EVD SECTORONDERZOEK NEDERLANDSE TUINBOUWSECTOR

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "EVD SECTORONDERZOEK NEDERLANDSE TUINBOUWSECTOR"

Transcriptie

1 EVD SECTORONDERZOEK NEDERLANDSE TUINBOUWSECTOR EINDRAPPORT Opdrachtgever EVD Kees Zandvliet Sarah Sijses Datum Mei 2007

2 EVD SECTORONDERZOEK NEDERLANDSE TUINBOUWSECTOR EINDRAPPORT Contactpersoon Kees Zandvliet Adres SEOR, Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus DR ROTTERDAM Telefoon Fax

3 Voorwoord In december 2006 heeft de EVD aan SEOR opdracht gegeven om de binnen- en buitenlandse positie van de Nederlandse tuinbouwsector te onderzoeken. Het onderzoek is in de periode december 2006 april 2007 uitgevoerd door een team bestaande uit Kees Zandvliet (projectleider) en Sarah Sijses. Vanuit de EVD is het onderzoek begeleid door Sandra Schoof en Marieke Vossen. We bedanken de heer Michiel Gerritsen, secretaris van het Productschap Tuinbouw en de heer Felix Schrandt, algemeen directeur, en mevrouw Marjo Verheijen, areamanager, van Bloemenbureau Holland voor hun bijdrage aan het onderzoek.

4 INHOUD Samenvatting i 1 Introductie 1 2 Onderdeel I kwantitatieve beschrijving Beschrijving van de sector De tuinbouwsector in de agrarische sector Definitie en afbakening Organisatie van de sector Relatie overheid Positie sector en subsectoren Aantal bedrijven, werkgelegenheid en omzet Ontwikkelingen en thema s Innovativiteit Specialisatiegebieden Tussentijdse conclusies Relevantie ten aanzien van internationalisering Export en import Uitgaande en inkomende buitenlandse directe investeringen (DBI) Internationale samenwerking Concurrentiepositie Tussentijdse conclusies 50 3 Onderdeel II Perspectief Algemeen Voedingsgewassen Groenten Fruit Paddestoelen Siergewassen 58

5 3.3.1 Snijbloemen en planten Boomkwekerijproducten Bloembollen Ander plantaardig uitgangsmateriaal, zaden Toelevering Handel en overige dienstverlening Conclusies 62 4 Bijlagen Tuinbouwsector volgens classificaties Product- en bedrijfschappen en brancheorganisaties, andere organisaties Gedetailleerde tabellen onderdeel I 90 Literatuur 98

6 SAMENVATTING Definitie van de tuinbouwsector In deze studie wordt een brede definitie van de tuinbouwsector gehanteerd. De sector omvat vijf brede subsectoren, te weten: 1. Primaire tuinbouw, nader onderscheiden in voeding- en siergewassen en daarbinnen weer naar deelactiviteiten opgesplitst. De activiteit kan worden opgesplitst naar teelt onder glas en teelt in de volle grond. De voedingstuinbouw omvat groenten, fruit en paddestoelen. De sierteelt betreft snijbloemen, bloembollen, (pot- en perk)planten en bomen en heesters onderscheiden. Verder omvat deze activiteit zaadteelt en teelt van plantaardig uitgangsmateriaal (plantenveredeling). 2. Toelevering van inputs voor de primaire tuinbouw. 3. Handel in tuinbouwproducten en inputs. 4. Verwerking van tuinbouwproducten. 5. Dienstverlening voor de tuinbouwsector. De verwerking van tuinbouwproducten is voor de volledigheid in de definitie opgenomen, maar deze activiteit behoort tot de voedings- en genotmiddelenindustrie, welke in een afzonderlijk rapport is behandeld. Deze activiteit wordt in dit rapport summier besproken. Omvang van de sector en subsectoren en positie in de Nederlandse economie In de primaire tuinbouw waren op 1 januari bedrijven actief, waarin totaal ruim personen regelmatig werkzaam waren en ruim 10 duizend fte aan flexibele arbeidskrachten werd ingezet. De activiteit wordt gedomineerd door het midden- en kleinbedrijf in de vorm van persoonlijke ondernemingen. Er zijn slechts enkele tientallen bedrijven met meer dan 50 werkzame personen. De biologische tuinbouw is met slechts 212 bedrijven beperkt van omvang. De totale productiewaarde van de primaire tuinbouw bedroeg in 2005 ruim 7,5 miljard euro. Binnen de tuinbouw is de teelt van bloemen en planten onder glas de grootste activiteit, met een aandeel van 27 procent van het aantal bedrijven, 36 procent van de werkgelegenheid, 27 procent van de productiewaarde en 55 procent van de toegevoegde waarde van de totale tuinbouwsector. De teelt van groenten onder glas, bloembollenbedrijven, fruitkwekerijen en boomkwekerijen zijn qua omvang met elkaar vergelijkbaar. In elk van deze activiteiten zijn rond tweeduizend bedrijven actief. In de teelt van groenten in de volle grond zijn ruim duizend bedrijven actief. In de teelt van paddestoelen (vooral champignons) zijn enkele honderden bedrijven actief. Deze activiteit is in verhouding tot de overige beperkt van omvang. Over de aan de tuinbouw toeleverende activiteiten zijn onvoldoende specifieke bedrijfsgegevens beschikbaar. Het gaat om toeleveranciers van meststoffen, bestrijdingsmiddelen, landbouwmachines en werktuigen (industrie) en energieleveranciers (energiebedrijven). In de kassenbouw zijn enkele tientallen bedrijven actief. Installaties voor verwarming, koeling, klimaatbeheersing, belichting, waterbeheer i

7 en ICT worden zowel geleverd door in tuinbouwtechniek gespecialiseerde bedrijven als reguliere installatiebedrijven. In de handel in tuinbouwproducten waren op 1 januari 2004 bijna groothandelsbedrijven actief, voor het grootste deel in bloemen en planten (2.400). Daarnaast waren er ongeveer 900 groothandelaren in groenten en fruit, bijna 200 groothandels in zaden, pootgoed en peulvruchten, 230 groothandels in meststoffen en bestrijdingsmiddelen en ruim groothandelsbedrijven van landbouwmachines en werktuigen. De detailhandel in groenten en fruit wordt gedomineerd door supermarkten. De ruim supermarkten zijn voor een belangrijk deel onderdeel van grote supermarktketens. Op 1 januari waren er in de detailhandel nog gespecialiseerde groentemannen en 850 markthandelaren in groenten en fruit. In de sierteelt (bloemen en planten) domineert de gespecialiseerde detailhandelaar. Begin 2006 waren er in deze branche bijna bloemisterijen, 570 tuincentra en 640 ambulante handelaren actief. In 2004 bedroeg de omzet van de handel in tuinbouwproducten, exclusief supermarkten, bijna 19 miljard euro en waren er bijna personen werkzaam in deze handel. In supermarkten werd in 2004 ruim 24 miljard euro omgezet en waren bijna 200 duizend personen werkzaam. Begin 2006 omvatte de verwerking van groenten en fruit 110 bedrijven. De helft van deze bedrijven had minder dan tien werkzame personen. In 2004 waren hier personen werkzaam en werd een omzet van 1,7 miljard euro gerealiseerd. De dienstverlening aan de tuinbouw omvat diverse activiteiten. Het gaat hier om: onderzoeks- en adviesorganisaties, zowel enkele grote kennisinstituten als een onbekend aantal kleine en middelgrote adviesbureaus; dienstverlening op het gebied van personeel en verhuur van machines. Hier gaat het om ongeveer bedrijven die aan de totale primaire landbouwsector diensten verlenen met een netto omzet van 2,7 miljard euro en bijna 280 duizend werkzame personen; twee grote veilingen en enkele kleine veilingorganisaties voor bloemen en planten. In 2005 was de omzet van de twee grote veilingen samen 3,7 miljard euro; transportbedrijven. Het gaat om circa 125 gespecialiseerde vervoersbedrijven. Ontwikkelingen en thema s De belangrijkste trends in de tuinbouwsector zijn: Schaalvergroting. In het afgelopen decennium is de gemiddelde bedrijfsgrootte toegenomen van één tot anderhalve hectare en de verwachting is dat deze de komende 10 jaren toeneemt tot 3 hectare. Tegelijkertijd neemt de variatie in bedrijfsgrootte sterk toe. Toename arbeidsproductiviteit, als gevolg van schaalvergroting, verschuivingen in de productiestructuur, innovatie en automatisering (diepte-investeringen). Shift van bulk producten naar producten met een hoge toegevoegde waarde. Shift van groenten naar bloemen en perk- en kamerplanten. ii

8 Innovatie in alle onderdelen van de keten (product, productietechniek, energiegebruik, milieubelasting, productieproces en organisatie, vervoer en logistiek, handel en marktorganisatie). Verandering in marktoriëntatie, van productiegericht naar vraaggericht. Steeds meer stuurt de vraag van afnemers (consument en detailhandel) handel, productie en innovatie. Verandering marktorganisatie. Mede in samenhang met de schaalvergroting aan productiezijde en in de detailhandel (supermarkten, tuincentra) worden in toenemende mate directe contracten tussen producent en detailhandel gesloten. In de groenteteelt heeft dit geleid tot uitholling van het (coöperatieve) veilingsysteem. Ketenbeheersing is essentieel om snelle en betrouwbare levering van een kwalitatief hoogstaand en breed samengesteld productaanbod (jaarrond) te kunnen garanderen. Samenwerking is noodzakelijk om de activiteiten in alle onderdelen van de keten goed op elkaar af te stemmen. Het gaat dan om alle fasen, van productontwikkeling (uitgangsmateriaal, zaden, e.d.), productie en handel, inclusief tussenliggende fasen van vervoer en opslag Internationale activiteiten van de sector en subsectoren De internationale activiteiten van de sector en subsector betreffen hoofdzakelijk handel. Nederland kent een groot handelsoverschot in tuinbouwproducten. De exportwaarde is bijna drie keer groter dan de importwaarde. Alleen bij fruit kent Nederland een klein handelstekort. De totale exportwaarde van tuinbouwgewassen bedroeg ongeveer 13,7 miljard euro in In de periode groeide deze met 18 procent. Het belangrijkste exportproduct zijn siergewassen, die ruim de helft van de exportwaarde omvatten. Snijbloemen vormen daarbinnen het belangrijkste product met ongeveer een kwart van de totale exportwaarde (de helft van de export van siergewassen). Ruim een kwart van de exportwaarde betreft groenten. Fruit heeft een aandeel van ruim 15 procent en zaaigoed 4 procent. Vooral de (weder)export van fruit groeide in de afgelopen jaren spectaculair, namelijk met 45 procent in de periode Het overgrote deel van de export (86 procent) gaat naar ander EU landen. Duitsland is verreweg de grootste afnemer, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De EU is als importgebied minder van betekenis. Bijna de helft van de importwaarde komt uit andere EU landen. Midden- en Zuid-Amerika en Afrika zijn naast de EU belangrijke herkomstgebieden voor siergewassen en fruit. Frankrijk en de VS zijn belangrijke leveranciers van zaaigoed, Spanje, België en Duitsland van groenten. Nederland is de op twee na grootste exporteur van stikstofmeststoffen. Het aandeel in de wereldexport is 7 procent. Nederland is netto exporteur van machines voor land- en tuinbouw. De export is grotendeels naar EU landen, maar het aandeel van Nederland in de EU import bedraagt slechts 7 procent. Directe investeringen in het buitenland lijken niet van grote betekenis en sterk onderhevig aan conjunctuur en speculatie. Nederland investeert met een voorraad van 250 miljoen (ultimo jaarcijfer) gemiddeld meer in het buitenland dan het buitenland in Nederland (gemiddelde voorraad ultimo van het jaar 160 miljoen euro). Nederland investeert vooral in de EU (65 procent) en tot en met 2002 in de VS (25 procent). Buitenlandse investeringen komen vooral uit andere EU landen (60 procent) en de VS (13 procent). Alleen in de sfeer van plantenveredeling en zaaigoed spelen buitenlandse investeringen iii

9 een belangrijke rol. Onder invloed van de conjunctuur vielen de buitenlandse investeringen in 2003 en 2004 vrijwel volledig weg. Internationale samenwerking binnen de sector neemt de laatste jaren sterk toe. Internationalisering van toeleverende bedrijven (zaad, kassen, e.d.) leidt tot verkoop van kennis, waardoor de kwaliteitsverschillen tussen Nederlandse en buitenlandse tuinbouwproducten afneemt. Dit speelt vooral in de voedingstuinbouw. De veranderende marktverhoudingen leiden tot concurrentie tussen parallelle internationale ketens. Verticale samenwerking in een keten is nodig om te anticiperen op de gevarieerde eisen van consument en het internationaal grootwinkelbedrijf. Tegelijkertijd ontstaan er meer en meer horizontale samenwerkingsverbanden tussen telers. Hierdoor kan een groot volume worden gegarandeerd en kunnen investeringen in productvernieuwing en marketing gezamenlijk worden bekostigd en terugverdiend. Expertise van de sector en subsectoren De innovatiegerichtheid is een van de dragers van de sterk internationale positie van de Nederlandse tuinbouw. Voortdurende vernieuwing is noodzakelijk om de positie in termen van kosten, kwaliteit en levertijd te behouden. De sector kenmerkt zich voorts door een intensieve samenwerking van bedrijven die gespecialiseerd zijn in een specifiek onderdeel van de keten. Specialisatie is dus te vinden in alle onderdelen van de keten. De belangrijkste specialisaties zijn: In de primaire sector in de sierteelt (snijbloemen, bloembollen, bomen en pot- en perkplanten), de plantenveredeling en in tuinbouwzaden en graszaden; In de toeleverende sector is er sprake van specialisatie op het gebied van kassenbouw en bijbehorende installaties. Nederlandse toeleveranciers zijn mondiaal marktleider, maar hebben vooral een sterke positie in gebieden met een met Nederland vergelijkbaar gematigd klimaat. In de dienstverlening gaat het om onderzoeks- en kennisinstellingen, onder andere op het gebied van plantaardig uitgangsmateriaal en veredeling. De Nederlandse onderzoeksinstellingen behoren samen met die uit de Verenigde Staten en Frankrijk tot de meest vooraanstaande in de wereld. Acht van de tien grootste groentezaadbedrijven ter wereld hebben hun hoofdvestiging in Nederland. Het veilingwezen voor de handel van bloemen en planten en wereldwijd opererende gespecialiseerde handelsbedrijven. Het veilingwezen is in de sierteeltsector nog altijd wereldwijd toonaangevend. Handelsbedrijven leggen zich toe op verkoop voor een bepaald marktsegment, bijvoorbeeld supermarkten, of bloemisterijen. Dit gaat gepaard met de ontwikkeling van nieuwe marktconcepten, zoals het gemengde boeket of jaarrond levering van een standaard voedselpakket. Mede daardoor heeft Nederland op wereldschaal een sterke positie in de teelt (en handel) van siergewassen (snijbloemen, bloembollen, bomen, pot- en perkplanten), in de plantenveredeling en in de productie en verkoop van tuinbouwzaden en graszaden. Op het gebied van bloembollen en snijbloemen is Nederland wereldmarktleider met een aandeel van respectievelijk 90 procent en 60 procent in de wereldexport. Bij de plantenveredeling ligt dit aandeel op ongeveer 25 procent. iv

10 Perspectief van de sector en subsectoren Het perspectief van de tuinbouwsector wordt gedomineerd door internationale concurrentie. De tucht van de wereldmarkt noodzaakt Nederland tot voortdurende aandacht voor (verlaging van) de kostprijs per eenheid product, vraag- of consumentgericht handelen en in samenhang daarmee nieuwe producten en diensten te ontwikkelen met een hoge toegevoegde waarde. De relatief hoge kosten van arbeid, grond en energie (voor de glastuinbouw) vormen enerzijds risicofactoren, maar bieden tegelijkertijd sterke incentives voor innovatie. Schaalvergroting, arbeidsbesparing, kostenbeheersing, innovatie van producten (veredeling, gewasbescherming, milieu), energiebesparing en marktgericht handelen, blijven de strategische thema s van de sector voor de komende jaren. Deze trends gaan hand in hand met globalisering of internationalisering. De veranderde marktverhoudingen betekenen dat niet langer landen of clusters van landen, maar parallelle internationale ketens met elkaar concurreren. Afstand wordt relatief minder belangrijk en kennis verspreid zich relatief snel. Alleen op het gebied van patenten op innovaties kan een zekere bescherming optreden, maar juist deze activiteiten kenmerken zich door een hoge mate van internationalisering, waardoor de kennis praktisch wereldwijd beschikbaar is. Wereldwijd neemt zowel de vraag naar tuinbouwproducten, als de productie van tuinbouwproducten toe. Omdat versproducten (groenten, snijbloemen, paddestoelen) niet over lange afstanden kunnen worden vervoerd blijft de wereldmarkt van deze producten vooralsnog verdeeld in blokken, welke ongeveer parallel lopen met de continenten. Voor versproducten blijft Europa daarmee de belangrijkste afzetmarkt van Nederland. Voor andere tuinbouwproducten (bloembollen, fruit, bomen en heesters, zaaigoed, plantaardig uitgangsmateriaal) is de vervoersafstand minder een belemmering en is wel sprake van een wereldmarkt. Maar in alle opzichten geldt dat Nederland als relatief kleine producent zich naar verwachting alleen via internationale samenwerking in de internationale concurrentiestrijd kan handhaven. Omdat Europa de belangrijkste afzetmarkt is en de bevolkingsgroei beperkt, wordt de toename van de vraag vooral bepaald door de groei van het inkomen per hoofd van de bevolking. Deze bedraagt ongeveer 2 procent per jaar. Het komende decennium zal vooral de vraag naar luxe tuinbouwproducten en voorbewerkte producten toenemen, met een sterke nadruk op gezondheid, gemak en beleving. Daardoor zijn de perspectieven voor de sierteeltsector (en biologische tuinbouw) gunstiger dan voor traditionele voedingsgewassen. De uitbreiding van Europese Unie biedt exportkansen, maar tegelijkertijd toenemende concurrentie, al wordt dit niet als grote bedreiging gezien. Vanwege het luxe karakter van het Nederlandse exportproduct zijn de exportkansen sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de koopkracht in de nieuwe lidstaten. Voor Nederland is het zaak de exportkansen zoveel mogelijk te benutten en tegelijkertijd de regiefunctie in de nieuwe lidstaten te versterken. Naast deze gemeenschappelijke factoren, kunnen voor subsectoren de volgende punten worden genoemd: v

11 In vollegrondsgroenten is Nederland een relatief kleine producent. Kostenbeheersing, kwaliteit en productinnovatie, en internationale samenwerking in de keten zijn voor deze activiteit essentieel. De glasgroentesector is wereldwijd gezien eveneens klein, maar toch toonaangevend, op het gebied van technologie, als toeleverancier van productiemiddelen, uitgangsmateriaal en kennis en als producent en exporteur van vruchtgroenten (tomaten, komkommers, paprika). Binnen alle strategische thema s zijn vooral marktgericht handelen en (internationale) samenwerking cruciaal. Op het gebied van fruit neemt Nederland vooral een vooraanstaande plaats in als handelaar (doorvoer). De paddestoelenteelt staat sterk onder druk van concurrentie uit vooral Polen. Kostenbeheersing en productinnovatie (marktgericht handelen) zijn hier van betekenis. Op het gebied van snijbloemen en planten is Nederland dominant, in Europa en wereldwijd. Voortdurende innovatie en marktgericht handelen, en internationale oriëntatie zijn hier noodzakelijk om de positie te handhaven en te versterken. Ook hier speelt de afzetorganisatie (inclusief veilingwezen) een belangrijke rol. Risicofactoren zijn de koers van de euro en verhoging van het BTW tarief, waardoor de concurrentiepositie kan worden verzwakt. In de teelt van bomen en heesters en bloembollen zijn de producenten tevens handelaar. Deze markten zijn conjunctuurgevoelig. De bomenmarkt is tevens afhankelijk van institutionele vraag van overheden (park- en laanbomen). De toelevering van kassenbouw en daaraan gelieerde techniek heeft goede (export)kansen in gematigde klimaatzones vanwege de wereldwijd toenemende productie. Marktkennis, schaalvergroting en internationale samenwerking zijn nodig om de sterke punten (kennis, kwaliteit, leverbetrouwbaarheid, innovatieve en sterke thuismarkt) volop te benutten. Voor de handel zijn vooral de ontwikkelingen in de consumentenvoorkeuren en de veranderingen in de marktorganisatie in bepaalde deelmarkten (groenten) van betekenis. vi

12 1 INTRODUCTIE In opdracht van de EVD, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken voor international ondernemen en samenwerken, heeft SEOR BV onderzoek gedaan naar de binnen- en buitenlandse positie van de Nederlandse tuinbouwsector. Het onderzoek naar de Nederlandse tuinbouwsector vormt onderdeel van een groter aantal uitgevoerde en uit te voeren sectoronderzoeken in opdracht van de Unit Collectieve Marktbewerking en Promotie van de EVD. In het kader hiervan heeft SEOR BV al het sectoronderzoek naar de Nederlandse voedings- en genotmiddelensector uitgevoerd. Het onderzoek naar de Nederlandse tuinbouwsector bestaat uit de volgende twee onderdelen. Onderdeel I bevat een kwantitatieve beschrijving van de structuur van de tuinbouwsector en -subsectoren, de positie van de tuinbouwsector en -subsectoren binnen de Nederlandse economie en de relevantie van de tuinbouwsector en -subsectoren ten aanzien van internationalisering. De kwantitatieve beschrijving wordt hier en daar toegelicht met kwalitatieve informatie. Onderdeel II geeft het perspectief voor de tuinbouwsector en -subsectoren weer, door middel van een overzicht van de nationale en internationale ontwikkelingen die de binnenlandse en buitenlandse positie van de tuinbouwsector en -subsectoren op de midden- en lange termijn beïnvloeden. Dit onderdeel gaat tevens in op tuinbouw subsectoren en activiteiten die een sterke internationale concurrentiepositie hebben of potentieel hebben om deze te verkrijgen. Onderdelen I en II zijn bestemd om informatie te verschaffen aan zowel Nederlandse als buitenlandse bedrijven in de tuinbouwsector, evenals aan organisaties en overheidsinstanties die de internationalisering van de Nederlandse tuinbouwsector willen stimuleren. Dit rapport wordt op de website hollandtrade.com van de EVD geplaatst. Daarnaast wordt een losstaand document samengesteld voor intern gebruik binnen de EVD. Dit document bevat een overzicht van de criteria waar buitenlandse markten aan dienen te voldoen om interessant/kansrijk te zijn voor de Nederlandse tuinbouwsector. 1

13 2 ONDERDEEL I KWANTITATIEVE BESCHRIJVING 2.1 BESCHRIJVING VAN DE SECTOR DE TUINBOUWSECTOR IN DE AGRARISCHE SECTOR Productiewaarde en uitvoerwaarde De tuinbouwsector is onderdeel van de agrarische sector die in zijn geheel sterk internationaal georiënteerd is. Toespitsing van het onderzoek op de tuinbouwsector (sierteelt, groenten en fruit) houdt verband met de groeipotentie van deze activiteit en de relatief sterke internationale positie van deze branche en de daaraan verbonden handel en toelevering. Binnen de tuinbouw geldt dit in het bijzonder voor de sierteeltsector (bloemen, bloembollen, bomen en planten). De sterke groeipotentie van de tuinbouw blijkt uit de ontwikkeling in de periode In deze periode groeide de productiewaarde van de tuinbouw met gemiddeld 1,8 procent per jaar. In dezelfde periode nam de productiewaarde van de akkerbouw af met gemiddeld 1,2 procent per jaar en die van de veehouderij met gemiddeld 1,1 procent. Veel tuinbouwproducten worden in vrijwel onbewerkte vorm uitgevoerd. Producten van de akkerbouw en veehouderij worden juist in bewerkte vorm uitgevoerd en zijn dan te beschouwen als producten van de voedingsmiddelenindustrie. Het gaat hierbij om producten als zetmeel en suiker als derivaten van akkerbouwproducten en zuivel en vlees als afgeleiden van veeteeltproducten. De uitvoer van het akkerbouwcomplex en het veehouderijcomplex omvat dus diverse producten waarvoor ook grondstoffen zijn ingevoerd. Alle gegevens over de uitvoer van agrarische producten worden beïnvloed door doorvoer van producten (wederuitvoer). Dit geldt ook voor tuinbouwproducten. Maar ook voor de uitvoerwaarde geldt dat deze voor de tuinbouwsector in de periode veel sterker is gegroeid dan voor akkerbouw en veehouderij. De uitvoerwaarde van het tuinbouwcomplex groeide in de periode met gemiddeld 3,8 procent per jaar. Die van producten van het akkerbouwcomplex met gemiddeld 3,1 procent en van het veehouderijcomplex met gemiddeld 1,2 procent per jaar. Zowel in termen van productie als uitvoer ontwikkelt de tuinbouwsector zich daarmee aanzienlijk gunstiger dan andere onderdelen van het agrocomplex (Bron: CBS). Aandeel tuinbouwcomplex in toegevoegde waarde van het totale agrocomplex Het tuinbouwcomplex omvat de productie van tuinbouwproducten onder glas en in de open grond, inclusief toelevering, distributie en verwerking van producten. Dit complex had in 2004 een aandeel van 30,4 procent in de toegevoegde waarde en een aandeel van 27,4 procent in de werkgelegenheid van het totale, op binnenlandse grondstoffen gebaseerde, agrocomplex (zie tabel 2.1). Als gevolg van de sterke groei van de productie 2

14 groeide het aandeel van het glastuinbouwcomplex in de toegevoegde waarde met 16 procent tussen 1995 en 2004, meer dan de overige deelcomplexen. De toegevoegde waarde per arbeidsjaar ligt in het glastuinbouwcomplex duidelijk boven de gemiddelde arbeidsproductiviteit van het totale agrocomplex. Dat heeft vooral met het kapitaalintensieve karakter van de glastuinbouw te maken. De opengrondstuinbouw en de grondgebonden veehouderij zijn relatief arbeidsintensief (LEI, 2006). Tabel 2.1 Aandelen (%) van deelcomplexen in het op binnenlandse grondstoffen gebaseerde agrocomplex, 1995 en 2004 Toegevoegde waarde (tegen factorkosten) Werkgelegenheid Deelcomplex Glastuinbouw 19,0 22,0 15,3 17,5 Opengrondstuinbouw 8,9 8,4 9,8 9,9 Akkerbouw 17,0 19,5 16,5 18,1 Grondgebonden veehouderij 35,3 28,3 37,6 32,9 Intensieve veehouderij 19,8 21,9 20,8 21,6 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron: LEI Het Nederlandse agrocomplex 2006 Aandeel tuinbouwgewassen in de totale export van landbouwproducten De uitvoerwaarde van tuinbouwgewassen bedroeg in 2005 meer dan 13,8 miljard euro, bijna de helft van de totale uitvoerwaarde van akker- en tuinbouwgewassen en veeteeltproducten (zie tabel 2.2) 1. In de periode groeide de uitvoerwaarde van tuinbouwgewassen met 24,5 procent ten opzichte van een groei van 15,7 procent van de uitvoerwaarde van het totaal aan landbouwproducten (LEI, LTC 2006). 1 Bereidingen van akker- en tuinbouwgewassen zijn niet inbegrepen in het totaal landbouwproducten, omdat deze tot producten van de voedingsmiddelenindustrie worden gerekend. Indien vlees en zuivel ook tot de voedingsmiddelenindustrie zouden worden gerekend, bedroeg het aandeel tuinbouwgewassen meer dan 70 procent van de totale uitvoerwaarde van landbouwproducten in

15 Tabel 2.2 Aandelen (%) van deelcomplexen in de uitvoerwaarde, 2000 en 2005 Uitvoerwaarde Deelcomplex Tuinbouwproducten 43,8 47,2 Akkerbouwproducten 12,8 13,1 Veehouderijproducten (vee, vlees, eieren, zuivel) 43,4 39,8 Totaal 100,0 100,0 Bron: CBS, Landbouwtellingen 2006 Exporteurs In 2005 waren er in totaal exporteurs actief in de export van siergewassen (Productschap Tuinbouw), ten opzichte van een totaal van groothandelaren in siergewassen (CBS) en sierteeltbedrijven (LEI, LTC 2006). Deze classificaties sluiten elkaar niet uit, onder de exporteurs bevinden zich zowel groothandelaren als sierteeltbedrijven. Hoewel het merendeel van de sierteeltbedrijven indirect, via veilingen en groothandelaren, bij de export is betrokken, is er een groeiend aandeel sierteeltbedrijven dat zelfstandig exporteert, waaronder veel zogenaamde handelskwekerijen 2. Uit kwalitatieve informatie over de toeleverende bedrijven blijkt dat het overgrote deel van deze bedrijven exporteur is. Het gaat dan bijvoorbeeld om kassenbouw, maar ook om technische installaties en constructies voor waterbeheer, energiebeheer en milieubeheer. In paragraaf 2.3 wordt nader ingegaan op de internationale positie van de tuinbouwsector en de aan de sector toeleverende en dienstverlenende bedrijven en verbonden handelsactiviteiten DEFINITIE EN AFBAKENING In deze studie wordt een brede definitie van de tuinbouwsector gehanteerd. De sector wordt gecategoriseerd in vijf brede subsectoren, te weten: 1. Primaire tuinbouw (verschillende tuinbouwgewassen) 2. Toelevering van inputs voor de primaire tuinbouw 3. Handel in tuinbouwproducten en inputs 4. Verwerking van tuinbouwproducten 5. Dienstverlening voor de tuinbouwsector 2 Cijfers over het aantal exporterende bedrijven zijn niet beschikbaar voor de overige agrarische activiteiten. Bedacht moet worden dat de meeste producten van akkerbouw en veehouderij in bewerkte vorm worden geëxporteerd door de voedingsmiddelenindustrie. 4

16 De bedrijven in deze vijf brede subsectoren zijn ieder verantwoordelijk voor een schakel in de tuinbouwketen die begint bij de teelt van zaden en plantmateriaal en eindigt bij de verkoop van verse of verwerkte tuinbouwproducten aan de eindconsument. In de vorm van import van buitenlandse toeleveranciers en export naar buitenlandse afnemers, evenals buitenlandse directe investeringen, speelt internationalisatie een rol in iedere schakel van de tuinbouwketen. Bedrijven in de Nederlandse tuinbouwsector zijn dus, via internationale tuinbouwketens, verbonden aan bedrijven in buitenlandse tuinbouwsectoren. Bovenstaande brede subsectoren kunnen verder worden gespecificeerd aan de hand van de producten en/of diensten die zij produceren, leveren of verhandelen. Dit leidt tot de volgende gedetailleerde definitie: 1. Primaire tuinbouw Teelt van tuinbouwgewassen: groenteteelt, fruitteelt, bloementeelt, bollenen knollenteelt, plantenteelt, teelt van boomkwekerijgewassen. Teelt van graszoden en tuinbouwzaden, veredeling van tuinbouwzaden, vermeerdering van plantmateriaal. De agrarische bedrijfstypering (NEG) maakt op geaggregeerd niveau onderscheid tussen tuinbouwbedrijven (groenten, bloem(bollen) en champignons) en blijvende teeltbedrijven (fruit en boomkwekerijgewassen). In deze studie worden blijvende teeltbedrijven tot de primaire tuinbouw gerekend. Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen de glastuinbouw en de opengrondstuinbouw en tussen de teelt van voedingsgewassen enerzijds en de teelt van siergewassen anderzijds. 2. Toelevering van inputs voor de primaire tuinbouw Productie van meststoffen en landbouwchemicaliën voor primaire tuinbouw. Productie van landbouwmachines en werktuigen voor primaire tuinbouw. Productie van kassen en installaties voor glastuinbouw. Energieleverantie voor de glastuinbouw. 3. Handel in tuinbouwproducten en inputs Groothandel in tuinbouwproducten. Detailhandel in tuinbouwproducten. Groothandel in grondstoffen voor de primaire tuinbouw (kunstmest, chemicaliën). Groothandel in landbouwmachines- en werktuigen en installaties voor de primaire tuinbouw. 4. Verwerking van tuinbouwproducten Verwerking van groenten en fruit, vervaardiging van fruit- en groentesappen. 5. Dienstverlening voor de tuinbouwsector Adviesdiensten en onderzoek m.b.t. primaire tuinbouw en toelevering. Dienstverlening personeel, verhuur machines en overig materiaal voor primaire tuinbouw. Veilingen voor tuinbouwproducten. Afzet- en distributieorganisaties (bijvoorbeeld The Greenery). Vervoer van (verse) tuinbouwproducten. 5

17 Tabel 4.1 in bijlage 4.1 bevat een overzicht van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) codes voor bovenstaande economische activiteiten binnen de tuinbouwsector. We merken op dat de SBI codes vaak een aggregatie zijn van verschillende economische activiteiten. Zo wordt de teelt van groenten, bloemen, planten en zaden in één SBI code samengevat (A ). Voor de kwantitatieve beschrijving van de primaire tuinbouw is daarom tevens gebruik gemaakt van de land- en tuinbouwstatistieken die gebaseerd zijn op de agrarische bedrijfstypering (NEG). Deze is opgenomen in tabel 4.2. Tot slot tekenen we aan dat de verwerking van tuinbouwproducten weliswaar behoort tot de tuinbouwsector, maar dat het feitelijk gaat om bedrijven in de voedings- en genotmiddelenindustrie. Deze activiteit wordt in dit rapport verder niet behandeld. Voor informatie over deze activiteit verwijzen naar het rapport dat over deze industrie is gemaakt ORGANISATIE VAN DE SECTOR De tuinbouwsector is georganiseerd in productschappen, bedrijfsschappen en brancheorganisaties. Productschap en bedrijfsschap Productschappen en bedrijfsschappen zijn zogenaamde publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO). Via deze PBO kunnen werkgevers en werknemers in een sector hun eigen zaken regelen. De overheid houdt toezicht op deze organisaties, maar bemoeit zich niet met het beleid. Verordeningen van een productschap zijn bindend voor de hele sector. Alle bedrijven en hun werknemers moeten zich aan die regels houden. Van het Productschap Tuinbouw is lidmaatschap wettelijk verplicht voor telers, veilingen, handelaren en verwerkers van tuinbouwgewassen. Het Productschap Tuinbouw bestaat uit verschillende sectorcommissies, te weten bloemisterij, groenten en fruit, bloembollen, bomen en vaste planten en hoveniers. Tevens bestaat er een commissie voor energiezaken. De voornaamste missie van het Productschap Tuinbouw is het verbeteren van de concurrentiepositie van de Nederlandse tuinbouw wereldwijd. Dat is de kerntaak van het Productschap Tuinbouw als belangenbehartiger voor alle tuinbouwketens. Samen met werkgevers- en werknemersorganisaties in de tuinbouw investeert het Productschap vooral in promotie, kwaliteitsbeleid en onderzoek. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de economische belangen, maar ook naar aspecten als duurzaam produceren, goede arbeidsomstandigheden en oog voor de leefomgeving. Daarnaast voert het Productschap regelingen van de Europese Unie uit, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De activiteiten worden gefinancierd via heffingen op de teelt en handel van tuinbouwgewassen. De totale inkomsten bedragen ongeveer 75 miljoen euro op jaarbasis, waarvan 40 procent wordt besteed aan wereldwijde promotie, 15 procent aan technisch onderzoek en 15 procent aan kwaliteitszaken. De overige uitgaven betreffen milieuactiviteiten, arbeidsaangelegenheden en de kosten van de organisatie (bron: 3 Zie SEOR, Positie en internationalisering van de Nederlandse voedings- en genotmiddelensector. Eindrapport, in opdracht van de EVD, SEOR, Rotterdam, oktober

18 Voor groothandelaren in tuinbouwgewassen is lidmaatschap van het publiekrechterlijke Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel tevens verplicht. Dit is een samenvoeging van de groothandelsbedrijfschappen bloemen en planten, groenten en fruit, consumptie aardappelen en pootaardappelen (de laatste twee zijn niet van toepassing voor de tuinbouwsector, omdat het gaat om akkerbouwproducten). Voor de detailhandel in tuinbouwgewassen, inclusief de markthandel, is lidmaatschap van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) verplicht. Binnen Product- en Bedrijfschappen zijn zowel werkgevers- als werknemersorganisaties georganiseerd. Branche-organisaties Naast bovenstaande product- en bedrijfschappen zijn er tal van brancheorganisaties. Voor ieder van de hierboven omschreven subsectoren en onderliggende activiteiten bestaat wel een brancheorganisatie. Naast de rol die deze organisaties hebben ten aanzien van het behartigen van de belangen van de leden, beschikken zij veelal over gedetailleerde gegevens en actuele informatie over ontwikkelingen binnen de specifieke (sub)sector die vaak niet elders te vinden is. Hieronder volgt per subsector een selectie van relevante organisaties. 1. Primaire tuinbouw Productschap tuinbouw; Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO); Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel; Nationale Coöperatieve Raad voor land-en tuinbouw; Coöperatie VoedingsTuinbouw Nederland (VTN); Vereniging Tuinbouwsector Groente, Fruit en Paddestoelen (VTGFP); Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur (KAVB); Plantum (plantaardig uitgangsmateriaal); Biologica (biologische land- en tuinbouwproducten). 2. Toelevering van inputs voor de primaire tuinbouw Productschap tuinbouw; Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO); Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI); AVAG Platform Toeleveranciers Glastuinbouw; Nederlandse Vereniging van Onderaannemers in de Kassenbouw (NVOK); Koninklijke Metaalunie; FME-CWM (ondernemersorganisatie voor de technologisch industriële sector); Centraal Orgaan Mechanisatiebedrijven (COM). 3. Handel in tuinbouwproducten en inputs Productschap tuinbouw; Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO); Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel; Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw; Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel; Nederlands Verbond van de Groothandel; Frugi Venta (Groenten en Fruit Handelsplatform Nederland); Koninklijke Bond voor de Groothandel in Bloembollen en Boomkwekerijproducten (KBGBB); Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD); Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL); Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (VGL); AGF Detailhandel Nederland; Centrale Vereniging Bloemendetailhandel (VBW); Biologica; FME-CWM; Centraal Orgaan Mechanisatiebedrijven (COM); Werkgevers Technische Groothandel (WTG). 4. Dienstverlenende bedrijven voor de tuinbouwsector Productschap tuinbouw; Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO); Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel; CUMELA Nederland (o.a. loonarbeid); Biologica; Organisatie van Tuinbouwadviseurs en Onderzoekers (OVTO); Organisatie van advies- en ingenieursbureaus (ONRI); The Greenery, Vereniging Bloemenveilingen 7

19 (VBN); Bloemenveiling Aalsmeer (VBA); Flora Holland; EVO - Ondernemersorganisatie voor logistiek en transport; Transport en Logistiek Nederland (TLN). Promotie Platforms die zich richten op promotie van de Nederlandse tuinbouwsector zijn, onder andere, de International Horti Fair, die ieder jaar in Nederland plaatsvindt, Floriade (de volgende staat gepland in 2012), Bloemenbureau Holland, dat gefinancierd wordt door het Productschap Tuinbouw en de verkoop van Nederlandse siergewassen promoot namens tuinders en handelaren, Plant Publiciteit Holland (PPH) en het Internationale Bollen Centrum (IBC). Een informatieve website voor de tuinbouwsector is, onder andere, de land- en tuinbouw sectorpagina van Zibb.nl (Reed Business) met links naar vakbladen Groenten & Fruit, De Boomkwekerij en Vakblad voor de Bloemisterij. Ook de tuinbouw sectorpagina van AgriHolland.nl is zeer informatief. Deze site bevat interessante dossiers met betrekking tot de herstructurering van de glastuinbouw, kassenbouw, energie en biologische landbouw RELATIE OVERHEID Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor het Nederlandse beleid ten aanzien van de tuinbouwsector. Hoofduitgangspunt in het beleid is het stimuleren en versterken van een duurzame, internationaal concurrerende positie van de Nederlandse agribusiness, waaronder de tuinbouwsector. Dit is het aandachtsveld van de beleidsdirectie Industrie en Handel. Omdat de Nederlandse agrarische sector sterk internationaal gericht is, heeft de beleidsdirectie Internationale Zaken een belangrijke betekenis in het internationaal uitdragen van Nederlandse standpunten over duurzaamheid en internationale concurrentie. Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de overheid primair ontwikkelingen ondersteunt en stimuleert. Er wordt veel eigen verantwoordelijkheid verwacht van de branche en individuele bedrijven. In de praktijk blijkt ook dat veel innovaties op bedrijfsniveau ontstaan. Ook wordt uitgegaan van zoveel mogelijk decentrale besluitvorming (onder andere op het gebied van ruimtelijke ordening). Alleen datgene waarvoor centrale sturing noodzakelijk is wordt op Rijksniveau aangepakt. Innovatie is een belangrijk thema in het kader van bevordering van duurzaamheid en internationale concurrentiekracht. Twee strategische programma s zijn in dit kader richtinggevend voor de tuinbouwsector: a. Het Innovatieplatform kent het sleutelgebied Flowers & Food, dat nader is uitgewerkt in onder meer de Innovatie en Kennisagenda Tuinbouwclusters 2020, in opdracht van de stuurgroep Tuinbouwinnovatie, die bestaat uit verschillende stakeholders in de tuinbouwsector (Ministeries, Productschap Tuinbouw, tuinbouwbedrijfsleven). Het Technologisch Topinstituut Groene Genetica (Green Genetics) is één van de concrete uitwerkingen van het Innovatieplatform. b. Het Platform Agrologistiek dat zich richt op innovatie in de agrologistiek. Het Ministerie van LNV heeft dit samen met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat opgericht. 8

20 In de komende jaren ( ) wordt in het beleid voor de glastuinbouw extra aandacht besteed aan het stimuleren van investeringen in innovatieve energiesystemen. De glastuinbouw heeft te maken met hoge en stijgende energiekosten, welke zich vertalen in verslechtering van de bedrijfsresultaten en rendementen. Om de glastuinbouw op lange termijn concurrerend te houden is een verhoging van de energie-efficiëntie cruciaal. Daarnaast zal in de jaren telkens 35 miljoen euro worden vrijgemaakt in de LNV begroting, om de tuinbouw te ondersteunen bij de (gedeeltelijke) overstap naar nietfossiele brandstoffen (Ministerie van LNV, 2007). Initiatieven op dit terrein lopen al enige tijd. De ondersteuning betreft bijvoorbeeld het Convenant Glastuinbouw en Milieu (GLAMI). Hierin heeft de Nederlandse glastuinbouwsector zich ten doel gesteld om in 2010 de energie-efficiëntie tot 65 procent te verbeteren ten opzichte van Daarnaast moet in procent van de totaal verbruikte energie uit duurzame energiebronnen komen. Daarnaast zijn doelstellingen geformuleerd op het gebied van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen, waarbij eveneens efficiënte inzet en het bevorderen van een biologisch verantwoorde aanpak voorop staan. Sinds 1998 loopt het programma GLAMI Energieonderzoek, dat financieel ondersteund wordt door het Ministerie van LNV en het Productschap Tuinbouw (PT) (op fiftyfifty basis). Het gaat in dit programma om een grote verscheidenheid aan projecten op het gebied van energiegebruik, maar ook op het gebied van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Een aantal jaar geleden is door Productschap Tuinbouw en LTO Nederland een initiatief gestart voor een transitie naar een Duurzame Glastuinbouw, waardoor in 2020 nieuwe kassen volledig op duurzame energie zullen werken. Een specifieke uitwerking van het programma Flowers&Food is de oprichting van het Technologisch Topinstituut Groene Genetica (TTI-GG). Het Ministerie draagt voor de periode een bedrag van 20 miljoen euro (de helft van de kosten) bij aan de daartoe opgerichte stichting 4. Het instituut sluit aan bij de bestaande infrastructuur op het gebied van onderzoek en onderwijs (onder andere Universiteit Wageningen) en de activiteiten staan in het teken van de ontwikkeling van plantaardig uitgangsmateriaal waarmee een optimale groei, ontwikkeling en productie kan worden gerealiseerd onder nieuwe teelt- en milieucondities. De formule van een TTI wordt algemeen gezien als best practice voor het maken van de slag van kennis naar innovatie. TTI-GG legt zich toe op strategisch, hoogstaand wetenschappelijk onderzoek, dat een brugfunctie vervult tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven, dat dit onderzoek mede initieert en ondersteunt. De activiteiten van het instituut betreffen: Basisleggend plantenonderzoek ( core projecten ) Basiskennis versneld vertalen in innovaties of het gereedschap daartoe leveren ( cluster projecten ) De aanwas van onderzoekers en studenten op het relevante terrein. 4 Zie de brief van de Minster van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 20 december

21 Het onderzoek is gericht op drie onderwerpen (subthema s): 1. Groei en ontwikkeling van de plant met als doel gewassen optimaal te adapteren aan nieuwe productieomstandigheden. 2. Plantgezondheid met als doel de weerstand van planten te verhogen tegen plagen en pathogenen die de groei van gewassen onder nieuwe productieomstandigheden verstoren. 3. Kwaliteit voor de consument met als doel de kwaliteit (smaak, geur, houdbaarheid) van het uiteindelijke product te optimaliseren bij teelt onder nieuwe productieomstandigheden. In het Platform Agrologistiek hebben het agrarische bedrijfsleven, de logistieke dienstverleners, verladers, overheden en kennisinstellingen zich verenigd. Dit Platform tracht de ontwikkeling naar zogenaamde groene logistiek te bevorderen. Groene logistiek heeft daarbij enerzijds betrekking op agrarische producten en levensmiddelen en anderzijds voor duurzame ketens tussen de primaire producent en consument. Dit vanuit de constatering dat de transportbehoefte de komende jaren blijft toenemen en bestaande vervoersconcepten niet meer toereikend zijn om de gewenste kwaliteit (versheid) altijd te leveren. De congestie op het wegennet is daarbij een belangrijke bepalende factor, in combinatie met het dunner worden van vervoersstromen (grote variatie in goederenvraag). Maar ook gezondheidsrisico s verbonden aan veevervoer, milieu-eisen (CO2, fijnstof) en maatschappelijke acceptatie daarvan stellen eisen aan de logistieke behandeling van agrarische producten. Het Platform gaf onder meer de aanzet tot de Visie Agrologistiek die in 2001 door de regering (Ministeries van LNV en Verkeer en Waterstaat) is gepubliceerd. In de Visie worden nieuwe concepten ontwikkeld op basis van drie pijlers: 1. Clusteren van productie, verwerking en logistiek binnen de agrarische sector. Bijeenbrengen van activiteiten doet de transportbehoefte sterk dalen. Tegelijkertijd bieden clusters de mogelijkheden voor het (her)gebruik van reststromen. 2. Verbinden van clusters, waardoor aan- en afvoer van vervoersstromen zoveel mogelijk kunnen worden gebundeld (dikke stromen), waardoor de transportbehoefte afneemt en andere modaliteiten dan wegvervoer (spoor, binnenvaart) kunnen worden ingezet. 3. Regiseren van goederenstromen. Door gebruik van ICT kunnen goederenstromen (administratief en financieel) worden beheerd, zonder deze daadwerkelijk te zien. Een virtuele ruil vermindert de transportbehoefte en reduceert tevens gezondheidsrisico s. Producten kunnen dan fysiek over de kortste en veiligst mogelijke weg worden vervoerd, zonder omwegen. De overheid kiest hier een faciliterende rol en tracht via bevordering van samenwerking in de keten en het verwijderen van nodeloze belemmeringen de transitie naar nieuwe concepten te vergemakkelijken. Ook het Platform Agrologistiek heeft deze functie. Er wordt geen subsidie verstrekt, maar advies en ondersteuning geboden aan innovatieve projecten. Tevens krijgen projecten met een voorbeeldfunctie een brede publiciteit. Het gaat hier om uiteenlopende projecten, zoals Agriport A7 (de ontwikkeling van een geconcentreerd tuinbouwcluster in de kop van Noord-Holland), het Sierteelt Netwerk (loskoppeling van fysieke en informatiestromen) en Check Trade (een project gericht op de slimme controle van ingevoerde agrarische producten op ziekten, schimmels, e.d.). Het 10

22 initiatief voor nieuwe projecten wordt aan het bedrijfsleven overgelaten. Wel vindt ondersteuning van innovaties in het MKB plaats in de vorm van vouchers (ter waarde van in totaal 22,5 miljoen euro, verdeeld in drieduizend kleine vouchers (van euro) en drieduizend grote vouchers (van euro)). Het MKB kan deze vouchers inleveren bij aangewezen kennisinstellingen voor de verdere ontwikkeling van ideeën. De kennisinstellingen kunnen de vouchers vertalen in een subsidie-aanvraag. In het kader van de duurzaamheid stimuleert het Ministerie de ontwikkeling van de biologische landbouw, waaronder biologische tuinbouw. In de relevante beleidsnota 5 zijn ambitieuze doelstellingen geformuleerd, namelijk dat in procent van het landbouwareaal biologisch is en dat 5 procent van de consumentenbestedingen aan voeding in 2007 worden uitgegeven aan biologische producten. Voor de uitvoering van de nota is in de periode een bedrag van bijna 61 miljoen euro uitgetrokken, dat voor ongeveer tweederde wordt besteed aan het ontwikkelen en verspreiden van kennis en voor ruim 20 procent aan het stimuleren van de vraag naar biologische producten. Ook op dit beleidsterrein richt de overheid zich op het faciliteren van ontwikkelen door het bevorderen van goede randvoorwaarden voor de ontwikkeling van biologische landbouw en het bevorderen van de consumptie van biologische producten. Er vindt alleen subsidiëring plaats van innovatieve voorbeeldprojecten. Versterking van de innovatieve kracht van de sector op dit terrein vormt een belangrijk aandachtsveld in het beleid. Een ander onderwerp waarop de overheid de ontwikkelingen in de tuinbouwsector ondersteunt is ruimtelijke ordening. Op dit terrein werken de Ministeries van LNV en VROM nauw samen. Aansluitend op de Visie Agrologistiek wordt in de Nota Ruimte en beleidsnotities op dit terrein uitgegaan van een netwerkconcept, met vijf tuinbouwproductiegebieden als kernen, de zogenaamde greenports. Dit zijn het Zuid- Hollandse glasdistrict (Westland en Oostland), Aalsmeer en omstreken en het agrologistieke cluster Venlo voor de glastuinbouw, de Bollenstreek voor de bloembollenteelt en Boskoop voor de pot- en containerteelt. Daarnaast zijn er productielocaties op afstand (satellietgebieden), die nauw gelieerd zijn met deze kernen. Samen vormen zij de Greenport Nederland. Volgens de Nota hangt de verdere ontwikkeling van de greenports nauw samen met de ontwikkeling van de mainports (Schiphol, Rotterdam) wat betreft economische innovatie, verkeersdoorstroming en ligging in verstedelijkt gebied. Ter versterking van de internationale concurrentiekracht geeft het Rijk prioriteit aan deze greenports. In de meerjarenbegroting LNV zijn middelen gereserveerd voor het ruimtelijk beleid glastuinbouw om ingezet te worden via de regelingen: Infrastructuurregeling Glastuinbouw (IRG) t.b.v. Westland en Aalsmeer e.o.. Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw (RSG) voor ondernemers, landelijk. Stimuleringsregeling Duurzame Glastuinbouwgebieden (STIDUG) voor de door het Rijk aangewezen Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG s). Voor zowel de RSG als de IRG regeling geldt dat na de laatste openstellingen die onlangs afliepen de budgetten volledig zijn benut. Sinds 1997 is via deze regelingen 5 Beleidsnota Biologische Landbouw

De agrarische handel van Nederland in 2013

De agrarische handel van Nederland in 2013 De agrarische handel van Nederland in 2013 1. Opvallende ontwikkelingen Totale handelsoverschot groeit met 4,5 miljard; aandeel agrarische producten 2 miljard Nederlandse agrarische export neemt in 2013

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2013

De agrarische handel van Nederland in 2013 De agrarische handel van Nederland in 1. Opvallende ontwikkelingen Totale handelsoverschot groeit met 4,5 miljard; aandeel agrarische producten 2 miljard Nederlandse agrarische export neemt in opnieuw

Nadere informatie

Productschap Tuinbouw kennisknooppunt platform overheid op maat van de tuinbouw

Productschap Tuinbouw kennisknooppunt platform overheid op maat van de tuinbouw Productschap Tuinbouw kennisknooppunt platform overheid op maat van de tuinbouw Productschap Tuinbouw 30.000 ondernemingen De Nederlandse tuinbouw- en groensector bestaat uit een kleine 30.000 ondernemingen

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2012

De agrarische handel van Nederland in 2012 De agrarische handel van Nederland in 2012 1. Opvallende ontwikkelingen Totale wereldhandel in agrarische producten groeit voor tweede opeenvolgende jaar met ruim 10% Nederlandse agrarische export groeit

Nadere informatie

AGRO LEAN Supply Chain

AGRO LEAN Supply Chain AGRO LEAN Supply Chain Act2Vision Bedrijfskunde en organisatie Economische omvang van het Nederlandse agrocomplex, een verzamelnaam voor de land- en tuinbouw en de daarmee samenhangende handel en industrie

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2014

De agrarische handel van Nederland in 2014 De agrarische handel van Nederland in 1. Opvallende ontwikkelingen Totale Nederlandse handelsoverschot is in gelijk gebleven aan het niveau van ( 47,6 mld.); handelsoverschot agrarische producten komt

Nadere informatie

TOPSECTOR Wereldoplossingen voor werelduitdagingen

TOPSECTOR Wereldoplossingen voor werelduitdagingen TOPSECTOR TUINBOUW & UITGANGSMATERIALEN Wereldoplossingen voor werelduitdagingen Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen Topsector met topcijfers De Nederlandse sector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen behoort

Nadere informatie

De kracht van het Westland

De kracht van het Westland De kracht van het Westland De kracht van het Westland Burgemeester J. van der Tak De economie (profit): onze economische kracht De mensen (people): onze sociale verbondenheid De ligging (planet): prettige

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE SPANJE

LANDEN ANALYSE SPANJE LANDEN ANALYSE SPANJE Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DUITSLAND

LANDEN ANALYSE DUITSLAND LANDEN ANALYSE DUITSLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE NEDERLAND

LANDEN ANALYSE NEDERLAND LANDEN ANALYSE NEDERLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee5 de sector (cijferma>g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms>ge (2018) waarde van de consump>e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DENEMARKEN

LANDEN ANALYSE DENEMARKEN LANDEN ANALYSE DENEMARKEN Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Internationale handel door het MKB. in het agrocluster. Een verdeling van export en import naar bedrijfsgrootte. drs. P. Gibcus drs. W.H.J.

Internationale handel door het MKB. in het agrocluster. Een verdeling van export en import naar bedrijfsgrootte. drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Internationale handel door het MKB in het agrocluster Een verdeling van export en import naar bedrijfsgrootte drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, juli 2010 Dit onderzoek is gefinancierd door

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE FRANKRIJK

LANDEN ANALYSE FRANKRIJK LANDEN ANALYSE FRANKRIJK Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee9 de sector (cijfermabg) inzicht in de huidige (2013) en toekomsbge (2018) waarde van de consumpbe van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

Duurzaam groeien. Agro, fresh, food en logistics

Duurzaam groeien. Agro, fresh, food en logistics Nota Ruimte budget Klavertje 25,9 miljoen euro (waarvan 3 miljoen euro voor glastuinbouwgebied Deurne) Planoppervlak 908 hectare (waarvan 150 hectare voor glastuinbouwgebied Deurne) (Greenport Trekker

Nadere informatie

Toespraak van staatssecretaris Dijksma bij het Groentecongres

Toespraak van staatssecretaris Dijksma bij het Groentecongres Toespraak van staatssecretaris Dijksma bij het Groentecongres Toespraak 26-03-2015 Toespraak van de staatssecretaris Dijksma (EZ) bij het Groentecongres op 26 maart 2015 in het World Trade Centrum in Rotterdam.

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE ITALIË

LANDEN ANALYSE ITALIË LANDEN ANALYSE ITALIË Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012 Meer met minder Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI 6 juni 2012 Inhoud presentatie Mondiale trends die van invloed zijn op toekomstige watervraag Nationale

Nadere informatie

Globalisering: Uitdagingen voor Food en Agri-business Nijenrode, 24 november 2014

Globalisering: Uitdagingen voor Food en Agri-business Nijenrode, 24 november 2014 Globalisering: Uitdagingen voor Food en Agri-business Nijenrode, 24 november 2014 Inhoud 1 2 3 Bedrijfsprofiel Agrifirm Globalisering Risico s en kansen voor de Food en Agri-business Vragen Bedrijfsprofiel

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

Sectorrapport Bos- en haagplantsoen

Sectorrapport Bos- en haagplantsoen Sectorrapport Bos- en haagplantsoen Najaar 2009 Inhoudsopgave Terugblik seizoen 2008/2009...................................................................................... 3 Najaar 2009 sector bos-

Nadere informatie

Notitie. Betreft: Sectorstatistiek Nederlandse Tuinbouw

Notitie. Betreft: Sectorstatistiek Nederlandse Tuinbouw Notitie Aan Commissie Sierteelt en Groen Van Rob Ramakers Kenmerk Behoort bij Agendapunt 6, vergadering 25 oktober 2012 Totaal aantal pagina s 6 4 oktober 2012 Betreft: Sectorstatistiek Nederlandse Tuinbouw

Nadere informatie

Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen

Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen Rapport Aandeel MKB in buitenlandse handel en investeringen Drie afbakeningen van het MKB Oscar Lemmers Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er waren geen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Agro en Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC

Nadere informatie

Voorwoord. In deze brochure geven wij u inzicht in de branche en de rol van NLingenieurs als haar vertegenwoordiger.

Voorwoord. In deze brochure geven wij u inzicht in de branche en de rol van NLingenieurs als haar vertegenwoordiger. Voorwoord De Nederlandse advies- en ingenieursbranche levert innovatieve en duurzame oplossingen voor de Nederlandse en internationale samenleving. De branche is bepalend geweest voor het ontstaan van

Nadere informatie

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES DE BOSATLAS VAN HET VOEDSEL VRAGENSET ANTWOORDMODEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES I. Voeding en welvaart 1. De Human Development Index (HDI) geeft aan hoe welvarend een land is. Vergelijk de HDI met de andere

Nadere informatie

Bestuurskamer. Wij Beatrix,.. 1 Begripsbepalingen

Bestuurskamer. Wij Beatrix,.. 1 Begripsbepalingen Bestuurskamer Ontwerp- Besluit van (datum) houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de groothandel en het bedrijf van tussenpersoon in akker- en tuinbouwproducten

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Marktherstel door economisch herstel?

Marktherstel door economisch herstel? Marktherstel door economisch herstel? Bernd Feenstra Sectormanager Tuinbouw Beekbergen, 15-4-2010 Indeling Indeling Even voorstellen Ontwikkelingen Glastuinbouw Marktevenwicht verstoord Marktherstel Toekomstperspectief

Nadere informatie

Schuivende panelen. Petra Berkhout

Schuivende panelen. Petra Berkhout Schuivende panelen Petra Berkhout Kerncijfers agrocomplex Nederland, 2012 2 Aandeel (%) van deelcomplexen in TW en werkgelegenheid, 2012 Deelcomplex Toegevoegde waarde Werkgelegenh eid 2012 2012 Akkerbouw

Nadere informatie

JanWillem Breukink Voorzitter Seed Valley en ex. CEO INCOTEC 04 Juni 2015

JanWillem Breukink Voorzitter Seed Valley en ex. CEO INCOTEC 04 Juni 2015 Goede zadenvoorziening; De basis voor een duurzame en gezonde land- en tuinbouw JanWillem Breukink Voorzitter Seed Valley en ex. CEO INCOTEC 04 Juni 2015 Goede zadenvoorziening de basis voor een duurzame

Nadere informatie

ROADMAP LOGISTIEK VOOR DE FOODSECTOR VAN DE MRA

ROADMAP LOGISTIEK VOOR DE FOODSECTOR VAN DE MRA ROADMAP LOGISTIEK VOOR DE FOODSECTOR VAN DE MRA Melika Levelt (m.levelt@hva.nl) Kees-Willem Rademakers (k.w.j.f.rademakers@hva.nl) Dick van Damme (d.a.van.damme@hva.nl) Masterclass Kennis DC Logistiek

Nadere informatie

Workshop duurzame stadslandbouw

Workshop duurzame stadslandbouw Workshop duurzame stadslandbouw Changemaker Festival te Heino 14 september 2013 Datum: 14 september 2013 Locatie: Van: Voor: Summmercamp Heino Cees Moerman Workshop Changemaker Kenmerk: 1309 Programma

Nadere informatie

Rabobank Cijfers & Trends

Rabobank Cijfers & Trends Rabobank Cijfers & Trends Glasgroenteteelt Visie Branche-informatie Perspectief Wij verwachten voor de komende 3-5 jaar een beperkt investeringsanimo en een gematigd afzetklimaat voor de tuinbouwproducten.

Nadere informatie

Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel

Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel M200515 Stijging van export en exportkansen in industrie, diensten en groothandel Exportthermometer drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, januari 2006 Exportprestaties en exportpotentieel van de industrie, de

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Eigen initiatief Duurzame bereikbaarheid Flower Mainport Aalsmeer

Eigen initiatief Duurzame bereikbaarheid Flower Mainport Aalsmeer Plantijnweg 32, 4104 BB Culemborg / Postbus 141, 4100 AC Culemborg Telefoon (0345) 47 17 17 / Fax (0345) 47 17 59 / www.multiconsultbv.nl info@multiconsultbv.nl Eigen initiatief Duurzame bereikbaarheid

Nadere informatie

Memorandum of Understanding inzake de totstandkoming binnen Nederland van een Expert Centre voor Speciality Crops

Memorandum of Understanding inzake de totstandkoming binnen Nederland van een Expert Centre voor Speciality Crops Memorandum of Understanding inzake de totstandkoming binnen Nederland van een Expert Centre voor Speciality Crops Met dit Memorandum geven de genoemde partijen aan een Expert Centre voor Speciality Crops

Nadere informatie

Demokwekerij Westland. Het tuinbouw innovatiecentrum. Seminar Curaçao

Demokwekerij Westland. Het tuinbouw innovatiecentrum. Seminar Curaçao Demokwekerij Westland Het tuinbouw innovatiecentrum Seminar Curaçao Even voorstellen: Peet van Adrichem Techneut / Kweker Directeur Demokwekerij Westland Programma: 1.Tuinbouw Nederland / Westland 2.Bedrijf

Nadere informatie

Een nieuw ketenmodel voor langoustines

Een nieuw ketenmodel voor langoustines Een nieuw ketenmodel voor langoustines Ab Post (GPM Seafoods) en Wim Zaalmink (LEI Wageningen UR) Urk, 6 oktober 2012 Inhoud Economische betekenis langoustine visserij Consumptie van langoustines Keten

Nadere informatie

Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010

Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010 Samenvatting Internationaliseringsmonitor 2010 1. Inleiding Globalisering is een onderwerp dat regelmatig in het maatschappelijke debat opduikt. Het gaat dan om de gevolgen van de internationale economische

Nadere informatie

Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020

Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020 Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020 Onze ambitie ZLTO wil toonaangevend zijn in het creëren én realiseren van het perspectief van ondernemers

Nadere informatie

Economische structuur en economisch belang Greenport Venlo

Economische structuur en economisch belang Greenport Venlo Economische structuur en economisch belang Greenport Venlo Inleiding Greenport Venlo is een nog jong begrip in de Nederlandse tuinbouw. De filosofie achter het initiatief Greenport Venlo is om via een

Nadere informatie

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB Omslag notitie Vergadering van de sectorcommissie Bloemkwekerijproducten Datum vergadering 5 maart 2012 Agendapunt 7b Voorbereid door Jerre de Blok Totaal aantal pagina s 5 17 februari 2012 1. Project

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Informatieblad. Wat betekent GMO voor telers Erkenning als producentenorganisatie Overzicht van de belangrijkste criteria

Informatieblad. Wat betekent GMO voor telers Erkenning als producentenorganisatie Overzicht van de belangrijkste criteria Informatieblad Wat betekent GMO voor telers Erkenning als producentenorganisatie Overzicht van de belangrijkste criteria Waarom een erkende producentenorganisatie? Telers van groenten en fruit kunnen een

Nadere informatie

Sectorupdate. Export bloemen en planten. 25 juni 2012. Economisch Bureau, Sector & Commodity Research

Sectorupdate. Export bloemen en planten. 25 juni 2012. Economisch Bureau, Sector & Commodity Research Sectorupdate Export bloemen en planten Economisch Bureau, Sector & Commodity Research 25 juni 2012 Exportgroei ondanks crisis in de eurozone Rusland vierde exportbestemming door sterke toename van de export

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

januari 2013 In gesprek met Sander van Voorn en Berry Philippa Innovatiemotor ondersteunt ambities veredelaars

januari 2013 In gesprek met Sander van Voorn en Berry Philippa Innovatiemotor ondersteunt ambities veredelaars 1 In de stichting werken bedrijven en organisaties uit de veredelingssector januari 2013 Stichting In gesprek met Sander van Voorn en Berry Philippa Innovatiemotor ondersteunt ambities veredelaars Sander

Nadere informatie

De agrologistieke kracht van Nederland

De agrologistieke kracht van Nederland De agrologistieke kracht van Nederland 2009 De agrologistieke kracht van Nederland 2009 Platform Agrologistiek Nederland Distributieland (NDL/HIDC) TNO Business Unit Mobiliteit en Logistiek Zoetermeer,

Nadere informatie

Meest gestelde vragen Fair Produce Nederland

Meest gestelde vragen Fair Produce Nederland . Meest gestelde vragen Fair Produce Nederland Organisatie Hoe is Fair Produce Nederland opgebouwd? De Stichting Fair Produce Nederland is opgericht door de vereniging voor groothandelaren in groenten

Nadere informatie

Schaalvergroting en professionalisering. Voor wie verstandig handelt!

Schaalvergroting en professionalisering. Voor wie verstandig handelt! Schaalvergroting en professionalisering Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Schaalvergroting en professionalisering Schaalvergroting: uitbreiding van de omvang; het verschijnsel waarbij iets steeds

Nadere informatie

Samenwerken aan een gezonde business

Samenwerken aan een gezonde business Samenwerken aan een gezonde business The Greenery 2 Gezonde ideeën The Greenery is een internationaal groente- en fruitbedrijf. We leveren jaarrond een compleet en dagvers assortiment verse groente en

Nadere informatie

Situatieschets van de glastuinbouw in Vlaanderen. Marleen Mertens

Situatieschets van de glastuinbouw in Vlaanderen. Marleen Mertens Situatieschets van de glastuinbouw in Vlaanderen Marleen Mertens Glastuinbouw: belangrijke deelsector in Vlaamse landbouw Areaal tuinbouw: 8,2 % landbouwareaal glastuinbouw: 0,3 % van het landbouwareaal

Nadere informatie

Internationalisatie van de productie en de handel. Voor wie verstandig handelt!

Internationalisatie van de productie en de handel. Voor wie verstandig handelt! Internationalisatie van de productie en de handel Trendsamenvatting Naam Definitie Internationalisatie van de productie en de handel Wikipedia: De benamingen internationalisering, mondialisering en globalisering

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Marktsituatie voor groenten en fruit vier maanden na de afkondiging van de Russische boycot

Marktsituatie voor groenten en fruit vier maanden na de afkondiging van de Russische boycot Marktsituatie voor groenten en fruit vier maanden na de afkondiging van de Russische boycot Siemen van Berkum en Gerben Jukema, LEI Wageningen UR, 17 december 2014 Deze notitie geeft een beknopt overzicht

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan? Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze

Nadere informatie

Voorproefje Cosun MVO-verslag 2011

Voorproefje Cosun MVO-verslag 2011 Voorproefje Cosun MVO-verslag 2011 1 Dit is een voorproefje in druk van het digitale Cosun MVO-verslag over 2011. Wilt u meer gegevens raadplegen over wat wij zoal ondernemen met het oog op onze maatschappelijke

Nadere informatie

Productmarktplan Snijhortensia 2015-2016 Meer waarde toevoegen? floraholland.com

Productmarktplan Snijhortensia 2015-2016 Meer waarde toevoegen? floraholland.com Productmarktplan Snijhortensia 2015-2016 Meer waarde toevoegen? floraholland.com Inhoudsopgave Samenwerken aan initiatieven 3 Wat kan FloraHolland voor u betekenen 5 Van producttafel naar productmarktplan

Nadere informatie

Subsidie voor innovatieve projecten. Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen. provincie groningen

Subsidie voor innovatieve projecten. Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen. provincie groningen Subsidie voor innovatieve projecten Informatie over het Innovatief Actieprogramma Groningen provincie groningen Subsidie voor innovatieve projecten INFORMATIE OVER HET INNOVATIEF ACTIEPROGRAMMA GRONINGEN

Nadere informatie

Customer Case Triferto

Customer Case Triferto Feiten in het kort: Activiteiten: is groothandelaar en producent van meststoffen in West-Europa. In Nederland kent het bedrijf een marktaandeel van 40%. Branche: Logistiek, Groothandel, Producent Oplossing:

Nadere informatie

POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg

POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg Bestuursafspraken CONCEPT versie 27 november 2015 1. Inleiding Het landelijk gebied van de regio Noord-Limburg is divers van karakter; bestaande uit beekdalen,

Nadere informatie

projecten Laanboompact

projecten Laanboompact Samenwerken aan gezonde groei Laanboompact projecten 2013 Het Laanboompact is een initiatief van de Boomkwekersvereniging Opheusden e.o., gemeente Neder-Betuwe, Provincie Gelderland, Rabobank West Betuwe

Nadere informatie

Programma Kas als Energiebron

Programma Kas als Energiebron Programma Kas als Energiebron Co-innovatie in de glastuinbouw KIVI NIRIA jaarcongres 2010 Ir. P. Jan Smits 6 oktober 2010 Inhoud Introductie Kengetallen en energietransitie Convenant Schone en Zuinige

Nadere informatie

STRATEGISCHE AGENDA 2011-2015. Verbinden, inspireren en activeren

STRATEGISCHE AGENDA 2011-2015. Verbinden, inspireren en activeren STRATEGISCHE AGENDA 2011-2015 Verbinden, inspireren en activeren Radboud Vorage, juli 2010 ACHTERGROND Netwerkprogramma loopt af Rol GAN continueren, vanuit het bedrijfsleven Aansluiten bij behoefte deelnemers/participanten

Nadere informatie

Financiële banden van Wageningen UR met het bedrijfsleven. Een onderzoeksrapport voor Zembla

Financiële banden van Wageningen UR met het bedrijfsleven. Een onderzoeksrapport voor Zembla Financiële banden van Wageningen UR met het bedrijfsleven Een onderzoeksrapport voor Zembla Financiële banden van Wageningen UR met het bedrijfsleven Een onderzoeksrapport voor Zembla 2 maart 2011 Jan

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Cluster Agro en Food Regio Zwolle

Cluster Agro en Food Regio Zwolle Cluster Agro en Food Regio Zwolle Dé proeftuin voor duurzame, innovatieve systemen en nieuwe verdienmodellen: een living lab voor Agro en Food Cluster Agro en Food Regio Zwolle Werk en innovatie Sterk

Nadere informatie

Nederland importland. Landgebruik en emissies van grondstofstromen

Nederland importland. Landgebruik en emissies van grondstofstromen Nederland importland Landgebruik en emissies van grondstofstromen Vraagstelling en invulling Welke materiaalstromen naar en via Nederland veroorzaken wereldwijd de grootste milieudruk? Klimaat, toxische

Nadere informatie

Frans Verhees. Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University

Frans Verhees. Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University Frans Verhees Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University Agenda Opzet van het onderzoek Steekproef Vragenlijst Analyses Resultaten Conclusies Opzet onderzoek Ketens (respondenten)

Nadere informatie

Aan alle groothandelaren ingeschreven bij het bedrijfschap HBAG Bloemen en Planten

Aan alle groothandelaren ingeschreven bij het bedrijfschap HBAG Bloemen en Planten Aan alle groothandelaren ingeschreven bij het bedrijfschap HBAG Bloemen en Planten Onderwerp: handelaren wordt mening gevraagd over HBAG Bloemen en Planten Evenals de andere product- en bedrijfschappen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 567 Besluit van 19 december 2003, houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de teelt, van de be- en verwerking

Nadere informatie

Handleiding verpakkingenbelasting in de sierteelt aangifte voor 2011/2012

Handleiding verpakkingenbelasting in de sierteelt aangifte voor 2011/2012 Informatie voor februari 2012 Pag 1 bedrijven binnen de sierteeltsector Handleiding verpakkingenbelasting in de sierteelt aangifte voor 2011/2012 Maatwerkafspraken bloemen en planten FloraHolland heeft

Nadere informatie

Arbeidsmarktmonitor Tuinbouw 2012

Arbeidsmarktmonitor Tuinbouw 2012 . Productschap Tuinbouw Adres Louis Pasteurlaan 6 Postbus 280, 2700 AG Zoetermeer Telefoon 079 347 07 07 Fax 079 347 04 04 Internet www.tuinbouw.nl e-mail info@tuinbouw.nl Arbeidsmarktmonitor Tuinbouw

Nadere informatie

Meerjaren Onderzoek Visie Glasgroenten / Bloemisterij

Meerjaren Onderzoek Visie Glasgroenten / Bloemisterij Meerjaren Onderzoek Visie Glasgroenten / Bloemisterij (2007-2011) Opgesteld door: Programma Advies Commissie Glasgroenten / Bloemisterij Productschap Tuinbouw Postbus 280 2700 AG Zoetermeer i.s.m. LTO

Nadere informatie

Naam: Werken voor geld

Naam: Werken voor geld Naam: Werken voor geld Dat niet alle Nederlanders koeien melken en kaas maken voor hun werk wist je waarschijnlijk al. Maar wat doen Nederlanders nog meer en wat maakt Nederland zo bijzonder om in te werken?

Nadere informatie

Kansendossier : Machinebouw en Mechatronica. België

Kansendossier : Machinebouw en Mechatronica. België Kansendossier : Machinebouw en Mechatronica België Inleiding Aanleiding De industrie wordt wereldwijd steeds hoogwaardiger en heeft alsmaar meer behoefte aan ondernemingen die uitblinken in een hightech

Nadere informatie

Zwitserland: Investeringen in de Intralogistiek

Zwitserland: Investeringen in de Intralogistiek Zwitserland: Investeringen in de Intralogistiek Marktomvang Zwitserse logistieksector (referentiejaar 2010)1 Werkgelegenheid: 168.000 arbeidsplaatsen % van de werkzame beroepsbevolking 3,7% Groei: + 1,3%

Nadere informatie

De economische kansen van de glastuinbouw Workshop - G. Datum 05 april 2011

De economische kansen van de glastuinbouw Workshop - G. Datum 05 april 2011 De economische kansen van de glastuinbouw Workshop - G Datum 05 april 2011 EMT debat 5 apr. 2011 Stef Huisman & Sjaak Bakker Economisch belang glastuinbouw Glastuinbouw Ned - Groente & Bloemen Areaal 10.000

Nadere informatie

Conjunctuurenquête voorjaar 2013

Conjunctuurenquête voorjaar 2013 Conjunctuurenquête voorjaar 2013 Vereniging FME-CWM, Zoetermeer, februari 2013 Kasper Buiting, beleidsadviseur Onderzoek en Economie www.fme.nl Vereniging FME-CWM, Zoetermeer, februari 2013 Alle rechten

Nadere informatie

A15 Corridor. Conclusies A15. 4. De A15 is dé verbindingsschakel tussen vier van de tien Nederlandse logistieke hot spots i.c.

A15 Corridor. Conclusies A15. 4. De A15 is dé verbindingsschakel tussen vier van de tien Nederlandse logistieke hot spots i.c. A15 Corridor Conclusies A15 1. Een gegarandeerde doorstroming van het verkeer op de A15 is noodzakelijk voor de continuïteit en ontwikkeling van de regionale economie rond de corridor en voor de BV Nederland.

Nadere informatie

LTO Noord contributieregeling 2015

LTO Noord contributieregeling 2015 Land- en Tuinbouw Organisatie Noord LTO Noord contributieregeling 2015 LTO Noord is de vereniging van agrarische ondernemers. We behartigen de belangen van onze leden en bieden services en diensten aan.

Nadere informatie

Sectorrapport Bos- en haagplantsoen

Sectorrapport Bos- en haagplantsoen Sectorrapport Bos- en haagplantsoen Seizoen 2009/2010 Inhoudsopgave Algemeen............................................................................................................... 3 Areaalgegevens

Nadere informatie

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel Daling personeel Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Invloed Conclusie Bronnen Daling personeel Het aantal medewerkers dat werkzaam is in de sector / branche zal gemiddeld genomen hoger opgeleid zijn,

Nadere informatie

Innovatienetwerk Nieuwe Energie Systemen (INES) Kies voor slimme technologie en bespaar energie

Innovatienetwerk Nieuwe Energie Systemen (INES) Kies voor slimme technologie en bespaar energie Innovatienetwerk Nieuwe Energie Systemen (INES) Kies voor slimme technologie en bespaar energie januari 2011 Alle tuinders in Gelderland kunnen besparen Wilt u uw energiekosten verlagen? Door energie te

Nadere informatie

Duurzaam produceren, Duurzaam consumeren

Duurzaam produceren, Duurzaam consumeren Agrarisch Platform Zuid-Holland Duurzaam produceren, Duurzaam consumeren Duurzaam produceren. Uitdaging en kans! Politiek Café van het CDAV Zuid-Holland Datum: 17 maart 2010 Locatie: Van: Voor: Kenmerk:

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Monitor topsectoren. Uitkomsten eerste meting. Centrum voor Beleidsstatistiek. Centraal Bureau voor de Statistiek

Monitor topsectoren. Uitkomsten eerste meting. Centrum voor Beleidsstatistiek. Centraal Bureau voor de Statistiek Monitor topsectoren Uitkomsten eerste meting 07 08 09 10 11 12 13 14 Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek Monitor Topsectoren Uitkomsten eerste meting Verklaring van tekens.

Nadere informatie

In het belang van sector en samenleving

In het belang van sector en samenleving In het belang van sector en samenleving Productschap Diervoeder Productschap Diervoeder Het Productschap Diervoeder (PDV) is een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Het is ingesteld op verzoek van

Nadere informatie

Energie van ons allemaal

Energie van ons allemaal VNO-NCW Themabijeenkomst Energietransitie Michael Fraats Trianel Energie B.V. 28 November 2011 1 Energie van ons allemaal 30-11-2011 2 Energie van ons allemaal is de essentie van Trianel Energie: Gericht

Nadere informatie

Internationaal succesvol, ook voor u dichtbij!? TNS Nipo

Internationaal succesvol, ook voor u dichtbij!? TNS Nipo Internationaal succesvol, ook voor u dichtbij!? TNS Growth Map Achtergrond De Kamer van Koophandel Amsterdam heeft zich tot doel gesteld bedrijven in de regio internationaal meer actief te krijgen om zo

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie

Eric Moor. - Directeur/ Eigenaar Sion - Voorzitter Decorum Company - Werkgroep Topteam tuinbouw (Holland Branding) - De Lier (Westland)

Eric Moor. - Directeur/ Eigenaar Sion - Voorzitter Decorum Company - Werkgroep Topteam tuinbouw (Holland Branding) - De Lier (Westland) Eric Moor - Directeur/ Eigenaar Sion - Voorzitter Decorum Company - Werkgroep Topteam tuinbouw (Holland Branding) - De Lier (Westland) Sion - Volledig gespecialiseerd in Phalaenopsis. -Breeding en Selectie

Nadere informatie

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 M200410 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 Exportthermometer Jolanda Hessels Kees Bakker Zoetermeer, november 2004 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 In 2003 laat de export

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie