STOFREDUCTIE DOOR VERNEVELINGSTECHNIEKEN TIJDENS SLOOP- EN GRONDVERDICHTINGSWERKZAAMHEDEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "STOFREDUCTIE DOOR VERNEVELINGSTECHNIEKEN TIJDENS SLOOP- EN GRONDVERDICHTINGSWERKZAAMHEDEN"

Transcriptie

1 STOFREDUCTIE DOOR VERNEVELINGSTECHNIEKEN TIJDENS SLOOP- EN GRONDVERDICHTINGSWERKZAAMHEDEN Het onderzoek is uitgevoerd binnen het programma Technologie en samenleving (deelprogramma preventie van arbeidsuitval ) met een subsidie van de Ministeries van Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Augustus 2002

2 Het is geoorloofd gegevens uit deze brochure te gebruiken mits daarbij de bron wordt vermeld. Hoewel bij de samenstelling van deze uitgave de uiterste zorg is nagestreefd, kunnen fouten en onvolledigheden niet worden uitgesloten. Arbouw aanvaardt geen aansprakelijkheid, ook niet voor directe of indirecte schade ontstaan door of verband houdende met toepassing van door Arbouw gepubliceerde uitgaven.

3 INHOUDSOPGAVE Pagina: SAMENVATTING... 3 SUMMARY INLEIDING MATERIAAL EN METHODEN Opzet van het onderzoek Trilplaten-onderzoek Sloophameronderzoek Stofconcentratiemetingen Monsterneming respirabel kristallijn kwarts Chemische analyse DataRAM Temperatuur en relatieve vochtigheidsmetingen Waterverbruik vernevelen Test apparatuur Trilplaten Sloophamers Beschrijving proeflocaties Trilplatenonderzoek Sloophameronderzoek Materiaalmonsters Berekeningen en statistische verwerking RESULTATEN Beschrijving testomstandigheden Trilplaten-onderzoek Sloophameronderzoek Waterverbruik Duur van de experimenten Blootstelling Reductiefactoren

4 4. DISCUSSIE Vergelijkbaarheid experimentele omstandigheden Blootstellingsparameters Niveaus van blootstelling Effectiviteit verneveling CONCLUSIES PRESENTATIE EN PROMOTIE Inleiding Activiteiten Demonstratie Artikelen Resultaten Artikelen Follow-up Conclusies REFERENTIES BIJLAGEN: Bijlage A: Overzicht meetgegevens Bijlage B: Fotografische illustraties apparatuur Bijlage C: Artikelen Bijlage D: Samenstelling begeleidingscommissie

5 SAMENVATTING In de bouwnijverheid wordt, gezien de gezondheidseffecten, al geruime tijd aandacht geschonken aan blootstelling aan kristallijn kwartshoudend stof. De aandacht is recent gericht op maatregelen ter vermindering van de blootstelling, mede doordat de MACwaarde voor kristallijn kwarts (0,075 mg/m 3 ) inmiddels voor alle gebieden van de bouwnijverheid geldt. Met name het uitvoeren van (be)werkingen met (hand)gereedschap resulteert in relatief hoge blootstellingen, waardoor nadruk is komen te liggen op aanpassingen om de blootstelling terug te brengen. Naast afzuiging en bevochtigen kan vernevelen (minder water, hogere druk) een belangrijk instrument zijn bij het terugbrengen van het ontstaan van stof. De effectiviteit van verneveling is echter niet of nauwelijks onderzocht voor situaties waarbij het stof met een relatief hoge snelheid of energie wordt gegenereerd. Om de effectiviteit van verneveling in de praktijk te onderzoek is een veldonderzoek uitgevoerd. Het veldonderzoek bestond uit twee deelonderzoeken, die beide uitgevoerd zijn als interventie onderzoek. Bij dezelfde omstandigheden is de blootstelling aan kristallijn kwartshoudend stof onderzocht, waarbij alleen het wel of niet inschakelen van de verneveling verschilde. In een deelonderzoek werd de effectiviteit van verneveling onderzocht voor twee typen elektrische sloophamers, n.l. een zwaar type (wat betreft gewicht/vermogen) en een licht type. Drie werkers verrichtten ieder vier maal sloopwerkzaamheden met de zware sloophamer gedurende ca. 30 min. Daarbij werd een blok beton, met een kwarts gehalte van ca. 15%, gesloopt. De werkzaamheden werden uitgevoerd in een hal van ca. 750 m 2 met een hoogte van 5,5 m. Bij ieder persoon was twee maal de verneveling van de sloophamer ingeschakeld en twee maal uitgeschakeld. Twee werkers waren betrokken bij onderzoek met de lichte sloophamer. Iedere werker sloopte ca. 10,5 m 2 wandtegels van badkamers twee maal, waarbij éénmaal de verneveling was ingeschakeld. De badkamers (ca. 1,85 x 2,4 m) waren identiek wat betreft afmeting en ligging; de werkzaamheden duurden ca. 60 tot 80 minuten. Het silica gehalte van het gesloopte materiaal (tegels en bezetting) was ca. 14%. De andere deelstudie betrof twee typen trilplaten, die gebruikt worden om grond te verdichten. Ook hier waren een zware trilplaat (wat betreft gewicht/vermogen) en een lichte trilplaat in het onderzoek betrokken. In deze studie werden in totaal 5 werkers betrokken. Voor beide typen trilplaat werden 8 metingen uitgevoerd (4 met en 4 zonder verneveling) tijdens het verdichten van ca. 270 m 2 grond met een silica gehalte van ca. 31%. De werkzaamheden werden uitgevoerd in een hal van ca m 2 met een hoogte van ca. 5 m, gedurende 30 min. Voor beide typen sloophamers werd voor het desbetreffende blootstellingscenario een significante reductie van de blootstelling aan kristallijn kwarts waargenomen bij het gebruik van de verneveling. 3

6 Gemiddeld daalde de blootstelling met 86% tijdens de werkzaamheden met de lichte sloophamer, terwijl bij het slopen van beton met de zware hamer een reductie van 64% werd waargenomen. In beide situaties bleef de gemiddelde concentratie tijdens de werkzaamheden echter boven de MAC-waarde van kwarts. Bij de werkzaamheden met de lichte trilplaat kon een significante reductie van de blootstelling aan kristallijn kwarts (met ongeveer 88%) worden waargenomen ten gevolge van de verneveling. De gemiddelde concentratie kristallijn kwarts tijdens de werkzaamheden met ingeschakelde verneveling was lager dan de MAC-waarde. Voor de zware trilplaat kon een reductie niet worden aangetoond. Geconcludeerd wordt dat door het aanbrengen van een systeem voor verneveling op (hand)apparatuur substantiële reductie van blootstelling kan worden bereikt. Door optimalisering van de verneveling, mogelijk in combinatie met andere maatregelen (afzuiging), kunnen de stofconcentraties nog verder worden gereduceerd, zodat de concentraties kristallijn kwarts ook tijdens de inschakelduur niet boven de MACwaarde hoeven te liggen. 4

7 SUMMARY In construction industry concern has been expressed about the exposure of workers to respirable crystalline silica. Recently, the lowered OEL for crystalline silica (0.075 mg/m 3 ) has become valid for all areas of the construction industry. Use of (hand-held) equipment has shown to result in relatively high exposure, therefore more attention is paid to adjustments of equipment to reduce exposure. In potential, the suppression of dust generation by atomisation can be an important tool for the control of exposure to harmful dust. However, the effectiveness of dust suppression has yet not been shown for processes where dust is generated with high energy/ initial speed. A field study has been conducted to investigate the effectiveness of atomisation during the use of (hand-held)equipment to reduce respirable silica. The study consisted of two sub-studies, both designed as intervention studies; for the same or similar exposure scenarios, respirable silica exposure was measured during use of the equipment with atomisation, switched on and off. Two types of electrical powered wracking hammers (a 'heavy' high capacity, and a 'light', low to medium capacity type) were involved in a semi-field (sub)study. Three workers used the 'heavy' wrecking hammer during approximately 30 min while cutting concrete slabs; the silica content of the concrete was approximately 15%. Each activity was performed four times, twice with and twice without atomisation. The slab was located in a hall with a ground surface area of 750 m 2 and a height of 5.5 m. Two other workers were involved in crapping tiles from bathroom walls using the 'light' wrecking hammer. The activity was performed twice, with and without atomisation. The bathrooms were similar (ground surface area 1.85 m 2, height 2.4 m) although in different houses of the same type. The surface area of the tiles was approximately 10.5 m 2 and the job took about min. The silica content of the scrap was appr. 14%. The other (sub)study focussed on compacting soil by plate compactors. Again two types, a 'heavy' type and a 'light' type, were involved in the study. In an indoor hall (ground surface area 2500 m 2 and a height of 5 m) about 270 m 2 surface area of soil was compacted during 30 min using two types of plate compactors: a 'heavy' weight type and a 'light' weight type. The silica content of the soil was approximately 31%. For both types of plate compactors, in total 8 data-points (4 with and 4 without atomisation) were generated. For both types of wrecking hammers, significant reduction of silica exposures were shown. On average silica exposure decreased 86% with use of atomisation during scrapping tiles, whereas the use of atomisation during demolition of concrete slabs reduced silica exposure with 64%. However, average silica exposure during the activity still exceeded the OEL. 5

8 For the 'light' type of plate compactor, atomisation reduced silica exposure significantly (approximately 88%), no significant reduction could be observed for the 'heavy' weight type. During atomisation the average silica exposure using the light type of plate compactor was below the OEL, but during the use of the heavy plate compactor the average exposure level during the work still exceeded the OEL. It was concluded that substantial reduction of the silica exposure could be afforded by atomisation, however average levels of exposure still were high compared to the OEL. Optimization of the atomisation and or additional control measures, e.g. exhaust ventilation mounted on the equipment, might be necessary for a further reduction of exposure. 6

9 1. INLEIDING In diverse sectoren van de bouwnijverheid wordt met silica-houdende materialen gewerkt en worden verspanende bewerkingen uitgevoerd, waarbij blootstelling aan kristallijn kwarts kan ontstaan. Langdurige bootstelling aan fijn kwartsstof kan leiden tot afwijkingen aan longen en luchtwegen. Deze gezondheidseffecten hebben geleid tot een kwantitatief relatief lage wettelijke grenswaarde voor blootstelling aan kristallijn kwarts stof. Deze MAC-waarde bedraagt 0,075 mg/m 3 en het toepassingsgebied daarvan strekt zich per ook uit tot bouwnijverheid. Naar schatting staat vier procent (ca personen) van de werknemers in de B&U- en GWW-sector van de bouwnijverheid in Nederland gedurende een substantieel deel van hun werktijd bloot aan kwartsconcentraties ver boven de MAC-waarde In dit licht bezien dient veel aandacht besteed te worden aan het beheersen van de blootstelling. Naast afscherming en afzuiging is stofbestrijding door bevochtiging een bekende techniek. Echter bevochtigen, d.w.z. het toevoeren van relatief veel water, heeft een aantal nadelen. In zijn algemeenheid geldt dat het water ook weer moet worden afgevoerd (vaak als onderdeel van het bouwvuil), daarnaast doet veel vocht afbreuk aan de bouwkwaliteit en kan veel water bij renovatie van bewoonde huizen schade veroorzaken. Daarnaast verharden kalk- en gipsresten door water en kleven aan de ondergrond en moeten de resten afgestoken worden. Ook wordt de ondergrond vaak (gevaarlijk) glad. Vernevelen, d.w.z. ten opzichte van bevochten een gereduceerd watergebruik met relatief hoge druk, is een alternatief principe van stofonderdrukking, waarbij genoemde nadelen niet optreden. Het onderdrukken van stofverspreiding door verneveling berust op twee werkingsprincipes (Brouwer en Huijbers, 2000). Enerzijds door het bevochtigen van materiaal of (neergeslagen) stof, om te voorkomen dat de stof door resuspensie weer in de lucht wordt gebracht of als aërosol in de lucht gegenereerd wordt. Anderzijds door afvangst van aërosolen doordat waterdruppels met de aërosolen botsen, agglomereren en vervolgens neerslaan. De waterdruppels moeten wel ongeveer dezelfde diameter hebben als de stofdeeltjes om effectief te botsen. Enige ervaring bij de toepassing van verneveling op (hand)gereedschap in de bouwnijverheid is opgedaan bij het vegen van bouwstof (Spee, e.a.,1998). Enige ervaring met de toepassing van het vernevelingsprincipe in situaties waarbij het stof meer energie heeft als gevolg van de bewerking, bij sloopwerkzaamheden, is opgedaan. Er bestaan echter geen blootstellingsgegevens om voor deze en andere situaties, waarbij stof met een relatief grote aanvangssnelheid wordt gegenereerd, de effectiviteit van verneveling op de reductie van blootstelling aan kristallijn kwarts te kwantificeren. Daarom zijn in het kader van het project Stofreductie door 7

10 verneveling blootstellingsmetingen verricht om de effectiviteit van verneveling te kunnen beoordelen op basis van praktijkgegevens. Bij het onderzoek zijn de volgende organisaties betrokken: - Bex Sproeitechniek (leverancier van sproeiers) - Bruns en Bonke Bouw (ontwikkelaar van de lichte sloophamer) - Carat Nederland bv (leverancier van de lichte trilplaat) - Wacker Nederland bv (leverancier van de zware trilplaat en van de zware sloophamer) Het onderzoek is in opdracht van Arbouw uitgevoerd door TNO Chemie. De samenstelling van de begeleidingscommissie staat in Bijlage C. 8

11 2. MATERIAAL EN METHODEN 2.1. Opzet van het onderzoek Het onderzoek valt uiteen in twee deelonderzoeken. Het eerste deelonderzoek richt zicht op de effectiviteit van vernevelen als maatregel ter reductie van blootstelling aan (silicahoudend-) stof bij het inklinken van grond, als voorbereiding van het bestraten, tijdens het gebruik van een trilplaat. Het tweede deelonderzoek richt zich op de effectiviteit van vernevelen als maatregel ter reductie van blootstelling aan (silicahoudend-) stof tijdens sloopwerkzaamheden bij gebruik van een elektrische sloophamer. Beide deelonderzoeken zijn zogenaamde interventieonderzoeken, waarbij de blootstelling tijdens overeenkomende werkzaamheden wordt bepaald met en zonder gebruikmaking van vernevelen. In beide deelonderzoeken zijn twee typen gereedschap betrokken; een lichte uitvoering (met betrekking tot vermogen/ gewicht) en een zwaarder type. Omdat de persoonlijke werkwijze van de persoon die de werkzaamheden uitvoert mede van invloed is op de stofblootstelling was het onderzoek zodanig opgezet dat bij iedere persoon minimaal twee metingen zouden worden uitgevoerd; één meting zonder en één meting met ingeschakelde verneveling. Voor beide deelonderzoeken is een studieprotocol opgesteld dat door de Medisch Ethische Toetsingen Commissie (METC-TNO) is getoetst. Potentiële deelnemers aan de deelonderzoeken zijn door de werkgevers geïdentificeerd en door de medewerkers van TNO geselecteerd. Voorwaarde voor deelname was dat de deelnemer een ervaren gebruiker (minimaal 2 jaar ervaring) van de apparatuur was en per sessie een schone overall zou aantrekken. Adembescherming werd aan de deelnemers ter beschikking gesteld. Voorafgaande aan het onderzoek hebben de deelnemers een Verklaring van toestemming na kennisgeving (informed consent) ondertekend Trilplaten-onderzoek Het trilplaten-onderzoek is uitgevoerd in een in een proefopstelling van de Stichting Beroepsopleidingen Wegenbouw (SBW) te Harderwijk. Voor een binnen-lokatie is gekozen om de invloed van weersomstandigheden zoveel mogelijk te beperken. Met name de invloed van neerslag (op het vochtigheidsgehalte van het zand) en wind (zowel richting als snelheid) op de blootstelling kan zodoende worden geminimaliseerd. Daarnaast konden ook andere variabelen, zoals zandsoort (fijnheid en kwartsgehalte), machine en aangetrild oppervlak, e.d. constant worden gehouden Sloophameronderzoek Dit deelonderzoek is uitgevoerd op twee verschillende locaties Het onderzoek met het zwaardere type sloophamer is uitgevoerd in de werkruimte van een slopersbedrijf in 9

12 De Meern. Hierbij is de stofblootstelling gemeten tijdens het slopen van een stuk beton gedurende ca. 30 min. Het onderzoek met het lichte type sloophamer is uitgevoerd tijdens het verwijderen van wand- en vloertegels in badkamers van woningen, als onderdeel van een renovatie-project, in Venlo. Hierbij zijn 4 identieke badkamers betrokken Stofconcentratiemetingen Monsterneming respirabel kristallijn kwarts De inhalatoire blootstelling aan respirabel 1 kristallijn silica stof wordt bepaald door persoonlijke monstername. De bepaling wordt uitgevoerd met een BCIRA cycloon, waarin een 0.8 µm MCE filter geplaatst is. De cycloon is verbonden met Gillian Gilair constant flow pomp, die lucht aanzuigt met een flow van 1,9 L/min (±10%). De flow wordt voorafgaand en na afloop van de meting bepaald. De cycloon verzamelt deeltjes groter dan 7 µm in een zogenaamde bunker en vangt deeltjes af die kleiner zijn 7 µm op een 0.8 µm mixed cellulose ester (MCE) filter. Blanco metingen zijn in een ruimte bepaald die relatief schoon is. Voor de proeven met de trilplaat was dit een kantine. Deze kantine (10*10*3 meter) is een gesloten ruimte, die zich in het kantoorgedeelte van de hal bevindt. De deur van de kantine werd gesloten gehouden tijdens de metingen. Voor de proeven met de lichte sloophamers was dit een woonkamer dat als kantoor van de uitvoerder werd gebruikt. Dit L-vormige kantoor (9*4*3 en 3,5*2*3) is een afgesloten ruimte in een reeds gerenoveerde modelwoning. Voor de metingen verricht bij het gebruik van de zware sloophamer was dit een kantine (4*5*3 meter). De deur van de kantine werd gesloten gehouden tijdens de metingen Chemische analyse De monsters zijn geanalyseerd door MILJØ-KEMI (Denemarken) volgens een aangepaste NIOSH-methode No (MILJØ-KEMI, 2000). De (MCE)filters zijn verast door eerst verhitting gedurende 24 uur tot 200 o C en vervolgens gedurende 48 uur tot 370 o C. De as is vervolgens in een vijzel gemengd met kaliumbromide waarna een tablet werd gevormd. De bronmonsters zijn niet verast, niet voorbewerkt, maar direct gemengd met kaliumbromide. De hoeveelheid kristallijn silica is bepaald met behulp van IR foto-ionisatiedetectie (golflengte 700 en 800 cm -1 ). De detectielimit van deze analyse-methode is 2 µg (RSD 10-20%). 1 Definitie conform EN 481 (1993): Workplace Atmosphere Size fraction definitions for measurement of airborne particles. CEN, Brussel,

13 DataRAM Naast de kristallijn kwarts bepaling wordt met behulp van de DataRAM de momentane blootstelling aan totaal respirabel stof bepaald. De DataRAM is een passieve monstername methode die de concentratie respirabel stof per seconde bepaalt. Met de personal DataRAM kunnen in de ademzone persoonsgebonden, continue metingen van stofdeeltjes (maar ook aërosolen en rookdeeltjes) worden gedaan. Het meetprincipe is gebaseerd op verstrooiing van infrarood licht (nephalometer). Het meetbereik loopt van tot 400 mg/m 3 en de maximale gevoeligheid van het apparaat is voor deeltjes tussen 0.1 en 10 µm, wat neerkomt op de respirabele en een deel van trachea-bronchiale stoffractie. Voor dit onderzoek is gekozen voor een interval van 1 seconde. Na beëindiging van de meting worden de meetgegevens (als S.V.-file) ingelezen in EICEL. Het gemiddelde over de meetperiode kan dan worden uitgelezen. De DataRAM dient voorafgaand aan de meting een respirabel stof concentratie kleiner dan 0,01 mg/m 3 aan te geven. Pas na dit zogenaamde nullen kan de meting van start gaan Temperatuur en relatieve vochtigheidsmetingen Tijdens de blootstellingsmeting is iedere minuut de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid bepaald met behulp van een Vaisala HMP 31 UT sensor en een Grant Squirrel datalogger De datalogger heeft een speciale meetingang voor de Vaisala sensor en dient voor opslag van de meetgegevens. Tevens is gebruik gemaakt van de Hanwell Humbug (Humidity Bug). Dit pocket-apparaatje is ontwikkeld als een zelfstandige unit die ook de relatieve luchtvochtigheid en de temperatuur meet en de gegevens opslaat in het geheugen. De gegevens worden vervolgens ingelezen op een PC Waterverbruik vernevelen De hoeveelheid water die verbruikt werd tijdens het vernevelen bij het werken met de zware sloophamer is gravimetrisch bepaald op een Mettler Toledo type EB60HD met een weegbereik tot 60 kg (nauwkeurigheid 10 g). Voor aanvang en na afloop van de meetsessie werd de tank gewogen en tevens is voor aanvang en na afloop van de feitelijke wegingen een controle uitgevoerd met behulp van een ijkgewicht van 5 kg. De balans was voorzien van folie of papier dat na iedere weging werd vervangen. Bij de experimenten met de lichte sloophamer was de watervoorraad-tank geplaatst op een weegschaal (Denver: meetbereik kg, nauwkeurigheid 20g). Het verschil in gewicht van de tank voor en na de metingen is beschouwd als de hoeveelheid verbruikt water. Het vernevelsysteem bij de trilplaten was middels een Gardena -koppeling rechtstreeks aangesloten op de waterleiding. Het waterverbruik is derhalve geschat op basis van het ingestelde debiet van de sproeiers. 11

14 2.5. Test apparatuur Trilplaten In het onderzoek zijn twee soorten trilplaten gebruikt: een lichte en een zware trilplaat Lichte trilplaat * type: Errut, PC 400 * slagfrequentie: 6000 t/min. * gewicht: 81 kg. * plaatvorm plat Aan de voor- en achterzijde en beide zijkanten is een sproeier bevestigd. (zie figuur 2.1a). Fotografische afbeeldingen van de apparatuur zijn opgenomen in Bijlage B. De gebruikte type sproeier gaf bij de gebruikte druk van 1 bar een mooie, volle nevel. Zware trilplaat * type: Wacker, DPU 6055 * slagfrequentie: 4140 t/min * gewicht: 449 kg (zonder aanbouwplaten) * plaatvorm V-vormig Aan de voor- en achterzijde en beide zijkanten is een sproeier bevestigd. (zie figuur 2.1b). Fotografische afbeeldingen van de apparatuur zijn opgenomen in Bijlage B. De gebruikte type sproeier gaf bij de gebruikte druk van 1 bar een sproeistraal waaruit net een nevel ontstond. De indruk bestaat dat de optimale waterdruk waarbij een goede nevel ontstaat groter dan 1 bar zou moeten zijn. Figuur 2.1 Schets van de stand en het sproeibereik van de vernevelaars op de lichte trilplaat (a) en de zware trilplaat (b) achter (a) achter (b) 12

15 Sloophamers De gebruikte lichte sloophamers (sloop badkamertegels) waren van het merk Hitachi 3/4 inch Hex, 21/32 inch Round Skank met een slagfrequentie van 3000 t/min en een gewicht van ca. 4,8 kg. Dit apparaat voldoet goed aan de eisen die gesteld worden bij het slopen van wandtegels, maar was eigenlijk te licht voor het slopen van de vloer. Het apparaat viel dan ook tweemaal uit met een technisch mankement. Bij alle proeven zijn dezelfde beitels gebruikt. Op de sloophamer is een sproeier gemonteerd. Er werd met een constante druk van 5 bar verneveld. Tijdens de werkzaamheden bevond het waterreservoir zich buiten bij de voordeur van de woning waar de werkzaamheden werden uitgevoerd. Voor het slopen van een betonblok zijn (zware) sloophamers van het type Wacker- EHB 7 gebruikt met een slagfrequentie van 1300 tot 2100 t/min en een gewicht van ca. 4,8 kg. Op het apparaat waren twee sproeiers gemonteerd. Tijdens de werkzaamheden (ook wanneer de verneveling niet ingeschakeld was) droeg de gebruiker het waterreservoir op de rug Beschrijving proeflocaties Trilplatenonderzoek De werkzaamheden zijn uitgevoerd in een hal met een oppervlak van ca. 100 bij 25 meter. Het dak loopt schuin toe en aan één kant bevindt zich een aantal roldeuren die tijdens de metingen gesloten waren. De hoogte van de hal is ca 5 meter. In de hal bevindt zich een testveld dat voor het trillen is gebruikt. Het testveld heeft een oppervlak van 270 m 2 en is niet voorzien van een vloer. Analyse van het te verdichten zand gaf aan dat het percentage kwarts in het zand ca. 31 gew.% bedroeg Sloophameronderzoek De werkzaamheden met een zware sloophamer zijn uitgevoerd in een hal van ca. 30 bij 25 meter met een hoogte van ca. 5,5 m. Een stuk beton was in een open bak van ca. 15 m 2 geplaatst, waarin de proefpersoon de werkzaamheden uitvoerde. Analyse van het gesloopte materiaal gaf aan dat het betonblok uit ca. 16 gew% kristallijn kwarts (silica) bestond. De badkamers waarin sloopwerkzaamheden plaats vonden waren allemaal identiek wat betreft de indeling en de te slopen wanden. Ook de oriëntatie van de woningen waarin de badkamers gelegen waren was gelijk. Het oppervlak van de badkamers bedroeg ca.1,85 m 2, de hoogte was 2,4 m. In de badkamer bevonden zich een deur (2,1 x 0,8m) en een raam (0,3 x 0,4 m). De betegelde wanden hadden een oppervlakte van ca. 10,5 m 2 De ondergrond van het tegelwerk bestond uit -verf op stucwerk. Het pleisterwerk bevatte ca. 14 gew% kristallijn kwarts (monster badkamer 1 meetdag). 13

16 Wat betreft de te slopen betonnen vloeren (sloopdiepte ca. 10 cm) verschilden de badkamers in de hardheid van de verhogingsvloer. Het percentage kristallijn kwarts in het vloermonster bedroeg ca. 15 gew% Materiaalmonsters Bij de trilplaat-experimenten zonder vernevelaar en alle sloophamer-experimenten is na iedere meting een materiaalmonster genomen. In ieder deelonderzoek is slechts van één materiaalmonster het percentage kristallijn kwarts bepaald. Van de materiaalmonsters verzameld bij de sloopwerkzaamheden met de lichte sloophamer zijn de monsters genomen op meetdag 1 geanalyseerd. Bij de trilplaat-experimenten met vernevelaar is voor en na iedere meting een materiaalmonster genomen. De monsters (na de meting) zijn genomen door dwars op twee aangetrilde banen een laagje zand (diepte ca. 2 cm) te schrapen. Van aantal van deze monsters is het vochtgehalte bepaald door verschil meting van het gewicht voor en na de opslag in een droogstoof gedurende minimaal 5 uur Berekeningen en statistische verwerking De ruwe gegevens van de observatieformulieren en de gerapporteerde resultaten van de kristallijn kwarts-bepalingen zijn overgebracht in een EXCEL- spreadsheet (Microsoft), waarna de blootstellingen aan kristallijn kwarts zijn berekend als gemiddelde concentratie tijdens de meetperiode. Met behulp van beschrijvende statistiek in EXCEL zijn de gemiddelde, mediaan-waarde en de standaarddeviatie bepaald. Wanneer kristallijn kwarts-resultaten < bepalingsgrens (LOD) gerapporteerd zijn is bij de berekeningen uitgegaan van de waarde overeenkomend met ½ kwantificeringsgrens (LOQ). Verschillen in blootstelling en duur met en zonder verneveling zijn, daar waar meetsets voor dezelfde persoon beschikbaar waren, in EICEL berekend met behulp van de t-test voor gepaarde waarnemingen. Bij het ontbreken van dergelijke sets is op groepsniveau voor de verschillen getoetst met behulp van de t-test voor gemiddelde met ongelijke variantie (significantie niveau p< 0.05). Het verband tussen de verschillende blootstellingsparameters: blootstelling aan kristallijn silica en de resultaten van de direct registrerende metingen, is uitgedrukt als Pearson s correlatiecoëfficiënt (r p ). Het vochtpercentage van de zandmonsters is berekend door het verschil in gewicht tussen de monsters voor en na verblijf in de droogstoof te delen door het gewicht van het monster voor verblijf in de droogstoof en te vermenigvuldigen met 100. De reductie van de blootstelling ten gevolge van het toepassen van verneveling is uitgedrukt als reductiefactor berekend uit de reciproke van het quotiënt van het rekenkundig gemiddelde van de concentratie silica of de gemiddelde dataramconcentratie bij de werkzaamheden met ingeschakelde vernevelaar en het rekenkundig gemiddelde van de concentratie silica of de gemiddelde 14

17 dataramconcentratie bij de werkzaamheden zonder vernevelaar. De reductiefactor is als volgt herleid tot een procentuele reductie van de blootstelling : (1-1/reductiefactor)*100). 15

18 3. RESULTATEN 3.1. Beschrijving testomstandigheden Trilplaten-onderzoek Het trilplatenonderzoek heeft zich uitgestrekt over de periode 14 juni t/m 14 juli 2000 en besloeg in totaal 6 meetdagen. Het grote aantal meetdagen heeft vooral te maken met het feit dat het drogen van de grond met behulp van branders na het verdichten met inschakeling van de verneveling niet goed verliep, zodat niet dezelfde dag nog een meting kon worden gedaan. De variatie in gemiddelde relatieve luchtvochtigheid tussen de meetdagen was relatief beperkt (20%) terwijl de gemiddelde temperatuur maximaal 10 o C uiteenliep. Een overzicht van de omgevingsomstandigheden is opgenomen in tabel 3.1 Tabel 3.1 Overzicht omgevingsomstandigheden tijdens het trilplatenonderzoek Meetdag Datum Relatieve Temperatuur Opmerkingen vochtigheid % o C n.b. n.b. Lichte plaat droog (n=4), lichte plaat nat (n=2) ,6 26,1 Lichte plaat nat (n=2)/ Zware plaat droog (n=3) ,2 30,8 Zware plaat droog (n=1), zware plaat nat (n=1) ,8 22,1 Zware plaat nat (n=1) ,5 20 Zware plaat nat (n=1) ,7 20,2 Zware plaat nat (n=1) n.b. Door storing van de apparatuur zijn geen meetgegevens beschikbaar Sloophameronderzoek De metingen tijdens de sloop van een blok beton met behulp van de zware sloophamer zijn uitgevoerd op 28 en 29 maart De gemiddelde temperatuur en luchtvochtigheid liep op beide meetdagen nauwelijks uiteen. Een overzicht van de omgevingsomstandigheden is opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Overzicht omgevingsomstandigheden tijdens het onderzoek met de zware 16

19 Meetdag Datum Relatieve Temperatuur Opmerkingen vochtigheid % C ,5 12,5 werkzaamheden zowel met als zonder verneveling ,4 11,4 werkzaamheden zowel met als zonder verneveling Gedurende vier meetdagen zijn metingen verricht tijdens de sloop van wand- en vloertegels in badkamers. Deze meetdagen vielen op 13, 20 en 27 november en 4 december De gemiddelde relatieve luchtvochtigheid liep uiteen van 60,7 tot 75,9 % en de gemiddelde temperatuur van 13,6 tot 17,7 o C. Het verloop van beide parameters tijdens de meetdagen is weergegeven in figuur 3.1 Figuur 3.1. Verloop relatieve vochtigheid (boven ) en temperatuur (onder) tijdens de experimenten met de lichte sloophamer. De eerste twee posities van de code duiden de persoon aan, de laatste twee posities geven de aard van de werkzaamheden aan (02 = wandtegel; 03 = vloertegel). Tem peratuur C 24,0 Temp 22,0 20,0 18,0 16,0 14,0 12,0 O 1 O 2 O 1 O 3 O 2 O 2 O 2 O 3 O 3 O 2 O 3 O 3 O 4 O 2 O 4 O 3 10, Tim e RH% 85 RH% O1O2 O1O3 O2O2 O2O3 O3O2 O3O3 O4O2 O4O Tim e 17

20 Tijdens de metingen met de sloophamers is de deur altijd gesloten geweest (en afgeplakt voor zover mogelijk). Tijdens de sloop van de wandtegels moest na gedurende 30 min het badkamerraampje geopend worden omdat het onmogelijk was verder te werken. De hoge stofconcentratie belemmerde het zicht te sterk Daarom is aanvullende informatie verzameld over windsnelheid en -richting (gegevens weerstation Arcen: bron KNMI). De variatie in windrichting en snelheid tussen de meetdagen was zeer gering (tabel 3.3) Tabel 3.3 Overzicht windsnelheid en windrichting tijdens het slopen van badkamertegels. Datum Windrichting Windsnelheid m/s Tijd Uur graden richting ZZW 4 11: ZW 6 13: ZW 4 11: WZW 4 11: Waterverbruik Bij het trilplatenonderzoek kan het waterverbruik per meetperiode niet worden bepaald, maar wordt voor het watergebruik uitgegaan van het ingestelde debiet van 1 l/min. In tabel 3.4 wordt een overzicht gegeven van het vochtpercentage in de monsters van het zandoppervlak. Het vochtpercentage na de werkzaamheden met ingeschakelde sproeier ligt ongeveer tussen de 1,5 en 1,9 gew.% en voor het vernevelen op ca. 0,6 gew.%. Tabel 3.4 Overzicht van het vochtpercentage bepaald in zandmonsters tijdens het onderzoek met de zware trilplaat. Meting Vochtpercentage (gew %) voor na werkzaamheden toename werkzaamheden ,6 1,84 1, ,53 1,47 0, n.b. 1,93 n.v.t n.b. 1,77 n.v.t. n.b. = niet bepaald. n.v.t. = niet van toepassing 18

21 Bij het sloophameronderzoek is de tank voor en na de toepassing gewogen en zodoende het totale waterverbruik bepaald. Een overzicht hiervan is gegeven in tabel 3.5. Het gemiddelde waterverbruik per eenheid van tijd (debiet) loopt tussen beide deelonderzoeken niet ver uiteen, respectievelijk 0,19 L/min voor de lichte sloophamer en 0,17 L/min voor de zware sloophamer. Opgemerkt moet worden dat bij het laatste type sloophamer twee sproeiers zijn gebruikt, zodat de het debiet per sproeier de helft is, d.w.z. ca. 0,085 L/min. Tabel 3.5 Overzicht van het waterverbruik tijdens de experimenten met sloophamers Experiment Gemeten waterverbruik (L) Tijd (min) Berekend debiet (L/min) Lichte sloophamer 12,7 59 0,21 11,4 63 0,18 9,6 54 0,18 12,9 65 0,2 Gemiddeld 11,6 60 0,19 Zware sloophamer 8,9 38 0, ,1 5,1 32 0,16 5,3 35 0,15 6,4 33 0,19 6,2 34 0,18 Gemiddeld , Het ingestelde debiet was 0,16 l/min 3.3. Duur van de experimenten De duur van de experimenten tijdens het trilplaten-deelonderzoek was conform het protocol 30 min. Het getrilde oppervlak was voor alle experimenten per trilplaattype nagenoeg gelijk. De meetduur bij de experimenten met de zware sloophamer kwam door praktische omstandigheden iets boven de in het protocol voorgeschreven 30 min uit (spreiding 32 tot 38 min). De gemiddelde meetduur van de experimenten met en zonder verneveling was niet afwijkend, respectievelijk 34,3 en 35 min. voor de droge en natte 19

22 metingen. De meetduur tijdens de experimenten met de lichte sloophamer zijn weergegeven in tabel 3.6. Tabel 3.6 Overzicht meetduur tijdens het verrichten van sloopwerkzaamheden met de lichte sloophamer. Meting Tijd Zonder verneveling Met verneveling Meting Tijd (min) a (min) a persoon 1 sloop wandtegels 79 persoon 1 sloop wandtegels 59 persoon 2 sloop wandtegels 86 persoon 2 sloop wandtegels 63 persoon 1 sloop vloertegels 89 persoon 1 sloop vloertegels 54 persoon 2 sloop vloertegels 69 persoon 2 sloop vloertegels 65 a significant verschil (p=0,024) De gemiddelde duur van de experimenten met de lichte sloophamer zonder verneveling was ca. 81 minuten hetgeen significant hoger was dan de experimenten met ingeschakelde verneveling (ca. 60 min). Tijdens de meetperiode is een nagenoeg gelijk oppervlak aan wand- en vloertegels verwijderd van respectievelijk ca. 13,5 m 2 en 0,3 m 2. Het sterk uiteenlopen van de tijd kan samenhangen met de verschillende ondergrond waarop de tegels gezet waren. Met name geldt dit voor de vloertegels waar ook nog ca. 10 cm ondergrond werd gesloopt Blootstelling Een samenvatting van de resultaten van de blootstellingsmetingen voor de verschillende deelonderzoeken is weergegeven in de tabellen 3.7 t/m Van het onderzoek met de twee verschillende soorten trilplaten en de zware sloophamer zijn het rekenkundig gemiddelde (AM), de mediaan en de spreiding weergegeven van de PAS-metingen (de blootstelling aan kristallijn kwarts (silica)) en de resultaten van de continue registratie van stof in ademzone (dataram). Verder is aangegeven of de verschillen tussen de experimenten waarbij de verneveling wel ( nat ) of niet ingeschakeld is ( droog ) statistisch significant zijn. Voor de metingen verricht bij de werkzaamheden met de lichte sloophamer zijn de afzonderlijke meetwaarden weergegeven omdat slechts twee meetwaarden per situatie beschikbaar zijn. 20

23 Tabel 3.7 Overzicht resultaten lichte trilplaat (n=8: droog: n=4; nat: n=4, AM= rekenkundig gemiddelde, SD=standaarddeviatie) 0,468±0,161 a 0,055±0,074 a Blootstelling Silica (mg/m 3 ) DataRam (mg/m 3 ) droog nat 1 droog nat AM ± SD 11,1±2,3 b 1,4±0,07 b GM (GSD) 1 0,031 (3,1) Mediaan 0,464 0,018 10,6 1,3 Spreiding 0,154-0,790 0,018-0,168 5,9-17,1 1,3-1,5 Monsters < LOD (n) a b Gezien het feit dat de silicabepaling bij 3 van de 4 metingen < LOD was, is voor deze metingen bij de berekening van het gemiddelde uitgegaan van de waarde ½ LOQ (in dit geval ca. 0,0175 mg/m 3 ). Het is correcter om bij zo n scheve verdeling het geometrisch gemiddelde (GM) en de geometrische standaarddeviatie (GSD)te berekenen significant (p=0,044) significant (p=0,0125) De correlatiecoëfficiënt (r P ) tussen beide blootstellingsparameters bedraagt 0,86. Tabel 3.8 Overzicht resultaten zware trilplaat (n=8: droog: n=4;nat: n=4, AM= rekenkundig gemiddelde, SD=standaarddeviatie) Blootstelling Silica (mg/m 3 ) DataRam (mg/m 3 ) droog nat droog nat AM ± SD 0,217±0,068 a 0,172±0,039 a 7,8±0,64 b 3,4±0,93 b Mediaan 0,181 0,178 7,4 3,2 Spreiding 0,110-0,400 0,086-0,246 6,4-9,0 1,7-5,4 Monsters < LOD (n) a b niet significant ( p=0,29) significant (p=0,007) De correlatiecoëfficiënt (r P ) tussen beide blootstellingsparameters bedraagt 0,53. De gemiddelde blootstelling aan kristallijn kwarts (silica) tijdens het verdichten van grond met behulp van de lichte trilplaat (0,468 mg/m 3, tabel 3.7) is significant hoger dan tijdens het gebruik van de zware trilplaat (0,217 mg/m 3, tabel 3.8). De gemiddelde blootstelling scheelt ongeveer een factor twee. Ook de andere blootstellingsparameter ( dataram ) geeft een dergelijk beeld. 21

24 De gemiddelde silicablootstelling tijdens de werkzaamheden met de lichte trilplaat (tabel 3.7) kon door inschakeling van de verneveling teruggebracht worden tot onder de MAC-waarde voor kristallijn kwarts (0,075 mg/m 3 ); drie van de vier monsters leverden gemiddelde concentraties op van 0,018 mg/m 3 (d.w.z. de helft van de kwantificeringsgrens). Bij de experimenten met de zware trilplaat (tabel 3.8 ) is zowel bij werkzaamheden met als zonder verneveling de gemiddelde concentratie kristallijn kwarts groter dan de MAC-waarde. Geen enkele meetwaarde lag onder de MAC-waarde. De gemiddelde concentratie kristallijn kwarts bij werkzaamheden met verneveling was maar een fractie lager dan bij de werkzaamheden zonder verneveling. Slechts voor de resultaten van de stofmetingen met de dataram kon een significant verschil tussen werkzaamheden met en zonder verneveling worden geconstateerd. De correlatie tussen de beide blootstellingsparameters loopt uiteen van matig (0,53) bij de zware trilplaat tot goed bij de lichte trilplaat (0,86). De werkzaamheden met een lichte sloophamer, in dit geval het slopen van wand- en vloertegels in een beperkte ruimte, laten beide blootstellingsparameters hoge waarden zien (tabel 3.9). De silicablootstelling ligt vele malen boven de MAC-waarde, ook de dataram-waarden zijn zeer hoog. De hoogste waarden worden gevonden bij het slopen van wandtegels, bij het slopen van vloertegels liggen de waarden iets lager. Gezien de verschillende aard van deze werkzaamheden, de andere positie van de werker t.o.v. het aanslagpunt van de hamer en het feit dat de hamer eigenlijk ongeschikt (te licht) is voor dit soort werkzaamheden, worden de blootstellingswaarden voor deze werkzaamheden afzonderlijk beschouwd. Bij werkzaamheden met ingeschakelde verneveling daalt de silica-blootstelling in drie van de vier gevallen wel aanzienlijk maar de resulterende blootstelling was nog in drie van de vier gevallen ruim boven de MAC-waarde. De correlatie tussen de blootstellingsparameters is hoog (r P =0,81), zeker gezien het gering aantal waarnemingen. 22

25 Tabel 3.9 Overzicht blootstellingsmetingen lichte sloophamer Meting Silica (mg/m 3 ) DataRam (mg/m 3 ) droog nat droog nat pers 1 wandtegels 1,748 0,208 * 53,3 39 pers 2 wandtegels 1,507 0,258 * 87,6 14,6 pers 1 vloertegels 0,115 * 0,037 14,3 1,5 pers 2 vloertegels 0, ,669 21,6 15,8 Monsters < LOD (n) * Tijdens de werkzaamheden ging de sloophamer kapot. De gemiddelde concentratie is gebaseerd op de feitelijke inschakelduur. Ook bij werkzaamheden met de zware sloophamer zijn hoge blootstellingswaarden waargenomen (tabel 3.10). Ook hier laat het slopen met inschakeling van de verneveling een aanzienlijke reductie van de blootstelling zien, maar de gemiddelde concentratie kristallijn kwarts blijft boven de MAC-waarde liggen. Omdat bij deze experimenten voldoende datasets van droge en natte werkzaamheden per persoon verzameld konden worden zijn de verschillen ook getoetst met de t-test voor gepaarde waarnemingen. De verschillen tussen nat en droog waren voor de beide blootstellingsparameters significant. De correlatie tussen de blootstellingsparameters is matig (r P =0,67). Tabel 3.10 Overzicht resultaten zware sloophamer (n=12: droog: n=6; nat: n=6, AM=rekenkundig gemiddelde, SD=standaarddeviatie) Blootstelling Silica (mg/m 3 ) DataRam (mg/m 3 ) droog nat droog nat AM ± SD 0,471±0,09 a 0,170± 0,05 a 7,3 ± 2,31 b 1,1± 0,18 b Mediaan 0,564 0,135 4,6 1,2 Spreiding 0,080-0,660 0,016-0,359 3,9-18,5 0,5-1,5 Monsters < LOD (n) a significant: t-test (p=0,010); significant: paired t-test (p=0,003) b significant: t-test (p=0,022); significant: paired t-test (p=0,020) 23

26 3.5. Reductiefactoren Tabel 3.11 geeft een overzicht van de reductiefactoren van verneveling berekend op rekenkundig gemiddelde (AM) van respectievelijk de silica-blootstelling en de stofblootstelling blootstelling bepaald m.b.v. de DataRam (zonder en met verneveling). Tabel 3.11 Overzicht van berekende reductiefactoren voor verneveling Type Gewicht/ Vermogen Reductie op basis van silica blootstelling Reductie op basis van stof blootstelling (DataRam) factor percentage factor percentage Trilplaat Licht 8,5 88 7,9 87 Zwaar ,3 56 Sloophamer Licht 2 7,1 86 3,7 73 Zwaar 2,8 64 6, Aangezien geen significant verschil in blootstelling tussen de werkzaamheden uitgevoerd met en zonder verneveling werd waargenomen kan geen reductiefactor worden berekend. 2 Bepaald bij verwijdering van wandtegels De grootste reductie (grootste factor en hoogste percentage gebaseerd op de blootstelling aan kristallijn silica) wordt bereikt bij de lichte trilplaat en de lichte sloophamer (ca. 87%, tabel 3.11). Zowel bij de zware sloophamer als de zware trilplaat is de reductie geringer, bij de zware trilplaat is de reductie niet significant. Het beeld van de blootstellingsreductie gebaseerd op de dataram gegevens (stofblootstelling) verschilt van dat voor de beoordeling op basis van blootstelling aan kristallijn kwarts. Hier laat de verneveling bij de zware sloophamer een grotere reductie van de blootstelling zien dan bij de lichte sloophamer. Hierbij dient te worden aangetekend dat de reductiefactor voor persoon 1 berekend op basis van de dataram-gegevens (1,4) bij zeer hoge stofconcentraties was, waarbij de betrouwbaarheid van de dataram-resultaten relatief gering is (zie 4. 2). 24

27 4. DISCUSSIE 4.1. Vergelijkbaarheid experimentele omstandigheden Bij een interventie studie, waarbij het effect van een interventie wordt beoordeeld op basis van het vergelijken van een toetsingsparameter, is het van groot belang dat de overige omstandigheden (nagenoeg) overeenkomen. In het onderhavige geval wordt het effect van verneveling beoordeeld aan de hand van de blootstelling aan o.m. kristallijn kwarts bij verschillende soorten werkzaamheden met verschillende gereedschappen. Het soort werk, soort werkstuk dat behandeld wordt, gereedschap e.d., dienen in beide te bemeten situaties overeen te komen evenals de omstandigheden waaronder het werk verricht wordt. Bij het gebruik van handgereedschappen kan de individuele werkmethode ook van invloed zijn op de blootstelling, zodat idealiter ook de persoon in beide situaties dezelfde is. De soort werkzaamheid was voor alle deelonderzoeken in de situatie vóór en na de interventie overeenkomend. Het verdichten van de grond gebeurde met het zelfde zandmateriaal en de te verdichten oppervlakte zand kwam overeen. Ook bij het slopen van het stuk beton met de zware sloophamer waren materiaal, en ruimte overeenkomend voor beide meetsituaties. Bij het onderzoek met de lichte sloophamer kon door het aard van het werk niet exact dezelfde omstandigheden worden gecreëerd. De te slopen tegelsoort en de oppervlakte daarvan, en de afmetingen en ligging (oriëntatie) van de ruimte waarin dit gebeurde waren niet exact dezelfde, maar waren wel vergelijkbaar. Alleen de ondergrond (bij het verwijderen van vloertegels) zou duidelijk anders geweest kunnen zijn (in ieder geval wat betreft hardheid en mogelijk ook wat betreft samenstelling), hetgeen een invloed gehad zou kunnen hebben op de, voor de sloopwerkzaamheden, benodigde hoeveelheid tijd en de (silica) blootstelling. De omgevingscondities (o.a. temperatuur en (lucht)vochtigheid) tijdens het trilplatenonderzoek liepen wat uiteen. Aangezien het onderzoek met de zware trilplaat over vier dagen in een periode van ca. 2 weken) verspreid was, is de invloed van andere omgevingsomstandigheden op de blootstelling mogelijk het grootst. De variatie in gemiddelde relatieve luchtvochtigheid tussen de meetdagen was echter relatief beperkt (20%) terwijl de gemiddelde temperatuur maximaal 10 o C uiteenliep. Deze laatste parameter wordt van zeer geringe invloed op de blootstelling geacht. Het vochtgehalte van het zand is naar inschatting een veel belangrijkere parameter. Voor zover kan worden beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens over het vochtgehalte is weliswaar sprake van een verschil in aanvangs- en eindwaarde van het vochtgehalte van het zand, maar is het verschil in eindwaarde maximaal 0,4 % hetgeen ten opzichte van de toename ten gevolge van de verneveling (ca. 0,9 tot 1,2 %) relatief beperkt is. 25

28 Temperatuur en luchtvochtigheid lag op beide (aansluitende) meetdagen van het onderzoek met de zware sloophamer zeer dicht bij elkaar. Het onderzoek bij de lichte sloophamers strekte zich over een periode van 4 weken uit. Het temperatuur verschil op de vier meetdagen was zeer beperkt (ca. 4 o C), het verschil in gemiddelde luchtvochtigheid tussen de meetdagen bedroeg maximaal 15%, hetgeen relatief klein is. De mogelijke variatie van de natuurlijke ventilatie in de badkamers t.g.v. het openen van het badkamerraampje ca. 30 min na aanvang van de werkzaamheden, wordt gering geacht, omdat zowel de windsnelheid als de windrichting op de verschillende meetdagen nagenoeg overeenkwamen. In combinatie met de zelfde oriëntatie van het raampje wordt aangenomen dat derhalve het ventilatievoud van de ruimtes weinig zal verschillen. In het trilplatenonderzoek zijn door de uitgelopen doorlooptijd van het onderzoek uiteindelijk 4 personen betrokken, waarbij het aantal binnen persoons waarnemingen met en zonder verneveling bij de lichte trilplaat 4 en bij de zware trilplaat 2 bedroeg. De invloed van de persoon op de blootstelling door een mogelijke andere werkwijze wordt echter bij dergelijke apparatuur bijzonder gering geacht. Het onderzoek met de zware sloophamer kon worden uitgevoerd met drie proefpersonen die ieder tweemaal in beide situaties zijn bemeten. Om zeker te zijn van detecteerbare hoeveelheden kristallijn kwarts is het blootstellingsonderzoek bij de (sloop)werkzaamheden met de lichte sloophamer uitgevoerd bij volledige sloop van de wandtegels van een gehele badkamer, waardoor 4 situaties (2 zonder en 2 met verneveling) zijn bemeten. De werkzaamheden zijn door 2 (dezelfde) personen uitgevoerd. Gesteld kan worden dat de werk- en omgevingsomstandigheden in alle deelonderzoeken tijdens de werkzaamheden vóór en na de interventie in voldoende mate overeenstemden om het effect van de interventie op basis van blootstellingsgegevens na te gaan Blootstellingsparameters Hoewel een tweetal blootstellingsparameters zijn bepaald, is er bij de opzet van dit onderzoek van uitgegaan dat de beoordeling van het effect van verneveling in eerste instantie geschiedt op basis van de blootstelling aan kristallijn kwarts, aangezien dit de meest risicovolle soort blootstelling is. In zijn algemeenheid blijkt de blootstelling aan kristallijn kwarts (bepaald uit de respirabele fractie) redelijk goed samen te hangen met stofblootstelling gemeten met behulp van de direct registrerende apparatuur ( dataram ), die ook grotere deeltjes dan de respirabele fractie meet, waarbij het afkappunt van de grotere deeltjes niet geheel duidelijk is (Willeke en Baron, 1993). Over het totaal van de 4 deelonderzoeken is de correlatiecoëfficiënt (r P = 0,78, n=34). De gevonden correlatie is lager dan gevonden is tussen dataram gegevens en blootstelling aan inhaleerbaar stof gerapporteerd door Taylor en Reynolds (2001). De auteurs vonden een correlatie van r P = 0,95 tussen beide meetmethoden bij blootstelling aan organisch stof in varkensstallen. Aangezien in het 26

29 onderhavig onderzoek vrij hoge stofblootstellingen (bepaald met de dataram ) voorkwamen zal het aandeel niet-respirabel stof ook groot zijn en zal de vergelijking van de resultaten van een meetmethoden met een scherp vastgestelde afvangstkarakteristiek (cycloon) met een meetmethode die minder goed gedefinieerd grotere deeltjes afvangt ook veel variatie geven. Daarnaast wordt er in het onderhavige onderzoek een specifieke component (kristallijn kwarts) met niet-gespecificeerd stof vergeleken. Indien het silica niet gelijkmatig aan grotere en kleine deeltjes gebonden zou zijn, mag een lagere correlatie ook worden verwacht. Gelet op voorgaande, is de gevonden mate van correlatie echter dusdanig hoog dat geconcludeerd mag worden dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat het kristallijn kwarts zich niet in ongeveer gelijke verhouding in het respirabele en het niet-repirabele stof bevindt. Overigens liggen de absolute waarden van de meetresultaten verkregen met deze twee meetmethoden ver uit elkaar. Wanneer de voor het percentage kristallijn kwarts gecorrigeerde dataram-resultaten worden vergeleken met de chemisch- analytische bepaalde kwartsblootstelling, is de gemiddeld gecorrigeerde dataram-blootstelling een factor 10 hoger. Bij de werkzaamheden met de lichte sloophamer en de beide trilplaten was het verschil een factor 10,2 (± 7,8), respectievelijk 11,3 (± 7,9). Bij de werkzaamheden met de zware sloophamer was het verschil kleiner (2,6 ± 2,2), een verklaring voor dit verschil met de andere twee blootstelling scenario s is niet voorhanden. De nauwkeurigheid van de dataram gegevens kan hierbij overigens ook een rol spelen. Calibratiecurven voor direct registrerende apparatuur op basis van lichtverstrooing, zoals de DataRam, worden verkregen op basis van een calibratie met spherische deeltjes met een homogene deeltjesgrootteverdeling. In de praktijk hebben deeltjes onregelmatige vormen en is de deeltjesgrootteverdeling inhomogeen (Willeke en Baron, 1993). Dit beperkt de nauwkeurigheid van dit type instrumenten omdat het aantal gedetecteerde deeltjes wordt uitgedrukt in massa per volume. In situaties van zeer hoge concentraties (> 100 mg/m 3 ) of bij zeer lage concentraties s (<0,1 mg/m 3 ) geeft het apparaat onrealistische meetwaarden tengevolge van respectievelijk effecten als scattering en strooilicht. Tsai, e.a. (1996) toonden aan dat de DataRam het totaal stof over- of onderschat in situaties waarbij de concentratie aan kolen- of silica-stof groter is dan 6 mg/m 3. De gevonden verschillen in onderhavig onderzoek geven wel aan dat de gehanteerde correctie (vermenigvuldigen van de dataram resultaten met het percentage kristallijn kwarts) geen goede schatter is van de feitelijke blootstelling aan kristallijn kwarts Niveaus van blootstelling In nagenoeg overeenkomende omstandigheden (omgeving, uitgangsmateriaal) bij het verdichten van grond resulteerde het gebruik van de lichte trilplaat in een aanzienlijk hogere blootstelling in vergelijking tot de zware trilplaat, zowel wat betreft de blootstelling aan kristallijn kwarts als de blootstelling aan stof (dataram). Zeer waarschijnlijk speelt ook de hogere slagfrequentie (en dus een hogere frequentie van 27

Beheersmaatregelen bij handgereedschap in de bouw

Beheersmaatregelen bij handgereedschap in de bouw Beheersmaatregelen bij handgereedschap in de bouw Kan het zonder ademhalingsbescherming? 19 maart 2015 Remko Houba, Chantal van Hengstum & Ingrid Oirbons Mechanische bewerkingen van bouwmaterialen Boren

Nadere informatie

DieselMotorEmissie. Marc Lurvink, Arbeidshygiënist RAH. In samenwerking met. rps.nl 1

DieselMotorEmissie. Marc Lurvink, Arbeidshygiënist RAH. In samenwerking met. rps.nl 1 DieselMotorEmissie een vergelijk van analysemethoden RPS Advies In samenwerking met TNO Bouw en Ondergrond Marc Lurvink, Arbeidshygiënist RAH Marc Houtzager rps.nl 1 Inhoud 1. Inleiding 2. Doel 3. DME

Nadere informatie

LUISTER NAAR. DE RISICO S van PRAKTISCHE OPLOSSINGEN. Een initiatief van:

LUISTER NAAR. DE RISICO S van PRAKTISCHE OPLOSSINGEN. Een initiatief van: LUISTER NAAR JE LONGEN DE RISICO S van werken met FIJNSTOF en KWARTSSTOF PRAKTISCHE OPLOSSINGEN Een initiatief van: Wat is kwartsstof Siliciumdioxide, of kwarts, bestaat uit de chemische elementen silicium

Nadere informatie

Kwartsstof in de bouwnijverheid: blootstelling, preventie, begeleiding. Brussel, 26 januari 2010. Ton Spee, Arbouw, Harderwijk

Kwartsstof in de bouwnijverheid: blootstelling, preventie, begeleiding. Brussel, 26 januari 2010. Ton Spee, Arbouw, Harderwijk Kwartsstof in de bouwnijverheid Kwartsstof in de bouwnijverheid: blootstelling, preventie, begeleiding Brussel, 26 januari 2010 Ton Spee, Arbouw, Harderwijk Klachten over stof Risico (blootstellingsonderzoek)

Nadere informatie

Endotoxinenblootstelling bij werknemers van rioolwaterzuiveringsinstallaties

Endotoxinenblootstelling bij werknemers van rioolwaterzuiveringsinstallaties Endotoxinenblootstelling bij werknemers van rioolwaterzuiveringsinstallaties Suzanne Spaan Lidwien Smit Maaike Visser Huib Arts (ArboProfit) Inge Wouters Dick Heederik Institute for Risk Assessment Sciences

Nadere informatie

Kwartsstof in de bouwnijverheid. Ontwikkeling en uitvoering van interventie-onderzoek

Kwartsstof in de bouwnijverheid. Ontwikkeling en uitvoering van interventie-onderzoek Kwartsstof in de bouwnijverheid Ontwikkeling en uitvoering van interventie-onderzoek 2 Inhoud van de presentatie Introductie Inhoud interventiestudie Beschrijving baselinemeting Methode Resultaten Voorlopige

Nadere informatie

BLOOTSTELLING AAN (KWARTS)STOF BIJ HET ZAGEN VAN KERAMISCHE DAKPANNEN EN LEISTEEN

BLOOTSTELLING AAN (KWARTS)STOF BIJ HET ZAGEN VAN KERAMISCHE DAKPANNEN EN LEISTEEN BLOOTSTELLING AAN (KWARTS)STOF BIJ HET ZAGEN VAN KERAMISCHE DAKPANNEN EN LEISTEEN Auteurs: ir. Con Boeckhout R.A.H., Tauw ing. Niels Leerling, Tauw Thorsten Render, Tauw dr. Ton Spee, Arbouw Bestelcode:

Nadere informatie

Stofvrij voegen uithakken met waterverneveling

Stofvrij voegen uithakken met waterverneveling Stofvrij voegen uithakken met waterverneveling 1. Risico s Steenachtige materialen bevatten een hoog gehalte aan kwarts. Kwarts is een vorm van siliciumdioxide (SiO 2 ) en is één van de meest voorkomende

Nadere informatie

BOSCH STOFZUIGER GAS 35 M AFC IN COMBINATIE MET 125 MM HAAKSE SLIJPER EN TNO/DUSTTOOL AFZUIGKAP

BOSCH STOFZUIGER GAS 35 M AFC IN COMBINATIE MET 125 MM HAAKSE SLIJPER EN TNO/DUSTTOOL AFZUIGKAP Samenvatting van onderzoek Prestatietoets Van Mourik Broekmanweg 6 Postbus 49 2600 AA Delft STOFVRIJWERKEN.TNO.NL F 088 86 63023 T 088 86 63410 Het kwaliteitssysteem van TNO is gecertificeerd overeenkomstig

Nadere informatie

resultaten van werkplekmetingen uitgevoerd in het NANOSH project

resultaten van werkplekmetingen uitgevoerd in het NANOSH project Blootstelling aan nanodeeltjes: resultaten van werkplekmetingen uitgevoerd in het NANOSH project NVvA symposium, 25 maart Birgit van Duuren-Stuurman Inhoud Inleiding Waarom onderzoek? NANOSH project Waarom

Nadere informatie

Doe de kwartsstof test! Hoe stoffig ben jij? Kwartsstof te lijf. Lees de folder goed en bescherm jezelf en je collega s! Informatie voor de werknemer

Doe de kwartsstof test! Hoe stoffig ben jij? Kwartsstof te lijf. Lees de folder goed en bescherm jezelf en je collega s! Informatie voor de werknemer Kwartsstof te lijf Doe de kwartsstof test! Hoe stoffig ben jij? Lees de folder goed en bescherm jezelf en je collega s! Informatie voor de werknemer Kwartsstof te lijf! Bijna iedereen in de bouw heeft

Nadere informatie

Resultaat Initieel onderzoek Luchtkwaliteit KunstKring Ruurlo

Resultaat Initieel onderzoek Luchtkwaliteit KunstKring Ruurlo Resultaat Initieel onderzoek Luchtkwaliteit KunstKring Ruurlo Steenwijk, 8 maart 2016 Inleiding Aanleiding van het onderzoek Naar aanleiding van vragen en zorgen van een aantal deelnemers en vrijwilligers

Nadere informatie

Validatie onderzoek. 22 december 2009. ir. R.T.H. van de Laar arbeidshygiënist S.A.H.

Validatie onderzoek. 22 december 2009. ir. R.T.H. van de Laar arbeidshygiënist S.A.H. Validatie onderzoek Blootstellingsmetingen bij het vullen van IBC s Ter validering van het model Veilig verladen van vloeistoffen in het tanktransport 22 december 2009 ir. R.T.H. van de Laar arbeidshygiënist

Nadere informatie

Ervaringen met bescherming tegen kwartsstof in Nederland

Ervaringen met bescherming tegen kwartsstof in Nederland Ervaringen met bescherming tegen kwartsstof in Nederland Seminarie NAVB CNAC Brussel 8-11-2011 Jan Warning, Arbouw Inhoud 1. Arbouw 2. Kwartsstof in de bouw in Nederland 3. Gezondheidkundige begeleiding

Nadere informatie

Kwartsstof te lijf. Lees de folder goed en bescherm uw werknemers! Informatie voor de werkgever

Kwartsstof te lijf. Lees de folder goed en bescherm uw werknemers! Informatie voor de werkgever Kwartsstof te lijf Lees de folder goed en bescherm uw werknemers! Informatie voor de werkgever Kwartsstof te lijf! Bijna iedereen in de bouw heeft te maken met stof. Bij bouwwerkzaamheden komt nu eenmaal

Nadere informatie

VERVOLG WERKEN MET KWARTSSTOF ARBOCATALOGUS MAATREGELEN OM BLOOTSTELLING

VERVOLG WERKEN MET KWARTSSTOF ARBOCATALOGUS MAATREGELEN OM BLOOTSTELLING MAATREGELEN OM BLOOTSTELLING AAN KWARTSSTOF TE VOORKOMEN OF TE BEPERKEN Allereerst moet bekeken worden of ander materiaal of een andere werkmethode mogelijk is. Als dat niet kan is het belangrijk om zoveel

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Zware metalen en Hg. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de monsterneming van de totale emissie van

Zware metalen en Hg. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de monsterneming van de totale emissie van Code van goede meetpraktijk van de VKL Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet- en regelgeving, een concrete bijdrage

Nadere informatie

Vocht. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de meting van vocht binnen de VKL.

Vocht. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de meting van vocht binnen de VKL. Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet- en regelgeving, een concrete bijdrage te leveren aan het waarborgen, ontwikkelen,

Nadere informatie

Minimum bepaalbaarheidsgrens

Minimum bepaalbaarheidsgrens Stofnaam Type methode Te onderzoeken in Minimum bepaalbaarheidsgrens Vocht Gravimetrisch Mengvoeders uitgezonderd mineralenmengsels; diervoedergrondstoffen en enkelvoudige diervoeders uitgezonderd minerale

Nadere informatie

Self Assessment in de Schoenherstelsector. Het zelf meten van blootstelling aan oplosmiddelen. Notitie

Self Assessment in de Schoenherstelsector. Het zelf meten van blootstelling aan oplosmiddelen. Notitie Notitie Aan De Schoenherstelbranche Auteurs Selma Hertsenberg Marc Lurvink Dick Brouwer Maikel van Niftrik Erik Tielemans Onderwerp Rapportage onderzoek naar "Self Assessment" en blootstelling aan oplosmiddelen

Nadere informatie

ECEL. Wouter Fransman

ECEL. Wouter Fransman Exposure Control Efficacy Library ECEL Wouter Fransman Achtergrond Veel onderzoek naar effectiviteit van beheersmaatregelen, maar resultaten niet eenduidig Beheersmaatregelen (Risk Management Measures

Nadere informatie

Kooldioxide CO 2. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de vaststelling van kooldioxide in de emissies

Kooldioxide CO 2. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de vaststelling van kooldioxide in de emissies Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet- en regelgeving, een concrete bijdrage te leveren aan het waarborgen, ontwikkelen,

Nadere informatie

Kwartstof in de lucht (mg/m2) Tot ca. 15 (= 200 x teveel!)

Kwartstof in de lucht (mg/m2) Tot ca. 15 (= 200 x teveel!) Stof in de bouw Iedereen die in de bouw werkt komt in aanraking met stof. Op iedere bouwplaats is stof aanwezig, want het komt vrij bij allerlei bewerkingen. Van iedere twee bouwvakkers heeft er een last

Nadere informatie

ToolboxKwartsstof. voor gezond en veilig werken

ToolboxKwartsstof. voor gezond en veilig werken ToolboxKwartsstof Inhoud toolbox Kwartsstof Wat is stof? Wat gebeurt er als je teveel stof inademt? Wat is teveel? Wat kun je hiertegen doen? 2 Wat is stof? Alle deeltjes die in de lucht rondzweven Stof

Nadere informatie

Extreem veilig Het product Our product Voordeel Advantage Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock

Extreem veilig Het product Our product Voordeel Advantage Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Bajolock Extreem veilig Het product Alle koppeling zijn speciaal ontworpen en vervaardigd uit hoogwaardig RVS 316L en uitgevoerd met hoogwaardige pakkingen. Op alle koppelingen zorgt het gepatenteerde veiligheid

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

met TE-YD 28/59 holle boor en VC 20-U-Y stofzuiger

met TE-YD 28/59 holle boor en VC 20-U-Y stofzuiger Samenvatting van onderzoek Prestatietoets Van Mourik Broekmanweg 6 Postbus 49 2600 AA Delft STOFVRIJWERKEN.TNO.NL F 088 86 63023 T 088 86 63410 Het kwaliteitssysteem van TNO is gecertificeerd overeenkomstig

Nadere informatie

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren.

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren. 1 Meten en verwerken 1.1 Meten Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren. Grootheden/eenheden Een

Nadere informatie

Productinformatie uitgebreid. Dynamisch Meten Impactenergie

Productinformatie uitgebreid. Dynamisch Meten Impactenergie Het meten van impactenergie (uitgedrukt in kn en tijd) ten behoeve van slagverdichters (Marshallhamer, proctorhamer, terugslaghamer beton, en elke andere toepassing of apparaat waarvan de energieafgifte

Nadere informatie

Lees de folder goed en bescherm jezelf en je collega s! Voor werknemers Werk veilig. Kwartsstof te lijf! Doe de kwartsstof test.

Lees de folder goed en bescherm jezelf en je collega s! Voor werknemers Werk veilig. Kwartsstof te lijf! Doe de kwartsstof test. Lees de folder goed en bescherm jezelf en je collega s! Voor werknemers Werk veilig. Kwartsstof te lijf! Doe de kwartsstof test. Kwartsstof te lijf! BIJNA IEDEREEN IN DE BOUW HEEFT TE MAKEN MET STOF. BIJ

Nadere informatie

liniled Cast Joint liniled Gietmof liniled Castjoint

liniled Cast Joint liniled Gietmof liniled Castjoint liniled Cast Joint liniled Gietmof liniled is een hoogwaardige, flexibele LED strip. Deze flexibiliteit zorgt voor een zeer brede toepasbaarheid. liniled kan zowel binnen als buiten in functionele en decoratieve

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

C.V.I. 5.3 Het meten van relatieve vochtigheid 5.3 HET METEN VAN RELATIEVE VOCHTIGHEID

C.V.I. 5.3 Het meten van relatieve vochtigheid 5.3 HET METEN VAN RELATIEVE VOCHTIGHEID 5 METHODEN VAN ONDERZOEK 5.3 HET METEN VAN RELATIEVE VOCHTIGHEID Auteur: T. van Daal 1987 Bij de conversie naar een elektronisch beschikbaar document zijn er kleine tekstuele en inhoudelijke wijzigingen

Nadere informatie

Kristallijn respirabel kwartsstof in de bouw

Kristallijn respirabel kwartsstof in de bouw Kristallijn respirabel kwartsstof in de bouw Unica Installatietechniek B.V. Columbusstraat 8 7225 VR EMMEN Tel. 0591-571111 Fax 0591-571110 Inleiding: Kristallijn respirabel kwartsstof. Heb ik daar iets

Nadere informatie

HANDLEIDING - ACTIEVE MOTORKRAAN

HANDLEIDING - ACTIEVE MOTORKRAAN M A N U A L HANDLEIDING - ACTIEVE MOTORKRAAN MANUAL - ACTIVE MOTOR VALVE Model E710877 E710878 E710856 E710972 E710973 www.tasseron.nl Inhoud / Content NEDERLANDS Hoofdstuk Pagina NL 1 ALGEMEEN 2 NL 1.1

Nadere informatie

PERSLUCHTGEREEDSCHAP VOOR BOUW EN INDUSTRIE

PERSLUCHTGEREEDSCHAP VOOR BOUW EN INDUSTRIE PERSLUCHTGEREEDSCHAP VOOR BOUW EN INDUSTRIE VOEGENHAMERS Spytze MP1 - Compacte lichtgewicht hamer - Gewicht slechts 1,4 kg. - Zeer snelle slag - Ideaal voor lichte hakwerkzaamheden. Spytze MD16 - Directe

Nadere informatie

Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen

Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen Ing. D. Bos en Dr. Ir. A. Veerman Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector AGV PPO 5154708 2003 Wageningen,

Nadere informatie

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling RIVM/DCMR, december 2013 Roet is een aanvullende maat om de gezondheidseffecten weer te geven van

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie Systeem Bemal A+

Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie Systeem Bemal A+ Datum: 2012-06-05 Auteur: Schiedel-Bemal / MS Versie 4 Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie Systeem Bemal A+ p1/11 Inhoudsopgave: 1) Systeem... 3 2) Reductiefactor... 3 3) Invloed op het E-peil... 4 4)

Nadere informatie

Bepaling van de elektrische geleidbaarheid

Bepaling van de elektrische geleidbaarheid Bepaling van de elektrische geleidbaarheid april 2006 Pagina 1 van 8 WAC/III/A/004 INHOUD 1 TOEPASSINGSGEBIED... 3 2 DEFINITIES... 3 2.1 SPECIFIEKE GELEIDBAARHEID, ELEKTRISCHE GELEIDBAARHEID (γ)... 3 2.2

Nadere informatie

CONSTRUCTION 2013-3. DUStCO. Dustcollectors

CONSTRUCTION 2013-3. DUStCO. Dustcollectors CONSTRUCTION 2013-3 Bull duster TM DUStCO Dustcollectors DUStCO Dustcollectors 90% TOT STOF- IE T C U D RE Dustco Benelux BV uit Vorden heeft zich in de afgelopen jaren volledig gespecialiseerd in het

Nadere informatie

Klimaatverandering & schadelast. April 2015

Klimaatverandering & schadelast. April 2015 Klimaatverandering & schadelast April 2015 Samenvatting Het Centrum voor Verzekeringsstatistiek, onderdeel van het Verbond, heeft berekend in hoeverre de klimaatscenario s van het KNMI (2014) voor klimaatverandering

Nadere informatie

ANORGANISCHE ANALYSEMETHODEN/WATER GELEIDBAARHEID

ANORGANISCHE ANALYSEMETHODEN/WATER GELEIDBAARHEID 1 TOEPASSINGSGEBIED GELEIDBAARHEID Deze procedure beschrijft de bepaling van de elektrische geleidbaarheid in water (bijvoorbeeld grondwater, eluaten, ). De beschreven methode is bruikbaar voor alle types

Nadere informatie

Humane blootstelling aan vluchtige. IVAM UvA B.V. Universiteit van Amsterdam

Humane blootstelling aan vluchtige. IVAM UvA B.V. Universiteit van Amsterdam Humane blootstelling aan vluchtige componenten uit een consumentenproduct Ralf Cornelissen IVAM UvA B.V. Universiteit van Amsterdam Indeling presentatie Achtergrond Doel van het onderzoek Selectie van

Nadere informatie

Veilig werken met schadelijke chemische producten. Kwartsstof: stofvrij werken. 5 september 2015, Dag van de Preventiemedewerker

Veilig werken met schadelijke chemische producten. Kwartsstof: stofvrij werken. 5 september 2015, Dag van de Preventiemedewerker Kwartsstof: stofvrij werken Veilig werken met schadelijke chemische producten 5 september 2015, Dag van de Preventiemedewerker Evelyn Tjoe Nij, arbeidshygiënist 1 Onderwerpen kwartsstof stofvrij werken

Nadere informatie

Mac-Solar Stralingsmeter (SLM18c-2) met geïntegreerde sensor, energierendement van zonne-installaties

Mac-Solar Stralingsmeter (SLM18c-2) met geïntegreerde sensor, energierendement van zonne-installaties Mac-Solar Stralingsmeter (SLM18c-2) met geïntegreerde sensor, energierendement van zonne-installaties De zonnestralingsmeter Mac-Solar is een ideaal, handmatig apparaat voor zonneingenieurs, architecten

Nadere informatie

HardheidsTester HLJ - 2100. Art. Nr. 906.804. Gebruiksaanwijzing

HardheidsTester HLJ - 2100. Art. Nr. 906.804. Gebruiksaanwijzing HardheidsTester HLJ - 2100 Art. Nr. 906.804 Gebruiksaanwijzing Lees alle instructies in deze handleiding voor gebruik aandachtig door en volg ze nauwkeurig op. Bewaar deze handleiding voor eventuele raadpleging.

Nadere informatie

Samenvatting. Het gebruik van ultrafiltratie (UF) membranen als oppervlakte water zuiveringstechnologie

Samenvatting. Het gebruik van ultrafiltratie (UF) membranen als oppervlakte water zuiveringstechnologie Samenvatting Het gebruik van ultrafiltratie (UF) membranen als oppervlakte water zuiveringstechnologie is in de laatste vijftien jaar enorm toe genomen. Ultrafiltratie membranen zijn gemakkelijk op te

Nadere informatie

Proefopstelling Tekening van je opstelling en beschrijving van de uitvoering van de proef.

Proefopstelling Tekening van je opstelling en beschrijving van de uitvoering van de proef. Practicum 1: Meetonzekerheid in slingertijd Practicum uitgevoerd door: R.H.M. Willems Hoe nauwkeurig is een meting? Onderzoeksvragen Hoe groot is de slingertijd van een 70 cm lange slinger? Waardoor wordt

Nadere informatie

BIJLAGEN. bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) VAN DE COMMISSIE

BIJLAGEN. bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) VAN DE COMMISSIE EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.5.2015 C(2015) 2874 final ANNEXES 5 to 10 BIJLAGEN bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) VAN DE COMMISSIE houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement

Nadere informatie

Voorburg, 21 januari 197~ Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV

Voorburg, 21 januari 197~ Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV CONSULT aan Rijkswaterstaat MOGELIJKE VERMINDERING VAN HET BENZINEVERBRUIK DOOR DE INSTELLING VAN SNELHEIDSBEPERKINGEN R-7~-3 Voorburg, 21 januari 197~ Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Gassnelheid en volume metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de meting voor gassnelheid en volume

Gassnelheid en volume metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de meting voor gassnelheid en volume Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding CCM Classic Koffer Meetkoffer voor het nauwkeurig bepalen van het vochtpercentage in bouwstoffen volgens de calcium carbid methode. Dryfast Kreekweg 22 NL - 3133 AZ - Vlaardingen

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

Meten is weten als je weet wat je meet

Meten is weten als je weet wat je meet Instrumenten om klimaatparameters te meten Meten is weten als je weet wat je meet Om te begrijpen wat gemeten wordt is het belangrijk een idee te hebben over het meetprincipe waarop het instrument gebaseerd

Nadere informatie

Tentamen Thermodynamica

Tentamen Thermodynamica Tentamen Thermodynamica 4B420 4B421 10 november 2008, 14.00 17.00 uur Dit tentamen bestaat uit 4 opeenvolgend genummerde opgaven. Indien er voor de beantwoording van een bepaalde opgave een tabel nodig

Nadere informatie

Makita BO4565K schuurmachine in combinatie met Makita VC2010L stofzuiger

Makita BO4565K schuurmachine in combinatie met Makita VC2010L stofzuiger TNO Bouw en Ondergrond Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Samenvatting van onderzoek Prestatietoets Van Mourik Broekmanweg 6 Postbus 49 2600 AA Delft tno.nl/kwartsstof

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding CCM Classic Koffer Meetkoffer voor het nauwkeurig bepalen van het vochtpercentage in bouwstoffen volgens de calcium carbid methode. Dryfast Kreekweg 22 NL - 3133 AZ - Vlaardingen

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Exposure Control Efficacy Library (ECEL)

Exposure Control Efficacy Library (ECEL) ary (ECEL) Development and Evaluation 2 Wat is ECEL? MS Access database - brede scala van RMMs - kwantitatieve effectiviteitswaarden - inhalatoire blootstelling aan stoffen Oorspronkelijk ontwikkeld voor

Nadere informatie

3 november 2014. Inleiding

3 november 2014. Inleiding 3 november 2014 Inleiding In 2006 publiceerde het KNMI vier mogelijke scenario s voor toekomstige veranderingen in het klimaat. Het Verbond van Verzekeraars heeft vervolgens doorgerekend wat de verwachte

Nadere informatie

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

BIJLAGE. Bijlage 6. bij. GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE

BIJLAGE. Bijlage 6. bij. GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE EUROPESE COMMISSIE Brussel, 3.5.2013 C(2013) 2458 final BIJLAGE Bijlage 6 bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE houdende aanvulling van Rihtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement

Nadere informatie

Gezonde Ruimtelijke Ordening 25 februari 2009

Gezonde Ruimtelijke Ordening 25 februari 2009 Stedelijk groen en luchtkwaliteit Waarom luchtzuiverend groen in de ruimtelijke planvorming? Gezonde Ruimtelijke Ordening 25 februari 2009 fred@tripleee.nl Het probleem van fijn stof? Stadsgroen en luchtkwaliteit

Nadere informatie

Geluidsmetingen en telgegevens N241. 1 Aanleiding. 2 Meetomstandigheden

Geluidsmetingen en telgegevens N241. 1 Aanleiding. 2 Meetomstandigheden Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Verheeskade 197 Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2521 DD Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuw arden Amsterdam Postbus

Nadere informatie

Bepaling corrosiesnelheid van koperen leidingen voor en na de AquaCell waterontharder. Deel 2: Bepaling corrosiesnelheid na 10, 11 en 12 maanden

Bepaling corrosiesnelheid van koperen leidingen voor en na de AquaCell waterontharder. Deel 2: Bepaling corrosiesnelheid na 10, 11 en 12 maanden TNO-RAPPORT TNO 2012 R10424 Bevesierweg, Gebouw MML (Fort Harssens) -- 1781 CA Den Helder Postbus 505 1780 AM Den Helder www.tno.nl TNO-rapport TNO 2012 R10424 Bepaling corrosiesnelheid van koperen leidingen

Nadere informatie

Makita BHR200SJE combihamer met stofafzuigaccessoire 192176-8 in combinatie met een Makita 447L stofzuiger

Makita BHR200SJE combihamer met stofafzuigaccessoire 192176-8 in combinatie met een Makita 447L stofzuiger TNO Bouw en Ondergrond Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Samenvatting van onderzoek Prestatietoets Van Mourik Broekmanweg 6 Postbus 49 2600 AA Delft tno.nl/kwartsstof

Nadere informatie

Meten van blootstelling aan MNO. NanoNextNL

Meten van blootstelling aan MNO. NanoNextNL Meten van blootstelling aan MNO NanoNextNL NanoNextNL 1. Risk analysis and Technology Assessment 2. Energy 3. Nanomedicine 4. Clean water 5. Food 6. Beyond Moore 7. Nano materials 8. Bio-nano 9. Nano fabrication

Nadere informatie

Wateranalyse. NANOCOLOR Spectrofotometer met geïntegreerde troebelheidcontrole. Maximale meetzekerheid MACHEREY-NAGEL. www.mn-net.

Wateranalyse. NANOCOLOR Spectrofotometer met geïntegreerde troebelheidcontrole. Maximale meetzekerheid MACHEREY-NAGEL. www.mn-net. Wateranalyse NANOCOLOR Spectrofotometer met geïntegreerde troebelheidcontrole Maximale meetzekerheid MACHEREY-NAGEL Automatische troebelheidcontrole Troebelheid een bron van meetfouten in de fotometrie

Nadere informatie

Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen

Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a etmaal: de aaneengesloten periode van 24 uur waarover een etmaalverzamelmonster

Nadere informatie

Rapportage Klimaatonderzoek Gemeentehuis Drimmelen Archiefruimte

Rapportage Klimaatonderzoek Gemeentehuis Drimmelen Archiefruimte Rapportage Klimaatonderzoek Gemeentehuis Drimmelen Archiefruimte Datum: 11-11-2014 Projectnummer: 125003A Versie: 02 Opgesteld door: Klictet Advies bv Postbus 470 5140 AL Waalwijk 0416 66 99 99 0416 33

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Het tablet is om vele redenen een populaire toedieningsvorm van geneesmiddelen. Het gebruikersgemak en het gemak waarmee ze grootschalig kunnen worden geproduceerd zijn slechts twee van de

Nadere informatie

NVvA symposium, 22 maart 2007. Ton Spee. Arbouw, Amsterdam

NVvA symposium, 22 maart 2007. Ton Spee. Arbouw, Amsterdam NVvA symposium, 22 maart 2007 Ton Spee Arbouw, Amsterdam 1 Achtergrond Blootstelling via de luchtwegen: blootstellingsroutes Begrippen Voorbeelden Werking in de praktijk Huidblootstelling Stoffenmanager

Nadere informatie

SC-548. Handleiding Metingen ten behoeve van risicoklasse-indeling als aanvulling op SMA-rt

SC-548. Handleiding Metingen ten behoeve van risicoklasse-indeling als aanvulling op SMA-rt blad 1 van 10 SC-548 Handleiding risicoklasse-indeling als aanvulling op SMA-rt Inhoud 1. INLEIDING... 2 2. METHODE... 3 3. LUCHTMETINGEN... 4 3.1. Richtlijnen... 4 3.1.1. Werkplan... 4 3.1.2. PAS-metingen...

Nadere informatie

Basisinspectiemodule Kwartsstof

Basisinspectiemodule Kwartsstof Basisinspectiemodule Kwartsstof Deze BasisInspectieModule (BIM) is opgesteld aan de hand van de stand van de wetenschap en is geschreven voor intern gebruik door de Inspectie SZW. Verder is de in deze

Nadere informatie

Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen

Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen Aanvullende informatie over luchtkwaliteit en metingen Wat doen gemeenten en GGD Amsterdam op het gebied van luchtkwaliteit? De GGD Amsterdam informeert en adviseert de inwoners en het bestuur van Amsterdam

Nadere informatie

Gasvormige componenten, Absorptie-emissiemetingen naar HCl, HF, NH 3. en SO 2. Periodieke metingen

Gasvormige componenten, Absorptie-emissiemetingen naar HCl, HF, NH 3. en SO 2. Periodieke metingen Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

PIR DC-SWITCH. DC Passive infra-red Detector. Model No. PDS-10 GEBRUIKSAANWIJZING/INSTRUCTION MANUAL

PIR DC-SWITCH. DC Passive infra-red Detector. Model No. PDS-10 GEBRUIKSAANWIJZING/INSTRUCTION MANUAL PIR DC-SWITCH DC Passive infra-red Detector Model No. PDS-10 GEBRUIKSAANWIJZING/INSTRUCTION MANUAL Please read this manual before operating your DETECTOR PIR DC-Switch (PDS-10) De PDS-10 is een beweging

Nadere informatie

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie

Nadere informatie

Contopp Versneller 10 Compound 6

Contopp Versneller 10 Compound 6 DIN EN 13813 Screed material and floor screeds - Screed materials - Properties and requirements Contopp Versneller 10 To e p a s s i n g s g e b i e d e n Contopp Versneller 10 is een pasteuze hulpstof,

Nadere informatie

HET NEMEN, VERPAKKEN EN CONSERVEREN VAN GRONDMONSTERS

HET NEMEN, VERPAKKEN EN CONSERVEREN VAN GRONDMONSTERS 5 10 Protocol 2010 15 HET NEMEN, VERPAKKEN EN CONSERVEREN VAN GRONDMONSTERS 20 25 30 35 40 45 Versie 2.0, 27-9-2001 Pagina 1 van 8 Inhoud 50 1 PLAATS VAN DIT PROTOCOL IN HET KWALITEITSZORGSYSTEEM...3 1.1

Nadere informatie

Significante cijfers en meetonzekerheid

Significante cijfers en meetonzekerheid Inhoud Significante cijfers en meetonzekerheid... 2 Significante cijfers... 2 Wetenschappelijke notatie... 3 Meetonzekerheid... 3 Significante cijfers en meetonzekerheid... 4 Opgaven... 5 Opgave 1... 5

Nadere informatie

Kalibratie van laboratoriumapparatuur van productiecontrolelaboratoria overeenkomstig NEN-EN-932-5

Kalibratie van laboratoriumapparatuur van productiecontrolelaboratoria overeenkomstig NEN-EN-932-5 BRL 2506 Notitie van : Peter Broere Datum : 26 februari 2013 Betreft : Kalibratie advies BRL 2506 Kalibratie van laboratoriumapparatuur van productiecontrolelaboratoria overeenkomstig NEN-EN-932-5 Algemeen:

Nadere informatie

Argeloze chemisch technoloog versus micro-organismen in de lucht

Argeloze chemisch technoloog versus micro-organismen in de lucht Argeloze chemisch technoloog versus micro-organismen in de lucht Anton Duisterwinkel TNO Industrie en Techniek NVVA 06-03-22 1 Wie, wat en waarom TNO en VSR: gezond schoonmaken Gezonde werkomgeving Biocontaminanten

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

HARAS. Systematiek voor risico-analyse van het werken met open radioactieve stoffen 1.1. Hazard Analysis of RadioActive Substances

HARAS. Systematiek voor risico-analyse van het werken met open radioactieve stoffen 1.1. Hazard Analysis of RadioActive Substances HARAS Systematiek voor risico-analyse van het werken met open radioactieve 1.1 13 HARAS Hazard Analysis of RadioActive Substances Analyse methode risico-evaluatie voor werksituaties met open radioactieve

Nadere informatie

Membrane Interface Probe

Membrane Interface Probe Membrane Interface Probe Met de Membrane Interface Probe (MIP) worden verontreinigingen met vluchtinge (gehalogeneerde) organische verbindingen (VOC s) gescreend. De combinatie van de standaard sondeerconus

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Basisinspectiemodule FYSIEKE BELASTING Hand-armtrillingen

Basisinspectiemodule FYSIEKE BELASTING Hand-armtrillingen Basisinspectiemodule FYSIEKE BELASTING Hand-armtrillingen Deze BasisInspectieModule (BIM) is opgesteld aan de hand van de stand van de techniek en is geschreven voor intern gebruik bij de Inspectie SZW.

Nadere informatie

KEURING KUNSTGRASVELDEN. Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag.

KEURING KUNSTGRASVELDEN. Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag. KEURING KUNSTGRASVELDEN Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag. eindrapport Opdrachtgever / Client RecyBEM B.V. t.a.v. de heer drs. C. van Oostenrijk Postbus 418 2260 AK LEIDSCHENDAM

Nadere informatie

Wehner/Schulze proef als methode voor de bepaling van de aanvangsremvertraging.

Wehner/Schulze proef als methode voor de bepaling van de aanvangsremvertraging. Wehner/Schulze proef als methode voor de bepaling van de aanvangsremvertraging. P.M. Kuijper, D. van Vliet, J.L.M. Voskuilen Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Samenvatting Door een aantal

Nadere informatie

MATERIAAL VOOR THERMISCHE ISOLATIE

MATERIAAL VOOR THERMISCHE ISOLATIE Productgegevens databank in het kader van de EPB-regelgeving MATERIAAL VOOR THERMISCHE ISOLATIE doc_1.1 Add1_S.a_NL_isolatiemateriaal_v2.0_20090804.doc 4 augustus 2009 Addendum 1 : vacuum isolatie paneel

Nadere informatie

Tekst: Cees van de Sande

Tekst: Cees van de Sande Het lijkt zo vanzelfsprekend als we zeggen dat klaslokalen zijn gemaakt om optimaal te kunnen leren. Helaas is dat niet altijd het geval. Het klimaat in klaslokalen kan zelfs een negatief effect op de

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie