden van warme spijzen bestaat en voor militaire cantines. Onder /> is voor hotels een eenigszins soepele vrijstelling geformuleerd, die nader bepaald wordt door art. 56, 1ste lid, 9. Zooals reeds in het algemeen deel dezer Memorie werd opgemerkt, schuilt in den verkoop van alcoholica in groenten- en kruidenierswinkels een gevaar, dat afgeweerd moet worden. Daarom is de vrijstelling onder e beperkt tot winkels, waar alleen dranken per fleseh verkocht worden. Artikel 38. Dit artikel is opgenomen opdat, nu voor verloven A een maximum wordt ingevoerd, kan worden rekening gehouden met onschuldige plaatselijke gebruiken. De Commissaris der Koningin zal volgens dit artikel voor tentoonstellingen, plaatse- Iijke feesten enz. kunnen toestaan, dat zonder verlof zwak aleobolisohe dranken worden verkocht. liet tweede lid maakt, gemakshalve, soortgelijke faciliteit ten aanzien van alcoholvrije dranken mogelijk. Het derde lid opent de mogelijkheid, lijnen aan Ie geven voor de uitvoering van het eerste lid. Artikel 89. Dit artikel stemt, wat het eerste lid 1. betreft, overeen met bet tweede lid van art. 8. Voor het bepaalde onder 2". van hel eerste lid moge worden verwezen naar het algemeen deel de/er memorie. Artikel 41. De weigeringsgronden, genoemd in het tweede lid 5". 9. zijn ontleend aan de overeenkomstige bepalingen van art. 12. Voor n. I zie men met name de toelichting bij n". 18 van art. 12. Bij n. 8 zie men het derde lid van art. 72. Artikel 43. De regeling, in dit artikel vervat, stemt, in hoofdzaak overeen met die, welke in de artt. 20 en 22 is getroffen ten aanzien van de vergunningen. Verschil spruit voort uit de omstandigheid, dal het verlofsrecht een vast recht van vijf en twintig gulden is, waardoor aanslag achterwege kan blijven. Overigens moge worden verwezen naar hetgeen in het algemeen deel dezer memorie is opgemerkt. Artikelen 44 K> strekken om ten aanzien van de verloven A een zelfde regeling te treffen als door dè artt geldt ten aanzien van de vergunningen, wat samenhangt met de invoering van een maximum. In het tweede lid van art. 45 is een bepaling opgenomen ten behoeve van de rechtspersonen, voor zoover en zoolang die inrichtingen van maatschappelijk verkeer exploiteeren. Dit in aansluiting aan art. 41, lid 3. Artikel 51. Dit artikel wijkt in drie opzichten af van het overeenkomstige art. 43 der wet. 1. In het tweede lid is de mogelijkheid geopend, dat de burgemeester het verbod doet gelden voor eene inrichting met verlof A, evenwel alleen, indien er gevaar dreigt voor de openbare orde of zedelijkheid. 2. Aan het derde lid is een zin toegevoegd, waardoor het mogelijk zal zijn, dat onderscheid gemaakt wordt tusschen de verschillende inrichtingen. De praktijk heeft getoond, dat waar ontheffing voor eene geheele gemeente niet mogelijk was, ontheffing voor bepaalde inrichtingen zonder bezwaar zou kunnen zijn verleend. Artikel 52. Het verbod van art. 44 der wet is hier uitgebreid tot de localiteiten met een verlof A, met mogelijkheid van vrijstelling ten aanzien van localiteiten waarin het bedrijf wordt uitgeoefend met ander doel dan winstbejag. Hierbij is bijv. gedacht aan localiteiten van den Volksbond tegen drankmisbruik en aan localiteiten van andere, een sociaal doel nastrevende, vereen igingen. Artikel 53. In het eerste en in het derde lid zijn de bierhuizen (verlof A) opgenomen. Deze uitbreiding van de geldende wet (art. 45, lid 1 en 3) vordert geen toelichting. Bovendien omvat de bepaling in het eerste lid van het ontwerp ook de voorwerpen, bestemd voor hazardspelen. Daardoor wordt het constateeren van overtredingen vergemakkelijkt. Artikel 54. Dit artikel verschilt op de volgende punten van het overeenkomstige artikel 46 der wet. 1. Het verbod is uitgebreid tot localiteiten, die binnenshuis rechtstreeks gemeenschap hebben met de vergunningslocaliteit. Wanneer men in een aangrenzend lokaal, zelfs dit is voorgekomen in een stal verkoopingen enz. kan houden, wordt het doel der bepaling gemist. 2. Ook aanbestedingen zijn opgenomen. 3. Het verbod van de wet geldt twee nren vóór en na. de verkoopingen enz. Eén uur kan voldoende worden geacht. Handelingen der Staten-Generaal. Bijlagen

8 » 22 dot Bepalingen tol regeling van den kl< linhandel in alcoholhoudende dranken i-i tweede lid is uitgebreid tot gebruiken van drank en tol /.wak alcoholische dranken. Art. 4 komt in overeenstem* ming mei de geldende wel tegemoet aan de behoefte van het internationaal verkeer; art. 86, 1, a voorziet in hetgeen ook voor het nationaal verkeer kan worden toegelaten. Daarbuiten is verstrekken en drinken van alcoholica bijv. op booten, in autobussen enz. gevaarlijk. Overwogen is, in liet eerste lid ook op te nemen looaliteiten waar gelegenheid wordt gegeven lot dansen, omdat er ver- Bchillende inrichtingen zijn, waar alcohol en dans samenwerken in eene gevaarlijke richting. Per slot is hiervan afgezien, omdat de «ei niet een voorschrift, dat algemeen zou moeten zijn, te ver zou gaan en de burgemeesters in de meeste gemeenten reeds door de plaatselijke verordeningen voldoende macht hebben om gevaarlijke toestanden ie weren. Artikel 55. liet motief, dal gold bij de uitbreiding van het eerste lul van art..".1 tot de inrichtingen met verlof A, geldt ook hier: bescherming van de jeugd tegen het gevaar van alcoholica. Artikel 50. Onder 1". en 2. is door eene toevoeging voorzien in liet geval, dat art. 11 is toegepast. Onder 7". is een uitbreiding gegeven aan art. 5Q, 7"., der wet, ter wille van eene meer doeltreffende bestrijding van den clandebtienen handel in sterken drank. 1. Veel ontduiking is mogelijk geweest, doordat men ongestraft in tuin of schuur van eene verlofsinrichting sterken drank mag hebben. 2. Eene loealiteit, waarvoor eene hotelvergunning is verleend, moet uitsluitend of in hoofdzaak voor logeergasten dienen. Sinds deze bepaling bij de wet van 2!) Juni 1026 (Staatsblad n. 280) in de Drankwet is opgenomen, is een einde gekomen aan de combinatie van verlof en hotelvergunning en is in verschillende gevallen eene afzonderlijke loealiteit in hetzelfde gebouw geworden de voor het publiek toegankelijke vcrlofs-.ocaliteit. In de loealiteit, waarvoor eene hotelvergunning is verleend, moet sterke drank aanwezig kunnen zijn. Daarom is in het ontwerp opgenomen de tusschenzin:,,en waarvoor niet eene vergunning is verleend". liet bepaalde onder 8". stemt ten aanzien van de verloven B en zwak alsoholische dranken overeen met hetgeen onder 7. ten aanzien van de verloven en sterken drank is bepaald. Artikel 58. In dit artikel is het verbod van art. 52 der wet uitgebreid tot zwak' alcoholischen drank'. Bovendien is ook de aanbesteding opgenomen. Toelichting hierbij is overbodig. Artikel 60. Dil artikel bevat eene sanctie op de voorschriften nopens de registers, die grondslag zullen zijn voor den aanslag in het vergunningsrecht. Ter wille van het belang dezer registers is een booger strafmaximum opgenomen. Het slot van het eerste lid van art. ('>2 waarborgt een Bcherpe controle. Artikel (12. Art. 54 van de wet geeft aan de ambtenaren van de inspectie niet de bevoegdheid, overtredingen op te sporen. De ervaring beeft getoond, dat voor eene goede naleving van de wet die bevoegdheid aan deze ambtenaren moet worden toegekend; door die toekenning zullen zij tevens bij moeilijke en somwijlen gevaarlijke plaatselijke onderzoeken de bescherming genieten van art. 184 van het Wetboek van Strafrecht In het slot van lic! eerste lid zijn ook de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen opgenomen als belast met het opsporen van eeuigc overtredingen. Te dezer zake moge worden verwezen naar de toelichting tot n". 18 van art. 12. Bij hel tweede lid moet worden rekening gehouden met art. 94 van bel Wetboek van Strafvordering en art. 68 van dit ontwerp. hoor die beide artikelen in onderling verband zullen de in art. 68 bedoelde voorwerpen vatbaar zijn voor inbeslagneming. Het tweede lid van art. (12 zal aan de personen, die met de opsporing van overtredingen belast zullen zijn, de bevoegdheid geven, de uitlevering van voorwerpen, die voor inbeslagneming vatbaar zijn, te vorderen. In het vierde lid is ook de schriftelijke last van den kantonrechter opgenomen. Daardoor zullen de ambtenaren vrijer staan tegenover plaatselijke invloeden, die niet altijd bevorderlijk zijn aan het slagen van hun dikwijls moeilijke werk. Artikel 65. Het laatste lid is gewijzigd om te beletten, dat van het voorrecht, dat dit artikel geeft, misbruik wordt gemaakt om'met behulp van de artt. 20 (overbrenging van de vergunning naar een ander perceel) of 29, 0., herhaaldelijk nieuwe inriehtingen met vergunning in het leven te roepen. Artikel 07. De toevoeging aan dit artikel is reeds in het algemeen deel dezer memorie besproken. Artikelen Deze artikelen zijn, wijl een gevolg van de wijzigingen, die dit ontwerp bevat, nieuw. Zij behoeven geen toelichting. Het vierde lid van art. 72 is opgenomen omdat, volgens de ontvangen berichten, vrij veel verloven zijn gevraagd voor vergunnings- of verlofslocaliteiten, toen liet voorloopig ontwerp bekend werd. Al deze verloven waren onnoodig en zullen, wordt dit ontwerp wet, onnoodig zijn. Voor het verkrijgen van een gezonden toestand is het noodig, dat die verloven vervallen. Artikel 73. In dit artikel is uit art. 63 der wet behouden wat behouden moet blijven, zoolang er nog bijzondere vergunningen bestaan. Artikel 74. In dit artikel wordt behouden art. 66 der wet, dat met 1 Mei 1930 een einde zal maken aan de vergunningen van rechtspersonen. Evenwel wordt de gelegenheid geopend, deze vergunningen over te schrijven op een natuurlijk persoon, zonder dat de aard van de inrichting voor dezen overgangsmaatrcgel een beletsel zal zijn. Op deze wijze kan het doel der i wet bereikt worden zonder dat de vergunningen plotseling verdwijnen, wal verkeersbelangen zou kunnen schaden. Geldelijke overwegingen behoeven hierbij niet te gelden, omdat men van 1904 af heeft geweten, wat in 1930 zou geschieden. Er is dus volop gelegenheid geweest, de noodige maatregelen te nemen. Verder te gaan is niet noodig. De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, J. R. SLOTEMAKER DE BRUINE.

Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden:

Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden: Wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie betreffende de vereisten gesteld aan de beginseltoestemming, de leeftijdscriteria, de bijdrage in de kosten van het gezinsonderzoek, enige

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 352 Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1976-1977 14162 Nadere regelen tot beëindiging van de afwikkeling van de oorlogs- en watersnoodschaden en van schaden in de zin van de Wet Overheidsaansprakelijkheid

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25 Standplaatsverordening 2001 (raadsbesluit van 31 mei 2001) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 14 mei 2001 Besluit vast te stellen

Nadere informatie

33 313 Voorstel van wet van de leden Sterk en Ortega-Martijn ter bevordering van het sparen door jongeren (Jongerenspaarwet)

33 313 Voorstel van wet van de leden Sterk en Ortega-Martijn ter bevordering van het sparen door jongeren (Jongerenspaarwet) T W E E D E K A M E R D E R S T A T E N - 2 G E N E R A A L Vergaderjaar 2011-2012 33 313 Voorstel van wet van de leden Sterk en Ortega-Martijn ter bevordering van het sparen door jongeren (Jongerenspaarwet)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 436 Wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 291 Het geven aan gemeenten van de verantwoordelijkheid voor schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) A GEWIJZIGD VOORSTEL

Nadere informatie

Artikel 1 1. Artikel 2

Artikel 1 1. Artikel 2 WET van 6 april 1956 strekkende tot vaststelling van bouwvoorschriften (G.B. 1956 no. 30), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1957 no. 67, G.B. 1972 no. 96, S.B. 1980 no. 116,

Nadere informatie

VERORDENING DRANK- EN HORECAWET BUSSUM 2014

VERORDENING DRANK- EN HORECAWET BUSSUM 2014 VERORDENING DRANK- EN HORECAWET BUSSUM 2014 VERORDENING DRANK- EN HORECAWET BUSSUM 2014 De raad van de gemeente Bussum; gelezen het voorstel van de burgemeester d.d. xxx, nummer xxx; gelet op de artikelen

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Agendanummer Registratienummer raad 6755 Behorend bij het Burgemeester-advies met registratienummer 6087 Moet in elk geval behandeld zijn in de raadsvergadering van de gemeente

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 16972 Wijziging van de Wegenverkeerswet (Verlenging geldigheidsduur en decentralisatie afgifte rijbewijzen) Nr. 13 HERDRUK NADER GEWIJZIGD VOORSTEL

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen De raad der gemeente Marum; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 juli 1994; overwegende dat door de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht noodzakelijk is om de verordeningen

Nadere informatie

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

VOORSTEL VAN WET. Artikel 1

VOORSTEL VAN WET. Artikel 1 Opmerking Onderstaande concept wettekst is bedoeld voor de informele consultatieronde van het Wetsvoorstel Aanpak Misstanden Incassodienstverlening die loopt tot 1 september 2016. Deze informele consultatie

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

==================================================================== Artikel 1

==================================================================== Artikel 1 Intitulé : Hinderverordening Citeertitel: Hinderverordening Vindplaats : AB 1988 no. GT 27 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 Artikel 1 1. Het is verboden zonder vergunning van de minister van Justitie en

Nadere informatie

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt.

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt. Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Leegstandwet (uitbreiding van de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik en uitbreiding van de mogelijkheden tot tijdelijke verhuur) Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf

Nadere informatie

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Hoofdstuk I Algemene bepalingen Verordening betreffende de zorg voor de archiefbescheiden van de provinciale organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de rijksarchiefbewaarplaats en het toezicht door gedeputeerde

Nadere informatie

BELEIDSREGEL ARTIKEL 35 DRANK- EN HORECAWET

BELEIDSREGEL ARTIKEL 35 DRANK- EN HORECAWET BELEIDSREGEL ARTIKEL 35 DRANK- EN HORECAWET De burgemeester van Almere; Gelet op het bepaalde in: - artikel 4:81, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht waarin is bepaald dat een bestuursorgaan beleidsregels

Nadere informatie

2013 no. 42 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

2013 no. 42 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA 2013 no. 42 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSVERORDENING van 18 juli 2013 houdende regels over de aanleg, het beheer en het onderhoud van spoorwegen en de daarbij behorende infrastructuur, alsmede over

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Wijziging van Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten betreffende het uitspreken van de echtscheiding en ontbinding van het geregistreerd partnerschap door de ambtenaar van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 822 Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte (Overgangsrecht) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 947 Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht 1997/99) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 506 Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met het opnemen van een actief donorregistratiesysteem

Nadere informatie

Implementatie Nieuwe Drank- en Horecawet. Modelbeleid NHN Artikel 35 beleid + toelichting

Implementatie Nieuwe Drank- en Horecawet. Modelbeleid NHN Artikel 35 beleid + toelichting Implementatie Nieuwe Drank- en Horecawet Modelbeleid NHN Artikel 35 beleid + toelichting Versie 23 mei 2013 Beleidsregels ontheffing ex. artikel 35 Drank- en Horecawet De burgemeester van, Overwegende

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagbelastingen (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst) VOORSTEL

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 991 Wijziging van oek 5 van het urgerlijk Wetboek en de Woningwet in verband met het plegen van onderhoud door verenigingen van eigenaars Nr.

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wet van houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische

Nadere informatie

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_/afdrukken Page 1 of 5 Wet financiering decentrale overheden (Tekst geldend op: ) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 31 926 Uitvoering van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2012-2013 33 691 Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Waterschapswet (institutionele

Nadere informatie

Beleidsregels ontheffing artikel 35 Drank- en Horecawet Koggenland 2013

Beleidsregels ontheffing artikel 35 Drank- en Horecawet Koggenland 2013 Beleidsregels ontheffing artikel 35 Drank- en Horecawet Koggenland 2013 *D13.003656* D13.003656 De burgemeester van Koggenland, Overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen voor de

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 509 Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 940 Opneming in de Advocatenwet van enkele bepalingen over het onderzoek naar de toestand van de praktijk van een advocaat en wijziging van

Nadere informatie

motorrijtuigcategorie: categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van artikel 118 van de Wegenverkeerswet 1994.

motorrijtuigcategorie: categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van artikel 118 van de Wegenverkeerswet 1994. Wijziging van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (wijzigingen naar aanleiding van evaluatie, nascholing beroepschauffeurs en enkele verbeteringen) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut!

Nadere informatie

32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête

32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête T WEEDE K AMER DER STATEN- 2 G ENERAAL Vergaderjaar 2010-2011 32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 145 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 362 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen

Nadere informatie

AET. 287. De gebouwen mo9ten voorzien zijn van gasmeters, ten getale en ter plaatse door den Kommandant der Brandweer te bepalen*

AET. 287. De gebouwen mo9ten voorzien zijn van gasmeters, ten getale en ter plaatse door den Kommandant der Brandweer te bepalen* AANVULLING en WIJZIGING der ALGEMEENE POMTIE-YEEOEDEHTK'ö, De BTEGEMEESTEB en WETHOUDEES van Amsterdam doen te weten, dat door den Raad dier Gemeente, in zijne vergadering van den l sten Maart 1882, is

Nadere informatie

ARCHIEFVERORDENING VAN DE PROVINCIE LIMBURG BESLUIT van Provinciale Staten van Limburg d.d. 30 januari 2004 (Prov. Blad 2004, nr. 8).

ARCHIEFVERORDENING VAN DE PROVINCIE LIMBURG BESLUIT van Provinciale Staten van Limburg d.d. 30 januari 2004 (Prov. Blad 2004, nr. 8). ARCHIEFVERORDENING VAN DE PROVINCIE LIMBURG 2004 BESLUIT van Provinciale Staten van Limburg d.d. 30 januari 2004 (Prov. Blad 2004, nr. 8). Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 In deze verordening

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 999 Wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en enige andere wetten in verband met de aanpassing van de in

Nadere informatie

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JNO. 4U6 WET van 10 Juli 1952, houdende voorzieningen aangaande de verplaatsing van bevolking voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 411 Bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP

Nadere informatie

Beleidsregels ontheffing artikel 35 Drank- en Horecawet gemeente Edam-Volendam

Beleidsregels ontheffing artikel 35 Drank- en Horecawet gemeente Edam-Volendam Beleidsregels ontheffing artikel 35 Drank- en Horecawet gemeente Edam-Volendam Opdrachtgever: Burgemeester Sectie Algemeen Juridische Zaken Vastgesteld op 16 maart 2016 De burgemeester van Edam-Volendam,

Nadere informatie

Wijziging APV (invoering vergunningenstelsel growshops c.a.)

Wijziging APV (invoering vergunningenstelsel growshops c.a.) Wijziging APV (invoering vergunningenstelsel growshops c.a.) gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 18 december 2007 tot het invoeren van een vergunningenstelsel voor grow-, smart en headshops;

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 33 Wet van 22 januari 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot verbetering van de regeling van de positie van de deskundige

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 362 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 199 Wet van 8 mei 2003 tot aanpassing van Boek 3 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 153 Wet van 14 maart 2002, houdende regeling van het conflictenrecht inzake de familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming (Wet

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 185 Beschikking van de Minister van Justitie van 2 mei 2000, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Drank- en Horecawet, zoals

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 034 (R 1138) Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het koningschap

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

PRODUCTSCHAP DRANKEN VERPAKKINGSVERORDENING PRODUCTSCHAP DRANKEN 2003

PRODUCTSCHAP DRANKEN VERPAKKINGSVERORDENING PRODUCTSCHAP DRANKEN 2003 PRODUCTSCHAP DRANKEN VERPAKKINGSVERORDENING PRODUCTSCHAP DRANKEN 2003 Verordening d.d. 13 november 2002 van het Productschap Dranken, houdende regels terzake van de aan de onder het Productschap Dranken

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 235 26 823 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van de euro GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 11 mei 2000 Wij

Nadere informatie

Gemeenschappelijke regeling samenwerking belastingen Amstelland- Meerlanden

Gemeenschappelijke regeling samenwerking belastingen Amstelland- Meerlanden Gemeenschappelijke regeling samenwerking belastingen Amstelland- Meerlanden De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, ieder voor

Nadere informatie

LANDSVERORDENING van de 7de maart 1968 houdende nieuwe voorschriften inzake middelen tot bestrijding van schadelijke dieren en planten

LANDSVERORDENING van de 7de maart 1968 houdende nieuwe voorschriften inzake middelen tot bestrijding van schadelijke dieren en planten Zoek regelingen op overheid.nl Koninkrijksdeel Curaçao Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! LANDSVERORDENING van de 7de maart 1968 houdende nieuwe voorschriften inzake

Nadere informatie

Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3

Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Inhoudsopgave Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. Artikel 4. Artikel

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van de groep met recht op bijstand bij langer verblijf buiten Nederland Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. 34 154 Voorstel van wet van de leden Recourt en Van der Steur tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van kinderalimentatie (Wet

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 34 049 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten in verband met Verordening (EU) Nr. 1024/2013 van de Raad van 15

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 424 Wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, de Wet privatisering ABP, de Werkloosheidswet en de Ziektewet in verband met

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wet van 25 mei 1998, houdende regels over tegemoetkoming in de schade en de kosten in geval van overstromingen door zoet water, aardbevingen of andere rampen en zware ongevallen (Wet tegemoetkoming schade

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 949 Voorstel van wet van de leden Agnes Mulder en Nijboer tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten met het

Nadere informatie

Vergadering: Algemeen bestuur. Datum: 7 juli 2015. Agendapunt: 5. Rapporteur. A. J. Borgdorff

Vergadering: Algemeen bestuur. Datum: 7 juli 2015. Agendapunt: 5. Rapporteur. A. J. Borgdorff Vergadering: Algemeen bestuur Datum: 7 juli 215 Agendapunt: 5 Rapporteur A. J. Borgdorff Onderwerp: Zorg en beheer archief Voorstel/Besluit: 1. de archiefverordening vast te stellen. Toelichting In hoofdstuk

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met ontoegankelijkmaking van gegevens op het internet, strafbaarstelling van het wederrechtelijk overnemen van gegevens

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 95 Wet van 9 februari 2006, houdende regels inzake de openbaarmaking van beloningen bij rechtspersonen of organisaties die deel uit maken van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 059 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet, alsmede enige andere wetten in verband met de introductie van aanvullende

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 352 24 139 Regels met betrekking tot naar buitenlands recht opgerichte, rechtspersoonlijkheid bezittende kapitaalvennootschappen die hun werkzaamheid

Nadere informatie

In het eerste lid van artikel 49 wordt met ten hoogste vijf maanden vervangen door: met ten hoogste vier maanden.

In het eerste lid van artikel 49 wordt met ten hoogste vijf maanden vervangen door: met ten hoogste vier maanden. Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 501 Wijziging van de Postwet 2009 ter invoering van ex ante toezicht op een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht Nr. 2 VOORSTEL VAN

Nadere informatie

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IIMIM III III II III IIII BM1401251 De raad van de gemeente Steenbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juni 2014; gelet op: gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt.

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b, aanhef, wordt de komma aan het slot vervangen door een dubbele punt. 33 955 Regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 666 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen en vervallen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 261 Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg onder andere in verband met de opneming van de mogelijkheid tot taakherschikking

Nadere informatie

P r o v i n c i e F l e v o l a n d

P r o v i n c i e F l e v o l a n d P r o v i n c i e F l e v o l a n d S t a t e n v o o r s t e l Aan: Provinciale Staten Onderwerp: Wijziging Grondwaterheffingsverordening Flevoland. Statenvergadering: 6 december 2001 Agendapunt: 11 1.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Ontwerp-Experimentenwet onderwijs. Zijne Excellentie de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-gravenhage.

Ontwerp-Experimentenwet onderwijs. Zijne Excellentie de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-gravenhage. ONDE RWIJS RAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 f* jo^s/u^-*,. O^f 4 oktober 1968 Bericht op schrijven dd. 3 juli 1968, D.G.O. 940. Betreft: D/AB Ontwerp-Experimentenwet

Nadere informatie

Beleidsregels ontheffing ex. artikel 35 Drank- en Horecawet

Beleidsregels ontheffing ex. artikel 35 Drank- en Horecawet Beleidsregels ontheffing ex. artikel 35 Drank- en Horecawet De burgemeester van Heerhugowaard, Overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen voor de ontheffingsmogelijkheid die artikel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie