MIDDELENGEBRUIK IN VLAANDEREN: EEN STAND VAN ZAKEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MIDDELENGEBRUIK IN VLAANDEREN: EEN STAND VAN ZAKEN"

Transcriptie

1 MIDDELENGEBRUIK IN VLAANDEREN: EEN STAND VAN ZAKEN

2

3 Inhoud Dankwoord...7 Leeswijzer...8 HOOFDSTUK 1. HET (MEERVOUDIG) GEBRUIK VAN TABAK, ALCOHOL EN ILLEGALE DRUGS Inleiding Gebruik Tabak Ooit gebruik tabak Beginleeftijd Beginleeftijd roken Beginleeftijd dagelijks roken Occasioneel roken = minder dan 1 keer per week Regelmatig roken = minstens 1 keer per week Dagelijks roken Zware rokers = personen die meer dan 20 sigaretten per dag roken Huidige rokers = personen die op het moment van de bevraging roken Stoppogingen Gebruik en misbruik van alcohol Ooit gebruik alcohol Beginleeftijd alcoholgebruik Occasioneel gebruik alcohol = minder dan 1 keer per week Regelmatig gebruik alcohol = minstens 1 keer per week Dagelijks gebruik alcohol Overmatig alcoholgebruik Binge Drinking Dronkenschap Risicovol gebruik volgens (BMA/WGO normen) Problematisch alcoholgebruik Volgens de BMA / WGO-normen Volgens CAGE Volgens DSM-IV Volgens CIDI / DSM III-R bij huisartspatiënten Gebruik van illegale drugs Ooit gebruik Ooit gebruik cannabis Ooit gebruik andere illegale drugs Beginleeftijd Beginleeftijd cannabisgebruik Beginleeftijd gebruik andere illegale drugs Occasioneel gebruik = minder dan 1 keer per week Occasioneel gebruik cannabis Occasioneel gebruik andere illegale drugs Regelmatig gebruik = minstens 1 keer per week Regelmatig gebruik cannabis Regelmatig gebruik andere illegale drugs Dagelijks gebruik Dagelijks gebruik cannabis...35

4 Dagelijks gebruik andere illegale drugs Problematisch gebruik andere illegale drugs dan cannabis Volgens DAST (drug abuse screening test) Meervoudig gebruik Gelijktijdig gebruik van middelen Achtereenvolgend gebruik van alcohol en tabak In het afgelopen jaar alcohol en tabak gebruikt In de afgelopen maand alcohol en tabak gebruikt Link tussen rookgedrag en DSM-IV alcoholgerelateerde stoornissen Algemene Conclusies Beginleeftijd Meest gebruikte drug Risicogroepen Evolutie over de afgelopen jaren Reviewtabellen Referenties...41 Bijlagen...41 HOOFDSTUK 2: GEBRUIK VAN DE HULPVERLENING Inleiding Zelfhulp DrugLijn De Tabak Stop Lijn Huisarts Centra Algemeen Welzijnwerk Centra Geestelijke Gezondheidszorg Spoedopname Algemene ziekenhuizen: minimale klinische gegevens (MKG) Psychiatrische verblijven: minimale psychiatrische gegevens (MPG) Behandelingscentra voor drugverslaafden met een RIZIV-conventie VVBV data: RIZIV data: EuropASI: beginleeftijd en duur misbruik Samenvatting Referenties...99 Bijlage Afkortingenlijst HOOFDSTUK 3: GEZONDHEIDSSCHADE TABAK-, ALCOHOL- EN ILLEGALE DRUG Situering Hoezo, slecht voor de gezondheid? Hoe ongezond is dan het gebruiken van tabak, alcohol en drugs Wat is de impact van het gebruik van tabak, alcohol en drugs op de gezondheid... van een bevolking? Wat kunnen we niet berekenen? Welke bronnen en mogelijkheden hebben we dan wel?

5 Het gebruik van een middel is geen aandoening: bijkomend berekenings probleem Gemaakte keuzes voor de methoden en selecties Waarschuwing Gezondheidsschade Tabak Tabaksgerelateerde sterfte Tabaksgerelateerde verloren potentiële jaren Tabaksgerelateerde ziekte Alcohol Alcoholgerelateerde sterfte Alcoholgerelateerde verloren potentiële jaren Alcoholgerelateerde ziekte Drugs Druggerelateerde sterfte Druggerelateerde verloren potentiële jaren Druggerelateerde ziekte Conclusies Enkele internationale cijfers Ter discussie Referenties Bijlagen Afkortingen en acroniemen HOOFDSTUK 4: MAATSCHAPPELIJKE SCHADE TABAK, ALCOHOL EN ILLEGALE DRUGS Inleiding Tabak Maatschappelijke kosten en baten van tabak in Europa Maatschappelijke kost van tabak in Frankrijk Overheidsuitgaven voor tabak in België Alcohol Maatschappelijke kosten en baten van alcohol in België Vergelijking met maatschappelijke kost van alcohol in Europa Maatschappelijke kosten en baten van alcohol in Europa Maatschappelijke kost van alcohol in Frankrijk Overheidsuitgaven voor alcohol in Europa Illegale drugs Overheidsuitgaven en maatschappelijke kost gedragen door de overheid van.. illegale drugs in België Maatschappelijke kost en overheidsuitgaven voor illegale drugs in het.. Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Spanje Conclusie Referenties DISCUSSIE Wat zijn de conclusies Wat zijn de aanbevelingen voor verder onderzoek

6 MIDDELENGEBRUIK IN VLAANDEREN: EEN STAND VAN ZAKEN 6

7 Dankwoord Dit rapport kwam tot stand in het kader van de gezondheidsconferentie tabak, alcohol en drugs op initiatief van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Inge Vervotte. De werkgroep epidemiologie onder leiding van de voorzitter Guido Van Hal is de drijvende kracht achter dit rapport. Op de gezondheidsconferentie zelf (23 en 30 november 2006) werd een bondig overzicht gegeven van de bestaande gegevens op vlak van gebruik, hulpverlening, gezondheidsschade en maatschappelijke kosten en baten van tabak, alcohol en illegale drugs. Dit rapport biedt een meer gedetailleerd overzicht en bredere achtergrond bij de bestaande gegevens. Speciale dank gaat uit naar de voorzitter van de werkgroep Guido Van Hal (UA) en de secretaris Barbara Vanden Bulcke (Agentschap Zorg en Gezondheid) en ook naar de auteur van het hoofdstuk Gebruik van de hulpverlening, Else De Donder (VAD) en de auteur van het hoofdstuk Gezondheidsschade, Anne Kongs (Agentschap Zorg en Gezondheid). Verder willen we de volgende leden van de werkgroep hartelijk bedanken voor het aanleveren van materiaal en suggesties en het nalezen en verbeteren van teksten: Lieven Annemans (UGent), Caroline Bollars (VIG), Ronny Bruffaerts (KUL), Joris Casselman (KUL), Heidi Cloots (A Z&G), Kathy Colpaert (UGent), Else De Donder (VAD), Herwin De Kind (A Z&G), Lydia Gisle (WIV), Anne Hublet (UGent), Luk Joossens (STK), Hilde Kinable (VAD), Anne Kongs (A Z&G), Patrick Lambrecht (VUB), Geert Lombaert (De Sleutel), Lea Maes (UGent), Leo Pas (DM), Veerle Raes (de Sleutel), Marc Roelands (WIV), Paul Van Deun (De Spiegel), Herman Van Oyen (WIV). Voor de eindredactie van dit rapport gaat dank uit naar Alexander Witpas, Marleen van Dijk, Rudi Overloop en Ria Vandenreyt. 7

8 Leeswijzer In dit rapport willen we een overzicht geven van de beschikbare onderzoeksresultaten over het gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs in Vlaanderen. De drie belangrijke aspecten die daarbij besproken worden zijn gedrag, gezondheidsschade en maatschappelijke schade. Resultaten met betrekking tot psychoactieve medicatie werden niet opgenomen. De beschikbare onderzoeksgegevens geven een indicatie: we kunnen deze beschouwen als verschillende stukjes van een mozaïek die via een voorzichtige interpretatie iets zeggen over wat we willen te weten komen. Aan de oorzaak van dit onvolledige resultaat ligt het feit dat de gegevens tot nog toe niet systematisch op geregelde tijdstippen en door middel van vergelijkbare epidemiologische methodes zijn verzameld. Voor het eerste hoofdstuk (gedrag) zijn er al heel wat stukjes van de mozaïek beschikbaar. Voor scholieren en bij de algemene bevolking beschikken we over een aantal representatieve studies voor Vlaanderen. Toch is het niet steeds mogelijk om overkoepelende conclusies te trekken omdat de onderzoeksmethoden, het jaar waarin het onderzoek werd uitgevoerd en de doelgroepen verschillen. Gegevens over universiteitsstudenten zijn in beperktere mate beschikbaar. Een belangrijke opmerking hierbij is dat al deze onderzoeken betrekking hebben op een niet-geïnstitutionaliseerde populatie. Dit betekent dat de meest problematische gebruikers veelal niet opgenomen zijn in deze studies. In het tweede hoofdstuk komt de mate waarin gebruik gemaakt wordt van de hulpverlening aan bod. Hiervoor wordt onder andere beroep gedaan op registratiegegevens van beschikbare hulpverlening. Een kanttekening die daarbij dient gemaakt te worden, is dat deze gegevens een onvolledig beeld van de problematische gebruikers weergeven. Immers, niet alle hulpbehoevende alcohol- en druggebruikers komen terecht in de hulpverlening. Deze registratiegegevens hebben dus een relatieve waarde en geven geen exacte weerspiegeling van wat zich in de samenleving afspeelt. Tegelijkertijd geven ze toch een indicatie van het aantal problematische gebruikers. In het derde hoofdstuk wordt getracht de schade die tabak, alcohol en drugs toebrengen aan de gezondheid in kaart te brengen. Gezien de korte tijd die voorhanden was voor het schrijven van dit rapport was het niet mogelijk om verregaande nieuwe analyses uit te voeren. Ook hier zijn de beschikbare gegevens niet direct vergelijkbaar. Zo zien we onder meer dat de internationale selectiecriteria voor tabaksgerelateerde sterfte breder zijn dan deze voor alcoholgerelateerde sterfte waardoor men een vertekend beeld krijgt wanneer men de verschillende middelen met elkaar vergelijkt. Toch wil dit hoofdstuk een beeld geven van de gezondheidsschade die de verschillende middelen veroorzaken én tegelijkertijd de nood aan verder onderzoek onderstrepen. Het laatste hoofdstuk tracht de maatschappelijke kost verbonden aan tabak, alcohol en drugs in euro weer te geven. In België en Vlaanderen zijn slechts weinig gegevens over deze kost beschikbaar. De beschikbare gegevens zijn moeilijk met elkaar te vergelijken omdat er in verschillende studies verschillende kosten worden in rekening gebracht. De lezer dient dit rapport dan ook te lezen met deze kritische bedenkingen in het achterhoofd. Via dit rapport willen we alle aanwezige stukjes zoveel mogelijk in kaart brengen en daaruit de nodige conclusies trekken. Ook wordt hier een eerste stap gezet om de ontbrekende stukken van informatie op te lijsten. Deze kunnen de basis vormen voor het plannen van toekomstig onderzoek. 8

9 9

10 Hoofdstuk 1. Het (meervoudig) gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs in Vlaanderen 10

11 1. Inleiding Voor het beschrijven van het middelengebruik in Vlaanderen kan er op verschillende studies beroep worden gedaan. De focus van dit overzicht beperkt zich tot Vlaams onderzoek. Waar mogelijk worden enkel de Vlaamse data van Belgische onderzoeken besproken. Resultaten van lokale of regionale onderzoeken worden niet besproken, behalve wanneer het gaat om unieke data (onderwerp waarover geen andere data voorhanden zijn). De belangrijkste onderzoeken waarop dit rapport gebaseerd is, worden hier kort geschetst. De gezondheidsenquête (HIS) beschrijft het gebruik van tabak, alcohol en cannabis in de Vlaamse bevolking van 15 jaar en ouder. De European Study on the Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD) beschrijft gebruik en problematisch gebruik van tabak, alcohol en drugs in de Belgische bevolking ouder dan 18 jaar (hier zijn geen gegevens beschikbaar op Vlaams niveau behalve voor het gebruik van tabak). De Stichting tegen Kanker (STK) onderzoekt het rookgedrag van de volwassen bevolking ouder dan 15 jaar in België en Vlaanderen. De studie Jongeren en gezondheid in Vlaanderen (HBSC), het European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs (ESPAD) en de VAD-leerlingenbevraging zijn schoolonderzoeken die het middelengebruik van Vlaamse scholieren tussen 11 en 18 jaar beschrijven. Voor de studentenpopulatie tussen 18 en 25 jaar worden de resultaten van de studentenbevraging van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen besproken. Voor de specifieke groep van uitgaanders wordt het middelengebruik beschreven aan de hand van de resultaten van het VAD Uitgaansonderzoek. Een verdere verduidelijking alsook een schematisch overzicht van de methodologie van deze bronnen is opgenomen in de bijlage (cf. Bijlage II). In onderstaande tekst worden deze resultaten per middel (tabak, alcohol, cannabis en illegale drugs en meervoudig gebruik) en per variabele (ooit gebruik, beginleeftijd, occasioneel, regelmatig, dagelijks en problematisch gebruik) besproken. Per variabele worden de verschillen tussen leeftijdsgroepen, geslachten en opleidingsniveau weergegeven. Verschillen worden enkel vermeld wanneer ze statistisch significant zijn 1. Merk op dat de verschillen tussen de drie onderwijsvormen (ASO, TSO en BSO) voor een deel worden verklaard door het verschil in leeftijd: de leerlingen in het ASO zijn gemiddeld de jongste, die in het BSO de oudste. In de ESPAD studie worden verschillen volgens socioeconomische situatie (cf.. methodologie bijlage) weergegeven. Voor HIS, VAD en HBSC worden trends over de voorgaande jaren weergegeven. Voor HBSC en ESPAD zijn een aantal internationale vergelijkingen weergegeven. De resultaten van de verschillende onderzoeken worden per variabele samengevat. 1 p<0,05 11

12 2. Gebruik Tabak 2.1. Ooit gebruik tabak Het ooit gebruik van tabak in de volwassen Vlaamse bevolking (> 18 jaar) werd onderzocht in het onderzoek van de STK en in het ESEMeD-onderzoek. Volgens deze laatste studie geeft 47,0% van de Vlaamse algemene volwassen bevolking aan ooit gerookt te hebben. Volgens het onderzoek van de STK heeft 52% van de volwassen Vlaamse bevolking (> 18 jaar) al ooit tabak gebruikt. Cijfers over het ooit gebruik van tabak bij scholieren vinden we terug in de VADLLB, de HBSC-studie en het ESPAD-onderzoek. Volgens de VADLLB heeft 45,6% van alle middelbare scholieren ooit tabak gerookt (cf. Bijlage III grafiek 9). De sterkste stijging situeert zich tussen jaar en jaar: 25,5% van de jarigen rookte ooit; 55,5% heeft op de leeftijd van jaar ooit tabak gerookt; bij de jarigen is dit 71,9%. Ook na 17 jaar zijn er bijgevolg nog jongeren die beginnen met het experimenteren met tabak. Meer jongens dan meisjes rookten ooit: 48,2% versus 42,9%. Er is een significant verschil in rookgedrag tussen leerlingen uit de verschillende onderwijsrichtingen: van de BSO-leerlingen rookte 63,2% ooit tabak (cf. Bijlage III, grafiek 11). In het TSO rookte 55,6% van de leerlingen ooit en in het ASO 35,1%. Dit verschil kan gedeeltelijk verklaard worden doordat er in het BSO meer oudere leerlingen zitten. De afgelopen 5 schooljaren is het ooit gebruik van tabak afgenomen van 53,9% (schooljaar ) tot 45,4% (schooljaar ) (cf. Bijlage III, grafiek 9). Deze daling doet zich voor tot de leeftijd van 16 jaar, zowel bij jongens als bij meisjes, en is beperkt tot het ASO. Volgens de HBSC-studie heeft 36,7% van de scholieren (11-18 jaar) al ooit tabak gerookt. Als men de cijfers volgens leeftijd rangschikt, ziet men dat 7,5% van de jarigen, 26,1% van de jarigen, 49,4% van de jarigen en 64,3% van de jarigen al minstens ooit eens een sigaret, sigaar of pijp heeft gerookt (cf. Bijlage III, grafiek 1). Als we kijken naar de leeftijdsgroep jaar zien we een geslachtsverschil bij de oudere leeftijdsgroepen: meer jarige jongens dan meisjes hebben al ooit gerookt. Net zoals in de VADLLB tonen de resultaten van het HBSC onderzoek aan dat jongeren uit het BSO meer experimenteren dan jongeren uit het TSO. Jongeren uit het TSO experimenteren dan weer meer met roken dan jongeren uit het ASO (cf. Bijlage III, grafiek 2). Deze trend was de voorbije jaren ook zichtbaar met dit verschil dat de prevalentie van ooit tabak gebruik van de jongeren uit het TSO en BSO dichter bij elkaar lagen. Volgens de ESPAD-studie is het ooit gebruik van sigaretten bij de respondenten van jaar 60,8%. Het ooit gebruik van tabak bij jarige scholieren verschilt niet tussen Vlaanderen en Wallonië. In België ligt het ooit gebruik van sigaretten iets hoger dan in Nederland (57%) en het Verenigd Koninkrijk (58%) maar lager dan in Frankrijk (68%) en Duitsland (77%). In Vlaanderen hebben iets meer jarige jongens (61,1%) dan meisjes (60,6%) ooit in hun leven wel eens gerookt (ESPAD), maar dit is niet significant verschillend. We vinden eveneens geen significant verschil naar geslacht in België, Nederland en Duitsland, maar zowel in Frankrijk (jongens 66%; meisjes 71%) als in het Verenigd Koninkrijk (jongens 53 %; meisjes 64%) is de levensprevalentie van ooit tabaksgebruik hoger bij meisjes dan bij jongens. Er is geen significant verband tussen ooit gebruik en SES bij Vlaamse jarige scholieren. Het ooit gebruik van tabak bij studenten werd bevraagd in de SBAUHA. Volgens de SBAUHA heeft 58 % van de studenten al ooit gerookt. Als we deze resultaten vergelijken naar sekse zien we dat 60,7% van de mannelijke en 55,6% van de vrouwelijke studenten al ooit gerookt Statistisch significant: p<0,05 De VADLLB beschikt niet over data van voor

13 heeft. De cijfers voor ooit gebruik liggen hoger bij 20-plussers dan bij de jarige studenten. Dit wijst erop dat een aantal studenten pas na 20 jaar voor het eerst rookt. Conclusie. Nagenoeg één op de twee volwassen Vlamingen geeft aan ooit gerookt te hebben. Het ooit gebruik van tabak bij scholieren ligt tussen 64 en 72 % voor de jarigen. Uit de meeste onderzoeken blijkt dat er een verschil is tussen jongens en meisjes, maar dat dit enkel geldt voor de jongere leeftijdsgroepen (11-14 jaar én jaar). Enkel in de ESPAD studie wordt geen verschil gevonden tussen jongens en meisjes op jarige leeftijd. Op jaar is het geslachtsverschil volledig verdwenen: dan hebben evenveel jongens als meisjes ooit gerookt. In andere landen ziet men zelfs dat het ooit gebruik op jaar bij meisjes hoger ligt dan bij jongens. Het ooit gebruik stijgt duidelijk met de leeftijd. Leerlingen uit het BSO en TSO hebben al beduidend meer geëxperimenteerd met roken dan de leerlingen uit het ASO. Op basis van de resultaten van de VADLLB en de HBSC kunnen we stellen dat er gedurende de laatste 5 jaar sprake is van een daling van het ooit gebruik bij middelbare scholieren. Deze daling situeert zich voornamelijk bij leerlingen tot de leeftijd van 16 jaar en leerlingen uit het ASO. Bij de Antwerpse studenten ligt het ooit gebruik van tabak op 58,0%. Bij deze groep ziet men opnieuw een verschil in gebruik tussen jongens en meisjes: meer jongens (60,7%) dan meisjes (55,6%) hebben al ooit gerookt Beginleeftijd Beginleeftijd roken De beginleeftijd van roken bij scholieren werd onderzocht in het HBSC- en het ESPAD-onderzoek. Bij de bevraging van de jarigen in de HBSC-studie 2006 blijkt dat de gemiddelde beginleeftijd 14 jaar is. Het verschil in beginleeftijd tussen jongens en meisjes uit deze leeftijdsgroep is niet significant (meisjes: 14 jaar en 0 maanden; jongens: 14 jaar en 1 maanden). Onderwijsvorm en beginleeftijd zijn wel geassocieerd. De beginleeftijd is het laagst bij de BSO-leerlingen (13 jaar en 8 maanden). TSO-leerlingen beginnen gemiddeld iets later (14 jaar en 1 maand) met roken dan de leerlingen uit het BSO, maar beginnen vroeger dan hun leeftijdsgenoten uit het ASO (14 jaar en 4 maanden). Uit het ESPAD-onderzoek blijkt dat de gemiddelde startleeftijd van de jarigen bij het roken zich situeert op 13 jaar en 1 maand. Dit cijfer ligt lager dan bij de HBSC-studie gezien de jongere leeftijdsgroep waarin de bevraging gebeurde: ook na de leeftijd van jaar beginnen immers nog leerlingen met het roken van sigaretten jarige jongens starten gemiddeld genomen 4 maanden eerder met roken dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten. Jongeren uit een laag SES-gezin hebben een lagere startleeftijd voor roken dan deze uit een midden of hoog SES-gezin. Het verband is echter vrij zwak. Cijfers over de beginleeftijd van roken bij studenten (18 jaar en ouder) vinden we terug in de SBAUHA. De gemiddelde beginleeftijd bij deze Antwerpse studenten ligt op 15 jaar. Meisjes beginnen gemiddeld genomen 4 maanden vroeger met roken dan jongens. Conclusie. Een hogere beginleeftijd in de studies met oudere leeftijdsgroepen toont aan dat ook nog na de leeftijd van 18 jaar jongeren beginnen met het roken van sigaretten Beginleeftijd dagelijks roken In de volwassen bevolking (>15 jaar) in het Vlaams gewest zijn de dagelijkse rokers gemiddeld op 17 jaar begonnen met dagelijks te roken. 10 % begon reeds op de 14-jarige leeftijd dagelijks te roken (HIS 2004). De gemiddelde leeftijd waarop men op dagelijkse basis begint 13

14 te roken in Vlaanderen is hoger voor vrouwen (17 jaar en 10 maanden) dan voor mannen (16 jaar en 5 maanden). De leeftijd waarop met dagelijks roken begonnen werd, ligt het laagst bij rokers die geen secundair onderwijs gevolgd hebben (15 jaar en 10 maanden). De leeftijd waarop door Vlaamse rokers gestart werd met dagelijks te roken daalt in vergelijking met de enquête van 2001 (17 jaar in 2004 tegenover 17 jaar en 2 maanden in 2001). Dit verschil is significant na standaardisering voor leeftijd en geslacht. De startleeftijd van dagelijks roken bij jarige scholieren (die dagelijks roken) is 13 jaar 10 maand (ESPAD). In tegenstelling tot de startleeftijd van het roken is de startleeftijd van dagelijks roken niet significant verschillend tussen jongens (13 jaar en 9 maanden) en meisjes (13 jaar en 11 maanden). Jongeren uit een laag SES-gezin beginnen vier maand vroeger met dagelijks roken dan jongeren uit een midden SES-gezin en zelfs 7 maanden vroeger dan een leeftijdsgenoot uit een hoog SES-gezin. Het verband is hier net zoals voor de beginleeftijd zwak. Conclusie. Enkel de ESPAD-studie geeft vergelijkbare cijfers voor de beginleeftijd van het experimenteren met roken en de leeftijd waarop men dagelijks begint te roken. Deze gegevens wijzen erop dat die rokende jongeren gemiddeld 9 maanden na hun eerste sigaret regelmatig zijn beginnen roken (bevraagd bij jarigen) Occasioneel roken = minder dan 1 keer per week Cijfers over het occasioneel gebruik van tabak bij de volwassen Vlaamse bevolking zijn beschikbaar uit het onderzoek van de STK. Volgens deze studie rookt slechts 2% van de ondervraagden occasioneel. Occasioneel roken bij scholieren werd bevraagd in het ESPAD-onderzoek, de HBSC-studie en de VADLLB. Uit de VADLLB blijkt dat 24,6% van de leerlingen in het secundair onderwijs het voorbije jaar tabak rookten waarvan 7,4% occasioneel (cf. Bijlage III, grafiek 9). 3,5% van de jarigen, 11,3% van de jarigen en 10,7% van de jarigen rookt occasioneel. Er is geen significant verschil tussen occasioneel roken bij jongens en meisjes (7,8% jongens versus 6,9% van de meisjes rookt occasioneel. Occasioneel roken komt minder voor in het BSO (6.6%) dan in het TSO (8,6%) en ASO (7,2%), maar dit verschil in onderwijsvorm is niet significant. Bekeken over de laatste 5 schooljaren is het occasioneel roken gedaald (cf. Bijlage III, grafiek 9). De VADLLB beschikt niet over data van voor De resultaten van de HBSC-studie geven aan dat 1,4 % van de jarigen en 4,2 % van de jarigen occasioneel rookt. Bij de jarigen en jarigen rookt 8,5 % occasioneel. Verder rookt 5,9% van de jongens en 5,5% van de meisjes occasioneel. Dit verschil is niet significant. Tussen de verschillende onderwijsvormen werd wel een significant verschil aangetoond in de HBSC-studie: in het BSO rookt 5,7% occasioneel, in het TSO is dit 8,8% en in het ASO 8,6%. Als we kijken naar het ESPAD-onderzoek zien we dat 34,4% van de jarigen occasioneel heeft gerookt gedurende de voorbije maand. Er werd geen significant verschil gevonden tussen jongens en meisjes (jongens 32,9%; meisjes 35,9%). Occasioneel roken komt minder voor bij de respondenten uit lage SES-gezinnen (27,4%) dan bij de respondenten uit midden (34,7%) en hoge SES-gezinnen (35,3%), maar dit verband is statistisch niet significant. ESPAD geeft een hoger percentage van occasionele rokers (34,4%) dan de VADLLB en de HBSC-studie. Dit verschil kan verklaard worden door de verschillende manier van bevraging in beide onderzoeken. Bij ESPAD worden ook de personen die ooit een keer in hun leven gebruikt hebben en de personen die gestopt zijn met gebruiken bij de occasionele gebruikers opgenomen, terwijl dat voor de VADLLB en HBSC niet zo is. 14

15 Conclusie. 2% van de volwassen Vlaamse bevolking rookt occasioneel. Bij scholieren ligt het occasioneel gebruik nog een stuk hoger: 7% rookt occasioneel. In de verschillende onderzoeken bij scholieren worden op vlak van occasioneel roken weinig verschillen waargenomen tussen jongens en meisjes. Wel ziet men een daling in het occasioneel gebruik van tabak tussen 2000 en Occasioneel roken kan niet onafhankelijk gezien worden van regelmatig roken Regelmatig roken = minstens 1 keer per week Het regelmatig gebruik van tabak bij scholieren werd bevraagd in de VADLLB en de HBSCstudie. Van de 24,6% van de leerlingen in het secundair onderwijs die het voorbije jaar rookten, deed 17,2 % dat regelmatig (cf. Bijlage III, grafiek 9). Dat blijkt uit de VADLLB. Regelmatig roken komt meer voor in de oudste dan in de jongste leeftijdgroepen en dit verschil is significant: 33,1% van de jarigen rookt regelmatig; van de jarigen rookt 20,8% regelmatig en van de jarigen is dat 5,6% (VADLLB). Iets meer jongens dan meisjes roken regelmatig (19,4% versus 15,0%) maar dit verschil is niet significant. Regelmatig roken komt meer voor bij de BSO- en TSO-leerlingen: respectievelijk 33,5% en 23,8%. In het ASO rookt slechts 8,5% van de leerlingen regelmatig. Deze verschillen zijn significant. De afgelopen vijf schooljaren is er een dalende tendens voor regelmatig gebruik (cf. Bijlage III, grafiek 9). De VADLLB beschikt niet over data van voor Deze daling geldt voornamelijk voor de leerlingen jonger dan 16 jaar en voor de ASO-leerlingen. Volgens de HBSC-studie rookt 14,1 % van de jarigen regelmatig. Ook hier wordt een stijging met de leeftijd waargenomen. Regelmatig roken komt voor bij 0,8% van de jarigen. Bij de jarigen is dit reeds 6,8% en bij de jarigen en jarigen stijgt het regelmatig gebruik verder naar respectievelijk 19,7% en 29,8%. Uit deze studie blijkt eveneens dat iets meer jongens regelmatig roken dan meisjes (het verschil is slechts randsignificant): 14,8% van de jongens tegenover 13,2% van de meisjes rookt regelmatig. De HBSC-studie vindt ook significante verschillen tussen de onderwijsvormen: 39,1% van de leerlingen uit het BSO rookt regelmatig tegenover 23,7% van de leerlingen uit het TSO en 13,8% van de leerlingen uit het ASO. Conclusie. Er zijn meer regelmatige dan occasionele rokers onder de scholieren. 17% van de scholieren rookt regelmatig (VADLLB). Regelmatig roken stijgt met de leeftijd. 6% van de jarigen rookt regelmatig. Bij de jarigen ligt het regelmatig gebruik op 33%. De verschillen tussen jongens en meisjes zijn beperkt. Regelmatig roken komt meer voor in het BSO dan in het TSO en meer in het TSO dan in het ASO. De afgelopen 5 schooljaren is er een dalende tendens voor regelmatig gebruik. Deze daling geldt voornamelijk voor de leerlingen jonger dan 16 jaar en voor de ASO-leerlingen (VADLLB) Dagelijks roken Ongeveer één op vier Vlamingen ouder dan 15 jaar rookt elke dag, dat blijkt uit de gezondheidsenquête (HIS). In de leeftijdsgroep jaar is de proportie dagelijkse rokers het hoogst: 31,8% van de jongeren in deze leeftijdsgroep rookt dagelijks. Dagelijks roken komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen: 26,9% van de mannen tegenover 18,5 % van de vrouwen. In Vlaanderen kunnen bij leden van huishoudens met een hoger opleidingsniveau relatief minder dagelijkse rokers teruggevonden worden (17% in vergelijking met >23% in de andere opleidingscategorieën). De cijfers van het laatste decennium tonen aan dat de prevalentie van het dagelijks roken in 2004 in lichte mate gedaald is in vergelijking met 1997 (24%). Deze daling is niet significant na standaardisering voor leeftijd en geslacht. Het dagelijks gebruik van tabak in de volwassen Vlaamse bevolking bedraagt in het onderzoek van de STK 25%. 15

16 Dagelijks roken bij scholieren werd bevraagd in de volgende studies: HBSC, ESPAD en VADLLB. Volgens de VADLLB rookt 13,9% van de scholieren dagelijks. Vooral jarigen roken dagelijks (29,1%) (cf. Bijlage III, grafiek 12). Van de jarigen rookt 16,9% dagelijks en bij de jarigen ligt het percentage dagelijkse rokers op 2,9%. Deze stijgende tendens met de leeftijd tijdens de vroeg en middenadolescentie is significant. Er is geen significant verschil tussen het dagelijks roken bij jongens (15,4%) en meisjes (12,4%) gevonden. Wel zijn er significant meer leerlingen uit het BSO (29,8%) die dagelijks roken in vergelijking met het TSO (19,2%) en ASO (5,8%) (cf. Bijlage III, grafiek 13). Tussen 2000 en 2005 is er een dalende tendens in dagelijks roken 4. Deze daling is het sterkst bij leerlingen onder de 16 jaar en bij ASO-leerlingen (idem als bij regelmatig en occasioneel roken). Cijfers van de HBSC-studie zijn als volgt: van de jarigen rookt 25,3% dagelijks. 14,1% van de jarigen en 4,0% van de jarigen rookt dagelijks. Bij de leeftijdsgroep jaar ligt het dagelijks gebruik op 0,3%. Deze toename van dagelijks gebruik met de leeftijd is significant. De data uit deze studie wijzen op een iets groter aantal mannelijke dagelijkse rokers (11,4%) dan vrouwelijke dagelijkse rokers (9,7%). Wat de verschillende onderwijsvormen betreft, zien we in het ASO het laagste percentage dagelijkse rokers: 9,5%. In het TSO en het BSO zijn er respectievelijk 18,1% en 38,7% dagelijkse rokers. Dit verband is significant. Bij de scholieren is er tussen 1990 en 1996 een stijging in dagelijks roken. Deze stijging heeft zich bij de meisjes nog verder gezet tot in 1998; bij de jongens is reeds sinds 1996 opnieuw een dalende trend merkbaar, waardoor het verschil tussen jongens en meisjes in 1998 volledig verdwenen is (cf. bijlage III, grafiek 3 en 4). Volgens de ESPAD-studie ligt het dagelijks roken bij de jarigen op 21,4%. Ook hier ligt het dagelijks rookgedrag hoger bij jongens (23,1%) dan bij hun vrouwelijke leeftijdsgenoten (19,7%). Conclusie. Iets minder dan één op de vier Vlamingen (> 15 jaar) rookt elke dag. In het Vlaams Gewest komt dagelijks roken meer voor bij mannen dan bij vrouwen: Dagelijks roken komt meer voor in huishoudens met een lager opleidingsniveau (23%). 14% van de scholieren rookt dagelijks. Het dagelijks gebruik bij scholieren stijgt met de leeftijd: bij de jarigen rookt bijna één op drie dagelijks. Ook komt dagelijks roken meer voor bij jongens dan bij meisjes. Leerlingen van het BSO roken vaker elke dag dan hun leeftijdsgenoten uit het TSO of ASO Zware rokers = personen die meer dan 20 sigaretten per dag roken Zwaar roken in de Vlaamse bevolking ouder dan 15 jaar werd onderzocht in de HIS-survey en het onderzoek van de STK. Volgens de HIS zijn 10,6% van de mannen en 7,7% van de vrouwen van 15 jaar of ouder zware rokers. Zware rokers zijn voornamelijk te vinden in de oudere leeftijdsgroepen: 15,0% voor de leeftijdsgroep jaar en 11,5% voor de leeftijdsgroep jaar. Eveneens verontrustend is dat 7 à 8% van de jongeren tussen 19 en 34 jaar aangeeft minstens 20 sigaretten per dag te roken. Zware rokers zijn proportioneel minder talrijk in die milieus met een hogere opleiding (6% in vergelijking met >10% bij lagere opgeleide groepen). De resultaten van de HIS geven ook aan dat de proportie zware rokers in de Vlaamse bevolking niet varieert tussen 1997 en Volgens de enquêtes van de STK geeft 9% van de mannen en 5% van de vrouwen van 15 jaar of ouder zware rokers te zijn ( 20 sigaretten per dag). 5 4 De VADLLB beschikt niet over data van voor Een mogelijke verklaring voor de lagere percentages die in het onderzoek van de STK in 2006 worden weergegeven tegenover van de cijfers van de HIS in 2004 is de invoering van het rookverbod op de werkplek van 1 januari Het is mogelijk dat het rookverbod een invloed heeft gehad op het aantal sigaretten per roker. 16

17 Cijfers over zwaar roken bij scholieren vinden we in het ESPAD-onderzoek. Eén op veertig van de jarige scholieren rookt meer dan 20 sigaretten per dag (2,4%). Zwaar roken komt even vaak voor bij jongens (2,4%) als bij meisjes (2,3%) van deze leeftijdsgroep. Het aantal zware rokers onder jarige scholieren is nagenoeg hetzelfde in België (3%), Nederland (2%), Frankrijk (3%) en Duitsland (3%). Van de buurlanden heeft enkel het Verenigd Koninkrijk (1%) een lager aantal zware rokers bij jarigen (ESPAD). Conclusie. Als we de Vlaamse bevolking ouder dan 15 jaar onder de loep nemen zien we dat zware rokers voornamelijk terug te vinden zijn in hogere leeftijdsgroepen, bij de mannelijke bevolking en in huishoudens met een lager opleidingsniveau. Onder de jarige scholieren rookt één op de veertig meer dan 20 sigaretten per dag. Jongens en meisjes uit deze leeftijdsgroep doen dat even vaak Huidige rokers = personen die op het moment van de bevraging roken Hierboven hebben we de cijfers weergegeven volgens de frequentie van roken (occasioneel roken, regelmatig roken, dagelijks roken, 20 sigaretten per dag roken). Onder dit punt willen we een overzicht geven van het totaal aantal huidige rokers, zonder daarbij rekening te houden met het aantal gerookte sigaretten of de regelmaat van het roken. Volgens het ESEMeD onderzoek is 24,5% van de Belgische volwassen bevolking momenteel roker. Uit het onderzoek bij dezelfde doelgroep van de STK blijkt dat 27% van de ondervraagden zichzelf beschouwt als roker. De HIS geeft aan dat 30,2% van de inwoners van het Vlaamse Gewest ouder dan 15 jaar momenteel rookt. Dit percentage ligt een stuk hoger dan in het Waalse (21,4%) en het Brusselse (21,0%) Gewest. Uit de HBSC-studie blijkt dat 19,7% van de scholieren rookt op het moment van de bevraging. Conclusie. 30% van de Vlaamse bevolking (>15 jaar) rookt momenteel. Onder scholieren is 20% een huidige roker Stoppogingen Onder de huidige rokers (> 15 jaar in het Vlaamse gewest) (HIS), geeft 69,4% van de mannen en 67,1% van de vrouwen aan ooit gepoogd te hebben om met het roken te stoppen. Het percentage rokers dat gerobeerd heeft te stoppen met roken evolueert met de leeftijd: van slechts 43,3% bij de15-18 jarigen tot meer dan 70% bij personen van minstens 35 jaar. Het aantal personen dat al eens een stoppoging heeft ondernomen, varieert niet op een lineaire wijze met het opleidingsniveau, alhoewel het percentage iets hoger ligt bij personen met een hoger opleidingsniveau. In 2004 ligt het percentage rokers dat ooit getracht heeft met het roken te stoppen iets hoger (68,5%) dan in 2001 (65%) (HIS). Na standaardisatie voor leeftijd en geslacht is dit verschil over de jaren niet significant. Conclusie. Ongeveer twee op drie rokers in het Vlaamse Gewest (> 15 jaar) heeft getracht te stoppen met roken. Mannen hebben dat al iets vaker geprobeerd dan vrouwen. In de hogere leeftijdsgroepen zijn er meer personen die al eens een stoppoging hebben ondernomen dan in de lagere leeftijdsgroepen. 17

18 3. Gebruik en misbruik van alcohol 3.1. Ooit gebruik alcohol Het ooit gebruik van alcohol bij scholieren werd onderzocht in de VADLLB en de ESPADstudie. Uit de VADLLB blijkt dat 84,5% van alle leerlingen in het secundair onderwijs ooit al eens alcohol heeft gedronken (cf. Bijlage III, grafiek 14). Drie op vier leerlingen heeft voor de leeftijd van vijftien al eens alcohol gedronken. Op de leeftijd van jaar is de overgrote meerderheid van de leerlingen (92,0%) al in contact gekomen met alcohol. Op jaar dronk 94,8% van de leerlingen al ooit alcohol. Iets meer jongens dan meisjes uit het secundair onderwijs dronken ooit alcohol: 86,4% tegenover 82,6%. Tussen de onderwijsvormen is er niet veel verschil in ooit gebruik van alcohol: van de ASO-leerlingen dronk 83,4% ooit alcohol, van de TSO-leerlingen 89,2% en van de BSO-leerlingen 82,9%. Volgens de VADLLB is het ooit gebruik van alcohol tijdens de voorbije vijf schooljaren niet gestegen of gedaald 6. Volgens de ESPAD-studie heeft 93,8% van de jarige scholieren al ooit alcohol gedronken. Voor België is dit percentage iets lager (91%) wat er op wijst dat het gebruik in het Franstalige landsgedeelte lager is dan in Vlaanderen. Het ooit gebruik van alcohol is lager in Frankrijk (87%) en in Nederland (89%), even hoog met het Verenigd Koninkrijk (94%) maar iets hoger in Duitsland (96%). Naar analogie met de cijfers van de VADLLB wordt ook bij ESPAD een hoger ooit gebruik bij jongens (95,5%) dan bij meisjes (92,0%) vastgesteld. Volgens het ESPAD-onderzoek zijn er statistische significante verschillen vastgesteld naar socioeconomische situatie maar de rangcorrelatie is te zwak om van een positief correlerend verband te kunnen spreken. Waar het ooit gebruik bij jongeren uit lage SES-gezinnen 85,5% bedraagt, is dit bij de peers uit midden SES-gezinnen 92,4% en 96,2% bij hun leeftijdsgenoten van hoge SES-gezinnen. Cijfers over het ooit gebruik bij studenten vinden we in de SBAUHA. Bij de Antwerpse studenten ligt het ooit gebruik van bier en wijn en sterke drank respectievelijk op 92% en 93% en 91%. Volgens de SBAUHA heeft 95 % van de mannelijke en 89,3 % van de vrouwelijke studenten al ooit bier gedronken. Wat betreft het ooit gebruik van wijn is er praktisch geen verschil tussen de geslachten. Er zijn wel meer jongens die al aperitieven en sterke dranken hebben gedronken dan meisjes (apertieven: jongens 86,9%, meisjes 82,2%; sterke dranken: jongens 94%, meisjes 88,8%). Tenslotte beschikken we ook over gegevens bij personen uit het uitgaansmilieu (VAD Uitgaansonderzoek). Bij deze onderzoeksgroep ziet men dat 93,5% al ooit alcohol heeft gedronken. In deze groep vindt men ook een hoger ooit gebruik bij jongere leeftijdscategorieën: van de jarigen heeft 96% al ooit alcohol gedronken. Bij jarigen is dit 94,3%, bij jarigen 94,0% en bij jarigen 92,3%. Ook in het uitgaansmilieu blijken meer jongens dan meisjes alcohol te drinken (94,6% tegenover 92,3%) Conclusie. Onder scholieren heeft 85% al eens alcohol gedronken. Drie op de vier leerlingen heeft dit reeds gedaan voor de leeftijd van 15 jaar. Op een leeftijd van jaar heeft minstens 9 op 10 van de schoolgaande jongeren al alcohol gedronken. Onder de jarige leerlingen zijn er nog 5% geheelonthouders. Er is geen significant verschil tussen het ooit gebruik van alcohol van jongens en meisjes. Tussen de onderwijsvormen is er ook niet veel verschil (VADLLB). Het ESPAD-onderzoek geeft wel een verschil naar sociale stratificatie: het ooit gebruik van alcohol ligt hoger bij jarigen uit hoge SES-gezinnen dan bij hun peers uit midden en lage SES-gezinnen. Bij studenten zien we dat 93% al ooit alcohol heeft gedronken. Meer mannelijke studenten hebben al sterke drank en aperitieven gedronken. 6. De VADLLB beschikt niet over data van voor

19 Het ooit gebruik van bier en wijn verschilt niet tussen mannelijke en vrouwelijke studenten Beginleeftijd alcoholgebruik De beginleeftijd voor het drinken van alcohol bij scholieren werd onderzocht in de HBSC en het ESPAD-onderzoek. In deze laatste studie wordt specifiek de beginleeftijd weergegeven voor het drinken van bier, wijn en sterke dranken. Uit de resultaten van HBSC blijkt dat de jarige jongens gemiddeld op 13 jaar en 6 maanden beginnen met drinken. Voor meisjes ligt de beginleeftijd iets hoger, namelijk op 13 jaar en 11 maanden. Dit verschil is significant. Bij het onderzoeken van de verschillen tussen de onderwijsvormen blijkt dat er geen significant verschil is in beginleeftijd tussen leerlingen van het ASO en TSO (13 jaar en 8 maanden) en het BSO (13 jaar en 9 maanden). Uit het ESPAD-onderzoek blijkt dat de initiatie van alcohol bij jarigen hoofdzakelijk verloopt via het drinken van wijn en bier. De startleeftijd bij de jarigen is 12 jaar 9 maanden. Jongens starten gemiddeld vijf maanden vroeger met het drinken van bier dan meisjes. Deze cijfers liggen iets lager dan de resultaten van de HBSC-bevraging. De gemiddelde startleeftijd van bier verschilt niet significant tussen jarigen uit lage SES-gezinnen en jarigen uit midden en hoge SES-gezinnen. De gemiddelde startleeftijd van wijn is in de ESPAD-populatie 12 jaar 7 maand. Gemiddeld genomen starten jarige jongens een half jaar eerder met hun eerste glas wijn dan meisjes. We vinden geen significant verschil tussen de startleeftijd bij jongeren uit lage SESgezinnen, midden SES-gezinnen en hoge SES-gezinnen. Het starten met sterke drank vindt bij de jarigen gemiddeld genomen één jaar later dan bier en wijn plaats, namelijk op 13 jaar en 7 maanden. Jongens starten gemiddeld vijf maanden eerder met sterke drank dan meisjes. De startleeftijd van sterke drank verschilt niet significant naar sociale stratificatie. De gemiddelde beginleeftijd voor het drinken van alcohol bij studenten werd onderzocht in de SBAUHA. Hier wordt specifiek de beginleeftijd weergegeven voor het drinken van bier, wijn en sterke dranken. De gemiddelde beginleeftijd voor het drinken van bier en wijn is respectievelijk 14 jaar en 8 maanden en 14 jaar en 10 maanden. De gemiddelde beginleeftijd voor het drinken van sterke drank ligt een pak hoger, namelijk op 16 jaar. Mannelijke studenten beginnen significant vroeger dan meisjes met het drinken van bier (14 jaar en 3 maanden tegenover 15 jaar) en wijn (14 jaar en 6 maanden tegenover 15 jaar en 2 maanden). Ook voor sterke drank is er een significant verschil in beginleeftijd tussen jongens (16 jaar) en meisjes (16 jaar en 3 maanden). Conclusie. Het is niet mogelijk om overkoepelende conclusies te trekken voor de verschillende studies vermits de leeftijd van de respondenten in de verschillende onderzoeken verschilt. Verder in dit rapport geven we wel een overzicht van de beginleeftijd voor de verschillende middelen. (cf. Infra 6.1) 3.3. Occasioneel gebruik alcohol = minder dan 1 keer per week Onder de inwoners van de het Vlaamse Gewest (>15 jaar) (HIS) ligt het occasioneel gebruik van alcohol op 19,1%. Het occasioneel gebruik van alcohol ligt het laagst in de leeftijdsgroep jaar (30,6%). Vanaf 19 jaar gebruikt iets minder dan één op vijf van de Vlamingen occasioneel alcohol (regelmatig en dagelijks gebruik komt dan meer voor - cf. infra). Meer vrouwen (23,5%) dan mannen (14,5%) drinken occasioneel en dit verschil is significant. Occasioneel gebruik komt meer voor in huishoudens met een lager opleidingsniveau 7 In de bevraging van HBSC 2006 wordt de beginleeftijd van alcoholgebruik niet bevraagd. 19

20 (21,8%) dan in huishoudens waar men hoger onderwijs heeft gevolgd (15,5%). Wat betreft de scholieren beschikken we over cijfers uit de HBSC-studie (naar soort drank) en de VADLLB. De cijfers van de VADLLB geven weer dat van de 70,4 % van de leerlingen die het laatste jaar alcohol dronken. 44,3% deed dat occasioneel (cf. Bijlage III, grafiek 14). Het merendeel van de jarigen die het voorbije jaar alcohol dronken deden dit minder dan één keer per week (laatstejaarsgebruik: 49,3%, occasioneel: 41,7%). 55,2% van de jarigen en 35,9% van de jarigen dronken tijdens het voorbije jaar occasioneel. Deze daling in occasioneel gebruik volgens leeftijd gaat gepaard met een stijging in regelmatig gebruik van alcohol (cf. infra). De leeftijdsverschillen zijn significant. Meer meisjes (50,3%) dan jongens (38,4%) dronken tijdens het jaar voor de bevraging occasioneel alcohol. Dit verschil is significant. Occasioneel alcohol drinken komt significant meer voor bij de ASO-leerlingen (48,0%) dan bij de TSO- en BSO-leerlingen (respectievelijk 41,0% en 38,3%) (cf. Bijlage III, grafiek 14). Bekeken over de laatste vijf schooljaren bleef het occasioneel gebruik van alcohol stabiel (cf. Bijlage III, grafiek 14) 8. In de HBSC wordt occasioneel gebruik van alcohol bekeken volgens de verschillende types alcohol. 35,7% van de jarige scholieren drinkt occasioneel bier; 47,4% drinkt occasioneel wijn; 37,6% drinkt occasioneel sterke drank en 43,8% drinkt occassioneel alcopops (breezers, ). Het occasioneel gebruik van bier komt het meest voor bij jarigen (38,8%) en jarigen (44,4%). Bij jarigen is dit gebruik opnieuw gedaald naar 33,6%. Er is een significant verband tussen leeftijd en occasioneel gebruik van bier. Deze dalende trend in occasioneel gebruik volgens de leeftijd gaat gepaard met een stijgende tendens in regelmatig gebruik volgens de leeftijd (cf.. infra). Bij de andere dranken stijgt het occasioneel gebruik met de leeftijd. De HBSC-studie geeft ook een significant geslachtsverschil weer voor occasioneel gebruik van wijn en alcopops: meer jongens drinken occasioneel wijn (49,2% van de jongens tegenover 45,8% van de meisjes), terwijl meer meisjes occasioneel alcopops drinken (46,5% van de meisjes tegenover 41,1% van de jongens). Voor het drinken van bier en sterke drank werden geen geslachtsverschillen gevonden. Ook uit de HBSC-studie blijkt dat occasioneel gebruik meer voorkomt in het ASO en TSO dan in het BSO: 45,5% van de ASO-leerlingen drinken minder dan 1 keer per week bier tegenover 39,2% van de leerlingen uit het TSO en 32,5% van de leerlingen uit het BSO. Voor wijn zijn de cijfers respectievelijk 60,6%, 56,6% en 48,1%. Deze verschillen zijn significant. Cijfers uit het uitgaansmilieu zijn beschikbaar uit het VAD Uitgaansonderzoek. Deze resultaten geven weer dat van de 89,5% van de respondenten die het laatste jaar alcohol gebruikten 32,3% dat occasioneel deed. Opgesplitst naar de verschillende leeftijdsgroepen zien we dat 44,0% van de15-16-jarigen, 26,0% van de jarigen, 35,3% van de jarigen en 32,1% van de jarigen occasioneel alcohol gebruikt. Deze dalende tendens in occasioneel gebruik gaat gepaard met een stijgende tendens in regelmatig gebruik (cf. infra). 25,9% van de mannen in het uitgaansmilieu heeft het laatste jaar occasioneel alcohol gedronken tegenover 46,4% van de vrouwen. Het occasioneel gebruik ligt dus ook hier significant hoger bij de vrouwen. Het occasioneel alcoholgebruik bij personen in het uitgaansmilieu steeg van 26,1% naar 32,3% tussen 2003 en 2005 Conclusie. Onder de inwoners van het Vlaamse Gewest ouder dan 15 jaar drinkt ongeveer één op vijf minder dan één keer per week alcohol. Occasioneel gebruik in de Vlaamse bevolking ziet men voornamelijk in de jongste leeftijdsgroep (15-18 jaar). Meer Vlaamse vrouwen dan mannen gebruiken occasioneel alcohol. Occasioneel gebruik van alcohol komt meer voor in gezinnen met lagere opleidingsniveaus. 44% van de scholieren drinkt occasioneel. Dit gebruik komt relatief meer voor bij jongere scholieren. Het merendeel van de 8 De VADLLB beschikt niet over data van voor

21 11-12-jarigen die het voorbije jaar alcohol hebben gedronken deden dit occasioneel (42% van de 49%). Bij de jarigen gebruikt slechts één op drie van de laatstejaarsgebruikers occasioneel alcohol. Deze daling in occasioneel gebruik gaat gepaard met een stijging in regelmatig gebruik volgens de leeftijd (cf. infra). Meer meisjes drinken occasioneel alcohol dan jongens. Ook komt occasioneel gebruik meer voor bij ASO-leerlingen dan bij TSO en BSO-leerlingen. Bij personen uit het uitgaansmilieu gebruikt 32% occasioneel alcohol. Ook hier zien we dat meer vrouwen dan mannen occasioneel alcohol gebruiken en dat het occasioneel gebruik het hoogst ligt in de jongste leeftijdgroep Regelmatig gebruik alcohol = minstens 1 keer per week In het Vlaamse Gewest drinkt 66,9% van de bevolking (+15-jarigen) (HIS) minstens eenmaal per week een alcoholische drank. Bijna de helft van de jongeren van jaar (48,0%) drinkt elke week alcohol. Bij de 19 tot 24-jarigen gaat het om driekwart (74,2%). Het wekelijks gebruik van alcohol bedraagt 70% bij personen van 25 tot 64 jaar en daalt tot 54% bij de bevolking van 65 jaar en ouder. Bij Vlaamse mannen ligt het percentage van regelmatige (alcohol)consumptie hoger (76%) dan bij vrouwen (58%). Als men naar het opleidingsniveau in de Vlaamse bevolking kijkt, blijkt dat het regelmatig gebruik van alcohol stijgt in functie van het opleidingsniveau: van 47,5% bij laag geschoolden tot 78% bij personen met een diploma hoger onderwijs. De proportie personen dat regelmatig alcohol gebruikt in het Vlaams Gewest is in 2004 gestegen (67%) in vergelijking met 2001 (60%) en 1997 (64%). Deze stijging is significant na standaardisaties voor leeftijd en geslacht. Wat betreft het regelmatig gebruik bij scholieren beschikken we over gegevens van de HBSC-studie en de VADLLB. 70,4% van alle leerlingen in het secundair onderwijs dronk het jaar voor de bevraging alcohol, 26,2% deed dat op regelmatige basis, dat blijkt uit de VADLLB (cf. Bijlage III, grafiek 14). Met de leeftijd van de scholieren neemt de frequentie van alcoholgebruik toe: het regelmatig alcoholgebruik stijgt significant van 7,7% bij de jarigen tot 30,4% bij de jarigen en 56,8% bij de jarigen (cf. Bijlage III, grafiek 15). Jongens in de middelbare school drinken ook vaker alcohol dan meisjes: 33,5% van de jongens en 18,6% van de meisjes drinkt regelmatig alcohol. Het sekseverschil is significant. TSO- en BSO-leer-lingen drinken significant vaker alcohol dan ASO-leerlingen (cf. Bijlage III, grafiek 16): In het ASO drinkt 18,6% van de leerlingen regelmatig; in het TSO is dat 37,7% en in het BSO 33,8%. Als we kijken naar de resultaten van de laatste vijf schooljaren in de VADLLB zien we dat de gebruiksfrequentie niet veranderde in deze periode (cf. Bijlage III, grafiek 14). De VADLLB beschikt niet over data van voor Volgens HBSC consumeert 20,1% van de jarige scholieren regelmatig bier, 7,0% regelmatig wijn, 8,4% regelmatig sterke drank en 8% regelmatig alcopops. Ook uit deze gegevens blijkt dat regelmatig gebruik toeneemt met de leeftijd en dat voor alle soorten alcoholische dranken. 1,8% van de jarigen drinkt bijvoorbeeld regelmatig bier. Bij de jarigen en jarigen stijgt dit percentage respectievelijk tot 7,5% en 29,4%. Van de jarigen drinkt 43,2% regelmatig bier. Regelmatig gebruik is voornamelijk een mannenzaak 28,5% van de jongens tegenover 11,9% van de meisjes drinkt elke week bier: 10% van de jongens en 6,8% van de meisjes drinken wekelijks sterke drank, terwijl 9,4% van de jongens en 6,6% van de meisjes elke week alcopops drinken. Het regelmatig drinken van wijn is hierop een uitzondering: geen statistisch verschil is te vinden tussen jongens en meisjes (respectievelijk 7,3% en 6,8%). Cijfers van de HBSC-bevraging duiden op een hoger percentage regelmatige gebruikers van bier in het TSO (37,4%) dan in het ASO (29,9%) en het BSO (34,6%). Wijn wordt regelmatiger gedronken in het ASO en TSO (respectievelijk 11,6 % en 11,9%) dan in het BSO (8,2%). Voor sterke drank en alcopops vond de HBSC-studie 2006 de laagste prevalenties in het ASO (respectievelijk 9,1% en 6,5%), gevolgd door het TSO (respectievelijk 16,0% 21

Epidemiologische gegevens

Epidemiologische gegevens Epidemiologische gegevens ESPAD (Vlaanderen) European School Survey Project on Alcohol and other Drugs Deelname van 35 landen 15- en 16-jarigen Sinds 2003 ook deelname van België (n= 2.320) Hieronder de

Nadere informatie

Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 6.2.1. Inleiding Binnen de verschillen factoren van risico gedrag heeft alcoholverbruik altijd al de aandacht getrokken van de verantwoordelijken voor Volksgezondheid. De WGO gebruikt de term "Ongeschiktheid

Nadere informatie

Middelengebruik: Alcoholgebruik

Middelengebruik: Alcoholgebruik Resultaten HBSC : Alcoholgebruik Middelengebruik: Alcoholgebruik Inleiding Alcoholgebruik is onderdeel van verschillende culturen en tevens één van de grote globale risicofactoren voor sociale en fysieke

Nadere informatie

Het gebruik van tabak

Het gebruik van tabak Het gebruik van tabak Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail : lydia.gisle@iph.fgov.be

Nadere informatie

VAD-Leerlingenbevraging In het kader van een drugbeleid op school Syntheserapport schooljaar 2013-2014

VAD-Leerlingenbevraging In het kader van een drugbeleid op school Syntheserapport schooljaar 2013-2014 VAD-Leerlingenbevraging In het kader van een drugbeleid op school Syntheserapport schooljaar 2013-2014 Colofon Auteur Sarah Melis, stafmedewerker VAD Redactie Johan Rosiers, stafmedewerker VAD Nina De

Nadere informatie

VAD-leerlingenbevraging

VAD-leerlingenbevraging VAD-leerlingenbevraging in het kader van een drugbeleid op school Syntheserapport schooljaar 2011-2012 Colofon Auteur Sarah Melis, stafmedewerker VAD Redactie Ilse Bernaert, stafmedewerker VAD Johan Rosiers,

Nadere informatie

Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest

Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest Analyse indicatoren Gezond leven Analyse van de gezondheidsenquête in opdracht van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Door Sabine

Nadere informatie

Alcohol- en druggebruik bij Vlaamse jongeren

Alcohol- en druggebruik bij Vlaamse jongeren Alcohol- en druggebruik bij Vlaamse jongeren VAD-leerlingenbevraging Doel: aanvullend bij educatieve pakketten een zicht geven op middelengebruik bij leerlingen Survey, o.b.v. vragenlijst Gebaseerd op

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Alcoholgebruik

Jongeren en Gezondheid 2014: Alcoholgebruik Resultaten HBSC 214: Alcoholgebruik Jongeren en Gezondheid 214: Alcoholgebruik Inleiding Alcoholgebruik is onderdeel van verschillende culturen en tevens één van de grote globale risicofactoren voor sociale

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 FACTSHEET MAART 2014 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 KERNPUNTEN Een kwart (25%) van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar rookt in 2013: 19% rookt dagelijks en 6% niet dagelijks. Het percentage

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Alcoholgebruik bij helft van de studenten niet zonder risico

Alcoholgebruik bij helft van de studenten niet zonder risico Derde grote bevraging brengt middelengebruik bij Vlaamse studenten in kaart Alcoholgebruik bij helft van de studenten niet zonder risico De Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) en onderzoekers

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

PERSBERICHT Stichting tegen Kanker Leuvensesteenweg 479 1030 Brussel 02/743 45 75 (communicatie)

PERSBERICHT Stichting tegen Kanker Leuvensesteenweg 479 1030 Brussel 02/743 45 75 (communicatie) AANTAL ROKERS STIJGT OPNIEUW: MEER MENSEN HERBEGINNEN, MINDER STOPPEN Brussel, 1 maart 2010. Het percentage rokers is in 2009 opnieuw significant gestegen, tot 32% dagelijkse rokers. Deze stijging doet

Nadere informatie

Factsheet alcohol. Think Before You Drink

Factsheet alcohol. Think Before You Drink Factsheet alcohol Think Before You Drink Jongeren drinken te vroeg, te veel en te vaak. Ook in West-Brabant is dit het geval. Bovendien tolereren veel ouders dat hun kinderen onder de 16 jaar alcohol drinken.

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 Een rapport aan Stichting tegen Kanker GfK Belgium 2014 Rookgedrag in België 20 August 2014 1 Inleiding: Achtergrond en doelstellingen Onderzoeksmethode GfK Belgium 2014 Rookgedrag

Nadere informatie

Middelengebruik: Cannabisgebruik

Middelengebruik: Cannabisgebruik Middelengebruik: Cannabisgebruik Inleiding Cannabisgebruik geeft zowel gezondheidsrisico s, psychosociale gevolgen als wettelijke consequenties 1,2. Frequent gebruik van cannabis wordt geassocieerd met

Nadere informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luk Joossens, Stichting tegen Kanker, tel.: 02/7433706, gsm: 0486 88 91 22.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luk Joossens, Stichting tegen Kanker, tel.: 02/7433706, gsm: 0486 88 91 22. Brussel, 19 december 2006 De resultaten van een grootschalige enquête over de rookgewoonten in 2006. Drie vierde van de bevolking is voorstander van rookvrije restaurants. Het percentage rokers blijft

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

Resultaten voor België Roken Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Roken Gezondheidsenquête, België, 1997 6.1.1. Inleiding Het tabaksgebruik is een van de voornaamste risicofactoren voor longkanker, ischemische hartziekten en chronische ademhalingsaandoeningen (1). Men schat dat er in Europa niet minder dan

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N GENOTMIDDELEN V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 5 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009 een schriftelijke

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten

Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel

Nadere informatie

GENOTMIDDELEN. Jongerenmonitor 2015 10.163. 40% ooit alcohol gedronken. Klas 2. Klas 4. 5% ooit wiet gebruikt. 24% weleens gerookt.

GENOTMIDDELEN. Jongerenmonitor 2015 10.163. 40% ooit alcohol gedronken. Klas 2. Klas 4. 5% ooit wiet gebruikt. 24% weleens gerookt. IJsselland GENOTMIDDELEN Jongerenmonitor 1 4% ooit alcohol gedronken.163 jongeren School Klas 13-14 jaar Klas 4 1-16 jaar 4% weleens gerookt % ooit wiet gebruikt Genotmiddelen Psychosociale gezondheid

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Opmerkelijke stijging van het aantal rokers in 2008

Opmerkelijke stijging van het aantal rokers in 2008 PERSBERICHT Brussel, 4 december 2008 Opmerkelijke stijging van het aantal rokers in 2008 Voor het eerst in zes jaar stijgt het percentage dagelijkse rokers in ons land, van 27% in 2007 naar 30% in 2008.

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Resultaten HBSC 14 Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van

Nadere informatie

VAD-leerlingenbevraging

VAD-leerlingenbevraging VAD-leerlingenbevraging in het kader van een drugbeleid op school Syntheserapport schooljaar 2009-2010 Colofon Auteur Hilde Kinable, stafmedewerker VAD Redactie Ilse Bernaert, stafmedewerker VAD Marijs

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

ONDERZOEK GENOTMIDDELENGEBRUIK SCHOLIEREN VOORTGEZET ONDERWIJS DEN HAAG 2003

ONDERZOEK GENOTMIDDELENGEBRUIK SCHOLIEREN VOORTGEZET ONDERWIJS DEN HAAG 2003 RIS128575a_10-JUN-2005 ONDERZOEK GENOTMIDDELENGEBRUIK SCHOLIEREN VOORTGEZET ONDERWIJS DEN HAAG 2003 Beknopt verslag ten behoeve van de deelnemende scholen April 2005 Dienst OCW / GGD Den Haag Epidemiologie

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Gezondheidsenquête, België, 1997 Andere gezondheidsvoorzieningen en alternatieve geneeskunde

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Gezondheidsenquête, België, 1997 Andere gezondheidsvoorzieningen en alternatieve geneeskunde 7.6.1. Inleiding In dit hoofdstuk hebben we het over contacten met de kinesitherapeut, thuisverpleegkunde, voorzieningen voor bejaarden, de diëtist en arbeidsgeneeskundige diensten tijdens het afgelopen

Nadere informatie

Middelengebruik: Tabaksgebruik

Middelengebruik: Tabaksgebruik Resultaten HBSC 00 Tabaksgebruik Middelengebruik: Tabaksgebruik Inleiding Ondanks de vele rapporten en boodschappen over de negatieve gevolgen van roken, blijft tabaksgebruik de grootste vermijdbare oorzaak

Nadere informatie

Colofon. Auteur. Redactie. Verantwoordelijke uitgever. Hilde Kinable, stafmedewerker VAD

Colofon. Auteur. Redactie. Verantwoordelijke uitgever. Hilde Kinable, stafmedewerker VAD Colofon Auteur Hilde Kinable, stafmedewerker VAD Redactie Ilse Bernaert, stafmedewerker VAD Marijs Geirnaert, directeur VAD Johan Rosiers, stafmedewerker VAD Verantwoordelijke uitgever F. Matthys, Vanderlindenstraat

Nadere informatie

Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters

Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters Lea Maes, PhD Universiteit Gent Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidkunde Health literacy health literacy represents

Nadere informatie

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald PERSMEDEDELING VAN JO VANDEURZEN, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN 4 oktober 2012 Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald De kans dat Vlamingen

Nadere informatie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie De onderzoeksresultaten van de pre- en post-vragenlijsten December 2011 Uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen, in opdracht van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.5 - Februari 2006-361-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.5 - Februari 2006-361- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.5 - Februari 2006-361- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN INGE VERVOTTE VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Vraag nr. 63 van 21 december

Nadere informatie

ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET

ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET ENQUÊTE: GEEN DOORBRAAK VOOR DE ELEKTRONISCHE SIGARET Brussel, juli 2014 Volgens de nieuwe rookenquête van kent de elektronische sigaret geen doorbraak in België in 2014. Slechts 0,5% van de bevolking

Nadere informatie

Vaccinatie. Jean Tafforeau

Vaccinatie. Jean Tafforeau Vaccinatie Jean Tafforeau Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71 E-mail : jean.tafforeau@iph.fgov.be

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

tel.b esleu d w. eutel. eutel. .desl.desl eutel. eutel. .desl.desl

tel.b esleu d w.  eutel. eutel. .desl.desl eutel. eutel. .desl.desl Middelengebruik bij 12- tot 18-jarige scholieren in Brugge Onderzoeksresultaten Wat voorafging in Brugge... Schoolenquête via individuele bevraging: 93-9 96-9 99- - 6 de jaar 3 de grd 3 de grd 2 de + 3

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar - Factsheet - Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar NIGZ, Project Alcohol Voorlichting en Preventie 3 juli 2003 Inleiding Het NIGZ voert elk jaar, als onderdeel van het Alcohol

Nadere informatie

Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997 6.7.4.1. Inleiding Er werd reeds vroeger bewezen dat een prematuur respiratoir systeem een oorzaak was voor wiegendood. Het gevaar bestond vooral tijdens de slaap. Met de huidige kennis van zaken zijn

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Gezondheidsbeleving bij Jongeren in Limburg

Gezondheidsbeleving bij Jongeren in Limburg Gezondheidsbeleving bij Jongeren in Limburg Enkele resultaten uit het Euregionaal jongerenonderzoek 08 rond welbevinden en zelfdoding bij Limburgse jongeren 3de en 5de jaar GSO/2de tot 5de jaar BuSO Ellen

Nadere informatie

tot 24 jaar Monitor jongeren 12

tot 24 jaar Monitor jongeren 12 Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Leerlijnen per drug : ALCOHOL Onderwijsvorm: KLEUTER EN LAGER

Leerlijnen per drug : ALCOHOL Onderwijsvorm: KLEUTER EN LAGER Leerlijnen per drug : ALCOHOL Onderwijsvorm: KLEUTER EN LAGER kleuter 2,5-6j 1 ste graad LO 6-8j 2 de graad LO 8-10j 3 de graad LO 10-12j doelstelling doelstelling doelstelling doelstelling Versterken

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 Lichte daling werkloosheid Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2015 De werkloosheidgraad gemeten volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau daalde

Nadere informatie

Gezondheidsindicatoren 2005 Vlaams Gewest. Algemene sterftecijfers

Gezondheidsindicatoren 2005 Vlaams Gewest. Algemene sterftecijfers Vlaams Gewest Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers.aspx - oktober 2007 Door: Cloots Heidi, De Kind Herwin, Kongs Anne, Smets Hilde Afdeling Informatie & Ondersteuning Inhoudsopgave...

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde)

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde) Afdeling Epidemiologie FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Juliette Wystmansstraat 14 Leuvenseweg 40 1050 Brussel 1000 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail : his@iph.fgov.be

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

Resultaten voor Brussels Gewest Gezondheidsklachten Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Gezondheidsklachten Gezondheidsenquête, België, 1997 5.4.1. Inleiding De meerwaarde van een gezondheidsenquête in vergelijking met de traditioneel verzamelde gezondheidsinformatie bestaat er o.a. uit dat ook gepeild wordt naar klachten waarvoor niet persé

Nadere informatie

Middelengebruik bij jongeren in Vlaanderen: een internationaal perspectief.

Middelengebruik bij jongeren in Vlaanderen: een internationaal perspectief. Middelengebruik bij jongeren in : een internationaal perspectief. Inleiding Op 23 en 30 november 200 organiseerde het Vlaamse Agentschap Zorg en Gezondheid de gezondheidsconferentie voor het vastleggen

Nadere informatie

Monitor alcohol en middelen

Monitor alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 1 Alcohol- en middelengebruik in Utrecht Wat, waar en hoeveel? 2011 Colofon Uitgave Unit Epidemiologie en informatie

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2006: Roken

Jongeren en Gezondheid 2006: Roken Resultaten HBSC - Roken Jongeren en Gezondheid : Roken Inleiding Ondanks de vele rapporten en boodschappen over de negatieve gevolgen van roken, blijft tabaksgebruik de grootste vermijdbare oorzaak van

Nadere informatie

Preventie van wiegendood bij zuigelingen

Preventie van wiegendood bij zuigelingen Preventie van wiegendood bij zuigelingen Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71

Nadere informatie

Resultaten voor België Cardiovasculaire preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Cardiovasculaire preventie Gezondheidsenquête, België, 1997 6.8.1. Inleiding In deze module worden 2 specifieke preventiedomeinen behandeld: de hypertensie en de hypercholesterolemie. De hart- en vaatziekten zijn aandoeningen die uit het oogpunt van volksgezondheid,

Nadere informatie

Gebruik van alcohol en andere drugs onder leerlingen in 35 Europese landen 2

Gebruik van alcohol en andere drugs onder leerlingen in 35 Europese landen 2 Het ESPAD-verslag van 2007 1 Gebruik van alcohol en andere drugs onder leerlingen in 35 Europese landen 2 Samenvatting 3 Voorwoord Met genoegen presenteren wij een samenvatting van de onderzoeksresultaten

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R ROKEN EN ALCOHOLGEBRUIK Jeugd 2010 5 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

ROOKGEDRAG IN BELGIË. Een rapport aan Stichting Tegen Kanker. GfK Significant 2013 Rookgedrag in België 14 August 2013 1

ROOKGEDRAG IN BELGIË. Een rapport aan Stichting Tegen Kanker. GfK Significant 2013 Rookgedrag in België 14 August 2013 1 ROOKGEDRAG IN BELGIË Een rapport aan Stichting Tegen Kanker GfK Significant 2013 Rookgedrag in België 14 August 2013 1 Inleiding: Achtergrond en doelstellingen Onderzoeksmethode GfK Significant 2013 Rookgedrag

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Leefstijl Nederlander niet verbeterd. Weer meer mensen met overgewicht

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Leefstijl Nederlander niet verbeterd. Weer meer mensen met overgewicht Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB07-021 20 maart 2007 9.30 uur Leefstijl Nederlander niet verbeterd In 2006 zijn Nederlanders niet gezonder gaan leven. Het aandeel volwassen Nederlanders

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997 7.1.1. Inleiding De huisarts vervult een essentiële rol binnen het geheel van de gezondheidszorg. Deze rol is bovendien in volle evolutie. Thema s zoals het globaal medisch dossier en de echelonnering

Nadere informatie

Alcoholgebruik: omvang in de regio

Alcoholgebruik: omvang in de regio Alcoholgebruik: omvang in de regio Schadelijk alcoholgebruik in de regio Het alcoholgebruik(1) onder volwassenen (tot 65 jaar) in Zuid-Limburg is 85%. Van de ouderen (65+) geeft 75% aan alcohol te drinken.

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 31 juli 2007 De honden en katten van de Belgen Highlights Ons land telde in 2004 1.064.000 honden en 1.954.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

GO Jeugd 2008 Alcohol

GO Jeugd 2008 Alcohol GO Jeugd 2008 Alcohol Samenvatting alcohol Uit de gegevens van GO Jeugd 2008 van GGD Fryslân blijkt dat 63% van de Friese 12 t/m 18 jarigen wel eens alcohol heeft, 51% nog in de vier voorafgaand aan het

Nadere informatie

TABAK ALCOHOL GAMEN. algemene sociale vaardigheden

TABAK ALCOHOL GAMEN. algemene sociale vaardigheden Leerlijnen per graad : 3 de graad LO 10-12j Doelstelling: Versterken van de kennis en vaardigheden die kinderen nodig hebben om gezonde keuzes te maken en niet te roken, geen alcohol te drinken en op een

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Gezondheidsenquête door middel van Interview België 21 Deel 3 Leefstijl IPH/EPI REPORTS nr 22-22 Afdeling Epidemiologie Juliette Wytsmanstraat 14 15 Brussel Tel : 2/642.57.94 e-mail : his@iph.fgov.be http://www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/

Nadere informatie

FACTSHEET CANNABIS augustus 2011

FACTSHEET CANNABIS augustus 2011 augustus 2011 Deze factsheet presenteert de belangrijkste cijfergegevens van het voorbije decennium (2001-2011) over de omvang van het cannabisgebruik in Vlaanderen en België. We bespreken achtereenvolgens:

Nadere informatie

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013

Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Wie doet aan sport? Een korte analyse van sportparticipatie uit het Vlaams Tijdsbestedingsonderzoek 2013 Situering Onze maatschappij houdt ons graag een ideaalbeeld voor van een gezonde levensstijl, waarbij

Nadere informatie

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2014

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2014 FACTSHEET APRIL 201 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2014 KERNPUNTEN Iets minr dan een kwart (23%) van Nerlandse bevolking vanaf 1 jaar rookte in 2014. Dat is een vergeleken met 2013 (2%). Ook

Nadere informatie

Sterke stijging aantal drugdoden fors overdreven

Sterke stijging aantal drugdoden fors overdreven Sterke stijging aantal drugdoden fors overdreven Op 4 december 2006 stond er een klein bericht in Het Laatste Nieuws met als kop sterke stijging Vlaamse drugdoden. De Morgen deed het de dag nadien over

Nadere informatie

6.7.1.1. Inleiding. Bespreking 5.3.7.1.2. pagina 1

6.7.1.1. Inleiding. Bespreking 5.3.7.1.2. pagina 1 6.7.1.1. Inleiding Algemeen wordt erkend dat de prenatale consultaties een fundamentele rol spelen inzake de gezondheid van de moeder en het toekomstige kind, maar de rol van respectievelijk de huisarts,

Nadere informatie

Rookgedrag in België - 2015

Rookgedrag in België - 2015 Rookgedrag in België - 2015 Een rapport voor Stichting tegen Kanker Uitgevoerd door GFK Met steun van de overheden 1 Context en methodologie Stichting tegen Kanker is een Belgische stichting met als missie

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie Algemeen De studie Jongeren en Gezondheid maakt deel uit van de internationale studie Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC), uitgevoerd onder toezicht van

Nadere informatie

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

Preventie en hulpverlening in een evoluerend drugsbeleid. Frieda Matthys, MD, PhD

Preventie en hulpverlening in een evoluerend drugsbeleid. Frieda Matthys, MD, PhD Preventie en hulpverlening in een evoluerend drugsbeleid Frieda Matthys, MD, PhD Overzicht Cannabis en gezondheid Prevalentie van gebruik Problemen door gebruik Drugbeleid vanuit gezondheidsperspectief

Nadere informatie

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013 Samenvatting Losser Versie 1, oktober 2013 Lage SES, bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Losser In de gemeente Losser wonen 22.552 mensen; 11.324 mannen en 11.228 vrouwen. Als we de verschillende

Nadere informatie

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO.

Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. 1. Referentie Referentie Vandercammen, M. (2009). Jongeren en kansspelen. Brussel: OIVO. Taal Nederlands ISBN - ISSN / Publicatievorm onderzoeksrapport 2. Abstract In dit onderzoek, uitgevoerd door het

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN STEM monitor 2015 SITUERING In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien in een algemene monitoring van het actieplan op basis van een aantal indicatoren. De STEM monitor geeft

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Table 1 of lftklper by rybewys Controlling for sexe=mannelijk

Table 1 of lftklper by rybewys Controlling for sexe=mannelijk 4 Rijbewijsbezit Tabel 42: Verdeling van rijbewijsbezit volgens geslacht (personen vanaf 18 jaar) Table of sexe by rybewys rybewys (Bezit rijbewijs sexe (Geslacht) om auto te besturen) Col Pct Ja neen

Nadere informatie

Roken in het gezin. Kom op tegen Kanker. Kom op tegen Kanker. Roken in het gezin TNS 140391

Roken in het gezin. Kom op tegen Kanker. Kom op tegen Kanker. Roken in het gezin TNS 140391 Contents 1 Studie-opzet 3 2 Wie rookt binnen het gezin? 7 3 Roken in aanwezigheid van het kind 4 11 5 Opvoedingsstijl van rokende ouders 28 6 Houding van de ouders t.o.v. de problematiek 7 Key Facts 48

Nadere informatie

Onderzoeksrapport. Hou vol! Geen alcohol. Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders.

Onderzoeksrapport. Hou vol! Geen alcohol. Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders. Onderzoeksrapport Hou vol! Geen alcohol Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders. Suzanne Mares, MSc Dr. Anna Lichtwarck-Aschoff Prof. Dr. Rutger Engels Inleiding

Nadere informatie

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Deel 2 Gezondheidstoestand IPH/EPI REPORTS nr 2002-22 Afdeling Epidemiologie Juliette Wytsmanstraat 14 1050 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail :

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZODHEIDSEQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZODHEIDSGEDRAG E LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

FACTSHEET CANNABIS april 2013

FACTSHEET CANNABIS april 2013 april 2013 Deze factsheet presenteert de belangrijkste cijfergegevens van het voorbije decennium (2002-2012) over de omvang van het cannabisgebruik in Vlaanderen en België. We bespreken achtereenvolgens:

Nadere informatie

Roken onder volwassenen De harde feiten 2010

Roken onder volwassenen De harde feiten 2010 Roken onder volwassenen De harde feiten 2010 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 1958 1960 1962 1964 1966 1968 1970 1972 1974 1976 1978 1980 Percentage niet rokers onder de Nederlandse bevolking

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie