Thema Aansprakelijkheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Thema Aansprakelijkheid"

Transcriptie

1 Tweewekelijks vaktijdschrift voor de fiscale praktijk Fiscaal Praktijkblad is een tweewekelijks vaktijdschrift voor de fiscale adviespraktijk, de accountantspraktijk, de belastingdienst en de rechterlijke macht. FP signaleert belangrijke ontwikkelingen in de fiscale rechtspraktijk en presenteert die door middel van duidelijke artikelen, uitmondend in een concreet advies. Elk nummer behandelt een thema waarin een actueel onderwerp wordt besproken in het kader van de praktijkuitoefening. FP Select bevat een selectie van recente fiscale rechtspraak en wetgeving. Redactiecommissie mr. dr. J. Ganzeveld drs. C. Overduin mr. H.Ph. Ruys mr. S.F.J.J. Schenk mr. J.D. Schouten mr. Y. van der Tempel Redactiesecretariaat drs. S. Tigges (Belastingacademie) Redactie Fiscaal Praktijkblad Laan van Zuid Hoorn 29, 2289 DC Rijswijk Telefoon (070) Uitgever Fiscaal up to Date BV Postbus 11620, 2502 AP Den Haag Telefoon (070) Fax (070) Abonnementen Fiscaal up to Date BV Postbus 125, 5600 AC Eindhoven Telefoon (040) Fax (040) e jaargang 27 april 2010 nummer 8 Thema Aansprakelijkheid 4 Aansprakelijkheid Inleners- en ketenaansprakelijkheid: de stand van zaken mw. mr. J.W.H. Nietveld Een korte uitleg over de Wet keten- en inlenersaansprakelijkheid en de gang van zaken betreffende deze wettelijke bepalingen. 8 Aansprakelijkheid Betalingsonmacht: melden of betalen mr. J. D. Schouten De wettelijke regeling en het meldingsproces inzake de nieuwe aansprakelijkheidsbepaling voor de bestuurder van een rechtspersoonlijk bezittend lichaam. 13 Formeel belastingrecht Kenbaar meer mogelijkheden tot navordering na 1 januari 2010 mw. mr. J. Kastelein & mw. mr. J.M. van der Vegt Toelichting van een aantal onevenwichtigheden omtrent de nieuwe bepaling navorderingsbevoegdheid. En verder 3 Commentaar De fiscale betekenis van het begrip controversieel mr. E. Thomas 23 Naschrift Zelfstandige en werknemer werkzaam in twee of meer lidstaten mw. mr. J.W.H. Nietveld Aanvulling op het artikel EG Verordening 883/2004 en grensoverschrijdende arbeid FP nr FP Select

2 27 APRIL 2010 Abonnementsvoorwaarden Fiscaal Praktijkblad verschijnt tweewekelijks op dinsdag. Een abonnement kost e 415 per jaar excl. btw (2010). Abonnementen kunnen op elk gewenst moment ingaan en lopen automatisch door, indien zij niet twee maanden voor het verstrijken van de abonnementstermijn schriftelijk zijn opgezegd. Bewaarband e 19,50 (incl. verzendkosten, excl. btw) Redactie FP Select De rubriek FP Select wordt samengesteld door de redactie van Fiscaal up to Date. Alle brondocumenten zijn te raadplegen op IN HET VOLGENDE NUMMER ONDER MEER: THEMA: FINANCIERING Leningen tussen dga en bv Leningen in concernverband Fiscaal Praktijkblad nr verschijnt op 11 mei 2010 VASTE MEDEWERKERS FISCAAL PRAKTIJKBLAD Aanbevolen citeerwijze FP 2010/1, blz. of FP Select 2010/nr.... Basisontwerp Pino Design, Arnhem Druk Drukkerij De Witte, Eindhoven ISSN Fiscaal Praktijkblad is met uiterste zorg samengesteld. Desondanks aanvaarden uitgever, redactie, noch auteurs enige aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden, drukfouten of onvolledigheden of gevolgen daarvan. Alle artikelen in Fiscaal Praktijkblad zijn op persoonlijke titel geschreven. Verveelvoudiging en openbaarmaking van Fiscaal Praktijkblad is niet toegestaan. mr. G.A.C. Aarts MFP mr. A.J.M. Arends mr. R.S. Bekker dr. R. Betten mr. L.J. Boone mr. P. Bregman FB mr. S.J. Brugman-Vooren mr. M.J. van Dieren mr. W.A. Dijkstra mr. J. Dilling E.H. van den Elsen mr. P.H.J. Furer FB mr. P.M. Gerrits drs. H.M. Guiljam mr. P.E. Halprin mr. J. Kastelein drs. K. Kocks mr. F.D. Kouwenhoven mr. H.C.A. Kraaijeveld mr. A.J. Kromhout mr. A. Luyten mr. W.C.M. Martens mr. P.W. van Meeuwen mr. P.F.E.M. Merks drs. A.J.M. van Peer mr. J.A. Petrie dr. E. Poelmann J.H.P.M. Raaijmakers mr. G.H. Rademaker mr. A.W.M. Roelen W.A. Rouwenhorst FB mr. A.J. de Ruiter mr. E. de Ruiter mr. H.E.E. Sauter mr. P.L.F. Seegers dr. F.P.J. Snel mr. B.W. Sonneveldt mr. M.J.P.C. Steinbusch mr. E.B. van der Stok mr. E. Thomas mr. I. Tuinstra mr. T.C.H. Uffen mr. M.H. Verhoef drs. J. Visbeen mr. J.G.M. van de Wakker prof. mr. J.B. Wezeman mr. S.A.M. de Wijkerslooth mr. M.A.C.M. Wijsman mr. drs. M.J. Ziepzeerder 2010 Fiscaal up to Date BV, Eindhoven 2

3 De fiscale betekenis van het begrip controversieel Het begrip controversieel komt niet voor in belastingwetgeving en lijkt daardoor voor degenen die zich met belastingrecht bezighouden, irrelevant. Niets is echter minder waar. De val van het kabinet Balkenende IV heeft ertoe geleid dat de Tweede Kamer lijsten is gaan samenstellen met onderwerpen die controversieel zijn verklaard. Controversieel betekent politiek gezien dat de Tweede Kamer een wetsvoorstel tijdens de demissionaire status van het kabinet Balkenende IV niet meer zal behandelen. Anders gezegd: de behandeling van deze controversiële wetsvoorstellen levert op zijn best een beperkte vertraging op, maar soms wordt een wetsvoorstel zelfs op de lange baan geschoven (denk aan het wetsvoorstel omtrent het rekeningrijden). Aangezien ik naast ervaring in het belastingrecht ook ervaring heb ik het bestuursrecht, privaatrecht en strafrecht, kon ik mij niet voorstellen dat in het onpersoonlijke, zakelijke belastingrecht zich controversiële zaken zouden kunnen afspelen. Controversieel betekent namelijk waarover grote meningsverschillen zijn. Ook hier blijkt niets minder waar: zelfs fiscale wetsvoorstellen blijken controversieel te kunnen worden verklaard. Onder meer de volgende onderwerpen zijn controversieel verklaard (Tweede Kamer, vergaderjaar 2009/2010, , nr. 1 en Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 en Ministerie van Financiën, , nr. DB/2010/65U): Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 15 december 2008 over verdeling VPB-druk en renteproblematiek (31.369, nr. 5). Wet uniformering loonbegrip (32.131). Niet-indexering eigenwoningforfait (32.303). Wijziging Wet OB i.v.m. aanpak constructies (on)roerende zaken (30.061). Aanpassing OB-tarief levende dieren (30.922). Verhoging AOW-leeftijd (32.247). Van deze onderwerpen kan ik me, met enige goede wil, voorstellen dat niet-indexering van het eigenwoningforfait c.q. het zwaarder belasten van duurdere huizen en de verhoging van de AOW-leeftijd controversieel zijn. Maar wat is er controversieel aan bijvoorbeeld de Wet uniformering loonbegrip of de aanpassing van het OB-tarief levende dieren? Kan de politiek c.q. de Tweede Kamer zich niet beperken tot zaken die echt maatschappelijke opschudding veroorzaken, zoals bijvoorbeeld de verhoging van de AOWleeftijd. Vraagt u maar eens aan een willekeurige leek: vindt u de aanpassing van het OB-tarief voor levende dieren controversieel? De kans is groot dat deze leek voor uw vraag niet eens wist dat er een OB-tarief voor levende dieren was en nu hij of zij het wel weet, kan hij of zij zich niet voorstellen wat aan dit onderwerp controversieel kan zijn. Wanneer keert de Tweede Kamer eens terug naar de werkelijkheid die voor de gemiddelde Nederlander van belang is, ook fiscaal? mr. E. Thomas Buitenpromovendus Radboud Universiteit Nijmegen 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD COMMENTAAR 3

4 AANSPRAKELIJKHEID Inleners- en ketenaansprakelijkheid: de stand van zaken 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw is de Wet ketenaansprakelijkheid ingevoerd om malafide uitzend- en aannemingspraktijken tegen te gaan. Daarnaast bevordert deze wettelijke regeling een meer tijdige inning van loonheffingen en btw. Bovendien bestrijdt de wet oneerlijke concurrentie, omdat het bijvoorbeeld nog steeds voorkomt dat uitleners van arbeidskrachten geen loonheffingen afdragen. De Wet keten- en inlenersaansprakelijkheid is een van de drie antimisbruikbepalingen (naast de Wet bestuurdersaansprakelijkheid en de Wet bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement). Deze triptiek is in de vorige eeuw ingevoerd om bovengemelde praktijken tegen te gaan. Maar ook om bestuurders hierop al dan niet in faillissementsituaties aan te spreken. Dit laatste door ook hen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor genoemde schulden en/of tekorten in het faillissement. AANSPRAKELIJKHEID De wettelijke bepalingen inzake de keten- en inlenersaansprakelijkheid zijn thans geregeld in de Invorderingswet 1990 (hierna: Invorderingswet). Sinds de jaren tachtig hebben diverse ontwikkelingen met betrekking tot deze aansprakelijkheid plaatsgevonden. Hierna geef ik eerst een korte uitleg over de inleners- en ketenaansprakelijkheid, vervolgens behandel ik de huidige stand van zaken. Inlenersaansprakelijkheid Een inlener is degene onder wiens toezicht of leiding een of meer ter beschikking gestelde werknemers werkzaam zijn. De uitlener stelt werknemers ter beschikking aan de inlener. Deze werknemers hebben een dienstbetrekking met de uitlener, bijvoorbeeld een uitzendbureau. Wanneer de inlener de hem ter beschikking gestelde werknemers vervolgens aan een derde uitleent, dan wordt de inlener een doorlener. Ook die inlener kan de werknemers vervolgens weer aan een volgende inlener ter beschikking stellen. Hierdoor ontstaat een keten van uitleners, doorleners en uiteindelijk inleners. De uitlener zendt de inlener een factuur voor de werkzaamheden die de ter beschikking gestelde werknemers bij de inlener hebben uitgevoerd. Het grootste deel van de in rekening gebrachte fee bestaat uit de loonkosten (inclusief loonheffingen) voor de ter beschikking gestelde werknemers. Daarnaast ook uit de omzetbelasting. Het komt voor dat de uitlener de loonheffingen en omzetbelasting niet aan de Belastingdienst betaalt. Steeds geldt daarom dat de ontvanger van de Belastingdienst de inlener of doorlener hoofdelijk aansprakelijk kan stellen voor deze onbetaald gebleven loonheffingen en omzetbelastingen. Voorwaarde is wel dat de uitlenende belastingschuldige in gebreke is met het betalen van deze heffingen. Ketenaansprakelijkheid Naast inlenersaansprakelijkheid geldt onder meer een aansprakelijkheid voor de aannemer, de onderaannemer en de eigenbouwer. Ook hier kan sprake zijn van het ter beschikking stellen van werknemers aan bijvoorbeeld de opdrachtgever door de aannemer et cetera. Aansprakelijkheid geldt in dit geval slechts voor de loonheffingen, maar niet voor de omzetbelasting. De Invorderingswet omschrijft een aannemer als volgt: Degene die zich jegens de opdrachtgever verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uit te voeren tegen een te betalen prijs. Wanneer de aannemer (een deel van) het werk uitbesteedt aan een onderaannemer, dan verbindt deze onderaannemer zich met de aannemer voor de uitvoering van het werk. Besteedt deze onderaannemer vervolgens (een deel van) het werk uit aan een daaropvolgende onderaannemer, de (onder)onderaannemer, dan verbindt deze zich met de onderaannemer om het werk te verrichten. Ook hier is dan sprake van een keten van aannemers en onderaannemers. mw. mr. J.W.H. Nietveld werkzaam bij Ernst & Young Belastingadviseurs LLP De Invorderingswet stelt daarbij een zogenoemde eigenbouwer gelijk aan een aannemer. Bovendien beschouwt de 4

5 Invorderingswet de verkoper van een toekomstige zaak in de confectiesector, ten opzichte van een aannemer, als onderaannemer, voor zover de koop en verkoop voortvloeit uit een werk van stoffelijke aard. De eigenbouwer Een eigenbouwer is degene die, zonder dat hij daartoe opdracht van een opdrachtgever heeft gekregen, buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf een werk van stoffelijke aard uitvoert. Het uitvoeren van het werk van de eigenbouwer behoort tot zijn eigen (normale) bedrijfsuitoefening, ook al voert een derde het werk uit. Wanneer een derde het werk uitvoert, bevindt de eigenbouwer zich namelijk in dezelfde positie als de aannemer, die hoofdelijk aansprakelijk is voor onbetaald gebleven loonheffingen over het loon van de werknemers van de onderaannemer. Ook een overheidslichaam kan eigenbouwer zijn, wanneer zij de werkzaamheden niet (laat) verricht(en) in de uitoefening van een overheidstaak. Met het uitvoeren van een werk in de normale uitoefening van zijn bedrijf wordt bedoeld: het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de hoofddoelstelling van het bedrijf; en het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van het vervaardigen, onderhouden en herstellen van bedrijfsmiddelen, wanneer het bedrijf deze werkzaamheden normaal zelf uitvoert (of uit dient te voeren). en bestratingen, onderhoud van huizen, gebouwen, schepen en voertuigen, het afbreken van of slopen van bouwwerken, schepen of andere zaken, herstelwerkzaamheden van diverse zaken, typewerk, het vermenigvuldigen van documenten, het verpakken van goederen en het bewerken van producten uit landbouw, tuinbouw of bosbouw. Opdrachtgevers- en kopersaansprakelijkheid Met de invoering van de opdrachtgevers- en kopersaansprakelijkheid in de confectiesector per 1 oktober 2003 is de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling uitgebreid. De opdrachtgever is aansprakelijk voor de niet betaalde loonheffingen over het loon ter zake van de vervaardiging en elke daarop gerichte handeling van kleding (maar geen schoeisel) van de werknemers van de aannemer. In geval de onderaannemer de uitvoering van deze vervaardiging geheel of gedeeltelijk aan de volgende onderaannemer laat, is de aannemer respectievelijk de onderaannemer aansprakelijk. Met een opdrachtgever is gelijkgesteld degene die buiten dienstbetrekking in de normale bedrijfsuitoefening kleding (geen schoeisel) koopt die nog geheel of gedeeltelijk vervaardigd moet worden en met een aannemer de verkoper daarvan. Beperking van de aansprakelijkheid Aansprakelijkheid is te beperken, namelijk door (een deel van) de in de prijs begrepen loonheffingen en omzetbelasting (indien niet verlegd): te storten op de g-rekening (geblokkeerde rekening) ten name van de uitlener, doorlener of onderaannemer; of rechtstreeks te betalen aan de Belastingdienst. 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD Het antwoord op de vraag of sprake is van eigenbouwerschap blijkt alleen uit de concrete omstandigheden. Het hebben van de algehele leiding is op zich al voldoende, ook als het werk geheel wordt uitbesteed, terwijl de eigenbouwer het uitbestede werk ook zelf had kunnen uitvoeren. Een voorbeeld van een eigenbouwer is een fastfoodrestaurant dat de schoonmaakwerkzaamheden door een derde laat uitvoeren. Hygiëne is in een restaurant een van de hoofddoelstellingen. Hierdoor is sprake van eigenbouwerschap ten aanzien van de schoonmaakwerkzaamheden. Een werk van stoffelijke aard is een werk dat veelal resulteert in een tastbaar product. Voorbeelden van werk van stoffelijke aard zijn: bouwwerken, aanleg van wegen, waterstaatwerken, het bewerken van land, het leggen van leidingen De g-rekening is een bankrekening die op naam van de uitlener, doorlener of onderaannemer staat. Deze sluit voor de opening van deze rekening een overeenkomst met de bankinstelling en de Belastingdienst. De uitlener, doorlener of onderaannemer wendt deze rekening slechts aan om betalingen ter zake van loonheffingen of omzetbelasting te doen plaatsvinden. Ook kan hij in het kader van uitlening, doorlening of onderaaneming op de g-rekening van diens wederpartij ten laste van zijn eigen g-rekening betalingen verrichten. Slechts voor de bedragen van deze stortingen en betalingen kan de aannemer, inlener of opdrachtgever niet aansprakelijk zijn wanneer hij voldoet aan bepaalde administratieve voorwaarden die de Invorderingswet stelt. Dit geldt niet wanneer hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de 5

6 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD aannemer of uitlener de g-rekening niet voor betaling van de belasting- en/of premieschulden gebruikt. Omvang aansprakelijkheid De omvang van de aansprakelijkheid is het verschil tussen de verschuldigde loonheffingen/omzetbelasting en de op de g- rekening gestorte of aan de Belastingdienst betaalde bedragen. Hierbij baseert de ontvanger zich op de administratie van de aannemer, inlener of opdrachtgever en van de (onder)aannemer of uitlener. Als de administratie ontbreekt, maakt de ontvanger een schatting van de verschuldigde heffingen. Depotstelsel Het depotstelsel is een combinatie van het g-rekeningensysteem en het systeem van rechtstreekse storting op de bankrekening van de Belastingdienst. Uitleners, doorleners of onderaannemers kunnen zodra de nieuwe regeling in werking is getreden een depot aanhouden bij de Belastingdienst. Hoe werkt het depotstelsel De Belastingdienst zal ten behoeve van het depotstelsel een bankrekening aanhouden bij een bankinstelling. Dit is de zogenoemde vrijwaringsrekening. De uitlener, doorlener of onderaannemer houdt bij de Belastingdienst een depot aan. Dit depot is niet meer gebonden aan het zijn van inhoudingsplichtige; ook zzp ers kunnen bijvoorbeeld een depot aanhouden. De inlener, aannemer of opdrachtgever/eigenbouwer stort (een deel van) de bedragen aan loonheffingen en omzetbetaling (dit laatste indien van toepassing), die begrepen zijn in de factuur van de uitlener, doorlener of onderaannemer via de vrijwaringsrekening in het depot van de depothouder. Hij is voor dat bedrag gevrijwaard van aansprakelijkheid. Bij de storting moet de inlener, aannemer of opdrachtgever/ eigenbouwer de gegevens vermelden van de werknemers of het werk waarop de betaling betrekking heeft. De depotbegunstigde wendt de stortingen op de vrijwaringsrekening in zijn depot vervolgens aan voor de betaling de loonheffingen met betrekking tot het loon van zijn werknemers en de verschuldigde btw ter zake. Wanneer de depotbegunstigde in gebreke is met het betalen van de betreffende belastingschuld, kan de ontvanger het saldo in het depot zelf aanwenden voor betaling daarvan. De aanwending van de bedragen door de Belastingdienst is al mogelijk vóórdat een dwangbevel wordt verzonden of vereenvoudigd derdenbeslag wordt gelegd. De reden daarvan is kostenbesparing voor zowel de Belastingdienst als de depothouder. Het kan zijn dat de inlener, aannemer of opdrachtgever/ eigenbouwer wist of redelijkerwijs vermoedde dat de uitlener, doorlener of onderaannemer in gebreke zal blijven het in depot gestorte bedrag aan te wenden voor betaling van zijn omzetbelasting en/of loonheffingen. In dit geval blijft de vrijwaring van aansprakelijkheid bij storting via de vrijwaringsrekening in het depot voor de inlener, aannemer of opdrachtgever van toepassing. De ontvanger is onder voorwaarden immers bevoegd de gelden in het depot zelf aan te wenden voor betaling van de belastingschulden. Overgangsrecht Het depotstelsel is als wet aangenomen op 1 juli 2009, maar het is nog steeds onbekend wanneer de wet in werking zal treden. Na inwerkingtreding is overgangsrecht van toepassing. Om uitleners, doorleners of onderaannemers na inwerkingtreding de kans te geven zich aan het nieuwe stelsel aan te passen blijft het g-rekeningenstelsel en het stelsel van rechtstreekse betalingen aan de Belastingdienst nog een jaar naast het nieuwe depotstelsel bestaan. Dit betekent dat de rechtstreekse stortingen bij de Belastingdienst tot een jaar na inwerkingtreding nog vrijwaring van aansprakelijkheid bieden. Hetzelfde geldt voor bedragen die tot en met een jaar na de datum van inwerkingtreding op de g-rekening van de uitlener, doorlener of onderaannemer worden gestort die betrekking hebben op verschuldigde omzetbelasting en/of loonheffingen verband houdende met de aansprakelijkheidsbepalingen uit de wet. Uitleners, doorleners of onderaannemers kunnen vanaf de inwerkingtreding een verzoek om een depot indienen bij de Belastingdienst. Wanneer het depot is geopend kunnen de bedragen van de g-rekening overgeboekt worden naar het depot. Hierna hebben de uitleners, doorleners of onderaannemers tot een jaar na inwerkingtreding de gelegenheid om de inleners, aannemers of opdrachtgevers van het depotnummer op de hoogte te stellen. Let op: waneer het overgangsrecht niet meer van toepassing is, zullen rechtstreekse betalingen aan de Belastingdienst (anders dan in het depot) direct worden afgeboekt op openstaande aanslagen ten name van degene voor wie wordt gestort. 6

7 Overige beperkingen van aansprakelijkheid Het risico op aansprakelijkheid is verder te beheersen door: het van de uitlener, doorlener of onderaannemer vragen van een originele en meest recente verklaring betalingsgedrag van hem. De uitlener, doorlener of onderaannemer dient deze zelf bij de Belastingdienst aan te vragen; het nakomen van de administratieve verplichtingen. Het loon uit de factuur van de uitlener, doorlener of onderaannemer moet uit de administratie van de aannemer, inlener of opdrachtgever/eigenbouwer te herleiden zijn. Dit betekent kort gezegd dat deze een (schaduw)administratie moet voeren als was het zijn eigen personeel (loon, mandagen, burgerservicenummer/sofinummer et cetera). Hierbij dient de aannemer, inlener of opdrachtgever/eigenbouwer tevens de identiteit van het personeel zelf te controleren en door hemzelf gemaakte afschriften hiervan in zijn administratie voorhanden heeft. Let op: deze beperkende maatregelen geven geen vrijwaring. Het voorhanden hebben van een zogenaamde mandagenregister en de identiteit van de personen die voor de aannemer, inlener of opdrachtgever/eigenbouwer gewerkt hebben, kan leiden tot een matiging van het anoniementarief, wanneer de aannemer, inlener of opdrachtgever/eigenbouwer hiervoor wordt aangesproken. Inlenersaansprakelijkheid voor lonen Met ingang van 1 januari 2010 is de inlenersaansprakelijkheid voor lonen in werking getreden. Iemand die werknemers van een andere inhoudingsplichtige inhuurt (de inlener) kan hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor het onbetaald gebleven (deel van het) minimumloon en minimumvakantiebijslag dat de uitlener (de werkgever) van de ingehuurde arbeidskrachten had moeten uitbetalen. Het betreft hier een middel tegen uitbuiting van arbeidskrachten en heeft een wijziging in het Burgerlijk Wetboek ten aanzien van de arbeidsovereenkomsten tot gevolg gehad. Er is daarom geen sprake van een fiscaalrechtelijke, maar van een civielrechtelijke aansprakelijkheid. Alleen de ingehuurde arbeidskracht kan de inlener aansprakelijk stellen voor het onbetaald gebleven (deel van het) minimumloon en de minimumvakantiebijslag van zijn werkgever. Wanneer de (buitenlandse) uitlener van arbeidskrachten een certificering heeft van de door de Raad van Accreditatie erkende certificerende instelling is aansprakelijkstelling niet mogelijk. Hierdoor zullen niet-gecertificeerde uitzendbureaus minder aantrekkelijk zijn voor inleners van arbeidskrachten. Geraadpleegd Wetsvoorstel, etc. TK nr , Wijziging van de Invorderingswet 1990 (vervanging g-rekeningenstelsel door een depotstelsel) Wet van 1 juli 2009, houdende Fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen, nr ; Fida NDFR Deel Invordering, IW 1990 art. 35 Ketenaansprakelijkheid, Commentaar Eigenbouwer. 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD Advies In toenemende mate loopt de inlener, aannemer of opdrachtgever aansprakelijkheidsrisico. Hij kan zich hiervan slechts vrijwaren door bedragen te storten op de g- rekening van de uitlener, doorlener of onderaannemer. Ook kan hij zich vrijwaren door rechtstreekse storting op de rekening van de Belastingdienst. In de toekomst zullen, na inwerkingtreding van het depotstelsel, het g-rekeningenstelsel en het stelsel van rechtstreekse stortingen bij de Belastingdienst tot een jaar naast elkaar van toepassing zijn. Daarna zal vrijwaring alleen nog gelden voor stortingen in het depot van de uitlener, doorlener of onderaannemer. Slechts ondernemingen die hun administratie goed op orde hebben en adequate stortingen op de g-rekening (of in de toekomst in het depot) van de wederpartij of rechtstreekse stortingen bij de Belastingdienst doen kunnen de aansprakelijkheid zoveel mogelijk beperken. De meest recente ontwikkeling is de inlenersaansprakelijkheid voor de lonen. Om deze aansprakelijkheid te voorkomen is het noodzakelijk om slechts arbeidskrachten in te lenen van een uitzendbureau dat certificering heeft van de door de Raad van Accreditatie erkende certificerende instelling, volgens de minister van SZW aan te wijzen normen. 7

8 AANSPRAKELIJKHEID Betalingsonmacht: melden of betalen 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD Bestuurders van rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen (bijvoorbeeld bv s en nv s) zijn hoofdelijk aansprakelijk voor een aantal belastingschulden van deze lichamen. Het lichaam moet volledig rechtsbevoegd zijn en onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. Indien het lichaam bovengemelde belastingen niet stipt en op tijd kan betalen, zal het lichaam de betalingsonmacht aan de ontvanger moeten melden. Een bestuurder kan deze melding ook doen. AANSPRAKELIJKHEID Indien tijdig en juist gemeld, zal de ontvanger een bestuurder van het lichaam slechts kunnen aanspreken indien sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Bovendien moet dit onbehoorlijk bestuur de oorzaak zijn van het niet kunnen betalen door het lichaam van eerdergenoemde belastingen. De ontvanger moet dit bewijzen. Tevens dat het onbehoorlijk bestuur aan de aan te spreken bestuurder is te wijten. Indien de melding niet correct en/of tijdig is, is de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk. In de praktijk blijken vooral deze situaties te leiden tot aansprakelijkstellingen. Deze groep bestuurders wordt vervolgens geconfronteerd met een in feite onmogelijke bewijslast om hun aansprakelijkheid van zich af te werpen. Zij moeten eerst bewijzen dat het niet melden niet aan hen te wijten is. Indien dit bewijs geleverd is, worden zij pas toegelaten te bewijzen dat er geen kennelijk onbehoorlijk bestuur is (het zogenaamde dubbeldekkerbewijs ). In dit artikel richt ik mij specifiek op deze groep bestuurders. De wettelijke regeling Slechts bestuurders van lichamen die onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbelasting zijn aansprakelijk. mr. J. D. Schouten Werkzaam bij Ernst & Young Belastingadviseurs Of het lichaam ook feitelijk in de heffing wordt betrokken is daarbij geen criterium. Indien het lichaam slechts gedeeltelijk aan de vennootschapsbelasting is onderworpen, is de aansprakelijkheid beperkt tot de heffingen die verschuldigd zijn ten aanzien van dat deel van de onderneming dat aan de vennootschapsbelasting is onderworpen. Ieder van de bestuurders is hoofdelijk aansprakelijk. De wettelijke regeling gaat uit van een aansprakelijkheid van rechtswege. Deze aansprakelijkheid kan de ontvanger slechts effectueren via een voor bezwaar vatbare beschikking. Een formele bestuurdersfunctie is al voldoende voor aansprakelijkstelling. Indien een formele bestuurder feitelijk een andere functie vervult, zoals bijvoorbeeld van secretarieel medewerker, maakt dit geen verschil. Hoofdelijke aansprakelijkheid betekent dat elke bestuurder voor de gehele schuld aansprakelijk is. Voldoet een van de bestuurders de gehele schuld, dan bevrijdt dit de andere bestuurders van hun verplichtingen ten opzichte van de fiscus. Wat rest is dat zij de regresvordering van de bestuurder die betaald heeft, aan de betaald hebbende bestuurder moeten voldoen. Bieden zij geen verhaal, dan zal de bestuurder die de regresvordering heeft per saldo meer dragen dan zijn deel. De bestuurdersaansprakelijkheid, zoals deze in de zogeheten Wet bestuurdersaansprakelijkheid is geregeld, geldt voor de volgende heffingen: De loonbelasting. De omzetbelasting. De accijns. De verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak. De in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen. De premies volksverzekeringen en zorgverzekeringswet. De premies werknemersverzekeringen. De verplichte bijdragen aan bedrijfspensioenfondsen (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000). De hier genoemde heffingen moeten verschuldigd zijn door een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam in de zin van 8

9 de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR), dat volledig rechtsbevoegd is. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de bv, de nv en stichtingen. Bestuurder Deze bestuurdersaansprakelijkheid geldt ook voor bestuurders van buitenlandse lichamen. De inschrijving in het Handelsregister is op zich onvoldoende, gelet op jurisprudentie, om een bestuurder aan te spreken. Er moet sprake zijn van een werkelijk (middellijk) bestuurder. Een minimum beperkt aantal werkzaamheden kan kwalificeren voor deze regeling. Niet alleen de statutaire bestuurder kan de ontvanger aanspreken. Van een statutaire bestuurder wordt verlangd dat hij zich met het besturen van de onderneming en het toezicht op de gang van zaken binnen de onderneming bezighoudt. Als hij hierin in ernstige mate nalatig is, maakt hij zich volgens vaste jurisprudentie schuldig aan kennelijk onbehoorlijk bestuur. Maar naast statutaire bestuurders zijn ook feitelijke bestuurders aansprakelijk. De meldingsplicht Spil van de hier besproken regeling is de zogenaamde meldingsplicht. Het betreft dan de mededelingsplicht aan de belastingontvanger. Het lichaam moet onverwijld nadat gebleken is dat het niet tot betaling van de fiscale schulden in staat is, daarvan mededeling doen aan de ontvanger. Iedere bestuurder kan namens het lichaam deze mededeling doen. Een rechtsgeldige melding door een van de bestuurders heeft ook rechtskracht voor zijn medebestuurders. Uitgangspunt is dat het lichaam of een van de bestuurders tijdig de betalingsonmacht meldt. Deze melding moet onverwijld plaatsvinden, doch uiterlijk twee weken na de dag waarop de belastingen en/of premie (of een termijnnota) behoorde te zijn betaald. De bestuurder kan zijn verantwoordelijkheid niet op zijn werknemers of derden afschuiven. Men kan niet vertrouwen op de bedrijfsleider of de accountant. Ook al heeft deze de opdracht gekregen hierop toe te zien, dit ontslaat de bestuurder zelf niet van de verplichting om tijdig te melden. Het verstrekken van nadere inlichtingen en gegevens Op verzoek van de ontvanger moet het lichaam tevens nadere inlichtingen verstrekken en stukken overleggen. Iedere bestuurder kan namens het lichaam de gevraagde inlichtingen verstrekken en stukken overleggen. Daarvoor gelden nadere uitvoeringsvoorschriften. Belangrijk is dat men bij de melding inzicht moet geven in de omstandigheden die ertoe geleid hebben dat de verschuldigde heffingen niet tijdig op aangifte zijn afgedragen of voldaan, of niet tijdig is betaald. Indien de melding slechts liquiditeitsmoeilijkheden aangeeft, zal de ontvanger zeker nadere vragen stellen. Indien een ondernemer tijdelijke betalingsmoeilijkheden heeft, zal hij ook betalingsonmacht moeten melden. Melden of betalen De melding is de kern van de regeling. De Hoge Raad is van oordeel dat er slechts twee mogelijkheden zijn: tijdig betalen of de betalingsonmacht melden. Duidelijker kan het niet. In de wettelijke regeling is opgenomen dat de mededeling uiterlijk twee weken na de vervaldag van de aanslag moet zijn gedaan. In de lijn van de Hoge Raad oordeelde de Rechtbank Breda later dan ook terecht dat niet op de juiste wijze aan de meldingsplicht was voldaan. In deze situatie had de vennootschap niet direct na afloop van het jaar 2002, doch pas na het opmaken van de jaarrekening om een naheffingsaanslag verzocht, terwijl zij wist dat te weinig btw was voldaan. De rechtbank was van oordeel dat hier sprake van grove schuld, waardoor de melding niet het door de aangesproken bestuurder gewenste effect kon krijgen. Lagere rechtspraak wijkt in concrete gevallen soms van deze lijn af. Voor de praktijk is echter het advies deze uitzonderingen op de door de Hoge Raad geformuleerde hoofdregel niet over te nemen, doch altijd tijdig te betalen dan wel te melden. Indien naheffingsaanslagen worden opgelegd en de ontvanger dwangbevelen uitvaardigt, is dit nog geen situatie dat sprake is van betalingsonmacht. Rechtbank Den Haag oordeelde dat in wezen in deze situatie slechts sprake was van tijdelijke betalingsonmacht. Maar dit ontslaat echter niet van het doen van de meldingsplicht. Een bestuurder hoeft de betalingsonmacht van het lichaam niet te melden wanneer dit lichaam recht heeft op belastingteruggaven, waaruit de belastingvordering geheel voldaan kan worden. Formaliteiten melding Het doen van een melding was tot en met 2009 vormvrij. Met ingang van 2010 is de schriftelijke vorm wettelijk ver- 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD

10 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD plicht. Uit een oogpunt van bewijslast een volstrekt logische keuze van de wetgever. Op die wijze lijken discussies, die gevoerd moesten worden om te bewijzen dat er tijdig gemeld was, tot het verleden te gaan behoren. Om de tijdigheid van de melding van betalingsonmacht te bewijzen bleek in een concreet geval dat met het overleggen van een computeruitdraai van een faxbericht belanghebbende niet aannemelijk gemaakt had dat voldaan was aan de meldingsplicht. In een andere zaak stelde de rechter vast dat een telefoontje met een uitzendkracht, werkzaam bij de Belastingdienst, als geldige melding van betalingsonmacht gold. Belanghebbende had in deze zaak de Belastingdienst kennelijk gebeld met de bedoeling om de ontvanger op de hoogte te stellen van de betalingsproblemen en is te woord gestaan door een nietdeskundige medewerker. De rechter was van oordeel dat de wijze waarop de ontvanger zijn werkzaamheden had ingericht belanghebbende niet kon worden tegengeworpen. Twee fasen in het meldingsproces De melding kent in feite twee fasen. Allereerst moet de schriftelijke mededeling (de melding) aan de ontvanger worden gedaan dat het lichaam de heffing(en) niet kan betalen. Het lichaam dan wel een of meerdere bestuurders kunnen melden. Hiervoor heeft de Belastingdienst standaardformulieren beschikbaar. Het gebruik van deze formulieren is niet verplicht. Overigens is het handig om deze formulieren wel te gebruiken, omdat men op deze wijze antwoord kan geven op een aantal vragen die de ontvanger graag beantwoord ziet. De ontvanger moet via de melding namelijk inzicht krijgen in de omstandigheden die dit veroorzaakt hebben. Dit kan het lichaam al dan niet uitvoerig doen, een en ander afhankelijk van de omstandigheden. De bestuurders c.q. het lichaam zijn in het kader van deze meldingsregeling verplicht op verzoek van de ontvanger nadere inlichtingen te geven of stukken te overleggen. Deze gegevens en inlichtingen moeten wel van belang kunnen zijn voor de invordering ten aanzien van de aansprakelijke persoon. Het niet voldoen aan het verzoek betekent dat het lichaam/de bestuurders niet rechtsgeldig gemeld hebben. De bestuurders zijn dan aansprakelijk. De ontvanger moet echter wel waarschuwen voor de risico s van het niet meewerken aan de informatieverplichting. In eerste instantie bepaalt de ontvanger of de gevraagde gegevens en inlichtingen naar zijn oordeel van belang kunnen zijn voor de invordering. Uiteindelijk zal de rechter een eindoordeel geven of dit al dan niet terecht is. Maar dan moet de aangesproken derde deze vraagstelling wel aan de rechter voorleggen. In veel aansprakelijkheidszaken komt het echter niet tot een rechterlijke procedure. De ontvanger geeft van de melding geen ontvangstbevestiging af. Hij beoordeelt vervolgens de tijdigheid van de melding, maar ook of hij voldoende inzicht heeft gekregen in de situatie waarin het lichaam verkeert. Er kunnen zich een aantal situaties voordoen: a. Eerste fase Melding eerste fase is niet tijdig gedaan. Binnen acht weken na ontvangst van de melding merkt de ontvanger de melding als niet rechtsgeldig aan. Dit gebeurt via een beschikking. Melding eerste fase is tijdig, maar onvolledig. De ontvanger vraagt dan om nadere informatie, welke binnen een door de ontvanger te stellen redelijke termijn aangeleverd moet worden. Hierbij moet hij aangeven dat zijn verzoek verband houdt met de meldingsregeling. Tevens moet hij hierbij aangeven wat de gevolgen zijn van niet meewerken. Indien niet tijdig en/of niet volledige informatie wordt verstrekt, dan zal de ontvanger handelen zoals bij het vorige punt opgenomen. Is dit wel het geval, dan handelt de ontvanger overeenkomstig het volgende punt). Melding eerste fase is tijdig en volledig. Indien de ontvanger geen behoefte meer heeft om nadere informatie te ontvangen, zal hij de melding als rechtsgeldig aanmerken. Dit doet hij via een beschikking. Daarin neemt hij wel het voorbehoud op dat als later mocht blijken dat de informatie onjuist is verstrekt, hij de melding alsnog als niet rechtsgeldig aanmerkt. De ontvanger geeft de beschikking af binnen twee maanden na ontvangst van de melding of na ontvangst van de aanvullende bescheiden. b. Tweede fase Melding eerste fase is tijdig en volledig. Heeft de ontvanger wel behoefte aan nadere informatie, dan moet hij binnen acht weken na ontvangst van de melding of na ontvangst van de informatie, die hij ontvangen heeft in de eerste fase, het lichaam hierom verzoeken. Ook in deze situatie moet de ontvanger aangeven dat hij deze informatie vraagt in het kader van de meldingsregeling en wijzen op de gevolgen indien de medewerking uitblijft. Ook in deze fase kan iedere bestuurder nadere 10

11 informatie verstrekken en stukken overleggen. De ontvanger beoordeelt de verkregen informatie en kan de volgende beslissingen nemen: De melding is niet rechtsgeldig, indien de nadere gevraagde informatie niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn wordt ontvangen. De gegevens zijn tijdig, maar onvolledig. De ontvanger moet het lichaam c.q. de bestuurders in de gelegenheid stellen binnen 14 dagen de ontbrekende gegevens aan te leveren. Ook daarbij moet hij aangeven dat hij dit verzoek doet in het kader van de meldingsregeling, waarbij hij ook aangeeft wat de gevolgen zijn van het niet meewerken. Bij niet tijdige of onvolledige aanlevering van het gevraagde zal de ontvanger de melding in een beschikking als niet rechtsgeldig aanmerken. De in de tweede fase gevraagde gegevens en/of inlichtingen zijn binnen de gestelde termijn aangeleverd. De ontvanger kan de melding als niet rechtsgeldig aanmerken, omdat uit de ontvangen gegevens en inlichtingen blijkt dat deze of de in de eerste fase van de melding verstrekte gegevens en inlichtingen onjuist zijn. Is dit niet het geval, dan merkt de ontvanger de melding als rechtsgeldig aan. Ook hier weer met het voorbehoud dat als later mocht blijken dat onjuiste gegevens of inlichtingen werden verstrekt, de melding alsnog niet rechtsgeldig is. In alle situaties met betrekking tot de tweede fase is de ontvanger verplicht het lichaam binnen acht weken na het ontvangen van de informatie of na het verstrijken van de door hem gestelde termijn of wanneer later blijkt dat de verstrekte informatie onjuist is door middel van een beschikking in kennis te stellen van het al dan niet rechtgeldig zijn van de melding. Er is geen wettelijke voorziening tegen deze beschikking mogelijk. Bij geschillen over de onjuistheid van de ontvangen beschikking zal met name de aangesproken bestuurder dit in de aansprakelijkheidsprocedure zelf moeten inbrengen. Het lichaam doet de melding over een bepaald tijdvak. Indien de toestand van betalingsonmacht voortduurt, behoeft geen nieuwe melding voor een later tijdvak plaats te vinden. Zodra echter over een later tijdvak betaling plaatsvindt, werkt de melding niet meer voor de na die datum op aangifte verschuldigde heffingen en naheffingen. Vindt betaling plaats via een betalingsregeling dan geldt het vorenstaande niet. Voor de geldigheid van de melding betalingsonmacht aan de ontvanger moet men tevens onderscheid maken tussen de melding voor de loonheffingen enerzijds en de omzetbelasting anderzijds. Het uitvoeringsbesluit geeft expliciet aan dat uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop ingevolge artikel 19 AWR de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen of voldaan, de melding moet zijn gedaan. De regelgeving gaat derhalve uit van een melding per afdracht/voldoening. Een verzoek om met spoed een btwteruggaaf te verkrijgen wordt niet aan als een tijdige melding van betalingsonmacht aangemerkt. Voorbeeld Jansen werd op grond van de bestuurdersaansprakelijkheid aansprakelijk gesteld voor de loon- en omzetbelastingschulden van de bv, waarvan hij bestuurder was. Met betrekking tot een aangifte werd tweemaal gemeld dat die niet betaald kon worden. De bv is inmiddels failliet. De rechtbank oordeelde dat indien een aangiftenummer is genoemd in een mededeling, dat die aanslag die het resultaat is van de onbetaald gebleven aangifte niet betaald zal worden, dit een melding betalingsonmacht is voor enkel die aanslag. Voor die aanslag is dan tijdig de betalingsonmacht gemeld. Voor de overige in de aansprakelijkstelling genoemde aanslagen is, aldus de rechter, dan niet tijdig gemeld dan wel geen melding gemaakt van de betalingsonmacht, zodat die meldingen reeds daarom niet rechtsgeldig zijn. Het lichaam moet de melding van betalingsonmacht onverwijld doen. Dit betekent dat men de melding moet doen binnen twee weken nadat betaald had moeten worden. Bij naheffingsaanslagen kan, voor zover er geen sprake is van opzet of grove schuld van het lichaam, men de mededeling van betalingsonmacht tot uiterlijk twee weken na de vervaldag van die aanslag doen. Het moet dan wel gaan om naheffingen, waarbij de verschuldigde belasting meer bedraagt dan die overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen of voldaan. Voor belastingschulden waarvan de meldingstermijn afloopt op of na faillissementsdatum van de belastingschuldige, behoeft geen melding plaats te vinden. In surseance zal de bewindvoerder (samen met de bestuurders) wel een melding moeten doen. Een verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen en een verzoek om kwijtschelding, waarin duidelijk vermeld wordt dat er betalingsmoeilijkheden zijn, zal de ontvanger in beginsel ook als een rechtsgeldige melding aanmerken. 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD

12 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD In contacten tussen de ontvanger en de belastingschuldige, waarbij betalingsproblemen onderwerp van gesprek zijn, rust op de ontvanger de verplichting de belastingschuldige te wijzen op de meldingsregeling. Ook moet hij daarbij de gevolgen aangeven indien de belastingschuldige hieraan niet voldoet. Indien een bestuurder uit privémiddelen aanwend om de schuld van het lichaam te voldoen, zal de ontvanger de bestuurder moeten wijzen op de mogelijkheid om gericht te betalen op aanslagen, waarvoor aansprakelijk gesteld kan worden. Ik ben van oordeel dat deze mededelingsplicht niet alleen geldt als de belastingschuldige zonder externe deskundige optreedt. Ook externe deskundigen blijken in de praktijk niet altijd deze regeling te kennen. Geraadpleegd Art. 36 en 36 b IW 1990 Leidraad Invordering art 36 Hoge Raad , BNB 1995/201, V-N 1994, blz. 2718; Fida Conclusie Met ingang van 1 januari 2008 geldt een nieuwe aansprakelijkheidsbepaling voor bestuurders. Hierin is de hoofdelijke aansprakelijkheid geregeld van de bestuurder van een rechtspersoonlijk bezittend lichaam, dat aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen voor de onbetaald gebleven aansprakelijkheidsschuld van dat lichaam. Het gaat daarbij om de loonheffingen en/of omzetbelasting. Met name bestuurders van lichamen die op grond van de keten- en/of inleningsaansprakelijkheid aansprakelijk zijn, moeten met deze uitbreiding rekening houden. Zij zullen er nauwgezet op moeten toezien dat het lichaam waarvan zij bestuurder zijn, de aansprakelijkheidsschuld tijdig voldoet, teneinde persoonlijke aansprakelijkheid hiervoor te voorkomen. Deze nieuwe regeling staat overigens geheel los van de bestuurdersaansprakelijkheid ten aanzien van de loonheffingen en omzetbelasting, die het lichaam waarvan zij bestuurder zijn uit eigen hoofde verschuldigd is. Ook voor deze aansprakelijkheid geldt een meldingsregeling, die in feite gelijk is aan de hiervoor besproken meldingsregeling voor de eigen schulden van het lichaam. Hoge Raad , NJ 2001, 363, V-N2001/25.29 en HR , NJ 2002, 413, V-N 2002/38.34; Fida en Fida Hoge Raad 80298, JOR 1998, 102Hof Amsterdam, MK III, 26 april 2006, nr 05/0701, V-N 2006/42.18; Fida Hof Den Bosch, d.d , nr. 08/00450; Fida Hof Den Haag d.d , nr. 06/00247; Fida Rechtbank Breda, 23 juni 2006, 05/01132 ; Fida Rechtbank Breda , nr. AWB08/17; Fida Rechtbank Den Haag , nr. AWB 07/9179; Fida Rechtbank Den Haag MK I, , nr. AWB 05/7208; Fida Rechtbank. Haarlem AWB 06/8971; Fida Rechtbank Haarlem, MK , nr. AWB 08/3281, V-N 2009/43.23; Fida Rechtbank Zutphen V-N 2000/21.27; Fida Bestuurders van lichamen die onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting dienen maandelijks te controleren of de hier besproken heffingen, in het bijzonder de loonheffingen en omzetbelasting, tot het juiste bedrag tijdig aan de Belastingdienst betaald zijn. Is hiervan geen dan wel ten dele sprake, dan zullen zij de betalingsonmacht tijdig moeten melden. Laten zij dit na, bijvoorbeeld omdat zij in de overtuiging verkeren dat op korte termijn het niet betaalde deel voldaan kan worden, doch blijkt in de loop der tijd dat niet betaald kan worden, dan zijn de bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur hoofdelijk aansprakelijk voor deze achterstand. In alle gevallen zullen zij pas aangesproken worden als het lichaam in gebreke is met de betalingen. Deze aansprakelijkheid weerleggen is feitelijk een onmogelijke opgaaf. Niet alleen zal elke bestuurder voor zich moeten bewijzen dat de niet melding hem niet te verwijten valt wat, gelet op de jurisprudentie, in feite een onmogelijke opgaaf is doch slaagt hij in dit bewijs, dan zal hij vervolgens nog moeten bewijzen dat hij niet kennelijk onbehoorlijk bestuurd heeft. 12

13 AANSPRAKELIJKHEID Kenbaar meer mogelijkheden tot navordering na 1 januari 2010 Met ingang van 1 januari 2010 is de navorderingsbevoegdheid van de Belastingdienst op grond van artikel 16 AWR aanmerkelijk verruimd. Deze omstreden wijziging houdt kort gezegd in dat de inspecteur ook zonder nieuw feit kan navorderen als het de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is dat zijn aanslag door een fout te laag is vastgesteld. Met andere woorden: de belastingplichtige die al weet dat zijn aanslag niet juist kan zijn, kan daaraan niet het vertrouwen ontlenen dat daarmee zijn belastingzaken over het betreffende jaar definitief zijn geregeld. Dit kenbaarheidsvereiste bij de belastingplichtige is al vaker in het parlement naar voren gekomen als gewenst element bij de mogelijkheid tot navorderen. Ook in de rechtspraak speelde dit vereiste een rol. Met ingang van 1 januari 2010 is het in de AWR opgenomen, waarbij ook een objectivering is opgenomen van wat kenbaar is. FORMEEL BELASTINGRECHT In deze bijdrage gaan wij in op een aantal onevenwichtigheden in deze nieuwe bepaling. Wij doen dat vanuit de al bestaande mogelijkheden tot navordering, de ontwikkelingen in de jurisprudentie en de uitlatingen van de wetgever in het wetgevingsproces. De wettelijke navorderingsbevoegdheden vóór 1 januari 2010 De navorderingsbevoegdheid van de inspecteur is beperkt door het vereiste dat sprake moet zijn van een nieuw feit. Onder een nieuw feit wordt verstaan: een feit dat de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend kon zijn bij het opleggen van de aanslag. Is echter sprake van een feit dat wel bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn en slaat de inspecteur daar geen acht op, dan spreekt men van ambtelijk verzuim, wat niet door navordering te mr. J. Kastelein & mr. J.M. van der Vegt Auteurs zijn verbonden aan de Fiscale procesgroep van KPMG Meijburg & co herstellen is. Dit geldt voor de zogenoemde aanslagbelastingen, zoals inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Het vereiste van het nieuwe feit en de beperking in de tijd tot een periode van vijf jaar voor binnenlandse inkomsten, zijn ingegeven door de rechtszekerheid. De belastingplichtige behoort er namelijk op te kunnen vertrouwen dat zijn belastingschuld voor een bepaald jaar vaststaat nadat de primitieve aanslag is opgelegd. De Belastingdienst heeft daar tegenover de verplichting de aangiften zorgvuldig af te handelen. Bij de totstandkoming van artikel 16 AWR besefte de wetgever echter dat de inspecteur niet altijd alle feiten over een bepaalde belastingplichtige kan kennen en evenmin alle aangiften grondig kan onderzoeken. De inspecteur mag daarom navorderen als sprake is van een feit dat hem redelijkerwijs niet kenbaar kon zijn bij het opleggen van de aanslag. Hij mag kort gezegd daarbij vertrouwen op de juistheid van een aangifte die er verzorgd uitziet en hoeft dan niet alle posten in die aangifte te onderzoeken. De wetgever heeft bovendien in de jaren negentig onderkend dat het vertrouwen dat een belastingplichtige aan een primitieve aanslag ontleent, niet is gerechtvaardigd als de belastingplichtige ter zake van een bepaald feit te kwader trouw is. De Hoge Raad heeft deze wettelijke term uitgelegd in die zin dat de inspecteur ook mag navorderen zonder nieuw feit als de belastingplichtige hem opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Buiten de wijziging die we in dit artikel bespreken, zijn in artikel 16, lid 2 AWR een aantal andere gevallen opgenomen waarin de inspecteur altijd mag navorderen. Voor deze situaties geldt het vereiste van het nieuwe feit niet. Daarbij gaat het om onjuiste verrekening van een voorlopige aanslag, voorheffing of voorlopige teruggaaf en de onjuiste toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen door partners. Als een aanslag echter te laag is vastgesteld als gevolg van een onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten en/of het recht, dan is navordering niet mogelijk. Navordering mag dus niet dienen ter herstel van een bewuste standpuntinname door de inspecteur. 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD

14 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD Schrijf- en tikfoutenjurisprudentie Verder is navordering zonder een nieuw feit ook mogelijk als de inspecteur een zogenaamde schrijf- of tikfout of daarmee gelijk te stellen fout in de aanslag heeft gemaakt. Deze mogelijkheid wordt ook wel de schrijf- en tikfoutenleer genoemd. Dit leerstuk heeft zich sinds 1973 in de rechtspraak ontwikkeld. In zijn arrest van 8 augustus 2003 omschrijft de Hoge Raad deze fouten als volgt: een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd, zoals een schrijf-, reken-, overname- of intoetsfout, en het voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar was dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout was gemaakt waarbij niet van belang is of tevens kenbaar was waarin de fout bestond. Uit deze omschrijving volgen twee kenmerken van een schrijfof tikfout: het moet gaan om een vergissing van de inspecteur én het moet de belastingplichtige kenbaar zijn dat zo n fout is gemaakt. Systeemfouten Naast de hiervoor omschreven schrijf- en tikfouten onderscheidde de Hoge Raad een andere categorie fouten op grond waarvan navordering echter niet mogelijk was. Deze groep wordt in de literatuur aangeduid als systeemfouten. Dat zijn fouten die te wijten zijn aan een bepaalde werkwijze, werkverdeling of een bepaalde wijze van (geautomatiseerde) verwerking bij de Belastingdienst. Een dergelijke fout werd aan de Belastingdienst toegerekend en navordering was niet mogelijk. In feite vielen deze fouten onder het ambtelijk verzuim. Het maakte dan niet uit of het de belastingplichtige kenbaar was dat de aanslag onjuist was of niet. Het onderscheid tussen een schrijf- of tikfout en een systeemfout was voor een belastingplichtige niet altijd goed duidelijk. Vaak was niet bekend of de fout een gevolg was van een onjuiste of ondeskundige verwerking van de aangeleverde gegevens die voortvloeide uit een bepaalde werkwijze waarvoor binnen de Belastingdienst of op de eenheid gekozen is (een systeemfout) of dat de fout een gevolg was van een eenvoudige tikfout. Geen navordering om verwijtbaar onjuist inzicht inspecteur te herstellen Fouten gemaakt door de belastingplichtige zelf Deze categorie fouten heeft vooral de aandacht getrokken door een bekend arrest over de hypotheekrenteaftrek. Een belastingplichtige had zich vergist bij het invullen van zijn aangifte en een veel te hoge hypotheekrenteaftrek opgevoerd, e in plaats van e De primitieve aanslag werd conform de aangifte opgelegd. Toen de inspecteur zijn fout ontdekte, legde hij een navorderingsaanslag op. Het gerechtshof Den Bosch en de Hoge Raad oordeelden dat navordering echter niet mogelijk was. Hier was immers geen sprake van een schrijf- of tikfout door de inspecteur. Deze had bij de controle van de aangifte beter moeten opletten en een juiste aanslag moeten opleggen. De Hoge Raad oordeelde in dit arrest dat het niet op de weg van de rechter ligt om zijn uitleg van artikel 16 AWR te herzien in verband met de (veranderde) werkwijze van de Belastingdienst, en te beslissen of de grenzen van de navorderingsmogelijkheden van de fiscus opnieuw moeten worden afgebakend. Die beslissing is, mede gelet op het rechtspolitieke karakter daarvan, aan de wetgever, na een (openbaar) debat over de daaraan verbonden aspecten. Het met ingang van 1 januari 2010 ingevoerde artikel 16, lid 2, onderdeel c AWR is onder meer naar aanleiding van deze overweging voorgesteld. Het nieuwe artikel 16, lid 2, aanhef en onderdeel c AWR Met ingang van 1 januari 2010 is artikel 16, lid 2, aanhef en onderdeel c van de AWR in werking getreden. Op basis van deze bepaling kan navordering plaatsvinden als: ten gevolge van een fout een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of ten gevolge van een fout een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, hetgeen de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is, waarvan in elk geval sprake is indien de te weinig geheven belasting ten minste 30 percent van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt. De inspecteur heeft bij een dergelijke fout geen nieuw feit nodig om te kunnen navorderen. Deze navorderingsmogelijkheid is in werking getreden voor belastingaanslagen of beschikkingen die zijn vastgesteld of genomen op of na 1 januari

15 Wat is kenbaar? In de wetsgeschiedenis heeft de wetgever aangegeven dat het begrip kenbaar moet worden uitgelegd naar de betekenis dat het heeft in de Nederlandse taal. Kenbaar betekent dus te kennen, te onderkennen, te onderscheiden, het in één oogopslag kunnen zien. Daarbij heeft de wetgever ook opgemerkt dat kenbaarheid in de zin van deze nieuwe bepaling niet anders moet worden opgevat dan nu al volgt uit de jurisprudentie. Deze bedoelingen van de wetgever betekenen dat de fouten in de schrijfen tikfoutenjurisprudentie, maar óók de systeemfouten onder deze bepaling vallen. Het is bij de kenbaarheid immers niet van belang of de belastingplichtige weet waaraan de fout ligt. Voldoende is dat de te lage aanslag of de ten onrechte achterwege gelaten aanslag, de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is. De jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit volgt dat de systeemfouten voor rekening komen van de Belastingdienst, is door deze wetswijziging dus niet meer van belang. Navordering mag echter nog steeds niet dienen om een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten en/of het recht te herstellen. Objectivering van het kenbaarheidsvereiste Opmerkelijk in de nieuwe bepaling is dat de kenbaarheid wordt geobjectiveerd. Van kenbaarheid is in ieder geval sprake als de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de verschuldigde belasting bedraagt. Het bijzondere aan deze bepaling is dat dit objectieve criterium aansluit bij het begrip de volgens de belastingwet verschuldigde belasting. In de wetsgeschiedenis heeft de wetgever namelijk opgemerkt dat indien de aanslag overeenstemt met de aangifte, het de belastingplichtige op grond daarvan niet kenbaar is dat de aanslag fout is. De belastingplichtige mag dan afgaan op de juistheid van de aanslag. De wetgever nuanceert dit met de opmerking dat er daarbij van uit wordt gegaan dat de belastingplichtige in die aangifte zelf geen fout heeft gemaakt en hij ook niet te kwader trouw is. Deze laatste aanvulling is in het kader van de nieuwe bepaling opmerkelijk en overbodig. Immers, als een belastingplichtige te kwader trouw is, kan de navordering al plaatsvinden op grond van artikel 16, lid Aanslag stemt overeen met aangifte: geen kenbare fout 1 AWR en wordt aan artikel 16, lid 2, onderdeel c AWR niet meer toegekomen. De premisse dat de belastingplichtige zelf geen fout heeft gemaakt in de aangifte sluit aan bij de onvrede dat er geen navordering kon plaatsvinden in de hiervoor genoemde casus van de hypotheekrenteaftrek. Deze opmerking past echter niet in de toezegging dat een belastingplichtige op de aanslag mag vertrouwen als deze overeenstemt met de aangifte. In de situaties dat de belastingplichtige zich vergist bij het invullen van de aangifte (zoals de belanghebbende in de hypotheekrentecasus), is deze zich niet bewust van de fout in de aangifte. In dat geval zou dan ook geen sprake zijn van kenbaarheid. Dit gat wordt echter gedicht doordat de wettekst aansluit bij de wettelijke verschuldigde belasting. De toezegging van de wetgever dat de navordering niet mogelijk is als de aanslag niet afwijkt van de aangifte, is daarmee van geringe betekenis. Verder is het ook de vraag wat er gebeurt als de afwijking van de wettelijk verschuldigde belasting niet zijn oorsprong vindt in een vergissing, maar in een bewust ingenomen pleitbaar standpunt. Uitgaande van de wettekst zou navordering zonder nieuw feit ook mogelijk zijn wanneer in de aangifte een pleitbaar standpunt wordt ingenomen en de primitieve aanslag conform de aangifte wordt opgelegd, mits dit leidt tot een afwijking van meer dan 30% van de wettelijke verschuldigde belasting. Op dit punt heeft de wetgever in de wetsgeschiedenis de toezegging gedaan dat bij een pleitbaar standpunt niet op grond van de nieuwe bepaling kan worden nagevorderd. Wanneer de aangifte wordt gevolgd, is dan geen sprake van een fout in de zin van artikel 16, lid 2, onderdeel c AWR. Wel merkt de wetgever daarbij op dat de pleitbaarheid bij uitstek voor verschillende interpretaties vatbaar is. In zoverre is het ook hier maar de vraag of deze toezegging in de praktijk uitkomst gaat bieden. Tot slot volgt uit de wetsgeschiedenis van het 30%-criterium nog een opmerkelijk punt voor de toepassing in verliessituaties. De nieuwe bepaling is ook van toepassing verklaard op de reeds vastgestelde verliesbeschikking. De vraag is dan echter hoe de toets van meer dan 30% van de wettelijk verschuldigde belasting moet worden uitgelegd. In een 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD

16 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD verliesjaar is immers geen belasting verschuldigd. In de wetsgeschiedenis is aangegeven dat het dan moet gaan om een afwijking van ten minste 30% van het bij de beschikking vastgestelde bedrag. Dat betekent een afwijking van ten minste 30% van de grondslag en niet van de verschuldigde belasting, zoals bij de aanslag het geval is. Ook hierin rijmen de uitlatingen van de wetgever niet met de tekst van de wet. Beperking in tijd Tot slot is de mogelijkheid van navordering op grond van de nieuwe bepaling beperkt tot twee jaar na het opleggen van de belastingaanslag. Dit dient de rechtszekerheid. Het is de bedoeling van de wetgever dat foute aanslagen vrij snel na het opleggen van de primitieve aanslag moeten worden hersteld. Ook bij deze bepaling kan een aantal vraagtekens worden gezet. Als de primitieve aanslag namelijk net binnen de maximale aanslagtermijn van drie jaar wordt opgelegd, houdt de beperking tot twee jaar ten opzichte van de binnenlandse navorderingstermijn nauwelijks een beperking in. De termijn van vijf jaar gerekend vanaf het einde van het belastingtijdvak is dan nagenoeg gelijk aan de termijn van twee jaar na het opleggen van de aanslag. Verder lijkt het, als gevolg van het gebruik van het woord belastingaanslag, mogelijk dat ook een kenbare fout in een navorderingsaanslag wordt hersteld. In dat geval kan onder omstandigheden de navorderingstermijn voor de navorderingsmogelijkheid ex artikel 16, lid 2, onderdeel c AWR zelfs langer zijn dan de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar. Op grond van de wetsgeschiedenis lijkt dit niet de bedoeling van de wetgever. Hier wijkt de wettelijke bepaling dus ook af van wat de wetgever heeft bedoeld. Geraadpleegd S.J.C. Hemels, Het nieuwe feit bij navordering in discussie, WFR 2009/17 L.J.M. Gribnau, Kenbare fouten en navordering. Grondslagen in het licht van automatisering en mensenwerk, WFR 2010/214 HR 11 juni 1997, nr , BNB 1997/384; Fida HR 8 augustus 2003, nr , NTFR 2003/1399, BNB 2003/345; Fida HR 7 december 2007, nr , NTFR 2007/2249, BNB 2008/178; Fida Wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010), MvT nr. 3, onderdeel 12.1; Fida Wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010), NnavV, blz ; Fida Conclusie Met de invoering van artikel 16, lid 2, onderdeel c AWR heeft de wetgever aan de ene kant geprobeerd de schrijfen tikfoutenrechtspraak in de wet op te nemen. Anderzijds wilde de wetgever navordering ook mogelijk maken in de gevallen dat de Hoge Raad daar een stokje voor stak, zoals bij systeemfouten en fouten in de aangifte van de belastingplichtige zelf. In dit artikel komen wij echter tot de conclusie dat de bedoeling van de wetgever met de nieuwe navorderingsbevoegdheid op diverse onderdelen anders is dan de uitleg die volgt uit de letterlijke tekst van de wet. Wij hebben dan ook het vermoeden dat de nieuwe mogelijkheid tot navordering in de praktijk tot veel discussies zal leiden, nu deze bepaling naar verwachting breder zal worden toegepast dan de wetgever heeft bedoeld. 16

17 Alle brondocumenten zijn te raadplegen op SELECT FP Select bevat een selectie van recente fiscale rechtspraak en wetgeving en is een samenvatting van de wekelijkse voor abonnees. FP Select mail bevat ook de brondocumenten. Berichten die hier niet zijn opgenomen, vindt u in de wekelijkse of op INKOMSTENBELASTING 2010/154 Verlies op kredieten aan startende horeca-ondernemingen niet aftrekbaar 2010/156 Pachtersvoordeel te berekenen op waarde na aanvaarding koopaanbod 2010/158 Problemen bij verkoop van pand leidde tot verlenging van HIR-termijn 2010/160 Door directeur projectontwikkelingsbedrijf behaald voordeel bleef onbelast 2010/164 Eigen BV en niet hele advocatenmaatschap maatgevend voor fictief loon VENNOOTSCHAPSBELASTING/ DIVIDENDBELASTING 2010/162 Te lage huur voor bezittingen van Franse SNC vormde uitdeling aan DGA LOONBELASTING 2010/170 Aandelen met lock-up van vijf jaar voor LB afgewaardeerd met 18% SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHT 2010/167 Garantieregeling banktegoeden gold niet voor dramatische koersval aandelen OB/DOUANE/ACCIJNZEN 2010/161 Financiering Duitse auto s was voor de BTW een bedrijfsmatige activiteit 2010/165 Studentenhuisvesting voor hogescholen was doorlopende dienst FORMEEL BELASTINGRECHT 2010/151 Verschuldigde heffingsrente beperkt tot drie maanden na aangifte 2010/152 Schriftelijk bezwaar tegen e 5 aanmaningskosten niet onredelijk 2010/153 Schrijf- en tikfoutrechtspraak voor verminderingen in onjuiste volgorde? 2010/166 Stempel van inspecteur op notariële akte geen Awbbeschikking INKOMSTENBELASTING 2010/156 Pachtersvoordeel te berekenen op waarde na aanvaarding koopaanbod Akkerbouwer X kocht in 1994 gepachte grond van A. In juni 1998 vroeg X aan A of hij de resterende bij hem in gebruik zijnde pachtgronden mocht kopen. Deze twee kavels werden op 27 augustus 1998 getaxeerd op e in onverpachte staat. A deed X op 4 februari 1999 schriftelijk een koopaanbod en ontving dit op 23 februari 1999 van X getekend retour. De waarde van de kavels in vrij opleverbare staat bedroeg op dat moment e In maart 2001 verkocht X de twee kavels. De inspecteur stelde dat voor de berekening van het pachtersvoordeel moest worden uitgegaan van de waarde per 23 februari 1999, maar volgens X moest worden uitgegaan van de waarde per 27 augustus 1998, omdat A zich op dat moment niet meer aan de overeenkomst kon onttrekken en de koopprijs vaststond. Rechtbank Arnhem was het daar niet mee eens. Volgens de Rechtbank bleek uit de gedingstukken dat A pas op 4 februari 1999 een aanbod aan X had gedaan, en tot deze datum geen contractuele verhouding met A bestond, zodat X geen belang had bij waardeveranderingen van de kavels. X had weliswaar vanaf 4 februari 1999 een belang bij waardeveranderingen van deze kavels (de koopprijs was immers vastgesteld), maar dit belang omvatte slechts positieve kansen en voor de overgang van economische eigendom moesten volgens de Rechtbank ook de nega- 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD

18 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD tieve kansen overgaan. Als zich na 4 februari 1999 onverhoopt een waardedaling van de grond zou hebben voorgedaan, had X zonder consequenties het aanbod van A kunnen afwijzen of de aanvaardingstermijn laten verlopen. De Rechtbank volgde het standpunt van de inspecteur. Arr.rb. Arnhem, 30 maart 2010, AWB09/530 Fida INKOMSTENBELASTING 2010/160 Door directeur projectontwikkelingsbedrijf behaald voordeel bleef onbelast X was directeur bij projectontwikkelaar stichting K. In 1999 liet X een woning bouwen. Naar aanleiding van een controle van de aangifte IB 1999 van X legde de inspecteur een navorderingsaanslag op en belastte een voordeel van e als andere inkomsten uit arbeid. Volgens de inspecteur was X als directeur bij stichting K niet zorgvuldig te werk gegaan bij de aanbesteding van de bouw van zijn woning. Het niet-volgen van een gebruikelijke aanbestedingsprocedure en het verdwijnen van begrotingen en dossierstukken bij de hoofd- en de onderaannemer betekende volgens de inspecteur dat X zich bewust was geweest c.q. had moeten zijn van het feit dat zijn woning zonder winstmarge en zelfs beneden de kostprijs was gebouwd door BV N, die ook projecten uitvoerde waar stichting K als projectontwikkelaar bij was betrokken. X ging in beroep. Rechtbank Haarlem besliste dat niet gebleken was dat BV N, X in het kader van de verrekening van meer-/minderwerk had bevoordeeld door in strijd met de overeenkomst en ten gunste van X te verrekenen. De Rechtbank vond ook niet dat bij de totstandkoming van de totale aanneemsom en meer-/minderwerk sprake was geweest van een bewuste bevoordeling van X door (onder)aannemers. De Rechtbank besliste dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat X een voordeel in de zin van artikel 22, lid 1, letter b, Wet IB 1964 had genoten en verklaarde het beroep van X gegrond. Arr.rb. Haarlem, 30 maart 2010, AWB08/5453 Fida INKOMSTENBELASTING 2010/154 Verlies op kredieten aan startende horecaondernemingen niet aftrekbaar X dreef in de vorm van een eenmanszaak twee restaurants. In 2001 opende hij een nieuw restaurant. De exploitatie vond plaats middel van BV G, waarvan de heer A middellijk alle aandelen bezat. Vanaf 2001 stelde de eenmanszaak van X diverse kredieten in r/c ter beschikking aan BV G. In 2003 sopte A met de exploitatie en werd afgesproken dat X gedurende de resterende looptijd geen rente of aflossing hoefde te betalen en X vanaf de oprichting van BV G al 50% in handen had gekregen. Bij een op 12 juli 2005 gestarte controle concludeerde de inspecteur dat de door X in zijn aangiften IB 2001 tot en met 2003 gepleegde afwaarderingen van de vorderingen op de BV G niet aftrekbaar waren. De over 2001 gedane afboeking was bovendien in 2002 tweemaal gedaan. De inspecteur legde op 21 juli 2005 een aanslag IB 2002 op, zonder de correctie wegens afwaardering van de vordering op BV G. Begin 2007 legde hij navorderingsaanslagen op over 2001 en 2002 en werd de aangifte 2003 gecorrigeerd terzake van de niet-geaccepteerde afwaarderingen van de vorderingen op BV G. X ging in beroep. Rechtbank Arnhem vernietigde de navorderingsaanslag over 2002, omdat de inspecteur de inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan door de resultaten van het op 12 juli 2005 gestarte boekenonderzoek niet af te wachten bij het vaststellen van de aanslag op 21 juli De Rechtbank verwierp voorts de stelling van de inspecteur dat de in 2002 gepleegde dubbele afwaardering navorderbaar was wegens de kwade trouw van de voormalige boekhouder van X. Met betrekking tot de correcties over 2001 en 2003 besliste de Rechtbank dat de afwaarderingen niet ten laste van zijn winst uit de eenmanszaken gedreven onderneming konden worden gebracht, omdat de leningen niet tot het ondernemingsvermogen konden worden gerekend. Volgens de Rechtbank vielen de kredieten onder de terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.92 Wet IB De leningen waren volgens de Rechtbank echter onzakelijk, omdat geen zekerheden waren gesteld terwijl daarvoor wel reden was omdat BV G bij de start in 2001 en de jaren daarna slechts over een eigen vermogen van e beschikte. De Rechtbank concludeerde dat het door X geleden verlies op de vorderingen moest worden toegerekend aan zijn positie als aandeelhouder van BV G en dat de inspecteur dit terecht niet in aftrek had toegelaten. Arr.rb. Arnhem, 23 maart 2010, AWB08/1235 Fida

19 Alle brondocumenten zijn te raadplegen op INKOMSTENBELASTING 2010/158 Problemen bij verkoop van pand leidde tot verlenging van HIRtermijn BV X had in 1999 een boekwinst van ruim e 1,8 mln behaald met de verkoop van een pand. De boekwinst had zij opgenomen in een vervangingsreserve die in 2001 was omgezet in een HIR. De termijn voor het benutten van de HIR liep op 31 december 2003 af. De inspecteur was op verzoek van BV X akkoord gegaan met een verlenging van de termijn tot 31 december Toen de HIR op dat moment nog niet was aangewend, voegde de inspecteur die toe aan de winst. BV X ging in beroep. Rechtbank Breda heeft het beroep van BV X gegrond verklaard. In 2004 was een begin gemaakt met de uitvoering van de aankoop van een vervangend pand. De Rechtbank was het met BV X eens dat sprake was van een bijzondere omstandigheid die lag in de problematiek rondom de levering van het verkochte pand. Er bestond namelijk lange tijd onduidelijkheid over de levering van het verkochte pand aan de koper. De koper had zich beroepen op de ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst. Ook na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst duurde de onzekerheid over de levering van het verkochte pand nog voort. Het beroep van de koper op de ontbindende voorwaarde en de uitgestelde levering konden volgens de Rechtbank niet los van elkaar worden gezien, maar maakten deel uit van hetzelfde complex van gebeurtenissen die kwalificeerden als bijzondere omstandigheid. Dat BV X de levering van het verkochte pand afwachtte voordat zij tot vervanging zou overgaan, vond de Rechtbank redelijk. De Rechtbank zag geen reden tot opheffing van de HIR in Arr.rb. Breda, 10 maart 2010, AWB09/3433 Fida INKOMSTENBELASTING 2010/164 Eigen BV en niet hele advocatenmaatschap maatgevend voor fictief loon Advocaat X bracht per 1 januari 1999 zijn aandeel in advocatenmaatschap Y geruisloos in in zijn holding-bv Z, die binnen de f.e. uitzakte naar BV Z. X was in dienstbetrekking van BV Z en verrichtte in deeltijd (90%) arbeid voor BV Z. Het winstaandeel voor BV Z bestond uit een aandeel in het totale resultaat van Y. Dit winstaandeel bestond uit een basiswinstaandeel verhoogd met een winstaandeel volgens de ingroeiregeling. De inspecteur stelde dat het gebruikelijk loon moest worden bepaald aan de hand van de afroommethode. Hij verhoogde het winstaandeel met de vergoeding voor gebruik van een auto en de overige rentebaten en verminderde deze met de pensioenlasten en de overige lasten. X ging in beroep. Rechtbank Leeuwarden besliste dat niet naar de totale opbrengsten van Y moest worden gekeken, maar alleen naar die van BV Z. X was enig werknemer van BV Z en in BV Z werden geen andere opbrengstgenererende activiteiten ontplooid dan de werkzaamheden van X als advocaat. Daarmee was volgens de Rechtbank bij uitstek sprake van een situatie waarin de opbrengsten van de BV (nagenoeg) geheel voortvloeiden uit de door de directeur in zijn hoedanigheid van werknemer van de BV verrichte arbeid en waarin de hoogte van het gebruikelijk loon kon worden bepaald volgens de afroommethode. De inspecteur hoefde in dat geval niet de gebruikelijkheid van het door hem gestelde loon tevens op andere wijze aannemelijk te maken (bijvoorbeeld aan de hand van branchecijfers). De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond. Arr.rb. Leeuwarden, 25 maart 2010, AWB Fida VENNOOTSCHAPSBELASTING/ DIVIDENDBELASTING 2010/162 Te lage huur voor bezittingen van Franse SNC vormde uitdeling aan DGA A was directeur en enig aandeelhouder van BV X die op haar beurt het 100% belang bezat van de naar Frans opgerichte SNC Y. De bezittingen van SNC Y bestonden nagenoeg uitsluitend uit een zeiljacht en een woning in Frankrijk. Het door BV X in SNC Y geïnvesteerde vermogen bedroeg ruim e 1,3 mln. Terzake van het gebruik van de woning en het zeiljacht bracht BV X in 2001 aan A over 2001 e in rekening. Dat bedrag bestond uit e voor 7 weken huur van de woning en e voor het gebruik van het zeiljacht. BV X ging in (hoger) beroep tegen de door de inspecteur gestelde vermomde winstuitdeling aan A. Hof Den Bosch 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD

20 27 APRIL 2010 FISCAAL PRAKTIJKBLAD heeft in navolging van Rechtbank Breda het hoger beroep van BV X ongegrond verklaard. Het Hof was het met de inspecteur eens dat de woning door BV X werd aangehouden met de bedoeling om A in zijn hoedanigheid van aandeelhouder, ter vervulling van zijn persoonlijke wensen een voordeel toe te kennen. De woning werd alleen voor A beschikbaar gehouden en was niet door derden gebruikt en ook niet aan derden aangeboden. Het gebruik van de woning door A vond volgens het Hof plaats in het kader van de vakantiebesteding van A. Het Hof vond het aannemelijk dat BV X zich van deze bevoordeling bewust was geweest. De onttrekking vormde volgens het Hof een informele uitkering van dividend. Hof Den Bosch, 29 januari 2010, 07/00002 Fida LOONBELASTING 2010/170 Aandelen met lock-up van vijf jaar voor LB afgewaardeerd met 18% Managers en commissarissen van BV X konden op grond van een bonusregeling aandelen krijgen in de beursgenoteerde moedermaatschappij van BV X. Zij waren verplicht die aandelen vijf jaar aan te houden. Op 1 januari 2006 ontstond het onvoorwaardelijk recht op levering van aandelen. Voor de in te houden loonheffing hield BV X vanwege de lock-up van de aandelen rekening met een afwaardering van 34,05% (e 7,42) op de beurskoers per 1 januari 2006 van e 21,79. Die afwaardering van e 7,42 betrof de prijs van een putoptie op de aandelen volgens de Black-and-Scholes methode. De inspecteur accepteerde slechts een afwaardering van 12,5% op de beurskoers. Hij baseerde zich op een volgens hem door de Belastingdienst veelvuldig toegepaste, niet-gepubliceerde, regel die inhield dat bij een lock-up van aandelen een afwaardering in aanmerking werd genomen van 2,5% per jaar waarvoor de lockup gold. BV X ging in beroep. Rechtbank Den Haag besliste dat de inspecteur de waarde van de aandelen in het economische verkeer niet aannemelijk had gemaakt. De enkele verwijzing naar een in de praktijk gegroeide en door de Belastingdienst gehanteerde regel was volgens de Rechtbank zonder nadere onderbouwing volstrekt onvoldoende om een afwaardering van 2,5% per geblokkeerd jaar te rechtvaardigen. De Rechtbank vond ook de waardering van BV X niet juist, omdat daarin alleen rekening werd gehouden met het risico op koersdaling. De put-optiemethode was volgens de Rechtbank geen juiste methode om het waardedrukkende effect van de lock-up te bepalen. De Rechtbank stelde de waarde van de aandelen schattenderwijs vast en nam daarbij in aanmerking dat de looptijd van de lock-up van invloed was op de waarde van de aandelen. Naarmate de looptijd langer werd, nam de Rechtbank een hoger waardedrukkend effect in aanmerking. De Rechtbank vond een afwaardering van in totaal 18% van de beurskoers redelijk en verklaarde het beroep van BV X gegrond. Arr.rb. Den Haag, 24 maart 2010, AWB08/8804 Fida SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHT 2010/167 Garantieregeling banktegoeden gold niet voor dramatische koersval aandelen Mevrouw X kreeg op 10 juni 2008 diverse courante aandelen van haar moeder geschonken. In haar aangifte verzocht zij om kwijtschelding van het verschuldigde schenkingsrecht in verband met de dramatische koersontwikkeling van de aandelen sinds de schenking. Zij beriep zich tevens op het gelijkheidsbeginsel wegens de garantieregeling voor banktegoeden. Rechtbank Haarlem besliste echter dat effecten die waren opgenomen in een prijscourant moesten worden gewaardeerd op de slotnotering op de laatste beursdag voorafgaande aan de dag van de verkrijging. Dit was volgens de Rechtbank dwingend recht en liet geen ruimte om rekening te houden met andere factoren die bij waardering naar de hoofdregel mogelijkerwijze van invloed zouden kunnen zijn op de waardering van goederen naar het moment van de verkrijging. De Rechtbank verwierp de stelling van mevrouw X dat de inspecteur in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door spaarders bij de IJslandse bank Icesave tegemoet te komen met een garantieregeling voor bankspaartegoeden, terwijl van haar schenkingsrecht werd geheven. Volgens de Rechtbank was een effectendepot in de eerste plaats niet hetzelfde als een bankrekening. Daarnaast ging het in het geval van mevrouw X om toepassing door de belastinginspecteur van dwingende belastingregels, terwijl het bij de Ice- 20

Aansprakelijkheid van bestuurders

Aansprakelijkheid van bestuurders Als uw onderneming de belastingen en premies niet kan betalen Bent u bestuurder van een onderneming? Kan uw onderneming de belastingen en premies niet betalen? Dan moet u dat tijdig melden bij de Belastingdienst

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van bestuurders

Aansprakelijkheid van bestuurders Aansprakelijkheid van bestuurders Bent u bestuurder van een onderneming? Kan uw onderneming de belastingen en premies niet betalen? Dan moet u dat tijdig melden bij de Belastingdienst of het Bedrijfspensioenfonds.

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van bestuurders

Aansprakelijkheid van bestuurders Aansprakelijkheid van bestuurders Als uw onderneming de belastingen en premies niet kan betalen Bent u bestuurder van een onderneming? Kan uw onderneming de belastingen en premies niet betalen? Dan moet

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 15 december 2003, nr.

Nadere informatie

Keten- en inlenersaansprakelijkheid

Keten- en inlenersaansprakelijkheid Keten- en inlenersaansprakelijkheid Loopt u ook risico? Anke Broeders Hannah Dias anke.broeders@bdo.nl hannah.dias@bdo.nl Adviesgroep Loon- & Premieheffing Wanneer keten- en/of inlenersaansprakelijkheid?

Nadere informatie

Advieswijzer Personeel inlenen

Advieswijzer Personeel inlenen Advieswijzer Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid Leent u wel eens personeel in voor uw onderneming? Dan loopt u het risico op hoge boetes of aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw als u de

Nadere informatie

2014 no. 9 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

2014 no. 9 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA 2014 no. 9 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSVERORDENING van 3 februari 2014 houdende regels ter zake van de aansprakelijkheid voor belastingschulden en schulden van premies volksverzekering (Landsverordening

Nadere informatie

Flexibel personeel evenement & veiligheid. Van 2.0 naar 3.0 Risico s beperken

Flexibel personeel evenement & veiligheid. Van 2.0 naar 3.0 Risico s beperken Flexibel personeel evenement & veiligheid Van 2.0 naar 3.0 Risico s beperken Soorten Flexibel personeel Eigen medewerkers met een tijdelijk contract Vaste uren Variabele uren Oproepcontract MET en ZONDER

Nadere informatie

Bent u bestuurder van een onderneming die een rechtspersoon is?

Bent u bestuurder van een onderneming die een rechtspersoon is? Bent u bestuurder van een onderneming die een rechtspersoon is? Dan kunt u in bepaalde gevallen aansprakelijk worden gesteld als de onderneming de belastingen en premies niet kan betalen. Om welke belastingen

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Besluit heffingsrente Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Nadere informatie

Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid

Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid U kunt boetes en aansprakelijkheid beperken of zelfs voorkomen Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid Leent u weleens personeel in voor uw onderneming? Dan loopt u het risico op hoge boetes of aansprakelijkheid

Nadere informatie

Bent u aannemer en besteedt u werk uit aan een onderaannemer of bent u inlener van personeel?

Bent u aannemer en besteedt u werk uit aan een onderaannemer of bent u inlener van personeel? Bent u aannemer en besteedt u werk uit aan een onderaannemer of bent u inlener van personeel? Dan kunt u aansprakelijk worden gesteld voor de loonbelasting en premies die de onderaannemer of uitlener niet

Nadere informatie

Concept uitvoeringsbesluiten informatieverplichting. Artikel I (artikel 12bis van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001)

Concept uitvoeringsbesluiten informatieverplichting. Artikel I (artikel 12bis van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001) Concept uitvoeringsbesluiten informatieverplichting Artikel I (artikel 12bis van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001) I. Na artikel 12 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 12bis Belastbare

Nadere informatie

BROCHURE KETENAANSPRAKELIJKHEID

BROCHURE KETENAANSPRAKELIJKHEID BROCHURE KETENAANSPRAKELIJKHEID GEBASEERD OP UITGAVE: 2014-1 Auteur(s): S.A. Brands LL.B (Stichting STABU) Stichting STABU Postbus 36 6710 BA EDE Telefoonweg 32 6712 GC EDE Tel. 0318 63 30 26 E-mail: postmaster@stabu.nl

Nadere informatie

Nieuwsbrief juli 2012

Nieuwsbrief juli 2012 Nieuwsbrief juli 2012 Tijdig voorbereid op de werkkostenregeling? De overheid heeft het voornemen om de werkkostenregeling (WKR) met ingang van 2014 definitief in te voeren. Dat lijkt nog ver weg, maar

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen tussenkomst De Belastingdienst heeft, in samenwerking met

Nadere informatie

Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid

Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid Personeel inlenen Voorkom aansprakelijkheid DRV Accountants & Adviseurs 30-04-2014 Leent u weleens personeel in voor uw onderneming? Dan loopt u het risico op hoge boetes of aansprakelijkheid voor loonheffingen

Nadere informatie

De melding betalingsonmacht, valkuilen en mogelijkheden

De melding betalingsonmacht, valkuilen en mogelijkheden De melding betalingsonmacht, valkuilen en mogelijkheden 137 Mr. F.H.H. Sijbers * Een bestuurder die de Belastingdienst niet tijdig informeert dat zijn vennootschap niet in staat is om haar belastingschulden

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming

Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming Besteedt u werk uit aan een onderaannemer, en draagt deze de loonheffingen niet af aan de Belastingdienst? Dan kunt u hiervoor aansprakelijk worden

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel Aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel Leent u personeel in van een uitlener, en draagt deze de loonheffingen en btw niet af aan de Belastingdienst? Dan kunt u hiervoor

Nadere informatie

INSPECTIERAPPORT NEN 4400-2:2014 d.d. 16-04-2015 -

INSPECTIERAPPORT NEN 4400-2:2014 d.d. 16-04-2015 - INSPECTIERAPPORT NEN 4400-2:2014 d.d. 16-04-2015 - Naam inspecteur O. de Leeuw Registratienummer 36870 Soort inspectie NEN 4400-2 Datum inspectierapport Datum inspectie 08-04-2015 Datum inspectie Naam

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel Aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel Leent u personeel in van een uitlener, en draagt deze de loonheffingen en btw niet af aan de Belastingdienst? Dan kunt u hiervoor

Nadere informatie

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam Bahialaan 100 3065WC Rotterdam T: +31 (0)10-764 0804 F: +31 (0)10 254 0015 M: +31 (0)6 51 99 78 08 E: dehaas@dehaasadvocatuur.nl I: www.dehaasadvocatuur.nl Mevrouw mr. P. (Priscilla) de Haas 11-8-2015

Nadere informatie

Regeling. pagina 1 van 8

Regeling. pagina 1 van 8 Regeling voor een doelmatige belastingheffing over inkomsten uit sparen en beleggen, welke verworven zijn door participanten in een fiscaal transparante GmbH & Co. KG. Heerlen, pagina 1 van 8 1.

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming

Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming Belastingdienst Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming Besteedt u werk uit aan een onderaannemer, en draagt deze de loonheffingen niet af aan de Belastingdienst? Op basis van ketenaansprakelijkheid

Nadere informatie

Bijzondere Voorwaarden Wet Keten-/ Inleners aansprakelijkheid (2005)

Bijzondere Voorwaarden Wet Keten-/ Inleners aansprakelijkheid (2005) Bijzondere Voorwaarden Wet Keten-/ Inleners aansprakelijkheid (2005) Begripsomschrijving 2 Verplichtingen van de Opdrachtnemer/Onderaannemer/Uitlener. 2 Betaling 3 Ontbinding 5 De hieronder volgende voorwaarden

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke

Nadere informatie

~1237465 pagina 1. VOORBEELDOVEREENKOMST INHUUR EXTERNE DESKUNDIGHEID Beoordeling Belastingdienst nr. 9101567983 13 10 2015

~1237465 pagina 1. VOORBEELDOVEREENKOMST INHUUR EXTERNE DESKUNDIGHEID Beoordeling Belastingdienst nr. 9101567983 13 10 2015 Beoordeling overeenkomst inhuur externe deskundigheid Ik ben van mening dat werken volgens de bijgevoegde overeenkomst voor de opdrachtgever vanaf 1 januari 2016 niet leidt tot de verplichting loonheffingen

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming

Aansprakelijkheid voor loonheffingen bij onderaanneming voor loonheffingen bij onderaanneming Ketenaansprakelijkheid en g-rekening: daarmee krijgt u te maken als u werk uitbesteedt aan onderaannemers. Want als de onderaannemer de loonheffingen niet afdraagt

Nadere informatie

INSPECTIERAPPORT SNA Keurmerk (NEN 4400-1:2010 plus Handboek Normen) d.d. 10-02-2015 -

INSPECTIERAPPORT SNA Keurmerk (NEN 4400-1:2010 plus Handboek Normen) d.d. 10-02-2015 - INSPECTIERAPPORT SNA Keurmerk (NEN 4400-1:2010 plus Handboek Normen) d.d. 10-02-2015 - Naam inspecteur O. de Leeuw Registratienummer 32569 Datum inspectie 02-02-2015 Naam onderneming 365 Payroll en Salarisadministratie

Nadere informatie

Btw bij onderaanneming en uitlening van personeel

Btw bij onderaanneming en uitlening van personeel Btw bij onderaanneming en uitlening van personeel De verleggingsregeling Bent u ondernemer in de bouw, de scheepsbouw, de metaalconstructie of de confectie-industrie? Dan hebt u waarschijnlijk regelmatig

Nadere informatie

Belastingrecht MBA 2014

Belastingrecht MBA 2014 Belastingrecht MBA 2014 Uitwerkingen opgaven Deel 6 Formeel belastingrecht Henk Guiljam Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten Belastingrecht MBA 2014 Uitwerkingen Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten 1

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel Belastingdienst Aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel Leent u personeel in van een uitlener, en draagt deze de loonheffingen en omzetbelasting niet af aan de

Nadere informatie

Belastingrecht voor het ho 2012

Belastingrecht voor het ho 2012 Belastingrecht voor het ho 2012 Uitwerkingen opgaven Deel 9 Formeel belastingrecht Henk Guiljam Noordhoff Uitgevers Groningen Belastingrecht voor het ho 2012 Uitwerkingen Noordhoff Uitgevers Groningen

Nadere informatie

Fiscaal Actueel. In de zaak waarin de Hoge Raad moest oordelen ging het om een directeur-grootaandeelhouder

Fiscaal Actueel. In de zaak waarin de Hoge Raad moest oordelen ging het om een directeur-grootaandeelhouder 2 uitgave van het register belastingadviseurs tweede kwartaal 2011 - nummer 2 Fiscaal vriendelijk in- en doorlenen van de bv Inhoud o.a. Wanneer is een beroepschrift tijdig ingediend? 3 Gebruikelijk loon

Nadere informatie

Hoe kun je het risico van inlenersaansprakelijkheid beperken?

Hoe kun je het risico van inlenersaansprakelijkheid beperken? Hoe kun je het risico van inlenersaansprakelijkheid beperken? Inlenersaansprakelijkheid, wat is dat eigenlijk? En kun je die aansprakelijkheid vermijden, of elders beleggen? Het inlenen van tijdelijk personeel

Nadere informatie

BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID. Interne aansprakelijkheid

BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID. Interne aansprakelijkheid BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID Interne aansprakelijkheid Als de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan de bestuurder op grond van art.

Nadere informatie

Juridisch Document ZORG

Juridisch Document ZORG Juridisch Document ZORG Wanneer ben je als bestuurder van een rechtspersoon in de zorg persoonlijk aansprakelijk? 14 maart 2014 Zorg Zaken Groep Mr. W. Wickering Mr. M.N. Minasian Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Vaarwel blauwe envelop Welkom Berichtenbox

Vaarwel blauwe envelop Welkom Berichtenbox Pagina 4 Nummer 01 Vaarwel blauwe envelop Welkom Berichtenbox U heeft ongetwijfeld de reclame van de Belasting dienst gehoord waarin duidelijk wordt gemaakt dat de blauwe envelop tot het verleden zal gaan

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel

Aansprakelijkheid voor loonheffingen en omzetbelasting bij inlening van personeel Inlenersaansprakelijkheid en g-rekening: daarmee krijgt u te maken als u personeel inleent. Want als de uitlener de loonheffingen en omzetbelasting niet afdraagt aan de Belastingdienst, kunt u voor deze

Nadere informatie

BEN IK EIGENLIJK WEL ZZP ER? Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst.

BEN IK EIGENLIJK WEL ZZP ER? Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst. Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst. www.damd.nl Arbeidsovereenkomst en opdrachtovereenkomst Arbeid kun je op verschillende manieren verrichten: in loondienst (arbeidsovereenkomst),

Nadere informatie

Het besturen van een vereniging en stichting

Het besturen van een vereniging en stichting Het besturen van een vereniging en stichting Roland van Mourik notaris Cursus Goed Bestuur Nijmegen 6 oktober 2009 Roland van Mourik 37 jaar 1990-1991 propaedeuse rechten te Leiden 1991-1996 notarieel

Nadere informatie

VERENIGING VRIJWARING KETENAANSPRAKELIJKHEID BOLEGBO-VOK (OBK) ACHTERGRONDEN EN TOELICHTING

VERENIGING VRIJWARING KETENAANSPRAKELIJKHEID BOLEGBO-VOK (OBK) ACHTERGRONDEN EN TOELICHTING VERENIGING VRIJWARING KETENAANSPRAKELIJKHEID BOLEGBO-VOK (OBK) ACHTERGRONDEN EN TOELICHTING Oktober 2004 accordering Vereniging OBK Ernst & Young Postbus 474 2800 AL Gouda OBK Wat is de OBK De bouwnijverheid,

Nadere informatie

Model-overeenkomst van opdracht

Model-overeenkomst van opdracht Model-overeenkomst van opdracht (opdrachtnemer = BV/ dga) De ondergetekenden: [naam onderneming voluit], gevestigd te ( [postcode]) [plaats] aan de [adres], in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012)

ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012) ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012) 1. Definities 1.1 In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder: Opdracht : a) De overeenkomst waarbij Opdrachtnemer hetzij alleen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 301 Wijziging van de Invorderingswet 1990 (vervanging g-rekeningenstelsel door een depotstelsel) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN 1.1.

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

Modelovereenkomst agrarische werkzaamheden; geen werkgeversgezag

Modelovereenkomst agrarische werkzaamheden; geen werkgeversgezag Modelovereenkomst agrarische werkzaamheden; geen werkgeversgezag Deze overeenkomst is gebaseerd op de door de Belastingdienst op 4 mei 2016 onder nummer 9041634635 beoordeelde overeenkomst. De in die overeenkomst

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. 1. Algemeen

ALGEMENE VOORWAARDEN. 1. Algemeen ALGEMENE VOORWAARDEN De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Office Support SG Arnhem B.V. gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem, gedeponeerd ter Griffie van de arrondissementsrechtbank

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BW5380, Gerechtshof Leeuwarden, BK 11/00154 Inkomstenbelasting Datum 08-05-2012 uitspraak: Datum 10-05-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:In

Nadere informatie

Belangrijke informatie voor werkgevers die personeel inhuren of uitlenen

Belangrijke informatie voor werkgevers die personeel inhuren of uitlenen Belangrijke informatie voor werkgevers die personeel inhuren of uitlenen Inleiding Sinds 1 juli 2012 is de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna Waadi) gewijzigd. Deze wetswijziging

Nadere informatie

Goed voorbereid op de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)?

Goed voorbereid op de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)? Goed voorbereid op de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)? De ketenaansprakelijkheid voor opdrachtgevers van aanneming van werk of dienstverlening is aanzienlijk uitgebreid. Als de contracten nog op de

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagbelastingen (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst) VOORSTEL

Nadere informatie

Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2014

Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2014 Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2014 Actualiteiten inschakelen van derden Registratie niet-ingezetenen Wet basisregistratie personen (sinds 6 januari 2014) Sofi-nummer is vervallen. Iedereen

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015

Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015 Algemene Voorwaarden Naomi Bisschop Business Development, 1 augustus 2015 Artikel 1 - Definities en begrippen 1. In deze algemene voorwaarden hierna te noemen Voorwaarden - worden de hiernavolgende termen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Inleners-, keten- en bestuurdersaansprakelijkheid

Inleners-, keten- en bestuurdersaansprakelijkheid ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Faculteit der Economische Wetenschappen Masterscriptie Fiscale Economie Inleners-, keten- en bestuurdersaansprakelijkheid Naam : Guido Vos Examennummer :

Nadere informatie

Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO

Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: de natuurlijke persoon/personen of het orgaan

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

HOORCOLLEGE 12: INVORDERING

HOORCOLLEGE 12: INVORDERING HOORCOLLEGE 12: INVORDERING INLEIDING Invordering is belangrijk in de praktijk, omdat mensen door een traject van invordering erg in de problemen kunnen worden gebracht. Invorderingsregelgeving is regelgeving

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 SZW, FI Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 15 december

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN WERKGEVERSGEZAG Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-06 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN WERKGEVERSGEZAG Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-06 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN WERKGEVERSGEZAG Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-06 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen werkgeversgezag De Belastingdienst heeft,

Nadere informatie

Belastingteruggaven en toeslagen op één bankrekeningnummer

Belastingteruggaven en toeslagen op één bankrekeningnummer Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.1.211 Belastingteruggaven en toeslagen op één bankrekeningnummer bronnen Nieuwsbericht Belastingdienst, 29.11.2013; www.rijksoverheid.nl Leidraad Invordering 2008;

Nadere informatie

1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.

1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. Algemene Voorwaarden Interim Recruitment Recruvisie Artikel 1 Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ALLROUND BACKOFFICE

ALGEMENE VOORWAARDEN ALLROUND BACKOFFICE Artikel 1 Definities 1. In deze voorwaarden wordt verstaan onder: Allround Backoffice: de gebruiker van deze algemene voorwaarden, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van bestuurders voor belastingschulden

Aansprakelijkheid van bestuurders voor belastingschulden Mr. J.A. Booij Aansprakelijkheid van bestuurders voor belastingschulden KLUWER.TS^" Deventer - 2003 INHOUDSOPGAVE Lijst van gebruikte afkortingen / 5 Overzicht bestuurdersaansprakelijkheid /15 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M,

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, Omzetbelasting. Kleine ondernemersregeling Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

Wetsvoorstel Aanpak Schijnconstructies

Wetsvoorstel Aanpak Schijnconstructies Wetsvoorstel Aanpak Schijnconstructies Door: mr. J.D. Baron en mr F.W. van de Weerdt Op 3 maart 2015 is het wetsvoorstel aanpak schijnconstructies met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BV7053, Gerechtshof Arnhem, 11/00315 Datum uitspraak:14-02-2012 Datum 28-02-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:747

ECLI:NL:RBZWB:2014:747 pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBZWB:2014:747 Instantie Datum uitspraak 31-01-2014 Datum publicatie 21-02-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland-West-Brabant AWB-13_2158 Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Artikel 1 Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij

Nadere informatie

INTERIMGEZOCHT.NL Algemene bemiddelingsvoorwaarden

INTERIMGEZOCHT.NL Algemene bemiddelingsvoorwaarden ALGEMENE VOORWAARDEN Voor bemiddeling tussen Opdrachtgevers en Oprachtnemers (Interim-managers of Interim-professionals) Interimgezocht.nl Livius 26 3962 KD Wijk bij Duurstede Telefoon : 06-267 48 068

Nadere informatie

WEA Deltaland Accountants & Adviseurs. Henk Coehoorn

WEA Deltaland Accountants & Adviseurs. Henk Coehoorn WEA Deltaland Accountants & Adviseurs Henk Coehoorn Agenda Van VAR naar DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) Waarom geen VAR meer? Huidige VAR: werking en problemen?! Beoordeling arbeidsrelatie

Nadere informatie

Den Haag 25 januari 2008

Den Haag 25 januari 2008 De voorzitter en de leden van de Vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Briefnummer 08/10.149/Jla Onderwerp Wetsvoorstel Wijziging van de Invorderingswet

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Algemene Voorwaarden Wervi ng en Selectie Fiscale Arena

INHOUDSOPGAVE. Algemene Voorwaarden Wervi ng en Selectie Fiscale Arena INHOUDSOPGAVE Algemene Voorwaarden Wervi ng en Selectie Fiscale Arena Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Werkingssfeer

Nadere informatie

De Verklaring arbeidsrelatie

De Verklaring arbeidsrelatie Belastingdienst De Verklaring arbeidsrelatie Zekerheid voor uw opdracht gevers over het inhouden en betalen van loonheffingen Werkt u voor opdrachtgevers, bijvoorbeeld als freelancer of zelfstandige zonder

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP

BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP Vastgesteld op 9 november 2015 1 TOEPASSELIJKHEID 1.1.1 Dit reglement is van toepassing op een ieder die thans of in de toekomst

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Het hoe en waarom van de belastingheffing

Het hoe en waarom van de belastingheffing Hoofdstuk 1 Het hoe en waarom van de belastingheffing 1.1 Onderscheid in belastingen De sociale, economische maar ook de juridische gevolgen van de belastingheffing verschillen naar gelang het type belasting.

Nadere informatie

Kluwer Online Research Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf

Kluwer Online Research Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf Instantie: Hof 's-gravenhage Datum: 30 maart 2012 Magistraten: Tromp, Sanders, Visser Zaaknr: BK-10/00547 Conclusie: - LJN: BW8025

Nadere informatie

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER ENERGIEKAMER BESLUIT Nummer: 102557_1/6 Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste lid, van de Elektriciteitswet

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Artikel 750 1. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens

Nadere informatie

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER ENERGIEKAMER BESLUIT Nummer: 102556_1/8. Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste lid Elektriciteitswet

Nadere informatie

Algemene voorwaarden de Haan online marketing

Algemene voorwaarden de Haan online marketing Algemene voorwaarden de Haan online marketing 1. Definities 1.1 Opdrachtgever: De natuurlijke of rechtspersoon of nonprofitinstelling met wie de Haan online marketing een overeenkomst sluit tot het leveren

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

ALGEMENE VOORWAARDEN ALGEMENE VOORWAARDEN Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle relaties van Wouters Belastingadvies, welke belastingadviespraktijk uitgeoefend wordt in de vorm van een besloten vennootschap

Nadere informatie

Algemene voorwaarden van Volleberg Accountants, gevestigd te Beek

Algemene voorwaarden van Volleberg Accountants, gevestigd te Beek Algemene voorwaarden van Volleberg Accountants, gevestigd te Beek 1. Begripsbepalingen In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: Opdrachtgever: De natuurlijke of rechtspersoon die aan opdrachtnemer

Nadere informatie

AFDELING III: JURIDISCHE, ECONOMISCHE, FINANCIÃ LE EN TECHNISCHE INLICHTINGEN

AFDELING III: JURIDISCHE, ECONOMISCHE, FINANCIÃ LE EN TECHNISCHE INLICHTINGEN AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Hogeschool Inholland Theresiastraat 8, 2593 AN Den Haag ( Nederland ) Ter attentie van: E Westera Telefoon: +31 703120100, Email:

Nadere informatie

2.3 Algemene voorwaarden van de opdrachtgever of derden zijn voor Onlinepoort niet bindend en niet van toepassing.

2.3 Algemene voorwaarden van de opdrachtgever of derden zijn voor Onlinepoort niet bindend en niet van toepassing. Artikel 1. Definities 1.1 Opdrachtgever is de natuurlijke of rechtspersoon met wie de overeenkomst tot levering van producten en diensten van Onlinepoort wordt gesloten. 1.2 Producten en diensten van Onlinepoort

Nadere informatie

Camace: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Camace BV, statutair gevestigd te Veenendaal aan de Stationsstraat 62 B.

Camace: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Camace BV, statutair gevestigd te Veenendaal aan de Stationsstraat 62 B. ALGEMENE VOORWAARDEN CAMACE Artikel 1 Begripsbepaling 1.1 Camace: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Camace BV, statutair gevestigd te Veenendaal aan de Stationsstraat 62 B. 1.2 Cliënt:

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V.

ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V. ALGEMENE VOORWAARDEN BUSKOOP SCHILDERS B.V. Artikel 1: Algemeen 1.1 Deze voorwaarden zijn van toepassing op en vormen één geheel met alle door Buskoop te sluiten overeenkomsten. 1.2 In deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Besluit 31-03-2006 nr CPP06-507 Invorderingswet 1990. Aansprakelijkheid verzekeraars in verband met een inkomensvoorziening, een arbeids- of

Nadere informatie

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsbepalingen als omschreven in artikel

Nadere informatie

DGB 2008-03325 U. Beantwoording vragen van de leden Remkes en Weekers (beiden VVD) over suppletieaangifte

DGB 2008-03325 U. Beantwoording vragen van de leden Remkes en Weekers (beiden VVD) over suppletieaangifte Directoraat-Generaal Belastingdienst De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 25 augustus 2008 17 juni 2008 (2070822910)

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie