Beschouwingen over de: Gerepatrieerden Ambonezen Surinamers Antillianen Buitenlandse werknemers Chinezen Vluchtelingen Buitenlandse studenten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beschouwingen over de: Gerepatrieerden Ambonezen Surinamers Antillianen Buitenlandse werknemers Chinezen Vluchtelingen Buitenlandse studenten"

Transcriptie

1 Beschouwingen over de: Gerepatrieerden Ambonezen Surinamers Antillianen Buitenlandse werknemers Chinezen Vluchtelingen Buitenlandse studenten in onze samenleving Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk Staatsuitgeverij 's-gravenhage 1971

2 Deze publikatie werd mogelijk gemaakt door de financiële steun van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk

3 Allochtonen in Nederland

4 Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk Staatsuitgeverij 's-gravenhage 1971

5 Allochtonen in Nederland Beschouwingen over de: Gerepatrieerden Ambonezen Surinamers Antillianen Buitenlandse werknemers Chinezen Vluchtelingen Buitenlandse Studenten in onze samenleving Onder redactie van Mevrouw Dr. H. Verwey-Jonker

6 Dit boek werd geschreven in opdracht van het Ministerie val! Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk r--....,...,,. I <:: In t. In stituut ISo c. Ges c h ie d ~",~ Amsterdam "

7 Inhoud 1. Inleiding en probleemstelling / blz. 7 Mevr. H. Verwey-Jonker 2. De ontvangende samenleving / blz. 13 Mevr. H. Verwey-Jonker 3. Het Overheidsbeleid inzake allochtone groepen / blz. 19 C. S. van Praag 4. De gerepatrieerden / blz. 45 H. G. Surie 5. De Ambonezen / blz. 109 J. M. M. van Amersfoort 6. De Surinamers / blz. 143 J. M. M. van Amersfoort 7. De Antillianen / blz. 173 J. M. M. van Amersfoort 8. De buitenlandse werknemers / blz. 186 A. J. van der Staay 9. De Chinezen / blz. 214 M. L. Vellinga en W. G. Wolters 10. De vluchtelingen / blz. 229 Mevr. H. Verwey-Jonker 11. Studenten uit de derde wereld / blz. 239 B. van Ravenswaay 12. Enkele conclusies / blz. 258 Mevr. H. Verwey-Jonker

8

9 1 Inleiding en probleemstelling Auteur: Dr. H. Verwey-Jonker Het is de bedoeling van dit boekje een schets te geven van de wijze waarop een aantal met name genoemde groepen van allochtonen - dus mensen, die buiten Nederland geboren zijn - na 1945 in dit land zijn aangekomen, opgevangen en in de samenleving opgenomen. Men kan natuurlijk de vraag stellen, waarom juist deze categorieën van 'buitenlanders' besproken worden en niet b.v. Belgen, Duitsers of Amerikanen, die zich in de genoemde periode eveneens in ons land hebben gevestigd. De reden van onze keuze was drieërlei: In de eerste plaats zijn de meesten van deze mensen in zulke grote aantallen en binnen zo korte tijd aangekomen, dat hun inschakeling bepaalde aspecten vertoont, zowel intern als extern. Intern omdat zij bij hun aankomst niet alleen stonden, maar terug konden vallen op hulp en begrip van land- en lotgenoten, terwijl zij anderzijds ook onder sociale controle van die landgenoten stonden. Extern omdat de Nederlandse bevolking hen primair wel moest zien als lid van een specifieke groep: dus niet sprak over 'die dame van hiernaast', maar van 'één van die gerepatrieerden'. In de tweede plaats zijn de meeste van de hier besproken groepen object geweest van overheidsbeleid. Enerzijds zijn er daardoor concrete gegevens aanwezig omtrent aantallen en samenstelling, anderzijds heeft dat beleid mede de inschakelingsprocessen beinvloed. Dit boekje zou dan ook kunnen dienen als een eerste evaluatie van dat beleid. De derde reden voor de keuze was de duidelijke herkenbaarheid van de hier besproken groepen. Deze berust in vele gevallen op een opvallend uiterlijk - met name de huidkleur - en in sommige gevallen op de vreemde, voor weinig Nederlanders verstaanbare taal. Deze herkenbaarheid bevordert het 'denken in groepen' dat een sterke rol speelt bij het hele gebeuren. Niet alle hier besproken categorieën vertonen alle drie de kenmerken van herkenbaarheid, massale en schoksgewijze binnenkomst en het object-zijn van overheidsbeleid. De meeste Chinezen en Surinamers b.v. zijn individueel gekomen en daardoor ook minder betrokken bij een algemeen overheidsbeleid. De categorie, waarvoor zulk een beleid ontworpen werd, valt bovendien lang niet altijd samen met de herkenbare groep: wij zijn gewend de categorie gerepatrieerden min of meer identiek te achten met die van de Indische Nederlanders. Maar er werden ook vele Europeanen gerepatrieerd en er bevonden zich al Indo-Europeanen in Nederland voordat de grote stroom uit Indonesië hier aankwam. Ook overigens is de afbakening geen eenvoudige zaak: er zijn Ambonezen, die niet vallen onder het Commissariaat Ambonezenzorg, er waren al vluchtelingen vóór Langzamerhand wordt trouwens op vele punten een doelge- 7

10 richt beleid overbodig, zodat ons tweede kenmerk steeds meer in betekenis afneemt. Niettemin menen wij, dat er reden is om te boek te stellen wat er in grote lijnen met, voor en door deze allochtonen gebeurd is en nog gebeurt. Dit wordt dan in de eerste plaats een beschrijving van het hoe en waarom van hun aankomst hier. Steeds meer blijkt n.i., dat veel Nederlanders daar niet (meer) van op de hoogte zijn: niets wordt sneller vergeten dan de recente geschiedenis en men kan daar ook moeilijk iets over te weten komen omdat het nog niet in de geschiedenisboekjes staat. Het leek daarom goed om uit te leggen, waarom juist deze mensen hun land verlieten en waarom ze juist dit land kozen om zich te vestigen. In sommige gevallen moesten de auteurs ver teruggaan in de geschiedenis om dit te verklaren. Het tweede punt, dat besproken moest worden, was de manier waarop ze hier binnengekomen zijn en daarbij komt onmiddellijk het beleid ter sprake: vreemdelingen behoeven hier een verblijfsvergunning en een arbeidsvergunning, grote aantallen berooide mensen met Nederlandse paspoorten vragen om vervoer, onderstand en onderdak. In een samenvattend hoofdstuk is getracht een beknopt overzicht te geven van alle maatregelen, die de Nederlandse regering t.a.v. deze groepen heeft genomen en van de opvattingen, waarvan ze daarbij is uitgegaan. In de verschillende hoofdstukken komt dan ter sprake welke effecten deze maatregelen op het verloop van de inschakelingsprocessen heeft gehad. Tenslotte komen in deze hoofdstukken elementen aan de orde van de inschakelingsprocessen, waarop zoëven werd gedoeld. Voor het sociale gebeuren, dat in gang wordt gezet zodra een vreemdeling zich in een nieuw land komt vestigen, zijn verschillende benamingen in omloop, die dikwijls zonder onderscheiding worden gebruikt: integratie, absorptie, assimilatie zijn woorden, die men overal tegenkomt. Om in het patroon van de processen enige tekening te brengen, willen wij toch proberen hier een paar van deze begrippen te onderscheiden en te definiëren. We kunnen hierbij echter niet verhelen, dat van een, aanvankelijk nagestreefd, consistent gebruik van begrippen door het gehele boek heen weinig terecht is gekomen. De diverse auteurs hebben zich i.h.a. van eigen, maar wel simpele en bovendien expliciet gedefinieerde, termen bediend. Uitgangspunt voor mij zijn de volgende vragen: 1. In hoeverre en in welke opzichten gaan de individuele leden van de groep meefunctioneren in de Nederlandse samenleving? Wij noemen dit proces van gaan-meefunctioneren individuele integratie. 2. Welke plaats krijgt de hele groep in de Nederlandse samenleving? Wij noemen dat collectieve integratie. 3. Welk deel van de individuen rekent zichzelf op den duur nog tot lid van de groep en is als zodanig voor anderen herkenbaar? Wij noemen het proces, dat hiermee is aangeduid individuele assimilatie. 4. Blijft er op den duur een al5 zodanig herkenbare groep bestaan? Indien dat niet het geval is spreken we van collectieve assimilatie. Over elk van de aldus aangeduide processen valt veel te zeggen. Individuele integratie, om te beginnen, heeft een instrumenteel-, een normatief- en een inter-actie aspect. Onder 8

11 het eerste verstaan wij het verkrijgen van een woning, van werk, van onderwijs voor de kinderen, maar ook het aanleren van de taal en het wegwijs raken in de nieuwe woonplaats en de nieuwe werkomgeving. Het is duidelijk dat in dit stadium van het integratieproces - meestal het eerste stadium - de rol van het overheidsbeleid wel zeer groot moet zijn. De overheid immers verschaft woonruimte, bemiddelt bij het vinden van arbeid, moet zorgen voor voldoende onderwijs. In sommige gevallen - zoals b.v. bij cursussen voor Ambonezen - heeft de overheid zich ook met de volgende fasen van integratie actief bemoeid, maar het is wel duidelijk dat hierbij de persoonlijke inzet van de betrokkene een veel grotere rol gaat spelen. Deze n.1. moet zich in de nieuwe omgeving aanpassen: hij moet oude rollen verwisselen voor nieuwe, oude opvattingen laten vallen en nieuwe aanleren. Dat zal hem moeilijker vallen naarmate de sociale distantie groter is, d.w.z. naarmate er grotere verschillen bestaan tussen wat hem vroeger is geleerd en wat er geldt als 'algemeen aanvaarde' norm in de nieuwe omgeving. We moeten daarbij bedenken, dat deze nieuwe omgeving vrijwel altijd een micromilieu is: de buurt, de collega's op het werk, de schoolklas. De nieuwkomer neemt over wat in de betreffende subcultuur als juist en goed wordt ervaren en wordt slechts secondair - o.a. door kranten en televi~ie - geconfronteerd met het geheel van Nederlandse opvattingen en waarden. Die aanpassing aan de subcultuur is van het grootste belang: lukt hem die niet, dan kan bij de vreemdeling een gevoel van vereenzaming en isolatie optreden. Hij kan ook via de subcultuur gemakkelijker de signalen begrijpen vanuit een grotere wereld. Daarbij helpt hem uiteraard de derde vorm van integratie: de interactie met de autochtone bevolking. Het belang van een snelle ontwikkeling van zulk een interactie is evident: niet alleen wordt de nieuwkomer ermee geholpen om zijn weg te vinden in de doolhof van nieuwe ervaringen, het leert ook de autochtoon om te onderscheiden tussen individuele leden van de groep. Het denken in vooroordelen, het ontstaan van stereotypen, wordt daardoor voorkomen of afgezwakt. Deze interactie is een tweezijdig proces en vraagt deelname zowel van de individuen uit de vreemde groep als van die uit het ontvangende land. Het is in principe mogelijk om deze drie componenten van het integratieproces te meten. D.w.z. men kan nagaan hoeveel allochtonen na een bepaalde tijd nog geen werk hebben - of werk van een te laag niveau -, hoeveel mensen geen aanvaardbare woning hebben gevonden, hoe het met onderwijs en met de beheersing van de taal staat. Ook aantallen sociale contacten kan men eventueel meten, terwijl het al of niet aanvaarden van de normen, die gelden in een Nederlandse omgeving, door opinieonderzoekingen zouden kunnen worden blootgelegd. Indien men al deze dingen zou onderzoeken en in tabellen vatten, zou het beeld van het integratieproces nog onvolledig blijven. De collectieve integratie van de groep is n.1. iets anders dan de som van de integratiegraden van alle individuen. Maatstaf voor deze collectieve integratie was immers de sociale positie van de hele groep. Deze wordt mede bepaald door andere factoren dan de individuele posities. Met name is hier van belang of de groep een geografische spreiding vertoont dan wel 'samenklontert' in een 9

12 of enkele delen van het land. Daarnaast is een belangrijke vraag hoe de functies en posities, die in een land te verdelen zijn, over de leden van de nieuwe groeperingen zijn verdeeld. Het gaat hier om economische functies, tot uitdrukking te brengen in de inkomensverdeling, om sociale posities, blijkend uit de verdeling over hoofd- en handarbeiders, zelfstandigen, enz. en ook politieke functies: zijn er leden van de binnengekomen groepen gekozen in b.v. besturen en ouderconunissies? Is er participatie in politieke partijen? Al deze vragen zijn samen te vatten onder het begrip gelijke kansen: bestaan er voor de leden van allochtone groepen gelijke kansen als voor Nederlanders of niet? Een 'normaal' meefunctioneren van alle betrokkenen, zowel individueel als collectief, mag men als theoretisch eindpunt van het integratieproces beschouwen. Daarnaast en vooral daarna werkt dan een assimilatieproces, dat tot eindpunt heeft het niet meer als zodanig herkenbaar zijn van de vreemde groep. Ook dit proces heeft een aantal componenten: er is een juridische vorm van assimilatie, die men naturalisatie noemt. In Nederland heeft dit deel van het proces soms al plaatsgehad voordat men de grens overschreed: zowel de Indische Nederlanders als de Surinamers en Antillianen immers, zijn in het bezit van een Nederlands paspoort. Bij andere groepen echter, met name bij vluchtelingen en Ambonezen, markeert het aanvragen van het Nederlanderschap vaak de stap naar een keuze voor assimilatie. Tweede vorm van assimilatie is de biologische: het huwelijk met een Nederlander of Nederlandse. Dit behoeft op zichzelf geen keuze in te houden voor assimilatie in de Nederlandse samenleving, want in een aantal gevallen gaat het nieuwe gezin terug naar het vaderland van de vreemdeling en dan vindt assimilatie van de Nederlandse partner eventueel in dat land plaats. Maar wanneer het gemengde gezin in Nederland blijft wonen, zullen in elk geval de afstammelingen gemakkelijker assimileren. De vraag of veel biologische vermenging zal plaatsvinden wordt vooral beheerst door twee factoren: evenwicht van de sexen in de allochtone groep en het bestaan van huwelijkstaboes. Bij sonmuge van de door ons besproken groepen blijkt een overwicht van mannen te bestaan. Daar wordt dan ook vaak met Nederlandse meisjes getrouwd. Huwelijkstaboes kan men zowel bij de vreemde als bij de Nederlandse bevolking aantreffen. De derde vorm van assimilatie noemt men wel de structurele. Zij bestaat uit het opgeven van eigen gesloten sociale systemen en het welbewust opgaan in die van het gastland. We zien bij de meeste immigranten aanvankelijk een sterke neiging om eigen organisaties te vormen en eigen kerkgenootschappen in stand te houden. Het verlies aan belangstelling voor die eigen organisaties markeert de individuele assimilatieneigingen. Het opheffen of doodbloeden van zulke organisaties betekent meestal, dat de groep als geheel is geassimileerd. Buitenlandse schrijvers over assimilatieverschijnselen 1 zijn het er wel over eens, dat in de eerste generatie van inunigranten hoogstens een zekere mate van integratie tot stand wordt gebracht, maar dat een assimilatieproces pas werkelijk optreedt bij de tweede generatie. Ook dat is een stelling, die wij zouden kunnen proberen te verifiëren bij de 10

13 door ons beschreven groepen van allochtonen in Nederland. De verschillende aspecten van assimilatie immers, zijn in principe ook meetbaar: men kan het aantal 'gemengde' huwelijken proberen te achterhalen, het aantal naturalisaties van leden van de betrokken groepen napluizen en conclusies trekken uit de toe- en afname van het eigen organisatieleven. Langs deze weg zou het bovendien in principe mogelijk zijn een soort ranglijst op te stellen, waarin de hier door ons behandelde groepen werden gerangschikt naar de mate van geïntegreerdheid en de mate van geassimileerdheid in de Nederlandse samenleving. In principe zouden we ook nog in staat zijn deze posities te correleren met een aantal factoren, die in hun achtergrond hebben gewerkt of die met hun huidige situatie samenhangen. Het geheel zou ons wellicht een beter inzicht verschaffen in het verloop van zulke processen in het algemeen. In de hiervolgende hoofdstukken zal blijken, dat er in feite van al deze dingen heel weinig gemeten is. Dit is ten dele het gevolg van het ontbreken van behoorlijk basismateriaal, ten dele ook van het feit, dat men eigenlijk bij de integratie van deze allochtonen heel weinig zichtbare problemen heeft geconstateerd. De overheid - die in het algemeen dergelijke onderzoekingen moet betalen - is daardoor weinig geneigd geld en mankracht aan het vraagstuk te spenderen. Toch is het natuurlijk belangrijk - en niet in de laatste plaats voor het beleid van de overheid zelf - om een iets duidelijker beeld van deze processen te krijgen. In dit verband is het goed ons af te vragen welke alternatieven er bestaan wanneer het integratieproces nu eens niet goed verloopt of wanneer er ook op den duur geen assimilatie optreedt. Er zijn, naar onze mening, dan vijf mogelijkheden: 1. In de eerste plaats is er de mogelijkheid, dat een deel van de groep het land weer verlaat en elders opnieuw probeert een nieuw leven te beginnen. Wij zullen zien dat in sommige groepen dit veelvuldig is voorgekomen. 2. Het is duidelijk dat zich op het ogenblik in Westeuropa een internationaal zwervend proletariaat aan het vormen is, dat zich niet permanent in één van de landen vestigt, maar dan eens hier dan weer daar werk vindt. De vraag welk deel van de buitenlandse arbeidskrachten, die nu in de hoogontwikkelde industrielanden werken, tot dit proletariaat blijft behoren en welk deel al na korte tijd naar het eigen land terugkeert, is meer een internationaal dan een Nederlands probleem. Het is wel van betekenis om er meer van te weten. 3. In Engeland spreekt men wel van de vorming van een interraciaal proletariaat, dat dan gevormd zou worden door vermenging van de daar aanwezige immigranten -West-Indiërs en Aziaten - zonder dat tevens vermenging plaatsvindt met de Engelse bevolking zelf. 4. Michael Banton is van mening 2 dat een dergelijke vermenging niet waarschijnlijk is omdat de verschillende etnische groepen zich ook tegenover elkaar vrij sterk zullen afsluiten, terwijl er anderzijds een grotere differentiatie van beroepsgroepen zal optreden. Hij voorziet geen sterke assimilatie met de Engelse bevolking, maar meer een 'structureel pluralisme', een soort verzuiling, die is gebaseerd op etnische verschillen 11

14 en niet op godsdienstige- of op klasse-kenmerken. Deze structurele 'apartheid' ziet Banton als een gevolg van de verwerping van assimilatie van de kant van Britse samenleving. 5. Het is echter ook nog denkbaar, dat niet de dominante samenleving alleen verantwoordelijk is voor de 'apartheid', maar dat deze zelf-opgelegd is. Bij de Joden in Westeuropa heeft eeuwenlang een dergelijke zelfopgelegde afzijdigheid een rol gespeeld, ofschoon deze natuurlijk in vele landen is versterkt door de houding van gastheervolk en overheid 3 Het zal zaak zijn om na te gaan of ons materiaal symptomen vertoont van hetzij een blijvende proletarisering van één of meer van de onderzochte groepen, hetzij van een opgelegde of een zelfgewilde 'apartheid'. Dergelijke symptomen zouden kunnen zijn: achterstand bij het Nederlands niveau op het gebied van huisvesting, ongelijke kansen in het beroepsleven, discriminatie en gettovorming. Zulke verschijnselen behoeven voor het ogenblik niet eens als problematisch gevoeld te worden: door velen zullen ze als 'tijdelijk' worden gezien. De geschiedenis van allochtone gemeenschappen in andere landen en werelddelen heeft echter geleerd, dat het juist deze verschijnselen zijn, die op den duur tot onoplosbare situaties kunnen leiden. Het spreekt wel vanzelf dat de auteurs van de verschillende hoofdstukken niet een zo volledig beeld konden geven van de door hen beschreven groep, dat op alle hierboven aangesneden vragen een bevredigend antwoord kan worden gegeven. In het slothoofdstuk zullen dan ook veel open vragen worden gesignaleerd en gebieden voor nader onderzoek worden aangeduid. De auteurs dragen de verantwoordelijkheid voor de door hen geschreven hoofdstukken. De hierboven gegeven probleemstelling en het slothoofdstuk echter, zijn voor een niet onbelangrijk gedeelte tot stand gekomen in overleg en discussie met de overige bijdragende auteurs. De positie der allochtonen in de Nederlandse samenleving is geen statische, maar een dynamische. Dat geldt reeds voor iedere groepering afzonderlijk en derhalve nog sterker voor het geheel der minderheden in Nederland. Een overzicht, zoals dit boek dat wil geven, is dan ook onvermijdelijk reeds tijdens de samenstelling ervan aan veroudering onderhevig. Toch hebben wij gemeend, dat een dergelijke momentopname, in dit geval dan ondernomen in het jaar 1969, van nut kan zijn. Noten 1. Mi/ton Cordon. Assimilation in American Lire New York Michael Banton. Race relations. Social Science Paperbacks London C. Reinders, Van 'Joodsche Natien' tot Joodse Nederlanders diss. Utrecht

15 2 De ontvangende samenleving Auteur: Dr. H. Verwey-Jonker In het eerste hoofdstuk werd gesteld, dat zowel het integratie- als het assimilatieproces, dat allochtone groepen doormaken, mede bepaald wordt door de houding van de ontvangende bevolking. In dit geval dus van de Nederlandse van na de Tweede Wereldoorlog. Het leek daarom verstandig een gedetailleerde beschrijving van de verschillende groepen te laten voorafgaan door een kort resumé van de factoren, die van de zijde van de Nederlandse bevolking op deze processen zouden kunnen inspelen. Het gaat hier om een aantal samenhangende attitudes : ten eerste een bereidheid om allochtonen in groten getale toe te laten en om de regeringspolitiek op dit punt te steunen. Ten tweede de bereidheid om plaats voor hen te maken in het economische leven en om hun dezelfde kansen te geven als landgenoten. Ten derde de bereidheid tot interactie: persoonlijk met hen in contact te treden, hen thuis te vragen, hen te helpen hun weg te vinden of hen op te nemen in verenigingsverband. Daarnaast kan men vragen hoe het staat met de bereidheid om vreemde gedragspatronen of gevoelens te respecteren en mee in aanmerking te nemen bij die interactie. Tenslotte is er de vraag of men assimilatie tolereert, inclusief een huwelijk tussen autochtoon en allochtoon. Het valt te verwachten, dat bij het ontstaan en de bewustwording van deze attitudes bepaalde factoren een rol spelen, t.w. : een traditionele houding ten aanzien van vreemdelingen en ten aanzien van vertegenwoordigers van andere rassen; een houding, die een uitvloeisel is van structurele gegevenheden in de samenleving en een houding, die meer bepaald wordt door de onmiddellijke economische en politieke situatie van het ogenblik. Van de Nederlandse bevolking kan gezegd worden, dat ze traditioneel gastvrij is tegenover vreemdelingen. De meeste Nederlanders weten dat het land in het verleden grote aantallen vluchtelingen - uit de Zuidelijke Nederlanden, uit Frankrijk, uit Spanje, heeft opgenomen en geabsorbeerd. Ze hebben ook op school geleerd, dat zowel de Antwerpenaren als de Hugenoten, zowel de Portugese als de Hoogduitse Joden, nieuwe impulsen gegeven hebben aan onze economie. Traditioneel staan wij ook niet scherp afwijzend tegenover huwelijken tussen partners van verschillende raciale achtergrond: het bestaan - sinds eeuwen - van een Indo-Europese bevolkingsgroep, die een eigen sociale plaats innam in het voormalige Nederlands-Indië en van een sterk gemengde Creoolse bevolking in Suriname en de Antillen, getuigt hiervan. Nog meer wellicht het feit, dat aan de Indo-Europese kinderen - ook als zij niet uit een wettige verbintenis waren gesproten - in dat Nederlands-Indië het Nederlands staatsburgerschap werd verleend. Deze Indo-Europeanen hadden in hun eigen land wellicht niet 13

16 dezelfde positie als de blanke Nederlanders, maar als zij naar Nederland kwamen was er van discriminatie niet zoveel te merken. Wellicht is dit ook wel het gevolg van het feit, dat alleen een toplaag van Indo-Europeanen financieel in staat was het verlof hier door te brengen of hun kinderen hier te laten studeren. Hetzelfde geldt trouwens voor de schaarse vertegenwoordigers van de zuiver Indonesische bevolking. Van belang lijkt mij, dat wij al in vorige generaties in Nederland bruine en zwarte medeburgers kenden: we hadden ze in de familie, we zaten er mee in de klas. Een probleem werd er nooit van gemaakt. Deze bekendheid alleen zou waarschijnlijk niet voldoende geweest zijn om een positieve houding van de Nederlandse bevolking t.a.v. de opname van grote groepen allochtonen teweeg te brengen. Een aantal factoren van economische, van politieke en van structurele aard, heeft meegespeeld. De economische factor was men zich waarschijnlijk in die jaren slechts in beperkte mate bewust. Feit is, dat de immigratie van grote aantallen allochtonen ook in dit geval onze economie gunstig heeft beïnvloed: in tegenspraak tot alle pessimistische verwachtingen l bleek, dat de na-oorlogse Nederlandse economie tot sterke expansie in staat was en grote aantallen nieuwe arbeidskrachten op kon nemen. Waarschijnlijk is het ook een groot voordeel geweest, dat wij deze nieuwe arbeidskrachten niet al te spoedig, zoals b.v. in Zwitserland het geval was, hoefden aan te trekken van over de grenzen: uit Indonesië was immers een groep mensen binnengekomen, die de Nederlandse taal al machtig was en die gewend was in Nederlandse kaders te werken. In de vijftiger jaren kon de grote massa van de bevolking deze omstandigheid niet overzien, maar het werkte al geruststellend dat de werkgelegenheid ondanks de bevolkingstoename door immigratie vrijwel over de hele periode bleef stijgen. Economische concurrenten kon men in de allochtonen niet zien. In die zelfde periode was misschien de politieke factor nog belangrijker: de repatriëring van grote groepen uit Indonesië was een direct gevolg van de liquidatie van de oude band met Indonesië, die voor de meeste Nederlanders een bron was van spijt - ofwel van schuldgevoelens. Iedereen begreep, dat vooral de Indische Nederlanders het slachtoffer werden van de oude en nieuwe conflictsituaties. Weliswaar was in de meer linkse kringen - waar de belangstelling voor Nederlands-Indië altijd gering was geweest - geen bijzonder grote kennis van de achtergronden (men kan nog steeds merken hoe linkse Nederlanders het verschil niet kennen tussen Ambonezen en Indische Nederlanders), maar juist bij links zet men zich af tegen de gevaren van rassendiscriminatie en -tegenstellingen. Het waren echter structurele factoren, die de positieve houding, die de Nederlandse bevolking met name in de vijftiger jaren t.a.v. alle categorieën van allochtonen heeft ingenomen, algemeen maakte en stabiel hielden. Het Nederlandse volk is n.\. sterk gebonden aan opinionleaders, aanvaardt wat aan waarden en normen door die leiders wordt geponeerd en toont zich daartegenover weinig 'rebels'. Met dien verstande natuurlijk dat men waarden en normen aanvaardt van de leiders van de eigen 'zuil'.2 De Nederlandse publieke opinie placht sinds de 17e eeuw leiding te ontvangen van twee onderscheiden groepen: de kerkelijke leiders enerzijds, en de al dan niet verlichte 14

17 stedelijke bourgeoisie anderzijds. Dit systeem van beïnvloeding gaf een grote bemiddelende en initiërende plaats aan de universitair opgeleide kerkelijke en niet-kerkelijke intelligentia. Dit heeft voor een belangrijk deel het culturele gezicht van Holland bepaald, met zijn trekken van tolerantie, solidariteit, maar ook met zijn al te rationele nuchterheid en zelfgenoegzaamheid. Tegenover het vraagstuk van de integratie van groepen buitenlanders in onze samenleving hebben beide centrale opiniërende groepen, trouwens ook de socialistische leiders, een sterk gelijklopende houding aan de dag gelegd. Dit heeft ertoe bijgedragen dat wilde uitingen van vooroordeel snel worden onderdrukt, maar ook dat aijerlei publieksreacties, die onderhuids bestonden, mogelijk niet geheel op hun ware sterkte zijn geschat. Het ziet ernaar uit dat nu dit oude systeem aan ingrijpende veranderingen wordt blootgesteld. De ontzuiling, diverse emancipatiebewegingen, de pressiegroepen, de populariteit van zogenaamd neutrale bladen en omroeporgani'iaties, zijn indicaties dat een nieuwe vorm van beïnvloeding van de publieke opinie in de maak is. Men zal zich niet langer stilzwijgend kunnen verlaten op de redelijkheid van de bourgeoisie of het idealisme van de dominee, wanneer onrecht moet worden gesignaleerd en bestreden. Aan het probleem van de aijochtonen voegt zich een ongewisheid omtrent de toekomstige vormen van de beïnvloeding van de publieke opinie toe. Wanneer men niet alleen kijkt naar algemene opvattingen en gevoelens, die in de periode van aankomst leefden in de Nederlandse samenleving, maar ook let op de houding ten opzichte van afzonderlijke categorieën, dan moet worden vastgesteld, dat sommige daarvan nog met extra sympathie ontvangen zijn, niet steeds door de gehele bevolking, wel door bepaalde delen daarvan. Ten aanzien van de Indische Nederlanders bestonden gevoelens van solidariteit bij degenen, die met hen de beproevingen van de Japanse bezetting hadden gedeeld. Bij sommige rechtse groeperingen in Nederland bestond zoveel waardering voor de motieven, die de Ambonezen bewogen tot afwijzing van de republiek Indonesië, dat een speciale stichting 'Door de Eeuwen Trouw' in het leven werd geroepen om hun aanspraken te ondersteunen. De onder de Duitse bezetting ondervonden druk, gecombineerd met een afkeer van het Russische conununisme, maakte, dat alle categorieën van politieke vluchtelingen, maar speciaal de Tsjechische van 1948 en de Hongaarse van 1956, met grote sympathie ontvangen zijn. Schaamte en schuldgevoelens ten opzichte van de Joden speelden ook mee bij deze algemene bereidheid om vluchtelingen op te nemen. Hieraan mag wellicht worden toegevoegd, dat vele Nederlanders al spoedig konden vaststellen, dat sonunige allochtonen een positieve bijdrage leverden in het Nederlandse sociale klimaat. Met name geldt dit voor de Indische Nederlanders, die veelal op grond van hun opleiding en ervaringen terecht kwamen in ambtelijke en andere posities, waar zij veel met publiek in aanraking komen: achter de loketten van postkantoren en overheidsdiensten. Voor de contactfuncties, die hier worden verleend, bleken zij dan dikwijls juist de goede toon te kunnen vinden: zij zijn beleefd zonder serviel te worden en hartelijk zonder te vervallen in familiariteit. Een zekere vermen- 15

18 selijking van de bureaucratische instanties is door hun aanwezigheid tot stand gebracht Uit dit alles mag men wel concluderen dat het klimaat, waarin de meeste groepen van allochtonen in Nederland aankwamen, rondweg gunstig was voor een goede ontvangst van de zijde van de Nederlandse bevolking. In feite zijn er dan ook weinig moeilijkheden geweest. Het beleid, dat de regering voor de opname en integratie van de onderscheiden groepen uitstippelde, werd goedgekeurd en de consequenties werden aanvaard. Aan het apparaat, dat nodig was om dit beleid uit te voeren, hebben lokale overheden en particuliere organisaties con amore meegewerkt. De bevolking zelf heeft - in vele gevallen letterlijk - voor de nieuwaangekomenen plaats gemaakt. Zo werd het mogelijk, dat er binnen een redelijke tijd voor hen allen woonruimte kwam en dat er voor de meesten werk kon worden gevonden. De eerste voorwaarden voor een redelijke integratie waren hiermee vervuld. Het zou natuurlijk getuigen van een té optimistische kijk op de situatie als we constateerden, dat er geen problemen zijn geweest. Helemaal uitgebleven zijn deze niet. De Nederlandse bevolking is in gevallen als deze n.l. wel inschikkelijk, maar ze is niet altijd tolerant. Met name is ze wel eens geneigd om aan vreemdelingen al te snel de eigen normen aan te leggen en te eisen, dat deze normen onmiddellijk worden geaccepteerd en overgenomen. De conflicten, die men kon signaleren, liggen daardoor vaak op terreinen, die men elders wellicht niet van groot belang zou hebben gevonden, b.v. bij de voeding. Zo kwam het voor, dat leden van een ondernemingsraad hun uiterste best deden om de Ambonese collega's over te halen toch vooral deel te nemen aan het jaarlijkse uitstapje van de personeelsvereniging, maar dan boos werden als de Ambonezen vroegen of ze rijst konden krijgen in plaats van aardappelen. Duitse vluchtelingen hebben dergelijke dingen ondervonden: hun Jood-zijn wordt zorgvuldig gerespecteerd, maar ze moeten wel binnen de kortst mogelijke tijd hun Duitse accent afleggen! De Hongaarse vluchtelingen van 1956 zijn dikwijls met enorme zorg en aandacht binnengehaald: soms nam een kleine gemeente de zorg op zich voor een heel gezin, dat dan meteen een woning kreeg toegewezen, die met vereende krachten werd ingericht, er werd werk gevonden voor de vader en er waren goedwillende hulpkrachten om de boodschappen te doen. Maar dat gezin moest zich dan ook wél houden aan het geaccepteerde gedragspatroon: de kinderen naar de Roomse school, de moeder mocht niet uit werken gaan, ze moesten regelmatig de mis bijwonen, enz. Het is eigenlijk geen wonder, dat juist deze Hongaarse vluchtelingen - voor zover ze niet konden opgaan in de anonimiteit van een grote stad als Amsterdam - zich aan die benauwende sociale controle hebben onttrokken en als ze de kans kregen naar elders verder zijn geëmigreerd! Dit soort bemoeizucht van de kant van de Nederlandse bevolking heeft ook wel zijn goede kanten: de allochtonen worden hier tenminste niet genegeerd. Het ontstaan van 'bidonvilles', zoals men die bij Franse steden vindt, zou in Nederland ondenkbaar zijn. 16

19 Pers en publiek houden zich ook steeds actief bezig met opeenhopingen van buitenlandse arbeiders in te kleine huizen en met toestanden in de pensions waar zij worden ondergebracht - overigens niet steeds met succes. Of we hierbij soms in onze ijver om Nederlandse normen aan te leggen niet te ver gaan, blijft een open vraag. Rest tenslotte nog de vraag in hoeverre zich in de Nederlandse samenleving verschijnselen voordoen, die zouden kunnen optreden als assimilatiebelemmerende factoren. Onder de huidige omstandigheden is dit voor de meeste Nederlanders vermoedelijk geen vraag: zij vinden het vanzelfsprekend, dat de meeste allochtonen, die zij hier zo hartelijk welkom hebben geheten, ook op den duur in dit land zullen blijven en assimileren. Zij zouden het als een teken van ondankbaarheid beschouwen als er bij de allochtonen reserves tegen deze assimilatie zouden bestaan. Maar misschien valt er bij nadere beschouwing toch iets te vinden van een mogelijke belemmering. Ook hier moeten we weer in de allereerste plaats denken aan de factor van de verzuil ing. Deze heeft een bloeiend verenigingsleven doen ontstaan en binnen dat verenigingsleven - d.w.z. in de voor hem aangewezen zuil - is de vreemdeling als regel van harte welkom. Dit zou de structurele apartheid van de allochtonen kunnen verminderen en zijn assimilatie sterk bevorderen, wanneer niet in de eerste plaats sommige soorten allochtonen vanwege hun godsdienstige achtergrond geheel buiten het Nederlands patroon zouden vallen - b.v. de Mohammedanen, - dan wel zich binnen dat patroon bleken niet te kunnen schikken. De meeste buitenlanders kennen n.l. niet dat naar kerken gescheiden verenigingsleven, bij hen heeft de kerk een andere - meer persoonlijke - functie. Zij zoeken daarom hun sociale contacten toch liever in eigen kring. Natuurlijk spelen de zuilen eveneens mee bij het handhaven van huwelijkstaboes. Ook deze zijn in Nederland kerkelijk gebonden. Bij Joden en Katholieken waren ze tot voor zeer kort nog absoluut, maar ook andere Nederlanders trouwen als regel binnen hun eigen kerk: in 1965 was dat bij 80% van de huwelijken het geval. De sterke nadruk op het verbod buiten de eigen kerk te trouwen betekent vermoedelijk, dat andere maatschappelijke scheidslijnen, zoals ras of klasse, bij de beoordeling een geringere rol spelen. In de laatste jaren neemt nu echter de sociale controle juist op dit punt zeer sterk af: in studentenkringen speelt de godsdienst bij de partnerkeuze waarschijnlijk nu reeds een uiterst ondergeschikte rol en deze houding breidt zich zienderogen uit over andere kringen van de bevolking. Het is niet helemaal ondenkbaar, dat met het losser worden van het ene taboe de andere meer nadruk krijgen en dat bij de partnerkeuze meer zal worden gelet op sociale factoren. Onder die sociale factoren moet men ook rekenen het vreemdelingenschap. Over de vraag hoeveel huwelijken tussen allochtone en autochtone partners reeds hebben plaatsgevonden, kunnen we geen exacte cijfers krijgen, omdat vele categorieën van allochtonen nergens als zodanig staan geregistreerd. Toch zou het wellicht nu nog mogelijk zijn met gebruikmaking van samples uit vestigingsregisters een indruk te krijgen van de frequentie van raciaal en nationaal ge- 17

20 mengde huwelijken, van hun duurzaamheid, het kindertal, enz. Ook opiniepeilingen op dit gebied kunnen ons inzicht verbeteren. Uit een enkele kort geleden gehouden opiniepeiling 3 vallen wel al enkele conclusies te trekken. Bij een meting van de houding van de bevolking volgens de Bogardus-schaal bleken de scores voor de verschillende genoemde groeperingen variërende van 'dichter bij ons' tot 'verder van ons af'als volgt te liggen: Fransen 6,2; Indische Nederlanders 6,0; Duitsers 5,8; Surinamers 5,6; Italianen 5,4; Ambonezen 5,3; Turkse gastarbeiders 4,4. Het bleek dat 17% van alle Nederlanders geen bezwaar zou hebben tegen het opnemen in de familie van vreemdelingen van welke afkomst dan ook, 67% zou Fransen in de familie accepteren, Indische Nederlanders en Duitsers scoorden op dit punt gelijk met 58. De Turken komen ver achteraan met 28. Het feit, dat de Turken zo ver achteraan staan, zou kunnen wijzen op bezwaren in de godsdienstige sfeer (zij vormden de enige groep van apert-niet-christenen). Dat zij met Ambonezen en Italianen achteraan komen kan ook een gevolg zijn van het beeld dat men heeft van de sociale positie van deze drie groepen. In elk geval speelt blijkbaar de huidkleur een geringe rol en vermoedelijk is de 'Nederlandse' achtergrond van Indische Nederlanders en Surinamers belangrijk. Wijzigingen in dit beoordelingspatroon kunnen nog zeer goed optreden. Vermoedelijk niet meer ten aanzien van Indische Nederlanders, maar wel als het Surinamers, Ambonezen en buitenlandse arbeiders betreft. Zeker moeten we daarop bedacht zijn, wanneer in de toekomst de sociale samenstelling van deze groepen geen wijziging van betekenis zal ondergaan. Noten 1. De uitspraak van William Peterson in: 'Planned Migration' hoofdstuk Il, dat wij zo arm geworden zijn door het verlies van de koloniën en daarom de mensen moeten laten emigreren, doet ons nu hoogst vreemd aan! 2. Over de verzuiling als typisch Nederlands verschijnsel: J. Goudsblom, 'Dutch society' en A. Liiphart, 'Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek'. 3. Rassenvooroordeel in Nederland. Onderzoek van het Ned. Centrum voor Marketing Analyses ten behoeve van Avro-Televizier. Juni

21 3 Het Overheidsbeleid inzake allochtone groepen Auteur: Drs. C. S. van Praag 1. Inleiding In het hoofdstuk 'De ontvangende samenleving' kwam al tot uitdrukking dat de aanwezigheid van een aantal, als zodanig herkenbare, allochtone groepen geen ernstige minderheidsproblemen met zich heeft gebracht. Nederland kan, wat dit betreft, de vergelijking met een land als Engeland gemakkelijk doorstaan. Vaak wordt dit voor ons verheugende feit toegeschreven aan het verhoudingsgewijs geringe aantal allochtonen, dat wij zouden herbergen. Volgens dit criterium echter zou Nederland met zijn ruwweg voor 3% allochtone bevolking altijd nog meer problemen moeten hebben dan juist weer Engeland, waar het percentage gekleurde immigranten volgens schattingen onder de twee blijft. Vaak ook wordt de verklaring gezocht in het karakter van ofwel de autochtone, ofwel de allochtone bevolking van ons land. Afgezien van de waarde van dergelijke, op niveau van het individu en dan nog met gebrekkige instrumenten gedane, waarnemingen als verklaring voor een sociaal verschijnsel, schijnt het met de verdraagzaamheid van de Nederlandse bevolking niet eens zo geweldig goed gesteld te zijn*. Wat betreft het karakter van de allochtonen in ons land: ongetwijfeld is het een gelukkige omstandigheid, dat meer dan tweederde deel van hen uit Indische Nederlanders bestaat, een groep, die, zoals uit het hoofdstuk Gerepatrieerden blijkt altijd een zeer geringe afstand tot de Nederlandse cultuur heeft gekend, een groep, die bovendien - hier komt het 'karakter' van de autochtonen weer in het beeld - op de politieke sympathie van zeer veel Nederlanders kon rekenen. Toegegeven, dat culturele en politieke affiniteit hun steentje tot de goede verhoudingen hebben bijgedragen. Zo groot echter de rol is van culturele verschillen als een rechtvaardiging voor depreciatie en discriminatie van andere groepen, zo weinig tellen vaak culturele overeenkomstigheden als een reden tot aanvaarding en non-discriminatie. De zwarte Jamaicanen, wederom in Engeland, weten hiervan mee te praten. Mijns inziens vallen de relatief goede relaties tussen autochtonen en allochtonen in Nederland, het 'Nederlandse wonder' in de ogen van de Engelsen, niet te verklaren, zonder aandacht te geven aan de duidelijke, zo niet dominerende rol, die de overheid in het absorptieproces van de allochtonen heeft gespeeld. Rassenvooroordeel in Nederland. Enquête t.b.v. A.V.R.O.-Televisie. Nederlands Centrum voor Marketing Analyses

22 Het doel van dit hoofdstuk is op deze rol van de overheid enig licht te werpen. Enkele toelichtende opmerkingen zijn echter eerst nog noodzakelijk. Als in deze beschouwing voortaan gesproken wordt over de overheid of het beleid, heeft dit betrekking op de centrale overheid en de van haar uitgaande maatregelen. Het optreden van de plaatselijke overheden en ook van, wat men noemt, het particulier initiatief is nauw verweven met dat van de centrale overheid, waarbij allerlei vormen van arbeids- en rolverdeling gehanteerd worden. Het beleid wordt hier beschreven vanuit een centraal standpunt en voor zover de centrale overheid er zelf bij betrokken is. De, overigens zeer belangrijke, bijdrage van de andere betrokkenen komt hierdoor wellicht niet helemaal uit de verf. Voorts zal in deze beschouwing vaak de indruk gewekt worden, als zou de overheid als geheel een bepaalde visie huldigen, een bepaald doel nastreven. Nu is het allochtonen-beleid dat bij verscheidene Ministeries berust, soms het produkt van moeizaam bereikte overeenstemming. Soms ook, waar een dergelijke consensus binnen de overheid nog niet is bereikt of zelfs is nagestreefd, behartigen de verschillende Departementen hun eigen, niet noodzakelijk parallel lopende, belangen en wordt het beleid bepaald door de partij met het sterkste mandaat. Het op het ogenblik gevoerde buitenlandse werknemers beleid waaraan drie Ministeries, elk met een eigen visie, participeren, is hiervan een voorbeeld. 1.1 Toelatingsbeleid en absorptiebeleid Een categorisering van beleidsmaatregelen, die betrekking hebben op allochtone groepen, leidt vanzelf tot de onderscheiding van een toelatingsbeleid en een absorptiebeleid. Beide soorten beleid staan voor een volstrekt verschillende opgave, bedienen zich van verschillende instrumenten en gaan, in het algemeen, uit van verschillende beleidsinstanties. Het absorptiebeleid, opgevat als de wijze, waarop de overheid invloed tracht uit te oefenen op de positie van in ons land gevestigde allochtone groepen, is voor ons interessanter dan het toelatingsbeleid, dat gefixeerd is aan voor ons land niet karakteristieke wetten en aan internationale verdragen en conventies van een relatief lange levensduur. Het toelatingsbeleid zal in dit stuk daarom minder gedetailleerd worden behandeld dan het absorptiebeleid. 2. Toelatingsbeleid Het merendeel der allochtonen in ons land heeft zich tot dusverre, als Nederlands onderdaan, automatisch voor toelating tot Nederland gekwalificeerd (gerepatrieerden, Surinamers en Antillianen). Dit wil niet zeggen, dat er ten aanzien van de overkomst van deze groepen in het geheel geen beleid is gevoerd. Dit geldt misschien voor de Surinamers en Antillianen, maar ten aanzien van de repatriëring uit Indonesië heeft, gedurende een bepaalde periode, een onmiskenbaar afwerend beleid bestaan. De Nederlandse regering heeft zich hierbij echter niet losgemaakt van haar wettelijke ver- 20

23 plichtingen en de Nederlandse grenzen nooit gesloten voor haar onderdanen in Indonesië. Het beleid bediende zich van andere middelen. In het begin van de vijftiger jaren huldigde de Nederlandse regering het standpunt, 'dat de belangen van het overgrote deel van de in Indonesië geboren en getogen personen van Nederlandse nationaliteit het beste zijn gediend met een voortgezet verblijf in Indonesië'l. De Memorie van Antwoord, waaraan deze passage is ontleend, vermeldt verder expliciet, dat alle activiteiten van de regering in het kader van het maatschappelijk werk ten behoeve van Nederlanders in Indonesië worden bepaald door het standpunt dat overkomst naar Nederland een minder gewenst verschijnsel isl. Zo worden voorschotten voor diegenen, die de overtocht niet zelf kunnen betalen pas verstrekt, als na 'een uiterst minutieus onderzoek' is ge.bleken, dat overkomst naar Nederland overeenstemt met 'het welbegrepen eigenbelang van betrokkenen'l. De Nederlandse overheid bevorderde in deze periode het volgen van op Indonesië gericht onderwijs, het opteren voor de Indonesische nationaliteit en de aanpassing aan de Indonesische samenleving in het algemeen. Zij spande zich in, haar onderdanen in Indonesië een bestaan te verschaffen, terwijl de Indonesische regering zich te zelfder tijd (en met meer succes) erop richtte de Nederlanders economisch uit te schakelen. Geen wonder dat dit beleid bij de betrokken Nederlanders op geen enkele manier aansloeg en de repatriëring op grote schaal voortgang vond. Omstreeks 1956 schikte de regering zich in het onvermijdelijke en staakte haar pogingen de overkomst te beperken. Angst voor overbevolking en een zekere mate van xenofobie, die in het repatriëringsbeleid een rol speelden, kan men terugvinden in een nogal restrictief gevoerd vreemdelingenbeleid. Ons vreemdelingenrecht (tot 1967 bestaande uit een aantal verschillend gedateerde brokstukken wetgeving, sindsdien vastgelegd in de nieuwe Vreemdelingenwet) maakt het - in het algemeen - mogelijk, vreemdelingen het verblijf in ons land, of zelfs de toegang tot ons land te ontzeggen. Beslissingen hieromtrent kunnen ad hoc worden genomen. De Vreemdelingenwet eist slechts, dat de afweging van de belangen der verschillende partijen en het algemeen rechtsbewustzijn als richtlijn hierbij dienen. 2 Op dit punt stemt trouwens het Nederlandse vreemdelingenrecht overeen met dat van andere landen; noodzakelijkerwijs, mag men wel zeggen, wil Nederland zich niet als enige aan een, in principe, ongelimiteerde immigratie blootstellen. Het algemeen rechtsbewustzijn besliste ten gunste van de meeste spijtoptanten, Nederlandse onderdanen, die ten tijde van de soevereiniteitswisseling voor het Indonesische staatsburgerschap hadden geopteerd (vaak mede onder druk van de Nederlandse regering), maar die, in een later stadium, toelating in Nederland zochten. Deze toelating vond tussen 1959 en 1968 quota-gewijs plaats; ongeveer aanvragen werden gehonoreerd. Een aparte positie in het vreemdelingenrecht nemen vluchtelingen en, sinds enkele jaren, E.E.G.-onderdanen in. Vluchtelingen zijn volgens de Vreemdelingenwet, vreemdelingen, afkomstig uit 'een land waarin zij gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging wegens hun gods- 21

24 dienstige of politieke overtuiging of hun nationaliteit, dan wel wegens het behoren tot een bepaalde sociale groep'. Deze vreemdelingen worden door Nederland niet teruggezonden naar het land, waaruit zij gevlucht zijn. Dit verplicht Nederland overigens niet tot het verlenen van asyl aan deze vluchtelingen, welke verplichting in het verleden evenmin werd gevoeld jegens de zgn. verdragsvluchtelingen (vluchtelingen in de zin van het Verdrag van Genève). Lang niet alle vluchtelingen, die in ons land verblijf zochten, zijn dan ook opgenomen. Aangezien de meeste vluchtelingen, hier binnenkwamen via Duitsland, een land, waar zij zich al in veiligheid bevonden, konden zij eenvoudigweg weer naar dit land worden teruggezonden. Vluchtelingen, direct uit het vluchtland, die dus niet konden worden uitgewezen, hebben zich in Nederland uiteraard weinig aangediend. De vluchtelingen, die zich hier sinds de oorlog gevestigd hebben, zijn overwegend groepsgewijs en op uitnodiging van de Nederlandse regering gekomen. Men denke aan de Poolse militairen, de bouwvakkers en de 'hard-core'-gevallen uit de vluchtelingenkampen, de Hongaren van Sinds 1945 heeft Nederland ongeveer vluchtelingen toegelaten, terwijl ongeveer 5500 reeds in Nederland aanwezige personen een vluchtelingenstatus kregen (refugiés SUf place). Als vluchtelingen zou men ook kunnen beschouwen de Ambonezen, die Nederland in 1951 opnam, met dien verstande, dat de Ambonezen hun aanspraak op asyl primair ontleenden aan de verantwoordelijkheid die Nederland jegens hen, als K.N.l.L., militairen, (later met de tijdelijke status van K.L.-militairen) bezat. Een bijzondere status hebben sinds enkele jaren ook de onderdanen van E.E.G.-landen. Zij die in Nederland arbeid verrichten of dit wensen te doen (en de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt is in hun geval geheel vrij) hebben recht op een verblijfsvergunning. Slechts persoonlijk wangedrag en bedreiging van de nationale veiligheid kunnen nog leiden tot uitzetting uit ons land. Van de in dit boek besproken allochtone groepen geldt de E.E.G.-status voor de Italianen, wier belangstelling voor de Nederlandse arbeidsmarkt echter al jarenlang sterk verflauwd is. Buitenlandse werknemers uit andere landen zijn minder geprivilegeerd. Praktisch gesproken zijn de voorwaarden, waaronder zij hier verblijven nauwelijks ongunstiger, maar op het punt van de toelating geeft het vreemdelingenrecht hun geen enkele garantie en zijn zij afhankelijk van ad hoc genomen overheidsbeslissingen. Een tijd lang heeft de overheid zich weinig om de binnenkomst van buitenlandse werknemers bekommerd. Zodra zij werk gevonden hadden, werd hun verblijf hier door middel van een verblijfsvergunning geformaliseerd. Sinds 1 juni 1968 echter worden nog slechts door het Nederlandse bedrijfsleven gecontracteerde werknemers uit de Mediterrane landen toegelaten. Het doel van deze maatregel is niet zozeer de beperking van de arbeidsmigratie, als wel de inbedding ervan in de door de officiële werving geschapen kanalen (zie hiervoor de paragrafen 3.4 en 4.3). Een zeer restrictief toelatingsbeleid wordt ten slotte gevoerd ten opzichte van de Chinezen. Druppelsgewijs worden zij in Nederland toegelaten, voornamelijk om de continuïteit van het Chinese restaurant-bedrijf mogelijk te maken. 22

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) werd opgeheven op 26 juli 1950. In maart en

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2006 - I

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2006 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING 1p 1 Het aantal asielaanvragen is sinds 2000 gedaald. Waardoor is het aantal asielzoekers in Nederland

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING kaarten 1 en 2 Spreiding allochtonen in Den Haag kaart 1 kaart 2 uit Indonesië totaal

Nadere informatie

4. Kans op echtscheiding

4. Kans op echtscheiding 4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

B 19 Voortgezet verbliif 19

B 19 Voortgezet verbliif 19 B 19 Voortgezet verbliif 19 4 Voortgezet verblijf van vreemdelingen die voor verblijf bij (huwelijks-)partner of voor verruimde gezinshereniginp zijn toegelaten na verlies van de afhankeliike verblijfstitel

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

De feiten: arbeidsmigratie door de jaren heen

De feiten: arbeidsmigratie door de jaren heen De feiten: arbeidsmigratie door de jaren heen Jeannette Schoorl Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) Den Haag NIDI/NVD/CBS Seminar arbeidsmigratie 30 maart 2011 Onderwerpen Historische

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

14 Hoofdstuk 1: Politieke ruimte voor Nederlanders in het buitenland

14 Hoofdstuk 1: Politieke ruimte voor Nederlanders in het buitenland Inhoudsopgave 6 Inleiding 14 Hoofdstuk 1: Politieke ruimte voor Nederlanders in het buitenland 16 Frankrijk 19 Italië 22 Kroatië 25 Portugal 28 Zwitserland 33 Deelconclusies (I) 34 Hoofdstuk 2: Economische

Nadere informatie

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen Protocol Ongewenste Omgangsvormen Van De Banketgroep en haar dochtervennootschappen van toepassing vanaf 1 december 2013 Inleiding De Banketgroep wil ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie,

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf Dit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit

Nadere informatie

Embargo t/m woensdag 16 december 2015, 11.00 uur. Publicatie Policy Brief Geen tijd verliezen. Van opvang naar integratie van asielmigranten

Embargo t/m woensdag 16 december 2015, 11.00 uur. Publicatie Policy Brief Geen tijd verliezen. Van opvang naar integratie van asielmigranten Persbericht Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), Wetechappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Wetechappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Embargo t/m woedag 16 december 2015, 11.00 uur

Nadere informatie

Partnerkeuze bij allochtone jongeren

Partnerkeuze bij allochtone jongeren Partnerkeuze bij allochtone jongeren Inleiding In april 2005 lanceerde de Koning Boudewijnstichting een projectoproep tot voorstellen om de thematiek huwelijk en migratie te onderzoeken. Het projectvoorstel

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Toespraak van Anouchka van Miltenburg, Voorzitter van de Tweede Kamer, bij de bijeenkomst van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945, op 14 augustus 2015 in de Tweede Kamer We dachten dat we na de capitulatie

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum)

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum) Emancipatie en opleidingskeuze A uteur(s): Grip, A. de (auteur) Vlasblom, J.D. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. (auteur) Een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XV (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voor

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Onvoldoende pedagogische en didactische begeleiding, niet vermelden LKC in schoolgids; klacht gedeeltelijk gegrond; voortgezet onderwijs.

Onvoldoende pedagogische en didactische begeleiding, niet vermelden LKC in schoolgids; klacht gedeeltelijk gegrond; voortgezet onderwijs. Landelijke Klachtencommissie voor het openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs ( mr. H.T. van der Meer, W. Dulfer-Visser, S.Y. Kuurstra-Brons ) Uitspraaknr. 05.014 Datum: 27 mei 2005 Onvoldoende

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN

INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN Integriteitscode Stichting Primair en Voortgezet Onderwijs Zuid-Nederland Vastgesteld op 17 februari 2014 1 INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN 1 Inleiding... 3 2 Wie vallen er onder de code?... 3 3

Nadere informatie

Bijlage C 37 Uittreksel uit het Vluchtelingenverdrag en uit het Protocol van 31 januari 1967 met artikelsgewijze toelichtinq

Bijlage C 37 Uittreksel uit het Vluchtelingenverdrag en uit het Protocol van 31 januari 1967 met artikelsgewijze toelichtinq Bijlage C 37 Uittreksel uit het Vluchtelingenverdrag en uit het Protocol van 31 januari 1967 met artikelsgewijze toelichtinq Artikel 1 (Verdrag) Definitie van de term 'vluchteling' A, Voor de toepassing

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie haar klacht van 16 april 2004 over de lange duur van de behandeling

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438

Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 Rapport Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 2 Klacht Op 24 december 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Hengelo, ingediend door Thuiszorg Centraal Twente

Nadere informatie

IV.8. ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND (PKN) OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 15 LID 2 VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT

IV.8. ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND (PKN) OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 15 LID 2 VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT IV.8. ASSOCIATIEOVEREENKOMST MET DE PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND (PKN) OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 15 LID 2 VAN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT B. TOELICHTING Artikel 3 De kern van de overeenkomst is dat we elkaar

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling

Klokkenluidersregeling REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands

Examen HAVO. Nederlands Nederlands Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 20 juni 13.30 16.30 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 47 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen

Nadere informatie

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011 5.10.1 Gedragscode FloreoKids Versie 1 26-7-2011 5.10.1. Gedragscode FloreoKids Om elkaar te beschermen heeft FloreoKids in een gedragscode beschreven op welke wijze we met elkaar en met onze klanten omgaan.

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 De gemeenschap van mijn overgrootvader vormt een van oudste minderheidsgroepen

Nadere informatie

Waarom interculturalisatie moeilijker is dan het lijkt

Waarom interculturalisatie moeilijker is dan het lijkt Getuigenissen uit de praktijk Waarom interculturalisatie moeilijker is dan het lijkt Allochtone kinderen in de therapeutische praktijk, dat is niet nieuw. Al een aantal decennia is er aandacht voor dit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER?

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? Amsterdam, november 2011 Auteur: Dr. Christine L. Carabain NCDO Telefoon (020) 5688 8764 Fax (020) 568 8787 E-mail: c.carabain@ncdo.nl 1 2 INHOUDSOPGAVE Samenvatting

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

In bezwaar of beroep

In bezwaar of beroep In bezwaar of beroep Wanneer u het niet eens bent met een beslissing van de Nederlandse overheid op grond van de Vreemdelingenwet, dan kunt u hiertegen juridische stappen ondernemen. Dit informatieblad

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste.

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste. 6 Het is vies als twee jongens met elkaar vrijen Seksuele gezondheid van jonge allochtonen David Engelhard, Hanneke de Graaf, Jos Poelman, Bram Tuk Onderzoeksverantwoording De gemeten aspecten van de seksuele

Nadere informatie

Resultaten & conclusies onderzoek:

Resultaten & conclusies onderzoek: Resultaten & conclusies onderzoek: Kinderen over armoede en vluchtelingen door Kinderen Goedgekeurd! Er hebben in totaal 50 scholen deelgenomen aan deze enquête. Dit gaat om een 3000-tal leerlingen. 1.

Nadere informatie

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Mevrouw drs. M.C.F. Verdonk Kamer L 324 Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Mevrouw drs. M.C.F. Verdonk Kamer L 324 Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Mevrouw drs. M.C.F. Verdonk Kamer L 324 Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Advies ACVZ motie Dittrich c.s. Zeer geachte Mevrouw Verdonk, Op 2 september 2004

Nadere informatie

Stichting SAN Inhoudelijke jaarverslag 2014

Stichting SAN Inhoudelijke jaarverslag 2014 Inhoudelijke jaarverslag 2014 Inhoudsopgave Voorwoord... 2 Inleiding... 3 Activiteiten... 4 SPIOR... 4 Discriminatie... 5 Thema-avonden voor ouders... 6 Sport voor jongeren en ouderen... 7 Samenwerking

Nadere informatie

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek 5. Verkrijgen en toekennen van de Belgische nationaliteit 1 5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek Sinds het ontstaan van het Koninkrijk stijgt het aantal vreemdelingen dat Belg wordt

Nadere informatie

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Uitspraak 201103208/1/V1. Datum uitspraak: 10 april 2012 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

Factsheet Demografische ontwikkelingen

Factsheet Demografische ontwikkelingen Factsheet Demografische ontwikkelingen 1. Inleiding In deze factsheet van ACB Kenniscentrum aandacht voor de demografische ontwikkelingen in Nederland en in het bijzonder in de provincie Noord-Holland.

Nadere informatie

Mr. R.H. de Haas-Engel HETINDONESISCH NATIONALITEITSRECHT

Mr. R.H. de Haas-Engel HETINDONESISCH NATIONALITEITSRECHT Mr. R.H. de Haas-Engel HETINDONESISCH NATIONALITEITSRECHT KLUWER - DEVENTER - 1993 INHOUD VOORWOORD INHOUD LIJST VAN AFKORTINGEN LUST VAN INDONESISCHE TERMEN VII IX XV XVII HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1 1 Probleemstelling

Nadere informatie

Kwetsbare minderheidsgroep

Kwetsbare minderheidsgroep IND-werkinstructie nr. 2013/14 (AUA) Openbaar/ Extern Aan Directeur klantdirectie Asiel c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 26 juni 2013 Geldig vanaf 26 juni 2013 Geldig tot Onderwerp Vindplaats Bijlage(n)

Nadere informatie

Cultuurparticipatie in Dordrecht.

Cultuurparticipatie in Dordrecht. Cultuurparticipatie in Dordrecht. Bas Hoeing CMV 2 09018387 Inhoudsopgave: Aanleiding Blz. 3 Het probleem Blz. 3 De opdrachtgever Blz. 3 Vraagstelling Blz. 4 Deelvragen Blz. 4 Aanpak Blz. 4 Definities

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Senioren ontmoeten elkaar. Verslag van 2 oktober 2010

Senioren ontmoeten elkaar. Verslag van 2 oktober 2010 Senioren ontmoeten elkaar Verslag van 2 oktober 2010 Meer overeenkomsten dan verschillen Dit is, in het kort, de conclusie van de lunchbijeenkomst Senioren ontmoeten elkaar 1 op 2 oktober 2010. De lunchbijeenkomst

Nadere informatie

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst?

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Bij deze opgave horen tekst 1 en 2 en de tabellen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje. Inleiding In Nederland zijn ruim 4 miljoen mensen actief in het vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Gew. bij S.B. 1983 no. 104.

Gew. bij S.B. 1983 no. 104. WET van 24 november 1975, tot regeling van het Surinamerschap en het Ingezetenschap (S.B.1975 no.4), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B. 1983 no. 104, S.B. 1984 no. 55, S.B.

Nadere informatie

Verdrag van Genhve betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het daarbij behorende Protocol (uittreksel)

Verdrag van Genhve betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het daarbij behorende Protocol (uittreksel) Verdrag van Geneve en Protocol C17 C17 Verdrag van Genhve betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het daarbij behorende Protocol (uittreksel) Verdrag van 28 juli 1951, Trb. 1954,88. In werkingtreding

Nadere informatie

GELIJKE KANSEN IN BELGIË

GELIJKE KANSEN IN BELGIË GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK 1. EEN WOORDJE UITLEG Tijdens het bezoek aan de Democratiefabriek hebben jullie kunnen vaststellen dat bepaalde elementen essentieel zijn om tot een democratie

Nadere informatie

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.3.2015 COM(2015) 103 final ANNEX 1 BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er geen oefenpakket bestaat waarmee zijn echtgenote, die alleen de Somalische taal beheerst, zich kan voorbereiden op het basisexamen Inburgeren in het buitenland.

Nadere informatie

Emigrerende Nederlander heeft nooit heel erge haast

Emigrerende Nederlander heeft nooit heel erge haast Tekst 4 Emigrerende Nederlander heeft nooit heel erge haast 5 10 15 20 25 30 35 40 (1) Postbodes gezocht. Standplaats: Reykjavik. Vereist: een goede conditie. Kennis van de IJslandse taal niet nodig. Zomaar

Nadere informatie

Constructie van de variabele Etnische afkomst

Constructie van de variabele Etnische afkomst Constructie van de variabele Etnische afkomst Ter inleiding geven we eerst een aantal door verschillende organisaties gehanteerde definities van een allochtoon. Daarna leggen we voor het SiBO-onderzoek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

MAATSCHAPPIJLEER II VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

MAATSCHAPPIJLEER II VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 MAATSCHAPPIJLEER II VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens. Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

Samen werken aan het verminderen van overbelasting

Samen werken aan het verminderen van overbelasting Samen werken aan het verminderen van overbelasting Doelgroep Wij zijn begonnen met 3 bij ons bekende Marokkaanse mantelzorgers, die alledrie balanceerde op het randje van afknappen. Zij hadden dezelfde

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Youth Today: hoe communiceer je best naar jongeren toe?

Youth Today: hoe communiceer je best naar jongeren toe? Youth Today: hoe communiceer je best naar jongeren toe? Wat betekent het om jong te zijn in 2015? Waarin verschillen de jongeren van vandaag met die van het vorige decennium? Één constante: jongeren leven

Nadere informatie

Allochtone Nederlandse ouderen: de onverwachte oude dag in Nederland

Allochtone Nederlandse ouderen: de onverwachte oude dag in Nederland Allochtone Nederlandse ouderen: de onverwachte oude dag in Nederland Cor Hoffer cultureel antropoloog / socioloog c.hoffer@parnassiabavogroep.nl 1 Onderwerpen: gezondheidszorg en cultuur demografische

Nadere informatie

Allochtonen in de politiek

Allochtonen in de politiek Allochtonen in de politiek In dit dossier kunt u informatie vinden over de participatie van allochtonen in de Nederlandse politiek. Wie heeft recht om te stemmen? Hoeveel allochtonen zijn volksvertegenwoordiger?

Nadere informatie

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding Naar aanleiding van vragen over de hoge arbeidsongeschiktheidspercentages

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201103602/1/V3. Datum uitspraak: 11 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II BEOORDELINGSMODEL Vraag Antwoord Scores Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING 1 C 2 maximumscore 2 Surinamers en Antillianen/Arubanen 1 gegeven

Nadere informatie

MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 MAATSCHAPPIJWETENSCHAPPEN HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (het CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Buitenlandse pleegkinderen

Buitenlandse pleegkinderen Buitenlandse pleegkinderen Buitenlandse pleegkinderen Algemeen Adoptief-pleegkinderen Voorschriften betreffende de behandeling van verzoeken om opneming Voorschriften voor opneming en toelating Voorschriften

Nadere informatie

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins M200705 Werkgelegenheid bij startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2007 2 Werkgelegenheid bij startende bedrijven Van startende bedrijven wordt verwacht dat zij bijdragen aan nieuwe werkgelegenheid.

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Bruggenbouwers Linko ping, Zweden

Bruggenbouwers Linko ping, Zweden Bruggenbouwers Linko ping, Zweden Het Bruggenbouwers project wordt in de Zweedse stad Linköping aangeboden en is één van de succesvolle onderdelen van een groter project in die regio. Dit project is opgezet

Nadere informatie

Resultaten van het IND-dossieronderzoek

Resultaten van het IND-dossieronderzoek Bijlage 1. Resultaten van het IND-dossieronderzoek 1. Inleiding In de kabinetsnota Privé geweld-publieke zaak, die de Minister van Justitie op 12 april 2002 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is aandacht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 732 Algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet 2000) Nr. 98 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312

Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) incorrecte informatie heeft verschaft in de brochure en op de

Nadere informatie

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters )

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK 12-7108; 96507/FA RK 12-71111; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) [Verzoekster] te [adres verzoekster], verzoekster, advocaat: mr. M. Huisman

Nadere informatie

Koninklijk besluit betreffende de documenten voor het verblijf in België van bepaalde vreemdelingen.

Koninklijk besluit betreffende de documenten voor het verblijf in België van bepaalde vreemdelingen. Datum : 30/10/1991 Gewijzigd door het K.B. van 17/10/2000 (B.S. : 21/11/2000) Gewijzigd door het K.B. van 25/05/2005 (B.S. : 13/06/2005) B.S. : 17/12/1991 (Bijgewerkt 14/06/2005) Koninklijk besluit betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/11/043 ADVIES NR 10/23 VAN 5 OKTOBER 2010, GEWIJZIGD OP 5 APRIL 2011, BETREFFENDE HET MEEDELEN VAN ANONIEME

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

Migratie in Utrecht. Renée Langedijk,Natalie Bakker, Wouter Smit en Boy Trip 3D

Migratie in Utrecht. Renée Langedijk,Natalie Bakker, Wouter Smit en Boy Trip 3D Migratie in Utrecht Renée Langedijk,Natalie Bakker, Wouter Smit en Boy Trip 3D Inhoudsopgave - Inhoudsopgaven - Inleiding - Welke etnische groepen zijn er in utrecht? - Hoe kun je bepaalde etnische groepen

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie Die publieke opinie in de Europese Unie Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie. Dit werd opgesteld voor de Vertegenwoordiging van de Europese

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inleiding 11 1 Eerste verkenning 15 1.1 Waarom is kennis van religie belangrijk voor journalisten? 16 1.2 Wat is religie eigenlijk? 18 1.2.1 Substantieel en functioneel 18 1.2.2

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Maatschappijleer H5 Pluriformiteit

Maatschappijleer H5 Pluriformiteit Maatschappijleer H5 Pluriformiteit 1 NL Pluriforme samenleving: samenleving waarin mensen leven met verschillende tradities, culturen & leefstijlen. Een typisch cultuurkenmerk is bijvoorbeeld religie.

Nadere informatie

Onderwerp Beslissingen op bezwaar betreffende vermaakcentrum zonder muziek op Koningsplein tijdens vierdaagsefeesten 2012

Onderwerp Beslissingen op bezwaar betreffende vermaakcentrum zonder muziek op Koningsplein tijdens vierdaagsefeesten 2012 Openbaar Onderwerp Beslissingen op bezwaar betreffende vermaakcentrum zonder muziek op Koningsplein tijdens vierdaagsefeesten 2012 Programma / Programmanummer Veiligheid / 1012 BW-nummer D12.201677 Portefeuillehouder

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie