Veerkracht van KOPP kinderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Veerkracht van KOPP kinderen"

Transcriptie

1 Veerkracht van KOPP kinderen Resilience of children with a mentally ill family member Masterthese Klinische en Ontwikkelingspsychologie Onderzoeksverslag Hilde Goeree februari 2008 Afdeling Psychologie Rijksuniversiteit Groningen Supervisor / Examinator: Dr. C.L.H. Bockting Interne supervisor: Drs. L. Drost, klinisch psycholoog

2 Voorwoord Dit verslag beschrijft een onderzoek naar de veerkracht van kinderen met een gezinslid dat psychische klachten heeft (hier verder KOPP 1 kinderen genoemd) en vormt samen met het verslag van de klinische praktijkstage het afstudeerproject voor de Masterthese. Begin november 2007 ben ik met dit onderzoek begonnen, waarna ik drie maanden lang aan de slag ben geweest met gegevens die via de website voor KOPP kinderen verkregen zijn. Hopelijk vormt dit onderzoek een belangrijke basis voor vervolgonderzoeken. Zowel het uitvoeren van het onderzoek als het verslag schrijven was een zeer leerzame ervaring. Het onderwerp van dit onderzoek interesseert me erg en dit heeft mij dan ook zeer gemotiveerd. Allereerst zou ik Louisa Drost willen bedanken voor de dagelijkse begeleiding via de mail en tijdens het overleg. Daarnaast wil ik Claudi Bockting bedanken voor de begeleiding als supervisor. Ook wil ik Petra Windmeijer en Louisa Drost samen bedanken dat ze me wegwijs hebben gemaakt op de website en inzicht hebben gegeven in het systeem voor het verkrijgen van de gegevens. Tenslotte wil ik Jaap van Ede van de GGD Friesland bedanken voor het zenden van normgegevens waarmee ik mijn onderzoeksresultaten heb kunnen vergelijken. 1 KOPP is de afkorting van Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. De populatie in dit onderzoek bestond tevens uit kinderen van ouders met verslavingsproblemen (soms KVO kinderen genoemd) en kinderen waarvan een broer of zus psychische problemen heeft (de zgn. brusjes ). Voor het gemak van de lezer is de term KOPP voor de hele doelgroep gebruikt. 2

3 Inhoudsopgave Pagina Inhoudsopgave 3 Samenvatting 5 Summary 6 1. Inleiding: Veerkracht van KOPP kinderen Kwetsbaarheid Risicofactoren en beschermende factoren Veerkracht Ontwikkelingsperspectief KOPP zorg Onderzoeksvragen Methode Deelnemers Materiaal De bewerkte versie van de KIVPA De bewerkte versie van de EEVL Procedure Hypotheses Statistische procedure Resultaten De bewerkte versie van de KIVPA Percentage overschrijding kritieke score Percentage indicatieve antwoorden per vraag De bewerkte versie van de EEVL Schaalscores en percentielscores De samenhang tussen het type probleem en de 23 schaalscore 3.3. Samenvatting resultaten 24 3

4 4. Discussie Psychosociale problemen Psychische belasting in de omgeving Overige vraagstellingen De betekenis van de resultaten Beperkingen en mogelijkheden voor vervolgonderzoek Conclusies Literatuurlijst 30 Bijlagen 32 Bijlage I: Handleiding KIVPA 32 Bijlage II: Handleiding EEVL 50 Bijlage III t/m VII: Normgegevens GGD Friesland 62 4

5 Samenvatting Dit verslag beschrijft een onderzoek naar de veerkracht van kinderen met een gezinslid dat psychische problemen heeft (hier verder met KOPP kinderen aangeduid). We veronderstelden dat KOPP kinderen meer psychosociale problemen rapporteren dan kinderen uit een normaal gezin. Daarnaast veronderstelden we dat KOPP kinderen meer psychische belasting uit de omgeving rapporteren dan kinderen uit een normaal gezin. De twee hypotheses zijn onderzocht door de scores op respectievelijk de (online aangeboden) KIVPA en EEVL te analyseren. Ook is de invloed van leeftijd, geslacht en opleiding op de scores van beide testen onderzocht. Tenslotte zijn de effecten van het type probleem (verslaving of stoornis) en het gezinslid (broer, zus, vader, moeder) getoetst. Er werd verwacht dat meisjes een hogere score behaalden op de KIVPA dan jongens. Voor de overige variabelen werden geen voorspellingen gedaan. Bijna 80% van de deelnemers (voornamelijk meisjes) heeft aangegeven psychosociale problemen te ondervinden, wat niet afwijkt van het percentage in probleemgezinnen (88%). In gezinnen zonder problemen ligt dit percentage veel lager (17%), dus de eerste hypothese kan bevestigd worden. Het verschil tussen de normgroep en de studiepopulatie is niet te wijten aan een sekseverschil, maar is een indicatie voor daadwerkelijk meer psychosociale problemen bij meisjes. Wat betreft de resultaten op de EEVL: Ongeveer 20-30% van de deelnemers behalen afwijkende scores op de verschillende probleemgebieden. De tweede hypothese kan dus niet helemaal bevestigd worden. Deze resultaten duiden erop dat een minderheid van de deelnemers psychische belasting in de omgeving ervaart die het risico op een stoornis kunnen vergroten. De effecten van probleemtype op de gemiddelde schaalscores zijn op de testen mijn ouders en ik en bij ruzie significant. Omdat de verschillen tussen de groepen klein zijn moet echter voorzichtig worden omgegaan met deze gevonden resultaten. 5

6 Summary This survey discusses the resilience of children of mentally ill parents, also called KOPP children. First of all, the expectation was that these children present more psychosocial problems than children in a normal family. Secondly, it was expected that they report more psychical pressure from the environment than children in a normal family. These hypotheses have been studied by examining the scores at the KIVPA and the EEVL on the web. The effects of age, gender and level of education on the scores have also been explored. Next, the influence of the type of problem (addiction or disorder) and family member (mother, father, brother, sister) on the scores has been tested. It was expected that girls showed higher scores at the KIVPA than boys. About the other variables, no expectations were formulated. Of the participants (mainly girls) almost 80% indicated to have psychosocial problems, which does not differ from the percentage in families with psychosocial problems. The percentage in families without psychosocial problems is much lower (17%), indeed the first hypothesis can be confirmed. The difference between the norm group and the study population cannot be explained by a gender difference, but is an indication of definitely more psychosocial problems in girls. Concerning the results of the EEVL: About 20-30% of the participants show abnormal scores at different problem areas. The second hypothesis cannot be completely confirmed. These results indicate that a minority of the participants experience psychical pressure from the environment, which can elevate the risk of a disorder. The effects of type of problem at the scores of the EEVL are significant at the tests My parents and me and At disputes. These results need to be interpreted carefully, because the differences between the research groups are very small. 6

7 1. Veerkracht van KOPP kinderen Anna (veertien jaar) heeft een depressieve moeder. Ze gaat naar het Vmbo, waar ze net onder het gemiddelde niveau presteert. Haar vader heeft geen psychische problemen en is overdag veel weg in verband met zijn werk. Anna is enig kind en is veel alleen met moeder als ze thuis komt van school. De depressie van moeder is al het hele leven van Anna aanwezig. Moeder is vaak somber en moe. Ook vertoont ze kenmerken van lusteloosheid en spanningen. Ze onderneemt dan veel minder op een dag en hangt meestal op de bank. Ook kampt moeder met gevoelens van minderwaardigheid. Ze voelt zich altijd minder dan andere mensen en vindt het moeilijk met andere mensen om te gaan. Tevens heeft moeder minder eetlust en slaapproblemen. Ze is in behandeling bij een psycholoog en gebruikt medicijnen voor haar depressie, die voorgeschreven zijn door haar huisarts Kwetsbaarheid Anna kan als een KOPP kind worden beschouwd. Deze term staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. KOPP kinderen vormen een risicogroep, omdat ze 1,5 keer zo grote kans hebben op het ontwikkelen van een psychiatrische stoornis (50%) dan anderen (30%) (Bool et al, 2002). Bijl en anderen (2002) hebben tevens aangetoond dat psychiatrische symptomen bij ouders sterk gerelateerd zijn aan psychiatrische aandoeningen bij hun kinderen. In onderzoek van Landman-Peeters (2007) wordt bovendien gesteld dat in Nederland ongeveer een derde van het totale aantal kinderen onder de 22 jaar één of twee ouders met een psychische stoornis heeft. Daarbij is gevonden dat het risico op depressie en angststoornissen het hoogst is voor meisjes met twee ouders die in behandeling zijn geweest voor depressie en angststoornissen. Lieb et al (2002) toonden daarnaast aan dat kinderen van depressieve ouders twee keer zo grote kans (of zelfs hoger) hebben op het ontwikkelen van depressieve klachten, waardoor ze een grote risicogroep vormen. Goodman en Gotlib (1999) beschrijven een model dat de overdracht van het risico van een depressie van moeder op kind weergeeft. In dit model heeft de depressie van de moeder via vier mechanismen invloed op het functioneren van het kind. Deze vier mechanismen zijn: De erfelijkheid van de depressie, biologische kwetsbaarheid, negatieve moederlijke cognities, gedrag en affect en een stressvolle context waarin het kind leeft. Het hebben van een depressieve moeder verhoogt de waarschijnlijkheid van de aanwezigheid van één of meer van de vier mechanismen. Dit kan resulteren in een aantal kwetsbaarheden bij het kind, bijvoorbeeld een lage zelfwaarde, moeilijkheden in de emotionele regulatie en inadequate sociale vaardigheden. Of een KOPP kind daadwerkelijk psychische problemen ontwikkelt, hangt af van zowel erfelijke als omgevingsfactoren. 7

8 Ter illustratie uit de casus: Anna heeft een depressieve moeder. Hierdoor is de kans groter dat Anna situaties in het dagelijkse leven op een negatieve manier interpreteert, zoals ook haar depressieve moeder dat doet. Dit vergroot de kans dat ze bijvoorbeeld een lage zelfwaarde ontwikkelt. 1.2 Risicofactoren en beschermende factoren Uit epidemiologisch onderzoek van Landman-Peeters (2007) is gebleken dat risicofactoren en beschermende factoren het ontstaan van psychische problemen kunnen voorspellen. Het concept risico verwijst naar een verhoogde waarschijnlijkheid van het optreden van een stoornis. Dit concept zegt vrijwel niets over een causaal verband. Wanneer het bewezen is dat een variabele gerelateerd is aan een verhoogde waarschijnlijkheid van het optreden van een stoornis, dan wordt de variabele gezien als een risicofactor (Ingram & Price, 2001). Omgekeerd verlagen beschermende factoren het risico op het ontwikkelen van een stoornis. Voorbeelden van risico- en beschermende factoren die gevonden zijn bij kinderen met depressieve moeders zijn: De gezondheid van de vader en zijn beschikbaarheid voor het kind, het verloop en de timing van de depressie van de moeder, maar ook eigenschappen van het kind zelf, zoals temperament en sekse (Beardslee, 1998). In het model van Goodman en Gotlib (1999) worden deze laatste factoren beschreven als moderatoren. Ter illustratie uit de casus: De gezondheid van de vader van Anna speelt een grote rol. Indien hij ook psychische problemen zou hebben (risicofactor), is de kans dat Anna problemen ontwikkelt groter. Bovendien is aangetoond dat van de kinderen waarvan beide ouders een psychisch probleem hebben, 66% ooit in hun leven een psychiatrische stoornis krijgt (Bool et al, 2002). 1.3 Veerkracht Voor kinderen zoals Anna is het gewenst dat ze zich kunnen aanpassen aan hun omgeving ondanks de tegenstrijdigheden en problemen die ze hierin tegenkomen. Dit vermogen tot aanpassen wordt aangeduid met het construct veerkracht (Luthar, 2000). Veerkracht zou men kunnen opvatten als het tegenovergestelde van kwetsbaarheid. Figuur 1 geeft een beeld van de relatie tussen kwetsbaarheid en veerkracht. Het continuüm voor kwetsbaarheid staat in interactie met stress. Bij een zeer hoge kwetsbaarheid, is minder stress nodig om te resulteren in een stoornis. Echter, bij veel veerkracht zal veel stress nodig zijn voordat er een stoornis kan ontstaan. In de figuur is ook te zien dat veerkrachtige personen toch een risicogroep vormen bij genoeg stress. Toch zal deze groep mildere symptomen vertonen dan een 8

9 kwetsbaar persoon die in een situatie verkeert van lage tot matige stress. Bovendien zullen de symptomen nog milder zijn dan bij een kwetsbaar persoon die in een extreme stress situatie verkeert. Veerkracht impliceert dus weerstand tegen een stoornis, maar niet immuniteit (Ingram & Price, 2001). * Figuur 1: Het diathese-stress continuum. Als kwetsbaarheid op het hoogste niveau is, dan is er minder stress nodig om een depressie te activeren (Ingram & Price, 2001). Ter illustratie uit de casus: Anna kan om diverse redenen richting kwetsbaarheid geplaatst worden op het continuüm. Ten eerste heeft ze een ouder met depressie. Daarnaast voelt ze zich verantwoordelijk voor taken die thuis moeten worden gedaan. Ook krijgt ze niet optimaal sociale steun van haar vader en praat ze niet over haar problemen met haar vrienden. Tenslotte durft ze moeder niets te weigeren en beschermt ze moeder bij ruzie. Anna s veerkracht is daardoor niet groot. Een laag stress niveau kan bij Anna al leiden tot een stoornis. Echter, de situatie kan totaal veranderen als Anna zich bijvoorbeeld niet meer verantwoordelijk besluit te voelen voor de taken die in huis normaal door moeder worden gedaan. Nu cijfert ze zichzelf wellicht weg en het lijkt dat Anna zich vrijwel redelijk kan aanpassen aan de ziekte van haar moeder. Indien vader haar zou helpen bij de taken en haar adequate sociale steun zou geven, zou de aanpassing van Anna beter verlopen. Veerkracht is dus een heel dynamisch proces, omdat het door veel factoren wordt beïnvloed (Luthar, 2000). 9

10 1.4 Ontwikkelingsperspectief Vanuit een ontwikkelingsperspectief gezien, zou stagnatie in ontwikkelingstaken ten grondslag liggen aan de problemen van KOPP kinderen. Deze taken worden normaal gesproken vervuld door zich bepaalde vaardigheden eigen te maken. De psychische problemen of een verslaving van een familielid kunnen het aanleren van deze vaardigheden (nadelig) beïnvloeden. Voorbeelden van vaardigheden die in de puberteit geleerd moeten worden, zijn: aansluiting bij andere jongeren, positieve zelfwaardering, identiteitsontwikkeling, het vinden van een eigen plaats in de samenleving, omgang met veranderende verhoudingen binnen het gezin en verkrijging van autonomie (Goudena, 2004). Ter illustratie uit de casus: het verkrijgen van autonomie is een belangrijke ontwikkelingstaak tijdens de adolescentie. Anna moet haar moeder iets weigeren, omdat ze bang is dat moeder dan nog depressiever wordt. Deze reactie staat de verkrijging van autonomie in de weg. Moeder wordt op deze manier in een behoorlijke mate afhankelijk van Anna, zodat ze niet kan leren om haar eigen leven op te pakken en zich los te maken van haar moeder. 1.5 KOPP zorg Preventieve zorg kan zich richten op het proberen te vergroten van de veerkracht van KOPP kinderen door het verkleinen van risicofactoren en het vergroten van beschermende factoren. In vrijwel alle GGZ instellingen in Nederland zijn KOPP projecten opgezet die ondersteuning bieden aan kinderen van cliënten die psychische problemen hebben of verslaafd zijn (Drost, 2006). Voor jongeren tussen 12 en 24 jaar zijn er speciale gespreksgroepen. Het blijkt echter lastig de adolescenten op deze manier te bereiken. Shaw (2001) wijst erop dat hulp vragen slecht combineert met het streven naar autonomie. Madelyn Gould (2004) toonde aan dat adolescenten zich voor hulp bij psychosociale problemen het liefst wenden tot leeftijdsgenoten. Tegenwoordig doen ze dit graag via het Internet (Gould, 2002). Het medium Internet biedt goede mogelijkheden voor het identificeren van moeilijkheden en het promoten van gezondheid bij adolescenten (Santor, 2007). Anonimiteit en bereikbaarheid zijn voordelen van het Internet. GGZ Drenthe heeft daarom een website ontwikkeld waarmee preventieve zorg voor KOPP jongeren veilig, anoniem en laagdrempelig kan worden aangeboden. Hartlief (2008) vond dat deze website tot nu toe vooral bezocht wordt door meisjes. De website bevat verschillende onderdelen als: informatie over stoornissen, een chatbox, oefeningen, stellingen, testjes en een forum. Wat betreft de testjes op deze website: De KIVPA en de EEVL trachten 10

11 respectievelijk psychosociale problemen en belasting uit de omgeving te meten. In dit onderzoek zullen beide testen gebruikt worden voor het beantwoorden van de vraagstellingen Onderzoeksvragen De kern van al het voorgaande: KOPP kinderen vormen een risicogroep, omdat ze 1,5 keer zo grote kans hebben om psychische problemen te ontwikkelen dan kinderen uit normale gezinnen (Bool et al, 2002). Preventieve zorg probeert risicofactoren bij deze kinderen te verkleinen en beschermende factoren te vergroten, zodat wellicht de veerkracht van een KOPP kind wordt vergroot. Door na te gaan of de bezoekers van de website meer psychosociale problemen dan normaal rapporteren, kan preventieve zorg zich hierop richten. Hierna zal moeten worden achterhaald op welke gebieden de problemen zich bevinden. De focus kan daarbij op de psychische belasting in de omgeving liggen. De verwachting is daarbij dat problemen zich kunnen uiten op één of meer gebieden in de omgeving. De volgende hoofdvragen vloeien hieruit voort: Rapporteren de bezoekers van de website meer psychosociale problemen dan kinderen uit een normaal gezin? Rapporteren de bezoekers van de website meer psychische belasting in de omgeving dan kinderen uit een normaal gezin? De overige vragen die gesteld worden zijn meer beschrijvend van aard. De invloed van leeftijd en opleiding kunnen een rol spelen in de problemen. Daarnaast kan het zo zijn dat het uitmaakt of degene die psychische problemen heeft een ouder, broer of zus is. Tevens is het interessant om na te gaan of de soort stoornis een rol speelt bij de problemen. Is er een relatie tussen de problemen van de bezoekers van de website en hun leeftijd, geslacht en opleiding? Is er een verschil in problemen van de bezoekers van de website wanneer het zieke familielid een ouder, broer of zus is? Is er een verschil in problemen bij bezoekers van de website tussen verschillende stoornissen van het zieke familielid? 11

12 2. Methode 2.1 Deelnemers De deelnemers van dit onderzoek zijn KOPP kinderen die een voor de website Survivalkid bewerkte versie van de Korte Indicatieve Vragenlijst voor Psychosociale problematiek bij Adolescenten (KIVPA) hebben ingevuld en de website bezoekers die de bewerkte versie van de Effect Evaluatie vragenlijst (EEVL) beantwoordden. Voor een volledig overzicht van de groep deelnemers, zie tabel 1. Bewerkte Bewerkte versie van de EEVL versie van Samenstelling Mijn de Doen Zorgen Omgaan ouders en Bij ruzie KIVPA alsof voor met ik Aantal deelnemers Aantal meisjes Aantal jongens Vmbo: Opleidingsniveau Mbo: Havo: Hbo: 7 Vwo: Moeder ziek: Vader ziek: Type Geen Vader verslaafd: 7 6 probleem gegevens Broer ziek: Zus ziek: Gemiddelde leeftijd in jaren *Tabel 1: de samenstelling van de deelnemers wat betreft het aantal, het geslacht, het opleidingsniveau, het type probleem en de gemiddelde leeftijd. Bij het opleidingsniveau en het type probleem zijn minimale aantallen achterwege gelaten, vandaar een aantal lege cellen. Voor de KIVPA waren de gegevens m.b.t. het type probleem niet te achterhalen. De EEVL is opgebouwd uit vijf kleine testjes genaamd Mijn ouders en ik, Doen alsof, Zorgen voor, Bij ruzie en Omgaan met. In dit onderzoek deden net als in het onderzoek van Dagmar Hartlief (2008) meer meisjes mee dan jongens. De aantallen uit deze tabel zijn gebaseerd op uit het content management systeem gedownloade gegevens exclusief de (extra) gegevens van kinderen die de test 12

13 meerdere keren hebben gemaakt en/of deze niet volledig hebben ingevuld. Bij herhaalde deelname is de eerst ingevulde vragenlijst als uitgangspunt genomen, omdat de deelnemer bij de later ingevulde vragenlijst al enige gelegenheid heeft gehad de website te verkennen. Ook overlappen de gegevens elkaar. Deelnemers die bijvoorbeeld de KIVPA hebben ingevuld, kunnen ook de gehele EEVL hebben gevuld. 2.2 Het materiaal De bewerkte versie van de KIVPA De Korte Indicatieve Vragenlijst voor Psychosociale problematiek bij Adolescenten (KIVPA) signaleert psychosociale problemen bij kinderen tussen 12 en 18 jaar (Bos, van Ede en Maarsingh, 2004). De handleiding van de KIVPA wordt weergegeven in Bijlage I. In dit onderzoek is een bewerkte versie van de KIVPA gebruikt waarin alleen de onderdelen elf tot en met veertien opgenomen zijn. In de praktijk wordt de KIVPA gebruikt door de GGD om kinderen op scholen te screenen op de aanwezigheid van psychosociale problemen. Reijneveld et al (2003) toonden aan dat de totale score op de KIVPA discrimineert tussen adolescenten met en zonder problemen. De soort problematiek die de KIVPA meet is voornamelijk internaliserend, wat vaker wordt gezien bij meisjes. Bij jongens komen externaliserende problemen meer voor (van Ede, 2007) De bewerkte versie van de EEVL Het meten van probleemgebieden kan uitgevoerd worden met de Effect Evaluatie Vragenlijst (EEVL, Bijlage II, Huijnen en Valkenberg, 2005). De vragenlijst is ontworpen om het effect van de KOPP- pubergroepen te meten. Dit zijn groepen waarin kinderen aan de hand van thema s over situaties thuis praten en mogelijkheden leren hiermee om te gaan. Omdat een aantal vragen al bij de KIVPA worden gesteld en om de online versie qua lengte aantrekkelijk te houden, bestaat de Survivalkid versie van de EEVL uit vijf korte testjes, namelijk Mijn ouders en ik, Zorgen voor, Omgaan met, Bij ruzie en Doen alsof. In de originele versie van de EEVL zijn de namen van deze schalen respectievelijk De relatie met de andere ouder, Parentificatie, Omgaan met het gedrag van de ouder met problematiek, Rol in ouderlijke conflicten en Het verborgen houden van de problematiek. Vooraf moet bij elk van de vijf testjes worden ingevuld om welke stoornis of verslaving het gaat en om welk gezinslid. De formulering van de vragen worden dan door het programma aangepast aan de situatie van de bezoeker. 13

14 2.3 De procedure Allereerst krijgen de ouders van KOPP kinderen bij de GGZ instelling informatie over de mogelijkheid van hulp voor hun kinderen via de website voor KOPP kinderen. De leden krijgen vervolgens een eigen inlognaam en code op deze website. Ze kunnen vrij inloggen en zelf bepalen wat ze op de website willen doen. De gegevens zijn strikt anoniem. De vragenlijsten van de bewerkte KIVPA en EEVL kunnen ingevuld worden bij het onderdeel test jezelf. 2.4 Hypotheses Op basis van de onderzoeksvragen kunnen een aantal hypotheses opgesteld worden. De eerste hoofdvraag luidt: 1. Rapporteren de bezoekers van de website meer psychosociale problemen dan kinderen in een normaal gezin? De veronderstelling is dat KOPP kinderen hoger scoren op de KIVPA en de indicatiegrens vaker overschrijden dan de normgroep, omdat ze 1,5 keer zo grote kans hebben om psychische problemen te ontwikkelen dan anderen. Hieruit vloeit de volgende hypothese voort: Hypothese 1: De deelnemers die de bewerkte KIVPA invullen behalen een hogere score en overschrijden de indicatiegrens vaker dan kinderen uit een normaal gezin. De tweede hoofdvraag: 2. Rapporteren de bezoekers van de website meer psychische belasting in de omgeving dan kinderen in een normaal gezin? De hypothese die hierbij opgesteld is: Hypothese 2: De deelnemers die de EEVL invullen behalen een hogere score dan kinderen uit een normaal gezin. Problemen van KOPP kinderen kunnen zich uiten op de testjes van de EEVL, dat psychische belasting in de omgeving weergeeft. Een hoge score op één of meer testen van de EEVL duidt erop dat de kinderen op de onderdelen hiervan problemen ondervinden. De kans hierop wordt groter geacht bij KOPP kinderen dan bij kinderen uit een normaal gezin, omdat deze kinderen 14

15 een 1,5 keer zo grote kans hebben om psychische problemen te ontwikkelen. De veronderstelling is daarom dat de scores van de KOPP kinderen afwijkend zijn in vergelijking met de normgroep op één of meer testen van de EEVL. Over de invloed van leeftijd en type probleem op de scores van de KIVPA en de EEVL worden geen voorspellingen gedaan. Voor geslacht is wat betreft de KIVPA te verwachten dat meisjes hoger scoren dan jongens op basis van het onderzoek van GGD Friesland (Van Ede, 2007). 2.5 Statistische analyse De gegevens die voor dit onderzoek gebruikt zijn hebben betrekking op de periode van 6 juni 2006 (de lancering van de website) t/m 12 december Allereerst is berekend hoeveel deelnemers een score op de KIVPA behaalden van zes of meer en vervolgens de percentages indicatieve antwoorden per vraag. Deze cijfers zijn vergeleken met de normtabellen uit het onderzoek van GGD Friesland (Jaap van Ede 2007) en hebben betrekking op scores op de KIVPA van kinderen van de derde klas van het Vmbo uit het jaar 2006/2007 (Bijlagen III t/m VII). Er wordt bij deze normgegevens onderscheid gemaakt tussen een gezin met of zonder psychosociale problematiek. Als er volgens de verpleegkundige sprake is van gezinsproblemen en/of conflicten met andere gezinsleden en/of een vermoeden van AMKproblematiek (verwaarlozing, mishandeling), dan valt de betreffende jongere in de categorie problematische gezinssituatie. Voor de EEVL zijn allereerst schaalscores bepaald. Dit is de som van de scores op de verschillende vragen per test gedeeld door het aantal items op de test. Deze is daarna vergeleken met de percentielscore van de normgroep (Bijlage 2). De normgegevens vormen slechts grove indicaties, aangezien ze voor een specifieke groep deelnemers bepaald zijn; deelnemers die gemiddeld 5,11 bijeenkomsten van pubergroepen bijgewoond hebben. Vervolgens zijn de effecten van geslacht, leeftijd, opleiding en het type probleem onderzocht door middel van een ANOVA. Deze toets is gebruikt, omdat de score op de testen van interval niveau is. De onafhankelijke variabelen kunnen van nominaal of ordinaal niveau zijn en dit is voor leeftijd, geslacht, opleiding en type probleem het geval. Het type probleem is onder te verdelen in stoornis/verslaving en broer/zus/vader of moeder. 15

16 3. Resultaten 3.1 De bewerkte versie van de KIVPA Percentage overschrijding kritieke score In totaal vulden 117 website bezoekers de KIVPA in. Hiervan behaalden 93 deelnemers een score van zes of meer (indicatieve score), dit is 79,5 %. Een opsplitsing in verschillende percentages voor jongens en meisjes geeft respectievelijk 71,4% en 80,6%. Deze percentages zijn te vergelijken met onderzoeksgegevens van de GGD Friesland in bijlage III. Hierin komt naar voren dat minder kinderen in gezinnen zonder problemen (16,9%) en een ongeveer gelijk percentage in gezinnen met problemen een indicatieve score behalen (88,2%). Tevens is te berekenen dat in totaal 11,9% (304/( ) x100) van de jongens en 23,1% (495/( ) x100) van de meisjes in gezinnen zonder problemen een indicatieve score behaalt. Voor probleemgezinnen is dit ook mogelijk: 85,7% (42/(42+7) x100) van de jongens en 88,9% (128/(128+16) x100) van de meisjes behaalt een indicatieve score Percentage indicatieve antwoorden per vraag In tabel 2 wordt vervolgens het percentage indicatieve antwoorden weergegeven onderverdeeld naar de verschillende vragen. Deze gegevens zijn eveneens te vergelijken met een normtabel van GGD Friesland (Bijlage IV). In vergelijking met kinderen in gezinnen zonder psychosociale problematiek zijn de percentages in dit onderzoek op alle vragen hoger. Wat opvalt: De percentages op de internaliserende vragen zijn beduidend hoger in vergelijking met kinderen uit een gezin met psychosociale problemen, bijvoorbeeld op de vragen Piekeren en Somber/depressief. 16

17 Percentages indicatieve antwoorden van de deelnemers die de KIVPA hebben ingevuld N % Nergens zin in hebben 71 60,7 Vaak hoofdpijn 48 41,0 Moeite om in slaap te vallen 51 48,7 Problemen met eten 40 34,1 Vaak huilen 39 33,3 Meer dan 20 glazen alcohol per week 13 11,1 Rookt hasj of wiet 13 11,1 Wel eens XTC, cocaïne of speed gebruikt 6 5,1 Vandalisme 15 12,8 Diefstal 9 7,7 Pesten 27 23,1 Brutaal 54 46,2 Onzeker ,5 Piekeren ,7 Driftig, agressief 38 32,5 Pestkop 9 7,7 Impulsief 39 33,3 Gemakkelijk over te halen Teruggetrokken, verlegen 59 50, ,9 Eenzaam 79 67,5 Somber,depressief 87 74,4 Totaal 117 deelnemers *tabel 2: het aantal deelnemers en daarbij het percentage indicatieve antwoorden per vraag van de bewerkte versie van de KIVPA In een verdere analyse van deze resultaten komt naar voren dat jongens vaker indicatieve scores behalen op externaliserende problematiek (Tabel 3), zoals meer dan 20 glazen alcohol per week drinken (jongens 28,6 % en meisjes 8,7%). Meisjes behalen op de internaliserende vragen als piekeren vaker een indicatieve score dan jongens (meisjes 92,2% en jongens 71,4%). In vergelijking met de groep kinderen in gezinnen zonder psychosociale problemen (bijlage V) zijn de percentages op alle vragen hoger. Op de internaliserende problematiek wordt door zowel jongens als meisjes vaker indicatief gescoord in vergelijking met kinderen in gezinnen met psychosociale problematiek, zoals op piekeren (71,4% voor jongens t.o.v. 58,3% en 92,2% voor meisjes t.o.v. 77,6%). 17

18 Percentages indicatieve antwoorden van de deelnemers die de KIVPA hebben ingevuld Geslacht Jongen Meisje N % N % Nergens zin in hebben 9 64, ,2 Vaak hoofdpijn 5 35, ,7 Moeite om in slaap te vallen 8 57, ,7 Problemen met eten 3 21, ,9 Vaak huilen 2 14, ,9 Meer dan 20 glazen alcohol per week 4 28,6 9 8,7 Rookt hasj of wiet 4 28,6 9 8,7 Wel eens XTC, cocaïne of speed gebruikt 2 14,3 4 3,9 Vandalisme 2 14, ,6 Diefstal 1 7,1 8 7,8 Pesten 2 14, ,3 Brutaal 7 50, ,6 Onzeker 9 64, ,3 Piekeren 10 71, ,2 Driftig, agressief 4 28, ,0 Pestkop 3 21,4 6 5,8 Impulsief 5 35, ,0 Gemakkelijk over te 4 28, ,4 halen Teruggetrokken, verlegen 8 57, ,2 Eenzaam 8 57, ,9 Somber,depressief 9 64, ,7 Totaal 14 deelnemers 103 deelnemers *Tabel 3: het aantal deelnemers en daarbij het percentage indicatieve antwoorden per onderwerp van de bewerkte versie van de KIVPA onderverdeeld naar geslacht. 3.2 De bewerkte versie van de EEVL Schaalscores en percentielscores Hieronder worden de verdelingen van de schaalscores (tabel 4) en percentielscores (tabel 5) in kwartielen weergegeven.voor de test Mijn ouders en ik is het percentage deelnemers met een schaalscore in het eerste tot en met het vierde kwartiel respectievelijk 27,7 %, 23,1 %, 27,7% en 21,5%. De score in het eerste kwartiel wordt door 16,2% of minder van de normgroep behaald. Op dezelfde manier zijn de tabellen ook voor de andere testjes te lezen. 18

19 Variabele EEVL Mijn ouders en ik N % Doen alsof N % Bij ruzie N % 1e kwartiel 1 schaalscore 2, ,7 1 schaalscore ,3 1 schaalscore ,6 2e kwartiel 2,8 > schaalscore 4, ,1 3 > schaalscore ,6 3 > schaalscore ,5 3e kwartiel 4,6 > schaalscore 5, ,7 4 > schaalscore ,6 4 > schaalscore 4, ,3 4e kwartiel 5,8 > schaalscore ,5 5 > schaalscore ,5 4,7 > schaalscore ,6 Omgaan met N % Zorgen voor N % 1e kwartiel 1 schaalscore 3, ,8 1,6 schaalscore 3, e kwartiel 3,3 > schaalscore ,4 > schaalscore 4, e kwartiel 4 > schaalscore 5, ,7 4,4 > schaalscore 5, e kwartiel 5,3 > schaalscore ,5 5,25 > schaalscore * Tabel 4: Per test het aantal en percentage deelnemers per kwartiel van de schaalscores. Variabele EEVL Mijn ouders en ik N % Doen alsof N % Bij ruzie N % 1e kwartiel 3,2 percentielscore 16, ,7 3 percentielscore 58, ,3 2,2 percentielscore 24, ,6 2e kwartiel 16,2 > percentielscore 54, ,1 58,6 > percentielscore 81, ,6 24,7 > percentielscore 56, ,5 3e kwartiel 54,7 > percentielscore 76, ,7 81,8 > percentielscore 94, ,6 56,2 > percentielscore 73, ,5 4e kwartiel 76,8 > percentielscore ,5 94,9 > percentielscore ,5 73,2 > percentielscore ,6 Omgaan met N % Zorgen voor N % 1e kwartiel 0 percentielscore 31, ,8 6,10 percentielscore 41, e kwartiel 31,4 > percentielscore 45, ,1 > percentielscore 73, e kwartiel 45,5 > percentielscore 82, ,7 73,7 > percentielscore 89, e kwartiel 82,6 > percentielscore ,5 89,9 > percentielscore * Tabel 5: Per test het aantal en het percentage deelnemers per kwartiel van de percentielscores van de normgroep. Een precies beeld van de afstanden tussen de scores kan verkregen worden door middel van boxplots. Figuren 2 tot en met 6 geven een beeld van de verdeling van de schaalscores en de verdeling van de percentielscores. 19

20 Verdeling scores op de test 'mijn ouders en ik' verdeling percentielscores op de test 'mijn ouders en ik' 105,00 8,00 100,00 95,00 7,00 90,00 85,00 80,00 6,00 75,00 70,00 schaalscore 5,00 4,00 3,00 percentielscore 65,00 60,00 55,00 50,00 45,00 40,00 35,00 30,00 2,00 25,00 20,00 1,00 15,00 10,00 5,00 0,00 *Figuur 2a 0,00 *Figuur 2b Verdeling scores op de test 'doen alsof' Verdeling percentielscores op de test 'doen alsof' 8,00 105,00 100,00 95,00 7,00 90,00 85,00 6,00 80,00 75,00 70,00 5,00 65,00 schaalscore 4,00 3,00 percentielscore 60,00 55,00 50,00 45,00 40,00 35,00 2,00 30,00 25,00 20,00 1,00 15,00 10,00 0,00 5,00 0,00 7 *Figuur 3a *Figuur 3b 20

21 Verdeling scores op de test 'bij ruzie' 105,00 Verdeling percentielscores op de test 'bij ruzie' 8,00 100,00 95,00 90,00 7,00 85,00 80,00 6,00 75,00 70,00 65,00 schaalscore 5,00 4,00 3,00 percentielscore 60,00 55,00 50,00 45,00 40,00 35,00 2,00 1,00 30,00 25,00 20,00 15,00 10,00 5,00 0,00 *Figuur 4a 0,00 *Figuur 4b verdeling scores op de test 'omgaan met' Verdeling percentielscores op de test 'omgaan met' 8,00 105,00 100,00 95,00 7,00 90,00 85,00 6,00 80,00 75,00 70,00 5,00 65,00 schaalscore 4,00 3,00 percentielscore 60,00 55,00 50,00 45,00 40,00 35,00 2,00 30,00 25,00 20,00 1,00 15,00 10,00 0,00 5,00 0,00 *Figuur 5a *Figuur 5b 21

22 Verdeling scores op de test 'zorgen voor' Verdeling van de percentielscores op de test 'zorgen voor' 105,00 8,00 100,00 95,00 7,00 90,00 85,00 80,00 6,00 75,00 70,00 schaalscore 5,00 4,00 3,00 percentielscore 65,00 60,00 55,00 50,00 45,00 40,00 35,00 30,00 2,00 25,00 20,00 1,00 15,00 10,00 5,00 0,00 *Figuur 6a 0,00 *Figuur 6b *Figuren 2a t/m 6a: de verdeling van de schaalscores over de deelnemers. Onderaan een minimum; het begin van het eerste kwartiel. Daarna het begin van de box; het einde van het eerste kwartiel/het begin voor het tweede kwartiel. Vervolgens in het midden de mediaan (begin derde en eind tweede kwartiel). Het eind van de box is het eind van het derde kwartiel en de bovenste grens is de maximale schaalscore. *Figuren 2b t/m 6b: de verdeling van de percentielscores over de deelnemers. Onderaan een minimum; het begin van het eerste kwartiel. Daarna het begin van de box; het einde van het eerste kwartiel/het begin voor het tweede kwartiel. Vervolgens in het midden de mediaan (begin derde en eind tweede kwartiel). Het eind van de box is het eind van het derde kwartiel en de bovenste grens is de maximale percentielscore. 22

23 De samenhang tussen het type probleem en de schaalscore Figuur 7 en 8 geven een beeld van de relatie tussen het gezinslid/het type probleem en de schaalscores op de EEVL voor het onderdeel Mijn Ouders en ik en Bij ruzie. Gemiddelde schaalscore EEVL Mijn ouders en ik Gemiddelde schaalscore broer ziek moeder ziek vader verslaafd vader ziek zus ziek het gezinslid en het type probleem *Figuur 7: de gemiddelde schaalscore op de test mijn ouders en ik onderverdeeld naar de verschillende variabelen voor gezinslid en type probleem. In deze figuur is te zien dat de schaalscore voor een zieke broer, vader en zus hoger ligt dan voor een zieke moeder of verslaafde vader. Gemiddelde schaalscore Deelnemers EEVL Bij Ruzie Gemiddelde Schaalscore moeder ziek vader ziek broer ziek zus ziek Gezinslid en Type probleem *Figuur 8: de gemiddelde schaalscore op de test Bij ruzie onderverdeeld naar gezinslid en type probleem. De schaalscores liggen hoger voor een zieke vader en zieke broer, dan voor een zieke moeder of zieke zus. De variabele type probleem geeft een significant effect op de schaalscores van de testen mijn ouders en ik (F (6,64) = 3,88, p = 0.002) en bij ruzie (F (5,55) = 2,953, p = 0.021) 23

24 3.3 Samenvatting resultaten Tabel 7 geeft een samenvatting van de resultaten. KIVPA Percentage indicatieve score in dit onderzoek Percentage indicatieve score in de normgroep (totaal) Percentage indicatieve score in probleemgezin nen Percentage indicatieve score in gezinnen zonder problemen Totaal 79,5% 19,8% 88,2% 16,9% Meisjes t.o.v. 80,6% 27,2% 88,9% 23,1% alle meisjes Jongens t.o.v. alle jongens 71,4% 13,3% 85,7% 11,9% * Tabel 7: Samenvatting van de resultaten op de KIVPA en de EEVL. EEVL Percentage laagscorenden Percentage laagscorenden in normgroep Percentage hoogscorenden Percentage hoogscorenden in normgroep Interactie type probleem en gezinslid * schaalscore Mijn ouders en ik 27,7 16,2 21,5 23,5 F (6,64) = 3,88, p = Doen alsof 33,3 58,6 23,5 5,1 - Bij ruzie 28,6 24,7 19,6 26,8 F (5,55) = 2,953, p = Omgaan met 30,8 31,4 20,5 17,4 - Zorgen voor 26 41, ,1-24

25 4. Discussie 4.1 Psychosociale problemen De eerste hoofdvraag uit dit onderzoek achterhaalt of de deelnemers van dit onderzoek meer psychosociale problemen rapporteren dan kinderen uit een normaal gezin. Omdat ze 1,5 keer zo grote kans op psychische problemen hebben dan anderen (Bool et al, 2002), is de verwachting dat ze vaker aangeven psychosociale problemen te hebben dan kinderen in een normaal gezin. Ter illustratie uit de casus van de inleiding: Anna vult de KIVPA in en geeft aan veel psychosociale problemen te ondervinden. Ze geeft onder andere aan dat ze vaak somber is, veel piekert en last heeft van huilbuien. In dit onderzoek geeft bijna 80% van de deelnemers aan psychosociale problemen te hebben. Deze deelnemers komen zodoende bij de GGD in aanmerking voor een gesprek. De meerderheid van de deelnemers bestaat uit meisjes. In een verdere analyse van de resultaten blijkt dat meisjes vaker dan jongens hebben aangegeven internaliserende problemen te hebben en andersom. In vergelijking met de normgroep kinderen in probleemgezinnen wijkt het gevonden percentage niet af (80% t.o.v. 88%). Echter ligt het percentage in gezinnen zonder problemen veel lager, namelijk op bijna 17%. Een vergelijking met binnen de normgroep kinderen in gezinnen zonder problemen van uitsluitend meisjes, laat zien dat meer meisjes in dit onderzoek aangeven psychosociale problemen te ondervinden (81 % t.o.v. 23%). Hieruit valt te concluderen dat het verschil tussen de normgroep en deze studiepopulatie niet te wijten is aan sekseverschil, maar een indicatie is voor een daadwerkelijk meer psychosociale problemen bij meisjes Psychische belasting in de omgeving De tweede hoofdvraag controleert of de deelnemers meer psychische belasting in de omgeving rapporteren dan kinderen in een normaal gezin. De verwachting daarbij is dat ze vaker aangeven problemen in de omgeving ondervinden dan anderen dat tot uiting zal komen op één of meer probleemgebieden op de test van de EEVL. Deze kans wordt bij de deelnemers groter geacht, omdat ze, zoals al eerder vermeld, 1,5 keer zo grote kans hebben om psychische problemen te ontwikkelen dan kinderen in een normaal gezin (Bool et al, 2002). 25

26 Ter illustratie uit de casus: Door Anna de bewerkte versie van de EEVL in te laten vullen kan na worden gegaan of ze meer psychische belasting uit de omgeving rapporteert dan kinderen in een normaal gezin. Anna geeft aan een slechte band met haar vader te hebben, haar problemen thuis geheim te houden voor anderen, zich te bemoeien met ruzies van haar ouders, dat ze niet goed weet om te gaan met de problematiek en dat ze zich verantwoordelijk voelt voor de taken die normaal thuis door haar moeder worden gedaan. In dit onderzoek behaalt ongeveer 28 % van de deelnemers een lage score op de test Mijn Ouders en ik. In de normgroep is dit percentage ongeveer 16% of minder. Er geven dus meer deelnemers dan in de normgroep aan een slechte band met het gezonde familielid te hebben. Op de test Doen alsof behaalt 23,5% van de deelnemers een hoge score in tegenstelling tot 5,1% of minder van de normgroep. In dit onderzoek geven dus meer deelnemers dan in de normgroep aan de problematiek voor anderen verborgen te houden. Bijna 20% van de deelnemers rapporteert op de test Bij ruzie zich vaak met ruzies van het familielid met psychische problemen te bemoeien in tegenstelling tot bijna 27% of minder van de normgroep. Bijna 31% vermeldt op de test Omgaan met niet goed om weten te gaan met de problematiek van het gezinslid met problemen. In de normgroep is dit percentage 31,4% of minder, een ongeveer gelijk percentage. Op de test Zorgen Voor geeft 24% van de deelnemers aan een volwassen rol in te nemen binnen het gezin in tegenstelling tot 10,1% of minder van de normgroep. 4.3 Overige vraagstellingen De derde vraag richt zich op de relatie tussen de problemen van de deelnemers en hun leeftijd, geslacht en opleiding. Hierbij is één hypothese opgesteld, namelijk dat meisjes hogere scores op de KIVPA zouden behalen dan jongens. Echter zijn er voor deze vragen geen significant resultaten gevonden. De twee laatste vragen achterhalen of er een verschil in problemen van de bezoekers van de website is bij verschillende familieleden en bij verschillende stoornissen. Vooraf zijn hier geen voorspellingen over gedaan. De effecten van type probleem op de gemiddelde schaalscores zijn op de testen Mijn ouders en ik en Bij ruzie significant. De band met de belangrijke andere ouder lijkt sterker te zijn wanneer een broer, vader of zus ziek is dan wanneer een moeder ziek is. Ook lijkt het dat de deelnemers zich vaker bemoeien in ruzies van een zieke vader en zieke broer, dan bij een zieke zus of zieke moeder. 26

27 4.4 Betekenis van de gevonden resultaten Allereerst geeft bijna 80% van de normgroep aan psychosociale problemen te hebben wat hoger is dan het percentage van 17% in de normgroep. De hypothese dat de deelnemers meer psychosociale problemen rapporteren dan andere kinderen, kan dus bevestigd worden. Het in dit onderzoek percentage komt bijna overeen met het percentage in probleemgezinnen. Dit duidt erop dat de risicogroep is bereikt. De deelnemers zijn voornamelijk meisjes. Of ze daadwerkelijk psychosociale problemen hebben is lastig te stellen, omdat de score op de KIVPA berust op een indicatie. Wel kan verwacht worden dat de deelnemers vragen die zich in concreet gedrag kunnen uiten, niet onwaar zullen beantwoorden. Voorbeelden van concrete vragen zijn: moeite om in slaap te vallen, vaak huilen, problemen met eten, en meer dan 20 glazen alcohol per week drinken. Toch kan in een gesprek met de deelnemer pas blijken of er daadwerkelijk psychosociale problemen zijn. Ter illustratie uit de casus: Anna heeft de KIVPA ingevuld en scoort daarop hoog. Dit vormt een aanleiding om bij de GGZ een gesprek met haar te hebben. In dit gesprek komt pas naar voren dat ze daadwerkelijk problemen ervaart en zichzelf dikwijls depressief, eenzaam, somber en onzeker voelt. Tevens is aangetoond dat bijna 81% van de meisjes aangeeft psychosociale problemen te hebben en komt ongeveer overeen met het cijfer in de normgroep meisjes in probleemgezinnen. Het percentage is ook veel hoger dan 23,1% in de normgroep meisjes in gezinnen zonder problemen. Daarnaast is al in onderzoek van Hartlief (2008) aangetoond dat meer meisjes de website voor KOPP kinderen bezoeken dan jongens. Een verklaring voor het feit dat veel meisjes deze testjes ingevuld hebben kan zijn dat er sprake is van een cry for help. Wellicht hopen de deelnemers door het invullen van de KIVPA duidelijk te krijgen dat ze daadwerkelijk hulp nodig hebben, wat het verschil in percentage met de normgroepen kan verklaren. Een verklaring voor de signalering van psychosociale problemen bij de deelnemers kan zijn dat ze moeite hebben met het voltooien van ontwikkelingstaken (Goudena, 2004). Tevens zouden de deelnemers een lage veerkracht kunnen hebben: moeite om zich aan hun omgeving aan te passen, ondanks de tegenstrijdigheden en problemen die ze hierin tegenkomen (Luthar, 2000). Ter illustratie uit de casus: Een voorbeeld van een ontwikkelingstaak is positieve zelfwaardering. Uitgaande dat Anna bij de meerderheid van de deelnemers hoort, scoort ze hoog op de vraag Somber, depressief uit de KIVPA. Hoogstwaarschijnlijk heeft ze een laag zelfbeeld, wat de ontwikkelingstaak positieve zelfwaardering in de weg staat. Tevens kan er 27

28 sprake zijn van een lage veerkracht, omdat Anna allereerst een gezinslid met psychische problemen heeft en daarnaast aangeeft psychosociale problemen te hebben. Hierdoor zal volgens het model van Ingram and Price (2001) minder stress nodig zijn om te resulteren in een stoornis. Wat betreft de resultaten op de EEVL: Ongeveer 20-30% van de deelnemers behaalt afwijkende scores op de verschillende probleemgebieden en rapporteren dus psychische belasting in de omgeving. De hypothese dat alle deelnemers afwijkend zouden scoren op één of meer probleemgebieden kan dus niet helemaal bevestigd worden. Op de test Mijn ouders en ik, Doen alsof en Zorgen Voor behalen meer deelnemers een afwijkende score dan in de normgroep. Deze resultaten duiden erop dat een minderheid van de deelnemers problemen in de omgeving ervaart die het risico op een stoornis kunnen vergroten. Beschermende factoren zullen bij deze deelnemers vergroot moeten worden. Met name sociale steun lijkt belangrijk te zijn, gezien de problematiek die deze testjes meten. De focus zal daarbij moeten liggen op de band met de andere ouder, praten over de problemen en de rol die het kind in het gezin op zich neemt. Tevens kan er bij deze deelnemersgroep sprake zijn van een lage veerkracht. Ze geven aan stress in de omgeving te ondervinden en volgens het model van Ingram and Price (2001) leidt een combinatie van veel stress en kwetsbaarheid tot het ontwikkelen van een erge stoornis. De resultaten van de overige vraagstellingen zijn erg moeilijk te interpreteren, omdat de verschillen in aantallen tussen de verschillende groepen deelnemers hierbij erg klein zijn. Ter illustratie uit de casus: Voor Anna is het gewenst dat ze kenbaar maakt in hoeverre ze onder de problemen thuis lijdt. Ze kan voor zichzelf via de website voor KOPP kinderen proberen haar eigen veerkracht te vergroten. Anna ervaart bijvoorbeeld weinig sociale steun. Op de chatbox van de website zou ze kunnen proberen om met andere lotgenoten over haar problemen te praten. 4.5 Beperkingen van het onderzoek en mogelijkheden voor vervolgonderzoek Een kanttekening die in dit onderzoek geplaatst moet worden is dat de deelnemersgroep betrekking heeft op alle bezoekers van de website Survivalkid, een website voor (Drentse) jongeren met een gezinslid dat psychische problemen heeft. Deze groep varieert in opleidingsniveau en leeftijd, maar de meeste deelnemers zijn meisjes. Daarnaast moet er rekeningen mee gehouden worden dat de cijfers van de GGD Friesland betrekking hebben op klas 3 van het Vmbo. In vervolgonderzoek zal getracht moeten worden om de 28

29 deelnemersgroep beter vergelijkbaar te maken, bijvoorbeeld een gelijk aantal meisjes en jongens. Ook zal geprobeerd moeten worden de groepen groter te maken, vooral per stoornis. Tevens zou het wenselijk zijn om ook de gegevens over het zieke gezinslid en het type probleem te kunnen achterhalen uit de resultaten van de KIVPA. Hierdoor kunnen de resultaten uit de testen beter worden vergeleken, zodat de uitspraken en conclusies die hierop betrekking hebben correcter zijn. Verder dient opgemerkt te worden dat het gaat om zelfrapportage. Deelnemers kunnen de vragen sociaal wenselijk in hebben gevuld, waardoor de resultaten een verkeerde afspiegeling van de werkelijkheid kunnen zijn. Een oplossing voor dit probleem is om andere familieleden dezelfde vragenlijsten in te laten vullen en deze met die van de deelnemer te vergelijken. Anderzijds is het een mogelijkheid dat de kinderen de testen op de website eerlijker hebben ingevuld, vanwege de anonimiteit. Tevens is het zeer interessant om in vervolgonderzoek na te gaan of er verschillen zijn in het hebben van één of twee ouders met psychische problemen en om bijvoorbeeld verschillen tussen stoornissen te onderzoeken en deze vergelijken met de resultaten op de KIVPA en de EEVL. 4.6 Conclusies Bijna 80% van de deelnemers geeft aan psychosociale problemen te ondervinden, voornamelijk meisjes. Dit percentage komt ongeveer overeen met het percentage in probleemgezinnen, waaruit we kunnen concluderen dat de risicogroep bereikt lijkt. Aanvullende gesprekken of andere interventies zijn nodig om te achterhalen of zich daadwerkelijk problemen voordoen en of er sprake is van lijdensdruk. Voor de deelnemers die afwijkend hebben gescoord op de EEVL is het wenselijk de beschermende factoren te vergroten en risicofactoren te proberen te verkleinen. Met name het vergroten van sociale steun lijkt belangrijk te zijn. 29

30 Literatuur: Beardslee, W.R., Versage, E.M., & Gladstone, T.R.G. (1998). Children of affectively ill parents: a review of the past 10 years. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 37 (11), Bijl, R.V., Cuijpers, P., Smit, F. (2002). Psychiatric disorders in adult children of parents with a history of psychopathology. Social Psychiatry Psychiatric Epidemioly (37): 7-12 Bool, M., Smit, F., Bohlmeijer, E., & Van Sambeek, D. (2002) Factsheet: Children of parents with psychological problems. Utrecht, The Netherlands: Trimbos Institute. Drost, L. (2006), Het E-KOPP project van GGZ Drenthe. GGZ wetenschappelijk 2006; 10 (2): Ede, J. van (2007) KIVPA scores van 3e klas Vmbo leerlingen in het schooljaar 2006/2007, intern rapport GGD Friesland. Goodman, S.H., & Gotlib, I.H., (1999). Risk for Psychopathology in the Children of Depressed Mothers: A Developmental Model for Understanding Mechanisms of Transmission. Psychological Review 106 (3): Gould M.S., Munfakh J.L., Lubell K., Kleinman M., Parker S. (2002). Seeking help from the internet during adolescence. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry Oct ; 41 (10) : Gould M.S., Velting D., Kleinman M., Lucas C., Thomas J.G., Chung M. (2004) Teenagers' attitudes about coping strategies and help-seeking behavior for suicidality. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry Sep ; 43 (9) :

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID Jeugd 2010 4 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch Stress en Psychose 59 Noord Stress and Psychosis 59 North A.N.M. Busch Prevalentie van Subklinische Psychotische Symptomen en de Associatie Met Stress en Sekse bij Noorse Psychologie Studenten Prevalence

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressive Complaints in Adolescents: Risk Factors at School and the Influence of

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy. on Sociosexuality. Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie. op Sociosexualiteit

The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy. on Sociosexuality. Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie. op Sociosexualiteit The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy on Sociosexuality Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie op Sociosexualiteit Filiz Bozkurt First supervisor: Second supervisor drs. J. Eshuis dr. W. Waterink

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Ouderlijke betrokkenheid en het welzijn van kinderen

Ouderlijke betrokkenheid en het welzijn van kinderen Pagina 1 / 17 Ouderlijke betrokkenheid en het welzijn van kinderen Als kinderen meer ouderlijke betrokkenheid ervaren en een betere band met hun ouders hebben, is de kans kleiner dat zij gedragsproblemen

Nadere informatie

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij Mensen met een Psychiatrische Stoornis de Modererende Invloed van de Therapeutische Alliantie The Effect of Arts Therapies

Nadere informatie

CDI-2. Screeningsvragenlijst voor depressie bij kinderen en jongeren. HTS Report. Meisje Test ID 255-303 Datum 26.04.2016.

CDI-2. Screeningsvragenlijst voor depressie bij kinderen en jongeren. HTS Report. Meisje Test ID 255-303 Datum 26.04.2016. HTS Report CDI-2 Screeningsvragenlijst voor depressie bij kinderen en jongeren ID 255-303 Datum 26.04.2016 Oudervragenlijst Informant: Ouder Test Moeder CDI-2 Inleiding 2 / 7 INLEIDING De CDI-2 is een

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar)

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) 3a Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) Deze factsheet beschrijft de resultaten van de gezondheidspeiling najaar 2005 van volwassenen tot 65 jaar in Zuid-Holland Noord met betrekking tot de geestelijke

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid OInleiding 1 c Depressie is één van de belangrijkste psychische stoornissen waar met preventie gezondheidswinst is te behalen. Depressie is daarom als landelijk speerpunt gekozen. In deze factsheet zal

Nadere informatie

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Kinderen 5-12 jaar KOPP/KVO Doe-praatgroep (8-12 jaar). Een vader of moeder met problemen Als je vader of moeder een psychisch of verslavingsprobleem heeft

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting In deze studie is de relatie tussen gezinsfunctioneren en probleemgedrag van kinderen onderzocht. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar het ontstaan van probleem-gedrag van kinderen in de

Nadere informatie

Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt

Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt genetische aanleg voor sportgedrag een rol? Hoe hangt sportgedrag samen met geestelijke

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Kinderen in West gezond en wel?

Kinderen in West gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in West gezond en wel? 1 Wat valt op in West? Voor West zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant

Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) - Depressie groot

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen?

Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen? 21/11/11 Triple P (Positive Parenting Program): effectief bij gedragsproblemen? Inge Glazemakers Dirk Deboutte Inhoud Het probleem Oplossingen: de theorie Triple P Het project De eerste evaluatie - - -

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Van weerstand naar Acceptatie. Veerkracht van Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. From Resistance to Acceptance

Van weerstand naar Acceptatie. Veerkracht van Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. From Resistance to Acceptance Van weerstand naar Acceptatie Een Kwalitatief Onderzoek naar de Veranderde Percepties, Rouwverwerking en Mentale Veerkracht van Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. From Resistance to Acceptance

Nadere informatie

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

BedrijfsGezondheidsIndex 2006

BedrijfsGezondheidsIndex 2006 BedrijfsGezondheidsIndex 2006 Op het werk zijn mannen vitaler dan vrouwen Mannen zijn vitaler en beter inzetbaar dan vrouwen. Dit komt mede doordat mannen beter omgaan met stress. Dit blijkt uit de jaarlijkse

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie

Resultaten screening. Boxmeer. 9 % % heeft soms 2014-2015. klas 2 VO 2014-2015. Medische problemen. gewicht. aandachtsleerlingen. ernstig ondergewicht

Resultaten screening. Boxmeer. 9 % % heeft soms 2014-2015. klas 2 VO 2014-2015. Medische problemen. gewicht. aandachtsleerlingen. ernstig ondergewicht 214-215 onderzoek onderzoeksperiode klas 2 VO 214-215 aantal mogelijke aandachtsleerlingen aantal vragenlijsten ingevuld 14 32 Medische problemen zien horen 9 heeft soms moeite met horen 17 2 ook met gehoorapparaat

Nadere informatie

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H.

Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening. Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Onderzoek naar het cluster 4 onderwijs: kinderen en hulpverlening Drs. R. Stoutjesdijk & Prof. Dr. E.M. Scholte M.m.v. drs. H. Leloux-Opmeer Voorwoord Inhoudsopgave Een tijd geleden hebben Stichting Horizon

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en/of Verslavingsproblematiek

Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en/of Verslavingsproblematiek Presentatie Stichting Landelijke Koepel Familieraden Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en/of Verslavingsproblematiek Ton Bellemakers Preventiewerker VICTAS & Annemiek Baak-Wilbrink Orthopedagoog

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae chapter 7 Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae 140 chapter 7 SAMENVATTING De bipolaire stoornis (of manisch-depressieve stoornis) is een stemmingsstoornis waarin episodes van (hypo)manie

Nadere informatie

7-10-2013. Emotieherkenning bij CI kinderen en kinderen met ESM

7-10-2013. Emotieherkenning bij CI kinderen en kinderen met ESM 7--3 Sociaal-emotioneel functioneren van kinderen met een auditieve/ communicatieve beperking Emotieherkenning bij kinderen en kinderen met Rosanne van der Zee Meinou de Vries Lizet Ketelaar Rosanne van

Nadere informatie

EMOTIEREGULATIE & AUTISME SPECTRUM STOORNISSEN

EMOTIEREGULATIE & AUTISME SPECTRUM STOORNISSEN EMOTIEREGULATIE & AUTISME SPECTRUM STOORNISSEN W E T E N S C H A P P E L I J K O N D E R Z O E K B I J H O O G F U N C T I O N E R E N D E K I N D E R E N E N J O N G E R E N Janneke de Ruiter, MSc FOCUS

Nadere informatie

Multi-compenent model

Multi-compenent model Preventie van Kindermishandeling Rianne van der Zanden Trimbos-instituut rzanden@trimbos.nl Preventie kindermishandeling Opzet presentatie Aard, omvang en gevolgen van kindermishandeling Kindermishandeling

Nadere informatie

FEEL-KJ. Vragenlijst over emotieregulatie bij kinderen en jongeren. HTS Report. Joris van Doorn ID 5107-5881 Datum 04.04.2016.

FEEL-KJ. Vragenlijst over emotieregulatie bij kinderen en jongeren. HTS Report. Joris van Doorn ID 5107-5881 Datum 04.04.2016. FEEL-KJ Vragenlijst over emotieregulatie bij kinderen en jongeren HTS Report ID 5107-5881 Datum 04.04.2016 Zelfrapportage FEEL-KJ Inleiding 2 / 27 INLEIDING De FEEL-KJ brengt de strategieën in kaart die

Nadere informatie

Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs

Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs Inspectie van het Onderwijs, december 2015 Jaarlijks rapporteert de Inspectie van het Onderwijs over het schorsen en verwijderen van leerlingen

Nadere informatie

Geluk en welbevinden

Geluk en welbevinden Marleen H.M. de Moor en Meike Bartels Inleiding Geld maakt niet gelukkig, zo luidt het bekende Nederlandse gezegde. Maar is dit echt zo? Zou je niet een stuk gelukkiger worden als je de loterij zou winnen?

Nadere informatie

Autisme in het gezin. Geerte Slappendel, psycholoog en promovenda Jorieke Duvekot, psycholoog en promovenda

Autisme in het gezin. Geerte Slappendel, psycholoog en promovenda Jorieke Duvekot, psycholoog en promovenda Autisme in het gezin Geerte Slappendel, psycholoog en promovenda Jorieke Duvekot, psycholoog en promovenda Disclosure belangen spreker Achtergrond Problemen in de sociale ontwikkeling: belangrijk kenmerk

Nadere informatie

22/11/2011. Inhoud LITERATUUR BRUSSEN. Gezonde kinderen

22/11/2011. Inhoud LITERATUUR BRUSSEN. Gezonde kinderen Een chronisch ziek kind in het gezin: Kwaliteit van leven van gezonde broers en zussen Trui Vercruysse Psychosociale oncologie, 25 november 2011 Inhoud Literatuur siblings/brussen Gezonde kinderen Zieke

Nadere informatie

Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats.

Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats. Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats. Development, Strategies and Resilience of Young People with a Mentally

Nadere informatie

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Lectoraat LVB en jeugdcriminaliteit Factsheet 7 - december 2015 Expertisecentrum Jeugd Hogeschool Leiden Crimineel gedrag en school onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Door: Paula

Nadere informatie

Opvoedingsondersteuning in Drenthe

Opvoedingsondersteuning in Drenthe Opvoedingsondersteuning in Drenthe Welke behoefte is er? Willem Jan van der Veen Marjan Kuilman Nynke van Zanden Themarapporten GGD Drenthe Assen, mei 2011 www.gezondheidsgegevensdrenthe.nl ii Inhoud Samenvatting...

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren tot 4 jaar Jongerenmonitor In 0 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Grafieken Cirkeldiagram

Grafieken Cirkeldiagram Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27

Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27 Handycard Zorgmonitor 1 SDQ en KIDSCREEN-27 SDQ (Strenghts and Difficulties Questionnaire) Meet de psychosociale aanpassing van de jeugdige. De SDQ wordt ingevuld door jeugdigen zelf (11-17 jaar) en ouders

Nadere informatie

Kinderen in Zuid gezond en wel?

Kinderen in Zuid gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Zuid gezond en wel? 1 Wat valt op in Zuid? Voor Zuid zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

STABLE LOVE, STABLE LIFE?

STABLE LOVE, STABLE LIFE? STABLE LOVE, STABLE LIFE? De rol van sociale steun en acceptatie in de relatie van paren die leven met de ziekte van Ménière Oktober 2011 Auteur: Drs. Marise Kaper Master Sociale Psychologie, Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Tieners en diabetes: de verbinding maken tussen wetenschap en praktijk. Type 1 diabetes bij tieners: waar hebben we het dan eigenlijk over?

Tieners en diabetes: de verbinding maken tussen wetenschap en praktijk. Type 1 diabetes bij tieners: waar hebben we het dan eigenlijk over? Tieners en diabetes: de verbinding maken tussen wetenschap en praktijk Type 1 diabetes bij tieners: waar hebben we het dan eigenlijk over? ZELF management 1 Prevalentie De omvang van het probleem Bron:

Nadere informatie

PIEP zei de muis. Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz

PIEP zei de muis. Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz PIEP zei de muis Martha de Jonge (Trimbos-instituut) Yteke Braaksma (Stichting Welzijn Amersfoort) Petra Havinga (Trimbos-instituut) KOPP-KVO Quizzz Vraag 1: Waar staat KOPP voor? Antwoord 1 : Kids Of

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers The Influence of Job Demands and Job Resources on Psychological Fatigue and Work Satisfaction

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Zorgen en vragen 1 Gezinsinterventie 2 Tien praktische

Nadere informatie

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis.

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis. Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met een Psychotische Stoornis. The Effect of Assertive Community Treatment (ACT) on

Nadere informatie

Praten met familie 29-09- 15. Hulpverleners: Last of lust. Last / lastig. Lust. Stichting Labyrint-in Perspectief

Praten met familie 29-09- 15. Hulpverleners: Last of lust. Last / lastig. Lust. Stichting Labyrint-in Perspectief Praten met familie Francisca Goedhart, Stichting Labyrint- in Perspectief Jacklin Goudsblom, GGZ Noor Holland Noord en PIMM trainer. Hulpverleners: Last of lust Last / lastig (hulpverlener = hv) Lust (hulpverlener

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL Stationsstraat 81 3370 Boutersem 016/73 34 29 www.godenotelaar.be email: directie.nobro@gmail.com bs.boutersem@gmail.com HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL 1. Het standpunt van de school: Pesten is geen

Nadere informatie

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren:

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren: INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 4 1. Toets met behulp van SPSS de hypothese van Evelien in verband met de baardlengte van metalfans. Ga na of je dezelfde conclusies

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie