Hoe komt samenwerking tot stand?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoe komt samenwerking tot stand?"

Transcriptie

1 Hoe komt samenwerking tot stand? EEN NEURO-ECONOMISCHE BENADERING Onderzoek naar de oorsprong van coöperatief gedrag is een interdisciplinaire aangelegenheid die de laatste decennia veel vooruitgang heeft geboekt dankzij de experimentele aanpak van de neuro-economie. Het is een bloeiend en groeiend vakgebied dat de speltheoretische paradigma s van de economie en de methodes en beeldvormingstechnieken van de neurowetenschappers combineert en op die manier toelaat om de onderliggende affectieve en cognitieve processen die de besluitvorming sturen te ontrafelen. In dit artikel stellen we op basis van bestaande literatuur een theoretisch model voor dat mogelijk kan verklaren wanneer en waarom er in een sociaal dilemma een beslissing voor samenwerking genomen wordt. De motivatie tot samenwerking wordt gegenereerd in het beloningsysteem van de hersenen, en gemoduleerd door enerzijds cognitieve controle, en anderzijds het sociaal brein, die respectievelijk de aanwezigheid van incentives en signalen van vertrouwen uit de omgeving verwerken. Hierdoor verhogen of verlagen ze de kans op een coöperatieve beslissing. Resultaten van zowel gedrag- als neuro-economische experimenten bevestigen dat er twee routes zijn om in een sociaal dilemma tot een coöperatieve beslissing te komen: 1) extrinsieke incentives zorgen ervoor dat het eigenbelang met het collectieve belang samenvalt zodanig dat samenwerking economisch rationeel wordt, zelfs voor zelfzuchtige individuen, 2) vertrouwen dat anderen ook coöperatief zullen zijn vermindert de kans op uitbuiting en creëert verwachtingen van wederkerigheid. Dit maakt samenwerking voor hen die intrinsiek gemotiveerd zijn ook sociaal rationeel. De hersenen hebben dus aanleg om zowel economisch rationele als sociaal rationele beslissingen te sturen, en dit hangt af van de specifieke omgevingscontext en individuele verschillen in sociale waardenoriëntatie. Het artikel sluit af met een aantal managementimplicaties. Dr. Carolyn Declerck is als hoofddocent Psychologie en Organisatiegedrag verbonden aan de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen, Universiteit Antwerpen. Prof. dr. Christophe Boone is als hoogleraar Organisatietheorie en -gedrag en verbonden aan de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen, Universiteit Antwerpen. 51

2 Inleiding Een van de belangrijkste bestaansredenen van organisaties is dat mensen er samenwerken, maar het tot stand brengen en behouden van coöperatie is niet evident, zeker niet in grote, anonieme bedrijven die wederzijdse afhankelijkheid creëren. De collectieve winst gegenereerd door gezamenlijke inspanning van organisatieleden kan ten prooi vallen aan de hebzucht van enkelen. Men spreekt dan van een sociaal dilemma, of een dilemma waarbij men geconfronteerd wordt met een keuze voor het eigenbelang versus een keuze die aan het collectieve belang voldoet, maar waar wel persoonlijke kosten aan verbonden zijn. Als te veel mensen kiezen voor het eigenbelang, dan verliest iedereen. Dit doemscenario is de essentie van the tragedy of the commons, uitgewerkt door Hardin in 1968, om te verklaren waarom het beheer van gemeenschappelijke goederen (zoals coöperaties, visserijen, of stadsparken) zo moeilijk is. Onder het zelfzuchtig beslissingsregime van de homo economicus is de gemeenschap, of de organisatie, gedoemd om ten onder te gaan. De spanning van een sociaal dilemma komt bijvoorbeeld tot uiting wanneer een team instaat voor het verwezenlijken van een gezamenlijk project. Elk teamlid heeft er voordeel bij om zichzelf te sparen en zo weinig mogelijk tijd aan het project te besteden. Als elk teamlid zo redeneert, vermindert dat de slaagkans van het project. Het is de taak van de manager om zijn werknemers zodanig te motiveren dat het vervullen van de collectieve doelen de bovenhand krijgt. Een bijkomend probleem in het oplossen van sociale dilemma s is dat groepen gewoonlijk heterogeen zijn met betrekking tot de bereidheid tot samenwerking van hun leden, waarbij individuen die intrinsiek gemotiveerd zijn om samen te werken niet weten wie hun coöperatief gedrag wel of niet positief zal beantwoorden. Coöperatieve mensen stellen zich daarom ongewild bloot aan uitbuiting door niet coöperatieve anderen. Nochtans is grootschalige samenwerking een feit in de samenleving, wat er op wijst dat sommige groepen er wel in slagen om oplossingen voor het free riding-probleem te realiseren; het aantal individuen dat geniet van de baten van de samenwerking zonder zelf bij te dragen (free riders) is immers een belangrijke determinant in het verloop van een sociaal dilemma. Door hun vertrouwensbreuk ondermijnen ze de intrinsieke motivatie van andere groepsleden die wel coöperatief zijn (Camerer en Fehr, 2006). 52 Een belangrijke vraag die speelt bij het sociaal dilemmaprobleem is: wat is het nu precies dat mensen of ze nu intrinsiek gemotiveerd zijn om samen te werken of niet aanzet tot (on)coöperatief gedrag. Gedurende decennia hebben sociaalpsychologen en gedragseconomen rond deze vraag het belang van incentives bestudeerd in laboratorium- en veldexperimenten. Ze maken daarbij vaak gebruik van speltheoretische paradigma s die sociale dilemma s simuleren, zoals bijvoorbeeld, het gevangenisdilemma of publieke goed spel (zie Van Lange et al., 2013 voor een recente review rond experimentele sociale

3 dilemma s en kader 1 voor een beschrijving van veel gebruikte paradigma s). Wanneer extrinsieke beloningen aan dergelijke dilemma s verbonden zijn, dan wordt coöperatie economisch rationeel, en verhoogt de graad van samenwerking. Dit is het geval wanneer bijvoorbeeld samenwerking synergie oplevert (Boone, Declerck en Suetens, 2008), wanneer het spel herhaaldelijk met een en dezelfde partner gespeeld wordt zodanig dat beide partijen vrij zeker zijn dat hun winst (mits samenwerking) accumuleert (Axelrod en Hamilton, 1981), of wanneer er reputatievoordelen te winnen zijn (Nowak en Sigmund, 2005). Ook het afstraffen van free riding kan een incentive zijn voor coöperatief gedrag. De klassieke studie van Fehr en Gachter (2002) toont aan dat coöperatie in een herhaald publiek goed spel niet duurzaam is, tenzij free riders gesanctioneerd worden met een boete. Naarmate coöperatieve spelers door hebben dat hun bijdrage aan het publieke goed niet beantwoord wordt en er onvoldoende wederkerigheid heerst in de groep, zullen ze zelf mettertijd minder en minder coöperatief worden. Wanneer dan op een bepaald moment in het spel een boete wordt ingevoerd voor oncoöperatief gedrag, dan stijgt de graad van samenwerking opnieuw. Incentives (beloningen en sancties) kunnen echter niet het hele samenwerkingsvraagstuk verklaren. Uit een grootschalige studie uitgevoerd bij verscheidene volkeren op alle continenten blijkt dat een groot aantal mensen gewillig het kostenplaatje van samenwerking willen betalen (en de verleiding tot free riding onderdrukken), zelfs in eenmalige, anonieme interacties zonder reputatievoordelen (Henrichs et al., 2005). Eveneens zal een significant aantal mensen gewillig de prijs betalen om oncoöperatief gedrag te straffen (Henrichs et al., 2006). Dus ook zonder incentives zullen sommige mensen in bepaalde situaties coöperatief gedrag vertonen, zelfs al is dat economisch gezien niet de rationele keuze. Voor hen is het welzijn van de groep waar ze toe behoren voldoende om samenwerking sociaal rationeel te maken (Caporeal et al., 1989). Tot recent werden economische rationaliteit en sociale rationaliteit als alternatieve verklaringsgronden voor coöperatief gedrag beschouwd en los van elkaar in artificiële settings bestudeerd. Om beter te begrijpen hoe samenwerking in levensechte interdependente groepen tot stand komt en op lange termijn gehandhaafd wordt, bestuderen veldonderzoekers, zoals Nobelprijs laureate Elinor Ostrom, hoe traditionele volkeren in niet geïndustrialiseerde regio s omgaan met het behoud van natuurlijke grondstoffen (Ostrom, 2009). Niet-hernieuwbare bronnen beheren vraagt immers om duurzame samenwerking, en dit komt makkelijker tot uiting in kleine groepen die dicht bij de natuur staan en reeds vele generaties overleefd hebben dan in de wijdvertakte organisatie van een jonge multinational met nog onbepaalde levensduur. Een voorbeeld van een recente studie die wil nagaan welke factoren het meest bijdragen tot de duurzaamheid van natuurlijke bronnen is die van Rustagi, Engel en Kosfeld (2010) in Ethiopië. Er werd een programma gelanceerd waarbij 49 lokale bevolkingsgroepen eigendomsrechten kregen op delen van het bos, en ook het privilege om het bos 53

4 te beheren zoals zij dat gepast achtten. Dit creëert binnen elke bevolkingsgroep een sociaal dilemma omdat elk groepslid er voordeel bij heeft zich zelf niet aan de opgelegde beleidsnormen te houden wanneer andere groepsleden dat wel doen. De resultaten van de studie convergeren met de kennis uit experimenteel onderzoek: ten eerste is de duurzaamheid meer effectief wanneer er in de lokale bevolking veel reciproque samenwerkers zijn (i.e., individuen die intrinsiek gemotiveerd zijn om samen te werken, zolang anderen dat ook doen). Ten tweede beaamt de studie het belang van sancties. Het succes van de bevolkingsgroepen met vele coöperatieve leden was contingent aan het bestaan van bospatrouilles die daadwerkelijk controleerden dat de bevolking zich aan de beleidsnormen hield. Uit dergelijk veld- en laboratoriumonderzoek kunnen we de stand van zaken rond samenwerkingsonderzoek in sociale dilemma s als volgt samenvatten: mensen gaan gemakkelijk en automatisch samenwerken als er incentives zijn (wanneer samenwerking onvoorwaardelijk profijt levert). In dit geval is samenwerking economisch rationeel. Als incentives afwezig zijn of als samenwerking persoonlijk moet betaald worden, zullen voldoende mensen toch nog coöperatief gedrag vertonen, op voorwaarde dat ze vertrouwen hebben in een goede uitkomst. Dat wil zeggen dat intrinsiek gemotiveerde mensen vertrouwen moeten hebben dat hun coöperatieve bijdrage positief beantwoord wordt door anderen, en/of dat er sancties bestaan die bij de niet gemotiveerden free riding ontmoedigen. Het vertrouwen dat anderen ook coöperatief zullen zijn, maakt samenwerking sociaal rationeel. Daarom zijn het bieden van incentives en het bevorderen van vertrouwen van wezenlijk belang in het succesvol leiden van een organisatie, al is het niet altijd even duidelijk wanneer men het beste het ene of het andere aanwendt. 54 In dit artikel bouwen we voort op onderzoek in de neuro-economie om verder uit te zoeken wanneer en waarom mensen gaan samenwerken. We tonen aan dat er twee manieren zijn om tot samenwerking te komen, één via incentives en één via vertrouwen, en bevestigen dat deze gestuurd worden door aparte neurale circuits in de hersenen die overeenstemmen met respectievelijk economisch rationele of sociaal rationele heuristieken. Ons brein is over vele generaties heen door natuurlijke selectie zo gevormd dat ze die beslissingsheuristiek verkiest die, gegeven zeer specifieke omgevingsomstandigheden, de beste uitkomst levert. Dat wil zeggen dat in sommige omstandigheden (wanneer er incentives zijn) de beslissing om samen te werken economisch rationeel is, terwijl in andere omstandigheden (wanneer er vertrouwen heerst en men weet dat de baten van de samenwerking niet vatbaar zijn voor misbruik) samenwerking ook sociaal rationeel kan zijn. Voor het brein zijn economische en sociale rationaliteit niet paradoxaal, maar complementair. Ze laten ons toe om een persoonlijke, gebalanceerde keuze te maken die rekening houdt met enerzijds de collectieve voor- en nadelen van samenwerking, en anderzijds het eigenbehoud. Daarbovenop tonen we aan hoe heterogeniteit in coöperatief gedrag kan herleid worden tot individuele voorkeuren voor ener-

5 zijds economische rationaliteit en anderzijds sociale rationaliteit, en dat deze voorkeuren eveneens overeenstemmen met verschillende activatiepatronen in de hersenen. De bijdrage van de neuro-economie is dat het aantoont dat sociale en economische rationaliteit allebei in de hersenen geworteld zitten en dat ze, onafhankelijk van elkaar, de beslissing om wel of niet coöperatief te zijn, beïnvloeden. In welke richting die invloed gaat, hangt af van de omgevingsinput en individuele verschillen. Hierna is dit artikel als volgt gestructureerd: 1) we schetsen kort de neuroeconomische methode, 2) we laten een verklarend model zien dat inzicht biedt in het onderliggend mechanisme dat coöperatieve versus oncoöperatieve beslissingen stuurt, 3) we beschrijven enkele empirische studies die het model staven en 4) we bieden toepassingsmogelijkheden en richtingen voor verder onderzoek aan. 1. Neuro-economie Deze interface van twee onderzoeksdomeinen (gedragseconomie en neurowetenschappen) tracht dieper inzicht te verwerven in de drijfveren die de besluitvorming sturen. Drijfveren zijn latent en moeilijk te achterhalen, een reden waarom de traditionele economie er in het verleden weinig rekening mee hield (Camerer, Loewenstein en Prelec, 2005). Wanneer we een beslissing kunnen koppelen aan de neurale processen in het brein, wordt het mogelijk om verschillende onderliggende cognitieve en emotionele processen voor een bepaald gedrag te ontrafelen. Men kan bijvoorbeeld nagaan of een oncoöperatieve beslissing gedreven is door hebzucht of angst om bedrogen te worden. Men kan ook de biologische onderbouw van individuele verschillen staven, en aantonen dat het brein van prosociale of zelfzuchtige individuen andere activatiepatronen vertoont tijdens het besluitvormingsproces. Door rekening te houden met affectieve processen die de bewuste en beredeneerde keuzebepaling voorafgaan kan men het begrip rationele keuze verfijnen en een genuanceerder beeld schetsen van wat zich precies afspeelt wanneer mensen een beslissing maken in een sociaal dilemma. De combinatie van speltheoretische paradigma s (economic games, zie kader 1-3) en beeldvormingstechnieken laten toe om de black box van besluitvorming te openen en te visualiseren wat er in het brein geactiveerd wordt wanneer proefpersonen kiezen tussen alternatieve beslissingsmogelijkheden (zie ook het M&O-themanummer: Management, Organisatie en ons Brein, 6, 2012). In dit artikel focussen we vooral op experimenten die gebruik maken van functionele MRI (Magnetic Resonance Imaging), een techniek die toelaat om gebieden met hoge bloedtoevoer of zuurstofverbruik te identificeren. Deze verhoogde bloedtoevoer in bepaalde gebieden wijst dan op verhoogde activiteit. Een proefpersoon wordt in een MRI-scanner geplaatst. Ondertussen wordt aan de proefpersoon een keuzetaak aangeboden (meestal een beslis- 55

6 singsmatrix die op een scherm voor de scanner geprojecteerd wordt). Beslissingen worden met een drukknop op de computer geregistreerd en vervolgens op een tijdslijn aan hersenactiviteit gekoppeld. Een statistische softwareprogramma identificeert welke breinregio s geactiveerd worden wanneer mensen beslissingen nemen. 2. Neuro-economisch model voor (on)coöperatieve beslissingen In een recent review artikel (Declerck, Boone en Emonds, 2013) poogden we om alle bestaande neuro-economie-experimenten uitgevoerd rond samenwerking, prosociaal gedrag, of besluitvorming in sociale dilemma s samen te vatten in een set van algemene verklaringsregels voor coöperatief gedrag. Via inductie stelden we vervolgens een verklarend model op dat, mits verder onderzoek, toetsbaar is. Het model tracht te voorspellen wanneer iemand al dan niet een coöperatieve beslissing zal maken naargelang de omgevingsinput en neurale verwerking in de hersenen. Het model is in iets aangepaste vorm weergegeven in figuur 1 en kan met een nutsfunctie vergeleken worden. In een sociaal dilemma zal elke persoon een beslissing nemen in functie van het geanticipeerde nut, of in functie van de waarde die gehecht wordt aan een bepaalde uitkomst en de kans dat die uitkomst zich voltrekt. Uit de literatuurstudie van Declerck et al. (2013) blijkt dat drie hersensystemen steeds betrokken zijn bij het besluitvormingsproces Figuur 1. Conceptueel model dat aangeeft welke hersennetwerken betrokken zijn bij het oplossen van een sociaal dilemma I. Context II. Hersenprocessen III. Gedrag Extrinsieke incentives B. Cognitieve controle Laterale prefrontale cortex A. Beloningsysteem Ventromediale cortex Ventrale Striatum Dorsale Striatum (nucleus caudatus) anticipatie evaluatie Coöperatie (of defect) Signalen van vertrouwen C. Sociaal brein Mediale prefrontale cortex Amygdala TPJ 56

7 in sociale dilemma s: het beloningsysteem (kader IIA), het cognitieve controle systeem (kader IIB), en het sociale cognitiesysteem of kortweg, het sociaal brein (kader IIC). Waar in de hersenen deze specifieke hersendelen liggen, is afgebeeld in figuur 2. Voor meer uitleg over deze hersendelen en hun relevantie voor onderzoek in de organisatiewetenschappen verwijzen we opnieuw naar het M&O-themanummer: Management, Organisatie en ons Brein (2012) van dit tijdschrift. Figuur 2. Zijaanzicht van een hersenhemisfeer met aanduiding van regio s betrokken in cognitieve controle (laterale prefrontale cortex) en een deel van het sociaal brein (temporo-pariëtale junctie) Longitudinale snede van een hersenhemisfeer, met aanduiding van regio s betrokken in het beloningsysteem (dorsale en ventrale striatum en ventromediale cortex) en delen van het sociaal brein (mediale prefrontale cortex en amygdala) 57

8 Het beloningsysteem (kader IIA in figuur 1, p. 60 en figuur 2, p. 61) loopt van het striatum in de hersenen naar de cortex en bepaalt in de eerste plaats de waarde die gehecht wordt aan de uitkomst van de beslissing. Deze waardebepaling gebeurt meer specifiek in de ventromediale cortex. In het ventrale gedeelte van het striatum wordt bij elke beslissing geëvalueerd of de uitkomst daadwerkelijk aan de verwachte waarde voldoet of niet. Indien niet, wordt het dorsale gedeelte van het striatum ingeschakeld om het bestaande gedrag aan te passen. Dus, het bepalen van de verwachte waarde, de beoordeling ervan, en de nodige aanpassingen, vallen onder de functies van het beloningsysteem. De cognitieve controle (kader IIB) en het sociaal brein (kader IIC) zijn vooral betrokken bij de kansbepaling en moduleren de neurale activiteit in het beloningsysteem; ze passen de mogelijkheid op een coöperatieve beslissing aan op basis van extra informatie uit de buitenwereld (kader I). Rekening houden met deze informatie verhoogt de kans dat een beslissing de gewenste beloning zal opleveren (en dus de uitkomst realistisch wordt ingeschat). In hersenregio s van het cognitieve controlesysteem (waarvan de laterale prefrontale cortex (PFC) een van de meest belangrijke en omvangrijke regio s is) wordt een kosten-batenanalyse uitgevoerd om te bepalen of incentives al dan niet aanwezig zijn. Incentives kunnen de waarde van een coöperatieve beslissing verhogen (in geval van beloningen) of de waarde van een niet-coöperatieve beslissing verlagen (in geval van sancties). Het sociaal brein (IIC in figuur 1, p. 60) voert een risicoanalyse uit. Omdat beslissingen in sociale interacties nooit honderd procent voorspelbaar zijn, is het inschatten van vertrouwen een uiterst belangrijk onderdeel van het beslissingsproces. Dit netwerk activeert onder andere de amygdala, de junctie tussen de temporale en pariëtale lob (TPJ), en de mediale prefrontale cortex (mediale PFC), regio s die trouwens ook betrokken zijn bij theory of mind of het trachten te begrijpen wat andere mensen voelen, denken, en van plan zijn te doen (zie figuur 2, p. 61). In een sociale interactie zou de uiteindelijke beslissing (kader III figuur 1) dus afhangen van de modulerende invloed van enerzijds extrinsieke incentives en anderzijds vertrouwen op het beloningsysteem van de hersenen. In dit beloningsysteem wordt de drijfveer om al dan niet te gaan samenwerken bepaald. Beloningen die het gevolg zijn van samenwerking hoeven niet puur lucratief te zijn, maar kunnen ook emotioneel een goed gevoel geven (Rilling, 2002; 2004). Wanneer mensen beloond worden met geld of met een gevoel van innerlijke voldoening treft men hersenactiviteit aan in dezelfde regio s van het striatum in het beloningsysteem (Fehr en Camerer, 2007). 58 Waarom is dan de modulerende invloed van het sociaal brein en van cognitieve controle zo belangrijk? Wanneer mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om samen te werken, is vertrouwen noodzakelijk om zich te behoeden tegen uit-

9 buiters. Dit gebeurt dankzij het sociaal brein dat subtiele aanwijzingen van de partner zowel bewust (op basis van concrete informatie) als onbewust (op basis van intuïtie) kan interpreteren. Wanneer de intrinsieke motivatie ontbreekt, kunnen extrinsieke incentives een toegevoegde waarde bieden en samenwerking aantrekkelijker maken. De extrinsieke incentives worden dan cognitief en dus bewust verwerkt in de prefrontale cortex. 3. Individuele verschillen Een bijkomend besluit uit onze literatuurstudie (Declerck et al., 2013) is dat individuele verschillen in de graad waarin mensen al dan niet van nature uit coöperatief zijn, overeenstemmen met een voorkeur voor economische versus sociale rationaliteit, en dat dit kan afgeleid worden uit de relatieve activatie van hersenregio s die betrokken zijn bij enerzijds cognitieve controle, en anderzijds het sociale brein. Deze hypothese is samengevat in figuur 3. Een beslissing tot samenwerking kan opnieuw via twee routes lopen; deze komen overeen met de individuele waardenoriëntatie van een persoon. De sociale waardenoriëntatie is een stabiele persoonlijkheidseigenschap (Van Lange et al., 2000) die veel voorspellingswaarde heeft met betrekking tot het gedrag in sociale dilemma s (Bogaert, Boone en Declerck, 2008). Individualistische en competitieve mensen (samen vormen ze de proself-oriëntatie) zijn niet intrinsiek gemotiveerd om samen te werken, streven hun eigenbelang na, en houden geen of weinig rekening met de uitkomst voor anderen (figuur 3, kader I). Incentives (figuur 3, kader II), verwerkt door het Figuur 3. Individuele verschillen in hersennetwerken I. Individuele inclinatie II. Contextuele invloed III. Hersenprocessen IV. Gedrag betrokken bij het oplossen van een sociaal dilemma Geen voorkeur voor coöperatie Cognitieve controle Contextgebonden coöperatief doel proself Sociale waardenoriëntatie Extrinsieke coöperatieve incentives Coöperatie prosociaal vertrouwenssignalen Algemene verwachting van reciprociteit Sociaal brein Contextgebonden verwachting van reciprociteit 59

10 cognitieve controlenetwerk in de hersenen (figuur 3, kader III, p. 63) zorgen ervoor dat het eigenbelang samenvalt met het collectieve belang. Dit realiseert een doeltransformatie voor proselfs, die onder deze omstandigheden een coöperatieve beslissing economisch rationeel achten (figuur 3, kader IV, p. 63). Prosociale mensen daarentegen waarderen een gelijke uitkomst in een dilemmasituatie, en zullen intrinsiek gemotiveerd zijn om met een betrouwbare partner samen te werken. Het zijn gedragsassimilators met gegeneraliseerde verwachtingspatronen: ze werken samen zolang ze verwachten dat hun partner wederkerig zal zijn, en stoppen met samenwerken zodra hun partner het vertrouwen beschaamt (figuur 1, kader I, p. 60). Prosociale mensen zijn daarom zeer gevoelig voor signalen van vertrouwen (figuur 1, kader II), die verwerkt worden door het sociaal brein (figuur 1, Kader III, p. 60). Wanneer de beslissingscontext op zulke wijze geïnterpreteerd wordt dat wederkerigheid verwacht wordt, dan zullen prosocialen geneigd zijn coöperatief te beslissen. Eerder experimenteel onderzoek bevestigt het gedragsdeel zoals voorgesteld in figuur 3 (p. 63). In een eenmalig gespeeld, anoniem gevangenisdilemma (beschreven in kader 2, p. 66) zullen prosocialen significant meer coöpereren wanneer er externe vertrouwenssignalen aanwezig zijn en/of wanneer ze zelf een hoge mate van intrinsiek vertrouwen vertonen. Daarentegen is voor proselfs het vertrouwen in de partner een onbelangrijke factor met betrekking tot het voorspellen van samenwerking. Zij werken vooral samen wanneer er in het spel extrinsieke incentives werden ingebed waardoor het eigenbelang met het collectieve belang samenvalt (Boone, Declerck en Kiyonari, 2010). We bespreken verder in dit artikel ook de evidentie voor het neurologisch gedeelte van figuur 3, maar eerst bespreken we meer algemeen de rol van cognitieve controle en het sociaal brein bij respectievelijk het interpreteren van incentives en vertrouwen. 3. Het cognitieve brein en het interpreteren van incentives 60 Veel onderzoek wijst in de richting van het beloningsysteem en de rol van het ventromediale gedeelte van de cortex wanneer aan iets een waarde wordt toegekend (zie bijvoorbeeld, Hare et al., 2010). Activatie van deze regio staat voor het goede gevoel dat we bij beloningen ervaren. Maar het is de laterale prefrontale cortex (of laterale PFC) die vooral betrokken is bij het inschatten of die beloning zich wel zal voordoen. Een mogelijke rol van de laterale PFC is om de specifieke kenmerken van een situatie te koppelen aan eerder vergaarde kennis die opgeslagen is in het geheugen (Miller en Cohen, 2001). Zo helpt de laterale PFC bij het evalueren van beloningen in een tijdsperspectief, en is ze betrokken bij het onderdrukken van impulsieve nu -beslissingen ten voordele van grotere, uitgestelde beloningen (McClure et al., 2004). Omdat de baten van samenwerking vaak pas na een uitgestelde tijd tot uiting komen, is de laterale PFC dus nodig om het kortzichtige eigenbelang te temperen.

11 In sociale interacties blijkt de laterale PFC eveneens actief te zijn wanneer een beslissing moet getroffen worden in een ambigue situatie waar het zowel mogelijk is om beloond als gestraft te worden. Dit werd elegant aangetoond in het fmri-experiment van Spitzer et al. (2007). Zij vergeleken het brein van proefpersonen die alternerend geconfronteerd werden met een dictator- en een ultimatumspel (zie kader 1 voor een volledige beschrijving van deze spelen). In beide spelen bestaat de coöperatieve keuze er uit om een deel van een gekregen som geld te schenken aan een medespeler. Maar enkel in het ultimatum spel kan een egoïstische speler (die niet voldoende geld afstaat) gestraft worden. Wanneer men het brein tijdens het beslissingsproces vergelijkt tussen de twee condities, dan blijkt de laterale PFC zoals verwacht, meer actief te zijn in het ultimatumspel, daar waar straffen mogelijk is en men dus niet onbezonnen egoïstisch kan zijn. Kader 1. Dictatorspel In dit spel krijgt een deelnemer een som geld en de uitnodiging om een deel ervan te schenken aan een anonieme ander die niets heeft gekregen. Het overblijvende deel mag de deelnemer zelf behouden. Er zijn geen sancties verbonden aan niet-schenken. De deelnemer bepaalt zelf hoeveel hij/zij geeft en hoeft zich niet te verantwoorden. Ultimatumspel In deze variant op het dictatorspel krijgt speler 1 (de proposer) een som geld waarvan hij/zij een deel naar believen mag schenken aan speler 2 (de receiver). De tweede speler mag kiezen of hij/zij het bod aanvaardt in welk geval beide spelers het opgesplitste geld behouden of weigert. Wanneer speler 2 weigert, wordt het geld geconfisqueerd en krijgt geen van beide iets. De proposer heeft er baat bij om het kleinst mogelijke positieve bedrag te schenken en de rest zelf bij te houden. Maar, wetende dat een willekeurige receiver een gevoel voor rechtvaardigheid heeft en daarom mogelijk een te laag bod weigert, zal de proposer geneigd zijn meer te schenken. Empirische studies uitgevoerd op alle continenten en met allerlei gradaties van geldelijke bedragen tonen aan dat proposer in de regel vijftig procent van het gekregen geld weggeven, dat een bod van twintig procent of minder meer dan de helft van de keren wordt geweigerd, en dat de kans op weigering stijgt naarmate het bod kleiner wordt (Camerer, 2003). Nochtans is weigeren geen economisch rationele keuze, want een rationele receiver wordt geacht waarde te hechten aan elk positief bedrag dat hij of zij mogelijk krijgt. De bevinding dat mensen toch courant weigeren, betekent dat vergelding een emotionele waarde heeft die in sommige gevallen de economische drijfveer kan overweldigen. In een gelijkaardig experiment vergeleken we het activatiepatroon van het brein tijdens een eenmalig gespeeld gevangenisdilemma en een coördinatiespel (zie kader 2 op p. 66 voor een volledige beschrijving). In het gevangenisdilemma is de coöperatieve keuze Pareto-efficiënt (en dus collectief gezien de beste oplossing), maar geen Nash-evenwicht, terwijl dit in het coördinatiespel wel het geval is. Dit zorgt ervoor dat proefpersonen gemakkelijker een coöperatieve beslissing nemen in het coördinatiespel, terwijl het gevangenisdilemma voor een groter intern conflict zorgt. Dit conflict oplossen vraagt redeneringskracht en cognitieve controle. Opnieuw vinden we dat de laterale PFC significant meer geactiveerd is bij het oplossen van een gevangenisdilemma daar waar men moet vaststellen dat er minder coöperatieve incentives zijn (Emonds et al., 2012). 61

12 Kader 2. Gevangenisdilemma In zijn oorspronkelijke vorm luidt het gevangenisdilemma ongeveer als volgt: twee misdadigers worden aangehouden door de politie. Er ontbreekt echter voldoende bewijs om ze te veroordelen. De twee worden apart verhoord en krijgen het volgende aanbod: als de ene getuigt tegen zijn medeplichtige, dan gaat hij vrijuit, terwijl de medeplichtige een jaar celstraf krijgt. Getuigen ze allebei tegen elkaar, dan delen ze de straf en krijgen ze elk zes maanden. Zwijgen ze allebei, dan is er slechts genoeg bewijs om ze beide twee maanden celstraf te geven. Het dilemma bestaat er in dat de misdadiger moet kiezen tussen een optie die hem goed uitkomt (hij gaat vrijuit), maar die zijn partner wel duur komt te staan (een jaar celstraf), en een optie waarbij ze allebei redelijk goed bij varen (twee maanden straf). Als hij voor deze laatste optie kiest, dan neemt hij echter wel het risico dat zijn partner toch nog tegen hem getuigt, in welk geval hij zelf de grote verliezer is met 1 jaar celstraf. Het gevangenisdilemma kan gegeneraliseerd worden tot elke sociale uitwisseling waarbij er vier uitkomstmogelijkheden zijn: beide spelers kiezen voor een coöperatieve uitkomst (C 1 C 2 ), beide spelers kiezen om niet samen te werken (D 1 D 2 ), speler 1 speelt coöperatief en speler 2 niet (C 1 D 2 ), of omgekeerd (D 1 C 2 ). De uitkomst van het gevangenisdilemma is zo opgesteld dat de baten voor speler 1 meer opleveren wanneer D 1 C 2 > C 1 C 2 > D 1 D 2 > C 1 D 2. (C staat hier voor coöperatie, en D voor defect). Wanneer het spel eenmalig gespeeld wordt met een anonieme partner, is er een dominante respons om voor D te kiezen, en is D 1 D 2 het Nash-evenwicht. Kiezen voor D is economisch gezien rationeel omdat je de uitkomst voor jezelf niet kunt verbeteren, ongeacht wat de andere persoon kiest. Zowel angst (de C 1 D 2 optie vermijden) als hebzucht (de D 1 C 2 -optie begeren) zetten mensen ertoe aan om in dit geval niet coöperatief te zijn. Coördinatiespel In het coördinatiespel is de keuzematrix zo opgesteld dat er geen verleiding meer is tot free riding. De beloning voor unilaterale defect (D 1 C 2 ) is gereduceerd tot dezelfde of kleiner dan de beloning voor wederzijdse coöperatie (C 1 C 2 ). Er zijn in dit geval twee Nash-evenwichten: C 1 C 2 is het evenwicht waarbij winst domineert; D 1 D 2 is het risico-averse evenwicht. Hoewel dit spel erg op het gevangenisdilemma lijkt, genereert het winstgevende Nashevenwicht een doorwegende incentive voor coöperatieve beslissingen. Samenwerking in het coördinatiespel is lucratief en rationele beslissing zolang men er op vertrouwt dat de partner ook coöperatief is. Beide studies bevestigen dat de laterale PFC de aanwezigheid/afwezigheid van incentives registreert en deze koppelt aan de verwachte beslissingsuitkomst. Interessant is dat beide studies meer laterale PFC activatie registreren voor zelfzuchtige individuen. Uit de studie van Spitzer et al. (2007) blijkt dat Machiavellisten meer gebruik maken van de laterale PFC om het verschil te registreren tussen het ultimatum- en dictatorspel. Emonds et al. (2011) rapporteren dat bij individuen met een proself-waardenoriëntatie, meer dan bij prosociale individuen, de laterale PFC geactiveerd wordt wanneer ze het verschil moeten registreren tussen een coördinatiespel en een gevangenisdilemma. Dit bevestigt dat de beslissingen van Machiavellisten en proselfs gedreven worden door een economische rationaliteit waarbij cognitieve controle in het brein een belangrijke rol speelt. 62

13 5. Het sociaal brein en het inschatten van vertrouwen In een sociaal dilemma hangt de uitkomst van een beslissing mede af van het gedrag van anderen, en het sociaal brein wordt betrokken om in te schatten wat die anderen van plan zijn te doen. Een omvangrijk breinnetwerk toegewijd aan theory of mind (TOM), of de vaardigheid om de intenties en emoties van anderen in te beelden en te begrijpen, wordt hiervoor ingezet. Het beschikken over een TOM werd een belangrijke troef voor primaten die in alsmaar grotere groepen gingen leven. Grotere groepen betekent de mogelijkheid tot taakverdeling en stratificatie, maar vereist een brein dat toelaat om op een intelligente manier in de sociale wereld te navigeren en de valsspelers van de reciproque medewerkers te kunnen onderscheiden (Dunbar, 2005). Het inschatten van vertrouwen in een goede uitkomst van een sociaal dilemma vraagt dus een sterk ontwikkelde TOM. Een aantal neuro-economieexperimenten beschrijft de hersendelen die geactiveerd worden wanneer er interdependentie heerst (zoals in het gevangenisdilemma) en bevestigen het verband tussen het oplossen van sociale dilemma s en TOM-taken (zie Declerck et al., 2013 voor een samenvatting). Opnieuw zijn individuele verschillen in de activatie van het sociaal brein terug te leiden naar de sociale waardenoriëntatie. Zoals voorgesteld in figuur 3, stelden we met breinscans vast dat prosocialen meer gebruikmaken van het sociaal brein (TPJ en mediale PFC) wanneer ze een gevangenisdilemma moeten oplossen (Emonds et al., 2013). Dit doet vermoeden dat prosocialen tijdens het besluitvormingsproces meer rekening houden met wat ze verwachten van de andere, en of die verwachting overeenstemt met de intrinsieke waarden van het ik : voor prosociale individuen is dat wederzijdse coöperatie (de sociaal rationele uitkomst van een gevangenisdilemma), terwijl proself-individuen meer belang hechten aan economische rationaliteit en de individuele beloning die gekoppeld is aan de beslissing. Tenslotte is er empirisch bewijs dat het vertrouwen in de partner de neurale activiteit in het striatum moduleert. Eerder beschreven we dat het dorsale striatum van het beloningssysteem geactiveerd wordt wanneer gedrag niet meer adaptief is. Deze zendt dan het signaal dat een gedragsaanpassing aan de orde is. Vertrouwen hebben kan dit signaal, alsook dorsaal striatum activiteit, onderdrukken. Dit werd aangetoond in twee verschillende studies. In het experiment van Delgado et al. (2005) speelden deelnemers een vertrouwensspel onder de fmriscanner (zie kader 3 op p. 68 voor een volledige beschrijving van dit spel). De fictieve partners werden met vignetten gekarakteriseerd in 3 types: goed, neutraal, en slecht. Nu blijkt dat een goed getypeerde partner altijd meer samenwerking uitlokt dan een slecht of neutraal getypeerde partner, zelfs al breekt die het vertrouwen van de speler meerdere keren. Op neuraal vlak gaat deze vergevensgezindheid samen met verminderde activiteit in het dorsale striatum. Het experiment van Baumgartner et al. (2008) komt tot hetzelfde besluit. Wanneer deelnemers in het vertrouwensspel een dosis van het hechtingshormoon oxytoci- 63

14 Kader 3. ne via een nasale spray toegediend kregen, dan gaan ze (in vergelijking met deelnemers die een placebo toegediend kregen) meer vertrouwen geven, ook al heeft de partner dit vertrouwen al enkele keren eerder verbroken. Opnieuw is dit gedrag gekoppeld aan verminderde activiteit in het dorsale gedeelte van het striatum. Oxytocine is een hormoon dat zowel in het lichaam als op de hersenen effect heeft, en dat in de eerste plaats de hechting tussen moeder en kind bevordert, maar ook een invloed heeft op de band tussen intieme partners en op het vertrouwen dat men schenkt aan leden van de sociale groep waartoe men behoort (De Dreu, 2012; Kosfeld et al., 2005). Het lijkt er dus op dat het uitschakelen van een deel van het dorsale striatum (door oxytocine of door bijkomende informatie over de partner) er voor zorgt dat het brein geen contingentie meer vaststelt tussen gedrag en gedragsuitkomst. Deze voorbeelden maken duidelijk dat samenwerking noch een vanzelfsprekendheid, noch een anomalie is, maar het resultaat van een brein dat afweegt en zowel een kosten-batenanalyse als een risicoanalyse uitvoert, zonder dat we ons daar noodzakelijkerwijze van bewust hoeven te zijn. Voor personen die intrinsiek gemotiveerd zijn om samen te werken, is het inschatten van vertrouwen uiterst belangrijk om zich te behoeden tegen misbruik. Het sociaal brein laat hen toe om beslissingen te nemen op basis van normen en sociaal rationele principes. Vertrouwensspel Dit spel werd voor het eerst beschreven door Berg, Dickhaut en McCabe (1995). Beide spelers, die elkaar niet kennen en niet zien, krijgen een som geld. Speler 1, de investeerder mag een deel van dit geld investeren bij speler 2, de vertrouweling. Het geïnvesteerde geld wordt verdrievoudigd. Speler 2 mag dan kiezen hoeveel hij/zij van het verdrievoudigde bedrag teruggeeft aan speler 1. Er zijn geen sancties verbonden aan niets teruggeven. Wanneer speler 1 dus geld investeert, vertrouwt hij/zij erop dat speler 2 wederkerig zal zijn. 6. Verder onderzoek en toepassingen Het belang van de laterale PFC en cognitieve controle enerzijds, en het vertrouwen en het sociaal brein anderzijds, bevestigen dat er in de hersenen meerdere routes tot samenwerking mogelijk zijn, en dat een zelfzuchtige, berekende drijfveer tot samenwerking niet noodzakelijk een sociaal gemotiveerde drijfveer die op vertrouwen berust, uitsluit. Beide vormen van coöperatief gedrag activeren het beloningsysteem en genereren dus een goed gevoel en de motivatie om de samenwerking in stand te houden. Op deze manier voorzien de hersenen een economische en een sociale rationaliteit in het al dan niet beslissen om te gaan samenwerken. 64 Met het oog op het oplossen van conceptuele tegenstrijdigheden en het uitbreiden van bestaande organisatietheorieën besteden de organisatiewetenschappen meer aandacht aan de mogelijke bijdragen van de neurowetenschappen (e.g., Becker, Copranzo en Sanfey, 2011; Caldu en Dreher, 2007; Volk en Kohler, 2012; en het M&O-themanummer: Management, Organisatie en ons Brein, 6,

15 2012). Het succes van organisaties hangt af van het gedrag van de mensen die ze in stand houden, en de neurowetenschappen kunnen inzicht bieden in het onderliggende mechanisme van dat gedrag. Kennis van de werking van het brein helpt ons beter te begrijpen waarom mensen beslissingen nemen die ogenschijnlijk niet rationeel zijn, en hoe het verwachte nut van een beslissing relatief is en afhangt van context en individuele verschillen. Hoe de hersenen het nut van een alternatief berekenen, hoe de hersenen omgaan met onzekerheid in sociale interacties, en hoe dit verschilt tussen individuen met heterogene sociale waarden, zijn drie belangrijke thema s op de onderzoeksagenda van de neuroeconomie. Het is te hopen dat een verklarend theoretisch model, zoals voorgesteld in figuur 1 (p. 60) en figuur 3 (p. 63), toekomstig onderzoek in dit domein stimuleert. Een belangwekkend gebied om verder te verkennen is hoe verschillende managementpraktijken en leiderschapsstijlen overeenstemmen met verschillen in breinactivatie. Een toetsbare hypothese in dit verband is dat de zogenoemde dark leadership-eigenschappen (Judge et al., 2009) geassocieerd zouden zijn met een over-betrokken laterale PFC en een tekort aan activatie in het sociaal brein, terwijl de meer doeltreffende en meelevende authentieke leiders een veel evenwichtiger patroon van breinactivatie zouden tonen. Een recente EEG-studie wijst in die richting: transformationele leiders zouden op basis van enkele kwantitatieve EEG-variabelen een herkenbaar neuraal signatuur vertonen met relatief meer activatie in die hersendelen die instaan voor emotieregulatie en executieve functies, zoals planning en visie (Bathazard et al., 2012). Met fmri zou men nog verder kunnen gaan en de onderliggende motivaties voor beslissingen van authentieke transformationele versus machiavellistische transformationele leiders blootleggen. Voor machiavellisten heiligt het doel de middelen. Daarom verwachten we dat hun coöperatieve beslissingen het gevolg zijn van een doeltransformatie die het eigenbelang met het collectieve belang aligneert, en dit steunt op de kosten-batenanalyse gestuurd door de laterale PFC. Authentieke leiders daarentegen zouden bij coöperatieve beslissingen meer het sociaal brein activeren, omdat ze meer aandacht besteden aan de noden en signalen van hun volgelingen. Door hun gevoel voor rechtvaardigheid boezemen ze vertrouwen in. Hierdoor spelen authentieke leiders in op de TOM van hun volgelingen en activeren ze ook bij hen het sociaal brein (Beugré, 2009). Een toetsbare hypothese is dat volgelingen zich anders gaan identificeren met authentieke dan met machiavellistische leiders, en dat daarom authentieke leiders meer affectieve gevoelens en vergevensgezindheid opwekken. Bij de toepassingsmogelijkheden van neuro-imaging op het gebied van management zijn ook de studies van Krajbich et al. (2009) en Hollmann et al. (2011) het vermelden waard. Op basis van het hersenactivatiepatroon trachten de onderzoekers te voorspellen wie van de deelnemers ex-post meer kans vertoont op free riding, en wie coöperatief zal zijn. Men tracht eveneens te voorspellen wie meer kans heeft om te liegen, en wie de waarheid spreekt. Hoewel deze bevindingen op zich belangrijk zijn, is het minder waarschijnlijk 65

16 dat organisaties in de toekomst daadwerkelijk gebruik zullen maken van neuro-imagingtechnieken in hun personeelsassessment en evaluaties. fmri is een erg grofkorrelige methode om de breinfunctie relatie te begrijpen, zodat men steeds rekening zal moeten houden met een aanzienlijke foutenmarge bij het categoriseren van mensen op basis van deze techniek. Daarbij staan vele hersendelen in voor verscheidene functies, zodat steeds het gevaar van reverse inferencing bestaat. Men legt dan een causaal verband tussen hersenactivatie en gedrag op basis van associatie, terwijl de eigenlijke reden van de activatie in feite onbekend blijft. fmri is beter geschikt voor het toetsen van hypothesen, waarbij men bevestiging kan vinden voor een a priori gestelde relatie. Het is meer waarschijnlijk dat de neuro-economie als verklaringsgrond zal dienen om aan te tonen waarom bepaalde strategieën of managementpraktijken in organisaties wel of niet werken. Een goed voorbeeld is de studie van Bogaert, Boone en Van Witteloostuijn (2012). Zij rapporteren dat de relatie tussen een coöperatieve werksfeer en loyaliteit aan de organisatie afhangt van zowel de sociale waardenoriëntatie van de werknemer als van de sterkte van het coöperatieve klimaat binnen een werkgroep (consensus en eensgezindheid). Wanneer groepsleden eensgezind zijn over de normen, dan bevordert een coöperatieve werksfeer de loyaliteit van prosociale werknemers. Dit is consistent met de propositie dat een hechte groep het sociaal brein activeert waardoor prosociale individuen meer vertrouwen zullen hebben in de groep, wat hun loyaliteit ten goede komt. Daarentegen uiten werknemers met een proself-waardenoriëntatie hun loyaliteit aan de organisatie meer wanneer er geen eensgezindheid rond de coöperatieve groepsnormen bestaat. In deze ambiguïteit voelen ze zich goed omdat hun free riding-gedrag minder kans heeft om opgemerkt te worden. Dit is consistent met de bevindingen dat calculerende mensen (zoals proselfs) gevoeliger zijn voor veranderingen in context, en dat ze daarbij meer gebruikmaken van de laterale PFC om hun gedrag aan te passen (Emonds et al., 2011; Spitzer et al., 2007). Voor het management betekent dit dat het niet evident is om heterogene groepen optimaal te laten presteren. Transparantie en eensgezindheid rond groepsnormen zijn cruciaal voor prosociale werknemers, maar tegelijkertijd ondermijnen ze het coöperatief gedrag van de proselfs: zij hebben behoefte aan een externe stimulans, zoals een individuele bonus voor uitmuntende prestaties, of sancties die free riding beletten. 66 Deze opvatting van hoe men het beste mensen kan motiveren om samen te werken, is in feite een echo van Rustagi et al. (2010) en van het werk van Ostrom. Na jarenlang veldonderzoek rond het beheer van agricultuurland en irrigatiesystemen in Afrika en Nepal is Ostrom van mening dat er meerdere manieren zijn om de relatie tussen de mens en ecosysteem te bestendigen, en dat daarom het advies voor beleidmakers veelzijdig moet zijn. In de principes die ze uitstippelt voor het effectief beheer van gemeenschappelijke natuurlijke goederen herkennen we de twee vormen van rationaliteit die van toepassing zijn op sociale dilemma s. Ten eerste benadrukt Ostrom het belang van vertrouwen en reciprociteit in kleinere groepen, en daarom pleit ze voor een duidelijke begrenzing van

17 het gemeenschapsgoed en voor medezeggenschap van de leden die er gebruik van maken. Zo kan een groepsband ontstaan tussen de verschillende gebruikers van het goed, zodat samenwerking sociaal rationeel wordt. Ten tweede haalt ze ook het belang van controle en van sancties aan om exploitatie door hebzucht en de nadelige gevolgen van een economische rationaliteit tegen te werken (Ostrom, 2009). We herkennen hier eveneens de elementen van het succesvol behoud van Ethiopische bossen uit de studie van Rustagi et al. (2012). Literatuur Wat we met breinstudies toevoegen aan dergelijke veldstudies is waarom mensen op die bepaalde manier beslissingen nemen. Begrijpen hoe een systeem werkt is de eerste stap om interventies te plannen wanneer het systeem in zijn functie tekortschiet. Managers in organisaties hebben eveneens baat bij zulke inzichten wanneer ze een gebrekkige samenwerking in hun team moeten herstellen en daarbij rekening moeten houden met de heterogene waarden en persoonspecifieke behoeften van hun werknemers. Axelrod, R., & Hamilton, W. (1981). The evolution of cooperation, In Science, 211, pp Baumgartner, T., Heinrichs, M., Vonlanthen, A. Fischbacher, U., & Fehr, E. (2008). Oxytocin shapes the neural circuitry of trust and trust adaptation in humans. In Neuron 58, pp Balthazard, P.A., Waldman, D.A., Thatcher, R.W., & Hannah, S.T. (2012). Differentiating transformational and non-transformational leaders on the basis of neurological imaging. In The Leadership Quarterly, 23, pp Becker, W.J., Cropanzano, R., & Sanfey, A.G. (2011). Organizational Neuroscience: taking organizational theory inside the neural black box. In Journal of Management, 37, pp Beugré, C.D. (2009). Exploring the neural basis of fairness: a model of neuroorganizational justice. In Organizational Behavior and Human Decision Processes, 110, pp Bogaert, S., Boone, C., & Declerck, C.H. (2008). Social Value Orientation and cooperation in social dilemmas: a review and conceptual model. In British Journal of Social Psychology, 47, pp Bogaert, S., Boone, C., & Witteloostuijn, A. van (2012). Social value orientation and climate strength as moderators of the impact of work group cooperative climate on affective commitment. In Journal of Management Studies, 49, pp Boone, C., C.H. Declerck, & T. Kiyonari (2010). Inducing cooperative behavior among proselfs versus prosocials: the moderating role of incentives and trust. In The Journal of Conflict Resolution, 54, pp Boone, C., Declerck, C.H., & Suetens, S. (2008) Subtle social cues, explicit incentives, and cooperation in social dilemmas. In Evolution and Human Behavior, 29, pp

18 68 Berg, J., Dickhaut, J., & McCabe, K. (1995). Trust, reciprocity, and social history. In Games and Economic Behavior, 10, pp Caldu, X., & Dreher, J.C. (2007). Hormonal and genetic influences on processing reward and social information. In Social Cognitive Neuroscience of Organizations. Book series. In Annals of the New York Academy of Sciences, 1118, pp Caporael, L.R., Dawes, R.M., Orbell, J.M., & Vandekragt, A.J.C. (1989). Selfishness examined Cooperation in the absence of egoistic incentives. In Behavioral and Brain Sciences, 12, pp Camerer, C.F., & Fehr, E. (2006). When does economic man dominate social behavior? In Science, 311, pp Camerer, C.F., Loewenstein, G., & Prelec, D. (2005). Neuroeconomics: How neuroscience can inform economics. In Journal of Economic Literature, 43, pp Declerck, C.H., Boone, C., & Emonds, G. (2013). When do people cooperate in social dilemmas? A review on the neuroeconomics of prosocial decisionmaking. In Brain & Cognition, 81, pp De Dreu, C.K.W. (2012). Oxytocin modulates cooperation within and competition between groups: an integrative review and research agenda. In Hormones and Behavior, 61, pp Delgado, M.R., Frank, R.H., & Phelps, E.A. (2005). Perceptions of moral character modulate the neural systems of reward during the trust game. In Nature Neuroscience, 8, pp Dunbar, R.I.M. (1998). The social brain hypothesis. In Evolutionary Anthropology, 6, pp Emonds, G., Declerck, C.H., Boone, C., Vandervliet, E., & Parizel, P.M. (2011). Comparing the neural basis of strategic decision-making in people with different social preferences, an fmri study. In Journal of Neuroscience, Psychology, and Economics, 4, pp Emonds, G., Declerck, C.H., Boone, C., Vandervliet, E., & Parizel, P.M. (2012). Comparing the neural basis of mixed-motive versus coordination games, an fmri study. In Social Neuroscience, 7, pp Emonds, G., (2013). Establishing cooperation in a mixed motive social dilemma. An fmri study investigating the role of social value orientation and dispositional trust. (Chapter 4) Doctoral dissertation, University of Antwerp. Fehr, E., & Camerer, C.F. (2007). Social neuroeconomics: The neural circuitry of social preferences. In Trends in Cognitive Sciences, 11, pp Fehr, E., & Gachter, S. (2002). Altruistic punishment in humans. In Nature, 415, pp Hardin, G. (1968). The tragedy of the commons. In Science, 162, pp Hare, T.A., Camerer, C.F., Knoepfle, D.T., & Rangel, A. (2010). Value computations in ventral medial prefrontal cortex during charitable decision making incorporate input from regions involved in social cognition. In Journal of Neuroscience, 30, pp Haruno, M., & Frith, C.D. (2010). Activity in the amygdala elicited by unfair divisions predicts social value orientation. In Nature Neuroscience, 13, pp

19 Henrich, J., Boyd, R., Bowles, S., Camerer, C., Fehr, E., Gintis, H., et al. (2005). Economic man in cross-cultural perspective: Behavioral experiments in 15 small-scale societies. In Behavioral and Brain Sciences, 28, pp Henrich, J., McElreath, R., Barr, A., Ensminger, J., Barrett, C., Bolyanatz, A., et al. (2006). Costly punishment across human societies. In Science, 312, pp Hollmann, M., Rieger, J.W., Baecke, S., Luetzkendorf, R., Mueller, C., Adolf, D., et al. (2011). Predicting decisions in human social interactions using realtime fmri and pattern classification. In Plos One, 6, e Judge, T.A., Ronald, F.P., & Kosalka, T. (2009). The bright and dark side of leader traits: a review and theoretical extension of the leader trait paradigm. In The Leadership Quarterly, 20, pp Kosfeld, M., Heinrichs, M., Zak, P.J., Fischbacher, U., & Fehr, E. (2005). Oxytocin increases trust in humans. In Nature, 435, pp Krajbich, I., Camerer, C.F., Ledyard, J., & Rangel, A. (2006). Using neural measures of economic values to solve the public goods free-rider problem. In Science, 326, pp McClure, S.M., Laibson, D.I., Loewenstein, G., & Cohen, J.D. (2004). Separate neural systems value immediate and delayed monetary rewards. In Science, 306, pp Miller, E.K., & Cohen, J.D. (2001). An integrative theory of prefrontal cortex function. In Annual Review of Neuroscience, 24, pp Nowak, M.A., & Sigmund, K. (2005). Evolution of indirect reciprocity. In Nature, 437, pp Ostrom, E. (2009). A General Framework for Analyzing Sustainability of Social-Ecological Systems. In Science, 325, pp Rilling, J.K., Gutman, D.A., Zeh, T.R., Pagnoni, G., Berns, G.S., & Kilts, C.D. (2002). A neural basis for social cooperation. In Neuron, 35, pp Rilling, J.K., Sanfey, A.G., Aronson, J.A., Nystrom, L.E., & Cohen, J.D. (2004). Opposing BOLD responses to reciprocated and unreciprocated altruism in putative reward pathways. In Neuroreport, 12, pp Rilling, J.K., Glenn, A.L., Jairam, M.R., Pagnoni, G., Goldsmith, D.R., Elfenbein, H.A., et al. (2007). Neural correlates of social cooperation and noncooperation as a function of psychopathy. In Biological Psychiatry, 61, pp Rustagi, D., Engel, S., & Kosfeld, M. (2010). Conditional cooperation and costly monitoring explain success inn forest commons management. In Science, 330, pp Spitzer, M., Fischbacher, U., Herrnberger, B., Gron, G., & Fehr, E. (2007). The neural signature of social norm compliance. In Neuron, 56, pp Van Lange, P.A.M. (2000). Beyond self-interest: A set of propositions relevant to interpersonal orientations (2000). In W. Stroebe & M. Hewstone (Eds.), European Review of Social Psychology, pp New York: Wiley. Van Lange, P.A.M (2013). The psychology of social dilemmas: a review. In Organizational Behavior and Human Decision Processes, 120, pp Volk, S., & Kohler, T. (2012). Brains and Games: Applying Neuroeconomics to Organizational Research. In Organizational Research Methods, 15, p

vaardigheid het perspectief van de ander in te nemen (Eisenberg et al., 1991, 1995, 2006). Daardoor ligt de focus van de eerste hoofdstukken op de

vaardigheid het perspectief van de ander in te nemen (Eisenberg et al., 1991, 1995, 2006). Daardoor ligt de focus van de eerste hoofdstukken op de Summary in Dutch Het onderzoek beschreven in dit proefschrift is gericht op de ontwikkeling van functioneel gedefinieerde netwerken die betrokken zijn bij het maken van keuzes in een sociale context, gedurende

Nadere informatie

De acht mechanismen van geefgedrag

De acht mechanismen van geefgedrag De acht mechanismen van geefgedrag Pamala Wiepking www.wiepking.com Erasmus Centre for Strategic Philanthropy (ECSP) / Sociologie Erasmus Universiteit Rotterdam Fundraising Day 15 mei 2012 Geven aan goede

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine

Nadere informatie

De Econoom en de Psycholoog in ons Hoofd

De Econoom en de Psycholoog in ons Hoofd De Econoom en de Psycholoog in ons Hoofd Rede uitgesproken door Eric van Dijk ter gelegenheid van de aanvaarding van het ambt van hoogleraar psychologie aan de Universiteit Leiden op 23 mei 2003. Met dank

Nadere informatie

Veilig gehechte kinderen ontwikkelen steeds rijkere verbindingen, krijgen meer integratie en adequate prefrontale functies

Veilig gehechte kinderen ontwikkelen steeds rijkere verbindingen, krijgen meer integratie en adequate prefrontale functies BLOK III LIEFDE Veilig gehechte kinderen ontwikkelen steeds rijkere verbindingen, krijgen meer integratie en adequate prefrontale functies Met opgroeien van veilige hechtingsrelaties ontwikkelen kinderen

Nadere informatie

Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting. Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie

Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting. Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie Het delen van gevoelens (emoties of stemmingen) met anderen is bijna onvermijdelijk in ons dagelijks leven.

Nadere informatie

LAVEREN DOOR HET SOCIALE LEVEN: OVER SOCIALE COGNITIE IN GEZONDHEID EN PSYCHOSE SAMENVATTING

LAVEREN DOOR HET SOCIALE LEVEN: OVER SOCIALE COGNITIE IN GEZONDHEID EN PSYCHOSE SAMENVATTING LAVEREN DOOR HET SOCIALE LEVEN: OVER SOCIALE COGNITIE IN GEZONDHEID EN PSYCHOSE SAMENVATTING Navigating Social Life Samenvatting Sociale cognitie ligt ten grondslag aan succesvol sociaal functioneren.

Nadere informatie

RAP 10 jaar Symposium: In beweging 16 oktober 2015. Brein in beweging Welke krachten in de hersenen bewegen ons?

RAP 10 jaar Symposium: In beweging 16 oktober 2015. Brein in beweging Welke krachten in de hersenen bewegen ons? Brein in beweging Welke krachten in de hersenen bewegen ons? RAP 10 jaar Symposium: In beweging 16 oktober 2015 Prof. dr. Margriet Sitskoorn Professor of Clinical Neuropsychology Director Topperformance

Nadere informatie

Samenvatting en Conclusies

Samenvatting en Conclusies Samenvatting en Conclusies De adolescentie is een fascinerende levensfase. In een relatief korte periode, ongeveer tussen het tiende en twintigste levensjaar, veranderen kinderen langzaam maar zeker in

Nadere informatie

VMBO-congres, 9 november 2009. Eveline Crone. Brain & Development lab Leiden : www.brainanddevelopmentlab.nl

VMBO-congres, 9 november 2009. Eveline Crone. Brain & Development lab Leiden : www.brainanddevelopmentlab.nl VMBO-congres, 9 november 2009 Ontwikkelende hersenen Eveline Crone Brain & Development lab Leiden : www.brainanddevelopmentlab.nl b l Brein en onderwijs Op welke leeftijd zijn scholieren in staat om keuzes

Nadere informatie

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd.

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. TH-MI Motivation Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 30-08-2013 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 30-08-2013. OVER DE MOTIVATION

Nadere informatie

6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015

6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015 6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015 Het is al weer lang geleden dat jullie iets van ons hebben gehoord en dat komt omdat er veel is gebeurd. We hebben namelijk heel veel analyses kunnen doen op

Nadere informatie

De impact van HR op de business. Jaap Paauwe, Job Hoogendoorn en HR compliance

De impact van HR op de business. Jaap Paauwe, Job Hoogendoorn en HR compliance De impact van HR op de business Jaap Paauwe, Job Hoogendoorn en HR compliance Inhoudsopgave Heeft HR impact op de business? (interview met Jaap Paauwe) Certificering HR is must (interview met Job Hoogendoorn)

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

Keeping up Appearances. Experiments on Cooperation in Social Dilemmas E.M.F. van den Broek

Keeping up Appearances. Experiments on Cooperation in Social Dilemmas E.M.F. van den Broek Keeping up Appearances. Experiments on Cooperation in Social Dilemmas E.M.F. van den Broek Eva van den Broek Keeping up Appearances 24 januari 2014 Samenvatting De spanning tussen mijn en dijn, tussen

Nadere informatie

Executieve functies en emotieregulatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven

Executieve functies en emotieregulatie. Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven Executieve functies en emotieregulatie Annelies Spek Klinisch psycholoog/senior onderzoeker Centrum autisme volwassenen, GGZ Eindhoven Inhoud 1. Executieve functies en emotieregulatie 2. Rol van opvoeding

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Nerderlandse Samenvatting (Summary in Dutch) Zo Wint men Verkiezingen: Een Evolutionair Psychologisch Model van Context,

Nerderlandse Samenvatting (Summary in Dutch) Zo Wint men Verkiezingen: Een Evolutionair Psychologisch Model van Context, Nerderlandse Samenvatting (Summary in Dutch) Zo Wint men Verkiezingen: Een Evolutionair Psychologisch Model van Context, Gezichtskenmerken, en Boodschap Voorspelt Verkrijging van Leiderschap Het is belangrijk

Nadere informatie

Ontwikkeling van het brein in de adolescentie

Ontwikkeling van het brein in de adolescentie Ontwikkeling van het brein in de adolescentie Dr Lydia Krabbendam Centrum Brein en Leren VUA ac.krabbendam@psy.vu.nl 7 oktober 2010 Thema s Zelfregulatie Sociale cognitie Hoera, een blob! 1. Beelden verkregen

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Veranderend onderwijs. Hersenontwikkeling in de adolescentie. Onderwijs en het brein. Onderwijs en het brein. Waar of niet waar? Waar of niet waar?

Veranderend onderwijs. Hersenontwikkeling in de adolescentie. Onderwijs en het brein. Onderwijs en het brein. Waar of niet waar? Waar of niet waar? Hersenontwikkeling in de adolescentie Dr. Linda van Leijenhorst www.brainandeducationlab.nl Veranderend onderwijs Onderwijs nu ziet er anders uit dan onderwijs in het verleden tegenwoordig 1915 1953 Onderwijs

Nadere informatie

Linking Depression. Longitudinal and neuroimaging genetic studies in major depressive disorder. Esther Opmeer

Linking Depression. Longitudinal and neuroimaging genetic studies in major depressive disorder. Esther Opmeer Linking Depression Longitudinal and neuroimaging genetic studies in major depressive disorder Esther Opmeer Nederlandse Samenvatting Depressie staat in de top 3 van ziekten die de meeste ziektelast geven

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel Thesismarkt 2012. Life Work. Studies naar de combinatie van werk en privéleven.

Onderzoeksvoorstel Thesismarkt 2012. Life Work. Studies naar de combinatie van werk en privéleven. Werk-gezin balans Life Work. Studies naar de combinatie van werk en privéleven. Prof. Dr. Sara De Gieter Prof. Dr. Sara De Gieter Op welke manier beïnvloedt het ervaren van een conflict tussen je werk-

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 169 Nederlandse samenvatting Het vakgebied internationale bedrijfskunde houdt zich bezig met de vraagstukken en de analyse van problemen op organisatieniveau die voortkomen uit grensoverschrijdende activiteiten.

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Wetenschappelijke Samenvatting. 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie

Wetenschappelijke Samenvatting. 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie Wetenschappelijke Samenvatting 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie In dit proefschrift wordt onderzocht wat spaak loopt in de hersenen van iemand met een depressie. Er wordt ook onderzocht

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Poortvliet, Rosalinde Title: New perspectives on cardiovascular risk prediction

Nadere informatie

Puberende Hersenen. Wat is er met de puber aan de hand?

Puberende Hersenen. Wat is er met de puber aan de hand? Alumni Lezing UvA, 7 november 2009 Puberende Hersenen Eveline Crone Afdeling Ontwikkelingspsychologie Leiden Institute for Brain and Cognition Wat is er met de puber aan de hand? Jeugd van tegenwoordig:

Nadere informatie

De Kracht van het Brein regen is slechts regen, dat is nog geen slecht weer

De Kracht van het Brein regen is slechts regen, dat is nog geen slecht weer De Kracht van het Brein regen is slechts regen, dat is nog geen slecht weer John van der Meij Trilemma: Praktijk voor Training, Coaching en Therapie (Oegstgeest) Instituut voor Toegepaste Neurowetenschappen

Nadere informatie

Het begrijpen van heterogeniteit binnen de ziekte van Alzheimer: een neurofysiologisch

Het begrijpen van heterogeniteit binnen de ziekte van Alzheimer: een neurofysiologisch Het begrijpen van heterogeniteit binnen de ziekte van Alzheimer: een neurofysiologisch perspectief Inleiding De ziekte van Alzheimer wordt gezien als een typische ziekte van de oudere leeftijd, echter

Nadere informatie

SAMENVATTING. Voor wat hoort wat versus Heb uw naaste lief. Twee proximate mechanismen voor wederkerig altruisme. Inleiding

SAMENVATTING. Voor wat hoort wat versus Heb uw naaste lief. Twee proximate mechanismen voor wederkerig altruisme. Inleiding Voor wat hoort wat versus Heb uw naaste lief. Twee proximate mechanismen voor wederkerig altruisme Inleiding Stelt u zich voor dat een goede vriend buiten zijn schuld in financiële problemen zit, bijvoorbeeld

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 207 Hoe handhaaf je jezelf in een sociale omgeving? Welke psychologische processen liggen hieraan ten grondslag? Welke delen van de hersenen zijn hierbij betrokken? En is zijn deze processen en/of hersengebieden

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Extending traditional views on volunteers psychological contracts: Novel conceptual and methodological approaches in non-profit studies

Extending traditional views on volunteers psychological contracts: Novel conceptual and methodological approaches in non-profit studies Extending traditional views on volunteers psychological contracts: Novel conceptual and methodological approaches in non-profit studies Dr. Tim Vantilborgh Het psychologisch contract van vrijwilligers

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Impulsieve keuzes voor aantrekkelijke opties zijn doorgaans geen verstandige keuzes op de lange termijn (Hofmann, Friese, & Wiers, 2008; Metcalfe & Mischel, 1999). Wanneer mensen zich

Nadere informatie

Het unieke effect van Porsche op het brein

Het unieke effect van Porsche op het brein Het unieke effect van Porsche op het brein Een neurowetenschappelijk onderzoek naar de verslavende aspecten van het rijden in een Porsche 1.0 De aanleiding Porsche claimt dat het bijzondere auto s voor

Nadere informatie

Samenvatting / Dutch summary

Samenvatting / Dutch summary Samenvatting / Dutch summary De verantwoordelijkheid die mensen al dan niet nemen voor hun eigen leven is een centraal thema op dit moment, zowel binnen de politieke als de publieke discussie: we gaan

Nadere informatie

Leiderschap in planning & control

Leiderschap in planning & control Leiderschap in planning & control A3 netwerkbijeenkomst, 20 januari 2015 Henk Doeleman Leiderschap in planning & control? Minder papier Meer participatief en versterkte betrokkenheid Versterking van de

Nadere informatie

Vrouwen doen boodschappen, mannen aankopen Gezinspraak tijdens aankoopprocessen in families, maar rolpatronen traditioneel

Vrouwen doen boodschappen, mannen aankopen Gezinspraak tijdens aankoopprocessen in families, maar rolpatronen traditioneel Vrouwen doen boodschappen, mannen aankopen Gezinspraak tijdens aankoopprocessen in families, maar rolpatronen traditioneel Over gezinsaankopen wordt veel overleg gevoerd binnen families. Alle gezinsleden

Nadere informatie

Neurowetenschappen, taal en het onderwijs: Een verstandshuwelijk?

Neurowetenschappen, taal en het onderwijs: Een verstandshuwelijk? Neurowetenschappen, taal en het onderwijs: Een verstandshuwelijk? Esli Struys, CLIN, VUB Seminarie VLOR, 25 oktober 2012 30-10-2012 1 Overzicht -Mind, Brain, Language & Education (MBLE): mogelijkheden,

Nadere informatie

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten Samenvatting Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten De beroepsbevolking in Nederland, maar ook in andere westerse landen, vergrijst in een rap tempo. Terwijl er minder kinderen

Nadere informatie

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT Posities als antecedenten van management-denken over concernstrategie ACHTERGROND (H. 1-3) Concernstrategie heeft betrekking op de manier waarop een concern zijn portfolio

Nadere informatie

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010 De kenniswerker Prof. Dr. Joseph Kessels Leuven 31 mei 2010 Is werken in de 21 ste eeuw een vorm van leren? Het karakter van het werk verandert: Van routine naar probleemoplossing Van volgend naar anticiperend

Nadere informatie

Standaard paradigma. Nog veel stoutere bewering: Daarom niet: Autisme Centraal 1

Standaard paradigma. Nog veel stoutere bewering: Daarom niet: Autisme Centraal 1 Autisme: een sociale stoornis? Standaard paradigma Autisme is primair een stoornis in het sociaal contact Peter Vermeulen Autisme Centraal Primair in de behandeling is SOVA training Volgens bestaande,

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 135

Samenvatting. Samenvatting 135 Samenvatting 135 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een zoektocht naar de ecologische validiteit (de waarde van onderzoeksresultaten bij toepassing in het dagelijks leven) van executieve functie

Nadere informatie

de verzwakkingscorrectie uit te voeren op basis van de berekende verzwakkingscorrectie.

de verzwakkingscorrectie uit te voeren op basis van de berekende verzwakkingscorrectie. De ultieme uitdaging in het veld van neurowetenschappelijk onderzoek is om te begrijpen wat de biologische basis is van emoties, cognitie en, uiteindelijk, van bewustzijn. Het verkennen van de menselijke

Nadere informatie

Het toepassen van theorieën: een stappenplan

Het toepassen van theorieën: een stappenplan Het toepassen van theorieën: een stappenplan Samenvatting Om maximaal effectief te zijn, moet de aanpak van sociale en maatschappelijke problemen idealiter gebaseerd zijn op gedegen theorie en onderzoek

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Samenvatting g ttin a v n e m a S

Samenvatting g ttin a v n e m a S Samenvatting Samenvatting Sam envatting Samenvatting Veroudering is een onvermijdelijk biologisch proces dat na de geboorte begint en onomkeerbaar doorgaat tot aan de dood. In tegensteling tot wat algemeen

Nadere informatie

Kracht & Talent. Coachen vanuit een veelzijdig perspectief. Geschreven door Femke Sipkes

Kracht & Talent. Coachen vanuit een veelzijdig perspectief. Geschreven door Femke Sipkes Kracht & Talent Coachen vanuit een veelzijdig perspectief Geschreven door Femke Sipkes In het eerste artikel Waarom Talentontwikkeling heb je kunnen lezen over de basis en achtergrond van talentontwikkeling.

Nadere informatie

Brein en Integriteit: Over de psychologie van macht en gezag

Brein en Integriteit: Over de psychologie van macht en gezag Brein en Integriteit: Over de psychologie van macht en gezag Professor Mark van Vugt Department of Experimental and Applied Psychology Vrije Universiteit Amsterdam Institute for Cognitive and Evolutionary

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de Rick Helmich Cerebral Reorganization in Parkinson s disease (proefschrift) Nederlandse Samenvatting De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

Gevangenenprobleem. Samenwerken en onderhandelen

Gevangenenprobleem. Samenwerken en onderhandelen Gevangenenprobleem Samenwerken en onderhandelen 10 20 30 40 50 60 HAVO VWO Dit experiment illustreert het gevangenenprobleem door middel van een kaartspel in groepjes van twee. In iedere ronde kiezen deelnemers

Nadere informatie

Cognitieve strategieën voor diepe verwerking en feedback

Cognitieve strategieën voor diepe verwerking en feedback Cognitieve strategieën voor diepe verwerking en feedback Samenvatting van het artikel van Henry L. Roediger III, Mary A. Pyc (2012), Inexpensive techniques to improve education: Applying cognitive pgychology

Nadere informatie

Train uw Brein: Cognitieve Training als een behandeling voor depressie. Marie-Anne Vanderhasselt

Train uw Brein: Cognitieve Training als een behandeling voor depressie. Marie-Anne Vanderhasselt Train uw Brein: Cognitieve Training als een behandeling voor depressie Marie-Anne Vanderhasselt Vanderhasselt, M.A., De Raedt, R., Namur, V., Lotufo, P.A., Bensenor, Vanderhasselt, M.A., De Raedt, R.,

Nadere informatie

vanuit de technische en organisatorische omgeving, werk-verdeling, budget, planning, en hergebruik van componenten. Het documenteren van SA dient

vanuit de technische en organisatorische omgeving, werk-verdeling, budget, planning, en hergebruik van componenten. Het documenteren van SA dient 9 Samenvatting Software heeft vooruitgang in veel vakgebieden mogelijk gemaakt en heeft een toenemend invloed op ons leven en de samenleving in zijn geheel. Software wordt gebruikt in computers, communicatienetwerken,

Nadere informatie

Krachtig leren, cognitief

Krachtig leren, cognitief Krachtig leren, cognitief neurowetenschappelijk benaderd. Tinne Van Camp, Lijne Vloeberghs, Pieter Tijtgat, Els Dammekens, Christophe Lafosse en Bert Desmedt Probleemstelling: Bevestigen, verrijken of

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22544 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22544 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22544 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Speksnijder, Niels Title: Determinants of psychosis vulnerability : focus on MEF2

Nadere informatie

Do Fathers Matter? The Relative Influence of Fathers versus Mothers on the Development of Infant and Child Anxiety E.L. Möller

Do Fathers Matter? The Relative Influence of Fathers versus Mothers on the Development of Infant and Child Anxiety E.L. Möller Do Fathers Matter? The Relative Influence of Fathers versus Mothers on the Development of Infant and Child Anxiety E.L. Möller Samenvatting 207 Samenvatting Zijn vaders belangrijk? De relatieve invloed

Nadere informatie

Onzekere complexe problemen complexe problemen worden gekarakteriseerd doordat er vooraf geen causaal verband bestaat tussen oorzaak en gevolg.

Onzekere complexe problemen complexe problemen worden gekarakteriseerd doordat er vooraf geen causaal verband bestaat tussen oorzaak en gevolg. Introductie SenseMaking beschrijft een methode om complexe onzekere uitdagingen gestructureerd en succesvol aan te pakken. Inzicht krijgen in de continu veranderende ideeën, ervaringen en wensen van grote

Nadere informatie

Ontwikkeling van het adolescentenbrein

Ontwikkeling van het adolescentenbrein Ontwikkeling van het adolescentenbrein Eveline Crone Brain & Development lab Universiteit Leiden 13 sept 1848: Een ongelooflijk verhaal.. Phineas Gage 1 Phineas Gage Phineas Gage: herstel bleef bij bewustzijn

Nadere informatie

1.1 Elke generatie kiest opnieuw

1.1 Elke generatie kiest opnieuw 1.1 Elke generatie kiest opnieuw Op elk moment in je leven moet je keuzes maken: De keuze naar welke middelbare school je gaat; De keuze waar je op vakantie gaat; De keuze waar je gaat wonen als je het

Nadere informatie

Leiderschapsontwikkeling wat werkt wel, wat werkt niet

Leiderschapsontwikkeling wat werkt wel, wat werkt niet Leiderschapsontwikkeling wat werkt wel, wat werkt niet Programma Opening Presentatie & Interactieve oefening Pauze Worldcafé, in gesprek over leiderschap Terugkoppeling Samenvatting: Wat werkt wel en Wat

Nadere informatie

Het brein is dood. Leve de neurowetenschap

Het brein is dood. Leve de neurowetenschap Het brein is dood. Leve de neurowetenschap Hans Op de Beeck KU Leuven Alle sollicitanten in de scanner Alle sollicitanten in de scanner Prof. Willem Verbeke (Hoogleraar salesmanagement): - die op basis

Nadere informatie

het lerende puberbrein

het lerende puberbrein het lerende puberbrein MRI / fmri onbalans hersenstam of reptielenbrein automatische processen, reflexen, autonoom het limbisch systeem of zoogdierenbrein cortex emotie, gevoel, instinct, primaire behoeften

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

ETHISCH BEGELEIDEN VAN JEUGDSPORT

ETHISCH BEGELEIDEN VAN JEUGDSPORT ETHISCH BEGELEIDEN VAN JEUGDSPORT Toelichting VUB (onderzoeks)luik Prof. Dr. Kristine De Martelaer Jens De Rycke 2 Inleiding Onze visie en doelstellingen Een te beperkt aanbod van ethische thema s in de

Nadere informatie

Networks of Action Control S. Jahfari

Networks of Action Control S. Jahfari Networks of Action Control S. Jahfari . Networks of Action Control Sara Jahfari NEDERLANDSE SAMENVATTING Dagelijks stappen velen van ons op de fiets of in de auto, om in de drukke ochtendspits op weg te

Nadere informatie

Psychologische aspecten van leiderschap. > Karianne Kalshoven ACIL. > Okke Postmus Development Booster

Psychologische aspecten van leiderschap. > Karianne Kalshoven ACIL. > Okke Postmus Development Booster Psychologische aspecten van leiderschap > Karianne Kalshoven ACIL > Okke Postmus Development Booster Theorethische benaderingen van leiderschap Trait Approaches Behavioral Approaches Contingency Theories

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

De sociale voorkant van ons brein

De sociale voorkant van ons brein Hersenfeest 25 jaar ITON! De sociale voorkant van ons brein Lustrumcongres 23/11/2013 Aula VU Amsterdam Prof. Dr. Evert THIERY Universiteit Gent Nota ten behoeve van de lezer - Deze powerpoint mag enkel

Nadere informatie

10 februari 2011, Utrecht. Service Leadership: trend of toekomst?

10 februari 2011, Utrecht. Service Leadership: trend of toekomst? 10 februari 2011, Utrecht Service Leadership: trend of toekomst? Kwaliteit wordt steeds belangrijker! Interne ontwikkelingen specialisatie en differentiatie in bedrijfsfuncties keten tussen producent en

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

Een samenhangende kijk op samenwerking

Een samenhangende kijk op samenwerking Een samenhangende kijk op samenwerking Lenzen op samenwerking Soesterberg 14 november 2012 Audrey Rohen Samenwerken doet ertoe Geen enkele gemeente kan de grote vraagstukken van deze tijd alleen oplossen

Nadere informatie

Workshop Aan de slag met een persoonlijk ontwikkeldoel door het brein te prikkelen. Simone Schenk www.simoneschenk.nl

Workshop Aan de slag met een persoonlijk ontwikkeldoel door het brein te prikkelen. Simone Schenk www.simoneschenk.nl Workshop Aan de slag met een persoonlijk ontwikkeldoel door het brein te prikkelen Simone Schenk www.simoneschenk.nl 2 Denk na over een onderwerp Jullie gaan een gesprek voeren Onderwerp eigen gedrag Samenwerken

Nadere informatie

studiekiezers Cilia Witteman Behavioural Science Institute Radboud Universiteit Nijmegen

studiekiezers Cilia Witteman Behavioural Science Institute Radboud Universiteit Nijmegen studiekiezers Cilia Witteman Behavioural Science Institute Radboud Universiteit Nijmegen Een studie (of iets anders) kiezen: Hoe doen mensen dat - snel, op gevoel of na goed nadenken? Wat is beter? Hoe

Nadere informatie

Japanse hersenonderzoekers leren van robots

Japanse hersenonderzoekers leren van robots Japanse hersenonderzoekers leren van robots Daan Archer - 4-6-2009 Samenvatting Eind maart 2009 presenteerden Japanse onderzoekers een sterk staaltje breinmachine interacties. Enkel met zijn gedachten

Nadere informatie

Het hart van leiderschap

Het hart van leiderschap Het hart van leiderschap 7 praktische aandachtspunten Dr. Ben Tiggelaar CEB - SHL Talent Measurement 9 juni 2015 www.tiggelaar.nl 1. WAT IS LEIDERSCHAP? BERNARD BASS "Leiderschap is het vermogen om anderen

Nadere informatie

Medicijnstudies en eindpunten

Medicijnstudies en eindpunten Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. TRACK-HD toont belangrijke veranderingen bij pre-symptomatische

Nadere informatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 203 Nederlandse samenvatting Wittere grijstinten Klinische relevantie van afwijkingen in de grijze stof in multipele sclerose, zoals afgebeeld met MRI Multipele sclerose (MS) is

Nadere informatie

Alcoholgebruik, misbruik & afhankelijkheid

Alcoholgebruik, misbruik & afhankelijkheid ALCOHOLGEBRUIK: BEWUST OVERWOGEN OF ONBEWUST OVERKOMEN? Impliciete en expliciete processen bij alcoholgebruik en implicaties voor interventies Katrijn Houben k.houben@maastrichtuniversity.nl Alcoholgebruik,

Nadere informatie

Transcraniële magnetische stimulatie

Transcraniële magnetische stimulatie Transcraniële magnetische stimulatie S.F.W. Neggers (PhD) Hersencentrum Rudolf Magnus UMC Utrecht Transcraniële magnetische stimulatie Korte magnetische puls als gevolg van ~15cm grote spoel op het hoofd

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat KIJKWIJZER PEDAGOGISCH-DIDACTISCH HANDELEN IN DE KLAS School : Vakgebied : Leerkracht : Datum : Groep : Observant : 1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat (SBL competenties 1 en 2) 1.1* is

Nadere informatie

Bio (EEG) feedback. Reflecties vanuit de klinische praktijk. Kannercyclus 09-05-2011 Dr. EWM (Lisette) Verhoeven

Bio (EEG) feedback. Reflecties vanuit de klinische praktijk. Kannercyclus 09-05-2011 Dr. EWM (Lisette) Verhoeven Bio (EEG) feedback Reflecties vanuit de klinische praktijk Kannercyclus 09-05-2011 Dr. EWM (Lisette) Verhoeven Neurofeedback -Een vraag uit de spreekkamer- Minimaal 1500 Literatuur 2008 literatuur search

Nadere informatie

MEDEZEGGENSCHAP EN SUCCESFACTOREN. Ruysdael onderzoek 2015

MEDEZEGGENSCHAP EN SUCCESFACTOREN. Ruysdael onderzoek 2015 MEDEZEGGENSCHAP EN SUCCESFACTOREN Ruysdael onderzoek 2015 Succes maak je samen Ruysdael is gespecialiseerd in innovatie van mens en organisatie. Vanuit de overtuiging dat je samen duurzame meerwaarde creëert.

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Transvorm Actueel. en de zorg verandert mee. Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers?

Transvorm Actueel. en de zorg verandert mee. Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers? Transvorm Actueel en de zorg verandert mee Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers? Woensdag 17 december 2015 Dr. Monique Veld E-mail: monique.veld@ou.nl

Nadere informatie

De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem

De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem In dit artikel wordt de logica van de ISA s besproken in relatie met het interne controlesysteem. Hieronder worden de componenten van het interne

Nadere informatie

Begeleider. ACT in LOB. Toolkit. Bodyscan

Begeleider. ACT in LOB. Toolkit. Bodyscan ACT in LOB Begeleider Toolkit Bodyscan Een ACT toolkit voor LOB Omega advies & coaching en Luken Loopbaan Consult 2014 Bodyscan Uitvoering Klassikaal Kleine groep Individueel CDDQ schalen - Gebrek aan

Nadere informatie

Competentiemanagement bij de federale overheid

Competentiemanagement bij de federale overheid Competentiemanagement bij de federale overheid Competentieprofielen Basis Leidinggevend D December 2009 LEIDINGGEVEND D 1/ BASISPROFIEL Tabel informatie begrijpen taken Taken uitvoeren Leidinggevend D

Nadere informatie

Challenging Emotional Memory M.G.N. Bos

Challenging Emotional Memory M.G.N. Bos Challenging Emotional Memory M.G.N. Bos 144 De geboorte van je kind, je trouwdag, maar ook het verlies van een geliefde en fysieke mishandeling zijn enkele voorbeelden van emotionele ervaringen die iedereen

Nadere informatie

Drs. Martin Jonker MBA Concerncontroller gemeente Haarlem

Drs. Martin Jonker MBA Concerncontroller gemeente Haarlem Drs. Martin Jonker MBA Concerncontroller gemeente Haarlem Concerncontrol binnen de gemeente Balans tussen beheerscontrol en bestuurscontrol Amersfoort, 26 maart 2013 Amersfoort, 26 maart 2013 Inhoud Public

Nadere informatie