Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel. Uitgangspunten, vormgeving, consequenties

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel. Uitgangspunten, vormgeving, consequenties"

Transcriptie

1 Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel Uitgangspunten, vormgeving, consequenties

2

3 Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel Uitgangspunten, vormgeving, consequenties november 2001

4 Colofon Samenstelling drs. R.R. van der Meijden drs. C.J.H.H. Schoenmakers Vormgeving binnenwerk Farida Abdoelsamath Druk Sector Document Processing, VNG SGBO Onderzoeks- en Adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Postbus GK Den Haag SGBO 3372/160 Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van SGBO. Aan de totstandkoming van deze publicatie is de grootst mogelijke zorg besteed,. SGBO kan echter niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden, noch kunnen aan de inhoud rechten worden ontleend.

5 Voorwoord Het streven naar vraagsturing is momenteel op een groot aantal beleidsterreinen een belangrijke prioriteit. Het past in de bijna wereldwijde trend naar marktwerking en sluit daarnaast aan bij de behoefte om patiënten en andere zorgcliënten als mondige burgers en consumenten te zien. De betrokken burger, die bovendien de grootste expert is van zijn eigen problematiek en behoeften, is immers beter in staat de juiste voorziening te kiezen dan een overheid die 'op afstand' en met normen en modellen werkt. Ook in het werk van het Interdepartementaal beleidsonderzoek Wet Voorzieningen Gehandicapten (kortweg IBO-Wvg) is het begrip vraagsturing en meer in het bijzonder het Persoonsgebonden budget een belangrijk thema. In de tweede fase van het IBO, dat eind 2001 aan het kabinet moet rapporteren, vormt het verkennen van de mogelijkheden voor vraagsturing in Wvg en dienstverleningsstelsel één van de onderdelen. De Ministeries van VWS en SZW hebben SGBO, Onderzoeks- en adviesbureau van de VNG, gevraagd deze verkennende studie uit te voeren. SGBO is gekozen vanwege haar lange ervaring met de Wvg, onder meer in de landelijke evaluatie. Het persoonsgebonden budget was hier ook één van de onderwerpen. In korte tijd hebben wij met een groot aantal landelijke en lokale deskundigen en betrokkenen gesproken en een scala aan onderzoeks- en beleidsdocumenten bestudeerd. Het begrip vraagsturing, binnen de Wvg nog praktisch onontgonnen terrein, biedt ons inziens goede mogelijkheden binnen de Wvg en het dienstverleningsstelsel. Er is echter, in tegenstelling tot in de AWBZ, nog nauwelijks praktische ervaring opgedaan. Experimenten zullen nodig zijn om op diverse onderdelen meer getoetste kennis te verwerven. Wij hopen dat deze studie, waarin zowel de mogelijkheden als de beperkingen van persoonsgebonden budgetten uitgebreid worden verkend, zal bijdragen aan een gefundeerde discussie over de invulling van vraagsturing en daarbij zowel enthousiasme als realiteitszin zal losmaken bij de deelnemers aan dat beleidsdebat. Drs. C.D. Mak Directeur SGBO

6

7 Inhoudsopgave blz. 1 Inleiding Opzet en uitvoering van het onderzoek Definities Vraagsturing: doelstellingen Uitgangspunten van vraagsturing en PGB Bestaande kennis en ervaring Leeswijzer 7 2 De MDW-checklist: Algemene en juridische aspecten Inleiding: de MDW-checklist Is een PGB in beginsel mogelijk? Juridische bezwaren Zorgplicht Terugvordering Bevoegdheid huurders bij woningaanpassingen 13 3 Indicatiestelling, waardebepaling en oormerking Indicatiestelling Functiegericht indiceren Indicering voor PGB en natura Waardebepaling Genormeerde waardebepaling Waardebepaling vereist specifiek omschrijven Tegenwaarde natura of marktconforme prijs Opslagen: advies, onderhoud Oormerking 22 4 Marktwerking Omvang en differentiatie van het aanbod De hulpmiddelenmarkt De markt voor woningaanpassingen De vervoersmarkt Transparantie van de markt Voldoende transparantie? Mogelijkheden om transparantie te vergroten Effectieve consumentenmacht Kwaliteitseisen en handhaving Doorwerking naar andere markten 36 5 Financiën en invoering Budgettaire beheersbaarheid 39

8 5.1.1 Volume-effecten Kosteneffecten Getallenvoorbeeld Invoering en uitvoering Invoeringsaspecten Uitvoeringsaspecten 44 6 Consequenties Consequenties voor cliënten Versterking positie van de cliënt Welke cliënten? Vormgeving en voorwaarden PGB-procedure Omvang PGB-pakket Consequenties voor gemeenten Organisatie en uitvoering Invloed op de marktwerking Omvang PGB-pakket Consequenties voor het bestaand naturabeleid Financiële consequenties Juridische consequenties 52 7 Varianten en alternatieven Varianten in de vormgeving van een PGB Alternatieven voor een PGB 55 8 Conclusies 57 Bijlagen 63

9 1 Inleiding 1.1 Opzet en uitvoering van het onderzoek Aanleiding Twee ontwikkelingen vormden de aanleiding voor dit onderzoek: 1. Het advies van de werkgroep IBO-Wvg (IBO = interdepartementaal beleidsonderzoek) en de kabinetsreactie daarop. Besloten is tot een vervolgonderzoek over de omvorming van de Wvg tot een dienstverleningsstelsel. Een van de aspecten in dat vervolgonderzoek is de rol van vouchers en persoonsgebonden budgetten (PGB s). Het IBO-vervolgonderzoek wordt in 2001 afgerond en dient te leiden tot een advies op hoofdlijnen 2. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wvg heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) afspraken gemaakt met de VNG om de kwaliteit van de uitvoering van de Wvg door gemeenten te verhogen. In het kader van deze afspraken is aangekondigd de mogelijkheden voor het versterken van vraagsturing nader te onderzoeken. Daarbij dienen juridische, financiële en procedurele consequenties in kaart te worden gebracht. Vraagstelling De onderzoeksvraag luidde: op welke wijze kunnen gemeenten in de Wvg en het te ontwikkelen dienstverleningsstelsel (DVS) tot meer vraagsturing komen? Deze onderzoeksvraag wordt in dit onderzoek uiteengelegd in deze deelvragen: a. Welke uitgangspunten moeten gelden voor een PGB in de Wvg en het DVS? Zijn de uitgangspunten zoals in de zorgsector geformuleerd hier ook toepasbaar? b. Welke mogelijkheden zijn er voor een PGB in de Wvg en het DVS? Aspecten die daarbij van belang zijn: welke typen voorzieningen lenen zich ervoor, voor welke cliënten is een PGB geschikt, wat zijn aandachtspunten bij de uitvoering en organisatie, wat zijn de financiële gevolgen en hoe kan het implementatietraject eruitzien? c. Wat zijn de consequenties van invoering van een PGB voor enerzijds cliënten en anderzijds gemeenten? d. Welke alternatieve mogelijkheden (anders dan een PGB) zijn er om meer vraagsturing te realiseren? Werkwijze Als methode om de uitgangspunten en de mogelijkheden te analyseren is gekozen voor de door de MDW-werkgroep Vouchers en persoonsgebonden budgetten ontwikkelde checklist (MDW = marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit). Deze checklist behandelt bijna alle aspecten die ook voor een PGB in de Wvg en het DVS van belang zijn. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 1

10 Het onderzoek bestond uit drie onderdelen: e. Bestudering van relevante beleidsdocumenten en onderzoeksverslagen (zie 1.5 voor een uitgebreidere beschrijving). f. Het voeren van gesprekken, met vertegenwoordigers van: - cliëntenorganisaties (CG-Raad, Federatie van ouderverenigingen, CSO); - gemeenten (VNG, diverse gemeenten); - ministeries (SZW, VWS, VROM, Financiën, V en W); - aanbieders (Firma Welzorg); - overige betrokkenen (Kwaliteits- en Bruikbaarheidsonderzoek van Hulpmiddelen voor gehandicapten en ouderen (KBOH), Hulpmiddelen Informatie Centrum (HIC), Landelijke Vereniging van Indicatie Organen (LVIO), Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen, Katholieke Universiteit van Nijmegen (ITS), Per Saldo, Vereniging van budgethouders voor hulp en hulpmiddelen; g. Opstellen rapportage en bespreking met VWS, SZW en de VNG. Het onderzoek is uitgevoerd door SGBO, Onderzoeks- en Adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en SZW. De onderzoeksperiode liep van medio juli tot eind oktober Definities Aangezien vraagsturing en persoonsgebonden financiering op verschillende beleidsterreinen aan de orde zijn en er soms op verschillende wijze invulling aan de gehanteerde begrippen gegeven wordt, volgt hier een korte toelichting op de begrippen die in dit rapport een centrale rol zullen spelen. Vraagsturing Het begrip vraagsturing is met name opgekomen in zowel politieke als wetenschappelijke discussie over de kwaliteit en doelmatigheid van de publieke dienstverlening. De publieke dienstverlening hield geen gelijke tred met de welvaartsstijging en maatschappelijke trends zoals individualisering en informatisering. Ook de herwaardering van de markt als sturend principe was er debet aan. Met vraagsturing doelt men in algemene zin op het uitgaan van de vraag naar publieke voorzieningen als leidend beginsel. Vraagsturing wordt vaak direct vertaald in concrete financieringsinstrumenten: verschaffing van publieke diensten waarbij de financiële macht bij de individuele burger wordt neergelegd, in plaats van bij de overheid die collectieve diensten instandhoudt of individuele diensten toedeelt. In feite vallen de meeste bestaande financieringsinstrumenten te plaatsen tussen vraagsturing en aanbodsturing in. Er is sprake van een continuüm, tussen enerzijds 100% aanbodgestuurde publieke dienstverlening (bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek, basisgezondheidszorg) en 100% vraaggestuurde dienstverlening (bijvoorbeeld kinderbijslag, studiefinanciering). Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 2

11 Wij zullen in dit rapport vraagsturing niet opvatten als een concreet instrument, maar als een na te streven beleidsdoelstelling of -visie, die met verschillende instrumenten kan worden gerealiseerd. Persoonsgebonden budget De MDW-werkgroep Vouchers en persoonsgebonden budgetten definieert het persoonsgebonden budget als: bij een PGB is sprake van een verstrekking van financiële middelen aan een individu of huishouden uit hoofde van een publieke doelstelling. De besteding van een PGB kan zowel gebonden als ongebonden zijn. De financiële middelen kunnen bestaan uit geld of waardepapieren (vouchers, bonnen, trekkingsrechten). De waarde van een PGB dient te worden bepaald alvorens te worden toegekend of uitgereikt. Hoewel een PGB zowel gebonden als ongebonden kan zijn, doelen wij in dit rapport met het begrip PGB altijd op het verstrekken van geld of een waardepapier waar een zekere binding of oormerking aan vastzit. Het streven van VWS om een PGB in de Wvg langs dezelfde lijnen te realiseren als in de ABZW (waar PGB s altijd gebonden zijn) ligt aan die keuze ten grondslag. Als wij het hebben over ongebonden PGB s, zal dat expliciet vermeld worden. In de beleidsliteratuur duiken nog diverse andere varianten of benamingen van het PGB op. De term voucher dient meestal om aan te geven dat er geen geld maar een waardepapier (systematiek vergelijkbaar met boekenbon) wordt verstrekt. De term persoonsvolgend budget is afkomstig uit de zorg. Het is een vorm van aanbodfinanciering (geld gaat van overheid naar aanbieder), maar de cliënt bepaalt welke aanbieder het geld krijgt. In de AWBZ is dit concept inmiddels verlaten omdat de naturazorgverlening in feite al volgens dit principe georganiseerd is. Recentelijk is het begrip productgebonden budget geïntroduceerd door het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) voor een beperkt experiment met enkele voorzieningen uit de Regeling hulpmiddelen In veel opzichten is het te beschouwen als een persoonsgebonden budget, met een vrij strakke bestedingsbeperking (namelijk tot een bepaald type product). Ten slotte is er in de Wvg-praktijk veelvuldig sprake van het begrip forfaitair bedrag, bijvoorbeeld bij sportrolstoelen. Een forfaitair bedrag is niet gebaseerd op een exacte kostprijsberekening van de desbetreffende voorziening. Veelal hoeft de besteding ook niet te worden verantwoord. Een forfaitaire vergoeding is te beschouwen als een uitvoeringsvorm van een ongebonden PGB. Tot slot merken wij op dat waar wij vraagsturing hebben gedefinieerd als een beleidsdoel, een PGB dient te worden gezien als instrument. Het Kabinet onderstreept dit in zijn reactie op het MDW-rapport en stelt dat er per beleidsterrein moet worden bekeken of het een geschikt financieringsinstrument is om een publiek doel te realiseren. Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) Wellicht ten overvloede vermelden wij hier dat de Wvg, ingevoerd in 1994, regelt dat gemeenten aan mensen met beperkingen voorzieningen dienen te verstrekken die het de aanvrager mogelijk maakt normaal te wonen, zich te verplaatsen en te reizen. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 3

12 De belangrijkste categorieën voorzieningen zijn: - woonvoorzieningen (onder andere woningaanpassingen, roerende voorzieningen, verhuiskostenvergoedingen); - vervoersvoorzieningen (onder andere naturavoorzieningen zoals scootmobielen en andere buitenwagens, vergoedingen voor taxi- en autogebruik, collectief vervoer); - rolstoelvoorzieningen (onder andere handmatig en elektrisch voortbewogen rolstoelen, sportrolstoelen). Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar het rapport van de landelijke Wvg-evaluatie (Een verstrekkende wet 3, p. 270 v.v.). Dienstverleningsstelsel In Zorg lokaal, het eerste advies van het IBO-Wvg, wordt het begrip dienstverleningsstelsel geïntroduceerd als een van de mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling van de Wvg. Een dienstverleningsstelsel biedt een breed en onderling samenhangend pakket van voorzieningen gericht op welzijn en maatschappelijke participatie van zelfstandig wonende mensen met lichamelijke, sociale of geestelijke beperkingen. Het nieuwe stelsel wordt in medebewind tussen het Rijk en gemeenten uitgevoerd. De omvang van het pakket in termen van typen voorzieningen of functies en domeinen is momenteel nog volop in discussie. In Zorg lokaal worden de volgende mogelijke typen DVS-voorzieningen genoemd: - Wvg-voorzieningen; - voorzieningen uit de Welzijnswet; - welzijnsgerelateerde hulpmiddelen (Regeling hulpmiddelen van de Ziekenfondswet); - tijdelijke uitleen hulpmiddelen thuiszorg; - onderdelen uit de thuiszorg; - sociaal-pedagogische diensten; - dagbesteding; - zittend ziekenvervoer. De omvang van het pakket maakt deel uit van het nadere IBO-onderzoek. 1.3 Vraagsturing: doelstellingen Hiervoor is al kort iets gezegd over de beleidsmatige achtergrond van het streven naar vraagsturing. In het overheidsbeleid wordt vraagsturing over het algemeen nagestreefd met twee beleidsdoelstellingen voor ogen: - Het vergroten van de keuzevrijheid van de burger. Deze doelstelling wordt meestal gekoppeld aan maatschappelijke en culturele ontwikkelingen van de laatste decennia. Zoals VWS het in zijn beleidsbrief over de vereenvoudiging van het PGB in de AWBZ omschrijft: Burgers stellen zich steeds mondiger op en geven uitdrukkelijk te kennen zelf vorm en inhoud te willen geven aan hun leven en willen daar ook zelf op aanspreekbaar zijn. Deze maatschappelijke ontwikkeling daagt de overheid uit om met moderne arrangementen te komen die tegemoetkomen aan de wens van de burger naar meer keuzevrijheid, meer zeggenschap en meer keuzemogelijkheden. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 4

13 - Het bevorderen van doelmatigheid in de publieke dienstverlening. Deze doelstelling is voortgekomen uit de analyse dat door het onder andere de individualisering steeds moeilijker wordt om met overheidsvoorzieningen specifieke doelgroepen te bereiken. In plaats van een uniform aanbod van publieke diensten is er momenteel behoefte aan een in prijs en kwaliteit sterk gedifferentieerd aanbod. Dit is steeds moeilijker te realiseren door een alwetende centralistische overheid. De burger, als consument, is veel beter in staat dan de overheid om zijn behoeften en voorkeuren af te wegen tegen de prijskwaliteitverhouding van diensten die op de markt worden aangeboden. Dit leidt tot meer doelmatigheid (in productie en allocatie van diensten en middelen) en een betere match tussen behoefte en dienst (effectiviteit). We beschouwen in het kader van dit rapport bovenstaande doelstellingen als gegeven, hoewel er over de juistheid van de achterliggende veronderstellingen de nodige debatten gevoerd kunnen worden (zie bijvoorbeeld het kritische artikel De fictie van transparantie, Arnold Jonk, de Volkskrant van 25 augustus 2001). Het is echter nuttig om deze twee doelen expliciet te noemen omdat ze, vooral vanwege hun verschillende beleidsmatige herkomst, bij de beoordeling van voor- en nadelen van concrete PGB-varianten ongetwijfeld een grote rol zullen spelen. Als er bijvoorbeeld aan een bepaalde PGB-variant veel organisatorische en uitvoeringstechnische bezwaren zitten, zal vanuit de doelmatigheidsdoelstelling al snel beargumenteerd kunnen worden dat de kosten niet tegen de baten opwegen, terwijl vanuit de mondigheidsdoelstelling geredeneerd kan worden dat meer autonomie voor de burger nu eenmaal zijn prijs heeft. 1.4 Uitgangspunten van vraagsturing en PGB In de AWBZ zijn PGB s ontwikkeld met deze uitgangspunten: - Er worden geen ongebonden PGB s verstrekt, dat wil zeggen dat er altijd sprake is van (een bepaalde mate van) bestedingsbinding of oormerking. - De zorgplicht kan worden afgekocht door de verstrekking van een PGB. - Gelijkwaardigheid tussen PGB en naturavoorziening (dat wil zeggen, keuze voor het een of het ander moet geen financieel voordeel opleveren voor de cliënt). In het MDW-rapport Vouchers en persoonsgebonden budgetten worden aanvullend de volgende uitgangspunten genoemd: - De waarde van een PGB wordt vooraf vastgesteld en is onafhankelijk van de uiteindelijke prijs die wordt betaald voor de dienst of product(dat wil zeggen, geen verrekening achteraf) - De beoordeling of een PGB een geschikt instrument is voor het realiseren van een publieke doelstelling, hangt vooral af van de praktische uitwerking op het desbetreffende terrein. Ten slotte is in de IBO-werkgroep Vouchers in de woon-zorgsector nog dit uitgangspunt genoemd: - De overheid houdt ook bij een PGB een generale verantwoordelijkheid voor het Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 5

14 basiskwaliteitsniveau van voorzieningen. In dit onderzoek worden deze uitgangspunten gehanteerd bij het verkennen van de mogelijkheden van een PGB voor Wvg/DVS en wordt nagegaan welke eisen deze uitgangspunten stellen aan de vormgeving van het PGB. 1.5 Bestaande kennis en ervaring Dat vraagsturing bestuurlijk een hot issue is, blijkt wel uit de hoeveelheid experimenten, onderzoeken en beleidsnota s die op allerlei terreinen recentelijk aan dit thema gewijd worden. Bij de opzet van dit onderzoek is aangesloten bij het vele voorwerk dat reeds verricht is. Wij noemen hieronder de belangrijkste nota s en publicaties. 1. Vouchers en persoonsgebonden budgetten, rapportage van de MDW-werkgroep vouchers en persoonsgebonden budgetten (maart 2001). Deze rapportage bevat een checklist voor de beoordeling van de geschiktheid en mogelijkheden van PGB s, die op allerlei terreinen kan worden toegepast. Het kabinet beveelt deze checklist aan bij de ontwikkeling van vraagsturing op uiteenlopende beleidsterreinen. Wij hebben de checklist in dit onderzoek gehanteerd als voornaamste analysekader. 2. Conceptrapportages van de IBO-werkgroep Vouchers in de woon-zorgsector (juli 2001). Het betreft hoofdstuk 4 over PGB s die tot doel hebben mensen met beperkingen in staat te stellen betaalbaar en zelfstandig te wonen. Het hoofdstuk behandelt dus de toepasbaarheid van PGB s voor de huidige Wvg-woonvoorzieningen. In een zeer gedegen analyse wordt de MDWchecklist toegepast op de praktijk van de Wvg-woonvoorzieningen, vanuit een economisch getint perspectief (veel aandacht voor marktwerking). In dit rapport is dankbaar gebruikgemaakt van dit analytische voorwerk. 3. Variantenschets woon- en woonzorgvouchers, eindrapportage eerste fase Project Experiment Vouchers, VROM (maart 2001). In deze rapportage worden de mogelijkheden verkend om een PGB op te zetten met een brede, sectoroverschrijdende werking. Beschouwd worden de sectoren zorg, wonen en dienstverlening. Daarnaast is er gebruikgemaakt van nota s over PGB s op de terreinen hulpmiddelen (Productgebonden budget voor hulpmiddelen, CvZ, maart 2000) en vervoer (Plan van aanpak post IBO Wvg, werkgroep vervoer, V en W, ongedateerd). Verder werden diverse beleidsnota s gebruikt over de modernisering van de AWBZ aangaande de persoonsgebonden budgetten (meest recentelijk de brief van de staatssecretaris van VWS over de vereenvoudiging van de PGB s, 17 juli 2001). Ook van de verschillende landelijke (ITS: PGB/AWBZ) en lokale (PGB- Wvg Utrecht) evaluaties is gebruikgemaakt. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 6

15 1.6 Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit drie onderdelen, namelijk: uitgangspunten en mogelijkheden van een PGB (hoofdstuk 2 tot en met 5), consequenties (hoofdstuk 6) en alternatieve mogelijkheden (hoofdstuk 7), en volgt daarmee de vraagstelling van het onderzoek. In dit onderzoek is een aantal uitgangspunten gehanteerd bij het verkennen van de mogelijkheden van een Pgb voor de Wvg/DVS. Nagegaan is welke eisen deze uitgangspunten stellen aan de vormgeving van het Pgb. Hiervoor is een door de MDW-werkgroep (Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit) ontwikkelde checklist als toetsingskader gebruikt. Deze checklist behandelt bijna alle aspecten die voor een PGB in de Wvg/DVS van belang zijn. In hoofdstuk 2 tot en met 5 wordt achtereenvolgens ingegaan op: - opzet van de MDW-checklist, algemene (de bruikbaarheid van een Pgb) en juridische aspecten (zorgplicht, terugvordering en bevoegdheid huurders bij woningaanpassingen); - indicatiestelling, waardebepaling en oormerking van het Pgb. - marktwerking. In dit hoofdstuk komen de omvang en differentiatie van het aanbod en transparantie van de markt, de mogelijkheden om de transparantie te vergroten aan de orde. Tevens wordt ingegaan op effectieve consumentenmacht en de kwaliteit van voorzieningen. - budgettaire beheersbaarheid. Door middel van een voorbeeld worden mogelijke budgettaire consequenties geïllustreerd. Eveneens wordt stil gestaan bij invoerings- en uitvoeringsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de consequenties van de invoering van een Pgb behandeld voor zowel cliënten als gemeenten. Hoofdstuk 7 gaat in op mogelijke varianten van het Pgb. Afhankelijk van de invulling van een aantal parameters ontstaan er verschillende varianten. Daarnaast komen in dit hoofdstuk enkele alternatieven voor een PGB aan de orde, zoals een flexibilisering van de huidige natura-verstrekking en een participatietegemoetkoming. Tenslotte worden in het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 8) de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek nogmaals puntsgewijs weergegeven. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 7

16

17 2 De MDW-checklist: Algemene en juridische aspecten 2.1 Inleiding: de MDW-checklist Voor de beoordeling of een PGB een geschikte financieringsvorm is voor de Wvg en het dienstverleningsstelsel, is het zinvol om het algemene toetsingskader te gebruiken dat recentelijk ontwikkeld is door de MDW-werkgroep Vouchers en persoonsgebonden budgetten (maart 2001). Het kabinet heeft (in een brief aan de Kamer, 13 juni 2001) dit toetsingskader positief beoordeeld en beveelt aan om op allerlei beleidsterreinen te beoordelen of introductie van PGB s mogelijk is en welke aanpassingen (bijvoorbeeld wetgeving) nodig zijn om PGB s mogelijk te maken. In de komende vier hoofdstukken wordt deze checklist punt voor punt langsgelopen. Er is één element door ons toegevoegd, namelijk de oormerking van een PGB. De MDW-checklist bevat deze onderdelen: 1. Algemene toetsing: zijn PGB s in beginsel een bruikbaar instrument? 2. Zijn er juridische bezwaren? 3. Indicatiestelling en waardebepaling (en door ons toegevoegd: oormerking) 4. Is er voldoende aanbod op een markt? 5. Is het aanbod of de markt voldoende transparant? 6. Hebben PGB-cliënten voldoende consumentenmacht? 7. Kwaliteitseisen en -handhaving 8. Doorwerking naar andere markten 9. Budgettaire beheersbaarheid 10. Invoering en uitvoering 2.2 Is een PGB in beginsel mogelijk? Subvraag 1: is het publieke doel eenduidig te formuleren? Zoals eerder gesteld gaat het bij de keuze voor een PGB (of een ander instrument voor vraaggerichte bekostiging) om de keuze voor een middel om een bepaald publiek doel te bereiken. De eerste vraag is of dat publieke doel eenduidig te formuleren is. De doelstelling van de Wvg is helder geformuleerd en luidt: Het verschaffen van voorzieningen teneinde de belemmeringen weg te nemen of te verminderen waardoor mensen met beperkingen zelfstandig kunnen wonen en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer (Memorie van Antwoord, Handelingen II, 1992/1993 TK ). Voor het DVS is er nog geen doelstelling geformuleerd, maar een vergelijkbare doelomschrijving is waarschijnlijk. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 9

18 Subvraag 2: is het publieke doel via een markt te bereiken? De tweede vraag is of dit doel in beginsel via een markt te realiseren is. De vraag kan hier voor zowel middelen (hulpmiddelenbranche), woningaanpassingen (aannemerij), als vervoersvoorzieningen (taxibedrijven en busondernemingen) in beginsel bevestigend worden beantwoord. Anders dan bij bijvoorbeeld sommige AWBZ-voorzieningen worden praktisch alle Wvg-voorzieningen geleverd door een markt. Wel treedt de gemeente bij enkele voorzieningen intermediërend op door bepaalde voorzieningen collectief aan te (laten) bieden, zoals bij collectief vervoer, of door hergebruik (van aangepaste woningen of middelen). Er zijn echter geen redenen om aan te nemen dat de desbetreffende markten zonder die gemeentelijke rol de desbetreffende voorzieningen niet zouden bieden. Bijvoorbeeld: voordat het collectief Wvgvervoer bestond, voorzag de vervoersmarkt, namelijk de taxibranche, in de vervoersbehoefte van gehandicapten. Subvraag 3: is het publieke doel te realiseren via een PGB? De derde algemene vraag luidt of het publieke doel in deze markt(en) in de vorm van een PGB gerealiseerd kan worden. Centraal staat hierin het onderscheid tussen gebonden en ongebonden PGB s. Bij een gebonden PGB zijn garanties ingebouwd om ervoor te zorgen dat de feitelijke besteding van het PGB door de cliënt overeenkomt met de beoogde besteding (= het publieke doel). Bij gebonden PGB s kan deze vraag dus in beginsel bevestigend worden beantwoord. Aandachtspunt is hier hoe sterk de opgelegde bestedingsbinding is en hoe die vorm krijgt. In de Wvg is er soms sprake van forfaitaire vergoedingen (bijvoorbeeld voor taxivervoer of sportrolstoelen) die sterk het karakter hebben van een ongebonden PGB: een geldbedrag, waarbij het bestedingsdoel niet afdwingbaar is. Daarom is het relevant hier na te gaan of deze subvraag ook voor ongebonden PGB s bevestigend kan worden beantwoord. Over ongebonden PGB s stelt de (Amerikaanse) economische literatuur dat het realiseren van het publieke doel in dat geval afhankelijk is van een combinatie van twee factoren (Vouchers and the provision of public services, Steuerle [e.a.], 2000). Ten eerste hangt dit af van de relatieve voorkeur van de cliënt voor de beoogde voorziening. Hoe sterker zijn relatieve voorkeur afwijkt van de beoogde voorziening, des te kleiner is de kans dat met een ongebonden PGB het publieke doel wordt bereikt. Als voorbeeld wordt hier meestal de verslaafde of alcoholist genomen. De tweede factor is de (geldelijke) omvang van het PGB in relatie tot het inkomen van de cliënt. Is het PGB-bedrag hoog in verhouding tot het inkomen, dan is de kans groot dat het PGB niet besteed wordt aan de beoogde voorziening en het beoogde publieke doel niet bereikt. Indien in aanmerking wordt genomen dat de doelgroep van de Wvg over het algemeen een laag inkomen heeft, leidt dit tot twee conclusies: - Bij grote, dure voorzieningen ligt een ongebonden PGB niet voor de hand. - Of ongebonden PGB s voor de overige voorzieningen een geschikte financieringsvorm zijn, hangt dus af van de individuele situatie (bijvoorbeeld schuldsituaties, verslaving). Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 10

19 De IBO-werkgroep Vouchers in de woon-zorgsector komt op grond hiervan tot de conclusie dat dure woonvoorzieningen (zoals grote woningaanpassingen) niet in de vorm van ongebonden PGB s verstrekt zouden moeten worden. De conclusie van deze eerste algemene toetsing luidt dat gebonden PGB s in de Wvg in beginsel een geschikte vorm zijn om het publieke doel te bereiken. Ongebonden PGB s zijn dat alleen voor kleinere (en dus goedkopere) voorzieningen en afhankelijk van de individuele omstandigheden. Overigens worden door het kabinet ongebonden PGB s a priori buiten beschouwing gelaten (zie brief VWS van 17 juli 2001)..3 Juridische bezwaren Zorgplicht De belangrijkste kwestie aangaande de juridische validiteit is de vraag of gemeenten met het inzetten van PGB s aan hun zorgplicht kunnen voldoen. In zijn reactie op het MDW-rapport De ontvoogding van de AWBZ (2000) stelt het kabinet: We moeten niet terecht komen in een situatie dat een PGB-houder, indien hij er niet in slaagt binnen het toegekende budget zijn zorg te contracteren, het meerdere met succes kan declareren. Er moet dus zekerheid komen dat een gemeente haar zorgplicht in het kader van Wvg of DVS via een PGB kan afkopen én onder welke voorwaarden de zorgplicht als afgekocht kan worden beschouwd. De centrale vraag die in dit verband (juridisch) beantwoord moet worden, is in welke mate de PGB-houder verantwoordelijk kan worden gehouden voor de gevolgen van eventuele inadequate of ondoelmatige aanwending van het PGB, dat wil zeggen: een besteding die de beperkingen onvoldoende of niet opheft. Indien die verantwoordelijkheid niet 100% is, zal het nodig zijn dat de gemeente meer of minder vergaande controles inbouwt op de aanwending van het PGB, bijvoorbeeld gericht op doeltreffendheid (is dit de rolstoel die de beperkingen het best compenseert?) en kwaliteit (voldoet deze rolstoel aan minimale kwaliteitsvereisten?). Dit kan consequenties hebben voor de oormerking van het PGB (bij wie en waaraan mag het besteed worden, bijvoorbeeld geen tweedehands rolstoel), de verantwoordingsprocedures (bijvoorbeeld goedkeuring van de voorziening vooraf) en zelfs de uitvoeringsprocedure (bijvoorbeeld passing onder verantwoordelijkheid van de gemeente). Met andere woorden: hoe minder de budgethouder (juridisch) verantwoordelijkheid draagt voor eventuele verkeerde bestedingskeuzes, hoe strakker het PGB geoormerkt of verantwoord zal dienen te worden en hoe minder keuzevrijheid de cliënt uiteindelijk dus zal hebben. Indien daarentegen juridisch vastgelegd wordt dat de eigen verantwoordelijkheid wel groot is, betekent dit in de praktijk dat cliënten die om wat voor reden dan ook een inadequate voorziening hebben gekozen, zich niet meer tot de gemeente kunnen wenden (althans voor een bepaalde termijn, meestal de gemiddelde levensduur van het middel). De vraag is natuurlijk of zo n gang van zaken maatschappelijk aanvaardbaar en politiek houdbaar is. Een hardheidsclausule kan voorkomen dat er zich schrijnende gevallen voordoen. Uit de voor dit onderzoek gevoerde gesprekken (zie 1.1) blijkt dat cliëntenorganisaties, Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 11

20 gemeenten en ministeries het axioma meer keuzevrijheid betekent meer eigen verantwoordelijkheid onderschrijven. Oplossingen In nieuwe wet- en regelgeving(het dienstverleningsstelsel) kan het afkopen van de zorgplicht met een PGB expliciet geregeld worden. Of binnen de huidige Wvg de zorgplicht met het verstrekken van een PGB afgekocht kan worden, is op basis van de bestaande jurisprudentie niet te zeggen. Nader juridisch advies of onderzoek zou daar meer licht op moeten werpen. Hierbij kan onder meer aangesloten worden op: - onderzoek dat VWS heeft verricht in het kader van de AWBZ (kan een cliënt die zijn budget onverantwoord heeft ingezet met succes een nieuwe aanspraak doen gelden?). - juridisch advies dat de gemeente Amsterdam recentelijk heeft ingewonnen in het kader van de vernieuwing van haar Wvg-beleid (Vermaat [e.a.], nog niet gepubliceerd). Als nulhypothese bij een dergelijk onderzoek kan gelden: Een gemeente heeft met de verstrekking van een PGB aan haar zorgplicht voldaan, voor een periode die gelijk staat aan de gemiddelde levensduur van de desbetreffende voorziening bij normaal gebruik, tenzij er sprake is van voorziene of onvoorziene veranderingen in de beperkingen van de cliënt waarvoor het PGB een oplossing beoogde te bieden (progressieve ziektebeelden, ongevallen) Terugvordering Bij naturaverstrekking wordt de Wvg-voorziening aan de cliënt in de meeste gevallen in bruikleen verstrekt. Voorzieningen kunnen dan ook eenvoudig worden teruggevorderd in gevallen waarbij het recht op de voorziening is vervallen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als: - een cliënt (bijvoorbeeld als gevolg van een progressieve ziekte) een nieuwe voorziening krijgt die de oude overbodig maakt; of - de cliënt verhuist naar een andere gemeente of overlijdt. In de praktijk gebeurt dit niet met alle voorzieningen en ook niet in elke gemeente op dezelfde wijze. Een PGB-cliënt schaft zelf het middel aan en zal in beginsel als eigenaar kunnen worden aangemerkt. Om toch terugvordering mogelijk te maken zullen bij de toekenning van het PGB specifieke afspraken moeten worden gemaakt, gebaseerd op de verordening. In het PGBexperiment in Utrecht is geregeld dat de gemeente eigenaar blijft van de via een PGB verstrekte voorziening en dat deze teruggevorderd kan worden. In plaats van terugvordering kan ook bijvoorbeeld afgesproken worden dat de restwaarde van de oude voorziening (in zekere mate) in mindering wordt gebracht op het PGB voor de nieuwe voorziening. Een vergelijkbare situatie doet zich overigens voor als een cliënt onder bijbetaling een duurder middel verkrijgt dan hij (in natura of via een PGB) normaliter gekregen zou hebben. De eigen investering in het middel moet niet verhinderen dat de voorziening teruggevorderd kan worden. Daarvoor dienen derhalve ook afspraken te worden gemaakt. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 12

21 Het mogelijk blijven van terugvordering is van evident belang omdat de huidige werkwijze van reconditionering en herverstrekking van rolstoelen en andere duurdere hulpmiddelen daarop gebaseerd is. Het vervallen van deze praktijk zou aanzienlijke budgettaire consequenties hebben (zie 5.1.2) Bevoegdheid huurders bij woningaanpassingen Het grootste gedeelte (circa 80%) van de jaarlijkse woningaanpassingen wordt uitgevoerd bij cliënten die huurder zijn. In de huidige situatie kan de gemeente een verhuurder dwingen om de door de gemeente aangegeven aanpassing te verrichten, voorzover de gemeente die ingreep ook betaalt (Woningwet, artikel15a). Het overdragen van de bestedingsmacht aan de huurder in de vorm van een PGB zou weinig zinvol zijn als daarmee de aanschrijvingsbevoegdheid van de gemeente vervalt en de huurder niet de bevoegdheid heeft om aanpassingen in zijn huurwoning te verrichten of altijd verplicht is om ze ongedaan te maken bij vertrek. De interdepartementale werkgroep Vouchers in de woon-zorgsector ziet hierin een probleem dat kan vervallen door de modernisering van het huurbeleid en de differentiatie in huurcontracten, waardoor huurders meer ruimte krijgen om aanpassingen uit te voeren. In gesprekken met VROM, de VNG en cliëntenorganisaties bleek dat ze deze kwestie echter niet als een principieel bezwaar zien. De mogelijkheid tot bestuursdwang blijft ook bij een PGB bestaan. Wel wordt erop gewezen dat er nadere afspraken tussen gemeente en woningcorporaties nodig zijn om ervoor te zorgen dat het beginsel van terugbrengen in de oude staat bij vertrek bij PGB-cliënten voor woningaanpassingen alleen in hoogstnoodzakelijke gevallen wordt toegepast. De Wvg-verordening zou een voorziening moeten treffen voor het geval dat deze verplichting wel blijft gelden. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 13

22

23 3 Indicatiestelling, waardebepaling en oormerking 3.1 Indicatiestelling De huidige indicatiepraktijk rond de Wvg wordt gekenmerkt door een grote diversiteit. Dit komt door onder andere de verschillende keuzen van gemeenten en de verschillende indicerende instanties die erbij betrokken zijn (ZVN-Advies, RIO, GGD). Er zijn onder meer verschillen in: - De vraag of er claimgericht dan wel integraal geïndiceerd wordt. Dat wil zeggen, of er primair beoordeeld wordt of de aanvrager recht heeft op de aangevraagde voorziening of dat er primair gekeken wordt naar de beperkingen en de wijze waarop die (met een keuze uit een veelheid aan voorzieningen) kunnen worden opgelost. - Hoe de verschillende fasen in het indicatieproces georganiseerd zijn. Zo worden afhankelijk van de aanwezigheid van technische expertise bij de indiceerder een programma van eisen (PvE), een selectieadvies en een kostenopgave al dan niet meegenomen. Soms zijn de sociaal-medische beoordeling en het technisch advies over het PvE aan verschillende instanties opgedragen. - De vraag voor welke voorzieningen wel en voor welke niet een uitgebreid indicatietraject wordt doorlopen. Veel gemeenten laten voor op het eerste gezicht eenvoudige, goedkope aanvragen (bijvoorbeeld onder ƒ1.000) geen indicering uitvoeren, waarbij dus de door de aanvrager zelf (zonder tussenkomst van deskundigen) geformuleerde hulpvraag bepalend is. Het Rijk bevordert dat de indicering voor Wvg-voorzieningen door het regionaal indicatieorgaan (RIO) uitgevoerd wordt, waarbij het de bedoeling is dat er integraal en functiegericht geïndiceerd gaat worden. Momenteel is dat nog niet in alle gemeenten het geval. Het integraal indiceren houdt in dat er een brede afweging gemaakt kan worden tussen voorzieningen vanuit de Wvg, verpleging en verzorging (inclusief thuiszorg) en later ook gehandicaptenzorg en GGZ Functiegericht indiceren Functiegericht indiceren wordt over het algemeen beschouwd als een belangrijke voorwaarde om te komen tot zowel meer vraagsturing als integrale indicering. Het begrip functiegericht wordt in de praktijk echter verschillend ingevuld. Als wij kijken naar het vergroten van vraagsturing, is het eenvoudig te beargumenteren dat de vraag, en dus de aanspraken, in functiegerichte termen geformuleerd moet worden. Dit wil zeggen dat vastgesteld moet worden wat iemand moet kunnen (welke functie). Functies zouden dan dus bijvoorbeeld zijn: zich verplaatsen, een huishouden kunnen voeren, kunnen participeren in recreatieve activiteiten. In de indicatiestelling leidt het vaststellen van de tekorten in deze functies tot het aanwijzen van benodigde voorzieningen. Die voorzieningen worden dan beschreven in termen van de bijdrage die ze aan het normaal vervullen van die functies vervullen. Een voorbeeld van zo n indeling is bijvoorbeeld te vinden in de ICIDH- Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 15

24 classificatie (International Classification of Functioning, Disability and Health; zie bijlage 1). In de huidige praktijk is er vooral in de AWBZ sprake van (een streven naar) functiegericht omschrijven van aanspraken. Dat wordt echter niet zo ingevuld als hierboven beschreven. Functiegericht in de AWBZ houdt momenteel in dat het aanbod in globale categorieën omschreven wordt. In de AWBZ is functiegericht vooral een reactie op het institutioneel formuleren van aanspraken (bijvoorbeeld verpleeghuiszorg ) en het te gedetailleerd op productniveau omschrijven van aanspraken. In de brief van VWS over de vereenvoudiging van het PGB in de AWBZ (17 juli 2001) worden voor de AWBZ-zorg deze zeven functies voorgesteld, waarbij een PGB aan de orde is voor de eerste vijf: a. huishoudelijke verzorging; b. persoonlijke verzorging; c. verpleging; d. ondersteunende begeleiding; e. activerende/adviserende begeleiding; f. behandeling; g. verblijf. Voor de PGB s in de AWBZ betekent dit een aanzienlijke vereenvoudiging. Of in de praktijk de indicering langs deze globale lijn tot stand kan komen dan wel toch nadere specificering nodig zal blijken, valt overigens nog niet te zeggen. Als wij kijken naar de huidige Wvg-praktijk, valt te constateren dat die eveneens sterk georganiseerd is vanuit het aanbod, namelijk de drie voorzieningensoorten woonvoorzieningen, rolstoelen en vervoersvoorzieningen, nader uitgesplitst naar een groot aantal voorzieningen en producten. Onder geen van de bij de huidige Wvg betrokken organisaties is momenteel reeds een uitgewerkt kader of raamwerk voorhanden dat een basis kan vormen voor een functiegerichte beschrijving van aanspraken in de huidige Wvg of het komende dienstverleningsstelsel. Wel zijn er diverse vertrekpunten. Zo is de ICIDH-indeling te beschouwen als een aanzet voor een functiegerichte beschrijving volgens de formule wat moet men kunnen, terwijl in de recente VNG-publicatie Basisfuncties voor kwetsbare ouderen een indeling wordt gegeven die meer aansluit bij de wijze waarop de AWBZ het begrip functiegericht hanteert (zie bijlage 1). De vraag is nu of de beschikbaarheid van een functiegerichte omschrijving van aanspraken een voorwaarde is om in de Wvg een PGB in te voeren en voor welke van de beschreven twee aanpakken (de ICIDH-variant of de AWBZ-variant ) dan gekozen moet worden. Idealiter zouden aanspraken gefomuleerd moeten worden in termen van het opheffen van beperkingen in functies (de ICIDH-variant) en zou een PGB dat daarop gebaseerd is de cliënt de grootste ruimte bieden om zelf zijn concrete voorziening te kiezen. Daar zijn echter twee bezwaren tegen. Zoals in de volgende paragraaf aangetoond wordt, is het voor de waardebepaling van een PGB meestal nodig om de benodigde voorziening specifiek aan te wijzen. Een groter, en doorslaggevend, bezwaar is echter dat ervoor gekozen is om de indicering voor de Wvg (en het DVS) te gaan integreren met de indicering voor AWBZvoorzieningen zoals verpleging en verzorging en gehandicaptenzorg (in het RIO). Een functiegericht kader voor de Wvg en het DVS zal dus moeten passen op het kader dat daar wordt gehanteerd. Dat AWBZ-kader gaat uit van een globale omschrijving van het aanbod. Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 16

25 Wij concluderen: - dat het ontwikkelen van een functiegericht verstrekkingenkader voor de Wvg en het DVS wenselijk is, vooral vanuit een oogpunt van integraal indiceren; - dat daarbij de invulling die in de AWBZ gehanteerd wordt (functies zijn globale aanbodcategorieën), het meest voor de hand ligt; - dat de beschikbaarheid van een functiegericht kader echter geen conditio sine qua non is voor de invoering van een PGB. Het is mogelijk om met een PGB in de sector Wvg te starten zonder dat een functiegericht stelsel al uitgekristalliseerd is. Een te ontwikkelen functiegericht raamwerk voor Wvg/DVS-aanspraken zal zorgvuldig dienen te worden opgezet. Er moet sprake zijn van interne consistentie (geen overlapping tussen functies), volledige dekking (alle voorzieningen moeten erin passen), afstemming op naastliggende stelsels (zorg/awbz, wonen, vervoer, welzijn) en herkenbaarheid voor de partijen die ermee moeten werken (gemeenten, cliënten, indiceerders). Om die reden ligt het voor de hand om voor de ontwikkeling een traject op te zetten waarin de belangrijkste stakeholders participeren en een verbinding met naburige sectoren wordt gelegd (vergelijk de BIO-structuur: Breed Indicatie Overleg). Vooruitlopend op deze ontwikkeling kan vooralsnog voor de huidige Wvg van dit functiegericht kader worden uitgegaan: a. woonvoorzieningen: voorzieningen die het normaal gebruik van de woonruimte mogelijk maken; b. mobiliteitsmiddelen: voorzieningen die het zich verplaatsen in en om de woning mogelijk maken; c. vervoersvoorzieningen: voorzieningen die mobiliteit over middelgrote afstand mogelijk maken. Uitbreiding van het Wvg-pakket met DVS-voorzieningen kan leiden tot nieuwe functies. De inhoud van het pakket en dus ook de functies staan nog niet vast. Gedacht kan worden aan deze functies: d. recreatie- en ontplooiingsvoorzieningen: voorzieningen die normale deelname aan recreatieve (waaronder sport) en ontwikkelingsactiviteiten (studie, communicatie etc.) bevorderen; e. huishoudelijke ondersteuning: voorzieningen die zelfstandig voeren van een huishouden mogelijk maken (bijvoorbeeld maaltijdvoorziening). Deze indeling maakt meteen duidelijk dat voor het ontwikkelen van een solide functiegericht kader nog het nodige denkwerk moet geschieden. Past alles erin (bijvoorbeeld de sportrolstoel, verhuiskostenvergoeding, regieondersteuning, sociale alarmering)? Overlappen de functies elkaar niet (bijvoorbeeld de functie huishoudelijke ondersteuning en de AWBZ-functie huishoudelijke verzorging)? Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 17

26 3.1.2 Indicering voor PGB en natura Uitgaande van de definitie dat een PGB een financierings- of verstrekkingsvorm is voor het realiseren van een publiek doel (zie Vouchers en persoonsgebonden budgetten, MDWwerkgroep, maart 2001) is er geen reden om voor PGB s en naturavoorzieningen aparte indicatietrajecten te hanteren. Het gaat immers eerst om het beoordelen van de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager (hulpvraaganalyse, beperkingen) en het identificeren van de middelen (i.c. een programma van eisen) die aan een oplossing bijdragen. Daarna is pas de keuze van de verstrekkingsvorm aan de orde. In de meeste literatuur (AWBZ, MDW, wonenzorg) wordt er dan ook van uitgegaan dat de keuze tussen PGB en natura plaatsvindt nadat de indicatie is gesteld. In de schaarse praktijk op het terrein van de Wvg (i.c. Utrecht) zien wij echter dat PGBaanvragen wel in een apart indicatietraject worden afgehandeld. Dit heeft deels te maken met de experimentstatus van de PGB-regeling. Uitgaande van het beginsel dat er altijd sprake moet zijn van gelijkwaardigheid tussen een PGB en een naturavoorziening, kan gesteld worden dat er in de indicering geen andere criteria moeten worden gehanteerd voor PGB-cliënten en dat de waardebepaling (zie onder) op eenzelfde manier tot stand moet komen. Dit leidt in beginsel tot de keuze voor het situeren van de keuze PGB-natura ná de indicering. 3.2 Waardebepaling Genormeerde waardebepaling Met waardebepaling wordt gedoeld op het vaststellen van het nominale bedrag van het PGB. Het behoort tot de essentiële kenmerken van het PGB dat er sprake is van een genormeerde waardebepaling vooraf. Hier doet zich een belangrijk verschil voor met de PGB s in de AWBZ. Daar betreft het veelal goed te normeren dienstverlening (zwaarteklassen en uren), terwijl het in de Wvg en het DVS gaat om een groot aantal middelen en diensten, waarbij vaak sprake is van maatwerk, offerteprocedures, passing etc. Normering houdt verband met het uitgangspunt van gelijkwaardigheid tussen PGB- en naturacliënten. In de VWS-brief over de vereenvoudiging van het PGB in de AWBZ wordt het zo verwoord: Normering is noodzakelijk om een balans te creëren tussen enerzijds een zo optimaal mogelijke keuzevrijheid voor cliënten en anderzijds het principe van solidariteit. Dat de waardebepaling vooraf plaats moet vinden, lijkt vanzelfsprekend omdat het wezen van het PGB nu juist is dat bestedingsmacht (binnen zekere grenzen) overgedragen is aan de cliënt en dat daarom vooraf moet vaststaan wat hij te besteden heeft. Varianten, waarbij niet een bedrag maar een bandbreedte wordt gehanteerd, of een systeem op basis van voorschotten met nacalculatie, hebben als nadelen dat de gelijkwaardigheid met natura moeilijk te garanderen is en dat de gemeente haar verantwoordelijkheid voor doelmatige besteding van Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 18

27 publieke middelen (goedkoopst adequaat) moeilijk kan nakomen. In de praktijk blijkt het echter soms onontkoombaar om van het vooraf -principe af te wijken, zoals wij hieronder zullen zien Waardebepaling vereist specifiek omschrijven Er is een zekere spanning tussen de wens om de aanspraken in functiegerichte termen te omschrijven en de noodzaak om de waarde te baseren op de kosten van het geïndiceerde (natura)product. In de PGB-AWBZ-brief van VWS van 17 juli 2001 wordt gesteld: Nadrukkelijk is er niet voor gekozen om de zorg te omschrijven op productniveau. Dat zou immers leiden tot een beperking van de keuzemogelijkheden van de cliënt en tot een hoge mate van bureaucratie. Er is echter geen andere basis voor de waardebepaling van een PGB dan de prijs of kosten van de geïndiceerde voorziening, waarbij het principe van goedkoopst adequaat zal wordt gehanteerd. Dit betekent dat in het indicatieproces, na het bepalen van de functie, het type voorziening moet worden bepaald (programma van eisen) en vervolgens de selectie van de specifieke voorziening (en de passing) en het op basis daarvan bepalen van de waarde (in de volgende paragraaf gaan wij nader in op de waarderingsgrondslag). Dit is een nogal omslachtige procedure, gezien het feit dat de PGB-ontvanger vervolgens een aantal fasen van dit traject nogmaals zelf zal doorlopen. De vraag is daarom: kan de waardebepaling niet eerder in het proces plaatsvinden waardoor bijvoorbeeld geen specifieke selectie nodig is? Het antwoord is dat dit alleen mogelijk is indien er een stelsel van functies en normbedragen ontwikkeld kan worden, zoals dat in de AWBZ de bedoeling is (matrixfuncties en kostenklassen). Zo n stelsel zou landelijk of lokaal ontwikkeld en vastgelegd kunnen worden. Afgezien van het momenteel ontbreken van een functiegericht stelsel in de Wvg is er sprake van een complicatie die het creëren van een stelsel van genormeerde kosten praktisch onmogelijk maakt: het feit dat een deel van de Wvg-voorzieningen maatwerk betreft. In beginsel is voor de standaardvoorzieningen een (lange) lijst van normbedragen per product op te stellen. Voor voorzieningen als met name (niet-eenvoudige) woningaanpassingen en complexe rolstoelen (dat wil zeggen, met veel individuele aanpassingen en accessoires) is dit echter onmogelijk. De kosten van een woningaanpassing zijn sterk afhankelijk van de aard en staat van de aan te passen woning en zijn dus niet te normeren. Een waardebepaling kan alleen door offertes op te vragen. Een schatting door een eigen bouwkundig adviseur vormt geen alternatief dat juridisch standhoudt als de cliënt achteraf met het budget niet uit blijkt te komen. In deze gevallen van maatwerk zal dus bijna altijd het gehele traject afgelopen moeten worden om een reële kostenschatting te kunnen maken: PvE, huisbezoek, passing, soms ook offertes opvragen. De werkgroep Vouchers in de woon-zorgsector vraagt zich af of in dergelijke gevallen van maatwerk een PGB nog wel een verantwoord instrument is. In de praktijk zou deze omslachtige manier van werken kunnen worden opgevangen door niet het gehele traject te doorlopen, maar een voorlopige PGB-waarde (of een bandbreedte) vast te stellen en aan het eind af te rekenen op basis van de werkelijke kosten. In feite is er dan echter Vraagsturing in de Wvg en het dienstverleningsstelsel 19

Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Slochteren.

Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Slochteren. CONCEPT CONCEPT CONCEPT Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente. Inleiding Naast een Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Toelichting. Artikel 2

Toelichting. Artikel 2 Toelichting Algemeen De systematiek van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrechtse Heuvelrug is dat steeds algemene voorzieningen, waaronder het collectief vervoer, het primaat hebben.

Nadere informatie

1.1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van belanghebbende.

1.1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van belanghebbende. Besluit voorzieningen Wmo gemeente Middelburg 2014 Vastgesteld in de collegevergadering van 28 december 2011 Gewijzigd: 11 december 2012, 10 december 2013 Publicatiedatum: 4 januari 2012, 19 december 2012,

Nadere informatie

Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging

Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging 13-0010/mh/rs/ph Alternatief voor Regeerakkoord Regie in eigen hand door persoonsgebonden en persoonsvolgende bekostiging Gevraagde actie: - Deelt u de filosofie van Regie in eigen hand? - Bent u bereid

Nadere informatie

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Inleiding De wet bepaald dat de gemeente een verordening dient vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van het door de gemeenteraad

Nadere informatie

Dit elektronisch gemeenteblad is een officiële uitgave van het college van de gemeente Reusel-De Mierden. www.reuseldemierden.

Dit elektronisch gemeenteblad is een officiële uitgave van het college van de gemeente Reusel-De Mierden. www.reuseldemierden. Dit elektronisch gemeenteblad is een officiële uitgave van het college van de gemeente Reusel-De Mierden www.reuseldemierden.nl/bekendmakingen Nummer : 2016-005 Datum : 29 januari 2016 Besluit Maatschappelijke

Nadere informatie

BIJLAGE Ib. Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning ISD De Rijnstreek

BIJLAGE Ib. Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning ISD De Rijnstreek A. Algemene toelichting 1.0 Omvang van de eigen bijdrage/eigen aandeel In de Verordening is bepaald dat een cliënt een eigen bijdrage betaalt bij een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget

Nadere informatie

Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011

Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Toelichting op het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 2 INHOUDSOPGAVE Toelichting

Nadere informatie

Voorzieningen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Voorzieningen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Gemeente Veendam, 2013 Besluit maatschappelijke ondersteuning... 3 Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.... 3 Artikel 1.

Nadere informatie

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013.

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Portefeuillehouder: Onderwerp: B.G. Schalkwijk vaststellen van het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, overwegende dat

Nadere informatie

Eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf en voor de Wmo

Eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf en voor de Wmo Eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf en voor de Wmo De klant betaalt een eigen bijdrage voor de zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) die deze thuis krijgt (zorg zonder verblijf),

Nadere informatie

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011 TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011 INHOUD HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN...1 HOOFDSTUK 2 BIJZONDERE REGELS OVER HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET...2 HOOFDSTUK 3

Nadere informatie

gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2011;

gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2011; Gem: 0612099 Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg; gelet op artikel 5 de Wet maatschappelijke ondersteuning, gelet op de

Nadere informatie

Toelichting op het Financieel Besluit Wmo

Toelichting op het Financieel Besluit Wmo Toelichting op het Financieel Besluit Wmo Inleiding. Naast een Verordening maatschappelijke ondersteuning en het Verstrekkingenboek Wmo is er ook een gemeentelijke Financieel Besluit Wmo. In dit besluit

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007 Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In dit besluit wordt verstaan onder: a. Verordening: de Wmo-verordening gemeente Heusden

Nadere informatie

FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Achtkarspelen 2012

FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Achtkarspelen 2012 FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Achtkarspelen 2012 Hoofdstuk 1. Eigen bijdrage en eigen aandeel in de kosten Artikel 1. Hoogte eigen bijdrage en eigen aandeel Lid 1. Bij het verstrekken

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 35d 26 435 Wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning Samenvatting Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Waarover

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN Het College, gelet op de bepalingen in de artikelen 17, 19, 22 en 30 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Velsen 2013,

Nadere informatie

b. In het eerste lid, onderdeel l, wordt bij besluit als bedoeld in artikel 21 vervangen door: bij besluit als bedoeld in artikel 20.

b. In het eerste lid, onderdeel l, wordt bij besluit als bedoeld in artikel 21 vervangen door: bij besluit als bedoeld in artikel 20. 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet basisvoorziening kinderopvang) Vierde nota van wijziging Het voorstel

Nadere informatie

MEMO van college aan de raad

MEMO van college aan de raad MEMO van college aan de raad datum : 25 februari 2010 (binnengekomen bij de griffie 1 maart 2010) aan : Gemeenteraad van : College onderwerp : Besluit individuele maatschappelijke ondersteuning 2010 Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Kanteling Wmo iedereen doet mee

Kanteling Wmo iedereen doet mee Kanteling Wmo iedereen doet mee Compensatieplicht en Kanteling - Onze visie op de Wmo Compensatieplicht en Kanteling Onze visie op de Wmo De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een brede participatiewet

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2014. Ingangsdatum 1 januari 2014

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2014. Ingangsdatum 1 januari 2014 Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2014 Ingangsdatum 1 januari 2014 Besluit voorzieningenmaatschappelijke ondersteuning Montferland 2014 Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Besluit maatschappelijke ondersteuning Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wijk bij Duurstede, november 2012 Artikel 1. Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Besluit maatschappelijke ondersteuning Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wijk bij Duurstede, januari 2013 Artikel 1. Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of

Nadere informatie

Mee kunnen doen in Hengelo

Mee kunnen doen in Hengelo Mee kunnen doen in Hengelo Wet Maatschappelijke Ondersteuning Aanbesteding Uitwerkingsnotitie IV Concept ten behoeve van de inspraak Gemeente Hengelo, april 2006 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Aanbesteding

Nadere informatie

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening)

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening) Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening) 1. Algemene toelichting 1.1 Inleiding Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke

Nadere informatie

TOELICHTING op de Verordening voor het wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2015

TOELICHTING op de Verordening voor het wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2015 TOELICHTING op de Verordening voor het wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2015 Algemene toelichting Hieronder worden gewijzigde artikelen van de Verordening genoemd.

Nadere informatie

M.F.L.A. van Oosterhout. Maatschappelijke Aangelegenheden. S.A.J. Terlouw

M.F.L.A. van Oosterhout. Maatschappelijke Aangelegenheden. S.A.J. Terlouw Raadsbrief Made, 10 januari 2012 Registratienr.: Onderwerp: Risico's gemeentelijk inkomensbeleid m.b.t. de Wmo Portefeuillehouder: Ambtelijke coördinatie: Steller: M.F.L.A. van Oosterhout Maatschappelijke

Nadere informatie

Zorg voor kwetsbare ouderen ontrafeld

Zorg voor kwetsbare ouderen ontrafeld Zorg voor kwetsbare ouderen ontrafeld ZZP en gepast gebruik Op wiens maat? Dr. Kor Grit grit@bmg.eur.nl Waarom onderzoek naar ZZP s? De fascinatie van de onderzoeker (On)mogelijkheden versterking positie

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Heerhugowaard. Bedragen geldig vanaf 01-01-2012

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Heerhugowaard. Bedragen geldig vanaf 01-01-2012 Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Heerhugowaard Bedragen geldig vanaf 01-01-2012 12 december 2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 2 Artikel 1 Inkomen en peiljaar Hoofdstuk 2

Nadere informatie

Nadere regel Wmo 2015 Gemeente Ede. Inhoud Inhoud 1. Hoofdstuk 1 - Inleiding 2. Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (pgb) 2. Artikel 1.

Nadere regel Wmo 2015 Gemeente Ede. Inhoud Inhoud 1. Hoofdstuk 1 - Inleiding 2. Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (pgb) 2. Artikel 1. IS Nadere regel Wmo 2015 Gemeente Ede Inhoud Inhoud 1 Hoofdstuk 1 - Inleiding 2 Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (pgb) 2 Artikel 1. Tarief pgb 2 Artikel 2. Hoogte pgb 2 Hoofdstuk 3 - Eigen bijdrage

Nadere informatie

Overwegende bezwaren NING

Overwegende bezwaren NING BIJLAGE 5 REGELING PERSOONSGEBONDEN BUDGET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING NING Algemeen Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) per 1 januari 2007 is de gemeente verantwoordelijk

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

WMO Wet maatschappelijke ondersteuning

WMO Wet maatschappelijke ondersteuning WMO Wet maatschappelijke ondersteuning 6 maart 2007 1 Programma Kennismaking Uitleg door ABVAKABO FNV Uitleg door vertegenwoordiger gemeente Vragen en antwoorden 6 maart 2007 2 Inwerkingtreding 1 januari

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 2 december 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding...3 Hoofdstuk 1 Rolstoelvoorzieningen en vervoer...4 Artikel 1.1 Persoonsgebonden budget bij een rolstoel...4 Artikel

Nadere informatie

Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording

Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording a. Een persoonsgebonden budget kan alleen worden toegekend indien een

Nadere informatie

besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014

besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 CVDR Officiële uitgave van Hulst. Nr. CVDR318648_1 4 juli 2016 Besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 Inleiding Het gemeentelijk besluit maatschappelijke

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording. 1. Verstrekking van een

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wierden 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wierden 2015 Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wierden 2015 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 2 artikel 1. Begripsbepalingen 2 HOOFDSTUK 2. VORM MAATWERKVOORZIENING 2 artikel 2. Vorm 2 HOOFDSTUK 3. NATURAVERSTREKKING

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Gemeente Zandvoort 2010

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Gemeente Zandvoort 2010 BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Vastgesteld door het college : d.d. 5 januari 2010 Gepubliceerd in de Zandvoortse Courant : d.d. Inwerkingtreding : d.d. 1 januari 2010 Registratienr: 2009/12/003193

Nadere informatie

Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Lingewaard 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 2 De te bereiken resultaten...

Nadere informatie

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen Burgemeester en wethouders van Hilversum; Gelezen het voorstel d.d. 10 mei 2012, besluiten: Vast te stellen onderstaand Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum 2013 met

Nadere informatie

Huishoudelijke verzorging en de Wmo

Huishoudelijke verzorging en de Wmo Huishoudelijke verzorging en de Wmo Huishoudelijke verzorging en de Wmo Drs. W.F. Deelstra Bohn Stafleu van Loghum Houten 2008 Ó Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij, 2008 Alle rechten

Nadere informatie

aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden

aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden Zaaknummer: OWZCM12 Onderwerp aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden Collegevoorstel Inleiding Eind 2010 zijn, in het kader van de bezuinigingen, de nieuwe verordening Wet maatschappelijk

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2010

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2010 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2010 Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen; Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3 Wet 3 College 3 Lid 3. Compensatieplicht 3 Lid 4. Aanmelding 3 Lid

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2009 Nr. 49658 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning,

Nadere informatie

Wet langdurige zorg Informatieblad Ieder(in) Juni 2014

Wet langdurige zorg Informatieblad Ieder(in) Juni 2014 Wet langdurige zorg Informatieblad Ieder(in) Juni 2014 Inhoud Inleiding 3 1. Wat gaat er veranderen? 4 Over de Wlz 4 Van ondersteuningsvraag tot passende zorg 6 Overgangsrecht 9 2. Standpunten van Ieder(in)

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013. 1 januari 2013

Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013. 1 januari 2013 Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013 1 januari 2013 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Regels rond verstrekking en verantwoording 3 Artikel 3 Vaststelling bedrag persoonsgebonden

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 behorende bij de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Besluit voorzieningen maatschappelijke

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012 Onderwerp: Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012 Ons kenmerk: Burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven; gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke

Nadere informatie

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2013 Nr. 114031 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning,

Nadere informatie

NOTA INVOEREN VERORDENING WMO OSS 2016 EN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING OSS 2016.

NOTA INVOEREN VERORDENING WMO OSS 2016 EN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING OSS 2016. NOTA INVOEREN VERORDENING WMO OSS 2016 EN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING OSS 2016. I. HOE ZIET GEMEENTELIJK REGELGEVING BIJ DE WMO ER UIT? De Wmo-verordening De Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

B e s l u i t e n: Burgemeester en wethouders van Purmerend, Gelet op Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2011,

B e s l u i t e n: Burgemeester en wethouders van Purmerend, Gelet op Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2011, Burgemeester en wethouders van Purmerend, Gelet op Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2011, B e s l u i t e n: vast te stellen het Besluit maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Factsheet. De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren. Wat betekent dat voor mijn pgb?

Factsheet. De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren. Wat betekent dat voor mijn pgb? Factsheet De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren Wat betekent dat voor mijn pgb? 2 Hervorming langdurige zorg - Persoonsgebonden budget Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nadere informatie

Besluit. maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Oude IJsselstreek

Besluit. maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Oude IJsselstreek Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oude IJsselstreek 2013 13ini00380 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget... 3 Artikel 1.1 Regels rond verstrekking

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2011 Nr. 73307 gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de Verordening maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Bijlage Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Aanleiding Tijdens het Algemeen Overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 28 juni 2012 heeft mevrouw

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Besluit maatschappelijke ondersteuning Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wijk bij Duurstede, november 2014 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede; gelet op de artikelen 2 t/m 7 van de Verordening

Nadere informatie

a. op grond van aanwijzingen het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;

a. op grond van aanwijzingen het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; Besluit Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ede Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording 1.1 Verstrekking van een toegekende

Nadere informatie

Gewijzigde verordening individuele voorzieningen in het kader van de Wmo

Gewijzigde verordening individuele voorzieningen in het kader van de Wmo Gewijzigde verordening individuele voorzieningen in het kader van de Wmo Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1: begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Wet maatschappelijke

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Achtkarspelen 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Achtkarspelen 2015 Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Achtkarspelen 2015 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 2 artikel 1. Begripsbepalingen 2 HOOFDSTUK 2. VORM MAATWERKVOORZIENING 2 artikel 2. Vorm 2 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Wijzigingsverordening en wijzigingsbesluit Maatschappelijke ondersteuning

Wijzigingsverordening en wijzigingsbesluit Maatschappelijke ondersteuning Wijzigingsverordening en wijzigingsbesluit Maatschappelijke ondersteuning Afdeling Samenleving 24 februari 2011 1 Inhoud 1. Wijzingen in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning... 2 2. Wijzigingen

Nadere informatie

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011 Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011 Tekst Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 Artikel

Nadere informatie

Jaarverslag Zorg 2013: Individuele voorzieningen Wmo 2013

Jaarverslag Zorg 2013: Individuele voorzieningen Wmo 2013 Jaarverslag Zorg 2013: Individuele voorzieningen Wmo 2013 ALGEMEEN De individuele voorzieningen Wmo betreffen vervoersvoorzieningen, rolstoelen, woonvoorzieningen en hulp bij het huishouden. Onderstaand

Nadere informatie

HULP BIJ HET HUISHOUDEN IN DE GEMEENTE VENLO

HULP BIJ HET HUISHOUDEN IN DE GEMEENTE VENLO Bijlage 3 bij collegevoorstel Wmo-besluit (18-12-2012) Notitie Maatschappelijke Ontwikkeling aan WMO-Forum team MOSAM steller PP Cox/I. Sijbers c.c. van onderwer p Ine Sijbers / Berdike Peters / Paul Cox

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2010 Besluit WMO gemeente Nunspeet Januari 2010 afdeling Publiek en Sociaal gemeente Nunspeet - 2 - Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Houten

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Houten BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING HOUTEN 2015 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, gelet op de artikelen 6.2, 11.6, 11.7, 13.2, 13.3, 14.2, 22.4 van de Verordening maatschappelijke

Nadere informatie

Nadere regel Wmo Gemeente Ede

Nadere regel Wmo Gemeente Ede Nadere regel Wmo Gemeente Ede Inhoud Inhoud 2 Hoofdstuk 1 - Inleiding 3 Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (PGB) 3 Artikel 1. Tarief PGB Artikel 2. Hoogte PGB Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout!

Nadere informatie

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008. Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08.

RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008. Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08. RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008 Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08.0822 Naam programma +onderdeel: Programma Welzijn en Zorg onderdeel

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording 1.1. Verstrekking van een toegekende individuele

Nadere informatie

Commissienotitie Reg. nr : 1110223 Comm. : MZ Datum : 20-06-11

Commissienotitie Reg. nr : 1110223 Comm. : MZ Datum : 20-06-11 Onderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning, de kanteling in de gemeente Boxtel. Status oordeelvormend Voorstel 1. Kennis te nemen van bijgaande notitie De kanteling in de gemeente Boxtel. 2. Voor de

Nadere informatie

Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009

Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009 Raadsbesluit nr. 8 Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009 De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het besluit van burgemeester en wethouders van 29 juli

Nadere informatie

Rolstoelen AWBZ Gevolgen van artikel 15 BZA-AWBZ

Rolstoelen AWBZ Gevolgen van artikel 15 BZA-AWBZ Onderzoeksrapport Rolstoelen AWBZ Gevolgen van artikel 15 BZA-AWBZ Op 19 juni 2006 uitgebracht aan het hoofd van de afdeling Geschillen van het College voor zorgverzekeringen Uitgave College voor zorgverzekeringen

Nadere informatie

Persoonsgebonden budget in de Wmo. Handreiking voor Wmo-raden, cliëntenorganisaties en belangenbehartigers

Persoonsgebonden budget in de Wmo. Handreiking voor Wmo-raden, cliëntenorganisaties en belangenbehartigers Persoonsgebonden budget in de Wmo Handreiking voor Wmo-raden, cliëntenorganisaties en belangenbehartigers AVI-toolkit 9 12 februari 2014 1 Inhoud Persoonsgebonden budget in de Wmo... 3 1. Wat is het persoonsgebonden

Nadere informatie

Nadere regeling. persoonsgebonden budget

Nadere regeling. persoonsgebonden budget Nadere regeling persoonsgebonden budget citeertitel: nadere regeling persoonsgebonden budget 2015 vastgesteld bij besluit van 17 maart 2015 Beleidsregels persoonsgebonden budget Opdrachtgever: gemeente

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen De raad van de gemeente Grootegast; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2012; gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 149

Nadere informatie

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom?

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Het ministerie van VWS heeft wee websites in het leven geroepen die hierover uitgebreid informatie geven www.dezorgverandertmee.nl en www.hoeverandertmijnzorg.nl

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden De Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 2007; gelet op artikel 5, 6, 7, 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

1. Alle dagbesteding inclusief vervoer gaat naar de gemeente (Wmo en Jeugdwet). Ook de dagbesteding van cliënten met een hoog zzp.

1. Alle dagbesteding inclusief vervoer gaat naar de gemeente (Wmo en Jeugdwet). Ook de dagbesteding van cliënten met een hoog zzp. 17 misverstanden over de Wet langdurige zorg (Wlz) Per 1 januari 2015 komt de Wet langdurige zorg (Wlz) in de plaats van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De Wlz is van toepassing op cliënten

Nadere informatie

Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler)

Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler) gemeente Eindhoven Raadsnummer 0.RI4O.OOI Inboeknummer ogbstoxogs Dossiernummer Szo.6ox xr mei zoos Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler) Betreft afhandelingstermijnen Wet voorzieningen gehandicapten.

Nadere informatie

Sociaal Beleid Participatie en Onderwijs. Aan de gemeenteraad. Onderwerp: Verordening Wmo

Sociaal Beleid Participatie en Onderwijs. Aan de gemeenteraad. Onderwerp: Verordening Wmo Aan de gemeenteraad 1 september 2009 Gemeentestukken: 2009-263 Onderwerp: Verordening Wmo 1. Voorstel Voorgesteld wordt de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2009 vast te

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Primair Onderwijs IPC 2400 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ

Nadere informatie

DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011. Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011. Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011 Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden De Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 24 april 2007; gelet op artikel

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Onderwerp. : Verordening Wet Maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2011. Indiener agendapunt

Raadsvoorstel. Onderwerp. : Verordening Wet Maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2011. Indiener agendapunt Raadsvoorstel Onderwerp : Verordening Wet Maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2011. Indiener agendapunt : Het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder(s): J. Teuwen Gevraagd besluit

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND 2014 FINANCIËLE REGELS VANAF 1 JANUARI 2014 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Artikel 1: Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel 3 Artikel 2. Uurtarief

Nadere informatie

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, H-I- Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht. (Concept 16 oktober 2006) Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2016

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2016 BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2016 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk; gelet op de artikelen 2, 13, derde en vierde lid, 16, derde en vierde lid, 17, tweede

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oude IJsselstreek

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oude IJsselstreek Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oude IJsselstreek Inhoudsopgave: Hoofdstuk 1 Bijzondere regels over het 5 persoonsgebonden budget Hoofdstuk 2 Eigen bijdragen, eigen aandeel

Nadere informatie

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Leudal

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Leudal Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Leudal INHOUD Hoofdstuk 1 Bijzondere regels over het persoonsgebondenbudget... 2 Hoofdstuk 2 Eigen bijdragen... 3 Hoofdstuk 3 Hulp bij het huishouden...

Nadere informatie

de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Beleidsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning Leusden 2015

de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Beleidsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning Leusden 2015 Beleidsregels Verordening Wmo 2015 Burgemeester en wethouders van Leusden gelet op: de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht BESLUIT: Vast te stellen

Nadere informatie

Prestatieveld WMO. Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning

Prestatieveld WMO. Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning Prestatieveld WMO Het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning Basisvragen Op welke wijze kan het loket een bijdrage leveren: - het doel en de uitgangspunten van de WMO te realiseren - aan de

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget... 2 Artikel 2.1 Regels rond verstrekking en verantwoording... 2

Hoofdstuk 2 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget... 2 Artikel 2.1 Regels rond verstrekking en verantwoording... 2 Besluit Maatschappelijke Ondersteuning 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Advisering en samenhangende afstemming... 2 Artikel 1. Verplicht advies... 2 Hoofdstuk 2 Bijzondere regels over het persoonsgebonden

Nadere informatie

Kabinetsbeleid en persoonsgebonden budget

Kabinetsbeleid en persoonsgebonden budget Kabinetsbeleid en persoonsgebonden budget Hans van der Knijff 18 februari 2014 Oorsprong van het pgb VS: Centrum voor independent living eigen regie Nederland: actie jaren 70 Begin jaren 90 experiment

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Barneveld juli 2008

Besluit maatschappelijke ondersteuning Barneveld juli 2008 juli 2008 Burgermeester en wethouders van Barneveld; gelet op de bepalingen in de artikelen 3, 6, 7, 12, 19, 21 25, 32, 33 38 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Barneveld;

Nadere informatie

WMO verordening gemeente Zoetermeer Versie geldig van 9 januari 2007 tot 5 juni 2009

WMO verordening gemeente Zoetermeer Versie geldig van 9 januari 2007 tot 5 juni 2009 WMO verordening gemeente Zoetermeer Versie geldig van 9 januari 2007 tot 5 juni 2009 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten

Nadere informatie