Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen"

Transcriptie

1 Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen Y. Seidler M. van San P. Hermus

2 Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen J. de Boom, A. Weltevrede, P. van Wensveen, Y. Seidler, M. van San, P. Hermus. Rotterdam: Risbo / Erasmus Universiteit. Oktober 2014 Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus DR Rotterdam tel.: fax: Copyright RISBO Contractresearch BV. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de Directie van het Instituut.

3 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding... 1 Hoofdstuk 2 Demografie... 3 Hoofdstuk 3 Onderwijs Hoofdstuk 4 Arbeid en uitkeringen Hoofdstuk 5 Criminaliteit Bijlagen Begrippenlijst iii

4

5 Hoofdstuk 1 Inleiding De monitor Risicogroepen brengt jaarlijks de maatschappelijke positie van Rotterdamse jongeren tot en met 23 jaar met verschillende achtergrond in een samenhangend geheel in kaart. Dit gebeurt op basis van bestaande registraties. Het rapport wordt gemaakt in opdracht van de Directie Veiligheid van de gemeente. In de voorgaande jaren lag de nadruk vanuit het beleid op de positie van Rotterdamse jongeren met een Antilliaanse of Marokkaanse achtergrond. Met de beëindiging van dit beleid is de aandacht verlegd en verbreed. In de rapportage van dit jaar worden meerdere groepen in de vergelijking meegenomen. De bevolking van Rotterdam is zeer divers als het gaat om hun culturele achtergrond. De keuze voor de groepen waarover in deze monitor wordt gerapporteerd is gebaseerd op enerzijds de omvang van de bevolkingsgroepen en anderzijds hun maatschappelijke positie. In de tabellen en figuren zijn gegevens te vinden over Rotterdammers met een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse 1 en Kaapverdische achtergrond, alsmede autochtonen. Naast deze zes grootste groepen Rotterdammers wordt er een aantal in omvang kleinere groepen onderscheiden: Rotterdammers met een Poolse, Bulgaarse en Roemeense achtergrond en met een Dominicaanse, Somalische en Iraakse achtergrond. In dit rapport spreken we van Rotterdammers met een specifieke achtergrond zoals een Surinaamse achtergrond. Dit is een ander woordgebruik dan die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt gehanteerd. De definitie sluit echter naadloos aan bij de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gehanteerde herkomstdefinitie voor Surinamer. Een Rotterdammer met een Surinaamse achtergrond is een in Suriname geboren persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland geboren is (eerste generatie) of een in Nederland geboren persoon van wie de moeder in Suriname is geboren of, in het geval de moeder in Nederland is geboren, de vader in Suriname is geboren (de tweede generatie). 2 In de tabellen en figuren worden Rotterdammers met een Surinaamse achtergrond 1 Onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst worden personen verstaan die zelf, of waarvan één van de ouders is geboren op één van de eilanden die tot het grondgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba van vóór 10 oktober 2010 behoorden. Het gaat om de eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Aruba. 2 Voor arbeidsmigranten uit de nieuwe Midden en Oost-Europese EU-landen wordt soms ook een andere definitie gehanteerd zoals uitsluitend het eigen geboorteland of de nationaliteit. De omvang van de groep kan al naar gelang de gekozen definitie substantieel variëren. In bijlage 2 is een tabel opgenomen waarin de arbeidsmigranten uit de nieuwe Midden en Oost-Europese 1

6 Hoofdstuk 1 om praktische reden met de kortere term Suriname aangeduid. Dit geldt eveneens voor de overige onderscheiden groepen. Cijfers over al deze afzonderlijke groepen worden in de grafieken en tabellen in de hoofdstukken en bijlagen gepresenteerd en in de tekst kort beschreven en toegelicht. Wat betreft opbouw en onderwerpen is de monitor vergelijkbaar met die van voorgaande jaren. Er wordt informatie gepresenteerd over migratie en demografische kenmerken (hoofdstuk 2), onderwijspositie, schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (hoofdstuk 3), arbeid en uitkeringen (hoofdstuk 4) en criminaliteit (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 5 wordt ook ingegaan op de vraag of en in welke mate factoren, zoals bijvoorbeeld schoolverzuim en uitkeringsafhankelijkheid, samenhangen met criminaliteit. Deze monitor gaat in op de situatie in Daar waar mogelijk zal worden teruggeblikt op de situatie in EU-landen in Rotterdam zowel volgens het nationaliteitscriterium als volgens de CBS herkomstdefinitie zijn geïdentificeerd (zie tabel b2.3). 2

7 Hoofdstuk 2 Demografie Inleiding Om inzicht te krijgen in de omvang en samenstelling van de diverse groepen Rotterdammers zetten we in dit hoofdstuk eerst hun demografische kenmerken uiteen. Achtereenvolgens gaan we in op de stand en de ontwikkeling van de onderscheiden bevolkingsgroepen. Vervolgens kijken we naar de ruimtelijke spreiding, de buitenlandse en binnenlandse migratie, de generatie- en leeftijdsopbouw, de huishoudensamenstelling en het aandeel jonge moeders onder de Rotterdamse bevolkingsgroepen. Demografie Bijna de helft van de Rotterdammers behoort tot een etnische minderheid. De grootste groep heeft een Surinaamse achtergrond. Zij vormen 8,5 procent van de totale Rotterdamse bevolking en zijn daarmee de grootste etnische minderheid in Rotterdam (zie figuur 2.1) ( personen per 31 december 2013). Turkse Rotterdammers vormen met personen de tweede grote groep. Zij maken 7,8 procent uit van de totale Rotterdamse bevolking. Per 31 december 2013 wonen er in Rotterdam personen met Marokkaanse achtergrond (6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking). De groep Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond maakt 3,8 procent uit van de Rotterdamse bevolking, Rotterdammers met een Kaapverdiaanse achtergrond 2,5 procent. Onder jongeren is het aandeel etnische minderheden in de Rotterdamse bevolking groter en het aandeel autochtonen kleiner (zie figuur 2.1b). Onder jongeren tot en met 23 jaar vormen de Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond met 11,0 procent de grootste etnische minderheid, gevolgd door de jongeren met een Turkse (10,2 procent), Surinaamse (8,6 procent) of Antilliaanse achtergrond (5,6 procent). De omvang van de nieuwere migrantengroepen zoals Rotterdammers met een Dominicaanse, Somalische, maar ook Midden- en Oost-Europese achtergrond is geringer. Dit geldt zowel voor de totale Rotterdamse bevolking als voor jongeren tot en met 23 jaar. Voor het exacte aantal personen en de percentages verwijzen we naar bijlagen (zie tabel b2.1a en b2.1b in bijlage 2). 3

8 Hoofdstuk 2 Suriname 8,5% autochtoon 51,1% overig westers 9,5% Turkije 7,8% Marokko 6,7% Antillen 3,8% overig niet westers 6,9% Kaapverdië 2,5% Dominicaanse Republiek 0,4% Somalië 0,4% Irak 0,3% Polen 1,1% Bulgarije 0,4% Roemenië 0,2% ov. EU-AM 0,5% Figuur 2.1a: Rotterdammers naar achtergrond, (bron: RSO-OBI/GBA) Suriname 8,6% Turkije 10,2% autochtoon 41,7% Marokko 11,0% Antillen 5,6% Kaapverdië 2,6% Dominicaanse Republiek 0,5% Somalië 0,6% ov. EU-AM 0,5% overig westers 7,9% Roemenië 0,2% overig niet westers 8,6% Bulgarije 0,6% Polen 1,1% Irak 0,4% Figuur 2.1b: Rotterdammers (0 t/m 23 jaar) naar achtergrond, (bron: RSO-OBI/GBA) Ontwikkeling van de bevolking In figuur 2.2a en 2.2b is de ontwikkeling van de Rotterdamse bevolking vanaf 2004 weergegeven. De lijnen geven de relatieve omvang van de onderscheiden bevolkingsgroepen als aandeel van de totale bevolking. Als we naar de grote Rotterdamse minderheden kijken (zie figuur 2.2a), zien we een lichte afname van het aandeel Rotterdammers met een Surinaamse achtergrond en een lichte toename van Rotterdammers met een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond. 4

9 Demografie Van de in dit rapport onderscheiden kleine minderheden neemt in deze periode met name het aandeel Rotterdammers met een Poolse achtergrond toe, van 0,3 procent in 2005 naar 1,1 procent van de Rotterdamse bevolking per 31 december ,0 9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0, Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië Figuur 2.2a: Ontwikkeling van het aandeel Rotterdammers (per 31 december) (bron: RSO-OBI/GBA) 2,0 1,6 1,2 0,8 0,4 0, Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië Figuur 2.2b: Ontwikkeling van het aandeel Rotterdammers (per 31 december) (bron: RSO-OBI/GBA) 5

10 Hoofdstuk 2 Ruimtelijke spreiding van de bevolking Bijna de helft van de Rotterdammers behoort tot een etnische minderheid. Hiervoor presenteerden we het aandeel van de onderscheiden minderheden in Rotterdam. Dit gegeven is ook per bestuurscommissiegebied en buurt bekend (zie tabel b2.2 en b2.3 in de bijlage). We zien aanzienlijke verschillen tussen bestuurscommissiegebieden en buurten. Zoals al eerder gezegd heeft 8,5 procent van de totale Rotterdamse bevolking een Surinaamse achtergrond. Bekijken we dit gegeven per bestuurscommissiegebied, dan zien we dat in Charlois, IJsselmonde en Feijenoord het aandeel Rotterdammers met een Surinaamse, Antilliaanse Dominicaanse, Somalische of Iraakse achtergrond bovengemiddeld is. In Charlois wonen ook relatief veel Rotterdammers met een Poolse of Bulgaarse achtergrond. In Hoogvliet wonen relatief veel Rotterdammers met een Surinaamse, Antilliaanse of Iraakse achtergrond. In Delfshaven wonen relatief veel Rotterdammers met een Surinaamse of Kaapverdiaanse achtergrond. In Delfshaven en Feijenoord wonen ook relatief veel Rotterdammers met een Turkse en Marokkaanse achtergrond. 6

11 Demografie Buitenlandse migratie In 2013 komen totaal migranten vanuit het buitenland naar Rotterdam. Kijken we naar de ontwikkeling in de periode dan zien we dat met name het aantal migranten uit de Europese Unie (waaronder personen met een Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond) sterk is toegenomen (zie figuur 2.3) Surinamers Antillianen Kaapverdianen Turken Marokkanen Autochtonen Europese Unie (excl. autochtonen) Figuur 2.3: Immigratie van Rotterdammers (bron: RSO-OBI) In figuur 2.4 is het vertrek van Rotterdammers naar het buitenland geschetst. Het beeld in figuur 2.4 lijkt op dat in figuur 2.3. De emigratie van de grote etnische minderheden is net zoals de immigratie in de afgelopen jaren redelijk stabiel. Ook zien we een sterke toename van de emigratie van Rotterdammers die afkomstig zijn uit de EU-landen. Het aantal emigranten met een achtergrond van één van de landen van de Europese Unie is echter wel aanzienlijk kleiner dan het aantal immigranten uit de EU-landen. Voor de exacte cijfers verwijzen we naar tabel b2.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk. 7

12 Hoofdstuk Surinamers Kaapverdianen Marokkanen Europese Unie (excl. autochtonen) Antillianen Turken Autochtonen Figuur 2.4: Emigratie van Rotterdammers (bron: RSO-OBI) Binnenlandse migratie De binnenlandse migratie, dat wil zeggen de personen die zich in Rotterdam vestigen vanuit een andere gemeente in Nederland of vanuit Rotterdam vertrekken naar een andere Nederlandse gemeente, fluctueert minder sterk dan de buitenlandse migratie. Dit geldt zowel voor de grotere Rotterdamse minderheden als voor de migranten uit de landen van de Europese Unie. We zien in figuur 2.5 (vestiging in Rotterdam vanuit een andere gemeente) en figuur 2.6 (vertrek vanuit Rotterdam naar een andere gemeente) dat vestiging en vertrekcijfers voor de onderscheiden groepen redelijk in balans zijn. In beide figuren zijn de vertrek- en vestigingsstromen van autochtonen buiten beschouwing gelaten. De vertrek- en vestigingsstromen van autochtonen zijn in absolute omvang veruit het grootst. In 2013 komen autochtone Nederlanders vanuit elders in Nederland naar Rotterdam en vertrekken er uit Rotterdam naar een andere Nederlandse gemeente. De vertrek- en vestigingsstromen van autochtonen zijn in de periode nagenoeg stabiel. 8

13 Demografie Surinamers Antillianen Kaapverdianen Turken Marokkanen Europese Unie (excl. autochtonen) Figuur 2.5: Vestiging van Rotterdammers (bron: RSO-OBI) Surinamers Antillianen Kaapverdianen Turken Marokkanen Europese Unie (excl. autochtonen) Figuur 2.6: Vertrek van Rotterdammers (bron: RSO-OBI) 9

14 Hoofdstuk 2 Generatie Van de Rotterdammers met een niet-nederlandse herkomst is iets meer dan de helft (55,3 procent) in Nederland geboren en behoort daarmee tot de eerste generatie (in Nederland geboren personen met één of twee in het herkomstland geboren ouders) (zie figuur 2.7a). Figuur 2.7a: Rotterdammers naar generatie en achtergrond, (bron: RSO-OBI/GBA) We zien dat van de traditionele migrantengroepen zoals Rotterdammers met een Surinaamse, Turkse of Marokkaanse achtergrond een groter deel van de tweede generatie is dan van nieuwere groepen zoals Rotterdammers met een Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond. De tweede generatie Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond is in relatieve zin veel kleiner dan de tweede generatie Rotterdammers met Marokkaanse achtergrond. Van de bevolking met een Marokkaanse achtergrond is meer dan de helft (55,1 procent) van de tweede generatie. De tweede generatie onder Rotterdammers met Marokkaanse achtergrond is daarmee in relatieve zin de grootste van alle onderscheiden bevolkingsgroepen. Van de bevolking met een Bulgaarse achtergrond is 12,1 procent van de tweede generatie en 10

15 Demografie daarmee in relatieve zin de kleinste van alle onderscheiden bevolkingsgroepen. Onder jongeren Van jongeren met een niet-nederlandse achtergrond is een kleiner deel van de eerste generatie. Van de totale groep is 17,4 procent van de eerste generatie. Onder Rotterdammers met een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Kaapverdische achtergrond is de eerste generatie het kleinst. Onder nieuwe EU-arbeidsmigranten is het percentage eerste generatie het grootst. Figuur 2.7b: Rotterdamse jongeren (0 t/m 23 jaar) naar generatie en achtergrond, (bron: RSO-OBI/GBA) 11

16 Hoofdstuk 2 Leeftijd In figuur 2.8 wordt de leeftijdsopbouw van de verschillende Rotterdamse bevolkingsgroepen vergeleken. Wat ten eerste opvalt is dat het aandeel 65- plussers relatief klein is onder de verschillende onderscheiden herkomstgroepen ten opzichte van de autochtonen. Het aandeel 65-plussers is voor veel groepen (veel) kleiner dan 10 procent, voor autochtonen is dit 22,6 procent. Van de grote herkomstgroepen kent de bevolking met een Marokkaanse achtergrond met 35,9 procent het grootste aandeel minderjarigen (0-17 jaar). Verder valt op dat van de andere onderscheiden groepen het aandeel jarigen relatief groot is onder de groepen met een EUarbeidsmigrantenachtergrond. Ongeveer de helft van deze groepen is tussen de 25 en de 44 jaar. Figuur 2.8: Rotterdammers naar leeftijd en achtergrond, (bron: RSO-OBI/GBA) 12

17 Demografie Personen in huishoudens Van de totale Rotterdamse bevolking is 35,8 procent alleenstaand, 14,3 procent is lid van een (echt)paar zonder kinderen en 18,3 procent is lid van een (echt)paar met kinderen. Van alle Rotterdammers is 5,8 procent een alleenstaande ouder. Het aandeel eenouderhuishoudens onder de Rotterdamse bevolking met een Dominicaanse (18,3 procent), Kaapverdiaanse (14,7 procent), Antilliaanse (13,9 procent) Surinaamse (13,1 procent) en Somalische (11,6 procent) achtergrond is veel groter dan gemiddeld. Figuur 2.9: Personen naar gezinssituatie en achtergrond, (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 13

18 Hoofdstuk 2 Jonge moeders Per 31 december 2013 wonen er in Rotterdam vrouwen in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar. Hiervan hebben er één of meerdere kinderen. Daarmee is 5,9 procent van de Rotterdamse vrouwen in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder (zie ook tabel b2.6 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Het aandeel jonge moeders van Rotterdammers met een Antilliaanse (15,4 procent), Kaapverdiaanse (10,7 procent) of Surinaamse (9,6 procent) achtergrond is aanzienlijk groter. Het aandeel moeders onder jonge vrouwen met Marokkaanse of Turkse achtergrond is met respectievelijk 4,9 en 3,6 procent kleiner dan gemiddeld. Kijken we naar de Rotterdamse kleine minderheden, dan zien we dat het aandeel moeders onder Rotterdammers met een Dominicaanse (22,1 procent), Somalische (23,9 procent), Poolse en Bulgaarse achtergrond aanzienlijk is en aandeel moeders onder Rotterdammers met een Iraakse of Roemeense achtergrond juist relatief beperkt is. Figuur 2.10 geeft het percentage moeders weer onder de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar waarbij onderscheid is gemaakt in drie leeftijdsklassen. We zien dat 0,3 procent van de jarige meisjes van de Rotterdamse meisjes moeder is. Van de jarige meisjes met een Dominicaanse achtergrond is 6,5 procent moeder en van de jarigen met Antilliaanse achtergrond 1,6 procent. Onder de jongvolwassen Rotterdamse vrouwen van 18 t/m 20 jaar en 21 t/m 23 jaar is het percentage moeders respectievelijk 3,0 procent en 10,8 procent. Ook binnen deze leeftijdscategorieën is het aandeel moeders relatief groot onder Rotterdammers met een Antilliaanse, Kaapverdiaanse, Surinaamse, Dominicaanse, Somalische, Poolse of Bulgaarse achtergrond en relatief klein onder Rotterdammers met een Marokkaanse, Turkse, Iraakse of Roemeense achtergrond. Van de jonge moeders met Turkse en of een Marokkaanse achtergrond heeft een relatief groot deel een partner (zie tabel b2.7). Van de jonge moeders met een Dominicaanse, Antilliaanse, Kaapverdiaanse of Surinaamse achtergrond heeft veruit het grootste deel geen partner. 14

19 Demografie Suriname 4,7 18,5 Turkije 0,9 8,6 Marokko 1,7 11,4 Antillen 1,6 8,9 24,4 Kaapverdië 5,5 21,1 autochtoon 1,9 6,3 Dominicaanse Republiek 6,5 25,0 27,9 Somalië 9,4 42,1 Irak 11,9 Polen 12,2 27,7 Bulgarije 23,4 38,5 Roemenië 8, jaar jaar totaal 3,0 10, jaar 0,0 10,0 20,0 30,0 40,0 50,0 Figuur 2.10: Aandeel moeders naar leeftijd en achtergrond, (bron: RSO-OBI, bewerking Risbo) Jonge moeders Het aandeel jonge moeders is in vergelijking met de situatie eind 2004 gedaald. Eind 2004 was 9,5 procent van de Rotterdamse vrouwen in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder, per eind 2013 is dit gedaald naar 5,9 procent. We zien deze dalende trend bij alle grote Rotterdamse minderheden. Onder vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is de dalende trend echter aanzienlijk sterker dan onder vrouwen met Surinaamse, Antilliaanse of Kaapverdiaanse achtergrond. In de jongste leeftijdsgroep, van 16 t/m 17 jaar, zien we deze daling ook, van 0,8 procent eind 2004 naar 0,3 procent eind 2013 (zie tabel b2.8 in de bijlage). 15

20

21 Hoofdstuk 3 Onderwijs Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de onderwijssituatie van de diverse groepen Rotterdammers. Er wordt stilgestaan bij hun positie in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. Tevens wordt er gerapporteerd over (relatief) schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten. In onderstaande figuur is het Nederlandse onderwijsstelsel schematisch weergegeven. 3 e Figuur 3.0: Het Nederlandse onderwijsstelsel (bron: CBS) 3 Onderwijs wordt door de overheid dermate belangrijk geacht dat in 2007 de leerplichtige leeftijd is uitgebreid van zestien naar achttien jaar. Het doel hiervan is schoolverzuim en schooluitval onder zestienjarige tot achttienjarige jongeren terug te dringen. Per 1 augustus 2007 geldt de kwalificatieplicht. Alle leerlingen blijven volledig leerplichtig tot het einde van het schooljaar waarin ze zestien jaar worden. Na het laatste schooljaar van de leerplicht begint de kwalificatieplicht. Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht verlengd tot de dag dat de leerling een startkwalificatie heeft gehaald, of tot de dag dat de leerling 18 jaar wordt. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo-niveau 2-, 3-, of 4- diploma. 17

22 Hoofdstuk 3 Leerlingen in het basisonderwijs In Nederland is ieder kind vanaf vijf jaar verplicht om naar school te gaan. Leerlingen verlaten het basisonderwijs in elk geval aan het einde van het schooljaar waarin zij veertien jaar worden. Onderstaande analyse heeft betrekking op Rotterdamse kinderen in de leeftijd van vijf tot en met dertien jaar. Veruit het grootste deel van deze kinderen volgt het reguliere basisonderwijs. Daarnaast krijgt een deel les op een school voor speciaal basisonderwijs. Het speciaal basisonderwijs is bedoeld voor kinderen die meer hulp nodig hebben bij de opvoeding en het leren dan het reguliere basisonderwijs kan bieden. Vergeleken met scholen voor regulier basisonderwijs hebben scholen voor speciaal basisonderwijs kleinere groepen leerlingen en beschikken ze over meer afzonderlijke deskundigen om de leerlingen met leer- en gedragsproblemen te begeleiden (CBS 2008:31). Figuur 3.1 laat zien dat van alle Rotterdammers kinderen in het basisonderwijs 2,7 procent op een school voor speciaal basisonderwijs zit. Met name bij Rotterdamse kinderen met een Antilliaanse achtergrond is dit percentage hoger (6,5 procent). Ook bij Rotterdamse kinderen met een Dominicaanse (4,7 procent) of Kaapverdiaanse (4,4 procent) achtergrond is het aandeel dat speciaal basisonderwijs volgt hoger dan het gemiddelde in Rotterdam. Van de Rotterdammers met een Poolse of Roemeense achtergrond zit een relatief klein deel van de kinderen in het speciaal basisonderwijs, voor de Rotterdammers met een Bulgaarse achtergrond is dit niet zo, van deze kinderen zit 3,7 procent in het speciaal basisonderwijs. Naast het speciaal basisonderwijs bestaan er ook speciale scholen. Deze scholen zijn bedoeld voor basis- en voortgezet onderwijs aan leerlingen met een functiebeperking. Het gaat hier om kinderen met een visuele, auditieve of lichamelijke handicap. Daarnaast bieden deze scholen plaats aan zeer moeilijk lerende of moeilijk opvoedbare kinderen en langdurig zieken. Van alle Rotterdamse kinderen zit 2,7 procent op een speciale school, dit is vergelijkbaar met het percentage dat op een speciale basisschool zit. Het beeld van de deelname van de verschillende groepen aan het speciaal onderwijs is vergelijkbaar met de deelname aan het speciaal basisonderwijs. Een groter dan gemiddeld deel van de Rotterdamse kinderen met een Kaapverdiaanse, Antilliaanse en Dominicaanse achtergrond zit op zo n speciale school. Van de Rotterdammers met Poolse of Roemeense achtergrond volgt een kleiner deel speciaal onderwijs. Bij de Rotterdammers 18

23 Onderwijs met een Bulgaarse achtergrond is dit aandeel hoger dan bij de overige EUarbeidsmigranten. 4 Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat jongens (7,3 procent) relatief vaker speciaal (basis) onderwijs volgen dan meisjes (3,5 procent), Zie tabel b3.1 in de bijlage voor een uitsplitsing per herkomstgroep. Suriname 3,5 2,4 Turkije 3,0 2,8 Marokko 2,7 2,2 Antillen 6,5 4,6 Kaapverdië 4,4 5,2 autochtoon 2,1 2,7 Dominicaanse Republiek 4,7 4,1 Somalië 2,0 1,4 Irak 1,1 3,7 Polen 1,2 1,6 Bulgarije 3,7 2,5 Roemenië 1,7 totaal 2,7 2,7 sbao so 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 Figuur 3.1: Kinderen in het speciaal (basis)onderwijs naar achtergrond, schooljaar 2012/2013 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) 4 Opgemerkt wordt dat het percentage kinderen in het speciaal (basis)onderwijs onder de nieuwe migranten groepen is gebaseerd op relatief kleine aantallen. Van de 319 kinderen van Dominicaanse afkomst volgen er 28 speciaal (basis)onderwijs en van de 296 kinderen van Somalische afkomst volgen er 10 speciaal (basis)onderwijs en van de 188 kinderen met een Iraakse achtergrond volgen er 9 speciaal (basis)onderwijs. Ook het aantal kinderen met een Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond in het speciaal (basis)onderwijs is beperkt. De cijfers kunnen als hiervan gevolg sterk fluctueren. 19

24 Hoofdstuk 3 Leerlingen in het voortgezet onderwijs De analyse in deze paragraaf heeft betrekking op Rotterdamse schoolgaande jongeren in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar in het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs is onderverdeeld in het praktijkonderwijs, het vmbo, de havo en het vwo. Daarnaast is er het speciaal onderwijs voor leerlingen met een functiebeperking. Suriname 4,3 5,9 Turkije 3,7 6,5 Marokko 4,1 5,5 Antillen 9,5 13,3 Kaapverdië 4,5 9,7 autochtoon 4,3 2,5 Dominicaanse Republiek 9,3 14,8 Somalië 10,2 8,5 Irak 4,7 5,5 Polen 3,0 3,0 Bulgarije 6,1 21,4 Roemenië 4,8 Total 4,5 4,8 speciaal onderwijs praktijkonderwijs 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 Figuur 3.2: Jongeren (12 t/m 22 jaar) in het speciaal en praktijkonderwijs, schooljaar 2012/2013 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Uit figuur 3.2 wordt duidelijk dat bijna één op de tien Rotterdamse jongeren in het voortgezet onderwijs een opleiding in het speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgt (9,3 procent). Bij de traditionele migranten groepen is de deelname van Rotterdammers met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse achtergrond vergelijkbaar met het stedelijk gemiddelde. Van de Rotterdammers met een Dominicaanse en Antilliaanse achtergrond volgt een veel groter deel een opleiding in het speciaal of het praktijkonderwijs. Verder valt het grote aandeel van Rotterdamse jongeren met een Bulgaarse achtergrond dat in het praktijkonderwijs op. Het praktijkonderwijs is ontstaan 20

25 Onderwijs uit het speciaal voortgezet onderwijs en herbergt jongeren met leer- en opvoedmoeilijkheden. 5 Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat ook hier jongens relatief vaker speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgen dan meisjes. Dit verschil tussen jongens en meisjes zien we bij nagenoeg alle onderscheiden bevolkingsgroepen (zie tabel b3.2 in de bijlage). Van de Rotterdamse jongens met een Dominicaanse en Bulgaarse achtergrond zit ruim 30 procent in het speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs. Het aandeel Rotterdamse meisjes met een Dominicaanse, Antilliaanse of Bulgaarse achtergrond in het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs is ten opzichte van de meisjes en jongens van andere achtergrond overigens groot. Figuur 3.3 gaat specifiek in op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Leerlingen in het speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en de onderbouw (de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs) zijn in deze figuur buiten beschouwing gelaten. Van de totale groep leerlingen in de bovenbouw zit de helft op het vmbo (50,7 procent). Onder Rotterdamse jongeren met een Antilliaanse en Kaapverdiaanse achtergrond is dit aandeel met respectievelijk 75,0 en 72,3 procent veel hoger. Tevens zien we dat binnen het vmbo Rotterdamse jongeren met een Antilliaanse achtergrond veel vaker dan gemiddeld de lagere leerwegen (de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg) van het vmbo volgen en daarbij ook relatief vaak een indicatie hebben voor het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Dit betekent dat zij meer ondersteuning en individuele begeleiding nodig hebben bij het volgen van het vmbo. Ook onder Rotterdamse jongeren met een Dominicaanse (82,7 procent) of een Somalische (74,5 procent) achtergrond is het aandeel vmbo-ers hoger dan het gemiddelde. Het beeld bij de Rotterdammers met een Bulgaarse achtergrond wijkt ook sterk af van het gemiddelde, maar hierbij moet aangetekend worden dat het hier om een groep van slechts 20 personen gaat. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat er bij de totale Rotterdamse bevolking geen verschil is tussen jongens en meisjes in het aandeel dat havo of vwo 5 Het aantal Rotterdamse leerlingen met een Dominicaanse, Somalische, Iraakse, Bulgaarse, of Roemeense achtergrond in het voortgezet onderwijs is beperkt. De voor deze groepen gepresenteerde cijfers moeten met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. De cijfers kunnen als gevolg van de beperkte aantallen sterk van jaar tot jaar fluctueren. 21

26 Hoofdstuk 3 volgt, zie tabel b3.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk. Voor enkele groepen is het wel zo dat meisjes vaker op de havo of het vwo een opleiding volgen. Het gaat dan met name om Rotterdammers met een Kaapverdiaanse of een Iraakse achtergrond, Bij de groepen Rotterdammers met een Pools, Roemeense of Bulgaarse achtergrond zijn het vaker de jongens die een hogere opleiding volgen. Suriname 13,4 17,0 31,5 23,3 14,9 Turkije 18,2 20,8 28,5 21,1 11,4 Marokko 17,4 18,0 29,2 20,8 14,6 Antillen 24,0 25,9 25,1 14,6 10,4 Kaapverdië 20,5 22,5 29,3 17,7 10,0 autochtoon 6,9 10,6 20,3 26,0 36,1 Dominicaanse Republiek 19,2 38,5 25,0 9,6 7,7 Somalië 15,7 29,4 29,4 21,6 3,9 Irak 10,5 12,3 26,3 19,3 31,6 Polen 18,8 21,7 23,2 15,9 20,3 Bulgarije 30,0 35,0 25,0 10,0 Roemenië 20,0 0,0 20,0 10,0 50,0 totaal 11,8 14,8 24,2 23,8 25,5 0,0 10,0 20,0 30,0 40,0 50,0 60,0 70,0 80,0 90,0 100,0 vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) vmbo bb/kb (lj 3-4) vmbo gtl (lj 3-4) havo (lj 3-5) vwo (lj 3-6) Figuur 3.3: Jongeren (12 t/m 22 jaar) in bovenbouw van het voortgezet onderwijs schooljaar 2012/2013 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) 22

27 Onderwijs Deelnemers in het mbo De analyse in deze paragraaf heeft betrekking op Rotterdamse schoolgaande jongeren in de leeftijd van 15 t/m 22 jaar in het mbo. Het mbo kent met name in de beroepsbegeleidende leerweg een aanzienlijk aantal deelnemers dat ouder is dan 22 jaar. Deze deelnemers blijven hier noodgedwongen buiten beschouwing omdat er geen gegevens over beschikbaar zijn. Figuur 3.4 laat zien dat van alle deelnemers het aandeel van het mbo niveau 4 het grootst is. Dit beeld is bij de meeste groepen terug te zien. Alleen bij Rotterdammers met een Antilliaanse, Dominicaanse of Somalische achtergrond is dit niet het geval. 6 In vergelijking met de jongens volgen meer meisjes een opleiding op het mbo 4 niveau, en minder meisjes een opleiding op niveau 1 (zie tabel b3.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Suriname 5,8 26,5 27,9 39,9 Turkije 6,5 25,9 26,5 41,1 Marokko 6,4 26,4 25,8 41,4 Antillen 12,2 32,8 28,0 27,1 Kaapverdië 5,0 30,6 31,0 33,4 autochtoon 2,6 21,2 26,5 49,6 Dominicaanse Republiek 15,5 34,0 22,3 28,2 Somalië 25,6 30,5 17,1 26,8 Irak 5,0 16,7 26,7 51,7 Polen 27,0 27,0 18,0 28,1 Bulgarije 31,0 40,5 14,3 14,3 Roemenië 13,3 33,3 53,3 totaal 6,0 25,3 26,7 42,0 0,0 20,0 40,0 60,0 80,0 100,0 mbo, niveau 1 mbo, niveau 2 mbo, niveau 3 mbo, niveau 4 Figuur 3.4: Jongeren (15 t/m 22 jaar) in het mbo schooljaar 2012/ Het aantal Rotterdamse deelnemers met een Dominicaanse, Somalische, Iraakse, Poolse, Bulgaarse, of Roemeense achtergrond in het middelbaar beroeps onderwijs is (zeer) beperkt. De voor deze groepen gepresenteerde cijfers moeten met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. De cijfers kunnen als gevolg van de beperkte aantallen sterk van jaar tot jaar fluctueren. 23

28 Hoofdstuk 3 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Absoluut schoolverzuim Als een leerplichtige leerling langer dan vier weken niet is ingeschreven op een school is er sprake van absoluut verzuim. Het totaal aantal gevallen van absoluut verzuim is beperkt. Uitsplitsing naar bevolkingsgroep laat zien dat in 2013/2014 0,4 procent van de jongeren in de leeftijd 5 t/m 17 jaar langer dan vier weken niet was ingeschreven op een school (zie tabel b3.5 in bijlage). 7 Relatief schoolverzuim Als een leerling incidenteel of geregeld ongeoorloofd afwezig is, is er sprake van relatief verzuim. Relatief verzuim dat korter duurt dan drie dagen of dan een achtste van de lestijd binnen vier weken hoeft wettelijk niet te worden gemeld door de school. In de praktijk doen veel scholen dat echter wel, daarbij aangespoord door Leerplicht. Als het relatief verzuim langer duurt, is het volgens de Leerplichtwet 1969 zorgwekkend en is de school wel verplicht om het verzuim te melden (JOS 2007: 64). 8 In figuur 3.5 is het aandeel leerlingen in de leeftijd van 5 t/m 17 jaar opgenomen dat in Rotterdam woont en van wie in schooljaar 2012/2013 minimaal één verzuimincident is gemeld. Van alle leerlingen in deze leeftijdscategorie heeft in het schooljaar 2012/2013 5,7 procent minimaal één keer verzuimd. Van de Rotterdamse jongeren met een Antilliaanse achtergrond heeft een veel groter deel (12,2 procent) verzuimd. Ook bij de overige traditionele migrantengroepen is er een lichte oververtegenwoordiging. Met name bij de Rotterdamse jongeren met een Bulgaarse achtergrond is het relatieve verzuim hoog, 23,5 procent van de 405 jongeren hebben één keer of vaker verzuimd. 7 Van de in 2013/2014 geregistreerde gevallen van (vermoedelijk) absoluut verzuim kan slechts een deel worden gekoppeld aan de in de GBA ingeschreven bevolking per Mogelijk gaat het in de resterende absoluut verzuimgevallen deels om personen die zich na 31 december in de GBA hebben ingeschreven. Het gepresenteerde absoluut verzuimcijfer is dus per definitie een onderschatting. 8 JOS (2007). Jaarverslag Leerplicht, schooljaar Rotterdam: JOS 24

29 Onderwijs Suriname Turkije Marokko 7,3 6,9 7,5 Antillen 12,2 Kaapverdië 7,9 autochtoon 2,9 Dominicaanse Republiek 8,9 Somalië Irak 7,8 8,0 Polen 10,0 Bulgarije 23,5 Roemenië 8,6 totaal 5,7 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 Figuur 3.5: Relatief schoolverzuim in schooljaar 2012/2013 naar achtergrond (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Uitsplitsing naar geslacht, generatie en leeftijd laat zien dat jongens vaker verzuimen dan meisjes. Het verzuim bij de eerste generatie jongeren (jongeren die geboren zijn in het afkomstland) is aanmerkelijk hoger dan in de tweede generatie (jongeren die in Nederland zijn geboren met een in het buitenland geboren vader en/of moeder). Dit beeld zien we bij de totale groep en bij nagenoeg alle onderscheiden herkomstgroepen (zie tabel b3.6 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Vanaf de leeftijd van 13 jaar is er een sterke toename van het relatieve schoolverzuim. Na de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs neemt het verzuim sterk toe. Het verzuim is het hoogst onder 15, 16 en 17-jarigen. Hiervan komt in het schooljaar 2012/2013 respectievelijk 10,7 procent, 13,9 procent en 17,2 procent in aanraking met leerplicht omdat zij één of meerdere keren ongeoorloofd van school afwezig waren. 25

30 Hoofdstuk 3 Relatief schoolverzuim 2004/2005 tot en met 2012/2013 In de figuren 3.6a en 3.6b staat het aandeel leerlingen in de leeftijd van 5 t/m 17 jaar dat in Rotterdam woont en van wie minimaal één verzuimincident is gemeld voor de periode 2004/2005 tot en met 2012/2013. Het verzuim onder alle Rotterdamse leerlingen neemt in deze periode toe van 3,0 procent in 2004/2005 naar 5,7 procent in 2012/2013. De stijging is vooral sinds 2008/2009 te zien. De scherpe stijging van de afgelopen jaren komt niet doordat er veel meer wordt verzuimd, maar wordt waarschijnlijk voornamelijk veroorzaakt doordat er meer en beter gemeld wordt. 9 Bij alle groepen in figuur 3.6a is in de loop van de jaren een stijging te zien. Onder Rotterdamse leerlingen met een Antilliaanse achtergrond is het verzuim ten opzichte vanaf 2008/2009 gestegen van 6,8 procent naar 12,2 procent in 2012/ ,0 12,0 10,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2004/ / / / / / / / /2013 Figuur 3.6a: Relatief schoolverzuim naar achtergrond 2004/2005 tot en met 2012/2013 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) 9 Met name in het voortgezet onderwijs en op het mbo is er sterk stijgend aantal verzuimmeldingen. Dat het mbo meer is gaan melden, komt niet doordat er meer verzuimd wordt, maar doordat deze scholen mede door het project verzuimaanpak op het Jongerenloket, er steeds meer op gewezen worden dat ongeoorloofd verzuim gemeld moet worden. De stijging van het aantal verzuimmeldingen op in het voortgezet onderwijs heeft te maken met de steeds betere samenwerking tussen Leerplicht en school. Leerplicht heeft veel voorlichting gegeven op de scholen en verzocht het verzuim eerder te melden. Hierdoor kan het verzuim preventiever worden aangepakt (Jaarverslag Leerplicht , p14-15, Rotterdam: JOS). 26

31 Onderwijs Het beeld van de ontwikkeling van het relatieve schoolverzuim in de overige groepen is grillig, zie figuur 3.6. In elk van de onderscheiden groepen kleine minderheden is het percentage relatief verzuim in het schooljaar 2012/2013 hoger dan in gemiddeld in Rotterdam. Meest opvallend is de ontwikkeling bij de Rotterdammers met een Bulgaarse achtergrond, tot 2007/2008 lag het percentage relatief verzuim rond het gemiddelde van de stad (2,9 procent), daarna is er jaarlijks een sterk stijging zichtbaar. In 2012/13 ligt het relatief verzuim voor deze groep op 23,5 procent. 25,0 20,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 15,0 10,0 5,0 0,0 2004/ / / / / / / / /2013 Figuur 3.6b: Relatief schoolverzuim naar achtergrond 2004/2005 tot en met 2012/2013 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Nieuwe voortijdig schoolverlaters Een andere indicator voor de onderwijspositie is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters (vsv-ers). Onder de nieuwe vsv-ers worden alle leerlingen van 12 tot 23 jaar verstaan, die in een schooljaar zonder startkwalificatie (diploma van havo, vwo of mbo met minimaal niveau 2) het onderwijs verlaten. Voor de berekening van het percentage nieuwe vsv-ers is het aantal nieuwe vsv-ers in het schooljaar 2012/2013 gedeeld door het totaal aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in de leeftijd van 12 tot 23 jaar in Rotterdam en 27

32 Hoofdstuk 3 vermenigvuldigd met 100 procent. 10 In figuur 3.8 is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters in schooljaar 2012/2013 gepresenteerd. Van alle Rotterdamse 12 tot 23-jarige onderwijsdeelnemers heeft in schooljaar 2012/2013 3,8 procent de school voortijdig verlaten. Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond is met 6,6 procent hoger dan dit gemiddelde. Ook in de groep Rotterdammers met een Somalische, Dominicaans of Iraakse achtergrond is het aandeel nieuw voortijdig schoolverlaters hoger dan gemiddeld. Bij de groepen EU arbeidsmigranten valt het grote aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers met een Bulgaarse achtergrond op. Suriname 4,5 Turkije 4,7 Marokko 3,9 Antillen 6,6 Kaapverdië 4,9 autochtoon 2,6 Dominicaanse Republiek 6,0 Somalië 8,2 Irak 6,7 Polen 7,8 Bulgarije 10,6 Roemenië 6,1 totaal 3,8 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 Figuur 3.8: Aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar) in schooljaar 2012/2013 naar achtergrond (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) 10 De hier gehanteerde definitie van nieuwe voortijdig schoolverlaters sluit aan bij de definitie van het Ministerie van OCW. Het betreft voorlopige cijfers die in maart beschikbaar komen. De definitieve cijfers komen in oktober beschikbaar. In voorgaande rapportages werd een andere definitie van voortijdig schoolverlaten gehanteerd. 28

33 Onderwijs Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder de eerste generatie is groter dan onder de tweede generatie. Dit beeld zien we terug bij het grootste deel van de onderscheiden herkomstgroepen (zie tabel b3.7 in de bijlage). 11 Onder jongens is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters groter dan onder meisjes. Ook dit beeld zien we bij nagenoeg onderscheiden herkomstgroepen. Voortijdig schoolverlaten 2008/ /2013 Het aandeel nieuwe vsv-ers onder Rotterdamse 12 tot 23-jarige onderwijsdeelnemers is gedaald van 6,0 procent in schooljaar 2010/2011 naar 3,8 procent in schooljaar 2012/ Onder jongeren van elk van de traditionele migrantengroepen daalt het aandeel nieuwe vsv-ers ook sinds 2010/2011, zie figuur 3.10a. 12,0 10,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2008/ / / / /2013 Figuur 3.10a: Aandeel voortijdig schoolverlaters naar achtergrond, schooljaar 2008/2009 t/m schooljaar 2012/2013, voorlopige cijfers (bron: DUO, bewerking Risbo) 11 Het verschil tussen de eerste en tweede generatie is deels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw. Onder bijvoorbeeld de eerste generatie Marokkaanse Nederlanders is het aandeel jarigen groter dan onder de tweede generatie en het aandeel vsv-ers onder 17- tot 23-jarige jongeren is veel groter dan onder de 12 t/m 16-jarige jongeren. 12 De gepresenteerde cijfers over nieuwe voortijdig schoolverlaters zijn vanwege de vergelijkbaarheid voor alle schooljaren steeds gebaseerd op voorlopige cijfers. De voorlopige cijfers kunnen afwijken van definitieve cijfers die steeds per oktober beschikbaar komen. 29

34 Hoofdstuk 3 Het beeld van de ontwikkeling van het aandeel nieuwe vsv-ers in de overige groepen is minder positief dan gemiddeld in Rotterdam. Bij Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond is er de laatste jaren ook sprake van een daling van 18,8 procent in het schooljaar 2010/2011 naar 6,0 procent in schooljaar 2012/2013. Voor elk van de overige groepen is het aandeel nieuwe vsv-ers in het afgelopen jaar (iets) toegenomen (zie figuur 3.10b) ,0 18,0 16,0 14,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2008/ / / / /2013 Figuur 3.10b: Aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters naar achtergrond, schooljaar 2008/2009 t/m schooljaar 2012/2013, voorlopige cijfers (bron: DUO, bewerking Risbo) 13 Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdamse leerlingen met een Dominicaanse, Somalische, Iraakse, Poolse, Bulgaarse, of Roemeense achtergrond in het middelbaar beroeps onderwijs is (zeer) beperkt. De voor deze groepen gepresenteerde cijfers moeten met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. De cijfers kunnen als gevolg van de beperkte aantallen sterk van jaar tot jaar fluctueren. 30

35 Hoofdstuk 4 Arbeid en uitkeringen Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de arbeids- en uitkeringssituatie van de Rotterdamse bevolking. Er wordt gerapporteerd over het aandeel en de achtergrondkenmerken van niet-werkende werkzoekenden en uitkeringsontvangers van Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond. 14 Daarbij maken we onderscheid tussen de hele beroepsbevolking van 15 tot en met 64 jaar en zoomen we in op jongeren van 16 tot en met 23 jaar. Werkzoekenden van 15 tot en met 64 jaar Eind 2013 is van de Rotterdammers van 15 tot en met 64 jaar 15,0 procent als niet-werkende werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf ingeschreven (zie figuur 4.1). Onder alle onderscheiden groepen met een niet-westerse buitenlandse achtergrond zien we een (lichte) oververtegenwoordiging van het aandeel werkzoekenden onder 15 t/m 64-jarigen. Onder de traditionele grote migrantengroepen in Rotterdam zien we een oververtegenwoordiging van het aandeel werkzoekenden in vergelijking met het gemiddelde van Rotterdam. 15 Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdammers met een Surinaamse of Turkse achtergrond bedraagt 20,7 procent. Onder Rotterdammers met een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond is dit respectievelijk 26,9 procent en 26,3 procent. Van de Rotterdammers met een Kaapverdiaanse achtergrond is 18,2 procent werkzoekend. De groepen waarvan een groot aandeel als asielmigrant naar Nederland is gekomen (de Rotterdammers met een Somalische of Iraakse achtergrond) hebben nog meer moeite met het vinden van werk. Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdammers met een Iraakse achtergrond is 42,2 procent. Van de Rotterdammers met een Somalische achtergrond is 60,4 procent werkzoekend. Ook onder Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond is het aandeel werkzoekenden met 45,2 procent bovengemiddeld hoog. 14 Het betreft uitkeringen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) (tot en met 2011) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, respectievelijk Zelfstandigen (IOAW en IOAZ). 15 Traditionele migrantengroepen wordt in dit geval gedefinieerd als Rotterdammers met een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond. 31

36 Hoofdstuk 4 Het aandeel werkzoekenden onder de EU-arbeidsmigranten is (iets) kleiner dan gemiddeld in Rotterdam. 16 Het aandeel 15 tot en met 64-jarige nietwerkende werkzoekenden onder Rotterdammers met een Bulgaarse of Roemeense achtergrond betreft respectievelijk 6,5 procent en 7,7 procent. Van de Rotterdammers met een Poolse achtergrond is 14,1 procent werkzoekend. Suriname Turkije 20,7 20,7 Marokko Antillen 26,9 26,3 Kaapverdië 18,2 autochtoon 9,4 Dominicaanse Republiek 45,2 Somalië 60,4 Irak 42,2 Polen 14,1 Bulgarije Roemenië 6,5 7,7 totaal 15,0 0,0 10,0 20,0 30,0 40,0 50,0 60,0 70,0 Figuur 4.1: Werkzoekenden (15-64 jaar) als % van de bevolking, (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) 16 EU-arbeidsmigranten worden in dit geval gedefinieerd als Rotterdammers met een Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond. 32

37 Arbeid en uitkeringen Ontwikkeling werkzoekenden van 2004 tot en met 2013 In de jaren zien we, waarschijnlijk als gevolg van de economische crisis, een (zeer) sterke stijging van het aandeel werkzoekenden onder alle onderscheiden groepen. Onder de totale Rotterdamse bevolking stijgt het aandeel werkzoekenden van 8,2 procent eind 2011 naar 15,0 procent eind Deze stijging van het aandeel werkzoekenden zien we ook terug onder de grote Rotterdamse minderheden. Onder Rotterdammers met een Surinaamse achtergrond stijgt het aandeel werkzoekenden van 11,1 procent eind 2011 naar 20,7 procent per 31 december Ook onder Rotterdammers met een Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse of Kaapverdiaanse achtergrond stijgt het aandeel werkzoekenden in de periode sterk. Onder 15 t/m 64-jarige Rotterdammers met een Somalische, Iraakse of Dominicaanse achtergrond is de toename van het aandeel werkzoekenden nog groter. Onder Rotterdammers met een Somalische achtergrond stijgt het aandeel werkzoekenden van 29,8 procent in 2011 naar 60,4 procent per 31 december Bij Rotterdammers met een Iraakse achtergrond van 22,3 procent naar 42,2 procent en bij Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond van 22,4 procent naar 45,2 procent. Ook onder EU-arbeidsmigranten in Rotterdam stijgt het aandeel werkzoekenden, maar het aandeel werkzoekenden in deze groep blijft aanzienlijk lager dan het Rotterdams gemiddelde. De sterke stijging in de afgelopen jaren volgt op een periode van ongeveer drie jaar ( ) met een relatief stabiel aandeel niet-werkende werkzoekenden en een daaraan voorafgaande vierjarige periode ( ) waarin het aandeel werkzoekenden onder nagenoeg alle Rotterdamse minderheden sterk afnam. Zo was per 31 december ,2 procent van de Rotterdammers werkzoekend. Per 31 december 2008 was dit met vijf procentpunten gedaald tot 7,2 procent. De daling onder Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond was het grootst in deze periode, van 23,2 procent werkzoekenden in 2004 naar 11,3 procent in Ook onder Rotterdammers met een Turkse achtergrond vond er een forse daling plaats in deze periode, van 22,7 procent werkzoekenden in 2004 naar 12,5 procent in Hetzelfde geldt voor Rotterdammers met een Roemeense achtergrond (van 13,1 procent in 2004 naar 3,1 procent per 31 december 2013). 33

38 Hoofdstuk 4 30,0 25,0 20,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 15,0 10,0 5,0 0, Figuur 4.2a: Aandeel werkzoekenden (15-64 jaar) ultimo (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) 70,0 60,0 50,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 40,0 30,0 20,0 10,0 0, Figuur 4.2b: Aandeel werkzoekenden (15-64 jaar) ultimo (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) 34

39 Arbeid en uitkeringen Werkzoekende jongeren 16 tot en met 23 jaar Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdamse jongeren is duidelijk lager dan onder de totale Rotterdamse bevolking. Van de Rotterdammers in de leeftijd van 16 tot en met 23 jaar is per 31 december ,3 procent werkzoekend tegenover 15,0 procent onder de totale potentiële beroepsbevolking van Rotterdam. Onder de onderscheiden groepen zien we grote verschillen. Onder jongeren uit de traditionele migrantengroepen is het aandeel werkzoekenden het hoogst onder Rotterdammers met een Marokkaanse (7,4 procent) of Surinaamse (6,3 procent) achtergrond. Onder jarige Rotterdammers met een Turkse of Kaapverdiaanse achtergrond is het aandeel werkzoekenden 5,1 procent en respectievelijk 6,4 procent. Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdammers met een Somalische en Dominicaanse achtergrond is veel groter dan gemiddeld (19,9 procent respectievelijk 12,9 procent). Het aandeel werkzoekenden onder jonge EUarbeidsmigranten is, met uitzondering van de Rotterdammers met een Poolse achtergrond (5,4 procent), kleiner dan gemiddeld in Rotterdam. Suriname 6,3 Turkije 5,1 Marokko 7,4 Antillen Kaapverdië 6,0 6,4 autochtoon 2,7 Dominicaanse Republiek 12,9 Somalië 19,9 Irak 8,1 Polen 5,4 Bulgarije 1,4 Roemenië 0,0 totaal 4,3 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 Figuur 4.3: Werkzoekende jongeren (16-23 jaar) als % van de bevolking, (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) 35

40 Hoofdstuk 4 Ontwikkeling werkzoekende jongeren van 2004 tot en met 2013 In de periode zien we onder de 16 tot en met 23-jarige Rotterdamse bevolking een geleidelijke toename van het aandeel werkzoekenden, van 1,6 procent naar 4,3 procent. Dezelfde trend zien we bij nagenoeg alle onderscheiden groepen. Van 2008 tot 2011 zien we een geleidelijke stijging van het aandeel jonge werkzoekenden gevolgd door een daling in 2012 en opnieuw een stijging in Onder jongeren uit de traditionele migrantengroepen lag het aandeel werkzoekenden in 2008 tussen de 1,9 procent en 3,4 procent. In 2013 is dit gestegen naar een aandeel tussen de 5,1 procent en 7,4 procent. Onder jonge Rotterdammers met een Somalische achtergrond zien we een sterke stijging van het aandeel werkzoekenden, van 7,0 procent in 2008 naar 19,9 procent per 31 december Onder de EU-arbeidsmigranten zien we dat het aandeel Rotterdammers met een Roemeense of Bulgaarse achtergrond dat werkzoekend is in bijna de gehele periode onder het Rotterdams gemiddelde ligt. Bij jonge Rotterdammers met een Poolse achtergrond zien we juist een stijging van het aandeel werkzoekenden (van 0,3 procent in 2008 naar 5,4 procent in 2013). Onder Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond zien we een grillig verloop van het aandeel jonge werkzoekenden, dit kan waarschijnlijk verklaard worden door het kleine aantal jonge Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond. Voorafgaand aan de stijging van het aandeel werkzoekenden in de periode vindt er in de jaren een daling van het aandeel werkzoekenden onder jongeren plaats. Dit beeld zien we onder nagenoeg alle onderscheiden groepen. Het aandeel werkzoekende Rotterdammers onder jongeren met een Antilliaanse achtergrond daalt in deze periode van 13,9 procent in 2004 naar 3,4 procent in Ook het aandeel werkzoekenden onder jonge Rotterdammers met een Marokkaanse of Turkse achtergrond daalt sterk in deze periode, respectievelijk van 10,3 procent naar 2,5 procent en van 10,5 procent naar 1,9 procent. Dezelfde daling zien we onder andere onderscheiden herkomstgroepen. Onder jonge Rotterdammers met een Somalische en Dominicaanse achtergrond daalt het aandeel werkzoekenden, respectievelijk van 20,1 procent naar 6,7 procent en van 22,2 procent naar 5,7 procent. Het aandeel werkzoekenden onder nieuwe migrantengroepen in Rotterdam ligt in de periode lager dan bij andere onderscheiden herkomstgroepen. Het aandeel werkzoekenden onder jonge Rotterdammers met een Poolse en Bulgaarse achtergrond ligt gedurende deze periode onder het gemiddelde van Rotterdam. Onder jonge Rotterdammers met een 36

41 Arbeid en uitkeringen Roemeense achtergrond zien we vanaf 2005 een sterke daling van het aandeel werkzoekenden. 16,0 14,0 12,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Figuur 4.4a: Aandeel werkzoekenden jongeren (16-23 jaar) ultimo (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) 25,0 20,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 15,0 10,0 5,0 0, Figuur 4.4b: Aandeel werkzoekenden jongeren (16-23 jaar) ultimo (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) 37

42 Hoofdstuk 4 Werkzoekende Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond naar achtergrondkenmerken In deze alinea kijken naar de achtergrondkenmerken Rotterdamse werkzoekenden met een niet-nederlandse achtergrond (zie tabel b4.2 in de bijlage). Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdammers met een niet- Nederlandse achtergrond van de eerste generatie (23,8 procent) is veel groter dan onder de tweede generatie (12,8 procent). Dit zou deels verklaard kunnen worden door het verschil in leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. Eerder zagen we al dat het aandeel werkzoekenden onder jongeren veel lager is dan onder de totale potentiële beroepsbevolking. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger dan de eerste generatie (zie hoofdstuk 2). Om te voorkomen dat het verschil in het aandeel werkzoekenden tussen generaties onterecht wordt toegeschreven aan een generatie-effect, terwijl er eigenlijk sprake is van een leeftijdseffect corrigeren we voor verschillen in leeftijdsopbouw van de generaties. In tabel b4.2 is dit gedaan door de generaties te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen. Ook na deze correctie is het percentage werkzoekenden onder de eerste generatie Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdamse vrouwen met een niet- Nederlandse achtergrond (15,5 procent) is iets hoger dan het aandeel werkzoekenden onder Rotterdamse mannen met een niet-nederlandse achtergrond (14,4 procent). Onder een aantal van de onderscheiden herkomstgroepen zien we echter grote verschillen. Zo is 37,3 procent van de mannelijke Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond werkzoekend tegenover 49,6 procent van de vrouwelijke Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond. Ook onder Rotterdammers met Somalische achtergrond is het aandeel werkzoekenden hoger onder vrouwen dan onder mannen (63,5 procent tegenover 57,6 procent). Daarnaast zien we dat ook onder EU-arbeidsmigranten het aandeel werkzoekenden lager is onder mannen dan onder vrouwen. 38

43 Arbeid en uitkeringen Uitkeringen van 15 tot en met 64 jaar Per 31 december 2013 ontvangt 9,5 procent van de 15 t/m 64-jarige Rotterdammers een uitkering in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, respectievelijk Zelfstandigen (IOAW en IOAZ). Het aandeel uitkeringsontvangers onder Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond is groter dan gemiddeld. Binnen de traditionele migrantengroepen ligt het percentage uitkeringsontvangers tussen de 13,2 en 21,5 procent. Het aandeel uitkeringsontvangers onder de EU-arbeidsmigranten (variërend tussen de 2,6 procent en 5,2 procent) in Rotterdam ligt lager dan het gemiddelde. Onder een aantal onderscheiden herkomstgroepen is het aandeel uitkeringsontvangers zeer hoog. Van de Rotterdammers met een Dominicaanse (39,2 procent), Somalische (56,0 procent) of Iraakse (38,0 procent) achtergrond is het aandeel personen dat per 31 december 2013 afhankelijk is van een uitkering in het kader van de WWB of IOA veel groter dan het gemiddelde in Rotterdam. Suriname Turkije 13,2 13,3 Marokko 21,5 Antillen 18,9 Kaapverdië 10,1 autochtoon 5,1 Dominicaanse Republiek 39,2 Somalië 56,0 Irak 38,0 Polen Bulgarije 2,6 3,6 Roemenië 5,2 totaal 9,5 0,0 10,0 20,0 30,0 40,0 50,0 60,0 Figuur 4.5: Aandeel personen (15-64 jaar) met een WWB of IOA uitkering, (bron: RSO-OBI; SoZaWe, bewerking Risbo) 39

44 Hoofdstuk 4 Ontwikkeling uitkeringen van 2004 tot en met 2013 Er is een trendanalyse gemaakt waarin het aandeel personen met een uitkering naar herkomstgroep is bekeken voor de afgelopen tien jaar. In de periode zien we voor nagenoeg alle onderscheiden groepen een (geleidelijke) toename van het aandeel uitkeringsontvangers. Onder de traditionele migrantengroepen zien we een sterke stijging van het aandeel uitkeringsafhankelijke Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond (van 14,3 procent in 2008 naar 21,5 procent in 2013). De stijging wordt (groten)deels veroorzaakt doordat er vanaf ultimo 2009 door SoZaWe andere gegevens aan COS worden geleverd. 17 Binnen alle onderscheiden traditionele migrantengroepen is het aandeel uitkeringsontvangers groter dan gemiddeld in Rotterdam. De figuur laat zien dat voorafgaand aan de stijging in de periode , een afname plaatsvond in de periode Zo ontving bijvoorbeeld eind ,3 procent van de Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond een uitkering. Eind 2008 was dat 15,9 procent (zie figuur 4.6a/b). Voor de gehele periode geldt dat de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers met een Somalische, Iraakse en Dominicaanse achtergrond relatief hoog is in vergelijking met het Rotterdams gemiddelde (en andere onderscheiden groepen). De uitkeringsafhankelijkheid van Rotterdammers met een Somalische en Iraakse achtergrond is in de periode geleidelijk toegenomen. Het aandeel uitkeringsontvangers onder EU-arbeidsmigranten ligt de gehele periode ( ) onder het Rotterdams gemiddelde. 17 Tot en met 2008 werd in het algemeen alleen het gezinshoofd als uitkeringsontvanger geteld en werden gegevens geleverd van gezinshoofden die een uitkering ontvingen. Daarna zijn ook eventuele uitkeringsafhanklijke partners als uitkeringsontvanger geteld. Dit is mede ingegeven door het beleid van SoZaWe waarbij uitkeringen worden verdeeld over beide partners, met als achterliggende gedachte de emancipatie en activering positief te beïnvloeden. Een en ander geldt voor alle onderscheiden bevolkingsgroepen, maar is in de statistiek voor Rotterdammers van Antilliaanse (en Surinaamse) afkomst minder zichtbaar omdat het bij de uitkeringsontvangers in deze groepen vaak gaat om alleenstaanden of alleenstaande moeders. 40

45 Arbeid en uitkeringen 40,0 35,0 30,0 25,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 20,0 15,0 10,0 5,0 0, Figuur 4.6a: Aandeel personen (15-64 jaar) met een uitkering, ultimo (bron: RSO-OBI, SoZaWe, bewerking Risbo) 70,0 60,0 50,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 40,0 30,0 20,0 10,0 0, Figuur 4.6b: Aandeel personen (15-64 jaar) met een uitkering, ultimo (bron: RSO-OBI, SoZaWe, bewerking Risbo) 41

46 Hoofdstuk 4 Uitkeringen onder jongeren 16 tot en met 23 jaar Net als hiervoor bij het aandeel werkzoekenden is ook het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren veel lager dan onder de hele beroepsbevolking. Van alle Rotterdammers in de leeftijd van 16 tot en met 23 jaar ontvangt 1,7 procent een uitkering (zie figuur 4.7). Onder de traditionele migrantengroepen zien we een wisselend beeld. Het aandeel uitkeringsafhankelijken onder Rotterdamse jongeren met een Turkse achtergrond is met 1,4 procent lager dan het gemiddelde in Rotterdam. De uitkeringsafhankelijkheid van jonge Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond is daarentegen relatief hoog (3,3 procent). Ook het aandeel uitkeringsontvangers onder jonge Rotterdammers met een Surinaamse (2,6 procent), Antilliaanse (2,8 procent) of Kaapverdiaanse (2,3 procent) achtergrond is relatief groot in vergelijking met het Rotterdams gemiddelde. Het aandeel uitkeringsafhankelijken onder Rotterdamse jongeren met een Dominicaanse of Somalische achtergrond is aanzienlijk groter dan het gemiddelde in Rotterdam. Ook de uitkeringsafhankelijkheid van jonge Rotterdammers met een Iraakse achtergrond is relatief groot (4,4 procent). Onder de EU-arbeidsmigranten zijn er nagenoeg geen jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 23 jaar die afhankelijk zijn van een uitkering. 42

47 Arbeid en uitkeringen Suriname 2,6 Turkije 1,4 Marokko 3,3 Antillen 2,8 Kaapverdië 2,3 autochtoon 0,9 Dominicaanse Republiek 7,7 Somalië 14,8 Irak 4,4 Polen Bulgarije Roemenië 0,2 0,0 0,5 totaal 1,7 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 16,0 Figuur 4.7: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een WWB of IOA uitkering, (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) 43

48 Hoofdstuk 4 Ontwikkeling uitkeringen onder jongeren van 2004 tot en met 2013 In figuur 4.8a/b is een trendanalyse gemaakt waarin de mate van uitkeringsafhankelijkheid van Rotterdamse jongeren wordt weergegeven. Met uitzondering van Rotterdammers met een Turkse achtergrond zijn jongeren uit de traditionele migrantengroepen vaker afhankelijk van een uitkering dan de gemiddelde Rotterdammer tussen de 16 en 23 jaar, dit geldt voor de gehele periode We zien een daling van het aandeel uitkeringsafhankelijke jongeren in de periode We zien vooral een grote daling onder jonge Rotterdammers met een Antilliaanse (van 11,4 procent naar 3,3 procent), Somalische (van 19,0 procent naar 6,1 procent) en Dominicaanse (van 16,8 procent naar 4,9 procent) achtergrond. Tijdens de jaren zien we onder nagenoeg alle onderscheiden herkomst groepen een (forse) stijging van het aandeel uitkeringsafhankelijken. Met name de stijging van het aandeel uitkeringsafhankelijke Rotterdammers met een Somalische achtergrond valt op (van 6,1 procent in 2008 naar 28,0 procent in 2010). Ook onder Rotterdamse jongeren met een Antilliaanse en Dominicaanse achtergrond zien we een relatief grote stijging van het percentage uitkeringsontvangers. Vanaf 2011 vindt er onder alle onderscheiden groepen jongeren een daling van het percentage uitkeringsafhankelijken plaats. Jongeren met een Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond zijn minder vaak afhankelijk van een uitkering dan de gemiddelde Rotterdamse jongere. Dit geldt voor de gehele periode (met uitzondering van jonge Rotterdammers met een Roemeense achtergrond in 2006). 44

49 Arbeid en uitkeringen 14,0 12,0 10,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Figuur 4.8a: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een uitkering, ultimo (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) 30,0 25,0 20,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 15,0 10,0 5,0 0, Figuur 4.8b: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een uitkering, ultimo (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) 45

50 Hoofdstuk 4 Uitkeringsontvangers met een niet-nederlandse achtergrond naar achtergrondkenmerken In de tabel b4.5 in de bijlage is een analyse opgenomen van Rotterdamse uitkeringsontvangers met een niet-nederlandse achtergrond. Rotterdamse vrouwen met een niet-nederlandse achtergrond zijn vaker afhankelijk van een uitkering (10,6 procent) dan Rotterdamse mannen met een niet- Nederlandse achtergrond (8,5 procent) en de uitkeringsafhankelijkheid van ouderen is veel groter dan die van jongeren. We zien grote verschillen tussen de onderscheiden herkomstgroepen. Zo ontvangt 28,5 procent van de mannelijke Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond een uitkering tegenover 45,1 procent van de vrouwelijke Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond. Onder Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond is het aandeel uitkeringsontvangers onder mannen en vrouwen nagenoeg gelijk (21,1 procent tegenover 22,0 procent). Verder blijkt dat de tweede generatie veel minder vaak afhankelijk is van een uitkering dan de eerste generatie (7,0 procent tegenover 17,2 procent). Deels is dit het gevolg van het verschil in leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Voor een valide vergelijking van het aandeel uitkeringsontvangers tussen generaties, is er gecorrigeerd voor verschillen in leeftijdsopbouw van de generaties. Dit is gedaan door het aandeel uitkeringsontvangers in de eerste en tweede generatie te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen (zie tabel b4.5 in de bijlage). Ook na deze correctie is het percentage uitkeringsontvangers onder de eerste generatie Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. 46

51 Hoofdstuk 5 Criminaliteit In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de omvang en aard van criminaliteit onder Rotterdammers. We kijken daarbij naar de het aandeel verdachten in 2013 en de ontwikkeling in de afgelopen jaren. Ook maken we onderscheid naar geslacht en geven een overzicht van het aandeel verdachten naar leeftijd. Jongeren worden vaker verdacht dan ouderen, daarom zoomen we vervolgens in op de jongeren van 12 tot en met 23 jaar. Hierbij kijken we ook naar de criminaliteit onder schoolverzuimers en voortijdig schoolverlaters. Daarna kijken we naar het aandeel recidivisten in de periode Tot slot besteden we aandacht aan de aard van de misdrijven en wordt er kort stilgestaan bij cijfers over de vervolging van jonge verdachten door het Openbaar Ministerie. 47

52 Hoofdstuk 5 Verdachten 2013 Uit registraties van verdachten door de politie blijkt dat in ,1 procent van de Rotterdammers van twaalf jaar en ouder geregistreerd staat als verdachte van een misdrijf. 18 Onder de traditionele migrantengroepen is dit aandeel groter. Van de Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond is 7,1 procent verdacht van een misdrijf. Van de Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond wordt 5,4 procent verdacht van een misdrijf. Onder Rotterdammers met een Surinaamse of Turkse achtergrond, respectievelijk 3,8 procent en 2,8 procent, is het aandeel weliswaar kleiner maar nog steeds groter dan onder het gemiddelde in Rotterdam. Ook onder de Rotterdammers met een Dominicaanse (6,4 procent), Somalische (6,1 procent) of Iraakse achtergrond (3,5 procent) is het aandeel verdachten groter dan onder Rotterdammers gemiddeld. Het aandeel verdachten onder EU-arbeidsmigranten is met uitzondering van Rotterdammers met een Bulgaarse achtergrond (4,1 procent), kleiner dan gemiddeld (tussen de 1,5 procent en 1,8 procent). Suriname 3,8 Turkije 2,8 Marokko 5,4 Antillen 7,1 Kaapverdië 3,7 autochtoon 1,1 Dominicaanse Republiek 6,4 Somalië 6,1 Irak 3,5 Polen 1,8 Bulgarije 4,1 Roemenië 1,5 totaal 2,1 0,0 1,0 2,0 3,0 4,0 5,0 6,0 7,0 8,0 Figuur 5.1: Percentage verdachten naar achtergrond (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 18 De in dit hoofdstuk gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op registraties van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Voor een verdere methodologische toelichting verwijzen we naar de bijlage bij dit hoofdstuk. 48

53 Criminaliteit Ook indien we de cijfers corrigeren voor demografische kenmerken waarvan bekend is dat zij sterk samenhangen met criminaliteit zoals leeftijd en geslacht, blijft het beeld overeind. Met andere woorden, ook wanneer Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond qua leeftijd en geslacht zo verdeeld zouden zijn als de totale populatie Rotterdammers, komen zij vaker in aanraking met de politie op verdenking van een misdrijf (zie tabel b5.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Verdachten De trendanalyse in figuren 5.2a en 5.2b brengen het percentage verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen negen jaar in beeld. We kijken allereerst naar de totale Rotterdamse bevolking. We zien een lichte toename van het percentage verdachten in de periode gevolgd door een lichte afname van het verdachtenpercentage in jaren daarna. Vanaf 2010 neemt het aandeel verdachten onder de Rotterdamse bevolking verder af. De afgelopen jaren ligt het percentage verdachten iets boven de twee procent (figuur 5.2). Onder de traditionele migrantengroepen valt allereerst het grote aandeel verdachten onder Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond op. Vanaf 2005 zien we echter een dalende trend onder Rotterdammers uit deze groep. In 2007 is er nog wel een kleine toename, maar daarna zet de daling zich voort tot 8,8 procent in Vervolgens zien we een scherpe daling in 2009 naar 8,0 procent. Het percentage verdachten is de afgelopen jaren nog verder gedaald. In 2013 ligt het percentage verdachten op 7,2 procent. Onder Rotterdammers van Surinaamse, Turkse of Kaapverdiaanse achtergrond zien we ongeveer dezelfde trends. In de periode is het aandeel verdachten redelijk stabiel. In 2009 vindt er een daling plaats van het aandeel verdachten gevolgd door een lichte stijging in Na 2010 zien we onder deze groepen, met uitzondering van Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond, een geleidelijke daling van het percentage verdachten. Van de traditionele migrantengroepen is het aandeel verdachten onder Rotterdammers met een Turkse achtergrond het kleinst. Onder Rotterdammers met een Dominicaanse en Somalische achtergrond zien we dat het percentage verdachten in de periode fluctueert. Voor Rotterdammers met een Dominicaanse achtergrond ligt het percentage verdachten gedurende deze periode tussen de 5,1 en 8,0 procent. Voor Rotterdammers met een Somalische achtergrond is dat tussen de 4,8 procent en 7,0 procent. Het aandeel verdachten onder Rotterdammers met 49

54 Hoofdstuk 5 een Iraakse achtergrond is daarmee vergeleken lager en stabieler (tussen de 3,5 en 4,8 procent). Figuur 5.2a: Percentage verdachten naar achtergrond ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) Figuur 5.2b: Percentage verdachten naar achtergrond ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) 50

55 Criminaliteit Verdachten naar geslacht Mannen worden veel vaker verdacht dan vrouwen. Dit geldt voor elk van de onderscheiden herkomstgroepen (zie figuur 5.3). Van alle Rotterdamse vrouwen van 12 jaar en ouder wordt in ,8 procent verdacht van een misdrijf en van de Rotterdamse mannen 3,5 procent. We zien grote verschillen tussen het aandeel verdachte vrouwen van de verschillende onderscheiden groepen in vergelijking met het gemiddelde onder alle vrouwen in Rotterdam. Rotterdamse vrouwen met een Antilliaanse (3,2 procent), Dominicaanse (3,7 procent) of Somalische (2,4 procent) achtergrond worden relatief vaak verdacht van misdrijven in vergelijking met het gemiddelde. Het aandeel verdachte Rotterdamse vrouwen met een Turkse (0,7 procent) of Iraakse (0,6 procent) achtergrond is daarentegen kleiner dan het gemiddelde in Rotterdam. Suriname 1,4 6,5 Turkije 0,7 4,7 Marokko 1,5 9,1 Antillen 3,2 11,3 Kaapverdië 1,1 6,5 autochtoon 0,5 1,8 Dominicaanse Republiek 3,7 11,3 Somalië 2,4 9,3 Irak 0,6 5,5 Polen 0,9 2,8 Bulgarije 2,3 5,9 Roemenië 1,1 2,1 totaal 0,8 3,5 Mannen Vrouwen 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 Figuur 5.3: Percentage verdachten naar achtergrond en geslacht (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 51

56 Hoofdstuk 5 Van alle Rotterdamse mannen van 12 jaar en ouder is in ,5 procent verdacht van een misdrijf. Onder nagenoeg alle onderscheiden groepen Rotterdamse mannen met een niet-nederlandse achtergrond, met uitzondering van Rotterdamse mannen met een Poolse achtergrond, is het percentage verdachten hoger dan gemiddeld in Rotterdam. Met name het aandeel verdachten onder mannen met een Antilliaanse (11,3 procent), Dominicaanse (11,3 procent), Somalische (9,3 procent) of Marokkaanse (9,1 procent) achtergrond is relatief groot. Verdachten naar leeftijd Het algemene criminaliteitspatroon laat zien dat de criminaliteit sterk afneemt naarmate de leeftijd toeneemt (figuur 5.4). Dit patroon zien we ook bij Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond. Van de minderjarige Rotterdammers wordt 3,8 procent verdacht, van de jongvolwassenen 4,4 procent. Het percentage verdachten onder 25 t/m 44- jarigen is met 2,6 procent iets lager. Onder de 45 t/m 64-jarigen ligt dit percentage nog op 1,3 procent. Onder Rotterdammers van 65 jaar en ouder zijn nog maar weinig verdachten van een misdrijf (0,3 procent). Onder de onderscheiden Rotterdammers met een niet-nederlandse achtergrond zien we veelal hetzelfde beeld. Opvallend is echter het grote aandeel verdachte Rotterdammers in de leeftijd van jaar (4,7 procent) en jaar (4,2 procent) met een Bulgaarse achtergrond. Deze percentages zijn hoger dan binnen andere leeftijdsgroepen onder dezelfde groep. 52

57 Criminaliteit Suriname 0,4 2,5 3,8 4,6 6,5 Turkije 0,2 1,4 2,8 3,6 4,7 Marokko 0,5 1,3 4,6 8,1 11,7 Antillen 0,6 4,5 7,5 8,8 9,3 Kaapverdië 0,4 1,9 4,2 4,2 7,9 autochtoon 0,2 0,9 1,5 1,9 2,4 Dominicaanse Republiek 1,3 2,7 4,3 7,7 11,4 Somalië 5,9 5,9 7,0 7,7 Irak 1,3 1,3 3,7 4,4 6,4 Polen 1,1 2,1 1,8 3,1 Bulgarije 2,3 3,1 4,2 4,7 Roemenië 0,6 1,8 1,6 3, jaar jaar jaar totaal 0,3 1,3 2,6 3,8 4, jaar 65 e.o. 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 Figuur 5.4: Percentage verdachten naar achtergrond en leeftijd (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 53

58 Hoofdstuk 5 Jongeren Jonge verdachten In het vervolg van dit hoofdstuk gaan we nader in op de jonge verdachten, waarbij we kijken naar jongeren 12 tot en met 23 jaar. In 2013 staat 4,3 procent van de Rotterdammers van 12 tot en met 23 jaar geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Onder de traditionele migrantengroepen zien we dat het percentage jonge verdachten hoger ligt dan gemiddeld in Rotterdam. Dit geldt met name voor jonge Rotterdammers met een Marokkaanse (9,9 procent) en Antilliaanse (9,3 procent). Het aandeel jonge verdachte Rotterdammers met een Turkse achtergrond is gelijk aan het gemiddelde in Rotterdam. Ook onder Rotterdammers met een Dominicaanse (8,5 procent), Somalische (7,3 procent) of Iraakse achtergrond (5,8 procent) is het aandeel jonge verdachten groter dan gemiddeld in Rotterdam. Jonge Rotterdamse EUarbeidsmigranten worden relatief weinig verdacht van misdrijven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het aandeel jongeren in de leeftijd van jaar binnen deze groep zeer beperkt is. Onder jonge Rotterdammers met een Roemeense achtergrond is slechts 0,6 procent verdacht van een misdrijf. Suriname 5,4 Turkije 4,3 Marokko 9,9 Antillen 9,3 Kaapverdië 6,3 autochtoon 2,3 Dominicaanse Republiek 8,5 Somalië 7,3 Irak 5,8 Polen 2,7 Bulgarije 3,4 Roemenië 0,6 totaal 4,3 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 Figuur 5.5: Percentage jonge verdachten (12-23 jaar) naar achtergrond (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 54

59 Criminaliteit Jonge verdachten De trendanalyse in figuur 5.6 brengt het percentage jonge verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen negen jaar in beeld. Als we kijken naar de totale Rotterdamse bevolking zien we een toename van het percentage verdachten in de periode gevolgd door een afname van het verdachtenpercentage in de jaren daarna. In 2007 is 6,4 procent van de jongeren in Rotterdam verdacht van een misdrijf, in 2013 is dit gedaald naar 4,3 procent (figuur 5.6). De ontwikkelingen onder jonge Rotterdammers uit de verschillende traditionele migrantengroepen lijken op elkaar. Opvallend is de tijdelijke sterke daling van het percentage verdachten in Ook zien we dat het percentage verdachten onder jonge Rotterdammers met een Marokkaanse en Antilliaanse achtergrond gedurende de periode aanzienlijk hoger ligt dan onder de andere traditionele groepen. Onder deze twee groepen is het laatste jaar bovendien een stijging optreden van het verdachtencijfer. Onder jonge Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond is het percentage gestegen van 8,4 procent in 2012 naar 9,3 procent in 2013, onder jongeren met een Marokkaanse achtergrond van 9,5 procent in 2012 naar 9,9 procent in De ontwikkeling van de verdachtenpercentages onder de andere onderscheiden groepen kent een ander patroon. Onder de jonge Rotterdammers met een Dominicaanse en Iraakse achtergrond zien we dat het percentage verdachten in de periode fluctueert. Het percentage verdachten onder jonge Rotterdammers met een Somalische achtergrond kende in 2007 een piek, te weten 11,8 procent. De afgelopen vier jaar ligt dit percentage rond de 7,3 procent. Het percentage verdachten onder jonge EU-arbeidsmigranten ligt gedurende de periode onder het Rotterdams gemiddelde. 55

60 Hoofdstuk 5 16,0 12,0 Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal 8,0 4,0 0, Figuur 5.6a: Percentage jonge verdachten (12-23 jaar) naar achtergrond ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) 16,0 12,0 Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië totaal 8,0 4,0 0, Figuur 5.6b: Percentage jonge verdachten (12-23 jaar) naar achtergrond ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) 56

61 Criminaliteit Jonge verdachten naar geslacht Net als in de hele bevolking worden ook bij de jongeren mannen veel vaker verdacht dan vrouwen. Dit geldt voor elk van de onderscheiden herkomstgroepen (zie figuur 5.7). Van alle jonge Rotterdamse vrouwen van 12 tot en met 23 jaar wordt in ,5 procent verdacht van een misdrijf. We zien dat jonge vrouwen met een Dominicaanse en Antilliaanse achtergrond relatief vaak worden verdacht (respectievelijk 5,9 procent en 4,1 procent). Van alle Rotterdamse mannen van 12 tot en met 24 jaar is in ,0 procent verdacht van een misdrijf. De verdachtenpercentages liggen relatief hoog onder de jonge mannen met een Antilliaanse achtergrond (17,2 procent) en van Marokkaanse afkomst (14,8 procent). Onder de jonge mannen met een EU-achtergrond liggen deze percentages lager. Onder jonge mannen met een Poolse achtergrond betreft het verdachtenpercentage 4,6 procent, met een Bulgaarse achtergrond 5,4 procent en met een Roemeense achtergrond 1,3 procent. 57

62 Hoofdstuk 5 Suriname 1,8 8,9 Turkije 1,1 7,3 Marokko 2,7 17,2 Antillen 4,1 14,8 Kaapverdië 1,7 10,9 autochtoon 1,0 3,5 Dominicaanse Republiek 5,9 11,1 Somalië 2,4 11,2 Irak 0,6 9,8 Polen 1,2 4,6 Bulgarije 1,2 5,4 Roemenië 1,3 Mannen totaal 1,5 7,0 Vrouwen 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 Figuur 5.7: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar achtergrond en geslacht (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jonge verdachten naar generatie Uit figuur 5.8 blijkt dat het verdachtenpercentage onder Rotterdamse jongeren van de tweede generatie iets hoger ligt dan onder Rotterdamse jongeren van de eerste generatie. Onder jongeren met een Antilliaanse en Marokkaanse achtergrond is het percentage verdachten onder de eerste generatie iets hoger dan onder de tweede generatie. Dit zien we ook voor de jongeren met een Kaapverdische of Iraakse achtergrond. Het omgekeerde geldt voor de jongeren met Surinaamse, Turkse, Somalische en Poolse achtergrond. Onder deze groepen liggen de verdachtenpercentages onder de tweede generatie iets hoger dan onder de eerste generatie. (zie ook tabel b5.2 in de bijlage bij dit hoofdstuk). 58

63 Criminaliteit Suriname 4,7 5,5 Turkije 3,3 4,3 Marokko 9,7 12,2 Antillen 8,3 10,1 Kaapverdië 6,2 7,3 Dominicaanse Republiek 7,6 8,9 Somalië 6,5 8,5 Irak 4,4 6,4 Polen 2,4 4,2 Bulgarije 3,6 Roemenië 0,7 1e generatie totaal 5,1 5,8 2e generatie 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 12,0 14,0 Figuur 5.8: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar achtergrond en generatie (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 59

64 Hoofdstuk 5 Jonge verdachten naar schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten Van de Rotterdamse minderjarigen (12 t/m 17 jaar) wordt 3,8 procent verdacht van een misdrijf (zie figuur 5.4). Figuur 5.9 laat het percentage verdachten onder schoolverzuimers zien. Over het algemeen zien we grote verschillen in de verdachtenpercentages van schoolverzuimers en niet verzuimers. Van de Rotterdamse jongeren die niet verzuimd hebben, wordt 2,7 procent verdacht. Onder Rotterdamse schoolverzuimers ligt dit percentage op 13,6 procent. Bij een aantal groepen is het aandeel verdachten onder schoolverzuimers relatief groot. Rotterdamse jongeren met een Iraakse (22,2 procent), Marokkaanse (19,9 procent), Somalische (18,8 procent) of Antilliaanse (17,0 procent) achtergrond die één of meer keer van school hebben verzuimd worden relatief vaak verdacht van een misdrijf. Het aandeel verdachten onder Rotterdamse schoolverzuimers met een Surinaamse (11,2 procent) of Kaapverdiaanse (11,6 procent) achtergrond is daarentegen kleiner dan gemiddeld in Rotterdam. Ook onder EU-migranten in Rotterdam die wel eens van school hebben verzuimd is het aandeel verdachten relatief beperkt. Onder schoolverzuimers met een Roemeense achtergrond zijn er geen verdachten in Rotterdam. Hierbij wordt opgemerkt te worden dat het aantal Rotterdammers met een Roemeense achtergrond dat in het schooljaar 2012/2013 van school heeft verzuimd zeer beperkt is. 60

65 Criminaliteit Suriname 2,8 11,2 Turkije 2,4 12,3 Marokko 6,4 19,9 Antillen 6,7 17,0 Kaapverdië 3,0 11,6 autochtoon 1,4 11,8 Dominicaanse Republiek 2,0 15,2 Somalië 4,6 18,8 Irak 1,7 22,2 Polen 1,9 7,8 Bulgarije 1,6 4,3 Roemenië 4,5 geen verzuim totaal 2,7 13,6 1 keer of meer verzuimd 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 Figuur 5.9: Percentage verdachten (12-17 jaar) naar achtergrond en schoolverzuim (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Naast de registraties van schoolverzuim zijn er ook gegevens beschikbaar over nieuwe voortijdig schoolverlaters. Dit zijn 12 t/m 23-jarige jongeren die in schooljaar 2012/2013 de school zonder startkwalificatie hebben verlaten (zie ook hoofdstuk 3). Ook hier is de conclusie helder, nieuwe voortijdig schoolverlaters worden vaker verdacht dan niet voortijdig schoolverlaters. Deze samenhang tussen voortijdig schoolverlaten en criminaliteit zien we onder alle Rotterdammers, met uitzondering van het Rotterdammers met een Roemeense achtergrond. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het aantal Rotterdammers met een Roemeense achtergrond dat voortijdig de school heeft verlaten zeer beperkt is. Onder een aantal groepen is het aandeel verdachten onder voortijdig schoolverlaters relatief groot. Onder Rotterdammers met een Marokkaanse, Antilliaanse, Dominicaanse of Iraakse 61

66 Hoofdstuk 5 achtergrond is het aandeel verdachten onder voortijdig schoolverlaters ongeveer 25 procent. Suriname 5,0 12,8 Turkije 4,2 9,4 Marokko 9,6 24,8 Antillen 8,6 24,1 Kaapverdië 6,1 14,1 Autochtoon 2,2 9,6 Dominicaanse Republiek 7,5 25,0 Somalië 6,7 7,6 Irak 5,6 25,0 Polen 2,7 5,3 Bulgarije 3,3 7,7 Roemenië 0,8 geen nieuw vsv totaal 4,1 13,9 nieuw vsv 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 30,0 Figuur 5.10: Percentage verdachten (12 tot 23 jaar) naar achtergrond en nieuw vsv (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jonge verdachten en recidive Voorts is onderzocht in welke mate verdachten, na een eerste keer te zijn geregistreerd op verdenking van een misdrijf, in de jaren daarna opnieuw worden aangehouden en dus recidiveren. We spreken hier van recidive als iemand in 2005 wordt verdacht en op enig moment in de periode opnieuw met de politie in aanraking komt op verdenking van een misdrijf. 19 We selecteren daarvoor jongeren die in t/m 23 jaar waren en dat 19 Deze methodiek komt overeen met de door het CBS gehanteerde werkwijze in het jaarrapport integratie 2008 (CBS 2008). 62

67 Criminaliteit jaar werden verdacht van een misdrijf. 20 We volgen deze groep jongeren in de tijd en bekijken welk deel gedurende de periode nogmaals werd aangehouden. 21 In figuur 5.11a en 5.11b wordt een beeld gegeven van het percentage recidivisten onder verdachten van 12 t/m 23 jaar, uitgesplitst naar herkomstgroep. Het betreft cumulatieve percentages, dat wil zeggen dat voor ieder jaar het percentage recidivisten in de periode van 2006 tot en met het desbetreffende jaar wordt gegeven. Van alle 12 t/m 23-jarige verdachten in 2005 recidiveerde in de periode ,6 procent. Onder de traditionele migrantengroepen ligt het percentage recidivisten tussen de 70 en 80 procent. Het percentage recidivisten is het hoogst onder Rotterdamse jongeren met een Dominicaanse (85,0 procent) of Marokkaanse (79,7 procent) achtergrond. Het percentage recidivisten onder Rotterdammers met een Iraakse achtergrond is relatief laag (60,6 procent) ,0 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 30,0 20,0 totaal Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon Figuur 5.11a: Cumulatief percentage recidivisten onder degenen die in 2005 als verdachte geregistreerd werden (12 t/m 23 jaar) (bron: HKS, bewerking Risbo) 20 In 2013 bevinden deze personen zich dus in de leeftijdscategorie van 19 t/m 30 jaar. 21 Alleen degenen die zowel in 2005 als in 2013 in Rotterdam woonden worden in de analyses betrokken. 22 Vanwege het zeer beperkte aantal verdachte jongeren met een Poolse, Bulgaarse, of Roemeense achtergrond in 2005 kan deze analyse voor die groepen niet op een valide wijze worden uitgevoerd. 63

68 Hoofdstuk 5 90,0 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 30,0 20,0 totaal Dominicaanse Republiek Somalië Irak Figuur 5.11b: Cumulatief percentage recidivisten onder degenen die in 2005 als verdachte geregistreerd werden (12 t/m 23 jaar) (bron: HKS, bewerking Risbo) Aard van de criminaliteit Tot op heden is ingegaan op de vraag of en in welke mate personen worden verdacht van criminaliteit. In deze paragraaf komt aan de orde van welk soort misdrijven deze personen verdacht worden. Allereerst gaan we kort in op de gebruikte begrippen. We maken onderscheid tussen verdachten, antecedenten en misdrijven. In het voorgaande is gerapporteerd over (het percentage) verdachten. Een persoon staat als verdachte geregistreerd indien tegen hem proces-verbaal is opgemaakt ter zake van één of meer misdrijven/delicten. Zo n proces-verbaal wordt een antecedent genoemd. In een proces-verbaal of antecedent kunnen meerdere misdrijven worden geregistreerd. Men kan hierbij denken aan een winkeldiefstal waarbij ook mishandeling heeft plaatsgevonden. Indien van deze gebeurtenis procesverbaal wordt opgemaakt zullen hierin meerdere wetsartikelen worden vermeld. Uiteraard komt het ook voor dat in een bepaald jaar een persoon meer dan één keer met de politie in aanraking komt op verdenking van een misdrijf. Van een persoon die in een bepaald jaar drie keer is opgepakt door de politie voor een misdrijf en waartegen evenzoveel keer proces-verbaal is opgemaakt staan dan drie antecedenten geregistreerd. 23 Het totaal aantal geregistreerde antecedenten en misdrijven in een bepaalde periode is dus bijna per definitie groter dan het totaal aantal geregistreerde verdachten. 23 Deze personen worden maar 1 keer als verdachte geteld. 64

69 Criminaliteit Het gegeven dat van één verdachte meerdere misdrijven kunnen worden geregistreerd maakt de analyse en de interpretatie van de aard van de criminaliteit aanzienlijk complexer dan analyse van de omvang van de criminaliteit. Er zijn verschillende mogelijkheden om de aard van de criminaliteit in kaart te brengen. Vaak wordt dit gedaan op het niveau van het delict. Daarbij wordt per subgroep de omvang van een bepaald type delict gerelateerd aan het totaal aantal door deze subgroep verdachten gepleegde delicten. Tabel 5.1 geeft een overzicht van het aantal verdachten van 12 tot en met 23 jaar en de delicten waarvan zij verdacht zijn. In 2013 zijn jonge Rotterdammers in aanraking gekomen met de politie op verdenking van een misdrijf. Zij worden verdacht van in totaal misdrijven. Dit komt neer op 1,6 misdrijven per verdachte. Deze misdrijven zijn ingedeeld in categorieën (zie tabel b5.4 voor nadere typering van de categorieën). Van alle misdrijven die door Rotterdamse jongeren worden gepleegd, is ruim een derde een vermogensdelict zonder geweld (36,6 procent). Bij jonge Rotterdammers met een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond is dit percentage hoger (respectievelijk 40,6 procent en 44,4 procent). Bij vermogensdelicten zonder geweld gaat het in het overgrote deel om diefstal al dan niet met verbreking en in minder mate om heling. 20,6 procent van de door Rotterdammers met een Somalische achtergrond gepleegde misdrijven betreft geweld tegen personen. Daarbij gaat het in het overgrote deel om bedreiging en mishandeling en voor een (zeer) klein deel om (poging tot) doodslag en moord. Ook het aandeel Rotterdammers met een Somalische achtergrond dat verdacht wordt van vermogensmisdrijven met geweld is (veel) groter dan gemiddeld in Rotterdam, 16,2 procent tegenover 7,6 procent gemiddeld. Het aandeel gepleegde geweldsmisdrijven tegen personen door jongeren met een Marokkaanse achtergrond is met 6,4 procent iets lager dan het gemiddelde van 7,6 procent. 65

70 Hoofdstuk 5 Tabel 5.1: Criminaliteit naar delicttype en achtergrond 2013 (voor jongeren van 12 tot en met 23 jaar) Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon totaal verdachten Misdrijven/delicten Misdrijven per verdachte 1,6 1,6 1,8 1,6 1,6 1,5 1,6 Geweld gewelddadige seksuele misdrijven 1,6 0,4 0,6 1,0 2,4 1,0 0,9 geweld tegen personen 18,8 16,9 12,9 12,7 15,5 17,9 15,4 vermogen met geweld 7,7 10,1 6,4 10,2 6,1 4,2 7,6 Vermogen vermogen zonder geweld 35,4 33,2 40,6 44,4 35,1 30,0 36,6 Openbare orde vernieling openbare orde en gezag 13,2 10,4 14,6 11,4 15,5 20,7 14,7 overige seksuele misdrijven 0,4 0,4 0,4 0,7 1,0 0,9 0,6 Verkeer 12,5 14,5 7,5 5,6 11,5 12,9 10,2 Drugs 3,0 5,5 10,0 5,4 5,1 4,0 6,1 Overig 7,5 8,7 7,0 8,6 7,8 8,5 7,9 Tabel 5.1: Criminaliteit naar delicttype en achtergrond 2013 (voor jongeren van 12 tot en met 23 jaar) (vervolg) Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije Roemenië* totaal verdachten Misdrijven/delicten Misdrijven per verdachte 1,9 2,5 1,6 1,2 1,2-1,6 Geweld gewelddadige seksuele misdrijven 1,4 0,0 0,0 0,0 4,5-0,9 geweld tegen personen 15,7 20,6 16,7 12,5 13,6-15,4 vermogen met geweld 2,9 16,2 5,6 8,3 0,0-7,6 Vermogen vermogen zonder geweld 30,0 35,3 27,8 45,8 54,5-36,6 Openbare orde vernieling openbare orde en gezag 21,4 8,8 16,7 16,7 0,0-14,7 overige seksuele misdrijven 1,4 0,0 0,0 0,0 0,0-0,6 Verkeer 7,1 1,5 5,6 8,3 13,6-10,2 Drugs 7,1 8,8 11,1 0,0 4,5-6,1 Overig 12,9 8,8 16,7 8,3 9,1-7,9 * Het aantal 12 t/m 23-jarige verdachte Rotterdammers met een Roemeense achtergrond is te klein om in deze tabel op te nemen De analyse op delictniveau gaat vooral in op de door verdachten gepleegde delicten. Daarmee verdwijnt de relatie met de relatieve omvang van de criminaliteit (de criminaliteitsgraad) uit beeld. Zo wordt bij de analyse van de aard van de criminaliteit op delictniveau bijvoorbeeld geconcludeerd dat 36,6 procent van de door jonge verdachte Rotterdammers gepleegde delicten vermogensdelicten zonder geweld betreft. Hiermee is nog niet duidelijk welk deel van de Rotterdammers hiervan verdacht wordt. In figuur 5.12 is per delictvorm aangegeven welk deel van de 12 t/m 23-jarige bevolking verdacht is (zie ook tabel b5.5). We zien dat met uitzondering van Rotterdammers met een Turkse achtergrond, Rotterdammers uit de traditionele migrantengroepen oververtegenwoordigd zijn op nagenoeg alle delictsvormen. Zo is bijvoorbeeld te zien dat 4,8 procent van de jonge Rotterdammers met een Antilliaanse achtergrond in 2013 betrokken is bij een vermogensdelict en 2,8 procent bij 66

71 Criminaliteit een geweldsdelict. Bij Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond is 2,7 procent verdacht van een geweldsdelict en 5,0 procent van een vermogensdelict. Onder Rotterdammers met een Somalische achtergrond zien we met name een oververtegenwoordiging bij geweldsdelicten (4,6 procent) en vermogensdelicten (4,3 procent). Daarnaast vallen de relatief lage percentages verdachten onder EU-arbeidsmigranten op. Suriname Turkije Marokko Antillen Kaapverdië autochtoon Dominicaanse Republiek Somalië Irak Polen Bulgarije geweld vermogen openbare orde verkeer Drugs totaal Overig 0,0 1,0 2,0 3,0 4,0 5,0 6,0 Figuur 5.12: Jonge verdachten (12 tot en met 23 jaar) als percentage van de bevolking naar achtergrond en delicttype (2013) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Vanwege het kleine aantal 12 t/m 23-jarige verdachte Rotterdammers met een Roemeense achtergrond zijn deze niet in de figuur opgenomen. 67

72 Hoofdstuk 5 Vervolging Voorgaande analyses hebben betrekking op verdachten van delicten. Deze paragraaf gaat in op de fase van vervolging. Hierbij gaat het om verdachten die worden vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM). De gegevens over vervolgingen zijn alleen beschikbaar voor verdachten in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar. De gehanteerde onderzoeksmethodiek sluit aan bij die van de analyse van verdachten. 24 Figuur 5.13: Vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst (2013) (bron: OM, bewerking Risbo voorlopige cijfers) In 2013 zijn Rotterdammers in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar vervolgd (zie tabel b5.8). Gerelateerd aan alle 12 t/m 22-jarige Rotterdamse jongeren betekent dit cijfer dat 2,0 procent in 2013 is vervolgd (zie figuur 5.13). Uitgesplitst naar afkomst zien we grote verschillen. Van de 12 t/m 22-jarige Rotterdamse jongeren met een Marokkaanse achtergrond is in ,4 procent vervolgd, van de autochtone jongeren in dezelfde leeftijd 1,0 procent. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat het in het overgrote deel van de vervolgde verdachten gaat om mannen (zie tabel b5.8 in de bijlage). 24 Personen die in 2013 zijn vervolgd en wiens zaak in 2013 is afgedaan worden op basis van een geanonimiseerd nummers gekoppeld aan het bevolkingsregister. Vervolgens wordt berekend welk deel van de 12 t/m 22-jarigen in het onderzoeksjaar is vervolgd. Doordat de gegevens over vervolgingen zijn gekoppeld aan het bevolkingsregister is het tevens mogelijk uit te splitsen naar achtergrondkenmerken zoals geslacht, leeftijd en etnische afkomst. 68

73 Criminaliteit Vervolging De trendanalyse in figuur 5.14 brengt het percentage verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen zeven jaar in beeld. We kijken allereerst naar de totale Rotterdamse bevolking. We zien een min of meer stabiel percentage vervolgde jongeren in de periode gevolgd door een sterke afname van het percentage vervolgde jongeren in 2010, een lichte stijging in 2011 en weer een lichte daling in 2012 en Bij de Rotterdamse jongeren met een Surinaamse, Turkse, Antilliaanse en Kaapverdiaanse achtergrond zien we een soortgelijke trend. Bij 12 t/m 22- jarige Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond verloopt de trend iets anders. In 2007 werd 9,1 procent vervolgd, in 2010 is dit gedaald naar 6,9 procent. Deze daling zet na 2010 door tot 6,7 procent in 2011 naar 4,4 procent in Figuur 5.14: Vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst ( ) (bron: OM, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 69

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Lelystad 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Lelystad 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Lelystad 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Zeist 2011

Marokkaanse Nederlanders in Zeist 2011 Marokkaanse Nederlanders in Zeist 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van San

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam 2010

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam 2010 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M.

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Amersfoort 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Amersfoort 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Amersfoort 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Den Haag 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Den Haag 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Den Haag 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2010

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2010 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M. van

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Gouda 2012

Marokkaanse Nederlanders in Gouda 2012 Marokkaanse Nederlanders in Gouda 2012 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 3) J. de Boom P. van Wensveen P. Hermus A. Weltevrede M. van San Marokkaanse

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Helmond 2011

Marokkaanse Nederlanders in Helmond 2011 Marokkaanse Nederlanders in Helmond 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van San

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2011

Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2011 Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van San

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Veenendaal 2011

Marokkaanse Nederlanders in Veenendaal 2011 Marokkaanse Nederlanders in Veenendaal 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van

Nadere informatie

Antilliaanse Nederlanders in Spijkenisse 2011

Antilliaanse Nederlanders in Spijkenisse 2011 Antilliaanse Nederlanders in Spijkenisse 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M.

Nadere informatie

Antilliaanse Nederlanders in Dordrecht 2011

Antilliaanse Nederlanders in Dordrecht 2011 Antilliaanse Nederlanders in Dordrecht 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Zeist 2010

Marokkaanse Nederlanders in Zeist 2010 Marokkaanse Nederlanders in Zeist 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M. van San P. Hermus Marokkaanse

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2010

Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2010 Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M. van San P. Hermus

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders 2012

Marokkaanse Nederlanders 2012 Marokkaanse Nederlanders 2012 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 3) J. de Boom P. van Wensveen P. Hermus A. Weltevrede M. van San Marokkaanse Nederlanders

Nadere informatie

Antilliaanse Nederlanders 2012

Antilliaanse Nederlanders 2012 Antilliaanse Nederlanders 2012 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 3) J. de Boom P. van Wensveen P. Hermus A. Weltevrede M. van San Antilliaanse Nederlanders

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Ede 2011

Marokkaanse Nederlanders in Ede 2011 Marokkaanse Nederlanders in Ede 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van San Marokkaanse

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders 2013

Marokkaanse Nederlanders 2013 Marokkaanse Nederlanders 2013 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 4) CONCEPT J. de Boom P. van Wensveen P. Hermus A. Weltevrede M. van San Marokkaanse

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

JONGE MOEDERS IN ROTTERDAM. Stand van zaken 2008

JONGE MOEDERS IN ROTTERDAM. Stand van zaken 2008 JONGE MOEDERS IN ROTTERDAM. Stand van zaken 2008 Jo nge moeder s in Ro tterdam Stand van zaken 2008 L.P.M. van Dun en J.M. Reijnen Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) oktober 2008 In opdracht van

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Almeerse Monitor Voortijdig Schoolverlaten Schooljaar 2010-2011

Almeerse Monitor Voortijdig Schoolverlaten Schooljaar 2010-2011 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Almeerse Monitor Voortijdig Schoolverlaten Schooljaar 2010-2011 Voorwoord Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten lijkt zo eenvoudig. Je zorgt voor een strenge aanpak,

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters en Citotoets-gegevens,

Voortijdig schoolverlaters en Citotoets-gegevens, , Toelichting bij geleverde maatwerktabellen 2006/2007 en 2007/2008* Levering: 17 februari 2010 De maatwerktabel over voortijdig schoolverlaters 2006/2007 bevat gegevens over het voortgezet onderwijs (vo)

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005

Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005 Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005 1. Demografische gegevens over etnische minderheden Per 1 januari 2005 telde de Nederlandse bevolking 3,1 miljoen (3.122.717) allochtonen. De omvang

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

LOKAAL JEUGDRAPPORT - Houten

LOKAAL JEUGDRAPPORT - Houten LOKAAL JEUGDRAPPORT - Houten Jongeren en gezin Ontwikkeling van het aantal jongeren (2000-2011, index: 2000=100) Bron:CBS bevolkingsstatistiek, bewerking ABF Research In Houten is het aantal jongeren in

Nadere informatie

De Tilburgse Integratiemonitor 2011. Analyse van beschikbare gegevens

De Tilburgse Integratiemonitor 2011. Analyse van beschikbare gegevens De Tilburgse Integratiemonitor 2011 Analyse van beschikbare gegevens Gemeente Tilburg Team Onderzoek & Informatie September 2011 De Tilburgse Integratiemonitor 2011 Team Onderzoek & Informatie 2 Samenvatting

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaten 0c het voortgezet et onderwijs in

Voortijdig schoolverlaten 0c het voortgezet et onderwijs in e088 Voortijdig schoolverlaten 0c olverlaten vanuit het voortgezet et onderwijs in Nederland en 21 gemeenten naar herkomstgroepering en geslacht Antilianen- Toelichting bij geleverde everde maatwerktabellen

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Factsheet Demografische ontwikkelingen

Factsheet Demografische ontwikkelingen Factsheet Demografische ontwikkelingen 1. Inleiding In deze factsheet van ACB Kenniscentrum aandacht voor de demografische ontwikkelingen in Nederland en in het bijzonder in de provincie Noord-Holland.

Nadere informatie

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011 Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een

Nadere informatie

Jaarrapport Integratie 2014

Jaarrapport Integratie 2014 Let op: rugdikte is hier 1 cm maar dat moet de drukker uiteindelijk bepalen! Het Jaarrapport Integratie 2014 geeft een overzicht van de integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving. In het

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid,

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, @ FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, september 29 Samenvatting De werkloosheid onder de 1 tot 2 jarige Nederlanders is in het 2 e kwartaal van 29 met

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt : een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Jongeren in Rotterdam en Nederland, 2007 en 2011. Vinodh Lalta, CBS-CvB

Jongeren in Rotterdam en Nederland, 2007 en 2011. Vinodh Lalta, CBS-CvB Jongeren in Rotterdam en Nederland, 2007 en 2011 Vinodh Lalta, CBS-CvB Centrum voor Beleidsstatistiek Commerciële afdeling van het CBS Maakt zelf geen statistieken, maar combineert en koppelt bestaande

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

jeugdwerkloosheid 64% werklozen volgt opleiding 800 jongeren geregistreerd als werkloze

jeugdwerkloosheid 64% werklozen volgt opleiding 800 jongeren geregistreerd als werkloze 1 Jeugdwerkloosheid Fact sheet augustus 2014 Er zijn in ruim 15.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2014). Veel jongeren volgen een opleiding of hebben een baan. De laatste jaren zijn

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO In opdracht van: DWI Projectnummer: 13010 Anne Huizer Laure Michon Clemens Wenneker Jeroen Slot Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020

Nadere informatie

Feitenkaart Participatie en Burgerschap

Feitenkaart Participatie en Burgerschap Feitenkaart Participatie en Burgerschap 2009 Feitenkaart Participatie en Burgerschap 2009 Drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2010 In opdracht van Jeugd, Onderwijs en Samenleving,

Nadere informatie

Jaarrapport integratie 2012

Jaarrapport integratie 2012 Jaarrapport integratie 2012 Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer x geheim nihil (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met 0 (0,0) het getal is kleiner dan de helft van

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV. 17 maart 2011 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks in een gezamenlijk

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Voortijdig Schoolverlaters 2005 Toelichting bij de tabellen

Voortijdig Schoolverlaters 2005 Toelichting bij de tabellen Voortijdig Schoolverlaters 2005 Toelichting bij de tabellen Definitie: Voortijdig schoolverlaters zijn gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs verlaten zonder dat zij een startkwalificatie

Nadere informatie

Fact sheet Overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam Groei overige niet-westerse allochtonen, 1992-2005 (procenten)

Fact sheet Overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam Groei overige niet-westerse allochtonen, 1992-2005 (procenten) Fact sheet nummer 2 februari 2006 Overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam Tussen 1992 en 2005 is de groep overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam met maar liefst 86% toegenomen. Tot deze

Nadere informatie

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken Maarten Alders en Han Nicolaas Het saldo van administratieve afvoeringen en opnemingen is doorgaans negatief. Dit saldo wordt vaak geïnterpreteerd als vertrek naar het buitenland. Het aandeel in het totale

Nadere informatie

Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV

Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV 16 februari 2012 Maandelijkse cijfers over de werkloze beroepsbevolking van het CBS en nietwerkende werkzoekenden van het UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-083 17 december 2010 9.30 uur Tempo vergrijzing loopt op Komende 5 jaar half miljoen 65-plussers erbij Babyboomers leven jaren langer dan vooroorlogse

Nadere informatie

SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012

SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 Utrecht, januari 2013 INHOUD Samenvatting 4 Inleiding 6 1 Trends en wetenswaardigheden 8 1.1 Inleiding 8 1.2 Trends 8 1.3 Wetenswaardigheden 11 2 Wet-

Nadere informatie

Jongeren buiten beeld 2013

Jongeren buiten beeld 2013 Paper Jongeren buiten beeld 2013 November 2015 CBS Centrum voor Beleidsstatistiek 2014 1 Inhoud 1. Aanleiding en afbakening 3 2. Omvang van de groep jongeren buiten beeld 4 3. Jongeren buiten beeld verder

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2014 Fact sheet juni 2015 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is voor het eerst sinds enkele jaren weer gedaald. Van de bijna 140.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

Integratiemonitor Gelderland

Integratiemonitor Gelderland 90 Niet-westerse allochtonen in beeld 1234567890 7 Nummer 4 2011 4567 1 i n h o u d s o p g av e inleiding 2 Aanleiding 2 Werkwijze 2 1. d e m o g r a f i e 4 Bevolkingsomvang en -spreiding 4 Migratie

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2006 Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Na een aantal jaren van groei is door een toenemend vertrek

Nadere informatie

Onderwijs. Kerncijfers

Onderwijs. Kerncijfers Kerncijfers 205 Onderwijs. Kerncijfers.2 Voor- en vroegschoolse educatie.3 Primair onderwijs.4 Speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs.5 Voortgezet onderwijs. Middelbaar beroepsonderwijs.7 Verzuim,

Nadere informatie

Factsheet jeugdigen in Haaglanden

Factsheet jeugdigen in Haaglanden Factsheet jeugdigen in Haaglanden Inleiding Gemeenten en regio s zijn op dit moment druk bezig met de beleidsvorming rond de transitie jeugdzorg. De hele jeugdzorg valt in 2015 onder de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

Factsheets. Voortijdig Schoolverlaten

Factsheets. Voortijdig Schoolverlaten Factsheets Voortijdig Schoolverlaten April 2006 Inleiding In deze factsheets wordt een weergave van de nu bekende feiten en getallen over de groep voortijdig schoolverlaters in Nederland gepresenteerd.

Nadere informatie

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Publicatiedatum CBS-website: 16 juli 2007 Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Centraal Bureau voor de Statistiek Samenvatting Op 1 januari 2006 is de nieuwe Zorgverzekeringswet inwerking getreden,

Nadere informatie

Rapport. van Kamer van Koophandel Nederland. Startersprofiel 2012. Datum uitgave. Januari 2013. onderwerp Startende ondernemers in beeld

Rapport. van Kamer van Koophandel Nederland. Startersprofiel 2012. Datum uitgave. Januari 2013. onderwerp Startende ondernemers in beeld Rapport Startersprofiel 2012 van Datum uitgave Januari 2013 onderwerp Startende ondernemers in beeld Pagina 1 van 12 Inhoudsopgave 1 Samenvatting... 3 2 Kerncijfers startende ondernemers... 4 2.1 Meer

Nadere informatie

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO Vrouwen in de bètatechniek Traditioneel kiezen veel meer mannen dan vrouwen voor een bètatechnische opleiding. Toch lijkt hier de afgelopen jaren langzaam verandering in te komen. Deze factsheet geeft

Nadere informatie

Factsheet jeugdigen in de Drechtsteden

Factsheet jeugdigen in de Drechtsteden Factsheet jeugdigen in de Drechtsteden Inleiding Gemeenten en regio s zijn op dit moment druk bezig met de beleidsvorming rond de transitie jeugdzorg. De hele jeugdzorg valt in 2015 onder de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Landelijke doelstelling

Landelijke doelstelling 1 Landelijke doelstelling Op 9 augustus 2012 is per RMC-regio een convenant ondertekend. Voor RMC Oost Groningen (RMC regio1) is het convenant ondertekend door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten:

De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten: Analyse stadsdeel Noord, 2002 1. Opzet van de analyse De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten: een tabel ( Onderliggende indicatoren van de bewonersscore, stadsdeel Noord,

Nadere informatie

Bijlage 1 Definities en cijfers schoolverzuim op grond van de Leerplichtwet 1969

Bijlage 1 Definities en cijfers schoolverzuim op grond van de Leerplichtwet 1969 Bijlage 1 Definities en cijfers schoolverzuim op grond van de Leerplichtwet 1969 1. Definities schoolverzuim In de Leerplichtwet 1969 (hierna: de Leerplichtwet) worden verschillende soorten schoolverzuim

Nadere informatie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie INHOUD 1 Samenvatting... 3 2 De Statistische gegevens... 5 2.1. De Bevolkingsontwikkeling en -opbouw... 5 2.1.1. De bevolkingsontwikkeling... 5 2.1.2. De migratie... 5 2.1.3.

Nadere informatie

Factsheet jeugdigen in Midden-Holland

Factsheet jeugdigen in Midden-Holland Factsheet jeugdigen in Midden-Holland Inleiding Gemeenten en regio s zijn op dit moment druk bezig met de beleidsvorming rond de transitie jeugdzorg. De hele jeugdzorg valt in 2015 onder de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

KRALINGEN-CROOSWIJK IN BEELD 2007

KRALINGEN-CROOSWIJK IN BEELD 2007 KRALINGEN-CROOSWIJK IN BEELD 2007 Martijn Epskamp Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) April 2008 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: Martijn Epskamp Project: 07-2746 Prijs: 20,- Adres:

Nadere informatie

Jaarrapport Integratie 2010

Jaarrapport Integratie 2010 Jaarrapport Integratie 2010 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader voorlopig cijfer x = geheim = nihil = (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met 0 (0,0)

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters 0c van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort

Voortijdig schoolverlaters 0c van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort 08 Voortijdig schoolverlaters 0c olverlaters verdacht van misdrijf in Nederland, naar woongemeente ente (G4) en schoolsoort Toelichting bij geleverde everde maatwerktabellen De maatwerktabel bevat gegevens

Nadere informatie

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Publicatiedatum CBS-website: 22 augustus 2007 Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring der tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf. 9 juli 2010 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks

Nadere informatie

Factsheet Passend Onderwijs

Factsheet Passend Onderwijs Factsheet Passend Onderwijs November 2010 Inleiding Deze factsheet geeft feiten en cijfers over het passend onderwijs in Nederland. De factsheet is een vervolg op de Factsheet Passend onderwijs van januari

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen Meer of Minder Heden Verschillen tussen, en trends in, de verhouding allochtone en autochtone klanten van de dienst SOZAWE Alfons Klein Rouweler Ard Jan Leeferink Louis Polstra Uitgevoerd in opdracht van

Nadere informatie

Armoede in de Stad. Armoedemonitor Groningen 2015

Armoede in de Stad. Armoedemonitor Groningen 2015 B A S I S V O O R B E L E I D Armoede in de Stad Armoedemonitor Groningen 2015 Armoede in de Stad Armoedemonitor Groningen 2015 Erik van der Werff Klaas Kloosterman Onderzoek en Statistiek Groningen, januari

Nadere informatie

4. Kans op echtscheiding

4. Kans op echtscheiding 4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote

Nadere informatie

socio-demografie 2.597.232 jongeren geslacht leeftijd woonplaats 4 grote steden en per provincie afkomst opleiding religie

socio-demografie 2.597.232 jongeren geslacht leeftijd woonplaats 4 grote steden en per provincie afkomst opleiding religie FACTSHEET: socio-demografie Hoeveel jongeren zijn er eigenlijk in Nederland? Wonen er meer jongeren in Limburg of in Zeeland? Wat zijn de cijfers rondom geslacht, afkomst, opleidingsniveau en religie?

Nadere informatie

Update basisinformatie Koers VO

Update basisinformatie Koers VO Update basisinformatie Koers VO Actuele stand 1-10-010 Actis onderzoek M. Bouwmans MSc. Rotterdam, 6 mei 011 Inhoudsopgave 1 Inlei di ng 3 1.1 Leeswijzer 3 Sam enw er kingsver band Koers VO 4.1 Aantal

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Factsheet jeugdigen in de stadsregio Rotterdam

Factsheet jeugdigen in de stadsregio Rotterdam Factsheet jeugdigen in de stadsregio Rotterdam Inleiding Gemeenten en regio s zijn op dit moment druk bezig met de beleidsvorming rond de transitie jeugdzorg. De hele jeugdzorg valt in 2015 onder de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Allochtonenprognose 2002 2050: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 2010

Allochtonenprognose 2002 2050: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 2010 Allochtonenprognose 22 25: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 21 Maarten Alders Volgens de nieuwe allochtonenprognose van het CBS neemt het aantal niet-westerse allochtonen toe van 1,6 miljoen

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Basiscijfers gemeenten. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht

Basiscijfers gemeenten. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht Basiscijfers gemeenten Arbeidsmarktregio Midden- Inhoudsopgave Inleiding... 3 Nww-percentage december 2011... 4 Ontwikkeling nww 2010-2011... 5 Standcijfers nww 2011 en nww-percentages december 2010 en

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in november 2015

De arbeidsmarkt in november 2015 De arbeidsmarkt in november 2015 Datum: 7 december 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche november 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

Achtergronddocument bij fact sheet jeugdwerkloosheid 2014

Achtergronddocument bij fact sheet jeugdwerkloosheid 2014 Achtergronddocument bij fact sheet jeugdwerkloosheid 2014 In opdracht van: DWI en DMO Projectnummer: 13179 Fotograaf Edwin van Eis (2008) Idske de Jong Carine van Oosteren Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal

Nadere informatie

Integratiemonitor Gelderland Niet-westerse allochtonen in beeld

Integratiemonitor Gelderland Niet-westerse allochtonen in beeld Integratiemonitor Gelderland Niet-westerse allochtonen in beeld nummer 9 Sjaak Kregting & Janneke Hulsker Osmose, adviesbureau voor multiculturele vraagstukken in samenwerking met Spectrum CMO Gelderland

Nadere informatie