KETENANALYSE HYBRIDE RANGEERLOCOMOTIEF; TOEPASSING BIJ RANGEERACTIVITEITEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "KETENANALYSE HYBRIDE RANGEERLOCOMOTIEF; TOEPASSING BIJ RANGEERACTIVITEITEN"

Transcriptie

1 KETENANALYSE HYBRIDE RANGEERLOCOMOTIEF; TOEPASSING BIJ RANGEERACTIVITEITEN Reference number 49/DIV/002 Project number xxx Version : 2.1 Date : Utrecht, 15 oktober 2013 Auteur: Jolt Oostra (Alstom Transport BV/Technisch Projectleider) Nagezien door: Christine Wortmann (Primum/adviseur Primum) Erik Bronsvoort (De Groene Draad van Morgen/adviseur) Versie: 2.1 ALSTOM Transport B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, gebruikt of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ALSTOM Transport B.V. Page 1/31

2 VERSIEBEHEER Author Version Date Remarks F. van der Wind Alle J. Oostra Alle Update obv nieuw onderzoek J. Oostra Alle Update obv nieuw onderzoek leverancier batterijen Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 2/31

3 Table of Content 1 INLEIDING HYBRIDE LOCOMOTIEF DOELSTELLING LEESWIJZER IDENTIFICEREN VAN PARTNERS BINNEN DE WAARDEKETEN VASTSTELLEN SYSTEEMGRENZEN KETENPARTNERS KWANTIFICEREN VAN DE CO 2 -EMISSIES DATAVERZAMELING KARAKTERISATIE METHODE UITGANGSPUNTEN PRODUCTIEFASE GEBRUIKERSFASE RESULTATEN CO 2 -REDUCTIEMOGELIJKHEDEN DISCUSSIE CONCLUSIE BRONVERMELDING BIJLAGE I: DATA UIT SIMAPRO Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 3/31

4 1 INLEIDING Alstom Transport is als leverancier van duurzame railoplossingen wereldwijd actief. Met rollend materieel producten zoals metro, tram en trein, en treinbeveiligingssystemen is Alstom Transport een promotor van duurzaam transport en heeft duurzaamheid in haar bedrijfsvoering verankerd. Onze innovatieve, milieuvriendelijke technologieën vormen een benchmark op het gebied van spoortransport. We zetten ons in om de meest energie-efficiënte producten en technologieën met zo laag mogelijk emissie te leveren. Tevens zetten we ons in om onze eigen bedrijfsvoering zo schoon en zuinig mogelijk te maken. Het CO 2 -management systeem van Alstom Transport is sinds 2010 gecertificeerd met een CO 2 -bewust certificaat niveau 4. Onderdeel van deze certificering is het inzicht krijgen in CO 2 -emissies in de waardeketen van het bedrijf en het realiseren van reducties in deze keten door samenwerking met ketenpartners en/of aanpassingen in de producten van Alstom. Dit zijn de zogenaamde Scope 3 emissies. Alstom Transport heeft hiervoor destijds twee onderwerpen gekozen: de vermogenselektronica module en de hybride rangeer locomotief. De afgelopen jaren is gewerkt aan het verbeteren van deze ketenanalyses door meer onderzoek te doen en is volgens de eisen voor de CO 2 -Prestatieladder versie 2.1 onderzoek gedaan naar de zogenaamde Meest Materiële Emissies in Scope 3 van het GHG-protocol, welke zijn verwerkt in de Memo Alstom Transport MME. Dit document laat zien dat de gebruiksfase van de producten van Alstom de belangrijkste bijdrage levert aan de Scope 3 emissies. 1.1 HYBRIDE LOCOMOTIEF De hybride locomotief is een relatief nieuw product van Alstom, dat langzaam maar zeker aan marktaandeel wint. Sinds de eerste testen in 2009 zijn er inmiddels 7 locomotieven van dit type operationeel en zijn er orders om op korte termijn nog 4 locs te leveren, waarvan 2 in de periode oktober-november Daarnaast is er een nieuwe ontwikkeling van 3-assige locomotieven waarvoor Alstom Transport NL 10 modules gaat leveren. De proefritten met deze locomotieven starten in februari Op termijn is de verwachting dat hiervan locomotieven per jaar zullen worden gebouwd. De markt laat dus zien dat deze ontwikkeling niet alleen een CO 2 -besparing oplevert, maar ook een goede investering is voor de vervoerders die de locomotief inzetten. In 2007 heeft Alstom voor het eerst een test uitgevoerd met een nieuw type locomotief die wordt aangedreven door een hybride motor. De daaropvolgende praktijktest die werd uitgevoerd in het Rotterdamse havengebied liet zien dat er een reductie in dieselverbruik en daarmee samenhangende CO 2 -emissies van ongeveer 40% kon worden gerealiseerd in de verbruiksfase. Om een goede vergelijking van de CO 2 -emissies te maken tussen een standaard diesel en een hybride aandrijving is het noodzakelijk om naar de hele levensduur van de locomotief te kijken en niet alleen de emissies in de gebruiksfase te vergelijken. Deze levenscyclus analyse is gedaan in versie 1.0 van deze Ketenanalyse in Sindsdien is er door overleg met ketenpartners en het uitvoeren van metingen tijdens gebruik meer inzicht verkregen in de emissies tijdens de levensduur, wat heeft geleidt tot deze versie 2.0 van de ketenanalyse. De belangrijkste wijziging is de toegenomen kennis over het verbruik van de locomotief. Sinds 2012 zijn er vier hybride locomotieven operationeel op de Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 4/31

5 Mitteldeutsche Eisenbahn en wordt de performance van de locomotieven gemonitord. De resultaten van deze testen zijn meegenomen in de update van deze ketenanalyse. Afbeelding 1: Alstom Hybride locomotieven in kleuren van de Mitteldeutsche Eisenbahn Dit document beschrijft de CO 2 -emissies gedurende de levensduur van de locomotief. Het is een vernieuwde versie van de ketenanalyse die in 2010 is uitgevoerd. In de ketenanalyse 2.0 zijn ten opzichte van versie 1.0 twee belangrijke aanpassingen gedaan, te weten het werkelijke verbruik van de hybride locomotieven op basis van metingen van het verbruik van 4 locomotieven gedurende de periode april december 2012 en de emissies die worden veroorzaakt door de productie van de batterijen, welke een belangrijke component zijn in de productiefase. De uitgevoerde analyses leidde onder andere tot het inzicht dat de batterijen een belangrijke bijdrage leveren aan de CO 2 -uitstoot in de levenscyclus. Er was echter tot nu toe geen goede informatie beschikbaar over de exacte CO 2 - uitstoot van de batterijen en de mogelijkheden om deze terug te dringen. Alstom Transport heeft daarom besloten om samen met de leverancier te werken aan het verbeteren van het inzicht in CO 2 -emissies van batterijen gedurende de levensduur. Hiermee zijn sinds begin 2013 al enkele stappen gemaakt, wat heeft geleid tot een update van de ketenanalyse tot versie 2.1 om de nieuwe informatie te verwerken in de analyse. De ketenanalyse versie 2.1 is net als versie 1.0 en 2.0 in samenwerking met duurzaamheidsadviesbureau Primum opgesteld. 1.2 DOELSTELLING De doelstelling van deze ketenanalyse is het verhogen van het inzicht in de CO 2 -uitstoot binnen de waardeketen van Alstom Transport. Met deze kennis kan vervolgens worden gewerkt aan het reduceren van CO 2 -emissies binnen de keten. De doelgroep van deze ketenanalyse bestaat uit Alstom Transport alsmede sectorgenoten die vanuit hun vergelijkbare activiteiten ook vergelijkbare CO 2 -emissies veroorzaken binnen de keten. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 5/31

6 1.3 LEESWIJZER Volgens het GHG-protocol dient een ketenanalyse de volgende stappen te doorlopen [GHG, 2004]: 1. Beschrijving van de waardeketen 2. Bepalen van relevante scope 3 emissie categorieën 3. Identificeren van de partners binnen de waardeketen 4. Kwantificeren van de scope 3 emissies Stap 1 en 2 zijn beschreven in de Memo MME en worden niet verder behandelt in dit document. Stappen 3 en 4 zijn hieronder terug te vinden. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 6/31

7 2 IDENTIFICEREN VAN PARTNERS BINNEN DE WAARDEKETEN Ten eerste worden de systeemgrenzen vastgesteld om duidelijk te maken welke processen wel en niet meegenomen worden binnen de analyse. Hierna worden de activiteiten en de partners geïdentificeerd. 2.1 VASTSTELLEN SYSTEEMGRENZEN De hybride rangeerlocomotief wordt in de ketenanalyse vergeleken met een reguliere rangeerlocomotief. In een vergelijkende LCA is het van belang de verschillen tussen de twee producten te identificeren en te wegen. De onderdelen van de twee producten die gelijke orde grote zijn kunnen buiten beschouwing worden gelaten, dit heet stroomlijnen (Brask Klapwijk et al, 2009). Een hybride rangeerlocomotief wordt op dit moment vervaardigd uit een bestaande 4-ssige rangeerlocomotief tijdens het grootschalig onderhoud wat plaatsvindt na 40 jaar dienst. De rangeerlocomotief zal na dit grootschalig onderhoud nog 20 jaar dienst te doen. Tijdens de onderhoudsbeurt wordt de rangeerlocomotief omgebouwd tot een hybride rangeerlocomotief. Op dit moment wordt een 3-assige variant van de hybride locomotief ontwikkeld. Deze is in deze ketenanalyse buiten beschouwing gelaten omdat er nog onvoldoende gegevens beschikbaar zijn en de verwachting is dat de verschillen tussen de beiden typen klein zijn. De 4-assige hybride rangeerlocomotief maakt gebruik van dezelfde chassis. De chassis zal derhalve niet worden meegenomen binnen de systeemgrenzen. Tabel 2 presenteert de onderdelen die verschillend zijn tussen de twee typen locomotieven. Hybride locomotief Kleine dieselmotor Batterijen Kleine tandwielkast + 2 elektromotoren Rangeerlocomotief Grote dieselmotor Grote tandwielkast Ballast Ballast 1 brandstof tank à 1500 l 2 brandstof tanks à 1500 l Aux supply module Aux supply module Tabel 2 De verschillen tussen de hybride locomotief en de rangeerlocomotief In een interview met Alstom Transport is aangegeven dat de batterijen en de dieselmotoren de grootste verschillen bepalen tussen de twee locomotieven (Alstom Transport, 2010). Zo gaan er 5800kg batterijen in een Hybride locomotief en is de dieselmotor van de rangeerlocomotief 4900 kg zwaarder dan de kleinere variant in de hybride rangeerlocomotief. De brandstoftank en de aux supply module zijn qua massa veel kleiner dan de batterijen en de dieselmotoren. De brandstoftank betreft een hol lichaam waardoor het gewicht gering zal zijn in verhouding met haar inhoud van 1500 liter. De aux suppy module is ongeveer 3x zo klein als de IPM750 vermogenselektronica module. Het gewicht komt daarmee in de buurt van 20 kg en is daarmee verwaarloosbaar klein t.o.v. de andere onderdelen in de locomotieven. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 7/31

8 Tevens is het gezamenlijke gewicht van de kleine tandwielkast en de twee elektromotoren vergelijkbaar met het gewicht van de tandwielkast in de rangeerlocomotief. Deze relatief kleine verschillen worden niet meegenomen in dit onderzoek. De ballast wordt ingezet om de trekkracht van de locomotief zo efficiënt mogelijk in te kunnen zetten. De ballast voor een hybride rangeerlocomotief is 8177 kg tegen 7408 kg op een reguliere rangeerlocomotief. Dit geeft een verschil van 769 kg ballast. Tijdens het uitvoeren van de analyse bleek dat de CO 2 -uitstoot veroorzaakt door deze 769 kg stalen ballast tijdens de grondstofwinning- en productiefase relatief klein is t.o.v. de uitstoot van de batterijen en de verschillende dieselmotoren, rond de 1,3 ton CO 2 [EcoInvent]. Aangezien het type staal dat als ballast wordt ingezet niet precies bekend is en het om een relatief kleine hoeveelheid gaat is deze niet verder binnen de analyse meegenomen. Het verschil in CO 2 -uitstoot tussen de twee locomotieven tijdens de productie fase wordt voornamelijk bepaald worden door de batterijen en de verschillende dieselmotoren. Deze twee grote verschillen tussen de hybride locomotief en de rangeerlocomotief vormen daarmee de basis voor het bepalen van het verschil in CO 2 -uitstoot tijdens de grondstofwinning- en productiefase. Figuur 2 geeft de systeemgrenzen weer. De productie van de componenten wordt meegenomen binnen de afbakening. De CO 2 -uitstoot ten gevolge van de transport activiteiten worden niet meegenomen omdat, zoals uit tabel 1 is op te maken, het energieverbruik gering zal zijn. De assemblage vindt plaats tijdens een groot onderhoud en er wordt verwacht dat de werkzaamheden vergelijkbaar zijn waarmee de assemblage van de producten en het transport van de producten naar de gebruiker niet worden meegenomen. Het gebruik van verschillende onderdelen leidt tot een verschil in brandstofgebruik tijdens de gebruikersfase. De emissies tijdens deze fase vormen dan ook onderdeel van de ketenanalyse. Na de gebruikersfase worden de producten verwerkt tot afval. Gezien de lange levensduur van de producten is hier nog geen data voor handen. Deze fase valt dan ook buiten de systeemgrenzen. De processen die binnen de gestippelde lijnen vallen worden meegenomen binnen de ketenanalyse. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 8/31

9 Winning van grondstoffen Winning van grondstoffen transport transport Productie Batterijen Productie dieselmotor transport transport Assemblage hybrid loc transport Gebruikersfase transport Afvalverwerking Figuur 2: Afbakening van de ketenanalyse Het doel van deze ketenanalyse is nu als volgt te omschrijven: Het verschil in CO 2 -uitstoot tussen een hybride- en een reguliere locomotief bepalen tijdens de toeleveringsketen van de voornaamste onderdelen en de gebruikersfase. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 9/31

10 2.2 KETENPARTNERS De ketenpartners van Alstom Transport bestaan uit leveranciers van componenten, gebruikers en tot slot de afvalverwerkers. Een gedeelte van de leveranciers zijn vestigingen van Alstom Transport. De leverancier van componenten heeft toeleveranciers van grondstoffen. Deze zijn onbekend en worden daarom niet in dit onderzoek genoemd. De afvalverwerkers zijn tevens onbekend en worden niet in dit onderzoek benoemd. Hoppecke Produceert en levert de batterijen voor de hybride rangeerlocomotief aan Alstom Transport. Hoppecke heeft ook andere verbintenissen met Alstom, die samen te vatten zijn als gezamenlijk zoeken naar een oplossing voor de vraag wat de exacte lading en conditie van een batterij is, zodat een kleiner batterij en één lader voor meer batterijen toegepast kan worden. Dit leidt tot energiebesparing, enerzijds omdat de lader afschakelt, wanneer de batterij vol is en anderzijds doordat er minder massa, van batterijcellen en laders, aan boord van de trein meegenomen moet worden. Kirsch (turbogenerator) Kirsch is een grote onafhankelijke producent van dieselgeneratoren, noodstroom aggregaten enz.. Kirsch produceert en levert het dieselaggregaat aan Alstom transport. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een moderne dieselmotor, ontworpen voor het wegverkeer, die voldoet aan de EU rail emissie norm 2004/26 stage A. De generator heeft een hoog rendement door de permanent magneet bekrachtiging, (Potentiële) gebruikers De potentiële gebruikers bestaan uit spoorvervoerders, spoorbouwers en bedrijven met grote productielocaties. Potentiële gebruikers zijn grote industriële bedrijven als BASF (chemie, in Ludwigshafen), staalbedrijven als Corus (IJmuiden, VPS (Salzgitter), havenregio s Rotterdam, Hamburg, Magdenburg en andere Rijnhavens), Autofabrikanten, vervoerders en rail-onderhoudsbedrijven (Strukton, VolkerRail). In totaal zijn er nu 7 hybride locs operationeel. In Duitsland zijn sinds begin 2012 vijf Hybride Locomotieven operationeel bij DB Schenker dochtermaatschappij Mittendeutsche Eisenbahngesellschaft (MEG), waar ze worden ingezet voor rangeerwerkzaamheden. Deze gebruiker heeft gedurende een lange periode het verbruik bijgehouden. Deze resultaten zijn gebruikt om deze ketenanalyse te verbeteren. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 10/31

11 3 KWANTIFICEREN VAN DE CO 2 -EMISSIES Nadat de bronnen, karakteristieke methode, afbakening en uitgangspunten zijn beschreven wordt er een kwantitatief overzicht gegeven van de scope 3 emissies in de verschillende ketenprocessen. 3.1 DATAVERZAMELING De data die is gebruikt is afkomstig van de volgende bronnen: Jolt Oostra, Project Manager, voor de informatie over de hybride rangeerlocomotief. Rapportage: Groen rangeren met een hybride locomotief; een pratijkproef in het Rijnmondgebied, Havenbedrijf Rotterdam, Alstrom Transport, Rotterdam Rail Feeding, Bertschi. Jaar? Presentatie 4+1 Hybride rangeerlomotives, Technical aspects, ProRail CO 2 -prestatieladder handboek versie 1.1 [ProRail, 2010] en versie 2.1 [SKAO, 2012] Mitteldeutsche Eisenbahn GmbH, Auswertung Hybtidlokeinsatz Hoppecke, Abschätzung der Energiebilanz (CO 2 -footprint) von FNC-Zellen, De aanwezige data is aangevuld d.m.v.: De EcoInvent 2.0 database [EcoInvent] Argonne National Laboratory, A Review of Battery Life-Cycle Analysis: State of Knowledge and Critical Needs, European Commission, Comparative Life-Cycle Assessment of nickelcadmium (NiCd) batteries used in Cordless Power Tools (CPTs) vs. their alternatives nickel-metal hydride (NiMH) and lithium-ion (Li-ion) batteries, KARAKTERISATIE METHODE Er is waar mogelijk gebruik gemaakt van de CO 2 -uitstoot gegevens uit primaire bronnen. Waar conversie naar CO 2 - emissie nodig was, bijvoorbeeld vanuit het aantal liters verbruikte diesel, zijn de conversiefactoren zoals genoemd in het Handboek CO 2 -Prestatieladder versie 2.1 van 18 juli Gegevens afkomstig uit de Ecoinvent database zijn omgerekend naar CO 2 -uitstoot door gebruik te maken van de Greenhouse Gas Protocol v1.00 / CO2 eq (kg) karakterisatie methode. 3.3 UITGANGSPUNTEN De resultaten worden gegeneerd vanuit een vergelijking tussen de Hybride rangeerlocomotief en een gewone rangeerlocomotief. De hybride rangeerlocomotief kan worden vervaardigd uit een bestaande locomotief. Tijdens deze renovatie wordt de trein omgebouwd tot een hybride rangeerlocomotief. Na de uitgebreide renovatie heeft de trein nog een gemiddelde levensduur van 20 jaar. Er wordt daarom uitgegaan van een gebruikersfase van 20 jaar. Een eerste stap is het in kaart brengen van de CO 2 -uitstoot voor de productie van de belangrijkste gebruikte onderdelen waarin de hybride rangeerlocomotief verschilt van de rangeer locomotief. Dit zijn respectievelijk de batterijen en de dieselmotor. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 11/31

12 Vervolgens wordt de hoeveelheid benodigde brandstoffen tijdens de gebruikersfase door de hybride rangeerlocomotief vergeleken met de benodigde brandstoffen voor een rangeer locomotief. Uit de vergelijking kan vervolgens een conclusie worden getrokken omtrent het productiepotentieel op bij de potentiële gebruikers. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 12/31

13 3.4 PRODUCTIEFASE Productie Batterijen Het bedrijf Hoppecke levert de batterijen voor de Hybride rangeerlocomotief. Een hybride rangeerlocomotief heeft een installatie van 5800 kg nikkelcadmium (NiCd) batterijen nodig. Gestandaardiseerde informatie over de CO 2 -impact van NiCd batterijen is niet/nauwelijks beschikbaar. De NiCd batterij komt standaard niet voor in de EcoInvent database. In versie 1.0 en 2.0 is daarom uitgegaan van een NiMH batterij uit de EcoInvent database met vergelijkbare eigenschappen waarbij de positieve elektrode is vervangen door cadmium. Inmiddels is in samenwerking met leverancier Hoppecke meer informatie verzameld over de uitstoot van NiCd cellen. Aangezien deze informatie significant afwijkt van de gesimuleerde NiCd batterij uit de EcoInvent database (gebaseerd op een NiMH batterij), 1 is er aanvullend (literatuur)onderzoek gedaan naar beschikbare informatie over de uitstoot van NiCd batterijen om de aangeleverde informatie te verifiëren. Op basis van de huidige informatie zijn de volgende verklaringen voor de significant lagere uitstoot van de batterijcellen ten opzichte van de EcoInvent waarde waarschijnlijk: Ongeschikte waarde EcoInvent: De EcoInvent waarde is gebaseerd op een NiMH batterij voor toepassing in een laptop geproduceerd volgens de gemiddelde wereldwijde stand der techniek in Dit is niet een representatief en/of verouderd productieproces. Recycling van batterijen: In de oorspronkelijke berekening met de EcoInvent waarde werd geen rekening gehouden met de mogelijkheid om batterijen te recyclen en is steeds uitgegaan van batterijen met nieuw gewonnen grondstoffen. De batterijen worden aan het einde van de levensduur verwerkt door erkende verwerkers zoals SNAM en Accurec. Hoppecke geeft aan dat 98% van de nikkel en cadmium uit de batterij wordt herwonnen, wat de CO 2 -uitstoot per batterij sterk beïnvloed. In de door Hoppecke aangeleverde informatie over de CO 2 -uitstoot van de batterij-cellen is deze recycling wel meegenomen. Een scan van literatuur op het gebied van de levenscyclus van NiCd en NiMH batterijen laat bovendien zien dat: de waarde in de Ecoinvent database voor NiMH batterijen relatief hoog is hoge recyclingpercentages worden behaald voor de nikkel en cadmium componenten NiCd batterijen waarschijnlijk in verhouding minder CO 2 -uitstoot veroorzaken dan NiMH batterijen. De geadapteerde waarde die in de oorspronkelijke analyse is gehanteerd voor NiCd is echter hoger dan de NiMH waarde uit de Ecoinvent database. Dit zou erop kunnen wijze dat de gemaakte aannames in de geadapteerde waarde voor NiCd niet kloppen en/of dat de NiMH waarde niet een goed uitgangspunt is geweest. Gezien het bovenstaande en het feit dat de informatie van de leverancier specifieker, recenter en geografisch relevanter is dan de EcoInvent gegevens, is besloten om vanaf nu de informatie van de leverancier als basis te hanteren voor de analyse. 1 De oude waarde resulteerde in een uitstoot van 945 ton CO 2. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 13/31

14 De productie van cellen voor cadmium nikkel batterijen veroorzaakt volgens de leverancier 63 kg CO 2 per kwh. De productie van 6220 kg batterijen inclusief omkisting veroorzaakt een totale uitstoot van 6,5 ton CO 2. Aantal kg CO 2 per kwh/cel totaal ton CO 2 uitstoot Brandstofcellen 102 kwh 63 6,508 Koper 330 kg x 0,001 Staal 1000 kg x 0,003 Totaal 6,5 batterijen Tabel 3: Totale CO 2 -uitstoot De levensduur van de batterijen ligt tussen de 6 & 7 jaar. De totale gebruikersfase duurt 20 jaar, tijdens deze periode moeten de batterijen 2 keer worden vervangen. In totaal is kg NiCd batterijen benodigd tijdens de gebruikersfase van de hybride rangeerlocomotief. De totale uitstoot voor de benodigde batterijen is 19,5 ton CO 2 over de gehele levensduur gemeten. Tabel 3 en 4 geven een samenvatting van de berekeningen. ton CO 2 totale kg batterijen totaal CO 2 uitstoot vervangingsratio gebruikersfase Hybride rangeerlocomotief ,5 2 19,5 Tabel 4: Totale CO 2 -uitstoot batterijen Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 14/31

15 Productie dieselmotor De dieselmotor die wordt gebruikt in de hybride rangeerlocomotief is kleiner dan de dieselmotor die wordt gebruikt in reguliere rangeerlocomotieven. Dit vertaalt zich in een lager vermogen (236 kw en 900 kw) en een lager gewicht van de motor ( 1400 kg om 6300 kg). De hoofdbestanddelen in een dieselmotor voor de trein zijn: gietijzer, koper en aluminium. De database van Ecoinvent geeft een indicatie voor de uitstoot die vrijkomt bij de productie van het materiaal en de uitstoot die vrijkomt tijdens de bewerking van het materiaal tot een product. Tabel 4 geeft de uitstoot van de productie en bewerking van koper, aluminium en gietijzer. In bijlage 2 wordt de achterliggende data van EcoInvent getoond. Productie Bewerking Totaal Gietijzer (kg CO 2 per kg) 1,5 1,82 3,3 Aluminium (kg CO 2 per kg) 1,9 1,8 3,7 Koper (kg CO 2 per kg) 8,5 3,3 11,8 Tabel 5 totale CO 2 -uitstoot productie en bewerking materialen (EcoInvent, 2010) De waardes uit EcoInvent representeren een mondiaal gemiddelde uitstoot. De database van Ecoinvent geeft aan dat er per kg bewerkt gietijzer gemiddeld 3,3 kg CO 2 wordt uitgestoten, voor koper is dit 3,7 kg CO 2 en voor aluminium 11,9 kg CO 2. Alstom Transport (2010) heeft aangegeven dat in een gemiddelde kleine dieselmotor 100 kg koper en 26 kg aluminium zit verwerkt. Vermenigvuldigd met de waardes uit Ecoinvent geeft dit een CO 2 -uitstoot van 4,8 ton CO 2 veroorzaakt door de productie van de dieselmotor voor de hybride rangeerlocomotief. De dieselmotor van de rangeerlocomotief is in verhouding 4,5 keer zo zwaar als de kleine dieselmotor van de hybride rangeerlocomotief. Er wordt uitgegaan dat de verhouding van de primaire materialen hetzelfde blijft. De CO 2 -uitstoot van de productie van de dieselmotor voor de rangeerlocomotief is 21,8 CO 2. Dit is 17 ton CO 2 meer dan de hoeveelheid CO 2 die vrijkomt met de productie van kleine dieselmotor. Tabel 5 presenteert de berekeningen. kg onderdelen EcoInvent kgco2 per kg totale ton CO2 Kleine dieselmotor totale ton CO2 dieselmotor Gietijzer ,3 4,2 18,7 Koper 100 3,7 0,4 1,7 Aluminium 26 11,9 0,3 1,4 Totaal ,8 21,8 Tabel 6: CO 2 -uitstoot tijdens de productie van de motoren. 2 De bewerking van gietijzer was niet aanwezig in de database van EcoInvent. Derhalve is is uitgegaan van de uitstoot voor de bewerking van staal. Deze bewerking is in grote lijnen vergelijkbaar met die van gietijzer. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 15/31

16 3.5 GEBRUIKERSFASE De activiteiten van de hybride rangeerlocomotief bestaat tijdens de gebruikersfase met name uit trekwerkzaamheden en stationair draaien. Tijdens het stationair draaien wordt er gebruik gemaakt van de hybride applicatie waardoor er geen brandstof wordt verbruikt. Figuur 3 geeft een voorbeeld van een cyclus van een hybride locomotief die 5 keer een vracht van 600 ton vervoerd. Figuur 3 de cyclus van een hybride locomotief De blauwe lijn geeft de capaciteit van de batterijen weer. De roze grafiek geeft het gebruik van de dieselmotor aan. De dieselmotor wordt gebruikt voor het op snelheid brengen van de trein. Tijdens het gebruik laden de batterijen zich op. Als de batterijen zijn opgeladen stopt de dieselmotor en daarmee ook de CO 2 -uitstoot. De batterijen leveren genoeg vermogen om de trein driekwart uur draaiende te houden. Tijdens deze periode legt de hybride locomotief hetzelfde traject af en blijft actief in stationaire toestand. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 16/31

17 Na een proef in 2009 in het Rotterdamse havengebied zijn er in 2012 langdurige metingen uitgevoerd over het brandstofverbruik van 4 hybride locomotieven in operatie. Hieronder zijn de resultaten van deze metingen terug te vinden. Werkelijke verbruiken Hybride en Diesel Locomotieven Testlocatie Rotterdam Mitteldeutsche Eisenbahn Datum April-Mei 2009 April-December 2012 Hybride Aantal gemeten uren 5, ,00 Totaal Verbruik (L) 47, ,00 Verbruik/uur (L/u) 8,40 7,54 Diesel Langjarig gem (L/u) 14,71 Aantal gemeten uren 5,17 Totaal Verbruik (L) 95,00 Verbruik/uur (L/u) 18,39 Verschillen Reductie 54,32% 48,76% Bron: SGS - Results of comparative emission measurement carried out on the Alstom hybrid lcomotive and a regualr dieselhydraulic locomotive April- May 2009 Mitteldeutsche Eisenbahn GmbH - Auswertung Hybtidlokeinsatz Rotterdam Gedurende deze proeven werden diverse metingen uitgevoerd, onder andere van het brandstofverbruik van de hybride rangeerlocomotief en een standaard locomotief. De proeven gaven een dieselverbruik van gemiddeld 8,43 liter/uur voor de hybride rangeerlocomotief en 18,60 liter/uur voor de rangeerlocomtief (SGS, 2009). Tijdens de proeven is er uitgegaan van een standaard rangeeropdracht waarin dagelijks 4 beladen en samengestelde goederentreinen over een vast traject moest worden gerangeerd (SGS, 2009). In totaal is er per voertuig een kleine 6 uur metingen uitgevoerd, waardoor de metingen relatief onbetrouwbaar zijn. Mitteldeutsche Eisenbahn Naar aanleiding van de proef zijn er 4 locomotieven in gebruik genomen door vervoerder Mitteldeutsche Eisenbahn die de locomotieven inzet voor rangeerwerk. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 17/31

18 Deze locomotieven zijn gedurende de periode april december 2012 nauwkeurig gemonitord, waardoor dit een reëel beeld geeft van het daadwerkelijke verbruik van de hybride locs (Mitteldeutsche Eisenbahn, 2012). In totaal is er ruim uur gemeten. Het daadwerkelijke verbruik van de Hybride locomotief komt hier nog lager uit dan tijdens de proef in Rotterdam, namelijk 7,54 liter/uur. Het langjarig gemiddelde verbruik van diesel locomotieven van dezelfde vervoerder komt echter ook duidelijk lager uit, namelijk 14,71 liter/uur. Verbruik per jaar Het aantal draaiuren van een gemiddelde rangeerlocomtief is 4500 uur per jaar (CE 2006). Aangenomen wordt dat een locomotief een gebruiksfase van 20 jaar totdat een volledige revisie plaats vindt. Onderstaande tabel maakt een vergelijking tussen het dieselverbruik en de CO2 uitstoot van de Hybride Locomotief en de Diesellocomotief. Hierbij is het gemeten verbruik van de Mitteldeutsche Eisenbahn aangehouden. Totale gebruiksfase Jaarlijks (20 jaar) Totaal aantal draaiuren g CO 2 per liter Diesel Hybride Dieselverbruik hybride rangeerlocomotief Totale ton CO 2 -uitstoot hybride rangeerlocomotief Diesel Dieselverbruik rangeer locomotief Totale ton CO 2 -uitstoot rangeer locomotief Verschillen Verschil in liters Verschil totaal ton CO Percentage CO 2 -reductie 48,8% Tabel 7 de CO 2 -uitstoot tijdens de gebruikersfase De hybride locomotief heeft een 48% lager dieselverbruik dan de standaard diesel uitvoering. Op de totale levensduur van 20 jaar bespaart de hybride loc daarmee liter diesel en ruim ton CO 2. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 18/31

19 3.6 RESULTATEN De CO2-uitstoot tijdens de productie van de specifieke onderdelen van de hybride rangeerlocomotief en het verbruik tijdens de gebruikersfase, is in kaart gebracht. Nu is het mogelijk om een vergelijking tussen de hybride rangeerlocomotief en de rangeer locomotief uit te voeren. Tabel 7 presenteert de vergelijking. Productie onderdelen (ton CO 2 ) Uitstoot gebruiksfase (ton CO 2 ) Totaal Scope 3 emissies (ton CO 2 ) Hybride rangeerlocomotief Totale gebruikersfase Rangeerlocomotief Totale gebruikersfase Verschil Tabel 8: Overzicht CO 2 -uitstoot van al de verschillende fases van de keten van de hybride rangeerlocomotief. Het nieuwe inzicht in de uitstoot tijdens de winning en productie van batterijen laat zien dat de ordergrootte van de uitstoot in deze fase ongeveer gelijk is bij de hybride rangeerlocomotief en de rangeerlocomotief. De hybride rangeerlocomotief stoot minder uit tijdens de gebruikersfase in vergelijking met de rangeerlocomotief. Dit wordt veroorzaakt door de brandstofbesparingen. Bij de berekeningen is uitgegaan het gebruik van de Mitteldeutsche Eisenbahn. In totaal wordt er over de gehele levensduur van de hybride rangeerlocomotief ton CO 2 bespaard. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 19/31

20 3.7 CO 2 -REDUCTIEMOGELIJKHEDEN Productie batterijen De productie van de NiCd batterijen veroorzaakt CO 2 -uitstoot. Er kan op dit moment nog geen gebruik worden gemaakt van andere typen batterijen zonder dat de prestaties van het product omlaag gaan. In 2013 zijn belangrijke stappen gezet om meer inzicht te krijgen in de uitstoot tijdens de winning en productie. De huidige informatie is een eerste inventarisering door de leverancier en kan nog verbeterd en aangevuld worden. Alstom Transport voert de dialoog met Hoppecke om meer informatie over het productie en recycling proces van de batterijen te krijgen om indien mogelijk alternatieven toe te passen. Reductiedoelstelling: 1. In 2013 verbeteren inzicht in CO 2 -emissies van batterijen gedurende de levensduur in samenwerking met de leverancier. 2. In 2014 de uitstoot CO 2 -uitstoot van benodigde batterijen voor de hybride rangeerlocomotief met 5% te verlagen. Product Rangeerlocomotief Uit de resultaten bleek dat over de gehele gebruikersfase gezien de hybride rangeerlocomotief een reductiepotentieel heeft van ruim ton CO 2 per loc. Op dit moment zijn er in Nederland 200 locs actief waarvan 40 activiteiten uitvoeren die tevens door hybride rangeerlocomotieven kunnen worden uitgevoerd [Alstom Transport, 2010]. Een grote concentratie van deze rangeerlocomotieven is actief in de Rijnmond (20 stuks). Dit wordt veroorzaakt door de bedrijfsactiviteiten in deze regio. Tijdens een inventarisatie bleek dat 8 locs in de Rijnmond regio konden worden vervangen door een hybride rangeerlocomotief. Over de gehele gebruikersfase leidt dit tot een reductie van ton CO 2. Doorvertaald naar de situatie in Nederland zouden er totaal 20 locs kunnen worden vervangen door de hybride rangeerlocomotief. Dit leidt tot een potentiële besparing van ton CO 2. Tabel 8 presenteert de berekeningen. Proef R dam Proef MDE Rijnmond Nederland aantal locs Potentiele CO 2 reductie (ton) Tabel 9: CO 2 -reductie. Reductiedoelstelling: De reductie doelstelling in 2010 was dat Alstom Transport in Europa voor 2014 vijf rangeerlocomotieven zou vervangen door hybride rangeerlocomotieven. Dit doel is bereikt omdat sinds begin 2012 zijn er 5 hybride locomotieven ingezet bij de Mitteldeutsche Eisenbahn. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 20/31

21 Product Spoorwegmaterieel De technologie die wordt toegepast in de hybride rangeerlocomotief is mogelijk ook toepasbaar in andere krachtvoertuigen die worden gebruikt voor bijvoorbeeld spooronderhoud. Net als bij rangeer locomotieven zijn dit soort krachtvoertuigen niet de volledige tijd aan het werk, maar staan ze regelmatig stationair te draaien. Het gaat om bijvoorbeeld: Ballastafwerk Machines Stopmachines Meettreinen MFS-wagons Kettinghor Krol (Spoorkraan) Overige speciale werkvoertuigen Deze potentiële kans dient verder onderzocht te worden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door aan te sluiten bij het initiatief van VolkerRail om binnen de branche samen te werken om de CO 2 -emissie van dit type voertuigen te reduceren. Reductiedoelstelling: In 2013 onderzoek doen naar de mogelijkheid om hybride technologie toe te passen in andere krachtvoertuigen dan rangeer locomotieven. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 21/31

22 4 DISCUSSIE Er zijn ook in deze versie 2.1 van de ketenanalyse nog onzekerheden in de gebruikte data. De metingen die bij de Mitteldeutsche Eisenbahn zijn uitgevoerd hebben er voor gezorgd dat de grootste bron van de emissies, het brandstofverbruik tijdens de gebruiksfase, een stuk betrouwbaarder zijn geworden. De bronnen van de overige emissiebronnen zijn nog steeds beperkt, en de informatie is in veel gevallen gebaseerd op waardes vanuit de EcoInvent 2.0 database en interviews. De data onzekerheden, oftewel de onzekerheden binnen de gebruikte gegevens van EcoInvent is relatief laag, aangezien de kengetallen binnen de EcoInvent database gebaseerd zijn op relatief betrouwbare literatuur. Echter zijn er in sommige gevallen zijn er noodgedwongen schattingen gemaakt: Voor de productie van de batterijen wordt er gebruik gemaakt van informatie van de leverancier. De leverancier geeft aan dat de informatie gebaseerd is op kleine enkele cellen en dat randprocessen niet zijn meegenomen. Er is uitgegaan van een productie in Duitsland met een hoge mate van hergebruik. Om het inzicht in de productie van de batterijen te blijven verbeteren zal Alstom Transport blijven samenwerken met de leverancier om deze gegevens aan te vullen. De informatie over de batterij-cellen is aangevuld met een inschatting van de overige materialen in de batterij-trays. De invloed hiervan is verwaarloosbaar ten opzichte van de uitstoot van de cellen en eventuele onzekerheden in deze inschatting heeft naar verwachting geen invloed op de uitkomst van de analyse. Voor de productie van de dieselmotoren is er gebruik gemaakt van een schatting in de gebruikte materialen van de dieselmotor. Op basis van deze schatting is er data uit de EcoInvent database gebruikt voor de berekeningen. De werkelijke CO 2 -uistoot kan dan ook afwijken van de gekozen waarde. Echter, aangezien de belangrijkste conclusies gebaseerd zijn op de orde van grootte van de resultaten en niet op zeer specifieke CO 2 -uitstoot gegevens hebben de onder??? zekerheden naar verwachting geen invloed op de conclusies van deze analyse. Met betrekking tot het reductiepotentieel zijn schattingen gemaakt voor het vervangingspotentieel van de hybride rangeerlocomotieven. Dit is omdat het onbekend was hoeveel rangeerlocomotieven waren te vervangen door hybride rangeerlocomotieven doordat de activiteiten niet 100% duidelijk zijn. Tot slot zijn niet alle processen binnen de keten meegenomen. De afvalverwerking fase viel niet onder het bereik van dit onderzoek. Hier kan een verschil in uitstoot zitten tussen de verwerking van de verschillende onderdelen. In een vervolg onderzoek zou hier inzicht in kunnen worden gegeven. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 22/31

23 5 CONCLUSIE Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de CO 2 -uitstoot die in scope 3 valt. Dit is gedaan door een vergelijking te trekken tussen een hybride- en een reguliere locomotief tijdens de toeleveringsketen van de voornaamste onderdelen en de gebruikersfase. Over de gehele levensduur genomen stoot de hybride rangeerlocomotief ton CO 2 minder uit dan de reguliere rangeerlocomotief. De uitstoot van Alstom Transport BV bedroeg ton CO 2 in De gerealiseerde reductie in scope 3 emissies door de productie van 1 rangeerlocomotief ligt daarmee in de orde grootte van de scope 1 en 2 emissies van een geheel jaar en is daarmee significant te noemen. Alstom Transport heeft het doel om 5 hybride rangeerlocomotieven voor 2014 op de markt te hebben gebracht reeds gehaald. Dit brengt een reductie van ton CO 2 in scope 3. De komende jaren zullen er meer hybride locomotieven worden geleverd en zal deze Scope 3 reductie verder oplopen. Door actief te communiceren over de reductiepotentie van de hybride locomotief richting opdrachtgevers wordt het bewustzijn in de keten over de mogelijke besparingen verhoogd. Door samen met de producent van de batterijen te zoeken naar meer informatie over de uitstoot van de productiefase van de loc en te zoeken naar alternatieven zal Alstom Transport de uitstoot ten gevolge van de productie van batterijen naar verwachting met 5% verminderen in Het nieuwe inzicht in de uitstoot tijdens productie van batterijen laat zien dat onder andere het recyclen van materialen uit de batterijen en het toepassen van een efficiënt productieproces waarschijnlijk een zeer grote positieve invloed heeft op de CO 2 -uitstoot. Verdere verbetering van het productieproces, door recycling en gebruik van duurzame energie, kan deze uitstoot nog verder terugdringen. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 23/31

24 6 BRONVERMELDING [GHG, 2004] The Greenhouse Gas Protocol, A corporate Accounting and Reporting Standard, revised edition. [SKAO, 2012] Handboek CO 2 -prestatieladder, versie 2.1, SKAO, 18 juli 2012, [Simapro, 2008] M. Goedkoop, A. de Schrijver, M. Oele Introduction to LCA with SimaPro 7, Pré Consultants, februari 2008 [Brask-Klapwijk et al] / druk Heruitgave (digitaal boek) R.M. Bras-Klapwijk, R. Heijungs & P. van Mourik Nederlands - Levenscyclusanalyse voor onderzoekers, ontwerpers en beleidsmakers, 2009 [EcoInvent, 2010] Ecoinvent database, 2010 [Alstom Transport, 2010] Interviews met de project manager. [Argonne, 2010] Argonne National Laboratory, A Review of Battery Life-Cycle Analysis: State of Knowledge and Critical Needs, [Europese Commissie, 2011] European Commission, Comparative Life-Cycle Assessment of nickelcadmium (NiCd) batteries used in Cordless Power Tools (CPTs) vs. their alternatives nickel-metal hydride (NiMH) and lithium-ion (Liion) batteries, Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 24/31

25 BIJLAGE I: DATA UIT SIMAPRO Figuur 1 CO 2 -uitstoot tijdens de productie van gietijzer. Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 25/31

26 Figuur 2: CO 2 -uitstoot tijdens de bewerking van staal Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 26/31

27 Figuur 3: CO 2 -uitstoot tijdens de productie van koper Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 27/31

28 Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 28/31

29 Figuur 4: CO 2 -uitstoot tijdens de bewerking van koper Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 29/31

30 Figuur 5: CO 2 -uitstoot tijdens de productie van aluminium Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 30/31

31 Figuur 6: CO 2 -uitstoot tijdens de bewerking van aluminium Ketenanalyse Hybride rangeerlocomotief Blz 31/31

KETENANALYSE HYBRIDE RANGEERLOCOMOTIEF; TOEPASSING BIJ RANGEERACTIVITEITEN

KETENANALYSE HYBRIDE RANGEERLOCOMOTIEF; TOEPASSING BIJ RANGEERACTIVITEITEN KETENANALYSE HYBRIDE RANGEERLOCOMOTIEF; TOEPASSING BIJ RANGEERACTIVITEITEN Reference number 49/DIV/002 Project number Version : 2.0 Date : 08 05 2013 Utrecht, 8 mei 2013 Auteur: Jolt Oostra (Alstom Transport

Nadere informatie

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE Erp, december 2014 Opgesteld door: R. Kanner (intern) A. Heerkens (extern) Geaccordeerd door: B. Kerkhof Namens de directie INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 Scope

Nadere informatie

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland 1 Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland Auteur: Nick Ooms, Margriet de Jong Bedrijf: Traffic Service Nederland Autorisatiedatum: 17-05-2016 Versie: 1.0 Handtekening autoriserend

Nadere informatie

Ketenanalyse. Aannemingsbedrijf van der Meer. Datum: 4 december 2014. Pagina 1 van 11

Ketenanalyse. Aannemingsbedrijf van der Meer. Datum: 4 december 2014. Pagina 1 van 11 Ketenanalyse Aannemingsbedrijf van der Meer Datum: 4 december 2014 Status: definitief Pagina 1 van 11 Ketenanalyse Aannemingsbedrijf van der Meer B.V. November 2014 Bedrijfsgegevens Bedrijf: Aannemingsbedrijf

Nadere informatie

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Ketenanalyse project Kluyverweg Oranje BV Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Autorisatiedatum: 3-12-2015 Naam

Nadere informatie

Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses

Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses Inleiding Op 2 december 21 heeft Vialis het CO 2 -bewust certificaat op niveau 3 behaald. Niveau 3 van de CO 2 - prestatieladder is met name gericht

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

Kwantitatieve reductiedoelstelling

Kwantitatieve reductiedoelstelling CO 2 Prestatieladder Kwantitatieve reductiedoelstelling Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Aspect(en): 3.B.1, 3.B.2, 4.B.1, 1.D.1 Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Datum: 18 april 2014 Inhoudsopgave 1.0

Nadere informatie

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat DEFINITIEVE RAPPORTAGE Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat Betrokkenen: John Kerstjens Sander Hegger Maxim Luttmer MNO Vervat Groep Vestiging Rotterdam, november 2010 Rapportage Ketenanalyse ophoogzand

Nadere informatie

[Ketenanalyse Outdoor Glasvezelbekabeling] ---In uitvoering---

[Ketenanalyse Outdoor Glasvezelbekabeling] ---In uitvoering--- [Ketenanalyse Outdoor Glasvezelbekabeling] ---In uitvoering--- Datum Contactpersoon Alco Kieft alco.kieft@primum.nl Project Opdrachtgever RailCom Postadres Status Concept Versie 0.6 Aantal pagina s Auteur

Nadere informatie

Ketenanalyse diensten ingenieursbureau

Ketenanalyse diensten ingenieursbureau Ketenanalyse diensten ingenieursbureau Titel : Ketenanalyse diensten ingenieursbureau Robert Bosch B.V. Status : definitief Versie : 1.0 Datum : 19-08-2014 Auteurs : Martin Vos, Willem Groenendijk, Johan

Nadere informatie

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: april 2014 Concept Versie 1 Maart 2014 Pagina

Nadere informatie

2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: juli 2015 Versie 3 juli 2015 Pagina 1 van

Nadere informatie

4.A.1 Inventaris ketenanalyse 1

4.A.1 Inventaris ketenanalyse 1 4.A.1 Inventaris ketenanalyse 1 Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope Energie management actieplan Conform 3.B.2 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): F. Reijm () A.T. Zweers (A.T.

Nadere informatie

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie.

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO 2 Emissie-inventarisatie, dit alles over 2014. Hierin zijn de hoeveelheden

Nadere informatie

Rapport 16 oktober 2014

Rapport 16 oktober 2014 CO 2 -EMISSIE INVENTARIS SCOPE 1 EN 2 OVER 2014 AANEMINGSBEDRIJF VAN DER ZANDEN BV EN VAN DER ZANDEN MILIEU BV IN HET KADER VAN DE CO 2 -PRESTATIELADDER Rapport 16 oktober 2014 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING...

Nadere informatie

CO2-Prestatieladder. Ketenanalyse woonwerkverkeer Klaver Giant Groep

CO2-Prestatieladder. Ketenanalyse woonwerkverkeer Klaver Giant Groep CO2-Prestatieladder Ketenanalyse woonwerkverkeer Klaver Giant Groep Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Wat is een ketenanalyse... 3 1.2 Doel van de ketenanalyse... 3 1.3 Leeswijzer... 3 2 Scope 3 emissies

Nadere informatie

De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: Stef Jonker Datum: 26 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 De organisatie... 4 2.1 Verantwoordelijke...

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen kozijnen in project "Mauritshuis"

Ketenanalyse stalen kozijnen in project Mauritshuis Ketenanalyse stalen kozijnen in project "Mauritshuis" Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Koninklijke Woudenberg 3 1.3. Opbouw 4 Stap 1: Globale berekening van

Nadere informatie

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse diesel. Aspect(en): 4.A.1

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse diesel. Aspect(en): 4.A.1 CO 2 Prestatieladder Ketenanalyse diesel Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Aspect(en): 4.A.1 Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Datum: 17 april 2014 Inhoudsopgave 1.0 Inleiding... 3 2.0 Doelstelling...

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

P. DE BOORDER & ZOON B.V.

P. DE BOORDER & ZOON B.V. Footprint 2013 Wapeningscentrale P. DE BOORDER & ZOON B.V. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien 31 maart 2014 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. K. De Boorder 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Aanleg van nutsvoorzieningen

Aanleg van nutsvoorzieningen 3: Analyse van GHG-genererende (ketens van) activiteiten Afdeling KAM Blad 1 van 11 Aanleg van nutsvoorzieningen Blad 2 van 11 Voorwoord In het kader van de gestelde eisen in de CO 2 -prestatieladder van

Nadere informatie

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 AMK Inventis Stef Jonker Oktober 2012 Definitief (aangepast op ) 1 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse zand. Aspect(en): 4.A.1

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse zand. Aspect(en): 4.A.1 CO 2 Prestatieladder Ketenanalyse zand Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Aspect(en): 4.A.1 Datum: 04 april 2014 Inhoudsopgave 1.0 Identificatie... 3 2.0 Doelstelling...

Nadere informatie

Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies Productie betonpalen versus stalen buispalen

Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies Productie betonpalen versus stalen buispalen Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies Productie betonpalen versus stalen buispalen 1 september 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Relevantie, motivatie 3 1.2 Ketenanalyses binnen scope 3 3 2 Geluidsschermen

Nadere informatie

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint.

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint. Derde voortgangsrapportage CO₂-emissie reductie Hierbij informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO₂ -emissie inventarisatie, betreffende de periode van juni 2014 tot en

Nadere informatie

Ketenanalyse Scope 3 Emissie Zandopbrengen project Rondweg Garyp Verplaatsing zand met de focus op Project De Haak om Leeuwarden

Ketenanalyse Scope 3 Emissie Zandopbrengen project Rondweg Garyp Verplaatsing zand met de focus op Project De Haak om Leeuwarden Ketenanalyse Scope 3 Emissie Zandopbrengen project Rondweg Garyp Verplaatsing zand met de focus op Project De Haak om Leeuwarden Haarsma Groep BV Waltaweg 6 8765 LP Tjerkwerd T: 0515 579 100 E: info@haarsmagroep.nl

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 CO-2 Rapportage 2014 Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 Aalten 28-04-2015 Versie 2.2 J.Nannings Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies 3 6.1 Berekende

Nadere informatie

Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III

Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III Ketenanalyse 1 Inleiding Eis: Aantoonbaar inzicht in de meest materiele emissies uit scope 3 middels 2 ketenanalyses. Voor het in kaart brengen van scope III

Nadere informatie

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris 2013 Visser Assen Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien juni 2014 Definitief S.G. Jonker R. van der Veen AMK Inventis Advies en Opleiding 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer 2014 Ketenanalyse Woon- Werkverkeer Rapportage: KAWWV 2014 Datum: 12 Augustus 2014 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.1.1 Zakelijke

Nadere informatie

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9 1 Inleiding In het kader van het behalen van niveau 4 op de CO2-Prestatieladder voert de KoningGroep twee analyses uit van een GHG (Green House Gas) genererende keten. De dominantie analyse en de keten

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2014. 1 Inleiding en verantwoording 3. 2 Beschrijving van de organisatie 4. 3 Verantwoordelijke 4

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2014. 1 Inleiding en verantwoording 3. 2 Beschrijving van de organisatie 4. 3 Verantwoordelijke 4 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 3 2 Beschrijving van de organisatie 4 3 Verantwoordelijke 4 4 Basisjaar en rapportage 4 5 Afbakening 4 6 Directe en indirecte

Nadere informatie

Rapportage: ketenanalyse Maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil.

Rapportage: ketenanalyse Maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil. Rapportage: ketenanalyse Maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil. Ketenanalyse maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil d.d. 7-12-2015. Pagina 1 Inhoud 1. Inleiding 1.1 Wat is

Nadere informatie

Ketenanalyse WKO Garant

Ketenanalyse WKO Garant Ketenanalyse WKO Garant Opdrachtgever Contactpersoon Document Nathanya Sandelowsky Katelijn van den Berg 1 juli 2014 Wolter en Dros 06 543 11 789 Referentie LM/141017 1/15 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3

Nadere informatie

Rapportage: ketenanalyse (versie 8: 01-10-2015) Maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil

Rapportage: ketenanalyse (versie 8: 01-10-2015) Maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil Rapportage: ketenanalyse (versie 8: 01-10-2015) Maaien, schouwen en verwerken bermgras en schouwvuil Pagina 1 Inhoud 1. Inleiding 1.1 Wat is een ketenanalyse 1.2 Doel van een ketenanalyse 1.3 Opbouw van

Nadere informatie

Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies baggerwerken

Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies baggerwerken Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies baggerwerken 1 september, 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Relevantie, motivatie 3 1.2 Ketenanalyses binnen scope 3 3 2 Baggerwerken als relevante Scope 3 emissie

Nadere informatie

Ketenanalyse Transport

Ketenanalyse Transport 2015 Ketenanalyse Transport Rapportage: KAS 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.2 Identificeren van partners

Nadere informatie

Ketenanalyse Brandstofreductie ketenpartners Certificering CO 2-Prestatieladder - Invalshoek A: Inzicht + B: Reductie

Ketenanalyse Brandstofreductie ketenpartners Certificering CO 2-Prestatieladder - Invalshoek A: Inzicht + B: Reductie Ketenanalyse Brandstofreductie ketenpartners Certificering CO 2-Prestatieladder - Invalshoek A: Inzicht + B: Reductie FPH Ploegmakers BV - Ketenanalyse 1 Verantwoording Titel Ketenanalyse Brandstofreductie

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon-werk verkeer VBK Noord B.V. Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol

Ketenanalyse Woon-werk verkeer VBK Noord B.V. Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Ketenanalyse Woon-werk verkeer VBK Noord B.V. Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten VBK

Nadere informatie

Emissie-inventarisrapport

Emissie-inventarisrapport Emissie-inventarisrapport CO 2 -prestatieladder MVO medewerker Naam: S. Gorter Algemeen directeur Naam: M. van Vuuren-Sanders Datum: Datum: Handtekening: Handtekening: Cofely Energy & Infra BV Kamer van

Nadere informatie

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Notitie Delft, maart 2011 Opgesteld door: M.N. (Maartje) Sevenster M.E. (Marieke) Head 2 Maart 2011 2.403.1 Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg 1 Inleiding Binnen de prestatieladder

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval 1/16

Ketenanalyse Afval 1/16 Ketenanalyse Afval Opdrachtgever Contactpersoon Document Nathanya Sandelowsky Katelijn van den Berg 30 juni 2014 Wolter en Dros 06 543 11 789 Referentie LM/141017 1/16 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1

Nadere informatie

Product Markt Combinatie. Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies

Product Markt Combinatie. Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies 1 Product Markt Combinatie Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies Versiebeheer Versie Datum aanmaak Gemaakt door 0.1 18-6-2015 Qonsultar, HvdV 1.0 19-6-2015 Qonsultar, HvdV Wijzigingen t.o.v.

Nadere informatie

Rapportage Scope 3-Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard

Rapportage Scope 3-Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard 2013 Rapportage Scope 3-Emissies Geïdentificeerde en gekwantificeerde emissies conform de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard BRUCO ZEGVELD B.V. HEIFRA B.V. Bruco Zegveld

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon-werk verkeer Hollandia BV. Opgesteld volgens de eisen van het Greenhouse Gas Protocol

Ketenanalyse Woon-werk verkeer Hollandia BV. Opgesteld volgens de eisen van het Greenhouse Gas Protocol Ketenanalyse Woon-werk verkeer Hollandia BV Opgesteld volgens de eisen van het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Hollandia 3 1.3. Doel

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

Becommentariëring ketenanalyse Schreuder Beheer B.V. inzake CO 2 -Prestatieladder

Becommentariëring ketenanalyse Schreuder Beheer B.V. inzake CO 2 -Prestatieladder 74100130-PGR/R&E 11-2658 Becommentariëring ketenanalyse Schreuder Beheer B.V. inzake CO 2 -Prestatieladder Arnhem, 21 november 2011 Auteur: R.G. Catau In opdracht van Schreuder Beheer B.V. KEMA Nederland

Nadere informatie

Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV

Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV 3.A.1-2 1 e halfjaar 2015 Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Conform niveau 3 op de CO2- prestatieladder 3.0 Inhoudsopgave 1 Inleiding

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Emissie-inventaris Schilderwerken De Boer Obdam B.V. 2014 3.A. Emissie-inventaris 2014 (2015.001) Pagina 1 van 12 Inhoudsopgave Inleiding en verantwoording... 3 1 Beschrijving van

Nadere informatie

Ketenanalyse herverlichting "Doorgaande wegen gemeente Sint-Michielsgestel"

Ketenanalyse herverlichting Doorgaande wegen gemeente Sint-Michielsgestel Ketenanalyse herverlichting "Doorgaande wegen gemeente Sint-Michielsgestel" Auteur: Nick van Moerkerk Versie: 1.3 Datum: 07-07-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Authorisatiedatum:

Nadere informatie

Ketenanalyse voor scope 3

Ketenanalyse voor scope 3 4.A.1 Ketenanalyse CO2-emissies 2013 t.b.v. de CO 2 -Prestatieladder Ketenanalyse voor scope 3 Van Steenis Geodesie BV Ringveste 7b 3992 DD HOUTEN Van Steenis Geodesie BV Duurstedeweg 4 7418 CK DEVENTER

Nadere informatie

Ketenanalyse Duo-label retail advies

Ketenanalyse Duo-label retail advies Ketenanalyse Duo-label retail advies Search Consultancy Oktober 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Doelstelling van het onderzoek... 3 1.2. Projectafbakening... 3 2. Uitgangspunten... 4 3. Beschrijving

Nadere informatie

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO)

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO) Procedure 07 CO 2 -prestatieladder 24 februari 2013 (FKO) Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Stuurcyclus Energiemanagement 4 2. Methodiek voor de emissie inventaris 6 Procedure 07 CO 2-prestatieladder 2 Inleiding

Nadere informatie

Ketenanalyse Borstelmachine. Versie: Definitief 1.0

Ketenanalyse Borstelmachine. Versie: Definitief 1.0 Ketenanalyse Borstelmachine Versie: Definitief 1.0 Opdrachtgever Contactpersoon Document Christine Wortmann 3 maart 2014 +31(088) 186 00 00 + 31 (0)6 4613 9518 Referentie CW/131761 1/20 Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. Datum 9-3-2016 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. 24 september 2015

Energiemanagement actieplan. 24 september 2015 Energiemanagement actieplan 24 september 2015 Energie Management Actieplan 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Bedrijfsdoelstelling 4 2.2 Scope 1 4 2.3 Scope 2 4 2.4 Scope

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

Footprint 2014. Rollecate Groep. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Footprint 2014. Rollecate Groep. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Footprint 2014 Rollecate Groep Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien Handtekening Juni 2015 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. R. van t Hull AMK Inventis Advies en Opleiding

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage H1-2014

Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Naam Paraaf Datum Steller W.B.R. Weening November 2014 Inhoudsopgave D38.Carbon Footprint Report H1-2014.doc 1. Inleiding... 3 2. Afbakening... 4 2.1 Organisatiegrenzen...

Nadere informatie

Sector- en keteninitiatieven

Sector- en keteninitiatieven Sector- en keteninitiatieven Conform 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1 Onderzoek naar initiatieven en toelichting op de actieve deelname aan het initiatief van Zwatra B.V. Auteur(s): R. Egas, directie & CO 2-functionaris,

Nadere informatie

Memo introductie inventarisatie scope 3

Memo introductie inventarisatie scope 3 Memo introductie Memo introductie CO 2 -prestatieladder MVO medewerker Naam: R. van Mourik Manager QHSE Naam: B.F. Maas Datum: 7 november 2014 Datum: 7 november 2014 Handtekening: Handtekening: Kamer van

Nadere informatie

wat gemeten wordt, wordt gedaan Hoe de CO 2 -Prestatieladder kan bijdragen aan 50% minder CO 2 in 2030

wat gemeten wordt, wordt gedaan Hoe de CO 2 -Prestatieladder kan bijdragen aan 50% minder CO 2 in 2030 wat gemeten wordt, wordt gedaan Hoe de CO 2 -Prestatieladder kan bijdragen aan 50% minder CO 2 in 2030 Erik Bronsvoort de groene draad van morgen 26/05/2012 06-81118061 erik@degroenedraadvanmorgen.nl Inhoud

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 17 maart 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie... 2 2.2

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Energiemanagement actieplan Schilderwerken De Boer Obdam B.V. 2015 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Auteur(s): R. de Boer (Schilderwerken

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: september 2015 Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 De organisatie...

Nadere informatie

Document: Energiemanagementplan

Document: Energiemanagementplan Energiemanagementplan Certificering op CO2-prestatieladder CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): De heer W. de Vries De heer H. Kosse 26 juni 2014 Definitief rapport Inhoudsopgave: blz. 1. Inleiding

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies 3 6.1 Berekende

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Review CO2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Review CO2 reductiedoelstellingen. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Review CO2 reductiedoelstellingen Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoren 4 2.2. Voortgang subdoelstelling

Nadere informatie

Ketenanalyse vermogenselektronica module

Ketenanalyse vermogenselektronica module Ketenanalyse vermogenselektronica module Reference number 49/DIV/001 Project number 49 Version : 1.0 Date : 10-12-2010 Utrecht, 10 december 2010 Auteur: Alco Kieft (Primum/adviseur Primum)) Nagezien door:

Nadere informatie

Ketenanalyse voor scope 3

Ketenanalyse voor scope 3 4.A.1 Ketenanalyse CO2-emissies 2014 t.b.v. de CO 2 -Prestatieladder Ketenanalyse voor scope 3 Van Steenis Geodesie BV Ringveste 7b 3992 DD HOUTEN Van Steenis Geodesie BV Duurstedeweg 4 7418 CK DEVENTER

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval 4.A.1 Ketenanalyse Groenafval Prop Beplantingswerken v.o.f. Autorisatie Nummer/versie Datum Opsteller Goedgekeurd directie 01 22-01-2015 Naam: F. van Doorn Naam: A. Prop Datum: 22 januari 2015 Datum: 22

Nadere informatie

Periodieke rapportage 1 e helft 2014

Periodieke rapportage 1 e helft 2014 Periodieke rapportage 1 e helft 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie

Nadere informatie

Ketenanalyse bermgras. Groen Beheer Grafhorst B.V.

Ketenanalyse bermgras. Groen Beheer Grafhorst B.V. Ketenanalyse Bermgras Groen Beheer Grafhorst B.V. Colofon Titel Ketenanalyse bermgras Status Definitief Versie 1.0 Datum 23-7-2014 Auteurs Martin Vos, Jan Bakker 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1 Inleiding

Nadere informatie

Klever Boor- en Perstechniek BV Postbus 72 3410 CB Lopik

Klever Boor- en Perstechniek BV Postbus 72 3410 CB Lopik Klever Boor- en Perstechniek BV Postbus 72 3410 CB Lopik Bezoekadres: Batuwseweg 43 3411 KX Lopikerkapel Tel: 0348-554986 Fax: 0348-550611 E-mail: info@kleverbv.nl CO₂ Footprint 2014 Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

CO 2 HANDBOEK RASENBERG INFRA

CO 2 HANDBOEK RASENBERG INFRA CO 2 HANDBOEK RASENBERG INFRA Onderwerp Organisatie O 2 handboek : Rasenberg Infra INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 3 2 AFBAKENING... 4 2.1 INLEIDING... 4 2.2 ORGANISATORISCHE AFBAKENING... 4 2.3 ENERGIESTROMEN...

Nadere informatie

Periodieke rapportage: Periodiek verslag 2013. Periode: 1 januari t/m 31 december 2013

Periodieke rapportage: Periodiek verslag 2013. Periode: 1 januari t/m 31 december 2013 Periodieke rapportage: Periodiek verslag 2013 Periode: 1 januari t/m 31 december 2013 2 van 13 Inhoud Naam 7.3 ISO 14064-1 Periodieke rapportage Inleiding p 1 Basisgegevens Beschrijving van de organisatie

Nadere informatie

Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol

Ketenanalyse Staal in project De Gagel Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten VBK Groep

Nadere informatie

EMISSIE- INVENTARIS 2015. 2-mei 2016, www.dehaasmaassluis.nl

EMISSIE- INVENTARIS 2015. 2-mei 2016, www.dehaasmaassluis.nl EMISSIE- INVENTARIS 015 -mei 016, www.dehaasmaassluis.nl 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Introductie 3 1. Organisatorische grens 3 1.3 Basisjaar 3 1.4 Wijziging berekening ten opzichte van 014 3 1.5

Nadere informatie

Analyse Scope 3 CO 2 -emissies Van Dorp CO 2 Prestatieladder. Versie 1.3 summary

Analyse Scope 3 CO 2 -emissies Van Dorp CO 2 Prestatieladder. Versie 1.3 summary Analyse Scope 3 CO 2 -emissies Van Dorp CO 2 Prestatieladder Versie 1.3 summary Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: november 2015 Inhoudsopgave 1 Achtergronden... 2 1.1 Bedrijfsprofiel...

Nadere informatie

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 2015 Ketenanalyse Papier Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Ketenanalyse papier... 4 1.1 Keten van papier... 4 2.2 Identificeren

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon-werk verkeer, Hakkers

Ketenanalyse Woon-werk verkeer, Hakkers Ketenanalyse Woon-werk verkeer Hakkers Titel Ketenanalyse Woon-werk verkeer, Hakkers Status Definitief Versie 1.2 Datum 28-5-2014 Auteurs Martin Vos Hanneke Schep Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is

Nadere informatie

Ketenanalyse Asbestinventarisatie

Ketenanalyse Asbestinventarisatie Ketenanalyse Asbestinventarisatie Search Consultancy November 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Doelstelling van het onderzoek... 3 1.2. Projectafbakening... 3 2. Uitgangspunten... 4 3. Beschrijving

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2010, 2011 en 2012

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2010, 2011 en 2012 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2010, 2011 en 2012 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

Ketenanalyse Huisvestingsadvies aan bankfiliaal

Ketenanalyse Huisvestingsadvies aan bankfiliaal Ketenanalyse Huisvestingsadvies aan bankfiliaal Uitgevoerd door Search Consultancy Versie 3, 0ktober 2013 Akkoord MVO-coördinator: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Doelstelling van het onderzoek...

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder Adviesbureau B.V Sint Bavostraat 60C 4891 CK RIJSBERGEN Telefoon (076) 597 47 16 CO 2 -Prestatieladder 3.3.2 Emissie-inventaris met CO 2 -Footprint 7 juli 2014 www.apconbv.com ..........................................................................................

Nadere informatie

Jeroen Buijs Christine Wortmann 9 oktober 2014 Arjan Timmer +31 6 46 13 95 18 Referentie CW/141237 FL-groep

Jeroen Buijs Christine Wortmann 9 oktober 2014 Arjan Timmer +31 6 46 13 95 18 Referentie CW/141237 FL-groep Jeroen Buijs Christine Wortmann 9 oktober 2014 Arjan Timmer +31 6 46 13 95 18 Referentie CW/141237 FL-groep 1/18 1. Inleiding 3 2. Doelstelling van het opstellen van de ketenanalyse 5 3. Scope 6 4. Systeemgrenzen

Nadere informatie

1 van 13. Periode: 1 juli t/m 31 december 2013

1 van 13. Periode: 1 juli t/m 31 december 2013 1 van 13 Periodieke rapportage: H2 2013 Periode: 1 juli t/m 31 december 2013 2 van 13 Inhoud Naam 7.3 ISO 14064-1 Periodieke rapportage Inleiding p 1 Basisgegevens Beschrijving van de organisatie a 2.1

Nadere informatie

Emissie inventaris rapport 2013. Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol

Emissie inventaris rapport 2013. Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Emissie inventaris rapport 2013 Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 3 2 Beschrijving van de organisatie 4 2.1. Maatschappelijk

Nadere informatie