DE POLITIEKE VERTEGENWOORDIGING VAN VROUWEN NA DE

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE POLITIEKE VERTEGENWOORDIGING VAN VROUWEN NA DE"

Transcriptie

1 DE POLITIEKE VERTEGENWOORDIGING VAN VROUWEN NA DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI

2 INHOUDSTAFEL INLEIDING DEEL 1: GENDERANALYSE VAN DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI ANALYSE VAN DE AANWEZIGHEID VAN VROUWEN OP DE KIESLIJSTEN VOOR DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI Federaal Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Vlaams Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Waals Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Brussels Hoofdstedelijk Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Parlement van de Duitstalige Gemeenschap a) Vrouwelijke lijsttrekkers b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Europees Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Analyse van de aanwezigheid van vrouwen op verkiesbare plaatsen per partij Conclusies ANALYSE VAN DE VROUWELIJKE VERTEGENWOORDIGING IN DE POLITIEK NA DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI 2014 EN VERGELIJKING MET DE VERKIEZINGSUITSLAGEN VAN 2009 EN Kamer van Volksvertegenwoordigers Senaat Vlaams Parlement Waals Parlement Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Parlement van de Franse Gemeenschap Parlement van de Duitstalige Gemeenschap Europees Parlement Vrouwelijke verkozenen binnen de politieke partijen Conclusies

3 TWEEDE DEEL: EVOLUTIE VAN DE VROUWELIJKE VERTEGENWOORDIGING IN DE INSTELLINGEN SINDS FEDERAAL NIVEAU Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Kamer sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Senaat sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de federale regering sinds NIVEAU VAN DE GEWESTEN EN GEMEENSCHAPPEN Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Vlaams Parlement sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Vlaamse regering sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Waals Parlement sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Waalse regering sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Parlement van de Franse Gemeenschap sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de regering van de Franse Gemeenschap sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de regering van de Duitstalige Gemeenschap sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de instellingen van gewesten en gemeenschappen sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de regeringen van Gewesten en Gemeenschappen sinds Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Europees Parlement sinds CONCLUSIES ALGEMENE CONCLUSIES BIJLAGEN. TABELLEN IN VERBAND MET DE KIESLIJSTEN DIE WERDEN VOORGELEGD IN HET KADER VAN DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI Lijst van tabellen Lijst van grafieken

4 INLEIDING In het kader van het (proportioneel) Belgisch kiessysteem werd een systeem van quota voor de kieslijsten van de politieke partijen beschouwd als het meest doeltreffende middel om evenwicht te brengen in de mate waarin mannen en vrouwen participeren in het politieke leven. In 1994 werden voor het eerst quota ingevoerd en mocht maximaal twee derde van de kandidaten van hetzelfde geslacht zijn, en later, in 2002, werd de man-vrouwpariteit op de kieslijsten ingevoerd. Op 25 mei 2014 bepaalden de kiezers wie hen mag vertegenwoordigen in het Europees Parlement, in het federaal parlement en in de parlementen van de gewesten en de gemeenschappen. Het waren de eerste verkiezingen van die omvang sinds Net als na elke verkiezing heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen de verkiezingsresultaten ingezameld en er vervolgens een genderanalyse van gemaakt, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de impact van de quota op de vertegenwoordiging van vrouwen op de kieslijsten, onder de verkozenen en parlementsleden en in de regeringen. Deze analyse bestaat uit twee delen. In het eerste deel worden de gegevens van de verkiezingen van 25 mei 2014 grondig onderzocht. Allereerst wordt bekeken op welke manier vrouwen voorkomen op de kieslijsten die werden opgesteld door de politieke partijen, en meer in het bijzonder hun aanwezigheid als lijsttrekker, lijstduwer, eerste opvolger en natuurlijk op de verkiesbare plaatsen. Vervolgens worden de verkiezingsresultaten op de verschillende beleidsniveaus besproken in termen van geslacht, net als de effectieve samenstelling van de verschillende parlementen en de samenstelling van de verschillende regeringen. In dit eerste deel worden de gegevens van de verkiezingen van 2014 systematisch vergeleken met die van de vorige verkiezingen in 2010 en Het tweede deel van de analyse schetst een ruimer beeld van de evolutie van de vrouwelijke aanwezigheid in de politiek. De resultaten van de verschillende verkiezingen worden met elkaar vergeleken naar geslacht, te beginnen bij de verkiezingen van 1995 die de laatste waren die werden georganiseerd zonder dwingende maatregel bestemd om de vrouwelijke aanwezigheid in de politiek te versterken. Dit deel is dus bedoeld om de cijfers over de vrouwelijke aanwezigheid in parlementen en regeringen sinds 1995 in perspectief te plaatsen. Zo kan de evolutie onderzocht worden sinds de invoering en toepassing van verschillende wetten die bedoeld waren om de aanwezigheid van vrouwen binnen politieke instellingen te versterken en zodat een beter begrip wordt verkregen van het effect van die maatregelen. 4

5 DEEL 1: GENDERANALYSE VAN DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI 2014 In 1994 nam het Federale Parlement een wetsvoorstel 1 aan dat politieke partijen verbood om kieslijsten voor te dragen waarop meer dan twee derde van de kandidaten van hetzelfde geslacht was. Tussen 1999 en 2000 werd die maatregel toegepast op alle beleidsniveaus, en in 2002 door de wetgever versterkt met een grondwetswijziging 2 die de gelijkheid van vrouwen en mannen waarborgt en hun gelijke toegang tot de door verkiezing verkregen mandaten en de openbare mandaten organiseert. Als een gevolg van die grondwetswijziging werden verschillende wetten 3 aangenomen om de man-vrouwpariteit op de kandidatenlijsten voor de federale, Europese en regionale verkiezingen te verplichten. Tegelijk met de versterking van de quota, bepalen die wetten ook dat de eerste twee kandidaten van de lijst van verschillend geslacht moeten zijn. Dankzij die grondwetswijziging kon in 2003 ook de wet worden aangenomen die aan alle regeringen van het land de verplichting oplegde om gemengd te zijn, dat wil zeggen dat er personen van verschillend geslacht in moeten aanwezig zijn 4. Op federaal, regionaal, communautair en Europees niveau zijn de verkiezingen van 1999 dus de eerste waarbij quota (maximum twee derde leden van hetzelfde geslacht) werden toegepast op de kieslijsten. De man-vrouwpariteit op de kieslijsten werd toegepast vanaf de volgende verkiezingen. In 2003 en in 2004 beperkte een overgangsmaatregel de afwisseling man-vrouw tot de eerste drie plaatsen op de lijsten. 1. ANALYSE VAN DE AANWEZIGHEID VAN VROUWEN OP DE KIESLIJSTEN VOOR DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI 2014 Doel van de analyse van de samenstelling van de kieslijsten die werden opgesteld in het kader van de laatste verkiezingen is te zien hoe de politieke partijen de verplichtingen voor een evenwicht tussen mannen en vrouwen hebben toegepast op hun lijsten en, in die context, na te gaan wat hun houding is ten opzichte van de aanwezigheid van vrouwen op hun lijsten Federaal Parlement 5 a) Vrouwelijke lijsttrekkers Algemeen genomen stellen we vast dat het aandeel vrouwelijke lijsttrekkers op de lijsten voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers is gedaald, met name van 27,5% in 2010 naar 25% in Op de Nederlandstalige Kamerlijst is een stijging te zien van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers van 21,4% in 2010 naar 27,8% in De Franstalige Kamerlijst ziet daarentegen een sterke daling in het 1 Wet van 24 mei 1994 ter bevordering van een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen (B.S. van 1 juli 1994). 2 Wijziging aan de Grondwet van 21 februari 2002 (B.S. van 26 februari 2002). 3 Wet van 18 juli 2002 tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van de federale Wetgevende Kamers en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap (B.S. van 28 augustus 2002). Bijzondere wet van 18 juli 2002 tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van de Waalse Gewestraad, van de Vlaamse Raad en van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad (B.S. van 13 september 2002). Wet van 17 juni 2002 tot waarborging van een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van het Europees Parlement (B.S. van 28 augustus 2002). 4 Bijzondere wet van 5 mei 2003 op de gewaarborgde aanwezigheid van personen van verschillend geslacht in de Vlaamse Regering, de Franse Gemeenschapsregering, de Waalse Regering, de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en onder de Gewestelijke Staatssecretarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (B.S. van 12 juni 2003). Wet van 5 mei 2003 op de gewaarborgde aanwezigheid van personen van verschillend geslacht in de regering van de Duitstalige Gemeenschap (B.S. van 12 juni 2003). 5 Met de zesde staatshervorming is de Senaat sinds 25 mei 2014 hervormd tot een niet-permanente assemblee. In tegenstelling tot voorgaande jaren worden senatoren nu niet meer rechtstreeks verkozen. 5

6 aantal vrouwelijke lijsttrekkers van 37% in 2010 naar 22,2% in Dit resulteert in het algemeen in een daling van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers op federaal niveau. Voorgaande jaren viel het op dat de Franstalige lijsten veel meer vrouwelijke lijsttrekkers telden dan de Nederlandstalige partijen. In 2014 is dit echter niet meer het geval. Door een sterke daling van het aantal vrouwelijke Franstalige lijsttrekkers zijn er in 2014 in verhouding meer vrouwelijke lijsttrekkers op de Nederlandstalige Kamerlijsten. Wat betreft de afzonderlijke partijen geven vooral de groene partijen de voorrang aan vrouwelijke lijsttrekkers: bij Groen worden drie van de vijf lijsten getrokken door een vrouw, bij Ecolo zijn het er drie op zes. Ook sp.a telt drie op de zes vrouwelijke lijsttrekkers. Langs Nederlandstalige kant doen CD&V, N-VA en Lijst Dedecker het wat dat betreft slecht; geen van deze partijen heeft een vrouwelijke lijsttrekker. Langs Franstalige kant heeft MR geen enkele vrouwelijke lijsttrekker. b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen 6 Op het niveau van de kandidatenlijsten voor de Kamer wordt vervolgens het aandeel vrouwen op verkiesbare plaatsen bekeken. In vergelijking met de vorige federale verkiezingen is er een daling vast te stellen in het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen, namelijk van 40% in 2010 naar 38,7% in Ook hier telden de Franstalige lijsten in 2010 in verhouding nog meer vrouwen op verkiesbare plaatsen dan de Nederlandstalige. In 2014 is er echter een omkering en tellen de Nederlandstalige Kamerlijsten procentueel iets meer vrouwen op verkiesbare plaatsen dan de Franstalige. Op de Nederlandstalige kandidatenlijsten is een zeer lichte stijging te zien van het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen (van 38,6% in 2010 naar 39,8% in 2014). Bij de Franstalige partijen is er echter sprake van een daling (van 41,9% in 2010 naar 37,1% in 2014). Op het niveau van de partijen kan worden opgemerkt dat aan Nederlandstalige zijde enkel sp.a en Open Vld de pariteit benaderen op het vlak van kandidaten op verkiesbare plaatsen. In vergelijking met de verkiezingen van 2010 daalt in elke Nederlandstalige politieke partij, met uitzondering van sp.a en Vlaams Belang, het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen. Aan Franstalige kant benadert alleen cdh de pariteit op dit vlak. In het algemeen daalt het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen in alle Franstalige partijen die in 2010 ook een Kamerlijst hadden. Als er gekeken wordt naar de evolutie van het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen op de federale Kamerlijsten sinds 1999, dan ziet men dat tot 2007 er een sterke toename was van het aantal vrouwen. Sinds 2007 lijkt deze evolutie echter te stagneren en zelfs eerder wat achteruit te gaan (zie bijlage). c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Er kan ook nog gekeken worden naar de man-vrouwverdeling op enkele andere strategische lijstplaatsen voor de Kamer: de eerste opvolgers en de lijstduwers. Algemeen genomen stijgt het aandeel vrouwelijke eerste opvolgers op de kandidatenlijsten voor de federale verkiezingen van 21,7% in 2010 naar 32% in Bij de Nederlandstalige partijen is er een stijging van 26,2% in 2010 naar 30,6% in Bij de Franstalige partijen is de stijging opvallend groot met bijna een verdubbeling in het percentage vrouwelijke eerste opvolgers (van 14,8% in 2010 naar 30,6% in 2014). Waar de Nederlandstalige lijsten in 2010 nog aanzienlijk meer vrouwelijke eerste opvolgers telden zijn er nu procentueel bijna evenveel Nederlandstalige als Franstalige vrouwelijke eerste opvolgers. 6 De verkiesbare plaatsen zijn de bovenste plaatsen op de lijst, die overeenkomen met het aantal door een partij verkregen zetels gedurende de vorige verkiezingen van die lijst. In deze context komt de laatste verkiesbare plaats op een lijst overeen met het aantal zetels die door de partij werden verkregen gedurende de vorige verkiezingen. 6

7 Op het niveau van de partijen valt vooral op dat aan Nederlandstalige zijde bij CD&V vijf van de zes eerste opvolgers vrouwen zijn. Aan Franstalige zijde komt enkel Ecolo aan de pariteit inzake eerste opvolgers. Het aandeel vrouwelijke lijstduwers op de Nederlandstalige lijsten is licht gedaald in vergelijking met Bij de Franstalige partijen is het aantal vrouwelijke lijstduwers gestegen. Globaal gezien komt dit voor het aandeel vrouwelijke lijstduwers op de Kamerlijsten neer op een lichte stijging ten opzicht van de verkiezingen van Als er per partij naar de lijstduwers wordt gekeken zien we dat de groene partijen meer vrouwelijke dan mannelijke lijstduwers hebben, met drie op vijf vrouwelijke lijstduwers voor Groen! en vier op zes voor Ecolo. Tabel 1. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Nederlandstalige partijen. Lijsttrekkers 2010 Lijsttrekkers 2014 Eerste opvolgers 2010 Eerste opvolgers 2014 CD&V Groen Lijst Dedecker N-VA Open Vld sp.a Vlaams Belang 1/6 3/6 0/6 1/6 2/6 2/6 0/6 0/6 3/6 0/1 0/6 2/6 3/6 2/6 1/6 3/6 1/6 1/6 1/6 3/6 1/6 5/6 1/6 0/1 2/6 1/6 1/6 1/6 Totaal 9/42 (21,4%) 10/36 (27,8%) 11/42 (26,2%) 11/36 (30,6%) Lijst-duwers /6 1/6 1/6 2/6 3/6 2/6 2/6 12/42 (28,6%) Lijst-duwers /6 3/6 1/1 1/6 0/6 2/6 1/6 10/36 (27,8%) Verkiesbare plaatsen 2010 Verkiesbare plaatsen /25 (36%) 6/17 (35,3%) 2/4 2/5 (40%) 1/5 (20%) 0/1 (0%) 2/5 (40%) 9/27 9/18 6/13 (46,2%) 5/14 (35,7%) 7/13 (53,8%) 6/17 (35,3%) 5/12 (41,7%) 34/88 (38,6%) 35/88 (39,8%) 7

8 Tabel 2. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Franstalige partijen. Lijsttrekkers 2010 Lijsttrekkers 2014 Eerste opvolgers 2010 Eerste opvolgers 2014 cdh Ecolo FDF Front National MR Parti Populaire 3/6 4/6-1/3 1/6-1/6 1/6 3/6 1/6-0/6 2/6 1/6 1/6 1/6-0/3 1/6-1/6 2/6 3/6 1/6-1/6 2/6 2/6 PS Totaal /27 (37,0%) 8/36 (22,2%) 4/27 (14,8%) 11/36 (30,6%) Lijst-duwers /6 3/6-2/3 0/6-1/6 6/27 (22,2%) Lijst-duwers /6 4/6 1/6-1/6 2/6 0/6 9/36 (25%) Verkiesbare plaatsen 2010 Verkiesbare plaatsen /10 4/9 (44,4%) 4/8 3/8 (37,5%) - 1/3 0/1 (0%) - 9/23 (39,13%) 5/15-0/1 (0%) 8/20 (40%) 10/26 (38,5%) 26/62 (41,9%) 23/62 (37,1%) Tabel 3. Vrouwen op strategische plaatsen op de lijsten voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, Nederlandstalige en Franstalige partijen (vergelijking ). Nederlandstalige partijen Franstalige partijen Totaal Nederlandstalige en Franstalige partijen Lijsttrekkers Eerste opvolgers Lijstduwers Verkiesbare plaatsen Totaal 2010 Totaal 2014 Totaal 2010 Totaal 2014 Totaal 2010 Totaal /42 (21,43%) 11/42 (26,19%) 12/42 (28,57%) 34/88 (38,64%) 10/36 (27,80%) 11/36 (30,60%) 10/36 (27,80%) 35/88 (39,77%) 10/27 (37,04%) 4/27 (14,81%) 6/27 (22,22%) 26/62 (41,94%) 8/36 (22,22%) 11/36 (30,56%) 9/36 (25,00%) 23/62 (37,09%) 19/69 (27,54%) 15/69 (21,74%) 18/69 (26,09%) 60/150 (40,00%) 18/72 (25,00%) 23/72 (32,00%) 20/72 (27,80%) 58/150 (38,67%) 8

9 1.2. Vlaams Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers Op de kieslijsten voor het Vlaams Parlement steeg het aandeel vrouwelijke lijsttrekkers van 23,3% in 2009 naar 31% in Wat betreft de afzonderlijke partijen hebben enkel CD&V en sp.a evenveel vrouwelijke als mannelijke lijsttrekkers. Alle andere Vlaamse partijen hebben een meerderheid aan mannelijke lijsttrekkers. In vergelijking met de verkiezingen van 2009 hebben zowel Groen! als Open Vld één vrouwelijke lijsttrekker meer. De PVDA+ nam in 2009 geen deel aan de verkiezingen, maar heeft nu één vrouwelijke lijsttrekker. Bij de andere partijen is het aantal vrouwelijke lijsttrekkers onveranderd gebleven. Als er naar de verschillende kieskringen wordt gekeken ziet men dat de kieskring Brussel-Hoofdstad een meerderheid aan vrouwelijke lijsttrekkers telt, namelijk vier op zes. In Antwerpen zijn drie van de zeven lijsttrekkers vrouwen. De andere kieskringen hebben minder dan een derde vrouwelijke lijsttrekkers (zie bijlage). b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen Op het niveau van de kandidatenlijsten voor het Vlaams Parlement wordt vervolgens het aandeel vrouwen op verkiesbare plaatsen bekeken. In vergelijking met de vorige verkiezingen is er een stijging vast te stellen in het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen, namelijk van 38,8% in 2009 naar 44,8% in Als de verkiezingen van 2004 ook bij de analyse worden betrokken (37,3% vrouwen op verkiesbare plaatsen), kan een algemeen stijgende trend worden waargenomen in het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen voor het Vlaams Parlement. Op het niveau van de partijen kan worden opgemerkt dat enkel CD&V en sp.a de pariteit benaderen en ongeveer evenveel vrouwen als mannen op een verkiesbare plaats hebben staan. Bij Groen! en N- VA worden net over 40% van de verkiesbare plaatsen ingenomen door vrouwen. Open Vld en Vlaams Belang zitten net onder die 40%. UF heeft geen vrouwen op een verkiesbare plaats. In het kiesgebied Brussel-Hoofdstad wordt een meerderheid van de verkiesbare plaatsen ingenomen door een vrouw (66,7%). Vlaams Brabant telt de minste vrouwen op verkiesbare plaatsen (35%) (zie bijlage). c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Wat betreft de andere strategische lijstplaatsen kan in 2014 een stijging worden vastgesteld van het aantal vrouwelijke eerste opvolgers en een daling van het aantal vrouwelijke lijstduwers. Het aandeel vrouwelijke eerste opvolgers op de kandidatenlijsten voor het Vlaams Parlement steeg van 20,9% in 2009 naar 26,2% in Op het niveau van de partijen ziet men dat Open Vld meer vrouwelijke dan mannelijke eerste opvolgers heeft (4/6) en dat sp.a de pariteit bereikt. In vergelijking met de verkiezingen van 2009 kennen de meeste andere partijen wel een kleine toename in het aantal vrouwelijke eerste opvolgers, met uitzondering van CD&V en UF waar de situatie dezelfde is gebleven (respectievelijk één derde vrouwelijke eerste opvolgers voor CD&V en geen bij UF). Vlaams Belang had in 2009 nog één derde vrouwelijke eerste opvolgers, maar heeft er in 2014 geen meer. Inzake de eerste opvolgers wordt in de kieskringen Antwerpen en Limburg de pariteit benaderd. In Oost-Vlaanderen en Brussel-Hoofdstad zijn er geen vrouwelijke eerste opvolgers (zie bijlage). Het aandeel vrouwelijke lijstduwers op de lijsten voor het Vlaams Parlement is sterk gedaald, van 37,2% in 2009 naar 23,8% in

10 Als er per partij naar de lijstduwers wordt gekeken zien we dat in vergelijking met 2009 bij meer dan de helft van de partijen het aantal vrouwelijke lijstduwers is gedaald. Alleen bij Open Vld is een stijging waar te nemen. Bij Groen is de situatie onveranderd gebleven met de helft vrouwelijke lijstduwers. Bij UF blijft de situatie ook dezelfde, zij beschikken niet over vrouwelijke lijstduwers. De kieskring Brussel-Hoofdstad bereikt de pariteit inzake lijstduwers. In de andere kieskringen komt men niet tot een derde vrouwelijke lijstduwers en in Limburg is er zelfs geen enkele (zie bijlage). In het algemeen is er op de kieslijsten voor het Vlaams Parlement, in vergelijking met de verkiezingen van 2009, een stijging vast te stellen van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers, het aantal vrouwelijke eerste opvolgers en het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen. Het aantal vrouwelijke lijstduwers is echter wel gedaald. Tabel 4. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor het Vlaams Parlement. Lijst Open Vlaams Totaal Totaal CD&V Groen N-VA PVDA+ sp.a UF Dedecker Vld Belang /6 2/6 1/6 2/6 1/5 3/6 1/6 13/42 10/437 Lijsttrekkers - 0/1 (16,7%) (20%) (16,7%) (31%) (23,3%) Eerste 2/6 1/6 1/6 4/6 3/6 11/42 9/438-0/5 0/1 0/6 opvolgers (16,7%) (16,7%) (66,7%) (26,2%) (20,9%) 2/6 3/6 1/6 3/6 1/6 10/42 16/439 Lijstduwers - 0/5 0/1 0/6 (16,7%) (16,7%) (23,8%) (37,2%) Verkiesbare 16/31 3/7 7/16 8/21 10/19 8/21 52/116 47/ /1 plaatsen (51,6%) (42,9%) (43,8%) (38,1%) (52,6%) (38,1%) (44,8%) (38,8%) 7 Partis pris en compte : Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld, Vlaams Belang, Lijst Dedecker et UF. 8 Partis pris en compte : Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld, Vlaams Belang, Lijst Dedecker et UF. 9 Partis pris en compte : Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld, Vlaams Belang, Lijst Dedecker et UF. 10 Sur base des précédentes élections, la Lijst Dedecker avait 8 places éligibles, mais n a pas introduit de liste pour les élections de

11 1.3. Waals Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers Op de kieslijsten voor het Waals Parlement was er een lichte stijging van het aandeel vrouwelijke lijsttrekkers, van 19,2% in 2009 naar 19,8% in Hun aandeel blijft echter laag. Als er gekeken wordt naar de afzonderlijke partijen scoort MR het beste met vijf op dertien vrouwelijke lijsttrekkers (38%). De Parti Populaire en de PS leggen de slechtste resultaten af met elk slechts één vrouwelijke lijsttrekker. Drie van de vier partijen die in 2009 deelnamen aan de verkiezingen hebben nu één vrouwelijke lijsttrekker meer. Bij Ecolo is de situatie dezelfde gebleven. Slechts in drie van de dertien kieskringen, namelijk Charleroi, Nijvel en Zinnik, wordt qua lijsttrekkers de pariteit benaderd (zie bijlage). b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen In vergelijking met de vorige verkiezingen is er op de kieslijsten voor het Waals Parlement een lichte stijging vast te stellen van het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen, namelijk van 38% in 2009 naar 40% in Bij de verkiezingen van 2004 waren er slechts 24% vrouwen op verkiesbare plaatsen. Er kan dus gesproken worden van een algemeen stijgende trend in het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen voor het Waals Parlement. Op het niveau van de partijen ziet men dat de liberale MR partij de meest vrouwen op verkiesbare plaatsen heeft en de pariteit benadert (47,4%). De ander partijen schommelen ruim genomen tussen de 35% en 39% vrouwen op verkiesbare plaatsen. In het kiesgebied Charleroi zijn maar liefst zes op de negen verkiesbare plaatsen bezet door een vrouw. Daarnaast zijn er nog vier van de dertien kiesgebieden waar de pariteit inzake vrouwen op verkiesbare plaatsen wordt benaderd. In de kiesgebieden Neufchâteau-Virton en Dinant-Philippeville staan er geen vrouwen op verkiesbare plaatsen (zie bijlage). c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Zowel bij de eerste opvolgers als bij de lijstduwers voor het Waals Parlement zien we een stijging van het aantal vrouwen. Het aandeel vrouwelijke eerste opvolgers op de kandidatenlijsten voor het Waals Parlement steeg met maar liefst 11,8 procentpunt, namelijk van 21,2% in 2009 naar 33% in Op het niveau van de partijen ziet men dat cdh en Ecolo de pariteit inzake eerste opvolgers benaderen. Bij de Parti Populaire en het FDF zijn er slechts 15% vrouwelijke eerste opvolgers. Bij de vier partijen die ook deelnamen aan de verkiezingen van 2009 is een stijging te zien in het aantal vrouwelijke eerste opvolgers. De stijging is het grootst bij cdh, die van één naar zeven op de dertien vrouwelijke eerste opvolgers gaat. In vier van de dertien kieskringen wordt de pariteit inzake eerste opvolgers bereikt (Thuin, Aarlen- Bastenaken-Marche-en-Famenne, Luik en Hoei-Borgworm zie bijlage). Het aandeel vrouwelijke lijstduwers op de lijsten voor het Waals Parlement is ook gestegen, van 32,7% in 2009 naar 39,6% in Qua lijstduwers benaderen de Parti Populaire en PTB-GO! de pariteit. Als er gekeken wordt naar de vier partijen die ook in 2009 deelnamen aan de verkiezingen ziet men dat het aantal vrouwelijke lijstduwers bij cdh en MR onveranderd is gebleven, dat Ecolo één vrouwelijke lijstduwer minder heeft en de PS twee extra vrouwelijke lijstduwers heeft aangeduid. In vijf op de dertien kieskringen wordt de pariteit benaderd. In het kiesdistricten Hoei-Borgworm zijn er meer vrouwelijke lijstduwers dan mannelijke en in het kiesdistrict Neufchâteau-Virton zijn zelfs alle lijstduwers vrouwen (zie bijlage). 11

12 In vergelijking met de verkiezingen van 2009 is er op de kieslijsten voor het Waals Parlement een stagnatie te zien in het aantal vrouwelijke lijsttrekkers. Er is wel een stijging in het aantal vrouwelijke lijstduwers en vrouwen op verkiesbare plaatsen. Het aantal vrouwelijke eerste opvolgers is het sterkst gestegen. Tabel 5. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor het Waals Parlement. cdh Ecolo FDF MR Parti Totaal Totaal PTB-GO! PS Populaire Lijsttrekkers 4/13 3/13 2/13 5/13 1/13 2/13 1/13 18/91 10/52 (30,8%) (23,1%) (15,4%) (38,5%) (7,7%) (15,4%) (7,7%) (19,8%) (19,2%) Eerste opvolgers 7/13 (53,8%) 6/13 (46,1%) 2/13 (15,4%) 3/13 (23,1%) 2/13 (15,4%) 5/13 (38,5%) 5/13 (38,5%) 30/91 (33%) 11/52 (21,2%) Lijstduwers 4/13 5/13 5/13 4/13 7/13 6/13 5/13 36/91 17/52 (30,8%) (38,5%) (38,5%) (30,8%) (53,8%) (46,1%) (38,5%) (39,6%) (32,7%) Verkiesbare 5/13 5/14 9/19 11/29 30/75 27/ plaatsen (38,5%) (35,7%) (47,4%) (37,9%) (40%) (38%) 11 Partijen in rekening genomen: cdh, Ecolo, MR, PS. 12

13 1.4. Brussels Hoofdstedelijk Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers Op de Nederlandstalige kieslijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement is er een stijging vast te stellen van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers. In 2009 waren er geen vrouwelijke lijsttrekkers, in 2014 telde de Nederlandstalige lijst één vrouwelijke lijsttrekker (16,7%). Zij staat op de kieslijst van CD&V. Op de Franstalige kieslijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement is een daling te zien van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers, van 25% in 2009 naar 16,7% in Alleen cdh had een vrouwelijke lijsttrekker. b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen Als er gekeken wordt naar de verkiesbare plaatsen op de lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, dan ziet men dat voor beide taalgroepen samen het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen is gedaald van 47% in 2009 naar 46,1% in Op de Nederlandstalige lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement was er tussen 2004 en 2009 een stagnatie in het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen. In 2014 is er echter weer een stijging tot 47,1% vast te stellen. Aan Nederlandstalige kant heeft CD&V de meeste vrouwen op verkiesbare plaatsen (66,6%). Op de Franstalige lijsten is er echter tussen 2009 en 2014 een daling vast te stellen van 50% naar 45,8%. Ecolo heeft aan Franstalige zijde de meeste verkiesbare plaatsen ingenomen door een vrouw. c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Als de kieslijsten van beide taalgroepen worden samengevoegd, is er een stijging vast te stellen van het aantal vrouwelijke eerste opvolgers en een lichte daling van het aantal vrouwelijke lijstduwers. Er is echter een groot verschil tussen de evolutie op de Franstalige en die op de Nederlandstalige lijsten. Het aandeel vrouwelijke eerste opvolgers op de Nederlandstalige lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement daalde drastisch, van 42,9% in 2009 naar 16,7% in Alleen Open Vld schoof nog een vrouwelijke eerste opvolger naar voren. Op de Franstalige kieslijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement is het tegenovergestelde waar te nemen. In 2009 waren er geen vrouwelijke eerste opvolgers, in 2014 was meer dan de helft van alle eerste opvolgers een vrouw (66,7%). Zowel Ecolo, PS, FDF als PTB*PVDA-GO! hadden een vrouwelijke eerste opvolger. Ook het aandeel vrouwelijke lijstduwers op de Nederlandstalige lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement daalde sterk, van 57,1% in 2009 naar 16,7% in Vlaams Belang was hier de enige partij met een vrouwelijke lijstduwer. Opnieuw vond hier het tegenovergestelde plaats op de Franstalige kieslijsten. In 2009 waren er geen vrouwelijke lijstduwers op de Franstalige lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, in 2014 was de helft van de lijstduwers een vrouw. Opnieuw waren het Ecolo, PS en FDF die een vrouw aanduidden als lijstduwer en zo hielpen om de pariteit inzake lijstduwers te bereiken. Als men de Nederlandstalige en Franstalige taalgroepen samentelt, dan is er in het algemeen op de kieslijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement een stijging van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers en van het aantal vrouwelijke eerste opvolgers. Anderzijds is er ook een lichte daling van het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen en van het aantal vrouwelijke lijstduwers. 13

14 Tabel 6. Vrouwen op strategische plaatsen op de lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, Nederlandse taalgroep. CD&V Groen N-VA Open Vld sp.a Vlaams Totaal Totaal Belang Lijsttrekkers 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 1/6 0/8 12 (16,7%) Eerste 1/6 3/7 13 0/1 0/1 0/1 1/1 0/1 0/1 opvolgers (16,7%) (42,9%) Lijstduwers 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 1/1 1/6 4/7 14 (16,7%) (57,1%) Verkiesbare plaatsen 2/3 (66,7%) 1/2 0/1 2/4 2/4 1/3 8/17 (47,1%) 5/15 15 Tabel 7. Vrouwen op strategische plaatsen op de lijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, Franse taalgroep. cdh Ecolo FDF MR PTB*PVDA- GO! Lijsttrekkers 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 Eerste opvolgers 0/1 1/1 1/1 0/1 1/1 1/1 Lijstduwers 0/1 1/1 1/1 0/1 0/1 1/1 Verkiesbare plaatsen 5/11 (45,4%) 8/16 5/11 (45,5%) 5/13 (38,5%) - PS 10/21 (47,6%) Totaal /6 (16,7%) 4/6 (66,7%) 3/6 33/72 (45,8%) Totaal /4 (25%) 0/4 0/4 34/68 Tabel 8. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, Nederlandstalige en Franstalige partijen (vergelijking ). Nederlandstalig kiescollege Franstalig kiescollege Totaal Nederlandstalig en Franstalig kiescollege Totaal 2009 Totaal 2014 Totaal 2009 Totaal 2014 Totaal 2009 Totaal 2014 Lijsttrekkers 0/8 1/6 (16,7%) 1/4 (25%) 1/6 (16,7%) 1/12 (8,3%) 2/12 (16,7%) Eerste opvolgers 3/7 (42,9%) 1/6 (16,7%) 0/4 4/6 (66,7%) 3/11 (27,3%) 5/12 (41,7%) Lijstduwers 4/7 (57,1%) 1/6 (16,7%) 0/4 3/6 4/11 (36,4%) 4/12 Verkiesbare plaatsen 5/15 8/17 (47,1%) 34/68 (50,0%) 33/72 (45,80%) 39/83 (47,0%) 41/89 (46,1%) 12 Partijen in rekening genomen: Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld, Vivant, Lijst Dedecker en Vlaams Belang. 13 Partijen in rekening genomen: Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld, Lijst Dedecker en Vlaams Belang. 14 Partijen in rekening genomen: Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld, Lijst Dedecker en Vlaams Belang. 15 Partijen in rekening genomen: Groen!, sp.a, CD&V, Open Vld en Vlaams Belang. 16 Partijen in rekening genomen: Ecolo, PS, cdh en MR. 14

15 1.5. Parlement van de Duitstalige Gemeenschap a) Vrouwelijke lijsttrekkers Op de kieslijsten voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap waren er evenveel vrouwelijke lijsttrekkers als bij de verkiezingen van 2009, met name 33,3%. Alleen de liberale partij PFF en Ecolo hadden een vrouwelijke lijsttrekker. b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen Het aandeel vrouwen op verkiesbare plaatsen voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap is wel toegenomen, namelijk van 40% in 2009 naar 44% in Ecolo had een meerderheid aan vrouwen op verkiesbare plaatsen. Drie andere van de zes partijen, namelijk PFF, PRO DG en Vivant, bereikten de pariteit. c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Op de kieslijsten voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap zijn er geen eerste opvolgers. In 2009 waren er geen vrouwelijke lijstduwers, in 2014 is één van de zes lijstduwers een vrouw (16,7%). Deze vrouw staat op de lijst van Ecolo. Op de kieslijsten voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap kan een stijging worden vastgesteld van het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen en van vrouwelijke lijstduwers. Tabel 9. Vrouwen op strategische plaatsen op de lijsten voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap (vergelijking ). CSP Ecolo PFF PRO DG SP Vivant Totaal Totaal Lijsttrekkers 0/1 1/1 1/1 0/1 0/1 0/1 2/6 2/6 Eerste opvolgers Lijstduwers 0/1 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 1/6 0/6 (16,7%) Verkiesbare plaatsen 2/7 2/3 2/4 2/4 2/5 1/2 11/25 (44%) 10/25 (40%) 15

16 1.6. Europees Parlement a) Vrouwelijke lijsttrekkers Als de kieslijsten van de Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige kiescolleges voor het Europees Parlement worden samengeteld, was er tussen 2009 en 2014 een algemene daling van het aandeel vrouwelijke lijsttrekkers. Op de kieslijsten van het Nederlandstalig kiescollege bleef het aandeel vrouwelijke lijsttrekkers in vergelijking met 2009 gelijk (28,6%). Enkel CD&V en sp.a hadden een vrouwelijke lijsttrekker. Op de kieslijsten van het Franstalig kiescollege voor het Europees Parlement was er een daling in het aantal vrouwelijke lijsttrekkers, namelijk van 50% in 2009 naar 42,9% in PS, FDF en PTB-Go! leverden de vrouwelijke lijsttrekkers. Op de kieslijsten van het Duitstalig kiescollege was er ook een daling van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers, van 33,3% in 2009 naar 16,7% in Hier heeft enkel de regionalistische partij PRO DG nog een vrouwelijke lijsttrekker. b) Vrouwen op verkiesbare plaatsen Op het niveau van de kieslijsten voor het Europees Parlement bekijken we vervolgens het aandeel vrouwen op verkiesbare plaatsen. Op de lijsten van het Nederlandstalige kiescollege is er een daling te merken van het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen, namelijk van 42,9% in 2009 naar 33% in Ook op de lijsten van het Franstalige kiescollege is een daling vast te stellen, van 55,6% in 2009 naar 50% in Op de lijsten van het Duitstalige kiescollege staan er geen vrouwen op verkiesbare plaatsen. c) Vrouwen op andere strategische plaatsen Als de lijsten van de Nederlandstalige, de Franstalige en de Duitstalige kiescolleges worden samengeteld, is er een stijging vast te stellen van zowel het aantal vrouwelijke eerste opvolgers als het aantal vrouwelijke lijstduwers. Op de kieslijsten van het Nederlandstalig kiescollege voor het Europees Parlement daalde het aandeel vrouwelijke eerste opvolgers in vergelijking met In 2009 was er nog één vrouwelijke eerste opvolger (14,3%), in 2014 had geen enkele partij nog een vrouwelijke eerste opvolger. Op de kieslijsten van het Franstalig kiescollege was er ook een daling merkbaar. In 2009 waren er in verhouding nog 25% vrouwelijke eerste opvolgers, in 2014 waren er nog maar 14,3% Franstalige vrouwelijke eerste opvolgers op de Europese lijsten. Dit komt overeen met één vrouwelijke eerste opvolger van Ecolo. Het Duitstalige kiescollege kende dan weer een stijging in het aantal vrouwelijke eerste opvolgers, namelijk van 16,7% in 2009 naar 50% in Door de vrouwelijke eerste opvolgers van Ecolo, SP en CSP bereikten zij hier de pariteit. Het aandeel vrouwelijke lijstduwers van het Nederlandstalig kiescollege voor het Europees Parlement is opvallend gestegen, van 28,6% in 2009 naar 42,9% in Zowel CD&V, Groen als Vlaams Belang hadden een vrouwelijke lijstduwer. Op de lijsten van het Franstalig kiescollege was er ook een stijging van het aantal vrouwelijke lijstduwers. In 2009 waren er geen vrouwelijke lijstduwers, in 2014 is er één vanwege Ecolo (14,3%). Op de kieslijsten van het Duitstalig kiescollege voor het Europees Parlement worden geen lijstduwers aangesteld. 16

17 Tabel 10. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor Europees Parlement, Nederlandstalig kiescollege. CD&V Groen N-VA Open Vld PVDA+ sp.a Vlaams Belang Lijsttrekkers 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 1/1 0/1 Eerste opvolgers 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 Lijstduwers 1/1 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 1/1 Verkiesbare plaatsen 1/3 0/1 0/1 1/3-1/2 1/2 Totaal /7 (28,6%) Totaal /7 (28,6%) 0/7 1/7 (14,3%) 3/7 (42,9%) 4/12 2/7 (28,6%) 6/14 17 (42,9%) Tabel 11. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor Europees Parlement, Franstalig kiescollege. cdh Ecolo FDF MR Parti populaire PTB- GO! Lijsttrekkers 0/1 0/1 1/1 0/1 0/1 1/1 1/1 Eerste opvolgers 0/1 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 Lijstduwers 0/1 1/1 0/1 0/1 0/1 0/1 0/1 Verkiesbare plaatsen 1/1 (100%) 1/2-1/2 - - PS 1/3 Totaal /7 (42,9%) 1/7 (14,3%) 1/7 (14,3%) 4/8 Totaal /4 1/4 (25%) 0/4 5/9 (55,6%) Tabel 12. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor Europees Parlement, Duitstalig kiescollege. CSP Ecolo PFF PRO DG SP Vivant Lijsttrekkers 0/1 0/1 0/1 1/1 0/1 0/1 Eerste opvolgers 1/1 1/1 0/1 0/1 1/1 0/1 Totaal /6 (16,7%) 3/6 Lijstduwers Totaal /6 1/6 (16,7%) Verkiesbare plaatsen 0/ /1 0/1 17 Partijen in rekening genomen: Groen!, sp.a, CD&V, N-VA, Open Vld en Vlaams Belang. 18 Partijen in rekening genomen: Ecolo, PS, cdh en MR. 17

18 Lijsttrekkers Eerste opvolgers Lijstduwers Verkiesbare plaatsen Tabel 13. Aanwezigheid van vrouwen op de strategische plaatsen van de kieslijsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, Nederlandstalig, Franstalig en Duitstalig kiescollege (vergelijking ). Nederlandstalig kiescollege Totaal /7 (28,6%) 1/7 (14,3%) 2/7 (28,6%) 6/14 (42,9%) Totaal /7 (28,6%) Franstalig kiescollege Totaal /4 (50,0%) 0/7 1/4 (25,0%) 3/7 (42,9%) 4/12 0/4 5/9 (55,6%) Totaal /7 (42,9%) 1/7 (14,3%) 1/7 (14,3%) 4/8 (50,0%) Duitstalig kiescollege Totaal /6 1/6 (16,7%) Totaal /6 (16,7%) 3/6 (50,0%) Totaal Nederlands-, Frans- en Duitstalig kiescollege Totaal /17 (35,3%) 3/17 (17,6%) 2/11 (18,1%) 0/1 0/1 11/24 (45,8%) Totaal /20 (30,0%) 4/20 (20,0%) 4/14 (28,6%) 8/21 (38,1%) 18

19 1.7. Analyse van de aanwezigheid van vrouwen op verkiesbare plaatsen per partij De aanwezigheid van vrouwen op verkiesbare plaatsen is een goede indicator van de houding van politieke partijen ten opzichte van vrouwen. Op enkele uitzonderingen na overstijgt het percentage vrouwen op verkiesbare plaatsen op de kieslijsten de 40%. Met 52,6% van de verkiesbare plaatsen ingenomen door vrouwen kan sp.a beschouwd worden als de meest gunstige partij voor vrouwen in België. Ook CD&V, een andere Nederlandstalige partij, kan met 46,3% vrouwen op strategische plaatsen gezien worden als een partij die de aanwezigheid van vrouwen in de politiek gunstig genegen is. Met uitzondering van Lijst Dedecker en UF die in totaal slechts één verkiesbare plaats hadden, doet van de overige Nederlandstalige partijen N-VA het het slechts met 35,5% vrouwen op verkiesbare plaatsen. Er moet bovendien gepreciseerd worden dat de electorale situatie van N-VA het toeliet veel meer plaatsen als verkiesbaar te beschouwden dan de verkiesbare plaatsen stricto sensu. Open Vld, Groen en Vlaams Belang hebben respectievelijk 41,5%, 40% en 39,5% verkiesbare vrouwen. Bij de Waalse partijen is het verschil tussen de partijen veel kleiner. Het verschil tussen de partij met de meeste vrouwen op verkiesbare plaatsen (cdh 44,1%) en die met de minste vrouwen op verkiesbare plaatsen (PS 40,5%) is inderdaad vrij beperkt. De partijen FDF, Ecolo en MR hebben respectievelijk 42,8%, 42,5% en 40,8% vrouwen op verkiesbare plaatsen. Bij de Duitstalige partijen kan men de meeste vrouwen op verkiesbare plaatsen op de lijsten van de groene partij Ecolo vinden, namelijk 66,7%. De christen socialistische partij CSP heeft slechts 25% vrouwen op verkiesbare plaatsen. De SP telt 40% verkiesbare vrouwen, de andere partijen, PFF, PRO DG en Vivant, hebben alle drie 50% vrouwen op verkiesbare plaatsen. Kamer van volksvertegenwoordigers Vlaams Parlement Brussels Hoofdstedelijk Parlement Europees parlement Total Tabel 14. Totaal aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen op de lijsten voor alle parlementen, per Nederlandstalige politieke partij. Lijst Open Vlaams Totaal CD&V N-VA Groen PVDA+ sp.a UF Dedecker Vld Belang /17 (35,3%) 16/31 (51,6%) 9/27 7/16 (43,8%) 2/5 (40%) 3/7 (42,9%) 0/1 (0%) - 6/13 (46,2%) 8/21 (38,1%) - 7/13 (53,8%) 10/19 (52,6%) 0/1 5/12 (41,7%) 8/21 (38,1%) 2/3 0/1 1/2 2/4 2/4 1/3 1/3 0/1 0/1 1/3-1/2 1/2 25/54 (46,3%) 16/45 (35,5%) 6/15 (40%) 0/1 17/41 (41,5%) 20/38 (52,6%) 0/1 15/38 (39,5%) 35/88 (39,8%) 52/116 (44,8%) 8/17 (47,1%) 4/12 99/233 (42,5%) Totaal /88 (38,6%) 47/121 (38,8%) 5/15 6/14 (42,9%) 92/238 (38,6%) 19

20 Tabel 15. Totaal aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen op de lijsten voor alle parlementen, per Franstalige politieke partij. Parti Totaal Totaal cdh Ecolo FDF MR PS PTB-GO! Populaire Kamer van volks-vertegenwoordigers Waals Parlement Brussels Hoofdstedelijk Parlement Europees parlement Totaal 4/9 (44,4%) 5/13 (38,5%) 3/8 (37,5%) 5/14 (35,7%) 1/3-5/15 9/19 (47,4%) 0/1 (0%) - 10/26 (38,5%) 11/29 (37,9%) 5/11 8/16 5/11 5/13 10/21-1/1 1/2-1/2-1/3-15/34 (44,1%) 17/40 (42,5%) 6/14 (42,8%) 20/49 (40,8%) 0/1 32/79 (40,5%) - 23/62 (37,1%) 30/75 (40%) 33/72 (45,8%) 4/8 90/217 (41,5%) 26/62 (41,9%) 27/71 (38%) 34/68 5/9 (55,6%) 92/210 (43,8%) Tabel 16. Totaal aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen op de lijsten voor alle parlementen, per Duitstalige politieke partij. Totaal Totaal CSP Ecolo PFF PRO DG SP Vivant Parlement van de Duitstalige Gemeenschap 2/7 2/3 2/4 2/4 2/5 1/2 11/25 (44%) 10/25 (40%) Europees parlement 0/ /1 0/1 2/8 2/3 2/4 2/4 2/5 1/2 11/26 10/26 Totaal (25%) (66,7%) (40%) (42,3%) (38,5%) 20

21 1.8. Conclusies In deze analyse werd gekeken naar het aantal vrouwelijke lijsttrekkers, eerste opvolgers, lijstduwers en vrouwen op verkiesbare plaatsen op de Belgische kieslijsten voor de federale, regionale en Europese verkiezingen van 25 mei Algemeen stijgende of dalende tendensen over de lijsten en over de machtsniveaus heen kunnen moeilijk worden vastgesteld. Afhankelijk van de kieslijsten en van de plaats op de kieslijsten zijn er in vergelijking met de vorige verkiezingen variërende stijgingen en dalingen van het aantal vrouwen waar te nemen. Op de kieslijsten voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers is het aantal vrouwelijke lijsttrekkers en het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen in vergelijking met de vorige verkiezingen gedaald. Het aantal vrouwelijke eerste opvolgers en lijstduwers is daarentegen gestegen. Op de kieslijsten voor de regionale parlementen lijkt in het algemeen genomen het aantal vrouwen op strategische plaatsen toe te nemen. Op de lijsten voor het Vlaams parlement is er met uitzondering van het aantal lijstduwers een stijging in het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen. Op de lijsten voor het Waals parlement is een algemene stijging van het aantal vrouwen merkbaar. In het Brussels hoofdstedelijk en het Duitstalige parlement is er slechts sprake van een lichte stijging en misschien eerder van een stagnatie. Op de regionale kieslijsten is vooral het aantal vrouwelijke lijsttrekkers gestegen. Op de Belgische kieslijsten voor het Europese parlement is er een daling van het aantal vrouwelijke lijsttrekkers en het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen. Er is wel een stijging van het aantal eerste opvolgers en lijstduwers. De analyse van het aantal vrouwen op verkiesbare plaatsen per partij over de verschillende parlementen heen, toont dat er verschillende tendensen zijn in de drie landsdelen. Aan Vlaamse kant zijn er per partij duidelijke verschillen tussen het aantal vrouwen dat een verkiesbare plaats op een lijst krijgt. De socialistische partij sp.a scoort hier het beste (52,6%), de N-VA het slechtste (35,5%). De lijsten van de Franstalige partijen daarentegen tellen een vergelijkbaar aantal verkiesbare vrouwen (tussen 40,5% en 44,1%). Bij de Duitstalige partijen heeft de groene partij Ecolo in verhouding de meeste vrouwen op verkiesbare plaatsen (66%). 21

22 2. ANALYSE VAN DE VROUWELIJKE VERTEGENWOORDIGING IN DE POLITIEK NA DE VERKIEZINGEN VAN 25 MEI 2014 EN VERGELIJKING MET DE VERKIEZINGSUITSLAGEN VAN 2009 EN 2010 Nadat we hebben onderzocht op welke manier de politieke partijen hun lijsten hebben samengesteld, rekening houdend met de verplichtingen opgelegd door de pariteitswetten, onderzoeken we de resultaten van de verkiezingen van 2014 naar geslacht, voor wat betreft de verkozenen, de parlementsleden en de regeringsleden. Voor een beter begrip van die resultaten vergelijken we ze met de resultaten van de vorige verkiezingen, in 2009 en Kamer van Volksvertegenwoordigers Bij de laatste verkiezingen werden 59 vrouwen verkozen om te zetelen in de Kamer, hetzij 39,3% van de 150 federale Kamerleden. Het aantal vrouwelijke verkozenen voor de Kamer was in 2014 dus gelijk aan dat van Binnen de Nederlandstalige partijen tellen we 39 vrouwelijke verkozenen op 87 Kamerleden, hetzij 44,8% vrouwen. In vergelijking met 2010 is het aantal vrouwelijke verkozenen gestegen met twee eenheden, in dat jaar werden immers 37 vrouwen verkozen op een totaal van 88 Kamerleden (42%). Die stijging van het aantal vrouwelijke verkozenen betekent een toename met 2,8% van het aandeel Nederlandstalige vrouwelijke verkozenen. Met twee vrouwelijke verkozenen op drie is Vlaams Belang de partij met het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen (66,7%). De andere Nederlandstalige partij met een meerderheid vrouwelijke verkozenen in de Kamer is sp.a, met zeven vrouwelijke verkozenen op 13 behaalde zetels (53,8%). Open Vld en Groen hebben allebei 50% vrouwelijke verkozenen (7 op 14 voor Open Vld - 3 op 6 voor Groen). N-VA, de partij die de meeste zetels behaalde in de Kamer, telt 14 vrouwelijke verkozenen op 33 zetels, of 42,4% vrouwen. Met een derde vrouwelijke verkozenen is CD&V de Nederlandstalige partij met het kleinste aandeel vrouwelijke verkozenen (6 vrouwelijke verkozenen op 18 zetels, of 33,3%). Voor wat de kieskringen betreft, varieert het aandeel vrouwelijke verkozenen vrij sterk, van 50% vrouwelijke verkozenen in de kieskring Antwerpen tot 37,5% vrouwelijke verkozenen in West- Vlaanderen. In de drie andere Vlaamse kieskringen varieert het percentage vrouwelijke verkozenen tussen 41,7% en 46,7%. Tabel 17. Aantal en percentage Nederlandstalige vrouwelijke verkozenen in de Kamer, per partij en per kieskring Partijen/ kieskringen Antwerpen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Limburg Brussel Vrouwelijke verkozenen/zetels CD&V 2/4 1/3 1/4 1/4 1/3 / 6/18 (25%) (25%) Groen 1/2 1/1 (100%) 0/1 (0%) 1/2 / / 3/6 N-VA 5/11 2/5 3/6 2/6 2/5 / 14/33 (42,4%) (45,4%) (40%) (40%) Open Vld 1/2 2/4 1/2 2/4 1/2 / 7/14 sp.a 2/3 1/2 1/3 2/3 1/2 / 7/13 (53,8%) (66,7%) (66,7%) Vlaams Belang 1/2 / / 1/1 (100%) / / 2/3 (66,7%) Totaal 12/24 7/15 (46,7%) 6/16 (37,5%) 9/20 (45%) 5/12 (41,7%) / 39/87 (44,8%) 22

23 Aan de kant van de Franstalige partijen werden slechts 20 vrouwen verkozen op 63 Kamerleden (31,7%). Het aandeel vrouwelijke verkozenen is dus met 3,8% afgenomen tegenover 2010, toen 22 vrouwen werden verkozen op een totaal van 62 Franstalige zetels (35,5%). Geen enkele Franstalige partij heeft een meerderheid aan vrouwelijke verkozenen in haar rangen. Met twee vrouwelijke verkozenen is FDF de Franstalige partij met het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen. CdH telt vier vrouwen onder zijn 9 nieuwe verkozenen (44,4%), en ligt hiermee vrij ver voor op Ecolo, dat twee vrouwen onder haar zes verkozenen telt, PS die 7 vrouwen onder haar 23 verkozenen telt (30,4%) en MR met zes vrouwelijke verkozenen op 20 zetels (30%). Op het niveau van de Waalse kieskringen, die voor de Kamerverkiezingen samenvallen met de provincies, zijn Luik en Namen met 33,3% vrouwelijke verkozenen de twee kieskringen met het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen. In de drie andere kieskringen zijn slechts 20 tot 25% van de verkozenen vrouwen. In Brussel tellen we zeven verkozen vrouwen op de 15 zetels die te verdelen zijn, goed voor 46,7% van de verkozenen. Tabel 18. Aantal en percentage Franstalige vrouwelijke verkozenen in de Kamer, per partij en per kieskring Partijen/ kieskringen Waals- Brabant Henegouwen Luik Luxemburg Namen Brussels Hoofdstedelijk Vrouwelijke verkozenen/zetels Gewest cdh / 1/2 1/2 1/2 0/1 (0%) 1/2 4/9 (44,4%) Ecolo 0/1 (0%) 0/1 (0%) 1/1 (100%) / 0/1 (0%) 1/2 2/6 FDF / / / / / 1/2 1/2 MR 1/3 1/5 (20%) 2/5 (40%) 0/1 (0%) 1/2 1/4 (25%) 6/20 (30%) PS 0/1 (0%) 2/9 (22,2%) 1/5 (20%) 0/1 (0%) 1/2 3/5 (60%) 7/23 (30,4%) PP / / 0/1 (0%) / / / 0/1 (0%) PTB-GO! / 0/1 (0%) 0/1 (0%) / / / 0/2 (0%) Totaal 1/5 (20%) 4/18 (22,2%) 5/15 1/4 (25%) 2/6 7/15 (46,7%) 20/63 (31,7%) Tussen de federale verkiezingen van 2010 en die van 2014, zagen vier Nederlandstalige partijen hun aandeel vrouwelijke verkozenen toenemen: Vlaams Belang, Groen, sp.a en Open Vld. In diezelfde periode zagen N-VA en CD&V hun aandeel vrouwelijke verkozenen afnemen. Rekening houdend met een zware verkiezingsnederlaag waardoor de partij drie vierde van de zetels verloor en er slechts drie kon behouden, heeft Vlaams Belang zijn aandeel vrouwelijke verkozenen zien toenemen van 33,3% naar 66,7% (+33%). Groen behaalde één zetel meer, en ziet haar aandeel vrouwelijke verkozenen toenemen met 10%, terwijl de sp.a, die haar aantal zetels behoudt, haar aandeel vrouwelijke verkozenen ziet toenemen met bijna 8%. Open Vld, dat één zetel vooruit gaat, ziet zijn aandeel vrouwelijke verkozenen van 46,1% naar 50% gaan (+3,9%). N-VA echter, die zes zetels wint en aan Nederlandstalige kant de grote overwinnaar van de verkiezingen is, terwijl ze al veruit de grootste Nederlandstalige partij in de Kamer was, ziet haar aandeel vrouwelijke verkozenen afnemen met 5,7%, en gaat van 48,1% naar 42,4%, net als CD&V, dat een zetel wint en hetzelfde aantal verkozen vrouwen behoudt (-2% vrouwelijke verkozenen). 23

24 Op niveau van de Franstalige partijen is Ecolo, dat een vierde van haar zetels verliest tussen 2010 en 2014, de partij die haar aandeel vrouwelijke verkozenen het sterkst ziet afnemen (-16,7%). Het percentage vrouwelijke verkozenen van de PS, die drie zetels verliest, daalt dan weer minder (-0,4%). Wanneer de liberale zetels en FDF-zetels die in 2010 werden behaald via een gezamenlijke lijst worden opgesplitst en vergelijken met de resultaten van die twee formaties in 2014, zien we dat ondanks het feit dat het aantal liberale verkozenen gelijk bleef (6 verkozenen), het aandeel vrouwelijke liberale verkozenen is duidelijk afgenomen (-10%), rekening houdend met een winst van vijf zetels tussen de twee verkiezingen. FDF heeft één vrouwelijke verkozene op zijn twee zetels (tegenover geen enkele op zijn drie Kamerleden in 2010) en cdh behoudt zowel zijn aantal als aandeel vrouwelijke verkozenen. Tabel 19. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in de Kamer (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke verkozenen/zetels 2010 Vrouwelijke verkozenen/zetels 2014 CD&V 6/17 (35,3%) 6/18 Groen! 2/5 (40%) 3/6 Lijst Dedecker 0/1 (0%) / N-VA 13/27 (48,1%) 14/33 (42,4%) Open Vld 6/13 (46,1%) 7/14 sp.a 6/13 (46,1%) 7/13 (53,8%) Vlaams Belang 4/12 2/3 (66,7%) Totaal Nederlandstalige partijen 37/88 (42%) 39/87 (44,8%) cdh 4/9 (44,4%) 4/9 (44,4%) Ecolo 4/8 2/6 FDF / 1/2 MR 6/ /20 (30%) PS 8/26 (30,8%) 7/23 (30,4%) PP 0/1 (0%) 0/1 (0%) PTB-GO! / 0/2 (0%) Totaal Franstalige partijen 22/62 (35,5%) 20/63 (31,7%) Totaal 59/150 (39,3%) 59/150 (39,3%) Tussen 2010 en 2014 blijven aantal en aandeel vrouwelijke verkozenen in de Kamer gelijk, maar het verschil tussen het aandeel Nederlandstalige en het aandeel Franstalige vrouwelijke verkozenen wordt groter, want het aantal Nederlandstalige vrouwelijke verkozenen stijgt met 2,8% (van 42% naar 44,8%), terwijl aan Franstalige zijde dit aantal daalt met 3,8% (van 35,5% naar 31,7%). Wanneer we de percentages vrouwelijke verkozenen vergelijken per gewest, zien we dat het aandeel vrouwelijke verkozenen het grootst is in Brussel (46,7%), daarna in Vlaanderen (44,8%) en dat het aanzienlijk kleiner is in Wallonië (27,1%). Tabel 20. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in de Kamer, per gewest Vlaanderen 39/87 (44,8%) Wallonië 13/48 (27,1%) Brussel 7/15 (46,7%) Totaal 59/150 (39,3%) 19 In 2010 kwamen MR en FDF op met een gezamenlijke lijst. Als we de opsplitsing maken tussen de zetels die in 2010 werden behaald door de liberale kandidaten en de zetels die toen werden behaald door de FDF-kandidaten, krijgen we de volgende cijfers: 6 vrouwelijke liberale verkozenen op 15 zetels (40%) en geen enkele vrouwelijke FDF-verkozene op 3 zetels. 24

25 Voor wat de voorkeurstemmen betreft, is er slechts één vrouw bij de 10 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen en vier 20 bij de 20 grootste stemmenkanonnen. In totaal tellen we 15 vrouwen onder de 50 populairste kandidaten. In termen van penetratie 21 staat er één vrouw in de lijst met de tien hoogste percentages en drie 22 bij de twintig hoogste. Wanneer we gaan kijken vanop welke plaatsen de vrouwen werden verkozen, zien we dat vier kandidates werden verkozen buiten de lijstvolgorde, op een totaal van 10 kandidaten verkozen buiten de lijstvolgorde. Drie van die vier kandidates werden verkozen op de N-VA-lijst in Antwerpen en de vierde op de PS-lijst in Brussel. De verhouding mannen-vrouwen bleef ongewijzigd, als een gevolg van de effectieve samenstelling van de Kamer (59 vrouwen op 150 Kamerleden, of 39,3%). Vergeleken met de effectieve samenstelling van de Kamer na de verkiezingen van 2010 en de eedaflegging van de federale regering in december 2011, is het aantal vrouwelijke Kamerleden gestegen met twee eenheden (van 57 tot 59) en is het percentage vrouwelijke Kamerleden gestegen met 1,3%. Aan Nederlandstalige zijde is het aantal vrouwelijke Kamerleden gestegen bij CD&V (+2) en N-VA (+1), terwijl het gedaald is bij Open Vld (-1) en Vlaams Belang (-1). Na de installatie van de federale regering was er dus één Nederlandstalig vrouwelijk Kamerlid meer, wat hun aantal op 40 van de 87 Kamerleden bracht, of op 46%. Aan Franstalige zijde is het aantal vrouwelijke Kamerleden gedaald bij cdh (-1). Het aantal Franstalige vrouwelijke Kamerleden komt uiteindelijk dus slechts op 19, op een totaal van 63 Kamerleden, of iets boven de 30%. Het verschil tussen de percentages effectieve Franstalige (30,1%) en Nederlandstalige (46%) vrouwelijke Kamerleden is dus nog groter dan het was bij de vrouwelijke verkozenen (31,7% - 44,8%). Tabel 21. Effectieve samenstelling van de Kamer naar geslacht, per partij (vergelijking ) Partijen Vrouwen/zetels Vrouwen/zetels CD&V 7/17 (41,2%) 8/18 (44,4%) Groen 2/5 (40%) 3/6 Lijst Dedecker 0/1 / N-VA 13/27 (48,1%) 15/33 (45,4%) Open Vld 4/13 (30,8%) 6/14 (42,8%) sp.a 6/13 (46,1%) 7/13 (53,8%) Vlaams Belang 4/12 1/3 Totaal Nederlandstalige partijen 36/88 (41%) 40/87 (46%) cdh 3/9 (33%) 3/9 Ecolo 4/8 2/6 FDF / 1/2 MR 5/18 (27,8%) 6/20 (30%) PS 9/26 (34,6%) 7/23 (30,4%) PP 0/1 0/1 (0%) PTB-PVDA-GO! / 0/1 (0%) Totaal Franstalige partijen 21/62 (33,9%) 19/63 (30,2%) Totaal 57/150 (38%) 59/150 (39,3%) 20 Maggie DE BLOCK (3), Annemie TURTELBOOM (15), Meyrem ALMACI (17) en Laurette ONKELINX (20). 21 De penetratiegraad is de verhouding, in procent, tussen het aantal stemmen dat een kandidaat behaalt en het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring. Op die manier kan men de populariteit van kandidaten uit verschillende kieskringen met elkaar vergelijken, wat niet zou kunnen met absolute cijfers. 22 Maggie DE BLOCK (4), Laurette ONKELINX (12), Isabelle PONCELET (17). 25

26 We tellen slechts vier vrouwen onder de 18 leden van de federale regering (22,2%). Er zijn drie vrouwelijke ministers (21,4%) en één vrouwelijke staatssecretaris (25%). Twee vrouwelijke ministers behoren tot de MR, één tot Open Vld en de vrouwelijke staatssecretaris behoort tot de N-VA. In 2009 telden we zes vrouwen onder de 19 regeringsleden (31,6%). We zien dus een duidelijke afname van het aandeel vrouwen in de federale regering (-9,4%). 26

27 2.2. Senaat De Senaat bestaat nu uit 50 senatoren afkomstig uit de gefedereerde entiteiten (Gewesten en Gemeenschappen) en 10 gecoöpteerde senatoren. 29 senatoren worden aangeduid door het Vlaams Parlement, 10 door het Parlement van de Franse Gemeenschap, 8 door het Waals Parlement, 2 door de Franse taalgroep van het Brussels Parlement en 1 senator wordt afgevaardigd door het Parlement van de Duitstalige gemeenschap. Sinds de laatste verkiezingen wordt dus geen enkele senator nog rechtstreeks verkozen. De zetelverdeling binnen de nieuwe Senaat blijft echter verbonden aan de verkiezingsuitslagen van 25 mei De resultaten van de verkiezingen voor de parlementen van Gemeenschappen en Gewesten bepalen immers hoeveel senatoren van de gefedereerde entiteiten elke politieke partij mag aanstellen, terwijl de 10 gecoöpteerde senatoren (4 Franstalige en 6 Nederlandstalige) worden aangesteld op basis van de resultaten van de Kamerverkiezingen. Concreet heeft de verdeling van de 60 Senaatszetels tussen de politieke partijen geleid tot de aanwezigheid van 30 vrouwelijke senatoren, of 50% vrouwen. Het bereiken van de manvrouwpariteit betekent een toename met 9,2% van het aandeel vrouwen in vergelijking met de vorige senaat, die voor 40,8% uit vrouwen bestond. Er zijn 17 vrouwen onder de 35 senatoren van de Nederlandstalige taalgroep, d.w.z. 48,6% vrouwen (een aandeel dat 9,6% groter is dan in 2010) en 13 vrouwen onder de 25 senatoren afkomstig uit Franstalige partijen 23, of 52% vrouwen (een percentage dat 8,7% hoger is dan in 2010). In 2010 hadden vier partijen een vrij behoorlijke meerderheid aan vrouwen onder hun senatoren: Groen (100%) en sp.a (57%) aan Nederlandstalige zijde; Ecolo (60%) en PS (53,8%) aan Franstalige zijde. Momenteel zijn dat er drie aan Nederlandstalige zijde: Groen (66,7%), sp.a (60%) en CD&V (62,5%); en nog altijd twee aan Franstalige zijde: Ecolo (66,7%) en PS (77,8%). Algemeen is tussen 2010 en 2014 het aandeel vrouwelijke senatoren toegenomen bij zeven partijen op tien. Het aandeel vrouwen is stabiel en klein gebleven bij cdh en afgenomen bij Groen (waarvan de twee zetels voordien werden bekleed door vrouwen) en bij N-VA. Het zijn dus vooral de grote aandelen Nederlandstalige socialistische, groene en christendemocratische vrouwelijke senatoren die ervoor zorgen dat de man-vrouwpariteit wordt gehaald in de samenstelling van die vernieuwde Senaat. Tabel 22. Aantal en percentage vrouwelijke senatoren, per partij (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke senatoren/zetels 2010 Vrouwelijke senatoren/zetels 2014 CD&V 2/7 (28,6%) 5/8 (62,5%) Groen 2/2 (100%) 2/3 (66,7%) N-VA 5/14 (35,7%) 4/12 Open Vld 2/6 2/5 (40%) sp.a 4/7 (57,1%) 3/5 (60%) Vlaams Belang 1/5 (20%) 1/2 Totaal Nederlandstalige 16/41 (39%) 17/35 (48,6%) partijen cdh 1/4 (25%) 1/4 (25%) Ecolo 3/5 (60%) 2/3 (66,7%) MR 2/8 (25%) 3/9 PS 7/13 (53,8%) 7/9 (77,8%) Totaal Franstalige partijen 13/30 (43,3%) 13/25 (52%) Totaal 29/71 (40,8%) 30/60 23 De Duitstalige Gemeenschap heeft één senator afgevaardigd (verbonden aan MR en meegeteld bij het totaal van de Franstalige partijen). 27

28 2.3. Vlaams Parlement In 2014 werden 55 vrouwen verkozen om te zetelen in het Vlaams Parlement, goed voor 44,4% van de 124 parlementsleden. Het aantal vrouwelijke verkozenen in het Vlaams Parlement is dus gestegen met vier eenheden in vergelijking met de verkiezingen van 2009 toen er 51 vrouwelijke verkozenen waren (41,1% vrouwen). Bij twee partijen (CD&V met 15 vrouwelijke verkozenen op 27 en sp.a met 10 vrouwelijke verkozenen op 18) is de meerderheid van de verkozenen vrouw (55,5%). Afgezien van UF, dat een bijzonder geval is omdat de partij slechts één verkozene telt, is Vlaams Belang de partij met het laagste percentage vrouwelijke verkozenen (33,3%, of 2 vrouwelijke verkozenen op 6). Het aandeel vrouwelijke verkozenen op de lijsten van N-VA en Groen ligt in de buurt van of op 40%, met respectievelijk 17 vrouwelijke verkozenen op 43 en vier vrouwelijke verkozenen op 10, terwijl het percentage vrouwelijke verkozenen bij de liberalen iets onder de 38% ligt (7 vrouwelijke verkozenen op 19). Voor wat de kieskringen betreft, zien we het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen (66,67%) in Brussel (waar het aantal verkozenen aanzienlijk lager is dan in de andere kieskringen). In alle andere kieskringen schommelt het percentage vrouwelijke verkozenen tussen 40% en 45%. Tabel 23. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Vlaams Parlement, per partij en per kieskring Partijen/ kieskringen Antwerpen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Limburg Brussel Vrouwelijke verkozenen/zetels CD&V 3/7 (42,8%) 2/4 4/6 (66,7%) 3/5 (60%) 2/4 1/1 (100%) 15/27 (55,5%) Groen 1/3 1/2 0/1 (0%) 1/2 0/1 (0%) 1/1 (100%) 4/10 (40%) N-VA 6/14 (42,8%) 2/7 (28,6%) 3/7 (42,8%) 4/9 (44,4%) 2/5 (40%) 0/1 (0%) 17/43 (39,5%) Open Vld 1/3 2/4 1/3 1/5 (20%) 1/2 1/2 7/19 (36,8%) sp.a 3/4 (75%) 1/2 2/4 1/4 (25%) 2/3 (66,7%) 1/1 (100%) 10/18 (55,5%) UF / 0/1 (0%) / / / / 0/1 (0%) Vlaams Belang 1/2 / 0/1 (0%) 1/2 0/1 (0%) / 2/6 Totaal 15/33 (45,4%) 8/20 (40%) 10/22 (45,4%) 11/27 (40,7%) 7/16 (43,7%) 4/6 (66,7%) 55/124 (44,4%) In 2009 had sp.a al een meerderheid van vrouwelijke verkozenen (52,6%), hadden CD&V, Open Vld en N-VA alle drie tussen de 43% en 45% vrouwelijke verkozenen, had Vlaams Belang een derde vrouwelijke verkozenen, Groen minder dan 30% vrouwelijke verkozenen, Lijst Dedecker 25% en UF geen vrouwelijke verkozenen. Door haar verkiezingssucces waardoor de partij drie zetels en twee vrouwelijke verkozenen méér had bij de laatste verkiezingen, is Groen de partij die haar aandeel vrouwelijke verkozenen het sterkst zag toenemen (+11,4%). CD&V, die vier zetels verloor tussen 2009 en 2014, zag haar aantal vrouwelijke verkozenen met één eenheid stijgen en haar aandeel vrouwelijke verkozenen met 10,3% toenemen. Tot slot is bij de sp.a, die één zetel verliest en eenzelfde aantal vrouwelijke verkozenen behoudt, het aandeel vrouwelijke verkozenen licht toegenomen (+2,9%). N-VA, de grote winnaar van de verkiezingen voor het Vlaams Parlement (+27 zetels), heeft 10 vrouwelijke verkozenen meer dan in 2009, maar ziet haar aandeel vrouwelijke verkozenen afnemen met 4,3%. Open Vld verliest twee zetels en twee vrouwelijke verkozenen en 28

29 ziet zijn percentage vrouwelijke verkozenen dalen met 6,1%. Bij Vlaams Belang, dat forse verliezen leed, blijft het aandeel vrouwelijke verkozenen tussen 2009 en 2014 gelijk, net als bij UF dat nog steeds slechts één verkozene heeft. Tabel 24. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Vlaams Parlement (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke verkozenen/zetels 2009 Vrouwelijke verkozenen/zetels 2014 CD&V 14/31 (45,2%) 15/27 (55,5%) Groen 2/7 (28,6%) 4/10 (40%) Lijst Dedecker 2/8 (25%) / N-VA 7/16 (43,8%) 17/43 (39,5%) Open Vld 9/21 (42,9%) 7/19 (36,8%) Sp.a 10/19 (52,6%) 10/18 (55,5%) UF 0/1 (0%) 0/1 (0%) Vlaams Belang 7/21 2/6 Totaal 51/124 (41,1%) 55/124 (44,4%) We tellen vier vrouwen onder de 10 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen (de eerste plaats in die lijst wordt overigens bekleed door een vrouw), zeven vrouwen 24 onder de 20 grootste stemmenkanonnen en 21 vrouwen onder de 50 populairste kandidaten. Voor wat de penetratiegraad 25 van de kandidaten betreft, zien we dat de twee kandidaten met het hoogste percentage vrouwen zijn (Liesbeth Homans en Hilde Crevits), dat er vijf vrouwen zijn onder de 10 kandidaten met de hoogste penetratiegraad en negen 26 onder de twintig beste. Wanneer er wordt bekeken vanop welke plaatsen de vrouwen werden verkozen, zien we dat twee kandidates werden verkozen buiten de lijstvolgorde (op een totaal van acht kandidaten verkozen buiten de lijstvolgorde) en dat één van die twee werd verkozen vanop de laatste plaats. De effectieve samenstelling van het Vlaams Parlement bleef onveranderd in termen van aantal vrouwelijke verkozenen (55 vrouwen op 124 parlementsleden, of 44,4%). Er is echter één vrouwelijk parlementslid minder bij CD&V (die wel nog steeds meer vrouwelijke dan mannelijke parlementsleden telt) en één vrouwelijk parlementslid meer bij Open Vld (8 op 19). Ter herinnering, in 2009 telden we 49 vrouwelijke parlementsleden (of 39,5% vrouwen) na de eedaflegging van de Vlaamse regering. Het aantal vrouwelijke parlementsleden is dus gestegen met zes eenheden en met 4,9% tussen 2009 en Liesbeth HOMANS (1), Hilde CREVITS (3), Gwendolyn RUTTEN (6), Joke SCHAUVLIEGE (10), Freya VAN DEN BOSSCHE (10), Caroline GENNEZ (15), Ingrid LIETEN (18). 25 De penetratiegraad is de verhouding, in procent, tussen het aantal stemmen dat een kandidaat behaalt en het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring. Op die manier kan men de populariteit van kandidaten uit verschillende kieskringen met elkaar vergelijken, wat niet zou kunnen met absolute cijfers. 26 Liesbeth HOMANS (1), Hilde CREVITS (2), Gwendolyn RUTTEN (6), Ann BRUSSEEL (9), Ingrid LIETEN (10), Yamila IDRISSI (12), Joke SCHAUVLIEGE (13), Elke VAN DEN BRANDT (14), Freya VAN DEN BOSSCHE (19). 29

30 Tabel 25. Effectieve samenstelling van het Vlaams Parlement naar geslacht (vergelijking ) Partijen Vrouwen/zetels Vrouwen/zetels CD&V 13/31 (41,9%) 14/27 (51,8%) Groen 2/7 (28,6%) 4/10 (40%) Lijst Dedecker 2/8 (25%) / N-VA 7/16 (43,8%) 17/43 (39,5%) Open Vld 10/21 (47,6%) 8/19 (42,1%) sp.a 8/19 (42,1%) 10/18 (55,5%) UF 0/1 0/1 (0%) Vlaams Belang 7/21 2/6 Totaal 49/124 (39,5%) 55/124 (44,4%) De Vlaamse regering telt vier vrouwen onder haar negen leden (44,4%). Eén vrouw onder de vier N-VA-ministers (25%), één onder de twee liberale ministers en twee onder de drie CD&Vministers (66%). Dat grote aandeel vrouwen in de Vlaamse regering is identiek aan het aandeel in

31 2.4. Waals Parlement Bij de laatste verkiezingen werden dertig vrouwen verkozen om te zetelen in het Waals Parlement, dat is 40% van de 75 Waalse parlementsleden. Die resultaten zijn een vrij aanzienlijke stijging van het aantal vrouwelijke verkozenen in vergelijking met 2009, toen men 26 vrouwen telde onder de Waalse parlementsleden (34,7%). Bij twee partijen was het aandeel vrouwelijke verkozenen groter dan 40%: bij de MR 44% (11 vrouwelijke verkozenen op 25 zetels) en bij de PS 43,3% (13 vrouwelijke verkozenen op 30 zetels). De partij cdh behaalde 5 vrouwelijke verkozenen op 13 zetels (38,5%) en Ecolo slechts 25% (1 vrouwelijke verkozene op 4). De twee kleinste partijen (PTB GO! en PP) hebben geen vrouwelijke verkozenen. Voor wat de kieskringen betreft, waarbij het voor de verkiezing van het Waals Parlement vaak om kleine kieskringen gaat, werd een meerderheid aan vrouwen (55,6%) verkozen in de kieskring van Charleroi, terwijl in drie andere kieskringen vrouwen goed waren voor de helft van het aantal verkozenen (Dinant-Philippeville, Nijvel en Verviers). Het percentage vrouwelijke verkozenen is laag in de kieskring van Soignies en nul in de twee kieskringen van de provincie Luxemburg. Tabel 26. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Waals Parlement, per partij en per kieskring Kieskringen/ partijen cdh Ecolo MR PS PP PTB- GO! Vrouwelijke verkozenen/zetels Arlon - Bastogne 0/1 / 0/1 0/1 / / 0/3 (0%) - Marche-en- Famenne Charleroi 1/1 / 1/3 3/5 / / 5/9 (55,6%) Dinant - / / 1/2 1/2 / / 2/4 Philippeville Huy-Waremme / / 1/2 0/1 / 0/1 1/4 (25%) Luik 1/2 0/1 2/3 2/5 0/1 0/1 5/13 (38,5%) Bergen 0/1 / 1/1 1/3 / / 2/5 (40%) Namen 1/2 0/1 1/2 1/2 / / 3/7 (42,8%) Neufchâteau - 0/1 / 0/1 / / / 0/2 (0%) Virton Nijvel 0/1 1/1 2/4 1/2 / / 4/8 Soignies 0/1 / 0/1 1/2 / / 1/4 (25%) Thuin / / 0/1 1/2 / / 1/3 Doornik - Ath - 1/2 / 1/2 1/3 / / 3/7 (42,8%) Moeskroen Verviers 1/1 0/1 1/2 1/2 / / 3/6 Totaal 5/13 (38,5%) 1/4 (25%) 11/25 (44%) 13/30 (43,3%) 0/1 (0%) 0/2 (0%) 30/75 (40%) In 2009 was de MR de partij met het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen in haar rangen (42,1%), voor Ecolo (35,7%), de PS (31%) en het cdh (30,8%). Met vier vrouwelijke verkozenen meer tegenover 2009 is de PS, die een zetel bij wint, de partij die de grootste stijging kende van haar percentage vrouwelijke verkozenen tussen 2009 en 2014 (+12,3%). Het cdh, dat bleef staan op 13 zetels, heeft één vrouwelijke verkozene meer (+ 7,7% t.o.v. 2009). De MR, die zes zetels wint, heeft drie vrouwelijke verkozenen meer, waardoor haar aandeel vrouwelijke verkozenen licht toeneemt (+1,9% t.o.v. 2009). Ecolo, dat zes zetels verliest en dus een zeer zware verkiezingsnederlaag lijdt, ziet dan weer haar aantal vrouwelijke verkozenen dalen van vijf naar één en het aandeel vrouwelijke verkozenen afnemen van 35,7% tot 25% (-10,7%). 31

32 Tabel 27. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Waals Parlement (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke verkozenen/zetels 2009 Vrouwelijke verkozenen/zetels 2014 cdh 4/13 (30,8%) 5/13 (38,5%) Ecolo 5/14 (35,7%) 1/4 (25%) MR 8/19 (42,1%) 11/25 (44%) PS 9/29 (31%) 13/30 (43,3%) PP / 0/1 (0%) PTB-GO! / 0/2 (0%) Totaal 26/75 (34,7%) 30/75 (40%) Voor wat de voorkeurstemmen betreft, tellen we drie vrouwen onder de 10 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen, zeven 27 onder de 20 grootste stemmenkanonnen en 14 onder de 50 populairste kandidaten. Er staan slechts twee vrouwen 28 (MR-kandidates) in de lijst van de twintig kandidaten met de hoogste penetratiegraad 29 en die twee vrouwen staan slechts op de zestiende en achttiende plaats van de rangschikking. Als we bekijken vanop welke plaats de vrouwen werden verkozen zien we dat alle vrouwen werden verkozen binnen de lijstvolgorde. Hierbij dient te worden aangestipt dat slechts één kandidaat voor het Waals Parlement werd verkozen buiten de lijstvolgorde. De effectieve samenstelling van het Parlement heeft het aandeel vrouwelijke parlementsleden licht vergroot. Met 32 vrouwen op 75 parlementsleden (twee vrouwen meer), neemt het aandeel vrouwen met 2,7% toe t.o.v. het aandeel vrouwelijke verkozenen en bedraagt nu 42,7%. Tussen 2009 en 2014 is het aantal vrouwelijke parlementsleden dus gestegen met 5 eenheden en 6,7%. In het kader van de effectieve samenstelling van het Parlement zien we een duidelijke stijging van het aantal vrouwelijke cdh-parlementsleden, dat van vijf vrouwelijke verkozenen naar acht vrouwelijke parlementsleden gaat, waardoor het percentage vrouwen in die groep op 61,5% komt! Aan de kant van de PS tellen we een vrouwelijk parlementslid minder (12) ten opzichte van het aantal vrouwelijke verkozenen (13) waardoor het percentage socialistische vrouwelijke parlementsleden op 40% komt. Tabel 28. Effectieve samenstelling Waals Parlement naar geslacht (vergelijking ) Partijen Vrouwen/zetels 2009 Vrouwen/zetels 2014 cdh 3/13 (23,1%) 8/13 (61,5%) Ecolo 5/14 (35,7%) 1/4 (25%) MR 8/19 (42,1%) 11/25 (44%) PS 11/29 (37,9%) 12/30 (40%) PP / 0/1 PTB-PVDA-GO! / 0/2 Totaal 27/75 (36%) 32/75 (42,7%) Onder de acht leden van de Waalse regering tellen we slechts één vrouw, of 12,5%. Er is dus één vrouw onder de vier PS-ministers (25%) en geen onder de vier cdh-ministers. Dat erg lage percentage 27 Christine DEFRAIGNE (3), Valérie DE BUE (6), Florence REUTER (9), Marie-Dominique SIMONET (11), Eliane TILLIEUX (13), Jacqueline GALANT (16), Isabelle SIMONIS (18). 28 Jacqueline GALANT (16) en Anne LAFFUT (18). 29 De penetratiegraad is de verhouding, in procent, tussen het aantal stemmen dat een kandidaat behaalt en het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring. Op die manier kan men de populariteit van kandidaten uit verschillende kieskringen met elkaar vergelijken, wat niet zou kunnen met absolute cijfers. 32

33 vrouwen in de Waalse regering is identiek aan dat van de vorige regering en is een minimale naleving van de wettelijke verplichting dat de regeringen in België gemengd moeten zijn. 33

34 2.5. Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bij de laatste verkiezingen werden 36 vrouwen verkozen om te zetelen in het Brussels Parlement, of 40,4% van de 89 Brusselse parlementsleden. Het aantal Brusselse vrouwelijke verkozenen is dus gedaald tegenover de verkiezingen van 2009 toen er 39 vrouwelijke verkozenen waren, of 43,8% vrouwen. We tellen 29 vrouwen onder de 72 parlementsleden van de Franse taalgroep van het Parlement, goed voor 40,3% van de vrouwelijke verkozenen. Dat resultaat is een duidelijke daling van het aantal vrouwelijke verkozenen tegenover de verkiezingen van 2009 toen 32 vrouwen verkozen raakten aan Franstalige zijde. Ecolo heeft het hoogste percentage vrouwen met 62,5% vrouwelijke verkozenen (5 vrouwen op 8 verkozenen). PTB-PVDA-GO! telt twee vrouwen onder haar vier verkozenen. Het FDF (41,7%) en de MR (38,9%) tellen ongeveer 40% vrouwelijke verkozenen, terwijl de PS en het cdh slechts tot één derde vrouwelijke verkozenen komen. Op niveau van de Nederlandstalige taalgroep is het aantal vrouwelijke verkozenen (7 vrouwen op 17 parlementsleden) identiek aan dat van de verkiezingen van N-VA heeft een meerderheid aan vrouwelijke verkozenen (2 op 3, of 66,7% vrouwen), CD&V heeft één vrouwelijke verkozene op twee, Open Vld twee op vijf (40%), Groen en sp.a één op drie (33%). Tabel 29. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, per partij Partijen Vrouwelijke verkozenen/zetels cdh 3/9 Ecolo 5/8 (62,5%) FDF 5/12 (41,7%) MR 7/18 (38,9%) PS 7/21 PTB-PVDA-GO! 2/4 Totaal Franstalige partijen 29/72 (40,3%) CD&V 1/2 Groen 1/3 N-VA 2/3 (66,7%) Open Vld 2/5 (40%) Sp.a 1/3 Vlaams Belang 0/1 (0%) Totaal Nederlandse taalgroep 7/17 (41,2%) Totaal 36/89 (40,4%) In 2009 was MR (die toen samenging met FDF) de partij met het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen in haar rangen (54,2%), voor Ecolo, PS (38,1%) en cdh (27,3%). Ondanks het verlies van drie vrouwelijke verkozenen en rekening houdend met haar verkiezingsnederlaag (acht zetels, of 50% van de zetels verloren), is Ecolo de partij met de sterkste stijging van het percentage vrouwelijke verkozenen tussen 2009 en 2014 (+12,5%), voor cdh (+6%) dat zijn aantal vrouwelijke verkozenen behoudt hoewel het twee zetels verliest. Als we de zetels en vrouwelijke verkozenen van MR en FDF in 2009 opsplitsen (6 vrouwelijke verkozenen op 13 zetels voor de liberalen en 7 vrouwelijke verkozenen op 11 zetels voor het FDF) en die cijfers vergelijken met de cijfers die de partijen haalden in 2014, stellen we vast dat het aandeel vrouwelijke verkozenen bij MR afneemt met 7,2% en bij FDF (erg groot aandeel in 2009) afneemt met 21,9%. In absolute cijfers gaat het aantal vrouwelijke verkozenen bij de liberalen van zes naar zeven terwijl het aantal zetels met vijf eenheden toeneemt, en het aantal vrouwelijke verkozenen bij FDF gaat van 34

35 zeven naar vijf terwijl het aantal zetels van die partij van 11 naar 12 gaat. De PS verliest dan weer één vrouwelijke verkozene (-4,8%) terwijl haar aantal zetels identiek blijft. PTB/GO had geen verkozene in In 2009 hadden drie Nederlandstalige partijen evenveel vrouwelijke als mannelijke verkozenen: Open Vld (2/4), sp.a (2/4) en Groen (1/2). CD&V telde één vrouw onder haar drie verkozenen (33%) en N-VA had slechts één (mannelijke) verkozene. N-VA, dat in Brussel twee zetels won tussen 2009 en 2014, is de partij met de grootste stijging van het percentage vrouwelijke verkozenen en ging van geen naar twee vrouwelijke verkozenen (+ 66,7%), terwijl CD&V, die een zetel verloor, ook haar aandeel vrouwelijke verkozenen zag toenemen (+16,7%) door één vrouwelijke verkozene te behouden. Rekening houdend met de winst van één zetel bij Open Vld en ondanks het behouden van twee vrouwelijke verkozenen, is het aandeel Nederlandstalige liberale vrouwelijke verkozenen gedaald met 10%. Groen, dat een zetel won, en sp.a, dat er een verloor, zagen allebei hun percentage vrouwelijke verkozenen van 50% naar 33,3% gaan (-16,7%). In dit verband wijzen we erop dat het aantal Nederlandstalige verkozenen in Brussel klein is, en om die reden kan een kleine verandering in het aantal mannelijke of vrouwelijke verkozenen een grote invloed hebben op de evolutie van de verhoudingen. Tabel 30. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke Vrouwelijke verkozenen/zetels 2014 verkozenen/zetels 2009 cdh 3/11 (27,3%) 3/9 Ecolo 8/16 5/8 (62,5%) FDF 7/11 (63,6%) 5/12 (41,7%) MR 6/13 (46,1%) 7/18 (38,9%) PS 8/21 (38,1%) 7/21 PTB-PVDA-GO! / 2/4 Totaal Franstalige partijen 32/72 (44,4%) 29/72 (40,3%) CD&V 1/3 1/2 Groen 1/2 1/3 N-VA 0/1 (0%) 2/3 (66,7%) Open Vld 2/4 2/5 (40%) sp.a 2/4 1/3 Vlaams Belang 1/3 0/1 (0%) Totaal Nederlandstalige partijen 7/17 (41,2%) 7/17 (41,2%) Totaal 39/89 (43,8%) 36/89 (40,4%) Voor wat de voorkeurstemmen betreft, tellen we drie vrouwen onder de 10 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen, zes 30 onder de 20 grootste stemmenkanonnen en 16 onder de 50 populairste kandidaten. Wanneer we gaan kijken vanop welke plaatsen de vrouwen werden verkozen, zien we dat zes kandidates werden verkozen buiten de lijstvolgorde (op een totaal van 20 kandidaten verkozen buiten de lijstvolgorde) en dat twee van die zes kandidates werden verkozen vanop de laatste plaats. De verhouding tussen mannen en vrouwen is identiek gebleven (36 vrouwelijke parlementsleden) in het kader van de effectieve samenstelling van het Parlement. Het aantal vrouwelijke parlementsleden van cdh is echter lager dan het aantal vrouwelijke verkozenen (2 op 9 in plaats van 3 op 9), terwijl het aantal vrouwelijke parlementsleden van Open Vld hoger is dan het aantal 30 Joëlle MILQUET (3), Fadila LAANAN (6) en Françoise BERTIEAUX (10), Zoé GENOT (12), Corinne DE PERMENTIER (14) en Catherine MOUREAUX (18). 35

36 vrouwelijke verkozenen (3 op 5 in plaats van 2 op 5), wat overigens tot gevolg heeft dat de vrouwen in de meerderheid zijn bij de Nederlandstalige liberale parlementsleden in Brussel. Tussen 2009 en 2014 is het aantal vrouwelijke parlementsleden afgenomen met zeven eenheden en het aandeel vrouwelijke parlementsleden nam af met 7,9%. Die forse daling is in hoofdzaak het gevolg van een vermindering van het aantal (-6) en het aandeel (-8,3%) Franstalige vrouwelijke parlementsleden, terwijl het aantal en aandeel Nederlandstalige vrouwelijke parlementsleden daalde met één eenheid en 5,9%. Tabel 31. Effectieve samenstelling van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar geslacht, per partij (vergelijking ) Partijen Vrouwen/zetels Vrouwen/zetels cdh 4/11 (36,4%) 2/9 (22,2%) Ecolo 8/16 5/8 (62,5%) FDF / 5/12 (41,7%) MR 14/24 (58,3%) 7/18 (38,9%) PS 8/21 (38,1%) 7/21 PTB-PVDA-GO! / 2/4 Totaal Franstalige partijen 34/72 (47,2%) 28/72 (38,9%) CD&V 2/3 (66,7%) 1/2 Groen 2/2 (100%) 1/3 N-VA 0/1 2/3 (66,7%) Open Vld 2/4 3/5 (60%) sp.a 2/4 1/3 Vlaams Belang 1/3 0/1 (0%) Totaal Nederlandstalige partijen 9/17 (52,9%) 8/17 (47%) Totaal 43/89 (48,3%) 36/89 (40,4%) De Brusselse regering is paritair samengesteld, want vier van de acht leden zijn vrouwen. De partijen sp.a en Open Vld hebben een mannelijke minister aangesteld, PS en FDF hebben een vrouw en een man aangesteld, terwijl CD&V en cdh een vrouwelijke minister hebben aangesteld om de partij te vertegenwoordigen binnen de regering. De man-vrouwpariteit binnen de Brusselse regering maakt van die regering momenteel de meest vervrouwelijkte uitvoerende macht in België. Met twee vrouwen meer dan in 2009 is de vrouwelijke aanwezigheid gestegen met 25%. 36

37 2.6. Parlement van de Franse Gemeenschap Anders dan bij de andere parlementen van gewesten en gemeenschappen, worden de leden van het Parlement van de Franse Gemeenschap niet rechtstreeks verkozen. Dit Parlement wordt samengesteld uit de 75 leden die worden verkozen voor het Waals Parlement en de 19 leden die werden verkozen door de Franstalige taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Na de laatste verkiezingen tellen we 41 vrouwen onder de 94 leden van het Parlement van de Franse Gemeenschap (43,6%). Dit resultaat betekent een aanzienlijke toename van het aandeel vrouwelijke parlementsleden (+6,4%). In 2009 had MR het grootste aandeel vrouwen (44%), gevolgd door PS (37%), Ecolo (33%) en cdh (31%). In die tijd had geen enkele partij dus een meerderheid van vrouwen onder haar parlementsleden. In 2014 telt FDF een meerderheid aan vrouwen onder zijn parlementsleden (66,7%), terwijl er binnen de cdh-fractie evenveel vrouwen als mannen zijn. Het aandeel socialistische vrouwelijke parlementsleden ligt heel dicht bij de pariteit (47,2%), dat van de liberale vrouwelijke parlementsleden bedraagt 40%, terwijl dat van de groene vrouwelijke parlementsleden slechts een derde van de groene parlementsleden bedraagt. PTB-GO! en PP hebben geen enkele vrouw in hun rangen. Het cdh, dat drie vrouwen meer heeft dan in 2010 voor eenzelfde aantal parlementsleden, en de PS, die vier vrouwen meer heeft voor één parlementslid meer, hebben in belangrijke mate bijgedragen tot de algemene toename van het aantal en aandeel vrouwelijke parlementsleden in het Parlement van de Franse Gemeenschap. Merk ook op dat het aandeel Brusselse vrouwelijke parlementsleden in het Parlement van de Franse Gemeenschap 47,4% bedraagt (9 op 19) en groter is dan het aandeel Waalse vrouwelijke parlementsleden (42,7%). Tabel 32. Effectieve samenstelling van het Parlement van de Franse Gemeenschap naar geslacht, per partij Partijen Vrouwen/zetels Vrouwen/zetels cdh 5/16 (31,3%) 8/16 Ecolo 6/18 2/6 FDF / 2/3 (66,7%) MR 11/25 (44%) 12/30 (40%) PS 13/35 (37,1%) 17/36 (47,2%) PP / 0/1 PTB-GO! / 0/2 Totaal 35/94 (37,2%) 41/94 (43,6%) We tellen twee vrouwen onder de zeven leden van de Franse Gemeenschapsregering, dit is 28,6%. Onder de vijf PS-ministers is er slechts één vrouw (20%) en onder de twee cdh-ministers ook één. Er was een vrouwelijke minister meer in 2009, wat goed was voor een aandeel van 42,8% vrouwen. 37

38 2.7. Parlement van de Duitstalige Gemeenschap Negen vrouwen werden verkozen om te zetelen in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, goed voor 36% van de 25 Duitstalige parlementsleden. Dat aantal is hoger dan in 2009, toen er acht vrouwelijke verkozenen waren, of 32% vrouwen. Met twee vrouwen op vier verkozenen voor PFF en één vrouw op twee verkozenen voor Ecolo en Vivant hebben drie partijen 50% vrouwen onder hun verkozenen. CSP en Pro DG, de grootste partijen op electoraal vlak met respectievelijk zeven en zes zetels, haalden elk twee vrouwelijke verkozenen, of 28,6% en 33,3% vrouwelijke verkozenen. SP heeft dan weer één vrouwelijke verkozene op haar vier verkozenen (25%). Tabel 33. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, per partij Partijen Vrouwelijke verkozenen/zetels CSP 2/7 (28,6%) Ecolo 1/2 PFF 2/4 Pro DG 2/6 SP 1/4 (25%) Vivant 1/2 Totaal 9/25 (36%) In 2009 telde Ecolo twee vrouwen onder zijn drie verkozenen (66,7%), PFF twee op vier en Vivant één op twee. CSP, SP en ProDG telden slechts één vrouwelijke verkozene in hun rangen, dit is respectievelijk 14,2%, 20% en 25% vrouwelijke verkozenen. Ecolo, dat een zetel verloor, heeft dus een vrouwelijke verkozene verloren tussen 2009 en 2014, CSP, die kon standhouden en ProDG, dat twee zetels won, hebben elk één vrouwelijke verkozene meer. Tabel 34. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, per partij (vergelijking ) Partijen Totaal 2009 Totaal 2014 CSP 1/7 (14,3%) 2/7 (28,6%) Ecolo 2/3 (66,7%) 1/2 PFF 2/4 2/4 Pro DG 1/4 (25%) 2/6 SP 1/5 (20%) 1/4 (25%) Vivant 1/2 1/2 Totaal 8/25 (32%) 9/25 (36%) Voor wat de naamstemmen betreft, tellen we twee vrouwen onder de 10 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen, zes 31 onder de 20 grootste stemmenkanonnen en 16 onder de 50 populairste kandidaten. Wanneer we gaan kijken vanop welke plaatsen de vrouwen werden verkozen, zien we dat geen enkele kandidate werd verkozen buiten de lijstvolgorde (op een totaal van vijf kandidaten verkozen buiten de lijstvolgorde). Als een gevolg van de effectieve samenstelling van het Parlement, bedraagt het aantal vrouwelijke parlementsleden twee eenheden minder dan het aantal vrouwelijke verkozenen. Met zeven vrouwen 31 Isabelle WEYKMANS (6), Patricia Creutz-VILVOYE (9), Evelyn JADIN (13), Lydia KLINKENBERG (15), Franziska FRANZEN (16) en Marion DHUR (19). 38

39 op 25 parlementsleden, bedraagt het aandeel vrouwelijke parlementsleden 28%. Het aantal vrouwen is afgenomen binnen de parlementsfracties van PFF en Vivant. In vergelijking met 2009, toen er acht vrouwelijke parlementsleden waren, of 32% vrouwen, is het aantal en het percentage vrouwelijke parlementsleden dus gedaald met één eenheid en 4%. Tabel 35. Aantal en percentage vrouwelijke parlementsleden in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, per partij (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke parlementsleden/zetels Vrouwelijke parlementsleden/zetels CSP 2/7 (28,6%) 2/7 (28,6%) Pro DG 2/4 2/6 PFF 0/4 (0%) 1/4 (25%) SP 2/5 (40%) 1/4 (25%) Ecolo 2/3 (66,7%) 1/2 Vivant 0/2 (0%) 0/2 (0%) Totaal 8/25 (32%) 7/25 (28%) We tellen één vrouw onder de vier leden van de Duitstalige regering (25%), een niveau dat identiek is aan dat van De enige PFF-minister is een vrouw. 39

40 2.8. Europees Parlement Zes vrouwen werden verkozen om te zetelen in het Europees Parlement, dat is 28,6% van de 21 Belgische afgevaardigden in het Europees Parlement. Dit resultaat betekent een daling van het aantal en het aandeel vrouwelijke verkozenen in vergelijking met de resultaten van 2009, toen er zeven vrouwelijke verkozenen waren op een totaal van 22 afgevaardigden (31,8% vrouwen). Op niveau van het Nederlandstalig kiescollege, tellen we vier vrouwen op 12 verkozenen, goed voor 33,3% vrouwelijke verkozenen. Dat percentage is hoger dan dat van 2009 toen drie vrouwen werden verkozen onder de 13 Nederlandstalige afgevaardigden (23,1%). De enige verkozene van sp.a is een vrouw, terwijl één verkozene op twee een vrouw is bij CD&V, één op drie bij Open Vld en één op vier bij N-VA. De twee verkozenen van Groen en Vlaams Belang zijn mannen. In 2009 telde men één vrouw onder de twee verkozenen van sp.a en één onder de drie verkozenen van CD&V en Open Vld. Die drie partijen hebben hun aantal vrouwelijke verkozenen dus behouden, ondanks het verlies van een zetel voor CD&V en sp.a. N-VA won drie zetels bij tussen 2009 en 2014 en heeft één vrouwelijke verkozene. Tussen 2009 en 2014 is het percentage Nederlandstalige vrouwelijke verkozenen voor het Europees Parlement dus met één eenheid gestegen, ondanks een vermindering van het aantal Nederlandstalige afgevaardigden binnen de Belgische delegatie, wat een stijging met 10,2% betekent. Op niveau van het Franstalige kiescollege zijn er slechts twee vrouwen onder de acht verkozenen (25%), of een daling met de helft van het aantal en het aandeel vrouwelijke verkozenen. De twee kandidates werden respectievelijk verkozen op de lijsten van MR en PS, die elk drie zetels haalden. In 2009 waren er vier vrouwelijke verkozenen op de acht Franstalige Europese parlementsleden, er werd telkens één vrouw verkozen op de lijsten van elk van de vier traditionele Franstalige partijen (PS, MR, cdh, en Ecolo). In 2014 hebben Ecolo, dat één zetel verloor, en cdh, dat standhield, allebei hun vrouwelijke verkozene verloren. Tabel 36. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen van de Belgische delegatie voor het Europees Parlement, per partij (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke verkozenen/zetels Vrouwelijke verkozenen/zetels CD&V 1/3 1/2 Groen 0/1 0/1 Lijst Dedecker 0/1 / N-VA 0/1 1/4 Open Vld 1/3 1/3 sp.a 1/2 1/1 Vlaams Belang 0/2 0/1 Totaal Nederlandstalig college 3/13 (23,1%) 4/12 cdh 1/1 0/1 Ecolo 1/2 0/1 MR 1/2 1/3 PS 1/3 1/3 Totaal Franstalig college 4/8 2/8 (25%) CSP 0/1 0/1 Totaal Duitstalig college 0/1 (0%) 0/1 (0%) Algemeen totaal 7/22 (31,8%) 6/21 (28,6%) 40

41 Er zijn vier vrouwen bij de 10 kandidaten met de meeste voorkeurstemmen, zeven 32 bij de 20 grootste stemmenkanonnen en 23 bij de 50 populairste kandidaten. Zeven vrouwen 33 staan in de rangschikking van de twintig kandidaten met hoogste penetratiegraad 34, waarvan vier in de top 10. Als we bekijken vanop welke plaats de vrouwen werden verkozen, zien we dat alle vrouwen werden verkozen binnen de lijstvolgorde. Hierbij dienen we aan te stippen dat slechts één verkozene voor het Europees Parlement werd verkozen buiten de lijstvolgorde. Na de installatie van de Europese Commissie, was de effectieve samenstelling van de Belgische delegatie voor het Europees Parlement nadelig voor de vrouwen, want hun aantal ging van zes naar vijf op 21, dat is slechts 23,8% vrouwen. In dit verband moeten we er echter op wijzen dat die evolutie het gevolg is van de aanstelling van een vrouw (Marianne Thyssen - CD&V) als Belgische eurocommissaris. Tussen 2009 en 2014 ging het aantal en het aandeel vrouwelijke Europese parlementsleden dus van acht naar vijf (-3) en van 36,4% naar 23,8% (-12,6%). Die negatieve evolutie van de vrouwelijke aanwezigheid in de Belgische delegatie in het Europees Parlement is een gevolg van het feit dat er twee Franstalige vrouwelijke parlementsleden en één Nederlandstalig vrouwelijk parlementslid minder zijn dan in Tabel 37. Aantal en percentage vrouwelijke verkozenen van de Belgische delegatie in het Europees Parlement naar geslacht, per partij (vergelijking ) Partijen Vrouwelijke parlementsleden/zetels - Vrouwelijke parlementsleden/zetels CD&V 1/3 0/2 Groen 0/1 0/1 Lijst Dedecker 0/1 / N-VA 1/1 1/4 Open Vld 1/3 1/3 sp.a 1/2 1/1 Vlaams Belang 0/2 0/1 Totaal Nederlandstalig college 4/13 (30,8%) 3/12 (25%) cdh 1/1 0/1 Ecolo 1/2 0/1 MR 1/2 1/3 PS 1/3 1/3 Totaal Franstalig college 4/8 2/8 (25%) CSP 0/1 0/1 (0%) Totaal Duitstalig college 0/1 (0%) 0/1 (0%) Algemeen totaal 8/22 (36,4%) 5/21 (23,8%) 32 Marianne THYSSEN (2), Marie ARENA (5), Kathleen VAN BREMPT (6), Frédérique RIES (9), Helga STEVENS (12), Annemie NEYTS (17), Geertrui VAN ROMPUY-WINDELS (18). 33 Marianne THYSSEN (5), Marie ARENA (6), Lydia KLINKENBERG (8), Frédérique RIES (10), Patricia CREUTZ-VILVOYE (12), Resi STOFFELS (13) en Kathleen VAN BREMPT (14). 34 De penetratiegraad is de verhouding, in procent, tussen het aantal stemmen dat een kandidaat behaalt en het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring. Op die manier kan men de populariteit van kandidaten uit verschillende kieskringen met elkaar vergelijken, wat niet zou kunnen met absolute cijfers. 41

42 2.9. Vrouwelijke verkozenen binnen de politieke partijen We hebben gezien dat de verkiezingen van 2014 betrekking hadden op verschillende beleidsniveaus. Om een ruimer beeld te krijgen van het aantal en aandeel vrouwelijke verkozenen binnen de politieke partijen, hebben wij van die partijen de gendergebonden resultaten van de verschillende verkiezingen bij elkaar opgeteld. Bij de Nederlandstalige partijen is sp.a de partij met het grootste aandeel vrouwelijke verkozenen. Vrouwen vormen zelfs de meerderheid van de Nederlandstalige socialistische verkozenen (54,2%), wat van sp.a de voor vrouwen interessantste Belgische partij maakt op verkiezingsvlak, vóór CD&V waar het aandeel vrouwelijke verkozenen op 46,9% ligt. Met respectievelijk 41,5% en 41% komen Open Vld en N-VA voor Groen dat 40% vrouwelijke verkozenen haalt. Afgezien van het aparte geval van UF dat slechts één verkozene telt, is Vlaams Belang de Nederlandstalige partij met het kleinste aandeel vrouwelijke verkozenen (36,4%), terwijl het aandeel vrouwelijke verkozenen voor alle partijen samen op 43,7% ligt. Tabel 38. Aantal en percentage Nederlandstalige vrouwelijke verkozenen, per partij en per instelling Partijen/Instellingen Kamer Vlaams Brussels Europees Totaal Parlement Parlement Parlement CD&V 6/18 15/27 (55,5%) 1/2 1/2 23/49 (46,9%) Groen 3/6 4/10 (40%) 1/3 0/1 8/20 (40%) N-VA 14/33 (42,4%) 17/43 (39,5%) 2/3 (66,7%) 1/4 (25%) 34/83 (41%) Open Vld 7/14 7/19 (36,8%) 2/5 (40%) 1/3 17/41 (41,5%) sp.a 7/13 (53,8%) 10/18 (55,5%) 1/3 1/1 (100%) 19/35 (54,2%) UF - 0/ /1 Vlaams Belang 2/3 (66,7%) 2/6 0/1 0/1 4/11 (36,4%) Totaal 105/240 (43,7%) Bij de Franstalige partijen is het globale aandeel vrouwelijke verkozenen duidelijk kleiner dan aan Nederlandstalige zijde (37,1%). Het aandeel vrouwelijke verkozenen is het grootst bij FDF (42,8%), op de voet gevolgd door Ecolo (42,1%). Bij MR, cdh en nog meer bij de PS, is het aandeel vrouwelijke verkozenen kleiner dan 40%, terwijl het aandeel vrouwen slechts 25% bedraagt bij de verkozenen van PTB-GO! Ter herinnering: de twee verkozenen van PP zijn mannen. 42

43 Tabel 39. Aantal en percentage Franstalige vrouwelijke verkozenen, per partij en per instelling Partijen/Instellingen Kamer Waals Brussels Europees Totaal Parlement Parlement Parlement cdh 4/9 (44,4%) 5/13 (38,5%) 3/9 0/1 12/32 (37,5%) Ecolo 2/6 1/4 (25%) 5/8 (62,5%) 0/1 8/19 (42,1%) FDF 1/2-5/12 (41,7%) - 6/14 (42,8%) MR 6/20 (30%) 11/25 (44%) 7/18 (38,9%) 1/3 25/66 (37,9%) PS 7/23 (30,4%) 13/30 (43,3%) 7/21 1/3 28/77 (36,4%) PP 0/1 0/ /2 PTB-GO! 0/2 0/2 2/4-2/8 (25%) Totaal 81/218 (37,1%) Bij de Duitstalige partijen, waar het aantal verkozenen een stuk lager ligt, bedraagt het aandeel vrouwelijke verkozenen 34,6%. Drie partijen (Pro DG, PFF en Vivant) hebben dan wel een aandeel vrouwelijke verkozenen van 50%, maar bij de twee grootste Duitstalige partijen, CSP en SP, bedraagt dit aandeel vrouwelijke verkozenen respectievelijk 33% en 25%. Tabel 40. Aantal en percentage Duitstalige vrouwelijke verkozenen, per partij en per instelling Partijen/Instellingen Totaal Partis/Assemblées Duitstalig Parlement Parlement germanophone Europees Parlement Parlement européen CSP 2/7 (28,6%) 0/1 2/8 (25%) Pro DG 1/2-1/2 PFF 2/4-2/4 SP 2/6-2/6 Ecolo 1/4 (25%) - 1/4 (25%) Vivant 1/2-1/2 Total 9/26 (34,6%) 43

44 2.10. Conclusies De aanwezigheid van vrouwen onder de verkozenen, parlementsleden en regeringsleden is anders geëvolueerd naargelang de verkiezingen. Op het niveau van de federale instellingen werd de pariteit bereikt in de Senaat, die voor het eerst volledig onrechtstreeks werd samengesteld op basis van de resultaten die de politieke partijen behaalden in de gemeenschaps- en gewestverkiezingen. De man-vrouwpariteit in de Senaat betekent een stijging met 9,2% ten opzichte van de verkiezingen van Die toename van het aandeel vrouwelijke senatoren is meer uitgesproken bij de Nederlandstalige partijen (+9,6%) dan aan Franstalige zijde (+8,7%), maar het percentage Franstalige vrouwelijke senatoren bereikt 52% tegenover 48,6% voor de Nederlandstaligen. In de Kamer is het aandeel vrouwelijke verkozenen en parlementsleden identiek gebleven ten opzichte van de verdeling na de verkiezingen van 2010 (59 vrouwen op 150 Kamerleden, of 39,3% vrouwen). Deze status quo is het resultaat van een verschillende evolutie bij de Nederlandstaligen en de Franstaligen. Tussen 2010 en 2014 is het aantal Nederlandstalige vrouwelijke verkozenen in de Kamer gestegen met twee eenheden, terwijl dit aantal met twee eenheden afnam aan Franstalige zijde. Dit verschil in het aandeel Nederlandstalige en Franstalige vrouwelijke verkozenen werd nog versterkt bij de effectieve samenstelling van de Kamer, waardoor het aantal Nederlandstalige vrouwelijke Kamerleden werd gebracht op 40 op 87 (46%) tegenover 19 Franstalige vrouwelijke Kamerleden op 63 zetels (30,2%). Op niveau van de gewesten en gemeenschappen is het percentage vrouwelijke verkozenen in het Vlaams Parlement gestegen met 3,3% en kwam zo op 44,4%; een hoog aandeel dat identiek is aan het aandeel Vlaamse vrouwelijke parlementsleden na de effectieve samenstelling van dit parlement. Op niveau van het Waals Parlement waar er 34,7% vrouwelijke verkozenen waren in 2009, is het aandeel vrouwelijke verkozenen gestegen met 5,3% en kwam zo tot 40%. Het percentage Waalse vrouwelijke parlementsleden is gestegen tot 42,7% na de effectieve samenstelling van dit parlement. Tegenover die versterking van de vrouwelijke aanwezigheid binnen het Vlaamse en het Waalse Parlement steekt de daling van het aantal vrouwelijke verkozenen en parlementsleden binnen het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nog meer af. In dit parlement is het aandeel vrouwelijke verkozenen afgenomen met 3,4% tot 41,2% en het aandeel vrouwelijke parlementsleden kwam na de aanwijzing van opvolgers op 40,4%. Het Brussels Parlement, dat traditioneel erg vervrouwelijkt was, is nu minder vrouwelijk dan het Vlaams Parlement en het Waals Parlement. Voor het Parlement van de Franse Gemeenschap, dat op indirecte wijze wordt samengesteld, zien we ook een versterking van de vrouwelijke aanwezigheid tegenover de voorgaande verkiezingen (+6,4%) met 43,6% vrouwelijke parlementsleden. Het percentage vrouwelijke verkozenen in het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, het kleinste parlement dat traditioneel ook het kleinste aandeel vrouwen kent, stijgt en komt tot 36% (+4% in vergelijking met 2009). Het percentage vrouwelijke parlementsleden is echter lager dan 2009 en bedraagt slechts 28% (-4%). Tot slot is de vrouwelijke aanwezigheid binnen de Belgische delegatie in het Europees Parlement in vergelijking met de verkiezingen van 2009 gedaald in termen van vrouwelijke verkozenen (-3,2%). Het feit dat de Belgische delegatie weinig vrouwen telt, wordt nog veel duidelijker bij de effectieve samenstelling, want slechts 23,8% van de Belgische Europarlementsleden zijn vrouwen. De aanwezigheid van vrouwen in de regeringen evolueert ook op verschillende manieren. De Vlaamse, Waalse en Duitstalige regering hebben identiek hetzelfde aandeel vrouwen behouden als hun voorgangers. Het aandeel vrouwen is groot gebleven op Vlaams niveau (44,4%) en bijzonder klein op Waals niveau (12,5%). Binnen de, kleinere, Duitstalige regering is het percentage vrouwen 25% gebleven. Het aandeel vrouwen is echter afgenomen binnen de federale regering (-9,4%) en de 44

45 regering van de Franse Gemeenschap (-14,2%), terwijl het duidelijk toegenomen is in de Brusselse regering die nu paritair is samengesteld. Tot slot stellen we wat de politieke partijen betreft vast, dat het aandeel vrouwelijke verkozenen in het algemeen hoger is binnen de Nederlandstalige partijen (43,7%) dan binnen de Franstalige partijen (37,1%). sp.a is de enige partij in België waar de meerderheid van de verkozenen vrouwen zijn (54,2%). Dat resultaat moet overigens naast de samenstelling van de kieslijsten door de partijen worden gelegd, want sp.a is de enige partij die een meerderheid van vrouwen op verkiesbare plaatsen heeft gezet en CD&V staat twee keer op de tweede plaats, zowel voor wat betreft de aanwezigheid van vrouwen op verkiesbare plaatsen als in termen van vrouwelijke verkozenen. De verkiesbare plaatsen mogen dan wel een goede indicator zijn voor de manier waarop partijen tegenover de aanwezigheid van vrouwen op hun lijsten staan, maar de verkiezingsuitslagen kunnen natuurlijk de verhouding tussen de aanwezigheid van vrouwelijke kandidaten op verkiesbare plaatsen en het aandeel vrouwelijke verkozenen beïnvloeden. Dat is bijvoorbeeld het geval voor cdh, dat van alle Franstalige partijen het grootste aandeel vrouwen op verkiesbare plaatsen had gezet (44,1%), maar waar de resultaten in Brussel en in het Europees Parlement zijn uitgedraaid op een kleiner aandeel vrouwelijke verkozenen (37,5%). Daartegenover zien we dat bij Ecolo, dat op alle niveaus een zware verkiezingsnederlaag leed, het percentage vrouwelijke verkozenen (42,1%) nagenoeg gelijk bleef aan dat van vrouwelijke kandidaten op verkiesbare plaatsen (42,5%). Aan Nederlandstalige zijde had N-VA het laagste percentage vrouwelijke kandidaten op verkiesbare plaatsen gezet (35,5%) maar door het (verwachte) verkiezingssucces en de verovering van een beduidend groter aantal zetels dan tijdens de vorige verkiezingen kwam de partij toch tot 41% vrouwelijke verkozenen. 45

46 TWEEDE DEEL: EVOLUTIE VAN DE VROUWELIJKE VERTEGENWOORDIGING IN DE INSTELLINGEN SINDS 1995 We herinneren eraan dat op federaal, regionaal, communautair en Europees niveau de verkiezingen van 1999 de eerste waren waarbij een quota gold voor de kieslijsten (maximum twee derde van de leden mogen van hetzelfde geslacht zijn). Na de herziening van de Grondwet en de goedkeuring van de pariteitswetten in 2002 werd vanaf de daaropvolgende verkiezingen de man-vrouwpariteit toegepast op de kieslijsten. Bij de federale verkiezingen van 2003 en bij de Europese, gewest- en gemeenschapsverkiezingen van 2004 beperkte een overgangsmaatregel de afwisseling tussen mannen en vrouwen tot de eerste drie plaatsen op de lijst. Anderzijds dienden, na de grondwetswijziging en de invoering van de bijzondere wet van 5 mei , de federale regering alsook de regeringen van gemeenschappen en gewesten vanaf de verkiezingen van 2003 en 2004 verplicht gemengd te zijn. In de context van de goedkeuring van wetten die de politieke partijen verplichten om een steeds grotere plaats toe te kennen aan vrouwen op hun kieslijsten, zullen we bekijken hoe die verplichting om gemengd te zijn de samenstelling van de regeringen heeft beïnvloed vanaf FEDERAAL NIVEAU 1.1. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Kamer sinds 1995 Wanneer we kijken naar de evolutie van het percentage vrouwelijke verkozenen in de Kamer sinds 1995, zien we twee keer een forse stijging van het aandeel vrouwelijke verkozenen, namelijk bij de verkiezingen van 1999 (+7,3%) en nog meer bij die van 2003 (+15,4%). Tussen 2003 en 2014 steeg dat aandeel nog slechts met 4,6%. De verkiezingen van 1999 waren de eerste waar quota (maximum twee derde van de leden van hetzelfde geslacht) werden toegepast op de kieslijsten. De verkiezingen van 2003 zijn niet alleen de eerste waarin de pariteit op de lijsten werd toegepast (de afwisseling mannen-vrouwen gold in die tijd alleen voor de eerste drie plaatsen), maar ze vielen ook samen met verschillende wijzigingen van de kieswet, waaronder de provincialisering van de kieskringen waardoor algemeen de kieskringen groter werden. Die wijziging, samen met de toepassing van de pariteit, heeft aanzienlijk bijgedragen tot een versterking van vrouwelijke aanwezigheid in de Kamer in De daaropvolgende toepassing van de afwisseling van mannen en vrouwen op de twee eerste plaatsen van de lijst heeft een eerder beperkt effect gehad in het kader van de grote kieskringen. Tabel 41. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in de Kamer ( ) /150 (12%) 29/150 (19,3%) 52/150 (34,7%) 55/150 (36,7%) 59/150 (39,3%) 59/150 (39,3%) Het zal geen verrassing zijn dat de evolutie van de effectieve samenstelling van de Kamer gelijke tred houdt met de evolutie van de vrouwelijke verkozenen. We kunnen echter wel opmerken dat in 1999 en in 2003 de effectieve samenstelling van de Kamer nog voordeliger was voor vrouwen dan de resultaten in termen van vrouwelijke verkozenen, en dat 2010 de enige verkiezingen waren waar het percentage vrouwelijke Kamerleden lager was dan het percentage vrouwelijke verkozenen. 35 Bijzondere wet van 5 mei 2003 op de gewaarborgde aanwezigheid van personen van verschillend geslacht in de Vlaamse Regering, de Franse Gemeenschapsregering, de Waalse Regering, de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en onder de Gewestelijke Staatssecretarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (B.S. van 12 juni 2003). Wet van 5 mei 2003 op de gewaarborgde aanwezigheid van personen van verschillend geslacht in de regering van de Duitstalige Gemeenschap (B.S. van 12 juni 2003). 46

47 Tabel 42. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke Kamerleden ( ) /150 (12%) 35/150 (23,3%) 53/150 (35,3%) 55/150 (36,7%) 57/150 (38%) 59/150 (39,3%) Grafiek 1. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Kamer ( ) 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Verkiezingen 1.2. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Senaat sinds 1995 Tabel 43. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke senatoren ( ) /71 (23,9%) 20/71 (28,2%) 22/71 (31%) 29/71 (40,8%) 29/71 (40,8%) 30/60 In 1995 bedroeg het percentage vrouwelijke senatoren bijna 24%, wat van de Senaat een meer vervrouwelijkte instelling maakte. Samengesteld uit een deel rechtstreeks verkozenen, een deel senatoren aangeduid door de gefedereerde entiteiten en een deel gecoöpteerde senatoren, valt die sterke aanwezigheid van vrouwen in de Senaat te verklaren door de hervormingen die de instelling onderging in 1993: vermindering van het aantal mandaten, vergroting van de kieskringen en een relatief verlies van macht. Omwille van de bijzondere samenstelling van de Senaat hebben de eerste quota in 1999 en de pariteit in 2003 hier niet dezelfde duidelijke impact gehad als in de Kamer. Bij de verkiezingen van 2007 is het aandeel vrouwelijke senatoren het meest toegenomen (+9,8%) en werd de drempel van 40% vrouwelijke senatoren overschreden. In 2014, na de laatste staatshervorming en door de volledig onrechtstreekse samenstelling van de Senaat, bereikte het aandeel vrouwelijke senatoren het symbolische peil van 50% vrouwen, of een stijging met 9,2%. De paritaire samenstelling van de Senaat viel net als in 1995 samen met een nieuw verlies aan macht voor de instelling. 47

48 Grafiek 2. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Senaat ( ) 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Verkiezingen 1.3. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de federale regering sinds 1995 Ook al was de wet Smet-Tobback, die een eerste quota oplegde van maximum twee derde personen van hetzelfde geslacht op de kieslijst en waar de politiek mee bewees dat ze belang stelde in de participatie van vrouwen in de besluitvorming, net aangenomen, toch telde de federale regering in 1995 slechts twee vrouwen (11,8%). In 1999, na de toepassing van de eerste quota op de kieslijsten maar zonder enige verplichting voor wat betreft de samenstelling van de regeringen, steeg het aandeel vrouwen in de federale regering tot 19%. In 2003, in een context van een recente grondwetswijziging die de man-vrouw-gelijkheid invoerde en de regeringen verplichtte om gemengd te zijn en van nieuwe wetten die de kieslijsten verplicht gemengd maakten, steeg dat aandeel tot 33,3%, dat wil zeggen het hoogste percentage tot op vandaag. De aanwezigheid van vrouwen in de federale regering bleef immers min of meer gelijk op bijna 30% na de verkiezingen van 2007 en van 2010, en daalde vervolgens fors bij de samenstelling van de laatste regering, tot net boven de 20%. Tabel 44. Evolutie van het aantal en percentage vrouwen in de federale regering ( ) /17 (11,8%) 4/21 (19%) 7/21 7/22 (31,8%) 36 6/19 (31,6%) 4/18 (22,2%) 36 Sinds de verkiezingen van 2007 heeft ons land (4) verschillende federale regeringen gekend. De cijfers in de tabellen gaan over de regering Leterme 1. De aanwezigheid van vrouwen in de andere regeringen die werden gevormd in deze periode van instabiliteit schommelt tussen de 21% en 27%. 48

49 Grafiek 3. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de federale regering ( ) 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Verkiezingen 49

50 2. NIVEAU VAN DE GEWESTEN EN GEMEENSCHAPPEN 2.1. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Vlaams Parlement sinds 1995 In 1999 werden voor het eerst quota toegepast op de kieslijsten, maar dit heeft niet geleid tot een duidelijke versterking van de vrouwelijke aanwezigheid in het Vlaams Parlement (+1,7%). De toepassing van de pariteit op de lijsten in 2004 had dan weer een belangrijke impact op het percentage vrouwelijke verkozenen, dat van 19,5% naar 32,3% ging, dit is een stijging met 12,8%. Die grote impact van de invoering van de pariteit op de kieslijsten voor het Vlaams Parlement houdt verband met de grote omvang van de kieskringen. Die stijging zette zich door bij de verkiezingen van 2009 toen het aandeel vrouwelijke verkozenen nog steeg met 8,8% en zo duidelijk boven de drempel van 40% vrouwelijke verkozenen kwam. De vervrouwelijking van het Vlaams Parlement werd opnieuw bevestigd in Tabel 45. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Vlaams Parlement ( ) /118 (17,8%) 23/118 (19,5%) 40/124 (32,3%) 51/124 (41,1%) 55/124 (44,4%) Voor wat de effectieve samenstelling van het Vlaams Parlement betreft, stellen we vast dat, behalve in 1999, het aandeel vrouwelijke parlementsleden lager is (1995, 2004, 2009) of gelijk is (2014) aan het aantal vrouwelijke verkozenen. Tabel 46. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke parlementsleden in het Vlaams Parlement ( ) /124 (16,9%) 25/124 (20,2%) 37/124 (29,8%) 49/124 (39,5%) 55/124 (44,4%) Grafiek 4. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Vlaams Parlement ( ) 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Verkiezingen 50

51 2.2. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Vlaamse regering sinds 1995 In 1995 telde de Vlaamse regering al vrij veel vrouwen (22%) en die aanwezigheid is versterkt en steeg tot 33% na de verkiezingen van 1999 toen voor het eerst quota op de kieslijsten werden toegepast. Zelfs als de toepassing van de pariteit op de lijsten en de invoering van de verplichting voor regeringen om gemengd te zijn in 2004 geen sneeuwbaleffect had op de aanwezigheid van vrouwen in de Vlaamse regering, toch werd die aanwezigheid in 2009 nog versterkt en vervolgens op een hoog niveau geconsolideerd in Vanaf 2009 zijn meer dan 44% van de ministers van de Vlaamse regering immers vrouwen. We kunnen dus vaststellen dat de versterking van de vrouwelijke aanwezigheid in de Vlaamse regering overeenstemt met hun toegenomen aandeel in het Vlaams Parlement. Tabel 47. Evolutie van het aantal en percentage vrouwen in de Vlaamse regering ( ) /9 (22,2%) 3/9 3/10 (30%) 4/9 (44,4%) 4/9 (44,4%) Grafiek 5. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Vlaamse regering ( ) 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Verkiezingen 2.3. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Waals Parlement sinds 1995 De vrouwelijke vertegenwoordiging bij de Waalse verkozenen en parlementsleden was bijzonder laag in Dat is zo gebleven in 1999 na de toepassing van de eerste quota, en zelfs in 2004 ondanks de invoering van de pariteit op de kieslijsten. Tussen 1995 en 2004 is het percentage vrouwelijke verkozenen slechts met 10,7% gestegen en bedroeg het nog geen 20%. Pas in 2009 steeg het percentage vrouwelijke verkozenen fors (+16%) en overschreed de drempel van een derde van de Waalse verkozenen (34,7%). Die stijging is in grote mate te verklaren doordat voor het eerst de afwisseling tussen mannen en vrouwen op de eerste twee plaatsen van de kieslijst werd toegepast, een maatregel die bijzonder belangrijk was in het kader van verkiezingen georganiseerd op basis van kleine kieskringen. Het positieve effect van de man-vrouw afwisseling op de eerste twee plaatsen 51

52 zette zich door bij de verkiezingen van 2014 toen het percentage vrouwelijke verkozenen voor het eerst 40% bereikte. Tabel 48. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke verkozenen in het Waals Parlement ( ) /75 (8%) 8/75 (10,7%) 14/75 (18,7%) 26/75 (34,7%) 30/75 (40%) Merk op dat, met uitzondering van 1999, de effectieve samenstelling van het Waals Parlement steeds heeft geleid tot een aandeel vrouwelijke parlementsleden dat groter was dan het aandeel vrouwelijke verkozenen. Dat verschijnsel deed zich opnieuw voor in 2014 toen het percentage Waalse vrouwelijke parlementsleden in de buurt kwam van 43%. Tabel 49. Evolutie van het aantal en percentage vrouwelijke parlementsleden in het Waals Parlement ( ) /75 (12%) 8/75 (10,7%) 16/75 (21,3%) 27/75 (36%) 32/75 (42,7%) Grafiek 6. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in het Waals Parlement ( ) 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Verkiezingen 2.4. Evolutie van de vrouwelijke vertegenwoordiging in de Waalse regering sinds 1995 De regeringen die werden geïnstalleerd na de verkiezingen van 1995 en 1999 werden gekenmerkt door het feit dat er geen enkele vrouw in zetelde. In 2004 werden de regeringen verplicht om gemengd te zijn en was er duidelijk de invloed van de pariteit op de kieslijsten, zodat de Waalse regering vrouwelijker werd en drie vrouwen onder de negen regeringsleden telde (33%). Sindsdien hebben de Waalse regeringen die werden geïnstalleerd na de verkiezingen van 2009 en 2014 zich tevredengesteld met de naleving van de verplichting om gemengd te zijn en telden die regeringen slechts één vrouw. In tegenstelling tot wat we vaststellen op niveau van het Vlaams Parlement, heeft de duidelijke versterking van de vrouwelijke aanwezigheid binnen het Waals Parlement bij de 52

De verkiezing van de Belgische Europarlementsleden

De verkiezing van de Belgische Europarlementsleden De verkiezing van de Belgische Europarlementsleden Wouter Wolfs en Steven Van Hecke www.kuleuven.be/verkiezingen2014 KU Leuven Instituut voor de Overheid 18 juli 2014 Op 25 mei trokken de Belgen naar de

Nadere informatie

De vernieuwing van de Senaat bij de samenvallende verkiezingen van 25 mei 2014

De vernieuwing van de Senaat bij de samenvallende verkiezingen van 25 mei 2014 De vernieuwing van de Senaat bij de samenvallende verkiezingen van 25 mei 2014 1. Samenstelling van de Senaat De Senaat telt 60 leden: 50 deelstaatsenatoren en 10 gecoöpteerde senatoren. De deelstaatsenatoren

Nadere informatie

Hoeveel mogen de partijen in totaal uitgeven voor de komende verkiezingscampagne?

Hoeveel mogen de partijen in totaal uitgeven voor de komende verkiezingscampagne? Hoeveel mogen de partijen in totaal uitgeven voor de komende verkiezingscampagne? Bart Maddens & Jef Smulders KU Leuven Instituut voor de Overheid Faculteit Sociale Wetenschappen Tel: 0032 16 32 32 70

Nadere informatie

De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat. Jef Smulders & Bart Maddens

De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat. Jef Smulders & Bart Maddens De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat Jef Smulders & Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid Faculteit Sociale Wetenschappen Tel: 0032 16 32 32 70 Parkstraat

Nadere informatie

De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat. Jef Smulders & Bart Maddens

De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat. Jef Smulders & Bart Maddens De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat Jef Smulders & Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid Faculteit Sociale Wetenschappen Tel: 0032 16 32 32 70 Parkstraat

Nadere informatie

Het profiel van de kandidaten voor de Europese verkiezingen ( )

Het profiel van de kandidaten voor de Europese verkiezingen ( ) 1 Het profiel van de kandidaten voor de Europese verkiezingen (2004-2014) Wouter Wolfs, Jef Smulders, Stef Commers en Steven Van Hecke www.kuleuven.be/verkiezingen2014 KU Leuven Instituut voor de Overheid

Nadere informatie

de nieuwe 2 0 1 5 SENAAT

de nieuwe 2 0 1 5 SENAAT 2015 de nieuwe SENAAT 2 De Senaat is hervormd. De zesde staatshervorming is een nieuwe stap in de federalisering van België. De gevolgen voor de Senaat zijn ingrijpend. Ontdek in deze folder de nieuwe

Nadere informatie

Verkiezingen 2014 Kieskring Brussel- Hoofdstad

Verkiezingen 2014 Kieskring Brussel- Hoofdstad Verkiezingen 2014 Kieskring Brussel- Hoofdstad Inleiding Op 25 mei 2014 kon het Brusselse kiezerskorps mee de nieuwe samenstelling bepalen van het Brusselse, het federale en het Europese parlement en desgewenst

Nadere informatie

De geografische spreiding van de kandidaten voor de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens

De geografische spreiding van de kandidaten voor de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens De geografische spreiding van de kandidaten voor de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met 2014 Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid 1 mei 2014 Belangrijkste resultaten

Nadere informatie

De politieke deelname van de vrouwen na de verkiezingen van 18 mei 2003

De politieke deelname van de vrouwen na de verkiezingen van 18 mei 2003 De politieke deelname van de vrouwen na de verkiezingen van 18 mei 2003 Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen Inhoudstafel 1. Inleiding 4 Context 4 De hoofdkenmerken van het Belgisch kiesstelsel

Nadere informatie

Het profiel van de kandidaten op de lijsten voor de Vlaamse, Europese en Brusselse verkiezingen van 7 juni 2009

Het profiel van de kandidaten op de lijsten voor de Vlaamse, Europese en Brusselse verkiezingen van 7 juni 2009 Het profiel van de kandidaten op de lijsten voor de Vlaamse, Europese en Brusselse verkiezingen van 7 juni 2009 Gert-Jan Put, Bart Maddens, Ine Vanlangenakker en Karolien Weekers Centrum voor Politicologie,

Nadere informatie

Een aantal simulaties op basis van de Vlaamse, Brusselse en Europese verkiezingen van 13 juni 2004

Een aantal simulaties op basis van de Vlaamse, Brusselse en Europese verkiezingen van 13 juni 2004 Een aantal simulaties op basis van de Vlaamse, Brusselse en Europese verkiezingen van 13 juni 2004 Jo Noppe Afdeling Politologie K.U.Leuven http://www.kuleuven.ac.be/politologie/ Op basis van de verkiezingsuitslag

Nadere informatie

Een analyse van het profiel van de Vlaamse verkozenen bij de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens

Een analyse van het profiel van de Vlaamse verkozenen bij de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens Een analyse van het profiel van de Vlaamse verkozenen bij de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met 2014 Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid 26 mei 2014 Inleiding

Nadere informatie

Eindelijk... de regering!

Eindelijk... de regering! Hugo Vanderstraeten Wereldrecord! Eindelijk! Na 1 jaar en 176 dagen heeft ons land een nieuwe federale regering met Elio Di Rupo als eerste minister. Hij wordt de eerste Franstalige premier sinds 1970.

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie

De financiële gevolgen van de verkiezingsuitslag van 25 mei 2014 voor de Vlaamse politieke partijen. Jef Smulders en Bart Maddens

De financiële gevolgen van de verkiezingsuitslag van 25 mei 2014 voor de Vlaamse politieke partijen. Jef Smulders en Bart Maddens De financiële gevolgen van de verkiezingsuitslag van 25 mei 2014 voor de Vlaamse politieke partijen Jef Smulders en Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid 26 mei 2014 Inleiding en belangrijkste

Nadere informatie

LIJST VAN HET VERKIEZINGSDRUKWERK VOOR DE BELGISCHE SENAAT EN KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS Laatst gewijzigd op 27 september 2014

LIJST VAN HET VERKIEZINGSDRUKWERK VOOR DE BELGISCHE SENAAT EN KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS Laatst gewijzigd op 27 september 2014 PROVINCIALE BIBLIOTHEEK LIMBURG HIPLimburg LIJST VAN HET VERKIEZINGSDRUKWERK VOOR DE BELGISCHE SENAAT EN KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS Laatst gewijzigd op 27 september 2014 VERKIEZINGEN SENAAT EN KAMER

Nadere informatie

De financiële gevolgen van de verkiezingsuitslag van 25 mei 2014 voor de Vlaamse politieke partijen. Jef Smulders en Bart Maddens

De financiële gevolgen van de verkiezingsuitslag van 25 mei 2014 voor de Vlaamse politieke partijen. Jef Smulders en Bart Maddens De financiële gevolgen van de verkiezingsuitslag van 25 mei 2014 voor de Vlaamse politieke partijen Jef Smulders en Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid 25 juni 2014 Geactualiseerde versie

Nadere informatie

Een vergelijkende analyse van het profiel van de kandidaten voor de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met 2014

Een vergelijkende analyse van het profiel van de kandidaten voor de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met 2014 Een vergelijkende analyse van het profiel van de kandidaten voor de Kamerverkiezingen van 1987 tot en met 214 Jef Smulders, Gert-Jan Put en Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid 7 mei 214 Inleiding

Nadere informatie

40 jaar Vlaams parlement

40 jaar Vlaams parlement Hugo Vanderstraeten 40 kaarsjes eenheidsstaat of een unitaire staat: één land met één parlement en één regering. De wetten van dat parlement golden voor alle Belgen. In de loop van de 20ste eeuw hadden

Nadere informatie

ADVIES NR. 106 VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN OVER DE GEVOLGEN VAN DE NIEUWE DECRETALE REGELGEVINGEN BIJ DE GEMEENTE- EN

ADVIES NR. 106 VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN OVER DE GEVOLGEN VAN DE NIEUWE DECRETALE REGELGEVINGEN BIJ DE GEMEENTE- EN ADVIES NR. 106 VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN OVER DE GEVOLGEN VAN DE NIEUWE DECRETALE REGELGEVINGEN BIJ DE GEMEENTE- EN PROVINCIERAADSVERKIEZINGEN. ADVIES NR. 106 VAN DE RAAD

Nadere informatie

De impact van party magnitude op het aantal vrouwelijke verkozenen. Gender quota in België kritisch bekeken 1

De impact van party magnitude op het aantal vrouwelijke verkozenen. Gender quota in België kritisch bekeken 1 1 De impact van party magnitude op het aantal vrouwelijke verkozenen. Gender quota in België kritisch bekeken 1 Abstract The impact of party magnitude on the election of women candidates: a critical analysis

Nadere informatie

Vlaamse Partijen 30 % 20 % 10 % 0 % Filip van Laenen

Vlaamse Partijen 30 % 20 % 10 % 0 % Filip van Laenen Vlaamse Partijen 30 % 20 % 10 % 0 % 2004-01-01 2005-01-01 2006-01-01 2007-01-01 2008-01-01 2009-01-01 2010-01-01 Vlaamse Partijen, 12 26% 26 % 24 % 22 % 20 % 18 % 16 % 14 % 12 % 2007-01-01 2008-01-01 2009-01-01

Nadere informatie

De federale wetgevende verkiezingen van 13 juni 2010 in cijfers

De federale wetgevende verkiezingen van 13 juni 2010 in cijfers De federale wetgevende verkiezingen van 13 juni 2010 in cijfers A. Kiezers 1. Aantal kiezers (die in België verblijven) op de kiezerslijsten op 7 mei 2010 Belgische kiezers die in België verblijven: 7.726.632

Nadere informatie

Verkiezingen 2010! Wat is BHV? Vervroegde verkiezingen op 13 juni 2010. Auteur: Hugo Vanderstraeten. minderheid in de rand rond Brussel.

Verkiezingen 2010! Wat is BHV? Vervroegde verkiezingen op 13 juni 2010. Auteur: Hugo Vanderstraeten. minderheid in de rand rond Brussel. Auteur: Hugo Vanderstraeten Vervroegde verkiezingen op 13 juni 2010 Op maandag 26 april 2010 bood premier Yves Leterme het ontslag van de federale regering aan aan Koning Albert II. De regering viel over

Nadere informatie

Gewesten en gemeenschappen

Gewesten en gemeenschappen Staten en kiesstelsels België België is, anders dan Nederland, een federatie. Juist ook omdat België een land is met verschillende taalgebieden, is de structuur van deze staat veel ingewikkelder dan die

Nadere informatie

Het gebruik van de voorkeurstem bij de federale parlementsverkiezingen van 13 juni 2010

Het gebruik van de voorkeurstem bij de federale parlementsverkiezingen van 13 juni 2010 Onderzoeksnota Het gebruik van de voorkeurstem bij de federale parlementsverkiezingen van 13 juni 2010 Bram Wauters Hogeschool Gent Bram.wauters@hogent.be 0484 / 403 338 Belangrijkste conclusies: - De

Nadere informatie

De inflatie zakte in juni nog tot 1,5 punten. De daaropvolgende maanden steeg de inflatie tot 2,0 in augustus (Bron: NBB).

De inflatie zakte in juni nog tot 1,5 punten. De daaropvolgende maanden steeg de inflatie tot 2,0 in augustus (Bron: NBB). NOTARISBAROMETER VASTGOED WWW.NOTARIS.BE T3 2017 Barometer 34 MACRO-ECONOMISCH Het consumentenvertrouwen trekt sinds juli terug aan, de indicator stijgt van -2 in juni naar 2 in juli en bereikte hiermee

Nadere informatie

(licht aangepaste versie, september 2003)

(licht aangepaste versie, september 2003) Simulatie zetelverdeling voor het Vlaams Parlement op basis van de uitslagen van 18 mei 2003 en Een korte analyse van het effect van de kiesdrempel voor de Kamer (licht aangepaste versie, september 2003)

Nadere informatie

De Directie Verkiezingen

De Directie Verkiezingen G De Directie Verkiezingen G.1. Inleiding 54 2004 ACTIVITEITENRAPPORT De Directie Verkiezingen waakt over de uitvoering van de wetgeving en de reglementering betreffende de Europese, de nationale en de

Nadere informatie

Het gebruik van de voorkeurstem bij de parlementsverkiezingen van 25 mei 2014

Het gebruik van de voorkeurstem bij de parlementsverkiezingen van 25 mei 2014 Onderzoeksnota Het gebruik van de voorkeurstem bij de parlementsverkiezingen van 25 mei 2014 Bram Wauters Bram.wauters@ugent.be Johannes Rodenbach Johannes.rodenbach@ugent.be www.gaspar.ugent.be Belangrijkste

Nadere informatie

Akkoord BHV. De kieskring BHV wordt gesplitst in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een kieskring Vlaams Brabant (Halle- Vilvoorde + Leuven).

Akkoord BHV. De kieskring BHV wordt gesplitst in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een kieskring Vlaams Brabant (Halle- Vilvoorde + Leuven). Akkoord BHV Wat staat er in het akkoord? In grote lijnen: 1) BHV wordt zuiver gesplitst De kieskring BHV wordt gesplitst in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een kieskring Vlaams Brabant (Halle- Vilvoorde

Nadere informatie

Welke kandidaten zullen het meest voorkeurstemmen halen?

Welke kandidaten zullen het meest voorkeurstemmen halen? Welke kandidaten zullen het meest voorkeurstemmen halen? Bart Maddens, Gert-Jan Put en Ine Vanlangenakker Centrum voor Politicologie K.U.Leuven Mei 2010 Op basis van een databestand van 4.481 kandidaatstellingen

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA Nederlandstalig onderwijs Brussel Capaciteit

Nadere informatie

Vrouwen in. de Provinciale Staten. Onderzoeksrapport

Vrouwen in. de Provinciale Staten. Onderzoeksrapport Vrouwen in de Provinciale Staten Onderzoeksrapport April 2015 Hoeveel vrouwen zijn er in maart 2015 in de Provinciale Staten gekozen? Op 18 maart waren er in Nederland verkiezingen voor de Provinciale

Nadere informatie

Splitsing kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in Vraag en Antwoord

Splitsing kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in Vraag en Antwoord Splitsing kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in Vraag en Antwoord Inleiding Een zuivere splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde De splitsing van de kieskring BHV is ruim 50 jaar de eis van de

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief SEPTEMBER 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

VERKIEZING VAN HET VLAAMS PARLEMENT VAN 25 MEI 2014

VERKIEZING VAN HET VLAAMS PARLEMENT VAN 25 MEI 2014 1/6 FORMULIER D/1 Kieskring... Kieskringhoofdbureau B VERKIEZING VAN HET VLAAMS PARLEMENT VAN 25 MEI 2014 B E R I C H T 2/6 De voorzitter van het kieskringhoofdbureau B........ brengt ter kennis van de

Nadere informatie

Het profiel van de kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober in de 13 Vlaamse centrumsteden.

Het profiel van de kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober in de 13 Vlaamse centrumsteden. Het profiel van de kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006 in de 13 Vlaamse centrumsteden. Jo Noppe, Stefaan Fiers, Bart Maddens en Karolien Weekers Centrum voor Politicologie, K.U.Leuven

Nadere informatie

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid

Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen

Nadere informatie

Toekomstverwachtingen van jongvolwassenen

Toekomstverwachtingen van jongvolwassenen Toekomstverwachtingen van jongvolwassenen Onderzoek in samenwerking met de Stichting P&V Rapport 5 Hoeveel Belgen willen splitsen en welke toekomst zien ze voor België? MARK ELCHARDUS & PETRUS TE BRAAK

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief APRIL 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Origine: personen van Noord-Afrikaanse of Turkse origine die zich als gelovig omschrijven en zich het meest verwant voelen met de Islam

Origine: personen van Noord-Afrikaanse of Turkse origine die zich als gelovig omschrijven en zich het meest verwant voelen met de Islam Toelichting Dit rapport geeft een overzicht van de onderzoeksresultaten van de Islamenquête editie 2016, in opdracht van HUMO en VTM Nieuws uitgevoerd door ivox Voor dit onderzoek werden 500 respondenten

Nadere informatie

De kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde

De kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde 105 De kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde I.A. VAN DEN DRIESSCHE* 1. Inleiding Het is bekend: de Belgische federale verkiezingen die op 13 juni 2010 plaatsvonden hebben geleid tot een ongekend lange periode

Nadere informatie

ingediend door mevrouw Veerle Wouters en de heer Hendrik Vuye

ingediend door mevrouw Veerle Wouters en de heer Hendrik Vuye Voorstel tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de financiering en de open boekhouding van

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JANUARI 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Een federale kieskring: alweer een stap vooruit

Een federale kieskring: alweer een stap vooruit OPINIE Een federale kieskring: alweer een stap vooruit In een ingezonden bijdrage tonen Kris Deschouwer en Philippe Van Parijs, woordvoerders van de Paviagroep, zich verheugd over het voornemen de federale

Nadere informatie

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011 Onderzoek Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011 Het Huis voor democratie en rechtsstaat heeft na de verkiezingen van 2 maart 2011 de diversiteit in de nieuwe Provinciale

Nadere informatie

EVOLUTIE VAN DE MARKT

EVOLUTIE VAN DE MARKT Notarisbarometer VASTGOED www.notaris.be 2016 Barometer 31 VASTGOEDACTIVITEIT IN 106,4 106,8 101,7 103,4 105,9 102,8 98,9 101,4 99,2 105,0 105,3 104,7 115,4 112,1 111,8 118,0 116,1 127,0 124,7 127,9 115,8

Nadere informatie

Onderzoek. Diversiteit in de Tweede Kamer 2012

Onderzoek. Diversiteit in de Tweede Kamer 2012 Onderzoek Diversiteit in de Tweede Kamer 2012 Nederland heeft een stelsel met evenredige vertegenwoordiging. Op 12 september 2012 waren er vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal:

Nadere informatie

GEAUTOMATISEERDE STEMMING VOORSTELLING VAN DE SCHERMEN.

GEAUTOMATISEERDE STEMMING VOORSTELLING VAN DE SCHERMEN. GEAUTOMATISEERDE STEMMING VOORSTELLING VAN DE SCHERMEN. 1. Algemene procedure. a. Inleiding. De stemprocedure wordt op gedetailleerde wijze beschreven in artikel 7 van de wet van 11 april 1994 houdende

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JANUARI 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

De CVO s (centra voor volwassenenonderwijs) organiseren opleidingen voor volwassenen.

De CVO s (centra voor volwassenenonderwijs) organiseren opleidingen voor volwassenen. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 323 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 21 februari 2017 aan HILDE CREVITS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS Centra voor volwassenenonderwijs

Nadere informatie

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken.

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken. NOTARISBAROMETER VASTGOED WWW.NOTARIS.BE T1 2017 Barometer 32 VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË De index van de vastgoedactiviteit klimt in het 1 ste trimester van 2017 naar een nieuw record: 128,36 punten.

Nadere informatie

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen De impact van de economische crisis in West Limburg Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen MEI 2009 1. Werkloosheid 1.1 Niet werkende werkzoekenden Een eerste indicator die de economische

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN --- SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR --- BERICHT --- COMMUNIQUE ---

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN --- SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR --- BERICHT --- COMMUNIQUE --- SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN COMMUNIQUE BERICHT avril 00. - Dépenses électorales. Elections des Conseils de Région et de Communauté du juin 00. (Moniteur

Nadere informatie

GEAUTOMATISEERDE STEMMING VOORSTELLING VAN DE SCHERMEN.

GEAUTOMATISEERDE STEMMING VOORSTELLING VAN DE SCHERMEN. GEAUTOMATISEERDE STEMMING VOORSTELLING VAN DE SCHERMEN 1 Algemene procedure a Inleiding De stemprocedure wordt op gedetailleerde wijze beschreven in artikel 7 tot 8bis van de wet van 11 april 1994 houdende

Nadere informatie

Profiel van de UVW-WZ: vergelijking 2004/ 2013

Profiel van de UVW-WZ: vergelijking 2004/ 2013 Profiel van de UVW-WZ: vergelijking 24/ 213 Dienst Studies Studies@rva.be Inhoudstafel: 1 INLEIDING 1 2 METHODOLOGIE 1 3 PROFIEL VAN DE UVW-WZ IN 24 EN IN 213 VOLGENS HET GEWEST 2 3.1 De -5-jarigen die

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013

PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013 PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013 De Belgische arbeidsmarkt in 2012 Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten Hoeveel personen verrichten betaalde arbeid? Hoeveel mensen zijn werkloos? Hoeveel inactieve

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015 PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015 Positieve arbeidsmarktevoluties in het derde kwartaal van 2015 De werkgelegenheidsgraad bij de 20- tot 64-jarigen bedroeg in het derde kwartaal van 2015 67,4% en steeg

Nadere informatie

De werkloosheid op haar hoogste peil sinds het begin van de crisis

De werkloosheid op haar hoogste peil sinds het begin van de crisis Oktober 2009 De werkloosheid op haar hoogste peil sinds het begin van de crisis De werkloosheid: moet het ergste nog komen? De uitzendarbeid en het aantal openstaande betrekkingen lopen weer terug Het

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief OKTOBER 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Vlaamse politica s in cijfers.

Vlaamse politica s in cijfers. Vlaamse politica s in cijfers. De RoSa-factsheets maken u wegwijs in het gelijke kansenlandschap in Vlaanderen. Telkens wordt er op een bepaald terrein nagegaan wat de situatie is. Zowel bredere thema

Nadere informatie

VERKIEZING VAN HET EUROPESE PARLEMENT VAN 25 MEI 2014 B E R I C H T

VERKIEZING VAN HET EUROPESE PARLEMENT VAN 25 MEI 2014 B E R I C H T 1/5 FORMULIER C/6 Nederlandse Kiescollege Collegehoofdbureau VERKIEZING VAN HET EUROPESE PARLEMENT VAN 25 MEI 2014 B E R I C H T --------------- 2/5 De voorzitter van het Collegehoofdbureau C te Mechelen

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief SEPTEMBER 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013

PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013 PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013 Licht herstel van de arbeidsmarkt? Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2013 67,5% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage stijgt met 0,8 procentpunten

Nadere informatie

PAV [VERKIEZINGEN 2014]

PAV [VERKIEZINGEN 2014] PAV [VERKIEZINGEN 2014] INLEIDING Als je 18 jaar bent, moet je in ons land voor het eerst gaan stemmen. Dat brengt vaak vragen met zich mee. Op wie moet ik stemmen? Hoe zit ons land precies in elkaar?

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs R A P P O RT Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs december 2009 Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan

Nadere informatie

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België 2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België Martine Corijn D/2011/3241/020 Inleiding Het dalende aantal huwelijken en het stijgende aantal echtscheidingen maakt dat langdurende huwelijken soms minder

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Hoog aantal vastgoedtransacties in het afgelopen trimester. De vastgoedmarkt herpakt zich na een relatief rustige maand maart

Hoog aantal vastgoedtransacties in het afgelopen trimester. De vastgoedmarkt herpakt zich na een relatief rustige maand maart I. Vastgoedactiviteit in België Hoog aantal vastgoedtransacties in het afgelopen trimester De vastgoedmarkt herpakt zich na een relatief rustige maand maart In het 2de trimester van 2013 waren er in ons

Nadere informatie

Lexicon ABC Verkiezingen - Versie 22/02/2010

Lexicon ABC Verkiezingen - Versie 22/02/2010 Lexicon ABC Verkiezingen - Versie 22/02/2010 A - Apparentering Systeem van zetelverdeling bij een verkiezing volgens hetwelk de kandidatenlijsten de stemmen die zij in de verschillende kieskringen van

Nadere informatie

Inhoud Inhoud I. Grondwet en (quasi-)constitutionele teksten II. Federale instellingen III. Gemeenschappen en Gewesten 167

Inhoud Inhoud I. Grondwet en (quasi-)constitutionele teksten II. Federale instellingen III. Gemeenschappen en Gewesten 167 Inhoud InhoudhoudPagina I. Grondwet en (quasi-)constitutionele teksten 13 1. Gecoördineerde grondwet 17 februari 1994 met concordantietabel 15 2. Besl. Voorlopig Bewind 16 oktober 1830 vrijheid van drukpers,

Nadere informatie

Veranderen quota het gedrag van partijen?

Veranderen quota het gedrag van partijen? Bram Wauters, Bart Maddens & Gert-Jan Put 1. Inleiding Bram Wauters is als docent verbonden aan de onderzoeksgroep GASPAR (Ghent Association for the Study of Parties and Representation) van de UGent. Zijn

Nadere informatie

De evolutie van het ledenaantal van de politieke partijen in Vlaanderen,

De evolutie van het ledenaantal van de politieke partijen in Vlaanderen, Marc Hooghe Joris Boonen De evolutie van het ledenaantal van de politieke partijen in Vlaanderen, 1970-2014 Centrum voor Politicologie KU Leuven 30.10.2014 Open VLD telt volgens de meest recente cijfers

Nadere informatie

INHOUD POLITIEK ZAKBOEKJE STRUCTUREN 9

INHOUD POLITIEK ZAKBOEKJE STRUCTUREN 9 DEEL 1 DE FEDERALE INSTELLINGEN 25 1. De machten 25 2. De wetgevende machten 26 3. De federale wetgevende macht 29 3.1. De beide Kamers: algemeen kader 29 Taalgroepen 29 Stemmingen 30 Openbaarheid 30 Alarmbelprocedure

Nadere informatie

DIVERSITEIT OP DE KIESLIJSTEN VERKIEZINGEN 2014

DIVERSITEIT OP DE KIESLIJSTEN VERKIEZINGEN 2014 Publicatie Minderhedenforum 16 mei 2014 DIVERSITEIT OP DE KIESLIJSTEN VERKIEZINGEN 2014 Auteurs Catelijne Devriendt Naima Charkaoui V.U. Hüseyin Aydinli Inhoud 1. Diversiteit op de kieslijsten 2014: trends

Nadere informatie

Het profiel van de gekozenen bij de federale verkiezingen van 10 juni

Het profiel van de gekozenen bij de federale verkiezingen van 10 juni Het profiel van de gekozenen bij de federale verkiezingen van 10 juni 2007 1 I. Vanlangenakker, K. Weekers, B. Maddens en S. Fiers Centrum voor Politicologie, K.U.Leuven http://www.kuleuven.ac.be/politicologie

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JULI 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

SUBSIDIARITEIT. Gelet op artikel 92bis, 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ;

SUBSIDIARITEIT. Gelet op artikel 92bis, 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ; SUBSIDIARITEIT Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de uitoefening van

Nadere informatie

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 thema reeks Oktober 2014 Het agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen verzamelt via de rapporteringstool Bios2 al geruime tijd

Nadere informatie

OPINIEONDERZOEK VLAANDEREN: ACTUELE MAATSCHAPPELIJKE THEMA S OKTOBER 2013 TECHNISCH-STATISTISCH RAPPORT

OPINIEONDERZOEK VLAANDEREN: ACTUELE MAATSCHAPPELIJKE THEMA S OKTOBER 2013 TECHNISCH-STATISTISCH RAPPORT OPINIEONDERZOEK VLAANDEREN: ACTUELE MAATSCHAPPELIJKE THEMA S OKTOBER 2013 TECHNISCH-STATISTISCH RAPPORT Dit technisch-statistisch rapport omvat de technische specificaties, conform de aanbevelingen van

Nadere informatie

URL s. Verkiezingen 13 juni 2004: URL s: Doelpubliek: Europees Parlement. Vlaamse Raad

URL s. Verkiezingen 13 juni 2004: URL s: Doelpubliek: Europees Parlement.  Vlaamse Raad URL s Verkiezingen 13 juni 2004: Europees Parlement Vlaamse Raad WaalseRaad Brusselse Hoofdstedelijke Raad Duitstalige Gemeenschapsraad URL s: Nederlands: Frans: Duits: Engels: http://verkiezingen2004.belgium.be

Nadere informatie

De spiegel van de samenleving? Deel II. Het profiel van de effectief verkozenen bij de parlementsverkiezingen van 18 mei Samenvatting

De spiegel van de samenleving? Deel II. Het profiel van de effectief verkozenen bij de parlementsverkiezingen van 18 mei Samenvatting De spiegel van de samenleving? Deel II Het profiel van de effectief verkozenen bij de parlementsverkiezingen van 18 mei 2003 - Samenvatting Jo Noppe en Stefaan Fiers Afdeling Politologie K.U.Leuven http://www.kuleuven.ac.be/politologie/

Nadere informatie

notarisbarometer 94,1 2012 Trim 1

notarisbarometer 94,1 2012 Trim 1 notarisbarometer Vastgoed, vennootschappen, familie www.notaris.be A B C D E n 14 Juli - september Trimester 3 - Vastgoedactiviteit in België Prijsevolutie Registratierechten Vennootschappen De familie

Nadere informatie

Ipsos Social Research Institute

Ipsos Social Research Institute Ipsos Social Research Institute OPINIEPEILING De Belgen en het fokken van dieren voor hun bont Januari 2012 11-063439-01 Inhoud I. CONTEXT & ONDERZOEKSDOELSTELLINGEN 1. Context & Onderzoeksdoelstellingen

Nadere informatie

Vrouwen in de politiek geactualiseerde versie, januari 2011

Vrouwen in de politiek geactualiseerde versie, januari 2011 Vrouwen in de politiek geactualiseerde versie, januari 2011 Bij de landelijke verkiezingen in juni 2010 zijn er 61 vrouwen in het parlement gekozen, zes meer dan bij de verkiezingen van 2003 en van 2006.

Nadere informatie

Van-A-3 Verkiezingen

Van-A-3 Verkiezingen Van-A-3 Verkiezingen Didactische suggesties Doelen Dit Actua-magazine verschijnt naar aanleiding van de Europese en Vlaamse verkiezingen op 07 juni 2009. De leerlingen kunnen individueel de Van-A-3 krant

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Het profiel van de kandidaten op de lijsten bij de Europese verkiezingen van 10 en 13 juni 2004 in de Benelux

Het profiel van de kandidaten op de lijsten bij de Europese verkiezingen van 10 en 13 juni 2004 in de Benelux Het profiel van de kandidaten op de lijsten bij de Europese verkiezingen van 10 en 13 juni 2004 in de Benelux Sam Depauw en Steven Van Hecke Afdeling Politologie K.U.Leuven http://www.kuleuven.ac.be/politologie

Nadere informatie

Een simulatie van de toekomstige verdeling van zetels over de provincies bij Kamerverkiezingen ( )

Een simulatie van de toekomstige verdeling van zetels over de provincies bij Kamerverkiezingen ( ) VIVES BRIEFING 2017/08 Een simulatie van de toekomstige verdeling van zetels over de provincies bij Kamerverkiezingen (2013-2061) Gert-Jan Put KU Leuven, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, VIVES

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

Aan Zijne Majesteit Koning Albert, Koning der Belgen.

Aan Zijne Majesteit Koning Albert, Koning der Belgen. Vrijdag 6 juni 2003. Aan Zijne Majesteit Koning Albert, Koning der Belgen. Sire, Ondergetekenden, burgemeesters uit het arrondissement Halle-Vilvoorde, en de voorzitter en een gedeputeerde van de provincie

Nadere informatie

VAAK GESTELDE VRAGEN

VAAK GESTELDE VRAGEN VAAK GESTELDE VRAGEN OVER DE DOELSTELLINGEN 1. Hebben andere federale staten ook een federale kieskring? 2. Beoogt het voorstel de restauratie van het unitaire België? 3. Kan met dit voorstel België gered

Nadere informatie

Het Vlaams Regeerakkoord is duidelijk over de splitsing

Het Vlaams Regeerakkoord is duidelijk over de splitsing DOSSIER CD&V (overgenomen van webstek CD&V op 5-2-2005) SPLITSING BRUSSEL-HALLE-VILVOORDE De splitsing van het kiesarrondissement én het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde staat gezien

Nadere informatie

WET-WIJZER WET- De weg van een wet. Natieplein. Federaal Parlement. Kamer van volksvertegenwoordigers. Senaat STRAAT

WET-WIJZER WET- De weg van een wet. Natieplein. Federaal Parlement. Kamer van volksvertegenwoordigers. Senaat STRAAT WET-WIJZER Natieplein De weg van een wet WET- STRAAT Senaat Federaal Parlement Kamer van volksvertegenwoordigers 2 Een parlement maakt wetten en controleert de regering in naam van de bevolking Welkom!

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie