SOMATOFORME STOORNISSEN. Ph.D.A. Treffers

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SOMATOFORME STOORNISSEN. Ph.D.A. Treffers"

Transcriptie

1 SOMATOFORME STOORNISSEN Ph.D.A. Treffers Inleiding Over de somatoforme stoornissen werd, onder de noemer hysterie, omstreeks 1900 waarschijnlijk meer geschreven dan over enig ander psychiatrische stoornis bij kinderen en adolescenten [zie Kanner, 1957] voor een overzicht van enige historische literatuur). Aanvankelijk werd over de hysterie vooral door kinderartsen gepubliceerd, maar in de loop van de 20 e eeuw werd deze het gebied van de kinderpsychiatrie. Van Krevelen heeft in een klinische les in 1955 een beeldende beschrijving gegeven van kinderen met een somatoforme stoornis. Daarin presenteerde hij onder andere een twaalfjarige jongen: Hij wordt al enige weken gekweld door buikpijnen, die het hem onmogelijk maken, rustig in bed te liggen, en het hem doen uitgillen van de pijn. Wij zullen hem aan een kort lichamelijk onderzoek onderwerpen. Bij inspectie van de buik treft ons een ballonvormige zwelling, die korte tijd later geslonken is, maar onder onze ogen terugkeert. Bij percussie horen wij tympanie. Bij palpatie van de buikwand voelt deze afwisselend plankhard en soepel aan. Er is geen darmperistaltiek zichtbaar. De buik is bij druk niet gevoelig. Patiënt heeft niet gebraakt en lijdt niet aan obstipatie. De algemene toestand is goed. Voor het meteorisme is geen organische verklaring gevonden. (..) Wanneer U op zijn optreden gelet hebt, al het U niet zijn ontgaan, dat hij een passief-lijdzaam, gedrukt voorkomen had. Hij overdreef zijn klachten niet, volgde veeleer mijn suggesties, zijn buik vooral soepel te houden. Van zijn (..) ouders verneemt U echter, dat het thuis geheel anders gesteld is. Daar is hij de lijdende zieke, die het gehele huishouden in rep en roer brengt. Verscheidene artsen hebben de ouders er van willen overtuigen, dat hun zoon niets mankeert, maar zij zijn op grond van hun eigen waarneming een tegenovergestelde mening toegedaan. Zij achten de toestand hoogst ernstig en vinden het vanzelfsprekend, dat hun zoon van school thuisblijft. Dit hoofdstuk is gewijd aan de classificatie, de prevalentie, de etiologie en het verloop van somatoforme stoornissen. Voor de diagnostiek wordt verwezen naar Bouman [2000], Campo en Fritz [2001], voor de behandeling naar De Raeymaecker [1996], Verheij [1996], Janicke en Finney [1999] en Campo en Fritz [2001]. 101

2 Classificatie De DSM-IV onderscheidt de volgende somatoforme stoornissen: - Somatisatiestoornis - Ongedifferentieerde somatoforme stoornis - Conversiestoornis - Pijnstoornis - Hypochondrie - Stoornis in de lichaamsbeleving - Somatoforme stoornis Niet Anderszins Omschreven Men kan zich afvragen of deze stoornissen conceptueel tot één groep behoren. In dat verband is het nuttig een kernbegrip in de literatuur over somatoforme stoornissen te introduceren: somatisatie. We moeten erin berusten dat het een term is die, evenals bijvoorbeeld de aanduidingen psychogene stoornis en functionele stoornis, de suggestie in zich draagt van een cartesiaans dualistische visie. Een veel geciteerde definitie van somatisatie [Lipowski, 1988] luidt: een neiging om lichamelijk lijden en lichamelijke symptomen te beleven en kenbaar te maken, die niet verklaard worden op basis van pathologische bevindingen, om deze symptomen te herleiden tot een lichamelijke ziekte en er medische hulp voor te zoeken. Voor de classificaties, waar de beleving van lichamelijke klachten centraal staan in het klinische beeld, is dit concept relevant. Men kan evenwel kanttekeningen plaatsen bij de relevantie van het concept voor de hypochondrie en de stoornis in de lichaamsbeleving: daarbij ligt het accent veeleer op een verstoorde cognitie. Deze twee laatste stoornissen, waarover in de kinder- en jeugdpsychiatrische literatuur overigens maar weinig is gepubliceerd, en de Somatoforme stoornis NAO zullen aan het slot van dit hoofdstuk afzonderlijk worden behandeld. Somatisatiestoornis De aanwezigheid van multiple lichamelijke klachten wordt soms aangeduid als het syndroom van Briquet, waarmee verwezen wordt aan de poging van deze auteur [Briquet, 1859] om onverklaarde lichamelijke symptomen wetenschappelijk te beschrijven. Pas in 1980 werden deze symptomen in de derde versie van de DSM gerubriceerd in een hoofdstuk somatoforme stoornissen. Daarin werd als diagnostisch criterium voor de Somatisatiestoornis aangegeven dat er sprake moest zijn van een voorgeschiedenis van lichamelijke klachten over een periode van verschillende jaren. De klachten konden niet adequaat verklaard worden door een lichamelijke oorzaak. Het moest gaan om tenminste veertien symptomen bij vrouwen en twaalf bij mannen, afkomstig uit een lijst van 37 symptomen die in zeven rubrieken gegroepeerd 102

3 waren (de overtuiging ziek te zijn; conversie of pseudo-neurologische symptomen; gastro-intestinale symptomen; symptomen van de vrouwelijke geslachtsorganen; psychoseksuele symptomen; pijnsymptomen en cardiopulmonaire symptomen). In de DSM-III-R werd het minimum aantal symptomen gesteld op dertien en het aantal rubrieken teruggebracht tot zes (gastrointestinale symptomen; pijnsymptomen; cardiopulmonaire symptomen; conversie- of pseudo-neurologische symptomen; psychoseksuele symptomen en symptomen betreffende de vrouwelijke geslachtsorganen). In de DSM-IV werd het aantal symptomen van de somatisatiestoornis teruggebracht tot acht en het aantal rubrieken tot vier: de cardiopulmonaire symptomen werden ondergebracht bij de andere rubrieken en de psychoseksuele symptomen en de symptomen betreffende de vrouwelijke geslachtsorganen zijn samengenomen. Tevens werd voor het eerst per rubriek het minimaal vereiste aantal symptomen aangeduid. Aan de voorwaarden voor de classificatie werd in de DSM-IV een interferentie criterium (namelijk het zoeken van behandeling voor de lichamelijke klachten of significante beperking in het functioneren) toegevoegd. DSM-IV criteria Somatisatiestoornis (300.81) A. Een voorgeschiedenis van vele lichamelijke klachten, beginnend voor het dertigste jaar, een aantal jaren aanwezig, die geleid hebben tot het zoeken van behandeling of tot significante beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. B. Aan elk van de volgende criteria moet zijn voldaan, waarbij de afzonderlijke symptomen op elk moment in het beloop van de stoornis kunnen voorkomen: 1. vier pijnsymptomen: een voorgeschiedenis van pijn die verband houdt met tenminste vier verschillende lokalisaties of functies (bijvoorbeeld hoofd, buik, rug, gewrichten, extremiteiten, borst, rectum, tijdens de menstruatie, tijdens de geslachtsgemeenschap of tijdens de mictie) 2. twee gastro-intestinale symptomen: een voorgeschiedenis van ten minste twee gastro-intestinale symptomen en anders dan pijn (bijvoorbeeld misselijkheid, opgeblazen gevoel, braken buiten de zwangerschap, diarree of intolerantie voor een aantal voedingsmiddelen) 3. één seksueel symptoom: een voorgeschiedenis met ten minste één symptoom op het gebied van de seksualiteit of voortplanting en anders dan pijn (bijvoorbeeld seksuele onverschilligheid, dysfunctie bij erectie of ejaculatie, onregelmatige menses, over- 103

4 104 vloedige menstruele bloedingen, braken tijdens de gehele duur van de zwangerschap) 4. één pseudoneurologisch symptoom: een voorgeschiedenis met ten minste één symptoom of uitvalsverschijnsel dat doet denken aan een neurologische aandoening en niet beperkt is tot pijn (conversiesymptomen zoals stoornissen in de coördinatie of evenwicht, paralyse of gelokaliseerde spierzwakte, slikproblemen of brok in de keel, afonie, urineretentie, hallucinaties, verlies van de tast- of pijnzin, dubbelzien, blindheid, doofheid, toevallen; dissociatieve verschijnselen zoals amnesie,; of bewustzijnsverlies anders dan flauwvallen). C. Ofwel (1) of (2) 1. na adequaat medisch onderzoek is geen van de symptomen van criterium B eerder toe te schrijven aan een bekende somatische aandoening of het directe effect van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel). 2. Indien er een somatische aandoening is die hiermee verband houdt, zijn de lichamelijke klachten of de hieruit voortvloeiende sociale of beroepsmatige beperkingen ernstiger dan verwacht zou mogen worden op grond van anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen. D. De symptomen worden niet met opzet veroorzaakt of voorgewend (zoals bij nagebootste stoornis of simulatie). Kanttekeningen bij de classificatie De eis in de DSM-IV dat er sprake moet zijn van tenminste één seksueel symptoom maakt dat de classificatie niet van toepassing kan zijn bij kinderen en slechts zelden bij adolescenten. Kennelijk hebben de auteurs van de DSM-IV de opvatting dat het minimaal vereiste aantal somatoforme klachten niet voorkomt bij kinderen en adolescenten. Dit wordt bevestigd door de toelichting in de handleiding: Aan de diagnostische criteria wordt in kenmerkende gevallen voldaan voor de leeftijd van 25 jaar, maar de initiële symptomen zijn vaak al in de adolescentie aanwezig. Daarmee wordt voorbijgegaan aan de ervaringen van liaison kinder- en jeugdpsychiaters met kinderen en adolescenten met een veelheid aan uiteenlopende symptomen waarvoor geen organische substraat wordt gevonden. Soms zijn de symptomen zo talrijk dat uitsluitend de afwezigheid van een seksueel symptoom de classificatie somatisatiestoornis uitsluit. De discussie over de classificatie somatiesatiestoornis voor kinderen en adolescenten in de DSM-III-R vormde aanleiding om onderzoek te verrichten

5 naar het voorkomen van somatische klachten bij kinderen en adolescenten. Daartoe ontwikkelden Judy Garber en collega s een vragenlijst voor kinderen en adolescenten (en/of hun ouders) waarin gevraagd werd naar het voorkomen en de intensiteit van somatische klachten in de afgelopen twee weken: de Children s Somatization Inventory [CSI; Walker, Garber en Green, 1991; Garber, Walker en Zeman, 1991]. De items hadden betrekking op de symptomen van de somatisatiestoornis (minus de categorieën psychoseksuele symptomen en symptomen betreffende de vrouwelijke geslachtsorganen ) zoals vermeld in de DSM-III-R, aangevuld met negen relevant geachte items. Zij legden hun lijst voor aan basisschoolleerlingen en middelbare scholieren. Een principale component factor-analyse met varimaxrotatie leverde een vier-factoren oplossing op, die bijna 40% van de variantie verklaarde. De vier factoren weerspiegelen bij benadering de vier (resterende) categorieën symptomen van de classificatie somatisatiestoornis van de DSM-III-R. De auteur van dit hoofdstuk onderzocht met zijn medewerkers de psychometrische kwaliteiten van een Nederlandse bewerking van de CSI [Treffers, Siebelink en Westenberg, 1998] met behulp van confirmatoire factoranalyse [Treffers, Goedhart en Siebelink, 1998]. Het onderzoek werd verricht bij 935 twaalf- tot achttienjarigen. De belangrijkste bevinding was dat een vier-factoren oplossing conform de DSM-III-R (dat wil zeggen de zes DSM-III-R factoren minus de psychoseksuele symptomen en de symptomen betreffende de vrouwelijke geslachtsorganen) een beduidend betere passing gaf dan een drie-factoren oplossing (DSM-IV). Dit kon niet verklaard worden uit het bescheiden verschil tussen de items van de DSM-III-R en DSM- IV. Onder voorbehoud het onderzoek vond plaats bij een steekproef uit de algemene populatie concludeerden wij dat de DSM-III-R een steviger basis bood voor de diagnostiek van somatoforme stoornissen bij adolescenten dan de DSM-IV. Ongedifferentieerde somatoforme stoornis In de DSM-III-R verscheen voor de eerste maal de rubriek Ongedifferentieerde somatoforme stoornis. Die kan van toepassing zijn indien de klachten niet voldoen aan een andere classificatie (met name conversiestoornis en pijnstoornis) en het aantal lichamelijke klachten ontoereikend is voor de classificatie Somatisatiestoornis. 105

6 DSM-IV criteria Ongedifferentieerde somatoforme stoornis (300.81) A. Een of meer lichamelijke klachten (bijvoorbeeld moeheid, verlies van eetlust, gastro-intestinale of mictieklachten) B. Ofwel (1) ofwel (2): 1. na adequaat medisch onderzoek zijn de symptomen niet eerder toe te schrijven aan een bekende somatische aandoening of het directe effect van een middel (bijvoorbeeld drug of geneesmiddel) 2. indien er een somatische aandoening is die hiermee verband houdt, zijn de lichamelijke klachten of de hieruit volgende sociale of beroepsmatige beperkingen ernstiger dan verwacht zou worden op grond van anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen. C. De symptomen veroorzaken in significante mate lijden of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. D. De duur van de stoornis is ten minste zes maanden. E. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld andere somatoforme stoornis, seksuele dysfunctie, stemmingsstoornis, angststoornis, slaapstoornis of psychotische stoornis). F. Het symptoom wordt niet met opzet veroorzaakt of voorgewend (zoals bij de nagebootste stoornis of simulatie). Chronisch Vermoeidheidssyndroom De classificatie Ongedifferentieerde somatoforme stoornis is niet alleen van toepassing als alternatief voor de classificatie Somatisatiestoornis bij kinderen en adolescenten, maar ook bij een aantal andere stoornissen met onverklaarde lichamelijke symptomen die geen, of nog geen omschreven plaats hebben in de DSM. Een belangrijk voorbeeld daarvan is het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS), met ernstige lichamelijke en geestelijke vermoeidheid als meest prominent symptoom. In de meeste gevallen is er sprake van andere symptomen, zoals hoofdpijn, spierpijn, keelpijn en andere lichamelijke symptomen, concentratieproblemen, en een stoornis van de slaap en de stemming [Garralda en Rangel, 2002]. Soms is er sprake van gevoelige lymfeklieren, gewrichtspijn, gebrek aan eetlust, misselijkheid en duizeligheid [Bell, Jordan en Robinson, 2001]. Het begin van de ziekte wordt vaak in verband gebracht met een griep-achtige virusinfectie [Rangel, Garralda, 106

7 Levin en Roberts, 2000a]. Het staat evenwel geenszins vast dat de virusinfectie als zodanig bijdraagt aan het ontstaan van CVS. Pijnstoornis DSM-IV criteria Pijnstoornis (307.xx) A. Pijn in één of meer anatomische lokalisaties vormt de belangrijkste presentatie en is van voldoende ernst om medische zorg te rechtvaardigen. B. De pijn veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. C. Psychische factoren worden verondersteld een belangrijke rol te spelen bij het begin, de ernst, de verergering of het voortduren van de pijn. D. De pijn wordt niet met opzet veroorzaakt of voorgewend (zoals bij de nagebootste stoornis of simulatie). E. De pijn is niet eerder toe te schrijven aan een stemmingsstoornis, angststoornis of psychotische stoornis en voldoet niet aan de criteria voor een dyspareunie. Codeer als volgt: Pijnstoornis gebonden aan psychische factoren Psychische factoren worden verondersteld de hoofdrol te spelen bij het begin, de ernst, de verergering of het voortduren van de pijn. (Indien een somatische aandoening aanwezig is, speelt deze geen hoofdrol bij het begin, de ernst, de verergering of het voortduren van de pijn). Dit type pijnstoornis wordt niet gediagnostiseerd als ook wordt voldaan aan de criteria voor een somatisatiestoornis. Specificeer indien: Acuut: korter dan zes maanden Chronisch: duur van zes maanden of langer 107

8 Pijnstoornis gebonden aan zowel psychische factoren als een somatische aandoening Zowel psychische factoren als een somatische aandoening worden verondersteld een belangrijke rol te spelen bij het begin, de ernst, de verergering of het voortduren van de pijn. De bijkomende somatische aandoening of anatomische lokalisatie van de pijn worden gecodeerd op As III. Specificeer indien: Acuut: korter dan zes maanden Chronisch: duur van zes maanden of langer Recidiverende buikpijn en hoofdpijn Hoewel er een tamelijk groot aantal publicaties is verschenen over recidiverende buikpijn en hoofdpijn is het aantal kinder- en jeugdpsychiatrische artikelen over deze symptomen gering. In de meeste publicaties wijkt de omschrijving van de symptomen af van de DSM-IV criteria voor een pijnstoornis. Zo wordt recidiverende buikpijn in de literatuur doorgaans omschreven als het voorkomen van tenminste drie episodes van buikpijn gedurende een periode van tenminste drie maanden, die leidt tot slecht functioneren op sociaal gebied en/of op school (bijvoorbeeld Scharff, 1997). Somatoforme stoornissen: prevalentie Betrouwbare gegevens over de prevalentie van somatoforme stoornissen zijn schaars. Een indicatie voor de prevalentie kan worden ontleend aan onderzoek, dat werd verricht door Campo en collega s [1999]. Deze verzamelden gegevens over jaar oude kinderen die een huisarts of kinderarts bezochten. De ouders van 366 kinderen (1.7%) gaven aan dat hun kind vaak klaagde over pijn en kwalen en een voorgeschiedenis had van frequente bezoeken aan de dokter voor medisch niet verklaarde klachten. Bij nog eens 2339 kinderen (11.1%) was dat soms het geval [Campo, Jansen- McWilliams, Comer en Kelleher, 1999]. De prevalentie van het aantal kinderen met niet verklaarde lichamelijke klachten nam toe met de leeftijd. Vanaf de leeftijd van 11 jaar kwamen de klachten vaker voor bij meisjes dan bij jongens. De meest gesofisticeerde onderzoeken naar de prevalentie van somatoforme stoornissen werden verricht door Lieb, Mastaler en Wittchen [1999] en door Essau, Conradt en Petermann [2000]. Lieb en collega s [1999] verrichtten onderzoek bij jarigen, bij wie zij een diagnostisch interview, leidend tot een DSM-IV classificatie afnamen. Zij vonden in deze groep een life time prevalentie van de somatoforme stoornis van 13% (de jaarprevalen- 108

9 tie bedroeg 7.2%). Essau en collega s [2000] onderzochten een steekproef van jarigen uit een algemene populatie, bij wie onder andere een diagnostisch interview werd afgenomen. De life time prevalentie van een somatoforme stoornis was ook in deze groep 13.1%. Bij veruit de grootste groep betrof het een ongedifferentieerde somatoforme stoornis. De prevalentie van somatoforme stoornissen was groter bij meisjes dan bij jongens (ten aanzien van de onderscheiden stoornissen kwam dit verschil alleen naar voren bij de pijnstoornis). Somatisatiestoornis In de onderzoeken van Lieb et al. [1999] en van Essau et al. [2000] voldeed de problematiek bij geen van de personen aan de (DSM-IV) criteria van de somatisatiestoornis. In eerder onderzoek werd de prevalentie afgeleid uit de antwoorden van kinderen en adolescenten op items die betrekking hebben op lichamelijke klachten. Daarbij werd een afkappunt (veelal dertien klachten, het voor de DSM- III-R classificatie somatiesatiestoornis minimaal vereiste aantal klachten) gehanteerd als indicatie voor de aanwezigheid van een somatisatiestoornis. Offord en collega s [1987; zie ook Boyle et al., 1987 en Taylor, Szatmari, Boyle en Offord, 1996] vonden bij jarigen uit de algemene populatie een zesmaands prevalentie van 10.7% bij meisjes en 4.5% bij jongens. Garber, Walker en Zeman [1991] vonden in onderzoek bij 540 kinderen en adolescenten dat 1.1% de voorafgaande twee weken tenminste dertien lichamelijke klachten had ervaren. Eminson en collega s vonden in onderzoek bij jaar oude adolescenten een life time prevalentie van multiple somatische klachten van 7.1% bij jongens en 9.5% bij meisjes; bij meisjes nam het aantal symptomen toe met de leeftijd [Eminson, Benjamin, Shortall, Woods en Faragher, 1996]. Met betrekking tot CVS rapporteerden Jordan en collega s [2000] een prevalentie van 2% CVS-achtige ziekte bij 5-17 jaar oude kinderen en adolescenten. Pijnstoornis Bij kinderen voor de puberteit is recidiverende buikpijn het meest gerapporteerde symptoom, gevolgd door hoofdpijn. Bij toename van de leeftijd komen pijn in de ledematen, pijn in de spieren (en ook vermoeidheid en neurologische symptomen) steeds vaker voor [Fritz, Fritsch en Hagino, 1997]. Perquin en collega s [2000] verrichtten een grootschalig onderzoek naar het voorkomen van pijn bij kinderen en adolescenten (0-18 jaar). Een belangrijke bevinding was dat over de gehele groep 25% van de respondenten tot de leeftijd van acht jaar de ouders, daarna de kinderen, respectievelijk adoles- 109

10 centen zelf aangaf dat zij de laatste drie maanden recidiverend of voortdurend pijn hadden gehad (enigszins ongelukkig aangeduid als chronische pijn ). Deze werd het meest frequent gerapporteerd in de leeftijdsgroep jarigen. Vanaf de leeftijd van vier jaar, gaven meisjes meer chronische pijn aan dan jongens. Dit verschil was het sterkst na de leeftijd van 12 jaar. Hoofdpijn, buikpijn en pijn in de ledematen werden het vaakst genoemd. Bij kinderen tot de leeftijd van acht jaar werd buikpijn het meest gerapporteerd. Vanaf die leeftijd werden pijn in de ledematen, hoofdpijn en buikpijn het meest genoemd. Pijn op meerdere plaatsen in de meeste gevallen een combinatie van hoofdpijn en buikpijn nam toe met de leeftijd en trad vaker op bij meisjes dan bij jongens [Perquin et al, 2000]. Er zijn aanwijzingen dat de prevalentie van hoofdpijn bij kinderen in de loop der tijd beduidend is toegenomen [Sillanpää en Anttila, 1996]. Somatoformestoornissen: interferentie Somatoforme stoornissen hebben aanzienlijke gevolgen voor het dagelijks functioneren. In het grootschalige onderzoek van Campo et al. [1999] bleken kinderen met veel onverklaarde lichamelijke klachten heel vaak van school te verzuimen. Zij bezochten ook vaker de dokter, hadden vaker tenminste één opname in de voorgeschiedenis en hadden vaker beroep gedaan op de geestelijke gezondheidszorg dan de overige kinderen. In het onderzoek van Essau et al. [2000] gaf ongeveer een derde van de adolescenten bij wie ten tijde van het diagnostisch interview sprake was van een somatofome stoornis aan dat hun dagelijkse leven in de voorafgaande weken sterk was beïnvloed door psychische en lichamelijke problemen. Overigens had minder dan een kwart van deze groep adolescenten hulp gezocht voor de psychische problemen. Kashikar-Zuck en collega s hebben op basis van onderzoek bij adolescenten die een pijnpolikliniek bezoeken de ingrijpende gevolgen van pijnklachten voor het dagelijks functioneren, thuis, op school, vrije tijdsbesteding en sociale relaties in kaart gebracht [Kashikar-Zuck, Goldschneider, Powers, Vaught en Hershey, 2001]. Ook kinderen met CVS die verwezen worden naar specialistische centra zijn over het algemeen ernstig belemmerd in hun functioneren, wat vooral tot uitdrukking komt in absenteïsme van school en verlies van contact met leeftijdgenoten. De klachten hebben ook grote gevolgen voor het gezinsleven, dat zich vaag geheel rond een kind met CVS centreert [Carter, Edwards, Kronenberger, Michalczyk en Marshall, 1995; Garralda en Rangel, 2002]. 110

11 Comorbiditeit van somatoforme stoornissen De comorbiditeit van somatoforme stoornissen is aanzienlijk, in het bijzonder met angststoornissen, depressieve stoornissen en aan een middel gebonden stoornissen [bijvoorbeeld Essau et al., 2000]. Ook is er vaak sprake van comorbiditeit met dissociatieve stoornissen. Bij alle somatoforme stoornissen nemen de comorbiditeit en het aantal comorbide stoornissen toe met de leeftijd [Lieb et al., 1998]. Ten aanzien van de pijnsymptomen geldt dat deze vaak gecombineerd voorkomen. Zo komt hoofdpijn vaker voor bij kinderen met recidiverende buikpijn dan in de algemene populatie [Scharff, 1997]. Borge en Nordhagen [1995] stelden vast dat kinderen van 4-10 jaar die zowel buikpijn als hoofdpijn hadden vaker gedragsproblemen en emotionele problemen hadden dan kinderen met alleen buikpijn of hoofdpijn. Recent publiceerden Egger en collega s de resultaten van onderzoek naar het voorkomen van buikpijn, spier- en botpijn en hoofdpijn en vormen van psychopathologie bij een algemene populatie kinderen van 9-16 jaar. In dit onderzoek, waarin gebruik werd gemaakt van een gestandaardiseerd diagnostisch interview resulterend in DSM-III-R classificaties, werd bij meisjes vooral een sterk verband gevonden tussen somatische klachten en angststoornissen en depressieve stoornissen. Bij jongens werd verband gevonden tussen een depressieve stoornis en de aanwezigheid van spier- en botpijn. Uitsluitend bij jongens werd ook comorbiditeit met externaliserende stoornissen aangetroffen. Jongens met een gedragsstoornis rapporteerden vaker hoofdpijn dan jongens zonder gedragsstoornis. Jongens met een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en jongens met ADHD rapporteerden vaker buikpijn dan jongens zonder deze stoornissen [Egger, Costello, Erkanli en Angold, 1999]. Er zijn nog slechts weinig gegevens over de comorbiditeit van het CVS. Rangel en collega s namen een gestandaardiseerd interview af van de moeders van 25 adolescenten in de leeftijd van jaar, bij wie in voorgaande jaren de diagnose CVS was gesteld. Zij concludeerden dat bij deze adolescenten significant vaker sprake was van persoonlijkheidsproblemen of stoornissen dan bij een gezonde vergelijkingsgroep [Rangel, Garralda, Levin en Roberts, 2000b]. Differentiaal diagnostiek van somatoforme stoornissen De differentiaal diagnostiek van een somatoforme stoornis is in de eerste plaats pijn als gevolg van een somatische aandoening. Bij kinderen en adolescenten met recidiverende buikpijn wordt slechts is in vijf tot tien procent van de gevallen een organische oorzaak gevonden (bijvoorbeeld distensie 111

12 van het colon secundair aan obstipatie, malabsorptie als gevolg van bij voorbeeld lactose intolerantie, een maagzweer, ziekte van Crohn of appendicitis). Het is waarschijnlijk dat kinderen met recidiverende buikpijn een heterogene groep vormen. Zo vonden Hyams en collega s [1995] dat de symptomatologie bij een groot deel van de kinderen met recidiverende buikpijn voldoet aan de criteria voor het prikkelbare darm syndroom, dat bij volwassenen beschreven is [vgl. Garralda, 1996]. Hoofdpijn als pijnstoornis moet gedifferentieerd worden van hoofdpijn ten gevolge van organische, niet-neurologische oorzaken (bijvoorbeeld sinusitis of hypertensie), hoofdpijn ten gevolge van neurologische oorzaken (bijvoorbeeld een tumor) en migraine. Ook de differentiaal diagnose van het CVS is in de eerste plaats een lichamelijke aandoening, bijvoorbeeld een infectieziekte. De differentiaal diagnose tussen het CVS en depressie kan moeilijk zijn. Jongeren met het CVS rapporteren meer lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, gewrichts- en spierpijn en duizeligheid dan depressieve jongeren. Depressieve jongeren rapporteren meer affectieve symptomen en gedachten over suïcide en externaliserende symptomen dan jongeren met het CVS [Carter, Kronenberger, Edwards, Michalczyk en Marshall, 1996]. In de klinische praktijk moet men in geval van onbegrepen lichamelijke ook denken aan de nagebootste stoornis bij volmacht, beter bekend als het Syndroom van Münchhausen by Proxy, waarbij een ouder doorgaans de moeder verontrustende lichamelijke symptomen bij het kind beschrijft en/of induceert, leidend tot vergaande diagnostische en therapeutische ingrepen. Bij adolescenten kan in zeldzame gevallen sprake zijn van een nagebootste stoornis (Syndroom van Münchhausen). Kinderen en adolescenten kunnen ook een lichamelijke aandoening simuleren, bijvoorbeeld om een beangstigende of ongewenste situatie te ontlopen. Concomitante en etiologische factoren in geval van somatoforme stoornissen Genetische factoren Er is enige steun voor de veronderstelling dat genetische factoren een rol spelen bij het ontstaan van somatoforme stoornissen. Kendler en collega s [1995] vonden in een tweelingonderzoek bij volwassenen aanwijzingen voor een substantiële erfelijke bijdrage aan symptomen van somatisatie. De resultaten van een ouder adoptieonderzoek [Bohman, Cloninger, von Knorring en Sigvardsson, 1984] suggereren dat bij vrouwen die op jonge leeftijd waren geadopteerd de somatisatiestoornis verband houdt met alcoholmisbruik en criminaliteit van de biologische ouders [zie voor een overzicht Guze, 1993]. 112

13 De somatisatiestoornis was in die jaren evenwel minder strikt omschreven dan thans, zodat aan de houdbaarheid van de bevinding getwijfeld moet worden. Deze zelfde kanttekening moet geplaatst worden bij het onderzoek van Routh en Ernst [1984], die het voorkomen van psychopathologie bij familieleden van kinderen met functionele buikpijn en van kinderen met buikpijn met een bekende organische oorzaak onderzochten. Bij familieleden van de kinderen met onverklaarde buikpijnklachten kwamen alcoholisme, antisociaal gedrag en somatisatiestoornis vaker voor. Een recente tweelingstudie bij volwassenen leverde aanwijzingen voor een genetische bijdrage aan het ontstaan van het CVS [Buchwald et al., 2001]. Fysiologische correlaten Men kan zich afvragen of de pijn bij kinderen met een recidiverende buikpijn te herleiden is tot het optreden van spierspanning in relatie met stress. Alfvén [1993a] vond aanwijzingen dat de stevigheid en gevoeligheid van de spieren bij kinderen met recidiverende buikpijn verschillen van die van een vergelijkingsgroep. Ook was de pijndrempel bij druk op de spieren bij deze kinderen lager [Alfvén, 1993b]. Aan de auteur zijn geen onderzoeken bekend, waarin deze bevindingen zijn gedupliceerd. Psychologische correlaten In het verleden is wel verondersteld dat er verband bestond tussen angst enerzijds en recidiverende buikpijn anderzijds. Garber, Zeman en Walker [1990] verrichtten onderzoek naar deze veronderstelling. Daartoe vergeleken zij een groep kinderen en adolescenten met recidiverende buikpijn zonder bekende organische oorzaak met onder andere een groep met hetzelfde symptoom, waarbij wel een organische oorzaak was gevonden. In beide groepen had ongeveer driekwart van de kinderen een angststoornis. Depressieve stoornissen kwamen minder vaak voor dan angststoornissen, maar eveneens in beide groepen ongeveer in dezelfde mate. De aanwezigheid van emotionele stoornissen differentieert dus niet tussen groepen kinderen met recidiverende buikpijn mèt en zonder bekende organische oorzaak. De overeenkomsten tussen kinderen met recidiverende buikpijn met en zonder aantoonbare organische etiologie pleiten tegen een scherpe dichotomie tussen organische en functionele buikpijn [Walker, Garber en Greene, 1993]. Er is ook onderzoek gedaan naar het gevoel van eigenwaarde van kinderen met somatoforme stoornissen. In een onderzoek bij drie, helaas kleine, groepen kinderen [Kronenberger, Laite en Laclave, 1995] waren de zelfpercepties van kinderen met somatoforme stoornissen over het algemeen lager dan die van kinderen zonder psychiatrische problemen, maar hoger dan die van kinderen met een depressieve stoornis. Deze bevinding komt overeen met 113

14 die van Treffers et al. [2002] dat de schalen van de CSI niet sterk, zij het wel significant correleren met een aantal schalen van de Competentie Belevingsschaal voor Adolescenten (CBSA). De correlaties tussen de CBSA en een depressieschaal zijn beduidend sterker. Persoonlijkheidsfactoren In de conceptualisering op het gebied van de somatoforme stoornissen neemt de alxithymie de laatste jaren een belangrijke plaats in. Alexithymie wordt gekenmerkt door problemen bij het identificeren en beschrijven van gevoelens en problemen in het onderscheiden van gevoelens en de lichamelijke concomitanten daarvan [Taylor, Baglay, Ryan en Parker, 1990; Sifneos, 1996]. Er bestaat geen eenstemmigheid over het antwoord op de vraag of alexithymie primair als persoonlijkheidstrek ( trait ) dan wel als toestandgebonden ( state ) verschijnsel beschouwd moet worden [Luminet, Bagby en Taylor, 2001]. Onderzoek naar de, overigens ook bij volwassenen niet eenduidig vastgestelde, relatie tussen alexithymie en somatoforme stoornissen bij kinderen en jeugdigen is tot dusverre niet verricht. Er zijn wel aanwijzingen dat bij jeugdigen met anorexia nervosa sprake is van versterkte alexithymie [Zonnevylle-Bender, 2002]. In de literatuur wordt nogal eens verband gelegd tussen de conceptualisering op het gebied van alexithymie en symptoom perceptie. Pennebaker [bijvoorbeeld Pennebaker en Watson, 1991] formuleerde de veronderstelling dat somatoforme stoornissen verband houden met een versterkte aandacht voor lichamelijke signalen, verbonden met emoties, ten koste van de cognitieve verwerking daarvan. Deze versterkt beleefde somatische en viscerale sensaties [Barsky, 1992] kunnen worden beleefd als symptoom van een ziekte. In onderzoek bij volwassen patiënten is voor deze hypothese steun gevonden [zie bijvoorbeeld Scholz, Ott en Sarnoch, 2001]. Aan de auteur is onderzoek op dit gebied bij kinderen en adolescenten niet bekend. Over het pendant van dit concept op het gebied van angststoornissen, anxiety sensitivity dat onder andere verwijst naar de gevoeligheid voor de lichamelijke verschijnselen van angst als concomitant van angststoornissen is wel onderzoek gedaan bij kinderen [zie voor een overzicht bijvoorbeeld Van Widenfelt, Siebelink, Goedhart en Treffers, 2002]. Er is enig onderzoek verricht naar de relatie van het CVS met persoonlijkheidsfactoren. In het eerder genoemde onderzoek van Rangel en collega s [2000b] werden adolescenten met het CVS door hun moeder vaak beschreven als scrupuleus, kwetsbaar, emotioneel labiel en behept met een gevoel van waardeloosheid. Onderzoek bij volwassenen met het CVS en fibromyalgie leverde aanwijzingen dan een hoog niveau van activiteit, resp. actie bereidheid een predispo- 114

15 nerende rol speelt bij het CVS [Van Houdenhove et al., 2001]. Ook dit persoonlijkheidskenmerk is bij jongeren met het CVS nog niet onderzocht. Gezinsfactoren In de literatuur over functionele stoornissen bij kinderen wordt nogal eens verwezen naar het model van het psychosomatische gezin dat in 1975 door Minuchin en medewerkers werd beschreven [Minuchin et al., 1975]. Zij ontwikkelden dit model op geleide van de ervaring met gezinnen met een kind met een somatische stoornis, zoals een moeilijk in te stellen diabetes mellitus. Minuchin onderscheidde in de interacties in deze gezinnen een aantal karakteristieken. Het zou gaan om kluwengezinnen, waarin de gezinsleden zeer sterk op elkaar betrokken zijn en op elkaar reageren. Vaak vindt men in dergelijke gezinnen dat de afgrenzing tussen ouders en kind onvoldoende is. Soms dragen de kinderen een zekere verantwoordelijkheid voor het welzijn van een of beide ouders (parentificatie). In de klinische literatuur is beschreven dat in incidentele gevallen de ziekte van het kind als een bliksemafleider fungeert voor conflicten in het gezin, in het bijzonder tussen de ouders. In andere gezinnen vormt een der ouders met het kind een coalitie tegen de andere ouder. Een aantal uit de gezinstherapie afkomstige concepten heeft voor de klinische praktijk met sommige gezinnen onmiskenbare verdiensten. De verleiding om de concepten naïef toe te passen blijkt in de hulpverlening echter groot, met alle risico s van dien. Onderzoek op dit gebied wordt vrijwel uitsluitend verricht in gezinnen waarin bij een der gezinsleden sprake is van een chronische ziekte, zoals astma of diabetes [zie bijvoorbeeld Wood, 1993]. Van normale vergelijkingsgroepen wordt zelden gebruik gemaakt. In de tweede plaats interpreteren onderzoekers hun bevindingen vaak in termen van eenzijdige causaliteit, in de zin dat gezinsinteracties geacht worden het verloop van de ziekte te beïnvloeden. Waar in het verleden moeders nogal eens de schuld kregen van stoornissen bij kinderen (mother blaming) dreigt er thans family blaming op te treden [Wood, 1993]. Daarmee wordt voorbijgegaan aan een centraal thema in Minuchin s conceptualisering, namelijk dat er een reciproque relatie bestaat tussen ziekteverloop en gezinsinteracties. Onderzoek naar de relatie tussen enerzijds dimensies van het functioneren van gezinnen en anderzijds het optreden van lichamelijke klachten is schaars [zie Terre en Ghiselli, 1997] en laat geen overtuigende conclusies toe. Ziekte in de familie In bottom up onderzoek bij kinderen met recidiverende buikpijn met en zonder organische oorzaak [Walker, Garber en Greene, 1993] is vastgesteld dat er meer eerstegraads familieleden waren met buikklachten in de actualiteit of 115

16 het verleden en dat er meer familieleden met ernstige gezondheidsproblemen onder hetzelfde dak woonden dan bij gezonde kinderen. De resultaten van top down onderzoek bij kinderen van volwassen patiënten met een somatisatiestoornis [Livingston, 1993] wezen in dezelfde richting: deze kinderen hadden vaker niet-verklaarde lichamelijke symptomen dan kinderen in een vergelijkingsgroep pediatrisch zieke kinderen. Deze gegevens kunnen beschouwd worden als een aanwijzing dat kinderen met somatoforme klachten vaak een model hebben voor hun symptomen. Het is ook mogelijk dat deze gegevens mede te herleiden zijn op genetische factoren. Ouder-kind interactie In het onderzoek van Walker en collega s [1993] rapporteerden kinderen met buikklachten met en zonder bekende organische oorzaak dat hun ouders vaker op ziektegedrag reageerden met toename van aandacht en met het toestaan van privileges dan ouders van gezonde kinderen en ouders van kinderen met angststoornissen en depressieve stoornissen. Liakopoulou-Kairis en collega s [2002] stelden vast dat de interactie van moeders met kinderen met buikpijn of hoofdpijn, verwezen naar een afdeling kindergeneeskunde, gekenmerkt was door een hogere mate van Expressed Emotion (resp. de afzonderlijke componenten kritiek en emotionele overbetrokkenheid) dan de moeder-kind interactie in een vergelijkingsgroep. Psychopathologie van de ouders Een aantal onderzoekers [bijvoorbeeld Garber et al., 1990] heeft vastgesteld dat bij de moeders van kinderen met recidiverende buikpijn vaak sprake is van een angststoornis en/of een depressieve stoornis. Life events In een aantal onderzoeken is verband gevonden tussen levensgebeurtenissen en het optreden van somatoforme stoornissen [bijvoorbeeld Robinson, Alverez en Dodge, 1990; Poikolainen, Kanerva en Lönnqvist, 1995; Liakopoulou-Kairis et al., 2002], respectievelijk spanningshoofdpijn [Karwautz et.al., 1999]. Walker Garber en Greene [1994] verrichtten prospectief onderzoek bij kinderen met recidiverende buikpijn met en zonder bekende organische oorzaak. In beide groepen bleek het voortduren van de pijn over de duur van een jaar bij kinderen met een geringe sociale competentie verband te houden met het optreden van negatieve levensgebeurtenissen. Dit verband suggereert dat niet (alleen) life events een rol spelen, maar dat de wijze waarop kinderen hiermee omgaan. Inderdaad suggereren de resultaten van een aantal onderzoeken [bijvoorbeeld Sharrer en Ryan-Wenger, 1991; Harding Thomsen et al., 2002] dat kinderen met recidiverende buikpijn minder 116

17 et al., 2002] dat kinderen met recidiverende buikpijn minder effectieve coping strategieën hanteren dan gezonde kinderen. Traumatische gebeurtenissen In de literatuur is ook verslag gedaan van het optreden van somatoforme symptomen bij adolescenten in relatie met seksueel misbruik in het verleden [bijvoorbeeld Rimsza, Berg en Locke,1988]. Samenvattend kunnen we concluderen dat de gegevens over de etiologie en de concomitanten van somatoforme stoornissen een lappendeken vormen met nog heel veel gaten. De meeste onderzoeken zijn bij groepen jongeren met bijvoorbeeld alleen pijnsymptomen of alleen het CVS verricht. Het is niet waarschijnlijk dat deze bevindingen zonder meer geëxtrapoleerd kunnen worden naar jongeren met andere somatoforme stoornissen. Over de relatieve bijdrage van verschillende factoren (bijvoorbeeld genetische factoren, ouder-kind interactie) is nauwelijks iets bekend. Ook de interpretatie van de bevindingen is doorgaans niet eenduidig. Met name is terughoudendheid geboden bij het leggen van causale verbanden. Men kan bijvoorbeeld uit de bevindingen over het verband tussen persoonlijkheidskenmerken en somatoforme stoornissen niet afleiden of de persoonlijkheidskenmerken bijdragen aan of gevolg zijn van de stoornis. De conclusie is verantwoord dat de somatoforme stoornissen multifactorieel bepaald zijn. Genetische factoren, een hoge mate van beleefde stress en inadequate coping lijken van bijzondere betekenis te zijn. Verloop van somatoforme stoornissen Gegevens over het verloop van somatoforme stoornissen zijn schaars. In een longitudinaal epidemiologisch onderzoek kwam naar voren dat zeventien tot twintig jaar oude adolescenten die vier jaar tevoren veel lichamelijke klachten hadden gerapporteerd vaak een depressie in engere zin of een paniekaanvallen hadden [Zwaigenbaum, Szatmari, Boyle en Offord, 1999]. Het belangrijkste follow-up onderzoek naar de prognose van buikpijnklachten op langere termijn werd verricht door Hotopf en collega s. Zij verrichtten onderzoek bij een cohort personen, die op de leeftijd van zeven, elf en vijftien jaar hadden aangegeven tijdens het voorgaande jaar buikpijn gehad te hebben. Van de 73 personen bij wie geen organische verklaring werd gevonden voor de pijn werden er 32 gevolgd tot op de leeftijd van 36 jaar. Op die leeftijd was er bij deze groep vaker sprake van psychiatrische stoornissen dan bij de personen die als kind geen pijnklachten hadden aangegeven. Er werden ook vaker lichamelijke klachten aangegeven, maar dit verband ver- 117

18 dween wanneer werd gecontroleerd voor psychiatrische stoornissen [Hotopf, Carr, Mayou, Wadsworth en Wessely, 1998]. In het kader van hetzelfde project werd de prognose van hoofdpijnklachten in de kindertijd onderzocht [Fearon en Hotopf, 2001]. Hiernaar was gevraagd toen de kinderen zeven en elf jaar oud waren. Hoofdpijnklachten in de kindertijd bleken verband te houden met hoofdpijn, multiple lichamelijke symptomen en psychiatrische stoornissen op de leeftijd van 33 jaar. Hotopf en collega s onderzochten ook welke factoren in de kindertijd verband hielden met het optreden van medisch onverklaarde klachten op de leeftijd van 36 jaar. Dit onderzoek werd verricht bij de personen die op die leeftijd de meeste onverklaarde lichamelijke klachten aangaven (n=191), vijf procent van de totaal onderzochte groep. Er bleek een krachtige relatie te bestaan met de rapportage toen de adolescenten 15 jaar oud waren van een slechte gezondheid van de ouders, waarschijnlijk verwijzend naar een combinatie van niet-fatale ziekte en onverklaarde symptomen. Deze relatie was onafhankelijk van actuele psychiatrische stoornissen. In deze analyses kwam buikpijn in de kindertijd wel naar voren als een voorspeller van onverklaarde medische klachten op volwassen leeftijd [Hotopf, Mayou, Wadsworth en Wessely, 1999]. Onderzoek over het verloop van het CVS wees uit dat na een periode van gemiddeld vier jaar na de ziekte ongeveer driekwart van de kinderen en adolescenten geheel hersteld of sterk verbeterd was. De prognose bleek slechter bij lagere sociaal economische status en chronische gezondheidsproblemen van de moeder. De prognose was beter wanneer er sprake was van een omschreven lichamelijke trigger [Rangel, Garralda, Levin en Roberts, 2000a; Garralda en Rangel, 2002]. In een recent gepubliceerd follow up onderzoek bij personen, bij wie in de adolescentie het CVS was gediagnostiseerd, bleek dat dertien jaar na het begin van de ziekte bij 80% van de personen sprake was van herstel of tenminste verbetering [Bell, Jordan en Robinson, 2001]. Hypochondrie, Stoornis in de lichaamsbeleving en Somatoforme stoornis NAO DSM-IV criteria Hypochondrie (300.7) A. Preoccupatie met de vrees of opvatting een ernstige ziekte te hebben, gebaseerd op een verkeerde interpretatie van lichamelijke verschijnselen. B. De preoccupatie houdt aan ondanks adequaat medisch onderzoek en geruststelling. C. De overtuiging in criterium A heeft niet de intensiteit van een waan (zoals bij een waanstoornis, somatisch type) en is niet beperkt tot een om- 118

19 schreven bezorgdheid over het uiterlijk (zoals bij stoornis in de lichaamsbeleving). D. De preoccupatie veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. E. De duur van de stoornis is ten minste zes maanden. F. De preoccupatie is niet eerder toe te schrijven aan een gegeneraliseerde angststoornis, obsessieve-compulsieve stoornis, paniekstoornis, depressieve episode, separatie-angststoornis of een andere somatoforme stoornis. Specificeer indien: Met gering inzicht: indien betrokkene voor het grootste deel van de tijd in de huidige episode niet beseft dat de bezorgdheid over het hebben van een ernstige ziekte overdreven is. Hypochondrische symptomen komen bij adolescenten wel voor. Doorgaans gaat het om geïsoleerde, voorbijgaande symptomen, die klinisch nauwelijks of geen betekenis hebben [Livingston, 1992]. In het prevalentie onderzoek van Lieb en collega s [1998] bij ruim jarigen voldeed één respondent aan de criteria, in het onderzoek van Essau en collega s [2000] bij ruim jarigen geen der respondenten. In onderzoek met volwassen hypochondriepatiënten is een verband met traumatiserende gebeurtenissen in de jeugd, zoals seksueel misbruik en lichamelijk geweld, naar voren gekomen [Barsky, Wool, Barnett en Cleary, 1994]. Adolescenten met een autisme spectrum stoornis, schizofrenie of een schizotypische persoonlijkheid, kunnen moeilijk beïnvloedbare hypochondrische symptomen hebben, die evenwel doorgaans veeleer een waanachtige intensiteit hebben. DSM-IV criteria Stoornis in de lichaamsbeleving (300.7) A. Preoccupatie met een vermeende onvolkomenheid van het uiterlijk. Indien er een geringe lichamelijke afwijking aanwezig is, dan is de ongerustheid van betrokkene duidelijk overdreven. B. De preoccupatie veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. C. De preoccupatie is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld ontevredenheid over de lichaamsvorm en omvang bij anorexia nervosa). Veel adolescenten zijn een tijd lang heel ontevreden met hun uiterlijk of met specifieke uiterlijke kenmerken. Soms zijn zij er, zoals bij verstoorde li- 119

20 chaamsbeleving doorgaans het geval is, van overtuigd dat ook andere mensen de afwijking zien. Deze klachten hebben echter zelden klinische betekenis. Ook adolescenten en jonge volwassenen, die vragen om een plastisch chirurgische ingreep, blijken in beginsel een realistische visie te hebben op hun voorkomen en kunnen psychologisch als gezond beschouwd worden [Simis, Verhulst en Koot, 2001]. Gegevens over de prevalentie van de stoornis van de lichaamsbeleving bij kinderen en adolescenten zijn niet aanwezig. Casuïstische beschrijvingen zijn schaars [Braddock, 1982; Thomas, 1984]. Mogelijk wordt de diagnose, ook in een psychiatrische setting, niet gesteld omdat adolescenten zelden spontaan melding maken van de klachten [Grant, Kim en Crow, 2001]. Voor een beschrijving van de state of the art op het gebied van de Stoornis in de lichaamsbeleving bij volwassenen wordt de lezer verwezen naar een recente publicatie van Cororve en Gleaves [2001]. DSM-criteria Somatoforme stoornis Niet Anderszins Omschreven (300.81) Deze categorie omvat stoornissen met somatoforme symptomen die niet voldoen aan de criteria van een specifieke somatoforme stoornis. Tot de voorbeelden horen: 1. Pseudocyesis: de foutieve overtuiging zwanger te zijn, waarbij objectieve verschijnselen kunnen optreden van zwangerschap, zoals abdominale zwelling (hoewel de navel niet verstreken is), verminderde menstruele bloedingen, amenorrhoe, subjectieve beleving van foetale bewegingen, misselijkheid, toegenomen borstgrootte en melksecretie en pijnlijke barensweeën op de verwachte bevallingsdatum. Endocrinologische veranderingen kunnen aanwezig zijn, maar het syndroom kan niet verklaard worden door een somatische aandoening die de endocrinologische veranderingen veroorzaakt (bijvoorbeeld tumor met hormoonsecretie). 2. Een stoornis met niet-psychotische hypochondrische symptomen, korter dan zes maanden. 3. Een stoornis met onverklaarde lichamelijke klachten (bijvoorbeeld moeheid of lichamelijke zwakte), die korter duurt dan zes maanden, en niet het gevolg is van een andere psychische stoornis. De auteur heeft nooit een geval van pseudocyesis gezien. In de oudere literatuur bestaat wel een beschrijving van deze stoornis op de kinderleeftijd [Brooks, 1985] en in de adolescentie [Hardwick en Fitzpatrick, 1981]. 120

21 LITERATUUR - Alfvén G. Preliminary findings on increased muscle tension and tenderness, and recurrent abdominal pain in children. A clinical study. Acta Paediatrica, 82;1993b: Alfvén G. The pressure pain threshold (PPT) of certain muscles in children suffering from recurrent abdominal pain of non-organic origin. An algometric study. Acta Paediatrica;1993b: 82, Barsky AJ. Amplification, somatization, and the somatoform disorder. Psychosomatics;1992:33, Barsky AJ, Wool C, Barnett MC, en Cleary PD. Histories of childhood trauma in adult hypochondriacal patients. American Journal of Psychiatry;1994:151, Bell DS, Jordan K en Robinson M.. Thirteen year follow-up of children and adolescents with chronic fatigue syndrome. Pediatrics 200;107: Bohman M, Cloninger R, von Knorring AL, en Sigvardsson S. An adoption study of somatoform disorders III. Cross-fostering analysis and genetic relationship to alcoholism and criminality. Archives of General Psychiatry 1984;41: Borge AIH, en Nordhagen R. Development of stomach-ache and headache during middle childhood: co-occurrence and psychosocial risk factors. Acta Paediatrica 1995;84: Bouman NH. Somatoforme stoornissen. In: FC Verhulst en F Verheij (red), Kinder- en jeugdpsychiatrie, onderzoek en diagnostiek, pp Assen: Van Gorcum Boyle MH, Offord DR, Hofmann HG, Catlin GP, Byles JA, Cadman DT, Crawford JW, Links PS, Rae-Grant NI, en Szatmari P. Ontario Health Study, I. Methodology. Archives of General Psychiatry 1987,44: Braddock LE. (1982). Dysmorphophobia in adolescence: A case report. British Journal of Psychiatry 1982;140: Briquet P. Traité clinique et thérapeutique de l hysterie. Paris: Ballière Brooks JG. Pseudocyesis in a 6-year-old child: Follow-up report at 23. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 1985; 24: Buchwald D, Herrell R, Ashton S, Belcourt M, Schmaling K, Sullivan P, Neale M, en Goldberg J. A twin tudy of chronic fatigue. Psychosomatic Medicine 2001;63: Campo JV, en Fritsch SL. Somatization in children and adolescents. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 1994;33: Campo JV, Jansen-McWilliams L, Comer DM, en Kelleher KJ. Somatization in pediatric primary care: Association with psychopathology, functional impairment, and use of services. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 1999;38: Campo JV, en Fritz G. A management model for pediatric somatization. Psychosomatics 2001;42: Carter B, Edwards JF, Kronenberger WG, Michalczyk L, en Marshall G. Case control study of chronic fatigue in pediatric patients. Pediatrics 1995;95: Carter BD, Kronenberger WG, Edwards JF, Michalczyk BA, en Marshall GS. Differential diagnosis of Chronic Fatigue in children: Behavioral and emotional dimensions. Developmental and Behavioral. Pediatrics 1996;17: Cororve MB, en Gleaves DH. Body Dysmorphic Disorder: A review of conceptualizations, assessment, and treatment strategies. Clinical Psychology Review 2001;21: Egger HL, Costello EJ, Erkanli A, en Angold A. Somatic complaints and psychopathology in children and adolescents: Stomach aches, musculoskeletal pains, and headaches. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 1999;38:

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen 300.81 Somatisatiestoornis 300.82 Ongedifferentieerde somatoforme stoornis 300.11 Conversiestoornis Specificeer indien: Met motorische symptoom of uitvalsverschijnsel/met sensorische

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Algemene typering Classificatie DSM-IV + DSM-5 1. Lichamelijke klachten stoornis 2. Ziekte-angst stoornis 3. Conversie stoornis

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatisch Onverklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Lichamelijke klachten Ziektegedrag Geen lichamelijke ziekte Er is een verschil

Nadere informatie

CVS : forensisch psychiatrische overwegingen

CVS : forensisch psychiatrische overwegingen CVS : forensisch psychiatrische overwegingen ZOL Genk 17 Februari 2011 Prof Dr Dillen Chris Forensisch Psychiater Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Recht - Criminologie Porseleinwinkel Etiologie Chronisch

Nadere informatie

Centrum voor Lichamelijk Onverklaarde Klachten (CLOK)

Centrum voor Lichamelijk Onverklaarde Klachten (CLOK) Centrum voor Lichamelijk Onverklaarde Klachten (CLOK) Wijzingen van DSM-IV naar DSM-5 Lisette t Hart & Ingeborg Visser Vragen Wie heeft in de afgelopen twee weken last gehad van buikpijn, maagpijn, misselijkheid,

Nadere informatie

Dr. P. D Hondt Psychiater

Dr. P. D Hondt Psychiater Dr. P. D Hondt Psychiater algologisch lentesymposium 25/05/2013 In 1973 werd de International Association for the Study of Pain (IASP) opgericht De definitie van de IASP (1979) luidt als volgt: 'Pijn is

Nadere informatie

Let s talk. Trea Broersma psychiater

Let s talk. Trea Broersma psychiater Let s talk about SOLK Trea Broersma psychiater SOLK??? Let s talk about..solk SOLK in de huisartsenpraktijk Lichamelijke klachten zonder somatische oorzaak SOLK en somatisatie Problemen bij SOLK en somatisatie

Nadere informatie

! "! " #)% Lichamelijke Klachten Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) Somatoforme stoornissen

! !  #)% Lichamelijke Klachten Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) Somatoforme stoornissen Bert van Hemert psychiater Parnassia psycho-medisch centrum Leids Universitair Medisch Centrum L U M C Shakespeare Lichamelijke klachten Door de dokter niet verklaard door pathologische bevindingen Door

Nadere informatie

Iedereen ervaart wel eens lichamelijke klachten. Soms is hiervoor een duidelijke oorzaak, zoals een beschadiging of een ontsteking, maar vaak is er ge

Iedereen ervaart wel eens lichamelijke klachten. Soms is hiervoor een duidelijke oorzaak, zoals een beschadiging of een ontsteking, maar vaak is er ge LEKENSAMENVATTING Iedereen ervaart wel eens lichamelijke klachten. Soms is hiervoor een duidelijke oorzaak, zoals een beschadiging of een ontsteking, maar vaak is er geen duidelijke medische verklaring

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen - diagnostiek en behandelprincipes -

Somatoforme stoornissen - diagnostiek en behandelprincipes - sen - diagnostiek en behandelprincipes - 1988 1994 Interne Geneeskunde Polikliniek Bert van Hemert psychiater epidemioloog 1998 2006 Huisartspraktijk 25 september 2007 Nascholing Opleidingscluster Psychiatrie

Nadere informatie

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Stemmingsstoornissen Van DSM-IV-TR naar DSM-5 Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Inhoud Veranderingen in de DSM-5 Nieuwe classificaties

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 Inhoud DSM IV -> DSM 5 DSM IV: Schizofrenie als kernsyndroom Even stilstaan bij SCHIZOFRENIE Kritiek op DSM IV Overzicht DSM 5 Schizofrenie (1) Epidemiologie:

Nadere informatie

Het gevolgenmodel. SOLK Carolien Kruyff, GZ-psycholoog Praktijk Kruyff, Den Haag

Het gevolgenmodel. SOLK Carolien Kruyff, GZ-psycholoog Praktijk Kruyff, Den Haag Het gevolgenmodel Behandeling van kinderen en jongeren met Somatisch On-(voldoende) verklaarde Lichamelijke Klachten: SOLK Carolien Kruyff, GZ-psycholoog Praktijk Kruyff, Den Haag 6 november 2014 Lichamelijke

Nadere informatie

Onverklaarde klachten: een houdbaar concept? Guus Eeckhout Polikliniek Onverklaarde Klachten Afdeling Ziekenhuispsychiatrie VUmc

Onverklaarde klachten: een houdbaar concept? Guus Eeckhout Polikliniek Onverklaarde Klachten Afdeling Ziekenhuispsychiatrie VUmc Onverklaarde klachten: een houdbaar concept? Guus Eeckhout Polikliniek Onverklaarde Klachten Afdeling Ziekenhuispsychiatrie VUmc Netwerk OLK (NOLK) Conceptrichtlijn 2009: Somatisch Onvoldoende verklaarde

Nadere informatie

CVS, CHRONISCHE PIJN EN ANDERE FUNCTIONELE KLACHTEN

CVS, CHRONISCHE PIJN EN ANDERE FUNCTIONELE KLACHTEN CVS, CHRONISCHE PIJN EN ANDERE FUNCTIONELE KLACHTEN DR. E.J. SULKERS, KINDERARTS ADRZ Symposium Nehalennia, 11 april 2013 MOEHEID KAN EEN SYMPTOOM ZIJN VAN EEN: - infectieziekte; - orgaanziekte (hart,

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Vierde oplage, juni 2016 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de derde oplage (juni 2015). Pagina Stoornis Derde oplage,

Nadere informatie

Factsheet voor de Bedrijfsarts

Factsheet voor de Bedrijfsarts Factsheet voor de Bedrijfsarts van de multidisciplinaire richtlijn Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten en somatoforme stoornissen De multidisciplinaire richtlijn Somatisch onvoldoende

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Chapter 8. Nederlandse samenvatting

Chapter 8. Nederlandse samenvatting Chapter 8 Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Angst is een menselijke emotie die iedereen van tijd tot tijd wel eens ervaart. Veel mensen voelen zich angstig of nerveus wanneer ze bijvoorbeeld

Nadere informatie

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae chapter 7 Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae 140 chapter 7 SAMENVATTING De bipolaire stoornis (of manisch-depressieve stoornis) is een stemmingsstoornis waarin episodes van (hypo)manie

Nadere informatie

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Sanne Bakker en Marjan Kroon, 19 juni 2014 1. De invoering van de Basis GGZ 2. Het verwijsmodel 3. Overzicht van de DSM-IV stoornissen die vergoed

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING 143 Nederlandse samenvatting 144 NEDERLANDSE SAMENVATTING De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat psychische gezondheid een staat van welzijn is waarin een individu zich

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan

1 Wat is er met me aan 1 Wat is er met me aan de hand? Ty p e r e n d b e e l d v a n h y p o c h o n d r i e Ton Vreeswijk komt al een flink aantal maanden geregeld bij zijn huisarts met allerlei klachten. Hij maakt zich ongerust

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/39582 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/39582 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/39582 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Hegeman, Annette Title: Appearance of depression in later life Issue Date: 2016-05-18

Nadere informatie

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht GEDRAG: De wijze waarop iemand zich gedraagt, zijn wijze van doen, optreden

Nadere informatie

Kennislacunes NHG-Standaard Buikpijn bij kinderen

Kennislacunes NHG-Standaard Buikpijn bij kinderen Kennislacunes Buikpijn bij kinderen Kennislacunes 1. Prevalentie prikkelbare darm syndroom bij kinderen met chronische buikpijn (noot 5, 15). 2. Verschil in prognose van kinderen met prikkelbare darm syndroom

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Chapter 11

Nederlandse samenvatting. Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Chapter 11 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van een groot vragenlijstonderzoek over de epidemiologie van chronisch frequente hoofdpijn in de Nederlandse

Nadere informatie

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen Verzekeringsgeneeskundig protocol Epidemiologie I De jaarprevalentie voor psychische stoornissen onder de beroepsbevolking in Nederland wordt geschat op: 1. 5-10% 2. 10-15% 15% 3. 15-20%

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Chronische vermoeidheid en SOLK bij jongeren

Chronische vermoeidheid en SOLK bij jongeren Chronische vermoeidheid en SOLK bij jongeren mogelijkheden van behandeling door de revalidatiearts. Jongeren Er zijn veel jongeren met langdurige klachten, vaak ook met schoolverzuim! Onderscheid tussen

Nadere informatie

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Comorbiditeit: Voorkomen van verschillende stoornissen bij 1 persoon. Dubbele diagnose: Verslaving (afhankelijkheid en misbruik

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Inzicht in de heterogeniteit van depressieve stoornissen 227 Depressies, ofwel depressieve stoornissen, zijn veel voorkomende ziektebeelden met een grote impact op het leven van

Nadere informatie

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst

recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst Nederlandse samenvatting Patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) hebben last van recidiverende en aanhoudende dwanggedachten (obsessies) die duidelijke angst veroorzaken. Om deze angst

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE Dyslexie Moeite met de techniek van het lezen en spellen, door problemen om het woordniveau en met als belangrijk kenmerk dat geen echte automatisering van het lezen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Genderdysforie in kinderen: Oorzaken en Gevolgen Chapter ELEVEN De studies, beschreven in dit proefschrift, richten zich op vier thema s. De eerste hoofdstukken beschrijven twee

Nadere informatie

Inhoud. Redactioneel 10. Over de auteurs 11. 1 Inleiding 12. 2 Geschiedenis 14

Inhoud. Redactioneel 10. Over de auteurs 11. 1 Inleiding 12. 2 Geschiedenis 14 Inhoud Redactioneel 10 Over de auteurs 11 1 Inleiding 12 2 Geschiedenis 14 3 Anatomie en fysiologie 17 3.1 Acute pijn 17 3.2 Chronische pijn 23 3.3 Chronische pijn en limbisch systeem? 23 4 Pijnmeting

Nadere informatie

Samenvatting (summary in Dutch)

Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,

Nadere informatie

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen NESDA - Verschillende cohorten Vanuit NEMESIS (303) Vanuit ARIADNE (261) 1 e lijn (1611) Met huidige depressie/angststoornis

Nadere informatie

THE COMPREHENSIVE ASSESSMENT OF AT-RISK MENTAL STATE CAARMS - TRAINING. No financial disclosure.

THE COMPREHENSIVE ASSESSMENT OF AT-RISK MENTAL STATE CAARMS - TRAINING. No financial disclosure. THE COMPREHENSIVE ASSESSMENT OF AT-RISK MENTAL STATE CAARMS - TRAINING drs. Helga Ising PARNASSIA, DEN HAAG dr. Judith Rietdijk DIJK EN DUIN, ZAANDAM No financial disclosure. RELEVANTIE VROEGHERKENNING:

Nadere informatie

Codeer huidige toestand van de depressieve stoornis of bipolaire I stoornis met het vijfde cijfer:

Codeer huidige toestand van de depressieve stoornis of bipolaire I stoornis met het vijfde cijfer: Stemmingsstoornissen (Mood Disorders) Deze sectie is in drie delen onderverdeeld. Het eerste deel beschrijft de stemmingsepisodes (depressieve episode, manische episode, gemengde episode en hypomane episode),

Nadere informatie

NISPA en Radboud(umc) Let s get together. Let s get together: 15-10-2015. - medicine/psychiatry & addiction - Universitair Medisch Centrum

NISPA en Radboud(umc) Let s get together. Let s get together: 15-10-2015. - medicine/psychiatry & addiction - Universitair Medisch Centrum NISPA en Radboud(umc) Let s get together Disclosure belangen A.H. Schene (potentiële) belangenverstrengeling: geen prof. dr Aart H. Schene Afdeling Psychiatrie NISPA-dag, 15 oktober 2015 Let s get together:

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Functional limitations associated with mental disorders

Functional limitations associated with mental disorders Samenvatting Functional limitations associated with mental disorders Achtergrond Psychische aandoeningen, zoals depressie, angst, alcohol -en drugsmisbruik komen erg vaak voor in de algemene bevolking.

Nadere informatie

www.dok018.nl info@dok018.nl Carly van Velzen en Gert Dedel

www.dok018.nl info@dok018.nl Carly van Velzen en Gert Dedel www.dok018.nl info@dok018.nl Do s en Don ts bij funcconele klachten! Welke reacces zijn gewenst bij terugkeer op school. Opdracht Wanneer herken je een jongere met chronische pijn of vermoeidheid? Bedenk

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen in de huisartspraktijk: epidemiologie, behandeling en de co-morbiditeit met angst en depressie

Somatoforme stoornissen in de huisartspraktijk: epidemiologie, behandeling en de co-morbiditeit met angst en depressie Samenvatting Samenvatting Somatoforme stoornissen in de huisartspraktijk: epidemiologie, behandeling en de co-morbiditeit met angst en depressie Dit proefschrift beschrijft het Somatisatie Onderzoek Universiteit

Nadere informatie

DSM-5: de algemene wijzigingen ten opzichte van de DSM-IV

DSM-5: de algemene wijzigingen ten opzichte van de DSM-IV DSM-5: de algemene wijzigingen ten opzichte van de DSM-IV Classificeren, diagnostiek en indicatiestelling Prof.dr. Michiel W. Hengeveld, psychiater Disclosure Disclosure belangen spreker Potentiële belangenverstrengeling

Nadere informatie

DISRUPTIEVE GEDRAGSSTOORNISSEN

DISRUPTIEVE GEDRAGSSTOORNISSEN DISRUPTIEVE GEDRAGSSTOORNISSEN Beheersing van emoties en gedrag Rechten van anderen Conflict met maatschappelijke normen en waarden Indeling Gedragsstoornissen in DSM 5 Oppositioneel-Opstandige Stoornis

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting 249 Migraine is een ernstige en veelvoorkomende hoofdpijnaandoening met grote impact op het leven van patiënten en hun familieleden. Een migraineaanval wordt gekenmerkt door matige tot ernstige hoofdpijn,

Nadere informatie

Door dwang gegijzeld. (Laat-begin) obsessieve-compulsieve stoornis bij Ouderen. Roos C. van der Mast

Door dwang gegijzeld. (Laat-begin) obsessieve-compulsieve stoornis bij Ouderen. Roos C. van der Mast Door dwang gegijzeld (Laat-begin) obsessieve-compulsieve stoornis bij Ouderen Roos C. van der Mast OCS bij ouderen De obsessieve-compulsieve stoornis is een persisterende en stabiele diagnose die zelden

Nadere informatie

huisartsgeneeskunde & ouderengeneeskunde

huisartsgeneeskunde & ouderengeneeskunde huisartsgeneeskunde & ouderengeneeskunde Dokter, hoe moet ik nu toch verder met die pijn? Pijnrevalidatie in de eerste lijn Henriëtte van der Horst, huisarts Hoofd afdeling huisartsgeneeskunde & ouderengeneeskunde

Nadere informatie

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking Na vanmiddag Herkennen van en omgaan met Angst en Depressie bij ouderen met e Weet u hoe vaak angst en depressie voorkomen, Weet u wie er meer risico heeft om een angststoornis of depressie te ontwikkelen,

Nadere informatie

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog/onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog/onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog/onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) Wat is een depressie?

Nadere informatie

Reactieve hechtingsstoornis; een diagnose in beweging. Band Gedrag Interactie Relatie Stoornis Mentale representatie

Reactieve hechtingsstoornis; een diagnose in beweging. Band Gedrag Interactie Relatie Stoornis Mentale representatie Carlo Schuengel, Orthopedagogiek VU Reactieve hechtingsstoornis; een diagnose in beweging Signaleren verstoord gehechtheidsgedrag Verschillende betekenissen van gehechtheid Band Gedrag Interactie Relatie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven.

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven. * Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven In dit proefschrift worden de resultaten van de PERRIN CP 9-16 jaar studie (Longitudinale

Nadere informatie

Diagnostiek en behandeling van vrouwen met chronisch buikpijn

Diagnostiek en behandeling van vrouwen met chronisch buikpijn Diagnostiek en behandeling van vrouwen met chronisch buikpijn NIETS AAN TE DOEN Aart Beekman, klinisch psycholoogpsychotherapeut Charlotte Tuijnman, GZ-psycholoog i.o. Philomeen Weijenborg, gynaecoloog

Nadere informatie

Zorginnovatie voor pijnlijke diabetische polyneuropathie. Margot Geerts Verpleegkundig Specialist

Zorginnovatie voor pijnlijke diabetische polyneuropathie. Margot Geerts Verpleegkundig Specialist Zorginnovatie voor pijnlijke diabetische polyneuropathie Margot Geerts Verpleegkundig Specialist Diabetische polyneuropathie 1. Distale symmetrische polyneuropathie Uitval van een combinatie van sensore,

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

CHRONISCHE VERMOEIDHEIDS- SYNDROOM (CVS)

CHRONISCHE VERMOEIDHEIDS- SYNDROOM (CVS) CHRONISCHE VERMOEIDHEIDS- SYNDROOM (CVS) HYPE, WETENSCHAP, en UITDAGING B. Van Houdenhove K.U.Leuven DIAGNOSE CVS: abnormale vermoeidheid,, > 6 maanden, niet organisch of psychiatrisch verklaard minstens

Nadere informatie

Pluis / niet-pluis? Veilig hulpverlenen vanuit het perspectief van de huisarts. Rob van Valderen Antonissen, huisarts

Pluis / niet-pluis? Veilig hulpverlenen vanuit het perspectief van de huisarts. Rob van Valderen Antonissen, huisarts Pluis / niet-pluis? Veilig hulpverlenen vanuit het perspectief van de huisarts Rob van Valderen Antonissen, huisarts Wie ben ik? Echtgenoot en vader van 3 kinderen 10 jaar arts 6 jaar huisarts Sinds 2013

Nadere informatie

Een depressie. P unt P. kan u helpen. volwassenen

Een depressie. P unt P. kan u helpen. volwassenen Een depressie P unt P kan u helpen volwassenen Iedereen is wel eens moe, somber en lusteloos. Het is een normale reactie op tegenvallers, een verlies en andere vervelende gebeurtenissen. Wanneer dit soort

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

De JES studie: effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen.

De JES studie: effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen. De JES studie: effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen. 1 Symposium Krachtige Kinderen in de opvang. Driebergen, 29 oktober 2012 Mirjam Wouda, kinder- en jeugdpsychiater Mutsaersstichting

Nadere informatie

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift 153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met

Nadere informatie

Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ

Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ Angst Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ Angst is Nuttig Normaal Beschermend Besmettelijk Lijfelijke sensatie Lastig te herkennen Angstig

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen

Correcties DSM 5 : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen Correcties DSM 5 : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen Derde oplage, mei 2015 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de tweede oplage (november 2014). Pagina

Nadere informatie

GENDER, COMORBIDITY & AUTISM Inleiding INHOUD Opzet en Bevindingen per onderzoek Algemene Discussie Aanbevelingen Patricia J.M. van Wijngaarden-Cremers Classifications & Gender Patient cohort 2004 Clusters

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding en theoretische achtergrond van de studie

Samenvatting. Inleiding en theoretische achtergrond van de studie Samenvatting Jaarlijks wordt in Nederland bij meer dan 57.000 personen kanker vastgesteld en sterven 37.000 personen aan deze ziekte. Dit maakt kanker, na hart- en vaatziekten, de belangrijkste doodsoorzaak

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Chapter. Samenvatting

Chapter. Samenvatting Chapter 9 9 Samenvatting Samenvatting Patiënten met chronische pijn die veel catastroferende gedachten (d.w.z. rampdenken) hebben over pijn ervaren een verminderd fysiek en psychologisch welbevinden. Het

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Diabetes & Eetstoornissen Een uiterst gevaarlijke combinatie. Prof. Dr. M. Vervaet - Universiteit Gent - Centrum voor Eetstoornissen

Diabetes & Eetstoornissen Een uiterst gevaarlijke combinatie. Prof. Dr. M. Vervaet - Universiteit Gent - Centrum voor Eetstoornissen Diabetes & Eetstoornissen Een uiterst gevaarlijke combinatie Prof. Dr. M. Vervaet - Universiteit Gent - Centrum voor Eetstoornissen GEZOND EN ZIEK Lichamelijke Gezondheid Diabetes: somatische aandoening

Nadere informatie

Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling

Studie type Populatie Patiënten kenmerken Interventie Controle Dataverzameling Evidence tabel bij ADHD in kinderen en adolescenten (studies naar adolescenten met ADHD en ) Auteurs, Gray et al., 2011 Thurstone et al., 2010 Mate van bewijs A2 A2 Studie type Populatie Patiënten kenmerken

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CV-6300-4.0.1.-2

BELEIDSREGEL CV-6300-4.0.1.-2 BELEIDSREGEL Tarief en prestatiebeschrijvingen voor eerstelijns psychologische zorg 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders die eerstelijns psychologische zorg leveren, welke

Nadere informatie

22/11/2011. Inhoud LITERATUUR BRUSSEN. Gezonde kinderen

22/11/2011. Inhoud LITERATUUR BRUSSEN. Gezonde kinderen Een chronisch ziek kind in het gezin: Kwaliteit van leven van gezonde broers en zussen Trui Vercruysse Psychosociale oncologie, 25 november 2011 Inhoud Literatuur siblings/brussen Gezonde kinderen Zieke

Nadere informatie

Paniekaanvallen - Moet je daar wat mee? -

Paniekaanvallen - Moet je daar wat mee? - Paniekaanvallen - Moet je daar wat mee? - Neeltje Batelaan Didi Rhebergen, Ron de Graaf, Jan Spijker, Aartjan Beekman en Brenda Penninx Filmfragment College tour 2012 Een vraagje. Vraagt u tijdens anamnese

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

The Glue of (ab)normal Mental Life: Networks of Interacting Thoughts, Feelings and Behaviors A.O.J. Cramer

The Glue of (ab)normal Mental Life: Networks of Interacting Thoughts, Feelings and Behaviors A.O.J. Cramer The Glue of (ab)normal Mental Life: Networks of Interacting Thoughts, Feelings and Behaviors A.O.J. Cramer Wat is een psychische stoornis? Als we de populaire media en sommige stromingen in de gedragswetenschappen

Nadere informatie

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Het moeilijke kind stelt ons vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) SAMENVATTING Jaarlijks wordt 8% van alle kinderen in Nederland prematuur geboren. Ernstige prematuriteit heeft consequenties voor zowel het kind als de ouder. Premature

Nadere informatie

Psychiatrische psychotherapie bij somatiserende patiënten

Psychiatrische psychotherapie bij somatiserende patiënten Psychiatrische psychotherapie bij somatiserende patiënten door A.E.M. Speckens en A.M. van Hemert Samenvatting In dit artikel wordt ingegaan op psychiatrische psychotherapie bij somatiserende patiënten.

Nadere informatie

Lange termijn effecten prehospitaal handelen: De kater komt later. Hennie Knoester Kinderarts-intensivist, Intensive Care Kinderen EKZ/AMC

Lange termijn effecten prehospitaal handelen: De kater komt later. Hennie Knoester Kinderarts-intensivist, Intensive Care Kinderen EKZ/AMC prehospitaal handelen: De kater komt later Hennie Knoester Kinderarts-intensivist, Intensive Care Kinderen EKZ/AMC RS infectie, 10 dagen oud Meningococcen infectie, 1 jaar Asystolie bij cardiomyopathie,

Nadere informatie

Publiekssamenvatting PRISMO. - De eerste resultaten-

Publiekssamenvatting PRISMO. - De eerste resultaten- Publiekssamenvatting PRISMO - De eerste resultaten- Inleiding In maart 2005 is de WO groep van de Militaire GGZ gestart met een grootschalig longitudinaal prospectief onderzoek onder militairen die werden

Nadere informatie

Vermoeidheid na kanker. Anneke van Wijk, GZ psycholoog Helen Dowling Instituut Utrecht

Vermoeidheid na kanker. Anneke van Wijk, GZ psycholoog Helen Dowling Instituut Utrecht Anneke van Wijk, GZ psycholoog Helen Dowling Instituut Utrecht Helen Dowling Instituut: Begeleiding bij kanker voor (ex-) kankerpatienten en hun naasten: Onder andere: Individuele begeleiding Lotgenotengroepen

Nadere informatie

Psychofysiologische begeleiding zinvol bij SOLK. (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijk Klachten)

Psychofysiologische begeleiding zinvol bij SOLK. (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijk Klachten) Psychofysiologische begeleiding zinvol bij SOLK. (Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijk Klachten) Eveline Kempenaar Algemene Leden Vergadering VDV november 2012 In het nieuws! 1 Definitie SOLK Lichamelijke

Nadere informatie

Mindfulness bij somatoforme stoornissen. Hiske van Ravesteijn psychiater i.o.

Mindfulness bij somatoforme stoornissen. Hiske van Ravesteijn psychiater i.o. Mindfulness bij somatoforme stoornissen Hiske van Ravesteijn psychiater i.o. Mindfulness-based cognitieve therapie (MBCT) bij somatoforme stoornissen Onverklaarde lichamelijke klachten 20% Persisterende

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie