Behoefte aan partneralimentatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Behoefte aan partneralimentatie"

Transcriptie

1 Behoefte aan partneralimentatie De hoogte van de partneralimentatie wordt in veel gevallen begrensd door de draagkracht van de alimentatieplichtige. De Werkgroep Alimentatienormen van de NVvR heeft een stelsel ontwikkeld, waarmee kan worden bepaald hoe hoog de draagkracht van een alimentatieplichtige is. Dat stelsel levert in zijn algemeenheid redelijke uitkomsten op, zij het dat in specifieke gevallen discussie over de al gemene normering moet (kunnen) worden gevoerd. In die gevallen, waarin de alimentatiedraagkracht erg hoog is, komt de vraag aan de orde hoe hoog de redelijke behoefte van de alimentatiegerechtigde is. Voor de berekening daarvan heeft de Werkgroep alimentatienormen geen stelsel ontwikkeld. Is er dan geen bovengrens aan de redelijkheid van de alimentatiebehoefte? Voor wat betreft kinderalimentatie stond die vraag centraal in het artikel, dat ik in EB januari 2003 publiceerde. Thans gaat het over de bovengrens van partneralimentatiebehoefte. Inleiding De wet biedt weinig houvast voor de becijfering van de hoogte van de partneralimen tatiebehoefte. Nadat in art. 1:157 BW het behoeftigheidscriterium is omschreven, zwijgt de wetgever. In de handboeken wordt ook weinig houvast geboden. Zo staat in Asser de Boer, dat de betekenis van de vraag naar de omvang van de behoeften in een individueel geval niet moet worden overschat, omdat in verreweg de meeste ge vallen de draagkracht ver achter blijft bij de behoefte. Volgens Asser de Boer kunnen bij de vaststelling van de behoefte ook subjec tieve elementen meewegen en mag de rechter rekening houden met de mede door het huwelijk bepaalde stand van de tot uitkering gerechtigde, zij het dat de rechter daartoe niet is gehouden. Ook wordt verwezen naar HR 25 november 1977, NJ , waarin een beroep op een ongeschreven regel, inhoudende dat een behoeftige vrouw steeds aanspraak kan maken op een alimentatie ter grootte van een derde van het inkomen van de man, is verworpen. In het Tremarapport van de Werkgroep Alimentatienormen wordt aangegeven, dat de behoefte van de gewezen echtgenoot kan worden gesteld op het bedrag dat nodig is om een staat te voeren, die de onder houdsgerechtigde in redelijkheid past. De welstand van partijen gedurende hun huwelijk is mede bepalend voor de behoeftevaststelling. Dat alles geeft weinig duidelijkheid omtrent de grens van de redelijke behoefte in die gevallen, waarin de draagkracht van de alimentatieplichtige geen grens aangeeft. Jurisprudentie Ook van de Hoge Raad behoeft niet te worden verwacht, dat een nauwkeurige be grenzing van het behoeftecriterium wordt gegeven. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad komt in alimentatiekwesties aan de feitenrechter een grote vrijheid toe. Een gerechtshof behoeft niet tot in detail te motiveren, waarom een bepaalde beslissing wordt gegeven. Slechts wanneer sprake is van duidelijke misslagen van een hof of onjuiste rechtsopvattingen worden gehuldigd, kan in cassatie duidelijkheid worden verkregen. De vraag naar de hoogte van partneralimentatie is zodanig feitelijk, dat zelden gesproken zal kunnen worden van een onjuiste rechtsopvatting. Voor het vin den van een begrenzing in de alimentatiebehoefte zal men dus met name moeten zoeken naar uitspraken van rechtbanken en hoven. Handvatten zijn voorts te vinden in uitspraken van de Hoge Raad, waarin wordt omschreven waarom bepaalde feitelijke beslissingen rechtens niet onjuist worden geacht. Een voorbeeld van een dergelijke beschikking is die van de Hoge Raad d.d. 19 oktober 2001, LJN nummer: AB De casus van die zaak was de volgende. Man en vrouw zijn bijna 29 jaar gehuwd ge weest. In het kader van de echtscheidingsprocedure verzocht de vrouw een alimenta tie van fl ,00 per

2 maand. De rechtbank wees fl ,00 per maand toe. De man kwam in appèl en betoogde onder meer, dat de behoefte van de vrouw lager lag dan dat bedrag. Het Gerechtshof Amsterdam bepaalde de uitkering voor het levens onderhoud van de vrouw op fl ,00 per maand. Nadat de man een aantal mid delen van cassatie had ingebracht tegen de beslissing van het gerechtshof, oordeelde de Hoge Raad onder meer als volgt: a. Het hof heeft voorop gesteld dat bij de bepaling van een redelijke bijdrage in het levensonder houd van de vrouw "moet worden gelet op" de omstandigheden van partijen tijdens het huwelijk, waarbij zowel financiële als niet financiële omstandigheden "een rol spelen". De alimentatie uitkering heeft immers, aldus het hof, de strekking de vrouw in staat te stellen na de ontbinding van het huwelijk voort te leven "overeenkomstig haar door het huwelijk bepaalde stand". Aldus heeft het hof in algemene zin een aantal factoren genoemd, die bij de bepaling van een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw aan de orde komen. Zoals onder meer blijkt uit het gebruik van de term "overeenkomstig", heeft het hof evenwel, anders dan onderdeel 1a veronderstelt, niet een (te) absolute betekenis toegekend aan de stand en de welstand tijdens het huwelijk. Het on derdeel kan derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. b. Onderdeel 1b mist eveneens feitelijke grondslag, voor zover het ervan uitgaat dat het hof heeft geoordeeld, dat het gehele inkomen van de man zonder meer beslissend was voor de welstand van partijen tijdens het huwelijk. Het hof heeft met verwerping van de betoog van de man dat alleen datgene wat de vrouw tijdens het huwelijk voor zichzelf uitgaf in aanmerking komt voor de vaststelling van haar behoefte, geoordeeld dat voor bepaling van de welstand van partijen mede van belang is het gedeelte van het inkomen dat werd gespaard en belegd, waarbij het hof kenne lijk mede de echtelijke woning voor ogen had. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechts opvatting en behoefde geen nadere motivering. c. Het hof zou reeds op voorhand rekening hebben mogen houden met hetgeen de vrouw na verde ling van de ontbonden gemeenschap van goederen uit het gemeenschappelijk vermogen zou heb ben verkregen, indien daaromtrent een redelijke mate van zekerheid zou bestaan, maar het was daartoe niet verplicht. d. Het hof heeft in aanmerking genomen, dat de vrouw oudedagsvoorzieningen moet treffen en moet zorgen voor een inkomen voor de periode, dat de alimentatieplicht van de man ten einde loopt en haar oudedagsvoorzieningen nog niet tot uitkering komen. Het oordeel van het hof, dat in de gegeven omstandigheden waarin, naar de man zelf heeft aangevoerd, tijdens het huwelijk geen enkele pensioenvoorziening bestond, hiermee rekening wordt gehouden, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. e. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden, omdat zij uitgaan van motiveringseisen, die niet kunnen worden gesteld aan beslissingen die uitsluitend betreffen het vaststellen en we gen van de door partijen met het oog op hun draagkracht of behoefte naar voren gebrachte omstandigheden. Conform de vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld Hoge Raad 12 februari 1988, NJ ) mag de rechter de mate van welstand, waarin gewezen echtgenoten tijdens hun huwelijk hebben kunnen leven, in aanmerking nemen als omstandigheid, die op de behoefte van de alimentatiegerechtigde van invloed kan zijn. Volgens het Gerechtshof Amsterdam (5 december 1972, NJ 1972, 471) is het naar maatschappelijke opvattingen (uit het begin van de 70'er jaren) niet zo, dat de man steeds gehouden is, zijn gewezen echtgenote in staat te stellen voort te leven op de wijze, die zij tijdens het huwelijk gewend

3 was, ook al is hij daartoe financieel in staat. Het hof overwoog toen dat de vrouw in een soortgelijke situatie verkeerde als waarin zij verkeerd zou heb ben, indien zij niet getrouwd zou zijn geweest. Op 19 november 1974 (NJ 1975, 311) overwoog het Hof Amsterdam, dat van de man niet kan worden verlangd de vrouw in staat te stellen tot handhaving van een levensstandaard, die hijzelf niet zal genieten en die partijen bij voortbestaan van het huwelijk niet zouden hebben verworven. De maatschappelijke opvattingen zijn sedert 1972 in ieder geval in Amsterdam gewijzigd. Thans is de man wél gehouden zijn gewezen echtgenote in staat te stellen na de ontbinding van het huwelijk voort te leven overeenkomstig haar door het hu welijk bepaalde stand en de Hoge Raad vindt het prima, dat de alimentatie wordt vastgesteld conform de stand en de welstand tijdens het huwelijk. Dat had de Hoge Raad op 3 december 1999 (NJ 2000, 183) ook reeds aangegeven. Voor het bepalen van de behoefte van de vrouw keek de rechter toen naar de uitgaven van de vrouw tij dens het huwelijk. De omstandigheid dat een deel van het uitgavenpatroon van par tijen destijds kennelijk nauw verband hield met de maatschappelijke positie van de man, maakte dat het uitgavenpatroon niet alleen bepalend kon zijn voor de behoefte van de vrouw. De rechtbank zocht voor de behoefte van de vrouw aansluiting bij haar privé uitgaven ten tijde van het huwelijk en kwam aldus op een alimentatie van fl ,00 bruto per maand (rechtbank Amsterdam 31 mei 2000 EB 2000, 57). In een zaak, die heeft geleid tot de hiervoor genoemde beschikking van de Ho ge Raad d.d. 19 oktober 2001 heeft het hof niet geoordeeld, dat het gehele inkomen van de man beslissend was voor de welstand van partijen tijdens het huwelijk. Voor de vaststelling van de behoefte van de vrouw keek het hof naar datgene wat de vrouw tijdens het huwelijk voor zichzelf uitgaf en naar het gedeelte van het inkomen dat werd gespaard en belegd, bijvoorbeeld in de echtelijke woning. Verder hield het hof rekening met het bedrag, dat de vrouw nodig had om oudedagsvoorzieningen voor zichzelf te treffen (ondanks het feit dat de vrouw volgens de man op grond van haar religieuze overtuiging tijdens het huwelijk geen pensioenvoorziening wenste) en de stelling dat de vrouw moest reserveren voor de periode dat de alimentatieplicht (na 12 jaar) zou eindigen en de oudedagsvoorzieningen nog niet tot uitkering kwamen. De Hoge Raad kon dat alles billijken. De mate van welstand tijdens het huwelijk en daarmee de hoogte van de behoefte van de vrouw werd dus afgeleid van de bedra gen, die de vrouw tijdens het huwelijk voor zichzelf uitgaf, die partijen spaarden en belegden (echtelijke woning) en reserveerden voor de oude dag. Bij beschikking van 28 november 2001 (rekestnummer / f) over woog de rechtbank Amsterdam: "Uit het over en weer gestelde omtrent het totale ge zinsinkomen toen partijen nog samenwoonden, maakt de rechtbank op dat partijen destijds leefden van maximaal fl ,00 bruto per maand. De vrouw heeft welis waar aangevoerd dat er daarnaast nog bonussen werden ontvangen, doch heeft de stelling van de man dat deze bonussen grotendeels werden gespaard, belegd dan wel op enigerlei wijze in de zaak werden gestoken, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd weersproken. De rechtbank raamt de behoefte van de vrouw vervolgens op de helft van genoemd bedrag, zijnde fl , ". Het Gerechtshof Leeuwarden overwoog op 30 januari 2002 (rekestnummer , EB 2002/19) "dat maatgevend voor de beoordeling van de welstand van par tijen tijdens het huwelijk is het gezinsinkomen, dat partijen tijdens de laatste jaren van het huwelijk genoten. Blijkens het arrest waarvan thans wijziging wordt verzocht, bedroeg het gezinsinkomen van partijen in de laatste jaren van het huwelijk ongeveer fl ,00 netto per maand. Om de huidige behoefte van de vrouw te kunnen bepa len, dient het gezinsinkomen naar huidige maatstaven te worden opgewaardeerd met een inflatiecorrectie van ongeveer 15%, uitgaande van de jaarlijkse indexeringsper centages tot fl ,00 netto per maand (..). Gelet op het feit dat de noodzakelijke kosten van levensonderhoud voor

4 een alleenstaande relatief hoger zijn dan de helft van de lasten van twee samenwonenden is het hof van oordeel, dat de behoefte van de vrouw in redelijkheid op fl ,00 netto per maand kan worden gesteld. Naar het oordeel van het hof staat het de vrouw vrij dit bedrag naar eigen goedvinden te besteden". De rechtbank te 's Hertogenbosch achtte bij beschikking van 21 mei 2002 (zaak nummer 72711/FA RK ) "bepalend voor de welstand van partijen gedurende het huwelijk en daarmee voor de behoefte van de vrouw, het inkomen dat partijen gedurende het huwelijk hebben genoten (Hoge Raad 19 oktober 2001, JOL 548, ro ), welke behoefte op de helft van dat inkomen wordt begroot. De rechtbank heeft hier de beschikking van de Hoge Raad d.d. 19 oktober 2001 verkeerd gelezen. De Hoge Raad heeft immers niet vastgesteld dat het inkomen, dat partijen geduren de het huwelijk hebben genoten, bepalend is voor de welstand van partijen en daar mee voor de behoefte van de vrouw. Integendeel! De Hoge Raad zegt slechts, dat de tegen de beschikking van het gerechtshof onder 1b aangevoerde grief feitelijke grondslag mist voor zover die grief ervan uitgaat, dat het hof heeft geoordeeld dat het ge hele inkomen van de man zonder meer beslissend was voor de welstand van partijen tijdens het huwelijk. Met andere woorden: dat heeft het hof helemaal niet geoor deeld! Bij beschikking van 16 juli 2002 overwoog het Gerechtshof te 's Hertogenbosch (rekestnummer R ) "Ter zitting is door de vrouw gesteld dat zij aan de hand van de door de man beschikbaar gestelde bankafschriften heeft berekend, dat de privé opnamen van partijen gedurende de laatste jaren van het huwelijk ongeveer fl ,00 bedroegen. De man heeft ter zitting bedoelde bedragen in zoverre weersproken, dat tot de hiervoor bedoelde opnamen tevens behoorden de uitgaven, welke de man deed ten behoeve van zijn werk en voor welke uitgaven de man aan het eind van elke maand een declaratie indiende. Die uitgaven bedroegen naar schatting gemiddeld fl ,00 per maand. Gelet hierop kan voor wat betreft de privé opnamen ten behoeve van het gezin gedurende de laatste twee volle jaren van de samenwoning van partijen worden uitgegaan van een bedrag van gemiddeld fl ,00 netto per jaar. Voor de berekening van de behoefte van de vrouw gaat het het hof te ver om daarbij rekening te houden met de (potentiële) winst uit onder neming. Met de pensioenopbouw van de man, die voor het eerst in 1998 heeft plaats gevonden, wil het hof in dit verband enigermate rekening houden en over een wat langere termijn middelen tot een bedrag van fl ,00 op jaarbasis, zodat uitge komen wordt op een maximaal bedrag van fl ,00 per jaar, waarvan de behoef te van de vrouw kan worden afgeleid. Ervan uitgaande dat de kosten van de kinderen neerkwamen op in totaal ongeveer fl ,00 per jaar, resteerde ter besteding voor ieder van partijen een bedrag van ongeveer fl ,00 per jaar. Op basis van dat gegeven en rekening houdende met de fiscale aspecten gaat het hof ervan uit dat de vrouw behoefte heeft aan een bijdrage van de man in de kosten van haar levenson derhoud van fl ,00 bruto per maand". Vaststelling behoefte Voormelde uitspraken lezende, is het de vraag of behoefte dient te worden vastge steld aan de hand van hetgeen partijen tijdens hun huwelijk uitgaven (sparen, beleg gen en reservering voor de oude dag daarin begrepen) of dat de welstand van partij en en daarmede de behoefte van de alimentatiegerechtigde dient te worden afgeleid van het inkomen, dat partijen gedurende de laatste jaren van hun huwelijk hadden. Het Gerechtshof Amsterdam, gesanctioneerd door de Hoge Raad op 19 oktober 2001, heeft de uitgaven tot uitgangspunt genomen. Dat deed ook het Gerechtshof te 's Hertogenbosch in de hierboven vermelde uitspraak. De rechtbank Amsterdam, het Gerechtshof Leeuwarden en de rechtbank 's Hertogenbosch (de Hoge Raad verkeerd citerende) hebben de hoogte van de behoefte afgeleid uit het inkomen, dat partijen gedurende het huwelijk hebben genoten. Dat zou ook sinds kort het beleid zijn van het Gerechtshof 's Hertogenbosch. In een beschikking van 10 december 2002 (R ) overwoog het hof het volgende: Voor de berekening van de behoefte

5 van de vrouw gaat het hof uit van de helft van het netto gezinsinkomen. Hiervan wor den de kosten voor de kinderen afgetrokken. Omdat het leven van een alleenstaande duurder is dan het leven in gezinsverband, wordt bij dit inkomen een percentage van 20% opgeteld. Gezien het bovenstaande berekent het hof de behoefte van de vrouw op., per maand. Per saldo werd de behoefte van de alimentatiegerechtigde gesteld op 60% van het netto gezinsinkomen, dat partijen genoten toen zij nog sa menwoonden. Naar mijn mening is die gedachtengang niet juist. Gezocht moet immers worden naar de redelijke behoefte van de alimentatiegerechtigde. Natuurlijk wordt die be paald door de welstand tijdens het huwelijk, maar dat betekent niet dat die welstand moet worden afgeleid uit het inkomen c.q. de inkomenspotentie. De alimentatiege rechtigde behoeft voldoende middelen om op het niveau dat hij/zij kende tijdens het huwelijk te kunnen eten, drinken, wonen, vakantie vieren, sparen en reserveren. Om te bepalen hoeveel nodig is in de gegeven omstandigheden, zal de alimentatiege rechtigde zijn of haar behoefte aannemelijk moeten maken. Het gaat te ver om te verlangen (hetgeen vroeger veel gebeurde), dat iedere uitgave tot iedere cent achter de komma wordt gemotiveerd. De behoefte moet echter wel in grote lijnen aanne melijk worden gemaakt en dat kan ook, gebaseerd op de uitgaven tijdens het huwelijk, zonder al te veel problemen gebeuren. Toekomstige uitgaven afleiden uit vroegere inkomsten is echter onzuiver. Als een alimentatieplichtige man werkzaam is als dga in zijn eigen onderneming en als zodanig een jaarinkomen heeft van ,00, terwijl de vrouw geen inkomen uit arbeid had, kan de welstand tijdens het huwelijk worden afgeleid van de besteding van dat inkomen. Een deel van het inkomen werd wellicht gebruikt voor representa tieve doeleinden. Een ander deel werd mogelijk besteed aan zakelijke etentjes, ca deaus voor klanten, zeiltochtjes met relaties en reserveringen voor tijden dat het mo gelijk slechter zou gaan met de onderneming (en dus het inkomen niet zou kunnen worden betaald). Al dat soort uitgaven zijn niet van belang voor het bepalen van de behoefte van de vrouw. De rest van het inkomen zal zijn uitgegeven aan de kosten van levensonderhoud, kinderen, wonen, sparen en reserveren. Die uitgaven zijn me de bepalend voor de behoefte na echtscheiding. Daarnaast is het niet ongebruikelijk, dat in de onderneming wordt gereserveerd, met als gevolg dat het vermogen van de alimentatieplichtige stijgt (doordat de aandelen meer waard worden). Die reserverin gen zijn evenmin van belang voor het vaststellen van de behoefte van de vrouw. Kortom: de hoogte van de behoefte van de alimentatiegerechtigde dient te worden bepaald aan de hand van de uitgaven van de alimentatiegerechtigde, zoals die te verwachten zijn en niet aan de hand van de inkomsten, die in het verleden zijn geno ten. Maximum behoefte Als de behoefte zou worden afgeleid uit het inkomen of de inkomenspotentie van de alimentatieplichtige, zou dat tot ongerijmde consequenties kunnen leiden. Dat wordt duidelijk zichtbaar, als bij wijze van voorbeeld wordt gekozen een alimentatieplichti ge met een heel hoog inkomen. Stel een alimentatieplichtige heeft een vermogen van 200 miljoen euro welke vermogen 5% rendement oplevert. Dat impliceert een inko men van 10 miljoen euro. Is nu de redelijke behoefte van de vrouw 5 miljoen euro per jaar? Of zou de redelijke behoefte van de vrouw beter afgeleid kunnen worden van de (zeker riante) uitgaven, die partijen tijdens hun huwelijk deden, vermeerderd met redelijke bedragen voor riante huisvesting, beleggingen en besparingen? Door uit te gaan van laatstgenoemd criterium wordt de alimentatiebehoefte op een nette wijze begrensd, zonder dat de alimentatiegerechtigde tekort komt. <<<<<< terug Behoefte aan partneralimentatie (februari 2003)

6 Mr. L.H.M. Zonnenberg De hoogte van de partneralimentatie wordt in veel gevallen begrensd door de draagkracht van de alimentatieplichtige. De Werkgroep Alimentatienormen van de NVvR heeft een stelsel ontwikkeld, waarmee kan worden bepaald hoe hoog de draagkracht van een alimentatieplichtige is. Dat stelsel levert in zijn algemeenheid redelijke uitkomsten op, zij het dat in specifieke gevallen discussie over de algemene normering moet (kunnen) worden gevoerd. In die gevallen, waarin de alimentatiedraagkracht erg hoog is, komt de vraag aan de orde hoe hoog de redelijke behoefte van de alimentatiegerechtigde is. Voor de berekening daarvan heeft de Werkgroep alimentatienormen geen stelsel ontwikkeld. Is er dan geen bovengrens aan de redelijkheid van de alimentatiebehoefte? Voor wat betreft kinderalimentatie stond die vraag centraal in het artikel, dat ik in EB januari 2003 publiceerde. Thans gaat het over de bovengrens van partneralimentatiebehoefte. Inleiding De wet biedt weinig houvast voor de becijfering van de hoogte van de partneralimen tatiebehoefte. Nadat in art. 1:157 BW het behoeftigheidscriterium is omschreven, zwijgt de wetgever. In de handboeken wordt ook weinig houvast geboden. Zo staat in Asser de Boer, dat de betekenis van de vraag naar de omvang van de behoeften in een individueel geval niet moet worden overschat, omdat in verreweg de meeste ge vallen de draagkracht ver achter blijft bij de behoefte. Volgens Asser de Boer kunnen bij de vaststelling van de behoefte ook subjec tieve elementen meewegen en mag de rechter rekening houden met de mede door het huwelijk bepaalde stand van de tot uitkering gerechtigde, zij het dat de rechter daartoe niet is gehouden. Ook wordt verwezen naar HR 25 november 1977, NJ , waarin een beroep op een ongeschreven regel, inhoudende dat een behoeftige vrouw steeds aanspraak kan maken op een alimentatie ter grootte van een derde van het inkomen van de man, is verworpen. In het Tremarapport van de Werkgroep Ali mentatienormen wordt aangegeven, dat de behoefte van de gewezen echtgenoot kan worden gesteld op het bedrag dat nodig is om een staat te voeren, die de onder houdsgerechtigde in redelijkheid past. De welstand van partijen gedurende hun hu welijk is mede bepalend voor de behoeftevaststelling. Dat alles geeft weinig duidelijkheid omtrent de grens van de redelijke behoefte in die gevallen, waarin de draag kracht van de alimentatieplichtige geen grens aangeeft. Jurisprudentie Ook van de Hoge Raad behoeft niet te worden verwacht, dat een nauwkeurige be grenzing van het behoeftecriterium wordt gegeven. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad komt in alimentatiekwesties aan de feitenrechter een grote vrijheid toe. Een gerechtshof behoeft niet tot in detail te motiveren, waarom een bepaalde beslis sing wordt gegeven. Slechts wanneer sprake is van duidelijke misslagen van een hof of onjuiste rechtsopvattingen worden gehuldigd, kan in cassatie duidelijkheid worden verkregen. De vraag naar de hoogte van partneralimentatie is zodanig feitelijk, dat zelden gesproken zal kunnen worden van een onjuiste rechtsopvatting. Voor het vin den van een begrenzing in de alimentatiebehoefte zal men dus met name moeten zoeken naar uitspraken van rechtbanken en hoven. Handvatten zijn voorts te vinden in uitspraken van de Hoge Raad, waarin wordt omschreven waarom bepaalde feitelij ke beslissingen rechtens niet onjuist worden geacht. Een voorbeeld van een dergelij ke beschikking is die van de Hoge Raad d.d. 19 oktober 2001, LJN nummer: AB De casus van die zaak was de volgende. Man en vrouw zijn bijna 29 jaar gehuwd ge weest. In het kader van de echtscheidingsprocedure verzocht de vrouw een alimenta tie van fl ,00 per

7 maand. De rechtbank wees fl ,00 per maand toe. De man kwam in appèl en betoogde onder meer, dat de behoefte van de vrouw lager lag dan dat bedrag. Het Gerechtshof Amsterdam bepaalde de uitkering voor het levens onderhoud van de vrouw op fl ,00 per maand. Nadat de man een aantal mid delen van cassatie had ingebracht tegen de beslissing van het gerechtshof, oordeelde de Hoge Raad onder meer als volgt: a. Het hof heeft voorop gesteld dat bij de bepaling van een redelijke bijdrage in het levensonder houd van de vrouw "moet worden gelet op" de omstandigheden van partijen tijdens het huwelijk, waarbij zowel financiële als niet financiële omstandigheden "een rol spelen". De alimentatie uitkering heeft immers, aldus het hof, de strekking de vrouw in staat te stellen na de ontbinding van het huwelijk voort te leven "overeenkomstig haar door het huwelijk bepaalde stand". Aldus heeft het hof in algemene zin een aantal factoren genoemd, die bij de bepaling van een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw aan de orde komen. Zoals onder meer blijkt uit het gebruik van de term "overeenkomstig", heeft het hof evenwel, anders dan onderdeel 1a veronderstelt, niet een (te) absolute betekenis toegekend aan de stand en de welstand tijdens het huwelijk. Het on derdeel kan derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. b. Onderdeel 1b mist eveneens feitelijke grondslag, voor zover het ervan uitgaat dat het hof heeft geoordeeld, dat het gehele inkomen van de man zonder meer beslissend was voor de welstand van partijen tijdens het huwelijk. Het hof heeft met verwerping van de betoog van de man dat alleen datgene wat de vrouw tijdens het huwelijk voor zichzelf uitgaf in aanmerking komt voor de vaststelling van haar behoefte, geoordeeld dat voor bepaling van de welstand van partijen mede van belang is het gedeelte van het inkomen dat werd gespaard en belegd, waarbij het hof kenne lijk mede de echtelijke woning voor ogen had. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechts opvatting en behoefde geen nadere motivering. c. Het hof zou reeds op voorhand rekening hebben mogen houden met hetgeen de vrouw na verde ling van de ontbonden gemeenschap van goederen uit het gemeenschappelijk vermogen zou heb ben verkregen, indien daaromtrent een redelijke mate van zekerheid zou bestaan, maar het was daartoe niet verplicht. d. Het hof heeft in aanmerking genomen, dat de vrouw oudedagsvoorzieningen moet treffen en moet zorgen voor een inkomen voor de periode, dat de alimentatieplicht van de man ten einde loopt en haar oudedagsvoorzieningen nog niet tot uitkering komen. Het oordeel van het hof, dat in de gegeven omstandigheden waarin, naar de man zelf heeft aangevoerd, tijdens het huwelijk geen enkele pensioenvoorziening bestond, hiermee rekening wordt gehouden, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. e. De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden, omdat zij uitgaan van motiveringseisen, die niet kunnen worden gesteld aan beslissingen die uitsluitend betreffen het vaststellen en we gen van de door partijen met het oog op hun draagkracht of behoefte naar voren gebrachte om standigheden. Conform de vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld Hoge Raad 12 februari 1988, NJ ) mag de rechter de mate van welstand, waarin gewezen echtgenoten tijdens hun huwelijk hebben kunnen leven, in aanmerking nemen als omstandigheid, die op de behoefte van de alimentatiegerechtigde van invloed kan zijn. Volgens het Gerechts hof Amsterdam (5 december 1972, NJ 1972, 471) is het naar maatschappelijke opvat tingen (uit het begin van de 70'er jaren) niet zo, dat de man steeds gehouden is, zijn gewezen echtgenote in staat te stellen voort te leven op de wijze, die zij tijdens het huwelijk gewend

8 was, ook al is hij daartoe financieel in staat. Het hof overwoog toen dat de vrouw in een soortgelijke situatie verkeerde als waarin zij verkeerd zou heb ben, indien zij niet getrouwd zou zijn geweest. Op 19 november 1974 (NJ 1975, 311) overwoog het Hof Amsterdam, dat van de man niet kan worden verlangd de vrouw in staat te stellen tot handhaving van een levensstandaard, die hijzelf niet zal genieten en die partijen bij voortbestaan van het huwelijk niet zouden hebben verworven. De maatschappelijke opvattingen zijn sedert 1972 in ieder geval in Amsterdam gewijzigd. Thans is de man wél gehouden zijn gewezen echtgenote in staat te stellen na de ontbinding van het huwelijk voort te leven overeenkomstig haar door het hu welijk bepaalde stand en de Hoge Raad vindt het prima, dat de alimentatie wordt vastgesteld conform de stand en de welstand tijdens het huwelijk. Dat had de Hoge Raad op 3 december 1999 (NJ 2000, 183) ook reeds aangegeven. Voor het bepalen van de behoefte van de vrouw keek de rechter toen naar de uitgaven van de vrouw tij dens het huwelijk. De omstandigheid dat een deel van het uitgavenpatroon van par tijen destijds kennelijk nauw verband hield met de maatschappelijke positie van de man, maakte dat het uitgavenpatroon niet alleen bepalend kon zijn voor de behoefte van de vrouw. De rechtbank zocht voor de behoefte van de vrouw aansluiting bij haar privé uitgaven ten tijde van het huwelijk en kwam aldus op een alimentatie van fl ,00 bruto per maand (rechtbank Amsterdam 31 mei 2000 EB 2000, 57). In een zaak, die heeft geleid tot de hiervoor genoemde beschikking van de Ho ge Raad d.d. 19 oktober 2001 heeft het hof niet geoordeeld, dat het gehele inkomen van de man beslissend was voor de welstand van partijen tijdens het huwelijk. Voor de vaststelling van de behoefte van de vrouw keek het hof naar datgene wat de vrouw tijdens het huwelijk voor zichzelf uitgaf en naar het gedeelte van het inkomen dat werd gespaard en belegd, bijvoorbeeld in de echtelijke woning. Verder hield het hof rekening met het bedrag, dat de vrouw nodig had om oudedagsvoorzieningen voor zichzelf te treffen (ondanks het feit dat de vrouw volgens de man op grond van haar religieuze overtuiging tijdens het huwelijk geen pensioenvoorziening wenste) en de stelling dat de vrouw moest reserveren voor de periode dat de alimentatieplicht (na 12 jaar) zou eindigen en de oudedagsvoorzieningen nog niet tot uitkering kwamen. De Hoge Raad kon dat alles billijken. De mate van welstand tijdens het huwelijk en daarmee de hoogte van de behoefte van de vrouw werd dus afgeleid van de bedra gen, die de vrouw tijdens het huwelijk voor zichzelf uitgaf, die partijen spaarden en belegden (echtelijke woning) en reserveerden voor de oude dag. Bij beschikking van 28 november 2001 (rekestnummer / f) over woog de rechtbank Amsterdam: "Uit het over en weer gestelde omtrent het totale ge zinsinkomen toen partijen nog samenwoonden, maakt de rechtbank op dat partijen destijds leefden van maximaal fl ,00 bruto per maand. De vrouw heeft welis waar aangevoerd dat er daarnaast nog bonussen werden ontvangen, doch heeft de stelling van de man dat deze bonussen grotendeels werden gespaard, belegd dan wel op enigerlei wijze in de zaak werden gestoken, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd weersproken. De rechtbank raamt de behoefte van de vrouw vervolgens op de helft van genoemd bedrag, zijnde fl , ". Het Gerechtshof Leeuwarden overwoog op 30 januari 2002 (rekestnummer , EB 2002/19) "dat maatgevend voor de beoordeling van de welstand van par tijen tijdens het huwelijk is het gezinsinkomen, dat partijen tijdens de laatste jaren van het huwelijk genoten. Blijkens het arrest waarvan thans wijziging wordt verzocht, bedroeg het gezinsinkomen van partijen in de laatste jaren van het huwelijk ongeveer fl ,00 netto per maand. Om de huidige behoefte van de vrouw te kunnen bepa len, dient het gezinsinkomen naar huidige maatstaven te worden opgewaardeerd met een inflatiecorrectie van ongeveer 15%, uitgaande van de jaarlijkse indexeringsper centages tot fl ,00 netto per maand (..). Gelet op het feit dat de noodzakelijke kosten van levensonderhoud voor een alleenstaande relatief hoger zijn dan de helft van de lasten van twee samenwonenden is het hof van oordeel, dat de behoefte van de vrouw in redelijkheid op fl ,00 netto per maand kan worden ge

9 steld. Naar het oordeel van het hof staat het de vrouw vrij dit bedrag naar eigen goedvinden te besteden". De rechtbank te 's Hertogenbosch achtte bij beschikking van 21 mei 2002 (zaak nummer 72711/FA RK ) "bepalend voor de welstand van partijen gedurende het huwelijk en daarmee voor de behoefte van de vrouw, het inkomen dat partijen gedurende het huwelijk hebben genoten (Hoge Raad 19 oktober 2001, JOL 548, ro ), welke behoefte op de helft van dat inkomen wordt begroot. De rechtbank heeft hier de beschikking van de Hoge Raad d.d. 19 oktober 2001 verkeerd gelezen. De Hoge Raad heeft immers niet vastgesteld dat het inkomen, dat partijen geduren de het huwelijk hebben genoten, bepalend is voor de welstand van partijen en daar mee voor de behoefte van de vrouw. Integendeel! De Hoge Raad zegt slechts, dat de tegen de beschikking van het gerechtshof onder 1b aangevoerde grief feitelijke grondslag mist voor zover die grief ervan uitgaat, dat het hof heeft geoordeeld dat het ge hele inkomen van de man zonder meer beslissend was voor de welstand van partijen tijdens het huwelijk. Met andere woorden: dat heeft het hof helemaal niet geoor deeld! Bij beschikking van 16 juli 2002 overwoog het Gerechtshof te 's Hertogenbosch (rekestnummer R ) "Ter zitting is door de vrouw gesteld dat zij aan de hand van de door de man beschikbaar gestelde bankafschriften heeft berekend, dat de privé opnamen van partijen gedurende de laatste jaren van het huwelijk ongeveer fl ,00 bedroegen. De man heeft ter zitting bedoelde bedragen in zoverre weersproken, dat tot de hiervoor bedoelde opnamen tevens behoorden de uitgaven, welke de man deed ten behoeve van zijn werk en voor welke uitgaven de man aan het eind van elke maand een declaratie indiende. Die uitgaven bedroegen naar schatting gemiddeld fl ,00 per maand. Gelet hierop kan voor wat betreft de privé opnamen ten behoeve van het gezin gedurende de laatste twee volle jaren van de samenwoning van partijen worden uitgegaan van een bedrag van gemiddeld fl ,00 netto per jaar. Voor de berekening van de behoefte van de vrouw gaat het het hof te ver om daarbij rekening te houden met de (potentiële) winst uit onder neming. Met de pensioenopbouw van de man, die voor het eerst in 1998 heeft plaats gevonden, wil het hof in dit verband enigermate rekening houden en over een wat langere termijn middelen tot een bedrag van fl ,00 op jaarbasis, zodat uitge komen wordt op een maximaal bedrag van fl ,00 per jaar, waarvan de behoef te van de vrouw kan worden afgeleid. Ervan uitgaande dat de kosten van de kinderen neerkwamen op in totaal ongeveer fl ,00 per jaar, resteerde ter besteding voor ieder van partijen een bedrag van ongeveer fl ,00 per jaar. Op basis van dat gegeven en rekening houdende met de fiscale aspecten gaat het hof ervan uit dat de vrouw behoefte heeft aan een bijdrage van de man in de kosten van haar levenson derhoud van fl ,00 bruto per maand". Vaststelling behoefte Voormelde uitspraken lezende, is het de vraag of behoefte dient te worden vastge steld aan de hand van hetgeen partijen tijdens hun huwelijk uitgaven (sparen, beleg gen en reservering voor de oude dag daarin begrepen) of dat de welstand van partij en en daarmede de behoefte van de alimentatiegerechtigde dient te worden afgeleid van het inkomen, dat partijen gedurende de laatste jaren van hun huwelijk hadden. Het Gerechtshof Amsterdam, gesanctioneerd door de Hoge Raad op 19 oktober 2001, heeft de uitgaven tot uitgangspunt genomen. Dat deed ook het Gerechtshof te 's Hertogenbosch in de hierboven vermelde uitspraak. De rechtbank Amsterdam, het Gerechtshof Leeuwarden en de rechtbank 's Hertogenbosch (de Hoge Raad verkeerd citerende) hebben de hoogte van de behoefte afgeleid uit het inkomen, dat partijen gedurende het huwelijk hebben genoten. Dat zou ook sinds kort het beleid zijn van het Gerechtshof 's Hertogenbosch. In een beschikking van 10 december 2002 (R ) overwoog het hof het volgende: Voor de berekening van de behoefte van de vrouw gaat het hof uit van de helft van het netto gezinsinkomen. Hiervan wor den de kosten voor de kinderen afgetrokken. Omdat het leven van een alleenstaande duurder is dan het leven in

10 gezinsverband, wordt bij dit inkomen een percentage van 20% opgeteld. Gezien het bovenstaande berekent het hof de behoefte van de vrouw op., per maand. Per saldo werd de behoefte van de alimentatiegerechtigde gesteld op 60% van het netto gezinsinkomen, dat partijen genoten toen zij nog sa menwoonden. Naar mijn mening is die gedachtengang niet juist. Gezocht moet immers worden naar de redelijke behoefte van de alimentatiegerechtigde. Natuurlijk wordt die be paald door de welstand tijdens het huwelijk, maar dat betekent niet dat die welstand moet worden afgeleid uit het inkomen c.q. de inkomenspotentie. De alimentatiege rechtigde behoeft voldoende middelen om op het niveau dat hij/zij kende tijdens het huwelijk te kunnen eten, drinken, wonen, vakantie vieren, sparen en reserveren. Om te bepalen hoeveel nodig is in de gegeven omstandigheden, zal de alimentatiege rechtigde zijn of haar behoefte aannemelijk moeten maken. Het gaat te ver om te verlangen (hetgeen vroeger veel gebeurde), dat iedere uitgave tot iedere cent achter de komma wordt gemotiveerd. De behoefte moet echter wel in grote lijnen aanne melijk worden gemaakt en dat kan ook, gebaseerd op de uitgaven tijdens het huwelijk, zonder al te veel problemen gebeuren. Toekomstige uitgaven afleiden uit vroegere inkomsten is echter onzuiver. Als een alimentatieplichtige man werkzaam is als dga in zijn eigen onderneming en als zodanig een jaarinkomen heeft van ,00, terwijl de vrouw geen inkomen uit arbeid had, kan de welstand tijdens het huwelijk worden afgeleid van de besteding van dat inkomen. Een deel van het inkomen werd wellicht gebruikt voor representa tieve doeleinden. Een ander deel werd mogelijk besteed aan zakelijke etentjes, ca deaus voor klanten, zeiltochtjes met relaties en reserveringen voor tijden dat het mo gelijk slechter zou gaan met de onderneming (en dus het inkomen niet zou kunnen worden betaald). Al dat soort uitgaven zijn niet van belang voor het bepalen van de behoefte van de vrouw. De rest van het inkomen zal zijn uitgegeven aan de kosten van levensonderhoud, kinderen, wonen, sparen en reserveren. Die uitgaven zijn me de bepalend voor de behoefte na echtscheiding. Daarnaast is het niet ongebruikelijk, dat in de onderneming wordt gereserveerd, met als gevolg dat het vermogen van de alimentatieplichtige stijgt (doordat de aandelen meer waard worden). Die reserverin gen zijn evenmin van belang voor het vaststellen van de behoefte van de vrouw. Kortom: de hoogte van de behoefte van de alimentatiegerechtigde dient te worden bepaald aan de hand van de uitgaven van de alimentatiegerechtigde, zoals die te verwachten zijn en niet aan de hand van de inkomsten, die in het verleden zijn geno ten. Maximum behoefte Als de behoefte zou worden afgeleid uit het inkomen of de inkomenspotentie van de alimentatieplichtige, zou dat tot ongerijmde consequenties kunnen leiden. Dat wordt duidelijk zichtbaar, als bij wijze van voorbeeld wordt gekozen een alimentatieplichti ge met een heel hoog inkomen. Stel een alimentatieplichtige heeft een vermogen van 200 miljoen euro welke vermogen 5% rendement oplevert. Dat impliceert een inko men van 10 miljoen euro. Is nu de redelijke behoefte van de vrouw 5 miljoen euro per jaar? Of zou de redelijke behoefte van de vrouw beter afgeleid kunnen worden van de (zeker riante) uitgaven, die partijen tijdens hun huwelijk deden, vermeerderd met redelijke bedragen voor riante huisvesting, beleggingen en besparingen? Door uit te gaan van laatstgenoemd criterium wordt de alimentatiebehoefte op een nette wijze begrensd, zonder dat de alimentatiegerechtigde tekort komt.

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015 Huwelijksvermogensrecht journaal September 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur en wetgevingsproces Ongehuwde samenlevers en vermogensregime Ongehuwden en alimentatie Pensioen

Nadere informatie

Nieuwe richtlijn kinderalimentatie

Nieuwe richtlijn kinderalimentatie Nieuwe richtlijn kinderalimentatie maart 2013 mr T.G. Gijtenbeek De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

Nevenvoorzieningen bij echtscheidingen

Nevenvoorzieningen bij echtscheidingen Nevenvoorzieningen bij echtscheidingen Er bestaat onduidelijkheid over de vraag of de rechter in het kader van een echtscheidingsprocedure voorzieningen kan treffen, die niet met zoveel woorden in art.

Nadere informatie

Gebruiksvergoeding. mr. L.S. Timmermans SmeetsGijbels

Gebruiksvergoeding. mr. L.S. Timmermans SmeetsGijbels Gebruiksvergoeding mr. L.S. Timmermans SmeetsGijbels Gebruiksvergoeding tijdens het huwelijk Zolang echtgenoten zijn gehuwd, rust op hen de verplichting elkaar het nodige te verschaffen. Het gebruik van

Nadere informatie

EXECUTIE EN VERREKENING

EXECUTIE EN VERREKENING EXECUTIE EN VERREKENING Geregeld komt het in familiezaken voor dat in het dictum van de uitspraak niet het bedrag wordt genoemd dat de één aan de ander verschuldigd is. Vaak gebeurt dit in verdelingszaken

Nadere informatie

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures

De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures De bewijslast in artikel 1:160 BW procedures Inleiding Zoals collega Van den Anker al eerder (Samenleven en alimentatie ontvangen? EB 2009, 32) schreef, is de alimentatieplicht niet oneindig. Deze kan

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

12 JAAR WET LIMITERING ALIMENTATIE (EchtscheidingBulletin augustus 2006) Nieuwe gevallen eindelijk duidelijkheid?

12 JAAR WET LIMITERING ALIMENTATIE (EchtscheidingBulletin augustus 2006) Nieuwe gevallen eindelijk duidelijkheid? 12 JAAR WET LIMITERING ALIMENTATIE (EchtscheidingBulletin augustus 2006) Nieuwe gevallen eindelijk duidelijkheid? Op 1 juli 2006 is het twaalf jaar geleden dat de Wet Limitering Alimentatie na scheiding

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

Hebben ongehuwde samenlevers recht op alimentatie?

Hebben ongehuwde samenlevers recht op alimentatie? Hebben ongehuwde samenlevers recht op alimentatie? december 2012 mr D.H.P. Cornelese De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur

Nadere informatie

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes)

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart )

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) [De vrouw] te [woonplaats vrouw], hierna: de vrouw, advocaat: mr. L.J. Zietsman te

Nadere informatie

Aanpassing richtlijn kinderalimentatie

Aanpassing richtlijn kinderalimentatie Aanpassing richtlijn kinderalimentatie Werkgroep alimentatienormen 16 november 2012 Aanpassing richtlijn kinderalimentatie Stap 1: netto besteedbare inkomen Voor alimentatiedoeleinden is het netto inkomen,voorzien

Nadere informatie

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7 Rechtspraak Instantie Hoge Raad Datum 8 oktober 2004 Vindplaats LJN AO9549 Naam Vixia / Gerrits Essentie uitspraak: De enkele schending van controlevoorschriften (de werknemer weigert bij de bedrijfsarts

Nadere informatie

De doolhof van de nevenvoorzieningen

De doolhof van de nevenvoorzieningen De doolhof van de nevenvoorzieningen Op 1 maart 2001 is artikel 827 Rv, waarin de nevenvoorzieningen behorende bij een echtscheidingsverzoek zijn opgesomd, uitgebreid met een bepaling onder f. Daardoor

Nadere informatie

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK)

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK) AFSCHRIFT beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 18813 Wijzigingen van bepalingen in de Algemene Bijstandswet die betrekking hebben op het verhaal van kosten van bijstand Nr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Voorstel vereenvoudiging richtlijn kinderalimentatie

Voorstel vereenvoudiging richtlijn kinderalimentatie Voorstel vereenvoudiging richtlijn kinderalimentatie Werkgroep alimentatienormen november 2012 Voorstel vereenvoudiging richtlijn kinderalimentatie/co-ouderschap Stap 1: netto besteedbare inkomen Voor

Nadere informatie

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend Regelingen en voorzieningen CODE 7.2.3.38 Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend jurisprudentie bronnen EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, afl. 10 - oktober 2010 Gerechtshof

Nadere informatie

Aanpassing richtlijn kinderalimentatie

Aanpassing richtlijn kinderalimentatie Aanpassing richtlijn kinderalimentatie Opmerkingen vooraf: - de richtlijn is niet aangepast aan de nieuwe regelgeving met ingang van 1 januari 2013. - de nieuwe regelgeving per 1 januari 2013 is wel verwerkt

Nadere informatie

ALIMENTATIE, DE STAND VAN ZAKEN

ALIMENTATIE, DE STAND VAN ZAKEN ALIMENTATIE, DE STAND VAN ZAKEN Mr. S.Y. Dijkstra is werkzaam als advocaat personen- en familierecht bij De Haan Advocaten & Notarissen. Het personen- en familierecht is volop in beweging. Ook de wet-

Nadere informatie

» Samenvatting. » Uitspraak. Het verdere procesverloop. De beoordeling Feiten

» Samenvatting. » Uitspraak. Het verdere procesverloop. De beoordeling Feiten JPF 2012/115 Gerechtshof Leeuwarden 19 april 2012, 200.054.674; LJN BQ4159. ( mr. Bosch mr. Breemhaar mr. Schipmölder ) [De man] te [woonplaats] (Taiwan), appellant, hierna te noemen: de man, advocaat:

Nadere informatie

EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Het effect van tijdsverloop op behoefte en behoeftigheid

EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Het effect van tijdsverloop op behoefte en behoeftigheid EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Het effect van tijdsverloop op behoefte en behoeftigheid Vindplaats: EB 2014/34 Auteur: Mr. M. Van Yperen-Groenleer [1] Het effect van tijdsverloop op behoefte en

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden.

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden. beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/10/423356 / HA RK 13-304 Beschikking van in de zaak van [BETROKKENE], wonende te Rotterdam, verzoeker, advocaat mr. P. Meijer, tegen'

Nadere informatie

Verrekenbeding en woning

Verrekenbeding en woning Verrekenbeding en woning De Hoge Raad heeft op 6 december 2002 het arrest Schwanen/Hundscheid gewezen, dat in het rijtje standaard uitspraken over het Amsterdams verrekenbeding niet mag ontbreken. Het

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere, Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld

Nadere informatie

Voortschrijdend inzicht regels verrekenbedingen

Voortschrijdend inzicht regels verrekenbedingen Voortschrijdend inzicht regels verrekenbedingen Nadat de Hoge Raad drie maanden na de inwerkingtreding van de Wet regels verrekenbedingen het arrest Schwanen / Hundscheid wees (HR 6 december 2002, RvdW

Nadere informatie

De bouwtekening. Datum: Auteur: Alibox. Bouwtekening, pagina 1

De bouwtekening. Datum: Auteur: Alibox. Bouwtekening, pagina 1 De bouwtekening Alibox is een programma voor advocaten en particulieren om alimentatie te berekenen. Het rapport van de werkgroep alimentatienormen is de basis voor Alibox. Op basis van dit rapport gecombineerd

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 730 Ingangsdatum: 01-10-2012

Afdeling Samenleving Richtlijn 730 Ingangsdatum: 01-10-2012 Afdeling Samenleving Richtlijn 730 Ingangsdatum: 01-10-2012 VERHAAL VAN BIJSTAND Algemeen Op grond van artikel 61 van de Wet werk en bijstand (WWB) kunnen door het College de kosten van bijstand worden

Nadere informatie

Alimentatiekantoor.nl

Alimentatiekantoor.nl Fax naar: 084-729 59 38 Pag. 1/5 Alimentatie Alimentatie berekenen? Wij kunnen dit voor u berekenen a.d.h.v. de inkomensgegevens of indien u variable inkomens (ondernemer) heeft op basis van trends en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 311 Voorstel van wet van het Lid Bontes tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de duur van partneralimentatie

Nadere informatie

ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL

ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL Inhoudsopgave Mr. H.A. Gerritse Jurisprudentie Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1402, met betrekking

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. 34 231 Voorstel van wet van de leden Van Oosten, Recourt en Berndsen-Jansen tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, Kenmerk: 2129/88 LJ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht journaal. Oktober 2015

Huwelijksvermogensrecht journaal. Oktober 2015 Huwelijksvermogensrecht journaal Oktober 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur Afwikkeling huwelijkse voorwaarden of afkoop? Verdeling vorderen? Beleggingsvisie en samenwoners?

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

(Aanvullend) pensioen en huwelijksvermogensrecht

(Aanvullend) pensioen en huwelijksvermogensrecht (Aanvullend) pensioen en huwelijksvermogensrecht mr. Ludo Vermeulen Inleiding Wettelijk pensioen werknemers zelfstandigen ambtenaren en huwelijksvermogensrecht Aanvullend pensioen Arbitragehof 26 mei 1999

Nadere informatie

De afdrachtplicht bij verlenging van de looptijd van de Wsnp.

De afdrachtplicht bij verlenging van de looptijd van de Wsnp. De afdrachtplicht bij verlenging van de looptijd van de Wsnp. Inleiding De Wsnp vormt voor veel schuldenaren een zwaar regime. Het komt regelmatig voor dat een schuldenaar tijdens de Wsnp, alle goede bedoelingen

Nadere informatie

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per 01-07-2014. Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per 01-07-2014. Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000 1. Kosten kinderen Berekend per 01-07-2014 Netto Gezins Inkomen Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen Man 0 Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000 Gevonden kosten kinderen Minimaal Maximaal bij een inkomen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 - Algemeen

Hoofdstuk 1 - Algemeen Beleidsregels verhaal WWB 2014 Hoofdstuk 1 - Algemeen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis

Nadere informatie

Overwegende dat de inspecteur het verschuldigde griffierecht tijdig heeft

Overwegende dat de inspecteur het verschuldigde griffierecht tijdig heeft HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Eerste Enkelvoudige Belastingkamer. Gezien het beroepschrift ingediend door Y te Z namens X te Z, ingekomen ter griffie op 29 april 1982 onder nummer 2344/82 en gericht tegen

Nadere informatie

Artikelen. Pensioenverrekening. Mr. W.P.M. Thijssen 1. 1. Inleiding. 2. Terug naar af: de reikwijdte van het Boon/Van Loon-arrest

Artikelen. Pensioenverrekening. Mr. W.P.M. Thijssen 1. 1. Inleiding. 2. Terug naar af: de reikwijdte van het Boon/Van Loon-arrest Mr. W.P.M. Thijssen 1 Pensioenverrekening 3 1. Inleiding In HR 7 oktober 1959, BNB 1959/355 oordeelde de Hoge Raad dat pensioenrechten niet in een huwelijksgoederengemeenschap vallen, zodat bij ontbinding

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

Echtscheiding en eigen woning

Echtscheiding en eigen woning Echtscheiding en eigen woning 25 april 2013 Echtscheiding is aan de orde van de dag. Ruim 36 % van alle huwelijken eindigt door echtscheiding. Onder ondernemers ligt dat percentage nog wat hoger. Bij een

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000.

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000. C/& Z^o^jr Edelhoogachtbaar College, y> "2_ Op 17 februari j.l. is door mij namens C igllllllpljp te IHllIll^, hierna belanghebbende, beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 33 3 Voorstel van wet van het Lid Bontes tot wijziging van Boek van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de duur van partneralimentatie

Nadere informatie

» Samenvatting. » Uitspraak. 1. Het geding in eerste aanleg. 2. Het geding in hoger beroep. 3. De beoordeling

» Samenvatting. » Uitspraak. 1. Het geding in eerste aanleg. 2. Het geding in hoger beroep. 3. De beoordeling JPF 2012/134 Gerechtshof 's-hertogenbosch 15 november 2011, HV 200.086.321/01; HV 200.086.322/01; LJN BU4882. ( mr. Pellis mr. Bijleveld-van der Slikke mr. Milar ) [X.] te [woonplaats], appellante, hierna

Nadere informatie

De partner-alimentatieverplichting van een directeur-grootaandeelhouder

De partner-alimentatieverplichting van een directeur-grootaandeelhouder De partner-alimentatieverplichting van een directeur-grootaandeelhouder Masterscriptie voor de master commerciële rechtspraktijk aan de Universiteit van Amsterdam Door: Frank Aartsen Studentnummer: 5873592

Nadere informatie

Uitspraken familierecht week

Uitspraken familierecht week Uitspraken familierecht week Mr A.A.M. Ruys-van Essen Advocaat en notarieel jurist bij Westland Partners ruys@westlandpartners.nl www.westlandpartners.nl Overzicht te behandelen arresten 1) ECLI:NL:RBNHO:2015:2709

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998 Vonnisnummer : 1996-022 Datum : 16 november 1998 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink. Middel : Inkomstenbelasting Artikel : Belastingjaar

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-270 d.d. 1 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heer H. Mik RA en de heer G.J.P. Okkema, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 33 716 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001,

Nadere informatie

Daarmee was de schriftelijke behandeling van de klacht gereed.

Daarmee was de schriftelijke behandeling van de klacht gereed. 13-16 RvT Amsterdam Informatie aan niet-opdrachtgever. Oppervlakte woning. Klager heeft in 2006 een woning gekocht. Klager verwijt de makelaar van de verkoper dat hij in de verkoopbrochure heeft vermeld

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

Het periodiek verrekenbedïng heeft tot veel rechtspraak en uitvoerige beschouwingen en disputen in de literatuur geleid. Het

Het periodiek verrekenbedïng heeft tot veel rechtspraak en uitvoerige beschouwingen en disputen in de literatuur geleid. Het het Printversie tekst generiek - OpMaat pagina 1 van 7 Publicatie Jaargang 14 Publicatiedatum 01-03-2013 FW: fiscaal Tijdschrift Vermogen Afleveringnummer 3 - Artikelnummer 15 Titel Het niet nagekomen

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Kosten van kinderen ten behoeve van vaststelling kinderalimentatie 1 (rapport van de werkgroep alimentatienormen NVvR i.s.m.

Kosten van kinderen ten behoeve van vaststelling kinderalimentatie 1 (rapport van de werkgroep alimentatienormen NVvR i.s.m. Kosten van kinderen ten behoeve van vaststelling kinderalimentatie 1 (rapport van de werkgroep alimentatienormen NVvR i.s.m. het NIBUD) Inleiding De werkgroep Alimentatienormen van de NVvR heeft zich tot

Nadere informatie

Rechtbank Den Haag 12-02-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1456

Rechtbank Den Haag 12-02-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1456 commentaar op Rechtbank Den Haag 12-02-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1456 datum 20-03-2015 auteur J.J. Smeenge Rechtbank Den Haag 12-02-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1456 Alleenstaande-ouderkop: in mindering op

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-164 d.d. 25 mei 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, en drs. L.B. Lauwaars RA, en G.J.P. Okkema, leden, met mevrouw mr. I.M.M. Vermeer als

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Samenvatting. Dossier naam: Voor-Beeld Datum: 25-08-2011. Partijen Voor Beeld. Kinderen D Voor T Voor

Samenvatting. Dossier naam: Voor-Beeld Datum: 25-08-2011. Partijen Voor Beeld. Kinderen D Voor T Voor Samenvatting Dossier naam: Voor-Beeld Datum: 25-08-2011 Partijen Voor Beeld Kinderen D Voor T Voor Gebruikte gegevens Voor Loondienst Inkomen conform salarisstrook: 61.392 (inclusief vakantietoeslag, Inkomsten

Nadere informatie

Kinderen Roepnaam Voorletters Achternaam Geboortedatum Geslacht Woonsituatie Man Vrouw Thuis Uit

Kinderen Roepnaam Voorletters Achternaam Geboortedatum Geslacht Woonsituatie Man Vrouw Thuis Uit Inventarisatieformulier Persoonsgegevens Achternaam (cliënt) Geslacht Man Vrouw Voorletters Roepnaam Geboortedatum Roker Ja Nee E-mail adres Telefoonnummer mobiel Uw opleidingsniveau LBO MBO HBO Universitair

Nadere informatie

Ontslag na doorstart faillissement

Ontslag na doorstart faillissement Ontslag na doorstart faillissement december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden

Nadere informatie

Hof: T.C.P. Christoph Zon Familierecht Groep

Hof: T.C.P. Christoph Zon Familierecht Groep Jurisprudentie in Nederland januari 2014, afl. 1 «JIN» Personen- en familierecht 5 van een verzoek tot vervangende toestemming tot verhuizing, is de uitspraak van het Hof Amsterdam in deze zaak naar mijn

Nadere informatie

Tips & Tricks. Beste gebruiker,

Tips & Tricks. Beste gebruiker, Tips & Tricks Beste gebruiker, Hierbij het handige INA Tips & Tricks document. Hierin staan tips en tricks over hoe u INA het beste kunt gebruiken. Daarnaast vindt u enkele inhoudelijke antwoorden op veelgestelde

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

» Samenvatting. JAR 2012/183 Gerechtshof 's-gravenhage 5 juni 2012, 200.076.582/01. ( mr. Mellema mr. Van Coeverden mr.

» Samenvatting. JAR 2012/183 Gerechtshof 's-gravenhage 5 juni 2012, 200.076.582/01. ( mr. Mellema mr. Van Coeverden mr. JAR 2012/183 Gerechtshof 's-gravenhage 5 juni 2012, 200.076.582/01. ( mr. Mellema mr. Van Coeverden mr. Van Rijkom ) Leenderd Eduardus Blom te Rotterdam, appellant in principaal appel, geïntimeerde in

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-245 (mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. M.J. Vlasveld, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-245 (mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. M.J. Vlasveld, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-245 (mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. M.J. Vlasveld, secretaris) Klacht ontvangen op : 17 maart 2015 Ingesteld door : Consument

Nadere informatie

Geen recht op persoonsgebonden aftrek met betrekking tot testamentaire lijfrente

Geen recht op persoonsgebonden aftrek met betrekking tot testamentaire lijfrente Geen recht op persoonsgebonden aftrek met betrekking tot testamentaire lijfrente LJN: BV9731, Gerechtshof Arnhem, 11/00546 Datum uitspraak: 13-03-2012 Datum publicatie: 23-03-2012 Rechtsgebied: Belasting

Nadere informatie

BEREKENING KINDERALIMENTATIE

BEREKENING KINDERALIMENTATIE BEREKENING KINDERALIMENTATIE In Aliment 2016 worden de kinderen waarvoor betrokkene onderhoudsplichtig is individueel benaderd. De kinderen worden dus niet, zoals het uitgangspunt van het Tremarapport

Nadere informatie

Rapport. Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061

Rapport. Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061 Rapport Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061 2 Klacht Op 17 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer L. te De Lier, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Directie

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

Rolnummer 1027. Arrest nr. 56/97 van 9 oktober 1997 A R R E S T

Rolnummer 1027. Arrest nr. 56/97 van 9 oktober 1997 A R R E S T Rolnummer 1027 Arrest nr. 56/97 van 9 oktober 1997 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 56bis, 2, van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd bij het

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg Op 12 februari 2009 verscheen het Koninklijk Besluit van 6 februari 2009. Dat KB regelt de inwerkingtreding van onder meer de Wet van 9 oktober 2008

Nadere informatie

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e maal een advies inzake de bezwaarschriften van de heer B.J.H. Brugge, De Goedemeent 15 en de

Nadere informatie

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per 01-01-2015. Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000

1. Kosten kinderen. Netto Gezins Inkomen. Berekend per 01-01-2015. Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen. Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000 1. Kosten kinderen Berekend per 01-01-2015 Netto Gezins Inkomen Besteedbaar tijdens huwelijk / samenwonen Man 0 Vrouw 0 0 Gemaximeerd tot 6000 Gevonden kosten kinderen Minimaal Maximaal bij een inkomen

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2014:3351. Uitspraak. Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2014:3351. Uitspraak. Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd ECLI:NL:HR:2014:3351 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd Civiel recht

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. VOORWOORD... v HOOFDSTUK I CIVIELRECHTELIJKE ASPECTEN PATRICK SENAEVE...1

INHOUDSOPGAVE. VOORWOORD... v HOOFDSTUK I CIVIELRECHTELIJKE ASPECTEN PATRICK SENAEVE...1 INHOUDSOPGAVE VOORWOORD... v HOOFDSTUK I CIVIELRECHTELIJKE ASPECTEN PATRICK SENAEVE...1 Basisbibliografie...1 1. Grondslag en karakter...2 A. De onderhoudsuitkering tijdens de echtscheidingsprocedure:

Nadere informatie

Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand ( WWB) en Wet investeren in Jongeren (WIJ), gemeente Súdwest Fryslân.

Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand ( WWB) en Wet investeren in Jongeren (WIJ), gemeente Súdwest Fryslân. Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand ( WWB) en Wet investeren in Jongeren (WIJ), gemeente Súdwest Fryslân. Artikel 1: Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2010 Nr. 23

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2010 Nr. 23 GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2010 Nr. 23 Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand (b. en w.-besluit van 9 maart 2010) Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht; BESLUIT vast te stellen het volgende

Nadere informatie

Instituut Financieel Management

Instituut Financieel Management FFEBLR0111 IB (niet-winst) Instituut Financieel Management Opdracht 1b (inleveren in week 3) De tekst van artikel 1.2 Wet IB is per 1 januari 2011 ingrijpend gewijzigd. Vanaf 2001 t/m 2010 luidde de tekst

Nadere informatie

Echtscheiding en uw bedrijf De bedrijfscontinuïteit staat voorop!

Echtscheiding en uw bedrijf De bedrijfscontinuïteit staat voorop! Een echtscheiding is een ingrijpend en complex proces en vraagt om goede fiscale begeleiding Echtscheiding en uw bedrijf De bedrijfscontinuïteit staat voorop! Wanneer u als ondernemer gaat scheiden, dan

Nadere informatie

SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J

SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J SAMENVATTING 106262 - Geschil over toepassing vakantieregeling werkgever; BVE Het geschil is in goed overleg tussen partijen aan de Commissie voorgelegd (N-7 cao bve). De werkgever heeft gaandeweg het

Nadere informatie

ECGF/U200801752 Lbr. 08/174

ECGF/U200801752 Lbr. 08/174 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft OZB-procedure tegen Staat uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U200801752 Lbr. 08/174 bijlage(n) datum 15 oktober 2008

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

Nationale omubdsman: bij berekening beslagvrije voet uitgaan van normhuur

Nationale omubdsman: bij berekening beslagvrije voet uitgaan van normhuur Regelingen en voorzieningen CODE 6.4.3.46 Nationale omubdsman: bij berekening beslagvrije voet uitgaan van normhuur bronnen Rapport Nationale ombudsman, 19.10.2011, Rapport 2011/312, http://www.nationaleombudsman.nl/rapporten

Nadere informatie