De gezondheid van Surinamers in Amsterdam

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De gezondheid van Surinamers in Amsterdam"

Transcriptie

1 De gezondheid van Surinamers in Amsterdam Colofon Uitgave: GGD Amsterdam, cluster EDG, januari 2006 Auteur: H. Dijkshoorn Grafische verzorging: Stadsdrukkerij Amsterdam ISBN-nr: EDG-reeks: 2006/2 Met dank aan: Dr. K. Stronks (afdeling Sociale Geneeskunde AMC) en haar collega s Het SUNSET onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door subsidie vanuit het Programma Preventie van ZonMw en het Programma Cultuur en Gezondheid van ZonMw. Voor de uitvoering van de AGM 2004 is financiële ondersteuning ontvangen van de gemeente Amsterdam en het RIVM (Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne).

2

3 Inhoudsopgave 1 Inleiding Doelstelling rapportage Opzet rapportage 5 2 Methode Steekproef en dataverzameling Vragenlijst Analyse 7 3 Beschrijving van de onderzoekspopulatie Respons Sociaal-demografische kenmerken 9 4 Lichamelijke en psychische gezondheid Gezondheidsbeleving Kwaliteit van leven Chronische aandoeningen Overgewicht 13 5 Leefgewoonten Roken Alcoholgebruik Voedingsgewoonten Lichaamsbeweging 17 6 Zorggebruik Huisarts Ziekenhuis 19 7 Conclusies en aandachtspunten voor beleid Conclusies Aandachtspunten voor beleid 22 Noten 25 Literatuur 27 Bijlage: Tabellen 29 De gezondheid van Surinamers in Amsterdam

4

5 1 Inleiding 1.1 Doelstelling rapportage In Amsterdam woonden er op 1 januari 2004 bijna Surinamers. Dit is 9,6% van de totale Amsterdamse bevolking (Van Zee, 2004). Zij wonen voornamelijk in de stadsdelen Zuidoost, Oost/Watergraafsmeer, Zeeburg en Amsterdam-Noord 1. Veel Surinamers migreerden naar Nederland vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 en aan het einde van de vijfjarige overgangsperiode in 1980 (De Valk et al., 2001). De Surinaamse bevolking bestaat uit verschillende etnische groepen, waarvan de Afro-Surinamers en Hindostanen de grootste groepen zijn. In de afgelopen decennia zijn er in Nederland enkele studies gedaan naar de gezondheid van Nederlanders van Surinaamse afkomst. De sterfte onder Surinaamse Nederlanders tot 40 jaar is hoger dan onder autochtone Nederlanders (Van der Lucht & Verkleij, 2001). Relatief veelvoorkomende doodsoorzaken onder Surinaamse Nederlanders zijn infectieziekten, externe oorzaken (ongevallen en geweld) en hart- en vaatziekten. De sterfte onder Surinaamse Nederlanders met een lage sociaal-economische positie is hoger dan onder Surinaamse Nederlanders met een hoge sociaal-economische positie (Bos et al., 2004; Bos et al., 2005). Surinaamse Nederlanders tot 50 jaar worden vaak in het ziekenhuis opgenomen vanwege perinatale aandoeningen en vanwege hart- en vaatziekten. Nederlandse vrouwen van Surinaamse afkomst tot 50 jaar worden daarnaast vaak opgenomen vanwege urogenitale aandoeningen (Verweij et al., 2004). Uit de Tweede Nationale Studie van het NIVEL (Van Lindert et al., 2004) blijkt dat Surinaamse Nederlanders in vergelijking met autochtone Nederlanders: een slechtere gezondheidsbeleving hebben; vaker lijden aan hypertensie, beroerte, diabetes mellitus (suikerziekte), overgewicht en obesitas; vaker contact hebben met de huisarts, fysiotherapeut, tandarts, de medisch specialist en GGZ-hulpverleners (vrouwen) en minder vaak met alternatieve genezers; vaker roken (mannen); vaker tot de groep zware alcoholgebruikers behoren (mannen); vaker het ontbijt overslaan; minder lichaamsbeweging hebben. Het doel van dit onderzoek is de gezondheidstoestand van Afro- en Hindostaanse Surinamers van jaar uit Amsterdam in kaart te brengen ten behoeve van het gemeentelijk gezondheidsbeleid. Daarbij wordt gekeken naar de lichamelijke gezondheid, psychisch welbevinden, zorggebruik en naar leefstijl. 1.2 Opzet rapportage Hoofdstuk 2 beschrijft de gebruikte onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 omvat gegevens over de respons en de kenmerken van de onderzoekspopulatie. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de lichamelijke en psychische gezondheid van Surinamers in Amsterdam, hoofdstuk 5 van (on)gezonde leefgewoonten van deze groep en hoofdstuk 6 gaat in op het zorggebruik. De paragrafen in hoofdstuk 4, 5 en 6 bestaan uit drie gedeelten: een beschrijving van de lichamelijke en psychische gezondheidstoestand en determinanten van gezondheid van Surinamers van jaar in Amsterdam; een analyse van gezondheidsverschillen tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers; een analyse van gezondheidsverschillen tussen Surinaamse en Nederlandse Amsterdammers van jaar. Voor de vergelijking met Nederlandse Amsterdammers worden gegevens uit de Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2004 gebruikt. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aandachtspunten voor het lokale gezondheidsbeleid. In beperkte mate zijn er gegevens bekend over gezondheidsproblemen van Hindostaanse en Afro-Surinamers in Nederland. Hindostanen lijden vaak aan hart- en vaatziekten en diabetes mellitus. Jonge Hindostaanse vrouwen doen relatief vaak een zelfmoordpoging. Afro-Surinamers lijden vaker aan hypertensie dan autochtone Nederlanders (Van der Lucht & Verkleij, 2001). Verder rapporteren Hindostanen meer gezondheidsklachten dan Afro-Surinamers en autochtone Nederlanders (Knipscheer et al., 1999). De gezondheid van Surinamers in Amsterdam

6

7 2 Methode 2.1 Steekproef en dataverzameling Dit rapport is gebaseerd op gegevens die afkomstig zijn uit het SUNSET-onderzoek (SUrinamers in Nederland: Studie naar ETniciteit en gezondheid). De afdeling Sociale Geneeskunde van het AMC heeft dit onderzoek opgezet en uitgevoerd. Er is een steekproef van circa 3600 personen getrokken uit het Amsterdamse bevolkingsregister. De steekproef was gestratificeerd naar leeftijd (14-34 jarigen en jarigen) en betrof zelfstandig wonende Surinamers uit grote delen van het stadsdeel Amsterdam Zuidoost (de Bijlmer en Gaasperdam) en uit het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer. Iemand werd daarbij tot de Surinamers gerekend als hij/zij zelf in Suriname is geboren of ten minste één van zijn/haar ouders. Het was de bedoeling om 750 Afro-Surinamers en 750 Hindostanen te onderzoeken. De mensen zijn benaderd om een afspraak te maken voor een mondeling interview aan huis afgenomen door een getrainde interviewer van hetzelfde geslacht en dezelfde etniciteit. Alle jarige respondenten zijn daarnaast uitgenodigd voor een lichamelijk onderzoek bij het AMC. De data werden verzameld tussen Aanvullend werd een schriftelijke vragenlijst afgenomen over de kwaliteit van leven (zie 4.2) op verzoek van de GGD Amsterdam. In totaal hebben 1531 Surinamers hun medewerking verleend aan het onderzoek. In het kader van samenwerkingsafspraken tussen de afdeling Sociale Geneeskunde van het AMC en de GGD Amsterdam heeft de GGD Amsterdam de beschikking gekregen over een deel van de gegevens uit het SUNSET-onderzoek ten behoeve van het monitoren van de gezondheid van Surinaamse Amsterdammers voor gemeentelijk gezondheidsbeleid. 2.2 Vragenlijst Voor deze rapportage werden de volgende gegevens uit het SUNSET-onderzoek gebruikt: Sociaal-demografische kenmerken: geslacht, leeftijd 2, etniciteit, inkomen, opleiding, burgerlijke staat en huishoudsamenstelling. Bekend is dat deze kenmerken van invloed zijn op gezondheid, zorggebruik en leefgewoonten (Tijhuis et al., 2001b). Het onderscheid tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers is gebaseerd op zelfidentificatie; Gezondheidsindicatoren: ervaren gezondheid, kwaliteit van leven, aanwezigheid van chronische aandoeningen en overgewicht. Leefgewoonten: roken, alcoholgebruik, voedingsgewoonten en lichaamsbeweging; Zorggebruik: gebruik van medische voorzieningen. De gestelde vragen waren vrijwel identiek aan de standaardvraagstellingen die ontwikkeld zijn in het kader van de Nationale Monitor Volksgezondheid 3. Deze vragen gebruiken de GGD-en in Nederland voor de periodieke gezondheidsenquêtes in hun regio. In hoofdstuk 4, 5 en 6 staat bij het betreffende onderwerp een beschrijving van de gebruikte enquêtevragen. 2.3 Analyse De analyse is beperkt tot respondenten van 18 jaar en ouder om vergelijkingen mogelijk te maken tussen de gezondheidsgegevens over Surinaamse en Nederlandse Amsterdammers. De gegevens over Nederlandse Amsterdammers zijn afkomstig uit de Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2004 (Uitenbroek et al., 2006). Dit is de vierjaarlijkse gezondheidsenquête van de GGD Amsterdam onder Amsterdammers van 18 jaar en ouder die in opdracht van de gemeente Amsterdam wordt uitgevoerd. De gegevens zijn gewogen naar de geslachts- en leeftijdsopbouw van de Surinaamse populatie in Amsterdam op 1 januari Op deze manier is gecorrigeerd voor de leeftijdsstratificatie bij steekproeftrekking en voor verschillen in respons. Na deze correctie zijn de resulterende gegevens representatief voor alle Surinaamse Amsterdammers van jaar. De Afro-Surinamers en Hindostanen zijn gewogen naar de geslachts- en leeftijdsopbouw van alle Surinamers in Amsterdam, vanwege het ontbreken van afzonderlijke gegevens over de geslachts- en leeftijdsopbouw van Afro- Surinamers en Hindostanen in Amsterdam. In het rapport wordt gebruik gemaakt van beschrijvende statistiek om inzicht te geven in de gezondheidstoestand van Surinaamse Amsterdammers van jaar. Gezondheidsverschillen binnen de Surinaamse populatie en gezondheidsverschillen met Nederlandse Amsterdammers zijn onderzocht met behulp van statistische toetsen 4. Daarbij wordt berekend hoe groot de kans is dat een gevonden verschil tussen groepen op toeval berust. Deze kans wordt aangeduid met de letter p en varieert tussen de 0 en de 1. Zo betekent p=0.30 dat er 30% kans is dat het verschil tussen de groepen toevallig is. Het is gebruikelijk dat verschillen als significant (dat willen zeggen: niet toevallig) worden beschouwd als de kans op toeval kleiner is dan 5% (p<0.05). In de gevallen waarin de gegevens zijn gewogen, is de grens aangescherpt tot p<0,01. De gezondheid van Surinamers in Amsterdam

8

9 3 Beschrijving van de onderzoekspopulatie 3.1 Respons De respons in SUNSET bedroeg 59%. De non-respons 5 is grotendeels veroorzaakt doordat de interviewer na drie pogingen nog geen contact had met de persoon (39%) of doordat personen geen interesse hadden om mee te werken aan het onderzoek (21%). Onder vrouwen (65%) was de respons hoger dan onder mannen (52%). De respons onder jarigen (55%) was lager dan onder jarigen (61%). 6 Omdat we wegen (zie hoofdstuk 2) naar de geslachts- en leeftijdsopbouw van de Surinaamse populatie in Amsterdam hebben deze verschillen in respons geen invloed op de uiteindelijke resultaten. De respons in het stadsdeel Zuidoost (61%) was hoger dan in Oost/Watergraafsmeer (53%). Mogelijke verschillen in respons tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers konden niet onderzocht worden vanwege het ontbreken van deze gegevens in het bevolkingsregister. De analyses in dit rapport zijn gebaseerd op gegevens over 1508 Surinaamse respondenten van jaar. 7 Tabel 3.1 geeft enkele achtergrondgegevens van de respondenten. Zoals hierboven aangegeven was de respons onder vrouwen hoger dan onder mannen en onder ouderen hoger dan jongeren. De respondenten waren voornamelijk afkomstig uit het stadsdeel Zuidoost (80%). De meerderheid van de respondenten was van Afro-Surinaamse afkomst (59%), 30% was Hindostaans en 11% had een gemengde of andere herkomst. Tabel 3.1: Respondenten naar geslacht, leeftijd, stadsdeel en etnische herkomst Mannen Vrouwen Totaal % n % n % n Totaal 38% % % jaar 10% 56 6% 57 7% jaar 13% 74 16% % jaar 42% % % jaar 28% % % jaar 7% 40 7% 65 7% Sociaal-demografische kenmerken Tabel 3.2 laat enkele sociaal-demografische kenmerken van Surinaamse Amsterdammers zien. Een grote groep Surinamers (42%) heeft een opleiding op VMBO-niveau of op MBO/HAVO/VWO-niveau afgerond (34%). Onder de jarigen was het percentage respondenten zonder opleiding of met alleen basisschool groter (14%) dan onder de jarigen (5%). Afro-Surinamers zijn gemiddeld beter opgeleid dan Hindostaanse Surinamers. Dit komt met name doordat 18% van de Hindostanen geen opleiding of alleen basisschool heeft gevolgd. Vooral onder de Hindostanen van jaar was het percentage met weinig of geen opleiding hoog (29%). Het opleidingsniveau van Surinaamse Amsterdammers was gemiddeld lager dan dat van Nederlandse Amsterdammers. Een tiende van de Surinaamse Amsterdammers had een netto-huishoudinkomen dat lager is dan 726,-; ongeveer de helft had een netto-inkomen beneden modaal (< 1407,-). Het netto-inkomen van 17% van de Surinamers was meer dan twee keer modaal (> 2632,-). In deze hoogste inkomensgroep zijn vrouwen, ouderen en Afro-Surinamers ondervertegenwoordigd. Studenten zijn bij de inkomensvragen buiten beschouwing gelaten. Het netto-inkomen van Surinaamse Amsterdammers was gemiddeld lager dan dat van Nederlandse Amsterdammers. Tweederde van de Surinaamse Amsterdammers is ongehuwd. Hieronder bevinden zich ook ongehuwd samenwonenden en jongeren die bij hun ouders wonen. Afro-Surinamers zijn vaker ongehuwd (76%) dan Surinamers van Hindostaanse herkomst (48%). Ook wonen Afro-Surinamers (32%) vaker in een éénoudergezin dan Hindostaanse Surinamers (24%). Surinamers (29%) wonen vaker in een éénoudergezin dan Nederlandse Amsterdammers (6%). In vergelijking met Surinaamse Amsterdammers zijn veel Nederlandse Amsterdammers alleenwonend (20% versus 39%) of gehuwd/samenwonend zonder kinderen (9% versus 25%). Oost/Watergraafsmeer 22% % % 301 Zuidoost 78% % % 1206 Afro-Surinamers 54% % % 886 Hindostanen 34% % % 450 Overige Surinamers 12% 68 11% % 172 De gezondheid van Surinamers in Amsterdam

10 Tabel 3.2: Sociaal-demografische kenmerken van Surinaamse Amsterdammers naar geslacht, leeftijd en etnische herkomst (gewogen percentages) en van Nederlandse Amsterdammers. Bron: SUNSET en AGM Opleidingsniveau Totaal Mannen Vrouwen jaar jaar Afro-Surinamers Hindostanen Nederlandse Amsterdammers Geen opleiding of basisschool 10% 12% 9% 5% 14% 6% 18% 4% VMBO 42% 43% 42% 39% 43% 44% 42% 21% MBO/HAVO/VWO 34% 34% 34% 45% 27% 36% 28% 29% HBO/WO 13% 11% 15% 11% 16% 14% 11% 46% Netto maandinkomen huishouden lager dan 726,- 10% 10% 10% 8% 10% 11% 7% 5% 726,- tot 998,- 16% 12% 19% 13% 17% 16% 16% 11% 998,- tot 1407,- 23% 19% 26% 23% 24% 24% 21% 11% 1407,- tot 1906,- 19% 19% 19% 18% 20% 20% 16% 25% 1906,- tot 2632,- 16% 19% 13% 17% 15% 15% 18% 28% hoger dan 2632,- 17% 21% 13% 21% 14% 13% 21% 20% Burgerlijke staat gehuwd 22% 25% 18% 14% 28% 15% 34% 29% ongehuwd 67% 67% 67% 84% 54% 76% 48% 59% gescheiden 11% 8% 13% 3% 16% 8% 15% 10% weduwe/weduwnaar 1% 0% 2% 0% 2% 0% 3% 2% Huishoudsamenstelling 2-oudergezin zonder kinderen 9% 11% 7% 11% 8% 8% 11% 25% 2-oudergezin met kinderen 36% 44% 28% 35% 36% 31% 45% 27% 1-oudergezin met kinderen 29% 14% 43% 28% 29% 32% 24% 6% alleenwonend 20% 25% 16% 19% 22% 23% 15% 39% anders 6% 6% 6% 7% 5% 7% 6% 3% 10

11 4 Lichamelijke en psychische gezondheid 4.1 Gezondheidsbeleving Het oordeel over de eigen gezondheid wordt gezien als één van de beste enkelvoudige gezondheidsindicatoren. Een slechte ervaren gezondheid blijkt samen te hangen met een verhoogd risico op sterfte, ook als rekening gehouden wordt met een groot aantal gezondheidsmaten en andere medische, leefstijl- en psychosociale factoren (Tijhuis & Hoeymans, 2002). Van de Surinaamse Amsterdammers van jaar beoordeelde 71% de eigen gezondheid als zeer goed of goed. 8 Mannen beoordeelden de eigen gezondheid vaker als (zeer) goed dan vrouwen. Het percentage Surinamers dat de eigen gezondheid als (zeer) goed beoordeelde, nam af met het toenemen van de leeftijd. Hindostaanse Surinamers beoordeelden hun eigen gezondheid slechter dan Afro-Surinamers, echter dit verschil was (net) niet statistisch significant (tabel 1, bijlage). Surinamers met een laag opleidingsniveau of een laag inkomen beoordeelden hun gezondheid vaker als matig of slecht dan Surinamers met een hoog opleidingsniveau of een hoog inkomen. Dit gold zowel voor Hindostanen als voor Afro-Surinamers. Ook alleenwonende Surinamers beoordeelden de eigen gezondheid vaker als matig of slecht dan niet-alleenwonenden. De slechtere gezondheidsbeleving van alleenwonenden hing sterk samen met hun slechtere inkomenspositie. Er waren geen verschillen tussen Surinamers wonend in een éénoudergezin en Surinamers uit huishoudens met een andere samenstelling. Figuur 4.1: Ervaren gezondheid onder Surinamers naar geslacht 80 % totaal (zeer) goed m 4.2 Kwaliteit van leven Aan de geïnterviewden is gevraagd hoe zij hun kwaliteit van leven beoordelen met behulp van de Short Form-12 (SF-12) en de Mental Health Indicator (MHI-5). Kwaliteit van leven wordt v gedefinieerd als het functioneren van personen op drie domeinen (lichamelijk, psychisch en sociaal) en de subjectieve evaluatie daarvan. De drie domeinen kunnen worden onderverdeeld in dimensies. Dimensies van het lichamelijk domein zijn bijvoorbeeld lichamelijk functioneren en pijn. Het psychische domein omvat psychische klachten, zoals angstige of depressieve gevoelens. Het sociale domein betreft de mate waarin iemands gezondheidstoestand invloed heeft op de mogelijkheid om sociale rollen te vervullen, zoals het functioneren in gezin, werk, vriendenkring of vrije tijd (Tijhuis et al., 2001a). In de SF-12 wordt onder meer gevraagd naar beperkingen bij traplopen, beperkingen in dagelijkse bezigheden en beperkingen in sociale contacten als gevolg van lichamelijke of emotionele problemen. Op basis van de antwoorden op de SF-12 worden twee somscores berekend: één voor lichamelijke gezondheid en één voor psychische gezondheid (Ware, 1998). Een gemiddelde waarde op deze score onder de 50 wijst op een minder goede gezondheid dan de (Amerikaanse) normpopulatie; een gemiddelde waarde boven de 50 wijst op een betere gezondheid. De gemiddelde scores voor lichamelijke en psychische gezondheid liggen voor de Nederlandse bevolking iets boven de De MHI-5 meet de psychische gezondheid. Deze schaal bestaat uit vijf vragen, zoals Hoe vaak was u gedurende de afgelopen 4 weken erg zenuwachtig? en Hoe vaak was u gedurende de afgelopen vier weken een gelukkig mens?. De score op de MHI-5 loopt van 0 (slechtste toestand) tot 100 (beste toestand). De vragen over kwaliteit van leven zijn gesteld aan alle jarigen en aan jarige Surinamers die aan het lichamelijk onderzoek hebben meegewerkt. In totaal vulden 417 respondenten deze schriftelijke vragenlijst 10 in. De gemiddelde SF-12 score voor lichamelijke gezondheid was 49,9. Vrouwen hadden een minder goede lichamelijke gezondheid dan mannen en jarigen hadden een minder goede lichamelijke gezondheid dan jarigen. Hindostaanse Surinamers hadden een minder goede lichamelijke gezondheid dan Afro-Surinamers, wat niet verklaard werd door verschillen in sociaal-economische positie tussen beide groepen. De gemiddelde SF-12 score voor psychische gezondheid bedroeg 51,4. Vrouwen hadden een minder goede psychische gezondheid dan mannen. Tussen de leeftijdsgroepen en tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers waren geen significante verschillen. De gemiddelde score op de mental health indicator was 75,3. Vrouwen hadden ook volgens deze indicator een slechtere psychische gezondheid dan mannen. Er waren geen significante verschillen tussen beide leeftijdsgroepen en tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers (zie tabel 1, bijlage). Surinamers met een laag opleidingsniveau of een laag inkomen hadden vaker een lagere score op de SF-12 maat voor lichamelijke gezondheid en op de mental health indicator. Nederlandse Amsterdammers hadden een iets betere De gezondheid van Surinamers in Amsterdam 11

12 lichamelijke gezondheid (gemiddelde SF-12 score: 51,3) en psychische gezondheid (53,1) dan Surinaamse Amsterdammers. Echter, het verschil tussen beide groepen was niet statistisch significant. De mental health indicator laat wel een significant verschil zien: de psychische gezondheid van Nederlandse Amsterdammers (79,2) was beter dan van Surinaamse Amsterdammers (75,3) (tabel 4, bijlage). Het relatief lage opleidingsniveau en het lage inkomen van Surinaamse Amsterdammers verklaart deze verschillen. Uit multivariate analyses bleek dat Hindostaanse Surinamers een slechtere lichamelijke gezondheid hadden en meer psychische klachten (mental health indicator) dan Nederlandse Amsterdammers. De verschillen tussen Afro-Surinamers en Nederlandse Amsterdammers waren niet statistisch significant. Figuur 4.2: Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van Surinamers en Nederlanders SF-12 fysiek Nederlanders Surinamers SF-12 psychisch MHI Chronische aandoeningen In het interview is navraag gedaan naar de aanwezigheid van een aantal chronische aandoeningen. Om een vergelijking te kunnen maken met gegevens over Nederlandse Amsterdammers is de analyse beperkt tot 18 chronische aandoeningen die ook in de Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2004 zijn nagevraagd: Diabetes mellitus (suikerziekte), hypertensie, vernauwing van de bloedvaten in buik of benen, kanker, astma & COPD ( chronic obstructive pulmonary disease, een aandoening van de luchtwegen vroeger bekend als chronische bronchitis en emfyseem), migraine, incontinentie, psoriasis, chronisch eczeem, ernstige darmstoornissen; Hart- en vaatziekten: hartinfarct, angina pectoris, beroerte & TIA ( transient ischaemic accident ); Aandoeningen van het bewegingsstelsel: ernstige rugaandoeningen (inclusief hernia), gewrichtsslijtage (artrose), chronische gewrichtsontsteking (reuma, reumatoïde artritis), ernstige aandoening aan nek of schouder, ernstige aandoening aan elleboog, pols of hand. Voor de meeste aandoeningen is gevraagd of men deze in de afgelopen twaalf maanden heeft gehad. Een uitzondering hierop vormen diabetes mellitus, hartinfarct, beroerte, TIA, hoge bloeddruk en kanker. Van deze aandoeningen is gevraagd of men deze ooit heeft gehad. Indien een respondent aangaf een bepaalde aandoening te hebben, is gevraagd of de respondent onder behandeling of controle is bij een huisarts of specialist voor deze aandoening. Alleen de aandoeningen waarvoor de respondenten in de twaalf maanden voor het interview onder behandeling of controle zijn geweest bij een arts, worden gebruikt voor deze rapportage. Respondenten kregen door middel van een open vraag de gelegenheid om aan te geven of zij een andere chronische aandoening hadden. Het antwoord op deze vraag is niet meegenomen in de berekening van het totaal aantal mensen met een chronische aandoening. Bijna de helft (49%) van de Surinamers van 18 tot 60 jaar heeft aangegeven de twaalf maanden voorafgaand aan het interview onder behandeling te zijn geweest bij een huisarts of specialist voor één of meer van de 18 bovengenoemde chronische aandoeningen (zie tabel 1, bijlage). Deze Surinamers rapporteerden gemiddeld 1,5 aandoening per persoon. Negen aandoeningen werden door 5% of meer van de Surinamers gerapporteerd: ernstige rugaandoeningen (14%), migraine of ernstige hoofdpijn (13%), nek- en schouderklachten (13%), hoge bloeddruk (12%), pols-, elleboog- of handklachten (8%), gewrichtsslijtage (7%), diabetes mellitus (7%), chronisch eczeem (6%) en astma of COPD (5%). Voor sommige aandoeningen geldt dat het percentage in werkelijkheid hoger ligt, omdat respondenten zelf niet altijd op de hoogte zijn van het Tabel 4.1: Chronische aandoeningen met een prevalentie 5% bij Surinaamse Amsterdammers. Bron: SUNSET. Surinamers Afro-Surinamers Hindostanen p ernstige rugklachten (incl. hernia) 14% 12% 16% n.s. migraine of ernstige hoofdpijn 13% 13% 14% n.s. ernstige nek- of schouderklachten 13% 11% 18% hoge bloeddruk 12% 11% 13% n.s. ernstige klachten pols, elleboog, hand 8% 6% 11% ** gewrichtsslijtage (artrose) 7% 7% 6% n.s. diabetes mellitus 7% 5% 10% chronisch eczeem 6% 6% 5% n.s. astma en COPD 5% 4% 6% n.s. n.s.: niet significant; *p<0,01; **p<0,005; p<0,001 12

13 feit dat ze aan een bepaalde aandoening lijden. Eén van die aandoeningen is diabetes mellitus. Het percentage diabetici ligt in werkelijkheid hoger, omdat een deel van de diabetespatiënten niet gediagnosticeerd was. In aanvullend lichamelijk onderzoek heeft het AMC dit nader bestudeerd onder jarige Surinamers. Op basis van bloedtesten bleek 28% van de jarige Hindostaanse Surinamers diabetes mellitus te hebben en 16% van de jarige Afro-Surinamers (Bindraban et al., nog niet gepubliceerd). Surinaamse vrouwen (53%) rapporteerden vaker aan één of meer chronische aandoeningen te lijden dan Surinaamse mannen (45%). Vooral migraine, nek- en schouderklachten en pols-, elleboog- en handklachten kwamen vaker voor onder vrouwen dan onder mannen. Zoals te verwachten rapporteerden de jarigen (36%) minder vaak aan een chronische aandoening te lijden dan de jarigen (59%). Ook was het gemiddeld aantal aandoeningen per persoon in de jongste leeftijdsgroep (1,0) lager dan in de oudste leeftijdsgroep (1,7). De jongste leeftijdsgroep rapporteerde minder vaak te lijden aan ernstige rugklachten, nek- of schouderklachten, hoge bloeddruk, pols-, elleboog- of handklachten, gewrichtsslijtage en diabetes mellitus dan de oudste leeftijdsgroep. Het percentage Surinamers van Afro-Surinaamse (48%) en Hindostaanse afkomst (53%) dat minimaal één chronische aandoening rapporteerde, verschilde niet significant van elkaar. Hindostanen (1,8) rapporteerden meer aandoeningen per persoon dan Afro-Surinamers (1,3). Nek- en schouderklachten, pols-, elleboog en handklachten en diabetes mellitus kwamen bij Hindostanen vaker voor dan bij Afro-Surinamers, ook als rekening wordt gehouden met het lagere opleidingsniveau van Hindostanen. Binnen de Hindostaanse groep lijden laag opgeleiden vaker aan deze aandoeningen dan hoog opgeleiden. Het voorkomen van de andere chronische aandoeningen verschilde niet significant tussen Afro-Surinamers en Hindostanen. Er zijn weinig verschillen in het vóórkomen van de onderzochte chronische aandoeningen tussen Surinaamse en Nederlandse Amsterdammers. Alleen nek- of schouderklachten en diabetes mellitus kwamen onder Surinaamse Amsterdammers vaker voor dan onder Nederlandse Amsterdammers. Nederlandse Amsterdammers leden vaker aan astma en COPD dan Surinaamse Amsterdammers (tabel 4, bijlage). Uit multivariate analyses bleek dat er wel aanzienlijke verschillen waren in het vóórkomen van de onderzochte chronische aandoeningen tussen Hindostaanse Surinamers en Nederlandse Amsterdammers. Hindostanen hadden vaker één of meer chronische aandoeningen, leden vaker aan rugklachten, migraine, nek- of schouderklachten, klachten aan pols, elleboog of hand, hypertensie en diabetes mellitus dan Nederlandse Amsterdammers. De verschillen tussen Afro-Surinamers en Nederlandse Amsterdammers waren veel kleiner. Ook Afro-Surinamers rapporteerden vaker één of meer chronische aandoeningen. Verder kwamen nek- of schouderklachten en diabetes mellitus onder Afro-Surinamers vaker voor dan onder Nederlandse Amsterdammers en astma of COPD minder vaak. 4.4 Overgewicht Overgewicht is een risico voor de gezondheid. Een aantal chronische aandoeningen is aan overgewicht gerelateerd zoals hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, bepaalde vormen van kanker en klachten aan het bewegingsapparaat. Verschillende factoren beïnvloeden het lichaamsgewicht zoals voedingsgewoonten, lichamelijke activiteit, roken en genetische factoren (Visscher & Seidell, 2004). Ook de opvattingen die in een bepaalde cultuur heersen zijn van invloed. In westerse samenlevingen wordt overgewicht meestal als onwenselijk gezien, terwijl niet-westerse samenlevingen overgewicht vaak als teken van welvaart, schoonheid en gezondheid beschouwen (Brown & Konner, 1987; Treloar et al., 1999). In ons onderzoek hanteren we de Body Mass Index (BMI) als maat voor overgewicht. Deze wordt berekend door het lichaamsgewicht te delen door het kwadraat van de lichaamslengte. Bij een BMI van kg/m 2 spreken we van matig overgewicht. Van ernstig overgewicht (obesitas) is sprake bij een BMI 30 kg/m 2 (World Health Organization, 1995). Eenderde van de jarige Surinaamse Amsterdammers (31%) had matig overgewicht en 17% ernstig overgewicht. De gemiddelde BMI bedroeg 25,6 kg/m 2. Surinaamse vrouwen (52%) leden vaker aan matig of ernstig overgewicht dan Surinaamse mannen (44%). Met name obesitas kwam vaker bij vrouwen voor. Het percentage Surinamers met overgewicht nam toe met het stijgen van de leeftijd. Van de jarigen had 34% overgewicht en van de jarigen 59%. Afro-Surinamers hadden gemiddeld een hogere BMI (26,1 kg/m 2 ) dan Hindostaanse Surinamers (24,9 kg/m 2 ) en leden ook vaker aan overgewicht (51% vs 46%) (zie tabel 1, bijlage). Afro-Surinaamse vrouwen leden vaker aan obesitas dan Afro-Surinaamse mannen. De verschillen in het voorkomen van obesitas tussen Afro-Surinamers en Hindostanen hingen niet samen met verschillen in opleidingsniveau, inkomen of huishoudsamenstelling. Surinaamse Amsterdammers leden vaker aan matig overgewicht (31%) en met name obesitas (17%) dan Nederlandse Amsterdammers (28% respectievelijk 10%). Ook de gemiddelde BMI onder Surinaamse Amsterdammers (25,6 kg/m 2 ) was hoger dan onder Nederlandse Amsterdammers (24,6 kg/m 2 ) (tabel 4, bijlage). De verschillen in het voorkomen van overgewicht tussen Nederlandse en Surinaamse Amsterdammers hingen niet samen met verschillen in opleidingsof inkomensniveau. Uit multivariate analyses bleek dat in vergelijking met Nederlandse Amsterdammers overgewicht vaker voorkwam onder zowel Hindostaanse Surinamers als onder Afro-Surinamers. De gezondheid van Surinamers in Amsterdam 13

14 Figuur 4.3: Lichaamsgewicht onder Afro- en Hindostaanse Surinamers 21% 3% Afro-Surinamers ondergewicht normaal gewicht 47% matig overgewicht ernstig overgewicht 30% 12% 6% Hindostanen ondergewicht normaal gewicht matig overgewicht 34% 48% ernstig overgewicht 14

15 5 Leefgewoonten 5.1 Roken Roken is een ongezonde gewoonte en was in 2003 verantwoordelijk voor meer dan sterfgevallen in Nederland. Bij volwassenen draagt roken bij aan ongeveer de helft van de totale sterfte aan longkanker, chronische obstructieve longziekte, coronaire hartziekten en beroerte (Van Leest, 2005). De laatste jaren is het percentage rokers in Nederland gedaald, na een stabilisatie in de jaren negentig. In het SUNSET-onderzoek is onder andere gevraagd of respondenten roken en zo ja, hoeveel. Van de Surinamers tussen 18 en 60 jaar rookte 40%. Het percentage ex-rokers bedroeg 15%. De rokers rookten gemiddeld 9,1 sigaretten per dag. Het percentage rokers onder Surinaamse mannen (53%) was hoger dan onder Surinaamse vrouwen (28%). Laag opgeleide Surinaamse mannen rookten vaker dan hoog opgeleide Surinaamse mannen. Bij vrouwen was er geen verband tussen rookgedrag en opleidingsniveau, echter wel tussen rookgedrag en inkomensniveau. Er waren geen significante verschillen in rookgedrag tussen de jarigen en de jarigen. Het percentage ex-rokers was bij de oudste groep niet groter dan bij de jongste groep. Afro-Surinamers (43%) rookten vaker dan Hindostaanse Surinamers (31%), maar Hindostaanse rokers (11,4) rookten gemiddeld meer sigaretten per dag dan de Afro-Surinaamse rokers (8,1) (zie tabel 2, bijlage). Het verschil in rookgedrag tussen Afro-Surinamers en Hindostanen wordt voornamelijk veroorzaakt doordat slechts weinig Hindostaanse vrouwen (17%) roken. Het rookgedrag van Hindostaanse en Afro-Surinaamse mannen verschilde nauwelijks van elkaar. De prevalentie van roken verschilde tussen Nederlandse en Surinaamse Amsterdammers. Het percentage ex-rokers was onder Nederlandse Amsterdammers hoger dan onder Surinaamse Amsterdammers, vooral bij de vrouwen en onder 35-plussers. Het percentage rokende Surinaamse mannen (53%) was hoger dan dat onder Nederlandse mannen (41%); het percentage rokende Surinaamse en Nederlandse vrouwen verschilde niet significant van elkaar. Nederlandse Amsterdammers rookten gemiddeld meer sigaretten (11,8) dan Surinaamse Amsterdammers (9,1) (zie tabel 5, bijlage). Het percentage rokers onder Afro-Surinamers was hoger dan onder Nederlandse Amsterdammers. Tussen Hindostaanse Surinamers en Nederlandse Amsterdammers was geen significant verschil in rookgedrag. Figuur 5.1: Rookgedrag onder Surinaamse Amsterdammers % m nooit-roker ex-roker roker 5.2 Alcoholgebruik Matig alcoholgebruik verkleint het risico op hart- en vaatziekten. Voor mannen houdt matig alcoholgebruik in dat niet meer dan één tot drie glazen per dag worden gedronken en voor vrouwen één tot twee glazen per dag. Om gewoontevorming te voorkómen wordt geadviseerd op ten minste twee dagen in de week geen alcoholische dranken te gebruiken. Overmatig alcoholgebruik is schadelijk voor de gezondheid en geeft een verhoogde kans op o.a. leverproblemen, hart- en vaatziekten en kanker. Daarnaast kan overmatig alcoholgebruik psychische problemen, geweldpleging en verkeersongevallen tot gevolg hebben (Van Laar, 2005). Er bestaan verschillende definities van overmatig alcoholgebruik. In dit rapport gebruiken we de indeling van Garretsen en Knibbe. 11 Hierbij worden mensen ingedeeld op grond van de hoeveelheid alcohol die zij gemiddeld gebruiken en het aantal dagen per week dat zij die hoeveelheid drinken. Er is sprake van (zeer) excessief alcoholgebruik als mensen op drie of meer dagen per week zes of meer glazen alcohol drinken, of als zij op vijf of meer dagen per week vier of meer glazen alcohol drinken (zie tabel 5.1). Het CBS gebruikt een andere definitie. De CBS-indicator voor zware drinkers is het percentage mensen dat minstens eenmaal per week zes of meer glazen drinkt. Deze maat wordt ook gepresenteerd. v De gezondheid van Surinamers in Amsterdam 15

16 Tabel 5.1: Schema voor het herleiden van de alcoholindex van Garretsen en Knibbe Aantal drinkdagen Gemiddeld aantal glazen per drinkdag gem. per maand laatste week >= 6 glazen 4-5 glazen 2-3 glazen =<1 glas >= 28 dagen 7 dagen Zeer excessief Excessief Matig Licht dagen 6 dagen Zeer excessief Excessief Matig Licht 5 dagen Zeer excessief Excessief Matig Licht dagen 4 dagen Excessief Matig Matig Licht 9-14 dagen 3 dagen Excessief Matig Licht Licht 3-8 dagen 2 dagen Matig Licht Licht Licht 1 dag Matig Licht Licht Licht >0-2 dagen 0 dagen Licht Licht Licht Licht n.v.t. n.v.t. Geheelonthouder Bijna de helft (46%) van de Surinaamse Amsterdammers dronk geen alcohol. Het percentage (zeer) excessieve drinkers bedroeg 6% en het percentage zware drinkers was 8%. Surinaamse mannen dronken vaker overmatig (11%) dan Surinaamse vrouwen (1%). Ook het percentage zware drinkers was onder mannen (14%) aanzienlijk hoger dan onder vrouwen (2%). Laag opgeleide Surinaamse mannen dronken vaker (zeer) excessief en behoorde vaker tot de zware drinkers dan hoog opgeleide mannen. Er was geen relatie tussen alcoholgebruik en inkomen of huishoudsamenstelling. Het alcoholgebruik verschilde niet significant tussen jarigen en jarigen. Onder Hindostaanse Surinamers bevonden zich meer geheelonthouders (58%) dan onder Afro-Surinamers (39%). Echter, het percentage (zeer) excessieve drinkers was onder beide groepen vrijwel gelijk (Afro-Surinamers: 7%; Hindostaanse Surinamers: 5%) en ook het percentage zware drinkers verschilde niet significant tussen beide groepen (zie tabel 2, bijlage). Echter, nadere analyses apart voor mannen en vrouwen lieten zien dat het percentage zware drinkers onder Afro-Surinaamse mannen (18%) hoger was dan onder Hindostaanse mannen (10%). Het percentage (zeer) excessieve drinkers verschilde niet tussen Afro-Surinaamse en Hindostaanse mannen. Nederlandse Amsterdammers hebben een hogere alcoholconsumptie dan Surinaamse Amsterdammers: het percentage geheelonthouders was lager (6% versus 46%) en het percentage (zeer) excessieve drinkers hoger (19% versus 6%). Nederlandse Amsterdammers (18%) behoorden ook vaker tot de zware drinkers dan Surinaamse Amsterdammers (8%) (tabel 6, bijlage). Onder zowel Hindostaanse Surinamers als Afro-Surinamers waren meer geheelonthouders en minder (zeer) excessieve drinkers dan onder Nederlandse Amsterdammers. Figuur 5.2: Alcoholgebruik van Surinaamse en Nederlandse Amsterdammers % Surinamers Nederlanders (zeer) excessief licht/matig geheelonthouder 5.3 Voedingsgewoonten Een groot aantal aandoeningen is aan voeding gerelateerd. Voorbeelden daarvan zijn coronaire hartziekten en bepaalde vormen van kanker (Ocké et al., 2004). In SUNSET is onder andere navraag gedaan naar het gebruik van een ontbijt en naar groente- en fruitconsumptie. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen is onderzocht of respondenten voldoen aan enkele aanbevelingen van het Voedingscentrum. Het Voedingscentrum adviseert tieners en volwassenen om drie keer per dag een hoofdmaaltijd te gebruiken en maximaal vier keer iets tussendoor. Verder wordt geadviseerd om dagelijks twee stuks fruit en 200 gram groente te eten. 12 Bijna de helft van de Surinamers (49%) van jaar gaf aan op zes of zeven dagen van de week te ontbijten. Surinaamse vrouwen (53%) ontbeten vaker dan Surinaamse mannen (45%). Ook tussen de jarigen (56%) en de jarigen (40%) was er een verschil in ontbijtgedrag. Tussen Afro-Surinamers en Hindostanen was geen significant verschil in ontbijtgedrag. Er was geen relatie tussen het ontbijtgedrag van Surinaamse Amsterdammers en opleidingsniveau, inkomensniveau of huishoudsamenstelling. Tweederde van de Surinaamse Amsterdammers gaf aan elke dag gekookte of gebakken groente of rauwkost te eten (65%). 16

17 Vrouwen aten vaker dagelijks groente dan mannen. Er was geen significant verschil in groenteconsumptie tussen de beide leeftijdsgroepen en ook niet tussen Afro-Surinamers en Hindostaanse Surinamers. Laag opgeleide Surinaamse Amsterdammers aten minder vaak dagelijks groente dan hoog opgeleiden. Alleenwonenden aten minder vaak dagelijks groente dan nietalleenwonenden. Eenderde van de Surinaamse Amsterdammers voldeed aan de norm voor fruitconsumptie en at minimaal twee stuks fruit per dag. De fruitconsumptie van vrouwen (40%) was hoger dan van mannen (25%) en de jarigen (38%) aten meer fruit dan jarigen (26%). Er waren geen significante verschillen in fruitconsumptie tussen Afro-Surinamers en Hindostaanse Surinamers (zie tabel 2, bijlage). Surinamers met een laag inkomen hadden een lagere fruitconsumptie dan Surinamers met een hoog inkomen. Alleenwonenden aten vaker voldoende fruit dan niet-alleenwonenden. Nederlandse Amsterdammers aten gezonder dan Surinaamse Amsterdammers wat betreft de drie nagevraagde voedingsgewoonten: ze ontbeten vaker (74% vs. 49%) en aten vaker groente (74% vs. 65%) en fruit (44% vs. 33%) (tabel 5, bijlage). Zowel Hindostaanse Surinamers als Afro-Surinamers ontbeten minder vaak dan Nederlandse Amsterdammers. Ook de fruitconsumptie onder Afro-Surinamers en in mindere mate onder Hindostaanse Surinamers was lager dan onder Nederlandse Amsterdammers. Het percentage Afro-Surinamers dat dagelijks groente at was lager dan onder Nederlandse Amsterdammers; tussen Hindostaanse Surinamers en Nederlandse Amsterdammers was geen significant verschil in groenteconsumptie. Figuur 5.3: Voedingsgedrag onder Surinaamse Amsterdammers % tuinieren of stevig wandelen (Kemper et al., 2000). In SUNSET is de SQUASH (Wendel-Vos & Schuit, 2002) gebruikt om de hoeveelheid lichaamsbeweging van de respondenten na te gaan. In deze vragenlijst wordt gevraagd naar de duur en intensiteit van lichamelijke activiteit tijdens woon-werkverkeer, tijdens het werk of op school, tijdens huishoudelijke activiteiten, in de vrije tijd en tijdens het sporten. Op basis van deze gegevens wordt bepaald of respondenten wel of niet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen voldoen. Bijna de helft van de Surinaamse Amsterdammers (49%) voldeed aan de beweegnorm. Surinaamse mannen (54%) hadden meer lichaamsbeweging dan Surinaamse vrouwen (44%), vooral doordat meer mannen in de vrije tijd sporten. Er was geen significant verschil in het percentage jarigen en jarigen dat voldoende beweegt. Wel bleek dat Surinamers van Hindostaanse afkomst (43%) minder bewogen dan Afro-Surinamers (52%) (tabel 2, bijlage). Er was geen relatie tussen lichaamsbeweging en huishoudsamenstelling of opleidingsniveau, echter wel tussen lichaamsbeweging en inkomen. Surinaamse Amsterdammers met een hoog inkomen hadden meer lichaamsbeweging dan Surinaamse Amsterdammers met een laag inkomen. Een kwart van de Surinaamse Amsterdammers had alleen al voldoende lichaamsbeweging, omdat zij zwaar lichamelijk werk doen. Verder was er een aanzienlijke groep Surinamers die minimaal op één dag per week zwaar huishoudelijk werk verricht (64%), in de vrije tijd fietst (24%), sport (32%) of danst (26%). Ook wandelen veel Surinamers (70%) in de vrije tijd. Echter, vanwege het lage inspanningsniveau van wandelen in een normaal tempo (5 km/uur) telt deze activiteit niet mee om te bepalen of men al dan niet normactief is. 13 Yoga, tuinieren, klussen en fietsen of wandelen naar het werk werden slechts door een kleine groep Surinaamse Amsterdammers gedaan. Nederlandse Amsterdammers (66%) hadden vaker voldoende lichaamsbeweging dan Surinaamse Amsterdammers (49%) (zie tabel 5, bijlage). Het percentage Hindostaanse Surinamers en Afro-Surinamers met onvoldoende lichaamsbeweging was hoger dan het percentage Nederlandse Amsterdammers Figuur 5.4: Lichaamsbeweging onder Surinaamse en Nederlandse Amsterdammers % jaar jaar dagelijks ontbijt dagelijks groente 2 stuks fruit Lichaamsbeweging Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een gebrek aan lichamelijke activiteit een rol speelt bij het ontstaan van ziekten als coronaire hartziekten, diabetes mellitus, osteoporose en bepaalde vormen van kanker (Schuit, 2004). Volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen moeten volwassenen ten minste vijf, bij voorkeur alle, dagen van de week minimaal 30 minuten matig intensief bewegen. Matig intensieve activiteiten zijn bijvoorbeeld fietsen, voldoende lichaamsbeweging Hindostanen Afro-Surinamers Nederlanders De gezondheid van Surinamers in Amsterdam 17

18 18

19 6 Zorggebruik 6.1 Huisarts Ruim de helft van de jarige Surinaamse Amsterdammers (55%) heeft in de afgelopen twee maanden contact gehad met de huisarts. Vrouwen (63%) hadden vaker contact met de huisarts dan mannen (47%) en ouderen (60%) vaker dan jongeren (48%). Tussen Afro-Surinamers en Hindostanen was geen significant verschil (tabel 3, bijlage). Surinaamse Amsterdammers met een laag inkomen gingen vaker naar de huisarts dan Surinaamse Amsterdammers met een hoog inkomen. Er was geen relatie tussen huisartsgebruik en opleidingsniveau. Figuur 6.1: Zorggebruik door Surinaamse en Nederlandse Amsterdammers % Nederlandse Amsterdammers (32%) hadden minder vaak contact met de huisarts dan Surinaamse Amsterdammers (tabel 6, bijlage). Het hogere inkomensniveau van Nederlandse Amsterdammers verklaarde dit gedeeltelijk. Zowel Hindostaanse Surinamers als Afro-Surinamers hadden vaker contact met de huisarts dan Nederlandse Amsterdammers Surinamers Huisarts Specialist Ziekenhuisopname Nederlanders 6.2 Ziekenhuis Bijna een vijfde van de Surinaamse Amsterdammers van jaar (19%) heeft in de afgelopen twee maanden poliklinisch contact gehad met een medisch specialist en 8% is in de afgelopen twaalf maanden opgenomen geweest in het ziekenhuis. Er waren wat dat betreft geen significante verschillen tussen mannen en vrouwen of tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers. De jarigen (14%) hebben minder vaak poliklinisch contact gehad met een medisch specialist dan de jarigen (23%). Er was geen significant verschil tussen de beide leeftijdsgroepen in het percentage mensen dat in het ziekenhuis was opgenomen geweest (tabel 3, bijlage). Tussen Nederlandse en Surinaamse Amsterdammers waren geen significante verschillen wat betreft poliklinisch contact met een medisch specialist en ziekenhuisopnames (tabel 6, bijlage). Ook waren er geen significante verschillen tussen Hindostaanse Surinamers en Nederlandse Amsterdammers en tussen Afro-Surinamers en Nederlandse Amsterdammers. De gezondheid van Surinamers in Amsterdam 19

20 20

21 7 Conclusies en aandachtspunten voor beleid 7.1 Conclusies De gezondheid van Surinaamse Amsterdammers is over het algemeen minder goed dan die van Nederlandse Amsterdammers. Binnen de Surinaamse populatie in Amsterdam hebben Hindostanen een minder goede lichamelijke gezondheid dan Afro-Surinamers. De gezondheidsverschillen tussen Surinaamse Amsterdammers en Nederlandse Amsterdammers zijn minder groot dan de gezondheidsverschillen tussen Nederlandse Amsterdammers en Amsterdammers van Turkse of Marokkaanse afkomst (Uitenbroek et al., 2006). De onderzoeksresultaten komen grotendeels overeen met landelijke gegevens over de gezondheid van Surinamers (Van der Lucht & Verkleij, 2001). Echter, op basis van het SUNSET-onderzoek kunnen conclusies getrokken worden over de verschillen in gezondheid tussen Hindostanen en Afro-Surinamers, waaraan in eerder onderzoek nauwelijks aandacht is besteed. In dit hoofdstuk wordt op basis van de gegevens uit het SUN- SET-onderzoek beschreven voor welke gezondheidsproblemen onder Surinaamse Amsterdammers al dan niet meer aandacht vanuit het lokale gezondheidsbeleid nodig is. Over de psychische gezondheid van Surinaamse Amsterdammers is uit het SUNSET-onderzoek slechts zeer beperkt informatie beschikbaar. Daarom worden er op dit terrein geen conclusies getrokken noch aandachtspunten voor beleid geformuleeerd. Lichamelijke gezondheid 1. Surinaamse Amsterdammers lijden vaker aan chronische aandoeningen, zoals diabetes mellitus en klachten aan het bewegingsapparaat, dan Nederlandse Amsterdammers Surinaamse Amsterdammers lijden vaker aan chronische aandoeningen dan Nederlandse Amsterdammers. Het gaat daarbij vooral om klachten aan het bewegingsapparaat en om diabetes mellitus. Binnen de Surinaamse bevolking hebben vrouwen, ouderen en Hindostanen vaker last van lichamelijke gezondheidsproblemen dan mannen, jongeren en Afro-Surinamers. Zo ervaren Surinaamse vrouwen hun gezondheid als slechter dan mannen en lijden vaker aan migraine, nek- of schouderklachten en polsklachten. Hindostaanse Surinamers, met name laag opgeleiden, voelen zich minder gezond en hebben vaker een chronische aandoening dan Afro-Surinamers en dan Nederlandse Amsterdammers. 2. Overgewicht komt onder Surinaamse vrouwen veelvuldig voor Matig en ernstig overgewicht (obesitas) komen onder Surinaamse Amsterdammers vaker voor dan onder Nederlandse Amsterdammers, vooral onder vrouwen en onder Afro-Surinamers. Laagopgeleide Afro-Surinaamse vrouwen hebben vaker obesitas dan hoog opgeleide Afro-Surinaamse vrouwen. Leefgewoonten 3. Surinaamse Amsterdammers eten minder gezond dan Nederlandse Amsterdammers De voedingsgewoonten van Surinaamse Amsterdammers zijn minder gezond dan van Nederlandse Amsterdammers: het ontbijt wordt vaker overgeslagen en er wordt minder groente en fruit gegeten. Binnen de Surinaamse populatie hebben vrouwen gezondere voedingsgewoonten dan mannen en eten jongeren minder gezond dan ouderen. 4. De helft van de Surinaamse Amsterdammers beweegt te weinig Een grote groep volwassen Surinaamse Amsterdammers (51%) beweegt te weinig. Dit kan leiden tot verschillende klachten en aandoeningen. Bewegingsarmoede komt onder Surinaamse Amsterdammers meer voor dan onder Nederlandse Amsterdammers. Binnen de Surinaamse bevolking in Amsterdam bewegen vrouwen minder mannen, vooral doordat zij minder sporten. Hindostanen bewegen minder dan Afro-Surinamers. 5. Meer dan de helft van de Surinaamse mannen rookt Het percentage rokers is onder Surinaamse Amsterdammers, vooral onder mannen, hoger dan onder Nederlanders. Het percentage ex-rokers is lager. Surinaamse mannen roken vaker dan vrouwen en laag opgeleide mannen vaker dan hoog opgeleide mannen. Het is opmerkelijk dat 35- plussers even vaak roken als Surinamers jonger dan 35 jaar. Blijkbaar stoppen Surinaamse Amsterdammers niet met roken, terwijl Nederlandse Amsterdammers dat wel doen. Verder roken meer Afro-Surinamers dan Hindostanen, met name doordat relatief weinig Hindostaanse vrouwen roken. 6. Overmatig alcoholgebruik komt relatief weinig voor onder Surinaamse Amsterdammers Het percentage alcoholgebruikers is onder Surinamers lager dan onder Nederlanders. Het percentage geheelonthouders is hoger en het percentage overmatige drinkers is lager dan onder Nederlanders. Overmatig alcoholgebruik komt onder Surinaamse vrouwen nauwelijks voor, maar wel onder Surinaamse mannen. Daarbij vormen vooral laag opgeleide mannen een risicogroep. Het percentage overmatig alcoholgebruikers onder Surinaamse mannen is lager dan onder Nederlandse mannen. De gezondheid van Surinamers in Amsterdam 21

22 Zorggebruik 7. Surinaamse Amsterdammers maken veel gebruik van huisartsenzorg In vergelijking met Nederlandse Amsterdammers maken Surinaamse Amsterdammers meer gebruik van huisartsenzorg. Het gebruik van huisartsenzorg is relatief hoog onder Surinaamse vrouwen, ouderen en Surinaamse Amsterdammers met een laag inkomen. Het aantal contacten met een medisch specialist en het aantal ziekenhuisopnamen is vergelijkbaar met dat van Nederlandse Amsterdammers. 7.2 Aandachtspunten voor beleid Uit het onderzoek volgen zes gezondheidsproblemen bij Surinaamse Amsterdammers die aandacht behoeven: 1. Chronische aandoeningen; 2. Overgewicht en obesitas; 3. Ongezonde voedingsgewoonten; 4. Bewegingsarmoede; 5. Roken; 6. Gebruik van huisartsenzorg. Hieronder staat per probleem een aantal suggesties voor interventies. Specifieke maatregelen ter preventie van overmatig alcoholgebruik bij Surinaamse Amsterdammers zijn niet noodzakelijk, omdat het (overmatig) alcoholgebruik onder Surinaamse Amsterdammers aanzienlijk lager is dan onder Nederlandse Amsterdammers. Binnen de Surinaamse populatie zouden maatregelen met name gericht moeten zijn op Hindostanen, omdat zij meer gezondheidsproblemen hebben dan Afro-Surinamers. Ook Surinamers met een laag inkomen of een laag opleidingsniveau vormen een risicogroep. De genoemde thema s spelen ook bij andere bevolkingsgroepen in Amsterdam en hoeven in de uitwerking niet beperkt te blijven tot de Surinaamse populatie. 1. Chronische aandoeningen a. Het implementeren van bestaande interventies gericht op het omgaan met chronische aandoeningen, zoals bijvoorbeeld: cultuurspecifieke voorlichting over het omgaan met chronische aandoeningen (May, 2000). In het voorjaar 2006 zal de GGD Amsterdam samen met zelforganisaties en zorgaanbieders in Amsterdam Zuidoost starten met cultuurspecifieke diabetesvoorlichting; GRIP-project, dat beoogt mensen met een chronische ziekte of handicap meer grip te geven op het leven met beperkingen en het zorg- en welzijnsaanbod beter op elkaar af te stemmen én beter te laten aansluiten bij de vraag van chronische zieken (Veltman et al., 2002). b. Preventie van diabetes mellitus door aandacht voor overgewichtspreventie (zie 2) en het bevorderen van gezonde voedingsgewoonten (zie 3) en lichamelijke activiteit (zie 4). c. Het ontwikkelen en implementeren van interventies gericht op het voorkomen van klachten van het bewegingsapparaat (Picavet & Miedema, 2005), zoals bijvoorbeeld: het implementeren van richtlijnen en standaarden door zorgverleners, zoals bijv. de CBO-richtlijn voor a-specifieke lage rugklachten; het ontwikkelen van publieksvoorlichting gericht op de preventie van lage rugklachten; het geven van voorlichting op de werkplek ter preventie van lage rugklachten en klachten aan de bovenste extremiteiten, zoals CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). Primaire doelgroep: Surinaamse vrouwen en (laag opgeleide) Hindostanen. 2. Overgewicht en obesitas Er is weinig bekend over de achtergrond van het hoge percentage Surinamers met overgewicht en obesitas. Vervolgonderzoek naar achterliggende factoren zal de komende jaren plaatsvinden in het kader van de academische werkplaats, een samenwerkingsverband van AMC en GGD Amsterdam. Tegelijkertijd kan implementatie van bestaande interventies plaatsvinden gericht op het bevorderen van gezonde voedingsgewoonten (zie 3) en lichamelijke activiteit (zie 4). Primaire doelgroep: Afro-Surinaamse vrouwen. 3. Ongezonde voedingsgewoonten Het implementeren van bestaande interventies, zoals praktische voedingsvoorlichting via een cd-rom of internet, een supermarktrondleiding of kookbijeenkomsten. Primaire doelgroep: Surinaamse mannen, jong-volwassenen en Surinamers met een laag opleidingsniveau of laag inkomen 4. Bewegingsarmoede Bekendheid geven aan bestaande interventies en activiteiten, en het implementeren van nieuwe interventies. Voorbeelden zijn: het vergroten van de bekendheid van het bestaande beweegactiviteitenaanbod van het Sportbuurtwerk en de buurtcentra; het bestaande beweegaanbod in de stadsdelen beter op elkaar afstemmen; het inzetten van nieuwe cultuurspecifieke beweegvormen, zoals yoga, actief wandelen en salsa-aerobics; het breder implementeren van BIG!MOVE, een veelbelovende beweeginterventie vanuit de eerstelijnsgezondheidszorg in Amsterdam Zuidoost. Primaire doelgroep: Surinaamse vrouwen en Hindostanen. 5. Roken Het implementeren van bestaande interventies, zoals: het aanbieden van ondersteuning bij het stoppen met roken via de huisarts (Minimale Interventie Strategie); het inzetten van een stoppen-met-roken cursus via zelforganisaties, buurt- en gezondheidscentra. Primaire doelgroep: laag opgeleide Surinaamse mannen en Afro-Surinamers. 22

Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland

Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland 1 Dit is een voorlopige uitgave. Na de zomer 2013 komen definitieve tabellen beschikbaar. Gezondheidsenquête: volwassenen en senioren

Nadere informatie

Noord gezond en wel?

Noord gezond en wel? Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 gezond en wel? Meer dan twee derde van de inwoners van heeft een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

Nieuw-West gezond en wel?

Nieuw-West gezond en wel? Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Nieuw-West gezond en wel? Twee derde van de inwoners van Nieuw-West heeft een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse

Nadere informatie

Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012

Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Zuid gezond en wel? Van de inwoners van Zuid heeft 81% een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N LICHAMELIJKE GEZONDHEID V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 2 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009 een schriftelijke

Nadere informatie

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Gezondere leefstijl blijkt voor velen moeilijk haalbaar

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Gezondere leefstijl blijkt voor velen moeilijk haalbaar Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-017 16 maart 2010 9.30 uur Gezondere leefstijl blijkt voor velen moeilijk haalbaar Bijna een op de twee beweegt onvoldoende Ruim een op de tien heeft

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Leefstijl Nederlander niet verbeterd. Weer meer mensen met overgewicht

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Leefstijl Nederlander niet verbeterd. Weer meer mensen met overgewicht Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB07-021 20 maart 2007 9.30 uur Leefstijl Nederlander niet verbeterd In 2006 zijn Nederlanders niet gezonder gaan leven. Het aandeel volwassen Nederlanders

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Lichamelijke gezondheid

Lichamelijke gezondheid Lichamelijke gezondheid Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 De ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle gezondheidsaspecten zoals de

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N LICHAAMSBEWEGING EN GEWICHT V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 4 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N GENOTMIDDELEN V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 5 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009 een schriftelijke

Nadere informatie

Lesbische en biseksuele vrouwen & homoseksuele mannen in Amsterdam: gezond en wel?

Lesbische en biseksuele vrouwen & homoseksuele mannen in Amsterdam: gezond en wel? Lesbische en biseksuele vrouwen & homoseksuele mannen in Amsterdam: gezond en wel? Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Kernpunten 1. Minder lichamelijke problemen bij homomannen De gezondheidsverschillen

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2007

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2007 Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 27 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt (M. Heijmans, NIVEL, Oktober 27). LEVEN MET COPD VRAAGT OM LEF

Nadere informatie

Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit

Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit Prof. Dr. Walter Devillé Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg UvA Vluchtelingen en Gezondheid OMGEVING POPULATIE KENMERKEN GEZONDHEIDS-

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013 Samenvatting Losser Versie 1, oktober 2013 Lage SES, bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Losser In de gemeente Losser wonen 22.552 mensen; 11.324 mannen en 11.228 vrouwen. Als we de verschillende

Nadere informatie

Bewegen en overgewicht in Purmerend

Bewegen en overgewicht in Purmerend Bewegen en overgewicht in Purmerend In opdracht van: Spurd, Marianne Hagenbeuk Uitgevoerd door: Monique van Diest Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend mei 2009 Verkrijgbaar

Nadere informatie

Overgewicht en Obesitas op Curaçao

Overgewicht en Obesitas op Curaçao MINISTERIE VAN Gezondheid, Milieu & Natuur Volksgezondheid Instituut Curaçao Persbericht Overgewicht en Obesitas op Curaçao In totaal zijn 62,6% van de mannen en 67,3% van de vrouwen op Curaçao te zwaar,

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2009-2010

Ouderenmonitor 2009-2010 A. Algemene kenmerken % Geslacht Man 44 43 Vrouw 56 57 Leeftijd 65 t/m 74 jaar 56 52 75 jaar en ouder 44 48 Burgerlijke staat Gehuwd/ samenwonend 62 62 Ongehuwd/ nooit gehuwd geweest 5 5 Gescheiden/ gescheiden

Nadere informatie

Volwassenen in Assen

Volwassenen in Assen Volwassenen in Resultaten van het volwassenenonderzoek 2013 Over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen December 2014 Colofon: Uitgave: GGD Epidemiologie, afdeling GIO epidemiologie@ggddrenthe.nl

Nadere informatie

Ouderen in Coevorden

Ouderen in Coevorden Ouderen in Resultaten van het ouderenonderzoek 2012 Over de gezondheid en leefgewoonten van ouderen September 2014 Versie 1.1 Colofon: Uitgave: GGD Epidemiologie, afdeling GIO epidemiologie@ggddrenthe.nl

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M.

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M. Regionale VTV 2011 Levensverwachting en sterftecijfers Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Levensverwachting en sterftecijfers Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van

Nadere informatie

Kinderen in Zuid gezond en wel?

Kinderen in Zuid gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Zuid gezond en wel? 1 Wat valt op in Zuid? Voor Zuid zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Samenvatting Volwassenen en hun gezondheid

Samenvatting Volwassenen en hun gezondheid Samenvatting Volwassenen en hun gezondheid Deel IV Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Volwassenen en hun gezondheid in de regio Nieuwe Waterweg Noord Vergelijking

Nadere informatie

40 De Staat van de Stad Amsterdam VIII

40 De Staat van de Stad Amsterdam VIII 3 Gezondheid Gezondheid is een belangrijke voorwaarde om te kunnen participeren in de samenleving. Fysieke en psychische beperkingen kunnen participatie belemmeren, omgekeerd kan participatie de gezondheid

Nadere informatie

Lichamelijke gezondheid (19-64 jaar)

Lichamelijke gezondheid (19-64 jaar) 2a GEZONDHEIDSPEILING 2005 Het doel van de gezondheidspeiling is het volgen van ontwikkelingen in gezondheid en gezond gedrag. Ruim.0 personen in de leeftijd van t/m 94 in de regio Zuid-Holland Noord hebben

Nadere informatie

Kinderen in West gezond en wel?

Kinderen in West gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in West gezond en wel? 1 Wat valt op in West? Voor West zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Etniciteit volgens CBS-classificatie (uit GBA) Oldenzaal Twente hoog (HBO,

Etniciteit volgens CBS-classificatie (uit GBA) Oldenzaal Twente hoog (HBO, Monitor Volwassenen 2012 Etniciteit volgens CBS-classificatie (uit GBA) Nederlands 84 88 79 88 89 83 84 91 86 83 Marokkaans 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 Turks 9 2 12 6 2 6 9 1 6 4 Surinaams 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Nadere informatie

Gezondheidsenquête 2008

Gezondheidsenquête 2008 Gezondheidsenquête 008 De gezondheid van volwassenen in Schiedam April 009 GGD Rotterdam-Rijnmond Berdi Christiaanse Gea Schouten Bianca Stam Johan van Veelen Voorwoord In dit rapport vindt u de resultaten

Nadere informatie

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd oinleiding 1 c Gewichtsstijging ontstaat wanneer de energie-inneming (via de voeding) hoger is dan het energieverbruik (door lichamelijke activiteit). De laatste decennia zijn er veranderingen opgetreden

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen

Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen De GGD Twente verzamelt in opdracht van de gemeente Haaksbergen epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Haaksbergen en de factoren die hierop

Nadere informatie

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Versie 1, oktober 2013 Bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Noaberkracht Dinkelland Tubbergen In Noaberkracht Dinkelland Tubbergen wonen 47.279

Nadere informatie

Bespreking 5.2.2.2. page 1

Bespreking 5.2.2.2. page 1 Ziekten en langdurige aandoeningen (verder kortweg aandoeningen genoemd) brengen specifieke gevolgen met zich mee voor de gezondheidsbeleving, het dagelijks functioneren en het gebruik van de gezondheidszorg.

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Voorstad Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Voorstad Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

Zorggebruik. 5.1 Inleiding. 5.2 Contact eerste lijn

Zorggebruik. 5.1 Inleiding. 5.2 Contact eerste lijn Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

Amsterdamse 65-plussers: gezond en wel?

Amsterdamse 65-plussers: gezond en wel? Amsterdamse 65-plussers: gezond en wel? Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Hoe staat het met de gezondheid en het welbevinden van 65-plussers in Amsterdam? Welke beperkingen ervaren zij in het dagelijks

Nadere informatie

Gezondheidsenquête Drenthe 2003. Tabellenboek Borger-Odoorn

Gezondheidsenquête Drenthe 2003. Tabellenboek Borger-Odoorn Gezondheidsenquête Drenthe 2003 Tabellenboek Borger C.A. Bos, epidemioloog N. van Zanden, epidemioloog GGD Drenthe Overcingellaan 19 9401 LA Assen Tel.: 0592 306300 c.a.bos@ggddrenthe.nl n.van.zanden@ggddrenthe.nl

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

Gezondheidsenquête 2008

Gezondheidsenquête 2008 Gezondheidsenquête 008 De gezondheid van volwassenen in deelgemeente Hoogvliet Wijkrapportage (CBS-buurt) Augustus 009 GGD Rotterdam-Rijnmond Berdi Christiaanse Gea Schouten Bianca Stam Voorwoord In dit

Nadere informatie

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar speerpuntennotitie? Wat doen/deden we al? Welke gezondheidsproblemen

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen

Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen De GGD Twente verzamelt in opdracht van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Noaberkracht

Nadere informatie

Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997 Ziekten en langdurige aandoeningen (verder kortweg aandoeningen genoemd) brengen specifieke gevolgen met zich mee voor de gezondheidsbeleving, het dagelijks functioneren en het gebruik van de gezondheidszorg.

Nadere informatie

Beweging, voeding en. (over)gewicht

Beweging, voeding en. (over)gewicht JONGERENPEILING 2008 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Monitor Volwassenen 2012

Monitor Volwassenen 2012 Monitor Volwassenen 2012 Enschede Man Vrouw 19-35 jaar 35-50 jaar 50-65 jaar Aantal 149 217 114 113 139 131 116 115 366 6439 Geslacht Man 100 0 48 49 50 34 55 58 49 50 Vrouw 0 100 52 51 50 66 45 42 51

Nadere informatie

Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden Factsheet Gezondheidsenquête volwassenen en ouderen G4

Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden Factsheet Gezondheidsenquête volwassenen en ouderen G4 Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden Factsheet Gezondheidsenquête volwassenen en ouderen G4 Nederlandse ouderen ervaren hun gezondheid als beduidend beter dan Marokkaanse, Turkse en

Nadere informatie

Alcoholgebruik: omvang in de regio

Alcoholgebruik: omvang in de regio Alcoholgebruik: omvang in de regio Schadelijk alcoholgebruik in de regio Het alcoholgebruik(1) onder volwassenen (tot 65 jaar) in Zuid-Limburg is 85%. Van de ouderen (65+) geeft 75% aan alcohol te drinken.

Nadere informatie

Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau

Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau Den Haag, 28 maart 212 Jan-Willem Bruggink (Centraal Bureau voor de Statistiek) Seminar: De opleidingsgradiënt in de demografie Wat gaat er komen? Gezondheid,

Nadere informatie

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies en aanbevelingen Achtergrondinformatie Opvoeding en opvoedingsondersteuning Gezondheid Lichamelijke en leefstijl gezondheid leefstijl en psychosociaal welbevinden Conclusies en aanbevelingen Ouderenmonitor Monitor kinderen

Nadere informatie

Tabellenboek Volwassenenmonitor 2013 - Hattem. Algemene gegevens

Tabellenboek Volwassenenmonitor 2013 - Hattem. Algemene gegevens Tabellenboek Volwassenenmonitor 2013 - Algemene gegevens Aantal correct ingevulde vragenlijsten, bruikbaar voor analyse Burgerlijke staat 196 221 82 144 198 424 5459 N=196 N=221 N=80 N=141 N=196 N=417

Nadere informatie

Gezondheidsenquête 2008

Gezondheidsenquête 2008 Gezondheidsenquête 008 De gezondheid van volwassenen in Barendrecht Januari 00, herziene versie GGD Rotterdam-Rijnmond Berdi Christiaanse Gea Schouten Bianca Stam Johan van Veelen Voorwoord In dit rapport

Nadere informatie

matige alcohol consumptie gezondheid

matige alcohol consumptie gezondheid matige alcohol consumptie positief voor gezondheid R e s u l t a t e n v a n 3 j a a r w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r z o e k Matige en regelmatige alcoholconsumptie heeft overall een positief

Nadere informatie

Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau

Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau 2 epidemiologisch bulletin, 2006, jaargang 41, nummer 1 Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau G.A.M.

Nadere informatie

de bevolking van Aa en Hunze vergrijst, van 21% nu naar 35% in 2040.

de bevolking van Aa en Hunze vergrijst, van 21% nu naar 35% in 2040. Met deze factsheet biedt de GGD Drenthe u inzicht in de lokale gezondheidssituatie van de inwoners van de gemeente Aa en Hunze. U treft cijfers aan over de gezondheidsspeerpunten en risicogroepen. Hierbij

Nadere informatie

Samenvatting en Beschouwing 19 64 jaar

Samenvatting en Beschouwing 19 64 jaar 7a GEZONDHEIDSPEILING 2005 Het doel van de gezondheidspeiling is het volgen van ontwikkelingen in gezondheid en gezond gedrag. Ruim 10.800 personen in de leeftijd van 19 t/m 94 jaar in de regio Zuid-Holland

Nadere informatie

OVERGEWICHT EN OBESITAS

OVERGEWICHT EN OBESITAS Volksgezondheid Instituut Curaçao De Nationale Gezondheidsenquête CURAÇAO Themarapport OVERGEWICHT EN OBESITAS 2013 I. Jansen en S. Verstraeten De Nationale Gezondheidsenquête Curaçao 2013 Themarapport

Nadere informatie

Themarapport. Voeding en bewegen

Themarapport. Voeding en bewegen Themarapport Voeding en bewegen Inleiding In het najaar van 2011 heeft de GGD Hollands Noorden de Kindermonitor 0-12 jaar uitgevoerd. Het doel van de Kindermonitor is om de gemeente, de GGD en andere belanghebbenden

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R ROKEN EN ALCOHOLGEBRUIK Jeugd 2010 5 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Volwassenen in Noordenveld

Volwassenen in Noordenveld Volwassenen in Resultaten van het volwassenenonderzoek 2013 Over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen December 2014 Colofon: Uitgave: GGD Epidemiologie, afdeling GIO epidemiologie@ggddrenthe.nl

Nadere informatie

VOLWASSENEN EN OUDERENPEILING 2012

VOLWASSENEN EN OUDERENPEILING 2012 VOLWASSENEN EN OUDERENPEILING De volwassenen en ouderenpeiling heeft als doel om op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en leefstijl van inwoners in kaart te brengen. Ongeveer.00 inwoners

Nadere informatie

VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT

VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT IJsselland VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT Jongerenmonitor 2015 77% ontbijt dagelijks 10.3 jongeren School 13-14 jaar 15- jaar 76% een gezond gewicht 15% beweegt voldoende Genotmiddelen Psychosociale gezondheid

Nadere informatie

Ouderenmonitor Zeeland 2010. Tabellenboek Gemeente Tholen

Ouderenmonitor Zeeland 2010. Tabellenboek Gemeente Tholen Ouderenmonitor 2010 Tabellenboek Gemeente Tholen Colofon Ouderenmonitor 2010 Ons kenmerk: 1715 KW/ML (tweede herziene versie) december 2011 GGD, afdeling Algemene Gezondheidszorg, cluster Epidemiologie

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

Ouderenonderzoek Kennemerland

Ouderenonderzoek Kennemerland Ouderenonderzoek Kennemerland Een onderzoek naar de gezondheid en het wel bevinden van 65-plussers en hun behoefte aan voor zieningen, zorg en vervoer. Ouderenonderzoek Kennemerland HET ONDERZOEK In het

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Ziekte. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekte

Regionale VTV 2011. Ziekte. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekte Regionale VTV 2011 Ziekte Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekte Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van der Bruggen, GGD Hart voor Brabant W.T.A.C. Vervoort-Steenbakkers,

Nadere informatie

Utrecht gezond!2008-2013

Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht Noordwest Wijkgezondheidsprofiel 2010 Asn Actieplan fase 1, 2009-2010 1 2 Inhoud 1 Inleiding Wijkgerichte aanpak 4 Gerichte keuzes 4 Gebruikte gegevens 4 Noordwest en subwijken

Nadere informatie

Utrecht gezond!2008-2013

Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht Overvecht Wijkgezondheidsprofiel 2010 Asn Actieplan fase 1, 2009-2010 1 2 Inhoud 1 Inleiding Wijkgerichte aanpak 4 Gerichte keuzes 4 Gebruikte gegevens 4 Utrecht Overvecht

Nadere informatie

Gezondheidsenquête Drenthe 2003

Gezondheidsenquête Drenthe 2003 Gezondheidsenquête Drenthe 2003 Tabellenboek C.A. Bos, epidemioloog N. van Zanden, epidemioloog GGD Drenthe Overcingellaan 19 9401 LA Assen Tel.: 0592 306300 c.a.bos@ggddrenthe.nl n.van.zanden@ggddrenthe.nl

Nadere informatie

Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012

Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012 Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012 GGD Amsterdam GGD Haaglanden GGD Rotterdam-Rijnmond Gemeente Utrecht, Volksgezondheid December 2014, herziene versie Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012 1 Het

Nadere informatie

6.1.1. De gezondheidstoestand

6.1.1. De gezondheidstoestand 6.1. Kernboodschap 6.1.1. De gezondheidstoestand Er is een verschuiving in het morbiditeitsprofiel in vergelijking met de gegevens over overlijden. In vergelijking met de voornaamste oorzaken van overlijden

Nadere informatie

deelrapport Levensverwachting en sterfte

deelrapport Levensverwachting en sterfte deelrapport Levensverwachting en sterfte Regionale Volksgezondheid Toekomstverkenning Zeeland 2012 Inhoud Kernboodschappen 3 Inleiding 4 Levensverwachting en sterfte in Zeeland 5 Wat brengt de toekomst?

Nadere informatie

Utrecht gezond!2008-2013

Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht Zuid Wijkgezondheidsprofiel 2010 Asn Actieplan fase 1, 2009-2010 1 2 Inhoud 1 Inleiding Wijkgerichte aanpak 4 Gerichte keuzes 4 Gebruikte gegevens 4 Utrecht Zuid en subwijken

Nadere informatie

Rapport 260301008/2007

Rapport 260301008/2007 Rapport 260301008/2007 G.C.W. Wendel-Vos et al. Meervoudig ongezond gedrag in Nederland Een exploratie van risicogroepen en samenhang met omgeving, gezondheid en zorggebruik RIVM rapport 260301008/2007

Nadere informatie

Gezond Zijn en Gezond Leven in Amsterdam. Amsterdamse Gezondheidsmonitor Gezondheidsonderzoek 2004

Gezond Zijn en Gezond Leven in Amsterdam. Amsterdamse Gezondheidsmonitor Gezondheidsonderzoek 2004 Gezond Zijn en Gezond Leven in Amsterdam Amsterdamse Gezondheidsmonitor Gezondheidsonderzoek 2004 Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Nadere informatie

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs.

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren

Nadere informatie

Inhoudsopgave volledig rapport

Inhoudsopgave volledig rapport NIVEL/VUmc, 2005 72 pag. NIVEL bestelcode: W9.69 Prijs: 7,50 Verzendkosten: 2,50 ISBN: 90-6905-749-2 Deze samenvatting van onderstaand rapport is een uitgave van het NIVEL in 2005. De gegevens mogen met

Nadere informatie

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd:

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Samenvatting In Westerse landen vormen niet-westerse migranten een steeds groter deel van de bevolking. In Nederland vertegenwoordigen Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten samen 6% van de bevolking.

Nadere informatie

2. Gezondheid en Welzijn

2. Gezondheid en Welzijn 2. Gezondheid en Welzijn Jongeren lijden relatief weinig aan ziekten en aandoeningen in vergelijking met personen vanaf 25. Astma, migraine en eczeem zijn langdurige lichamelijke aandoeningen die bij bijna

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013

Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013 Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013 Programma Onderdeel Tijd Presentatie omgevingsanalyse 18.00-18.45 Interactief deel in twee groepen 18.45-19.30 Plenaire terugkoppeling 19.30-19.45 Afsluiting 19.45-20.00

Nadere informatie

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 SAMENVATTING MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 ALIFE@WORK DE EFFECTEN VAN EEN LEEFSTIJLPROGRAMMA MET BEGELEIDING OP AFSTAND VOOR GEWICHTSCONTROLE BIJ WERKNEMERS ACHTERGROND Overgewicht, waarvan

Nadere informatie

Factsheet gezondheid van vrouwen en mannen

Factsheet gezondheid van vrouwen en mannen Factsheet gezondheid van vrouwen en mannen Aandeel vrouwen en mannen dat in het afgelopen jaar last heeft gehad van de 10 meest voorkomende langdurige aandoeningen/ziekten bij vrouwen*, 2011/2012 1 migraine

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 3 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009

Nadere informatie

Gezondheid in beeld: Gemeente Laarbeek

Gezondheid in beeld: Gemeente Laarbeek Gezondheid in beeld: Gemeente Laarbeek Gezondheidsmonitor 2012/2013 www.regionaalkompas.nl Inleiding Eind 2012 zijn de Volwassenenmonitor en Ouderenmonitor tegelijkertijd verzonden naar ongeveer 44.000

Nadere informatie

Volwassenen in Drenthe

Volwassenen in Drenthe Volwassenen in Drenthe Basisrapport van het volwassenenonderzoek 2013 Over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen December 2014 Versie 1.0 Colofon: Uitgave: GGD Drenthe Epidemiologie, Cluster

Nadere informatie

Lokale Verkenning Gemeente Amersfoort 2011

Lokale Verkenning Gemeente Amersfoort 2011 Lokale Verkenning Gemeente Amersfoort 11 Met deze Lokale Verkenning biedt de GGD Midden-Nederland u inzicht in uw lokale gezondheidssituatie. U treft cijfers aan over gezondheidsspeerpunten en risicogroepen.

Nadere informatie

Factsheet. Meet the Needs. Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht

Factsheet. Meet the Needs. Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht Factsheet Meet the Needs Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht ZIO, Zorg in Ontwikkeling Regio Maastricht-Heuvelland Maart 2013 Colofon: Onderzoeksteam

Nadere informatie

Volwassenen in Drenthe Basisrapport van het volwassenenonderzoek 2009 over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen

Volwassenen in Drenthe Basisrapport van het volwassenenonderzoek 2009 over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen Volwassenen in Drenthe Basisrapport van het volwassenenonderzoek 2009 over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen Assen maart 2011 Volwassenen in Drenthe Basisrapport van het volwassenenonderzoek

Nadere informatie

Samenvatting en beschouwing

Samenvatting en beschouwing Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (MW van der Linden, GP Westert, DH de Bakker, FG Schellevis. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen

Nadere informatie

Bijlage bij hoofdstuk 7 Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik

Bijlage bij hoofdstuk 7 Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik Bijlage bij hoofdstuk 7 Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik B7.1 Constructie van de maten voor fysieke en psychische gezondheid SF-12 vragen in SING 09 In gezondheidsonderzoek wordt vaak de zogenaamde

Nadere informatie

Gezondheidsenquête 2008

Gezondheidsenquête 2008 Gezondheidsenquête 008 De gezondheid van volwassenen in Albrandswaard Januari 00, herziene versie GGD Rotterdam-Rijnmond Berdi Christiaanse Gea Schouten Bianca Stam Johan van Veelen Voorwoord In dit rapport

Nadere informatie

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid OInleiding 1 c Depressie is één van de belangrijkste psychische stoornissen waar met preventie gezondheidswinst is te behalen. Depressie is daarom als landelijk speerpunt gekozen. In deze factsheet zal

Nadere informatie

.192. Etnische ongelijkheid in hart- en vaatziekterisico:

.192. Etnische ongelijkheid in hart- en vaatziekterisico: Samenvatting Etnische ongelijkheid in hart- en vaatziekterisico: de aanwezigheid van risicofactoren onder Amsterdammers met een Turkse en Marokkaanse etnische achtergrond. De incidentie van hart- en vaatziekten

Nadere informatie