Basis Zorgprogramma. Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten. Versie 1.2

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Basis Zorgprogramma. Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten. Versie 1.2"

Transcriptie

1 Basis Zorgprogramma Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten Versie 1.2 Laatst gewijzigd: 3 januari

2 Colofon Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP), 2013 Eindredactie Marc Schabracq Research Elisabeth Pomp Mindmaps Carla Huismans, Lex van Rooy, Elisabeth Pomp 2

3 Inhoudsopgave 1. Een basiszorgprogramma in de forensische psychiatrie Wat is zorgprogrammering in de forensische psychiatrie? Het basis-zp Doelgroep Zorgprogramma en veiligheid 8 2 Onderliggende principes en modellen What works principles Risico s Behoeften Responsiviteit Integriteit Professionaliteit Discussie Good lives model Het biopsychosociale model Het rehabilitatiemodel Equivalentieprincipe Intake en opname Assessment: diagnostiek, risicotaxatie en evaluatie Diagnostiek Inleiding Vaste onderdelen van de diagnostiek Specifieke of collaterale aandachtspunten in de forensische diagnostiek Nieuwe ontwikkelingen Risicotaxatie Inleiding Risicofactoren Beschermende factoren Soorten risicotaxatie Algemeen gebruikte risicotaxatie-instrumenten Aanvullende en alternatieve risicotaxatie-instrumenten Individuele behandelevaluatie Inleiding Kwalitatieve behandelevaluatie Kwantitatieve behandelevaluatie Routine Outcome Monitoring Onderzoek naar instrumenten voor kwantitatieve behandelevaluatie Behandeling Doel van de behandeling Behandeling als proces Inleiding 48 3

4 5.2.2 Instroomfase Therapeutische veranderfase Resocialisatiefase Hoe te behandelen Behandelvoorwaarden Risicomanagement: interventies gericht op risicovermindering Therapeutische interventies in de forensische psychiatrie Vormkwesties in de behandeling Gestructureerde versus ongestructureerde behandeling Groeps- versus individuele behandeling Nieuwe ontwikkelingen Stroomschema hoofdstuk behandeling Resocialisatie Doel en doelgroep Doel Doelgroep Wanneer beginnen met resocialisatie? Condities voor resocialisatie De relatie met de therapeut Samenwerking met ketenpartners Terugvalmanagement Verlof: doel, voorwaarden en toezicht Doel van het verlof Voorwaarden bij verlof Toezicht Risicomanagement, behandeling en begeleiding Risicomanagement Behandeling en begeleiding Vormen van verlof Begeleid verlof Onbegeleid verlof Transmuraal verlof Proefverlof Voorwaardelijke beëindiging verpleging (VBV) Woonvormen onder verantwoordelijkheid van de kliniek Plaatsing in GGZ/FPA Langdurige forensisch psychiatrische zorg Nieuwe ontwikkelingen 80 7 Ten slotte: varia Doorstroom Kwaliteit van leven Relaties, intimiteit en seksualiteit 84 4

5 7.4 Kwaliteit van de arbeid Computerbeleid 86 Literatuurlijst 87 Bijlagen 98 Bijlage I Instrumenten 98 Bijlage II Delictanalyse: Rapportage stramien (format Pompestichting) 102 Bijlage III Formats van behandelplannen 105 5

6 1. Een basiszorgprogramma in de forensische psychiatrie 1.1 Wat is zorgprogrammering in de forensische psychiatrie? Een forensisch psychiatrisch zorgprogramma (ZP) is een samenhangend behandelaanbod om delictrisico s te verkleinen. Een dergelijk ZP biedt hiertoe een overzicht van het optimale zorgaanbod voor de desbetreffende forensisch psychiatrische doelgroep. Het betreft een gemeenschappelijk kader voor organisaties, professionals en patiënten, gebaseerd op de beschikbare wetenschappelijke en professionele kennis. De relatie tussen stoornis en delict, alsook het delictrisico en het risicomanagement spelen in alle fasen van de behandeling een rol. De precieze aard van de behandeling hangt af van de dynamiek van de stoornis en het delictrisico, zoals mede bepaald door de risico- en beschermende factoren (zie 4.2) enerzijds en de factoren van het Good lives model anderzijds (zie 2.2). De effectiviteit van een groot deel van het zorgaanbod is empirisch niet grondig onderbouwd (weinig evidence-based practice). Het betreft vooral interventies waarvoor wel enige empirische steun bestaat (best evidence), dan wel interventies die deskundigen optimaal achten (best practice) en die het veld frequent toepast (state of the art). Dit brengt met zich mee dat er niet altijd sprake is van unanimiteit bij de deskundigen en er verschillen van mening zijn over de beste aanpak. De zorgprogramma s zijn dan ook mede bedoeld om op dit punt tot meer helderheid, samenhang en standaardisering te komen. Dit is om de volgende redenen van belang. De toenemende complexiteit van de pathologie van de forensisch psychiatrische populatie Het toenemende aantal (experimentele) behandelmethoden De behoefte aan houvast bij de bewaking van de kwaliteit van het zorgaanbod Komen tot een betere aaneensluiting van de verschillende behandelfasen Komen tot behandelintegriteit om behandelingen beter te kunnen evalueren Voorwaarden scheppen voor betere verbindingen tussen de GGZ en de forensische behandelcentra Een ZP is een project in uitvoering dat is bedoeld om op den duur richting te geven aan de dagelijkse gang van zaken in de forensische psychiatrie, en handvatten te bieden bij de dilemma s en beslissingsprocessen daarin. 1.2 Het basis-zp Dit basis-zp geeft een overzicht van (de variaties in) het gemeenschappelijke zorgaanbod voor alle forensisch psychiatrische patiënten, ongeacht hun specifieke delicten en stoornissen, en de daaruit voortvloeiende verschillen in zorg en behandeling. Ook het basis-zp is een project in uitvoering. Dit project beoogt op termijn tot meer algemene richtlijnen en aanbevelingen te komen voor diagnostiek, risicotaxatie en evaluatie, alsook voor behandeling en resocialisatie. Het gaat hierbij niet om dwingende richtlijnen, maar om een overzicht van de beste praktijken, van de overeenstemming en verschillen van mening onder deskundigen op deze punten, alsook van hun aannamen in dezen. Het gaat er op den duur om een basis-zp te realiseren, dat zich kenmerkt door: een grotere effectiviteit van de forensisch psychiatrische behandeling en zorg, een grotere efficiëntie (snelheid) van de forensisch psychiatrische behandeling en zorg, 6

7 ethische integriteit, optimalisatie van de kwaliteit van leven van de patiënten, optimalisatie van de kwaliteit van de arbeid van de medewerkers, zowel qua prestaties als qua arbeidstevredenheid en afwezigheid van werkstress. Daarnaast gaat het om aanzetten geven voor vernieuwing en verbetering (verbeterpunten), alsook om relevante onderzoeksvragen formuleren. In deze visie ligt het primaat bij de effectiviteit en kwaliteit van de zorg. Overigens is het goed om te beseffen dat de forensische psychiatrie zelf een dynamisch veld is, dat voortdurend in beweging is, niet in de laatste plaats ook door de reorganisaties en de veranderende financiering van het veld. Zo zal de introductie van de zorgpaden waarschijnlijk voor veranderingen gaan zorgen op de werkvloer. Waarom een basis-zp? Allereerst ligt wegens de grote overlap tussen de stoornisspecifieke ZP s een basis-zp voor de hand. Verder is tijdens de instroom nog niet altijd duidelijk welk specifiek ZP het beste bij een patiënt past, zeker niet als er sprake is van comorbiditeit. Een basis-zp kan dan dienen om het begin van de zorg en behandeling vorm te geven. Later kan men dan tot een meer op de patiënt toegesneden ZP komen, een zorgpad, met een eigen prioriteitstelling, al dan niet samengesteld uit onderdelen uit verschillende stoornisspecifieke ZP s. Als bijvoorbeeld verslaving een prominente factor in de delictanalyse blijkt, kan de behandeling hiervan prioriteit krijgen. NB. Er bestaan belangrijke verschillen van inzicht over de betekenis van de termen delictanalyse en delictscenario. Dit kwam onder andere naar voren uit de verlofaanvragen aan het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT). Het verdient dan ook aanbeveling op korte termijn tot eenduidige definities te komen die door het hele veld worden onderschreven en gedeeld. Een werkconferentie met deskundigen van alle betrokken partijen is de meest voor de hand liggende aanpak om op dit punt vooruitgang te boeken. Delictanalyse en delictscenario Als gezegd is er weinig eenduidigheid over de termen delictanalyse en delictscenario. Zo blijken sommige FPC s de term delictanalyse op te vatten als de activiteit van de gegevens over het delict verzamelen in samenspraak met de patiënt, en het delictscenario als het resultaat ervan, een theorie over alle relevante causale factoren van het delict. Dit was ook de lijn die het ministerie van Justitie en de samenstellers van dit Basis-ZP hebben gevolgd. Andere FPC s echter gebruiken de twee termen precies omgekeerd. Daar ziet men juist de delictanalyse als een holistische theorie over het delict en het delictrisico. In de laatste versie van de definities van het ministerie is er overigens amper nog verschil tussen delictanalyse en delictscenario (Ministerie van Justitie, 2010). Een van de deskundigen op dit gebied heeft bovendien de term delictscenarioprocedure ingevoerd: De delictscenarioprocedure kan worden beschouwd als een reeks semigestructureerde gesprekken om cognitieve, emotionele, gedragsmatige en situationele factoren, voorafgaand, tijdens en na het delict in kaart te brengen. (Van Beek, 1999, p.39). Daarnaast is er nog de term delictenscenering : zicht op het gegeven in hoeverre het delict een herhaling vormt van in de ontwikkelingsgeschiedenis gerealiseerde traumatische ervaringen (Raes & Van Emmerik, 2007, p.238) die dus weer een ander aspect belicht. In een ander FPC (Pompestichting, 2007) speelt de term delictscenario nauwelijks een rol. Men spreekt van initiële delictanalyse (als onderdeel van de diagnose) en delictanalyse (als onderdeel van de behandeling). De delictanalyse staat hier voor het geheel van inzichten in delict en delictrisico. Men benadrukt hier verder het dynamische karakter van de 7

8 delictanalyse, omdat deze zich verder kan ontwikkelen op grond van voortschrijdend inzicht en er geen sprake kan zijn van een definitieve waarheid in dezen. Om enige helderheid hierin te scheppen heeft het AVT definities van een aantal begrippen opgesteld en deze voorgelegd aan de directeuren van de FPC s, met het verzoek hierop inhoudelijk te reageren. Op grond van deze reacties zijn deze definities bijgesteld. De bijgestelde definities zijn weer voorgelegd aan de directeuren, waarop verder geen reactie meer is gekomen. De uiteindelijke definities van het AVT voor het Verloftoetsingskader TBS luiden als volgt. Delictscenario Het delictscenario is het resultaat van een reeks gesprekken van de patiënt en zijn behandelaar waarin minutieus de situatie en de gedachten, gevoelens en het gedrag van de patiënt voor, tijdens en direct na het delict worden beschreven. Delictscenarioprocedure De delictscenarioprocedure is het proces waarin samen met de patiënt gekomen wordt tot het delictscenario. Collaterale informatie dient het delictscenario te ondersteunen. Delictanalyse De delictanalyse is een theorie over causale factoren die het ontstaan van het delict verklaart. Het heeft de voorkeur dat deze theorie samen met de patiënt wordt opgesteld. Deze definities wijken dus in belangrijke mate af van de definities waar dit Basis-ZP van uitgaat, terwijl het ZP SGG bijvoorbeeld deze definities wel als uitgangspunt gebruikt. Het hier beschreven basis-zp is geen boek, maar een document op de EFP-website. Het basis-zp is opgebouwd uit losse modules, die het veld elk telkens kan bijwerken. Het basis- ZP is georganiseerd als een mindmap. 1.3 Doelgroep In beginsel bestaat de doelgroep van dit basis-zp uit de patiënten van de forensisch psychiatrische centra (FPC s) aan wie een strafrechtelijke maatregel is opgelegd wegens een of meer ernstige delicten (voorwaardelijke of onvoorwaardelijke TBS), Voor hen gelden bijzondere wettelijke regels voor risicotaxatie, verlof en beëindiging van zorg, Sommigen echter bevinden zich vanwege een civielrechtelijke maatregel in een FPC. In alle gevallen betreft het patiënten van 18 jaar en ouder met een hoog delictrisico als forensisch psychiatrische behandeling uitblijft. Doorgaans werken bij deze patiënten psychiatrische stoornissen en andere problematiek, zoals verslaving, op elkaar in bij het ontstaan van het delict of delictrisico. Onderdelen van het ZP zijn ook toepasbaar bij andere groepen forensisch psychiatrische patiënten. 1.4 Zorgprogramma en veiligheid Omdat beveiliging van de samenleving de primaire opdracht is van een FPC, is veiligheid een integraal onderdeel van het zorgaanbod in het basis-zp. Hierin onderscheidt de forensisch psychiatrische zorg zich dus van de algemene geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Op de korte termijn gaat het hier om het verblijf van de patiënt binnen een FPC, op de langere termijn om terugdringen van het recidiverisico door behandeling. In de FPC s zijn behandeling en beveiliging geïntegreerd, en dus niet van elkaar te scheiden. Beveiligen is 8

9 ook een noodzakelijke voorwaarde om te behandelen. De behandeldruk kan soms echter ontregelend werken. Dit kan tijdelijk het gevaar verhogen (GGZ Drenthe, 2004) en tot een spanningsveld binnen de behandeling leiden. Hieronder volgt een overzicht van wat beveiligde zorg inhoudt (zie ook GGZ Drenthe, 2004). De beveiliging richt zich op grond van de actuele forensisch psychiatrische diagnostiek per patiënt op de volgende drie manieren om gevaar te voorkomen. a. Fysieke preventie gaat vooral over beveiliging tegen direct gevaar met materiële en personele middelen. Het betreft bewaking en controle in engere zin, c.q.t de volgende zaken. De beveiliging die de gebouwen bieden met hun geslotenheid, overzichtelijkheid, indeling in compartimenten, barrières tegen uitbreken en separeerkamers. Beveiligingsapparatuur zoals elektronische controle buiten en binnen het gebouw, video, piepers en verlichting. Het aantal personeelsleden met specifieke beheersings- en deescalatievaardigheden. De regelgeving voor de dagelijkse structuur. b. Sociale preventie, de beveiliging die voortvloeit uit een positieve relatie tussen patiënten en hulpverleners, en tussen patiënten onderling. Dit betreft de volgende punten. De kwaliteit van het personeel, waarbij het gaat om mogelijkheden voor de patiënten zich te hechten aan de behandelaars, respect, empathisch vermogen, betrouwbaarheid, directheid en het vermogen grenzen te stellen; kortom, de attitudes en vermogens die te maken hebben met de onderlinge omgang en het bejegeningrepertoire. Basisregels voor geweld, bedreiging, wapens en drugs. Uitgangspunten, zoals afspraak is afspraak, respect en verantwoordelijkheid naar draagkracht. Het sociaal-emotionele klimaat van de afdeling. c. Beleidsmatige en organisatorische preventie gericht op de toekomst. Hier gaat het om beveiliging die het gevolg is van een effectief ingerichte zorg. Dit omvat de volgende punten. De verwezenlijking van doelen gericht op de vergroting van de kwaliteit van leven door deze doelen op te nemen in het individuele verpleeg- en behandelplan. Deze verwezenlijking vergroot de tevredenheid van de patiënt over het verblijf. Een heldere beschrijving van het delictscenario. Een gedegen risicotaxatie. Een signaleringsplan. Een delictpreventieplan. Gefaseerd vrijheden toekennen. Dit zorgt voor een zo groot mogelijke autonomie en vergroot de kwaliteit van het leven. Rehabilitatieactiviteiten zoals een dagbesteding, uitgebreide verlofmogelijkheden, netwerkcontacten en dergelijke. Schematische weergave van het in dit zorgprogramma omschreven zorgaanbod voor forensisch psychiatrische patiënten Figuur 1.1 geeft het zorgaanbod van het basis-zp schematisch weer. 9

10 Figuur 1.1 Schematische weergave van het in dit zorgprogramma omschreven zorgaanbod voor forensisch psychiatrische patiënten Intake Behandelevaluatie Opname Diagnostiek en Risicotaxatie Behandeling Resocialisatie FPT 10

11 2 Onderliggende principes en modellen Dit basis-zp laat zich leiden door verschillende onderliggende principes. Hierbij gaat het achtereenvolgens om: de what works principles, het good lives model, het biopsychosociale model. Deze onderliggende principes geven richting aan alle stappen van de forensisch psychiatrische zorg en behandeling. 2.1 What works principles Dit basis-zp vloeit in de eerste plaats voort uit de what works principles (WWP). De what works principles bieden algemene richtlijnen voor diagnose, risicomanagement, behandeling en resocialisatie. Hierbij weegt de verantwoordelijke professional telkens wel af wat deze principes precies inhouden voor een individuele patiënt met zijn individuele persoonlijkheid, wat overigens al besloten ligt in het model. De eerste drie what works principles staan ook bekend als het risk-needs-responsivity model (RNR-model) (Andrews, Bonta & Hoge, 1990; Andrews & Bonta, 1994; Ward, Melser & Yates, 2007; Yates & Ward, 2008; Andrews & Bonta, 2010a, 2010b). Het RNR-model omvat de volgende drie principes. Het risicoprincipe: de behandeling van mensen met een hoog risico moet intensiever en meer gestructureerd zijn dan die van mensen met een laag risico, waarbij het ook om de beveiliging gaat. Het behoefteprincipe: de behandeling moet zich richten op behoeften die de kans op recidive vergroten (de criminogenic needs). Het responsiviteitsprincipe: de behandeling moet zijn afgestemd op de individuele eigenschappen van de patiënt. Later hebben Andrews & Bonta (2006) een vierde principe, dat van de behandelintegriteit, aan dit model toegevoegd. Behandelintegriteit: de behandeling moet op de bedoelde wijze worden uitgevoerd (De Ruiter & Veen, 2004; De Ruiter & Hildebrand, 2005). Een vijfde principe is het professionaliteitsprincipe. Het professionaliteitsprincipe: het professionele handelen moet voldoen aan de daarvoor gestelde wettelijke voorwaarden (zoals in Nederland omschreven in de BIG en WGBO) Risico s Het risicoprincipe houdt in dat de intensiteit van de interventie wordt afgestemd op het recidiverisico van de patiënt: niet de stoornis, maar het risico staat centraal (zie ook 1.1). Bij een gering risico zou dan een behandeling van geringe intensiteit en duur kunnen volstaan, terwijl patiënten met een hoog risico een intensievere en langdurigere aanpak nodig zouden hebben. Een verkeerde afstemming zou tot een verhoging van het recidiverisico leiden (Van den Hurk & Nelissen, 2004) 1. Het is daarom van belang tot een goede schatting van het 1 Waarschijnlijk is dit overigens meer een kwestie van mensen te veel aan vormen van therapie blootstellen die niet op hen zijn afgestemd en die hen tot meer succesvolle delinquenten maken. 11

12 recidiverisico te komen, bij voorkeur via een gestructureerde risicotaxatie, die gebruikmaakt van een adequate procedure en gevalideerde en betrouwbare risicotaxatie-instrumenten. Zo mogelijk neemt de risicotaxatie ook het percentage terugval bij de groep plegers van hetzelfde type (de base rate) mee. Een probleem is dat de huidige vormen van risicotaxatie verre van perfect zijn en er voorlopig geen zicht is op fundamentele vooruitgang op dit punt. Dit heeft alles te maken met de moeilijkheid voorspellingen op de lange termijn te doen doordat de ontwikkelingen op deze termijn zich aan het zicht onttrekken, laat staan dat men die effectief zou kunnen beïnvloeden. Ook de aard van de stoornissen zelf speelt hier een rol. De meest voor de hand liggende manier om dit probleem te ondervangen is dan ook niet gelegen in een verbetering van de risicotaxatie, als wel in veel langdurigere vormen van risicomanagement invoeren, bijvoorbeeld via langdurig forensisch psychiatrisch toezicht (FPT), een relatief nieuwe benadering, en periodiek risicotaxaties uitvoeren. Dynamische factoren zijn onder te verdelen in acute en stabiele factoren (zie 4.2.2). Stabiele dynamische risicofactoren (bijvoorbeeld antisociale problematiek) vormen meestal de aangrijpingspunten voor interventies. Uiteraard houdt men ook rekening met de statische risicofactoren (zoals de leeftijd waarop de delinquentie is begonnen). Zij zijn namelijk belangrijke voorspellers van recidive en kunnen dienen als risk markers van psychiatrische problematiek. Verder is het van belang de sterke punten van de patiënt en zijn omgeving, punten waarvan bekend is dat zij het delictrisico verlagen, de beschermende of protectieve factoren (Bender & Lösel, 1997) adequaat in te zetten Behoeften Het behoefteprincipe heeft betrekking op de vraag wát er moet worden behandeld, de zogenaamde criminogenic needs. Volgens het behoefteprincipe heeft elk individu zijn eigen individuele combinatie van factoren die tot delicten kan leiden. Deze factoren brengt men in kaart. Het gaat daarbij speciaal om de risicofactoren die men met een behandeling kan beïnvloeden (Van der Laan & Slotboom, 2002), de dynamische risicofactoren (zie 4.2.2). Het behoefteprincipe geeft dus richting aan wat men gaat behandelen. Een belangrijk punt hier is dat ook niet alle dynamische risicofactoren volledig zijn te behandelen. Als het gaat om de behoeften richten risicotaxatie en diagnose zich vooral ook op wat er wel en niet mogelijk is met behandeling. Het betreft dan een bepaling van de bandbreedte van mogelijke resultaten en de daarvoor benodigde behandeling en zorg. Dit voorkomt onnodige behandelingen en maakt het mogelijk eerder geschikte vervolgstappen te zetten Responsiviteit Het responsiviteitsprincipe indiceert de vormgeving van de behandeling en begeleiding. Een interventie moet bijvoorbeeld zijn afgestemd op de intellectuele, cognitieve en sociale capaciteiten van de patiënt. Daarbij valt te denken aan aangepaste groepstherapie voor extreem angstige patiënten of aangepast materiaal voor patiënten met lees- en leerproblemen. Het gaat dus om factoren die de werkzaamheid van de interventie beïnvloeden, hetzij positief, hetzij negatief (Ogloff & Davis, 2004). Gezien de ernst van veel stoornissen en de veelvuldige comorbiditeit in de forensisch psychiatrische praktijk neemt ook dit principe daar een speciale plaats in. Men maakt een onderscheid tussen interne en externe responsiviteit (Hollin, 2004). Interne responsiviteit heeft betrekking op eigenschappen van de patiënt. Behandelmotivatie is bijvoorbeeld een belangrijke interne factor (Drieschner, Lammers & Van der Staak, 2004). Externe responsiviteit betreft de kenmerken van de therapeut, de vorm van de behandeling, 12

13 de beschikbaarheid van adequate interventies en de mogelijkheden die de verdere behandelomgeving biedt (bijvoorbeeld in termen van stabiliteit, kwaliteit van leven en autonomie). Externe responsiviteit is daarmee een sleutel tot succes (Bouman, 2009) Het responsiviteitsprincipe vereist een multimodale benadering, de mogelijkheid verschillende vormen van behandeling in te zetten op dezelfde criminogenic needs, om zo tot individueel maatwerk te komen. Dit vereist een flexibele organisatie, die beschikt over voldoende methodieken om naast of na elkaar aan te bieden, wat hoge eisen stelt aan medewerkers en aansturing Integriteit Het integriteitsprincipe houdt in dat de gekozen behandeling zo wordt gegeven als zij is bedoeld. Dit is een voorwaarde voor evidence-based practice. Daartoe identificeert en borgt men de factoren die behandelingsintegriteit mogelijk maken. Hollin (1999) noemt verschillende manieren waarop de behandelintegriteit in gevaar kan komen. Zo kunnen doelen en uitgangspunten verwateren, dan wel worden verstoord, bijgesteld, uit het oog verloren of opgegeven. Het integriteitsprincipe biedt behandelaars een leidraad voor een adequate uitvoering van de behandeling. Daarnaast dient het vooral ook de evaluatie van en het onderzoek naar de behandeling. Dit laatste maakt dat het integriteitsprincipe op gespannen voet kan komen te staan met de best mogelijke behandeling, als een ervaren behandelaar beseft dat er een snellere of betere vorm van behandeling mogelijk is. Mocht een behandelaar tot een alternatieve vorm van behandeling besluiten dan is het wel zaak deze goed te evalueren en hierover te rapporteren. Zowel van het protocol afwijken als er koste wat het kost aan vasthouden kunnen in extremo tot een klacht bij het tuchtcollege leiden Professionaliteit Als gezegd houdt het professionaliteitsprincipe in dat het professionele handelen moet voldoen aan de daarvoor gestelde wettelijke voorwaarden (zoals in Nederland omschreven in de BIG en WGBO). Medische professionaliteit bijvoorbeeld houdt dan in: het geheel van waarden, gedragingen en verhoudingen met de samenleving dat het vertrouwen van mensen in artsen ondersteunt en rechtvaardigt (KNMG, 2007, p.3). Dezelfde definiëring kan men m.m. ook aanhouden voor de andere beroepen in de hulpverlening. In de praktijk betekent dit dat ook professionals alleen interventies mogen uitvoeren waarvoor zij zijn opgeleid en getraind. Dit houdt ook in dat er sprake is van een en heldere en logische verdeling van taken en verantwoordelijkheden, zodanig dat ieder doet waarvoor hij is opgeleid. Een grotere professionaliteit draagt bij aan (zie Adviesbureau van Montfoort, 2005): de kwaliteit van de zorg, de kwaliteit van de arbeid en het welzijn van de professionals in kwestie, het maatschappelijke, politieke en financiële draagvlak van de zorg Discussie Meta-analyses (Andrews & Bonta, 2006, 2010a) laten zien dat naarmate deze principes beter worden toegepast het effect van de behandeling groter is. Het RNR-model vormt de basis van de meeste rehabilitatie- en behandelingsprogramma s voor delinquenten en richt zich vooral op risicomanagement en terugvalpreventie (TP) (Zie Andrews & Bonta, 1998; Gendreau et al, 1996; uit Ward & Steward, 2003). Het RNR-model beroept zich erop een evidence based practice te zijn (Braet, 2008). Recentelijk heeft een meta-analyse van Hanson et al (2009) over 23 studies nog eens laten zien dat behandeling bij seksuele 13

14 delinquenten volgens het RNR-model tot een grotere afname in seksuele en algemene recidive leidt dan behandelingen die het model niet volgen. Ondanks de empirische steun is het RNR-model ook onderhevig aan kritiek. Zo is het RNRmodel er niet per se op uit een betere kwaliteit van leven te realiseren voor de delinquent (Andrews & Bonta, 1998; Gendreau, 1996, in Ward & Steward, 2003; Wilson & Yates, 2009) De exclusieve gerichtheid op criminogene behoeften of factoren is volgens veel auteurs ongeschikt om tot de effectiefste vormen van behandeling te komen. Risicobeheersing is uiteraard belangrijk, maar dat geldt ook voor de motivatie van de patiënt om de behandeling succesvol te voltooien. Deze blijkt namelijk van invloed op de recidivecijfers (Hanson & Bussiere, 1998). Het is daarom belangrijk dat interventies op dit punt een plaats krijgen in de behandeling. Het good lives model van Ward en zijn collega s probeert hierin te voorzien (zie 2.2). Een ander punt van kritiek is van terminologische aard (zie ook Ward & Brown, 2003). Zo is er geen eenduidigheid over de definiëring van de termen risico en behoefte, leidt de term behoefte vaak tot verwarring, blijken in de praktijk behoeften nogal eens als risico s te worden beschreven en verdient het onderscheid in interne en externe responsiviteit (zie 2.1.3) geen schoonheidsprijs. Echter, wegens de empirische steun ziet men de what works principles momenteel toch vrij algemeen als de belangrijkste leidraad in de forensische psychiatrie. Vergeleken met de jaren tachtig en negentig, toen er sprake was van een nothing works principle (Martinson, 1974) houden de what works principles dan ook een duidelijke vooruitgang in Het model ordent en geeft richting aan de behandeling. Het heeft het veld vooruitgeholpen. De telkens terugkerende vertaalslag van het model naar de individuele patiënt, gevolgd door een consequente evaluatie van de behandeling, houdt ook een voordurende nuancering en verdere uitbouw van het model in. Vooralsnog zijn er ook geen betere modellen. Die zullen er op den duur waarschijnlijk wel komen. Het model stamt immers al uit de jaren tachtig. Een mogelijke verfijning kan eruit bestaan op grond van alle assessments via een clustering van problemen tot een herkenbare indeling in probleemgebieden te komen, een bottom-uptypologie op grond van casuïstiek dus. Identificatie van een dergelijk probleemgebied indiceert dan een bepaalde behandelaanpak, uiteraard zonder voorbij te gaan aan individuele variatie en uniciteit. 2.2 Good lives model 2 Het Good lives model (GLM) is een algemene rehabilitatietheorie, ontwikkeld als een aanvulling en alternatief voor interventies die zich uitsluitend op het RNR-model baseren (Ward & Stewart, 2003; Ward & Gannon, 2006). Hoewel bedoeld om toe te passen op alle typen delinquenten, wordt het GLM in de praktijk vooral toegepast bij seksuele delinquenten (Whitehead, Ward & Collie, 2007). Uiteraard dient ook het GLM wel rekening te houden met de specifieke psychopathologie van patiënten. Het GLM biedt ruimte aan mechanismen waar het what works model niet direct oog voor heeft. Voorbeelden zijn werken aan een vertrouwensband tussen therapeut en patiënt, en patiënten motiveren actief mee te werken (Braet, 2008). De patiënt leert zich positief te richten op zijn primaire levensbehoeften en concretiseert hoe hij wil leven in de verschillende levensdomeinen (wonen, werken, relaties, vrijetijdsbesteding). Hiertoe neemt de behandelaar zijn huidige situatie, zijn doelen, obstakels (verleidingen) en de stappen naar die doelen met hem door. Good live is overigens een relatief begrip en houdt niet per se een leven in de maatschappij in. Een patiënt kan zelfs 2 Zie voor een uitgebreider literatuuroverzicht over het GLM: 14

15 terecht aangeven in de kliniek een goed leven te hebben wanneer het daarvoor aanzienlijk slechter met hem ging. Het GLM richt zich zowel op het welzijn van de delinquent als op reductie en beheersing van het recidiverisico. Het GLM stelt daartoe de sterke eigenschappen en capaciteiten van het individu centraal en behoort zo in twee opzichten tot de strength-based behandelmethoden (Whitehead, Ward & Collie, 2007). Enerzijds neemt het de persoonlijke waarden en voorkeuren van de patiënt serieus, anderzijds speelt het in op zijn primaire levensbehoeften (primary goods 3 ), om hem zo te motiveren een beter leven te gaan leiden. De therapeuten proberen bij de delinquenten hiervoor de juiste interne en externe condities aan te brengen. Volgens Ward et al (2006) leidt nadruk op welzijnsbevordering vanzelf tot een reductie van veelvoorkomende dynamische risicofactoren. Behandeling echter die zich alleen richt op risicoreductie zou niet leiden tot actualisering van de levensbehoeften en levensdoelen die nodig zijn om op langere termijn vrij van recidive te blijven (Yates & Ward, 2008). De directe effecten van de toepassing van het GLM op recidive zijn nog niet uitvoerig onderzocht. Een aantal voorlopige studies wijst echter op gunstige effecten van behandelingen volgens het GLM. Mann et al (2004) laten zien dat patiënten door een behandeling met GLM-componenten meer betrokkenheid tonen bij hun behandeling dan individuen met alleen een TP(terugvalpreventie)-behandeling. Simons et al (2006) vergeleken de behandeling van seksuele delinquenten met alleen TP met die met een combinatie van TP en GLM. Patiënten met een gecombineerde behandeling laten een grotere verbetering in copingvaardigheden en probleemoplossend vermogen zien, zijn gemotiveerder en blijven de behandeling langer trouw (Laws & O Donohue, 2008). Lindsay et al (2007) concluderen dat interventies bestaande uit een combinatie van het GLM en TP ook vooruitgang boeken met moeilijke patiënten. Verder blijkt uit deze studie dat behandeling volgens het GLM delinquenten meer motiveert mee te werken aan hun eigen gedragsverandering (Whitehead et al, 2007; Ward, Mann & Gannon, 2006). Simons et al (2008) laten zien dat een GLM-focus leidt tot meer toewijding aan de therapie, minder uitval, sterkere motivatie en een grotere verbetering in copingvaardigheden vergeleken met een standaard TP-behandeling (Simons et al, 2008; uit Wilson & Yates, 2009). Levenson et al (2009) vinden dat delinquenten zelf groepstherapie en een behandeling gericht op verantwoordelijkheidsgevoel, empathie voor het slachtoffer, terugvalpreventie en good lives - concepten het effectiefst vinden. Er is wel vrij veel empirische steun voor de uitgangspunten van het GLM. Steeds meer literatuur laat zien dat ook non-criminogene behoeften een belangrijke rol spelen in de uitkomst van behandeling (Marshall et al, 1999; Mann & Shingler, 2001; Marshall et al, 2003: uit Ward & Stewart, 2003, Bouman, 2009) 4. Het blijkt dat zelfvertrouwen vergroten positief werkt, terwijl samen met de delinquent naar een gezamenlijk doel werken voor meer therapietrouw zorgt. Marshall (1997) vindt dat een behandeling van seksuele delinquenten gericht op het aanleren van bepaalde vaardigheden, een goede houding en zelfvertrouwen (voorwaarden om op een prosociale manier met hun seksuele behoefte om te kunnen gaan) de respons op een penisplethysmograaf normaliseert (in Ward, Vess, Collie & Gannon, 2006). Marshall et al (2003) concluderen dat zelfvertrouwen vergroten, gezamenlijk aan de ontwikkeling van behandeldoelen werken, empathie tonen, bemoedigen en vooruitgang belonen de beoogde verandering faciliteren (in Ward & Brown, 2004). Onderzoek uit verscheidene klinische disciplines laat verder zien dat een therapeutische opstelling van 3 In de Engelstalige literatuur wordt hier de term primary goods voor gebruikt. Dit zijn activiteiten, ervaringen of situaties die het individu uit eigen belang zoekt en die zijn welzijn bevorderen. 4 Overigens laten de criminogene factoren zich meestal vrij gemakkelijk vertalen als een tekort aan of de afwezigheid van non-criminogene factoren. 15

16 medeleven, betrokkenheid en een positieve benadering essentieel is voor de effectiviteit van de behandeling en voor een groot deel de behandeluitkomst bepaalt (Wilson & Yates, 2009). Waar het RNR-model zich voornamelijk richt op recidiverisico verkleinen richt het GLM zich meer op positieve factoren. Positieve factoren versterken draagt bij aan recidive voorkomen. Het RNR-model beroept zich op zijn empirische ondersteuning en klinische bruikbaarheid, terwijl aanhangers van het GLM aan hun model een bredere verklarende reikwijdte toeschrijven. Beide modellen kunnen elkaar echter goed aanvullen. De forensische psychiatrie zou dan ook zijn gebaat met een constructieve integratie van beide modellen (Braet, 2008). Het valt aan te bevelen een groep forensisch psychiatrische experts te installeren om het what works model en het good lives model grondiger onder de loep te nemen dan dat tot nu toe is gebeurd. Waar bestaat de empirische ondersteuning precies uit? Op welke aannamen berusten ze? Wat zijn de conceptuele moeilijkheden? Wat zijn de meest waardevolle elementen? Hoe kunnen zij deze elementen integreren in één model? Verschillen van mening kunnen ze dan herleiden tot verschillen in aannamen, die ze dan hopelijk in een dialoog kunnen oplossen. Zo niet dan kunnen ze de verschillen van mening expliciteren. 2.3 Het biopsychosociale model Het biopsychosociale model (Engel, 1977, 1980) is bedoeld om tot een beter begrip te komen van gezondheid en ziekte. Het gaat ervan uit dat het ontstaan, voortbestaan en herstel van een klacht uitkomsten zijn van een samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Biologische factoren hebben betrekking op het functioneren van het lichaam en de mogelijke verstoringen daarvan. Psychologische factoren betreffen iemands ervaringen en ideeën. Voorbeelden zijn het idee dat de wereld beheersbaar, begrijpelijk en zinvol is, alsook motivatie en vertrouwen als het gaat om behandeling, en zelfdiscipline op het punt van medicatie, dieet, bewegen, roken en middelengebruik. Sociale factoren ten slotte zijn de invloeden vanuit de omgeving van de betrokkene die zijn gedrag mede bepalen. Voorbeelden hier zijn iemands sociale netwerk, huisvesting en financiële toestand. Al deze factoren beïnvloeden elkaar over en weer. Het betreft zodoende zowel een systemisch als een circulair model. Hoewel het model tot veel onderzoek heeft geleid voorziet het niet in een simpel toetsbaar model om het aandeel van elk van de factoren kwantitatief in kaart te brengen. Toegepast op de forensische psychiatrie houdt dit een samenhangende, multidisciplinaire aanpak in om de biologische, psychologische en sociale factoren die van invloed zijn op de forensisch psychiatrische problematiek in kaart te brengen en te behandelen. Afhankelijk van de aard van de problematiek kunnen dan interventies om tot een aanvaardbaar delictrisico te komen aangrijpen op de factoren uit deze domeinen. Zo kan men ingrijpen met medicatie, maar kan men ook werken aan iemands gebrekkige copingvaardigheden en negatieve zelfbeeld. Daarnaast kan men ingrijpen in gebieden als werk, sociaal netwerk, financiën en huisvesting. Dit alles heeft zowel betrekking op de diagnose, risicotaxatie en evaluatie als op de behandeling en resocialisatie. De overlap met de andere twee modellen zal duidelijk zijn. 16

17 2.4 Het rehabilitatiemodel Rehabilitatie heeft als doel de (forensisch) psychiatrische patiënt te ondersteunen bij het eigen herstelproces, Rehabilitatie vindt plaats in samenspraak met de patiënt en begint bij zijn wensen en zorgbehoeften. Rehabilitatie helpt de patiënt beter te functioneren, zodat deze succesvol en tevreden kan leven met zo min mogelijk professionele hulp. Rehabilitatie is dus gericht op een grotere kwaliteit van leven, optimale autonomie en maatschappelijke participatie. Zie bijvoorbeeld Pieters en Peuskens (Red., 1995). Al met al is rehabilitatie een proces waarin men directe hulpverlening aan de cliënt combineert met begeleiding en beïnvloeding van de omgeving, met als doel de activiteiten en participatie zoveel mogelijk te vergroten en aanwezige capaciteiten zo goed mogelijk te gebruiken in een zo normaal mogelijk sociaal kader. 5 In de praktijk van de forensische psychiatrie houdt dit in dat men ernaar streeft een patiënt op den duur zo zelfstandig en autonoom mogelijk te laten leven. Dit kan gaan om een volledige terugkeer naar de maatschappij, al dan niet met de nodige voorzieningen om de patiënt te helpen met zijn beperkingen en gebreken. Het kan ook inhouden dat een patiënt komt te leven in een instelling die optimaal aansluit bij zijn zorgbehoeften en ook rekening houdt met eventuele veiligheidsoverwegingen. 2.5 Equivalentieprincipe Aangezien het hier niet gaat om een vorm van strafuitoefening mogen de betrokken patiënten in beginsel hetzelfde als mensen buiten de kliniek, althans voor zover dit strookt met de geldende beveiligings- en zorgregels van de kliniek. Dit respect voor de fundamentele rechten van ingeslotenen houdt ook in dat de patiënten recht hebben op gelijkwaardige gezondheidszorg als mensen in de vrije samenleving. Dit staat bekend als het equivalentieprincipe (DJI, 2005). 5 Zie voor nadere informatie: 17

18 3. Intake en opname De ontvangende inrichting informeert zich goed over de inkomende patiënt. Aandacht besteden aan de volgende punten is hierbij van belang. Een vaste intakefunctionaris. Een lijst sturen naar de inrichting waar de patiënt verblijft, met daarop een overzicht van de benodigde informatie voor een goede ontvangst van de patiënt (in elk geval het penitentiaire dossier, strafdossier, inclusief rapport PBC). Het verdient aanbeveling om in gezamenlijk overleg te komen tot een gestandaardiseerde checklist voor het gehele veld. Een warme overdracht vanuit de PI: gesprek met de afdeling waar de patiënt verblijft, om informatie over de patiënt te verzamelen. Aanlevering van alle relevante informatie (zo mogelijk ook over PKI), bij voorkeur in een gestandaardiseerd format. Gesprek met de patiënt vlak voor de opname om wederzijds kennis te maken en de verwachtingen van de patiënt enigszins te managen. De intakefunctionaris legt de casus voor aan de behandelaren. Idealiter bezoekt de intakefunctionaris de patiënt andermaal. De patiënt welkom heten. Na de opname volgt zo spoedig mogelijk een gesprek tussen psychiater en patiënt (zie ook 7.1). 18

19 4. Assessment 6 : diagnostiek, risicotaxatie en evaluatie In dit hoofdstuk komen alle vormen van assessment in de forensische psychiatrie aan de orde. Voor de keuze van de specifieke instrumenten zijn telkens de onderliggende principes en modellen uit hoofdstuk 2 bepalend. Allereerst beschrijft het ZP de algemene en specifieke diagnostiek, om de symptomatologie van de patiënt en diens kenmerkende gedragspatronen in kaart te brengen. Dan volgt de risicotaxatie, en ten slotte komt de evaluatie van de voortgang van de behandeling aan bod. In de praktijk vertonen deze drie vormen van assessment een aanzienlijke overlap. Zo zijn diagnose en risicotaxatie doorgaans geïntegreerd in een stappenplan. In de praktijk vinden grote delen van de risicotaxatie en de diagnostiek dus parallel en door elkaar plaats, beïnvloeden zij elkaar ook wederzijds en zijn zij moeilijk van elkaar los te zien. 4.1 Diagnostiek Inleiding Het doel van diagnostiek is de persoonlijkheid van de patiënt vanuit een biopsychosociaal perspectief, dus in zijn sociale en (inter)culturele context, in kaart te brengen. Zo komt men tot een inventarisatie van zijn criminogenic needs, responsiviteit en mogelijkheden tot rehabilitatie, en gaat men na welke interventies mogelijk zijn om de risicofactoren te reduceren. Dit is een getrapt proces, Op grond van een weging van de primaire inventarisatie beslist de behandelcoördinator hoe de aanvullende diagnostiek van factoren die bepalend zijn voor het delict, het delictrisico en mogelijke interventies eruit zal zien. Een valkuil voor de diagnostische praktijk is de hang naar volledigheid. Men moet zich in de diagnostiek uitdrukkelijk tot de relevante factoren beperken. De onderliggende principes en modellen die in hoofdstuk 2 zijn besproken vormen de leidraad van de diagnose. Het diagnostische onderzoek omvat in ieder geval de volgende onderdelen. Dossieronderzoek Medisch-somatisch onderzoek Psychiatrisch onderzoek Psychologisch onderzoek Observatieonderzoek Onderzoek naar zorgvragen en zorgbehoeften van de patiënt Vaktherapeutisch onderzoek De diagnostiek begint met de beschikbare dossiers (strafdossier, medische en psychologische dossiers et cetera) op te vragen. Dan volgt een algemene diagnose. Daarna gaat de stoornisspecifieke diagnose nader in op relevante punten die hieruit naar voren komen. Alle gegevens testgegevens, beschrijvingen van de voorgeschiedenis, anamnese en heteroanamnese komen samen in een diagnostisch rapport. Dit rapport vormt het uitgangspunt voor de behandeling, zoals de behandelcoördinator die opstelt, en komt aan de orde bij alle stappen van de behandeling. Het levert ook materiaal voor een nulmeting van de effecten van de behandeling. 6 De term assessment (in de betekenis van documenteren in meetbare termen of in het Engels van the act of assessing; appraisal; evaluation ) is hier gebruikt als overkoepelende term voor de drie vormen van meten die in dit hoofdstuk de revue passeren. 19

20 Het behandelteam bespreekt de uitkomsten van het diagnostische onderzoek en neemt zo kennis van de psychopathologie en de delictgevaarlijkheid van de patiënt. Een en ander is het uitgangspunt voor de behandeling en de beslissingen over beveiliging. Diagnostiek is geen eenmalige onderzoeksactiviteit aan het begin van de behandeling, maar speelt zich gedurende de gehele behandeling af en is daarmee zelf ook onderdeel van het behandelproces. Zo komen uit de behandeling nieuwe diagnostische vragen naar voren. De beantwoording daarvan stuurt dan weer de behandeling, en zo verder. De keuze van diagnostische instrumenten en activiteiten verschilt per patiënt en vindt plaats op indicatie van de behandelverantwoordelijke en de diagnosticus. Hiertoe formuleren zij een duidelijke diagnostische vraagstelling. De gekozen instrumenten helpen deze vraagstelling te beantwoorden. De instrumenten moeten hiervoor uiteraard wel voldoende betrouwbaar en valide zijn. Om de voortgang van de behandeling te kunnen meten gaat het hier vooral ook om veranderingsgevoelige instrumenten. Verder is het raadzaam, waar mogelijk, internationaal gangbare instrumenten te gebruiken om internationaal onderzoek mogelijk te maken. Ook is het goed gebruik verschillende methoden van informatieverzameling en instrumenten met verschillende invalshoeken in te zetten, en alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Hoewel dat wel wenselijk zou zijn is er nog geen algemeen geaccepteerde en gestandaardiseerde testbatterij. Dit vloeit voort uit de zelfstandigheid en autonomie van de diagnostici. Alvorens in te gaan op de vaste onderdelen van de diagnostiek, eerst nog de kanttekening dat er nadelen kleven aan het gebruik van zelfrapportage, de meest gebruikte methode van informatievergaring in de forensische psychiatrie. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van onderen over-rapportage, onjuiste herinnering of bewuste vertekening (Wartna, 1999). Het is belangrijk met deze nadelen rekening te houden, gezien de grote consequenties van zulk onderzoek voor zowel de onderzochte als de omgeving (recidivegevaar). Het gedwongen karakter van veel van de forensische zorg leidt vaak tot een defensieve opstelling en sociaal wenselijke antwoorden. Het is daarom belangrijk zelfrapportage zoveel mogelijk aan te vullen met andere methoden van informatieverzameling, om vanuit verschillende invalshoeken een diagnose te kunnen stellen Vaste onderdelen van de diagnostiek We noemen hier de belangrijkste en meest aanbevolen instrumenten.. Dossieronderzoek De diagnostiek in de opnamefase omvat ook dossieronderzoek. Dit betreft het penitentiaire dossier, het strafdossier, inclusief het rapport van het PBC en eventueel informatie over PKI. Dossierinformatie levert ook materiaal voor een 'nulmeting', waartegen een eventuele voorof achteruitgang van de problematiek kan worden afgezet. Medisch-somatisch onderzoek Medisch-somatische diagnostiek betreft lichamelijk onderzoek naar iemands algemene gezondheidstoestand. Eventueel worden ook somatische factoren die een rol kunnen spelen bij het delictgedrag (neurologische en andere relevante lichamelijke problemen) onderzocht. Op indicatie kan aanvullend onderzoek plaatsvinden. Somatische problematiek bij psychiatrische patiënten signaleren, c.q. diagnosticeren is doorgaans gecompliceerd, omdat de psychiatrische problematiek het heldere oordeel van de patiënt over de eigen somatische toestand kan verstoren. Het kan hierbij zowel gaan om 20

21 overrapportage van klachten, als om onderrapportage en onbetrouwbaarheid op dit punt. In wezen gaat het hier om soortgelijke problematiek als in 4.1.1, waar het ging om de problemen met zelfrapportage in een forensisch psychiatrische setting. Alerte begeleiding en verpleging, alsook overleg tussen de betrokken artsen zijn noodzakelijk om een zo goed mogelijk oordeel te geven en het patiënten- en dokters-delay te beperken. De levensverwachting voor psychiatrische patiënten ligt volgens diverse onderzoeken 15 tot 25 jaar lager dan het gemiddelde. Mannelijke psychiatrische patiënten hebben een nog lagere levensverwachting. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te geven. Psychiatrische cliënten hebben vaak een ongezondere levensstijl: ze bewegen minder, eten ongezonder en roken vaker dan gemiddeld. Ook hebben ze vaak een hoger stressniveau. Daarnaast gebruiken zij medicatie die op lange termijn specifieke gezondheidsrisico s met zich meebrengt. De komende jaren zal de somatische zorg als onderdeel van de integrale zorg extra aandacht nodig hebben, ook op grond van de te verwachten vergrijzing van de TBSpopulatie. Somatische comorbiditeit komt vaak voor. In al die gevallen zijn verschillende artsen primair verantwoordelijk voor de psychiatrische en de somatische zorg. Het is dan van belang structureel te overleggen over deze problematiek. Dit klemt des te meer naarmate sommige medicatie enerzijds de levensverwachting negatief beïnvloedt, maar anderzijds ook de veiligheid van de omgeving en de bewegingsvrijheid van de patiënt kan vergroten. Psychiatrische diagnostiek Psychiatrische diagnostiek bestaat onder andere uit: differentiaaldiagnostiek, diagnostiek van comorbiditeit 7, diagnostiek van psychosomatische klachten, diagnostiek van de traumageschiedenis, diagnostiek van organische cerebrale factoren Over het algemeen is dit moeilijke materie, die een zo helder en expliciet mogelijke aanpak vereist. Het verdient aanbeveling een checklist op te stellen, waarop men kan bijhouden waarnaar wel en niet is gekeken, en hoe dat is gebeurd. Dit helpt lacunes en doublures in het onderzoek te voorkomen. Hoewel het kopje psychiatrische diagnostiek anders doet vermoeden zijn in een aantal gevallen niet alleen psychiaters, maar ook vertegenwoordigers van andere disciplines betrokken. Zo kunnen bijvoorbeeld psychologen en andere medische specialisten ook een bijdrage leveren. De psychiatrische diagnostiek leidt tot een diagnose volgens DSM-IV en een beschrijving van de psychiatrische problematiek. Het verdient aanbeveling voor de psychiatrische diagnostiek een vast format te gebruiken zoals men dat gebruikt in de opleiding voor psychiatrie. In de psychiatrische diagnostiek gaat het om de volgende procedures. Anamnese Heteroanamnese Diagnostische interviews 7 Zowel in de differentiaaldiagnose als bij de diagnose van comorbiditeit zij erop gewezen dat het lastig is de diverse autistische stoornissen adequaat te diagnosticeren, vooral ook omdat hiervoor geen gestandaardiseerd instrument voor handen is. 21

Basis Zorgprogramma. Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten. Versie 2.0

Basis Zorgprogramma. Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten. Versie 2.0 Basis Zorgprogramma Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten Versie 2.0 Laatst gewijzigd: 19 juni 2014 1 Versiebeheer Versie Datum Wijziging 1.0 20-07-2010: Eerste versie BasisZP

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel Diagnostiek fase Samenvattingskaart WANNEER, HOE? 1. Diagnostiek middelengebruik 2. Vaststellen problematisch middelengebruik en relatie met delict Aandacht voor interacties psychische problemen en middelengebruik

Nadere informatie

P R O J U S T I T I A

P R O J U S T I T I A Psychiatrisch onderzoek P R O J U S T I T I A betreffende de heer/mevrouw Voornamen TUSSENVOEGSEL(S) ACHTERNAAM geboren : dag maand jaar te : plaats, land verblijvend : forensisch psychiatrische instelling

Nadere informatie

Informatiefolder Patiënten

Informatiefolder Patiënten Informatiefolder Patiënten Inleiding FPC Gent is een nieuw opgestart forensisch psychiatrisch centrum voor patiënten met een interneringsmaatregel. Deze folder zal u voorzien van algemene informatie met

Nadere informatie

Intensieve zorg bij hoog risico. Maryke Geerdink, de Waag Amsterdam Karlijn Vercauteren, de Waag Utrecht

Intensieve zorg bij hoog risico. Maryke Geerdink, de Waag Amsterdam Karlijn Vercauteren, de Waag Utrecht Intensieve zorg bij hoog risico Maryke Geerdink, de Waag Amsterdam Karlijn Vercauteren, de Waag Utrecht Programma Vraag vanuit de samenleving What Works Zorgprogramma Intensieve Zorg Casus Discussie RVZ:

Nadere informatie

Informatiefolder voor patiënten

Informatiefolder voor patiënten Informatiefolder voor patiënten 2 INLEIDING FPC Gent is een nieuw opgestart forensisch psychiatrisch centrum voor patiënten met een interneringsmaatregel. Deze folder zal u voorzien van algemene informatie

Nadere informatie

Rehabilitatie in de forensische psychiatrie, een schijnbare tegenstrijdigheid een zicht op de visie van een forensischpsychiatrische

Rehabilitatie in de forensische psychiatrie, een schijnbare tegenstrijdigheid een zicht op de visie van een forensischpsychiatrische Rehabilitatie in de forensische psychiatrie, een schijnbare tegenstrijdigheid een zicht op de visie van een forensischpsychiatrische PVT Steven Degrauwe U.P.C. Sint- FRT, een visie gebaseerd op rehabilitatie

Nadere informatie

Langdurige forensisch psychiatrische zorg

Langdurige forensisch psychiatrische zorg Langdurige forensisch psychiatrische zorg Landelijk zorgprogramma voor patiënten binnen de langdurige forensische psychiatrie Versie 1 Laatst gewijzigd: 25 mei 2009 Colofon Expertisecentrum Forensische

Nadere informatie

Het Good Lives Model

Het Good Lives Model Het Good Lives Model Een literatuurstudie Expertisecentrum Forensische Psychiatrie Dr. E. Pomp November 2009 Een aangepaste versie van dit literatuuroverzicht is weergegeven in hoofdstuk 4 van het nieuwe

Nadere informatie

Basis zorgprogramma fpa. Versie 1.0 november 2013

Basis zorgprogramma fpa. Versie 1.0 november 2013 Basis zorgprogramma fpa Versie 1.0 november 2013 1 Inhoudsopgave Voorwoord...3 1. Inleiding...4 1.1 Doelgroep...5 1.2 Indicatiestelling...5 1.3 Zorgprogramma en veiligheid...6 1.4 Onderliggende principes

Nadere informatie

Langdurige forensisch psychiatrische zorg

Langdurige forensisch psychiatrische zorg Langdurige forensisch psychiatrische zorg Landelijk zorgprogramma voor patiënten binnen de langdurige forensische psychiatrie Versie 1 Colofon Expertisecentrum Forensische Psychiatrie, 2009 Eindredactie:

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg

Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg Landelijk zorgprogramma voor patiënten binnen de langdurige forensische psychiatrie Versie 2.0 Laatst gewijzigd: 21-11-2014 1 Versiebeheer Versie Datum Wijziging

Nadere informatie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie Verslaving binnen de forensische psychiatrie Minor - Werken in gedwongen kader Praktijkverdieping Docent: Paul Berkers Geschreven door: Martine Bergshoeff Edith Yayla Louiza el Azzouzi Evelyne Bastien

Nadere informatie

Psychotisch kwetsbaar en delictgevaarlijk

Psychotisch kwetsbaar en delictgevaarlijk Psychotisch kwetsbaar en delictgevaarlijk Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met een psychotische kwetsbaarheid Versie 1 1 Colofon Expertisecentrum Forensische Psychiatrie

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Anne van den Brink Specialist Ouderengeneeskunde Onderzoeker Pakkende ondertitel Inhoud presentatie Inleiding Aanleiding

Nadere informatie

Forensische psychiatrie en positieve psychologie

Forensische psychiatrie en positieve psychologie Forensische psychiatrie en positieve psychologie The future of forensic care. Symposium EFP 7 juni, 2012. Jan Walburg www.trimbos.nl Wat is positieve psychologie? stelt net zoveel belang in gezondheid

Nadere informatie

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus Informatie Tactus Behandelaanbod Forensische Verslavingskliniek De is een forensische verslavingskliniek en biedt behandeling aan cliënten die veelvuldig met justitie in aanraking zijn gekomen, langdurig

Nadere informatie

Visie op Forensische Verslavingszorg

Visie op Forensische Verslavingszorg Visie op Forensische Verslavingszorg 1. Inleiding In 2013 verscheen het visiedocument voor de verslavingszorg (Een visie op verslaving en verslavingszorg: focus op preventie en herstel) en in 2014 het

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2011. Bijlage 7. Behandeling

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2011. Bijlage 7. Behandeling 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstelling functie 4 2.1 Algemeen 4 2.2 Continue, systematische, langdurige en multidisciplinaire zorg (CSLM) 5 2.3 gericht op herstel en/of het aanleren van vaardigheden

Nadere informatie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Inleiding Binnen de forensisch psychiatrische behandelsetting is het doel van de behandeling primair het verminderen van delictrisico s of risico

Nadere informatie

Visiedocument FACT GGZ Friesland

Visiedocument FACT GGZ Friesland Visiedocument FACT GGZ Friesland Soort document: Visiedocument Versie: 02 Visie Rehabilitatie begint bij de voordeur! Vanaf het eerste behandelcontact staat het individuele herstelproces van de patiënt

Nadere informatie

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Programma 13.00-13.15 Opening 13.15-14.30 HCR:V3, part I 14.30-15.00

Nadere informatie

High Care - Kastanjehof

High Care - Kastanjehof High Care - Kastanjehof Behandelprogramma Acute Psychiatrie High Care - Kastanjehof Behandelprogramma Acute Psychiatrie Inhoudsopgave Wat...Pagina Inleiding...2 Voor wie...3 Aanmelding...3 Behandelaanbod...3

Nadere informatie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum Educatief),

Nadere informatie

Langdurige Forensische Psychiatrie

Langdurige Forensische Psychiatrie Risicomanagement Checklijst Langdurige Forensische Psychiatrie Drs. Peter C. Braun, Dr. Erik Bulten Persoonlijke gegevens van de patiënt: Naam tbs-gestelde: Geboortedatum: TBS nummer: Verblijfplaats ten

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen. Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen. Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen Colofon Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP), 2008 Omslag Tom Rietveld

Nadere informatie

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen Achtergrond symposium Criminaliteit heeft grote gevolgen voor samenleving: -Fysieke verwondingen -Psychische klachten -Materiële schade -Kosten:

Nadere informatie

werken aan Zelfmanagement en passende zorg

werken aan Zelfmanagement en passende zorg werken aan Zelfmanagement en passende zorg Inleiding De ggz is steeds meer gericht op herstel, het vergroten van de zelfredzaamheid en zo veel mogelijk deelnemen aan de maatschappij van cliënten. Wilt

Nadere informatie

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag Seksueel grensoverschrijdend gedrag Landelijk zorgprogramma voor plegers van seksuele delicten in de forensische psychiatrie Versie 1.1 1 Colofon Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP), 2008 Omslag

Nadere informatie

Zorgzwaartepakketten Sector GGZ Versie 2013

Zorgzwaartepakketten Sector GGZ Versie 2013 Zorgzwaartepakketten Sector GGZ Versie 2013 Enschede, december 2012 AR/12/2534/izzp ZZP 1B GGZ Voortgezet verblijf met begeleiding (B-groep) voor verzekerden jonger dan drieëntwintig jaar Deze cliëntgroep

Nadere informatie

1.4 Geen opsomming van veroordelingen, maar in verhalende en concluderende zin de justitiele voorgeschiedenis weergeven.

1.4 Geen opsomming van veroordelingen, maar in verhalende en concluderende zin de justitiele voorgeschiedenis weergeven. Verkorte handleiding bij format verlofaanvragen ten behoeve van ter beschikking gestelden Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar. Het wordt aangeraden deze te raadplegen voor voorbeelden en extra

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

SAMENVATTING BOUWSTENEN ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG

SAMENVATTING BOUWSTENEN ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG SAMENVATTING ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG INLEIDING ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG In samenwerking met de deelnemers van het De Bouwstenen zijn opgebouwd uit thema s die Bestuurlijk Akkoord GGZ zijn

Nadere informatie

Gezondheidszorgvisie DJI DJI

Gezondheidszorgvisie DJI DJI Gezondheidszorgvisie DJI DJI 2 / G E Z O N D H E I D S Z O R G V I S I E D J I Inleiding In het rapport Van Dinter (1995) [1] en het rapport Zorg achter tralies (augustus 1999) [2], zijn indertijd diverse

Nadere informatie

Beleidskader Libidoremmende middelen in de tbs

Beleidskader Libidoremmende middelen in de tbs Beleidskader Libidoremmende middelen in de tbs 29 november 2012 Colofon Afzender Ministerie van Veiligheid en Justitie Directie Sanctie- en Preventiebeleid Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

GGzE centrum autisme volwassenen

GGzE centrum autisme volwassenen GGzE centrum autisme volwassenen GGzE centrum autisme volwassenen Centrum voor specialistische zorg, kennis en ontwikkeling op het gebied van autisme Informatie voor verwijzers >> GGzE centrum autisme

Nadere informatie

Herstelondersteunende zorg in een forensische setting

Herstelondersteunende zorg in een forensische setting Herstelondersteunende zorg in een forensische setting Olie en water?? Mieke van Boxtel FPA Roosenbrug, Aventurijn Inhoud presentatie De FPA Het project Ik heb nog wat te willen Casuïstiek Discussie Traditionele

Nadere informatie

Slachtofferonderzoek bij verlofaanvragen TBS

Slachtofferonderzoek bij verlofaanvragen TBS Slachtofferonderzoek bij verlofaanvragen TBS Aanleiding In het regeerakkoord is aangegeven dat de positie van slachtoffers verder moet worden versterkt. Een stap om hiertoe te komen is gezet door de werkgroep

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesvragen

Samenvatting. Adviesvragen Samenvatting Adviesvragen Een deel van de mensen die kampen met ernstige en langdurige psychiatrische problemen heeft geen contact met de hulpverlening. Bij hen is geregeld sprake van acute nood. Desondanks

Nadere informatie

(Forensische) ACT en FACT voor verslaafden

(Forensische) ACT en FACT voor verslaafden Improving Mental Health by Sharing Knowledge (Forensische) ACT en FACT voor verslaafden Congres sociale verslavingszorg 12 juni 2013 Laura Neijmeijer Doelgroep: mensen met langdurende of blijvende ernstige

Nadere informatie

SOVA /AR op Maat Presentatie

SOVA /AR op Maat Presentatie SOVA /AR op Maat Presentatie Doelgroep Sociale Vaardigheden op Maat Jongens en meisjes in de leeftijd van 15-21 jaar Jongeren met probleemgedrag dat o.a. voortkomt uit onvermogen tot zelfstandig en adequaat

Nadere informatie

Orthopsychiatrie en ambulante forensische kinderen jeugdpsychiatrie. Kinderen en Jeugdigen. Informatie voor ouders/verzorgers

Orthopsychiatrie en ambulante forensische kinderen jeugdpsychiatrie. Kinderen en Jeugdigen. Informatie voor ouders/verzorgers Orthopsychiatrie en ambulante forensische kinderen jeugdpsychiatrie Kinderen en Jeugdigen Informatie voor ouders/verzorgers Orthopsychiatrie en ambulante forensische kinderen jeugdpsychiatrie Inleiding

Nadere informatie

Ambulante forensische expertise voor een veiliger samenleving. Gespecialiseerde, ambulante forensische zorg

Ambulante forensische expertise voor een veiliger samenleving. Gespecialiseerde, ambulante forensische zorg Gespecialiseerde, ambulante forensische zorg Ambulante forensische expertise voor een veiliger samenleving De Waag draagt duurzaam bij aan een veiliger samenleving, met laagdrempelige en gespecialiseerde

Nadere informatie

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems Symposium HKT-R: introductie van een gereviseerd instrument voor risicotaxatie en behandelevaluatie Donderdag 13 juni 2013, Conferentiecentrum

Nadere informatie

Congres ziekenhuispsychiatrie

Congres ziekenhuispsychiatrie Congres ziekenhuispsychiatrie Het belang van integrale zorg psychiatrie & somatiek belicht vanuit de visie van de zorgverzekeraar 7 november 2013 Anouk Mateijsen Regio manager, Achmea Divisie Zorg & Gezondheid

Nadere informatie

Kerncompetenties psychotherapeut

Kerncompetenties psychotherapeut Kerncompetenties psychotherapeut 5 oktober 2006 Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie Overname is toegestaan, mits ongewijzigd en met gebruik van bronvermelding. Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie,

Nadere informatie

Dynamische risicotaxatie

Dynamische risicotaxatie Dynamische risicotaxatie Wens of werkelijkheid? Martien Philipse Pompestichting, Nijmegen Studiemiddag NVK - WODC, Den Haag 17 november 2006 De eerste wet van risicotaxatie De beste voorspeller van gedrag

Nadere informatie

De heer K. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid & Justitie. Nijmegen 28 december 2015. Geachte heer Dijkhoff,

De heer K. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid & Justitie. Nijmegen 28 december 2015. Geachte heer Dijkhoff, De heer K. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid & Justitie Nijmegen 28 december 2015 Geachte heer Dijkhoff, Onderstaand treft u aan het gezamenlijk plan van aanpak van de forensische psychiatrische

Nadere informatie

Woord vooraf Opbouw van deze studie

Woord vooraf Opbouw van deze studie Woord vooraf Opbouw van deze studie XIII XVI DEEL I: PROBLEEMSTELLING 1 HOOFDSTUK I ONTWIKKELING EN STAGNATIE IN DE PSYCHIATRIE 2 Inleiding 2 1. 1 Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg - stand van

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van egocentrisme, impulsiviteit en agressiviteit.

Nadere informatie

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag.

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Samenvatting De Top600 bestaat uit een groep van 600 jonge veelplegers

Nadere informatie

Verslaving, criminaliteit en resocialisatie

Verslaving, criminaliteit en resocialisatie Verslaving, criminaliteit en resocialisatie A. de Vries* De Werkgroep is van mening dat een geïntegreerd behandelplan, waarin zowel aandacht wordt gegeven aan de verslavingsproblemen als aan de persoonlijkheidsproblemen,

Nadere informatie

Logopedie en Kindermishandeling. Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan

Logopedie en Kindermishandeling. Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan Logopedie en Kindermishandeling Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) Juni 2009 Inleiding Omgaan met (vermoedens van) kindermishandeling

Nadere informatie

Richtlijnen aanpak verzuim om psychische redenen

Richtlijnen aanpak verzuim om psychische redenen Richtlijnen aanpak verzuim om psychische redenen HR&O november 2014 Opgesteld door: Asja Gruijters, adviseur HR&O 1 1. Inleiding Om te komen tot een integraal PSA-beleid is het belangrijk richtlijnen op

Nadere informatie

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant Landelijk Opleidingscompetentieprofiel Master Physician Assistant Dit Landelijk Opleidingscompetentieprofiel van de Physician Assistant is tot stand gekomen door samenwerking tussen de 5 PA opleidingen

Nadere informatie

Behandeling van middelengebruik in de forensische psychiatrie

Behandeling van middelengebruik in de forensische psychiatrie Behandeling van middelengebruik in de forensische psychiatrie Aanleiding Naar aanleiding van de reactie van GGZ Nederland op het IVO rapport dat in 2008 is gepubliceerd en betrekking heeft op middelengebruik

Nadere informatie

Doelstelling van het onderzoek en onderzoeksvragen

Doelstelling van het onderzoek en onderzoeksvragen Samenvatting Jeugdcriminaliteit vormt een ernstig probleem. De overgrote meerderheid van de jeugdigen veroorzaakt geen of slechts tijdelijk problemen voor de openbare orde en veiligheid. Er is echter een

Nadere informatie

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Inleiding De veiligheid van het kind is een van de belangrijkste

Nadere informatie

DE MAATREGEL INRICHTING STELSELMATIGE DADERS (ISD): MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN-BATENANALYSE VAN EEN SAMENVATTING EVENTUELE VERLENGING

DE MAATREGEL INRICHTING STELSELMATIGE DADERS (ISD): MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN-BATENANALYSE VAN EEN SAMENVATTING EVENTUELE VERLENGING DE MAATREGEL INRICHTING STELSELMATIGE DADERS (ISD): MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN-BATENANALYSE VAN EEN EVENTUELE VERLENGING AUTEURS: FRANK VAN ZUTPHEN, MARJOLEIN GODERIE & JAN JANSSEN SAMENVATTING Aanleiding

Nadere informatie

Behandeling in de algemene kinder- en jeugdpsychiatrie. Kinderen en Jeugdigen. Informatie voor ouders/verzorgers

Behandeling in de algemene kinder- en jeugdpsychiatrie. Kinderen en Jeugdigen. Informatie voor ouders/verzorgers Behandeling in de algemene kinder- en jeugdpsychiatrie Kinderen en Jeugdigen Informatie voor ouders/verzorgers Behandeling in de algemene kinder- en jeugdpsychiatrie Inleiding In deze brochure geven wij

Nadere informatie

Samenvatting Zorgstandaard astma

Samenvatting Zorgstandaard astma Samenvatting Zorgstandaard astma Hierbij een samenvatting van de Zorgstandaard astma voor volwassenen namens de COPD-werkgroep van de huisartsenkring Amsterdam. Wij hebben voor u geprobeerd de belangrijkste

Nadere informatie

Informatie betreffende relatietherapie aan paren met een partner met het syndroom van Asperger

Informatie betreffende relatietherapie aan paren met een partner met het syndroom van Asperger Informatie betreffende relatietherapie aan paren met een partner met het syndroom van Asperger Dr. Martine F. Delfos Beknopte notitie op verzoek van Dr. Kan, voorzitter zorgprogramma volwassenen met autisme,

Nadere informatie

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2010. Bijlage 7. Behandeling

Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2010. Bijlage 7. Behandeling 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstelling functie 4 2.1 Algemeen 4 2.2 Aanvullende functionele diagnostiek 5 2.3 Kortdurende behandeling gericht op herstel en/of het aanleren van vaardigheden of

Nadere informatie

De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs.

De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs. Samenvatting De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs. Inleiding Niet-westerse allochtonen zijn oververtegenwoordigd in de tbs. Van de totale

Nadere informatie

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010)

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) AH 740 2010Z13219 Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) 1 Bent u bekend met nieuw onderzoek van Michigan State University

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Etnische minderheden vormen een groeiend segment van de bevolking in veel westerse landen. Zorgbehoeften en verwachtingen van deze groepen vormen vaak een uitdaging voor

Nadere informatie

In behandeling bij het NPI

In behandeling bij het NPI In behandeling bij het NPI Optimale begeleiding In behandeling bij NPI U ontvangt deze folder omdat u in behandeling gaat bij het NPI. Hierin leest u hoe we te werk gaan bij het NPI en wat u van ons kunt

Nadere informatie

Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen

Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen Protocol Organiseren van een Zorgnetwerk Ouderen ZIO, Zorg in Ontwikkeling Versie 1 INLEIDING Het Multidisciplinair Overleg (MDO) krijgt een steeds grotere rol binnen Ketenzorg, redenen hiervoor zijn:

Nadere informatie

De multidisciplinaire richtlijn schizofrenie - Wat kunnen we met de recente update?-

De multidisciplinaire richtlijn schizofrenie - Wat kunnen we met de recente update?- De multidisciplinaire richtlijn schizofrenie - Wat kunnen we met de recente update?- Dr. Berno van Meijel Lector GGZ-verpleegkunde Hogeschool INHolland / Amsterdam www.ggzverpleegkunde.nl De richtlijn

Nadere informatie

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim

Achtergrond. Visie op arbeidsverzuim Deze visienota richt zich specifiek op preventie van arbeidsverzuim. Deze visie is door te vertalen naar terugkeer vanuit arbeidsverzuim en op instroom, doorstroom en uitstroom vraagstukken. Deze doorvertaling

Nadere informatie

Motiveren doe je in fasen. De kunst en kunde van het fasegericht, geïntegreerd behandelen, van dubbele diagnose cliënten

Motiveren doe je in fasen. De kunst en kunde van het fasegericht, geïntegreerd behandelen, van dubbele diagnose cliënten Motiveren doe je in fasen De kunst en kunde van het fasegericht, geïntegreerd behandelen, van dubbele diagnose cliënten Cliënten met een dubbele diagnose Ernstige meervoudige problematiek Sterke verwevenheid

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, Jeugdbescherming Regio Amsterdam Claudia van der Put, Universiteit van Amsterdam Jeugdbescherming Ieder kind veilig GGW FFPS

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog zondag 19 februari 2012 Doelen ROM (routine outcome monitoring) Secundair 1. gegevensverzameling voor beleid 2. gegevensverzameling

Nadere informatie

Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV

Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV Inleiding Van iedere professional wordt gevraagd dat hij de waarden die hij in zijn beroep dient, en de daaraan ten grondslag

Nadere informatie

DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING

DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING DEEL 1 PROTOCOL SCREENING EN DIAGNOSTIEK VAN ADHD BIJ VERSLAVING 1 Het protocol screening en diagnostiek 1.1 Algemene toelichting Attention-deficit/hyperactivity disorder (aandachtstekortstoornis met

Nadere informatie

Opname op afdeling Argo en gedwongen opname. Kinderen en Jeugdigen. Informatie voor ouders/verzorgers

Opname op afdeling Argo en gedwongen opname. Kinderen en Jeugdigen. Informatie voor ouders/verzorgers Opname op afdeling Argo en gedwongen opname Kinderen en Jeugdigen Informatie voor ouders/verzorgers Opname op afdeling Argo en gedwongen opname Inleiding In deze brochure geven wij u informatie over de

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

Psychologische expertise Maarsingh & van Steijn

Psychologische expertise Maarsingh & van Steijn Psychologische expertise Veel verzuim op het werk wordt veroorzaakt door psychische problemen. Maarsingh & van Steijn heeft zich gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van problemen op het vlak

Nadere informatie

Geïntegreerde behandeling van patiënten met schizofrenie en middelengebruik

Geïntegreerde behandeling van patiënten met schizofrenie en middelengebruik Geïntegreerde behandeling van patiënten met schizofrenie en middelengebruik Saskia van Duin - verpleegkundig specialist GGZ Melchiord Ricardo - ervaringsdeskundige Ellen Struik teamleider DD kliniek GGZ

Nadere informatie

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Mei 2014 Aanleiding Het CVZ beschrijft in het Rapport geneeskundige GGZ deel 2 de begrenzing

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst Begeleiding Zorgverlening binnen aan patiënten

Samenwerkingsovereenkomst <naam ziekenhuis> <naam TBS instelling> Begeleiding Zorgverlening binnen <naam ziekenhuis> aan patiënten Samenwerkingsovereenkomst tussen stichting en inzake begeleiding zorgverlening binnen aan patiënten 1 Samenwerkingsovereenkomst

Nadere informatie

Informatiefolder voor de omgeving van geïnterneerde patiënten

Informatiefolder voor de omgeving van geïnterneerde patiënten Informatiefolder voor de omgeving van geïnterneerde patiënten 2 INLEIDING Een naaste uit uw omgeving is aangemeld voor het Forensisch Psychiatrisch Centrum Gent. FPC Gent is een nieuw opgestart forensisch

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement 1. Inleiding De Werkgroep Risicomanagement is begin 2011

Nadere informatie

GGzE centrum psychotische stoornissen. Algemene informatie >>

GGzE centrum psychotische stoornissen. Algemene informatie >> GGzE centrum psychotische stoornissen GGzE centrum psychotische stoornissen Algemene informatie >> We zijn er zowel voor mensen met een eerste psychose als voor mensen met langer durende psychotische klachten.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Welkom. Pedagogische verwaarlozing anno 2013. Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl

Welkom. Pedagogische verwaarlozing anno 2013. Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl Welkom Pedagogische verwaarlozing anno 2013 Bron: Haren de Krant d.d. 22 april 2010 1 2 Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl Vraagstelling n.a.v. twitterbericht d.d. 12-06-2013 van Chris Klomp

Nadere informatie

OPLEIDING INTENSIVE CARE VERPLEEGKUNDIGE

OPLEIDING INTENSIVE CARE VERPLEEGKUNDIGE OPLEIDING INTENSIVE CARE VERPLEEGKUNDIGE 1. Deskundigheidsgebied van de intensive care verpleegkundige blad 2 van 11 2. Eindtermen voor de opleiding intensive care verpleegkundige blad 6 van 11 LRVV Deel

Nadere informatie

FP11A. Forensische psychiatrie POST-HBO OPLEIDING. mensenkennis

FP11A. Forensische psychiatrie POST-HBO OPLEIDING. mensenkennis FP11A POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum

Nadere informatie